Plenair verslag

Tweede Kamer, 25e vergadering
Dinsdag 19 november 2019

  • Aanvang 14:00 uur
  • Status Ongecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Arib

Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:

De voorzitter:
Ik open de vergadering van de Tweede Kamer van dinsdag 19 november 2019. Ik heet iedereen van harte welkom.

Vragenuur

Vragenuur

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 136 van het Reglement van Orde.

Vragen Paternotte

Vragen van het lid Paternotte aan de minister voor Medische Zorg en Sport over racistische spreekkoren bij een voetbalwedstrijd.

De voorzitter:
Zoals gebruikelijk beginnen we met het mondelinge vragenuur. Ik wilde eigenlijk het woord geven aan de heer Paternotte, die op zijn telefoon zit te kijken. We hebben net het kindervragenuur gehad. Niemand van de kinderen keek op zijn of haar telefoon. Maar ik zie ook de heren Asscher en Klaver bij de interruptiemicrofoon staan. Willen jullie vragen stellen aan de heer Paternotte?

De heer Asscher (PvdA):
Voorzitter, ik wil een punt van orde maken. Bij de vraag van de heer Paternotte over het uitbrengen van de Hitlergroet en over racistische spreekkoren tijdens Den Bosch - Excelsior dit weekend, laat de minister-president zich vervangen door de minister voor Medische Zorg en Sport. We begrijpen dat de premier het druk heeft — hij staat vlak buiten de zaal interviews te geven, hij is bij het kindervragenuur geweest en hij heeft later vandaag het Interbestuurlijk Programma — maar ik had hem willen vragen naar zijn afwezigheid in het debat over racisme. Dat kan niet, want hij is letterlijk afwezig. Dus mijn verzoek aan u, voorzitter, bij het punt van orde, is om de minister-president naar de Kamer te halen, zodat hij in navolging van de viceaanvoerder van het Nederlands elftal, Gini Wijnaldum, leiderschap kan tonen bij het veroordelen van racisme.

De voorzitter:
De heer Klaver, kort graag.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ja, voorzitter, heel kort. De minister-president is gevraagd om bij dit vragenuur te zijn om te spreken over dit belangrijke maatschappelijke thema, over racisme, over de verschrikkelijke uitingen van dit weekend. Ik vind dat de minister-president hier moet zijn. Voorzitter, ik zou u willen vragen — het is namelijk een ordedebat — om het debat te schorsen en de minister-president te contacten, om hem te vragen of hij hierheen komt. Ik vind het echt onbegrijpelijk dat de minister-president niet zelf hier is.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Ik vind het voor nu veelzeggend dat de minister-president een andere minister stuurt, terwijl hij is gevraagd naar de Kamer te komen om te reageren op de vraag van de Kamer over het verschrikkelijke racisme dat we dit weekend hebben gezien. Ik zou zeggen: schors het debat. Geef de minister-president de kans om zijn fout te herstellen en alsnog de Kamer te woord te staan.

De voorzitter:
Even kort, meneer Azarkan.

De heer Azarkan (DENK):
Voorzitter. Ook vanuit mijn partij zeg ik dat we echt het morele leiderschap missen. Dat kunnen we hier niet met een vervanger doen, dus ik steun het verzoek om de minister-president zo snel mogelijk te laten komen.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Voorzitter. Ik worstel hiermee omdat ik het eigenlijk niet een politiek spel vind dat we hier op de wagen moeten zetten terwijl we deze serieuze kwestie hier aan de orde willen hebben. Dus of dat nou met een … Meneer Klaver, mag ik even, alstublieft? Of het nou met een minister is die over sport gaat of met de minister-president, feit is dat wij ons als Kamer hierover uit willen spreken, omdat het afschuwelijk is wat in mijn mooie stad geflikt is.

De heer Jasper van Dijk (SP):
Voorzitter. Racisme is verwerpelijk en moet met alle mogelijke middelen bestreden worden. De minister-president staat in de wandelgang. Eén appje moet voldoende zijn om hem hierheen te halen.

De heer Rudmer Heerema (VVD):
Voorzitter. Voor mij spreekt het kabinet met één mond. De heer Rutte heeft zich uitgelaten in de media, de heer Bruins heeft zich uitgelaten in de media en minister Grapperhaus heeft dat gedaan. We kunnen het prima af met deze uitstekende minister voor Sport om deze vraag te beantwoorden.

De voorzitter:
Ik kijk even … Ja, meneer Paternotte?

De heer Paternotte (D66):
Voorzitter. Ik had deze vraag gesteld aan de minister-president. Ik vind ook dat hij hier moet zijn. Ik heb hem ook daartoe opgeroepen. Ik weet niet of het zin heeft om hem hiernaartoe te slepen en hem dus gedwongen hiernaartoe te halen, maar als wij even kunnen kijken of hij in de gelegenheid is, zou dat mooi zijn.

De voorzitter:
Dan ga ik even …

De heer Klaver (GroenLinks):
Voorzitter …

De voorzitter:
Ja, u heeft gezegd wat u te zeggen heeft, meneer Klaver.

De heer Paternotte (D66):
Ik wil daarmee wel zeggen dat als de minister-president zegt "nee, ik vind dat de minister voor Sport deze vragen moet beantwoorden", dat dan zo is en dat we het dan daarmee te doen hebben. Maar het zou mooi zijn als hij hier kan zijn.

De heer Klaver (GroenLinks):
Voorzitter …

De voorzitter:
Meneer Klaver, u heeft gezegd wat u had te zeggen.

De heer Klaver (GroenLinks):
Zeker, maar de collega's spreken ons aan en zeggen: we kunnen dit ook doen met deze minister. Voordat we de indruk zouden hebben dat we iets tegen deze minister hebben, merk ik op dat dit geen beleidskwestie is. Dit gaat over leiderschap. Daarom moet de premier erbij zijn.

De voorzitter:
Goed. U heeft uw punt gemaakt. Het is wel zo dat mevrouw Van Toorenburg een punt heeft: het kabinet praat met één mond en het kabinet bepaalt wie namens het kabinet spreekt. Dat is in dit geval de minister voor Medische Zorg.

De heer Asscher (PvdA):
We hebben dit twee keer eerder bij de hand gehad. Beide keren is de minister-president uiteindelijk ook naar de Kamer gekomen. Hij hoort dit natuurlijk, hij realiseert zich zijn fout en hij snelt hiernaartoe om een statement uit te brengen tegen racisme. Hij staat hier nog steeds vlak buiten de zaal, dus een bode kan hem in drie stappen even een seintje geven.

De voorzitter:
Als de minister-president van mening is dat de minister voor Medische Zorg degene is die namens het kabinet spreekt, dan gaan we gewoon verder met deze minister. Ik vind het fijn om hem hier ook eens een keertje te zien. Nee, meneer Asscher! Uw boodschap is helder. We gaan heel even kijken. We gaan het eerst even vragen. Dan gaan we verder. We schorsen voor één minuutje.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
De minister-president is onderweg.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ook al is de minister-president nog niet in de zaal, ik ga toch beginnen. Aan de orde is het mondelinge vragenuur. De minister-president kan elk moment binnenkomen. Ik geef eerst het woord aan de heer Paternotte namens D66 voor zijn vraag over racistische spreekkoren bij een voetbalwedstrijd.

De heer Paternotte (D66):
Voorzitter. Ik zou er wel prijs op stellen dat als de minister-president komt, hij mijn vragen ook mee kan maken, zodat hij die kan beantwoorden.

De voorzitter:
Ja, dat gaat zeker gebeuren. Mevrouw Agema, de vragen hierna zijn inderdaad ook aan minister Bruins, maar hij blijft hier zitten. Het is ook niet zo dat de minister-president hier stond. Hij was al weg, maar nu is hij dus onderweg. Ik hoor dat de minister-president er is. Dan heet ik hem van harte welkom. Fijn dat u er weer bent.

De heer Paternotte.

De heer Paternotte (D66):
"K-zwarte", "k-katoenplukker", "k-Zwarte Piet", oerwoudgeluiden als hij aan de bal was. Toen hij duidelijk maakte dit niet te accepteren, noemde de trainer van Den Bosch hem "een zielig mannetje". Gelukkig volgden daar later excuses voor. Zo ranzig als racisme kan zijn, zagen we afgelopen zondag. "Dit doet mij gewoon heel erg veel pijn", zei Mendes Moreira in een indrukwekkend vraaggesprek na de wedstrijd. "Moet ik dit anno 2019 nog accepteren?" "Het is precies die trillende stem van woede en pijn waarmee je spreekt als je zojuist in je gezicht racistisch bent bejegend", zei Nadia Ezzeroili erover.

Voorzitter. Dit is een fundamentele kwestie. Het is breder dan alleen discriminatie van een voetballer. Zoals Gini Wijnaldum ook zei, werd ook de Hitlergroet gebracht. Discriminatie op welke grond dan ook is verboden in ons land. Het is niet voor niets het eerste artikel van de Grondwet. Daarom ben ik heel blij dat de premier bij ons aanwezig is. Hij heeft al in duidelijke bewoordingen afstand genomen van deze gebeurtenissen. "Vreselijk", zei hij. Maar hij betwijfelde wel of er maatregelen nodig zijn. Anderen weten dat wel. De KNVB heeft gezegd: we hebben hulp nodig. De bondscoach bevestigde dat wat hem betreft de politiek aan zet is. Ik snap dat de premier het druk heeft met allerlei vraagstukken, van stikstof tot Irak. Hij ontvangt vandaag ook weer gele hesjes. Maar er waren dit weekend honderdduizenden Nederlanders die precies voelden wat Mendes Moreira moest voelen: de snoeiharde pijn van haat vanwege je huidskleur. Dit gaat dus om premier zijn van alle Nederlanders. Daarom, omdat er gevraagd wordt om leiderschap en om oplossingen en omdat er naar de politiek wordt gekeken, wil ik de premier vragen om, als we dan in gesprek gaan met de gele hesjes, ook Mendes Moreira, de KNVB, de bondscoach en de aanvoerder van het Nederlands elftal, Virgil van Dijk, zo snel mogelijk per fax of koerier een uitnodiging te sturen om met elkaar in gesprek te gaan over de aanpak van dit grote, diepgewortelde probleem in ons land.

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan de minister-president.

Minister Rutte:
Voorzitter. Voordat ik op die vraag kom, ga ik eerst zeggen wat ik net hierbuiten zei tegen De Wereld Draait Door, dat hier een vraag over stelde. Ik heb dat gisteren ook tegen het ANP gezegd. Ik ga niet vloeken, maar de beelden van een voetballer in tranen die van het veld gaat omdat hij wordt aangesproken op iets waar hij helemaal niets mee te maken heeft en die gewoon zijn bijdrage aan dit land wil leveren … Dat kan gaan over vrouwen, over gehandicapten, over mensen die homoseksueel zijn of, zoals in dit geval, over mensen met een andere huidskleur. Als dat het land is waarin wij wonen, dan kunnen we het tentje beter morgen sluiten. Dat is dus ook niet het land waarin we wonen. Ik zeg daar alleen wel bij — dat heb ik gisteren ook tegen het ANP gezegd — dat de eerste oplossing hier is dat wij ons als samenleving even 24 uur afvragen wat we er zelf aan kunnen doen. Meteen naar de overheid wijzen en vragen of wetgeving et cetera kan worden aangepast, is misschien nodig. Ja, ik ben het met de spreker eens dat het bij elkaar halen van mensen nodig is. Dat gaan we ook doen. Bruins heeft dat gedaan. De spreker zegt: Rutte, kom daarbij. Ik ga daarbij. We doen het samen. Helemaal eens; dat is prima. Maar ik wil wel dat we 24 uur of 48 uur ook even met elkaar denken: wacht even, wat kunnen wij collectief doen om dit soort gedrag in de samenleving tegen te houden en elkaar daarop aan te spreken? Ik geef les op een school waar heel veel kinderen of eigenlijk alleen maar kinderen zitten die geen traditionele Nederlandse achtergrond hebben. Die worden ook gediscrimineerd. Ik vind dat verschrikkelijk. Ik zeg altijd tegen ze: ik probeer elke wet te maken die dat voorkomt, want jij hebt ieder recht hier in dit land te zijn en ieder recht om net zo succesvol te worden als iedereen; als jij je best doet, kun je voorzitter van de Tweede Kamer of burgemeester van Rotterdam worden, ook als je in de derde of vierde generatie een Marokkaanse achtergrond hebt, maar ik weet dat je onderweg vaak geconfronteerd wordt met racisme en discriminatie. Het is het stomste en het domste wat je in een land kunt doen. Je gaat talent, mensen die iets kunnen, op die manier op achterstand zetten. Het zorgt ervoor dat wij als land minder goed functioneren en dat wij geen gebruik maken van alle talenten en mogelijkheden die er zijn. Het is dus collectief dom, het is individueel dom, we moeten het niet doen en we moeten elkaar daarop aanspreken. Ja, er is ook een rol van de overheid. Wij gaan de mensen bij elkaar halen.

