Het Presidium stemde op 7 februari 2018 in met het instellen van een gemengde werkgroep, dat is een werkgroep die deels uit Kamerleden en deels uit ambtenaren bestaat. De Tweede Kamerleden Marianne Thieme, Kirsten van den Hul, Judith Tielen en Arne Weverling nemen zitting in de werkgroep. Kamervoorzitter Khadija Arib gaat de werkgroep voorzitten.

Naast de organisatie van eigen activiteiten – denk aan een expositie, lezingen of nieuwe kunst in de Kamer – zal de werkgroep samenwerken met partners die ook aandacht besteden aan het honderdjarig bestaan van het algemeen kiesrecht. Op deze manier wordt een zo breed mogelijk publiek aangesproken.

Werkgroep

100 jaar kiesrecht

De gemengde werkgroep (bestaande uit Kamerleden en ondersteuning) kwam maandag 26 maart 2018 voor het eerst bij elkaar. Van links naar rechts Eva Meijers (griffier), Margreeth Boer (Stafbureau Voorzitter en Presidium), Arne Weverling (VVD-Kamerlid), Marianne Thieme (PvdD-Kamerlid), Khadija Arib (Tweede Kamervoorzitter), Peter van Wensem (hoofd Stafdienst Communicatie), Judith Tielen (VVD-Kamerlid), Eddy Habben Jansen (directeur Pro Demos), Kirsten van den Hul (PvdA-Kamerlid), Simon Geleijnse (fractiesecretaris 50Plus) en Annemarijke de Vos (projectleider).

Algemeen kiesrecht in stappen

Tot 1917 mochten alleen bemiddelde en goed opgeleide mannen stemmen. In 1917 kregen álle mannen vanaf 25 jaar kiesrecht. Het aantal stemgerechtigden nam hierdoor toe met 40 procent. Ook kregen in 1917 vrouwen het recht om zich verkiesbaar te stellen (het passieve kiesrecht). Deze grondwetsherziening van 1917 was een belangrijk moment in onze parlementaire geschiedenis. In 1919 volgde een nog grotere uitbreiding van het aantal kiezers: toen kregen vrouwen ook het recht om zelf te kiezen en steeg het aantal kiezers met 117 procent.

Nederland was er vroeg bij

Het Presidium ziet het honderdjarig jubileum in 2019 als een uitgelezen kans om de aandacht te vestigen op het thema algemeen kiesrecht. Daarbij kan de bijzondere positie van Nederland worden benadrukt. Als het gaat om vrouwenkiesrecht, was Nederland er relatief vroeg bij. Een paar landen gingen ons voor, zoals Nieuw-Zeeland, Finland en Rusland. Suze Groeneweg was in 1918 de eerste vrouw die in de Kamer kwam, toen nog gekozen door mannen. In 1919 werd een initiatiefwet aangenomen die het actief vrouwenkiesrecht regelde. In België werd het actief vrouwenkiesrecht pas in 1948 in de wet verankerd; in Zwitserland duurde het zelfs tot 1971.

Steeds jongere kiezers

Ook de leeftijd voor deelname aan verkiezingen is in de afgelopen eeuw gewijzigd. In 1919 lag de stemgerechtigde leeftijd op 25 jaar, in 1946 werd dat 23 jaar, in 1965 werd de leeftijd verder verlaagd naar 21 jaar en vanaf 1972 mogen jongeren vanaf 18 jaar naar de stembus. In de activiteiten die de Tweede Kamer zal ontplooien, zal aandacht zijn voor het feit dat het kiesrecht geen statisch gegeven is, maar altijd in ontwikkeling is (geweest).