Tweede Kamer, 16e vergadering, woensdag 1 november 2017

Aanvang: 10:30 uur

Sluiting: 23:24 uur

Status: Gecorrigeerd

Opening

Opening

Voorzitter: Arib

Aanwezig zijn 147 leden der Kamer, te weten:

Van Aalst, Agema, Amhaouch, Arib, Arissen, Asscher, Azarkan, Azmani, Baudet, Becker, Beckerman, Beertema, Belhaj, Van den Berg, Bergkamp, Bisschop, Den Boer, Van den Bosch, Martin Bosma, Bosman, Bouali, Van Brenk, Ten Broeke, Bruins, Bruins Slot, Buitenweg, Van Dam, Diertens, Tony van Dijck, Gijs van Dijk, Jasper van Dijk, Dijkgraaf, Dijkhoff, Dijksma, Pia Dijkstra, Remco Dijkstra, Dik-Faber, Diks, Van Eijs, El Yassini, Ellemeet, Fritsma, Futselaar, Geluk-Poortvliet, Geurts, De Graaf, Van der Graaf, Grashoff, Graus, De Groot, Groothuizen, Van Haersma Buma, Van Haga, Rudmer Heerema, Pieter Heerma, Helder, Van Helvert, Hennis-Plasschaert, Hermans, Hiddema, Hijink, Jetten, De Jong, Karabulut, Klaver, Koerhuis, Kooiman, Koopmans, Kops, Kröger, Krol, Kuik, Kuiken, Kuzu, Kwint, Laan-Geselschap, Laçin, De Lange, Van der Lee, Leijten, Van der Linde, Lodders, Madlener, Maeijer, Marijnissen, Markuszower, Von Martels, Van Meenen, Middendorp, Van der Molen, Moorlag, Agnes Mulder, Anne Mulder, Edgar Mulder, Nijboer, Nijkerken-de Haan, Van Nispen, Van Ojik, Omtzigt, Van Oosten, Ouwehand, Özdil, Öztürk, Özütok, Paternotte, Pechtold, Peters, Ploumen, Popken, Van Raak, Van Raan, Raemakers, Roemer, Rog, Ronnes, Van Rooijen, De Roon, Arno Rutte, Segers, Sienot, Sjoerdsma, Slootweg, Sneller, Snels, Van der Staaij, Tellegen, Thieme, Tielen, Van Tongeren, Van Toorenburg, Van den Hul, Veldman, Verhoeven, Voordewind, Voortman, Aukje de Vries, Wassenberg, Van Weerdenburg, Westerveld, Weverling, Van Weyenberg, Wiersma, Wilders, Wörsdörfer, Van 't Wout, Yeşilgöz-Zegerius en Ziengs,

en mevrouw Van Ark, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mevrouw Bijleveld, minister van Defensie, de heer Blokhuis, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de heer Bruins, minister voor Medische Zorg, de heer Dekker, minister voor Rechtsbescherming, mevrouw Van Engelshoven, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de heer Grapperhaus, minister van Justitie en Veiligheid, de heer Harbers, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de heer Hoekstra, minister van Financiën, de heer De Jonge, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, viceminister-president, mevrouw Kaag, minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, mevrouw Keijzer, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, de heer Knops, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de heer Koolmees, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mevrouw Van Nieuwenhuizen-Wijbenga , minister van Infrastructuur en Waterstaat, mevrouw Ollongren, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, viceminister-president, de heer Rutte, minister-president, minister van Algemene Zaken, mevrouw Schouten, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, viceminister-president, de heer Slob, minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, de heer Snel, staatssecretaris van Financiën, mevrouw Van Veldhoven, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, mevrouw Visser, staatssecretaris van Defensie, de heer Wiebes, minister van Economische Zaken en Klimaat, en de heer Zijlstra, minister van Buitenlandse Zaken.

De voorzitter:
Ik open de vergadering van woensdag 1 november 2017 van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Regeringsverklaring

Regeringsverklaring

Regeringsverklaring

Aan de orde is het afleggen van de regeringsverklaring.

De voorzitter:
Aan de orde is het afleggen van de regeringsverklaring door de minister-president. Ik heet de leden van het kabinet van harte welkom. Ik heb de minister van Buitenlandse Zaken toestemming verleend om tot 11.15 uur afwezig te zijn in verband met de aanbieding van geloofsbrieven aan Zijne Majesteit de Koning door buitenlandse ambassadeurs. Tevens heb ik de ministers van Binnenlandse Zaken en van Infrastructuur en Waterstaat toestemming verleend om tussen 14.30 uur en 15.45 uur aanwezig te zijn bij de opening van het nieuwe gebouw van beide ministeries door Zijne Majesteit de Koning.

Ik heet de leden in de zaal en de mensen op de publieke tribune van harte welkom, alsmede eenieder die de vergadering vanaf een andere plek volgt. Dit debat wordt gevolgd via livestream. Dat betekent dat alles wat wij in deze zaal doen vanuit alle hoeken in beeld wordt gebracht, inclusief het gebruik van mobiele telefoons. Ik geef het maar mee. Verder wijs ik erop dat tijdens het afleggen van de regeringsverklaring geen interrupties kunnen worden gepleegd. Daarna vindt natuurlijk het debat plaats en krijgen alle fractievoorzitters het woord.

Ik geef nu het woord aan de minister-president voor het afleggen van de regeringsverklaring.

Minister Rutte:
Mevrouw de voorzitter. Vandaag hebben wij het debat over de regeringsverklaring en de nieuwe plannen van het kabinet. Ik wil mijn verhaal echter buiten deze Kamer en buiten ons land beginnen, namelijk in New York, dat gisteren werd getroffen door een afschuwelijke aanslag. Onze gedachten gaan uit naar slachtoffers en nabestaanden. Wat gisteren in New York gebeurde, onderstreept hoe belangrijk het is dat alle goede krachten in de wereld samen blijven optrekken in de strijd tegen terreur. Ook daar gaat het vandaag over.

Mevrouw de voorzitter. Op 16 januari 1978 zei mijn betovergrootvader in het ambt van minister-president, Dries van Agt, bij de start van zijn eerste kabinet het volgende tegen uw ambtsvoorganger en de toenmalige leden van de Tweede Kamer: "Het kabinet dat zich vandaag bij de Tweede Kamer aandient, is voortgekomen uit de langdurigste formatie die ons land ooit heeft gekend. Voor het laatste deel daarvan weet ik mij jegens de Kamer dadelijk verantwoordelijk." Als formateur van het nieuwe kabinet maak ik die woorden vandaag graag tot de mijne. Ik ontleen er de opdracht aan om met deze regeringsverklaring tekst en uitleg te geven over zowel het proces als de uitkomst van de formatie die, inderdaad, 1977 uit de recordboeken heeft verdreven.

Ik zal zo beginnen met een duiding van het regeerakkoord, het karakter van het kabinet en enkele opmerkingen over, ja, de lengte van het formatieproces. Daarna wil ik de belangrijkste beleidsvoornemens en de beweegredenen daarachter kort over het voetlicht brengen. Maar eerst passen mij enkele woorden van dank. Om te beginnen aan de scheidende bewindslieden van de Partij van de Arbeid en de VVD, voor hun grote inzet en betrokkenheid. In de afgelopen jaren is veel bereikt voor Nederland. Er is tot op het laatst hard en resultaatgericht gewerkt en de teamgeest is steeds goed geweest. Ik denk dat geen van de scheidende bewindslieden het mij kwalijk neemt als ik daarbij speciaal Lodewijk Asscher noem, die hierin als vicepremier een belangrijke rol heeft gespeeld.

Vervolgens ook een woord van dank in de richting van de drie informateurs. Zij hebben blijk gegeven van wijsheid, creativiteit en, ik geef toe, enig geduld en doorzettingsvermogen. Dankzij de noeste arbeid van Edith Schippers, Herman Tjeenk Willink en Gerrit Zalm kon de complexe verkiezingsuitslag van 15 maart vertaald worden naar een vierpartijenkabinet en het ambitieuze beleidsprogramma waarover wij vandaag met elkaar spreken. Formeren met vier partijen lijkt soms op een zoektocht naar de kwadratuur van de cirkel. Maar met zulke procesbegeleiders lukt het uiteindelijk altijd een volgende stap te zetten en naar een eindresultaat te werken. Waarvan akte.

Mevrouw de voorzitter. Het kabinet dat ik vandaag aan uw Kamer mag presenteren, is een heel gewoon Nederlands kabinet. Het is een parlementair meerderheidskabinet, waarvan we er in onze parlementaire geschiedenis zo veel meer hebben gehad. Het rust op de degelijke financiële pijlers van solide overheidsfinanciën en een trendmatig begrotingsbeleid. En het staat in de lange traditie van samenwerking tussen partijen met een heel verschillende signatuur, een traditie die precies 100 jaar geleden werd gemarkeerd met de Pacificatie van 1917, waarin liberalen en confessionelen elkaar vonden in de oplossing van enkele grote maatschappelijke vraagstukken. Onze parlementaire geschiedenis leert dat de bereidheid tot overleg en het sluiten van compromissen ons land steeds veel goeds brengt. Het regeerakkoord sluit daar naadloos bij aan.

Ik benadruk die traditie van samenwerking ook omdat twee omstandigheden bij voorbaat wel specifiek zijn voor het kabinet dat nu aantreedt. Het gaat namelijk regeren met de kleinst mogelijke meerderheid in beide Kamers en we moeten terug naar het kabinet Den Uyl voor een coalitie die bestond uit bewindslieden van meer dan drie partijen. Dat zegt iets over de verkiezingsuitslag van 15 maart. Het zegt iets over de complexiteit van de politieke verhoudingen in ons land. Maar tegelijkertijd is het voor deze coalitie een extra motivatie om de komende jaren te zoeken naar breed draagvlak.

Het is waar dat het kabinet de komende jaren formeel regeert op basis van de helft plus één. Maar wel in het besef dat de democratie en het landsbestuur gebaat zijn bij betrokkenheid en medeverantwoordelijkheid van anderen, van partijen in het parlement die geen deel uitmaken van de coalitie, van gemeenten en provincies, van werknemers en werkgevers, maar bovenal van mensen zelf. Regeringsbeleid is er niet voor de politiek of de polder, maar voor onderwijzers en politieagenten, ouders en vrijwilligers, boeren en kunstenaars, topsporters en studenten, mensen met en zonder baan, mensen met en zonder een beperking. Kortom, politiek moet gaan over Nederland en politiek moet er zijn voor de Nederlanders, alle Nederlanders, juist ook voor de mensen die denken dat de politiek er niet meer voor hen is. Voor dit kabinet is het motto "vertrouwen in de toekomst" daarom ook een opdracht, want vertrouwen moet verdiend worden. Met die intentie zullen wij onze beleidsvoornemens steeds samen met anderen uitwerken en voorleggen.

En dan kort iets over de lengte van het formatieproces. Ook die is grotendeels terug te voeren op 15 maart. De verkiezingsuitslag leverde een moeilijke puzzel op, omdat er ten minste vier partijen nodig waren om tot een meerderheid te komen. We hebben het gezien: dat kost tijd. Eerst om te bepalen welke partijen er met elkaar uit kunnen komen en vervolgens om een akkoord te bereiken dat gezamenlijke ambities heeft voor Nederland en tegelijkertijd recht doet aan reële verschillen tussen de samenwerkende partijen. Om het in de woorden van Gerrit Zalm te zeggen: zorgvuldigheid moest in deze formatie boven snelheid gaat. Maar het bewijs dat zorgvuldigheid en daadkracht samen kunnen gaan ligt er, want het eindresultaat is, meen ik, bepaald geen waterig compromis geworden. Dus al is een partijfusie tussen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie niet aanstaande, het motto "vertrouwen in de toekomst" slaat wel degelijk ook op onszelf. We zijn eruit gekomen, we zijn er goed uit gekomen en we hebben er zin in.

Wat deze vier partijen bindt en motiveert om samen aan de slag te gaan, ligt in het hart van het regeerakkoord, in de grote onderwerpen die we samen willen adresseren: een duurzaam Nederland voor volgende generaties, dat werken moet lonen, dat een herkenbaar Nederland internationaal beter zijn stempel kan drukken en boven alles de gezamenlijke overtuiging dat de middengroepen, de mensen met een gewoon salaris en een gewoon koop- of huurhuis nu moeten gaan merken dat de offers die zij de laatste jaren hebben gebracht om de crisis te overwinnen, niet voor niets zijn geweest. Zij verdienen het erop vooruit te gaan. Voor alle duidelijkheid dat woord "gewoon" is insluitend, het maakt niet uit waar je wortels liggen, waar je woont, wat je gelooft of hoe je in het leven staat. Dit kabinet wil er zijn voor iedereen die iets bijdraagt aan ons land, voor alle generaties.

Korte en lange termijn en links en rechts worden in dit regeerakkoord met elkaar verbonden, over beleidsterreinen en begrotingshoofdstukken heen. Die samenhang is wezenlijk. Natuurlijk bevat het regeerakkoord een scala aan concrete maatregelen, waarin — ik zeg dat heel open — soms de ene coalitiepartij zich meer herkent en soms de andere. Ook in dat opzicht is dit een echt Nederlands kabinet. We hebben compromissen gesloten en hebben plannen voor nu en straks, klein en groot, plus en min, maar wel met een duidelijke richting.

Dit kabinet wil een sterk land nog beter maken voor iedereen. En dat vraagt meer dan alleen extra koopkracht, meer dan alleen miljarden investeringen en grote hervormingen. Het zit ook in al die plannen die het leven van mensen direct positief beïnvloeden, plannen om brandweer en politievrijwilligers te ondersteunen, om vechtscheidingen tegen te gaan, om laaggeletterdheid te bestrijden, om problematische schulden van gezinnen aan te pakken, voor 20.000 extra beschutte werkplekken en voor verlenging van het kraamverlof van partners. Kortom, we hebben in de inleiding niet voor niets opgeschreven dat we voor verschillen zijn, dat we tegenstellingen willen overbruggen en dat het belangrijk is dat mensen de komende jaren vooruitgang en verbetering ervaring in hun persoonlijk leven. Dit regeerakkoord is er voor alle Nederlanders en voor de hele samenleving.

Daarmee, mevrouw de voorzitter, kom ik aan het tweede deel van mijn betoog. Wat zijn de belangrijkste beleidsvoornemens van het kabinet? Vooropgesteld, het is duidelijk dat het nieuwe kabinet aantreedt in een tijd waarin het economisch goed gaat met ons land. De groeicijfers zijn prima, de overheidsfinanciën zijn op orde en de werkloosheid daalt. Dat is een mooi vertrekpunt en daar prijzen we ons ook gelukkig mee. Maar wie iets verder vooruitkijkt, ziet geen gespreid bedje en al helemaal geen reden om achterover te leunen en achteloos geld uit te geven, want ja, te weinig mensen merken nog dat het goed gaat en te veel mensen maken zich zorgen over hun eigen toekomst en die van hun kinderen. De realiteit is: een land is nooit af, zelfs een sterk land als het onze niet.

Daarom gaat het kabinet op vier borden tegelijk schaken. Ten eerste investeren we in voorzieningen die voor iedereen belangrijk zijn. Er komt extra geld en menskracht voor ouderenzorg, onderwijs, defensie, veiligheid en infrastructuur. Ten tweede ligt in het hart van het regeerakkoord dat het belastingstelsel, het pensioenstelsel en de arbeidsmarkt hervormd moeten worden, zodat ze weer passen bij de omstandigheden en de wensen van nu.

Ten derde is er in de coalitie een sterk gezamenlijk besef dat een ambitieus klimaatbeleid nodig is. Dat is niet links of rechts, niet liberaal of confessioneel, maar nodig.

We geloven ten vierde dat een herkenbaar Nederland in Europa en de wereld zijn stempel kan blijven drukken. Internationale verantwoordelijkheid en realisme moeten daarbij samengaan, bijvoorbeeld door te onderkennen dat het migratievraagstuk alleen in Europees verband beheersbaar blijft. Daarom is extra geld nodig voor ontwikkelingssamenwerking, om armoede en geweld als grondoorzaken van migratie- en vluchtelingenstromen te bestrijden.

Mevrouw de voorzitter, ik geloof niet dat het dienstig of zelfs simpelweg mogelijk is om alle plannen en maatregelen uit het regeerakkoord alleen maar te noemen. Dan zou ik te veel vragen van uw uithoudingsvermogen en dat van iedereen in deze zaal inclusief mijzelf. Ik maak wel een paar toelichtende opmerkingen.

Ik begin met de opmerking dat aan het extra geld voor onze publieke voorzieningen belangrijke maatschappelijke doelen gekoppeld zijn. We gaan niet zomaar bijplussen; we willen ook iets bereiken. Om Nederland veiliger en weerbaarder te maken versterken we onze krijgsmacht en komt er geld voor meer wijkagenten en rechercheurs, voor het tegengaan van computercriminaliteit en voor de bestrijding van terrorisme. Jihadstrijders die terugkomen naar Nederland kunnen straks langer in voorarrest worden gehouden. We versterken de strijd tegen mensenhandel en gedwongen prostitutie. Er komt extra capaciteit en er komt extra wetgeving om de georganiseerde criminaliteit van motorbendes en anderen aan te pakken. We versterken de rechtsstaat zowel in preventief als in repressief opzicht. We gaan bijvoorbeeld werken aan experimenten met snellere juridische procedures via zogeheten buurtrechters, aan meer aandacht voor mediation, maar ook aan strengere straffen voor haatzaaien.

Het nieuwe kabinet steunt uiteraard voluit het internationale besluit om de verdachten van de verschrikkelijke aanslag op MH17 in Nederland te berechten. Alle noodzakelijke voorbereidingen worden daarvoor getroffen.

In het onderwijs moet het niet gaan om het stelsel, maar om de doelstellingen en de uitkomst. Goed onderwijs ontwikkelt talenten, verkleint de achterstanden en maakt Nederland sterker. Daarom kiezen we voor meer vrijheid van onderwijs in plaats van minder, voor betere arbeidsvoorwaarden en een lagere werkdruk in het basisonderwijs. We kiezen voor versterking van de vroeg- en voorschoolse educatie, voor verlaging van de drempel om te gaan studeren en we investeren in fundamenteel en toegepast onderzoek.

Het staat buiten kijf dat in de verpleeghuiszorg voor ouderen fors extra geld nodig is voor meer personeel en meer persoonlijke aandacht, maar er is ook meer aandacht nodig voor de positie van mantelzorgers. Door nieuwe zorgakkoorden te sluiten met artsen en fabrikanten van medicijnen maken we het mogelijk dat met het beschikbare geld zo veel mogelijk zorg geleverd kan worden. Het eigen risico gaat in deze kabinetsperiode niet omhoog. We verlagen de eigen bijdrage voor taxivervoer, huishoudelijke hulp en rolstoelen. Zo houden we de beste zorg voor iedereen toegankelijk en betaalbaar.

We investeren in wegen en openbaar vervoer. Een goede mobiliteit is de slagader van onze economie. Zij is onmisbaar in ons persoonlijk leven. Slimme technologie maakt het vervoerssysteem in ons land steeds schoner en geïntegreerder. Het kabinet wil met gerichte investeringen de aansluiting tussen fiets, openbaar vervoer en auto verder verbeteren.

En dan punt 2: dit kabinet gaat hervormen. Ons belastingstelsel, onze arbeidsmarkt en ons pensioenstelsel zijn voor een groot deel gevormd in een tijd dat mensen een baan voor het leven hadden, de levensverwachting veel lager was dan nu, en de digitale economie simpelweg niet bestond. Bovendien dreigt de woningmarkt op slot te raken voor starters en mensen met een inkomen tot boven modaal, zeker in de steden. Voor zekerheid en kansen in de nieuwe economie zijn periodiek onderhoud en modernisering nodig.

Wij willen dat meer mensen meer te besteden krijgen en meeprofiteren van de gunstige economische ontwikkelingen. Wij willen dat het, zeker voor kleinere ondernemers, makkelijker wordt om iemand aan te nemen. Door vast minder vast te maken en flex minder flex wordt de arbeidsmarkt toegankelijker en eerlijker. Wij willen schijnzelfstandigheid van zzp'ers tegengaan, maar ondernemerschap bevorderen. Wij willen er samen met de sociale partners aan werken dat ons pensioensysteem beter aansluit op de verschillende levensfases en persoonlijke voorkeuren van mensen. Wij willen zorgen voor meer huurwoningen, die bereikbaar zijn voor de grote groep mensen met een middeninkomen. Het kan niet zo zijn dat wonen in de stad alleen bereikbaar is voor mensen die in aanmerking komen voor sociale huur of juist voor mensen die zich een duur koophuis kunnen veroorloven.

Het debat over die grote hervormingen gaat al snel over één onderdeel: wel over de btw of over de versnelde hypotheekrenteaftrek, maar niet over de lagere lasten voor gezinnen die ertegenover staan. Denk daarbij aan de lagere tarieven in de inkomstenbelasting en de verlaging van het eigenwoningforfait. Dus ja, er zitten plussen en minnen in, maar de belastinghervorming is een samenhangend pakket dat onder de streep de lasten voor mensen met ruim 5 miljard euro verlaagt. Hetzelfde geldt voor ons beleid ten aanzien van het vestigingsklimaat. Het is goed om te debatteren over de afschaffing van de dividendbelasting, maar laten we het dan ook hebben over de brievenbusfirma's, die we tegelijkertijd aanpakken. We maken Nederland aantrekkelijker voor bedrijven die écht iets toevoegen aan onze economie en werkgelegenheid en onaantrekkelijker voor bedrijven die alleen in slimme, boekhoudkundige constructies zijn geïnteresseerd. Het zou natuurlijk zonde zijn om die samenhang uit het oog te verliezen.

Mevrouw de voorzitter. Punt 3: Nederland wordt duurzamer. Dat is een grote ambitie. We leggen de lat hoog. Ons land heeft samen met 194 andere landen het klimaatakkoord van Parijs onderschreven en moet daar nu ook naar handelen. We richten ons op een reductie van de CO2-uitstoot in ons land met 49% in 2030 ten opzichte van 1990. We zullen ons in Europa sterk maken voor een aanscherping van de gezamenlijke doelstelling naar 55%. Waarom deze ambitie? Omdat het kabinet gelooft dat vooroplopen in duurzaamheid onze verantwoordelijkheid is met het oog op volgende generaties. Nederlandse bedrijven doen wereldwijd volop mee in de eredivisie van duurzaam ondernemen. Gemeenten en provincies zijn er intensief mee bezig. Ook staat er voor steeds meer voordeuren een elektrische auto en liggen er op steeds meer daken zonnepanelen.

Dit hebben we de komende jaren nodig: langetermijndenken en kortetermijndoen. Daarbij realiseren we ons terdege dat grote klimaatambities alleen door een gezamenlijke inspanning realiteit kunnen worden. Het kabinet wil daarom alle maatschappelijke initiatieven en de nieuwe doelstellingen bundelen in een nationaal klimaat- en energieakkoord, een bestuursakkoord met de andere overheden en een nieuwe Klimaatwet, waarin onze ambities worden verankerd. In 2030 zijn de kolencentrales dicht, zijn het gebruik van aardgas en de gaswinning in Groningen sterk gereduceerd en is ons land minder afhankelijk van fossiele brandstoffen uit het Midden-Oosten en Rusland. Wat snel kan, doen we snel. Bijvoorbeeld de vergroening van ons belastingstelsel. Ik noem de verschuiving van de lasten op werk en sparen naar lasten op consumptie. Ik noem de invoering van een CO2-belasting voor de energiesectoren. Ik noem ook de zo snel mogelijke invoering van de zogeheten Maut, een prijs per kilometer voor vrachtwagens, die onder andere via een verlaging van de motorrijtuigenbelasting teruggaat naar de sector. Er komen meer mogelijkheden voor windmolens op zee en steeds minder nieuwbouwwoningen worden aangesloten op aardgas.

De terugkeer van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit onderstreept het grote belang van deze sector voor ons land als tweede landbouwexporteur ter wereld. Het is een sector die rust op het traditionele gezinsbedrijf en die tegelijkertijd hoogtechnologisch en zeer innovatief is. Onze boeren en vissers en onze levensmiddelenindustrie kunnen een belangrijke rol spelen in de duurzame voedselvoorziening voor een groeiende wereldbevolking. Wageningen is wereldwijd een begrip. Hier ligt voor Nederland een geweldig potentieel om te benutten, terwijl we tegelijkertijd de belangen van natuur, milieu en dierenwelzijn scherp in het oog houden. Daarop is het kabinetsbeleid gericht.

Mevrouw de voorzitter. Kort samengevat. Bij problemen met water kijkt iedereen naar Nederland. Voor het antwoord op de vraag hoe we in 2050 genoeg voedsel kunnen produceren op de wereld, kijkt iedereen naar Nederland. Nu willen we ook bereiken dat de wereld naar Nederland kijkt voor klimaatoplossingen.

Tot slot, mevrouw de voorzitter. Het kabinet heeft de overtuiging dat als een land trots is op zichzelf en pal staat voor zijn kernwaarden, het internationaal sterker kan opereren. Dat herkenbare Nederland is niet eenvormig. Het is een samenleving waarin niet je geloof of je afkomst telt maar je toekomst. Tolerantie, gelijkwaardigheid en geloofsvrijheid zijn kernwaarden van ons land. We willen dat jongeren meer weten van onze geschiedenis: het Wilhelmus, de Nachtwacht en het parlement zijn ankers van de gemeenschappelijke identiteit, die explicieter mag worden beleefd.

We introduceren de mogelijkheid van een maatschappelijke diensttijd, zodat jongeren kunnen ervaren hoe mooi het is om iets voor een ander te doen. En het cultuurbeleid in brede zin is gericht op vernieuwing en toegankelijkheid, maar ook op de instandhouding van ons gebouwde en ongebouwde erfgoed. In het verlengde hiervan wil het kabinet de integratie versnellen van nieuwkomers die hier mogen blijven. Taalles vanaf dag één wordt de regel en we gaan meer mogelijkheden bieden om meteen mee te doen in de samenleving, bijvoorbeeld door vrijwilligerswerk te doen. Mensen van wie de asielaanvraag wordt afgewezen, moeten sneller terugkeren naar het land van herkomst. Het beleid is erop gericht vluchtelingen zo veel mogelijk in de regio op te vangen. Het kabinet wil daartoe meer overeenkomsten sluiten met veilige derde landen, zo mogelijk in Europees verband.

De ring van instabiliteit rond Europa en alle veranderingen die zich in Azië, de Verenigde Staten en elders op het wereldtoneel voltrekken, hebben direct invloed op ons land. Ons werk houdt dus niet op bij de grens. We investeren de komende jaren in versterking van de diplomatie, defensie en ontwikkelingssamenwerking. Nederland is en blijft de betrouwbare bondgenoot, zoals de wereld ons kent; in de Europese Unie, de NAVO en de Verenigde Naties. Nationaal belang en internationaal belang zijn geen tegenpolen maar liggen in elkaars verlengde. Met dat besef zullen we volgend jaar inhoud geven aan onze verantwoordelijkheid als lid van de Veiligheidsraad.

Mevrouw de voorzitter. Je hoort het met Hollandse nuchterheid vaak zeggen: het duurt even, maar dan heb je ook wat. In dit geval een regeerakkoord dat bol staat van plannen, groot en klein, waarmee we een sterk land nog beter gaan maken voor iedereen. En daarbij om mij heen in vak-K de nieuwe ploeg van mensen die popelt om aan de slag te gaan met de uitvoering. Voor ons is het regeerakkoord een beginpunt en zeker geen eindpunt. Er is ruimte voor overleg over de concrete uitwerking. Sterker nog, we hebben de inbreng van buiten nodig. De deur van de Trêveszaal staat op een ruime kier.

(Hilariteit)

Minister Rutte:
Ja! We gaan nu met volle overtuiging aan de slag, met vertrouwen in de toekomst en — dat zeg ik daarbij — met begrip voor al die mensen die denken: eerst zien, dan geloven. Ook dat is terechte Hollandse nuchterheid, want het is niet genoeg om te lezen en te horen dat het goed gaat met ons land; we willen dat ook merken in ons dagelijks leven. Daar gaat het om.

Mevrouw de voorzitter. Als ik aan het eind van deze regeringsverklaring toch even persoonlijk mag worden: ik sta hier vandaag voor de derde keer met een nieuwe ploeg om me heen en ik mag zeggen dat het een heel speciaal moment blijft. Het is een positief moment met nieuw elan en nieuwe energie. Ik weet heel goed dat het onvermijdelijk is dat er kritiek komt. Het debat in dit huis en in de Eerste Kamer zal op momenten hard en fel zijn. Dat hoort ook zo te zijn, want hier bevechten we elkaar op ideeën. Dat is de crux van democratie. Maar wat zou het mij veel waard zijn als wij er de komende periode met elkaar blijk van kunnen geven dat we de urgentie van deze tijd snappen, dat we snappen dat van ons niet alleen strijd wordt gevraagd maar dat er ook oplossingen worden gevraagd, dat wij als politici aan Nederland kunnen laten zien dat verschillen er zijn om te koesteren en tegenstellingen om te overbruggen, zodat mensen weer voelen dat de politiek er voor hen is. Ik zal me daar persoonlijk, samen met de collega's en u, met hart en ziel voor inzetten. Dank u wel.

(Geroffel op de bankjes)

De voorzitter:
Ik dank de minister-president.

Regeringsverklaring (inclusief Algemene Politieke Beschouwingen)

Regeringsverklaring (inclusief Algemene Politieke Beschouwingen)

Regeringsverklaring (inclusief Algemene Politieke Beschouwingen)

Aan de orde is het debat over de regeringsverklaring (inclusief Algemene Politieke Beschouwingen).

De voorzitter:
Nu is de Kamer aan het woord, te beginnen bij de heer Wilders namens de PVV.

De heer Wilders (PVV):
Nou, mevrouw de voorzitter, daar zitten ze dan. Het heeft even geduurd — dat zei de premier zeer terecht — maar dan heb je ook wat: maar liefst 24 ministers en staatssecretarissen van het kabinet-Rutte III. Dat is ongeveer ook het gemiddelde van de doorsneebananenrepubliek. Iedereen en zijn moeder heeft een baantje gekregen. Sommige ministeries hebben nu zelfs twee ministers. Je hebt ministers van en je hebt ministers voor. Ze noemen dat stukje in de plenaire zaal eigenlijk ook wel "vak-K". Ik heb een betere naam: laten we het vanaf nu "de planeet Rutte" noemen, in hun eigen zonnestelsel, een planeet die is losgezongen van de werkelijkheid van miljoenen Nederlanders, met hun gelijk van de helft plus één.

Zie ze daar zitten, mevrouw de voorzitter, en een beetje rondkijken. Ik zie er een aantal lachen en een paar kijken er op hun telefoon. Eindelijk, denken ze bij zichzelf, zitten we op dat felbegeerde pluche. Altijd netjes in de maat gelopen, altijd koffie gehaald voor Halbe, altijd gelachen om de grapjes van Pechtold en dan nu de beloning voor al die slaafsheid, aangevoerd door de man daar in het midden, Mark Rutte. Nederland kent hem als de grootste politieke leugenaar van de afgelopen tien jaar, maar in vak-K is hij de zonnekoning, de baas van de planeet.

Voorzitter. Op die planeet Rutte hebben ze niet zoveel met democratie. Zo'n burger, dat vinden ze maar lastig. Daarom stond de tweede partij van Nederland, de Partij voor de Vrijheid, bij voorbaat buitenspel. 1,5 miljoen mensen waren uitgesloten; hun mening deed er niet toe. Dat geldt niet alleen voor de mening van de PVV'ers, maar ook voor het referendum. Het referendum wordt niet alleen afgeschaft; als het toch nog een keer wordt gehouden — we hebben vanmorgen begrepen dat het nog een keer wordt gehouden — dan zal niemand op de planeet Rutte daarnaar luisteren, zo heeft meneer Buma verzekerd. Wat een vreselijke arrogantie. Wat een mislukking is dit kabinet en deze vierpartijencoalitie alleen daardoor al: door het bij voorbaat negeren van het referendum, dat gewoon volgens de nog bestaande wet wordt uitgeschreven. Wat een mislukking is dit kabinet daardoor nu al geworden. Het zit al vast in de modder voordat het is weggereden. Het gaat dus niet, zoals premier Rutte net suggereerde, over wat de burger vindt, maar over platte macht. Het gaat om het pluche. Het gaat om het verdelen van de mooie baantjes.

Vanaf hun wolk kijken ze daar vanaf de planeet Rutte naar beneden, naar die echte wereld, heel ver weg, naar een wereld waar zij op neerkijken, die ze niet begrijpen en die ze ook niet willen begrijpen. Want in de democratie van Mark Rutte heb je geen kiezers maar stemvee. Op die planeet Rutte zijn de gewone Nederlanders ook helemaal niet uitgenodigd. Het lachen is hun al een tijdje geleden vergaan, want premier Rutte pleegt al jarenlang een professionele plofkraak op de portemonnee van zoveel Nederlanders. Miljoenen, miljoenen mensen uitgeknepen, kaalgeplukt. Mensen zijn de afgelopen jaren vaak tot de rand van de afgrond gebracht. Wie denkt dat het nu economisch goed gaat met Nederlanders, heeft het mis. Wie denkt dat mensen nu profiteren van de economische groei, leeft op een andere planeet, in een sprookjeswereld.

Voorzitter. De werkelijkheid is dat Nederland in een diepe crisis zit, een politieke crisis, een geloofwaardigheidscrisis, maar vooral een identiteitscrisis. Ons land was ooit het mooiste land ter wereld, met eigen grenzen, een eigen cultuur. Wij gaven ons geld uit aan onze eigen mensen. Er was fatsoenlijke zorg voor onze ouderen. En op straat struikelde je niet over hoofddoekjes of etterende, sissende Marokkaantjes. We hadden een sterk, eigenwijs en vooral trots land. Geen angst voor terreuraanslagen. Geen corrupte allochtonen bij de politie. Niemand, niemand kreeg ons kapot. We waren soeverein. We namen onze eigen beslissingen. We waren de baas over ons eigen land en onze eigen grenzen. Er waren geen moskeeën in onze steden. Nederland was Nederland. En hoe anders, mevrouw de voorzitter, hoe anders is het vandaag. Wat is ons land vreselijk te grabbel gegooid. Wat zijn onze belangen verkwanseld. Heel veel Nederlanders zijn vreemden in hun eigen land geworden.

De heer Pechtold (D66):
Dat ideaalbeeld van vroeger: over welke periode heeft de heer Wilders het dan?

De heer Wilders (PVV):
Nou, in ieder geval de periode voordat u in de politiek zat.

De heer Pechtold (D66):
Dus dan hebben we het over voor 20... Ja, als ik de lokale ...

De heer Wilders (PVV):
Voor 1850 ongeveer.

De heer Pechtold (D66):
De heer Wilders was erg tevreden over hoe wij voor 1850 met onze ouderenzorg omgingen. Dat heeft u in de boekjes gelezen: hoe je toen als weduwe bij de kerk een gulden kreeg om met je kinderen de week door te komen, hoe er in het land onzekerheid was over het weer binnenvallen van een buitenlandse macht, want Europa was zwaar verdeeld, en over de sociale voorzieningen. Ja, in Veenhuizen, waar een van mijn betbetovergrootvaders, die weduwnaar was, naartoe werd gebracht. Dat was het ideaalbeeld, mijnheer Wilders, toen we nog onze kolonie hadden, Indonesië, met miljoenen moslims daarin, onder onze verantwoordelijkheid? Is het dat beeld? Of zit ik ernaast?

De heer Wilders (PVV):
U zit ernaast. Het beeld is het beeld van een Nederland dat Nederland was, dat niet zijn soevereiniteit had overgedragen aan de Europese Unie, dat nog ging over zijn eigen geld, dat de baas was over zijn eigen begroting, dat zelf ging over zijn eigen grenzen en immigratiebeleid, een land dat zelf bepaalde wie het binnenliet in zijn huis en wie niet. Een sterk land, een land waarin ook geen islam zijn intrede had gedaan, een land waarin we trots waren op onze eigen identiteit. Door mensen als u, mijnheer Pechtold — u bent er misschien wel het grootste prototype van — hebben we dat allemaal weggegeven, weten we niet meer wie we zijn, zijn we niet meer de baas over ons eigen land en hebben we de islam bijna voor heilig verklaard.

De heer Pechtold (D66):
Ja, voorzitter, zo zie je maar dat het van belang is dat het geschiedenisonderwijs in dit land en van dit kabinet veel aandacht krijgt. Ik ben blij dat de premier ook zelf in zijn lessen maatschappijleer aan de nieuwe generatie overbrengt — de heer Wilders en ik hebben niet de kans gehad om les te hebben van een premier — dat het zo ongelooflijk belangrijk is om onze identiteit en nationaliteit niet tot een soort eenheid van de eeuwigheid te verklaren. Want juist door de vooruitgang, juist door de verandering, juist doordat je je geen zorgen meer hoeft te maken dat men bij de grens komt binnenvallen maar daar als continent samen afspraken over kan maken, kun je je welvaart vergroten. Voorzitter, inderdaad: het is elke keer toch weer even die islam. Het is die islam.

De heer Wilders (PVV):
Niet even! Even!?

De heer Pechtold (D66):
Het is elke keer bij de heer Wilders die islam. Maar inderdaad, dat land, ook van uw voorouders, Indonesië, het grootste moslimland ter wereld, werd toen door ons onderdrukt. Nu, ja, gaan we wereldwijd op een andere manier met geloof om. Maar juist die verandering maakt ons krachtig. Juist van bedreiging een kans maken, maakt ons krachtig. Ik vind het wereldbeeld van de heer Wilders zo somber. Het lijkt me zo moeilijk om 's avonds in slaap te komen.

De heer Wilders (PVV):
De islam maakt ons kapot. De islamisering van Nederland is geen verbetering, zoals de heer Pechtold suggereert. Het is een achteruitgang op alle mogelijke terreinen. Ik zal dat nu en in de rest van mijn tekst duidelijk maken.

Ik zei al: heel veel Nederlanders zijn vreemden in hun eigen land geworden. We hebben dat islamitische monster binnengelaten. Op straat, op het strand, in de bioscoop, tijdens koopavond, in de tram, overal in Nederland hebben we last van die geïmporteerde cultuurverrijkers. Parades van honderden "Allahoe akbar" gillende hoofddoekjes met islamitische vlaggen in optochten door onze straten; onlangs nog, hier om de hoek in Den Haag.

Voorzitter. Het is met geen pen te beschrijven wat er met Nederland is gebeurd. Nederland huilt, waar het eens heeft gelachen. En die invasie gaat maar door, op onze kosten. We financieren onze eigen ondergang. Zo veel Nederlanders voelen zich buitengesloten, voelen zich machteloos, voelen zich niet vertegenwoordigd. Ze zijn kwaad, omdat ze hun land, hun Nederland, zijn kwijtgeraakt. Omdat Den Haag hun zorgen niet serieus neemt. Omdat ze zien dat hun wereld heel anders is dan die mooie woorden van de heer Rutte. En nu gaat ons land dus opnieuw bestuurd worden door mensen voor wie het behoud van Nederland niets betekent. Onze identiteit — lach er maar om! — verdwijnt steeds meer onder die zwarte schaduw van de islam. Kijk naar onze drie grote steden: Rotterdam, Amsterdam en Den Haag. Nu al is bijna de helft van de inwoners jonger dan 25 jaar niet-westers allochtoon. Dat betekent meestal: moslim. "Mohammed" is vandaag de dag inmiddels een van de meest populaire jongensnamen in Nederland.

Ons land, onze thuisbasis, dat wonder dat onze voorouders met bloed, zweet en tranen hebben opgebouwd, wordt steeds meer weggegeven. Dát is de praktijk. Verkwanseld. Dát is de realiteit. En we zien het iedere dag. We zien iedere dag de ellende die de islamisering ons brengt. Met dank aan een halve eeuw pure lafheid. Want, mevrouw de voorzitter, dat zijn de weggevers van Nederland: lafaards. Ze durven het er niet over te hebben. Het woord "islam" komt niet één keer in het hele regeerakkoord voor. En dat hele regeerakkoord van Rutte III lost dit existentiële probleem van ons land dus ook niet op. Het wordt alleen maar erger. De invasie gaat gewoon door. Onder Rutte II en III zien we een asielinstroom van minstens een kwart miljoen mensen. En het is altijd prijs in Nederland: of je krijgt een verblijfsvergunning, of niet, maar dan krijg je als illegaal gratis bed, bad en brood; en ook het kinderpardon blijft bestaan. Terwijl onze mensen zich blauw moeten betalen aan onze zorg, is die gratis voor asielzoekers. Dat heet "discriminatie", mevrouw de voorzitter. Nederlanders worden gediscrimineerd.

Ook op straat kunnen we zien hoe die culturele verrijking door de massa-integratie er inmiddels uitziet. Betonblokken om te voorkomen dat onschuldige gezinnen met kinderen worden doodgereden en platgewalst. Open grenzen betekenen inmiddels dat we ons moeten verschansen. Terecht zijn veel mensen bang dat hun vrouwen en dochters tijdens het winkelen of op weg naar school van hun fiets worden getrokken, worden bespuugd, worden beroofd of misschien zelfs worden aangerand. Die multicriminele samenleving betekent ook dat homoseksuelen in elkaar worden geslagen, dat vrouwen op straat zonder enige reden regelmatig voor "kankerhoer" worden uitgescholden, dat een vrouw die in bepaalde buurten zonder hoofddoek rondloopt, daar loslopend wild is. Er zijn in Nederland markten waar alleen nog maar Arabisch en Turks worden gesproken. Dát is de realiteit van veel mensen thuis. De terreurdreiging is groter dan ooit. In heel Europa zien we aanslagen, van Londen tot Barcelona, van Madrid tot Brussel, van Berlijn tot Stockholm, van Parijs tot Manchester. En inderdaad, gisteren nog, gisteravond Nederlandse tijd, in New York, vermoordde een moslim, Allahoe akbar schreeuwend, acht onschuldige mensen, waaronder een inwoner van België.

Ik word hier bijna wanhopig van, omdat men in vak-K, de minister-president in het bijzonder, niet luistert. Ik vraag u, mijnheer de minister-president, op de man af nogmaals: hoeveel onschuldige mensen moeten nog worden vermoord voordat bij u het kwartje valt? Voordat er wordt begrepen dat islam en geweld bij elkaar horen en de islam nooit zal integreren? Als overal op de wereld terroristen Allahoe akbar roepen, kun je toch niet volhouden dat terreur en islam niks met elkaar te maken hebben? Houd op met die politiek-correcte prietpraat, word wakker en bevrijd ons van de islam!

De heer Pechtold (D66):
Terreurbestrijding, politie en defensie zijn heel belangrijk. Kan de heer Rutte, of kan de heer Wilders eens een keer aangeven ...

De heer Wilders (PVV):
Nou niet gaan beledigen.

De heer Pechtold (D66):
Uit mijn mond is het met respect hoor. Kan de heer Wilders eens aangeven hoeveel zijn kabinet, Rutte I, bezuinigde op defensie? En hoeveel investeert dit kabinet in defensie?

De heer Wilders (PVV):
Dat heeft er helemaal niets mee te maken.

De heer Pechtold (D66):
O nee?

De heer Wilders (PVV):
Dat heeft er helemaal niets mee te maken. We kunnen investeren in defensie en dat willen we ook, maar op het moment dat je je grenzen openhoudt, kan je wel honderd miljoen of miljarden geven aan zowel de inlichtingendiensten als aan defensie. Ik zeg niet dat dit niet moet gebeuren, maar het is water naar de zee dragen als je a. niet erkent dat de islam het probleem is en b. je je grenzen wagenwijd open laat staan. Het is zinloos als je dat blijft doen.

De heer Pechtold (D66):
De heer Wilders draait natuurlijk van de vraag weg. Het kabinet dat hij steunde, het kabinet dat hij mede gevormd heeft — het waren moeilijke tijden — heeft meer dan een miljard bezuinigd. Dit kabinet investeert meer dan anderhalf miljard in onze veiligheid. Dan kan je een grote broek aantrekken. Dan kan je een grote mond hebben, maar de feiten, mijnheer Wilders — ik ben een beetje ouderwets, maar daar houd ik in de politiek nog steeds van — zijn dat u bezuinigingen accepteert op onze veiligheid, terwijl dit kabinet investeert.

De heer Wilders (PVV):
Nee, wij investeren ook meer dan een miljard in defensie. Dat doen wij ook. Ik zal er later ook met concrete voorstellen over komen. In ons verkiezingsprogramma stond het al. Dat was een heel A4. Dat heeft u moeten kunnen lezen zonder al te vermoeid te raken. Dat geld besteden wij er dus ook aan. Nogmaals, ik maak mijn punt. Natuurlijk is het belangrijk dat wij extra investeren in defensie. De PVV wil dat en de PVV doet dat. Wij willen ook extra investeren in de politie, meer dan die schamele 200 miljoen of 300 miljoen die dit kabinet investeert. Maar als je de problemen niet erkent, als je het woord "islam" niet één keer noemt in je regeerakkoord, als je de grenzen wagenwijd open laat staan waardoor iedere terrorist zomaar Nederland kan binnenkomen, is het zinloos besteed geld. Bescherm de Nederlander door de grenzen voor dit soort mensen te sluiten. Dat is wat er moet gebeuren.

De heer Asscher (PvdA):
De strijd tegen terreur en extremisme kan alleen maar worden gewonnen als we alle goede krachten verenigen. Wat de heer Wilders hier doet, is iedereen die Mohammed heet, Nederlanders net zoals de heer Wilders en ik, iedereen met een andere achtergrond, uitsluiten van die strijd. Op die manier gaat hij hem nooit winnen. In Nederland werken mensen in de zorg, bij de politie, in de krijgsmacht, die iedere dag bereid zijn hun leven in de waagschaal te stellen, niet alleen voor onze vrijheid maar ook voor de heer Wilders. Hij veegt dit met groot gemak weg. Terwijl hij hier twintig, vijfentwintig jaar heeft staan foeteren op anderen, zetten de gewone Nederlanders met een moslimachtergrond zich in en voeren zij met ons de strijd tegen haat, onverdraagzaamheid en terreur. Wat zij verdienen, is niet de zoveelste veeg uit de pan van Wilders, maar een compliment. Niet alleen een compliment, maar ook een excuus uit de mond van Wilders zou op zijn plaats zijn.

De heer Wilders (PVV):
Nou, als ik mij excuseer dan is het hooguit voor uw woorden van zojuist, want ik heb de waarheid gesproken. En dat is heel pijnlijk, zeker voor een sociaaldemocraat is dat ook heel vervelend, voor een beweging die, voor zover die nog bestaat, verantwoordelijk is geweest voor die open grenzen in de afgelopen decennia; iedereen maar binnenlaten, want dat is wat u heeft gedaan. U en uw beweging, de sociaaldemocratie heeft de afgelopen decennia iedereen uit half Afrika binnengelaten, zonder één eis van integratie of assimilatie te stellen. Dat heeft u nagelaten. Door mensen als u en uw beweging zitten we nu in de problemen, zitten we nu in de ellende. U zou eens in de spiegel moeten kijken en dan excuses aan heel Nederland moeten maken. Dát is wat u zou moeten doen.

De heer Asscher (PvdA):
Voorspelbaarheid is ook een kracht van de heer Wilders. Altijd bij het minste verwijt, bij een serieuze vraag, wijst hij naar anderen. Nu wijst hij naar sociaaldemocraten met een grap daarbij, maar hij wijst altijd naar een ander. En dat is de constante. We komen in dit land alleen verder — en dat is wat er moet gebeuren — als we de krachten verenigen, als de heer Wilders zou erkennen dat er onder al die Nederlanders mensen zijn die zich inzetten voor het algemeen belang, iedere dag weer, zodat als hij ziek is er een dokter komt of een verpleegkundige die misschien wel moslim is, zodat als hij gevaar loopt, hij beschermd wordt door Nederlanders, net als hij en ik, die zich inzetten voor het algemeen belang. Die Nederlanders, al die Nederlanders, verdienen ook vertegenwoordiging. Die verdienen niet met zo'n gemak weggezet te worden als de heer Wilders iedere dag doet. Geen enkele bijdrage aan een oplossing maar twintig jaar verwijten aan anderen. Ongetwijfeld komen er in de rest van zijn betoog nog veel meer bij. Er zit daar een nieuwe ploeg. Mensen die het voordeel van de twijfel verdienen. We hebben al via Twitter kunnen vernemen dat vanwege hun achtergrond, hun paspoorten, hun uitspraken in het verleden, ze die kans niet krijgen. Daarmee zijn zij symbool voor de manier waarop Wilders naar Nederland kijkt. In 2006 deed hij het ook. De Marokkaanse overheid had hier een mol omdat Aboutaleb staatssecretaris werd. Intussen is hij al acht jaar gewaardeerd burgemeester van de tweede stad van Nederland. Wilders, als er excuses moeten komen, dan zijn ze van ú.

De heer Wilders (PVV):
Nou, die interruptie werd er niet veel beter op. Maar goed, ik begrijp dat er nu een ander thema ...

De heer Asscher (PvdA):
Dit is altijd hetzelfde bij de heer Wilders. Geen tekst.

De heer Wilders (PVV):
Ik dacht dat ik nu aan het woord was, mijnheer Asscher.

De voorzitter:
U krijgt zo het woord, mijnheer Asscher.

De heer Wilders (PVV):
Het gaat nu over de dubbele nationaliteit, begrijp ik. Wij zijn daar heel consistent in. Wij vinden dat, welke dubbele nationaliteit je ook hebt, of die nou Marokkaans, Zweeds of misschien zelfs, zo hoorde ik laatst, Kroatisch is, je dan niet een publieke functie in het parlement of de regering zou moeten hebben. Australië kent dat systeem. Ik las vanmorgen nog in de krant dat de voorzitter van de Australische senaat — Australië is toch geen onfatsoenlijk land — is afgetreden omdat die persoon ook de Nieuw-Zeelandse nationaliteit heeft. De vorige week hebben we gezien dat een vicepremier in Australië is afgetreden omdat ze ook de Britse nationaliteit had. Het is heel normaal in andere landen dat als je een politieke functie vervult — ik heb het dan over politieke functies, bestuurlijke functies en parlementaire functies — je dan geen schijn van dubbele loyaliteiten hebt. Dat was mijn argument de vorige keer bij mevrouw Van Zanten en bij anderen van Marokkaanse afkomst en dat is het nog steeds. Als je een Nederlands Kamerlid bent, als je in het Nederlandse parlement of de Nederlandse regering zit, dan heb je alleen maar de Nederlandse belangen te dienen en heb je geen dubbele nationaliteit.

De heer Asscher (PvdA):
Altijd kijken naar iemands achtergrond, altijd kijken naar paspoorten, altijd kijken naar een verhaal eromheen en niet naar de daden.

De heer Wilders (PVV):
U luistert niet.

De heer Asscher (PvdA):
Dat is de gemene deler. Wie zich inzet voor dit land, wie bereid is slapeloze nachten over te hebben voor het landsbelang, krijgt om te beginnen wantrouwen van de heer Wilders. En zo komen we geen steek verder. Als dat wantrouwen er toch komt, wees dan een vent, dien die motie in en dan hebben we de stemming en is dat ritueel ook weer geweest. Even voor de zekerheid: er komt dus geen motie van wantrouwen dit keer?

De heer Wilders (PVV):
Nou, dat zult u wel zien. Moties dienen we altijd in tweede termijn in.

De heer Asscher (PvdA):
Nou, dat is een nieuwe voor de heer Wilders.

De heer Wilders (PVV):
Een van mijn vragen aan de minister-president is wie er een dubbele nationaliteit heeft. En die krijgen allemaal een prachtige motie van wantrouwen aan hun broek. Absoluut. En als u wil, mag u meetekenen.

De heer Asscher (PvdA):
Zie je wel, ik zei het al, voorspelbaarheid.

De heer Wilders (PVV):
Het is een antwoord op uw vraag.

De heer Asscher (PvdA):
Het is zo plat als een dubbeltje. Het gaat nergens over. De minister-president hoeft helemaal niet te antwoorden. Wilders weet het al. Wat deze mensen ook gaan doen, hij vertrouwt ze niet. Wat Mohammed ook doet in de zorg, in het leger en bij de politie, Wilders vertrouwt hem niet. U moet in de spiegel kijken.

De heer Wilders (PVV):
Nee, het gaat niet om "vertrouwt ze niet". Dat is bezijden iedere waarheid. Niemand zegt dat ik mevrouw Ollongren bijvoorbeeld niet vertrouw. Als het gaat om het hebben van een dubbele nationaliteit, dan ben ik consistent. De wereld zou te klein zijn als ik dit wel had gedaan bij Marokkaanse bewindslieden en niet bij mensen die ook een Zweedse nationaliteit hebben. Ik ben consistent. Ik zeg: als jij Nederlands parlementariër of regeringslid bent, heb je maar één belang te dienen. Dan moet je de schijn van dubbele loyaliteit vermijden. Dan mag je alléén Nederlander zijn, zoals Australië dat ook doet. Hoe eerder wij dat invoeren, hoe beter.

De voorzitter:
De heer Asscher, tot slot.

De heer Asscher (PvdA):
Maar vertrouwen is net zoiets als zwanger: of iemand is zwanger, of niet. Of je vertrouwt iemand, of niet. Als je een motie van wantrouwen indient, vertrouw je 'm niet. Dus wat wordt het nou, meneer Wilders?

De heer Wilders (PVV):
Ja, dat wordt het.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Asscher (PvdA):
Dus u vertrouwt deze bewindspersoon en u dient een motie van wantrouwen in?

De heer Wilders (PVV):
Dus ik vind dat je met een schijn van een dubbele loyaliteit niet in een kabinet mag zitten en niet in een Kamer mag zitten. Dan stuur ik je weg. Ja, dat ga ik proberen.

De voorzitter:
Dit wordt een herhaling.

De heer Asscher (PvdA):
Om de heer Wilders te citeren: zo wordt het er niet beter op.

De heer Wilders (PVV):
Nou, zo wordt het er honderdduizend keer beter op, want ik zou willen dat we hier in de Kamer of in de regering geen mensen hadden met een Turkse, Marokkaanse of Zweedse nationaliteit. Dit is verdorie het Nederlandse parlement! En hier moet je Nederlander zijn! En alléén Nederlander zijn. Ik wil geen Turken, Marokkanen of Zweden in dit huis. Mag ik dat niet zeggen? Dit is mijn land!

De heer Segers (ChristenUnie):
Vijf jaar geleden was er, geloof ik, al na een kwartier een motie van wantrouwen ingediend. De winst is nu dat dat vandaag naar de tweede termijn gaat. Dat is al heel wat.

De heer Wilders (PVV):
Leuke grap.

De heer Segers (ChristenUnie):
Ik wil doorgaan op het punt waar de heer Wilders aan refereerde, namelijk aanslagen, veiligheid en de strijd tegen terreur. De minister-president begon ook terecht met een referentie aan wat er gisteren in New York is gebeurd. We weten dat een aanslag ook in Nederland kan plaatsvinden. Dat is een gevaar, een kwaad waar wij ons tegen moeten wapenen. We moeten alle middelen aangrijpen om ons daartegen teweer te stellen.

Dan ga ik nu terug naar ongeveer een kwartier geleden, toen de heer Wilders begon met het refereren aan een mogelijk referendum. Dat referendum gaat dan over de Wet inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Onze veiligheidsdiensten — de veiligheidsdiensten waar de heer Wilders en ook wij afhankelijk van zijn en waar onze veiligheid van afhankelijk is — zeggen over die wet: "Wij hebben die wet nodig. Wij moeten op de kabel kunnen kijken of er mensen zijn met kwade plannen en of er mensen zijn die aanslagen willen plegen. Wij hebben die wet nodig. Wij moeten de kabel kunnen controleren." De heer Wilders en de PVV hebben voor die wet gestemd. Wij hebben, met vergelijkbare kritiek en overwegingen, uiteindelijk ook voor die wet gestemd, omdat de veiligheidsdiensten die nodig hebben. Is het nu zo dat de heer Wilders zegt: stel dat dat referendum er komt en 55% zegt nee, dan wordt die wet afgeschaft en dan pakken wij die bevoegdheid van de inlichtingendiensten af.

De heer Wilders (PVV):
Voordat ik op die vraag inga, wil ik even toch wat zeggen over de reactie van collega Segers. Dat punt zit me al dwars sinds ik het regeerakkoord heb gelezen. Ik vind het onbegrijpelijk dat hij, de vertegenwoordiger, de aanvoerder van een christelijke partij, ervoor heeft gezorgd en heeft geaccepteerd dat het woord "islam" niet één keer in het regeerakkoord voorkomt. Mijnheer Segers, uw grote mond over terreur kunt u in het vervolg in uw broekzak stoppen. U laat christenen hiermee gigantisch in de steek. Het is niet eens één keer genoemd, u heeft er niet eens een klein zinnetje over in gekregen, er wordt niet eens gesproken over christenen die worden vervolgd door moslims of wat dan ook. U heeft niets voor elkaar gekregen. U heeft uw ChristenUnie-achterban verloochend, in de steek gelaten, verkocht voor het pluche. Dat is wat u heeft gedaan.

Goed, voorzitter, nu het antwoord op de vraag. Wij zijn voor de zogenaamde sleepwet en hebben daar inderdaad voorgestemd, maar wij zijn een groot voorstander van het referendum. Hoewel wij tegen die wet waren — en dat ook met overtuiging hebben gedaan; ik ga daar niet voor weglopen — als in een referendum de meerderheid van de bevolking zegt dat die sleepwet er niet moet komen, dan komt die sleepwet er wat ons betreft niet, want dat is wat de bevolking op dat moment wil.

De heer Segers (ChristenUnie):
Eerst dat eerste punt. De strijd is niet tegen dé islam, de strijd is tegen terrorisme, tegen jihadisme. En dat staat op verschillende bladzijden. Ik geef toe dat het een tamelijk lijvig regeerakkoord is, het is niet klein uitgevallen, maar de strijd wordt opgevoerd. Die wordt niet minder, die wordt meer. Daar nemen wij extra maatregelen voor. De inlichtingendiensten geven aan dat zij ook op de kabel moeten kunnen controleren. Waarom? Omdat daarop mensen communiceren die maar één ding willen: dood en verderf zaaien. Dat is terreur zaaien. Dat is hier aanslagen plegen. Wij moeten op de kabel kunnen controleren. Als er dan straks een aanslag is en die wet is ingetrokken en de inlichtingendiensten is die bevoegdheid afgenomen, dan zal de heer Wilders moeten verantwoorden dat hij deze bevoegdheid heeft weggenomen bij veiligheidsdiensten. En dan komen al die grote woorden over strijd tegen terreur en strijd voor veiligheid in een heel ander daglicht te staan.

De heer Wilders (PVV):
Nee, die komen in geen enkel ander daglicht te staan. Helemaal in geen enkel ander daglicht! U zult moeten uitleggen waarom u opnieuw de stem van de kiezer negeert als u over een referendum zegt: dat mag je wel vinden, Nederlandse bevolking, maar ik geef je een dikke middelvinger. Diezelfde middelvinger die u aan christenen in Nederland geeft door ondanks uw mooie woorden geen woord over de islam in het regeerakkoord te hebben. En islam, mijnheer Segers, als de islam zijn zin krijgt, dan zijn de christenen in dit land de eersten die de klos zijn, de eersten die worden geslachtofferd. En door dat niet te noemen ... Van de VVD, het CDA en zo kun je dat nog enigszins verwachten, maar van een christelijke partij! U heeft uw partij als het ware ontchristelijkt door aan dit regeerakkoord mee te werken. En dat is zeer kwalijk. Zeer kwalijk!

De heer Segers (ChristenUnie):
Ik hoor dit keer vanuit de bankjes van de PVV-fractie een beetje een mager applausje.

De heer Wilders (PVV):
Oké, doe het even iets harder.

(Geroffel op de bankjes)

De heer Segers (ChristenUnie):
Daar hebben we een woord voor: kadaverdiscipline.

De heer Wilders (PVV):
Het is niet snel goed hè!

(Harder geroffel op de bankjes)

De heer Segers (ChristenUnie):
U heeft ze nog steeds goed in de tang. Ja, totdat er ééntje wegloopt. Maar goed!

De heer Wilders (PVV):
Nou ja, als er ééntje bij u wegloopt, hebben we geen kabinet meer. En dat is veel erger. Dat is de heer Voordewind. Dat is de volgende die wegloopt, let maar op!

De heer Segers (ChristenUnie):
Nee, nee. De heer Voordewind zit naast mij en blijft naast mij zitten.

De heer Wilders (PVV):
Kijk, dat is nou eens discipline!

De heer Segers (ChristenUnie):
In goede vriendschap. U loopt weg bij het punt dat ik hier inbreng. Het is heel makkelijk om dan tegen mij te zeggen: ach, je verloochent je achterban. Wij komen op voor godsdienstvrijheid. In het regeerakkoord zie je dat dit kabinet godsdienstvrijheid als een van de pijlers aanwijst, ook voor het buitenlandbeleid. Wij komen op voor minderheden in het Midden-Oosten. Wij komen op voor rechtvaardig migratiebeleid. Wij intensiveren de strijd tegen terreur, tegen jihadisme. Dat komt op verschillende bladzijden terug. Wij nemen dat buitengewoon serieus. Zo serieus dat nu wij inderdaad richting een referendum gaan en het debat met de bevolking moeten aangaan. Mijn eerste taak zal zijn om — bij alle vragen die wij hadden, die u ook had, die ons er uiteindelijk toe leiden om voor die wet te stemmen — dan te gaan uitleggen: privacy is een ongelofelijk belangrijke waarde en die moeten wij afwegen tegen de waarde van veiligheid en vrijheid die veel waard is. Als de inlichtingendiensten tegen u en mij zeggen "wij hebben deze bevoegdheid nodig", dan vind ik het een grote verantwoordelijkheid om die veiligheid en die vrijheid in handen te leggen van, laten we zeggen, 55% en te zeggen: wat de uitslag ook is, we nemen die over. Ik zou nog altijd tegen u willen zeggen: weeg dat zelfstandig af, kijk wat die vrijheid en veiligheid nodig hebben en als dat zo'n wet is, dan moeten we zo'n wet hebben en dan moet u die verdedigen.

De heer Wilders (PVV):
Nee, op het moment dat wij een rechtsgeldig referendum van de meerderheid van de Nederlandse bevolking niet uitvoeren, komen wij in de buurt van een halve dictatuur. Wij hebben dat niet voor niets in het leven geroepen. Er is een meerderheid hier geweest die een wet heeft gemaakt en die zegt — oké, het was nog raadgevend, niet bindend — dat we komen met een referendum. Als je dat serieus neemt — en wij nemen dat serieus, ik ben zelfs met mijn fractie een groot voorstander van een bindend referendum — vind ik dat je dat ook moet uitvoeren. Als je dan de terreur wilt aanpakken, had ik gehoopt u aan mijn kant te vinden, door niet alleen de islam te benoemen maar ook door onze grenzen te sluiten, door Nederland te de-islamiseren. Waarom steunt u mij niet in het afbouwen, in het stoppen van de moskeeën in Nederland? Waarom steunt u mij daar niet bij? Terwijl ik denk dat een groot deel van uw kiezers, de ChristenUniekiezers, zich grote zorgen maakt over de islamisering van Nederland, en dat ze liever meer kerken zien dan moskeeën. Waar bent u, mijnheer Segers? U bent op een christenvakantie, maar dan ergens heel ver weg, waar u het woord niet meer kan spellen. En dat is slecht. Dat is slecht voor Nederland, dat is slecht voor uw achterban. Als u wilt dat wij met elkaar de terreur hard aanpakken, dan zult u over de brug moeten komen met het steunen van het de-islamiseren van Nederland.

De heer Segers (ChristenUnie):
Mevrouw de voorzitter. Ik ben voor godsdienstvrijheid en tegen jihadisme. En daarom voert het kabinet het beleid dat het voert. Als er — ik zeg het toch in alle ernst — een grote aanslag plaatsvindt en de inlichtingendiensten zeggen "wij hadden die bevoegdheid moeten hebben en we hebben dit daarom niet kunnen voorkomen", dan heeft de heer Wilders heel veel uit te leggen.

De heer Wilders (PVV):
Degene die veel uit te leggen heeft, mevrouw de voorzitter, met name aan zijn eigen achterban — ik kan het niet genoeg herhalen — is de heer Segers. Want op het moment dat je de analyse niet maakt waar het aan ligt ... Nogmaals, het doet gewoon pijn dat ik dit tegen een woordvoerder van een christelijke partij moet zeggen: de islam is geen religie zoals het christendom. Moet ik u nou uit gaan leggen dat de islam niet te vergelijken is met het christendom? U kunt nu wel met uw collega staan praten, maar ik spreek u nu aan. Hoe is het mogelijk dat ik de woordvoerder, de voorzitter van de ChristenUnie moet uitleggen dat islam en christendom niets met elkaar gemeen hebben? Dat het christendom inderdaad een religie is maar dat de islam een totalitaire, gewelddadige ideologie is, die je ook niet kan verlaten, in tegenstelling tot het christendom? Als je de islam verlaat, dan staat daar de doodstraf op. Dat maakt het een ideologie en geen religie. Waarom moet ik dat aan u uitleggen? U stelt zo veel christenen in Nederland teleur, mijnheer Segers.

De heer Kuzu (DENK):
In dit land bepaalt Geert Wilders niet wie Nederlander is en wie niet. In dit land bepaalt onze Grondwet wie Nederlander is en wie niet. En inmiddels wonen in dit land heel veel mensen met een dubbele nationaliteit, er zijn honderdduizenden mensen in dit land met een dubbele nationaliteit. Wilders gaat als vanouds los, net als in 2006 tegenover Albayrak en Aboutaleb. Hij ging los tegenover u, mevrouw de voorzitter. Hij doet dat nu opnieuw. Een dubbele nationaliteit zegt helemaal niets over iemands loyaliteit. Die loyaliteit is afhankelijk van feitelijk waarneembaar gedrag. Ik zou de heer Wilders willen vragen: welke vorm van feitelijk waarneembaar gedrag heeft u geconstateerd bij mevrouw Ollongren op basis waarvan u twijfelt aan haar loyaliteit?

De heer Wilders (PVV):
Nee, ik heb niet getwijfeld aan haar loyaliteit. Ik zeg dat je met een dubbele nationaliteit de schijn van dubbele loyaliteit hebt. Ik heb een aantal jaren geleden een voorstel daarover gedaan. Overigens was het niet alleen tegen mensen van Marokkaanse en Turkse afkomst. Ik heb hetzelfde punt gemaakt tegen mevrouw Van Zanten — zo heette ze, geloof ik — destijds staatssecretaris van VWS. Er zijn bijvoorbeeld bepaalde regels in de Turkse wet. Dat heb ik toen genoemd. De Turkse wet zegt dat als een Turk in het buitenland kritisch is op bijvoorbeeld de Armeense genocide, de straf met een derde of een kwart wordt verhoogd. Bij het voorbeeld van Turkije betekent dat dat, als je een Turk bent en je ook Nederlander bent en je je uitspreekt — u zult dat niet snel doen, maar stel dat u dat zou doen — tegen de Armeense genocide, je in Turkije meer strafbaar bent dan een Turkse inwoner die geen Nederlander is. Met andere woorden, het schept verplichtingen. Er zijn bepaalde extra straffen. Ik zeg: je moet voorkomen dat je denkt dat mensen daar rekening mee houden. We zijn hier in Nederland. We zijn hier verdorie in ons parlement. Hier gelden de Nederlandse regels. Hier geldt dat je maar één nationaliteit zou moeten hebben als je een publieke functie wilt. Als je een dubbele nationaliteit hebt, ben je niet onbetrouwbaar, maar daarmee heb je de schijn van een dubbele loyaliteit op je geladen. En dat wil ik niet.

De heer Kuzu (DENK):
Wanneer men spreekt van "schijn van dubbele loyaliteit" is er sprake van twijfel. Het is duidelijk dat de heer Wilders dat doet. Als het gaat om mevrouw Ollongren, kan hij geen enkel voorbeeld noemen op basis waarvan hij twijfelt aan haar loyaliteit. Maar die twijfel is er wel bij de heer Wilders. De heer Wilders zat in het verleden vaker bij de Israëlische ambassade dan thuis. De heer Wilders had contacten met Israëlische bewindspersonen die zelfs zo ver gingen dat de AIVD de behoefte had om dat te onderzoeken. De heer Markuszower, die in dit parlement zit, bij de PVV-fractie, werd zelfs extra onder de loep genomen. Er werd getwijfeld aan zijn integriteit en aan de staatsveiligheid van ons parlement als hij in het parlement zou komen. Ik vraag mij af aan wiens loyaliteit we moeten twijfelen als de heer Wilders zich gedraagt als de lange arm van de Israëlische regering.

Er wordt nu geroffeld op de bankjes, maar degenen die dat doen, zijn er iets minder dan die knechten in vak-Wilders.

De heer Wilders (PVV):
Toch klonk het wel indrukwekkend.

Maar goed, voorzitter, ik heb de vraag al beantwoord. Ik zal niet nog een keer hetzelfde antwoord geven. Ik zeg niet dat mevrouw Ollongren niet zou deugen of onbetrouwbaar is. Ik zeg, zoals ik ook eerder bij alle andere bewindslieden en Kamerleden heb gezegd: de schijn van dubbele loyaliteit moet je vermijden. Nogmaals, ik verzin het niet. In Australië gebeurt dat wel. In Australië zijn twee bewindslieden afgetreden vanwege het hebben van een dubbele nationaliteit. Het is heel normaal dat je, als je in een parlement of in de regering zit van Nederland, je alleen die belangen dient, dat er geen schijn is van het dienen van dubbele belangen en dat je alleen een Nederlands paspoort hebt.

De heer Kuzu (DENK):
De heer Wilders gedraagt zich niet alleen als de lange arm van de Israëlische regering. Hij krijgt bovendien heel veel geld van allerlei xenofobe en racistische clubjes uit de Verenigde Staten. Het David Horowitz Freedom Center geeft heel veel geld aan de PVV. Ik zou zeggen: laat die mensen met rust, geef dat geld terug aan het David Horowitz Freedom Center en stop met jezelf te gedragen als de lange arm van de Israëlische regering, in plaats van al die mensen met een dubbele nationaliteit te betichten van een dubbele loyaliteit. Want als u zo doorgaat ... Daar staat de heer Baudet. Hij snoept elke week een zeteltje van u af. Het zal niet lang meer duren, voordat u het parlement verlaat.

De heer Baudet (FvD):
Ik snoep ze vooral af van de VVD hoor!

Even ter aanvulling: het punt is dat het bij een dubbele nationaliteit niet alleen gaat om de schijn van een dubbele loyaliteit. Het gaat er ook om dat vanaf het moment dat iemand met een dubbel paspoort in de regering of in het kabinet komt, diegene niet alleen Nederland moet dienen maar toch ook nog steeds onderworpen is aan de rechtsmacht van een ander land vanwege dat paspoort. Dat is een heel goede reden om tegen een dubbel paspoort voor bewindslieden te zijn. Daarom zullen wij de motie van wantrouwen die de heer Wilders gaat indienen, steunen, niet vanwege de schijn van dubbele loyaliteit, maar omdat je bent onderworpen aan de rechtsmacht van een ander land. Dat zou niet moeten kunnen als je Nederland moet dienen. Hoogleraar staatsrecht Twan Tak van de Universiteit van Maastricht heeft hier uitgebreid over geschreven. Hij stelt dat dit staatsrechtelijk iets is dat eigenlijk niet zou moeten kunnen. Dat heeft niets te maken met het idee over loyaliteit. Het is puur staatsrechtelijk, want je bent onderworpen aan een buitenlandse staatsmacht.

De heer Wilders (PVV):
Ja, voorzitter, dat klopt ook. Wat ik zeg, klopt, want de schijn van dubbele loyaliteit is wel degelijk relevant, maar wat de heer Baudet zegt, klopt ook. Ik heb zelf het voorbeeld genoemd van de Turkse wet als het gaat om Armeense genocide. Die leidt inderdaad tot een ander rechtsregime dat ook op jou van toepassing is, maar dat zorgt er in ieder geval voor dat je de schijn tegen hebt als je dingen zegt of niet zegt om een bepaalde reden die niets te maken heeft met je eigen land. Ik dank de heer Baudet voor zijn steun. Wij zijn toch een klein stapje dichter bij een meerderheid dit jaar.

De heer Klaver (GroenLinks):
Hoop doet leven.

De heer Wilders (PVV):
Zo is dat.

De heer Klaver (GroenLinks):
Voorzitter. Ik hoorde de heer Wilders bijna uitschreeuwen: dit is mijn land!

De heer Wilders (PVV):
Zo is het.

De heer Klaver (GroenLinks):
Maar dit is het land van Arib, dit is het land van Azmani, dit is het land van mevrouw Ollongren, dit is het land van Klaver, dit is ons land, mijnheer Wilders. Nederlanderschap zit niet in je bloed, Nederlanderschap zit in je hart, in hoe je met dit land omgaat, met wat je hier doet en wat dat allemaal betekent. Dat gezegd hebbend, ik hoor nu al drie kwartier een grijsgedraaide plaat, maar de jeu is er toch een beetje af, al is er af en toe nog een leuke oprisping. Ik zit nu al drie kwartier naar dezelfde grijsgedraaide plaat te luisteren, maar ik heb u nog niet gehoord over de zorg. Ik heb u nog niet gehoord over de btw-verhoging. Ik heb u nog niet gehoord over de belastingkortingen aan grote bedrijven. Ik heb u niet gehoord over de problemen met de huisvesting in dit land. Als ik op de markt loop en daar met mensen spreek, dan begint het vaak met de islam, waar u het ook over heeft; 30 seconden, een minuut hooguit. Daarna gaat het over de problemen die mensen dag in, dag uit tegenkomen, problemen waar wij oplossingen voor moeten verzinnen. Wat zijn uw oplossingen, mijnheer Wilders?

De heer Wilders (PVV):
Voorzitter. Ik zie hier staan "24", maar volgens mij heb ik pas zes minuten gesproken. Daarna ben ik constant geïnterrumpeerd, dus dat komt allemaal nog. Maakt u zich geen zorgen, mijnheer Klaver, maar ik begin ieder debat bewust met de islam — dat zal ik ook blijven doen, iedere minuut — want dat probleem is een existentieel probleem voor Nederland. Het is het grootste probleem dat wij hebben. Wij raken ons land daardoor kwijt. Ik vind het verschrikkelijk dat dit kabinet daar nog geen woord, nog geen letter aan besteedt. Dit is inderdaad ons land. Nederland is geen islamitisch land. Als we zo doorgaan, dan dreigt het dat aan het eind van deze eeuw wel te worden. Dat wil ik niet. Ik zal daar dus altijd mee beginnen. Hoe meer dat wordt genegeerd, hoe langer ik er over zal praten, tot het een keer tot uw hersenpan doordringt.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik vind dat zo mooi van Geert Wilders. Ik vind het mooi wat er een beetje achter zijn pleidooien zit over de zorgen die hij heeft wat betreft de samenleving, bijvoorbeeld als hij het heeft over sissen op straat of over hoe vrouwen worden bejegend. Dat heeft alles te maken met fatsoen. Ik vind dat zo mooi omdat de heer Wilders wat dit betreft het goede voorbeeld geeft, in hoe hij zijn collega's aanspreekt en hoe hij probeert om het hier in het parlement fatsoenlijk te houden.

Ik stelde hem een vraag, maar daar krijg ik geen antwoord op. Ik stelde hem de vraag wat hij doet aan al die problemen waar mensen mee zitten. Zij maken zich zorgen over boodschappen die duurder worden. Ze kunnen geen huis vinden. Wat gebeurt er met de zorg? Wat doet u daaraan? Ik hoor u drie kwartier praten, maar uw grootste pleidooi gaat voortdurend over de islam. Ik vraag u nu: wat zijn uw antwoorden voor deze mensen? Wat gaat u daaraan doen? Ik daag u uit: hoe dan?

De heer Wilders (PVV):
De collega van GroenLinks maakt zich echt volstrekt belachelijk. Je kunt je eigenlijk niet veel belachelijker maken dan u nu doet. Ik heb u net gezegd dat ik zes minuten heb gesproken en dat het deel van mijn tekst over de sociale economie nog komt. Dat doe ik op mijn moment en op mijn manier. Als u mij niet had geïnterrumpeerd, was ik er al doorheen geweest. Dat mag allemaal, maar ik ga nu door met mijn tekst.

De voorzitter:
U mag er straks ook nog op terugkomen.

De heer Klaver (GroenLinks):
Voorzitter, volgens mij gaat u over wie hier op welk moment doorgaat met de tekst. Maar, mijnheer Wilders, de wijze waarop u hier weer staat te debatteren, hoe u er invliegt tegen het nieuwe kabinet, de manier waarop u bewindspersonen op hun persoon aanvalt — u zet zelfs foto's van familieleden op Twitter — dat gaat over iedere fatsoensgrens heen. Als ik u vraag naar welke concrete zaken u het heeft als het gaat over de grote problemen in dit land, de sociaaleconomische problemen ...

De heer Wilders (PVV):
Dat is de derde keer!

De heer Klaver (GroenLinks):
... dan zegt u alleen maar dat het nog komt. Het feit dat u daar zolang mee wacht, het feit dat u ook geen antwoord geeft op de vraag die ik nu stel, is veelzeggend.

De heer Wilders (PVV):
Het feit dat ik daar zolang mee wacht? Ik word al een uur lang geïnterrumpeerd!

De heer Roemer (SP):
En terecht, voorzitter. Dit is namelijk geen grijsgedraaide plaat. Dit is veel erger. Wat hier gebeurt, is veel erger. De hele Kamer maakt zich zorgen over de mensen die, om welke reden dan ook, geweld denken te moeten gaan gebruiken om een ander iets aan te doen. Ieder lid hier in de Kamer probeert oplossingen te bedenken om te voorkomen dat mensen radicaliseren. Wat de heer Wilders doet, is iedereen negeren die hier niet geboren is en zeggen dat die een tweederangsburger is. Mensen die hier niet geboren zijn, die met ziel en zaligheid voor de klas staan, die in dit gebouw werken, die verpleegkundige zijn, die tellen blijkbaar in één keer niet meer mee en zijn voor de samenleving een gevaar. Ik heb geen vraag aan de heer Wilders, ik heb alleen een opmerking aan heel Nederland: gelukkig doen de meeste partijen hier in de Kamer aan deze discriminatie niet mee.

De heer Wilders (PVV):
Voorzitter, als er iemand in Nederland wordt gediscrimineerd, dan zijn het de Nederlanders wel! Dan zijn het de Nederlanders wel. Het is de partij van de heer Roemer, nota bene, die altijd heeft meegeholpen aan de open grenzen en het juist meer naar Nederland toehalen. Een oud-collega van hem, mevrouw Gesthuizen, heeft zich nog een keer voor een politiebureau bijna laten arresteren, omdat ze een bepaalde asielzoeker vrij wilde laten of iets dergelijks. Uw partij staat voor meer asiel, voor meer instroom, en al dat geld wat we aan asiel geven, mijnheer Roemer, kunnen we niet aan de zorg geven. Dat kan niet! Dus u bent degene die ook wat dit betreft een keer goed moet nadenken.

De heer Roemer (SP):
Mevrouw de voorzitter, mijn partij staat voor mensen.

De heer Wilders (PVV):
Nee.

De heer Roemer (SP):
Wij beoordelen mensen op wat ze doen. Wij beoordelen mensen op wat ze in de samenleving presteren en niet op waar ze geboren zijn en hoe ze eruitzien. Dat heet discriminatie en racisme, en mijn partij, met mij voorop, zal elke dag dat we hier zijn, strijden tegen discriminatie en racisme en bestrijden dat u iedereen over één kam scheert omdat die ergens anders geboren is of dat die er anders uitziet dan u.

De heer Wilders (PVV):
Voorzitter, dit is echt ook weer complete onzin. Wij discrimineren helemaal niemand. Wij scheren helemaal niemand over één kam. Ik snap dat het lekker bekt, "iedereen over één kam", maar dat doen we niet. Dat hebben we ook nooit gedaan, ook niet met de bewindslieden. Wij zeggen: met een dubbele nationaliteit heb je de schijn van dubbele loyaliteiten en in het Nederlands parlement heb je echt maar één paspoort nodig. Nogmaals, mevrouw de voorzitter, de partij van de heer Roemer, de SP, is er de afgelopen jaren medeverantwoordelijk voor geweest dat we 250.000, of hoeveel zijn het er, asielzoekers hier hebben gehad. U heeft alleen maar gepleit voor nog meer generaal pardon. Het was rupsje-nooit-genoeg als het ging om mensen hiernaartoe halen! En weet u wat dat betekent? Ik zal daar later in mijn tekst nog op terugkomen: dat die mensen alles gratis kregen, meneer Roemer, door u! Die kregen gratis zorg. Die hoefden geen eigen risico te betalen. Die kregen voorrang op huurwoningen. En weet u ten koste van wie dat ging? Ten koste van die SP-stemmer! En daarom, daarom heeft u, terwijl de Partij van de Arbeid van, wat is het, 39 naar 9 zetels is gegaan, niets gewonnen en zelfs verloren! U heeft niets gekregen daarvan, omdat u die verkeerde keuze heeft gemaakt. U moet in de spiegel kijken! Als u nog even doorgaat ... Nou ja, laat maar gaan.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Toch nog even over de dubbele nationaliteit waar u een punt van maakt. Begrijp ik dat nu goed? Het is voor u een principekwestie en daarom gaat u met de dubbele nationaliteit van mevrouw Ollongren bijvoorbeeld, Nederlands-Zweeds, op exact dezelfde manier om als indertijd met de dubbele nationaliteit van mevrouw Veldhuijzen van Zanten, ook Nederlands en Zweeds?

De heer Wilders (PVV):
Ik zal nu niet alleen vragen of ze de nationaliteit inleveren. Ik zal nu aan de Kamer de uitspraak voorleggen dat ze niet in het kabinet horen.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Nog even, wat er zit hier een heel klein verschilletje in. Ik weet niet of de luisteraar dat hoort. U zegt: ik ga nu niet vragen of ze haar nationaliteit wil inleveren, maar ik ga haar vragen of ze alsjeblieft niet in het kabinet wil plaatsnemen.

De heer Wilders (PVV):
Nou, daar zit ze al. Maar ik wil haar eruit.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Maar dan klopt het hele verhaal toch niet dat het een principekwestie is waarover u altijd moties van afkeuring indient dat het nooit mag?

De heer Wilders (PVV):
Nee, dat ga ik nog doen.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Nee.

De heer Wilders (PVV):
Ja.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Een principekwestie is dat je altijd hetzelfde standpunt daarin hebt.

De heer Wilders (PVV):
Nee, een principekwestie is dat ik vind dat iemand met een dubbele nationaliteit niet in een kabinet hoort. En na vier jaar tijd, waar ik het eerst aan andere bewindslieden heb gevraagd, is de maat nu wel vol. Ik ga niet meer na vijf jaar tijd ... Mijn standpunten en die van de PVV zijn genoegzaam bekend. Hoelang dit kabinet ook zit, voor alle kabinetten daarna zal gelden dat je, als je met een dubbele nationaliteit in het kabinet komt, wat ons betreft meteen weg kunt.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Nou was ik daarbij en ik weet nog hoe dat ging. U wilde wel degelijk een motie van afkeuring indienen, maar u bent helemaal niet zo principieel. Want op dat moment was u een heel klein mannetje, u gedoogde een kabinet. En eigenlijk vond u toen, ik weet dat nog, ruzie bij de start van dat kabinet vervelender dan het principe van een motie van afkeuring. Dát is de reden, de enige reden en de eerlijke reden dat u toen geen motie van afkeuring hebt ingediend. Als u een held bent, dan zegt u: wat ik toen deed, doe ik nu ook.

De heer Wilders (PVV):
Nee, ik ben een held — dank daarvoor — maar dat is niet de reden. We hebben toen al eerder gezegd, zoals ik u net al heb aangegeven, dat we hebben gevraagd om het te doen. We zijn nu een aantal jaren verder, we zijn ook bezig met een initiatiefwetsvoorstel daarover, dat ik snel hoop te kunnen indienen. Dat betekent op dit moment, in tegenstelling tot jaren geleden: als iemand met een dubbele nationaliteit in het kabinet zit is het wegwezen.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Dit is een totaal ander verhaal dan u vijf minuten geleden ...

De heer Wilders (PVV):
Precies hetzelfde verhaal.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
... hield, toen u een groot verhaal had over dubbele loyaliteit, wat nooit kan in dit land.

De heer Wilders (PVV):
Nee.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
En nu zegt u ineens: ja, toen kon het wel ...

De heer Wilders (PVV):
Nee, toen kon het ook niet.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
... maar het is nu zo veel later ...

De heer Wilders (PVV):
Toen kon het ook niet.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Toen kon het wel, want u hebt geen motie van afkeuring ingediend toen de minister niet wegging. Dus u spreekt uzelf tegen. En het ergste is nog: ik weet waarom. Omdat dat kleine mannetje het toen zo ontzettend vervelend vond dat het kabinet boos zou worden. Dát is Wilders.

De heer Wilders (PVV):
Nee hoor, voorzitter.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Ik geef graag het woord aan de heer Pechtold, want hij wil even doorgaan op dit punt. Ik heb een ander punt te maken.

De voorzitter:
O? De heer Pechtold.

De heer Pechtold (D66):
We zijn met de heer Wilders de geschiedschrijving, nu niet meer van rond 1850, maar gewoon van de afgelopen jaren even aan het doen. Balkenende IV, Marokkaans en een Turks paspoort, dat waren twee moties van wantrouwen. Rutte III een Zweeds paspoort, dat wordt een motie van wantrouwen. Maar ik heb de motie van de heer Wilders tijdens Rutte I hier bij mij. Daarin staat gewoon: verzoekt — dat is eigenlijk heel lief — de staatssecretaris haar dubbele nationaliteit op te geven. Ach gos.

De heer Wilders (PVV):
Zeker. En die fase zijn we nu voorbij.

De heer Pechtold (D66):
O.

De heer Wilders (PVV):
Ja, zo simpel is het. Je kunt het leuk vinden of niet ...

De heer Pechtold (D66):
Ja. Zou het een beetje als flip-flop-flip-flop kunnen overkomen bij mensen die denken: onze leider, dat is een man met visie en die knalt rechtdoor met zijn principes? Behalve als het even niet uitkomt. Maar nu even iets serieus. Als we dan toch iedereen de maat nemen: dubbele nationaliteit in officiële functies kan niet. Koningin Maxima. Paspoort inleveren, ja of nee?

De heer Wilders (PVV):
Ja, voorzitter, ik heb voor het debat met de heer Buma afgesproken dat hij koningin Maxima doet en ik de rest.

De heer Pechtold (D66):
Voorzitter.

De heer Wilders (PVV):
Nee, ik zal een serieus antwoord geven. Ik geef een serieus antwoord.

De heer Pechtold (D66):
Dit gaat over mensen.

De heer Wilders (PVV):
Ik refereer aan de heer Buma, die eerder dit jaar heeft gezegd dat hij vond dat koningin Maxima niet de Nederlandse nationaliteit mag hebben. En ik zal u zeggen dat ik dat standpunt zou delen, op het moment dat zij staatshoofd zou zijn. Wij zijn hier benoemd, we hebben een staatsrechtelijke functie. Voor de Koning, onze Koning, zou ik hetzelfde hebben gezegd, zeker. Voor onze koningin die, niet oneerbiedig bedoeld, meer een ceremoniële functie heeft, die niet staatshoofd is, die daarin ook geen staatsrechtelijke functie heeft, geldt dat wat mij betreft dus niet.

