Wetsvoorstellen

Hieronder staan aanhangige wetsvoorstellen. Dit zijn nieuwe wetsvoorstellen, ingediend door de regering of een Tweede Kamerlid, die mogelijk behandeld worden door de Tweede Kamer. Onder de knop "aanhangig" staan ook de afgedane wetsvoorstellen.

Deze pagina is een bètaversie. Uw reactie stellen we op prijs.

23 okt 2017
Regionale samenwerking voortijdig schoolverlaten en jongeren in een kwetsbare positie

Het wetsvoorstel beoogt de huidige onderwijswetgeving aan te passen zodat de regionale aanpak van voortijdig schoolverlaten (vsv) structureel wordt geborgd en verbreed naar jongeren voor wie het halen van een startkwalificatie (tijdelijk) niet haalbaar is. Alle jongeren van 12 tot 23 jaar zonder een diploma op het niveau van havo, vwo of mbo-niveau-2 en hoger worden optimaal ondersteund in het vinden van een passende plek dankzij een sluitend regionaal vangnet van partijen uit onderwijs, gemeenten, zorg en arbeid.

M. Bussemaker
minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
34812
Indiener M. Bussemaker
minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
19 sep 2017
Begroting van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2018

Dit wetsvoorstel bevat de begroting van uitgaven en ontvangsten voor het jaar 2018 van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

M. Bussemaker
minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
34775-VIII
Indiener M. Bussemaker
minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
07 jun 2017
Wet accreditatie op maat

Doel van het wetsvoorstel is te bewerkstellingen dat instellingen voor hoger onderwijs meer vertrouwen en minder lasten ervaren bij de accreditatieprocedure. Zo vervalt accreditatie niet meer automatisch na zes jaar. Daarnaast wordt geregeld dat er in de accreditatieprocedure een scherper onderscheid wordt gehanteerd tussen activiteiten die gericht zijn op de externe verantwoording over kwaliteit enerzijds en activiteiten die onderwijsverbetering stimuleren anderzijds. Daarmee wordt beoogd dat docenten de regelmatige opleidingsvisitaties en de Voorbereidingen daarop als een meer betekenisvolle activiteit ervaren. Zij krijgen meer eigenaarschap over de onderwijskwaliteit en kwaliteitsverbetering.Verder wordt in dit wetsvoorstel geregeld dat studenten een grotere rol krijgen bij de visitaties, bijvoorbeeld door versterking van de positie van de opleidingscommissie en door invoering van een studentenpanel mogelijk te maken.

M. Bussemaker
minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
34735
Indiener M. Bussemaker
minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
10 mrt 2017
Samenwerkingscollege en unieke beroepsopleidingen

Met dit wetsvoorstel wordt het samenwerkingscollege geïntroduceerd waarmee het voor twee of meer bekostigde instellingen voor middelbaar beroepsonderwijs (mbo) om gezamenlijk één of meer beroepsopleidingen of opleidingen voortgezet algemeen volwassenen onderwijs (vavo) mogelijk wordt gemaakt. Daarnaast maakt het voorstel het mogelijk om de bekostigings- of examenrechten per leerweg, dat wil zeggen de beroepsbegeleidende- of de beroepsopleidende leerweg (bbl of bol) te ontnemen, in plaats van per (gehele) opleiding. Tot slot wordt met het wetsvoorstel een «alleenrecht» geïntroduceerd voor een kleine beroepsopleiding die dreigt te sluiten.

M. Bussemaker
minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
34691
Indiener M. Bussemaker
minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
22 dec 2016
Modernisering bij scholen van de bepalingen over voorzieningenplanning

Voorzieningenplanning gaat over alle wet- en regelgeving die van toepassing is op de vraag wie, waar, onder welke omstandigheden, welke soort onderwijs mag aanbieden. Hieronder vallen onder meer de regels voor stichting, opheffing, omzetting, splitsing, verplaatsing en nevenvestigingen. De voorzieningenplanning vormt het fundament van het onderwijsbestel.
In augustus 2008 zijn de regels omtrent de voorzieningenplanning in het voortgezet onderwijs ingrijpend gewijzigd. Van een systeem waarbij de centrale overheid over alle aspecten beslissingsbevoegdheid had, is overgegaan naar een systeem waarbij de verantwoordelijkheid voor een goede afstemming tussen vraag en aanbod grotendeels kwam te liggen bij de samenwerkende schoolbesturen in de regio. De gedachte hierachter is dat men in de regio de lokale situatie veel beter kent en daardoor betere keuzes kan maken over veranderingen in het onderwijsaanbod. Het huidige systeem kenmerkt zich door meer autonomie voor scholen en daarmee minder administratieve lasten op voorwaarde van goede samenwerking en afstemming onderling en met de betrokken andere partijen.
Uit de wetsevaluatie 2013 bleek er aanleiding het systeem op enkele technische en licht beleidsmatige punten te verbeteren en dit wetsvoorstel voorziet hierin.

