Plenair verslag

Tweede Kamer, 65e vergadering
Donderdag 26 maart 2020

  • Aanvang 10:15 uur
  • Sluiting 00:00 uur
  • Status Ongecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Arib

Aanwezig zijn 87 leden der Kamer, te weten:

Van Aalst, Agema, Arib, Asscher, Azarkan, Baudet, Becker, Beckerman, Beertema, Van den Berg, Van den Berge, Van Beukering-Huijbregts, Bouali, Bromet, Van Dam, Diertens, Tony van Dijck, Jasper van Dijk, Dik-Faber, Diks, El Yassini, Ellemeet, Van Gerven, Geurts, De Graaf, Van der Graaf, De Groot, Van Haga, Harbers, Rudmer Heerema, Hermans, Hijink, Van den Hul, Jansen, Jetten, De Jong, Van Kent, Klaver, Koopmans, Van Kooten-Arissen, Kops, Krol, Kuik, Kwint, Laan-Geselschap, Laçin, Van der Lee, Leijten, Van der Linde, Maeijer, Marijnissen, Markuszower, Von Martels, Van Meenen, Anne Mulder, Edgar Mulder, Nijboer, Van Ojik, Van Otterloo, Ouwehand, Öztürk, Palland, Paternotte, Ploumen, Van Raak, Van Raan, Renkema, Rog, Schonis, Segers, Sjoerdsma, Slootweg, Smals, Smeulders, Sneller, Snels, Van der Staaij, Stoffer, Tellegen, Tielen, Van Toorenburg, Veldman, Van Weerdenburg, Weverling, Wilders, Wörsdörfer en Yeşilgöz-Zegerius,

en de heer De Jonge, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en de heer Rutte, minister-president, minister van Algemene Zaken.

De voorzitter:
Ik open de vergadering van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Ik heet de Kamerleden, de minister-president, de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de journalisten op de publieke tribune van harte welkom, en vooral ook de mensen die niet op de publieke tribune aanwezig zijn maar dit debat wel via internet of Debat Direct volgen.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Voordat we beginnen, wil ik een korte mededeling doen.

Ik deel aan de Kamer mee dat de fractie van DENK de heer Azarkan tot fractievoorzitter heeft gekozen.

Op verzoek van de fractie van de PvdD benoem ik:

  • in de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit het lid Wassenberg tot lid in plaats van het lid Ouwehand en het lid Ouwehand tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Wassenberg;
  • in de vaste commissie voor Defensie het lid Van Esch tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Van Raan.

Op verzoek van een aantal leden stel ik voor de volgende door hen ingediende moties opnieuw aan te houden: 28286-1083; 28286-1082; 19637-2559; 19637-2558; 19637-2557; 31066-557; 35200-IV-10; 35069-5; 35069-4; 31125-100; 21501-07-1633; 31532-227; 35300-XII-23; 32861-49; 35200-XII-13; 33652-68; 31936-569; 31936-563; 31936-562; 29984-840; 29862-40; 29453-508; 29398-720; 28089-143; 23645-699; 28165-310; 35200-VII-15; 24077-443; 35250-31.

Daartoe wordt besloten.

Actuele ontwikkelingen rondom het coronavirus

Actuele ontwikkelingen rondom het coronavirus

Aan de orde is het debat over de actuele ontwikkelingen rondom het coronavirus.

De voorzitter:
Dan is nu aan de orde het debat over de ontwikkelingen rondom het coronavirus. Voordat ik de eerste spreker het woord geef, wil ik een paar huishoudelijke mededelingen doen. Zoals jullie gezien hebben, hebben we maar twee interruptiemicrofoons, aan de uiteinden. De microfoons worden niet meer met een knopje bediend, maar met een voetpedaal. Het is ook belangrijk dat jullie niet achter elkaar gaan staan bij de interruptiemicrofoon. Als je bij je eigen stoel staat, krijg je gewoon het woord van mij. Ik houd het allemaal in de gaten.

Het is ook belangrijk om afstand te houden. Dat hebben we de vorige keer afgesproken en dat geldt nog steeds. Straks, bij het indienen van moties, is het ook belangrijk om afstand te houden. De moties worden niet opgehaald door de bode, maar worden op het rostrum neergelegd. Ze worden daarna gekopieerd en er wordt een setje gekopieerde moties neergelegd. Het is de bedoeling dat jullie een voor een zo'n setje moties meenemen. Daar nemen we de tijd voor. Er worden ook geen briefjes overhandigd. Die worden ergens op een hoekje van de desk neergelegd. Tot zover de huishoudelijke mededelingen.

We gaan over tot het debat. De spreektijden zijn vier minuten. Deze keer is de sprekerslijst gebaseerd op fractiegrootte, dus ik geef zo het woord aan de heer Veldman namens de VVD. Na elke spreker wordt het spreekgestoelte schoongemaakt. Voordat ik de heer Veldman het woord geef, nog een belangrijke mededeling over de interrupties. We hebben met elkaar afgesproken dat er zes vragen kunnen worden gesteld per woordvoerder. De vragen moeten kort zijn. Als u niks te vragen hebt, is het natuurlijk ook goed.

De heer Veldman.

De heer Veldman (VVD):
Dank u wel, voorzitter. De aanpak van de coronacrisis, het beschermen van onze kwetsbaren en het voorkomen van een piek in de zorgbelasting staan of vallen bij het naleven van de richtlijnen door iedereen in Nederland. Dat begint met het afstand houden van elkaar, minimaal 1,5 meter. Het is goed dat in bijna elk mediaoptreden van het kabinet afstand houden keer op keer is benoemd. Maar gisteravond zag ik Nieuwsuur en leerde ik dat 40% van de Nederlanders het idee heeft dat afstand houden niet werkt. Dan vraag ik het kabinet om er qua communicatie toch nog een schepje bovenop te doen. Helaas blijkt niet iedereen van het belang van afstand houden doordrongen.

Voorzitter. De Wereldgezondheidsorganisatie roept op tot testen. Dat kan natuurlijk alleen als er voldoende testmateriaal beschikbaar is. Het RIVM geeft aan dat het niet voldoende is om iedereen in Nederland te testen en dat er wat dat betreft wereldwijd tekorten zijn. Zonder testen zegt het aantal geconstateerde besmettingen ons dus niet zo heel veel. Het aantal ziekenhuisopnamen en het aantal mensen op de intensive care zijn daarmee de beste maatstaf, aldus Van Dissel van het RIVM. We zien dat de bezetting op de ic's flink is gestegen. Ziekenhuizen in het zuiden van het land lopen vol. Patiënten worden verspreid over ziekenhuizen elders in het land. Met man en macht wordt gewerkt aan uitbreiding. Deze en de komende week worden heel erg spannend, zei ic-arts Gommers gisteren.

Voorzitter. Kan het kabinet aangeven hoe het staat met de uitbreiding van de ic-capaciteit? Kunnen we de verwachte piek in april en mei aan? Hoe loopt het met de uitbreiding van de beademingsapparatuur? En dreigt de Amerikaanse regering inderdaad apparatuur van Philips, die in Pittsburgh gemaakt wordt, te vorderen? En als dat zo is, welke stappen neemt het kabinet om dit te voorkomen?

De voorzitter:
Voordat u verdergaat: de heer Asscher.

De heer Asscher (PvdA):
De VVD zegt terecht: een goeie aanpak valt of staat met kunnen testen. Nederland heeft te weinig tests en te weinig capaciteit. Nu lezen we vanochtend dat een van de grote farmaceuten niet bereid is de recepten voor testvloeistoffen te delen. Is de VVD het met de Partij van de Arbeid eens dat het onder deze omstandigheden tijd is dat alle middelen worden ingezet om in het algemeen belang voor de volksgezondheid deze receptuur te delen, inclusief dwanglicentie op basis van een besluit van de minister van Economische Zaken?

De heer Veldman (VVD):
Ik heb dat bericht vanochtend gelezen. Ik heb inmiddels ook een bericht van fabrikant Roche zelf gelezen, die verklaart dat de productie weer up and running is, dus dat er weer behoorlijk wat wordt geleverd, en dat een ander bedrijf vergelijkbare producten maakt die voor de testen gebruikt kunnen worden, maar dat dit nog niet bij alle laboratoria in beeld en doorgedrongen is. Dus ja, ik ben het met u eens dat we ons maximaal moeten inspannen om ervoor te zorgen dat er voldoende testmateriaal beschikbaar is. Dat geldt dus ook voor dit bedrijf. Als ik de verklaring van het bedrijf lees, ga ik ervan uit dat men zich inspant en ook aangeeft welk ander materiaal gebruikt kan worden om die tests uit te voeren.

De heer Asscher (PvdA):
Toch even heel scherp. Is de VVD het met ons eens dat, gezien de crisis in de volksgezondheid, het kabinet bereid moet zijn alle middelen in te zetten, waaronder dwanglicenties, om af te dwingen dat we de Nederlandse bevolking, de zorgprofessionals, de huisartsen snel kunnen testen, ja of nee?

De heer Veldman (VVD):
We moeten doen wat nodig is. Als er finale stappen nodig zijn, moet het kabinet dat gaan doen. Maar ik zie dat het bedrijf waar u het over heeft vanmorgen een verklaring heeft afgegeven over dat er inmiddels een ander bedrijf is dat vergelijkbare producten maakt, die gebruikt kunnen worden voor die testen. Als dat helpt, is dat mooi. Als dat onvoldoende is, dan moeten we doen wat nodig is.

De heer Wilders (PVV):
Ik hoor de collega van de VVD — hij had daar een goed punt — verwijzen naar Nieuwsuur van gisteravond, waaruit inderdaad bleek dat 40% van de mensen niet zo gelooft in die 1,5 meter afstand. Gelukkig houden veel mensen zich er wel aan, maar ook heel veel mensen niet, of die zijn er niet van doordrongen. Dat kunnen we ons nu natuurlijk niet permitteren. We weten dat het virus zich juist door intermenselijk contact en dicht bij elkaar komen verspreidt. Dat kan nu niet. Mijn vraag aan de VVD-fractie is: komt er, als u die cijfers zo hoort, niet een moment om toch een stapje verder te zetten? Nogmaals, dat is niet omdat we het leuk vinden, want de PVV vindt dat ook niet leuk. Maar als mensen er niet van doordrongen zijn en dadelijk blijkt dat ze het misschien niet doen, moeten ze dan niet toch een tijdje verplicht thuisblijven?

De heer Veldman (VVD):
Volgens mij is sinds afgelopen maandag dat stapje verder gezet. De oproep om thuis te blijven als je thuis kunt blijven, was er al. De oproep om thuis te blijven als je ziek bent, was er ook al. Dat is aangevuld met: is er een gezinslid ziek, blijf dan ook thuis. Inmiddels zijn er maatregelen aangekondigd die burgemeesters in hun gemeenten kunnen implementeren met een noodverordening, namelijk dat als het niet werkt, dus als mensen zich niet aan de afspraken houden, ze beboet kunnen worden en erop aangesproken kunnen worden. Burgemeesters kunnen ook bepaalde plekken afsluiten. Dat hebben we gister gezien met de burgemeester in Den Haag, die de markt in Den Haag afgesloten heeft omdat mensen zich daar niet hielden aan de opdracht om 1,5 meter afstand te houden. Die aanvullende maatregelen zijn dus genomen. Ik ben het met de heer Wilders eens dat we allen de taak hebben om de mensen die zich er niet aan houden aan te spreken en elkaar scherp te houden, om ervoor te zorgen dat iedereen de richtlijnen naleeft.

De voorzitter:
Ik heb een probleem, want de heer Azarkan staat bijna altijd. Ik weet dus niet of u wil interrumperen. Nee? Gaat u dan zitten. Gaat u verder, meneer Veldman.

De heer Veldman (VVD):
Voorzitter. Zoals ik al zei, zijn de maandag aangekondigde extra maatregelen opnieuw ingrijpend, helaas, ook omdat we afgelopen weekend gezien hebben dat niet iedereen zich aan de 1,5 meter afstand houdt. Zoals ik al zei, ook richting de heer Wilders, krijgen burgemeesters nu de mogelijkheid om op te treden. Zijn al die noodverordeningen dan nu ook al geldend in alle gemeenten? Hebben alle burgemeesters die noodverordening nu al werkend verklaard?

Voorzitter. Dan de schoolexamens. De eindexamens gaan niet door en de schoolexamens wel, maar veel scholen hebben vragen over hoe ze dit op een verantwoorde manier kunnen en moeten doen. Scholen hebben behoefte aan duidelijkheid. Die is er nu onvoldoende. De vraag aan het kabinet is dus: waar kunnen zij, en ook de eindexamenleerlingen, terecht met vragen?

Voorzitter. Ik hamer steevast op duidelijke communicatie. Over de maandag aangekondigde aanvullende maatregelen heerst helaas veel onduidelijkheid. Kan het kabinet hier vandaag nog eens helder en duidelijk uiteenzetten hoe het nu zit met alle bijeenkomsten en evenementen?

Voorzitter. De coronacrisis raakt onze economie kei- en keihard. Waarschijnlijk heeft iedereen vanochtend de cijfers van het CPB wel gezien: in het ergste scenario gaat het om een krimp van maar liefst 7,7%. Ondernemers lijden schade en zzp'ers zitten zonder werk. Het pakket aan steunmaatregelen is massief, maar ook dat staat en valt nu vooral met de snelheid van het implementeren en uitrollen daarvan. Ik realiseer mij dat we misschien wel het onmogelijke vragen, maar deze bijzondere omstandigheden vragen daar wel om.

Voorzitter. Iedereen kijkt reikhalzend uit naar een vaccin. Ook hierin vragen we misschien wel het onmogelijke. Het vraagt in ieder geval qua onderzoek om snelheid. In deze snelheid worden onze eigen onderzoekers belemmerd door extra regeltjes voor het doen van klinisch onderzoek die in andere Europese landen niet gesteld worden. Waarom, vraag ik het kabinet. Is dit niet het moment om extra Nederlandse regeltjes, bovenop Europese richtlijnen, per direct te schrappen? Is het kabinet bereid om hier één lijn in te trekken met onze buurlanden, zodat onze onderzoekers niet naar het buitenland hoeven uit te wijken voor de klinische testen?

Voorzitter, ik rond af. De komende twee weken zullen spannende weken zijn. Ik wens alle mensen die op de intensive cares en in de ziekenhuizen werken heel veel succes en sterkte. Ik wens vooral alle patiënten een goed herstel.

Dank u wel.

De heer Azarkan (DENK):
Gister in de hoorzitting gaf de heer Gommers aan dat hij centrale regie en sturing miste, met name bij het verdelen van de capaciteit. Hijzelf en ziekenhuizen in Brabant moeten soms opboksen tegen anderen die wel de capaciteit hebben, maar die aangeven dat de eerste hulp vol zit. Wat vindt de heer Veldman van de VVD van die constatering?

De heer Veldman (VVD):
Die constatering werd inderdaad gedaan. Het is natuurlijk heel vervelend dat blijkbaar nog niet iedereen, ook elders in het land, het besef heeft dat er echt wel wat aan de hand is. Het goede nieuws is, en dat zei de heer Gommers gister ook, dat er nu een landelijk coördinatiecentrum is opgericht, dat opereert vanuit het Erasmus MC. Daarmee wordt er daarin wat directiever geopereerd. De uitdaging daarbij is natuurlijk ook, en dat zei de heer Gommers gister ook, dat als je daar een soort militaire aanpak op wilt loslaten en het vergelijkt met defensie, er normaal gesproken een aantal weken de tijd is om zo'n operatie te starten, terwijl dit nu in een aantal dagen moet. Er zullen dus aanloopproblemen zijn. Dat betreur ik. Het gaat erom dat er nu zo snel mogelijk gehandeld wordt. Ik ga ervan uit, en dat lijkt me ook een goede vraag voor de minister van Volksgezondheid, dat dat landelijk coördinatiecentrum nu werkt en up and running is, en dat er dus wat dat betreft ook directief gehandeld wordt. Ik ga er dus van uit dat als patiënten verplaatst moeten worden vanuit Brabant of Limburg, dat dan ook gebeurt.

De heer Azarkan (DENK):
Ik ben blij met deze constatering. Voor ons als samenleving is het namelijk gewoon niet te accepteren dat er in Brabant en ook in Limburg keihard gewerkt wordt en alles gevraagd wordt van de capaciteit, terwijl door het missen van die centrale regie anderen geen steun kunnen bieden. Ik ben dus blij met de opmerking. Ik doe ook een oproep aan het kabinet om dat zo snel mogelijk te ondersteunen.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Veldman. Dan geef ik nu het woord aan de heer Wilders namens de PVV.

De heer Wilders (PVV):
Mevrouw de voorzitter. Het coronavirus heeft Nederland stevig in z'n greep, ondanks de tomeloze inzet van al die helden in de zorg. Het RIVM zegt dat het aantal nieuwe ziekenhuisopnames lijkt af te vlakken. Als dat echt zo is, dan is dat natuurlijk goed nieuws, maar voorlopig groeit het aantal coronapatiënten als nooit tevoren. Ook kenden we gisteren het hoogste aantal aan corona overleden patiënten in één dag. Inmiddels zijn er al 356 mensen aan corona overleden. Dat is een verdubbeling in drie dagen tijd. Dat is verschrikkelijk. We leven allemaal mee met de nabestaanden van al die overledenen.

Voorzitter. Ik maak me grote zorgen over waar dit gaat eindigen. Ik betreur het dat het kabinet veel te laat maatregelen heeft genomen en soms alleen onder druk van de samenleving, zoals bij het sluiten van de scholen. Het heeft weken moeten duren voordat het beleid eindelijk werd aangescherpt van "geen handen meer schudden" naar "een samenscholingsverbod met boetes". Het was daadkracht in slow motion. Dat aarzelen, die tijdverspilling, heeft ervoor gezorgd dat er onnodig meer mensen zijn besmet en dat Nederlanders te lang dachten: ach, het zal wel meevallen met dat virus. Het maandag gepresenteerde pakket is gelukkig een stuk steviger dan het "geen handen schudden" van twee weken geleden, maar het is ook ingewikkeld en moeilijk handhaafbaar. Ik snap werkelijk niet waarom er niet toch is gekozen voor de glasheldere en voor iedereen begrijpelijke lijn "voorlopig even verplicht thuisblijven", waardoor het aantal contactmomenten tussen mensen tijdelijk maximaal zal worden beperkt. Als het kabinet dat meteen had gedaan, hadden we nu minder besmettingen en minder zieke mensen, en was het minder druk geweest op de intensivecareafdelingen.

Voorzitter. Niet iedereen vindt het leuk om te horen, maar dat maakt het niet minder waar: we betalen nu ook de prijs voor de jarenlange bezuinigingen op de zorg. Er zijn de afgelopen jaren verschillende ziekenhuizen, ook met ic-capaciteit, gesloten, zoals het Slotervaartziekenhuis. Er zijn 75.000 zorgmedewerkers op straat gezet.

Voorzitter. We hebben in Nederland nu 1.150 ic-bedden met beademingsapparaten. Op 1 april, over zes dagen, hebben we 1.600 ic-bedden met beademingsapparaten nodig. Die zijn er niet. Dat betekent dat mensen met een overlevingskans, die anders wel geholpen hadden kunnen worden, daardoor kunnen sterven. Dat kan en mag niet gebeuren. Ik vraag aan de premier: hoe gaat u dat voorkomen? En als het nog erger wordt, en dat wordt het, want de piek van eind mei moet nog komen, hoe gaat u dat dan oplossen? Hoe gaat u voorkomen dat die geweldige ic-artsen en andere zorgverleners bij een code zwart dadelijk voor de loodzware taak komen te staan te selecteren wie naar de ic mag en wie niet, en dus zal overlijden? Hoe kunnen wij die artsen en andere hulpverleners in de zorg daarbij helpen?

De heer Veldman (VVD):
De zorgen die de heer Wilders uit, zijn volgens mij de zorgen die we allemaal hebben: kunnen we de extra belasting op de intensive care die er nu aan komt met z'n allen aan? Er wordt gewerkt aan uitbreiding. Dat is goed. Maar volgens mij is het ook goed om ons in dit debat wel bij de feiten te houden. De feiten zijn als volgt. Aan de medisch-specialistische zorg in Nederland gaven we in 2010 23 miljard uit. Nu, in 2020, geven we daar 26 miljard euro aan uit.

De voorzitter:
En de vraag is?

De heer Veldman (VVD):
De vraag aan de heer Wilders is of hij zich bij de feiten wil houden en of hij niet wil rondstrooien dat wij bezuinigd hebben op de zorg en dat wij bezuinigd hebben op de ziekenhuizen, want dat is niet waar. Dat hebben we niet gedaan. Dat is niet het geval. Het is dus goed om ons bij de feiten te houden.

De heer Wilders (PVV):
We hebben de zorg bijna kapotgesaneerd. Het tegendeel van wat de collega van de VVD zegt, is het geval. Of het nou gaat over de IJsselmeerziekenhuizen of over het Slotervaartziekenhuis, we hebben ziekenhuizen gesloten. We hebben ook, tot aan de ouderenzorg toe, tienduizenden, 75.000 mensen die daar werkten, ontslagen. Als we dat niet hadden gedaan, hadden we nu wat dat betreft een stuk minder problemen gehad.

Vergelijk het ook eens met andere landen. Kijk naar Duitsland. Wij hebben iets meer dan 1.000 ic-apparaten met beademingsapparatuur, met een bevolking van 17 miljoen inwoners. Duitsland heeft 5 keer meer inwoners, namelijk 80 of 85 miljoen, maar 25 keer meer ic-kamers, bedden en apparatuur. Het gaat om 25.000 apparaten! Ze hebben meer ziekenhuisbedden. Wij zijn als Nederland een van de laagste in Europa qua aantal ziekenhuisbedden. Het aantal ziekenhuisbedden is gedaald. En als u ten slotte kijkt naar de begroting van Volksgezondheid, dan is dit kabinet van plan — u vindt het op pagina 13 — om er bij de verpleeghuiszorg en de ziekenhuiszorg ook in de komende jaren voor te zorgen, met het idee dat mensen meer zorg thuis moeten hebben, dat er nog meer ziekenhuizen en verpleeghuisplekken geschrapt worden.

De heer Veldman (VVD):
Ook hier is het weer goed om bij de feiten te blijven. De feiten zijn als volgt. We hebben inderdaad minder ziekenhuisbedden dan een paar decennia geleden. Dat heeft alles te maken met het feit dat we steeds betere zorg hebben. Betere zorg, waardoor mensen niet meer in het ziekenhuis hoeven te liggen, maar poliklinisch of via een dagbehandeling behandeld kunnen worden. Betere zorg, omdat bijvoorbeeld mensen die een hartinfarct krijgen, nu na een aantal dagen naar huis kunnen, terwijl je 20 of 30 jaar geleden een maand in het ziekenhuis lag. Betere zorg, dat is wat we in Nederland hebben en waar we aan werken. Wat de heer Wilders hier stelt, is a niet waar en b volgens mij een klap in het gezicht van al die mensen die zo hard werken in de zorg.

De heer Wilders (PVV):
Het is helemaal waar wat ik zeg. U maakt het nu politiek, niet ik, maar uw partij heeft de afgelopen jaren in een soort zorghaat de zorg kapotbezuinigd. U heeft tienduizenden mensen in de zorg, waar wij voor zijn opgekomen net als wat andere partijen, ontslagen. Wij wilden ervoor zorgen dat die mensen niet zouden worden ontslagen. Wij hebben ons met hand en tand verzet — mijn collega Agema heeft dat hier ongeveer iedere dag gedaan — tegen het sluiten van de ziekenhuizen, ziekenhuizen met ic-capaciteit. Of het nou in Flevoland is of in Amsterdam, mensen hebben op veel plekken minder snelle zorg. Die kaalslag komt door de bezuinigingsdrift, de saneringsdrift van een partij als de VVD. Had u dat nou maar niet gedaan. Dan had u nu niet aan die interruptiemicrofoon hoeven staan.

Voorzitter, ik ga door. We hebben 1.000 ic-bedden, maar we hebben er op 1 april 1.600 nodig. We moeten ook meer gaan testen. Meten is weten. Singapore en Zuid-Korea hebben daar geweldige resultaten mee geboekt. In Oostenrijk wil men alle inwoners gaan testen om te weten hoeveel mensen ziek zijn of inmiddels immuun. Waarom gaan wij dat niet ook doen?