De heer Pechtold (D66):
Ook dit verhaal rammelt aan alle kanten. Bij de vorige koningin heb ik de heer Wilders daar nog nooit over gehoord, in al zijn jaren hier in dit parlement niet. Hij zit hier vele jaren meer dan ik hier zit. Als we het staatsrechtelijk bekijken, zou de huidige koningin, zolang de kroonprinses nog minderjarig is, laten we het verhoeden, regentes kunnen worden. Het is officieel zelfs mogelijk dat zij staatshoofd zal zijn. Wat ik hiermee wil aantonen, is dat de koninklijke familie zich niet zelf kan verdedigen, terwijl ministers en Kamerleden zich wel kunnen verdedigen. Dat zullen we ook en dat zullen we blijven herhalen. Maar er zijn heel veel mensen in dit land die keer op keer die grijze plaat van u niet meer als grijze plaat ervaren, maar als een continue aanval op de inzet die zij dag in dag uit voor dit land doen, net als u, net als ik. Dat, mijnheer Wilders, is discriminatie en dat dient hier keer op keer benoemd en veroordeeld te worden.

De heer Wilders (PVV):
Het heeft niets met discriminatie te maken. We hebben een probleem met de islam in dit land. We willen Nederland de-islamiseren. Door al de mensen die met uw steun — ik zei dat net ook al tegen de heer Roemer — Nederland zijn binnengekomen, is het op dit moment de Nederlander die wordt gediscrimineerd. De Nederlander moet betalen voor zijn zorg, terwijl de asielzoeker het voor niets krijgt. De Nederlander kan geen huurwoning vinden, omdat de asielzoeker met voorrang die sociale huurwoning krijgt. De Nederlander wordt gediscrimineerd. Waarom heeft niemand het in deze zaal daarover? De discriminatie is naar de Nederlander toe en niet andersom.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Vandaag publiceerde The Lancet een belangwekkend artikel, waarin staat dat door klimaatverandering 1 miljard vluchtelingen op drift raken. Is het niet juist ook in het belang van de heer Wilders met zijn partijprogramma, om na te gaan denken hoe we de oorzaken van die migratie tegen kunnen gaan in plaats van dat we alleen maar proberen om via dichte grenzen die mensen tegen te houden om naar Nederland te komen? Is het niet tijd om daar toch over na te gaan denken en om alle middelen te gebruiken om te voorkomen dat mensen vanwege armoede of vanwege veranderende omstandigheden qua klimaat op drift raken?

De heer Wilders (PVV):
Het probleem van Nederland is niet dat we een oprukkende woestijn hebben, maar dat er een oprukkende woestijnideologie is die deze kant op komt. Dat is ons probleem en dat is de oorzaak van de ellende. Ik wil dat wij ons daartegen verweren en ik wil niet afhankelijk zijn van een Europa waar we niets te vertellen hebben, waar we afhankelijk zijn van de grillen van iemand als de Duitse Bundeskanzlerin mevrouw Merkel, die zei: "Wir schaffen das." En die nu na de verkiezingen nog steeds vindt dat er honderdduizenden binnen moeten komen. Het zal mij worst zijn waarom mensen komen. Ik wil ze niet hier hebben. Ik ben gekozen, niet om de problemen in Afrika op te lossen, maar om ervoor te zorgen dat de Nederlander beschermd wordt tegen een massa-immigratie van mensen met een woestijnideologie. Dat moeten we voorkomen en dat is waar we ons voor inzetten.

Mevrouw Thieme (PvdD):
We hebben er juist alle belang bij om te kijken naar ons eigen gedrag, waardoor er een klimaatverandering ontstaat. Als wij dat gaan aanpakken, kunnen we ook voorkomen dat mensen gaan migreren naar landen als Nederland. Is de heer Wilders niet met mij van mening dat we daar goed naar moeten kijken? Je ziet bijvoorbeeld dat mensen uit het Midden-Oosten daar verdreven worden omdat er een grondstoffenoorlog heerst. Dat is in feite vaak de kern van vele conflicten in die gebieden. Het lijkt een religieus conflict, maar het gaat uiteindelijk om armoede en om het gebrek aan grondstoffen. Is het niet van groot belang dat wij kijken naar ons eigen gedrag, onze eigen export en onze eigen handelspolitiek om zo te voorkomen dat migratie een vlucht neemt?

De heer Wilders (PVV):
Nee, ik denk dat wij moeten kijken hoe wij Nederland beschermen tegen de massa-immigratie die alleen nog maar erger zal worden. Mensen komen omdat wij onze grenzen wagenwijd open hebben staan en mensen komen omdat ze hier gratis zorg, een gratis woning en een gratis uitkering krijgen. Mensen komen omdat ze weten dat als dat niet het geval is in Nederland, als ze dat niet zouden krijgen, ze toch een prijs krijgen, namelijk bed, bad en brood voor illegalen. Ik denk dat wij ongeveer het enige land in Europa zijn dat vanuit de overheid bed, bad en brood geeft aan illegalen, mensen die door de rechter te kennen is gegeven dat ze weg moeten en dat ze geen recht hebben om hier te zijn. Omdat wij dat allemaal doen en zeggen "kom allemaal maar binnen", en we dit allemaal geven ten koste van de Nederlander, daarom komen de mensen hier. Dat heeft geen bal met het klimaat te maken. Het heeft geen bal met het klimaat te maken.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Het is natuurlijk prima als de heer Wilders zelf verklaringen gaat verzinnen waarom mensen naar Nederland of naar andere westerse landen komen, maar het is toch heel erg belangrijk om te kijken wat de daadwerkelijke redenen zijn. Daar zijn heel veel onderzoeken naar gedaan. Het is belangrijk dat de heer Wilders hier met mij op basis van feiten wil gaan kijken hoe wij problemen kunnen voorkomen, in plaats van op basis van een mening of een gevoel dat de heer Wilders heeft.

De heer Wilders (PVV):
Volgens mij moet de eerste vluchteling nog geboren worden die naar Nederland komt en die, als de IND dan vraagt waarom hij een asielaanvraag indient, zegt: vanwege het klimaat. Volgens mij is dat niet zo, maar goed.

Voorzitter. Ik zei het al: ze willen ons vermoorden, ze willen ons onderwerpen en ze willen kapotmaken wat we hebben opgebouwd. Maar liefst 11% van de moslims in Nederland is bereid geweld te gebruiken voor de islam, zo blijkt uit onderzoek van de Universiteit van Amsterdam. Dat zijn 110.000 mensen. Dat is twee keer de omvang van het Nederlandse leger. Die 110.000 mensen zitten overal. Ze wonen misschien bij u om de hoek of ze hangen rond bij de supermarkt bij u in de buurt. Ze lopen langs de scholen van uw kinderen of ze zitten misschien wel bij u in de trein 's morgens of 's middags. Misschien zit er hier wel eentje in de plenaire zaal. Wie zal het zeggen?

Inlichtingendiensten in Europa hebben nu al tienduizenden jihadisten in het vizier. Dat zijn vaak homegrown radicale moslims, maar er zijn in heel Europa ook duizenden jihadgangers die terugkeren vanuit Syrië. We laten ze gewoon terugkomen! We laten ze gewoon terugkomen! In Syrië, Irak en andere gebieden waar ze vandaan komen, hebben ze professioneel geleerd hoe te moorden, hoe te martelen, hoe te verkrachten. Het zijn allemaal jihadisten en terroristen die dankzij Schengen en de open grenzen van de VVD ongehinderd door heel Europa kunnen moorden en kunnen reizen.

De vraag die veel mensen dan hebben, is: hoe reageert de planeet Rutte daar nou op? Nou, die planeet Rutte brengt meneer Grapperhaus in stelling. Meneer Grapperhaus — daar zit ie — krijgt de cruciale functie van minister van Justitie. Hij is de man die gaat over de veiligheid van onze kinderen en kleinkinderen. En wat zegt dat dwaallicht nu? Wat zegt die Grapperhaus nu? Hij vindt in zijn eigen blog dat we jihadisten gewoon terug naar Nederland moeten laten komen. Hij vindt dat we de dialoog met hen moeten aangaan en dat we hun na hun straf genade moeten geven. Ik herhaal: jihadisten terug laten komen, met hen in gesprek gaan en genade. Dat is onze verdedigingslinie als het gaat om wat hij eigenlijk vindt, want meneer Grapperhaus heeft gezegd: ik sta achter mijn woorden; ik sta nog steeds achter mijn woorden van toen. Dat is dus hoe wij ons na 1.400 jaar jihad opstellen. We hebben niets geleerd. Dit is een Nederland dat de capitulatie heeft getekend en dat zegt: "Hier is ons land. Wij willen er niet meer voor zorgen. Veel succes ermee, Ali, Mohammed, Yassar. Doe het maar. Hier is het!" Dat is de boodschap die hij geeft.

De voorzitter:
Ik kijk even of dit punt afgerond is.

De heer Wilders (PVV):
Nee, ik heb nog één puntje.

De voorzitter:
Dan stel ik toch voor om dit af te maken.

De heer Wilders (PVV):
Laat wat ik net over de heer Grapperhaus zei even op u inwerken. Ik vraag dat ook aan de mensen thuis die nu televisiekijken. Iemand die verantwoordelijk is voor de veiligheid van u mensen thuis, is in werkelijkheid door zijn ideeën een gevaar voor Nederland. Grapperhaus als minister van Justitie is alsof je Harvey Weinstein minister voor Vrouwenemancipatie maakt. Dat is wat er gebeurt. Mijn partij kent in ieder geval geen genade. Als je gezellig in gesprek wilt met jihadisten, hoor je niet thuis in een kabinet. Ook hij krijgt dus morgen, met plezier en overtuiging van onze kant, een motie van wantrouwen van mijn fractie aan zijn broek.

De heer Kuzu (DENK):
De heer Wilders werpt zich altijd op als de hoeder of voorvechter van de vrijheid van meningsuiting. Hij deed dat onlangs nog in de zitting die hij had nadat hij zijn discriminerende opmerking over minder Marokkanen had gemaakt. De heer Grapperhaus heeft ook een mening. Ik zou aan de heer Wilders willen vragen waar de vrijheid van meningsuiting voor de heer Grapperhuis blijft. En waar blijft de persvrijheid? Het ging namelijk om een column. Is het niet ongelofelijk hypocriet van de heer Wilders dat hijzelf gebruik wil maken van de vrijheid van meningsuiting terwijl hij die een ander, in dit geval de heer Grapperhaus, niet gunt?

De heer Wilders (PVV):
Ik gun het de heer Grapperhaus van harte. Ik ga ook geen aangifte tegen hem doen. Hij mag vinden wat hij wil — met alle plezier zelfs. Mijn punt is niet dat hij niet mag zeggen wat hij vindt. Mijn punt is dat je iemand die zoiets vindt, hoewel hij misschien nu een ander beleid uitvoert, iemand die zegt dat hij nog steeds achter zijn woorden van toen in die column staat, iemand die vindt dat we jihadisten naar Nederland terug moeten laten keren, dat we met ze in gesprek moeten en dat we die genade moeten geven, niet de politieke baas van de terreurbestrijding in Nederland moet maken. Dat is onverstandig, dat is onhandig en dat is levensgevaarlijk. Hij is daarmee zelf een gevaar voor onze nationale veiligheid geworden.

De heer Kuzu (DENK):
Wat er feitelijk gebeurt, is dat de heer Wilders zegt dat de heer Grapperhaus van het politieke toneel moet verdwijnen vanwege zijn mening en omdat hij een gevaar is voor het land. Het is ook wel typisch Wilders om die dubbele maat te hanteren. Want als we het hebben over het gevaar in Nederland, kijk ik ook nog even in de gelederen van de PVV. In een artikel zegt de heer De Roon, Kamerlid voor de PVV, dat we de democratische rechtsorde moeten vervangen door militair geweld. Ik kan het u allemaal overhandigen. We hebben de speechschrijver van de heer Wilders, de heer Belien, die aangeeft dat moslims roofdieren zijn en dat we ons moeten bewapenen. Gewoon, echte wapens. We hebben de persvoorlichter van de heer Wilders, die aangeeft dat Mussolini, de fascistische leider in Italië ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, het grootste staatshoofd ooit is. En ik heb net al het voorbeeld gegeven van de heer Markuszower. Zit het gevaar in Nederland bij de heer Grapperhaus omdat hij een mening heeft of zit het binnen de gelederen van de PVV?

De heer Wilders (PVV):
Nee, het zit niet in onze gelederen. Integendeel. Zoals ik al zei, zijn wij groot voorstander van de vrijheid van meningsuiting. Die is hier ook helemaal niet aan de orde. Nogmaals, ik ga niet naar de politie om aangifte te doen. Ik zeg alleen maar dat iemand die dat vindt, niet de baas van de terreurbestrijding mag zijn. Dus: wegwezen! Ik wil iemand op Justitie hebben die zegt: je komt niet terug uit Syrië, maar als je toch op de een of ander manier terugkomt, zetten we je meteen vast, desnoods met administratieve detentie. Ik wil een minister van Justitie die zorgt voor de veiligheid van de Nederlandse gezinnen. Dát is wat ik wil. Op dit moment zien we in heel Europa dat terugkeerders aanslagen plegen. We hebben dat gezien in Parijs, in Berlijn en in heel veel andere steden in Europa, waar aanslagen zijn gepleegd, waar onschuldige mensen het slachtoffer zijn geworden van mensen die terugkeerden en terug mochten keren uit Syrië en die na hun terugkeer niet vast werden gezet. Nou, daar zit zo iemand die dat eigenlijk ook wil. Dat kan toch niet voor ons land? Dat is levensgevaarlijk!

De heer Kuzu (DENK):
Het is ook echt heel erg typisch dat als een aantal onderbouwde voorbeelden worden gegeven van gevaren binnen de eigen gelederen, de heer Wilders weer gaat wijzen naar anderen in de samenleving. Dan weer zijn het de moslims, de islam, en dan weer zijn het de Polen, dan is het dit kabinet dat Nederland in gevaar brengt en dan zijn het weer heel andere dingen. Zo zullen we waarschijnlijk nog wel een poosje doorgaan. Het gevaar voor Nederland zit nergens anders dan dáár, in dát vak, het vak van de knechten van Geert.

De heer Wilders (PVV):
Goed, voorzitter.

De voorzitter:
Ik stel voor dat u verdergaat met uw betoog.

De heer Wilders (PVV):
Dat zal ik zeker doen.

Onze identiteit komt steeds verder onder druk te staan. Hoelang is Nederland nog ons land? De waarheid over de demografische ontwikkelingen in Europa en Afrika is te gruwelijk voor woorden. Ik hoop dat mensen goed opletten. De bevolking in Europa krimpt, maar die van Afrika explodeert. Aan het einde van deze eeuw is die verviervoudigd. Afrika gaat van 1 miljard naar 4 miljard inwoners aan het einde van deze eeuw. Vaak zijn dat mensen met een islamitische afkomst. Minstens een derde van die 4 miljard wil weg uit Afrika. Het zal mij niet verbazen als zij naar Europa willen, naar ons, naar het land dat planeet Rutte in de aanbieding heeft. Stel dat we daar niets aan doen. Moet u zich voorstellen, 4 miljard Afrikanen, waarvan een derde, meer dan een miljard mensen, wil migreren. Stel dat twee derde daarvan naar Europa gaat, wat vrij voor de hand ligt, dan komen er tot het eind van deze eeuw 1 miljard mensen deze kant op. Dat is het einde van Nederland. Dat is het einde van dit volk. Dan kunnen we de komende paar jaar praten over Rutte III, maar dan bestaan we straks niet meer. Dan zijn we een hoekje in Eurabië en hebben we de sharia hier ingevoerd. Dat zijn harde cijfers van de Verenigde Naties die gewoon keihard kloppen. Weg dan met vrijheid en democratie. Weg met het christendom, meneer Segers. Weg met het jodendom. Weg met Nederland! Die invasie heeft ook een bondgenoot. Die bondgenoot heet Brussel, een groot politiek monster met een eigen vlag, een volkslied, een dagelijks bestuur, een miljardenbegroting en een parlement. Een echte superstaat, een demofobisch gedrocht, vol met zakkenvullende Eurocommissarissen onder leiding van de beroepsalcoholist Juncker. Niemand heeft die junta gekozen. Niemand wil ze, niemand kent ze, maar het idiote is nu dat wij dat grote gevaar van Afrika op ons af zien komen, dat zij wel de toekomst van Nederland bepalen en dat zij inmiddels een groot deel van ons immigratiebeleid bepalen: hoeveel komen er hier binnen en mogen wij verzorgen?

Voorzitter. Mijn fractie is ervan overtuigd dat een echte democratie alleen kan bloeien in een natiestaat. Nationale soevereiniteit, gecombineerd met een eigen nationale cultuur, maakt ons wie we zijn en geeft ons onze identiteit. De Europese Unie heeft geen eenduidige identiteit en zal die ook nooit krijgen. Omdat die daar ontbreekt, heeft men ook geen bezwaar tegen een invasie van islamitische gelukszoekers. Als je geen identiteit hebt, kun je die immers ook niet kwijtraken en als je niet weet wat je bent, weet je ook niet wat je niet bent. Maar wij weten wel wie we zijn; wij zijn Nederland! Wij zijn geen Afrika, wij zijn geen Marokko, wij zijn geen Syrië en wij willen dat ook niet worden; we willen geen deel van Afrika worden, we willen geen islamitisch land worden en we willen niet nog meer haat en geweld. Wij willen dat Nederland Nederland blijft en heel veel Nederlanders willen dat. Zo simpel is het en daar moeten we eindelijk een keer naar gaan handelen. Anders bestaan we dadelijk niet meer! Die cijfers zijn desastreus. Daarom vind ik ook dat we de Europese Unie zouden moeten verlaten, opdat we weer een soeverein land worden, we in ieder geval al die immigratieregelingen weer zelf mogen bepalen, we weer de baas zijn over onze eigen voordeur, we de grenzen sluiten voor asielzoekers en immigranten en we de jihadisten niet meer terug laten komen in Nederland. En waarom zetten we die 71.000 Syriërs, die door Rutte II in Nederland zijn binnengelaten, niet het land uit? Waarom doen we dat niet? Waarom laten we ze nog hier? Over een paar jaar hebben ze een permanente verblijfsvergunning en krijgen we ze nooit meer weg. 71.000 mensen. Vanuit de landen in de regio gaan nu al weet ik hoeveel mensen vrijwillig terug naar Syrië. Ze gaan vrijwillig terug naar Syrië. Waarom doen wij dat ook niet?

De heer Van Haersma Buma (CDA):
De heer Wilders zegt iets waar ik het zeer mee eens ben: we moeten haat en geweld harder aanpakken. Ik mag aannemen dat hij dan ook het voornemen van deze coalitie steunt om haatzaaien zwaar te bestraffen, want 1 plus 1 is 2.

De heer Wilders (PVV):
Nee, haatzaaien moet uit het Wetboek van Strafrecht. Toen ik al onze bezwaren tegen uw CDA-meneer Grapperhaus noemde, heb ik al gezegd dat de vrijheid van meningsuiting voor ons een groot goed is. Haatzaaien is een vreselijk artikel in het Wetboek van Strafrecht. U doet een paar dingen: u laat groepsbelediging bestaan — die moet er wat mij betreft ook uit — en over artikel 137b over haatzaaien zegt u dat die straf moet worden verdubbeld. Wij willen dat allebei niet, maar we vinden wel dat je haat, als die er komt, moet kunnen aanpakken. Laat ik een voorbeeld noemen. Meneer Buma, ik hoop dat u ook zo fair bent om mij hierin te steunen. We hadden vorige week in het nieuws een imam die uit België kwam. Hij was daar uitgezet. Wij moesten hem in Nederland binnenlaten omdat hij Nederlander was; een man in Den Haag, hij zit er nu en vraagt om een grote woning met zes kamers omdat hij veel kinderen heeft en ik heb begrepen dat hij inmiddels ook een uitkering heeft aangevraagd. Zo-iemand, die een gevaar is voor de nationale veiligheid en inderdaad haatzaait, zou in ons systeem — dat wetsvoorstel hebben we een paar maanden geleden hier concreet ingediend en u kunt dat steunen — opgepakt en acuut vastgezet worden. Dat doet u niet. Dat gebeurt nu niet. Die man loopt hier rond en is een gevaar. Als haatzaaien dus leidt tot een gevaar voor de nationale rechtsorde, pakken we mensen op en zetten we ze vast. Maar alleen een artikel in de wet verdubbelen dat wordt gebruikt tegen mensen als ondergetekende? Geen sprake van!

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Daar zit het probleem.

De heer Wilders (PVV):
Dat is een heel groot probleem.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Het is een wet die gebruikt wordt tegen "ondergetekende".

De heer Wilders (PVV):
Een heel groot probleem. Ja, een heel groot probleem.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Maar weet u, mijnheer Wilders, de kern van onze rechtsstaat is dat voor iedereen hetzelfde geldt. Haatzaaien mag wel ofwel het mag niet. Omdat u net zei dat we haat moeten aanpakken, mag ik ervan uitgaan dat u dat ook vindt. Het is niet zo dat alleen moslimactivisten of -extremisten haatzaaien. Het kan ook van anderen komen. Het is van tweeën één. Of u zegt: haatzaaien mag, zolang dat van mij komt. Of u zegt dat haatzaaien niet mag, zoals u net heeft gezegd. Dan pakken we het aan.

De heer Wilders (PVV):
Het is inderdaad een heel groot probleem. Misschien moet ik dit ook gewoon maar zeggen: toen u vorige week dinsdag feest zat te vieren en elkaar zat te feliciteren, zat ik bij de rechtbank, bij het hof. Toen zat ik in de extra beveiligde bunker op Schiphol, waar ik naartoe ben gereden voor een gerechtshof in hoger beroep. Toen dit kabinet donderdag een groot feest had omdat ze naar hun mening iets goed hadden gedaan en toen het kabinet werd beëdigd door ons staatshoofd, zat ik als gekozen volksvertegenwoordiger voor het gerechtshof van Den Haag, gezeteld in Amsterdam. Dat is een groot probleem, omdat ik heb gezegd wat half Nederland vindt, namelijk: minder Marokkanen. De Nederlander die meer Marokkanen wil, moet nog geboren worden. Ik zeg u, meneer Buma: die wet wordt zo gebruikt, dus om politici hun werk niet te laten doen die iets verkondigen wat heel veel Nederlanders vinden: minder Marokkanen. Dat is niet alleen de waarheid, maar hoe onschuldig is het als u ziet welke bedreigingen ik op mijn dak krijg? Daar kunnen ze een puntje aan zuigen. Dus ja, het is een probleem dat ik word vervolgd en dat u feest zit te vieren. Het is een schande dat dat gebeurt. Laat dat ook maar een keer gezegd worden.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Maar u zei net: haat en geweld moeten we aanpakken. Nogmaals, als u zegt dat we haat moeten aanpakken, ben ik bereid om eens met u te kijken of wij het woord "haatzaaien" kunnen veranderen, bijvoorbeeld in "het veroorzaken van haat". Dat is een andere term voor hetzelfde, maar als u vindt dat we in Nederland haat moeten aanpakken — daar steun ik u in — is het "vervelende" van de wet dat die voor iedereen gelijk is.

De heer Wilders (PVV):
Zeker, maar hij wordt niet tegen iedereen gebruikt. De mensen die mij vorige maand honderd keer bedreigden, staan waarschijnlijk niet één keer voor de rechter. Als u het over haat heeft, zal ik het u besparen dat ik die aan mij gerichte dreigementen voorlees. Dat zal ik u besparen. Ik gun u daar niet één van. Zo verschrikkelijk zijn ze: van voor de trein leggen tot je kop afsnijden of je ingewanden eruit halen. Over haatzaaien gesproken! Waarschijnlijk komt nul daarvan ooit voor de rechter. Waar wordt het tegen gebruikt? Tegen een politicus die zegt: "minder, minder". Dus ja, wij zijn inderdaad niet voor uw voorstel.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Als we dat haatzaaien willen aanpakken, ook tegen u en tegen anderen, dan zullen we niet alleen moeten zeggen "grenzen dicht", maar dan zullen we ook moeten zeggen dat onze veiligheidsdiensten dan de mogelijkheid moeten hebben om het haatzaaien op te sporen, want dat kunnen ze nu niet. U zei net: als dat referendum negatief uitpakt, hoeven de inlichtingen- en veiligheidsdiensten die bevoegdheid niet. Ik zeg in uw belang en in het belang van al die mensen die bedreigd worden of bedreigd dreigen te worden: ik sta ervoor dat de veiligheidsdiensten die bevoegdheid wel krijgen, ook voor uw veiligheid.

De voorzitter:
De discussie over de sleepwet hebben we net gehad.

De heer Wilders (PVV):
Zeker, meneer Buma, maar u staat niet voor de veiligheid van Nederland. U mag dan voor het wetsvoorstel staan, maar u staat niet voor de veiligheid van Nederland, want uw partij laat de grenzen gewoon open. Dan heb ik het niet alleen over asielzoekers. Dan heb ik het ook over al die jihadisten die zijn teruggekeerd en nu bijvoorbeeld al in België, Frankrijk of Engeland verblijven. Die kunnen door u gewoon naar Nederland toe. Ik zeg u: als u met mij en de PVV-fractie zou zeggen "dat doen we niet meer; we sluiten de grenzen", dan heeft de AIVD die middelen voor de helft minder nodig heeft en misschien wel helemaal niet nodig.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Ik hoop toch dat u hier even over nadenkt. U had het net over uw eigen veiligheid. Dat is begrijpelijk en terecht, want dat is een groot punt. U had het over mensen die al in Nederland zijn en die deze bedreigingen uiten. Ieder Kamerlid hier kent bedreigingen, maar gelukkig niet in de vreselijke mate waarin u ze meemaakt. Die komen van internet. Die komen lang niet allemaal van mensen die vanuit het buitenland nog naar Nederland toe moeten gaan. U zegt dat we die vreselijke bedreigingen in Nederland oplossen door de grenzen dicht te doen. In het belang van uw veiligheid sta ik ervoor dat, zelfs als uit zo'n referendum een nee komt, ik nog voor uw veiligheid kies. Want het helpt niet om die grenzen dicht te doen, omdat die mensen er al zijn, omdat zij op internet werken en omdat, helaas, de mobiele telefoon niet meer voldoende is voor de veiligheidsdiensten. Dus al uw verhalen over de vreselijke veiligheidsdingen die u meemaakt vallen in het niet bij de onzin die u uitspreekt door te zeggen dat de veiligheidsdiensten die bevoegdheid niet nodig hebben.

De heer Wilders (PVV):
Nee, ik spreek geen onzin uit, want de heer Buma laat gewoon de grenzen open. Hij laat gewoon al die mensen die nu al in België, in Frankrijk, in Duitsland zijn — nogmaals, ik heb het niet eens meer over Syrië — gewoon via open grenzen naar Nederland komen. Ik zeg u dat u, zolang u dat doet, niet van een wet een groot punt moet maken. Want u laat ze gewoon iedere dag binnen. Iedere dag kan iedereen binnenkomen. Wij hebben het gezien bij degene die de aanslag in Berlijn heeft gepleegd. De heer Anis heette die terrorist. Hij kon via Nederland en andere landen naar Italië gaan. Dat is wat de heer Buma toelaat. Dat is wat de heer Buma laat gebeuren. Dus ga nu niet over een wet zitten zeuren als u dat laat gebeuren. Want als u dat stopt, mijnheer Buma, dan doet u echt wat aan de veiligheid.

De voorzitter:
Tot slot, de heer Buma.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Maar de heer Wilders gaat om het punt heen. Ik vind dat hij dat niet moet doen, omdat het echt over onze veiligheid gaat. Hij zegt nu nogmaals: u laat de grenzen open voor mensen van buiten.

De heer Wilders (PVV):
Dat doet u.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Al die mails die u krijgt en die we allemaal krijgen, laat u dus lopen.

De heer Wilders (PVV):
Nee.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Dat mag, want u zegt: dat komt van buiten. Als wij willen voorkomen dat u en anderen — moslims en niet-moslims en al die mensen die vanuit Nederland worden bedreigd — worden bedreigd door radicalen die al in Nederland zijn, dan moeten wij, en u ook, het lef hebben om tegen Nederland te zeggen: wij hebben hier als politici een verantwoordelijkheid voor jullie veiligheid. En daar staan we voor, hoe groot de kritiek ook wordt. Dat blijft mijn stelling.

De heer Wilders (PVV):
Nee, voorzitter, want dat is precies hetzelfde als wat ik eerder zei in mijn inbreng op een interruptie van iemand. Je kan 1 miljard extra geven aan Defensie en 1 miljard extra aan de AIVD, maar hoe wenselijk dat ook is, als je de kern van het probleem niet oplost door onze grenzen te sluiten voor iedereen die binnen kan komen, dan is het water naar de zee dragen. Dan is het dweilen met de kraan open, dan hou je de mensen voor de gek als je zegt dat Nederland veiliger wordt, want Nederland wordt niet veiliger omdat iedereen zomaar ons land binnen kan.

De voorzitter:
Ik stel voor dat u ...

De heer Wilders (PVV):
Dat moeten we niet doen! En als u dat niet doet, kiest u niet voor de veiligheid. En volgens mij ben ik dus wel degelijk inhoudelijk op het punt van de heer Buma ingegaan.

Voorzitter. Ik noemde het net al: ook de administratieve detentie moeten we inzetten. Criminelen met een dubbele nationaliteit moeten we het paspoort afpakken bij criminele daden, en niet alleen maar bij terreur. Waarom niet ook bij een moord of doodslag of bedreiging of iets anders?

Voorzitter. We moeten de vrijwillige remigratie bevorderen. Er zijn 110.000 moslims in Nederland die bereid zijn om voor hun geloof geweld te gebruiken. Ik zei het al. Hoe meer van die mensen opstappen, hoe beter. Verbied eindelijk ook een keer de islamitische symbolen. Ik heb daar al duizend moties over ingediend: over moskeeën, islamitische scholen, de Koran. Ik zal ook daartoe binnenkort een initiatiefwetsvoorstel indienen en dan hoop ik dat dit hier ook wat inhoudelijker kan worden besproken. Het bevrijden van Nederland van de islam moet dus onze prioriteit zijn.

Voorzitter. Ver weg van de droomwereld van planeet Rutte bestaat ook nog een andere realiteit, de realiteit van gewone mensen met soms grote problemen: de gewone man en vrouw, de gezinnen van Nederland, de gepensioneerden, de mensen die hard moeten werken voor hun geld en de mensen die buiten hun schuld zonder baan zitten zoals werklozen en gehandicapten. Allemaal waren ze de afgelopen jaren de klos. Ze werden geconfronteerd met belastingverhoging na belastingverhoging, huurverhoging na huurverhoging, premieverhoging na premieverhoging, eigenrisicoverhoging na eigenrisicoverhoging.

Maar daar bleef het niet bij. En dit moet gezegd worden, voorzitter, want dat is de context van het regeerakkoord van vandaag: wat deed premier Rutte in zijn tweede kabinet nog meer? Hij verhoogde de btw. Hij versoberde de WW. Hij brak de verzorgingshuizen af. Hij halveerde de huishoudelijke hulp. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Ons land is leeggeplunderd. En echt, oprecht, miljoenen mensen zijn daar de dupe van geworden. De heer Rutte roept nu dat het beter gaat met Nederland. Dan vraag ik hem, en denk dat een heleboel mensen thuis zich dat ook afvragen: met wie gaat het dan in hemelsnaam beter? De mensen snappen er niets van. De heer Rutte roept dat het beter gaat, maar met wie gaat het nu dan beter? Veel Nederlanders kunnen op dit moment nauwelijks hun rekening betalen. Mijn collega Agema heeft het al zo vaak gezegd: 800.000 mensen, dus bijna een miljoen mensen, zitten in een betaalregeling voor het eigen risico, terwijl ze wel netjes hun premie betalen.

Sinds de invoering van de euro, rond de eeuwwisseling, is de economie in Nederland met 20% gegroeid, maar het besteedbaar inkomen van de Nederlandse huishoudens steeg nauwelijks. Over het beleid van Rutte II zijn er rapporten verschenen van ING en van het CPB. Die laten zien dat er een hoop economische groei kapot is gegaan door zijn beleid en dat dat honderdduizenden banen heeft gekost. Terwijl de heer Rutte zit te lachen, is de werkelijkheid dat de helft van de Nederlanders inmiddels minder dan €2.000 spaargeld heeft, en soms zelfs helemaal niets. Bij de kleinste tegenslag komen die mensen in de financiële problemen. De heer Rutte kan het zich misschien niet voorstellen, maar veel mensen thuis hebben een probleem als de wasmachine kapotgaat. Dat is de werkelijkheid van veel mensen. Veel mensen merken ook dat ze het moeilijker hebben omdat hun pensioenen de afgelopen jaren niet zijn meegegaan met de loonontwikkeling, of soms zelfs zijn gekort — en dat terwijl de pensioenfondsen barsten van het geld. Hoe leg je dat in hemelsnaam uit? Dát zijn de gewone Nederlanders, die na jarenlang keihard werken vaak ziek omvallen, voordat ze überhaupt met pensioen kunnen. Dát zijn de gewone Nederlanders waar de heer Rutte het altijd over heeft. Hij lijkt ze straal vergeten. En de mensen thuis, die de afgelopen jaren dus allemaal de prijs hebben betaald van zijn bezuinigingen, die zien dat asielzoekers wel alles gratis krijgen, dat er voor hen geen wachtlijst geldt in de zorg, dat zij geen zorgpremie hoeven te betalen. Dat eigen risico, wat is dat? Zij weten niet eens wat dat is. En dat zij wél voorrang krijgen voor sociale huurwoningen. Dat zij gratis fysiotherapie krijgen, waar een normale Nederlander zich voor moet bijverzekeren. Dat zij gratis brillen krijgen en dat zij tandartskosten vergoed krijgen, terwijl heel veel Nederlanders zo'n aanvullende verzekering daarvoor niet kunnen betalen. Dát zijn de gewone Nederlanders. Die mensen zien tegelijkertijd dat twee derde van alle bijstandsuitkeringen vandaag de dag naar allochtonen gaat. Hun geld gaat dus naar honderdduizenden migranten, die het vaak beter hebben dan zij. Hoezo, discriminatie?

Waar de mensen in Nederland nu dan ook behoefte aan hebben, is geld in de portemonnee. En dat zonder dat het er meteen weer uit wordt gejat. Geen babbeltrucs meer, zoals aan de ene kant de lasten verlichten, maar aan de andere kant de lasten verzwaren. De premier die de Nederlander de afgelopen jaren heeft uitgeknepen, gaat nu toch weer ingrijpen in de hypotheekrenteaftrek. Hij komt met een hogere btw, van 6% naar 9%, voor boodschappen. Hij komt met een vliegtaks, met hogere tabaksaccijnzen. Hij schaft de wet-Hillen af, komt met een hogere energierekening, en ga zo maar door. En de mensen thuis zien dat Afrika wel weer de Postcodekanjer krijgt, voorzitter. Meer dan 1 miljard extra richting ontwikkelingshulp; enkele reis richting bodemloze put. Dat geld, ruim 1 miljard, is een hele zeecontainer vol met briefjes van 50, boven op de vierenhalve zeecontainers die al ieder jaar vertrekken. Die vertrekken niet naar onze ouderen. Die vertrekken ook niet naar onze hardwerkende Nederlanders. Die vertrekken naar Afrika. Dat is de praktijk van vandaag. Wie heeft er thuis nu nog vertrouwen in een premier die dit soort keuzes maakt, die Nederlanders belazert? Ik heb het twee weken geleden al gezegd bij een interruptie en ik doe het weer. Vijf jaar geleden zei premier Rutte na de eerdere maatregelen inzake de hypotheekrenteaftrek: "Dit is het. Dit gaan we de komende dertig jaar doen. U kunt nu uw besluiten gaan nemen op basis van dit fiscale gegeven." Wat een leugens. Wat een politieke oplichterij. De VVD snoeit opnieuw hard in de hypotheekrenteaftrek.

Voorzitter. Wat heb je aan een verlaging van de inkomstenbelasting als je extra btw moet betalen? Wat heb je aan een gelijkblijvend eigen risico als je zorgpremie met ruim €300 — €300! — omhooggaat? Wat heb je aan een lager eigenwoningforfait als de hypotheekrenteaftrek er opnieuw aan gaat? Wat heb je aan een lagere elektriciteitsrekening als de totale energierekening die je met je gezin moet betalen omhooggaat? Dat zijn allemaal goocheltrucs, het werk van politieke illusionisten. Niets is wat het lijkt. Je krijgt iets en een deel ervan ben je meteen weer kwijt. Dit is niet het kabinet-Rutte III, maar het kabinet-Hans Klok I. Dat is de naam die het verdient.

Voorzitter. De belastingverlaging waarmee men nu komt, is dus grotendeels een sigaar uit eigen doos. Deels is het overigens ook eerder toegezegd geld, geld dat is ingezet bij de eerdere aanpassing van de hypotheekrenteaftrek, die naar voren is gehaald. Dat beleid van dit kabinet levert gemiddeld een schamel procentje koopkracht per jaar op. Structureel, zo zagen we gisteren, worden de lasten zelfs met meer dan 1 miljard euro verhoogd. U hoort het goed: verhoogd. Wat zijn dat voor een grappen? In één keer gaan de belastingen omhoog, maar ons wordt wijsgemaakt dat ze omlaaggaan. Mensen schieten niets op met een gelijkblijvend eigen risico. Ze willen dat dit wordt verlaagd. Dat heeft het CDA nog beloofd. Ik zie de heer Buma nog staan: wij staan voor een eigenrisicoverlaging. Leugens! Niks eigenrisicoverlaging, de premie gaat nota bene met €300 omhoog, met dank aan het CDA. Mensen willen een lagere premie. Mensen willen lagere huren.

Voorzitter. Wat zouden we nu dus moeten doen? Het allerbeste zou natuurlijk zijn als dit kabinet meteen opstapt en het regeerakkoord door de shredder gaat, maar ik heb zo'n vermoeden dat ik daar deze week nog geen meerderheid voor ga krijgen. Dan wil ik in ieder geval de volgende vier voorstellen doen die wel kunnen. Het eerste is: handen af van de hypotheekrenteaftrek. Houd de wet-Hillen in stand en verhoog de btw niet. Kortom, voer uw beloftes uit, mijnheer Rutte. Dat kan je ook allemaal betalen. Betaal dat maar door de belasting voor grote bedrijven en buitenlandse beleggers niet met 5 miljard te verlagen. Dus geen verlaging van de Vpb-tarieven en de dividendbelasting niet afschaffen. Dat is ongeveer hetzelfde bedrag als dat van de hypotheekrenteaftrek, de wet-Hillen en de btw.

Mijn tweede voorstel is: sluit de grenzen voor asielzoekers. Sluit de grenzen voor immigranten uit islamitische landen. Stuur de 80.000 Syriërs terug. 80.000: moet je je eens voorstellen wat een geld dat is. Dat levert miljarden op. Gebruik dat geld bijvoorbeeld voor het afschaffen van het eigen risico, het verlagen van de zorgpremie en meer nachtzusters in de zorg. Daar is nog een groot probleem.

Mijn derde voorstel is: stop de uitgaven voor ontwikkelingshulp. Dat kan. Dat kunnen we morgen met elkaar regelen. Met dat geld, 4 of 5 miljard, kan je de AOW-leeftijd weer terugbrengen naar 65 jaar. Dat is hetzelfde bedrag. Het is dus keurig gedekt. Heel veel hardwerkende Nederlanders zouden daar gigantisch mee zijn geholpen.

Ik kom op mijn vierde en laatste voorstel. Dit kabinet laat ook nog een begrotingsoverschot van 0,5%, 4 miljard euro, in 2021 maar ook daarvoor, bestaan. Dat is 4 miljard belastinggeld dat door de Nederlanders te veel is betaald. Geef dat geld terug. Je kan de huren verlagen. Je kan extra geld aan politie en defensie geven. Je kan er weet-ik-wat mee doen. Dit zijn concrete voorstellen waardoor mensen nu, vandaag, als ze werkelijkheid worden, extra geld in hun portemonnee krijgen.

Voorzitter, ik rond af.

De heer Asscher (PvdA):
Ik heb nog een vraag over het economische beleid van de heer Wilders. Hij noemde zijn belangrijkste voorstellen tot verbetering en ik mis daarin het uittreden uit de Europese Unie. Ik weet dat Wilders de dag na de brexit zei: dit is een historische dag, dit is geweldig, dit moet Nederland zo snel mogelijk ook doen.

De heer Wilders (PVV):
Zeker, zeker.

De heer Asscher (PvdA):
Als je ziet wat er sindsdien gebeurd is in Groot-Brittannië: de groei is de laagste in Europa en de inflatie de hoogste in Europa. Weet de heer Wilders wie daarvoor betalen? Dat zijn de gewone Britten. Weet hij wat er sindsdien, sinds zijn uitspraak is gebeurd met de steun voor Europa, iemand die zegt te willen luisteren naar de stem van het volk? Die steun is gegroeid in Nederland naar boven de 70%. Ik denk dan aan al die voorstellen van de heer Wilders, zoals de grenzen sluiten; de heer Wilders weet dat dit helemaal niet kan zonder enorme schade voor onze economie, voor de werkgelegenheid, voor heel veel gewone Nederlanders. Het is lariekoek wat hij hier verkoopt en hij durft zijn belangrijkste voorstel hier niet eens in te dienen.

De heer Wilders (PVV):
Ik heb het net genoemd. In mijn eerste deel van dat verhaal heb ik zes, zeven voorstellen gedaan en mijn eerste voorstel was: verlaat de Europese Unie zodat we weer de baas over onze eigen grenzen worden. U kunt het nalezen in de Handelingen. Ik heb het voorstel bikkelhard, zuiver en helder genoemd. Ik vind nog steeds dat wij baas moeten worden over onze eigen grenzen, over ons eigen immigratiebeleid. Dat kan niet meer in de Europese Unie. Er zijn zo veel richtlijnen, van kwalificatierichtlijnen tot gezinsherenigingsrichtlijnen en noem maar op, waardoor je dat niet meer voor elkaar krijgt. Ik weet ook dat het op korte termijn pijn doet in het Verenigd Koninkrijk nu ze besloten hebben de Europese Unie te verlaten, maar ik weet ook dat het op termijn weer veel beter zal gaan. Wij hebben dat ook onderzocht. Als PVV hebben wij rapporten laten maken waarin staat dat het inderdaad de eerste jaren pijn doet. Dat is ontegenzeggelijk waar, ik poets dat niet weg. De eerste jaren doet het pijn. Maar daarna is er juist meer in plaats van minder economische groei. Daarna is er juist meer werkgelegenheid in plaats van minder. Ik verzeker u dat dit ook met het Verenigd Koninkrijk zal gaan gebeuren. Dus we willen uit de Europese Unie omdat we weer de baas willen worden over ons eigen land en we weer de baas willen worden over onze eigen grenzen en ook omdat we vinden dat we als Nederland opnieuw soeverein moeten zijn en we de overtuiging hebben dat het ook economisch op termijn beter gaat. Het feit dat ik dat roep, ook in tijden dat niet 100% van de Nederlanders dat vindt, maakt dat argument geen centimeter minder sterk.

De heer Asscher (PvdA):
Als de heer Wilders zegt "op termijn" dan gaat het over een heel lange termijn. Er zijn gewone Nederlanders die niet zo lang kunnen wachten, net zoals de Britten een prijs betalen.

De heer Wilders (PVV):
Vier jaar.

De heer Asscher (PvdA):
Niet binnen vier jaar is de economische groei in Groot-Brittannië op het niveau zoals die er had kunnen zijn zonder de brexit. De brexit is nog niet eens waar geworden en nu betalen ze al een gigantische prijs. Voor Nederland zou het nog veel ernstiger zijn, en de heer Wilders weet dat. Hij weet het en hij weet ook dat in zijn eigen achterban sinds zijn eigen historische woorden na de brexit, de steun voor het EU-lidmaatschap aan het stijgen is. Met andere woorden, als je zoals de Partij van de Arbeid wil, nu extra geld inzet voor de wijkverpleegkundige, voor de leraar en voor de politieagent, dan is het stomste wat je kunt doen, het voorstel van de heer Wilders volgen. Het is ogen dicht in plaats van grenzen dicht. Het is tegen het belang van Nederland, tegen het belang van al die gewone Nederlanders. De heer Wilders weet het. Daarom moffelde hij het net weg, hij wil het er niet over hebben, maar het is slecht voor Nederland.

De heer Wilders (PVV):
Nogmaals, ik heb helemaal niks weggemoffeld. Ik heb over de islam zeven voorstellen gedaan en over de economie vier, dus dat zijn er in totaal elf. Het eerste was dit voorstel. Over wegmoffelen gesproken. Het was voorstel 1. En ik sta ervoor: we moeten de Europese Unie uit. We hebben niets te vertellen in dat supranationale orgaan. Helemaal niets. We zijn afhankelijk van de grillen van iemand als Angela Merkel of andere leiders die morgen kunnen worden vervangen waardoor het hele beleid weer de andere kant opgaat. Ik wil dat Nederland zelf beslist over zijn eigen huis. Ik geef mijn huissleutel ook niet aan een vreemde. Iedereen, alle mensen thuis willen de baas zijn over hun eigen huis. Ze geven niet de sleutel aan de rest van de straat. Ze willen de baas zijn in hun eigen huis, met een eigen voordeursleutel, en ze willen zelf bepalen wie er binnen mag komen en wie niet. Dat moeten we met elkaar doen. Natuurlijk moeten we dan in die straat ook goed samenleven met elkaar. En dat kan ook buiten de Europese Unie. Dat laten andere landen zien. Als Zwitserland, Noorwegen en noem maar op dat kunnen, met allerlei voorwaarden — dat realiseer ik me — dan kan het dus wel. We gaan het ook doen en ik blijf ervoor gaan. We worden soeverein en we gaan weer over onze eigen grenzen. Ik zei al: we hebben het onderzocht. We hebben het laten onderzoeken door Capital Economics, een zeer gerenommeerd bureau en een winnaar van de Wolfson Prize, een prijs waarvan economen weten wat het waard is. Dat bureau heeft gezegd dat na een aantal jaren, inderdaad twee of drie jaar, de economie alleen maar meer zal groeien. De economie zal na tien jaar zelfs 10% groter zijn dan wanneer we tien jaar wel in de Europese Unie hadden gezeten. Het is dus een geweldig voorstel en ik zal ervoor blijven pleiten. Het zal ook vroeg of laat gaan gebeuren, of je het nou leuk vindt of niet.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Asscher (PvdA):
Ja, je moet op Europees niveau de migratie onder controle brengen. Je zult samen afspraken moeten maken om je te verdedigen tegen terreur en tegen klimaatverandering. Dat zul je moeten doen in Europees verband. De voorbeelden die de heer Wilders noemt zijn landen die geen inspraak hebben over de besluitvorming, maar die zich wel aan de regels moeten houden. De heer Wilders heeft het over de soevereiniteit van Noorwegen. Noorwegen houdt zich aan Europees vastgestelde regels, waar Nederland over meebeslist en Noorwegen niet. Dat is de reden dat de Britten nu ook in hun eigen voet schieten, want dat willen zij ook niet. Nee, meneer Wilders, onder gewone Nederlanders is er heel duidelijk het besef "ja, er moet controle zijn. Ja, we moeten veilig zijn. Maar nee, dat gaan we niet bereiken door het in ons eentje te doen. We zullen moeten samenwerken in Europa. We zullen ons geld moeten verdienen in Europa." De steun voor het lidmaatschap van Europa groeit onder alle Nederlanders, inclusief de stemmers op Wilders. Dat moet te denken geven.

De heer Wilders (PVV):
Ja, en wij blijven groot voorstander van het verlaten door Nederland van de Europese Unie. Dat wil ook niet zeggen dat je niet kan samenwerken. Je kan hartstikke goed met andere landen samenwerken zonder in een Europese Unie te zitten. Waarom moet er een Europese Commissie zitten die niemand kent en die niemand heeft gekozen en die nu de baas is over ons immigratiebeleid? Ik heb die mensen helemaal niet nodig! Waarom moeten we afhankelijk zijn van andere regeringsleiders à la mevrouw Merkel, die morgen weer hun mening kunnen veranderen, terwijl wij daar als klein land achteraan hobbelen? Ik wil dat we zelf weer de baas zijn over ons eigen land. Dat is een hartstikke goed voorstel. De tijd dat het weer tot veel steun zal leiden zal komen, al was het maar door wat ik net zei over die immigratie uit Afrika van 1 naar 4 miljard mensen, waarvan een miljard deze kant op wil komen. Dat gaat nooit lukken in Europa. De premier zegt: dat gaat alleen maar lukken in Europa. Dat gaat juist niet lukken in Europa. Daar moeten we zelf de baas voor zijn in ons eigen land, dus ik voorspel u dat het einde van de Europese Unie misschien niet morgen, maar dan overmorgen toch zal komen.

De heer Van der Staaij (SGP):
Ik zat te denken: het was eigenlijk best een lange preek van de heer Wilders over wat er mis is in dit land en welke zorgen er zijn. Maar hij begon zijn bijdrage met de verwijzing naar het Nederland van weleer, toen de kerken nog een stuk voller zaten. Ik was eigenlijk wel benieuwd of de heer Wilders ook weet waar deze eerste woensdag in november in heel veel protestantste kerken in Nederland, vroeger en nog steeds, aan wordt besteed?

De heer Wilders (PVV):
Ja, dat weet ik zeker. Dat is een belangrijk moment: de zogenaamde Reformatie. Een moment waarop het protestantendom, volgens mij was het maandag precies 500 jaar geleden, zich vanwege de zogenaamde aflaten afsplitste — al is dat misschien een te groot woord — van het katholicisme. Een moment dat belangrijk is voor uw groep, dat weet ik zeker. Een moment ook waarvan ik snap dat het voor u een belangrijk historisch moment is. Dat is het ook voor mij.

De heer Van der Staaij (SGP):
Geweldig dat de heer Wilders zelfs nog de reformatieherdenking van gisteren in de herinnering brengt, maar de tijd tikt door. Vandaag is weer in protestantse kerken de zogenaamde Dankdag voor Gewas en Arbeid.

De heer Wilders (PVV):
Ah, oké.

De heer Van der Staaij (SGP):
Bij alle zorgen die we hebben, zijn er toch altijd wel weer mooie, goede dingen waar we dankbaar voor zijn. Het lijkt me nou een mooie afsluiting van uw bijdrage om eens naar voren te brengen welke zaken er zijn in het Nederland van vandaag waar we dankbaar voor mogen zijn en die we moeten vasthouden.

De heer Wilders (PVV):
Het allerbelangrijkste is misschien nog wel dat er gelukkig heel veel Nederlanders zijn die de waarheid kennen, die weten dat het fabeltje — ik heb in mijn inbreng gekscherend de beeldspraak "de planeet van de heer Rutte" gebruikt — een andere werkelijkheid is dan die van hen. Die Nederlanders laten zich niet voor de gek houden door de heer Rutte, die ongeveer zijn hele carrière alles bij elkaar heeft gelogen, met beloftes en andere dingen. Dus het positieve is dat ik vertrouwen heb in de kracht van al die Nederlanders die weten dat wat er gezegd wordt, voor een groot deel onzin is en die nog steeds vertrouwen hebben in de toekomst. Daarvoor zitten wij daar in de bankjes met twintig man sterk.

Voorzitter. Ik rond af. Ik weet wat het is om je vrijheid te verliezen. Deze maand betekent voor mij persoonlijk een triest jubileum. Ik zit nu bijna op de dag af dertien jaar in de beveiliging, zoals dat heet. Dat betekent dat ik geen stap kan verzetten zonder bewaking en vaak ook een kogelvrije vest. Voor mij is het verliezen van vrijheid dus niet iets vaags of iets abstracts. Het vormt voor mij de alledaagse werkelijkheid. Ik weet wat islamitische haat betekent. Ik weet ook wat onvrijheid betekent. En dat feit, dat verplicht mij. Het verplicht mij persoonlijk. Het dwingt mij om de vrijheid van Nederland te verdedigen, om te voorkomen dat wat mij dertien jaar geleden is overkomen, straks heel Nederland overkomt. Ik zeg u dat ik mij daarbij door niets en niemand laat weerhouden. Geen doodsbedreiging, geen fatwa, geen strafprocessen, geen cordon sanitaire, het zal me allemaal niet kunnen stoppen. Ik zal er tot mijn laatste adem mee doorgaan, ongeacht de prijs die ik daarvoor betaal. Want Nederland, mevrouw de voorzitter, Nederland is mij dierbaar. Het is het enige land dat we hebben. En het is ons land. Ik wil dat Nederland een vrij land blijft, ook als onze kinderen en kleinkinderen en hun kinderen straks volwassen zijn. Dat is de reden dat ik hier iedere keer opnieuw strijd tegen de islamisering van ons land. Ik doe dat voor de vrijheid. En ik doe dat voor onze vrijheid.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, mijnheer Wilders. Ik wil de vergadering even vijf minuten schorsen. Daarna gaan we verder met de bijdrage van de heer Dijkhoff.

De vergadering wordt van 12.44 uur tot 12.50 uur geschorst.

De voorzitter:
Dan geef ik nu de heer Dijkhoff namens de VVD het woord, die als ik het goed heb voor het eerst in ons midden als fractievoorzitter het woord gaat voeren. U heeft gezien hoe dat bij de heer Wilders is gegaan.

De heer Dijkhoff (VVD):
Voorzitter. Er ligt een regeerakkoord en er zit een kabinet. Dat werd ook wel tijd, vooral omdat Nederlanders dat verdienen. Je werkt je uit de naad, je maakt je zorgen over je baan en je gezin en over de bedreigingen die er zijn voor onze veiligheid en onze waarden. En dan wil je eigenlijk gewoon dat de politiek aan de slag gaat, dat wij Nederlanders verdedigen en beschermen en zorgen dat het een beetje beter gaat.

En als je dan journalisten de afgelopen weken mensen zag interviewen over het regeerakkoord, dan waren de reacties wel aarzelend. Ik zag zo een wat ouder paar hand in hand over de markt lopen, die in een keer een microfoon onder hun neus kregen. "Wat vindt u van het regeerakkoord?" "Ja, schat, wat vinden we er eigenlijk van?" Die journalist vroeg maar door en zei: "Maar iedereen gaat erop vooruit, u gaat erop vooruit. Dat is toch mooi?" "Nou, dat zullen we nog wel eens zien", zeiden die mensen.

Mensen geloven het nog niet helemaal. Ze geloven nog niet echt dat ze met dit regeerakkoord ook echt meer geld overhouden in hun portemonnee. Dat we echt meer geld gaan uitgeven aan liefdevolle zorg voor onze ouderen, dat je weet dat opa niet alleen maar binnen zit in een tehuis de hele dag, maar dat ze ook een rondje met hem door zijn oude buurt gaan wandelen. Dat er echt meer agenten op straat gaan komen om Nederland veilig te houden. Dat we het niet meer pikken dat motorbendes, die bonkige types in die leren hesjes, mensen onder druk zetten om een wietplantage op zolder te nemen.

En dat het onderwijs, dat zo belangrijk is voor een goede start van onze kinderen, een flinke impuls gaat krijgen. Dat we ook serieus aan de slag gaan om ons land fris en duurzaam door te geven aan onze kinderen en kleinkinderen, zodat zij later in het park met hun kinderen echt gras kunnen ruiken en de energie niet in hoeven te kopen bij de opvolger van Poetin.

En dat er ook nog een flink bedrag naar defensie gaat omdat dat nodig is voor onze veiligheid. Dat we boven de woestijn kunnen oppikken wat jihadisten aan het bekokstoven zijn en als het nodig is ook een bom erop gooien. Dat onze militairen in andere landen de vrede bewaken, om te voorkomen dat daar de pleuris uitbreekt, heel veel mensen doodgaan en hordes mensen hun land moeten verlaten als vluchteling.

Want er zijn helaas gekke leiders op de wereld die hun ego afmeten aan het formaat van een raket. En er lopen ook nog steeds overal in de wereld malloten rond die in naam van Allah ons willen opblazen, die onze vrijheden en waarden kapot willen maken. Dat gaat ze niet lukken. We zullen ze verslaan, maar we zijn er nog niet.

Mevrouw de voorzitter. Het gebrek aan vertrouwen in de politiek dat er is, lijkt wel moeilijk te rijmen, als je kijkt hoe goed het gaat in ons land. We zorgen voor iedereen, iedereen kan naar dezelfde, goede scholen, en iedereen krijgt dezelfde, goede zorg. Ik denk dat 90% van de wereldbevolking er alles voor zou opgeven om hier te mogen wonen. We wonen gewoon in een van de mooiste landen ter wereld.

En toch, als je luistert naar mensen, voelen ze dat niet altijd zo. En hoe we hier met zijn allen politiek bedrijven, speelt daarbij ook een rol. Het is te makkelijk om daarover onze schouders op te halen.

Ik hoop dan ook dat dit regeerakkoord een basis zal zijn voor bredere samenwerking, dat partijen het niet ongelezen verwerpen, gewoon omdat het kan, en dat we wel de kans krijgen om hier samen de goede dingen te doen voor alle Nederlanders. Dat we doen waar ze ons voor gekozen hebben: Nederland en onze vrijheden beschermen, zorgen dat het beter gaat. Want onze taak hier is groter dan onze eigen achterban.

Deze Kamer zit vol mensen die hard werken en lange dagen maken om hun idealen dichterbij te brengen. Die, zoals bijvoorbeeld de heer Hiddema, een comfortabele positie in de maatschappij opgeven voor een onzeker bestaan in de politiek. Die risico's, of in het geval van de heer Wilders, zelfs gevaar voor eigen leven moeten accepteren om te kunnen blijven zeggen waar ze in geloven. Die, zoals de heer Roemer en zijn SP, altijd opbouwen vanaf de straat en bij een plan niet uitgaan van het gemiddelde effect maar van degene die het hardst geraakt wordt.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Ik haak even aan op de opmerking van de heer Dijkhoff over het gebrek aan vertrouwen in de politiek. Is de heer Dijkhoff niet met mij van mening dat, als Den Haag lak heeft aan uitkomsten van referenda, zoals over de Europese grondwet in 2005, over Oekraïne — zo kan ik nog wel even doorgaan — het vertrouwen in de politiek nog verder beschaamd wordt?

De heer Dijkhoff (VVD):
Ik denk dat het niet verstandig is om een mixvorm te hebben van representatieve democratie, waarbij mensen zeggen "ik stem op jullie; gaan jullie maar voor ons aan de slag", en referenda, waarbij je steeds een heel beperkte deelvraag stelt. Ik denk dat die combinatie een recept is voor wantrouwen en dat je een eenduidige keuze moet maken: óf een parlement dat heel weinig doet met veel referenda, óf, zoals bij ons traditie is, een parlement dat alle belangen afweegt, zoekt naar de oplossing waar de meeste Nederlanders zich in kunnen vinden en dan een beslissing neemt, zonder referenda. Dat laatste lijkt mij het verstandigste.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Dit getuigt van een enorme arrogantie. Als je kijkt hoeveel mensen wel niet proberen om via petities onderwerpen op de agenda van de Kamer te krijgen en te bewerkstelligen dat referenda worden uitgeschreven, onder andere over de sleepwet — dat referendum gaat waarschijnlijk tijdens de gemeenteraadsverkiezingen plaatsvinden — zie je dat de bevolking, althans een grote groep, aangeeft dat zij op een andere manier een nadere invulling aan de democratie wil geven. Staat de VVD met de rug naar die mensen toe? Of denkt zij: omdat er een kloof is tussen de politiek en de burger, is het van belang om te kijken hoe we de democratie wat breder kunnen maken, waardoor mensen wat meer betrokken worden en waardoor we ook veel meer draagvlak kunnen krijgen voor alles wat we hier doen?

De heer Dijkhoff (VVD):
Het getuigt vooral van respect voor de traditie in onze democratie. Daarin kijk je niet binair naar de helft plus één, maar naar de belangen van iedereen. Die belangen weeg je mee. Stel dat je de ene dag vraagt: wilt u dat de overheid zo min mogelijk kan doen en dat u zo veel mogelijk privacy heeft? Dan zullen veel mensen "ja" zeggen. Stel dat je de dag erna vraagt: wilt u dat onze diensten de mogelijkheden hebben om effectief te zijn en ons veilig te houden? Dan zullen veel mensen ook "ja" zeggen. Dan moet je dus niet kiezen tussen alles wel doen of niks doen. Dan moet je een mengvorm vinden met een wet, in dit geval een antiterreurwet, met de mogelijkheden voor onze diensten om ons veilig te houden maar de waarborgen erin om onze privacy te beschermen. Zoiets komt tot stand in een overlegdemocratie, zoals wij die hebben. Die wil ik graag koesteren. In de staat Californië hebben ze lang met referenda gewerkt, maar dat is niet goed bevallen. Ik ben een fan van onze overlegdemocratie, waarin je rekening houdt met anderen en niet alleen maar ja-neevragen stelt.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Het is duidelijk. De heer Dijkhoff zei al in het begin van zijn repliek dat hij vooral respect heeft voor de traditie. We kennen de VVD ook als een partij die staat voor de kracht van het individu en die vindt dat het individu ook zelf goed keuzes kan maken. Hoor ik de heer Dijkhoff hier nou zeggen dat de burger eigenlijk niet zo heel goed kan beoordelen of een bepaalde wet wel of niet doorgang moet vinden? In feite komt het elitaire hier naar voren, zo van: dat kunnen wij beter voor u beslissen.

De heer Dijkhoff (VVD):
Mevrouw Thieme hoort dat alleen zichzelf zeggen en niet mij.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Wie goed geluisterd heeft naar de heer Dijkhoff, hoorde hem zeggen: de ene keer denkt de burger zus over privacy en de andere keer denkt de burger zo over privacy; daar kunnen wij geen beleid op voeren, dus wij willen het zelf gaan bepalen. Dat zei de heer Dijkhoff. Ik wil heel graag dat hij daarop ingaat.

De heer Dijkhoff (VVD):
Wat ik wil aangeven, is dat ik referenda een heel slechte manier vind om beslismodellen vorm te geven. Dat geldt ook voor mij persoonlijk. Ik ben niets meer of minder dan een gewone, gemiddelde Nederlander. Voor mij is een referendum ook privé een heel slecht model om mijn keuze te bepalen, want dan heb ik namelijk iedere avond zin in vet eten — zo ben ik nou eenmaal — en netflixen en heb ik geen zin in sporten. Maar als ik nadenk over hoe ik een goed compromis kan sluiten in mijn leven, kom ik uit op: gezond eten en af en toe snacken. Die belangen dien je allemaal te wegen. Het is misschien een absurd voorbeeld, maar zo werkt het wel. Het is gewoon heel slecht ...

De heer Baudet (FvD):
Netflixen doen ze wel vaker bij de VVD, toch?

De voorzitter:
Nee, nee, nee, mijnheer Baudet. U had het woord niet.

De heer Dijkhoff (VVD):
Ik zag u aankomen, mijnheer Baudet, dus ik dacht: ik ben u alvast voor.

De heer Roemer (SP):
Ik wil allereerst van de gelegenheid gebruikmaken om collega Dijkhoff te feliciteren met zijn fractievoorzitterschap. Het is een mooie klus; dat kan ik u alvast meegeven. Ik wens u veel wijsheid en vooral ook veel sterkte.

De toon waar u mee begon, bevalt mij wel. Die heeft u alvast binnen. U reikt namelijk de hand, de hand naar de oppositie, in de zin van: kom maar met voorstellen, dan kunnen we kijken of we misschien tot elkaar kunnen komen om het beleid te verbeteren. Ik wil die handschoen graag oppakken. We hebben met drie partijen nogal wat voorstellen gedaan. Ik wil dus ook even aftasten in hoeverre het niet alleen woorden, maar ook daden zijn. Zouden wij er met u over kunnen spreken om bijvoorbeeld — ik pak er wat uit — de korting op de Wajong-uitkering voor de meest kwetsbare jongeren, die keihard aankomt, te schrappen, of de korting op de wijkverpleging waarover zo veel te doen is geweest? Dat betalen wij dan bijvoorbeeld betalen uit de dividenduitkering voor buitenlandse beleggers, buitenlandse aandeelhouders. Zouden wij vandaag zo zaken kunnen doen, of zijn het alleen maar loze termen?

De heer Dijkhoff (VVD):
Ik doe graag zaken, maar dan wil ik wel graag het hele probleem bekijken, niet alleen een deeltje dat is uitvergroot. Kijken wij naar de Wajong, dan snap ik dat het zo klinkt. We zeggen gewoon: je mag jonggehandicapten in dienst nemen voor een salaris onder het minimumloon. Dat klinkt als een bezuiniging, maar wat wij daarmee willen bereiken, is juist dat die mensen werk hebben, dat je zo iemand, een Wajonger, in een kraam ziet staan als je op de markt loopt. Die heeft dan dus een baan. De marktkoopman kan zich dat veroorloven omdat hij niet de volle mep hoeft te betalen. Als de Wajonger vervolgens te weinig heeft, dan kan de gemeente dat bijplussen. Wat wij daarnaast doen voor mensen voor wie die situatie niet haalbaar is, is het inrichten van 20.000 extra beschutte werkplekken. Is dat voor de heer Roemer een slechte manier van omgaan met deze mensen? Wij willen daarmee op een andere manier dan we al deden, mensen stimuleren, mensen een kans geven in het gewone werkverkeer, zodat we ze terugzien. Daarnaast richten we extra beschutte werkplekken in. Is dat dan wel zo'n slecht plan als je het hele plaatje bekijkt?

De heer Roemer (SP):
Op het andere gaat u niet eens in, maar deze kwetsbare jongeren pak je gewoon. Het kabinet is er dus niet voor die jongeren. Het kabinet heeft uitgestraald dat iedereen erop vooruitgaat, maar dat geldt niet voor Wajongers.

Werken moet lonen. Zullen wij die er eens even bijpakken? Als mensen met een arbeidsbeperking gaan werken, dan kunnen ze onder het wettelijk minimumloon betaald krijgen. Naar vermogen presteren, wil dus niet zeggen dat je dan naar vermogen wordt betaald, want je gaat werken onder het wettelijk minimumloon. Zullen wij dat dan samen gaan aanpakken? De korting op de wijkverpleging wil de heer Dijkhoff niet aanpakken. Hetzelfde geldt voor de Wajong. Zojuist ging het over het referendum. Dat wil hij ook niet. Zullen wij dan verbieden dat mensen onder het wettelijk minimumloon betaald worden als ze gewoon naar vermogen werken?

De heer Dijkhoff (VVD):
Ik ben niet op die andere voorbeelden ingegaan omdat ik bang was het verwijt te krijgen dat ik weer zo'n lang antwoord had. Ik wil die zaken echter best wel een voor een afpellen. Dat is geen probleem, maar ik wil eerst het hele plaatje schetsen voordat wij gaan discussiëren over wat wel of niet wenselijk is.

Ik kom even terug op de Wajong. Als je iemand met een beperking in dienst neemt, die daardoor minder productief is dan een ander die die baan zou kunnen vervullen, dan kun je zeggen dat je zo iemand de volle mep moet betalen. Ik vind daar principieel best iets voor te zeggen, maar de praktijk zal echter zijn dat een mkb'er die het toch al moeilijk heeft, zegt: sorry, dan laat ik hem even lopen. Als je iemand kunt inhuren die je alleen betaalt voor datgene wat hij levert, terwijl de rest via de gemeente kan worden bijgeplust, dan heeft die Wajonger een baan, waar wij hem ook zien, de werkgever heeft iemand in dienst, en de gemeente kan eventueel iets aanvullen. Op die manier wagen wij een nieuwe poging, gelet op het vorige systeem met die subsidies dat niet het resultaat heeft opgeleverd dat wij wilden.

De heer Roemer (SP):
Op die manier laat je het wettelijk minimumloon los, maar dat betekent dat, als mensen naar vermogen presteren — mensen met nota bene een beperking — de bijstand het nieuwe wettelijk minimumloon wordt. Ik probeer even af te pellen wat de heer Dijkhoff in zijn mooie opening probeerde, namelijk de hand te reiken, maar of het nu om de zorg gaat, het referendum, de Wajongers, of het werken onder het minimumloon, voor alles komt hij met een verhaal van: nee, dat kan niet, dat gaan wij niet doen. Wat zijn uw woorden nu waard? U probeert een handreiking te doen, maar bij de eerste de beste voorstellen, die nog niet eens zo heel veel geld kosten, schiet u meteen in een kramphouding van: dat gaan wij niet doen, wij weten het beter en we zetten het door.

De heer Dijkhoff (VVD):
Dit is een beetje jammer, want als de heer Roemer zelf het hele verhaal had verteld, had ik gewoon kunnen reageren op de keuzes. Door maar een klein stukje te vertellen, dwingt hij mij om eerst het beleid te verdedigen dat ik ook goedvind en voorsta, om vervolgens pas te kunnen gaan praten over eventuele aanpassingen. Dat is wat we hier wel vaker doen: op een deel van een punt de ander verketteren. Als de heer Roemer zegt dat we weer iets schandaligs aan het doen zijn, moet ik natuurlijk wel eerst gaan uitleggen dat ik het niet schandalig vind. Anders had ik er niet voor getekend. Moet ik hier dan zeggen: goh, de heer Roemer heeft gelijk, ik heb niet zitten opletten? Ik verdedig natuurlijk waar wij voor staan, maar daarna wil ik wel kijken naar de effecten. Leidt het tot wat we beogen, namelijk dat die mensen een baan hebben die ze anders niet hadden gehad? Als die mensen in één keer allemaal minder gaan verdienen terwijl ze toch al een baan hadden, dan was ik het met de heer Roemer eens dat het alleen maar slechte effecten heeft.

Neem de wijkverpleging. Er staat niet in het regeerakkoord dat daarop bezuinigd wordt. Daar gaat volgend jaar meer geld heen en het jaar daarop gaat er weer meer geld heen. Er staat wel in dat we die enorme stijging van kosten in de zorg willen afremmen. Dat hebben we ook met het vorige kabinet gedaan. Je wilt hoofdlijnenakkoorden sluiten zodat de kwaliteit van de zorg goed is, maar we met z'n allen in de samenleving niet te veel betalen; dat het ergens tussendoor blijft hangen. Daar heb je dan een doelstelling voor, waar het CPB een berekening op los heeft gelaten. Daar komt die 100 miljoen vandaan. Ik wil dat de minister de ruimte krijgt om die onderhandelingen te gaan voeren — dat moet nog beginnen — opdat we die goede zorg kunnen leveren. Maar dat is niet een bezuiniging van: als het ten koste gaat van de kwaliteit, doe het dan toch ook maar.

De voorzitter:
Echt afrondend, meneer Roemer.

De heer Roemer (SP):
Voorzitter, afrondend. Kijk, het kabinet heeft vanaf dag één geprobeerd te kijken waar het samenwerking kan zoeken in de Kamer. Het beseft namelijk heel goed dat 76 zetels hier en één zetel meer aan de overkant maar een heel beperkte marge is. Ik wil die handschoen oppakken. Ja, wij zijn bereid om te kijken waar wij voorstellen kunnen verbeteren, om mee te denken en mee te gaan doen. Maar dan moet er wel iets voor terugkomen. Als het kabinet suggereert dat iedereen erop vooruitgaat, terwijl wij in de praktijk zien dat de meest kwetsbaren dat niet doen en dat de mensen met de allerhoogste inkomens er in euro's het meest op vooruitgaan, dan is het toch heel logisch dat wij zeggen: kom dan in onze richting om te kijken waar we de meest kwetsbaren kunnen helpen. Er zijn hier vier, vijf voorbeelden voorbijgekomen. Op alles is het meteen: nee, njet, wij verdedigen ons standpunt. Het moet wel van ver komen hoor!

De heer Dijkhoff (VVD):
Voorzitter, het is geen nee, maar het beeld dat de heer Roemer bij mij opwekt is dat hij wil dat ik eerst iets betaal, om dan vervolgens te mogen praten. Ik heb onlangs onderhandeld met de vakbonden; zelfs die deden dat niet zo. Natuurlijk wil ik kijken naar het probleem en naar hoe je dat aanpakt. Naar de kwaliteit wil ik, zoals ik net zei, de komende jaren blijven kijken, maar om nou als een soort symbool eerst iets te moeten inleveren, terwijl ik niet overtuigd ben dat Nederland daar beter van wordt, om het bewijs te leveren dat ik samenwerk ... Dan doe ik de Nederlanders ook tekort.

De heer Baudet (FvD):
Ik hoor de heer Dijkhoff spreken over de stijgende kosten in de zorg, maar waarom hoor ik hem niet over het aanpakken van het VVD-kartel bij de zorgverzekeraars, waar al die oud-VVD'ers naartoe afzwaaien? Hans Wiegel was voorzitter van de zorgverzekeraars. De man van Edith Schippers was adviseur van de zorgverzekeraars. Jan Driessen, adviseur van Mark Rutte, zit in de zorg- en verzekeringswereld en nu heeft net Henk Kamp ook een baan gekregen in de zorgwereld. Waarom hoor ik hem daar niet over?

De heer Dijkhoff (VVD):
Ja, voorzitter, de heer Baudet zal mij de komende jaren nooit horen over dingen die niet bestaan, dus ook hierover niet.

De heer Baudet (FvD):
Je ziet het gebeuren, je ziet dat de ene na de andere VVD'er vanuit de Kamer of vanuit het kabinet naar de zorgwereld toe gaat. Je ziet ook dat de woordvoerder zorg namens de VVD hier in de Tweede Kamer afkomstig is uit de zorgwereld, uit de zorgverzekeraarswereld. Dit is een kartel. Het is een gesloten wereld, waarin men elkaar de hand boven het hoofd houdt en waarin bureaucratie niet wordt aangepakt, maar alleen maar groter wordt. Dat is het onderliggende probleem dat moet worden geadresseerd en het is echt ongelofelijk dat de nieuwe fractievoorzitter op de eerste dag dat hij hier staat, zegt dat het niet bestaat.

De heer Dijkhoff (VVD):
Ja, voorzitter, wat je ziet is dat bestuurders besturen en als ze ergens goed in zijn, komen ze op een andere plek ook terecht. Ik snap dat de heer Baudet daar iets van maakt. Ik snap zelfs dat veel Nederlanders soms denken: goh, die naam zagen we eerst daar, en nu zien we hem daar, maar dat is natuurlijk maatschappelijk vrij logisch. Mensen die een topfunctie bij een bank bekleden, hebben vaak eerder bij een bank gewerkt, het staat alleen niet in de krant. Mensen die bij PSV in het eerste komen, komen ook niet van het hockeyveld afrennen ...

(Hilariteit)

De heer Dijkhoff (VVD):
... maar hebben eerst ervaring opgedaan in een lager elftal. Dus dat mensen die ergens goed in zijn in die sector gewaardeerd blijken en dat daarom gevochten wordt, ja, dat vind ik vrij logisch.

De heer Baudet (FvD):
Dit is de meest interessante verdediging van belangenverstrengeling die ik ooit heb gehoord. Ik heb een ander punt ...

(Hilariteit)

De heer Baudet (FvD):
Ik ben blij dat ik zo veel steun uit de Kamer mag ontvangen.

De heer Dijkhoff zegt dat hij niet gelooft in directe democratie en hij voegt daaraan toe: als ik zelf elke dag vrij zou kunnen kiezen, zou ik elke avond snacken en Netflix gaan kijken. Daarmee bedoelt hij te zeggen dat de Nederlandse bevolking en de burgers in Nederland niet goed in staat zijn om voor zichzelf te zorgen. Dat is de implicatie. De implicatie is: als we het aan de mensen zelf overlaten, dan gaan ze de hele dag snacken en tv-kijken; dat kunnen zij niet. Dat is een uitgesproken arrogante gedachte die mij niet overtuigt en die de meeste mensen in Nederland niet overtuigt. Sinds de jaren zeventig is er een solide meerderheid — bijna twee derde van de bevolking — van mensen die meer invloed willen. Ik snap het wel. Ik snap wel waarom de heer Dijkhoff dat doet — en ik krijg graag zijn reactie daarop — want onder zijn bewindsperiode, de tijd dat hij staatssecretaris was, zijn er 333.211 niet-westerse immigranten naar Nederland gekomen. Dat aantal van 333.211 is net zo groot als het inwonertal van de stad Utrecht. Bijna niemand in Nederland steunt dat beleid. Bijna niemand in Nederland zou dat hebben gewild en zou daarvoor hebben gestemd als dat in een duidelijke referendumvraag was voorgelegd. De enige reden dat de VVD er toch mee wegkomt en toch de grootste partij is geworden, is omdat in de aanloop naar de verkiezingen zo veel onrust en diffusiteit is gecreëerd dat mensen dachten: nou, met al die rellen in Rotterdam en al die andere dingen, stemmen we toch maar weer VVD. U was er anders niet mee weggekomen, mijnheer Dijkhoff.

De heer Dijkhoff (VVD):
Ik begin nu nerveus te worden want ik word beschuldigd van arrogantie door de heer Baudet. Dan heb ik het dus bont gemaakt. Het lijkt mij daarom verstandig om het even uit te leggen. Ik zeg niet dat mensen geen keuze kunnen maken. Dat kunnen zij heel goed. Daarom hebben we ook een democratie en daarom stemmen mensen op partijen die een solide pakket en een wereldbeeld hebben, die belangen kunnen afwegen. Daarom hoor ik ook vaak: joh, ga je werk doen en val ons er niet mee lastig. Ik zeg dat het beslismodel van iedere keer één elementje zonder context geen gezonde manier is om het land te besturen. Dat vind ik persoonlijk en dat vinden heel veel Nederlanders met mij. De heer Baudet denkt daar anders over en dat is prima. Wat betreft die aantallen vluchtelingen heb ik het idee dat er een beetje veel bij elkaar opgeteld is, want ik zat er maar tweeënhalf jaar, maar goed. Ik wilde ook helemaal niet dat die grote aantallen mensen binnenkwamen. Wij zijn ook geen oorlog begonnen waardoor ze vluchteling zijn geworden. Ik heb heel veel tijd besteed aan het fatsoenlijk opvangen van mensen die naar Nederland kwamen en nog meer tijd besteed aan het samen met anderen in Europa ervoor zorgen dat we controle over de grenzen kregen. Ik heb tijd besteed aan het maken van afspraken met Turkije waardoor er honderdduizenden mensen minder naar Europa kwamen en dus ook niet naar Nederland kwamen. Ik heb afspraken gemaakt met de landen op de Balkan zodat er niet een vrije doortocht was naar West-Europa, en om ervoor te zorgen dat die instroom indamde. Daar heb ik nog meer tijd aan besteed. Ik ben er blij mee dat ik eraan heb kunnen bijdragen dat de instroom nu een stuk lager is.

De heer Baudet (FvD):
Het kernwoord in het antwoord van de heer Dijkhoff is "proberen": ik heb geprobeerd dit te doen en ik heb geprobeerd om dat te doen. Het gaat mij om de resultaten. Die zijn niet naar behoren. Uw partij had daarop moeten worden afgerekend en uw beleid had daarop kunnen worden afgerekend als we een referendum hadden gehad en als de bevolking direct inspraak had gehad in dit soort kwesties.

De heer Dijkhoff (VVD):
Ik zal altijd blijven proberen om het beter te maken, ook als ik alleen maar kan kiezen uit oplossingen die ook nadelen hebben. Ik zal het altijd proberen. Net zoals de heer Baudet zal blijven proberen — dat is hem ook niet in één keer gelukt — om de grootste partij te worden en premier te worden, zal ik blijven proberen om mijn doelen te verwezenlijken. Ik heb eerlijk gezegd liever dat mij wordt verweten dat ik iets geprobeerd heb en het niet perfect was, dan dat ik nooit iets fout heb gedaan omdat ik altijd aan de zijlijn stond te schreeuwen en nooit verantwoordelijkheid heb genomen.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Baudet (FvD):
Wij rekenen mensen liever af op hun resultaten dan op hun intenties en pogingen.

De heer Asscher (PvdA):
Mijnheer Dijkhoff, gefeliciteerd.

Voorzitter, ik wil een vraag stellen over de uitgestoken hand. De heer Dijkhoff zegt hier namens de VVD: dit is in feite nog maar het begin. Mensen moeten het gaan voelen en ook in het parlement moet zichtbaar worden dat er wordt samengewerkt. Dus daar mag je uit afleiden dat ook het regeerakkoord dan niet in beton gegoten is. Want als we alleen maar hoefden te klappen, was dit vast niet zo gezegd.

Vervolgens zei hij bij de vraag van collega Roemer dat het bij die 500 miljoen die wordt bezuinigd op arbeidsgehandicapten, niet om het geld ging, niet om de bezuiniging ging, maar om een ander, nobel doel. Dat betekent dat het geld hier niet dominant is. Dus daar hoeven we ons niet druk over te maken. Het ging hem om de werkgelegenheid. Nu komen we uit de situatie dat de doelen wel degelijk gehaald worden, dat het aantal banen wel degelijk gecreëerd werd en dat mensen voor het eerst ervaarden dat ze gewoon loon kregen via de cao, vaak minimumloon, maar wel het loon dat we als maatschappelijk minimum hebben benoemd, dat ze pensioen gingen opbouwen, dat ze er kortom bij hoorden. Nu zegt de VVD hier: ik wil dat niet meer, ik wil dat werkgevers alleen maar aanvullen tot een beperkt bedrag en dan krijgen mensen een bijstandsniveau.

De voorzitter:
En de vraag is?

De heer Asscher (PvdA):
De vraag is deze. Nu we weten dat het hem niet om het geld gaat, dat het regeerakkoord niet in beton gegoten is, zouden we kunnen praten met behoud van de werkgelegenheidsdoelstelling voor deze groep, om het op een fatsoenlijke manier te doen, een manier die overeenkomt met wat in dit huis gegroeid is en waar ook de VVD in een, toegegeven, ver verleden aan heeft bijgedragen?

De heer Dijkhoff (VVD):
Ja, praten kan altijd. Dus dat zou het makkelijkste antwoord zijn. Ik heb alleen ook oog voor die werkgevers die zeggen: de oude regeling was toch een belemmering om die mensen in dienst te nemen. Ik zal de heer Asscher niet vragen om daarin mee te gaan, maar dat is wel iets wat wij ook horen. Dan denk ik: ja, dit is ook een manier om te zorgen dat het nog meer kan, inclusief beschut werk, waarvoor we ook oog hebben. Dat kan niet altijd in het reguliere verkeer. Alles om die mensen nog meer aan de slag te krijgen.

De heer Asscher (PvdA):
Die werkgevers werd ook niet gevraagd om het uit liefdadigheid te doen, ze kregen een loonkostensubsidie die ze in staat stelde om mensen in dienst te nemen. Sterker nog: dat zijn ze gaan doen, in grotere mate dan de overheden, die dat ook zouden moeten doen. Met andere woorden: er is iets aan het groeien. In plaats van dat je zegt: ja werkgevers, we maken vervolgafspraken, we gaan de doelstellingen hoger leggen, pak je het eigenlijk af van de mensen die net vierden dat ze erbij hoorden. Dat is voor mij heel serieus. Te praten valt er altijd, zegt de heer Dijkhoff. Dat is natuurlijk een beetje een dooddoener, want we zijn hier bij elkaar om erover te praten. De vraag is dan heel concreet: ik vind het niet uit te leggen dat je in een tijd van begrotingsoverschot 500 miljoen, 500 miljoen, de grootste bezuiniging die erbij zit, weghaalt bij deze kwetsbare groep die er eindelijk bij hoort. Valt erover te praten om dat op een andere manier op te lossen?

De heer Dijkhoff (VVD):
Nogmaals, daar kunnen we over praten, maar ik geef wel aan dat het niet zo zwart-wit is als de heer Asscher vertelt. Ik vind niet dat de nieuwe maatregel alleen maar nadelen heeft. Dus ik wil ook oog blijven houden, als we gaan praten, voor die werkgevers die het toch als een drempel ervaren. Verder wil ik praten over waar je de kosten neer moet leggen en of dit per saldo de meest efficiënte manier is om mensen erbij te betrekken en om belastinggeld van alle Nederlanders te besteden. Dat zijn aspecten die onze woordvoerders daarbij wel moeten betrekken.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Asscher (PvdA):
Besteding van belastinggeld is een argument dat er nu bij komt. We vinden het volgens mij de moeite waard dat mensen het sociaal minimum verdienen. Ik hoor dat heel duidelijk en ik ga kijken of dat ook blijkt bij de stemmingen, mocht die na zo veel dagdelen ook een keer komen. Want we praten er nu over, en dan kunnen we daarna keuzes maken. Het is ook wel een beetje ja of nee. Als we in staat zouden zijn om een voorstel te doen waarbij dezelfde werkgelegenheidsdoelstelling voor deze groep wordt behouden, en waarbij het sociaal minimum overeind wordt gehouden en werkgevers worden ontzien — dat zou bijvoorbeeld via een loonkostensubsidie kunnen — dan is dat een denkbaar alternatief voor de VVD als eigenaar van dit regeerakkoord. Want dat vind ik echt een beweging.

De heer Dijkhoff (VVD):
Om teleurstelling in de toekomst te voorkomen: ik haal het argument van de belastingbetaler er niet bij, u kunt ervan uitgaan dat het verstandig omgaan met belastinggeld, dus ook met dit belastinggeld, voor de VVD altijd een belangrijk argument is. Dat komt er dus niet in één keer bij. Dan kunnen we ernaar kijken. Maar ja, wel met die voorwaarde die ik net heb geschetst.

De heer Asscher (PvdA):
De belastingbetaler vinden we allemaal, zeker ...

De voorzitter:
Echt de laatste opmerking op dit punt.

De heer Asscher (PvdA):
Dank u, voorzitter. De belastingbetaler in China, Amerika en Rusland krijgt lastenverlichting, dat hebben we gezien. Dat beschouwen we dan als het VVD-punt: 1,4 miljard. Hier wordt 500 miljoen weggehaald bij een groep die het moeilijk heeft, die niet veel verdient, het zijn geen grootverdieners, het minimumloon hebben we afgesproken als wat je verdient als je werkt. Dit zijn mensen die werken. De vraag is, alle rimram daargelaten, of erover valt te praten, ja of nee. Ik snap heel goed dat we werkgevers moeten helpen. Dat hebben we ook altijd gedaan. Ik snap heel goed dat we ook willen dat ze echt meedoen, maar niet op deze manier, want in feite pak je het pensioen af, pak je het minimumloon af en druk je ze naar bijstandsniveau.

De heer Dijkhoff (VVD):
Ik heb al eerder gezegd dat ik er best naar wil kijken.

De voorzitter:
De heer Klaver, met een nieuw punt.

De heer Klaver (GroenLinks):
Dank, voorzitter. We hebben net kunnen genieten van de strijd op rechts. De tussenstand is volgens mij nu 1-0 voor Dijkhoff. Mijn vraag gaat echter over iets heel anders. Het gaat dan om het betoog van de heer Dijkhoff. Hij zei eigenlijk: het gaat fantastisch in Nederland. Wereldwijd zijn wij een van de landen waar het het beste gaat. Ik hoor de coalitie vaak zeggen, als het gaat om gezondheid, onderwijs of inkomens: je snapt bijna niet dat mensen daarover ontevreden zijn. Dat heeft ook te maken met het debat in de Kamer. Kan de heer Dijkhoff er nog wat uitgebreider op ingaan wat hij daar precies mee bedoelt? Bedoelt hij te zeggen dat als mensen klagen over hoe het gaat in Nederland, ze het niet bij het juiste eind hebben?

De voorzitter:
Uitgebreid, dat weet ik niet.

De heer Dijkhoff (VVD):
Dat is de kern van het vervolg van mijn betoog, waar ik nu aan toe ben. Dat wil ik ook graag in die coherentie doen.

De heer Klaver (GroenLinks):
Dan wacht ik daarop.

De voorzitter:
Dan kunt u verder gaan met uw betoog.

De heer Dijkhoff (VVD):
Voorzitter. Ik was middenin een rijtje complimenten. Opbouw technisch zou het logisch zijn om de rest over te slaan, maar dat vind ik heel vervelend. Ik was namelijk, toen ik bedacht dat we hier toch eigenlijk allemaal voor hetzelfde doel zitten als Kamerleden en daar hard voor werken, net gekomen bij de heer Asscher en zijn Partij van de Arbeid. Zij zijn bereid om moeilijke maatregelen te nemen, ook als je daar niet populair van wordt en ook als je dat zetels kost, met misschien de hele schrale troost dat je in ieder geval weet dat over decennia geschreven zal worden dat je het goede hebt gedaan en dat je Nederland en de verzorgingsstaat hebt behouden voor de toekomst. Er zitten hier ook veel mensen in de Kamer die, zoals ikzelf — maar ik denk wij allemaal wel — hebben meegemaakt dat je ergens in een tv-studio je best doet om uit te leggen waar je mee bezig bent, dat het nog niet goed genoeg is en hoe je het probleem op wil lossen en dat je dan onderweg naar huis Twitter checkt, alleen maar om te lezen dat je een landverrader bent. Met teksten als: als wij het voor het zeggen hebben, pakken we jou als eerste. Of: wacht maar tot zo'n vluchteling jouw dochter verkracht. En toch werken we hier allemaal met hart en ziel door.

