Plenair verslag

Tweede Kamer, 102e vergadering
Donderdag 4 juli 2019

  • Aanvang 10:15 uur
  • Sluiting 03:50 uur
  • Status Ongecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Martin Bosma

Aanwezig zijn 146 leden der Kamer, te weten:

Van Aalst, Aartsen, Agema, Alkaya, Amhaouch, Arib, Asscher, Azarkan, Baudet, Beckerman, Belhaj, Van den Berg, Van den Berge, Bergkamp, Bisschop, Den Boer, Van den Bosch, Martin Bosma, Bosman, Bouali, Van Brenk, Bromet, Bruins, Buitenweg, Van Dam, Diertens, Tony van Dijck, Emiel van Dijk, Gijs van Dijk, Jasper van Dijk, Pia Dijkstra, Remco Dijkstra, Dik-Faber, Diks, Drost, Van Eijs, El Yassini, Ellemeet, Fritsma, Futselaar, Geluk-Poortvliet, Van Gent, Van Gerven, Geurts, De Graaf, Graus, De Groot, Groothuizen, Van Haga, Harbers, Rudmer Heerema, Pieter Heerma, Helder, Van Helvert, Hermans, Hiddema, Hijink, Van den Hul, Jetten, Karabulut, Van Kent, Kerstens, Klaver, Koerhuis, Koopmans, Van Kooten-Arissen, Kops, Kröger, Krol, Kuik, Kuiken, Kuzu, Kwint, Laan-Geselschap, Laçin, Van der Lee, Leijten, Van der Linde, Lodders, Madlener, Maeijer, Marijnissen, Markuszower, Von Martels, Van Meenen, Middendorp, Van der Molen, Moorlag, Agnes Mulder, Anne Mulder, Edgar Mulder, Nijboer, Nijkerken-de Haan, Van Nispen, Van Ojik, Omtzigt, Van Otterloo, Ouwehand, Öztürk, Özütok, Palland, Paternotte, De Pater-Postma, Peters, Ploumen, Van Raak, Van Raan, Raemakers, Regterschot, Renkema, Rog, Ronnes, De Roon, Arno Rutte, Sazias, Schonis, Segers, Sienot, Sjoerdsma, Slootweg, Smals, Smeulders, Sneller, Snels, Van der Staaij, Stoffer, Tellegen, Thieme, Tielen, Van Toorenburg, Veldman, Verhoeven, Voordewind, Aukje de Vries, Wassenberg, Van Weerdenburg, Westerveld, Weverling, Van Weyenberg, Wiersma, Van Wijngaarden, Wilders, Wörsdörfer, Van 't Wout, Yeşilgöz-Zegerius en Ziengs,

en mevrouw Bijleveld-Schouten, minister van Defensie, mevrouw Broekers-Knol, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de heer Bruins, minister voor Medische Zorg en Sport, de heer Dekker, minister voor Rechtsbescherming, mevrouw Van Engelshoven, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de heer Grapperhaus, minister van Justitie en Veiligheid, de heer De Jonge, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mevrouw Kaag, minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, mevrouw Keijzer, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, de heer Knops, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de heer Koolmees, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mevrouw Schouten, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de heer Slob, minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, de heer Snel, staatssecretaris van Financiën, en de heer Wiebes, minister van Economische Zaken en Klimaat.

De voorzitter:
Ik open de vergadering van 4 juli 2019. Het gaat een heel lange dag worden vandaag. We nemen er goed de tijd voor.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

De voorzitter:
Een hartelijk woord van welkom aan minister De Jonge. Ik begrijp dat hij hier ook na middernacht nog zijn opwachting gaat maken. Dat wist u nog niet? Ze weten het thuis niet? Ik bel wel even zo! Wij zeggen dan: minister De Jonge, je staat ermee op en je gaat ermee naar bed. Het wordt een lange dag voor u en een lange dag voor ons allemaal.

Verpleeghuiszorg

Verpleeghuiszorg

Aan de orde is het VAO Verpleeghuiszorg (AO d.d. 25/06).

De voorzitter:
Aan de orde is thans het VAO Verpleeghuiszorg. Het AO vond plaats op de 25ste juni jongstleden. We hebben acht deelnemers van de zijde van de Kamer. De eerste is mevrouw Sazias, maar die spreekt niet.

Dan de heer Hijink van de SP. Hij heeft zoals iedereen twee minuten spreektijd. Het woord is aan hem.

De heer Hijink (SP):
Voorzitter, dank u wel. Wij hebben het in het debat gehad over de lange wachtlijsten waarmee mensen die in een verpleeghuis terecht willen komen, te maken krijgen. We hebben het ook gehad over de grote groep mensen — die er helaas is — die graag naar een instelling wil, naar een verzorgingshuis, een Zorgbuurthuis of een verpleeghuis, maar daar niet voor in aanmerking komt omdat die regels zo streng zijn geworden. Daarom wil ik graag de volgende motie indienen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er veel schrijnende situaties zijn van oudere mensen die langer thuis moeten blijven wonen omdat er geen plek is voor hen in een verpleeghuis of omdat zij nog niet in aanmerking komen voor toegang tot een verpleeghuis;

constaterende dat het aantal crisisopnames van ouderen met dementie hard is gestegen, ten gevolge van een crisis thuis;

constaterende dat er hele mooie ideeën zijn voor kleinschalige wooninitiatieven zoals het Zorgbuurthuis en dat dit een uitkomst kan zijn voor mensen die het thuis niet meer redden, maar niet in een verpleeghuis opgenomen worden;

verzoekt de regering om nog dit jaar met voorstellen te komen om de wachtlijsten voor de verpleeghuiszorg aan te pakken en om te onderzoeken welke groep ouderen met een lichtere zorgbehoefte, die nu geen aanspraak maken op instellingszorg, toch een plek kunnen krijgen in (kleinschalige) zorginstellingen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hijink. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 416 (31765).

Dan is het woord nu aan mevrouw Bergkamp van de fractie van D66.

Mevrouw Bergkamp (D66):
Dank u wel, voorzitter. Het lijkt ons heel erg goed dat zorgkantoren en zorgverzekeraars nauwer betrokken zijn bij de woonopgave voor ouderen. Vandaar deze motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat gezien de demografische ontwikkelingen de vraag naar zowel extra- als intramurale ouderenzorg de komende jaren gaat toenemen en hiervoor geschikte huisvesting gevonden dient te worden;

overwegende dat op basis van de aangenomen motie-Agema (31765, nr. 373) de bouwopgave voor intramurale ouderenhuisvesting in kaart wordt gebracht en dat gemeenten op dit moment lokale woonopgaves opstellen, daarbij ondersteund door de taskforce Wonen en Zorg;

constaterende dat lokale zorgaanbieders, zorgverzekeraars en zorgkantoren op dit moment niet betrokken worden bij het opstellen van de lokale woonopgaves;

verzoekt de regering om er zorg voor te dragen dat zorgkantoren en zorgverzekeraars voldoende betrokken worden bij werkzaamheden van de taskforce Wonen en Zorg;

verzoekt de regering voorts om de taskforce te verzoeken er bij gemeenten op aan te dringen om bij het opstellen van de lokale woonopgaves zorgaanbieders, zorgverzekeraars en zorgkantoren tijdig te betrekken zodat de juiste zorg op de juiste plek georganiseerd kan worden, en de Kamer hierover voor het einde van 2019 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bergkamp en Agema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 417 (31765).

Mevrouw Bergkamp (D66):
Dank u wel. Voorzitter, het klokje doet het overigens niet. Ik zie tenminste geen klokje.

De voorzitter:
O! Ja, maar dat doen we expres vandaag.

Mevrouw Ellemeet van de fractie van GroenLinks.

Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Voorzitter, dank u wel. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat een deel van de activiteiten in een verpleeghuis, zoals samen eten en dagbesteding, ook waardevol kan zijn voor thuiswonende ouderen;

constaterende dat veel verpleeghuishuizen nog geen wijkfunctie vervullen omdat er onduidelijkheid is dan wel belemmeringen worden ervaren in de samenwerking tussen verpleeghuis en voorzieningen uit de Wmo en de Zorgverzekeringswet;

van mening dat de kwaliteitsverbeteringen in het verpleeghuis zo veel als mogelijk óók ten goede dienen te komen aan thuiswonende ouderen;

verzoekt de regering om ervaren obstakels te inventariseren ten aanzien van het creëren van een wijkfunctie van het verpleeghuis, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ellemeet en Bergkamp. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 418 (31765).

Een korte vraag nog van mevrouw Hermans.

Mevrouw Hermans (VVD):
Jazeker, een heel korte vraag. Bij de begrotingsbehandeling hebben we een soortgelijke discussie gevoerd en heb ik samen met mevrouw Ellemeet ook een motie ingediend. Ik wilde even een korte toelichting van haar waar hier de variatie zit.

Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Dat klopt. Mevrouw Hermans en ik hebben toen gevraagd om meer verbinding tussen de zorg in het verpleeghuis en de zorg voor ouderen die nog thuis wonen, maar naar het verpleeghuis gaan. Waar het mevrouw Bergkamp en mij nu om gaat, is dat er nu allerlei activiteiten ontwikkeld worden in het verpleeghuis, juist met dat kwaliteitsbudget, die niet per se alleen zorggerelateerd zijn. Denk aan dagbesteding, maar ook aan samen eten. Het zou zo mooi zijn als die activiteiten ook breder benut kunnen worden door thuiswonende ouderen.

Mevrouw Hermans (VVD):
Dat is helder. Volgens mij vragen de moties in beide gevallen om een inventarisatie van belemmeringen. Als dat nou mooi samengepakt zou kunnen worden — maar dat moet ik eigenlijk via u aan de minister vragen — dan komt er een beetje schot in de zaak, hoop ik.

De voorzitter:
Heel goed.

Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Ja, voorzitter. Ik hoop zelfs nog wat verder met de motie van mevrouw Hermans en mijzelf. Het is natuurlijk alweer een tijd geleden, dus ik hoop dat de minister kan aantonen wat er al gebeurd is.

Voorzitter. Ik had ten slotte nog één opmerking. Ik krijg berichten van zorgverleners van verpleeghuizen dat het regelmatig voorkomt dat mensen binnenkomen in het verpleeghuis met een verkeerde indicatie. Die blijkt dan te laag te zijn. Dan moet er een heel traject in gang gezet worden om dat aan te passen, en daar kunnen weken, soms wel maanden overheen gaan. Herkent de minister dit signaal? Zo nee, zou hij hierover in gesprek kunnen gaan met het veld om te kijken of we hier een oplossing voor kunnen vinden, zodat als mensen met een verkeerde indicatie binnen blijken te komen er sneller aanpassingen doorgevoerd kunnen worden? Want dit levert extra druk voor het personeel op.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan mevrouw Agema van de fractie van de Partij voor de Vrijheid.

Mevrouw Agema (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Dat laatste punt is de minister volgens mij in kaart aan het brengen als het gaat om de zzp's. Maar goed, dat kan hij zelf ook zo direct naar voren brengen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering te bewerkstelligen dat airconditioning opgenomen wordt in het programma van eisen voor een Wlz-instelling,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Agema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 419 (31765).

Mevrouw Agema (PVV):
Dat in de context van dat wij dit algemeen overleg wilden bij 40°C.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering de systematiek van actief en niet-actief wachtende voor de wachtlijsten voor de verpleeghuizen te heroverwegen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Agema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 420 (31765).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering tweejaarlijks inzicht te geven in hoeverre het juridisch bindende kader van het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg wordt gerealiseerd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Agema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 421 (31765).

Dank u wel. Dan de heer Kerstens van de Partij van de Arbeid.

De heer Kerstens (PvdA):
Voorzitter, de klok is nu helemaal verdwenen, zie ik.

Dingen die goed gaan en problemen die groter worden. Naast te weinig personeel ook een steeds groter tekort aan beschikbare plekken. Daarmee wordt de relatieve rust rondom de verpleeghuiszorg ingehaald door de werkelijkheid. Daar komt dan nog bovenop de waarschuwing vanuit de sector vorige week dat men de komende zomer niet steeds genoeg mensen paraat heeft om overal goede zorg te kunnen verlenen aan kwetsbare bewoners van verpleeghuizen. Dat is me nogal wat. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat (ook) de verpleeghuiszorg kampt met ernstige personeelstekorten;

overwegende dat deze tekorten des te nijpender zijn in de zomermaanden, als de medewerkers die er wel zijn genieten van een meer dan verdiende vakantie;

constaterende dat de brancheorganisatie (ActiZ) recent heeft aangegeven dat deze zomer niet steeds passende zorg kan worden geboden aan kwetsbare bewoners;

van mening dat dat voorkomen moet worden;

verzoekt de regering bedoelde situaties samen met de sector tijdig te signaleren en in voorkomende gevallen al dan niet gezamenlijk adequate maatregelen te treffen, zodat passende zorg kan worden verleend alsook de Kamer gedurende de zomermaanden over eventuele knelpunten te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kerstens. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 422 (31765).

De heer Kerstens (PvdA):
Dan afsluitend een korte vraag. Stel, we houden ondanks alle plannen die zijn ingediend aan het eind van het jaar, zeg, 100 miljoen euro over. Wat gebeurt er dan met dat geld? Gaat dat geld mee naar volgend jaar en komt het boven op het budget voor volgend jaar? Of zijn we het kwijt en verdwijnt het in de schatkist?

De voorzitter:
Dank u wel. Dan de heer Slootweg van de fractie van het CDA.