Grapperhaus is en was overigens ook al voor deze vreselijke gebeurtenis intensief in gesprek met de KNVB over dit soort kwesties. Dat liet hij mij net weten. En nogmaals, Bruins had al het initiatief genomen om met alle hoofdrolspelers bij elkaar te komen. Nogmaals, ik ga daarbij zitten, maar ik wil echt wel gezegd hebben: alsjeblieft, dit gaan wij als overheid … Het is niet zo dat de samenleving kan zeggen: kabinet, los dit op, of Tweede Kamer, los dit op. Ik zeg niet dat de spreker dat zegt. Ik weet dat hij dat niet zegt en dat hij hier precies zo over denkt als ik, maar laten we ons daarom wel eerst even 48 uur afvragen hoe wij elkaar aanspreken op gedrag, op wat onacceptabel is en op in wat voor land wij niet willen wonen.

De kinderen die hier net zaten, van het kindervragenuur: wat een talent zit daar, uit alle gezindten, van gereformeerde scholen tot en met islamitische scholen, van blank tot en met zwart, van man tot en met vrouw. Ze zijn nog te jong om te weten op wie ze precies vallen, maar dat zullen ze ook wel ontdekken. Al die kindjes hebben het volste recht in dit land te worden en te zijn wie ze willen zijn. Alleen dan kunnen wij het gaafste land van de wereld blijven. Dat zijn we nu, maar op dit soort momenten schamen we ons allemaal diep.

De heer Paternotte (D66):
Het is mooi dat de minister-president in gesprek wil gaan en een uitnodiging gaat sturen naar Mendes Moreira …

Minister Rutte:
Die is al verstuurd, maar ik ga daarbij zitten.

De heer Paternotte (D66):
… en dat hij erbij gaat zijn. Ik hoop dat snel duidelijk wordt dat hij erbij gaat zijn, maar hij zegt terecht: we gaan even nadenken over de reactie. Dat kan ook heel verkeerd begrepen worden op het moment dat er juist naar de politiek wordt gekeken voor een heel sterk statement. Want minister Grapperhaus heeft de KNVB opgeroepen tot meer concrete acties. De KNVB heeft gezegd: we hebben hulp nodig van de politiek. Minister Bruins heeft een goed statement afgegeven, maar heeft ook duidelijk gezegd: als de overheid iets kan doen, dan hoor ik het graag. Laten we nu dus wel duidelijk kijken waar we het over hebben, want de reactie van FC Den Bosch in eerste instantie gaf aan wat er mis is: het was allemaal verkeerd begrepen en het slachtoffer kreeg de schuld. Daar werden later heel duidelijk excuses voor gemaakt, wat goed is. Maar die eerste reactie was zó fout dat het aangeeft dat er iets mis is met die cultuur. Daarom is mijn vraag of het kabinet zich ervoor wil inzetten dat idioten die in zo'n stadion de Hitlergroep brengen en dit doen, nooit meer een stap in zo'n stadion kunnen zetten. Daarom is mijn vraag of het kabinet ervoor gaat zorgen dat racisme niet gratis is. Al die clubs die subsidie ontvangen van de overheid, moeten weten dat zij, als zij dit laten gebeuren en nog een keer laten gebeuren, naar die subsidies kunnen fluiten.

Minister Rutte:
Ja. Vanzelfsprekend. Maar toch zoek ik nog even de discussie op. Natuurlijk mag je van de overheid, en van mij dus, van ons, meteen verwachten dat wij er normerend iets van vinden. Maar ik vind ook, en dat zeg ik misschien ook even als liberalen onder elkaar, dat hier een verantwoordelijkheid voor het collectief ligt. Wij kunnen dit als politiek niet in ons eentje oplossen. Ik begrijp honderd procent dat er naar de overheid gekeken wordt. Ik begrijp honderd procent dat er gezegd wordt: breng alle hoofdrolspelers bij elkaar, spreek mensen aan en benoem waar dingen dom gezegd worden of eerste reacties onverstandig zijn vanuit de club. Daar ben ik het mee eens. Maar heb niet de illusie, jongens — echt, heb niet die illusie; ik zeg het tegen het hele land — dat waar mensen gediscrimineerd worden we dit alleen oplossen met wetgeving of met mensen bij elkaar roepen. Dit lossen we alleen op als we met 17 miljoen mensen zeggen: dit accepteren we niet meer! Alleen dan lossen we dit op. En dat wil ik hier uitstralen. En dat doet niets af aan alle zaken die Paternotte gezegd heeft, maar echt, zo is het.

De heer Paternotte (D66):
De premier moet zich hier niet te klein maken. Inderdaad, we moeten dit doen met 17 miljoen Nederlanders, maar er is natuurlijk één Nederlander die dan voorop kan lopen. Zeker als er om leiderschap gevraagd wordt, is dat de premier. Daarom is het heel goed dat hij hier is. Ik hoop wel dat we volgende keer niet die paar extra minuten nodig hebben om dat voor elkaar te krijgen. Als heel veel partijen zien dat er een probleem is in Nederland, als de Verenigde Naties een rapport uitbrengen waarin staat dat het probleem van racisme in dit land veel groter is dan wij dachten, dan heeft dat wel degelijk iets met de politiek te maken. Dan gaat het om normen stellen. Dan gaat het om zeggen dat we bereid zijn naar oplossingen te kijken. Daarom denk ik dat de stelling "we weten niet of er maatregelen nodig zijn" net de verkeerde is, en dat het beter is om te zeggen: ik ga zoeken naar die maatregelen, ik ga erover in gesprek en we gaan ze nemen om ervoor te zorgen dat wat wij kunnen doen om dit probleem uit te roeien, gaat gebeuren.

Minister Rutte:
Ik ben het er van a tot z mee eens, maar mijn punt is dat als wij dat als politiek meteen zeggen, een hoop mensen in de samenleving kunnen denken: mooi, de politiek lost dit nu op. Ja, de politiek moet dit oplossen. We zijn het eens; volgens mij zitten we nu spijkers op laag water te zoeken. Maar daar hoort wel bij dat we steeds zeggen dat het alleen lukt als we elkaar op dit gedrag aanspreken. Daar moet het beginnen. Als er gediscrimineerd wordt, moet er op dat moment onderling gezegd worden: dit is niet het land waarin wij willen wonen. Vervolgens mag en moet er naar de politiek gekeken worden om te zien hoe je dat in wetgeving oplost, hoe mensen bij elkaar gebracht worden en hoe we dat normeren. Wij moeten normeren. Eens.

De heer Paternotte (D66):
Dat elkaar aanspreken is gebeurd, want het hele land viel over Den Bosch heen. De club heeft erop gereageerd en de KNVB heeft erop gereageerd. Maar vervolgens zeggen zij dat als we dit echt willen uitroeien en als we willen dat dit soort idioten niet eens meer een stap in het stadion kunnen zetten, zij de politiek nodig hebben. Dat is waarom er naar ons wordt gekeken.

Minister Rutte:
Het is natuurlijk niet het eerste weekend dat dit gebeurt. Dit soort dingen gebeuren helaas op een veel grotere schaal op iedere school. Ieder jongetje dat Mohammed heet en twee keer zo vaak moet solliciteren voordat hij een stageplek heeft als Piet, ieder meisje dat Fatima heet en twee keer zo lang moet solliciteren voor een stageplek als Mieke of Marijke … Dit gebeurt in dit land. En dat is niet het land waarin ik wil wonen. Dus moeten we dat met wetgeving en normering tegengaan. Maar de werkgever die dat flikt, of de personeelsmanager die iemand afwijst vanwege haar voornaam en liever doorgaat met Marijke dan met Fatima, en daarmee ook de kans misloopt om een team samen te stellen waarin ook die Fatima een kans krijgt om haar talent uit te nutten, moet op dat moment ook door collega's gecorrigeerd worden. Ook daar doe ik een beroep op. Het gaat verder dan afgelopen zaterdag. Zaterdag was een verschrikkelijke manifestatie van iets wat fundamenteel fout zit in dit land.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Paternotte. Dan ga ik naar mevrouw Marijnissen namens de SP.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Ik ben een beetje beduusd door het antwoord van de minister-president. We hebben hem een keer extra aan zijn jasje moeten trekken om hier te verschijnen. Dat is op zich al pijnlijk, maar het feit dat de minister-president nu hier in deze Kamer zegt dat hij even 24 uur moest nadenken, het even moest laten bezinken vooraleer hij tot een reactie kon komen op het vreselijke voorval afgelopen zondag in Den Bosch, geeft toch te denken? Als zoiets gebeurt, zo'n jongen huilend van het veld gaat en het algehele gevoel in Nederland is — gelukkig, zou ik willen zeggen — dat we dit niet pikken, en als de voorman van Oranje, de bondscoach en de KNVB opstaan en juist zeggen dat ze hulp nodig hebben, bijvoorbeeld bij strafrechtelijke vervolging van dit soort eikels die dit doen …

De voorzitter:
En wat is de vraag, mevrouw Marijnissen?

Mevrouw Marijnissen (SP):
Dan is het toch ongelofelijk dat de minister-president hier zegt: ja, ik moet er nog even 24 uur over nadenken.

Minister Rutte:
Dat heb ik niet gezegd. Nee, jongens, wat een onzin.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Is hij bereid om de KNVB te helpen om de strafrechtelijke vervolging goed vorm te geven?

Minister Rutte:
Dat heb ik helemaal niet gezegd. Dat kan mevrouw Marijnissen lezen in de Handelingen. Ik heb helemaal niet gezegd dat ik 24 uur moest nadenken. Ik heb gezegd dat ik vind dat, voordat wij als politiek zeggen dat we deze en deze maatregelen gaan nemen, de samenleving — daar doen we dus gewoon aan mee — even zelf moet nadenken en dat wij ons met elkaar moeten afvragen hoe we ervoor zorgen dat mensen elkaar op hun gedrag aanspreken. Dat zei ik. U representeert mijn woorden volkomen verkeerd. Ik heb dat exact níet zo gezegd. Het tegenovergestelde heb ik gezegd.

Mevrouw Diertens (D66):
Ik ben erg blij dat mijn collega Paternotte dit heeft opgebracht, omdat ik vind dat de sport nu ook wel tekort wordt gedaan. Er wordt heel snel gewezen en gezegd: KNVB, los het op! Uit een vergadering van gisteravond bij NOC*NSF waar ik met mensen sprak, weet ik dat de signalen er al waren bij de intocht van Sinterklaas. Mijn vraag is dus of u gaat onderzoeken waarom er niet is opgetreden, zodat deze mensen sowieso niet in het stadium kwamen.

Minister Rutte:
Ik moet even kijken of dat aan mij is of aan het OM. Dat weet ik niet precies. Dat gaan we uitzoeken. Ik heb gezegd dat we het gesprek met de KNVB en alle betrokkenen aangaan. Dat was al georganiseerd. Ik vind de vraag zeer terecht dat ik daar zelf de leiding in pak, dus dat ga ik doen.

De voorzitter:
Tweede vraag, mevrouw Diertens. Niet? Dan ga ik naar de heer Klaver namens GroenLinks.

De heer Klaver (GroenLinks):
Door de hele toon die we nu in de Kamer met elkaar kiezen, zou je kunnen denken dat we tegenover elkaar staan. Maar volgens mij moet het heel helder zijn dat we op één lijn staan: racisme in Nederland is niet acceptabel. Maar hoe vaak we dat ook uitspreken, het blijft bestaan. Het lijkt ook wel alsof het soms wordt goedgepraat. Ik heb het niet over mensen hier. Maar als ik de reacties op social media zie, zeg ik: dat kan niet! Dat werpt wel de vraag op: what's next? Ik zou willen dat de minister-president heel helder erover is dat iedere optie voor nieuw beleid of nieuwe wetgeving bespreekbaar is om dit een halt toe te roepen. Dat is het eerste.

De voorzitter:
Ja, dan de tweede vraag.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ten tweede is bijvoorbeeld Kick Out Zwarte Piet, de actiegroep die al jaren bezig is, vorige week nog bedreigd. Die actiegroep heeft gevraagd om een gesprek met de minister-president. Ik weet dat de minister-president straks met de gele hesjes zit, waarvoor hulde, want in Nederland is er ruimte voor actiegroepen om hun zorgen op het allerhoogste niveau kenbaar te maken. Is de minister-president ook bereid om Kick Out Zwarte Piet op het Torentje te ontmoeten?

Minister Rutte:
Dan wil ik het eerst even specifiek weten. Op die vreselijke affaire in Den Haag is die zaterdag, vorige week, onmiddellijk gereageerd door Grapperhaus in de meest felle bewoordingen. Dat was de reactie van het kabinet. Ik kan niet op elk incident altijd persoonlijk reageren. Toen heeft Grapperhaus gereageerd. Vervolgens heeft Kick Out Zwarte Piet gezegd dat de actiegroep ook nog een gesprek wil. We zijn op dit moment aan het analyseren wat ze precies willen. Ik praat vanmiddag met de gele hesjes. Ik probeer binnenkort met de natuurorganisaties te zitten. Vorige week zat ik met de boeren en met de grondverzetbedrijven. We praten dadelijk, zo snel mogelijk, met de sportwereld. Ik ga het dus proberen, maar ik wil ook af en toe nog beleid kunnen omzetten in wetgeving en dergelijke. Dat moet ook gebeuren. Ik ga dus mijn best doen. Ik zeg geen nee, maar ik wil even uitzoeken wat precies hun vraag was.