Als we hier dan toch zitten voor al die Nederlanders, waarom werken we dan niet meer samen? Waarom zouden we dan allemaal gaan voor ons eigen gelijk? Waarom zou je dan één puntje kiezen, dat uit zijn context halen, en daarop dan heel hard actie gaan voeren en zeggen dat het niet deugt, zonder het hele verhaal te schetsen? Want dat werkt natuurlijk niet. Dat weten we eigenlijk allemaal wel. De mensen voor wie we hier zitten, weten dat al helemaal en toch doen we af en toe alsof ze gek zijn. En dat zijn ze niet. Ze weten ook wel dat als er een andere partij aan tafel had gezeten, er ook compromissen waren gesloten en dat dan ook niet alles in Nederland in één keer perfect was geweest.

Voor verantwoordelijkheid nemen is wel iets nodig, voorzitter, en dat is lef. Ik hoop dat meer partijen dat zullen tonen. Ik zag daar net al een prettige aanzet toe. Ook de komende jaren zal niet alles goed gaan. In de systemen die we hier maken, zullen fouten sluipen en in de uitvoering zullen mensen fouten maken en ik zal ook fouten maken. Ik zal me ook wel een keer verliezen in een Haagse fittie met mijn makkers van de coalitie, die voor ons dan heel belangrijk lijkt hier, maar voor de rest van Nederland geen klap uitmaakt. Maar deze vier partijen die de coalitie zijn aangegaan, hebben in elk geval gezegd dat ze dingen gaan doen en dit kabinet zal elke dag de mouwen opstropen en hard aan het werk gaan om het leven van mensen in Nederland stap voor stap beter te maken. Niet aan de zijlijn staan en schreeuwen, maar aanpakken en problemen oplossen, ook als een oplossing niet perfect is.

Ik snap wel dat er partijen zijn die sowieso liever schreeuwen dan dingen aanpakken, dat is hun keus, maar volgens mij zijn de meeste partijen in de Kamer opgericht om Nederland beter te maken, vanuit een andere achtergrond en visie, maar wel om het beter te maken. Ik hoop dat de Nederlanders de komende jaren op die partijen kunnen rekenen en dat de Nederlander die nu nog wat aarzelend is en de kat uit de boom kijkt, straks zal zien wie er hier voor hen zit en wie vooral voor zichzelf.

Mevrouw de voorzitter. Volgens mij is het regeerakkoord daarvoor een goede basis. Nee, het is niet het VVD-verkiezingsprogramma, helaas. Maar op één punt is het misschien wel beter dan het VVD-verkiezingsprogramma en dat is dat dit regeerakkoord breder gedragen wordt, dat we de goede kant op gaan, in de richting die ik als VVD'er graag zie: meer investeren in veiligheid, ons best doen en zorgen dat er minder vluchtelingen naar Europa en dus naar Nederland komen, meer geld voor wegen en sport en meer geld in de portemonnee van Nederlanders, zodat ze zelf kunnen bepalen wat ze ermee doen. Het gaat misschien in een lager tempo dan ik had gewild, maar wel in een tempo dat Nederland kan hebben en dat beter past bij wat Nederlanders willen. Want democratie is niet koppen tellen en doen wat de helft plus één wil. Democratie is rekening houden met alle belangen en meningen in de samenleving en ervoor zorgen dat een zo groot mogelijk deel van Nederlanders zich in een oplossing kan vinden en dat zij er ook vertrouwen in hebben dat er rekening met hen wordt gehouden als de partij waarop ze hebben gestemd het niet voor het zeggen heeft.

Voorzitter. Ik ben benieuwd, want we beginnen nu eigenlijk pas echt. Gaan we in deze Kamer kijken hoe we ons nuttig kunnen maken voor alle Nederlanders, hoe we dit prachtige land in ere kunnen houden en onze vrijheden en waarden kunnen bewaken, hoe we de boel eerlijk regelen en ervoor zorgen dat mensen elkaar wat gunnen, of gaan we allemaal voor ons eigen dingetje? Gaan we dan strijden voor onze eigen millimeter gelijk en doen we dan alsof het hier een debatclub is met aan het eind van de dag een prijs voor degene die de scherpste opmerking heeft gemaakt? Dat kunnen we doen. Ik denk niet dat Nederland daar beter van wordt. Ik denk dat mensen zich dan zullen afvragen waar we hier in hemelsnaam mee bezig zijn.

Voorzitter, tot slot. Ik zou het kabinet willen oproepen om het motto van het regeerakkoord "vertrouwen in de toekomst" voor ogen te houden en om er bij al het werk wat het doet voor te zorgen dat ook het vertrouwen van de mensen in de politiek groeit. Ik zou de partijen in de Kamer willen oproepen om samen met ons te kijken hoe we de beste dingen voor Nederland kunnen doen en niet het verschil te zoeken op de vierkante millimeter. Ik zou de mensen thuis willen vragen om de partijen waarop ze gestemd hebben, dus ook de VVD, scherp te houden in waar we hiervoor zitten, namelijk voor hen en niet voor onszelf.

De heer Asscher (PvdA):
Ik hoor de VVD-fractie op de bankjes roffelen. Ik vond het ook een mooi verhaal van collega Dijkhoff. Het schept verwachtingen dat je er niet alleen over wilt praten, maar ook dingen wilt veranderen met elkaar. Daar wil ik hem ook graag aan houden.

Ik heb eerst een vraagje over iets wat ik niet in het regeerakkoord heb aangetroffen, maar wat wel op de formatietafel lag. Dat is ook iets waar Nederlanders niet zo veel van moeten hebben, namelijk het versoepelen van de bonusregels. Dat is niet opgeschreven. Mag ik er daarom van uitgaan dat we gewoon vasthouden aan de strenge bonusregels die door Jeroen Dijsselbloem na de bankencrisis zijn geïntroduceerd?

De heer Dijkhoff (VVD):
Ja, ik ga er ook van uit dat daar niet echt snel een meerderheid voor is, maar als dat gelukt was, dan had dat wat de VVD betreft in het akkoord gestaan.

De heer Asscher (PvdA):
Mijn tweede vraag gaat over het volgende. De nieuwe minister van Sociale Zaken, die ik veel geluk en heel veel succes wens, zei op zijn allereerste werkdag — hij was toen koud een uur geïnstalleerd volgens mij — dat er een sociaal akkoord moest komen. Dat kan natuurlijk alleen maar als hij ook de ruimte krijgt, binnen het kabinet maar vooral van de coalitiepartners, om de afspraken anders in te vullen. Er zitten afspraken in de arbeidsmarktparagraaf die ik goed vind, maar er zitten ook afspraken in die de bestaanszekerheid van mensen kunnen aantasten, bijvoorbeeld de vijf maanden proeftijd. U stuurt de minister op pad als eigenaar van het regeerakkoord. Krijgt hij ook de ruimte om met verbeteringen terug te komen?

De heer Dijkhoff (VVD):
Even om duidelijkheid te scheppen: vijf maanden proeftijd klinkt lang, maar dat is natuurlijk alleen bij een contract voor onbepaalde tijd. Het is niet zo dat dit altijd is en dat dit ook bij kortere contracten is. Het betekent dat iemand meteen een vast contract krijgt en dan vijf maanden proeftijd heeft. Ik zeg dat erbij om het negatieve er een beetje van af te halen, want er is natuurlijk wel over nagedacht. Het gaat om opbouwende proeftijden gerelateerd aan het contract. Een sociaal akkoord zal ik beoordelen op de uitkomst, op de balans die erin zit en op de inhoud. Ik wil juist voorkomen dat we weer aan het spelletje gaan meedoen dat een akkoord goed is omdat iedereen pijn had, maar dan evenveel. Ik wil dat het uiteindelijk goed is voor de mensen die er gevolgen van ondervinden: de gewone Nederlanders.

De heer Asscher (PvdA):
U gaat een sociaal akkoord beoordelen op de inhoud. Dat is terecht. Ik zal dat ook doen. Maar mijn vraag was: krijgt deze minister de ruimte om ten opzichte van het regeerakkoord, waarvan we allemaal weten dat het nooit een-op-een zal worden uitgevoerd, andere afspraken te maken? Want anders heeft het helemaal geen zin en kun je het net zo goed niet doen. Als de vakbonden en de werkgevers nu al dolenthousiast waren, hadden daar nu al handtekeningen onder gestaan. De vraag of hij de ruimte krijgt is in die zin dus wel belangrijk. Daarna hebben we allemaal de vrijheid om het resultaat te beoordelen. Is het antwoord op die vraag nu ja of nee?

De heer Dijkhoff (VVD):
Het klinkt alsof de minister een dienst wordt bewezen door deze discussie, maar als je iemand gaat laten onderhandelen met taaie onderhandelingspartners — dat is bij een sociaal akkoord nu eenmaal zo — dan helpt het niet als we hier een vooronderhandeling doen. Er is een regeerakkoord. Dat is de basis. Vervolgens zal een minister aan de slag moeten en moeten gaan onderhandelen. Dan zullen we kijken of iets haalbaar is en of wij daar als coalitie en als VVD achter kunnen staan. Maar het gaat wel in die volgorde.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Asscher (PvdA):
Maar dat gaat u niet doen met de helft plus één, want dat was net de strekking van uw hele betoog?

De heer Dijkhoff (VVD):
Die heb ik niet eens. Ik heb er maar 33.

De heer Asscher (PvdA):
Nee, dat is al erg genoeg.

De heer Dijkhoff (VVD):
Ja, daarom.

De heer Asscher (PvdA):
Maar de vraag was: krijgt de minister nou de ruimte om andere afspraken te maken? Het antwoord is dus ja, alleen u behoudt zich het recht voor om daartegen te zijn. Dat vind ik goed nieuws, want dan heeft het kans van slagen. Ik zou dan wel adviseren om te wachten met de wetgeving totdat dat sociaal akkoord er is, tenzij is vastgesteld dat dat niet kan.

De heer Dijkhoff (VVD):
Ik merk dat het ene deel van mijn betoog populairder is dan het andere. Het ene deel, samenwerking, wordt gretig aanvaard. Ik hoop wel dat we hier steeds het hele verhaal vertellen als we ergens kritiek op hebben. Klagen mag altijd, zeg ik alvast tegen de heer Klaver in het kader van zijn interruptie, maar dan moet je wel klagen over alles en niet over een deeltje. Ik weet trouwens niet of dat een goed advies is.

De heer Asscher (PvdA):
Ik weet niet of dit verwijt aan mij nu helemaal terecht is. Ik was net zeer complimenteus over uw inbreng en heb het applaus ondersteund. Ik stelde de vraag naar aanleiding van uw eigen betoog of samenwerken ook betekent dat een minister de ruimte krijgt. Ja, als dat al klagen is, dan krijgt u een lastige tijd in uw eigen fractie. Ik stel gewoon een vraag ...

De heer Dijkhoff (VVD):
Nee, het was geen verwijt aan de heer Asscher.

De heer Asscher (PvdA):
... en ik krijg vervolgens een kat van meneer Dijkhoff. Zo ken ik hem helemaal niet.

De heer Dijkhoff (VVD):
Het was meer een algemene opmerking, die ik koppelde aan de interruptie van Jesse Klager.

(Hilariteit)

De voorzitter:
De heer Klaver.

De heer Dijkhoff (VVD):
Die was flauw. Sorry.

Mevrouw Thieme (PvdD):
De heer Dijkhoff sprak in het begin van zijn betoog mooie woorden dat ook hij wil dat de kinderen later nog een gezonde leefomgeving hebben in Nederland. Ze moeten het gras kunnen ruiken, zei hij. Nou heb ik even een specifieker onderwerp over Brabant. Dat moet de heer Dijkhoff toch aanspreken. In Brabant wordt ongeveer de helft van het aantal varkens in Nederland gehouden. Van de ongeveer 13 miljoen varkens in Nederland wordt de helft in Brabant gehouden. In het regeerakkoord staat dat die varkenshouders voor 200 miljoen euro worden uitgekocht als zij in kwetsbare gebieden hun varkens houden. Dat is een prima maatregel uit het regeerakkoord. Dit betekent dus dat die varkenshouders worden uitgekocht met geld van de belastingbetaler. Betekent dit dan ook, zo vraag ik aan de VVD-fractie, dat de rechten om te produceren worden ingetrokken?

De heer Dijkhoff (VVD):
Dit is een vraag op een technisch niveau dat ik nog niet tot het mijne gemaakt. Daarover is mevrouw Thieme gewoon beter geïnformeerd dan ik. Het gaat om een warme sanering. Van een sanering wordt het meestal minder en niet op een andere plek meer. Dat het belastinggeld kost, is een van de dingen die wij als VVD natuurlijk niet allemaal zelf bedacht hebben. Maar de klimaat- en duurzaamheidsambities kosten vaak geld. Dat kost belastinggeld, het kost bedrijven geld, maar ook individuen, zoals mensen die het merken op hun energierekening. Gelukkig staat er een hoop tegenover. Maar deze omslag in duurzaamheid gaat niet zonder moeite en geld.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Ik begrijp uit de woorden van de heer Dijkhoff dat ook hij vindt, met ons, dat als je de varkenshouders warm saneert, het niet zo kan zijn dat ze ergens anders in Nederland met de zogeheten varkensrechten, productierechten, een bedrijf kunnen opstarten om daar de boel te gaan vervuilen. Want dat is wat ik de heer Dijkhoff hoor zeggen.

De heer Dijkhoff (VVD):
Ik geloof dat die paragraaf in het regeerakkoord zich specifiek richt op de mooiste provincie van Nederland en niet per se op de rest van het land. Dit vind ik iets waarover de minister van Landbouw, die er nu vol is, met de sector moet gaan overleggen: hoe pak je dit precies aan en hoe kun je het beste maatregelen nemen? De minister van Landbouw komt dan terug met een voorstel.

De voorzitter:
Tot slot op dit punt, mevrouw Thieme.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Het is wel van groot belang om dit te weten. Het is goed dat ik de heer Dijkhoff hierbij informeer dat we 200 miljoen belastinggeld gaan geven aan varkenshouders. Het kan toch niet zo zijn dat de varkenshouders vervolgens ergens in Overijssel weer een bedrijf gaan starten, waardoor ze daar gaan vervuilen? Dat zou betekenen dat wij voor 200 miljoen euro varkenshouders uit gaan kopen terwijl het probleem alleen maar verschoven wordt. De heer Dijkhoff is toch met mij van mening dat dat een onwenselijke situatie is?

De heer Dijkhoff (VVD):
Je moet dan toch breder kijken. Als ze net over de grens in Overijssel zitten, schieten we er qua duurzaamheid ook niet veel mee op. Maar dit is, zo geef ik eerlijk toe, echt een punt uit mijn inwerkdossier, dat 270 pagina's telde, waarbij het me niet helemaal gelukt is om het uit mijn hoofd te leren. Die vraag verwijs ik toch echt even door naar de minister van Landbouw.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik heb nog een vraag aan de heer Dijkhoff over een punt waaraan hij al een aantal keren refereerde en waarop hij zou terugkomen in zijn betoog, maar ik zal een slechte luisteraar zijn omdat ik het niet helemaal heb gehoord. Hij begon zijn betoog met te zeggen dat het ontzettend goed gaat in Nederland. Hij zei dat het eigenlijk bijna onbegrijpelijk is dat mensen ontevreden zijn over de politiek en hij vroeg zich af hoe dat komt en waarom mensen daarover klagen. Zegt hij nu eigenlijk dat het onterecht is als mensen kritiek hebben op wat er gebeurt in Nederland of als zij zeggen dat ze het nog niet goed genoeg hebben? Hoe moet ik die woorden van de heer Dijkhoff duiden?

De heer Dijkhoff (VVD):
Nee, totaal niet. Ik constateer dat er een probleem is met het vertrouwen van Nederlanders in de politiek. Ik constateer ook dat ik het niet makkelijk kan afleiden uit een lijstje omdat het in de rest van de wereld zo veel beter is. Natuurlijk hebben mensen ook klachten vanwege hun persoonlijke leefomstandigheden, maar het heeft waarschijnlijk — daarom sloeg ik ook die brug — ook iets te maken met de manier waarop we in de politiek met elkaar omgaan. Daar heb ik vervolgens mijn betoog op gebouwd. Ik denk dat de manier waarop wij dingen doen en uitleggen en het al dan niet beloven van dingen die we niet allemaal waar kunnen maken, meespelen in het vertrouwen. Ik kan heel veel landen bedenken waar je, naar ik me heel goed kan voorstellen, heel lang over de politiek klaagt omdat deze daar verschrikkelijk is. Meestal mag je daar in die landen overigens niet over klagen en doen mensen dat niet. En wij hebben het heel goed, maar we hebben een probleem met het vertrouwen.

De heer Klaver (GroenLinks):
Als je naar allerlei internationale lijstjes kijkt, zie je inderdaad dat Nederland het in al die vergelijkingen heel goed doet. Maar ik kijk liever naar wat er gebeurt in de samenleving dan dat ik naar die lijstjes kijk. Als je ziet dat kinderen hier gelukkig naar school kunnen gaan, maar dat ouders vanwege de privatisering in het onderwijs extra geld moeten bijdragen, snap ik dat je denkt: heeft mijn kind nog wel dezelfde kans als ik? Als je ziet dat aan de ene kant boodschappen in dit land duurder worden en dat aan de andere kant deze sinterklaas Dijkhoff 1,4 miljard aan de beleggers van Wall Street geeft, snap ik dat mensen zich afvragen of deze regering er wel voor hen is en dat ze niet tevreden zijn met hoe het gaat. We moeten als politiek altijd naar onszelf kijken, kijken hoe we met elkaar het debat voeren en of we fatsoenlijk met elkaar omgaan. Daar ben ik het mee eens, maar ik snap dat mensen ontevreden zijn als er te gemakkelijk voorbij wordt gegaan aan de zorgen van mensen dat ze niet rond kunnen komen omdat ze de kosten van hun levensonderhoud de afgelopen jaren steeds zagen stijgen maar ze er zelf niet op vooruit zijn gegaan. Ik snap dat mensen dan zeggen: ik eis meer van de politiek.

De heer Dijkhoff (VVD):
Ik snap dat ook, maar ik snap dan ook dat het niet helpt als we bepaalde maatregelen nemen vanwege een vrees die ons goed uitkomt. Natuurlijk werkt het niet zo dat de VVD ooit samen met de coalitie bedenkt: jeetje, die investeerders uit het buitenland zijn zielig en daar gaan we geld aan geven. Wij schaffen de dividendbelasting niet uit medelijden af. Ik ken niet eens een buitenlandse investeerder. Of ik weet niet dat die investeert; laat staan dat ik daar medelijden mee heb. Die maatregel neem je omdat je een risico-inschatting maakt. Die multinationals — dat klinkt ook alweer niet sympathiek, dus daar staat de heer Klaver ook wel weer voor — kiezen waar ze moeten zijn. We zien in landen om ons heen, bijvoorbeeld in België, dat activistische aandeelhouders druk zetten op die organisaties, die bedrijven: ga weg uit dat land, ga naar een ander land. Je kunt dan twee keuzes maken. Je kunt de dividendbelasting in stand houden. Ik kan niet garanderen dat dit gebeurt en hoop het niet. Daarmee loop je het risico dat die bedrijven vertrekken. Dan heb je geen opbrengst van de dividendbelasting en kun je dus helemaal niets compenseren. Als je er niet bent, betaal je immers geen belasting. En een hoop mensen die daar werken, zijn hun baan kwijt. Dat is een risico. We zien wat er in landen om ons heen gebeurt, wat de ontwikkelingen zijn en dat er concurrentie is. We hoeven die concurrentie tussen landen niet leuk te vinden en de brexit vind ik al helemaal niet leuk, maar ik zie wel dat het schuift. Door een dividendbelasting af te schaffen, kan ik het risico verkleinen dat bedrijven weggaan en ik kan het risico vergroten dat er bedrijven komen. Dat vind ik ook nog niet eens zo spannend, maar die bedrijven bieden Nederlanders banen. Ik heb liever een Nederlander met een baan zonder dividendbelasting dan een fictieve dividendbelasting die niets oplevert omdat bedrijven weg zijn en dat we mensen moeten uitleggen dat ze werkloos zijn geworden, maar dat onze principes nog wel overeind staan.

De heer Klaver (GroenLinks):
Dat zijn veel woorden om uit te leggen wat de dividendbelasting precies zou betekenen. Het Centraal Planbureau heeft daarnaar gekeken en kan niet zeggen wat het effect daarvan is. Het heeft geen idee waaraan dit moet bijdragen: het afschaffen van de dividendbelasting levert geen bijdrage aan de werkgelegenheid, wat de heer Dijkhoff hier schetst. Ik zie dat het in geen enkel verkiezingsprogramma staat. Als deze redenering klopt, had deze ook in het verkiezingsprogramma van de VVD kunnen staan, maar het staat zelfs niet in haar verkiezingsprogramma. Volgens mij snapte zij zelf ook wel dat het misschien een beetje raar is om 1,4 miljard aan die buitenlandse beleggers te geven. Het heeft dus geen effect. De vraag is dus waarom het afschaffen van de dividendbelasting uiteindelijk toch in zo'n regeerakkoord komt te staan. Als je kijkt naar het palet aan maatregelen, zie je dat deze maatregel helemaal niet nodig is voor die werkgelegenheid. De heer Dijkhoff begon over de onvrede. Ik zag dat er 50.000 leraren in het Zuiderpark stonden te demonstreren om 1,4 miljard euro te krijgen voor hun salaris en vanwege de werkdruk in het onderwijs. Als er dan ontwikkelingssamenwerkingsgeld, zoals de ChristenUnie het zou noemen, aan Amerikaanse beleggers wordt gegeven, snap ik die keuze niet. Ik snap dan dat mensen in dit land boos worden. Ik snap die onvrede als je ziet dat dit soort cadeaus aan buitenlandse beleggers wordt gegeven, terwijl jouw boodschappen duurder worden en de salarissen in het onderwijs niet zo ver omhooggaan als zou kunnen. Dat moet de politiek zich aanrekenen.

De heer Dijkhoff (VVD):
De heer Klaver snapt deze onvrede, maar hij voedt die ook doordat hij een eenzijdig verhaal schetst. Dat vind ik toch jammer. Zijn opvatting is dat het CPB het effect niet kan doorrekenen. Nee, er is geen rekenmodel dat laat zien welke impact deze maatregel heeft op de beslissing in de boardrooms in en buiten Nederland. Je kunt niet doorrekenen hoeveel groter de kans nu is dat bedrijf X naar Nederland komt of dat bedrijf Y daar blijft. Ik vind het een beetje een economistische opvatting van de heer Klaver om het daartoe te beperken. Wat ik wel zie, is dat wij die leraren ook serieus nemen. Daar trekken we ook geld voor uit. Tegelijkertijd moeten we ook oog hebben voor ons vestigingsklimaat. Dat staat wél in ons verkiezingsprogramma. Dan ga ik de maatregelen die we niet zelf bedacht hebben, niet afschieten als ze kunnen helpen, omdat je dan meer bedrijven hebt. Dan hebben meer mensen dus banen. Ze dragen belasting af, hebben daar een inkomen uit en daar kunnen ze ook de boodschappen van betalen.

De heer Klaver (GroenLinks):
Bij het hele regeerakkoord en alle maatregelen die worden genomen, wordt altijd gekeken wat de effectiviteit is. Dan wordt er gekeken naar alle rijksstudies. Er wordt gekeken naar het CPB en ook naar allerlei andere studies om te kijken wat de effectiviteit zou zijn en of we weten of het gaat werken of niet. We weten van deze maatregel met betrekking tot de dividendbelasting dat die geen bijdrage levert aan het vergroten van de werkgelegenheid. Dus alleen omdat hij denkt dat er een kans is, dus een kans, dat we bedrijven hiermee naar Nederland krijgen, zegt de heer Dijkhoff: dat is mij 1,4 miljard euro waard. Die keuze vind ik niet te begrijpen, zeker in het licht van alle andere wensen die we voor onze samenleving hebben, bijvoorbeeld betere lonen in het onderwijs of in de zorg.

De voorzitter:
U heeft uw punt gemaakt.

De heer Dijkhoff (VVD):
Van het feit dat een organisatie zegt dat je het effect niet kunt voorspellen of berekenen, maakt de heer Klaver dat de maatregel geen effect heeft. Dat zijn toch twee verschillende dingen. Ik zei al eerder dat het geen wet van Meden en Perzen is. Ik noem ook geen aantallen banen. Ik zie alleen wat er om ons heen gebeurt: dat bedrijven uit andere landen vertrekken vanwege het vestigingsklimaat. Dan is het een risico dat je neemt. Het is een gok; het is een kans. Ik ben liever veilig door ervoor te gaan dat we die banen hebben maar geen dividendbelasting dan dat ik straks eindig zonder dividendbelasting, omdat die bedrijven weg zijn, én zonder banen.

De voorzitter:
Het wordt een herhaling van zetten, mijnheer Klaver.

De heer Klaver (GroenLinks):
Echt tot slot. De heer Dijkhoff zegt hier dus eigenlijk: ik weet niet wat het effect is van die dividendbelasting, die ons 1,4 miljard kost, maar ik denk dat dit meer werkgelegenheid oplevert. Als het echt om de werkgelegenheid in Nederland te doen is, heb ik wel een advies voor de heer Dijkhoff: investeer het in defensie, in de politie en in de zorg. Dan heeft u gegarandeerde banen. Met die 1,4 miljard zeggen "ik gok erop dat dit goed komt" is geen verantwoord beleid.

De heer Dijkhoff (VVD):
Al die investeringen die de heer Klaver noemt, doen we ook. Hij maakt een grapje van het woord "gok". Dat is prima. Daar maakt hij een karikatuur van, maar de heer Klaver gaat ervan uit dat bedrijven niet reageren en niet mobiel zijn, dat die opbrengst van 1,4 miljard in beton gegoten is en dat er geen bedrijven zijn die vanwege het vestigingsklimaat zeggen: misschien gaan we ons ergens anders vestigen. Dan hebben de Nederlanders daar geen werk meer, dan hebben we nul dividendbelastingopbrengst en dan zitten we dus helemaal met lege handen. Dan heb je wel je principes overeind; dat geef ik de heer Klaver toe, maar dat ga ik niet uitleggen aan die mensen die werkloos zijn geworden.

De heer Van der Staaij (SGP):
Tussendoor hoor ik de heer Klaver richting de VVD toch even zeggen dat er nog wel meer in defensie geïnvesteerd kan worden. Dat is wel nieuws.

(Hilariteit)

De heer Van der Staaij (SGP):
Ik zie de minister van Defensie al glunderen. Dat gaat dus goed. Complimenten voor de maidenspeech als fractievoorzitter, een mooie algemene beschouwing met een dosis Hollandse nuchterheid erin, maar ik sla nog even aan op de zorg. Die is inderdaad heel goed. Dat noteren we dankbaar, maar tegelijkertijd zien we bij onze werkbezoeken en in gesprekken met burgers ook dat er helaas ook wel het nodige misgaat en dat mensen zeggen: ja, op jullie Haagse papieren klopt het allemaal wel, maar de geestelijke gezondheidszorg voor mijn manisch depressieve dochter is steeds lastiger te krijgen of in de wijkverpleging gaan toch wel echt de nodige dingen mis. Hoe gaat de heer Dijkhoff daar ook vanuit de Kamer de komende periode mee om?

De heer Dijkhoff (VVD):
We moeten heel scherp kijken dat je de juiste middelen reserveert, ook met de steeds groeiende behoefte aan zorg. Het gaat dus sowieso al bakken met geld meer kosten, omdat je die zorg ook voor de toekomst wilt behouden. Dat is ook de zware taak van de minister van Volksgezondheid in ons land. Je moet ook kijken of het wel op de goede plek terechtkomt. Dat is ook een grote opdracht die we hebben. Daarom hebben we ook die hoofdlijnenakkoorden met afspraken met de aanbieders, want het slechtste wat je kunt doen, is vanuit Den Haag zeggen "er is een probleem; hier is meer geld" en twee jaar later van de mensen te horen dat zij niet weten waar het geld is gebleken maar dat het voor hen niet beter is geworden. Daar zul je scherp naar moeten kijken.

De heer Van der Staaij (SGP):
Ik hoop dat dit er in de praktijk ook toe leidt dat u vanuit de Kamer een dualistische opstelling wilt kiezen en dat het niet alleen gaat om "als het regeerakkoord maar goed wordt uitgevoerd" maar ook om de vraag hoe we het vertrouwen van de burgers in het land de komende periode ook op die terreinen wat meer terug kunnen winnen.

De heer Dijkhoff (VVD):
Dat is het dualisme vanuit het vertrouwen dat ook de leden van dit kabinet voor hetzelfde doel knokken. Dat doel is namelijk dat mensen die zorg moeten krijgen, goede zorg krijgen op zo'n manier dat wij ook voor onze kinderen en kleinkinderen goede zorg kunnen betalen.

De heer Baudet (FvD):
Ik hoor de heer Dijkhoff spreken over het vertrouwen in de politiek, dat daalt. Dat is lager dan vroeger en dat is in de hele westerse wereld dalende. Wij zien dat als een probleem. Dat ziet de heer Dijkhoff als een probleem; dat zien wij als een probleem. Een heel groot deel van de mensen in Nederland, een overweldigend deel, wil minder Brussel. De heer Rutte wil juist naar Brussel toe. De VVD stemt in met meer Europese Unie. Het overgrote deel van de mensen in Nederland wil minder immigratie. In de periode dat u staatssecretaris was, heeft u zelf een recordaantal van 333.000 niet-westerse immigranten naar Nederland gehaald.

Iets over Zwitserland. Zwitserland zit niet in de Europese Unie, heeft niet de dramatische euromunt en kent veel minder immigratie.

De voorzitter:
En uw vraag is?

De heer Baudet (FvD):
In Zwitserland heeft 89,9% van de inwoners een gevoel van trots over het eigen politieke systeem. 93,7% steunt de directe democratie en meer dan 80% heeft vertrouwen in de regering. Weet u wat een verschil is tussen Zwitserland en Nederland? Ze hebben daar directe democratie. Ze hebben daar bindende referenda en de bevolking participeert daar massaal in. Dat is het verschil. Minder immigratie, minder EU en veel meer vertrouwen in de politiek.

De voorzitter:
Dat was geen vraag. Wilt u daar een reactie op of wilt u een statement maken?

De heer Baudet (FvD):
Welk element hierin behoeft nog meer toelichting? Welk element hierin begrijpt u niet?

De heer Dijkhoff (VVD):
Ik heb geen behoefte aan een nadere toelichting van de heer Baudet op zijn eigen standpunten.

De heer Baudet (FvD):
Ziet u de causaliteit niet?

De heer Dijkhoff (VVD):
Nee. Ik zie de correlatie. U somt dingen op en er is ook een referendum. Ze hebben ook andere soorten kazen en koeien. Een referendum is daar wel een traditie die ingebed is; deze manier van beslissingen nemen is ingebed in hun historie. Ze hebben daar ook geaccepteerd dat ze geen lid zijn van de EU, maar donateur. Want ze willen wel handelen met de EU. Het onderzoek van de heer Wilders gaat er ook van uit dat de rest allemaal lekker samen in de Unie blijft, met één grote markt, waar Nederland dan bij aanhaakt. Dat is ook wat Zwitserland doet. Die hebben dan niks te zeggen. Tijdens het Nederlands voorzitterschap heb ik ook vergaderingen over migratie mogen voorzitten. Dan hadden we eerst een vergadering met de mensen die het beslisten. Daarna mochten andere landen, zoals Zwitserland, erbij. Die hoorden dan wat wij net beslist hadden en daar tekenden ze dan voor. In die situatie zou ik Nederland niet willen brengen.

De heer Baudet (FvD):
Dit is echt onzin.

De heer Dijkhoff (VVD):
Het is de waarheid. Sorry.

De heer Baudet (FvD):
Kijk naar de hoeveelheid regels die de Europese Unie maakt. Dat wordt allemaal bijgehouden door de Europese Vrijhandelsassociatie in Luxemburg. Bijvoorbeeld in de periode 2000-2013 waren dat er ruim 50.000. Landen als Noorwegen en Zwitserland nemen rond de 10% daarvan over. Het is dus echt volstrekt flauwekul dat je alle regelgeving zou moeten overnemen als je niet in de EU zit maar wel wilt handelen met EU-landen. Dat is gewoon feitelijk onjuist.

De heer Dijkhoff (VVD):
Wat ik net zei, was allemaal juist. Als de heer Baudet op een specifiek onderdeel een nadere toelichting wil, dan ben ik natuurlijk van harte bereid om die te geven.

De heer Baudet (FvD):
Ik vind dit geen manier van discussiëren.

De heer Asscher (PvdA):
Ik heb een korte vraag naar aanleiding van het betoog van de heer Dijkhoff over de zorg. Ook daar geldt de uitgestoken hand. Bij de wijkverpleegkundigen is enorme onrust ontstaan vanwege de 100 miljoen die het Centraal Planbureau als gevolg van de hoofdlijnenakkoorden als bezuiniging heeft aangetoond. We weten allemaal dat de totale kosten van de zorg stijgen. Daar moet wat aan gebeuren. Maar dit is een groep die heel belangrijk werk te doen heeft. Er gaat gelukkig 2 miljard naar de verpleeghuizen, maar nu gaat er 100 miljoen minder dan de groei zou voorschrijven naar de wijkverpleegkundigen, die drie kwart van onze ouderen, chronisch zieken en gehandicapten verzorgen. De vraag is dus: zou de VVD bereid zijn — ik heb het drie weken geleden voorgesteld, maar toen was het nog niet zo — om de wijkverpleegkundigen uit te zonderen van die bezuiniging, zodat zij gewoon hun werk kunnen doen? Dat is al zwaar genoeg.

De heer Dijkhoff (VVD):
Ik maak toch bezwaar tegen deze redenering. De heer Asscher zegt gelukkig op een gegeven moment wel: minder meer. Er blijft meer geld naar de wijkverpleging gaan. Daar zal ook meer beroep op worden gedaan. Ook in het vorige kabinet gaven we de minister de kans om een hoofdlijnenakkoord te sluiten. Daar kan het CPB alvast getalletjes aan hangen, maar uit zo'n akkoord kwam in hoeverre het lukte om de kostengroei te dempen, via innovatie, om ervoor te zorgen dat het niet bij de aanbieder blijft, maar echt bij de kwaliteit van de zorg terechtkomt. Op onderdelen ging er weleens meer geld naartoe, zoals bij de huisartsen. Dan was het akkoord dat we zouden gaan besparen, maar er zou op een deel meer geld bij moeten. Dat sluit ik allemaal niet uit. Ik ga niet van tevoren zeggen dat een minister de opdracht krijgt om een bezuiniging te behalen of — ik moet het zelf ook wel correct zeggen — de groei af te remmen, maar op een bepaald deel niks moet doen. Als het kan op een manier die verantwoord is, die de kwaliteit in stand houdt en de betaalbaarheid voor volgende generaties ook helpt, wil ik hem niet bij voorbaat de pas afsnijden.

De heer Asscher (PvdA):
Toch is dat wel wat we moeten doen, gezien de onrust die er nu leeft onder de wijkverpleegkundigen. En het volgende wat betreft minder meer. Hoeveel meer ministers zijn er nu? Ik denk een stuk of drie, vier. Als we het salaris van de heer De Jonge nu eens afpakten en zouden zeggen "prettige wedstrijd, gaat u lekker aan het werk", dan zou hij dat ervaren als een bezuiniging, maar er is dan toch meer geld voor ministers uitgegeven. Met andere woorden, die wijkverpleegkundigen hebben steeds meer patiënten te verzorgen. Dat kost dus meer geld. Deze korting van 100 miljoen betekent dat ze minder tijd hebben per patiënt en per patiënt minder zorg kunnen bieden. Er zijn nu al tienduizenden handtekeningen gekomen vanwege deze passage. Wat we precies wél moeten doen vandaag, is de minister meegeven dat hij, met alle ruimte die hij heeft om akkoorden te sluiten en dergelijke, de wijkverpleegkundigen moet uitzonderen. Dat is een kwestie van fatsoen in de richting van die wijkverpleegkundigen, maar ook in de richting van onze ouderen.

De heer Dijkhoff (VVD):
Het is ook een kwestie van fatsoen om even bij de feiten te blijven en om niet zelf, doordravend naar een doemscenario, te zeggen: dit moet het gaan worden. Het CPB heeft een berekening gemaakt. Er staat niet in het regeerakkoord dat er 100 miljoen van de groei af moet; dat er dus nog honderden miljoenen extra mee moeten, maar alleen die laatste 100 miljoen niet. Dat staat er gewoon niet in. Ik wil de minister de ruimte bieden om die akkoorden af te sluiten, en op een verantwoorde manier. Het is in het verleden ook gelukt om minder geld aan iets uit te geven, door schaalmaatregelen, door efficiency, door nieuwe middelen of manieren van werken te introduceren, die niet leidden tot een verschraling van de zorg. Het is hier geen gesloten systeem; mensen luisteren nu mee. Als ik nu, van tevoren, zou zeggen dat er geen cent vanaf mag, dan weet ik wel dat zo'n poging niet gaat lukken. Dat zou ik zonde vinden, omdat we als samenleving dan te veel zouden betalen. Ik ben er niet op uit om wijkverpleegkundigen af te knijpen, dus daar gaat het nu niet om. Ik wil de kwaliteit zo veel mogelijk behouden, maar ik wil de minister wel de kans geven om het gesprek aan te gaan en er zo goed mogelijke afspraken voor heel Nederland uit te halen.

De voorzitter:
Uw laatste opmerking, en kort graag.

De heer Asscher (PvdA):
De taak die de heer Dijkhoff en ik nu hebben, is om het kabinet die richting wél mee te geven. Die richting moet zijn: geen bezuiniging op de wijkverpleegkundigen. De heer Dijkhoff doet nu net of daar allemaal geld wordt verspild. Daar wordt snoeihard gewerkt, dat weet hij ook. Je moet dus juist wel richting geven. Dus: sluit akkoorden, doe je best, maar niet ten koste van deze mensen.

De heer Kuzu (DENK):
Voorzitter. Ik wil ook nog even teruggrijpen naar het punt van vertrouwen in de politiek. Als je tijdens de verkiezingscampagne aangeeft dat je 4 miljard gaat snijden in de overheidsuitgaven en vervolgens, na het vormen van de regering, 8 miljard extra gaat uitgeven, zorgt dat niet voor vertrouwen in de politiek. Dat gaat ook over vertrouwen in de politiek.

Nu de dividendbelasting, dat cadeau van 1,4 miljard euro aan grote bedrijven. Het CPB geeft aan: geen economische groei, geen werkgelegenheid, geen bewijs dat er groei komt. De heer Dijkhoff geeft aan dat dat niet in de modellen van het CPB zit. Mijn vraag aan de VVD is dan: wat verwacht de VVD van het afschaffen van de dividendbelasting voor grote bedrijven en buitenlandse aandeelhouders?

De heer Dijkhoff (VVD):
Ik verwacht dat ons vestigingsklimaat er daardoor beter op staat. Het zal een positieve invloed hebben op de keuzes die bedrijven maken: blijven we in Nederland of gaan we weg; blijven we buiten Nederland of gaan we naar Nederland? De kans is groter dat bedrijven daardoor blijven en/of komen, waardoor de Nederlanders die daar nu werken, hun baan kunnen behouden. Dat is mijn verwachting.

De heer Kuzu (DENK):
In het verleden hebben wij hier heel vaak debatten gevoerd waarin verschillende politieke partijen echt heel hard moesten strijden voor een ton extra voor een bepaald beleidsonderwerp. We hebben het op dit moment over 1,4 miljard euro. Ik herhaal dat maar even: 1,4 miljard euro! Dat is een flinke smak geld. Het argument dat we nu horen, is dat dat een bepaald effect "kan" hebben. Vindt de heer Dijkhoff dat niet een beetje mager?

De heer Dijkhoff (VVD):
Nee, wat ik mager vind, is dit niet doen en hopen dat het goedkomt, en vervolgens pech hebben en bedrijven zien vertrekken. Dan zijn er geen opbrengsten uit dividendbelasting, want als die bedrijven er niet zijn, betalen ze die ook niet. Dan moet je de mensen uitleggen dat je de kans had om een poging te doen om dat te voorkomen, maar dat ze nu toch hun baan kwijt zijn. Dat zou ik mager vinden.

De heer Kuzu (DENK):
Ik vind dat een te groot risico. 1,4 miljard euro: daar zouden wij nooit voor tekenen. Dan wil ik nog een laatste concrete vraag stellen. Waar kunnen we deze regering wat de VVD betreft op afrekenen als het gaat om het vestigingsklimaat? Ik snap dat u dat niet een-twee-drie hier kunt zeggen, maar ik wil u wel vragen om met ons, of met andere politieke partijen die in de oppositie zitten en hier ook een zwaarwegend punt van hebben gemaakt, een concreet resultaat mee te geven als opdracht aan deze regering.

De heer Dijkhoff (VVD):
Ik kan niet goed wijs uit de vraag van de heer Kuzu. Ik kan niet helemaal plaatsen welk antwoord hij wil horen.

De voorzitter:
Mijnheer Kuzu, u mag het toelichten.

De heer Kuzu (DENK):
Het is een ja of nee. Is de VVD bereid om het kabinet of de nieuwe regering een afrekenbaar resultaat mee te geven met betrekking tot de keuze die is gemaakt voor het afschaffen van de dividendbelasting?

De heer Dijkhoff (VVD):
Als de heer Kuzu met een voorstel ... Ik kan me gewoon geen voorstelling maken van een afrekenbaar resultaat van de gevolgen van de dividendbelasting. Als bedrijven die deze betalen en die buitenlandse investeerders hebben die hier voordeel bij hebben, allemaal blijven, zal er vast wel iemand zeggen dat ze dat toch wel hadden gedaan. Ik kan ook niet garanderen dat ze nu wel blijven. Het is niet zo dat het in een modelletje zit, dat bij zoveel belasting bedrijven wel of niet blijven. Mensen maken die keuzes.

De voorzitter:
Afrondend, de heer Kuzu.

De heer Kuzu (DENK):
Ik kan helaas niks anders dan concluderen dat dit een verkwisting van geld is, dat opgebracht wordt door belasting betalende Nederlanders. Ik dacht dat dit ook een groep was waar de VVD voor opkwam.

De heer Roemer (SP):
Het risico met die dividendbelasting is nog veel groter. De heer Dijkhoff zegt dat ze willen voorkomen dat bedrijven hier weggaan. Waar zouden ze naartoe moeten? De ons omringende landen hebben allemaal dividendbelasting, zelfs nog hoger dan in Nederland. De ons omringende landen hebben een hogere winstbelasting voor grote bedrijven dan Nederland heeft. Met dit voorstel probeer je Engelse bedrijven deze kant op te krijgen, in een oorlog over de laagste belastingen. Het is een race to the bottom. Je probeert een belastingoorlog te creëren om daarmee bedrijven naar Nederland te halen. Dat is wat het kabinet gaat doen. Het effect is dat de ons omringende landen die dit zien gebeuren, misschien hetzelfde gaan doen. Nu al zien we dat slechts 7% van onze belastinginkomsten van bedrijven komt. Het was in het verleden veel meer. Met uw maatregelen gaat het nog minder worden. Zo'n belastingoorlog zal nog minder bijdragen aan de kwaliteit van de samenleving. Ziet de heer Dijkhoff dat risico ook?

De heer Dijkhoff (VVD):
Natuurlijk zie ik dat fenomeen. Dat is de reden om dit te steunen. In de supermarktoorlog zal er ook wel een ondernemer zijn die zegt: ik zou willen dat die er niet was, dan kon ik het blijven doen zoals ik het deed. Maar ja, als ze er om je heen wel aan beginnen, kun je principieel zeggen dat je het fout vindt en dat je er niet aan meedoet, maar dan trek je wel aan het kortste eind. Ik vind het ook niet leuk. Ik ben niet principieel voor een race to the bottom op belastingen. Ik zie alleen wel een mobiliteit van mensen, bedrijven en kapitaalstromen. Ik vind dat het onze verantwoordelijkheid is, ook als je het niet altijd leuk of eerlijk vindt, om ervoor te zorgen dat Nederland er zo goed mogelijk uitkomt en dat zo veel mogelijk Nederlanders een baan hebben. Daar doe ik het voor, niet omdat ik het leuk vind dat dit aan de gang is.

De heer Roemer (SP):
Het kabinet start een belastingoorlog in Europa. Het begint als eerste met het afschaffen van de dividendbelasting. Daardoor gaan anderen wellicht volgen. Wij missen 1,4 miljard belastinginkomsten vanuit buitenlandse beleggers. Met die inkomsten houden we onze samenleving op orde. Die rekening wordt een-op-een gelegd bij de zorg, de politieagenten, de ouderen en de Wajongers. Daar hadden we het net allemaal over. Zij gaan die rekening betalen. Het begint nu met 1,4 miljard aan dividendbelasting die afgeschaft gaat worden. Het begint met het fors verlagen van winstbelasting voor grote bedrijven. De mensen gaan die rekening betalen. Het vervolg zal zijn dat andere landen denken dat ze mee moeten doen. Nederland start een belastingoorlog, een race to the bottom. Dat moeten we niet doen. Kappen ermee.

De heer Dijkhoff (VVD):
Ik hoor de SP al jaren aankaarten dat dit fenomeen aan de gang is. Dus volgens mij starten we dat nu niet. Voorts doen wij de dingen die goed zijn voor de werkgelegenheid en de banen in Nederland. Daar zou ik toch graag aan vast willen houden. Ik zou dan niet om principes te redden, banen willen opofferen.

De heer Roemer (SP):
Dat is echt flauwekul. De banen worden gecreëerd in de zorg. Nadat er 77.000 mensen hun baan verloren hebben, zitten we nu te smeken om mensen in de zorg. Laten we daarin gaan investeren. Er zijn meer leraren voor de klas nodig. Laten we daarin gaan investeren. Die 60.000 mensen stonden niet voor niets hier in Den Haag op het veld. Die willen collega's erbij hebben met normaal salaris. Dat gaan we ze niet betalen omdat u de dividendbelasting wil afschaffen die in Duitsland nog 25% is, in België 90%, in Frankrijk 30% en in Italië 26%. U wilt naar nul! U start een belastingoorlog ten faveure van het grote bedrijfsleven, voor de beleggers en u haalt het weg bij de mensen die het hier in de samenleving het hardste nodig hebben.

De heer Dijkhoff (VVD):
Al die mensen in de zorg, in het onderwijs, bij de politie, bij defensie en in de politiek, waaronder de heer Roemer en ikzelf, verdienen hun geld uit belastinggeld dat wel eerst gecreëerd moet worden. Ik betaal wel belasting op mijn loonstrook maar ik krijg het ook eerst uit het belastinggeld. Dan moet je dus wel bedrijven hebben om het op te heffen. Je kunt op papier wel 100% belasting heffen, maar als een bedrijf dan zegt "houdoe en bedankt, ik ben ervandoor", dan is 100% van nul ook nul en dan kun je er geen enkele verpleegster of politieagent van betalen.

De voorzitter:
De heer Roemer, tot slot.

De heer Roemer (SP):
Hef het dan ook. Vraag niet alleen belasting aan de mensen thuis, vraag niet alleen belasting aan het midden- en kleinbedrijf, vraag het ook aan de banken, de grote multinationals en de beleggers. Ga daar niet naar nul. Bovendien, Nederland heeft al een fantastisch beleggings- of vestigingsklimaat. 80 van de 100 grootste Amerikaanse bedrijven zitten in Nederland. Ik zeg er wel bij: het merendeel ervan op de Zuidas.

De heer Dijkhoff (VVD):
Ik zou het ook graag zo houden dat ze hier blijven, want daar werken dus die Nederlanders bij.

De heer Roemer (SP):
En dus start u een belastingoorlog.

De heer Dijkhoff (VVD):
Voor de VVD was dit best nog de goede helft richting belastingklimaat voor het bedrijfsleven. Allerlei andere maatregelen die we even niet genoemd hebben, zorgen er per saldo voor dat de belastingen op het bedrijfsleven stijgen. Je heft het waar je het kunt heffen. Als je een blauwe brief blijft sturen naar een adres waar niemand meer zit, zal er ook niet betaald worden.

De heer Roemer (SP):
Waar iedereen in Europa bang voor is, is dat er een belastingoorlog gaat plaatsvinden om multinationals in bepaalde landen te krijgen. Nederland start die belastingoorlog hiermee. Laten we daar alsjeblieft niet aan beginnen.

De heer Krol (50PLUS):
Begrijp ik u nu goed, mijnheer Dijkhoff, dat u zegt: die 1,4 miljard wil ik best investeren in iets waarvan ik het resultaat niet ken terwijl ik aan de wijkverpleging minder meer geld wil geven terwijl we daar wel van weten wat de resultaten zullen zijn? Begrijp ik dat goed?

De heer Dijkhoff (VVD):
Nee. Naar de wijkverpleging zal elk jaar meer geld gaan. Wat we ook willen, is dat we de zorg die we steeds meer nodig hebben, zo inrichten dat die goed geleverd wordt en dat mensen die daarin werken een net salaris krijgen en we er als belastingbetaler niet te veel aan bijbetalen wat ergens tussen blijft hangen. Want we willen ook voor de komende generaties die goede zorg blijven bieden en betaalbaar houden.

De heer Krol (50PLUS):
En toch weten we met z'n allen dat die wijkverplegers al aan de top van hun capaciteit zitten en dat ze al alles doen wat ze kunnen doen. En tegen hen zegt u: even pas op de plaats en niet echt meer erbij. En tegen het bedrijfsleven zegt u: alsjeblieft, 1,4 miljard en we weten niet wat het resultaat daarvan is.

De heer Dijkhoff (VVD):
Nee, dat zeg ik niet.

De voorzitter:
Mijnheer Klaver, u bent net geweest.

De heer Klaver (GroenLinks):
Mevrouw Arib, voorzitter, ik had nog één vraag.

De voorzitter:
Daar houd ik u aan.

De heer Klaver (GroenLinks):
Jazeker. De heer Dijkhoff en ik clashten als het ging over de dividendbelasting en eigenlijk de hele manier hoe je aankijkt tegen kapitaal en arbeid. Onze economische visies staan haaks op elkaar, maar over één punt wil ik het nog hebben, waarover het in de bijdrage van de heer Dijkhoff eigenlijk niet zo heel veel ging, en dat is duurzaamheid. Ik bemerk namelijk bij de VVD dat er op dat punt iets aan het keren is en dat daar ook het belang wordt gezien, zoals de minister-president ook in de regeringsverklaring uitsprak, dat we grote stappen zetten op het gebied van het aanpakken van klimaatverandering. Een van de concrete zaken die genoemd worden in het regeerakkoord, is dat er een klimaatwet zou moeten komen. Nu ligt er een Klimaatwet in deze Kamer, ondertekend door vijf partijen. Omdat de heer Dijkhoff het had over het belang van samenwerking, is mijn heel concrete vraag aan hem of hij bereid is om het gesprek daarover aan te gaan om te kijken of we ook in staat zijn om vanuit de Kamer die wet een stap verder te brengen. Vanuit onze kant zijn wij weer bereid om natuurlijk ook over bijvoorbeeld de doelstellingen die daarin staan nader het gesprek aan te gaan.

De heer Dijkhoff (VVD):
Ik zou het gesprek willen verbreden en ook de verantwoordelijken in het kabinet daarbij willen betrekken. Dan kunnen we samen aan een wet werken. Het gaat er mij om dat die wet goed is en dat wij er inhoudelijk achterstaan. De oorsprong vind ik dan minder relevant.

De voorzitter:
Dank u wel.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik had één vraag beloofd en het is een mooi antwoord. Ik kijk erg uit naar de samenwerking daarin met zowel de VVD als het kabinet.

De voorzitter:
Dank u wel.

De beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:
We beginnen na de schorsing met de regeling van werkzaamheden en daarna vervolgen we dit debat.

De vergadering wordt van 14.02 uur tot 14.46 uur geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:
Dan is nu aan de orde de regeling van werkzaamheden.

Ik stel voor om de begrotingsbehandelingen als volgt vast te stellen:

    - de Financiële Beschouwingen en de begroting Koninkrijksrelaties in de week van 7 november;
    - de begrotingen Buitenlandse Zaken en Binnenlandse Zaken, inclusief Wonen en Rijksdienst, in de week van 14 november;
    - de begrotingen Algemene Zaken, Defensie en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking in de week van 21 november;
    - de begrotingen Justitie en Veiligheid en Infrastructuur en Milieu in de week van 28 november;
    - het begrotingsonderdeel Landbouw en de begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in de week van 5 december;
    - de begroting Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het begrotingsonderdeel Economische Zaken in de week van 12 december;
    - de begroting Sociale Zaken en Werkgelegenheid in de week van 19 december.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Kooiman namens de SP.

Mevrouw Kooiman (SP):
Voorzitter. Bij 385.000 Nederlanders kan de ambulance niet op tijd aanwezig zijn. Als het spits is, is dat ruim een half miljoen. Eerstehulpposten worden overal in het land gesloten. De personeelstekorten bij de ambulancezorg zijn echt tergend en de werkdruk is dat ook. Het is een heel groot probleem, dus het is tijd voor een debat met de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Dan mag ik kiezen, geloof ik, want we hebben er inmiddels twee. En dan wordt het minister Bruins.

De heer Arno Rutte (VVD):
Voorzitter. Het probleem dat mevrouw Kooiman schetst is heel reëel, maar het is vooral een dringend arbeidsmarktvraagstuk. Ik zou daarom heel graag zo snel mogelijk van het kabinet een brief hierover willen hebben. Het is ook iets breder dan alleen maar de ambulancezorg. Mevrouw Kooiman gaf ook al aan dat er elders ook problemen zijn. Die brief wil ik dan zo snel mogelijk betrekken bij een algemeen overleg over de arbeidsmarkt in de zorg en over de ambulancezorg.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Daar sluit ik me graag bij aan.

Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Voorzitter. Voor iedereen moet de ambulance op tijd zijn. Dat is voor een heel groot aantal mensen nu niet het geval. Het lijkt me belangrijk om hierover te spreken met de minister, dus alle steun voor dit verzoek.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):
Ook ik zou graag een brief van het kabinet zien. Ik zou zeggen: laten we dat inderdaad bij het algemeen overleg over de arbeidsmarkt betrekken.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ook wij willen een kabinetsbrief en het bij dat debat betrekken. Maar geen steun voor een apart debat.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
De vraag of een ambulance op tijd komt, ja of nee, is een geval van leven en dood. Wat ons betreft is er dus alle reden voor een debat.

Mevrouw Agema (PVV):
Normaal gesproken zou ik ook zeggen: betrek het bij de begroting. Maar omdat dit probleem erger wordt en het een kwestie is van leven en dood, wil ik dit debat steunen.

De heer Öztürk (DENK):
Terecht willen mensen in nood een ambulance. Ik zie dat de coalitie met een brief aankomt. Alle steun om het debat hier te voeren.

De heer Dijkgraaf (SGP):
Het is zeer terecht dat hier aandacht voor gevraagd wordt, dus steun voor de brief. Maar ik denk dat het sneller gaat als het bij het AO wordt betrokken, gezien de plenaire agenda die u zojuist zo ongeveer heeft afgekondigd tot eind december. Dus geen steun voor een apart debat.

De heer Gijs van Dijk (PvdA):
Dit is echt een groot probleem. Dus alle steun voor een brief en een debat.

De voorzitter:
Mevrouw Kooiman, u heeft geen meerderheid voor het houden van een meerderheidsdebat.

Mevrouw Kooiman (SP):
We communiceren al acht maanden met briefjes. Ik ben het gewoon zat. We hebben wel voldoende steun voor een dertigledendebat. Het is een kwestie van leven en dood. Dus we kunnen het ook prima snel inplannen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan zal ik dit debat aan de lijst van dertigledendebatten toevoegen. Verder stel ik voor, het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Het woord is aan mevrouw Marijnissen namens de SP.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Voorzitter, dank u wel. Heel kort. De SP vindt dat geld voor zorg ook naar zorg moet. Vandaag stond groot in het FD dat er van het zorggeld miljoenen worden weggesluisd via vage bv-constructies. En het ergste is: dat mag ook nog gewoon bij wet. Wij willen dit aanpakken en daarom snel een debat.

Mevrouw Agema (PVV):
Namens ons heeft er ook een jaar lang een debat op de langdurige lijst gestaan. Wij wilden dat ook agenderen, maar dat is er toen niet van gekomen. Maar wat er nu veranderd is, is dat de Wet toetreding zorgaanbieders ter vervanging van de Wet toelating zorginstellingen binnenkort wordt behandeld. Ik wil dit onderwerp graag bij die wetsbehandeling agenderen. Ik zou het dus graag dan willen bespreken.

De voorzitter:
Dus voorlopig geen steun.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
We gaan straks verder met het debat. Ze willen straks 1,9 miljard inlopen op langdurige zorg. We zien dat het in de zakken verdwijnt van sommige bestuurders. Wat ons betreft houden we zo snel mogelijk een debat hierover. Steun.

De heer El Yassini (VVD):
Ik vind het punt dat mevrouw Marijnissen op dit moment opgooit, echt een goed en terecht punt.

De voorzitter:
Maar u steunt het niet.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Nou, voorzitter!

De heer El Yassini (VVD):
Als ik even mijn verhaal mag afmaken, mevrouw de voorzitter. Zorggelden zijn ook echt bedoeld voor de zorg en niet voor de zelfverrijking van bestuurders. Ik vind het punt dus echt heel goed. Ik wil ook graag een brief van het kabinet, en dan niet een brief met alleen een reactie op het artikel. Ik wil ook graag dat de minister in de brief aangeeft welke haken hij ziet voor het nieuwe wetsvoorstel Wet toetreding zorgaanbieders. Dan wil ik het ook daarbij gaan behandelen, omdat daar de mogelijkheid is om ons de haken te geven om dit echt aan te pakken, want dit is onacceptabel.

De voorzitter:
U steunt het verzoek dus niet.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):
Voorzitter. Ik zou niet willen dat de behandeling van die wet vertraging oploopt doordat we er eerst over gaan debatteren. Ik stel dus ook voor dat we het bij die wetsbehandeling aan de orde stellen, want het is iets wat niemand wil.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Voorzitter. Daar kan ik mij helemaal bij aansluiten. Niemand wil dat het geld dat voor zorg bedoeld is, op de verkeerde plek terechtkomt. Ik wil inderdaad een kabinetsbrief. Laten we die kabinetsbrief behandelen bij de Wet toetreding zorgaanbieders.

Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Voorzitter. Volgens mij is het niet aan de orde dat we vertraging gaan oplopen met de bespreking van de Wet toetreding zorgaanbieders. Het is heel belangrijk om hier snel over te spreken, dus steun voor het verzoek.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Voorzitter. Het is alleen maar irritant om te moeten constateren dat iedere keer toch weer allerlei wegen worden gevonden waardoor het geld toch niet naar de zorg gaat. Maar als we nu een haakje kunnen vinden in de wet die wordt behandeld, willen we het daar graag bij doen.

De voorzitter:
Dus geen steun.

Mevrouw Arissen (PvdD):
Voorzitter. We vinden het heel erg belangrijk om hier snel over te praten. Daarom van harte steun namens de Partij voor de Dieren voor het voorstel van de SP.

De heer Gijs van Dijk (PvdA):
Steun voor het verzoek, voorzitter.

De voorzitter:
Er is geen meerderheid.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Dat klopt, voorzitter. Een aantal keren werd de Wet toetreding zorgaanbieders genoemd. Natuurlijk gaan we het hierover hebben bij de behandeling daarvan. Dat hebben we in onze schriftelijke inbreng ook al gedaan. Vanzelfsprekend gaan we het daar ook aan de orde stellen. Ik meen echter dat dit niet alleen in die wet besproken en geregeld kan worden. Daarom toch het verzoek om het als dertigledendebat in te plannen.

De voorzitter:
Dat gaan we doen. Verder stel ik voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Het volgende verzoek, mevrouw Marijnissen.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Ja, voorzitter. Er is 2 miljard tot 4 miljard direct beschikbaar om onze zorgpremies te verlagen. Gisteren ontvingen wij echter het bericht van het CPB dat de zorgpremies de komende jaren met €300 omhooggaan. Wij vinden dat niet kunnen. Op dit moment ligt er 11 miljard op de plank bij zorgverzekeraars. Ook als we de buffereis van Brussel in acht nemen, is er 4 miljard direct beschikbaar om de zorgpremie niet te verhogen maar te verlagen. Deze maand — het is vandaag 1 november — gaan zorgverzekeraars hun premie bekendmaken. Wij denken dus dat er alle reden is om snel een debat hierover te voeren.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Voorzitter. Ik ga nu al een paar jaar mee in deze Kamer. Ik weet dat dit typisch een ding is dat we bespreken bij de begrotingsbehandelingen van het departement. Daar zullen we dit dan ook meenemen.

De heer Arno Rutte (VVD):
Voorzitter. Bij de begroting zal het ongetwijfeld hierover gaan. Los daarvan hebben die reserves ook een functie. Je kunt ze eenmaal aan de zorg uitgeven, maar dan zijn ze weg en vervolgens moeten de premies extra omhoog. Dat vind ik niet verstandig.

Mevrouw Dijksma (PvdA):
Voorzitter, ik steun het voorstel van mevrouw Marijnissen. Het lijkt mij dat er alle aanleiding is om hierover te spreken.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Voorzitter. Natuurlijk gaan wij hierover spreken, maar dan wel bij de begroting. Geen steun voor een apart debat.

Mevrouw Arissen (PvdD):
Voorzitter. Volgens de Partij voor de Dieren is dit nu juist wel een onderwerp om snel het debat over te voeren. Dus van harte steun voor het voorstel van de SP.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):
Voorzitter, geen steun voor het debat. Maar het betrekken bij de begroting lijkt mij vanzelfsprekend.

Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Voorzitter. Ook als we de Europese regels in acht nemen, is het niet nodig dat er zo veel geld bij de zorgverzekeraars blijft liggen. Het lijkt mij belangrijk om te bekijken wat we nu kunnen doen om te voorkomen dat de premies onnodig stijgen. Dus steun voor het debat.

De heer Van der Staaij (SGP):
Voorzitter. Ook wat de SGP betreft is dit typisch een belangrijk onderwerp om te bespreken bij de begroting. Als we nu te veel aparte debatten daarnaast aanvragen en honoreren, zullen we er vast veel later over spreken, juist omdat we de komende weken druk aan de slag moeten met de begroting.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Mag ik opmerken, mijnheer Van der Staaij, dat deze maand de premies bekend worden gemaakt ...

De voorzitter:
Nee, nee, nee, mevrouw Marijnissen. Aan het eind mag u een opmerking maken.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Het begrotingsdebat is pas in december.

Mevrouw Agema (PVV):
Voorzitter. Mijn oud-collega Reinette Klever heeft bij heel veel begrotingen heel veel tijd aan dit onderwerp besteed en er veranderde nooit wat. Daarom steun voor dit debat.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ja, voorzitter, hoewel wij weten dat wat op de begroting staat, eenmalig geld is, vinden wij het zo belangrijk voor de portemonnee van heel veel mensen in Nederland dat we graag dit debat aangaan.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Dank u, voorzitter. Prima om het te bespreken bij de begroting. Gaan we zeker doen, maar daar hebben de mensen in Nederland het komend jaar niks aan, want we hebben net ons schema gekregen. De begroting Zorg is 12, 13 en 14 december en de zorgverzekeraars moeten deze maand, november, hun premie bekendmaken. Dus daarom toch het verzoek om het als dertigledendebat zo snel mogelijk in te plannen.

De voorzitter:
Dat doen we. Was er om een brief gevraagd? Nee, hoor ik hier.

Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Agema namens de PVV.

Mevrouw Agema (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Er wordt enorm poenerig gedaan over een te verwachten investering in de verpleeghuizen in 2021, terwijl daar net heel veel mensen zijn ontslagen, tienduizenden, waardoor de mensen nu dagenlang in hun eigen ontlasting in een verpleeghuis liggen. Ik zou daarom op korte termijn met de nieuwe minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport willen debatteren over hoe hij op korte termijn deze wantoestanden denkt op te lossen.

De voorzitter:
Ik maak het niet vaak mee dat niemand reageert op een verzoek.

Mevrouw Hermans (VVD):
Voorzitter. Er komen de komende periode voldoende mogelijkheden om over allerlei onderwerpen in de verpleeghuiszorg te spreken, dus geen steun voor dit verzoek.

De voorzitter:
Dat was mevrouw Hermans namens de VVD. Mevrouw Dijksma.

Mevrouw Dijksma (PvdA):
Voorzitter, ik steun mevrouw Agema.

De voorzitter:
Maar u had ook een vraag over een brief?

Mevrouw Dijksma (PvdA):
Ja, voorzitter, maar dat was bij het vorige punt. Dus misschien mag ik dat verzoek straks zelfstandig doen, als u dat oké vindt. Dat ging over de zorgpremies.

De voorzitter:
U mag het nu doen.

Mevrouw Dijksma (PvdA):
Mag ik dat nu doen? Nou, perfect, voorzitter. Nu we inderdaad pas in december een begrotingsbehandeling VWS hebben en er in november door de verzekeraars besloten wordt over de premies, lijkt het mij wel goed dat we ten minste een brief ontvangen van het kabinet wat de eventuele consequenties zijn en om hen te vragen, geen onomkeerbare stappen te zetten tot de begrotingsbehandeling. Want ofwel die begrotingsbehandeling stelt iets voor en wij kunnen ook nog wijzigingen voorstellen, of niet, maar dan hadden we net het verzoek om een debat allemaal moeten steunen.

De voorzitter:
Goed, dit punt heeft betrekking op het vorige verzoek. Ik stel voor om het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Dan ga ik naar mevrouw Pia Dijkstra.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):
Voorzitter, geen steun.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Geen steun. Voldoende andere mogelijkheden om dit aan de orde te stellen.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Voorzitter, alle steun voor een debat.

Mevrouw Kuik (CDA):
Geen steun, voorzitter.

Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Steun, voorzitter.

De voorzitter:
Dan kijk ik even naar het aantal. Nee, u hebt geen meerderheid. Mevrouw Van Brenk!

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
U zag mij over het hoofd. Gelukkig ziet u mij toch. Heel veel steun juist voor dit debat.

Mevrouw Agema (PVV):
Ruim 50 zetels steun, voorzitter, dank u wel. Het blijkt maar weer dat voor mevrouw Hermans van de VVD de verpleeghuisbewoners alleen campagnemateriaal waren waar zij nu niet meer over wil spreken.

De voorzitter:
Dank u wel. Wij zullen ook dit debat toevoegen aan de lijst van dertigledendebatten. Verder stel ik voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Daarmee zijn we ook aan het eind gekomen van de regeling van werkzaamheden.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Regeringsverklaring (inclusief Algemene Politieke Beschouwingen)

Regeringsverklaring (inclusief Algemene Politieke Beschouwingen)

Regeringsverklaring (inclusief Algemene Politieke Beschouwingen)

Aan de orde is de voortzetting van het debat over de regeringsverklaring (inclusief Algemene Politieke Beschouwingen).

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering en verzoek iedereen te gaan zitten. We gaan verder met het debat over de regeringsverklaring inclusief Algemene Politieke Beschouwingen. Ik geef de heer Klaver namens GroenLinks het woord.

De heer Klaver (GroenLinks):
Voorzitter, dank. Ik wil beginnen met mijn hartelijke felicitaties aan de premier en zijn nieuwe kabinetsploeg. Ik wens alle ministers en staatssecretarissen heel veel succes voor de komende periode. Ik wil ook de collega's van de coalitiefracties van harte feliciteren met de nieuwe coalitie die er nu is en ook hen veel succes wensen. Ik kijk uit naar stevige confrontaties en mooie momenten van samenwerking daar waar het kan.

Voorzitter. Ik wil even terug naar afgelopen vrijdag. Toen had ik het genoegen om met Naomi Klein te mogen eten en spreken. Naomi Klein, de Canadese publicist en actievoerder, bekend van haar verzet tegen globalisering en de grote multinationals die het voortdurend winnen van het klimaat en van de gewone mensen. De publicist die het heeft over het failliet van het politieke midden. Iemand die ook zegt dat als we het populisme willen verslaan, we niet mee moeten huilen met de wolven. Ze zegt dat we niet door moeten gaan met populistische correctheid en moeten staan voor onze idealen. Als je er echt voor wilt zorgen dat mensen weer vertrouwen krijgen in de politiek, dan moeten progressieve mensen, organisaties en partijen samen laten zien dat er fundamenteel andere keuzes te maken zijn. Nee is niet genoeg, zegt Naomi Klein. Ik voeg daaraan toe: nee is altijd beter dan doorgaan op een doodlopende weg.

We leven in verwarrende tijden. Het zijn de woorden van collega Buma. Er is onzekerheid, over werk en over inkomen. Er is onvrede, over het gebrek aan vooruitgang voor iedereen. En er is wantrouwen, op veel plekken maar vooral tegen ons, tegen ons allemaal hier als politiek. In die verwarde tijden proef ik vooral ook een verlangen, een verlangen naar verandering. Eindelijk begint in te dalen dat het anders kan en dat het "there is no alternative" uit de jaren tachtig, ingezet door Margaret Thatcher, op een einde loopt. Mensen zien dat alternatieven mogelijk zijn en willen niet meer krampachtig vasthouden aan de status quo. Mensen zien dat het kopiëren van populisten niet de oplossing is en er fundamenteel andere keuzes nodig zijn op sociaal-economisch terrein. We staan in die zin op een kruispunt. We staan op het punt dat de wal het schip gaat keren. Het politieke midden was namelijk altijd dat anker voor politieke stabiliteit, maar datzelfde midden veroorzaakt nu instabiliteit. De oorzaak is dat in Europa nieuwe populistische partijen voet aan de grond krijgen.

De beleidsagenda van dit kabinet is wat mij betreft dezelfde als in de afgelopen 30 jaar: lagere belastingen voor het bedrijfsleven, eigen risico en marktwerking in de zorg, onzekerheid op de arbeidsmarkt. Deze agenda verliest de steun van mensen. Het is een agenda die rechts-populisme voedt. Het is een agenda die heeft geleid tot een verlies aan gemeenschapszin. Het heeft ervoor gezorgd dat we in een samenleving leven waarin succes steeds vaker wordt gezien als een eigen verdienste en falen je eigen schuld is. Het conservatieve antwoord op dit verlies aan gemeenschapszin, ook van dit kabinet, is om met een bijna opgeheven vingertje te gaan wijzen naar mensen, naar individuen. Gij zult het Wilhelmus zingen. Gij zult naar het Rijksmuseum gaan. Gij zult uw maatschappelijke dienstplicht met trots vervullen. Wij zullen u weer eens leren wat het is om een trotse Nederlander te zijn. Het is precies die houding die in mijn ogen de plank misslaat. Dat is waarom het regeerakkoord geen antwoord is op de zorgen van mensen.

Hiermee wil ik op geen enkele wijze zeggen dat onze geschiedenis niet belangrijk is, integendeel. Ik wil zeker niet zeggen dat symbolen niet belangrijk zijn in onze politieke gemeenschap. Het is alleen niet waar de onvrede vandaan komt en ook niet waar de oplossing zit. Uiteindelijk gaat het om een belangrijke gebroken impliciete belofte. Het was de belofte dat we er allemaal op vooruit zouden gaan, dat onze kinderen het beter zouden krijgen dan wijzelf. Steeds meer mensen twijfelen daaraan. Het was de belofte dat welvaart eerlijk gedeeld zou worden, of je nu directeur bent van een fabriek, leraar op een basisschool of schoonmaker op het station. De belofte was dat we de samenleving samen maken en de welvaart samen eerlijk delen. Dat was een impliciete maatschappelijke afspraak. Dat was de gemeenschapszin, en die belofte is verbroken.

De belofte van globalisering is niet nagekomen, de belofte dat we er samen beter van zouden worden en de belofte dat economische groei van zichzelf zou leiden tot meer welzijn en een schonere leefomgeving. Het is niet nagekomen. En de belofte van de verzorgingsstaat, de belofte van zekerheid en solidariteit, is door voortdurende versobering verbroken. Mensen geloven het niet meer. De belofte van eerlijke belastingen is ook verbroken. De belofte dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Dit is waarom mensen boos zijn, niet dat geouwehoer waar we drie kwartier of bijna anderhalf uur naar hebben moeten luisteren van de heer Wilders over de islam. Dít is het. Dit is waarom mensen niet meer het gevoel hebben dat deze samenleving van hen is, dat de politiek er voor hen is. Het zijn al die verbroken beloftes die zorgen voor de zorgwekkende opkomst van het populisme. En ja, straks kunnen mensen het Wilhelmus zingen, maar dan zijn de zorgkosten te hoog. En straks kunnen jongeren wel naar het museum, maar maken ze geen kans op een vaste baan of een eigen huis.

Voorzitter. Ik had er zojuist al een debatje over met de heer Dijkhoff: de race naar de bodem. Mensen zijn onzeker. Tegenover die onzekerheid staan de grote, dominante belangen van het bedrijfsleven. Er wordt hier een pleidooi gehouden dat we mee moeten doen aan een race naar de bodem. Dat lijkt me onverstandig. Laat ik het wat oldskool zeggen: we zijn verwikkeld in een klassieke strijd tussen kapitaal en arbeid. Dat vraagt niet om een beetje bijsturen, dat vraagt om radicaal andere keuzes.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Het hele verhaal dat de heer Klaver nu houdt, wil ik toch nog even plaatsen in het kader van het feit dat de heer Klaver na de door hem gewonnen verkiezingen alle kans had om daadwerkelijk wijzigingen door te voeren. Het is uw keuze geweest om dat niet te doen. Alles wat u hier zegt de komende vier jaar, staat in het licht van het feit dat u kritiek kunt hebben op alle keuzes maar dat u het zelf had kunnen doen en daar niet voor heeft gekozen.

De heer Klaver (GroenLinks):
Wij hebben niet voor niets bijna 90 dagen met u en de andere collega's om tafel gezeten; dat deden we omdat wij de veranderingen waar ik over spreek graag voor elkaar zouden willen krijgen. Maar wat we zagen en wat we nu ook zien in dit regeerakkoord, was dat dat niet mogelijk was. Wij wilden af van het eigen risico. Wij wilden geen belastingvoordelen voor grote multinationals. Wij wilden niet alleen mooie ambities maar heel concrete plannen ten aanzien van klimaatverandering, om nog maar niet te spreken over wat er gebeurt op migratie. De breuk tussen uw partij en die van mij in de onderhandelingen was niet te voorkomen. En dat is waarom ik hier sta, met trots.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Als die breuk niet te voorkomen was, voel ik me achteraf redelijk bekocht, want dan had u er niet aan moeten beginnen. Dat is één. Twee: — ik ga het nu zeggen, want dit is het moment — als je in Nederland de democratie die we zijn, die een vertegenwoordigende democratie is met meerderheden die gevormd moeten worden, serieus neemt, komt er een moment waarop je vervelend genoeg ook de verantwoordelijkheid hebt om tegen je eigen kiezers te zeggen: we gaan zo veel mogelijk bereiken, het zal niet alles zijn, ik sta voor wat ik wel kan bereiken en wat ik niet kan bereiken. Dat ga ík zo wel doen, dat gaan drie andere partijen ook nu doen, maar u had het ook moeten doen.

De heer Klaver (GroenLinks):
Nee. Ik denk dat hier een groot verschil van mening bestaat over wat politiek wel en niet inhoudt. Je ziet hier de klassieke machtspartij, het CDA, die zegt: je moet eigenlijk áltijd gaan regeren, zelfs als dat niet de verandering van de samenleving brengt die je wilt. Dat is niet waar mijn partij voor staat. Wij zijn in kleine stappen bereid om die verandering te brengen. Het hoeft allemaal niet in één keer. Maar we moeten wel vooruitgaan. Als we stappen achteruit gaan zetten, verder weg van ons ideaal, dan pas ik daarvoor.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Als de nieuwe politiek zoals de heer Klaver die ziet er een is dat je beter aan de kant 100% van je verkiezingsprogramma luid kunt uitroepen en tegen anderen gaat zeggen dat ze niet de helft bereiken, dan is dat voor hem de politiek. Maar dan is dat niet hoe voor ons in Nederland de democratie werkt. Want stel dat ik ook die keuze zou maken en drie andere partijen ook. Dan hadden we nieuwe verkiezingen gehad. Is dát democratie? Nee. Democratie is ook risico's nemen, democratie is niet alles binnen halen en niet vier jaar langs de zijlijn staan, roepen dat het anders moet, de kans hebben gehad en dan zeggen: ach ach, het was zo ingewikkeld want we waren met z'n vieren. Ja, we waren met z'n vieren, u had niet alles binnen gehaald, maar bijvoorbeeld voor het klimaatbeleid wat we nu hebben, geldt dat geen land ter wereld het heeft, zonder GroenLinks.

De heer Klaver (GroenLinks):
Dat laatste is niet helemaal waar, maar daar komen we zo dadelijk wel over te spreken. Kijk, uiteindelijk gaat het erover welke keuzes we maken en waar wij voor staan. Wij willen dolgraag samenwerken. Ik zag een uitgestoken hand bij de VVD, ik beluister het ook bij de premier, en we zitten niet in deze coalitie, omdat wij niet staan voor de visie die dit kabinet heeft op Nederland. Maar daar waar het kan vanuit de oppositie zullen wij kijken waar we kunnen samenwerken en zullen wij de hand uitsteken. Dus ik zal de komende jaren niet blijven vervallen in allerlei debatjes over hoe we met elkaar al die dagen aan tafel hebben gezeten, ik zal op de punten waar ik het niet mee eens ben heel hard en kritisch zijn, op de punten waarvan ik denk dat we daarop kunnen samenwerken, zal ik de hand uitsteken en hoop ik ook dat we in de coalitie of niet met elkaar kunnen samenwerken, want dat is wat Nederland uiteindelijk nodig heeft.

De voorzitter:
Gaat u verder.

De heer Klaver (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter.

Ik had het over de strijd tussen kapitaal en arbeid en dat het dus tijd is om opnieuw inhoud te geven aan solidariteit en aan gemeenschapszin en een einde te maken aan de onzekerheid van mensen. Dat vraagt om een nieuwe agenda en de premier zal het vast vies vinden wat ik nu zeg, maar ook om een visie.

Voorzitter. Ik begin bij de arbeidsmarkt. Er is geen land in Europa waar de flexibilisering van de arbeidsmarkt zo is doorgeschoten. Mensen willen een eigen huis kunnen kopen. Maar met een flexibel contract is dat bijna onmogelijk. En mensen mogen wel zeg maar €800 aan huur betalen, maar voor €700 per maand een hypotheek krijgen, ho maar. En het hebben van een vast contract gaat over zo veel meer dan niet bang hoeven te zijn dat je volgende week je baan verliest, het gaat over het vertrouwen kunnen hebben in de toekomst. Het gaat over het vertrouwen hebben dat je een gezin kan stichten, dat je een toekomst kunt opbouwen. Daarom moet er meer zekerheid komen voor flexwerkers en zzp'ers. Ik vraag het kabinet, met dit in het achterhoofd, waarom we de politieagenten, de onderwijzers en de verplegers niet de loonsverhoging geven die ze verdienen. Ik had het verwacht, omdat de premier daar zelf over begon, nog tijdens de onderhandelingen. Waarom wordt flex nog flexibeler, terwijl er niet meer vaste banen bij komen? Waarom wordt flexibele arbeid niet structureel duurder gemaakt waardoor mensen weer echt kans maken op een vaste baan? Ik zou willen zeggen tegen het kabinet: geef mensen geen vertrouwen in de toekomst, maar mogelijkheden om zelf hun toekomst vorm te geven.

En dan Nederland als belastingparadijs. Er is geen land in Europa waar de belastingen op kapitaal zo laag zijn. Waarom verlaagt dit kabinet de vermogensbelasting? Ik vind het prima dat we wat doen aan de belastingvrije voet voor de kleine, gewone spaarder en dat die omhoog gaat. Lijkt me terecht. Maar waarom geen belasting voor de aller-, aller-, allerrijksten? Er zijn weinig landen in Europa die grote bedrijven zo veel fiscale cadeautjes geven als Nederland, terwijl de lasten voor mensen hoog zijn. Waarom moet de winstbelasting zo hard omlaag? Waarom schaffen we de dividendbelasting voor buitenlandse beleggers af? Heeft deze premier dezelfde verdediging als de fractievoorzitter van de VVD, die zegt: het is 1,4 miljard, maar we kunnen het risico niet lopen dat bedrijven misschien weggaan? Bij de dividendbelasting gaat het in de eerste plaats niet eens alleen om de multinationals, het gaat om de investeerders die daarachter zitten. Er is in Nederland geen probleem met kapitaal. Dit gaat over het spekken van aandeelhouders, dit gaat over het spekken van Wall Street. Dit kost Nederlandse gezinnen €175 per jaar. Dat is het cadeau dat we geven aan Wall Street, met het idee — dat is het grote masterplan hierachter — dat als we het niet doen het weleens mis zou kunnen gaan en dat dat dan het ten koste gaat van de werkgelegenheid.

Als je echt werkgelegenheid wilt, kan ik veel betere manieren bedenken hoe je die 1,4 miljard zou kunnen uitgeven. Stop het in de publieke sector, zorg ervoor dat de lasten op arbeid nog verder omlaag gaan, steek het in de koopkracht van mensen, dan weet je zeker dat die 1,4 miljard zijn geld oplevert. Nu is het maar hopen dat het lukt. Alsof je in het casino roulette speelt en alles op rood zet.

Voorzitter. Dan de vraag: waarom de btw verhogen? Net als de dividendbelasting stond de btw-verhoging in geen enkel verkiezingsprogramma. Waar komt het vandaan? De boodschappen worden duurder, maar grote bedrijven vieren feest. Wie heeft hiervoor gelobbyd? Wie wilde dit in het kabinet? We hebben kunnen lezen dat de ChristenUnie het in ieder geval niet was, maar wie van de andere partijen wilde het dan wel? Graag een reactie van de minister-president.

Iedereen gaat erop vooruit, dat is het mantra. Iedereen gaat erop vooruit, zegt dit kabinet, en de grote bedrijven gaan ook meer belasting betalen. Ja right, het is balletje/balletje spelen met de belastingen en denken dat je mensen voor de gek kunt houden. Mensen zijn niet gek, die hebben door dat de belofte van dit kabinet dat iedereen er nu echt op vooruitgaat, gebouwd is op drijfzand. Mensen met lage en gewone inkomens hebben echt wel door dat zij opdraaien voor de lastenverlichting van de allerhoogste inkomens. Die hebben door dat zij uiteindelijk betalen voor een lagere winstbelasting voor de grote bedrijven en dat de lagere belastingen voor die Amerikaanse beleggers op hun cheque wordt bijgeschreven. Voor gewone mensen gaan de huren omhoog, stijgen de zorgpremies, worden boodschappen duurder en neemt de energierekening toe. Voor gewone mensen wordt het dagelijkse leven duurder en dat was niet de belofte.

De belofte was ook niet dat er bijna 400.000 huishoudens op achteruit zouden gaan. Als we inzoomen op wie deze mensen zijn, dan zien we dat het arbeidsongeschikten zijn, mensen die niet in staat zijn om te werken of om volledig te werken, buiten hun schuld om, omdat ze een beperking hebben. Het gaat over ouderen, het gaat over mensen in de bijstand. 400.000 kwetsbare mensen, in een tijd dat we nog nooit zo rijk zijn geweest. Vandaar mijn grote kritiek op wat er gebeurt met het bedrijfsleven. Waarom in vredesnaam bijna 4 miljard geven aan grote multinationals via het verlagen van de vennootschapsbelasting en het verlagen van de dividendbelasting? Leg dat maar eens uit, zelfs aan de mensen die in de plannen van het kabinet er wel op vooruitgaan, want iedereen kent wel iemand in zijn omgeving voor wie dat niet geldt, waarvan ze zien dat die buiten hun eigen schuld niet meeprofiteren van de globalisering en van de vooruitgang. Dat was niet de belofte.

Er zijn weinig landen in Europa waar zo veel mensen in de schulden zitten als in Nederland. Dat ligt niet alleen aan de hypotheken, maar vooral aan de overheid. Het komt dus niet door boefjes uit de markt, het komt door het veel te ingewikkelde toeslagenstelsel dat we hebben en doordat we boete op boete op boete stapelen, het komt door meedogenloze incassobureaus die we afsturen op kwetsbare mensen die diep in de problemen zitten. Ik wil het kabinet een compliment maken dat dit punt wordt geagendeerd in het regeerakkoord, maar het vraagt om nog meer. De aanpak moet breder. De dienstverlening van de overheid moet drastisch verbeteren en de schulden drastisch verminderen. Dit gaat om het vertrouwen in de overheid en in de politiek. Ik hoop dat we met elkaar al kunnen beginnen en dat we een extra stap kunnen zetten op dit gebied door de marktwerking bij incassobureaus af te schaffen. Ik kijk uit naar een reactie van de minister-president op dit punt.

Dan het onderwijs. Er is geen land in de wereld waar jongeren op zo'n jonge leeftijd moeten kiezen voor een schooltype en een vakkenpakket. Op 12-jarige leeftijd kiezen is te vroeg. Een verkeerde keuze is dan snel gemaakt. Ik noem het eigenlijk wel een "verkeerde keuze", maar hoe kun je van iemand op die leeftijd verwachten om in één keer de juiste keuze te maken? Daarna herstellen is bijna niet mogelijk. Alleen mensen die geluk hebben, komen er dan doorheen. En ja, ik zie dat het kabinet maatregelen neemt, maar dít is de grote uitdaging. Juist al die jongeren van het vmbo en het mbo, die de ruggengraat van onze samenleving vormen, moeten we meer mogelijkheden bieden om vooruit te komen.

Voor de verkiezingen hebben alle partijen dure beloften gedaan over verlaging van werkdruk in het onderwijs. We stonden allemaal daar op het Malieveld. Ik zie ons nog zo staan. De eis is 1,4 miljard. En wat krijgen de docenten te horen? 1,4 miljard is te veel. GroenLinks heeft deze eis van 1,4 miljard pas omarmd nadat de formatie was afgerond. Waarom? Omdat wij wilden kijken wat er gebeurde. Als er namelijk werd gezegd "we komen niet volledig tegemoet aan de docenten omdat we ook iets willen doen aan de zorg" of "we komen er niet helemaal aan tegemoet omdat we ook iets willen doen aan de politie", dan had ik er begrip voor gehad. Maar als je op datzelfde moment ziet dat datzelfde bedrag, 1,4 miljard euro, aan Amerikaanse beleggers wordt gegeven, dan snap ik niks van de keuzes die worden gemaakt. Dat heeft niks te maken met het herstellen van het vertrouwen bij mensen. Het is ontwikkelingssamenwerking voor Wall Street. Dat is belangrijker dan de ontwikkeling van onze eigen kinderen.

Ik kom op het thema duurzame energie en klimaat. Ik complimenteer het kabinet met de uitgesproken ambities. Ik vind het knap dat het kabinet is gekomen tot het voornemen voor een reductie van 49% CO2 in 2030. Na nog drie keer lezen wilde ik wel even zeker weten dat dit betekent dat het 49% is die naar boven kan worden bijgesteld en niet verder naar beneden. Daar wil ik nog graag een bevestiging van. Ik zag er een mechanisme in staan, maar ik vind het belangrijk om te weten dat het 49% is en dat dat percentage verder naar boven zou kunnen worden bijgesteld.