De heer Slootweg (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Wij hebben een goed debat gehad, waarbij zich een nieuw maatschappelijk probleem aandiende: de wachtlijsten. Dit kabinet heeft van de samenleving de opdracht gekregen om de kwaliteit van verpleeghuizen te verbeteren. Zoals ik kan waarnemen zijn alle verpleeghuizen daar keihard mee bezig. Daarom zijn wij onverminderd van mening dat de opdracht om kwalitatief goede verpleeghuiszorg te leveren blijft staan voor dit kabinet, maar dit bijkomende probleem moet wel worden aangepakt. Wij vinden dat de beste verpleeghuizen daar een belangrijke rol in moeten spelen. Vandaar de motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit cijfers van het Zorginstituut blijkt dat de wachtlijsten in verpleeghuizen oplopen;

overwegende dat het van groot belang is dat er voldoende verpleeghuisplekken beschikbaar zijn zowel nu als in de toekomst, zeker gezien de sterke toename van het aantal 75-plussers;

overwegende dat het Zorginstituut en de NZa spiegelinformatie beschikbaar stellen waardoor op lokaal, regionaal en landelijk niveau zichtbaar wordt wat de kwaliteit van zorg is die ook gebruikt gaat worden voor de zorginkoop;

van mening dat juist verpleeghuizen met de hoogste kwaliteit een voortrekkersrol kunnen spelen in de aanpak van de wachtlijsten;

verzoekt de regering met het veld in overleg te gaan om te inventariseren wat er nodig is om de wachtlijsten gericht te kunnen aanpakken, en de opgehaalde oplosrichtingen in de voor september toegezegde brief aan de Tweede Kamer te beschrijven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Slootweg en Ellemeet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 423 (31765).

Dank u wel. De laatste spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Hermans van de fractie van de VVD.

Mevrouw Hermans (VVD):
Voorzitter. Zorgprofessionals werken keihard aan het verbeteren van de kwaliteit van zorg in verpleeghuizen. Wij moeten zorgen dat de randvoorwaarden op orde zijn. Het geld dat verpleeghuizen krijgen, de tarieven, zijn daarvoor cruciaal. Die tarieven moeten we klaarmaken voor de toekomst. Dat betekent bijvoorbeeld dat we recht doen aan de verschillen in de sector en de best presterende instelling als norm nemen, en dat alles op een basis die hout snijdt. Precies over die basis heeft de VVD twijfels bij de aanpassing van de tarieven die de minister dit jaar doorvoert voor de zogenaamde niet-beïnvloedbare factoren. De brede integrale vergelijking die de NZa adviseert te gaan doen, moet wat de VVD betreft daarom zo snel mogelijk starten. Dan is er op tijd duidelijkheid, kan de besluitvorming netjes verlopen en voeren we niet, zoals de afgelopen twee jaar, op het allerlaatste moment een discussie, wat dan feitelijk niet meer kan of waar dan geen ruimte voor is. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat het voor goede en liefdevolle verpleeghuiszorg belangrijk is snel werk te maken van het toekomstbestendig maken van de tarieven;

constaterende dat de aanpassing in tarieven voor niet-beïnvloedbare factoren zoals die dit jaar heeft plaatsgevonden, geen oplossing is voor de lange termijn;

overwegende dat de NZa een voorstel heeft gedaan te komen tot een systeem van bekostigen van verpleeghuiszorg voor de toekomst;

overwegende dat het proces en moment van besluitvorming over tarieven en bekostiging voor alle betrokken partijen op tijd helder moet zijn;

verzoekt het kabinet daarom de integrale vergelijking zoals voorgesteld door de NZa zo snel mogelijk in gang te zetten, zodat de eerste aanpassingen in de tarieven voor 2021 een plek kunnen krijgen, en de Tweede Kamer over de aanpak en planning van dit proces uiterlijk 1 september te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hermans. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 424 (31765).

Mevrouw Hermans (VVD):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors vijf minuten. Dan gaan we luisteren naar de antwoorden van de minister.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Minister De Jonge:
Voorzitter, dank voor de bemoedigende gedachte die u zojuist uitsprak dat wij niet alleen het eerste debat van vandaag hier mogen hebben, maar ook het laatste debat van vandaag, na twaalven, over de arbeidsmarkt. We weten allemaal dat debatten hier eigenlijk altijd iets oplossen in de samenleving. Dat is ook weer zo'n bemoedigende gedachte. Ik heb helemaal zin gekregen in deze dag. Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
U bent de hele dag welkom om hier aanwezig te zijn. In het ledenrestaurant hebben we een stoel voor u gereserveerd.

Minister De Jonge:
Ik sluit niet uit dat ik vandaag ook nog wat moet doen. Er is nog best een hoop werk te doen voor de vakantie.

Voorzitter. De motie op stuk nr. 416 verzoekt de regering om nog dit jaar met voorstellen te komen om de wachtlijsten voor de verpleeghuiszorg aan te pakken en om te onderzoeken welke groep ouderen met een lichtere zorgbehoefte die nu geen aanspraak maken op instellingszorg, toch een plek kan worden gegeven. We hebben dat debatje natuurlijk vaker gevoerd; het is een beetje de AWBZ-revisited. Dus ik denk dat de heer Hijink wel kan raden dat ik deze motie ga ontraden.

Dan de motie op stuk nr. 417: verzoekt de regering voorts om de taskforce te verzoeken er bij gemeenten op aan te dringen om bij het opstellen van lokale woonopgaves zorgaanbieders, zorgverzekeraars en zorgkantoren tijdig te betrekken. Ik kan me die motie goed voorstellen. Ik zeg er wel bij dat die taskforce, die in het programma Langer Thuis is afgesproken, net is geïnstalleerd en dus nu aan de slag gaat. Het kan even duren voordat die taskforce alle gemeenten daadwerkelijk heeft bereikt. Maar dit is zeker een taak die we ook graag aan die taskforce mee willen geven. Dank. Deze motie krijgt oordeel Kamer. Preciezer geformuleerd: ik laat hierbij het oordeel aan de Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 418: verzoekt de regering om ervaren obstakels te inventariseren ten aanzien van het creëren van een wijkfunctie van het verpleeghuis, en de Kamer hierover te informeren. Ik begrijp goed wat de achtergrond van deze motie is. Het is ook echt heel erg goed als verpleeghuizen meer en meer onderdeel worden van de wijk, als men daar in- en uitloopt. In het kader van het programma Langer Thuis is een motie-Hermans/Bergkamp aangenomen, waarin gevraagd wordt om onderzoek naar de samenhang tussen en de overgang van zorg thuis en het verpleeghuis en naar de eventuele belemmeringen of knelpunten die daar spelen. Daarover wordt u in het laatste kwartaal geïnformeerd. Het onderwerp dat mevrouw Ellemeet noemt, namelijk het gebruik van dagbesteding door thuiswonende ouderen in het verpleeghuis kan natuurlijk met dat onderzoek worden meegenomen. Dus ik combineer die twee dingen graag — ze liggen ook in elkaars verlengde, meen ik — maar in die context laat ik graag het oordeel aan de Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 419. U had haar beloofd tijdens het AO, toen het ongelofelijk heet was. In dat zaaltje lag de temperatuur op dat moment boven de verpleeghuistemperatuur. Ik snap de achtergrond heel goed, maar qua rolverdeling vind ik het ingewikkeld om hierop enthousiast ja te zeggen. Ik zou dan namelijk moeten verordonneren dat er airconditioning in alle verpleeghuizen zij. Op die manier sturen wij niet op de verpleeghuiszorg. Ik maak geen voorschriften voor de inrichting van of de eisen waaraan gebouwen zouden moeten voldoen.

Mevrouw Agema (PVV):
Dat staat er ook niet. Er staat: om te bewerkstelligen dat het wordt opgenomen in het programma van eisen.

Minister De Jonge:
Ik heb goed gelezen wat er stond. Maar dan nog is dit een vraag aan het kabinet die niet helemaal past bij de bestaande rol- en taakverdeling.

Dan de motie op stuk nr. 420 ...

Mevrouw Agema (PVV):
Dit is echt heel gek. We maken hier ook bouwbesluiten, noem maar op. We maken hier allerlei dingen in de Tweede Kamer, en de regering spreekt met één mond. Kom op, wij zitten hier in debat met 40°C, we kunnen nog een jasje uitdoen, de meesten van ons zijn jong en gezond, en gevangenissen hebben ook een programma van eisen, dat we hier via de Penitentiaire beginselenwet ook hebben vastgesteld, maar dat geldt dan weer niet voor die ouderen.

Minister De Jonge:
Ik gun iedereen airconditioning, daar gaat het verder niet over. Wat verpleeghuizen altijd te doen hebben, is gewoon voldoen aan de kwaliteit van zorg. Op het moment dat er niet wordt voldaan aan de kwaliteit van zorg zijn er tal van manieren waarop verpleeghuizen daarop worden aangesproken, ook nu al. Als de inspectie langskomt en er is inderdaad een temperatuur waarin je zelf ook niet zou willen zitten, zijn er ook nu al allerlei mogelijkheden om verpleeghuizen daarop aan te spreken. Maar wat u hier vraagt, is te bewerkstelligen dat in alle huizen airconditioning komt. Nou, dat is gewoon niet passend bij de huidige rol- en taakverdeling.

De voorzitter:
Afrondend. Kort.

Mevrouw Agema (PVV):
Dat staat er helemaal niet. Het verzoek is om het op te nemen in het programma van eisen. De Tweede Kamer der Staten-Generaal kan met de Penitentiaire beginselenwet wél regelen voor gevangenen dat ze allemaal airco hebben in de gevangenis, maar als je een oudere bent in een verpleeghuis, zegt het kabinet: dan niet. Dat kan toch niet?

Minister De Jonge:
Dat is niet wat het kabinet zegt.

Mevrouw Agema (PVV):
Ja, dat zegt het kabinet wel.

De voorzitter:
Ik wil eigenlijk de vragen beperken tot de indieners van de motie, maar als de heer Hijink het kan beperken tot één zin, dan geef ik graag het woord aan hem.

De heer Hijink (SP):
Ik vind de reactie op dit hele kleine punt wel heel erg min. Straks is het zomer en kan de temperatuur oplopen tot 35°C of 36°C. Is het dan echt te veel gevraagd dat we hier afspreken dat voor alle verpleeghuizen geldt dat onze ouderen gewoon airco krijgen? Is dat echt te veel gevraagd? Ik wil het ook niet stimuleren. Het moet gewoon geregeld worden. De minister kan dat regelen en ik vind dat hij dat gewoon moet doen. Als zelfs op zo'n klein punt de weerstand al zo groot is, dan maakt de minister een hele slechte beurt.

Minister De Jonge:
De weerstand tegen airconditioning in alle verpleeghuizen is helemaal niet groot. Waar het mij om gaat, is dat u hier per motie bestelt dat ik dat moet gaan regelen. Dat past gewoon niet bij de huidige rol- en taakverdeling. Dat lijkt mij een buitengewoon legitiem argument.

De voorzitter:
Mevrouw Hermans, kort en puntig.

Mevrouw Hermans (VVD):
Ik kan me voorstellen dat er voor de nieuwbouw van verpleeghuizen programma's van eisen zijn en dat daarin ook al eisen of voorwaarden zijn opgenomen over het reguleren van de temperatuur en wat dies meer zij. Weet de minister dat of kunnen we dat nog uitgezocht krijgen? Dat zou, denk ik, wat oplossen voor dit debat.

Minister De Jonge:
Ik heb op dit moment niet het antwoord paraat op de vraag welke eisen exact hoe en waar worden geregeld. Volgens mij staat dat gewoon in het Bouwbesluit. Ik meen dat airconditioning daarin geen standaardvereiste is. Tegelijkertijd zijn er ook opdrachtgevers in zo'n bouwproces die met hun gezond verstand beslissingen kunnen nemen. Dat iets een normale temperatuur moet zijn, is gewoon een gezondverstandonderwerp. Dat lijkt me niet per se iets om hier per ministerieel besluit te willen verordonneren of te willen bewerkstelligen. Maar als u daar prijs op stelt, dan wil ik graag nagaan op welke manier die eisen tot stand komen en welke eisen er zijn. Maar volgens mij is dat gewoon via het reguliere Bouwbesluit geregeld.

Mevrouw Sazias (50PLUS):
Ik wil mevrouw Agema graag ondersteunen. Ik ben ook een beetje teleurgesteld door de reactie van de minister. Met de hete dagen en de hitteplannen die we moeten maken, is dit voor ouderen echt van levensbelang.

Mevrouw Agema (PVV):
Ik wil nog één ding zeggen, voorzitter.

De voorzitter:
Nee, nee, nee. We gaan echt naar de volgende motie. U heeft al drie keer het woord gehad over één motie. Dat is echt ...

Mevrouw Agema (PVV):
Ik weet de oplossing!

De voorzitter:
U heeft een oplossing. Heel kort.

Mevrouw Agema (PVV):
Artikel 8.1.1 van de Wlz is naar een AMvB verhuisd en gaat over de beginselen voor Wlz-instellingen. De minister kan het opnemen in die AMvB. Dat lijkt mij de oplossing.

De voorzitter:
Prima.

Minister De Jonge:
Ik heb gezegd dat ik de juridische constellatie ten aanzien van de vraag welke eisen waar worden geformuleerd en hoe deze eis zich verhoudt tot het Bouwbesluit, eventjes uitzoek. Dat zal ik even uitzoeken. Maar de motie blijf ik ontraden.

De voorzitter:
Dat ging over de motie op stuk nr. 419.

Minister De Jonge:
De motie op stuk nr. 420 verzoekt de regering om de systematiek van actief en niet-actief wachtenden voor de wachtlijsten voor verpleeghuizen te heroverwegen. Dit sluit aan bij het algemeen overleg dat we hebben gehad. Mevrouw Agema deed daarin het voorstel om het onderscheid tussen actief en niet-actief te laten vervallen. Dat zie ik haar in deze motie niet doen. In deze motie zegt ze: heroverwegen. Ik herken de achtergrond daarvan. Ik ben het niet zozeer eens met de oplossing, als wel met de analyse, namelijk dat actief en niet-actief steeds minder zeggingskracht heeft in de huidige situatie. Als ik het woord "heroverwegen" zo mag uitleggen dat ik opnieuw ga kijken hoe je dat ook zou kunnen doen, dan ben ik daar zeer toe bereid. De huidige rubricering en de huidige registratie zitten overigens heel diep verankerd in alle automatisering. Het is dus echt te ingewikkeld om het zomaar eventjes aan te passen. Maar ik vind ook dat we het moeten heroverwegen, precies wat het woord zegt. Met deze formulering en met deze uitleg zou ik het oordeel over deze motie graag aan de Kamer willen laten.