Voorzitter. Ik vind het echt onverteerbaar en onacceptabel dat onze mensen in de ziekenhuizen, in de thuiszorg, in de wijkverpleging, in de gehandicaptenzorg en in de verpleeghuizen nog steeds onvoldoende beschermingsmiddelen zoals mondkapjes hebben. Het is toch triest dat zorgmedewerkers zelf besmet en ziek raken, omdat ze zichzelf niet kunnen beschermen? Het zijn mensen die altijd voor ons klaarstaan en ook voor u, meneer Rutte. Het is uw plicht om die mensen te helpen.

Voorzitter, ik rond af. Nederland lijdt pijn. Veel mensen zijn onzeker, zijn bang, maken zich zorgen over hun geliefden. Het virus heeft ons normale leven grotendeels overgenomen, maar we zijn een sterk volk en we geven nooit op, in de wetenschap dat we vroeg of laat ook dit zullen overwinnen. Sterkte, Nederland!

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Wilders. Dan geef ik nu het woord aan de heer Pieter Heerma namens het CDA.

De heer Pieter Heerma (CDA):
Voorzitter. We kennen allemaal dat gevoel dat je wakker schrikt uit een nachtmerrie en dat in een paar seconden tot je doordringt dat het gelukkig maar een droom was. Ik heb deze dagen, deze weken, precies het omgekeerde gevoel. Elke ochtend vroeg het besef dat de nachtmerrie realiteit is geworden: mensen die op dit moment vechten voor hun leven, zieken die thuiszitten in onzekerheid bij elk kuchje, ouderen die uit veiligheidsoverwegingen zijn afgesloten van hun dierbaren die voor hen het leven juist waardevol maken, velen in de ziekenhuizen, in het onderwijs, in de kinderopvang, in de thuiszorg, in de supermarkten, die op dit moment voor de noodzakelijke zorg zorgen en eraan bijdragen dat we het land nog een beetje draaiende houden, ouders die worstelen met thuiswerken en tegelijkertijd thuis lesgeven, mantelzorgers die het steeds zwaarder krijgen.

Het is voor ons allemaal een onzekere, zware tijd. En in zware tijden is communicatie juist vanuit de overheid essentieel. Dat kan en moet nog beter. De aanscherpingen van afgelopen maandag waren nodig en goed, maar de presentatie leidde ook tot onduidelijkheid. Ik wil het kabinet vragen om presentaties met minder personen te doen en desnoods met wat meer voorbereidingstijd. Want als je er staat, moet de boodschap kloppen en duidelijk zijn, en dan maar een paar uur later.

Gisteren bij de technische briefing was het RIVM voor het eerst voorzichtig positief over het afvlakken het aantal patiënten dat wordt opgenomen. Tegelijkertijd werden door de heer Gommers hele grote zorgen geuit over het acuut dreigende tekort aan ic-plekken. Hij smeekte hiermee eigenlijk om meer landelijke, militaire regie. Kan de minister aangeven hoe hij dat de komende dagen gaat afdwingen? Hoe gaat ervoor worden gezorgd dat we snel in Nederland zelf meer beademingsapparaten te gaan maken? Klopt het bericht dat ic-artsen zelf ook overwegen om meer personen op één beademingsapparaat als noodmaatregel in te zetten?

Dan het tekort aan testmateriaal. De twee voorgaande sprekers hadden het hier ook over. We zullen snel zelf moeten gaan produceren wat nodig is. Ik begrijp dat de minister een speciale gezant heeft aangesteld, de heer Feike Sijbesma, om die eigen productie van zowel moleculaire als serologische testen snel op te schalen. Wat gaat deze gezant precies doen? Op welke termijn is hier resultaat van te verwachten? Overweegt de minister anders gebruik te gaan maken van de mogelijkheid van een dwanglicentie?

In de brief die gisteravond kwam, lees ik dat we inmiddels beschikken over een groot aantal sneltesten. Wanneer is de betrouwbaarheid van deze test duidelijk? En kunnen ze dan ingezet gaan worden? Deze testen zijn niet alleen cruciaal in de strijd tegen de ziekte nu, maar straks ook als het erom gaat onze economie tijdig en veilig weer aan de praat te krijgen.

Dan het ontwikkelen van een vaccin; collega Veldman van de VVD had het er zojuist ook al over. Het kan toch niet zo zijn dat dit naar Amerika verplaatst, omdat wij in Nederland strakkere milieuregels hanteren dan alle landen om ons heen? Graag hierop een reactie.

Voorzitter, ik rond af. Het zijn loodzware tijden, maar we zien tegelijkertijd ook tienduizenden mensen die zich spontaan aanmelden als zorgmedewerker of als vrijwilliger bij het Rode Kruis. We zien allemaal mensen op straat die elkaar geduldig wat meer ruim baan geven en elkaar weer vriendelijk groeten, omdat we in deze tijden van crisis elkaar weer zien staan. In deze zware tijden komt dus ook het beste in de mensen naar boven en zien we zichtbaar een warmere samenleving. Dat is iets wat we met elkaar moeten vasthouden, ook als we deze crisis hebben doorstaan.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Heerma. Dan is nu het woord aan de heer Jetten namens D66.

De heer Jetten (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik zou graag willen aansluiten bij de prachtige inleiding van de heer Heerma. Het zijn hele zware tijden en ook mijn gedachten gaan allereerst uit naar alle patiënten en nabestaanden van reeds overleden personen en vooral naar al die mensen die nu dag en nacht aan het werk zijn in de zorg om zo veel mogelijk mensen te beschermen. In het bijzonder denk ik aan het dorp van mijn jeugd, Uden, waar in het ziekenhuis Bernhoven echt een verschrikkelijke situatie gaande is.

Voorzitter. De premier verzekerde Nederland vorige week dat het kabinet niet de strategie van groepsimmuniteit volgt. Sindsdien heeft het kabinet regels opgesteld die ik kan rijmen met het ultieme doel, namelijk de levens van alle mensen in Nederland te beschermen. Er is nu een voorzichtig signaal dat de groei van het aantal besmettingen gaat afvlakken, maar er komen nog elke dag tientallen patiënten bij. Dat is een menselijke tragedie die een enorme druk legt op de ic's. Twee weken geleden heeft deze Kamer het kabinet gevraagd om alles op alles te zetten om het aantal ic-bedden uit te breiden. Het kabinet doet dat, maar toch zei de minister gister dat het spannend gaat worden. Welke extra maatregelen gaat de minister nemen om ervoor te zorgen dat de ic-capaciteit ook na 1 april op peil is?

Deze Kamer heeft ook herhaaldelijk gevraagd naar de testcapaciteit, die in Nederland tekortschiet. De sprekers voor mij deden dat ook. Wanneer verwacht het kabinet op grote schaal te kunnen testen, zoals dat bijvoorbeeld in Zuid-Korea gebeurt? Zodra die testcapaciteit er is, wat betekent dat dan voor de strategie?

Voorzitter. Vóór de ziekenhuizen ligt de druk al bij huisartsen en verpleegkundigen. Hoe gaat het kabinet ook hen verzekeren dat er genoeg beschermingsmiddelen zijn, zodat zij veilig hun werk kunnen doen?

Het waren juist de zorgverleners die ons de afgelopen dagen vroegen om echt thuis te blijven en die 1,5 meter afstand te respecteren, zodat zorgverleners hun werk kunnen blijven doen. We zagen dit weekend dat dit onvoldoende gebeurde. Het kabinet heeft daarom strengere maatregelen aangekondigd. Dat steun ik volledig. Waar het maandag nog aan ontbrak, waren eenduidige regels, heldere communicatie en een tijdige brief aan de Kamer. De meest gestelde vraag aan mij de afgelopen dagen is: wat mag nou wel en wat mag niet? Wat mag er tot 6 april en wat tot 1 juni? Dat is verwarring met schadelijke gevolgen voor onze gezondheid en economie. Ik vraag het kabinet om een toelichting. Eenduidigheid, helderheid en zorgvuldigheid zijn essentiële dragers van leiderschap, juist in crisistijd. Als er foutjes worden gemaakt — dat is in een crisis vergeeflijk en normaal — dan kan je die maar beter direct rechtzetten, niet met precisering of andere uitwerking, maar gewoon ruiterlijk en duidelijk. Hoe meer helderheid, hoe eerder we aandacht kunnen geven aan de voorwaarden voor een succesvolle crisisbestrijding.

En daarom nog enkele klemmende vragen. Dit virus laat zich niet vangen door de grenzen. Samenwerking is essentieel. Nederland zegt solidair te willen zijn met andere Europese landen. Maar hoe uit zich dat? Kunnen alle overheden dwingend aangespoord worden alle uitstaande rekeningen van mkb'ers en middenstanders meteen te betalen voor financiële verlichting bij die ondernemers? Wanneer zijn alle gestrande Nederlanders in het buitenland opgehaald? Kan het kabinet hier toezeggen dat die reis coulant wordt vergoed voor alle mensen die het niet kunnen betalen? Duitsland trekt ondertussen 145 miljoen extra uit voor wetenschappelijk onderzoek naar corona. Wanneer volgt het Nederlandse kabinet dit goede voorbeeld zodat we op korte termijn ook in Nederland het onderzoek naar corona kunnen intensiveren? Hoe schieten we scholen en gezinnen te hulp die niet over de faciliteiten voor goed thuisonderwijs beschikken?

Tot slot, voorzitter. Ik wil nogmaals alle patiënten en nabestaanden van overledenen veel sterkte toewensen. En vooral heel veel succes aan al die mensen in de zorg, bij hulpverleners en bij andere instanties die dag en nacht aan het werk zijn om deze coronacrisis met elkaar te boven te komen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Jetten. Dan geef ik zo het woord aan de heer Klaver namens GroenLinks. Het woord is aan de heer Klaver.

De heer Klaver (GroenLinks):
Voorzitter. Naast empathie is moed een van de deugden die ik het meest in mensen bewonder. Moed is niet de afwezigheid van angst maar het overwinnen ervan. Wijze woorden van Nelson Mandela. Wat zien we daar in deze coronacrisis veel tekenen van. Deze week sprak ik met een arts van het Bernhovenziekenhuis in Uden. Ze gaf me een indringend beeld van hoe hun ziekenhuis, hun wereld, binnen een week op z'n kop werd gezet. Hoe ze vol in de vuurlinie staand hun totale organisatie hebben omgegooid. Hoe de spoedeisende hulp is uitgebreid met een tent op een parkeerplaats met een mobile CT-scan. Hoe alleen nog maar levensreddende ingrepen worden gedaan als iemand binnenkomt met een beroerte, waarna de patiënt zo snel mogelijk naar een ander ziekenhuis moet worden gebracht. Hoe niet alleen de tekorten op de ic-afdeling nijpend zijn, maar dat dit eigenlijk geldt voor alle verpleegbedden.

Wat me het meest trof was de beschrijving van hoe alle artsen binnen een week nog maar één specialisme hadden. Haar ziekenhuis heeft geen reumatologen of cardiologen en geen chirurgen of kno-artsen meer. Allemaal zijn ze nu gewoon artsen die onder leiding van longartsen en internisten doen wat ze kunnen om de stroom coronapatiënten op te vangen. Eigenlijk zijn er alleen nog maar coronaspecialisten als arts en verpleegkundige. Dat is ontzettend zwaar voor hen. Iemand die bij reumatologie werkt, is het niet gewend om mensen te zien sterven, niet op deze manier, niet in dezen getale. Het geeft aan hoe nijpend de situatie in het zuiden van ons land is.

Maar het geeft ook iets anders aan. Hoe er in dit soort tijden van crisis moedige mensen opstaan; mensen die niet spreken maar doen, die niet aarzelen om het brandende huis in te rennen, want daar is nog iemand. Dat is wat de artsen en verpleegkundigen op dit moment doen. Ze overwinnen hun angsten en bezwaren.

Het zijn angstaanjagende tijden en we kunnen twee dingen doen. We kunnen de angst ons laten overnemen. We kunnen elkaar opnaaien. We kunnen alleen de verontrustende nieuwtjes delen of experts in twijfel trekken. Of we kunnen angsten overwinnen en zijn zoals artsen en verpleegkundigen in Uden en eigenlijk overal in het land die, ook al hebben ze geen idee wat de dag van morgen brengt, ervoor kiezen om niet terug te deinzen, om dingen te doen waarvan ze dachten dat ze die nooit zouden moeten doen of dat er een dag zou aanbreken waarop ze het wel moesten doen.

Voor de politiek betekent het dat we maatregelen moeten nemen waar we anders niet eens aan zouden durven denken. Dit is het moment om het wel te durven, niet voor onszelf maar voor al die moedige mensen die in de vuurlinie staan. De komende week wordt cruciaal. Dit is het moment om door te pakken. Er is geen landelijke regie nodig, maar landelijke aansturing met één kapitein op het schip. Ik vraag aan het kabinet: wie is die kapitein? Ik vraag de minister of hij niet moet aanwijzen welke ziekenhuizen nog de zorg kunnen leveren die niet coronagerelateerd is en welke ziekenhuizen coronaziekenhuizen worden. Hoe gaan we op de kortst mogelijke termijn noodziekenhuizen openen met extra verpleegbedden om de toestroom van patiënten de komende weken aan te kunnen? Hoe kunnen we zelf de productie op ons gaan nemen van beschermingsmiddelen, waar nog steeds een groot tekort aan is, en bedrijven in Nederland de opdracht geven om beademingsapparaten te maken? Is het mogelijk om zo snel mogelijk de receptuur van farmaceut Roche te krijgen, zodat we zelf coronatesten kunnen maken? Kunnen we ze desnoods dwingen? Hetzelfde geldt voor medicatie waarvoor farmaceuten op dit moment niet voldoende productiecapaciteit hebben. Onze apotheken moet dat zelf kunnen gaan maken. Is de minister dat met mij eens? Hoe gaat hij daarvoor zorgen?

Voorzitter, ik rond af. Het is een ongekend ingrijpen in de markt, zoals we dat ook hebben gedaan met de directe inkomenssteun voor zzp'ers. We moeten niet bang zijn om te treden in het intellectueel eigendom van farmaceutische bedrijven of bang zijn om de zorgmarkt te doorkruisen met directief optreden. We zijn het aan al die helden in de vuurlinie verplicht.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Klaver. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Marijnissen namens de SP.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Voorzitter, dank. Het voelt enigszins raar om hier weer te mogen staan. Ik ben een tijdje afwezig geweest. Dat heeft alles te maken met dat mijn woonplaats ligt in, zoals ik de NOS-verslaggever op het journaal hoorde zeggen, het epicentrum van de corona-uitbraak in Nederland, de regio Oss-Uden-Veghel. Maar gelukkig, ik heb geen klachten, voel me gezond en de huisarts heeft ook groen licht gegeven om vandaag hier weer te mogen zijn. Dat vind ik heel erg fijn, want er is ontzettend veel aan de hand.

Allereerst zou ik graag dank willen zeggen aan al die mensen die nu doorwerken met gevaar voor eigen gezondheid. Ik wil ook dank zeggen aan al die mensen die thuis zitten ten behoeve van het collectief. En ik wil dank zeggen aan al die mensen, vooral al die mensen die werken in de zorg, die nu vooropgaan in de strijd om het coronavirus te verslaan.

Ook in mijn eigen omgeving in Brabant zie ik hoe groot het monster is dat corona heet. Vriendinnen van mij zijn aan het werk in de coronatenten die zijn opgetuigd bij de ziekenhuizen. Ik zie het om me heen: het toenemen van besmettingen, sterfgevallen, maar ook de maatregelen als gevolg van corona. Vorige week moest ik afscheid nemen van zowel een oom als een tante van mij. Ze zijn niet overleden aan corona, maar ook dan zie je dat zelfs afscheid nemen van dierbaren in Nederland op dit moment niet meer gaat op de manier zoals we dat gewend waren. Want we mochten maar met z'n vijven en de kist in die hele grote, voor de rest compleet lege aula van het crematorium. Bij mijn tante kon ik er zelfs niet eens bij zijn, omdat de keuze gemaakt moet worden wie er het dichtstbij staat, want er mag maar een handjevol mensen bij zijn. In overleg heb ik ervoor gekozen om die plek aan iemand anders te laten. Dat zijn de keuzes die we op dit moment moeten maken.

Mijn buren zitten in quarantaine. Mijn buurvrouw werkt in een verpleeghuis bij ons in de wijk. Handschoenen, dat was wat ze kreeg als beschermingsmateriaal en wat alcohol om te ontsmetten. Ze werd ziek afgelopen weekend. Getest: corona. En nu zit ze thuis in quarantaine met het hele gezin. Ze kan dus niet meer zorgen voor die ouderen voor wie ze zo graag wil zorgen. Ze kan er niet meer zijn voor die collega's die het nu zo ontzettend zwaar hebben, want ze zit thuis.

Voorzitter. Nederland staat op z'n kop. Er zijn zo veel dingen die ik nu zou willen zeggen, zo veel dingen die belangrijk zijn om te bespreken. Maar er is één ding waarvan ik echt vind dat wij als Tweede Kamer dat vandaag moeten regelen, waarvan ik echt vind dat we vanmiddag niet weer met z'n allen de deur uit mogen lopen zonder dat dat geregeld is. Dat is de bescherming van onze zorgverleners: ervoor zorgen dat zij voldoende materiaal hebben om op een veilige manier hun werk te kunnen doen. Ze doen altijd al zo belangrijk werk, maar zeker nu. Wij vragen nu van deze mensen om voorop te gaan in de strijd tegen het coronavirus. Het minste wat we kunnen doen, is ervoor zorgen dat ze hun werk op een veilige manier kunnen doen. Dan heb ik het natuurlijk over alle zorgverleners: de mensen in de ziekenhuizen, maar ook in de thuiszorg, ook in het verpleeghuis, ook bij de huisartsen, ook in de gehandicaptenzorg. Deze mensen verdienen onze bescherming.

Natuurlijk verdienen alle werknemers bescherming die nu door móéten werken om onze samenleving draaiende te houden. Het is dan ook zo wrang om te zien dat de mensen aan wie nu gevraagd wordt om door te werken vaak ook de mensen zijn die de afgelopen periode op moesten staan om te vechten voor een beetje meer waardering, om te vechten voor een fatsoenlijke beloning. Ik hoop dan ook van harte dat als al deze corona-ellende voorbij is, we ervoor gaan zorgen dat deze mensen ook de fatsoenlijke waardering krijgen die ze verdienen.

Voorzitter. Ik heb ook nog vragen over de testcapaciteit in Nederland. Veel daarvan zijn al gesteld. Ik zou daar de volgende aan toe willen voegen. Kunnen we er in ieder geval voor zorgen dat we onze zorgverleners in voldoende mate kunnen testen? Hoe gaat het kabinet dat regelen?

We hebben ook zorgen over de ic-capaciteit. Volgende week zijn er 1.600 ic-bedden nodig; die zijn er niet. Hoe gaan die er komen? Hoe gaat het kabinet invulling geven aan de noodkreet die we gisteren van de ziekenhuizen hebben gehoord dat er landelijke regie nodig is en dat er directief geopereerd moet worden?

Tot slot. Het is nu alle hens aan dek om deze volksgezondheidscrisis op te lossen. Daar moet alle aandacht en energie naartoe gaan. Maar wij vrezen met grote vreze voor de sociale en maatschappelijke crisis die hierna volgt. We hebben vanochtend de berichten kunnen zien. De volgende recessie wordt alweer aangekondigd. Laten we er alsjeblieft voor zorgen dat de mensen die nu de klappen moeten opvangen niet de mensen zijn die dan ook vooraan moeten staan om de rekening te betalen. Laten we samen bouwen aan een economie die werkt voor ons allemaal.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Marijnissen. Dan geef ik nu het woord aan de heer Asscher namens de PvdA.

De heer Asscher (PvdA):
Voorzitter, dank u wel. Ik kreeg vanochtend een berichtje van iemand die mij nabij is dat hij gisteren zijn vader heeft verloren door corona. Ik noem dat hier, omdat er achter die dagstatistieken allemaal verhalen zitten, allemaal mensen die er anders nog geweest waren. Ik wil hem maar ook iedereen die nu met die ziekte geconfronteerd wordt heel veel sterkte wensen in een hele moeilijke tijd.

Voorzitter. Des te groter is mijn dank in de richting van iedereen die — Jesse Klaver zei dat terecht — soms met persoonlijke moed doorwerkt en risico's neemt om ons te beschermen. Die dank gaat ook uit naar de mensen in vak-K die de crisis bestrijden. In dit geval wil ik Bruno Bruins noemen, die heeft moeten aftreden omdat hij onder de crisislast bezweek.

Voorzitter. Des te belangrijker is het dat we als parlement onze rol spelen om ook een crisiskabinet kritisch en scherp te bevragen. Dat is wel nodig, als je ziet waar we nu staan. Ik sluit me aan bij de vragen van Lilian Marijnissen — fijn dat u er weer bent — over de beschermingsmiddelen. Ik vind dat de brief daarover toch nog te veel openlaat. Er wordt beschreven dat er schaarste is, maar dat wisten we een week geleden, dat wisten we twee weken geleden, dat wisten we drie weken geleden. Ik wil nu van het kabinet horen welke middelen er worden ingezet om in Nederland zelf de beschermingsmiddelen te produceren om te zorgen dat op zijn minst de mensen in de eerstelijnszorg, de huisartsen, veilig hun werk kunnen doen.

Twee: testcapaciteit. Niet voor niets vroeg ik aan de VVD of men nu bereid is ook ten opzichte van de grote farmaceutische bedrijven dwangmiddelen in te zetten. Als er ooit een moment was dat het algemene belang van de volksgezondheid moest gelden boven het belang van de markt, dan is het nu. Het feit dat wij minder testen dan sommige andere landen, het feit dat we in ons eigen land grote verschillen zien in de testcapaciteit, moet niet leiden tot een beschrijving van de situatie zoals die er is, schaarste op de wereldmarkt, maar tot ingrijpen van het kabinet. Ik vraag het kabinet de toezegging dat alle middelen worden ingezet, daaronder begrepen de dwanglicentie op bevel van de minister van Economische Zaken, om te zorgen dat we in Nederland kunnen testen. Want dit gaat maanden duren. Willen we daar op een verantwoorde manier uitkomen, dan zul je moeten beschikken over testcapaciteit voor het zorgpersoneel en voor de mensen daarbuiten.

Drie: de intensivecarecapaciteit. Twee weken geleden is de motie van de heer Wilders en mij aangenomen om alles te doen om die capaciteit uit te breiden. Gisteren hoorden we Diederik Gommers in een buitengewoon alarmerend antwoord op een vraag aangeven: we hebben de capaciteit nu niet en als er meer nodig is dan kan het Nederlands zorgstelsel het niet aan. Ik vraag de minister om scenario's voor als dit zich onverhoopt voordoet. De piek wordt nog verwacht en er is geen zekerheid of we dan genoeg hebben. Dus wat voor extra ziekenhuiscapaciteit, wat voor extra zorgcapaciteit, wat voor extra revalidatiecapaciteit en wat voor extra intensivecarecapaciteit wordt er nu geregeld? Opnieuw merk ik op dat we geen behoefte hebben aan een beschrijving van de situatie op de wereldmarkt. Ik begrijp en ik respecteer hoe lastig het voor dit kabinet is om daarin te opereren. Er is nu wel meer nodig.

Vier: de communicatie. Rob Jetten was daar scherp over naar aanleiding van de persconferentie afgelopen maandag. Die heeft ertoe geleid dat mensen massaal activiteiten zijn gaan opschorten en afzeggen om de dag daarna te horen dat het om vergunningplichtige evenementen ging. Dat is niet het verduidelijken van een detail, maar dat is een blunder. Dat kan gebeuren, want waar mensen werken worden fouten gemaakt. Maar ik vraag wel aan het kabinet om bij de eerstvolgende mededelingen — we hebben begrepen dat er morgen mededelingen komen over de scholen en die zijn van enorm belang en die hebben een enorme impact op ouders, op kinderen en op het hele onderwijs — voordat het naar buitengaat zich de vraag te stellen: leg ik nu goed uit wat ik van mensen verwacht? Hebben we doordacht tot wanneer de maatregelen gelden? Ben je ook bereid uit te leggen waarom maatregelen tot een bepaald moment gelden? Mijn indruk is — sommigen van u weten dat ik een Amsterdammer ben, en die stad is niet bekend als de meest gezagsgetrouwe — dat heel veel Nederlanders juist hun uiterste best doen en bereid zijn om te helpen. Ze lopen inderdaad met een grote boog om elkaar heen. Ze staan klaar om de instructies op te volgen. De vraag ligt veel meer bij het kabinet: wees helder wat je van ons Nederlanders verwacht. Dan zullen we met elkaar deze afschuwelijke crisis overwinnen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Asscher. Dan is het woord aan de heer Segers namens de ChristenUnie.