Ik vind het heel goed dat de ambitie er is om te komen met een klimaatwet. Ik ben ook blij dat de heer Dijkhoff zegt dat hij als coalitiepartner zeer bereid is om dat gesprek aan te gaan, ook met de minister die hierbij hoort. Op die manier kunnen we kijken of we deze klimaatwet vanuit de Kamer zo snel mogelijk zo kunnen vormgeven dat die daar kan rekenen op een breed draagvlak. Dat is belangrijk om voor de langere termijn zekerheid te kunnen geven aan burgers, investeerders en bedrijven. Dat is pas echt belangrijk voor de werkgelegenheid in dit land.

In het kader van dat zekerheid geven heb ik nog een vraag over de doelstellingen. Ik zie dat er in tegenstelling tot het vorige regeerakkoord met betrekking tot CO2-reductie en duurzame energie geen doelstelling voor de lange termijn is opgenomen, voor 2050. Mijn vraag is: wordt er nu afgeweken van het vorige regeerakkoord, of is het gewoonweg niet opgeschreven? Ik zou graag willen horen dat er wel degelijk ook doelstellingen zijn voor 2050. Dat klinkt heel ver weg, maar voor investeringsbeslissingen op het gebied van energie die over vele, vele, vele jaren gaan is het van belang dat bedrijven hier zekerheid over hebben.

Voorzitter. De ambities zijn goed, maar over het beleid zijn we minder te spreken. En wij niet alleen; dat geldt ook voor het Planbureau voor de Leefomgeving. Dat concludeert dat maximaal de helft van de plannen gaat zorgen voor een reductie van CO2. Dat is veel en veel te weinig. Die plannen moeten concreter. Ik vergelijk het altijd met het economisch beleid. Moet je je voorstellen dat dit kabinet plannen had gemaakt over koopkracht of over bezuinigingen of hervormingen, waarvan het CPB zou zeggen: nou, we denken dat de helft ongeveer wel zal lukken. Dan zou dit parlement te klein zijn. Maar nu het Planbureau voor de Leefomgeving aangeeft dat de plannen niet concreet genoeg zijn, wordt er bijna schouderophalend gereageerd. Dat kan niet. Als je je klimaatambities echt wilt waarmaken, moeten je plannen op het gebied van klimaat net zo hard zijn als alle plannen die je op sociaal-economisch gebied wilt doorvoeren. Dan moet je ervoor zorgen dat je niet de SDE-regeling, de subsidieregeling voor duurzame energie, gaat gebruiken voor de opslag van CO2. Opslag van CO2 doet niks aan de transitie die we door moeten maken naar een duurzame samenleving. Ik heb het in het vorige debat ook gezegd: ja, soms heb je de opslag van CO2 nodig, bijvoorbeeld als het gaat over de cement- of de staalindustrie. Maar het is gekkenwerk om daar 30% van je totale beleidsopgave op te baseren. Omdat je het betaalt uit de subsidieregeling voor duurzame energie zien we — dat is het cynische — dat er aan het einde van deze kabinetsperiode minder duurzame energie is dan als dit kabinet niets zou doen. Graag hoor ik van de minister-president dat hij bereid is om te kijken naar een andere invulling van de SDE-regeling, de subsidieregeling voor duurzame energie, en dat we de CO2-opslag daar dus niet uit gaan betalen. Want niemand wil dat, bedrijven niet en de milieubeweging niet.

Als we het over klimaat hebben, moeten we ook kijken naar de biodiversiteit. Onlangs kwam er een belangrijk rapport uit, waarin staat dat we driekwart van onze insecten kwijt zijn. Dat is desastreus voor de natuur, voor onze leefomgeving en voor de voedselketen. Het zegt veel over de houdbaarheid van onze manier van leven en de houdbaarheid van onze intensieve veehouderij. Erkent de premier deze crisis in de biodiversiteit? Erkent hij dat we vooral onze landbouw daarom drastisch moeten verduurzamen?

Voorzitter. Als we met elkaar spreken over het kabinetsbeleid voor de komende jaren, moeten we ook stilstaan bij Europa. Ook de belofte van Europa staat onder druk. Het is een marktproject geworden in plaats van een sociaal project van gedeelde waarden en eerlijke vooruitgang. Wat is de visie van dit kabinet op de toekomst van Europa? Hoe zorgen we ervoor dat mensen weer vertrouwen krijgen in Europa? Ik ga ervan uit dat de minister-president in zijn bijdrage uitgebreid in zal gaan op de inzet van dit kabinet als het gaat over Europa.

Als we het hebben over de Europese Unie, is daar een belangrijk thema, namelijk het thema van vluchtelingen. Organiseren we dat goed en menswaardig, met respect voor mensenrechten? Mijn vraag aan het kabinet is met welke boodschap op het gebied van vluchtelingen het naar Brussel gaat. Het hoofdstuk "migratie" vind ik op sommige punten helder en hard geformuleerd, maar op sommige punten ook nog niet. Daar heb ik vragen bij. Bijvoorbeeld als het gaat over het terugsturen van bootjes naar veilige havens. Wordt met deze veilige havens een ander concept geïntroduceerd naast het concept van het veilige derde land? Wat zijn die veilige havens in Noord-Afrika? Hoe wordt het recht op non-refoulement, waarover wordt gesproken in het regeerakkoord, gewaarborgd? Zoals ik de tekst van het regeerakkoord lees, zie ik het voor mij dat mensen die op zee worden opgepikt, niet per se naar Europa moeten worden gebracht, maar dat ze naar Noord-Afrika kunnen worden gebracht. Als je er zeker van wilt zijn dat deze mensen daar veilig zijn, dan moet dat gecheckt worden. Wie gaat dat doen? De kapitein? Komen er UNHCR-commissies op zo'n schip? Wat gaat daar gebeuren? Dit is van cruciaal belang. Omdat dit zo onduidelijk staat opgeschreven, kan het twee kanten opgaan. 1. Er is geen verandering van het beleid. Mensen worden nog steeds opgepikt op zee en naar Europa gebracht, waar wordt gekeken of ze veilig zijn. 2. We gaan naar een soort Australisch model, waar de heer Wilders heel blij mee zal zijn, waarin mensen linea recta naar Noord-Afrika terug worden gesleept. Graag krijg ik op dit punt verheldering van de minister-president.

Als het gaat over migratie, wil ik niet alleen kijken naar Europa, maar moeten we ook kijken naar wat we hier doen. Een van de zaken daarbij is hoe we omgaan met de kinderen die hier geworteld zijn, die hier al jarenlang wonen, die op sportverenigingen zitten, die de taal spreken en die op school zitten. Die kinderen gaan we straks terugsturen. Het kinderpardon wordt niet verruimd, want stel je vóór. Er wordt gesproken over de aanzuigende werking. Er wordt gezegd dat dit allemaal profiteurs zijn van het systeem en dat ze zo lang mogelijk in de procedure blijven zitten om maar te zorgen dat ze hier kunnen blijven. Ik kijk naar die kinderen, die hier in dit land wonen, die vaak perfect Nederlands spreken, die onderdeel zijn van deze samenleving. Ik heb veel gesprekken met mensen die heel kritisch zijn over vluchtelingen en over migratie, maar ik heb hen nog nooit horen zeggen dat je dit soort kinderen zou moeten uitzetten. Ik vind het ridicuul en echt onvoorstelbaar dat wij hier met elkaar niet in staat zijn om dit probleem op te lossen. De heer Dijkhoff had een mooi betoog — het was bijna apolitiek — over hoe je hier met elkaar zou moeten samenwerken en dat het niet alleen over puntjes moet gaan. Dit is zo'n punt waarop we Kamerbreed samen zouden moeten werken. Dit gaat niet over het stoppen van migratie. Het gaat erom dat we ervoor zorgen dat we mensen die hier al jarenlang wonen, een plek geven die ze verdienen.

Voorzitter. Mijn kritiek op dit kabinet is stevig als het gaat om zijn sociaaleconomische plannen, maar ik steek ook mijn hand uit om ervoor te zorgen dat we alle ambities op het gebied van het klimaat concreet maken en dat er beleid komt dat gaat werken. Bij kritiek hoort ook dat je andere keuzes durft te maken en dat je die inzichtelijk maakt. Daarom heb ik samen met de collega's van de SP en de Partij van de Arbeid zes andere keuzes laten zien dan de in het regeerakkoord opgeschreven keuzes. Het is bovenal een keuze voor mensen boven multinationals. Wij gaan niet de btw verhogen doordat wij de winstbelasting niet verlagen en wij gaan niet de dividendbelasting voor buitenlandse beleggers afschaffen maar we investeren in leraren, verpleegkundigen en politieagenten. Wij gaan investeren in een lagere werkdruk en in een hoger salaris. En we bezuinigen zeker niet op wijkverpleging. We schaffen het eigen risico af, waardoor de lasten voor mensen worden verlaagd. En een vlaktaks klinkt gaaf, maar die is niet sociaal en het is al helemaal geen grote verandering van je belastingstelsel, want die verhoogt uiteindelijk het belastingtarief voor mensen met een lager inkomen en verlaagt het tarief voor de hoogste inkomens.

Ja, we zorgen voor een nog eerlijker klimaatbeleid. Bedrijven, de grootste vervuilers van ons allemaal — de 450 grootste vervuilers zijn verantwoordelijk voor 45% van de CO2-uitstoot — gaan meer betalen. Voor mensen verlagen we de energierekening en we draaien de gaskraan in Groningen verder dicht. Dat is een grote belofte die gestand moet worden gedaan, want dat verdienen de Groningers. Zij verdienen dat niet alleen vóór de verkiezingen maar ook nu. Als dit kabinet werkelijk meent dat het het vertrouwen van mensen terug wil winnen, is dit een heel belangrijk punt.

Ja, we gaan woningen bouwen. Er zijn weinig landen in Europa waar woningen voor mensen met een gewoon inkomen zo ontoegankelijk zijn. Er zijn wachtlijsten voor huurwoningen en de prijzen voor koopwoningen zijn veel te hoog.

De heer Segers (ChristenUnie):
Ik heb de voorstellen gezien, waarvoor dank. Ik denk dat één van de eerste prestaties van dit kabinet is dat er linkse samenwerking tot stand is gekomen, dus dat de drie partijen elkaar hebben gevonden. Dat heeft lang geduurd, namelijk een aantal decennia, maar het is gelukt. Ik heb die plannen uiteraard ook bekeken en ik heb twee heel grote vragen. Laat ik ze gebruiken als illustratie voor de finale vraag. Allereerst het eigen risico, dat afgeschaft wordt. Minister Schippers en het Centraal Planbureau hebben daarvan eerder gezegd dat dit niet kan, dat je dat in dit systeem op die manier niet kunt doen. Dat is mijn eerste grote kanttekening. De tweede is dat het afschaffen van het tweeschijvensysteem wordt ingeboekt voor 5,9 miljard. In de plannen van het kabinet is het 0,6, dus 600 miljoen is structureel. U heeft dus een incidentele inboeking voor een structurele dekking. Dat slaat de helft van uw ...

De heer Klaver (GroenLinks):
Plannen weg.

De heer Segers (ChristenUnie):
Inderdaad. Dat zijn mijn twee kanttekeningen. Mijn finale vraag is of u bereid bent om dit vóór de financiële beschouwingen, die volgende week plaatsvinden, door het Centraal Planbureau te laten doorrekenen.

De heer Klaver (GroenLinks):
Kijk, het is geen tegenbegroting. We hebben zes voorstellen gedaan. Als u erop staat dat er een doorrekening komt — die is altijd ex ante — heb ik daar geen bezwaar tegen. Het is geen doorrekening. Wij hebben eerder met het CPB gesproken. Zij zeiden dat zij naast het regeerakkoord niet allerlei andere plannen gaan doorrekenen. Dit debat gehoord hebbende, denk ik dat daar best ruimte is. Ik kijk naar de collega's en zie dat die er is. Wat een eensgezindheid, mannen! Dat is dus geen enkel probleem. Wat de structurele dekking betreft, heeft u een punt. Dit is geen structurele dekking voor na 2021. Dat pretenderen we ook helemaal niet. Dat is helemaal niet het punt. Wij maken plannen voor deze kabinetsperiode en als u vraagt wat de structurele dekking daarna zou moeten zijn, zeggen wij dat dit geen enkel probleem is. Daar zie je in ons verkiezingsprogramma genoeg maatregelen voor. Ik wil ze voor u opnoemen. Maar als de vraag is om de plannen te laten doorrekenen, vinden wij dat prima.

De heer Segers (ChristenUnie):
Dat is toch wel merkwaardig. De salarissen gaan omhoog. Kwistig wordt er met structureel geld gestrooid; er worden allerlei uitgaven gedaan en oei, de helft hebben we niet gedekt. Dat is op z'n minst curieus. Het is des te belangrijker om dit plan inderdaad aan het Centraal Planbureau voor te leggen met de vragen: wat doet dit op de lange termijn, wat doet dit na deze kabinetsperiode en is dit niet gigantisch potverteren? Ik ben heel erg benieuwd naar de doorrekening. Laten wij er dus voor zorgen dat hier voor de financiële beschouwingen van volgende week een doorrekening ligt.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik kijk daarnaar uit. Ik heb altijd zeer veel vertrouwen in doorrekeningen die wij vragen, bijvoorbeeld toen we die vroegen over het Planbureau voor de Leefomgeving en de beweringen die we daarover deden — daarin kregen we gelijk — en toen het onder het vorige kabinet ging over de ongelijkheid. Hier zal je dat ook zien. Wat wij doen, meneer Segers, is een dekking voor de komende vier jaar, in deze kabinetsperiode. Het gaat over de plannen van dit kabinet. Waar u naar kijkt, is: wat is de verdere structurele dekking? Daarvoor moet je weer nieuw beleid maken om ervoor te zorgen dat dit gedekt wordt. Als u daarnaar vraagt, kunnen wij dat er zo bij leveren. Daarom is dit ook echt anders qua karakter. Het is geen schaduwakkoord en het is geen tegenbegroting. Het zijn zes voorstellen die hier liggen voor dit kabinet, maar als u vraagt om een doorrekening, zullen wij dat graag doorsturen naar het CPB. Ik kijk daarnaar uit.

De voorzitter:
Gaat u verder.

De heer Klaver (GroenLinks):
Dank, ik ga richting afronding.

Daar zit mijn optimisme. Er is een mythe van de kikker in de pan: als je maar langzaam genoeg het water laat koken, springt de kikker er niet uit. Dat is niet waar; hij springt er wel uit. Steeds minder mensen accepteren de status quo, voelen dat het warmer en warmer en warmer wordt en zeggen: wij pikken dit niet meer. Daar zit mijn optimisme. Mijn optimisme zit bij 50.000 leraren, die nooit gaan staken maar die met elkaar in het Zuiderpark stonden om te strijden, niet eens voor hun eigen salarissen maar voor beter onderwijs voor al die kinderen. En zij vormen slechts het begin. Kijk eens naar de rest van de publieke sector. Mensen accepteren het niet meer dat het alleen gaat om geld, om targets, om bezuinigingen en om regels en niet meer om samenwerking, samen goed onderwijs geven, patiënten helpen of wijken en buurten veilig houden. De leraren en verplegers pikken de bureaucratische werkdruk niet meer. Ze willen tijd om elkaar complimenten te geven, om samen te bepalen hoe het werk beter kan en om samen trots te zijn op het belangrijke werk dat ze doen. Ze willen niet geleid worden door stopwatches, door formulieren en door managers omdat het altijd goedkoper moet en omdat er altijd bezuinigd moet worden. Nu willen ze dat niet meer. Nog even en ze pikken het niet meer, want ze willen de zeggenschap terug over hun eigen werk. Ik voel het ongeduld in de samenleving en er hangt verandering in de lucht. Al die mensen die zich niet gehoord voelen, die zich niet gezien voelen en die zich niet gewaardeerd voelen, gaan voor verandering zorgen. Want nee is niet genoeg, zegt Naomi Klein.

Samen met al deze mensen zullen wij de komende jaren een beweging voor verandering vormen en gezamenlijk gaan we de strijd aan voor een koers, een koers van eerlijk delen, nieuwe gemeenschapszin en zorgen voor de toekomst van onze kinderen. Aan die beweging ga ik de komende jaren keihard werken, met mijn progressieve vrienden hier in het parlement en waar het kan met mijn politieke tegenstanders in de coalitie, maar vooral met al die mensen in de samenleving die het anders willen.

Voorzitter. Ik begon met de verwarrende tijden. Misschien zijn de tijden vooral verwarrend voor politici die vasthouden aan het verleden en te weinig verbeelding hebben van de toekomst.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Van Haersma Buma, namens het CDA.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Voor het eerst sinds vijf jaar wensten de Kamerleden van de VVD mij succes met mijn inbreng. Waar ik dat nou aan te danken heb ... Ze zullen het wel merken.

Mevrouw de voorzitter. Gisteren was het op de dag af 500 jaar geleden dat in een Duits provinciestadje een opstandige monnik 95 stellingen aan de deur van de plaatselijke slotkerk spijkerde. Hij kon niet vermoeden hoezeer hij daarmee het aanzien van Europa voorgoed zou veranderen. Maarten Luther zou een van de grootste kerk- en maatschappijhervormers in de geschiedenis van Europa worden. Luther heeft veel richtinggevende geschriften nagelaten, ook in het jaar 1520. Hij schreef toen een voor die tijd baanbrekend pamflet: von der Freiheit eines Christenmenschen, over de vrijheid van een christen. Hij ontleedde daarin twee schijnbaar tegenstrijdige stellingen. Zijn eerste stelling: een christen is in vrijheid heer van alle dingen en niemands onderdaan. Zijn tweede stelling: een christen is in dienstbaarheid knecht van alle dingen en ieders onderdaan. Luther spreekt daar over christenen, maar in die tijd, in 1520, ging dat om zo'n beetje alle Europeanen. In die tijd was er geen onderscheid. Hij sprak de hele bevolking aan.

Met zijn eerste stelling maakte hij duidelijk dat iedereen een persoonlijke vrijheid heeft, vrij is in zijn geloof en in zijn geweten. In je persoonlijke geloof of in je geweten hoef je niemand boven je te dulden die vertelt wat je moet doen. Maar vanuit die vrijheid heeft vervolgens ieder mens een dienende verantwoordelijkheid naar de ander. Hij zei dat dus scherp. Individuele vrijheid betekent ook collectieve verantwoordelijkheid. Die twee begrippen bracht Maarten Luther bij elkaar, 500 jaar geleden.

In de politiek van vandaag zijn individu en collectief heel vaak elkaars tegenpolen. De ene stroming benadrukt het belang van de individuele vrijheid; de andere kijkt veel meer vanuit de collectieve verantwoordelijkheid. Hoe je ook tegen die twee begrippen aankijkt, uiteindelijk moeten ze met elkaar in balans zijn. Een balans tussen vrijheid en verantwoordelijkheid, tussen individu en gemeenschap. Mijn stelling is dat die balans in de moderne samenleving weg is. De individuele vrijheid is te absoluut geworden, de collectieve vrijheid te relatief. Dat kun je ook keer op keer afleiden uit de onderzoeken die bijvoorbeeld worden gedaan door het Sociaal en Cultureel Planbureau. Want wat zijn de grootste zorgen van de Nederlanders? Die gaan niet over individuele zaken. Die gaan over de vragen "hoe verandert dit land?", "gaan we nog wel op een goede manier met elkaar om?" en "wat betekenen de veranderingen in onze samenleving door immigratie en integratie?". Die zorgen zijn groter dan de zorgen over de economie of over de eigen financiën. Die zorgen over immigratie en integratie zijn groot.

Het probleem is heel mooi af te leiden uit bijvoorbeeld een vraag die Kim Putters, directeur van het SCP, stelt. Want hij verwoordt dat probleem, dat ongemak, die spanning soms tussen mensen, als volgt. Hij zegt: moslimjongeren in onze samenleving hoor ik de vraag stellen "mogen we hier wel zijn?", en dan vraagt de omgeving terug "maar willen jullie hier wel zijn?". Twee vragen waar je over na moet denken. Maar als je erover nadenkt, merk je hoe diep dit is. Het is de onzekerheid in de samenleving: willen jullie hier eigenlijk wel zijn, mogen we hier eigenlijk wel zijn, en vervolgens, zijn wij wel één hechte samenleving? En dat staat onder druk. Want hoe kan het dat er in het Nederland van vandaag, het welvarende Nederland van vandaag, zo veel mensen zijn die zich onzeker en verweesd voelen, terwijl we individueel vrijer zijn dan ooit? Hoe kan het dat zo veel mensen zorgen hebben over de manier van omgaan met elkaar, dat de vrees voor de toekomst groter is dan de zekerheid dat het beter gaat? Hoe kan het zijn dat 1 miljoen ouderen in dit land zich eenzaam voelen, in dit vrije, welvarende land? Hoe kan het dat de vrijheid van meningsuiting zo vaak ontaardt in schelden en beledigen? Het maakt mensen boos. Het leidt tot wantrouwen, ook tegenover de politiek.

Het gaat uiteindelijk om al die gewone Nederlanders die deze vragen, deze zorgen hebben, om mensen die het beste voor hun land willen, het beste voor de toekomst, het beste voor de toekomst van hun kinderen. Het gaat om gewone mensen, ongeacht waar ze wonen, wie ze zijn, wat hun geloof is, wat hun achtergrond is, wat hun kansen zijn. Dat zijn de prangende vragen. Dat zijn de mensen voor wie wij het doen. En dat is ook waar wij ons op moeten richten bij de start van deze nieuwe coalitie.

Christendemocraten benadrukken het belang van de verantwoordelijkheid die je hebt voor de ander, voor het collectief. De liberaal zal beginnen bij de persoonlijke vrijheid en zal die zo weinig mogelijk willen inperken. Dat zijn verschillen die zich op allerlei terreinen in het denken manifesteren. In de politiek is dat: hoe denk je over het gezin; iets collectiefs of iets individueels? Bij veiligheid: het belang van privacy ten opzichte van veiligheid. Het onderwijs: vrij voor iedere richting of allemaal op één manier? En zo ook met betrekking tot arbeidsmarkt, en noem maar op. Dat is een verschil, soms een kloof. En dat was de kloof die in deze coalitieonderhandelingen moest worden overbrugd: collectief versus individueel. Voor het overbruggen daarvan was tijd nodig.

De afgelopen maanden hebben vier partijen onderhandeld over een regeerakkoord. Na die maanden zeg ik, misschien teleurstellend voor de collega's van D66 en de VVD: ik ben niet liberaler geworden. Ik verwacht ook niet dat zij christendemocratischer zijn geworden. Maar dat was ook niet wat we zochten. Tegen iedereen die zegt dat hij al die verschillen ziet, zeg ik dus: ja, dat klopt, maar de opdracht was om in het belang van het land die verschillen te overbruggen, zodat we gezamenlijk een opdracht konden geven aan een nieuw kabinet. En dat is gelukt. Ik durf zelfs oprecht te zeggen dat de opdracht die wij dit kabinet hebben meegegeven, veel ambitieuzer is geworden dan wat ik bij de start van deze onderhandelingen ooit voor mogelijk had gehouden, wetende hoe groot de verschillen waren. Ik zie dat het is gelukt om die verbinding, die brug, te leggen tussen individueel en collectief, helemaal in de geest van dat pamflet van 500 jaar geleden. In wezen is de basis van dit regeerakkoord 500 jaar geleden in Wittenberg gelegd. Gisteren is de Hervorming herdacht, met protestanten én katholieken én joden, om te laten zien dat een verschil van toen, een eenheid van nu is geworden.

Mevrouw de voorzitter. Vijf jaar geleden stond ik op deze plek bij de start van het kabinet-Rutte II. De houding van het CDA ten opzichte van dat kabinet was er een waarbij we goede voorstellen steunden, slechte voorstellen afwezen en, waar mogelijk, ons best deden om voorstellen beter te maken om ze alsnog te kunnen steunen. In de basis zal die houding de komende vier jaar niet veranderen. Dat neemt natuurlijk niet weg dat de positie waarin ik hier nu sta, een totaal andere is. Er is een coalitieakkoord, waarin het CDA heel veel van wat het belangrijk vindt, herkent. Veel meer dan in de vorige periode biedt dat het CDA de kans om belangrijke wensen daadwerkelijk gerealiseerd te krijgen. Ik hoop dat voor de andere coalitiepartijen hetzelfde geldt, dus dat zij ook heel veel van hun wensen gerealiseerd krijgen. Vier partijen herkennen zich in het totaal. Dit betekent dus dat het CDA ook voorstellen als goed zal steunen als we die zelf niet verzonnen hebben, omdat het totaal ons aanspreekt. Dat maakt onze positie in de komende vier jaar anders dan vier jaar geleden. Onze handtekening staat onder het regeerakkoord. Met elkaar, onze negentien CDA'ers, zullen wij ervoor zorgen dat wij na die vier jaar meer van het verkiezingsprogramma van 2017 in praktijk hebben gebracht dan ons na 2012 vanuit de oppositie is gelukt.

De heer Asscher (PvdA):
Dit was een preek. We weten nu dat de inspiratie voor het regeerakkoord blijkbaar is gegeven door de Reformatie van 500 jaar geleden. Ik dacht eerst dat het "bumor" was, maar het verklaart waarom de heer Buma zei: zodra wij het hebben opgeschreven, is het voor de rest van de wereld wet. Hij heeft gezegd: in ons regeerakkoord staat dat we af willen van het raadplegend referendum. Daarmee is het dan feit geworden. Hij zei: het kabinet hoeft zich, ongeacht de uitslag, niet aan de wet te houden die het kabinet verplicht om in zo'n geval het voorstel in heroverweging te nemen. In mijn ogen geldt die wet nog steeds. De heer Buma zegt ook: ik blijf het precies doen zoals ik het altijd deed; ik laat me dus niet vastketenen aan het regeerakkoord. Er staat een handtekening onder, maar we willen ook samenwerken.

Nu mijn eerste vraag, meneer Buma. Uw traditie gaat terug tot de Reformatie, maar ook tot de polder. Bent u bereid de nieuwe minister van Sociale Zaken de ruimte te geven te komen tot een sociaal akkoord waar bijvoorbeeld een betere bescherming voor zzp'ers in zit? Dat is iets wat u wil en wat de Partij van de Arbeid wil.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Polders zijn overigens ouder dan de hervorming. Het polderen komt al uit de vroege Middeleeuwen. Dat is dus een mooi ijkpunt om ook onze kloof te overbruggen. Ik ga er graag op antwoorden. Ik kom nog op de arbeidsmarkt. Ik ben er echt van overtuigd dat er een paragraaf staat die de polder moet kunnen inspireren. Ik hoop dat u er ook veel in herkent, niet alles maar het mogelijke wel. Ik zie het volgende in ieder geval als taak. Ik spreek gewoon als CDA'er, maar ik geef het graag door aan de minister, namelijk dat men met deze afspraken in de hand naar de sociale partners gaat en zegt: jullie kwamen er niet uit en dat betreuren wij, maar wij vinden dit; wij hebben daarbij ook nagedacht wat voor de sociale partners denkbaar zou zijn; neem dit serieus, want dit is het kader. Maar natuurlijk praat je daarover. Ik roep de sociale partners ook op om dat te doen. Tot nu was het wat stil en ik snap dat, want de minister was er nog niet. Nu is er een minister. Als er iets van controle is door het CDA, is dat deze minister aanspreken op zijn ambitie om een sociaal akkoord te sluiten. Daarbij is het ontzettend belangrijk wat de andere partijen vinden, ook de Partij van de Arbeid. Zij heeft de afgelopen jaren ook laten zien dat voor de PvdA een akkoord met werknemers en werkgevers belangrijk is. Ik hoop dat dit een antwoord was op de vraag. Ja, die paragraaf moet worden besproken, maar hij is niet opgeschreven met de gedachte "wat staat er in ons verkiezingsprogramma?", maar met de gedachte "wat is wenselijk voor de arbeidsmarkt?".

De heer Asscher (PvdA):
Dank voor dit historisch geïnspireerde antwoord. De polder was er zelfs al eerder dan de christendemocratie. Het is onvoorstelbaar.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Ja, maar daar word ik liever niet aan herinnerd.

(Hilariteit)

De heer Asscher (PvdA):
Maar de vraag is natuurlijk als volgt. Als je vrijheid als een probleem definieert, is dat een dubbele boodschap aan dit kabinet. Natuurlijk zijn de afspraken die u gemaakt heeft de basis waarmee de minister op pad moet gaan. Je kunt niet verwachten van de sociale partners dat ze daarna in luid gejuich en applaus uitbarsten. Daar zijn we het denk ik over eens. Dat betekent dus, binair, dat er ruimte is om die afspraken te verbeteren. Ik heb u die ruimte horen geven. Die ruimte heeft de minister. Dan ligt het voor de hand om hem aan te moedigen daar snel gebruik van te maken en pas wetten naar de Kamer te sturen als we weten of dat gelukt is.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Op zich laat ik de beantwoording daarover aan het kabinet. Heel eerlijk gezegd, in mijn perspectief ga je eerst overleggen met de sociale partners en kom je dan met een wet. Het kan natuurlijk gebeuren dat je er niet uit komt. We moeten een aantal veranderingen doorvoeren. We hebben bij het opschrijven niet gedacht: wat zullen we eens opschrijven vandaag? Dit is echt een richting die wij wenselijk vinden, omdat je zowel werknemers als werkgevers iets wilt laten tekenen. Door bijvoorbeeld de Wet werk en zekerheid te veranderen maken wij het mogelijk om werknemers in vaste dienst te nemen en tegelijkertijd zzp'ers, flexcontacten en payrolling aan te pakken. Dat vinden werkgevers misschien iets minder leuk, maar dat vinden werknemers weer fijner. Ik heb dus wel de indruk dat we sturen in een richting, maar natuurlijk is het zo dat je dit neerlegt in een volwassen overleg met sociale partners om erover te spreken. Dan komt het natuurlijk terug en zien wij het ook. Dan is het mogelijk anders dan waarvoor we dachten te tekenen. Dat is voor een coalitiepartij ook van belang om te beseffen. Maar wie weet is het iets wat andere partijen ook kunnen dragen. Dan vind ik dat we alleen maar winst hebben geboekt. Ik kijk voortdurend met een schuin oog naar de minister van Sociale Zaken, die gelukkig aan deze kant zit. Hij knikt ja. Dat is op zichzelf voor mij niet het belangrijkste, want ik zeg dit gewoon, maar ik vind het wel fijn.

De heer Asscher (PvdA):
Ik vind het ook fijn. Fijn dat u het fijn heeft. Ik geef alvast een kleine richting mee. Er zitten echt goede voorstellen in. Dat heb ik eerder ook ruiterlijk gezegd. Een proeftijd van vijf maanden heeft echter een enorm risico in zich van het vogelvrij verklaren van mensen en dat willen wij niet. Als je een vast contract hebt, wil je niet om het minste of geringste kunnen worden weggestuurd. Dat is een groot probleem. Dat gaat de vakbeweging een groot probleem vinden. Ik geef het mee. Ik snap het, u heeft die stellingen daar net vastgetimmerd. Die gaat u niet herschrijven, maar die moet anders, wil het lukken.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Ja. Ik vind het van belang dit te noteren. Het ijkpunt is dat werkgevers en werknemers zich er in moeten kunnen vinden. Ik realiseer mij heel goed dat voor de Partij van de Arbeid de positie van de werknemers een ijkpunt is. Ja, het moest er nog bij komen dat dit niet zo was. Ik erken wel dat de minister beide in het oog zou moeten houden, maar ik vind dat een heel reëel punt dat het kabinet gewoon mee moet nemen.

De voorzitter:
Gaat u verder.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Dan ga ik weer verder, ja.

Ik had het over het feit dat het CDA de vorige periode stemde langs de lijnen van een verkiezingsprogramma en dat nu er een regeerakkoord is gesloten, het ijkpunt daarop is gebaseerd, tenzij iets daar niet in staat en dan vallen we terug op ons verkiezingsprogramma. Want zo werkt Nederland coalitieland. Na de polarisatie van verkiezingen komt altijd het ingewikkelde proces op gang waarbij partijen die elkaar eerst bestreden, toch samen een agenda moeten gaan bouwen. Dat proces was deze keer wel heel moeilijk. Ik hecht eraan toch enkele woorden aan het proces te wijden, al is het maar om te voorkomen dat ik iedere nacht dromend wakker word. Het is goed om het op een gegeven moment even van je af te kunnen spreken.

Slechts weinigen hadden kunnen vermoeden dat vier zo totaal verschillende partijen, VVD, CDA, D66 en ChristenUnie, zo'n sterke gezamenlijk ambitie konden opschrijven. Daarbij is het ook een dag voor andere overwegingen, waar ik de afgelopen maanden ook weleens over nagedacht heb. Want het geeft ook wel te denken dat wij in Nederland in de democratie van vandaag inmiddels minimaal vier partijen nodig hebben voor een meerderheid om een coalitie te vormen. En dan ook nog eens een meerderheid die één zetel is in de Tweede Kamer en één zetel in de Eerste Kamer. Dit is mede het gevolg van een in mijn ogen nieuw en toenemend fenomeen in de politiek. Steeds meer partijen lijken wel niet mee te willen regeren of suggereren dat wel te willen maar haken in daden af. Ik had net een interruptiedebatje met Klaver die meteen riep: jullie willen de macht. Nou, zo is het niet, mijnheer Klaver. Wij willen verantwoordelijkheid en u zou die ook moeten willen. Want wat gebeurde er na de verkiezingen? De SP sloot heel snel de VVD uit. Het is dan overigens weer verrassend dat de heer Roemer hier zo-even de heer Dijkhoff interrumpeerde met: kunnen we afspraken maken? Ja, dat kon op 16 maart al. Maar eerst zeggen "nee, dat wil ik niet met jullie" en dan hier komen en zeggen "kunnen we afspraken maken?", in de verwachting dat waarschijnlijk gezegd wordt "dat gebeurt niet" — want er is inderdaad inmiddels een regeerakkoord gesloten — is in mijn ogen niet hoe de democratie werkt. Die moet werken vanuit partijen die uiteindelijk elkaar vinden, ook als je weet welk risico een partij daarmee soms politiek loopt. De SP sloot de VVD uit en koos voor de zijlijn. GroenLinks onderhandelde wel maar zocht vervolgens toch weer opzichtig de uitgang. Net zei de heer Klaver tegen mij dat hij er van het begin af aan al niet in geloofde. Doe het dan niet of doe het wel en doe het dan goed. De PVV — ik blijf het zeggen — heeft eerder bewezen dat je wel in woorden kan roepen "we willen samenwerken" en vervolgens als slachtoffer aan de kant kan blijven staan, maar ook voor de PVV geldt: Nederland is een coalitieland waar je moet geven en waar je moet nemen. Anders komt het land niet verder.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik had zojuist een interruptiedebatje met de heer Buma, waarin hij mij inderdaad vroeg waarom GroenLinks niet in dit kabinet zit. Daar heb ik inhoudelijk antwoord op proberen te geven. Ik heb ook gezegd dat na zo'n lange tijd onderhandelen je ziet wat de verschillen zijn en dat uiteindelijk een breuk onvermijdelijk bleek. Dat was niet vanaf de eerste dag zo, want anders had ik echt wel andere keuzes gemaakt. Ik wil het niet te persoonlijk maken, maar de dag nadat mijn moeder was overleden, was ik echt niet teruggekomen om te onderhandelen als ik toen al dacht dat het niet zou lukken. Maar de vraag die ik wil stellen aan de heer Buma is de volgende. Hij heeft het hier voortdurend over zijn analyse van de samenleving. Ik herken er veel van uit zijn Schoo-lezing en het verdient waardering als iemand de moeite neemt om zo'n lang en doorwrocht verhaal op te schrijven, maar die analyse focust zich volledig op culturele thema's en de afstand die mensen voelen tot de samenleving. Mijn verhaal van zojuist, staat daar eigenlijk lijnrecht tegenover. Dat focust op de sociaal-economische tegenstrijdigheden die er in de samenleving zijn ontstaan. Hoe kijkt de heer Buma er nou tegenaan wat het verhogen van de btw of het verlagen van de vennootschapsbelasting, wat al dat soort zaken doet met het vertrouwen van de mensen in de politiek, waarbij ze zien dat we hier opkomen voor grote bedrijven in plaats van voor hen?

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Op zichzelf vind ik het wel van belang dat dit inderdaad meer sociaal-economische factoren zijn, terwijl ik dus denk dat er veel meer sociaal-culturele factoren belangrijk zijn. Maar uw punt is terecht.

Maar u heeft het over de btw, terwijl u niet vertelt — over vertrouwen gesproken — dat GroenLinks zelf de verpakkingenbelasting met 2 miljard euro verhoogt en de btw op vis, vlees en bloemen van 6% naar 21% brengt. Dat betekent voor de dagelijkse boodschappen in de supermarkt — want helaas: voedsel is vanwege de veiligheid verpakt — dat per saldo de boodschappen meer omhooggaan dan bij ons. Waar eindigt dat mee?

Waarom verhogen we de btw? Omdat we de inkomstenbelasting verlagen. Omdat we arbeid goedkoper maken. Dat doen we niet alleen voor overheidspersoneel, zoals bij u het geval is, maar dat doen we ook voor de bakker, ook voor de timmerman en ook voor de lasser. U mag mij en de coalitie daarop aanvallen, maar het is een bewuste keus in het verschuiven van belastingen: van belasting op arbeid naar belasting op consumptie. Maar gelukkig wel niet zo dom als u dat gedaan heeft.

De heer Klaver (GroenLinks):
Zo! Dat is wel stevige taal!

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Ja. Verpakkingenbelastingen met 2 miljard verhogen en niet zeggen dat je dat doet, dat vind ik geen sterk verhaal.

De heer Klaver (GroenLinks):
Het is grappig dat de heer Buma dit zo brengt. Dat is ook bijna "bumor". Ik kan me nog heel goed de verkiezingscampagne herinneren, waarin wij gewoon aangaven dat we belastingen wilden op verpakkingen en een hoger tarief wilden op vlees en vis. Daar spraken wij gewoon open over in de verkiezingscampagne. Wij wel, meneer Buma! Mijn partij is namelijk vrij helder. Dat heb ik in de verkiezingscampagne iedere keer herhaald: dat wat we niet willen, maken we duurder en dat wat we wel willen, maken we goedkoper. Die btw stond niet in uw programma. Die btw stond in helemaal niemands programma, dus uw kiezer kon helemaal niet weten wat er allemaal duurder zou worden. Daarbij komt dat je de btw zo voor alle producten omhoog brengt. Je brengt de btw omhoog voor de boodschappen, voor musea, voor de camping, voor concerten, voor de fietsenmaker en voor de schoenmaker. Dan maak je het dagelijkse leven van mensen duurder en daarbij zeg je: dat hebben we nodig, want we moeten de lasten op arbeid verlagen. Dat is onzin. Dat was niet nodig. Dat geld had u niet nodig om de lasten te verlichten. U had er ook voor kunnen kiezen om de vennootschapsbelasting niet te verlagen of om niet 1,4 miljard naar Amerikaanse beleggers te sturen. Dan had u de verhoging van die btw helemaal niet nodig gehad.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
U haalt er een ander element bij. Dat vind ik terecht. Dat vind ik prima, maar vergeet dus even niet dat wat we gedaan hebben een bewuste keus is, die economisch voor Nederland goed is en die voor gezinnen goed uitpakt. Vergeet niet dat we ook de kinderbijslag en het kindgebonden budget verhogen. Er gebeurt veel meer. Daar zit deze keus in.

Ten tweede de dividendbelasting. Ik vind dat u ook daarover wel weer moet vertellen dat weliswaar de dividendbelasting met 1,4 miljard wordt verlaagd, maar dat de renteaftrek wordt beperkt ter waarde van 1,4 miljard euro. Maar dat vertelt u niet. U vertelt niet dat de groene belastingen voor bedrijven met, geloof ik, 700 miljoen omhooggaan. U vertelt niet dat de vennootschapsbelasting niet alleen voor grote bedrijven een verbetering is, maar ook voor kleinere bedrijven.

Weet u wat zo gek is? In dit land moeten we ook geld verdienen. Daar heb je bedrijven voor nodig. Weet u hoeveel gewone Nederlanders er werken bij die multinationals waar u zo op afgeeft? 2 miljoen! Voor hen doen we dat. Ik sta daarvoor.

De heer Klaver (GroenLinks):
Mijn punt is niet dat u iets heeft gedaan waar u niet over heeft nagedacht. U heeft er heel goed over nagedacht om die btw te verhogen.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Precies.

De heer Klaver (GroenLinks):
U heeft er heel goed over nagedacht om de belastingen voor die grote bedrijven te verlagen. Ik geef aan dat ik die keuze niet begrijp. U heeft het over de dividendbelasting. Wij hebben al laten zien dat dit geen bijdrage levert aan het creëren van meer werkgelegenheid. Als u echt meer werkgelegenheid wilt, dan moet u er niet voor zorgen dat kapitaal minder belast wordt, maar arbeid. En dan hebben we het niet alleen over de belastingen die mensen betalen, dan hebben we het ook over de werkgeverspremies. En daar zie ik dit debat niet de grote stappen zetten die werkelijk nodig zijn.

Uiteindelijk komt het hier op neer, Buma. Dat is de vraag waar het om draait: de onvrede bij burgers. Uw analyse is dat dat komt door de culturele thema's, door een gebrek aan gedeelde identiteit. Maar als ik met mensen spreek, dan hoor ik dat mensen zich zorgen maken over de kosten van hun dagelijkse levensonderhoud. Als je op dat moment de btw verhoogt, het leven voor mensen duurder maakt, en er tegelijkertijd voor kiest om grote multinationals — want daar gaat het om — de grote belastingkortingen te geven waar het nu over gaat, dan sla je de plank mis. Als je ervoor kiest om het eigen risico intact te laten, dan sla je de plank mis. Dan voed je het wantrouwen, omdat mensen steeds meer zelf verantwoordelijk zijn voor hun leven en niet het gevoel hebben dat de overheid er ook voor hen is. Dat is het gebrek aan gemeenschapszin waaraan we zouden moeten werken, mijnheer Buma.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Ik ben bang dat we het aan het begin van deze periode hier niet over eens worden. Als ik kijk naar bijvoorbeeld het plan dat gisteren gepresenteerd is door de drie linkse partijen, dan gaat het daarbij om een belastingverhoging van 10 miljard. Dan wordt het boodschappenmandje bij u misschien niet duurder, maar je hebt wel minder geld om het te vullen. De enigen die meer salaris krijgen, zijn mensen in overheidsfuncties. Maar ik zei het net al: iemand die lasser, timmerman of bakker is, gaat aan het eind van het jaar honderden euro's minder krijgen. U kunt nu wel "nee" schudden, maar de belastingverlichting die wij geven, die vlaktaks, doet u niet. U verhoogt de belastingen. U past het voor specifieke groepen aan. Maar wij doen het nu juist voor iedereen.

En wat de bedrijven betreft: ik geef toe dat er één maatregel is die banen gaat kosten. Dat is de doorbraak die we hebben bereikt, dat is iets wat het vorige kabinet niet lukte. Dat is dat we brievenbusfirma's eindelijk gaat belasten. Ik hoor u daar niet over, maar ze zijn er wel. En er zijn mensen die daarvoor werken. Er zijn kantoren in Amsterdam die daarvoor werken. Het zijn banen, echte banen. En dat vinden we niet erg, omdat wij zeggen: de banen die wij in Nederland willen, zijn voor gewone Nederlanders. En die mensen als U2 ... Leuk om naar te luisteren, maar hun geld verdienen ze maar op een plek waar ze ook belasting betalen. Dát gaan we zeggen. Daar hoor ik u niet over. Dus zeg ik het maar.

De voorzitter:
Mijnheer Klaver, tot slot.

De heer Klaver (GroenLinks):
Uiteindelijk gaat het in dit land over de vraag: hoe zorg je ervoor dat zo veel mogelijk mensen profiteren? De heer Buma houdt hier nog steeds een heel verhaal over wat het belang is van deze multinationals voor Nederland en hoe we ervoor zorgen dat we ze hier in Nederland houden. Hij zegt dat het belangrijk is dat we kapitaal minder belasten. Waarom moet belastingontwijking worden aangepakt, mijnheer Buma? Omdat die bedrijven al geen belasting betalen in dit land. Aan de ene kant doet u het juiste. Daar ben ik het mee eens. Aan de andere kant geeft u het gewoon weer terug aan het bedrijfsleven. Ik wil dat meer belastingen in Nederland worden opgebracht door het grote bedrijfsleven. Dan zouden we nog grotere lastenverlichtingen kunnen geven aan mensen die het echt verdienen.

U heeft het over de plannen van de linkse oppositie. Ik ben blij dat er is gevraagd om een doorrekening. Ik hoop dat er zelfs naar koopkracht wordt gekeken, want ik durf u op een briefje te geven wat daar uitkomt. Er gaan een paar mensen bij ons erop achteruit, inderdaad. In onze plannen zal iedereen met een inkomen boven €100.000 minder krijgen. Maar mensen aan de onderkant, de lassers waar u het over heeft, gaan erop vooruit. Mensen die in een Wajong-uitkering zitten, gaan er bij ons op vooruit. Ik ben daar trots op, want als ik het heb over eerlijk delen, geloof ik juist dat het gaat over de mensen die niet meer dan een ton verdienen. Dan gaat het over die lasser. Dan gaat het over de Wajongeren. Dan gaat het over die docent. Dat zijn de mensen waarvoor we het allebei zouden moeten doen, mijnheer Buma.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Dit is toch het oude verhaal: als je belastingen verhoogt en je het geld gaat herverdelen, dan worden we uiteindelijk allemaal rijker. Dat is niet zo. Het geld moet eerst verdiend worden. Het gekke is: ik heb net zomin als u iets met veelverdienende bazen die over de hele wereld in grote bedrijven beleggen. Ik wil maar één ding. Ik wil dat bijvoorbeeld de 2 miljoen mensen die daar werken, hun baan in Nederland houden. De papieren firma's hoef ik hier niet. Ik sta voor die keuze. U kunt zeggen: hij klopt niet. Maar hij klopt wel.

De voorzitter:
Echt tot slot, mijnheer Klaver.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ja, voorzitter, tot slot. Uiteindelijk is de manier waarop je als kabinet kiest voor het verlagen van de belastingen voor mensen in Nederland, een politieke keuze. Door te kiezen voor zo'n sociale vlaktaks, zoals het CDA dat wil, kies je ervoor dat de meeste lastenverlichting uiteindelijk gaat naar de rijkste mensen.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Nee.

De heer Klaver (GroenLinks):
Het kabinet zegt dat iedereen erop vooruitgaat, maar de meeste lastenverlichting is voor de mensen die het meeste verdienen. Zij gaan er ook het meeste op vooruit, mijnheer Buma. Dat kan een keuze zijn, maar ik vind dat niet de juiste keuze. Ik vind ook dat u uw eigen analyse daarmee tekortdoet. Als u zegt dat er in Nederland een gebrek aan gemeenschapszin is, dan is een deel van het verhaal dat het gaat over een gedeelde identiteit, maar het andere deel is dat we ervoor moeten zorgen dat de mensen die dit land draaiende houden — dat zijn de schoonmakers, de mensen in het onderwijs, politieagenten en uw lasser — er het meeste van iedereen op vooruitgaan. In uw plannen is dat niet het geval.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
De heer Klaver zegt wat, maar nu krijg ik te horen dat ik niet moet antwoorden. Ik ben degene die een interruptie krijgt.

De voorzitter:
Dat heeft u niet te horen gekregen. Ik zei: graag kort.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Oké. Kort? Hoe kan dat nou?

Ik ben het zeer eens met wat de heer Klaver zegt over die schoonmaakster. Toch ga ik het verhaal weer omdraaien. Om een schoonmaker aan het werk te houden, moet er — het is heel simpel — een bedrijf zijn om schoon te maken. U kunt wel zeggen dat de salarissen voor schoonmakers omhooggaan. Maar ik zeg: we moeten eerst banen hebben in Nederland om te zorgen dat mensen ook die banen krijgen. Die grote bedrijven zijn niet onbelangrijk, omdat heel veel gewone Nederlanders daar hun baan hebben. Daarom sta ik ervoor. Ik ben blij dat het interruptiedebat doorgaat. Misschien kunnen anderen inmiddels wat anders gaan doen. Dan gaan de heer Klaver en ik nog even door met het interruptiedebat.

De voorzitter:
Nee, dat gaat niet zo gemakkelijk. Volgens mij zijn de posities helder.

De heer Klaver (GroenLinks):
Dat is waar. De posities zijn misschien helder, maar dit is een vrij cruciaal punt in het debat. Dit gaat over groot geld. Dit gaat bijvoorbeeld over 1,4 miljard euro in het kader van de dividendbelasting. Ik was het niet met de heer Dijkhoff eens, maar hij was wel eerlijk. Hij zei: we weten niet wat het gaat doen; we nemen een gok, maar ja, ik vind het het waard om 1,4 miljard euro uit te geven, ook al weet ik niet zeker dat het werkelijk werkgelegenheid gaat opleveren, maar het risico bestaat dat we er iets mee verliezen. Dat is het eerlijke verhaal als het gaat over het afschaffen van de dividendbelasting en wat dat bijdraagt aan werkgelegenheid. Als het gaat over het creëren van werkgelegenheid en bedrijvigheid in Nederland, wil ik best aan uw kant staan om de juiste maatregelen te nemen, maar het afschaffen van dividendbelasting, alstublieft ... Dat draagt nergens aan bij.

De voorzitter:
U hebt uw punt gemaakt.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Dit was een interruptie. Ik kan dus weer antwoorden. Dat ga ik ook doen.

De voorzitter:
Natuurlijk kunt u antwoorden.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
De heer Klaver zal misschien zo weer naar voren komen, maar ik geef het antwoord. De heer Klaver mag hierop wijzen, maar als het CDA geroepen is tot de verantwoordelijkheid die nu is gekomen, dan is dat meer voor mij dan het houden van een verhaal dat goed klinkt. Mij gaat het om het volgende. Willen we zulke bedrijven in Nederland houden, die — ik zeg het nogmaals — voor 2 miljoen mensen een baan opleveren, dan moeten we strategische keuzes maken. Dit is daar één van. Je mag een andere afweging maken; dan doe je het niet. Dat is uw keuze. Ik zou het niet durven.

De heer Kuzu (DENK):
In het verhaal van de heer Buma hoor ik twee termen die constant terugkomen. Dat gaat over verantwoordelijkheid en dat gaat over vertrouwen.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Vrijheid en verantwoordelijkheid noemde ik, maar vertrouwen hoort daar zeker bij.

De voorzitter:
De heer Kuzu heeft het woord.

De heer Kuzu (DENK):
Ik hoorde in ieder geval die twee termen. Over vrijheid kunnen we het ook hebben, maar ik wil mijn interruptie doen op deze twee onderwerpen. De verantwoordelijkheid: ik heb van het CDA in de afgelopen vijf jaar een totaal andere houding gezien in de Tweede Kamer. Het CDA had ook de mogelijkheid om verantwoordelijkheid te nemen toen er allerlei verschillende deelakkoorden werden gesloten. Dus mijn eerste vraag is: waarom houdt het CDA nu een verhaal over verantwoordelijkheid, nadat het de afgelopen vijf jaar vakantie heeft genomen en de verantwoordelijkheid heeft laten zitten?

Het tweede punt gaat over het vertrouwen. We kunnen het dan hebben over culturele onderwerpen, over economische onderwerpen. Waar het gaat om die identiteitsvragen hoor ik dat de heer Buma wel vragen stelt, maar geen antwoorden geeft. Waar het gaat om een stukje vertrouwen, wil ik de heer Buma vragen: wat betekent uw woord van vóór de verkiezingen nog ná de verkiezingen? Ik hoor het Rog, de onderwijswoordvoerder van het CDA, in de zaaltjes nog zeggen: met het CDA gaat het sociaal leenstelsel eraan. Ik hoor het mevrouw Keijzer, destijds zorgwoordvoerder, nog zeggen: het eigen risico gaat met €105 omlaag. Dat staat ook in het plan, en in hetzelfde plan staat: wij doen geen loze beloftes. Waren dit loze beloftes, mijnheer Buma?

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Dit waren twee uitgebreide vragen in een interruptie. Dan zou ik theoretisch ook uitgebreid op die twee vragen mogen reageren.

De voorzitter:
Dat mag.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Ik zal beginnen bij de tweede. U noemt een aantal dingen die daadwerkelijk in ons verkiezingsprogramma staan en die, wanneer het CDA in zijn eentje kon regeren, ook zouden gebeuren. De afgelopen periode — ik kom daar ook maar meteen op terug — konden we uitgaan van ons verkiezingsprogramma en moesten we dat ook doen. Maar vaker dan ons misschien van tevoren werd meegegeven, hebben we het kabinet ook gesteund. Er werd weleens geklaagd dat het CDA zo veel steun gaf; 90% geloof ik. Dus wat nou, vakantie? Dat is het eerste.

Het tweede: voor de verkiezingen en na de verkiezingen. Het is mijn verantwoordelijkheid — en die zou u ook hebben, als u geroepen zou zijn, en dat kan, tot coalitieoverleg in Nederland — om een deel van de dingen die je wilt, in te leveren. Anders komt er geen kabinet en dan staat u net zoals de heer Klaver en net zoals de heer Roemer aan de kant met schone handen, maar vak-K is leeg en niemand regeert het land. Dat doe ik dus niet. We hebben de verkiezingen gewonnen, nadat we ze hadden verloren in 2012. Dat schept een verantwoordelijkheid en daar loop ik niet voor weg. Waar ik trots op ben, is dat er uiteindelijk een regeerakkoord is waar veel meer in staat dan alleen maar een vierde van wat het CDA zou willen. Veel meer. En ik zeg vol trots: ja, dit akkoord is een akkoord waar ik vol voor sta. Waar dankzij overigens niet alleen het CDA, maar ook de ChristenUnie het eigen risico gelijk blijft en niet gaat stijgen. Waar het leenstelsel niet wordt teruggedraaid, maar waar we wel zorgen dat in het eerste jaar het collegegeld wordt gehalveerd om de toegankelijkheid te vergroten. Ja, ik heb niet alles binnengehaald, maar ik ben trots op wat ik wel heb binnengehaald.

De heer Kuzu (DENK):
Voorzitter, het zou helemaal eerlijk zijn als het verhaal dat de heer Buma nu houdt na de verkiezingen, ook voor de verkiezingen was gehouden. Want ik vind dat de heer Buma er niet zo makkelijk mee weg kan komen, door te wijzen op hoe het werkt hier in Nederland, voor de verkiezingen, na de verkiezingen en bij het vormen van een coalitie. Het waren harde woorden van het CDA voor de verkiezingen. Ik herhaal ze nogmaals: €105 zou het eigen risico gaan dalen; het sociaal leenstelsel zou eraan gaan. Dat zouden geen loze beloftes zijn. Dan zou het toch eerlijk zijn van het CDA om ... Als er voor de verkiezingen werd gedacht "o, wacht eens even, straks bestaat het risico dat we niet al deze punten binnenhalen", dan zou ik de heer Buma in ieder geval willen meegeven dat hij niet dat soort prachttaal moet gaan gebruiken. Loze beloftes! Voorzitter, het zijn loze beloftes geweest van het CDA. Dat is het enige wat ik nog kan concluderen. Het eigen risico blijft torenhoog met €385, en het leenstelsel blijft bestaan.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Dat is dezelfde interruptie nogmaals geprobeerd, dus ik verwijs naar wat ik de eerste keer zei: ik ben trots op het resultaat. Dat resultaat had ik niet bereikt als wij aan de kant waren blijven staan. Als uw partij serieus meent dat zij verantwoordelijkheid had willen dragen — dat heeft u voor de verkiezingen gezegd — dan had u ook hier gestaan en dan had u ook gezegd: ik heb niet alles binnengehaald. Maar ik hoop dat u dan net zo trots op het resultaat zou zijn geweest als ik ben.

De voorzitter:
De heer Kuzu.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Ja, we kunnen het nog een keer doen. Waarom niet?

De heer Kuzu (DENK):
Het gaat uiteindelijk om het vertrouwen. Laten we het nog een keer doen, want het gaat om het vertrouwen; het vertrouwen dat de burger heeft in de politiek. Daar hebben we het vandaag constant over. Alle politieke partijen hebben het daarover gehad, achter het spreekgestoelte of tijdens de interrupties. Wat betreft het vertrouwen van mensen in de politiek — je doet voor de verkiezingen een aantal beloften en je komt ze vervolgens niet na — zal ik u in ieder geval dit zeggen. Als wij als DENK beloven om iets voor elkaar te krijgen en we daarbij ook nog zeggen "dit zijn geen loze beloftes", dan zullen we daar in ieder geval keihard voor vechten tijdens coalitieonderhandelingen.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Nou, die is mooi. Dat hebben wij ook gedaan.

De voorzitter:
De heer Roemer. Nee, mijnheer Kuzu, dat wordt een herhaling.

De heer Kuzu (DENK):
Als afsluiting: dat is dus niet gelukt.

De voorzitter:
De heer Roemer.

De heer Roemer (SP):
Ik heb met enige verbazing geluisterd naar de argumentatie van de heer Buma op vragen van de heer Klaver over de belastingvoordelen voor multinationals. Sinds 2009 zijn de winsten van grote bedrijven in crisistijd gestegen met 32 miljard euro. De bijdragen die bedrijven leveren aan ons totale belastinginkomen is gedaald van 9% naar 7%. Ze zijn dus al aardig in de watten gelegd. In crisistijd hebben ze forse winsten geboekt. Maar nu gaat u zielig doen dat die bedrijven onze steun blijkbaar zo hard nodig hebben omdat ze anders weglopen. Met onze kennis, onze mensen en onze infrastructuur gebeurt dat no way, zeker omdat de winstbelasting in de ons omringende landen nog hoger is dan in Nederland. Ook de dividendbelasting in de ons omringende landen is hoger dan in Nederland. U had die keuzes niet hoeven maken. Die bedrijven gaan niet lopen, want beter dan het paradijs Nederland kunnen ze het niet hebben. U had met dat geld uw verkiezingsbelofte waar kunnen maken om het schuldenstelsel voor studenten af te schaffen en het eigen risico in de zorg te verlagen.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Dit kwam al in de interruptie die ik net kreeg, maar het is terecht dat de heer Roemer dit punt zelf ook nog maakt. Ik geef toe: het is een inschatting. Het is een investering, een keuze. De keuze die deze coalitie maakt, en die maak ik zeer overtuigd, is dat wij de banen in Nederland willen houden van die 2 miljoen gewone Nederlanders die ook op uw partij stemmen. Sterker nog, wij willen misschien wel meer van dat soort banen, niet voor de top, maar voor de gewone Nederlanders die hier gaan produceren. Daarom doen we het. Ik vind het ook helemaal niet erg dat u deze kritiek heeft, want ik houd het gewoon staande. Wat wij niet willen, zijn brievenbusfirma's. Die kunnen wat mij betreft naar een ander land. Die gaan weg. Maar van de echte banen heb ik er liever meer dan minder.

De heer Roemer (SP):
Ik respecteer en waardeer dat u terecht zegt: het CDA maakt een politieke keuze; wij kiezen liever voor nog meer belastingvoordelen voor multinationals dan voor het verlagen van het eigen risico of het schrappen van het schuldenstelsel voor studenten. Dat is een keuze die u inderdaad maakt, misschien uit angst voor en onder druk van bedrijven dat ze misschien gaan lopen. Maar realiseert u zich dat die bedrijven in Nederland gevestigd zijn, met een buitengewoon interessant vestigings- en belastingklimaat, met mooie infrastructuur en hoogopgeleide mensen. Die bedrijven gaan niet lopen, want die hebben het nergens beter dan hier. U had dus de keuze om het niet te doen. De bedrijven en het werk waren gebleven. U had de keuze om het inderdaad te investeren in de samenleving. U geeft inderdaad toe dat u daar niet voor gekozen heeft. Dat is uw keuze en dat respecteer ik. Wij maken inderdaad in deze fundamentele zaken een andere keuze en daarom zit u inderdaad met uw mensen in vak-K. Wij zullen er elke keer op blijven wijzen dat we met andere keuzes Nederland menselijker en socialer kunnen maken.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Ik beschouw dit ook maar weer als een interruptie, want dat geeft mij de mogelijkheid om erop te antwoorden zonder dat mijn spreektijd gaat lopen. Het is wat mij betreft nog steeds een keuze die je maakt, en ik vind dat u daar toch over na moet denken. U zult ook voor zalen staan en dan ongetwijfeld tegen uw SP-kiezer zeggen: wij gaan niet de lasten verlagen voor de multinationals, wij doen het voor de gewone mensen. Maar ik sluit niet uit dat er dan ook in die zaal mensen zitten die bijvoorbeeld bij Philips, Shell, Akzo of Unilever werken, en die u vragen: heeft u alles gedaan om te zorgen dat dit soort grote internationale bedrijven in Nederland blijven werken? Dan kan ik tegen die mensen van harte ja zeggen, en u niet.

De heer Roemer (SP):
Ik ook!

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Kijk, dan krijg ik er mooi weer een interruptie bij, dat is ideaal!

De heer Roemer (SP):
Als Nederland zich qua belastingen uit de markt zou prijzen, dan had u wellicht een punt gehad. Maar meneer Buma, we zijn een belastingparadijs. We hebben lagere winstbelasting dan de ons omringende landen. Die bedrijven zijn wel gek om naar Duitsland, België, Frankrijk of Italië te gaan. Ze zijn wel gek! Wij hebben hier de beste infrastructuur en de best opgeleide mensen. En dát wil ik graag houden. Tegen die mensen van Philips zeg ik: daarom wil ik investeren in beter onderwijs, zodat wij hier ook goed opgeleide lassers en goed opgeleide mensen behouden. Want daarmee behouden we die bedrijven in Nederland, niet door de aandeelhouders cadeautjes te geven, niet door de raden van bestuur cadeautjes te geven en al helemaal niet door de beleggers van Wall Street cadeautjes te geven. Wij maken inderdaad een andere keuze. Wij kiezen voor mensen.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Ja, dan ga ik daar toch weer op antwoorden. U heeft het over de vennootschapsbelasting die in Duitsland en Frankrijk hoger is dan in Nederland. Er is inderdaad iets wat ingewikkeld is aan Nederland: doordat wij een klein land zijn, krijgen wij minder snel grote bedrijven die zich hier vestigen. Kijk, daar komt de heer Roemer voor de volgende interruptie! Daarom moeten wij internationaal altijd lager zitten. Willen we dat niet, dan zou ik op dat hele verhaal van "Nederland is het mooiste land voor alle ondernemingen" zeggen: praat eens met ondernemers. Dan zult u zeggen: dat doe ik. Nou, dat het het mooiste land is ... Het is een mooi land, maar er zijn heel veel dingen die, om het ondernemerschap in Nederland te versterken, echt voor de toekomst moeten worden verbeterd. Een daarvan is overigens de arbeidsmarkt en dat gaan we dus ook doen.

De voorzitter:
Afrondend, de heer Roemer.

De heer Roemer (SP):
Goh, dit is eens een keer dat ik trotser ben op Nederland dan de heer Buma, waarvan akte! Wat de heer Buma en het kabinet nu gaan doen, is een race to the bottom wat betreft belastingen voor multinationals. Dat betekent: wij gaan de winstbelasting verlagen en de dividendbelasting afschaffen. Andere landen zullen denken: dan moeten wij mee in die stroom naar beneden. De heer Buma en het kabinet creëren hier een belastingoorlog in Europa. We krijgen daar spijt van als haren op ons hoofd. We gaan ons kapotconcurreren met andere landen en dat zal ten koste gaan van de mensen en van de voorzieningen in Nederland, want de belastingen zullen moeten worden opgebracht om onze voorzieningen in stand te houden. Als u alleen maar gaat voor belastingverlagingen voor multinationals, creëert u een belastingoorlog. Begin daar niet aan.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Ik neem aan dat dit ook weer als interruptie bedoeld is, waarop een antwoord moet komen.

De voorzitter:
Ja hoor.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Het antwoord dat ik daarop geef, is dat ik alles liever doe dan voor 10 miljard euro de belastingen van de Nederlanders verhogen. En dat is nou net wat u doet — over keuzes gesproken. Zeven maanden niet onderhandeld en dan met drie linkse partijen met een plan komen wat gewoon weer is: de lasten verhogen, meer geld uitgeven en dan denken dat onder de streep Nederland op de lange termijn er beter van wordt. Dat zijn inderdaad verschillende keuzes. Als we praten over handen reiken: ik doe het graag, maar ik ga geen goede plannen vervangen door slechte, onbetaalbare plannen.

De heer Asscher (PvdA):
Nee, want wat de heer Buma doet met zijn collega's, is de lasten verhogen voor de bakker via de btw en ze verlagen voor de aandeelhouder. Maar wat ik interessant vond van zijn betoog is dat hij veel meer dan de leider van de VVD zeker weet dat dit nodig is. Klaas Dijkhoff zei: nou ja, ik weet het ook niet; misschien helpt het, misschien niet. Verfrissend eerlijk als je 1,4 miljard uitgeeft. Buma zegt: ik weet het zeker.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Nee, dat zei ik niet.

De heer Asscher (PvdA):
Hij zegt: 1,2 miljoen banen staan op de tocht. Sterker nog: hij noemt hier nu ook de bedrijven die we anders kunnen verliezen. Dus mijn vraag is: heeft Philips bij u gewaarschuwd dat zonder het afschaffen van de dividendbelasting — nogmaals: dat komt ten goede aan aandeelhouders overzee — Philips hier zou verdwijnen?

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Nee, maar dat is ook niet het punt. Het punt is ...

De heer Asscher (PvdA):
Is er enig bedrijf dat zich bij u heeft gemeld en heeft gezegd: wij overwegen hier te vertrekken als u die dividendbelasting niet afschaft?

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Nee, ik heb bijvoorbeeld gewoon gesproken met VNO-NCW. Ja natuurlijk.

De heer Asscher (PvdA):
Het stond ook niet in uw verkiezingsprogramma.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Dit vind ik nu echt merkwaardig. Ik heb zowel gesproken met mensen die vinden dat het afgeschaft moet worden als met mensen die vinden dat het moet blijven. Zoals ik ook belobbyd ben door bedrijven — daarvan noem ik ook geen namen — die vonden dat we iets met duurzaamheid moesten doen. Dat is heel normaal, dat is door de hele periode gebeurd. Het is overigens niet zo dat er in mijn beleving een verschil zit tussen wat de heer Dijkhoff en ik zeiden. Het is een inschatting die je maakt. U wilt haar niet maken, ik maak haar wel. Ik vind dat ik de verantwoordelijkheid heb om die inschatting te maken. Ik vind dat u ook de verantwoordelijkheid hebt om te begrijpen dat dat soort keuzes gemaakt kan worden door een ander, ook als je er zelf niet achter staat. Want ook u staat voor 10 miljard extra belastingverhoging aan de lat bij de Nederlander. Dáar zou ik me voor schamen.

De heer Asscher (PvdA):
We komen toch verder. Geen van de coalitiepartijen had die afschaffing van de belasting voor aandeelhouders in het buitenland in het verkiezingsprogramma. Geen enkel bedrijf heeft zich bij de heer Buma gemeld met de waarschuwing: o, de banen gaan eraan. Wat er gebeurd is in dat onderhandelhokje is dat VNO-NCW naar binnen is gegaan in een Halloweenkostuum. Dat heeft u de stuipen op het lijf gejaagd en u hebt zich laten chanteren. U hebt toegezegd: nou dan doen we die 1,4 miljard. Geen idee of het helpt. U bent er ingetuind. Met datzelfde geld had u niet de lasten hoeven verhogen voor de gewone Nederlanders, de boodschappen niet duurder hoeven maken, de bakker en de kapper niet hoeven belasten én kunnen investeren in de saamhorigheid in deze samenleving. Uw hele pleidooi, wat mij op punten aansprak, omdat het gaat over gemeenschapszin, investeren in de zorg, in de leraar en in de politieagent, had u voor een deel kunnen financieren als u niet uit angst voor een onbewezen verhaal, zonder dat het in enig verkiezingsprogramma stond of in enige doorrekening, die 1,4 miljard maar daar had gehaald. Daar is geld te duur voor en u hoeft mij niet te vertellen wie de lasten hier verhoogt: ú verhoogt ze voor de bakker en verlaagt ze voor de Amerikaanse aandeelhouder.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Toch even over uw verbazing ...

De heer Asscher (PvdA):
Dat was een interruptie, voorzitter.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Dat begreep ik. Het voordeel van al die interrupties is dat ik nog 23 minuten heb, mensen, dus let daarop.

De heer Asscher (PvdA):
We verheugen ons!

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Het interessante is dat u nu denkt: o, VNO-NCW. Dit staat gewoon in een brief die met alle stukken naar de Kamer is gegaan, omdat we transparant willen zijn over wie ons dingen voorlegt. U vroeg waar dat vandaan kwam. Het is onder andere — en dat is niet zo gek — door de werkgevers op tafel gelegd. Maar dat verklaart nog niet de beslissing. Het punt is een beetje: u vraagt terecht waarom dit wordt beslist. Dat is uw vraag, terwijl het niet — daar dien ik verantwoording voor af te leggen — in het verkiezingsprogramma staat. Dat is uw vraag. Daarbij wijk ik niet zo veel af van de heer Dijkhoff: dit is een inschatting. Je moet durven inschattingen te maken. Dit gaat niet over die aandeelhouder, dit gaat over de mensen die werken bij die bedrijven. De inschatting van deze coalitie is dat het verstandig is — laatste woord daarover, want ik zie de heer Klaver alweer komen voor de volgende ronde — omdat dit gebeurt in een totaalpakket, waarover ik de linkse partijen toch vraag om mee te denken. Want die banen die echt iets toevoegen, daarvoor verlagen we de belastingen. Ik noem een doorbraak in de afgelopen periode die u niet is gelukt, namelijk het aanpakken van brievenbusfirma's. Daar is vaak over gepraat, maar het is niet gedaan. Wat maakt Nederland tot dat woord "belastingparadijs"? Niet dat we hier grote bedrijven hebben, maar dat we hier die brievenbusfirma's hebben. U kunt 100 keer komen, maar dit is een heel verstandige keuze.

De heer Asscher (PvdA):
Dat laatste was staand beleid, waarmee Wiebes onder de vorige coalitie is begonnen. Maar dat doet er niet toe, het is goed dat u daarmee doorgaat. Dat vind ik oprecht. Het probleem is dat VNO-NCW binnenkwam en dat u de inschatting hebt gemaakt dat dit heel belangrijk was. Ja, maar u weet zeker dat de wijkverpleging belangrijk is. U weet zeker dat de leraar salaris nodig heeft. U weet zeker dat de politie — u hebt ook die brief van de politiebonden gekregen — niet uitkwam met wat er nu bij is gekomen. Dat is een zekerheid, dat is investeren in de samenleving, hier en nu, in plaats van een inschatting dat u bang bent gemaakt door VNO-NCW. En als het een inschatting is, dan is het ook arbitrair, dan had 1,4 miljard ook 1,2 miljard kunnen zijn. Met andere woorden: het is een inschatting die duur is, die niet rechtvaardig is, die een lastenverlichting voor het buitenland is. In plaats daarvan kunnen we de werkgelegenheid in Nederland stimuleren, in plaats daarvan kunnen we de samenleving verbeteren, kunnen we investeren in wat voor ons allemaal goed is. Dat is wat u zou moeten doen. U moet zich niet bang laten maken door lobbyisten die na de verkiezingen met dit dreigement komen in de beslotenheid van de Stadhouderskamer. En als de kurk van de fles is, wordt de brief geopenbaard. Maar dan is het te laat.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Ik wil toch één ding nuanceren, want dat vind ik toch van belang. U heeft het over de beslotenheid van de Stadhouderskamer, maar dit wordt al tijden gezegd en staat ook in een stuk dat dus naar de Kamer gaat. Ik vind het niet gek dat die vraag wordt gesteld, maar ik moet zeggen dat wat we daar gedaan hebben met alles openbaar maken, bewust is gedaan omdat dit debat nodig is. Dat vind ik ten eerste. Ten tweede. Wij worden het hier dus niet eens, want ik sta hiervoor, zoals ik ook sta voor het feit dat dit kabinet 8 miljard extra in de zorg gaat investeren, meer dan in de vorige periode. Wat u deed met de wijkverpleging, door die onderdeel te laten zijn van een hoofdlijnenakkoord, gaat in beginsel door. Tegelijkertijd heb ik — en anderen denk ik ook — u heel goed gehoord over de wijkverpleging. Ik vind het moeilijk om te zeggen dat er 100 miljoen wordt bezuinigd, want we weten niet hoe de hoofdlijnenakkoorden gaan lopen. Ik vind het onverstandig om het weer ergens anders vandaan te halen, want we moeten allemaal werken op een manier die zo kostenefficiënt mogelijk is. Maar u heeft daar gewoon een punt, want de wijkverpleging is belangrijk. Als het lukt om gezamenlijk als Kamer en kabinet bij de hoofdlijnenakkoorden ervoor te zorgen dat de wijkverpleging op het niveau blijft dat we willen, dan bereiken we dat doel en hoeven we niet meer te zeggen hoeveel geld dat is. Ik weet namelijk niet wat dan nodig is. Ik weet niet wat de onderhandelingen opleveren. Maar u heeft een terecht punt. Het is een verantwoordelijkheid van kabinet en Kamer om het goed te gaan doen.

De heer Asscher (PvdA):
De conclusie. Dat laatste is duidelijk en zal ik vastleggen. Ik zal zorgen dat dit wordt uitgezonderd. Want wachten en kijken ... Er wordt gezegd "we willen het risico niet nemen met die buitenlandse bedrijven en die buitenlandse beleggers", maar ik wil het risico niet nemen met onze ouderen en onze wijkverpleegkundigen. Laten we vandaag richting geven in plaats van te zeggen "we kijken wel", "we zien wel" en "u heeft een punt". En wat betreft de dividendbelasting: u heeft een fout gemaakt en u bent erin getuind. Het kost 1,4 miljard. Dat geld hadden we moeten en kunnen besteden in Nederland.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Dan is er toch een interruptie waar ik niet meer op reageer, voorzitter.

De voorzitter:
U mág reageren, meneer Buma.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Ja, maar het wordt zo laat.

De voorzitter:
Nee hoor. Iedereen heeft een halfjaar zitten wachten op dit debat, dus u heeft het recht om daar iets over te zeggen.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Het enige is dat je niet van mij kunt zeggen dat ik alleen maar op dit debat heb zitten wachten, want ik heb meer gedaan in dat kamertje!

(Hilariteit)

De heer Klaver (GroenLinks):
Op dit punt ga ik toch nog even verder. Over bedragen van 1,4 miljard worden parlementaire enquêtes gehouden. De heer Buma heeft het voortdurend over "de inschatting die wij maken". Collega Roemer, collega Asscher en ik zijn alle drie op zoek naar het antwoord op de vraag waarop die inschatting is gebaseerd. We horen dat die komt van VNO-NCW, maar wat hebben zij nou precies gezegd waardoor je denkt: wow, we moeten nu 1,4 miljard uitgeven? Kijk naar de adviseurs van het kabinet, bijvoorbeeld het CPB. Neem het antwoord op vraag 88, waarin wordt gezegd dat er geen enkel empirisch bewijs is voor het effect van het verlagen van de dividendbelasting. Ik wil dus graag weten waar de heer Buma zijn inschatting op baseert.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Toch kan ik die inschatting niet anders duiden dan dat ik die ook bij de Vpb duid. U weet dat dit ook niet in alle verkiezingsprogramma's stond, maar het is ook een inschatting. Dat is niet anders dan dit, want dit is ook een inschatting. Zo gek is die niet. Volgens mij is de eerste verlaging door toenmalig staatssecretaris Wijn van belastingen geweest. Dan praten we over 2006. Hij zei: we verlagen het met als doel om het af te schaffen. Op zichzelf is de richting dus helemaal niet zo gek. Nogmaals, u mag het ermee oneens zijn, maar deze langdurige herhaling van zetten, die mij wel goed uitkomt omdat ik er meer spreektijd door heb, leidt er niet toe dat wij het eens worden.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik was er inmiddels al achter dat wij het niet eens zouden worden. Dat is ook helemaal niet het punt. Ik wil graag dat wij met elkaar weten waar u zich op baseert. Ik ben niet voor die maatregel bij de vennootschapsbelasting, maar ik weet dat er allerlei mensen zijn die zeggen dat daar nog een effect in zit als je dat zou doen. Bijvoorbeeld het PBL en het CPB zeggen daar iets over. Bij de dividendbelasting is er gewoon helemaal niks te vinden. Er is helemaal niemand die hier iets positiefs over zegt! Maar toch wordt er 1,4 miljard weggegeven. Als je dat dus echt doet, 1,4 miljard weggeven aan Amerikaanse beleggers, zou het motto van dit kabinet niet moeten zijn "vertrouwen in de toekomst", maar "America first, the Netherlands second", zoals Arjen Lubach het zei.

De voorzitter:
De heer Buma.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Met onze plannen wordt het the Netherlands first, hoor, dus wat dat betreft zit de heer Klaver ernaast. Hij vergeet namelijk nog steeds dat het een keuze is waarbij bijvoorbeeld de renteaftrek — daar praat hij verder ook niet over — weer wordt bekort voor 1,4 miljard. Het is gewoon allemaal niet juist. Het komt niet uit de lucht vallen, maar het is een bewuste keuze.

Fijn dat de heer Klaver naar voren komt, want dan heb ik straks nog meer tijd om te spreken.

Het is een keuze die wij maken en ik sta daarvoor, net als bij de Vpb en de brievenbusbedrijven waarvan ik ook niet weet of ze gaan. Heel veel dingen zijn inschattingen, en ik vind dat het moet kunnen om hierover verantwoording af te leggen op de manier die ik doe. Dit is volgens mij een inschatting die voor Nederland als totaal van belang is. Ik wijs erop dat 2 miljoen mensen bij die bedrijven werken. De heer Klaver vergeet dat die mensen daar werken, ik niet. Ik doe het voor hen, niet voor de heer Klaver en ook niet voor de aandeelhouders.

De voorzitter:
Uw laatste opmerking op dit punt, mijnheer Klaver.

De heer Klaver (GroenLinks):
Voorzitter, tot slot. Ik weet niet precies hoe het werkt. Als de heer Asscher zegt: "we weten niet precies hoe het gaat uitwerken, maar ik zou er graag voor willen zorgen dat in ieder geval voor zo'n 100 miljoen de wijkverpleegkundigen worden uitgezonderd", dan wordt gezegd dat er geen geld voor is. Als wij ons hier met z'n allen zorgen maken over kinderen in het onderwijs, dat de klassen te groot zijn, dat docenten onder de werkdruk bezwijken en dat er niet tegemoet wordt gekomen aan de volledige wens, dan wordt er gezegd dat dat ook een inschatting is en dat we moeten kijken wat er gebeurt. Maar nu is er een totaal hypothetisch geval, namelijk dat bedrijven misschien gaan vertrekken, waar geen enkele concrete aanwijzing voor is, en daar geeft u, mijnheer Buma, wel 1,4 miljard voor. Dat maakt mij boos, en niet alleen mij, maar heel veel mensen in Nederland, want voor de docenten en voor de wijkverpleging doet u het niet, maar wel voor Amerikaanse beleggers. Het is echt America first, the Netherlands second, en dat is niet wat dit kabinet zou moeten doen.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Voorzitter, dit is een interruptie waar ik op mag antwoorden en dat ga ik dus ook doen. U zou de neiging kunnen hebben om te zeggen dat het zo langzamerhand lang genoeg geduurd heeft, maar ik heb nu eenmaal die kans.

De voorzitter:
Nee, het geeft niet.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Het is zo dat dit kabinet alleen al voor de zorg in de komende periode 8 miljard euro meer uit gaat geven. Dat gaan we wél doen. We gaan voor onderwijs per jaar 1,5 miljard meer uitgeven. Dat gaan we wél doen. Mijnheer Klaver, u zegt dat we, om dat uit te geven, ook wel de belastingen kunnen verhogen. In wezen betaalt u straks met een belasting een uitgave en dat deed u, sinds gisteren, met 10 miljard lastenverhoging om die te kunnen betalen. Dat doen wij niet. Dat zijn andere keuzes. Ik kan daar alleen maar over zeggen dat dit keuzes zijn waar het CDA trots op is. Er zit heel veel in wat wij hebben kunnen bereiken, en er zitten ook dingen in waar wij minder mee hebben, maar de coalitiepartners en de Kamer mogen mij erop afrekenen dat ik alles met evenveel verve zal verdedigen.

Zal ik langzamerhand weer eens verder gaan met mijn spreektekst, mevrouw de voorzitter?

De voorzitter:
Dat lijkt me een heel goed idee.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Ik was net begonnen.

De voorzitter:
Dat dacht ik al. Maar u hebt de smaak te pakken.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Het wordt al donker buiten, dus het is tijd om verder te gaan.

Voorzitter. Dit regeerakkoord biedt een kader voor investeringen en voor hervormingen, maar het is meer dan een financieel bouwwerk. Veel zorgen van Nederlanders gaan niet over de economie, maar over de staat van de samenleving waarin wij leven. Het is een misvatting om te denken dat het met de Nederlanders goed gaat als het economisch goed gaat. Nee, daar is meer voor nodig: een sterke samenleving waar mensen zich thuis voelen, zich veilig voelen, zich zeker voelen. Deze coalitie neemt de verantwoordelijkheid om daaraan te bouwen en voor het CDA — dat mag duidelijk zijn — is dat belangrijk.

Het is nu niet het moment om in detail alle voorstellen langs te lopen. Het is aan de Kamer om ze met het kabinet verder uit te werken. Ik kan wel zeggen dat het vandaag toch een beetje als een overdracht voelt. De onderhandelaars van gisteren zijn de controleurs van morgen, behalve de minister-president, want die gaat het uitvoeren. De begrotingen voor 2018 zullen in hoog tempo moeten worden behandeld en veruit het meeste van de plannen zal daar nog niet in verwerkt zijn. Maar ik er zijn al wel een paar onderwerpen waar ik toch de aandacht op wil vestigen.

Allereerst de zorg. Veel mensen zitten met die angstige vraag: krijg ik in de toekomst nog wel de zorg die nodig is en kunnen we die zorg nog wel betalen? De stapeling van kosten in de zorg ervaren mensen nu als te zwaar. Dat gaan we dus aanpakken en dat gaan mensen merken. We gaan zorgen dat er voor de Wmo een abonnementstarief komt, waardoor die hoge kosten worden verlaagd, zoals de premier al zei. Het eigen risico gaat niet verder stijgen. We gaan in totaal een bedrag oplopend tot 2 miljard euro investeren in ouderenzorg. Ik geef het kabinet mee dat het een dure plicht is om die 2 miljard euro ook goed te besteden, zodat we aan het eind van die vier jaar niet hoeven te zeggen dat het geld er wel naartoe is gegaan, maar dat de zorg niet verbeterd is. Geld geven is één, goed besteden is een tweede en daar houd ik het kabinet aan. Daarbij zal in deze opgave ook duidelijk moeten worden beseft — en dat geldt ook voor andere opgaven, bijvoorbeeld voor het onderwijs, voor defensie en de politie — dat wij de komende jaren een nieuw probleem gaan meemaken. De werkgelegenheidscijfers ontwikkelen zich gunstig, maar in de komende jaren zullen we ook een keerzijde zien en daar moeten we nu al eerlijk over zijn. Want waar gaan we de mensen vinden die al dit werk moeten uitvoeren?

Ik kijk in dit opzicht overigens naar de hele Kamer, want ook als de oppositie met alternatieve plannen komt, bijvoorbeeld om ergens meer mensen aan te nemen, komen zij ook voor de vraag te staan of die mensen er wel zijn. Ik vraag de premier om erop in te gaan dat het kabinet daar de komende vier jaar rekening mee houdt bij de uitwerking van de plannen. Wij hebben veel opgeschreven; ik wil alles letterlijk uitgevoerd hebben, maar er komt een moment dat we de mensen niet hebben en dat het anders moet. Dan zal het kabinet moeten bijsturen. Graag hoor ik de premier daarover.

Voorzitter. Ik kom op de veiligheid. Onze veiligheid staat nationaal en internationaal onder druk door dreiging van radicalisering en terrorisme. Een groot punt van zorg is de cyberveiligheid. Op het net gebeuren allemaal dingen die we niet willen. Onze democratie is kwetsbaar door beïnvloeding vanuit andere landen. Denk aan de activiteiten van Rusland op sociale media. Ieder dag worden we bedreigd. Dat is een reële dreiging. Ik heb daar niemand over gehoord tot nu toe, maar het is misschien wel een van de grootste bedreigingen van onze democratie. Kijk wat er in Amerika gebeurt. Onze democratie wordt bedreigd niet zozeer door wat wij hier aan het doen zijn, maar doordat onze democratie kwetsbaar is en doordat sociale media, de openheid die we hebben, nieuwe bedreigingen met zich meebrengen. Daar mogen we niet aan voorbijgaan.

Ik denk ook aan de bedreiging door het financieren van salafisme vanuit de Golfstaten. Ik vraag het kabinet hier daadwerkelijk werk van te maken. Het is zo belangrijk dat als wij een land zijn waar christenen, joden en moslims samen in vrede werken, dit niet wordt beïnvloed doordat salafistische landen hier komen om ons hun wil op te leggen.

Voorzitter. Dat zijn belangrijke veiligheidskwesties. Wij investeren dus in veiligheid, ook in de cyberveiligheid, nationaal en internationaal. We versterken defensie. Politiezorg komt dichter bij huis. En wat ik heel belangrijk vind: in dit regeerakkoord wordt erop gelet dat het geld dat naar politie en defensie gaat niet al in detail is vastgelegd. Nu eens niet hebben wij als coalitiefracties bepaald waar dat precies naartoe gaat. Maar dat maakt het tot een nog grotere verantwoordelijkheid van het kabinet om ook daar te zeggen dat na die vier jaar defensie is verbeterd, dat de paraatheid is verbeterd en dat de veiligheidszorg is verbeterd.

Voorzitter. Ik kom bij de arbeidsmarkt. Ik moet erkennen dat een van de meest teleurstellende momenten tijdens de onderhandelingen ... Dit hoort hier niet bij hoor: teleurstellende momenten en de heer Van der Staaij komt naar voren.

De voorzitter:
Nee, klopt. Op het vorige punt. De heer Van der Staaij.

De heer Van der Staaij (SGP):
Voorzitter, over defensie gesproken, allereerst een compliment. Deze coalitie, ook het CDA, investeert weer stevig in defensie. Nogmaals waardering daarvoor. Ik heb in het verleden de heer Buma er ook wel op aangesproken dat het wel eens misging. Maar nu even mijn vraag. Ook het CDA heeft de afgelopen periode beklemtoond dat in 2014 in Wales is afgesproken dat wij in tien jaar ook op die 2%-norm zitten. Gaan we dat halen met dit extra geld?

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Ik denk dat deze investering, als je 'm doortrekt, ooit bij die 2% komt en daarmee is dat ver weg. Ik vind wel dat wat wij nu met de beschikbare middelen doen echt reëel is. Kijk, ons verkiezingsprogramma gaf 2 miljard aan; we doen 1,5. Dus als je het een CDA'er vraagt, had die liever die 2 miljard gehad. Dat is richting het Europese gemiddelde, nog lang niet de NAVO-norm. Maar ik ben ervan overtuigd dat we hiermee een trend keren, eigenlijk twee trends. 1. De financiële trend. Daar was u ons voor, meneer Van der Staaij. Sterker nog, u heeft die afbuigtrend nooit gedaan en dat is goed. Maar gaat het om de tweede trend, dan ben ik ervan overtuigd dat we samen het denken over defensie kunnen keren. Van een plek waar je ieder jaar meer op kan bezuinigen, waar niemand van weet waarvoor die dient — hoogstens om heel ver weg in de woestijn vrede te brengen — naar een organisatie die ons iedere dag beschermt en alleen al daarom van belang is. Dus ik ben er echt van overtuigd dat deze coalitie in dit akkoord twee dingen doet: meer geld, maar vooral een beeld schetsen van defensie. En als we dat vasthouden — en ik weet dat u dat draagt — ook na deze periode, kunnen we inderdaad naar die 2% toe. Want ik geef toe: dat is uiteindelijk het doel van het CDA.