Dan de motie op stuk nr. 421, waarin de regering wordt verzocht om tweejaarlijks inzicht te geven in hoeverre het juridisch bindende kader van het kwaliteitskader verpleeghuiszorg wordt gerealiseerd. Ik stuur elk halfjaar een voortgangsrapportage waarin ik aangeef hoever wij zijn met het realiseren van de gestelde doelen. Dat is niet zozeer een juridische toets, maar geeft wel aan in welke mate het is gelukt om het kwaliteitskader en alle inzet uit de aanpak voor de verpleeghuiszorg te realiseren. Ik zorg dat er op z'n minst bij een van die twee voortgangsrapportages een zo goed mogelijke, getalsmatige duiding zit. Daarbij maak ik niet alleen gebruik van medewerkerstevredenheidspeilingen, maar ook van de cliënttevredenheidsonderzoeken, waarbij ik ook gebruikmaak van de operationele informatie vanuit de zorgkantoren. In de optelsom geeft dat een zo adequaat mogelijk beeld van de stand van zaken van de implementatie van het kwaliteitskader. Dus ik zou ook hier het oordeel aan de Kamer willen laten. En dan gebeurt het dus niet tweejaarlijks maar gewoon jaarlijks.

Dan de motie op stuk nr. 422 over de zomertekorten. De motie verzoekt om de bedoelde situaties samen met de sector tijdig te signaleren, om in voorkomende gevallen al dan niet gezamenlijk adequate maatregelen te treffen zodat passende zorg kan worden verleend, alsook om de Kamer gedurende de zomermaanden over eventuele knelpunten te informeren. We hebben er in het algemeen overleg over gesproken dat het, uiteraard, knelt in de zomer. Het knelt altijd in de zomer. Ook vorige zomer knelde het, en in de zomer daarvoor ook. En reken er maar op dat het ook volgende zomer weer knelt. De arbeidsmarkttekorten worden met name in de vakantieperiodes stevig gevoeld. Dat is niet iets wat je eventjes snel kunt fixen, wat deze motie bijna veronderstelt. Dat is iets wat een hele arbeidsmarktaanpak vergt. Daar gaan we om tien over twaalf hedennacht verder over debatteren. Maar dat maakt ook dat ik met deze motie eigenlijk niet zo goed uit de voeten kan, niet omdat ik het probleem niet zie of omdat het probleem niet aangepakt moet worden, maar omdat het eigenlijk veronderstelt dat wij gedurende de zomermaanden een soort realtime monitoring zouden kunnen opzetten en de Kamer kunnen informeren op het moment dat daar knelpunten uit naar voren komen die niet onmiddellijk oplosbaar zijn. Ik zie dat niet zitten vanwege de rol en de taakverdeling, maar ook vanwege het operationaliseren daarvan. Dit is niet hoe het werkt. Niettemin hebben we inderdaad al die arbeidsmarktvraagstukken op te lossen. Dat klopt.

De heer Kerstens (PvdA):
Dit leek mij een betere optie dan in de krant te lezen waar knelpunten niet opgelost waren. We hebben er in het AO discussie over gevoerd dat er aan de ene kant maatregelen in het kader van het terugdringen van de tekorten zijn genomen, waarvan we bijvoorbeeld nu in de zomer constateren dat die onvoldoende soelaas bieden. De minister heeft aangegeven daar met het oog op de toekomst een keer uitgebreider over te willen praten. Ik heb erop gewezen dat het allebei waar is, maar dat het niet zo kan zijn dat daartussenin die kwetsbare bewoners de dupe worden van de huidige problemen. Dan is het toch een beetje mager dat we het met z'n allen laten bij de constatering "het is nou eenmaal elke zomer zo, daar kunnen we nu even niks aan doen, en we gaan het er met elkaar over hebben". Deze motie vraagt om proactief, samen met de sector, toch te kijken naar wat mogelijk is deze zomer.

Minister De Jonge:
Maar het is ook niet dat we het laten bij deze constatering. Wel moeten we constateren dat zij gewoon aansluit bij de realiteit. Ten tweede: we hebben in het programma voor de arbeidsmarkt natuurlijk een heel intensief arsenaal aan maatregelen getroffen om de arbeidsmarkttekorten terug te dringen. Dat is geen kwestie van een kortcyclische aanpak van nu iets opzetten waar we in de zomer al wat aan zouden kunnen hebben. Niemand heeft ergens een potje "overig personeel" staan dat je open zou kunnen trekken om tijdens de zomermaanden eventjes in te zetten. Het is de taak van werkgevers om hun roosters gevuld te krijgen. Dat wordt een steeds ingewikkeldere taak en bij die ingewikkeldere taak helpen we werkgevers en werknemers keer op keer, met alles waarmee we werkgevers en werknemers kunnen helpen om dat allemaal zo goed mogelijk ingevuld te krijgen. Maar deze motie suggereert iets anders, namelijk dat er tijdens de zomermaanden een soort signalering zou moeten plaatsvinden. Ik stel me dat eventjes voor: je hebt 2.300 verpleeghuislocaties, 3.100 zorgkantoorregio's, je hebt duizenden aanbieders in de wijkverpleging. Ik stel me even voor hoe dat er dan uit zou zien. Hoe groot denkt u dat het departement zou moeten zijn om dat type realtime signalering voor elkaar te krijgen? En als ik dan een knelpunt signaleer — reken er maar op dat er vele knelpunten zullen zijn — dan moet ik de Kamer daarover informeren. Ik heb niet goed voor ogen wat dat helpt, behalve dan dat het ongelofelijk veel werk is dat niet op korte termijn tot een oplossing gaat leiden.

De heer Kerstens (PvdA):
Ik denk dat de minister nu een beetje overdrijft, dus ik zal het tot z'n ware proporties terugbrengen. Het gaat er niet om dat we van elk knelpunt elke dag een signalering krijgen. Als de minister zegt "wij helpen werkgevers om het waar het kan op te lossen", dan heb ik wel een concrete suggestie. Ik zie dat er in de sector bijvoorbeeld erg weinig gebruik wordt gemaakt van collegiale door- en inlening. Er zijn gewoon verpleeghuizen, in dezelfde stad, die mensen "overhebben", die voldoende mensen hebben, terwijl een paar kilometer verderop een verpleeghuis gekort heeft en geen zorg kan verlenen. Is het nou te veel gevraagd dat er vanuit het ministerie eens met de sector gekeken wordt welke mogelijkheden er nog liggen om te voorkomen dat we straks al die krantenkoppen krijgen?

Minister De Jonge:
Dat is heel goed mogelijk. Maar dat is iets anders dan uw motie vraagt. Vorig jaar heeft u overigens een vergelijkbare vraag gesteld, namelijk om daarover met ActiZ in overleg te treden. ActiZ en RegioPlus zijn sindsdien aan de slag gegaan. In RegioPlus zijn zoals u weet alle regionale werkgevers vertegenwoordigd. Een van de maatregelen die u noemt is inderdaad het over en weer van elkaar inlenen. Dat gebeurt ook wel, maar ik ben het met u eens dat het mondjesmaat gebeurt. Daar zou veel meer gebruik van gemaakt kunnen worden. Dus dat is allemaal hartstikke goed. Maar dat staat allemaal niet in deze motie en daarom ontraad ik deze motie.

Voorzitter. De motie op stuk nr. 423 verzoekt de regering in overleg te gaan om te inventariseren wat er nodig is om de wachtlijsten gericht te kunnen aanpakken en de opgehaalde oplossingsrichtingen in de voor september toegezegde brief aan de Kamer te beschrijven. Ik snap goed wat u zegt. We hebben daar inderdaad over gesproken. Hoe zit het met de capaciteit? Hoe zit het met de sturing op capaciteit? Dat breng ik in beeld. U gaat eigenlijk een stap verder met deze motie en zegt: ja, maar we weten ook dat die capaciteit überhaupt al aan de krappe kant is, of eigenlijk dat er een tekort is aan plekken. Zou ik er na overleg met het veld oplossingsrichtingen bij kunnen zetten ten aanzien van de vraag hoe dat aan te pakken? Ik wil dat wel doen. Ik wil tegelijkertijd zeggen dat ook voor het veld er zomermaanden zijn tussen nu en september. Dat maakt ook wel dat het niet een uitgewerkt plan van aanpak kan zijn waarin de allerlaatste oplossing voor het allerlaatste probleem wordt geboden. Maar als ik het mag houden op oplossingsrichtingen, dan kan ik met uw motie uit de voeten en laat ik het oordeel aan de Kamer.

De motie van het lid Hermans op stuk nr. 424 verzoekt het kabinet om de integrale vergelijking zoals voorgesteld door de NZa zo snel mogelijk in gang te zetten opdat de eerste aanpassingen in de tarieven voor 2021 een plek kunnen krijgen, en de Kamer voor 1 september over dit proces te informeren. Ik snap eigenlijk wel heel goed waar deze vandaan komt. Dit jaar hebben we het ongemak dat de tijd die er na het advies van de NZa en het besluit van het kabinet is om met de Kamer grondig van gedachten te wisselen, heel erg kort is. Vorig jaar was die zo mogelijk nog iets korter, toen het over de tarieven ging en het al dan niet herijken ervan. Dat voelt ongemakkelijk, omdat u uw inhoudelijke controlerende taak wilt kunnen vervullen, maar ook uw budgettaire controlerende taak wilt kunnen vervullen. Ik begrijp dat het ongemakkelijk voelt, zeker als het gaat over zoiets groots als eigenlijk het opzetten van een heel nieuw bekostigingssysteem. Ik begrijp deze wens dus heel erg goed. Ik ga deze wens ook vertalen in een opdracht aan de NZa om zo vroeg als mogelijk het plan van aanpak voor de integrale vergelijking, of eigenlijk de uitkomsten van de integrale vergelijking, op te leveren. Dat betekent dat ze iets zullen moeten versnellen. Tegelijkertijd zeg ik erbij dat het wel ambitieus is. Ik zal dat in die brief voor september beschrijven. Het is wel ambitieus om al dat denkwerk te doen voor het voorjaar. Opdat wij in het voorjaar een besluit zouden kunnen nemen en dat ook al per 2021 in te laten gaan, is best wel ambitieus. Maar ik zal het goed beschrijven in de brief in september. Dan kunnen we het er op basis daarvan goed over hebben. Dus ik laat hier het oordeel aan de Kamer.

Dan heb ik nog een vraag gekregen, of eigenlijk twee vragen. De eerste vraag gaat over verkeerde indicaties. Komt het weleens voor? Ja, het komt weleens voor, soms ook bewust als er sprake is van onbegrepen gedrag, waarbij eerst een aantal maanden geobserveerd moet worden. Het zou kunnen zijn dat dat de achtergrond is van de signalen die u heeft gekregen. Het zal zeker ook weleens voorkomen dat er een indicatie is afgegeven terwijl het verpleeghuis dat mevrouw vervolgens ontvangt, zegt: maar dit is eigenlijk een indicatie die hoger had moeten zijn. Dan is er natuurlijk ook gewoon herindicatie mogelijk. Maar laat ik even nagaan welke signalen ik daarvan heb en hoe het CIZ daarmee omgaat. Het CIZ is natuurlijk in onze opdracht bezig met het herontwerpen van het hele indicatieproces, waarbij datgene wat nu in zes weken gebeurt, in één week moet gaan gebeuren. Dat is een heel spannend traject, maar ik denk dat dat voor heel veel van dit type vraagstukken ook wel echt een oplossing is. Ik ga het antwoord op uw vraag opnemen in de alomvattende zzp-brief die ik aan mevrouw Agema heb beloofd — ik heb er heel veel zin in om die te schrijven — want die gaat over de vraag hoe vaak het voorkomt dat er herindicaties nodig zijn. Daar past dit onderwerp volgens mij heel erg goed bij.

Dan vraagt de Partij van de Arbeid: wat nou als ...? Die vraag hebben we eigenlijk al een aantal keren aan de orde gehad, ook in het debat. Daarbij heb ik gezegd dat ik eventjes niet vooruitloop op het "what if"-scenario. Eén is: u kent de begrotingsregels. Twee is: u weet dat het Uitgavenplafond zorg in de begroting gewoon een vaststaand uitgavenplafond is, waarbij we de 2,1 miljard gewoon hebben gereserveerd. Je bent het dus niet kwijt. Je bent het structureel niet kwijt. Ja, zegt u dan, maar als het dit jaar nou overblijft? De realiteit is dat we inmiddels al op 470 miljoen aan aanvullende uitgaven zitten ten opzichte van datgene wat we geraamd hebben ten laste van de onderuitputting op de curatieve zorg. De werkelijkheid gaat in dit jaar dus juist de andere kant op. Niettemin begrijp ik uw vraag, maar ik kan daar alleen maar op zeggen wat ik er eerder ook op heb gezegd: ik kom daarop terug als het moment ook daar is, namelijk aan het einde van het jaar.

De voorzitter:
Ik wil over twee minuten aan het volgende VAO beginnen. Meneer Kerstens.

De heer Kerstens (PvdA):
Ik heb een hele korte vraag. Ik hoor de minister zeggen: de begrotingsregels brengen mee dat als dit jaar, ondanks alle plannen die door verpleeghuizen zijn ingediend bij de zorgkantoren, niet al het geld opgaat — dat kan zomaar als ze niet aan voldoende mensen komen; die arbeidsmarkt is ontzettend krap — we dat gewoon kwijt zijn. Als 100 miljoen euro niet besteed wordt, zijn we die 100 miljoen euro gewoon kwijt. Of denkt de minister dat aan het eind van het jaar toch nog eventjes binnen zijn begroting te houden?

De voorzitter:
De minister, kort en puntig.