S. Dekker
staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
34642
Indiener S. Dekker
staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
+ 1 andere

vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
01 nov 2016
Initiatiefvoorstel-Bisschop en Rog teneinde de wettelijke grondslag voor de diagnostische toets te schrappen

Met dit initiatiefvoorstel van de Tweede Kamerleden Bisschop (SGP) en Rog (CDA) wordt de wettelijke bevoegdheid om een diagnostische toets te kunnen verplichten geschrapt.
De initiatiefnemers vinden deze bevoegdheid onwenselijk omdat inbreuken op de pedagogisch-didactische vrijheid van scholen niet bij algemene maatregel van bestuur, maar bij wet dienen te worden geregeld.
Het voorstel sluit aan bij de aangenomen motie-Ypma/Straus, waarin als overweging is opgenomen dat leraren en schoolleiders zelf bepalen of het afnemen van de diagnostische tussentijdse toets past in hun werkwijze en bijdraagt aan de onderwijskwaliteit (TK 33.661, nr. 10).
Zie ook het wetsvoorstel Leerlingvolgsysteem en diagnostische tussentijdse toets voortgezet onderwijs (33.661), welke is ingediend bij de Tweede Kamer op 17 juni 2013.

R. Bisschop
Tweede Kamerlid
34598
Indiener R. Bisschop
Tweede Kamerlid
+ 1 andere

vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
13 sep 2016
Initiatiefvoorstel-Siderius en Van Meenen Bevordering van kleinere klassen in het basisonderwijs

Dit initiatiefvoorstel van de Tweede Kamerleden Siderius (SP) en Van Meenen (D66) regelt dat er in het basisonderwijs klassen komen met minder dan 30 leerlingen.
Verder heeft het wetsvoorstel als doel dat in de komende jaren de klassen geleidelijk kleiner worden, waarbij er gestreefd wordt naar een gemiddelde klassengrootte op schoolniveau (per vestiging) van 23 leerlingen per groep. Hiermee worden de excessen van zeer grote klassen in het basisonderwijs aangepakt.
Om tot klassenverkleining in het basisonderwijs te komen regelt dit wetsvoorstel een andere definitie van de leraar/leerling ratio. In deze nieuwe definitie van de ratio wordt nog slechts bevoegd onderwijzend personeel meegenomen: leerkrachten die ook daadwerkelijk voor de klas staan. Dit betekent dat andere werknemers op scholen (zoals conciërges, klassenassistenten, begeleiders voor specifieke beperkingen, directeuren et cetera) niet meer meegerekend worden in de definitie. Door aanpassing van de definitie wordt de leraar/leerling ratio transparant en is de klassengrootte in het basisonderwijs beter te monitoren.
Na aanpassing van de definitie wordt er een maximum leraar/leerling ratio ingesteld van 29 leerlingen per fulltime equivalent bevoegd onderwijzende docent, welke daadwerkelijk verbonden is aan het primaire onderwijsproces.

T.E. Siderius
Tweede Kamerlid
34538
Indiener T.E. Siderius
Tweede Kamerlid
+ 1 andere

vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
25 feb 2016
Initiatiefvoorstel-Van Nispen Invoering van regels over de kwalificatie van docenten en het vaststellen van een minimum aantal uren voor het bewegingsonderwijs

Dit initiatiefvoorstel van het Tweede Kamerlid Van Nispen (SP) regelt dat ieder kind op de basisschool drie uur bewegingsonderwijs krijgt aangeboden door een gekwalificeerd vakdocent. Toezicht hierop door de Onderwijsinspectie.
Ook wordt met dit voorstel een stap gezet in het bestrijden van overgewicht en sociaaleconomische gezondheidsverschillen, door alle jongeren op de basisschool meer te laten bewegen onder leiding van een daartoe opgeleide (gespecialiseerde) vakleerkracht.
De indiener heeft een aantal hoofdargumenten voor deze wet: Het recht van het kind om te leren bewegen en zich te ontwikkelen (1), het belang van een gezonde en sportieve samenleving (2) en het positieve effect op de leerprestaties (3).