De heer Von Martels (CDA):
Het is ontzettend goed dat het Nederlands elftal gereageerd heeft. Dat heeft een statement gemaakt: enough is enough. Daar zijn we het als politiek volgens mij met z'n allen volledig mee eens. Dat er een gesprek moet komen met de KNVB is ook zo helder als wat. Dat gaat ook komen. Mijn vraag is dan wel wat de inzet zal zijn van dat gesprek. Wat ons betreft, wat het CDA betreft, is het hard nodig dat er ook sancties worden genomen. Het moet niet alleen bij protocollen blijven. De KNVB heeft een prachtig protocol, maar dat moet weleens een keer vertaald worden in hardere acties. Dat betekent: strengere straffen, punten in mindering brengen. Je moet niet alleen punten in mindering brengen bij een club als de begroting niet in orde is, maar ook in dit soort gevallen. Bij racisme moet daar zeker sprake van zijn. Ten tweede: wat leren we van de incidenten in het buitenland? Engeland heeft al heel goede voorbeelden. Gaat Nederland die goede voorbeelden in ieder geval volgen?

Minister Rutte:
Een. Dat gesprek gaan we plannen. Twee. Zij kunnen al heel veel zelf, natuurlijk. Dat is gewoon een feit. Drie. Ik wil vooral praten over de vraag of er redenen zijn waarom zij terughoudend zijn om toe te passen wat ze zelf al kunnen en wat ze meer nodig hebben. Volgens mij is dat wat u vraagt, maar ik heb het even afgepeld neergezet.

De voorzitter:
Tweede vraag, meneer Von Martels.

De heer Von Martels (CDA):
Inderdaad, de KNVB moet wat dat betreft wel verantwoordelijkheid nemen. Want zoals ik al zei: we hebben er niks aan als ze alleen maar protocollen opschrijven.

Minister Rutte:
Dat doen ze ook, geloof ik.

De heer Von Martels (CDA):
Ik hoop dat dat de inzet zal worden voor dat gesprek.

Minister Rutte:
Ik geloof dat de KNVB op heel veel punten die verantwoordelijkheid gewoon pakt. Maar als we met ze zitten, wil ik ook even de kans hebben om te vragen: wat kunnen jullie nu al, zijn er redenen waarom jullie dat soms niet doen, wat doen jullie wel al — want heel veel doen ze al — en wat heb je meer nodig?

De heer Azarkan (DENK):
Ik heb een aantal keren de KNVB bezocht om te leren, te horen wat daar gebeurt. Ik heb begrepen dat veiligheid echt een ontzettend belangrijk aspect is. Ik zou de minister-president graag willen vragen of de bestrijding van racisme, niet alleen in woord maar ook in daad, een heel belangrijk element wordt voor de komende jaren. Deze minister-president is al bijna tien jaar minister-president. Het wordt er ook niet beter op.

Minister Rutte:
Ik weet niet of daar een oorzakelijk verband ligt. Maar misschien moet Bruins dit dadelijk even beantwoorden. Die heeft deze vraag inhoudelijk voorbereid. We zijn bezig met campagnes, voetbal, et cetera. Maar misschien kan Bruno dat dadelijk precies beantwoorden.

De voorzitter:
Bruno is de minister voor Medische Zorg. De heer Azarkan, tweede vraag.

De heer Azarkan (DENK):
Dan iets over moreel leiderschap. De minister-president heeft eerder gezegd dat Mo zich maar moet invechten. Ik weet dat hij later zei dat dit niet zo handig was. Ik daag hem uit om hier te zeggen, voor al die voetballers die dit ervaren, voor alle mensen op de woningmarkt en de arbeidsmarkt: "Als minister-president sta ik voor jullie. Ik wil er alles aan doen om ervoor te zorgen dat jullie een eerlijke kans hebben om mee te doen aan de samenleving."

Minister Rutte:
Het is allebei waar. Ik sta voor iedereen in dit land die een bijdrage wil leveren. Tegen kinderen die gediscrimineerd worden bij het krijgen van een stageplek zeg ik dat ik iedere keer dat dit gebeurt persoonlijk zou willen kunnen ingrijpen. Voor een deel maakt de wetgever dat ook mogelijk. Er zijn meldpunten et cetera. Maar helaas, dit gebeurt. Het enige wat ik dan tegen kinderen zeg, is: "Alsjeblieft, laat je daar niet door weerhouden. Dit is een land waarin je uiteindelijk alles kunt bereiken. Ik vind het ook verschrikkelijk dat je er soms twee keer zo lang over doet om die stageplek te krijgen, maar laat je er alsjeblieft niet door weerhouden. Weet dat ik aan je kant sta, dat wij allemaal, de hele samenleving, het overgrote deel van goedwillend Nederland, aan de kant staan van iedereen in dit land die er iets van wil maken."

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dank aan de minister-president dat hij alsnog gekomen is. Dank ook dat hij het verschrikkelijke racisme scherp heeft veroordeeld. Maar mij valt wel op dat dit pas gebeurt als iemand die daar keihard door geraakt wordt, Mendes Moreira, zelf de moed opbrengt om het niet te pikken en toch te blijven vechten, terwijl hij al werd weggezet als zielig mannetje. Hij zegt hier dat iedereen zelf moet nadenken over wat we zouden kunnen doen. Dan wijs ik hem erop dat hij het wel veroordeelt als het heel excessief is. Dat mogen we ook verwachten. Maar er zijn ook mensen die dit kabinet al jarenlang vragen om ook de subtielere vormen van racisme, waar we ons misschien nog niet bewust van waren, te veroordelen. Denk bijvoorbeeld aan Zwarte Piet. Maar dan loopt het kabinet weg. Is de minister-president bereid om nu te zeggen dat hij de mensen die daar aandacht voor vragen, steunt, en dat hij luistert naar wat ze te zeggen hebben?

Minister Rutte:
Dat doe ik al negen jaar in deze baan. Ik snap echt het probleem niet. Er is een probleem met racisme. Maar het probleem is niet dat de politiek of ik daar niet voor opensta. Natuurlijk doe ik dat. Maar het heeft toch geen zin dat ik iedere maandagmorgen mijn racismepunt maak, even los van wat er gebeurd is. Ik maak dat zo vaak als dat nodig is. Ik heb het gisteren gedaan tegenover de microfoon van het ANP. Dat is ook breed verspreid. Ik heb gezegd dat ik het afschuwelijk vind wat er gebeurd is. Vandaag was voorzien dat Bruins, de minister voor Sport, hier in het vragenuur zou zijn, maar de Kamer heeft gezegd dat ze het van mij wilde horen. Dan ben ik hier natuurlijk. Dan doe ik dat hier ook. Ik heb het net ook gedaan tegenover een aantal microfoons van programma's die er vanavond aandacht aan besteden. Maar ik snap werkelijk niet waar het idee vandaan komt dat ik, of dit kabinet, of het vorige kabinet, niet altijd bezig ben om racisme en discriminatie te bestrijden. Maar daarmee is het niet weg. Dat is precies mijn punt. Dat zullen we met elkaar, en dus ook met de samenleving als geheel moeten doen. We moeten elkaar aanspreken op gedrag.

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand, tweede vraag.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Maar de minister-president met al zijn kabinetten heeft wel veroordelingen aan zijn broek hangen, omdat Nederland gewoon te weinig doet. Hij slaagt er dus niet in. Mijn punt is dat de Kamer nu al een poosje vraagt of het kabinet wil luisteren naar de mensen die wijzen op de subtielere vormen van racisme, waar we ons nog niet van bewust waren. Denk aan Zwarte Piet. En dan loopt de minister-president weg. Dan zegt hij: daar ga ik niet over. Hij zegt hier dat we allemaal moeten nadenken over wat we zelf kunnen doen en dat we daar 48 uur de tijd voor moeten nemen. In 1987 maakte Gerda Havertong in Sesamstraat al duidelijk dat Zwarte Piet pijn doet. 30 jaar later loopt de minister-president nog steeds daarvoor weg.

De voorzitter:
En de vraag is, mevrouw Ouwehand?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Vorige week vroeg ik aan minister Grapperhaus: …

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
… steun je de mensen die tijdens hun vergadering zijn lastiggevallen? Daar doet het kabinet allemaal niet aan mee. Ik vind dat de minister-president …

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand! Ik ga echt ingrijpen. Elke keer loopt het uit de hand. Het mondelinge vragenuur is van 14.00 uur tot 15.00 uur. Dat betekent dat de vragensteller vier minuten heeft. Degenen die aanvullende vragen hebben, hebben 30 seconden. Iedereen gaat daaroverheen. Dat betekent ook dat andere vragen minder aan bod komen. Ik doe dus een beroep op u, maar ook op anderen. Ik heb net het kindervragenuur gehad en die kinderen deden het voortreffelijk. Echt waar.

Minister Rutte:
Daar heeft ze wel een punt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Daar heeft ze een punt, maar de minister-president moet reageren op deze vraag.

De voorzitter:
Nee, mevrouw Ouwehand, u heeft al een vraag gesteld.

Minister Rutte:
Ik haal de vraag er uit. In de eerste plaats heb ik niet gezegd: 48 uur nadenken. Ik heb gezegd dat voordat gezegd wordt dat de politiek dit moet oplossen, ik vind dat we ook even met elkaar mogen kijken. Ja, de politiek heeft een rol. Convening power, mensen bij elkaar brengen. Alle hoofdrolspelers en alle systemen in de Kamer en zorgen dat je met elkaar bespreekt wat er meer moet gebeuren, wat ik net ook tegen het CDA zei. Wat kan er al? Wat heb je meer nodig? Als er al dingen kunnen, zijn er dan redenen waarom je ze niet doet en kunnen we daarbij helpen?

Ten tweede: normeren. Dat heb ik meteen ook gisteren gedaan en ook andere leden van het kabinet hebben dat gedaan.

Specifiek over Piet is mijn standpunt het volgende en dat heb ik hier vaker neergelegd. Dat is een traditie die in Nederland verandert. Dat is zoals altijd met tradities in Nederland, dat gaat geleidelijk. Dat zie je op dit moment gebeuren. Die Piet is aan het verkleuren in allerlei streken in dit land. Het hoort ook bij maatschappelijke tradities dat ze door de tijd heen veranderen. Het Meertens Instituut heeft er een prachtig onderzoek naar gedaan en dat werkt ook zo. Dan moet je oppassen dat je niet als overheid gaat voorschrijven hoe die Piet eruitziet en dat je een kinderfeest in een wet gaat vastleggen.

De voorzitter:
Goed. De heer Van der Staaij namens de SGP.

De heer Van der Staaij (SGP):
Voorzitter. Van de kant van de SGP steun voor de richting die de minister-president hier inslaat en bepleit. Racisme is uit den boze. Goed nadenken wat we als politiek hier ook in kunnen betekenen. Mijn vraag gaat over het feit dat hier racisme een gezicht kreeg, wat daardoor een grote impact heeft gehad, maar dat er ook sprake is geweest van de Hitlergroet, waar misschien geen duidelijk gezicht bij was maar waardoor mensen ook geraakt worden. Wordt ook dat punt in al die besprekingen voluit meegenomen?

Minister Rutte:
Natuurlijk. Dat is allemaal even verschrikkelijk.

De voorzitter:
Tweede vraag, meneer Van der Staaij.

De heer Van der Staaij (SGP):
Dit was een snel antwoord in ieder geval. Mijn tweede vraag is: wordt er nu ook met snelheid gezegd of er ook zaken vervolgbaar zijn? Als iemand de Hitlergroet brengt, kan dat ook strafrechtelijk niet door de beugel. Dus kan er ook snel duidelijkheid over komen? Daarmee stel je ook een daad.

Minister Rutte:
Het OM, zo wordt mij hier gezegd, heeft al een aantal onderzoeken aangekondigd. Verder moet het even bij het OM liggen. Wat betreft uw eerste punt over de Hitlergroet: elke vorm van discriminatie en racisme is verschrikkelijk. Een Hitlergroet is natuurlijk verschrikkelijk abject, net zoals het abject is wat er geroepen werd naar Moreira. Dat is verschrikkelijk.

De voorzitter:
De heer Asscher namens de PvdA.

De heer Asscher (PvdA):
Precies een jaar geleden stonden we hier in het vragenuur omdat de intocht van de sint door giftig racisme was verziekt. De premier zei: gekken aan beide kanten. Ik vroeg hem om ook eens de mensen uit te nodigen die pijn hebben als de sint komt, die gediscrimineerd worden en voor Piet worden uitgescholden. Hij heeft dat niet gedaan. Niemand verwacht van deze premier dat hij ervoor gaat zorgen dat het racisme verdwijnt. Wat ik wel van hem verwacht en wat we mogen verwachten in dit land is dat hij zijn best doet, dat hij laat zien dat het hem aan het hart gaat. En ik weet dat het hem aan het hart gaat. Het is gebrek aan moreel leiderschap. Stap naar voren. Wacht niet af. Spreek je uit. Vandaag gebeurt het. Maar ook bij de ongemakkelijke momenten verwacht ik van een premier van Nederland dat hij niet eerst politiek duidt maar naar voren stapt om op te komen voor iedere Nederlander die gediscrimineerd wordt. Dat is mijn vraag aan de premier. Bent u daartoe bereid?

