Plenair verslag

Tweede Kamer, 65e vergadering
Donderdag 26 maart 2020

  • Aanvang 10:15 uur
  • Sluiting 16:41 uur
  • Status Gecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Arib

Aanwezig zijn 88 leden der Kamer, te weten:

Van Aalst, Agema, Arib, Asscher, Azarkan, Baudet, Becker, Beckerman, Beertema, Van den Berg, Van den Berge, Van Beukering-Huijbregts, Bouali, Bromet, Van Dam, Diertens, Tony van Dijck, Jasper van Dijk, Dik-Faber, Diks, El Yassini, Ellemeet, Van Gerven, Geurts, De Graaf, Van der Graaf, De Groot, Van Haga, Harbers, Rudmer Heerema, Pieter Heerma, Hermans, Hijink, Van den Hul, Jansen, Jetten, De Jong, Van Kent, Klaver, Koopmans, Van Kooten-Arissen, Kops, Krol, Kuik, Kwint, Laan-Geselschap, Laçin, Van der Lee, Leijten, Van der Linde, Maeijer, Marijnissen, Markuszower, Von Martels, Van Meenen, Anne Mulder, Edgar Mulder, Nijboer, Van Ojik, Van Otterloo, Ouwehand, Öztürk, Palland, Paternotte, Ploumen, Van Raak, Van Raan, Renkema, Rog, Schonis, Segers, Sjoerdsma, Slootweg, Smals, Smeulders, Sneller, Snels, Van der Staaij, Stoffer, Tellegen, Tielen, Van Toorenburg, Veldman, Van Weerdenburg, Weverling, Wilders, Wörsdörfer en Yeşilgöz-Zegerius,

en de heer De Jonge, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en de heer Rutte, minister-president, minister van Algemene Zaken.

De voorzitter:
Ik open de vergadering van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Ik heet de Kamerleden, de minister-president, de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de journalisten op de publieke tribune van harte welkom, en vooral ook de mensen die niet op de publieke tribune aanwezig zijn maar dit debat wel via internet of Debat Direct volgen.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Voordat we beginnen, wil ik een korte mededeling doen.

Ik deel aan de Kamer mee dat de fractie van DENK de heer Azarkan tot fractievoorzitter heeft gekozen.

Op verzoek van de fractie van de PvdD benoem ik:

  • in de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit het lid Wassenberg tot lid in plaats van het lid Ouwehand en het lid Ouwehand tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Wassenberg;
  • in de vaste commissie voor Defensie het lid Van Esch tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Van Raan.

Op verzoek van een aantal leden stel ik voor de volgende door hen ingediende moties opnieuw aan te houden: 28286-1083; 28286-1082; 19637-2559; 19637-2558; 19637-2557; 31066-557; 35200-IV-10; 35069-5; 35069-4; 31125-100; 21501-07-1633; 31532-227; 35300-XII-23; 32861-49; 35200-XII-13; 33652-68; 31936-569; 31936-563; 31936-562; 29984-840; 29862-40; 29453-508; 29398-720; 28089-143; 23645-699; 28165-310; 35200-VII-15; 24077-443; 35250-31.

Daartoe wordt besloten.

Actuele ontwikkelingen rondom het coronavirus

Actuele ontwikkelingen rondom het coronavirus

Aan de orde is het debat over de actuele ontwikkelingen rondom het coronavirus.

De voorzitter:
Dan is nu aan de orde het debat over de ontwikkelingen rondom het coronavirus. Voordat ik de eerste spreker het woord geef, wil ik een paar huishoudelijke mededelingen doen. Zoals jullie gezien hebben, hebben we maar twee interruptiemicrofoons, aan de uiteinden. De microfoons worden niet meer met een knopje bediend, maar met een voetpedaal. Het is ook belangrijk dat jullie niet achter elkaar gaan staan bij de interruptiemicrofoon. Als je bij je eigen stoel staat, krijg je gewoon het woord van mij. Ik houd het allemaal in de gaten.

Het is ook belangrijk om afstand te houden. Dat hebben we de vorige keer afgesproken en dat geldt nog steeds. Straks, bij het indienen van moties, is het ook belangrijk om afstand te houden. De moties worden niet opgehaald door de bode, maar worden op het rostrum neergelegd. Ze worden daarna gekopieerd en er wordt een setje gekopieerde moties neergelegd. Het is de bedoeling dat jullie een voor een zo'n setje moties meenemen. Daar nemen we de tijd voor. Er worden ook geen briefjes overhandigd. Die worden ergens op een hoekje van de desk neergelegd. Tot zover de huishoudelijke mededelingen.

We gaan over tot het debat. De spreektijden zijn vier minuten. Deze keer is de sprekerslijst gebaseerd op fractiegrootte, dus ik geef zo het woord aan de heer Veldman namens de VVD. Na elke spreker wordt het spreekgestoelte schoongemaakt. Voordat ik de heer Veldman het woord geef, nog een belangrijke mededeling over de interrupties. We hebben met elkaar afgesproken dat er zes vragen kunnen worden gesteld per woordvoerder. De vragen moeten kort zijn. Als u niks te vragen hebt, is het natuurlijk ook goed.

De heer Veldman.

De heer Veldman (VVD):
Dank u wel, voorzitter. De aanpak van de coronacrisis, het beschermen van onze kwetsbaren en het voorkomen van een piek in de zorgbelasting staan of vallen bij het naleven van de richtlijnen door iedereen in Nederland. Dat begint met het afstand houden van elkaar, minimaal 1,5 meter. Het is goed dat in bijna elk mediaoptreden van het kabinet afstand houden keer op keer is benoemd. Maar gisteravond zag ik Nieuwsuur en leerde ik dat 40% van de Nederlanders het idee heeft dat afstand houden niet werkt. Dan vraag ik het kabinet om er qua communicatie toch nog een schepje bovenop te doen. Helaas blijkt niet iedereen van het belang van afstand houden doordrongen.

Voorzitter. De Wereldgezondheidsorganisatie roept op tot testen. Dat kan natuurlijk alleen als er voldoende testmateriaal beschikbaar is. Het RIVM geeft aan dat het niet voldoende is om iedereen in Nederland te testen en dat er wat dat betreft wereldwijd tekorten zijn. Zonder testen zegt het aantal geconstateerde besmettingen ons dus niet zo heel veel. Het aantal ziekenhuisopnamen en het aantal mensen op de intensive care zijn daarmee de beste maatstaf, aldus Van Dissel van het RIVM. We zien dat de bezetting op de ic's flink is gestegen. Ziekenhuizen in het zuiden van het land lopen vol. Patiënten worden verspreid over ziekenhuizen elders in het land. Met man en macht wordt gewerkt aan uitbreiding. Deze en de komende week worden heel erg spannend, zei ic-arts Gommers gisteren.

Voorzitter. Kan het kabinet aangeven hoe het staat met de uitbreiding van de ic-capaciteit? Kunnen we de verwachte piek in april en mei aan? Hoe loopt het met de uitbreiding van de beademingsapparatuur? En dreigt de Amerikaanse regering inderdaad apparatuur van Philips, die in Pittsburgh gemaakt wordt, te vorderen? En als dat zo is, welke stappen neemt het kabinet om dit te voorkomen?

De voorzitter:
Voordat u verdergaat: de heer Asscher.

De heer Asscher (PvdA):
De VVD zegt terecht: een goeie aanpak valt of staat met kunnen testen. Nederland heeft te weinig tests en te weinig capaciteit. Nu lezen we vanochtend dat een van de grote farmaceuten niet bereid is de recepten voor testvloeistoffen te delen. Is de VVD het met de Partij van de Arbeid eens dat het onder deze omstandigheden tijd is dat alle middelen worden ingezet om in het algemeen belang voor de volksgezondheid deze receptuur te delen, inclusief dwanglicentie op basis van een besluit van de minister van Economische Zaken?

De heer Veldman (VVD):
Ik heb dat bericht vanochtend gelezen. Ik heb inmiddels ook een bericht van fabrikant Roche zelf gelezen, die verklaart dat de productie weer up and running is, dus dat er weer behoorlijk wat wordt geleverd, en dat een ander bedrijf vergelijkbare producten maakt die voor de testen gebruikt kunnen worden, maar dat dit nog niet bij alle laboratoria in beeld en doorgedrongen is. Dus ja, ik ben het met u eens dat we ons maximaal moeten inspannen om ervoor te zorgen dat er voldoende testmateriaal beschikbaar is. Dat geldt dus ook voor dit bedrijf. Als ik de verklaring van het bedrijf lees, ga ik ervan uit dat men zich inspant en ook aangeeft welk ander materiaal gebruikt kan worden om die tests uit te voeren.

De heer Asscher (PvdA):
Toch even heel scherp. Is de VVD het met ons eens dat, gezien de crisis in de volksgezondheid, het kabinet bereid moet zijn alle middelen in te zetten, waaronder dwanglicenties, om af te dwingen dat we de Nederlandse bevolking, de zorgprofessionals, de huisartsen snel kunnen testen, ja of nee?

De heer Veldman (VVD):
We moeten doen wat nodig is. Als er finale stappen nodig zijn, moet het kabinet dat gaan doen. Maar ik zie dat het bedrijf waar u het over heeft vanmorgen een verklaring heeft afgegeven over dat er inmiddels een ander bedrijf is dat vergelijkbare producten maakt, die gebruikt kunnen worden voor die testen. Als dat helpt, is dat mooi. Als dat onvoldoende is, dan moeten we doen wat nodig is.

De heer Wilders (PVV):
Ik hoor de collega van de VVD — hij had daar een goed punt — verwijzen naar Nieuwsuur van gisteravond, waaruit inderdaad bleek dat 40% van de mensen niet zo gelooft in die 1,5 meter afstand. Gelukkig houden veel mensen zich er wel aan, maar ook heel veel mensen niet, of die zijn er niet van doordrongen. Dat kunnen we ons nu natuurlijk niet permitteren. We weten dat het virus zich juist door intermenselijk contact en dicht bij elkaar komen verspreidt. Dat kan nu niet. Mijn vraag aan de VVD-fractie is: komt er, als u die cijfers zo hoort, niet een moment om toch een stapje verder te zetten? Nogmaals, dat is niet omdat we het leuk vinden, want de PVV vindt dat ook niet leuk. Maar als mensen er niet van doordrongen zijn en dadelijk blijkt dat ze het misschien niet doen, moeten ze dan niet toch een tijdje verplicht thuisblijven?

De heer Veldman (VVD):
Volgens mij is sinds afgelopen maandag dat stapje verder gezet. De oproep om thuis te blijven als je thuis kunt blijven, was er al. De oproep om thuis te blijven als je ziek bent, was er ook al. Dat is aangevuld met: is er een gezinslid ziek, blijf dan ook thuis. Inmiddels zijn er maatregelen aangekondigd die burgemeesters in hun gemeenten kunnen implementeren met een noodverordening, namelijk dat als het niet werkt, dus als mensen zich niet aan de afspraken houden, ze beboet kunnen worden en erop aangesproken kunnen worden. Burgemeesters kunnen ook bepaalde plekken afsluiten. Dat hebben we gister gezien met de burgemeester in Den Haag, die de markt in Den Haag afgesloten heeft omdat mensen zich daar niet hielden aan de opdracht om 1,5 meter afstand te houden. Die aanvullende maatregelen zijn dus genomen. Ik ben het met de heer Wilders eens dat we allen de taak hebben om de mensen die zich er niet aan houden aan te spreken en elkaar scherp te houden, om ervoor te zorgen dat iedereen de richtlijnen naleeft.

De voorzitter:
Ik heb een probleem, want de heer Azarkan staat bijna altijd. Ik weet dus niet of u wil interrumperen. Nee? Gaat u dan zitten. Gaat u verder, meneer Veldman.

De heer Veldman (VVD):
Voorzitter. Zoals ik al zei, zijn de maandag aangekondigde extra maatregelen opnieuw ingrijpend, helaas, ook omdat we afgelopen weekend gezien hebben dat niet iedereen zich aan de 1,5 meter afstand houdt. Zoals ik al zei, ook richting de heer Wilders, krijgen burgemeesters nu de mogelijkheid om op te treden. Zijn al die noodverordeningen dan nu ook al geldend in alle gemeenten? Hebben alle burgemeesters die noodverordening nu al werkend verklaard?

Voorzitter. Dan de schoolexamens. De eindexamens gaan niet door en de schoolexamens wel, maar veel scholen hebben vragen over hoe ze dit op een verantwoorde manier kunnen en moeten doen. Scholen hebben behoefte aan duidelijkheid. Die is er nu onvoldoende. De vraag aan het kabinet is dus: waar kunnen zij, en ook de eindexamenleerlingen, terecht met vragen?

Voorzitter. Ik hamer steevast op duidelijke communicatie. Over de maandag aangekondigde aanvullende maatregelen heerst helaas veel onduidelijkheid. Kan het kabinet hier vandaag nog eens helder en duidelijk uiteenzetten hoe het nu zit met alle bijeenkomsten en evenementen?

Voorzitter. De coronacrisis raakt onze economie kei- en keihard. Waarschijnlijk heeft iedereen vanochtend de cijfers van het CPB wel gezien: in het ergste scenario gaat het om een krimp van maar liefst 7,7%. Ondernemers lijden schade en zzp'ers zitten zonder werk. Het pakket aan steunmaatregelen is massief, maar ook dat staat en valt nu vooral met de snelheid van het implementeren en uitrollen daarvan. Ik realiseer mij dat we misschien wel het onmogelijke vragen, maar deze bijzondere omstandigheden vragen daar wel om.

Voorzitter. Iedereen kijkt reikhalzend uit naar een vaccin. Ook hierin vragen we misschien wel het onmogelijke. Het vraagt in ieder geval qua onderzoek om snelheid. In deze snelheid worden onze eigen onderzoekers belemmerd door extra regeltjes voor het doen van klinisch onderzoek die in andere Europese landen niet gesteld worden. Waarom, vraag ik het kabinet. Is dit niet het moment om extra Nederlandse regeltjes, bovenop Europese richtlijnen, per direct te schrappen? Is het kabinet bereid om hier één lijn in te trekken met onze buurlanden, zodat onze onderzoekers niet naar het buitenland hoeven uit te wijken voor de klinische testen?

Voorzitter, ik rond af. De komende twee weken zullen spannende weken zijn. Ik wens alle mensen die op de intensive cares en in de ziekenhuizen werken heel veel succes en sterkte. Ik wens vooral alle patiënten een goed herstel.

Dank u wel.

De heer Azarkan (DENK):
Gister in de hoorzitting gaf de heer Gommers aan dat hij centrale regie en sturing miste, met name bij het verdelen van de capaciteit. Hijzelf en ziekenhuizen in Brabant moeten soms opboksen tegen anderen die wel de capaciteit hebben, maar die aangeven dat de eerste hulp vol zit. Wat vindt de heer Veldman van de VVD van die constatering?

De heer Veldman (VVD):
Die constatering werd inderdaad gedaan. Het is natuurlijk heel vervelend dat blijkbaar nog niet iedereen, ook elders in het land, het besef heeft dat er echt wel wat aan de hand is. Het goede nieuws is, en dat zei de heer Gommers gister ook, dat er nu een landelijk coördinatiecentrum is opgericht, dat opereert vanuit het Erasmus MC. Daarmee wordt er daarin wat directiever geopereerd. De uitdaging daarbij is natuurlijk ook, en dat zei de heer Gommers gister ook, dat als je daar een soort militaire aanpak op wilt loslaten en het vergelijkt met defensie, er normaal gesproken een aantal weken de tijd is om zo'n operatie te starten, terwijl dit nu in een aantal dagen moet. Er zullen dus aanloopproblemen zijn. Dat betreur ik. Het gaat erom dat er nu zo snel mogelijk gehandeld wordt. Ik ga ervan uit, en dat lijkt me ook een goede vraag voor de minister van Volksgezondheid, dat dat landelijk coördinatiecentrum nu werkt en up and running is, en dat er dus wat dat betreft ook directief gehandeld wordt. Ik ga er dus van uit dat als patiënten verplaatst moeten worden vanuit Brabant of Limburg, dat dan ook gebeurt.

De heer Azarkan (DENK):
Ik ben blij met deze constatering. Voor ons als samenleving is het namelijk gewoon niet te accepteren dat er in Brabant en ook in Limburg keihard gewerkt wordt en alles gevraagd wordt van de capaciteit, terwijl door het missen van die centrale regie anderen geen steun kunnen bieden. Ik ben dus blij met de opmerking. Ik doe ook een oproep aan het kabinet om dat zo snel mogelijk te ondersteunen.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Veldman. Dan geef ik nu het woord aan de heer Wilders namens de PVV.

De heer Wilders (PVV):
Mevrouw de voorzitter. Het coronavirus heeft Nederland stevig in z'n greep, ondanks de tomeloze inzet van al die helden in de zorg. Het RIVM zegt dat het aantal nieuwe ziekenhuisopnames lijkt af te vlakken. Als dat echt zo is, dan is dat natuurlijk goed nieuws, maar voorlopig groeit het aantal coronapatiënten als nooit tevoren. Ook kenden we gisteren het hoogste aantal aan corona overleden patiënten in één dag. Inmiddels zijn er al 356 mensen aan corona overleden. Dat is een verdubbeling in drie dagen tijd. Dat is verschrikkelijk. We leven allemaal mee met de nabestaanden van al die overledenen.

Voorzitter. Ik maak me grote zorgen over waar dit gaat eindigen. Ik betreur het dat het kabinet veel te laat maatregelen heeft genomen en soms alleen onder druk van de samenleving, zoals bij het sluiten van de scholen. Het heeft weken moeten duren voordat het beleid eindelijk werd aangescherpt van "geen handen meer schudden" naar "een samenscholingsverbod met boetes". Het was daadkracht in slow motion. Dat aarzelen, die tijdverspilling, heeft ervoor gezorgd dat er onnodig meer mensen zijn besmet en dat Nederlanders te lang dachten: ach, het zal wel meevallen met dat virus. Het maandag gepresenteerde pakket is gelukkig een stuk steviger dan het "geen handen schudden" van twee weken geleden, maar het is ook ingewikkeld en moeilijk handhaafbaar. Ik snap werkelijk niet waarom er niet toch is gekozen voor de glasheldere en voor iedereen begrijpelijke lijn "voorlopig even verplicht thuisblijven", waardoor het aantal contactmomenten tussen mensen tijdelijk maximaal zal worden beperkt. Als het kabinet dat meteen had gedaan, hadden we nu minder besmettingen en minder zieke mensen, en was het minder druk geweest op de intensivecareafdelingen.

Voorzitter. Niet iedereen vindt het leuk om te horen, maar dat maakt het niet minder waar: we betalen nu ook de prijs voor de jarenlange bezuinigingen op de zorg. Er zijn de afgelopen jaren verschillende ziekenhuizen, ook met ic-capaciteit, gesloten, zoals het Slotervaartziekenhuis. Er zijn 75.000 zorgmedewerkers op straat gezet.

Voorzitter. We hebben in Nederland nu 1.150 ic-bedden met beademingsapparaten. Op 1 april, over zes dagen, hebben we 1.600 ic-bedden met beademingsapparaten nodig. Die zijn er niet. Dat betekent dat mensen met een overlevingskans, die anders wel geholpen hadden kunnen worden, daardoor kunnen sterven. Dat kan en mag niet gebeuren. Ik vraag aan de premier: hoe gaat u dat voorkomen? En als het nog erger wordt, en dat wordt het, want de piek van eind mei moet nog komen, hoe gaat u dat dan oplossen? Hoe gaat u voorkomen dat die geweldige ic-artsen en andere zorgverleners bij een code zwart dadelijk voor de loodzware taak komen te staan te selecteren wie naar de ic mag en wie niet, en dus zal overlijden? Hoe kunnen wij die artsen en andere hulpverleners in de zorg daarbij helpen?

De heer Veldman (VVD):
De zorgen die de heer Wilders uit, zijn volgens mij de zorgen die we allemaal hebben: kunnen we de extra belasting op de intensive care die er nu aan komt met z'n allen aan? Er wordt gewerkt aan uitbreiding. Dat is goed. Maar volgens mij is het ook goed om ons in dit debat wel bij de feiten te houden. De feiten zijn als volgt. Aan de medisch-specialistische zorg in Nederland gaven we in 2010 23 miljard uit. Nu, in 2020, geven we daar 26 miljard euro aan uit.

De voorzitter:
En de vraag is?

De heer Veldman (VVD):
De vraag aan de heer Wilders is of hij zich bij de feiten wil houden en of hij niet wil rondstrooien dat wij bezuinigd hebben op de zorg en dat wij bezuinigd hebben op de ziekenhuizen, want dat is niet waar. Dat hebben we niet gedaan. Dat is niet het geval. Het is dus goed om ons bij de feiten te houden.

De heer Wilders (PVV):
We hebben de zorg bijna kapotgesaneerd. Het tegendeel van wat de collega van de VVD zegt, is het geval. Of het nou gaat over de IJsselmeerziekenhuizen of over het Slotervaartziekenhuis, we hebben ziekenhuizen gesloten. We hebben ook, tot aan de ouderenzorg toe, tienduizenden, 75.000 mensen die daar werkten, ontslagen. Als we dat niet hadden gedaan, hadden we nu wat dat betreft een stuk minder problemen gehad.

Vergelijk het ook eens met andere landen. Kijk naar Duitsland. Wij hebben iets meer dan 1.000 ic-apparaten met beademingsapparatuur, met een bevolking van 17 miljoen inwoners. Duitsland heeft 5 keer meer inwoners, namelijk 80 of 85 miljoen, maar 25 keer meer ic-kamers, bedden en apparatuur. Het gaat om 25.000 apparaten! Ze hebben meer ziekenhuisbedden. Wij zijn als Nederland een van de laagste in Europa qua aantal ziekenhuisbedden. Het aantal ziekenhuisbedden is gedaald. En als u ten slotte kijkt naar de begroting van Volksgezondheid, dan is dit kabinet van plan — u vindt het op pagina 13 — om er bij de verpleeghuiszorg en de ziekenhuiszorg ook in de komende jaren voor te zorgen, met het idee dat mensen meer zorg thuis moeten hebben, dat er nog meer ziekenhuizen en verpleeghuisplekken geschrapt worden.

De heer Veldman (VVD):
Ook hier is het weer goed om bij de feiten te blijven. De feiten zijn als volgt. We hebben inderdaad minder ziekenhuisbedden dan een paar decennia geleden. Dat heeft alles te maken met het feit dat we steeds betere zorg hebben. Betere zorg, waardoor mensen niet meer in het ziekenhuis hoeven te liggen, maar poliklinisch of via een dagbehandeling behandeld kunnen worden. Betere zorg, omdat bijvoorbeeld mensen die een hartinfarct krijgen, nu na een aantal dagen naar huis kunnen, terwijl je 20 of 30 jaar geleden een maand in het ziekenhuis lag. Betere zorg, dat is wat we in Nederland hebben en waar we aan werken. Wat de heer Wilders hier stelt, is a niet waar en b volgens mij een klap in het gezicht van al die mensen die zo hard werken in de zorg.

De heer Wilders (PVV):
Het is helemaal waar wat ik zeg. U maakt het nu politiek, niet ik, maar uw partij heeft de afgelopen jaren in een soort zorghaat de zorg kapotbezuinigd. U heeft tienduizenden mensen in de zorg, waar wij voor zijn opgekomen net als wat andere partijen, ontslagen. Wij wilden ervoor zorgen dat die mensen niet zouden worden ontslagen. Wij hebben ons met hand en tand verzet — mijn collega Agema heeft dat hier ongeveer iedere dag gedaan — tegen het sluiten van de ziekenhuizen, ziekenhuizen met ic-capaciteit. Of het nou in Flevoland is of in Amsterdam, mensen hebben op veel plekken minder snelle zorg. Die kaalslag komt door de bezuinigingsdrift, de saneringsdrift van een partij als de VVD. Had u dat nou maar niet gedaan. Dan had u nu niet aan die interruptiemicrofoon hoeven staan.

Voorzitter, ik ga door. We hebben 1.000 ic-bedden, maar we hebben er op 1 april 1.600 nodig. We moeten ook meer gaan testen. Meten is weten. Singapore en Zuid-Korea hebben daar geweldige resultaten mee geboekt. In Oostenrijk wil men alle inwoners gaan testen om te weten hoeveel mensen ziek zijn of inmiddels immuun. Waarom gaan wij dat niet ook doen?

Voorzitter. Ik vind het echt onverteerbaar en onacceptabel dat onze mensen in de ziekenhuizen, in de thuiszorg, in de wijkverpleging, in de gehandicaptenzorg en in de verpleeghuizen nog steeds onvoldoende beschermingsmiddelen zoals mondkapjes hebben. Het is toch triest dat zorgmedewerkers zelf besmet en ziek raken, omdat ze zichzelf niet kunnen beschermen? Het zijn mensen die altijd voor ons klaarstaan en ook voor u, meneer Rutte. Het is uw plicht om die mensen te helpen.

Voorzitter, ik rond af. Nederland lijdt pijn. Veel mensen zijn onzeker, zijn bang, maken zich zorgen over hun geliefden. Het virus heeft ons normale leven grotendeels overgenomen, maar we zijn een sterk volk en we geven nooit op, in de wetenschap dat we vroeg of laat ook dit zullen overwinnen. Sterkte, Nederland!

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Wilders. Dan geef ik nu het woord aan de heer Pieter Heerma namens het CDA.

De heer Pieter Heerma (CDA):
Voorzitter. We kennen allemaal dat gevoel dat je wakker schrikt uit een nachtmerrie en dat in een paar seconden tot je doordringt dat het gelukkig maar een droom was. Ik heb deze dagen, deze weken, precies het omgekeerde gevoel. Elke ochtend vroeg het besef dat de nachtmerrie realiteit is geworden: mensen die op dit moment vechten voor hun leven, zieken die thuiszitten in onzekerheid bij elk kuchje, ouderen die uit veiligheidsoverwegingen zijn afgesloten van hun dierbaren die voor hen het leven juist waardevol maken, velen in de ziekenhuizen, in het onderwijs, in de kinderopvang, in de thuiszorg, in de supermarkten, die op dit moment voor de noodzakelijke zorg zorgen en eraan bijdragen dat we het land nog een beetje draaiende houden, ouders die worstelen met thuiswerken en tegelijkertijd thuis lesgeven, mantelzorgers die het steeds zwaarder krijgen.

Het is voor ons allemaal een onzekere, zware tijd. En in zware tijden is communicatie juist vanuit de overheid essentieel. Dat kan en moet nog beter. De aanscherpingen van afgelopen maandag waren nodig en goed, maar de presentatie leidde ook tot onduidelijkheid. Ik wil het kabinet vragen om presentaties met minder personen te doen en desnoods met wat meer voorbereidingstijd. Want als je er staat, moet de boodschap kloppen en duidelijk zijn, en dan maar een paar uur later.

Gisteren bij de technische briefing was het RIVM voor het eerst voorzichtig positief over het afvlakken het aantal patiënten dat wordt opgenomen. Tegelijkertijd werden door de heer Gommers hele grote zorgen geuit over het acuut dreigende tekort aan ic-plekken. Hij smeekte hiermee eigenlijk om meer landelijke, militaire regie. Kan de minister aangeven hoe hij dat de komende dagen gaat afdwingen? Hoe gaat ervoor worden gezorgd dat we snel in Nederland zelf meer beademingsapparaten te gaan maken? Klopt het bericht dat ic-artsen zelf ook overwegen om meer personen op één beademingsapparaat als noodmaatregel in te zetten?

Dan het tekort aan testmateriaal. De twee voorgaande sprekers hadden het hier ook over. We zullen snel zelf moeten gaan produceren wat nodig is. Ik begrijp dat de minister een speciale gezant heeft aangesteld, de heer Feike Sijbesma, om die eigen productie van zowel moleculaire als serologische testen snel op te schalen. Wat gaat deze gezant precies doen? Op welke termijn is hier resultaat van te verwachten? Overweegt de minister anders gebruik te gaan maken van de mogelijkheid van een dwanglicentie?

In de brief die gisteravond kwam, lees ik dat we inmiddels beschikken over een groot aantal sneltesten. Wanneer is de betrouwbaarheid van deze test duidelijk? En kunnen ze dan ingezet gaan worden? Deze testen zijn niet alleen cruciaal in de strijd tegen de ziekte nu, maar straks ook als het erom gaat onze economie tijdig en veilig weer aan de praat te krijgen.

Dan het ontwikkelen van een vaccin; collega Veldman van de VVD had het er zojuist ook al over. Het kan toch niet zo zijn dat dit naar Amerika verplaatst, omdat wij in Nederland strakkere milieuregels hanteren dan alle landen om ons heen? Graag hierop een reactie.

Voorzitter, ik rond af. Het zijn loodzware tijden, maar we zien tegelijkertijd ook tienduizenden mensen die zich spontaan aanmelden als zorgmedewerker of als vrijwilliger bij het Rode Kruis. We zien allemaal mensen op straat die elkaar geduldig wat meer ruim baan geven en elkaar weer vriendelijk groeten, omdat we in deze tijden van crisis elkaar weer zien staan. In deze zware tijden komt dus ook het beste in de mensen naar boven en zien we zichtbaar een warmere samenleving. Dat is iets wat we met elkaar moeten vasthouden, ook als we deze crisis hebben doorstaan.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Heerma. Dan is nu het woord aan de heer Jetten namens D66.

De heer Jetten (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik zou graag willen aansluiten bij de prachtige inleiding van de heer Heerma. Het zijn hele zware tijden en ook mijn gedachten gaan allereerst uit naar alle patiënten en nabestaanden van reeds overleden personen en vooral naar al die mensen die nu dag en nacht aan het werk zijn in de zorg om zo veel mogelijk mensen te beschermen. In het bijzonder denk ik aan het dorp van mijn jeugd, Uden, waar in het ziekenhuis Bernhoven echt een verschrikkelijke situatie gaande is.

Voorzitter. De premier verzekerde Nederland vorige week dat het kabinet niet de strategie van groepsimmuniteit volgt. Sindsdien heeft het kabinet regels opgesteld die ik kan rijmen met het ultieme doel, namelijk de levens van alle mensen in Nederland te beschermen. Er is nu een voorzichtig signaal dat de groei van het aantal besmettingen gaat afvlakken, maar er komen nog elke dag tientallen patiënten bij. Dat is een menselijke tragedie die een enorme druk legt op de ic's. Twee weken geleden heeft deze Kamer het kabinet gevraagd om alles op alles te zetten om het aantal ic-bedden uit te breiden. Het kabinet doet dat, maar toch zei de minister gister dat het spannend gaat worden. Welke extra maatregelen gaat de minister nemen om ervoor te zorgen dat de ic-capaciteit ook na 1 april op peil is?

Deze Kamer heeft ook herhaaldelijk gevraagd naar de testcapaciteit, die in Nederland tekortschiet. De sprekers voor mij deden dat ook. Wanneer verwacht het kabinet op grote schaal te kunnen testen, zoals dat bijvoorbeeld in Zuid-Korea gebeurt? Zodra die testcapaciteit er is, wat betekent dat dan voor de strategie?

Voorzitter. Vóór de ziekenhuizen ligt de druk al bij huisartsen en verpleegkundigen. Hoe gaat het kabinet ook hen verzekeren dat er genoeg beschermingsmiddelen zijn, zodat zij veilig hun werk kunnen doen?

Het waren juist de zorgverleners die ons de afgelopen dagen vroegen om echt thuis te blijven en die 1,5 meter afstand te respecteren, zodat zorgverleners hun werk kunnen blijven doen. We zagen dit weekend dat dit onvoldoende gebeurde. Het kabinet heeft daarom strengere maatregelen aangekondigd. Dat steun ik volledig. Waar het maandag nog aan ontbrak, waren eenduidige regels, heldere communicatie en een tijdige brief aan de Kamer. De meest gestelde vraag aan mij de afgelopen dagen is: wat mag nou wel en wat mag niet? Wat mag er tot 6 april en wat tot 1 juni? Dat is verwarring met schadelijke gevolgen voor onze gezondheid en economie. Ik vraag het kabinet om een toelichting. Eenduidigheid, helderheid en zorgvuldigheid zijn essentiële dragers van leiderschap, juist in crisistijd. Als er foutjes worden gemaakt — dat is in een crisis vergeeflijk en normaal — dan kan je die maar beter direct rechtzetten, niet met precisering of andere uitwerking, maar gewoon ruiterlijk en duidelijk. Hoe meer helderheid, hoe eerder we aandacht kunnen geven aan de voorwaarden voor een succesvolle crisisbestrijding.

En daarom nog enkele klemmende vragen. Dit virus laat zich niet vangen door de grenzen. Samenwerking is essentieel. Nederland zegt solidair te willen zijn met andere Europese landen. Maar hoe uit zich dat? Kunnen alle overheden dwingend aangespoord worden alle uitstaande rekeningen van mkb'ers en middenstanders meteen te betalen voor financiële verlichting bij die ondernemers? Wanneer zijn alle gestrande Nederlanders in het buitenland opgehaald? Kan het kabinet hier toezeggen dat die reis coulant wordt vergoed voor alle mensen die het niet kunnen betalen? Duitsland trekt ondertussen 145 miljoen extra uit voor wetenschappelijk onderzoek naar corona. Wanneer volgt het Nederlandse kabinet dit goede voorbeeld zodat we op korte termijn ook in Nederland het onderzoek naar corona kunnen intensiveren? Hoe schieten we scholen en gezinnen te hulp die niet over de faciliteiten voor goed thuisonderwijs beschikken?

Tot slot, voorzitter. Ik wil nogmaals alle patiënten en nabestaanden van overledenen veel sterkte toewensen. En vooral heel veel succes aan al die mensen in de zorg, bij hulpverleners en bij andere instanties die dag en nacht aan het werk zijn om deze coronacrisis met elkaar te boven te komen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Jetten. Dan geef ik zo het woord aan de heer Klaver namens GroenLinks. Het woord is aan de heer Klaver.

De heer Klaver (GroenLinks):
Voorzitter. Naast empathie is moed een van de deugden die ik het meest in mensen bewonder. Moed is niet de afwezigheid van angst maar het overwinnen ervan. Wijze woorden van Nelson Mandela. Wat zien we daar in deze coronacrisis veel tekenen van. Deze week sprak ik met een arts van het Bernhovenziekenhuis in Uden. Ze gaf me een indringend beeld van hoe hun ziekenhuis, hun wereld, binnen een week op z'n kop werd gezet. Hoe ze vol in de vuurlinie staand hun totale organisatie hebben omgegooid. Hoe de spoedeisende hulp is uitgebreid met een tent op een parkeerplaats met een mobile CT-scan. Hoe alleen nog maar levensreddende ingrepen worden gedaan als iemand binnenkomt met een beroerte, waarna de patiënt zo snel mogelijk naar een ander ziekenhuis moet worden gebracht. Hoe niet alleen de tekorten op de ic-afdeling nijpend zijn, maar dat dit eigenlijk geldt voor alle verpleegbedden.

Wat me het meest trof was de beschrijving van hoe alle artsen binnen een week nog maar één specialisme hadden. Haar ziekenhuis heeft geen reumatologen of cardiologen en geen chirurgen of kno-artsen meer. Allemaal zijn ze nu gewoon artsen die onder leiding van longartsen en internisten doen wat ze kunnen om de stroom coronapatiënten op te vangen. Eigenlijk zijn er alleen nog maar coronaspecialisten als arts en verpleegkundige. Dat is ontzettend zwaar voor hen. Iemand die bij reumatologie werkt, is het niet gewend om mensen te zien sterven, niet op deze manier, niet in dezen getale. Het geeft aan hoe nijpend de situatie in het zuiden van ons land is.

Maar het geeft ook iets anders aan. Hoe er in dit soort tijden van crisis moedige mensen opstaan; mensen die niet spreken maar doen, die niet aarzelen om het brandende huis in te rennen, want daar is nog iemand. Dat is wat de artsen en verpleegkundigen op dit moment doen. Ze overwinnen hun angsten en bezwaren.

Het zijn angstaanjagende tijden en we kunnen twee dingen doen. We kunnen de angst ons laten overnemen. We kunnen elkaar opnaaien. We kunnen alleen de verontrustende nieuwtjes delen of experts in twijfel trekken. Of we kunnen angsten overwinnen en zijn zoals artsen en verpleegkundigen in Uden en eigenlijk overal in het land die, ook al hebben ze geen idee wat de dag van morgen brengt, ervoor kiezen om niet terug te deinzen, om dingen te doen waarvan ze dachten dat ze die nooit zouden moeten doen of dat er een dag zou aanbreken waarop ze het wel moesten doen.

Voor de politiek betekent het dat we maatregelen moeten nemen waar we anders niet eens aan zouden durven denken. Dit is het moment om het wel te durven, niet voor onszelf maar voor al die moedige mensen die in de vuurlinie staan. De komende week wordt cruciaal. Dit is het moment om door te pakken. Er is geen landelijke regie nodig, maar landelijke aansturing met één kapitein op het schip. Ik vraag aan het kabinet: wie is die kapitein? Ik vraag de minister of hij niet moet aanwijzen welke ziekenhuizen nog de zorg kunnen leveren die niet coronagerelateerd is en welke ziekenhuizen coronaziekenhuizen worden. Hoe gaan we op de kortst mogelijke termijn noodziekenhuizen openen met extra verpleegbedden om de toestroom van patiënten de komende weken aan te kunnen? Hoe kunnen we zelf de productie op ons gaan nemen van beschermingsmiddelen, waar nog steeds een groot tekort aan is, en bedrijven in Nederland de opdracht geven om beademingsapparaten te maken? Is het mogelijk om zo snel mogelijk de receptuur van farmaceut Roche te krijgen, zodat we zelf coronatesten kunnen maken? Kunnen we ze desnoods dwingen? Hetzelfde geldt voor medicatie waarvoor farmaceuten op dit moment niet voldoende productiecapaciteit hebben. Onze apotheken moet dat zelf kunnen gaan maken. Is de minister dat met mij eens? Hoe gaat hij daarvoor zorgen?

Voorzitter, ik rond af. Het is een ongekend ingrijpen in de markt, zoals we dat ook hebben gedaan met de directe inkomenssteun voor zzp'ers. We moeten niet bang zijn om te treden in het intellectueel eigendom van farmaceutische bedrijven of bang zijn om de zorgmarkt te doorkruisen met directief optreden. We zijn het aan al die helden in de vuurlinie verplicht.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Klaver. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Marijnissen namens de SP.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Voorzitter, dank. Het voelt enigszins raar om hier weer te mogen staan. Ik ben een tijdje afwezig geweest. Dat heeft alles te maken met dat mijn woonplaats ligt in, zoals ik de NOS-verslaggever op het journaal hoorde zeggen, het epicentrum van de corona-uitbraak in Nederland, de regio Oss-Uden-Veghel. Maar gelukkig, ik heb geen klachten, voel me gezond en de huisarts heeft ook groen licht gegeven om vandaag hier weer te mogen zijn. Dat vind ik heel erg fijn, want er is ontzettend veel aan de hand.

Allereerst zou ik graag dank willen zeggen aan al die mensen die nu doorwerken met gevaar voor eigen gezondheid. Ik wil ook dank zeggen aan al die mensen die thuis zitten ten behoeve van het collectief. En ik wil dank zeggen aan al die mensen, vooral al die mensen die werken in de zorg, die nu vooropgaan in de strijd om het coronavirus te verslaan.

Ook in mijn eigen omgeving in Brabant zie ik hoe groot het monster is dat corona heet. Vriendinnen van mij zijn aan het werk in de coronatenten die zijn opgetuigd bij de ziekenhuizen. Ik zie het om me heen: het toenemen van besmettingen, sterfgevallen, maar ook de maatregelen als gevolg van corona. Vorige week moest ik afscheid nemen van zowel een oom als een tante van mij. Ze zijn niet overleden aan corona, maar ook dan zie je dat zelfs afscheid nemen van dierbaren in Nederland op dit moment niet meer gaat op de manier zoals we dat gewend waren. Want we mochten maar met z'n vijven en de kist in die hele grote, voor de rest compleet lege aula van het crematorium. Bij mijn tante kon ik er zelfs niet eens bij zijn, omdat de keuze gemaakt moet worden wie er het dichtstbij staat, want er mag maar een handjevol mensen bij zijn. In overleg heb ik ervoor gekozen om die plek aan iemand anders te laten. Dat zijn de keuzes die we op dit moment moeten maken.

Mijn buren zitten in quarantaine. Mijn buurvrouw werkt in een verpleeghuis bij ons in de wijk. Handschoenen, dat was wat ze kreeg als beschermingsmateriaal en wat alcohol om te ontsmetten. Ze werd ziek afgelopen weekend. Getest: corona. En nu zit ze thuis in quarantaine met het hele gezin. Ze kan dus niet meer zorgen voor die ouderen voor wie ze zo graag wil zorgen. Ze kan er niet meer zijn voor die collega's die het nu zo ontzettend zwaar hebben, want ze zit thuis.