M. van Nispen
Tweede Kamerlid
34420
Indiener M. van Nispen
Tweede Kamerlid

vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
25 apr 2014
Initiatiefvoorstel-Mohandis en Rog Introductie verlengde kwalificatieplicht

Met dit wetsvoorstel beogen de indieners om het instrumentarium, om voortijdig schoolverlaten te bestrijden, aan te vullen. Voorgesteld wordt om voor de groep voortijdig uitvallers bestaande uit jongeren van 18, 19 en 20 jaa[scald=3902:sdl_editor_representation]r te komen tot een verlengde kwalificatieplicht om het voortijdig schoolverlaten verder te reduceren. Concreet wordt met het onderhavige wetsvoorstel de invoering van een partiële verlengde kwalificatieplicht tot 21 jaar geïntroduceerd voor gemeenten die te maken hebben met een hoog percentage voortijdig schooluitval onder 18-plussers en waarbij alle andere middelen onvoldoende tot geen effect sorteren.

M. Mohandis
Tweede Kamerlid
33925
Indiener M. Mohandis
Tweede Kamerlid
+ 1 andere

vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
17 jun 2013
Leerlingvolgsysteem en diagnostische tussentijdse toets voortgezet onderwijs

Het voorstel bevat drie wijzigingen die tot doel hebben de resultaten in het voortgezet onderwijs te verbeteren.
Scholen worden verplicht in de eerste drie leerjaren van het vwo en het havo, en in de eerste twee leerjaren van het vmbo (de onderbouw) een leerlingvolgsysteem te gebruiken dat de vorderingen van de leerlingen meet in de vakken Nederlands, Engels, wiskunde en rekenen (de doorstroomvakken). Voorts moeten de leerlingen aan het einde van de onderbouw een diagnostische toets afleggen in deze doorstroomvakken. Tenslotte worden scholen verplicht om deel te nemen aan internationaal vergelijkende onderzoeken, zoals PISA (Programme for International Student Assessment dat wordt uitgevoerd door de Organisation for Economic Cooperation and Development).

S. Dekker
staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
33661
Indiener S. Dekker
staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
+ 1 andere

vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
28 mrt 2012
Initiatiefvoorstel-Çelik inzake aanscherping van de regels voor bekostiging van een nieuwe school

Dit initiatiefwetsvoorstel van het Tweede Kamerlid Çelik (PvdA) biedt de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de mogelijkheid rechtspersonen die een zeer zwakke school in stand houden of waarvan een school, wegens tekortschieten van de onderwijskwaliteit, niet meer wordt bekostigd, niet meer in aanmerking te laten komen voor bekostiging van een nieuwe school of nevenvestiging.
De weigeringsgrond voor bekostiging van een nieuwe school of nevenvestiging kan ook gelden voor bestuurders persoonlijk, als zij binnen een ander bevoegd gezag de verantwoordelijkheid voor de oprichting van een nieuwe school op zich willen nemen.

M. Çelik
Tweede Kamerlid
33218
Indiener M. Çelik
Tweede Kamerlid

vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
17 jan 2012
Wijziging regeling ouderbijdrage peuterspeelzaal bij deelname aan voorschoolse educatie en wijziging schriftelijke instemming van ouders van leerlingen met een grote achterstand in de Nederlandse taal

Artikel 166, tweede lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO) wordt zodanig gewijzigd, dat de wettelijke maximering van de ouderbijdrage voorschoolse educatie alleen geldt voor ouders van doelgroepkinderen, zoals tot 1 januari 2011 ook het geval was.
Ten slotte wijzigt dit wetsvoorstel tevens artikel 165 van de WPO waarmee wordt geregeld dat de schriftelijke instemming van ouders van leerlingen met een grote achterstand in de Nederlandse taal alleen nog nodig is wanneer de activiteiten ter bevordering van de Nederlandse taal volledig buiten de reguliere onderwijstijd plaatsvinden.
De Wet van 7 juli 2010 tot wijziging van de Wet kinderopvang, de Wet op het onderwijstoezicht, de Wet op het primair onderwijs en enkele andere wetten in verband met wijzigingen in het onderwijsachterstandenbeleid is gepubliceerd in het Staatsblad 2010, nummer 296.

J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart
minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
33141
Indiener J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart
minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
28 mei 2010
Versterking positie leraren

Met dit wetsvoorstel wordt de positie van de leraar in de school versterkt, zodat hij zijn kennis en bekwaamheden optimaal in dienst kan stellen van het onderwijs.
Daartoe introduceert het wetsvoorstel het begrip professionele ruimte, waaronder in elk geval wordt begrepen de interne zeggenschap van de leraar bij het ontwerp en de uitvoering van het onderwijskundig beleid en het beleid met betrekking tot de kwaliteit van het onderwijs. Het wetsvoorstel verplicht het bevoegd gezag met de leraren afspraken te maken over de wijze waarop de interne zeggenschap vorm wordt gegeven en deze afspraken vast te leggen in een professioneel statuut.