De heer Segers (ChristenUnie):
Mevrouw de voorzitter. Het is zo erg om te zien: een oude vrouw die achter het raam zit en alleen nog maar kan zwaaien naar haar kind en naar haar kleindochter. Er zijn zo veel mensen die angstig zijn, bang om ziek te worden, bang om hun baan, hun bedrijf te verliezen, bang om een geliefde te moeten missen. Er zijn zo veel zieke mensen. Hartverscheurende verhalen over doodzieke patiënten die hun geliefden, die hun kinderen achter moeten laten en alleen op de intensive care liggen met de afschuwelijke angst om alleen te moeten sterven. En dan maar hopen dat er een verpleger is die dan even hun hand kan vasthouden zodat ze niet meer helemaal alleen in het donker zijn.

Mevrouw de voorzitter. Wat zou het fijn zijn als we nu al zouden weten wanneer dit klaar is, maar we weten het nog niet. Je zou willen dat we nu al weten dat dit ergens goed voor is. Dat we vriendelijker gaan worden. Dat we beter voor elkaar gaan zorgen en beter weten wat echt belangrijk is in ons leven. Het is waar dat we nu merken hoeveel goede zorg er nu voor elkaar is. Er zijn heel veel hartverwarmende initiatieven van behulpzame mensen die hulpbehoevenden laten weten dat ze er niet alleen voor staan. Op de site www.nietalleen.nl, een initiatief van maatschappelijke organisaties en kerken, zijn in een week tijd al zo'n duizend van dat soort initiatieven bij elkaar gebracht. We blijken verrassend veerkrachtig en zorgzaam. Maar of dit ook blijvend is, weten we niet.

Mevrouw de voorzitter. We bevinden ons in het oog van de storm. De ellende raast door het land en het is nog te vroeg om te voorspellen hoe we onszelf in het najaar weer zullen aantreffen. Het enige wat we zeker weten is dat we hier en nu moeten doen wat we kunnen. Ik wil de mensen die in de zorg in de frontlinie staan ook uit de grond van mijn hart bedanken voor dat wat ze nu doen. Ik wens hun heel veel kracht toe, juist ook als dit langer duurt dan gedacht.

Ik wil het kabinet ook bedanken voor de crisisbestrijding, het wijsheid toewensen, en het aanmoedigen om de belofte van de minister-president te houden dat we niemand in de steek laten. Het is goed om te zien dat er naast het economische steunpakket waar we vorige week over spraken, ook aandacht is voor voedselbanken en mensen in de ggz, en dat er nu geen huisuitzettingen plaatsvinden. Dank daarvoor.

Maar ik mis in de brief aandacht voor daklozen, de mensen waarvoor het Leger des Heils vandaag de noodklok heeft geluid. Graag een reactie. Ik overweeg om op dit punt ook een motie in te dienen.

Ik heb nog zes vragen. Eén. Diederik Gommers had gister geen geruststellende mededelingen over de ic-capaciteit. Wat zijn de noodscenario's?

Twee. Kan de minister van VWS al meer vertellen over de testcapaciteit? Dit ook in het licht van signalen van medici en wetenschappers die zeggen dat er nu al meer getest kan worden.

Drie. In het Verenigd Koninkrijk zijn er nu goedkope zelftesten aangeschaft die snel aangeven of je corona hebt gehad. Kunnen die ook in Nederland worden aangeschaft? Kan de test op betrouwbaarheid niet Europees plaatsvinden in plaats van dat al die Europese landen dat allemaal los van elkaar doen? Deze test zou ons beleid zoveel preciezer maken en bijvoorbeeld ook de gehandicaptenzorg enorm helpen.

Vier. De heer Gommers voerde ook een pleidooi voor betere coördinatie met betrekking tot de ziekenhuiscapaciteit. Waarom is dat pleidooi nog steeds nodig?

Vijf. Moeten we niet in ieder geval ook op Schiphol testen? Zeker nu duizenden Nederlanders weer vanuit allerlei buitenlanden gaan terugkeren, met alle risico's van dien.

En zes: een aanmoediging. Communiceer helder. Voorkom onduidelijkheid zoals na de persconferentie van maandag. Ik vraag die helderheid voor scholieren, studenten, ondernemers, bewoners van verpleeghuizen en hun familieleden, en al die andere Nederlanders die nu op u rekenen.

Ik dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Segers. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Ouwehand namens de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Ons land zweeft tussen hoop en vrees. Veel mensen helpen elkaar. Veel mensen zijn moedig genoeg om het belangrijke werk te blijven doen dat nodig is. Met name in de zorg, maar ik heb het ook nadrukkelijk over de vakkenvullers en de schoonmakers.

Tegelijkertijd zijn mensen bang. Gisteren in de briefing hoorden we dat er goed nieuws en slecht nieuws is. De besmettingsgraad lijkt te dalen en het percentage mensen dat hier ernstig ziek wordt van corona lijkt lager te liggen dan bijvoorbeeld in China, zegt het RIVM. Daar kun je hoop uit putten. Maar tegelijkertijd hoorden we gisteren ook dat de benodigde ic-capaciteit nog lang niet geregeld is. Op 1 april, dat is over zes dagen, …

De voorzitter:
Meneer Baudet! We hebben afspraken gemaakt over afstanden. Die gelden ook voor u.

De heer Baudet (FvD):
Dit is toch 1,5 meter?

De voorzitter:
Nou, net niet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Op 1 april, dat is dus over zes dagen, zijn er 1.600 ic-bedden nodig en die zijn er nog niet. Wat is de laatste stand van zaken nu? Ik begrijp dat er iedere minuut iets kan veranderen en we hopen natuurlijk allemaal op het bericht dat het geregeld is en dat het goed komt vóór volgende week.

Het is een tijd waarin het lastig opereren is, ook in de rol van volksvertegenwoordiger en al helemaal in de rol van bewindspersoon als onderdeel van het crisisteam. Dat begrijp ik goed. De regering regeert en de Kamer controleert. Als er één moment is waarop dat adagium moet gelden, dan is het wel nu, want het kabinet moet de vrijheid hebben om steeds te handelen waar dat nodig is. Dan is het wel belangrijk dat we met elkaar de afspraken scherp houden. Vorige week gingen we hier uit elkaar met de volgende afspraken. De Kamer steunde de maatregelen tot nu toe en we spraken af dat de WHO-adviezen steeds worden gevolgd en er meteen extra maatregelen worden genomen als dat nodig is.

Toch blijven er vragen liggen. Over het testen: doet Nederland echt genoeg? Over de beschermingsmaterialen, waar mevrouw Marijnissen ook al over sprak: doet Nederland echt genoeg? En dan de aanscherping van de maatregelen. Na zaterdag konden we toch allemaal zien dat het niet goed ging met het advies aan de Nederlanders. Dan begrijp ik niet waarom het crisisteam niet zaterdagavond bij elkaar is gekomen om een herhaling daarvan op zondag en op maandag te voorkomen. Ik dacht dat we hadden afgesproken: meteen extra maatregelen als dat nodig is.

Voorzitter. De Partij voor de Dieren steunt de aanscherping van de maatregelen. We hebben er groot respect voor dat het kabinet heeft geprobeerd te zoeken naar een goede balans, want we staan voor duivelse dilemma's. Mensen die contact nodig hebben voor hun psychische welzijn, maar die ook gewoon zorg nodig hebben — het is nogal wat. Het is nogal wat dat je niet meer op bezoek kan. Het is nogal wat dat je je verstandelijk gehandicapte broertje niet meer op kan halen in het weekend. Hartverscheurend.

Dus we steunen dat, maar de oproep blijft: als het niet genoeg is, als er onduidelijk is gecommuniceerd, meteen opplussen. Want de communicatie gaat niet goed genoeg. Ik doe het niet graag, maar ik wijs even op Boris Johnson. Die was heel helder in zijn toespraakje: u blijft thuis en dit en dat en dat mag u wel doen, en anders niet. Ik denk dat dat beter is dan interpretatie open laten aan mensen, en mogelijke misverstanden.

Tot slot. Ik weet dat het mantra "nu even niet" geldt. Ik begrijp heel goed dat het ministerie van VWS andere dingen aan het hoofd heeft, maar er zijn ook andere ministeries die wel gewoon hun werk moeten blijven doen. We zien nu voortdurend virologen op televisie. Gelukkig nemen we nu hun expertise serieus. Maar bijvoorbeeld Marion Koopmans had met haar onderzoeksgroep in 2018 al geconcludeerd dat dit soort virussen vaker uitbreken, omdat de manier waarop we met dieren omgaan in Nederland, maar ook door de ontbossing wereldwijd, waar Nederland een belangrijke driver in is, gevaarlijk is. Dus nee, het ministerie van VWS hoeft zich hier nu niet mee bezig te houden, maar het ministerie van Landbouw en het ministerie voor Buitenlandse Handel moeten wel nú gaan kijken naar de risico's die ook nu nog loeren. Want als er een nieuwe pandemie uitbreekt vanwege die zoönosen, dan kunnen we dat er niet bij hebben.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan de heer Krol namens 50PLUS.

De heer Krol (50PLUS):
Dank u, mevrouw de voorzitter. Allereerst wil ook ik alle nabestaanden, patiënten en hun familieleden sterkte wensen. Het zijn er steeds meer. Veel van hen kennen we niet. Dat zijn dan onbekenden. Maar het komt steeds dichterbij, zeker als je woont op de plek in Brabant waar ik woon. Ook binnen onze partij, een partij die in het bijzonder opkomt voor oudere mensen, worden we hard getroffen. Alle lof voor de medewerkers die dag in, dag uit werken in de zorg, de schoonmaak en alle andere vitale sectoren.

Een aantal punten over de ouderenzorg. Wordt er aandacht aan de wijkverpleging en thuiszorg besteed bij het verdelen van de beschermingsmiddelen? Ook mevrouw Marijnissen had het daar al over. Zijn verpleeghuizen voldoende toegerust om alle bewoners regelmatig contact te laten onderhouden met familie en vrienden? Is er voldoende tijd? Zijn er voldoende middelen om dit belangrijke aspect van het leven te verzorgen? Is het niet te overwegen om per verzorgingstehuis of verpleeghuis een beperkt aantal mantelzorgers of vrijwilligers, al dan niet getest, toe te laten? Zij kunnen dan net die zorg geven die zeker nu zo nodig is.

50PLUS is geroerd door alle initiatieven in het land. Maaltijden, kaartenacties, concerten voor de deur, prachtig, ik word er stil van. Een pluim voor al deze initiatieven, maar hoe is het met de situatie daarbinnen? Kan de minister daarop ingaan? Welke richtlijnen zijn er, zeker in het geval van een besmetting in huis? Hoe staat het met de uitvoering van de aangenomen motie over het nemen van extra maatregelen om mantelzorgers te ondersteunen en te ontzorgen in deze moeilijke tijden? Welke stappen zijn gezet wat betreft de uitvoering van mijn motie over een noodplan voor oudere en kwetsbare mensen die zelfstandig thuis wonen? Dit geldt zeker ook voor mensen die hun partner niet naar de dagbesteding kunnen brengen. Wat is er voor hen geregeld?

Voorzitter. Dan enkele vragen over de beddencapaciteit. Wat is precies de stand van zaken wat betreft de uitwisseling van gegevens? Is er een actueel inzicht? Zijn alle ziekenhuizen aangesloten op één systeem? Wat heeft de regering gedaan met de aangenomen motie van 50PLUS die letterlijk verzocht om in overleg met de elf regionale acutezorgketens de regionale systemen zodanig in te richten dat in crisistijden de desbetreffende gegevens ook voor de aangrenzende regio's en GGD's inzichtelijk zijn? Dat was een voorspellende motie uit december 2018.

Als de minister van VWS besluit dat we naar de volgende fases gaan en er te weinig plaats is op de ic's — ik weet het: dit is een moeilijk onderwerp — wat dan? Wie krijgt dan zorg? Wie niet? U begrijpt dat daar bij mijn achterban heel veel mensen wakker van liggen. In dat verband wil ik ook de Kamerbreed aangenomen 50PLUS-motie over het niet hanteren van leeftijdsgrenzen noemen. Mag ik aannemen dat de stem van ouderen ook dan gehoord zal worden?

Ik heb nog twee vragen ter afronding. 50PLUS is van mening dat het verstandig is snel een besluit te nemen over het al dan niet sluiten van vakantieparken, recreatiewoningen en campings, zeker met het oog op het naderende paasweekend. Wat is wijs? Ik krijg ook klachten over het ov, dat nu niet meer aansluit, waardoor zorgmedewerkers niet op tijd op hun werk kunnen komen. En is het mogelijk om de gehele homepage van de website rijksoverheid.nl te gebruiken voor communicatie over de coronacrisis? Nu oogt het wat rommelig en staan er ook dingen op waarvan ik denk: zijn die nu belangrijk? Mijn vraag is vooral ook of het in eenvoudig Nederlands kan.

Tot slot wil ik namens de fractie het kabinet en alle medewerkers van de verschillende overheden danken voor hun enorme inzet in deze moeilijke tijden. En, voorzitter, wie had ooit gedacht dat afstand houden nu het toppunt van medemenselijkheid zou zijn?

Ik dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Krol. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van der Staaij namens de SGP.

De heer Van der Staaij (SGP):
Mevrouw de voorzitter. Midden in deze zware tijden is het bemoedigend om veerkracht en vindingrijkheid te zien, maar ook saamhorigheid, die je op zo veel plekken in het land ziet opbloeien. Denk alleen al aan de zorgwerkers die dag en nacht in touw zijn. Hulde daarvoor. Maar ook heel eenvoudig: kinderen die hun kostbare Donald Duckjes bij ouderen in de brievenbus doen om hen te helpen deze moeilijke dagen door te komen. Prachtig.

Maar het zijn wel lichtstralen tegen een donkere achtergrond van rouw en verdriet, van afstand doen van wie je lief is. Dat doet pijn. Ook als er geen rouw en verdriet is, maar je niet meer in contact mag komen met wie je lief zijn, dan is dat hartverscheurend. Natuurlijk ben je blij met beeldbellen, maar als je niet meer op bezoek kunt bij je kind met een beperking of de hand van je dementerende man of vrouw niet kunt vasthouden, dan is dat hartverscheurend. Dat weten we allemaal en dat zien we allemaal.

Het doet mensen ook zeer als ze niet naar de kerk kunnen, als doop en avondmaal niet worden bediend. Natuurlijk, je bent dankbaar dat je op afstand kan meeluisteren, maar je mist toch iets wat zo kan sterken en troosten, juist als in onzekere tijden het verlangen van je hart zo sterk is om in de nood van deze tijd in het huis van God en zijn gemeente zijn aangezicht te zoeken. Zo heeft elk hart zijn eigen smart.

Voorzitter. Wij geven steun aan de maatregelen die het kabinet heeft genomen. Vandaag is de vraag voor iedereen: wat is er nog meer nodig? Als je met mensen spreekt, zoals we allemaal doen in deze dagen, komen er voor mij drie punten naar voren.

Het eerste punt: persoonlijke beschermingsmiddelen als mondkapjes en handschoenen. Die zijn essentieel voor thuiszorg, mantelzorgers, gehandicaptenzorg, kraamzorg en ziekenhuizen. Overal is dit zorgpunt nummer één. De vraag is: hoe snel kan daarin worden voorzien?

Mijn tweede punt betreft de testen. Als we meer kunnen testen en sneller kunnen testen, kan dat zo veel goed doen. Wanneer is het onderzoek naar die sneltesten klaar?

Het derde punt heeft alles te maken met de voorgaande twee punten. Wat is onze aanpak? Bij de intensive care zag je dat er uiteindelijk gekozen is voor een wat strakkere, geregisseerde aanpak. Het leger helpt daarbij. Is die strakkere structuur ook niet nodig om aan voldoende persoonlijke beschermingsmiddelen en testen te komen? Welke stappen worden er in die meer directieve benadering gezet?

We hebben voor crisistijden ook een aantal noodwetten liggen, bijvoorbeeld de Noodwet rechtspleging. Die heeft alles te maken met termijnen. Worden die noodwetten ook benut? Ik las vanmorgen dat er een spoedwet komt op het gebied van huur. Wordt er door het kabinet ook gekeken welke noodmaatregelen of noodwetten kunnen helpen om door te kunnen pakken in deze crisistijden? Dat geldt dus niet alleen voor de ic's in het ziekenhuis, maar ook breder in de zorgwereld om alles op orde te brengen in bijvoorbeeld de thuiszorg en voor mantelzorgers. We willen de rechtsstaat daarbij hooghouden. Liever een democratische noodwet dan een ondoordacht "nood breekt wet".

Voorzitter. Eerder deze week vroeg ik de eigenaar van een kleine viswinkel of hij zijn hoofd een beetje boven water kon houden. Ik werd geraakt door zijn antwoord, want hij zei allereerst dat hij zich zorgen maakte over de oudere mensen die nu minder in zijn winkel kwamen en vroeg zich af of zij wel voldoende contact met anderen hadden. Mijn vraag aan het kabinet is dan ook hoe we die eenzame mensen kunnen helpen om niet alleen te zijn en hoe we hen ook de middelen kunnen laten benutten die er zijn om om hulp te vragen. Ik vond het mooi dat hij allereerst om anderen dacht in een tijd waarin hij het zelf ook moeilijk heeft. Op diezelfde manier wil ik hier vandaag vragen of wij als Nederland niet juist zouden moeten meeleven met ontwikkelingslanden en vluchtelingenkampen die niet gezegend zijn met voldoende voedsel en een goede gezondheidszorg, waar je een coronaramp kunt zien aankomen. Wat kunnen wij voor kwetsbare verre naasten betekenen, vraag ik het kabinet.

Voorzitter. Ik wil de leden van het kabinet en allen die verantwoordelijkheid dragen en hard in de weer zijn heel veel wijsheid en sterkte toewensen in deze moeilijke tijden. Weet dat ook velen in het land voor u bidden.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van der Staaij. Dan geef ik nu het woord aan de heer Azarkan namens DENK.

De heer Azarkan (DENK):
Dank u wel, voorzitter. Het zijn bijzondere tijden. Het coronavirus heeft ons leven volledig op de kop gezet. Ik merk ook aan mezelf dat dat leidt tot onzekerheid, angst en grote zorgen. Er is grote behoefte aan duiding en informatie. Die is volop aanwezig. Achter die dagelijkse stroom van koude statistieken gaat veel leed schuil. We zijn met 17 miljoen sociale wezens in Nederland die de natuurlijke neiging tot elkaar opzoeken, elkaar omarmen en zelfs elkaar fysiek steunen, moeten onderdrukken. Een wrange constatering is dat we vanwege het virus de zwakkeren in deze moeilijke tijden niet kunnen bijstaan en hun de broodnodige troost en comfort moeten ontzeggen.

We leven mee met de nabestaanden van de slachtoffers. We hebben grote waardering voor het zorgpersoneel, van schoonmaker tot arts, dat dagelijks met een ongekende inspanning in de frontlinie strijd levert om mensen in leven te houden; een prestatie van formaat. Maar laten we ook oog houden voor de slachtoffers die verder van ons weg staan, niet alleen voor onze directe naasten, maar ook voor de mensen in alle andere delen van de wereld, zoals in vluchtelingenkampen.

Voorzitter. In tijden van crisis gaat het om een duidelijke aanpak, daadkrachtig leiderschap en eenduidige communicatie. Het kabinet heeft maatregelen ingezet om verdere verspreiding tegen te gaan. Maar nauwelijks een week verder moesten die maatregelen aangescherpt worden: geen bijeenkomsten, nog meer winkels dicht en handhaving met zware boetes. Zien we hier een kabinet dat net even iets te ver achter de feiten aanloopt? In het vorige debat werd gevraagd om strengere handhaving van de regels. Toen gaf de minister-president aan dat die niet nodig waren. Dat is jammer, want ook de burgemeesters zaten met de handen in het haar. We zagen een minister-president die boos en stampvoetend aankondigde, op 23 maart, dat er nieuwe maatregelen nodig waren. Nou moet de minister ook een klein beetje boos op zichzelf zijn. Had hij niet moeten voorzien dat de regels deels niet nageleefd zouden worden? In deze tijden van crisis betaal je keihard de prijs voor die verkeerde aanname.

We zijn gisteren bijgepraat door de voorzitter van de vereniging van intensivecarespecialisten. Hij vroeg om regie. Letterlijk zei hij: "je mist de centrale militaire aansturing." Harde woorden. Ziekenhuizen, onder andere in Brabant, staan met de rug tegen de muur en kunnen de druk niet aan. Ze schreeuwen om hulp. Wat nodig is, is een overheid die de regie neemt en de pijn verdeelt, zodat alle ziekenhuizen bijdragen aan de bestrijding. We kunnen ons dat gewoon niet veroorloven. Vandaag nog graag de toezegging van deze premier dat er landelijke regie is op de verdeling van patiënten.

Op dit moment voeren we een race tegen de klok om voldoende intensivecarebedden te realiseren voor de coronapatiënten. Dat wordt spannend, zei minister De Jonge. Als we zo doorgaan zitten we volgende week boven de capaciteit en lopen we hier niet achter de feiten aan. Kan de minister helder zijn? Hoeveel intensivecarecapaciteit is er nu? Hoeveel capaciteit wordt er de komende dagen toegevoegd? Zijn er ook noodscenario's? En wanneer komen de testen beschikbaar? Testen leiden in andere landen tot goede resultaten.

Tot slot, het punt van de communicatie. Die is gewoon niet goed. De communicatie is niet goed. Burgers hebben die ervaren als te vaag en onduidelijk. Wanneer mag je naar buiten? Met hoeveel? Zijn het nou regels of adviezen? Tot wanneer gaat de horeca dicht? Mogen kinderen met elkaar voetballen? Hoe zit het met de eindexamens en met andere scholieren? Loopt het kabinet op dit punt ook niet achter de feiten aan? In crisistijd is communicatie cruciaal. Daar mag gewoon geen onduidelijkheid over ontstaan.

Ik rond af. De samenleving vraagt om een regering met een duidelijke aanpak, daadkrachtig leiderschap en heldere communicatie. Er is geen tijd meer om achter de feiten aan te lopen. Alles op alles om de intensivecarecapaciteit en de testcapaciteit te vergroten, alles op alles om dit virus te bestrijden. Laten we zij aan zij moedig voorwaarts gaan, omzien naar elkaar en de regels naleven.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Azarkan. Dan geef ik nu het woord aan de heer Baudet namens Forum voor Democratie.

De heer Baudet (FvD):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Wat een niet eerder geziene situatie waar we in beland zijn. Wat is het land in een heftige periode terechtgekomen. Wie had dat op deze manier kunnen voorzien? Het is een buitengewoon bijzondere situatie, waarin we met z'n allen alle zeilen bij moeten zetten om die zo snel mogelijk ten goede te keren.

Ik ben blij dat het kabinet sinds afgelopen maandag in onze ogen eindelijk — helaas te laat, want dit had eerder moeten gebeuren — een groot deel van de lockdownmaatregelen heeft genomen die wij daarvoor al bepleitten. Ik hoop dat we met deze maatregelen, als zij effectief worden gehandhaafd — en daarover heb ik een aantal concrete vragen aan de regering — deze uitbraak van dit vreselijke virus snel onder controle kunnen krijgen.

Wel denk ik dat er op één punt meer moet gebeuren, en dat is echt heel belangrijk. Dat is dat we veel intensiever de grenzen controleren, want we moeten weten wie ons land binnenkomen. Daar is nog te weinig duidelijkheid over. Daar is te weinig over geregeld. Op deze manier kun je niet onder controle krijgen wie het krijgen en hoe het virus zich verder verspreidt. Dat is net zoiets als je huis heel goed beveiligen, maar wel de achterdeur open laten staan. Daarover wil ik heel graag meer duidelijkheid van de kant van de regering.

Het tweede punt is de handhaving. We hebben nu een zeer duidelijk advies gekregen om niet samen te scholen. Mensen kunnen niet in grote groepen bij elkaar. Hoe wordt dat gehandhaafd? Hoe wordt daarop toegezien? Daarover moeten we nog meer duidelijkheid krijgen.

Later denk ik dat we ook gaan terugblikken hoe het komt dat dit zo lang geduurd heeft. Waarom heeft de regering niet veel eerder deze maatregelen genomen? Het was toch duidelijk? Wij hebben ervoor gewaarschuwd, anderen hebben ervoor gewaarschuwd. Hoe kon dit zo lang duren? Nu is niet het moment om met vingers te gaan wijzen, maar op een later moment zal daar waarschijnlijk in de vorm van een parlementaire enquête echt onderzoek naar gedaan worden, ook welke dingen we daarvan kunnen leren voor de toekomst.