Voorzitter. Nederland staat op z'n kop. Er zijn zo veel dingen die ik nu zou willen zeggen, zo veel dingen die belangrijk zijn om te bespreken. Maar er is één ding waarvan ik echt vind dat wij als Tweede Kamer dat vandaag moeten regelen, waarvan ik echt vind dat we vanmiddag niet weer met z'n allen de deur uit mogen lopen zonder dat dat geregeld is. Dat is de bescherming van onze zorgverleners: ervoor zorgen dat zij voldoende materiaal hebben om op een veilige manier hun werk te kunnen doen. Ze doen altijd al zo belangrijk werk, maar zeker nu. Wij vragen nu van deze mensen om voorop te gaan in de strijd tegen het coronavirus. Het minste wat we kunnen doen, is ervoor zorgen dat ze hun werk op een veilige manier kunnen doen. Dan heb ik het natuurlijk over alle zorgverleners: de mensen in de ziekenhuizen, maar ook in de thuiszorg, ook in het verpleeghuis, ook bij de huisartsen, ook in de gehandicaptenzorg. Deze mensen verdienen onze bescherming.

Natuurlijk verdienen alle werknemers bescherming die nu door móéten werken om onze samenleving draaiende te houden. Het is dan ook zo wrang om te zien dat de mensen aan wie nu gevraagd wordt om door te werken vaak ook de mensen zijn die de afgelopen periode op moesten staan om te vechten voor een beetje meer waardering, om te vechten voor een fatsoenlijke beloning. Ik hoop dan ook van harte dat als al deze corona-ellende voorbij is, we ervoor gaan zorgen dat deze mensen ook de fatsoenlijke waardering krijgen die ze verdienen.

Voorzitter. Ik heb ook nog vragen over de testcapaciteit in Nederland. Veel daarvan zijn al gesteld. Ik zou daar de volgende aan toe willen voegen. Kunnen we er in ieder geval voor zorgen dat we onze zorgverleners in voldoende mate kunnen testen? Hoe gaat het kabinet dat regelen?

We hebben ook zorgen over de ic-capaciteit. Volgende week zijn er 1.600 ic-bedden nodig; die zijn er niet. Hoe gaan die er komen? Hoe gaat het kabinet invulling geven aan de noodkreet die we gisteren van de ziekenhuizen hebben gehoord dat er landelijke regie nodig is en dat er directief geopereerd moet worden?

Tot slot. Het is nu alle hens aan dek om deze volksgezondheidscrisis op te lossen. Daar moet alle aandacht en energie naartoe gaan. Maar wij vrezen met grote vreze voor de sociale en maatschappelijke crisis die hierna volgt. We hebben vanochtend de berichten kunnen zien. De volgende recessie wordt alweer aangekondigd. Laten we er alsjeblieft voor zorgen dat de mensen die nu de klappen moeten opvangen niet de mensen zijn die dan ook vooraan moeten staan om de rekening te betalen. Laten we samen bouwen aan een economie die werkt voor ons allemaal.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Marijnissen. Dan geef ik nu het woord aan de heer Asscher namens de PvdA.

De heer Asscher (PvdA):
Voorzitter, dank u wel. Ik kreeg vanochtend een berichtje van iemand die mij nabij is dat hij gisteren zijn vader heeft verloren door corona. Ik noem dat hier, omdat er achter die dagstatistieken allemaal verhalen zitten, allemaal mensen die er anders nog geweest waren. Ik wil hem maar ook iedereen die nu met die ziekte geconfronteerd wordt heel veel sterkte wensen in een hele moeilijke tijd.

Voorzitter. Des te groter is mijn dank in de richting van iedereen die — Jesse Klaver zei dat terecht — soms met persoonlijke moed doorwerkt en risico's neemt om ons te beschermen. Die dank gaat ook uit naar de mensen in vak-K die de crisis bestrijden. In dit geval wil ik Bruno Bruins noemen, die heeft moeten aftreden omdat hij onder de crisislast bezweek.

Voorzitter. Des te belangrijker is het dat we als parlement onze rol spelen om ook een crisiskabinet kritisch en scherp te bevragen. Dat is wel nodig, als je ziet waar we nu staan. Ik sluit me aan bij de vragen van Lilian Marijnissen — fijn dat u er weer bent — over de beschermingsmiddelen. Ik vind dat de brief daarover toch nog te veel openlaat. Er wordt beschreven dat er schaarste is, maar dat wisten we een week geleden, dat wisten we twee weken geleden, dat wisten we drie weken geleden. Ik wil nu van het kabinet horen welke middelen er worden ingezet om in Nederland zelf de beschermingsmiddelen te produceren om te zorgen dat op zijn minst de mensen in de eerstelijnszorg, de huisartsen, veilig hun werk kunnen doen.

Twee: testcapaciteit. Niet voor niets vroeg ik aan de VVD of men nu bereid is ook ten opzichte van de grote farmaceutische bedrijven dwangmiddelen in te zetten. Als er ooit een moment was dat het algemene belang van de volksgezondheid moest gelden boven het belang van de markt, dan is het nu. Het feit dat wij minder testen dan sommige andere landen, het feit dat we in ons eigen land grote verschillen zien in de testcapaciteit, moet niet leiden tot een beschrijving van de situatie zoals die er is, schaarste op de wereldmarkt, maar tot ingrijpen van het kabinet. Ik vraag het kabinet de toezegging dat alle middelen worden ingezet, daaronder begrepen de dwanglicentie op bevel van de minister van Economische Zaken, om te zorgen dat we in Nederland kunnen testen. Want dit gaat maanden duren. Willen we daar op een verantwoorde manier uitkomen, dan zul je moeten beschikken over testcapaciteit voor het zorgpersoneel en voor de mensen daarbuiten.

Drie: de intensivecarecapaciteit. Twee weken geleden is de motie van de heer Wilders en mij aangenomen om alles te doen om die capaciteit uit te breiden. Gisteren hoorden we Diederik Gommers in een buitengewoon alarmerend antwoord op een vraag aangeven: we hebben de capaciteit nu niet en als er meer nodig is dan kan het Nederlands zorgstelsel het niet aan. Ik vraag de minister om scenario's voor als dit zich onverhoopt voordoet. De piek wordt nog verwacht en er is geen zekerheid of we dan genoeg hebben. Dus wat voor extra ziekenhuiscapaciteit, wat voor extra zorgcapaciteit, wat voor extra revalidatiecapaciteit en wat voor extra intensivecarecapaciteit wordt er nu geregeld? Opnieuw merk ik op dat we geen behoefte hebben aan een beschrijving van de situatie op de wereldmarkt. Ik begrijp en ik respecteer hoe lastig het voor dit kabinet is om daarin te opereren. Er is nu wel meer nodig.

Vier: de communicatie. Rob Jetten was daar scherp over naar aanleiding van de persconferentie afgelopen maandag. Die heeft ertoe geleid dat mensen massaal activiteiten zijn gaan opschorten en afzeggen om de dag daarna te horen dat het om vergunningplichtige evenementen ging. Dat is niet het verduidelijken van een detail, maar dat is een blunder. Dat kan gebeuren, want waar mensen werken worden fouten gemaakt. Maar ik vraag wel aan het kabinet om bij de eerstvolgende mededelingen — we hebben begrepen dat er morgen mededelingen komen over de scholen en die zijn van enorm belang en die hebben een enorme impact op ouders, op kinderen en op het hele onderwijs — voordat het naar buitengaat zich de vraag te stellen: leg ik nu goed uit wat ik van mensen verwacht? Hebben we doordacht tot wanneer de maatregelen gelden? Ben je ook bereid uit te leggen waarom maatregelen tot een bepaald moment gelden? Mijn indruk is — sommigen van u weten dat ik een Amsterdammer ben, en die stad is niet bekend als de meest gezagsgetrouwe — dat heel veel Nederlanders juist hun uiterste best doen en bereid zijn om te helpen. Ze lopen inderdaad met een grote boog om elkaar heen. Ze staan klaar om de instructies op te volgen. De vraag ligt veel meer bij het kabinet: wees helder wat je van ons Nederlanders verwacht. Dan zullen we met elkaar deze afschuwelijke crisis overwinnen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Asscher. Dan is het woord aan de heer Segers namens de ChristenUnie.

De heer Segers (ChristenUnie):
Mevrouw de voorzitter. Het is zo erg om te zien: een oude vrouw die achter het raam zit en alleen nog maar kan zwaaien naar haar kind en naar haar kleindochter. Er zijn zo veel mensen die angstig zijn, bang om ziek te worden, bang om hun baan, hun bedrijf te verliezen, bang om een geliefde te moeten missen. Er zijn zo veel zieke mensen. Hartverscheurende verhalen over doodzieke patiënten die hun geliefden, die hun kinderen achter moeten laten en alleen op de intensive care liggen met de afschuwelijke angst om alleen te moeten sterven. En dan maar hopen dat er een verpleger is die dan even hun hand kan vasthouden zodat ze niet meer helemaal alleen in het donker zijn.

Mevrouw de voorzitter. Wat zou het fijn zijn als we nu al zouden weten wanneer dit klaar is, maar we weten het nog niet. Je zou willen dat we nu al weten dat dit ergens goed voor is. Dat we vriendelijker gaan worden. Dat we beter voor elkaar gaan zorgen en beter weten wat echt belangrijk is in ons leven. Het is waar dat we nu merken hoeveel goede zorg er nu voor elkaar is. Er zijn heel veel hartverwarmende initiatieven van behulpzame mensen die hulpbehoevenden laten weten dat ze er niet alleen voor staan. Op de site www.nietalleen.nl, een initiatief van maatschappelijke organisaties en kerken, zijn in een week tijd al zo'n duizend van dat soort initiatieven bij elkaar gebracht. We blijken verrassend veerkrachtig en zorgzaam. Maar of dit ook blijvend is, weten we niet.

Mevrouw de voorzitter. We bevinden ons in het oog van de storm. De ellende raast door het land en het is nog te vroeg om te voorspellen hoe we onszelf in het najaar weer zullen aantreffen. Het enige wat we zeker weten is dat we hier en nu moeten doen wat we kunnen. Ik wil de mensen die in de zorg in de frontlinie staan ook uit de grond van mijn hart bedanken voor dat wat ze nu doen. Ik wens hun heel veel kracht toe, juist ook als dit langer duurt dan gedacht.

Ik wil het kabinet ook bedanken voor de crisisbestrijding, het wijsheid toewensen, en het aanmoedigen om de belofte van de minister-president te houden dat we niemand in de steek laten. Het is goed om te zien dat er naast het economische steunpakket waar we vorige week over spraken, ook aandacht is voor voedselbanken en mensen in de ggz, en dat er nu geen huisuitzettingen plaatsvinden. Dank daarvoor.

Maar ik mis in de brief aandacht voor daklozen, de mensen waarvoor het Leger des Heils vandaag de noodklok heeft geluid. Graag een reactie. Ik overweeg om op dit punt ook een motie in te dienen.

Ik heb nog zes vragen. Eén. Diederik Gommers had gister geen geruststellende mededelingen over de ic-capaciteit. Wat zijn de noodscenario's?

Twee. Kan de minister van VWS al meer vertellen over de testcapaciteit? Dit ook in het licht van signalen van medici en wetenschappers die zeggen dat er nu al meer getest kan worden.

Drie. In het Verenigd Koninkrijk zijn er nu goedkope zelftesten aangeschaft die snel aangeven of je corona hebt gehad. Kunnen die ook in Nederland worden aangeschaft? Kan de test op betrouwbaarheid niet Europees plaatsvinden in plaats van dat al die Europese landen dat allemaal los van elkaar doen? Deze test zou ons beleid zoveel preciezer maken en bijvoorbeeld ook de gehandicaptenzorg enorm helpen.

Vier. De heer Gommers voerde ook een pleidooi voor betere coördinatie met betrekking tot de ziekenhuiscapaciteit. Waarom is dat pleidooi nog steeds nodig?

Vijf. Moeten we niet in ieder geval ook op Schiphol testen? Zeker nu duizenden Nederlanders weer vanuit allerlei buitenlanden gaan terugkeren, met alle risico's van dien.

En zes: een aanmoediging. Communiceer helder. Voorkom onduidelijkheid zoals na de persconferentie van maandag. Ik vraag die helderheid voor scholieren, studenten, ondernemers, bewoners van verpleeghuizen en hun familieleden, en al die andere Nederlanders die nu op u rekenen.

Ik dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Segers. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Ouwehand namens de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Ons land zweeft tussen hoop en vrees. Veel mensen helpen elkaar. Veel mensen zijn moedig genoeg om het belangrijke werk te blijven doen dat nodig is. Met name in de zorg, maar ik heb het ook nadrukkelijk over de vakkenvullers en de schoonmakers.

Tegelijkertijd zijn mensen bang. Gisteren in de briefing hoorden we dat er goed nieuws en slecht nieuws is. De besmettingsgraad lijkt te dalen en het percentage mensen dat hier ernstig ziek wordt van corona lijkt lager te liggen dan bijvoorbeeld in China, zegt het RIVM. Daar kun je hoop uit putten. Maar tegelijkertijd hoorden we gisteren ook dat de benodigde ic-capaciteit nog lang niet geregeld is. Op 1 april, dat is over zes dagen, …

De voorzitter:
Meneer Baudet! We hebben afspraken gemaakt over afstanden. Die gelden ook voor u.

De heer Baudet (FvD):
Dit is toch 1,5 meter?

De voorzitter:
Nou, net niet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Op 1 april, dat is dus over zes dagen, zijn er 1.600 ic-bedden nodig en die zijn er nog niet. Wat is de laatste stand van zaken nu? Ik begrijp dat er iedere minuut iets kan veranderen en we hopen natuurlijk allemaal op het bericht dat het geregeld is en dat het goed komt vóór volgende week.

Het is een tijd waarin het lastig opereren is, ook in de rol van volksvertegenwoordiger en al helemaal in de rol van bewindspersoon als onderdeel van het crisisteam. Dat begrijp ik goed. De regering regeert en de Kamer controleert. Als er één moment is waarop dat adagium moet gelden, dan is het wel nu, want het kabinet moet de vrijheid hebben om steeds te handelen waar dat nodig is. Dan is het wel belangrijk dat we met elkaar de afspraken scherp houden. Vorige week gingen we hier uit elkaar met de volgende afspraken. De Kamer steunde de maatregelen tot nu toe en we spraken af dat de WHO-adviezen steeds worden gevolgd en er meteen extra maatregelen worden genomen als dat nodig is.

Toch blijven er vragen liggen. Over het testen: doet Nederland echt genoeg? Over de beschermingsmaterialen, waar mevrouw Marijnissen ook al over sprak: doet Nederland echt genoeg? En dan de aanscherping van de maatregelen. Na zaterdag konden we toch allemaal zien dat het niet goed ging met het advies aan de Nederlanders. Dan begrijp ik niet waarom het crisisteam niet zaterdagavond bij elkaar is gekomen om een herhaling daarvan op zondag en op maandag te voorkomen. Ik dacht dat we hadden afgesproken: meteen extra maatregelen als dat nodig is.

Voorzitter. De Partij voor de Dieren steunt de aanscherping van de maatregelen. We hebben er groot respect voor dat het kabinet heeft geprobeerd te zoeken naar een goede balans, want we staan voor duivelse dilemma's. Mensen die contact nodig hebben voor hun psychische welzijn, maar die ook gewoon zorg nodig hebben — het is nogal wat. Het is nogal wat dat je niet meer op bezoek kan. Het is nogal wat dat je je verstandelijk gehandicapte broertje niet meer op kan halen in het weekend. Hartverscheurend.

Dus we steunen dat, maar de oproep blijft: als het niet genoeg is, als er onduidelijk is gecommuniceerd, meteen opplussen. Want de communicatie gaat niet goed genoeg. Ik doe het niet graag, maar ik wijs even op Boris Johnson. Die was heel helder in zijn toespraakje: u blijft thuis en dit en dat en dat mag u wel doen, en anders niet. Ik denk dat dat beter is dan interpretatie open laten aan mensen, en mogelijke misverstanden.

Tot slot. Ik weet dat het mantra "nu even niet" geldt. Ik begrijp heel goed dat het ministerie van VWS andere dingen aan het hoofd heeft, maar er zijn ook andere ministeries die wel gewoon hun werk moeten blijven doen. We zien nu voortdurend virologen op televisie. Gelukkig nemen we nu hun expertise serieus. Maar bijvoorbeeld Marion Koopmans had met haar onderzoeksgroep in 2018 al geconcludeerd dat dit soort virussen vaker uitbreken, omdat de manier waarop we met dieren omgaan in Nederland, maar ook door de ontbossing wereldwijd, waar Nederland een belangrijke driver in is, gevaarlijk is. Dus nee, het ministerie van VWS hoeft zich hier nu niet mee bezig te houden, maar het ministerie van Landbouw en het ministerie voor Buitenlandse Handel moeten wel nú gaan kijken naar de risico's die ook nu nog loeren. Want als er een nieuwe pandemie uitbreekt vanwege die zoönosen, dan kunnen we dat er niet bij hebben.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan de heer Krol namens 50PLUS.

De heer Krol (50PLUS):
Dank u, mevrouw de voorzitter. Allereerst wil ook ik alle nabestaanden, patiënten en hun familieleden sterkte wensen. Het zijn er steeds meer. Veel van hen kennen we niet. Dat zijn dan onbekenden. Maar het komt steeds dichterbij, zeker als je woont op de plek in Brabant waar ik woon. Ook binnen onze partij, een partij die in het bijzonder opkomt voor oudere mensen, worden we hard getroffen. Alle lof voor de medewerkers die dag in, dag uit werken in de zorg, de schoonmaak en alle andere vitale sectoren.

Een aantal punten over de ouderenzorg. Wordt er aandacht aan de wijkverpleging en thuiszorg besteed bij het verdelen van de beschermingsmiddelen? Ook mevrouw Marijnissen had het daar al over. Zijn verpleeghuizen voldoende toegerust om alle bewoners regelmatig contact te laten onderhouden met familie en vrienden? Is er voldoende tijd? Zijn er voldoende middelen om dit belangrijke aspect van het leven te verzorgen? Is het niet te overwegen om per verzorgingstehuis of verpleeghuis een beperkt aantal mantelzorgers of vrijwilligers, al dan niet getest, toe te laten? Zij kunnen dan net die zorg geven die zeker nu zo nodig is.

50PLUS is geroerd door alle initiatieven in het land. Maaltijden, kaartenacties, concerten voor de deur, prachtig, ik word er stil van. Een pluim voor al deze initiatieven, maar hoe is het met de situatie daarbinnen? Kan de minister daarop ingaan? Welke richtlijnen zijn er, zeker in het geval van een besmetting in huis? Hoe staat het met de uitvoering van de aangenomen motie over het nemen van extra maatregelen om mantelzorgers te ondersteunen en te ontzorgen in deze moeilijke tijden? Welke stappen zijn gezet wat betreft de uitvoering van mijn motie over een noodplan voor oudere en kwetsbare mensen die zelfstandig thuis wonen? Dit geldt zeker ook voor mensen die hun partner niet naar de dagbesteding kunnen brengen. Wat is er voor hen geregeld?

Voorzitter. Dan enkele vragen over de beddencapaciteit. Wat is precies de stand van zaken wat betreft de uitwisseling van gegevens? Is er een actueel inzicht? Zijn alle ziekenhuizen aangesloten op één systeem? Wat heeft de regering gedaan met de aangenomen motie van 50PLUS die letterlijk verzocht om in overleg met de elf regionale acutezorgketens de regionale systemen zodanig in te richten dat in crisistijden de desbetreffende gegevens ook voor de aangrenzende regio's en GGD's inzichtelijk zijn? Dat was een voorspellende motie uit december 2018.

Als de minister van VWS besluit dat we naar de volgende fases gaan en er te weinig plaats is op de ic's — ik weet het: dit is een moeilijk onderwerp — wat dan? Wie krijgt dan zorg? Wie niet? U begrijpt dat daar bij mijn achterban heel veel mensen wakker van liggen. In dat verband wil ik ook de Kamerbreed aangenomen 50PLUS-motie over het niet hanteren van leeftijdsgrenzen noemen. Mag ik aannemen dat de stem van ouderen ook dan gehoord zal worden?

Ik heb nog twee vragen ter afronding. 50PLUS is van mening dat het verstandig is snel een besluit te nemen over het al dan niet sluiten van vakantieparken, recreatiewoningen en campings, zeker met het oog op het naderende paasweekend. Wat is wijs? Ik krijg ook klachten over het ov, dat nu niet meer aansluit, waardoor zorgmedewerkers niet op tijd op hun werk kunnen komen. En is het mogelijk om de gehele homepage van de website rijksoverheid.nl te gebruiken voor communicatie over de coronacrisis? Nu oogt het wat rommelig en staan er ook dingen op waarvan ik denk: zijn die nu belangrijk? Mijn vraag is vooral ook of het in eenvoudig Nederlands kan.

Tot slot wil ik namens de fractie het kabinet en alle medewerkers van de verschillende overheden danken voor hun enorme inzet in deze moeilijke tijden. En, voorzitter, wie had ooit gedacht dat afstand houden nu het toppunt van medemenselijkheid zou zijn?

Ik dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Krol. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van der Staaij namens de SGP.

De heer Van der Staaij (SGP):
Mevrouw de voorzitter. Midden in deze zware tijden is het bemoedigend om veerkracht en vindingrijkheid te zien, maar ook saamhorigheid, die je op zo veel plekken in het land ziet opbloeien. Denk alleen al aan de zorgwerkers die dag en nacht in touw zijn. Hulde daarvoor. Maar ook heel eenvoudig: kinderen die hun kostbare Donald Duckjes bij ouderen in de brievenbus doen om hen te helpen deze moeilijke dagen door te komen. Prachtig.

Maar het zijn wel lichtstralen tegen een donkere achtergrond van rouw en verdriet, van afstand doen van wie je lief is. Dat doet pijn. Ook als er geen rouw en verdriet is, maar je niet meer in contact mag komen met wie je lief zijn, dan is dat hartverscheurend. Natuurlijk ben je blij met beeldbellen, maar als je niet meer op bezoek kunt bij je kind met een beperking of de hand van je dementerende man of vrouw niet kunt vasthouden, dan is dat hartverscheurend. Dat weten we allemaal en dat zien we allemaal.

Het doet mensen ook zeer als ze niet naar de kerk kunnen, als doop en avondmaal niet worden bediend. Natuurlijk, je bent dankbaar dat je op afstand kan meeluisteren, maar je mist toch iets wat zo kan sterken en troosten, juist als in onzekere tijden het verlangen van je hart zo sterk is om in de nood van deze tijd in het huis van God en zijn gemeente zijn aangezicht te zoeken. Zo heeft elk hart zijn eigen smart.

Voorzitter. Wij geven steun aan de maatregelen die het kabinet heeft genomen. Vandaag is de vraag voor iedereen: wat is er nog meer nodig? Als je met mensen spreekt, zoals we allemaal doen in deze dagen, komen er voor mij drie punten naar voren.

Het eerste punt: persoonlijke beschermingsmiddelen als mondkapjes en handschoenen. Die zijn essentieel voor thuiszorg, mantelzorgers, gehandicaptenzorg, kraamzorg en ziekenhuizen. Overal is dit zorgpunt nummer één. De vraag is: hoe snel kan daarin worden voorzien?

Mijn tweede punt betreft de testen. Als we meer kunnen testen en sneller kunnen testen, kan dat zo veel goed doen. Wanneer is het onderzoek naar die sneltesten klaar?

Het derde punt heeft alles te maken met de voorgaande twee punten. Wat is onze aanpak? Bij de intensive care zag je dat er uiteindelijk gekozen is voor een wat strakkere, geregisseerde aanpak. Het leger helpt daarbij. Is die strakkere structuur ook niet nodig om aan voldoende persoonlijke beschermingsmiddelen en testen te komen? Welke stappen worden er in die meer directieve benadering gezet?

We hebben voor crisistijden ook een aantal noodwetten liggen, bijvoorbeeld de Noodwet rechtspleging. Die heeft alles te maken met termijnen. Worden die noodwetten ook benut? Ik las vanmorgen dat er een spoedwet komt op het gebied van huur. Wordt er door het kabinet ook gekeken welke noodmaatregelen of noodwetten kunnen helpen om door te kunnen pakken in deze crisistijden? Dat geldt dus niet alleen voor de ic's in het ziekenhuis, maar ook breder in de zorgwereld om alles op orde te brengen in bijvoorbeeld de thuiszorg en voor mantelzorgers. We willen de rechtsstaat daarbij hooghouden. Liever een democratische noodwet dan een ondoordacht "nood breekt wet".

Voorzitter. Eerder deze week vroeg ik de eigenaar van een kleine viswinkel of hij zijn hoofd een beetje boven water kon houden. Ik werd geraakt door zijn antwoord, want hij zei allereerst dat hij zich zorgen maakte over de oudere mensen die nu minder in zijn winkel kwamen en vroeg zich af of zij wel voldoende contact met anderen hadden. Mijn vraag aan het kabinet is dan ook hoe we die eenzame mensen kunnen helpen om niet alleen te zijn en hoe we hen ook de middelen kunnen laten benutten die er zijn om om hulp te vragen. Ik vond het mooi dat hij allereerst om anderen dacht in een tijd waarin hij het zelf ook moeilijk heeft. Op diezelfde manier wil ik hier vandaag vragen of wij als Nederland niet juist zouden moeten meeleven met ontwikkelingslanden en vluchtelingenkampen die niet gezegend zijn met voldoende voedsel en een goede gezondheidszorg, waar je een coronaramp kunt zien aankomen. Wat kunnen wij voor kwetsbare verre naasten betekenen, vraag ik het kabinet.

Voorzitter. Ik wil de leden van het kabinet en allen die verantwoordelijkheid dragen en hard in de weer zijn heel veel wijsheid en sterkte toewensen in deze moeilijke tijden. Weet dat ook velen in het land voor u bidden.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van der Staaij. Dan geef ik nu het woord aan de heer Azarkan namens DENK.

De heer Azarkan (DENK):
Dank u wel, voorzitter. Het zijn bijzondere tijden. Het coronavirus heeft ons leven volledig op de kop gezet. Ik merk ook aan mezelf dat dat leidt tot onzekerheid, angst en grote zorgen. Er is grote behoefte aan duiding en informatie. Die is volop aanwezig. Achter die dagelijkse stroom van koude statistieken gaat veel leed schuil. We zijn met 17 miljoen sociale wezens in Nederland die de natuurlijke neiging tot elkaar opzoeken, elkaar omarmen en zelfs elkaar fysiek steunen, moeten onderdrukken. Een wrange constatering is dat we vanwege het virus de zwakkeren in deze moeilijke tijden niet kunnen bijstaan en hun de broodnodige troost en comfort moeten ontzeggen.

We leven mee met de nabestaanden van de slachtoffers. We hebben grote waardering voor het zorgpersoneel, van schoonmaker tot arts, dat dagelijks met een ongekende inspanning in de frontlinie strijd levert om mensen in leven te houden; een prestatie van formaat. Maar laten we ook oog houden voor de slachtoffers die verder van ons weg staan, niet alleen voor onze directe naasten, maar ook voor de mensen in alle andere delen van de wereld, zoals in vluchtelingenkampen.

Voorzitter. In tijden van crisis gaat het om een duidelijke aanpak, daadkrachtig leiderschap en eenduidige communicatie. Het kabinet heeft maatregelen ingezet om verdere verspreiding tegen te gaan. Maar nauwelijks een week verder moesten die maatregelen aangescherpt worden: geen bijeenkomsten, nog meer winkels dicht en handhaving met zware boetes. Zien we hier een kabinet dat net even iets te ver achter de feiten aanloopt? In het vorige debat werd gevraagd om strengere handhaving van de regels. Toen gaf de minister-president aan dat die niet nodig waren. Dat is jammer, want ook de burgemeesters zaten met de handen in het haar. We zagen een minister-president die boos en stampvoetend aankondigde, op 23 maart, dat er nieuwe maatregelen nodig waren. Nou moet de minister ook een klein beetje boos op zichzelf zijn. Had hij niet moeten voorzien dat de regels deels niet nageleefd zouden worden? In deze tijden van crisis betaal je keihard de prijs voor die verkeerde aanname.

We zijn gisteren bijgepraat door de voorzitter van de vereniging van intensivecarespecialisten. Hij vroeg om regie. Letterlijk zei hij: "je mist de centrale militaire aansturing." Harde woorden. Ziekenhuizen, onder andere in Brabant, staan met de rug tegen de muur en kunnen de druk niet aan. Ze schreeuwen om hulp. Wat nodig is, is een overheid die de regie neemt en de pijn verdeelt, zodat alle ziekenhuizen bijdragen aan de bestrijding. We kunnen ons dat gewoon niet veroorloven. Vandaag nog graag de toezegging van deze premier dat er landelijke regie is op de verdeling van patiënten.

Op dit moment voeren we een race tegen de klok om voldoende intensivecarebedden te realiseren voor de coronapatiënten. Dat wordt spannend, zei minister De Jonge. Als we zo doorgaan zitten we volgende week boven de capaciteit en lopen we hier niet achter de feiten aan. Kan de minister helder zijn? Hoeveel intensivecarecapaciteit is er nu? Hoeveel capaciteit wordt er de komende dagen toegevoegd? Zijn er ook noodscenario's? En wanneer komen de testen beschikbaar? Testen leiden in andere landen tot goede resultaten.

Tot slot, het punt van de communicatie. Die is gewoon niet goed. De communicatie is niet goed. Burgers hebben die ervaren als te vaag en onduidelijk. Wanneer mag je naar buiten? Met hoeveel? Zijn het nou regels of adviezen? Tot wanneer gaat de horeca dicht? Mogen kinderen met elkaar voetballen? Hoe zit het met de eindexamens en met andere scholieren? Loopt het kabinet op dit punt ook niet achter de feiten aan? In crisistijd is communicatie cruciaal. Daar mag gewoon geen onduidelijkheid over ontstaan.

Ik rond af. De samenleving vraagt om een regering met een duidelijke aanpak, daadkrachtig leiderschap en heldere communicatie. Er is geen tijd meer om achter de feiten aan te lopen. Alles op alles om de intensivecarecapaciteit en de testcapaciteit te vergroten, alles op alles om dit virus te bestrijden. Laten we zij aan zij moedig voorwaarts gaan, omzien naar elkaar en de regels naleven.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Azarkan. Dan geef ik nu het woord aan de heer Baudet namens Forum voor Democratie.

De heer Baudet (FvD):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Wat een niet eerder geziene situatie waar we in beland zijn. Wat is het land in een heftige periode terechtgekomen. Wie had dat op deze manier kunnen voorzien? Het is een buitengewoon bijzondere situatie, waarin we met z'n allen alle zeilen bij moeten zetten om die zo snel mogelijk ten goede te keren.

Ik ben blij dat het kabinet sinds afgelopen maandag in onze ogen eindelijk — helaas te laat, want dit had eerder moeten gebeuren — een groot deel van de lockdownmaatregelen heeft genomen die wij daarvoor al bepleitten. Ik hoop dat we met deze maatregelen, als zij effectief worden gehandhaafd — en daarover heb ik een aantal concrete vragen aan de regering — deze uitbraak van dit vreselijke virus snel onder controle kunnen krijgen.

Wel denk ik dat er op één punt meer moet gebeuren, en dat is echt heel belangrijk. Dat is dat we veel intensiever de grenzen controleren, want we moeten weten wie ons land binnenkomen. Daar is nog te weinig duidelijkheid over. Daar is te weinig over geregeld. Op deze manier kun je niet onder controle krijgen wie het krijgen en hoe het virus zich verder verspreidt. Dat is net zoiets als je huis heel goed beveiligen, maar wel de achterdeur open laten staan. Daarover wil ik heel graag meer duidelijkheid van de kant van de regering.

Het tweede punt is de handhaving. We hebben nu een zeer duidelijk advies gekregen om niet samen te scholen. Mensen kunnen niet in grote groepen bij elkaar. Hoe wordt dat gehandhaafd? Hoe wordt daarop toegezien? Daarover moeten we nog meer duidelijkheid krijgen.

Later denk ik dat we ook gaan terugblikken hoe het komt dat dit zo lang geduurd heeft. Waarom heeft de regering niet veel eerder deze maatregelen genomen? Het was toch duidelijk? Wij hebben ervoor gewaarschuwd, anderen hebben ervoor gewaarschuwd. Hoe kon dit zo lang duren? Nu is niet het moment om met vingers te gaan wijzen, maar op een later moment zal daar waarschijnlijk in de vorm van een parlementaire enquête echt onderzoek naar gedaan worden, ook welke dingen we daarvan kunnen leren voor de toekomst.

Dan is het nu absolute prioriteit om twee zaken op te schroeven in Nederland, zo snel mogelijk, met alle middelen die daarvoor beschikbaar zijn. Het ene is uitbreiding van de testcapaciteit. Wat ons betreft is geen enkel thema op dit gebied taboe, ook niet het ter discussie stellen van eventuele medische patenten die farmaceut Roche en anderen in bezit hebben. Zij willen misschien wel, misschien niet, dingen ter beschikking stellen aan de samenleving. Ik denk dat dit het soort noodsituatie is waarin de regering moet kunnen en durven ingrijpen, dus we zullen voorstellen daarover steunen.

Het tweede punt is: maximaal inzetten op uitbreiding van de zorgcapaciteit. Daar moeten we ook geen enkel thema buiten ons gezichtsveld verklaren. Militaire ziekenhuizen moeten we motiveren om bedden ter beschikking te stellen. Dat gebeurt al. We kunnen ook kijken naar capaciteit in het buitenland, waar het misschien mogelijk is om bedden te huren of in een andere vorm van samenwerking te kijken of we die ter beschikking kunnen stellen voor Nederlandse patiënten.

Dit alles om zo snel mogelijk de ingrijpende economische maatregelen weer te kunnen versoepelen. Ondernemers zijn ontzettend onzeker. Gisteren hebben we uitgebreid gesproken met de minister van Financiën over het robuuste pakket aan steunmaatregelen. Over hoe dat wordt uitbetaald, hoe ondernemers zich kunnen aanmelden, binnen wat voor termijn er duidelijkheid is, hoor ik nog heel veel vragen in de samenleving. Ik hoop dat die ook beantwoord worden in de eerste termijn van de kant van de regering.

Er zijn ook vragen over het onderwijs. Hoe gaan we de schoolexamens vormgeven? Wat zijn de waarborgen als het digitaal gebeurt? Hoe kun je dan in vredesnaam in de gaten houden dat dat ook op een eerlijke wijze gebeurt? Daarvoor moet een concreet plan van aanpak komen, daar wachten we op. Dat zou eigenlijk de komende weken moeten komen.

Er moet ook perspectief komen op wanneer we als samenleving geleidelijk aan weer stappen kunnen zetten — naar ik hoop in de loop van april — om de samenleving weer terug naar normaal te krijgen, op het moment dat de zorgcapaciteit en de testcapaciteit zijn uitgebreid en de uitbraak van het virus onder controle lijkt.

Tot die tijd, zeker zolang wij als Kamer niet op reguliere wijze vergaderen, heb ik één zeer belangrijk aanvullend laatste punt. Dat vind ik echt een wezenlijk punt en ik reken op steun van zo veel mogelijk fracties in de Kamer, inclusief coalitiefracties.

De voorzitter:
U moet afronden, meneer Baudet.

De heer Baudet (FvD):
Dat is om controversieel te verklaren, en ik zal daar een motie over indienen in tweede termijn, alle andere thema's die nu spelen. Er zijn weer stikstofmaatregelen doorgedrukt, terwijl de boeren niet mogen demonstreren.

De voorzitter:
Meneer Baudet, …

De heer Baudet (FvD):
Er liggen thema's over de Europese Unie, de Klimaatwet, enzovoorts.

De voorzitter:
Ik ga u onderbreken.

De heer Baudet (FvD):
We kunnen daar nu niet over besluiten. Dat zal ik in tweede termijn inbrengen.

Dank u wel.

De voorzitter:
U moet zich aan de spreektijden houden, zoals iedereen.

U moet terugkomen, meneer Baudet, want mevrouw Ouwehand heeft een vraag voor u.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Volgens mij hebben we met elkaar afgesproken dat juist de parlementaire controle wel doorgaat, ook op andere terreinen. We kunnen ook zien dat het werk op een aantal ministeries helemaal is stilgevallen. Daar lijken lobbyisten nog meer vrij spel te hebben dan anders. We doen dat alleen schriftelijk. Ik ben benieuwd waar het voorstel van de heer Baudet nou over gaat. Ik vind dat hij een punt heeft, als we berichten lezen dat er in de luwte allerlei akkoorden zijn gesloten en wij daar niet over zijn geïnformeerd.

De voorzitter:
Wat is de vraag precies?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De vraag is wat de heer Baudet precies bedoelt.

De voorzitter:
Ja. Dan geef ik nu het woord aan de heer Baudet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik denk dat we juist ons parlementaire werk wel moeten blijven doen, zij het schriftelijk.

De voorzitter:
Dat heeft u gezegd. De heer Baudet.

De heer Baudet (FvD):
Ik denk dat de functie van het parlement wezenlijk is verbonden met in de openbaarheid debatteren. Op het moment dat je via e-mailprocedures of andere zaken dit soort thema's, die maatschappelijk heel veel impact hebben en gevoelig liggen, kan afdoen, dan doe je het democratisch proces geweld aan. Dus je moet op dit moment als Kamer gewoon zeggen: jongens, de thema's die ... Ik denk dat we zo snel mogelijk een lijst moeten opstellen. Dat staat ook in mijn motie. Mijn motie zal ik u zo doen toekomen. Ik hoop dat u kunt medetekenen. Het gaat om alle thema's die te maken hebben met de grote politieke kwesties van nu, dus klimaat, immigratie, de Europese machtsgreep, alles wat met stikstofregels te maken heeft ... Ik zei het al: de boeren mogen niet demonstreren. Dan kunnen wij niet zeggen: vanwege corona gaan we het schriftelijk afdoen. Dat is gewoon de democratie geweld aandoen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik denk wel dat het van belang is dat de heer Baudet een goed onderscheid maakt tussen e-mailprocedures, waarbij burgers helemaal niet kunnen meekijken, en schriftelijk debatteren met het kabinet. Als je na die openbare schriftelijke gedachtewisseling een heel sterk pijnpunt hebt, kunnen we kijken hoe je dat oplost in de situatie waarin we hebben afgesproken dat we fysiek minder bij elkaar komen. Daarin kan ik hem wel volgen. Maar het kabinet vindt het altijd heel fijn als dingen controversieel worden verklaard. Dan hoeft het gewoon zijn werk niet te doen. Nogmaals, de ministeries die bezig zijn met de acute oplossingen die nodig zijn in deze crisis moeten we niet met andere dingen belasten, maar bij andere ministeries weet ik het al: die gaan lekker zelf een beetje zitten bedenken wat ze leuk vinden. Dat moeten we blijven controleren.

De heer Baudet (FvD):
We blijven natuurlijk wel bekijken wat er gebeurt. We blijven ons werk wel doen als parlementariërs. Alleen kan het kabinet nu niet allerlei besluiten gaan nemen. Deze week is er weer een stikstofmaatregel afgetekend. Dat kan gewoon niet, als je weet dat er heel veel verzet is in de samenleving en er heel veel debat over is. Ik denk dat iedereen in Nederland er begrip voor heeft dat wij zeggen: op dit moment debatteren we alleen over coronagerelateerde zaken zolang die crisis nog zo heftig is en we heel veel dingen niet weten. We hopen natuurlijk dat we met een aantal weken weer op reguliere basis verder kunnen gaan. Ik vind dat we tot die tijd moeten zeggen tegen het kabinet: jongens, on hold, je neemt even geen besluiten. Neem de toetreding van Albanië. Er wordt gewoon even gezegd: oké, laten we die toetredingsgesprekken maar beginnen. Dat kan toch niet? Dat is toch niet hoe de democratie hoort te werken?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat ben ik met de heer Baudet eens, maar dan is het des te belangrijker dat wij onze controlerende taken blijven vervullen, dus daar moeten we ze niet mee laten wegkomen. Het waren er maar twee, maar ik heb meteen vragen gesteld over het bericht dat er een akkoord zou zijn over de stikstofcrisis. De Kamer is daar niet over geïnformeerd. Het kabinet moet voelen dat we dat niet accepteren. Het kabinet vindt het maar wat makkelijk om over pijnlijke kwesties niet meer te hoeven nadenken. Als wij dat allemaal controversieel gaan verklaren, hebben zij vakantie. De crisisministeries moeten we niet verder belasten, maar het andere werk moeten we gewoon kunnen controleren.

De heer Baudet (FvD):
Het spijt me dat ik dit nu even politiek gezien op een harde manier moet zeggen, maar ik denk echt dat mevrouw Ouwehand zich hier vergist in wat controversieelverklaring inhoudt. Het betekent niet dat zij kunnen doorgaan met wat ze aan het doen zijn zonder dat wij ons werk doen. Het betekent dat zij niet mogen doorgaan met al die plannen en dat ze ze op pauze moeten zetten totdat wij weer op een normale manier bij elkaar komen.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Baudet. Dan ga ik ...

De heer Baudet (FvD):
Volgens mij wil mevrouw Ouwehand nog ... Nee, toch niet.

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Van Kooten-Arissen.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (vKA):
Voorzitter. De grote coronacrisis kan alleen bestreden worden als iedereen meehelpt, door zich aan de maatregelen te houden en de adviezen van het RIVM op te volgen. Heldere communicatie en helder taalgebruik, voor iedereen te begrijpen, zijn daarbij ontzettend belangrijk. Mensen hebben duidelijkheid nodig, juist in tijden van crisis, juist als er zo veel van mensen gevraagd wordt. De minister-president zei gisteravond: het had strakker gekund. Dat is heel voorzichtig gesteld, maar ik ben blij met dat inzicht en ik hoop dat het kabinet hier lering uit trekt.

