Plenair verslag

Tweede Kamer, 22e vergadering
Dinsdag 12 november 2019

  • Aanvang 14:00 uur
  • Sluiting 19:49 uur
  • Status Ongecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Arib

Aanwezig zijn 142 leden der Kamer, te weten:

Van Aalst, Aartsen, Agema, Alkaya, Amhaouch, Arib, Asscher, Azarkan, Baudet, Becker, Beckerman, Belhaj, Van den Berg, Van den Berge, Bergkamp, Bisschop, Den Boer, Van den Bosch, Martin Bosma, Bosman, Bouali, Van Brenk, Bromet, Bruins, Buitenweg, Van Dam, Diertens, Tony van Dijck, Emiel van Dijk, Gijs van Dijk, Jasper van Dijk, Dijkhoff, Pia Dijkstra, Remco Dijkstra, Dik-Faber, Van Eijs, El Yassini, Ellemeet, Van Esch, Futselaar, Geluk-Poortvliet, Van Gent, Van Gerven, Geurts, De Graaf, Van der Graaf, Graus, Groothuizen, Van Haga, Harbers, Rudmer Heerema, Pieter Heerma, Helder, Van Helvert, Hermans, Hiddema, Hijink, Van den Hul, Jetten, De Jong, Karabulut, Van Kent, Kerstens, Klaver, Koerhuis, Koopmans, Van Kooten-Arissen, Kops, Kröger, Krol, Kuik, Kuiken, Kuzu, Kwint, Laan-Geselschap, Laçin, Van der Lee, Van der Linde, Lodders, Madlener, Maeijer, Marijnissen, Markuszower, Van Meenen, Middendorp, Van der Molen, Moorlag, Agnes Mulder, Anne Mulder, Edgar Mulder, Nijboer, Nijkerken-de Haan, Van Nispen, Van Ojik, Omtzigt, Van Otterloo, Ouwehand, Öztürk, Özütok, Palland, Paternotte, De Pater-Postma, Peters, Ploumen, Van Raak, Van Raan, Regterschot, Rog, Ronnes, De Roon, Sazias, Schonis, Segers, Sienot, Sjoerdsma, Slootweg, Smals, Smeulders, Sneller, Snels, Van der Staaij, Stoffer, Tellegen, Tielen, Van Toorenburg, Veldman, Verhoeven, Von Martels, Voordewind, Aukje de Vries, Wassenberg, Van Weerdenburg, Westerveld, Weverling, Van Weyenberg, Wiersma, Van Wijngaarden, Wilders, Wörsdörfer, Van 't Wout, Yeşilgöz-Zegerius en Ziengs,

en de heer Grapperhaus, minister van Justitie en Veiligheid, de heer Koolmees, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en de heer Snel, staatssecretaris van Financiën.

De voorzitter:
Ik open de vergadering van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van dinsdag 12 november 2019. Ik heet iedereen in de zaal, de minister van Justitie en Veiligheid in vak-K en de mensen op de publieke tribune van harte welkom.

Vragenuur

Vragenuur

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 136 van het Reglement van Orde.

Vragen Paternotte

Vragen van het lid Paternotte aan de minister van Justitie en Veiligheid over het verstoren van de bijeenkomst van actiegroep Kick Out Zwarte Piet.

De voorzitter:
We beginnen zoals gebruikelijk op dinsdag met het mondelinge vragenuur. Ik geef het woord aan de heer Paternotte namens D66 voor zijn vraag aan de minister van Justitie en Veiligheid over het verstoren van de bijeenkomst van actiegroep Kick Out Zwarte Piet.

De heer Paternotte (D66):
Voorzitter. We hebben in Nederland een aantal prachtige tradities, namelijk de traditie van het sinterklaasfeest en de traditie dat je met je poten van elkaar afblijft. Afgelopen vrijdag werd de school waar Kick Out Zwarte Piet vergaderde, bekogeld. Er waren malloten die met vuurwerk en knuppels naar binnen drongen en er werden auto's kort en klein geslagen. Het is on-Nederlands om zo met intimidatie en geweld mensen hun recht op vergaderen af te nemen. Maar het is niet de eerste keer dat het grandioos misgaat. Vorig jaar werden demonstranten bekogeld met eieren, werden racistische leuzen gescandeerd en werden op de Erasmusbrug demonstranten aangevallen. Allemaal bedoeld om hen de mond te snoeren. In acht steden won de agressie het al vooraf. Daar werden de demonstraties verboden. Gisteren liep een man met een bomgordel door Den Haag, om hetzelfde doel te bereiken.

Voorzitter. Demonstreren en vergaderen zijn rechten, geen gunsten. De premier had er vorig jaar veel te lang voor nodig om dat duidelijk te maken. Hij had het toen over extremisten voor en tegen. Wat mij betreft zijn extremisten de mensen die gooien met bierblikken, die auto's kort en klein slaan en zo mensen de mond willen snoeren. De premier heeft destijds zelfs opgeroepen om überhaupt niet te demonstreren. Er ligt hier een grote kans voor hem om zijn mond open te doen. Het is ongelofelijk jammer dat hij hier nu niet kan zijn om dat te doen. De minister heeft er al afstand van genomen. Ik vraag hem hier, in deze zaal, om namens het hele kabinet deze intimidatie en dit geweld te veroordelen. Ik vraag hem om afstand te nemen van de suggestie van de premier om een paar weken niet te demonstreren. Ik vraag hem vooral om te beloven en te garanderen dat het aanstaande zaterdag anders wordt en dat het recht op vrije meningsuiting in Nederland, van voor- en van tegenstanders, gewaarborgd en beschermd wordt. Ik vraag hem hoe hij dat gaat doen.

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan de minister.

Minister Grapperhaus:
Voorzitter. We kennen in Nederland de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vereniging en vergadering. Dat zijn Nederlandse grondrechten, waar we niet aan mogen tornen. Geweld gebruiken om je mening kracht bij te zetten of om een ander te intimideren wanneer hij of zij zijn of haar mening uit, is te allen tijde onaanvaardbaar. Geweld gebruiken is strafbaar. Ik denk dat ik daarmee duidelijk nog eens heb aangegeven hoe het kabinet hiertegen aankijkt.

Dan de vraag over de opmerkingen die de premier vorig jaar maakte. Ik denk dat ook de heer Paternotte weet dat die opmerkingen meer stonden in het verband van: laten we een mooie tijd van tradities, november, december, Sinterklaas, kerst, mijn verjaardag — maar die was vorige week — op een goede manier met elkaar doorbrengen.

De heer Paternotte (D66):
Dat zijn geen antwoorden op mijn vragen. Ik maak me ook zorgen als ik de minister op deze manier hoor, want de uitspraken van de premier vorig jaar gingen een heel stuk verder. Hij zei: laten we een aantal weken niet demonstreren. Nadat de demonstranten bekogeld, geïntimideerd en belaagd waren, nadat demonstraties verboden waren, zei hij dat hij niets had met extremisten, voor of tegen. Wie zijn hier de extremisten? Gaat de minister ervoor zorgen dat aanstaande zaterdag het demonstratierecht wel gewaarborgd is? Hoe gaat hij dat doen?

Minister Grapperhaus:
Voorzitter. Laat een ding duidelijk zijn: de openbare orde is een kwestie van het lokaal gezag. Zo hebben we dat in Nederland ingericht. Ik vind dat heel gezond in een democratie als de onze dat u dat niet allemaal bij de minister van Justitie en Veiligheid neerlegt maar dat burgemeesters samen met de politiechefs en de officieren van justitie in hun gemeente, in hun regio bepalen wat er gebeurt. Ik wil daarover hardop zeggen dat, ook gezien hoe het in de recente geschiedenis is gegaan, ik er alle vertrouwen in heb dat het Nederlands openbaar bestuur, belichaamd in die gezagsdriehoeken met voorop de burgemeester, dit echt op een goede manier doet. Ik wil toch nog benadrukken richting de heer Paternotte dat ik een korte tekst heb uitgesproken die er geen misverstand over moet laten bestaan dat ik het volstrekt afkeur als mensen niet gewoon met elkaar debatteren. Het is voorwaar in ons land een hele mooie traditie sinds ongeveer het jaar 1000, toen het polderen hier begon, maar laat ik daar een andere keer verder over spreken. Echt, ik wil heel duidelijk aan de heer Paternotte maken dat ik elke vorm van geweld waarmee beoogd wordt grondrechten van anderen in te drukken, sterk afkeur. En daar zal de politie altijd, zoals ook onlangs is gebleken, haar werk doen.

De heer Paternotte (D66):
Ik maak mij hier toch wel zorgen over. Ik snap natuurlijk het verhaal over de gemeenten, het lokale gezag en de moeilijke afwegingen die burgemeesters soms moeten maken. De Ombudsman heeft een stevig rapport geschreven waarin deze duidelijk maakt dat er te vaak te krampachtig wordt omgegaan met het demonstratierecht en dat er te veel demonstraties verboden worden. Vorig jaar zagen we dat er acht demonstraties werden verboden en dat demonstranten werden belaagd. Het jaar ervoor werd een snelweg geblokkeerd waardoor een demonstratie werd verboden. En dan zegt de minister hier: het is aan het lokale gezag. Dit is de minister die gaat over de rechtsstaat. Daarom nogmaals mijn vraag: begrijp ik hier nu uit dat u niets extra's gaat doen om ervoor te zorgen dat aanstaande zaterdag dat demonstratierecht wel bestaat? Kunt u ons aangeven in welke gemeenten demonstraties nu verboden zijn en bent u bereid, zoals de Ombudsman vroeg, om u zich ervoor in te zetten dat die verboden van tafel gaan?

Minister Grapperhaus:
Ik heb deze vraag echt wel beantwoord. Ik heb uitgelegd dat dit een bevoegdheid is van het lokaal bestuur, het lokaal gezag en dat ik er alle vertrouwen in heb dat het lokaal bestuur dat op een afgewogen manier doet. Zoals we dat altijd doen ten aanzien van grote evenementen, zal mijn ministerie uiteraard ook betrokken zijn bij de evaluatie na afloop om na te gaan hoe de dingen zijn gelopen, maar ik moet wel benadrukken dat dit juist een bevoegdheid en daarmee ook een vrijheid is die bij het openbaar bestuur ligt.

De heer Paternotte (D66):
Het ligt bij het openbaar bestuur en die moeten inderdaad afwegingen maken. Die zeggen vaak: we kunnen dat niet aan want de druk, de dreiging, de intimidatie, de extremisering van de pro-Zwarte Piet-beweging is dusdanig dat wij dan demonstraties moeten verbieden. Dan kun je twee dingen doen. Dan kun je zeggen: dat is jammer en misschien moeten we het demonstratierecht überhaupt maar inperken; collega Dijkhoff deed vorig jaar die suggestie. Of je zegt als minister die waakt over de rechtsstaat: we hebben een nationale politie, we hebben een mobiele eenheid, ik ga ervoor staan dat het demonstratierecht beschermd wordt en dat het niet met voeten kan worden getreden door extremisten die als totale malloten met geweld mensen de mond proberen te snoeren. Wat kiest de minister?

Minister Grapperhaus:
Ik ga het nog een keer zeggen. Hier ben ik niet degene die de bevoegdheid heeft, die de verantwoordelijkheid heeft, die het gezag heeft. Ik blijf het herhalen als een soort refrein: dat ligt echt op het lokaal niveau en dat is maar goed ook, want dan kun je ook naar de omstandigheden handelen. Vorig jaar in Zaanstad bij de intocht is daar ook heel erg goed op ingezet door de lokale bestuurders waardoor de intocht daar op een goede, rustige manier is verlopen. Ik ben er om er op toe te zien dat de politie en het Openbaar Ministerie hun werk kwalitatief goed doen, maar het vooraf maken van beleid over wel of niet bepaalde demonstraties is niet aan mij en dat is maar goed ook.

De voorzitter:
Dank u wel. Dank u wel, meneer Paternotte. Dan ga ik naar de heer Van den Berge namens GroenLinks.

De heer Van den Berge (GroenLinks):
Ik vind het antwoord van de minister toch net iets te makkelijk. Deze minister is wel systeemverantwoordelijk voor de politie en voor het Openbaar Ministerie en hij is verantwoordelijk voor onze veiligheid. Afgelopen weekend hebben we hier in Den Haag een vreselijke aanval gezien tegen Kick Out Zwarte Piet. Mijn vraag aan de minister is een hele eenvoudige. Wat heeft de minister naar aanleiding van die aanval gedaan om gemeenten, politie en andere bevoegde instanties te ondersteunen in het garanderen van vreedzame sinterklaasintochten en vreedzame demonstraties de komende dagen en komend weekend?

Minister Grapperhaus:
Het is volstrekt logisch en ook gebruikelijk dat als gemeenten vragen om bijvoorbeeld extra politie-inzet in het kader van een evenement of van een demonstratie die zal plaatsvinden, daar inhoudelijk naar wordt gekeken. Als dat inderdaad terecht is, dan wordt daar gehoor aan gegeven. Dat gebeurt op een goede manier. Ik ga niet op de zaak zelf in, want die is nu natuurlijk in onderzoek. Maar de politie heeft afgelopen zaterdag onmiddellijk gehandeld. Ik wil ook echt benadrukken dat de politie dat doet, ongeacht de bedoeling, de persoon of de organisatie. Als mensen geïntimideerd of bedreigd worden en met geweld worden geconfronteerd, zorgt de politie dat zij snel ter plaatse is.

De heer Martin Bosma (PVV):
Geweld hoort niet in onze democratie. Daar moet tegen opgetreden worden. Maar waar we ook geen behoefte aan hebben, is aan demagogie en extremisme. Een fractieleider van D66 heeft vorige week verklaard dat tijdens die demonstratie in Scheveningen de Hitlergroet werd gegeven. Dat is gelogen. En nu hebben we meneer Paternotte die zegt: afgelopen vrijdag, bij dat kraakpand van dat tuig, zijn mensen bekogeld, is vuurwerk gegooid, zijn er knuppels gebruikt, zijn mensen in elkaar geslagen en zijn auto's vernield. Voorzitter, hoezo? Ik heb hier het verslag van de politie. Het enige wat we weten, is dat er op een deur is gebonkt. Het enige wat we weten, is dat er een foto op Facebook is gezet.

De voorzitter:
En de vraag is, meneer Bosman?

De heer Martin Bosma (PVV):
Waar zijn de ooggetuigen? Waar zijn de beelden? Iedereen heeft een telefoontje in zijn hand. Waar zijn de vuurwerkresten?

De voorzitter:
De minister.

De heer Martin Bosma (PVV):
Waarom zijn er geen politiemeldingen?

De voorzitter:
De minister!

De heer Martin Bosma (PVV):
Waarom is er zelfs op P2000 geen melding gemaakt?

De voorzitter:
De minister! Meneer Bosma!

De heer Martin Bosma (PVV):
Waarom is er geen oproep van de politie voor getuigen?

Minister Grapperhaus:
Als dit over de individuele kwestie van afgelopen zaterdag gaat, dan weet uw Kamer dat ik daar niets over kan en ga zeggen.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Geweld is altijd onacceptabel, zeker als het gaat om de vrijheid van meningsuiting. Of je het er nou wel of niet mee eens bent, zeg ik ook richting die kant.

De voorzitter:
Welke kant?

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Richting de kant van de PVV. Maar mijn vraag is heel concreet. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat wij ons nu verschuilen achter de gebeurtenissen van afgelopen weekend, terwijl de zorgen natuurlijk veel groter zijn. Iedereen in Den Haag vraagt zich af …

De voorzitter:
En nu de vraag.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
En iedereen in het land vraagt zich af of we nog wel op een veilige manier intochten kunnen vieren, of we nog wel op een veilige manier onze mening kunnen uiten.

De voorzitter:
De vraag is?

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Mijn vraag is: is er wel voldoende capaciteit bij de politie? Zo ja, hoe kan het dan zo zijn dat mensen denken dat ze zichzelf moeten beveiligen, omdat ze niet kunnen vertrouwen op de capaciteit van de politie?

De voorzitter:
Even voor de helderheid: de vragenstellers hebben bij elkaar ongeveer vier minuten. Aanvullende vragen horen binnen 30 seconden te worden gesteld. Dat weten alle Kamerleden. Ik merk dat iedereen daar overheen gaat. Even ter herinnering. Het is bedoeld voor iedereen.

Minister Grapperhaus:
Voorzitter, ik zal kort maar krachtig antwoorden. In de zaak van afgelopen zaterdag — waarbij ik ter verduidelijking zeg dat ik over het vervolg geen uitlatingen kan doen, want dat mag een minister van Justitie en Veiligheid niet — was de politie in ieder geval zeer snel ter plaatse. Ik herken mij niet in het beeld dat er in dat opzicht te weinig capaciteit zou zijn. Ten slotte wil ik in ieder geval benadrukken dat iedereen in Nederland zich volledig veilig moet voelen om zijn mening te uiten. Maar nogmaals, daar hoort geen geweld bij. Daar begon mevrouw Kuiken mee, en dat vind ik wel een vraag die een antwoord verdient.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De minister stelt zich heel zakelijk op en het klopt in beginsel dat hij geen uitlatingen hoeft te doen als de zaak onder de politie is. Maar we zien wel een verschil, want toen dierenrechtenactivisten in een stal zaten om de beelden naar buiten te brengen van wat zich daar afspeelt, noemde de minister het wel "extremisme". Toen zei hij: "ik vind het zo erg voor de boeren, ik ga daarheen om steun te betuigen." We hebben hier te maken met een kwestie met fysieke bedreiging van mensen die in vergadering zaten. De minister heeft het nog geen extremisme genoemd en hij heeft ook nog niet gezegd: "ik ga die mensen even steunen die het slachtoffer waren van dit geweld."

De voorzitter:
En de vraag is, mevrouw Ouwehand?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De vraag is of de minister er nu dan wel toe bereid is om dat te doen.

Minister Grapperhaus:
Maar dan moeten we toch de historie even goed neerzetten. Ik heb in uw Kamer, in het debat dat eind mei naar aanleiding van een mondelinge vraag hierover plaatsvond, in algemene zin gezegd: "eigenrichting, het recht in eigen hand nemen, hoort niet in onze maatschappij thuis." Dat was naar aanleiding van de stalbezetting in Boxtel. Ik heb ook daar duidelijk aangegeven dat er ik meen 67 of 69 mensen waren aangehouden, dus dat ik daar verder niet op inging, want die zaak was onder het Openbaar Ministerie. Ik ben inderdaad de betreffende boer in Boxtel gaan bezoeken. Dat doen collega Dekker en ik allebei. We voeren regelmatig gesprekken met slachtoffers van bepaalde strafbare delicten. Dat zegt niets over ons oordeel over de zaak of over de daders, maar ik vind ook dat het bij Justitie en Veiligheid hoort dat wij ook persoonlijk aandacht hebben voor de mensen die iets naars overkomt.

De voorzitter:
De heer Paternotte. O, mevrouw Ouwehand, tweede vraag, dat wist ik niet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het is fijn dat de minister aandacht heeft voor slachtoffers, maar ik heb gevraagd of hij dan ook bij deze mensen van Kick Out Zwarte Piet langsgaat, die daar in vergadering zaten en vuurwerk naar zich gegooid kregen. Dat is vraag één.

De tweede vraag. Ik vind, even los van het veroordelen en opnoemen van wat strafbaar is in Nederland — ik ben blij dat de politie er bovenop zit — dat het kabinet ook kleur moet bekennen. Waarom kiest het kabinet er niet voor om te de-escaleren en gewoon te zeggen: beste mensen, tradities veranderen met de tijd mee, we staan voor een aanpassing, zodat sinterklaas een feest wordt voor alle kinderen en dat onbedoelde of onbewuste racistische en discriminerende elementen er gewoon uit worden gehaald? Dat zou het kabinet moeten doen.

Minister Grapperhaus:
Het is al vaker gezegd door het kabinet: de discussie hierover is een maatschappelijk debat. We moeten niet in een discussie over een dergelijke traditie als overheid gaan opleggen wat er moet worden gevonden of gedacht.

De voorzitter:
De heer Paternotte. Ik ben bang, mevrouw Ouwehand, dat het hierbij blijft, want het is een mondeling vragenuur. Ik kijk even of de minister nog iets toe te voegen heeft aan zijn laatste opmerkingen, wat betreft het antwoord op mevrouw Ouwehand.

Minister Grapperhaus:
Nee, ik heb niets toe te voegen. Ik dacht dat ik antwoord had gegeven.

De voorzitter:
Dan houdt het op. De heer Paternotte namens D66.

De heer Paternotte (D66):
Schandelijk hoe de heer Bosma hier zojuist een aanval op een vreedzame vergadering afdoet als "op de deur bonzen". We hebben allemaal gezien hoe die deur bijna vernield is. We hebben die auto's gezien die kort en klein zijn geslagen. Dan zegt Geert Wilders allereerst dat hij het gezeur vindt en nu doet de heer Bosma hetzelfde. Ik vind het schandelijk.

Ik heb ook nog een vraag aan de minister. Meerdere deskundigen geven aan dat er sprake is van radicalisering bij de pro-Zwarte Pietbeweging. Constateert hij dat ook en wat wil hij daarmee gaan doen?

Minister Grapperhaus:
Ik kan daarover zeggen dat dit een onderwerp is van aandacht voor mijn ministerie. Laat dat in ieder geval duidelijk zijn. Het is eerder aan de orde geweest in het zogenaamde DTN, het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland. Hier zal bij het eerstvolgende Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland dat over enige tijd verschijnt ongetwijfeld ook weer aandacht aan worden besteed.

De heer Van Raak (SP):
Voorzitter. Waar zijn we mee bezig in dit land? We hebben een kinderfeest, een prachtig feest voor ieder kind! De minister herinnert het zich nog wel: met natte haartjes zingend voor het televisiescherm.

Minister Grapperhaus:
Dat is wel heel lang geleden.

De voorzitter:
Heel lang geleden, ja.

De heer Van Raak (SP):
En dat wordt nu bedreigd! Demonstranten worden bedreigd. Er heeft zelfs iemand gedreigd met een aanslag. Echt, waar zijn we mee bezig in dit land? Ik kan de minister alleen maar vragen: zorg voor voldoende capaciteit. Zorg voor voldoende capaciteit en zorg ervoor dat geweld de komende dagen en weken wordt voorkomen; zorg ervoor dat de grondrechten van mensen worden gerespecteerd, maar vooral zorg voor capaciteit opdat dit kinderfeest blijft bestaan.

De voorzitter:
Dit is eigenlijk een oproep. De minister.

Minister Grapperhaus:
Het eerste deel van de oproep spreekt mij zeer aan. Zelfs de meest gemene sinterklaasgedichten heb ik toch altijd doorstaan, met of zonder haar. Natuurlijk sta ik ervoor dat we, als gemeenten een beroep doen op extra politie-inzet, daar goed naar kijken en daar op een adequate manier mee aan de slag gaan.

De heer Van Dam (CDA):
Voorzitter. Een beetje in lijn met de opmerking van collega Van Raak, maar zeker in vervolg op de vraag van mevrouw Kuiken: heel veel politie-inzet bij sinterklaas. We krijgen oud en nieuw nog. Om de week staat het Malieveld vol met demonstranten en elke keer staat de politie daar ook bij. Ik maak mij daar zorgen over. Ik maak mij er zorgen over of er voldoende capaciteit is en ik kan me haast niet voorstellen dat de minister die zorg niet met mij deelt. Ik vraag me af of we niet toch op de een of andere manier tot een grens moeten komen van wat die inzet is. Bijvoorbeeld in Rotterdam heeft men het aantal uren voor evenementen gemaximeerd. Lastig onderwerp, maar ziet de minister daar ook nog mogelijkheden?

Minister Grapperhaus:
Ik begin met heel hardop te zeggen dat ik die zorg van de heer Van Dam over de politiecapaciteit deel. Ik heb dat probleem vaker met uw Kamer gedeeld, vooral met uw vaste Kamercommissie. Je krijgt de door dit kabinet gefinancierde structurele versterking van de politie echt niet van de ene op de andere dag zover. Nu heeft u kunnen lezen dat ik nog weer extra geld heb gekregen voor nog meer versterking en dergelijke, maar dat is niet van vandaag op morgen geregeld. Ik deel de zorg van de heer Van Dam dat wij de politie, die al zo keihard werkt, enorm belasten. De gedachten die de heer Van Dam daarover uit, vind ik zeker goed om met elkaar in een kleiner verband te bespreken. Dat wil ik hier hardop zeggen, want we moeten echt kijken hoe we met bepaalde dingen omgaan. Ik heb weleens de vraag gesteld of we inderdaad toe moeten naar een maatschappij waar de politie op een heel groot aantal evenementen moet gaan controleren op het gebruik van pilletjes en dergelijke. Dat zijn allemaal vragen die wij dan met elkaar moeten bespreken. Het is een moeilijke discussie, maar we moeten hem voeren.

De heer Kuzu (DENK):
Voorzitter. Het is bijna een traditie geworden dat we omstreeks medio november beginnen aan de discussie over het sinterklaasfeest. Ik kan me nog heel goed herinneren dat de minister-president vorig jaar zei: die discussie moeten we wel voeren, maar niet rond het sinterklaasfeest. Ik zou eigenlijk aan deze minister willen vragen, aangezien de regering met één mond spreekt, wat er de afgelopen maanden is gebeurd om dit soort taferelen te veroorzaken. Want hier staan grondrechten onder druk. De vrijheid van vereniging en de vrijheid van vergadering staan hier onder druk. Ik vraag aan deze minister wat hij in de afgelopen maanden heeft gedaan om deze escalaties te voorkomen.

Minister Grapperhaus:
Binnen de grens van mijn eigen portefeuille kan ik u zeggen dat ik over de periode die nu komt, niet alleen met uw Kamer heb gesproken, maar ook met de politie en het Openbaar Ministerie over een aantal zaken. Ik begrijp dat u zegt: ik zou willen weten hoe die discussie kabinetsbreder is geweest. Dan zeg ik uw Kamer daar een brief over toe. Daar kan ik op dit moment niet nauwkeurig op antwoorden, moet ik bekennen.

De heer Kuzu (DENK):
Voorzitter. De toezegging van de minister om de Kamer een brief te sturen waarin de inzet van de afgelopen maanden wordt beschreven om de-escalerend te werk te gaan, vind ik belangrijk en ik noteer die.

De voorzitter:
Dank. Mevrouw Kuiken voor haar tweede aanvullende vraag.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Voorzitter. Een drugsfeest en een sinterklaasfeest hebben één ding gemeen, namelijk het gebruik van pillen, maar bij het ene feest gaat het om echte pillen en bij het andere om pepernoten. Ik maak deze opmerking omdat ik mij een beetje erger. De heer Van Dam geeft terecht aan dat we ons zorgen maken of dit alles niet gaat ontaarden bij de demonstraties en intochten, of er wel voldoende capaciteit is en of mensen geen eigen rechter gaan spelen. Alles wordt echter een beetje onder het tapijt geveegd, in de trant van: het is geen serieus probleem. Daarmee doet de minister geen recht aan het onderwerp en de brede onrust in de samenleving. Ik wil vandaag kunnen voelen dat de minister die problematiek snapt en dat het hem ernst is wat dit betreft. Graag een reactie.

Minister Grapperhaus:
Voorzitter. Dat is dan niet goed overgekomen, want ik ben juist begonnen met heel kort uit te leggen dat het onacceptabel is als mensen hun mening met geweld uiten. Dat is het belangrijkste punt. Nogmaals, dat er over een onderwerp discussie ontstaat, of het nu de sinterklaasviering of Pasen is, is allemaal prima, maar ik sta ervoor dat we de uitwassen tegengaan. En dat had ik al gezegd.

De voorzitter:
De heer Kuzu had nog een vraag, maar hij mocht die niet meer stellen, want hij was door zijn vragen heen. De minister heeft de Kamer een brief toegezegd. Kan die brief de Kamer voor de begrotingsbehandeling bereiken? Weet u dat nog?

Minister Grapperhaus:
Nou ja, de brief gaat niet zozeer over Justitie en Veiligheid. De vraag is vooral wat het kabinet hier op de diverse departementen aan heeft gedaan. Ik kan niet garanderen dat ik die brief binnen een week gereed heb, nog los van het feit dat het niet zozeer mijn begroting betreft, als wel ook die van VWS, SZW en OCW, want dat zijn de departementen die hier de grootste rol in spelen.

De voorzitter:
En die brief zouden wij ongeveer…?

Minister Grapperhaus:
Aan het eind van deze maand is die er zeker.

De voorzitter:
Oké, dan is dat genoteerd. Dank u wel.

Vragen Kuiken

Vragen van het lid Kuiken aan de minister van Justitie en Veiligheid over het bericht dat Turkije IS'ers gaat terugsturen.

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Kuiken voor haar vraag aan dezelfde minister, de minister van Justitie en Veiligheid, over het bericht dat Turkije IS'ers gaat terugsturen.

Mevrouw Kuiken namens de PvdA.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Voorzitter. Afgelopen vrijdag berichtte de Turkse minister van Binnenlandse Zaken dat ze IS'ers actief gaat uitzetten. Twee dagen geleden kwam het bericht binnen dat een Duitser of een Deen en een Amerikaan daadwerkelijk zijn uitgezet. Dat roept de vraag op of er onder deze groep van opgepakte IS'ers ook Nederlanders zitten. Zijn er indicaties dat Nederlandse IS'ers actief zullen worden uitgezet naar Nederland? Heeft het kabinet inmiddels contact met de Turkse regering over het terugzenden van deze IS'ers? Zo ja, wat zijn die contacten geweest en kunnen we verwachten dat de Turkse regering ons actief zal informeren op het moment dat dit het geval is? Heeft het kabinet sinds afgelopen weekend concrete maatregelen genomen om de komst van deze IS'ers op een goede manier te regelen? Zo ja, wat zijn die maatregelen dan? Wat gebeurt er als iemand zich opeens onverhoeds meldt aan onze grenzen? Graag een reactie.

De voorzitter:
Het woord is aan de minister.

Minister Grapperhaus:
Voorzitter. Naar aanleiding van de uitspraken van de Turkse minister waar het lid Kuiken aan refereert…

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Mevrouw.

Minister Grapperhaus:
Oh, pardon, excuus, het was niet kwaad bedoeld.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Ik dacht dat u "de heer" zei.

Minister Grapperhaus:
Nee, ik zei "lid".

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Oh, lid, excuus, mijn oren.

Minister Grapperhaus:
Oké, ik zal het ter voorkoming van misverstanden over mevrouw Kuiken hebben.

De collega van BZ en ik hebben navraag gedaan bij de ambassade. Vervolgens hebben wij vastgesteld dat in de meeste gevallen waar de Turkse minister naar verwees, sprake was van al langer bekende voornemens tot uitzetting. Het uitgangspunt is natuurlijk dat het aan Turkije is om te bepalen wat men doet met uitreizigers of foreign terrorist fighters die zich op het Turkse grondgebied bevinden, want daar heeft Turkije nu eenmaal territoriale jurisdictie. Daarbij is het wel van het grootste belang dat Nederland en andere landen tijdig worden geïnformeerd, zeg ik ook naar aanleiding van de vraag van mevrouw Kuiken. We houden daarom nauw contact met Turkije over de Nederlandse uitreizigers die zich bij de Nederlandse ambassade hebben gemeld. Wij kijken daarbij in hoeverre er sprake is van terugkeer. Zo ja, dan zal dat begeleide terugkeer moeten zijn ten behoeve van vervolging in Nederland. Dat is conform het vaste beleid. Verder zijn alle diensten die het betreft inderdaad voorbereid. Als het een IS'er betreft die zich als Nederlander gemeld heeft bij het consulaat, hiernaartoe wordt gehaald en in detentie wordt geplaatst, dan is ook de Raad voor de Kinderbescherming direct betrokken om het betreffende kind te kunnen opvangen. Uiteraard zijn ook de marechaussee, de politie, het Openbaar Ministerie en de Dienst Justitiële Inrichtingen voorbereid voor het geval IS'ers naar Nederland terugkomen.

U vroeg nog wat we hebben gedaan sinds het afgelopen weekeinde of sinds vrijdag. Ik hoop dat ik dat al heb gedaan. Zoals gezegd zijn we in nauw contact met de Turken om hier niet voor verrassingen te komen te staan.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Dan herhaal ik toch even mijn vraag: zijn er nu concrete indicaties dat we op korte termijn mensen teruggestuurd krijgen naar Nederland? Dat is nu heel relevant. Ik weet dat het kabinet dat niet wil. Het lijkt toch een beetje een strategie waarbij je de kop in het zand steekt en denkt: als ik niet wil dat het niet gebeurt, dan hoop ik ook dat het niet gebeurt. In het ergste geval gebeurt het dan straks toch, als u me nog kan volgen. Dan staan hier straks opeens actieve IS-strijders aan onze grenzen.

Mijn tweede vraag is welke afspraken inmiddels gemaakt zijn met andere Europese landen. Want het kan ook zijn dat ze niet zozeer actief op een vliegtuig worden gezet als wel gewoon over de grens worden gezet. Dat betekent dat andere bondgenoten, lidstaten, geconfronteerd worden met onze Nederlandse IS-strijders. Welke strategie geldt daarvoor? Met andere woorden, hoe realistisch is het dat Turkije op korte termijn actief mensen zal uitzetten naar Nederland, of dat nou rechtstreeks is of via andere landen om ons heen?

Minister Grapperhaus:
Laat ik even beginnen met te zeggen dat de weergave van het beleid niet helemaal de juiste is. Ik ga toch maar even uitgewerkt zeggen wat het vaste beleid is. Als een uitgereisde persoon, een IS'er, met de Nederlandse nationaliteit zich meldt bij een consulaat of ambassade en als de nationaliteit en dergelijke overtuigend zijn vastgesteld, dan wordt een uitleveringsprocedure in gang gezet. Zodra die persoon op Nederlands grondgebied komt, vindt arrestatie plaats en wordt vervolging opgestart. Dat is het vaste beleid in Nederland. Ik heb de twee dames — zoals ook al bekend is uit de pers — net al genoemd. Een van hen heeft de Nederlandse nationaliteit, de andere niet meer; die heeft alleen nog de Marokkaanse nationaliteit. Ook als zich in de toekomst dergelijke gevallen zullen voordoen, wordt gewoon getoetst aan dat zojuist door mij geschetste vaste beleid, want dan staan berechting en vervolging in Nederland voorop.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Nu geeft de minister toch niet helemaal antwoord op mijn vraag, want ik vroeg niet naar mensen die zichzelf actief melden bij het consulaat om actief teruggebracht te worden naar Nederland. Ik heb het hier over mensen die door Turkije zijn opgepakt en actieve IS-strijders zijn geweest, mannen, die op korte termijn wellicht naar Nederland overgebracht zullen worden. En ik herhaal mijn vraag: zijn er indicaties dat er Nederlandse mannelijke IS-strijders op korte termijn actief naar Nederland zullen worden teruggestuurd? Zo ja, zijn we dan voorbereid? Zo nee, waarom niet? Houden we daar serieus rekening mee? Dat is de crux van mijn vraag.

Minister Grapperhaus:
Over het voorbereid zijn heb ik al eerder geantwoord, dus ik verwijs naar het eerdere antwoord. Anders zou ik u een hele herhaling bezorgen.

Over het andere punt, of bekend is dat er op korte termijn nog anderen zouden komen, heb ik gezegd dat wij in nauw contact zijn met Turkije. Op dit moment is er alleen sprake van de twee vrouwen waarvan ook in de media al melding is gedaan. We houden in de gesprekken daar heel duidelijk de vinger aan de pols.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Ik moet dus concluderen dat we niet het risico lopen dat er op korte termijn door Turkije een aantal mensen, mannen, aangedragen zullen worden die actief worden uitgezet. Dat noteren we dan nu. Als straks blijkt dat die informatie toch anders is, hebben we een probleem.

Ten tweede had ik gevraagd of er nu afspraken zijn gemaakt met andere landen om ons heen. Ook zij zullen met dit probleem worden geconfronteerd. Denemarken en Duitsland werden genoemd, maar er zullen andere lidstaten volgen. Graag een reactie.

Minister Grapperhaus:
Om met het laatste te beginnen. Ja, wij zijn in nauw overleg met andere Schengenlanden die dezelfde problematiek hebben.

Wat het eerste betreft, heb ik gezegd dat we in nauw contact staan met de Turken. Het gaat op dit moment over deze twee. Ik kan geen 100% garantie geven, maar ik ga op dit moment uit van een zorgvuldige bejegening van de Turkse overheid bij die gesprekken. Kortom, dat zijn in ieder geval, vind ik, goede gesprekken.

De heer De Graaf (PVV):
Het is een en al vaagheid, al jarenlang, bij deze minister als het gaat over het terugkeren van jihadisten uit IS-gebied, mensen die hiervandaan vertrokken zijn. We weten ook dat het de diepste persoonlijke overtuiging van deze minister van CDA-huize is dat je die mensen terug moet halen, dat ze weer te bekeren zijn tot een normaal denkend en gezond leven, dat je ze barmhartigheid moet bieden en dat je in gesprek met ze moet kunnen gaan om ze te vergeven. Ik weet wel waarom die vaagheid er is, namelijk omdat die persoonlijke overtuiging van de minister dadelijk op de voorgrond komt te staan. Stuur deze mensen, als er Nederlanders tussen zitten, terug naar Noord-Syrië, want daar zijn ze opgepakt. En zo niet, dan ga ik ervan uit dat de persoonlijke overtuiging van de minister gewonnen heeft. Of heb ik ongelijk, vraag ik hem.

Minister Grapperhaus:
Ik sta volledig achter het zojuist door mij geschetste kabinetsbeleid, dat overigens helder is en al twee jaar daarin consistent is, dus ik denk dat daar niet heel veel twijfel over kan bestaan. Het hier krijgen van mensen die elders worden uitgezet omdat ze de Nederlandse nationaliteit hebben, is nu eenmaal het consistente beleid van dit kabinet. Als iemand met de Nederlandse nationaliteit zich bij een ambassade of een consulaat meldt, dan zal diegene worden uitgeleverd en hier worden vervolgd en berecht.

De heer Van den Berge (GroenLinks):
GroenLinks heeft steeds tegen het kabinet gezegd: span je maximaal in om mensen terug te halen en zet in op berechting van IS-strijders en deradicalisering van kinderen. Het kabinet heeft zich steeds verscholen achter wensdenken over lokale berechting, oplossingen die in de praktijk niet blijken te werken. Nu worden we door Turkije gedwongen mensen terug te nemen en door de rechter gedwongen ons in te spannen om kinderen te laten terugkeren. Ik doe een dringend beroep op deze minister. Verspil uw energie nou niet aan dat achterhoedegevecht, aan wensdenken over lokale berechting wat niet gaat werken. Neem de regie, zet in op berechting van IS-strijders hier en zet in op het deradicaliseren van kinderen. Daar komt u verder mee dan met het wensdenken en het geloof in oplossingen die er niet gaan komen.

Minister Grapperhaus:
Ik hoor niet echt een vraag, maar het is goed om weer even te melden dat hier toch dingen door elkaar worden gehaald. Het kabinet heeft consistent — volgens mij is dit beleid al onder het vorige kabinet ingezet — gezegd dat als mensen, IS-strijders, uitreizigers met de Nederlandse nationaliteit zich melden bij een consulaat of een ambassade in de Midden-Oostelijke regio, we aan het betreffende land zullen vragen om uitlevering. Dan zullen diegenen in hechtenis genomen worden en vervolgd en berecht worden. Dat is consistent beleid. Ik denk dus toch dat hier dingen door elkaar worden gehaald.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
De minister vertelt wat er zal gebeuren op het moment dat de Turken iemand met de Nederlandse nationaliteit, een jihadist, op het vliegtuig zetten. Kan hij ook schetsen wat het kabinet zal doen als een illegale vreemdeling, dus iemand zonder geldige papieren, uit het vliegtuig komt? Gaat diegene dan meteen in vreemdelingendetentie? Gaan we die kant op? Hoe zal dat er dan uitzien?

Minister Grapperhaus:
Het lijkt me verstandiger om dat in een brief aan de Kamer — dat kan ik zeker toezeggen voor de begroting — nog eens op een rij te zetten. Ik zeg dat in alle eerlijkheid, omdat ik dan echt op het terrein van mijn staatssecretaris ga komen. We hebben vorige week woensdag een debat gehad dat helaas door de gebeurtenissen op Schiphol moest worden onderbroken. Dat spijt mij ook zeer. Ik was toen degene die spel brak in verband met die kwestie. Ik had niet op een knop gedrukt, wil ik benadrukken. Ik wil in ieder geval toezeggen dat er uiterlijk volgende week maandag een antwoord op deze vraag komt.

De heer Sjoerdsma (D66):
Het kabinet heeft geschreven dat het een aanvang zal maken met de uitvoering van het vonnis van de rechtbank. Ik vraag de minister of een aanvang maken ook betekent dat het kabinet zal overleggen met de Verenigde Staten over het aanbod dat zij hebben gedaan, en waarvan de Amerikaanse ambassadeur zegt dat het nog steeds staat, om ons te assisteren bij het uitvoeren van dit vonnis.

Minister Grapperhaus:
We zullen bij het aanvang maken van de nakoming alle mogelijkheden en alle punten meenemen.

De heer Van Raak (SP):
Als Turkije mensen hier naartoe stuurt, is de minister dan bereid om de Kamer daarover te informeren? Ik hoef geen namen en rugnummers te hebben, maar ik wil wel weten dat die mensen hier komen en wat er hier met ze gaat gebeuren. En dan is er nog een kwestie. Als de nationaliteit is afgepakt, zegt Turkije: die mensen komen uit Nederland, dus die sturen we naar Nederland. De minister heeft dan wel de nationaliteit afgepakt. Wat gaat hij in zo'n geval doen?

Minister Grapperhaus:
Ik zal de Kamer tijdig informeren — de NCTV zal dat doen — als inderdaad mensen hier naartoe komen en wij dat weten vanuit de, in dit geval, Turkse kant. Ik benadruk nogmaals dat de contacten die we daarover hebben zodanig en zo zorgvuldig zijn dat ik er echt van uitga dat wij die informatie krijgen en niet verrast zullen worden. Ik vind het heel lastig om in als-danredeneringen te spreken, maar u moet ervan uitgaan dat wij in ieder geval alle gevallen telkens op hun juridische merites zullen beoordelen.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Het bericht dat de Turken actieve IS-strijders terug zullen sturen, heeft tot heel veel schrikreacties geleid, ook in ons land. Ik hoor de minister zeggen dat hij nu geen aanwijzingen heeft om te denken dat daar ook mensen zitten die naar Nederland worden teruggestuurd, maar ik wil hem toch iets vragen. Op het moment dat dat toch zo blijkt te zijn, is Nederland dan voldoende voorbereid op de veiligheidsrisico's die dat met zich mee zou brengen? Ik wil daar nog een tweede punt aan koppelen, dat raakt aan wat de heer Van Raak zojuist zei. Stel dat de Nederlandse nationaliteit is afgepakt, maar het OM voor deze personen wel een verzoek tot vervolging wil doen en de minister vraagt om de ongewenstverklaring op te heffen. Hoe zal het ministerie dat verzoek wegen?