De heer Van der Staaij (SGP):
Zo ken ik het CDA. Dat is de afgelopen periode ook steeds beklemtoond. Het gaat om die veelzijdig inzetbare krijgsmacht die we hard nodig hebben. Daar is veel extra geld voor nodig. Maar met deze investering redden we het niet om in die tien jaar vanaf 2014 op 2% te zitten. Sterker nog, dat zal pas in 2041 het geval zijn als je het netjes doorrekent. Dan is de heer Buma, bij leven en welzijn, al een jaar of 76. De vraag is dus toch of het niet wat eerder zou kunnen en of er niet al eerder in bijgeplust moet worden.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Ja. Ik moet wel zeggen dat net mevrouw Geluk tot onze fractie is toegetreden, die 74 jaar is. Die zit er over twee jaar ook nog. De kans is dus groot dat ik er met 76 nog zit. Laat ik daar mee beginnen. Dan maak ik het dus nog mee. Maar ik kan niets afdoen aan wat u zegt. We doen het niet sneller. Nogmaals, als u een CDA'er vraagt: "wil je het sneller?", dan wil die het op zich wel. Maar als ik weer kijk naar het totaal van de afspraken, dan is dat een goed pakket omdat we ook op meer plekken investeren. Er zijn ook wensen van anderen om investeringen te doen, die misschien minder in hun verkiezingsprogramma hebben staan. Die zeggen ook niet: mijn belofte was om minder te investeren, daar hou ik mijn kiezers aan. Die gaan omhoog. 1,5 miljard: het gekke is dat het niet veel geld is voor defensie. Dat is het aparte en dat weet u ook. Je kan er net de huidige krijgsmacht mee in stand houden op langere termijn. Je kan gaan investeren in vernieuwing. Je kan wellicht iets investeren in nieuwe dingen, in cyber bijvoorbeeld. Maar het houdt niet over, dat besef ik heel goed. En toch sta ik er voor dat dit een goede keuze is. Minder kon niet, meer is gewoon niet haalbaar. Mijn stelling is dat je uiteindelijk toe moet naar die 2%. En ik weet dat je met dit tempo daar pas laat komt.

De voorzitter:
Gaat u verder.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Voorzitter. Ik kom bij de arbeidsmarkt. Een van de meest teleurstellende momenten tijdens de onderhandelingen was de dag dat de sociale partners kenbaar maakten er samen niet uit te komen. Ik zeg er meteen bij dat een van de mooiste momenten was toen bleek dat we er als onderhandelaars wel uit konden komen. Dit coalitieakkoord is niet geschreven voor óf werkgevers óf werknemers. Het is nadrukkelijk bedoeld als een handreiking aan beiden. Het heeft in die zin dus iets apolitieks. Er is gezocht naar iets wat draagvlak kan hebben. Maar de kern is wel dat we de arbeidsmarkt eerlijker en duurzamer willen maken. Minder ruimte voor kortetermijnflex en meer ruimte voor vast. En dan wordt het vast iets flexer en het flex wordt iets vaster. We pakken payrolling aan. We verbeteren de werking van de Wet werk en zekerheid. We beperken de loondoorbetaling bij ziekte. We willen het zzp'erschap voor wie daar echt voor kiest en niet als je moet. Ik roep daarom — ik deed dat eerder ook al — de sociale partners vanaf deze plek op om mee te denken en mee te doen. Mee te doen met het kabinet dat aan de slag gaat. Ik vraag ook de premier hier hoe hij en zijn kabinet van deze kant werk gaat maken van die paragraaf.

Het akkoord helpt overigens werkgevers en werknemers op meer plekken. Ik heb dat ook eerder al aangeduid in de verschillende interruptiedebatten: lagere belastingen. We introduceren een sociale vlaktaks waar iedere werkende van zal profiteren. We komen gezinnen specifiek tegemoet; daar wordt immers de volgende generatie opgevoed. En niemand wil kinderen in armoede zien opgroeien. Daarom ook de ambitieuze afspraken over het aanpakken van schulden. Ook daar doen we meer dan ooit is gedaan.

Voorzitter. Ik kom bij het onderwerp klimaat en klimaatbeleid. Alle vier onderhandelende partijen hadden in hun verkiezingsprogramma de wens opgenomen om de doelen van Parijs te halen. Alle vier partijen willen die afspraak nakomen en gaan die ook nakomen. Duurzaamheid is niet een droom van enkelen; het is het hart van het komende regeringsbeleid. Dat neemt niet weg dat de opgave gewoon groot is. Iedereen die de afgelopen week, inclusief het PBL, kritisch zei: "het staat mooi op papier, maar nu de praktijk nog", heeft gewoon gelijk. Het staat op papier, maar de praktijk betekent dat we het bedrijfsleven, gemeenten, woningbouwcorporaties, alle Nederlanders, Europa, allemaal mee moeten gaan krijgen op een pad dat leidt tot het halen van de doelen van Parijs. Lang niet alles is nu verplicht voorgeschreven. Het zou trouwens ook wat zijn: wat een arrogantie als we het wel zouden doen. Dan zou iedereen roepen: wat een schande; een verkeerde maatregel! Maar dit is een ambitie die we waar gaan maken en waar u alle partijen aan mag houden, ook het CDA.

De heer Klaver (GroenLinks):
Over sommige zaken moet je afspraken maken met de samenleving. Dat lijkt mij heel goed. Over andere zaken ga je gewoon als kabinet. Het is een hele bewuste keuze om fors in te zetten op CO2-opslag onder de grond en om dat te betalen uit de subsidieregeling voor duurzame energie. Het PBL heeft laten zien wat dat betekent voor het aandeel duurzame energie in Nederland, namelijk dat we straks minder duurzame energie hebben dan als dit kabinet helemaal niks zou doen. Is dat voor de heer Buma argument genoeg om te zeggen: nou, weet je wat, misschien moeten we kijken of we de opslag van CO2 uit die subsidieregeling moeten halen?

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Laat ik beginnen met waar voor gekozen is, en het als tweede hebben over waar de gesprekken absoluut nog over moeten gaan. Er is gekozen voor een mix van wat financieel haalbaar is, wat technisch uitvoerbaar is — wat kan — en wat als je het uitvoert uiteindelijk ook daadwerkelijk leidt tot die 49%. Dat is heel bewust zo gedaan. Het komt dus niet uit de lucht vallen. Het komt uit de voorstellen en tabellen die het PBL eerder al gedaan en gemaakt had; u kent die. Dit plan komt dus niet uit de lucht vallen. Dat neemt niet weg dat in mijn ogen het doel het belangrijkste is: die 49%, waarvoor nog heel veel internationale overredingskracht nodig is, omdat we meer landen dat willen laten doen. Het middel is twee. Mocht er kosteneffectief — want dat is wel van belang — met het bedrijfsleven een andere weg worden gevonden, graag. Want het doel is belangrijk.

Het gekke is: wat u zegt klinkt een beetje als een verwijt, maar we hebben duidelijk gemaakt dat we niet 49% opschrijven zonder te weten wat de consequentie is. Die kan zijn dat we voor 18 miljard megaton CCS doen. Als het anders lukt, dan gaan we het anders doen. Waarom niet? We gaan met de Kamer een wet maken. Ik zeg alleen één ding: dit is gewoon een hele grote ambitie. GroenLinks doet daar misschien altijd wat makkelijker over en zegt: dat halen we wel. Ook hier geldt: we hebben 17 miljoen Nederlanders. We willen niet tegen hen duurzaamheidsbeleid maken, maar met hen. Nu gaat de energierekening al fors omhoog. Er is een risico dat veel mensen afhaken. Ook dat is onze verantwoordelijkheid.

De heer Klaver (GroenLinks):
Het meenemen van mensen in de duurzaamheidsambitie is van het grootste belang. Wat mij betreft hoeft die energierekening dus ook niet omhoog. Dat heb je ook niet nodig om je uiteindelijke ambitie te bereiken. Ik ben blij dat de heer Buma hier aangeeft dat er ruimte is. Ik ben blij dat hij zegt: als er een alternatief is voor CCS, de opslag van CO2 onder de grond, dan valt daar met ons over te praten, want uiteindelijk gaat het om het doel, namelijk het zo veel mogelijk reduceren van CO2 op een kostenefficiënte manier.

Maar als je kijkt naar die kostenefficiëntie, dan zul je ook moeten kijken naar wat dit doet met je aandeel duurzame energie. Hoeveel energie halen we op uit hernieuwbare bronnen, zoals wind en zon? Als we die transitie niet maken en de kolencentrales te lang moeten laten roken, dan gaat de economie niet mee. Dan creëren we niet genoeg werkgelegenheid. Daarom is mijn vraag, specifiek over de opslag van CO2: is het in ieder geval bespreekbaar dat we dit uit die subsidieregeling halen? Dan hebben we het dus nog niet eens over een alternatief voor de 18 megaton. Maar is het bespreekbaar dat we dit niet gaan betalen uit de subsidie die bedoeld is voor windmolens en zonne-energie? Want daarmee werkt het beleid zo tegen elkaar in. Het kwam op mij bijna over als een fout in het regeerakkoord, om heel eerlijk te zijn.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Ik zeg u heel eerlijk dat die vraag even moet worden doorgekaatst naar het kabinet. In mijn ogen is het belangrijkste dat het geld dat we hebben, ingezet wordt voor CO2-reductie. De specifieke doelen voor duurzame energie zijn voor mij daarvan afgeleid. Want vergeet één ding niet: als we puur inzetten op duurzame energie, dan heeft Nederland nou eenmaal een veel groter probleem dan landen met bergen en met meren waaruit je waterkracht kunt opwekken. Dat is bij ons gewoon niet zo makkelijk. Ik weet niet of u het merkt, maar mensen zijn weleens erg kritisch over windmolens. Dat snap ik. Er is gewoon een grens aan. Ook op zee, want we hebben ook andere activiteiten op zee. U denkt heel snel in wind. Vergeet ook niet dat wind ook windstille momenten betekent; dan moet je weer andere technieken hebben. Ik laat hier overeind staan dat CCS wel een methode is die, als ze werkt, haar doelen behaalt. De kern is Parijs halen. Parijs is een CO2-doel. Duurzame energie is in ons aller belang, want we moeten van het Russische gas af, maar ik ben er voorzichtig mee om hier vooraf te veel eisen te stellen aan het kabinet. Ik kom terug op wat ik al zei: dit is al ingewikkeld genoeg. Maar we gaan het wel doen.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Klaver (GroenLinks):
Voorzitter, wij schatten verschillend in hoe makkelijk die 18 miljard megaton is, sorry, die 18 megaton — nu maak ik dezelfde fout als de heer Buma. Dat is al een hele opgave, maar daar gaat het nu niet om. Ik tel mijn zegeningen. Ik ben heel blij dat de heer Buma aangeeft dat er te praten valt over hoe we invulling gaan geven aan die 49 miljard, dat er te praten valt over de totale ambitie voor opslag van CO2 en dat het mooi zou zijn als die nog omlaag te krijgen is met andere mogelijkheden. Ik hoor dat hij kritisch is over duurzame energie als apart doel, maar hoop wel dat hij het met mij eens is dat we duurzame energie niet uit het oog moeten verliezen. Het kan in ieder geval niet de bedoeling zijn dat de inzet op CO2-besparing ten koste gaat van de hoeveelheid duurzame energie die we maken.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Dat laatste is weer zo'n zinnetje erachteraan. Natuurlijk, als je het een doet, doe je het andere niet. Ik heb te lang onderhandeld om die bijzinnetjes niet te horen, mevrouw de voorzitter. Uiteindelijk gaat het om het halen van het doel. Ik zeg er nog iets bij: er is heel veel geld wat nog niet is ingevuld ten behoeve van die verduurzaming. Er komt een bank, Invest-NL, die met 2 miljard wordt gevuld. Alles hoeft niet uit subsidies en belasting te komen, er is ook heel veel geld apart gezet.

De voorzitter:
Ik stel voor dat u verdergaat en niet gericht de heer Klaver in de ogen kijkt, want dan denkt hij dat hij weer mag.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Ik zeg niks, mevrouw de voorzitter. Nee, ik zeg niet niks, ik ga door. Wie mag ik dan wel in de ogen kijken?

Mevrouw de voorzitter. Ik kom op een ander nationaal en internationaal thema wat de discussie beheerst: immigratie en integratie. De immigratiecrisis die Europa in 2015 in haar greep had, heeft diepe sporen nagelaten. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat de vier onderhandelende partijen op dit terrein aanvankelijk behoorlijk tegenover elkaar stonden. Toch is ook dit gelukt. Ik ben ervan overtuigd dat het immigratievraagstuk met dit akkoord breder wordt aangepakt dan ooit tevoren, veel omvattender en ambitieuzer dan in Rutte II en in Rutte I. De kern is het besef dat immigratie niet alleen de komende vier jaar, maar de komende decennia dit deel van de wereld in haar greep zal houden, alsook het besef dat Nederland dit vraagstuk niet alleen kan beheersen. Daarom heeft deze coalitie de ambitie om voorop te lopen in Europa. Voor de korte termijn betekent dit bijvoorbeeld het meewerken aan de versterking van de buitengrenzen en het meer gericht zijn op daadwerkelijke terugkeer. We brengen een aantal noodzakelijke versoberingen aan in het Nederlandse beleid; versoberingen die andere landen vaak al lang hebben doorgevoerd. Voor de langere termijn geldt dat Nederland nadrukkelijk gaat meewerken aan de Europese afspraken met landen in Afrika. Het is onze verantwoordelijkheid om de nietsontziende mensenhandelaren, die keer op keer geld verdienen aan het smokkelen over de Middellandse Zee, de pas af te snijden. Ook moeten we landen aanpakken die een slaatje slaan uit het vertrek van hun onderdanen om hier een nieuw leven te beginnen.

Er is nog iets heel belangrijk: de opvang in de regio moeten we niet alleen met de mond belijden, maar ook met de daad uitvoeren. Daarom neemt dit kabinet de verantwoordelijkheid serieus voor de opvang van mensen die nergens anders naartoe kunnen. Ontwikkelingssamenwerking wordt meer gericht op het creëren van kansen in landen van herkomst, zodat de mensen niet hierheen hoeven te komen, en op de bekostiging van opvang en toekomst in de regio.

Voorzitter. Ik kom op een ander terrein en ga weer terug naar Nederland. Deze coalitie wil er met nadruk voor het hele land zijn, wie je ook bent en waar je ook woont.

Ik kijk niemand in de ogen, hoor. Hij kwam zelf, de heer Klaver.

De voorzitter:
Vindt u het goed als ik mevrouw Thieme het woord geef?

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Die keek ik wel in de ogen.

De voorzitter:
Mevrouw Thieme.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Het creëren van kansen in ontwikkelingslanden is belangrijk. Nederland heeft dit te weinig gedaan. Sterker nog, door onze agressieve exportstrategie zorgen wij ervoor dat de economieën in ontwikkelingslanden juist ontwricht worden, denk aan onze landbouwpolitiek. Ik vraag aan de heer Buma of hij zich ook sterk wil maken voor de boeren in ontwikkelingslanden, want hij zegt dat hij dat wil doen voor de boeren in Nederland. Op dit moment dumpen wij vanuit Nederland en Europa, vanwege de enorme exportdrift die wij hebben, goedkope producten in ontwikkelingslanden, waardoor de landbouweconomie in die landen wordt ontwricht. Is de heer Buma bereid om die exportstrategie te herzien en om te kijken of we solidair kunnen zijn met zowel de boeren in Nederland als in ontwikkelingslanden? Dan, voorzitter, ben je echt bezig met het opbouwen van een economie in ontwikkelingslanden die, zoals we allemaal weten, vooral agrarisch is.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Ik moet eerlijk zeggen dat ik het zeer oneens ben met het beeld dat u schetst, want Nederland draagt eraan bij dat ook in landen waar het droog is, in de toekomst gewassen kunnen groeien. Denk aan Wageningen en alle innovatie die daar achteraan komt: de zaadveredeling die we hier doen en het ontwikkelen daarvan. Als ergens een sterke sector sterk moet zijn, dan is dat de agrarische sector in Nederland. Daarom ook ben ik ook zo blij met de heroprichting van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Ik ben dat omdat we een hele grote verantwoordelijkheid hebben, ook de agrarische sector. Het zou volgens mij heel erg helpen als ook u uw perspectief zou draaien en niet alleen maar zou kijken naar de agrarische sector met de ogen zoals u die heeft, namelijk dumpen en al dat soort dingen meer. Het tegendeel is waar. Wat Nederland daar doet, is met onze kennis en onze steun zorgen dat gebieden die nu nog droog zijn, ook gewassen kunnen voortbrengen en dat ze dus de monden van 10 miljard mensen kunnen voeden. En dat kan helaas alleen maar met een agrarische sector.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Ik begrijp dus dat de heer Buma het een prima idee vindt dat een hele grote, mega Nederlandse ondernemer in Ethiopië rozen gaat kweken. Daarmee kun je geen monden voeden in Ethiopië. Daar kun je alleen maar ontwrichting door veroorzaken, want daardoor worden vruchtbare landbouwgronden niet gebruikt om de mensen daar te voeden. Is dat de ontwikkelingssamenwerking die de heer Buma voorstaat?

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Zoals u het zegt, is het weer gewoon niet waar. De rozen zijn daar al een tijd, ook in Kenia. Het is helemaal niet nieuw; dit gebeurt. Wat we daar doen, is op plekken waar anders niks groeit, zorgen dat er ook bloemen komen. Dat zijn helemaal niet de beste plekken — dat zijn de kassen — en die maken we gereed daarvoor. Door die bloemen is er in die landen ook gewoon werkgelegenheid en kan er daar ook geld verdiend worden. Bloemen, gewassen: alles kan daar. Echt hoor, wat is er nou mooier als ontwikkelingshulp dan dat Nederland geen geld stuurt naar de begroting van een corrupt regime maar ervoor zorgt dat mensen op de grond als ondernemer kunnen werken? Ik sta daarvoor en ik zou echt vinden dat u daar ook voor zou moeten staan. Het is echt goed. Steun het!

Mevrouw Thieme (PvdD):
Hier hoor ik gewoon het adagium van het vorige kabinet: hulp is handel. Het gaat er vooral om dat we de ontwikkelingslanden verder willen helpen maar dan wel vanachter de toonbank van BV Nederland. Ik had gehoopt dat er met dit nieuwe kabinet, waar de heer Buma deel van uitmaakt, een ander geluid te horen zou zijn, namelijk dat we zorgen dat de landbouw daar, in de ontwikkelingslanden, op eigen benen kan staan, dat we niet proberen om daar megastallen te gaan exploiteren en dat we niet proberen om daar rozen of tulpen of wat voor idiote producten dan ook te gaan telen. Het gaat om landen waar nota bene honger is! Dat had ik gehoopt.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Ik vind echt dat het beeld totaal niet klopt. Gek is dat we het in de basis zeer eens zijn, namelijk dat er straks 10 miljard monden op de wereld moeten worden gevoed in een tijd van klimaatverandering en in een tijd van droogte. Daar heeft Nederland een verantwoordelijkheid. Én we doen nog meer goed: we zorgen óók dat er werkgelegenheid komt, bijvoorbeeld door de plantensector. Het is alleen maar goed. Mensen zijn er ook trots op.

De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Thieme.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Dan heeft de heer Buma de afgelopen jaren niet opgelet en de enorme opstand niet gezien die er onder andere in de ontwikkelingslanden en de Afrikaanse landen is tegen de landroof die plaatsvindt door multinationals en grote bedrijven uit de westerse wereld. Dan heeft de heer Buma niet opgelet.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
U haalt echt twee dingen door mekaar. Echt waar! Er is inderdaad grootschalige boskap, bijvoorbeeld in Brazilië, voor palmolie. Dat probleem kennen we allemaal, maar u had het over Nederlandse bedrijven die in Ethiopië niet geld aan de overheid geven maar zelf investeren. Wat is er mooier dan dat? Ik zou zeggen "kabinet, stimuleer het" in plaats van "draai het de nek om".

De voorzitter:
Gaat u verder.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Ik kom op het regionale beleid in Nederland. Wie je ook bent en waar je ook woont, we hebben de dure plicht om een coalitie voor het hele land te zijn. En daarom zijn wij nadrukkelijk bezig met het verbeteren van de situatie voor de Groningers die dagelijks nog steeds in onzekerheid leven door de gevolgen van de gaswinning en vaak door de afhandeling van de schade. Daar speelt heel erg de vraag: wat is onze toekomst hier? Maar we ondersteunen ook de Zeeuwen die niet vanzelf meeprofiteren van de toenemende economische groei. We verbeteren de bereikbaarheid in het hele land, niet alleen in de Randstad maar ook in de gebieden daarbuiten. We hebben oog voor de verkeersveiligheid, overal in Nederland. En we helpen de Brabanders met de uitdagingen rond de veehouderij. We zorgen dat er toekomst komt in de varkenssector, op een manier die verstandig is. Bedrijven die het niet redden, gaan weg en bedrijven die het wel redden, kunnen duurzaam verder. Dat is het beleid voor de toekomst.

Ik proef weer een opkomende vraag.

De voorzitter:
Ik zie de heer Asscher ook staan. Gaat het over dit punt, mijnheer Asscher?

De heer Asscher (PvdA):
Zeker, voorzitter. De heer Buma heeft het terecht over Groningen en over de veiligheid daar. Over angst in gezinnen, over kinderen die opgroeien met scholen die niet stevig op hun stutten staan. Het is goed dat het kabinet daar aandacht aan besteedt, maar de heer Buma heeft ook gezien dat dat in Groningen niet erg goed gevallen is, dat het investeringsfonds van vier keer 50 miljoen te weinig is om echt wat te doen aan het scheppen van nieuw perspectief. Ik vind dit een kwestie die we eigenlijk moeten depolitiseren; we moeten niet een wedstrijd doen wie de meeste moties heeft of het gas het meest wil terugbrengen. Ik vind wel dat het kabinet meer moet doen dan nu is opgeschreven. De vraag is of de heer Buma met mij dit kabinet wil opdragen om naar Groningen te gaan en daar op basis van het manifest — dat door zo'n beetje iedereen daar getekend is en waarvan inmiddels een aantal dingen gedaan zijn, maar grote dingen nog niet — afspraken te maken die echt recht doen aan wat er nodig is in Groningen. Ik zou daar voor zijn. U hoort mij dan niet meer. Ik wil dat samen met u doen, maar het kabinet moet daar wel mee beginnen, want wat er nu ligt, is onvoldoende voor Groningen.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
De vraag wat recht doet aan Groningen, dat ben ik met de heer Asscher eens, is niet primair een politieke vraag, maar een vraag van het vertrouwen daar. Ik besef dat hier geldt als nergens anders: vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Ik aarzel om dat meteen in de discussie te trekken over de grootte van het fonds. Natuurlijk hebben wij gesproken over hoeveel reëel is, wat kan, wat we kunnen doen. Ik vind het een heel reëel bedrag en voor een provincie als Groningen mooi, maar het is helemaal niet voldoende, nooit voldoende om het vertrouwen te herstellen. Daarom doen we ook meer. De wijze van afhandeling van de schade wordt anders. We gaan meer dan in het verleden inzetten op ander gas dan alleen Groninger gas. Ik noem bijvoorbeeld de ombouw van bedrijven naar hoogcalorisch gas. Er zijn meer voorstellen in het coalitieakkoord, bijvoorbeeld rond duurzaamheid, die wel degelijk ook in Groningen effect zullen hebben. Ook daar is er een grote ambitie om met duurzame energie te komen. Dus ik deel uw zorg over de vraag of het voldoende is om het vertrouwen te herstellen.

Ik durf die vraag niet te beantwoorden. Dat kunnen alleen de Groningers zelf. Vind ik dat we hier een belangrijk gebaar mee maken? Ja. Durf ik hiermee als coalitiepartij een kabinet op pad te sturen? Ja. Vervolgens moet de minister terugkomen met wat de resultaten zijn. Ik zou het jammer vinden, zeg ik heel eerlijk ook tegen Groningen, als het eindigt in een discussie over de vraag hoe groot dat fonds moet zijn. Want het zijn niet die tientallen miljoenen die het verschil maken; het is een langjarig ontstaan probleem en dat vraagt om langjarig vertrouwensherstel.

De heer Asscher (PvdA):
Vertrouwen in de toekomst begint met zekerheid nu. Ik zie, en u hebt dat ook gezien, dat men in Groningen heeft geconstateerd dat het fonds te mager is. Ik ga hier niet met u overleggen hoe hoog het moet zijn. Ik ben het met de heer Buma eens: het is aan de Groningers om daar uit te komen. Het enige wat ik vraag, is: laten wij samen als Kamerleden het kabinet op pad sturen om met de Groningers afspraken te maken, die recht doen aan de morele verplichting die wij hebben tegenover de Groningers. Heel het land heeft de kachel ervan gebrand. Heel het land heeft gekookt op Groninger gas. Ja, er worden bewegingen gemaakt die goed zijn, maar wij weten ook allebei dat dat niet genoeg is. Laten wij zorgen dat we de Groningers echt recht doen en de minister daarnaartoe sturen en dan beoordelen, als hij terugkomt, of het voldoende is.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Ik ben het in heel veel met u eens en het zal ook zeker een behoorlijke taak zijn van de minister om daar te komen en het vertrouwen te winnen. Maar dan zou ik liever willen dat de minister naar Groningen toegaat en daar om te beginnen kijkt wat de wensen zijn, wat reëel is en wat werkelijk werkt als het gaat om vertrouwensherstel, dan dat we een onderhandeling gaan krijgen over hoe groot de pot geld moet zijn. Ik vind dat namelijk gewoon niet juist. Het is van ons niet juist als wij ... Natuurlijk kun je zeggen: het moet meer zijn. Je kunt ook zeggen: het moet minder zijn. Maar nogmaals, het is niet alleen geld. Het gaat om veel meer. Denk eens aan het idee dat de ChristenUnie heeft gelanceerd om mensen ook bij te staan in de psychische schade die ze geleden hebben. Ik vind dat innovatief. Dat kan soms pastorale zorg betekenen. Sommige mensen hebben daar minder mee, andere meer. Het is voor het eerst überhaupt dat Den Haag bedenkt dat die zorg niet alleen financieel herstel van je huis is, maar ook psychische schade. Daarom ben ik het met u eens: niet politiseren. Ik vind de vraag terecht, maar ik zou er echt voor waken om te eindigen met een spelletje, even cynisch gezegd, armpje drukken tussen bestuurders over hoeveelheden geld voordat we al die andere vragen hebben beantwoord en weten wat er nodig is.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Asscher (PvdA):
Conclusie: Groningers hebben recht op schadevergoeding, recht op herstel, recht op erkenning van de prijs die daar betaald is. Dat kun je niet afdoen met pastorale zorg. Ik vind het terecht dat er aandacht wordt besteed aan de psychologische effecten op heel veel gezinnen, maar dat komt nooit in de plaats van waar men recht op heeft. Het aanbod blijft staan. Dit onderwerp hoeft van mij niet politiek, en al helemaal niet met armpjes drukken. Wat er moet gebeuren, is dat deze minister naar Groningen gaat, zonder dat hij al zegt dat het nooit meer kan zijn dan dit. Wij weten allebei dat er meer nodig is. Ik ga niet vertellen hoeveel dat moet zijn. Ik ga ook niet second guessen als hij terugkomt met een bedrag. Het gaat om recht doen aan de Groningers en dit is het moment. Het vertrouwen is daar al enorm geschonden. Het vertrouwen zal met moeite hersteld kunnen worden. Dat begint met zekerheid nu.

De heer Roemer (SP):
Prima om het over het fonds te hebben, wat daarin moet en wat er niet in moet. Het idee alleen al dat psychische hulp vervalt als er geen gas wordt gewonnen. Dat aan elkaar te koppelen is eigenlijk ziekelijk. Het begint natuurlijk een stap daarvoor, met het weghalen van de oorzaken van de ellende van de Groningers. De afgelopen decennia hebben zij zich jarenlang roependen in de woestijn gevoeld, omdat de gaswinning maar veel te hoog bleef. De aardbevingen bleven vanwege de hoogte van de gaswinning. Tot mijn grote spijt lees ik nauwelijks iets over een reductie van de gaswinning in Groningen. De eerste twee jaar sowieso niks en daarna een schijntje. Ware het niet veel beter geweest — en ook in overeenstemming met wat wij met zijn allen de Groningers voor de verkiezingen hebben gezegd — om veel sneller gasreductie in Groningen met elkaar af te spreken?

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Hierover hebben we ons uitvoerig laten voorlichten. Volgens mij is het ook altijd bekendgemaakt als er deskundigen kwamen. Wij hebben geen andere informatie gekregen. De Kamer kreeg die ook. Wat er op schrift kwam, is allemaal openbaar gemaakt. Wat wij doen, is het maximale wat kan. Zelfs nog iets meer, want wij gaan ook industrie ombouwen. Dat kost geld. Dat is geld dat geïnvesteerd wordt en uiteindelijk ten goede van Groningen komt. Dat gaan wij doen. Wij moeten ook reëel zijn. Als wij het verder zouden verlagen, zou uiteindelijk Nederland in die korte tijd geen alternatief hebben. Dan krijg je een probleem met de leveringen van gas door heel Nederland in de winter. Importeren in de zomer kan niet, omdat het Groningse aardgas dat laagcalorische bijzondere gas is. Misschien uit Rusland, maar daar willen wij ook niet afhankelijk van zijn. Ook u roep ik dus op om het haalbare te doen, maar het onmogelijke niet te eisen.

De heer Roemer (SP):
Eerdere voorstellen van onze fractie om te zorgen dat er een fabriek staat om dat ander soort gas te kunnen gebruiken, zijn elke keer weggestemd. De Groningers zijn elke keer de klos. Jaar in jaar uit krijgen ze dit soort verhalen te horen. De Groningers zitten op de blaren, zitten met de ellende en met de aardbevingen, omdat wij hier onvoldoende alternatieven creëren en niet zorgen dat de gaswinning naar beneden gaat. Wij zijn verplicht om alles op alles te zetten om in een veel hoger tempo naar de 12 miljard kuub terug te gaan, niet in het tempo dat het kabinet heeft. Ik geef u mee om het kabinet op te roepen dat tempo fors te verhogen en alles op alles te zetten om voor elkaar te krijgen dat wij zo snel mogelijk, het liefst binnen vier jaar, aan die 12 miljard kuub zitten, iets wat wij eigenlijk allemaal ongeveer beloofd hebben toen wij vlak voor de verkiezingen ons eerste debat in Groningen hadden. Laten wij de verkiezingsbelofte nu eens waarmaken dat wij de Groningers niet laten zakken.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Het CDA heeft er altijd op gelet dat dingen als 12 miljard kuub niet haalbaar zijn en dus ook niet gezegd kunnen worden. Het moet wel voor iedereen zijn eigen uiting zijn, die hij gedaan heeft. Maar dan nog steeds blijf ik hetzelfde zeggen in de richting van de heer Roemer. Als wij vertrouwen willen herwinnen, moeten wij in Groningen een perspectief bieden dat wij waar kunnen maken. Deze coalitie heeft gekeken wat het maximale is dat wij waar kunnen maken, binnen de kaders van het probleem dat wij anders geen oplossing hebben voor het niet meer hebben van brandstof. Het maximum dat wij kunnen doen, verhogen wij nog, dat brengen wij nog verder terug door de industrie om te bouwen. Dat kost geld. Ik waardeer het zeer dat de SP daarover eerder moties heeft ingediend, maar ook dat ontslaat de SP niet van de verplichting om ook nu te kijken wat echt kan. Dat zullen wij doen, zoveel als mogelijk is, hopelijk ook met de SP.

U gelooft het niet, maar het grappige is: ik ga het ruim binnen mijn spreektijd halen!

De voorzitter:
Ik zeg helemaal niks!

De heer Van Haersma Buma (CDA):
We doen meer voor de regio. Ik denk aan het ondersteunen van kleine scholen. Dat is trouwens geld dat in belangrijke mate ook naar bijvoorbeeld Groningen gaat. Het hoeft niet uit dit fonds; het geld gaat er wél heen. Dit maakt het mogelijk dat het onderwijs in die regio's blijft.

Ik heb nog een vraag over het groene onderwijs. Dit gaat, zoals we weten, over van Landbouw naar Onderwijs. We mogen er toch van uitgaan dat de student op dezelfde wijze wordt betaald als de andere studenten bij het ministerie van Onderwijs? Er was natuurlijk altijd een verschil in financiering. Dat dient gelijkgetrokken te worden. Dat is altijd de afspraak geweest. Daarnaast is er een op te lossen vraagstuk. Verschillende departementen krijgen nu te maken met Wageningen. Ik doe slechts de oproep — wellicht is het een opdracht — om er vanuit het kabinet voor te zorgen dat het voor Wageningen goed te behappen is en dat onderzoek, onderwijs en innovatie op een goede manier gewaarborgd worden.

Voorzitter. We geven ook een impuls aan de woningbouw. Zoals de premier eerder al heeft gezegd, krijgen we grote vraagstukken rond de beschikbaarheid van woningen. Juist in de steden waar de tekorten het grootst zijn, moeten we aan het werk kunnen.

Voorzitter. Ook belangrijk om te zeggen is dat deze coalitie de Nederlanders ver weg, in het Caribisch gebied, niet vergeet. Het getroffen Sint-Maarten gaan wij helpen met de wederopbouw. Het is ontzettend belangrijk dat de regering daar aan de voorwaarden voldoet die de bevolking tegemoetkomen, namelijk het combineren hiervan met voorwaarden voor integer bestuur. We steunen ook de inwoners van de BES-eilanden, Saba, Sint-Eustatius en Bonaire. Vergeet niet: wij, 150 volksvertegenwoordigers, zijn ook hun volksvertegenwoordigers. Dit kabinet is ook hun kabinet. Misschien hebben we dat de afgelopen jaren weleens iets te veel vergeten, maar dat wil deze coalitie niet doen. Zij moeten er meer van merken dat zij onderdeel zijn van Nederland.

Het laatste onderwerp dat ik wil noemen, maar niet het minste, gaat over onze samenleving. Immigratie, individualisering en globalisering hebben onze samenleving drastisch veranderd. Dat leidt tot vragen over onze identiteit: wat hebben we samen? Meer dan in het verleden is het nodig dat we ons bezighouden met de vraag wat het is om Nederlander te zijn, wat we delen, welke tradities we waardevol vinden, welke toekomst we samen in willen gaan. Zo kunnen we met twee benen op de grond samen de toekomst tegemoet treden. Nederland is meer dan een polder met 17 miljoen toevallige voorbijgangers. Dit land maken we samen tot één natie. Daarom is het voor het CDA ook zo wezenlijk dat we dat zichtbaar maken, dat we die gezamenlijke historie zichtbaar maken, met haar goede en haar slechte kanten, en dat we ons volkslied kennen. In bijna alle landen in de wereld vindt men het normaal dat je je volkslied kent. En hier is dat controversieel? Ik geloof er niks van. We mogen trots zijn op onze cultuur, trots op ons erfgoed. Daarover gaat ook de passage waarin staat dat we onze nationale historie zichtbaar gaan maken en plaatsen van nationaal historisch belang weer zichtbaar maken. In een land als Amerika is dat al jaren gewoonte. Het moet toegankelijk en zichtbaar zijn.

Heel belangrijk vindt het CDA het ook dat wij het jongeren mogelijk gaan maken om hun steentje aan de samenleving bij te dragen door een maatschappelijkediensttijd. Vergeet ook niet dat we vrijwilligerswerk aantrekkelijker gaan maken.

Daarmee is niet in vier jaar een CDA-modelsamenleving ontstaan, ik realiseer me dat. Maar dat hoeft ook niet. Het gaat ook niet lukken. Maar het kabinet is bezig met het keren van een individualistische trend naar een gemeenschappelijke toekomst. In een wereld van ieder voor zich gaan we iets meer aandacht schenken aan dat wat we samen delen. Dat betekent: iets meer leren van je eigen traditie, je iets meer inzetten voor een ander.

Ik voel een vraag aankomen.

De voorzitter:
Ik dacht dat u bezig was met het afronden van dit onderdeel.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
U vond het mooi, dus u wou dat ik nog even doorging!

De voorzitter:
Ik luister graag!

De heer Kuzu (DENK):
De heer Buma mag het afmaken, hoor.

De voorzitter:
Nou, daar ga ik over, meneer Kuzu.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Het kabinet gaat van start. Als politiek leider en onderhandelaar namens het CDA zag ik de afgelopen week de ministers op het bordes verschijnen. Ik geeft toe: persoonlijk voelde dat wat vreemd. Na zeven maanden onderhandelen gaan anderen aan de slag met wat je toch een beetje als je eigen onderhandelingsresultaat ziet. Gaan ze dat wel goed doen? Ik weet het niet. Ik weet het echt niet. Ik denk het wel, maar het zal moeten blijken. Ik weet een ding heel zeker. Ik weet dat er een buitengewoon gemotiveerde ploeg aantreedt, die weet hoe groot de verantwoordelijkheid is, hoe ambitieus de opdracht, maar ook hoe mooi de taak. Ik wens de minister-president en zijn ploeg alle goeds toe.

De heer Kuzu (DENK):
De heer Buma begon zijn betoog met twee belangrijke vragen. Hij had het over de jongeren die zich afvroegen of ze hier mochten zijn en stelde vervolgens de vraag of die jongeren hier wel wilden zijn. Hij stelde dat in vragende vorm en zei vervolgens dat over deze twee vragen goed moest worden nagedacht. Ja, dat vinden wij als DENK natuurlijk altijd prachtig. Wat is het antwoord van de heer Buma op de twee vragen die hij zelf heeft gesteld?

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Ik had ze zo mooi niet kunnen verzinnen. Nogmaals, Kim Putters, directeur van het SCP, heeft deze vragen als een van de vragen waarmee hij aanduidt dat er soms ongemak is, spanning. Ik vind dat hij gelijk heeft. "Mogen wij hier eigenlijk wel zijn?" "Als je moslim bent, word je dan wel geaccepteerd?" "Willen jullie wel dat ik hier ben?" Op deze vragen stelt de Nederlander wellicht de wedervraag: "Willen jullie hier eigenlijk wel zijn, met al jullie wapperende Turkse vlaggen in Rotterdam en met wat er in Antwerpen tussen Koerden en Turken gebeurt?" Deze zeer indringende vragen moeten we stellen. En het antwoord daarop is niet heel snel "ja" of "nee". Het gaat er ten eerste om dat iedereen in deze samenleving mee mag doen en ten tweede dat we van iedereen in deze samenleving ook vragen om aan deze samenleving mee te doen. Ik zeg dus tegen die met vlaggen zwaaiende jongeren dat dit het land is waar we met Nederlandse vlaggen zwaaien, waar we onze conflicten uitvechten, niet die van hen. Die opdracht zit erin. Het komt van twee kanten. Als je mee wilt doen, doe dan ook mee. Leer wat onze traditie is, leer onze historie, leer ons volkslied, leer onze waarden, leer onze normen, doe mee! Maar ik zeg ook: als je hier bent en je doet mee, word geaccepteerd. Zo vertaal ik die vragen.

De heer Kuzu (DENK):
Dat is in ieder geval een iets genuanceerder antwoord op hetgeen de heer Buma in het verleden zei. Nu we het hebben over de vraag of jongeren hier eigenlijk wel mogen zijn en vervolgens over die of zij hier willen zijn, wil ik nog wel in herinnering brengen dat de heer Buma in het verleden heeft gezegd dat de derde generatie meer gericht is op het land van haar grootouders en dat nieuwkomers zich richten op hun thuisfront. Heeft de heer Buma ooit nagedacht over de redenen, de grondoorzaken, de motieven waarom heel veel jongeren in deze samenleving op die manier denken?

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Dat is precies, precies wat ik bedoel, onder andere met dat citaat. Een derde generatie — het wordt zo langzamerhand een vierde, dat lees je overal — voelt zich soms minder verbonden met Nederland dan de eerste of de tweede. Daarom vind ik het ook belangrijk dat we in het regeerakkoord hebben gezegd dat we niet te moeilijk moeten doen over de dubbele nationaliteit van iemand die nieuw naar Nederland komt, maar wel over die van iemand van de tweede en derde generatie. Die moet zo langzamerhand die dubbele nationaliteit wel gaan inleveren. De tweede moet dat al doen. Waarom? Omdat wij vinden dat we je, als je hier geboren bent en je ouders hier geboren zijn of misschien zelfs wel je grootouders, zo langzamerhand wel mogen vragen om niet de discussie van daar hier te gaan voeren, maar om mee te doen aan het Nederlandse debat. Wat u net noemde, is exact wat ik nog steeds zeg.

De heer Kuzu (DENK):
Dat is precies wat heel veel mensen met verschillende achtergronden in Nederland doen. Zij volgen dit debat. Zij kijken ook naar wat de heer Buma in het verleden heeft gezegd en wat hij op dit moment zegt. Wat mij betreft geeft hij tijdens dit debat heel terecht aan dat het inderdaad van twee kanten moet komen en dat het moet gaan over wederzijdse acceptatie. Daarbij wil ik de heer Buma meegeven dat heel veel jongeren zoiets hebben van: ja, die Buma zegt dat nu wel, maar hij zegt ook dat de boze burger een gewone burger is en dat de zorgen van die boze burger, die gewone burger, over immigratie en de islam, serieus moeten worden genomen. In de lezing waarin hij dat zei, zei hij ook — de heer Buma weet waar ik het over heb — dat het ijdele hoop is dat de islam wordt verlicht. Daardoor hebben mensen het gevoel dat de opmerkingen van het CDA zo generaliserend zijn dat het gaat over hele bevolkingsgroepen, een hele gemeenschap, een hele religie. Als de heer Buma echt heel serieus is in zijn opvattingen hierover, dan zal hij beter de balans moeten leggen in hetgeen de heer Putters terecht heeft gesteld over of jongeren hier willen zijn of hier mogen zijn.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
In zijn nuance heeft de heer Kuzu mij indertijd op Twitter, waar hij actief is, verweten kruisvaardersretoriek te gebruiken. Toen ik dat las, dacht ik: hier gaat iets goed fout. Die term heb ik eerder alleen maar gelezen in vrij radicale, extreme kringen, maar u bezigt die nu ook al en dat is niet goed. Wij moeten zorgen dat wij, u en ik, als voorhoeder, als politiek het debat goed voeren. Dit is het moment dat ik u daarop kan aanspreken en dat doe ik. Wat u daar deed, was niet fraai. Maar wat u nu zegt over mij en wat ik toen gezegd heb, klopt ook niet. Wat ik gezegd heb over de islam houd ik ook staande. Toen in de jaren tachtig en negentig de islam opkwam, dachten wij in Nederland, ook binnen mijn eigen partij, dat er een soort nieuwe zuil zou ontstaan van een islam met in Nederland opgeleide imams die op eenzelfde manier als het christendom, als de katholieken en de protestanten, een soort Nederlandsachtige zuil zouden vormen. Dat is niet gebeurd. De islamopleiding is niet gelukt. Dat zegt niets over hoe moslims geloven. Daar ging het helemaal niet over. Dat mag u erin lezen, maar het is onzin. De islam is hier en mensen hebben recht op hun geloof. Maar ik houd de constatering staande dat we toen dachten dat er iets anders zou ontstaan dan er is ontstaan. Sterker nog, de Voorzitter heeft er in een lezing, volgens mij niet als Voorzitter, op gewezen dat heel veel moskeeën worden gefinancierd vanuit salafistische landen. Het tegendeel gebeurt. Dat moet u ook zien als een risico. Als we dat samen zien, kunnen we samen de toekomst beter maken.

De heer Kuzu (DENK):
In Nederland leven ongeveer 1 miljoen moslims. Hier in de Tweede Kamer wordt constant het beeld opgeroepen alsof het alleen maar zou gaan over salafistische organisaties en mensen die daardoor worden geïnspireerd. Een van de brieven van Asscher in de vorige periode maakte heel helder onderscheid in de verschillende varianten, waarbij het ging om een klein deel. Zolang de heer Buma zijn opmerking staande houdt over dat de islam niet verlicht zou zijn en dat dat ijdele hoop zou zijn, houd ik mijn retoriek staande dat dit kruisvaardersretoriek is, waarbij een christendemocraat hier in deze Kamer gaat voorschrijven hoe de islam zich zou moeten verhouden tot Nederland. Ik vind dat kruisvaardersretoriek en houd dat ook staande.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Ik vind het best erg dat op dit belangrijke punt, waarop ik zo precies mogelijk probeer te formuleren, de heer Kuzu zo precies mogelijk verkeerd probeert te redeneren. Wat u zegt, heb ik helemaal niet gezegd, nu ook niet. Het is een totaal ander verhaal. U hebt echt een verantwoordelijkheid. U hebt bij de PvdA gezeten, zo'n andere partij. Daar moet u toch iets hebben meegekregen van de manier waarop je denkt over het ideaal van een samenleving waarin je mensen, moslim en niet-moslim, christen en niet-christen, bij elkaar zet. Op deze manier draagt u eerder bij aan het probleem dan aan de oplossing. Wat ik zei is geen mening, maar een constatering dat iets wat we in de jaren tachtig dachten niet gebeurd is omdat het zich anders heeft ontwikkeld. Dat vind ik niet, dat is gebeurd. Dat zegt niets over de islam. Als u dat erin blijft lezen en mij op die manier aanspreekt, wat niet fijn is, dan wordt er geen beter debat gevoerd. Ik zou menen dat ook DENK een verantwoordelijkheid heeft om het debat wel goed te voeren.

De voorzitter:
Een korte reactie.

De heer Kuzu (DENK):
De tijd van verzuiling ligt ver achter ons. Dat was 1880-1920. We zijn die verzuiling allang voorbij. Als de heer Buma ons gaat verwijten dat wij de boel aan het polariseren zijn, zal hij echt de hand in eigen boezem moeten steken en echt moeten kijken naar uitspraken die hijzelf heeft gedaan in het verleden. Kom nou, zeg. "De mensen richten zich op het land van herkomst." Dat is gewoon niet waar. Er zijn heel veel mensen in Nederland die naar school gaan, die op de werkvloer een bijdrage leveren aan hun bedrijf, die hun steentje bijdragen aan de samenleving. U legt deze mensen generaliserend op één hoop en zegt: ze zijn allemaal gericht op het land van herkomst. Die mensen moeten geaccepteerd worden in deze samenleving, omdat zij daar hun steentje aan bijdragen. Waar het misgaat in de politiek is dat de discussies in de samenleving allang de discussies bij het CDA en de discussies in de Tweede Kamer voorbij zijn. Mo en Henk zitten namelijk bij elkaar in de klas. Ze staan samen op de werkvloer. Ze doen het prima met elkaar. De retoriek van de heer Buma vormt de splijtzwam in de samenleving.

De voorzitter:
U mag reageren.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Ik mag reageren? Ik verstond "regeren", maar dat lijkt mij aan anderen voorbehouden.

De voorzitter:
Nee, reageren. U hebt mij goed gehoord.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Ik geloof dat ik het niet ga doen. Ik vind het niet juist en ik vind het niet zuiver. Ik vind echt dat we de verantwoordelijkheid hebben om te benoemen wat fout is, om te luisteren — dat zeg ik tegen de heer Kuzu — naar wat ik echt gezegd heb en daarop te reageren.

De voorzitter:
Maar voordat u weggaat, had de heer Klaver nog een vraag. Hij mocht die van mij pas stellen als u klaar was. Hij had een vraag over migratie. Dat had ik hem beloofd: één vraag.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Ach ja, want de heer Klaver had nog niet zo veel interrupties gehad, mevrouw de voorzitter.

De voorzitter:
Hij mag.

De heer Klaver (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. Misschien krijg ik nu wel een bevredigend antwoord. Ik had gevraagd om wat verheldering te krijgen op het punt van migratie. In het regeerakkoord staat: drenkelingen dienen conform bestaande internationaal rechterlijke kaders naar de dichtstbijzijnde veilige haven te worden gebracht, ook al is dat aan de kant van waaruit men vertrokken is; het non-refoulementprincipe is hierbij leidend. Op welke manier wordt het principe van non-refoulement vormgegeven?

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Door te verzekeren dat het land waar je iemand naartoe brengt een land is dat niet onder het verbod valt om naar terug te sturen door het non-refoulementbeginsel.

De heer Klaver (GroenLinks):
Voorzitter?

De voorzitter:
Tot slot, u zou één vraag stellen.

De heer Klaver (GroenLinks):
Nou, ik zou op één punt een interruptie hebben. Dit is een vrij cruciale passage over migratie.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Ja, want daar is een eerdere poging op gestrand. We kennen dit zinnetje. Dat is wel eerlijk om te zeggen: we kennen dit zinnetje samen, want de heer Klaver heeft er met het CDA veel over onderhandeld.

De heer Klaver (GroenLinks):
Zeker. Daarom zou ik helder willen krijgen wat er precies mee bedoeld wordt. Het is onduidelijk opgeschreven. Volgens het non-refoulementbeginsel moet er een individuele toets plaatsvinden per vluchteling. Per persoon dus. Je kunt niet stellen dat een land veilig is en dat er dus een hele bups naartoe gestuurd kan worden. Als drenkelingen uit zee worden gehaald, kunnen zij, zoals ik het lees, rechtstreeks worden teruggesleept naar Noord-Afrika. Wanneer vindt dan de individuele toets plaats om te weten of mensen daar veilig zijn?

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Het is in mijn ogen niet zo. Eén. Ik wil bij één beginnen, want de heer Klaver begint bij het einde. Om de immigratie te beperken, is het van belang dat we zorgen dat de bootjes niet naar Italië gaan, maar in Afrika blijven. Dat is de heer Klaver met mij eens, hoop ik. Om dat te bereiken, gaan er afspraken gemaakt worden met die landen. In die landen rond de Middellandse Zee wordt de grote opdracht om ervoor te zorgen dat er plekken zijn waar men in opvang gaat, een aanvraag indient, of teruggestuurd wordt. De grote opdracht waar dit kabinet zich voor gesteld ziet, is om te voorkomen dat ze hier naartoe komen. Die opdracht is helemaal niet gemakkelijk. We moeten dus met die landen afspraken maken, zodat we inderdaad kunnen zeggen, zoals nu in Turkije: daar blijven. In Turkije is het in wezen hetzelfde. Daarvan zeggen we ook dat we geen aanvragen in behandeling nemen. We kunnen er heel lang over spreken, maar dit zal mijn antwoord blijven.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Klaver (GroenLinks):
In het regeerakkoord is het anders geformuleerd, namelijk dat drenkelingen die uit zee worden gehaald, worden teruggestuurd naar Noord-Afrika, zonder dat ze eerst naar Europa gaan. Volgens de Turkijedeal worden ze eerst naar Europa gebracht. Dit is een volgende stap. Er is geen individuele toets. Ik vraag hiernaar omdat het een heel grote beleidswijziging is. Dit is wat de heer Wilders eerder heeft voorgesteld: het Australische model, waarin je mensen meteen terugsleept naar de plek waar ze vandaan komen. Het staat er onduidelijk geformuleerd en daarom vraag ik om opheldering van de heer Buma. Worden de bootjes die straks op zee worden gevonden, rechtstreeks teruggesleept naar Noord-Afrika, zonder dat er eerst wordt gekeken of de individuen veilig zijn?

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Laat ik beginnen te zeggen dat dit wel de situatie is, misschien anders dan ik wil. Een van de grote fouten die we in het systeem hebben, is dat we eerst een prikkel inbrengen om in Europa aan te komen. We weten dat het daarna niet meer lukt om ze terug te sturen. Dus ja, je gaat naar die havens. Maar we gaan ze natuurlijk niet naar havens sturen waar mensen meteen zonder enige toets worden teruggestuurd naar hun land. Dat is de afspraak die we ook eerder hadden kunnen maken met andere partijen, maar die we gelukkig wel met zijn allen hebben kunnen maken.

De voorzitter:
Dank u wel. Nee, mijnheer Klaver. Wilde u de heer Buma bedanken?

De heer Klaver (GroenLinks):
Ja. Voor dit heldere antwoord, het meest heldere antwoord dat ik in de vele interruptiedebatten deze avond heb gekregen. Hiermee wordt heel duidelijk dat het beginsel van en het recht op non-refoulement op deze manier niet gerespecteerd wordt.

De voorzitter:
Dank u wel.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Jammer dat het zo moet eindigen, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, mijnheer Buma. Dan geef ik nu het woord aan de heer Roemer namens de SP.

Mag ik even een korte mededeling doen? Het gaat niet van uw spreektijd af, mijnheer Roemer. Er is veel gezegd over tradities, maar niemand is opgevallen dat ik een oude hamer bij me heb. De vorige hamer was een cadeau van een vorig kabinet en ik dacht een nieuw parlementair jaar, een nieuwe start, een nieuw kabinet ...

(Hilariteit)

De voorzitter:
Deze hamer heeft van 1951 tot 1992 in de Oude Zaal gediend, onder Kamervoorzitters Kortenhorst, Van Thiel, Vondeling, Dolman en Deetman. Dus een nieuwe start, maar wel een oude traditie weer in gebruik. Die heeft mooie historische debatten meegemaakt en afgehamerd, dus ik hoop dat we dat gaan meemaken.

De heer Roemer (SP):
U kijkt er heel dreigend bij, mevrouw de voorzitter. Maar mooi dat er een stukje traditie terug is in deze Kamer.

De voorzitter:
Zo is dat. De heer Roemer.

De heer Roemer (SP):
Mevrouw de voorzitter, vandaag zie ik veel nieuwe gezichten in vak-K. Ik wil me allereerst tot hen richten. Welkom in dit huis en ik wil u allen oprecht heel veel succes en vooral heel veel wijsheid toewensen. Het kan een heel mooie periode worden van stevige debatten, misschien mooie successen en ik hoop voor u weinig teleurstellingen, maar het zal er af en toe ook wel stevig aan toe gaan en dat hoort in dit huis.

Voorzitter. Eén gezicht is gebleven. Dat is het gezicht van premier Rutte. Het is hem weer gelukt, voor de derde keer op rij. Ik erken dat deze ronde niet makkelijk was, maar het is hem gelukt: the Rutte story continues. Ik zag wel een andere stijl. In 2010 stond deze minister-president samen met de heer Wilders en de heer Buma voor een behangetje. De premier legde toen uit hoe rechts Nederland zijn vingers zou kunnen aflikken door het huwelijk van PVV, CDA en VVD, maar we weten inmiddels dat het vechtscheiding werd. In 2012 kwam er een nieuwe liefde. Samen met de Partij van de Arbeid ging de VVD bruggen bouwen. Maar ook hier ging de liefde uiteindelijk voorbij en kreeg de partner de meeste klappen te verduren. Bij de presentatie van Rutte III zagen we vier heren in een wit decor staan. Niet samen, maar apart viel mij op. Niet zozeer de liefde werd verklaard, maar vooral de verschillen benadrukt en wat zij zelf erin herkenden. Het leek op een kabinet van elke partij voor zichzelf. We moeten vertrouwen hebben in de toekomst zeggen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie, maar de vraag is — de toekomst zal het uitwijzen — of deze partijen voor de komende drieënhalf jaar wel voldoende vertrouwen in elkaar hebben. Zoals ik zei, de toekomst zal het leren.

Deze premier heeft met veel partijen geregeerd, van rechts tot links. Deze premier heeft ons land in verschillende tijden bestuurd, in tijden van economische crisis en in tijden van economische groei. Maar in welke omstandigheden het land ook verkeert en met welke partij deze premier ook regeert: ik constateer dat de verschillen tussen mensen groter worden en dat de zekerheden van mensen meer en meer onder druk zijn komen te staan. Na de oorlog bouwden we onze welvaartsstaat op de gedachte dat de bestaanszekerheid van mensen een voorwaarde is voor vrede en vooruitgang voor iedereen. Een historische les die soms vergeten lijkt te zijn. De politiek zou de mensen moeten helpen om te werken aan hun eigen toekomst. De mensen zouden het idee moeten hebben dat de politiek er ook voor hen is, maar dat vertrouwen in de politiek hebben veel mensen verloren. Je zou je meer moeten afvragen hoe dat komt.

Ik hoor vaak zeggen dat de minister-president geen visie zou hebben. Hij zegt het zelf ook: wie een visie wil, moet maar naar de oogarts gaan. Wie echter goed kijkt naar dit regeerakkoord, maar ook naar de minister-president, ziet meteen dat de minister-president wel degelijk een visie heeft. Je ziet in het beleid wat zijn visie is. Het beleid laat ook zien voor wie de minister-president hier vooral zit en voor wie niet of minder. Want wat hebben al die honderdduizenden zorgmijders, die hun zorgkosten niet meer kunnen betalen, aan deze visie van de minister-president?

Het CDA en ChristenUnie wilden het eigen risico fors verlagen, maar de VVD wilde dat niet. En dus gebeurt het niet. En dan stijgen de premies ook nog eens stevig door. Tijdens de verkiezingscampagne waren veel partijen het erover eens dat het eigen risico naar beneden moest. Ook de heer Segers en ook de heer Buma vonden dat. Ik hoor veel ouderen die het eigen risico niet kunnen betalen. Het eigen risico moet omlaag. Dat moeten wij samen solidair opbrengen. Dat zei de heer Buma op 27 februari jongstleden in het tv-programma Tijd voor MAX. Ook anderen hoorde ik met afschuw spreken over het eigen risico. De heer Segers sprak zelfs over een boete op ziek zijn. Ik vond dat een prachtig gevonden quote; die had ik vaker gehoord. Maar als zo veel partijen in deze Kamer het eigen risico willen afschaffen of willen verlagen, zoals de ChristenUnie en het CDA wilden, waarom is dat dan niet gebeurd?

Op de zorg wordt nog steeds veel bezuinigd, op de ziekenhuizen, de wijkverpleging en de geestelijke gezondheidszorg. Maar ik zeg er eerlijk bij dat er ook goed nieuws is. Het kabinet gaat extra geld uittrekken voor de verpleeghuizen. Daar ben ik heel erg blij mee. Maar ik vraag de minister-president waarom daar geen norm bij komt, zodat wij daadwerkelijk gegarandeerd voldoende zorgmedewerkers krijgen. Op die manier kunnen wij voorkomen dat er geld verdwijnt naar de verkeerde dingen. De kosten van accountants in de zorg stegen met 12%. Daar betalen wij met ons allen toch geen premie voor? Is de minister-president bereid om dit alsnog te regelen?

Het klinkt ook cynisch dat het kabinet hard op zoek moet naar extra mensen in de zorg, terwijl in de afgelopen jaren 77.000 mensen hun baan in de zorg verloren hebben zien gaan. Deze mensen zorgden met hart en ziel voor andere mensen, maar werden ontslagen. Hoe gaat het kabinet ervoor zorgen dat wij deze mensen weer terug kunnen winnen voor dit vak? Is de minister-president het met mij eens dat deze mensen in ieder geval een betere beloning verdienen?

Voorzitter. De zorgverzekeraars zijn wel blij met het regeerakkoord. Dat lijkt mij logisch, maar tegelijkertijd ook zorgwekkend. De huisartsen en de medewerkers in de ggz, de thuiszorg en de wijkverpleging maken zich nog altijd grote zorgen omdat de werkdruk onverminderd groot blijft, terwijl de macht van de zorgverzekeraars blijft, omdat de marktwerking in de zorg niet wordt aangepakt en er nog steeds miljoenen worden uitgekeerd.

De heer Segers (ChristenUnie):
Ik hoor de zorgen van de heer Roemer niet voor het eerst. Hij heeft het over bezuinigingen in de zorg. Allereerst merk ik op dat er ook extra geld naar de zorg gaat. De vraag is of je de groei van de zorgkosten zou kunnen afremmen. In het verkiezingsprogramma van de SP staat dat er een hoofdlijnenakkoord moet komen. Daarin staat ook dat de wijkverpleging daarbij wordt ingesloten. Nu uit de heer Roemer voor de tweede keer zijn zorgen over de wijkverpleging. Tegen zijn linkse vrienden heeft hij gezegd: wij gaan intensiveren. Waarom was in het verkiezingsprogramma van de SP een bezuiniging op de wijkverpleging ingeboekt?

De heer Roemer (SP):
Omdat wij heel veel mogelijkheden zien om de uitgaven in de zorg te dempen. Vooral op het vlak van de bureaucratie, de topsalarissen in de publieke sector en de marktwerking — dat zie je door de hele zorg heen — denken wij veel geld te kunnen besparen. Ik maak graag een afspraak met de heer Segers om daarover te praten. Dat is echter iets anders dan wat ik hier zie en wat ik in de afgelopen jaren heb gezien.

De heer Segers (ChristenUnie):
Mevrouw de voorzitter, dat is toch een vreemd verhaal, want dit is exact de tekst die ook ik zou kunnen bezigen. Wij willen inderdaad snijden in bureaucratie. Wij willen het inderdaad efficiënter. Wij willen zorg van de tweede lijn naar de eerste lijn overhevelen. Wij kunnen dus met minder geld meer doen. Dat is exact wat we willen. Wijkverpleging hebben wij nog niet ingeboekt. De heer Asscher maakt zich grote zorgen, maar u noemt het nu. U had het wel ingeboekt. Het is toch raar om deze coalitie zo hard aan te vallen, terwijl u exact hetzelfde doet?

De heer Roemer (SP):
Nee, dat is niet raar, omdat wij juist aangeven dat het gehaald moet worden in de bureaucratie, in de marktwerking, in de topsalarissen, waar ik dadelijk ook nog eventjes op terugkom, en in de winstuitkeringen. We hebben van de week weer de berichten gezien dat er via de achterdeur winstuitkeringen uitgekeerd gaan worden in de zorg, terwijl wij hier met z'n allen hebben afgesproken en zelfs een wet hebben ingediend die bepaalt: geen winstuitkering in de zorg. Het gebeurt toch. Ja, ik ben het met u eens dat er veel geld te halen is, maar niet bij de handen aan het bed, niet bij de handen in huis bij de mensen die langer thuis willen blijven wonen, niet bij de thuiszorg, niet daar waar de zorg echt gegeven moet worden. Geld van de zorg moet echt naar de zorg.

De heer Segers (ChristenUnie):
Daar ben ik het ook mee eens. Geld voor de zorg moet naar de zorg.

De heer Roemer (SP):
Nou, mooi.

De heer Segers (ChristenUnie):
Maar even heel precies. Er moet een hoofdlijnenakkoord komen. De zorg van de linkse partijen is dat de wijkverpleging daar onderdeel van zou kunnen uitmaken. Dat is nog helemaal niet zeker, maar dat zou kunnen.

De heer Roemer (SP):
We wachten het af.

De heer Segers (ChristenUnie):
U heeft het zelf ingeboekt. Wat doen wij anders, als het gaat om wijkverpleging, dan de SP in het verkiezingsprogramma heeft gedaan?

De heer Roemer (SP):
Wat u vooral anders doet, is mensen langer thuis laten wonen, verzorgingshuizen sluiten, waardoor er meer nodig is, en nauwelijks iets doen aan de bureaucratie. Maar ik wacht het graag met u af. Als u zorgt dat er meer wijkverpleegkundigen de wijk ingaan, dan zijn we bijna tevreden. Als u inderdaad met maatregelen gaat komen om de bureaucratie aan te pakken, dan ben ik met u tevreden. Als u mij gaat helpen om die topsalarissen in de zorg eindelijk eens aan te pakken, dan ben ik met u tevreden. U zegt: er is nog niets besloten, er zal een akkoord moeten komen. Dat zeggen wij ook. Er moet een akkoord komen. Als dat erin zou komen te staan — ik haal het er nog niet uit, maar laat ik het voordeel van de twijfel aan u geven — zou ik het omarmen. Maar ik ben ongelofelijk bang dat de eerder aangekondigde bezuiniging, waar het CPB ook van zegt dat die waarschijnlijk de consequentie zal zijn, als dat de harde werkelijkheid zal worden, staan wij hier tegenover elkaar.

De heer Segers (ChristenUnie):
Het CPB heeft exact dát gezegd over het verkiezingsprogramma van de SP. Wijkverpleging maakt onderdeel uit van het hoofdlijnenakkoord. U heeft alleen bij de ggz een intensivering ertegenover geplaatst. Dat heeft u niet bij de wijkverpleging gedaan. Bij u is het ingeboekt. Bij ons is het nog een open vraag. Praat mee, denk mee, maar u moet echt een andere toon aanslaan als u iets doet in uw eigen verkiezingsprogramma waarbij u de angst uitspreekt dat wij hetzelfde gaan doen. Dat is een heel vreemd verhaal.

De heer Roemer (SP):
Mooi niet.

De voorzitter:
Gaat u verder.

De heer Roemer (SP):
Mevrouw de voorzitter. Ik gaf het net al aan in het interruptiedebat met de heer Segers. Op het ministerie ligt een wet om topinkomens in de publieke sector aan te pakken. Dit kabinet gooit die wet in de prullenbak, terwijl recent nog bleek dat alleen al in de zorg een op de vijf bestuurders meer verdient dan een minister. Een van die teveelverdieners is nu minister voor Medische Zorg geworden. Ik vraag de minister-president: was dat nou de enige manier om de heer Bruins niet meer dan een ministerssalaris te kunnen geven, om hem dan maar naar het kabinet te halen? Ik vraag de premier om deze wet alsnog uit de prullenbak te halen en naar de Kamer te sturen, omdat ik niet kan geloven dat hier in deze Kamer daar geen meerderheid voor is. Graag een reactie.

Voorzitter. De minister-president heeft zich ook niet bijzonder gelukkig gemaakt bij de huurders, die zich afvragen of deze premier er ook wel voor hen zit. Onder deze premier zijn de huren geëxplodeerd. Ze stegen de afgelopen jaren met ruim 25%. Ook dit kabinet gaat door met de verkoop van sociale huurwoningen. Steeds meer mensen lukt het gewoon niet meer om aan een betaalbaar huis te komen. Er komen steeds minder betaalbare woningen, omdat de woningcorporaties gestimuleerd worden om huurwoningen te verkopen. Steeds meer mensen die wel een huis hebben, kunnen de huur niet meer opbrengen. En dan wil het kabinet ook nog eens zorgen dat er bezuinigd wordt op de huurtoeslag. Waarom heeft het kabinet er niet voor gekozen, de verhuurderheffing om te zetten in een investeringsplicht, zodat extra geld beschikbaar komt voor het bouwen en onderhouden van betaalbare huurwoningen?

De heer Kuzu (DENK):
Het klopt inderdaad dat de regering het wetsvoorstel waarover u het hebt, niet indient. Wij hebben in ieder geval een initiatiefvoorstel ingediend. Ik nodig de SP van harte uit om mee te doen.

De heer Roemer (SP):
Ik zal daar zeer goed naar kijken. Dank u wel.

VVD en veiligheid, het blijft een moeilijk ding. De harde bezuinigingen op Justitie en Veiligheid worden nog steeds doorgezet. Er komt deze regeerperiode geld bij, maar dat is vooral een verzachting van de bezuinigingen. Op het eind van de regeerperiode gaat er gewoon minder geld naar dit ministerie. Kan de minister-president dit hier bevestigen, maar kan hij dat vooral uitleggen? Ik vraag me af wat alle overbelaste agenten, officieren van justitie, rechters en gevangenisbewaarders ermee opschieten dat er een miljoen is uitgegeven voor de naamsverandering. Hoe gaan we zo meer criminelen opsporen en de kans op veroordeling vergroten?

Voorzitter. De nieuwe minister van Justitie en Veiligheid constateerde in Rafels aan de rechtsstaat dat de samenleving uit elkaar valt door de groeiende ongelijkheid tussen bevolkingsgroepen. Hij schreef dat er een groeiende groep achterblijft zonder werk of perspectief. En hij vond het strijdig met de beginselen van de rechtstaat. Ik heb het inderdaad over minister Grapperhaus. In zijn analyse moet vooral het marktdenken het ontgelden. Ik citeer de minister: "regels die ooit waren bedoeld om zwakkeren in de samenleving te beschermen werden terzijde geschoven als moralistisch of irrationeel. De publieke zaak en de mensen die ervoor werken boeten in aan gezag. Multinationale ondernemingen, gericht op winstmaximalisatie, maakten voortaan de dienst uit. Maar als een samenleving zichzelf geen wetten oplegt, is er geen vrijheid meer, dan heerst alleen nog de sterkste."

Ik moet u eerlijk bekennen, mevrouw de voorzitter, dat zijn hele wijze woorden van de minister van Justitie en Veiligheid. Ik complimenteer hem daarmee. Maar kan de minister-president aangeven of hij het er ook mee eens is? En zo ja, waarom vinden we daarvan dan zo weinig terug in het regeerakkoord? Als hij het er niet mee eens is, dan horen ikzelf en minister Grapperhaus dat ook graag, lijkt mij zo.

Voorzitter. Over het klimaat vinden wij gelukkig veel in het regeerakkoord. Het verdient een compliment dat dit kabinet serieus werk lijkt te maken van de uitvoering van de klimaatdoelstellingen van Parijs. Er wordt flink ingezet op minder uitstoot van CO2. Maar we moeten met elkaar erkennen dat de plannen nog vaag zijn. Het Planbureau voor de Leefomgeving laat zien dat het huidige beleid onvoldoende is om de voorgenomen reductie te halen. Wat is de reactie van de minister-president op deze kritiek? Hoe gaan we samen de doelstellingen alsnog halen? Het afvangen en opslaan van CO2 is nog nooit succesvol uitgevoerd in Nederland, en toch moet dit de helft van de beoogde reductie opleveren. Echt klimaatbeleid is niet om rommel onder de grond te stoppen, maar schoner te produceren. En ook de verdeling van de kosten is ongelijk, omdat de grootste vervuilers niet het meeste betalen. Bij de aanpak van vervuiling komt de rekening vooral bij de huishoudens. Armere gezinnen kunnen de energierekening nu al moeilijk betalen. Waar ik het straks in een debatje met de heer Buma ook al over had: de Groningers hadden gerekend op een forsere verlaging van de gaswinning, maar zij worden weer in de steek gelaten. De gaswinning wordt maar minimaal, en pas over een paar jaar afgebouwd. Het regeerakkoord volgt precies de eerdere lijn van de VVD. Wat heeft de minister-president nu te zeggen tegen de Groningers? Denkt hij nou echt dat hij op deze manier hun vertrouwen kan herwinnen?

De premier zit hier ook niet voor mensen die meer zekerheid zoeken in hun werk. Steeds meer mensen zitten in een flexbaan en krijgen geen vast contract meer. Het kabinet wil dat mensen sneller ontslagen kunnen worden, maar dat maakt de zekerheid voor mensen kleiner in plaats van groter. Ook de lonen voor werkenden blijven al jaren achter.

Mevrouw de voorzitter. Premier Rutte zei en gaf er hoog over op dat onder het nieuwe kabinet iedereen erop vooruit zou gaan. Het is terecht dat heel veel mensen er eindelijk op vooruitgaan. Daar zijn we blij mee. Dat was ook hard nodig na de afgelopen periode. Maar in de berekeningen van het Nibud zien we dat dit niet voor iedereen geldt. "Iedereen" zijn vooral de tweeverdieners met een hoog inkomen. Het geldt niet voor de alleenstaande oudere, die er helemaal niet op vooruitgaat. Het geldt al helemaal niet voor een ouder paar met een klein AOW'tje. Dat gaat er zelfs op achteruit. Gaat het kabinet deze omissie herstellen, zodat de premier daadwerkelijk kan zeggen dat iedereen erop vooruitgaat?

Steeds meer mensen zullen moeten doorwerken tot hun 70ste of zelfs nog daarna, ook al zeggen de vakbonden en steeds meer werkgevers dat dit helemaal niet kan. Als je je pensioen haalt, moet je nog maar afwachten hoe hoog dat nog is. Het moet de ogen van de premier toch hebben geopend dat zelfs werkgevers nu zeggen dat mensen niet altijd langer kunnen doorwerken. Zelfs politieagenten moeten, als het aan het kabinet ligt, tot hun 67ste achter de boeven aan. Het zal eerder achter een rollator zijn. Veel mensen willen na hun 65ste graag actief blijven, maar dat hoeft niet in hun oude baan. Dat kan in de mantelzorg, in vrijwilligerswerk of in het verenigingsleven. Zonder die inzet van ouderen zou onze samenleving niet eens kunnen draaien. Er zijn zo veel andere mensen die aan het werk willen, maar die nu van baantje naar baantje trekken. Door de plannen van dit werkgeverskabinet, zoals het door velen genoemd wordt, neemt de onzekerheid daarin alleen maar toe.

De minister-president is er ook zeker niet voor al die mensen met een arbeidsbeperking, die nu tot een tweederangsburger worden gemaakt. Eerst werden de sociale werkplaatsen gesloten en is de instroom gestopt, nu worden deze mensen gedwongen om onder het minimumloon te gaan werken. Dit is gewoon discriminatie van mensen met een arbeidshandicap. Ik vraag de minister-president het volgende. Waarom zijn deze mensen voor u minder waard? Waarom zijn dit voor u tweederangsburgers? Waarom mag werken naar vermogen niet gewoon lonen, zodat je daar minimaal het minimumloon voor krijgt?

Voorzitter. Voor ik de politiek in ging, heb ik bijna achttien jaar voor de klas gestaan. Het mooie van werken met kinderen is dat ze durven dromen van de toekomst, maar die toekomst is voor veel jonge mensen onzeker geworden omdat ze baantje aan baantje moeten knopen zonder uitzicht op een vaste aanstelling, omdat ze een gezin willen bouwen maar geen huis kunnen krijgen of omdat ze zichzelf in de schulden moeten steken als ze gaan studeren. Voor die jongeren zit de premier hier ook niet, in ieder geval niet voor kinderen uit gezinnen met een lager inkomen die willen studeren en willen bouwen aan hun toekomst. Maar ze worden in de schulden gestoken. Hoe hard de heer Buma ook riep om een basisbeurs: jongeren moet je niet in de schulden steken, maar moet je een vak leren. Het zijn deze jongeren die ook symbool staan voor het land dat wij willen zijn. Zijn wij een land waar iedereen vooral voor zichzelf moet gaan zorgen, zoals de VVD dat graag wil, of zijn wij een land waarin wij investeren in elkaar, in de gemeenschap en in de toekomst?

Voorzitter. Echte vluchtelingen die hier willen integreren en willen werken, wordt het steeds moeilijker gemaakt. Kinderen die hier al jaren wonen en hier hun leven hebben opgebouwd, kunnen niet rekenen op een kinderpardon. Het is pijnlijk om te constateren dat dit niet in het regeerakkoord is gekomen, zeg ik ook in de richting van de heer Segers. Nemer, Sani, Leon, Aïda, Serena: allemaal kinderen die hier geboren zijn en niets anders dan Nederland kennen. Helaas: zij zijn ingeruild.

Dit kabinet komt met geen enkel plan om de financiële sector in de EU, die debet is aan het ontstaan van de eurocrisis, aan banden te leggen. Sterker nog: het kabinet laat alle ruimte aan banken om de buffereisen te verlagen. Meer dubieuze producten, geen transactietaks, geen scheiding van zaken- en nutsbanken. Deze Kamer heeft ook een duidelijke uitspraak gedaan over het Europees Openbaar Ministerie, waar we dus niet aan mee willen doen, maar het lijkt erop dat dit kabinet die uitspraak van de Kamer straal negeert. De premier roept in eigen land wel dat hij geen Europese superstaat wil, maar levert in Brussel steeds meer zeggenschap in. Kan hij hier nu eens helderheid over geven?

Voorzitter. 10 december a.s. krijgt de internationale coalitie voor afschaffing van kernwapens ICAN de Nobelprijs voor de Vrede. Ik wil hen vanaf hier van harte feliciteren. Veertig jaar geleden begon de campagne "Help de kernwapens de wereld uit, om te beginnen uit Nederland". Toen had de krijgsmacht zes atoomtaken, nu is dat er nog één, en iedereen weet dat op vliegbasis Volkel Amerikaanse kernbommen voor de F16 liggen. Deze zomer is het verdrag tegen atoomwapens getekend. Nederland wilde dat verdrag tot nu toe niet tekenen. Ik vraag de minister-president om dat zo snel mogelijk wel te doen. Is hij daartoe bereid? Anders overweeg ik om op dit punt in tweede termijn een motie in te dienen.

Voorzitter. Sinds het aantreden van president Trump in de Verenigde Staten lopen de spanningen in de wereld alleen maar op. Het kabinet wil een aantal militaire missies verlengen: in Mali, in Irak, in Syrië, in Afghanistan. In Afghanistan vragen de Verenigde Staten ons om mee te doen aan een operatie zonder duidelijk einddoel. In Irak en Syrië, waar IS grotendeels is teruggedrongen, is een buitengewoon onduidelijke situatie ontstaan. Een oplossing is verder weg dan ooit.

Voorzitter, al zestien jaar wordt er oorlog gevoerd tegen terrorisme, maar wat zijn de resultaten? Meer terroristische aanslagen dan vóór 2001. Meer radicale organisaties. Meer vluchtelingen. Meer slachtoffers. Wat zegt dat? Dat vraag ik aan de minister-president.

Wij hebben in de Kamer een debat gehad waaruit bleek dat de belangen van veilige munitie en goede medische voorzieningen ondergeschikt werden gemaakt aan de voortgang van de missie in Mali. Ik vraag de minister-president oprecht: wordt het niet de hoogste tijd dat Nederland stopt met deze missies?

Voorzitter. Ik ben wel blij dat er meer geld uitgegeven wordt om elders in de wereld landen te helpen in hun ontwikkeling — zeker na de forse bezuinigingen van Rutte II — en ook ben ik blij dat er meer wordt geïnvesteerd in de opvang van vluchtelingen in de regio. Dat is ongelooflijk hard nodig, weet ik ook uit eigen ervaring, maar naast hulp zullen we ook de oorzaken moeten aanpakken van armoede. Landen kunnen zich niet ontwikkelen als de multinationals daar geen belasting betalen. Dat ontwijken van belasting gaat veel te vaak via ons land. Wat gaat het kabinet er nu echt aan doen om die landen echt te helpen in hun strijd tegen de armoede? Voorkom dat mensen moeten vluchten.

Voorzitter. De liberalen streden ooit voor onze democratie. Thorbecke voerde in 1848 het rechtstreeks kiesrecht in. Cort van der Linden in 1917 het algemeen mannenkiesrecht. Premier Rutte wil de geschiedenis ingaan als de liberale premier die het democratisch recht afschafte, en dat onder het toeziend oog van de heer Pechtold van een partij die zelf het initiatief heeft genomen voor een echt bindend referendum, maar na het Oekraïnereferendum dat voorstel niet meer verdedigde.

Voorzitter. Hoe kunnen mensen vertrouwen hebben in politici die zelf de mensen wantrouwen? De heer Buma zei dat hij het komende referendum over de sleepwet niet beschouwt als een echt referendum. Daarmee lijkt ons land steeds meer een Bumacratie, een land waar de mensen ja of nee kunnen zeggen, maar politici toch hun eigen wil doordrijven. Ik zie uit naar het referendum in maart over de sleepwet, want dan kunnen mensen ook nee zeggen tegen deze bestuurlijke arrogantie.

Voorzitter. Het is duidelijk dat grote bedrijven nog steeds grote winsten maken, maar dat op deze winsten minder belasting zal worden betaald. Maar de bedrijven dragen steeds minder aan belastingen af de afgelopen jaren. 164 miljard winst in 2009 en 196 miljard winst nu, maar ondertussen 2% minder bijdragen aan de belastingen van Nederland. Nederland begint een aardige belastingoorlog, wat ik straks al heb gezegd. Nederland was al een belastingparadijs, maar nu gaan wij door het verlagen van de winstbelastingen voor grote bedrijven, het afschaffen van de dividendbelasting, een race to the bottom organiseren in Europa, een belastingoorlog. Ik vraag de minister-president ons te garanderen dat hij daarmee gaat stoppen.

Voorzitter. Volgens de Europese Commissie biedt geen enkel ander land in de EU zo veel mogelijkheden aan multinationals om belastingen te ontwijken als Nederland. 80 van de 100 allergrootste Amerikaanse multinationals hebben vestigingen in Nederland, ook om de belasting te ontwijken. Ik vraag de minister-president wie dit allemaal heeft bedacht. Wie heeft bedacht om de dividendbelasting te laten afschaffen? Wie heeft bedacht om de winstbelasting voor grote bedrijven nog verder te verminderen? Wie heeft u dat allemaal ingefluisterd? We hebben zojuist van de heer Buma begrepen dat dat VNO-NCW was. Ik ben wel benieuwd naar die dynamiek. Wat was nou het juiste telefoonnummer van de premier? Waarom is één telefoontje van Hans de Boer wel genoeg voor een bedrag van 1,4 miljard en waarom was dat voor 60.000 leraren in het basisonderwijs niet genoeg?

Voorzitter. We bespreken vandaag het akkoord waar VVD, CDA, D66 en ChristenUnie een halfjaar over hebben onderhandeld. Het zal u niet verbazen, maar ik denk dat het op een aantal fronten anders en beter kan. Daarom hebben we ook met collega's Asscher en Klaver een aantal alternatieven neergelegd. Niet een alternatief regeerakkoord, want we hebben geen halfjaar onderhandeld, maar wel een aantal alternatieven voor het regeerakkoord. Een sociale bijstelling, door mensen boven multinationals te stellen. Als we multinationals niet nog minder belasting laten betalen hoeven mensen niet meer te betalen voor hun boodschappen. We stellen leraren, verpleegkundigen en agenten boven beleggers en banken. Een extra voor mensen die werken in plaats van minder belasting voor buitenlandse aandeelhouders. We gaan niet bezuinigen op mensen met een arbeidsbeperking, maar we maken eerder stoppen met werken mogelijk. We laten de grote vervuilers wat extra betalen voor hun uitstoot in plaats van gewone Nederlanders via hun energierekening. We laten de Groningers niet stikken maar we gaan ze steunen. En we willen meer betaalbare huur- en koopwoningen bouwen. Ook het renoveren van huizen willen we aantrekkelijker maken en we willen meer investeren in een fijne buurt. En natuurlijk stoppen we helemaal met het eigen risico, de boete op ziek zijn, zodat mensen geen belemmering meer hebben om naar de dokter te gaan en de zorg voor iedereen betaalbaar blijft.

Voorzitter. Het is geen alternatief akkoord, maar een handreiking; een voorstel hoe we de miljarden beter kunnen besteden dan het kabinet voorstelt. Een handreiking aan een coalitie met een krappe meerderheid. Ik reken dan ook op een welwillende houding van de coalitie, want er moet wel degelijk het een en ander worden aangepast en verbeterd, wil dit kabinet ook maar enigszins een kabinet van gewone mensen worden.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan schors ik nu de vergadering tot 19.00 uur.

De vergadering wordt van 18.04 uur tot 19.00 uur geschorst.

De voorzitter:
Wij vervolgen het debat over de regeringsverklaring. We zijn nog steeds bezig met de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Ik geef de heer Pechtold namens D66 het woord.

De heer Pechtold (D66):
Mevrouw de voorzitter. D66 kiest voor samenwerking. We doen dat met overtuiging, met vertrouwen en met gepaste trots. We doen het om Nederland vooruit te brengen. We kunnen en willen niet aan de zijlijn staan op dit belangrijke moment voor ons land, voor Europa en voor de wereld. Klimaatverandering bedreigt ons voortbestaan. Kansenongelijkheid voedt het wantrouwen tussen bevolkingsgroepen. Geloof in de politiek, vooruitgang, wetenschap, de rechtsstaat en internationale samenwerking staan onder ongekende druk. Populisme en nationalisme vinden telkens nieuwe zondebokken voor problemen, maar bieden geen oplossingen voor mensen. De tijd voor oplossingen, voor nieuwe perspectieven — ik durf zelfs te zeggen: voor visies — is nu. Mijn partij kiest er juist nu voor om dan ook verantwoordelijkheid te nemen.

Het regeerakkoord is het resultaat van een soms complex, maar wel altijd zorgvuldig proces. Een proces van het vinden van een gemeenschappelijke grond. En natuurlijk ook een proces van het overbruggen van soms forse tegenstellingen. Zo'n proces gaat niet zonder goede samenwerking. De samenwerking met de collega's van ChristenUnie, CDA en VVD is gebaseerd op goede wil en op respect voor elkaars diepgewortelde overtuigingen. Boven alles is onze samenwerking gebaseerd op een overtuiging die ons verbindt. Dat is het besef dat wij secuur met het vertrouwen van kiezers moeten omgaan en dat zij van ons antwoorden verwachten op de uitdagingen waar we voor staan. Zonder dat gedeelde besef kom je er nooit uit.

Mijn partij voerde het afgelopen jaar campagne voor kansen voor iedereen. Onderwijs als motor van persoonlijke en economische ontwikkeling. Onderwijs als zuurstof voor onze democratie, die afhankelijk is van goed geïnformeerde, geïnteresseerde en mondige deelnemers. Radicale verduurzaming als morele plicht, maar ook als economische buitenkans. Steeds diepere Europese integratie als vredesproject, maar ook als hardere noodzaak in een veranderende wereld. Niets van dit alles komt tot stand zonder samenwerking. En dat is niet makkelijk en niet altijd comfortabel, maar wel nodig. Dat werd dit jaar overal in Nederland ook gehoord. D66 werd voor het eerst de grootste progressieve partij. Een solide mandaat voor deelname aan een inclusief, ambitieus en vooruitstrevend kabinet.

De ochtend na de verkiezingen begon de formatiedans. In de Nederlandse traditie ontstond als snel verontwaardiging. Journalisten, duiders, teleurgestelde politici, allen waren vaak onomwonden kritisch: het duurde zo lang. Het land werd zo in spanning gehouden. De Kamer werd zo gebrekkig geïnformeerd. Mensen moesten het doen met de ontwijkende taal van snel wandelende onderhandelaars. Alleen af en toe liet een van ons een straaltje licht vallen op het akkoord in aanbouw, soms per ongeluk, soms ook niet. En ook ik ben kritisch op dit aspect van het proces. Het was op initiatief van mijn partij dat de Kamer zelf de regie bij het proces van regeringsvorming in handen nam. Dit was pas de tweede keer. Een belangrijk moment: de Kamer moest zichzelf wederom bewijzen. Nu met een moeilijkere opdracht dan vijf jaar geleden. Heel even was ik bang voor een terugval nadat GroenLinks wegliep van de onderhandelingstafel. De weg vooruit was niet direct duidelijk. De aanblik van gesloten gordijnen en de geur van dampende sigaren leken even de kop op te steken. Maar de Kamer hield de rug recht.

Daarmee is niet gezegd dat het nieuwe proces al perfect is. De laatste kinderziekten zijn er wat mij betreft nog niet uit. Bij deze formatie hield de ene informateur er een ander regime op na dan de andere. Dat mag ook. In alle drie gevallen gebeurde er niet veel in totale openheid. Binnen de grenzen van ons parlementaire stelsel blijft dat ook begrijpelijk en verdedigbaar. Formatiebesprekingen vlotten nu eenmaal slecht met de lichtbak van de camera's. Maar wat mijn fractie betreft zouden de grenzen wel iets mogen worden opgerekt. Mensen moeten meer inzicht krijgen in de hoofdlijnen van de agenda. Tegelijkertijd moeten we blijven waken voor neptransparantie. Niemand heeft iets aan een lege huls van nietszeggend commentaar of tactische schijnbewegingen. Het gaat er niet alleen om dat er verantwoording wordt afgelegd, maar ook dat mensen de kans hebben om stapsgewijs mee te gaan in het proces.

Voorzitter. Ik moet toegeven dat ik ook niet had verwacht dat deze formatie zo lang zou duren. Voor mijn fractie was de eerste wens een coalitie met GroenLinks. Na 100 dagen klapten die onderhandelingen voor de tweede en laatste keer. GroenLinks wilde de handen vrij hebben voor een eigen bouwwerk, een beweging. Dat moet ik respecteren. Wat volgde was een druppelende miezerbui van afwijzingen. Er bleef nog één mogelijke coalitie over. Dat was een onorthodoxe samenstelling. Alle vier wilden we tempo maken, maar geen haastwerk leveren. Alle vier zeiden we nee tegen een proces van klakkeloos kwartetten. Alle vier probeerden we elkaar te vinden in het diepst van onze overtuigingen. Alle vier wilden we de kiezer een nieuwe gang naar de stembus besparen. Maar de duivel houdt zich schuil in de details. Daar waren we van doordrongen. Daarom leek de laatste fase op het opruimen van de zolder van oma. Allemaal wilden we alles nog één keer zien, nog één keer alles door de handen laten gaan, nog één keer omkijken voordat we de laatste keer de deur achter ons dicht zouden doen. Voorzitter, u zult binnenkort weer een evaluatie uitvoeren van het formatieproces. Ik loop misschien op de zaken vooruit, maar ik ben niet ontevreden.