Dan is het nu absolute prioriteit om twee zaken op te schroeven in Nederland, zo snel mogelijk, met alle middelen die daarvoor beschikbaar zijn. Het ene is uitbreiding van de testcapaciteit. Wat ons betreft is geen enkel thema op dit gebied taboe, ook niet het ter discussie stellen van eventuele medische patenten die farmaceut Roche en anderen in bezit hebben. Zij willen misschien wel, misschien niet, dingen ter beschikking stellen aan de samenleving. Ik denk dat dit het soort noodsituatie is waarin de regering moet kunnen en durven ingrijpen, dus we zullen voorstellen daarover steunen.

Het tweede punt is: maximaal inzetten op uitbreiding van de zorgcapaciteit. Daar moeten we ook geen enkel thema buiten ons gezichtsveld verklaren. Militaire ziekenhuizen moeten we motiveren om bedden ter beschikking te stellen. Dat gebeurt al. We kunnen ook kijken naar capaciteit in het buitenland, waar het misschien mogelijk is om bedden te huren of in een andere vorm van samenwerking te kijken of we die ter beschikking kunnen stellen voor Nederlandse patiënten.

Dit alles om zo snel mogelijk de ingrijpende economische maatregelen weer te kunnen versoepelen. Ondernemers zijn ontzettend onzeker. Gisteren hebben we uitgebreid gesproken met de minister van Financiën over het robuuste pakket aan steunmaatregelen. Over hoe dat wordt uitbetaald, hoe ondernemers zich kunnen aanmelden, binnen wat voor termijn er duidelijkheid is, hoor ik nog heel veel vragen in de samenleving. Ik hoop dat die ook beantwoord worden in de eerste termijn van de kant van de regering.

Er zijn ook vragen over het onderwijs. Hoe gaan we de schoolexamens vormgeven? Wat zijn de waarborgen als het digitaal gebeurt? Hoe kun je dan in vredesnaam in de gaten houden dat dat ook op een eerlijke wijze gebeurt? Daarvoor moet een concreet plan van aanpak komen, daar wachten we op. Dat zou eigenlijk de komende weken moeten komen.

Er moet ook perspectief komen op wanneer we als samenleving geleidelijk aan weer stappen kunnen zetten — naar ik hoop in de loop van april — om de samenleving weer terug naar normaal te krijgen, op het moment dat de zorgcapaciteit en de testcapaciteit zijn uitgebreid en de uitbraak van het virus onder controle lijkt.

Tot die tijd, zeker zolang wij als Kamer niet op reguliere wijze vergaderen, heb ik één zeer belangrijk aanvullend laatste punt. Dat vind ik echt een wezenlijk punt en ik reken op steun van zo veel mogelijk fracties in de Kamer, inclusief coalitiefracties.

De voorzitter:
U moet afronden, meneer Baudet.

De heer Baudet (FvD):
Dat is om controversieel te verklaren, en ik zal daar een motie over indienen in tweede termijn, alle andere thema's die nu spelen. Er zijn weer stikstofmaatregelen doorgedrukt, terwijl de boeren niet mogen demonstreren.

De voorzitter:
Meneer Baudet, …

De heer Baudet (FvD):
Er liggen thema's over de Europese Unie, de Klimaatwet, enzovoorts.

De voorzitter:
Ik ga u onderbreken.

De heer Baudet (FvD):
We kunnen daar nu niet over besluiten. Dat zal ik in tweede termijn inbrengen.

Dank u wel.

De voorzitter:
U moet zich aan de spreektijden houden, zoals iedereen.

U moet terugkomen, meneer Baudet, want mevrouw Ouwehand heeft een vraag voor u.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Volgens mij hebben we met elkaar afgesproken dat juist de parlementaire controle wel doorgaat, ook op andere terreinen. We kunnen ook zien dat het werk op een aantal ministeries helemaal is stilgevallen. Daar lijken lobbyisten nog meer vrij spel te hebben dan anders. We doen dat alleen schriftelijk. Ik ben benieuwd waar het voorstel van de heer Baudet nou over gaat. Ik vind dat hij een punt heeft, als we berichten lezen dat er in de luwte allerlei akkoorden zijn gesloten en wij daar niet over zijn geïnformeerd.

De voorzitter:
Wat is de vraag precies?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De vraag is wat de heer Baudet precies bedoelt.

De voorzitter:
Ja. Dan geef ik nu het woord aan de heer Baudet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik denk dat we juist ons parlementaire werk wel moeten blijven doen, zij het schriftelijk.

De voorzitter:
Dat heeft u gezegd. De heer Baudet.

De heer Baudet (FvD):
Ik denk dat de functie van het parlement wezenlijk is verbonden met in de openbaarheid debatteren. Op het moment dat je via e-mailprocedures of andere zaken dit soort thema's, die maatschappelijk heel veel impact hebben en gevoelig liggen, kan afdoen, dan doe je het democratisch proces geweld aan. Dus je moet op dit moment als Kamer gewoon zeggen: jongens, de thema's die ... Ik denk dat we zo snel mogelijk een lijst moeten opstellen. Dat staat ook in mijn motie. Mijn motie zal ik u zo doen toekomen. Ik hoop dat u kunt medetekenen. Het gaat om alle thema's die te maken hebben met de grote politieke kwesties van nu, dus klimaat, immigratie, de Europese machtsgreep, alles wat met stikstofregels te maken heeft ... Ik zei het al: de boeren mogen niet demonstreren. Dan kunnen wij niet zeggen: vanwege corona gaan we het schriftelijk afdoen. Dat is gewoon de democratie geweld aandoen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik denk wel dat het van belang is dat de heer Baudet een goed onderscheid maakt tussen e-mailprocedures, waarbij burgers helemaal niet kunnen meekijken, en schriftelijk debatteren met het kabinet. Als je na die openbare schriftelijke gedachtewisseling een heel sterk pijnpunt hebt, kunnen we kijken hoe je dat oplost in de situatie waarin we hebben afgesproken dat we fysiek minder bij elkaar komen. Daarin kan ik hem wel volgen. Maar het kabinet vindt het altijd heel fijn als dingen controversieel worden verklaard. Dan hoeft het gewoon zijn werk niet te doen. Nogmaals, de ministeries die bezig zijn met de acute oplossingen die nodig zijn in deze crisis moeten we niet met andere dingen belasten, maar bij andere ministeries weet ik het al: die gaan lekker zelf een beetje zitten bedenken wat ze leuk vinden. Dat moeten we blijven controleren.

De heer Baudet (FvD):
We blijven natuurlijk wel bekijken wat er gebeurt. We blijven ons werk wel doen als parlementariërs. Alleen kan het kabinet nu niet allerlei besluiten gaan nemen. Deze week is er weer een stikstofmaatregel afgetekend. Dat kan gewoon niet, als je weet dat er heel veel verzet is in de samenleving en er heel veel debat over is. Ik denk dat iedereen in Nederland er begrip voor heeft dat wij zeggen: op dit moment debatteren we alleen over coronagerelateerde zaken zolang die crisis nog zo heftig is en we heel veel dingen niet weten. We hopen natuurlijk dat we met een aantal weken weer op reguliere basis verder kunnen gaan. Ik vind dat we tot die tijd moeten zeggen tegen het kabinet: jongens, on hold, je neemt even geen besluiten. Neem de toetreding van Albanië. Er wordt gewoon even gezegd: oké, laten we die toetredingsgesprekken maar beginnen. Dat kan toch niet? Dat is toch niet hoe de democratie hoort te werken?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat ben ik met de heer Baudet eens, maar dan is het des te belangrijker dat wij onze controlerende taken blijven vervullen, dus daar moeten we ze niet mee laten wegkomen. Het waren er maar twee, maar ik heb meteen vragen gesteld over het bericht dat er een akkoord zou zijn over de stikstofcrisis. De Kamer is daar niet over geïnformeerd. Het kabinet moet voelen dat we dat niet accepteren. Het kabinet vindt het maar wat makkelijk om over pijnlijke kwesties niet meer te hoeven nadenken. Als wij dat allemaal controversieel gaan verklaren, hebben zij vakantie. De crisisministeries moeten we niet verder belasten, maar het andere werk moeten we gewoon kunnen controleren.

De heer Baudet (FvD):
Het spijt me dat ik dit nu even politiek gezien op een harde manier moet zeggen, maar ik denk echt dat mevrouw Ouwehand zich hier vergist in wat controversieelverklaring inhoudt. Het betekent niet dat zij kunnen doorgaan met wat ze aan het doen zijn zonder dat wij ons werk doen. Het betekent dat zij niet mogen doorgaan met al die plannen en dat ze ze op pauze moeten zetten totdat wij weer op een normale manier bij elkaar komen.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Baudet. Dan ga ik ...

De heer Baudet (FvD):
Volgens mij wil mevrouw Ouwehand nog ... Nee, toch niet.

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Van Kooten-Arissen.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (vKA):
Voorzitter. De grote coronacrisis kan alleen bestreden worden als iedereen meehelpt, door zich aan de maatregelen te houden en de adviezen van het RIVM op te volgen. Heldere communicatie en helder taalgebruik, voor iedereen te begrijpen, zijn daarbij ontzettend belangrijk. Mensen hebben duidelijkheid nodig, juist in tijden van crisis, juist als er zo veel van mensen gevraagd wordt. De minister-president zei gisteravond: het had strakker gekund. Dat is heel voorzichtig gesteld, maar ik ben blij met dat inzicht en ik hoop dat het kabinet hier lering uit trekt.

Voorzitter. Het is schokkend om te horen dat de landelijke regie in de ziekenhuiszorg ernstig gemist wordt, dat de situatie nijpend is en dat artsen zich extreem veel zorgen maken. Ik sluit mij aan bij alle vragen die hierover door vorige sprekers gesteld zijn en vraag het kabinet: hoe gaat het dit oplossen?

Voorzitter. Ik wil graag iets toevoegen aan dit debat dat nog niet benoemd is. Een intelligente lockdown, niet meer naar school, niet meer naar het werk en vooral thuisblijven met het hele gezin, het gevoel om opgesloten te zitten en weinig naar buiten te kunnen, kunnen voor iedereen moeilijk zijn. Maar voor de kinderen, de vrouwen, de mannen, de ouderen die in een onveilige thuissituatie zitten en niet meer wegkunnen van mishandeling, van lichamelijk en/of geestelijk geweld is in deze situatie bijzonder angstig. Veilig Thuis en de Kindertelefoon krijgen nu fors meer meldingen dan anders. Ik wil de minister-president en de minister vragen om deze mensen te laten weten dat we er ook ten tijde van deze crisis nog voor hen zijn, dat ze kunnen bellen met Veilig Thuis en de Kindertelefoon en dat er ook in deze moeilijke tijden, die voor hen extra moeilijk, angstig en soms gitzwart zijn, hulp komt.

Voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van Kooten-Arissen. Tot slot geef ik het woord aan de heer Van Haga.

De heer Van Haga (Van Haga):
Voorzitter. Laat ik beginnen te zeggen dat ik de huidige intelligente lockdown steun. Het geeft vertrouwen en het is een goede methode om de verspreiding van het coronavirus in te dammen, maar wel tegen een enorme maatschappelijke prijs. Vorige week heb ik gepleit voor een regime zoals men dat heeft ingesteld in Taiwan. Taiwan heeft 23 miljoen mensen, 153 besmettingen en slechts 2 doden. Ze testen daar iedereen en als mensen positief worden getest, dan worden ze geïsoleerd. Ook in Hongkong is deze methode succesvol ingezet. Samen met de heer Baudet heb ik vorige week een motie ingediend om meer testmateriaal aan te schaffen. Helaas, onbegrijpelijk, werd deze motie verworpen, maar gelukkig staat het hele dictum nu bijna letterlijk in de brief die we gisteren ontvingen, dus het is goed om te zien dat soms ook moties die niet worden aangenomen toch worden uitgevoerd. Dank daarvoor.

De verklaringen van het kabinet over waarom we in Nederland niet op grote schaal testen, vind ik niet logisch. Meten is weten en we hebben nu geen enkel idee van het aantal besmettingen. De testen zijn niet duur, het enige probleem leek de beschikbaarheid te zijn, maar ook dat is geen probleem meer, en de voordelen zijn evident. Om deze pandemie te bestrijden moet het reproductiegetal, de R0, omlaag gebracht worden. De reeds genomen maatregelen dragen daar allemaal aan bij, maar een van de maatregelen die de grootste invloed heeft op het reproductiegetal, en dus op de snelheid waarmee het aantal besmettingen toe- of afneemt, is testen en isoleren. De minister heeft al meerdere keren gezegd dat er onvoldoende testmateriaal is, maar nu weten we dat dit probleem oplosbaar is. Dus waarom dan nu niet vol inzetten op intensief testen en isoleren?

Voorzitter. Tijd is van groot belang in deze crisis. Om testmateriaal aan te schaffen, om het aantal intensivecarebedden uit te breiden, om een vaccin te ontwikkelen, om de impact op de samenleving en de economie zo klein mogelijk te houden en om zo snel mogelijk de maatregelen weer af te kunnen bouwen. Dit leidt tot de conclusie dat we zo snel mogelijk moeten starten met intensief testen en het isoleren van de mensen die besmet zijn. Graag een reactie van de minister hierop.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Haga. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Het kabinet heeft behoefte aan een schorsing van ongeveer twintig minuten.

De vergadering wordt van 11.43 uur tot 12.11 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik geef de minister-president het woord.

Minister Rutte:
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik maak eerst een paar administratieve en inleidende opmerkingen. Daarna kom ik meteen bij de kern. Ikzelf ben hier tot 14.30 uur, moet ik nogmaals zeggen, omdat ik bij de Europese Raad moet zijn. Daarbij kan ik niet vervangen worden. Dat komt door het reglement van de Europese Raad. Het gaat om een videovergadering. Ik ben er dus tot 14.30 uur. Ik vraag er ook uw begrip voor dat ik na mijn inleiding even kort weg ben, voor één telefoontje. Daarna kom ik meteen weer terug in deze Kamer.

Dan de rolverdeling. De minister van Volksgezondheid zal praten over de testen, de ic-capaciteit, de persoonlijke beschermingsmiddelen, de zorg voor kwetsbaren en het onderwijs. Ik kijk even of hij niet schrikt. Nee, zo is de rolverdeling. Ik probeer de overige vragen voor mijn rekening te nemen. Ik wil u ook zeggen dat ik zo meteen, na een enkel inleidend woord, eerst iets zal zeggen over de communicatie van afgelopen maandag, waarop terecht kritiek is.

Maar voordat ik dat doe, wil ik mij eerst aansluiten bij al diegenen die hun medeleven hebben uitgesproken met de mensen die dit op dit moment raakt. Ook gisteren was er weer het trieste bericht dat er 80 mensen zijn overleden. Inmiddels gaat het om een getal dat boven de 350 ligt. Er zijn ook weer extra mensen besmet. Ik denk dat we allemaal enorm meeleven met de mensen die dit raakt, zeker ook met de mensen die door deze vreselijke ellende te maken hebben met sterfgevallen in hun directe omgeving.

Ik had in mijn hoofd dat ik iets vergelijkbaars als het verhaal van Lilian Marijnissen had willen zeggen, maar zij zei veel mooier wat voor een enorme impact dit heeft op mensen. Als je inderdaad je opa en oma niet kunt opzoeken in het verpleeghuis en als mensen onderling moeten gaan afspreken wie er naar de begrafenis of de crematie kan ... Maar goed, ik ga niet herhalen wat mevrouw Marijnissen zei, want zij verwoordde dat heel mooi, vond ik. Maar het is wel wat heel Nederland nu voelt, denk ik.

De politiek bemoeit zich natuurlijk met het leven van mensen, ook onder normale omstandigheden. Dat is zo. Wij zijn hier met z'n allen een kracht voor het goede. Soms zijn we in de ogen van mensen ook een kracht voor het slechte, maar ik geloof dat we hier allemaal proberen om een kracht voor het goede te zijn. Dat proberen we ook nu. Maar om een kracht voor het goede te zijn, moeten we met elkaar hele moeilijke maatregelen nemen. Die hebben voor mensen zelf verregaande gevolgen, zoals het niet in staat zijn om de mensen waar je het meest van houdt, dicht bij je te houden en soms letterlijk niet op te kunnen zoeken. Dat gaat vreselijk ver. Het raakt ook huwelijksvoltrekkingen en begrafenissen, waarbij nu een beperkt aantal mensen aanwezig kan zijn. Het raakt al die zaken die genoemd zijn.

Ik wil ook aansluiten bij wat er is gezegd over de dank voor de mensen in de zorg. Ik heb dan ook het bezoek van vorige week aan een Haags ziekenhuis voor ogen, de mensen die in de logistiek werken en patiënten vervoeren, de mensen in de schoonmaak.

Ik denk aan een mevrouw die vier of vijf jaar geleden vanuit Spanje hiernaartoe is gekomen. Zij probeert inmiddels tien tot twaalf uur per dag te werken. Ik zei: pas nou op, want dit kan nog wel wat langer duren en dan willen we je ook nog bij ons hebben.

Ik denk aan de mensen in de logistiek. Een kerel vol met tatoeages, die samen met een collega al 30 jaar mensen vervoert tussen verschillende ziekenhuizen en binnen de ziekenhuizen, zei: "Weet je? Hier zijn we voor opgeleid. Dit is ons vak. Het is wel heftig, maar we gaan het met elkaar in goede banen leiden." Dat geeft heel veel vertrouwen.

Ik denk aan de vakkenvuller die zegt: "Joh, mensen hangen over me heen. Ik moet winkelwagentjes om me heen zetten." Gelukkig zien we nu maatregelen in de detailhandel om grotere afstand te creëren tussen mensen en om de hoeveelheid mensen in de winkel behapbaar te houden. Ook daarin neemt de sector dus z'n verantwoordelijkheid. Wij proberen daarin dan te helpen vanuit Economische Zaken. Maar ik zie wel de vakkenvuller voor me, die zegt: "Joh, ik probeer de vakken gevuld te krijgen. Hou nou even rekening met mij."

Ik denk ook aan de twee militairen van afgelopen dinsdag. Hugo de Jonge zal zo meer zeggen over het landelijk coördinatiecentrum en over de capaciteit in Rotterdam bij het Erasmus MC, maar wat mij in ieder geval bijblijft van mijn werkbezoek dinsdag, waren twee militairen. Zij werken al 30 jaar samen. Ze hebben in Irak en Afghanistan gezeten. Zij zeggen: "Weet je? Dit is ons vak. Normaal gesproken hebben we er een paar weken voor. Nu hebben we er 48 uur voor, maar dat zal waarachtig ook wel lukken." Die enorme creativiteit ...

Hugo vertelde me over een kliniek in Bernhoven. Daar was hij dit weekend. Daar hebben ze — ik heb het door de ogen van mijn collega gehoord — in een paar dagen alles omgegooid. Normaal gesproken vergader je daar vijf jaar over en ben je daar vijf jaar lang over in gesprek met de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Een deel van die tijd wil je eigenlijk ook hebben, want je wilt het zorgvuldiger doen dan hoe het nu gebeurt. Maar de creativiteit en de enorme inzet die vrijkomen ...

Ik was op de ic-afdeling van het Erasmus MC. Ik zag de rust en de focus waarmee mensen daar hun werk doen. Als je je realiseert dat mensen soms drie, vier weken aan zo'n machine liggen en het maar helemaal de vraag is hoe ze eruit komen ... Vaak hebben ze grotendeels hun spieren verloren of hebben ze andere klachten ontwikkeld. Misschien zijn ze vervolgens wel een halfjaar of een jaar aan het revalideren. Ik zie de deskundigheid van de ic-artsen, maar ook hoe ze daar bezig zijn om de ic-capaciteit op te schalen.

Ik heb al die mensen voor ogen, zoals we nu allemaal mensen voor ogen hebben. We zien ze op tv of op werkbezoeken. Ik noem de politiemensen waarbij ik gister was. Ik noem de brandweer. Ik noem de ambulancemensen die ik gister sprak. Ze zeggen allemaal: "Weet je? Dit is heftig, maar we moeten er nu wel met z'n allen staan. En we weten ook dat dit nog weleens een tijd kan duren, en ook in die tijd zullen we er blijven staan. We letten op elkaar. We zorgen dat we genoeg rust nemen, hoewel dat nu met het ziekteverzuim niet altijd kan. Maar misschien kan dat dan later weer." Ik ben daar echt ongelofelijk van onder de indruk. Ik zal niet mijn gebruikelijke bijvoeglijke naamwoord voor "land" zetten, want dat is vandaag misschien niet zo passend, maar ik ben echt weer onder de indruk van Nederland en van hoe we dit met elkaar doen.

Wat in dat kader niet goed ging, was de persconferentie van maandag. Die was te rommelig. We hebben afgesproken zo'n persconferentie voortaan maximaal met z'n tweeën te doen. Het hoeft ook niet iedere keer na zo'n ministeriële commissie. We hebben het gisteravond anders gedaan. Toen waren er geen grote aankondigingen en hebben we een kort persmoment gehad. Als er wat grotere aankondigingen zijn, zullen we dat in een persconferentie blijven doen, maar dan doen we dat met maximaal één andere minister. En we nemen meer tijd om het goed voor te bereiden. Er waren allerlei redenen waarom het zo is gegaan — die zijn misschien verzachtend, maar ik ga die niet noemen. Het was gewoon niet goed genoeg. Het moet strak.

De kernmededeling die we maandag wilden uitstralen, is: blijf zo veel mogelijk thuis, en als je naar buiten gaat, houd dan die 1,5 meter afstand. Ten tweede is het volgende belangrijk. Tot afgelopen maandag was de boodschap: blijf thuis als je kucht, hoest en/of verkouden bent. Afgelopen maandag is daarbij gekomen dat als je benauwdheid voelt en/of koorts hebt, het hele gezin dan thuis moet blijven. Dat is een belangrijke toevoeging. Dat is een onderdeel van wat ik toen "de intelligente lockdown" heb genoemd. Je dwingt daarin dus niet alle gezonde mensen thuis te blijven, maar dan moeten we met elkaar wel zorgen dat mensen zo veel mogelijk thuisblijven als ze kuchen, hoesten of verkouden zijn. Dat was tot afgelopen maandag al zo.

Maar als daar benauwdheid en/of koorts bij komt, dan blijft het hele gezin dus thuis. Dat is dus vanaf afgelopen maandag nieuw. Dat sneeuwde een beetje onder, juist ook in die rommelige persconferentie. Ik wil dat dus hier nog een keer herhalen. We zullen dat nu ook op alle andere mogelijke manieren blijven communiceren. Komt er dus benauwdheid en/of koorts bij, dan blijft het hele gezin thuis. Ik ga zo nog nader in op de handhaving, want er zijn natuurlijk maandag ook een heel aantal dingen verteld over de handhaving. Dat is ook best veel. Wij proberen dat nu allemaal zo goed mogelijk te communiceren. Ik ga er zo nog meer over zeggen, maar ik wilde hier meteen het terechte punt tackelen. Het moet strakker. Nogmaals, we gaan meer tijd nemen voor de voorbereiding en we gaan er maximaal met z'n tweeën staan.

Voorzitter. Dan de vragen die gesteld zijn. Laat ik dan meteen maar doorgaan met dat punt van de communicatie. We gaan naar rijksoverheid.nl kijken. Die website mag nooit openen met: er is een wijziging in de Accountancywet aangenomen. Die website moet altijd, als eerste en als tweede en als derde, de mededelingen over de coronabestrijding melden. Er zijn natuurlijk soms ook wel andere dingen die we moeten melden, maar het moet heel duidelijk zijn dat ook die website helemaal in het teken daarvan staat. Dat is volgens mij ook meestal zo, maar we gaan dat opnieuw bekijken. Ik heb die suggestie dus goed genoteerd. Dat gaan we dus ook oppakken.

We zullen de komende tijd ook veel communiceren. Er start een hele brede publiekscommunicatiecampagne. Eigenlijk is die de afgelopen dagen al gestart. Gisteren stonden er bijvoorbeeld advertenties in de kranten. Er wordt breed ingezet op sociale media, op radio en televisie, en op landelijke en regionale dagbladen. Ik vond het volgende heel knap. Maandag, na de wat rommelige persconferentie, keek ik om 19.30 uur en 20.00 uur naar de nieuwsuitzendingen. Toen dacht ik: wat hebben ze dat knap teruggebracht tot een behapbare boodschap; zo hadden we het eigenlijk willen brengen. Er werd gevraagd naar het coronajournaal. Het is niet mogelijk gebleken om dat te doen zoals sommigen hier dat wilden, maar volgens mij hebben we nu de hele dag lang een coronajournaal, in de vorm van NOS, RTL, onze kranten, maar ook andere zenders.