Minister Rutte:
Absoluut en dat doe ik al negen jaar. Als dat op punten in de ogen van de heer Asscher tekortschiet, dan heb ik daar op te reflecteren, maar het is mijn doel, al negen jaar lang, om waar mensen in dit land om wat voor reden dan ook. zich misschien onderdeel voelen van een minderheid … Ik haat eigenlijk dat hele woord "minderheid". Er is gewoon een grote meerderheid en dat is iedereen in dit land die van goede wil is en er iets van wil maken. Dan maakt het niet uit wat voor geslacht, welke seksuele geaardheid of welke huidskleur je hebt of waar je oorspronkelijk vandaan komt. Dat interesseert me helemaal niets. Iedereen heeft hier zijn bijdrage te leveren. Je weet ook dat als uiteindelijk die mix van talenten niet alleen op individueel niveau maar ook op groepsniveau goed werkt, je als land ook onverslaanbaar bent. Los ervan dat racisme stupide is, is het domme ook nog eens een keer dat we onszelf ook collectief tekortdoen. Dus op alle mogelijke niveaus probeer ik dit te veroordelen.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Het is goed dat dit kabinet zich uitspreekt tegen racisme en dat dit nadrukkelijk wordt veroordeeld. Tegelijkertijd hebben we helaas te maken met antisemitisme. Antisemitisme is een onderdeel van racisme. Dat is ook racisme. Helaas moet ik vaststellen dat antisemitisme steeds vaker voorkomt. Dat is niet goed. Daarom vraag ik dit kabinet zich ook nadrukkelijk tegen antisemitisme uit te spreken en dat ook mee te nemen in de acties die op touw worden gezet.

Minister Rutte:
Natuurlijk, absoluut. Grapperhaus, de minister van Justitie, is daar de laatste tijd ook mee bezig geweest. We hebben ook regelmatig contact met deze gemeenschappen over wat daar gebeurt. Ik heb ook mijn eigen contacten. Ik vind het verschrikkelijk als dat gebeurt. Iedere vorm van mensen uitsluiten, apart zetten en belachelijk maken is onacceptabel. We moeten niet uiteindelijk een cultuur creëren waarin dat normaal is. Die cultuur hebben we gezien in het fascisme in de jaren dertig, of tegenover joodse mensen door de eeuwen heen. In Nederland hebben we het ook bij andere minderheden gezien, bij katholieke en protestantse minderheden. Nu zien we het tegenover mensen die hier in de jaren zestig of zeventig naartoe zijn gekomen, eerst vanuit landen in Europa, zoals Spanje en Portugal, en daarna vanuit landen als Turkije en Marokko. Om op basis van allerlei kenmerken te zeggen "jij bent minderwaardig" en dat als samenleving niet te bestrijden, zou onacceptabel zijn. Maar dat geldt voor al deze vormen van uitwassen, die moreel verkeerd zijn. Ze zijn niet alleen op individueel niveau, maar ook op collectief niveau onacceptabel: ze maken dit land minder sterk, omdat we dan geen gebruikmaken van alle talenten en mogelijkheden die we met elkaar hebben om er iets van te maken.

Ik ben er nog steeds trots op — dat zeg ik ook tegen die kids — dat we wonen in een land waarin je uiteindelijk gelukkig nog steeds alles kunt bereiken. Wij moeten ervoor zorgen dat zij onderweg geen of zo min mogelijk pijn hebben van dit soort onzin. Dat is de taak die we collectief hebben. Dat kan niet alleen met wetgeving; we moeten elkaar ook aanspreken op dat gedrag.

De voorzitter:
Dank u wel.

Vragen Kerstens

Vragen van het lid Kerstens aan de minister voor Medische Zorg en Sport over de landelijke ziekenhuisstaking.

De voorzitter:
Dan ga ik nu naar de heer Kerstens van de PvdA voor zijn vraag aan de minister voor Medische Zorg, die hier niet voor niets is. Zijn vraag gaat over de landelijke ziekenhuisstaking.

De heer Kerstens (PvdA):
Voorzitter. Morgen komen tienduizenden medewerkers van ziekenhuizen in actie in wat hun grootste actie ooit gaat worden, op honderden plekken in het land, in ziekenhuizen, in poliklinieken, in revalidatiecentra en op het Jaarbeursplein in Utrecht. En daar moet je je best voor doen, hoor, om de mensen in de zorg in actie te krijgen, om ze tegen je in het harnas te jagen, om ze boos te maken. Want de mensen in de zorg zetten altijd hun cliënten en patiënten voorop, ook als dat ten koste van henzelf gaat.

Maar nu is het dan zover, omdat ze nog steeds geen fatsoenlijke cao hebben, omdat ze al anderhalf jaar wachten op een loonsverhoging. In die anderhalf jaar hebben ze er 0% bij gekregen, terwijl hun boodschappen bijna 4% duurder zijn geworden. De mensen in de zorg, de kurk waarop de goede zorg in Nederland drijft, dreigen kopje-onder te gaan door te veel werkdruk en te weinig collega's, door te veel regeltjes en te weinig salaris. Natuurlijk, de minister en ik zitten niet zelf aan de cao-tafel, maar hij bepaalt wel in grote mate hoeveel geld er op die tafel beschikbaar is om een goede cao af te sluiten. Dat moet meer zijn dan nu en dat kan ook meer zijn. De laatste jaren is 1,5 miljard euro minder uitgegeven aan salarissen in de zorg dan het ministerie zelf had gedacht. Elk jaar gaan er miljoenen aan zorggeld terug naar de schatkist. Het enige wat nodig is, is een minister die wil opkomen voor de mensen in de zorg, die wil opkomen voor zíjn mensen in de zorg, die ze de waardering geeft die ze verdienen, ook in hun portemonnee. Ik zeg tegen de minister: doe het!

De voorzitter:
Het woord is aan de minister.

Minister Bruins:
Voorzitter, dank u wel. Morgen is een grote ziekenhuisstaking aan de orde. De heer Kerstens sprak daarover. Wij verschillen niet van mening over het feit dat het belangrijk is dat iedereen die in de zorg werkt, een fatsoenlijke beloning krijgt. Ik kijk eerlijk gezegd met zorg naar het feit dat de cao-onderhandelingen voor ziekenhuizen niet vlot lopen. Ik heb in de afgelopen weken, ook bij de begrotingsbehandeling, hier nog aangegeven dat er dit jaar vanuit het Rijk via de zogeheten ova-middelen een budget van 1,7 miljard voor arbeidsvoorwaarden in de zorg beschikbaar is. Gelukkig komen er in de zorg op veel plaatsen meerjarige cao's tot stand, of het nou de huisartsenzorg, de ggz, de vvt of de universitair medische centra betreft. Dat is allemaal gelukt. Ik heb dus hier, in het geval van de ziekenhuiszorg, tegen de partijen gezegd: wat is er nou nodig om bij elkaar te komen? Is het niet mogelijk om die gesprekken onder u weer op gang te brengen? Op dit moment, vandaag en morgen, spreek ik met alle betrokken partijen, alle cao-partijen, om te kijken wat er nodig is om die gesprekken weer vlot te trekken. Ik merk tegelijkertijd op dat het Rijk geen cao-partij is. Daar heeft de heer Kerstens terecht op gewezen. We zijn dat niet, en ik wil het ook niet worden. Ik wil de cao-partijen hun werk laten doen om een cao af te sluiten. Maar ik ben van zeer nabij betrokken, om te kijken wat nodig is om de partijen weer aan tafel te krijgen.

De heer Kerstens (PvdA):
Er vertrekken meer mensen uit de zorg dan ooit tevoren, er zijn meer vacatures dan ooit tevoren en die vacatures zijn moeilijker te vervullen dan ooit tevoren. De minister heeft een gouden kans in handen om die onderhandelingen vlot te trekken. Hij heeft daar blijkbaar geen zin in. Dat vind ik jammer. Ik vind het ook erg. Hij gaf net aan dat hij de cao-partijen heeft uitgenodigd. Dat hebben we ook in de krant kunnen lezen. Hij spreekt vandaag en morgen met vakbonden en werkgevers. Ik vind dat de minister financieel over de brug moet komen om de onderhandelingen vlot te trekken. Er ligt een amendement met betrekking tot 600 miljoen euro waarover we in december gaan stemmen. De dekking is er ook. Het moet en het kan. Als de minister dat niet wil, wil hij dan bijvoorbeeld wel nadenken over het vlot trekken van de onderhandelingen? Ik voorspel dat het de grootste actie ooit van ziekenhuismedewerkers wordt. Ik voorspel ook dat er wellicht meer gaan volgen, omdat het de mensen in de zorg niet tot hier zit, maar omdat ze kopje-onder gaan. Wil hij dan bijvoorbeeld die onderhandelingen vlot trekken door een bemiddelaar aan te stellen, door zelf een actievere rol te spelen of wat dan ook? Ik vind dat hij dat moet doen door een zak geld op tafel te leggen. Dat geld is er. Maar er zijn misschien ook andere mogelijkheden om in ieder geval weer met elkaar in gesprek te komen. Is de minister daartoe bereid?

Minister Bruins:
Staken, actievoeren, dat is een recht. Dus dat gaat morgen gebeuren. En dat zal op een grote schaal gebeuren; dat hebben de verschillende partijen mij ook laten weten. Ik ken het amendement dat bij de begroting is ingediend én is ontraden. Want wat ga ik dan zeggen tegen al die andere gezondheidszorgsectoren waar wel recent cao's zijn afgesloten, waar partijen daar wel in zijn geslaagd? Maar door een nauwe betrokkenheid en door te kijken wat nodig is om de gesprekken weer op gang te brengen tussen de cao-partijen, wil ik laten zien dat ik van dichtbij betrokken ben en dat ik grote waardering heb voor de inzet van al die zorgprofessionals die elke dag weer klaarstaan. Uit de gesprekken die ik tot dusverre heb gevoerd, blijkt dat men het ook best moeilijk vindt om morgen actie te gaan voeren. Want het is steeds de afweging tussen actievoeren en de zorg voor patiënten. En de zorg voor patiënten, dat heeft iedereen in de zorg ook heel hoog zitten.

De voorzitter:
Tot slot, de heer Kerstens.

De heer Kerstens (PvdA):
Daar heb ik op gewezen. Het is nogal wat als de mensen in de zorg gaan actievoeren. Dan heb je het er echt naar gemaakt, want ze stellen altijd de belangen van cliënt en patiënt voorop. Ik gaf net aan dat er meer mensen uit de zorg vertrekken dan ooit tevoren, dat er meer vacatures zijn dan ooit tevoren en dat die vacatures lastiger te vervullen zijn dan ooit tevoren. Waar de minister mee komt, is het zoveelste actieplan Werken in de Zorg om mensen in de zorg vast te houden en mensen naar de zorg toe te krijgen. Dat eerste lukt van geen kanten. Ik doe nogmaals een beroep op de minister. U zit bij die zak geld. Die zak geld is er. Maak er alsjeblieft gebruik van; word de held van de mensen in de zorg. Want die positie heb je als minister.

Minister Bruins:
De heer Kerstens en ik verschillen van mening als het gaat om de uitspraak dat het actieplan Werken in de Zorg van geen kanten werkt. Dat zijn niet mijn woorden. We zien dat er gelukkig ook veel interesse is om te gaan werken in de zorg. Daar ben ik ongelooflijk blij mee. Daarnaast zijn er nog vele andere maatregelen die wij moeten nemen. Denk bijvoorbeeld aan het verlichten van de administratieve lasten in de zorg. Minder papierwerk zorgt voor meer patiëntenzorg. Dat is de route om te gaan, naast vele andere maatregelen.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Kerstens. Mevrouw Agema namens de PVV.

Mevrouw Agema (PVV):
Allereerst wil ik mijn steun uitspreken aan al die ziekenhuismedewerkers die morgen gaan staken. Ik vind de vragen van de Partij van de Arbeid zo verschrikkelijk hypocriet. Tijdens de vorige kabinetsperiode hebben 77.000 mensen dankzij hen, dankzij de PvdA, hun baan verloren. En de salarisontwikkelingen liepen echt zo ver achter bij wat je had mogen verwachten in een periode dat ze eigenlijk ontzettend hard nodig waren. Mijn vraag aan de minister is de volgende. Hij zei al iets over administratieve lasten, maar daarover hebben wij eigenlijk nog wel een appeltje te schillen. Er staan nu 1,2 miljoen mensen op de loonlijsten in de zorg. Het is inderdaad zo dat wij hun handen moeten vrijspelen. Ik heb namens mijn partij concrete voorstellen gedaan om de overhead en de administratieve lasten te verminderen. Waarom blijft de minister die concrete plannen afwijzen? Wanneer ziet hij in dat hij niet alleen het laaghangende fruit kan plukken, maar ook het hoog hangende fruit moet plukken, omdat juist deze mensen allemaal op de loonlijst staan?

De voorzitter:
Duidelijk, mevrouw Agema.

Mevrouw Agema (PVV):
Ik heb het over de voltijdbonus, overhead, administratieve lasten, de hele reutemeteut.

De voorzitter:
Helder. De minister.

Minister Bruins:
Administratieve lasten hebben te maken met regels. Regels worden niet zelden door de beroepsgroep of de sector zelf gemaakt. Het is moeilijk om andermans regels af te schaffen. Ik vind dat wij als overheid kritisch moeten kijken naar onze eigen regels en daaraan ook een bijdrage moeten leveren door de regeldruk te verminderen. Dat is een onderwerp dat niet in 24 uur is geregeld. Mevrouw Agema weet dat. Het is taai, maar we zijn echt bezig om het merkbaar beter te maken voor mensen die werken in de zorg, vandaag en morgen.