Voorzitter. Het is schokkend om te horen dat de landelijke regie in de ziekenhuiszorg ernstig gemist wordt, dat de situatie nijpend is en dat artsen zich extreem veel zorgen maken. Ik sluit mij aan bij alle vragen die hierover door vorige sprekers gesteld zijn en vraag het kabinet: hoe gaat het dit oplossen?

Voorzitter. Ik wil graag iets toevoegen aan dit debat dat nog niet benoemd is. Een intelligente lockdown, niet meer naar school, niet meer naar het werk en vooral thuisblijven met het hele gezin, het gevoel om opgesloten te zitten en weinig naar buiten te kunnen, kunnen voor iedereen moeilijk zijn. Maar voor de kinderen, de vrouwen, de mannen, de ouderen die in een onveilige thuissituatie zitten en niet meer wegkunnen van mishandeling, van lichamelijk en/of geestelijk geweld is in deze situatie bijzonder angstig. Veilig Thuis en de Kindertelefoon krijgen nu fors meer meldingen dan anders. Ik wil de minister-president en de minister vragen om deze mensen te laten weten dat we er ook ten tijde van deze crisis nog voor hen zijn, dat ze kunnen bellen met Veilig Thuis en de Kindertelefoon en dat er ook in deze moeilijke tijden, die voor hen extra moeilijk, angstig en soms gitzwart zijn, hulp komt.

Voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van Kooten-Arissen. Tot slot geef ik het woord aan de heer Van Haga.

De heer Van Haga (Van Haga):
Voorzitter. Laat ik beginnen te zeggen dat ik de huidige intelligente lockdown steun. Het geeft vertrouwen en het is een goede methode om de verspreiding van het coronavirus in te dammen, maar wel tegen een enorme maatschappelijke prijs. Vorige week heb ik gepleit voor een regime zoals men dat heeft ingesteld in Taiwan. Taiwan heeft 23 miljoen mensen, 153 besmettingen en slechts 2 doden. Ze testen daar iedereen en als mensen positief worden getest, dan worden ze geïsoleerd. Ook in Hongkong is deze methode succesvol ingezet. Samen met de heer Baudet heb ik vorige week een motie ingediend om meer testmateriaal aan te schaffen. Helaas, onbegrijpelijk, werd deze motie verworpen, maar gelukkig staat het hele dictum nu bijna letterlijk in de brief die we gisteren ontvingen, dus het is goed om te zien dat soms ook moties die niet worden aangenomen toch worden uitgevoerd. Dank daarvoor.

De verklaringen van het kabinet over waarom we in Nederland niet op grote schaal testen, vind ik niet logisch. Meten is weten en we hebben nu geen enkel idee van het aantal besmettingen. De testen zijn niet duur, het enige probleem leek de beschikbaarheid te zijn, maar ook dat is geen probleem meer, en de voordelen zijn evident. Om deze pandemie te bestrijden moet het reproductiegetal, de R0, omlaag gebracht worden. De reeds genomen maatregelen dragen daar allemaal aan bij, maar een van de maatregelen die de grootste invloed heeft op het reproductiegetal, en dus op de snelheid waarmee het aantal besmettingen toe- of afneemt, is testen en isoleren. De minister heeft al meerdere keren gezegd dat er onvoldoende testmateriaal is, maar nu weten we dat dit probleem oplosbaar is. Dus waarom dan nu niet vol inzetten op intensief testen en isoleren?

Voorzitter. Tijd is van groot belang in deze crisis. Om testmateriaal aan te schaffen, om het aantal intensivecarebedden uit te breiden, om een vaccin te ontwikkelen, om de impact op de samenleving en de economie zo klein mogelijk te houden en om zo snel mogelijk de maatregelen weer af te kunnen bouwen. Dit leidt tot de conclusie dat we zo snel mogelijk moeten starten met intensief testen en het isoleren van de mensen die besmet zijn. Graag een reactie van de minister hierop.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Haga. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Het kabinet heeft behoefte aan een schorsing van ongeveer twintig minuten.

De vergadering wordt van 11.43 uur tot 12.11 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik geef de minister-president het woord.

Minister Rutte:
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik maak eerst een paar administratieve en inleidende opmerkingen. Daarna kom ik meteen bij de kern. Ikzelf ben hier tot 14.30 uur, moet ik nogmaals zeggen, omdat ik bij de Europese Raad moet zijn. Daarbij kan ik niet vervangen worden. Dat komt door het reglement van de Europese Raad. Het gaat om een videovergadering. Ik ben er dus tot 14.30 uur. Ik vraag er ook uw begrip voor dat ik na mijn inleiding even kort weg ben, voor één telefoontje. Daarna kom ik meteen weer terug in deze Kamer.

Dan de rolverdeling. De minister van Volksgezondheid zal praten over de testen, de ic-capaciteit, de persoonlijke beschermingsmiddelen, de zorg voor kwetsbaren en het onderwijs. Ik kijk even of hij niet schrikt. Nee, zo is de rolverdeling. Ik probeer de overige vragen voor mijn rekening te nemen. Ik wil u ook zeggen dat ik zo meteen, na een enkel inleidend woord, eerst iets zal zeggen over de communicatie van afgelopen maandag, waarop terecht kritiek is.

Maar voordat ik dat doe, wil ik mij eerst aansluiten bij al diegenen die hun medeleven hebben uitgesproken met de mensen die dit op dit moment raakt. Ook gisteren was er weer het trieste bericht dat er 80 mensen zijn overleden. Inmiddels gaat het om een getal dat boven de 350 ligt. Er zijn ook weer extra mensen besmet. Ik denk dat we allemaal enorm meeleven met de mensen die dit raakt, zeker ook met de mensen die door deze vreselijke ellende te maken hebben met sterfgevallen in hun directe omgeving.

Ik had in mijn hoofd dat ik iets vergelijkbaars als het verhaal van Lilian Marijnissen had willen zeggen, maar zij zei veel mooier wat voor een enorme impact dit heeft op mensen. Als je inderdaad je opa en oma niet kunt opzoeken in het verpleeghuis en als mensen onderling moeten gaan afspreken wie er naar de begrafenis of de crematie kan ... Maar goed, ik ga niet herhalen wat mevrouw Marijnissen zei, want zij verwoordde dat heel mooi, vond ik. Maar het is wel wat heel Nederland nu voelt, denk ik.

De politiek bemoeit zich natuurlijk met het leven van mensen, ook onder normale omstandigheden. Dat is zo. Wij zijn hier met z'n allen een kracht voor het goede. Soms zijn we in de ogen van mensen ook een kracht voor het slechte, maar ik geloof dat we hier allemaal proberen om een kracht voor het goede te zijn. Dat proberen we ook nu. Maar om een kracht voor het goede te zijn, moeten we met elkaar hele moeilijke maatregelen nemen. Die hebben voor mensen zelf verregaande gevolgen, zoals het niet in staat zijn om de mensen waar je het meest van houdt, dicht bij je te houden en soms letterlijk niet op te kunnen zoeken. Dat gaat vreselijk ver. Het raakt ook huwelijksvoltrekkingen en begrafenissen, waarbij nu een beperkt aantal mensen aanwezig kan zijn. Het raakt al die zaken die genoemd zijn.

Ik wil ook aansluiten bij wat er is gezegd over de dank voor de mensen in de zorg. Ik heb dan ook het bezoek van vorige week aan een Haags ziekenhuis voor ogen, de mensen die in de logistiek werken en patiënten vervoeren, de mensen in de schoonmaak.

Ik denk aan een mevrouw die vier of vijf jaar geleden vanuit Spanje hiernaartoe is gekomen. Zij probeert inmiddels tien tot twaalf uur per dag te werken. Ik zei: pas nou op, want dit kan nog wel wat langer duren en dan willen we je ook nog bij ons hebben.

Ik denk aan de mensen in de logistiek. Een kerel vol met tatoeages, die samen met een collega al 30 jaar mensen vervoert tussen verschillende ziekenhuizen en binnen de ziekenhuizen, zei: "Weet je? Hier zijn we voor opgeleid. Dit is ons vak. Het is wel heftig, maar we gaan het met elkaar in goede banen leiden." Dat geeft heel veel vertrouwen.

Ik denk aan de vakkenvuller die zegt: "Joh, mensen hangen over me heen. Ik moet winkelwagentjes om me heen zetten." Gelukkig zien we nu maatregelen in de detailhandel om grotere afstand te creëren tussen mensen en om de hoeveelheid mensen in de winkel behapbaar te houden. Ook daarin neemt de sector dus z'n verantwoordelijkheid. Wij proberen daarin dan te helpen vanuit Economische Zaken. Maar ik zie wel de vakkenvuller voor me, die zegt: "Joh, ik probeer de vakken gevuld te krijgen. Hou nou even rekening met mij."

Ik denk ook aan de twee militairen van afgelopen dinsdag. Hugo de Jonge zal zo meer zeggen over het landelijk coördinatiecentrum en over de capaciteit in Rotterdam bij het Erasmus MC, maar wat mij in ieder geval bijblijft van mijn werkbezoek dinsdag, waren twee militairen. Zij werken al 30 jaar samen. Ze hebben in Irak en Afghanistan gezeten. Zij zeggen: "Weet je? Dit is ons vak. Normaal gesproken hebben we er een paar weken voor. Nu hebben we er 48 uur voor, maar dat zal waarachtig ook wel lukken." Die enorme creativiteit ...

Hugo vertelde me over een kliniek in Bernhoven. Daar was hij dit weekend. Daar hebben ze — ik heb het door de ogen van mijn collega gehoord — in een paar dagen alles omgegooid. Normaal gesproken vergader je daar vijf jaar over en ben je daar vijf jaar lang over in gesprek met de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Een deel van die tijd wil je eigenlijk ook hebben, want je wilt het zorgvuldiger doen dan hoe het nu gebeurt. Maar de creativiteit en de enorme inzet die vrijkomen ...

Ik was op de ic-afdeling van het Erasmus MC. Ik zag de rust en de focus waarmee mensen daar hun werk doen. Als je je realiseert dat mensen soms drie, vier weken aan zo'n machine liggen en het maar helemaal de vraag is hoe ze eruit komen ... Vaak hebben ze grotendeels hun spieren verloren of hebben ze andere klachten ontwikkeld. Misschien zijn ze vervolgens wel een halfjaar of een jaar aan het revalideren. Ik zie de deskundigheid van de ic-artsen, maar ook hoe ze daar bezig zijn om de ic-capaciteit op te schalen.

Ik heb al die mensen voor ogen, zoals we nu allemaal mensen voor ogen hebben. We zien ze op tv of op werkbezoeken. Ik noem de politiemensen waarbij ik gister was. Ik noem de brandweer. Ik noem de ambulancemensen die ik gister sprak. Ze zeggen allemaal: "Weet je? Dit is heftig, maar we moeten er nu wel met z'n allen staan. En we weten ook dat dit nog weleens een tijd kan duren, en ook in die tijd zullen we er blijven staan. We letten op elkaar. We zorgen dat we genoeg rust nemen, hoewel dat nu met het ziekteverzuim niet altijd kan. Maar misschien kan dat dan later weer." Ik ben daar echt ongelofelijk van onder de indruk. Ik zal niet mijn gebruikelijke bijvoeglijke naamwoord voor "land" zetten, want dat is vandaag misschien niet zo passend, maar ik ben echt weer onder de indruk van Nederland en van hoe we dit met elkaar doen.

Wat in dat kader niet goed ging, was de persconferentie van maandag. Die was te rommelig. We hebben afgesproken zo'n persconferentie voortaan maximaal met z'n tweeën te doen. Het hoeft ook niet iedere keer na zo'n ministeriële commissie. We hebben het gisteravond anders gedaan. Toen waren er geen grote aankondigingen en hebben we een kort persmoment gehad. Als er wat grotere aankondigingen zijn, zullen we dat in een persconferentie blijven doen, maar dan doen we dat met maximaal één andere minister. En we nemen meer tijd om het goed voor te bereiden. Er waren allerlei redenen waarom het zo is gegaan — die zijn misschien verzachtend, maar ik ga die niet noemen. Het was gewoon niet goed genoeg. Het moet strak.

De kernmededeling die we maandag wilden uitstralen, is: blijf zo veel mogelijk thuis, en als je naar buiten gaat, houd dan die 1,5 meter afstand. Ten tweede is het volgende belangrijk. Tot afgelopen maandag was de boodschap: blijf thuis als je kucht, hoest en/of verkouden bent. Afgelopen maandag is daarbij gekomen dat als je benauwdheid voelt en/of koorts hebt, het hele gezin dan thuis moet blijven. Dat is een belangrijke toevoeging. Dat is een onderdeel van wat ik toen "de intelligente lockdown" heb genoemd. Je dwingt daarin dus niet alle gezonde mensen thuis te blijven, maar dan moeten we met elkaar wel zorgen dat mensen zo veel mogelijk thuisblijven als ze kuchen, hoesten of verkouden zijn. Dat was tot afgelopen maandag al zo.

Maar als daar benauwdheid en/of koorts bij komt, dan blijft het hele gezin dus thuis. Dat is dus vanaf afgelopen maandag nieuw. Dat sneeuwde een beetje onder, juist ook in die rommelige persconferentie. Ik wil dat dus hier nog een keer herhalen. We zullen dat nu ook op alle andere mogelijke manieren blijven communiceren. Komt er dus benauwdheid en/of koorts bij, dan blijft het hele gezin thuis. Ik ga zo nog nader in op de handhaving, want er zijn natuurlijk maandag ook een heel aantal dingen verteld over de handhaving. Dat is ook best veel. Wij proberen dat nu allemaal zo goed mogelijk te communiceren. Ik ga er zo nog meer over zeggen, maar ik wilde hier meteen het terechte punt tackelen. Het moet strakker. Nogmaals, we gaan meer tijd nemen voor de voorbereiding en we gaan er maximaal met z'n tweeën staan.

Voorzitter. Dan de vragen die gesteld zijn. Laat ik dan meteen maar doorgaan met dat punt van de communicatie. We gaan naar rijksoverheid.nl kijken. Die website mag nooit openen met: er is een wijziging in de Accountancywet aangenomen. Die website moet altijd, als eerste en als tweede en als derde, de mededelingen over de coronabestrijding melden. Er zijn natuurlijk soms ook wel andere dingen die we moeten melden, maar het moet heel duidelijk zijn dat ook die website helemaal in het teken daarvan staat. Dat is volgens mij ook meestal zo, maar we gaan dat opnieuw bekijken. Ik heb die suggestie dus goed genoteerd. Dat gaan we dus ook oppakken.

We zullen de komende tijd ook veel communiceren. Er start een hele brede publiekscommunicatiecampagne. Eigenlijk is die de afgelopen dagen al gestart. Gisteren stonden er bijvoorbeeld advertenties in de kranten. Er wordt breed ingezet op sociale media, op radio en televisie, en op landelijke en regionale dagbladen. Ik vond het volgende heel knap. Maandag, na de wat rommelige persconferentie, keek ik om 19.30 uur en 20.00 uur naar de nieuwsuitzendingen. Toen dacht ik: wat hebben ze dat knap teruggebracht tot een behapbare boodschap; zo hadden we het eigenlijk willen brengen. Er werd gevraagd naar het coronajournaal. Het is niet mogelijk gebleken om dat te doen zoals sommigen hier dat wilden, maar volgens mij hebben we nu de hele dag lang een coronajournaal, in de vorm van NOS, RTL, onze kranten, maar ook andere zenders.

Ik vind dat onze journalisten het goed doen. Ze zijn natuurlijk ook kritisch als er dingen niet goed gaan. Dat hoort ook zo. Maar ik merk dat ze iedere keer het onderscheid maken. Aan de ene kant is er kritiek. Die wordt benoemd. Zorgen worden uiteraard stevig uitgevent. Tegelijkertijd zijn ze er als er mededelingen komen. Sterker nog, afgelopen maandag was het zo dat ze dat wat we hadden willen zeggen, wisten te brengen in het NOS Journaal en bij RTL Nieuws. Dat is ook van belang. Maar nogmaals, dat wordt dus sinds de afgelopen dagen aangevuld met een hele publiekscommunicatiecampagne. Mensen kunnen ook persoonlijke vragen stellen via het landelijke publieksinformatienummer. Dat is ook belangrijk, want er zijn natuurlijk altijd vragen: hoe kan ik nou in deze situatie het beste handelen? Je kunt zo veel mogelijk proberen alles te voorzien, tot en met: als je iets wilt organiseren, doe het liever niet, maar als het niet anders kan, dan niet meer dan drie volwassenen extra in je huis. Maar goed, er zijn altijd weer bijzonderder vragen die je niet zomaar allemaal in een persmoment kunt delen. Het is belangrijk dat dat via de publiekscommunicatie gaat, maar dat mensen ook persoonlijke vragen kunnen stellen.

In dat kader nog een enkele opmerking voordat ik op de andere vragen kom. Die heeft te maken met het verbod op evenementen en samenkomsten. We hebben gezegd: evenementen met een vergunnings- en meldplicht worden verboden tot 1 juni 2020. Alle overige samenkomsten worden verboden tot 6 april. Ik zeg het nog maar een keer hier: dat gaat over alles wat er te doen is tot 6 april, behalve de evenementen met een vergunnings- en/of meldplicht, want die zijn tot 1 juni verboden. Daar zitten heel grote evenementen bij met veel voorbereidingstijd. Denk aan Koningsdag, 4 en 5 mei en andere evenementen. Alle andere maatregelen die we hebben genomen, gelden tot 6 april. We gaan aanstaande dinsdag in de ministeriële crisiscommissie besluiten hoe we met die maatregelen omgaan na 6 april, inclusief de vraag over het onderwijs. Dat komt allemaal aanstaande dinsdag naar buiten. Daar hoort bij dat alle overige samenkomsten tot 6 april zijn verboden, met een paar uitzonderingen, die ik hier niet allemaal zal noemen. Ik noem er eentje: uitvaarten en huwelijksvoltrekkingen, maar dan wel met maximaal 30 mensen. Dat geldt ook voor samenkomsten van religieuze of levensbeschouwelijke aard met maximaal 30 mensen. Die paar uitzonderingen moet je wettelijk maken. Ik kom zo meteen op de handhaving.

De heer Jetten (D66):
Dit was een van de punten die afgelopen maandag strakker had gemoeten: 6 april en 1 juni. Na die persconferentie zijn heel veel evenementenorganisaties, maar ook bedrijven in de culturele sector als de wiedeweerga hun evenementen gaan annuleren tot 1 juni. Dat deden ze vanwege de mededeling die tijdens die persconferentie werd gedaan. Daar werd nog geen onderscheid gemaakt tussen vergunde en niet vergunde evenementen. Gaat het kabinet coulant kijken naar al die partijen die nu al hun activiteiten tot 1 juni hebben geannuleerd vanwege die persconferentie als het gaat het om het economisch steunpakket?

Minister Rutte:
Ik zal die vraag oppakken in functie van wat we doen. Nogmaals, alle evenementen met een vergunnings- en meldplicht zijn terecht gestopt. Voor zover ze niet meldings- of vergunningsplichtig waren, kan ik mij voorstellen dat er verwarring is. Daarvoor geldt in ieder geval dat ze tot 6 april niet mogen. Afhankelijk van wat we volgende week dinsdag besluiten, moeten we kijken of dat gevolgen heeft. Dat pak ik op. Ik kan dat nu niet precies toezeggen, maar ik kom er een keer op terug.

Voorzitter. Er is gevraagd naar de handhaving hiervan. Ik wil daar het volgende over zeggen. Over de modelnoodverordening is heel goed overleg geweest met de veiligheidsregio's. Vandaag wordt de verordening vastgesteld en de komende dagen krijgt ze kracht in al die veiligheidsregio's. Je zag het gisteren al bij de Haagse Markt: de burgemeesters handhaven er nu al op. Dan praat je over de zaken die moeten: de evenementen tot 1 juni als ze vergunnings- en meldplichtig zijn. Het zijn ook die overige samenkomsten tot 6 april. Het geldt ook voor de zaken die we maandag hebben besloten over de casino's en speelhallen, over zaken die op de uiterlijke verzorging zijn gericht et cetera, en over het uitoefenen van die contactberoepen. Dat is allemaal verboden en die zitten dus in die noodverordening. Alle veiligheidsregio's hebben die nu gezamenlijk opgesteld. Ze wordt de komende dagen van kracht.

Daarnaast zijn er de zaken waar de veiligheidsregio's op kunnen handelen als blijkt dat bijvoorbeeld hygiënemaatregelen of de 1,5 meter niet in acht wordt genomen. Er is bijvoorbeeld gevraagd naar vakantieparken, campings, parken, natuurgebieden en stranden. Daarvan is afgesproken dat ze moeten worden gesloten als op deze locaties geen of te weinig navolging wordt gegeven aan de hygiënemaatregelen en de 1,5 meter afstand. Dat zag je bijvoorbeeld gisteren gebeuren op de Haagse Markt, dus dat doen de burgemeesters. Het geldt voor de winkels, de markten, de vakantieparken, de campings. Het geldt ook voor groepsvorming: de handhaving als het om meer dan drie mensen gaat die zich niet aan de 1,5 meter afstand houden. Dat zit ook allemaal in die noodverordening. Dat is het papier dat een paar dagen volgt op alle besluiten. Je ziet in de praktijk dat de veiligheidsregio's dat allemaal al aan het doen zijn.

Het belangrijkste is — dat is maandag met dat persmoment wel gelukt — dat het gevoel van dit weekend dat heel veel mensen zich aan de afspraken hielden en een kleine groep niet, waarbij die grote groep zich afvroeg of iedereen aan hun kant stond, echt merkbaar veranderd is. Dat is de collectieve uitstraling geweest van alle Twitterberichten van politici en de acties van maandag. Ik hoorde het ook gisteren van de politie in Den Haag en in de regionale meldkamer van ambulance, brandweer en politie. Er is echt een merkbaar verschil voor en na het weekend. De persconferentie van maandag is opnieuw door 7,5 miljoen mensen bekeken. Die collectieve boodschap is wel doorgekomen en daar ben ik heel blij om.

De heer Baudet (FvD):
Ik denk dat het klopt dat die boodschap sinds maandag is doorgekomen, ook door de aangekondigde extra maatregelen, die ik goed vind. Maar ik ontving ook berichten dat er met name in het openbaar vervoer nog heel veel handhavingsproblemen zijn. Groepjes jongeren, al of niet met bontkragen, veroorzaken daar veel onrust. Dit keer geen controleurs in burger. Heeft de minister-president daar zicht op? Zijn daar maatregelen voor aangekondigd? Er wordt in treinen nauwelijks meer gecontroleerd, ook om besmetting te voorkomen. Het is logisch dat dat heel moeilijk is, maar het gevolg is wel dat er nu … Ik kreeg net nog een e-mail van een treinconducteur dat er jongeren in de trein aan het roken zijn en muziek luisteren. Dat zijn heel vervelende situaties. Is daar een plan voor?

Minister Rutte:
Dergelijke berichten in die heftigheid hebben mij niet bereikt, maar dit klinkt ernstig, dus ik kom er in tweede termijn op terug.

De heer Azarkan (DENK):
Ik heb een vraag over de evenementen die aangescherpt zijn en over samenkomsten van religieuze of levensbeschouwelijke aard. Een grote groep moskeeën hebben gezegd: die 100 vonden wij geen goed idee, we gooien gewoon de deur dicht. Mij bereiken berichten dat mensen op basis hiervan zeggen: wij eisen dat de moskee opengaat. Dat brengt zo'n bestuur in een lastig parket. Heeft de minister dat meegenomen?

Minister Rutte:
Grondwettelijk geldt in Nederland dat we vanwege de godsdienstvrijheid religieuze bijeenkomsten niet in algemene zin kunnen verbieden. We hebben wel gezegd: maximaal 30 mensen. De regel is dus: tot 6 april geen evenementen. Een van de uitzonderingen daarop zijn de religieuze of levensbeschouwelijke bijeenkomsten. Daar mogen maximaal 30 mensen naartoe. In de praktijk zie je dat de meeste kerken en moskeeën dicht zijn. De heer Van der Staaij zei dat ze nu werken met audiovisuele media. Dat brengt natuurlijk niet de sfeer en de warmte die je hebt als je bij elkaar kan komen. Dat snap ik, maar de meeste zijn dus dicht. In onze afspraken staat: tot 30 personen.

De heer Azarkan (DENK):
Ik denk dat dat de goede lijn is. Ik denk dat het goed is als de minister-president in die zin uitspreekt dat het op zich prima is dat ze dicht zijn, maar dat dat om deze reden niet kan. Moskeebesturen en andere kerkelijke instellingen kunnen zich op die manier gesterkt voelen als ze besluiten om het geheel te sluiten. Dat is ook in lijn met het voorkomen van besmetting.

Minister Rutte:
Zeker, dat kunnen ze gewoon doen en dan steun ik dat van harte. Maar we hebben hier dus wel een grondwettelijke beperking. Nogmaals, als het er maximaal 30 zijn en minimaal 1,5 meter afstand wordt gehouden en alle andere voorwaarden …

De heer Asscher (PvdA):
Kerkdiensten zijn geen vergunnings- of meldplichte evenementen, dus ik begrijp eerlijk gezegd niet waarom dit onderdeel moest uitmaken van de communicatie afgelopen maandag.

Minister Rutte:
Dat ga ik uitleggen. De communicatie maandag ging over evenementen met een vergunnings- of meldplicht tot 1 juni. Alle andere evenementen zijn verboden tot 6 april. Die grens van 100 is dus weg. Die is losgelaten. Aanstaande dinsdag gaan we besluiten wat we daarmee doen. Er zijn vier uitzonderingen: vergaderingen van gemeenteraden en Staten-Generaal, mits niet meer dan 100, samenkomsten die nodig zijn voor de continuering van dagelijkse werkzaamheden van instellingen, bedrijven en andere organisaties, maximaal 100, uitvaarten en huwelijksvoltrekkingen, maximaal 30, en de religieuze of levensbeschouwelijke bijeenkomsten, maximaal 30. Daar zit het verschil. Dat had maandag scherper gekund.

De handhaving heb ik besproken. Dat zijn dus die noodverordeningen …

De voorzitter:
Voordat u verdergaat, heeft de heer Wilders een vraag.

De heer Wilders (PVV):
Ik heb nog een klein punt. Dat gaat niet over de handhaving, maar over wat nog wel mag. De minister van Justitie, de heer Grapperhaus, heeft maandag gezegd — het staat ook in het besluit — dat jonge kinderen samen buiten mogen spelen. Nou is daar een hele hoop commotie over ontstaan. Gisteren was het geloof ik ook een thema bij EenVandaag: 40% of 45% van de ouders snapt dat niet. Het RIVM doet onderzoek of kinderen de ziekte kunnen verspreiden, maar er zijn eerdere onder meer Chinese onderzoeken die erop wijzen dat dat wel kan. Kinderen worden misschien zelf beperkt ziek, hoewel dat ook kan. Een kind van 1 jaar ligt nu in het ziekenhuis in Leiderdorp. Kinderen kunnen het virus ook verspreiden. Omdat dit voor heel veel ouders in Nederland onbegrijpelijk is, vroeg ik me af of het verstandig is om die kinderen wel met elkaar te laten buiten spelen. Vervolgens gaan ze naar huis en kunnen ze hun ouders besmetten. Dat is serieus genoeg.

Minister Rutte:
Al de dingen die ik noem, zijn gebaseerd op de adviezen van het Outbreak Management Team. Hier zit niets bij wat wij als politiek bedacht hebben, waarvan we dachten: dit moesten we maar eens doen. We hebben zondag en maandag de situatie van het weekend bekeken. Ook vanwege de testaanpak in Nederland is voor thuisquarantaine gekozen. Als iemand niet alleen verkoudheidsklachten heeft, maar ook benauwdheid en/of koorts ontwikkelt, dan blijft het hele gezin thuis. Dat komt allemaal voort uit de adviezen van het OMT, ook dit punt. Wij baseren ons op de wetenschappelijke adviezen en daarom hebben we overgenomen wat het OMT zegt. Er is geen sprake van groepsvorming als kinderen tot en met 12 jaar samen spelen onder toezicht van een of meer ouders. Die ouders moeten wel 1,5 meter afstand bewaren. Als kinderen thuis aan het gamen zijn of een boek zitten te lezen, moet ook er zo veel mogelijk 1,5 meter afstand zijn. Buiten wordt dat voor kinderen heel lastig. Dat accepteren we ook. Als ze na het buiten spelen thuiskomen, moeten ze meteen hun handen wassen. Voor de ouders geldt dat die wel de 1,5 meter afstand moeten bewaren. De omvang van de groep kinderen moet zodanig zijn dat het behapbaar is. Hierbij geldt natuurlijk ook het gezond verstand. Als die groep kinderen te groot wordt, is dat natuurlijk onverstandig. Dat zeggen we er ook bij. Je kunt het niet allemaal helemaal precies in een advies zetten. Op basis van alle deskundigenadviezen heeft het OMT tegen ons gezegd dat kinderen buiten kunnen spelen. We nemen dat dan over, vanzelfsprekend na politieke toetsing. Tot nu toe hebben we alles overgenomen.

De heer Wilders (PVV):
Ik ben geen OMT maar hopelijk heb ik ook gezond verstand. Ik denk dat die 1,5 meter afstand bij kinderen die buiten spelen niet gaat gebeuren. De minister zegt dat zelf ook. Ze liggen in elkaars armen en ravotten, zoals kinderen dat doen. Dat is normaal gesproken goed en ook hartstikke leuk. Maar nu doen ze dat ook en ik denk dat dit niet verstandig is. Aan de ene kant zeg dat je allemaal afstand moet houden, maar je laat in deze tijd wel kinderen met elkaar ravotten. Vervolgens gaan ze naar huis — en de minister-president hoopt dat ze dan hun handen wassen — en kunnen ze de volwassenen in dat gezin besmetten. Nogmaals, heel veel ouders snappen dit niet. De logica zegt volgens mij het volgende. Als de minister-president er zelf geen politiek besluit over wil nemen, kan hij er wellicht op grond van de praktijk nog een keer met de deskundigen over spreken om te kijken of dit wel verstandig is wetende dat kinderen niet die afstand houden en het ook niet zeker is of ze thuis wel doen wat ze zouden moeten doen.

Minister Rutte:
Ik snap die vraag. Natuurlijk moet hier verstandig mee worden omgegaan. Wij baseren ons hele beleid op wetenschappelijke adviezen. Het is echt belangrijk dat we het anker van het wetenschappelijk advies hebben. Dat proberen we door deze hele crisis te hebben. Dat wetenschappelijk advies in de vorm van het OMT, de club die alle groepen die erover gaan bij elkaar brengt, zegt dat kinderen buiten kunnen spelen. Als ze thuis spelen is het makkelijker om te proberen om die 1,5 meter afstand te bewaren. Na het buiten spelen moeten ze direct na afloop hun handen wassen. Ouders houden wel 1,5 meter afstand. Zo is het door het OMT opgeschreven en zo is het met elkaar besproken. We hebben daarna gezegd: oké, dit nemen we ook over. Er kunnen natuurlijk altijd nieuwe inzichten ontstaan. Het is altijd mogelijk dat wetenschappelijk inzicht verandert en dan zullen we dat onmiddellijk in het beleid verwerken. Dit is thans het wetenschappelijk advies. Het is gewogen en goed besproken. We houden daaraan vast.

De heer Segers (ChristenUnie):
Ik wil de minister-president danken voor de helderheid die hij schept ook richting kerken. Ik heb na maandag veel contact gehad met kerken. Er kwamen veel vragen. Er was volop exegese over de betekenis van de teksten.

Minister Rutte:
Dat is hun vak.

De heer Segers (ChristenUnie):
Dat doen ze vaker; daar houden ze van. Je zag ook dat andere organisaties zoals de KNVB aan exegese ging doen. Er vindt contact plaats tussen minister Grapperhaus en de kerken, dank daarvoor. Het zou goed zijn als er ook een plek is, een adres is waar ze met hun vragen terechtkunnen, als die er nog zijn. Dat geldt ook voor de KNVB, voor theaterverenigingen, voor de hele samenleving. Is er één aanspreekpunt, één loket waar ze terechtkunnen met hun vragen? Valt dit er nu net wel of net niet onder? Geldt dat voor ons of niet? Dat zou enorm helpen.

Minister Rutte:
Voor persoonlijke vragen is het landelijk publieksinformatienummer. Ik kom in tweede termijn terug op de vraag of we één loket hebben voor maatschappelijke organisaties. Zo heb ik de vraag van de heer Segers verstaan. Ik wil dat checken om dat zeker te weten.

De heer Jetten (D66):
Ik ga nog even door op het buiten spelen. Ik begrijp de uitleg van de minister-president dat hij advies van het OMT heeft gekregen, hoewel het onderzoek naar de besmettelijkheid van kinderen tot 12 jaar nog loopt. Je had daar ook een andere afweging in kunnen maken. Wat ik vooral van ouders terugkrijg is dat het, ondanks dat deze rationele uitleg wel te volgen is als je heel goed luistert, het heel erg moeilijk is om dit toe te passen in de praktijk in deze crisistijden. Er zijn kinderen die buiten spelen. De ene ouder laat de kinderen thuis. De andere ouder stuurt ze wel de straat op. Dat gevoel van onzekerheid moet het kabinet toch ook meewegen in de keuze welke maatregelen het wel en niet neemt. Het RIVM en het OMT adviseren het kabinet. Dat is wetenschappelijk beredeneerd op grond van de volksgezondheid. Volgens mij is het de taak van het kabinet om vervolgens te kijken of het een regel is die praktisch uitvoerbaar is voor alle mensen in Nederland die ermee worden opgezadeld.

Minister Rutte:
Dat snap ik en dat hebben we gedaan. Je gaat nooit minder doen dan het wetenschappelijke advies. Dat is de eerste regel. Het kan wel zo zijn dat je meer doet. Vanwege het feit dat leerlingen en leraren in onzekerheid waren, hebben wij gezegd: het wetenschappelijk advies is dat de scholen open kunnen blijven, maar je ziet dat de samenleving daar een andere keuze in maakt en wij volgen de keuze van de samenleving min of meer democratisch. Hoe gaat dat dan? Dat gebeurt. Een samenleving heeft zo haar wegen om de eigen visie op het beleid kenbaar te maken. Dat gebeurde een paar weken geleden bij de scholen. Toen hebben wij dat ook gevolgd.

Ik wil even heel precies zijn. Je volgt het wetenschappelijk advies en vervolgens zit er een bandbreedte in. Je moet er ook voor zorgen dat mensen hun gezonde verstand blijven gebruiken. Daar blijf ik ook een beroep op doen. We kunnen niet alles tot in detail voorschrijven. Als mensen dat willen, zijn een paar dingen belangrijk. Dat staat ook op de websites. Kinderen onder de 12 jaar mogen samen spelen in de speeltuin. Ze moeten wel gezond zijn. Als ze hoesten, niezen of neusverkouden zijn of koorts hebben, dan moet dat vooral niet. De groep moet ook niet te groot zijn, maar wij verbinden daar geen maximumgroepsgrootte aan. Dat laten we echt even over aan het verstandige beleid van de ouders. Als ze thuis spelen, houd dan 1,5 meter afstand. Als ze buiten spelen, zorg dan dat ze na afloop hun handen wassen. Ouders houden in ieder geval ook die 1,5 meter afstand. Uiteindelijk hebben we besloten om dat zo over te nemen. Daar zit natuurlijk altijd het element van het gezonde verstand van de samenleving in. Ik denk dat dit zo kan. Dit is het wetenschappelijke advies dat we krijgen.

Ik heb eerder voer de intelligente lockdown gesproken, de targeted lockdown zou je kunnen zeggen. Je richt je dan veel meer op de mensen die thuis zijn en niet alleen niezen en andere verkoudheidsklachten hebben, maar ook nog benauwdheid zijn of koorts hebben. Dan blijft het hele gezin thuis. Dat is in plaats van de maatregel dat alle gezonde mensen thuis moeten blijven. Je moet dan heel specifiek zijn in wat je zegt. Bij de kinderen baseren wij ons ook op het wetenschappelijk advies. Het is nogal wat om dan te zeggen dat die helemaal niet meer buiten mogen spelen. Dat is dan eigenlijk het alternatief. Als je dit niet zou doen, dan zeg je dat kinderen helemaal niet buiten mogen spelen. Dat gaat ook ver. Heel veel mensen wonen in heel kleine appartementen of flatjes met nauwelijks een balkon en geen tuin. Als het wetenschappelijk advies zegt dat dit kan en we gebruiken met z'n allen ons gezond verstand, denk ik dat het verstandig is dat we dat op deze manier hebben overgenomen.

Voorzitter. Dan kom ik bij een paar overige vragen. Ik denk dat dit heel snel kan. Ik heb geantwoord op de vraag over campings en vakantieparken. Dat is geen landelijk beleid maar het is aan de veiligheidsregio's om daarmee om te gaan. Ingeval de hygiënemaatregelen niet worden gevolgd of de 1,5 meter afstand een probleem dreigt te worden, dan moeten vakantieparken, campings, parken, natuurgebieden en stranden worden gesloten.

Voor de grenzen geldt dat feitelijk alleen nog het vervoer van goederen en grenswerkers plaatsvindt, althans grotendeels. Dat is heel belangrijk. Ik heb vrijdag met de Belgische collega en gisteren met de Duitse kanselier hierover gesproken. Het vervoer van goederen is heel belangrijk. De supply chains, de goederenstromen zijn nodig. Kijk alleen naar het bouwen van beademingsapparaten waar Hugo de Jonge zo meteen verder op in zal gaan. De internationale handelsstromen moeten overeind gehouden worden omdat dat soort zaken in allerlei regio's worden geproduceerd. Dat geldt ook voor medicijnen en het functioneren van de algemene economie. Daarnaast is het heel belangrijk dat een verpleegkundige die in Aken werkt of iemand uit Kleef die in Nijmegen werkt de grens over kunnen, in dit geval die tussen België en Nederland en die tussen Duitsland en Nederland.

Het ov. Ik realiseer me dat er is afgeschaald in het ov. Het is wel zo dat de reisplanners en de websites proberen zich razendsnel aan te passen en ervoor te zorgen dat de laatste aansluitingsinformatie er is. Dat hebben we nog een keer gecheckt. Maar het is bij zo'n afgeschaalde dienstregeling inderdaad onvermijdelijk dat er af en toe aansluitproblemen ontstaan. Dat is heel vervelend, maar nogmaals, de websites kunnen daar natuurlijk bij helpen.

Dan de vraag over uitstaande rekeningen van het mkb en middenstanders. De overheid is al verplicht om e-facturatie toe te passen op verzoek van crediteuren. Die facturen worden dan vrijwel direct betaald als aan alle vereisten is voldaan. Helaas maken niet alle crediteuren gebruik van e-facturatie. Wij sporen overheden aan, ook nog een keer langs deze weg, om zo veel mogelijk zo snel mogelijk te betalen. Ik neem dat punt zeer ter harte.

Dan over de noodwetgeving. Op dit moment bieden de Wet publieke gezondheid, de Wet veiligheidsregio's en de Gemeentewet ons de grondslag voor bijvoorbeeld het pakket van maandag en hoe zich dat vertaalt in de lokale noodverordeningen, dus daar volstaat het bestaande juridisch kader. Tot op heden is noodwetgeving op rijksniveau niet nodig gebleken. Als het dat wel is, zullen we dat natuurlijk onmiddellijk overwegen en met u bespreken, maar op dat moment is dat nog niet aan de orde geweest. De minister van Justitie en Veiligheid is ook in antwoord op schriftelijke vragen ingegaan op de noodwetrechtspleging. Ook de toepassing daarvan is op dit moment niet aan de orde, dus die twee dingen hoeven nu niet. Zou het wel zo zijn, dan stellen wij ons onmiddellijk met u in verbinding.

Dan is er de vraag over hulp aan kwetsbare landen als Zuid-Sudan, Noord-Korea, Jemen en Syrië en andere vraagstukken. Daar is de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking mee bezig. Er komt ook een brief over noodhulp naar de Kamer. Nationaal geldt dat alle activiteiten binnen het Nederlandse OS-budget nu tegen het licht worden gehouden. Mondiaal dragen wij generiek bij aan de internationale organisaties, zowel humanitair als op ontwikkeling gericht. Dat wordt dan ook steeds meer ingezet op de reactie op corona, Covid-19. De organisaties maken daarbinnen ook hun eigen afwegingen. De VN heeft gisteren een Global Humanitarian Response Plan uitgebracht. Voor Europa geldt dat gekeken wordt naar de beschikbare financiële ruimte op dit punt.

Er wordt vreselijk hard gewerkt om de Nederlanders in het buitenland terug te halen. Ik weet dat er veel discussie is omdat we een kleine eigen bijdrage vragen, uit mijn hoofd €300 in Europa en €900 als je van buiten Europa komt. Ik vind het echt redelijk dat we dat vragen. Het hoeft ook niet van tevoren te worden betaald. Het is mogelijk om het achteraf via incasso te verrekenen. We doen echt ons best om iedereen terug te krijgen. Als het echt niet lukt, dan proberen we te helpen bij het zo mogelijk organiseren van veilig verblijf elders.