Ik vind dat onze journalisten het goed doen. Ze zijn natuurlijk ook kritisch als er dingen niet goed gaan. Dat hoort ook zo. Maar ik merk dat ze iedere keer het onderscheid maken. Aan de ene kant is er kritiek. Die wordt benoemd. Zorgen worden uiteraard stevig uitgevent. Tegelijkertijd zijn ze er als er mededelingen komen. Sterker nog, afgelopen maandag was het zo dat ze dat wat we hadden willen zeggen, wisten te brengen in het NOS Journaal en bij RTL Nieuws. Dat is ook van belang. Maar nogmaals, dat wordt dus sinds de afgelopen dagen aangevuld met een hele publiekscommunicatiecampagne. Mensen kunnen ook persoonlijke vragen stellen via het landelijke publieksinformatienummer. Dat is ook belangrijk, want er zijn natuurlijk altijd vragen: hoe kan ik nou in deze situatie het beste handelen? Je kunt zo veel mogelijk proberen alles te voorzien, tot en met: als je iets wilt organiseren, doe het liever niet, maar als het niet anders kan, dan niet meer dan drie volwassenen extra in je huis. Maar goed, er zijn altijd weer bijzonderder vragen die je niet zomaar allemaal in een persmoment kunt delen. Het is belangrijk dat dat via de publiekscommunicatie gaat, maar dat mensen ook persoonlijke vragen kunnen stellen.

In dat kader nog een enkele opmerking voordat ik op de andere vragen kom. Die heeft te maken met het verbod op evenementen en samenkomsten. We hebben gezegd: evenementen met een vergunnings- en meldplicht worden verboden tot 1 juni 2020. Alle overige samenkomsten worden verboden tot 6 april. Ik zeg het nog maar een keer hier: dat gaat over alles wat er te doen is tot 6 april, behalve de evenementen met een vergunnings- en/of meldplicht, want die zijn tot 1 juni verboden. Daar zitten heel grote evenementen bij met veel voorbereidingstijd. Denk aan Koningsdag, 4 en 5 mei en andere evenementen. Alle andere maatregelen die we hebben genomen, gelden tot 6 april. We gaan aanstaande dinsdag in de ministeriële crisiscommissie besluiten hoe we met die maatregelen omgaan na 6 april, inclusief de vraag over het onderwijs. Dat komt allemaal aanstaande dinsdag naar buiten. Daar hoort bij dat alle overige samenkomsten tot 6 april zijn verboden, met een paar uitzonderingen, die ik hier niet allemaal zal noemen. Ik noem er eentje: uitvaarten en huwelijksvoltrekkingen, maar dan wel met maximaal 30 mensen. Dat geldt ook voor samenkomsten van religieuze of levensbeschouwelijke aard met maximaal 30 mensen. Die paar uitzonderingen moet je wettelijk maken. Ik kom zo meteen op de handhaving.

De heer Jetten (D66):
Dit was een van de punten die afgelopen maandag strakker had gemoeten: 6 april en 1 juni. Na die persconferentie zijn heel veel evenementenorganisaties, maar ook bedrijven in de culturele sector als de wiedeweerga hun evenementen gaan annuleren tot 1 juni. Dat deden ze vanwege de mededeling die tijdens die persconferentie werd gedaan. Daar werd nog geen onderscheid gemaakt tussen vergunde en niet vergunde evenementen. Gaat het kabinet coulant kijken naar al die partijen die nu al hun activiteiten tot 1 juni hebben geannuleerd vanwege die persconferentie als het gaat het om het economisch steunpakket?

Minister Rutte:
Ik zal die vraag oppakken in functie van wat we doen. Nogmaals, alle evenementen met een vergunnings- en meldplicht zijn terecht gestopt. Voor zover ze niet meldings- of vergunningsplichtig waren, kan ik mij voorstellen dat er verwarring is. Daarvoor geldt in ieder geval dat ze tot 6 april niet mogen. Afhankelijk van wat we volgende week dinsdag besluiten, moeten we kijken of dat gevolgen heeft. Dat pak ik op. Ik kan dat nu niet precies toezeggen, maar ik kom er een keer op terug.

Voorzitter. Er is gevraagd naar de handhaving hiervan. Ik wil daar het volgende over zeggen. Over de modelnoodverordening is heel goed overleg geweest met de veiligheidsregio's. Vandaag wordt de verordening vastgesteld en de komende dagen krijgt ze kracht in al die veiligheidsregio's. Je zag het gisteren al bij de Haagse Markt: de burgemeesters handhaven er nu al op. Dan praat je over de zaken die moeten: de evenementen tot 1 juni als ze vergunnings- en meldplichtig zijn. Het zijn ook die overige samenkomsten tot 6 april. Het geldt ook voor de zaken die we maandag hebben besloten over de casino's en speelhallen, over zaken die op de uiterlijke verzorging zijn gericht et cetera, en over het uitoefenen van die contactberoepen. Dat is allemaal verboden en die zitten dus in die noodverordening. Alle veiligheidsregio's hebben die nu gezamenlijk opgesteld. Ze wordt de komende dagen van kracht.

Daarnaast zijn er de zaken waar de veiligheidsregio's op kunnen handelen als blijkt dat bijvoorbeeld hygiënemaatregelen of de 1,5 meter niet in acht wordt genomen. Er is bijvoorbeeld gevraagd naar vakantieparken, campings, parken, natuurgebieden en stranden. Daarvan is afgesproken dat ze moeten worden gesloten als op deze locaties geen of te weinig navolging wordt gegeven aan de hygiënemaatregelen en de 1,5 meter afstand. Dat zag je bijvoorbeeld gisteren gebeuren op de Haagse Markt, dus dat doen de burgemeesters. Het geldt voor de winkels, de markten, de vakantieparken, de campings. Het geldt ook voor groepsvorming: de handhaving als het om meer dan drie mensen gaat die zich niet aan de 1,5 meter afstand houden. Dat zit ook allemaal in die noodverordening. Dat is het papier dat een paar dagen volgt op alle besluiten. Je ziet in de praktijk dat de veiligheidsregio's dat allemaal al aan het doen zijn.

Het belangrijkste is — dat is maandag met dat persmoment wel gelukt — dat het gevoel van dit weekend dat heel veel mensen zich aan de afspraken hielden en een kleine groep niet, waarbij die grote groep zich afvroeg of iedereen aan hun kant stond, echt merkbaar veranderd is. Dat is de collectieve uitstraling geweest van alle Twitterberichten van politici en de acties van maandag. Ik hoorde het ook gisteren van de politie in Den Haag en in de regionale meldkamer van ambulance, brandweer en politie. Er is echt een merkbaar verschil voor en na het weekend. De persconferentie van maandag is opnieuw door 7,5 miljoen mensen bekeken. Die collectieve boodschap is wel doorgekomen en daar ben ik heel blij om.

De heer Baudet (FvD):
Ik denk dat het klopt dat die boodschap sinds maandag is doorgekomen, ook door de aangekondigde extra maatregelen, die ik goed vind. Maar ik ontving ook berichten dat er met name in het openbaar vervoer nog heel veel handhavingsproblemen zijn. Groepjes jongeren, al of niet met bontkragen, veroorzaken daar veel onrust. Dit keer geen controleurs in burger. Heeft de minister-president daar zicht op? Zijn daar maatregelen voor aangekondigd? Er wordt in treinen nauwelijks meer gecontroleerd, ook om besmetting te voorkomen. Het is logisch dat dat heel moeilijk is, maar het gevolg is wel dat er nu … Ik kreeg net nog een e-mail van een treinconducteur dat er jongeren in de trein aan het roken zijn en muziek luisteren. Dat zijn heel vervelende situaties. Is daar een plan voor?

Minister Rutte:
Dergelijke berichten in die heftigheid hebben mij niet bereikt, maar dit klinkt ernstig, dus ik kom er in tweede termijn op terug.

De heer Azarkan (DENK):
Ik heb een vraag over de evenementen die aangescherpt zijn en over samenkomsten van religieuze of levensbeschouwelijke aard. Een grote groep moskeeën hebben gezegd: die 100 vonden wij geen goed idee, we gooien gewoon de deur dicht. Mij bereiken berichten dat mensen op basis hiervan zeggen: wij eisen dat de moskee opengaat. Dat brengt zo'n bestuur in een lastig parket. Heeft de minister dat meegenomen?

Minister Rutte:
Grondwettelijk geldt in Nederland dat we vanwege de godsdienstvrijheid religieuze bijeenkomsten niet in algemene zin kunnen verbieden. We hebben wel gezegd: maximaal 30 mensen. De regel is dus: tot 6 april geen evenementen. Een van de uitzonderingen daarop zijn de religieuze of levensbeschouwelijke bijeenkomsten. Daar mogen maximaal 30 mensen naartoe. In de praktijk zie je dat de meeste kerken en moskeeën dicht zijn. De heer Van der Staaij zei dat ze nu werken met audiovisuele media. Dat brengt natuurlijk niet de sfeer en de warmte die je hebt als je bij elkaar kan komen. Dat snap ik, maar de meeste zijn dus dicht. In onze afspraken staat: tot 30 personen.

De heer Azarkan (DENK):
Ik denk dat dat de goede lijn is. Ik denk dat het goed is als de minister-president in die zin uitspreekt dat het op zich prima is dat ze dicht zijn, maar dat dat om deze reden niet kan. Moskeebesturen en andere kerkelijke instellingen kunnen zich op die manier gesterkt voelen als ze besluiten om het geheel te sluiten. Dat is ook in lijn met het voorkomen van besmetting.

Minister Rutte:
Zeker, dat kunnen ze gewoon doen en dan steun ik dat van harte. Maar we hebben hier dus wel een grondwettelijke beperking. Nogmaals, als het er maximaal 30 zijn en minimaal 1,5 meter afstand wordt gehouden en alle andere voorwaarden …

De heer Asscher (PvdA):
Kerkdiensten zijn geen vergunnings- of meldplichte evenementen, dus ik begrijp eerlijk gezegd niet waarom dit onderdeel moest uitmaken van de communicatie afgelopen maandag.

Minister Rutte:
Dat ga ik uitleggen. De communicatie maandag ging over evenementen met een vergunnings- of meldplicht tot 1 juni. Alle andere evenementen zijn verboden tot 6 april. Die grens van 100 is dus weg. Die is losgelaten. Aanstaande dinsdag gaan we besluiten wat we daarmee doen. Er zijn vier uitzonderingen: vergaderingen van gemeenteraden en Staten-Generaal, mits niet meer dan 100, samenkomsten die nodig zijn voor de continuering van dagelijkse werkzaamheden van instellingen, bedrijven en andere organisaties, maximaal 100, uitvaarten en huwelijksvoltrekkingen, maximaal 30, en de religieuze of levensbeschouwelijke bijeenkomsten, maximaal 30. Daar zit het verschil. Dat had maandag scherper gekund.

De handhaving heb ik besproken. Dat zijn dus die noodverordeningen …

De voorzitter:
Voordat u verdergaat, heeft de heer Wilders een vraag.

De heer Wilders (PVV):
Ik heb nog een klein punt. Dat gaat niet over de handhaving, maar over wat nog wel mag. De minister van Justitie, de heer Grapperhaus, heeft maandag gezegd — het staat ook in het besluit — dat jonge kinderen samen buiten mogen spelen. Nou is daar een hele hoop commotie over ontstaan. Gisteren was het geloof ik ook een thema bij EenVandaag: 40% of 45% van de ouders snapt dat niet. Het RIVM doet onderzoek of kinderen de ziekte kunnen verspreiden, maar er zijn eerdere onder meer Chinese onderzoeken die erop wijzen dat dat wel kan. Kinderen worden misschien zelf beperkt ziek, hoewel dat ook kan. Een kind van 1 jaar ligt nu in het ziekenhuis in Leiderdorp. Kinderen kunnen het virus ook verspreiden. Omdat dit voor heel veel ouders in Nederland onbegrijpelijk is, vroeg ik me af of het verstandig is om die kinderen wel met elkaar te laten buiten spelen. Vervolgens gaan ze naar huis en kunnen ze hun ouders besmetten. Dat is serieus genoeg.

Minister Rutte:
Al de dingen die ik noem, zijn gebaseerd op de adviezen van het Outbreak Management Team. Hier zit niets bij wat wij als politiek bedacht hebben, waarvan we dachten: dit moesten we maar eens doen. We hebben zondag en maandag de situatie van het weekend bekeken. Ook vanwege de testaanpak in Nederland is voor thuisquarantaine gekozen. Als iemand niet alleen verkoudheidsklachten heeft, maar ook benauwdheid en/of koorts ontwikkelt, dan blijft het hele gezin thuis. Dat komt allemaal voort uit de adviezen van het OMT, ook dit punt. Wij baseren ons op de wetenschappelijke adviezen en daarom hebben we overgenomen wat het OMT zegt. Er is geen sprake van groepsvorming als kinderen tot en met 12 jaar samen spelen onder toezicht van een of meer ouders. Die ouders moeten wel 1,5 meter afstand bewaren. Als kinderen thuis aan het gamen zijn of een boek zitten te lezen, moet ook er zo veel mogelijk 1,5 meter afstand zijn. Buiten wordt dat voor kinderen heel lastig. Dat accepteren we ook. Als ze na het buiten spelen thuiskomen, moeten ze meteen hun handen wassen. Voor de ouders geldt dat die wel de 1,5 meter afstand moeten bewaren. De omvang van de groep kinderen moet zodanig zijn dat het behapbaar is. Hierbij geldt natuurlijk ook het gezond verstand. Als die groep kinderen te groot wordt, is dat natuurlijk onverstandig. Dat zeggen we er ook bij. Je kunt het niet allemaal helemaal precies in een advies zetten. Op basis van alle deskundigenadviezen heeft het OMT tegen ons gezegd dat kinderen buiten kunnen spelen. We nemen dat dan over, vanzelfsprekend na politieke toetsing. Tot nu toe hebben we alles overgenomen.

De heer Wilders (PVV):
Ik ben geen OMT maar hopelijk heb ik ook gezond verstand. Ik denk dat die 1,5 meter afstand bij kinderen die buiten spelen niet gaat gebeuren. De minister zegt dat zelf ook. Ze liggen in elkaars armen en ravotten, zoals kinderen dat doen. Dat is normaal gesproken goed en ook hartstikke leuk. Maar nu doen ze dat ook en ik denk dat dit niet verstandig is. Aan de ene kant zeg dat je allemaal afstand moet houden, maar je laat in deze tijd wel kinderen met elkaar ravotten. Vervolgens gaan ze naar huis — en de minister-president hoopt dat ze dan hun handen wassen — en kunnen ze de volwassenen in dat gezin besmetten. Nogmaals, heel veel ouders snappen dit niet. De logica zegt volgens mij het volgende. Als de minister-president er zelf geen politiek besluit over wil nemen, kan hij er wellicht op grond van de praktijk nog een keer met de deskundigen over spreken om te kijken of dit wel verstandig is wetende dat kinderen niet die afstand houden en het ook niet zeker is of ze thuis wel doen wat ze zouden moeten doen.

Minister Rutte:
Ik snap die vraag. Natuurlijk moet hier verstandig mee worden omgegaan. Wij baseren ons hele beleid op wetenschappelijke adviezen. Het is echt belangrijk dat we het anker van het wetenschappelijk advies hebben. Dat proberen we door deze hele crisis te hebben. Dat wetenschappelijk advies in de vorm van het OMT, de club die alle groepen die erover gaan bij elkaar brengt, zegt dat kinderen buiten kunnen spelen. Als ze thuis spelen is het makkelijker om te proberen om die 1,5 meter afstand te bewaren. Na het buiten spelen moeten ze direct na afloop hun handen wassen. Ouders houden wel 1,5 meter afstand. Zo is het door het OMT opgeschreven en zo is het met elkaar besproken. We hebben daarna gezegd: oké, dit nemen we ook over. Er kunnen natuurlijk altijd nieuwe inzichten ontstaan. Het is altijd mogelijk dat wetenschappelijk inzicht verandert en dan zullen we dat onmiddellijk in het beleid verwerken. Dit is thans het wetenschappelijk advies. Het is gewogen en goed besproken. We houden daaraan vast.

De heer Segers (ChristenUnie):
Ik wil de minister-president danken voor de helderheid die hij schept ook richting kerken. Ik heb na maandag veel contact gehad met kerken. Er kwamen veel vragen. Er was volop exegese over de betekenis van de teksten.

Minister Rutte:
Dat is hun vak.

De heer Segers (ChristenUnie):
Dat doen ze vaker; daar houden ze van. Je zag ook dat andere organisaties zoals de KNVB aan exegese ging doen. Er vindt contact plaats tussen minister Grapperhaus en de kerken, dank daarvoor. Het zou goed zijn als er ook een plek is, een adres is waar ze met hun vragen terechtkunnen, als die er nog zijn. Dat geldt ook voor de KNVB, voor theaterverenigingen, voor de hele samenleving. Is er één aanspreekpunt, één loket waar ze terechtkunnen met hun vragen? Valt dit er nu net wel of net niet onder? Geldt dat voor ons of niet? Dat zou enorm helpen.

Minister Rutte:
Voor persoonlijke vragen is het landelijk publieksinformatienummer. Ik kom in tweede termijn terug op de vraag of we één loket hebben voor maatschappelijke organisaties. Zo heb ik de vraag van de heer Segers verstaan. Ik wil dat checken om dat zeker te weten.

De heer Jetten (D66):
Ik ga nog even door op het buiten spelen. Ik begrijp de uitleg van de minister-president dat hij advies van het OMT heeft gekregen, hoewel het onderzoek naar de besmettelijkheid van kinderen tot 12 jaar nog loopt. Je had daar ook een andere afweging in kunnen maken. Wat ik vooral van ouders terugkrijg is dat het, ondanks dat deze rationele uitleg wel te volgen is als je heel goed luistert, het heel erg moeilijk is om dit toe te passen in de praktijk in deze crisistijden. Er zijn kinderen die buiten spelen. De ene ouder laat de kinderen thuis. De andere ouder stuurt ze wel de straat op. Dat gevoel van onzekerheid moet het kabinet toch ook meewegen in de keuze welke maatregelen het wel en niet neemt. Het RIVM en het OMT adviseren het kabinet. Dat is wetenschappelijk beredeneerd op grond van de volksgezondheid. Volgens mij is het de taak van het kabinet om vervolgens te kijken of het een regel is die praktisch uitvoerbaar is voor alle mensen in Nederland die ermee worden opgezadeld.

Minister Rutte:
Dat snap ik en dat hebben we gedaan. Je gaat nooit minder doen dan het wetenschappelijke advies. Dat is de eerste regel. Het kan wel zo zijn dat je meer doet. Vanwege het feit dat leerlingen en leraren in onzekerheid waren, hebben wij gezegd: het wetenschappelijk advies is dat de scholen open kunnen blijven, maar je ziet dat de samenleving daar een andere keuze in maakt en wij volgen de keuze van de samenleving min of meer democratisch. Hoe gaat dat dan? Dat gebeurt. Een samenleving heeft zo haar wegen om de eigen visie op het beleid kenbaar te maken. Dat gebeurde een paar weken geleden bij de scholen. Toen hebben wij dat ook gevolgd.

Ik wil even heel precies zijn. Je volgt het wetenschappelijk advies en vervolgens zit er een bandbreedte in. Je moet er ook voor zorgen dat mensen hun gezonde verstand blijven gebruiken. Daar blijf ik ook een beroep op doen. We kunnen niet alles tot in detail voorschrijven. Als mensen dat willen, zijn een paar dingen belangrijk. Dat staat ook op de websites. Kinderen onder de 12 jaar mogen samen spelen in de speeltuin. Ze moeten wel gezond zijn. Als ze hoesten, niezen of neusverkouden zijn of koorts hebben, dan moet dat vooral niet. De groep moet ook niet te groot zijn, maar wij verbinden daar geen maximumgroepsgrootte aan. Dat laten we echt even over aan het verstandige beleid van de ouders. Als ze thuis spelen, houd dan 1,5 meter afstand. Als ze buiten spelen, zorg dan dat ze na afloop hun handen wassen. Ouders houden in ieder geval ook die 1,5 meter afstand. Uiteindelijk hebben we besloten om dat zo over te nemen. Daar zit natuurlijk altijd het element van het gezonde verstand van de samenleving in. Ik denk dat dit zo kan. Dit is het wetenschappelijke advies dat we krijgen.

Ik heb eerder voer de intelligente lockdown gesproken, de targeted lockdown zou je kunnen zeggen. Je richt je dan veel meer op de mensen die thuis zijn en niet alleen niezen en andere verkoudheidsklachten hebben, maar ook nog benauwdheid zijn of koorts hebben. Dan blijft het hele gezin thuis. Dat is in plaats van de maatregel dat alle gezonde mensen thuis moeten blijven. Je moet dan heel specifiek zijn in wat je zegt. Bij de kinderen baseren wij ons ook op het wetenschappelijk advies. Het is nogal wat om dan te zeggen dat die helemaal niet meer buiten mogen spelen. Dat is dan eigenlijk het alternatief. Als je dit niet zou doen, dan zeg je dat kinderen helemaal niet buiten mogen spelen. Dat gaat ook ver. Heel veel mensen wonen in heel kleine appartementen of flatjes met nauwelijks een balkon en geen tuin. Als het wetenschappelijk advies zegt dat dit kan en we gebruiken met z'n allen ons gezond verstand, denk ik dat het verstandig is dat we dat op deze manier hebben overgenomen.

Voorzitter. Dan kom ik bij een paar overige vragen. Ik denk dat dit heel snel kan. Ik heb geantwoord op de vraag over campings en vakantieparken. Dat is geen landelijk beleid maar het is aan de veiligheidsregio's om daarmee om te gaan. Ingeval de hygiënemaatregelen niet worden gevolgd of de 1,5 meter afstand een probleem dreigt te worden, dan moeten vakantieparken, campings, parken, natuurgebieden en stranden worden gesloten.

Voor de grenzen geldt dat feitelijk alleen nog het vervoer van goederen en grenswerkers plaatsvindt, althans grotendeels. Dat is heel belangrijk. Ik heb vrijdag met de Belgische collega en gisteren met de Duitse kanselier hierover gesproken. Het vervoer van goederen is heel belangrijk. De supply chains, de goederenstromen zijn nodig. Kijk alleen naar het bouwen van beademingsapparaten waar Hugo de Jonge zo meteen verder op in zal gaan. De internationale handelsstromen moeten overeind gehouden worden omdat dat soort zaken in allerlei regio's worden geproduceerd. Dat geldt ook voor medicijnen en het functioneren van de algemene economie. Daarnaast is het heel belangrijk dat een verpleegkundige die in Aken werkt of iemand uit Kleef die in Nijmegen werkt de grens over kunnen, in dit geval die tussen België en Nederland en die tussen Duitsland en Nederland.

Het ov. Ik realiseer me dat er is afgeschaald in het ov. Het is wel zo dat de reisplanners en de websites proberen zich razendsnel aan te passen en ervoor te zorgen dat de laatste aansluitingsinformatie er is. Dat hebben we nog een keer gecheckt. Maar het is bij zo'n afgeschaalde dienstregeling inderdaad onvermijdelijk dat er af en toe aansluitproblemen ontstaan. Dat is heel vervelend, maar nogmaals, de websites kunnen daar natuurlijk bij helpen.

Dan de vraag over uitstaande rekeningen van het mkb en middenstanders. De overheid is al verplicht om e-facturatie toe te passen op verzoek van crediteuren. Die facturen worden dan vrijwel direct betaald als aan alle vereisten is voldaan. Helaas maken niet alle crediteuren gebruik van e-facturatie. Wij sporen overheden aan, ook nog een keer langs deze weg, om zo veel mogelijk zo snel mogelijk te betalen. Ik neem dat punt zeer ter harte.

Dan over de noodwetgeving. Op dit moment bieden de Wet publieke gezondheid, de Wet veiligheidsregio's en de Gemeentewet ons de grondslag voor bijvoorbeeld het pakket van maandag en hoe zich dat vertaalt in de lokale noodverordeningen, dus daar volstaat het bestaande juridisch kader. Tot op heden is noodwetgeving op rijksniveau niet nodig gebleken. Als het dat wel is, zullen we dat natuurlijk onmiddellijk overwegen en met u bespreken, maar op dat moment is dat nog niet aan de orde geweest. De minister van Justitie en Veiligheid is ook in antwoord op schriftelijke vragen ingegaan op de noodwetrechtspleging. Ook de toepassing daarvan is op dit moment niet aan de orde, dus die twee dingen hoeven nu niet. Zou het wel zo zijn, dan stellen wij ons onmiddellijk met u in verbinding.