De voorzitter:
Tweede vraag, mevrouw Agema.

Mevrouw Agema (PVV):
We moeten echt ophouden met plannen niet te omarmen als ze van de oppositie komen. Ik vind dat de minister open moet staan voor plannen die van de oppositie komen. We zien bijvoorbeeld dat de overhead ook in de ziekenhuizen alleen maar toeneemt. Het aantal mensen dat geen patiëntencontacten meer heeft, neemt alleen maar toe. Die lijn moet de andere kant op. Als ik dan een voorstel doe voor een overheadnorm, om mensen met behoud van salaris een uitvoerende taak te laten vervullen, om die handen vrij te spelen, dan krijg ik van deze minister nul op het rekest.

De voorzitter:
En de vraag is?

Mevrouw Agema (PVV):
Maar juist die mensen zijn nodig. Ziet de minister ook in dat hij dit moet doen, dat hij ervoor moet zorgen dat mensen vanuit overheadfuncties weer een uitvoerende taak gaan vervullen, omdat ze al op de loonlijst staan? Deze mensen zijn zo hard nodig om de werkdruk te verlagen.

Minister Bruins:
Het is ook mijn wens om patiëntenzorg in Nederland heel goed en sterk te houden, en daarvoor de regels af te schaffen en te kijken of het met minder bureaucratie kan. Jazeker.

De voorzitter:
Mevrouw Marijnissen namens de SP.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Mensen in de zorg werken met hun hart. Op het moment dat zij besluiten om te gaan staken en het werk neer te leggen, is het echt goed mis. Recent werd hier in de Tweede Kamer een SP-voorstel omarmd dat zei dat de lonen van mensen die bij een bedrijf werken met 5% zouden kunnen stijgen en zouden moeten stijgen. De minister-president zei zelf: de lonen moeten omhoog. Nu vragen de medewerkers van de ziekenhuizen een loonstijging van 5%.

Voorzitter. Mijn vraag aan deze minister is: hoe kan hij het zo ver laten komen dat zo veel mensen met zo veel hart voor de zaak morgen gaan staken? Waarom zorgt hij er niet voor dat de ruimte die de overheid ter beschikking stelt om de arbeidsvoorwaarden te verbeteren, in ieder geval 5% is? Dat vragen we immers ook van bedrijven.

Minister Bruins:
Ik vind het belangrijk dat ook van rijkszijde duidelijk is dat er geld beschikbaar is voor loon- en prijsontwikkeling. Dat zijn de ova-middelen. Dit jaar is dat een bedrag in de ordegrootte van 1,7 miljard. Dat is een stevig bedrag. U weet dat wij daarnaast akkoorden hebben afgesloten met de sector. Ik pols heel regelmatig bij de zorgpartijen of zij nog goed zijn voor hun handtekening onder die akkoorden. Het antwoord is: ja. Ten derde: op het moment dat de partijen niet makkelijk met elkaar aan tafel komen — het baart mij zorgen dat er nog geen cao voor de ziekenhuizen ligt — zie ik het als mijn rol om te kijken of ik het soepel kan maken, om te zorgen dat partijen wel weer met elkaar het gesprek voeren. Daarvoor voer ik vandaag en morgen gesprekken met alle partijen die bij dit cao-overleg zijn betrokken.

De voorzitter:
Mevrouw Sazias namens 50PLUS.

Mevrouw Sazias (50PLUS):
50PLUS vindt de looneis van 5% voor het ziekenhuispersoneel volstrekt redelijk. De minister wil dat per ziekenhuis laten, maar er zijn al ziekenhuizen die aangeven dat ze dat gewoon niet kunnen betalen. Er staan er al een aantal op omvallen. Wat gaat de minister doen als de zorg daardoor straks niet meer breed toegankelijk is?

Minister Bruins:
Wij willen allemaal breed toegankelijke zorg in Nederland. Wij willen niet dat ziekenhuizen plompverloren omvallen. Wij willen goede cao's. De recente praktijk laat zien dat er vele goede cao's zijn gesloten in de zorgsector met partijen die hun handtekening hebben gezet onder die akkoorden. Dat moet in dit geval ook lukken. Dat zou ik heel graag willen. Daarom voer ik die gesprekken met alle betrokken partijen.

De voorzitter:
Tweede vraag, mevrouw Sazias.

Mevrouw Sazias (50PLUS):
Het klinkt natuurlijk heel aardig wat de minister zegt, en het is in het verleden allemaal wel gelukt. Maar het lukt nu gewoon helemaal niet. Anders staan al die mensen daar morgen niet. Er zijn enorme knelpunten binnen de zorg, met de financiering van de ziekenhuizen. We hebben net een petitie gekregen. In Woerden is nauwelijks nog zorg voorhanden. Dit gaat niet goed, voorzitter, en dit gaat knellen. 50PLUS vindt in elk geval dat de minister hier veel steviger op moet inzetten.

Minister Bruins:
Met veel stevigheid voer ik die gesprekken met alle betrokken cao-partijen, aan werkevers- en werknemerskant. Ik hoop ook dat ik die heel snel kan afronden. Daar heb ik in ieder geval nog wel de dag van morgen voor nodig.

De voorzitter:
Dank u wel.

Vragen Van den Berg

Vragen van het lid Van den Berg aan de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het niet opnemen van Thijs H. door een ggz-kliniek.

De voorzitter:
Dan ga ik nu naar de vraag van mevrouw Van den Berg namens het CDA aan de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, die ik van harte welkom heet. De vraag gaat over het niet opnemen van Thijs H. door een ggz-instelling. Mevrouw Van den Berg.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Voorzitter. Zaterdag lazen wij in het Algemeen Dagblad het schokkende bericht dat de ouders van Thijs H. twee keer om hulp hadden gevraagd bij een ggz-instelling voor hun zoon, maar dat zij die hulp niet hebben gekregen en dat hun zoon niet is opgenomen. Hoe triest het ook is voor de slachtoffers van Thijs H., ik wil het niet over dit incident hebben, want we hebben nog een gerechtelijk onderzoek en ook de inspectie is er nog mee bezig. Maar ik wil het wel hebben over het ontbreken van samenwerking tussen ggz-instellingen en andere instanties, zoals de politie en de ggd, en over het ontbreken van een lerende cultuur binnen de ggz-organisaties. Het is niet voor de eerste keer dat wij dit soort incidenten zien in de ggz. Daarnaast krijg ik e-mails van radeloze ouders, maar soms ook van een buurman die zich gewoon bekommert om zijn buurman die hulp nodig heeft. Zij trekken aan de bel, maar krijgen nergens respons. Naderhand blijkt eigenlijk alleen maar dat hun gelijk bewezen wordt, namelijk dat betrokkenen echt hulp nodig hadden. Ik zou aan de staatssecretaris willen vragen: wat gaat hij daaraan doen en hoe komen we tot een lerende cultuur?

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Blokhuis:
Voorzitter, dank u wel. Mevrouw van den Berg geeft aan dat ze niet wil ingaan op de specifieke situatie die afgelopen zaterdag in het Algemeen Dagblad werd beschreven en dat juich ik wel toe, hoe triest en ellendig het ook is voor alle nabestaanden en betrokkenen. Over die situatie kan ik ook melden dat er twee onderzoeken lopen, zoals bij dergelijke calamiteiten altijd gebeurt: het strafrechtelijk onderzoek door justitie/OM en het onderzoek door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

Los van deze situatie zegt mevrouw Van den Berg "het gebeurt eigenlijk te vaak", en zij vraagt: hoe kunnen we naar een lerende cultuur? Ik denk dat mevrouw Van den Berg een punt heeft als ze zegt dat er in de ggz langs elkaar heen gewerkt wordt. Ik wil daarbij wel opmerken dat er natuurlijk heel veel goed gaat in de ggz. Er krijgen 100.000 mensen een behandeling, in een kliniek of ambulant. Met hen gaat het gelukkig goed. Er is ook een leger van bijna 100.000 professionals, hulpverleners, dagelijks in de weer om mensen de best mogelijke hulp te bieden. Is daarmee alles gezegd? Nee, er gaan ook dingen fout. Hoe leren wij daarvan? Dat kan in de eerste plaats door de cultuur te veranderen en door mensen in zo'n houding te zetten dat ze belangwekkende informatie met elkaar willen delen en niet in het organisatiebelang denken. Daar heb ik gesprekken over met de betrokken organisaties. Dat is ook de rode draad in het hoofdlijnenakkoord ggz. Het uitgangspunt daar is dat we op alle fronten samenwerken en proberen om dat met elkaar handen en voeten te geven.

Maar als we inzoomen op de situaties die nu zijn ontstaan, zou ik willen zeggen dat wij als Nederlandse samenleving en als wetgever hiervan geleerd hebben door de betreffende wetgeving aan te scherpen. We werken nu met de Wet BOPZ, de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen. Die wet loopt binnenkort af en vanaf 1 januari is de Wet verplichte ggz van kracht. Die heeft in ieder geval drie belangrijke voordelen ten opzichte van de bestaande wetgeving.

In de eerste plaats worden mensen niet alleen in hele kritische situaties en risicovolle situaties tegen hun zin, dus gedwongen, behandeld in een klinische setting, want dat kan dan ook ambulant. Mevrouw Van den Berg weet daar alles van. Dat is wel een belangrijke stap voorwaarts, want daardoor kunnen mensen op meer plekken gedwongen behandeld worden, bijvoorbeeld met gedwongen medicatie. Ten tweede krijgt de familie, waar mevrouw Van den Berg terecht aandacht voor vraagt, een zwaardere stem, een dikkere vinger in de pap. De familie krijgt zelfs doorzettingsmacht. Als de lokale overheid een zaak niet in onderzoek wil nemen, kunnen zij zelfs afdwingen dat een zaak in onderzoek wordt genomen. Dat is een belangrijke verbetering van de positie van de familie van de betrokken cliënten. Ten derde is er de gegevensuitwisseling, ook een belangrijk element waar mevrouw Van den Berg het over had. Ook in die wet is beter geborgd dat er gegevensuitwisseling plaatsvindt tussen de zorg ...

De voorzitter:
Maar die wet is hier uitgebreid behandeld. Ik zou het dus toch wel even kort houden.

Staatssecretaris Blokhuis:
Ik was met mijn laatste woorden bezig, voorzitter.

De voorzitter:
Dat dacht ik ook. Ik zeg het even voor de zekerheid.

Staatssecretaris Blokhuis:
Misschien dat ik de zin even mag afmaken. In die wet is een betere gegevensuitwisseling geborgd tussen zorg enerzijds en justitie aan de andere kant.

De voorzitter:
Mevrouw Van den Berg.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
De staatssecretaris zegt dat er veel goeds gebeurt. Dat geldt juist voor wat lichtere gevallen. Juist de zware gevallen komen dus in de problemen. De wet die de staatssecretaris naar voren brengt, geeft wel een recht om beter gehoord te worden, maar niet de garantie dat de klachten van mensen serieus genomen gaan worden. Ik zou de staatssecretaris willen vragen of hij bereid is om voor het AO GGZ van eind januari een brief naar de Kamer te sturen over hoe we de ggz echt gaan verplichten om tot praktijkonderzoek te komen en dus een lerende cultuur te ontwikkelen. De punten die de staatssecretaris aanbrengt, betreffen de informatie-uitwisseling tussen justitie en de ggz-instelling. Maar bij de ggz-instellingen moet een lerende cultuur tot stand komen en daar hoor ik de staatssecretaris nog niet over.

Staatssecretaris Blokhuis:
Het eerste punt. Mevrouw Van den Berg zegt: alleen in lichte gevallen zien we dat er makkelijk wordt geschakeld en dat er geen calamiteiten plaatsvinden. Dat heeft allicht ook te maken met het karakter van lichte gevallen, maar laat ik ook aangeven dat het aantal gedwongen behandelingen in Nederland enorm is toegenomen. In 2003 waren er nog geen 14.000 gevallen van gedwongen opname en in 2017, het laatste meetjaar waar wij informatie over hebben, waren er bijna 27.000 van dergelijke situaties. Dat is bijna een verdubbeling van de echt zware zorg. Ik denk dat het dus heel serieus wordt genomen door de sector.

Over de lerende cultuur kan ik nu een hele beschouwing geven, maar als mevrouw Van den Berg daar een brief over wil, dan wil ik die gaarne toezeggen voor voor het algemeen overleg.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Ik ben blij met een brief, maar de concrete vraag is of in die brief ook echt aan de orde komt hoe de staatssecretaris de ggz-instellingen gaat verplichten om tot die lerende cultuur te komen. Ik wil dus niet alleen een brief met een beschouwing.

Staatssecretaris Blokhuis:
Als wij daarover een brief sturen, neem ik aan dat daar wat in zal staan. Maar ik probeer me wel even voor te stellen wat mevrouw Van den Berg precies vraagt. Moet ik de verplichting om tot een lerende cultuur te komen handen en voeten geven?

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Ja, inderdaad. Wij vinden dat je bepaalde incidenten centraal met elkaar moet registreren en dat je vervolgens met elkaar moet bespreken wat we hier nu van kunnen leren. Die lerende cultuur moet ook worden gedeeld met andere ggz-instellingen. Ik hoor dat de ene ggz-instelling zich focust op high intensive care en dat de andere ervaring heeft met zelfmoord, maar het gaat het erom dat het allemaal hele trieste gevallen zijn met heel veel impact op de mensen zelf dan wel op hun familie en nabestaanden. Hoe kan men daar samen stappen in zetten?