Minister De Jonge:
Nee, ik hou het gewoon bij het antwoord dat ik heb gegeven. U kent de begrotingsregels. U kent ook de 85/15-inzet. U kent ook de contractuele afspraken die daarover zijn gemaakt tussen zorgkantoren en instellingen. U loopt vooruit op een situatie die zich nu niet voordoet. U zegt namelijk: wat nou als het geld niet kan worden uitgegeven? Ik vind dat dat geld wel moet worden uitgegeven, want dat is wat u besteld heeft. U heeft als Kamer gezegd: ik wil dat er aan het Kwaliteitskader wordt voldaan. Dat betekent dat er gewoon heel erg veel meer mensen moeten worden aangenomen. Dat hebben we vertaald in de eis van het werken met kwaliteitsbudgetten. Dat hebben we vertaald in de eis om daarbinnen voor 85% van dat geld nieuwe mensen aan te nemen.

De voorzitter:
Heel goed. Dank u wel.

Minister De Jonge:
Aan die eis wil ik de sector eens eventjes houden. Ik vind het veel te vroeg om op voorhand al te zeggen: u gaat vast de handdoek in de ring gooien, want het gaat vast niet lukken.

De voorzitter:
Nog een korte, puntige vraag van mevrouw Agema.

Mevrouw Agema (PVV):
Ik heb geen vragen meer, voorzitter. Mevrouw Bergkamp zou de motie op stuk nr. 420 graag willen meetekenen. We zullen dus een gewijzigde versie laten rondgaan.

Met betrekking tot de motie op stuk nr. 419, de aircomotie, wil de minister nog het een en ander uitzoeken. Ik hoor ook dat een grote Kamermeerderheid die motie eigenlijk graag zou willen steunen, ondanks het feit dat ze is ontraden. Het lijkt me dus wijs om de motie even aan te houden totdat de aanvullende informatie van de minister komt.

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Agema stel ik voor haar motie (31765, nr. 419) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Mevrouw Bergkamp, kort en puntig.

Mevrouw Bergkamp (D66):
Mijn motie op stuk nr. 417 wordt medeondertekend door mevrouw Agema.

De voorzitter:
Dan zien wij een gewijzigde versie graag tegemoet. Dank u wel. Meneer Slootweg nog even.

De heer Slootweg (CDA):
Het is bij mij de motie op stuk nr. 423. Die wordt medeondertekend door mevrouw Ellemeet.

De voorzitter:
Dan zien wij ook daarvan een gewijzigde versie tegemoet.

Minister De Jonge:
Er gebeuren de mooiste dingen in deze zaal, voorzitter.

De voorzitter:
Als je ze maar even de tijd geeft, hè?

Minister De Jonge:
Zo is het ook.

De voorzitter:
We zien u na middernacht terug, meneer de minister.

Minister De Jonge:
Was het maar vast na middernacht.

De voorzitter:
We zetten allemaal onze wekker om naar u te kijken.

Minister De Jonge:
Heerlijk. Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
We gaan vannacht stemmen over deze moties. Dat zal een uur of twee worden.

Spoedzorg LUMC/Bronovo

Spoedzorg LUMC/Bronovo

Aan de orde is het VAO Spoedzorg LUMC/Bronovo (AO d.d. 26/06).

De voorzitter:
We gaan door met het volgende VAO. Een hartelijk woord van welkom aan de minister voor Medische Zorg. Fijn dat u bij ons bent. We hebben zeven deelnemers van de zijde van de Kamer. De eerste spreker is mevrouw Van den Berg van de fractie van het CDA. Zij heeft zoals iedereen twee minuten spreektijd.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Voorzitter. Mijn minuutjes staan niet aan.

De voorzitter:
We zijn bezig om dat uit te zoeken.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Oké, dank u wel. In de eerste plaats willen wij graag de minister danken voor de antwoorden op mijn schriftelijke vragen van gisteren over het LUMC en ook voor de algemene brief naar de Kamer. Ik heb vervolgens twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat een overzicht wordt gemaakt welke gesprekken er zijn geweest rond de besluitvorming over Bronovo;

overwegende dat de minister het ROAZ al heeft gevraagd welke cijfers en data zijn gebruikt;

overwegende dat de minister een terugkoppeling zal geven over het gesprek tussen IGJ en de ondernemingsraad van het LUMC;

verzoekt de regering de uitkomsten hiervan met de sector te bespreken met als doel het stimuleren van een lerende cultuur,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 238 (31016).

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Dan de tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat overleg door ziekenhuisdirecties met betrokkenen in de regio verplicht wordt bij wijzigingen in de acute zorg en dat de regering daarop nu al wil handhaven;

overwegende dat het RIVM regiobeelden maakt, zodat zorgaanbod gebaseerd kan worden op basis van zorgbehoefte;

overwegende de in de Kamerbreed aangenomen motie-Van den Berg (31016, stuk nr. 198) genoemde voorwaarden bij aanpassingen in de acute zorg;

overwegende dat voor besluitvorming met betrekking tot de implementatie van een kwaliteitskader een leefbaarheidsanalyse gemaakt moet worden over de effecten voor de regio;

constaterende dat dit overleg en de besluitvorming op basis van de zorgbehoefte nog moeizaam van de grond komen;

verzoekt de regering handhavingsinstrumenten te ontwikkelen waarmee overleg en besluitvorming op basis van zorgbehoefte zo nodig afgedwongen kunnen worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 239 (31016).

De voorzitter:
Dan de heer Van Gerven van de fractie van de SP. Ik wil eerst even weten of het klokje het doet.

De heer Van Gerven (SP):
Het staat op twee minuten. Dat gaat dus goed.

De voorzitter:
Waanzinnig.

De heer Van Gerven (SP):
Als hij blijft staan ... Maar hij gaat wel lopen, denk ik. Een drietal moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet heeft besloten de ambulancezorg onder regie van de overheid te brengen om de continuïteit en kwaliteit van de ambulancezorg te waarborgen en de medewerkers rust en zekerheid te bieden;

overwegende dat de acute zorg in Nederland niet goed is geregeld en onder grote druk staat;

spreekt uit dat de overheid de regie moet nemen in het goed organiseren van de acute zorg in Nederland op een vergelijkbare wijze als bij de ambulancezorg;

verzoekt het kabinet dit te doen;

verzoekt het kabinet tevens de financiering van de acute zorg af te stemmen op basis van beschikbaarheid in plaats van betaling per verrichting,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 240 (31016).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat klokkenluiders aan de bel hebben getrokken vanwege de problemen bij de acute zorg in het Leids Universitair Medisch Centrum;

overwegende dat klokkenluiders dit doen in het belang van het leveren van goede zorg, omdat ze kennelijk onvoldoende gehoor vonden binnen het bestuur van het LUMC;

spreekt uit dat deze niet de dupe mogen worden van het melden van de problemen;

verzoekt de regering hierop toe te zien,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 241 (31016).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het sluiten van de spoedeisende hulp in het Bronovoziekenhuis in Den Haag gezien de druk op de spoedeisende hulp in de regio Den Haag en Leiden niet wenselijk is;

spreekt uit dat de spoedeisende hulp in Bronovo zo spoedig mogelijk weer moet worden geopend,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 242 (31016).

De heer Van Gerven (SP):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan mevrouw Ploumen van de fractie van de Partij van de Arbeid.

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Voorzitter, dank u wel. Ik gebruik mijn tijd om nog een aantal vragen aan de minister te stellen. Ik heb geen moties. Dank aan de minister, ook voor de antwoorden op de schriftelijke vragen die de Partij van de Arbeid heeft gesteld naar aanleiding van de uitzending van Nieuwsuur.

Ik zou de minister willen vragen of hij het met mij eens is dat hij als systeemverantwoordelijke verantwoordelijk is voor de spreiding van de ziekenhuizen en de spoedeisende hulp. En kan hij dan garanderen dat er voldoende capaciteit is voor het hele land, voor alle inwoners van Nederland?

Specifiek over deze regio zou ik hem willen vragen hoe de capaciteit voldoende kan zijn, gezien de vergrijzing die we hier zien en gezien de groei van het aantal inwoners van Den Haag, terwijl zowel Bronovo als het Rode Kruisziekenhuis sluiten. We hebben ook gezien dat het Leids Universitair Medisch Centrum worstelt om alle mensen die spoedeisende zorg nodig hebben te kunnen behandelen op een manier die past bij de protocollen en bij hun eigen uitgangspunten.

Voorzitter. Tot slot vraag ik de minister of hij de Kamer schriftelijk kan laten weten — want ik begrijp dat de minister dat niet zomaar kan oplepelen — hoe de huidige en de toekomstige capaciteit in deze regio, in Den Haag, zich verhouden tot het aantal inwoners vanaf nu tot vijf à tien jaar verder?

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan mevrouw Ellemeet van de fractie van GroenLinks.

Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. We hebben het in het debat natuurlijk over de casus gehad, de situatie hier in Den Haag en in Leiden, maar ook wel breder. We hebben samen geconstateerd dat we moeten kijken naar problemen rond de instroom maar ook naar problemen rond de uitstroom. Want een deel van de druk die op de spoedeisende hulp ontstaat, heeft te maken met het feit dat mensen het ziekenhuis niet snel genoeg op een verantwoorde manier kunnen verlaten. Daarover heb ik de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat verschillende zorgpartijen werken aan een agenda acute zorg, waarin ook aandacht is voor door- en uitstroom van patiënten met een acute zorgvraag;

van mening dat ook op korte termijn een overzicht van de capaciteit van "uitstroombedden" vanuit de spoedeisende zorg naar de vervolgzorg zowel vanuit de Wlz als vanuit de Zvw gewenst is;

verzoekt de regering in het geplande overleg met de voorzitters van de ROAZ'en aan te dringen op een zo compleet mogelijk overzicht van de uitstroombedden in de regio,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ellemeet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 243 (31016).

Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. De laatste spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Agema van de fractie van de Partij voor de Vrijheid. Zij ziet af van haar spreektijd, zodat we de termijn van de Kamer gehad hebben. Kan de minister meteen antwoorden en de moties recenseren?

Minister Bruins:
Ik moet even wachten op de moties.

De voorzitter:
Ik schors een paar minuutjes.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Het woord is aan de minister.

Minister Bruins:
Voorzitter, dank u wel. Ik heb zes moties en drie vragen.

Ik begin bij de motie van het CDA op stuk nr. 238, waarin de regering wordt verzocht om de uitkomsten met de sector te bespreken, met als doel het stimuleren van een lerende cultuur. Ik ben het met mevrouw Van den Berg eens dat er sprake moet zijn van een lerende cultuur in de zorg. Dat hebben we ook in het debat gewisseld. Mevrouw Van den Berg weet dat ik voornemens ben om de ROAZ-voorzitters uit te nodigen voor een gesprek. In dat gesprek wil ik het ROAZ uit deze regio zeker vragen of het de lessons learned uit dit traject wil delen met andere ROAZ'en, zodat die daar hun voordeel mee kunnen doen. Als ik de motie op die manier mag uitleggen, laat ik haar aan het oordeel van de Kamer.

De voorzitter:
Dan kijk ik even naar mevrouw Van den Berg. Zij knikt.

Minister Bruins:
Voorzitter. De tweede motie van mevrouw Van den Berg, op stuk nr. 239, vind ik ingewikkelder. Daarin wordt de regering verzocht om handhavingsinstrumenten te ontwikkelen waarmee overleg en besluitvorming op basis van zorgbehoefte zo nodig kunnen worden afgedwongen. Er zitten twee elementen in het dictum. Het ene gaat over het overleg dat we hebben georganiseerd via de concept-AMvB acute zorg, die uw Kamer heeft. Daarbij hebben we afgesproken dat de IGJ toezicht houdt op dat overleg. Zo staat het ook in de concept-AMvB. In dat deel van de motie kan ik me dus goed vinden, maar in het andere deel niet. Dat gaat over de besluitvorming op basis van zorgbehoefte, die zou moeten kunnen worden afgedwongen. Het afdwingen van zaken bij zorgaanbieders past niet in de werkwijze die wij kennen. Het zijn immers de verzekeraars die inkopen. Zij hebben de zorgplicht, en de NZa houdt toezicht op die zorgplicht. Dat is de reden waarom ik de motie moet ontraden als deze tekst intact blijft. Zou de motie zich beperken tot het overleg, dan zou ik oordeel Kamer geven.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Maar er is in februari wel een motie van mij aangenomen waarin staat dat allerlei cijfers transparant gedeeld moeten worden en in de besluitvorming moeten worden meegenomen. Het gaat mij om de uitvoering van die februarimotie. Op het moment dat men het niet doet, moet daarop gehandhaafd kunnen worden. Ik ben dus volgaarne bereid om voor de stemmingen nog even verder te overleggen over de tekst, maar het gaat erom dat er echt transparantie is over de cijfers die worden gebruikt.

Minister Bruins:
Ja, met die transparantie over cijfers ben ik het helemaal eens. Maar deze motie kan allicht ook zo worden uitgelegd dat door zorgaanbieders en zorgverzekeraars hoe dan ook aan elke zorgbehoefte moet worden voldaan, en dat is een verwachting die we natuurlijk niet waar kunnen maken.

De voorzitter:
Dus dan is de motie onraden. Dan de derde motie.

Minister Bruins:
Voorzitter. Dat is de motie op stuk nr. 240 van de SP, waarin staat: spreekt uit dat de overheid de regie moet nemen in het goed organiseren van de acute zorg in Nederland op een vergelijkbare wijze als bij de ambulancezorg. Ik ontraad die motie. Die vergelijking met de ambulancezorg heeft de heer Van Gerven in het debat ook gemaakt. Als je van een spoedeisende hulp een niet-economische dienst van algemeen belang gaat maken, zou dat ook betekenen dat je het totale ziekenhuis daarin onderbrengt. Er is namelijk een zeer nauwe samenhang: de acute zorg maakt onderdeel uit van de zorg die in het ziekenhuis wordt verleend. Dat is een stelselwijziging die ik niet voorsta en daarom ontraad ik deze motie.

De voorzitter:
Eén korte vraag van de heer Van Gerven. Kort.

