Gewoonlijk wordt er iedere vier jaar een nieuw kabinet samengesteld. Dit gaat als volgt: bij de landelijke verkiezingen stemt u op een lid van een politieke partij. Na de verkiezingen is duidelijk hoeveel stemmen de verschillende partijen hebben gekregen. Dan is ook duidelijk hoe groot de fracties in de Tweede Kamer zijn en wie er Tweede Kamerlid worden. Tijdens de kabinetsformatie wordt gekeken welke partijen samen willen gaan regeren. Die partijen noemen we de coalitiepartijen. Vervolgens onderhandelen deze coalitiepartijen over het regeerakkoord en de samenstelling van het kabinet. De formateur van een nieuw kabinet is de man of vrouw die vervolgens minister-president wordt. De formateur zoekt kandidaten voor de benodigde ministers en staatssecretarissen in het nieuwe kabinet. Zij worden benoemd door de Koning.   

Ministeriële verantwoordelijkheid

Ministers zijn gezamenlijk en apart verantwoording aan het parlement schuldig voor het doen en laten bij de vervulling van hun taken. De ministers zijn daarnaast politiek verantwoordelijk voor het optreden van het staatshoofd, de Koning. Het parlement controleert ook het handelen van staatssecretarissen. Elke staatssecretaris moet verantwoording afleggen aan de Tweede Kamer en aan de Eerste Kamer, maar de minister blijft de eindverantwoordelijke voor de staatssecretaris. 

Vertrouwensregel

Een minister en het kabinet als geheel moeten het vertrouwen hebben van het parlement. De Kamer kan het vertrouwen opzeggen door een motie van wantrouwen in te dienen tegen een minister of het tegen het hele kabinet. Als er geen vertrouwen meer is bij een meerderheid van het parlement moet een minister, of het hele kabinet, aftreden. In geval van een conflict binnen het kabinet biedt het kabinet meestal zelf ontslag aan de Koning aan. Dan volgen vaak nieuwe verkiezingen en een nieuwe kabinetsformatie.