De Nationale Vergadering: gekozen door en voor het volk

Op 1 maart 1796 kwam voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis een gekozen volksvertegenwoordiging bijeen: de Nationale Vergadering. Niet toevallig koos men de balzaal van de laatste stadhouder Willem V als plaats van samenkomst: op verschillende manieren werd benadrukt dat een nieuwe tijd was aangebroken. Het stemrecht beperkte zich tot redelijk welgestelde mannen, ouder dan 20 jaar, die zich afkeerden van het stadhouderschap. Maar dat maakte de bijeenkomst niet minder uniek. Elke burger zat er als zelfstandig stemmend lid, niet meer om provinciale belangen te behartigen. De 126 leden noemden zich representanten: ontwikkelde lieden die namens het volk de staat zouden besturen. De woorden ‘democratie’ en ‘vrijheid’ lagen op ieders lippen. In 1798 kwam het tot een soort grondwet, waarin de rechten van de burger werden vastgelegd. Ook het tweekamerstelsel werd in deze ‘Staatsregeling voor het Bataafse Volk’ voor het eerst ingevoerd.

De Nationale Vergadering, 1796
Jacob G.H. Hahn (1760-1820), vertegenwoordiger bij de Nationale Vergadering
J.P. Wickevoort Crommeling (1763-1837), vertegenwoordiger bij de Nationale Vergadering
Naar boven