De heer Van Gerven (SP):
Dit antwoord was te verwachten, maar er staat ook nog een tweede deel in de motie: verzoekt het kabinet tevens de financiering van de acute zorg af te stemmen op basis van beschikbaarheid in plaats van betaling per verrichting. Is de minister bereid om dat te onderzoeken? Dat zou namelijk ook al een hele vooruitgang betekenen ten opzichte van de huidige situatie.

Minister Bruins:
Ook dat pad wil ik nu niet op. Ik heb de motie zonet ontraden om een andere reden. Over het vraagstuk van de financiering van de acute zorg komen we in de komende tijd echt wel te spreken, maar niet aan de hand van een motie die ook een ander verzoek bevat, waar ik niet op in wil gaan.

De voorzitter:
Dan gaan we door met de motie op stuk nr. 241. Nee, meneer van Gerven, ik sta één vraag per motie door de indiener toe. Voor het vorige VAO was drie kwartier gepland, dus toen was er meer ruimte, maar nu moet ik om 13.15 uur klaar zijn met drie VAO's. Het woord is dus aan de minister.

Minister Bruins:
Dan de motie op stuk nr. 241 over klokkenluiders. Daarin staat: overwegende dat klokkenluiders problemen aankaarten in het belang van het leveren van goede zorg, omdat ze kennelijk onvoldoende gehoor vonden binnen het bestuur van LUMC; spreekt uit dat deze niet de dupe mogen worden van het melden van de problemen. Het dictum is dan: verzoekt de regering hierop toe te zien. Inderdaad, we willen allemaal niet dat personeel de dupe wordt als zij problemen melden. Dat heb ik ook bij de raad van bestuur van het LUMC nagevraagd. Dat wil het personeel serieus nemen en spreekt ook met het personeel. In het debat heb ik aangegeven dat ook de inspectie spreekt met de ondernemingsraad. Daarmee kan ook worden geconcludeerd dat de regering daarop toeziet, omdat de inspectie immers een overheidsonderdeel is. Daarom zou ik zeggen dat deze motie het oordeel van de Kamer kan krijgen, vanwege de actieve rol die de inspectie hierin heeft, en daarmee dus de overheid en VWS. Oordeel Kamer voor de motie op stuk nr. 241 dus.

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 242, die uitspreekt dat de spoedeisende hulp in Bronovo weer moet worden geopend. Ik ontraad deze motie. In het debat hebben we gewisseld dat het ROAZ heeft vastgesteld dat het Haags Medisch Centrum de plannen voldoende heeft voorbereid en de verantwoordelijkheid blijft nemen voor voldoende acutezorgcapaciteit in de regio en de relevante partners daarover tijdig zijn geïnformeerd. Ik ontraad dus de motie op stuk nr. 242.

Voordat ik toekom aan de motie op stuk nr. 243 zijn er eerst nog drie vragen van mevrouw Ploumen te beantwoorden. De eerste vraag is of de minister zichzelf als de systeemverantwoordelijke ziet. Ja, dat zie ik inderdaad zo. Daarom spreken wij ook over een hele hoop vraagstukken, waarbij in eerste aanleg bijvoorbeeld een raad van bestuur of een raad van toezicht een rol moet hebben. Waar nodig heeft de inspectie of de Zorgautoriteit een rol. Beide zijn verlengstukken van de overheid. Uiteindelijk zullen wij hier altijd spreken over vraagstukken die welke zorg dan ook betreffen. Die systeemverantwoordelijkheid zie ik dus inderdaad.

De tweede vraag was hoe het gesteld is met de capaciteit in deze regio als de SEH in Bronovo sluit. We hebben het ook in het debat gewisseld: die capaciteit is overgeheveld naar Westeinde. De capaciteit is gelijk gebleven. In het ROAZ is vervolgens bekeken wat er gebeurt als mensen toch een andere plaats opzoeken om zorg te krijgen. Het ROAZ heeft geconstateerd dat er ruimte is als mensen uitwijken naar bijvoorbeeld het LUMC. Er worden geen grote aantallen verwacht, maar die ruimte is er. Vervolgens is de monitor heel belangrijk. U weet dat daarover al eind volgende week het eerste gesprek zal plaatsvinden, omdat het heel belangrijk is om vinger aan de pols te houden voor de ziekenhuizen in de regio, en daarmee voor ons allemaal.

De derde vraag was of ik op papier kan zetten hoe de capaciteit zich ontwikkelt in deze regio. Dat is natuurlijk wat er gebeurt met die regiobeelden. Ook in deze regio wordt een regiobeeld gemaakt. Dat zal openbare informatie zijn. Het wordt gemaakt door de partijen in het veld. Het lijkt mij goed om dat te delen voor de Haagse regio. Er zullen in de komende periode vast ook nog wel andere regio's zijn die we interessant vinden om te bespreken.

De voorzitter:
Mevrouw Ploumen, één vraag.

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Dank aan de minister. Wanneer verwacht hij die regiobeelden, met specifiek het regiobeeld voor deze regio, naar ons te kunnen sturen? Want de zaak heeft wel enige haast.

Minister Bruins:
Het is afhankelijk van de locatie waarover wij spreken of wij zeggen dat die regio voorop moet. Ik heb maandag nog met de verzekeraars gesproken en gevraagd wanneer zij wanneer welk regiobeeld af hebben. Ik heb dat overzicht nog niet, maar als ik dat heb, dan laat ik dat de Kamer natuurlijk weten.

Dan heb ik hier nog de motie op stuk nr. 243 liggen. Het dictum luidt: verzoekt de regering in het geplande overleg met de voorzitters van de ROAZ'en aan te dringen op een zo compleet mogelijk overzicht van de uitstroombedden in de regio. Mevrouw Ellemeet, de indiener van de motie, weet dat de regie ligt bij zorgverzekeraars en niet bij de ROAZ'en. De zorgverzekeraars zijn samen met de zorgaanbieders goed bezig om de regionale coördinatiefuncties op orde te krijgen. Een belangrijke stap daarbij is de onlangs vastgestelde beschrijving van de minimumeisen. Het ROAZ kan natuurlijk wel het belang daarvan onderstrepen bij de zorgverzekeraars. Daar zal ik zeker over spreken met de ROAZ-voorzitters. Op die manier uitgelegd wil ik het oordeel over deze motie aan de Kamer laten.

De voorzitter:
Prima. Er is nog een vraag van mevrouw Ellemeet.

Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Mijn punt is dat het niet alleen de verzekeraars maar ook de zorgkantoren aangaat en dat er juist breder gekeken moet worden.

Minister Bruins:
Ja, maar dat doet aan de manier van werken niet af. In het dictum gaat het over de rol van de voorzitters van de ROAZ'en. Ik heb gewezen op de rol van de zorgverzekeraars. Dan komen we zeker ook uit bij de zorgkantoren. Het lijkt me goed om dit vraagstuk niet alleen voor de curatieve zorg, maar ook iets breder op te pakken. Ik zal dat zo delen met de ROAZ-voorzitters. Dat gezegd hebbend en op deze manier uitgelegd laat ik het oordeel over de motie aan de Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 243 krijgt ook oordeel Kamer. Heel goed. Dank u wel. Tot zover dit debat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Vannacht gaan wij stemmen over deze moties. We gaan in één vloeiende beweging door naar het volgende VAO.

Pakketbeheer

Pakketbeheer

Aan de orde is het VAO Pakketbeheer (AO d.d. 26/06).

De voorzitter:
Dit is het VAO Pakketbeheer. Op 26 juni vond het algemeen overleg met de minister plaats. De eerste spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Van den Berg van de fractie van het CDA. Het woord is aan u, mevrouw Van den Berg. Nee, toch niet. We gaan eerst even luisteren naar de heer Van Gerven. Flexibel als hij is, spreekt nu de heer Van Gerven.

De heer Van Gerven (SP):
Voorzitter. Ik heb een drietal moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat glucosesensoren, zowel de flash als de continue monitoring, van grote waarde zijn voor de behandeling van patiënten met diabetes type 1;

constaterende dat deze slechts gedeeltelijk in het basispakket zijn opgenomen;

spreekt uit dat in het belang van tienduizenden diabetespatiënten de glucosesensoren op advies van de specialist in het basispakket dienen te worden opgenomen;

verzoekt het kabinet bij de komende begroting met een voorstel te komen om dit in het basispakket op te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1001 (29689).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat door de recente verdrievoudiging van de prijs van Priadel door Essential Pharma duizenden patiënten met een bipolaire stoornis circa €130 per jaar zelf moeten gaan betalen;

spreekt uit dat dit bijzonder onwenselijk is voor deze kwetsbare groep patiënten;

verzoekt de regering maatregelen te nemen om bijbetaling voor Priadel te voorkomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1002 (29689).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat patiënten soms meer dan €800 per jaar moeten betalen voor zware paracetamol, vitaminen en mineralen sinds deze uit het basispakket zijn gehaald;

constaterende dat dit strijdig is met de doelstelling van de maximering van de eigen bijdrage voor GVS-geneesmiddelen op €250 per jaar;

verzoekt de regering het uitgavenplafond van €250 ook voor zware paracetamol, vitaminen en mineralen te laten gelden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1003 (29689).

De heer Van Gerven (SP):
Afrondend, voorzitter. We hebben enige tijd geleden een rondetafel gehad over afbouwmedicatie. Mevrouw Sazias zal mede namens mij een motie indienen om dat probleem voor eens en altijd op te lossen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar mevrouw Ploumen van de fractie van de Partij van de Arbeid.

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Voorzitter, dank u wel. Anticonceptie is een noodzaak, en geen luxe. De kosten mogen voor niemand een belemmering zijn. Er is een petitie gestart. De laatste keer dat ik keek, was deze ondertekend door 40.816 mensen, die dit onderstrepen. Het is een noodzaak, geen luxe. Daarnaast is deze oproep ondersteund door Bureau Clara Wichmann, Rutgers, Clarice Gargard, Chantal Janzen, Claudia de Breij, Jeroen van Koningsbrugge, Anna Drijver en tientallen anderen. Daarom deze motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de kosten van anticonceptie vooral bij vrouwen terechtkomen;

overwegende dat voor veel vrouwen ook de pil een te hoge uitgave betekent en voor veel andere vrouwen de meest optimale anticonceptie, met hogere kosten in één keer, niet toegankelijk is vanwege een financiële drempel;

overwegende dat 97% van de gynaecologen en ook abortusartsen van mening zijn dat anticonceptie moet worden opgenomen in het basispakket om ongewenste zwangerschappen te voorkomen;

verzoekt de regering alle vormen van anticonceptie per 1 januari 2020 op te nemen in het basispakket,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ploumen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1004 (29689).

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Voorzitter. Vrouwen die zelf kiezen voor een bevalling in een polikliniek in plaats van thuis, moeten daarvoor betalen. Dat vergt een forse eigen bijdrage. Dat vindt de Partij van de Arbeidfractie ongewenst. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat vrouwen moeten kunnen kiezen waar zij willen bevallen, zonder financiële drempel;

van mening dat het feit dat een poliklinische bevalling zonder medische indicatie wel vergoed wordt als een vrouw dan maar kiest voor een ruggenprik, een foute prikkel is en leidt tot onnodige risico's en kosten;

verzoekt de regering de eigen bijdrage voor een poliklinische bevalling zonder medische indicatie af te schaffen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ploumen en Agema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1005 (29689).

Eén vraag van mevrouw Agema.

Mevrouw Agema (PVV):
Ik heb deze motie onlangs ook ingediend. Zou ik haar mede mogen ondertekenen?

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Ja, van harte. Graag. Voorzitter, dan wordt het de motie-Ploumen/Agema.

De voorzitter:
Heel goed. Telt die dan ook mee bij die 40.168 ondertekeningen?

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Mevrouw Agema bedoelt de tweede motie.

De voorzitter:
O, de tweede motie.

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Maar mocht ze de eerste motie bedoelen ... Dat bespreek ik later wel, voorzitter. Dank u.

De voorzitter:
Heel goed. De heer Raemakers van D66.

De heer Raemakers (D66):
Voorzitter, dank u wel. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Zorginstituut op dit moment onderzoek doet naar de vraag of behandeling met neuromodulatie ter pijnbestrijding bij verschillende soorten patiëntengroepen voldoet aan "de stand van wetenschap en praktijk";

overwegende dat het van belang is dat patiënten behandelingen ondergaan die voldoen aan deze stand van wetenschap en praktijk;

overwegende dat het onderzoek wel tot onrust en onzekerheid heeft geleid bij bestaande patiënten met chronische pijn die nu gebruikmaken van neuromodulatie;

overwegende dat van de huidige patiënten met pijn, die al lang neuromodulatie gebruiken en daar baat bij hebben, in geval het Zorginstituut tot de conclusie komt dat het voor de patiëntgroep waar zij toe behoren niet bewezen effectief is, niet gevraagd kan worden dat zij meteen over moeten stappen naar andere manieren van pijnbestrijding;

roept de minister op de zorgverzekeraars te verzoeken in overleg met de beroepsgroep en patiëntenvereniging een goede overgangsregeling te treffen voor de huidige patiënten die nu neuromodulatie gebruiken en die mogelijk geraakt worden door het standpunt van het Zorginstituut,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Raemakers en Van den Berg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1006 (29689).

De heer Raemakers (D66):
De tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Pain Alliantie in Nederland (PAIN) stelt dat de maatschappelijke kosten van pijn hoog zijn (15 tot 20 miljard euro per jaar);

overwegende dat patiënten met pijn vaak aangeven dat hun pijndiagnose laat gesteld wordt, de hulp vaak laat komt of niet voldoende is en zij daardoor eerder uitvallen op hun werk of studie;

overwegende dat er de afgelopen jaren via ZonMW diverse pijnprogramma's zijn opgezet, er met behulp van subsidies pijnkenniscentra zijn opgezet en er op dit moment een kwaliteitsstandaard (goede zorg rondom) chronische pijn in ontwikkeling is;

roept de minister op de Kamer voor de begroting te informeren over het beleid en de visie van de regering inzake de bestrijding van chronische pijn, met daarin onder andere beschreven welke onderzoeksprogramma's naar pijn er lopen of gelopen hebben, wat de resultaten zijn, hoe de ontwikkeling van pijnkenniscentra verloopt en wat de actuele voortgang is van de kwaliteitsstandaard voor goede zorg rondom chronische pijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Raemakers, Arno Rutte en Agema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1007 (29689).