Voorzitter. Daarmee meen ik alle niet op het terrein van de minister van VWS liggende vragen te hebben beantwoord. Ik zie één persoon boos naar de microfoon lopen. Niet boos, maar ... Ik heb een paar vragen over handhaving in het ov en nog een tweede vraag ... Ik heb in ieder geval voor de tweede termijn toegezegd nog twee vragen te beantwoorden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Niet boos, maar wel verontrust over heel veel, ook over de communicatiefout over dat evenementen en bijeenkomsten tot 1 juni verboden zouden zijn. Ik zie dat verschillende zalen en instellingen dingen hebben afgelast. Maar daar leek later de juridische grondslag voor te zijn vervallen, want het bleek toch anders te zitten. Heeft het kabinet dat op het netvlies? Ik begrijp dat de oproep is ... Kijk, van de maatregel tot 6 april kan ik me voorstellen dat die verlengd moet worden. Kan die duidelijkheid er vandaag komen?

Minister Rutte:
Nee. Ik heb net gezegd, ik dacht in antwoord op een vraag van de heer Jetten, dat er geen misverstand kan zijn over vergunning- en/of meldplichtige evenementen. Die zijn tot 1 juni verboden. Alle andere samenkomsten zijn tot 6 april verboden. Daarover kan een misverstand zijn ontstaan. Wij kijken waar zich dat voordoet. Dat heb ik net toegezegd. Ik kan er nu niet in detail een antwoord op geven. Ik heb dat nu niet al helemaal kunnen uitzoeken, maar we gaan ernaar kijken, uiteraard ook verband met het antwoord op de vraag: wat doe je met het hele pakket na 6 april?

De heer Baudet (FvD):
Ik heb een vraag over mijn aangekondigde motie in de tweede termijn over het controversieel verklaren van onderwerpen. Ik was heel benieuwd of de minister-president kan terugblikken op twee zaken die de afgelopen periode zijn gebeurd, namelijk de opening van toetredingsonderhandelingen met Albanië en de nieuwe stikstofmaatregelen. Is hij het niet met me eens dat dat eigenlijk niet hoort in een democratie, als het parlement op dat moment niet bijeenkomt? En is hij niet ook van mening dat mijn voorstel heel goed is om zo snel mogelijk te zeggen: jongens, zolang de Kamer niet bij elkaar komt, gaan we ook geen besluiten nemen over dit soort controversiële onderwerpen?

Minister Rutte:
Dat gaat niet altijd. Het spijt me, maar dat gaat niet altijd. Eerlijk gezegd ben ikzelf in mijn agenda ook met eigenlijk niets anders bezig dan corona. Aan de ene kant ben ik in nauw contact met Hugo de Jonge en Martin van Rijn voor het medische deel. Aan de andere kant ben ik in nauw contact met de trojka Wiebes, Hoekstra en Koolmees voor het hele economische en maatschappelijke pakket. Ik zie dus ook dat ikzelf eigenlijk niks anders doe. Dat moet nu ook in deze fase, maar sommige dingen lopen wel door. Er zijn juridische en maatschappelijke redenen waarom je niet alles helemaal kunt stilleggen. Het is dan natuurlijk de vraag hoe we dat in het verkeer met de Kamer op een fatsoenlijke manier ook hier met elkaar afhechten. Daar is constant overleg over.

De heer Baudet (FvD):
Maar er zijn toch heel veel onderwerpen waarover je kunt zeggen: hier gaan we nu geen besluit over nemen. Ik snap dat sommige zaken doorlopen in algemene zin. Maar bent u het in beginsel met mij eens dat het de regering nu past om geen of zo min mogelijk besluiten te nemen die impact hebben op de samenleving, omdat de Kamer niet bijeenkomt?

Minister Rutte:
Maar dat gaat niet altijd. Er zijn natuurlijk allerlei ...

De heer Baudet (FvD):
Maar in beginsel?

Minister Rutte:
In beginsel proberen we ... We hebben überhaupt geen tijd voor andere dingen. Iedereen, het hele kabinet staat natuurlijk in de stand: bestrijden van het virus. Maar of het nou gaat om Urgenda, de pensioenen, de uitwerking van het pensioenakkoord, stikstof of Albanië, de Europese besluitvorming gaat ook door. Je kunt dat niet altijd helemaal stilleggen. Dat gaat niet.

De voorzitter:
Misschien ten overvloede. We hebben aan het kabinet gevraagd om een lijst te maken van voorstellen en wetgeving die om een spoedbehandeling vragen en wetsvoorstellen die misschien op de langere termijn kunnen. Uiteindelijk wordt dat ook in de Kamer met elkaar besloten.

Minister Rutte:
Daar werken Koolmees en Schouten hard aan binnen het kabinet, in nauwe samenspraak met de collega's. Dat zou hier al moeten zijn of het komt hier heel snel.

De voorzitter:
Deze week, heb ik begrepen.

Minister Rutte:
Ja.

De heer Azarkan (DENK):
Nog een vraag over de gevolgde aanpak. We zijn gisteren uitstekend bijgepraat door de heer Van Dissel en de heer Gommers. Ik ga ervan uit dat de minister ook de grafieken kent. We zagen dat de aanpak tot 23 maart ergens rond 3, 4 april zou leiden tot een tekort aan ic-capaciteit; vandaar dat die is aangepast. Wanneer was het voor de minister-president duidelijk dat die aanpak niet zou leiden tot het gewenste effect? Wat waren de variabelen die anders uitpakten?

Minister Rutte:
Dat is zo niet te beantwoorden. De minister van Volksgezondheid gaat zo uitgebreid in op de vragen over capaciteiten, persoonlijke beschermingsmiddelen en de ic. Maar vergis je niet. Het is niet alleen de ic. Het is ook nog eens maal drie, maal vier voor de gewone ziekenhuisbedden vanwege corona. Het is dus veel meer dan alleen de ic, maar de ic is natuurlijk heel pregnant vanwege de beademingsapparatuur. Hij gaat daar zo op in. Maar deze vraag is zo in algemene zin niet te beantwoorden.

De heer Azarkan (DENK):
Ik ga het toch echt herhalen. Nogmaals, er is een aanpak gekozen. Die aanpak werd breed gesteund en voorzag in een afvlakking, flatten the curve. Gisteren werd er gemeld dat zichtbaar was dat de aanpak op enig moment zou leiden tot een tekort aan ic-capaciteit. Om die reden is er op 23 maart gezegd: we gaan een aantal nadere maatregelen treffen. Mijn vraag aan de minister-president is vrij helder. Wanneer wist de minister-president dat die aanpak niet zou leiden tot het gewenste effect en wat waren de variabelen die anders uitpakten?

Minister Rutte:
Ik snap de vraag niet, oprecht niet. Er is een heel pakket maatregelen om ervoor te zorgen dat corona zich niet verspreidt op een manier dat het de ouderen en kwetsbaren raakt c.q. de zorg overbelast. Helemaal weg krijg je het niet zomaar, dus je moet het maximaal controleren. Dat is de strategie die wij volgen op basis van alle deskundige adviezen. Daarbinnen ben je constant aan het sturen op de ziekenhuiscapaciteit en dat doen we nog steeds. Je neemt alle maatregelen die ervoor moeten zorgen dat de zaak uiteindelijk afvlakt. Ik denk dat het RIVM gisteren een heel voorzichtig eerste groen grassprietje hier en daar heeft laten zien dat dingen lijken te werken. Ik ben heel voorzichtig om dat over te nemen, omdat ik niet deskundig genoeg ben en omdat ik het pas geloof als het er echt is en er erg veel groene grassprietjes zijn. Het RIVM heeft daar vanuit de modellering natuurlijk meer zicht op en heeft nu ook daadwerkelijk data op basis waarvan ze zeggen: wij verwachten nu toch een grotere kans op een afvlakking. Maar nogmaals, wij blijven plannen en voorbereiden alsof het nog niet zo is.

We weten dat het soms twee weken kan duren voor een coronabesmetting echt merkbaar is. In heel veel gevallen blijven mensen thuis. In heel veel gevallen gebeurt er ook verder niks anders dan inderdaad zware griep. De mensen die wel heel ernstig ziek worden, gaan naar het ziekenhuis, vaak met een paar dagen vertraging. Als ze in het ziekenhuis zijn, is er een paar dagen vertraging voor ze naar de ic's gaan. Dus er is altijd een vertraging, ook een vertraging tussen de stappen besmetting, ziek worden, naar het ziekenhuis, naar de ic. De verwachting volgens alle modellen is dat de komende dagen vanwege corona de behoefte aan ziekenhuiscapaciteit breed en ic-capaciteit specifiek zal oplopen. Dat wisten we ook. Daar zijn we hard mee bezig. Als alle maatregelen doen wat wij verwachten — en nogmaals, de eerste groene grassprietjes waren er gister, maar wij blijven plannen alsof ze er niet zijn — dan zou dat de komende dagen ook merkbaar moeten zijn.

De voorzitter:
Dan uw vijfde vraag.

De heer Azarkan (DENK):
Ja, de vijfde vraag, omdat ik geen helder antwoord krijg. Wat is nou de basis geweest om met die nadere maatregelen te komen?

Minister Rutte:
Nou, nadere maatregelen ... Maandag hebben wij niet nieuwe maatregelen genomen. Maandag hebben wij gezegd: luister, vanwege het testbeleid is het van belang om een extra aanwijzing te geven aan de samenleving dat je niet alleen bij griepverschijnselen thuisblijft, maar dat het hele gezin thuisblijft als daar benauwdheid en/of koorts bij komt. Heeft een van die gezinsleden een functie in een vitale sector zoals de gezondheidszorg, de politie, de brandweer, de ambulancediensten et cetera, dan gaat die persoon wel naar zijn of haar werk, tenzij die persoon benauwdheids- en koortsklachten heeft.

Twee. We hebben maandag een heel pakket afgekondigd om de genomen maatregelen veel strikter te handhaven. Dat ziet op de evenementen, waar we het net over hadden. Dat ziet op de bevoegdheid van veiligheidsregio's om stranden en vakantieparken te kunnen sluiten onder bijzondere omstandigheden. Dat is nodig geweest mede naar aanleiding van dit weekend. De vraag die ook nog gesteld werd door de Partij voor de Dieren was of we dat niet al zaterdag hadden moeten doen. Nou ja, hier geldt natuurlijk dat je je baseert op de adviezen van het OMT. Wij hebben zondag de alert van "houd afstand" uitgebracht naar alle telefoontjes in Nederland. Die is ontvangen door 13 miljoen mensen. Op basis van de inzichten van het weekend hebben we maandag de besluiten genomen die we hebben genomen, op basis van de wetenschappelijke adviezen.

De heer Van der Staaij (SGP):
Toch nog even dat punt van eventuele noodwetgeving of -maatregelen. Ik zag een bericht van de minister van Infrastructuur en Waterstaat dat op het punt van de huurders en huisuitzettingen spoedwetgeving is aangekondigd. Mijn vraag is eenvoudigweg of het niet goed zou zijn, als er een bepaalde spoedwet komt op een deelterrein, om zo breed mogelijk te kijken, zodat we dat in één keer als Kamer kunnen behandelen, zo nodig. Dat kan de rechtspleging betreffen of andere onderdelen en termijnen.

Minister Rutte:
Dat gaan we proberen. Het punt is natuurlijk dat heel veel bestaande wetgeving verbijzonderde, snelle procedures in gevallen van crises in zich heeft. Dat is de bestaande wetgeving. Dat is eigenlijk je eerste cirkel. Daarbinnen werken we nu. Daarin zit bijvoorbeeld de Wet publieke gezondheid, die de minister van Volksgezondheid heel veel mogelijkheden geeft om aanwijzingen, richtinggevende directieven en richtlijnen uit te vaardigen, bijvoorbeeld over vluchten uit Spanje die niet meer naar Nederland mogen en al dat soort zaken. Dat is ook de basis onder de hele noodverordening die er sinds maandag is. Het kan zijn dat dat toch niet voldoende is en er nog specifieke spoedwetgeving nodig kan zijn. Wat de heer Van der Staaij suggereert, is om dat zo veel mogelijk te clusteren. Laat ik die suggestie overnemen. Ik kan niet toezeggen dat het altijd lukt, want soms zal het heel snel moeten, maar ik snap de suggestie.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nog even over het punt dat de heer Baudet aansneed. Ik vind zijn oplossing om alles controversieel te verklaren, niet juist, maar we hebben nu wel een paar keer voorbij zien komen dat het kabinet losser lijkt om te gaan met de omgangsvormen met de Kamer. Kan de minister-president toezeggen dat — dat is misschien nog wel belangrijker dan in de normale situatie — de Kamer op tijd wordt geïnformeerd, bijvoorbeeld als het gaat over Europese besluitvorming, en dat de Kamer er nog iets van kan vinden, via schriftelijk overleg of, mocht het nodig zijn, door het indienen van een motie? Daarover moeten we dan nog overleggen hoe we dat fysiek doen. Het is natuurlijk van groot belang dat het kabinet geen besluiten neemt zonder dat de Kamer een mogelijkheid heeft om daar iets over te zeggen.

Minister Rutte:
Het antwoord is ja.

De heer Wilders (PVV):
De vraag hoe wij aan beschermingsmiddelen komen zullen we dadelijk aan de minister van Volksgezondheid stellen. Ik vind wel dat de minister-president, die nu klaar is met zijn eerste termijn, daar iets over moet zeggen. Hij is vorige week, als ik het goed heb, op bezoek geweest bij een van de ziekenhuizen in de brandhaarden, in Brabant.

Minister Rutte:
Daar is de minister van Volksgezondheid geweest, ik niet.

De heer Wilders (PVV):
O, ik dacht dat u daar ook bij was. U was dan gister of eergister …?

Minister Rutte:
Ik was bij het Erasmus MC gister.

De heer Wilders (PVV):
U hebt in ieder geval mensen in de zorg ontmoet die hiermee werken. Ik vind dat ook de minister-president van Nederland zich erover uit moet spreken dat het onacceptabel is dat al die mensen in de zorg, die wij hier allemaal koesteren, van welke partij we ook zijn, nu vaak moeten werken, van de thuiszorg tot de gehandicaptenzorg, van de wijkverpleging tot in de ziekenhuizen, zonder beschermingsmiddelen. Dat die ziek worden, dat die zelf corona krijgen. Dat ze dat niet eens weten in het begin en dat ze andere mensen weer besmetten. Als wij echt respect hebben voor die mensen, dan moeten wij ervoor zorgen dat zij die beschermingsmiddelen krijgen. Ik vraag aan de minister-president niet hoe hij dat gaat doen. Dat vraag ik dadelijk wel aan de andere minister. Ik vraag aan de minister-president: vindt u het niet met mij een schande en onacceptabel dat die mensen nu zonder mondkapjes en andere beschermingsmiddelen hun werk moeten doen?

Minister Rutte:
Ik vind vooral dat wij er alles aan moeten doen om ervoor te zorgen dat die spullen er komen. Ik kan hier wel allerlei politieke kwalificaties geven, maar dat vind ik van later zorg. Volgens mij hoeven we elkaar niet ervan te overtuigen dat je wilt dat er voldoende beschermingsmiddelen zijn, voor iedereen die dat nodig heeft, dat je wilt dat er voldoende beademingsapparatuur is. Ik kan de heer Wilders één ding verzekeren. Wij zijn de afgelopen dagen en de afgelopen weken met niets anders bezig geweest dan met dat onderwerp, Europeesbreed. Het testen is een Europees probleem — een wereldwijd probleem deels, maar zeker ook een Europees probleem. Er is verschrikkelijk hard gewerkt aan de beschermingsmiddelen. Er zit bij VWS een heel team alleen maar op die persoonlijke beschermingsmiddelen. Je ziet nu dat de stroom van die dingen op gang begint te komen. Dat is ongelofelijk belangrijk. Ik ben dat totaal met Wilders eens. Ik kan hier wel hele zware woorden gebruiken, maar ik denk dat iemand in een verpleeghuis of in de ggz of in een ziekenhuis vooral wil dat die spullen er ook komen. Daar werken we aan. Ik vind dat belangrijker dan allemaal zware kwalificaties.

De heer Wilders (PVV):
Dit zijn geen politieke kwalificaties. Dit is mensenwerk. Dit is mensenwerk! Er zijn nu duizenden, misschien wel tienduizenden mensen die naar de ouderen gaan in de verpleeghuizen, die naar de gehandicapten gaan in de gehandicaptenzorg, die naar de mensen thuis gaan in de thuiszorg, die in de ziekenhuizen werken, die risico's nemen en die nu ziek worden, die ziek worden omdat er eenvoudigweg geen mondkapjes voor ze zijn. Ik heb mails gehad — we zullen ze allemaal hebben gehad — van mensen die zeggen: meneer Wilders, we zitten te hoesten en te proesten en ik krijg te horen van mijn baas dat als de mensen corona hebben, ik er nog naartoe moet gaan, zonder mondkapje. Dat kan niet, meneer de minister-president! Dus ik vraag geen grote politieke woorden. Ik vraag dat u nú uitspreekt — want die mensen kijken nu ook televisie, als ze al de tijd hebben — dat u vindt dat het onacceptabel is, iedere dag dat het langer duurt, dat zij hun werk moeten doen zonder beschermingsmiddelen.

Minister Rutte:
Ik vind dat zij erop moeten kunnen rekenen dat Hugo de Jonge, Martin van Rijn en ik met niets anders bezig zijn dan ervoor te zorgen dat die spullen er komen. Daar is de afgelopen dagen gelukkig ook een heel stuk verbetering in. We zien langzamerhand de stroom op gang komen. Daar zal Hugo de Jonge zo meteen meer over zeggen. Dát wil ik tegen de mensen zeggen die dit meemaken. Dat lijkt me relevant. Ik kan hier wel hele zware woorden gebruiken, maar wat help ik daar degene in de thuiszorg mee die dat mondkapje nu zou willen hebben en misschien daar nu geen toegang toe heeft? Dat is niet alleen een Nederlands probleem. Dat is een Europees probleem. De hele Europese Unie is bezig om de productie op te voeren en ervoor te zorgen dat de verdeling op gang komt. Er waren problemen tussen Europese landen waarbij voorraden van deze spullen niet in Europa werden doorgevoerd. Dat was natuurlijk schandalig en onacceptabel. Nederland had nauwelijks of geen eigen productie van dit soort middelen. We zijn bezig dat allemaal op te bouwen. Dus daar wordt verschrikkelijk hard aan gewerkt. Dat moeten volgens mij de mensen thuis horen. Ik ben het helemaal met Wilders eens. Je wilt dat iedereen gewoon maximaal protected, beschermd, zijn werk kan doen. Dat is wat we moeten bereiken.

De heer Jetten (D66):
De minister-president is volgens mij aan het eind van zijn beantwoording, maar ik had nog geen antwoord gehoord op mijn vraag uit de eerste termijn hoe die Europese solidariteit er dan uitziet. De minister-president heeft nu ook een aantal keren het belang ervan onderstreept dat, omdat het virus zich niet aan de grenzen houdt, je dus ook Europa nodig hebt om tot die oplossingen te komen. Na dit debat gaat de minister-president via een videoconferentie met zijn collega-regeringsleiders in gesprek. Dan zou mijn vraag zijn: hoe kan Nederland andere Europese landen helpen op het gebied van volksgezondheid en economische ondersteuning, en welke hulp verwachten wij van andere landen om hier de crisis aan te kunnen? Op welke punten zouden we wellicht ook de Europese Commissie iets meer bevoegdheden moeten geven om op dit moment deze crisis goed te managen?

Minister Rutte:
Er zitten een paar lagen in. Een is dat niet alle landen hun beleid helemaal baseren op wetenschappelijk advies. Er zijn ook landen die dat veel meer politiek doen. Dat zijn gewoon verschillen in cultuur. Het is ook soms dat landen simpelweg geen centrale organisaties hebben zoals het RIVM. Er is Europese samenwerking tussen de nationale RIVM's, maar die is, omdat gezondheidszorg geen Europese competentie is, niet perfect. Dus dat betekent dat we heel veel tijd steken in het zo veel mogelijk afstemmen van wetenschappelijke informatie — dat doen die organisaties onderling, ook via Europese kaders — om het in ieder geval eens te zijn over wat we wel en niet weten en over waarop we het beleid baseren. Dat is vreselijk belangrijk.

Ik had het net met de heer Wilders al over die persoonlijke beschermingsmiddelen. Het is natuurlijk onacceptabel dat landen waar wel productie is, zeggen: eigen volk eerst. Als er productie is in een bepaald land, snap ik natuurlijk heel goed dat men even goed kijkt hoe het daar zit, maar het kan niet waar zijn dat je vrachtauto's met persoonlijke beschermingsmiddelen aan de grens blokkeert zodat ze niet door kunnen rijden. Dat gebeurt nu gelukkig ook veel minder of is zelfs bijna weg. Daar is vreselijk hard aan gewerkt en over getelefoneerd. We zijn met weinig anders bezig geweest dan dat soort idiotie eruit te halen. Hoezo een Europese Unie als we al niet in staat zijn om mondkapjes met elkaar te verdelen?

Dan is er de economische component. De flexibiliteit die het Stabiliteits- en Groeipact biedt is helemaal vrijgemaakt. De flexibiliteit die in de Europese begroting zit is helemaal vrijgemaakt. De ECB heeft een enorm pakket gelanceerd vorige week. Daar kunnen we van alles van vinden. Ik geef er geen commentaar op. Het is er. Het heeft in ieder geval wel gezorgd voor een verlaging van de spreads op een aantal staatsobligaties. Waar wij vandaag verder over spreken, is hoe je het Europese budget verder kunt inzetten voor dit soort zaken. Hier en daar leven de gedachten van eurobonds. Ik zie werkelijk niet wat die gaan bijdragen aan het oplossen van deze crisis. Daar zijn we dus niet voor, maar een hele groep landen is daar niet voor en ziet ook niet wat dat zou bijdragen. We kijken natuurlijk precies hoe je het ESM hiervoor kunt gebruiken als dat nodig is. Maar dat kun je ook maar een of twee keer doen, want dan is dat ook leeg. Je moet het dus op het goede moment doen. Je ziet gelukkig ook consensus groeien in Europa over hoe je dat soort instrumenten moet inzetten.

Een aantal landen dat nu zwaar getroffen is, had natuurlijk voor deze crisis ook al te maken met onevenwichtigheden in de economie. Daar ga je nu natuurlijk niet over zeuren, want je moet nu de landen helpen — dat snap ik — maar je wilt voor de langere termijn dat die landen bij een volgende crisis wel in staat zijn dat ook zo veel mogelijke zelf economisch op te vangen. Nederland is op dit moment in staat om tegen bijna geen rente 65 miljard te lenen. Dat gun je eigenlijk alle landen. Maar nogmaals, het heeft nu natuurlijk geen zin om te zeggen: je had dat en dat moeten doen. Dat begrijp ik wel, maar je kunt het ook niet helemaal weglaten. Je moet er wel voor zorgen dat je met elkaar de logica overeind houdt dat alle landen uiteindelijk op de langere termijn schokbestendige economieën moeten hebben.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Ik wil toch ook een vraag stellen aan de minister-president over die beschermingsmiddelen. Ik begrijp dat we zo van minister De Jonge gaan horen wat het kabinet allemaal aan het doen is om die beschermingsmiddelen zo snel mogelijk te regelen. Maar ik vind het toch echt belangrijk dat de minister-president hier ook een uitspraak over doet, niet alleen omdat die zorgverleners nu voorop moeten lopen in de strijd tegen het coronavirus met risico's voor hun eigen gezondheid, waarbij — en dat ontroert mij misschien nog wel het meest — het hen het minste deert dat hun eigen gezondheid op het spel staat, maar ook vanwege hun kwetsbare doelgroep. Dat maakt de vraag ook relevant voor de minister-president, want deze vraag raakt aan de vraag hoe we het virus kunnen tegenhouden en verslaan.

Minister Rutte:
Absoluut.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Als zorgverleners namelijk onbeschermd op pad gaan, en dat gebeurt as we speak, dan draagt dat absoluut niet bij aan het stoppen van het virus. Elk uur en elke dag gaan zorgverleners met onvoldoende bescherming op pad, ook naar coronapatiënten. Ik zei het al in mijn eigen termijn: om die reden vind ik echt dat we hier vandaag als Kamer moeten toezeggen dat we geen dag langer meer voorbij laten gaan waarop we mensen onbeschermd het veld in sturen. Ik hoop dat de minister-president dat wil toezeggen.

Minister Rutte:
Maar ik wil ook geen knollen voor citroenen verkopen. Ik geloof dat mevrouw Marijnissen en ik het voor duizend procent met elkaar eens zijn. Ik ben het met haar hele betoog eens. Het is cruciaal dat iedereen kan beschikken over beschermingsmiddelen om zijn werk veilig te kunnen doen. Daarmee kun je zelf coronavrij blijven, maar kun je corona ook niet verspreiden. Ik ben met haar zeer onder de indruk van de mensen in de zorg die onder deze hele moeilijke omstandigheden soms ook met te weinig persoonlijke beschermingsmiddelen hun werk doen. Dat uitgesproken hebbend is het niet zo dat dit hele vak hier daardoor ineens helemaal vol ligt met beschermingsmiddelen. Dat vraagt heel praktisch alle acties die we aan het doen zijn. Ik meen oprecht dat ik niet zou weten wat we nog meer kunnen verzinnen dan we al doen. Daardoor komt nu die stroom op gang. De afgelopen weken, en zeker vanaf vorige week, hebben Hugo de Jonge, Bruno Bruins en nu Martin van Rijn zowat fulltime aan die persoonlijke beschermingsmiddelen gewerkt. Ik help waar ik kan. Als mij deze vraag wordt gesteld, is dat terecht. Het is iets wat voor mij iedere keer boven aan het lijstje staat, samen met de beademingsapparaten en de testcapaciteit. Het zijn iedere keer die drie dingen. Van die drie lijken de persoonlijke beschermingsmiddelen nu het snelst te gaan lopen. Die supply chain begint nu op gang te komen. Ik ben het er totaal mee eens, maar door dat uit te spreken wil ik niet de indruk wekken dat het morgen helemaal is opgelost. Dat is helaas niet zo. Dat kan ik hier niet toezeggen, want ik kan die dingen nu niet hier naaien. We moeten ze echt maken en importeren. Dat gebeurt allemaal op grote schaal.

De voorzitter:
Dat heeft u duidelijk gemaakt.

Minister Rutte:
Er is geen twijfel over dat door dat hier uit spreken wij het oneens zouden zijn over die urgentie. Daar zijn we het compleet over eens.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Fijn dat we het eens zijn over de urgentie, maar ik denk dat de zorgverleners daar op dit moment zo weinig aan hebben. De intenties en de mooie woorden zijn fantastisch, maar ik denk dat mensen op zoek zijn naar de garantie dat zij op een veilige manier hun werk kunnen doen. De rauwe werkelijkheid is nu dat we gewoon elke dag nog zorgverleners het veld in sturen. Het minste wat we kunnen doen, is zorgen dat ze hun werk op een veilige manier kunnen doen. We kunnen van alles doen. We hebben voorgesteld die dingen te vorderen bij bedrijven die ze misschien nog hebben liggen, in de chemie, bij schilders, bij opleidingsinstituten of op andere plekken; het maakt me niet uit. We klappen onze handen blauw voor de zorgverleners en we hebben hier vorige week afgesproken dat ze allemaal een bonus krijgen. Dat is fantastisch en dat verdienen ze ook, maar ze verdienen het ook dat de minister-president vandaag zegt: dit gaan we oplossen.

Minister Rutte:
Ja, maar ik vind ook dat ik geen onzin moet verkopen in een crisis. Ik kan garanderen dat we er alles aan doen. Er zit een heel team op bij VWS en er wordt naar alles gekeken. De Jonge zal zo ingaan op de voor- en nadelen van een vordering. Het heeft namelijk ook nadelen. Je moet ook oppassen dat het niet averechts werkt. Daar zal hij zo op ingaan. We doen dus al die dingen. Stel dat ik zou zeggen "ik garandeer dat iedereen vanaf morgen voldoende spullen heeft", terwijl we weten dat er in heel Europa tekorten zijn — kijk naar de discussie in Engeland, Duitsland en overal — aan persoonlijke beschermingsmiddelen, testcapaciteit en beademingsapparaten, en dat het dus een hels karwei is waaraan door iedereen hard wordt gewerkt om het voor elkaar te krijgen, dan moet ik het ook kúnnen garanderen. Ik kan nu garanderen dat we er alles aan doen en dat ik het met mevrouw Marijnissen eens ben dat dit een absolute topprioriteit is. Dit is waar wij eigenlijk constant op sturen: testmateriaal, persoonlijke beschermingsmiddelen en longmachines.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (vKA):
Ik heb een vraag over het werken thuis. Voor heel veel mensen bestaat er nog heel veel onduidelijkheid. Het advies is om zo veel mogelijk thuis te werken als dat kan. Het is natuurlijk duidelijk dat het in bepaalde beroepen niet mogelijk is om thuis te werken. Maar er zijn ook veel mensen die aangeven dat hun werkgever gewoon wil dat zij naar kantoor komen. Daar verschijnen ook steeds meer mediaberichten over. Hun werkgever dwingt hen om op kantoor te werken, maar die mensen zijn bang dat ze besmet raken. Waar kunnen deze mensen hun rechten nalezen en waar kunnen mensen zich melden als de werkgever zich niet houdt aan de adviezen die het RIVM opstelt?

Minister Rutte:
Die vraag beantwoord ik in tweede termijn, anders ga ik nu improviseren, al denk ik het antwoord te hebben.

De voorzitter:
Hier komt u dus op terug.

Minister Rutte:
Ja. Ik wil wel de andere twee vragen heel kort beantwoorden, omdat ik niet helemaal zeker weet of ik hier dan zelf sta. Er was een vraag gesteld over één loket voor vragen van maatschappelijke organisaties. Dat was een vraag van de heer Segers. Als zij zich melden bij het informatieloket publiekstelefoon, dan wordt op basis van hun vraag bekeken hoe zij verder kunnen worden geholpen. Dus ook voor hen is een eerste ingang het informatieloket publiekstelefoon. Vanuit daar wordt het dan verder geleid naar waar het heen moet. We zien dat de koepelorganisaties ook bezig zijn hun mensen te informeren.

De andere vraag was die van de heer Baudet over het openbaar vervoer. Dat beeld wordt herkend. Voor mij was het in die heftigheid nieuws, maar de politie herkent het beeld dat de heer Baudet schetste. De politie neemt in toenemende mate incidenten waar in de publieke ruimte, maar ook in het openbaar vervoer, ook met jongeren. De politie grijpt in bij dit soort incidenten. In een noodverordening worden nu ook de boa's die toezicht houden in het openbaar vervoer bevoegd gemaakt om in te grijpen. Hier wordt dus op geacteerd. Dank voor het signaal, maar het was bij de politie met dezelfde heftigheid bekend en er wordt op geacteerd.

Dan blijft de vraag liggen over mensen die willen thuiswerken omdat ze bezorgd zijn. Daar zal ik of de heer De Jonge in tweede termijn antwoord op geven.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik wilde er in eerste instantie niet op doorvragen, maar nu komt het toch terug. Gisteren was er één noodverordening van kracht hier in Zuid-Holland, verder nog niet. De minister-president zegt zojuist dat de politie optreedt tegen jongeren die zich bijvoorbeeld misdragen in de openbare ruimte. Die noodverordening is dus nog niet overal van kracht, sterker nog, maar op één plek in het land; dat was de stand gisteravond. Kan de politie nu wel ingrijpen, handhaven en ook boetes uitdelen?

Minister Rutte:
Volgens mij kan de politie gewoon handhaven als jongeren zich niet gedragen, dus als zij gaan spugen of overlast veroorzaken. Daar zijn deze noodverordeningen niet voor nodig. Voor de specifieke noodverordening in verband met het pakket van maandag geldt dat die vandaag helemaal rond is en dat die spoedigst wordt geïmplementeerd door alle regio's. Iedereen gaat ook dezelfde noodverordening implementeren wat betreft de geboden. Wat betreft het moeten optreden in bijzondere omstandigheden, zoals bij de vakantieparken et cetera kan er regionaal nog specifiek naar gekeken worden. Maar wat betreft de zaken die moeten gebeuren, doen ze dat.

Maar ik mag toch aannemen dat de politie niet deze noodverordening nodig heeft om op te treden tegen jongeren die overlast plegen in de trein? Daar kan gewoon tegen worden opgetreden. Ik zal dat nog dubbelchecken en vragen aan de heer De Jonge om dat mee te nemen in tweede termijn. Het zou mij verbazen dat je gewoon rotzooi kon trappen in de trein en dat we dan een noodverordening nodig zouden hebben om dat te blokkeren. We leven in een raar land en misschien heeft de heer Klaver iets ontdekt wat ik niet wist. Dan gaat de heer De Jonge daar in tweede termijn nog even op in.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan wachten we heel even. Dan geef ik nu het woord aan de minister van Volksgezondheid, die altijd kort en bondig is.

Minister De Jonge:
Zo is dat, voorzitter. Misschien moet u mij vandaag nog een beetje coachen, zoals de heer Bosma dat altijd doet, als een soort bondigheidscoach.

Voorzitter. Ik begin met de indeling van de blokjes waarin ik mijn vragen wil beantwoorden. Ik begin straks eerst met de landelijke coördinatie. Daarna de bedden en het testen. Daarna kom ik op de persoonlijke beschermingsmiddelen, de kwetsbare groepen, het onderwijs en nog een blokje varia.

Voordat ik begin, wil ik een paar opmerkingen vooraf maken. De inleidingen van de verschillende fractievoorzitters in eerste termijn waren niet alleen heel indrukwekkend, maar ook hele herkenbare verhalen. Dat tekent het bizarre van de situatie of de tijd waarin we zitten. Wie had een paar maanden geleden kunnen denken dat de uitspraak van de heer Krol dat het toppunt van medemenselijkheid is om afstand te houden voor iedereen heel herkenbaar zou zijn? Of de situatie die de heer Van der Staaij schetste, dat het niet meer mogelijk is voor een oudere man om de hand vast te houden van zijn dementerende vrouw? Voor iedereen is dat door de verhalen die we meekrijgen, een heel herkenbare kenschets van de persoonlijke situatie waarin mensen zitten. Dat tekent het bizarre van de tijd. Het zijn totaal bizarre voorstellingen, maar tegelijkertijd herkenbaar. Het verhaal van mevrouw Marijnissen, dat je moet kiezen wie er wel of niet naar een begrafenis gaat, dat moet je je even voorstellen. Dat hadden we ons een paar maanden geleden allemaal niet kunnen voorstellen. En dat is toch de tijd waarin we zitten.

Het is ook een tijd waarin terecht iedereen met grote dankbaarheid spreekt over alle zorgmedewerkers op wie we mogen rekenen, waarvan we zien hoe zij in de frontlinie staan. Ik ga daar straks graag op in, want ik ben het eens met alles wat daarover gezegd is.

Een derde opmerking. Nederland rekent op ons, zegt de heer Segers. Zo ervaart iedereen dat, denk ik. Ook mijn collega Bruno Bruins voelde dat zo. Het was een week geleden op deze plaats dat ons allemaal de schrik om het hart sloeg toen Bruno Bruins het debat niet meer kon voortzetten. Bruno heeft de afgelopen weken alles gegeven om Nederland door die crisis te leiden. Ik heb daar hele grote bewondering en heel veel respect voor. Ik hoop dat hij snel hersteld is. Ik denk dat het precies is zoals hij eerder aangaf: laten we een beetje letten op elkaar in deze tijd; wij hier, zoals we met elkaar werken, wij onderling in het kabinet, wij op het departement. Echt indrukwekkend hoe ongelofelijk hard er op al die departementen wordt gewerkt en zeker op het ministerie van VWS. Dag en nacht is daar het licht aan. Dag en nacht werken de mensen daar thuis door. Daar worden dubbele diensten gemaakt alsof het niks is; echt zeer, zeer indrukwekkend.

Een beetje op elkaar letten en dat brengt mij ook op de beantwoording van uw vragen, want we hebben op elkaar te letten in Nederland. Het op elkaar letten staat ook centraal in onze aanpak, namelijk opletten dat we onze kwetsbaarste mensen beschermen, onze kwetsbare ouderen beschermen en opletten dat de zorg in staat blijft om die enorme toename van het aantal patiënten aan te kunnen.

Voorzitter. Ik begin met de landelijke coördinatie. Ik ben het eens met datgene wat daarover gezegd is. Vorige week zagen we in Brabant dat het uitplaatsen van patiënten vast begon te lopen. Het was nodig om patiënten uit te plaatsen, maar dat ging niet snel genoeg, dat ging stroef, daar moest veel te veel voor geleurd worden. Dat is niet de manier waarop het hoort te werken.

Om die reden hebben we vorige week een indringend gesprek gehad met de mensen in Brabant, iedereen die daarbij betrokken is. Er werd ongelofelijk hard gewerkt, maar het lukte niet. Dat was de reden dat we militaire ondersteuning in Brabant hebben aangeboden, om bij die logistieke operatie te helpen. Dat is gelukt en dat heeft weer een beetje lucht gegeven. Inmiddels zijn er meer dan 200 patiënten uitgeplaatst naar elders in het land. Dat gaf een beetje lucht in de ziekenhuizen daar en dat merk je meteen. Ik was daar zaterdag en dat zie je meteen.

We hebben ook geconcludeerd dat het niet vanzelf goed gaat en er dus landelijke coördinatie of een landelijk coördinatiecentrum moet zijn. Dat is ook afgesproken door de inspecteur-generaal en de voorzitter van het Landelijk Netwerk Acute Zorg, Ernst Kuipers. Afgelopen maandag is er gestart met de opbouw van een landelijk coördinatiecentrum, ook weer met hulp en ondersteuning van Defensie.

Dat landelijk coördinatiecentrum houdt zich bezig met patiëntenspreiding en coördinatie van vervoer, maar het kan zich ook met andere zaken bezighouden. Ik denk dat dat nabij is. Dat heeft ermee te maken dat we niet alleen ic-capaciteit hebben te realiseren of patiënten hebben te verplaatsen, maar ook andere beddencapaciteit hebben te realiseren. Ook dat is de les van Brabant. Een deel van de patiënten komt uiteindelijk op de ic, maar een veel groter deel komt niet op de ic. Dat is een factor 3 à 4, zei de premier al. Het begint steeds meer te lijken op een factor 4. Dan weten we dat niet alleen de ic-capaciteit cruciaal is maar juist ook de niet-ic-capaciteit. Die zal je niet in elk regionaal ziekenhuis kunnen realiseren. Dat betekent waarschijnlijk het bijplaatsen van lokaliteiten.

Naast de landelijke coördinatie hebben wij ook aan de directeur publieke gezondheid gevraagd in beeld te brengen welke uitbreiding van de ziekenhuiscapaciteit nodig is. We verwachten dat beeld van een ander type zorgcapaciteit in ziekenhuizen vandaag of morgen binnen te krijgen. Op basis daarvan kijken we waar extra lokaliteiten moeten worden gebouwd. Ook daar kunnen militairen bij helpen. Daarnaast ondersteunt Defensie sowieso in iedere regio voor acute zorg bij de logistiek en bij de uitvoering van de planning.

De voorzitter:
Ja?

Minister De Jonge:
Bent u er nog, voorzitter?

De voorzitter:
Nee, prima. Alle vragen die betrekking hebben op ic-capaciteit in één keer.

Minister De Jonge:
Ic-capaciteit doe ik in het volgende blokje. Dit is even de nationale coördinatie. We bepalen aan de hand van dat overzicht wat er verder nog aan ondersteuning in de regio nodig is.

Kortom, landelijke coördinatie, ja, zeker. Dat is niet altijd een kwestie van nieuwe of andere bevoegdheden. Het is ook niet altijd een kwestie van een wetboek onder je arm meenemen, de regio in, om te zorgen dat je dat gedaan krijgt. Het is vaker een kwestie van gewoon de telefoon pakken. De eerste vraag is: ik zie dat het niet goed gaat, kan ik je helpen? Als het dan nog niet lukt, is de tweede vraag: ik zie dat het niet goed gaat, ik kom je helpen. Dan is het eigenlijk niet meer een vraag. Zo moeten we dat doen, de komende tijd.

De voorzitter:
Nu wil ik toch weten hoe u uw betoog opbouwt, zodat ook Kamerleden …

Minister De Jonge:
Dit was over de landelijke coördinatie. Ik wilde nu naar de bedden gaan.

De voorzitter:
Wat zei u?

Minister De Jonge:
Ik wilde nu naar de bedden gaan. Dit was de landelijke coördinatie wat mij betreft.

De voorzitter:
En wat heeft u nog meer?

Minister De Jonge:
Dat heb ik zojuist ook gezegd.

De voorzitter:
Ik zie dat u daar een beetje doorheen gaat, maar dat geeft niet. Vertel.

Minister De Jonge:
Ik hou mij enorm strak aan mijn eigen ijzeren orde, voorzitter. Dat is 1. de landelijke coördinatie, 2. de bedden, 3. de testen, 4. de persoonlijke beschermingsmiddelen, 5. kwetsbare groepen, 6. onderwijs en 7. varia.