Dan is er de vraag over hulp aan kwetsbare landen als Zuid-Sudan, Noord-Korea, Jemen en Syrië en andere vraagstukken. Daar is de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking mee bezig. Er komt ook een brief over noodhulp naar de Kamer. Nationaal geldt dat alle activiteiten binnen het Nederlandse OS-budget nu tegen het licht worden gehouden. Mondiaal dragen wij generiek bij aan de internationale organisaties, zowel humanitair als op ontwikkeling gericht. Dat wordt dan ook steeds meer ingezet op de reactie op corona, Covid-19. De organisaties maken daarbinnen ook hun eigen afwegingen. De VN heeft gisteren een Global Humanitarian Response Plan uitgebracht. Voor Europa geldt dat gekeken wordt naar de beschikbare financiële ruimte op dit punt.

Er wordt vreselijk hard gewerkt om de Nederlanders in het buitenland terug te halen. Ik weet dat er veel discussie is omdat we een kleine eigen bijdrage vragen, uit mijn hoofd €300 in Europa en €900 als je van buiten Europa komt. Ik vind het echt redelijk dat we dat vragen. Het hoeft ook niet van tevoren te worden betaald. Het is mogelijk om het achteraf via incasso te verrekenen. We doen echt ons best om iedereen terug te krijgen. Als het echt niet lukt, dan proberen we te helpen bij het zo mogelijk organiseren van veilig verblijf elders.

Voorzitter. Daarmee meen ik alle niet op het terrein van de minister van VWS liggende vragen te hebben beantwoord. Ik zie één persoon boos naar de microfoon lopen. Niet boos, maar ... Ik heb een paar vragen over handhaving in het ov en nog een tweede vraag ... Ik heb in ieder geval voor de tweede termijn toegezegd nog twee vragen te beantwoorden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Niet boos, maar wel verontrust over heel veel, ook over de communicatiefout over dat evenementen en bijeenkomsten tot 1 juni verboden zouden zijn. Ik zie dat verschillende zalen en instellingen dingen hebben afgelast. Maar daar leek later de juridische grondslag voor te zijn vervallen, want het bleek toch anders te zitten. Heeft het kabinet dat op het netvlies? Ik begrijp dat de oproep is ... Kijk, van de maatregel tot 6 april kan ik me voorstellen dat die verlengd moet worden. Kan die duidelijkheid er vandaag komen?

Minister Rutte:
Nee. Ik heb net gezegd, ik dacht in antwoord op een vraag van de heer Jetten, dat er geen misverstand kan zijn over vergunning- en/of meldplichtige evenementen. Die zijn tot 1 juni verboden. Alle andere samenkomsten zijn tot 6 april verboden. Daarover kan een misverstand zijn ontstaan. Wij kijken waar zich dat voordoet. Dat heb ik net toegezegd. Ik kan er nu niet in detail een antwoord op geven. Ik heb dat nu niet al helemaal kunnen uitzoeken, maar we gaan ernaar kijken, uiteraard ook verband met het antwoord op de vraag: wat doe je met het hele pakket na 6 april?

De heer Baudet (FvD):
Ik heb een vraag over mijn aangekondigde motie in de tweede termijn over het controversieel verklaren van onderwerpen. Ik was heel benieuwd of de minister-president kan terugblikken op twee zaken die de afgelopen periode zijn gebeurd, namelijk de opening van toetredingsonderhandelingen met Albanië en de nieuwe stikstofmaatregelen. Is hij het niet met me eens dat dat eigenlijk niet hoort in een democratie, als het parlement op dat moment niet bijeenkomt? En is hij niet ook van mening dat mijn voorstel heel goed is om zo snel mogelijk te zeggen: jongens, zolang de Kamer niet bij elkaar komt, gaan we ook geen besluiten nemen over dit soort controversiële onderwerpen?

Minister Rutte:
Dat gaat niet altijd. Het spijt me, maar dat gaat niet altijd. Eerlijk gezegd ben ikzelf in mijn agenda ook met eigenlijk niets anders bezig dan corona. Aan de ene kant ben ik in nauw contact met Hugo de Jonge en Martin van Rijn voor het medische deel. Aan de andere kant ben ik in nauw contact met de trojka Wiebes, Hoekstra en Koolmees voor het hele economische en maatschappelijke pakket. Ik zie dus ook dat ikzelf eigenlijk niks anders doe. Dat moet nu ook in deze fase, maar sommige dingen lopen wel door. Er zijn juridische en maatschappelijke redenen waarom je niet alles helemaal kunt stilleggen. Het is dan natuurlijk de vraag hoe we dat in het verkeer met de Kamer op een fatsoenlijke manier ook hier met elkaar afhechten. Daar is constant overleg over.

De heer Baudet (FvD):
Maar er zijn toch heel veel onderwerpen waarover je kunt zeggen: hier gaan we nu geen besluit over nemen. Ik snap dat sommige zaken doorlopen in algemene zin. Maar bent u het in beginsel met mij eens dat het de regering nu past om geen of zo min mogelijk besluiten te nemen die impact hebben op de samenleving, omdat de Kamer niet bijeenkomt?

Minister Rutte:
Maar dat gaat niet altijd. Er zijn natuurlijk allerlei ...

De heer Baudet (FvD):
Maar in beginsel?

Minister Rutte:
In beginsel proberen we ... We hebben überhaupt geen tijd voor andere dingen. Iedereen, het hele kabinet staat natuurlijk in de stand: bestrijden van het virus. Maar of het nou gaat om Urgenda, de pensioenen, de uitwerking van het pensioenakkoord, stikstof of Albanië, de Europese besluitvorming gaat ook door. Je kunt dat niet altijd helemaal stilleggen. Dat gaat niet.

De voorzitter:
Misschien ten overvloede. We hebben aan het kabinet gevraagd om een lijst te maken van voorstellen en wetgeving die om een spoedbehandeling vragen en wetsvoorstellen die misschien op de langere termijn kunnen. Uiteindelijk wordt dat ook in de Kamer met elkaar besloten.

Minister Rutte:
Daar werken Koolmees en Schouten hard aan binnen het kabinet, in nauwe samenspraak met de collega's. Dat zou hier al moeten zijn of het komt hier heel snel.

De voorzitter:
Deze week, heb ik begrepen.

Minister Rutte:
Ja.

De heer Azarkan (DENK):
Nog een vraag over de gevolgde aanpak. We zijn gisteren uitstekend bijgepraat door de heer Van Dissel en de heer Gommers. Ik ga ervan uit dat de minister ook de grafieken kent. We zagen dat de aanpak tot 23 maart ergens rond 3, 4 april zou leiden tot een tekort aan ic-capaciteit; vandaar dat die is aangepast. Wanneer was het voor de minister-president duidelijk dat die aanpak niet zou leiden tot het gewenste effect? Wat waren de variabelen die anders uitpakten?

Minister Rutte:
Dat is zo niet te beantwoorden. De minister van Volksgezondheid gaat zo uitgebreid in op de vragen over capaciteiten, persoonlijke beschermingsmiddelen en de ic. Maar vergis je niet. Het is niet alleen de ic. Het is ook nog eens maal drie, maal vier voor de gewone ziekenhuisbedden vanwege corona. Het is dus veel meer dan alleen de ic, maar de ic is natuurlijk heel pregnant vanwege de beademingsapparatuur. Hij gaat daar zo op in. Maar deze vraag is zo in algemene zin niet te beantwoorden.

De heer Azarkan (DENK):
Ik ga het toch echt herhalen. Nogmaals, er is een aanpak gekozen. Die aanpak werd breed gesteund en voorzag in een afvlakking, flatten the curve. Gisteren werd er gemeld dat zichtbaar was dat de aanpak op enig moment zou leiden tot een tekort aan ic-capaciteit. Om die reden is er op 23 maart gezegd: we gaan een aantal nadere maatregelen treffen. Mijn vraag aan de minister-president is vrij helder. Wanneer wist de minister-president dat die aanpak niet zou leiden tot het gewenste effect en wat waren de variabelen die anders uitpakten?

Minister Rutte:
Ik snap de vraag niet, oprecht niet. Er is een heel pakket maatregelen om ervoor te zorgen dat corona zich niet verspreidt op een manier dat het de ouderen en kwetsbaren raakt c.q. de zorg overbelast. Helemaal weg krijg je het niet zomaar, dus je moet het maximaal controleren. Dat is de strategie die wij volgen op basis van alle deskundige adviezen. Daarbinnen ben je constant aan het sturen op de ziekenhuiscapaciteit en dat doen we nog steeds. Je neemt alle maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de zaak uiteindelijk afvlakt. Ik denk dat het RIVM gisteren een heel voorzichtig eerste groen grassprietje hier en daar heeft laten zien dat dingen lijken te werken. Ik ben heel voorzichtig om dat over te nemen, omdat ik niet deskundig genoeg ben en omdat ik het pas geloof als het er echt is en er erg veel groene grassprietjes zijn. Het RIVM heeft daar vanuit de modellering natuurlijk meer zicht op en heeft nu ook daadwerkelijk data op basis waarvan ze zeggen: wij verwachten nu toch een grotere kans op een afvlakking. Maar nogmaals, wij blijven plannen en voorbereiden alsof het nog niet zo is.

We weten dat het soms twee weken kan duren voor een coronabesmetting echt merkbaar is. In heel veel gevallen blijven mensen thuis. In heel veel gevallen gebeurt er ook verder niks anders dan inderdaad zware griep. De mensen die wel heel ernstig ziek worden, gaan naar het ziekenhuis, vaak met een paar dagen vertraging. Als ze in het ziekenhuis zijn, is er een paar dagen vertraging voor ze naar de ic's gaan. Dus er is altijd een vertraging, ook een vertraging tussen de stappen besmetting, ziek worden, naar het ziekenhuis, naar de ic. De verwachting volgens alle modellen is dat de komende dagen vanwege corona de behoefte aan ziekenhuiscapaciteit breed en ic-capaciteit specifiek zal oplopen. Dat wisten we ook. Daar zijn we hard mee bezig. Als alle maatregelen doen wat wij verwachten — en nogmaals, de eerste groene grassprietjes waren er gister, maar wij blijven plannen alsof ze er niet zijn — dan zou dat de komende dagen ook merkbaar moeten zijn.

De voorzitter:
Dan uw vijfde vraag.

De heer Azarkan (DENK):
Ja, de vijfde vraag, omdat ik geen helder antwoord krijg. Wat is nou de basis geweest om met die nadere maatregelen te komen?

Minister Rutte:
Nou, nadere maatregelen ... Maandag hebben wij niet nieuwe maatregelen genomen. Maandag hebben wij gezegd: luister, vanwege het testbeleid is het van belang om een extra aanwijzing te geven aan de samenleving dat je niet alleen bij griepverschijnselen thuisblijft, maar dat het hele gezin thuisblijft als daar benauwdheid en/of koorts bij komt. Heeft een van die gezinsleden een functie in een vitale sector zoals de gezondheidszorg, de politie, de brandweer, de ambulancediensten et cetera, dan gaat die persoon wel naar zijn of haar werk, tenzij die persoon benauwdheids- en koortsklachten heeft.

Twee. We hebben maandag een heel pakket afgekondigd om de genomen maatregelen veel strikter te handhaven. Dat ziet op de evenementen, waar we het net over hadden. Dat ziet op de bevoegdheid van veiligheidsregio's om stranden en vakantieparken te kunnen sluiten onder bijzondere omstandigheden. Dat is nodig geweest mede naar aanleiding van dit weekend. De vraag die ook nog gesteld werd door de Partij voor de Dieren was of we dat niet al zaterdag hadden moeten doen. Nou ja, hier geldt natuurlijk dat je je baseert op de adviezen van het OMT. Wij hebben zondag de alert van "houd afstand" uitgebracht naar alle telefoontjes in Nederland. Die is ontvangen door 13 miljoen mensen. Op basis van de inzichten van het weekend hebben we maandag de besluiten genomen die we hebben genomen, op basis van de wetenschappelijke adviezen.

De heer Van der Staaij (SGP):
Toch nog even dat punt van eventuele noodwetgeving of -maatregelen. Ik zag een bericht van de minister van Infrastructuur en Waterstaat dat op het punt van de huurders en huisuitzettingen spoedwetgeving is aangekondigd. Mijn vraag is eenvoudigweg of het niet goed zou zijn, als er een bepaalde spoedwet komt op een deelterrein, om zo breed mogelijk te kijken, zodat we dat in één keer als Kamer kunnen behandelen, zo nodig. Dat kan de rechtspleging betreffen of andere onderdelen en termijnen.

Minister Rutte:
Dat gaan we proberen. Het punt is natuurlijk dat heel veel bestaande wetgeving verbijzonderde, snelle procedures in gevallen van crises in zich heeft. Dat is de bestaande wetgeving. Dat is eigenlijk je eerste cirkel. Daarbinnen werken we nu. Daarin zit bijvoorbeeld de Wet publieke gezondheid, die de minister van Volksgezondheid heel veel mogelijkheden geeft om aanwijzingen, richtinggevende directieven en richtlijnen uit te vaardigen, bijvoorbeeld over vluchten uit Spanje die niet meer naar Nederland mogen en al dat soort zaken. Dat is ook de basis onder de hele noodverordening die er sinds maandag is. Het kan zijn dat dat toch niet voldoende is en er nog specifieke spoedwetgeving nodig kan zijn. Wat de heer Van der Staaij suggereert, is om dat zo veel mogelijk te clusteren. Laat ik die suggestie overnemen. Ik kan niet toezeggen dat het altijd lukt, want soms zal het heel snel moeten, maar ik snap de suggestie.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nog even over het punt dat de heer Baudet aansneed. Ik vind zijn oplossing om alles controversieel te verklaren, niet juist, maar we hebben nu wel een paar keer voorbij zien komen dat het kabinet losser lijkt om te gaan met de omgangsvormen met de Kamer. Kan de minister-president toezeggen dat — dat is misschien nog wel belangrijker dan in de normale situatie — de Kamer op tijd wordt geïnformeerd, bijvoorbeeld als het gaat over Europese besluitvorming, en dat de Kamer er nog iets van kan vinden, via schriftelijk overleg of, mocht het nodig zijn, door het indienen van een motie? Daarover moeten we dan nog overleggen hoe we dat fysiek doen. Het is natuurlijk van groot belang dat het kabinet geen besluiten neemt zonder dat de Kamer een mogelijkheid heeft om daar iets over te zeggen.

Minister Rutte:
Het antwoord is ja.

De heer Wilders (PVV):
De vraag hoe wij aan beschermingsmiddelen komen zullen we dadelijk aan de minister van Volksgezondheid stellen. Ik vind wel dat de minister-president, die nu klaar is met zijn eerste termijn, daar iets over moet zeggen. Hij is vorige week, als ik het goed heb, op bezoek geweest bij een van de ziekenhuizen in de brandhaarden, in Brabant.

Minister Rutte:
Daar is de minister van Volksgezondheid geweest, ik niet.

De heer Wilders (PVV):
O, ik dacht dat u daar ook bij was. U was dan gister of eergister …?

Minister Rutte:
Ik was bij het Erasmus MC gister.

De heer Wilders (PVV):
U hebt in ieder geval mensen in de zorg ontmoet die hiermee werken. Ik vind dat ook de minister-president van Nederland zich erover uit moet spreken dat het onacceptabel is dat al die mensen in de zorg, die wij hier allemaal koesteren, van welke partij we ook zijn, nu vaak moeten werken, van de thuiszorg tot de gehandicaptenzorg, van de wijkverpleging tot in de ziekenhuizen, zonder beschermingsmiddelen. Dat die ziek worden, dat die zelf corona krijgen. Dat ze dat niet eens weten in het begin en dat ze andere mensen weer besmetten. Als wij echt respect hebben voor die mensen, dan moeten wij ervoor zorgen dat zij die beschermingsmiddelen krijgen. Ik vraag aan de minister-president niet hoe hij dat gaat doen. Dat vraag ik dadelijk wel aan de andere minister. Ik vraag aan de minister-president: vindt u het niet met mij een schande en onacceptabel dat die mensen nu zonder mondkapjes en andere beschermingsmiddelen hun werk moeten doen?

Minister Rutte:
Ik vind vooral dat wij er alles aan moeten doen om ervoor te zorgen dat die spullen er komen. Ik kan hier wel allerlei politieke kwalificaties geven, maar dat vind ik van later zorg. Volgens mij hoeven we elkaar niet ervan te overtuigen dat je wilt dat er voldoende beschermingsmiddelen zijn, voor iedereen die dat nodig heeft, dat je wilt dat er voldoende beademingsapparatuur is. Ik kan de heer Wilders één ding verzekeren. Wij zijn de afgelopen dagen en de afgelopen weken met niets anders bezig geweest dan met dat onderwerp, Europeesbreed. Het testen is een Europees probleem — een wereldwijd probleem deels, maar zeker ook een Europees probleem. Er is verschrikkelijk hard gewerkt aan de beschermingsmiddelen. Er zit bij VWS een heel team alleen maar op die persoonlijke beschermingsmiddelen. Je ziet nu dat de stroom van die dingen op gang begint te komen. Dat is ongelofelijk belangrijk. Ik ben dat totaal met Wilders eens. Ik kan hier wel hele zware woorden gebruiken, maar ik denk dat iemand in een verpleeghuis of in de ggz of in een ziekenhuis vooral wil dat die spullen er ook komen. Daar werken we aan. Ik vind dat belangrijker dan allemaal zware kwalificaties.

De heer Wilders (PVV):
Dit zijn geen politieke kwalificaties. Dit is mensenwerk. Dit is mensenwerk! Er zijn nu duizenden, misschien wel tienduizenden mensen die naar de ouderen gaan in de verpleeghuizen, die naar de gehandicapten gaan in de gehandicaptenzorg, die naar de mensen thuis gaan in de thuiszorg, die in de ziekenhuizen werken, die risico's nemen en die nu ziek worden, die ziek worden omdat er eenvoudigweg geen mondkapjes voor ze zijn. Ik heb mails gehad — we zullen ze allemaal hebben gehad — van mensen die zeggen: meneer Wilders, we zitten te hoesten en te proesten en ik krijg te horen van mijn baas dat als de mensen corona hebben, ik er nog naartoe moet gaan, zonder mondkapje. Dat kan niet, meneer de minister-president! Dus ik vraag geen grote politieke woorden. Ik vraag dat u nú uitspreekt — want die mensen kijken nu ook televisie, als ze al de tijd hebben — dat u vindt dat het onacceptabel is, iedere dag dat het langer duurt, dat zij hun werk moeten doen zonder beschermingsmiddelen.

Minister Rutte:
Ik vind dat zij erop moeten kunnen rekenen dat Hugo de Jonge, Martin van Rijn en ik met niets anders bezig zijn dan ervoor te zorgen dat die spullen er komen. Daar is de afgelopen dagen gelukkig ook een heel stuk verbetering in. We zien langzamerhand de stroom op gang komen. Daar zal Hugo de Jonge zo meteen meer over zeggen. Dát wil ik tegen de mensen zeggen die dit meemaken. Dat lijkt me relevant. Ik kan hier wel hele zware woorden gebruiken, maar wat help ik daar degene in de thuiszorg mee die dat mondkapje nu zou willen hebben en misschien daar nu geen toegang toe heeft? Dat is niet alleen een Nederlands probleem. Dat is een Europees probleem. De hele Europese Unie is bezig om de productie op te voeren en ervoor te zorgen dat de verdeling op gang komt. Er waren problemen tussen Europese landen waarbij voorraden van deze spullen niet in Europa werden doorgevoerd. Dat was natuurlijk schandalig en onacceptabel. Nederland had nauwelijks of geen eigen productie van dit soort middelen. We zijn bezig dat allemaal op te bouwen. Dus daar wordt verschrikkelijk hard aan gewerkt. Dat moeten volgens mij de mensen thuis horen. Ik ben het helemaal met Wilders eens. Je wilt dat iedereen gewoon maximaal protected, beschermd, zijn werk kan doen. Dat is wat we moeten bereiken.

De heer Jetten (D66):
De minister-president is volgens mij aan het eind van zijn beantwoording, maar ik had nog geen antwoord gehoord op mijn vraag uit de eerste termijn hoe die Europese solidariteit er dan uitziet. De minister-president heeft nu ook een aantal keren het belang ervan onderstreept dat, omdat het virus zich niet aan de grenzen houdt, je dus ook Europa nodig hebt om tot die oplossingen te komen. Na dit debat gaat de minister-president via een videoconferentie met zijn collega-regeringsleiders in gesprek. Dan zou mijn vraag zijn: hoe kan Nederland andere Europese landen helpen op het gebied van volksgezondheid en economische ondersteuning, en welke hulp verwachten wij van andere landen om hier de crisis aan te kunnen? Op welke punten zouden we wellicht ook de Europese Commissie iets meer bevoegdheden moeten geven om op dit moment deze crisis goed te managen?

Minister Rutte:
Er zitten een paar lagen in. Een is dat niet alle landen hun beleid helemaal baseren op wetenschappelijk advies. Er zijn ook landen die dat veel meer politiek doen. Dat zijn gewoon verschillen in cultuur. Het is ook soms dat landen simpelweg geen centrale organisaties hebben zoals het RIVM. Er is Europese samenwerking tussen de nationale RIVM's, maar die is, omdat gezondheidszorg geen Europese competentie is, niet perfect. Dus dat betekent dat we heel veel tijd steken in het zo veel mogelijk afstemmen van wetenschappelijke informatie — dat doen die organisaties onderling, ook via Europese kaders — om het in ieder geval eens te zijn over wat we wel en niet weten en over waarop we het beleid baseren. Dat is vreselijk belangrijk.

Ik had het net met de heer Wilders al over die persoonlijke beschermingsmiddelen. Het is natuurlijk onacceptabel dat landen waar wel productie is, zeggen: eigen volk eerst. Als er productie is in een bepaald land, snap ik natuurlijk heel goed dat men even goed kijkt hoe het daar zit, maar het kan niet waar zijn dat je vrachtauto's met persoonlijke beschermingsmiddelen aan de grens blokkeert zodat ze niet door kunnen rijden. Dat gebeurt nu gelukkig ook veel minder of is zelfs bijna weg. Daar is vreselijk hard aan gewerkt en over getelefoneerd. We zijn met weinig anders bezig geweest dan dat soort idiotie eruit te halen. Hoezo een Europese Unie als we al niet in staat zijn om mondkapjes met elkaar te verdelen?

Dan is er de economische component. De flexibiliteit die het Stabiliteits- en Groeipact biedt is helemaal vrijgemaakt. De flexibiliteit die in de Europese begroting zit is helemaal vrijgemaakt. De ECB heeft een enorm pakket gelanceerd vorige week. Daar kunnen we van alles van vinden. Ik geef er geen commentaar op. Het is er. Het heeft in ieder geval wel gezorgd voor een verlaging van de spreads op een aantal staatsobligaties. Waar wij vandaag verder over spreken, is hoe je het Europese budget verder kunt inzetten voor dit soort zaken. Hier en daar leven de gedachten van eurobonds. Ik zie werkelijk niet wat die gaan bijdragen aan het oplossen van deze crisis. Daar zijn we dus niet voor, maar een hele groep landen is daar niet voor en ziet ook niet wat dat zou bijdragen. We kijken natuurlijk precies hoe je het ESM hiervoor kunt gebruiken als dat nodig is. Maar dat kun je ook maar een of twee keer doen, want dan is dat ook leeg. Je moet het dus op het goede moment doen. Je ziet gelukkig ook consensus groeien in Europa over hoe je dat soort instrumenten moet inzetten.