Een vraag van mevrouw Agema.

Mevrouw Agema (PVV):
We hadden in het debat afgesproken hierin samen op te trekken. Ik zou graag de motie willen meeondertekenen als dat zou mogen.

De heer Raemakers (D66):
Bedoelt mevrouw Agema dan de eerste of de tweede motie?

Mevrouw Agema (PVV):
De tweede over de bestrijding van chronische pijn.

De heer Raemakers (D66):
Dan kijk ik ook even naar meneer Rutte? Is dat akkoord? Ja, dat is het geval. Dan zetten we de naam van mevrouw Agema er ook onder. Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Ellemeet van de fractie van GroenLinks ziet af van haar spreektijd. Dan is het woord aan mevrouw Agema van de fractie van de Partij voor de Vrijheid.

Mevrouw Agema (PVV):
Voorzitter, dank u wel. De nu volgende motie heb ik onlangs ingediend en die werd gesteund door de voltallige oppositie, maar ik bemerk nu toch een ingang bij de coalitie en zelfs bij de minister. Dus daarom ga ik de motie nog een keer indienen, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat het voorwaardelijk toelatingstraject (VT-traject) voor medisch geïndiceerde fysiotherapie bij circa 100 reumatische aandoeningen onhaalbaar is;

verzoekt de regering om samen met het reumaveld tot een werkwijze te komen die wél haalbaar is, waardoor fysiotherapie weer in het basispakket kan worden opgenomen voor patiënten met een reumatische aandoening,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Agema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1008 (29689).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat mensen met complexe hoorproblemen soms een innovatief hoortoestel nodig hebben dat buiten een vergoedingscategorie valt;

van mening dat slechthorenden die zijn aangewezen op specifieke hoortoestellen hier ook een vergoeding voor moeten kunnen krijgen;

verzoekt de regering hoortoestellen die buiten het vergoedingsstelsel vallen een vergoeding toe te kennen uitgaande van de categorie waar de patiënt volgens de indicatie recht op heeft,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Agema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1009 (29689).

Dan is het woord aan mevrouw Sazias van de fractie van 50PLUS.

Mevrouw Sazias (50PLUS):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb een motie over een onderwerp waar we het al een paar keer over hebben gehad en waar 50PLUS ook een hoorzitting over heeft georganiseerd omdat we dat een erg belangrijk onderwerp vinden, aangezien het door slikken van antidepressiva wel wordt vergoed door iedereen maar het afbouwen niet. Natuurlijk moet ik erbij zeggen dat deze motie tot stand gekomen is mede namens de heer Van Gerven van de SP, die de motie ook heeft meeondertekend.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het algemeen wetenschappelijk is aanvaard dat geleidelijke afbouw van antidepressieve medicatie een goede manier is om met deze medicatie te kunnen stoppen als deze niet meer nodig is;

overwegende dat er een multidisciplinair consensusdocument ligt over afbouwmedicatie bij antidepressiva met daarin voorbeelden hoe deze medicatie kan worden afgebouwd, maar dat dit voorbeelden zijn en niet dienen te worden geïnterpreteerd als enig mogelijke standaard om medicatie af te bouwen;

constaterende dat er zorgverzekeraars zijn die de afbouwmedicatie op medische indicatie standaard vergoeden en er andere zijn die dat niet doen;

spreekt uit dat de afbouwmedicatie door alle zorgverzekeraars op medische indicatie dient te worden vergoed,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Sazias en Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1010 (29689).

Dan is nu het woord aan onze eerste spreker van vandaag, mevrouw Van den Berg van de fractie van het CDA.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat chronische zieken die fysiotherapie nodig hebben afhankelijk zijn van een aanvullend pakket voor de eerste twintig behandelingen;

overwegende dat het Zorginstituut in het kader van het systeemadvies onderzoekt of de aanspraken fysiotherapie anders kunnen worden gedefinieerd en dat de Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving in haar advies "Zonder context geen bewijs" heeft geadviseerd andere methoden van onderzoek toe te laten;

overwegende dat het toevoegen van deze eerste twintig behandelingen voor chronisch zieken aan het basispakket enerzijds de premie van de basisverzekering doet stijgen maar anderzijds elders in de zorg kosten kan laten dalen;

overwegende dat substitutie van zorg vanuit de tweede lijn naar de eerste lijn opgenomen staat in de verschillende zorgakkoorden en dat dit bijdraagt aan het bieden van "de Juiste Zorg op de Juiste Plek";

verzoekt de regering te onderzoeken wat de voor- en nadelen, kosten en opbrengsten zijn om fysiotherapie voor chronisch zieken in het basispakket op te nemen en de Tweede Kamer voor het algemeen overleg over het pakketbeheer 2020 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg, Raemakers en Ellemeet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1011 (29689).

Eén korte vraag, mevrouw Ellemeet. Kort.

Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Een korte vraag. We hebben het gisteren in het algemeen overleg Eerstelijnszorg hier ook uitgebreid over gehad. Ik vind het ook een erg belangrijk punt. Mevrouw Van den Berg gaf toen aan dat zij met een motie zou komen, dus ik heb dat zelf niet gedaan, maar ik zou hem graag meeondertekenen.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Ik kijk even naar meneer Raemakers. Dat is prima, dank u wel.

Dan de tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in juni 2018 een rapportage is uitgebracht door de ACM en de NZa "Beter kiezen op de polismarkt";

constaterende dat in deze rapportage geanalyseerd is hoeveel de verschillende modelpolissen daadwerkelijk van elkaar verschillen;

overwegende dat uit deze rapportage blijkt dat er veel gelijkwaardige polissen zijn met forse prijsverschillen, zogenoemde kloonpolissen, en dat dat onwenselijk is;

overwegende dat de NZa begin 2020 opnieuw de polissenmarkt in kaart brengt (motie-Van den Berg, 35000-XVI, nr 32, en motie-Geleijnse/Van den Berg, 25689, nr 971);

van mening dat je bij gelijke polissen eenzelfde soort prijs moet betalen en dat die informatie transparant moet worden weergegeven;

verzoekt de regering begin 2020 ook de ACM en de NZA opnieuw het juni 2018-onderzoek te laten doen waarbij er specifiek gekeken wordt naar zichtbaarheid van informatie bij gelijksoortige polissen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1012 (29689).

De voorzitter:
Tot zover de termijn van de Kamer. Ik schors tot 11.45 uur en dan gaan we luisteren naar de minister.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Het woord is aan de minister. We hebben twaalf moties en niet zo heel veel minuten meer.

Minister Bruins:
Voorzitter. De motie op stuk nr. 1001 verzoekt het kabinet om de komende begroting met een voorstel te komen om glucosesensoren weer in het pakket op te nemen. Ik ontraad de motie. Het Zorginstituut onderzoekt op dit moment voor wie de FGM nog meer vergoed kan worden. In het debat heb ik gezegd dat daar voor het einde van dit jaar uitsluitsel over moet zijn. Deze motie loopt daarop vooruit. Ik ontraad de motie op stuk nr. 1001.

De motie op stuk nr. 1002 verzoekt de regering om maatregelen te nemen om bijbetaling van Priadel te voorkomen. Ik ontraad ook deze motie. Ik wil eerst een gesprek met de fabrikant om er achter te komen wat er achter de prijsverhoging zit. Ik ga dus eerst de fabrikant uitnodigen. Vraag één is: waarom moet de prijsverhoging worden gedaan, meneer de fabrikant? Vraag twee zal zijn: meneer de fabrikant, kunt u uw prijs ook weer neerwaarts bijstellen? In de motie wordt opgedragen om de bijbetaling nu al te verhogen. Daarmee verzwak ik mijn gesprek met de fabrikant.

De voorzitter:
En dus is de motie ontraden.

Minister Bruins:
Ontraden, zekers.

Ook de motie op stuk nr. 1003 ontraad ik. Die vraagt om de kosten voor een bepaalde groep geneesmiddelen te maximeren op €250. Omdat deze geneesmiddelen niet onder de basisverzekering vallen, vallen de kosten ook niet onder de regeling maximering eigen bijdrage. Die geldt alleen voor eigen bijdragen voor geneesmiddelen die wel in de basisverzekering zitten.

Dat waren de drie moties van de zijde van de SP, voorzitter.

De heer Van Gerven (SP):
Allereerst over de motie op stuk nr. 1001 over de glucosemonitoring. De minister heeft het over flash, maar het gaat ook over de continue monitoring.

Minister Bruins:
Daarvan heb ik in het debat gezegd dat ik ga vragen of ook de continue glucosemonitoring kan worden betrokken in het onderzoek naar de effectiviteit. Ik heb dat aan het Zorginstituut voorgelegd. Ik heb gevraagd of het Zorginstituut voor 10 juli — een willekeurige datum — kan antwoorden op de vraag of de CGM, de continue glucosemonitoring, ook in het onderzoek kan worden betrokken.

De heer Van Gerven (SP):
Dan nog de motie op stuk nr. 1002 over de Priadelkwestie. Ik neem aan dat de minister het ermee eens is dat de bijbetaling ongewenst is. Hij gaat in gesprek. Is hij ook van mening dat er voor die categorie geneesmiddelen eigenlijk geen bijbetaling zou moeten zijn?

Minister Bruins:
Dat gaat me nou weer net even te snel. Het gesprek dat ik nog zal hebben met de fabrikant is er ten eerste op gericht om tekst en uitleg te krijgen waarom de prijsverhoging noodzakelijk was volgens de fabrikant. Vraag twee zal zijn of de prijs weer omlaag kan.

De voorzitter:
Helder. De motie op stuk nr. 2004 van mevrouw Ploumen.

Minister Bruins:
Voorzitter. Die motie verzoekt de regering alle vormen van anticonceptie per 1-1-2020 weer op te nemen in het pakket. Ik ontraad die motie. In de eerste plaats is er bij anticonceptie natuurlijk geen sprake van ziekte of een medische aandoening. Daarnaast gaat het op jaarbasis om beperkte kosten van deze middelen. Daarmee voldoet anticonceptie dus niet aan het pakketcriterium "noodzakelijk te verzekeren zorg". Tot zover de tekst uit de Zorgverzekeringswet, waarvan ik denk dat de indiener van de motie die ook zelf al had gezien. Ik wil nog op het volgende wijzen. Juist voor vrouwen die door een stapeling van problemen en beperkingen een verhoogde kwetsbaarheid hebben, heeft VWS het actieprogramma Kansrijke Start en de actielijn Nu Niet Zwanger opgezet. Nu Niet Zwanger wordt landelijk uitgerold. Collega De Jonge is van plan om voor vrouwen in de doelgroep van Nu Niet Zwanger die een abortus hebben ondergaan en geen anticonceptie kunnen betalen, een vergoeding van de anticonceptie te regelen. Voor deze kwetsbare vrouwen wordt dus in het kader van Nu Niet Zwanger een vergoeding van de anticonceptie geregeld, maar dus niet over de gehele breedte. Met dit antwoord wil ik ook aangeven dat ik de brief van de NVOG die mevrouw Ploumen mij heeft aangereikt in het debat, de brief met de kleine lettertjes, tot mij heb genomen.

De voorzitter:
Eén vraag, mevrouw Ploumen.

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Dat is natuurlijk heel teleurstellend. De teller van de mensen die de petitie hebben ondertekend loopt door. We zitten nu ruim boven de 40.000. Het is goed dat onderkend wordt dat kwetsbare vrouwen een extra probleem hebben, maar bijna alle mannen en vrouwen in Nederland zouden hier enorm mee geholpen zijn. Het is een algemeen belang. Ik zou de minister willen vragen om hier toch nog een keer goed over na te denken, ook op basis van de adviezen van medici die ik hem heb aangereikt.

Minister Bruins:
Zeker. Ik begrijp het vraagstuk. Ik wilde het dus ook niet bij het eerste gedeelte van mijn antwoord laten, waarmee ik een uitleg geef aan de Zvw die u ook van mij verlangt. De Zorgverzekeringswet is hier in de Tweede Kamer aangenomen. Daar is geen misverstand over mogelijk. Maar ik zie het vraagstuk en ik probeer daarom te benoemen voor welke specifieke groep vrouwen wel een regeling wordt getroffen.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1005.

Minister Bruins:
Deze motie verzoekt de regering de eigen bijdrage voor poliklinische bevalling zonder medische indicatie af te schaffen. Ik ontraad deze motie. Het gaat er bij poliklinische bevallingen om dat er voor de bevalling in een geboortecentrum of een polikliniek een indicatie bestaat. Door het ontbreken van zo'n indicatie wordt een beroep gedaan op de aanwezigheid van ziekenhuisfaciliteiten, terwijl daarvoor geen indicatie, geen noodzaak bestaat. Met afschaffing van deze eigen betaling zou dus een vorm van niet-geïndiceerde zorg volledig, zonder eigen betaling voor niet-noodzakelijke faciliteiten, uit het Zorgverzekeringswetpakket worden vergoed.

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 1006, die is ingediend door de heer Raemakers en is medeondertekend door mevrouw Van den Berg. In deze motie wordt de minister opgeroepen om de zorgverzekeraars te verzoeken in overleg met de beroepsgroep en patiëntenvereniging een goede overgangsregeling te treffen voor de huidige patiënten die nu neuromodulatie gebruiken en die mogelijk geraakt worden door het standpunt van het Zorginstituut. Ik laat het oordeel over deze motie aan de Kamer. Zoals ik u gisteren bij brief heb laten weten, heb ik vanwege de ontstane onrust contact gezocht met het Zorginstituut. Het goede nieuws is dat neuromodulatie voor veel patiënten een effectieve behandeling is en blijft, maar er is ook een groep van naar verwachting 20% van de bestaande patiënten voor wie dit niet meer het geval zal zijn. Ook ik vind het van belang dat er voor deze groep een goede overgangsregeling komt. Vandaar oordeel Kamer voor deze motie.