De voorzitter:
Dan wil ik voorstellen om nu het onderwerp bedden te doen. Daarna krijgen de Kamerleden alle gelegenheid om te interrumperen. Een paar Kamerleden hebben niet zo veel interrupties meer.

Minister De Jonge:
Prima. De bedden. Een van de meest cruciale ankers in onze aanpak is zorgen dat de zorg het aankan, zorgen dat de zorg in de benen blijft en zorgen dat de beddencapaciteit op orde is. Dat is spannend, zei de heer Gommers gisteren in de hoorzitting. Ik deel dat met hem. Natuurlijk is het spannend. Of het gaat lukken, zal enerzijds afhangen van de effectiviteit van de maatregelen. Het RIVM heeft daar gister een aantal dingen over gezegd. Ja, we zien inderdaad dat de reproductiefactor afneemt. Dat is belangrijk. Ja, we zien inderdaad dat het aantal nieuwe opnames in ziekenhuizen afvlakt. Dat is ook belangrijk. Maar, zoals de premier net zei: dat zijn de eerste sprietjes groen gras. We gaan daaruit niet concluderen dat het lente is. We gaan plannen voor zwaar weer. Dat is wat we aan het doen zijn, hoewel we natuurlijk hopen dat de effectiviteit van de maatregelen betekent dat het niet de rode curve wordt uit het overzicht in de presentatie van het RIVM, maar een lagere, afgevlakte curve. Natuurlijk hopen we dat. Toch plannen we voor het zware weer.

Twee. Natuurlijk wordt het spannend in de planning van de capaciteit. We weten namelijk dat de verwachting is dat op basis van de rode lijn de ic-capaciteit voor coronapatiënten zo'n 1.100 bedden zou vragen rond 1 april, met een piek van zo'n 1.700 bedden in mei. Dat is de rode lijn. Ook al hopen we dat het niet de rode lijn wordt, toch moet je daarmee rekening houden. Over het aantal bedden dat we hebben, heb ik gister aangegeven dat de ic-capaciteit momenteel wordt uitgebreid naar zo'n 1.500 bedden. Daarvan zijn er 575 nodig voor de reguliere spoedzorg. Daarmee zijn er zo'n 925 beschikbaar voor coronapatiënten. Daarbovenop heeft Defensie een veertigtal beademingsapparaten beschikbaar gesteld. De zelfstandige klinieken hebben een zeventigtal apparaten beschikbaar gesteld. We hebben inmiddels enkele duizenden apparaten in het buitenland besteld. We zijn met het bedrijfsleven ook bezig om een eigen productielijn van apparaten in Nederland op te zetten. Die ontwikkeling gaat snel. Volgende week wordt het eerste prototype klinisch getest. We hebben inmiddels een order geplaatst voor 500 van die apparaten bij de firma DEMCON, in een consortium met andere bedrijven in Nederland. Kortom, we zullen de komende tijd alles op alles zetten om te zorgen voor voldoende beddencapaciteit.

Daarnaast kijkt de medische wereld zelf naar wat er mogelijk is. Gisteravond heeft de NVIC, de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care, een handleiding gepubliceerd om in een uiterst noodgeval twee patiënten op één beademingsapparaat te helpen. Dat is niet ideaal. Je wilt het proberen te voorkomen. Maar als het moet, is het wel fijn dat het kan. In het buitenland wordt het op dit moment al gedaan. De NVIC heeft daarover gister informatie aan haar leden gestuurd. Kortom, we werken met man en macht en doen alles wat er mogelijk is om te zorgen voor voldoende ic-capaciteit.

De voorzitter:
En hiermee zijn alle vragen uit de eerste termijn over dit onderwerp beantwoord?

Minister De Jonge:
Nee, er zijn meer vragen gesteld.

De voorzitter:
Dan zou ik die ook even beantwoorden. U krijgt zo het woord, mevrouw Marijnissen.

Minister De Jonge:
Oké. Dan blader ik even verder. De heer Krol heeft gevraagd: het zal toch niet zo zijn dat er uiteindelijk leeftijdsgrenzen gaan gelden? Ik snap die vraag heel goed. Dat is namelijk de reden dat we met man en macht werken aan voldoende ic-capaciteit. Dat is natuurlijk ook de reden waarom Gommers gister hier in de hoorzitting zei: ik vind het spannend de komende weken. Het is precies om die reden. Uiteraard is het niet aan een kabinet om leeftijdsgrenzen te stellen. U refereerde aan een motie, die meen ik Kamerbreed ondersteund is. Natuurlijk is het niet aan een kabinet om leeftijdsgrenzen te stellen. Ik weet wel dat de NVIC zelf bezig is — daar was gisteren ook berichtgeving over — met een handleiding, een professionele richtlijn: wat nou als het zover komt? Ik vind dat het domein van medisch professionals om dat type medisch-ethische beslissingen voor te bereiden. Wij bereiden ons voor op het ergste wat zou kunnen gebeuren. Medisch professionals doen dat natuurlijk ook, waarbij ze op een gewogen manier beslissingen nemen en de overlevingskans in acht nemen, niet de leeftijd. Dat is helemaal in de lijn die u graag zou zien, en wij allemaal. Maar nogmaals, al onze inspanningen zijn er juist op gericht om dat te voorkomen. Twee op één machine is niet ideaal, maar het helpt natuurlijk ook om die situatie te voorkomen.

De voorzitter:
Goed. Dat was het?

Minister De Jonge:
Ik denk dat ik hiermee de meeste vragen heb gehad, ja.

De voorzitter:
Dan ga ik eerst naar mevrouw Marijnissen, dan de heer Klaver, de heer Van der Staaij en de heer Segers.

Mevrouw Marijnissen (SP):
De minister geeft hier denk ik vandaag geen antwoord op de hamvraag. We hebben gisteren inderdaad Gommers van de ziekenhuizen gehoord in de hoorzitting. Zijn verhaal was heel duidelijk: op 1 april, komende week, zijn er 1.600 ic-bedden nodig. Hij maakte zich grote zorgen over of dat geregeld zou kunnen worden en zei: het moet aan het einde van de dag geregeld zijn. Dat was dus gisteren. De vraag die hier volgens mij beantwoord moet worden, is dus: is het geregeld en zijn er op 1 april 1.600 ic-bedden?

De voorzitter:
Dat was een concrete vraag.

Minister De Jonge:
1.600 is een verwarrend cijfer, omdat dit namelijk inclusief de reguliere bedden voor spoedzorg is. De 1.100 die ik zojuist noemde, zijn de 1.100 coronabedden waar ook het RIVM rekening mee houdt in de planning. In de rode curve van de planning van het RIVM gaat het over 1.100 bedden rond 1 april en een piek van 1.700 bedden rond eind mei. Met name de vraag of dat rond eind mei zo zal zijn, is natuurlijk het meest onzekere, want het hangt helemaal af van de effectiviteit van de maatregelen. De 1.100 bedden van volgende week zouden dan exclusief de bedden zijn die nodig zijn voor reguliere spoedzorg. Het hangt er dus maar net van af welke reguliere spoedzorg nodig zal zijn. Dat hangt weer af van het aantal hartinfarcten en auto-ongelukken. Alles hangt dus wel met elkaar samen. Als u de 1.100 bedden van rond 1 april afzet tegen de opschaling van de capaciteit naar 1.500 bedden voor de totale ic-capaciteit, dan houden we 925 coronabedden over. Daarnaast hebben we de 40 beademingsapparaten van Defensie, zijn er de apparaten van de zelfstandige klinieken en hebben we enkele duizenden apparaten besteld, waarvan je maar eventjes niet moet vermoeden dat ze volgende week al binnen zijn en heb je uiteindelijk ook nog de optie van twee op één apparaat. Kortom, als we alles op alles op alles zetten — de worst case zou inderdaad zijn dat er volgende week 1.100 bedden nodig zijn voor corona — denk ik dat we het net gaan halen, maar het is spannend.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Eigenlijk is dit toch niet te geloven? De man van de ziekenhuizen, de heer Gommers, was gisteren heel duidelijk. Hij zei: er zijn er 1.600 nodig op 1 april. Natuurlijk is dat grotendeels voor corona en daarnaast voor reguliere spoedzorg. Maar we kunnen hier toch niet in Nederland zeggen: jongens, komende week even geen auto-ongelukken of even geen hartfalen? Natuurlijk zal dat gewoon doorgaan.

Minister De Jonge:
Klopt, ja.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Met uw goedvinden vertrouw ik op de expert, die zegt: er zijn komende week 1.600 ic-bedden nodig. Maar we krijgen hier vandaag gewoon geen garantie dat het is geregeld, terwijl de oproep van gisteren heel duidelijk was, namelijk dat het gisteren al geregeld zou moeten zijn. Dat kan toch niet?

Minister De Jonge:
Geen misverstand: de opdracht is gegeven om op te schalen naar het maximaal aantal bedden. Daar zitten we ook achteraan. Daar is nou juist het landelijk coördinatiecentrum mee bezig. De opdracht om op te schalen naar het maximaal aantal bedden, is dus gegeven. Maar ik schets u eerlijk de getallen zoals het ervoor staat. Ik schets u welke opties daadwerkelijk al beschikbaar zijn voor de komende periode, en daarmee onderstreep en illustreer ik datgene wat Gommers heeft gezegd, namelijk dat het inderdaad spannend is, maar ook dat we er alles aan doen dat we zo veel als mogelijk ic-capaciteit hebben. Stel dat we daar niet in zouden slagen, dan is datgene wat de NVIC zelf gister naar buiten heeft gebracht, en wat al in andere landen wordt gedaan, namelijk twee op één apparaat, in een uiterste noodsituatie ook nog een mogelijkheid. Maar dat is niet waarmee we alvast rekeninghouden. Wij zorgen dat we het maximale doen om op de kortst mogelijke termijn die bedden gerealiseerd te hebben. De opdracht is gegeven. De bestellingen zijn geplaatst. Alles, alles, alles is in gereedheid gebracht om die ic-capaciteit te maximeren.

De voorzitter:
Het is uw vijfde vraag, zeg ik u alvast, mevrouw Marijnissen.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Dat klopt en dat had ik ook niet zo gepland, maar ik hoor de minister hier nog steeds herhalen dat het spannend wordt. Na de oproep die gisteren zo duidelijk uit de ziekenhuizen is gekomen en na de deadline dat het geregeld zou moeten zijn, die op gisteren is gesteld, hadden we vandaag in dit debat allemaal gehoopt te horen dat het geregeld wás. Maar wat we te horen krijgen, is: ja, het is spannend. Het is voor iedereen spannend in Nederland op dit moment. Iedereen maakt zich zorgen, over familie, over vrienden. Word je ziek? Word je niet ziek? Kan ik mijn werk nog wel veilig doen? Maar dan komen we weer terug bij dit punt: we moeten er toch in ieder geval voor zorgen dat we datgene doen wat we kunnen doen in ervoor zorgen dat de materialen er zijn en dat er voldoende ic-bedden zijn?

Minister De Jonge:
Zo is dat.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Maar vandaag krijgen we nog steeds te horen dat het spannend wordt. Dat kan toch niet? We kunnen hier vandaag toch niet uit elkaar gaan en dan maar afwachten hoe het gaat lopen? Ik wil dus graag van de minister weten wie hier dan nou eigenlijk eindverantwoordelijk voor is de komende dagen. Want ik hoor dat er allerlei coördinatieteams en crisisteams worden opgetuigd. Defensie is er ook bij betrokken. Maar is de minister van Volksgezondheid eindverantwoordelijk? Is dat de minister van Defensie? Zijn dat de regionale ziekenhuizen? Is dat de minister-president? Wie gaat hier nou de finale knopen doorhakken de komende dagen?

De voorzitter:
De minister.

Minister De Jonge:
De minister, inderdaad!

Dat doe ik. Dat doe ik natuurlijk samen met Bruno Bruins, als eerstverantwoordelijke voor de Medische Zorg. O, excuus, voorzitter. Let me rephrase: dat doe ik uiteraard met collega Van Rijn. U hoeft zich dus van geen enkele coördinatiestructuur iets aan te trekken. U mag ons aanspreken. Wij zijn daarop namelijk aanspreekbaar. Maar wij kunnen natuurlijk ook geen ijzer met handen breken.

Ik wil het volgende benadrukken. Kijk, we moeten eerlijk zijn tegen elkaar. Ik kan natuurlijk zeggen: "Ja, maar u heeft toch ook gehoord wat het RIVM gisteren heeft gezegd?" Het aantal nieuwe ziekenhuisopnames vlakt immers af. Dat is belangrijk. We zouden ook kunnen zeggen: "Ja, maar u heeft ook gehoord dat de ROAZ-voorzitter heeft gezegd dat men het in Brabant denkt te gaan redden". Ook daar neemt het aantal nieuwe ziekenhuisopnames namelijk af. Maar dat doen we juist niet. Dat doen we bewust niet. Wij zien natuurlijk wel die paar zonnestralen aan de hemel, alleen we zeggen er ook bij wat de heer Van der Staaij zegt, namelijk dat we die wel zien tegen een buitengewoon zwarte achtergrond.

Daarom bereiden wij ons juist voor op het zware weer dat mogelijkerwijs komt. Dat betekent dat wij ons gewoon op die steile rode lijn van het RIVM voorbereiden, ondanks dat wij natuurlijk hopen dat die lijn ietsje afvlakt. Dat is waarop we plannen. Daarom gaan we voor het maximale — werkelijk het maximale — van wat er mogelijk is in de uitbreiding van capaciteit. Daar is alles op gericht, zowel in de aanschaf van apparatuur als in het van andere plekken in het land richting ziekenhuizen vervoeren van andere apparatuur, en zowel in het maken van nieuwe apparatuur als in het opstarten van een productielijn. Alles, alles, alles is erop gericht om te zorgen voor voldoende ic-bedden. En als dat niet lukt met het aantal beademingsapparaten, dan is het volgens de NVIC zelfs nog mogelijk om twee patiënten op één apparaat te verplegen. Dat kan natuurlijk niet altijd en dat moet onder een aantal condities gebeuren: het moet goede zorg zijn, de inspectie zal toezicht houden et cetera. Maar onder een aantal condities is het mogelijk om twee patiënten op één apparaat te verplegen. Kortom, alles, maar dan ook echt alles is erop gericht om te zorgen dat we het gaan redden. Dat is het eerlijke verhaal, en zo moet ik het u vertellen.

De heer Klaver (GroenLinks):
Soms is het eerlijke verhaal niet genoeg. Dit is de werkelijkheid: sneller opschalen dan dit gaat in Nederland niet lukken. Maar in omringende landen is er wel degelijk meer capaciteit beschikbaar. Kijk naar Duitsland. Kijk naar België. Ik weet van allerlei regionale initiatieven. Maar ik wil weten wat de minister eraan doet om ervoor te zorgen dat er op die plekken bedden beschikbaar zijn, ook al volgende week. Want volgens mij is er in Nederland niemand die eist dat die bedden in ziekenhuis X of Y moeten zijn of dat die bedden per se in Nederland moeten zijn, als die mensen maar geholpen kunnen worden, ook over de grens. Wat doet de minister daaraan?

Minister De Jonge:
Ook met Duitsland zijn we in gesprek, om te kijken of daar overloopcapaciteit beschikbaar zou zijn op het moment dat er hier echt een tekort is.

De voorzitter:
Dan de heer Van der Staaij. O, sorry. Meneer Klaver?

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik geloof dat het ongeduld dat ik proef bij collega Marijnissen en mezelf, in het volgende zit. "We zijn erover in gesprek met Duitsland", horen we. Het is niet zo dat dit nu plotseling opkomt. Ook vorige week ging het hierover.

Minister De Jonge:
Zeker.

De heer Klaver (GroenLinks):
En de minister zegt dat we wachten tot het moment dat er echt tekorten zijn. Wat we met elkaar proberen te doen, is die tekorten vóór zijn. Dat betekent dat je nu al mensen zou moeten uitplaatsen van die intensive cares naar het buitenland, zodat we hier de ruimte houden. Wat ik graag zou willen vragen aan de minister, is het volgende. Ik wil uitgebreider antwoord. Wat gebeurt er? Met wie is er overleg? Op welk niveau in Duitsland vindt dat plaats? Welke mogelijkheden zijn er? Want er wordt iedere keer gezegd dat we in overleg zijn. "We zijn in overleg" is even niet voldoende. Ik wil dat concreter hebben. En als de minister dat niet nu kan doen, zou ik dat graag via een brief willen horen.

Minister De Jonge:
Ik vind het goed om dat in een brief te doen. Kijk, ik ben er juist bewust terughoudend in om te zeggen met wie we op welk moment welke gesprekken voeren met welke inhoud. Meestal helpt het namelijk niet zo heel erg voor het resultaat als je vrijelijk gaat speculeren over waar het mogelijkerwijs toe zou kunnen leiden, met wie je daar allemaal overleg over hebt en wat je in dat overleg allemaal bespreekt. Er is contact met Duitsland. Dat is een.

Twee. Dit geldt natuurlijk ook voor alle andere manieren waarop we proberen om extra capaciteit naar Nederland te krijgen. De huidige bezetting op de ic is 644. Dan heb ik het over de stand van gister, einde dag. Natuurlijk zal dat aantal vandaag weer oplopen, maar dat betekent wel dat er op dit moment gewoon echt voldoende capaciteit is voor de patiënten. De zorg en de kwalificatie "spannend" van de heer Gommers gaan over de komende weken. Die begrijp ik ook. Die deel ik ook. Daarom is ook alles erop gericht om juist de komende weken in meer capaciteit te voorzien.

Denken we nog weer verder, dan hoop je dat je ook in Nederland productiefaciliteiten van de grond hebt gekregen. Ook daarbij zijn we, werkelijk op de snelste manier die ik zou kunnen bedenken, met het bedrijfsleven dat daartoe in staat is, bezig om een nieuwe productielijn op te starten. Daarbij zijn apparaten besteld. De eerste prototypes lopen als het goed is volgende week van de band.

Kortom, overal, maar dan ook werkelijk overal, drukken we op iedere knop die zou kunnen helpen in het bespoedigen van het vergroten van de ic-capaciteit in Nederland. Dat is precies wat er nu nodig is.

Ondertussen vraagt mevrouw Marijnissen mij — terecht, hoor! — of we er klaar voor zijn en of we de heer Gommers gerust kunnen stellen. Eigenlijk was dat namelijk de vraag die zij stelde. Dan voel ik mij genoodzaakt daar een zo eerlijk mogelijk antwoord op te geven, met de getallen waarover nu zekerheid bestaat, en niet met de mogelijke ideeën waarmee we nog bezig zijn en die nog niet tot een zekere extra plek leiden. Dat zijn dus de getallen zoals ik die zojuist heb genoemd.

De heer Van der Staaij (SGP):
Er wordt met man en macht gewerkt om meer capaciteit te krijgen in de ziekenhuizen voor de coronapatiënten. Maar er zijn natuurlijk ook heel veel patiënten die uiteindelijk niet naar het ziekenhuis gaan. Mijn vraag is de volgende. Hoe zit het met de besluitvormingsstructuur, als dat straks ook veel hogere aantallen zullen zijn? Is er daarvoor ook de mogelijkheid om door te pakken en meer directief te kunnen zeggen wie wat gaat doen?

Minister De Jonge:
Dat is een zeer terechte vraag. Toen ik het net had over de landelijke coördinatie, noemde ik al dat de Directeuren Publieke Gezondheid twee weken geleden van voorganger Bruins de opdracht hebben gekregen om locaties in beeld te brengen die aanvullende zorglocaties zouden kunnen zijn. Dan gaat het bijvoorbeeld over leegstaande vleugels van verpleeghuizen. Dan gaat het over noodlocaties in de zin van tentachtige noodhospitalen. Dan gaat het over zorghotels die kunnen worden ingericht. Dan gaat het over het eventuele gebruik van hotelfaciliteiten. Het eerste zorghotel is inmiddels geopend in Limburg. Men heeft daar ook gelijk een draaiboek van gemaakt dat ook in de rest van het land te gebruiken is. Wij willen op basis van die uitvraag aan de Directeuren Publieke Gezondheid kijken wat er nodig zou zijn. Waar moeten we beginnen? Waar is de nood het hoogst om te gaan bouwen en te gaan sjouwen? Defensie is beschikbaar om daarin te ondersteunen. Ik bezie op basis van die uitvraag welke rol vanuit landelijke coördinatie zou moeten worden vervuld. Maar ik laat geen mogelijkheid onbenut om daar inderdaad landelijke coördinatie op te zetten. Ik denk namelijk dat dat nodig is.

De heer Van der Staaij (SGP):
Goed om te horen, want bij die Brabantse ziekenhuizen zagen we dat er wel een spreidingsplan lag, maar dat het nog wel even duurde toen het ook echt moest gebeuren. Daar is van geleerd, zodat nu sneller kan worden doorgepakt, begrijp ik.

Minister De Jonge:
Absoluut.

De heer Segers (ChristenUnie):
Ik wil even ingaan op de coördinatie. We hebben gisteren de heer Gommers gehoord, die heel indringend de noodzaak heeft onderstreept van een operatie die met een militaire aanpak en met militaire precisie moet worden vormgegeven. Ik schrok ervan dat hij die noodzaak moest onderstrepen. Hij zit in het kernteam dat deze crisis mede moet bestrijden. Hij heeft een cruciale functie. Als hij die noodzaak onderstreept, maakt me dat niet minder bezorgd. Waar komt zijn hartenkreet vandaan? Waarom is het nu nog nodig om dat te zeggen, terwijl we toch al een tijdje onderweg zijn?

Minister De Jonge:
Ik denk uit de observaties van zijn collega's uit Brabant van afgelopen weekend. Zo heeft een Brabants ziekenhuis vorige week een poging gewaagd om patiënten over te plaatsen, maar een aantal ziekenhuizen bleek daar niet alleen maar ontvankelijk voor te zijn. Dat zou best eens de achtergrond kunnen zijn, maar dat is gissen voor mij. Gommers heeft een punt dat die landelijke coördinatie er moet komen. Juist omdat ik vind dat Gommers daar een punt heeft, hebben we vorige week op basis van de observaties in Brabant eerst gezorgd voor die coördinatie in Brabant. Dat gaf lucht in Brabant. We hebben toen gezegd: nou moet dat ook gebeuren in Rotterdam. De opbouw is maandag gestart en de operatie staat vandaag. Zo snel hadden zelfs onze militairen het nog nooit gedaan. Dat is ook wat er kennelijk op dit moment in Nederland kan. De academischeziekenhuiswereld — laat ik het sierlijk zeggen — is er toch ook wel eentje van domicilies, maar men ziet nu toch ook dat er de onvermijdelijke noodzaak is om die domicilies even te laten voor wat ze zijn en de samenwerking belangrijker te vinden dan het eigen domicilie. Ik geloof dat Gommers zeer heeft bijgedragen aan het gevoel van urgentie onder zijn collega's. De operatie die we nu vanuit Rotterdam voor het hele land gestart zijn, doet precies dat wat er nu nodig is en dat is veel directiever, veel landelijker, veel duidelijker sturing geven aan patiëntverplaatsingen, spreiding van patiënten en vandaaruit aan capaciteitsopbouw van noodhospitalen als die nodig zouden zijn.

De heer Segers (ChristenUnie):
We hebben ook het beklemmende antwoord van de heer Gommers gehoord toen hem werd gevraagd wat er gebeurt als de grens bereikt wordt. We hebben die coördinatie nodig en die wordt nu ter hand genomen. Dank daarvoor. Dat moet inderdaad met een directieve stijl die we niet helemaal gewend zijn in dit land, maar het is crisis, dus het is hard nodig. Maar er komt ergens een grens. Toen hem daarnaar werd gevraagd, was het heel beklemmend dat hij zei: dan weet ik het even niet. Zijn er noodscenario's, zijn er scenario's waarachter … De minister zei net iets over twee patiënten aan één machine. Dat lijkt een beetje op zo'n noodscenario. Zijn er scenario's ontwikkeld voor als het heel spannend wordt eind mei, begin juni?

Minister De Jonge:
Me dunkt dat we in een noodscenario zitten. Van de reguliere 1.150 ic-bedden staan er structureel gemiddeld genomen 350 leeg in Nederland. Dat heeft alles te maken met de manier waarop we onze zorg hebben georganiseerd, maar de normale gemiddelde situatie is dus: 1.150 bedden waarvan 350 leeg. Zo worden bedden ingekocht et cetera. We praten nu over een situatie van 1.500, 1.600 ic-bedden in totaal, dus ruim anderhalf keer de capaciteit. En we bekijken, benutten alle mogelijkheden die denkbaar zijn in het nog verder opschalen. Dat is het meest maximaal opgeschaalde noodscenario dat überhaupt denkbaar is. Ondertussen zegt men vanuit het medisch domein, vanuit het professionele domein, dan ook nog dat, als alle bedden bezet zijn en er toch nog nieuwe patiënten naar de ic moeten, je dan ook nog twee op één beademingsapparaat kunt zetten. Liever niet, maar het zou kunnen.

De voorzitter:
Dat heeft u gezegd.

Minister De Jonge:
Dat is ook weer een verdere noodopschaling. Er is geen plan dat je zou kunnen bedenken dat we nu niet gewoon in uitvoering hebben genomen.

De heer Segers (ChristenUnie):
Mijn laatste vraag op dit punt. Gisteravond las ik een bericht van een arts die op de ic werkt in het Amsterdams Universitair Medisch Centrum. Hij zei: we hebben onze uitslaapkamer omgebouwd tot een ic, we hebben de apparatuur, maar we hebben nu codes, licenties, van Philips nodig. Ik dacht: dat lijkt me een goede vraag voor het debat. Vanochtend las ik dat het geregeld is: Philips heeft die gegeven. Je ziet dus ook creativiteit op de werkvloer, een hartverwarmende inzet van een bedrijf als Philips om te zeggen: nood breekt wetten; we geven die licenties. Heeft de minister in dit soort noodgevallen de wil, de doorzettingsmacht, om de telefoon te pakken, om Philips of andere fabrikanten te bellen, om alles aan te spreken wat nodig is, om alles te doen wat er mogelijk is met de bereidwilligheid op de werkvloer?

Minister De Jonge:
Whatever it takes. Alles wat er nodig is, doen we. Alles.

De heer Asscher (PvdA):
Het gaat niet goed met de beantwoording over de ic-capaciteit. We moeten het even heel precies hebben. 15 maart gaf het kabinet in antwoord op vragen aan dat er binnen enkele dagen kon worden opgeschaald naar 1.500 bedden. 18 maart zei minister Bruins dat dat in een dag kon. 20 maart heeft het kabinet aangegeven dat het in enkele dagen kon en dat we naar 2.000 bedden zouden kunnen. Ik wil hier de duidelijke garantie — dat was de vraag die mevrouw Marijnissen ook stelde — dat die 1.500 nu geregeld is.

Minister De Jonge:
Ja, die 1.500 is geregeld of wordt, as we speak, geregeld. Er is geen grens aan het in no time opschalen naar die 1.500. Die 2.000 heb ik ook gezien. Dat was op basis van een eerdere uitspraak, begrijp ik, van de NVIC. Als je heel precies kijkt naar bedden en beademingsapparatuur, is die 2.000 op dit moment niet zonder meer te realiseren. Dat is echt afhankelijk van een aantal apparaten die er nog niet zijn, die er nog niet staan. Daarmee is die 2.000 niet zomaar zonder meer te realiseren. De opschaling naar de 1.500 en de aanvullende apparaten die daar dan nog bij komen, waardoor je richting de 1.600 gaat, dat is wat er nu mogelijk is. Dat zijn de laatste cijfers, zoals wij die gisteren hebben ontvangen van het Nederlands coördinatiecentrum.

De heer Asscher (PvdA):
Ik dacht even dat de minister zei: ja, dat is geregeld. Maar toen zei hij: voor zover wij weten. Wij moeten het nu wel weten. Gisterochtend was Gommers heel duidelijk: de komende week wordt het spannend, want dan zijn die 1.600 bedden nodig. Het kabinet heeft bij drie eerdere gelegenheden aangegeven dat dat een kwestie van dagen was. Die drie gelegenheden liggen langer dan een paar dagen achter ons. Vanuit de Kamer is erop aangedrongen om op dat moment die besluiten te nemen. Ik wil helderheid: ja, die piekcapaciteit waar Gommers gisteren over sprak en die voor volgende week nodig is, die is er. Ik snap dat er moet worden gewerkt aan die 2.000 of die 2.200.

Minister De Jonge:
We doen wat ik u zojuist aangaf. Als het gaat om de cijfers, dan is het zo dat de 1.500 bedden sowieso de gerealiseerde, te realiseren capaciteit is. Het verschil dat u aangeeft met de eerdere antwoorden, is dat er is gezegd: binnen enkele dagen is het mogelijk om op te schalen naar 1.500. Dat heeft alles te maken met het afbouwen van electieve zorg, planbare zorg, waarmee die 1.500 bedden heel snel op een hele korte termijn zijn vrij te spelen. De apparatuur staat er, de bedden staan er, de mensen zijn er et cetera. Wat die mensen betreft is het best nog een ander vraagstuk om daar voldoende opgeleide mensen voor te hebben. Die 1.500 bedden zijn inderdaad binnen no time te realiseren en die capaciteit is nu ook nog vrij. Het aantal coronapatiënten nu is 644. Er zijn op dit moment dus nog ruim 300 plekken vrij op de ic.

Ik heb aangegeven welke acties we ondernemen ten aanzien van de verdere opbouw in de richting van de 2.000, maar daarvan kan ik dus niet zeggen: ze staan er. En daarvan kan ik ook niet zeggen: ze staan er met een week. Ik zeg alleen maar dingen die ik ook kan waarmaken. Ik zeg wel dat we er alles maar dan ook echt alles aan doen om te zorgen dat ze er binnen een week, in no time, binnen de snelst denkbare periode zijn. Als het met een dag kan, doen we het met een dag. Ik ga geen dingen zeggen waarvan ik niet zeker weet dat ik ze ook kan waarmaken. We hebben inmiddels duizenden apparaten in bestelling. Die worden in het buitenland geproduceerd. Ik ben pas gelukkig als ze ergens in het AMC of het UMC op een ic-kamer staan. Pas dan zijn we klaar. Elke dag aan het eind van de middag, begin van de avond, laten wij ons informeren door het landelijk coördinatiecentrum: hoeveel plekken zijn er op dit moment bezet, hoeveel open capaciteit is er nog en hoeveel is er vandaag weer gecreëerd? Daar laten we ons elke dag over informeren. Collega Van Rijn is er werkelijk 24 uur per dag mee bezig sinds zijn beëdiging en eigenlijk ook al daaraan voorafgaand. Dus we doen er alles aan om te zorgen dat we die capaciteit realiseren. Harder dan dit kunnen we niet. Stel dat het helemaal niet lukt, dan is twee op één beademingsapparaat ook een mogelijkheid. Er zijn daarvan voorbeelden uit het buitenland. Dat is het mooie van de uitspraak die de NVIC gisteren heeft gedaan. Dat doe je liever niet, maar dat is ook een mogelijkheid.

De heer Asscher (PvdA):
Ik zal nu geen vervolgvraag stellen, maar ik vind het antwoord niet zo helder als ik zou willen. De intenties en de acties zijn nu wel duidelijk. Het kabinet heeft aangegeven dat het binnen een dag of een paar dagen zou kunnen. Ik wil graag staande dit debat schriftelijk vernemen dat de benodigde piekcapaciteit er nu is.

De voorzitter:
Ik neem aan dat de minister daarop terugkomt.

De heer Pieter Heerma (CDA):
Ik wil een vraag stellen als vervolg op de vraag van de heer Segers. De heer Gommers verwees gisteren in zijn noodoproep expliciet naar het gebrek aan urgentie of de gebrekkige bereidwilligheid van ziekenhuizen in het noorden om mee te werken. De minister ging er in zijn antwoord wel op in. Hij gaf aan dat dit besef er daar nu wel zou zijn. Stel dat de komende dagen blijkt dat een ziekenhuis niet voldoende wil meewerken of er te lang over doet waardoor er problemen ontstaan, op welke manier wordt dan invulling gegeven aan de militaire regie om dat per direct mogelijk te maken dan wel af te dwingen?

Minister De Jonge:
De regie om dit af te dwingen ligt bij het landelijk coördinatiecentrum. We hebben met Defensie afgesproken dat iedere mogelijkheid om via militaire inzet coördinatie af te dwingen, wordt benut. De ROAZ'en, de regionale overleggen acute zorg, worden op dit moment ondersteund met drie militairen per ROAZ. Ze zijn daar deze week mee begonnen om daarmee ook weer de regionale counterpart te kunnen zijn van het landelijk coördinatiecentrum. Zo wordt op dit moment ook de militaire inzet opgeschaald. Daar is geen grens aan.

Als het over de wil van andere ziekenhuizen gaat, ben ik iets genuanceerder. Afgelopen weekend had Brabant heel hard bedden nodig. Toen was het het UMCG, in Groningen, dat zei: kom maar door, wij hebben bedden. De meeste Brabantse patiënten zijn daarnaartoe gegaan. In deze tijd moet je voorzichtig zijn met het anderen aanpraten dat ze een gebrek aan wil hebben om zich in te zetten. Daarom ben ik genuanceerd. Maar ik ben het er ook mee eens dat er een maximale urgentie nodig is om te komen waar we moeten komen.

De heer Pieter Heerma (CDA):
Ik snap dat de minister genuanceerd wil zijn. Tegelijkertijd deed de heer Gommers tijdens de technische briefing eigenlijk twee noodoproepen. De eerste ging over de piekcapaciteit waar voorgaande vragenstellers het ook over hadden. Hij gaf toch werkelijk aan dat hij zag dat bij sommige ziekenhuizen niet genoeg urgentie was. De minister zegt dat hij dit nu wel ziet. Mijn vraag gaat over de situatie dat de komende blijkt dat een ziekenhuis niet voldoende mee wil werken. Wat dan? Hoe kun je dat dan afdwingen?

Minister De Jonge:
Via de aanwijzing van de inspecteur-generaal. De inspecteur-generaal kan buitengewoon directieve aanwijzingen geven. Gezien de gezondheidswetten heeft de inspecteur-generaal een vrij omvangrijke, schier eindeloze gereedschapskist. In de optelsom van alle debatten in de afgelopen jaren is daar veel aan toegevoegd. Hij heeft allerlei instrumenten om ervoor te zorgen dat de werkelijkheid wordt zoals we willen dat zij wordt.

De heer Jetten (D66):
Ik ga door op de vragen van de collega's Marijnissen, Van der Staaij en Asscher. Volgens mij vormen die de crux van dit debat. Hoe zorgen we ervoor dat we voldoende ic-bedden in Nederland hebben om de komende weken de piek op te vangen? Hoe zorgen we ervoor dat de mensen die aan het werk zijn buiten de ziekenhuizen voldoende beschermingsmiddelen hebben om de zorg te verlenen in verpleeghuizen, verzorgingshuizen en via de thuiszorg? In de debatten met de vorige coördinerend minister op het gebied van corona en ook het debat met deze minister hoor ik te vaak dat het spannend wordt. Het is overigens goed om daar eerlijk over te zijn. Ook hoor ik dat alles op alles wordt gezet om te voorkomen dat het echt spannend wordt. Ik geloof dat het ministerie van Volksgezondheid met alle andere partijen alles op alles zet om de ic-capaciteit te regelen en ook buiten de ziekenhuizen de zorg in de benen te houden. Maar bij de antwoorden ontbreekt het steeds aan concrete data waarop het dan ook geregeld moet zijn. Dat maakt het voor ons als Kamer heel lastig om te beoordelen of we voldoende hebben aan de beperkende maatregelen in de samenleving om de verspreiding van het virus af te remmen. Als die data te dichtbij in de toekomst liggen en we niet kunnen garanderen dat die capaciteit in de zorg is geregeld, moeten we misschien andere maatregelen nemen om de verspreiding van het virus af te remmen. Ik wil de minister nog één keer vragen om een poging te doen om ons te voorzien van concrete data waarop de capaciteit op orde is.

Minister De Jonge:
Dat ga ik doen. Er is een heel logische verklaring voor de vraag waarom het zo moeilijk is om die data te geven. Die data zijn geen kwestie van een druk op de knop. We zijn overigens wel aan het realiseren dat het een druk op de knop is, want dat moet het namelijk zijn. Dat kan ook wel als alle ziekenhuizen van Nederland precies hetzelfde systeem gebruiken. Dat is maar een voorbeeld. Normaal moet je daar drie jaar voor vergaderen, maar nu zijn we het er binnen een paar dagen doorheen aan het rammen. Dat doen we vanuit het landelijk coördinatiecentrum. Tot die tijd is inderdaad een inventariserende ronde langs de verschillende administratiesystemen nodig om erachter te komen hoeveel bedden er zijn vrijgespeeld en hoeveel bedden er inmiddels zijn bezet door coronapatiënten. Daar maak je dan een optelsom van. Zo zijn die cijfers de afgelopen week tot stand gekomen vanuit de NVIC. Kortom, u stelt buitengewoon logische vragen. Dat zijn precies de vragen die wij natuurlijk ook hebben. Alleen de antwoorden daarop zijn helemaal niet zo makkelijk te geven, althans niet geautomatiseerd te geven. Dat maakt dat ik antwoord zoals ik antwoord en dat Bruno Bruins voor mij heeft geantwoord zoals hij antwoordde.

Het antwoord op de vraag of wij dit moment maximaal aan het opschalen zijn, is ja. Wat is er dan te realiseren richting die 1.100 bedden rond 1 april, het worstcasescenario van het RIVM? Dat betreft de groei van het totaalaantal ic-bedden naar 1.500. Daarvoor is alles in gang gezet. Gemiddeld genomen zouden er 575 beschikbaar zijn voor de auto-ongelukken en de hartaanvallen, de reguliere spoedzorg. Daarmee hou je 925 bedden over voor coronapatiënten op de ic. Dat wordt dan opgeplust met de apparaten van Defensie en de apparaten uit de zelfstandige klinieken. In een uiterst noodgeval gaan we over op twee op één. Daarmee ben je voor die situatie gesteld. Ik begrijp heel goed dat u vraagt om de realtime getallen. Elke avond krijgen wij zelf de realtime getallen, althans zo realtime als op dit moment mogelijk is, van het landelijk coördinatiecentrum. Vanavond worden weer gewoon de nieuwe getallen gegeven over de toename van het aantal patiënten op de ic en het aantal plekken dat inmiddels beschikbaar is en is gecreëerd.

De heer Wilders (PVV):
Ik vind het een schokkend antwoord. De simpele vraag van verschillende collega is: zijn er volgende week 1.600 ic-bedden met beademingsapparaten? In normaal Nederlands: zijn er volgende week maandag, zijn er volgende week woensdag, zijn er volgende week vrijdag genoeg bedden op de ic's met beademingsapparatuur? Op die simpele vraag kan de minister niet zonder mitsen of maren volmondig zeggen dat die bedden er zijn. Dat betekent dat we volgende week de kans lopen dat we een code black in Nederland krijgen, dat artsen moeten gaan kiezen welke mensen wel of niet geholpen worden. Dat zijn dan mensen die normaal gesproken wel geholpen zouden worden. Dat betekent dat deze minister onvoldoende op tijd is begonnen met het op orde krijgen van de ic-capaciteit, van de beademingsapparaten. Ik geef u nog een kans, meneer de minister. Het moet nu echt eindelijk duidelijk zijn. Alle collega's hebben er drie keer om gevraagd. Kunt u garanderen dat volgende week maandag, volgende week woensdag en volgende week vrijdag er voor zowel de coronapatiënten als de andere patiënten op de ic voldoende capaciteit is qua ic-bedden en beademingsapparatuur, ja of nee?

Minister De Jonge:
Ik begin met de onjuiste aanname dat er volgende week een dergelijke situatie zou zijn. Ik vind dat we daar echt zorgvuldig in moeten zijn, zeg ik in de richting van de heer Wilders. Het is echt onnodig om dit spookbeeld te schetsen. Het is onjuist dat er volgende week sprake zou zijn van een keuze wie wel en wie niet op de ic komt. In alle antwoorden die ik zojuist heb gegeven heb ik de aantallen gegeven zoals die nu bekend zijn. Ik vind dat het mijn taak is om dat eerlijk te doen, om dat correct te doen, om dat zo precies mogelijk te doen. Natuurlijk is een simpel ja of nee het allermakkelijkst, maar ik heb recht te doen aan de werkelijkheid. Die werkelijkheid is complex. Die werkelijkheid is namelijk dat er een virus over de wereld raast en dat iedereen op zoek is, dat alle landen op zoek zijn naar dezelfde beademingsapparatuur als waar Nederland naar op zoek is. Dat betekent dat alle bestellingen — er zijn inmiddels duizenden apparaten besteld — onzeker zijn tot het moment dat ze op de ic staan waar je ze wilt hebben. Dat betekent dat ik eerlijk moet zijn over datgene wat er is geregeld en eerlijk moet zijn over datgene wat er volgende week kan staan. Dan is er geen situatie van kiezen "wie wel of niet op de ic", want er is uiteindelijk altijd nog de mogelijkheid om met twee op één apparaat te werken. Sowieso is er het aantal van 925 bedden. Daar gaat de plus bovenop van de Defensieapparaten en de plus bovenop van de zelfstandige klinieken, en dan ben je er. Maar daarmee zijn we niet klaar, want er komt na volgende week weer een volgende week. Ook voor die week willen we gesteld staan. Kortom, wij doen alles maar dan ook echt alles om gesteld te staan voor een scenario van somber weer. We hopen dat het niet gaat komen, maar we bereiden ons er wel op voor.

