J.R. Thorbecke (1798-1872), architect van de Grondwet van 1848
J.R. Thorbecke (1798-1872), architect van de Grondwet van 1848

De Bataafs-Franse Tijd (1795-1813) zorgde voor ingrijpende veranderingen. Voor het eerst kwam een gekozen parlement bijeen. Na 1813 werd Nederland een monarchie onder het huis van Oranje. De volksvertegenwoordiging, de Eerste en de Tweede Kamer, mocht meebeslissen over het bestuur, de ministers voerden het beleid uit. In veel zaken had de Koning nog het laatste woord.

Onder leiding van de liberaal Thorbecke kreeg Nederland in 1848 een nieuwe Grondwet. De ministers waren voortaan verantwoordelijk voor wetgeving en beleid, het parlement controleerde hen. De Koning was weliswaar staatshoofd, maar hij stond buiten de politieke besluitvorming; hij was onschendbaar. Deze principes vormen de basis van de tegenwoordige Nederlandse democratie.

Nederland één land

De Bataafse Republiek (1795-1806)
De Bataafse Republiek (1795-1806)

Met de hulp van Franse troepen verdreven de patriotten de prins van Oranje. Nederland was onder de Bataafse Republiek één staat geworden met een centraal bestuur, niet meer een verzameling van zelfstandige provincies. Toch kreeg het volk niet de verwachte doorslaggevende stem. Weliswaar werden met grote ambitie nieuwe instellingen gesticht en ingrijpende maatregelen afgekondigd, maar al snel bleek de Republiek een speelbal in Franse handen. In 1806 bepaalde de Franse keizer dat zijn broer Lodewijk Napoleon koning werd van het Koninkrijk Holland. Vier jaar later werd Nederland zelfs ingelijfd bij Frankrijk. De nederlaag van de legers van Napoleon bij Waterloo (1815) herstelde de nationale onafhankelijkheid.

De Nationale Vergadering: gekozen door en voor het volk

De Tweede Kamer ziet het licht

Gijsbert Karel van Hogendorp (1762-1834)
Gijsbert Karel van Hogendorp (1762-1834)

Veel ingrijpende veranderingen van de voorgaande twintig jaar hadden een blijvend karakter. De belangrijkste strateeg in dit opzicht was Gijsbert Karel van Hogendorp. Hoewel hij voor 1795 een trouw ambtenaar was geweest, besefte hij dat een terugkeer naar de tijd van de stadhouders onmogelijk was. Met anderen ontwierp hij een nieuwe grondwet. De Oranjes kregen wel een rol toebedeeld: de zoon van de laatste stadhouder werd in 1815 koning. Het Nederlandse parlement werd opgesplitst in de Eerste en de Tweede Kamer. Daarnaast werden de rechten van de Nederlandse burger verankerd en werd het handelen van de Koning aan regels gebonden.

De nieuwe Staten-Generaal

De koning-koopman

Edmond Willem van Dam van Isselt (1796-1860)
Edmond Willem van Dam van Isselt (1796-1860)

Koning Willem I zag ministers vooral als adviseurs in dienst van de Koning, niet als uitvoerders van beleid dat door de volksvertegenwoordiging werd ondersteund en goedgekeurd. Velen erkenden dat Willem I zich verdienstelijk inzette voor de modernisering van Nederland: commercie en handel bloeiden en hij bevorderde de aanleg van nieuwe water- en spoorwegen. Maar waar hij kon, probeerde hij de Staten-Generaal te omzeilen en per koninklijk besluit te regeren.

Wijze mannen aan het werk

Roep om meer macht voor Kamer

Het Tweede Kamergebouw in 1844
Het Tweede Kamergebouw in 1844

Tegen het eind van Willems bewind gingen er in de Tweede Kamer stemmen op om de machtsverhoudingen beter vast te leggen in de Grondwet. Men zocht daarbij naar een balans tussen het parlement, de ministers en de Koning. De macht van de Koning zou moeten worden vastgelegd en ministers en Tweede Kamer moesten meer verantwoordelijkheid krijgen.

Een fluwelen revolutie

1848: de Kamer wordt rechtstreeks gekozen

Verkiezingen in 1852
Verkiezingen in 1852

In 1840 en in 1848 werd de Grondwet op wezenlijke punten gewijzigd. Al na de eerste wijziging in 1840 was koning Willem I teleurgesteld afgetreden. Zijn opvolger Willem II stemde in 1848 in met een tweede wijziging. Daarin werd vastgelegd dat de ministers, en niet de Koning, politiek verantwoordelijk waren voor alle besluiten. De vorst werd ontheven van zijn politieke functie, hij was voortaan onschendbaar. De invloed van de Staten-Generaal werd vergroot en het parlement kreeg meer middelen in handen om de regering te controleren en wetten aan te passen. De Tweede Kamer werd voortaan rechtstreeks gekozen door de rijkste burgers. De Grondwet van 1848 vormt tot op heden de basis van de Nederlandse parlementaire democratie.

Johan Rudolf Thorbecke, architect van de vernieuwing