J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart
staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
32396
Indiener J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart
staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
+ 2 anderen

vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
04 dec 2007
Initiatiefvoorstel-Dibi Invoering van media-educatie als kerndoel

De essentie van dit wetsvoorstel is een preventieve benadering die het kinderen mogelijk maakt eigen weloverwogen keuzes te maken, zonder censuur, repressie of moralisme. De discussie concentreert zich nog te weinig op de positieve mogelijkheden die de traditionele en moderne media aan kinderen bieden. Media-educatie maakt geen onderscheid tussen verschillende media-uitingen, maar richt zich in alle breedte op de invloed en inhoud van media op kinderen en jongeren. Het gaat er om dat jongeren leren hoe beelden en informatie tot stand komen en dat ze leren dat kritisch te beoordelen. Door media-educatie doen leerlingen kennis en vaardigheden op van de media om op deze manier als weerbare en goed geinformeerde gebruikers hun weg te vinden in de complexe informatiemaatschappij.

Dibi
Tweede Kamerlid
31296
Indiener Dibi
Tweede Kamerlid

vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
31 okt 2006
Initiatiefvoorstel-Van der Ham Financiering lokale omroep

De indiener van dit wetsvoorstel is van mening dat de ontoereikende doorgifte van de door het rijk aan de gemeenten ten behoeve van lokale omroep ter beschikking gestelde middelen reden is om te komen tot een rechtstreekse financiering van de lokale publieke omroep.
Dit wetsvoorstel strekt ertoe de middelen die thans in het gemeentefonds zijn gestort ten behoeve van lokale omroep worden uitgenomen en rechtstreeks aan de lokale omroep worden overgemaakt.
De gemeenten spelen wel een rol bij het aanwijzen van de lokale omroep die in een concrete gemeente (of samenwerkingsverband van gemeentes) geacht moet worden de lokale omroep voor die gemeente(n) te zijn. Dat is op dit moment reeds geregeld in artikel 42, volgens hetwelk het Commissariaat voor de Media zendtijd kan toewijzen aan een lokale omroepinstelling nadat de desbetreffende gemeente(n) hierover advies hebben uitgebracht.
Dit wetsvoorstel verbreedt deze procedure met toewijzing van financiële middelen, waardoor niet alleen de zendtijd, maar ook de (rechtstreekse) financiering van de lokale omroep gekoppeld wordt aan het advies, dat eens per vijf jaar wordt uitgebracht. Gemeente noch Commissariaat mogen daarbij inhoudelijke, programmatische eisen stellen, anders dan de eisen die in de Mediawet zijn of kunnen worden gesteld.

Ham, van der
Tweede Kamerlid
30855
Indiener Ham, van der
Tweede Kamerlid

vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
21 dec 2005
Initiatiefvoorstel-Ypma, Jasper van Dijk, Klaver en Van Meenen Regeling toelatingsrecht onderwijs

Het wetsvoorstel betreft de introductie van een verbod voor bijzondere scholen in het primair en het voortgezet onderwijs en voor bijzondere instellingen in het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie (BVE) de toelating van leerlingen onderscheidenlijk deelnemers te weigeren op denominatieve gronden, tenzij deze, of als ze minderjarig zijn hun ouders, voogden of verzorgers, weigeren te verklaren de grondslag van het onderwijs van de school/instelling te zullen respecteren. Hiermee wordt beoogd beperkingen weg te nemen in het schoolkeuzerecht van de ouders respectievelijk de leerlingen/deelnemers en te bevorderen dat scholen zo veel mogelijk een gemengde samenstelling krijgen en/of een redelijke afspiegeling zijn van de woonkern of wijk waarin zij zich bevinden.

L. Ypma
Tweede Kamerlid
30417
Indiener L. Ypma
Tweede Kamerlid
+ 3 anderen

vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
14 sep 2005
Aanpassing methode jaarlijkse prijsbijstelling ten aanzien van materiële voorzieningen

Dit voorstel regelt in de Wet op het primair onderwijs en de Wet op de expertisecentra de aanpassing van de prijsbijstelling van de materiële instandhouding (MI).
De lumpsumfinanciering maakt het voor de scholen mogelijk flexibeler op onderwijskundige, maatschappelijke en financiële veranderingen te reageren. De scholen in het primair onderwijs komen zo in een situatie die vergelijkbaar is met die van de onderwijsinstellingen in het voortgezet onderwijs. Dat maakt het mogelijk ten aanzien van prijsaanpassingen eenzelfde regiem te hanteren als in het voortgezet onderwijs.

Hoeven, van der
minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen
30246
Indiener Hoeven, van der
minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Filters wissen