De voorzitter:
Tot slot, de heer Wilders.

De heer Wilders (PVV):
Een heel lang antwoord, maar de conclusie blijft dat deze minister van Volksgezondheid niet volmondig ja kan zeggen op de vraag van mij, een hele eenvoudige vraag: zijn er volgende week maandag, zijn er volgende week woensdag en zijn er volgende week vrijdag voldoende ic-bedden en beademingsapparatuur gereed? Hij heeft een hele wartaal nodig en zegt met allemaal mitsen en maren: ja, maar die code black geldt niet, want mensen kunnen nog altijd met z'n tweeën op een beademingsapparaat. Allemaal verre van ideaal, het kan gigantisch fout gaan. U moet die folder zien van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care. Het heeft natuurlijk een aantal voordelen, maar er staat zo'n lijst van nadelen in de folder die ze gisteren daarover hebben verspreid. Mijn punt: we hebben een minister hier, we hebben een regering hier die te laat is begonnen met het opschalen en het te laat heeft onderkend. Deze minister durft niet te zeggen dat volgende week maandag, woensdag en vrijdag de apparaten er zijn voor de mensen die in een ic-apparaat nodig hebben met beademingsapparatuur. Dan weet Nederland wat het te wachten staat. Ik neem u dat opzettelijk, echt en oprecht kwalijk, want u had daar eerder mee moeten beginnen.

Minister De Jonge:
Ik laat de evaluatieve opmerkingen van de heer Wilders even voor wat ze zijn. Ik hecht eraan om mij aan de feiten te houden en eerlijk te zijn in de richting van uw Kamer. Ik hecht er ook aan dat ook u eerlijk bent over de implicaties die dat zou kunnen hebben. Ja, het is niet ideaal. Twee op één apparaat is niet ideaal. Dus zetten we alles op alles om te zorgen voor voldoende apparatuur. Alles op alles zetten we. Van Rijn is er dag en nacht mee bezig. Ik ben er zelf dag en nacht mee bezig. We doen alles wat er mogelijk is, maar we kunnen niet beloven wat we niet daadwerkelijk zeker weten. Wat ik zeker weet, is dat we alles op alles zetten. Dat weet ik zeker. Wat ik ook zeker weet ... Stel je nou eens voor dat het allersomberste scenario zich inderdaad voordoet en het aantal ic-patiënten harder oploopt dan onze mogelijkheid om meer ic-bedden te creëren, dan is er de mogelijkheid van twee op één apparaat. Dat is niet ideaal. Dat zegt ook helemaal niemand. Maar het is wel een ook in het buitenland getest voorbeeld.

De voorzitter:
Ik stel voor dat u verdergaat, want u heeft nog een paar onderwerpen waar u op in moet gaan.

Minister De Jonge:
Dan gaan we naar de testen. Laat ik kortheidshalve zeggen dat ik het met iedereens eens ben die heeft gezegd dat we veel meer moeten testen. Ook daar hoort het eerlijke verhaal bij dat we op dit moment onvoldoende testcapaciteit hebben, maar we moeten meer. Daarom is ook daar landelijke coördinatie nodig. Daarom heb ik de Taskforce Diagnostiek van de NVMM de opdracht gegeven om een scherpe analyse te maken van de vraag "waar hebben we nou eigenlijk echt tekort aan, op welke termijn hebben we daar nou echt een tekort aan en op welke manier kunnen we in dat tekort voorzien" om voldoende capaciteit te realiseren door zowel de inkoop- alsook de productiemogelijkheden te verkennen. Dat betekent dat we in het landelijk inkoopcentrum alles proberen te bemachtigen wat er te bemachtigen valt.

Daarnaast hebben wij een speciale gezant aangesteld om ons op tal van punten te helpen bij de aanpak van de coronacrisis, maar in ieder geval op dit punt, namelijk om zo snel als mogelijk eigen productie in Nederland op te bouwen. Ik ben er heel blij mee dat Feike Sijbesma zich beschikbaar heeft verklaard om zich daarvoor in te zetten. Het is een hele grote naam in deze wereld. Hij gaat ons echt helpen — dat weet ik zeker — met de snelheid waarmee we in Nederland deze productiefaciliteit weten op te bouwen, want we hebben meer testcapaciteit nodig. De taskforce moet ons ook helpen bij de verdeling van de beschikbare capaciteit tussen de labs en bij de naleving van de landelijke richtlijnen ten aanzien van het testbeleid van het RIVM. De centrale inkoop vindt plaats door het Landelijk Consortium Hulpmiddelen. Wij moeten dus alles op alles zetten om ook in Nederland die testcapaciteit zo snel mogelijk te realiseren.

Er is veel gezegd over Roche en over eventuele maatregelen als het vorderen of dwanglicenties die daarbij zouden kunnen helpen. Het eerste wat je zou kunnen zeggen over deze branche, is dat die veel te afhankelijk is van één bedrijf. Vrijwel alle testcapaciteit in Nederland is afhankelijk van Roche, maar eigenlijk speelt het wereldwijd. Roche heeft productieproblemen gehad. Roche heeft overigens zijn productie flink opgevoerd, maar het is niet voldoende. Inmiddels geeft Roche aan dat er wel weer geleverd kan worden omdat de productie weer loopt, maar het is onvoldoende en het is te kwetsbaar. We moeten dus zorgen dat we minder afhankelijk worden van één fabrikant. Dat zou heel erg geweldig helpen. Zorgen dat we eigen testcapaciteit in Nederland gaan opbouwen, zou geweldig helpen. Het zijn uitzonderlijke tijden. Zeker in deze tijd denk ik dat patenten en alles wat daarmee te maken heeft niet het laatste woord kunnen zijn in deze discussie. Maar om meteen naar het instrument van een dwanglicentie te grijpen? Vorige week was er, begreep ik, in het debat ook een vorderingswet aan de orde. We zagen dat de suggestie dat er een vorderingswet zou komen meteen betekende dat allerlei orders rondom mondkapjes et cetera werden gecanceld en dat partijen zich terugtrokken, want de mogelijkheid bestaat dan dat als je partij op Nederlandse bodem is, de Nederlandse overheid zegt: kom maar hier. Ik ben op geen enkele manier terughoudend om een instrument in te zetten dat werkt, maar ik ben wel terughoudend om een instrument in te zetten dat een negatief gevolg zou kunnen hebben. We zorgen dat we eigen testcapaciteit gaan opbouwen, zo veel als mogelijk. Daarbij hebben we de receptuur van Roche nodig. Er is contact met Roche. Hoe gaan we dat bereiken? Ik zou u willen vragen de ruimte aan het kabinet te laten in welke variant. Ik lees en hoor in uw bijdragen in ieder geval de aanmoediging om daarbij niks te schuwen. Ik ben het met die aanmoediging zeer eens. Als dat wetgeving zou vergen, als dat de inzet van een dwanglicentie, een instrument van EZK, zou vergen, zou ik daar ook niet per se tegen zijn. Maar de snelste weg is volgens mij toch gewoon de telefoon. We proberen nu die snelste weg te bewandelen. Als dat niet werkt, dan gaan we over op een ander instrumentarium.

De voorzitter:
Heeft u daarmee alle vragen beantwoord die over het testen zijn gesteld?

Minister De Jonge:
Nee, dat denk ik niet. Zal ik die even doen?

De voorzitter:
Ja, graag.

Minister De Jonge:
De PVV en de SP hebben gevraagd waarom we niet iedereen gaan testen. Uiteindelijk zet ik juist in op meer testen. Op dit moment is de testcapaciteit onvoldoende. We moeten meer testcapaciteit hebben. Dat geldt zowel voor de moleculaire testen die nu worden gedaan, maar dat geldt straks zeker ook voor de serologische testen, de bloedtesten, om te kijken of er antistoffen zijn opgebouwd. Die gaan uiteindelijk helpen om de maatregelen die we nu hebben afgekondigd zo precies mogelijk toe te passen. Dat was volgens mij ook het betoog van de heer Baudet. Je hebt die serologische testen nodig om de maatregelen die we nemen zo min mogelijk, zo kort mogelijk schadelijk te laten zijn, omdat je dan zo snel als mogelijk via die serologische testen kunt aantonen: ik heb het gehad, maar ik heb inmiddels antistoffen opgebouwd en ik kan weer gewoon aan het werk. Dan hoef je niet in een gezinsquarantaine bijvoorbeeld. Kortom, we hebben die testen nodig. Daarnaast zijn er allerlei varianten van sneltesten op de markt. Er zijn grote hoeveelheden beschikbaar in heel veel varianten, van heel erg onbetrouwbaar tot best wel betrouwbaar. Hoe best wel betrouwbaar is dat dan, hoe toepasbaar is dat dan en in welke situaties? Dat laten we op dit moment onderzoeken door het RIVM. Ik hoop volgende week of eventueel een week later daarop een uitkomst te hebben. Zodra er een uitkomst is die ons geruststelt over de toepasbaarheid van die sneltesten, zullen we ze in grote opdrachten bemachtigen. We hebben ze namelijk nodig.

Waaraan is er precies een tekort, vroeg de heer Veldman. We moeten dus heel zuinig zijn met reagentia, met extractievloeistoffen. We moeten heel zuinig zijn met de plastics. We moeten heel zuinig zijn met afnamematerialen, de swabs bijvoorbeeld. Eigenlijk hebben we te weinig van alle onderdelen van het productieproces. Met name aan een aantal vloeistoffen, van Roche dus, en reagentia hebben we op dit moment het meest tekort.

Is het een optie om testen in te vorderen? Daar heb ik eigenlijk net al een beetje op gereageerd. Als het nodig is, moeten we het doen. Maar als het via de telefoon kan, gaat het echt sneller.

Daarmee heb ik, denk ik, de belangrijkste vragen wel gehad.

De voorzitter:
Dan heb ik hier een lijstje van Kamerleden: de heer Klaver, de heer Baudet, de heer Asscher, de heer Heerma en de heer Veldman. Dan ga ik naar de heer Klaver. Die stond er net het eerst. Toen heb ik hem een beetje weggekeken. De heer Klaver.

De heer Klaver (GroenLinks):
De wereld verkeert in grote crisis. Er is één bedrijf dat de receptuur heeft om testen te maken. Ze hebben alleen niet genoeg capaciteit. Ze blijven op dat recept zitten. Ze delen het niet, terwijl onze eigen apotheken en laboratoria met dat recept zelf tests zouden kunnen maken. De minister zegt: we proberen het met een telefoontje. Wat is nu de stand van zaken in het gesprek met Roche? Kunnen we ervan uitgaan dat het recept vanavond bij onze apothekers ligt, zodat ze dat zelf kunnen maken?

Minister De Jonge:
Dit is een beetje een vergelijkbaar gesprek zoals we dat net hadden. Er lopen gesprekken met Roche. Het helpt niet om de inhoud van die gesprekken hier met u te delen, maar weet dat we er alles aan doen om die receptuur te krijgen. We hebben die receptuur namelijk nodig om die spullen te produceren om vervolgens die testcapaciteit te verhogen, en we hebben de testcapaciteit nodig om de strijd tegen het virus effectiever te kunnen maken. Kortom, we doen er alles aan om precies datgene te doen wat u wilt.

De heer Klaver (GroenLinks):
Voorzitter. Ik verhef mijn stem. Dat is niet tegen deze minister. Dat is tegen dit bedrijf! Het feit dat er überhaupt gevraagd moet worden om dit soort middelen, zo'n recept, vrij te geven om wereldwijd samenlevingen veilig te houden, is echt een schande. Als je je winst belangrijker vindt dan de volksgezondheid, is dat onacceptabel. Ik vind ook echt dat dat bedrijf zo snel mogelijk — wat zeg ik, vandaag nog! — dat recept met ons moet delen, met alle landen in de wereld. Als ze dat niet doen, dan vind ik dat er inderdaad overgegaan moet worden tot deze dwanglicentie. In 2005 is dit uitgebreid onderzocht door het ministerie van Economische Zaken. Dat ging toen over MSD Organon. Daar is uit gebleken dat dit heel goed uitvoerbaar is. Ik wil heel graag van de minister, vandaag nog, op papier krijgen hoe die route eruitziet en op welke manier we dit instrument kunnen gebruiken, want het kan écht niet dat dit bedrijf weigert om zijn receptuur af te geven.

Minister De Jonge:
Volgens mij moet ik twee dingen doen. Het eerste wat ik moet doen, is de route doorlopen zoals wij die nu doorlopen, en dat is om op een normale manier te zorgen dat we de receptuur van de spullen bemachtigen, omdat we die nodig hebben. Het tweede dat ik moet doen, is het instrument dat daarvoor bestaat onderzoeken op toepasbaarheid in deze situatie. Die beide dingen moet ik doen, maar we moeten er denk ik op hopen en rekenen dat het op die eerste manier lukt. Daarom doe ik nog eventjes niet mee met de kwalificaties over dit bedrijf. Dit is namelijk een bedrijf dat we ook gewoon hard nodig hebben deze tijd en de komende dagen. Laten we even de uitkomsten van het gesprek afwachten voor we daar kwalificaties aan verbinden in de richting van dit bedrijf. Maar het doel van de heer Klaver en van mij is denk ik hetzelfde, namelijk: we moeten zorgen dat we deze spullen bemachtigen, omdat we onze testcapaciteit moeten verhogen in de strijd tegen dit virus. We doen dat op dit moment gewoon op een normale manier, namelijk met een telefoon. Als het niet met een telefoon kan, ben ik zeer bereid om alles in te zetten wat daarvoor nodig is. Ook dat moeten we onderzoeken. Ook dat instrumentarium moeten we onderzoeken.

De voorzitter:
Laatste vraag, de heer Klaver.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik wil heel graag door de minister morgen per brief op de hoogte worden gesteld over hoe het er eigenlijk mee staat, want we hebben geen tijd om te wachten. Maar de beantwoording van de minister laat iets anders zien, namelijk hoe rot en verdorven eigenlijk het hele systeem van de farmaceutische industrie is. Als een minister van Volksgezondheid op het hoogtepunt van de crisis hier in de Tweede Kamer moet zeggen "ik moet op mijn woorden passen als ik over zo'n bedrijf praat, want we hebben ze nog heel hard nodig" en we afhankelijk zijn van een private partij, baart mij dat enorme zorgen. Het wijst mij er weer op dat, zodra deze crisis achter de rug is, we dit grote probleem met deze farmaceutische bedrijven met deze patenten, moeten oplossen.

Minister De Jonge:
Dit moet ik toch iets uitgebreider toelichten. Kijk, we moeten hier niet een heel ideologisch debat hebben over de ruimte die de markt heeft gekregen in de zorg. Daar hou ik wel heel erg van, van dat debat, maar dat kost gewoon te veel tijd voor vandaag. Dat moeten we inderdaad later nog maar eens een keer voeren. Als je kijkt naar de afhankelijkheid van de testcapaciteit überhaupt in Nederland van één bedrijf, dan valt daar veel over te zeggen, maar dat is niet alleen maar dit ene bedrijf te verwijten natuurlijk. Die keuzes zijn ook wel gewoon in het verleden gemaakt. Als we zeggen dat we überhaupt nooit meer iets te maken willen hebben met een bedrijf whatsoever in de farmaceutische wereld — dat zegt u niet — dan zijn we helemaal aan het andere end van het spectrum beland. In dit geval is er een bedrijf waarbij bijna alle testcapaciteit in Nederland gebruikmaakt van de spullen die daar geproduceerd worden. We zijn met dat bedrijf in gesprek. Dan vind ik het jumpen to the conclusion en het verbinden van allerlei kwalificaties aan dat bedrijf gewoon niet gepast.

De voorzitter:
Goed, dat is gewisseld.

Minister De Jonge:
Daarom doen we het met een telefoon. Als het niet mogelijk is met een telefoon, doen we het op al die andere manieren waarop het eventueel zou kunnen werken. Natuurlijk bekijken we die. Natuurlijk doen we dat.

De voorzitter:
Ook dat heeft u een paar keer gezegd. De heer Baudet.

De heer Baudet (FvD):
De cijfers over de hoeveelheid tests die beschikbaar is, zijn niet inzichtelijk voor ons. Ook niet het aantal tests dat gedaan is in de periode tussen 27 februari — het vermoedelijk eerste geval — en 6 tot 9 maart. Dat zijn de eerste twee weken, die ontzettend bepalend zijn. Mensen die nu sterven aan corona, zijn toen besmet geraakt. We weten niet hoeveel tests er toen gedaan zijn. We weten niet hoeveel aanvragen er zijn gedaan. We weten ook niet hoeveel tests er nu beschikbaar zijn. Het RIVM heeft gezegd dat het die informatie alleen beschikbaar wil stellen als de Kamer daarom vraagt. Die vraag wil ik dus bij dezen bij u neerleggen. Ik hoop dat ik spreek namens anderen hier in de Kamer. Kunt u de opdracht geven aan het RIVM om alle informatie beschikbaar te stellen over hoeveel tests er gedaan zijn vanaf 27 februari, dus vanaf toen dit begon te spelen, en ook hoeveel tests er überhaupt beschikbaar zijn?

De voorzitter:
Dat is een concrete vraag.

Minister De Jonge:
Dat is een hele concrete vraag, maar dit ga ik echt even na, want het RIVM zal een reden hebben gehad waarom het niet gewoon het getal noemde, kennelijk. Ik denk dat het heel veel uitzoekerij vergt. Maar er is iets anders dat mij doet aarzelen.

De voorzitter:
Maar komt u daarop terug?

Minister De Jonge:
Ja, dat wil ik wel doen, maar er is iets anders dat mij doet aarzelen om op deze vraag in te gaan. In het begin is er namelijk sprake geweest van contactonderzoek zoals de GGD dat altijd doet. Er is getest op basis van een individueel geval, waarbij je test en contactonderzoek doet om vervolgens de quarantainemaatregel te nemen als blijkt dat de test positief is. Dat is dus een hele andere manier van testen. Omdat de circulatie van het virus in Brabant nu is zoals die is, is die manier van testen gewoon niet meer vol te houden. We hebben natuurlijk ook een hele veranderde testpraktijk gekregen. Dus de vraag is of het antwoord op de vraag zoals u die stelt, überhaupt tot enige conclusie zou kunnen leiden. Dat heeft namelijk gewoon te maken met welke keuzes je maakt in het testbeleid. Dat we nu de keuze maken in het testbeleid zoals het nu is, heeft gewoon alles te maken met de schaarste die er is, punt.

De heer Baudet (FvD):
Dat is helder. Dat begrijp ik ook. Ik begrijp ook uw opstelling ten opzichte van Roche. Ik sluit me aan bij de heer Klaver dat we graag op heel korte termijn verslag willen van wat dat gesprek oplevert. Ook zou ik graag een toelichting willen op waarom dat gesprek niet al eerder is gevoerd. Dat hadden we ook vorige week al kunnen doen. Het is niet nieuwe informatie dat dat bedrijf een semimonopolie heeft op deze tests. Maar het gaat mij nu even puur om het verleden. Waarom kunnen we die informatie niet krijgen? Daar krijg ik dus nog een reactie op. Twee. U zegt dat er meerdere manieren van testen zijn. De klassieke test wordt verlaten. Dat is allemaal tot uw dienst. Maar er wordt steeds gezegd dat er een tekort aan tests is. Waarom kunnen wij niet een absoluut getal krijgen? Waarom kunnen we niet te horen krijgen hoeveel testen er dan zijn, hoeveel testen geproduceerd worden, wat nu de opbouwcapaciteit is, dat soort zaken? Dat is toch heel relevant voor ons.

Minister De Jonge:
Daar wil ik een duiding van doen, maar dat doe ik dan in de brief van volgende week, anders moet ik al die mensen op het ministerie terugroepen van het front om dit soort brieven te gaan maken. We maken één brief per week, voorafgaand aan het debat. Dus ik doe dit. Ik probeer deze duiding te geven in de brief van volgende week, voorafgaand aan het debat.

De heer Baudet (FvD):
Nog één keer dan even, tot slot. Voor de duidelijkheid: het RIVM, Van Dissel, heeft aangegeven dat die informatie er in principe wel is, maar dat hij die pas geeft op verzoek van de Kamer. Sluit u zich bij dezen dus bij ons verzoek aan?

Minister De Jonge:
Nou, ik heb gezegd dat ik even met het RIVM bel over wat de achtergrond was van dat antwoord en dat ga ik ook gewoon even doen. Het antwoord krijgt u volgende week in de brief die we gaan sturen.

De voorzitter:
Prima. Ik had de heer Asscher nog op mijn lijst.

De heer Asscher (PvdA):
De minister geeft in zijn beantwoording de indruk dat gebruik van de telefoon een heel nieuw iets is, terwijl we al een poosje over die testcapaciteit bezig zijn. Dus ik ga ervan uit dat hij al eerder heeft gesproken met de leveranciers van schaarse middelen voor onze testcapaciteit. Ik ga er dus ook van uit dat dat nu resultaten gaat opleveren. Dus ik wil straks een Kameruitspraak waarin de minister de opdracht krijgt alle middelen in te zetten, zo nodig een dwanglicentie, zodat hij vandaag helderheid verkrijgt van het bedrijf, er getest kan worden en we het beleid zoals dat nu in het noorden van Nederland gebruikt wordt, kunnen uitbreiden naar de rest van het land.

Minister De Jonge:
Daar gaan een paar dingen door elkaar lopen. Het gebruik in het noorden van het land vergt enige nuance. Naar aanleiding van de berichtgeving in De Groene Amsterdammer heb ik even gebeld met het UMCG. Wat men daar doet, wijkt eigenlijk nauwelijks af van het testbeleid zoals dat landelijk bestaat. Wat daar wel anders is, is de situatie dat men gebruikmaakt van een ander type materiaal dan van deze ene fabrikant alleen. Daardoor heeft men andere voorraadmogelijkheden dan als men alleen van Roche gebruik zou maken. Maar het is niet zo dat er op dit moment in het noorden van het land een hele andere testpraktijk aan de hand is. Overigens moet ik daar nog iets bij zeggen. Daar waar het UMCG de uitspraken van een van zijn medisch specialisten nuanceerde, moet ik ook zelf de uitspraak die ik daarover deed nuanceren. Ik heb namelijk zelf gezegd dat het niet zo kan zijn dat je daarin zo soleert. Ik parafraseer mezelf en dat is altijd listig in dit huis. Ik heb gezegd: ieder voor zich gaat niet werken in deze aanpak. Dat is dus ook eigenlijk niet wat er aan de hand is als ik kijk naar het testbeleid van het UMCG. Laat ik dat dus ook gelijk rechtzetten.

De heer Asscher (PvdA):
Het is prima dat de minister dit terugneemt. Het is ook goed om te weten dat hij zijn telefoon al heeft gebruikt, in ieder geval om het UMCG te bellen. Waar het mij om gaat is dat we de huisartsen kunnen testen en kunnen beschermen, en dat we daarmee de veiligheid kunnen vergroten van de mensen die dit werk doen, zoals ze dat nu in het noorden van het land doen. Het testbeleid laat ik graag over aan de experts. Wat ik vaststel is dat er gebrek aan capaciteit is, dat een van de sleutels in handen is van het bedrijf Roche, dat u daar al eerder contact over hebt gehad en dat we dus vandaag uitsluitsel willen, zo nodig met gebruik van een dwanglicentie. Ik heb geen enkele kwalificatie van het bedrijf gegeven, maar wel van de situatie waarin we ons bevinden. Daarop zou ik graag een bevestiging krijgen.

Minister De Jonge:
Ja, maar toch eerst over de huisartsen. Er is nu een richtlijn testen, waarbij rekening wordt gehouden met een gebrekkige voorraad. Die richtlijn wordt vertaald naar de verschillende sectoren en geldt dus ook voor de huisartsen. Er geldt gewoon een richtlijn testen, ook nu al, voor huisartsen. Maar als er minder grenzen zaten aan de mogelijkheden voor de test, dan zou je meer kunnen testen. Dat is precies wat je zou willen. Uiteindelijk zou je zelfs meer willen, ook voor andere vitale beroepen dan de zorg. Natuurlijk komt de zorg eerst, maar ook andere vitale beroepen zouden er eigenlijk gebruik van moeten maken. Kortom, we zitten wat dat betreft op dezelfde bladzijde, denk ik. Of het vandaag gaat lukken om daar helderheid over te geven, weet ik niet. Als het helpt, dan zal ik ook niet nalaten om dat op deze manier te doen, maar ik pin mij niet vast op vandaag.

De voorzitter:
Misschien dat u daar in tweede termijn een antwoord op kunt geven?

Minister De Jonge:
Ik pin mij vast op een zo effectief mogelijke uitkomst daarvan. Dat is namelijk wat we willen. Daar mag u mij op vastpinnen en mag u mij aan houden.

De heer Pieter Heerma (CDA):
De minister geeft aan dat ook het kabinet vindt dat er snel meer testcapaciteit moet zijn. Daarvoor is die taskforce diagnostiek ingesteld of met die opdracht bedeeld en is de gezant gevraagd.

Minister De Jonge:
Yes.

De heer Pieter Heerma (CDA):
De minister geeft ook aan dat hij het in die volgorde wil doen. Deelt de minister dat dit snel tot resultaten moet leiden, op korte termijn? Is de minister bereid om in dat proces te bezien welke juridische maatregelen, waaronder mogelijk een dwanglicentie, ingezet kunnen worden om druk op die bedrijven te zetten, zodat het tot resultaten leidt?

Minister De Jonge:
Ja, absoluut. Ik zou het inderdaad liever in die volgorde doen. Ja, we hebben dus die taskforce. Nou gaat die taskforce bij Roche niet de receptuur loskrijgen, denk ik, maar die gezant kan dat wel degelijk doen. Dat is namelijk ook de vraag: zorg voor eigen productiefaciliteit in Nederland. Voor een eigen productiefaciliteit heb je allereerst de receptuur nodig. Het lijkt me inderdaad goed om te doen. Als ik uw Kamer zo hoor, denk ik dat ik die route moet volgen en ondertussen het juridisch instrumentarium alvast klaar moet leggen voor het moment dat het niet als vanzelf gaat.

De heer Pieter Heerma (CDA):
Kan de minister aangeven hoeveel tijd er volgens hem genomen kan worden voor dat eerste spoor? Dit moet namelijk snel tot resultaten leiden. Daar plak ik mijn tweede vraag aan vast. De minister gaf aan dat hij verwacht dat de sneltesten mogelijk binnen een week al op betrouwbaarheid getest zijn. Wil de minister hier uitspreken dat hij zich daarvoor gaat inzetten en dat we dat dus ook in de brief van volgende week te zien krijgen?

Minister De Jonge:
Dat zijn twee vragen. Op de laatste vraag is het antwoord ja. Ik ga proberen dat volgende week in die brief te krijgen als het kan. Ik ga daarvoor alles op alles zetten. Dat betekent dat ik het RIVM ga vragen daar met spoed aandacht aan te geven. Op die eerste vraag wil ik in tweede termijn terugkomen, want ik moet even checken hoeveel tijd ik daarvoor nodig heb.

De heer Veldman (VVD):
Prettig te horen dat de minister het hoofd koel houdt en nuchter blijft door te zeggen dat een telefoontje soms ook heel goed kan werken. Ik denk dat we met z'n allen de zorg delen dat er tijdig voldoende materiaal beschikbaar moet zijn zodat er dus ook getest kan worden. Ik begrijp ook de roep vanuit deze Kamer om naar vergaande juridische maatregelen te gaan kijken, waaronder dwanglicenties. Nou is het natuurlijk wel altijd zo dat als je aan de slag gaat en je de instrumentenbox bij je hebt, je het juiste instrument moet pakken. Soms kan een instrument namelijk leiden tot een tegengesteld effect, waardoor je eigenlijk verder van huis bent. Ik zou graag de toezegging van de minister willen hebben dat hij zodra hij de juridische instrumentenbox gaat aanspreken, de garantie geeft dat hij het instrument gebruikt dat ons uiteindelijk vooruithelpt en niet naar de instrumenten grijpt vanuit emotie, waardoor we misschien op achterstand komen te staan.

Minister De Jonge:
Ik deel heel erg wat de heer Veldman hier zegt. We moeten gewoon doen wat werkt. Als een telefoontje beter werkt dan een wetboek, dan moeten we een telefoontje pakken; echt waar.

De heer Van Haga (Van Haga):
Het is goed om te horen dat er gewerkt wordt aan het verkrijgen van meer testen. Het is natuurlijk begrijpelijk dat je niet intensief gaat testen als er te weinig testen zijn. Maar ik had een vraag gesteld over de situatie waarin er voldoende testen zijn, dus als er miljoenen testen zijn. Is het mogelijk dat we dan overgaan tot het toevoegen van een wapen aan het arsenaal, namelijk het wapen dat ook in Taiwan en Hongkong zo succesvol is ingezet, namelijk intensief testen en besmette mensen vervolgens isoleren?

Minister De Jonge:
Eigenlijk lijkt dat op de situatie die wij hadden. Het standaardbeleid van de GGD — ik wilde bijna VNG zeggen — is altijd eerst testen, dan contactonderzoek doen en daarna quarantaine of medicatie of wat dan ook. Dat doen we bij alle vormen van infectieziektebestrijding. Dat weet ik nog uit de tijd dat ik wethouder was. Ik kreeg altijd van die memootjes op mijn bureau met welke ziekte er nou weer ergens was gesignaleerd en hoe het contactonderzoek was gedaan. In een grote stad zie je nog weleens wat. Waarom lukte dat nu niet? Omdat de hoeveelheid in Brabant zo groot werd en de circulatie in Brabant inmiddels zo wijdverspreid was dat contactonderzoek eigenlijk nergens meer op sloeg. Je kon niet meer vragen wie men allemaal had gesproken en of men in Italië was geweest. Nee, men was gewoon aan het carnavallen geweest, zeg maar. Er was geen contactonderzoek meer mogelijk. Dat was gewoon niet meer goed uit te voeren. Daarom is er overgestapt op een andere vorm van testen. En ja, dat heeft ook te maken met de gebrekkige beschikbaarheid van capaciteit.

Een Singaporese aanpak is met de huidige verspreiding van het virus en met de huidige gebrekkige beschikbaarheid van testmateriaal niet te doen. We hebben juist een aangepaste richtlijn vanuit het RIVM omdat de voorraad beperkt is. Als we daar zuinig mee omgaan, dan houden we die voorlopig nog wel eventjes. Dat heeft mij tot de conclusie gebracht dat we eigen testcapaciteit moeten hebben en dat we zelf spullen moeten gaan maken. We moeten niet afhankelijk zijn van één bedrijf. Dat is één. Twee is dat we tot die tijd inderdaad "zuunig an" moeten doen, ons aan de richtlijn van het RIVM moeten houden en moeten zorgen dat die zo goed als mogelijk wordt vertaald naar de verschillende beroepsgroepen.

De heer Van Haga (Van Haga):
Dat geeft natuurlijk hoop. U zit er duidelijk bovenop. Maar het oude protocol gaat natuurlijk nog steeds niet zo ver als de protocollen die ze in Taiwan, Hongkong en Singapore hebben gehanteerd. Bent u bereid om, als er voldoende testmateriaal en testcapaciteit is, inderdaad het protocol van Taiwan, Hongkong en Singapore in te gaan stellen?

Minister De Jonge:
Dat gaat me wel heel erg snel, maar ik snap wel wat u bedoelt. U wilt dat we meer gaan testen, zodat je je maatregelen veel preciezer kunt targetten op degenen die daadwerkelijk besmet zijn. Dat zou in ieder geval mijn idee daarbij zijn. Op die manier kun je daar je quarantaine-achtige maatregelen op richten, zodat ze zo min mogelijk desastreus zijn voor de economie, het maatschappelijk leven et cetera.

De voorzitter:
En dan nu een antwoord.

Minister De Jonge:
Ik deel dus die achtergrond, maar voordat ik hier een Singaporees model afkondig, wil ik het wel in de volgorde doen dat we eerst alles op alles zetten om te gaan werken aan meer testcapaciteit in Nederland via eigen productie en dat we daarna kijken op welke manier we dat zo eerlijk mogelijk kunnen verdelen. Dat is onderdeel van de opdracht van de taskforce die is ingesteld.

De heer Van Haga (Van Haga):
Dat is natuurlijk heel mooi en ik ben blij met het antwoord. Wat daar nog aan toegevoegd moet worden is natuurlijk dat je ook kunt testen om vast te stellen dat iemand het niet heeft. Dat is ook heel belangrijk. Nu zijn er gezinnen waar één iemand een snotneus en koorts heeft en iedereen thuis moet blijven.

Minister De Jonge:
Absoluut.

De heer Van Haga (Van Haga):
Maar als daar wordt vastgesteld dat niemand het heeft, dan is er geen probleem. Dat is ook goed nieuws. Dat zou kunnen met dat Taiwanese model.

Minister De Jonge:
Of dat iemand het al gehad heeft; ook dat is mooi nieuws. Zeker.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik realiseer me heel goed dat we moeten opereren in een tijd van grote onzekerheden. We hebben gister grafieken gezien die er zo uitzien. Er zijn verschillende variabelen, waarvan we niet weten hoe het zal lopen. Een aantal van die lijnen komt echt dramatisch boven de ic-capaciteit uit. Ik vraag me af welke aannames er nu worden gedaan. Ik snap dat het kabinet alles op alles zet voor die testen en voor de beschermingsmaterialen, maar van welke aannames gaat het kabinet uit, als we naar dit soort lijnen kijken? Gaat het kabinet ervan uit dat het met die testen en met die beschermingsmaterialen deze week geregeld is? Wat betekent dat voor de kans dat we de ic-capaciteit gaan overschrijden?

Minister De Jonge:
Dat zijn twee vragen. Bij de testcapaciteit gaan we niet uit van een maximaal scenario maar van maximale snelheid om die in Nederland gerealiseerd te krijgen. Ik denk dat dat belangrijk is, gegeven de observaties van u allen, dat we te afhankelijk van een bedrijf en dat we als dat bedrijf niet in staat is te leveren, ondanks een sterk verhoogde productie, te afhankelijk zijn geworden. Dat is één. Twee: ik denk dat het goed is dat u die ic-capaciteit nog even noemt en de staatjes erbij pakt van professor Van Dissel, gister. Ik heb ondertussen even contact gezocht met Martin van Rijn, die heeft gesproken met Gommers. Hij bevestigt dat per 1 april opgeschakeld kan worden naar 1.600 en de IGJ, de inspectie ziet daarop toe. Dat is 1.037 voor corona en 575 regulier spoed. Dat is zojuist via Gommers bevestigd. De heer Asscher vroeg om dat te bevestigen en dat is bij dezen bevestigd.

Wij houden in de staatjes van het RIVM niet rekening met wat Van Dissel gister zei, dat de R richting 1 begint te gaan of misschien zelfs al door de 1 is. Dat is niet waar we rekening mee houden. Bij de planning van de ic-capaciteit houden we ook niet rekening met de uitspraak dat het waarschijnlijk richting die groene lijn zal gaan. Dat is niet waar we rekening mee houden. In de planning houden we rekening met de rode lijn, die de komende weken vrij steil gaat, in die sheet van het RIVM, dus be prepared for the worst.

De voorzitter:
Eerst mevrouw Ouwehand en dan ga ik naar de heer Segers en dan krijgt u het woord, meneer Azarkan.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nog een vraag. Ik stel me zo voor — en als het anders zit, hoor ik dat wel van de minister — dat je er in die scenario's vanuit gaat dat op zeker moment die testen en die beschermingsmaterialen er zijn, zodat mensen die gaan werken in de zorg hun cliënten niet kunnen besmetten en vice versa. Ik wil eigenlijk weten waar we dan vanuit gaan. Ik snap dat je niet zeker weet of je dat gaat halen, maar waar gaat het kabinet van uit? Op basis daarvan denk ik dat je eerder in beeld krijgt of er nog een noodscenario nodig is. Dan zie je op tijd of er andere of extra maatregelen nodig zijn.

Minister De Jonge:
We gaan uit van het scenario maximaal controleren. Daarbij hebben we twee grote ankerpunten. Het ene ankerpunt is de capaciteit van de zorg, van ic- of niet-ic-bedden. Dat is een belangrijk ankerpunt. Aan de andere kant is een belangrijk ankerpunt de bescherming van kwetsbare personen. Die twee doelen hebben we in onze aanpak. Daar gaan we vanuit. Als je kijkt naar de steilheid van de lijn in het somberste scenario, heb ik zojuist aangegeven, als het gaat over de ic-capaciteit, ...

De voorzitter:
Dat is zojuist uitgebreid gewisseld.

Minister De Jonge:
… dat we alles doen wat er mogelijk is.

De voorzitter:
Dan mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Tot slot. Ik vergeet bijna te zeggen dat het een fijn bericht is dat bevestigd is dat er volgende week 1.600 ic-bedden beschikbaar zijn. Dank aan iedereen die daarvoor gezorgd heeft. Maar het is nog steeds geen antwoord op mijn vraag. Ik neem aan dat je in die scenario's een aanname doet over de maximale testcapaciteit die we op dit moment hebben en over de beschermingsmaterialen die zijn geregeld. Zo'n aanname zou eronder moeten liggen. Als die er is, wil ik dat graag weten.

Minister De Jonge:
Ik kom zo op de beschermingsmiddelen en wat daar lukt. Ik ben zojuist uitgebreid ingegaan op de testcapaciteit. Dit is een andere vraag, die gaat over scenarioplanning. Wat wij doen bij scenarioplanning is rekening houden met zwaar weer, het zwaarste weer wat het RIVM in zijn modellen zet. Met dat zware weer houden wij rekening. Daarop plannen wij. Daarover ging de landelijke coördinatie. Daarover gaan de noodhospitalen. Daarover gaan die duizenden beademingsapparaten die we aan het bestellen zijn voor de ic. Er is niet een nog somberder scenario waarop je je zou kunnen voorbereiden, want dat zou betekenen dat ik nog een paar ideeën in de mouw had om aan meer ic-bedden te komen. Het antwoord is dat die ideeën er niet zijn. Anders had ik ze allang gehad en in uitvoering gebracht.

De voorzitter:
Goed, dan ga ik naar de heer Segers.

Minister De Jonge:
Kortom, we doen alles wat mogelijk is.

De voorzitter:
De heer Segers.

De heer Segers (ChristenUnie):
Dit is mijn laatste interruptie, dus ik hoop op een hele heldere toezegging. Het gaat over testen. We hebben allemaal de echo van de Wereldgezondheidsorganisatie in ons hoofd: testen, testen, testen. Waarom? Je kunt je beleid goed targeten. Je weet precies hoe groot de pandemie is, waar de haarden zijn en hoe je mensen in quarantaine kunt plaatsen. Nu is er in het Verenigd Koninkrijk een grote hoeveelheid zelftesten aangekocht. De minister zei net dat hij laat testen door het RIVM of dat voldoet aan de standaarden, of het kwalitatief goed genoeg is. Er is een serologische test, die aangeeft of je het hebt gehad of niet, of je immuniteit hebt opgebouwd. Ik zou het echt zonde vinden van de energie, de tijd en de menskracht als in elk Europees land afzonderlijk al die testen worden getest op kwaliteit. Als we ergens Europa voor nodig hebben, dan is het om met landen die dezelfde standaarden hebben, het werk uit handen te nemen. Als het Verenigd Koninkrijk kijkt of die test goed genoeg is, als Duitsland dat bij een andere test doet en Frankrijk weer bij een andere test, dan kunnen we van die kennis profiteren. Zou ik de toezegging mogen hebben dat wij contact zoeken met het Verenigd Koninkrijk en om zodra er informatie op tafel ligt, die onmiddellijk hierheen te brengen en die test beschikbaar te stellen voor de Nederlandse bevolking?

Minister De Jonge:
Zeker. Ik sluit ook niet uit dat het RIVM daar al contact mee heeft, want dat heeft veel contact met Engeland. Laten we zeker samen optrekken als dat kan.

De heer Azarkan (DENK):
Ik kom toch nog even terug op het optreden van Roche inzake het beschikbaar stellen van apparatuur. Ik meen me te herinneren dat toen we problemen hadden met Air France-KLM, de minister van Financiën 700 of 750 miljoen euro uittrok om een stoeltje aan de bestuurstafel te kopen. Dat ging redelijk rap. Nu gaat het om de volksgezondheid en nu zegt de minister dat hij wel een telefoontje wil wagen. Ik wil graag van de minister weten wanneer hij dat telefoontje voor het eerst heeft gedaan. Zijn er nog andere mogelijkheden, bijvoorbeeld via onze pensioenfondsen, die wellicht aandelen hebben in dit bedrijf en die er ook iets van kunnen vinden, om druk uit te oefenen?

