De getuigen die de enquêtecommissie oproept, zijn verplicht om te verschijnen. Dit geldt ook voor ministers en staatssecretarissen. De getuigen staan onder ede. Dat betekent dat ze strafrechtelijk kunnen worden vervolgd wegens meineed wanneer blijkt dat ze niet de waarheid spreken. De verhoren zijn openbaar en duren bij elkaar vaak wekenlang. Ze trekken veel aandacht van het publiek en de media. De Tweede Kamer is zich ervan bewust dat die openbaarheid soms pijnlijk is voor de getuigen. Maar de openbaarheid hoort nu eenmaal bij de enquête, vindt de Kamer.

De afgelopen dertig jaar heeft de Tweede Kamer tien keer een parlementaire enquête gehouden. Zij zijn niet alleen bedoeld om vast te stellen wie verantwoordelijk waren voor zaken die fout gelopen zijn, maar ook om een kwestie in kaart te brengen zodat er een beter beleid ontwikkeld kan worden.

Parlementaire enquête Fyra

Op 19 december 2013 is de parlementaire enquêtecommissie Fyra geïnstalleerd. Deze commissie moest onderzoeken hoe het kwam dat het oorspronkelijk beoogde vervoer over de Hoge Snelheidslijn-Zuid tot dan toe niet tot stand was gekomen. Het onderzoek richtte zich op de aanbesteding en uitvoering van de vervoersconcessie op de HSL-Zuid, de keuze voor en het bouwproces van de Italiaanse Fyra-treinen en de controles na de levering van de eerste treinstellen.
Bij de beantwoording van deze vragen werd expliciet aandacht besteed aan de rol van de Tweede Kamer. Ook keek de commissie naar de samenwerking met België. Ten slotte werden de financiële gevolgen voor de Staat in kaart gebracht. De eerste fase van het onderzoek bestond uit gesprekken, werkbezoeken, feitenonderzoek op basis van openbare bronnen en (te vorderen) documenten binnen en buiten de Rijksoverheid. De commissie heeft haar rapport op 28 oktober 2015 aangeboden.
 

Parlementaire enquête woningcorporaties

Op 16 april 2013 is  de parlementaire enquêtecommissie Woningcorporaties geïnstalleerd. De commissie heeft van de Kamer de opdracht gekregen onderzoek te doen naar de opzet en het functioneren van het stelsel van woningcorporaties. Directe aanleiding waren de financiële problemen bij een grote corporatie en incidenten rond andere. Het doel is om tot een beoordeling te komen van het stelsel om zo bij te dragen aan ontwikkeling van toekomstig beleid. Het onderzoek van de enquêtecommissie behelst een periode van circa 20 jaar, met als beginpunt de verdere verzelfstandiging van de woningcorporaties begin jaren negentig.
De enquête wordt in een aantal fasen uitgevoerd: literatuurstudie, deelonderzoeken en omgevingsanalyses, besloten voorgesprekken, openbare verhoren, eindrapportage en afronding van het onderzoek. De enquêtecommissie heeft op donderdag 30 oktober 2014 haar eindrapport gepresenteerd.

Naoorlogse parlementaire enquêtes

  • 2013: Fyra

  • 2013-2014: Woningcorporaties

  • 2011-2012: Financieel Stelsel

  • 2002-2003: Srebrenica

  • 2002-2003: Bouwnijverheid

  • 1998-1999: Vliegramp Bijlmermeer

  • 1994-1996: Opsporingsmethoden

  • 1992-1993: Uitvoeringsorganen Sociale Verzekeringen

  • 1988: Paspoortproject

  • 1986-1988: Bouwsubsidies

  • 1983-1984: Rijn-Schelde-Verolme