Minister Grapperhaus:
Wat dat laatste betreft, verwijs ik naar de behandeling in de Eerste Kamer van februari 2017. Ik meen dat het op 7 februari 2017 was. Toen is in de Eerste Kamer uitvoerig over dit punt gesproken. Mijn directe voorganger heeft daar toen duidelijk gemaakt dat hier altijd een belangenafweging speelt. De nationale veiligheid is daar een heel belangrijk aspect bij, laat dat duidelijk zijn. Ik vind het heel gevaarlijk om hier casuïstiek te gaan veralgemeniseren, als dat al niet juridisch onjuist zou zijn. Die belangenafweging is in ieder geval een heel belangrijk aspect dat hier meespeelt.

Mevrouw Van der Graaf vroeg nogmaals, in het verlengde wat mevrouw Kuiken eerder vroeg, hoe het met de voorbereiding is. Ik heb hierover periodiek overleg met de NCTV, en de NCTV overlegt met de betreffende diensten. Daarbij moet u denken aan de Kinderbescherming, maar ook aan het Openbaar Ministerie. We bereiden ons echt met elkaar in zorgvuldigheid voor op wat eventueel het geval zou kunnen zijn.

En ten slotte wil ik opmerken dat een dergelijke kwestie enkele collega-Schengenlanden nog veel meer zorgen zou moeten opleveren omdat het daar om veel grotere aantallen gaat. Daarom is het overleg met Schengenlanden ook zo belangrijk.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Ook wij namen kennis van de uitspraak in kort geding en hebben ook met belangstelling kennisgenomen van het feit dat het kabinet in hoger beroep is gegaan. Maar in de tussentijd maken we ons wel zorgen over eventuele voorbereidingen ten aanzien van de kinderen. Wordt daarin ook heel kritisch meegenomen dat zeker niet voor alle kinderen zal gelden dat zij terug moeten keren bij grootouders of familie? Want er zijn nogal wat grootouders en familieleden die totaal, maar dan ook totaal niet wensen in te zien waartoe hun dochters en zonen mogelijk in staat zijn gebleken. Een plek bij grootouders of familieleden is dus zo ongeveer de laatste plek op aarde waar deze kinderen naar terug moeten keren.

Minister Grapperhaus:
Ik moet dit even behoedzaam zeggen, want ik kom dan op het beleidsterrein uit de portefeuille van collega Sander Dekker, maar ik wil daar wel over zeggen dat die goede voorbereiding aan deze kant van de Raad voor de Kinderbescherming zeker een heel belangrijk punt is. Daarmee wil ik overigens heel duidelijk benadrukken dat dit helemaal aan het einde is, als er een bepaalde uitkomst is uit die inspanningsverplichting.

De voorzitter:
Dank u wel.

Vragen Tielen

Vragen van het lid Tielen aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over ontslagvergoedingen voor falende werknemers.

De voorzitter:
Dan zijn we nu toegekomen aan de laatste vraag. Die wordt gesteld door mevrouw Tielen van de VVD aan de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, die ik van harte welkom heet. De vraag gaat over ontslagvergoedingen voor falende werknemers.

Het woord is aan mevrouw Tielen.

Mevrouw Tielen (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Een artikel wat daarover in Het Financieele Dagblad van afgelopen donderdag verscheen, deed me denken aan een gesprek dat ik recentelijk had met een mkb-ondernemer. Hij had een medewerker die productiemateriaal stal. De medewerker nam dat mee naar huis, ging daar producten van maken en verkopen. Uiteraard werd die werknemer ontslagen. De ondernemer was niet van plan om een boete in de vorm van een transitievergoeding te betalen. Tenminste, de ondernemer ervoer die vergoeding zo, als een boete. De rechtsprocedure loopt nog en de ondernemer moet daar ontzettend veel energie en geld in steken. Maar wat misschien nog wel belangrijker is: dit tast zijn gevoel van rechtvaardigheid aan. Hij kan er met zijn gezond verstand niet bij dat hij die boete zou moeten betalen terwijl hem niets te verwijten valt. Dat geldt ook voor de werkgevers uit het artikel.

Daarom wil ik aan de minister de volgende vragen stellen. Hoe vaak komt het probleem voor dat Het Financieele Dagblad schetst? Hoe vaak moeten werkgevers een transitievergoeding betalen terwijl de werknemer om zijn wangedrag is ontslagen? En ten tweede: brengt de Wet arbeidsmarkt in balans, die per januari 2020 ingaat, meer duidelijkheid voor mkb-ondernemers wanneer zij iemand ontslaan, of wordt het juist onduidelijker? En wat doet de minister om ervoor te zorgen dat mkb-ondernemers weten waar ze aan toe zijn in dit soort gevallen? Ten derde. In de wet is een verschil gemaakt tussen "verwijtbaar gedrag" en "ernstig verwijtbaar gedrag". Dat verschil heeft nogal wat gevolgen voor de rechten op transitievergoeding. Bij mkb'ers die niet allerlei hr-adviseurs en bedrijfsjuristen in dienst hebben — en dat zijn er nogal wat — leidt dit tot een gevoel van onzekerheid. En als wij het met ons gezond verstand al niet kunnen uitleggen, is de wet dan niet te breed geformuleerd? En kunnen we daar wat aan doen?

Tot slot, voorzitter. Is de minister het met de VVD eens dat het als een boete wordt ervaren als iemand iemand ontslaat vanwege misdragingen, en hij vervolgens tienduizenden euro's moet betalen aan die ontslagen persoon? Dat doet onrechtvaardig aan. Kan de minister dit uitleggen? En hoe gaan we daarmee om?

De voorzitter:
Het woord is aan de minister.

Minister Koolmees:
Dank, voorzitter. En ik dank mevrouw Tielen voor de gestelde vragen. Ik heb het artikel in Het Financieele Dagblad ook gelezen. Ik zal puntsgewijs op de vragen ingaan. Ik begrijp de vraag van mevrouw Tielen heel goed. Ik spreek ook ondernemers bij wie zo'n casus aan de hand was. Je hoort inderdaad heel vaak dat het onrechtvaardig voelt als er toch een transitievergoeding moet worden betaald ook al is er een gevoel van verwijtbaar handelen.

Hoe vaak komt het nou voor? In 2017 hebben we een evaluatie gehad van het Hugo Sinzheimer Instituut, tweeënhalf jaar na de introductie van de Wet werk en zekerheid. Daarin is de transitievergoeding geïntroduceerd. Tot 2017, tweeënhalf jaar na de introductie, bleek er 116 keer sprake geweest te zijn van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever en is er 110 keer geen transitievergoeding uitgekeerd vanwege verwijtbaar handelen van de werknemer. Je ziet dus dat de kantonrechter in de praktijk wel degelijk kijkt naar de casus. Er zijn ook een paar uitzonderingen geweest, bijvoorbeeld iemand die één misstap heeft begaan maar voor de rest 30 jaar lang goed heeft gewerkt en goede beoordelingen heeft gehad. Hij kreeg een aangepaste transitievergoeding, bijvoorbeeld een halve transitievergoeding. De kantonrechter kijkt dus elke keer naar de feiten en de omstandigheden, en naar wat er in de afgelopen tien à twintig jaar is gebeurd om tot een beoordeling te komen over het beëindigen van het dienstverband.

Gaat de WAB, de Wet arbeidsmarkt in balans, meer duidelijkheid geven? Voor een deel wel, omdat de transitievergoeding in de Wet arbeidsmarkt in balans is geharmoniseerd: een derde maand per gewerkt jaar. In de Wet werk en zekerheid was die hoger. Zeker voor mensen boven de 50 met een lang dienstverband was er een hoge transitievergoeding. Die hebben we nu gelijkgetrokken voor iedereen, ongeacht leeftijd. Ik denk dat dat transparanter is, ook naar werkgevers en ondernemers toe. We hebben natuurlijk ook de cumulatiegrond geïntroduceerd in de Wet arbeidsmarkt in balans, waardoor het mogelijk wordt om verschillende ontslaggronden te combineren. Je ziet vaak in de praktijk dat er enerzijds sprake is van verstoorde arbeidsverhoudingen, maar dat er ook andere zaken aan de hand zijn, waardoor met name mkb-werkgevers zeggen: ik kan niet door met deze persoon. Die mogelijkheid hebben we natuurlijk ook gemaakt in de Wet arbeidsmarkt in balans.

Uw derde vraag ging over het onderscheid tussen verwijtbaar en ernstig verwijtbaar. Dat is een hele lange discussie geweest bij de behandeling van de Wet werk en zekerheid van mijn voorganger. Dat werd toen het muizengaatje genoemd. De bedoeling was dat de standaard zou zijn dat de transitievergoeding in het gros van de gevallen heel erg voorspelbaar zou worden, juist om voor ondernemers voorspelbaarheid te creëren, behalve als er sprake was van ernstig verwijtbaar gedrag, bijvoorbeeld diefstal of andere grote zaken. De rechter zou dat beoordelen. Dat zijn de zaken waar ik het net over had: 116 gevallen van ernstig verwijtbaar handelen en 110 gevallen waarin geen transitievergoeding werd uitgekeerd vanwege verwijtbaar handelen. De vraag is: is die wet niet te breed geformuleerd? De analyse die we hebben gedaan — de evaluatie — geeft dat niet aan. Die laat zien dat het echt een uitzondering is en geen lopende praktijk.

Dat waren volgens mij de vragen die u heeft gesteld. Klopt dat? Of heb ik er een overgeslagen?

Mevrouw Tielen (VVD):
De minister zegt dat het onderscheid tussen ernstig verwijtbaar en verwijtbaar uit de Wet werk en zekerheid komt. Op zichzelf verandert daar niks aan met de Wet arbeidsmarkt in balans, maar dat geldt wel voor de cumulatiegrond. Op zichzelf ondersteunen wij dat, want het gaat er uiteindelijk om dat werkgevers en hun medewerkers gezamenlijk goede dingen kunnen doen voor hun bedrijf en voor onze economie. Tegelijkertijd zit daar ook het risico in dat het juist onduidelijker wordt. Is de minister bereid om daar kort na de intreding van de Wet arbeidsmarkt in balans met extra alertheid naar te kijken, om te zorgen dat mkb-ondernemers op de hoogte zijn? Wat gaat de minister doen om ervoor te zorgen dat zij op de hoogte zijn? En ten tweede: hoe gaat hij ervoor zorgen dat dit ze niet onnodig verwart en tot vervelende boetes leidt?

Minister Koolmees:
Mevrouw Tielen heeft gelijk. We moeten sowieso vermijden dat het tot verwarde mensen leidt. Daarom zijn we ook begonnen met een informatiecampagne voor de introductie van de Wet arbeidsmarkt in balans. Die loopt nu. Er is veel aandacht voor alle aspecten, ook voor de premiedifferentiatie en voor de cumulatiegrond. We hebben in de Wet arbeidsmarkt in balans het gebruik van de cumulatiegrond beperkt tot maximaal 1,5 keer de transitievergoeding. Maar de praktijk zal natuurlijk moeten uitwijzen hoe de kantonrechter hiermee omgaat. We houden de vinger aan de pols en we zullen het gaan monitoren. Ik heb aan de Kamer beloofd om daar een overzicht van te geven. Maar het is voor een deel ook jurisprudentie die moet worden ingevuld. Dat is natuurlijk altijd ingewikkeld bij wetswijzigingen. De kantonrechters hebben een bepaalde tijd nodig om tot een soort standaard te komen die ook door ondernemers wordt herkend. Dus deels is het onvermijdelijk dat de eerste periode een zoektocht van kantonrechters gaat worden: hoe gaan we hier in de praktijk mee om? Op 1 januari 2020 gaat dit in, dus over twee maanden, en we gaan het natuurlijk wel volgen en de vinger aan de pols houden.

Mevrouw Tielen (VVD):
Dat de jurisprudentie zich moet voegen, snap ik. Dat het tijd kost, snap ik ook. Tegelijkertijd hebben heel veel werkgevers, ondernemers, daarmee te maken. Dus op welke termijn zou de minister daar dan wat over willen en kunnen duiden?

Minister Koolmees:
Daarvoor moet ik heel diep graven in mijn geheugen. Volgens mij heb ik dat bij de wetsbehandeling van de Wet arbeidsmarkt in balans al in de evaluatiebepaling opgenomen. Na vijf jaar is de evaluatie, maar mijn ervaring is dat als er eerder signalen komen, we al eerder met uw Kamer een debat daarover hebben. Want uw Kamer zit daar altijd flink bovenop.

Mevrouw Tielen (VVD):
Dat ga ik dan ook zeker doen.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Tielen.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ik was een beetje verrast dat deze vraag doorgeleid was, maar misschien kan de minister ...

De voorzitter:
O?

Minister Koolmees:
Is dat kritiek op de voorzitter?

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ja ...

Minister Koolmees:
Ik zou het niet doen, mevrouw Van Brenk.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ja, ik doe het toch. Ik zou graag van de minister willen weten of de klaagzang van de VVD terecht is. Volgens mij gaf u net ook al aan dat het door de Wet arbeidsmarkt in balans voor veel werkgevers ook goedkoper geworden is, omdat een heleboel ouderen lekker goedkoop de deur uit gewerkt kunnen worden.

Minister Koolmees:
Feitelijk is het zo dat de transitievergoeding is verlaagd, maar dat heeft natuurlijk wel een goede reden. Want wij weten dat, zeker onder de mkb-ondernemers, veel werkgevers angstig zijn om mensen een vast contract aan te bieden vanwege — mevrouw Tielen zei het al — de onzekerheid over een eventuele ontslagvergoeding, maar ook vanwege de risico's van loondoorbetaling bij ziekte. Met beide, zowel de Wet arbeidsmarkt in balans alsook het pakket dat ik met de werkgevers én de vakbonden heb afgesproken over loondoorbetaling bij ziekte, probeer ik dus ook de risico's van werkgevers te verkleinen. Dat doe ik in de hoop en de verwachting dat werkgevers makkelijker vaste contracten gaan aanbieden. Want het probleem waar ondernemers vaak tegen aanlopen is dat die onzekerheid van het vaste contract de reden is om maar in flexconstructies en payrollconstructies te vluchten. Dat wil ik niet en dat wil mevrouw Van Brenk ook niet.

De voorzitter:
Toch een tweede, aanvullende vraag op een vraag waarvan u vindt dat die niet doorgelaten had moeten worden?

Minister Koolmees:
Dan moet u even een andere collega uitnodigen, ben ik bang.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ja, voorzitter, ik grijp toch maar de kans.

De voorzitter:
Gaat uw gang!

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
De minister geeft aan dat werkgevers mensen dan eerder gaan aannemen. Daar waren wij al sceptisch over. Maar we zien dat op dit moment nog steeds juist ouderen niet makkelijk aan het werk geholpen worden. Ik weet dat deze minister heel positief is, maar de cijfers laten dat echt niet zien.

Minister Koolmees:
Mijn motto is sowieso: optimisme is een morele plicht. Het tweede is dat ik vorige week nog Kamervragen van mevrouw Van Brenk heb beantwoord waarin juist staat dat de werkloosheid, met name onder ouderen, fors is afgenomen en dat heel veel mensen weer hun weg naar de arbeidsmarkt hebben gevonden. Daar kan ik alleen maar positief en blij mee zijn. Mevrouw Van Brenk heeft wel een terecht punt dat zeker voor oudere werknemers geldt dat als ze ontslagen worden, de kans dat ze weer terugkeren gewoon kleiner is dan bij mensen in de leeftijdscategorie 25 tot 45 jaar. Daarom loopt ook het actieplan voor ouderen op de arbeidsmarkt. Eerst met ambassadeur John de Wolf, maar die heeft nu een nieuwe baan, als trainer van mijn club. Maar daarnaast zijn er natuurlijk ook allerlei andere instrumenten, zoals loonkostenvoordelen, die er juist op gericht zijn om de arbeidsmarktpositie van oudere werknemers te ondersteunen en te versterken.

De voorzitter:
Dank u wel.

Minister Koolmees:
Alstublieft.

De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit vragenuur. Ik schors de vergadering tot 15.00 uur. Dan gaan we stemmen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

De voorzitter:
Aan de orde is een korte regeling van werkzaamheden voor de stemmingen.

Ik stel voor zo dadelijk ook te stemmen over de aangehouden motie-Belhaj/Voordewind (35300-X, nr. 10).

Ik geef nu de heer Stoffer van de SGP het woord.

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Ik zou de motie op stuk nr. 40 (35300-X), die ik samen met de heer Bosman heb ingediend, graag willen aanhouden.

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Stoffer stel ik voor zijn motie (35300-X, nr. 40) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Stemmingen

Stemmingen

Stemmingen overige moties Burgerdoden bij Nederlandse luchtaanval in Irak

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de burgerdoden bij een Nederlandse luchtaanval in Irak in 2015,

te weten:

  • de motie-Karabulut over meer transparantie over burgerslachtoffers door wapeninzet (27925, nr. 665);
  • de motie-Kerstens over een standaardcompensatie voor de burgerslachtoffers (27925, nr. 666);
  • de motie-Öztürk over ontheffing van de voormalige minister van Defensie uit haar VN-functie (27925, nr. 667);
  • de motie-Belhaj/Voordewind over een vrijwillige schadevergoeding voor de nabestaanden (27925, nr. 668);
  • de motie-Belhaj over maximale transparantie over burgerslachtoffers bij luchtaanvallen (27925, nr. 669).

(Zie vergadering van 5 november 2019.)

De voorzitter:
Aangezien de motie-Kerstens (27925, nr. 666) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van behandeling meer uit.

De motie-Belhaj/Voordewind (27925, nr. 668) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er burgerslachtoffers te betreuren zijn als direct gevolg van Nederlandse wapeninzet;

verzoekt de regering om binnen de begroting van Defensie middelen vrij te maken voor vrijwillige schadevergoeding richting de nabestaanden en de gemeenschappen in kwestie,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 668 (27925).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Karabulut (27925, nr. 665).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Öztürk (27925, nr. 667).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Belhaj/Voordewind (27925, nr. ??, was nr. 668).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Belhaj (27925, nr. 669).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Begroting Defensie 2020

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2020,

te weten:

  • de motie-De Roon over zelfstandig beslissen over aanbesteden van Defensieprojecten (35300-X, nr. 19);
  • de motie-De Roon over de inzet van de Reaper-drones (35300-X, nr. 20);
  • de motie-De Roon over beëindigen van alle activiteiten gericht op het werven van personen met een buitenlandse nationaliteit (35300-X, nr. 21);
  • de motie-De Roon over afschaffing van de Regeling faciliteiten Turkse dienstplicht Defensie-ambtenaren (35300-X, nr. 22);
  • de motie-Bosman c.s. over bewapening voor de Reaper (35300-X, nr. 23);
  • de motie-Diks over het individueel checken van gegevens bedoeld voor buitenlandse veiligheidsdiensten (35300-X, nr. 24);
  • de motie-Diks over afzien van het verspreiden van nepnieuws voor militaire doeleinden (35300-X, nr. 25);
  • de motie-Van Helvert c.s. over gebruikmaken van rijksbreed beschikbaar gestelde middelen voor klimaatdoelen (35300-X, nr. 26);
  • de motie-Van Helvert c.s. over verder invulling geven aan het nationaal plan bij de NAVO (35300-X, nr. 27);
  • de motie-Karabulut c.s. over beschikbaar stellen van details over de inzet van F-16's boven Irak en Syrië (35300-X, nr. 28);
  • de motie-Karabulut over een jaarlijks rondetafelgesprek over operaties in het kader van artikel 100-missies (35300-X, nr. 29);
  • de motie-Karabulut over niet voldoen aan de wens om 2% van het bbp te besteden aan de Defensiebegroting (35300-X, nr. 30);
  • de motie-Karabulut/Kwint over de middelen voor de onderzeeboten inzetten om het lerarentekort aan te pakken (35300-X, nr. 31);
  • de motie-Belhaj/Voordewind over het beschermingsbeleid voor tolken (35300-X, nr. 32);
  • de motie-Kerstens over efficiënte verbetermaatregelen voor de Koninklijke Militaire Academie (35300-X, nr. 33);
  • de motie-Kerstens over middelen uit RVU-boetes ten goede laten komen aan Defensiemedewerkers (35300-X, nr. 35);
  • de motie-Kerstens over veteranenontmoetingscentra (35300-X, nr. 36);
  • de motie-Kerstens over de schaderegeling chroom-6 (35300-X, nr. 37);
  • de motie-Voordewind c.s. over voormalige Turkse delen van het F-35-programma naar Nederland halen (35300-X, nr. 38);
  • de motie-Stoffer over prioriteit geven aan een zo spoedig mogelijke implementatie van GrIT (35300-X, nr. 39);
  • de motie-Öztürk over een fonds voor burgerslachtoffers (35300-X, nr. 41);
  • de motie-Öztürk over geen cyberoorlog zonder expliciete parlementaire goedkeuring (35300-X, nr. 42).

(Zie vergadering van 7 november 2019.)

De motie-Belhaj/Voordewind (35300-X, nr. 32) is in die zin gewijzigd en nader gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Belhaj, Voordewind, Bosman, Van Helvert, Diks, Karabulut en Kerstens.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 32 (35300-X).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-De Roon (35300-X, nr. 19).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-De Roon (35300-X, nr. 20).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-De Roon (35300-X, nr. 21).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-De Roon (35300-X, nr. 22).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bosman c.s. (35300-X, nr. 23).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Diks (35300-X, nr. 24).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Diks (35300-X, nr. 25).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Helvert c.s. (35300-X, nr. 26).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Helvert c.s. (35300-X, nr. 27).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Karabulut c.s. (35300-X, nr. 28).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en Van Kooten-Arissen voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Karabulut (35300-X, nr. 29).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en Van Kooten-Arissen voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Karabulut (35300-X, nr. 30).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD, DENK en Van Kooten-Arissen voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Karabulut/Kwint (35300-X, nr. 31).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de nader gewijzigde motie-Belhaj c.s. (35300-X, nr. ??, was nr. 32).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze nader gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kerstens (35300-X, nr. 33).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kerstens (35300-X, nr. 35).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kerstens (35300-X, nr. 36).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kerstens (35300-X, nr. 37).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Voordewind c.s. (35300-X, nr. 38).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Stoffer (35300-X, nr. 39).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Öztürk (35300-X, nr. 41).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en Van Kooten-Arissen voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Öztürk (35300-X, nr. 42).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK en Van Kooten-Arissen voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2020

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2020,

te weten:

  • de motie-Kops/Beertema over parttimers in het primair en voortgezet onderwijs bewegen om meer uren les te geven (35300-VIII, nr. 32);
  • de motie-Kops/Beertema over een voltijdbonus van 5% per kwartaal (35300-VIII, nr. 33);
  • de motie-Kops/Beertema over politieke neutraliteit als component binnen lerarenopleidingen (35300-VIII, nr. 34);
  • de motie-Kops c.s. over visumaanvragen van Chinese en Iraanse studenten door de MIVD laten beoordelen (35300-VIII, nr. 35);
  • de motie-Kops c.s. over een einde maken aan schoolbezoeken aan moskeeën (35300-VIII, nr. 36);
  • de motie-Rudmer Heerema/Rog over financieel aantrekkelijk maken van meer uren werken (35300-VIII, nr. 37);
  • de motie-Rudmer Heerema/Van Meenen over een pilot met flexibele omgang met instroom en doorstroom (35300-VIII, nr. 38);
  • de motie-Rudmer Heerema over bij de beleidsregel LOOT behorende faciliteiten openstellen voor reguliere scholen (35300-VIII, nr. 39);
  • de motie-Rudmer Heerema over een financiële voorziening voor geïndiceerde topsporttalenten (35300-VIII, nr. 40);
  • de motie-Rudmer Heerema over sancties voor scholen en samenwerkingsverbanden die een eigen bijdrage vragen voor het onderwijs aan hoogbegaafde kinderen (35300-VIII, nr. 41);
  • de motie-Wiersma over ruimte voor een praktijkroute en een afstandsroute (35300-VIII, nr. 42);
  • de motie-Wiersma/Bruins over studenten die met intellectueel eigendom een bedrijf willen starten (35300-VIII, nr. 43);
  • de motie-Wiersma/Van den Hul over meer instellingen toe laten treden tot de pilot voor flexstuderen (35300-VIII, nr. 44);
  • de motie-Wiersma c.s. over een nadere aanpak voor het profileringsfonds (35300-VIII, nr. 45);
  • de motie-Wiersma/Van der Molen over een internationale talentstrategie (35300-VIII, nr. 46);
  • de motie-Westerveld c.s. over vervolgstappen om de loonkloof tussen primair en voortgezet onderwijs te dichten (35300-VIII, nr. 47);
  • de motie-Westerveld/Paternotte over meenemen van de alfa-, gamma- en medische wetenschappen in het investeringsfonds (35300-VIII, nr. 48);
  • de motie-Westerveld/Van den Berge over de studierenteverhoging niet ten koste laten gaan van de onderwijsbegroting (35300-VIII, nr. 49);
  • de motie-Westerveld over het activeren van de stille reserve (35300-VIII, nr. 50);
  • de motie-Rog c.s. over versoberen van de bovenwettelijke werkloosheidsuitkeringen en werkloze leraren weer voor de klas krijgen (35300-VIII, nr. 51);
  • de motie-Rog/Van Meenen over onderzoek naar onderwijstijd van leerlingen en leraren in het funderend onderwijs (35300-VIII, nr. 52);
  • de motie-Rog/Bruins over vergroten van de instroom op de pabo (35300-VIII, nr. 53);
  • de motie-Rog/Rudmer Heerema over differentiatie op de pabo (35300-VIII, nr. 55);
  • de motie-Kuik/Smals over overleg met werkgevers over een startkwalificatie van voortijdig schoolverlaters (35300-VIII, nr. 56);
  • de motie-Kuik/Bruins over meesteropleidingen introduceren in het bekostigde onderwijsstelsel (35300-VIII, nr. 57);
  • de motie-Kwint over het wegnemen van belemmeringen bij het oprichten van scholen voor speciaal onderwijs (35300-VIII, nr. 58);
  • de motie-Futselaar over verhogen van de kwijtschelding voor studenten met een functiebeperking (35300-VIII, nr. 60);
  • de motie-Futselaar over niet uitvoeren van de herverdeling van middelen conform het rapport-Van Rijn (35300-VIII, nr. 61);
  • de motie-Van Meenen c.s. over de facilitering van studentenraden (35300-VIII, nr. 62);
  • de motie-Paternotte/Wiersma over de wegingsfactor van studieleningen bij hypotheken (35300-VIII, nr. 64);
  • de motie-Paternotte/Bruins over het geïnvesteerde budget ongemoeid laten bij aanpassing van het leenstelsel (35300-VIII, nr. 65);
  • de motie-Paternotte/Bisschop over overleg met NWO over tweejaarlijkse aanvraagrondes voor consortia (35300-VIII, nr. 66);
  • de motie-Van den Hul c.s. over de effecten op kansengelijkheid als gevolg van het lerarentekort inzichtelijk maken (35300-VIII, nr. 67);
  • de motie-Van den Hul over niet korten op de medische, alfa- en gamma-studies voordat het onderzoek naar de bekostiging is afgerond (35300-VIII, nr. 68);
  • de motie-Van den Hul c.s. over het opnemen van de bezuiniging van 226 miljoen euro in de rijksbrede taakstelling (35300-VIII, nr. 69);
  • de motie-Bruins c.s. over studenten weer meenemen in de jaarlijkse koopkrachtberekeningen van het Nibud (35300-VIII, nr. 70);
  • de motie-Van Raan over een toezichthoudende rol voor de onderwijsinspectie bij onderwijselementen georganiseerd door bedrijven (35300-VIII, nr. 71);
  • de motie-Van Raan over waarschuwen van scholen voor lesmateriaal van jagers (35300-VIII, nr. 72);
  • de motie-Van Raan/Wassenberg over oormerken van BPRC-onderzoeksbudget voor proefdiervrije onderzoeks- en testmethoden (35300-VIII, nr. 73);
  • de motie-Van Raan over aansluiting van het agrarisch onderwijs bij de omslag naar kringlooplandbouw (35300-VIII, nr. 74);
  • de motie-Bisschop/Rog over meer maatwerk bieden ten aanzien van bevoegdheden voor het werken met het jonge kind (35300-VIII, nr. 75);
  • de motie-Bisschop c.s. over betere informatievoorziening over de positie van ouders en kinderen bij de vrijstelling wegens gewetensbezwaren (35300-VIII, nr. 76);
  • de motie-Kuzu over een verkenning naar een flexibele ov-jaarkaart (35300-VIII, nr. 77);
  • de motie-Kuzu over een systeem met een fatsoenlijke basisbeurs (35300-VIII, nr. 78);
  • de motie-Kuzu over een genderdiversiteitsdoel voor het basisonderwijs (35300-VIII, nr. 79).

(Zie vergadering van 7 november 2019.)

De voorzitter:
De motie-Rudmer Heerema (35300-VIII, nr. 39) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er ongeveer 3.000 geïndiceerde topsporttalentleerlingen zijn die om diverse redenen, zoals reisafstand, gebrek aan beschikbaar onderwijsniveau of mindere onderwijskwaliteit op de topsporttalentschool, geen gebruik kunnen of willen maken van de faciliteiten die een topsporttalentschool kan bieden behorende bij de beleidsregel LOOT;

overwegende dat het niet uit moet maken waar je woont of welk schooladvies je hebt om een zo optimaal mogelijke combinatie onderwijs en topsport te kunnen doen;

van mening dat elk geïndiceerd topsporttalent dezelfde kans moet kunnen krijgen om het beste uit zichzelf te kunnen halen;

tevens van mening dat een goede combinatie onderwijs en topsport voor een topsporttalent alleen mogelijk is op scholen die zich committeren aan de benodigde ondersteuning en begeleiding;

verzoekt de regering geïndiceerde toptalenten op reguliere scholen meer ondersteuning te bieden door de faciliteiten behorende bij de beleidsregel LOOT open te stellen voor die reguliere scholen waar individuele geïndiceerde topsporttalenten onder toezicht van de stichting LOOT samen met de betreffende bereidwillige school een contract kunnen afsluiten, waardoor zowel school als topsporttalent samen werken aan een zo optimaal mogelijke ondersteuning in de combinatie onderwijs en topsport;

verzoekt tevens de stichting LOOT te vragen om als expertisecentrum op te treden voor die scholen waar individuele geïndiceerde topsporttalenten een contract mee afsluiten,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 39 (35300-VIII).

De motie-Wiersma/Van der Molen (35300-VIII, nr. 46) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat voor het verdienvermogen van Nederland het aantrekken van de beste talenten van de wereld noodzakelijk is;

overwegende dat het aantal buitenlandse studenten toeneemt, ook bij opleidingen en studies in het verlengde waarvan weinig vraag op de Nederlandse arbeidsmarkt bestaat;

overwegende de toenemende internationale competitie op het gebied van hoger onderwijs en onderzoek;

overwegende dat het Nederlandse hoger onderwijs behoefte heeft aan meer instrumenten om de instroom van buitenlandse studenten te reguleren;

verzoekt de minister van Onderwijs in samenwerking met de minister van Economische Zaken en Klimaat beleid te formuleren waarbij met name op grond van macrodoelmatigheid en ons toekomstig verdienvermogen regie wordt gevoerd op een gewenste instroom van buitenlandse studenten en onderzoekers, waaronder sturingsinstrumenten voor instroom,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 46 (35300-VIII).

De motie-Westerveld c.s. (35300-VIII, nr. 47) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Westerveld, Van Meenen, Bisschop en Bruins. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 47 (35300-VIII).

De motie-Westerveld/Paternotte (35300-VIII, nr. 48) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de komende jaren tientallen miljoenen worden herverdeeld van de alfa, gamma en medisch naar bèta en techniek;

overwegende dat de werkdruk op deze faculteiten onverminderd hoog is, waardoor het wetenschappelijk personeel nauwelijks nog toekomt aan het verrichten van onderzoek;

van mening dat de alfa-, gamma- en medische wetenschappen een weergaloze bijdrage leveren aan de Nederlandse samenleving;

verzoekt de regering in de verkenning van het aangekondigde investeringsfonds deze wetenschapsgebieden expliciet mee te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 48 (35300-VIII).

De motie-Kwint (35300-VIII, nr. 58) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs weer toeneemt en dat ondertussen sprake is van forse wachtlijsten;

constaterende dat het stichten van nieuwe scholen voor speciaal onderwijs praktisch onmogelijk is gemaakt;

van mening dat het speciaal onderwijs voor een specifieke groep leerlingen met een zorg- of ondersteuningsvraag een uitstekende plek is om passend onderwijs te genieten;

verzoekt de regering de huidige wettelijke belemmeringen en inperkingen voor het oprichten van scholen voor speciaal onderwijs weg te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 58 (35300-VIII).

De motie-Paternotte/Wiersma (35300-VIII, nr. 64) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bij het afsluiten van een hypotheek studieleningen van het nieuwe leenstelsel met een wegingsfactor van 0,45% de hypotheekruimte van de oud-student beperken;

overwegende dat de renteverhoging op studieleningen waar het laatste Nibud-advies rekening mee hield geen doorgang heeft gevonden;

overwegende dat de wegingsfactor gebaseerd is op een rentestand van 4,2% terwijl de lage rente op de staatsschuld volgens het CPB een structureel fenomeen is;

verzoekt de regering om het Nibud versneld advies te vragen over de wegingsfactor van studieleningen bij hypotheken waarbij de aannames rond de rentestanden worden heroverwogen en — wanneer dit advies er aanleiding toe geeft — de huidige wegingsfactor voor studieschulden op een verantwoorde manier te verlagen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 64 (35300-VIII).

De motie-Bisschop c.s. (35300-VIII, nr. 76) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat nog onduidelijk is wanneer een eventuele wetswijziging inzake thuisonderwijs in werking zal treden;

constaterende dat leerplichtambtenaren in verschillende gemeenten dreigen met een melding bij Veilig Thuis wanneer ouders een beroep doen op de wettelijke vrijstelling wegens gewetensbezwaren, terwijl de wet enkel de mogelijkheid van strafrechtelijke handhaving kent;

constaterende dat uit de wet en de jurisprudentie niet de conclusie getrokken kan worden dat ouders voor elke school in de ruime omtrek van hun woning hun bezwaren moeten formuleren, maar dat duidelijk moet zijn dat hun bezwaren de richting betreffen;

verzoekt de regering samen met de vereniging van leerplichtambtenaren (Ingrado) en de vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) te werken aan betere informatievoorziening over de positie van ouders en kinderen bij de vrijstelling wegens gewetensbezwaren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ?, was nr. 76 (35300-XIII).

De motie-Kuzu (35300-VIII, nr. 79) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het primair onderwijs 85% van de leerkrachten vrouw is en slechts 15% man;

overwegende dat een evenwichtigere man-vrouwverhouding in het primair onderwijs een positief effect heeft op de ontwikkeling van kinderen;

verzoekt de regering om in het primair onderwijs een doel te stellen om te komen tot een evenwichtige man-vrouwverhouding bij leerkrachten, en de Kamer daarover in het voorjaar van 2020 te informeren, tezamen met voorstellen hoe deze doelen bereikt gaan worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 79 (35300-VIII).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

Op verzoek van de heer Futselaar stel ik voor zijn motie (35300-VIII, nr. 60) aan te houden. Op verzoek van mevrouw Westerveld stel ik voor haar motie (35300-VIII, nr. 49) aan te houden. Op verzoek van de heer Wiersma stel ik voor zijn gewijzigde motie (35300-VIII, nr. ??, was nr. 46) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De heer Kuzu verzoekt om een hoofdelijke stemming over zijn motie op stuk nr. 78.

Voordat ik de heer Kwint het woord geef voor een stemverklaring, zie ik de heer Kops van de PVV bij de interruptiemicrofoon staan.

De heer Kops (PVV):
Ja, voorzitter. De PVV wil graag bij dit agendapunt, de stemmingen over de begroting van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor 2020, de motie op stuk nr. 35 (35300-VIII) aanhouden.

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Kops stel ik voor zijn motie (35300-VIII, nr. 35) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Ik geef gelegenheid tot het afleggen van een stemverklaring vooraf.

De heer Kwint (SP):
Dank, voorzitter. Het lerarentekort is nu. De harde strijd van leraren is ook nu. Het stemmen over de begrotingsmoties is al helemaal nu. Nieuwe acties van de leraren komen snel. Dat betekent dat er snel een nieuwe strijd in de Kamer komt. We stemmen straks over de motie op stuk nr. 47 en die heeft het over wat wij gaan doen in de volgende periode. Hoe nobel de intenties ook, wat ons betreft doet dat geen recht aan de strijd die nu moet plaatsvinden. Het doet ook volgens de grootste onderwijsvakbond geen recht aan de strijd die nu zou moeten plaatsvinden. Wij willen de druk vol op de ketel houden bij dit kabinet om leraren hun eerlijke, verdiende loon te geven — dat bedoel ik een stuk positiever dan "verdiende loon" klinkt. Daarom zullen wij tegen de motie op stuk nr. 47 stemmen.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Kwint. Dan gaan we nu stemmen.

In stemming komt de motie-Kops/Beertema (35300-VIII, nr. 32).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de VVD, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kops/Beertema (35300-VIII, nr. 33).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kops/Beertema (35300-VIII, nr. 34).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kops c.s. (35300-VIII, nr. 36).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Rudmer Heerema/Rog (35300-VIII, nr. 37).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

De heer Kops.

De heer Kops (PVV):
Graag ontvangt de PVV een brief over hoe het kabinet de moties op de stukken nrs. 32 en 33 denkt uit te voeren.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

In stemming komt de motie-Rudmer Heerema/Van Meenen (35300-VIII, nr. 38).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Rudmer Heerema (35300-VIII, nr. ??, was nr. 39).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, 50PLUS, de VVD, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Rudmer Heerema (35300-VIII, nr. 40).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Rudmer Heerema (35300-VIII, nr. 41).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wiersma (35300-VIII, nr. 42).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wiersma/Bruins (35300-VIII, nr. 43).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wiersma/Van den Hul (35300-VIII, nr. 44).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wiersma c.s. (35300-VIII, nr. 45).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

De heer Wiersma.

De heer Wiersma (VVD):
Nu de motie op stuk nr. 44 is aangenomen, die ook vraagt om een snelle AMvB van het kabinet, zou ik graag binnen twee weken een reactie willen over hoe het kabinet deze motie wil uitvoeren.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

In stemming komt de gewijzigde motie-Westerveld c.s. (35300-VIII, nr. ??, was nr. 47).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, de ChristenUnie en de PVV voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Westerveld/Paternotte (35300-VIII, nr. ??, was nr. 48).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld (35300-VIII, nr. 50).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Rog c.s. (35300-VIII, nr. 51).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Rog/Van Meenen (35300-VIII, nr. 52).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Rog/Bruins (35300-VIII, nr. 53).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Rog/Rudmer Heerema (35300-VIII, nr. 55).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

De heer Rog.

De heer Rog (CDA):
Voorzitter. Ik was teleurgesteld dat het kabinet de moties op stukken nrs. 51 en 55 had ontraden, maar de Kamer heeft ervoor gestemd. Ik zou graag op beide moties uitleg krijgen over hoe het kabinet die moties gaat uitvoeren.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

In stemming komt de motie-Kuik/Smals (35300-VIII, nr. 56).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kuik/Bruins (35300-VIII, nr. 57).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Kwint (35300-VIII, nr. ??, was nr. 58).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

Meneer Kwint.

De heer Kwint (SP):
Voorzitter. Met het aannemen van deze motie wordt in ieder geval voorlopig een strijd tussen de SP en de minister beslecht in ons voordeel. Ik zou graag voor het eind van de maand van de minister willen horen wanneer we de benodigde wetswijzigingen voor het weer opnieuw oprichten van scholen voor speciaal onderwijs in de Kamer kunnen zien.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

In stemming komt de motie-Futselaar (35300-VIII, nr. 61).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen en de SGP voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Meenen c.s. (35300-VIII, nr. 62).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Paternotte/Wiersma (35300-VIII, nr. ??, was nr. 64).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Paternotte/Bruins (35300-VIII, nr. 65).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Paternotte/Bisschop (35300-VIII, nr. 66).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Hul c.s. (35300-VIII, nr. 67).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS en D66 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van den Hul (35300-VIII, nr. 68).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de SGP en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van den Hul c.s. (35300-VIII, nr. 69).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de SGP en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bruins c.s. (35300-VIII, nr. 70).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Raan (35300-VIII, nr. 71).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66 en het CDA voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Raan (35300-VIII, nr. 72).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, de PvdD en Van Kooten-Arissen voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan/Wassenberg (35300-VIII, nr. 73).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan (35300-VIII, nr. 74).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de SGP, de ChristenUnie en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bisschop/Rog (35300-VIII, nr. 75).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, DENK, Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

De heer Van Raan.

De heer Van Raan (PvdD):
Voorzitter, wat een goed nieuws allemaal! Zouden wij een brief mogen ontvangen over de moties op de stukken nrs. 71 en 74? Dank u wel.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

In stemming komt de gewijzigde motie-Bisschop c.s. (35300-XIII, nr. ?, was nr. 76).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdD, DENK, 50PLUS, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kuzu (35300-VIII, nr. 77).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kuzu (35300-VIII, nr. 78).

Vóór stemmen de leden: Kuiken, Kuzu, Kwint, Laçin, Van der Lee, Madlener, Maeijer, Marijnissen, Markuszower, Moorlag, Edgar Mulder, Nijboer, Van Nispen, Van Ojik, Van Otterloo, Ouwehand, Öztürk, Özütok, Ploumen, Van Raak, Van Raan, De Roon, Sazias, Smeulders, Snels, Van der Staaij, Stoffer, Wassenberg, Van Weerdenburg, Westerveld, Wilders, Van Aalst, Agema, Alkaya, Arib, Asscher, Azarkan, Baudet, Beckerman, Van den Berge, Bisschop, Martin Bosma, Van Brenk, Bromet, Buitenweg, Tony van Dijck, Emiel van Dijk, Gijs van Dijk, Jasper van Dijk, Ellemeet, Van Esch, Futselaar, Van Gerven, De Graaf, Graus, Helder, Hiddema, Van den Hul, De Jong, Karabulut, Van Kent, Kerstens, Klaver, Van Kooten-Arissen, Kops, Kröger en Krol.

