De invoering van het vrouwenkiesrecht

Was de strijd voor algemeen kiesrecht aanvankelijk door en voor mannen gevoerd, daarna drongen mondige vrouwen erop aan dat het stelsel pas democratisch kon zijn als ook vrouwen mochten stemmen. Het zou vele jaren van felle debatten en protestbijeenkomsten kosten voor de heren in de Tweede Kamer zich gevoelig toonden voor de argumenten en de vrouwelijke stem werkelijk kon doorklinken in het parlement.

De SDAP nam het voortouw door een vrouw op de kieslijst te zetten: in 1918 werd Suze Groeneweg het eerste vrouwelijke Kamerlid. Een mannelijke collega kenschetste haar venijnig als een ‘kat die je beter niet zonder handschoenen aan moest pakken’. Deze debutante kreeg gelukkig snel gezelschap van andere vrouwen, zoals Johanna Westerman (liberaal) en Frida Katz (CHU) die zich uitstekend staande hielden in de mannencultuur in Den Haag. Lizzy van Dorp (Liberale Partij) was de eerste vrouwelijke fractievoorzitter.

Aletta Jacobs (1854-1929) wordt bij de ingang van het Binnenhof tegengehouden. Zij maakte zich sterk voor vrouwenkiesrecht.
Omslag van het muziekstuk "De eerste vrouw in de Kamer"
Spotprent over de komst de vrouw in het parlement.
Voorwerpen van de eerste vrouwelijke fractievoorzitter in de Tweede Kamer, Lizzy van Dorp (1872-1945).
Naar boven