Wetsvoorstel : Voorstel tot wijziging van de Grondwet inzake de vervolging en berechting van ambtsdelicten die zijn begaan door leden van de Staten-Generaal, ministers en staatssecretarissen
Artikel 119 van de Grondwet regelt dat Kamerleden en bewindspersonen voor het begaan van ambtsdelicten terechtstaan voor de Hoge Raad. De regering of de Tweede Kamer moet een opdracht tot vervolging van de verdachte geven. Deze procedure kent volgens de regering verschillende knelpunten. Daarom stelt dit wetsvoorstel een wijziging voor van artikel 119. Die wijziging houdt in dat de procureur-generaal bij de Hoge Raad de opdracht tot vervolging geeft, in plaats van de regering of de Tweede Kamer. Verder wordt niet langer bepaald dat de berechting plaatsvindt door de Hoge Raad. Hierdoor kan de berechting van ambtsmisdrijven bij de rechtbank, het gerechtshof en de Hoge Raad plaatsvinden.
Deze samenvatting is gebaseerd op het wetsvoorstel en de memorie van toelichting zoals ingediend bij de Tweede Kamer.
Activiteiten
Wetgevingsproces
-
26 mei 2026
Het wetsvoorstel is ingediend
-
28 mei 2026
Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden
Regeling van werkzaamheden
Besluit: Koninklijke boodschap, met de erbij behorende stukken, is al rondgezonden en gepubliceerd.
-
4 juni 2026
Procedurevergadering Binnenlandse Zaken
Procedurevergadering