Tegen stemmen de leden: Laan-Geselschap, Van der Linde, Lodders, Van Meenen, Middendorp, Van der Molen, Agnes Mulder, Anne Mulder, Nijkerken-de Haan, Omtzigt, Palland, Paternotte, De Pater-Postma, Peters, Regterschot, Rog, Ronnes, Schonis, Segers, Sienot, Sjoerdsma, Slootweg, Smals, Sneller, Tellegen, Tielen, Van Toorenburg, Veldman, Von Martels, Voordewind, Aukje de Vries, Weverling, Van Weyenberg, Wiersma, Van Wijngaarden, Wörsdörfer, Van 't Wout, Yeşilgöz-Zegerius, Ziengs, Amhaouch, Becker, Belhaj, Van den Berg, Bergkamp, Den Boer, Van den Bosch, Bosman, Bouali, Bruins, Van Dam, Diertens, Dijkhoff, Pia Dijkstra, Remco Dijkstra, Dik-Faber, Van Eijs, El Yassini, Geluk-Poortvliet, Van Gent, Geurts, Van der Graaf, Groothuizen, Van Haga, Harbers, Rudmer Heerema, Pieter Heerma, Van Helvert, Hermans, Jetten, Koerhuis, Koopmans en Kuik.

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met 67 stemmen voor en 72 stemmen tegen is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Kuzu (35300-VIII, nr. ??, was nr. 79).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

De heer Kuzu.

De heer Kuzu (DENK):
Voorzitter. De minister van Emancipatie had deze motie ontraden. Ik zou graag een brief willen zien waarin de minister een doel stelt en aangeeft hoe zij uitvoering gaat geven aan dit doel. Het gaat om de motie op stuk nr. 79.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. Dank u wel.

De stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over omgaan met de gevolgen van aanhoudende droogte. Het regent, dus daarom is dit punt vervallen, denk ik.

Stemming motie Personeel/Materieel Defensie

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over de begrotingsonderdelen Personeel en Materieel van de begroting van het ministerie van Defensie voor het jaar 2020,

te weten:

  • de motie-Belhaj over de voor- en nadelen van een alternatieve financiering van een nog te starten materieelproject (35300-X, nr. 10).

(Zie wetgevingsoverleg van 30 oktober 2019.)

In stemming komt de motie-Belhaj (35300-X, nr. 10).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Daarmee zijn wij aan het einde gekomen van de stemmingen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:
Dan is nu aan de orde de regeling van werkzaamheden.

Ik stel voor toestemming te verlenen aan de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken voor het houden van een voortzetting van het wetgevingsoverleg Wonen op woensdag 13 november van 11.00 tot 13.00 uur.

Ik benoem:

  • in de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat het lid Van Haga tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Tellegen;
  • in de vaste commissie voor Financiën het lid Van Haga tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Laan-Geselschap.

Op verzoek van de CDA-fractie benoem ik:

  • in de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het lid Palland tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid De Pater-Postma.

Op verzoek van een aantal leden stel ik voor de volgende door hen ingediende moties opnieuw aan te houden: 35167-17; 32793-418; 34682-21; 32847-485; 23235-161; 29689-1012; 31016-239; 32793-418; 31125-100; 27625-465; 35167-14.

Ik stel voor toe te voegen aan de agenda van de Kamer:

  • het VAO Verslavingszorg/Drugsbeleid, met als eerste spreker de heer Edgar Mulder namens de PVV;
  • het VAO Maatschappelijk middenveld, met als eerste spreker mevrouw Diks namens GroenLinks;
  • het VAO E-health/Slimme Zorg, met als eerste spreker mevrouw Van den Berg namens het CDA;
  • het VAO Vreemdelingen- en asielbeleid, met als eerste spreker de heer Jasper van Dijk namens de SP;
  • het VSO Uitgangspunten voor de rolverdeling tussen het CBS en marktpartijen (35000-XIII, nr. 84), met als eerste spreker mevrouw Van den Berg namens het CDA.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:
De heer Wassenberg van de Partij voor de Dieren.

De heer Wassenberg (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Er is een AO gepland over de LNV-Raad van maandag. Daar had ik een VAO over willen aanvragen. Dat AO is vervangen door een schriftelijk overleg. Dus ik zou graag een VSO willen aanvragen, met stemmingen, nog deze week.

De voorzitter:
Dus in plaats van een algemeen overleg een voortgezet schriftelijk overleg.

De heer Wassenberg (PvdD):
Een algemeen overleg wordt een schriftelijk overleg, en daar wil ik een VSO bij, met stemmingen; dus deze week.

De voorzitter:
Ik zie dat niemand daar bezwaar tegen heeft, dus daar gaan we rekening mee houden.

Mevrouw Diks namens GroenLinks. Dat wordt de heer Van Ojik, denk ik.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Voorzitter, dank u wel. Namens mevrouw Diks zou ik u willen vragen om het VAO Maatschappelijk middenveld nog deze week in te plannen, zodat we volgende week kunnen stemmen over de ingediende moties en er geen vertraging optreedt bij de introductie van het nieuwe subsidiekader.

De voorzitter:
Dank u wel. We gaan kijken of dat gaat lukken.

Mevrouw Marijnissen namens de SP.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Voorzitter. "Nevenschade". Zo wordt er in regeringskringen gesproken over de 70 doden die er in Irak zijn gevallen door Nederlandse bommen. Van minister Bijleveld hebben we mogen vernemen dat het aannemelijk is dat onze minister-president daar ook van op de hoogte was en dus ook op de hoogte is geweest van het feit dat de Kamer daar onjuist en onvolledig over is geïnformeerd. Maar onze minister-president lijdt aan geheugenverlies.

Dit kan zo niet langer. Dit gaat niet over een bonnetje. Dit gaat niet over een memo. Dit gaat over 70 doden door een Nederlandse bom. Dus ik wil zo snel als mogelijk een debat hierover met de minister-president en ik wil een brief van hem, zo snel als mogelijk, in ieder geval deze week, waarin staat op welke wijze en op welk moment hij precies is geïnformeerd over de doden in Irak.

De heer Krol (50PLUS):
Steun voor de brief en steun voor het debat.

De heer Klaver (GroenLinks):
Voorzitter. We hebben vragen gesteld en gisteren kwam er een briefje dat die niet beantwoord kunnen worden voor vandaag. Ik zou graag ook bij dezen willen rappelleren. De vragen moeten morgen voor 12.00 uur beantwoord zijn en dat debat moet wat mij betreft morgen nog gevoerd worden. Dit gaat echt over de vraag wat de minister-president wel en niet wist. Het lijkt één groot soepzooitje bij het ministerie van Defensie. Nu lijkt het ook, als we Elsevier mogen geloven, dat de stukken kwijt zijn. Dit kan niet. De minister-president lijdt aan selectief geheugenverlies. Dus ik wil vóór morgen 12.00 uur alle stukken van het kabinet hebben.

Mevrouw Belhaj (D66):
Voorzitter. Zeker steun voor een brief en ook de beantwoording van de schriftelijke vragen die ingediend zijn. En daarna ook steun voor het debat.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Het is onvoorstelbaar dat de minister-president niet zou weten van de burgerslachtoffers. Of het interesseert hem zo weinig dat hij het ook weer vergeten is. Dus steun voor het debat en dat zo snel mogelijk voeren.

De heer Kerstens (PvdA):
Voorzitter. In het feitenrelaas vorige week werd gestrooid met aannames. Dat leidde tot een rookgordijn, terwijl er helderheid moet zijn. Dus steun voor het debat maar ook eerst de beantwoording van de vragen die al gesteld zijn. Ik kan me ook vinden in de suggestie om die vragen bijvoorbeeld te beantwoorden in een brief van het kabinet, die er heel snel moet zijn.

De heer Kuzu (DENK):
Voorzitter. Naast het feit dat is gememoreerd aan selectief geheugenverlies vind ik dit ook volstrekt onrechtvaardig. Daarom steunt de fractie van DENK van harte het voorstel van mevrouw Marijnissen.

De heer Bosman (VVD):
Voorzitter, steun, zeker voor de brief. De feiten moeten helder zijn. Het is wel wat lastig als je daar een tijdsbestek aan vastkoppelt, want als je dingen moet vinden, moet je dingen ook vinden. Dus alles moet wel compleet zijn en to the point, en de inhoud moet beschikbaar zijn, zodat het debat gevoerd kan worden. Dus steun voor zowel de brief als het debat.

De heer Van Helvert (CDA):
Het was jammer dat mevrouw Marijnissen niet bij het debat was …

Mevrouw Marijnissen (SP):
Jawel hoor.

De heer Van Helvert (CDA):
… want daar heeft de minister heel duidelijk gemaakt dat nevenschade en burgerdoelen echt twee verschillende dingen zijn en ook niet door elkaar gebruikt worden. Dus het is heel vervelend dat de SP dat nu wel zo stelt. Steun voor de brief. Voor de duidelijkheid: ik ben er niet voor om nou zo snel als mogelijk — super-, supersnel — alles te sturen. Want dan krijgen we hetzelfde als bij het feitenrelaas van de vorige keer. Dan wordt dat in een paar uur opgesteld en dan is dat niet compleet. Eerst alles goed op papier en daarna kunnen we beoordelen of een debat nodig is.

De voorzitter:
Dus voorlopig geen steun. Wel voor de brief, ja, maar dat heeft geen meerderheid nodig, zeg ik erbij.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (vKA):
Voorzitter. Van harte steun voor beide verzoeken van de SP, ook voor het verzoek van GroenLinks om de gestelde schriftelijke vragen zo snel mogelijk te beantwoorden, en ook dit debat zo snel mogelijk te voeren met de Kamer.

De heer Baudet (FvD):
Steun.

De voorzitter:
De heer Voordewind namens de Christen ...

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Eerst de benodigde informatie. Voorzitter, ik sprak door u heen. Excuses.

De voorzitter:
Ja, dat doet u nooit!

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Nee, ik ben altijd heel voorzichtig. U zei: namens de ChristenUnie.

De voorzitter:
Ja.

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Dat klopt nog steeds. Graag eerst alle informatie boven tafel en dan het debat.

De heer Wilders (PVV):
Voorzitter. Het gaat er natuurlijk om of de minister-president wist dat zijn partijgenoot mevrouw Hennis de Kamer verkeerd heeft geïnformeerd. Daar moet het debat over gaan. Niet over die verschrikkelijke doden, maar over de vraag of de minister-president de Kamer goed heeft geïnformeerd of niet. Het gaat dus, anders dan over de inhoud, over de vertrouwensrelatie met de minister-president, en daarom vind ik ook dat we dat debat eigenlijk vandaag zouden moeten voeren. Als het niet anders kan, dan morgen. Maar inderdaad, de collega van GroenLinks zei het al: morgen voor 12.00 uur de brief. Anders staan we hier weer.

De voorzitter:
Ik kijk heel even. Mevrouw Marijnissen, u heeft gewoon van een grote meerderheid steun voor uw verzoek om dit debat te houden, het liefst zo snel mogelijk. U heeft er ook steun voor dat de vragen die zijn gesteld, zo snel mogelijk worden beantwoord.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Ja, en die brief hopen we ook spoedig tegemoet te zien.

De voorzitter:
Ik wil eigenlijk het voorstel doen om ... Maar dat ga ik later doen. De heer Bosman.

De heer Bosman (VVD):
Zo snel mogelijk, want er werd hier ook gezegd: morgen. Maar zo snel mogelijk is wel in relatie tot het moment dat de informatie beschikbaar is.

De voorzitter:
Ja, dat is helder. Meneer Klaver, u bent het daarmee eens?

De heer Klaver (GroenLinks):
Om heel helder te zijn. Vorige week hebben we een debat gehad. Toen had deze informatie er al moeten zijn. Nu blijkt toch dat er weer andere informatie níét boven tafel is gekomen. Ik wil voor morgen wel een reactie van het kabinet ontvangen. Als het ze niet volledig lukt, dan maar met de informatie die er wel is; laat ze dan ook aangeven hoelang het nog duurt voordat ze de andere informatie kunnen leveren. Maar ik wil morgen voor 12.00 uur een nieuwe brief ontvangen van het kabinet.

De voorzitter:
Ja, maar een meerderheid heeft volgens mij gezegd: zo spoedig mogelijk, maar ook ná ommekomst van de informatie. Heb ik het zo goed begrepen?

De heer Klaver (GroenLinks):
Zeker, voorzitter, maar dit is een verzoek om informatie binnen die deadline, en volgens mij is daar geen meerderheid voor nodig.

De voorzitter:
Dan stel ik voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Mevrouw Ploumen namens de PvdA.

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Voorzitter, dank u wel. Afgelopen week konden we in het Algemeen Dagblad lezen dat operatienormen in ziekenhuizen niet worden nagekomen. Dat is echt een risico voor de patiëntveiligheid. Soms zijn daar goede redenen voor, bijvoorbeeld dat er zo'n spoed is dat een patiënt toch in een bepaald ziekenhuis geopereerd moet worden. Maar uit het stuk blijkt dat er heel vaak geen reden voor is.

De voorzitter:
Dus?

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Wil ik heel graag een debat hierover met de minister.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Voorzitter. Ernstige zaak dat de volumenormen niet worden gehandhaafd, maar wij komen daar morgen op terug bij het algemeen overleg met de inspectie. Dus geen steun.

Mevrouw Agema (PVV):
Ja, en dat past natuurlijk veel beter bij de visie op hoe het medisch zorglandschap zou moeten functioneren, want dit laat echt een systeemprobleem zien. Dus ik zou het bij dat algemeen overleg willen betrekken.

Mevrouw Sazias (50PLUS):
Mevrouw Agema heeft daar een punt, maar dit onderwerp is zo belangrijk en het gaat zo diep dat ik het voorstel steun.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Voorzitter. Wij bespreken ook heel belangrijke onderwerpen bij het algemeen overleg, dus laten we het daar behandelen.

De heer Veldman (VVD):
Voorzitter. Er komen meerdere algemene overleggen aan waarbij dit thema ook besproken kan worden, dus geen steun voor een apart debat.

De heer Van Gerven (SP):
Voorzitter. We hebben daar inmiddels ook schriftelijke vragen over gesteld. We zouden die graag beantwoord zien voor het AO Medisch zorglandschap. Ik denk dat daar heel veel ruimte is om dit belangrijke thema ook aan te pakken.

Mevrouw Bergkamp (D66):
Voorzitter, ik sluit mij aan bij de woorden van de SP.

De voorzitter:
Mevrouw Ploumen, u heeft geen steun voor het houden van een debat.

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Nee, voorzitter. Ik denk dat velen van ons het zullen inbrengen in het algemeen overleg Medisch zorglandschap. Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Ik zie dat mevrouw Kuik bij het volgende verzoek mevrouw Van Toorenburg gaat vervangen namens het CDA.

Mevrouw Kuik (CDA):
Voorzitter. Namens mevrouw Van Toorenburg wil ik een debat aanvragen over het bericht "onlinegokdiensten betalen de boetes niet; waakhond loopt bijna 1 miljoen mis". Dit was ook de reden waarom wij tegen de legalisering waren: de onlinegokwereld houdt zich niet aan de regels. Graag een debat.

De heer Van Nispen (SP):
Over twee weken hebben we hierover een commissiedebat, het algemeen overleg Kansspelen. De SP trekt dan heel graag samen met het CDA op om hier wat aan te doen.

De voorzitter:
Dus geen steun voor een apart debat.

De heer Van Gent (VVD):
Geen steun. Over twee weken is er een AO.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Wat de heer Van Nispen zei: geen steun.

De heer Groothuizen (D66):
Ik sluit me aan bij de heer Van Gent.

De heer Markuszower (PVV):
Nou, dan sluit ik me daar ook bij aan.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
De ChristenUnie deelt de zorgen helemaal. Die boetes moeten geïnd worden. Die onlinegokpartijen houden zich keer op keer niet aan de regels. We willen het hier snel over hebben. Laten we dat bij het AO doen.

De heer Van den Berge (GroenLinks):
Betrekken bij het AO Kansspelen, dus geen steun voor een debat.

Mevrouw Sazias (50PLUS):
Wel steun van 50PLUS.

De voorzitter:
Oké. Ja …

Mevrouw Kuik (CDA):
Ja, ik snap de conclusie.

De voorzitter:
U heeft gevochten als een leeuw, als een leeuwin. Maar u heeft geen meerderheid, dus dan houdt het op. Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

De heer Van den Berge namens GroenLinks.

De heer Van den Berge (GroenLinks):
Voorzitter. Vorige week moesten we het debat over de berechting van IS-strijders noodgedwongen staken door de situatie op Schiphol. Inmiddels is er veel gebeurd. We weten dat Turkije is begonnen met het terugsturen van IS-strijders en van de rechter moeten we kinderen gaan terughalen. Wij stellen voor om hier zo snel mogelijk een debat over te voeren met de minister van Justitie en Veiligheid.

Mevrouw Kuik (CDA):
Voorzitter. Het is een goed idee om daar snel over te praten. Dat kan wat ons betreft bij de begroting van Justitie.

De heer De Graaf (PVV):
Ik heb waarschijnlijk een andere insteek. Misschien heeft de vertegenwoordiger van GroenLinks, de heer Van den Berge, nog kinderen of neefjes of nichtjes die die kinderen dan in de klas willen hebben. Maar laten we het debat wel steunen.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Voorzitter. Een belangrijk onderwerp, snel over debatteren. Dat betekent volgende week bij de begroting Justitie en Veiligheid.

De heer Sjoerdsma (D66):
Voorzitter. Het lijkt mij ook goed om bij die begroting te debatteren, maar ik zou willen opmerken dat wij het kabinet natuurlijk hebben toegestaan om te doen wat het moest doen op zo'n moment en dat de vragen schriftelijk beantwoord zouden worden. Ik heb moeten constateren dat alleen al van mijn fractie vijf vragen niet eens half, maar gewoon niet zijn beantwoord. Ik zou via u, mevrouw de voorzitter, toch een oproep willen doen aan het kabinet om voor de begroting van Buitenlandse Zaken …

De voorzitter:
Dat is morgen.

De heer Sjoerdsma (D66):
… alsnog alle vragen die zijn gesteld te beantwoorden. Zo nodig ben ik graag bereid een gemarkeerd stenogram te overhandigen.

De voorzitter:
Over dat laatste moet ik even nadenken, maar ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet … O, mevrouw Kuiken.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Ik moest even nadenken, voorzitter, maar steun.

De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, meneer Van den Berge.

De heer Hiddema (FvD):
Dat valt nog te bezien. Steun.

De voorzitter:
Desalniettemin.

De heer Van den Berge (GroenLinks):
Ja, maar ik sluit me wel aan bij collega Sjoerdsma. Graag een volledige beantwoording van de vragen, zodat we het in ieder geval bij het begrotingsdebat kunnen betrekken.

De voorzitter:
Ja. Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Mevrouw Kuik, nu zelf namens het CDA.

Mevrouw Kuik (CDA):
Voorzitter. Ik wil graag een debat naar aanleiding van de uitzending van Undercover in Nederland waarin misstanden in een legaal sekshuis werden geconstateerd of onthuld. Het gaat echt om moderne slavernij. Ik wil van de staatssecretaris weten of deze misstanden op zichzelf staan of dat dit breder is. Daarom graag een debat.

De heer Van Wijngaarden (VVD):
Mede namens het CDA, D66 en de ChristenUnie hebben we een algemeen overleg Mensenhandel aangevraagd, dat gepland gaat worden. Wat ons betreft kan het daarbij betrokken worden.

De voorzitter:
Dus geen steun.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Voorzitter. Ik zou mevrouw Kuik willen aanraden om een brief te vragen, die we dan kunnen toevoegen aan het algemeen overleg Mensenhandel. Het is zeer schrijnend, maar dat is de snelste manier om het te bespreken.

De heer Markuszower (PVV):
Ik steun het verzoek wel. Het is belangrijk genoeg en we moeten het niet in een AO proppen.

De heer Van Nispen (SP):
De SP wil dit graag bespreken in een volwaardig commissiedebat, zoals we dat over drie weken hebben gepland op 5 december.

De voorzitter:
Dat hebben we met elkaar afgesproken.

De heer Van der Staaij (SGP):
Steun voor het verzoek van mevrouw Kuik.

De heer Bouali (D66):
Het is inderdaad een heel belangrijk onderwerp. Ook wat mij betreft een brief en dan toevoegen aan een AO dat gepland wordt, dus geen steun voor dit specifieke voorstel.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Ik wil het wel steunen om te kijken of er nog 30 leden zijn die het zouden kunnen steunen om het hierover te hebben. Dit is een serieuze zaak. Mevrouw Kuik en ik hebben hier ook Kamervragen over gesteld. Ik zou willen voorstellen dat het kabinet die Kamervragen in ieder geval beantwoordt voordat we het AO over mensenhandel en gedwongen prostitutie houden.

De heer Van den Berge (GroenLinks):
Voorzitter, steun voor een brief en dan betrekken bij het AO Mensenhandel. Dus geen steun voor een apart debat.

De voorzitter:
Mevrouw Kuik.

Mevrouw Kuik (CDA):
Ja, voorzitter. Ik zal de PVV verzoeken om uitbreiding van de spreektijd bij het AO.

De voorzitter:
Ja, bij de commissievergadering; dat kan ook. Dank u wel. Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Tot slot de heer De Graaf namens de PVV.

De heer De Graaf (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ik wil graag een debat met de minister van Justitie en Veiligheid over de rechtszaak, het kort geding dat is aangespannen en gewonnen door IS-vrouwen die zeggen: de Staat moet zich inspannen om ons terug te halen naar Nederland. Het kabinet is wel in hoger beroep gegaan, maar dit vereist volgens de PVV, ongeacht de uitkomst, wel een debat, want de rechterlijke uitspraak is ook nog eens niet heel erg duidelijk. Dus we moeten hier als Tweede Kamer bepalen wat er moet gebeuren. Wat ons betreft komt er natuurlijk niemand terug. Daar zullen anderen anders over denken, maar ik wil hierover wel graag een debat voeren met de minister van Justitie en Veiligheid.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Steun, voorzitter.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Absoluut steun voor het verzoek. Maar ook dit kan betrokken worden bij de behandeling van de begroting, volgende week. Dan kunnen we het hier meteen over hebben.

De voorzitter:
Geen steun dus.

De heer Van den Berge (GroenLinks):
Voorzitter. Inhoudelijk staan de heer De Graaf en ik lijnrecht tegenover elkaar, maar ik steun wel dit debat, want hier moeten we het over hebben.

De heer Sjoerdsma (D66):
Voorzitter, laten we dit bespreken bij de begroting. En waarom wachten tot de behandeling van de begroting van Justitie als de begroting van Buitenlandse Zaken deze week al wordt behandeld?

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Voorzitter. Vorige week konden we het debat over de terugkeer van jihadisten niet afronden en toen hebben we afgesproken om bij de behandeling van de begroting van Buitenlandse Zaken én de begroting van Justitie hierover verder te spreken. We moeten het hierover hebben, en ook over de uitspraak van de rechter. En er is nog een vervolg. Laten we dat dan ook doen bij die begrotingen. Dan kunnen we er zo snel mogelijk verder over praten.

Mevrouw Kuik (CDA):
Inderdaad: behandelen bij de begroting volgende week.

De heer Van Raak (SP):
Bij de begroting gaan woordvoerders van partijen het erover hebben. Dat aparte debat zou ik willen beoordelen als het hoger beroep heeft plaatsgevonden.

De voorzitter:
Oké, dus voorlopig geen steun.

De heer Hiddema (FvD):
Zo snel mogelijk een debat. En de minister heeft twee weken de tijd. Dus we kunnen hem nog heel veel nuttige tips verschaffen.

De voorzitter:
Ik concludeer dat u geen meerderheid heeft, meneer De Graaf.

De heer De Graaf (PVV):
Ik ben de tel kwijt, voorzitter. Hoeveel steun had ik?

De voorzitter:
U had steun van 45 leden.

De heer De Graaf (PVV):
Van 45 leden. Dan zou ik zeggen: gooi dit onderwerp maar op de lijst van dertigledendebatten. Dit proces gaat namelijk nog heel lang duren. Ik denk dat het daarom alsnog van pas komt. Dank u wel.

De voorzitter:
Ik zet dit debat op de lijst van dertigledendebatten.

Daarmee zijn we gekomen aan het einde van de regeling van werkzaamheden.

De vergadering wordt van 15.57 uur tot 16.00 uur geschorst.

Voorzitter: Martin Bosma

Pakket Belastingplan 2020

Pakket Belastingplan 2020

Aan de orde is de behandeling van:
en van:

  • het wetsvoorstel Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2020) (35302);
  • het wetsvoorstel Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2020) (35303);
  • het wetsvoorstel Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Wet fiscale maatregelen Klimaatakkoord) (35304);
  • het wetsvoorstel Invoering van een bronbelasting op renten en royalty's (Wet bronbelasting 2021) (35305);
  • het wetsvoorstel Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 met het oog op afschaffing van de fiscale aftrek van scholingsuitgaven (Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven) (35306);
  • het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet implementatie richtlijn harmonisatie en vereenvoudiging handelsverkeer tussen lidstaten) (35307);
  • het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Wet op de dividendbelasting 1965 in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2017/952 van de Raad van 29 mei 2017 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2016/1164 wat betreft hybridemismatches met derde landen (PbEU 2017, L 144/1) (Wet implementatie tweede EU-richtlijn antibelastingontwijking) (35241);
  • het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen en de Algemene wet inzake rijksbelastingen in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2018/822 van de Raad van 25 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied met betrekking tot meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies (PbEU 2018, L 139) (Wet implementatie EU-richtlijn meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies) (35255),

(Zie wetgevingsoverleg van 4 november 2019.)

De voorzitter:
Aan de orde zijn het Pakket Belastingplan 2020, de Wet implementatie tweede EU-richtlijn antibelastingontwijking (35241) en de Wet implementatie EU-richtlijn meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies (35255). Vandaag is aan de orde de eerste termijn van de Kamer. Morgen gaan we luisteren naar de antwoorden van de regering. Die zijn afkomstig van de staatssecretaris. Fijn dat u bij ons bent de komende uurtjes. We gaan er eens even goed voor zitten: pepermuntjes bij de hand et cetera. We hebben er een aantal extra sprekers bij gekregen en een aantal sprekers heeft zijn spreektijd opgehoogd. Die waren bang dat we misschien voor middernacht klaar zouden zijn vandaag.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:
Ik denk dat we gewoon moeten gaan luisteren naar de eerste spreker, de heer Edgar Mulder van de fractie van de Partij voor de Vrijheid. Hij heeft een bescheiden twintig minuten spreektijd aangevraagd. Het woord is aan hem.

De heer Edgar Mulder (PVV):
Voorzitter. Wat is twintig minuten als je het gaat hebben over acht wetten en de herverdeling van heel veel miljarden via 94 fiscale regelingen: het Belastingplan 2020? Dit is trouwens de derde dag van het debat. We hebben er met elkaar al ruim twintig uur op zitten. Maar leveren al die inzet en discussie ook iets op? Leveren die meer dan 1.500 vragen en antwoorden ook wat op? Levert het iets op voor de Nederlander? Dat is natuurlijk de hamvraag, staatssecretaris.

Duidelijk is al wel dat dit Belastingplan geen trendbreuk is. Ook dit plan zorgt niet voor een echte koopkrachtverbetering. Het Belastingplan 2020 is geen plan voor de gewone man. Net als de vorige jaren speelt de coalitie een spelletje. Ze komen eerst met een mooi opgepoetst marketingverhaal met als kern dat iedereen er nu echt op vooruitgaat. Daarna verspreiden de journalisten deze boodschap. Deze lakeien van de macht venten die boodschap braaf uit via hun columnpjes en via de staats-tv. Dit gebeurt al drie jaar op rij. Ik zie de heer Omtzigt glunderen.

Het gaat goed, maar in 2017 werd ons 1% meer koopkracht beloofd. Ook zou 90% van de Nederlanders erop vooruitgaan. Dat was onzin. Het was geen 1% en de helft van de Nederlanders ging er qua koopkracht op achteruit. Vorig jaar stonden we hier ook in deze zaal en toen bleef de coalitie herhalen dat Nederland er wederom enorm op vooruit zou gaan. Maar wat zijn de feiten? Want die krijgen we altijd achteraf. 48% van de bevolking ging erop achteruit in 2018. De koopkracht daalde dus. Sterker nog, de gemiddelde koopkracht van de Nederlandse bevolking is vorig jaar het minst gestegen sinds het einde van de economische crisis. Dit jaar is nog niet voorbij, maar we kunnen al wel vaststellen dat de beloofde 1,5% niet gehaald gaat worden, want wederom stijgen de lonen minder dan de inflatie.

Voorzitter. De koopkracht van de gewone burger stijgt al jaren niet. De regering en de coalitiepartijen willen het niet horen, maar de klappen komen hard aan in het land. De burger heeft namelijk steeds minder in zijn portemonnee door bijvoorbeeld de verhoging van de energielasten, de verhoging van de autokosten, de verhoging van de sigarettenprijs en de verhoging van de woonkosten. De dieselprijs gaat ook weer omhoog, twee keer zelfs. Van van iedere liter benzine mogen we ondertussen €0,97 afdragen aan de schatkist. Daar komt binnenkort ook nog een vliegbelasting bij. En dat terwijl de verhoging van de btw nog steeds nadreunt. In welk universum is dit goed beleid? Huishoudens met een modaal inkomen en een gemiddelde huur zijn dit jaar, in 2019, 55% van hun beschikbare budget kwijt aan vaste lasten. Van de Nederlanders gaat in 2019 een kwart, 25%, niet op vakantie. En dat in een Nederland waar de economie goed draait en waar er al jaren op rij een overschot is. Dat is het Nederland van 2019.

In het Nederland van Rutte en handlangers kunnen ruim 650.000 inwoners hun maandelijkse energierekening niet betalen. Ruim 650.000 inwoners. "Energiearmoede" is een nieuw woord. Dit kabinet, deze coalitie zou zich daar rot voor moeten schamen, want de reden van deze ellende is de verhoging van de belasting op en het gebruik van energie. De voorspelling is dat in 2030 maar liefst 1,5 miljoen inkomens in de problemen komen. Dat zijn meer dan 3 miljoen mensen. Dat is onacceptabel. En dat is nog maar het begin van de ellende, want wat er de komende jaren op ons afkomt, is angstaanjagend: onbetaalbare warmtepompen, niet-efficiënte zonnepanelen, afgedwongen verbouwingen en overal windmolens van honderden meters hoog. Het houdt niet op, niet vanzelf. En al die kosten zijn dus nog niet verrekend.

Wat deze plannen allemaal gemeen hebben, is dat de gewone mensen ervoor gaan betalen. Geld gaat van arm naar rijk. Vorig jaar heb ik deze staatssecretaris een "omgekeerde Robin Hood" genoemd. Helaas maakt hij deze naam waar. Het geld gaat van arm naar rijk. Eerder konden we dat al zien bij de subsidies voor hybride auto's. 7 miljard euro belastinggeld werd uitgegeven aan patserbakken, zodat zelfbenoemd weldenkend Nederland met de NRC op de achterbank lekker luxe naar de golfbaan kon rijden. Aan het eind van die 7 miljard euro moest de staatssecretaris toegeven dat het niets had opgeleverd. Nul, nada. Ook bij zonnepanelen gaat het geld van arm naar rijk. En de geschiedenis herhaalt zich, want als je in Nederland tegenwoordig geen geld hebt om te investeren in warmtepompen, hybride kachels en isolatieverbouwingen, gaan je stookkosten opnieuw omhoog. Arm betaalt voor rijk.

En het wordt steeds gekker. Rutte III wil dat we 11,4 miljard gaan besteden aan biomassa. 11,4 miljard euro van de Nederlanders om biomassa te stimuleren. Vorige week verscheen het rapport dat vaststelde dat het verbranden van biomassa 21% meer CO2-uitstoot oplevert dan het stoken van kolen. Ons als PVV maakt dat allemaal niks uit, maar als je erin gelooft dat CO2 slecht is, is het wel raar dat je miljarden investeert in een systeem dat zorgt voor meer CO2. Biomassa is slechter dan gas en kolen. We hebben het over 11,4 miljard. We gaan het drama van de hybride auto's dus nog eens overdoen. En iedereen staat erbij en kijkt ernaar. Het is te gek voor woorden.

We gaan het toch nog weer eens proberen vandaag als PVV. We komen met een amendement. In dit amendement wordt de kasuitgaaf in 2020 die gemoeid is met de stimulering van biomassa stopgezet. Als we hiervoor een meerderheid krijgen, levert dit een plus van ruim €80 per huishouden op, alleen voor 2020, alleen voor het stopzetten van biomassa, wat aantoonbaar slecht is.

Voorzitter. Alles in Den Haag is politiek. En als er iets politiek is, dan zijn het wel belastingen. Dan kan het dus ook anders, en de PVV wil het anders. Genoeg is genoeg. Laten we alleen nog maar eerlijke belastingwetten maken. Als eerste wil de PVV een belasting op het overmaken van geld naar OIC-landen. De PVV komt in de tweede termijn met een voorstel voor een OIC-taks, een belasting op het overmaken van geld vanuit Nederland naar landen van de OIC. U weet wel, die club van landen die de Caïroverklaring hebben getekend waarin de sharia als leidend werd verklaard voor alle wetgeving. Zelfs het EU-Hof oordeelde in 2003 dat de sharia niet verenigbaar is met de fundamentele principes van onze democratie. In de tweede termijn zal de PVV daar dus een voorstel voor doen.

En laten we de box 3-belasting eerlijk maken. Eindelijk eens. Het spaargeld in Nederland mag slechts belast worden op basis van het echte, werkelijke rendement. De ingangsdatum moet 1 januari 2020 zijn. De PVV doet hierin geen enkele concessie.

Dan het afbouwen van de aanschafbelasting voor auto's, de bpm. De staatssecretaris beloofde enkele jaren geleden een stelselmatige afbouw van de bpm. Toen hij die belofte deed, bedroegen de totale inkomsten voor de schatkist 1,55 miljard euro. Eén jaar na zijn belofte om deze belasting af te bouwen was de totale bpm opeens 2 miljard euro geworden, en in 2018 2,27 miljard. Dat is in totaal dus ruim 700 miljoen per jaar extra aan aanschafbelasting, terwijl de staatssecretaris zou werken aan een afbouw. Nu heb ik de staatssecretaris in een van de eerdere debatten gevraagd wat dan zijn definitie van "afbouwen" is. Maar wij blijken toch gebruik te maken van hetzelfde woordenboek. Hij heeft dus gewoon gefaald. Dat kan, maar daarom komen wij in de tweede termijn met een voorstel, een motie, om de bpm echt af te bouwen.

Dan de winstbelasting voor multinationals, de Vpb. We wisten in deze Kamer al dat multinationals als Shell, Philips en AkzoNobel geen belasting betalen. Maar twee weken geleden kregen we zelfs cijfers waaruit blijkt dat ook andere grote bedrijven in Nederland minder betalen dan wij tot nu toe dachten. En het is aanzienlijk minder: niks geen 25%, zelfs geen 20%, maar ergens rond de 17%. Het kabinet is van plan om per 2021 het Vpb-tarief te verlagen naar 21,7%. Het lijkt de PVV veel eerlijker om de huidige 25% te handhaven tot het moment waarop het effectieve tarief in de buurt komt van het nominale tarief.

Voorzitter. Al deze gezondverstandmaatregelen zorgen voor genoeg geld voor een duidelijke koopkrachtstijging, voor een trendbreuk. Samenvattend: het zou dus wel anders kunnen; het is gewoon een kwestie van gezond verstand en misschien de komende twee dagen nog goed debatteren.

Voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan mevrouw Lodders van de fractie van de VVD.

Mevrouw Lodders (VVD):
Voorzitter. Er zijn voor mijn partij een aantal belangrijke uitgangspunten als we het over belastingen hebben. Belastingen moeten zo laag mogelijk zijn, belastingen moeten eerlijk en rechtvaardig zijn, en belastingen moeten begrijpelijk zijn. Het eerste is gelukt. Er is een lastenverlaging van 3 miljard. Ten aanzien van de andere punten hebben we nog een aantal stappen te zetten. Box 3 is wel het sprekende voorbeeld van een belasting die niet eerlijk en rechtvaardig is. Ook de situatie rond de kinderopvangtoeslag, waar we al eerder over spraken, is natuurlijk een goed voorbeeld van waar het echt rechtvaardiger moet. Welke stappen zet het kabinet om de belastingen rechtvaardiger en begrijpelijker te maken?

Voorzitter. We moeten ook oog hebben voor de zogenaamde sluipmoordenaars van de koopkracht. We verlagen de belastingen, maar als de kosten elders omhooggaan, dan schieten de mensen er nog steeds niets mee op. Ik doel op de ontwikkeling van de lokale lasten zoals de ozb, de wensen die uiteindelijk leiden tot een hogere ozb, de waterschapsbelasting of de zorgpremie. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of en hoe hij deze ontwikkeling scherp zal monitoren en of hij als dat nodig is ook bereid is tot het nemen van maatregelen.

In de belastingplannen komt veel samen. Het gaat niet alleen om keuzes over het betalen van belasting, maar ook over de financiële ruimte die er is om te investeren in onderwerpen die mensen belangrijk vinden, zoals onze veiligheid, goede zorg, bereikbaarheid of onderwijs. Ook een aantal maatregelen die genomen zijn om aan onze klimaatopgave te voldoen komen terug in het voorliggende Belastingplan. Naast belastingen gaat het ook over de aanpak van belastingontduiking en -ontwijking. Kortom, het gaat om een veelheid van maatregelen die ons allemaal raken.

De heer Snels (GroenLinks):
Mevrouw Lodders had het over "sluipmoordenaars" met betrekking tot koopkracht. Waarom verhoogt het kabinet met uw steun dan het tarief in de eerste schijf?

Mevrouw Lodders (VVD):
Dat zijn de maatregelen die wij hier in dit Belastingplan nemen. Met de sluipmoordenaars bedoel ik de lasten waar wij in dit huis niet direct invloed op hebben.

De heer Snels (GroenLinks):
Dat vind ik dus een beetje makkelijk. U wijst naar anderen, naar lokale overheden die een eigen verantwoordelijkheid hebben. Maar de eigen verantwoordelijkheid van de VVD is dat het toptarief omlaaggaat maar het tarief eerste schijf omhoog. En wat is daarvan het belangrijkste effect voor mensen met wat lagere inkomens, werkend en niet werkend? Dat het tarief eerste schijf voortdurend als sluipmoordenaar in het belastingstelsel wordt gebruikt. Iedere keer opnieuw wordt dat als sluitpost gebruikt en gaat dat tarief omhoog. Ik begrijp dat niet als u het heeft over sluipmoordenaars.

Mevrouw Lodders (VVD):
De heer Snels zou wel moeten kijken naar het hele pakket dat vandaag voorligt. In dit Belastingplan zit 3 miljard extra aan lastenverlichting. Daarnaast halen we de maatregel die gepland stond voor 2021, om naar een tweeschijvenstelsel te gaan, zelfs een jaar naar voren. Dat is een maatregel die alle groepen raakt, maar de maatregel van 3 miljard gaat gericht naar de groep middeninkomens.

De heer Edgar Mulder (PVV):
De PVV stond hier bij de behandeling van het Belastingplan 2019 ook recht tegenover de VVD. De discussie ging toen ook over koopkracht. In de inleiding vertelt de VVD nu ook dat je wel iets kan doen in het Belastingplan, maar dat dat niks oplevert als andere kosten omhooggaan. In de discussie van vorig jaar bleef de VVD volhouden dat 90% van de Nederlanders erop vooruit zou gaan. Nu blijkt dat niet te kloppen. Wil mijn collega misschien iets herroepen, haar excuus aanbieden of iets zeggen tegen de Nederlanders?

Mevrouw Lodders (VVD):
We maken een Belastingplan. Daarin hebben we in de afgelopen jaren een aantal maatregelen moeten nemen die mensen hebben geraakt, ook in de portemonnee. Ik zal daar zo dadelijk ook nog op terugkomen in mijn inbreng. Tegelijkertijd zien we nu wel dat er een Belastingplan voorligt waarin we voor 3 miljard aan lastenverlichting doen. Dat staat los van de maatregelen waarvoor we stonden in het regeerakkoord. Ik denk dus dat we met dit Belastingplan een behoorlijke positieve stap zetten.

De heer Edgar Mulder (PVV):
Maar de VVD bleef vorig jaar beweren dat 90% erop vooruit zou gaan. En nu, één jaar later, hebben we de feiten en blijkt dat 48% erop achteruitging en dat de koopkracht sinds 2013 nog nooit zo laag is geweest. En dat allemaal tijdens hoogconjunctuur. Geeft de VVD toe dat wat ze toen beweerde, niet klopt en dat de keuze voor Rutte III de Nederlanders minder koopkracht oplevert?

Mevrouw Lodders (VVD):
We hebben bij het Belastingplan onze onafhankelijke rekenmeesters, die een bepaalde duiding geven aan de cijfers. Dat geldt eigenlijk voor alle maatregelen. Daar kan je je nooit op blindstaren. In dit Belastingplan hebben we in ieder geval 3 miljard extra vrijgemaakt voor lastenverlichting. Dat zetten we in voor een hele specifieke groep. Dat doen we wel in dit Belastingplan, en ik hoop dat ik daarvoor ook de steun van de heer Mulder vind.

De voorzitter:
U continueert.

Mevrouw Lodders (VVD):
Voorzitter. De VVD is tevreden met het voorliggende Belastingplan, want na jaren van financiële tegenwind, waarin veel ondernemers en andere mensen de broekriem hebben moeten aanhalen, is er ruimte voor extra lastenverlichting. De VVD had graag nog meer gewild, maar het is een mooie eerste stap. De staatsschuld is teruggebracht naar een niveau waarbij we ook andere keuzes kunnen maken. En dat doen we dan ook. Ik ben blij dat het ons gelukt is om in dit Belastingplan 3 miljard euro extra, dus boven op het regeerakkoord, vrij te maken voor die lastenverlichting. De VVD heeft ervoor gekozen om de lastenverlichting met name in te zetten voor de middeninkomens. Of je dan verpleegkundige bent, bouwvakker bent of in het magazijn werkt, dat maakt me niet zo veel uit. We zien dat deze mensen hard werken en het tegelijkertijd ook zwaar hebben, ondanks de goede economische omstandigheden. Het is dan ook terecht dat deze extra ruimte bij deze mensen terechtkomt.

Deze extra lastenverlichting staat niet op zich. De inkomstenbelasting wordt vanaf volgend jaar verlaagd. We doen dat door de voor 2021 geplande belastingverlaging een jaar naar voren te halen. Dat betekent dat we vanaf volgend jaar nog maar twee tarieven hebben in de inkomstenbelasting: een laag tarief, van net iets boven de 37%, en een toptarief, van 49,5%. Ook met het naar voren halen van deze maatregel is mijn fractie blij. Er is niet langer een toptarief waarin je meer dan 50% van je inkomen aan belasting moet betalen, en dat is heel lang geleden. Natuurlijk staan er ook andere maatregelen tegenover dat lagere toptarief — dat weten mijn collega's ook — zoals de beperkte mogelijkheid om kosten af te trekken.