Een aantal landen dat nu zwaar getroffen is, had natuurlijk voor deze crisis ook al te maken met onevenwichtigheden in de economie. Daar ga je nu natuurlijk niet over zeuren, want je moet nu de landen helpen — dat snap ik — maar je wilt voor de langere termijn dat die landen bij een volgende crisis wel in staat zijn dat ook zo veel mogelijke zelf economisch op te vangen. Nederland is op dit moment in staat om tegen bijna geen rente 65 miljard te lenen. Dat gun je eigenlijk alle landen. Maar nogmaals, het heeft nu natuurlijk geen zin om te zeggen: je had dat en dat moeten doen. Dat begrijp ik wel, maar je kunt het ook niet helemaal weglaten. Je moet er wel voor zorgen dat je met elkaar de logica overeind houdt dat alle landen uiteindelijk op de langere termijn schokbestendige economieën moeten hebben.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Ik wil toch ook een vraag stellen aan de minister-president over die beschermingsmiddelen. Ik begrijp dat we zo van minister De Jonge gaan horen wat het kabinet allemaal aan het doen is om die beschermingsmiddelen zo snel mogelijk te regelen. Maar ik vind het toch echt belangrijk dat de minister-president hier ook een uitspraak over doet, niet alleen omdat die zorgverleners nu voorop moeten lopen in de strijd tegen het coronavirus met risico's voor hun eigen gezondheid, waarbij — en dat ontroert mij misschien nog wel het meest — het hen het minste deert dat hun eigen gezondheid op het spel staat, maar ook vanwege hun kwetsbare doelgroep. Dat maakt de vraag ook relevant voor de minister-president, want deze vraag raakt aan de vraag hoe we het virus kunnen tegenhouden en verslaan.

Minister Rutte:
Absoluut.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Als zorgverleners namelijk onbeschermd op pad gaan, en dat gebeurt as we speak, dan draagt dat absoluut niet bij aan het stoppen van het virus. Elk uur en elke dag gaan zorgverleners met onvoldoende bescherming op pad, ook naar coronapatiënten. Ik zei het al in mijn eigen termijn: om die reden vind ik echt dat we hier vandaag als Kamer moeten toezeggen dat we geen dag langer meer voorbij laten gaan waarop we mensen onbeschermd het veld in sturen. Ik hoop dat de minister-president dat wil toezeggen.

Minister Rutte:
Maar ik wil ook geen knollen voor citroenen verkopen. Ik geloof dat mevrouw Marijnissen en ik het voor duizend procent met elkaar eens zijn. Ik ben het met haar hele betoog eens. Het is cruciaal dat iedereen kan beschikken over beschermingsmiddelen om zijn werk veilig te kunnen doen. Daarmee kun je zelf coronavrij blijven, maar kun je corona ook niet verspreiden. Ik ben met haar zeer onder de indruk van de mensen in de zorg die onder deze hele moeilijke omstandigheden soms ook met te weinig persoonlijke beschermingsmiddelen hun werk doen. Dat uitgesproken hebbend is het niet zo dat dit hele vak hier daardoor ineens helemaal vol ligt met beschermingsmiddelen. Dat vraagt heel praktisch alle acties die we aan het doen zijn. Ik meen oprecht dat ik niet zou weten wat we nog meer kunnen verzinnen dan we al doen. Daardoor komt nu die stroom op gang. De afgelopen weken, en zeker vanaf vorige week, hebben Hugo de Jonge, Bruno Bruins en nu Martin van Rijn zowat fulltime aan die persoonlijke beschermingsmiddelen gewerkt. Ik help waar ik kan. Als mij deze vraag wordt gesteld, is dat terecht. Het is iets wat voor mij iedere keer boven aan het lijstje staat, samen met de beademingsapparaten en de testcapaciteit. Het zijn iedere keer die drie dingen. Van die drie lijken de persoonlijke beschermingsmiddelen nu het snelst te gaan lopen. Die supply chain begint nu op gang te komen. Ik ben het er totaal mee eens, maar door dat uit te spreken wil ik niet de indruk wekken dat het morgen helemaal is opgelost. Dat is helaas niet zo. Dat kan ik hier niet toezeggen, want ik kan die dingen nu niet hier naaien. We moeten ze echt maken en importeren. Dat gebeurt allemaal op grote schaal.

De voorzitter:
Dat heeft u duidelijk gemaakt.

Minister Rutte:
Er is geen twijfel over dat door dat hier uit spreken wij het oneens zouden zijn over die urgentie. Daar zijn we het compleet over eens.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Fijn dat we het eens zijn over de urgentie, maar ik denk dat de zorgverleners daar op dit moment zo weinig aan hebben. De intenties en de mooie woorden zijn fantastisch, maar ik denk dat mensen op zoek zijn naar de garantie dat zij op een veilige manier hun werk kunnen doen. De rauwe werkelijkheid is nu dat we gewoon elke dag nog zorgverleners het veld in sturen. Het minste wat we kunnen doen, is zorgen dat ze hun werk op een veilige manier kunnen doen. We kunnen van alles doen. We hebben voorgesteld die dingen te vorderen bij bedrijven die ze misschien nog hebben liggen, in de chemie, bij schilders, bij opleidingsinstituten of op andere plekken; het maakt me niet uit. We klappen onze handen blauw voor de zorgverleners en we hebben hier vorige week afgesproken dat ze allemaal een bonus krijgen. Dat is fantastisch en dat verdienen ze ook, maar ze verdienen het ook dat de minister-president vandaag zegt: dit gaan we oplossen.

Minister Rutte:
Ja, maar ik vind ook dat ik geen onzin moet verkopen in een crisis. Ik kan garanderen dat we er alles aan doen. Er zit een heel team op bij VWS en er wordt naar alles gekeken. De Jonge zal zo ingaan op de voor- en nadelen van een vordering. Het heeft namelijk ook nadelen. Je moet ook oppassen dat het niet averechts werkt. Daar zal hij zo op ingaan. We doen dus al die dingen. Stel dat ik zou zeggen "ik garandeer dat iedereen vanaf morgen voldoende spullen heeft", terwijl we weten dat er in heel Europa tekorten zijn — kijk naar de discussie in Engeland, Duitsland en overal — aan persoonlijke beschermingsmiddelen, testcapaciteit en beademingsapparaten, en dat het dus een hels karwei is waaraan door iedereen hard wordt gewerkt om het voor elkaar te krijgen, dan moet ik het ook kúnnen garanderen. Ik kan nu garanderen dat we er alles aan doen en dat ik het met mevrouw Marijnissen eens ben dat dit een absolute topprioriteit is. Dit is waar wij eigenlijk constant op sturen: testmateriaal, persoonlijke beschermingsmiddelen en longmachines.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (vKA):
Ik heb een vraag over het werken thuis. Voor heel veel mensen bestaat er nog heel veel onduidelijkheid. Het advies is om zo veel mogelijk thuis te werken als dat kan. Het is natuurlijk duidelijk dat het in bepaalde beroepen niet mogelijk is om thuis te werken. Maar er zijn ook veel mensen die aangeven dat hun werkgever gewoon wil dat zij naar kantoor komen. Daar verschijnen ook steeds meer mediaberichten over. Hun werkgever dwingt hen om op kantoor te werken, maar die mensen zijn bang dat ze besmet raken. Waar kunnen deze mensen hun rechten nalezen en waar kunnen mensen zich melden als de werkgever zich niet houdt aan de adviezen die het RIVM opstelt?

Minister Rutte:
Die vraag beantwoord ik in tweede termijn, anders ga ik nu improviseren, al denk ik het antwoord te hebben.

De voorzitter:
Hier komt u dus op terug.

Minister Rutte:
Ja. Ik wil wel de andere twee vragen heel kort beantwoorden, omdat ik niet helemaal zeker weet of ik hier dan zelf sta. Er was een vraag gesteld over één loket voor vragen van maatschappelijke organisaties. Dat was een vraag van de heer Segers. Als zij zich melden bij het informatieloket publiekstelefoon, dan wordt op basis van hun vraag bekeken hoe zij verder kunnen worden geholpen. Dus ook voor hen is een eerste ingang het informatieloket publiekstelefoon. Vanuit daar wordt het dan verder geleid naar waar het heen moet. We zien dat de koepelorganisaties ook bezig zijn hun mensen te informeren.

De andere vraag was die van de heer Baudet over het openbaar vervoer. Dat beeld wordt herkend. Voor mij was het in die heftigheid nieuws, maar de politie herkent het beeld dat de heer Baudet schetste. De politie neemt in toenemende mate incidenten waar in de publieke ruimte, maar ook in het openbaar vervoer, ook met jongeren. De politie grijpt in bij dit soort incidenten. In een noodverordening worden nu ook de boa's die toezicht houden in het openbaar vervoer bevoegd gemaakt om in te grijpen. Hier wordt dus op geacteerd. Dank voor het signaal, maar het was bij de politie met dezelfde heftigheid bekend en er wordt op geacteerd.

Dan blijft de vraag liggen over mensen die willen thuiswerken omdat ze bezorgd zijn. Daar zal ik of de heer De Jonge in tweede termijn antwoord op geven.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik wilde er in eerste instantie niet op doorvragen, maar nu komt het toch terug. Gisteren was er één noodverordening van kracht hier in Zuid-Holland, verder nog niet. De minister-president zegt zojuist dat de politie optreedt tegen jongeren die zich bijvoorbeeld misdragen in de openbare ruimte. Die noodverordening is dus nog niet overal van kracht, sterker nog, maar op één plek in het land; dat was de stand gisteravond. Kan de politie nu wel ingrijpen, handhaven en ook boetes uitdelen?

Minister Rutte:
Volgens mij kan de politie gewoon handhaven als jongeren zich niet gedragen, dus als zij gaan spugen of overlast veroorzaken. Daar zijn deze noodverordeningen niet voor nodig. Voor de specifieke noodverordening in verband met het pakket van maandag geldt dat die vandaag helemaal rond is en dat die spoedigst wordt geïmplementeerd door alle regio's. Iedereen gaat ook dezelfde noodverordening implementeren wat betreft de geboden. Wat betreft het moeten optreden in bijzondere omstandigheden, zoals bij de vakantieparken et cetera kan er regionaal nog specifiek naar gekeken worden. Maar wat betreft de zaken die moeten gebeuren, doen ze dat.

Maar ik mag toch aannemen dat de politie niet deze noodverordening nodig heeft om op te treden tegen jongeren die overlast plegen in de trein? Daar kan gewoon tegen worden opgetreden. Ik zal dat nog dubbelchecken en vragen aan de heer De Jonge om dat mee te nemen in tweede termijn. Het zou mij verbazen dat je gewoon rotzooi kon trappen in de trein en dat we dan een noodverordening nodig zouden hebben om dat te blokkeren. We leven in een raar land en misschien heeft de heer Klaver iets ontdekt wat ik niet wist. Dan gaat de heer De Jonge daar in tweede termijn nog even op in.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan wachten we heel even. Dan geef ik nu het woord aan de minister van Volksgezondheid, die altijd kort en bondig is.

Minister De Jonge:
Zo is dat, voorzitter. Misschien moet u mij vandaag nog een beetje coachen, zoals de heer Bosma dat altijd doet, als een soort bondigheidscoach.

Voorzitter. Ik begin met de indeling van de blokjes waarin ik mijn vragen wil beantwoorden. Ik begin straks eerst met de landelijke coördinatie. Daarna de bedden en het testen. Daarna kom ik op de persoonlijke beschermingsmiddelen, de kwetsbare groepen, het onderwijs en nog een blokje varia.

Voordat ik begin, wil ik een paar opmerkingen vooraf maken. De inleidingen van de verschillende fractievoorzitters in eerste termijn waren niet alleen heel indrukwekkend, maar ook hele herkenbare verhalen. Dat tekent het bizarre van de situatie of de tijd waarin we zitten. Wie had een paar maanden geleden kunnen denken dat de uitspraak van de heer Krol dat het toppunt van medemenselijkheid is om afstand te houden voor iedereen heel herkenbaar zou zijn? Of de situatie die de heer Van der Staaij schetste, dat het niet meer mogelijk is voor een oudere man om de hand vast te houden van zijn dementerende vrouw? Voor iedereen is dat door de verhalen die we meekrijgen, een heel herkenbare kenschets van de persoonlijke situatie waarin mensen zitten. Dat tekent het bizarre van de tijd. Het zijn totaal bizarre voorstellingen, maar tegelijkertijd herkenbaar. Het verhaal van mevrouw Marijnissen, dat je moet kiezen wie er wel of niet naar een begrafenis gaat, dat moet je je even voorstellen. Dat hadden we ons een paar maanden geleden allemaal niet kunnen voorstellen. En dat is toch de tijd waarin we zitten.

Het is ook een tijd waarin terecht iedereen met grote dankbaarheid spreekt over alle zorgmedewerkers op wie we mogen rekenen, waarvan we zien hoe zij in de frontlinie staan. Ik ga daar straks graag op in, want ik ben het eens met alles wat daarover gezegd is.

Een derde opmerking. Nederland rekent op ons, zegt de heer Segers. Zo ervaart iedereen dat, denk ik. Ook mijn collega Bruno Bruins voelde dat zo. Het was een week geleden op deze plaats dat ons allemaal de schrik om het hart sloeg toen Bruno Bruins het debat niet meer kon voortzetten. Bruno heeft de afgelopen weken alles gegeven om Nederland door die crisis te leiden. Ik heb daar hele grote bewondering en heel veel respect voor. Ik hoop dat hij snel hersteld is. Ik denk dat het precies is zoals hij eerder aangaf: laten we een beetje letten op elkaar in deze tijd; wij hier, zoals we met elkaar werken, wij onderling in het kabinet, wij op het departement. Echt indrukwekkend hoe ongelofelijk hard er op al die departementen wordt gewerkt en zeker op het ministerie van VWS. Dag en nacht is daar het licht aan. Dag en nacht werken de mensen daar thuis door. Daar worden dubbele diensten gemaakt alsof het niks is; echt zeer, zeer indrukwekkend.

Een beetje op elkaar letten en dat brengt mij ook op de beantwoording van uw vragen, want we hebben op elkaar te letten in Nederland. Het op elkaar letten staat ook centraal in onze aanpak, namelijk opletten dat we onze kwetsbaarste mensen beschermen, onze kwetsbare ouderen beschermen en opletten dat de zorg in staat blijft om die enorme toename van het aantal patiënten aan te kunnen.

Voorzitter. Ik begin met de landelijke coördinatie. Ik ben het eens met datgene wat daarover gezegd is. Vorige week zagen we in Brabant dat het uitplaatsen van patiënten vast begon te lopen. Het was nodig om patiënten uit te plaatsen, maar dat ging niet snel genoeg, dat ging stroef, daar moest veel te veel voor geleurd worden. Dat is niet de manier waarop het hoort te werken.

Om die reden hebben we vorige week een indringend gesprek gehad met de mensen in Brabant, iedereen die daarbij betrokken is. Er werd ongelofelijk hard gewerkt, maar het lukte niet. Dat was de reden dat we militaire ondersteuning in Brabant hebben aangeboden, om bij die logistieke operatie te helpen. Dat is gelukt en dat heeft weer een beetje lucht gegeven. Inmiddels zijn er meer dan 200 patiënten uitgeplaatst naar elders in het land. Dat gaf een beetje lucht in de ziekenhuizen daar en dat merk je meteen. Ik was daar zaterdag en dat zie je meteen.

We hebben ook geconcludeerd dat het niet vanzelf goed gaat en er dus landelijke coördinatie of een landelijk coördinatiecentrum moet zijn. Dat is ook afgesproken door de inspecteur-generaal en de voorzitter van het Landelijk Netwerk Acute Zorg, Ernst Kuipers. Afgelopen maandag is er gestart met de opbouw van een landelijk coördinatiecentrum, ook weer met hulp en ondersteuning van Defensie.

Dat landelijk coördinatiecentrum houdt zich bezig met patiëntenspreiding en coördinatie van vervoer, maar het kan zich ook met andere zaken bezighouden. Ik denk dat dat nabij is. Dat heeft ermee te maken dat we niet alleen ic-capaciteit hebben te realiseren of patiënten hebben te verplaatsen, maar ook andere beddencapaciteit hebben te realiseren. Ook dat is de les van Brabant. Een deel van de patiënten komt uiteindelijk op de ic, maar een veel groter deel komt niet op de ic. Dat is een factor 3 à 4, zei de premier al. Het begint steeds meer te lijken op een factor 4. Dan weten we dat niet alleen de ic-capaciteit cruciaal is maar juist ook de niet-ic-capaciteit. Die zal je niet in elk regionaal ziekenhuis kunnen realiseren. Dat betekent waarschijnlijk het bijplaatsen van lokaliteiten.

Naast de landelijke coördinatie hebben wij ook aan de directeur publieke gezondheid gevraagd in beeld te brengen welke uitbreiding van de ziekenhuiscapaciteit nodig is. We verwachten dat beeld van een ander type zorgcapaciteit in ziekenhuizen vandaag of morgen binnen te krijgen. Op basis daarvan kijken we waar extra lokaliteiten moeten worden gebouwd. Ook daar kunnen militairen bij helpen. Daarnaast ondersteunt Defensie sowieso in iedere regio voor acute zorg bij de logistiek en bij de uitvoering van de planning.

De voorzitter:
Ja?

Minister De Jonge:
Bent u er nog, voorzitter?

De voorzitter:
Nee, prima. Alle vragen die betrekking hebben op ic-capaciteit in één keer.

Minister De Jonge:
Ic-capaciteit doe ik in het volgende blokje. Dit is even de nationale coördinatie. We bepalen aan de hand van dat overzicht wat er verder nog aan ondersteuning in de regio nodig is.

Kortom, landelijke coördinatie, ja, zeker. Dat is niet altijd een kwestie van nieuwe of andere bevoegdheden. Het is ook niet altijd een kwestie van een wetboek onder je arm meenemen, de regio in, om te zorgen dat je dat gedaan krijgt. Het is vaker een kwestie van gewoon de telefoon pakken. De eerste vraag is: ik zie dat het niet goed gaat, kan ik je helpen? Als het dan nog niet lukt, is de tweede vraag: ik zie dat het niet goed gaat, ik kom je helpen. Dan is het eigenlijk niet meer een vraag. Zo moeten we dat doen, de komende tijd.

De voorzitter:
Nu wil ik toch weten hoe u uw betoog opbouwt, zodat ook Kamerleden …

Minister De Jonge:
Dit was over de landelijke coördinatie. Ik wilde nu naar de bedden gaan.

De voorzitter:
Wat zei u?

Minister De Jonge:
Ik wilde nu naar de bedden gaan. Dit was de landelijke coördinatie wat mij betreft.

De voorzitter:
En wat heeft u nog meer?

Minister De Jonge:
Dat heb ik zojuist ook gezegd.

De voorzitter:
Ik zie dat u daar een beetje doorheen gaat, maar dat geeft niet. Vertel.

Minister De Jonge:
Ik hou mij enorm strak aan mijn eigen ijzeren orde, voorzitter. Dat is 1. de landelijke coördinatie, 2. de bedden, 3. de testen, 4. de persoonlijke beschermingsmiddelen, 5. kwetsbare groepen, 6. onderwijs en 7. varia.

De voorzitter:
Dan wil ik voorstellen om nu het onderwerp bedden te doen. Daarna krijgen de Kamerleden alle gelegenheid om te interrumperen. Een paar Kamerleden hebben niet zo veel interrupties meer.

Minister De Jonge:
Prima. De bedden. Een van de meest cruciale ankers in onze aanpak is zorgen dat de zorg het aankan, zorgen dat de zorg in de benen blijft en zorgen dat de beddencapaciteit op orde is. Dat is spannend, zei de heer Gommers gisteren in de hoorzitting. Ik deel dat met hem. Natuurlijk is het spannend. Of het gaat lukken, zal enerzijds afhangen van de effectiviteit van de maatregelen. Het RIVM heeft daar gister een aantal dingen over gezegd. Ja, we zien inderdaad dat de reproductiefactor afneemt. Dat is belangrijk. Ja, we zien inderdaad dat het aantal nieuwe opnames in ziekenhuizen afvlakt. Dat is ook belangrijk. Maar, zoals de premier net zei: dat zijn de eerste sprietjes groen gras. We gaan daaruit niet concluderen dat het lente is. We gaan plannen voor zwaar weer. Dat is wat we aan het doen zijn, hoewel we natuurlijk hopen dat de effectiviteit van de maatregelen betekent dat het niet de rode curve wordt uit het overzicht in de presentatie van het RIVM, maar een lagere, afgevlakte curve. Natuurlijk hopen we dat. Toch plannen we voor het zware weer.

Twee. Natuurlijk wordt het spannend in de planning van de capaciteit. We weten namelijk dat de verwachting is dat op basis van de rode lijn de ic-capaciteit voor coronapatiënten zo'n 1.100 bedden zou vragen rond 1 april, met een piek van zo'n 1.700 bedden in mei. Dat is de rode lijn. Ook al hopen we dat het niet de rode lijn wordt, toch moet je daarmee rekening houden. Over het aantal bedden dat we hebben, heb ik gister aangegeven dat de ic-capaciteit momenteel wordt uitgebreid naar zo'n 1.500 bedden. Daarvan zijn er 575 nodig voor de reguliere spoedzorg. Daarmee zijn er zo'n 925 beschikbaar voor coronapatiënten. Daarbovenop heeft Defensie een veertigtal beademingsapparaten beschikbaar gesteld. De zelfstandige klinieken hebben een zeventigtal apparaten beschikbaar gesteld. We hebben inmiddels enkele duizenden apparaten in het buitenland besteld. We zijn met het bedrijfsleven ook bezig om een eigen productielijn van apparaten in Nederland op te zetten. Die ontwikkeling gaat snel. Volgende week wordt het eerste prototype klinisch getest. We hebben inmiddels een order geplaatst voor 500 van die apparaten bij de firma DEMCON, in een consortium met andere bedrijven in Nederland. Kortom, we zullen de komende tijd alles op alles zetten om te zorgen voor voldoende beddencapaciteit.

Daarnaast kijkt de medische wereld zelf naar wat er mogelijk is. Gisteravond heeft de NVIC, de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care, een handleiding gepubliceerd om in een uiterst noodgeval twee patiënten op één beademingsapparaat te helpen. Dat is niet ideaal. Je wilt het proberen te voorkomen. Maar als het moet, is het wel fijn dat het kan. In het buitenland wordt het op dit moment al gedaan. De NVIC heeft daarover gister informatie aan haar leden gestuurd. Kortom, we werken met man en macht en doen alles wat er mogelijk is om te zorgen voor voldoende ic-capaciteit.

De voorzitter:
En hiermee zijn alle vragen uit de eerste termijn over dit onderwerp beantwoord?

Minister De Jonge:
Nee, er zijn meer vragen gesteld.

De voorzitter:
Dan zou ik die ook even beantwoorden. U krijgt zo het woord, mevrouw Marijnissen.

Minister De Jonge:
Oké. Dan blader ik even verder. De heer Krol heeft gevraagd: het zal toch niet zo zijn dat er uiteindelijk leeftijdsgrenzen gaan gelden? Ik snap die vraag heel goed. Dat is namelijk de reden dat we met man en macht werken aan voldoende ic-capaciteit. Dat is natuurlijk ook de reden waarom Gommers gister hier in de hoorzitting zei: ik vind het spannend de komende weken. Het is precies om die reden. Uiteraard is het niet aan een kabinet om leeftijdsgrenzen te stellen. U refereerde aan een motie, die meen ik Kamerbreed ondersteund is. Natuurlijk is het niet aan een kabinet om leeftijdsgrenzen te stellen. Ik weet wel dat de NVIC zelf bezig is — daar was gisteren ook berichtgeving over — met een handleiding, een professionele richtlijn: wat nou als het zover komt? Ik vind dat het domein van medisch professionals om dat type medisch-ethische beslissingen voor te bereiden. Wij bereiden ons voor op het ergste wat zou kunnen gebeuren. Medisch professionals doen dat natuurlijk ook, waarbij ze op een gewogen manier beslissingen nemen en de overlevingskans in acht nemen, niet de leeftijd. Dat is helemaal in de lijn die u graag zou zien, en wij allemaal. Maar nogmaals, al onze inspanningen zijn er juist op gericht om dat te voorkomen. Twee op één machine is niet ideaal, maar het helpt natuurlijk ook om die situatie te voorkomen.

De voorzitter:
Goed. Dat was het?

Minister De Jonge:
Ik denk dat ik hiermee de meeste vragen heb gehad, ja.

De voorzitter:
Dan ga ik eerst naar mevrouw Marijnissen, dan de heer Klaver, de heer Van der Staaij en de heer Segers.

Mevrouw Marijnissen (SP):
De minister geeft hier denk ik vandaag geen antwoord op de hamvraag. We hebben gisteren inderdaad Gommers van de ziekenhuizen gehoord in de hoorzitting. Zijn verhaal was heel duidelijk: op 1 april, komende week, zijn er 1.600 ic-bedden nodig. Hij maakte zich grote zorgen over of dat geregeld zou kunnen worden en zei: het moet aan het einde van de dag geregeld zijn. Dat was dus gisteren. De vraag die hier volgens mij beantwoord moet worden, is dus: is het geregeld en zijn er op 1 april 1.600 ic-bedden?