Dan de motie op stuk nr. 1007, over pijnbeleid. Het is een langer dictum, maar dit is het trefwoord. Ook deze motie geef ik oordeel Kamer. Er gebeurt al veel om de zorg rondom pijn te verbeteren. Daarvoor zijn vele professionals, vele veldpartijen, actief. Zij werken op dit moment aan een kwaliteitsstandaard rondom goede zorg bij chronische pijn. Bij het opstellen van deze standaard werken patiënten en beroepsgroepen en zorgverzekeraars samen. Daarnaast heeft ZonMw — de heer Raemakers sprak daarover — de afgelopen tijd drie keer een onderzoeksprogramma naar pijn gehad. Met behulp van subsidies hebben wij pijnkenniscentra opgezet. Dat is allemaal steeds gebeurd met het oog op het verbeteren van pijnzorg. Als de Kamer behoefte heeft aan een overzicht waarom in de motie wordt gevraagd, dan ben ik graag bereid om dat te maken. Daarom laat ik het oordeel over deze motie aan de Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 1008, die de regering verzoekt om samen met het reumaveld tot een werkwijze te komen die wél haalbaar is, waardoor fysiotherapie weer in het basispakket kan worden opgenomen voor patiënten met een reumatische aandoening. De effectiviteit kan niet tegelijk voor alle reumatische aandoeningen worden vastgesteld. Er zal dus altijd meer gedifferentieerd moeten worden gekeken naar fysiotherapie en oefentherapie bij reuma. Zo is het Zorginstituut daar vorig jaar op ingegaan. Ik ontraad dus deze motie. Dat is de route die ik ook in het overleg heb gevolgd.

De motie op stuk nr. 1009 verzoekt de regering hoortoestellen die buiten het vergoedingsstelsel vallen, een vergoeding toe te kennen, uitgaande van de categorie waar de patiënt volgens de indicatie recht op heeft. Ik ontraad die motie. Ik heb hierover ook in het debat gesproken. Indien een slechthorende is aangewezen op specifieke, bijzondere functionaliteiten en er een medische noodzaak is, dan kunnen zeer complexe hoortoestellen ook worden vergoed. Dat is dan al verzekerde zorg.

De motie op stuk nr. 1010 spreekt uit dat de afbouwmedicatie door alle zorgverzekeraars op medische indicatie dient te worden vergoed. De indieners weten heel goed dat een dergelijke vergoeding in individuele gevallen al mogelijk is vanwege die medische indicatie. Dan is er ook een magistrale bereiding mogelijk. Ik zou willen dat er een algemene lijn was, maar daarover heeft niet alleen 50PLUS een rondetafel georganiseerd. Ik heb in het AO gezegd dat ik ook een soortgelijk initiatief wil starten, waarbij ik nog andere partijen wil betrekken. Ik kan op dit moment niet met deze motie akkoord gaan. Ik ontraad dus deze motie.

De motie op stuk nr. 1011 verzoekt de regering te onderzoeken wat de voor- en nadelen, kosten en opbrengsten zijn om fysiotherapie voor chronisch zieken in het basispakket op te nemen en de Tweede Kamer voor het algemeen overleg over pakketbeheer in 2020 te informeren. Ik neem fysiotherapie voor chronisch zieken niet zomaar op in het basispakket, zoals ook gedeeld in het debat. Net als mevrouw Van den Berg vind ik de substitutiewinst belangrijk. Daarom is goed onderzoek echt noodzakelijk. Het Zorginstituut onderzoekt daarom fysiotherapie telkens voor specifieke chronische aandoeningen. Dit onderzoek is inmiddels voor drie aandoeningen afgerond. Dat heeft geleid tot opname in het pakket van fysiotherapie vanaf de eerste behandeling. Rond de jaarwisseling van dit jaar verwacht het Zorginstituut te kunnen adviseren over lagerugklachten, een vierde aandoening. Het Zorginstituut zal los daarvan al dit najaar in overleg met mij de onderzoeksmethodiek voor fysiotherapie bezien. Wellicht zijn er andere onderzoeksmethoden denkbaar die tot een sneller onderzoeksresultaat leiden. Zo is daar gisteren ook over gesproken in weer een ander debat. Als ik deze motie zo mag uitleggen, geef ik die oordeel Kamer.

De voorzitter:
Mevrouw Van den Berg, u heeft een vraag?

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Ik ga hier nog even over nadenken, want volgens mij wordt de motie nu wel erg ingeperkt. Vandaar.

De voorzitter:
Dus in dat geval …

Minister Bruins:
Ik wacht het even af. Ik heb mijn appreciatie aan de motie gegeven. Als er een andere interpretatie aan gegeven moet worden …

De voorzitter:
Maar anders is ie ontraden?

Minister Bruins:
Anders is ie ontraden, ja. Altijd.

Als het goed is had ik nog één motie, die op stuk nr. 1012. Ik stel voor dat die motie wordt aangehouden. De motie verzoekt de regering om begin volgend jaar de ACM en de NZa opnieuw het onderzoek uit juni 2018 te laten doen, waarbij specifiek gekeken wordt naar de zichtbaarheid van informatie bij gelijksoortige polissen. Ik heb uw Kamer toegezegd dat ik begin 2020 laat monitoren hoe het polisaanbod inclusief collectiviteiten, ook gemeentelijke collectiviteiten, zich ontwikkelt. Dat wil ik eerst doen. Als daarna aanvullend onderzoek moet worden gedaan, moeten we dat alsdan besluiten. Daarom zou ik deze motie op dit moment willen aanhouden.

De voorzitter:
Ik kijk even naar mevrouw Van den Berg.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Dat is goed, voorzitter.

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Van den Berg stel ik voor haar motie (29689, nr. 1012) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Tot zover dit debat. Dank aan de minister voor zijn aanwezigheid. Vannacht, diep in de nacht, gaan we stemmen over deze moties. Ik schors even en dan hebben we een volgende bewindspersoon.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Passend onderwijs

Passend onderwijs

Aan de orde is het VAO Passend onderwijs (AO d.d. 26/06).

De voorzitter:
Aan de orde is het VAO Passend onderwijs. Een hartelijk woord van welkom aan de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs. Wij hebben zes sprekers van de zijde van de Kamer. De eerste staat reeds te trappelen van ongeduld en dat is de heer Rudmer Heerema van de fractie van de VVD. Het woord is aan hem.

De heer Rudmer Heerema (VVD):
Voorzitter, dank u wel. Dit VAO gebruik ik om twee moties in te kunnen dienen. De eerste motie gaat over hoogbegaafde kinderen. In het AO zat wat licht tussen wat de minister voor ogen had hoe die kinderen het best ondersteund konden worden en hoe ik dat wil. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat samenwerkingsverbanden heel verschillend omgaan met geïndiceerde hoogbegaafde kinderen;

tevens constaterende dat kinderen met ondersteuningsbehoeften geen extra bijdrage hoeven te betalen, behalve als ze hoogbegaafd zijn, en dat deze extra bijdrage vaak honderden euro's per maand bedraagt;

overwegende dat het niet uit zou moeten maken waar een hoogbegaafd kind woont of het de juiste ondersteuning kan krijgen;

tevens overwegende dat samenwerkingsverbanden niet alleen inzet moeten plegen voor kinderen met een ondersteuningsbehoefte die moeite hebben om mee te komen, maar ook moeten investeren in kinderen die hoogbegaafd zijn;

verzoekt de regering de samenwerkingsverbanden op te dragen om, conform hun taakstelling, ook het passend onderwijs aan hoogbegaafde kinderen te bekostigen, net zoals voor kinderen met andere ondersteuningsbehoeften, en te voorkomen dat voor een dergelijk passend onderwijsaanbod een eigen bijdrage aan ouders gevraagd wordt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Rudmer Heerema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 313 (31497).

De heer Rudmer Heerema (VVD):
Voorzitter. De tweede motie betreft de samenwerkingsverbanden, waar we veel over hebben gewisseld in het algemeen overleg.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat door de vrijheid die gepaard gaat met de Wet passend onderwijs samenwerkingsverbanden een heel verschillend aanbod aan ondersteuning aanbieden;

tevens constaterende dat ouders verhuizen of kinderen bij opa en oma worden ingeschreven om een passend onderwijsaanbod te kunnen krijgen en het voor kinderen dus daadwerkelijk uitmaakt waar ze wonen en onder welk samenwerkingsverband ze vallen of er een passend onderwijsaanbod verzorgd kan worden;

overwegende dat het niet uit zou moeten maken waar een kind woont om de juiste onderwijsondersteuning te krijgen;

tevens overwegende dat er samenwerkingsverbanden zijn die kwalitatief goed werken en er samenwerkingsverbanden zijn die nog een ruime groeipotentie hebben;

verzoekt de regering om bij de evaluatie passend onderwijs in kaart te brengen hoe effectief samenwerkingsverbanden opereren, welke verschillen er tussen samenwerkingsverbanden zijn, onder meer wat betreft aanbod en organisatievorm, en hoe de vereveningsopgave eruitziet ten opzichte van de reserveposities;

verzoekt de regering tevens om daarbij op basis van de evaluatieonderzoeken en de ervaringen met samenwerkingsverbanden te onderzoeken welke verschillende organisatiemogelijkheden er zijn om passend onderwijs zo goed mogelijk vorm te kunnen geven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Rudmer Heerema en Westerveld. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 314 (31497).

Lekker kort en puntig, maar dat mag, hoor, meneer Heerema. Het woord is aan de heer Kwint.

De heer Kwint (SP):
Vorige week stond ik hier en mocht ik meneer Heerema's collega El Yassini complimenteren met zijn debuutroman, maar ik geloof dat de heer Heerema ondertussen ook een aardig stukje geschreven heeft.

Het passend onderwijs zit vast, muurvast. Wij hebben een paar voorstellen om te proberen dat vlot te trekken, in de hoop dat kinderen de zorg en ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. De eerste motie zal de minister niet helemaal onbekend voorkomen. Die is al vaker ingediend. Deze keer is de tekst geïnspireerd op de motie van mijn voorganger Manja Smits uit 2011, die toen al hiervoor waarschuwde.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bij de invoering van de Wet passend onderwijs samenwerkingsverbanden zijn vrijgelaten in het formuleren van hun visie op basisondersteuning;

van mening dat het ontbreken van vaste criteria voor basisondersteuning kan leiden tot rechtsongelijkheid tussen regio's en scholen, en tevens leidt tot onduidelijkheid en onzekerheid voor ouders, docenten en leerlingen;

voorts van mening dat het de kwaliteit van onderwijs ten goede komt als het personeel van scholen weet wat er van ze verwacht wordt;

verzoekt de regering om in overleg met ouderorganisaties, samenwerkingsverbanden en leraren te komen tot een formulering van een landelijke norm voor basisondersteuning per schoollocatie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kwint, Westerveld en Van den Hul. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 315 (31497).

De heer Kwint (SP):
We hebben het ook gehad over speciaal onderwijs. Mijn zorg is dat er steeds meer scholen voor speciaal onderwijs verdwijnen. De minister was daar niet bekend mee. Stomtoevallig sprak ik twee dagen later een directeur die zei ook één vestiging te moeten gaan sluiten. Het probleem is dat ze wel verdwijnen maar dat het onmogelijk is om een nieuwe school op te richten. Daarom:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het aantal leerlingen in het speciaal en speciaal basisonderwijs weer toeneemt;

constaterende dat het stichten van nieuwe scholen voor speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs praktisch onmogelijk is gemaakt;

van mening dat het speciaal onderwijs voor een groep leerlingen een uitstekende plek is om passend onderwijs te genieten;

verzoekt de regering de huidige wettelijke belemmeringen en inperkingen voor het oprichten van scholen voor speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs weg te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kwint. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 316 (31497).

De heer Kwint (SP):
Ten slotte de thuiszitters, in dit geval specifiek een kleine groep thuiszitters in Rotterdam die het slachtoffer dreigen te worden van een politiek steekspel, waar ook ik — hoe zeg je dat netjes? — weinig van snap, en ik word ervoor betaald om dat soort dingen te snappen, laat staan dat het voor die kinderen nog te begrijpen is.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de kinderen van Acato in Rotterdam, die eerst merendeels thuiszitters waren, ontzettend geholpen waren met dit initiatief van betrokken ouders;

van mening dat zij niet de dupe mogen worden van een hoogoplopend conflict tussen betrokkenen;

verzoekt de regering de leiding te nemen in de gezamenlijke zoektocht naar een oplossing voor deze kinderen, en de Kamer over de uitkomst van deze zoektocht te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kwint. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 317 (31497).

Dan mevrouw Westerveld van de fractie van GroenLinks.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bij de invoering van passend onderwijs 152 samenwerkingsverbanden zijn ingesteld die allen een eigen bestuur, raad van toezicht, staf en huisvesting hebben;

overwegende dat onderwijsgeld zo veel mogelijk naar de klas moet gaan en de ondersteuning van leerlingen;

verzoekt de regering in kaart te brengen wat de kosten van samenwerkingsverbanden zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld en Van Meenen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 318 (31497).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat samenwerkingsverbanden gemiddeld hoge financiële reserves aanhouden en volgens de laatste gegevens 238 miljoen euro op de bank hebben;

constaterende dat ook de onderwijsinspectie stelt dat samenwerkingsverbanden onvoldoende in staat zijn om gericht bij te sturen en "in het duister tasten";

overwegende dat dit geld bedoeld is voor zorgleerlingen;

overwegende dat ook scholen financiële reserves aanhouden en daarmee de risico's kunnen dekken;

verzoekt de regering te onderzoeken of het mogelijk is dat samenwerkingsverbanden geen financiële reserves aanhouden door afspraken te maken met de aangesloten scholen of een landelijk reservefonds,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld, Van den Hul en Kwint. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 319 (31497).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat veel samenwerkingsverbanden goed functioneren, maar andere worden ervaren als een extra bureaucratische bestuurslaag;

overwegende dat ook andere vormen van samenwerking zonder een extra bestuurslaag denkbaar zijn;

verzoekt de regering om te onderzoeken wat de gevolgen zijn van het schrappen van de wettelijke verplichting van de samenwerkingsverbanden;

verzoekt de regering tevens hierbij in te gaan op alternatieve vormen van regionale samenwerking,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld, Kwint en Van den Hul. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 320 (31497).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er een leerplicht is, maar dat die vaak wordt ondermijnd door vrijstellingen in de wet en er daardoor veel kinderen thuiszitten;

overwegende dat het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap stelt dat iedereen recht heeft op onderwijs;

constaterende dat dit kabinet gaat onderzoeken op welke wijze het leerrecht van kinderen wettelijk kan worden vastgelegd;

verzoekt de regering bij dit onderzoek ook te kijken naar wat nodig is om de wettelijke mogelijkheid tot vrijstelling van de leerplicht te schrappen, en de Kamer voor de eindevaluatie passend onderwijs te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld en Kwint. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 321 (31497).