Daarnaast nemen we in dit Belastingplan nog een aantal andere maatregelen. Zo wordt de belasting op de energierekening bij gemiddeld gebruik met ongeveer €100 per gezin verlaagd en zien we de arbeidskorting en de algemene heffingskorting stijgen. Alles bij elkaar een mooi pakket, maar daarmee zijn we er nog niet.

Voor mijn partij blijft de inzet gericht op een verdere lastenverlichting. Als we het over lastenverlichting hebben, wordt er vaak naar de overheid gekeken. Dat is logisch en dat mag ook. Het is de overheid die belastingen int en daarmee vervolgens belangrijke investeringen doet in veiligheid, goede zorg, bereikbaarheid en onderwijs.

Maar het is niet alleen de overheid die een verantwoordelijkheid heeft. De VVD doet ook een beroep op de grote bedrijven om waar mogelijk de lonen van mensen te laten stijgen. We hebben hier al een aantal keren over gesproken. Het is niet uit te leggen dat winsten van grote bedrijven zich op een recordhoogte bevinden en dat de salarissen aan de top fors stijgen, maar dat de mensen op de werkvloer onvoldoende meeprofiteren. Om die reden draagt het bedrijfsleven in dit Belastingplan bij aan het verlagen van de belasting voor de middengroepen. De geplande verlaging van de winstbelasting in de tweede schijf wordt daarmee een jaar uitgesteld.

Voorzitter. Dat brengt mij bij de positie en het verdienvermogen van het mkb. Als we in de toekomst als land …

De voorzitter:
Nog even een vraag van de heer Nijboer op dit punt.

De heer Nijboer (PvdA):
De VVD en premier Rutte kregen dit voorjaar zo veel kritiek op de dividendbelasting en het werd zo ongeloofwaardig om die grote bedrijven maar te spekken, dat hij zei dat de bedrijven de lonen moeten verhogen en dat anders de verlaging van de winstbelasting wordt uitgesteld. Zegt mevrouw Lodders nu namens de VVD dat dit dreigement ook voor volgend jaar geldt? Schuiven we het ook volgend jaar weer verder vooruit als de lonen niet voldoende stijgen en de bedrijven zich hier niks van aantrekken?

Mevrouw Lodders (VVD):
De heer Nijboer hoort mij nu deze oproep doen. Ik ga niet vooruitlopen op volgend jaar. Ik ga ook niet in op als-danvragen. Ik denk dat afgelopen zomer door mijn partijleider een terechte oproep is gedaan. Wij hebben daadwerkelijk laten zien wat dat betekent. Ik ga ervan uit dat er rekenschap wordt gegeven van de oproep.

De heer Nijboer (PvdA):
Ik stel geen als-danvraag. Ik vraag gewoon naar het nu. Wat vindt de VVD ervan dat er nu voor volgend jaar eigenlijk de zekerheid wordt gegeven voor 2 miljard aan lastenverlichting voor grotere bedrijven? Dat zit er gewoon in. Zegt mevrouw Lodders: als de bedrijven de oproep die ik ook vandaag weer doe, blijven negeren, staan wij hier volgend jaar weer en kan het best eens zo zijn dat de winstbelastingverlaging met 2 miljard volgend jaar niet doorgaat? Dat zou ik zeer aanmoedigen. Ik denk ook dat het helpt, maar ik hoor het toch niet echt. Ik vind het een soort cryptogram, terwijl u heel helder kunt zijn, want u bent van de partij van de heldere uitspraken en van afspraak is afspraak.

Mevrouw Lodders (VVD):
Ik begrijp heel nadrukkelijk de wens van de heer Nijboer om daarop vooruit te lopen, maar dat doe ik niet. Daar heb ik ook alle reden voor. We doen deze oproep. We hebben in dit Belastingplan laten zien hoe we daarmee omgaan. Nogmaals, ik ga niet vooruitlopen op of er wel of niet iets gebeurt. Ik denk dat het punt dat ik wederom naar voren breng helder is. Volgens mij liet ik ook al doorschemeren dat het niet de eerste keer is dat we dit naar voren brengen. Mijn partijleider heeft dat gedaan. Onze fractievoorzitter, de heer Dijkhoff, heeft het in zijn inbreng gedaan. Bij de Financiële Beschouwingen is er volgens mij ook aandacht voor geweest. Dus volgens mij is het heel helder.

Voorzitter. Dat brengt mij bij de positie en het verdienvermogen van het mkb. Als we in de toekomst als land, als economie willen groeien, dan zullen we maatregelen moeten nemen om ondernemerschap, ondernemers en het mkb te versterken. Zij zijn immers de motor van de economie en van onschatbare waarde. Het zijn deze ondernemers die op zaterdag de voetbal of de scouting sponsoren. Het zijn deze ondernemers die het dagje varen met senioren verzorgen. Het zijn deze ondernemers die een plek bieden aan mensen die niet zo makkelijk een reguliere baan kunnen vinden. Daar moeten we dus zuinig op zijn. In de voorliggende plannen heeft de VVD het mkb zo veel mogelijk proberen te ontzien. Maar ook zij zullen de effecten van de maatregelen merken. Gelukkig krijgen kleine ondernemers en de mkb'ers een belastingverlaging. De eerste schijf van de winstbelasting wordt verlaagd. Daar ben ik erg blij mee. Ik noem ook de 100 miljoen voor de werkkostenregeling. Dat is een starre regeling die voor veel administratieve rompslomp zorgt. Gelukkig wordt nu de vog vrijgesteld en kunnen met de financiële impuls ook een aantal verbeteringen worden doorgevoerd. Maar ook op dit vlak heeft mijn partij nog wensen. Welvaart en welzijn kunnen niet zonder economische groei. Investeren in belangrijke onderwerpen kan niet zonder economische groei. We zullen dus moeten blijven werken aan een goed klimaat voor het ondernemerschap.

Voorzitter. Ik ben tevreden, maar ik heb ook nog een aantal kritische noten, bijvoorbeeld over de aanstaande verhoging van box 2. Nu de verlaging van het hoge tarief van de winstbelasting een jaar wordt uitgesteld, was het logisch geweest om de verhoging van box 2 ook een jaar uit te stellen. Want de koppeling ligt in het globaal evenwicht, zoals we dat in dit huis noemen. Maar dat laten we dus in het voorliggende Belastingplan los. Dat voelt onredelijk voor ondernemers, temeer omdat hier vaak mee geschermd wordt. Ik zou in tweede termijn een motie willen indienen — dit is niet helemaal gebruikelijk, maar ik zeg het toch maar alvast — om een onderzoek te doen naar de effecten van globaal evenwicht, zoals de gedragseffecten voor ondernemers.

Voorzitter. Het uitvoeren van allerlei maatregelen binnen het huidige belastingstelsel is geen sinecure. Het huidige stelsel loopt op zijn laatste benen. De fiscale knoppen zijn zo leeggedraaid dat een nieuw stelsel onafwendbaar lijkt. Daarbij komt de druk waaronder de dienst moet presteren. Nieuw beleid, een veranderende organisatie, gebrekkige ICT en het cultuuraspect binnen de dienst helpen daar niet aan mee. Gisteren nog zagen we hoe dat uitpakt bij het toeslagenstelsel in het ibo Toeslagen, dat het kabinet naar de Kamer heeft gestuurd.

Voorzitter. Er zijn inmiddels vele onderzoeken in gang gezet die als bouwstenen moeten dienen voor een nieuw stelsel. De afgelopen weken zijn daar bij de behandeling van dit Belastingplan alweer een aantal wensen aan toegevoegd. Mijn fractie kijkt met belangstelling uit naar de uitkomsten van deze onderzoeken, maar roept de staatssecretaris tegelijkertijd op om aan de slag te blijven met belangrijke thema's die vooruitlopend op een grote herziening aandacht behoeven. Het verlagen van de marginale druk oftewel werken moet lonen, het steunen van de middengroepen en de groeikansen voor het mkb zijn belangrijke thema's waarop de VVD in deze periode graag nog aanvullende stappen zou willen zetten.

Voorzitter. De afgelopen week hebben we verschillende wetten behandeld, zowel in de schriftelijke ronde als in het wetgevingsoverleg. Veel vragen zijn beantwoord. Toch wil ik nog bij een aantal punten stilstaan. In dit Belastingplan zijn afspraken gemaakt om 1 miljard euro beschikbaar te stellen om in gebieden waar schaarste aan woningen is, een korting op de verhuurderheffing door te voeren. Dat is een stimulans om de woningbouw los te trekken. In de uitwerking lijkt vooral te zijn gekozen voor de Randstad, terwijl er ook andere gebieden in het land zijn waar schaarste aan woningen is. Ik noemde eerder al de regio's Zwolle, Arnhem, Nijmegen en Breda. Ik heb begrepen dat de woordvoerders Wonen daar gisteren met elkaar over gedebatteerd hebben. Ik geloof dat dat debat woensdag verdergaat. Ik kijk daarvoor even in de richting van de heer Nijboer. Ik laat hier in ieder geval de wens van de VVD doorklinken, namelijk dat wij willen dat dat breder wordt. Ik verwacht ook een amendement. Ik heb overigens gezien dat de heer Nijboer al een amendement heeft ingediend.

Voorzitter. De verlaging van de btw op e-books kan wat mijn fractie betreft van harte gesteund worden. Een voorwaarde is wel dat deze verlaging daadwerkelijk bij de consument terechtkomt. Ik vond het toch wel wat bijzonder dat de staatssecretaris erg moeilijk te bewegen was om dit ook met de sector te delen. Inmiddels heeft hij de Kamer de toezegging gedaan dat hij de huidige prijzen in beeld zal brengen. Ik verzoek hem dit uiteraard te doen met de huidige prijzen en wel op basis van het huidige btw-tarief. Maar ik verzoek hem ook om zeker voor de zomer van volgend jaar te kijken naar de prijzen die gebaseerd zijn op het nieuwe, verlaagde btw-tarief, zodat we de sector kunnen aanspreken op wat dat doet met de kostprijsontwikkeling.

De heer Snels (GroenLinks):
Ik heb een vraag over de verhuurderheffing. We hebben daar veel over gesproken in het wetgevingsoverleg. Dit is ook besproken bij de collega's aan de woonkant. Ik weet dat de verruiming aantrekkelijk is. Tegelijkertijd moet die effectief blijven. Nu heb ik zelf een amendement om het budget te verhogen, want dan kan de verruiming wat makkelijker toegekend worden. De dekking heb ik ook rond via een beperking van de renteaftrek. Structureel levert dat pas op de langere termijn — na 2026 zeg ik uit mijn hoofd — 13 miljoen op voor de korting in de verhuurderheffing. Kan ik op steun van de VVD rekenen?

Mevrouw Lodders (VVD):
Ik weet dat de woonwoordvoerders nog bezig zijn met het debat hierover. Ik wil er sowieso met mijn collega op dat dossier verder over praten. Ik heb een en ander gezien. Ik heb ook eerder de vragen van de heer Snels gehoord over de renteaftrekbeperking. Ik begrijp de gulzigheid van de heer Snels. Een ander voorstel van hem, de liquidatieverliesregeling, is al overgenomen. Maar ik wil er eigenlijk nog niet op vooruitlopen om ook deze maatregel te steunen.

De heer Snels (GroenLinks):
Dit is heel cryptisch, dus ik weet niet of het nou een ja of een nee is. Het lijkt op een nee, denk ik. Laat ik het dan ook maar zo interpreteren. Tegelijkertijd weet ik dat echt een heel groot deel van de Kamer dat ruimere budget voor die korting op de verhuurderheffing wel ziet zitten, inclusief de dekking. De dekking is prima op orde, in het lastenkader. Het wordt ook nog teruggegeven aan het bedrijfsleven, want zo zien wij de woningbouwcorporaties. Hebben de coalitiepartners van mevrouw Lodders de ruimte om er een eigen afweging in te maken?

Mevrouw Lodders (VVD):
De gesprekken die ik met mijn coalitiepartners heb, ga ik uiteraard niet in deze zaal voeren. U stelt mij een vraag over de betreffende regel …

De voorzitter:
"De heer Snels stelt mij een vraag."

Mevrouw Lodders (VVD):
Pardon?

De voorzitter:
"De heer Snels stelt mij een vraag."

Mevrouw Lodders (VVD):
De heer Snels stelt mij een vraag over de renteaftrek. Ik kan op dit moment niet overzien wat de gevolgen daarvan zijn, dus daar heb ik tijd voor nodig. Daarom reageer ik misschien cryptisch. Ik sta in ieder geval op dit moment nog niet te juichen.

De voorzitter:
Heel goed. U continueert. En interrupties doen we in tweeën, zeg ik tegen de heer Snels.

Mevrouw Lodders (VVD):
Voorzitter. Het is belangrijk dat iedereen op een goede manier met de Belastingdienst kan communiceren. We hebben eerder mogelijk gemaakt dat de blauwe envelop blijft bestaan. Nu ligt de Keuzeregeling elektronisch berichtenverkeer voor. Ik vind het belangrijk dat de Kamer betrokken blijft bij de uitwerking. Ik denk dat in het wetsvoorstel geregeld moet worden dat dit kan. Volgens mij heeft de heer Omtzigt in een eerdere behandeling daar ook een aantal opmerkingen over gemaakt. Dat kan dus zeker op mijn steun rekenen.

Voorzitter. Dan de tonnageregeling. Dat is een nieuw punt. Ik heb zeer recent van de sector begrepen dat er mogelijk een ongelukkige vertaling is geslopen in de aanpassing van de tonnageregeling naar aanleiding van de Europese beschikking. Er staat "winst", maar in de discussie in het verleden hierover werd er gesproken over "bruto omzet". Andere landen, zoals Duitsland en Denemarken, gaan wel uit van de bruto omzet. Graag hoor ik van de staatssecretaris of de sector gelijk heeft dat dit in de omzetting aan de orde is geweest, of dat dit niet zo is. Daarop wil ik graag een reactie van de staatssecretaris.

Voorzitter. Ik heb al verschillende keren vragen gesteld over de omzetting van de nieuwe meetmethode om de uitstoot van auto's vast te stellen en daarmee de hoogte van de bpm te bepalen. Ik zeg het maar: ik baal ervan dat er onduidelijkheid blijft bestaan tussen enerzijds de uitleg van de staatssecretaris en anderzijds die van de sector. Welke mogelijkheden ziet het kabinet om een neutrale partij, zoals misschien de Rekenkamer, eens mee te laten kijken naar deze berekeningen? Het zou goed zijn voor iedereen als er duidelijkheid komt over de omzetting naar de WLTP. Ik vraag de staatssecretaris om nog eens een poging te doen om het verschil in inzicht weg te nemen, hier in de Kamer maar zeker ook in een gesprek met de sector.

Afgelopen jaar is er in het kader van het Klimaatakkoord vaak gesproken over de stimulering van het elektrisch vervoer en de betaalbaarheid van de afspraken. Op de klimaattafels lagen een aantal verzwarende maatregelen. Gelukkig heeft het kabinet deze maatregelen, met name voor de autorijder, niet overgenomen en blijft rijden betaalbaar. Mijn fractie blijft zich wel zorgen maken over de overstimulering van het elektrisch vervoer. Het is goed dat de staatssecretaris heeft aangegeven dit te blijven monitoren en dat we met de hand-aan-de-kraansystematiek de vinger aan de pols houden. We komen daar waarschijnlijk volgend jaar op terug, zodra die eerste cijfers bekend zijn.

Voorzitter. In de eerste termijn van het wetgevingsoverleg ben ik kort begonnen over de bpm-teruggaveregeling voor het doelgroepenvervoer, die per 1 januari 2020 vervalt. Ik heb de staatssecretaris uitgedaagd om daar eens een werkbezoek te brengen. Ik hoop dat hij dat gaat doen en in de praktijk een kijkje gaat nemen. Het is op dit moment gewoonweg niet mogelijk om een elektrische auto in te zetten voor dat doelgroepenvervoer. We zijn aan de sector verplicht om duidelijkheid te bieden. De staatssecretaris heeft mijn fractie nog onvoldoende kunnen overtuigen, dus vraag ik hem dan ook of er mogelijkheden zijn om de sector enigszins tegemoet te komen. Dat gaat met name om het doelgroepenvervoer, zeker ook auto's waarmee rolstoelen vervoerd worden.

Vorige week heb ik ook stilgestaan bij de effecten van het stijgende ODE-tarief voor onder andere het mkb, de tuinbouw en de publieke instanties zoals scholen en ziekenhuizen. In het Klimaatakkoord hebben we afspraken gemaakt en daar staat mijn fractie achter, maar tegelijkertijd vraag ik de staatssecretaris de consequenties van de stijgende tarieven te monitoren waarbij er wel aandacht moet zijn voor de betaalbaarheid en de bereikte verduurzaming. Verder heb ik begrepen dat het zou helpen om de SDE++-regeling open te stellen, maar met het stellen van deze vraag hier in deze zaal zie ik de staatssecretaris al denken: dan moet u vooral bij EZK zijn. Dus vandaar mijn oproep om dit dan maar bij zijn collega van EZK neer te leggen. Volgens mij is de begrotingsbehandeling over twee weken. Dus daar zullen we die vraag dan ook stellen.

Voorzitter. Van het pakket aan wetten baart de implementatie van ATAD 2 mijn fractie nog steeds zorgen. Dat is een Europese richtlijn die hybride mismatches tussen zowel Europese lidstaten onderling als tussen EU-lidstaten en landen buiten de EU bestrijdt. Het eerste voorstel van de wet is in consultatie gebracht waarna later de documentatieverplichting is toegevoegd. Ik vind dit overigens een onwerkelijke werkwijze. Het is niet de enige wet waarbij dit gebeurd is. Ook de Wet bronbelasting is niet in consultatie gebracht. Ik zou dan ook tegen de staatssecretaris willen zeggen dat dit geen gewoonte mag worden. Inhoudelijk maakt mijn fractie zich dus zorgen over de gevolgen voor het mkb. De documentatieverplichting leidt tot een grote administratieve last en ik wil de gevolgen voor de behandeling van het volgende Belastingplan eigenlijk kunnen monitoren. Ik kom hier in tweede termijn zeker nog op terug, maar wellicht kan ook de staatssecretaris hierop reflecteren.

Tot slot nog een tweetal onderwerpen die vrij uitvoerig aan de orde zijn gesteld en dat betreft de grote problemen rondom de kinderopvangtoeslag en box 3. Ze staan niet op de agenda, dus zal ik het kort doen.

De staatssecretaris heeft naar aanleiding van de druk vanuit deze Kamer besloten om het terugvorderen van de onterecht stopgezette kinderopvangtoeslag voorlopig op te schorten. En dat is goed. Ik heb begrepen dat we op zeer korte termijn het rapport van de commissie-Donner ontvangen en we komen over dit onderwerp dan ook zeker nader te spreken, maar dat wilde ik wel meegeven.

Dan box 3. Dat is nou een van die belastingen die voor veel mensen oneerlijk en onrechtmatig voelen. Dat wordt bevestigd in de honderden mails die ik de afgelopen dagen ontvangen heb. Over de uitwerking van de herziening box 3 komen we nader te spreken. Mijn fractie was verrast over de aantallen die genoemd zijn maar ook daar kom ik bij de behandeling van die brief graag nader op terug. Voor nu wil ik mijn vraag herhalen die ik eerder gesteld heb. Er is veel maatschappelijke onrust over de hoogte van de belasting op spaargeld. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat een verondersteld rendement van 4% in box 3 niet haalbaar was zonder daar risico of veel risico voor te nemen. Richting 2017 is dat veranderd maar is diezelfde vraag nog steeds te stellen. Eerder heb ik de staatssecretaris gevraagd om de Algemene Rekenkamer een onderzoek te laten doen om de raming van de Belastingdienst te valideren. Ik vraag dat nu nog een keer omdat ik van mening ben dat dit juist wel het aangewezen instituut is om advies in te winnen. Dus ik zou de staatssecretaris nogmaals om een reactie plus een toezegging willen vragen op dit punt.

Dan helemaal tot slot. Er ligt een ambitieus Belastingplan voor, het Belastingplan 2020. De lasten voor middeninkomens worden verlaagd en er worden mooie maatregelen voor het mkb genomen. Er liggen ook nog veel ambities voor. Ik hoop dat we na dit Belastingplan daar ook weer snel mee verder kunnen gaan, want wat de VVD betreft verlagen we de lasten nog verder, geven we de ondernemers de ruimte om te ondernemen, pakken we belastingontwijking aan en maken we het belastingstelsel eerlijk en rechtvaardig voor iedereen.

De heer Stoffer (SGP):
Mevrouw Lodders had een mooi betoog. Er staan heel veel zaken in waarvan ik denk: daar kan ik zo mee instemmen. Wat ik ook mooi vind, is dat ze zo enorm opkomt voor het bedrijfsleven. Dat delen we, denk ik. Daarnaast gaf ze een aantal criteria mee voor hoe belastingen eruit moeten zien. Ik hoorde iets van "eerlijk en rechtvaardig" en "begrijpelijk". Daar zit voor mij één haakje aan. Ik wil toch eens even weten of mevrouw Lodders het volgende dan ook eerlijk en rechtvaardig, en vooral ook begrijpelijk vindt. Dat betreft dit tabelletje — het is niet te zien vanuit de verte — over de opslag duurzame energie. Mevrouw Lodders heeft vast meegekregen dat er een hele grote sprong zit in de derde schijf. Dat raakt bijvoorbeeld met name de glastuinbouw enorm hard. Dat raakt academische ziekenhuizen hard. Dat raakt ook heel veel bedrijven in de middencategorie hard. Mijn vraag is: vindt ze dat eerlijk en rechtvaardig, en ook begrijpelijk? Ik namelijk niet, maar ik ben wel benieuwd of mij dat uitgelegd kan worden.

Mevrouw Lodders (VVD):
Ik heb daar tijdens het WGO vragen over gesteld. Ik heb het punt ook nu aan de orde gesteld. Er is in het Klimaatakkoord een keuze gemaakt om een schuif aan te brengen in de ODE, om ervoor te zorgen dat de lasten voortaan meer bij het bedrijfsleven terechtkomen in plaats van bij de mensen. Daar hebben we dus met elkaar, ook in deze Kamer, een besluit over genomen. Dat lijkt nu zwaar uit te vallen voor een paar sectoren, met name voor de sectoren die in de derde schijf vallen. Dat is dus ook de reden waarom ik daar vragen aan de staatssecretaris over heb gesteld. Het kan niet zo zijn dat de doelen die we in het Klimaatakkoord nastreven, om andere redenen niet gehaald worden.

De heer Stoffer (SGP):
Dan de hamvraag. Ik heb alvast een amendement ingediend. Ik ga straks natuurlijk kijken hoe de staatssecretaris daarop reageert. Maar heeft u het voornemen om dat amendement van mij te steunen?

Mevrouw Lodders (VVD):
Ik heb nog niet alle amendementen doorgenomen. Ik weet wel dat u op dit punt een amendement heeft ingediend, maar ik hoor graag eerst de reactie van de staatssecretaris. Maar het is wel een dilemma waar we voor staan, want als je daarin gaat schuiven, dan zal de rekening ergens anders terechtkomen.

De heer Nijboer (PvdA):
Allereerst een woord van waardering. Ik waardeer het dat de VVD ook inziet dat je met alleen het stimuleren van woningbouw in de Randstad, Nederland niet uit de woningnood helpt. Ik hoop dat we er samen uit komen en een goed amendement kunnen maken.

Mijn vraag gaat over de rechtvaardige verdeling die de VVD voorstaat. Kan mevrouw Lodders mij nog één keer uitleggen wat er nou zo rechtvaardig aan is om de hoogste inkomens er het meeste op vooruit te laten gaan, en de laagste inkomens, de gepensioneerden, de huurders, de uitkeringsgerechtigden, het minst?

Mevrouw Lodders (VVD):
In dit Belastingplan is er sprake van 3 miljard extra aan lastenverlichting. Die lastenverlichting wordt alleen ingezet voor de middeninkomens.

De heer Nijboer (PvdA):
Mevrouw Lodders zei dat zij een rechtvaardig belastingstelsel heel belangrijk vindt. Dat ben ik met haar eens. Dan denk ik: de pensioenfondsen zitten in zwaar weer en huurders hebben het harstikke zwaar, gemiddeld zwaarder dan kopers. Wat is dan de reden om met dit Belastingplan — er is bewust voor gekozen, zoals mevrouw Lodders ook aangeeft — te zeggen dat die mensen wel op achterstand kunnen staan ten opzichte van de hoogste inkomens? Wat is daar nou rechtvaardig aan?

Mevrouw Lodders (VVD):
Dat doen we niet. In dit Belastingplan geven we invulling aan de afspraken uit het regeerakkoord. Daarin hebben we met elkaar afgesproken dat we in 2021 naar een tweeschijvenstelsel gaan. Die maatregel halen we een jaar naar voren. Tegelijkertijd maken we in dit Belastingplan 3 miljard extra vrij. Dat bedrag gaat specifiek naar de middeninkomens. U kunt daar een andere keuze of afweging in maken. Dat mag. Dat is misschien ook het verschil tussen de heer Nijboer en mij. Maar wij vinden het belangrijk dat iedereen erop vooruitgaat. Dan gaat het om de maatregelen uit het regeerakkoord. En vervolgens hebben wij afgelopen zomer eigenlijk al gezegd: wij zouden de focus willen leggen op de middeninkomens. Dat doen we met extra maatregelen: de maatregelen van 3 miljard.

De voorzitter:
Prima. U continueert. Alhoewel, er is nog een vraag van de heer Alkaya.

De heer Alkaya (SP):
Ja, toch ook op dit punt. We hebben het hier tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen ook over gehad met mevrouw De Vries van de VVD. Kijk, het is een bewuste keuze geweest om de laagste schijf van de inkomstenbelasting omhoog te doen. Daar heeft de VVD bewust voor gekozen. Ik vraag dan aan de VVD-woordvoerder: is zij zich er ook van bewust dat veel ondernemers en veel midden- en kleinbedrijven ook geen vennootschapsbelasting betalen, maar juist inkomstenbelasting?

Mevrouw Lodders (VVD):
Daar ben ik me van bewust. Er is een heel aantal IB-ondernemers; dat klopt.

De heer Alkaya (SP):
Maakt de VVD zich dan geen zorgen over de effecten die deze asociale maatregelen zullen hebben op kleine ondernemers, op het mkb? Want de VVD houdt hier een vlammend betoog voor het mkb, maar uiteindelijk doet ze in de praktijk echt iets anders. Kunnen we dan niet op z'n minst vragen om de uitwerking van deze maatregelen op de kleine ondernemers te monitoren? Want de VVD lijkt de kleine ondernemers te vergeten in dit verhaal.

Mevrouw Lodders (VVD):
Ik denk dat er een zeer gebalanceerd pakket aan maatregelen ligt. We halen het tweeschijvenstelsel, dat eerst voor 2021 gepland stond, een jaar naar voren. Vervolgens is er 3 miljard aan lastenverlichting voor met name de middeninkomens. Ik ben eigenlijk wel heel erg trots en ik zou denken dat de SP-fractie ook tevreden zou zijn met de 3 miljard lastenverlaging die we hebben. Kijken we naar box 2, dan zien we dat de winstbelasting tot twee ton wordt verlaagd en dat die zelfs nog iets verder wordt verlaagd dan in ons regeerakkoord staat. Al met al zijn het dus mooie maatregelen, ook voor het mkb.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dat was ook meteen uw termijn; heel goed. Dan de heer Snels van de fractie van GroenLinks.

De heer Snels (GroenLinks):
Voorzitter. Na twee maandagen en vele uren in wetgevingsoverleggen ga ik proberen het wat korter te houden.

De voorzitter:
Dat hoor ik graag.

De heer Snels (GroenLinks):
Ik begin met wat algemene opmerkingen vooraf. Bij de behandeling van de acht belastingwetten in dit Belastingplan viel het mij op dat we veel gesproken hebben over ellende uit het verleden die niet over het Belastingplan gaat. Dat betreft natuurlijk allereerst de toeslagen — daar heeft de staatssecretaris een maatregel voor genomen, al is er nog geen definitieve oplossing — maar het geldt ook voor box 3. Al onze mailboxen zijn volgelopen met berichten van mensen die weer juridische procedures gaan bedenken. Ik wil graag een reactie van de staatssecretaris. Hoe beoordeelt hij het dat we, terwijl we echt wetgeving aan het behandelen zijn, bezig zijn met de ellende uit het verleden die mensen gewoon dwarszit?

Wat mij hierin frustreert, zowel bij box 3 als bij het toeslagenstelsel, is dat we dit al zo lang weten. We weten al zo lang dat box 3 niet goed functioneert. We weten al zo lang dat het toeslagenstelsel niet goed functioneert en dat we daar iets aan zouden moeten doen. Het vorige kabinet beloofde al het belastingstelsel te hervormen en trok daar 5 miljard voor uit, maar is daar eigenlijk niet aan toegekomen, omdat het te complex en te ingewikkeld was. Dit kabinet heeft in totaal weer een miljard of 4 nodig om een lastenverlichting te geven. Maar de echte herziening van het belastingstelsel is in een aantal kabinetsperioden niet gelukt en dat frustreert mij echt. Ik kijk dan ook uit naar de verkenningen die in het voorjaar komen, zodat een volgend kabinet daar echt werk van kan maken.

Een tweede algemene opmerking. We hebben er heel vaak over gesproken, maar wat mij ook nu weer opvalt, is dat we, nog lopende het debat, de afgelopen dagen voortdurend nota's van wijziging en amendementen van allerlei fracties binnen hebben gekregen. Het is bijna onmogelijk om in zo'n korte termijn acht wetten door de Kamer te jagen. Daar is al veel over gezegd en dit is daar ook weer een signaal van, zou ik tegen de staatssecretaris willen zeggen. Ik hoop echt dat het volgend jaar als we het Belastingplan gaan behandelen, nog maar enkele wetten zijn, die we op een fatsoenlijke manier kunnen behandelen. Want soms zijn ze juridisch ook erg complex. Dat hebben we de afgelopen weken in de wetgevingsoverleggen ook gemerkt. Sterker nog, aan het eind van mijn betoog kom ik op een aantal amendementen terug, waar nog behoorlijk wat juridische discussie over is.

Voorzitter. Dan de inhoud. Ik kan me echt tot de hoofdlijn beperken. Ik heb al eerder, in het wetgevingsoverleg, gezegd: er is wel een koerswijziging als je dit Belastingplan vergelijkt met het Belastingplan van vorig jaar. Bij de lastenverlichting hebben huishoudens voorrang gekregen boven het bedrijfsleven; bij het bedrijfsleven is er zelfs een lastenverzwaring. De Vpb-verlaging is uitgesteld en blijft ten opzichte van het pad dat vorig jaar is vastgelegd ook op een hoger percentage liggen, dus in feite stemmen we voor een hogere winstbelasting en dat vind ik al winst.

We hebben ook veel gesproken over het onderzoek van het CBS. Hoe zit het nou met die effectieve belastingdruk? Volgens mij is het belangrijk dat we daarop terugkomen als we het rapport van de commissie-Ter Haar gaan behandelen. Ik denk dat het belangrijk is dat we dit onderzoek ook weer voortzetten en wellicht ook periodiek. Maar dat hernemen we als de commissie-Ter Haar publiceert. Ik hoop toch echt dat dat uiterlijk in januari het geval zal zijn. Dan gaan we meer kijken naar hoeveel grote bedrijven nou daadwerkelijk, effectief aan belasting betalen.

Voorzitter. Ook het vergroeningspakket is meer in evenwicht gekomen als het gaat over de lastenverdeling tussen huishoudens en bedrijfsleven. Daar hebben we vorig jaar en ook het jaar daarvoor veel discussie over gehad. Vanuit het Klimaatakkoord zijn daar de stappen genomen die mijn fractie kan ondersteunen. Het kan altijd beter, maar dit zijn wel stappen vooruit ten opzichte van vorig jaar. Ik heb wel nog een vraag, want gedurende onze behandeling van dit hele pakket hebben we natuurlijk de klimaatdoorrekeningen gekregen van het PBL, en je ziet dat het kabinet de doelstellingen niet haalt. Hoe kijkt de staatssecretaris daarnaar? Dit was maar een deel van het pakket dat in het Belastingplan zit, maar wel een belangrijk deel.

Het geeft volgens mij aan dat we echt nog eens een keer goed zouden moeten kijken naar de CO2-heffing. Die komt pas volgend jaar uiterlijk bij het Belastingplan, maar als je kijkt naar het tekort bij het behalen van de klimaatdoelen, dan denk ik dat het kabinet nog eens een keer keer goed moet kijken naar de vormgeving van die CO2-heffing. De staatssecretaris weet dat mijn fractie op dit terrein graag meedenkt.

Dan nog een wat algemener punt, dat gaat over de toenemende ongelijkheid. Daar heb ik ook eerder aandacht voor gevraagd, zeker als je op de wat langere termijn ziet dat lage inkomens voortdurend achterblijven bij de hoge inkomens en dat de middeninkomens er een beetje tussenin hangen. Wat mij betreft is dat ook een belangrijk argument om niet nu het toptarief te verlagen. Dat zou je beter kunnen steken in verlaging van het tarief voor de eerste schijf. Dat geeft ook meer lucht voor de middeninkomens en past ook beter bij de verhalen die de politiek leiders van CDA en VVD eerder hebben verteld. Maar ik snap dat dit regeerakkoord is.

Tegelijkertijd geeft ook dit Belastingplan wel aan dat het steeds moeilijker wordt om inkomenspolitiek te bedrijven. Dan gaat het niet zozeer om de jaarlijkse koopkrachtplaatjes, die kun je best met een korrel zout nemen, maar om de langere trends: inkomens die uit elkaar gaan lopen; hoge inkomens, lage inkomens. Dat heeft natuurlijk iets te maken met het primaire inkomensproces, zal ik maar zeggen: lonen die achterblijven terwijl topsalarissen stijgen. Maar we hebben steeds minder instrumenten om echt effectief inkomenspolitiek te voeren. Om die verhoudingen niet steeds verder uit elkaar te trekken, is dat volgens mij belangrijk. Ik zou de staatssecretaris willen oproepen om ook met deze invalshoek naar de verkenningen te kijken in het voorjaar. Hebben we nog wel voldoende mogelijkheden via het belastingstelsel om onevenredige koopkrachteffecten tegen te gaan en te corrigeren? Dat blijft voor mijn fractie van groot belang.

Hetzelfde geldt voor de vermogensongelijkheid, eigenlijk een nog veel grotere blinde vlek bij dit kabinet. Inmiddels zijn er 37 miljardairs in ons land. Die zijn er in een jaar tijd 10% op vooruitgegaan. Ze hebben geloof ik inmiddels zo'n 180 miljard. Als je alleen al een vermogensbelasting van 2% zou heffen bij die 37 miljardairs, dan konden we alle structurele problemen in het onderwijs, in de jeugdzorg en bij de politie oplossen. Dat zegt wel iets over hoe groot de vermogensongelijkheid is geworden. De afgelopen twintig, dertig jaar hebben we nauwelijks instrumenten gehad om die vermogensongelijkheid te corrigeren. Daar zijn alle box 3-discussies niks bij. Ik vind ook dát belangrijk als we gaan nadenken over het belastingstelsel voor de toekomst.

Voorzitter. Over box 3 nog heel concreet dit. Ik begrijp dat dat politiek altijd lastig is, maar je zou zo makkelijk in box 3 gewoon per 1 januari de belastingvrije voet voor spaarders kunnen verhogen. Dan kom je heel veel mensen tegemoet, zonder aan de fictiviteiten te sleutelen, maar gewoon door de tarieven progressief te maken. Ik snap best dat dat lastig is voor de VVD, maar je zou echt per 1 januari heel veel, heel veel mensen tegemoet kunnen komen. Dat betekent inderdaad dat mensen met hogere vermogens wat meer vermogensrendementsbelasting gaan betalen. Ik begrijp niet — behalve om redenen van politieke ideologie — wat daarop tegen is. Graag een reactie.

Dan twee wat concretere onderwerpen, waarvan ik graag een bevestiging wil dat ze op de agenda komen van de verkenningen waar we vanaf het voorjaar over gaan praten. Het eerste is de verhuurderheffing en de stijgende lasten voor woningbouwcorporaties. In het antwoord op de vragen van de heer Omtzigt heb ik de sommetjes gezien uit de schriftelijke set die we nog gekregen hebben na het tweede wetgevingsoverleg. Die waren interessant, maar wel heel partieel. Het lijkt mij interessant om bij die verkenningen echt te gaan kijken naar fiscaliteit en woningmarkt. Hoe werkt dat nou eigenlijk? Kunnen we hier niet effectiever en efficiënter mee omgaan, en ook eerlijker? Dat kunnen we niet in dit Belastingplan regelen, maar voor de verkenning lijkt me dat wel belangrijk.

Het tweede wat concretere punt is de petitie die vanmiddag is aangeboden door jongerenorganisaties voor een eerlijke vleesprijs. Dat was een degelijk onderbouwd voorstel met een dik rapport ook van CE Delft eronder. We kunnen de prijs van vlees verhogen en tegelijkertijd lagere inkomens tegemoetkomen, we kunnen boeren tegemoetkomen, we kunnen de prijzen van groente en fruit verlagen. Dat vond ik een interessant voorstel en daar hoor ik graag een reactie op van de staatssecretaris. Ook dat onderwerp kan wellicht een plek krijgen bij de verkenningen in het voorjaar, in het kader van vergroening en duurzaamheid. Vergroening van het belastingstelsel blijft een belangrijke invalshoek van mijn fractie als het gaat over belastingpolitiek.

Voorzitter. Dan nog een paar amendementen. Nu ga ik toch over mijn tijd heen. Vijf seconden nog.

De voorzitter:
Moet kunnen.

De heer Snels (GroenLinks):
Het mag, het is wetgeving, voorzitter. We hebben veel discussie gehad over de toepassing van de korting op de verhuurderheffing en nogal wat partijen in deze Kamer willen die toepassing ruimer maken. Het budget is maar 100 miljoen per jaar, hoewel er natuurlijk enige flexibiliteit is gegeven door het kabinet. Maar het blijft een beperkt budget, terwijl de woningnood hoog is en eigenlijk een groot deel van de fracties een ruimere toepassing zou willen. Nu had ik al dat interruptiedebatje met de VVD. Ik heb een amendement voor een beperking van de renteaftrek tot drie jaar in de geest van ATAD, want dit gaat over een oneindige doorwenteling van rente. Daarmee kunnen we het budget voor de korting op de verhuurderheffing verruimen. Ik krijg graag een reactie of dit inhoudelijk een verstandig amendement is. Volgens mij is het in ieder geval helemaal volgens de begrotingskaders van het kabinet. Het blijft binnen het lastenkader. Het blijft zelfs binnen de categorie bedrijven. Hoewel je het geen categorie mag noemen, blijft het binnen de categorie bedrijven. Ik snap best dat de VVD over een hobbeltje heen moet om zo'n amendement te steunen. Maar dit is zo'n logisch amendement en zo'n win-win-win voor alle fracties in deze Kamer dat ik me eigenlijk niet kan voorstellen dat de VVD een veto uitspreekt tegen dit amendement. Dat geldt ook voor de steun die ik graag van de andere coalitiefracties zou willen voor dit amendement. Graag een "oordeel Kamer" van de staatssecretaris.

Voorzitter. We hebben een ingewikkelde discussie gehad over de richtlijn melding belastingconstructies. Volgens mij is dat een belangrijke richtlijn die gaat helpen om de cultuur te veranderen bij advieskantoren, als het gaat om het bedenken van constructies. Met de richtlijn wordt informatie gegeven over hoe constructies allemaal in elkaar zitten in Europa en wordt die informatie ook uitgewisseld. Volgens mij is dat echt belangrijk. Tegelijkertijd dacht ik dat wij er nog wat verschil van opvatting over hadden of de wijze waarop het kabinet de richtlijn nu in wetgeving heeft omgezet wel helemaal volgens de richtlijn is. Ten eerste is er de main benefit test: moeten constructies kunstmatig of deels kunstmatig zijn? De staatssecretaris liet die indruk nogal bestaan in de memorie van toelichting, in de schriftelijke antwoorden en ook in het debat. Uiteindelijk gaf hij zeg maar in de blessuretijd van het wetgevingsoverleg toe dat ik gelijk had dat het niet per se kunstmatig of deels kunstmatig zou moeten zijn. Ik denk dat wij heel dicht bij elkaar zitten en hetzelfde bedoelen. Toch heb ik daar voor de zekerheid en voor de helderheid een amendement voor gemaakt, want een wet komt uiteindelijk in het Staatsblad en iedereen moet weten waar hij aan toe is. Zijn we het nu inhoudelijk eens? Wat is er dan tegen om de verduidelijking — er was blijkbaar onduidelijkheid — zoals ik heb voorgesteld in een amendement vast te leggen?

Een tweede onduidelijkheid … Het is geen onduidelijkheid, maar een inschattingsverschil. Mijn inschatting is dat deze sector van belastingadviseurs die zo creatief is in het bedenken van constructies ook creatief genoeg is om de meldingsplicht te omzeilen, en wel doordat belastingplichtigen gebruikmaken van een belastingadvieskantoor buiten de Europese Unie en een hulpadviseur inzetten om een deel van de meldingsplicht te ontgaan en te ontlopen. Hebben we een verschillende inschatting van de creativiteit van deze sector? Ik heb geprobeerd mijn amendement zo vorm te geven, heel erg beperkt, dat het moet gaan om opzettelijk gedrag van de belastingplichtige. Die moet dus echt weten dat hij op deze manier de meldingsplicht zou omzeilen. Volgens mij kan het niet gaan om een hele grote toename van extra meldingen. Ik krijg daar graag in het commentaar op mijn amendementen een reactie op van de staatssecretaris. Ik denk dat we heel dicht bij elkaar zitten, maar we zijn er nog niet helemaal.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan de heer Omtzigt van de fractie van het CDA. U heeft 30 minuten.

De heer Omtzigt (CDA):
Voorzitter, het is wetgeving. Ik weet dat iedereen raar kijkt, maar er worden hier acht wetten behandeld. Wat dat betreft wil ik mijn collega Snels bijvallen. De omvang van de wetgeving is wel zodanig dat ik hier in ordners alleen al 20 tot 30 centimeter aan uitgeprinte documenten heb van de afgelopen weken die hierbij horen. Dit gaat ertoe leiden, zeg ik tegen mijn collega's, dat we hier een, twee of drie dingen over het hoofd gaan zien waar we volgend jaar weer een spoeddebat over gaan houden. Dat zou ik het liefst willen vermijden.