Staatssecretaris Blokhuis:
Ik hoor de vraag van mevrouw Van den Berg goed. Ik zal mijn best doen om in de brief handen en voeten aan dat verzoek te geven. We horen in het algemeen overleg of dat naar de wens is van mevrouw Van den Berg.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van den Berg. Mevrouw Kuiken?

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Thijs H., Bart van U., Philip O.: dit is geen incident, dit is een structureel probleem. Laatst werd weer een vrouw doodgeschoten in Alkmaar omdat ze, terwijl ze ontzettend verward verdrag vertoonde, na heel veel meldingen niet werd opgenomen. Mijn vraag is dus heel concreet of de staatssecretaris wil erkennen dat we niet te maken hebben met wetgeving die niet deugt, maar met instellingen die zeggen: ik neem deze cliënt of patiënt niet aan, maar stuur die weer weg. Dat gebeurt ondanks herhaaldelijk aandringen van ouders of politie, met alle gevolgen van dien.

Staatssecretaris Blokhuis:
Ik snap de vraag van mevrouw Kuiken, maar vind die wel ingewikkeld, spannend. We hebben natuurlijk heel veel situaties waarin de afweging moet worden gemaakt of iemand een gedwongen opname krijgt, ja of nee. Ik gaf net al in antwoord op vragen van mevrouw Van den Berg aan dat er een substantiële toename is van gedwongen behandeling c.q. opname. Tegelijkertijd streven wij ernaar, ook onder de Wet verplichte ggz, om gedwongen behandeling te verminderen. We zien een toename. Als het gebeurt, is dat op basis van afwegingen die professionals maken. Zo hebben we het in Nederland georganiseerd. We hebben mensen die daarvoor geëquipeerd zijn, werkzaam in de ggz, die op basis van hun kennis en kunde een goede risico-inschatting moeten maken. Daarvoor gelden heel heldere protocollen die ze allemaal moeten volgen. Het is vervolgens aan de professionals in het veld om die afweging te maken. Als dat onverhoopt niet goed wordt gedaan, of althans als ondanks de risicotaxatie blijkt dat een verkeerde keuze is gemaakt en er een calamiteit optreedt, dan hebben we in Nederland ook het systeem dat daar onderzoek naar wordt gedaan om te kijken waar verbeteringen mogelijk zijn. Dat is in het geval van Thijs H. ook aan de orde. Er is een strafrechtelijk onderzoek gaande en een onderzoek van de IGJ. Ik denk dat we ook onder ogen moeten zien dat we nooit een situatie zullen bereiken waarin nooit meer een calamiteit zal plaatsvinden, hoe naar dat ook is. Ik zou het graag mooier vertellen, maar dat kan ik hier niet doen.

Mevrouw Diertens (D66):
Ik begrijp dat we het niet allemaal goed kunnen voorkomen, maar we moeten nu steeds achteraf constateren dat deze dingen gebeuren, die wel heel erg ernstig zijn. Ik was vorige week bij een dame die ook heel erge psychische problemen heeft. Zij zei: ik kom ook op straat, maar heb gelukkig een vertrouwenspersoon die mij weghaalt. Als ik een hele ochtend met haar heb gesproken, zie ik iemand die heel graag beter wil worden maar niet de hulp krijgt die zij wil. Ik denk dat er echt wat moet gebeuren in het voorstadium, voordat we mensen niet meer in de hand hebben en ze op straat belanden. Ik was op werkbezoek in Leeuwarden.

De voorzitter:
En de vraag is?

Mevrouw Diertens (D66):
Daar heb je een Zorg- en Veiligheidshuis.

De voorzitter:
De vraag, mevrouw Diertens.

Mevrouw Diertens (D66):
Mijn vraag is: wilt u ook onderzoeken of het Zorg- en Veiligheidshuis zoals dat nu in Leeuwarden is ingericht, misschien ook een optie is voor heel Nederland?

Staatssecretaris Blokhuis:
In reactie op mevrouw Van den Berg heb ik net een brief toegezegd over de lerende cultuur. Ik denk dat we dit aspect daarin kunnen meenemen. Mevrouw Diertens benoemt het punt dat bijvoorbeeld de gemeentelijke overheid niet de zorg oppakt of kan oppakken die we zouden willen. Juist om die reden zijn in de begroting van VWS extra middelen opgenomen — 65 miljoen volgend jaar, oplopend naar 95 miljoen — om ook de ambulante hulpverlening door de gemeenten handen en voeten te geven, zodat we een meer sluitende aanpak krijgen voor elke cliënt.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Er gaat nieuwe wetgeving van start en dat is goed. Ik denk dat iedereen daarnaar uitziet. Natuurlijk hopen we dan dat dit soort situaties voorkomen worden. Een verbetering in de wet is dat straks iedereen een melding kan doen bij de gemeente als men van mening is dat er een opname moet plaatsvinden. Zijn alle partijen daar dan voldoende op voorbereid? Hoe gaan we om met de bureaucratie die deze wet ook weer met zich mee zal brengen?

Staatssecretaris Blokhuis:
Dat is een belangrijk punt. We hebben daar indringende gesprekken over met alle betrokken partijen, met de belangenverenigingen en de koepelorganisaties van de psychiaters en de gemeenten, met GGZ Nederland en met de cliëntenkant, MIND. We hebben indringende gesprekken over hoe die wet optimaal kan worden ingevoerd. Dat wordt een spannend proces. We hebben ook in de wet zelf afgesproken dat we na twee jaar gaan evalueren of dit nu de goede aanpak is. We zien dat het uur U nadert, want wij gaan die wet op 1 januari invoeren. Het wordt spannend hoe we dat handen en voeten gaan geven, met de bijbehorende bureaucratie, want dit zal voor een deel tot lastenverzwaring leiden. Wij hebben daarom met de mensen die dit handen en voeten moeten geven, afgesproken dat we permanent de vinger aan de pols houden. Als er aanleiding is om de wet op een onderdeel wat te wijzigen, zodat er minder overbodige lastendruk is, zullen we dat gelijk doen en niet wachten tot de evaluatie na twee jaar.

De voorzitter:
Dank u wel.

Vragen Belhaj

Vragen van het lid Belhaj aan de staatssecretaris van Defensie over onvoldoende geld voor reservisten.

De voorzitter:
Dan geef ik tot slot het woord aan mevrouw Belhaj namens D66 voor haar vraag aan de staatssecretaris van Defensie, die ik ook van harte welkom heet, over onvoldoende geld voor reservisten. Het woord is aan mevrouw Belhaj namens D66.

Mevrouw Belhaj (D66):
Voorzitter, dank. Vandaag stond er in De Telegraaf een heel bijzonder bericht, namelijk "Defensie werft reservisten en stuurt ze tegelijkertijd weg." D66 vindt het heel belangrijk dat de krijgsmacht zo snel mogelijk weer op orde komt. Ik denk ook dat het goed is dat deze coalitie zo veel extra investeringen doet om te zorgen dat de krijgsmacht zo snel mogelijk weer op orde komt.

Het verdrietige is alleen dat de krijgsmacht op dit moment 8.400 vacatures heeft. Dat is een ontzettend hoog aantal. Er wordt heel hard gewerkt om te zorgen dat zo veel mogelijk mensen hun weg weer vinden naar de krijgsmacht. Een van de manieren om mensen hun weg te laten vinden, is het aanstellen van reservisten. Dat zijn mensen die wellicht een andere baan hebben, maar het ontzettend mooi vinden om zichzelf daarnaast in te zetten voor de krijgsmacht. Eigenlijk alle politieke partijen in de Kamer hebben aangegeven dit belangrijk te vinden. Daarom verraste dit bericht mij. Ik dacht namelijk: hoe kun je nou enerzijds zo actief en blij, met geld, mensen gaan werven en tegelijkertijd mensen de deur uit laten lopen?

Twee. Als ik ook in de krant moet lezen dat er geldgebrek is of dat er moest worden geschoven met geld om te zorgen dat je reservisten kunt krijgen, dan denk ik: staatssecretaris, hoe kan dat?

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Visser:
Met de nadruk op kort, zag ik u al wenken, voorzitter. Dank, ook voor de vraag van mevrouw Belhaj. Ik denk dat ze het belang van reservisten keurig aangeeft. Om die reden hebben we voor hen in deze kabinetsperiode extra geld beschikbaar gesteld. Bij de start van deze kabinetsperiode hadden we 32 miljoen. We zitten nu op ruim 50 miljoen. Dat betekent dat er fors wordt ingezet op reservisten, zowel vanwege het draagvlak als vanwege de specialismen die zij meenemen. Wij zien dus ook dat we veel meer reservisten hebben. Ik heb u in september gerapporteerd over de toename van het aantal uren en het aantal reservisten. Dus dat betekent dat het succes dat wij dachten te boeken met die stijging van 32 miljoen naar 50 miljoen nog veel groter is geworden dan wij in eerste instantie hadden gedacht.

Het is echter niet zo dat wij vanwege geldgebrek reservisten naar huis hebben gestuurd. Het is misschien goed om dat te benoemen. Wij kennen twee soorten reservisten. Wij kennen reservisten die ingezet worden bij de NATRES, bij de landmacht, en reservisten die worden ingezet op basis van een individuele inzet. Dat is altijd voor een bepaalde contractperiode, voor een bepaalde duur en een bepaald aantal uren. Dat wordt vooraf met de reservist afgesproken. Er is deze zomer nadrukkelijk bekeken welke projecten er allemaal lopen en welke projecten we graag willen continueren. Maar er is niemand voortijdig van zijn contract gehaald, er is niemand voortijdig naar huis gestuurd vanwege geldgebrek of wat dan ook, precies vanwege het belang dat mevrouw Belhaj aangeeft. We vinden het belangrijk om reservisten aan ons te binden en ze in te zetten.

Mevrouw Belhaj (D66):
Ik — en u al helemaal, voorzitter — had een beetje gehoopt dat we er in één ronde uit zouden zijn, gezien het tijdstip. Maar ik vind één ding toch een beetje onduidelijk. Als er staat dat er mensen zijn weggestuurd, dan denk ik: hadden we die niet ergens anders voor kunnen inzetten? Het kost heel veel tijd om die mensen te werven, ze in te werken en al die bureaucratische dingen te organiseren, en vervolgens laten we ze gewoon vertrekken. Daar heb ik eigenlijk nog steeds geen antwoord op. Ik heb ook nog steeds geen antwoord op de vraag hoe het kan dat je denkt dat je genoeg geld hebt gereserveerd, maar dat eigenlijk niet hebt gedaan en vervolgens ergens iets moet schuiven. Ik zou daar toch een antwoord op willen van de staatssecretaris.

Staatssecretaris Visser:
Voorzitter. Ik heb een poging gedaan om de vraag van mevrouw Belhaj te beantwoorden. Ik antwoordde dat individuele reservisten voor een project en voor een bepaalde duur worden ingezet. Er is niemand van dat project af gehaald, vanwege het contract dat liep. Dat contract is gewoon netjes uitgediend. We hebben 3.000 van deze mensen. Er geldt altijd dat het op een gegeven moment afloopt. Dan gaan die mensen óf iets anders doen binnen Defensie óf ze gaan weer terug naar hun eigen werkgever. Maar ze blijven hoe dan ook altijd reservist. Dat is ook de kern: ze zijn individueel oproepbaar. Het is een flexibele schil, waarbij op basis van bepaalde projecten en bepaalde expertise mensen worden opgeroepen. Op een gegeven moment houdt het op en dan gaan mensen weer terug, worden ze weer zzp'er of gaan ze een andere klus doen binnen Defensie waar om wordt gevraagd. Daarmee heb ik de eerste vraag beantwoord.

De tweede vraag gaat over het budget. Dat komt deels doordat we meer succes hebben met zowel het werven als het behouden van reservisten. De werking naar een adaptieve krijgsmacht, waarbij we meer mensen vanuit het bedrijfsleven en het onderwijs weten te verbinden, scoort meer dan we hadden gedacht. We hebben dit debat ook bij de begroting gehad. We moeten sowieso naar een meer flexibele organisatie. Dat is de reden waarom we een ander personeelsmodel willen, waarbij wat mij betreft ook een andere positie van reservisten hoort. Dat hoort bij de brede discussie over de vraag welke contracten we onze mensen bieden. U roept op om veel breder te kijken dan alleen naar de leeftijd van 18 tot 28. Dat hoort bij die discussie. We gaan kijken welk budget noodzakelijk is voor reservisten. Ik kan me voorstellen dat dat uw vervolgvraag zou kunnen zijn. Wat is nodig, gelet op de flexibele schil die wij nodig denken te hebben? Welk budget hoort daarbij? Dan kunnen we aangeven wat dat betekent en dan kunnen we daarover debatteren.