Voorzitter. Mensen verwachten dat we in Den Haag samen tot oplossingen komen, of het nu gaat over het proces of over de inhoud. We moeten samen begrijpelijk maken wat we doen en elkaar dan ook scherp houden. Daarbij is het van groot belang dat we bij de feiten blijven. Feit is dat D66 met dit akkoord de kernafspraken nakomt die wij in de campagne met Nederland maakten. Onderwijs wordt persoonlijker. De juf, de meester en de docent hebben meer tijd in de klas. Werken gaat ook echt lonen. Iedereen die dag in, dag uit naar zijn of haar werk gaat, betaalt dadelijk minder belasting. We investeren meer in onze gezondheidszorg. Er komen extra handen om onze vaders, moeders, opa's en oma's te verzorgen. We maken werk van integratie. Vluchtelingen mogen eindelijk echt meedoen vanaf dag één. En we ondernemen onmiddellijk actie tegen klimaatverandering. We kunnen onze kinderen daarmee recht in de ogen kijken. Ik voel niet de behoefte om nu in elk detail van iedere regel van het regeerakkoord te duiken, maar nu we met de feiten bezig zijn, wil ik toch nog een kleine greep doen.

De heer Kuzu (DENK):
Ik wil wel met elk detail bezig zijn. Daarvoor voeren we dit debat vandaag. De heer Pechtold gaf aan dat de devil in de details zit. Ik zou hem graag willen herinneren aan een tekst uit zijn verkiezingsprogramma, namelijk: "Wij zijn er trots op dat mensen van verschillende afkomst Nederlander zijn. Niemand hoeft in Nederland zijn oorspronkelijke nationaliteit op te geven." Als je dan jong bent en in Amsterdam Nieuw-West woont, denk je: prachtig, wat leuk. Als je in Kanaleneiland woont, dan denk je: wat mooi, wat prachtig. Maar wat zie je vervolgens in het regeerakkoord staan over de dubbele nationaliteit? We hebben vandaag anderhalf uur lang een discussie gevoerd over die dubbele nationaliteit, en onder andere over mevrouw Ollongren. En dan staat er: verruiming van de dubbele nationaliteit. Gelijktijdig komt er voor volgende generaties een verplicht keuzemoment dat daadwerkelijk leidt tot het behoud van niet meer dan één nationaliteit. Mijnheer Pechtold, legt u mij dat eens uit?

De heer Pechtold (D66):
In de eerste plaats complimenteer ik de heer Kuzu omdat hij de nogal dure versie van ons regeerakkoord heeft aangeschaft.

De heer Kuzu (DENK):
Voorzitter, ik heb hem gekregen. Ik zou er geen cent aan uitgeven.

De heer Pechtold (D66):
Dat is dan weer teleurstellend. Misschien kunt u dadelijk handtekeningen van de totale groep hier ophalen, dan wordt hij vanzelf meer waard.

De heer Kuzu (DENK):
Ik ben bereid om ze allemaal een handje te geven. Meer moet u niet vragen.

De heer Pechtold (D66):
De heer Kuzu had het over iemand in Amsterdam of Rotterdam die dat leest. Juist voor de generatie die nu hier woont, willen we kijken — wat er in het regeerakkoord staat, is nog vrij abstract en zal nadere studie vergen — of we daarmee wat rustiger kunnen omgaan. Er ontstaat nu weleens het beeld dat het hebben van twee nationaliteiten tot een probleem met identiteit of loyaliteit zou leiden.

Het betekent ook dat Nederlanders die in het buitenland wonen en zich daarover nogal eens onzeker voelen, meer zekerheid krijgen. De keerzijde daarvan is dat we in de toekomst willen kijken of, als er nieuwe kinderen worden geboren, we op een gegeven moment kunnen zeggen: je ouders zijn hier geboren, jij bent hier geboren, is het niet eens tijd om een nationaliteit te kiezen? Dat zal een ingewikkelde discussie zijn en ik vraag me af of dit in de komende kabinetsperiode gaat lukken, want er zitten ongelofelijk veel internationale aspecten aan vast. De discussie daarover vind ik niet gek. Vooral omdat er onzekerheid aan de ene kant van deze medaille aanwezig is, maar ook vragen aan de andere kant zijn.

De heer Kuzu (DENK):
Volgens mij is het regeerakkoord hier vrij duidelijk over. De heer Buma heeft dit vrij verstandig gedaan door het woordje "gelijktijdig" toe te voegen. Op het moment dat er wordt gesproken over "de verruiming" en het "iets relaxter omgaan" met de hele discussie over identiteit, komt er een moment dat er een verplicht keuzemoment komt. Voor een liberaal als u valt zo'n "verplicht keuzemoment" mij tegen.

Waarom kiest de heer Pechtold ervoor om mee te gaan in het frame dat voor toekomstige generaties de identiteit niet zou kunnen bestaan uit het bezit van twee nationaliteiten?

De heer Pechtold (D66):
Ik vind het van belang dat, als je hier geboren bent, opgroeit, meedoet aan deze maatschappij en kinderen krijgt, je in de toekomst in een samenleving leeft die zich ervan bewust is waar zij voor staat en waarin wij elkaar daarop kunnen aanspreken. In die discussie willen we dat in gezamenlijkheid bezien. U wijst grif op de andere kant van de medaille, de huidige Nederlanders met dubbele paspoorten, ook in het buitenland. Het zal moeilijk zijn, want met sommige landen is dat eenzijdig nauwelijks te doen, dat verschilt nogal. In de wereld heb je diverse regimes hieromtrent. Nederland heeft daarover eigenlijk nog nooit een goede, fundamentele discussie gevoerd. Ik steun dat we dat in de toekomst gaan doen, zoals het in het regeerakkoord staat.

De heer Kuzu (DENK):
We zijn volgens mij al heel lang een discussie met elkaar aan het voeren in dit parlement over het bezit van de dubbele nationaliteit. Ik constateer dat D66 zegt dat het voor de huidige generatie moet blijven gelden en dat het moeilijk wordt om hierover iets te zeggen voor toekomstige generaties. Feitelijk zegt u: mevrouw Ollongren mag haar dubbele nationaliteit houden, maar de kinderen van mevrouw Ollongren moeten een keuze maken. Ik denk dat veel mensen die in Amsterdam Nieuw-West, Utrecht Kanaleneiland of Rotterdam Afrikanerwijk op D66 hebben gestemd met de hoop te hebben gestemd op een partij die diversiteit hoog in het vaandel heeft staan, enorm teleurgesteld zullen zijn.

De heer Pechtold (D66):
Als dat zo zou zijn, hebben ze gelijk. Dat is niet het geval, want het geldt niet voor mevrouw Ollongren en ook niet voor haar kinderen. Het zou in de toekomst kunnen gelden voor kinderen van kinderen. Je hebt het dan over mensen die misschien wel drie of vier nationaliteiten hebben, want we zijn inmiddels heel gemêleerd. Is het dan een papiertje? Zitten er nog verplichtingen aan vast? In het verleden waren er problemen rondom dienstplicht, want mensen wilden de nationaliteit wel, maar niet een dienstplicht. Het is de ene kant dat we daarover een discussie gaan voeren, ook in Europees verband, en gaan kijken hoe we daarmee in de toekomst omgaan. U benoemt de kant waar u en ik heel scherp zullen zijn in het beoordelen of het niet een soort pesten is. Maar de andere kant — dat vind ik het mooie van het deel dat u net voorlas — is dat we ook wat minder krampachtig omgaan met mensen die nu de dubbele nationaliteit hebben. Die mensen — u krijgt die mailtjes ook — zitten vaak in het buitenland en zeggen: "Ja, dadelijk zitten mijn kinderen in de problemen. Nederland start eens die discussie over hoe we daar op een volwassen moderne manier mee omgaan." U benoemt de ene zijde, maar ik ben ook heel blij met de andere zijde. Ik heb vertrouwen in die ene kant. Dat gaan we gezamenlijk doen en ik voorspel u, meneer Kuzu: er zal nog heel wat gebeuren voordat daar wat in verandert.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Kuzu (DENK):
Uiteraard. Ik zal ook niet ontkennen dat we tevreden zijn over de ene kant, maar het gaat met name over de andere kant, over de toekomstige generaties. Ik zou tegen de heer Pechtold willen zeggen dat ik hem oprecht echt heel veel succes wens in de onderhandelingen in de komende tijd met de heer Buma. Die gaf in 2014 in een interview met de Elsevier aan: je wordt Nederlander of je blijft Marokkaan. Dit is het citaat, dit is de manier waarop het CDA hiernaar kijkt. Ik wens u oprecht heel veel succes en ik hoop u er niet in deze periode van te hoeven betichten dat D66 de paspoortafpakpartij is.

De heer Pechtold (D66):
Toen de heer Buma mij een keer trots zijn Friese paspoort liet zien, zei ik: Buma, weet waar je aan begint! O, de heer Zijlstra ook. Nou kijk eens. Mijn moeder noemt het al bijna een kabinet van De Kameleon met Wiebe, Halbe en Wopke en ... Veel Friezen!

De heer Asscher (PvdA):
Een goedkope versie, maar even checken. Ik hoor collega Pechtold net zeggen: als het moeilijk wordt, dan beschouw ik het als een interessante discussie. Dat biedt heel veel ruimte voor dualisme. Als alle vier dus zeggen "dit vind ik lastig en een discussie daarover kan nooit kwaad", dan weet ik er misschien nog wel eentje. Op pagina 55 van de goedkope versie van het regeerakkoord staat dat mensen met een status voortaan geen uitkering meer krijgen, maar alleen in natura. Nou weet de heer Pechtold dat dat niet kan; dat is ongelijke behandeling. De heer Rutte weet dat trouwens ook, want we hebben dat eerder uitgezocht. De heer Zijlstra weet dat, want die was erbij. De heer Dijkhoff weet het. Er waren heel veel mensen betrokken bij die onderhandelingen die weten dat dat niet kan. Hoe moet ik dat dan lezen? Is dat ook zo'n interessante discussie?

De heer Pechtold (D66):
Dingen die niet kunnen, kunnen we ook niet doen, maar daar lopen we dan vanzelf tegen aan.

De heer Asscher (PvdA):
Toen u het opschreef, wist u dat het niet kon.

De heer Pechtold (D66):
Ik zei: dingen die niet kunnen. Ik zeg niet dat dit niet kan. Ik zeg: dingen die niet kunnen, gaan niet ... Dat zal niet kunnen en daar lopen we vanzelf tegen aan. Misschien dat we in de háást van de afgelopen zeven maanden wat over het hoofd hebben gezien. Maar in totaliteit ... Wat de kern is en waar, denk ik, het beleid van het vorige kabinet en dit kabinet mekaar eigenlijk soepel opvolgen, is dat je statushouders wil ontzien van de rompslomp. Waar vandaag de hele dag de andere gewone Nederlanders allemaal last van hebben, is het aanvragen van al die regelingen die wij hebben, die toeslagen die wij hebben et cetera. Nou is dit kabinet van plan om mensen met een status in de eerst periode eigenlijk te ontzorgen en ervoor te zorgen dat ze gewoon snel kunnen integreren, die taalles kunnen volgen en dat werk kunnen doen. U heeft het er inderdaad goed uitgehaald dat ze in natura al die andere zaken die voor de eerste levensbehoefte nodig zijn, krijgen aangeboden. Ik zie ernaar uit en ik heb ook veel vertrouwen in gemeenten, in onze medeoverheden, dat ze dat goed en passend bij de regio gaan invullen.

De heer Asscher (PvdA):
Iemand zei niet zo lang geleden: de duivel zit in de details. En die gaan we dan nu ook even samen invullen, want dit klinkt natuurlijk fantastisch: een ontzorgmogelijkheid met service, minder rompslomp en minder administratieve lasten. Ik vrees dat de aanzuigende werking nog toeneemt als we het zo gaan doen. Maar het betekent natuurlijk wel dat het vrijwillig is. Een statushouder kan hiervoor kiezen, want die heeft het recht, net als iedere Nederlander die hier legaal verblijft, op die uitkiering.

De heer Pechtold (D66):
De bedoeling is dat je met je status ... Ik denk dat mensen daarmee ontzettend blij zijn, want de echte vluchtelingen zijn voor de meest afschuwelijke dingen gevlucht. Die komen in dit land, krijgen dit aangeboden en die groeien op die manier in. Ik vind daar helemaal niets mis mee.

De heer Asscher (PvdA):
Het kan zijn dat u er niets mis mee vindt, maar het kan niet. En u weet dat dat zo is. Je kunt dat niet verplichten.

De heer Pechtold (D66):
We zullen het zien.

De heer Asscher (PvdA):
Nee, u weet dat dat zo is. U vindt ook dat je de waarheid moet spreken in dit parlement als je daar staat. U weet dat het niet kan. Verschillende mensen aan de onderhandelingstafel wisten dat. Waarom schrijf je het dan op? Ik begrijp het niet.

De heer Pechtold (D66):
Je zou ook kunnen zeggen, en sommigen denken dan: ach, in de praktijk gaat het uitpakken zoals ik wil.

De heer Asscher (PvdA):
Dat stel ik nou op prijs.

De heer Pechtold (D66):
Ik ben volstrekt eerlijk. Ik zei daarnet: wat mij betreft, krijgen mensen die ontzorging, krijgen zij dat huis aangeboden, krijgen zij de ruimte om niet zelf al die zaken te zoeken en kunnen zij zich volledig storten op hun integratie. Als u zegt dat dat niet kan, moeten we dat nog zien. Regels zijn er voor ons en wij zijn er niet voor de regels. Dan gaan wij kijken of het wel gemaakt kan worden. Maar het is niet de bedoeling. Dat zit in de vraag besloten. Is het de bedoeling om mensen te pesten en te zorgen dat zij slechter integreren? Nee, juist niet, het tegenovergestelde. Het is de bedoeling om te zorgen dat zij snel de taal leren, dat zij in een kleinere opvang terechtkomen, dat zij op een plek komen waar ze, als ze een beroep hebben dat in een bepaalde regio misschien tot snellere werkgelegenheid leidt, dat ook kunnen uitoefenen. Daarvoor is het bedoeld. Het is niet bedoeld om te hinderen. Het is bedoeld — want wij hebben het over statushouders — om te zorgen dat je op een goede manier in deze maatschappij stap voor stap mee kan gaan doen. We hebben in het verleden ervaren dat mensen vastlopen in de bureaucratie. Ik heb zelf mensen van dichtbij gezien die echt reuzeblij zijn dat ze hier zijn, maar die vastlopen en daardoor soms na jaren nog niet meedoen, omdat juist in dit soort dingen de problemen zitten. Als het dus niet kan, gaan wij regelen dat het kan.

De heer Asscher (PvdA):
Dat regelen betekent dat je het recht op gelijke behandeling, een belangrijk grondrecht, waar de heer Pechtold ook aan hecht, opzij moet zetten. Dat staat immers de toepassing van dit beginsel in de weg. Dat weet de heer Pechtold. Je kunt zeggen: knap onderhandeld. Er zat een zelffelicitatie in. Soms schrijf je iets op en denk je: het loopt wel tegen de muur. Maar het voedt het cynisme over de politiek als je iets opschrijft en mensen het idee geeft dat het gaat gebeuren terwijl je weet dat het niet zo is. Maar dan vrijwillig, dan klopt het met de bedoeling. Dit maakt de kijkers cynischer. U weet dat dit niet kan. U heeft het opgeschreven. Slim onderhandeld, slechte politiek.

De heer Pechtold (D66):
Laten we kijken of dit inderdaad ongelijke behandeling is. Dat wil ik eerst nog wel eens zien.

We hadden het over de feiten en ik wil een greep doen uit de feiten die ik gerealiseerd zie in dit akkoord. Feit is dat Nederland een baken blijft van de Europese ambitie. Deze coalitie weet dat de Europese Unie zoals die nu bestaat geen uitkomst is maar een tussenstand. We onderhouden haar en brengen haar verder. We omarmen voortdurende veranderingen als voorwaarde voor het aanpakken van de grote uitdagingen van deze tijd, of het nu gaat om het klimaat, energie, migratie, terrorisme, defensie of belastingontduiking. We leven namelijk niet in 1850 maar in 2017.

Feit is ook dat door ambitieuze hervormingen een vaste baan, een koophuis en een beter pensioen weer bereikbaar worden. Feit is dat ons rijke kunst- en cultuurerfgoed toegankelijker wordt voor iedereen. Feit is dat we meer investeren in ontwikkelingshulp, zoals een rijk en beschaafd land als het onze hoort te doen. Feit is dat wij op medisch-ethische thema's niet stilstaan. Feit is dat wij het regenboogstembusakkoord gaan uitvoeren. Feit is dat partners niet twee dagen maar zes weken verlof krijgen bij de geboorte van hun kind. Feit is dat wij solidariteit tonen in ons Koninkrijk, zeker richting de zwaar getroffen BES-eilanden. Feit is dat Nederland als eerste in Europa serieuze experimenten gaat uitvoeren met het reguleren van wietteelt.

De heer Baudet (FvD):
En een ander feit is dat in het regeerakkoord staat: de Wet raadgevend referendum wordt ingetrokken. Wat is er gebeurd dat u uw handtekening daaronder heeft gezet?

De heer Pechtold (D66):
De vorige keer vroeg u: waar was u? Dat heb ik toen al aangegeven. Wat is er gebeurd dat D66 hiermee akkoord is gegaan? Het raadgevend referendum was een opmaat naar het correctief referendum. Van het correctief referendum heb ik moeten vaststellen dat velen van de initiatiefnemers onlangs hebben gezegd: dat gaan we zo niet doen, aan dat dooie paard gaan we niet trekken. Met het raadgevend referendum als opstapje hebben we nu twee keer uitgebreid geëxperimenteerd, en binnenkort een derde keer. Er komt nog een evaluatie, maar de ervaringen tussentijds leren mij dat het, zoals het nu werd gepresenteerd, door mensen als een teleurstelling werd opgevat op het moment dat ze erachter kwamen dat het echt raadgevend is en dat wij als parlement onze eigen verantwoordelijkheid daarin houden.

De heer Baudet (FvD):
Maar er staat toch niets aan in de weg om de mening van de bevolking zoals die tot uitdrukking is gekomen in dat referendum, gewoon te volgen? D66 had toch gewoon dat associatieverdrag met Oekraïne niet meer kunnen ratificeren nadat de bevolking tegen dat verdrag overtuigend nee had gezegd? Daar staat toch niets aan in de weg? U verschuilt zich toch achter het feit dat het strikt genomen niet bindend is?

De heer Pechtold (D66):
Nee.

De heer Baudet (FvD):
Wat stond eraan in de weg om gewoon de wens van de bevolking na dat referendum van 6 april te volgen?

De heer Pechtold (D66):
Dat we het er niet mee eens waren. De premier zei eerst nog: het is een verdragje. Daarna zag hij in zijn visie, om het maar zo te omschrijven, de geopolitieke consequenties wat meer. Daarmee overtuigde hij niet alleen de rest van Europa dat een aantal aanpassingen nodig waren, maar ook Oekraïne stemde daar uiteindelijk in mee. D66 heeft dat proces in de campagne en daarna — dat duurde ook een beetje lang — gesteund. Uiteindelijk hebben wij onze afweging gemaakt.

De heer Baudet (FvD):
Wacht even. Hoor ik de heer Pechtold hier zeggen dat Oekraïne uiteindelijk meegestemd heeft met de wijzigingen van de heer Rutte?

De heer Pechtold (D66):
Nee, meneer Baudet; anders hebben we dadelijk weer een of ander verhaal. Ook Oekraïne heeft, als partner met de 28 landen, moeten accepteren dat dit de wijzigingen waren. Waren het er toen al 28, zat Kroatië er al bij? Ja. Oekraïne had daarbij verder natuurlijk geen instemmingsrecht, maar heeft bij mijn beste weten toen geaccepteerd dat dat de wijzigingen waren.

De heer Baudet (FvD):
Dat is niet zo. Oekraïne heeft op geen enkele manier ingestemd met welk inlegvelletje dan ook. Ik vind het heel belangrijk om dit, zeg maar, gestand te doen. Wat de heer Pechtold zegt, is gewoon onjuist. Er zijn geen wijzigingen in het associatieverdrag aangebracht. De afspraken die in dat akkoord staan, met alle vergaande implicaties daarvan, zijn onverkort doorgevoerd, ook al heeft de bevolking overtuigend nee gezegd. Hier hoor ik de heer Pechtold zeggen dat als het referendum bindend was geweest, hij er wel voorstander van was geweest, maar hij volgt zelf de wens van de bevolking niet op!

De heer Pechtold (D66):
In de geschiedenis van het referendum, een discussie die sinds de jaren tachtig wordt gevoerd, wordt elke keer de verwarring gemaakt van correctief en raadgevend. Dat is ook in het hele proces van die wetgeving gebeurd, grotendeels tegen de wens van mijn partij in. Het ligt ook ten grondslag aan de problemen die we nu hebben ervaren, zeker de laatste keer. We gingen er steeds meer getallen in zetten, zoals de opkomst en het aantal handtekeningen dat nodig was, waardoor steeds meer het gevoel ontstond dat het daarmee niet meer raadgevend was maar correctief. Bijvoorbeeld in het geval waar de heer Baudet over spreekt, ontstond daardoor het beeld dat je tegen een verdrag dat je met 27 andere landen met een buurland van Europa sluit, in je eentje nee kan zeggen. De frustratie rond die stem heeft ons ertoe gebracht om te zeggen dat we dat niet meer zo willen.

De voorzitter:
De heer Baudet, tot slot op dit punt.

De heer Baudet (FvD):
De Tweede Kamer ratificeert ook. De Tweede Kamer zegt ook "ja" of "nee" tegen internationale verdragen. Eigenlijk is het dus zo dat in uw ogen de bevolking niet mag meebeslissen over zaken die op Europees niveau worden beslist, ook al wordt feitelijk bijna alles nu op Europees niveau beslist. U bent gewoon bezig om de democratie af te schaffen.

De heer Pechtold (D66):
Nee hoor, meneer Baudet. Voordat u hier rondliep, hadden we ook al een Europese democratie. Die heette Europese verkiezingen. Eén keer in de vijf jaar kunnen Nederlanders hun afvaardiging in het Europees Parlement kiezen. Als zij vinden dat politieke partijen hier in de Kamer fout omgaan met het mandaat dat zij ons als partijen geven, kunnen ze ons daarvoor tussentijds straffen of ze kunnen ons belonen. Dat is dus heel veel invloed in de directe democratie, ook als het gaat om Europa. Dat dat beter kan, dat Europa wat dat betreft nog niet af is, zoals ik zojuist al zei, en dat ik het zie als een tussenstand in een lopend proces, dat zijn we samen eens. Ik zie ernaar uit dat u dadelijk ook met de Europese verkiezingen gaat meedoen, of dat u principieel zegt: dat wil ik niet. Die kans is er natuurlijk ook. Bij Wilders is dat een beetje onduidelijk altijd.

De voorzitter:
Wie was aan de beurt? Mevrouw Thieme?

De heer Asscher (PvdA):
Ik zat nog op het punt van de details uit het regeerakkoord. Mag ik er daar nog eentje van checken? Want de discussie over het referendum gaat nog wel even door, zegt mijn gevoel. Pechtold is nu zo lekker bezig!

De voorzitter:
Vindt u dat goed, mevrouw Thieme?

Mevrouw Thieme (PvdD):
Ja.

De heer Asscher (PvdA):
We hebben net een afspraak gezien die er wel staat, maar waarvan Pechtold weet dat zij er niet is. Vorige keer stelde ik de serieuze vraag aan Mark Rutte, toen nog als VVD-leider en onderhandelaar — VVD-leider is hij nog steeds — of er ook afspraken waren gemaakt over de abortuspil. Er was namelijk over gerapporteerd in een aantal kranten, maar dat werd toen stelselmatig en absoluut ontkend. Nu verschijnt in het nieuws: de nieuwe coalitie zet een streep door de abortuspil. Voorzitter, u zult begrijpen dat dit onrustig maakt. Die medisch-ethische afspraken liggen buitengewoon gevoelig. Ik snap dat ze ook gevoelig liggen voor de christelijke partijen. Tegelijkertijd vragen heel veel mensen zich bezorgd af wat dit betekent voor medisch onderzoek, voor de NIP-test, voor vooruitgang die nodig is om ernstige ziektes te voorkomen. Vraag 1: is dit zo'n detail dat wel is afgesproken, maar niet in de tekst staat? Dan kunt u het beter nu zeggen. Vraag 2: wat is nu eigenlijk het verhaal over die embryowetgeving? Edith Schippers heeft daar een goede wet voor gemaakt, afgewogen: "nee, tenzij", na elf jaar discussie. Nu lezen we dat er discussie moet plaatsvinden. Volgens mij is die geweest.

De heer Pechtold (D66):
De heer Asscher noemt drie dingen. Als ik mij niet vergis, zou de premier morgen terugkomen op het deel van zijn vraag dat over de abortuspil gaat. Wij waren ook even verrast en begrepen dat dit in het vorige debat ook tot een misverstand bij de premier leidde. Hij dacht namelijk dat u vroeg of de NIP-test doorging. Daarop is het antwoord ja.

Over het wetsvoorstel over de abortuspil dat er lag, uw tweede onderwerp, waren alle vier de partijen niet tevreden, sommige vanuit hun christelijke achtergrond. Zij vonden niet dat de abortuspil überhaupt misschien ter beschikking moest worden gesteld. Hij is nu gewoon bij abortusklinieken verkrijgbaar. Even voor de zekerheid: we hebben het niet over de morning-afterpil, maar over de abortuspil. Die is nu bij de abortuskliniek verkrijgbaar, maar er lag een voorstel van het vorige kabinet om die ook via de huisarts ter beschikking te stellen. Daarmee hadden de liberale partijen moeite. Toen we het hele wetsvoorstel zagen, zeiden we: dat brengt heel veel rompslomp voor de huisarts met zich, want die moet zich zo ongeveer gaan certificeren als een abortuskliniek. Toen hebben we de vraag gesteld: is dit eigenlijk principieel? Nee, want de pil is beschikbaar in Nederland voor iedereen die dat wil. Willen we dat op deze manier doen, met al die extra regelgeving, waar ook huisartsen bezwaar tegen maken? Mijn fractie had in een eerdere inbreng ook al gezegd dat wij daartegen bezwaren hadden. Dat wetsvoorstel trekken we dus in. Dat is het tweede deel.

En omdat ik dit secuur wil doen, kom ik nu op de embryo's. Daarover hebben we afgesproken dat er niets wordt teruggedraaid, dat embryo's die nodig zijn voor onderzoek en die uit IVF-procedures voortkomen, gebruikt kunnen worden en dat belemmeringen zoals aantallen en bezwaartermijnen daarbij geen probleem hoeven te zijn. Daarnaast is selectie op geslacht mogelijk als het om heel ernstige ziektes gaat. U moet denken aan ziektes waarvan partners, zowel mannen als vrouwen overigens, weten dat de kans dat het kind die ziekte overneemt, 60% tot 80% is. Dan kunnen we selecteren op geslacht. Het kabinet zal alle andere vragen rond embryo's of überhaupt medisch-ethische vragen die het niet heeft beschreven in het regeerakkoord, bekijken aan de hand van een aantal vragen, een aantal prisma's, zoals Rutte ze noemt. Dan moet u denken aan vragen zoals: wat is de stand van de wetenschap, in hoeverre is het maatschappelijke debat gevoerd en: zijn er alternatieven? Als die zaken secuur zijn behandeld, kunnen ze ook in deze kabinetsperiode worden voorgelegd aan de Kamer.

Dat zijn de afspraken over de manier waarop we met zaken omgaan die onverhoopt vanuit de maatschappelijke discussie of de wetenschap op ons bordje komen. Die andere zaken hebben we specifiek geregeld. Maar het is dus even belangrijk voor u om te weten, en anders zal de premier dat morgen denk ik nog even zeggen, dat hij dacht dat u het over de NIP-test had, terwijl u dus terecht vroeg naar de bij de huisarts verkrijgbare abortuspil. Dat was de verwarring.

De heer Asscher (PvdA):
Dank voor dat eerlijke antwoord. Wat hier gebeurt, is wel heel ernstig. Ik heb in drie instanties expliciet gevraagd naar de abortuspil. Daar stond de man die even later formateur was te zeggen: nee, daar zijn geen afspraken over. Waarom is dat nou ernstig? Sindsdien zijn er drie weken voorbijgegaan. Ik heb hetzelfde nummer en de Tweede Kamer is bereikbaar. Blijkbaar was het plan om morgen te zeggen: waar u zei "abortuspil", hoorde ik "NIP-test". Dat is niet goed, dat is echt niet goed. Er blijkt een afspraak gemaakt te zijn die niet is opgeschreven en er blijkt niet eerlijk over gecommuniceerd te zijn. Dat was vast niet bewust; daar ken ik Mark Rutte goed genoeg voor. Maar u heeft het ook niet meteen hersteld toen dat duidelijk werd.

De heer Pechtold (D66):
Dan even ter verdediging, voordat hier een complottheorie ontstaat. Ik heb het zelf toen niet geregistreerd. Pas zeer onlangs, in de voorbereiding van dit debat — daar zult u het bewijs misschien in kunnen zien — toen we de lijst van in te trekken wetsvoorstellen bekeken, was er een vraag: vroeg Asscher dat, vroeg hij daar niet naar? Ik zeg het even zoals het besproken is. Toen zeiden we: ja, maar dat was de NIP-test. Toen kwam de verwarring. We hebben niet drie weken lang gedacht: laat maar zitten. Het was pas onlangs, in de voorbereiding. De premier heeft gezegd: ik zet dat recht in mijn eerste termijn. U vraagt mij ernaar. Ik zie de premier nog steeds ja knikken en ik doe het alvast.

De heer Asscher (PvdA):
Oké, fair enough. Blijft staan een afspraak die niet in het regeerakkoord staat. Over de embryowetgeving is geen nieuwe maatschappelijke discussie nodig. We weten al precies dat Edith Schippers als minister heel secuur en na consultatie, ook van confessionele partijen, heeft opgeschreven dat voor een drietal zeer uitzonderlijke gevallen embryo-onderzoek zou worden toegestaan: als mensen onvruchtbaar zouden blijken, als mensen onvruchtbaar waren als gevolg van een kankerbehandeling en ter voorkoming van buitengewoon ernstige overdraagbare aandoeningen. Als we niet uitkijken, wordt dat uitgesteld als gevolg van deze afspraak. Dat is buitengewoon slecht nieuws voor de mensen die dat soort ziektes hebben of daarvoor vrezen. Mag ik van de heer Pechtold vernemen of hier niet ook een afspraak gemaakt is die niet is opgeschreven dat dit wordt uitgesteld? Dan kan ik hem geruststellen: die maatschappelijke discussie is geweest, die weging is geweest. Als er alternatieven waren — dat staat ook in de toverformule — was ik er ook voor, maar die zijn er niet. Dan kan men nu door, niet om iemand te kwetsen of te pesten, maar in het belang van de gezondheid van velen.

De heer Pechtold (D66):
De medisch-ethische paragraaf kan ik bijna woordelijk voor u opzeggen. Er zijn een aantal zaken geregeld, namelijk de samenhang tussen waardig ouder worden en het proces van voltooid leven en de embryoselectie, precies zoals het er staat. Daarbuiten is niets geregeld rond dit soort thema's, anders dan dat wij die prisma's hebben afgesproken waarlangs het debat hier kan plaatsvinden. Als belanghebbende bij een zorgvuldig proces, ook met twee partijen die daar heel anders tegen aankijken, zeg ik dat dat zorgvuldig moet gebeuren, waarbij zorgvuldigheid voor mij boven haast gaat. Dus als u nu tegen mij zegt "ik heb nog een paar onderdelen, die zijn allang gelopen", dan zeg ik toch: meneer Asscher, ik ga eerst even rustig bekijken of mijn collega's dat ook vinden. Dat zou u ook hebben gedaan als u een coalitie had gevormd dat op dit soort afspraken is gebaseerd, ook op basis van vertrouwen dat daar zorgvuldig mee wordt omgegaan.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Asscher (PvdA):
Voorzitter, dank. Een afspraak die niet klopt maar wel is opgeschreven, een afspraak die niet is opgeschreven maar die wel veel betekent voor mensen en hier een afspraak die vatbaar is voor interpretatie. Ik leg die zo uit: waar er maatschappelijke discussie is geweest, kan men vooruit in het belang van de gezondheid. En als het anders is, horen we dat snel genoeg.

De heer Pechtold (D66):
Het lijkt mij een mooie taak voor de bewindslieden op dit gebied om al uw vragen dadelijk bij begrotingsbehandeling zo specifiek mogelijk te beantwoorden. Nogmaals, de drietrapsvragen die wij onszelf dan stellen als kabinet en coalitie moeten zorgvuldig zijn doorlopen, want anders ben ík zelfs tegen.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Het is lastig om van zo'n ingewikkelde ethische kwestie terug te gaan naar het referendumdebat. Toch wil ik dat graag doen, omdat het een van de kroonjuwelen van D66 was. De intentie van de invoering van het raadgevend referendum was vanuit Democratisch '66 om de bevolking meer te betrekken bij alles wat we hier besluiten en ze mee te laten denken. Nadat wij het raadgevend referendum kregen, bleek dat de bevolking het graag wilde hebben over Europese zaken. Wat we vervolgens zien, is dat D66 zegt: ho, wij zijn zo voor dat Europese project; wij willen niet dat de bevolking daarover spreekt. Laten we gewoon het beestje bij zijn naam noemen: democratie telt alleen als het gaat over de onderwerpen waar D66 het graag over wil hebben, maar niet als het gaat om het Europese project, want dat moet coûte que coûte doorgaan. Dat kan toch niet anders dan de conclusie zijn van het feit dat D66 nu de wet wil intrekken?

De heer Pechtold (D66):
Ware het niet dat — mevrouw Thieme, u leidt een jonge partij, ik mag een partij leiden die inmiddels het 50-jarig bestaan heeft gevierd — onze leden dit in ons verkiezingsprogramma hebben gezet. Er staat namelijk dat zij vinden dat referenda niet over internationale verdragen moeten gaan en niet over zaken waar we niet in ons eentje over gaan. Voor de toekomst zie ik graag discussies met u en met andere progressieve partijen tegemoet over de vraag hoe we verdergaan na, wat mij betreft, de teleurstellingen tot nu toe. Mijn partij heeft er wat dat betreft de afgelopen decennia vele geïncasseerd, maar we gaan moedig voorwaarts. Het proces van deze formatie is er een van, het uit de Grondwet halen van de burgemeester wordt een volgende. Maar ik ga graag met progressieve partijen in debat over de vraag hoe we die relatie van representatieve democratie, gelardeerd met directe democratie, in deze eeuw gaan voortzetten.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Maar het was een kroonjuweel van D66. Dat de leden op het congres van D66 zeggen dat ze liever niet willen dat de referenda gaan over Europa, is prima. Maar D66 heeft een belangrijke verantwoordelijkheid ten aanzien van de extra gecreëerde democratievormen en kan die niet zo maar terzijde schuiven, zeker niet als de partij samen gaat regeren met partijen die sowieso niet zo van de referenda zijn. Het kan toch niet anders zijn dan dat iedereen begrijpt dat dit een vorm van uitruil was om de wet over het raadgevend referendum in te trekken?

De heer Pechtold (D66):
Zal ik mij bemoeien met de zaken in mijn partij, dan doet mevrouw Thieme dat, denk ik, vol overtuiging in haar partij. De leden van D66 ... Dit is even voor het idee, want mensen roepen altijd dat wij dit al vanaf 1966 vinden. Nee, dat is vanaf de jaren tachtig. Van Mierlo zou zich omdraaien in zijn graf; Van Mierlo had helemaal niets met referenda. Ik zeg het om alles maar weer in perspectief te zetten. Wij hebben een zoektocht naar die directe democratie. We wilden het correctief referendum. Partijen als GroenLinks en PvdA hebben op een gegeven moment ook gezegd dat het niet meer op deze manier moest. Volgens mij was dat ook na een amendement tijdens een congres van GroenLinks. Dan handel je daarnaar. Het correctief referendum was het einddoel. Het raadgevende was een tussenstap. Eigenlijk leek het wel of dit het einddoel was geworden, doordat iedereen dacht: we hebben nu een opkomst, een meerderheid en dan doen ze wat ze doen. Maar dat is nepdemocratie. Dat is niet wat wij wilden. Dus, naast de andere argumenten die ik zojuist noemde, was dat de reden om te zeggen dat het niet meer op deze manier moest.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Erkent de heer Pechtold niet dat je de kloof tussen burger en politiek alleen maar verergert, als je de wet over het raadgevend referendum afschaft? Mensen hebben al het idee, en terecht, dat de politiek gewoon met de rug naar ze toestaat. Ook al is er een referendum, de politiek heeft er lak aan en luistert niet naar ze. Nu ook nog eens een democratische partij zo'n wet over het raadgevend referendum meehelpt afschaffen, zal die vertrouwenscrisis toch alleen maar verdiept worden? Dat zou je op zijn minst moeten erkennen? Daarmee hebben we een groot probleem te pakken.

De heer Pechtold (D66):
Volgens mij is mijn bijdrage tot nu toe gegaan over hoe we op een transparante, maar ook zorgvuldige en serieuze manier proberen de democratie te vernieuwen. Mevrouw Thieme is het niet met mij eens. Ik leg het interne proces in mijn partij uit, dat wij gedurende 50 jaar hebben gevoerd. Ik leg uit hoe op het laatste congres mensen het gevoel hadden dat dit niet werkt, net zoals bij andere partijen. Dat was eigenlijk vooruitlopend op de evaluatie die we nog gaan krijgen. Ik leid een andere partij dan mevrouw Thieme, anders zouden we naar een fusie moeten. Ik mag toch namens mijn leden en mijn kiezers zeggen dat ik deze manier mislukt vind? Ik zal u eerlijk zeggen dat ik laatste jaren heel veel mensen tegen ben gekomen die zeiden: ik zou graag op die club van je stemmen, maar dat gedoe over dat referendum kan echt niet meer. Dan legde ik uit dat ik het prima vind dat mensen kritiek hebben op deze vorm, maar ik daagde ze uit — dat doe ik ons allemaal — om wel manieren te blijven zoeken waarop je wel die representatie en ook de directe democratie kunt vormgeven. Dat zijn de feiten.

De voorzitter:
De heer Klaver.

De heer Klaver (GroenLinks):
"Dieren 66" zou wel een mooie naam zijn voor die fusiepartij.

De heer Pechtold (D66):
Zeker en dat wordt een geduchte tegenstander dan. Kom maar op. Ja ...

De heer Klaver (GroenLinks):
Laat ik nu een vraag stellen over het referendum, specifiek over het referendum dat gehouden gaat worden over de sleepwet. Uw collega-coalitiepartijen hebben al aangegeven dat die wet er sowieso komt, dat het niet uitmaakt wat de uitkomst van dat referendum is. Mijn vraag aan de heer Pechtold is hoe hij daarin staat.

De heer Pechtold (D66):
We wachten het rustig af. Wij hebben vandaag geconstateerd dat de Kiesraad heeft gezegd dat er een referendum komt. Nou, hulde en felicitaties aan de initiatiefnemers. U hebt kunnen zien dat de minister van Binnenlandse Zaken een brief heeft geschreven waarin ze nog een aantal zaken heeft verduidelijkt rond de invoeringsdatum en de problemen die daarmee waren. U hebt ook kunnen zien, dat is feit drie, dat we in het coalitieakkoord — ik denk dat u weet welke partijen daar onder ander achter zaten — een aantal afspraken hebben gemaakt waarmee aan de bezwaren die er in elk geval bij D66 in Tweede en Eerste Kamer waren ten aanzien van de huidige wet tegemoet zou kunnen worden gekomen. Vlak voor de verkiezingen hebben wij, uw partij en mijn partij, dat met vele amendementen geprobeerd.

Wij zijn nooit tegen een Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten geweest. Wij zijn er nooit tegen geweest dat die diensten ook toegang hebben tot de nieuwe mogelijkheden waarmee mensen met name op het internet zaken kunnen voorbereiden voor terreur. Dat is de reden dat wij als er dadelijk meer zekerheid is over de evaluatietermijn en de toepassing van de wet ons oordeel definitief zullen vormen. In diezelfde periode loopt de campagne en daar gaan wij volop aan meedoen. Wat we daarna doen, staat open. Maar ik heb daarvoor eerst twee of drie stappen te lopen en dat vind ik in alle zaken wel zo zorgvuldig. Maar ik wil ook wel aan verwachtingsmanagement doen. Wij hebben een aantal zaken in het regeerakkoord gezet en als die goed gebeuren, is mijn overtuiging dat wij voorstander worden van de wet.

De heer Klaver (GroenLinks):
Oké. Het regeerakkoord. Wat ik terugzie, is dat er een evaluatie is over twee jaar en voor de rest de uitleg die Plasterk voortdurend hier in de Tweede Kamer heeft gegeven aan deze wet ten aanzien van de waarborgen. Ik zie nog niets terug over de voorstellen die uw en mijn partij inderdaad bij de behandeling hebben gedaan. Ik geloof dat er meer dan 30 amendementen zijn ingediend. Ik ben blij dat u aangeeft dat u het raadgevend referendum rustig afwacht. Ik ben van een andere school dan sommigen hier aan de interruptiemicrofoon die zeggen dat je dat altijd moet opvolgen: als er nee wordt gezegd, zul je ook tegen deze wet moeten zijn.

Wat ik wel zou willen, is dat er ruimte is om te kijken als de kiezer heeft gesproken en heeft gezegd "niet op deze manier". Deze wet zou dan ook aangepast kunnen worden. Wat ik zie gebeuren, is dat de heer Wilders al heeft aangegeven zijn steun terug te trekken als mensen tegen stemmen in het referendum. Dat betekent dat de stem van D66 cruciaal wordt in de vraag of die wet er wel of niet komt. Het zou mij een lief ding waard zijn als er in elk geval ruimte bij D66 en hopelijk ook in de coalitie is om dan met elkaar het gesprek aan de gaan over de vraag wat de bezwaren van de tegenstanders zijn en op welke wijze we die in die wet zouden kunnen vervatten, zodat er inderdaad wel een nieuwe wet komt. Want dat de wetgeving over de inlichtingen- en veiligheidsdiensten moeten vernieuwen, is helder.

De heer Pechtold (D66):
Dit is nu precies waarom referenda uiteindelijk — ik denk dat ik het mag zeggen — fout gaan, namelijk dat er een politiek debat ontstaat over "wat ga jij doen als het dadelijk zo is". Dan gaat het debat dus over de vraag of een partij draait. Want de PVV was voor en lijkt nu, waarschijnlijk strategisch, naar tegen te gaan. En die doet dit en die doet dat, en wij gaan dan praten over wat we met de uitslag van een eventueel referendum — in dit geval komt het er — doen. Als ik nou mag kiezen waar ik de zwaarte van het debat de komende weken en maanden leg, is dat bij wat de ministers — het zijn trouwens twee ministers, want ook mevrouw Bijleveld is daarbij betrokken — daarmee gaan doen. Gaan ze ons verzekeren dat een eerdere evaluatie ook betekent dat snel kinderziektes uit de wet kunnen worden gehaald? Kunnen ze ons waarborgen geven in lijn met amendementen die eerder zijn ingediend? Nou, dat gaan we zien. Daar zal vast onder specialisten nog wel een debat over zijn. Ik heb me er de afgelopen zeven maanden ook in mogen verdiepen. Dan komen we al een heel eind.

Daar zou ik de nadruk op leggen. Dat vind ik het moeilijke van deze discussie: gaat het referendum door, ja of nee, en wordt de uitslag gerespecteerd, ja of nee? Ik denk dat Nederland wil weten waarom zo'n grote meerderheid voor het instellen van die wet was en waarom een paar partijen zeiden dat zij twijfels hadden. Volgens mij willen de mensen die discussie graag horen. Wat is er nodig in die wet om ervoor te zorgen dat wij het niveau van informatie van onze veiligheidsdiensten goed hebben? Ik hoor wel eens het begrip "sleepwet". Ik wil niet dat een hele wijk opeens wordt leeggesleept, maar als wij onze militairen naar een land als Mali of Afghanistan sturen, moeten wij eerst goed bekijken of de desbetreffende regio veilig is. Ik stuur geen man of vrouw die kant op als ik niet zeker weet dat daar — want dat gebeurt vandaag de dag, Somalische piraten doen ook alles via de app — de zaken goed geregeld zijn. Die waarborgdiscussie — daar hebben wij ook zeven maanden de tijd voor genomen — moet ertoe leiden dat hopelijk dadelijk heel Nederland zegt: op deze manier is Nederland niet naïef, zijn onze veiligheidsdiensten op een goede manier geëquipeerd en zien een aantal oud-rechters erop toe dat het goed gebeurt. Zo regelen we dat in onze democratie.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Klaver (GroenLinks):
Dat zijn heel veel woorden. Ik probeer eruit te halen wat de heer Pechtold nu precies probeert te zeggen. Zegt hij eigenlijk dat hij overtuigd is van het wetsvoorstel zoals dat er nu ligt en dat hij in de komende tijd aan de kiezers zal uitleggen hoe dat er precies uitziet? Hij heeft het over kinderziektes die eruit gehaald moeten worden. De wet is echter nog niet in werking gesteld, dus hoe gaat wij die kinderziektes er dan uit halen? Hoe gaan wij die tegenkomen?

Ik heb een heel concrete vraag. Bij een raadgevend referendum gaat het uiteindelijk over een raad die aan het parlement wordt gegeven. Wij als politici hebben de verantwoordelijkheid om die raad te wegen. Hoe gaan we daarmee om? Wat betekent dat? Ik vraag naar de ruimte die de heer Pechtold ziet voor aanpassingen van de wet. Ik kan mij namelijk voorstellen dat de bezwaren die de heer Pechtold heeft, nog steeds dezelfde zijn als de bewaren die GroenLinks heeft. Wij waren als twee partijen in het parlement helemaal niet gekant tegen deze wet. Sterker nog, wij vonden dat er een vernieuwing zou moeten komen. Er waren echter enkele kritiekpunten. Volgens mij zaten ook de initiatiefnemers daarmee. Mijn vraag aan de heer Pechtold is of hij met dit referendum misschien een middel in de hand heeft om te bewerkstelligen dat er een betere wet komt te liggen, die op een breed draagvlak kan rekenen. Dat is mijn vraag.

De heer Pechtold (D66):
Ik vind dat het kabinet, voordat mensen naar de stembus gaan, helder moet maken over welke wet wij het überhaupt hebben. Bijvoorbeeld die termijn is heel overzichtelijk. Ik wil een brief van de ministers, waarin zij duidelijk maken hoe zij de voorliggende wet en de ideeën daarover die in de coalitie zijn besproken, in de praktijk gaan uitwerken. Pas als dat compleet is, weet ik waar ik het over heb. Het is hetzelfde als met pizza. Iedereen hier vindt pizza lekker, alleen de heer Klaver en ik houden niet zo van pizza. Anderen zeggen dat het een heerlijke pizza wordt, maar wij zeggen: laat die pizza eerst maar eens zien. Dat is met deze wet ook het geval.

De voorzitter:
De heer Roemer.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik wil snappen ...

De voorzitter:
Eerst nog de heer Klaver.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik wil snappen wat de heer Pechtold bedoelt. Zegt hij dat er een brief komt waarin wordt uiteengezet hoe de wet wordt uitgevoerd? Is dat waar het over gaat? Het gaat dus niet over wijzigingsvoorstellen?

De heer Pechtold (D66):
Nee, het gaat om de toepassing van de wet. Het gaat dus onder andere over de evaluatietermijn. Dat zullen de twee ministers die vandaag een brief hebben geschreven over de invoeringstermijn op zich nemen. Dat wacht ik in alle rust af. Daarna gaan we de inhoudelijke campagne doen. Stap voor stap.

De heer Roemer (SP):
Ik wil nog even doorgaan over het referendum. Bij een goed referendum probeer je als politiek de mensen met argumenten te overtuigen om voor of tegen te stemmen. Het siert de partij van de heer Pechtold dat ik die als een van de weinige zag bij het voeren van campagne voor het Oekraïnereferendum. Dat referendum geeft de mensen thuis de mogelijkheid om een beslissend of in ieder geval adviserend advies mee te geven over voor hen grote, belangrijke thema's, die vaak niet eens in verkiezingsprogramma's staan. Als ik de heer Pechtold nu hoor, lijkt het erop dat het doordenderen in Europa belangrijker is dan mensen een correctieve stem geven bij zaken als bijvoorbeeld het overdragen van meer bevoegdheden aan Brussel. Als u zo overtuigd bent dat het moet gaan gebeuren, overtuig dan de mensen waarom het goed is om het te doen. Dan merkt u wel of er iemand aan de andere kant campagne voert. Wat u nu zegt is: over Europa mag er geen referendum gehouden worden, want wij moeten doordenderen en we hebben niet het lef om met de mensen in discussie te gaan over bijvoorbeeld soevereiniteitsoverdracht.

De heer Pechtold (D66):
Ik geloof dat ik met mevrouw Thieme zojuist overzichtelijk had gemaakt waar haar partij en mijn partij staan. Nou doet de heer Roemer alsof ik hier van standpunt ben veranderd na de verkiezingen. Nee! Ik geef aan dat voor de verkiezingen bij mijn partij, bij andere partijen, bij GroenLinks — mijnheer Klaver gaf dat zojuist ook aan — een democratisch debat is geweest. De meerderheid van de leden heeft gezegd: wij willen deze aanpassing in het verkiezingsprogramma. Daarbij heb ik de kiezer opgezocht — dat wist iedereen die op D66 stemde — en dat heb ik nu uitgevoerd. Wat is nou het verwijt?

De heer Roemer (SP):
Het verwijt is dat u eigenlijk continu als D66 probeert naar buiten toe het beeld te schetsen alsof D66 een echt democratische partij zou zijn die dus vooral mensen wil meenemen in belangrijke beslissingen.

De heer Pechtold (D66):
Mijnheer Roemer, mijnheer Roemer.

De heer Roemer (SP):
En dan zegt D66 op het meest essentiële wat hier ter sprake komt, soevereiniteitsoverdracht naar Europa: daarover willen wij de mensen niet bevragen, daarover willen wij niet discussiëren, daarover willen wij geen referendum. Als u van uw congres een opdracht meekrijgt, begrijp ik heel goed dat u die hier uitvoert. Daar gaat het me niet om. Maar ik spreek u hier aan als partijleider van D66. Ik had gehoopt dat u uw partij had overtuigd dat je juist op een belangrijk thema als Europese integratie je de bevolking mee moet nemen en niet verder van je moet vervreemden.

De heer Pechtold (D66):
Even inhoud en proces. D66 is een zeer pro-Europese partij, maar dat betekent niet dat we alles wat uit Europa komt of alles wat er in Europa gebeurt, goed vinden. Nu over democratie. Als we over partijdemocratie praten, kunnen de SP en D66 nog wel eens een partijtje armpje drukken over hoe die geregeld is.

De heer Roemer (SP):
We zijn de meest democratische partij van Nederland.

De heer Pechtold (D66):
Ik lees weleens wat anders.

De heer Roemer (SP):
Dat is wat anders. De leden hebben bij ons ... Nou, ik ga me niet verdedigen.

De heer Pechtold (D66):
Nee, ik ook niet.

De heer Roemer (SP):
Ik ben er niet bang voor om de kiezer iets voor te leggen als het om een grote wijziging gaat. Ik ben er niet bang voor om campagne te gaan voeren als het om soevereiniteitsoverdracht naar Brussel gaat. Ik ben er niet bang voor om de kiezers een correctieve uitspraak te laten doen als het over grote stelselwijzigingen gaat en om me daaraan te houden. Ik vind dat democratie die hier in dit huis thuishoort. Het had u gesierd als u uw eigen partij daar ook van had overtuigd. Helaas is u dat niet gelukt.

De heer Pechtold (D66):
Mijn partij heeft een intern proces gehad. De heer Roemer, en laten we elkaar daarmee weer vinden na deze woordenwisseling, begon met D66 te complimenteren dat wij bij referenda wel campagne voerden, in tegenstelling tot anderen. De kiezers weten, met het verkiezingsprogramma van D66 en de campagnes die wij voeren, dus precies waar wij voor staan.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Roemer (SP):
Tot slot, voorzitter. Ik hoop dat de heer Pechtold dan in ieder geval bereid is, het lef heeft om binnen zijn eigen partij voor te gaan stellen om dergelijke grote veranderingen vanuit Europa, die iedereen in de samenleving aangaat, als het gaat om zeggenschap, als het gaat om soevereiniteit, dan wel aan de mensen voor te gaan leggen. Om dat samen met ons te gaan doen. Dan weten we namelijk een ding zeker: als wij verdergaan met Europese integratie, doen we dan ook met steun van de bevolking en niet over de hoofden van de mensen heen.

De heer Pechtold (D66):
De heer Roemer en ik zijn collega's. Ik heb mij te houden aan het verkiezingsprogramma van D66. De komende drieënhalf, vier jaar ga ik daar niet aan tornen. Ik ga niet, omdat mijnheer Roemer mij dat vraagt, tegen een afspraak met mijn eigen leden en daarmee mijn eigen kiezers in. Nee, want dat zou tegen mijn verkiezingsprogramma in zijn. Dus nee. Maar bij de Europese verkiezingen of bij andere verkiezingen kan men om onderwerpen wel of niet op ons stemmen. In 2019 of 2020 zijn er Europese verkiezingen en dan staan de kandidaten voor het Europees Parlement en ik weer helemaal klaar om hun zetel te verdedigen.

De voorzitter:
Mijnheer Asscher, u bent net al aan het woord geweest.

De heer Asscher (PvdA):
Ik wil eigenlijk op datzelfde punt ingaan.

De voorzitter:
Heel kort.

De heer Asscher (PvdA):
Zeer kort. We hebben gezien dat door die geheime afspraak over de abortuspil vrouwen in Nederland iets minder baas zijn over zichzelf.

De heer Pechtold (D66):
Voorzitter, hier neem ik echt aanstoot aan. Ik heb zojuist heel zorgvuldig blootgelegd hoe een misverstand van een aantal weken geleden bij ons pas in de voorbereiding van dit debat — volgens mij was het afgelopen maandag — in ons coalitieoverleg aan de orde kwam. We bespraken het lijstje dat naar de Kamer moest en zeiden toen: "hé, was dat niet die vraag van Asscher?". Ik kan hier transparant over zijn, en ik zeg het maar zo, want anders heeft de premier het morgen gedaan.

Het gaat om een kwetsbaar onderwerp — ik heb heel duidelijk uitgelegd wat er gebeurd is en er is niets geks gebeurd — en dan vind ik het vervelend als u, mijnheer Asscher, de suggestie opwerpt dat hier iets achter de schermen zou zijn gebeurd, want dat is absoluut niet het geval.

De heer Asscher (PvdA):
Een maand geleden rapporteerde het Reformatorisch Dagblad over die afspraak. Die werd vervolgens ontkend. Hij blijkt er te zijn. Hij is niet opgeschreven in het regeerakkoord. Dat kun je dus een geheime afspraak over de abortuspil noemen.

Mijn punt was dat dat dus de vrijheid beperkt van vrouwen in Nederland om zelf die keuze te maken. Ook wereldwijd staat het recht van vrouwen om zelf daarover te beschikken onder druk, met name door de regering-Trump. Mag ik nu een bondgenoot zien in de heer Pechtold, als wij samen het kabinet oproepen om onverkort door te gaan met het initiatief SheDecides, waarmee Nederland helpt wereldwijd vrouwen in die rechten te beschermen?

De heer Pechtold (D66):
Dat staat volgens mij letterlijk in het regeerakkoord. Dan moet u beter lezen. Pak me op waar ik fouten maak.

De heer Asscher (PvdA):
Dat doe ik al de hele tijd, mijnheer Pechtold.

De heer Pechtold (D66):
Rooster me wanneer het niet klopt ...

De heer Asscher (PvdA):
Zeker.

De heer Pechtold (D66):
... maar nogmaals, je hebt voorbehoedsmiddelen die je kunt gebruiken, je hebt de morning-afterpil die je kunt gebruiken en je hebt de abortuspil. De abortuspil is verkrijgbaar bij abortusklinieken overal in
Nederland. De vraag was: krijgen de huisartsen die ook? Dat is niet een ethische kwestie, maar een loketkwestie, als ik het plat mag zeggen. Het vorige kabinet heeft gezegd: daar gaan we een wet voor maken. Mijn fractie had al bezwaar tegen die rompslomp. Het is dus geen geheime afspraak, het is een constatering van vier partijen tijdens de onderhandelingen dat we dit op deze manier niet wilden.

De voorzitter:
Dit wordt een herhaling.

De heer Pechtold (D66):
Ja, maar het was nodig. En voor wat betreft SheDecides wil ik het ook hebben over de warme hand, pardon, de uitgestoken hand. De warme hand gaat over een andere discussie.

Voorzitter, er wordt gelachen in de zaal, maar het is in ieder geval geen kleffe hand. De hand, bedoel ik.

De voorzitter:
Een warm hart en een uitgestoken hand.

De heer Pechtold (D66):
Voorzitter, ik geef u een klein inkijkje in hoe dat gaat, als je aan het onderhandelen bent om een kabinet te vormen dat moeilijke dingen voor zijn kiezen krijgt. We hebben discussies gehad over het regenboogstembusakkoord, over de zondagsrust, over tal van zaken waarbij liberale en christelijke partijen tegenover elkaar stonden. Op één van die onderdelen, toen we spraken over het project van oud-minister Ploumen hadden we al vrij snel het gevoel: dat was succesvol, en in het tijdperk van Trump moeten we vooral ook zorgen dat daar continuïteit in is. We hebben ook gezegd dat het een succes was en waarom zouden we daar nu dus anders over denken? De vorige keer kreeg ik te horen dat ik zou vragen om complimentjes, maar dit was eigenlijk een compliment, mijnheer Asscher, voor uw oud-minister.

De voorzitter:
Mijnheer Asscher, een laatste opmerking.

De heer Asscher (PvdA):
Het was niet alleen een loketkwestie. Waarom was het de bedoeling om die pil bij de huisarts onder te brengen? Omdat het minder bezwarend is voor vrouwen om naar hun huisarts te gaan, en omdat de nazorg daar beter geregeld kan worden. Het is wel degelijk een hele gevoelige kwestie, en daar kan je anders over oordelen, maar als je er een afspraak over maakt, dan schrijf je die op, want dan kan er debat over plaatsvinden. Dat is niet gebeurd. Ten tweede. Ik heb hier weliswaar de goedkope versie voor me, die ik van mevrouw Buitenweg heb gekregen, maar daar zie ik dat SheDecides-fonds niet in terug. Maar ik begrijp de heer Pechtold heel goed. Hij is graag bereid om met mij te zorgen dat het er in ieder geval in de duurste, nieuwste versie netjes in staat, zodat we weten dat dat fonds doorgaat. Dank u wel.

De heer Pechtold (D66):
Voorzitter, ik ben blij over de samenwerking in de goedkope varianten, maar op dit punt vind ik het wantrouwen echt onterecht. Volgens mij was mevrouw Dijkstra degene die de abortuspil namens mijn fractie behandelde, maar toen al waren wij kritisch over deze wet. En als vier partijen kritisch zijn en zeggen dat ze dit niet willen, vind ik dit niet een geheime afspraak maar vind ik het een resultante van dat je het met z'n allen eens bent.

De voorzitter:
Gaat u verder met uw betoog.

De heer Pechtold (D66):
Voorzitter. Het zal u niet ontgaan zijn dat mijn ietwat saaie schoenen ontbraken op het bordes. Met overtuiging kies ik ervoor mijn stappers nog wat langer onder de Kamerbanken te steken. Mijn eerste en voornaamste politieke liefde — u merkte het zojuist ook al — is het debat, de woordenstrijd, het georganiseerde meningsverschil in dit huis. En daar ben ik ook thuis. Dat geldt ook voor de collega's Segers en Buma. Samen zijn we nu de drie musketiers van de coalitie. En ja, collega Dijkhoff, u mag dan d'Artagnan spelen, onze vierde musketier. Gefeliciteerd met uw benoeming.

Voorzitter. Mijn fractie heeft vertrouwen in deze coalitie, maar we staan niet op de drempel — velen hebben dat al gezegd — van een fusie. Om een frase te stelen van Abraham Lincoln, die hij gebruikte voor zijn ministersploeg: We zijn een team van rivalen. Rivaliteit is natuurlijk niet mijn drijfveer. Dat is wel het waarborgen van de geloofwaardigheid van onze parlementaire democratie. De ideologische verschillen binnen dit kabinet blijven zichtbaar in de Kamer, want, voorzitter, u moet maar zo denken: wie vuile was buiten hangt, houdt het binnen fris.

Voorzitter. D66 heeft zeker niet alles voor elkaar gekregen. Sommige maatregelen stuitten bij voorbaat op onbegrip. Werd ik vrolijk van het beeld dat soms ontstond rond het Wilhelmus? Mwah. Had ik erop gerekend dat het grootste bezwaar van de oppositie zou liggen bij de btw? Nee. Maar ook voor die punten sta ik. Wij mogen in de context van onze complexe geschiedenis best iets meer weten over het opstandslied uit de Tachtigjarige Oorlog. Het is niet vreemd dat we een keuze maken voor een lastenverschuiving van arbeid naar consumptie. Dat is namelijk eerlijk en groen.

Voorzitter. Daarmee sta ik voor dit akkoord en ik ben er zelfs trots op. Maar mensen zullen zich afvragen wat er in de komende vier jaar gebeurt en wat er het komend jaar gebeurt. Ik begrijp dat niet alles wat de coalitie heeft bedacht in een keer werkelijkheid kan worden, maar we moeten nu wel onomkeerbare stappen zetten. Bij de volgende Algemene Politieke Beschouwingen wil ik daarom graag weten ...

De voorzitter:
Maakt u even uw zin af.

De heer Pechtold (D66):
Nou, ik wil nogal wat weten.

De voorzitter:
Ik zou toch willen voorstellen dat u dit even afmaakt.

De heer Pechtold (D66):
Ik wil graag bij de volgende Algemene Politieke Beschouwingen weten hoeveel scholen de werkdruk voor leraren daadwerkelijk hebben verlaagd. Wanneer wordt de eerste kolencentrale gesloten? Hoe zit Nederland precies in het wiel van Merkel en Macron? Ligt er een sociaal akkoord om een vaste baan weer beter bereikbaar te maken? Heeft het defensiepersoneel weer meer vertrouwen in de eigen organisatie? Is cyber security nu een echte prioriteit? Hoe verloopt het eerste experiment met veilige wietteelt? En welke vorderingen maken we met de natuurbescherming? Want er waren wat critici en ik zie daar wel geld maar nog geen plannen.

Voorzitter. Er is zo veel ambitie dat mijn vraag aan de minister-president vandaag zou zijn: hoe brengt het kabinet het regeerakkoord van papier naar praktijk? Wanneer komen de concrete voorstellen?

Mevrouw Thieme (PvdD):
Ja, voorzitter, het was eigenlijk wel heel interessant om te horen wat de heer Pechtold wilde weten. Hij vroeg onder andere wanneer de eerste kolencentrale zal worden gesloten. Nou, we kunnen in het regeerakkoord al lezen dat dat niet voor 2023 gaat gebeuren. Want tijdens het nieuwe energieakkoord, dat pas in 2023 wordt herzien, zal een tijdpad worden uitgezet door de kolencentrales zelf over wanneer zij ongeveer denken met hun centrales te kunnen stoppen. Dat is ook meteen mijn vraag. In tweede instantie zal ik ook nog wat verder inzoomen op de verduurzaming. Mijn vraag is hoe de heer Pechtold zijn handtekening kan zetten onder een regeerakkoord waarbij de maatregelen allemaal pas na deze regeringsperiode eventueel gaan plaatsvinden, op hoop van zegen dat de kolencentrales zichzelf zouden willen sluiten.

De heer Pechtold (D66):
Wat een onzin. Het is helemaal niet waar dat alles na deze regeerperiode is. Er zit nu al allemaal geld in verduurzaming, in het ervoor zorgen dat de veestapel op een warme manier, op een manier waarop boeren ook voelen dat ze niet gepest worden maar mee kunnen werken ... Daar hadden we net ook al een debatje over. Dat gaat in deze kabinetsperiode allemaal beginnen. We gaan door met wind op zee. We gaan ook door met de technologie om andere zaken uit te vinden en te verbeteren voor opslag en andere zaken. En wat betreft de kolencentrales: het einddoel — wanneer de laatste sluit — staat er. Waarom schrijf je niet wanneer je de eerste gaat sluiten? Als je dat nu opschrijft, dan weet ik wat de prijs wordt. Dat weet u allemaal. Ik zeg tegen de minister: ga maar onderhandelen met die kolenboeren en zorg dat ze zo snel mogelijk sluiten voor de laagste prijs. Het geld dat over is, kunnen we gebruiken voor andere duurzame energie en om CO2-uitstoot mee te voorkomen.

Dus mevrouw Thieme, u krijgt wat u wilt. Ik vond het ook zo jammer van dat positieve persbericht van het PBL. Ik zat dat nog eens te lezen en dacht: iedereen is daar zo negatief over, maar wat staat er nou? We gaan Parijs halen en het kabinet heeft het geld om er helemaal te komen. We zitten met de plannen die we nu hebben al zo ongeveer op de Frans-Belgische grens en het laatste deel gaan we met de rest van de samenleving, gemeenten, provincies, bedrijven en iedereen invullen. Nou, zo'n reislust om in de lichtstad te komen en dan ook nog schoon licht: wat een ambitie!

Mevrouw Thieme (PvdD):
Voorzitter.

De heer Pechtold (D66):
Ik zou bijna zeggen: zullen we samen gaan?

Mevrouw Thieme (PvdD):
Hè, gezellig. Dat doen we straks even, maar eerst even wat anders. Er is heel veel wat de heer Pechtold nog niet weet. Dat is duidelijk. Het Planbureau voor de Leefomgeving geeft aan dat de meeste maatregelen pas worden genomen na 2020, dat het helemaal niet zo zeker is dat er in deze kabinetsperiode allemaal milieubelastingen komen, dat het allemaal op de lange termijn wordt geschoven, en dat nog niet eens de helft van de doelstellingen voor 2030 wordt gehaald met de kabinetsvoornemens die in het regeerakkoord staan. Er is dus geen reden voor vertrouwen in de toekomst. Dat brengt me op de reden waarom ik hier aan de microfoon kom staan, namelijk dat de heer Pechtold ook nog durft te beweren dat consumptie wordt belast en daarmee wordt vergroend. Er komt een algemene verhoging van de btw. De heer Pechtold heeft met mij de afgelopen jaren gepleit voor een vleestaks. Hij was ervan overtuigd dat dit de manier was om te vergroenen. Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft de regering ook geadviseerd om die in te voeren. Waarom heeft hij dit niet ingebracht bij de formatie? Hij had nota bene de ChristenUnie mee.

De heer Pechtold (D66):
Omdat dit twee keer geleden in ons verkiezingsprogramma stond. Toen hebben diezelfde eigenwijze leden gezegd, nadat er een flinke discussie over was geweest: dat willen we niet meer. De vorige keer heb ik al het voorbeeld van de pizza quatro stagioni genoemd. Hoe beoordeel je die? Daar zit namelijk ook beetje vlees op, maar voor de rest is het geen vlees. Onder welk percentage valt die? Van die uitvoeringsproblematiek hebben de leden laatst, en ik meen ook al in 2012, gezegd: een aparte verhoging van de belasting op vlees willen we niet meer. Maar, progressieve partijen zoals de uwe en de mijne zeggen altijd: je moet minder consumeren en je moet dat belasten, in welke vorm dan ook, en je moet juist in de lasten de ruimte geven, zodat mensen meer geld hebben om die verschuiving van lasten op te vangen. En bij dit kabinet houden ze zelfs nog geld over.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Dat denken in onmogelijkheden vind ik nu helemaal niets voor de heer Pechtold. Als je kijkt naar bijvoorbeeld de suikerbelasting die we nog niet zo lang geleden hebben gehad, dan was daarbij ook suiker in verschillende hoeveelheden in allerlei producten te vinden. Dat werkte gewoon prima. Daar kon je op een heel goede manier de taks voor berekenen. Het is echt onzin om daar nu mee te komen. Maar wat ik veel belangrijker vind, is dat de huidige bewindslieden, zowel de heer Koolmees als mevrouw Van Veldhoven, een paar jaar geleden een fiscaal vergroeningsrapport hebben geschreven waarin duidelijk gekozen werd voor een vleestaks. Ik zal dat straks even aan de heer Pechtold geven. Misschien kan hij dat op weg naar Parijs even tot zich nemen. En dan komen we waarschijnlijk samen terug met een voorstel voor een vleestaks. Dat lijkt me het beste.

De heer Pechtold (D66):
Mijn partij is geen voorstander van een vleestaks.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Jawel.

De heer Pechtold (D66):
Niet in het laatste verkiezingsprogramma. Ook voor u, mevrouw Thieme: dat is ledendemocratie. In 50 jaar kan het weleens zijn dat je een idee hebt waarvan je na een paar jaar, overtuigd door argumenten, zegt: nee, die niet; we doen het op een andere manier. Uw doel is hetzelfde als het mijne, mevrouw Thieme, namelijk zorgen dat we bewust omgaan met het eten van vlees en vis en dat het houden van dieren op een zorgvuldige wijze gebeurt. En dat is nou het interessante wanneer je ver van elkaar af lijkt te staan. De beelden van hoe het CDA daarin staat en hoe D66 daar misschien in staat, zijn geregeld stereotypen. In een verkiezingscampagne doe je daar ook aan. Maar neem de discussie die we hadden over de vraag hoe je nou omgaat met die varkens in Brabant. Dan krijg je de verhalen te horen van die boeren, die echt bijna het bestaansminimum bereikt hebben en die maar meer en meer moeten. En je ziet daar dan ook nog de dierziektes en de ziektes van mensen tussendoor. Dat zijn de woest interessante discussies, waarbij je zegt: we gaan elkaar dus helpen om te zorgen dat het verantwoord kan en voor het klimaat zelfs nog beter is. Dat is de rode draad in mijn verhaal: samenwerken.

De voorzitter:
Mevrouw Thieme, tot slot.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Van die rode draad was weinig te merken. De heer Pechtold haalt er van alles bij. Ik wilde hier ingaan op het feit dat de heer Pechtold hier beweert dat er door het belasten van consumptie een vergroeningsproject gestart is. Ik wil van de heer Pechtold weten welke zaken op het gebied van consumptie dit kabinet dan inzet met betrekking tot vergroening. Waarover heeft u het dan? Want groente en fruit worden net zo veel duurder als vlees en zuivel. Dat is geen vergroening.

De heer Pechtold (D66):
Maar het is wel consumeren.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Nee, u zegt dat u wilt dat er minder wordt geconsumeerd en dat het groener wordt.

De heer Pechtold (D66):
Bewuster.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Dat krijg je niet voor elkaar met een algemene btw-verhoging. Het PBL en anderen zeggen dat ook. Ik denk echt dat de heer Pechtold goed moet kijken of zijn beweringen dat hij voor vergroening staat, wel kloppen.

De voorzitter:
Heel kort, mijnheer Pechtold.

De heer Pechtold (D66):
Ik snap het. En mevrouw Thieme is daarin misschien het meest extreem. Maar samen met de heer Klaver hebben we de btw verhoogd. Hij zat met mij aan tafel in 2012. Toen was ook Klaver het ermee eens om de btw te verhogen, want dat is goed voor het consuminderen, voor het bewuster met dingen omgaan. Toen hebben GroenLinks, D66 en ChristenUnie samen met CDA en VVD de btw verhoogd. Doen we dat om te pesten? Nee, we doen het niet om te pesten. In die tijd hadden we het geld ook nodig. Nu geven we dat geld via lastenverlaging weer terug. Stel dat je een appel los koopt. Die kost nu misschien €0,50. Je kunt ze beter per kilo halen, en nog beter bij de teler net over de rivieren, in de Betuwe. Die appel kost dadelijk dan anderhalve cent meer. Maar ja, je hebt ook flink veel meer geld in je portemonnee om dat te betalen. Dat is verschuiven.

De voorzitter:
Nee, mevrouw Thieme, u mag niet meer interrumperen. De interrupties zijn te lang, maar de antwoorden ook, mijnheer Pechtold.

De heer Pechtold (D66):
Het is ook zo'n interessante discussie.

De voorzitter:
De heer Van der Staaij.

De heer Van der Staaij (SGP):
Ik heb een korte vraag over een ander onderwerp: groen onderwijs. Ik ken D66 als een onderwijspartij. U zult er vast ook scherp oog voor gehad hebben. In het regeerakkoord staat keurig: "Groen onderwijs wordt op dezelfde manier gefinancierd als het reguliere onderwijs." Maar wij horen dat dat onvoldoende in de boeken doorvertaald is. Herkent de heer Pechtold die signalen, en is hij bereid daar wat aan te doen?

De heer Pechtold (D66):
Ik vind dat een terechte vraag. Ik was hem zelf even vergeten, maar eigenlijk wil ik die vraag met de heer Van der Staaij ook aan het kabinet stellen. Wij weten samen dat het onderwijs ooit voor een deel was ondergebracht bij wat vroeger het ministerie van Economische Zaken en Landbouw was — het laatste is nu een los ministerie. We hebben de zeer overwogen afweging gemaakt om het onderwijs bij een ministerie van Onderwijs onder te brengen. We hebben die transitie voor een deel — ik meen voor 10 miljoen — begeleid. Maar ik krijg nu ook al signalen met de strekking: klopt dat, en is dat voldoende? Met u zou ik aan het kabinet willen vragen: kunt u dat ons eens laten zien? Ik weet niet of dat morgen al lukt, maar anders kan het bij de begrotingsbehandeling. Volgens mij zijn wij het eens. Het kan niet zo zijn dat onze politieke wil om het in één hand te brengen dadelijk leidt tot brokken ergens in dat groene onderwijs. Dat hoor ik dus graag.

De heer Van der Staaij (SGP):
Uitstekend. Dan horen we het antwoord van het kabinet graag. Dank.

De voorzitter:
Kijk, zo kan het ook. Korte interrupties, korte antwoorden. De heer Klaver.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik heb een vraag over twee zaken. Die hebben allemaal te maken met vergroening. De eerste vraag gaat over natuur. Ik ben heel blij dat er geld wordt uitgetrokken voor natuur in dit regeerakkoord. Ik heb wel nog vragen over de invulling daarvan. Een daarvan gaat over het budget dat voor natuur staat. De heer Pechtold refereerde er al aan dat daar eigenlijk nog weinig invulling aan wordt gegeven. Ik hoop dat de heer Pechtold het met mij eens is dat dat geld ook voor nationale projecten ingezet zou moeten kunnen worden, de Markerwadden bijvoorbeeld.

Een tweede vraag over ditzelfde punt gaat over het Provinciefonds. Er gaat veel geld naar het Provinciefonds en het Gemeentefonds. Hoe denkt de heer Pechtold dat we ervoor gaan zorgen dat het geld dat naar het Provinciefonds gaat, ook besteed zal worden aan het natuurbeheer?

De heer Pechtold (D66):
Ik vind dit een terechte vraag. Uit mijn hoofd is het in drie stappen van incidenteel geld iets van 200 miljoen. Er staat eigenlijk nog geen plan voor ingeschreven. Dit is ook in de wetenschap dat de provincies nu voorop lopen als het gaat om de taak van natuurbeheer. Als de provincies ambitie tonen (lees: er zelf geld voor uittrekken) is dit geld bedoeld om samen te zorgen dat er meer gaat gebeuren dan als dat alleen zou worden gedaan. Wat mij betreft is ieder zinvol idee wat daarvoor kan worden aangedragen, welkom. Bij mij in Wageningen zijn ze nu bezig met het binnenveld. Dit wordt door particulieren gedaan en soms doet de overheid of de provincie het. Ik zou voor dat geld zo veel mogelijk willen bereiken. U noemde de Markerwadden. Ik ken ze nog niet, maar misschien kan morgen alvast iemand een eerste antwoord geven.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik proef hier wil bij D66 en ben benieuwd naar de antwoorden van het kabinet. Ik hoop dat met dit geld de mooie stappen worden gezet naar die nationale projecten en dat het geld dat naar de provincies gaat, ook wordt ingezet voor het natuurbeheer.

Een andere vraag gaat over het klimaat. De heer Pechtold begon heel stevig met "de feiten van het regeerakkoord". Nu citeerde hij zojuist een persbericht van het PBL waarover hij zegt dat hij niet begrijpt dat mensen hier pessimistisch over zijn, omdat het hartstikke goed is. Het PBL geeft aan dat 11 megaton zeker is en dat 26 megaton maximaal door dit kabinet wordt gehaald. Dat is een bandbreedte van 20% tot 50% van de ambitie. Daarmee kun je als D66'er toch niet tevreden zijn? Je kunt hiervan toch niet zeggen dat het hartstikke mooi is dat dit er nu staat? Het laat zien dat er nog heel grote stappen gezet moeten worden en dat het kabinet op dit moment een onvoldoende krijgt.

De heer Pechtold (D66):
Volgens mij is nu vooral het PBL ontevreden over de uitleg van dat fantastische persbericht. Het PBL schrijft hier gewoon: "Het kabinet formuleert doelen om Parijs te halen." Ze geven aan dat ze het doel halen als ze doen wat ze nu voor de helft zelf hebben ingevuld en met energieakkoorden en bestuursakkoorden de rest aanvullen. De getallen die ze neerzetten zijn voldoende om 2 te halen en richting 1,5 te gaan, "49 55" voor de liefhebbers. Ze zeggen: dat is terecht, daarmee haal je het. Voor de helft is het al ingevuld en de rest moet uit de bestuursakkoorden komen. Ze zeggen ook dat de reductie-opgave voor emissiedoelen naar beneden wordt bijgesteld. Zo zie je maar weer dat het een bewegend doel is waarmee je te maken hebt. Dit is een meevaller, net zoals we in de vorige kabinetsperiode dachten miljarden aan de windenergie kwijt te zijn en we nu in de miljoenen zitten.

Ik ben blij met dit persbericht. Nu aan de minister, hier op het hoekje, de taak om het uit te voeren. Ik vind het nog steeds jammer dat u daar niet zit. U had dan zelfs nog een plekje verder kunnen zitten.

De voorzitter:
De heer Klaver, tot slot.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik zie dat de heer Wiebes daar heel anders over denkt, voorzitter.

De heer Pechtold (D66):
Dan had hij de belastingen nog gedaan.

(Hilariteit)

De voorzitter:
De heer Klaver, tot slot.

De heer Klaver (GroenLinks):
Als voorbeeld kijk ik naar het aandeel duurzame energie en wat het PBL daarover heeft laten zien. Er zal aan het einde van de kabinetsperiode minder duurzame energie in Nederland zijn dan als het nieuwe kabinet niets zou doen. Ik kan me niet voorstellen dat D66 daar tevreden mee is. Dit komt doordat de opslag van CO2 wordt betaald uit de subsidieregeling voor duurzame energie. Is de heer Pechtold met mij bereid om ervoor te zorgen dat we de opslag van CO2 uit die subsidieregeling halen, zodat we ervoor zorgen dat het aandeel duurzame energie hoger wordt in Nederland? Ik stelde deze vraag ook aan de heer Buma.

De heer Pechtold (D66):
Ik zal u eerlijk zeggen: ik vond de heer Buma daarover iets te snel zeggen dat we dat misschien moeten doen. Ik citeer nu even hetzelfde PBL: "Door het onderbrengen van de CCS-projecten in de SDE, die subsidieregeling, zal je zien dat er in die wereld concurrentie ontstaat waardoor de prijs lager wordt." Eigenlijk zegt het PBL tegen ons: door (een deel van) die CCS daarin onder te brengen, krijgt het kabinet en de belastingbetaler de kans om per euro subsidiegeld meer reductie te realiseren. Nou, toen ik dat las, dacht ik: niet te snel zeggen dat we dat dus niet meer doen; druk die prijs. Het is hetzelfde als bij die windmolens: we dachten "miljarden" en het werden "miljoenen".

De heer Klaver (GroenLinks):
Voorzitter, dit is een belangrijk punt.

De voorzitter:
Jazeker, alles is belangrijk.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik citeer hier geen persberichten, ik citeer hier rapporten, namelijk pagina 14 van het rapport waar dit persbericht over gaat. Daar ziet u heel duidelijk de berekening staan. Op het moment dat je CCS gaat financieren uit de subsidieregeling voor duurzame energie, heeft dat een rechtstreeks gevolg voor het aantal windmolens dat gebouwd kan worden. Het PBL geeft heel duidelijk aan dat aan het einde van de komende kabinetsperiode het aandeel duurzame niet ongeveer 25% is, zoals wel het geval zou zijn bij ongewijzigd beleid, maar rond de 20%. Ik kan me werkelijk waar niet voorstellen dat D66 hiermee tevreden is. Meneer Pechtold begon met: de feiten, de feiten, de feiten. Kom dan ook met de feiten, meneer Pechtold, en probeer ze niet te verdraaien om het mooier te maken dan het is. Ik wil er graag met u aan werken om ervoor te zorgen dat we de doelstellingen wel gaan halen en dat er meer duurzame energie komt, maar doe niet alsof dat het geval is met de plannen die er liggen.

De heer Pechtold (D66):
Laten we dan het feit nemen en dat is het letterlijke citaat van het PBL: "Het kabinet verbreedt de scope van de SDE+-regeling. Daardoor komen naast hernieuwbare-energieprojecten ook bijvoorbeeld CCS-projecten voor subsidie in aanmerking. De concurrentie binnen de SDE+-regeling neemt daardoor toe, en kan er met hetzelfde budget een grotere emissiereductie worden bereikt." Nou, daar sloeg ik meteen op aan. Ik dacht: dat is mooi.

Op de vraag "ben ik tevreden?", zeg ik: nee, ik ben nooit tevreden. Ik ben pas tevreden als deze minister ook echt — en daar heb ik alle vertrouwen in — resultaten gaat boeken.

De voorzitter:
Het spijt me, mevrouw Thieme, maar ik wil toch voorstellen ... De heer Pechtold staat hier nu bijna anderhalf uur.

De heer Pechtold (D66):
Is het alweer zo laat?

De voorzitter:
Ja. Dat vind ik ook niet het probleem, maar de interrupties zijn te lang en de antwoorden zijn nog langer, met name die van u, mijnheer Pechtold. Ja, echt waar! Ik wil dus voorstellen om het kort te houden. U krijgt, mevrouw Thieme, de gelegenheid om te interrumperen en ik stel voor dat de heer Pechtold daarna gewoon zijn betoog afmaakt, want er zijn nog zeven sprekers.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Prima, voorzitter. Alle begrip.

De heer Pechtold noemde zojuist de warme sanering van 200 miljoen euro voor de varkensboeren in Brabant. Een goede zaak dat dat gebeurt! 200 miljoen belastinggeld is nogal wat om de varkensboeren weg te halen uit kwetsbare gebieden in Brabant. Hoorde ik de heer Pechtold nou net zeggen dat daarmee logischerwijs gepaard gaat dat het niet zo kan zijn dat die varkensboeren of andere varkensboeren die productierechten kunnen krijgen om elders in Nederland weer een varkensbedrijf te starten? Dan verplaats je het probleem immers alleen maar.

De heer Pechtold (D66):
Het is niet bedoeld om een bedrijfstak waar nu problemen zijn, voor de boeren zelf en voor de omwonenden, van het ene probleem in het andere probleem te storten. De provincies, Brabant voorop, hebben nu al heel duidelijk aangegeven daar stappen in te willen gaan maken. Dit kabinet trekt 200 miljoen uit om op een verantwoorde wijze die, ik zou bijna zeggen, driedubbelslag te maken. Het kabinet gaat de boer helpen om met minder of misschien met een andere bedrijfssoort toch zijn boterham te verdienen, de overlast van de omwonenden te verminderen en de maatschappij ervan te verzekeren dat het straks beter gaat met het dierenleed en dierziektes. Dat vind ik een win-winsituatie, waar ik graag ... U noemt het overheidsgeld, terwijl we het in het geval van andere zaken rond klimaat subsidies noemen. Ik vind dat meer dan verantwoord, omdat het een gezamenlijk doel is.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Daar zijn we het met elkaar over eens. Het is alleen belangrijk om ook vast te stellen dat de heer Pechtold ook vindt dat het niet zo kan zijn dat we 200 miljoen uitgeven, die productierechten gewoon blijven bestaan en men elders weer zo'n vervuilend bedrijf kan starten.

De heer Pechtold (D66):
Ik geloof dat de heer Dijkhoff zojuist op een vraag antwoordde: hier pas ik qua detailkennis. Volgens mij ligt het voor een deel bij de provincies, maar ... Ik hoop dat het kabinet me dat morgen precies weet te vertellen, maar het lijkt me dat we geen 200 miljoen uittrekken voor een verplaatsing van een probleem.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Nee, prima. Maar echt, het gaat in dit debat heel vaak over details. Het gaat over de details van van alles en nog wat, medisch-ethische kwesties enzovoort, maar als dit kabinet zegt het groenste kabinet te willen worden, dan moeten ook de fractievoorzitters goed op de hoogte zijn van het wel en wee in ongeveer de meest vervuilende sector van Nederland, namelijk de landbouw.

De heer Pechtold (D66):
Ik ben blij dat mevrouw Thieme ook blij is dat het kabinet dit doet, maar dat stukje hoorde ik nog niet.

Voorzitter, mijn vraag was: wanneer komen de concrete voorstellen? Bij de aankomende begrotingsbesprekingen ziet mijn fractie ernaar uit om heldere prioriteiten per bewindspersoon te krijgen, zodat we daarna precies kunnen volgen hoe onze ambities worden vertaald naar acties. Ik vraag hier om een toezegging, maar met deze bewindspersonen moet dat lukken. Mijn partij had voor iedere portefeuille wel iemand op het oog, maar ik zie nu op iedere post iemand die ik vertrouw.

Voorzitter, wat mag het kabinet vervolgens van mijn fractie verwachten? Steun waar mogelijk, constructieve kritiek waar nodig. Daar staat tegenover mijn grotere verwachting van dit kabinet. Het kabinet behoeft een progressief perspectief. Dat wil zeggen een houding waarmee we open vooruit kunnen denken, een mentaliteit waarmee we kunnen inspelen op wat er gebeurt in de wereld om ons heen. Want dat de wereld ook de komende vier jaar niet stil zal staan, is misschien wel de enige voorspelling die we in deze Kamer gezamenlijk durven te doen.

Wat verwachten we van de oppositie de komende vier jaar? Ik hoop feitelijke kritiek en oplossingsgerichtheid. D66 heeft vele partijen uitgenodigd voor samenwerking en dat blijven we ook doen. Dit is wat mij betreft geen coalitie van 76 tegen 74. Natuurlijk hebben we te maken met getuigenispartijen die nooit meedoen, maar voor de strijd tegen de wegwerppolitiek zijn alle partijen wat mij betreft uitgenodigd. Iedereen in deze Kamer moet zo goed mogelijk een bijdrage kunnen leveren en daarom vraag ik alle partijen, rechts of links, progressief of conservatief, christelijk of seculier: denk mee, doe mee en bouw mee!

Voorzitter, tot slot. Het regeerakkoord is doorwrocht en gedetailleerd en dat is een nuchtere politieke realiteit. Maar nu staat het, met ruime ambitie voor vier jaar hard werk. Uit dit akkoord blijkt dat de politieke wil van het midden er is. De Europese geschiedenis leert ons dat, waar extremen tegenover elkaar komen te staan en het politieke midden verdeeld raakt, de democratie zelf onder druk komt te staan. Het is daarom voor mij als democraat grote winst dat dit akkoord er is gekomen. En nu aan het werk!