Voorzitter. Belastingheffing heeft buitengewoon grote invloed op de ordening van de maatschappij en op onze samenleving. Wanneer een belasting onrechtvaardig voelt, kan zij ontwrichtend werken. Als je een belasting kunt vermijden of beperken, dan werkt dat heel sturend. En dat effect is de politiek niet onbekend. Van dit fiscale instrumentalisme maken we hier gretig gebruik. In de arbeidskorting, in de fiscale bijtelling van de elektrische auto's, in de energiebelasting en op heel veel andere plekken denken we het gedrag van belastingplichtigen te kunnen sturen. Dat kan soms effectief zijn, maar het heeft ook grote nadelen. De rechtvaardigheid komt onder druk te staan als niet alle belastingplichtigen een handelingsperspectief hebben om mee te gaan in het gewenste gedrag, bijvoorbeeld omdat zij zich geen nieuwe elektrische auto kunnen veroorloven, niet minder gas kunnen gaan gebruiken omdat ze in een huurwoning zitten, of omdat een van de twee partners niet in staat is om te werken.

In dit plan is een historische stap gezet om de zelfstandigenaftrek af te bouwen. Dat doen we niet omdat er geen redenen zijn om beginnend ondernemerschap te bevorderen, maar omdat ondernemerschap in de loop van de tijd veranderd is en het grote fiscale voordeel ertoe leidt dat een dienstverband voor werkgever en werknemer minder aantrekkelijk geworden is. En overigens is de Wet DBA ook volstrekt onuitvoerbaar geworden, vanwege dat grote verschil. Ik kijk de staatssecretaris van Financiën maar aan. Maar dat dienstverband levert wel de zekerheid op die ook voordelen voor de samenleving heeft. Om ervoor te zorgen dat ondernemers er alleen relatief, maar absoluut in euro's niet op achteruitgaan, wordt de arbeidskorting sterk verhoogd. Alleen dit heeft dan weer het effect dat het niet alleen de zelfstandigen enigszins op achterstand zet — dat is het bedoeld effect alhier — maar ook alleenverdieners en mensen die maar gedeeltelijk kunnen werken. Een alleenverdiener met een inkomen net boven modaal, die daar in zijn eentje een heel gezin van onderhoudt, ontvangt één arbeidskorting, in plaats van twee arbeidskortingen bij een gezin met twee werkende ouders. En iemand in de Wajong die zijn uiterste best doet om zo veel mogelijk te werken, krijgt ook niet de volledige arbeidskorting, tenzij hij die subsidie mag laten uitbetalen door z'n werkgever. Er zijn een aantal bureautjes die dat doen. Dan kan hij in één keer de volledige arbeidskorting geven. Kan de staatssecretaris aangeven of hij het wenselijk vindt dat een Wajonger of iemand die gedeeltelijk arbeidsongeschikt is, die volledig werkt maar een wat laag inkomen per uur heeft, ook in aanmerking zou komen voor de volledige arbeidskorting? Ik ben benieuwd hoe we daar een weg in gaan vinden.

Als je bepaald gedrag wilt stimuleren en je stopt dat in een model, dan komt daaruit dat hoe groter en specifieker de prikkel, hoe meer belastingplichtigen het andere gedrag gaan vertonen. En als die prikkel dan weer heel precies getuned wordt op het inkomen waar volgens het model het meeste effect te verwachten is, dan loont het op een gegeven moment bijna niet meer om meer te gaan verdienen. Dat ga je nu bij andere beleidsterreinen terugzien. Ik zal een voorbeeld geven. De tweede partner betaalt feitelijk over de eerste €20.000 geen belasting, en daarna wordt het marginale tarief dik 50%. Dit geldt wanneer er een klein kind in het spel is en je de inkomensafhankelijke combinatiekorting hebt. Ik ben nu al 90% van Nederland kwijt, en dat is al één probleem. Deze wijze van belastingbetaling heeft rechtstreeks effect in het onderwijs, waar grote groepen mensen heel goed weten dat parttime werken veel aantrekkelijker is dan fulltime werken, omdat je van de eerste helft van je werkweek veel meer nettosalaris overhoudt dan van de tweede helft van je werkweek. En daar moeten we wel een keer heel goed naar kijken, want die marginale druk móét omlaag, ook om het lerarentekort te bestrijden.

Natuurlijk is het goed dat dit Belastingplan voor alle werkenden de lasten op arbeid verlaagt en de facto de lasten op kapitaal verhoogt. Dat is een verstandige lijn. In de afgelopen twintig jaar zijn de lasten op kapitaal fors gedaald en de lasten op arbeid zijn in de afgelopen jaren voor de middenklasse vooral gestegen. Hier komt nu dus een kentering in.

En voorzitter, ik wil nog één keer op die modellen terugkomen. Op dit moment word je geacht alwetend te zijn. Er is er maar één alwetend en dat zijn niet de burgers van Nederland. Zij weten al helemaal niet wat er gebeurt als zij €100 meer verdienen. Het klinkt gek, maar als je wilt dat iemand geprikkeld wordt, dan moet hij in ieder geval weten wat de prikkel is. Dus ik vroeg plagend: kunnen we ergens een tool hebben, zodat je weet hoeveel je bij benadering overhoudt als je €100 meer verdient, bijvoorbeeld omdat je een dag extra moet werken? Niet bij benadering kan zo'n tool in Nederland gebouwd worden. We hebben zo veel regelingen dat de ene persoon er nog geen €10 aan overhoudt, terwijl er ook mensen zijn die de volledige €100 overhouden. Hoe denken wij ooit dat mensen zo geprikkeld kunnen worden? Ze worden geprikkeld tot onzekerheid. Dit is modelmatig instrumentalisme.

Maar er is nog een nadeel van dat modelmatige instrumentalisme: rechtszekerheid past niet in het model. In het model weet elke belastingplichtige perfect hoeveel hij krijgt en kan hij de fiscale gevolgen van meer werken precies inschatten. Maar de werkelijkheid is weerbarstiger. Als je wat extra werkt, is de eerste felicitatie die je krijgt, een brief van de dienst Toeslagen van de Belastingdienst met daarin een beschikking en een acceptgiro om een stukje van je toeslagen terug te betalen. Gisteren kwamen we erachter hoeveel mensen dat treft: 300.000. 300.000 mensen hebben een dwanginvordering gekregen van de dienst Toeslagen. Maar in onze modellen past die rechtsonzekerheid niet, omdat we precies weten wat er gebeurt. Graag verneem ik van de staatssecretaris wat daaraan gaat gebeuren.

Een grote vereenvoudiging van het stelsel heeft heel veel positieve effecten die niet uit het model komen: meer duidelijkheid en kenbaarheid voor belastingplichtigen, minder stress en onverwachte problemen voor belastingplichtigen en een betere uitvoerbaarheid voor de Belastingdienst. Totdat een grote vereenvoudiging van het stelsel mogelijk is, moeten niet de uitkomsten van de modellen op één staan, maar de burger: de belastingplichtige. In maart nam de Kamer mijn motie aan om onderzoek te doen naar de verhouding tussen de Belastingdienst en de burger. Dat onderzoek zou dit najaar starten. Nu het nog niet gestart is, zou ik graag een paar voorstellen doen, zodat de staatssecretaris misschien een uitgewerkt plan naar de Kamer kan sturen.

De staatssecretaris en zijn hoge ambtenaren van de dienst Toeslagen zijn zich rot geschrokken toen ze eindelijk de ouders spraken die jarenlang door het fraudeonderzoek onder de CAF-11-zaak en de juridische tegenwerking van de Belastingdienst op bijstandsniveau hebben geleefd, en waarschijnlijk ten onrechte. Dit soort zaken grijpt zeer diep in in het leven van mensen. Ouders moesten minder gaan werken of raakten hun baan kwijt. Auto's werden in beslag genomen en op lonen werd beslag gelegd, met alle financiële gevolgen van dien. De psychologische effecten zijn groot. Ouders gingen aan zichzelf twijfelen, aan de gastouder, aan het gastouderbureau, maar uiteindelijk vooral aan de overheid. Relaties gingen kapot. Mensen raakten hun baan kwijt, werden depressief en moesten behandeld worden. De relatie tussen de burger en de Belastingdienst is in sommige groepen in de Nederlandse samenleving veel meer kapot dan menigeen denkt.

Mensen die in de problemen zitten, kunnen via de BelastingTelefoon geen direct contact krijgen. Ik heb deze dagen gesproken met een aantal mensen die bij de BelastingTelefoon werken, want je kunt met beide kanten spreken. Zij gaven aan dat de bereikbaarheid van de BelastingTelefoon op de dag waarop de toeslagen ontvangen worden, minder dan 40% is. Werkopdrachten met terugbelverzoeken worden vaak niet nagekomen door de onderbezetting op het kantoor Toeslagen. Mensen worden dus niet teruggebeld. En omdat de bereikbaarheid slecht is, is de invorderingslijn vol. Als mensen 20 tot 30 minuten wachten, krijgen ze later te horen dat ze terug moeten bellen.

De aanslag voor het terugbetalen van een toeslag is onduidelijk. Mensen snappen of lezen de brief niet. Ze maken het restbedrag over en dan komt er geen regeling tot stand. Dat leidt tot invorderingskosten en dwanginvordering. Zo kom je wel tot 300.000 mensen. Bij de BelastingTelefoon is er een scheiding tussen processen en wet- en regelgeving. Gecombineerd met opleidingen van het personeel betekent dit dat mensen vier of vijf keer worden doorverbonden voordat ze bij de juiste afdeling zitten. Het DACAS-systeem heeft een storing. Dat betekent dat de verrekeningen niet zichtbaar zijn voor de mensen die moeten antwoorden. Ze weten dus niet eens of de bedragen die ze noemen, kloppen. Er worden brieven gestuurd met fouten erin. We hebben een half miljard extra beschikbaar voor het kindgebonden budget omdat het fout is gegaan met de regelgeving. En wat doet de Belastingdienst? Die vraagt zelf het kindgebonden budget aan. Mensen krijgen dus een brief waarin staat "u heeft een kindgebonden budget aangevraagd" en zij denken: huh, ik heb helemaal niks aangevraagd. Dus zelfs als het goed nieuws is, weten we het niet netjes te brengen. Dit is wat ik te horen kreeg toen ik even een halfuurtje met een aantal mensen over de dienst Toeslagen sprak. Dit kan anders. Dit kan beter.

Daarom vraag ik de staatssecretaris of de onderzoekers in gesprek willen gaan met de ambtelijke top, met de medewerkers op de werkvloer en met mensen die jarenlang in de knel zijn gekomen bij de Belastingdienst door terugvorderingen, beslagen en juridische procedures. Verder spreek ik mijn hoop uit dat het onderzoek geleid wordt door een onafhankelijk persoon van grote statuur, zoals een oud-ombudsman, een oud-substituut-ombudsman of een voormalig rechter bij de Hoge Raad. Gisteren kondigde de commissie-Donner aan dat zij donderdag eindelijk met een rapport komt. Dat zullen we hier apart en uitgebreid behandelen. Jarenlang fouten maken, illegaal handelen en dat toedekken is zeer ernstig.

Gisteren was mijn collega van de SP — wij wensen haar sterkte nu ze thuis is, maar ze zal ongetwijfeld goed vervangen worden — bij de Belastingdienst in Rotterdam. Er waren daar ouders die jarenlang op het bestaansminimum zaten en die hun dossier wilden zien. Ze hadden geen recht op inzage. Is de AVG niet op orde bij de Belastingdienst of wordt er iets verbloemd? Deze mensen mogen toch gewoon hun dossier zien? Zelfs als ze een fout hebben gemaakt hebben; dat maakt allemaal niet uit. Je hebt recht op je dossier. Gaat dat geregeld worden?

Laat ik duidelijk zijn: ik verwacht een volledig feitenrelaas. Ik wil precies weten wie wanneer een besluit tot illegaal handelen bij de Belastingdienst heeft genomen. Ik wil ook graag weten wanneer topambtenaren, de staatssecretarissen en de ministers hiervan op de hoogte zijn gebracht. En wilt u ook aangeven of de ministeriële commissie fraudebestrijding hierbij betrokken was?

Voorzitter. Ik kom op een aantal maatregelen. Het zijn er heel veel, dus daarom heb ik wat extra spreektijd. De blauwe envelop.

De voorzitter:
Eerst nog even een pauze met de heer Snels.

De heer Snels (GroenLinks):
Ik weet dat de heer Omtzigt een interruptie op prijs stelt. We gaan de discussie over de hervorming van het toeslagenstelsel en het belastingstelsel hervatten als we de verkenningen krijgen, maar ik stel toch even de volgende politieke vraag. Het toeslagenstelsel kwam natuurlijk uit de koker van het CDA. We hebben bij een eerder kabinet gezien dat de VVD zich verzette tegen inkomensafhankelijke zorgpremies. Is het denkbaar om de toeslagen af te schaffen — laten we dan vooral kijken naar de kinderopvangtoeslag en de zorgtoeslag — zonder de kinderopvang gratis te maken en zonder inkomensafhankelijke zorgpremies?

De heer Omtzigt (CDA):
We hebben op dit moment inkomensafhankelijke zorgpremies. De helft van onze premie is nominaal en de helft van de premie is inkomensafhankelijk. Als je dat verandert, als je dat meer inkomensafhankelijk maakt, heb je minder zorgtoeslag nodig. Ik snap dat dat een optie is, en die optie is niet onbespreekbaar.

De heer Snels (GroenLinks):
Dat is inderdaad een stap naar links voor het CDA. Daar ben ik blij om, want volgens mij is dat nodig om van de toeslagen af te komen. En de kinderopvangtoeslag? Hoe denkt u over gratis kindervang?

De heer Omtzigt (CDA):
Wij zijn niet van de gratis kinderopvang. Dat gaat andere problemen opleveren. Het spijt mij bijzonder, maar ik zou de heer Snels toch willen verwijzen naar het regeerakkoord. Ook deze coalitie steunde het idee om de kinderopvangtoeslag in een ouderbijdrage te veranderen. Dat is wel een van de grootste uitdagingen. Het lukte namelijk uitvoeringstechnisch niet, en daardoor zitten we nog steeds met de kinderopvangtoeslag.

De heer Snels (GroenLinks):
Ten slotte, voorzitter, want dit debat komt nog terug. Ik vind het zo gemakkelijk dat VVD en CDA zeggen dat we van de toeslagen af moeten, zonder dat ze zich rekenschap geven van het feit dat we die hebben omdat we de huren en de hoge kosten van de kinderopvang en de zorg moeten betalen. Volgens mij kun je alleen van de kinderopvangtoeslag af als je publieke diensten gratis of inkomensafhankelijk gaat maken, want bij een ouderbijdrage krijg je precies hetzelfde probleem. Daar zit geen verschil tussen. Volgens mij is er geen andere route.

De heer Omtzigt (CDA):
Dat inkomensafhankelijk financieren gebeurt nu via de toeslagen. Laat ik helder zijn: het CDA is niet voor gratis kinderopvang of gratis buitenschoolse opvang. Dat lijkt me gewoon echt geen optie vanwege de kosten die daaraan zitten. We gaan het ibo-rapport over de toeslagen behandelen. Een van de opties die daarin staan, is uitgaan van een al vastgesteld inkomen, de zogenaamde t-2-optie. Vroeger hing de huursubsidie ook af van t-1,5. Dat is wat ingewikkeld, maar dat gaat om een inkomen van anderhalf jaar geleden. Dat staat namelijk vast. Omdat dat inkomen vaststaat, heb je last van veel minder terugvorderingen. Daar zit wel één nadeel aan, namelijk dat zowel relaties als inkomens van mensen veranderen, en dat er bij een forse inkomensval een ingewikkelde vangnetregeling opgetuigd moet worden. Dan kijkt de staatssecretaris mij weer moeilijk aan van: dat is ook ingewikkeld. Er zijn hier geen gratis, makkelijke opties. Als GroenLinks hier de gemakkelijke optie neemt en alle toeslagen wil afschaffen, verzeker ik u dat voor de mensen met de allerlaagste inkomens en de allerhoogste huren een vorm van tegemoetkoming in de huren en een vorm van tegemoetkoming in andere kosten noodzakelijk zal zijn om ze niet onder een bepaald minimum te laten vallen.

De voorzitter:
U continueert.

De heer Omtzigt (CDA):
Voorzitter. Ik kom op de blauwe envelop. Het is goed dat nu eindelijk wordt vastgelegd dat de blauwe envelop blijft bestaan. Niet iedereen kan namelijk op het internet. Het is mooi nieuws, maar er blijven uitzonderingen mogelijk. Dat is terecht, maar als de regering zo'n uitzondering wil gebruiken, moet ze wel toestemming vragen aan de Kamer. Daarom dienen wij samen met de VVD een amendement in op dit punt. Overigens kan het ook heel positief zijn als een uitzondering vervalt. Om maar eens één groep te noemen: belastingplichtigen in het buitenland zouden vaak juist heel graag elektronisch aangifte kunnen doen. Mevrouw Lodders is heel blij, zie ik; die springt een gat in de lucht. Wanneer wordt eindelijk geregeld dat Nederlandse belastingplichtigen die in het buitenland wonen vanuit daar een DigiD kunnen aanvragen en veilig elektronisch aangifte kunnen doen? Ik kan u verzekeren dat die groep, en vooral mensen die wonen in bepaalde landen met onbetrouwbare postsystemen, juist heel graag zien dat de blauwe envelop niet verplicht is.

Voorzitter. Dan box 3. De staatssecretaris heeft duidelijk aangegeven dat hij box 3 Europeesrechtelijk houdbaar acht in 2020. Ik ben blij met dat duidelijke antwoord, want ik verwacht dat er in 2020 weer massaal bezwaar aangetekend zal worden. Ik verzoek de staatssecretaris om aan te geven of hij na de uitspraak van de Hoge Raad in juni 2019, die zag op het stelsel dat gold tot 1 januari 2017, ook nieuw advies heeft ingewonnen over de houdbaarheid van het stelsel sinds 1 januari 2017. Zo nee, is hij bereid om dat te doen? Zo ja, geeft hem dat genoeg comfort? Als het antwoord nee is, overweegt mijn fractie om de parlementair advocaat ook een advies te laten vragen over de periode sinds 2017.

Voorzitter. Ik sluit me aan bij collega Lodders: we zouden de Algemene Rekenkamer kunnen vragen of 2016 en 2015 voldoende rendement konden opleveren. Ik zie dat de staatssecretaris zijn eigen juridisch advies gaat vragen. Zouden wij mogen weten wat dat juridisch advies behelst en aan wie het gevraagd wordt? Anders gaan we hier namelijk tig juridische adviezen vragen tot het ons bevalt, en dan eindigen we met z'n allen uiteindelijk toch weer bij de Hoge Raad.

Voorzitter. Dan de noodremprocedure. Fiscale stimulering kent ook grenzen aan de effectiviteit. Directeuren met een elektrische leaseauto kopen morgen net zo makkelijk een vervuilende auto als die weer goedkoper is. Er is niet genoeg commitment van de belastingplichtige, geen interne motivatie. Wat wel effectief is, is het Europese bronbeleid. Producenten moeten nu wel elektrische auto's verkopen, omdat zij anders grote boetes krijgen. De vraag is: als je daar nog veel fiscale stimulans bovenop doet, ben je dan water naar de zee aan het dragen? Dat is ook de reden dat er in het Klimaatakkoord niet alleen afgesproken is om de bijtelling van 4% naar 8% naar 12% naar 16% te verhogen, maar ook om een fiscale noodremprocedure in te stellen. Als het aantal verkopen meer dan €15.000 hoger ligt dan ... Sorry, meer dan 15.000. Ik heb het over aantallen. Als het over euro's zou gaan, had je heel weinig auto's. Als het aantal verkopen meer dan 15.000 hoger ligt dan in het ingroeipad, dan stijgt de bijtelling sneller dan nu is afgesproken. Maar zou dat niet gewoon 10.000 kunnen zijn? En voor belastingplichtigen is het natuurlijk altijd vervelend als een fiscaal voordeel lager uitpakt dan gedacht. Het is dus best belangrijk dat de noodrem een bredere bekendheid krijgt. Kan de staatssecretaris per jaar aangeven wat de grens is van die 15.000 plus het ingroeipad, of van 10.000 plus het ingroeipad — dat lijkt mij ook een goede afwijking, want 15.000 is erg groot — en hoeveel de bijtelling dan ongeveer omhooggaat? Dat helpt de voorspelbaarheid. En op welke wijze is dit kenbaar voor mensen die een auto gaan kopen? Mijn voorspelling is dat we dit jaar al door de grens gaan en dus volgend jaar weer een discussie krijgen. Dan kunnen we niet te lang wachten met informeren, en moeten we dat zorgvuldig doen.

Voorzitter. Dan de woningbouwcorporaties. Onze collega's zijn bezig om ervoor te zorgen dat de korting op de verhuurderheffing kan plaatsvinden op plekken waar problemen zijn met de woningbouw. Ik heb een mooi lijstje gehoord. De stad Enschede was daarin even vergeten, maar dat zal wel ergens aan liggen. Het moet beter gespreid worden. Er komt een voorstel voor een amendement van de woordvoerders uit de coalitie hiernaartoe, en ik geloof dat daar ook anderen aan mee gaan doen. Die nood is heel hoog en het is terecht dat de regering daar een opening biedt.

De staatssecretaris heeft ons een vergelijking te geven van wat een woningcorporatie betaalt en wat een particuliere verhuurder betaalt. Het is duidelijk dat een woningcorporatie die een woning van €600 verhuurt, meer belasting betaalt dan een particuliere verhuurder, die deze woning voor veel meer geld kan verhuren. Toch knagen er een paar punten aan de berekening. Ik zou dus graag nog een aanvullende berekening willen hebben. Want de staatssecretaris kijkt naar de vergelijkbaarheid van de belastingplichtigen, terwijl het mij gaat om vergelijkbare woningen. Voor een huurder maakt het namelijk niet zo veel uit wie de verhuurder is, als er maar een woning te vinden is tegen een bepaalde prijs. Ik ben dus op zoek naar de situatie waarin de verhuurders niet vergelijkbaar zijn. Het is niet logisch om te veronderstellen dat een particuliere verhuurder 51 woningen heeft onder de socialehuurgrens, en om deze verhuurder vervolgens te vergelijken met een verhuurder met 50 vrijgestelde woningen en 1 niet-vrijgestelde woning. Die man of vrouw heeft dan namelijk 7,8 miljoen in box 3. Wil de staatssecretaris dus een vergelijking geven met een verhuurder die samen met zijn partner, zeg, vijf woningen bezit en verhuurt? Daarbij mag er rekening mee worden gehouden dat er in box 3 een afslag zit bij de lage huur. Dan hoef je minder op te tellen.

Daarnaast vraag ik de staatssecretaris in welke gevallen een buitenlandse belegger box 3-heffing moet betalen. In de vergelijking moest de buitenlandse belegger namelijk box 3-heffing betalen. Ik was er nog niet van op de hoogte dat buitenlandse beleggers die betalen.

Voor de particuliere verhuurder met een bv lijkt het ook niet erg logisch om te veronderstellen dat deze in het hoge Vpb-tarief valt. De verhuurderheffing is in de berekening van de staatssecretaris gelijk bij een woning van €153.000 en een woning van €300.000, maar de heffing is toch echt gekapt op €270.000. Kan de staatssecretaris daarover een nadere vergelijking sturen?

Voorzitter. Ik kom op een onderwerp dat al onderdeel is geweest van een kort interruptiedebat tussen de VVD en de SGP. Dat is de schuif van de energiebelasting in de derde schijf ODE. Die gaat met 177% omhoog. Ik zou graag willen weten wat de staatssecretaris gaat doen als ondernemers in de glastuinbouw die overgegaan zijn op elektriciteit — dat wilden we ook graag in het Klimaatakkoord — halverwege het jaar weer teruggaan naar gas. Dat was toch niet helemaal de bedoeling? Deze schuif zou voor een bepaalde groep dus precies de verkeerde kant op kunnen gaan werken. Het kan trouwens ook nog effecten hebben voor ziekenhuizen en scholen. Waarom krijgt deze groep niet onmiddellijk fatsoenlijke toegang tot de SDE++, zodat hij de juiste dingen kan blijven doen? Kan de regering daarvoor zorgen? En kan de regering heel nauw de vinger aan de pols houden? Want als we precies de effecten krijgen die we onder het Klimaatakkoord niet willen, is dit instrumentalisme, waarvan ik eerder afstand heb genomen, dus de verkeerde kant op gaan werken.

Voorzitter. In het wetgevingsoverleg heeft de staatssecretaris op het onderwerp afval aangegeven dat hij met de afvalbranche om tafel gaat zitten om serieus naar een alternatief te kijken. Dat zou mij wat waard zijn, want ik zit niet te wachten op omvallende afvalovens. Die zijn ook allemaal in publieke handen. Daar komt nog extra bij het vervoer van al dat afval; ook weer extra CO2-uitstoot. Heeft de afvalbranche dus een fatsoenlijke oplossing op tafel gelegd?

Voorzitter. Ik kom bij de gehandicaptenbusjes. Ja, er zijn meer dan 50 maatregelen. Ik neem aan dat u ze uit uw hoofd kent.

De voorzitter:
U kunt me altijd overhoren — maar niet nu.

De heer Omtzigt (CDA):
Volgens mij kan ik u beter overhoren over de politieverslagen hier in Den Haag, voorzitter.

De gehandicaptenbusjes. Vorig jaar is de bpm-teruggave voor taxi's, en daarmee ook voor gehandicaptenbusjes, geschrapt. Dit lijkt toch wel wat snel te gaan. Elektrische auto's zijn zeker beschikbaar, maar fatsoenlijke elektrische bussen met een fatsoenlijke range, zodat je er als taxichauffeur de hele dag in kan rijden, zijn dat niet, en dat is buiten de steden heel vervelend. Kan de staatssecretaris aangeven of er voor bedrijven in het gehandicaptenvervoer die in het komende jaar echt een nieuwe bus aanschaffen, nog een methode is om hen te blijven ondersteunen tot die bussen wel beschikbaar zijn? Die ondersteuning kan ook afhankelijk zijn van het gewenste gedrag. Ik stel hier dus niet voor om de meest vervuilende en meest gebruikende busjes te stimuleren.

Voorzitter. De btw op elektronische publicaties gaat omlaag, dus uw digitale krantenabonnement wordt goedkoper. Het antwoord van de staatssecretaris was ook wel leuk. Als u een driejarig abonnement op De Telegraaf genomen heeft voor €100 per jaar, dan betekent dit volgens het antwoord van de staatssecretaris dat ze komend jaar maar €90 in rekening mogen brengen. U hebt namelijk een afspraak gemaakt met 21% btw, maar die gaat naar 9%, dus dat betekent dat die afgesproken factuur dik 10% lager moet zijn dan die anders was. Dat is een helder antwoord, staatssecretaris. Wij gaan volgen of dat gebeurt. Maar u weet wat er gebeurt in dit land. Als je de btw verhoogt, gaan op 1 januari alle prijzen omhoog. Daar hoeven we helemaal niet moeilijk over te doen. Maar als je de btw verlaagt, dan zien we geen heel grote verlagingen; we keken weleens een keertje naar kappers en fietsenmakers. Wij zien niet meteen waarom krantenuitgevers heel ander gedrag zouden gaan vertonen. We hebben net een brief gehad waarin staat dat het heel moeilijk is om dat allemaal op een rij te zetten. Toch vragen we dat van u. Maar u mag het ook anders doen. Bel de Autoriteit Consument en Markt en vraag om een publicatie van de lijst met de huidige prijzen. Vraag de Autoriteit Consument en Markt ook om in maart eens te rapporteren over wat er gebeurd is, met naming-and-shaming graag, in zowel de sector kranten en tijdschriften als de sector schoolboeken. Want belastingverlagingen doen we voor de burger, niet voor grote uitgeverijen.

Voorzitter. Bij de documentatieverplichting zijn we blij met de toezegging van de staatssecretaris dat een belastingplichtige zonder buitenlandse verhoudingen met hoogstens een buitenlandse leverancier nooit de documentatieverplichting op zijn dak krijgt, tenzij hij wist van een in prijs doorberekende hybride mismatch. Ik kan me niet voorstellen dat dit laatste voorkomt bij echte ondernemers, want dit soort constructies passen bij brievenbusmaatschappijen. Ik vertrouw erop dat de praktijk de Belastingdienst aan deze toezegging van de staatssecretaris houdt, want alleen als een groep specifiek genoeg is, is zo'n vergaande verplichting aan belastingplichtigen houdbaar. Datgene wat er niet is, is als belastingplichtige niet aan te tonen.

Voorzitter. Ik ben nog niet tevreden over de antwoorden op de vragen over btw op parallelimport, dus daar kom ik op terug. Over alle auto's die tweedehands worden gekocht, wordt geen btw afgedragen in Nederland, tenminste, als ze ouder dan 6 maanden zijn en er meer dan 6.000 kilometer op de teller staat. Dat is wel degelijk een behoorlijk groot btw-gat.

Wat betreft de WLTP sluit ik me gewoon maar even aan bij mijn collega van de VVD. Het lijkt erop dat de vergelijking tussen 2017 en 2018, wanneer er in een keer heel veel meer bpm binnenkomt, gewoon leidt tot duurdere auto's. Dat gaat leiden tot meer parallelimport en tot gemiste inkomsten in Nederland. Kan de staatssecretaris dit nog een keertje nakijken, desnoods via monitoring of een echt onderzoek? Mijn vraag of er eerdere versies bestaan van het TNO-rapport is nog niet beantwoord en die zou ik graag beantwoord zien.

Voorzitter. De staatssecretaris heeft wat betreft de leenbijstand aangekondigd dat mensen die onterechte terugvorderingen gehad hebben, compensatie konden krijgen, maar daar is weinig gebruik van gemaakt. Samen met de PvdA hebben we gevraagd om die regeling. Kan er meer bekendheid aan gegeven worden nu het geld niet op is? Kan ervoor gezorgd worden dat die regeling nog een halfjaar open blijft, zodat we dat met een campagne eens zouden kunnen bekijken? Ik zou graag willen dat de mogelijkheden van studiebeurzen in een bepaalde folder bij elkaar kwamen te staan. Wat mag een werkgever aan studiebeurzen uitgeven?

Ik dank de staatssecretaris voor de uitvoeringstoets van de beslagvrije voet. Die heb ik via de staatssecretaris van SZW gekregen. Maar daarin stond dat er nog een andere uitvoeringstoets geweest is en die hebben we nog niet gezien. Mag ik weten hoe oud deze uitvoeringstoets is? Deze uitvoeringstoets zegt namelijk: als bepaalde dingen voor 1 maart 2019 gedaan zijn, dan is het allemaal haalbaar. Dat betekent dus dat deze uitvoeringstoets ten minste van februari 2019 geweest moet zijn. En wat moet ik tien maanden later met een uitvoeringstoets als ik niet weet of die ijkpunten gehaald zijn? Ik wil dus graag een volledig overzicht van die uitvoeringstoetsen. Ook wil ik weten of al die deadlines gehaald zijn, want anders slipt die beslagvrije voet weer verder weg.

Voorzitter. Ik wacht nog op de stukken van de Douane. We willen erg graag weten hoe het nou met de corruptie bij de Douane zit. Dat hebben we als commissie gevraagd.

Hetzelfde geldt voor de brief met de antwoorden op de Kamervragen over de huurtoeslag en mensen die door de huurgrens heengegaan zijn. Dat is gewoon een rechterlijke uitspraak, maar de Belastingdienst Toeslagen is nog niet in staat om die uit te voeren.

Voorzitter. We zijn twee amendementen aan het indienen. Het ene gaat over de blauwe envelop. Het andere gaat over de scholingsuitgaven. We vinden dat scholingsuitgavenaftrek alleen per KB afgeschaft mag worden. Waarom mag die alleen zo afgeschaft worden? Dat is omdat we zeker willen weten dat de nieuwe regeling goed werkt en dat er voor die tijd ook geen publiciteit is.

Voorzitter. Het is natuurlijk vergaand dat we nu eindelijk een wet op de bronbelasting hebben. Nederland zit nog steeds in de top twee van doorstroomlanden. Ik zou graag willen dat Nederland niet meer terug te vinden is in de top vijf. Zou de regering jaarlijks willen vertellen welke stappen zij onderneemt om uit de top vijf van doorstroomlanden te vallen? Natuurlijk hebben we doorstroom via onze multinationals die de treasuryfunctie gebruiken. Het hoeft allemaal niet nul te zijn. Het is allemaal heel simpel. De doorstroom die er is, moet gewoon te maken hebben met reële activiteiten of geplande activiteiten die logisch zijn in ondernemingen, maar moet niks meer te maken hebben met bepaalde constructies die we hebben. Deelt de staatssecretaris dat we uit die top zouden moeten vallen? Wil hij daar jaarlijks stappen voor ondernemen?

Voorzitter. Ik zou graag elk voorjaar een overzicht van de staatssecretaris ontvangen van alle fiscale maatregelen uit het Klimaatakkoord. Hoe loopt dat nou? Halen we de doelen? Halen we de doelen met het geld? Moet er geld bij? Kan het met minder geld? Wij hopen natuurlijk het laatste, bijvoorbeeld omdat er technologische vooruitgang is. Dat willen we in het voorjaar horen, ofwel op woensdag, gehaktdag ofwel bij de voorjaarsnota. Op die manier kunnen we dan herijken richting het belastingplan. Is het mogelijk om zoiets te doen, vraag ik aan de staatssecretaris.

De heer Van Weyenberg (D66):
Ik denk dat iedereen graag alles, dus ook de klimaatdoelen, zo kosteneffectief mogelijk haalt. Ik probeer even te kijken of ik het voorstel van de heer Omtzigt goed begrijp. Hij zegt dat we moeten kijken of we misschien met minder middelen toch de doelen kunnen halen. Maar ik mag toch aannemen dat hij voorstelt dat we dat in balans doen? Mocht blijken dat we de doelen niet halen, kan dat ook betekenen dat we wat meer moeten doen, toch? Dat is de balans toch? Begrijp ik het voorstel dan goed?

De heer Omtzigt (CDA):
Ja, hoor, dan begrijpt u het voorstel goed. Ik heb natuurlijk de hoop dat het met minder middelen kan, want dat betekent dat de algemene lastendruk omlaag kan. Maar soms kan het betekenen dat er voor bepaalde zaken geïntensiveerd wordt. De doelen staan daarbij voorop. Daarbij mag ook meegerekend worden of bij bepaalde maatregelen de nevendoelen gehaald worden. Ik noem een voorbeeld dat de heer Van Weyenberg misschien zal aanspreken: elektrisch rijden. Als die auto's niet te zwaar zijn, heeft dat ook wat nevenvoordelen — zo zullen we maar zeggen — in de uitstoot van fijnstof en in de uitstoot van lawaai. Dus kan het per euro subsidie iets duurder zijn. En over biomassa zal er, na de uitspraken van de Eerste Kamer van vandaag, ook gerapporteerd moeten worden. Ik kijk nu naar de heer Van Raan, die helemaal loopt te glimmen.

De heer Van Raan (PvdD):
Mede dankzij de heer Van Weyenberg!

De heer Van Weyenberg (D66):
Dank, zeg ik tegen collega Van Raan. Volgens mij hebben we in het Klimaatakkoord de afspraak gemaakt om te kijken of biomassa wel effectief was. Dit is goed nieuws. Als we hier zo meteen de CO2-heffing in de industrie en de elektra bespreken, is het belangrijk dat we goed kijken of het hele concept daar voldoende in geborgd is, dus dat we doen wat de heer Omtzigt net zegt. Wat mij betreft is het motto, in ieder geval van de D66-fractie, dat de doelen coûte que coûte gehaald moeten worden. Wij passen aan als dat nodig is. Als het met minder kan: graag. Als er meer nodig is, doen we dat ook.

De heer Omtzigt (CDA):
Ja, we zijn gebonden aan de doelen. We hebben dure lessen geleerd. Daarom zijn we ook blij dat we én elektrisch rijden stimuleren én zeggen: dat doen we verstandig. Dat betekent dus het ophogen van de bijtelling, omdat het ook gewoon haalbaar en betaalbaar moet zijn.

De heer Van Raan (PvdD):
Ik sluit hiermee aan bij de vorige spreker, de heer Van Weyenberg. Is het de heer Omtzigt bekend dat de doelen waar we het net over hadden, voor zover we nu weten, op geen enkele manier gehaald worden? Dus is de heer Omtzigt, met die wetenschap, bereid om met de Partij voor de Dieren alvast plannen te maken voor die ruimte die hij net gaf op de vraag van de heer Van Weyenberg?

De heer Omtzigt (CDA):
Wij stellen onze plannen continu bij. Ik ben van nature niet de meest optimistische persoon in deze Kamer. Dat moet ik heel eerlijk toegeven. Ik ben soms zelfs een beetje een zwartkijker. Dat verwijten ze me dan. Maar je ziet hoe snel bepaalde dingen gaan, bijvoorbeeld hoe snel de vooruitgang in de automobiliteit gegaan is. We hebben een constante onderschatting van de positieve effecten gezien. Ik hoop en ik vermoed dat het samen druk uitoefenen in Europa zorgt voor technologische vooruitgang. Het was een wens van twee partijen die u misschien niet ziet als het vriendelijkst richting de klimaatdoelen, de VVD en het CDA. Zij zeiden: doe die vliegbelasting nou, maar doe dat Europees. Ze zeggen nu ook: ook al zit het niet in de modellen, doe eens een keertje wat met het scheepvaartverkeer. Kijk naar wat er in de grote vaart verbrand wordt. Daar zijn veel grotere quick wins te halen, als je geïnteresseerd bent in de werkelijke uitstoot in plaats van in de modelmatige uitstoot. Daar is gewoon over te praten.

De heer Van Raan (PvdD):
Een vervolgvraag. Dat klopt: sommige dingen gaan veel sneller dan je zou denken. Het klopt ook dat de heer Omtzigt niet het meest optimistische Kamerlid is. Ik probeer even te kijken welke conclusie ik kan trekken.

De heer Omtzigt (CDA):
Ja, dat vraag ik me ook af.

De heer Van Raan (PvdD):
Hij zegt aan de ene kant: ik denk dat het eigenlijk veel sneller gaat. De wetenschap geeft hem daar voorlopig geen gelijk in. Sterker nog, gisteren stond er een lang artikel in de New York Times waarin een hele tijdlijn werd gegeven waaruit bleek dat wetenschappers constant de klimaatverandering onderschatten, eigenlijk al vanaf 1980. In die wetenschap zit ik toch even te zoeken … De heer Omtzigt verschuilt zich nu een beetje achter het idee dat het misschien wel sneller gaat, in de wetenschap dat dit op een aantal echt cruciale punten helemaal niet zo is. Dan kunnen we daar vast over spreken. Dat zou ik nog graag van hem horen.

De heer Omtzigt (CDA):
Wij blijven hierover spreken. Daarom wilde ik ook die jaarlijkse update hebben. Dan kunnen we kijken hoe het ervoor staat. Overigens, even enig optimisme: twintig jaar geleden zijn hier verschrikkelijke verhalen geweest over dat gat in de ozonlaag. Dus enig optimisme dat het ons soms wel lukt … En dan neemt u uitgerekend de VS als voorbeeld, die zich nu hebben teruggetrokken uit het verdrag van Parijs. Er is ook een heel groot verschil tussen helemaal niks doen en wat doen. Ik zal het artikel in de New York Times lezen. Ik heb de New York Times vandaag nog niet gelezen.

Voorzitter. Het is een omvangrijk Belastingplan. Ik verwacht een paar duidelijke toezeggingen van de staatssecretaris. Maar het is wel een goede stap dat we enige lastenverlaging hebben. Dat heeft Nederland hard nodig. U zult van mij geen hallelujaverhalen horen dat het 95% van de bevolking is, ex post, want dan weet ik precies waar we eindigen. Maar we zien bepaalde stukken een stukje naar beneden gaan. Dat is goed nieuws, want uiteindelijk moet elke euro in dit land via heel hard werken verdiend worden.

De heer Nijboer (PvdA):
Ik prijs de heer Omtzigt voor zijn precieze behandeling van wetgeving. Dat is ook belangrijk. Maar even dreigde ik mezelf toe te staan dat er zand in mijn ogen werd gestrooid. Niet door de heer Omtzigt, hoor, want je moet gewoon zelf scherp blijven. Ik wil toch naar de hoofdkeuzes in dit Belastingplan. We hebben natuurlijk net heel veel wetten besproken. Allemaal goed werk. Maar waarom steunt het CDA de hoofdkeuze om voornamelijk uitkeringsgerechtigden, ouderen en huurders er in inkomen relatief minder op vooruit te laten gaan dan de mensen met de hoogste inkomens? Dat komt door die vlaktaks. Onder de streep gaan deze mensen er fors minder op vooruit dan de mensen met de hoogste inkomens. Waarom is dat rechtvaardig volgens het CDA?

De heer Omtzigt (CDA):
Alle groepen gaan erop vooruit met meer dan 1%. Ik zeg er nog steeds bij: in de modellen. Dus met enige voorzichtigheid. Ik wil nog wel een aantal misverstanden wegnemen die hier in het debat ontstaan zijn. Het eerste misverstand is dat door de eerste schijf die iets omhooggaat, de mensen met de lage inkomens veel meer betalen. Sterker nog, het inkomen dat je moet hebben voordat je belasting gaat betalen, stijgt de komende twee jaar met meer dan €1.000 richting de €8.500, zo uit mijn hoofd, omdat de algemene heffingskorting, dat wat iedereen krijgt, fors omhooggaat. Sterker nog, de algemene heffingskorting krijg je niet meer als je meer dan dik €40.000 verdient. Dus is het een tegemoetkoming die alleen bij de lagere inkomens terechtkomt. Ik daag de PvdA-fractie uit om aan te geven in welke andere periodes dat ze zelf ook meeregeerde het lukte om iedereen er een stukje op vooruit te laten gaan.

Wat betreft zijn opmerking dat de hoogste inkomens er het meeste op vooruitgaan het volgende. Doordat we de vlaktaks versneld ingevoerd hebben, is het voordeel van het lagere tarief in een keer ingegaan en wordt het nadeel dat alleen de hoogste tariefsgroep heeft, namelijk dat de aftrekposten straks tegen het standaardtarief van 37% zijn en niet 49,5%, in drie jaar ingevoerd. En dat zullen ze de komende twee jaar merken.