Minister De Jonge:
Er zijn natuurlijk meerdere telefoontjes geweest, want dat loopt ook via de laboratoria die daar gebruik van maken. Die taskforce is een week geleden ingesteld door Bruins. We hebben de nadere opdracht gegeven per vanmorgen, toen ik die brief heb getekend. Er zijn meerdere contacten geweest, maar ik weet niet exact wanneer die zijn gelegd. Roche produceert over de hele wereld en heeft over de hele wereld een productieprobleem, dus Nederland zal niet het enige land zijn dat aan de telefoon hing.

Zijn er nog andere mogelijkheden om er invloed op te hebben? Ja, ik heb niet voor niets gevraagd aan een speciaal gezant om zo snel als mogelijk Nederlandse productiefaciliteit op te bouwen. De heer Sijbesma is een levensgrote naam in deze wereld. Natuurlijk moet dat helpen om te doen wat nodig is, om te zorgen dat we een goede ingang hebben bij een bedrijf dat zo'n grote positie heeft in de wereld. We doen er alles aan om te zorgen dat we zo snel mogelijk productiefaciliteit kunnen bouwen. Dat is wat ik ervan kan zeggen.

De voorzitter:
Dan wil ik een beroep op u doen om de volgende onderwerpen wat sneller te behandelen. Er is veel gewisseld via interrupties.

Minister De Jonge:
Ja, dat begrijp ik, voorzitter.

Over persoonlijke beschermingsmiddelen vraagt 50PLUS of er voldoende aandacht is voor de wijkverpleging en voor de thuiszorg bij de verdeling daarvan. Ja, gegeven de schaarste is afgesproken hoe de verdeling moet lopen. Bij welk type zorghandeling heb je welk type beschermingsmateriaal nodig? Daarbij is geen uitzondering gemaakt naar verschillende sectoren. De verdeelcriteria gelden voor alle domeinen van de zorg. Wat ik wel hoor, en dat hoort u natuurlijk ook, is dat de verdeling via de ROAZ'en voor een organisatie voor ouderenzorg of vvt helemaal geen gebruikelijke ingang is om te kiezen. Dat duurt dus wel even voordat dat goed op gang komt, dat zie ik ook wel en daar werk ik aan.

We hebben helderheid gegeven over waar je moet zijn en wie je moet bellen, en we hebben ook helderheid gegeven aan de ROAZ-coördinatoren door te zeggen: als er een vvt-instelling op je deur staat te bonzen, doe open en geef die spullen. We hebben ook tegen de vvt-sector, de ouderenzorgsector gezegd: mocht je er niet doorkomen, geef ons dan een signaal, zodat wij kunnen bellen met het ROAZ dat het echt de bedoeling is. Kortom, we hebben alles in gereedheid gebracht om daar te komen. Ik hoor nog weleens een enkel signaal dat het onvoldoende lukt. En we moeten eerlijk zijn: de stroom komt op gang, maar we zijn er nog niet. Maar die stroom komt wel op gang. Ik denk dat het goed is om dat te zeggen.

Er is een landelijk consortium hulpmiddelen ingericht, dat continu bezig is met 60, 70 inkopers van de gezamenlijke ziekenhuizen, alles bij elkaar op één beursvloer, met uiteraard anderhalve meter afstand, om al die orders binnen te hengelen. Ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik denk dat u inmiddels ook honderden appjes en mailtjes hebt gekregen van mensen met een goed idee. Het verdrietige daarvan is dat het gros van die ideeën geen goed idee blijkt te zijn, maar we kunnen ons het risico niet veroorloven dat we een goed idee missen, dus wordt alles nagegaan. Dat zijn inmiddels duizenden leads die zijn nagetrokken door dat inkoopcentrum. Er wordt werkelijk dag en nacht gewerkt. Dat heeft inmiddels geleid tot een behoorlijke steady flow aan binnenkomende spullen, met 4,2 miljoen FFP2-maskers tot nu toe, 2,2 miljoen chirurgische maskers, allerlei andere middelen, zoals brillen en handschoenen, 130.000 liter desinfectans. Daarnaast hebben we heel veel giften gekregen van grote bedrijven. Dat komt namelijk ook voor. Ik denk dat we daarmee op weg zijn, een aantal stappen op weg hebben gezet, maar ik ga hier niet beloven dat daarmee het tekort voorbij is. Dat is namelijk niet zo. We zullen dus alles, alles, alles op alles zetten om iedere mogelijkheid binnen te hengelen.

Het ingewikkelde van die FFP2-maskers is dat de enige echt grootschalige productie op dit moment plaatsvindt in China. De hele wereld is op dit punt dus gericht op China. En ja, we hebben een aantal heel mooie luchtbruggen op kunnen zetten. Een deel van de orders die nu zijn geleverd, zoals de allereerste echt heel grote order van afgelopen zaterdag, vormt de eerste batch van een miljoenenorder, die ons tot dik 20 miljoen gaat opleveren richting mei. Zo groot zijn die orders inmiddels. Maar het is heel hard werken om alles binnen te krijgen, en vervolgens heel hard werken om alles netjes te verdelen.

De voorzitter:
En nu de vragen die daarover zijn gesteld.

Minister De Jonge:
Dit was een antwoord op de vraag van de heer Krol. Het tweede was aan de heer Asscher gericht. Dat had ik er misschien even bij moeten zeggen. Overigens had de heer Van der Staaij dezelfde vraag gesteld, dus bij dezen. De heer Jetten had ook dezelfde vraag gesteld, dus bij dezen.

De heer Klaver zegt nog: is het zelf produceren van beschermingsmiddelen een optie? Het antwoord is: ja, dat is een optie, alleen nooit in de aantallen die China nu haalt. Het duurt nog heel erg lang voordat je daar bent. Als ik kijk naar de aantallen die inmiddels nodig zijn in een gemiddeld ziekenhuis, is dat allemachtig veel. Maar we werken ook daar met een consortium. Er is bijvoorbeeld een bedrijf dat z'n productiecapaciteit uit China overhaalt naar Nederland, met machine en al. Hartstikke mooi natuurlijk. Dat type voorbeelden zien we op dit moment.

De heer Pieter Heerma (CDA):
De minister geeft aan dat het nu op gang begint te komen. Tegelijkertijd bereiken ons allemaal uit de ouderenzorg en de thuiszorg, maar ook heel specifiek uit de gehandicaptenzorg, signalen dat het nog niet op gang is gekomen. Is de minister bereid om in de brief die volgende week komt uitgebreid in te gaan op de vraag of het in de ouderenzorg, thuiszorg en gehandicaptenzorg daadwerkelijk op gang gekomen is?

Minister De Jonge:
Ja, zeker. Daar zit ook een andere discussie onder. Er is gegeven de krapte door het RIVM een vrij stringente richtlijn gemaakt. Niet iedereen is enthousiast over die vrij stringente richtlijn over welk type zorghandeling welk type beschermingsmateriaal vergt. Die discussie zit er ook nog onder. Maar ik zal daar meer precies inzicht in geven in de brief van volgende week.

De voorzitter:
Goed. Het volgende onderwerp.

Minister De Jonge:
Dat betreft de bescherming van kwetsbare groepen. Daar loop ik ook maar gewoon even de vragen af.

Welke richtlijnen zijn er bij een besmetting in een verpleeghuis? Dat was een vraag van de heer Krol. De vereniging van specialisten ouderengeneeskunde, Verenso, heeft hiervoor een richtlijn opgesteld. Een patiënt wordt geïsoleerd verpleegd. Als er twee positief geteste patiënten in een verpleeghuis zijn, vindt er vanaf dat moment cohortverpleging plaats, in een afgescheiden gang binnen het verpleeghuis waar patiënten worden verpleegd als dat nodig is. Sowieso worden daar natuurlijk alle hygiënemaatregelen toegepast.

Hebben de verpleeghuizen voldoende ruimte en capaciteit voor menselijk contact? We hebben natuurlijk, op advies van Verenso, de heel moeilijke maatregel moeten nemen van het stoppen van bezoek. Die maatregel wil niemand nemen, maar we zagen wel dat die echt nodig was, gegeven een aantal uitbraken in met name Brabant en Limburg. Bezoek gaat dus echt niet door. Dat kan gewoon echt niet, behalve in de palliatieve fase, want daarvoor moeten we natuurlijk een uitzondering maken; het kan niet zo zijn dat je geen afscheid van elkaar kunt nemen. Het is wel heel zwaar en moeilijk. Dat is dus een van de maatregelen. Dat betekent dat mantelzorg nu echt even niet kan, tenzij er sprake is van een zorgvrijwilliger die nodig is om de zorg in een verpleeghuis überhaupt op gang te houden. Daarvoor gelden dan dezelfde regels als voor zorgmedewerkers. Als vrijwilligers nodig zijn voor de basiszorg, kan dat dus. Maar bezoek kan niet. Niettemin, zeg ik altijd: beperk het bezoek, maar hou het contact. Daarvoor zie je heel veel mooie mogelijkheden met beeldbellen et cetera. Dat lukt gelukkig wel.

De heer Van der Staaij vraagt: hoe kunnen we eenzame kwetsbare mensen helpen? Er gebeurt ongelofelijk veel aan acties. Wij proberen daar waar we kunnen allerlei initiatieven te koppelen, want er zijn heel veel initiatieven en platforms die vraag en aanbod bij elkaar proberen te brengen. Er is een heel groot kerkelijk initiatief, #nietalleen, waar de heer Segers aan refereerde. Er is ook een ander initiatief, NLvoorelkaar, een heel mooi platform. Die proberen wij te helpen met alles wat ze doen, omdat het ongelofelijk belangrijk is dat je juist in deze tijd probeert al dat maatschappelijke initiatief te bundelen om kwetsbare eenzame mensen te helpen.

De heer Krol vroeg wat we allemaal voor extra maatregelen doen voor mantelzorgers. Dat gaat over heldere communicatie. MantelzorgNL heeft de openingstijden van de Mantelzorglijn verruimd. Gemeenten werken aan een verbreding van de beschikbaarheid van respijtzorg. Ik denk dat dit heel belangrijk is. We zijn heel hard bezig met de ic-capaciteit en de niet-ic-beddencapaciteit in de ziekenhuizen of noodhospitalen, maar daarnaast zullen we met elkaar ook moeten zorgen voor voldoende zorghotels, dus voldoende plek voor de mensen die thuis wonen maar voor wie dat nu niet gaat omdat ze bijvoorbeeld ziek worden en niet voor zichzelf kunnen zorgen. Ook daar werken we dus volop aan.

De voorzitter:
Ik denk dat hiermee alle vragen zijn beantwoord?

Minister De Jonge:
Ja, voorzitter.

De voorzitter:
Oké! De heer Van der Staaij.

De heer Van der Staaij (SGP):
Een korte vraag. De minister somt de mooie initiatieven op. Inderdaad, #nietalleen is een heel mooi netwerk en er zijn andere platforms. Zou de minister voor al deze organisaties zelf ook kunnen bijdragen aan een versterking van de communicatie naar de burgers toe? Want dat is allemaal natuurlijk ook best nog zoeken. We hebben nog steeds heel veel mensen die niet weten welke mogelijkheden er precies zijn.

Minister De Jonge:
Ik ga volgende week in de brief aangeven wat we op dat punt allemaal doen. Dat is namelijk allemachtig veel. Het is allemaal voor me uitgeschreven, maar als ik dat allemaal ga opnoemen, grijpt de voorzitter ruw in, denk ik.

De voorzitter:
Zo is dat.

Minister De Jonge:
Ik ga het dus in de brief van volgende week zetten.

De voorzitter:
En u gaat nu naar een afronding toe?

Minister De Jonge:
Ja. Ik heb nog een paar onderwijsvragen en nog wat overige vragen.

De voorzitter:
Maar ik zie mevrouw Marijnissen. Uw laatste vraag.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Ik heb een vraag over het stopzetten van de thuiszorg op veel plekken. De SP krijgt veel berichten uit allerlei plekken in het land dat dit gebeurt. Gezien wat de minister net zelf zei, namelijk dat er sprake is van de verdrietige situatie dat veel ouderen op dit moment alleen zitten, dat de familie niet op bezoek kan komen en dat mantelzorg lastig is, is het toch onacceptabel dat de thuiszorg wegvalt? We hebben mailtjes en telefoontjes gekregen van mensen die op dit moment al tijden niet meer gedoucht worden omdat de thuiszorg gewoon niet meer komt. Hoe gaat de minister dit oplossen? Zeker in deze situatie, waarin er al heel veel is weggevallen voor onze ouderen, lijkt het me dat juist de noodzakelijke thuiszorg wel echt overeind moet blijven.

Minister De Jonge:
Ik ben dat heel erg met mevrouw Marijnissen eens, juist omdat je thuis de vinger aan de pols wil houden. Ik krijg die signalen ook. Ik begrijp dat de achtergrond daarvan gewoon ziekte is. De ziektepercentages zijn hoog, ofwel doordat mensen angstig zijn om te werken ofwel doordat mensen daadwerkelijk ziek zijn. Met griepachtige klachten die op coronaklachten lijken, is het beter om niet te gaan werken, zeker als er echt sprake is van koorts. Dat is ook de instructie aan de zorg. Kortom, ik zie ook het hoge ziekteverzuimpercentage. Ik werk met gemeenten aan — ik dacht dat ik dat ook in de brief van gisteravond had geschreven — een plan voor kwetsbare mensen thuis. Voor de ouderen, maar ik wil dat er met vergelijkbare groepen op dezelfde manier wordt omgegaan, waarbij we allereerst organiseren dat thuis de vinger aan de pols wordt gehouden. Daarnaast zijn ook die zorghotels beschikbaar, als er toch sprake is van opname op een tijdelijk bed. Dat moet dan ook weer goed gematcht worden in de triage en in de matching. Dat moeten we dus ook organiseren. Die drie dingen wil ik dus eigenlijk zien in een aanpak voor kwetsbare personen thuis. Daar werk ik nu aan. Zodra ik daar meer over kan vertellen, laat ik u dat weten. Ik hoop dat dat volgende week kan. Ik ben het namelijk zeer met u eens.

De voorzitter:
Gaat u verder.

Minister De Jonge:
Dan de onderwijsvragen, voorzitter, mede namens collega Slob. Hoe schieten we scholen en gezinnen te hulp die thuis niet beschikken over goede faciliteiten om het thuisonderwijs, het afstandsonderwijs, op een goede manier te kunnen doen? Dat is een vraag van D66. Nou, de school heeft op zichzelf genomen natuurlijk de eerste verantwoordelijkheid om te zoeken naar dat type initiatieven. Zij ontwerpen ook dat onderwijs vanuit huis. Ik heb twee pubers. Die hebben op dit moment allebei een heel verschillende variant van dat thuisonderwijs — ze beginnen het trouwens wel een beetje zat te worden. We hebben het Jeugdeducatiefonds. Dat verstrekt deze week 900 laptops en tablets. Dan hebben we de Stichting Leergeld, die devices aan leerlingen verstrekt. Dan is er landelijk 2,5 miljoen beschikbaar gesteld aan de inkoopcoöperatie SIVON, om zo veel mogelijk laptops en tablets te kopen. Wanneer schoolbesturen na overleg met gemeenten en andere lokale partijen niet tot een oplossing kunnen komen, kunnen zij een aanvraag doen bij SIVON. De voorlopige planning is dat zij een aanvraag kunnen indienen tot donderdag 26 maart, 15.00 uur. Dat zou natuurlijk weleens vandaag kunnen zijn. Ja, dat is zo. SIVON is voornemens om op vrijdag 27 maart de aanvragen te beoordelen. Verder staat hier nog allerlei detailinformatie die ik van onze voorzitter niet mag voorlezen.

Voorzitter. De heer Baudet vroeg: hoe gaan we de schoolexamens vormgeven, en hoe kan dat digitaal? De scholen zijn op dit moment volop bezig om de laatste schoolexamens af te nemen. Ze kunnen dit, met inachtneming van de richtlijn, op zich fysiek op school doen. Ze kunnen ook voor een vorm van toetsing kiezen waarin ze dat op afstand doen. Sommige scholen doen dat ook. Welke toetsingsvorm geschikt is, verschilt per vak. Dat wordt beoordeeld door de school. Scholen maken hierin hun eigen afweging. Collega Slob werkt met het scholenveld aan een goede slaag/zakregeling, een goede juridische vormgeving. Zo snel als dat mogelijk is, komt hij daarop in de richting van uw Kamer terug.

De VVD vraagt: waar kunnen scholen en leerlingen terecht voor vragen over de examens? Het ministerie heeft dagelijks contact met alle onderwijssectoren. Zij hebben dat ook weer met hun achterban. Heel veel informatie loopt via die kanalen. Als scholen aanvullende vragen hebben, kunnen ze terecht bij het Examenloket, het reguliere loket voor vragen over examens. Leerlingen kunnen zich met vragen wenden tot het LAKS, of tot hun school, natuurlijk. Op rijksoverheid.nl/examens zijn vragen en antwoorden te vinden over de examens in het voortgezet onderwijs. Via het Examenblad van het College voor Toetsen en Examens ontvangen alle scholen ook informatie over de examens. Samen met het Examenloket, de inspectie, de VO-raad, LAKS en het platform voor examensecretarissen inventariseren we alle vragen die op dit moment opkomen. Die voorzien we zo snel mogelijk van een antwoord.

Dan nog een aantal overige vragen, voorzitter. De eerste vraag is van mevrouw Van Kooten-Arissen. Zij zegt: "Ik maak me zorgen over sommige kinderen thuis. Als ze op school zitten, worden die voldoende in beeld gehouden. Als ze thuis zitten, gebeurt dat niet." Mijn eigen vrouw is schoolmaatschappelijk werker. Zij heeft er op dit moment inderdaad een dagtaak aan om alle kinderen na te bellen om te vragen: "Hoe is het met je? Gaat het wel goed? Weet me te vinden als het niet goed gaat." Dat gebeurt vanuit schoolmaatschappelijk werkers op dit moment volop. Ook vanuit Veilig Thuis is aangegeven: wij blijven paraat. Als je 0800-2000 belt, krijg je gewoon Veilig Thuis aan de lijn. Veilig Thuis doet gewoon z'n werk. Maar ik ben het wel zeer met u eens dat ik vind dat we daar extra over moeten communiceren, want we zien dat het huiselijk geweld oploopt. Dat is in deze tijd ook niet zo gek. Kortom, hiermee ga ik graag aan de slag. Dank voor deze aanmoediging. Ik ga er graag mee aan de slag.

Dan heb ik hier een vraag over vaccinontwikkeling. Een aantal fracties heeft daarnaar gevraagd, volgens mij de VVD en het CDA. De heer Heerma heeft ernaar gevraagd, dacht ik. De heer Wilders heeft er ook naar gevraagd. Men vroeg naar de vaccinontwikkeling: waarom is het zo ingewikkeld, en waarom zitten er milieuregels in de weg voor de snelheid van de ontwikkeling? De Telegraaf geeft inderdaad aan dat strenge milieuregels Nederland onaantrekkelijk maken voor het testen van een nieuw coronavaccin. Snelheid is cruciaal, maar of deze vaccins nu in Nederland of in Engeland worden getest, maakt voor de snelheid van de ontwikkeling van het vaccin op zichzelf genomen niet uit. Het is voor Nederland wel jammer als bedrijven ervoor kiezen om de ontwikkeling elders te doen. Ik ben ook blij dat het ministerie van IenW de procedures voor klinisch onderzoek heeft verkort van 120 dagen naar 56 dagen in het algemeen en speciaal voor corona naar 28 dagen. Daarmee zijn we in Europa waarschijnlijk het snelst.

Kunnen apotheken zelf ook geneesmiddelen maken? Dat was een vraag van Jesse Klaver. Ja, onder voorwaarden kunnen apothekers zelf geneesmiddelen bereiden. Dit moet binnen de kaders van de wet, dus in principe kan dat alleen voor eigen patiënten. Maar dit is natuurlijk wel een andere tijd, dus we moeten echt kijken of dat niet breder kan. Wat wel meespeelt bij apothekers, is dat ze natuurlijk wel aan voldoende grondstoffen moeten kunnen komen. Dat is natuurlijk wel problematisch, zeker nu India de grenzen voor export heeft gesloten, want daar komen veel van onze grondstoffen vandaan. Overigens is er vanochtend door collega Van Rijn aan u gecommuniceerd over de centrale regie op de beschikbaarheid van coronagerelateerde geneesmiddelen. Hij houdt samen met het CBG en IGJ de vinger aan de pols bij de beschikbaarheid van geneesmiddelen die op de ic worden gebruikt. Verder wordt er scherp gelet op de tekorten van andere geneesmiddelen, via de Werkgroep Geneesmiddelentekorten. Die brief is als het goed is vanochtend naar de Kamer gegaan, maar het zou ook gisteravond geweest kunnen zijn.

Dan tot slot een vraag van de heer Jetten: Duitsland investeert veel in onderzoek; doen wij dat ook? In veel Europese landen wordt op nationaal niveau geld vrijgemaakt, ook bij ons. Voorbeelden zijn Duitsland, Spanje, Denemarken en Frankrijk. Daarop is meer coördinatie nodig. Daarom werkt de Europese Commissie aan de coördinatie en de schaalvergroting door middel van verschillende calls. Vanuit Horizon 2020 gaat het over 47,5 miljoen. Zeventien projecten zijn gestart. Nederlandse partijen kregen daarvan 7,5 miljoen. Vanuit Innovative Medicines Initiative ging het om 45 miljoen. De farmaceutische industrie zal naar verwachting ook 45 miljoen beschikbaar stellen. Daarmee gaat het om in totaal 90 miljoen. Europese landen vinden de volgende dingen belangrijk. Een. Het gebruik van samenleving, wetenschap en bedrijfsleven. Twee. Geen zware call, maar een snelle procedure. Drie. Verschillende soorten onderzoek zijn van belang: vaccinatie, epidemiologie, artificial intelligence, big data et cetera. Denk ook aan het delen van kennis via open science. De inzet van Nederland daarbovenop is een bijdrage van 10 miljoen vanuit VWS en vanuit OCW via het NWO is er ook een bijdrage van 10 miljoen voor coronaonderzoek.

De voorzitter:
Bent u hiermee ...

Minister De Jonge:
Das war es!

De voorzitter:
Oké. Meneer Jetten?

De heer Jetten (D66):
Zelfs met die twee keer 10 miljoen die de minister nu noemt, geeft Nederland volgens mij nog steeds zo'n zes keer minder extra middelen uit aan wetenschappelijk onderzoek dan de landen die de minister zelf noemde. Ik zou hem dus willen vragen om in de brief van volgende week de minister voor Medische Zorg en de minister van OCW uitgebreider te laten ingaan op hoe we extra middelen kunnen vrijmaken. Het zijn namelijk vaak juist Nederlandse onderzoeksgroepen aan Nederlandse universiteiten, en Nederlandse bedrijven, die heel veel van dat geld kunnen binnenhalen, niet alleen vanuit Nederland, maar ook vanuit Europa.

Voorzitter, tot slot. De vraag van de heer Klaver ging ook over de grondstoffen van de medicijnen. Misschien kan de minister daar ook nog op ingaan.

Minister De Jonge:
Volgens mij ben ik daarop ingegaan. Ik zei daarover dat ik heel snel ging. Maar grondstoffen zijn een probleem. Dat speelt dus altijd. Als apothekers het zelf mogen maken, is dat mooi. Maar als ze zelf geen grondstoffen hebben, is dat überhaupt problematisch. Daarnaast worden natuurlijk überhaupt de tekorten aan grondstoffen door de lockdown van India en delen van China, betrokken bij de Werkgroep Geneesmiddelentekorten, waaraan ik net refereerde.

De voorzitter:
Dank u wel. Volgens mij bent u klaar.

Minister De Jonge:
Ik denk het ook, voorzitter. Ik krijg het idee dat u haast heeft of zo!

De voorzitter:
Nee, maar u heeft bijna twee uur gesproken.

Minister De Jonge:
Ik zou zeggen: zo kort ben ik nog nooit geweest!

De voorzitter:
Nou ...

Ik zie dat de heer Azarkan nog een vraag willen stellen. Dat kan niet meer. U bent door uw interrupties heen. U kunt het meenemen in uw tweede termijn.

Dan ga ik nu naar de tweede termijn van de kant van de Kamer. Ik geef de heer Veldman het woord namens de VVD.

De heer Veldman (VVD):
Voorzitter. Dank voor de beantwoording door beide bewindspersonen. Goed om van de minister van Volksgezondheid de toezegging te horen dat hij qua juridische maatregelen niet willekeurig een instrument of zomaar het zwaarste instrument kiest, maar ook kijkt naar het effect van een instrument.

We weten al een aantal maanden dat IenW bezig is met onderzoek. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in Nederland gewerkt wordt aan de ontwikkeling van een vaccin tegen het nieuwe coronavirus, dat wegens strenge Nederlandse milieuregels waarschijnlijk getest zal worden in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten;

constaterende dat farmaceutische bedrijven voor klinische tests een milieuvergunning via het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat moeten aanvragen, dit een tijdrovende procedure is, en daarmee de snelheid van het ontwikkelen van vaccins geblokkeerd wordt;

constaterende dat, in vergelijking met andere Europese landen, de Nederlandse toepassing van Europese milieuwetgeving ervoor zorgt dat klinisch onderzoek naar geavanceerde vaccins en bijvoorbeeld cel- en gentherapieën niet of met vertraging start;

van mening dat de complexe Nederlandse regels gedateerd zijn en niet voldoen aan de eisen van deze tijd;

van mening dat onderzoek dat in Nederland plaatsvindt ook in Nederland afgerond zou moeten worden zodat Nederlanders er optimaal van kunnen profiteren;

verzoekt de regering met spoed de procedures voor klinische onderzoeken te versnellen, zodat nieuwe medische behandelingen en technologieën, zoals het vaccin tegen het nieuwe coronavirus, in Nederland sneller ontwikkeld en getest kunnen worden, en de Kamer hierover begin april te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Veldman, Jetten, Segers, Pieter Heerma, Krol, Van der Staaij, Wilders en Baudet.

Zij krijgt nr. 180 (25295).

Heeft iemand het voorlezen van de motie verstaan? Mevrouw Ouwehand heeft een korte vraag.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, we hadden de tekst al, dus dat scheelt. Als we het luisterend hadden moeten registreren, was het moeilijker geweest. Mijn vraag gaat over een van de zorgen die ook speelt in deze crisistijd, namelijk dat de crisis wordt gebruikt om allerlei bevoegdheden uit te delen en regels buitenspel te zetten. Ik heb de indruk dat deze motie dat wel een beetje doet. Ik vraag aan de VVD waarom zij hun verzoek niet specifiek richten op het testen van het coronavaccin. Het kabinet heeft daar ook al iets over gezegd. Waarom kiest zij ervoor om met haar motie met één pennenstreek te zeggen: de Nederlandse regels ter bescherming van het milieu zijn gedateerd en voldoen niet aan deze tijd? Dan doe je aan datgene waar we voor gewaarschuwd worden: deze crisis wordt misbruikt om allerlei wetten en regels die een goede reden hadden, aan de kant te zetten.

De heer Veldman (VVD):
Dit is een discussie die al maanden speelt. De Kamer heeft er eerder over gedebatteerd met de toen nog verantwoordelijke staatssecretaris Van Veldhoven. Het schiet maar niet op. De onderzoekers in Nederland geven gewoon aan: wij kunnen en willen dingen, maar voor die klinische onderzoeken moeten wij vervolgens naar het buitenland omdat Nederland strengere regels hanteert. Juist deze crisis, waarbij onze eigen onderzoekers echt werk willen maken van het werken aan een vaccin, laat zien dat die regeltjes gewoon niet van deze tijd zijn. Dit is dus het moment om ons aan te sluiten bij wat andere landen in Europa doen: een level playing field, dezelfde regels, en dus onze regels schrappen.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Veldman. Nee, mevrouw Ouwehand, niet nog een interruptie.

Dan geef ik het woord aan de heer Wilders namens de PVV.

De heer Wilders (PVV):
Voorzitter, dank u wel. De minister van Volksgezondheid heeft toegezegd maandag 1.600 bedden op de ic te hebben. We zullen zien of dat zo is. Het gaat natuurlijk niet alleen om maandag, maar ook om daarna. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat 12 maart jongstleden de motie Wilders/Asscher is aangenomen, die de regering verzoekt alle middelen in te zetten en alles in het werk te stellen om genoeg ic-capaciteit te bewerkstelligen;

spreekt uit dat het onacceptabel is dat de ic-capaciteit nog steeds niet op orde is;

verzoekt de regering ervoor te zorgen dat de ic-capaciteit dusdanig wordt uitgebreid dat er geen tekorten ontstaan en daaraan de grootste urgentie te geven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wilders, Asscher, Marijnissen, Van der Staaij, Krol, Van Kooten-Arissen, Ouwehand, Azarkan, Baudet en Van Haga.

Zij krijgt nr. 181 (25295).

De heer Wilders (PVV):
Dan een motie over het beschermingmateriaal.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er een enorm gebrek is aan beschermingsmateriaal, zoals mondkapjes, voor mensen die werkzaam zijn in de zorg, zowel in de ziekenhuiszorg, als in de thuiszorg, wijkverpleging, verpleeghuiszorg en andere zorginstellingen;

verzoekt de regering ervoor te zorgen dat er voor elke zorgmedewerker binnen uiterlijk een week voldoende beschermingsmiddelen beschikbaar zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wilders, Asscher, Klaver, Marijnissen, Krol, Van Kooten-Arissen, Ouwehand, Azarkan, Baudet en Van Haga.

Zij krijgt nr. 182 (29295).

De heer Wilders (PVV):
Mevrouw de voorzitter. Ten slotte nog een motie over het testbeleid. Het UMCG in Groningen heeft dat al voor medewerkers gedaan. Ik vind dat alle medewerkers in de zorg dat verdienen. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het UMCG vorige week een aangepast testbeleid heeft ingezet, waarbij zorgmedewerkers die milde coronaklachten hebben of die huisgenoten hebben met dergelijke klachten, standaard worden getest op het coronavirus;

verzoekt de regering het in Groningen ingezette testbeleid in te stellen voor heel Nederland zodra het aantal beschikbare testkits dit toelaat,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wilders, Van der Staaij, Krol, Van Kooten-Arissen, Azarkan, Baudet en Van Haga.

Zij krijgt nr. 183 (25295).

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Pieter Heerma namens het CDA.

De heer Pieter Heerma (CDA):
Dank, voorzitter. Ik wil het kabinet bedanken voor de beantwoording in eerste termijn en de toezeggingen over de ic-capaciteit, over een brief volgende week waarin expliciet wordt ingegaan op de stand van zaken met de sneltest, en over beschermingsmiddelen in de thuiszorg, de ouderenzorg en de gehandicaptenzorg. Gegeven het debat in eerste termijn rondom het beschikbaar zijn van voldoende testen in Nederland en de druk die daarop gezet wordt via verschillende middelen, wil ik graag de volgende motie indienen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat veelvuldig testen van groot belang is voor het effectief bestrijden van het coronavirus;

overwegende dat er nu een tekort is aan testmateriaal;

constaterende dat de Taskforce Diagnostiek opdracht heeft gekregen te zorgen voor voldoende testcapaciteit middels inkoop en productie en de verdeling van de beschikbare capaciteit;

overwegende dat er een speciaal gezant is aangesteld om de productie van tests in Nederland te bewerkstelligen;

verzoekt de regering erop toe te zien dat dit op korte termijn tot resultaten leidt, en hierbij de inzet van verdergaande juridische maatregelen richting de private sector te bezien,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Pieter Heerma, Klaver, Veldman, Jetten, Segers, Van der Staaij, Marijnissen, Wilders, Krol, Ouwehand, Azarkan, Baudet, Van Haga en Van Kooten-Arissen.

Zij krijgt nr. 184 (25295).

Dank u wel, meneer Heerma. Het woord is aan de heer Jetten namens D66.

De heer Jetten (D66):
Voorzitter, dank aan het kabinet voor de uitgebreide beantwoording in eerste termijn. Dank voor de erkenning dat de communicatie blijvend verbeterd moet worden en voor de toezeggingen op de ic-capaciteit, op het mogelijk meer investeren in wetenschappelijk onderzoek en op de speciale aandacht voor de culturele sector en de evenementen die nu in onzekerheid zitten vanwege die onduidelijkheid over 6 april en 1 juni.

Samen met de collega's Veldman en Heerma heb ik twee moties mee-ingediend over de ontwikkeling van vaccins en het beschikbaar krijgen van voldoende testen.

Wij vieren dit jaar 75 jaar vrijheid in de grootste onvrijheid die ons land ooit heeft gekend sinds de oorlog. Dat doen we dit keer zonder schuilkelders of razzia's, maar met voldoende voedsel in de supermarkten. Wat we nu met elkaar moeten doen, is voldoende afstand houden van elkaar voor elkaar. Dat moet ons toch lukken?

Ik wens het kabinet, alle mensen op de ministeries en in de zorg heel veel sterkte en succes om de komende weken de verspreiding van het virus verder af te remmen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Jetten. Dan geef ik nu het woord aan de heer Klaver namens GroenLinks.

De heer Klaver (GroenLinks):
Voorzitter, dank. Ik wil twee punten maken. Ten eerste de medicijnen en het gebrek daaraan voor de komende tijd. De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuisapothekers heeft onderzoek gedaan onder haar leden. Dan zien we dat er nog voor ongeveer twee weken medicijnen op voorraad zijn. Ik wil benadrukken dat het van het grootste belang is dat we de jacht openen op alle grondstoffen die nodig zijn en niet alleen op de kant-en-klare producten. Dat geldt ook voor de recepturen bij farmaceuten als ze niet voldoende productiecapaciteit hebben. We moeten dit zelf kunnen maken. Het gaat om essentiële medicijnen om mensen die lijden onder corona en die op de intensive care moeten worden behandeld, te helpen. Het gaat ook om middelen die nodig zijn voor palliatieve sedatie. Graag grote aandacht hiervoor.

Ik heb een motie. Die lees ik graag voor.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat verschillende zorgaanbieders in acute liquiditeitsproblemen dreigen te komen als gevolg van de coronacrisis;

van mening dat de continuïteit van zorg zoals de geestelijke gezondheidszorg en wijkverpleging van groot belang is voor alle Nederlanders;

overwegende dat zorgkantoren en gemeenten extra kosten voor zorgaanbieders vergoeden, waaronder kosten voor beschermende middelen en kosten door hoger ziekteverzuim;

verzoekt de regering te voorkomen dat zorgaanbieders in acute liquiditeitsproblemen belanden en met zorgverzekeraars concrete afspraken te maken om dit te voorkomen, bijvoorbeeld door het behoud van omzet en vergoedingen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Klaver, Krol, Ouwehand, Segers, Van der Staaij, Jetten, Azarkan, Veldman, Wilders en Asscher.

Zij krijgt nr. 185 (25295).

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Marijnissen namens de SP.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Twee moties, voorzitter. Dus ik begin vlug. Eentje gaat over het stopzetten van de thuiszorg en eentje over de beschermingsmiddelen voor zorgverleners.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat zorgverleners in de ziekenhuiszorg, de gehandicaptenzorg, de ouderenzorg en de zorg bij mensen thuis beschermingsmiddelen nodig hebben om veilig te kunnen werken;

constaterende dat zorgverleners op dit moment nog steeds onvoldoende beschermingsmiddelen hebben, waardoor ze niet veilig hun werk kunnen doen;

verzoekt de regering om alles op alles te zetten om zorgverleners veilig hun werk te kunnen laten doen en daarbij in ieder geval direct alle mogelijkheden om in eigen land deze beschermingsmiddelen te produceren, te benutten;

roept de regering tevens op om daar waar binnen Nederland in andere sectoren nog beschermingsmiddelen op de plank liggen, deze zo spoedig mogelijk in te zetten voor de zorg,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Marijnissen, Hijink, Asscher, Krol, Klaver en Wilders.

Zij krijgt nr. 186 (25295).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er zorgaanbieders zijn die de huishoudelijke zorg of wijkverpleging verminderen of stopzetten vanwege het coronavirus;

spreekt uit dat het onwenselijk is dat zorgbehoevende mensen verstoken raken van noodzakelijke zorg;

verzoekt de regering er zorg voor te dragen dat zorgaanbieders noodzakelijke zorg blijven aanbieden met inachtneming van de gezondheid van zorgverleners,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Marijnissen en Hijink. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 187 (25295).

Dank u wel, mevrouw Marijnissen. Dan is nu het woord aan de heer Asscher namens de PvdA.

De heer Asscher (PvdA):
Voorzitter. Dank voor de antwoorden. Ik ben blij dat Feike Sijbesma komt helpen, ik ben blij dat Martin van Rijn komt helpen, ik ben blij dat zo veel mensen zich vanuit het pensioen gewoon weer melden om te komen helpen bij het bestrijden van deze vreselijke crisis. Ik wil het kabinet daar heel veel succes mee wensen de komende weken en dagen.

Het is belangrijk dat daarbij ook duidelijk gemaakt wordt dat we nu ook de bedrijven nodig hebben. Vele geven het goede voorbeeld. De bedrijven die dat niet doen, hebben misschien een beetje hulp nodig.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat meer testen volgens het RIVM tot een efficiëntere aanpak leidt van het voorkomen van verspreiding van het Covid-19 virus;

overwegende dat onvoldoende lysisbuffer beschikbaar is in laboratoria en fabrikant Roche het recept niet beschikbaar wil stellen;

verzoekt de regering alle middelen, waaronder indien nodig een dwanglicentie, in te zetten met een beroep op het beschermen van de volksgezondheid, en de Kamer per omgaande te berichten op welke wijze dit wordt vormgegeven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Asscher, Marijnissen, Ouwehand, Van Haga, Van Kooten-Arissen, Krol, Azarkan, Wilders en Van der Staaij.

Zij krijgt nr. 188 (25295).

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Segers namens de ChristenUnie.

De heer Segers (ChristenUnie):
Dank, mevrouw de voorzitter. Ook de bodes dank voor al hun harde werk vandaag en uiteraard dank aan de kabinetsleden voor hun beantwoording op het punt van communicatie, ic-capaciteit en testcapaciteit. Ik heb moties medeondertekend die op die drie punten nog een aanmoediging geven. Zelf heb ik de volgende motie over een groep die niet werd genoemd in de brief, namelijk de dak- en thuislozen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het aantal dak- en thuislozen in Nederland is opgelopen tot bijna 40.000 personen;

overwegende dat het realiseren van voldoende plekken voor opvang, huisvesting en quarantaineafdelingen voor deze groep van belang is voor de bescherming van de gezondheid van deze kwetsbare groep en dat dit tevens van belang is om deze groep in staat te stellen de voorschriften op te volgen om de verspreiding van het coronavirus te voorkomen;

verzoekt de regering de regie te nemen en alles in het werk te stellen om, in overleg met gemeenten en maatschappelijke organisaties zoals het Leger des Heils, op korte termijn te komen tot afspraken over het realiseren van voldoende opvanglocaties en quarantaineafdelingen en de plaatsing van dak- en thuislozen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Segers, Pieter Heerma, Jetten, Marijnissen, Asscher, Veldman, Van der Staaij, Klaver, Ouwehand, Wilders, Krol, Van Kooten-Arissen, Van Haga en Azarkan.

Zij krijgt nr. 189 (25295).

De heer Segers (ChristenUnie):
Voor de helderheid: als het kabinet de regie neemt en in overleg treedt, dan kan dat natuurlijk ook wat kosten. Het zal niet helemaal gratis zijn, maar ik moedig aan tot goed overleg om er ook voor die kwetsbare groep te zijn.

Helemaal tot slot, mevrouw de voorzitter, een woord van dank en aanmoediging voor mensen in de zorg, mensen die nu op allerlei plekken een verantwoordelijkheid nemen en zeker ook het kabinet: wijsheid en kracht, zeker als dit langer duurt dan we nu hopen.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Segers. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Ouwehand namens de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, dank. Dank aan de crisisministers en hun ondersteuning, die allemaal hard werken om deze crisis te boven te komen. Het is goed om te horen dat de ic-capaciteit voor volgende week zeker lijkt te zijn voor wat daar nodig is. Dat is een opluchting. Zorgen blijven er wel over testen en beschermingsmaterialen. Ik heb zelf geen moties. Ik heb verschillende moties van collega's medeondertekend. Ik wil het kabinet meegeven dat als we met z'n allen burgerlijke grondwettelijke vrijheden buiten werking stellen om deze crisis de baas te kunnen — de Partij voor de Dieren steunt dat, maar het is ingrijpend: de vrijheid van vergadering is stilgelegd, de vrijheid van demonstratie is stilgelegd — toch zeker ook het patentrecht buiten werking gesteld moet kunnen worden. Als Roche dat recept niet vrijgeeft: vorderen dat recept!

Voorzitter. De minister-president heeft opnieuw niet gereageerd op het pleidooi van de Partij voor de Dieren om virologen niet alleen nu serieus te nemen, nu we aan ze vragen "help ons alstublieft", maar ook hun waarschuwingen serieus te nemen. De risico's die we lopen op de uitbraak van zo'n pandemie, zijn niet zodanig dat we kunnen denken dat dit één keer in de 30 jaar gebeurt. Marion Koopmans en haar onderzoeksgroep hebben geconcludeerd dat tussen 2009 en 2015 gemiddeld één keer per jaar zo'n zoönose uitbreekt, waaronder Q-koorts, waaronder MERS, waaronder Schmallenberg. Dus vraag het ministerie van LNV en het ministerie voor Buitenlandse Handel nu, in deze tijd, om dat risico ook te verkleinen. Niet de crisisministeries; die hebben andere dingen te doen, maar deze ministers moeten toch echt zorgen dat dit ons niet nog een keer gebeurt.