De voorzitter:
Dank u wel. Mijnheer Klaver.

De heer Klaver (GroenLinks):
Dit is misschien wel het belangrijkste debat van het jaar. Er is heel lang onderhandeld. Ik wil graag een aantal vragen kunnen stellen over het regeerakkoord. Ik wil een vraag stellen over migratie. In het regeerakkoord is namelijk afgesproken dat drenkelingen nu conform de bestaande internationaalrechtelijke kaders naar de dichtstbijzijnde veilige haven moeten worden gebracht, ook al is dat aan de kant van waaruit men vertrokken is. Het non-refoulementprincipe is hierbij leidend, dus het principe dat iemand niet wordt teruggestuurd naar een land waar hij gevaar loopt. Op welke wijze gaat hier vorm aan gegeven worden?

De heer Pechtold (D66):
In de uitwerking van de verdragen met landen waar dat mogelijk is.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik heb de vraag ook aan de heer Buma gesteld en die geeft heel duidelijk aan dat het zijn ambitie is dat mensen niet eerst naar Europa komen maar dat ze rechtstreeks naar die landen worden gebracht. Hoe gaan we op die boten vaststellen of iemand niet in gevaar is en dat iemand om zijn seksuele voorkeur of politieke opvattingen niet wordt vervolgd of gevaar loopt in het land waar hij naartoe wordt gesleept? Iedereen heeft internationaalrechtelijk gezien recht op een individuele toets. Waar gaat die plaatsvinden?

De heer Pechtold (D66):
Ik denk dat we op de eerste plaats blij mogen zijn als we het op die boten kunnen vaststellen, want op die boot zitten is al levensgevaarlijk. U zei zojuist: u sleept terug. Nee, we beginnen te redden. Feit is dat de meeste bootjes voldoende brandstof hebben om de territoriale wateren uit te komen en niet meer. Dat is de ramp die wij nu met zijn allen zien. De toekomst zal met zich mee kunnen brengen dat duidelijk Europees beleid betekent dat mensen niet meer in handen vallen van die misdadigers — zo durf ik hen te noemen — die nu misbruik maken van penibele situaties of de terechte wens om een beter leven op te bouwen. Daar maken ze misbruik van. Daardoor verdrinken de mensen. We willen dus zorgen dat in de toekomst die bootjes eigenlijk helemaal niet meer gaan varen, omdat duidelijk is dat, als je je meldt in Noord-Afrika in een land dat voldoet aan die verdragen, met kampen waar organisaties op toezien, daar wordt vastgesteld of je recht hebt op asiel in Europa ja of nee. Dat zal de praktijk in de verre toekomst zijn. In de tussentijd zullen we, lerend, zoals we ook bij de Turkijeafspraken hebben gezien dat sommige dingen wel werken en sommige dingen niet, dit soort afspraken in Europees verband proberen te maken.

De heer Klaver (GroenLinks):
We zien echt wel een andere Pechtold nu hij in de coalitie zit, waarin hij niet meer de scherpe vragen kan stellen maar ze moet beantwoorden. Dan krijgen we behoorlijk wollige antwoorden, om heel eerlijk te zijn. Mijn vraag was namelijk tamelijk concreet. Die ging niet over wat het brede idee is van deze coalitie om afspraken te maken met landen en deals te sluiten, nee, dat staat vrij overzichtelijk opgeschreven. Dit gaat over het punt dat we mensen willen oppikken uit zee en rechtstreeks terug willen brengen naar Noord-Afrika. Dat heb ik volgens mij goed gelezen in het regeerakkoord. Vervolgens komt er een zinnetje achteraan, namelijk dat het recht op non-refoulement wordt gerespecteerd. Waarom wil ik dit graag weten? Hierom: niet én Buma én Pechtold kunnen allebei gelijk hebben. Ik wil weten of de heer Pechtold niet met een kluitje in het riet is gestuurd, met een klein zinnetje over non-refoulement, dat zo prachtig internationaal en wijs klinkt maar in de praktijk helemaal niks gaat betekenen. Dus nogmaals mijn vraag: als we iemand uit zee oppikken en op een boot zetten en als we hem terug gaan brengen naar Noord-Afrika, op welke wijze wordt dan vastgesteld dat deze persoon niet hoeft te vrezen voor zijn leven, voor vervolging of voor zijn geweten?

De heer Pechtold (D66):
Ik weet niet waar ik het dedain en de denigrerende houding van de heer Klaver aan verdiend heb. Hij verwijt mij dat ik lang praat en wollige taal gebruik voor een heel ernstige situatie in de Middellandse Zee. Hij zegt dat ik lang nodig heb om te antwoorden. Meneer Klaver, dit is waar we wekenlang met u wollig over spraken. Ik heb in drie weken kritiek gehoord over btw en noem maar op, maar die principiële ondergrens heeft u niet gezien en niet vastgesteld, en daar is niet doorheen gezakt. Tot op de dag van vandaag heb ik u daar niet over gehoord.

De heer Klaver (GroenLinks):
Hier illustreert de heer Pechtold het hele punt dat ik maak. Ik stel een heel concrete vraag. Daar ging het inderdaad over.

De heer Pechtold (D66):
Binnen alle rechtsstatelijke verdragen. Binnen alle verdragen.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik stel u een heel concrete vraag. Hier ging het inderdaad over in de onderhandelingen, en ja, voor ons ligt daar een grens. Daarom vraag ik er heel precies naar. Het gaat mij niet om het algemene uitgangspunt dat alles binnen de verdragen moet blijven. Dat is papier en dat is geduldig. Het gaat over de praktijk. Al die keren heb ik dat gezegd. Ik vraag u naar de praktijk. Ik vraag u niet hoe het staat opgeschreven. Ik vraag: wat gaat het betekenen? Het is de ambitie van dit kabinet om mensen rechtstreeks terug te sturen naar Noord-Afrika. Dan vraag ik u: als mensen uit zee worden gevist, hoe stelt u dan vast dat deze mensen niet hoeven te vrezen voor vervolging, voor hun geweten of voor hun seksuele geaardheid? Hoe stelt u dat vast?

De heer Pechtold (D66):
Individueel. Er is geen praktijk meer van 1850, want dat is voorbij. Er is geen ideale praktijk van 2030 voor het klimaat of van 2050 voor de rest van het klimaat. Er is geen realiteit rond verdragen nu. Politieke partijen kijken hoe ze zelf realiteit maken door hun ambities om te zetten in compromissen en in afspraken, en maken daarbij randvoorwaarden. De randvoorwaarden waarover wij gesproken hebben, zijn heel erg duidelijk. Wij willen voorkomen dat mensen nog verdrinken. Wij willen goede opvang regelen in landen waar dat verantwoord is. Wij houden ons aan het feit dat we niet terugsturen naar gebieden waar mensen onveilig zijn. Dat betekent dat mensen, als zij zich in dat kamp melden, individueel getoetst zullen worden: ben je op de vlucht voor oorlog en geweld, voor politiek, voor je geaardheid, voor je geloof of wat dan ook, of zoek je een beter leven? Dat laatste mag, maar we kunnen het helaas niet honoreren. Voor al die andere gevallen zullen we per keer kijken en daar maken we afspraken over. Meneer Klaver, realiteit vorm je door als politieke beweging verantwoordelijkheid te nemen, mee te doen en te zorgen dat de regels zo worden als je wilt.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Klaver (GroenLinks):
Mijn vraag was: hoe dan en waar dan? Als ik het nu goed hoor, zegt de heer Pechtold: we pikken mensen op uit zee, die worden naar Noord-Afrika gebracht, en daar krijgen ze de individuele toets of iemand veilig is of niet. Non-refoulement, het beginsel dat in het Vluchtelingenverdrag staat, gaat erover dat we niemand terugsturen zonder dat we zeker weten of iemand daar veilig is. Wat de heer Pechtold schetst, is dit: we sturen mensen terug naar Noord-Afrika. Daar is de toets of iemand veilig is of niet. Als de heer Pechtold nu zegt dat dat niet waar is, moet het bijna plaatsvinden op die bootjes. Dan is de vraag: gaat de kapitein dat doen, worden er op die bootjes commissies ingesteld? Ik wil van de heer Pechtold weten hoe.

De heer Pechtold (D66):
Als je het niet wilt snappen, is dat een probleem, maar dit is heel duidelijk. Het uiteindelijke doel is dat mensen helemaal niet meer op die boot gaan zitten, maar zij zitten er nog wel op. Pas als er een verdrag met een veilig land is of als er een veilige plek onder toezicht van internationale organisaties is, gebeurt dit. Daarom hebben we daar wekenlang ook met u over gesproken. Het gebeurt pas als er een plek is waar perspectief is, waar opvang is en waar toetsing kan plaatsvinden. Pas dan kunnen daar ook mensen worden opgevangen. Is dat nu realiteit? Nee. Werpen sommigen verdachtmakingen op als zou dat in de nabije toekomst met Libië kunnen? Natuurlijk niet! Dat kan alleen op plekken waar dat verantwoord gebeurt. Dit is allemaal om te voorkomen dat die mensen op die boot gaan zitten.

De voorzitter:
Dan wil ik nu eigenlijk...

De heer Klaver (GroenLinks):
De heer Pechtold werpt mij hier voor de voeten dat ik het niet wil begrijpen. Ik begrijp het dondersgoed, meneer Pechtold. Wekenlang hebben we hierover gesproken. In ieder detail hebben wij ons verdiept. Waarom? Omdat dit over mensen gaat die kwetsbaar zijn en omdat ik erin geloof dat het Vluchtelingenverdrag geen dode letter moet zijn, maar een levend document. Het hele principe van non-refoulement, dus dat mensen niet worden teruggestuurd naar een gebied waar zij gevaar lopen, moeten we hoog houden. Als ik u vraag waar dat dan wordt vastgesteld en u dat niet precies weet, baart mij dat zorgen.

De heer Pechtold (D66):
Op een veilige plek. Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Asscher van de PvdA.

De heer Asscher (PvdA):
Voorzitter. In de eerste plaats, gefeliciteerd. Daar zit u dan met z'n allen. Vinden jullie het nog leuk? Het gemene is dat zij niets terug moeten zeggen. Morgen is dat ook zo. Alleen Mark Rutte mag wat zeggen. Toen de premier vanochtend vertelde dat de deur van de Trêveszaal op een kier stond, dacht iedereen nog: dat is interessant. Nu denkt de helft: we kunnen er dus nog uit? Er komen meer van dit soort dagen. Het is best leuk aan de andere kant, kan ik u melden.

"De zon die doorbreekt, een vers kopje thee". Ik weet zeker dat velen van u dit belangrijke citaat herkennen. "Alles kan een mens gelukkig maken", van de bekende Amsterdamse volkszanger René Froger. Toen ik wat jonger was, werd ik weleens met hem vergeleken. De laatste tijd word ik meer met de rapper Usher verward overigens, maar dat is nog onwaarschijnlijker. René Froger zingt daar dat hij, terwijl eigenlijk allerlei dingen in orde zijn, best vaak simpelweg wat gelukkiger zou willen zijn. Het lijkt erop dat het nieuwe kabinet die wijsheid van René Froger heeft begrepen. Want wat lees je in de inleiding van het regeerakkoord? "Een goed land is meer dan alleen macro-economische cijfers en internationale ranglijsten". Overigens kan ik u melden dat economische krimp ook bepaald niet gelukkig maakt. Die hebben we de afgelopen jaren meegemaakt en daar word je ook niet blij van. Het kabinet heeft de ambitie om het vertrouwen in de toekomst terug te brengen. Die ambitie is terecht. We zijn hier vandaag om een eerste oordeel te geven, een eerste indruk te krijgen van de vraag of het antwoord dat Rutte III formuleert ook adequaat is.

Hoe staan we ervoor? Er is heel veel om dankbaar voor te zijn, om trots op te zijn in dit land. Er is groei, er zijn overschotten op de begroting, er is vertrouwen van consument, van producent. Maar dat is niet het hele verhaal. Veel Nederlanders hebben ervaren dat basale zekerheden onder druk staan, in de economische crisis, maar ook nu die crisis voorbij is. Soms gaat het om meer abstracte zekerheden die net zo zwaar zijn: wie wij zijn, hoe wij onze tradities waarderen en behouden, en wat onze plek is in de wereld. Soms gaat het om heel concrete, praktische zekerheden: onze kinderen krijgen amper een vast contract en fijn wonen wordt voor velen onbetaalbaar. Het beleid van de afgelopen jaren, waar de Partij voor de Arbeid medeverantwoordelijk voor was, heeft eraan bijgedragen dat de economie weer groeit en dat de verzorgingsstaat nog weer jaren meekan. Bovendien hebben we veel gedaan om de inkomensverschillen daarbij zo min mogelijk te laten oplopen.

Maar het beleid heeft de onzekerheid over sommige onderwerpen vergroot. Ook zien we dat de kosten van de groei — een zeer flexibele arbeidsmarkt, het uitwonen van de aarde en haar natuurlijke hulpbronnen, een gestreste samenleving — worden gedragen door heel veel mensen, terwijl de baten door een steeds kleiner groepje worden genoten. Zo is Nederland ondanks onze welvaart, ondanks ons mooie sociale stelsel en ondanks onze goede zorg een land geworden dat tegelijk heel gelukkig is en fundamenteel onzeker. Het is logisch. We zoeken allemaal vaste grond onder de voeten zodat we vooruit kunnen in het leven. Die vaste grond moeten wij bieden. Wij moeten zorgen dat de bescherming er is voor iedereen, dat iedereen zich zeker voelt. Met vertrouwen de dag van morgen tegemoet treden kan alleen als je van bepaalde zaken gewoon op aan kan. Een baan waarmee je vooruit durft te plannen en waarbij je dus zekerheid ervaart, een betaalbaar huis in een fijne buurt en goede zorg als je die nodig hebt.

Vertrouwen in de toekomst begint dus met zekerheid vandaag. Als politieke partijen spelen we daar een essentiële rol in. Niet te ontkennen valt immers dat de politiek en de politieke partijen zijn aangevreten door het algemene gevoel van moedeloosheid dat zich van veel mensen meester lijkt te hebben gemaakt. Men vraagt zich af of het wel zin heeft om te stemmen. Velen zijn op dit moment van plan het stemhokje te mijden. Er heerst een ongeloof in de mogelijkheid dat de politiek oplossingen kan aandragen voor de maatschappelijke crisis die zich aandient. Aldus Joop den Uyl in 1981 in zijn korte toespraak van tweeënhalf uur, Tegen de stroom in. Hij beschrijft daarin hoe sociale verhoudingen uit elkaar dreigen te vallen en hoe belangrijk het is dat politiek van oppositie en coalitie dan daadwerkelijk recht doet aan de behoefte aan zekerheid van ieder mens. Dat is dus onze opdracht.

Des te belangrijker is het om als politieke partijen te vermijden dat we bijdragen aan het cynisme over de politiek. Ik ken een politicus die een boek heeft geschreven, Tegen het cynisme. Ik heb het over de heer Buma. Hij heeft hier in zijn eerste uiting — ik dacht "het is bumor", maar het is niet teruggenomen — gezegd dat een nieuw kabinet zich niet aan de wet moet houden. Dat voedt het cynisme, dat is niet goed. We hebben net gezien dat er afspraken zijn over gevoelige kwesties die niet zijn opgeschreven, maar wel zijn gemaakt. Dat voedt het cynisme, dat is niet goed. Ik gun dat dit nieuwe kabinet niet. Ik hecht eraan dat men opschrijft en zegt wat men doet, maar wel staat voor de rechtsstaat en de afspraken die er zijn.

Voorzitter. In die inleiding die ik al instemmend citeerde, lezen we mooie woorden over zekerheid en vertrouwen.

De heer Pechtold (D66):
Wat het cynisme ook voedt, is wanneer je een misverstand of een feitelijke onjuistheid blijft voeden. Mijn vraag is: wat was er nou zojuist ... U duidt waarschijnlijk weer op dat verhaal van die abortuspil. Wat is er nog niet duidelijk aan? Want echt, bevraag me, bevraag de premier: er is geen afspraak gemaakt. Het is de conclusie van vier partijen — dat heeft u in het overzicht gezien; daarom hoefde het ook niet in het regeerakkoord te staan — die uit eigen beweging is gemaakt. Daar is niets geheimzinnig aan. Cynisme wordt dus ook gevoed wanneer je vanuit de oppositie — wij moeten allebei aan onze nieuwe rol wennen — een misverstand maar blijft voeden terwijl de ander dacht dat dat misverstand was weggenomen. Anders blijf ik hier staan zolang we er niet uit zijn.

De heer Asscher (PvdA):
Het is terecht dat u dat vraagt. Wanneer Pechtold zegt dat het niet bewust was dat Rutte dat toen ontkende, neem ik dat zo van hem aan en ook dat dat pas kortgeleden aan het licht kwam. Daar gaat het nu niet over. Er is wel de keuze gemaakt om die afspraak te maken en niet in het regeerakkoord te zetten. Dat vind ik vreemd.

De heer Pechtold (D66):
Maar ook dat is overzichtelijk. Je schrijft toch niet ... Ik zou bijna zeggen: u zat er zelf een keer bij. We hebben het regeerakkoord gemaakt over de dingen waar we een afspraak over moesten maken, omdat de ene partij de andere — een tegen drie, drie tegen een, twee tegen twee, in wisselende samenstelling — daaraan wil houden. In dit geval was er geen afspraak nodig, want alle vier zeiden: deze wet willen we niet. Daarnaast kom je dan met de lijst van wetsvoorstellen en die beoordeel je allemaal. Dat hebben we heel laat gedaan. Pas afgelopen maandag kregen we dat overzicht en toen kwam deze wet langs. Daarover hebben we open en duidelijk geschreven: deze gaat niet door. Maar dat was geen afspraak. Een afspraak is nodig als er verschil is tussen vier meningen, maar dat was er niet.

De heer Asscher (PvdA):
Nou, voorzitter. Ik neem het nu van Pechtold aan, maar ik heb er moeite mee om het aan te nemen, omdat D66 met de Partij van de Arbeid heeft gepleit voor het opnemen van de abortuspil in het huisartsenpakket. Je kunt zeggen dat je de wet niet goed vindt, maar dan verander je die wet. Maar nu is de afspraak gemaakt om het te schrappen. Daar is ook al over gerapporteerd in de gereformeerde dagbladen. Het is daar gevierd. Als het klinkt als een afspraak, eruit ziet als een afspraak en overkomt als een afspraak en veel partijen zich er bovendien aan houden, dan lijkt het een afspraak.

De voorzitter:
Volgens mij is dit punt voldoende gewisseld.

De heer Pechtold (D66):
Ik vind het allemaal prachtig, maar als ik iets inlever, doe ik dat met open vizier. Dan zeg ik ook dat ik het niet voor elkaar heb gekregen. Had ik verder gewild met sommige delen van embryokweek? Ja, dat had ik gewild. Is me dat gelukt? Nee. Maar andere zaken wel. Daar ben ik heel eerlijk over. Op dit gebied — lees wat de schriftelijke en misschien ook mondelinge inbreng van mevrouw Dijkstra in het verleden is geweest — was er al bezwaar tegen de manier waarop de wet tot stand werd gebracht. Daarom trekken wij hem in. Het was de mening van vier partijen. Daarom geen afspraak, maar gewoon in het overzicht. Niks spannends, niks raars: heel duidelijk. Of we zijn het nu eens en dan moet u mij erop vertrouwen dat het zo is, of we houden het verhaal in de lucht dat er iets spannends is gebeurd, maar dat vind ik voor de doelgroep heel erg pijnlijk.

De heer Asscher (PvdA):
Oké. Fair enough.

In de inleiding die ik citeerde, lezen we mooie woorden over zekerheid en vertrouwen. Ik heb al vaker gezegd dat we ook voorstellen zien die bijdragen aan die dagelijkse zekerheid: meer vaderschapsverlof, het aanpakken van schijnzelfstandigheid, minimumtarieven voor zzp'ers, extra geld voor de verpleeghuiszorg. Desalniettemin zie je ook een ideologische keuze van het kabinet naar rechts, met miljarden aan lastenverlichting voor groepen die dat niet nodig hebben. De grootste investering van dit kabinet is niet in de samenleving, maar in lastenverlichting voor multinationals en aandeelhouders. Het Nederlandse gezin dat het meest baat heeft bij dit kabinet, is dat van mevrouw Heineken, die straks 26 miljoen euro kan bijschrijven door het schrappen van de dividendbelasting. We hebben er vandaag een aantal keren naar gevraagd. Het verhaal wordt steeds vreemder.

Het kan anders en het moet beter. Ik denk dat er een prachtige gelegenheid is om tussen oppositie en coalitie andere keuzes te maken: 1,4 miljard euro. In samenwerking met GroenLinks en de Socialistische Partij hebben wij laten zien dat het ook anders kan, door zes fundamentele voorstellen die heel andere keuzes met zich mee brengen en waarmee we nu investeren in de zekerheid in Nederland. Het eigen risico afschaffen. Extra loon voor politieagenten, mensen die werken voor de publieke zaak. De leraren helemaal in hun eisen tegemoetkomen, in plaats van de eerste stap die al zo zwaar bevochten werd. Wij laten zien dat de lasten niet verlaagd moeten worden voor de aandeelhouders in ruil voor duurdere boodschappen, maar dat het andersom kan. Vraag wat extra aan de mensen die het heel goed hebben en zorg dat dit terechtkomt bij de grote groep Nederlanders die het nodig heeft.

Die zes voorstellen laten ook zien dat je een optimistischer, wervender verhaal voor Nederland kan maken met de uitgangspositie die dit kabinet heeft gekregen. Optimistischer dan Rutte III, vrolijker dan Rutte III, aantrekkelijker dan Rutte III.

De nieuwe generaties Nederlanders verdienen het dat nationale trots en identiteit niet wordt gereduceerd tot een afvinklijstje. We hebben voor Buma het volkslied geleerd, voor Pechtold het Rijksmuseum bezocht en we zijn langs het parlement geweest. Allemaal prachtig. Nee, zeg ik tegen de heer Buma, vrijheid is niet het probleem. Vrijheid is de oplossing. Laten we onze kinderen opvoeden om die waarde en die vrijheid echt te vieren. Laat de kunsten bloeien, breng muziek terug in de klas. Leer kinderen dat kunst ook ongemakkelijk kan zijn, tot nadenken stemt en een intrinsieke waarde heeft.

Vertrouwen hebben in de toekomst kan alleen als we weer vertrouwen krijgen in elkaar. Dat ontstaat door die zekerheid samen te bouwen. Stel je ons land voor met de sterke economie die we nu hebben, maar ook met nieuw zelfvertrouwen in scholen, in ziekenhuizen, in buurten en sportclubs, met trotse mensen die bijdragen wat ze kunnen en krijgen wat ze verdienen. Mensen die zich gewaardeerd weten. Voor dat land wil ik de komende jaren strijden. Vanuit de oppositie, met mijn fractie, met andere partijen, trots en met passie. Een alternatief bieden. Niet alleen maar tegen, ook niet tegen andere partijen, maar voor een Nederland waarin we weer zeker zijn van ons bestaan. Met GroenLinks, met de SP, met de FNV en de CNV, met Greenpeace, met de stakende leraren en met de fietsbezorgers van Deliveroo. Laten we zicht houden op wat ook kan: een modern land met gelukkige en verbonden inwoners, techniek ten dienste van de mens, een ontspannen levenshouding en divers in alle geledingen, met een agenda die zich richt op de toekomst door te kiezen voor het nu, voor de leraar, voor de verpleegkundige, voor de politieagent.

De vraag boven dit debat is of dit kabinet gaat kiezen voor het ijzeren eigen gelijk van 76 zetels — in dat geval: veel succes daarmee en sterkte, het wordt eenzaam — of dat die hand — we doen echt politiekeclichébingo: de uitgestoken hand, de warme hand, de kleffe hand, de slappe hand — wat voorstelt. Ik denk dat we iedereen een enorme dienst bewijzen door die clichébingo op een gegeven moment ook te beëindigen en te kijken hoe het zit.

Links en rechts verbinden, dat heeft de premier beloofd. Het is niet gelukt in het akkoord. De uitgestoken hand gaat in elk geval niet naar de wijkverpleegkundige, niet naar de oudere werkloze, niet naar de leraar in het vo en het mbo, niet naar de huurders, die een bezuiniging krijgen, niet naar politieagenten, niet naar arbeidsgehandicapten, die onder het minimumloon moeten gaan werken, niet naar mensen met een uitkering, niet naar ouderen met alleen een AOW en niet naar flexwerkers die meer bescherming nodig hebben dan hier geboden wordt. De uitgestoken hand gaat vooralsnog naar de Chinese, Amerikaanse en Russische beleggers. Een goedgevulde, rijkgevulde hand. Prachtige cadeaus. Moet je voorstellen wat je daarmee kunt doen, wat die miljarden kunnen betekenen voor de mensen in Nederland.

Toch kan het nog steeds. Daarom wil ik hier een motie indienen om te kijken of er nu samenwerking komt of niet. Ik realiseer me dat het ongebruikelijk is, dus ik vraag op basis van artikel 66, lid 2 van het Reglement van Orde om verlof om dat in de eerste termijn te doen, mede namens collega's Roemer, Klaver, Krol, Thieme, Kuzu, Baudet en Wilders.

De voorzitter:
Dan moet de Kamer daarmee instemmen. U hebt wel heel veel namen, maar het is nog geen meerderheid.

De heer Asscher (PvdA):
Ik snap het. Ik ben heel benieuwd.

De voorzitter:
De vraag is of de heer Asscher een motie zou kunnen indienen in eerste termijn. Dat kan alleen als een meerderheid daarvoor is. De heer Dijkhoff.

De heer Dijkhoff (VVD):
Ik wil eerst vragen of de heer Asscher morgen niet aanwezig is, bij de tweede termijn.

De heer Asscher (PvdA):
De vorige keer dat dit gebeurde in het debat over de regeringsverklaring, was het de fractievoorzitter van de VVD die dat deed in eerste termijn. Hij had daar goede redenen voor. Ik wil die ook graag toelichten als u mij toestaat om die motie in te dienen. De motie-Zijlstra was dat toen. U weet wel.

De heer Dijkhoff (VVD):
Ja, ongetwijfeld. Die ken ik. Misschien denkt u dat dat een manier is om weer minister te worden. Het is de heer Zijlstra ook gelukt.

De heer Asscher (PvdA):
Zo had ik het niet bedacht.

De heer Dijkhoff (VVD):
Ik zou dat graag eerst horen, voordat ik beslis of het een goed idee is. Ik had gedacht dat het antwoord van het kabinet een rol zou kunnen spelen bij de vraag of er een motie komt, hoe die eruitziet en of wij als coalitiepartijen daar misschien iets in zien. Ik had eerlijk gezegd die volgorde verwacht. De heer Asscher kennende, heeft hij een goede reden waarom hij het nu wil doen. Maar die wil ik dan wel eerst graag horen.

De heer Asscher (PvdA):
Zeker. Meteen duidelijk: ik ben heel benieuwd hoe de nieuwe coalitie zal omgaan eerst met het procedurele verzoek om een motie te mogen indienen. Wat wil ik doen? Ik heb bij het debat over het regeerakkoord gevraagd om de bezuiniging op de wijkverpleegkundigen te schrappen. Dat is urgent. Dat leeft enorm. Er zijn tienduizenden handtekeningen verzameld vanuit de wijkverpleging. Het leidt ook tot grote zorgen bij patiënten, bij ouderen. Vervolgens hebben wij het kabinet geschreven bij zijn constituerend beraad, de oprichtingsvergadering, dat hier iets mis dreigt te gaan, dat je jezelf als kabinet zo'n start niet moet toewensen en dat het een valse start wordt. Je komt in een uitlegstand van iets wat helemaal niet uit te leggen is: in tijden van overschotten bezuinigen juist op mensen die dat werk doen. Schrap dat. Om nu te voorkomen dat het uitgestoken handen blijft wapperen en dat het kabinet morgen in eerste termijn geen reactie kan geven op wat ik wil voorstellen, wil ik de motie graag indienen. Ik zeg er meteen bij: als de heer Dijkhoff mee wil tekenen, of suggesties heeft voor wijzigingen, dan sta ik daar zeer voor open. Ik vind het echter belangrijk om op dit punt in het debat de motie in te dienen, omdat de vraag boven het debat is: wordt het 76-74, of wordt het meer? Daarom vraag ik verlof aan de meerderheid van de Kamer om de motie te mogen indienen.

De heer Van der Staaij (SGP):
Het is, zoals eerder aangegeven, heel ongebruikelijk om dat in eerste termijn te doen. Wij hebben het wel eens aan de orde gehad met moties van wantrouwen. Eerlijk gezegd vind ik ook de uitleg niet echt verhelderend. Het punt dat de heer Asscher naar voren brengt, is duidelijk. De normale gang van zaken is dan dat eerst de reactie van het kabinet wordt afgewacht en dat in tweede termijn een motie kan worden ingediend als men de reactie van het kabinet onbevredigend vindt. Ik vind het een heel ingewikkelde figuur dat wij al tijdens onze inbreng, zonder één woord van de kant van het kabinet, moties gaan indienen.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Het is nu een soort procedureoverlegje. Ik weet niet of de nieuwe minister van Buitenlandse Zaken weet waar de motie-Zijlstra over ging, maar ik kan mij dat niet herinneren. Het punt van de heer Asscher, over de wijkverpleging, is echter een serieus punt. Hij vraagt om daar serieus naar te kijken, maar het wordt moeilijk als hij dat in de eerste termijn via een procedureel trucje doet. Als de heer Asscher wil weten hoe het kabinet op dit punt reageert, zou hij het dictum van de motie als vraag aan het kabinet kunnen stellen — dit is wat ik wil, antwoord u daarop — en zou hij, als het antwoord nee is, de motie alsnog kunnen indienen. Het indienen van een motie zonder dat er überhaupt iets is gezegd door de premier, is niet in het voordeel van de heer Asscher. Het wordt voor mij namelijk raar om voor die motie te stemmen, omdat ik graag eerst de premier wil horen. Los van het feit of ik de motie kan steunen, is het punt van de heer Asscher terecht, maar hij doet daar afbreuk aan door te stellen dat hij een motie wil indienen, ongeacht wat er gezegd wordt. Stel de vraag, wacht het antwoord af en dien daarna al of niet een motie in.

De heer Asscher (PvdA):
Dit zijn allemaal ongetwijfeld goedbedoelde collegiale en vriendschappelijke adviezen, maar ik heb erover nagedacht. Ik maak hier een punt van, juist omdat anders het hele debat blijft in de sfeer van afwachten. Zal het kabinet bewegen? Ik denk het niet. Ik vraag de collega's niet wat zij van de motie vinden en of zij die zullen steunen. Ik vraag alleen of ik de motie mag indienen, omdat ik het belangrijk vind om juist de premier de kans te geven om inhoudelijk in te gaan op het gestelde in de motie. Als men mij weerhoudt om de motie in te dienen, is dat ook een signaal. Dat doet de Kamer dan met een beperkte meerderheid. Volgens mij is het collegialer om mij de motie te laten indienen — of het laatste verstandig is of niet, bepaal ik graag zelf — waarna de premier daarop kan reageren. Ik doe dus een collegiaal verzoek aan de coalitiepartijen om daarin te bewilligen.

De heer Pechtold (D66):
Dit punt komt er inderdaad aan, zoals collega Asscher al heeft aangekondigd. Volgens mij zijn mensen die in de wijkverpleging werken vooral geïnteresseerd in wat collega Asscher nu wil. Ik hoor hem zeggen dat hij bereid is om de motie eventueel nog aan te passen. Zou het een idee zijn dat de heer Asscher de motie niet indient, maar de tekst die hij nu voor zich heeft gewoon voorleest? Daarna kunnen wij het debat over de inhoud voeren. Wij kunnen dan bezien of wij gezamenlijk kunnen komen tot iets waarbij de inhoud vooropstaat, in plaats van hier zo laat nog over procedurele aspecten te spreken. Het is een voorstel waar wij, denk ik, heel ver mee kunnen komen. Als de heer Asscher mij dwingend vraagt of hij de motie mag indienen, dan denk ik: waarom zou ik de heer Asscher tegenhouden? Maar als hij zegt dat hij de motie eventueel nog wil aanpassen, laten wij het nu dan over de inhoud hebben.

De heer Asscher (PvdA):
Dit stel ik zeer op prijs, maar dan doe ik het allebei. Met de steun van de heer Pechtold is er een meerderheid om de motie nu in te dienen. Ik zal de motie voorlezen. Ik verklaar daar meteen bij dat ik bereid ben om de motie aan te passen als dat de motie sterker maakt. Ik zal de motie voorlezen.

De voorzitter:
Eerst de heer Dijkhoff.

De heer Dijkhoff (VVD):
Ik heb uitleg gevraagd en gekregen. Ik heb er even over nagedacht, maar ik snap het nog niet helemaal. Ik zie echter geen reden om bezwaar te hebben tegen het indienen van de motie. Wij weten in ieder geval dat de motie "de motie-Asscher" zal heten. Verder ben ik benieuwd wat erin staat.

De heer Asscher (PvdA):
Voorzitter, zeer bedankt voor deze uitgestoken collegiale hand.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat wijkverpleegkundigen de grootste groep ouderen verzorgen;

constaterende dat wijkverpleegkundigen fantastisch werk doen maar het zwaar hebben door gebrek aan collega's en gebrek aan tijd;

van mening dat alle ouderen moeten kunnen rekenen op goede zorg, in verpleeghuizen én thuis;

van mening dat het beperken van de werkdruk van wijkverpleegkundigen en de kwaliteit van de zorg voorop dienen te staan bij nieuwe hoofdlijnenakkoorden;

verzoekt de regering de wijkverpleegkundigen uit te zonderen van bezuinigingen bij het sluiten van nieuwe hoofdlijnenakkoorden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Asscher, Roemer, Klaver, Krol, Thieme, Kuzu, Baudet en Wilders.

Zij krijgt nr. 8 (34775).

De heer Pechtold had een vraag.

De heer Pechtold (D66):
Dan wil ik nu graag vragen over de inhoud kunnen stellen. Kijk, want hoofdlijnenakkoorden zijn heel gewoon; bij het vorige kabinet, de SP-fractie heeft ze in haar verkiezingsprogramma, ook als het gaat om de zorg en de wijkverpleging. Dus wat dat betreft niets nieuws onder de zon. Het is bedoeld om te zorgen dat iedere euro in de zorg zo efficiënt mogelijk besteed wordt. Het is niet bedoeld om via een omweg dingen te doen die we niet via de hoofdlijnenakkoorden proberen te doen, namelijk de kwaliteit van de zorg aanpakken. Volgend jaar komt er al iets van 250 miljoen erbij. Er zit dus een stijging in het geld dat naar de wijkverpleging gaat. Nu hebt u het over de wijkverpleegkundigen. Interessant voor het kabinet, maar voor mij ook richting morgen, is of bedoeld is te zeggen dat het niet vooral gezocht moet worden in de werkdruk, maar vooral in het efficiënter werken van die organisaties. Roemer had het daar vanmiddag ook over. Dan heb je het dus niet over de cliënten of over de mensen die er werken, maar je zorgt dat die organisaties misschien voor hetzelfde geld meer kunnen doen. Voor de afweging van mijn fractie is het wel heel belangrijk of we het eens zijn of dat ook de intentie van de PvdA-fractie is.

De heer Asscher (PvdA):
Ik snap die vraag heel goed. Ik vind het ook een terecht punt. Op zichzelf is het goed om hoofdlijnenakkoorden te sluiten. Volgens mij hebben alle politieke partijen daar ook voor gekozen in de verkiezingsprogramma's. Dat de kosten stijgen en dus de uitgaven aan de zorg, is ook niet verwonderlijk. De zorgvraag stijgt doordat er meer ouderen gebruik van maken, ervan afhankelijk zijn, en langer thuis blijven wonen, wat we ook willen. Dat betekent dat de hoeveelheid zorg die moet worden geleverd, toeneemt. Daarom is het ook zo belangrijk dat we voldoende goede wijkverpleegkundigen kunnen blijven vinden. Maar het effect van de manier waarop die 1,9 miljard ingeboekt is door het kabinet, is, zegt het Centraal Planbureau, doordat de wijkverpleegkundigen niet zijn uitgezonderd, een korting van 100 miljoen. Wat betekent dat in de praktijk, heel huiselijk gezegd? Dat die vrouwen en mannen die dat werk doen minder tijd per patiënt hebben. In een situatie waar de werkdruk al heel hoog is — u weet dat, ik weet dat; de verhalen over hoe ze kriskras door de stad fietsen om iedereen te zorg te bieden die ze verdienen, zijn best indrukwekkend — is het ingeslagen als een bom.

Iedereen is blij met de 2,1 miljard voor de zorg in de verpleeghuizen, liefdevolle zorg, maar het staat in zo'n schril contrast tot deze 100 miljoen. Wij hebben in ons verkiezingsprogramma gekozen voor hoofdlijnenakkoorden — dat is denk ik nodig — maar bewust de wijkverpleging uitgezonderd en zelfs 300 miljoen intensivering opgenomen. Dat is niet waar ik nu om vraag. Waar ik nu om vraag, is niet om het kabinet de mogelijkheid te ontzeggen om die akkoorden te sluiten of om afspraken te maken over het verstandig omgaan met het geld van de belastingbetaler, maar wel om meteen duidelijk te maken dat die wijkverpleegkundigen niet nog meer werkdruk gaan ervaren, dat zij worden uitgezonderd, dat zij niet nog harder moeten fietsen, want ze branden gewoon op en ze knappen af. Dat moeten we niet willen, niet voor hen, maar ook niet voor onze ouderen.

De heer Van der Staaij (SGP):
Het risico van dit punt vind ik een beetje dat we heel erg een beetje een technische discussie krijgen over het dempen van een taakstelling in het kader van een hoofdlijnenakkoord waarvan je eigenlijk nog in de verste verte niet weet hoe het precies gaat uitpakken, en of ook niet bureaucratie aangepakt kan worden, waardoor we zeggen: nou, maar dit is eigenlijk wel een goed punt. Is de heer Asscher met mij eens dat het inhoudelijke punt dat hieronder ligt, is dat we met elkaar niet willen dat die zorg verschraalt, ook al zou er wel nog weer 50 miljoen bovenop gaan? Die zorg mag niet verschralen en die zorg moet nog beter worden. Is hij met mij eens dat dat het springende inhoudelijke punt is waar we ons sterk voor maken?

De heer Asscher (PvdA):
Zeker en dat is ook heel huiselijk en niet technisch. Die zorg is zo ongelooflijk belangrijk voor zo veel mensen in Nederland, voor ouderen maar ook chronisch zieken en gehandicapten die zien hoe ongelooflijk hard er gewerkt wordt. Het is fantastisch als er bureaucratie wordt weggesneden, want dat levert meer geld op voor uren voor die verpleegkundigen, maar maak dan meteen duidelijk, ook richtinggevend aan het kabinet, dat deze groep moet worden uitgezonderd als ze die hoofdlijnenakkoorden gaan sluiten. Volgens mij zijn de heer Van der Staaij en ik het eens, voorzitter.

De heer Van der Staaij (SGP):
Wij zijn het zeker eens dat wij daar bijzonder voorzichtig mee om moeten gaan, maar dat het ook niet kan zijn dat je zegt dat het allemaal maar bij de ggz, de geestelijke gezondheidszorg, moet gebeuren. Het luistert allemaal nauw. De ervaring leert ook — dat is mijn laatste vraag aan de heer Asscher — dat het ook kan betekenen dat je gaandeweg besluit dat je bepaalde aannames die in de financiële plaatjes staan, moet bijstellen. Onder uw eigen ministerschap, mijnheer Asscher, zijn ook bepaalde bezuinigingen op de verpleeghuiszorg die in de cijfers stonden uiteindelijk niet verwezenlijkt omdat we dat niet verantwoord vonden. Is de heer Asscher het met mij eens dat we, ook wat betreft datgene wat nu allemaal niet al in detail ter discussie staat, steeds heel zorgvuldig moeten bekijken hoe het nu in de praktijk uitpakt?

De heer Asscher (PvdA):
Daar ben ik het zeer mee eens. Sterker nog, ik denk dat je geen glazen bol nodig hebt om te beseffen dat er meer geld nodig is. Je kunt niet zeggen: zonder ze uit. Het Centraal Planbureau denkt dat dat 100 miljoen kost. Ik denk dat we dat er dan voor over moeten hebben, want het werk is er belangrijk genoeg voor. Ik ben het dus zeer eens met Van der Staaij. Ik heb ook geleerd van de ervaringen van de afgelopen jaren hoe voorzichtig we hiermee om moeten gaan, en hoe belangrijk het dus ook is om van begin af aan als Kamer aan het kabinet mee te geven wat we van ze verwachten op dit punt, omdat de groep te kwetsbaar is en het werk te belangrijk.

De heer Dijkhoff (VVD):
Ik probeer precies duidelijk te krijgen wat de heer Asscher bedoelt. Dat is voor mij belangrijk om te kunnen beoordelen of wij het ermee eens zijn. Ik hoor hem twee dingen vaak combineren. Aan de ene kant deel ik de zorg dat een hoofdlijnenakkoord niet moet leiden tot verschraling van de zorg. Het is niet de bedoeling dat een verpleegkundige straks bang moet zijn dat hij of zij twee keer zo veel moet doen voor hetzelfde geld. Aan de andere kant hoor ik de heer Asscher ook steeds voorspellen dat het voornemen om te komen tot een hoofdlijnenakkoord daar wel toe leidt. Zit er nog ruimte in de motie van de heer Asscher — ik weet namelijk niet hoe hij die bedoelt — waarbij je de groei van de kosten remt, met inachtneming van de kwaliteit van de verpleegkundigen? Of sluit die motie dat ook uit? Het gaat mij om het hele veld.

De heer Asscher (PvdA):
Het is niet mijn voorspelling dat dit zo gebeurt, maar het Centraal Planbureau zegt dat op pagina 27. "Dit leidt tot verschraling van de zorg". Dat willen wij niet en ik ga ervan uit dat de heer Dijkhoff en de VVD dat ook niet willen. We hebben tenslotte samen die 2 miljard voor de verpleeghuizen gedaan. Het is dus totaal niet consequent en ook niet fatsoenlijk om dat in deze tijd van overschotten te doen, dus moeten we dat uitsluiten. Ik ben niet tegen hoofdlijnenakkoorden. Ik denk dat het verstandig en ook goed is als een nieuwe minister afspraken kan maken met de sector zodat het geld aan het bed terechtkomt, bij de mensen die de zorg leveren, en niet in bureaucratie, topinkomens en managementsalarissen, maar daar waar het nodig is. Ik ben dus niet tegen die hoofdlijnenakkoorden, maar ik vind wel dat het gezien de vertaling van het Centraal Planbureau — en dat is dus niet mijn eigen voorspelling — essentieel is voor de wijkverpleegkundigen en hun patiënten dat we die in ieder geval uitzonderen van bezuinigingen.

De heer Dijkhoff (VVD):
Ik denk dat we de ultieme duidelijkheid niet gaan krijgen. Het voordeel dat de motie nu is ingediend is natuurlijk dat we er nog een nachtje over kunnen slapen.

De heer Asscher (PvdA):
Ik wist dat u het zou waarderen als we deze discussie zouden voeren.

De heer Dijkhoff (VVD):
Het duurde even, maar de waardering groeit. Wat ik nog steeds niet helemaal duidelijk heb, is het volgende. Als het duidelijk is dat een hoofdlijnenakkoord leidt tot een rem op de groei van de kosten voor de wijkverpleging, maar dat het 'm dan niet zit in de kwaliteit van de zorg maar bijvoorbeeld in ruimte die er is bij de bureaucratie, de managementstructuren ertussenin, bestaat daar dan met deze motie nog wel ruimte voor?

De heer Asscher (PvdA):
Zeker, maar laten we wel wezen, het is nu ook geen vetpot. Het is nu ook al heel hard werken. Drie weken geleden schreven de kranten over hoeveel wijkverpleegkundigen overspannen zijn of een burn-out hebben. Wat mij betreft moet er gejaagd worden op zinloze bureaucratie en moet de ruimte die zo ontstaat, linea recta naar de wijkverpleegkundige. Doe vooral je best en ga daarvoor. Alles wat er kan worden weggehaald uit onzinnige rompslomp en wat terecht kan komen bij de wijkverpleegkundigen, steun ik, alleen doe ik dat niet onder de dreiging van een korting van 100 miljoen die zal leiden tot een verschraling van de zorg waardoor zij nog harder moeten werken in diezelfde tijd.

De heer Van Haersma Buma (CDA):
Er spelen hier eigenlijk twee dingen door elkaar heen, namelijk het echte probleem van de wijkverpleegkundigen en het politieke punt dat de heer Asscher maakt: als wij dit doen, is het de uitgestoken hand, en zo niet, is het geen uitgestoken hand. Maar dit is meer een eis dan dat de oppositie vraagt om een uitgestoken hand, want we moeten dit blijkbaar doen. U zei terecht: er mag geen verschraling zijn van de wijkverpleegkunde. Dat moet volgens mij het doel zijn, maar dat doel geldt bij alle hoofdlijnenakkoorden. Het lijkt nu alsof hier door u een prioriteit wordt gesteld, terwijl ook de ziekenhuiszorg heel veel werk betekent voor heel veel verpleegkundigen die ook allemaal werken in een omgeving waarin de kosten beheerst moeten worden. Daar zit voor mij dus niet zo veel verschil in. De anderen moeten dat ook. Dan zou ik u toch willen oproepen om naar het doel te kijken. Ik weet gewoon niet of het waar is dat we die 100 miljoen niet in die hoofdlijnenakkoorden kunnen vinden. Dat zullen we moeten bekijken. We weten ook niet hoe het in de andere sectoren gaat. Is het niet veel beter en veel meer een gezamenlijke kans om bij de wijkverpleegkunde het woord te gebruiken wat u zelf net gebruikte, namelijk dat wanneer er hoofdlijnenakkoorden worden gesloten er geen verschraling mag optreden van het wijkverpleegkundige aanbod? Als we dat gezamenlijk uitspreken, kan de minister daarmee aan het werk. Dan zien we wat er uit het totaal van die hoofdlijnenakkoorden komt, want ik ben ook bang om de druk op andere sectoren te vergroten. Dat wil ik graag meegeven aan de heer Asscher.

De heer Asscher (PvdA):
Ik stel geen eis. Ik ben niet in de positie om eisen te stellen. Dat is niet wat ik hier doe. Ik luister en hoor de vier coalitiefractievoorzitters en het kabinet in de regeringsverklaring in de prachtigste bewoordingen spreken over samenwerking met de oppositie. Ik geef hier aan, niet voor het eerst, dat dit voor de Partij van de Arbeid en ook voor acht oppositiepartijen een heel belangrijk punt is. Het is niet het enige punt — je moet alles in z'n context zien — maar het is een belangrijk punt. Volgens mij zei de heer Buma in zijn termijn dat wij hier een punt hebben. Dan kun je zeggen: ja, er zijn ook andere zorgen in de zorg. Daar ben ik het ook mee eens. Ik ga graag het gesprek aan over minder investeren in lastenverlichting voor aandeelhouders en meer in de zorg. Ik had net niet de indruk dat we daar al de brug over kwamen in het debatje dat we daarover voerden met het CDA. Daarom zeg ik dat dit ten opzichte van de totale plannen gaat om een klein bedrag. Het gaat over een doelgroep die iedereen hier liefheeft: onze ouderen, onze zieken en onze gehandicapten. Ik vraag de Kamer om richting te geven aan het kabinet hoe het daarmee omgaat.

Ja, dat heeft dus betekenis. Ik hoop dat u het daarmee eens bent en als u het daar niet mee eens bent, hoop ik dat u uitlegt waarom. Ik denk dat het nodig is om deze groep uit te zonderen gezien de zwaarte van het werk en het contrast met de investeringen die we nu gelukkig doen in verpleeghuizen. Ik erken meteen in de richting van de SGP dat we daar moeten leren van de vergissingen uit het verleden, ook als Partij van de Arbeid. Het is ook mijn taak om te leren van de vergissingen uit het verleden en ik zie nu heel scherp hoe dit erin slaat bij deze groep. Dus ik roep de Kamer op om daar richting in te geven.

De voorzitter:
Gaat u verder.

De heer Asscher (PvdA):
Ik heb dat bewust in eerste termijn gedaan, omdat ik begrijp dat iedereen daar een nachtje over moet slapen en omdat ik ook begrijp dat als je zeven maanden nodig hebt om een akkoord te maken, het handig is als er een nachtje extra is om het hierover te hebben.

De voorzitter:
Gaat u verder.

De heer Asscher (PvdA):
Voorzitter. Een aantal vragen aan het kabinet. Klopt het nu dat er geen extra ruimte wordt vrijgemaakt voor de lonen van agenten en militairen en leraren alleen in het basisonderwijs? Klopt het ook dat het kabinet van plan is om met belastinggeld weer topbeloningen bij de overheid mogelijk te maken, dus de Wet normering topinkomens 3 in de prullenbak te deponeren? Kunnen we afspreken dat we gaan kijken naar de lonen in de publieke sector en dat we dan beginnen bij de leraar, de agent, de militair en de verpleegkundige en niet bij de dure topinkomens, mensen die menen meer te moeten verdienen dan een minister? Klopt het dat de gemiddelde zorgpremie de komende jaren met ruim €300 stijgt? Wat betekent dat voor het gezin van een leraar, een verpleegkundige, een politieagent of een militair?

Voorzitter. Er staat een bezuiniging van in totaal drie kwart miljard in het regeerakkoord. Drie kwart miljard. Op mensen met een arbeidshandicap en op mensen die arbeidsongeschikt zijn. En dat in een tijd van overschotten en overvloed. Het komt erop neer dat het sociaal minimum ophoudt te gelden voor mensen die iedere dag naar hun werk gaan, dat er geen pensioen wordt opgebouwd. Wat is nu de rechtvaardiging van die maatregel? Is het wat Dijkhoff zegt, namelijk dat het nodig is voor de werkgelegenheid? Dan is het aantoonbaar onjuist. Of is het bedoeld als een manier om het maatschappelijk aanvaarde sociaal minimum te verlagen? Dat is wel eerlijk, maar ook schandelijk.

Voorzitter. Wat is het verhaal van dit kabinet voor mensen die eerder willen stoppen met werken? Klopt het dat daar geen geld voor wordt vrijgemaakt? Ik heb van verschillende fractievoorzitters de ruimte gezien voor een sociaal akkoord. Laten we afspreken dat er geen wetgeving wordt ingediend zolang de onderhandelingen over een dergelijk akkoord lopen.

Voorzitter. Ten aanzien van de woningmarkt heb ik net al met Pechtold over de versie van mijn regeerakkoord gedebatteerd om te checken of de huurparagraaf was verwijderd. Maar er bleken vijf bullets op pagina 31 te staan. Daar staat dat sociale huurwoningen gaan verdwijnen, terwijl de doelgroep de komende jaren juist groeit. Waar is de bouwambitie in het regeerakkoord? Klopt het dat er nu per saldo wordt bezuinigd op de huurtoeslag? Hoeveel scheelt die bezuiniging huurders per maand?

Voorzitter. Het woord "lerarentekort" komt niet voor in het regeerakkoord. Wat is nu het verhaal voor de leraren in het voortgezet onderwijs, in het mbo? Mogen we van dit kabinet op zo kort mogelijke termijn ook plannen ontvangen om wat te doen aan het lerarentekort? De SER heeft in het advies Gelijk goed van start nadrukkelijk gewezen op het belang van het van elkaar leren. Nederland heeft een heel versnipperd aanbod van voorzieningen voor jonge kinderen. Dat dreigt de tweedeling in de samenleving te vergroten. Klopt het dat de investeringen in de voor- en vroegschoolse educatie niet voldoende zijn om alle kinderen van 2 tot 4 jaar toegangsrecht tot onderwijs te bieden? En dat het aanbod dus versnipperd blijft, terwijl de Partij van de Arbeid, maar ook D66 en andere partijen, lang hebben gestreefd naar juist een basisaanbod voor alle kinderen, omdat je ook dan de verdeeldheid in de samenleving kan proberen te voorkomen?

Voorzitter. Wat betreft het klimaat steunen wij de doelen van dit kabinet. Sterker nog, ik wil een compliment maken voor de ambitie die uit die doelen spreekt. Ook hier geldt wel dat er snel zekerheid moet komen over hoe die doelen gehaald worden. Ik wil dus graag het gesprek voeren met de minister en met de andere partijen die onder de initiatiefwet staan, om dit in daden om te zetten. Snelheid is nodig.

Voorzitter. René Froger zong niet over de dividendbelasting, ook al worden veel beleggers best gelukkig. Ik geef wel toe dat hij ook niet zong over de wijkverpleging. Maar ergens in zijn prachtige lied zit een opdracht. Een opdracht om te strijden voor ieders kans op geluk, op toekomst, op zekerheid, voor jezelf en voor je kinderen. Een opdracht om te streven naar een rechtvaardige, solidaire en vrije samenleving. En omdat ik niet zeker weet of René Froger een sociaaldemocraat is, sluit ik af met een ander citaat. Na Den Uyl is ons begin vorige maand helaas Eberhard van der Laan ontvallen, die ons opriep om te proberen de stad, maar laten we aannemen ook het land, vanuit onze verschillende rollen net een tikje "liever" te maken.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan de heer Segers namens de ChristenUnie. Mijnheer Asscher, u praat met mijnheer Rutte en dat mag niet. Mijnheer Rutte weet dat ook heel goed.

De heer Segers (ChristenUnie):
Mevrouw de voorzitter. Laten we het houden op een beetje heimwee naar vak-K.

De voorzitter:
Ja, de schuld van de heer Rutte.

De heer Segers (ChristenUnie):
Mevrouw de voorzitter. Ik heb gisteravond 500 jaar Reformatie gevierd. Ik zat ingeklemd tussen de heer Buma aan de ene kant en de vader van collega Van der Staaij aan de andere kant. Schuin tegenover mij zaten de Koning, twee katholieke bisschoppen en twee rabbijnen. We hebben 500 jaar Reformatie herdacht. Het leek mij een mooi moment om daags daarna aan dit kabinet een katholieke vraag te stellen. Waartoe is dit kabinet op aarde? Voor ons als fractie is de vraag: wat maakt deze politieke onderneming voor de ChristenUniefractie waardevol, ondanks dat we hiermee niet in een klap al onze idealen realiseren? Laat ik maar beginnen met een antwoord waar ik straks mee zal eindigen: naast het werken aan een aantal grote opgaven in dit ambitieuze regeerakkoord, zal dit kabinet er ook moeten zijn voor enkelingen. Dan denk ik aan het Ghanese slachtoffer van mensenhandel dat ik in Leeuwarden ontmoette bij de hulpverleners van Fier Friesland. En aan dat ene gezin dat ik ken, dat diep in de schulden zit. En aan die tienermoeder die hier, bij een rondetafelgesprek, haar verhaal deed en die niet weet waar ze met haar hulpvraag terechtkan. Ook voor hen moet het kabinet er zijn.

Maar laat ik vooral beginnen bij het begin van dit kabinet. We zagen vorige week een mooie bordesscène en een veelbelovende presentatie. Het is een bijna helemaal nieuwe ploeg van nieuwe mensen met veel elan. Toen ik ze de eed of de belofte zag afleggen en ze daar op het bordes zag staan, wist ik dat die wekenlange eenzame opsluiting in de Stadhouderskamer niet helemaal voor niets is geweest.

Maar uiteraard is dit kabinet niet op aarde om een beetje mooi te wezen op de trappen van paleis Noordeinde, of om hier veelbelovend te zitten in vak-K. Dit kabinet is geen doel op zichzelf. Het is er om het goede te doen en om dienstbaar te zijn aan Nederlanders, aan alle Nederlanders. Dat kan een coalitie nooit alleen. Daarvoor moeten we breder draagvlak zoeken in de samenleving en ook hier in de Kamer, en dan nadrukkelijk breder dan alleen de coalitiefracties. Het is vaker gezegd, het is eerder gezegd, maar ik onderstreep het heel graag.

Mevrouw de voorzitter. Tijdens de onderhandelingen zijn er verschillende adviseurs langsgeweest bij de onderhandelingstafel. Een daarvan was Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Zijn naam viel eerder in de bijdrage van collega Buma. Zijn bijdrage heeft indruk gemaakt. Als geen ander voelt hij de polsslag van onze samenleving en is hij in staat om de verhalen te vertellen van mensen die hun verhaal zelf nooit zouden komen vertellen. Het is het verhaal van mensen die zich in de steek gelaten voelen, die het gevoel hebben dat de politiek er niet voor hen is. Het verhaal van mensen die zich zorgen maken over de zorg, over de vraag of die betaalbaar en toegankelijk blijft voor hen. Mensen die zich zorgen maken over de vraag of zij of hun kinderen nog wel een vaste baan en een betaalbaar huis kunnen krijgen, of de vrijheid van ons land wel veilig is, en of hun kinderen er straks niet veel slechter aan toe zijn dan zijzelf. Het zijn gezinnen van mannen, vrouwen en kinderen die een flinke prijs voor de crisis hebben moeten betalen en die sceptisch zijn over beloftes van politici.

Mevrouw de voorzitter. Alleen een regeerakkoord vol plannen zal het vertrouwen van deze mensen niet terugwinnen. Het vertrouwen tussen overheid en burger, tussen Den Haag en de samenleving, kan alleen hersteld worden door daden, concrete daden voor gewone mensen. In dat opzicht is de Rotterdamse inslag van dit kabinet een mooie. De mouwen moeten worden opgestroopt, de laarzen moeten aan en de schop moet in de grond. Alleen tastbare resultaten zullen kunnen overtuigen.

Mevrouw de voorzitter. De ChristenUniefractie heeft haar nek uitgestoken voor deze coalitie omdat we ons met de fracties van VVD, CDA en D66 hebben kunnen vinden in concrete plannen, die bijdragen aan de toekomst van onze kinderen, aan het tegengaan van tegenstellingen in de samenleving en aan de verdediging van vrijheid en veiligheid dichtbij en ver weg. We zullen dit kabinet daaraan houden en de uitvoering van de plannen hierop beoordelen.

Dan gaat het dus allereerst om de toekomst van onze kinderen. Het gaat om investeringen in het onderwijs, die moeten leiden tot beter onderwijs, tot lagere werkdruk bij leraren en ruimte voor hen om hun vak uit te oefenen, ook op kleine scholen. Collega Pechtold heeft net een aantal hele concrete vragen gesteld, en ik onderstreep die. Er komt veel extra geld voor gezinnen. Er komt meer vrijheid om opvoeding, gezinsleven en werk te combineren. De kloof tussen een- en tweeverdieners mag niet groter worden, juist vanwege die vrijheid voor gezinnen. En het mooie is dat na jaren van achteruitgang juist de gezinnen met één modaal inkomen er zo'n beetje het meest van alle groepen op vooruitgaan.

Het regeerakkoord committeert zich aan Parijs. Het stelt heldere doelen en wil van Nederland de koploper in Europa maken. Die ambitie staat als een huis. De opties die genoemd worden in het regeerakkoord zijn voldoende om die ambitie waar te maken, zo stelt het Planbureau voor de Leefomgeving. De helft van de noodzakelijke maatregelen is al ingevuld. Nu komt het aan op een ambitieus klimaatakkoord en een klimaatwet die alle doelen en middelen vastleggen. Daarin zal mijn fractie het kabinet blijven aanmoedigen, want de opgave is immens. Daar hebben we iedereen bij nodig: het bedrijfsleven, de boeren, woningeigenaren en milieuorganisaties. Mijn vraag aan de minister-president is of hij kan aangeven hoe en met wie het kabinet in gesprek gaat over dat akkoord en de nadere invulling van die maatregelen. Want ook hiervoor geldt: er is werk aan de winkel.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik heb ook voor de heer Segers een vraag over de CO2-opslag en de manier waarop die wordt gefinancierd. De opslag wordt betaald uit de subsidie die er is voor duurzame energie. Het PBL geeft aan dat dit effect heeft op de hoeveelheid duurzame energie die Nederland in totaal zal produceren. Is het voor de heer Segers en de ChristenUnie bespreekbaar om te bekijken of we daarvoor een alternatief kunnen bedenken? Hierdoor zullen alle inspanningen die we leveren om de CO2 terug te dringen niet ten koste gaan van de hoeveelheid duurzame energie die we met elkaar produceren.

De heer Segers (ChristenUnie):
Het Planbureau voor de Leefomgeving geeft aan dat bij de doelen die we stellen en de middelen die we hebben, er een zekere flexibiliteit is en dat het nog weleens kan meevallen. We hebben dit bijvoorbeeld gezien bij wind op zee, dat veel sneller en meer rendabel is geworden dan we eerst dachten. Dat kan meevallen. Dat is de eerste kanttekening. Ik voeg hieraan de algemene heldere uitspraak toe dat als we toewerken naar een klimaatakkoord en een klimaatwet, de samenwerking heel breed moet zijn en dat we dan ook moeten spreken over de meest efficiënte en meest doeltreffende inzet van middelen. Dat gesprek moet heel breed gevoerd worden en wat mij betreft ligt dan alles op tafel.

De heer Klaver (GroenLinks):
Dat is een heel helder antwoord, waar ik blij mee ben. Het kabinet heeft aangegeven dat CO2 het belangrijke punt zal zijn waarop zal worden gestuurd. Dit zal ook het belangrijkste zijn in de klimaatwet. In de bijdrage van de heer Segers beluister ik dat het kabinet ook aandacht zal hebben voor het aandeel duurzame energie. Als dat klopt, ben ik heel blij en kijk ik uit naar de gesprekken hierover.

De heer Segers (ChristenUnie):
Mevrouw de voorzitter, toch even een kleine kritische noot in de rebound. De reactie op het bericht van het Planbureau voor de Leefomgeving. "de helft is ingevuld, de andere helft niet", was: schande, schande, want het is allemaal niet ingevuld. Terwijl dit juist de uitgestoken hand is. Natuurlijk kunnen wij alles niet tot 2030, laat staan tot 2050 waar de heer Klaver het over had, tot in detail invullen. Wij zullen erover moeten spreken. De helft is al ingevuld. Het is ook in de aard van een regeerakkoord dat nog niet alles in detail is ingevuld. Als er ergens een uitgestoken hand is, is het hier.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik ben blij. Ik heb direct gezegd dat ik graag wil meedenken over de verdere invulling om tot die doelstellingen te komen. De heer Segers weet heel goed hoe zo'n doorrekening van het PBL werkt. Zijn verkiezingsprogramma is ook doorgerekend en was keurig vormgegeven met alle maatregelen die erbij passen. Als u het mij eerlijk vraagt, had ik liever gezien dat het kabinet al die maatregelen had opgeschreven met daarbij de mededeling dat er over gesproken kan worden, maar dat ze zullen worden uitgevoerd omdat je zo de doelstellingen haalt. Het feit dat het nu niet helemaal zo is vormgegeven, schept voor mij niet direct vertrouwen. Uw houding hier, evenals die van uw collega's, dat u bereid bent om ook met de oppositie in gesprek te gaan over de invulling, schept dat wel. Ik verwacht van een kabinet dat het over het klimaat net zo concreet is als over de maatregelen die naar het CPB worden gestuurd.

De heer Segers (ChristenUnie):
Nu even heel precies. De doelstellingen zijn volstrekt helder. Dit kabinet heeft een zeer ambitieuze doelstelling: 49%. We willen koploper zijn en kijken of we haar nog naar boven kunnen bijstellen. Dan hebben we de vraag gesteld: wie neemt welk aandeel voor zijn rekening? Dat is ook tamelijk concreet. De maatregelen die daarvoor genomen moeten worden, zijn voor een deel ingevuld en voor een deel niet. Daarom hebben we dit akkoord nodig en daarom hebben we een wet nodig. Dat is wel de aard van een regeerakkoord. Uiteraard begrijp ik de oppositionele neiging om vooral te kijken naar het glas dat halfleeg zou zijn. Dit glas is zeker halfvol en gaat helemaal vol worden.

Mevrouw Thieme (PvdD):
We moeten wel eerlijk zijn. De maatregelen worden allemaal pas genomen nadat deze regering helemaal geen macht meer heeft over de te nemen maatregelen. De meeste maatregelen worden pas, eventueel, na 2021 ingezet. De vliegtaks is een voorbeeld. Als het de komende jaren niet op een andere manier kan om de vliegtuigen duurzamer of minder lawaaiig te maken, zal het kabinet overwegen om in 2021 — het kabinet is dan bijna klaar — een vliegtaks in te stellen. Zo kun je jezelf al heel snel groen noemen. Ik weet dat de heer Segers de afgelopen jaren altijd de intentie heeft gehad, zo ken ik hem ook, om Nederland duurzamer te maken. We kunnen echter niet blij zijn met de conclusie van het PBL dat nog niet de helft van de maatregelen zorgt voor de doelstelling van 49% reductie in 2030. In het interruptiedebatje met de heer Klaver hoor ik dat de heer Segers openstaat voor verdere invulling van mogelijke maatregelen om die doelstelling te behalen. Kan de landbouw hierbij ook zeker aan de orde komen? Of heeft die een soort van status aparte? Op dit moment kan ik uit het regeerakkoord niets anders concluderen dan dat die sector die heeft.

De heer Segers (ChristenUnie):
Dat ministerie heeft een status aparte, maar dat komt door de minister die er resideert. Maar natuurlijk doet de landbouw ook mee! Natuurlijk is die ook medeverantwoordelijk voor het behalen van de doelstellingen. Natuurlijk begrijp ik ook de rol van mevrouw Thieme als zij dit kabinet aanmoedigt en aanjaagt om verder het pad op te gaan richting verdere reductie van de CO2-uitstoot. Maar kijk ook naar waar wij vandaan komen. Wij waren heel lang een achterblijver en bungelden ergens onderaan de staatjes in Europa, en nu willen wij koploper worden. Dit kabinet met deze samenstelling heeft geen halfbakken keuze gemaakt, maar gezegd: we gaan voluit voor Parijs. Alle vier de partijen hebben daarvoor getekend. Ze hebben allemaal gezegd: dit is nodig en wij committeren ons hieraan. U moet ons vooral blijven opjagen, want dat is uw rol. U doet dat met verve, maar ik hoop ook dat u ziet dat er echt sprake is van een omslag en dat hier een achterblijver een koploper wil worden. Ik hoop dat u in die zin ook, zeker ook op deze dankdag, uw zegeningen telt.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Mooie woorden over de wens om een trendbreuk te realiseren. In het regeerakkoord zie ik die trendbreuk ten aanzien van de voorgaande regeringen niet. Ik zie in het regeerakkoord met name veel vrijblijvendheid. Het gaat over convenanten. Het gaat over polderen. De regie moet bij de landbouw blijven. Ik vraag het daarom nogmaals aan de heer Segers. In het regeerakkoord staat bijvoorbeeld dat de landbouwsector slechts 3,5 megaton hoeft te reduceren in 2030. Dat is 20% minder dan dat ze nu produceert. Daar hebben ze dertien jaar de tijd voor en dat is natuurlijk niet heel erg ambitieus want, en steeds meer mensen weten dat ook, als je één dag geen vlees eet, haal je ook een besparing van 3,5 megaton. Kan ik de heer Segers dus op meer ambitie aanspreken?

De heer Segers (ChristenUnie):
U mag het kabinet steeds aanmoedigen tot meer ambitie, maar ik wil u toch wijzen op een maatregel, de minimumprijs voor CO2. Dat leidt ertoe dat de kolencentrales veel sneller dan wij dachten dichtgaan. De prijs gaat omhoog en daardoor zijn die centrales niet meer rendabel en gaan ze dicht. Dat is niet iets in de verre toekomst, want dat gebeurt veel eerder dan wij denken. Nu staat er inderdaad een datum in waarop alle kolencentrales dicht zullen zijn, maar als wij, zoals afgesproken, toegaan naar een minimumprijs voor CO2 van €43, dan gaan die kolencentrales eerder dicht. Dat is een mechanisme dat je nu al kunt uittekenen. Dat is een concrete maatregel die voor een grote omslag zorgt. Dus nogmaals, natuurlijk mag u ons blijven aanmoedigen, maar ik hoop dat u ook kijkt naar waar de veranderingen plaatsvinden en naar waar er concrete maatregelen worden genomen. Denk aan de Maut, denk aan de kilometerheffing voor vrachtwagens. Dat zijn concrete maatregelen waar we aan gaan werken. En zo gaat de hand aan de ploeg!

De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Thieme.

Mevrouw Thieme (PvdD):
De heer Segers raakt nu even het onderwerp kolencentrales aan, maar mag ik daaruit begrijpen dat het de ambitie is van de heer Segers om die kolencentrales zo snel mogelijk te sluiten en dat de heer Segers daarom openstaat voor het openbreken van het huidige energieakkoord? Want anders moeten we wachten tot het einde van de looptijd en dat is pas in 2023.

De heer Segers (ChristenUnie):
U moet eens kijken naar het effect van een minimumprijs voor CO2 op de kolencentrales. U zult verrast zijn!

Mevrouw de voorzitter. De ChristenUnie-fractie zal bij de beoordeling van dit kabinet in de tweede plaats kijken naar de mate waarin het lukt om tegenstellingen in de samenleving te verkleinen. De minister-president sprak er in zijn regeringsverklaring gloedvolle woorden over. Ik denk dan bijvoorbeeld aan de kloof tussen jongeren en ouderen. Jongeren krijgen de kans om zich door middel van maatschappelijke diensttijd in te zetten voor de samenleving. Ze krijgen meer kans op werk.

De zorg voor ouderen wordt ter hand genomen. Dit kabinet investeert in de kwaliteit van verpleeghuiszorg én de zorg thuis. Daarmee wordt werkgemaakt van het manifest Scherp op ouderenzorg. Met de aanbevelingen van het manifest Waardig ouder worden zet het kabinet in op de bestrijding van eenzaamheid van ouderen en een volwaardige plaats van hen in onze samenleving. Mijn vraag aan de premier is wel: hoe zorgen we dat er geen verschil groeit tussen zorg in verpleeghuizen en zorg thuis? En hoe zorgen we ervoor dat er voldoende mensen werkzaam zijn in de zorg? Want dat lijkt mij een grote uitdaging voor de komende tijd.

Op de arbeidsmarkt moet de kloof tussen flex en vast werk en tussen werknemer en zzp'er kleiner worden. Mijn vraag aan het kabinet is of het onverminderd van plan is om hierbij samen te werken met de polder. Hoe kan het kabinet werkgevers en werknemers weer om de tafel krijgen? Want dit land is nooit beter geworden van stakingen of van dictaten, maar wel van overleg en compromissen, juist ook in de polder. Ik denk ook aan de kloof die wordt ervaren tussen Randstad en de regio. Het kabinet is ook een kabinet met oog voor knelpunten in de regio en in de Randstad. Het regeerakkoord investeert in onderwijsaanbod in krimpregio's, waar scholen, ook als ze klein zijn, een belangrijke functie hebben. Het regeerakkoord noemt Rotterdam-Zuid, Zeeland en in het bijzonder ook Groningen. Het regeerakkoord heeft oog voor jonge boeren die ondersteund worden om de overname van een gezinsbedrijf te financieren.

Bij de beoordeling van dit regeerakkoord zullen wij in de derde plaats kijken naar de verdediging van vrijheid en veiligheid, hier in Nederland en wereldwijd. We willen meer agenten op straat, een sterk leger dat zijn taak aankan. Daarom investeert het kabinet fors in agenten, defensie en ontwikkelingssamenwerking. Hoe kwetsbaar onze vrijheid is, liet de aanslag van gisteren in New York zien. Vrijheid is kostbaar en wij moeten steeds bereid zijn om de prijs te betalen voor de verdediging ervan. Maar nooit alleen maar ter bescherming van onszelf alleen. Het gaat ook om vrijheid en een goede toekomst elders. We hebben hier veel rijkdom ontvangen en het is goed om daarvan te delen, ook door te investeren in de ontwikkeling van landen en in bewoners elders.

Mevrouw de voorzitter. Grote plannen moeten leiden tot concrete daden. Daartoe is dit kabinet op aarde. Dat maakt deze politieke inspanning waardevol en daarom heeft de ChristenUniefractie dit akkoord ondertekend. En toch. Bij al die grote plannen, grote woorden soms en vele daden die zullen volgen, gaat het ons juist ook om die enkeling, om degene die zich hier nooit zal laten horen, die zich niet kan organiseren. Om die ene die we zo makkelijk over het hoofd zien. Wij voelen een opdracht, die komt uit Spreuken 31. Die zegt: spreek voor stemlozen en kom op voor het recht van weerlozen. Daarom zal de ChristenUniefractie het kabinet in het bijzonder aanmoedigen om ook werk te maken van de uitvoering van die kleine paragraaf in het regeerakkoord. Voor de ChristenUniefractie zal dat de lakmoesproef voor dit kabinet zijn: luisteren naar de stem van mensen die zelf nauwelijks een stem hebben.

Ik denk dan bijvoorbeeld aan de ambitieuze paragraaf over de strijd tegen mensenhandel en gedwongen prostitutie. Ik denk aan de duizenden slachtoffers van uitbuiting en dwang, die er jaarlijks zijn in Nederland. Ik heb de slachtoffers ontmoet. Ik moedig de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van harte aan om, naast de grote migratieonderwerpen in zijn portefeuille, deze mensen nooit te vergeten, om de strijd tegen mensenhandel verder op te voeren en de hulp aan slachtoffers te verbeteren.

De heer Van der Staaij (SGP):
Complimenten voor deze ambitieuze paragraaf in het regeerakkoord over de strijd tegen mensenhandel en misstanden in de prostitutie. Maar de heer Segers weet met mij dat wij nog steeds wachten op het wet worden van een oud wetsvoorstel, dat al negen jaar loopt, ook een vrucht van de inspanning van de ChristenUnie tijdens Balkenende IV. Dat ligt op dit moment nog steeds te wachten bij de Eerste Kamer. Zou het niet een idee zijn om, net zoals naar ik vermoed de heer Pechtold in het onderdeel over de wietteelt heeft bedongen dat het kabinet binnen een halfjaar met plannen moet komen, ook zo'n termijnstelling bij dit onderdeel te zetten, omdat het al zo lang wacht?

De heer Segers (ChristenUnie):
De voornemens van het regeerakkoord vragen wel om aanpassing van die wet. Ik denk dat het een terechte vraag is op welke termijn dat zou kunnen. Misschien is het een vraag die wij moeten doorgeleiden. Wat is een realistische inschatting wanneer dat wetsvoorstel zou kunnen worden aangepast en ingevoerd? Over het doel zijn wij het allemaal eens: die mensenhandel moet bestreden worden, dwang en uitbuiting moet worden tegengegaan. Bij alle morele vragen die wij rond prostitutie ook hebben, zijn wij het daarover eens. Het kabinet wil er werk van maken. Het lijkt mij dus een terechte vraag om de vraag te stellen op welke termijn dat zou kunnen.

Mevrouw de voorzitter. Ik denk bij die eenlingen ook aan extra geld voor suïcidepreventie. Ik denk aan de paragraaf over preventie van onbedoelde zwangerschap en hulp aan tienermoeders. Ik herinner mij het rondetafelgesprek waarbij een jonge moeder haar verhaal deed en sprak over de hulp die bij haar het verschil had gemaakt. Dat is het verschil dat dit kabinet ook voor die enkeling en die eenling kan maken. Ik denk aan gezinnen die gebukt gaan onder problematische schulden. Ook daar staat een ambitieuze paragraaf over in het regeerakkoord. Het kabinet wil het aantal mensen met problematische schulden terugdringen en mensen met schulden effectiever helpen. We zullen de staatssecretaris van Sociale Zaken, die ik nu even aankijk, steeds van harte aanmoedigen om daar werk van te maken. Stuk voor stuk zijn dit maatregelen die de ChristenUnie waardevol vindt omdat het regeerakkoord daarmee, naast de grote uitdagingen, ook de situatie van deze mensen wil verbeteren om stemlozen een stem te geven.

De heer Roemer (SP):
Ik waardeer die laatste opeenhoping van voorbeelden. Veel ervan herkennen wij. Het zou erg goed zijn als het kabinet daar veel aandacht aan besteedt en als dit tot zichtbare resultaten leidt. Ik zeg u er eerlijk bij: erg jammer dat het u niet gelukt is om te voorkomen — dat moet u net zo veel pijn doen als mij — dat een aantal kinderen die hier in Nederland zijn opgegroeid, de Nederlandse taal spreken en de taal van het moederland niet eens kennen, straks eigenlijk ingeruild worden en teruggestuurd worden. Dat zijn ook kwetsbare eenlingen die niet weten wat hen te wachten staat. Is er nog een mogelijkheid dat u dit alsnog gaat aankaarten, als er toch een uitgestoken hand moet zijn, en gaat bekijken of voor deze eenlingen, deze kwetsbare kinderen, toch niet een oplossing gevonden kan worden?

De heer Segers (ChristenUnie):
Als ik een mogelijkheid had gezien, had ik die mogelijkheid al aangegrepen. Dat is niet gelukt. Waar ik zei dat niet alle idealen dichterbij zijn gebracht, hoewel wij een aantal idealen dichterbij hebben kunnen brengen, is dit een wens die niet ingewilligd is. Als ik de mogelijkheid had gezien, had ik die aangegrepen. Ik heb die mogelijkheid niet gezien.

De heer Roemer (SP):
Zeer spijtig, want de indruk was van tevoren dat u daar een ongelofelijk sterk punt van zou maken. Blijkbaar is dat niet gelukt. Aan de andere kant hebt u zich wel laten inpakken als het gaat om cadeautjes voor multinationals. De dividendbelasting noemde u zelf of uw partij — maar ik geloof dat u het zelf was — "ontwikkelingshulp voor multinationals". 1,4 miljard waar niemand in deze Kamer om gevraagd heeft en waar bedrijven niet eens om gevraagd hebben. In de ons omringende landen is die belasting hoger dan in Nederland. Kunnen we dan met elkaar afspreken dat we dat gaan schrappen, en deze 1,4 miljard gaan gebruiken voor de meest kwetsbaren in de samenleving, waar u en ik het blijkbaar erg snel over eens zullen zijn?

De heer Segers (ChristenUnie):
De heer Pechtold sprak, geloof ik, over het formatieproces als een wat schimmige periode, waarover je lang niet alles kunt zeggen. De ChristenUnie dacht: daar kunnen wij verandering in aanbrengen. U heeft een inkijkje gekregen in een aantal discussies. Daarbij heeft u onder andere gezien dat het punt dat u als eerste aansneed, het kinderpardon, migratie, zeer intensief besproken is en dat dit een van de onderwerpen is die op verschillende momenten besproken zijn. Het is inderdaad waar dat enige openheid over dat hele formatieproces er ook toe kan leiden dat je de oneliners aanlevert voor de oppositie. U heeft dus iets gezien van de positie van de ChristenUnie. U heeft het over de afschaffing van de dividendbelasting, en u heeft kunnen zien dat die niet uit ons verkiezingsprogramma komt.

Maar je zet op een gegeven moment je handtekening onder een akkoord. Dat is allereerst een breder verhaal over het vestigingsklimaat, waarbij het gaat om echte banen. Nogmaals, dit zeg ik met de kanttekening die ik heb gemaakt dat het niet uit ons verkiezingsprogramma komt. Er is een breder verhaal te vertellen over echte banen die we hier willen hebben en die we hier willen behouden. Er zijn ook banen die we hier niet willen houden. Dan denk ik aan de brievenbusfirma's op de Zuidas of aan de Amsterdamse grachten. Op de een of andere manier komt dan iedere keer U2 ter sprake; mooie muziek, maar ik vind het niet erg dat zij van de grachten daar worden verdreven, in ieder geval hun kantoor daar. Dat is dus ook een onderdeel daarvan. En er is een heel akkoord, waarin er bijvoorbeeld veel meer geld gaat naar gezinnen. Volgens dat akkoord gaat er veel meer geld naar ontwikkelingssamenwerking, iets waar u zelf ook de vinger bij legt en waar u blij mee bent. We hebben in dat akkoord vergroening afgesproken. We hebben een heel aantal idealen dichterbij gebracht. Toen was de vraag: teken je voor het geheel, ja of nee? Ik heb gezegd: ja, ik teken ervoor, inclusief een onderdeel dat niet mijn idee is geweest.

De heer Roemer (SP):
Ik snap best dat u probeert om het om te leiden door te zeggen: er ligt een totaalpakket. Maar ik wil straks de discussie in de Kamer nog weleens zien met ook uw fractie als er daadwerkelijk een schrijnende situatie is van een gezin met kinderen die hier zes, zeven, acht, negen jaar wonen en dan in één keer het land uitgezet worden, terwijl ze de taal van herkomst niet spreken. Ik wil die discussie dan weleens voeren. Ik vraag het u omdat het u zo aan het hart gaat. Wat betreft het tweede punt: geen enkele partij had het in haar verkiezingsprogramma staan. In dit eerste debat hebben we misschien wel 25 keer gehoord "de hand uitsteken", "proberen met elkaar eruit te komen" en "het moet een breder geheel zijn". Laten we dan een onderwerp pakken — het zou niet de eerste keer zijn dat zoiets na een eerste debat gebeurt — dat niemand in zijn verkiezingsprogramma had staan, en waarvan het bedrijfsleven feitelijk niet eens zegt dat het moet: die dividendbelasting. Laten we dat dan als onderdeel pakken. Vier jaar geleden is het regeerakkoord ook opengebroken. Bereken het eens met uw coalitiegenoten. Op die 1,4 miljard zit niemand te wachten. Het is inderdaad een subsidie, een soort ontwikkelingshulp voor grote bedrijven. Volgens mij doen we niemand pijn en wordt Nederland er niet minder van. Het vestigingsklimaat wordt er ook niet minder van. Met die 1,4 miljard kunnen wij heel veel dingen doen waar wij samen voor staan en waar veel partijen voor staan. Het zou een uitgelezen mogelijkheid zijn om de oppositie de hand te reiken. Ik zou zeggen: grijp die kans, ga vanavond nog ergens met zijn vieren een biertje drinken en kom morgen met de oplossing: wij schrappen dat voornemen en gaan het er samen over hebben om dat geld beter te besteden.

De heer Segers (ChristenUnie):
Er zijn gedurende die lange zomer van 2017 momenten geweest dat ik dacht: het moet toch ook wel fijn zijn om gewoon je verkiezingsprogramma te kunnen voorlezen en om via Twitter iedere keer te kunnen verkondigen dat jij gelijk hebt en dat jouw programma heel goed is. Er zijn ook heel veel momenten geweest waarop ik me heel goed heb gerealiseerd dat het ongelooflijk ingewikkeld is om aan te schuiven en te gaan praten. Dat is wel het verschil tussen onze fracties, dat is wel het verschil in de keuze die we hebben gemaakt. De heer Pechtold heeft het nog eens onderstreept: u bent nadrukkelijk uitgenodigd om mee te komen praten, maar u hebt gezegd: nee, ik ga niet meepraten. Toen wij de uitnodiging kregen, hebben we gezegd: wij gaan wel praten. Toen wisten we: er gaat pijn in zitten, in een akkoord gaat pijn zitten, want er gaan elementen in zitten die gewoon lastig worden. Het bijzondere van deze combinatie is, vind ik, dat wij er bij het identificeren van de pijn bij de verschillende partijen niet voor hebben gekozen om te zeggen: als jij iets wil wat ik niet wil en andersom, doen we het allebei niet. Nee, we hebben gezegd: we geven elkaar de ruimte om wel werk te maken van onderwerpen waar ik nu met trots de vinger bij kan leggen. Dat geldt dan ook voor andere partijen. Die moeten daarvoor ook de ruimte hebben. Is dat pijnloos? Nee. Is dat uiteindelijk nodig voor Nederland? Ja. Ligt er een verhaal waar ik ja tegen kan zeggen, waar ik mijn handtekening onder kan zetten? Volmondig ja.

De voorzitter:
Tot slot, de heer Roemer.

De heer Roemer (SP):
Even voor de helderheid. Ja, ik heb er begrip voor dat je niet alles kunt binnenhalen. Als je gaat onderhandelen is het nu eenmaal geven en nemen. Dat is water bij de wijn doen. Voor iedere partij zou wel moeten gelden dat de wijn te drinken blijft. Als de verschillen wat kleiner zijn, is het makkelijker om afspraken te maken dan als de verschillen megagroot zijn. Dan is die wijn echt niet meer te drinken. Dan is het niet meer dan slootwater. Daarvoor kiezen wij niet. Kiezen wij vaak verantwoordelijkheid? Ja, door hier te staan neem ik mijn verantwoordelijkheid als volksvertegenwoordiger. Dan sta ik niet aan de zijkant, maar sta ik met u te debatteren en doe ik suggesties om de plannen beter te maken. Dat is verantwoordelijkheid nemen. Een goede democratie heeft naast goede journalisten een goed kabinet nodig en een goede oppositie. Laten we dat voor eens en altijd gladstrijken.

Ten tweede. Als er tot 25 keer toe gezegd wordt: "kom met suggesties, wij hebben een uitgestoken hand, de deur van de Trêveszaal staat op een kier", dan ga ik ervan uit dat die suggesties serieus worden genomen en niet dat u toch wel nee zegt als wij ermee komen. We hebben voor 10 miljard aan suggesties gegeven. Dat u ze niet allemaal overneemt, snap ik best, maar ik heb er vandaag, geloof ik, al een stuk of tien aangegeven uit die plannen en telkens is het antwoord: nee, we hebben afspraken gemaakt. We hadden elkaar zeker een heel eind kunnen vinden als het gaat om de groep die voor u het meest kwetsbaar is. Dan had ik met u meegedaan en had ik de verantwoordelijkheid genomen, om het in uw woorden te zeggen. Grijp die kans! Wij kunnen Nederland samen menselijker en socialer maken door het geld daaraan te besteden en niet aan de multinationals.

De heer Segers (ChristenUnie):
Als je gaten in de plannen schiet van de omvang van 5,9 miljard lastenverlaging voor gewone mensen, gewone burgers, voor gezinnen, dan zie ik niet waar ik zou moeten beginnen in een dialoog. Er zijn wel andere onderwerpen. Er moet nog een sociaal akkoord komen. Rondom de arbeidsmarkt zijn er nog open einden, net zoals rondom het klimaatakkoord. Er moet nog heel veel worden besproken en daarvan hebben we gezegd: we gaan die dialoog aan, met die samenleving, met de Kamer. Er zijn dus tal van mogelijkheden, maar u kunt van mij niet verwachten dat ik overboord gooi wat we hebben beloofd terug te geven aan burgers, in brede zin, na ruim drie maanden te hebben onderhandeld, tot een afgewogen oordeel te zijn gekomen en ja te hebben gezegd. Het is overigens absoluut waar dat elk goede kabinet ook een heel goede oppositie verdient. Wat dat betreft wens ik u ook sterkte met de rol om inderdaad met alternatieven te komen en ons de kritische vragen te stellen, want anders gaat het niet goed in een democratie. Maar ik moet mij er rekenschap van geven dat als ik nee zeg tegen iets wat mij pijn doet en als het dan definitief nee wordt, ik ook nee zeg tegen wat we doen tegen mensenhandel, tegen wat we via ontwikkelingssamenwerking doen voor kwetsbare mensen elders in de wereld, tegen mensen die met problematische schulden zitten en tegen een zeer groen regeerakkoord met grote ambitie, overigens zonder dat ik claim dat de punten die ik noem alleen van de ChristenUnie komen. Dan moet ik ook daar nee tegen zeggen, maar ik zeg daar geen nee tegen. Ik zeg daar ja tegen. Dus zeg ik ook ja tegen een akkoord waar pijn in zit.