Mevrouw Belhaj (D66):
Ik begrijp dat de staatssecretaris zegt dat dit ook een kwestie is van lange adem en dat er nog veel moet gebeuren. Toch denk ik dat het ook een kunst is om de korte successen te kunnen pakken. Ik vind dat antwoord eigenlijk nog een beetje onbevredigend, maar misschien kan de staatssecretaris daar later nog op terugkomen in een brief of iets dergelijks. Als je mensen hebt wier contract vervalt en die zich ergens voor hebben ingezet, dan lijkt het mij logisch dat je die niet de deur uit laat lopen, maar dat je probeert om ze zo snel mogelijk in te zetten op een van de andere vele plekken waar we ze nodig hebben. Als je die plekken nog niet hebt, dan moet je die zo snel mogelijk creëren. Er zijn 8.400 vacatures en er moeten allerlei veranderingen komen bij de krijgsmacht om dit op te lossen. Volgens mij moet je over de lange termijn nadenken en er tegelijkertijd voor zorgen dat je korte klappen maakt, want anders kunnen we er simpelweg niet met elkaar voor zorgen dat de krijgsmacht kan voldoen aan onze grondwettelijke taak, namelijk zorgen dat de veiligheid in Nederland en internationaal gezien gewaarborgd kan worden.

Staatssecretaris Visser:
De kern van reservist zijn is dat je op afroep beschikbaar bent. Het is dus niet zo dat mensen worden weggestuurd. Ze blijven hoe dan ook reservist, alleen zit hun klus erop. Je wordt ingehuurd vanwege je inkoopexpertise of vanwege je juridische kennis, omdat bepaalde klussen moeten worden geklaard. Dat houdt op een gegeven moment op. Dan kan het zo zijn dat je zegt: ik ben reservist, maar ik doe even geen klussen voor Defensie, want ik ga gewoon weer terug naar mijn werkgever of naar mijn zzp-schap. Maar de kern van reservist zijn is juist dat je niet een reguliere werknemer bent van Defensie, maar dat je juist op specialisme afroepbaar bent. Dat is dus de kern. Ze blijven hoe dan reservist; alleen is het niet altijd zo dat er continu klussen zijn. Maar dat willen mensen ook niet. Dat is ook de reden waarom ze reservist zijn en zeggen: ik hou van die organisatie, van Defensie, en ik wil iets doen in het kader van het maatschappelijke belang, maar niet continu; ik wil niet continu militair zijn, maar een bepaalde expertise leveren.

Dat was het, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dank u wel, mevrouw Belhaj. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit vragenuur. Ik schors de vergadering voor enkele ogenblikken, waarna we gaan stemmen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat de volgende leden zich hebben afgemeld:

Hijink, alleen voor vandaag;

Van Otterloo, voor de gehele week.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

De voorzitter:
Ik stel voor zo dadelijk ook te stemmen over de aangehouden motie-Remco Dijkstra op stuk nr. 465 (27625).

Daartoe wordt besloten.

Stemmingen

Stemmingen

Stemmingen moties Water

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over het begrotingsonderdeel Water,

te weten:

  • de motie-Remco Dijkstra c.s. over het borgen van de zoetwatervoorziening in het Volkerak-Zoommeer (35300-XII, nr. 59);
  • de motie-Remco Dijkstra over het borgen van de belangen van zeevaart en defensie ten aanzien van de Noordzee (35300-XII, nr. 60);
  • de motie-Bromet over het opnemen van het project Holwerd aan Zee in de tweede tranche van de Programmatische Aanpak Grote Wateren (35300-XII, nr. 61);
  • de motie-Bromet over het afwegen van investeringen in de Randstad tegen de risico's van verhuizing naar hogere gronden (35300-XII, nr. 62);
  • de motie-Geurts/Schonis over pilots in de Achterhoek en Twente in verband met droogte (35300-XII, nr. 63);
  • de motie-Laçin over het zo snel mogelijk vervangen van loden leidingen (35300-XII, nr. 65);
  • de motie-Laçin over maatregelen voor het aanpakken van bedreigingen voor ons drinkwater (35300-XII, nr. 66);
  • de motie-Schonis over een plan van aanpak om de doelen uit de Kaderrichtlijn Water te halen (35300-XII, nr. 68);
  • de motie-Moorlag over verbetering van de kwaliteit van drinkwaterbronnen (35300-XII, nr. 70);
  • de motie-Moorlag over het versnellen van de investeringen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma (35300-XII, nr. 71);
  • de motie-Wassenberg/Van Esch over voorkomen dat er afgedankte boorplatforms op zee achterblijven (35300-XII, nr. 74);
  • de motie-Van Brenk over een breed draagvlak voor de aanpassing van het belastingstelsel waterschappen (35300-XII, nr. 75).

(Zie wetgevingsoverleg van 11 november 2019.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Remco Dijkstra stel ik voor zijn motie (35300-XII, nr. 60) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Geurts/Schonis (35300-XII, nr. 63) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Geurts, Schonis en Remco Dijkstra. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 63 (35300-XII).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Remco Dijkstra c.s. (35300-XII, nr. 59).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdA ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bromet (35300-XII, nr. 61).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bromet (35300-XII, nr. 62).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en Van Kooten-Arissen voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Geurts c.s. (35300-XII, nr. ??, was nr. 63).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Laçin (35300-XII, nr. 65).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66 en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Laçin (35300-XII, nr. 66).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Schonis (35300-XII, nr. 68).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Moorlag (35300-XII, nr. 70).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Moorlag (35300-XII, nr. 71).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Wassenberg/Van Esch (35300-XII, nr. 74).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS en de SGP voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Brenk (35300-XII, nr. 75).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemming motie Omgaan met gevolgen van aanhoudende droogte

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over omgaan met de gevolgen van aanhoudende droogte,

te weten:

  • de motie-Remco Dijkstra over tekorten in de Nederlandse drinkwatervoorziening (27625, nr. 465).

(Zie vergadering van 13 februari 2019.)

In stemming komt de motie-Remco Dijkstra (27625, nr. 465).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Wonen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over het begrotingsonderdeel Wonen,

te weten:

  • de motie-Edgar Mulder/Kops over intrekken van tijdelijke asielvergunningen van statushouders (35300-VII, nr. 50);
  • de motie-Edgar Mulder/Kops over terugdraaien van de afschaffing van de gasaansluitplicht (35300-VII, nr. 51);
  • de motie-Edgar Mulder/Kops over verlagen van de huren in de corporatiesector (35300-VII, nr. 52);
  • de motie-Koerhuis/Ronnes over actief informeren over de mogelijkheden van starters op de woningmarkt (35300-VII, nr. 53);
  • de motie-Koerhuis/Ronnes over terugbrengen van de lange wachtlijst voor een sociale huurwoning (35300-VII, nr. 54);
  • de motie-Koerhuis/Van Eijs over mindere tevredenheid over de buitenruimte (35300-VII, nr. 55);
  • de motie-Smeulders over een impuls voor starters- en studentenwoningen (35300-VII, nr. 56);
  • de motie-Smeulders over invoeren van een noodknop middenhuur (35300-VII, nr. 57);
  • de motie-Ronnes/Koerhuis over een landelijke monitor seniorenhuisvesting (35300-VII, nr. 58);
  • de motie-Beckerman over 750 miljoen voor het verduurzamen van huurwoningen (35300-VII, nr. 59);
  • de motie-Beckerman over bevriezen van de huurprijzen in de sociale huursector (35300-VII, nr. 60);
  • de motie-Beckerman over een volkshuisvestingsplan en een volkshuisvestingsfonds (35300-VII, nr. 61);
  • de motie-Beckerman/Leijten over woningcorporaties vrijstellen van vennootschapsbelasting (35300-VII, nr. 62);
  • de motie-Beckerman over 700 miljoen van de subsidie voor biomassa gebruiken voor zonnepanelen (35300-VII, nr. 63);
  • de motie-Van Eijs/Ronnes over experimenten met bestemmingscategorie sociale koop (35300-VII, nr. 64);
  • de motie-Van Eijs over versnellen van het proces van digitalisering van de bouw (35300-VII, nr. 65);
  • de motie-Nijboer over maximeren van de jaarlijkse prijsstijging in de vrije huursector (35300-VII, nr. 66);
  • de motie-Nijboer/Van Eijs over een aanvalsplan om alle loden leidingen te vervangen (35300-VII, nr. 67);
  • de motie-Dik-Faber/Ronnes over een huisvestingsstrategie toegespitst op daklozen (35300-VII, nr. 68);
  • de motie-Dik-Faber/Van Eijs over proeftuinen voor innovatie en een impuls voor prefab (35300-VII, nr. 69);
  • de motie-Dik-Faber c.s. over een nieuwe sloopregeling voor krimpgebieden (35300-VII, nr. 70);
  • de motie-Bisschop over goede huisvesting voor arbeidsmigranten (35300-VII, nr. 76).

(Zie wetgevingsoverleg van 13 november 2019.)

De motie-Koerhuis/Ronnes (35300-VII, nr. 54) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat een lange wachtlijst voor een sociale huurwoning een gevoel van moedeloosheid kan veroorzaken;

overwegende dat er mensen met een hoog inkomen op de wachtlijst voor een sociale huurwoning staan;

constaterende dat het probleem van lange wachtlijsten zichzelf hierdoor mede in stand houdt;

verzoekt de regering om in kaart te brengen hoe corporaties omgaan met mensen op een wachtlijst die woningen weigeren;

verzoekt de regering voorts om in kaart te brengen hoeveel mensen met een hoog inkomen op een wachtlijst staan;

verzoekt de regering tevens om, indien bovenstaande inderdaad tot problemen leidt, te onderzoeken dat corporaties de mogelijkheid kunnen krijgen om mensen met een hoog inkomen niet langer op een wachtlijst te laten staan, waarbij mensen met een tijdelijke inkomensstijging (door bijvoorbeeld een ontslaguitkering) worden uitgezonderd;

verzoekt de regering verder om te onderzoeken hoe mensen in een flexwoning een wachttijd kunnen behouden,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 54 (35300-VII).

De motie-Van Eijs (35300-VII, nr. 65) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Van Eijs en Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 65 (35300-VII).

De motie-Nijboer (35300-VII, nr. 66) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in de vrije sector forse huurverhogingen worden doorgevoerd;

overwegende dat verhuurders zelf verzoeken om wettelijke regulering van de huren;

verzoekt de regering de maximering van de jaarlijkse prijsstijging in de vrije huursector als mogelijkheid uit te werken in overleg met betrokken partijen, en de Kamer hierover in het voorjaar van 2020 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 66 (35300-VII).

De motie-Dik-Faber c.s. (35300-VII, nr. 70) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Dik-Faber, Ronnes en Van Eijs, en luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat met een korting op de verhuurderheffing een impuls wordt gegeven aan de bouw van corporatiewoningen;

overwegende dat de woningmarkt en leefbaarheid in krimpgebieden een speciale aanpak vragen;

verzoekt de regering inzicht te geven in de financiële gevolgen en concrete resultaten van de eerdere sloopregeling (per regio);

verzoekt de regering in overleg te treden met gemeenten en woningcorporaties over het draagvlak voor, financiering van en vormgeven van een nieuwe sloopregeling voor krimpgebieden en Rotterdam-Zuid;

verzoekt tevens de Kamer over de uitkomsten van beide onderdelen voor de zomer 2020 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 70 (35300-VII).

De heer Krol wenst zijn aangehouden motie op stuk nr. 73 te wijzigen en verzoekt deze vervolgens in stemming te brengen.

De motie-Krol (35300-VII, nr. 73) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er woningnood is;

overwegende dat er voor relatief weinig geld en in korte tijd een minihuis (tiny house) kan worden gebouwd;

verzoekt de regering onderzoek te doen naar nut en noodzaak van het bouwen en verhuren van minihuizen door particulieren op eigen grond,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 73 (35300-VII).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Edgar Mulder/Kops (35300-VII, nr. 50).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Edgar Mulder/Kops (35300-VII, nr. 51).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Edgar Mulder/Kops (35300-VII, nr. 52).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Koerhuis/Ronnes (35300-VII, nr. 53).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Koerhuis/Ronnes (35300-VII, nr. ??, was nr. 54).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Koerhuis/Van Eijs (35300-VII, nr. 55).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Smeulders (35300-VII, nr. 56).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, de PvdD, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Smeulders (35300-VII, nr. 57).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ronnes/Koerhuis (35300-VII, nr. 58).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Beckerman (35300-VII, nr. 59).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Beckerman (35300-VII, nr. 60).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, Van Kooten-Arissen, 50PLUS en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Beckerman (35300-VII, nr. 61).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Beckerman/Leijten (35300-VII, nr. 62).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, de SGP en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Beckerman (35300-VII, nr. 63).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Eijs/Ronnes (35300-VII, nr. 64).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Eijs/Dik-Faber (35300-VII, nr. ??, was nr. 65).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Nijboer (35300-VII, nr. ??, was nr. 66).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Nijboer/Van Eijs (35300-VII, nr. 67).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dik-Faber/Ronnes (35300-VII, nr. 68).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

De heer Baudet.

De heer Baudet (FvD):
Wij hadden tegen de motie op stuk nr. 68 willen stemmen. De handen gingen dus per abuis omhoog. Dat gaat over loden leidingen.

De voorzitter:
Deze opmerking zal in de Handelingen worden opgenomen, maar u bedoelt waarschijnlijk de motie op stuk nr. 67, meneer Baudet.

De heer Baudet (FvD):
Ja, we zijn tegen de motie op stuk nr. 67 en voor de motie op stuk nr. 68.

