Er zijn dagen dat een politicus wenst dat er geen journalisten waren. Op andere dagen, wanneer er goed nieuws is, lijken diezelfde journalisten ineens zijn beste vriend. De fotografen, cameramannen en verslaggevers zijn een onmisbaar deel van de Nederlandse democratie. Allemaal hebben ze hun eigen toegangspassen en mogen ze gebruikmaken van de perstoren, speciaal voor de parlementaire pers. Ook zijn er redacties met een eigen kantoor in de buurt van het Binnenhof.

Patatbalie

Wie als journalist in en rond de Tweede Kamer werkt, maakt regelmatig lange dagen. Net als de Kamerleden en hun medewerkers. Journalisten wachten soms tot ’s avonds laat op de gang in de hoop dat ze dat ze dat ene Kamerlid die ene vraag kunnen stellen als deze zijn kantoor verlaat. Maar meestal zijn Kamerleden beter benaderbaar. Bij de zogeheten patatbalie naast de plenaire zaal, de ‘mixed zone’ waar journalisten en Kamerleden door elkaar lopen, proberen journalisten Kamerleden vers uit het debat te interviewen.

Geduld

Op hun beurt zoeken parlementariërs de journalisten op, in de hoop media-aandacht te krijgen voor het standpunt van hun partij. “Maar de patatbalie is niet de plek waar je de primeurs krijgt”, zo weet de journalist. “Voor het echte nieuws moet je geduld hebben. Veel geduld. En weten waar en bij wie je moet zijn. Daarom investeer ik veel in mijn relaties met Kamerleden en hun medewerkers.”

Altijd scherp zijn

Journalist zijn is veel meer dan een quote halen. Het is verantwoordelijk werk. “Een parlementair journalist heeft de taak om Nederland te informeren over wat er in de Tweede Kamer wordt besloten en over hoe dat kan worden geïnterpreteerd. Daarom moeten we net als Kamerleden hard werken, veel lezen en altijd scherp zijn. Om ons werk inhoudelijk zo goed mogelijk te doen, specialiseren we ons net als de volksvertegenwoordigers in onderwerpen.”

Veel overeenkomsten; gescheiden rollen

Het werk van journalist en Kamerlid kent veel raakvlakken. Ze dienen beiden het maatschappelijk belang en doen aan waarheidsvinding. Maar de verschillen tussen de twee beroepen zijn minstens zo belangrijk, zo stelt een Kamerlid: “Mijn primaire rol is om de regering te controleren. Als medewetgever kan ik bovendien direct invloed uitoefenen op de politieke agenda en wetsvoorstellen indienen. Journalisten kunnen op hun beurt mijn werk weer in de spotlights zetten.”

Dat die rollen wezenlijk anders zijn, erkent ook de parlementair journalist: “Wij hebben wel invloed op de politieke agenda. Maar die is veel indirecter. Wel komen we elkaar vaak tegen. Soms heeft een Kamerlid een goed idee voor een invalshoek of onderwerp, op andere momenten heb ik een prangende vraag die gesteld moet worden. Die vraag komt niet altijd goed uit, maar dat hoort wel bij het werk van een journalist: de vragen stellen die gesteld moeten worden.”

Een genuanceerde relatie

De relatie tussen journalist en Kamerlid is genuanceerd. “Je hebt elkaar nodig, maar soms ben je elkaars vijand. Hoewel we allebei op zoek zijn naar de waarheid, hebben we daar verschillende instrumenten voor,” stelt de journalist. Zo kunnen wij bepalen hoe een onderwerp in de media komt en hoeven wij onze bronnen niet prijs te geven.” “Ja, dat klopt”, reageert een Kamerlid. “Ik heb instrumenten als het wekelijkse vragenuurtje, de debatten en schriftelijke en mondelinge Kamervragen tot mijn beschikking. Het werk van journalisten stelt mij als Kamerlid in staat om met betere voorstellen te komen en meer maatschappelijk relevante onderwerpen op de politieke agenda te zetten.”

Journalisten hebben veel bewegingsruimte

“Ik heb veel ruimte om mijn werk goed te kunnen doen”, zegt de journalist. “Ik mag me binnen het Tweede Kamergebouw grotendeels vrij bewegen. Ik kan elk debat bijwonen en als het nodig is, wacht ik uren in de gang tot het Kamerlid dat ik wil spreken langskomt of de deur van de fractiekamer opent. Maar er zijn natuurlijk wel regels waar ik me aan moet houden. Zo is het Ledenrestaurant, de ruimte waar de Kamerleden eten, verboden terrein. Ook mag ik niet zonder toestemming de fractiekamers binnengaan. En een Kamerlid is nooit verplicht om mee te werken. Ze hebben altijd het recht om ‘nee’ te zeggen. Maar daar nemen we natuurlijk geen genoegen mee.” Bovendien maakt het Kamerlid zelf het liefst zo min mogelijk gebruik van dat recht. “Want het is ook mijn werk om verantwoording af te leggen voor wat ik als volksvertegenwoordiger doe.”