De heer Roemer (SP):
Dat snap ik. Ik kan mij er iets bij voorstellen als je duidelijk gezegd hebt: dat doet mij pijn, ik heb dat niet binnengehaald, maar daarom sta ik ervoor dat ik het andere wat ik heel belangrijk vind wel binnenhaal. Maar ik geef u een suggestie voor iets wat niemand in zijn verkiezingsprogramma had staan, wat 1,4 miljard kost, wat niemand hier in de zaal kan uitleggen en waarvan zelfs VNO-NCW zegt dat het niet afgeschaft hoeft te worden. Eigenlijk wil niemand het. Niemand ziet daar de voordelen van, niemand kan het uitleggen. Wat is er dan makkelijker om te zeggen: laten we die 1,4 miljard nou eens met die vier partijen bespreken om te kijken of we daar geen betere invulling voor kunnen vinden, samen met de oppositie om die uitgestoken hand daadwerkelijk waar te maken?

De heer Segers (ChristenUnie):
Helemaal tot slot. Dit is een onderdeel van een breder verhaal over het vestigingsbeleid waarbij een doel vooropstaat: echte banen voor gewone Nederlanders. Dat is één. Twee: we willen van bepaalde banen af. Dat is aan de Zuidas, dat zijn die brievenbusfirma's aan de Amsterdamse grachten. Daar willen wij vanaf. En er is een breder akkoord. Dat is het grote verhaal. Voor de rest zie ik uit naar de verdere dialoog met onder anderen de heer Roemer.

Mevrouw de voorzitter, ik sluit af. Dit kabinet is op aarde om te werken aan een goede toekomst voor onze kinderen, om tegenstellingen te verkleinen en om vrijheid en veiligheid te verdedigen. De plannen zijn goed. De Rotterdamse mentaliteit is nodig. En samenwerking met elkaar, met de hele Kamer en met de hele samenleving wordt cruciaal. Bij dit alles wens ik alle leden van dit kabinet heel veel arbeidsvreugde en uit de grond van mijn hart de zegen van God.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Thieme namens de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Voorzitter. Laat ik voor de verandering eerst eens een compliment geven aan de coalitiepartijen. Ja, daar moet je even voor gaan zitten.

De voorzitter:
De heer Rutte gaat er inderdaad voor zitten.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Ja, dat heeft hij nog nooit gehoord.

Het klimaatprobleem heeft een eervolle vermelding gekregen in het regeerakkoord, ondanks het feit dat volgens CDA-prominent Wijffels collega Buma net zo weinig weet van het klimaatprobleem als Trump en ondanks dat de VVD het klimaatprobleem onder druk van haar partijcongres schrapte uit het verkiezingsprogramma. Maar het klimaatprobleem staat in het regeerakkoord. Een puntje voor D66 en de ChristenUnie.

Misschien komt het door de wake-upcall van de rechtbank in de Urgenda-klimaatzaak. Misschien komt het door de rapporten van de Europese Rekenkamer en het Planbureau voor de Leefomgeving, door de cijfers van het CBS of die van de Verenigde Naties, die allemaal constateren dat het ingezette beleid onvoldoende is om aan de internationale klimaatafspraken te voldoen. Maar — hier komt de "maar" — helaas blijft het bij een eervolle vermelding, want uit de voorgestelde maatregelen blijkt dat het vooral gaat om vooruitschuiven en afschuiven. Ook al noemt de coalitie dit regeerakkoord het groenste akkoord ooit, het is, zoals ik net al zei bij de heer Segers, geen trendbreuk met het volledig ontgroende beleid van de afgelopen, laten we zeggen vijf, regeringen. Dat laat het Planbureau voor de Leefomgeving ook zien met het doorrekenen van het regeerakkoord. Ik citeer: Het regeerakkoord is duidelijk veel meer op 2030 gericht dan op 2020. En: De invoering van veel maatregelen zal te veel doorlooptijd vereisen om al in 2020 effecten te hebben.

Het is duidelijk dat de regering meer vertrouwen heeft in haar opvolgers dan in zichzelf. Het zogenaamde groenste kabinet haalt nog niet eens de helft van de afgesproken klimaatdoelstellingen van Parijs. Daar hebben we onze handtekening onder gezet. Het getuigt toch wel van enige brutaliteit om het halve werk te presenteren alsof de helft al binnen zou zijn. Ook schept het weinig vertrouwen als we een minister van Economische Zaken hebben die tevens de minister van Klimaat is. Een beetje alsof je de minister van afvallen én van chocoladepepernoten bent, zei Claudia de Breij. De nieuwe minister werd deze week al ontmaskerd in de Volkskrant, helaas. Hij claimde direct na zijn beëdiging namelijk dat Nederland vooraan staat in Europa bij het voeren van een succesvol klimaatbeleid. De eerste de beste factcheck van de Volkskrant liet al zien dat Nederland het slechter doet dan vrijwel alle andere Europese landen. Kan de minister-president aangeven hoe dit opmerkelijke verschil van inzicht te duiden valt?

De inleiding van het regeerakkoord zegt: we hebben geen alternatief voor aanpakken. Daarmee onderschat het kabinet zichzelf. Zo'n alternatief heeft het namelijk wel degelijk gevonden: vooruitschuiven en onder het tapijt vegen van problemen. Het kabinet gaat met de samenleving een contract van 1238 dagen aan om de grote uitdagingen van onze tijd aan te pakken. Het meldt tegelijkertijd dat er pas na 1239 dagen echt aan de slag gegaan mag worden. Het volgende kabinet mag het oplossen. Het kabinet-Rutte III belooft een belasting op vliegtickets vanaf 2021, dus nadat het zelf net vertrokken is. Het kabinet belooft de sluiting van vijf kolencentrales, maar na 2023 wordt het tijdpad pas bepaald, dus niet meer in deze regeringsperiode. Over je graf heen regeren, heet dat, door zelf de kolen eerst op te stoken en daarna tegen je opvolger te zeggen: vooruit met de geit.

De doelstelling van Rutte II, dus het vorige kabinet, om in 2020 CO2 met 25% te reduceren, wordt niet gehaald. De rechtbank heeft de Staat daarvoor in een niet mis te verstaan vonnis veroordeeld. Ook de doelstelling voor het vergroten van het aandeel duurzame energie wordt niet gehaald. En wat doet het nieuwe kabinet, Rutte III? Die schrapt de doelstellingen en gokt nu op 2030. Dit kabinet pronkt met de veren van zijn opvolgers.

Voorafgaand aan het regeerakkoord hebben de coalitiepartijen aan het PBL, Planbureau voor de Leefomgeving, gevraagd hoe het kabinet de uitstoot van CO2 kan verminderen, zonder iets aan de uitstoot te doen. Een Houdini-act voor wie een groen imago wil zonder groene keuzes te maken. Het antwoord van het planbureau was dat dit alleen kon door CO2 onder de grond te stoppen en andere technische maatregelen te nemen. Het PBL merkte daarbij tegelijkertijd op dat er veel meer nodig is. Een krimp van de veestapel bijvoorbeeld en een vermindering van de vlees- en zuivelconsumptie. Maar dat vereist gedragsverandering bij burgers, bedrijven en overheden. En dat is onbespreekbaar voor deze coalitie met het motorblok van het CDA en de VVD. Niets onder ons wacht, met nadruk op "wacht". In plaats daarvan blijft het kabinet hangen in luchtfietserij van meer dan acht jaar geleden. Op 14 juli 2009 kopte Het Financieele Dagblad dat het Rotterdam Climate Initiative van Ruud Lubbers klaar was voor ondergrondse opslag van CO2. Een volstrekt onhaalbaar en zelfs gevaarlijk idee dat dood en begraven leek, komt na acht jaar lobbyen alsnog op tafel. Een fossiel plan uit een achterhaald tijdperk, geboren uit achterhaald denken. Het is onhaalbaar, kost onnodig veel energie en gaat ten koste van zonnepanelen en windenergie, omdat het betaald moet worden uit de subsidiepot die bedoeld was om duurzame energie te stimuleren. CO2-opslag is zeer omstreden en ik breng u graag de slag om Barendrecht van zeven jaar geleden in herinnering en wat een ellende dat heeft veroorzaakt. Toen zag het kabinet het zelf al aankomen, bij monde van minister Verhagen. Kan de minister-president aangeven wat het kabinet ertoe gebracht heeft om het onbegaanbare pad van CO2-opslag opnieuw voorrang te geven boven echte oplossingen? Welke bedrijven hebben gelobbyd voor dit plan?

Ik wacht even tot de minister-president uitgesproken is, want ik heb een vraag. Hoe komt u bij het onzalige plan om CO2-opslag opnieuw voorrang te geven boven echte oplossingen? Welke bedrijven hebben gelobbyd voor dit plan? Heeft Shell destijds een claim ingediend bij de Staat toen hun CO2-opslag niet doorging? Valt er zo'n claim te verwachten van de nieuw betrokken marktpartijen als blijkt dat CO2-opslag nog steeds net zo kansloos is als toen? Graag een reactie. Nu vervuilen, later opruimen. Van die dingen.

Het kabinet schuift niet alleen door. Het schuift ook af. Het klimaatprobleem wordt wel het grootste marktfalen uit de menselijke geschiedenis genoemd. Toch blijft Rutte II voor de oplossingen ervan heilig vertrouwen op de markt en marktpartijen, met economische groei als hét medicijn voor al onze kwalen.

Een paar voorbeelden. Nadat op aandringen van de landbouwlobby het melkquotum werd afgeschaft en de markt het voor het zeggen kreeg, steeg het aantal koeien in Nederland zo explosief dat de hoeveelheid geproduceerde mest door het afgesproken plafond ging. De overheid trok aan de noodrem, waarna er 160.000 gezonde koeien werden geofferd op het altaar van de economie met slachtsubsidies van maar liefst 25 miljoen euro. Een ander voorbeeld. Het kabinet roept geen halt toe aan de onbelemmerde uitverkoop van kwetsbare waarden. Het omarmt handelsverdragen als TTIP en CETA die vrijhandel boven klimaat stellen. Om met FNV-voorzitter Busker te spreken: Het kabinet verkeert in de misplaatste veronderstelling dat als het bedrijfsleven maar in de watten wordt gelegd, de mensen en de samenleving daarvan als vanzelf gaan profiteren.

Nederland blijft een belastingparadijs, een verzorgingsstaat voor multinationals. Waar de normale Nederlander door de btw-verhoging fors meer gaat betalen voor alle dagelijkse eerste levensbehoeften krijgt het bedrijfsleven de jackpot van dit kabinet. En de rekening ligt bij de burger. Bij maatregelen, waaronder de opslag van CO2, mag de burger bijna 1 miljard ophoesten en betaalt de echte vervuiler, het grootbedrijf, maar een half miljard. Leg dat maar eens uit.

Zelfregulering leidt tot onveilige situaties. Dat hebben we in de financiële crisis met de bankensector gezien en dat hebben we deze zomer opnieuw in de voedingsmiddelenindustrie kunnen zien. Het doet zich helaas ook voor in de luchtvaart. Het regent ernstige kritiek van de kant van controlerende instanties, zoals onlangs nog door de Onderzoeksraad voor Veiligheid. Over de veiligheid van Schiphol concludeerde hij dat de Staat eindverantwoordelijk is voor de veiligheid op Schiphol, maar dat hij die verantwoordelijkheid grotendeels aan de sectorpartijen heeft gedelegeerd en dat de sector er niet in slaagt om die veiligheid integraal en gezamenlijk te borgen. Dat is keer op keer hetzelfde probleem. Desondanks zet ook Rutte III zwaar in op zelfregulering, convenanten en overleg met marktpartijen, marktpartijen die er blijk van geven weinig ethisch besef te hebben.

Volgens recente berichtgeving houden Shell en BP intern rekening met een temperatuurstijging van 5 graden, terwijl ze de klimaatdoelstellingen van Parijs zeggen te onderschrijven. Eerst de olie, dan de planeet. En Shelltopman Ben van Beurden zei zelfs dat de opwarming van de aarde de waarde van het aandeel Shell niet zou aantasten. Shell en de NAM bieden lesmateriaal aan dat kinderen wijsmaakt dat fossiele brandstoffen duurzaam zijn. De NAM stelt in lesboekjes dat aardgas de schoonste is van alle fossiele brandstoffen en dat aardgas geen schade aan het milieu veroorzaakt. De NAM is hiervoor veroordeeld door de Reclame Code Commissie, maar Shell heeft daar lak aan en gaat er gewoon meer door. Net als Shell deed op het door de gemeente Den Haag gesponsorde Generation Discover festival dat onlangs plaatsvond. Hoe is dat te verklaren en gaat het kabinet hier een einde aan maken?

Ook voor Rutte III is economische groei een heilig en onwankelbaar geloof. Het succes van onze samenleving wordt nog steeds afgemeten aan de groei van het bruto binnenlands product, ondanks de mooie woorden in het regeerakkoord dat de samenleving meer is dan een verzameling van cijfers.

Hetzelfde geldt voor de ambitie om van Nederland een circulaire economie te maken. Mooie woorden, nauwelijks daden. Om de doelstellingen op het gebied van klimaat en circulaire economie te behalen, hebben wij simpelweg een ander economisch model nodig, gebaseerd op een breed welvaartsbegrip. Daarover circuleren momenteel heel veel ideeën. Van het CBS, dat in het voorjaar van 2018 de eerste Monitor Brede Welvaart zal uitbrengen, tot de Britse econoom Kate Raworth, die in haar Doughnut Economics een sociale ondergrens en een ecologische bovengrens aan onze economie voorstelt. Het regeerakkoord blinkt helaas uit in nietszeggendheid en vrijblijvendheid waar het gaat om die noodzakelijke verandering. Greenwashing als dekmantel van een onhoudbare economie. Het zijn doekjes voor het bloeden.

Voorzitter. Het gaat hier niet om wat we kunnen betalen, maar om wat we ons kunnen veroorloven. De voorwaarden voor ons bestaan worden bedreigd. Het is nu heel letterlijk: je geld of je leven. In plaats van de beantwoording van die vraag, schuift Rutte III de problemen door naar toekomstige generaties. We zitten in een catastrofale biodiversiteitscrisis. De zesde uitstervingsgolf heeft nu al ongekende gevolgen voor de insectenpopulaties en vogelsoorten. In Duitse natuurgebieden is al 75% van alle insecten verdwenen. Oorzaak: landbouwgronden waar lustig gesproeid wordt met gif, zoals neonicotinoïden en Roundup. Nederland staat in de top drie van de landen met het hoogste gifgebruik in de wereld. Het leven in de Noordzee is met een derde verminderd. De vee-industrie stoot immense hoeveelheden ammoniak uit die de wijde omgeving letterlijk verzuurt en verziekt. We hebben nog maar 15% van de oorspronkelijke biodiversiteit over.

Wat is het dan toch jammer dat zowel de veehouderij als de visserij onder speciale bescherming staat van deze coalitie. Wegen en bebouwing brengen onze schaarse natuurgebieden in steeds groter gevaar. Dag vogels, dag bloemen, dag vissen. Het regeerakkoord zwijgt erover in alle talen. Dieren en planten sterven. De natuur verkruimelt en wordt versnipperd. Maar het kabinet-Rutte III juicht, want er wordt weer geld verdiend.

Voorzitter, we kunnen het tij nog keren, hoewel de kansen bij elk ontgroend kabinetsakkoord kleiner worden en de problemen urgenter. Gaat het kabinet komen met een verbod op landbouwgif? Of gaat het, net als bij de CO2-reductie, afschuiven en doorschuiven? Wordt het wetgeving, of eindeloos gepalaver met de landbouwsector?

De landbouw heeft van het kabinet een status aparte gekregen. Een heilige koe die op geen enkele wijze gecorrigeerd lijkt te mogen worden. De Land- en Tuinbouw Organisatie is dan ook op haar wenken bediend toen zij tijdens de formatie de eis stelde dat de agrarische sector zelfsturend moet kunnen optreden en de Staat slechts de rol mag spelen van een mager uitgeruste toezichthouder. Je moet het maar durven. De landbouwlobby is dan ook duidelijk een belangrijke medeauteur van dit regeerakkoord. Zo heeft de vleesindustrie kunnen afdwingen dat er geen belasting komt op vlees en heeft de kippenindustrie geëist dat het tempo van verduurzaming vanuit de markt moet komen en niet vanuit regelgeving.

Niet alleen wil het kabinet CO2 onder de mat vegen, dezelfde mat moet ook onze mesthoop gaan bedekken. De landbouw, een van de grootste vervuilers in Nederland, doet voor spek en bonen mee in de oplossing van de problemen. Zo heeft de landbouwlobby het gewild, en het kabinet loopt aan de leiband van deze lobby. In 2030 moet de landbouw een kleine 20% minder broeikasgassen uitstoten, ofwel 3,5 megaton. Daar mag ze 13 jaar over doen, terwijl wij weten dat wij daar vandaag al iets aan kunnen doen. Eén dag in de week geen vlees eten bespaart al net zoveel megaton CO2. Maar geen woord daarover in het regeerakkoord. Dat mag niet van de vleeslobby, die in dit land meer macht lijkt te hebben dan het kabinet. Dat is Rutte III: bang voor de kiezer en op schoot bij de sector. Dat geeft weinig vertrouwen in de toekomst.

D66 en CU pleitten voorheen voor het invoeren van een vleestaks. "We belasten iets wat niet duurzaam is. De veehouderij doet het erg slecht als het gaat om CO2-uitstoot", aldus de heer Pechtold. "Producten en diensten met een relatief grote ecologische voetafdruk moeten onder een hoger btw-tarief vallen", aldus de ChristenUnie. Niets daarvan komt terug in het regeerakkoord. Sterker nog, het kabinet maakt duurzame en gezonde producten als groente en fruit net zoveel duurder als vlees en zuivel.

Dit akkoord is het resultaat van een grote uitruil van idealen. Als jij akkoord gaat met uitstel van embryoselectie, ga ik akkoord met uitstel van de sluiting van kolencentrales. Het motorblok van CDA en VVD werd direct na de verkiezingen al als een gegeven gezien; Pavlov in de polder. De onthutsende ontgroening van D66 en ChristenUnie is nog maar het begin der smarten. We krijgen drie bewindslieden die bij Shell hebben gewerkt. We krijgen een bewindspersoon die nog voor zijn aanstelling in opspraak raakt door zijn ongepaste opmerkingen over politici van partijen die nu coalitiepartner zijn geworden. En we hebben een VVD die zegt niet genoeg bekwame vrouwen te kunnen vinden voor dit kabinet. Mag ik, als enige vrouwelijke fractievoorzitter in dit huis, 100 jaar na de invoering van het passief vrouwenkiesrecht, zeggen dat ik dat een gotspe vind?

"Waar opvattingen worden gedomineerd door levensbeschouwing, geloof, overtuiging, idealen en geweten, kan niet worden verlangd daar afstand van te doen", zo valt te lezen in het regeerakkoord. En toch is dat exact wat de ChristenUnie en D66 hebben gedaan bij de allergrootste crises die onze toekomst bedreigen. Een van de meest beschamende uitkomsten is de uitruil van ons recht op privacy. Dit kabinet heeft besloten om door te gaan met de sleepwet. Sterker nog, de heer Buma zegt nu al de uitslag van het referendum over dit onderwerp te zullen negeren. In hem komen Animal Farm en 1984 van George Orwell samen. Het kabinet zegt vooral naar burgers te luisteren, maar bedoelt daar feitelijk vooral mee "afluisteren". Het kabinet kan en mag uw internetverkeer aftappen, ook als u geen verdachte bent. Waar D66 zei dat 2015 het jaar van de privacy moest zijn, doet de partij twee jaar later het grondrecht op privacy al in de uitverkoop. Burgers krijgen volgens het regeerakkoord de mogelijkheid om mee te besluiten over buurtprojecten, maar omwonenden van Schiphol mogen niet zeuren over uitbreidingsplannen. "Hadden ze maar niet bij een luchthaven moeten gaan wonen." Inwoners van de Veluwe mogen niet klagen over de vliegroutes van Lelystad Airport, want "het is er nog altijd stiller dan in de Randstad". Het kabinet weet dat zulke zeer hinderlijke besluiten eigenlijk onbestaanbaar zijn, maar kijkt de andere kant op.

Dan de studieschuld. De studieschuld van studenten zal enorm oplopen door de verhoging van de rente op de studielening. Van de door CDA en ChristenUnie beloofde terugkeer van de basisbeurs is niets meer vernomen. En nog een andere gebroken belofte: het eigen risico. Veel is daar al over gezegd. Het wordt niet verlaagd, terwijl CDA en ChristenUnie daar een groot punt van hebben gemaakt tijdens de verkiezingscampagne en daarmee stemmen hebben weten te werven. D66 en ChristenUnie wilden ook dat de bed-bad-broodregeling voor vluchtelingen nooit als drang- of dwangmiddel wordt gebruikt om terugkeer te forceren. Dat gaat nu toch gebeuren in het regeerakkoord. Er komt ook geen nieuw kinderpardon. Hiermee geven ze een stukje beschaving weg.

Voorzitter. Visieloos, vlees noch vis, een potpourri van lobbygesprekken; mooier kan ik het niet maken. Geen wonder dat er geen coherente consistente groene visie in te ontdekken valt, hoezeer de coalitiepartijen ook het tegendeel beweren. De heer Rutte gaat regeren met de kleinst denkbare meerderheid in beide Kamers. Een uitdaging, want de heer Rutte weet: wie het kleine niet eert, is snel uitgeregeerd. Daarom reikt hij de oppositie de hand. We zullen met elkaar de komende tijd het gesprek moeten voeren over welke plannen kunnen worden verbeterd met steun van de oppositie, zei hij. Ik kom daar graag in tweede termijn op terug met een enkele motie, of misschien wel meer.

Voorzitter. Zelden heb ik een regeerakkoord gezien waar nog zo veel ingevuld moet worden, maar ik zie het als een uitnodiging. Wat visieloos is, moet ambitieus worden. Wat behoudend is, moet radicaal worden. Wat fossiel is, moet groen worden. Mede daarom ben ik ook van mening, voorzitter, dat er een einde moet komen aan de bio-industrie. Dank u wel.

(Geroffel op de bankjes)

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Thieme. Het algemeen vrouwenkiesrecht was er pas in 1919. Passief en actief.

Mevrouw Thieme (PvdD):
Passief in 1917, actief in 1919.

De voorzitter:
Precies. Er is een hele discussie over geweest, daarom weet ik het. Ik geef het woord aan de heer Krol namens 50PLUS.

De heer Krol (50PLUS):
Ik zie dat u wat vermoeid bent, mevrouw de voorzitter.

De voorzitter:
Nee hoor. Ik niet.

De heer Krol (50PLUS):
Ik ook niet.

De voorzitter:
Gaat uw gang.

De heer Krol (50PLUS):
Mevrouw de voorzitter. Ik neem u graag mee terug naar maandag 20 maart van dit jaar. Gerlicia wordt geboren, een prachtig meisje dat nu zeven maanden oud is. De ouders zijn zielsgelukkig maar maken zich ook zorgen over de toekomst van hun kleine. In welke wereld komt ze terecht? Hoe zal Nederland eruit zien als Gerlicia 18 is? Hoe veilig is Nederland dan, in de grote rumoerige wereld? Zijn er dan nog steeds terroristische aanslagen? Hoe zal het zijn met ons klimaat? Houden we droge voeten? Bestaat Nederland nog wel of zijn we opgegaan in Europa? Terechte vragen van jonge ouders met kleine kinderen.

Gerlicia en haar ouders mocht ik onlangs ontmoeten. Gerlicia zal ik niet snel vergeten: een vrolijke baby die me voortdurend lachend aankeek en waarvan ik hoop dat ze een prachtige toekomst tegemoet kan gaan. Als één doelgroep het motto van dit regeerakkoord zou mogen beleven, is het natuurlijk deze groep jonge ouders met pasgeborenen. Ieder van ons hoopt dat juist zij vertrouwen in de toekomst kunnen hebben. Ik hoop daarom dat Gerlicia in elk geval beter af zal zijn dan de meeste andere leden van haar familie. Ook met hen sprak ik. Stelt u zich eens voor: een familie bestaande uit vijf generaties. De vader en moeder van Gerlicia zijn voor in de twintig, oma is in de veertig en na een scheiding alleenstaand, overgrootmoeder en overgrootvader zijn rond de zestig en betovergrootmoeder is een tachtiger. Ze wonen in dezelfde stad, de een wat dichterbij, de ander wat verder af. Met hen besprak ik wat hen bezighoudt en de gevolgen van dit regeerakkoord.

De moeder van Gerlicia is Bennita. Ze is 23 en ze woont samen met Dennis. Hij werkt fulltime als kok en Bennita werkt parttime bij een grote drogisterijketen. Ze heeft al meerdere keren bij eerdere werkgevers moeten ervaren dat ze na verloop van tijd weer op straat kwam te staan omdat een nog jonger iemand nog goedkoper is voor het bedrijf. Dat kan heel makkelijk, door de vele tijdelijke contracten die werkgevers mogen aanbieden. Oma Patricia wil natuurlijk nog lang geen oma worden genoemd. Ze is pas 43, de spil van de familie, gescheiden, werkloos en afhankelijk van een bijstandsuitkering. Ze heeft een bijbaantje voor één dag in de week, maar zit na een echtscheiding thuis vanwege een burn-out. Ze zat er zo doorheen dat ze deze week van haar moeder een korte vakantie aangeboden kreeg om even op adem te kunnen komen. Ook mensen als Patricia krijgen straks te maken met een forse verhoging van het lage btw-tarief. Dat merkt men direct in de portemonnee, juist bij de alledaagse boodschappen. Is dit kabinet bereid om hier nog wijzigingen in aan te brengen? 50PLUS is in elk geval tegen de verhoging van het btw-tarief.

Overgrootmoeder Annelies is huisvrouw. Ze is 60. Haar man Ben werkt in de bouw. Hij heeft al meerdere keren last gehad van een hernia. Z'n rug trekt het niet meer, en toch werkt hij, zolang het nog kan, volop. Vanmorgen moest Ben al om 04.00 uur z'n bed uitkomen om vanuit Breda op tijd in Amsterdam te kunnen zijn voor een klus. Zolang hij dat nog volhoudt — maar Ben betwijfelt of dat tot 68 jaar zal kunnen zijn — verdient hij iets meer dan de rest van de familie, zodat Ben en Annelies af en toe kunnen bijspringen als bij de anderen het water aan de lippen staat.

Betovergrootmoeder Nelleke is 81. Zelf heeft ze geen pensioen kunnen opbouwen. Nelleke kan dus helaas niet profiteren van ons pensioenstelsel, één van de besten van de wereld. Van dit kabinet moet dit stelsel op de schop. 50PLUS wil ons pensioenstelsel behouden en op onderdelen moderniseren. Dit om de koopkracht van huidige gepensioneerden te verbeteren en het vertrouwen van toekomstige gepensioneerden terug te kunnen winnen. Onnodige kortingen kunnen we voorkomen met het initiatiefwetsvoorstel dat door 50PLUS is ingediend en binnenkort spreken we daarover in deze zaal.

De man van Nelleke is overleden. Nelleke heeft diverse gezondheidsklachten. Haar handen staan krom. Jarenlang werkte ze op de veiling. Met een soort van omgekeerde stofzuiger schoot ze duizenden kroppen sla per dag in plastic zakjes, zodat wij zo'n krop makkelijk kunnen meenemen uit de supermarkt. Ook haar man heeft nooit pensioen kunnen opbouwen. Ze leeft dus van alleen AOW. Na het betalen van haar vaste lasten — huur, gas, water, licht, verzekeringen en dergelijke — houdt ze €150 per maand over om van rond te komen, minder dan €5 per dag. Dat is erg moeilijk. Dat grenst aan armoede. Laatst was ze ergens op visite en kreeg ze een plak peperkoek. Op het schaaltje lagen nog een paar plakken, onaangeroerd. Toen haar gastvrouw even weg was, stopte ze een plak in haar tasje. Thuis deelde ze die plak in drie stukken om toen haar dochter en kleindochter op visite kwamen toch iets bij de koffie te kunnen serveren.

Elke maand kijkt ze uit naar de dag waarop de huurtoeslag binnenkomt en natuurlijk naar de 22ste of 23ste van de maand, wanneer de AOW wordt bijgeschreven. In de dagen ervoor leeft ze vaak alleen op boterhammen met suiker. Geld voor een fatsoenlijke maaltijd is er niet, laat staan voor iets extra's. In de maanden met veel verjaardagen kan ze niet voor iedereen een klein cadeautje kopen. Vorige week was het kermis in Breda. Ze schaamt zich dat ze haar kleinkinderen nog geen euro kermisgeld kon toeschuiven. Een avond naar de bingo kan ze zich sinds het overlijden van haar man bijna nooit meer veroorloven. Af en toe doen dochter Annelies of achterkleindochter Bennita een duit in het zakje, maar liever wil ze niemand tot last zijn. Niet klagen. Ze is, net als veel anderen van haar generatie, met heel weinig tevreden.

Maar Nelleke is wel bang om ziek te worden, want het eigen risico is de afgelopen jaren voor haar en erg veel anderen ondragelijk geworden. Dit kabinet heeft besloten om het eigen risico de komende jaren gelijk te houden. Maar als we verder niets doen, betekent dat dat de premie de komende jaren met honderden euro's stijgt. Toen Nelleke dat vanmorgen hoorde, schrok ze. Wordt deze maatregel om het zorg mijden om financiële redenen te voorkomen echt bewaarheid? Dat vraag ik aan de minister-president.

Eén van haar buren is afhankelijk van de wijkverpleging en Nelleke hoorde dat daar in het regeerakkoord op wordt beknibbeld. Daar hebben we het al veel over gehad vandaag. Ze is weleens jaloers op de wijze waarop haar buren, die uit een andere cultuur komen, tegen ouderen aankijken. Daar kent men nog respect voor ouderen. Vroeger was dat, zo meent Nelleke, in de Nederlandse cultuur ook veel vanzelfsprekender. Dat respect voor ouderen lijkt op diverse plekken verdwenen. Ze hoopt dat zij het nog mag meemaken dat er in de toekomst weer wat meer respect voor oudere generaties gaat ontstaan.

Nelleke haat schulden. Nooit heeft ze schulden gehad. Haar hele leven was ze zuinig, ze wilde niet teren op de portemonnee van een ander. Maar door een fout van haar energieleverancier — ze kreeg een slimme meter en haar maandbedrag ging omlaag waar ze heel blij mee was — kwam ze toch in de sores. Het is een kwestie waar zelfs het tv-programma Radar over berichtte. Ineens kreeg ze een briefje dat er een foutje was gemaakt en dat ze €722,13 moest bijbetalen. Dat lukt haar natuurlijk van geen kant. Maar oh, wat was de energieleverancier coulant: ze mag nu in twee jaar tijd in maandelijkse termijnen opdraaien voor een fout waar ze zelf niet schuldig aan is.

Maar dat is niet haar grootste probleem. Dat is de eenzaamheid. Nelleke gaat zo vaak het maar kan naar haar kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen. Maar dan nog is ze meestal alleen omdat de vorige kabinetten-Rutte hebben bepaald dat de ouderen zo lang mogelijk thuis moeten blijven wonen. Soms heb ik zin om met mijn rollator bij de voordeur te gaan staan, zei ze me. Dan zou ik willekeurige voorbijgangers naar binnen willen roepen om een praatje mee te maken. Op zorg van de gemeente hoeft ze niet te rekenen. In haar kennissenkring kent ze burgers die tegen hun gemeentebestuur moeten procederen om de broodnodige maatschappelijke ondersteuning af te dwingen. Dan hebben we het dus over gemeentebesturen die juist zouden moeten helpen bij oplossingen die het mensen mogelijk moeten maken desgewenst langer thuis te kunnen blijven wonen. Het kabinet is volop bezig met ouderen in verpleeghuizen. Mooi! Maar we mogen niet vergeten dat ruim 90% van de ouderen, net als Nelleke, thuis probeert te overleven.

Een ander probleem: hoe zal het gaan nu ook gemeenten verantwoordelijk worden voor de armoedebestrijding? Want armoedeval wordt gedecentraliseerd. Ja, hier en daar zal het prima lukken, maar op andere plekken zal het een ramp worden. 50PLUS waarschuwde bij de decentralisatie van de zorg al voor zorgmigratie: mensen met een bepaalde aandoening en de daarbij behorende zorg die beter af zijn in de ene gemeente dan in de andere die soms maar een paar kilometer verderop ligt. Bij mensen in armoede is zelfs dat niet eens een reële mogelijkheid.

Nelleke heeft de periode vlak na de oorlog bewust meegemaakt. In die tijd was het logisch dat iedereen werd aangezet tot wederopbouw. Werken moest lonen. Maar nu, anno 2017, is dat anders. Ook mensen die niet meer aan het reguliere arbeidsproces deelnemen, dragen hun steentje bij aan de samenleving. En hoe? Ze doen vrijwilligerswerk, staan in de sportkantine, passen op hun kinderen en kleinkinderen, zijn mantelzorger, houden de maatschappij draaiende. Laat hen ook eerlijk meeprofiteren nu het weer wat beter gaat! Zet ze niet aan de kant, zoals dit kabinet en voorgaande kabinetten onder leiding van Mark Rutte lijken te doen! En ja, kom dan niet met de smoes dat de gemiddelde oudere er 0,6% op vooruit zal gaan.

De dochter van betovergrootmoeder Nelleke, overgrootmoeder Annelies, is 60. Ze is huisvrouw en ze ondersteunt zo haar twee jaar jongere man Ben, die vanaf zijn 14de in de bouw werkt. Dat is dus nu al 44 jaar, ononderbroken. Ben is op. Zijn rug trekt het niet meer. Ook zijn knieën zijn compleet versleten. En toch moet Ben nog ruim tien jaar door, zo vindt deze minister-president, die ooit aan stratenmakers in Venlo beloofde dat ze desgewenst op hun 65ste mochten stoppen als ze VVD zouden stemmen. Daar lezen we nu in dit regeerakkoord geen woord meer over. Vanmorgen om 4.00 uur — ik zei het u al — vertrok Ben weer naar een klus in Amsterdam. Annelies probeert volop om werk te vinden. Als dat lukt, zou ze haar man Ben met zijn werk iets kunnen laten minderen, maar ze ervaart dagelijks dat je als 50-plusser vrijwel niet meer aan de bak kunt komen, hooguit iets tijdelijks. Contracten worden niet verlengd. Ze voelt dat ze geen eerlijke kans krijgt. Annelies las dat dit kabinet de ambitie heeft om meer mensen aan een vast arbeidscontract te helpen. Dat klinkt mooi en ambitieus. Maar kan de minister-president aan Annelies uitleggen hoe? Want de uitwerking blijkt een regelrechte nachtmerrie voor werknemers. Hoezo meer vaste contracten? Er komt een verruiming van de tijdelijke contracten. Er komt een langere proeftijd. Er komt een verlaging van de transitievergoeding. Gaat haar dochter Patricia, die van een bijstandsuitkering leeft, dat merken? Worden haar duimschroeven nog verder aangedraaid? Worden mensen met een Wajong-uitkering gestraft met een verlaging van 5%? Wat 50PLUS betreft niet. We zullen dan ook onze eerder ingediende en aangehouden motie morgen in stemming brengen.

In het regeerakkoord kwam ik nergens tegen hoe mensen echt aan werk geholpen gaan worden. Er zijn te weinig oplossingen die ervoor gaan zorgen dat oudere werknemers weer een eerlijke kans zullen krijgen. Er staat wel in hoe ze gemakkelijker en goedkoper ontslagen kunnen worden. Dit kabinet is vooral goed voor de werkgevers. Ben heeft zijn vrouw Annelies al geadviseerd om maar te stoppen met het zoeken naar werk. Vooral voor de generatie van Annelies en Ben en voor oudere generaties is de afschaffing van de wet-Hillen een aflosboete. Je zult maar een eigen huis hebben, dat je altijd hebt beschouwd als een appeltje voor de dorst. Je zult maar zuinig hebben geleefd en keurig hebben afgelost, mede aangemoedigd door deze wet-Hillen. Dan schrik je toch wanneer je hoort dat deze regeling wordt afgeschaft? Dat komt dan toch over als een boete op spaarzaamheid en goed gedrag? De minister-president was zo eerlijk om te erkennen dat het niet zijn voorkeur had. Ik ga u alvast melden dat mijn collega Martin van Rooijen er volgende week alles aan zal doen om deze aflosboete van tafel te krijgen. U zult er nog verbaasd over zijn wat hij daarbij allemaal uit de kast zal trekken.

Toch zijn er ook positieve dingen op te merken over dit regeerakkoord. Het is goed dat er een oplossing komt voor het midden- en kleinbedrijf, dat de lasten van langdurige ziekte van werknemers niet op kan brengen. Maar het is dan weer bizar om te lezen dat mensen die voor 80% tot 100% arbeidsongeschikt zijn, toch de helft van hun resterende verdiencapaciteit moeten gaan inzetten om hun huidige uitkering te kunnen behouden. Het is toch zot dat we deze mensen, die echt ziek zijn, een handicap hebben of niet kunnen werken, extra onder druk gaan zetten, terwijl ze nagenoeg geen fatsoenlijke kansen hebben? Die inspanningen kunnen we toch beter gebruiken om mensen die wel kunnen werken, bijvoorbeeld ouderen die langdurig werkloos zijn, te stimuleren en te helpen? De extra middelen voor de verpleeghuiszorg juichen we toe, hoewel die geen verdienste zijn van dit kabinet alleen. Sterker nog, op andere onderdelen van de zorg moet met een hoofdlijnenakkoord bijna 2 miljard worden opgehaald. Op ggz, wijkverpleging en huisartsen kan ons inziens niet worden beknibbeld. Positief is dan weer wel dat er één tarief komt voor de eigen bijdrage in de Wet maatschappelijke ondersteuning.

We gaan naar Patricia, de vrouw van 43. Patricia leeft van een bijstandsuitkering. Ze is onlangs gescheiden en kon met moeite onderdak vinden in een tijdelijke woning, een afbraakpand. Ze wacht nu op een betere woning, want ze wil niet afhankelijk zijn van haar dochter, haar moeder of haar overgrootmoeder. Dat kan nog jaren duren, want de wachtlijsten zijn gigantisch. Na haar scheiding heeft ze niet één stap terug moeten zetten, maar wel vijf. Vol trots liet ze me haar nagels zien. "Die doet een goede vriendin van me", zei ze. "Mijn geurtje haal ik op de markt, en mijn foundation komt van de Action. Geld om af en toe een bloemetje op tafel te zetten, zoals ik vroeger vaak deed, is er niet." En omdat ze er helemaal doorheen zat, kreeg ze van haar moeder deze week een korte vakantie. In die week komt CDA-collega Buma met een opmerking over het referendum. Hij stelt het raadgevende advies van de Nederlanders kennelijk niet op prijs. 50PLUS begrijpt dat niet. Wij zijn zelfs voorstander van een bindend referendum.

De dochter van Patricia, Bennita, werkt samen met haar man Dennis heel hard om rond te komen. Ze heeft nog een studieschuld van €7.000 van een opleiding die ze niet heeft kunnen afmaken. De problemen rond de echtscheiding van haar ouders waren daar mede debet aan. Die schuld moet ze nu afbetalen en daarom werkt ze. Dat kan ze, omdat haar moeder, oma en opa en zelfs haar overgrootmoeder komen oppassen op de kleine Gerlicia. Zonder mama, opa en oma en de anderen uit de familie, zou ik dat niet kunnen, vertelde Bennita me. Met name voor deze jonge generatie is het van groot belang dat onze economie goed blijft draaien. Deze familie woont in Brabant en uitgerekend daar zijn veel innovatieve bedrijven gevestigd. Ze lopen voorop. Voor Nederland is het van belang dat deze bedrijven voorop kunnen blijven lopen zodat ze hun producten en diensten over de hele wereld kunnen blijven exporteren. Ik denk aan innovaties op het gebied van zorg, autonoom rijden, elektrische auto's en zelfs auto's op zonne-energie. Daarmee experimenteren kan alleen als de huidige wetgeving, die is gebaseerd op oude technieken, wordt verruimd of soms zelfs terzijde wordt geschoven. Onlangs stond er in De Telegraaf een pleidooi om van Nederland een broedplaats van innovatie te maken. Is het kabinet bereid om hiervoor maatregelen te nemen?

Mevrouw de voorzitter. Voor 50PLUS is een ding klip-en-klaar. Welke cijfers je er ook op naslaat, de koopkracht van gepensioneerden loopt al jaren achter op die van werkenden. Dit verschil zal de komende jaren alleen maar toenemen. Dat dit een politieke keuze is van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie is helder. Het is niet onze keuze. Wij zouden een andere gemaakt hebben. We zullen hiertoe met voorstellen komen gedurende de debatten over de begrotingen en de Algemene Financiële Beschouwingen.

In het regeerakkoord staat dat het kabinet het manifest Waardig ouder worden ter hand zal nemen. Waar blijft dan punt 1 van dat manifest, een coördinerend minister van of voor het ouderenbeleid? Wij pleiten daar al jaren voor. Een 50PLUS-motie hierover werd door de coalitiepartijen, ook zij die het manifest hebben ondertekend, begin oktober afgewezen. Waarom? Bij die gelegenheid dienden wij ook een motie in over het instellen van een speciale Kamercommissie ouderenbeleid. Wij hebben die toen aangehouden, maar brengen deze morgen in stemming. Ik vraag de andere collega's om hier heel zorgvuldig naar te kijken. Het zou veel ouderen in ons land goed doen.

Mevrouw de voorzitter. Wat ik hier noemde, zijn maar enkele zorgen die bij deze familie leven. Een familie met vijf generaties en toch een heel gewone familie. In Nederland leven duizenden van deze families. Gerlicia, Bennita, Dennis, Patricia, Annelies, Ben en Nelleke zijn echte mensen van vlees en bloed. Hoewel 50PLUS in het bijzonder opkomt voor mensen van 50 jaar en ouder, hebben we volop oog voor jongere generaties en mensen die na ons komen. Dat merkte ik ook bij deze familie. Jong en oud, alle generaties, ze willen allemaal het beste voor elkaar. Zo hoort het in een familie, in een samenleving, in dit land. 50PLUS zal zich tijdens de komende regeerperiode inzetten voor een zo optimaal mogelijke oude dag voor huidige oudere generaties en voor toekomstige oudere generaties. Elke generatie moet vertrouwen kunnen hebben in de toekomst. Telkens wanneer wij bij dit streven dit kabinet aan onze zijde zullen vinden, gaan wij het steunen. Maar telkens wanneer het kabinet lusten en lasten tussen de generaties niet eerlijk verdeelt, zal 50PLUS er alles aan doen om dat recht te trekken. Wij zullen vaak met de bewindslieden spreken en hopen op een vruchtbare samenwerking, zo lang dat kan en past binnen de wensen van deze en andere soortgelijke families.

Mevrouw de voorzitter. Ik heb het vandaag gehad over de familie De Leij uit Breda. Ze volgen dit debat op de voet. Ik vraag daarom aan het kabinet om niet alleen mij, maar vooral hen recht in de ogen te kijken en een eerlijk antwoord te geven op hun bezorgde vragen. Ja, de minister-president kijkt de goede kant op, want ze zitten daarboven op de publieke tribune. Ik dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik geef het woord aan de heer Van der Staaij namens de SGP.

De heer Van der Staaij (SGP):
Mevrouw de voorzitter. De titel van mijn bijdrage is "een gebed zonder end". Het is 22.40 uur en het was vanmorgen 10.30 uur dat we begonnen. Dus het slaat wel een beetje op dit debat. "Een gebed zonder end" zeggen we immers als iets veel langer of ontzettend lang duurt en er geen einde aan lijkt te komen. Dat gevoel kan je vandaag af en toe ook wel bekruipen. Maar het was natuurlijk ook even met in het achterhoofd die formatie. Dat was eigenlijk ook wel een gebed zonder end. Hoe lang duurde dat wel niet? Een record gebroken!

Maar ja, als ik heel eerlijk ben: toen ik mijn speech van — wat is het? — zeven bladzijden nog even zat door te kijken, dacht ik dat die eigenlijk ook wel een beetje een gebed zonder end is. Die is op die twintig minuten afgestemd. Er is lang hard aan gewerkt, maar iedereen is op een gegeven moment moe en heeft het dan ook wel een beetje gehad. Nou heeft onze afdeling voorlichting mijn verhaal vanmiddag in tien tweets samengevat. Ik dacht: zou ik niet gewoon die tien tweets kunnen voorlezen? Even een korte toelichting: als iedereen het ermee eens is, ga ik het zo doen, maar dan wil ik wel dat er ook naar geluisterd wordt. Anders begin ik m'n speech voor te lezen!

(Hilariteit)

De heer Van der Staaij (SGP):
Oké, we gaan het proberen.

De eerste is: "Een regeringsverklaring op dankdag! Het is overigens niet zo dat de kerken vanwege nieuwe kabinet een dankdag uitriepen." Ik heb vanmorgen in een interruptiedebatje met de heer Wilders al gezegd dat het een protestantse traditie is om een dankdag te hebben, waarop je God dankt voor alle zegeningen die Hij gaf. Nou zou je kunnen denken: heeft dat dan iets te maken met die christelijke partijen in het kabinet dat er vandaag een dankdag door die kerk is uitgeroepen? Nee, dat heeft er niets mee te maken. Het is gewoon een vaste dag, een woensdag in november. Je krijgt altijd rond zo'n nieuw kabinet allerlei complottheorieën. Ik hoorde ook al ergens in progressieve kring fluisteren: het is wel opvallend dat het kabinet nog niet is beëdigd of de klok wordt op zondag gelijk teruggedraaid. Daar heeft het dus ook niets mee te maken! Dat was ook helemaal onafhankelijk van het kabinet. Dat was het eerste punt.

De tweede tweet: "Dankdag is een oude traditie, vroeger zelfs door de Staten-Generaal aangemoedigd." Dat heb ik net eigenlijk ook al toegelicht. Dan kom ik al bij de derde: "De SGP pleit voor het neerzetten van NL vlag in parlement. Dat zou nét zo vanzelfsprekend moeten zijn als aanleren van het volkslied." Ja, het ging natuurlijk over symboliek als het Wilhelmus, het Rijksmuseum en de vaderlandse geschiedenis. En dan zit je na te denken en denk je: in hoeveel parlementen ben ik nou niet al geweest waar gewoon een vlag staat? Het is toch eigenlijk wel heel raar dat wij hier in het Nederlandse parlement geen Nederlandse vlag hebben staan. Zou dat nou niet ook een mooie vernieuwing zijn?

Er zijn meer vernieuwingen geweest de afgelopen tijd, ook rond de kabinetsformatie. Sommige waren aansprekend. Ik wil meneer Pechtold ook nog een royaal compliment maken voor de openbare beëdiging die we tegenwoordig hebben. Ik moet eerlijk zeggen dat we in het verleden niet zo enthousiast waren, maar toen ik het eenmaal zag en ook de rol van de Koning zo mooi voor het voetlicht werd gehaald, vond ik het toch wel winst. Dat is toch wel een mooie ceremonie. Maar past het in die symboliek ook niet om op deze manier de vlag te laten zien? Dat was de derde tweet.

Dan ga ik naar de vierde: "Wij zijn voor veel dingen dankbaar: o.a. meer geld Defensie, wijkagenten, geld gezinnen, bestrijding eenzaamheid en groene agenda." Dat is een hele mond vol voor één tweet, maar het laat zien dat er ook wel best veel punten in het regeerakkoord zitten waar wij wel enthousiast over zijn. En ja, dat zijn goede punten. Je wil natuurlijk niet gelijk zuur doen, want die 1,5 miljard voor Defensie is natuurlijk mooi, maar ik denk wel: er moet echt meer gebeuren. Maar dat kwam eigenlijk in de interrupties ook al wel naar voren. Dat vraagt dus nog echt wel om een overtuigend gevolg.

Je zegt eerst de mooie dingen in je speech en daarna ga je zeggen: ja, maar dit is echt iets wat nog niet goed genoeg is. Dat is tweet vijf: "Ik wijs met spijt op de gapende kloof in belastingdruk tussen eenverdieners en tweeverdieners. Wanneer wordt dit onrecht aangepakt?" Kijk, meneer Segers heeft net al gezegd dat ze er echt hun best voor hebben gedaan. Daar ben ik van overtuigd. "Kijk eens", zei hij, "naar die mooie koopkrachtverbetering voor die eenverdiener." Helemaal waar. Het is inderdaad echt goed nieuws dat de koopkracht van die eenverdienergezinnen is toegenomen. Wat wij bedoelen met die kloof kleiner maken, is dat het nog steeds zo zuur blijft dat als je die €40.000 in je eentje verdient, je €8.500 meer belasting moet betalen dan als je €40.000 met zijn tweeën verdient in een gezin. Dat is eigenlijk raar. Er zit hetzelfde geld in die gezinsportemonnee en je moet €8.500 meer belasting betalen. Dat noemen we de kloof en die zou echt kleiner moeten worden. Er ligt nog een oude motie-Schalk vanuit de Eerste Kamer. Is het kabinet bereid om daar echt iets aan te gaan doen?

Tweet zes: "De SGP wil weten of de regering gaat optreden tegen Australische ex-arts dr. Death, die vanuit Amsterdam zijn zelfmoordhandboek verkoopt." Dat is een zwaar punt, die hele medisch-ethische problematiek. Er zitten mooie punten in als het uitvoeren van Waardig ouder worden. Wij zien dat er een kleine lobby fanatiek wordt om buiten de huidige wetgeving om te zeggen: wij willen een soort recht op zelfdoding opeisen en wij trekken ons eigenlijk niks aan van die wetgeving. Mijn vraag is of er bereidheid is om daar handhavend op te treden en de regels die wij daarvoor hebben gesteld na te leven. Dat was tweet zes.

Ik kom bij tweet zeven: "Wij zijn zeer belangstellend naar de koers van het kabinet rond het Israëlbeleid en de Europese Unie, allebei aangelegen thema's voor de SGP." Het Israëlbeleid is een gevoelig punt. Ik geloof dat er wekenlang gesproken is over een paar zinnetjes in het regeerakkoord. Dan denk je: wat gaat er precies allemaal gebeuren? Ik wil zomaar even één puntje testen. Er is veel gedoe geweest rond de UNESCO, zo'n VN-organisatie waar veel verklaringen worden aangenomen die een beetje een politiek wapen tegen Israël zijn. Israël en de VS zijn er zelfs uitgestapt. Mijn vraag is niet of Nederland er ook uitstapt, maar wel of Nederland bereid is om daar binnen de UNESCO een punt van te maken en om te zeggen: dit kan niet op deze manier.

Dan de Europese Unie. Je ziet op een aantal punten best overtuigend meer Europa. De heer Pechtold zei in zijn bijdrage al dat hij eigenlijk wel tevreden was over de paragraaf over de Europese Unie. Nou, dan moet je oppassen, want hij wil alleen meer Europa. Ik zie er ook het Europese Openbaar Ministerie in staan. Mijn vraag is: wordt er ook werk gemaakt van minder Europa waar dat mogelijk is? Je kunt bijvoorbeeld eens kijken naar de regels waar kleinere bedrijven veel last van hebben, zoals risico-inventarisaties. Moet dat nou allemaal? Zou je ook niet de andere kant op kunnen en zeggen: nu ook eens de bezem door die Europese regels?

Tweet acht: "Ik weet waarom CDA + ChristenUnie wietwet gunnen aan Pechtold. Ze voorzien referendumscenario. Bezit van de zaak is het einde van vermaak." Dat is misschien een beetje cryptisch. Ik had erop gerekend dat ik een heel stuk droge tekst had en dat je hier weer iets nodig had om iedereen wakker te krijgen. Dan was de gedachte: ze weten al dat wij die wietwet niks vinden, want met verslaving moet je niet experimenteren, maar hoe kunnen Segers en Buma daar nu in meegegaan zijn? Pechtold heeft op dat punt kennelijk heel goed onderhandeld, maar misschien was het wel zo dat ze zeiden: als je hem een keer zijn zin geeft, is het misschien wel heel snel afgelopen. Tegen die referendumwet zijn we immers ook tijden te hoop gelopen en het lukte niet om hem te overtuigen. En dan komt die referendumwet er en dan zeggen ze: ja inderdaad, dat is helemaal niks, stop er maar mee. Misschien gaat het met die wietwet ook wel zo. Dat hopen we.

(Hilariteit)

De heer Van der Staaij (SGP):
Tweet negen: "Danken voor het goede schept vertrouwen in de toekomst. Vertrouwen is sleutelwoord." Het is vandaag veel over vertrouwen gegaan. Vertrouwen in de toekomst hebben het kabinet en de coalitiepartijen. Heel fijn, maar nu de burgers nog. Dat was een beetje de boodschap: vertrouwen winnen van de burgers. Daarvoor is het belangrijk dat er niet te veel jojobeleid is, zoals met die versnelde hypotheekrenteaftrek en die aflosboete. Dat is een beetje jojobeleid. Mensen zijn eerst blij gemaakt dat iets op een bepaalde manier gaat en dan is het toch weer anders. Daar moet je mee oppassen als je het vertrouwen van de burgers niet wil teleurstellen.

Belangrijk is ook dat, als je wetgeving hebt, die niet zo uitpakt dat mensen zeggen: hoe kan dit nu? Ik kom dan op het punt van de zondagsrust.

De Zondagswet gaat niet ingetrokken worden, zagen we in de brief vandaag. Dat is goed nieuws. Maar we hebben wel het probleem dat bijvoorbeeld in Paddepoel, de wijk in Groningen, winkeliers echt verplicht zijn om op zondag open te zijn; anders krijgen ze zware boetes. We hebben twee jaar geleden al in de Kamer een motie ingediend — de heer Pechtold, die die motie toen heeft gesteund, evenals andere partijen, zit al ja te knikken — waarin staat dat dat niet de bedoeling is. Maar er moet wel wat aan veranderen, want het is nog steeds het geval. Dus graag ook aandacht daarvoor.

We hebben het er eigenlijk ook al over gehad dat het in de zorg van belang is om te bekijken hoe het bij mensen thuis concreet uitpakt.

Daarmee ben ik al aan het eind van de speech gekomen. "Vertrouwen is sleutelwoord". Daarmee wilde ik even terugkomen op de dankdag, waarmee ik ben begonnen; dan is het verhaal weer mooi rond. Danken voor het goede schept vertrouwen in de toekomst. Dat is zo mooi: als je je alleen maar blijft blindstaren op wat er allemaal mis is, word je, als je niet oppast, steeds zuurder. Als je ook oog hebt voor wat er goed gaat, krijg je ook weer meer vertrouwen in de toekomst. Dit is niet bedoeld om alles maar makkelijk met de mantel van de dankbaarheid te bedekken, want we moeten ook gewoon minpunten eerlijk kunnen benoemen. Dat is heel belangrijk, en het is de rol van de Kamer. Maar we moeten ook wel een beetje oog hebben voor de dingen die goed gaan.

Dan is mijn laatste tweet: "Ik sluit af met schilderij van Maes." Dat is wat u buiten deze zaal ziet staan. De coalitiepartijen willen dat de leerlingen naar het Rijksmuseum gaan, maar wij hebben een stukje Rijksmuseum naar het parlement gehaald: een mooi schilderij, dat eigenlijk mooi past bij dankbaarheid. U kunt het schilderij zo buiten bekijken. Ik heb ook een kaartje van het schilderij in alle postvakken van de Kamerleden laten leggen, en ik wil zo de bodes vragen om het ook aan de bewindslieden ter hand te stellen. Het is een mooi schilderij, Oude vrouw in gebed. Die oude vrouw bidt vol overgave voor ze aan haar maaltijd begint. Ze laat zich niet afleiden door de bedelende kat, die ongeduldig aan het tafelkleed trekt. De kernboodschap is: richt je ook op geestelijke waarden, de omgang met God. Het is een schilderij van Nicolaes Maes, een leerling van Rembrandt. Woensdag 1 november vieren de protestantse kerken hun jaarlijkse dankdag om God te danken voor alle goede dingen en de zegeningen die Hij geeft. Laat dit schilderij nu ook bekend zijn met de titel Het gebed zonder end. Dat past toch wel weer heel bijzonder.

Daarom wil ik in de richting van alle bewindslieden zeggen: wees ervan overtuigd dat niet alleen vandaag maar ook in al die andere weken in het jaar op heel veel plekken in het land ook voor u gebeden wordt, van welke partij u ook bent, om wijsheid en om Gods zegen voor al uw werk. Daarmee wil ik afsluiten, voorzitter.

(Geroffel op de bankjes)

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Kuzu namens DENK.

De heer Kuzu (DENK):
Voorzitter, dank u wel. Bij DENK hebben wij ons veelvuldig de vraag gesteld: hoe krijg je het voor elkaar? Hoe krijg je het voor elkaar om na 225 dagen de tijd te hebben gehad om een regeerakkoord te schrijven, met zo'n bulletpointwerkstuk zonder visie te komen? Hoe krijg je het voor elkaar om in economisch gunstige tijden zo veel onrechtvaardigheid in stand te houden en daardoor het kabinet te zijn van de gemiste kansen? Het kabinet dat fundamenteel onrechtvaardige keuzes maakt. Het kabinet dat harteloos de zorg uitkleedt. Het kabinet dat het torenhoge eigen risico ook volgend jaar torenhoog laat. Het kabinet dat de zorgverzekeringspremie weer laat stijgen. Het kabinet dat achteloos saneert in de wijkverpleging. Het kabinet dat smerig lekt naar de media. Het kabinet dat een asociale boodschappenbelasting invoert. Het kabinet dat studenten meer laat betalen voor hun studielening. Het kabinet dat totaal geen afspiegeling is van de samenleving. Het kabinet dat toekomstige generaties hun tweede paspoort wil afpakken. Het kabinet dat niets maar dan ook niets extra doet om discriminatie en racisme te bestrijden. Het kabinet dat krampachtig blijft praten over integratie in plaats van over wederzijdse acceptatie.

Kortom, het kabinet dat niemand wil. Je moet wel totaal losstaan van de werkelijkheid als je als motto Vertrouwen in de toekomst kiest. Wat een grap. Wat een gebrek aan realiteitszin. Vraag het eens aan de mensen in het land, meneer Rutte. Vraag eens aan de mensen in het land die door uw beleid snoeihard worden geraakt of zij nog wel vertrouwen hebben in de toekomst. Vraag het bijvoorbeeld aan tante Leen, een oudere dame die ziet dat de kwaliteit van haar verzorging erop achteruitgaat omdat u, meneer Rutte, de wijkverpleging kapot bezuinigt. Denkt u dat tante Leen nog vertrouwen heeft in de toekomst? Vraag het aan Mohammed in de Schilderswijk, die ziet dat discriminatie niet wordt aangepakt omdat u, meneer Rutte, geen keiharde maatregelen neemt om arbeidsmarktdiscriminatie te bestrijden. Denkt u dat Mohammed nog vertrouwen heeft in de toekomst? Vraag het eens aan Wendy, die alleenstaande moeder die ziet dat zij veel meer moet betalen voor brood, melk, groente en fruit omdat u, meneer Rutte, de btw asociaal verhoogt. Denkt u dat Wendy nog vertrouwen heeft in de toekomst? Het antwoord is nee, nee en nog eens nee. Een overgrote meerderheid van ruim 65% heeft geen vertrouwen in dit kabinet. Dat is nog minder dan het vertrouwen in het rampzalige kabinet-Rutte/Asscher en het nog rampzaligere Rutte I met gedoogsteun van Wilders. Het vertrouwen van de mensen in het land is geschonden. D66, CDA, VVD en ChristenUnie hebben kiezers op heel veel punten bedrogen.

DENK zou DENK niet zijn als ze een aantal Kamerleden niet zou wijzen op het verloochenen van hun achtergrond. Laten we beginnen met het CDA. CDA'er Mona Keijzer kwam voor de verkiezingen met het Zorg voor elkaar-plan. Daarin beloofde zij het eigen risico met €105 te verlagen. "Wij doen geen loze beloftes", stond er nog in, maar nu de verkiezingen voorbij zijn, tekent mevrouw Keijzer gewoon voor een eigen risico dat niet wordt verlaagd. En zij werd daarvoor ook nog eens beloond met een plekje in het kabinet. Dan D66. Voor de verkiezingen was het plan van D66-Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma dat een Nederlander een meervoudige nationaliteit moest kunnen hebben. Maar na de verkiezingen werkten hij en zijn partij gewoon mee aan een maatregel die door de PVV bedacht had kunnen zijn. D66 zorgt ervoor dat toekomstige generaties hun tweede nationaliteit moeten opgeven om Nederlander te kunnen blijven. Dat is geen vertrouwen in de toekomst, dat is wantrouwen in je afkomst. Diversiteit was voor D66 een mooi paradepaardje tijdens de campagne, maar dat wordt nu doodleuk door politieke windvaan Pechtold en consorten bij het oud vuil gezet.

Is er naar de kiezers geluisterd? Is de richting die Nederland heeft gekozen gevolgd? Is er recht gedaan aan verkiezingsbeloftes? Het antwoord is nee, nee en nog eens nee. Met een opeenstapeling van gebroken beloftes lijkt het erop dat het regeerakkoord is een geschreven door een pathologische leugenaar. Geen wonder dat er geen vertrouwen meer is in politiek Den Haag. Geen wonder dat politici niet meer worden geloofd. Geen wonder dat mensen het gevoel hebben dat er niet naar hen wordt geluisterd door het kabinet.

Waar luistert dit kabinet dan wel naar? Dit kabinet luistert naar stinkend rijke aandeelhouders in landen hier ver vandaan. Zij krijgen van dit kabinet 1,4 miljard euro aan belastingkorting. Dit kabinet luistert naar slurpmultinationals die jarenlang belasting hebben ontweken en ontdoken. Zij krijgen van dit kabinet een cadeau van 3,3 miljard euro. Dit kabinet luistert naar mensen met een inkomen van meer dan een ton. Zij krijgen korting op de inkomstenbelasting. Dit kabinet lekt niet alleen naar de media, dit kabinet lekt ook geld, enorme hoeveelheden geld, geld dat naar mensen gaat die het helemaal niet nodig hebben. Wie moeten deze cadeautjes voor het grootkapitaal ophoesten? Wie moeten er opdraaien voor de belastingkorting voor stinkend rijke aandeelhouders? Wie moeten er bloeden voor het uitdeelbeleid van Rutte III? Dat zijn de mensen die moeten leven van een kleine €1.200 per maand. Zij moeten niet minder, maar meer inkomstenbelasting gaan betalen. Dat zijn gezinnen die voor hun boodschappen naar de Aldi gaan in plaats van Albert Heijn. Die mensen moeten een btw-verhoging ophoesten van 2 miljard euro, een ordinaire boodschappenbelasting. Dat zijn chronisch zieken. Die blijven elke keer als ze naar een arts moeten, aankijken tegen een torenhoog eigen risico van €385 en moeten ook nog eens meer premie betalen. Deze mensen betalen de prijs voor Rutte III. Deze mensen worden door Rutte in de steek gelaten. Deze mensen zijn het slachtoffer van loze verkiezingsbeloften van de coalitiepartijen. Deze mensen voelen niks van het herstel van onze economie, ondanks de beloften van de premier.

Dan kiest het kabinet er ook nog eens voor om schaamteloos geld over de balk te smijten. In plaats van in goede tijden reserves aan te houden om te kunnen investeren in mindere tijden, steekt dit kabinet Nederland op de lange termijn in een tekort van 3 miljard euro, en dat alleen maar om geld vrij te maken voor de paradepaardjes om de politieke leiders van de coalitiepartijen te pleasen. Ik hoor het Rutte nog zeggen: we gaan goed op de centjes passen. Nou, nee dus. Nu al wordt iedere Nederlander geboren met een schuld van bijna €30.000 door al het geld dat onze regering in het verleden heeft moeten lenen. Dit kabinet werkt er keihard aan om dit bedrag nog verder te verhogen. Dit kabinet zet de komende generatie nog meer in het rood. De pijn die heel Nederland heeft moeten lijden om de begroting op orde te krijgen is eigenlijk voor niets geweest. Heeft dit kabinet helemaal niets van de crisis geleerd? Is dit kabinet vergeten dat vijf jaar geleden de hele verzorgingsstaat zowat is uitgekleed omdat er geen geld meer was? Waarom neemt dit kabinet het risico dat komende generaties straks weer jarenlang pijn moeten lijden door bezuinigingen? De tijd van het geld over de balk smijten is terug. Normaal gesproken wordt dat linkse partijen verweten, maar het gebeurt door rechts met de Bijbel in de hand. Dat is onbegrijpelijk.

Dan lezen we in de reconstructies hoe dit kabinet zich gedroeg toen dit scenario werd bedacht. Hevig schaterlachen. Kettingroken. Aan een elektronische sigaret lurken. Vaten whisky drinken. Schunnige en seksistische grappen maken. Knuffelen. Kussen. Puntjes uit lobbybrieven van VNO-NCW oprakelen. Chocolaatjes eten en vervolgens de verpakkingen laten opruimen door het Kamerpersoneel. Lekken naar de media. De Kamer niet informeren. Wat moeten de mensen in het land wel niet denken?

Wat heel veel Nederlanders in ieder geval zullen denken, is dat vrijwel al het beleid van dit kabinet gewoon oude wijn in nieuwe zakken is, vooral als het gaat om de inclusieve samenleving. Maar dat is niet verrassend, want de voorman van dit kabinet heeft ook gezegd dat hij de multiculturele samenleving haat. Hij haat de multiculturele samenleving. Dat is de reden waarom er niets, maar dan ook niets wordt gedaan om racisme en discriminatie te bestrijden. Het klopt dat dit kabinet de strafmaat voor haatzaaien wil verhogen. Daar wil ik toch een klein complimentje voor geven. Geert W. en zijn knechten kunnen uitzien naar zwaardere straffen voor hun racistische gebral, tenzij Grapperhaus gelijk heeft en Wilders daadwerkelijk ontoerekeningsvatbaar is. Maar buiten deze ene maatregel doet het kabinet helemaal niets.

Het kabinet voert geen verzwaarde strafmaat in voor discriminatie, waardoor mensen die discrimineren niet zwaarder worden bestraft. Het kabinet voert geen loksollicitaties in, waardoor we niet kunnen controleren op discriminatie bij sollicitaties. Het kabinet voert geen racismeregister in, waardoor we racisten niet kunnen registreren en nooit meer bij de overheid kunnen laten werken. Het kabinet voert geen educatieve maatregel discriminatie in, waardoor we mensen die discrimineren niet kunnen leren dat discriminatie echt niet kan. Het kabinet voert geen quota in, waardoor we de arbeidsmarkt niet representatiever kunnen maken. En zo kan ik nog wel even doorgaan met geen en niet.

Door het gebrek aan ambitie om discriminatie aan te pakken is dit kabinet gewoon het kabinet invechten 2.0. Ondanks alle discriminatie roepen Rutte, Buma, Pechtold en Segers in koor: vecht je maar in, Mohammed. Wat ook geroepen wordt, is: toekomstige generatie met een migrantenachtergrond, lever je tweede paspoort maar in. Al die Duitse Nederlanders, Turkse Nederlanders, Belgische Nederlanders, Marokkaanse Nederlanders, Zweedse Nederlanders of Nederlanders met hun wortels waar dan ook: zij moeten van dit kabinet een deel van hun identiteit opgeven en hun tweede paspoort inleveren. Alsof je paspoort iets zegt over je bijdrage aan de samenleving. Alsof je paspoort je loyaliteit, je intenties en je kunde bepaalt.

Voorzitter, dit is een pestmaatregel voor minderheden waar Geert Wilders zijn vingers bij aflikt, een pestmaatregel die mensen met een tweede paspoort als deloyale gevaren neerzet. Als je niet weet wie de vijand is, kies dan de mensen met een tweede paspoort zou de gedachte kunnen zijn. Waarom wordt deze achterhaalde discussie al tien jaar lang gevoerd, waardoor mensen het gevoel krijgen dat ze er niet bij horen? Dit is zondebokpolitiek met steun van D66. Je blijft Turk of je wordt Nederlander, riep Buma tijdens de campagne. D66 werkt er gewoon aan mee om deze xenofobe agenda en het gedachtegoed van Geert in beleid te gieten.

En dan die andere gemiste kans. Wat een ongelooflijk gemiste kans dat dit kabinet het nog steeds heeft over integratie en niet over wederzijdse acceptatie. Wen er nu eens aan, zou ik tegen het kabinet willen zeggen. Wen er nu eens aan dat al die mensen met een migrantenachtergrond die hier al generaties lang wonen, de integratie allang voorbij zijn. Zij dragen volop bij aan de samenleving, ze hebben een baan of studeren, maar keer op keer worden zij weer langs de steeds hoger liggende meetlat van integratie gelegd, terwijl ze hier geboren en getogen zijn. Dat is een direct gevolg van het feit dat de oude politiek maar blijft spreken over het achterhaalde concept van integratie. Spreken in termen van integratie schept verdeeldheid tussen de niet-geïntegreerde, die niet bij de samenleving hoort en de wel-geïntegreerde, die wel bij de samenleving hoort. Verdeeldheid tussen mensen die zich constant moeten bewijzen en mensen die wel onvoorwaardelijk deel uitmaken van de samenleving. Verdeeldheid tussen eersterangs- en tweederangsburgers. "Gebrekkig geïntegreerd" wordt er tegenwoordig steeds vaker over mensen gezegd. Maar wat is dat eigenlijk? Wanneer is iemand eindelijk geïntegreerd in de ogen van dit kabinet? Door hoeveel hoepels moet iemand springen om door Rutte en de zijnen te worden geaccepteerd als volwaardige Nederlander?

DENK blijft daarom de oproep herhalen. Iedereen die Nederlander is, maakt onvoorwaardelijk deel uit van de samenleving. Iedereen die Nederlander is, moet onze rechtsstaat en de Grondwet onderschrijven. En iedereen die Nederlander is, die zich verhoudt binnen de grenzen van de wet, moet geaccepteerd worden. Integratie geldt voor nieuwkomers, niet voor mensen die hier al generaties wonen. Deze mensen hoeven niet te integreren, deze mensen moeten worden geaccepteerd. Begin met het acceptatiedenken en stop met het oude integratiedenken.

Het is eigenlijk ook wel hypocriet dat integratie tijdens de verkiezingscampagne een dominant thema was, maar dat er uiteindelijk niets fundamenteels verandert. Je kunt niet anders concluderen dan dat VVD en CDA integratie en minderheden vooral als electoraal verdienmodel zien om tijdens de verkiezingen zetels mee te pakken, maar er na de verkiezingen bitter weinig om geven. Met hun keiharde en xenofobe verkiezingsretoriek hebben zij een graantje meegepikt van het electoraat van Geert, maar hiermee legaliseren deze partijen xenofobie en laten zij de onderbuik exploderen. Wij van DENK vinden dat uiterst kwalijk.

Wat ook kwalijk is, is dat dit kabinet een buitengewoon enggeestige visie op de samenleving heeft. Het benadert de samenleving als een soort museum, een plek waarin dingen uit het verleden geëtaleerd worden en constant moeten worden afgestoft. Een plek die niet gedefinieerd wordt door het potentieel van de toekomst en door verandering, maar door het verleden. Krampachtig houden de museummeesters Rutte, Pechtold, Buma en Segers zich vast aan het verleden. Kinderen moeten het Wilhelmus opdreunen. Kinderen moeten naar het Rijksmuseum. Kinderen moeten trots zijn op onze geschiedenis, trots zijn op onze taal, trots zijn op onze waarden en trots zijn op onze vlag. Alsof je trots kunt opleggen! Ik ben ook trots op Nederland. Ik ben trots op onze Grondwet, maar niet omdat Rutte en zijn vrienden dat aan mij opdringen. Ik ben trots op het feit dat Nederland altijd veranderlijk is, trots op het feit dat onze samenleving geen decennium hetzelfde is. Ik ben trots dat we onze kracht vinden in diversiteit en niet in het krampachtig vasthouden aan symbooltjes die door politici worden bedacht. Wat DENK betreft stoppen we met het museumdenken. Nederland is geen museum, Nederland is een open samenleving die constant aan verandering onderhevig is en waar mensen met verschillende achtergronden samenkomen, die Nederland samen maken tot wat het is: een optelsom van 17 miljoen Nederlanders. Dat is de kracht van diversiteit en daar moeten we trots op zijn.

Die trots op de kracht van diversiteit is vooral nodig bij dit kabinet. Hij is er nu even niet bij, maar ik denk aan de woorden van onze vicepremier van het CDA: Hugo de Jonge. Ik ken hem langer dan vandaag en het is opvallend hoe snel hij zich heeft aangepast aan de Haagse vierkante kilometer. Tegenover de camera's van de NOS gaf hij aan dat dit een diverse ploeg is met mensen met verschillende achtergronden. Het is wonderbaarlijk hoe snel je dan Rotterdam moet zijn vergeten. Dat is de diverse stad waar mensen van verschillende achtergronden wonen en werken.

Dit kabinet is echt alles behalve divers. Kijk eens naar ze. Het zijn in ieder geval meer mannen dan vrouwen en ik zie slechts één enkele kleur: dit kabinet is wit, dit kabinet is spierwit. Het gebrek aan diversiteit geeft de armoede aan binnen de VVD. En hoewel CDA en ChristenUnie niet vrijuit gaan, kijkt DENK dan toch vooral kritisch naar D66. Dat is de partij waarvan je misschien nog wel de hoop zou kunnen hebben dat Pechtold het zou bewerkstelligen dat dit kabinet wel een afspiegeling van de samenleving zou zijn. Niets is minder waar. Weer herkennen mensen zich niet in hun eigen kabinet. Weer mogen mensen wel meepraten, maar niet meebeslissen.

Premier Rutte geeft dan aan dat er wel is gezocht naar diversiteit, maar dat voor kwaliteit is gekozen. Daarmee zegt hij eigenlijk dat de keuze voor diversiteit ten koste gaat van kwaliteit. Mijnheer Rutte, dat is niet gaaf, dat is niet normaal. Dat is een kulargument dat in 1967, in uw geboortejaar, misschien nog overtuigend zou kunnen zijn, maar het is inmiddels 2017. In 2017, 50 jaar later, geldt dat argument niet meer. Het is overigens een prestatie van de hoogste categorie dat Rutte ook in zijn derde formatiepoging exact hetzelfde argument gebruikt en dat argument projecteert hij op de hele samenleving.

Deze man wil gewoon niet de premier zijn van alle Nederlanders. Deze man heeft electorale angst voor Geert Wilders en zijn PVV, en heeft geen oog voor zijn rol als premier. Dat heeft hij voor de verkiezingen laten zien toen het ging over Mohammed, die zich ondanks alle discriminatie maar keihard moest invechten. Mensen met een migrantenachtergrond die zich niet gedragen, moeten niet net zoals alle andere Nederlanders worden aangepakt. Nee, die moeten oppleuren naar hun land van herkomst. Doe normaal of ga weg, zegt hij in een brief in het AD tegenover wederom alleen mensen met een migrantenachtergrond. Bij de presentatie van het regeerakkoord zei hij op te komen voor de gewone en normale Nederlander. Dan vraag je je af wie die ongewone en abnormale Nederlanders dan zijn.

Voorzitter. De premier heeft met deze uitspraken bijgedragen aan verdeeldheid in de samenleving, terwijl hij zou moeten verbinden en DENK neemt hem dat kwalijk. Mijnheer Rutte toont hiermee dat hij niet in contact staat met de dagelijkse realiteit en de samenleving. Want de dagelijkse realiteit is dat we hier in Nederland mensen hebben met een migrantenachtergrond die net zo veel Nederlander zijn als Mark of Geert. Zij verdienen het niet om "pleur op" naar hun hoofd geslingerd te krijgen. Zij verdienen het niet om "doe normaal of ga weg" te horen van een premier, louter op grond van hun afkomst. Zij verdienen het om net zo behandeld te worden als alle andere Nederlanders.

Voorzitter. Toch hebben wij hoop. Iemand is nooit te oud om te leren en nooit te jong om te veranderen. Zelfs u niet, mijnheer Rutte. Misschien ziet u ooit in dat onze samenleving is veranderd en dat die altijd zal blijven veranderen, dat Mohammed, Christien, Henk en Fatima dag in, dag uit met elkaar samenleven, bij elkaar in de klas zitten, collega's zijn. Dat zij de discussies die er gevoerd worden over integratie ver voorbij zijn. Dat afkomst niet bepaalt dat je slechts voorwaardelijk in Nederland mag zijn, maar dat iedere Nederlander recht heeft op een plek in ons land. Dat diversiteit een kracht is voor onze samenleving en ons verrijkt en niet iets is om bang voor te zijn. Dat we ons niet krampachtig vast moeten houden aan symbolen, maar aan elkaar. Dat paspoorten en uiterlijk niet bepalen wat je bijdrage aan de samenleving is, maar je gedrag.

Voorzitter. Wij strijden voor een toekomst die mooier is dan ons verleden. Misschien is dat samen met jullie, maar ook zonder jullie zullen wij als DENK deze strijd voortzetten voor een eerlijker en rechtvaardiger Nederland, voor wederzijdse acceptatie, voor rechtvaardigheid en voor gelijkwaardigheid. Want niemand is meer Nederlander dan een ander en Nederland is van ons allemaal.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dan geef ik tot slot het woord aan de heer Baudet, namens Forum voor Democratie.

De heer Baudet (FvD):
Voorzitter. Wanneer wij uitzoomen, wanneer wij ons even niet blindstaren op de korte termijn, op procentpuntjes en op het dagelijkse geharrewar hier in Den Haag, wanneer wij ons voor even proberen te plaatsen op een tijdlijn in een perspectief waarin wij niet zozeer de lopende begroting, of zelfs maar de eerstvolgende verkiezingen voor ons zien, maar daarentegen een periode van veertig à vijftig jaar bekijken — als wij dus kijken vanaf de periode van de jaren zestig, zeventig tot nu, en vanaf nu tot de jaren 2060 à 2070 — dan kunnen wij niet ontsnappen aan een diep beklemmend gevoel van verval. Onze ethische, esthetische en politieke kracht is aan een extreem aftakelingsproces ten prooi gevallen. Het land dat wij hadden, de cultuur die wij hadden, onze nationale trots, maar ook de veiligheid op straat, de goede scholen, de gemoedelijkheid en de onschuld, onze democratie, wij zijn ze kwijtgeraakt. Tweeverdieners met kinderen kunnen nog maar nauwelijks rondkomen, om nog maar te zwijgen van eenverdieners met kinderen. De regelgeving vanuit Brussel drukt het mkb weg en zzp'ers wordt het werken onmogelijk gemaakt. Wie eindexamen doet, kan vaak nog maar nauwelijks spellen en rekenen, of iets vertellen over de vaderlandse geschiedenis. Twee derde van de aangiftes wordt door politie en OM direct terzijde geschoven. Het oplossingspercentage van misdrijven is schrikbarend laag. De ouderenzorg is in een vrije val terechtgekomen en de zorgpremies vliegen omhoog. Ons geld verdwijnt via de dramatische euromunt naar Zuid-Europa en naar het financieren van de almaar doorgaande massa-immigratie.

Waar is onze vrijheid gebleven? Slechts één keer werd in de moderne Europese geschiedenis het referendum nadat het was ingevoerd, weer afgeschaft, namelijk in de DDR. Het communistische politbureau was namelijk bang voor de mening van het volk. Een 1984-gevoel bekruipt je. George Orwell beschikte over voorspellende gaven. Inderdaad, als de sleepwet er straks door wordt gedrukt, worden wij binnenkort ook nog allemaal door de overheid afgeluisterd en bespioneerd.

Ik wil vandaag de aandacht vestigen op deze grote lijn. Deze neerwaartse lijn. Het enorme verval van onze beschaving. Ons land wordt in de uitverkoop gedaan. Het gaat te langzaam om tot paniek of tot opstand te leiden, maar te snel, te dwingend om je niet heel grote zorgen te maken.

Soms lijkt het of we leven in de nadagen, de blessuretijd van wat eerst onze grootse, trotse natie was. Onze bloeiende Europese cultuur, die alle uithoeken van de wereld aanraakte en betoverde. En terwijl we hier staan te delibereren, komen er elk uur en elke dag ongehoorde aantallen uit de hele wereld nu naar ons toe om zich aan ons op te dringen. Niet om onze cultuur aan te nemen, om zich bescheiden te voegen naar onze manier van leven en onze verworvenheden. Helaas, het is maar al te vaak om de hunnen hier te vestigen.

Dit kabinet mist in elk opzicht de kracht om de Europese renaissance teweeg te brengen die nodig is. Er komt een winter aan. Zware tijden wachten ons. Na de langste formatie in de geschiedenis zien we vier vermoeide partijen die onvoldoende eendracht en stamina hebben om de storm die ons wacht aan te kunnen. Vermoedelijk zal dit kabinet gelukkig niet erg lang standhouden. Het FvD zal er in ieder geval voor zorgen dat het kabinet zijn meerderheid in de Eerste Kamer verliest na de provincialestatenverkiezingen van 2019. Omdat Mark Rutte de dagen telt tot hij Juncker of Tusk mag opvolgen in Brussel, kunnen wij dan misschien nieuwe verkiezingen verwachten, zodat Nederland kan kiezen voor echte veranderingen. Want, laten wij eerlijk zijn, heel veel kiezers zijn er weer ingetuind. Heel veel kiezers denken: wat heb ik gedaan? Door een opgeklopt relletje in Rotterdam, met het gebruikelijke VVD-gepopiejopie, en vanzelfsprekend door de overweldigende steun van het met belastinggeld gefinancierde bestel van de publieke omroep, heeft het partijkartel toch weer net voldoende stemmen in de wacht weten te slepen.

Hoe kan het anders? Waar liggen de kansen om ons land, onze grond weer vruchtbaar te maken en de oude wortels van onze beschaving weer tot bloei te brengen? Die vraag, precies die vraag, horen we elke dag in de zaaltjes, op de mail, op Facebook. We horen het van de honderden mensen die gebruikmaken van onze overstapservice, en dat zijn steeds meer voormalig VVD'ers, CDA'ers en D66'ers. Ja, de vitaliteit van onze natie is ongebroken, maar heel veel mensen vragen zich af hoe het nu concreet anders kan. Durven ze nog te hopen op verbetering of moeten ze het opgeven, de kop laten hangen, zich neerleggen bij ons verval?

Elk genezingsproces begint met het stellen van de juiste diagnose. Waarom gaan dingen in Nederland fout? Waarom hebben we al jaren massale immigratie, terwijl de meerderheid van Nederland dat niet wil? Waarom zitten we in de uitzichtloze euro, waar niemand op zat te wachten? Waarom gingen er miljarden naar Griekenland, terwijl niemand dat wilde? Waarom krijgen we de gierende bureaucratie in de zorg maar niet onder controle? Al deze problemen worden uiteindelijk veroorzaakt doordat, om Eberhard van der Laan te citeren, ons politieke systeem aan het einde van zijn levenscyclus is gekomen. De politieke partij als recruteringsmechanisme voor bestuurlijk talent functioneert niet meer. De wil van de kiezer dringt niet meer door tot de politiek. Daarom moet de invloed van de kiezer serieus worden vergroot. Dat wil Forum voor Democratie doen door invoering van bindende referenda zoals in Zwitserland; de enige manier om de veel te grote invloed van politieke partijen effectief te breken. Dat weten ze ook bij CDA, VVD en D66. Daarom zijn ze ook zo bang voor het referendum.

Wat moet er nog meer gebeuren om het verval van Nederland te stoppen? Allereerst de immigratie. Het CBS berekende dat de omvang van de Nederlandse bevolking dit jaar, in de eerste negen maanden tot nu toe, al met 81.000 mensen toenam. Wie de cijfers bestudeert, ziet dat de Nederlandse bevolking in werkelijkheid krimpt. Zij groeit enkel door immigratie. Bovendien was in 2016 van de nieuwgeboren kinderen 31% allochtoon. Ook stelde het CBS vast dat 63% van de mensen in de bijstand, 62% van de gedetineerden, 48% van de verdachten van misdrijven en 36% van de werklozen allochtoon is. De Tweede Kamer schrijft maandelijks tientallen nieuwe onderzoekjes uit, maar een onderzoek over de totale kosten van dit waanzinnige immigratie-experiment mag niet plaatsvinden. Sterker nog, de gevolgen en de kosten worden doelbewust toegedekt met steeds weer nieuwe definities, zoals "mensen met een migratieachtergrond". Forum voor Democratie wil zo snel mogelijk het Australische immigratiemodel invoeren: Nederland neemt alleen nog immigranten op die iets kunnen toevoegen aan onze samenleving. We willen mensen die iets komen brengen, niet mensen die alleen iets komen halen.

Via de Wet bescherming Nederlandse waarden, ook wel de "Tolerantiewet" genoemd, willen we moskeeën en islamitische scholen dwingen om zich te voegen naar onze manier van leven. Daarbij moeten we illegaliteit ook zo snel mogelijk strafbaar stellen en grenscontroles invoeren. FvD heeft hier diverse moties over ingediend, maar het partijkartel weigert concrete stappen te ondernemen om illegaliteit effectief aan te pakken. De opsporingspercentages bij de politie moeten omhoog en de draaideurcriminaliteit moet nu ook keihard worden aangepakt.

Een veel strikter immigratie- en integratiebeleid, toch al goed voor het onderwijs, moeten we combineren met een drastische verbetering van ons onderwijs. Daarbij kijken we naar landen als Finland en Singapore, die al jaren bovenaan staan in de lijstjes van het beste basisonderwijs. We willen meer aanzien voor het vak van docent en ook meer beloning, maar tegelijk moet de kwaliteit van het docentencorps omhoog door strengere selectie op kwaliteit. Van docenten die niet presteren, nemen we afscheid.

Forum voor Democratie wil de zorgbureaucratie terugdringen door de bestuurders van de zorgverzekeraars en de zorgverleners concrete besparingsdoelen te stellen. Halen ze die niet, dan nemen we afscheid van ze en gaan we op zoek naar bestuurders die wel weten hoe ze dit moeten doen. Zo moeilijk is het allemaal niet. Concrete doelen stellen en mensen daarop afrekenen. Dan kunnen de zorgpremies omlaag in plaats van te stijgen met €300 naar €1.600 per jaar, zoals Rutte wil.

Alle voorstellen die ik zojuist heb genoemd, druisen lijnrecht in tegen de cultuur die in de Nederlandse politiek gegroeid is, waarin problemen worden gevangen in commissies, in overlegcircuits, projectgroepen, evaluaties en ander gepolder. En waarin loyaliteit aan de partij belangrijker is dan kwaliteit. Er is genoeg talent in Nederland, maar het komt niet omhoog doordat de partijen alle benoemingen monopoliseren. Om de dynamiek terug te krijgen in de economie moeten we meer ruimte geven aan de hardwerkende mensen in dit land. Onder Rutte II is de collectievelastendruk gestegen tot bijna 40%. Het aandeel van de overheid in onze economie is onder Rutte twee keer zo snel gegroeid als onze koopkracht. Mark Rutte is kortom de meest succesvolle PvdA'er aller tijden. Nog nooit werd er in Nederland zo veel geld rondgepompt via de overheid als onder Mark Rutte. Wat er nu nodig is, na de destructieve economische politiek van Rutte en Dijsselbloem, is een significante verhoging van het besteedbaar inkomen van werkende Nederlanders en een sterke vereenvoudiging van het belastingstelsel met een forse belastingvrije voet voor iedereen. Een soort basisinkomen, maar je moet er wel voor werken.

Ik zou nog zo veel meer punten kunnen noemen. Een militair op Defensie die goed zorgt voor onze jongens en meiden die hun leven in de waagschaal leggen voor de verdediging van ons land. Sanering van de NPO. Stoppen met ontwikkelingshulp. Uit de Europese Unie.

Onze partij is de partij van de liefde. Wij doen dit omdat we van dit land zijn blijven houden, zielsveel zijn blijven houden, ondanks alles wat het is aangedaan door politici zonder toewijding aan zijn geschiedenis, aan zijn wensen, aan zijn "nee" bij referenda, aan zijn integriteit.

Wij laten dit land niet stikken. We geven daar onze allerbeste krachten aan want we weten dat wij de laatste generatie zijn die het tij nog kan keren.

De voorzitter:
Dank u wel. Dit was de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Ik dank de Kamerleden, de minister-president, zijn kabinet en de mensen op de publieke tribune.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Morgen om 10.30 uur gaat de minister-president in op de gestelde vragen en geeft hij daar antwoorden op.

Sluiting

Sluiting

Sluiting 23.24 uur.