De voorzitter:
Dat was een concrete vraag.

Minister De Jonge:
1.600 is een verwarrend cijfer, omdat dit namelijk inclusief de reguliere bedden voor spoedzorg is. De 1.100 die ik zojuist noemde, zijn de 1.100 coronabedden waar ook het RIVM rekening mee houdt in de planning. In de rode curve van de planning van het RIVM gaat het over 1.100 bedden rond 1 april en een piek van 1.700 bedden rond eind mei. Met name de vraag of dat rond eind mei zo zal zijn, is natuurlijk het meest onzekere, want het hangt helemaal af van de effectiviteit van de maatregelen. De 1.100 bedden van volgende week zouden dan exclusief de bedden zijn die nodig zijn voor reguliere spoedzorg. Het hangt er dus maar net van af welke reguliere spoedzorg nodig zal zijn. Dat hangt weer af van het aantal hartinfarcten en auto-ongelukken. Alles hangt dus wel met elkaar samen. Als u de 1.100 bedden van rond 1 april afzet tegen de opschaling van de capaciteit naar 1.500 bedden voor de totale ic-capaciteit, dan houden we 925 coronabedden over. Daarnaast hebben we de 40 beademingsapparaten van Defensie, zijn er de apparaten van de zelfstandige klinieken en hebben we enkele duizenden apparaten besteld, waarvan je maar eventjes niet moet vermoeden dat ze volgende week al binnen zijn en heb je uiteindelijk ook nog de optie van twee op één apparaat. Kortom, als we alles op alles op alles zetten — de worst case zou inderdaad zijn dat er volgende week 1.100 bedden nodig zijn voor corona — denk ik dat we het net gaan halen, maar het is spannend.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Eigenlijk is dit toch niet te geloven? De man van de ziekenhuizen, de heer Gommers, was gisteren heel duidelijk. Hij zei: er zijn er 1.600 nodig op 1 april. Natuurlijk is dat grotendeels voor corona en daarnaast voor reguliere spoedzorg. Maar we kunnen hier toch niet in Nederland zeggen: jongens, komende week even geen auto-ongelukken of even geen hartfalen? Natuurlijk zal dat gewoon doorgaan.

Minister De Jonge:
Klopt, ja.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Met uw goedvinden vertrouw ik op de expert, die zegt: er zijn komende week 1.600 ic-bedden nodig. Maar we krijgen hier vandaag gewoon geen garantie dat het is geregeld, terwijl de oproep van gisteren heel duidelijk was, namelijk dat het gisteren al geregeld zou moeten zijn. Dat kan toch niet?

Minister De Jonge:
Geen misverstand: de opdracht is gegeven om op te schalen naar het maximaal aantal bedden. Daar zitten we ook achteraan. Daar is nou juist het landelijk coördinatiecentrum mee bezig. De opdracht om op te schalen naar het maximaal aantal bedden, is dus gegeven. Maar ik schets u eerlijk de getallen zoals het ervoor staat. Ik schets u welke opties daadwerkelijk al beschikbaar zijn voor de komende periode, en daarmee onderstreep en illustreer ik datgene wat Gommers heeft gezegd, namelijk dat het inderdaad spannend is, maar ook dat we er alles aan doen dat we zo veel als mogelijk ic-capaciteit hebben. Stel dat we daar niet in zouden slagen, dan is datgene wat de NVIC zelf gister naar buiten heeft gebracht, en wat al in andere landen wordt gedaan, namelijk twee op één apparaat, in een uiterste noodsituatie ook nog een mogelijkheid. Maar dat is niet waarmee we alvast rekeninghouden. Wij zorgen dat we het maximale doen om op de kortst mogelijke termijn die bedden gerealiseerd te hebben. De opdracht is gegeven. De bestellingen zijn geplaatst. Alles, alles, alles is in gereedheid gebracht om die ic-capaciteit te maximeren.

De voorzitter:
Het is uw vijfde vraag, zeg ik u alvast, mevrouw Marijnissen.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Dat klopt en dat had ik ook niet zo gepland, maar ik hoor de minister hier nog steeds herhalen dat het spannend wordt. Na de oproep die gisteren zo duidelijk uit de ziekenhuizen is gekomen en na de deadline dat het geregeld zou moeten zijn, die op gisteren is gesteld, hadden we vandaag in dit debat allemaal gehoopt te horen dat het geregeld wás. Maar wat we te horen krijgen, is: ja, het is spannend. Het is voor iedereen spannend in Nederland op dit moment. Iedereen maakt zich zorgen, over familie, over vrienden. Word je ziek? Word je niet ziek? Kan ik mijn werk nog wel veilig doen? Maar dan komen we weer terug bij dit punt: we moeten er toch in ieder geval voor zorgen dat we datgene doen wat we kunnen doen in ervoor zorgen dat de materialen er zijn en dat er voldoende ic-bedden zijn?

Minister De Jonge:
Zo is dat.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Maar vandaag krijgen we nog steeds te horen dat het spannend wordt. Dat kan toch niet? We kunnen hier vandaag toch niet uit elkaar gaan en dan maar afwachten hoe het gaat lopen? Ik wil dus graag van de minister weten wie hier dan nou eigenlijk eindverantwoordelijk voor is de komende dagen. Want ik hoor dat er allerlei coördinatieteams en crisisteams worden opgetuigd. Defensie is er ook bij betrokken. Maar is de minister van Volksgezondheid eindverantwoordelijk? Is dat de minister van Defensie? Zijn dat de regionale ziekenhuizen? Is dat de minister-president? Wie gaat hier nou de finale knopen doorhakken de komende dagen?

De voorzitter:
De minister.

Minister De Jonge:
De minister, inderdaad!

Dat doe ik. Dat doe ik natuurlijk samen met Bruno Bruins, als eerstverantwoordelijke voor de Medische Zorg. O, excuus, voorzitter. Let me rephrase: dat doe ik uiteraard met collega Van Rijn. U hoeft zich dus van geen enkele coördinatiestructuur iets aan te trekken. U mag ons aanspreken. Wij zijn daarop namelijk aanspreekbaar. Maar wij kunnen natuurlijk ook geen ijzer met handen breken.

Ik wil het volgende benadrukken. Kijk, we moeten eerlijk zijn tegen elkaar. Ik kan natuurlijk zeggen: "Ja, maar u heeft toch ook gehoord wat het RIVM gisteren heeft gezegd?" Het aantal nieuwe ziekenhuisopnames vlakt immers af. Dat is belangrijk. We zouden ook kunnen zeggen: "Ja, maar u heeft ook gehoord dat de ROAZ-voorzitter heeft gezegd dat men het in Brabant denkt te gaan redden". Ook daar neemt het aantal nieuwe ziekenhuisopnames namelijk af. Maar dat doen we juist niet. Dat doen we bewust niet. Wij zien natuurlijk wel die paar zonnestralen aan de hemel, alleen we zeggen er ook bij wat de heer Van der Staaij zegt, namelijk dat we die wel zien tegen een buitengewoon zwarte achtergrond.

Daarom bereiden wij ons juist voor op het zware weer dat mogelijkerwijs komt. Dat betekent dat wij ons gewoon op die steile rode lijn van het RIVM voorbereiden, ondanks dat wij natuurlijk hopen dat die lijn ietsje afvlakt. Dat is waarop we plannen. Daarom gaan we voor het maximale — werkelijk het maximale — van wat er mogelijk is in de uitbreiding van capaciteit. Daar is alles op gericht, zowel in de aanschaf van apparatuur als in het van andere plekken in het land richting ziekenhuizen vervoeren van andere apparatuur, en zowel in het maken van nieuwe apparatuur als in het opstarten van een productielijn. Alles, alles, alles is erop gericht om te zorgen voor voldoende ic-bedden. En als dat niet lukt met het aantal beademingsapparaten, dan is het volgens de NVIC zelfs nog mogelijk om twee patiënten op één apparaat te verplegen. Dat kan natuurlijk niet altijd en dat moet onder een aantal condities gebeuren: het moet goede zorg zijn, de inspectie zal toezicht houden et cetera. Maar onder een aantal condities is het mogelijk om twee patiënten op één apparaat te verplegen. Kortom, alles, maar dan ook echt alles is erop gericht om te zorgen dat we het gaan redden. Dat is het eerlijke verhaal, en zo moet ik het u vertellen.

De heer Klaver (GroenLinks):
Soms is het eerlijke verhaal niet genoeg. Dit is de werkelijkheid: sneller opschalen dan dit gaat in Nederland niet lukken. Maar in omringende landen is er wel degelijk meer capaciteit beschikbaar. Kijk naar Duitsland. Kijk naar België. Ik weet van allerlei regionale initiatieven. Maar ik wil weten wat de minister eraan doet om ervoor te zorgen dat er op die plekken bedden beschikbaar zijn, ook al volgende week. Want volgens mij is er in Nederland niemand die eist dat die bedden in ziekenhuis X of Y moeten zijn of dat die bedden per se in Nederland moeten zijn, als die mensen maar geholpen kunnen worden, ook over de grens. Wat doet de minister daaraan?

Minister De Jonge:
Ook met Duitsland zijn we in gesprek, om te kijken of daar overloopcapaciteit beschikbaar zou zijn op het moment dat er hier echt een tekort is.

De voorzitter:
Dan de heer Van der Staaij. O, sorry. Meneer Klaver?

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik geloof dat het ongeduld dat ik proef bij collega Marijnissen en mezelf, in het volgende zit. "We zijn erover in gesprek met Duitsland", horen we. Het is niet zo dat dit nu plotseling opkomt. Ook vorige week ging het hierover.

Minister De Jonge:
Zeker.

De heer Klaver (GroenLinks):
En de minister zegt dat we wachten tot het moment dat er echt tekorten zijn. Wat we met elkaar proberen te doen, is die tekorten vóór zijn. Dat betekent dat je nu al mensen zou moeten uitplaatsen van die intensive cares naar het buitenland, zodat we hier de ruimte houden. Wat ik graag zou willen vragen aan de minister, is het volgende. Ik wil uitgebreider antwoord. Wat gebeurt er? Met wie is er overleg? Op welk niveau in Duitsland vindt dat plaats? Welke mogelijkheden zijn er? Want er wordt iedere keer gezegd dat we in overleg zijn. "We zijn in overleg" is even niet voldoende. Ik wil dat concreter hebben. En als de minister dat niet nu kan doen, zou ik dat graag via een brief willen horen.

Minister De Jonge:
Ik vind het goed om dat in een brief te doen. Kijk, ik ben er juist bewust terughoudend in om te zeggen met wie we op welk moment welke gesprekken voeren met welke inhoud. Meestal helpt het namelijk niet zo heel erg voor het resultaat als je vrijelijk gaat speculeren over waar het mogelijkerwijs toe zou kunnen leiden, met wie je daar allemaal overleg over hebt en wat je in dat overleg allemaal bespreekt. Er is contact met Duitsland. Dat is een.

Twee. Dit geldt natuurlijk ook voor alle andere manieren waarop we proberen om extra capaciteit naar Nederland te krijgen. De huidige bezetting op de ic is 644. Dan heb ik het over de stand van gister, einde dag. Natuurlijk zal dat aantal vandaag weer oplopen, maar dat betekent wel dat er op dit moment gewoon echt voldoende capaciteit is voor de patiënten. De zorg en de kwalificatie "spannend" van de heer Gommers gaan over de komende weken. Die begrijp ik ook. Die deel ik ook. Daarom is ook alles erop gericht om juist de komende weken in meer capaciteit te voorzien.

Denken we nog weer verder, dan hoop je dat je ook in Nederland productiefaciliteiten van de grond hebt gekregen. Ook daarbij zijn we, werkelijk op de snelste manier die ik zou kunnen bedenken, met het bedrijfsleven dat daartoe in staat is, bezig om een nieuwe productielijn op te starten. Daarbij zijn apparaten besteld. De eerste prototypes lopen als het goed is volgende week van de band.

Kortom, overal, maar dan ook werkelijk overal, drukken we op iedere knop die zou kunnen helpen in het bespoedigen van het vergroten van de ic-capaciteit in Nederland. Dat is precies wat er nu nodig is.

Ondertussen vraagt mevrouw Marijnissen mij — terecht, hoor! — of we er klaar voor zijn en of we de heer Gommers gerust kunnen stellen. Eigenlijk was dat namelijk de vraag die zij stelde. Dan voel ik mij genoodzaakt daar een zo eerlijk mogelijk antwoord op te geven, met de getallen waarover nu zekerheid bestaat, en niet met de mogelijke ideeën waarmee we nog bezig zijn en die nog niet tot een zekere extra plek leiden. Dat zijn dus de getallen zoals ik die zojuist heb genoemd.

De heer Van der Staaij (SGP):
Er wordt met man en macht gewerkt om meer capaciteit te krijgen in de ziekenhuizen voor de coronapatiënten. Maar er zijn natuurlijk ook heel veel patiënten die uiteindelijk niet naar het ziekenhuis gaan. Mijn vraag is de volgende. Hoe zit het met de besluitvormingsstructuur, als dat straks ook veel hogere aantallen zullen zijn? Is er daarvoor ook de mogelijkheid om door te pakken en meer directief te kunnen zeggen wie wat gaat doen?

Minister De Jonge:
Dat is een zeer terechte vraag. Toen ik het net had over de landelijke coördinatie, noemde ik al dat de Directeuren Publieke Gezondheid twee weken geleden van voorganger Bruins de opdracht hebben gekregen om locaties in beeld te brengen die aanvullende zorglocaties zouden kunnen zijn. Dan gaat het bijvoorbeeld over leegstaande vleugels van verpleeghuizen. Dan gaat het over noodlocaties in de zin van tentachtige noodhospitalen. Dan gaat het over zorghotels die kunnen worden ingericht. Dan gaat het over het eventuele gebruik van hotelfaciliteiten. Het eerste zorghotel is inmiddels geopend in Limburg. Men heeft daar ook gelijk een draaiboek van gemaakt dat ook in de rest van het land te gebruiken is. Wij willen op basis van die uitvraag aan de Directeuren Publieke Gezondheid kijken wat er nodig zou zijn. Waar moeten we beginnen? Waar is de nood het hoogst om te gaan bouwen en te gaan sjouwen? Defensie is beschikbaar om daarin te ondersteunen. Ik bezie op basis van die uitvraag welke rol vanuit landelijke coördinatie zou moeten worden vervuld. Maar ik laat geen mogelijkheid onbenut om daar inderdaad landelijke coördinatie op te zetten. Ik denk namelijk dat dat nodig is.

De heer Van der Staaij (SGP):
Goed om te horen, want bij die Brabantse ziekenhuizen zagen we dat er wel een spreidingsplan lag, maar dat het nog wel even duurde toen het ook echt moest gebeuren. Daar is van geleerd, zodat nu sneller kan worden doorgepakt, begrijp ik.

Minister De Jonge:
Absoluut.

De heer Segers (ChristenUnie):
Ik wil even ingaan op de coördinatie. We hebben gisteren de heer Gommers gehoord, die heel indringend de noodzaak heeft onderstreept van een operatie die met een militaire aanpak en met militaire precisie moet worden vormgegeven. Ik schrok ervan dat hij die noodzaak moest onderstrepen. Hij zit in het kernteam dat deze crisis mede moet bestrijden. Hij heeft een cruciale functie. Als hij die noodzaak onderstreept, maakt me dat niet minder bezorgd. Waar komt zijn hartenkreet vandaan? Waarom is het nu nog nodig om dat te zeggen, terwijl we toch al een tijdje onderweg zijn?

Minister De Jonge:
Ik denk uit de observaties van zijn collega's uit Brabant van afgelopen weekend. Zo heeft een Brabants ziekenhuis vorige week een poging gewaagd om patiënten over te plaatsen, maar een aantal ziekenhuizen bleek daar niet alleen maar ontvankelijk voor te zijn. Dat zou best eens de achtergrond kunnen zijn, maar dat is gissen voor mij. Gommers heeft een punt dat die landelijke coördinatie er moet komen. Juist omdat ik vind dat Gommers daar een punt heeft, hebben we vorige week op basis van de observaties in Brabant eerst gezorgd voor die coördinatie in Brabant. Dat gaf lucht in Brabant. We hebben toen gezegd: nou moet dat ook gebeuren in Rotterdam. De opbouw is maandag gestart en de operatie staat vandaag. Zo snel hadden zelfs onze militairen het nog nooit gedaan. Dat is ook wat er kennelijk op dit moment in Nederland kan. De academischeziekenhuiswereld — laat ik het sierlijk zeggen — is er toch ook wel eentje van domicilies, maar men ziet nu toch ook dat er de onvermijdelijke noodzaak is om die domicilies even te laten voor wat ze zijn en de samenwerking belangrijker te vinden dan het eigen domicilie. Ik geloof dat Gommers zeer heeft bijgedragen aan het gevoel van urgentie onder zijn collega's. De operatie die we nu vanuit Rotterdam voor het hele land gestart zijn, doet precies dat wat er nu nodig is en dat is veel directiever, veel landelijker, veel duidelijker sturing geven aan patiëntverplaatsingen, spreiding van patiënten en vandaaruit aan capaciteitsopbouw van noodhospitalen als die nodig zouden zijn.

De heer Segers (ChristenUnie):
We hebben ook het beklemmende antwoord van de heer Gommers gehoord toen hem werd gevraagd wat er gebeurt als de grens bereikt wordt. We hebben die coördinatie nodig en die wordt nu ter hand genomen. Dank daarvoor. Dat moet inderdaad met een directieve stijl die we niet helemaal gewend zijn in dit land, maar het is crisis, dus het is hard nodig. Maar er komt ergens een grens. Toen hem daarnaar werd gevraagd, was het heel beklemmend dat hij zei: dan weet ik het even niet. Zijn er noodscenario's, zijn er scenario's waarachter … De minister zei net iets over twee patiënten aan één machine. Dat lijkt een beetje op zo'n noodscenario. Zijn er scenario's ontwikkeld voor als het heel spannend wordt eind mei, begin juni?

Minister De Jonge:
Me dunkt dat we in een noodscenario zitten. Van de reguliere 1.150 ic-bedden staan er structureel gemiddeld genomen 350 leeg in Nederland. Dat heeft alles te maken met de manier waarop we onze zorg hebben georganiseerd, maar de normale gemiddelde situatie is dus: 1.150 bedden waarvan 350 leeg. Zo worden bedden ingekocht et cetera. We praten nu over een situatie van 1.500, 1.600 ic-bedden in totaal, dus ruim anderhalf keer de capaciteit. En we bekijken, benutten alle mogelijkheden die denkbaar zijn in het nog verder opschalen. Dat is het meest maximaal opgeschaalde noodscenario dat überhaupt denkbaar is. Ondertussen zegt men vanuit het medisch domein, vanuit het professionele domein, dan ook nog dat, als alle bedden bezet zijn en er toch nog nieuwe patiënten naar de ic moeten, je dan ook nog twee op één beademingsapparaat kunt zetten. Liever niet, maar het zou kunnen.

De voorzitter:
Dat heeft u gezegd.

Minister De Jonge:
Dat is ook weer een verdere noodopschaling. Er is geen plan dat je zou kunnen bedenken dat we nu niet gewoon in uitvoering hebben genomen.

De heer Segers (ChristenUnie):
Mijn laatste vraag op dit punt. Gisteravond las ik een bericht van een arts die op de ic werkt in het Amsterdams Universitair Medisch Centrum. Hij zei: we hebben onze uitslaapkamer omgebouwd tot een ic, we hebben de apparatuur, maar we hebben nu codes, licenties, van Philips nodig. Ik dacht: dat lijkt me een goede vraag voor het debat. Vanochtend las ik dat het geregeld is: Philips heeft die gegeven. Je ziet dus ook creativiteit op de werkvloer, een hartverwarmende inzet van een bedrijf als Philips om te zeggen: nood breekt wetten; we geven die licenties. Heeft de minister in dit soort noodgevallen de wil, de doorzettingsmacht, om de telefoon te pakken, om Philips of andere fabrikanten te bellen, om alles aan te spreken wat nodig is, om alles te doen wat er mogelijk is met de bereidwilligheid op de werkvloer?

Minister De Jonge:
Whatever it takes. Alles wat er nodig is, doen we. Alles.

De heer Asscher (PvdA):
Het gaat niet goed met de beantwoording over de ic-capaciteit. We moeten het even heel precies hebben. 15 maart gaf het kabinet in antwoord op vragen aan dat er binnen enkele dagen kon worden opgeschaald naar 1.500 bedden. 18 maart zei minister Bruins dat dat in een dag kon. 20 maart heeft het kabinet aangegeven dat het in enkele dagen kon en dat we naar 2.000 bedden zouden kunnen. Ik wil hier de duidelijke garantie — dat was de vraag die mevrouw Marijnissen ook stelde — dat die 1.500 nu geregeld is.

Minister De Jonge:
Ja, die 1.500 is geregeld of wordt, as we speak, geregeld. Er is geen grens aan het in no time opschalen naar die 1.500. Die 2.000 heb ik ook gezien. Dat was op basis van een eerdere uitspraak, begrijp ik, van de NVIC. Als je heel precies kijkt naar bedden en beademingsapparatuur, is die 2.000 op dit moment niet zonder meer te realiseren. Dat is echt afhankelijk van een aantal apparaten die er nog niet zijn, die er nog niet staan. Daarmee is die 2.000 niet zomaar zonder meer te realiseren. De opschaling naar de 1.500 en de aanvullende apparaten die daar dan nog bij komen, waardoor je richting de 1.600 gaat, dat is wat er nu mogelijk is. Dat zijn de laatste cijfers, zoals wij die gisteren hebben ontvangen van het Nederlands coördinatiecentrum.

De heer Asscher (PvdA):
Ik dacht even dat de minister zei: ja, dat is geregeld. Maar toen zei hij: voor zover wij weten. Wij moeten het nu wel weten. Gisterochtend was Gommers heel duidelijk: de komende week wordt het spannend, want dan zijn die 1.600 bedden nodig. Het kabinet heeft bij drie eerdere gelegenheden aangegeven dat dat een kwestie van dagen was. Die drie gelegenheden liggen langer dan een paar dagen achter ons. Vanuit de Kamer is erop aangedrongen om op dat moment die besluiten te nemen. Ik wil helderheid: ja, die piekcapaciteit waar Gommers gisteren over sprak en die voor volgende week nodig is, die is er. Ik snap dat er moet worden gewerkt aan die 2.000 of die 2.200.

Minister De Jonge:
We doen wat ik u zojuist aangaf. Als het gaat om de cijfers, dan is het zo dat de 1.500 bedden sowieso de gerealiseerde, te realiseren capaciteit is. Het verschil dat u aangeeft met de eerdere antwoorden, is dat er is gezegd: binnen enkele dagen is het mogelijk om op te schalen naar 1.500. Dat heeft alles te maken met het afbouwen van electieve zorg, planbare zorg, waarmee die 1.500 bedden heel snel op een hele korte termijn zijn vrij te spelen. De apparatuur staat er, de bedden staan er, de mensen zijn er et cetera. Wat die mensen betreft is het best nog een ander vraagstuk om daar voldoende opgeleide mensen voor te hebben. Die 1.500 bedden zijn inderdaad binnen no time te realiseren en die capaciteit is nu ook nog vrij. Het aantal coronapatiënten nu is 644. Er zijn op dit moment dus nog ruim 300 plekken vrij op de ic.

Ik heb aangegeven welke acties we ondernemen ten aanzien van de verdere opbouw in de richting van de 2.000, maar daarvan kan ik dus niet zeggen: ze staan er. En daarvan kan ik ook niet zeggen: ze staan er met een week. Ik zeg alleen maar dingen die ik ook kan waarmaken. Ik zeg wel dat we er alles maar dan ook echt alles aan doen om te zorgen dat ze er binnen een week, in no time, binnen de snelst denkbare periode zijn. Als het met een dag kan, doen we het met een dag. Ik ga geen dingen zeggen waarvan ik niet zeker weet dat ik ze ook kan waarmaken. We hebben inmiddels duizenden apparaten in bestelling. Die worden in het buitenland geproduceerd. Ik ben pas gelukkig als ze ergens in het AMC of het UMC op een ic-kamer staan. Pas dan zijn we klaar. Elke dag aan het eind van de middag, begin van de avond, laten wij ons informeren door het landelijk coördinatiecentrum: hoeveel plekken zijn er op dit moment bezet, hoeveel open capaciteit is er nog en hoeveel is er vandaag weer gecreëerd? Daar laten we ons elke dag over informeren.