De voorzitter:
U heeft echt geen moties?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik heb geen motie. Dank aan alle collega's die allerlei goede voorstellen hebben gedaan die ik mede mocht ondertekenen. Dank jullie wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Krol namens 50PLUS.

De heer Krol (50PLUS):
Dank, mevrouw de voorzitter. Twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de deuren van verpleeghuizen als gevolg van de coronacrisis zijn gesloten voor familie en andere bezoekers;

overwegende dat mensen met dementie sterke behoefte hebben aan continuïteit, regelmaat en voorspelbaarheid;

overwegende dat medewerkers een forse werkdruk ervaren en mantelzorgers deze werkdruk kunnen verminderen;

verzoekt de regering de rol van (een beperkte groep) mantelzorgers in verpleeghuizen te heroverwegen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Krol en Marijnissen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 190 (25295).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de rijksoverheid veel belangrijke informatie geeft over de maatregelen als gevolg van de coronacrisis;

overwegende dat het van levensbelang is dat alle inwoners deze informatie kunnen begrijpen;

overwegende dat het taalgebruik op websites en tijdens persconferenties door veel mensen niet, of slechts gedeeltelijk, begrepen wordt;

verzoekt de regering zich maximaal in te spannen om alle communicatie-uitingen zo eenvoudig mogelijk in taal te gieten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Krol, Jetten, Azarkan, Van Haga, Wilders, Asscher, Marijnissen, Van Kooten-Arissen, Ouwehand, Van der Staaij, Segers, Pieter Heerma en Veldman.

Zij krijgt nr. 191 (25295).

Dank u wel, meneer Krol. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van der Staaij namens de SGP.

De heer Van der Staaij (SGP):
Voorzitter. Ik wil de bewindslieden ook danken voor de beantwoording en voor de toezeggingen. Ik wil graag nog één motie indienen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het coronavirus zich niet alleen in Nederland verspreidt, maar ook (ontwikkelings)landen treft die niet beschikken over een hoogwaardig gezondheidszorgsysteem en een stabiele voedselvoorziening;

overwegende dat de gevolgen van een grootschalige uitbraak van het coronavirus daarom in die landen potentieel veel groter kunnen zijn;

verzoekt de regering ernaar te streven dat de bestaande hulp en ondersteuning aan deze landen ook in de huidige omstandigheden wordt gehandhaafd en zo mogelijk uitgebreid, in het bijzonder waar het de gezondheidszorg en de voedselvoorziening betreft,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Staaij, Segers, Klaver, Asscher, Marijnissen, Ouwehand, Azarkan en Van Kooten-Arissen.

Zij krijgt nr. 192 (25295).

Dank u wel, meneer Van der Staaij. Dan geef ik nu het woord aan de heer Azarkan namens DENK.

De heer Azarkan (DENK):
Dank, voorzitter. Dank ook aan de bewindslieden voor de beantwoording. In mijn eerste termijn sprak ik over een heldere aanpak, daadkrachtig leiderschap en eenduidige communicatie. Ik heb over de aanpak een vraag gesteld die niet beantwoord is. Die ging erover dat naar aanleiding van de maatregelen voor 23 maart op enig moment de ic-capaciteit te weinig zou zijn. Mijn vraag was: wanneer wist het kabinet dat en welke variabelen klopten er niet?

Daarnaast heb ik een motie. Die gaat erover dat er mensen zijn die graag op een plek begraven willen worden waar ze eeuwige grafrust hebben.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de reis- en vervoersrestricties als gevolg van de coronacrisis er onder andere toe hebben geleid dat mensen soms niet begraven kunnen worden in een ander land;

constaterende dat als gevolg hiervan nabestaanden een pijnlijke tijd doormaken, waarbij zij hun familielid niet kunnen begraven in het land van herkomst of volgens religieuze gebruiken;

verzoekt de regering om nabestaanden van overledenen die als wens hadden om in het buitenland begraven te worden en dit niet kunnen realiseren vanwege de coronacrisis passende ondersteuning te bieden;

verzoekt de regering tevens om met gemeenten in gesprek te treden om op korte termijn locaties te realiseren waar begraven kan worden met eeuwige grafrust,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Azarkan. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 193 (25295).

De heer Azarkan (DENK):
Tot slot wens ik het kabinet maar ook alle zorgverleners ontzettend veel sterkte en wijsheid toe in de komende periode.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Azarkan. Dan is nu het woord aan de heer Baudet namens Forum voor Democratie.

De heer Baudet (FvD):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Dank aan de regering voor de antwoorden op mijn vragen. Het grootste deel is helder beantwoord. Ik denk dat we verder kunnen. Ik heb alleen één motie, ook in het licht van wat ik al aankondigde in mijn eerste termijn, over controversieelverklaring van onderwerpen die nu niet door de Kamer geloodst mogen worden omdat de Kamer niet vergadert.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat om het coronavirus onder controle te krijgen, alle samenkomsten in het land in elk geval tot 1 juni 2020 worden afgelast;

constaterende dat de Kamer in beginsel alleen nog debatteert over het coronavirus;

constaterende dat de regering ondertussen tal van onomkeerbare politiek gevoelige besluiten blijft nemen;

overwegende dat de controlefunctie van de Kamer ernstig wordt ingeperkt, door niet te kunnen debatteren over reeds genomen of voorgenomen regeringsbesluiten;

overwegende dat het zeer onwenselijk is dat de regering politiek gevoelige besluiten neemt, zonder dat de Kamer de regering daaromtrent optimaal kan controleren;

overwegende dat de Kamer kan besluiten om politiek gevoelige onderwerpen controversieel te verklaren en de regering kan oproepen om over die onderwerpen in beginsel geen onomkeerbare besluiten te nemen;

spreekt uit dat iedere Kamercommissie op de kortst mogelijke termijn een lijst samenstelt van politiek gevoelige onderwerpen, zodat de Kamer bij de eerstvolgende gelegenheid over een lijst met onderwerpen kan stemmen en die aldus controversieel kan verklaren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Baudet, Wilders en Van Haga. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 194 (25295).

Een korte vraag, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik deel een punt van zorg van de heer Baudet, maar ik heb aan het kabinet gevraagd en ik heb de toezegging gekregen dat voorgenomen besluiten en besluiten aan de Kamer worden voorgelegd en dat de Kamer er iets over kan zeggen. Dan moeten wij kijken hoe we dat doen in deze tijden dat we niet fysiek vergaderen. Het kabinet heeft beloofd dat het nog beter dan anders zijn best gaat doen om te zorgen dat de Kamer er iets over kan zeggen, altijd weer. Dus waarom is deze motie dan nodig?

De heer Baudet (FvD):
Omdat het er niet over gaat dat de Kamer er iets over kan zeggen en dat het dan aan ons is om te bepalen hoe. We hebben nu de situatie dat we niet samenkomen in vergadering, tenzij we die situatie veranderen. Zolang de situatie zo is moet je geen besluiten nemen. Je moet het maximaal stilleggen. Ik heb er begrip voor dat er lopende zaken zijn die om juridische of economische redenen door moeten lopen. Dat is altijd zo. Dat is ook zo na een verkiezing voordat er een nieuwe regering gevormd is. Je legt natuurlijk nooit het hele land stil. Dat betoogt ook niemand. Maar we zeggen wel: jongens, alles ... Neem nou zo'n situatie als met de stikstofmaatregelen of de 200 miljoen naar Nederlandse huizen weer van het gas af. Dat zijn toch van die dingen waarvan je denkt: joh, dat kunnen we ook over twee maanden of drie maanden bespreken, als we weer op een normale manier bij elkaar komen. Neem Albanië en noem het allemaal maar op. De boeren kunnen nu niet demonstreren. Het ligt toch in de rede dat je dan de democratische besluitvorming ook even uitstelt? Ik begrijp werkelijk niet hoe je hiertegen kan zijn.

De heer Jetten (D66):
Natuurlijk is het belangrijk dat het parlement zijn werk kan doen en het kabinet kan controleren op de uitvoering van beleid en wet- en regelgeving. Daarom hebben we met elkaar afgesproken dat elke fractie onderwerpen die we willen behandelen, kan voorleggen aan het fractievoorzittersoverleg, zodat we over dat onderwerp alsnog een debat met elkaar kunnen voeren. Ik zou eigenlijk aan de heer Baudet willen vragen om de volgende keer wél deel te nemen aan het fractievoorzittersoverleg. Dan hoor ik graag het lijstje onderwerpen dat de heer Baudet wil bespreken en dan gaan we dat organiseren met elkaar.

De heer Baudet (FvD):
Bij welk fractievoorzittersoverleg was ik niet? Gisteren was ik er wel bij. Maar Jetten had natuurlijk bijna wéér een punt gemaakt dat Baudet er niet was. O jammer, gemist! Probeer het volgende week nog een keer.

De heer Jetten (D66):
Voorzitter, excuses. Ik heb de heer Baudet niet gehoord in het fractievoorzittersoverleg gisteren, maar hij heeft gelukkig wel mee kunnen luisteren. Maar nogmaals mijn vraag ...

De heer Baudet (FvD):
Mijn microfoon was stuk en ik heb het met mevrouw Arib besproken. Ik heb schriftelijk mijn input gegeven in het fractievoorzittersoverleg. Ik vind het allemaal best, hoor. Maar hou op met het goedkoop vliegen afvangen: u was er niet, u was er niet. Die truc is nu honderd keer toegepast, honderd keer niet leuk. De eerste keer was die leuk, daarna niet meer.

De voorzitter:
Ik ga jullie allebei ...

De heer Jetten (D66):
Voorzitter ...

De voorzitter:
Nee, meneer Jetten. We hebben een goed debat gehad en het ging ook waardig.

De heer Jetten (D66):
Een punt van orde. Ik neem mijn opmerking van zojuist terug. De heer Baudet was er wel bij en ik had dat niet moeten zeggen. Maar mijn vraag is nog steeds bloedserieus. Als er onderwerpen zijn die hij zo belangrijk vindt dat het parlement die moet bespreken, dan begrijp ik dat. Maar daarover hebben we met elkaar de afspraak gemaakt dat we die voordragen en dat we dan bijeenkomen als het moet.

De heer Baudet (FvD):
Ik vind dat echt iets anders. Het is geen weerlegging van de motie. In een achterafzaaltje met je telefoon op Skype iets overleggen met de fractievoorzitters is echt wat anders dan hier voor het oog der natie een onderwerp bespreken.

De voorzitter:
Maar meneer Baudet, de Kamer heeft daar invloed op. Dat is wel belangrijk om te weten.

De heer Baudet (FvD):
Sorry?

De voorzitter:
De Kamer bepaalt uiteindelijk welke onderwerpen wel en welke onderwerpen niet worden besproken. Dat doen we ook aan de hand van voorstellen voor wetgeving enzovoort. Dat heb ik net opgemerkt. Ik denk dat het op een misverstand berust. Dank u wel.

Het ging heel goed, dacht ik. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Van Kooten-Arissen.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (vKA):
Voorzitter, dank u wel. Veel dank voor de toezegging en de beantwoording. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bloedbank Sanquin een onderzoek start met het inzamelen van bloedplasma van genezen coronapatiënten, waarbij onderzocht wordt of de afweerstoffen die daarin gevonden worden helpen bij het verminderen van coronasymptomen bij andere patiënten, met name uit de risicogroepen zoals ouderen en mensen met onderliggende gezondheidsklachten;

constaterende dat Sanquin uitspreekt dat succesvolle onderzoeksresultaten opnames op de ic en zelfs ziekenhuisopnames kunnen voorkomen;

constaterende dat Sanquin echter aangeeft dat bloedplasma van genezen coronapatiënten schaars is en het een tijd zal duren voordat dit in voldoende mate verzameld is;

overwegende dat de GGD genezen coronapatiënten die twee weken genezen zijn, benadert met de vraag om bloedplasma te doneren, maar niet alle genezen coronapatiënten door gebrek aan testen bij de GGD in beeld zijn;

verzoekt de regering in overleg te treden met Sanquin en te bespreken hoe een algemene oproep aan genezen coronapatiënten om bloedplasma te doneren het Sanquin-onderzoek kan ondersteunen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Kooten-Arissen, Krol, Van der Staaij, Van Haga, Ouwehand en Baudet.

Zij krijgt nr. 195 (25295).

Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Van Haga.

De heer Van Haga (Van Haga):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in Nederland geen beleid geldt waarbij iedereen wordt getest op het coronavirus;

overwegende dat de methode van "testen en isoleren" zeer goede resultaten heeft opgeleverd in landen als Taiwan en Hongkong;

verzoekt de regering te onderzoeken of de bestrijding van het coronavirus geoptimaliseerd kan worden door haar beleid aan te passen, waarbij intensief testen en isoleren een belangrijk onderdeel gaat uitmaken van de verschillende coronamaatregelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Haga en Baudet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 196 (25295).

Dank u wel, meneer Van Haga.

Dan zijn we hiermee aan het einde van de tweede termijn van de zijde van de Kamer gekomen. Ik wil de minister-president ontzettend bedanken voor zijn aanwezigheid. Hij zou hier tot 14.30 uur zijn, maar ik begreep dat het overleg iets langer was uitgesteld. Vandaar dat hij de hele tweede termijn heeft meegemaakt. De moties gaan vooral over het beleidsterrein van de minister van VWS. Ik wens de minister-president veel succes.

Er is behoefte aan een korte schorsing van tien minuten. De heer Klaver heeft een punt van orde.

De heer Klaver (GroenLinks):
Voorzitter. Ik wil vragen om voldoende tijd om voor de stemmingen de moties door te kunnen nemen. Wij zaten te denken aan een schorsing van een kwartiertje.

De voorzitter:
Maar dat is na de minister. Dat is prima. Ik schors nu de vergadering voor tien minuten.

De vergadering wordt van 15.30 uur tot 15.44 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik geef de minister het woord.

Minister De Jonge:
Voorzitter. Over de motie op stuk nr. 180 laat ik het oordeel aan de Kamer, onder verwijzing naar de eerste termijn.

Bij de motie op stuk nr. 181 wil ik een aantal kanttekeningen maken. Ik lees hier het verzoek aan de regering om ervoor te zorgen dat de ic-capaciteit dusdanig wordt uitgebreid dat er geen tekorten ontstaan. Daar is alle, maar dan ook echt alle inspanning op gericht. In die zin zou ik het oordeel aan de Kamer willen laten. Ik zie deze motie als een uiterste inspanningsverplichting. Ik zou wel aan de indieners van de motie willen vragen nog eens te kijken naar de kwalificatie "spreekt uit dat het onacceptabel is dat de ic-capaciteit nog steeds niet op orde is", gegeven het feit dat we alles op alles hebben gezet en daarmee uitvoering hebben gegeven aan de eerder ingediende motie, en dat, naar het zich laat aanzien, we op dit moment en ook volgende week capaciteit hebben, zoals zojuist bevestigd door de heer Gommers. Dat maakt wellicht dat u nog eens naar de kwalificatie zou kunnen kijken in het stuk "spreekt uit".

De voorzitter:
Dat is de motie op stuk nr. 181.

Minister De Jonge:
Dan laat ik, dat gezegd hebbende, het oordeel aan de Kamer.

Van de motie op stuk nr. 182 kan ik alleen maar zeggen dat ik mijn uiterste best zal doen en dat ik me zal inspannen, maar ik kan geen garantie geven dat iedere zorgmedewerker voorzien is van. Zo werkt het niet. Ik doe alles om ervoor te zorgen dat er voldoende beschermingsmiddelen zijn, maar hier staat wel echt een resultaatverplichting in. Ik vind het ingewikkeld om daar ja tegen te zeggen, want ik vind dat ik eerlijk moet zijn. Wat ik niet kan garanderen ga ik ook niet garanderen. Om die reden zou ik deze motie willen ontraden, maar ik deel natuurlijk de noodzaak van alles doen om te zorgen dat er voldoende beschermingsmiddelen zijn.

De heer Wilders (PVV):
Ook dit had wat mij betreft gister al geregeld moeten worden. Misschien kunnen we de minister er oordeel Kamer van laten maken door "uiterlijk een week" te veranderen in "op de kortst mogelijke termijn".

De voorzitter:
De motie-Wilders c.s. (25295, nr. 182) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende, dat er een enorm gebrek is aan beschermingsmateriaal, zoals mondkapjes, voor mensen die werkzaam zijn in de zorg, zowel in de ziekenhuiszorg, als in de thuiszorg, wijkverpleging, verpleeghuiszorg en andere zorginstellingen;

verzoekt de regering ervoor te zorgen dat er voor elke zorgmedewerker op de kortst mogelijke termijn voldoende beschermingsmiddelen beschikbaar zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. 197, was nr. 182 (25295).

Minister De Jonge:
Als ik daarmee helder heb gemaakt dat het de uiterste inspanning vergt om alles te doen wat er nodig is, dan kan ik inderdaad het oordeel aan de Kamer laten. Dank.

Minister De Jonge:
De motie op stuk nr. 183 ga ik ontraden. Niet omdat ik het er niet mee eens ben dat we de testcapaciteit moeten uitbreiden, maar wel omdat de motie suggereert dat er in Groningen een heel ander testbeleid is dan in de rest van Nederland. Wat we moeten doen is zo veel mogelijk testen naar Nederland halen. Met die inzet zijn we het heel erg eens — op alle mogelijke manieren, zoals toegelicht in de eerste termijn — maar er is niet een "Groningse teststijl". Er is een RIVM-richtlijn en daar moeten we ons aan houden. Dus deze motie ontraad ik.

Dan de motie op stuk nr. 184. Daarover zou ik het oordeel aan de Kamer willen laten. Dat is trouwens gezien de lijst van ondertekenaars ook best verstandig.

De voorzitter:
Ja, de hele Kamer staat eronder.

Minister De Jonge:
Precies. Mijn ragfijne politieke gevoel zei mij dat het verstandig was om dat zo te doen.

Dan de motie op stuk nr. 185. Ook daarover laat ik graag het oordeel aan de Kamer, onder verwijzing naar wat daarover gister in de brief stond en ook in de komende brief over zal staan. We zijn volop bezig om te zorgen dat juist zorginstellingen nu niet in de financiële problemen komen, want ze hebben wel iets anders om zich zorgen over te maken.

Dan de motie op stuk nr. 186. Daar laat ik het oordeel over aan de Kamer. Er zijn verschillende initiatieven gaande om de productie in Nederland op te starten. Dat is op de hele korte termijn misschien geen oplossing, maar op de langere termijn wel noodzakelijk. Dus ik laat hierbij graag het oordeel aan de Kamer. Dat geldt ook voor het zo spoedig mogelijk alles doen om alle beschermingsmiddelen zoals die beschikbaar zijn in Nederland, in te zetten voor de zorg. Dus ook hier het oordeel aan de Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 187. Ook daarover laat ik graag het oordeel aan de Kamer. Ik kom daar wel wat uitgebreider op terug in de brief van volgende week, omdat ik vind dat het onderdeel moet zijn van überhaupt een grondiger aanpak van hoe kwetsbare mensen thuis te ondersteunen en daarbij een vinger aan de pols te houden, maar dat heb ik zojuist aangegeven. Dus ik laat hierover het oordeel aan de Kamer.

Bij de motie op stuk nr. 188 maak ik eerst een kanttekening, om vervolgens het oordeel aan de Kamer te laten. Die gaat over het "per omgaande berichten". Ik doe wat kan en wat werkt. Als "per omgaande" betekent dat een oplossing verder weg komt in plaats van dichterbij — wat u natuurlijk ook niet wilt — dan wacht ik toch nog even met het "per omgaande". Dus ja, ik ga ermee aan de slag en ik laat het u weten op de zo kortst mogelijke termijn. Zo lees ik deze motie.

De voorzitter:
En dan is het oordeel?

Minister De Jonge:
Dan is het oordeel aan de Kamer.

Ook over de motie op stuk nr. 189 laat ik het oordeel aan de Kamer. Dit lijkt mij een mooie taak voor collega Blokhuis om met de gemeenten mee aan de slag te gaan. Ik meen te weten dat hij daar al mee aan de slag is. Mijn excuses dat ik uw vraag daarover uit eerste termijn niet heb beantwoord.

Dan de motie op stuk nr. 190: "de inzet van mantelzorgers te heroverwegen". Dat kan ik niet doen omwille van de veiligheid. Verenso maar ook het RIVM zijn echt heel erg duidelijk. En ook ActiZ is op basis daarvan heel duidelijk: niet doen, hoe pijnlijk het ook is. We moeten die maatregelen in het verpleeghuis echt nog even volhouden.

De voorzitter:
De heer Krol, één vraag.

De heer Krol (50PLUS):
Ik heb er nog zes tegoed, mevrouw de voorzitter.

De voorzitter:
Nee, die tellen niet meer mee.

De heer Krol (50PLUS):
Ik begrijp het probleem waar de minister mee zit, maar die mantelzorgers kunnen heel belangrijk zijn. Vandaar dat ik de motie graag zou willen herformuleren en zou willen zeggen: verzoekt de regering nog eens met het RIVM te bespreken hoe die rol van mantelzorgers in verpleeghuizen zou kunnen zijn. Want ze zijn echt zo belangrijk.

Minister De Jonge:
Ik ga het niet doen, omdat ik dan onduidelijkheid schep en dat wil ik niet. Maar ik vind wel dat die mantelzorgers heel belangrijk zijn, dus ik zal u wel — dat zal ik volgende week doen — informeren op welke manier we al die goeie voorbeelden van het wel houden van contact tussen mantelzorgers en mensen in het verpleeghuis daadwerkelijk in het volle zonlicht kunnen zetten, zodat andere verpleeghuizen daar ook van leren. Die toezegging wil ik wel doen, maar deze motie ga ik ontraden.

De heer Van der Staaij (SGP):
Ik weet niet wat de precieze tekst nu wordt of is, maar we voelen allemaal hetzelfde punt. Zou de minister niet in elk geval nog eens kunnen nagaan hoe dat in de praktijk werkt? Zijn er bepaalde maatwerkoplossingen in bijzondere gevallen? En welke lessen trekt hij daaruit?

Minister De Jonge:
Dat wil ik doen. Dat heb ik zojuist ook toegezegd aan de heer Krol. Maar dan gaat het over goede voorbeelden. Over de richtlijn zelf wil ik geen onduidelijkheid laten bestaan, omdat het zo pijnlijk is voor heel veel mensen om dit nu zo op deze manier te moeten doen. Ik wil niet dat zij aan deze motie of aan datgene wat wij daarover zeggen — er kijken veel mensen mee — de hoop ontlenen dat het binnenkort wellicht anders wordt. Ik vrees echt dat we deze maatregel nog eventjes zullen moeten voortzetten.

De voorzitter:
Goed. Dan de motie op stuk nr. 191, ook van de heer Krol. Daar staan ook heel veel Kamerleden onder.

Minister De Jonge:
Ja, er wordt gevraagd om "de communicatie-uitingen in zo eenvoudig mogelijke taal" te doen. Dat gaan we natuurlijk proberen, elke keer weer. We zijn het daar zeer mee eens, dus ik laat het oordeel aan de Kamer.

Ook ten aanzien van de motie op stuk nr. 192 over hulp aan ontwikkelingslanden laten we het oordeel aan de Kamer. De inzet van Nederland is natuurlijk ongewijzigd op dat punt, dus ook daarover laten we het oordeel aan de Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 193 van de heer Azarkan over het realiseren van locaties. Dit laten we echt aan gemeenten. We moeten al zo veel centraal doen en aansturen. Ik denk dat dit echt een onderwerp is om aan gemeenten te laten, omdat ik denk dat zij daar op een hele gepaste manier vorm aan kunnen geven. Dus deze motie zou ik willen ontraden.

Dan de motie op stuk nr. 194 over intensief testen. Daar hebben we met elkaar, denk ik, voldoende over gezegd. Wij zitten op hetzelfde spoor, denk ik. Dat wil niet zeggen dat we onmiddellijk van Nederland een soort Singapore gaan maken.

De voorzitter:
Welk nummer is dit?

Minister De Jonge:
194, dacht ik. Niet?

De voorzitter:
Die is van de heer Baudet. Ik hoor vanuit de zaal: "die hoeft geen oordeel". O, de motie op stuk nr. 194 "spreekt uit". Dat klopt. Dat jullie nog zo scherp zijn!

Minister De Jonge:
O, I'm sorry. Joh, ik haal al die ambtsgenoten door elkaar. Ik zie het al; hartstikke goed. Daar hoef ik geen oordeel over te hebben. Dat was een motie in uw eigen richting.

Dan de motie op stuk nr. 195 om in overleg te treden met Sanquin — dat gaan we zeker doen — om te kijken of zo veel mogelijk genezen coronapatiënten bloedplasma kunnen doneren. Daarover laat ik het oordeel graag aan de Kamer.

Het was de motie op stuk nr. 196 die over de testen ging. Ik wil me graag samen met het RIVM verstaan met Taiwan, Hongkong en andere goede voorbeelden van intensief testbeleid. We kunnen dat natuurlijk pas toepassen als we zelf ook meer mogelijkheden hebben, maar ik denk dat we daar helemaal op hetzelfde spoor zitten. Dus als ik de motie zo mag begrijpen, laat ik het oordeel daarover aan de Kamer.

De voorzitter:
Oké.

Minister De Jonge:
Dan heb ik nog een aantal vragen te beantwoorden.

De voorzitter:
Maar voordat u verdergaat, eerst de heer Krol.

De heer Krol (50PLUS):
Ik ga het de minister makkelijk maken ten aanzien van de motie op stuk nr. 190. Ik begrijp dat de minister voortdurend overleg daarover heeft met het RIVM. Ik houd de motie tot die gesprekken aan.

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Krol stel ik voor zijn motie (25295, nr. 190) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Dan nog een paar vragen, begreep ik.

Minister De Jonge:
Ja, nog een paar vragen. Er is een vraag blijven liggen van mevrouw Van Kooten-Arissen uit de eerste termijn van de premier. Kan een werkgever een werknemer dwingen om naar het werk te komen? Wij roepen werkgevers op om werknemers tot en met 6 april zo veel mogelijk thuis te laten werken. Daarnaast is de oproep aan de werkgever om de werktijden van werknemers zo flexibel mogelijk te spreiden. Een werkgever kan niet zomaar voorbijgaan aan de oproep van het kabinet. Als het echt noodzakelijk is dat een medewerker op zijn werk verschijnt, dan moet een werkgever dat kunnen onderbouwen. Een werkgever moet ook maximale voorzorgsmaatregelen treffen om besmetting op de werkvloer te voorkomen. Wat kan een werknemer zelf doen als een werknemer naar het werk moet komen, maar de werkgever geen of geen goede onderbouwing van de noodzaak geeft of niet de noodzakelijke voorzorgsmaatregelen treft? Dan kan een werknemer een klacht bij de Inspectie SZW indienen, al dan niet samen met de or of met de vakbond. Verder is goed overleg altijd het beste. Dat geldt natuurlijk ook hier.

Dan was er nog een vraag van mevrouw Ouwehand over de zoönosen. Ik denk dat het goed is als ik dat eventjes oppak met collega Schouten. Op een volgend moment zal ik daarop terugkomen.

Voorzitter. Dat brengt mij aan het einde van de tweede termijn van de kant van het kabinet.

De voorzitter:
Ja, dank u wel. De heer Azarkan. Eén vraag, kennelijk over de motie.

De heer Azarkan (DENK):
Nee hoor. Ik heb in mijn eerste termijn tot drie keer toe een vraag gesteld aan de minister-president en ik zag dat de heer De Jonge die vraag eigenlijk wilde beantwoorden. Dat is ook niet gelukt. Mijn vraag was naar aanleiding van de briefing van gisteren. Er zijn maatregelen genomen tot 23 maart. Op enig moment werd er geconstateerd dat die maatregelen niet zouden leiden tot de afvlakking die verwacht werd. Rond 3 april zou er een tekort aan ic-bedden zijn. Wanneer werd dat geconstateerd? Welke variabelen hebben anders uitgepakt?

Minister De Jonge:
De manier van werken waarvoor we hebben gekozen is dat we het RIVM en het Outbreak Management Team leidend laten zijn. Zij adviseren en wij besluiten, maar wel op basis van hun advies. De ankerpunten in onze aanpak zijn altijd geweest: kan de zorg het aan en beschermen we onze kwetsbare mensen voldoende? Die twee ankerpunten hebben we altijd gehad. Met die twee ankerpunten in de hand hebben we altijd gekeken hoe de grafieken van het RIVM lopen.

Inderdaad hebben we op een aantal momenten gezien dat we moesten bijschakelen. Op al die momenten lag er een advies van het Outbreak Management Team aan ten grondslag en hebben wij u gemeld: dit was het advies en dit zijn onze maatregelen geweest. Hoe wij tot besluitvorming zijn gekomen, dat is dus zo transparant als het maar wezen kan en dat is het altijd geweest in de richting van uw Kamer. Dit is het advies en dit is het besluit. Ons ankerpunt is altijd het advies van het Outbreak Management Team geweest. Wij hebben altijd gestuurd op die twee belangrijke doelen: kan onze zorg het aan en beschermen we onze kwetsbare ouderen?

De heer Azarkan (DENK):
Voorzitter …

De voorzitter:
Nee, het spijt me, meneer Azarkan.

Dank u wel. Daarmee zijn we aan het eind gekomen van dit debat. Er is nog een opmerking over iets wat in de brief staat, maar ik hecht eraan om dat recht te zetten. Het gaat om een uitspraak van de regering over het bijeenkomen van de Staten-Generaal. Daar staat 100 leden, maar het is 150.

Minister De Jonge:
Excuus, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Er is behoefte aan een korte schorsing van twintig minuten voordat we gaan stemmen, heb ik begrepen.

De vergadering wordt van 15.58 uur tot 16.25 uur geschorst.

Stemmingen

Stemmingen

Stemmingen Actuele ontwikkelingen rondom het coronavirus

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de ontwikkelingen rondom het coronavirus,

te weten:

  • de motie-Veldman c.s. over de procedures voor klinische onderzoeken met spoed versnellen (25295, nr. 180);
  • de motie-Wilders c.s. over de ic-capaciteit dusdanig uitbreiden dat er geen tekorten ontstaan (25295, nr. 181);
  • de gewijzigde motie-Wilders c.s. over voldoende beschermingsmiddelen voor elke zorgmedewerker op de kortst mogelijke termijn (25295, nr. 197, was nr. 182);
  • de motie-Wilders c.s. over het in Groningen ingezette testbeleid instellen voor heel Nederland zodra het aantal beschikbare testkits dit toelaat (25295, nr. 183);
  • de motie-Pieter-Heerma c.s. over zorgen voor voldoende testcapaciteit (25295, nr. 184);
  • de motie-Klaver c.s. over voorkomen dat zorgaanbieders in acute (25295, nr. 185);
  • de motie-Marijnissen c.s. over alles op alles zetten om zorgverleners veilig hun werk te kunnen laten doen (25295, nr. 186);
  • de motie-Marijnissen/Hijink over zorgdragen dat zorgaanbieders noodzakelijke zorg blijven aanbieden aan zorgbehoevende mensen (25295, nr. 187);
  • de motie-Asscher c.s. over alle middelen inzetten voor voldoende lysisbuffer (25295, nr. 188);
  • de motie-Segers c.s. over afspraken over het realiseren van voldoende opvanglocaties en quarantaineafdelingen en de plaatsing van dak-en thuislozen (25295, nr. 189);
  • de motie-Krol over in alle communicatie-uitingen zo eenvoudig mogelijke taal gebruiken (25295, nr. 191);
  • de motie-Van der Staaij c.s. over bestaande hulp aan ontwikkelingslanden ook in de huidige omstandigheden handhaven (25295, nr. 192);
  • de motie-Azarkan over op korte termijn locaties realiseren waar begraven kan worden met eeuwige grafrust (25295, nr. 193);
  • de motie-Baudet c.s. over uitspreken dat iedere Kamercommissie een lijst samenstelt van politiek gevoelige onderwerpen (25295, nr. 194);
  • de motie-Van Kooten-Arissen c.s. over bespreken hoe een algemene oproep aan genezen coronapatiënten om bloedplasma te doneren het Sanquin-onderzoek kan ondersteunen (25295, nr. 195);
  • de motie-Van Haga/Baudet over onderzoeken of de bestrijding van het coronavirus geoptimaliseerd kan worden door aanpassing van beleid (25295, nr. 196).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
Meneer Van Otterloo, misschien is het handig als u ergens anders gaat zitten, want dit is te dicht op elkaar.

In stemming komt de motie-Veldman c.s. (25295, nr. 180).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wilders c.s. (25295, nr. 181).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Wilders c.s. (25295, nr. 197, was nr. 182).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wilders c.s. (25295, nr. 183).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Pieter-Heerma c.s. (25295, nr. 184).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Klaver c.s. (25295, nr. 185).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Marijnissen c.s. (25295, nr. 186).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Marijnissen/Hijink (25295, nr. 187).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Asscher c.s. (25295, nr. 188).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Segers c.s. (25295, nr. 189).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Krol (25295, nr. 191).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FvD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Staaij c.s. (25295, nr. 192).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Azarkan (25295, nr. 193).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS en de SGP voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Baudet c.s. (25295, nr. 194).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Kooten-Arissen c.s. (25295, nr. 195).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Haga/Baudet (25295, nr. 196).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemming Incidentele suppletoire begroting inzake Noodpakket banen en economie (Financiën)

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) voor het jaar 2020 (Incidentele suppletoire begroting inzake Noodpakket banen en economie) (35412).

(Zie wetgevingsoverleg van 25 maart 2020.)

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Stemming Incidentele suppletoire begroting inzake Noodpakket banen en economie (Economische Zaken en Klimaat)

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (XIII) voor het jaar 2020 (Incidentele suppletoire begroting inzake Noodpakket banen en economie) (35413).

(Zie wetgevingsoverleg van 25 maart 2020.)

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen Incidentele suppletoire begroting inzake Noodpakket banen en economie (Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit)

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) voor het jaar 2020 (Incidentele suppletoire begroting inzake Noodpakket banen en economie) (35414).

(Zie wetgevingsoverleg van 25 maart 2020.)

In stemming komt het amendement-Ouwehand (stuk nr. 4).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, Van Kooten-Arissen en 50PLUS voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Stemming Incidentele suppletoire begroting inzake Noodpakket banen en economie (Sociale Zaken en Werkgelegenheid)

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2020 (Incidentele suppletoire begroting inzake Noodpakket banen en economie) (35415).

(Zie wetgevingsoverleg van 25 maart 2020.)

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Vier incidentele suppletoire begrotingen inzake Noodpakket banen en economie

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over vier incidentele suppletoire begrotingen inzake het Noodpakket banen en economie,

te weten:

  • de motie-Snels over in de gaten houden dat het bedrijfsleven de kosten van de crisis niet onnodig afwentelt op de meest kwetsbare werknemers (35415, nr. 4);
  • de motie-Snels over alles doen wat nodig is om de negatieve economische effecten van het coronavirus voor de eurozone te bestrijden (35412, nr. 4);
  • de motie-Alkaya/Nijboer over het in dienst houden van werknemers voor de uren die zij voor 1 maart 2020 werkten als voorwaarde (35415, nr. 5);
  • de motie-Alkaya over geen financiële steun voor grote ondernemingen die voldoende bedrijfsreserves hebben (35412, nr. 5);
  • de motie-Alkaya over invloed van de samenleving op ondernemingen als voorwaarde voor financiële steun (35412, nr. 6);
  • de motie-Nijboer c.s. over nadere voorstellen om armoede te bestrijden en dakloosheid tegen te gaan (35415, nr. 6);
  • de gewijzigde motie-Nijboer over voorwaarden voor bedrijfsspecifieke steun (35413, nr. 6, was nr. 4);
  • de motie-Van Raan over actief monitoren hoeveel en welke mensen in de financiële problemen komen (35415, nr. 7);
  • de motie-Van Otterloo over toepassen van een hardheidsclausule (35413, nr. 5);
  • de motie-Van Otterloo over AOW-gerechtigden niet per definitie uitsluiten van de noodmaatregelen (35415, nr. 8);
  • de motie-Stoffer/Van Haga over het tegengaan van oneigenlijk gebruik (35412, nr. 8);
  • de motie-Van Haga c.s. over vrijstelling van hypotheekaflossing voor een bepaalde groep particulieren (35412, nr. 9);
  • de motie-Van Haga/Baudet over het beperken van bureaucratie bij lagere overheden en overheidsinstellingen (35412, nr. 10);
  • de motie-Van Haga/Baudet over een rol voor banken in geval van het niet betalen van huur (35412, nr. 11).

(Zie wetgevingsoverleg van 25 maart 2020.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Van Otterloo stel ik voor zijn motie (35415, nr. 8) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Nijboer c.s. (35415, nr. 6) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Nijboer, Alkaya en Snels. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 9, was nr. 6 (35415).

De motie-Van Raan (35415, nr. 7) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat veel mensen door de coronacrisis (een groot deel van) hun inkomen kwijtraken;

overwegende dat de maatregelen die het kabinet genomen heeft generieke maatregelen zijn;

overwegende dat mensen ondanks deze maatregelen in financiële problemen kunnen komen;

verzoekt de regering de regelingen te monitoren en samen met gemeenten met aanvullende maatregelen te komen indien nodig,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 10, was nr. 7 (35415).

De motie-Stoffer/Van Haga (35412, nr. 8) is in die zin gewijzigd en nader gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er een Noodpakket banen en economie is gepresenteerd, waarin veel openeinderegelingen zijn opgenomen;

overwegende dat de steunmaatregelen op een doelmatige manier ingezet moeten worden;

overwegende dat fraude, misbruik en oneigenlijk gebruik tegengegaan moet worden;

verzoekt de regering, voor zover mogelijk gezien de huidige situatie en de wens om snel tot generieke maatregelen te komen, zich maximaal in te spannen om oneigenlijk gebruik van de huidige steunmaatregelen tegen te gaan, en bij eventuele volgende maatregelen lering te trekken ten aanzien van fraudebestrijding uit het eerste noodpakket,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 13, was nr. 8 (35412).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Snels (35415, nr. 4).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Snels (35412, nr. 4).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks en D66 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Alkaya/Nijboer (35415, nr. 5).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Alkaya (35412, nr. 5).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, Van Kooten-Arissen en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Alkaya (35412, nr. 6).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks en de PvdD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Nijboer c.s. (35415, nr. 9, was nr. 6).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Nijboer (35413, nr. 6, was nr. 4).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Raan (35415, nr. 10, was nr. 7).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Otterloo (35413, nr. 5).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de nader gewijzigde motie-Stoffer/Van Haga (35412, nr. 13, was nr. 8).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze nader gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Haga c.s. (35412, nr. 9).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, de PvdD, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga/Baudet (35412, nr. 10).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Haga/Baudet (35412, nr. 11).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemming Incidentele suppletoire begroting inzake consulaire dienstverlening (Buitenlandse Zaken)

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2020 (Incidentele suppletoire begroting inzake consulaire dienstverlening) (35416).

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Actuele ontwikkelingen rondom het coronavirus

Aan de orde zijn de stemmingen over aangehouden moties, ingediend bij het debat over de actuele ontwikkelingen rondom het coronavirus,

te weten:

  • de motie-Krol/Asscher over specifiek rekening houden met de positie van mantelzorgers (25295, nr. 168);
  • de motie-Krol over verschuiven van de uiterlijke datum voor het doen van belastingaangifte over 2019 naar 1 september 20202 (25295, nr. 170).

(Zie vergadering van 18 maart 2020.)

De voorzitter:
De motie-Krol (25295, nr. 170) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat veel belastingplichtigen zich bij de aangifte laten ondersteunen door familieleden, vrijwilligers en/of professionals;

overwegende dat niet iedereen, zelfstandig of met digitale hulp op afstand, in staat is tijdig aangifte te doen;

overwegende dat "sociale onthouding" in deze periode van groot belang is;

verzoekt de regering optimaal aan belastingplichtigen te communiceren dat het vragen van uitstel tot 1 september 2020 mogelijk is;

verzoekt de regering tevens het aanvragen van uitstel zo eenvoudig mogelijk te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 198, was nr. 170 (25295).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Krol/Asscher (25295, nr. 168).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

Nee, we kunnen de uitslag van de stemming niet vaststellen.

De heer Krol (50PLUS):
Aanhouden!

De voorzitter:
Ik hoor dat de heer Krol de motie wil aanhouden.

Op verzoek van de heer Krol stel ik voor zijn motie (25295, nr. 168) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de gewijzigde motie-Krol (25295, nr. 198, was nr. 170).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van het debat en de stemmingen voor deze dag. Ik wil alle Kamerleden ontzettend bedanken, maar ook de minister van Volksgezondheid en de mensen die dit debat hebben gevolgd. In het bijzonder wil ik onze bodes bedanken, die vandaag voortreffelijk werk hebben gedaan.

(Geroffel op de bankjes)

De voorzitter:
Maar ook onze Facilitaire Dienst, dus de technische mensen, die elke keer klaar staan om onze wensen te realiseren. Heel veel dank daarvoor.

(Geroffel op de bankjes)

Sluiting

Sluiting 16.41 uur.