De heer Nijboer (PvdA):
Nou wordt er wel een beetje een rookgordijn opgetrokken. Onder de streep zie je gewoon dat de laagste inkomens, dus huurders, gepensioneerden en uitkeringsgerechtigden, er 1,3% op vooruitgaan en de hoogste inkomens 2,3%. Als je per jaar bruto €20.000 hebt, is dat dus netto €20 in de maand en als je een ton hebt netto €200 in de maand. En dat vind ik gewoon niet eerlijk. Dat komt mede, zoals de heer Omtzigt toegeeft, doordat dat toptarief versneld wordt verlaagd en dat komt ook mede doordat het tarief voor de eerste schijf word verhoogd. Dat maakt het nog onrechtvaardiger dan het anders al zou zijn. Ik vind het heel raar dat het CDA dat steunt.

De heer Omtzigt (CDA):
Mensen die het minimumloon verdienen kunnen we er dit jaar niet eens €200 op vooruit laten gaan omdat ze minder dan €200 belasting betalen. Dat hebben we fors teruggebracht door een verhoging van zowel de algemene heffingskorting als de arbeidskorting. Wat dat betreft loont dat wel degelijk. De PvdA denkt dat als je een antwoord geeft dat langer is dan twee zinnen over ons huidige belastingbeleid, je dan een rookgordijn opwerpt. Als je een antwoord geeft dat korter is dan twee zinnen, dan weet je zeker dat je aan simplistische vergelijkingen doet en dat je oneliners aan het gebruiken bent, waar de voorzitter in andere capaciteit ook heel goed in is, waarvoor ik hem ook prijs. Maar daar is het belastingstelsel net te ingewikkeld voor. Dat vereenvoudigen is overigens een heel mooie uitdaging.

De voorzitter:
Mooie warme woorden aan het eind. Dan de heer Alkaya van de fractie van de SP, die vandaag als vervanger optreedt.

De heer Alkaya (SP):
Voorzitter. Laat ik beginnen mijn partijgenote Renske Leijten beterschap te wensen. Ze heeft gisteren een klein ongelukje gehad en moest vanochtend naar het ziekenhuis. Het gaat goed met haar, maar ze ligt wel thuis. Dus ik zal proberen haar zo goed mogelijk te vervangen in dit hier en daar toch wel technische debat. Ik ben overigens lid van de commissie Financiën en dus niet helemaal een vreemdeling op dit gebied, maar toch.

Wanneer je een rondje op het terras geeft, betaal je meer belasting dan Shell doet over een heel jaar winst in de boeken. Dat is het gevolg van beleid. Dat is het gevolg van keuzes van de Nederlandse regering. Een beleid dat stelt dat als het goed gaat met bedrijven, het dan automatisch ook goed gaat met burgers. Maar we zien de gevolgen van dit beleid overal: het klopt niet. Delen van de publieke sector staken bijna wekelijks. Hardwerkende mensen kunnen hun energierekening en zorgverzekering nauwelijks meer betalen en er is bijna geen betaalbaar huis meer te vinden in Nederland, huur of koop. Het bedrijfje pamperen door drie kabinetten-Rutte laat duidelijk zien waar Nederland voor staat: de markteconomie en de aandeelhouder boven alles.

Dan ga ik nu specifiek in op een aantal onderdelen daarvan. Laat ik beginnen met een onderwerp waar een aantal interruptiedebatten ook over zijn gegaan, namelijk het versneld invoeren van het tweeschijvenstelsel. Dat is namelijk exemplarisch voor dit alles. Daarbij gaat namelijk iedereen die twee keer modaal of zelfs nog meer verdient, er het meest op vooruit. Per saldo, als we alle kortingen en inkomstenbelastingen in dit ingewikkelde systeem meerekenen, gaan de laagste inkomens inderdaad ook minder belasting betalen, maar daar wil ik wel een aantal kanttekeningen bij plaatsen.

Ten eerste hebben deze kortingen een heel ander karakter dan de belastingpercentages. Ze variëren vaker per jaar, terwijl de belastingpercentages structureler van aard zijn. Volgend jaar kan dit kabinet bij tegenzittende financiën zomaar de kortingen omlaag schroeven, en weg is dan het voordeel voor de laagste inkomens.

De heer Omtzigt (CDA):
Kan de heer Alkaya mij één jaar uit de afgelopen vijftien jaar noemen waarin de regering de algemene heffingskorting en de arbeidskorting fors verlaagd heeft? Want als we één ding gezien hebben, is dat die constant stijgen.

De heer Alkaya (SP):
Als je het structureel bekijkt, dan zie je in de boeken dat de belastingpercentages structureler zijn. U bent van het CDA. Het is toch een plan van het CDA geweest om het tweeschijvenstelsel in te voeren? Het is toch vanzelfsprekend dat het aanpassen van de percentages van de belastingschijven veel structureler van aard is? En het aanpassen of corrigeren van die belastingpercentages wordt toch vaker gedaan? Dat weet de heer Omtzigt hartstikke goed.

De heer Omtzigt (CDA):
Beide worden gewoon één keer per jaar aangepast. Dat gebeurt bij het Belastingplan. Er is dus echt geen verschil. Hier creëert de SP dus een verschil dat er niet is. Ik ken geen enkel jaar — geen enkel jaar! — waarin de heffingskortingen meer dan één keer zijn aangepast. Ik nodig hem uit met een jaartal te komen. En ik ken ook geen enkel jaar waarin de tarieven tussentijds zijn aangepast. Dat is helemaal gelijk aan elkaar. En de heffingskortingen zijn jaar op jaar op jaar gestegen. Dat de inkomensparagraaf hem dus niet bevalt is tot daaraan toe, maar als hij hier net doet alsof dit geen structurele tegemoetkoming of structurele korting zou zijn, dan doet hij het Nederlandse stelsel van belastingen echt tekort.

De heer Alkaya (SP):
Het gaat er niet om of die kortingen stijgen, maar het gaat erom of die kortingen genoeg stijgen om de koopkracht van mensen er genoeg op vooruit te laten gaan, ook als je rekening houdt met economische groei. We zien jaar op jaar dat de koopkracht achterblijft. De kortingen kunnen dus wellicht wel stijgen, maar die stijgen niet genoeg mee om mensen ook daadwerkelijk de economische groei te laten voelen. De heer Omtzigt daagt mij uit. Ik daag hém uit, en ik daag de mensen thuis uit ...

De voorzitter:
Nee, nee, nee, u gaat niemand uitdagen.

De heer Alkaya (SP):
Waarom zou ik niet uitdagen, voorzitter?

De voorzitter:
Omdat hij dan gaat antwoorden, en dat moeten we niet hebben. Nee, een interruptie is eenrichtingsverkeer.

De heer Alkaya (SP):
Laat ik dan iedereen die dit debat volgt, uitdagen om te kijken wanneer dat schijvenstelsel voor het laatst is aangepast. Dat is veel structureler van aard. En als we eenmaal vastzetten dat mensen in de laagste categorie meer belasting gaan betalen over hun inkomsten, dan is dat veel moeilijker aan te passen dan die kortingen, die toch wat onzekerder zijn. Die kunnen dan wellicht wel stijgen, zoals ik heb gezegd, maar iedereen voelt thuis dat de koopkracht achter is gebleven, ondanks de kortingen van de heer Omtzigt.

De voorzitter:
U continueert.

De heer Omtzigt (CDA):
Voorzitter, de koopkracht was de afgel...

De voorzitter:
Interrupties doen we in tweeën. Het spijt me. U continueert, meneer Alkaya.

De heer Alkaya (SP):
Misschien komt hij later nog eens terug op die uitdaging, voorzitter.

De voorzitter:
Je weet het nooit, je weet het nooit.

De heer Alkaya (SP):
Ten tweede zijn de verbruiksbelastingen in de afgelopen jaren keihard gestegen. Dan heb ik het natuurlijk over de belasting die we betalen op wat we met z'n allen kopen. De btw-schijven zijn namelijk allebei gestegen: het hoge tarief met 16% en het lage tarief met 50%. De energiebelasting is voor alle huishoudens ook gestegen. Beide, zowel de btw als de energiebelasting, raken iedereen evenveel. Maar juist bij de laagste inkomensgroepen, die het al moeilijk hebben, komt dit het hardste aan. En als je al die belastingmaatregelen allemaal bij elkaar optelt, is het dan een belastingverlaging? Hebben we dan de afgelopen jaren te maken gehad met een belastingverlaging? Ik denk dat veel mensen thuis het juist voelen: nee. Alles bij elkaar opgeteld is het een lastenverschuiving geweest waarbij opnieuw de burgers en vooral de laagste inkomens betalen, terwijl de bedrijven vooral worden ontzien.

Dan specifiek de maatregelen op het gebied van klimaat. Het klimaatbeleid laat zich eigenlijk maar met één woord omschrijven en dat is "onrechtvaardig". We weten al jaren dat mensen hun energierekening nog maar met moeite kunnen betalen. Inmiddels wordt er zelfs gesproken over energiearmoede. Mensen moeten een afweging maken of ze thuis de verwarming omhoog kunnen zetten, of ze kunnen koken of dat ze een warme douche kunnen nemen. Dan vraag ik, aan mezelf en aan het kabinet: dit is toch niet het soort klimaatbeleid dat we hier in Nederland voor ogen zouden moeten hebben? De energiebelasting blijft stijgen voor iedereen, terwijl duidelijk is dat juist de laagste inkomens het al moeilijk hebben en de industrie langs andere wegen amper belasting betaalt. Dat pakt het kabinet aan, en dat is goed, maar waarom is er dan bij de klimaatmaatregelen niet voor gekozen om rechtvaardigere keuzes te maken en niet de mensen thuis meer te belasten? Van alle klimaatsubsidies die voor burgers beschikbaar zijn, komt 80% bij de rijksten van Nederland terecht. Geen wonder dat de steun voor dit soort maatregelen dan afneemt.

Dat er volgend jaar meer dan 11 miljard wordt gegeven aan het verbranden van hout in energiecentrales, biomassacentrales, is al bizar, omdat het nauwelijks voordeel voor het klimaat oplevert, maar het is helemaal gekkenwerk als we tegelijkertijd beseffen dat er €0,0 beschikbaar komt voor de verduurzaming van sociale woningen, die veelal gebrekkig zijn. Daar heb ik in verschillende debatten al aandacht voor gevraagd. Het kabinet moet niet de grote vervuilers vrijuit laten gaan en de gewone automobilist uit zijn auto jagen. Het moet niet "meer vliegen" mogelijk maken, maar tegelijkertijd een boete geven, zodat de mensen thuis daar helemaal geen gebruik van kunnen maken, zodat ook dat weer een luxeproduct wordt. Het gaat erom dat je rechtvaardige keuzes maakt, op welk beleidsterrein dan ook. Je moet niet de gewone mensen thuis de rekening presenteren, bijvoorbeeld voor de klimaatregelen.

Dan specifiek wonen. De wooncrisis in Nederland neemt steeds schrikbarender vormen aan. Rijtjeshuizen kosten al tonnen, soms een miljoen, en intussen zijn de wachtlijsten voor de nog bestaande sociale woningen tot bizarre proporties aangezwollen. De woningcorporaties kunnen hun huizen nauwelijks meer onderhouden, laat staan verbeteren om het energieverbruik omlaag te brengen. Ook kunnen zij nauwelijks nieuwe huizen bouwen. Want de verhuurderheffing blijft gewoon van kracht, terwijl het een crisismaatregel was. Een huurder bij een corporatie betaalt per maand ruim €66 aan verhuurderheffing. Dat bedrag gaat dus naar de schatkist. Tegelijkertijd betalen we via het toeslagensysteem huurtoeslagen aan diezelfde mensen, wat natuurlijk bizar is. Daarom hebben wij een amendement om deze verhuurderheffing te verlagen, voor de zoveelste keer. Ik ben ervan overtuigd dat die uiteindelijk van tafel zal gaan. Gisteren spraken de ChristenUnie en het CDA zich hier ook al over uit in het woondebat. Laten we dat nu dan ook regelen. We zijn nu rijker dan ooit. Dit is dan toch het juiste moment om een maatregel die in de crisis is ingevoerd, weer op te heffen? Het is een maatregel van Rutte I.

Daarnaast neemt het kabinet ook veel maatregelen om belastingontwijking tegen te gaan. Ik heb al aangegeven dat we die in principe kunnen steunen. Hoewel ik de effectiviteit ervan betwijfel, zijn het stappen in de goede richting. Dat ik de effectiviteit ervan betwijfel, ligt niet zozeer aan de maatregelen zelf die het kabinet neemt, als wel aan de belastingontduikingindustrie in Nederland. De adviespraktijk verzint heel graag allerlei constructies om de overheid, en daarmee de rest van de samenleving, te belazeren. Iedere keer dat er een nieuwe regel wordt verzonnen om hen aan te pakken, zie je dat ze toch een omweg vinden. Dan gaan de best opgeleide en meest creatieve fiscalisten met dikgevulde portemonnees aan de slag om te proberen de nieuwe maatregel te ontwijken en ontduiken. Het openbaar maken van de boetes die deze groep krijgt, lijkt ons goed, maar ik betwijfel of het op deze manier wel optimaal zal werken. Mijn fractie wil, eigenlijk net als alle fracties hier, dat deze hele praktijk stopt en dat er niet pas achteraf ergens op de website van de Belastingdienst te zien is wie er een fout heeft gemaakt. Daarom heeft mijn collega Leijten een amendement ingediend waardoor die adviseurs zelf verplicht worden tot openbaarmaking op hun eigen website.

Voorzitter. Dan kom ik op box 3. De brief die de staatssecretaris ons gisteren stuurde, is kort gezegd teleurstellend. Dat is een teleurstelling die volgt op andere, eerdere teleurstellingen. Ik noem de vrijstelling voor letselschadegedupeerden, mensen die voor het leven getekend zijn en vaak ook voor het leven moeten teren op de vergoeding die ze krijgen omdat ze niet meer kunnen werken. Maar van deze staatssecretaris moeten zij daar toch vermogensbelasting over betalen. Ik noem daarnaast ook de kleine spaarders, die straks mogelijk rente moeten gaan betalen op het kunnen sparen bij de bank, en dan betalen ze ook nog steeds belasting over een fictief rendement. Nu komt daar weer de brief bij waarin de staatssecretaris aangeeft, niets te zullen doen, nadat de parlementaire advocaat heeft gezegd dat het aan de wetgever is om het onrecht van al die spaarders die belasting betalen over inkomsten die ze helemaal niet hebben gehad, recht te zetten. Dat zijn wij dus zelf, die wetgevers. De SP heeft voor de zomer al een motie ingediend om dat voor 2020 nog gewoon te regelen. De onwil of de onkunde is stuitend en dat gaat in tegen de uitspraak van de Hoge Raad. Koerst de staatssecretaris aan op een individuele gang naar de rechter van al die mensen die bij het collectieve proces betrokken waren? Het is simpelweg onrechtvaardig dat miljardairs rijker en rijker worden, het liefst 10% rijker, 6 miljard erbij, konden we laatst lezen, terwijl de kleine spaarder wordt gepakt. Dit moeten wij oplossen. Laten we het geld gewoon halen waar het zit, en niet bij de kleine spaarders.

Voorzitter. Tot slot het toeslagensysteem. GroenLinks begon er ook al over en sprak teleurstelling uit, frustratie en ongenoegen over het feit dat dit failliete stelsel kabinet na kabinet niet wordt aangepakt. Het is al aangegeven in het interdepartementale beleidsonderzoek van de regering zelf: dit stelsel houdt geen rekening met mensen. Maar liefst 300.000 dwanginvorderingen per jaar, ongelofelijk. Wat voor drama's zouden daarachter schuilgaan? Als ik dit zo lees, vraag ik mij af waarom er nu opnieuw onderzoek wordt gedaan. Waarom maken we niet de keuze om dit stelsel aan te pakken? Maak die toeslagen overbodig en stop met deze gigantische fout in ons belastingstelsel. Want de kern van het probleem is dat te veel mensen basisvoorzieningen niet kunnen betalen. Huur, zorg, kinderopvang zijn zaken die de meeste mensen in principe zelf zouden moeten kunnen betalen, zonder hulp van de overheid.

Mijn collega Leijten ondervond dat gisteren nog, toen mensen met soms meer dan een ton aan onterechte schulden door kinderopvangtoeslag protesteerden bij de Belastingdienst. Zonder kinderopvangtoeslag zou de kinderopvang helemaal niet mogelijk zijn in Nederland. Dat is toch gek? Waarom zetten we de ouders daar tussen en maken we hen hiervoor verantwoordelijk? Er gaat iets fout bij de kinderopvang en dan kunnen de ouders financieel aansprakelijk gesteld worden en kaalgeplukt, zoals bij deze CAF-zaken. Een klein foutje kan ervoor zorgen dat je jaren later met tienduizenden, soms meer dan €100.000 boete kunt zitten, met alle gevolgen van dien. Iemand heeft zich zelfs van het leven beroofd hierom, door dit soort fouten van de Belastingdienst. Dit kan toch niet het geval zijn in ons land? Dit kunnen we toch niet accepteren als we onszelf altijd op de borst kloppen dat we een van de beste rechtsstaten van de wereld zijn? Ik wil daar ook trots op zijn, maar dan kunnen we niet toestaan dat dit soort ellende wordt veroorzaakt door de overheid zelf.

De staatssecretaris heeft nu toegezegd dat ouders hun dossiers kunnen opvragen en mijn fractie gaat dat natuurlijk in de gaten houden, maar wat gaat de staatssecretaris doen als straks blijkt dat er inderdaad grove fouten worden gemaakt in dit stelsel? Krijgen de gedupeerden dan de excuses en de compensatie waar ze recht op hebben? Na jaren van schulden afbetalen en het aangaan van andere schulden om deze schulden weer af te kunnen betalen, en nadat ze hun kinderen een normale jeugd hebben moeten ontzeggen, is dat wel het minste wat de staatssecretaris en de overheid voor hen kan doen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan de heer Van Weyenberg van de fractie van D66.

De heer Van Weyenberg (D66):
Dank u wel, voorzitter. We hebben er al heel wat uren in wetgevingsoverleggen op zitten. Dat was nog met mevrouw Leijten, die ik vanaf deze plaats beterschap wens. Ik denk dat zij niet alleen met haar voet omhoog zit te kijken, maar ik gok dat zij ook alle interrupties naar de heer Alkaya aan het appen is. Dat gaan we zo eens controleren! Als ik haar via deze plek heb uitgedaagd, is het mijn eigen schuld. Ik zie trouwens dat de heer Omtzigt heel teleurgesteld is dat die interruptie op hem is uitgebleven.

Voorzitter. Er zitten wat D66 betreft drie belangrijke lijnen in het Belastingplan. Ik ben het met alle collega's eens: het is heel veel. We zeggen dat elk jaar. Maar hoe meer we kunnen splitsen, hoe beter het is, ook voor een zo zorgvuldig mogelijke behandeling. Want dit is weer een ambitieus belastingplan, dat wat mijn fractie betreft drie hoofddoelen bereikt, drie zaken die voor D66 heel belangrijk waren in het regeerakkoord, maar ook bij de uitwerking daarna.

De eerste is dat we zorgen dat mensen het economisch herstel voelen: een lagere belasting voor mensen. Met Prinsjesdag zijn er aanpassingen gepleegd waardoor de belastingen voor mensen volgend jaar met 3,5 miljard lager worden, terwijl bedrijven 2,5 miljard meer gaan betalen. Dan denk ik in het bijzonder aan grote bedrijven en aan aftrekposten. Ik complimenteer hier in de plenaire zaal de heer Snels met het feit dat een deel daarvan de overname van zijn initiatiefwet voor de verliesverrekening is. Dit is belangrijk omdat we op die manier echt het draagvlak vergroten en zorgen dat werken echt gaat lonen. Die nadruk zit er ook in. De nadruk ligt op de middeninkomens. Ik vind dat een goeie stap. Dat betekent ook dat de winstbelasting later en minder omlaaggaat. Ik heb in het wetgevingsoverleg al gezegd dat D66 ook het komende jaar zeer nauwgezet gaat kijken of de lonen ook daadwerkelijk omhooggaan, want dat is voor mijn fractie een belangrijke toetssteen als volgend jaar in de zomer weer het Belastingplan 2021 moet worden opgesteld.

De heer Nijboer (PvdA):
Dat biedt perspectief. Ik zou dit wel graag heel precies krijgen, want ik ken de heer Van Weyenberg: die denkt na voordat hij zoiets zegt. Waaruit kunnen we dit afleiden? Uit de lonen van de AEX-bedrijven? Waaraan kunnen wij dit toetsen? Hoeveel moeten ze stijgen voordat hij zegt dat we die 2 miljard beter aan mensen kunnen besteden dan aan multinationals?

De heer Van Weyenberg (D66):
Wat mij betreft gaan we überhaupt altijd in de zomer opnieuw kijken. Dit wordt een belangrijke toetssteen voor mijn fractie. Ik ga niet één specifiek getal noemen, want ik wil ook weten hoe het met de economie gaat. Ik constateer dat de premier dat dit jaar niet heeft gedaan, iets concreets, en de uitkomst is me eigenlijk wel goed bevallen. Dus ik houd daar een beetje ruimte, maar u heeft mijn fractievoorzitter bij de Algemene Politieke Beschouwingen, mijzelf tijdens het wetgevingsoverleg en mijzelf nu hier dit punt consequent horen maken. Misschien kunt u wel wat vertrouwen ontlenen aan het feit dat het dit jaar zorgvuldig is gedaan en dat er in de augustusbesluitvorming ook uitvoering aan is gegeven.

De heer Nijboer (PvdA):
Dat vertrouwen is bij mij nog niet helemaal aanwezig.

De heer Van Weyenberg (D66):
Jammer!

De heer Nijboer (PvdA):
Toen de dividendbelasting werd afgeschaft, moest het allemaal een-op-een naar bedrijven en hadden de mensen nog het nakijken. Er was heel wat rumoer voor nodig om de VVD later in het jaar zover te krijgen. Misschien meer fundamenteel: in deze economische situatie zijn de winsten van grote bedrijven heel hoog, zeker die van het grootbedrijf, maar blijven de lonen achter. Als D66 het in die economische situatie helemaal zelf zou mogen bepalen, vindt die partij het dan verstandig om het toptarief van de winstbelasting überhaupt te verlagen?

De heer Van Weyenberg (D66):
Ik heb altijd de lijn gekozen, al een aantal jaren — dat weet de heer Nijboer — dat ik vind dat er geen tegenstelling is tussen de aanpak van belastingontwijking en belastingconstructies en tegelijkertijd een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Ik vind dat een schijntegenstelling. Ik wil dat je het allebei doet en dat bedrijven die hier innoveren en geld verdienen, ook in Nederland blijven. In die zin snap ik dat je ook naar de winstbelasting kijkt, maar in mijn verkiezingsprogramma zat die verlaging van de winstbelasting niet. Dat is evident. Sterker nog, wij willen een Europees minimumtarief, zodat je de economische urgentie om er wel wat aan te doen misschien wegneemt. Wel zeg ik tegen de heer Nijboer dat ik een verlaging van de winstbelasting al een heel stuk beter verdedigbaar vind dan de afschaffing van de dividendbelasting. Ik weet dat de heer Nijboer dat met mij eens is, en als ik dat al niet wist, zag ik het wel aan zijn reactie.

Voorzitter. De aanpak van belastingontwijking is, naast zorgen dat mensen volgend jaar in hun portemonnee een aantal miljarden lastenverlichting erbij krijgen, de tweede belangrijke lijn van dit kabinet. Het regeerakkoord was daarin ambitieus en deze staatssecretaris vult dat ook zeer ambitieus in. Dat is echt een trendbreuk met het verleden. Daar wordt deze staatssecretaris ook om geprezen, internationaal bijvoorbeeld door de OESO, de club van rijke landen. Dat is de tweede rode lijn. De bronbelasting, waar ik zo nog op kom, is daarbij een van de belangrijkste maatregelen.

De derde rode lijn is wat mijn fractie betreft de vergroening van het belastingstelsel, brood- en broodnodig. Ik zie dat de staatssecretaris in dit Belastingplan echt stappen zet waarmee hij de maatregelen uit het Klimaatakkoord al omzet in wetgeving. Hij is daarmee de eerste wat mij betreft. Zoals ik in het WGO al zei mogen zijn collega's snel volgen, want de urgentie is groot en er moet veel gebeuren. Binnenkort komt hier nog de CO2-belasting voor de industrie langs. Dat is een belangrijke maatregel die moet zorgen dat ook de industrie de 49% reductie haalt. We praten hier binnenkort nog over de vliegbelasting, waarvoor deze staatssecretaris een internationale alliantie probeert te krijgen. Het blijft bizar dat het voltanken van een Fiat Twingo of een kopje koffie op Schiphol zwaarder wordt belast dan de kerosine in een vliegtuig of, inderdaad, de brandstof van de zeescheepvaart. Dat is nog zo'n terrein waar we internationaal iets moeten doen aan de wat mij betreft niet uitlegbare belastingvrijstellingen.

Voorzitter. Vanuit deze drie rode lijnen ga ik naar de concrete wetsvoorstellen. Het Belastingplan, de hoofdwet, bevat om te beginnen die belastingmaatregelen waardoor mensen in hun portemonnee voelen dat het beter gaat. We stellen de verlaging van de winstbelasting uit en die gaat in 2021 weer fors minder omlaag dan eerst het plan was. Belastingverlichtingen worden door het kabinet naar voren gehaald, dus die doen we eerder. We nemen een aantal maatregelen zoals de hogere arbeidskorting en een hogere algemene heffingskorting. Dat is verstandig, maar er zitten ook een aantal wat meer precieze maatregelen in waar ik toch even bij wil stilstaan.

Ik meen dat de heer Omtzigt het ook al had over het lage btw-tarief op elektronische publicaties. Het is inderdaad belangrijk dat we in beeld krijgen dat het lagere btw-tarief wordt doorvertaald in lagere prijzen. Het is een zoektocht, maar ik zou de staatssecretaris toch willen vragen wat daar wel kan.

Ten tweede ben ik blij met de beantwoording, ook schriftelijk, van vragen die ik in het wetgevingsoverleg heb gesteld over bijvoorbeeld aanbieders die losse artikelen gebundeld verkopen. Ik heb toen het voorbeeld van Blendle genoemd. De schriftelijke beantwoording gaf wat mij betreft de duidelijkheid waar in de sector en door mij naar werd gevraagd. Daar ben ik de staatssecretaris dankbaar voor.

Ik blijf nog steeds zoeken naar de toekomstbestendigheid. Is het toekomstbestendig, bijvoorbeeld voor aanbieders die dingen zonder reclame en zonder cookies gaan aanbieden, zodat je dan het lage btw-tarief mag betalen? De staatssecretaris heeft gezegd: als je daarmee begint, mag dat. Ik blijf worstelen met hem hoe het zit met aanbieders die dat nu niet doen en die je straks wat meer willen laten betalen voor een product zonder reclame, omdat dan niet het lage btw-tarief zou gelden. Ik blijf het ingewikkeld vinden. Maar dat een nieuwe aanbieder met een nieuw product zonder cookies en zonder reclame helemaal onder het lage btw-tarief valt, heb ik in ieder geval geïncasseerd. Ik zal in de tweede termijn komen met een motie om te blijven monitoren dat wat we hier doen ook toekomstige innovaties in die sector ondersteunt en niet in de weg staat.

Voorzitter. Dat dwangsommen van bedrijven niet meer aftrekbaar zijn voor de winstbelasting, is een reparatie waar ik heel blij mee ben. Ik heb hier tijdens het vragenuurtje gestaan met minister Hoekstra, die toen de staatssecretaris verving, in verband met de grafietregens van Tata in IJmuiden en in Velsen. De boetes die ze kregen voor het niet naleven van afspraken waren aftrekbaar, maar dat wordt nu gerepareerd met dit wetsvoorstel. Dat vind ik terecht, want als je het hebt over onbegrijpelijk voor mensen: dit vond ik nou onbegrijpelijk voor mensen.

In dit wetsvoorstel zit ook de verhoging van de accijns op tabak. Mijn fractie is daar een voorstander van. We zetten een stap naar die €10 per pakje, waarvan we weten dat het zeker bij startende rokers echt zorgt dat mensen minder gaan roken en we de stap naar een rookvrije generatie kunnen zetten. In het wetgevingsoverleg vroeg ik samen met collega Nijboer heel specifiek naar de behandeling van de elektrische sigaret, de e-sigaret. Er werd gezegd dat staatssecretaris Blokhuis al laat onderzoeken of die nou schadelijk is. Dat onderzoek wacht ik af. De signalen dat dat het geval is, nemen toe en toe en die komen niet alleen uit de Verenigde Staten. Het is dan eigenlijk raar dat je dat niet belast. Dat past niet in het huidige stelsel en daarom heb ik de staatssecretaris gevraagd of hij, als het schadelijk zou zijn, gaat kijken of je daar bijvoorbeeld een aparte verbruiksbelasting voor moet maken. De staatssecretaris heeft, als ik het goed begrijp, nu een tweetrapsraket toegezegd. Ik zou dat graag nog één keer bevestigd willen hebben. Hij wacht het onderzoek van staatssecretaris Blokhuis af. Daar heb ik vrede mee. Als daaruit komt dat er gezondheidsschade is — dat verwacht D66 — gaat hij onderzoeken of daar een verbruiksbelasting op mogelijk is en of daar internationaal dan niet iets aan moet worden gedaan. Ik denk namelijk dat dit vraagstuk ook speelt in de andere lidstaten waarmee wij in de Europese Unie zitten. Heb ik het zo goed begrepen?

Dan de draf- en rensport. Mevrouw Lodders en ik hebben daar veel aandacht voor gevraagd. Er lopen nog steeds gesprekken, ook met NOC*NSF om via die kant een compensatie te kunnen doen. Dit is de enige sport die wij niet kunnen compenseren op dit moment voor een fiscale maatregel en dat zou ik niet uitlegbaar vinden voor deze ene specifieke sport. De staatssecretaris is optimistisch. Ik zou hem willen vragen om de Kamer nauwgezet te informeren over wanneer die oplossing dan komt. Kan de staatssecretaris een termijn noemen en wil hij toezeggen ons daar snel over te informeren?

Dan het zorgvervoer. We hebben er zorgen over of het lukt om op tijd voldoende elektrische busjes voor doelgroepenvervoer in de markt te zetten. De staatssecretaris zegt dat het heel snel gaat in de markt en dat hij er optimistisch over is. We hebben nog een motie, die vorig jaar al is aangenomen. Die was van in ieder geval de vier coalitiepartijen, maar werd volgens mij heel breed gesteund. Het verzoek daarin was om de vinger aan de pols te houden dat men echt die stap naar elektrisch vervoer kan zetten en dat men dat zorgvervoer kan aanbieden. Ik zou toch nog één keer aan de staatssecretaris willen vragen of hij nog een noodzaak, en als dat zo is mogelijkheden, ziet om zeker voor het eerste jaar nog iets te doen. Ik zeg heel eerlijk dat ik niet precies weet hoe dat zou kunnen. Ik ben er nog steeds niet helemaal van overtuigd of het nou echt moet, maar ik begrijp wel de zorg in de sector dat men straks met de vervanging klem loopt omdat het type busjes dat men nodig heeft, ook wat betreft de aantallen mensen die daarin passen, niet voorhanden is. Graag daar toch nog iets meer toelichting op van de staatssecretaris.

Tot slot bij dit wetsvoorstel de verhuurderheffing en om precies te zijn de korting van tien keer 100 miljoen die flexibel mag worden ingezet. Dat geld mag dus eerder worden uitgegeven, de eerste paar jaar al een hoger bedrag dan 100 miljoen, juist om nieuwbouw te stimuleren. We hebben een crisis op de woningmarkt en we moeten zorgen dat er kan worden gebouwd, gebouwd en gebouwd. Ook D66 heeft gezegd dat dit een vormgeving is gericht op schaarstegebieden. Ik snap dat je een stevig bedrag wilt kunnen neerzetten en dat je dan wat wilt focussen op de gebieden waar die nieuwbouw het hardst nodig is, waar de woningtekorten het grootst zijn. Maar ook mijn fractie vond en vindt, kijkend naar die lijst, dat het een lastig verhaal is voor Nijmegen, Breda, Leeuwarden, Tilburg en Arnhem. Wat zeg ik tegen die gemeenten over waarom ze daar niet onder vallen, terwijl zij ook gewoon in die top 50 van kraptegebieden staan? Volgens mij is hier in het wetgevingsoverleg Wonen uitgebreid over gesproken. Ik verwacht op korte termijn een amendement van in ieder geval de woonwoordvoerders van de coalitie om hier toch tot een verruiming te komen.

Voorzitter, ik zie de heer Nijboer.

De voorzitter:
Ik zie hem ook. Het woord is aan hem.

De heer Nijboer (PvdA):
Ik ben blij dat het in ieder geval breder wordt. Ik zou het — dat heb ik ook voorgesteld — toegankelijk willen maken voor heel Nederland, omdat er eigenlijk in heel Nederland woningnood is en omdat er in dat andere miljard helemaal geen aandacht is voor leefbaarheid in krimpgebieden. Dat is ook alleen maar op de Randstad en omstreken gericht. Ik vind het dus eigenlijk wel redelijk om dan die fiscale aftrek voor heel Nederland beschikbaar te stellen, ook omdat ik niet verwacht dat in Delfzijl in één keer honderden nieuwe sociale huurwoningen zullen worden gebouwd.

De heer Van Weyenberg (D66):
Dat is precies waarnaar wordt gekeken, naar het heel fors verbreden ervan. Ik wacht dat af. Ik verwacht het op korte termijn. Wat mijn fractie betreft moet daarbij wel het zwaartepunt liggen daar waar het tekort het grootste is. In krimpregio's vind ik het ingewikkelder. De nadruk moet wel echt liggen op nieuwbouw. Ik heb nog een amendement van de heer Nijboer gezien over sloop in krimpgebieden en in Rotterdam-Zuid. Dat is een wat ander doel, even los van de inhoud. Ik sluit niet uit dat ook de heer Nijboer best enthousiast kan worden over waar naar mijn weten mijn wooncollega en die van een aantal andere fracties nu mee bezig zijn. Ik ben het met hem eens dat dit een wat ongemakkelijke vorm is, dus ik hoop dat dat amendement snel kan worden ingediend. Want dan kunnen we het echt over de inhoud hebben, in de zin van dat er dan iets ligt.

De heer Nijboer (PvdA):
De regio's kijken daar natuurlijk naar. Ik heb daarover zelf vandaag ook een stuk geschreven in het Algemeen Dagblad. Die regio's willen dus graag duidelijkheid, en dat wil ik ook wel. Want we hebben gisteren de woonbegroting behandeld. Morgen wordt de bespreking daarvan voortgezet. We stemmen over een fiscale wet. Dit is een fiscale wet, dus eigenlijk moet het in dít debat gebeuren. Dus ik ben toch wel heel benieuwd welke regio's dan uitgezonderd worden van deze korting. Want dat is uiteindelijk wat je doet als je het heel ver oprekt. Ik zou dan zeggen: laat het toch gewoon voor heel Nederland gelden. Wim Kok zei altijd: Nederland is te klein voor een periferie.

De heer Van Weyenberg (D66):
Ik verwacht dat dat amendement op korte termijn kan worden ingediend. En volgens mij zijn we het ook volledig eens over het doel, namelijk dat extra woningbouw kan worden gestimuleerd.

De voorzitter:
U continueert.

De heer Van Weyenberg (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik ben nieuwsgierig naar de reactie op het amendement van mevrouw Leijten over de openbaarheid van die vergrijpboete. Ik heb in het wetgevingsoverleg daar ook wel zorgen over geuit. Als iemand hiervoor wordt gepakt, moeten we er ook wel voor zorgen dat klanten dat kunnen vinden. Ik vind die kenbaarheid belangrijk, nog even los van de exacte vorm van het amendement van mevrouw Leijten. Ik vraag de staatssecretaris: hoe zorgen we er nu voor dat mensen dan ook weten dat zo'n adviseur dingen heeft gedaan die wij niet wenselijk vinden? Want als klant kun je daar dan ook je voordeel mee doen.

Voorzitter. Dat brengt me bij de maatregelen uit het Klimaatakkoord. Ik had het er al even over dat we de vliegbelasting en de CO2-heffing voor de industrie hier nog apart behandelen. Maar in dit voorstel zit inderdaad ook een aanpassing van de ODE-tarieven. Met een groot aantal van de hier aanwezige collega's heb ik een petitie in ontvangst genomen, ingediend namens de glastuinbouw en in het bijzonder namens tuinbouwers die al zijn overgeschakeld naar elektrisch. Zij gebruiken dus al geen gas meer. En een aantal sprekers hebben het eerder ook al gehad over de relatie tussen die hogere ODE-heffing en de misschien ruimere toegang tot die SDE-regeling, dus de subsidie voor duurzame energie. Hoe zit dat nou, want die dingen moet je toch wel in balans zien? Een aantal collega's heeft ook al gezegd dat ze op de monitoring van de effecten terugkomen in de tweede termijn, en dat geldt ook voor mij.

Voorzitter. Ik heb gevraagd naar het verlengen van het lage tarief voor laadpalen. Het onderzoek daarover verschijnt in het eerste kwartaal van 2020, heeft de staatssecretaris gezegd. Als we niets doen, loopt de regeling af op 1 januari 2021. Ik zou de staatssecretaris gewoon willen vragen om hier met een open houding in te staan. Is hij daartoe bereid? Dus ik snap dat het afloopt, maar laten we goed kijken. We hebben grote ambities rond elektrisch vervoer. Ik hoor graag de staatssecretaris bevestigen dat hij hier met een open houding naar kijkt.

Ik zie de heer Mulder bij de interruptiemicrofoon staan. Ik spreek nog één zin uit, voorzitter, want dan ben ik uitgesproken over deze wet. De youngtimerregeling blijft mij verbazen. Op 11 november hoorden wij weer dat oude auto's, auto's ouder dan vijftien jaar, verantwoordelijk zijn voor 35% van de stikstofuitstoot in het verkeer. Ik zie nog steeds niet helemaal waarom de staatssecretaris niet gelijk heel enthousiast is over mijn suggestie om de termijn van de youngtimerregeling in ieder geval van vijftien jaar naar twintig jaar te brengen. Ik hoor daar graag nog een reactie op.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Mulder.

De heer Edgar Mulder (PVV):
De PVV heeft op 28 oktober, de eerste dag van dit debat, een hoop verteld en gevraagd over biomassa, en op dat vlak een hoop voorstellen gedaan. D66 ging daar eigenlijk niet zo op in. Maar we zijn nu een paar weken verder, en nu heb ik een collega van D66, de heer Sienot, op de radio horen zeggen dat die biomassa misschien toch niet zo'n heel goed plan is. We staan op het punt om daaraan heel veel miljarden uit te gaan geven. Nu heeft de PVV een amendement ingediend om in ieder geval voor 2020 de subsidie voor biomassa niet meer te verlenen via de SDE, en voor dit Belastingplan voor hetzelfde bedrag niet te innen. Hoe staat D66 daartegenover?

De heer Van Weyenberg (D66):
Wij zijn, net als velen hier, kritisch over de vorm van de biomassasubsidie. Wat mij betreft is dit ook iets wat je vooral in de transitie nodig hebt, dus niet in het eindplaatje. In het Klimaatakkoord is ook afgesproken dat we heel kritisch gaan kijken of het werkt. Maar wat u doet, is in één keer overal een streep doorheen halen. Dat is wat mij betreft dan wel weer het andere uiterste.

De heer Edgar Mulder (PVV):
Dat hebben we dus niet gedaan, want we hebben het alleen voor 2020 bekeken. Dat betekent dat we in ieder geval voorkomen dat we dezelfde kant opgaan als destijds met het verbranden van 7 miljard voor hybride auto's. We staan op het punt om dit met 11 miljard te doen. Wij willen het signaal geven om voor 2020 die 729 miljoen niet op te halen, zodat we dat geld niet hoeven te verspillen aan onnodig en enorm slecht beleid. Als de collega's van D66 vertellen dat het plan bagger is en dat biomassa slecht is, dan kan ik mij niet voorstellen dat zij ons niet steunen als wij met een voorstel komen. Ik zou graag willen dat u daarop reageert, met een onderbouwing.

De heer Van Weyenberg (D66):
Ik ga natuurlijk naar dat voorstel kijken. Volgens mij zijn wij vooral bezig om het te verbeteren. U wilt het helemaal wegdoen. Dat vind ik heel snel gaan. Ik vind overigens uw bevlogenheid voor het klimaatbeleid en uw zorg daarover wel een welkome afwisseling, want tot nu toe ontkende u het klimaatprobleem. Als ik uw interruptie zo mag zien dat u daar nu eindelijk anders in zit, dan is dit een vreugdevolle dag voor het klimaat. Maar als ik naar de heer Mulder kijk … Ik probeerde een redelijke vraag terug te stellen. De heer Mulder is toch weer … Nou, dat is dan jammer.

De voorzitter:
Nou, het was geen vraag van u. Maar de heer Mulder wordt dusdanig uitgedaagd dat ik hem even het woord geef. Heel kort, meneer Mulder.

De heer Edgar Mulder (PVV):
CO2 is het probleem niet. Het probleem is de elitaire politieke elite in Den Haag, die niet wil inzien waar de problemen zitten. Maar als je al gelooft dat CO2 niet goed is, dan is het ontzettend stupide dat je 11 miljard gaat investeren in een systeem …

De voorzitter:
Helder.

De heer Edgar Mulder (PVV):
… om juist meer CO2 de lucht in te pompen. Ik ben vaak niet heel enthousiast over D66, maar ik kan me niet voorstellen je zo ongelofelijk stom bent om 11 miljard te besteden aan ongelofelijk stom beleid.

De heer Van Weyenberg (D66):
Ik moet er wel om lachen, voorzitter. Ik word nu eigenlijk gecounterd door iemand die zegt: er is geen klimaatprobleem, maar stel dat het er was, dan is uw oplossing niet goed. Dat vind ik toch interessant. Dank voor het meedenken. Ik vind dat we het biomassakader heel kritisch moeten bezien en dat het anders moet. Maar u zet overal maar een streep door en ik maak me zorgen of dat ergens toe leidt.

De voorzitter:
U continueert.

De heer Van Weyenberg (D66):
Dat is misschien wel zo verstandig, voorzitter.

Voorzitter. Dat brengt mij bij de Wet bronbelasting 2021. Dat is misschien wel een van de belangrijkste wetsvoorstellen om iets te doen aan belastingconstructies, belastingontwijking en Nederland als doorstroomland. D66 is fan van een land dat aantrekkelijk is voor bedrijven om zich te vestigen, om nieuwe producten te bedenken, om researchcentra neer te zetten en om te zorgen dat mensen aan het werk zijn, met hoogwaardige werkgelegenheid. Maar wat betreft de doorstroom door de Zuidas staan wij ook in de top. Wat mij betreft is dat niet het doel. Het doel van de heer Omtzigt om uit die top vijf van doorstroomlanden te komen, is ook het doel van D66.