De voorzitter:
Oké, u bent tegen de motie op stuk nr. 67. Dat zal gecorrigeerd worden in de Handelingen.

In stemming komt de motie-Dik-Faber/Van Eijs (35300-VII, nr. 69).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Dik-Faber c.s. (35300-VII, nr. ??, was nr. 70).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Krol (35300-VII, nr. ??, was nr. 73).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de VVD, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bisschop (35300-VII, nr. 76).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Effecten van het ECB-beleid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Effecten van het ECB-beleid,

te weten:

  • de motie-Omtzigt/Bruins over een verdragswijziging ten aanzien van de ECB (21501-07, nr. 1634);
  • de motie-Omtzigt c.s. over onderzoek naar de risico's van de lage rente (21501-07, nr. 1635);
  • de motie-Bruins c.s. over de evaluatie door de ECB van het gevoerde monetaire beleid (21501-07, nr. 1636).

(Zie vergadering van 13 november 2019.)

In stemming komt de motie-Omtzigt/Bruins (21501-07, nr. 1634).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Omtzigt c.s. (21501-07, nr. 1635).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bruins c.s. (21501-07, nr. 1636).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van D66 ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen overige moties Snelle oplossing van de stikstof- en pfas-problematiek

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over een snelle oplossing van de stikstof- en pfas-problematiek,

te weten:

  • de motie-Futselaar over niet tornen aan de Nederlandse Natura 2000-gebieden (35334, nr. 5);
  • de motie-Futselaar over een warme sanering van de intensieve melkveehouderij en de pluimveehouderijen (35334, nr. 6);
  • de motie-Futselaar over stikstofruimte gebruiken voor natuurbehoud, volkshuisvesting en vitale infrastructuur (35334, nr. 7);
  • de motie-Moorlag over een aanvullende agenda Vitaal Platteland (35334, nr. 8);
  • de motie-Moorlag over ruimte bij voorrang inzetten voor de woningbouw (35334, nr. 9);
  • de motie-Bisschop over heroverwegen van de aanscherpingen voor de landbouw (35334, nr. 10);
  • de motie-Bisschop over bij berekening van de depositie rekening houden met de afstand (35334, nr. 11);
  • de motie-Ouwehand over beëindiging van de import van kalfjes (35334, nr. 12);
  • de motie-Ouwehand over effecten van de bouw van nieuwe biomassacentrales (35334, nr. 13);
  • de motie-Van Haga over vermindering van het aantal Natura 2000-gebieden (35334, nr. 14);
  • de motie-Van Haga over een impactanalyse van iedere substantiële wijziging van het beleid (35334, nr. 15);
  • de motie-Van Haga over de snelheidsbeperkende maatregel niet van toepassing laten zijn op waterstof- en elektrische auto's (35334, nr. 16).

(Zie vergadering van 14 november 2019.)

In stemming komt de motie-Futselaar (35334, nr. 5).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, Van Kooten-Arissen en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Futselaar (35334, nr. 6).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Futselaar (35334, nr. 7).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, Van Kooten-Arissen en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Moorlag (35334, nr. 8).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Moorlag (35334, nr. 9).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bisschop (35334, nr. 10).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bisschop (35334, nr. 11).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ouwehand (35334, nr. 12).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, Van Kooten-Arissen, 50PLUS en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ouwehand (35334, nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de SGP, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Haga (35334, nr. 14).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga (35334, nr. 15).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Haga (35334, nr. 16).

De voorzitter:
Ik constateer dat de fractie van Van Haga voor deze motie heeft gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Maatschappelijk middenveld

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Maatschappelijk middenveld,

te weten:

  • de motie-Diks over streven naar eigenaarschap van lokale maatschappelijke organisaties (34952, nr. 88);
  • de motie-Alkaya over bescherming van het maatschappelijk middenveld tegen geweld (34952, nr. 89);
  • de motie-Alkaya/Van den Hul over beoordeling van de kwaliteit van voorstellen (34952, nr. 90);
  • de motie-Voordewind c.s. over meer ruimte binnen de Power of Voices Partnerschappen (34952, nr. 91);
  • de motie-Van den Hul c.s. over toegang van maatschappelijke organisaties tot het programma Power of Voices (34952, nr. 92);
  • de motie-Van den Hul over de inzet op vrouwenrechten en gendergelijkheid niet geografisch beperken (34952, nr. 93);
  • de motie-Van den Hul over subsidieaanvragen door relatief kleine vrouwenorganisaties (34952, nr. 94).

(Zie vergadering van 14 november 2019.)

De motie-Diks (34952, nr. 88) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het maatschappelijk middenveld in zijn autonome rol als pleiter en beïnvloeder een cruciale rol speelt in het behalen van de SDG's;

constaterende dat de ruimte voor het maatschappelijk middenveld wereldwijd krimpende is en dat sterk eigenaarschap van lokale ngo's cruciaal is om dat tij te keren;

verzoekt de regering de subsidiekaders voor het Power of Voices-programma zodanig in te richten dat sterk lokaal eigenaarschap van lokale maatschappelijke organisaties wordt meegewogen in de beoordeling;

verzoekt de regering geselecteerde partnerschappen aan te moedigen tot afstemming met ambassades waar dat kan, aansluiting bij de landenstrategieën geen eis te laten zijn, en ruimte te bieden voor tegenspraak met beleidscoherentie als uitgangspunt,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 88 (34952).

De motie-Van den Hul c.s. (34952, nr. 92) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Van den Hul, Alkaya, Bouali, Voordewind en Diks.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 92 (34952).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Diks (34952, nr. ??, was nr. 88).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Alkaya (34952, nr. 89).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Alkaya/Van den Hul (34952, nr. 90).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS en de SGP voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Voordewind c.s. (34952, nr. 91).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van den Hul c.s. (34952, nr. ??, was nr. 92).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Hul (34952, nr. 93).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van den Hul (34952, nr. 94).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen Begroting Buitenlandse Zaken 2020

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (V) voor het jaar 2020,

te weten:

  • de motie-De Roon over geen aanvullende voorwaarden stellen aan de Iraakse overheid voor berechting van IS-strijders (35300-V, nr. 15);
  • de motie-De Roon over geen zitting nemen in de nep-Mensenrechtenraad (35300-V, nr. 16);
  • de motie-De Roon over niet langer inzetten op de tweestatenoplossing (35300-V, nr. 17);
  • de motie-De Roon over erkennen dat de Golanhoogten onderdeel uitmaken van Israël (35300-V, nr. 18);
  • de motie-De Roon/Wilders over de Nederlandse ambassade naar Jeruzalem verhuizen (35300-V, nr. 19);
  • de motie-Van Ojik/Ploumen over intensivering van ondersteuning van vreedzame protestbewegingen (35300-V, nr. 20);
  • de motie-Van Ojik/Ploumen over herijking van het buitenlands beleid (35300-V, nr. 21);
  • de motie-Van Helvert/Voordewind over als terroristische organisatie kwalificeren van Ahrar al-Sham (35300-V, nr. 23);
  • de motie-Van Helvert over inspanningen voor het Midden-Oosten Vredesproces (35300-V, nr. 24);
  • de motie-Karabulut over onderzoek naar alternatieven voor de NAVO (35300-V, nr. 25);
  • de motie-Karabulut c.s. over pleiten voor een andere locatie dan Saudi-Arabië voor de G20 (35300-V, nr. 27);
  • de motie-Karabulut over uitspreken van verontwaardiging over Israëlisch geweld tegen demonstranten in Gaza (35300-V, nr. 28);
  • de motie-Karabulut over schadevergoeding voor kinderen van standrechtelijk geëxecuteerde Indonesiërs (35300-V, nr. 29);
  • de motie-Sjoerdsma c.s. over het belang van een consulaire afdeling (35300-V, nr. 31);
  • de motie-Sjoerdsma c.s. over het opstellen van een nationale Magnitskywet (35300-V, nr. 32);
  • de motie-Sjoerdsma c.s. over persvrijheid, lhbti-rechten en bescherming van religieuze minderheden als speerpunt in de VN-Mensenrechtenraad (35300-V, nr. 33);
  • de motie-Ploumen/Van Ojik over gecoördineerde bescherming van universele mensenrechten (35300-V, nr. 34);
  • de motie-Ploumen/Van Ojik over versterking en verbetering van de VN-Mensenrechtenraad (35300-V, nr. 35);
  • de motie-Voordewind over etikettering voor producten uit alle bezette gebieden (35300-V, nr. 36);
  • de motie-Voordewind/Sjoerdsma over het wervingsbeleid van het ministerie van Buitenlandse Zaken (35300-V, nr. 37);
  • de motie-Van der Staaij over zich inspannen voor intrekking van de etiketteringsrichtlijn (35300-V, nr. 38);
  • de motie-Van der Staaij/Ploumen over discriminatie van Papoea's aan de kaak blijven stellen (35300-V, nr. 39).

(Zie vergadering van 14 november 2019.)

Op verzoek van mevrouw Karabulut stel ik voor haar motie (35300-V, nr. 29) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De motie-Voordewind (35300-V, nr. 36) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het Europese Hof uitgesproken heeft dat producten afkomstig van Israëlische bedrijven op de Westelijke Jordaanoever, de Golan of in Oost-Jeruzalem als zodanig geëtiketteerd moeten worden;

overwegende dat deze uitspraak gebaseerd is op EU-verordening 1169/2011 die dergelijke etikettering verplicht stelt voor alle landen en gebieden;

overwegende de onrechtvaardigheid indien deze verplichting alleen ten aanzien van Israël geldt en niet ten aanzien van andere landen die gebieden bezet houden, zoals bijvoorbeeld Turkije ten aanzien van de bezetting van Noord Cyprus of Marokko ten aanzien van de Westelijke Sahara;

verzoekt de regering zich in EU-verband uit te spreken tegen ongelijke behandeling ten aanzien van Israël en er in EU-verband actief voor te pleiten dat dergelijke regelgeving alleen gaat gelden indien zij ook van toepassing is op alle andere bezette gebieden,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 36 (35300-V).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

Ik geef gelegenheid tot het afleggen van een stemverklaring vooraf.

Ik geef het woord aan de heer Voordewind namens de ChristenUnie.

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik spreek graag een stemverklaring uit over de motie op stuk nr. 16 (35000-V) van de heer De Roon. Even los van het taalgebruik dat er in de motie wordt gebezigd over een nep-Mensenrechtenraad, heeft de ChristenUnie al eerder gezegd het nut en de noodzaak van deze eenzijdige Mensenrechtenraad zeer te betwijfelen, aangezien de meest ernstige mensenrechtenschenders in de wereld worden ontzien. Zij worden niet veroordeeld, terwijl een land als Israël structureel en buitenproportioneel vaak wordt veroordeeld. Maar Nederland is nog geen lid van de Mensenrechtenraad. Het kabinet heeft toegezegd er alles aan te doen om in ieder geval Israël van de standaardagenda af te halen. Daarom willen we het kabinet nog de ruimte geven om dit te realiseren. Daarom zullen we vooralsnog niet voor deze motie stemmen.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Voordewind. Dan gaan we nu stemmen.

In stemming komt de motie-De Roon (35300-V, nr. 15).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-De Roon (35300-V, nr. 16).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-De Roon (35300-V, nr. 17).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-De Roon (35300-V, nr. 18).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-De Roon/Wilders (35300-V, nr. 19).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Ojik/Ploumen (35300-V, nr. 20).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Ojik/Ploumen (35300-V, nr. 21).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Helvert/Voordewind (35300-V, nr. 23).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Helvert (35300-V, nr. 24).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Karabulut (35300-V, nr. 25).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD, Van Kooten-Arissen en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Karabulut c.s. (35300-V, nr. 27).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Karabulut (35300-V, nr. 28).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen en D66 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Sjoerdsma c.s. (35300-V, nr. 31).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Sjoerdsma c.s. (35300-V, nr. 32).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Sjoerdsma c.s. (35300-V, nr. 33).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ploumen/Van Ojik (35300-V, nr. 34).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ploumen/Van Ojik (35300-V, nr. 35).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Voordewind (35300-V, nr. ??, was nr. 36).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Voordewind/Sjoerdsma (35300-V, nr. 37).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP en het CDA voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Staaij (35300-V, nr. 38).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Staaij/Ploumen (35300-V, nr. 39).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de stemmingen. De heer Voordewind.

De heer Voordewind (ChristenUnie):
We hebben even niet scherp of u ons wel hebt genoemd bij de motie op stuk nr. 37, maar die was door ons ondertekend.

De voorzitter:
Ik hoor u niet goed. Wat zei u?

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Bij de motie op stuk nr. 37 hebben we niet scherp of u ons hebt genoemd, terwijl de motie door ons is ingediend. Gaat dat goed komen?

De voorzitter:
Ja, het komt goed, want uw naam staat erop.

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Dat zou je denken.

De voorzitter:
Dus ik neem aan dat de ChristenUnie daarvoor is.

De heer Baudet (FvD):
En nu de motie over opkomen voor de Papoea's is aangenomen, wil ik graag een brief vragen.

De voorzitter:
Ik wil eerst even … Meneer Voordewind, het komt goed. De heer Baudet.

De heer Baudet (FvD):
Ik wil graag een brief vragen van het kabinet over hoe het invulling gaat geven aan deze motie.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de stemmingen. Ik schors de vergadering voor enkele ogenblikken.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.