De staatssecretaris heeft toegezegd dat hij goed gaat kijken of we kunnen monitoren waar die bronbelasting toe leidt. De verwachting is dat die belasting zo effectief is dat die geeneens geld oplevert, omdat de stromen allemaal worden verplaatst. Daar trekt mijn fractie een paar conclusies uit. Ten eerste is het heel belangrijk dat we dit niet alleen in Nederland doen, maar ook internationaal. Het is heel goed als Nederland geen doorstroomland is, maar als een ander land die positie overneemt, dan hebben wij misschien het goede gedaan maar is de ultieme oplossing maar gedeeltelijk dichterbij gekomen. Dus ik zou heel graag willen dat de staatssecretaris gaat monitoren of de stromen niet meer via Nederland gaan. Zo ja, kunnen we dan zeggen welke landen het stokje overnemen? Ten tweede: haalt het ons echt uit die top twee van doorstroomlanden waar we nu in zitten? Ten derde: gaat een deel toch nog door Nederland naar een paar landen die niet op de lijst van laagbelastende landen staan waar Nederland voortaan een bronbelasting moet heffen? We denken in het bijzonder aan een drietal landen. Die landen zouden dan de nieuwe plekken kunnen worden waar het geld via Nederland naartoe gaat. Dat zou ik heel interessant vinden. Een drietal landen is veel genoemd in het debat. Als blijkt dat het geld allemaal daarnaartoe gaat, moeten we ons misschien afvragen of dat de nieuwe paradijzen zijn die worden gevonden. Daarom denk ik dat het heel belangrijk is om dat heel goed te monitoren. Daar kom ik in de tweede termijn op terug.

Voorzitter. Dan de Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven. De fiscale regeling wordt vervangen door een subsidieregeling. Ik ben het met iedereen eens dat we honderd procent zeker moeten stellen dat we geen oude schoenen weggooien voordat we nieuwe hebben. Dat is ook het doel van de staatssecretaris. Ik heb een amendement gezien om dat te waarborgen en om ervoor te zorgen dat het netjes in de wet staat. Dat lijkt mij prima.

Voorzitter. Ik wil het nog even specifiek hebben over de ATAD 2-richtlijn. Dat is de tweede richtlijn uit Europa tegen belastingontwijking en -constructies. Er komt een leidraad. Die leidraad mag geen handboek worden. Je wilt natuurlijk niet dat de leidraad waarin staat wanneer er sprake is van zo'n constructie, een soort doe-het-zelfboek voor handige knutselaars wordt. Dat is ook helemaal niet de bedoeling van de staatssecretaris. Maar ik moet bekennen dat ik, hoewel ik nog steeds niet twijfel aan zijn intenties of die van zijn medewerkers, het nog steeds moeilijk vind uit te leggen aan mensen dat die leidraad daar toch niet voor kan worden misbruikt. Ik zou daar toch graag nog iets meer over horen.

Voorzitter. Er is hier natuurlijk wel zorg over de impact op het mkb qua documentatieverplichting. Mijn fractie is niet voor een absolute drempel, want ik ben bang dat het daaronder toch een soort vrijhaven wordt. Bij de Panama Papers hebben we bijvoorbeeld gezien dat helaas ook sommige mkb-ondernemers wel heel creatief met de regels omgaan. Maar je wilt natuurlijk zo veel mogelijk zekerheid bieden aan ondernemers die zaken doen met het buitenland omdat ze bijvoorbeeld spullen importeren, en die daardoor toch heel bezorgd worden in de zin van: hé, gaat dit over mij, moet ik iets doen, zijn dit niet hele zware documentatieverplichtingen met hoge administratieve lasten? Ik heb collega's daar al over horen spreken. Ik denk echt dat we moeten monitoren of we streng zijn en we geen nieuwe ontsnappingsluikjes openen — dat wil mijn fractie ook niet — maar we moeten wel oog houden voor onevenredige administratieve lasten.

Voorzitter. We hebben een heel ambitieus pakket met vergroening, met een aanpak van belastingontwijking en met lagere belastingen voor mensen, maar het blijven inderdaad wel maatregelen binnen het bestaande stelsel. De heer Snels had het daar ook al over. Ik ben blij met een aantal toezeggingen van de staatssecretaris op dit vlak. Zo zegt hij toe bij het nadenken over de verkenning van een nieuw stelsel — in jargon: de bouwstenen — ook naar bijvoorbeeld box 2 te kijken. Hij noemde het zelf nog een "klusbox". Ik vind dat je daar nog erg creatief mee kunt omgaan. Ik denk dat het goed is dat de staatssecretaris daar in de verkenning naar die bouwstenen heel goed naar laat kijken.

Ik ben ook blij dat de staatssecretaris gaat kijken naar een generieke CO2-heffing, dus niet alleen voor elektriciteit en voor de industrie maar in algemene zin. Ik denk dat het verstandig is om daarover na te denken, net zo goed als dat we toch nog steeds gaan nadenken over box 3. We gaan de wet daarover binnenkort behandelen. De staatssecretaris heeft gisteren een brief gestuurd over de zaken die over het verleden gaan, naar aanleiding van de Hoge Raad. Ik denk dat het goed is om daar zo snel mogelijk duidelijkheid over te krijgen. Ik krijg daar heel veel mailtjes over. Tegen de collega's zeg ik: die zult u ook krijgen. Die mailtjes laten vooral zien hoe diepgeworteld inmiddels de afkeer tegen het bestaande systeem is, vooral bij mensen die veel spaargeld aanhouden en waarvan nu wordt verondersteld dat ze eigenlijk voor een deel in aandelen zitten met een veel hoger rendement terwijl dat niet zo is. De aanpassing die de staatssecretaris heeft voorgesteld lijkt mij daarin een verbetering. Het is geen geheim dat mijn fractie ook nog zoekt naar een manier om voor een nieuw stelsel toch na te denken over de vraag hoe je mensen met een heel hoog vermogen, boven de miljoen, om een extra bijdrage kunt vragen. Ik vind de vermogensongelijkheid echt een aandachtspunt voor ons allen.

Voorzitter. Daarbij zou ik de staatssecretaris alvast willen vragen om ook goed te letten op de rol van sociale beleggers. Ze maken zich nu al zorgen. Ik begrijp dat je het als je niet oppast allemaal nog ingewikkelder maakt, maar ik denk dat dat wel een punt is waar ik richting de behandeling nu alvast aandacht voor vraag.

Voorzitter. Ik denk dat we in die toekomstverkenning ook moeten blijven nadenken over de aftrekposten, over de vraag waar de eigen woning in de fiscaliteit hoort. Het is goed dat dat allemaal onderdeel is van de onderzoeken die worden uitgezet.

Voorzitter. Dat geldt ook voor de fiscale behandeling van vlees. Daar hebben we een petitie over ontvangen. Er is in het verleden vaak over nagedacht om dat via de btw te regelen. Dat blijkt heel ingewikkeld, omdat je dat eigenlijk niet kunt handhaven, zo heeft deze staatssecretaris altijd gezegd. Maar hoe ga je om met vlees, of het nou via accijns of op andere wegen is? Ik hoop dat er creatief over wordt nagedacht of er toch redenen zijn om dat zwaarder te belasten en vooral of je dat op een uitvoerbare manier kunt doen. Want in het verleden hebben we te vaak een systeem gehad dat niet handhaafbaar en niet uitvoerbaar is voor de Belastingdienst. Die fout zou ik niet willen herhalen.

Voorzitter. Ik wil eindigen met de toeslagen. Collega's hebben al gezegd dat het belangrijk is dat mensen hun eigen dossiers kunnen opvragen. Dat is gewoon een recht. Het is goed dat dat gisteren, toen daar even wat ruis over leek te ontstaan, klip-en-klaar vanuit Financiën is gezegd. Maar dit soort systemen is failliet. Alleen, dat is veel makkelijker gezegd dan opgelost. Ik heb gisteren het eerste deel van het onderzoek naar de toeslagen gezien. Dat ziet er vooral op hoe je binnen het bestaande stelsel dingen kunt verbeteren, bijvoorbeeld door te gaan werken met een vastgesteld inkomen of door binnen de regels te kijken of het beter kan. Maar wat mij betreft is het inderdaad wel tijd voor een heel fundamenteel debat. Dat zal geen makkelijk debat zijn, want die toeslagen zijn voor heel veel mensen heel belangrijk. Ik zag een rekenvoorbeeld van een alleenstaande moeder met twee kinderen, van wie ongeveer de helft van het inkomen uit de toeslagen komt. Die toeslagen zijn misschien heel ingewikkeld. Mensen verdwalen erin. Ik schrok toen ik in een evaluatie las dat van sommige regelingen door 15% geen gebruik wordt gemaakt. Mensen komen in de schulden als hun inkomen anders blijkt te zijn en ze toeslagen niet kunnen terugbetalen. Zeker bij de kinderopvangtoeslag moeten er soms ineens gigantische bedragen worden terugbetaald. Het is alleen nog niet zo eenvoudig om daar afscheid van te nemen, want het is voor heel veel mensen met een minder hoog inkomen een heel belangrijk onderdeel van hun inkomen.

Dat vraagt om fundamentele discussies. De heer Snels zei dat wat mij betreft terecht. Het gaat dan over de kinderopvang en over vragen als "hoe ga ik om met de zorg?", "kan ik iets voor huurders en spaarders doen, zowel door middel van de huurtoeslag als door de wijze waarop ik de fiscaliteit rond mensen met een koophuis organiseer?", "betekent dat misschien een negatieve inkomstenbelasting; is dat toch een weg vooruit?" en "kan bijvoorbeeld ook het minimumloon hier een bepaalde rol bij spelen?" Dat zijn fundamentele debatten. Daar wordt nu al heel veel huiswerk voor gedaan. Ik zie nu al uit naar de volgende verkiezingscampagne. Dan zullen we daar met elkaar nog veel uitgebreider de politieke degens over kruisen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Ah, dat wordt gezellig en interessant.

Ik schors voor enkele minuten op verzoek van vak-K. Daarna gaan we luisteren naar de heer Nijboer. Even het spoorboekje: ik streef ernaar om dit debat af te maken voor de dinerpauze. We hebben uitgerekend dat we dan zo rond 19.45 uur klaar zijn. Dat is exclusief interrupties.

(Hilariteit)

De voorzitter:
Dat is een hele objectieve vaststelling. Ik schors voor vijf minuten.

De vergadering wordt van 18.30 uur tot 18.35 uur geschorst.

De voorzitter:
Nu iedereen weer fris en fruitig is, kunnen we luisteren naar de heer Nijboer. Ik geef graag het woord aan hem.

De heer Nijboer (PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Vorige week maandag hadden we de tweede dag van het wetgevingsoverleg over de acht wetten die onderdeel uitmaken van het Belastingplan en de belastingontwijkingsmaatregelen. Ik sloot mijn tweede termijn wat teleurgesteld af. Ik zei: wat zijn we hier nou eigenlijk met z'n allen aan het doen? Al die parlementariërs hebben samen 1.500 vragen gesteld, meen ik, en vele uren met elkaar gedebatteerd. Hoe ziet de wereld er aan het eind van dit debat — daar tel ik deze twee dagen dan straks bij op — nou uit? Heeft de staatssecretaris dan eigenlijk elke keer zijn eigen gelijk nog eens uitgelegd, of heeft hij ook serieus geluisterd naar de argumenten in het parlement en worden er ook zaken aangepast?

Voorzitter. Ik dacht vandaag eens even blijmoedig te beginnen. Ik heb een zestal amendementen ingediend. Die zien natuurlijk op de hoofdpunten van de zaken die de PvdA graag anders ziet in dit Belastingplan. Die verweef ik ook in mijn inbreng. Ik hoop dat er nog zaken aangepast kunnen worden, en ik zie hier en daar een heel klein lichtpuntje gloren.

Voorzitter. Het eerste punt, uiteindelijk toch gaan voor de verlaging van de winstbelasting voor grote bedrijven, waar het kabinet meer dan 2 miljard euro voor uittrekt, vind ik echt een misser in dit Belastingplan. Ik heb ook direct toen dat kwam — want de zaken waren al uitgelegd — met mijn fractievoorzitter Asscher een amendement ingediend om van dat afstel uitstel te maken, dus om die verlaging van de winstbelasting niet in 2021 in plaats van 2020 in te laten gaan, maar om het gewoon niet te doen. En waarom niet? Ik probeer het kabinet en de coalitiepartijen met inhoudelijke argumenten te overtuigen.

Ten eerste klotsen de winsten van grote bedrijven tegen de plinten. De premier heeft dat zelf ook aangegeven. Het is dus nergens voor nodig. En tegelijkertijd blijven de lonen achter. Daar proefde ik hier en daar, zelfs in de inbreng van de VVD van vandaag, ook best zorgen over. Ik breng in herinnering, ook bij de staatssecretaris, dat dat er dit jaar toe heeft geleid dat die verlaging van de winstbelasting niet werd gegeven. Ik vraag de staatssecretaris of hij daar ook zo in zit. We hebben hem direct bevraagd in de Kamer toen de premier zei: de verlaging van de winstbelasting kan weleens niet doorgaan als de lonen niet genoeg stijgen. Toen zei hij: dat is een politiek praatje van de premier; daar heb ik niks mee te maken, en dit en dat. Uiteindelijk is het wel in het Belastingplan geland. Hoe staat het kabinet hier nou uiteindelijk in? Is het kabinet ook bereid om af te zien van die verlaging van de winstbelasting? Wat mij betreft doen we dat direct, maar als het in twee stappen moet — we hebben deze coalitie vaker moeten bevragen op onzalige belastingmaatregelen; bij de dividendbelasting duurde het wel meer dan een debat, en ook wel meer dan twee of drie — ben ik daar graag toe bereid. Ik hoop dus echt dat het kabinet daartoe te bewegen is.

Voorzitter. Waarom willen we dit nog meer? Omdat de verlaging van de winstbelasting ook in Europa nadelige effecten zal hebben. Je ziet landen haasje-over spelen in een race naar de bodem met belastingtarieven. En Nederland loopt daar gewoon in voorop. Engeland zal na de brexit nog agressiever reageren, omdat Nederland de toptarieven ook weer heeft verlaagd. Dat moeten we niet willen, want uiteindelijk betalen de mensen de prijs.

Voorzitter. Ten derde werpt de coalitie er dan tegenin dat ze ook aan grondslagverbreding doet, zoals dat heet, dat ze belastingontwijking aanpakt. Daarover liggen vandaag ook weer wetsvoorstellen voor. Dat vind ik het belonen van slecht gedrag. Ik vind niet dat bedrijven die jarenlang belasting hebben ontweken moet belonen met een lager tarief als je dat aanpakt. Nee, bedrijven moeten gewoon hun nette bijdrage leveren. Je ziet in alle studies — die hebben we vorige week ook besproken — dat de effectieve belastingdruk op grote bedrijven afneemt. Sterker nog, Shell betaalt helemaal geen belasting; dat hebben ze hier in de Kamer erkend.

Voorzitter. Dit zijn allemaal inhoudelijke redenen om die meer dan 2 miljard euro nuttiger te besteden. Ik vraag het kabinet om dat dan ook te doen. Dat is mijn eerste hoofdpunt.

Mijn tweede hoofdpunt is de inkomenspolitiek. Ik weet dat je niet al te veel absolute waarde moet hechten aan een koopkrachtplaatje, met al die verschillende huishoudens en dan ook nog de onzekerheid over hoe de economie zich volgend jaar ontwikkelt. Ik ben het direct eens met iedereen die daar kritiek op heeft. Tegelijkertijd geven koopkrachtplaatjes wel inzicht in de inkomenspolitieke keuzes die een kabinet maakt. Erkent de staatssecretaris dat? De consequentie van die keuzes is echt dat de laagste inkomens er het minst op vooruitgaan en de hoogste inkomens het allermeest. Het gaat namelijk om 1,3% versus 2,3%, en om €20 in de maand voor mensen met een bruto-inkomen van €20.000 versus €200 in de maand voor mensen die een ton en meer verdienen. Dat zijn politieke keuzes en ik vind die niet rechtvaardig. Dan kun je zeggen: 1,3% versus 2,3% is één procentpunt minder, dus wat is het verschil; het zijn toch maar koopkrachtplaatjes? Maar als je dat jaar op jaar doet, zoals deze coalitie doet, is het na vijf jaar 5% verschil. En het punt van de PvdA is dat juist de mensen die het minste hebben — dat zijn veelal de ouderen, de huurders en de uitkeringsgerechtigden — in deze tijd de grootste problemen hebben om rond te komen. Een kwart van de huurders komt niet rond aan het eind van de maand. Als je ervoor kiest om die groep relatief op achterstand te zetten, vind ik dat een principieel onjuiste keuze, een onrechtvaardige keuze.

De heer Van Weyenberg (D66):
Dat de heer Nijboer van de Partij van de Arbeid andere keuzes maakt dan het kabinet, dat vooral voor de middeninkomens kiest, mag natuurlijk. We hebben hier verschillende politieke inzichten.

De heer Nijboer (PvdA):
Gelukkig.

De heer Van Weyenberg (D66):
Maar de grote woorden verbazen mij wel een beetje. Om te beginnen wordt de koopkracht van mensen met een uitkering en van gepensioneerden in het additionele, aanvullende, pakket van het Belastingplan ongeveer verdubbeld ten opzichte van de raming. Dat kan de heer Nijboer niet genoeg vinden, maar ik vind het wel het constateren waard. Maar boven alles zou ik gewoon eens willen kijken naar zijn eigen kabinetten. Ik weet dat de heer Nijboer dan altijd wat geprikkeld reageert. Het is nu inderdaad 1,3% en 2,3%. Maar in zijn eigen kabinet in 2016 was het 1,8% voor de laagste inkomens en 2,8% voor de hoogste. Daar zat ook een procentpunt tussen; dat was exact hetzelfde als bij dit kabinet. In het jaar 2015 was het zelfs 0,4% voor de laagste inkomens en 1,1% voor de hoogste. Dat was dus drie keer zo veel, ook in procenten, voor de hoge inkomens als voor de laagste. Nou, dit kabinet doet het ongeveer fiftyfifty. Ik snap het dus wel dat de heer Nijboer andere keuzes maakt, maar hij zegt ook dat hij het allemaal onrechtvaardig vindt, terwijl de verhouding eigenlijk precies hetzelfde is als in een heel aantal begrotingsjaren waarin de Partij van de Arbeid regeringsverantwoordelijkheid droeg.

De heer Nijboer (PvdA):
Nee, wij hebben altijd de laagste inkomens het meest ontzien. Het is wel zo dat er één keer een werkgelegenheidspakket is geweest, toen de werkloosheid torenhoog was. Dat was het 5 miljardpakket. De werkloosheid was torenhoog en er waren immense problemen. Toen is er gekozen om de werkgelegenheid te stimuleren, en dat heeft ook effecten gehad. Maar de werkloosheid is in Nederland zelden zo laag geweest als op dit moment. Daarom moet je ook elk jaar kijken naar de begroting. Voor de gepensioneerden dreigen pensioenkortingen, de pensioenen staan onder druk en de huurders betalen zich helemaal suf. En wat doet u? U kiest ervoor om de hoogste inkomens, de werkenden, het meeste te geven en de mensen die het meest onder druk staan het minste. En dat vind ik onrechtvaardig.

De heer Van Weyenberg (D66):
Ja, het klopt dat de nadruk op werkenden ligt, maar wij verdubbelen bijna de koopkracht van mensen met een uitkering en gepensioneerden. Dat wil ik toch nog een keer herhalen. Maar ik vind, in alle eerlijkheid, dat de heer Nijboer gewoon moet staan voor wat hij zei. Inderdaad, in 2016 kwam er 5 miljard euro lastenverlichting bij. Maar toen was het gat gewoon 1,8 voor de laagste inkomens en 2,8 voor de hoogste, in procenten, hè. En dat was niet iets eenmaligs, zoals de heer Nijboer zegt, want in het jaar daarvoor was het 0,4% voor de laagste inkomens. Dat was een kabinet van de Partij van de Arbeid! Dus kom nou niet aan met dat dit allemaal totaal niet sociaal is als het in de verhoudingen ongeveer gelijk is met niet één, maar meerdere jaren van het kabinet-Rutte/Asscher. Nogmaals, dat u in uw eentje andere afwegingen maakt, snap ik, maar u hebt grote woorden voor kabinetten die ongeveer hetzelfde doen als de kabinetten waar u zelf in zat.

De heer Nijboer (PvdA):
Dat is echt dikke flauwekul. Wij hebben geregeerd in een tijd dat er 20 miljard tekort was. Er is nu een overschot van 10 miljard. Wie betalen de hoogste prijs in tijden van crisis? Dat zijn de mensen met de laagste inkomens. Die worden werkloos en de inkomens staan onder druk. Wat moet je dan doen? Herstelmaatregelen nemen om het erbovenop te helpen. Dat is precies wat we hebben gedaan. Wie profiteren er het meest in hoogconjunctuur? De hoogste inkomens, de mensen met een goede baan. Daar gaat het al automatisch goed mee. Maar wie blijven achter? Gepensioneerden, huurders en uitkeringsgerechtigden. En wat doet dit kabinet? Bewust het toptarief verlagen met 2,25 procentpunt en het laagste tarief, dat de mensen met de allerlaagste inkomens moeten betalen, met 0,7 procentpunt verhogen. Nou, als je dat rechtvaardig noemt, ben ik het spoor bijster.

De voorzitter:
Nee, meneer Van Weyenberg. De heer Mulder.

De heer Edgar Mulder (PVV):
Ik heb heel goed nieuws voor de heer Nijboer en voor de PvdA. Als het amendement van de PVV wordt aangenomen, krijgt ieder gezin in Nederland er het komend jaar zo'n €83 bij. Dat is het bedrag volgens de berekening van het kabinet zelf. Als je de cijfers van het CBS volgt is het €102 per jaar. Het enige wat we hoeven te doen, is geen geld meer vrijmaken in 2020 voor biomassa. Zou de PvdA dat interessant vinden?

De heer Nijboer (PvdA):
Nou, ik ben wel voor verduurzaming. U hebt niet het nummer genoemd van het amendement waarover het gaat, maar goed. De PvdA is voorstander van een duurzame economie. Als u zegt dat we — in PVV-termen — stoppen met al die linkse flauwekul van een duurzame economie, dat we lekker alle kolen gaan verbranden en dat de natuur en het milieu het verder maar moeten bekijken, dan vindt u daarvoor geen steun bij de PvdA, ondanks dat je dat geld ook anders kunt besteden, want dat ben ik met u eens.

De heer Edgar Mulder (PVV):
Nee, heel specifiek: we stoppen met biomassa. Uw eigen fractie in de Eerste Kamer heeft al geoordeeld dat biomassa een slechte keuze is. De D66-fractie in de Tweede Kamer heeft ook gezegd dat biomassa slechter is dan kolen of gas, ook al is dat niet tot de belastingcollega doorgedrongen. Het is heel eenvoudig: als het amendement van de PVV hierover wordt aangenomen, dan houdt een gemiddeld gezin in Nederland tussen de €80 en €100 meer over. Daarvoor hoeft u niets raars te doen, alleen maar te volgen wat iedereen op het moment zegt, namelijk geen subsidie meer naar biomassa. Zou dat interessant zijn?

De heer Nijboer (PvdA):
Ik heb best wel kritiek op de biomassasubsidie, en de PvdA-fractie ook wel. Maar als je daarvan afziet, denk ik dat je andere duurzame energiebronnen nodig hebt, en die kosten ook geld. Je kunt wel zeggen dat je geen biomassa meer doet, maar ik ben er niet voor om dat in te wisselen voor kolen of voor andere vervuilende zaken. Je zult dat geld dus toch nodig hebben om tot een duurzame economie te komen en dus kun je het niet uitdelen. Ik vrees dat onze wegen daar weer moeten scheiden.

De voorzitter:
U continueert.

De heer Nijboer (PvdA):
Voorzitter. Ik heb dus een amendement ingediend over de verlaging van het toptarief. Die verlaging vergroot echt bewust de inkomensverschillen door die ellendige vlaktaksideologie. De opbrengst daarvan wil ik gebruiken om de verhoging van de eerste schijf te verminderen. Ik hoop op vrij brede steun in de Kamer. Ik verwacht eerlijk gezegd dat er best wat partijen zijn die dat rechtvaardig vinden. Dat maakt de inkomensplaat niet in een keer eerlijk, maar het geeft in ieder geval een verschuiving: iets minder voor de top en iets meer ondersteuning voor de mensen die het het minste hebben.

Voorzitter. Mijn derde en laatste hoofdpunt is de volkshuisvesting. Ik heb daar gisteren ook de hele dag met de nieuwe minister voor Milieu en Wonen over mogen spreken. De PvdA-fractie vindt de woningnood, de onbetaalbare huren, de enorme wachtlijsten voor een woning en het feit dat starters er niet meer tussen komen, terwijl beleggers onze steden overnemen een van de grootste maatschappelijke problemen van deze tijd. Het kabinet doet wel wat, maar dat zal eerlijk gezegd niet veel meer effect hebben dan een druppel op een gloeiende plaat.

Ik vind het daarom mooi dat de SP een amendement heeft ingediend om de verhuurderheffing fors te verlagen. Dat hebben wij ook in onze gezamenlijke tegenbegroting staan. Ik heb zelf ook een amendement ingediend om de earningsstrippingmaatregel die voor banken is bedacht, verder door te voeren naar 90%. Dat is allemaal techniek, maar dat zou 180 tot 185 miljoen vrij kunnen spelen. Ik ben ook heel graag bereid om het te zoeken in de verhoging van de overdrachtsbelasting voor niet-woningen van 6% naar 7%, iets waar het kabinet ook al voor heeft gekozen. Daar heeft het kabinet het dus zelf ook al in gezegd. 1 procentpunt meer levert 300 miljoen op. Als dat de VVD te veel is, dan zou ik zeggen dat 0,3 procentpunt ook mag. Dan heb je 100 miljoen en kun je het verdubbelen. Dat zijn best interessante suggesties. Ik ben daar wel over te spreken, want ik ben er echt voor om meer ruimte vrij te spelen om betaalbare woningbouw in Nederland mogelijk te maken.

Voorzitter. Ik heb een amendement om ervoor te zorgen dat niet alleen de Randstad, maar ook de regio profiteert van de stimuleringsmaatregelen van het kabinet. Ik ben benieuwd hoe de staatssecretaris daar tegenover staat, wetende — ik heb net de discussie met de coalitiepartijen een beetje beluisterd — dat buurgemeentes, als je een nieuwe grens trekt, met recht en reden zullen zeggen: ook wij hebben woningnood, bij ons moeten er ook woningen worden gebouwd. Ik was gisteren toevallig in het Westland bij een woonbijeenkomst. Volgens de statistieken hebben die nog een groter woonprobleem dan Amsterdam. Ik kon me dat haast niet voorstellen, maar ik wil maar even een beeld geven van de urgente woonproblemen. Niet alleen in Amsterdam, Utrecht, Enschede, Maastricht, Leeuwarden en Groningen is er woningnood, maar in heel Nederland. Ik zou dus zeggen: maak het eenvoudig, hou het eenvoudig en stel die €25.000 per sociale woning gewoon voor heel Nederland beschikbaar. Want als je een grens wilt trekken, moet je dat doen bij 90% van Nederland. Waar ben je dan nog mee bezig? Het is niet zo dat er op grote schaal nieuwe woningen zullen worden gebouwd op plekken waar dat niet nodig is. Ik zou niet weten waarom woningcorporaties dat zouden doen. Ze bouwen toch niet voor leegstand, zou ik zeggen.

Voorzitter. Een tweede amendement dat ik op dit gebied heb ingediend, gaat over de herleving van de regeling voor de krimpregio's en Rotterdam-Zuid. Ik vind het echt een omissie in de begrotingsvoorstellen dat er ten aanzien van wonen in de krimpgebieden eigenlijk niets gebeurt. Het gaat om de leefbaarheid op het platteland. Het CDA heeft een interessant congres gehad dit weekend. Ik ben daar niet geweest. Daar werd benadrukt dat het CDA een plattelandspartij is. Ik zie de heer Bruins kijken. Ik herken hem als iemand met oog voor het platteland. Daar moet gewoon in geïnvesteerd worden. De regio's vragen erom. De regeling is er al. Die staat alleen op nihil. Het enige wat we moeten doen, is daarvoor weer budget beschikbaar stellen. Ik denk dat dat kan, dan wel binnen het miljard dat beschikbaar is gesteld dan wel met een amendement dat dat verruimt. Hoe staat de staatssecretaris daartegenover?

Voorzitter, tot slot op volkshuisvesting. Het kabinet gaat in het kader van de overdrachtsbelasting onderzoek doen naar het meer belasten van beleggers en het naar nul brengen van het starterstarief. Onderzoek is altijd interessant. Het kan ook altijd een weg zijn om weer uitstel te krijgen. Dat hebben we al bij meer belastingsoorten gezien. Ik heb gewoon een amendement liggen waarmee we dit kunnen invoeren. Ik zou dus zeggen: stem daarvoor, dan hebben we het geregeld. Ook de VVD zat gisteren bij de begroting Wonen al meer op de toer van "het moet sneller". Het amendement ligt er. Ik zou tegen de collega's willen zeggen: stem daarvoor! Dat helpt starters iets en ontmoedigt beleggers veel. De heer Omtzigt heeft ook een hele serie vragen gesteld over de rendementen en de belastingdruk van beleggers. Ik zou dus zeggen: grijp de kans!

Voorzitter. Ik heb nog twee andere punten. Over box 3 kan ik kort zijn: dit duurt wel heel lang. Het duurt te lang. Staatssecretaris Weekers heeft destijds al gezegd dat we box 3 rechtvaardiger gaan maken, maar dat dit veel studie vergt. Staatssecretaris Wiebes heeft dat ook een paar jaar gezegd. De huidige staatssecretaris heeft nu wel contouren geschetst van zijn nieuwe regeling, maar zegt ook: we komen pas voor de zomer met een wetsvoorstel. Ik vind dat het echt te lang duurt. Ik vind dat er te lang mee is gedraald.

Mijn tweede zorg is dat de vrijstelling voor echt vermogende spaarders hoog wordt. Ik had daar vorige week al een debat over met de heer Omtzigt. Bijna 1 miljoen euro hebben en geen belasting afdragen! Daarbij kun je je afvragen of dat qua vermogensverdeling en qua rechtvaardigheid redelijk en terecht is. De heer Alkaya sprak daar ook al over.

Ten derde ben ik zéér voor het meer belasten van beleggers. Dat hoorde u ook, voorzitter. Daar komen we verder in het debat nog over te spreken. Ik denk dat je hetzelfde soort problemen, in ieder geval de technische en juridische die nu bij de Hoge Raad aanhangig zijn gemaakt door spaarders, zult krijgen als je de rente en de beleggingsrendementen zo laat verschillen. Dat is zeker zo als de opbrengsten en de vastgoedprijzen een keer dalen, want dat kan ook een keer gebeuren. Ik ben er zeer voor dat dat de uitkomst is, maar ik vraag me af of je dat dan niet gewoon zo moet neerzetten in de wet. Dan gaat het meer om een vermogensbelasting daarop dan weer in de weer gaan met fictieve rendementen.

Voorzitter. Mijn laatste inhoudelijke punt is de uitvoering. We kunnen eigenlijk geen belastingdebat meer hebben zonder over de uitvoering te spreken. De ellende met de toeslagen is de afgelopen tijd weer uitgebreid behandeld. Ik schrok zelf eerlijk gezegd wel van de enorme aantallen mensen waar dwangbevelen over worden uitgeoefend en van de impact die dat op mensen moet hebben. Denk aan loonbeslag, of de ontneming van een auto of meubels, of waar dan ook beslag op wordt gelegd. Dat heeft echt een enorme impact. Ik denk dat we daar een dieper, apart debat over moeten hebben.

Dat geldt ook voor de leenbijstand, waar de heer Groot en de heer Omtzigt in het verleden al naar gevraagd hebben. Dat is nog steeds niet goed geregeld. Het geldt ook voor de beslagvrije voet. We leggen wetten op aan iedereen in Nederland. Hoe is het dan toch mogelijk dat de overheid zich daar zelf niet aan houdt? Mensen hebben gewoon te weinig geld aan het einde van de maand. Het is niet gewoon te weinig geld, maar echt te weinig om te kunnen functioneren. Die beslagvrije voet ligt op een niveau dat je geen mens toewenst. En zelfs daar houden we ons dan niet aan. Dus ik vraag de staatssecretaris om daar nog eens op in te gaan.

Tot slot, voorzitter. Zes amendementen. En ik zal ongetwijfeld ook nog moties maken voor morgen. Ik spreek de hoop uit dat het debat zin heeft, dat de argumenten van de coalitie en de oppositiepartijen, van alle Kamerleden, van alle volksvertegenwoordigers, serieus worden gewogen. Het blijft natuurlijk altijd een politieke afweging. Ik heb ook politieke punten gemaakt, waar de VVD ongetwijfeld — nee, niet ongetwijfeld — anders over denkt dan de PvdA. Dat kan ook, maar we hebben ook voorstellen gedaan waarmee eigenlijk iedereen het eens is, bijvoorbeeld over die verbreding van de verhuurderheffing. Ik hoop dat de wetten aan het einde van het debat verbeterd worden. Als de hoofdkoers, met 2 miljard voor bedrijven, een oneerlijkere inkomensverdeling en te weinig voor de sociale volkshuisvesting, niet wordt bijgestuurd, spreek ik uit dat de PvdA-fractie het Belastingplan helaas niet kan steunen. Maar ik hoop wel dat we het wat ten goede kunnen bijsturen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Heel goed. Een vraag nog van de heer Mulder.

De heer Edgar Mulder (PVV):
Dat laatste ging heel erg snel. Ik heb toch begrepen dat de PvdA het Belastingplan alleen wil steunen indien één, de woningnood aangepakt kan worden, twee, de Vpb niet omlaaggaat in 2021 en drie, de verlaging van het hoogste tarief niet doorgaat?

De heer Nijboer (PvdA):
Dat is precies wat ik zei.

De heer Edgar Mulder (PVV):
Helemaal goed.

De heer Nijboer (PvdA):
Ik had het over de 2 miljard voor de grote bedrijven, een eerlijkere inkomensverdeling en meer naar de volkshuisvesting. Ik begin ermee en ik eindig er ook mee.

De voorzitter:
De heer Mulder geeft even een samenvatting.

De heer Nijboer (PvdA):
Een partijgenoot van mij zei: u verwacht van mij consistentie; dat is nergens op gebaseerd. Maar dat is op mij niet van toepassing.

De voorzitter:
Dat was Thijs Wöltgens.

De heer Nijboer (PvdA):
Zeker.

De voorzitter:
Dan is het woord aan de heer Bruins van de ChristenUnie. Het woord is aan u.

De heer Bruins (ChristenUnie):
Voorzitter. Na twee uitgebreide wetgevingsoverleggen, vele honderden pagina's antwoorden en verslagen is het dan nu tijd voor de plenaire afronding van het Belastingplanpakket 2020. Ook al neemt het kabinet in dit Belastingplan tientallen maatregelen, vaak ten goede, soms ten kwade: als er één besef is, is het wel dat ons belasting- en toeslagenstelsel veel eenvoudiger en rechtvaardiger moet dan het nu is. Ik kijk dan ook naar dit omvangrijke pakket voorstellen met enerzijds het regeerakkoord in de rug, en anderzijds een bouwstenentraject met een vergaande belastingherziening als wenkend perspectief. Dat perspectief kan wat mijn fractie betreft niet snel genoeg dichterbij komen, zeker als, zoals gisteren, een groot beleidsonderzoek naar de toeslagen op de mat ploft.

Voorzitter. Dat het toeslagenstelsel is uitgegroeid tot een veelkoppig monster, is hier niemand ontgaan. Het voorlopige trieste dieptepunt is het onterecht terugvorderen van kinderopvangtoeslagen en vooral hoe de Belastingdienst is omgegaan met honderden gezinnen. Maar op de keper beschouwd is dit slechts het topje van de ijsberg van een systeem dat niet anders kan dan falen. Dit systeem overschat het doenvermogen van te veel burgers. Zoals de onderzoekers schrijven: "Het toeslagenstelsel gaat uit van voorspelbaarheid, hetgeen zich lastig verdraagt met de toenemende flexibilisering van arbeid en samenlevingsvormen." Het gaat hierbij om grote bedragen en grote aantallen. Bijna 13 miljard euro wordt in 7,5 miljoen toeslagen uitgekeerd aan 5 miljoen huishouden, met over een jaar nota bene 2,3 miljoen terugvorderingen en 1,5 miljoen nabetalingen. Niet zelden leiden de terugvorderingen tot schuldenproblematiek. En dan maakt ook nog eens zo'n 10% van de rechthebbende huishoudens geen gebruik van de toeslagen. Dit stelsel, een erfenis van het tweede kabinet-Balkenende, miskent, kortom, wat de mens vermag, is hopeloos complex en een recept voor teleurstellingen. Tijdens de wetgevingsoverleggen is er al indringend gesproken over de CAF 11-zaken en dit beleidsonderzoek stelt het hele stelsel ter discussie. Mijn fractie is benieuwd naar de reactie van de staatssecretaris op dit onderzoek en naar het antwoord op de vraag hoe snel we dit stelsel eenvoudiger, beter en vriendelijker voor iedereen kunnen krijgen.

Zoals ik tijdens het eerste wetgevingsoverleg al heb betoogd, is het wat mijn fractie betreft tijd voor een geloofwaardig en transparant belastingstelsel met bredere grondslagen en lagere tarieven, waarin we vermogensongelijkheid minder faciliteren dan nu, belastingontwijking aanpakken, doorgeschoten flexibilisering fiscaal niet langer stimuleren, perverse prikkels op bijvoorbeeld de woningmarkt afschaffen en gezinnen niet langer tot slaaf maken van tot in het absurde doorgevoerde arbeidsparticipatieprikkels. Het toeslagenonderzoek indachtig, moeten we misschien eens voor wat minder herverdeling via de fiscaliteit kiezen en in ruil daarvoor juist voor een hoger minimumloon of wat hogere uitkeringen. Dat lost veel op en zorgt ook nog eens voor een lagere marginale belastingdruk, want de verschillen tussen de nominale tarieven en de echte marginale belastingdruk zijn veel en veel te groot. Want wie o wie kan mij hier in deze zaal binnen tien seconden vertellen hoeveel hij of zij overhoudt van 100% salarisverhoging per maand? Kreeg een snelle rekenaar dat bij de introductie van het huidige stelsel in 2001 met een blik op de tarieven nog eenvoudig voor elkaar, nu is dit een bijna onmogelijke som geworden met al die op- en afbouwpaden aan heffingskortingen en toeslagen. Hoe kijkt de staatssecretaris tegen dit alles aan en wat kan hij aan verbeteringen, met name in het topzwaar geworden toeslagenstelsel, nog in deze kabinetsperiode qua wetgeving in gang zetten?

Voorzitter. Ik heb mijn appreciatie van de verschillende maatregelen al tijdens het wetgevingsoverleg gedeeld. Mijn fractie is bijvoorbeeld positief over de lastenverlichting voor middeninkomens maar maakt zich zorgen over de vormgeving ervan. Mijn fractie is tevreden dat het tweeschijvenstelsel al volgend jaar zijn beslag krijgt, maar maakt zich zorgen over de steeds hogere en ondoorzichtige heffingskortingen die onder die eenvoudige schijven hun belastinggrondslag ondergravende werk doen. Mijn fractie kijkt positief naar de fiscale uitwerking van het Klimaatakkoord, maar maakt zich zorgen over de budgettaire derving die niet leidt tot CO2-reductie maar slechts tot in hun vuistje lachende autofabrikanten. We hebben dit alles uit-en-te-na uitgediscussieerd in de eerdere overleggen.

Voorzitter. De lage rente, de problematisch kleine productie aan woningen en de fiscale bejegening van koop- en huurhuizen werken desastreus uit op de woningmarkt. Dit kabinet zet gelukkig stappen in de goede richting, in aanpassingen in box 3, in het stimuleren van nieuwbouw, in het beperken van de hypotheekrenteaftrek en in het afzwakken van de groei van de verhuurderheffing. Voor de ChristenUniefractie zijn deze stappen slechts tussenstappen op weg naar een beter woonbeleid zonder hypotheekrenteaftrek en vooral zonder verhuurderheffing en daarmee met hogere bouwvolumes en betaalbaarder huizen. Tijdens het eerste wetgevingsoverleg heeft onder andere mijn fractie het vuurtje aangewakkerd om de heffingsvermindering in de verhuurderheffing ten behoeve van sociale nieuwbouw beschikbaar te krijgen in het hele land. Mijn fractie zal samen met anderen hier voorstellen voor doen, maar zoals al eerder gezegd niet in dit mooie gremium van de fiscale collega's maar in het gremium van de woonwoordvoerders.

De heer Van Weyenberg (D66):
Ik constateer dat het amendement, waar net melding van is gemaakt, zojuist is ingediend. Ik zag het langskomen in Parlis.

De voorzitter:
Waarvan akte.

De heer Bruins (ChristenUnie):
Heel fijn. Dank u wel.

Tijdens het wetgevingsoverleg had ik het al over de grote waarde van familiebedrijven voor ons land en voor onze economie en over de zorgen dat ze vergeten worden bij het overigens terecht aanscherpen van allerlei regelingen, zoals de innovatiebox. Een zorg die ons de afgelopen dagen nadrukkelijk op ons netvlies is gebracht, is de verhoging van de ODE voor veel tuinders en sowieso de impact van deze verhoging op veel verschillende soorten bedrijven en organisaties. Naar ik begreep neemt het ODE-deel van de energierekening voor hen stevig toe. Mijn fractie vindt het belangrijk dat de ontwikkeling van de energielasten evenwichtig uitwerkt en niet onevenredig uitpakt ten opzichte van andere sectoren. Het mag niet zo zijn dat door de veranderingen in de ODE de bakker op de hoek of de tuinder een eindje verderop onevenredig worden geraakt. Nog beter zou het zijn als de ODE niet meer nodig zou zijn omdat de CO2-prijs reëler is en de kostendaling van duurzame energie sneller gaat nu gedacht, maar dat terzijde. Wil de staatssecretaris de gevolgen van de verhoging van de ODE voor de verschillende soorten bedrijven en organisaties, zoals ziekenhuizen, monitoren en toetsen op billijkheid, betaalbaarheid en bereikte verduurzaming?

Voorzitter. Tot slot kom ik op twee wetsvoorstellen die belastingontwijking tegen moeten gaan. Allereerst het wetsvoorstel dat moet leiden tot een betere informatie-uitwisseling tussen nationale belastingdiensten. Dit voorstel staat in het kader van de niet-aflatende strijd tegen agressieve fiscale planningsconstructies. Die strijd moet wat de ChristenUnie betreft verder worden opgevoerd, en dat gebeurt met dit wetsvoorstel. Kortom, het is een stap in de goede richting. Wij steunen die stap. Ieder bedrijf hoort immers netjes zijn deel te betalen en op die manier bij te dragen aan het publieke goed in de samenleving. Het lijkt me overigens een ondoenlijke klus om het centrale systeem dat gebouwd gaat worden, niet te laten verworden tot een altijd maar uitdijende database met steeds meer oudere en dus vervuilde data. De effectiviteit van deze maatregel staat of valt met de uitvoering, en dat is nou niet bepaald de kracht van pan-Europese projecten. Hoe gaat de staatssecretaris ervoor zorgen dat deze informatie-uitwisseling effectief wordt en blijft?

Voorzitter. Ook over het wetsvoorstel dat hybride mismatches moet tegengaan, is de ChristenUnie positief. Ik zie uit naar de resultaten van het onderzoek naar het Nederlandse kwalificatiebeleid. En zoals ik bij het eerdere wetgevingsoverleg al zei, hoop ik van harte dat deze staatssecretaris met al zijn kennis, energie en drive het overleg over een gemeenschappelijke vennootschapsbelastinggrondslag binnen de EU kan agenderen, zodra hij daar een opening voor ziet. De ChristenUniefractie is namelijk niet alleen voorstander van brede belastinggrondslagen en redelijke tarieven binnenslands, maar ook van internationaal afgestemde en geharmoniseerde grondslagen en tarieven, zodat de kans op belastingontwijking minimaal wordt. In die strijd tegen belastingontwijking kan de staatssecretaris rekenen op mijn volledige steun.

Evenals collega Snels zie ik zeer uit naar de adviezen van de commissie-Ter Haar inzake belastingheffing van multinationals.

Voorzitter, ik dank u wel.

De voorzitter:
We hebben nog één vraag van de heer Alkaya.

De heer Alkaya (SP):
Ik denk dat ik het antwoord al weet. Maar anders gaat het toch aan je knagen, dus ik stel de vraag toch maar, voordat de heer Bruins weggaat. De heer Bruins gaf aan: misschien moeten we toch denken aan het verhogen van het minimumloon of aan het verhogen van de uitkeringen in plaats van het hele circus met toeslagen. Is dat echt een oproep aan het kabinet? Kunnen wij hierin samen met de heer Bruins het kabinet oproepen om serieus onderzoek te doen naar het verhogen van het minimumloon, en naar de vraag of daarmee dat hele belastingcircus versimpeld zou kunnen worden?

De heer Bruins (ChristenUnie):
Ik heb het kabinet vooral opgeroepen tot een vermindering van de complexiteit van het belastingsysteem, dat aan alle kanten zo uit de kluiten is gegroeid. Het moet simpeler. En als je het simpeler maakt, dan moet je ook helemaal opnieuw gaan overdenken wat je dan doet aan de onderkant van het loongebouw. Dan moet je dus buiten de gebaande paden gaan. Ik heb daar een suggestie voor gedaan, een denkrichting waar de ChristenUnie aan denkt. Die zou u wellicht ook kunnen terugzien in een komend verkiezingsprogramma.

De voorzitter:
Heel goed. Afrondend, kort, puntig, meneer Alkaya.

De heer Alkaya (SP):
Heel kort, voorzitter. Dan zie ik uit naar de beantwoording van het kabinet op dit punt en naar hoe ze dit gaan meenemen.

De voorzitter:
Wij zien daar allemaal naar uit. Dank u wel.

Dan de heer Van Raan van de fractie van de Partij voor de Dieren.

De heer Van Raan (PvdD):
Voorzitter. Ik ben mij ervan bewust dat ik voor deze zaal misschien als zijinstromer deel 3 meemaak omdat ik deel 1 en 2 niet heb meegemaakt, maar toch ... Het leek me goed om dat even te melden.

Voorzitter. Ik wil een zestal punten met u bespreken. Twaalf maanden geleden sprak de Partij voor de Dieren bij de plenaire behandeling van het Belastingplan de hoop en de verwachting uit dat dit het laatste 3°C-Belastingplan zou zijn en dat we in 2019 over een 1,5°C-Belastingplan zouden kunnen debatteren. Want dat is wat nodig is. We zijn twaalf maanden verder, en twaalf maanden dichter bij de zogeheten "irreversible tipping points", waarbij we als mens onze grip op het klimaat naar alle waarschijnlijkheid echt kwijt zullen zijn. En het gevoel van urgentie lijkt volledig te ontbreken, niet alleen bij dit Belastingplan en niet alleen bij dit kabinet, maar bij tal van andere politieke leiders over de hele wereld. Dat wekt verbazing, want welke politieke leider kiest er nou voor om de controle te verliezen? Onze premier heeft zelfs nachtmerries over de stikstofcrisis. Let wel, we hebben het over een crisis veroorzaakt door politici die veel te lang hebben gewacht om iets te doen en hebben volgehouden dat we door konden gaan met business as usual. Deze politici bedachten de PAS, de Programmatische Aanpak Stikstof. Nu zijn dezelfde politici controle kwijt, want de rechter heeft een streep gezet door de aanpak van VVD en CDA. Iedereen had dat kunnen zien aankomen; lees de Handelingen maar terug.

Voorzitter. Minister Wiebes zal ook niet al te goed slapen van de Urgenda-uitspraak. Noodmaatregelen hadden volgens Pieter Boot van het Planbureau voor de Leefomgeving voorkomen kunnen worden. Het kabinet had dan eerder, zo'n vier jaar geleden, maatregelen moeten nemen. In dat geval had Nederland ook kunnen voldoen aan de Urgenda-uitspraak, zonder het land op slot te zetten. Ook dit had iedereen kunnen zien aankomen; lees de Handelingen maar terug.

Als we op deze voet doorgaan, zal de politiek opnieuw controle verliezen, maar nu zal niet de rechter de controle afpakken van politici die te weinig verantwoordelijkheden en te weinig verantwoordelijkheidsgevoel hadden, maar nu zal onze planeet zorgen voor dit verlies van controle. Overstromingen, klimaatvluchtelingen en grote verstoringen op financiële markten zullen de voorbode zijn van een planeet die de mens definitief in de steek laat. En de politiek voelt de urgentie niet. Dit Belastingplan sluit daar naadloos op aan. Graag een reactie van de staatssecretaris.

Voorzitter. Mijn fractie had dus veel meer van dit Belastingplan verwacht. In de schriftelijke antwoorden, waarvoor dank, lees ik dat we moeten wachten op drie andere fiscale wetten die het klimaat zouden gaan helpen. De Partij voor de Dieren vindt dat deze andere fiscale wetten veel te weinig doen. De vliegbelasting is te laag, de CO2-minimumprijs voor elektriciteitsbedrijven heeft geen effect en met de algemene CO2-heffing wordt slechts een deel van de CO2-uitstoot belast. Als we die wetten in samenhang met dit Belastingplan bekijken, kan ik niet anders dan concluderen dat de regering op fiscaal gebied veel te weinig doet.

Van de maatregelen die onderdeel zijn van de Wet fiscale maatregelen Klimaatakkoord zijn er slechts vier die iets voor het klimaat doen. Is de staatssecretaris het met de Partij voor de Dieren eens dat de lastenverschuiving van de opslag duurzame energie, de verlaging van het belastingdeel in de energierekening van huishoudens en het verhogen van het tarief van de overdrachtsbelasting voor niet-woningen geen klimaatregelen zijn, maar eigenlijk inkomenspolitieke maatregelen met een indirect effect op het draagvlak voor, in dit geval, de klimaataanpak? Kunnen we het daarover in ieder geval eens zijn?

Voorzitter. Punt 2: groei is niet de oplossing, maar het probleem. Vorig jaar weerklonk de urgentie niet in de woorden van de minister van Economische Zaken en Klimaat toen hij vrolijk verkondigde dat de kosten voor het tegengaan van de klimaatverandering wel mee zouden vallen vanwege — houdt u vast — 2,2% economische groei per jaar, en dat tot 2030, tot een groei van 30%. Toen ik deze staatssecretaris vorig jaar vroeg naar de bomen van Wiebes, die tot in de hemel groeiden, bleef ook hij economische groei aanprijzen als oplossing om uit de klimaatnoodtoestand te geraken. Maar zoals Klaas van Egmond zo duidelijk in de Volkskrant schreef: het is nog steeds niet doorgedrongen dat het in een eindige wereld niet mogelijk is om eindeloos te groeien. En dat is een waarheid als een koe.

Als we per jaar met 2,2% groeien, verdubbelen we de totale economische productie in een periode van ruim 32 jaar. Als wat Wiebes ons voorspiegelt, uitkomt, betekent dat — stelt u het zich even voor — dat we in 2052 dubbel zoveel produceren als we op het moment doen. Bij het huidige systeem kan dat helemaal niet. De wereld gaat nu al bijna ten onder aan de plasticsoep, we krijgen de CO2-uitstoot niet in bedwang en door de stikstofproblematiek gaat ons land langzamerhand op slot. Allemaal door ons groeifetisjisme. Graag een reactie van de staatssecretaris.

Voorzitter. Punt 3: Urgenda. Een deel van de 40 maatregelen die Urgenda heeft voorgesteld, hadden fiscale componenten. De regering heeft recent uitgezocht hoe ze deze maatregelen gaat uitvoeren. Daarbij is een beetje vrijblijvend geshopt in de criteria die het kabinet heeft opgesteld. Zo zou het voorstel van Urgenda om de verhuurderheffing aan te wenden voor het energieneutraal maken van 100.000 woningen, niet kosteneffectief zijn, maar zou een verbod op reclame voor het maken van vlees niet in lijn zijn met het Klimaatakkoord. De lijn van de regering lijkt dus te zijn: als een Urgenda-maatregel niet in het Klimaatakkoord staat, doen we er verder niets mee. Is de staatssecretaris het met de Partij voor de Dieren eens dat deze regering op deze wijze, zoals ze nu optreedt, nooit aan het Urgenda-vonnis kan voldoen? Graag een reactie.

Voorzitter. Punt 4: Wie slacht mag best een beetje zelf bloeden. De Partij voor de Dieren heeft een vergroeningsvoorstel ingediend om de productie van vlees te belasten. De slachttaks voorziet in een aantal zaken. Ons voorstel belast wat schadelijk is en stimuleert wat goed is. Vlees is verreweg het schadelijkste onderdeel van ons menu. Het veroorzaakt grote klimaat- en stikstofproblemen. Daar komt bij dat onze vleesverslaving desastreus is voor de dieren in de bio-industrie. Ons voorstel voorziet in het stimuleren van de eiwittransitie. De consumptie van dierlijke eiwitten wordt teruggedrongen en de consumptie van plantaardige eiwitten wordt gestimuleerd. Ons voorstel voorziet ook in duidelijkheid, doordat burgers, boeren, ondernemers en investeerders zien waar het heengaat. Amerikaanse investeerders in de vleesindustrie zijn er al van overtuigd dat overheden wereldwijd vleesbelastingen zullen gaan invoeren. En let wel, dit zijn geen dierenactivisten, zeg ik voor de VVD. Dit zijn vrouwen en mannen in dure pakken, die een heel dik belegde boterham aan de vleesindustrie verdienen.

Voorzitter. Ons voorstel staat niet alleen. Vanmiddag heeft de commissie voor Financiën een petitie in ontvangst genomen die precies daarom vroeg: belast vlees eerlijk; wentel de maatschappelijke kosten van vlees niet op de belastingbetaler af. Ons voorstel voor de slachttaks geeft gehoor aan al die diverse geluiden in de maatschappij. Het debat over de vleesbelasting is definitief gekanteld.

Voorzitter. Het volgende punt: kort over de Wet bronbelasting. Waarom is er gekozen voor een beperkte lijst van belastingparadijzen? Waarom is er niet voor gekozen om niet-EU-landen op de lijst te zetten? En waarom is er gekozen voor een tarief van slechts 9% en niet meer? Graag een reactie van de staatssecretaris.

Voorzitter. Net als enkele sprekers voor mij is ook mijn fractie verbaasd over de verlaging van het hoogste tarief van de inkomstenbelasting. Het is geen geheim dat de Partij voor de Dieren voor een verlaging van de belasting op arbeid is. Daar zijn wel enkele voorwaarden aan verbonden. Zo moet de verlaging wel gepaard gaan met een verhoging op milieuvervuilende productie. Daarvan is in dit Belastingplan eigenlijk nauwelijks sprake. Daarnaast moet de verlaging niet eenzijdig neerslaan bij de hoge inkomens. Dat gebeurt nu wel. Graag een reactie van de staatssecretaris.

Voorzitter, mijn laatste punt. Dat is een vraag die niet direct gaat over het Belastingplan, maar die ik toch graag wil stellen aan de staatssecretaris. Een van de allerbeste fiscale maatregelen is een CO2-heffing op de invoer van CO2-intensieve producten. In Europa gonst het van de geruchten dat de nieuwe Europese Commissie een dergelijk voorstel gaat doen. Zo'n voorstel zou natuurlijk ontzettend helpen, omdat het het risico op een CO2-weglekeffect danig verkleint. Is de staatssecretaris het eens met deze redenering? Is hij het dan ook eens met de constatering dat een dergelijke heffing enorm kan helpen bij een steviger nationaal klimaatbeleid? Je kan bijvoorbeeld denken aan de invoer van veevoer uit Zuid-Amerikaanse landen. Kan de staatssecretaris aangeven of er in Europa nu al concrete plannen liggen, en zo niet, of hij daarin ook een rol voor zichzelf weggelegd ziet? Is hij bereid om in Europa misschien zelfs wel het voortouw te nemen en haast te maken met een voorstel dat het klimaatbeleid van diverse lidstaten echt verder kan helpen?

Voorzitter, ik rond af. Ook dit Belastingplan is op zijn best een 2,5ºC-Belastingplan, terwijl we vorig jaar toch uitdrukkelijk de wens en de hoop hebben uitgesproken om een 1,5ºC-Belastingplan neer te leggen. De partij voor de Dieren vreest dat deze staatssecretaris de urgentie van de klimaatnoodtoestand onvoldoende voelt.

Voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan de heer Van Otterloo van de fractie van 50PLUS.

De heer Van Otterloo (50PLUS):
Voorzitter, dank u wel. Dit is niet ons ideale belastingplan — verre daarvan zelfs. Het is vooral ernstig om te zien dat, hoewel het kabinet met de mond vereenvoudiging belijdt, er in de maatregelen per saldo niets van terug te zien is. Als voorwaarde zou zijn dat het Belastingplan 2020 per saldo moet bijdragen aan de vereenvoudiging van het stelsel, dan zou dit plan het niet gaan halen, want dat is niet iets wat het kabinet bereikt. Het heeft ook duidelijk geen prioriteit. We moeten eerlijk zijn tegenover elkaar: dit plan doet heel andere dingen. In 2020 zien weer nieuwe op- en afbouwtrajecten het licht, komen er nieuwe uitzonderingen en is er meer geld voor belastingfaciliteiten en -toeslagen dan voor gewone tariefsverlagingen.

Vereenvoudigingen vatten in amendementen is ook niet heel kansrijk. Dat is morrelen in de marge van een stelsel dat piept en kraakt. Het is een systeem van hoge lasten, voor een deel voortkomend uit de marktwerking in de zorg en het wonen, waarvoor het de burgers dan weer compenserende toeslagen geeft, terwijl het tegelijkertijd vraagt dat de burger meer kan leveren dan hij kan. Want van de burger wordt zowel verlangd dat hij grote bureaucratische vaardigheden ontwikkelt als dat hij de toekomst goed kan voorspellen. Vaak gaat het bij amendementen dan weer juist om kleine nieuwe uitzonderingen, die samen weer nieuwe complexiteit toevoegen, in plaats van kleine vereenvoudigingen die samen één grote maken. Dat is helaas de realiteit.

Om die reden hebben wij ook slechts drie amendementen. Wij kiezen voor topprioriteiten binnen het kader van het huidige Belastingplan, maar uiteraard ontslaat dat ons en alle andere partijen er niet van om na te denken over structurele oplossingen. De oproep is vandaag al meer gehoord: wij hebben behoefte aan langetermijnantwoorden op de grote fiscale vraagstukken. Wij gaan er ook van uit dat alle andere partijen hun woorden waarmaken dat zij zoeken naar iets wat vereenvoudiging werkelijk tot stand brengt. Wij kijken ook uit naar de verkiezingsprogramma's op dat punt, om te zien met welke ideeën men komt.

Dit is uw feestje, staatssecretaris, en op een feestje is het onbeleefd om tegen de gastheer te zeggen dat alles verkeerd georganiseerd is. Maar het is niet onbeleefd om te vragen om een paar hapjes en drankjes die ons verblijf op uw feestje in ieder geval wat aangenamer kunnen maken. Vandaar dat wij die drie amendementen hebben ingediend. Wij willen allereerst een hogere ouderenkorting, mede ter compensatie van de stijgende energielasten, en wij willen dat de ouderenkorting langzamer wordt afgebouwd. De dekking komt uit het schrappen van de zogenaamde Primarksubsidie oftewel het LIV.

Daarnaast hebben we een amendement ingediend waarmee we ervoor zorgen dat de kleine vermogens in de eerste schijf van box 3 worden ontzien. Daarmee kan in onze ogen ook voorkomen worden dat men ook in 2020 en 2021 met succes via processen bezwaar kan maken tegen wat toch als een vorm van onteigening kan worden beschouwd. Ik heb al eerder buiten dit wetgevingsoverleg, de laatste keer bij de Algemene Financiële Beschouwingen, gevraagd naar de mogelijkheden om het sneller tot stand te brengen dan de voorstellen die de staatssecretaris heeft geponeerd. Ons amendement gaat ervan uit dat tot €100.000 het lage spaartarief wordt gehanteerd. Dan komen we dus niet aan de vrijstelling van 1 miljoen, maar komen we wel aan een vrijstelling van 1 ton per persoon, in de zin van vrijstelling tegen het lage tarief en zonder de veronderstelling dat mensen ook daar gaan beleggen via aandelen.

Het derde amendement betreft de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet. Die zouden wij ook willen heffen op inkomens boven €55.000. De opbrengst daarvan willen we gebruiken om de eerste €10.000 van het inkomen van iedereen vrij te stellen van de IAB-premie. Dit amendement is volgens ons ongeveer budgetneutraal en is tevens — maar dat zullen misschien alleen de ouderen onder ons zich herinneren — een compensatie voor de WUL, waarbij de ouderen niet werden meegenomen.

Bij de behandeling van de begroting Sociale Zaken zal mijn collega Corrie van Brenk net als vorig jaar een motie indienen die betrekking heeft op een extra verhoging van de AOW en het minimumloon.

Wij denken dat met het totaal van deze vier uitspraken het inkomensbeleid evenwichtiger gemaakt kan worden en dat we ook veel beter voorbereid zijn op tegenvallers: tegenvallers bij de inflatie en bij de loonontwikkeling. De belangrijkste tegenvaller die natuurlijk nog steeds in de lucht hangt, zijn de dreigende kortingen op pensioenen. 50PLUS blijft strijden om ervoor te zorgen dat de kortingen van tafel gaan. Mocht dat niet lukken, dan zullen er forse aanvullende koopkrachteisen worden geformuleerd om te voorkomen dat het weer tegenvalt, want dat doet het al tien jaar. Hoewel het CBS beweert dat iedereen ouder wordt, is het toch knap dat als je tien jaar geen geïndexeerd pensioen hebt en in een huurwoning zit, je volgens het CBS een eigen woning bezit die je zelf betaalt.

Ik hoop dat het niet waar is, maar het lijkt dat nog steeds in de hoofden van de bewindslieden wel degelijk de mogelijkheden van kortingen bestaan. Ik herhaal: het is niet verboden om de kortingen van tafel te halen en het is niet verboden om voor onze amendementen te stemmen. We bieden de kans. Ik zou zeggen: pik in, het is winter en bied ouderen meer perspectief om de winter door te komen.

Tevens heb ik geen antwoord gekregen op onze schriftelijke vragen over de levensloopregeling. Het gaat hier om een legacyprobleem waarvan de meeste mensen zullen denken dat het gedane zaken zijn, maar toch wil ik graag antwoorden hebben.

Schokkend vind ik ook het antwoord dat 630.000 Nederlanders zowel arbeidskorting als zelfstandigenaftrek genieten: €7.000 belastingvoordeel. Ik gun het iedereen van harte, deze mensen ook, maar in zekere zin is het ook belastingontwijking. Voor velen komt er nog een hypotheekrenteaftrek, een IACK of een huurtoeslag bij. Dan verdien je oké, maar je betaalt nergens aan mee. Mijn fractie vindt dat er best redenen zijn voor een veel hoger minimumuurtarief voor zelfstandigen.

Heel veel dank aan de staatssecretaris voor zijn antwoorden op de vragen over de arbeidskorting voor gepensioneerden. Dat helpt 50PLUS in de voorlichting aan de leden die hier tegen problemen aanlopen, al moet ik ook constateren dat de zogenaamde verzilveringsproblematiek ernstig is en effectief koopkrachtbeleid doorkruist. De antwoorden geven dan ook een ontluisterend beeld op dit punt. Ik zal een klein stukje voorlezen op pagina 16 en 17 van de nota naar aanleiding van het verslag om aan de collega's duidelijk te maken hoe lastig het is.

"Werkgevers worden onder andere door middel van het Handboek Loonheffingen geïnformeerd en dienen de regels (waaronder die van de arbeidskorting) zelf toe te passen. Binnen de Belastingdienst zijn geen signalen bekend dat werkgevers in dit geval vergeten om de arbeidskorting toe te passen. Niet uit te sluiten valt dat dit in een incidenteel geval voorkomt. Bij een combinatie van een AOW-uitkering en loon kan het voorkomen dat een belastingplichtige ervoor kiest om de loonheffingskorting te laten toepassen door de Sociale Verzekeringsbank. In dat geval wordt de arbeidskorting niet toegepast. Dit kan via de inkomstenbelasting worden rechtgetrokken. Als de belastingplichtige ervoor kiest om de loonheffingskorting te laten toepassen op het loon, in plaats van op de AOW-uitkering, dan wordt gelijk rekening gehouden met de arbeidskorting. AOW-gerechtigden met recht op arbeidskorting kunnen een deel van hun heffingskortingen niet verzilveren als zij een laag inkomen of relatief hoge aftrekposten hebben. Zo kan een werkende AOW'er die deel uitmaakt van een AOW-paar en geen aanvullend pensioen heeft tot een arbeidsinkomen van circa €5.000 een deel van zijn heffingskortingen niet verzilveren. Een alleenstaande AOW-gerechtigde zonder aanvullend pensioen kan tot een arbeidsinkomen van circa €3.000 een deel van zijn heffingskortingen niet verzilveren. Deze rekenvoorbeelden zijn gebaseerd op een situatie zonder aftrekposten."

Nou, voorzitter. Het lijkt wel op level 20 van Super Mario Bros 2, maar dat is het niet. Het is het belastingstelsel waarmee wij van de burger vragen om een bijdrage te leveren aan onze collectieve voorzieningen. Het is jammer dat het zo wordt gereduceerd tot een potje flipperen voor geld.

Voorzitter. Roken is vooral een verslaving en voor elke verslaving geldt dat stoppen goed is voor de portemonnee van de verslaafde, in dit geval van de roker. Een roker die zijn gedrag niet aanpast of kan aanpassen zal volgend jaar €200 tot €400 duurder uit zijn. Helaas kan de staatssecretaris niet zeggen — wij hebben die vraag wel gesteld — hoeveel prijsstijging er nou eigenlijk nodig is om een daling van de accijnsopbrengst te bewerkstelligen. Wij dringen nog steeds aan op dat punt. Want ons gaat het niet om de opbrengst, maar om het resultaat op het gebied van het aantal rokers.

Ik sluit even aan bij de collega's die het over de bpm hebben gehad. Ik heb het daar zelf ook in de eerste termijn over gehad. We willen met z'n allen dat auto's in principe schoner gaan worden en onder andere minder CO2-uitstoten. Dan helpt het niet als je voor dezelfde auto met dezelfde specificaties in 2019 een hogere bpm moet betalen dan in 2018 en mogelijk in 2020 een hogere dan in 2019. Ik begrijp dat het heel lastig is — de rapporten en de voorbeelden vliegen ons om de oren — om precies een haakje te vinden om het wel goed te doen. Ik overweeg om in de tweede termijn een motie in te dienen die misschien in al haar simpelheid wel een oplossing kan bieden, namelijk door gewoon vast te stellen dat de bpm voor eenzelfde type auto in 2020 niet hoger kan zijn dan in 2018. In dat geval zit er geen SUV-element in. Het gaat om dezelfde auto en dan zou het ook om dezelfde bpm moeten gaan. Er moeten dan niet verder nog allerlei omrekentrucs bij zitten.

Dan een ander punt. Ik begrijp dat de staatssecretaris daar nu over in overleg is. Dat is ook zo'n voorbeeld waarin het veld iets anders vindt dan de Belastingdienst. Dat punt is de invoer van afval uit het buitenland. Ik weet dat de heer Snels met zijn kompaan van D66 een lezenswaardig verhaal heeft gemaakt over artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet. Dit vind ik — dat heb ik ook in de eerste termijn van het wetgevingsoverleg gezegd — typisch zo'n voorbeeld waarin je je kunt afvragen of het effectief is. Als je geen afval wilt invoeren, omdat dan de luchtvervuiling hier beperkt kan worden: prima. Dan levert het wat op. Maar als het resultaat zou zijn dat er slechter te verbranden afval moet worden bijgestookt waardoor er per saldo meer luchtvervuiling optreedt, is de maatregel niet effectief. Die kan dan misschien wel wat geld opleveren, maar is niet effectief. Wij zoeken naar effectieve maatregelen en niet naar maatregelen die primair bedoeld zijn om geld op te leveren.

Wij danken de staatssecretaris voor zijn antwoorden over de navordering en de correcties door de Belastingdienst. En ik neem aan dat het er wel dertien zijn, maar dat het exclusief de toeslagen is. Dit is natuurlijk voor de luisteraars thuis absoluut niet meer te volgen. Aantallen namen eerst toe en nemen nu dus af. Kan de staatssecretaris zeggen of er een link bestaat met de introductie van de inkomensafhankelijke kortingen?

Over de lastenverlichting en lastenverzwaring is al veel gezegd. Dit kabinet haalt vooral zaken naar voren, maar echte compensatie voor de enorme lastenverzwaringen van Rutte I en Rutte II is er niet gekomen. De gepensioneerden kregen een waslijst aan ellende over zich heen, zowel door wegbezuinigde voorzieningen als door het niet indexeren. En de werkende middenklasse kreeg vooral lastenverzwaringen over zich heen, terwijl de winsten fors zijn gestegen, en de balans tussen werkenden en vermogenden verder is verstoord. Ik hoor het kabinet ook wel zeggen dat men het geld niet uitgegeven krijgt omdat er gebrek is aan personeel, maar voor lastenverlichting heb je weinig personeel nodig. En hoe minder overschot we de komende jaren hebben omdat het geld bij de burgers is terechtgekomen, hoe kleiner de kans is dat dit mensen elders in de EU op verkeerde gedachten brengt.

Wij zoeken ook naar de effectiviteit van de ODE, de SDE+ en de SDE++. Dit zijn overigens ook weer van die termen die andere mensen niet meer begrijpen. Het kan niet zo zijn dat de glastuinbouw wel wordt getroffen, maar dat er daar dan weer gas — geen glas, maar gas — moet worden gebruikt in plaats van elektriciteit. Dat dwingt mensen de andere kant op, en dan heb je dus weer te maken met perfide prikkels.

Ik heb in de eerste termijn, bij het wetgevingsoverleg, ook al gezegd dat wat ons betreft de halvering van de verhuurderheffing zou kunnen plaatsvinden. Dat waren we vorig jaar ook al van plan. Wij vinden dat er overal dat gebouwd moet worden waar behoefte aan is, en dat het niet gaat om een schaars goed. Ook daarvoor geldt artikel 3.1 van de Comptabiliteitswet.

En af en toe zou ik willen dat hier nog minister Bogaers zat. Want die moest aftreden omdat hij geen 120.000, maar 110.000 woningen in één jaar bouwde. Daar is onze productie op dit moment toch wel ver van verwijderd.

De voorzitter:
Even voor de amateurhistorici onder ons: in welk jaar was dat?

De heer Van Otterloo (50PLUS):
Uit mijn hoofd zeg ik: '66.

De voorzitter:
'66.

De heer Edgar Mulder (PVV):
Was het 1766?

De voorzitter:
Was het 1766, vraagt de heer Mulder. O, ik hoor dat het 1966 was. Nou, u kunt hier morgen in de tweede termijn wel op terugkomen. De leden kunnen ook iets winnen als ze het jaartal goed hebben.

Het woord is aan de heer Stoffer. Hij is de laatste spreker van de zijde van de Kamer. Het woord is aan hem.

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Toen ik het begin van het betoog van de heer Van Raan hoorde, dacht ik: dat kan ik zo kopiëren. Want ook ik stap nú in het debat in en heb de eerste twee dagen niet meegedaan. En ook ik breng zes punten naar voren. En ik dacht: daarmee zal de overeenkomst wel ophouden. Maar we hebben zelfs één punt waarin we overeenstemmen: de Wet bronbelasting. Ik noem het maar vast.

Voorzitter. Heel veel mensen zijn lid van een vereniging. Sommigen zijn bijvoorbeeld lid van een sportvereniging, anderen van een zangvereniging en vul zo maar in. En als je lid bent van zo'n vereniging, dan word je over het algemeen ook verplicht om een bijdrage te betalen. Wellicht hebben de staatssecretaris en mijn collega's daar wel ervaring mee. En die bijdrage wordt dan bijvoorbeeld gebruikt bij de voetbalvereniging voor nieuwe doeltjes, en bij de muziekvereniging voor instrumenten. En zo draagt iedereen bij op een eerlijke en rechtvaardige manier. En als iemand nou uit een huishouden met twee werkenden komt, wil dat niet zeggen dat hij of zij dan ineens een stuk meer mag betalen. En als je toevallig een glastuinbouwbedrijf hebt, dan hoef je ook niet meer te betalen. Eigenlijk zou je onze samenleving ook zo moeten zien: iedereen levert een bijdrage om Nederland te laten functioneren. In de volksmond noemen we dat belastingen. Ik zat te denken — ik heb het niet helemaal zelf bedacht, want iemand anders deed mij de suggestie aan de hand — of het goed zou zijn om dat in de komende periode het "maatschappelijkebijdrageplan" te noemen. Misschien betalen we dan als Nederlanders met veel meer liefde die belastingen. Het klinkt in ieder geval veel vriendelijker. Maar die bijdragen moeten natuurlijk wel op een eerlijke en rechtvaardige manier worden vormgegeven.

Ik wil graag op een paar punten ingaan waar de belastingheffing of de maatschappelijke bijdrage mijns inziens rechtvaardiger kan dan nu wordt voorgesteld. Ik begin met de lasten voor de bedrijven. Let wel: ik ga geen pleidooi houden om de bedrijven bovenmatig te ondersteunen. Ons bedrijfsleven in Nederland is van dusdanige kwaliteit dat het heel goed voor zichzelf kan zorgen. Maar ze moeten wel op een juiste manier behandeld worden en soms, heel soms, schort het daaraan. De vennootschapsbelasting zou bijvoorbeeld eerst verlaagd worden, maar nu gebeurt dat opeens niet meer. Zzp'ers wachten met spanning op de resultaten van de Commissie Regulering van werk, maar nu wordt de zelfstandigenaftrek opeens fors ingeperkt. Ik pleit voor een duidelijk beleid richting bedrijven en ondernemers, want het lijkt nu soms, heel soms, op een jojobeleid.

Voorzitter. Zo'n verrassing komt helaas ook voor in de Wet fiscale maatregelen Klimaatakkoord. Ik heb het dan over de verhoging van de opslagduurzame-energieheffing over elektriciteit. Andere collega's hebben daar ook al aan gememoreerd, want die derde schijf wordt opeens verhoogd met maar liefst 177%. De energiekosten voor bedrijven stijgen daarmee enorm. Met name voor de glastuinbouwbedrijven heeft een verhoging van de lasten met tienduizenden euro's grote gevolgen voor de bedrijfsvoering. De heer Omtzigt heeft daarstraks al aangegeven wat dat zou kunnen betekenen. Tienduizenden euro's per bedrijf; dat is bepaald geen kleingeld. Ik kan me voorstellen dat u denkt: dat geld wordt toch ingezet voor de overgang naar duurzame energie en bedrijven krijgen daardoor op de lange termijn toch juist een lagere energierekening? Maar daar wringt nu juist de schoen, want er wordt nu enorm veel geld binnengehaald dat in de reserve duurzame energie wordt gestort. Vanaf 2028 is die reserve bijna 1,7 miljard en dat blijft in ieder geval tot 2032 ook zo. Voor de jaren daarna zijn er geen gegevens beschikbaar, dus ook in de toekomst blijft het geld in de reserve en wordt de opbrengst van de enorme stijging van de ODE-heffing niet direct uitgegeven.

Ik weet uiteraard dat er allerlei afspraken zijn gemaakt in het Klimaatakkoord. De lastenverdeling tussen burgers en bedrijven moet anders en de ODE-heffing zou inderdaad gaan stijgen. Maar de huidige stijging is buiten proporties. De glastuinbouw heeft een aparte paragraaf in het Klimaatakkoord, maar daarin wordt met geen woord gerept over de ODE-heffing. Door de stijging in de ODE-heffing werken de klimaatmaatregelen juist tegen, want tuinbouwbedrijven hebben in de afgelopen jaren enorm geïnvesteerd in duurzaamheid. Velen zijn van het gebruik van gas grotendeels overgegaan op het gebruik van elektriciteit en krijgen daar nu de rekening van gepresenteerd. Ze worden gestraft voor hun klimaatmaatregelen. Er zijn zelfs bedrijven die overwegen om weer terug te gaan naar het gebruik van gas, want dat is voordeliger geworden. En dat is toch niet wat de staatssecretaris, wat dit kabinet wil?

Voorzitter. Ik heb het nu steeds over bedrijven, maar daar blijft het niet bij. Want ook een basisschool ziet de lasten met 44% stijgen. Dat is bijna een verdubbeling. Een academisch ziekenhuis mag straks 159% meer ODE-heffing gaan afdragen. Ik vind dat niet uit te leggen. Ik roep de staatssecretaris daarom op om het tarief in de derde schijf minder te laten stijgen. Laten we het voor volgend jaar op €0,01 per kilowattuur zetten. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of hij daartoe bereid is. We hebben de staatssecretaris alvast geholpen en hierover een amendement ingediend. Het komende jaar kan gebruikt worden om de effecten van een verdere verhoging van de ODE-heffing in de derde schijf te onderzoeken, ook in het licht van het Klimaatakkoord. Wat mij betreft zou daarvoor in overleg gegaan moeten worden met de betrokken sectoren om te kijken naar een goede en eerlijke verdeling van de lasten. Want als SGP hebben we altijd gezegd dat de klimaatplannen betaalbaar moeten zijn en dat er draagvlak voor moet zijn. Daarom ben ik ook blij dat net voor het reces twee moties bijna unaniem zijn aangenomen: een motie van het CDA en een motie van de VVD. Beide gingen in op de noodzaak om het midden- en kleinbedrijf bij de klimaatplannen te betrekken, en om de mogelijke problemen die bedrijven ondervinden door het klimaatbeleid ook te monitoren. Het is namelijk van cruciaal belang dat er draagvlak is bij bedrijven voor de klimaatplannen. Het is ook van cruciaal belang dat bedrijven betrokken worden bij de uitwerking van klimaatplannen. Mijn oproep aan de staatssecretaris is dan ook: stel een deel van de tariefsverhoging in de ODE-heffing voor een jaar uit.

Voorzitter. Dan kom ik bij mijn tweede punt, dat wat minder lang is dan mijn eerste, dus wat dat betreft komen we redelijk in de buurt van uw beoogde eindtijd. Ik ga het hebben over de eenverdiener. Ik ben namelijk blij dat er steeds meer aandacht voor is in de Kamer. Eenverdieners stemmen namelijk niet alleen maar SGP. Ik zou het best willen, dan zouden we in een keer de op één na grootste partij hier in de Kamer zijn. Maar goed, dat zou dan wel weer jammer zijn voor de VVD, want die zou dan op z'n minst zes zetels moeten inleveren. Sinds 2009 wordt de overdraagbare heffingskorting afgebouwd. In 2019 kon er nog €661 overgedragen worden en in 2020 zal dat nog maar €542 zijn. Volgens mij is die korting inmiddels zo sterk verlaagd dat iedereen die destijds wel kon maar niet wilde werken, inmiddels wel een baan heeft. Degenen die nu nog steeds eenverdiener zijn, kiezen daar heel vaak niet zelf voor. Ze moeten zorg verlenen aan een zieke ouder, een ziek kind of zijn mantelzorger voor iemand in de straat. Eergisteren was de Dag van de Mantelzorg. Die waardering verdienen ze ook. De overdraagbare heffingskorting is voor een deel van die mantelzorgers zo'n waardering. Ik overweeg daarom ook om een amendement in te dienen om de afbouw van die korting te bevriezen. Er rest nu nog maar een heel klein bedrag dat overgedragen kan worden. Wat mij betreft moeten we dat zo houden, en laten we dat dan maar een zorgbeloning noemen. Degenen die de zorgbeloning nu nog krijgen, zijn vaak mantelzorger of dragen op een andere manier bij aan de maatschappij. En als mooie bijvangst zouden we dan ook eindelijk die kloof tussen een- en tweeverdieners ietsje kleiner kunnen maken.

Voorzitter. Dan ga ik over naar mijn derde punt: box 3. Er komt een nieuw voorstel, en ik roep de staatssecretaris op om alles in het werk te stellen om die nieuwe regeling al in 2021 in te voeren. Daarnaast wil ik hier nogmaals benadrukken dat er goed gekeken moet worden naar de lastenverdelingen tussen groepen. Want het kan niet zo zijn dat straks iemand die ruim 4 ton op zijn spaarrekening heeft staan, nul euro belasting betaalt en iemand die bijvoorbeeld een appartement voor zijn studerende zoon of dochter heeft gekocht opeens duizenden euro's extra moet betalen. Ik krijg daarop heel graag een reactie van de staatssecretaris.

Mijn vierde punt — het gaat echt snel, hè — is de afvalstoffenheffing. Want volgend jaar zal er volgens de plannen een belasting op geïmporteerd afval worden geheven. De gevolgen voor het klimaat zijn wat dat betreft erg discutabel, want vanaf 2022 is er geen opbrengst meer begroot. Maar de gevolgen voor de afvalverwerkers zijn helaas niet zo gering. Zij verliezen 24% van het afval dat ze kunnen verwerken. Is de staatssecretaris bereid om rekening te houden met de financiële gevolgen voor de afvalverwerkers en de heffing te herzien, als de gevolgen daarvan groot zijn of als verwerkers daardoor misschien zelfs gaan omvallen? Hoe worden de effecten van de heffing concreet in de gaten gehouden?

Voorzitter. Dan kom ik op het vijfde punt, waarin ik overeenstem met de Partij voor de Dieren, de wet op de bronbelasting. Want onderdeel van dit Belastingplan is de Wet bronbelasting. Dat is een goede eerste stap om belastingontwijking tegen te gaan. Maar ik heb wel de indruk dat ik het een stap-je moet noemen. Ik heb namelijk wel twijfels over de effectiviteit als ervoor gekozen wordt om als laag belast land een belastingtarief van slechts 9% te hanteren. Als je het echt effectief wilt maken, is volgens mij een hoger percentage nodig. Oxfam Novib heeft berekend dat ontwikkelingslanden mede dankzij Nederlandse belastingconstructies ruim 100 miljard dollar mislopen aan belastinginkomsten. Dat wordt door dit wetsvoorstel volgens mij niet heel veel anders. Als het bedrag wel afneemt door deze wet, dan hoor ik dat heel graag. Ik heb echter de indruk dat dit een eerste stapje is en dat er nog verdergaande stappen nodig zijn. Mijn vraag aan de staatssecretaris is dus ook welke stappen hij de komende tijd nog concreet denkt te zetten om dit aan te pakken.

Voorzitter. Dan kom ik op mijn laatste onderwerp, de bpm, de belasting op nieuw verkochte auto's. Door een nieuwe methode waarmee de bpm berekend wordt, verandert deze belasting voor veel auto's met ingang van 1 juli volgend jaar. Volgens de staatssecretaris blijft het op macroniveau budgetneutraal, maar uit een onderzoek van KPMG — dat is niet de minste — blijkt dat het vanaf volgend jaar 200 miljoen extra gaat kosten voor autoverkopers. En dan hebben we het nog niet eens over de stijging in de afgelopen jaren, die volgens het onderzoek zo'n 600 miljoen bedraagt. Op macroniveau budgetneutraal klinkt prachtig, maar het zegt eigenlijk heel weinig, want het kan gewoon betekenen dat heel veel mensen die een nieuwe auto kopen erop achteruitgaan. Met name bij kleine zuinige auto's zou de bpm flink gaan stijgen, zo horen wij uit de branche. Budgetneutraliteit lijkt mij een heel goed uitgangspunt, maar als dat er uiteindelijk voor zorgt dat de lasten bij een kleine groep terechtkomen, dan is dat in mijn ogen niet wenselijk.

Ik heb hierover drie vragen. Een: kan de staatssecretaris mij geruststellen en aantonen dat de bpm-verhoging niet slechts bij een beperkte groep auto's terechtkomt, waardoor de lasten dus ook bij een kleine groep kopers terechtkomen? Twee: kan de staatssecretaris aangeven hoeveel auto's er volgens de berekening procentueel op vooruitgaan en hoeveel procent erop achteruitgaat? Drie: kan de staatssecretaris toezeggen dat hij eind 2020 met een overzicht komt waarin de bpm-opbrengsten van het eerste, het tweede en het derde kwartaal aangetoond worden? Als de resultaten van het KPMG- onderzoek namelijk kloppen en er inderdaad veel meer wordt binnengehaald, kunnen we dan nog op een redelijk korte termijn bijsturen.

Voorzitter, daar wil ik het bij laten. Ik ben benieuwd naar de antwoorden van de staatssecretaris, maar die horen we denk ik morgen. Dus tot zover.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel.

De algemene beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:
Ik had u beloofd dat het 19.45 uur zou worden, maar we zijn daar toch twee minuten overheen gegaan. Ik ben niet meer zo scherp als vroeger. Ik geef het toe.

Dank aan de staatssecretaris voor zijn aanwezigheid. Morgen, Deo volente, om 16.15 uur gaan we luisteren naar de antwoorden.

Ik sluit de vergadering van 12 november. Tot zover.

Sluiting

Sluiting 19.49 uur.