Vier moties, dat moeten er meer kunnen zijn!

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Dit wordt de vijfde, maar ik had er misschien wel zes kunnen indienen.

De voorzitter:
Ik vrees het ook.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Mijn vijfde motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet voornemens is de kwalificatieplicht te verhogen naar 21 jaar;

overwegende dat jongeren niet altijd zijn uitgeleerd, bijvoorbeeld omdat jongeren met een lichamelijke handicap vaak jarenlang school hebben gemist, jongeren met het syndroom van Down ook vaak een spraakachterstand hebben en jongeren met een ernstige meervoudige beperking meer tijd nodig hebben om te leren;

overwegende dat de ontwikkeling van leerlingen centraal moet staan en niet de leeftijd;

verzoekt de regering, in de uitwerking van de plannen over de kwalificatieplicht ervoor te zorgen dat deze groep leerlingen ook na hun 21ste onderwijs kan blijven volgen als ze nog niet zijn uitgeleerd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld en Van den Hul. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 322 (31497).

Dank u wel. Dan mevrouw Van den Hul van de fractie van de Partij van de Arbeid.

Mevrouw Van den Hul (PvdA):
Voorzitter. Drie moties, te beginnen met het praktijkonderwijs.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het praktijkonderwijs regulier onderwijs is;

constaterende dat het praktijkonderwijs niettemin valt onder de systematiek van het passend onderwijs en dat voor toelating van een kind tot een school voor praktijkonderwijs telkens een toelaatbaarheidsverklaring van een samenwerkingsverband nodig is;

van oordeel dat dit de toeleiding van de betrokken kinderen naar het praktijkorderwijs belast met onnodige bureaucratie;

voorts overwegende dat de aantallen leerlingen bij het praktijkonderwijs al meer dan 20 jaar min of meer gelijk zijn en deze zich meebewegen met de demografische ontwikkelingen, zodat zo'n rem op de groei van praktijkonderwijs ook niet noodzakelijk is gebleken;

verzoekt de regering om het praktijkonderwijs buiten de systematiek van het passend onderwijs te plaatsen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Hul. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 323 (31497).

Mevrouw Van den Hul (PvdA):
Mijn tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit de AOb-enqûete Vijf jaar passend onderwijs blijkt dat slechts 37% van de leraren aangeeft dat er op de lerarenopleiding aandacht is voor passend onderwijs en dat van die leraren die aangeven dat er aandacht is voor passend onderwijs 92,3% aangeeft dat het hun in minimaal de helft van de gevallen onvoldoende heeft voorbereid op de praktijk van passend onderwijs;

overwegende dat het een voorwaarde is voor echt passend onderwijs dat leraren tijdens hun opleiding goed daarop worden voorbereid;

verzoekt de minister om in overleg te treden met de lerarenopleidingen over hoe passend onderwijs beter geborgd kan worden in het curriculum,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Hul en Westerveld. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 324 (31497).

Mevrouw Van den Hul (PvdA):
En tot slot.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat elk kind er zeker van moet zijn zich te kunnen ontwikkelen op het niveau dat het beste bij haar of hem past;

overwegende dat het niet goed is voor hun ontwikkeling als deze kinderen dagelijks urenlang moeten reizen naar school en terug;

van oordeel dat niet eenzijdig de beschikbare capaciteit van scholen, maar vooral het belang van het kind doorslaggevend moet zijn;

verzoekt de regering om erop toe te zien dat kinderen met een speciale zorgbehoefte zo veel als redelijkerwijs mogelijk een onderwijsaanbod kunnen krijgen binnen redelijke afstand van huis,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Hul, Kwint en Westerveld. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 325 (31497).

Dank u wel. De laatste spreker van de zijde van de Kamer is de heer Van Meenen van de fractie van D66.

De heer Van Meenen (D66):
Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de gezamenlijke samenwerkingsverbanden in 2017 een positief resultaat boekten van €32 miljoen en dit toevoegden aan een ruime reserve;

constaterende dat samenwerkingsverbanden relatief weinig risico lopen en vrijwel geen langlopende verplichtingen hoeven aan te gaan, waardoor ze geen hoge reserves hoeven aan te houden;

overwegende dat dit in schril contrast staat tot de klachten van scholen, leraren, ouders en leerlingen over een gebrek aan ondersteuning in de klas;

overwegende dat deze middelen beter ingezet kunnen worden voor bijvoorbeeld een tijdelijke aanvulling van het extra ondersteuningsbudget op scholen, professionalisering van leraren of het verbeteren van lesmateriaal en leermiddelen;

verzoekt de regering nog dit jaar afspraken te maken met de samenwerkingsverbanden over het zo snel mogelijk inzetten van reserves,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Meenen en Rog. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 326 (31497).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in 2020 de eindevaluatie komt van de Wet passend onderwijs;

overwegende dat het van belang is dat alle betrokken partijen integraal kijken wat er nodig is om de resultaten van de evaluatie om te zetten in een gezamenlijke weg naar inclusief onderwijs voor ieder kind;

verzoekt de regering een brede coalitie op te bouwen in ieder geval bestaande uit leraren, schoolleiders, ouders, leerlingen, besturen, gemeenten, kinderopvang en (jeugd)zorg om tot inclusief en goed onderwijs voor ieder kind te komen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Meenen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 327 (31497).

Als u twee dagen de hik heeft ...

De heer Van Meenen (D66):
Volgens mij is het nu over.

De voorzitter:
Het is nu over! Dat is mijn invloed. Ik schors voor vijf minuten. Daarna gaan we luisteren naar de minister.

De vergadering wordt van 12.19 uur tot 12.26 uur geschorst.

De voorzitter:
Het woord is aan de minister. Ik beperk de vragen tot de eerste indiener: één vraag per motie.

Minister Slob:
Dank u wel, voorzitter. Ik had even wat tijd nodig om het allemaal te ordenen, want het waren er heel wat. Het gaat ook om een behoorlijk omvangrijk onderwerp. Ik heb in het algemeen overleg aangegeven dat we datgene wat we werkende weg richting de evaluatie kunnen doen, ook zullen oppakken. Maar als het echt om ingrijpende zaken gaat, dan gebruiken we daar de evaluatie voor. Die evaluatie heb ik naar voren gehaald, ook op verzoek van de Kamer. Met die ogen heb ik ook naar de moties gekeken. Alle onderwerpen die langskomen, zijn wat mij betreft bespreekbaar, niet alleen nu maar ook bij de evaluatie. Maar we moeten dat wel op een zorgvuldige manier doen. Vandaar dat ik de moties op de volgende manier zal beoordelen.

Allereerst de motie van de heer Heerema op stuk nr. 313. Hij dacht wat licht te zien tussen mijn beantwoording in het algemeen overleg en datgene wat hij wil vragen. Ik kan deze motie oordeel Kamer geven, omdat het volkomen terecht is dat er ook voor deze kinderen een passend aanbod moet komen. U haalt er nu één categorie uit, maar er zijn natuurlijk nog andere voorbeelden te geven. Maar dit is wel de wijze waarop we daarmee moeten omgaan, dus de motie op stuk nr. 313 krijgt oordeel Kamer.

De motie-Heerema/Westerveld op stuk nr. 314 geef ik ook oordeel Kamer. Deze motie geeft duidelijk aan dat er op basis van de evaluatieonderzoeken en de ervaringen die er zijn — die worden natuurlijk ook bij de evaluatie meegenomen — verder moet worden gekeken. Als de motie op die wijze is geformuleerd, kan ik haar oordeel Kamer geven.

Er is ook een motie van mevrouw Westerveld op dit onderdeel. Ik moet even kijken welke dat was. Het gaat om de motie op stuk nr. 320. Die ontraad ik. Ik doe het op de wijze zoals die hier is geformuleerd. Op deze wijze zullen we bij de evaluatie heel gericht verder spreken over de toekomst van de samenwerkingsverbanden. De motie op stuk nr. 314 geef ik oordeel Kamer en de motie op stuk nr. 320 ontraad ik.

De motie-Kwint c.s. op stuk nr. 315 grijpt behoorlijk diepgaand in in het stelsel, nog voordat we de evaluatie hebben. Die heb ik op verzoek van uw Kamer naar voren gehaald. Het is evident dat we over dit onderwerp, de basisondersteuning, moeten spreken, maar dat doen we wel op basis van de evaluatie die naar ons toe komt. Dat is ook de richting waar ik vanuit het regeerakkoord mee aan het werk ben gegaan. We hebben heel duidelijk aangegeven dat we het stelsel deze regeerperiode overeind zullen houden. Ik heb daarbij heel nadrukkelijk de kanttekening gemaakt dat als je een evaluatie hebt, dat het moment is om heel gericht naar het stelsel en dit soort zaken te kijken. Ik ontraad deze motie, maar ik zeg daar nog een keer bij: bij de evaluatie, die we naar voren hebben gehaald, zal dit onderwerp terugkomen. Het zou bij zo'n groot onderdeel heel onzorgvuldig zijn om dat voorafgaand aan de evaluatie te doen.

De voorzitter:
Eén vraag van de heer Kwint.

De heer Kwint (SP):
Volgens mij zou ik de minister alleen maar helpen als hij ons bij de evaluatie meteen al kan laten zien hoe de basisondersteuning eruit gaat zien. Ik snap ook wel dat dat niet in een paar maanden geregeld is. Dat vereist nogal wat overleg. Wat betreft die stelselwijziging: het stelsel van passend onderwijs wordt hiermee niet afgeschaft. Het enige wat we doen, is vastleggen wat in ieder geval op elke school zal moeten gebeuren. Ik vind dat eerlijk gezegd niet zo'n hele grote ingrijpende stelselwijziging.

Minister Slob:
Dit raakt aan de uitgangspunten die zijn geformuleerd bij de start van het passend onderwijs. Toen is daar een bewuste keuze voor gemaakt, omdat we ook af wilden van de oude situatie van normen van bovenaf, labeling enzovoort. We hebben dat dus opengelaten. Je ziet nu dus weer een beweging terug naar hoe het ooit was, wat overigens ook niet echt als een hele aantrekkelijke situatie werd beschouwd. Ik vind die discussie heel legitiem, maar ik vind wel dat we haar op het juiste moment moeten voeren. Ik ontraad deze motie dus echt en zij zal ongetwijfeld terugkomen op een later moment.

De motie op stuk nr. 316 over de oprichting van sbo's — daar hebben we vaker over gesproken — ontraad ik. Die bevriezing is destijds niet voor niets tot stand gekomen, omdat de oprichting van meer scholen voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs niet paste bij de wens voor meer inclusief onderwijs. De inzet binnen het samenwerkingsverband moet zijn: regulier waar het kan en zo mogelijk de juiste ondersteuning bieden. Ik zie geen aanleiding om de wet op dit punt te wijzigen. Ook hiervoor geldt: bij de evaluatie kunnen deze onderdelen altijd weer terugkomen. Maar voor nu ontraad ik deze motie.

De voorzitter:
Eén vraag, de heer Kwint.

De heer Kwint (SP):
De realiteit is nu dat je het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs weer ziet toenemen. Ondertussen verdwijnen er scholen, maar mogen er geen nieuwe scholen worden opgericht. We kunnen toch, net als we dat voor andere scholen doen, gewoon kijken of er behoefte aan is en vervolgens de kans bieden om zo'n school op te richten, als we merken dat er nog steeds vraag, zelfs een groeiende vraag, naar is?

Minister Slob:
De nieuwe instroom betreft vooral wat jongere leerlingen; er is een lichte groei. Nogmaals, we hebben duidelijke redenen gehad, ook vanuit het streven naar meer inclusief onderwijs — daar kom ik zo bij een andere motie, de motie van de heer Van Meenen, nog op terug — om "regulier waar het kan en bijzonder waar het moet" af te spreken. Ik zie geen reden om voordat die evaluatie er is, nu al dergelijke wijzigingen, die best ingrijpend zijn, te laten plaatsvinden. Daarom ontraad ik deze motie.

Voorzitter. De heer Kwint heeft ook de motie op stuk nr. 317 ingediend over een aangelegenheid in Rotterdam rond Acato. Hij weet dat dit om een lokale aangelegenheid gaat en dat het een niet-erkende onderwijsinstelling betreft. Uiteraard volg ik, vanuit mijn positie, de situatie. Mijn ministerie heeft ook nauw contact met de lokale partijen, maar van bovenaf ingrijpen is wat ons betreft echt geen optie. De gemeente heeft ingegrepen, omdat de veiligheid en professionaliteit bij Acato niet kon worden gegarandeerd. De gemeente heeft een alternatief aanbod gecreëerd dat zo goed mogelijk voldoet aan de ondersteuningsbehoefte van deze kwetsbare kinderen. Daar is discussie over, omdat dat niet door iedereen zo wordt ervaren. Maar goed, dat moet wel plaatsvinden op de plek waar het hoort. Nogmaals, ik volg het op afstand en heb zelf de indruk dat men langzaam maar zeker wel tot iets zal komen, maar we moeten de verantwoordelijkheden die daar liggen op de juiste plek laten liggen. Wij denken iets minder centralistisch dan de SP.

Voorzitter. In de motie op stuk nr. 318 wordt verzocht om in kaart te brengen wat de kosten van de samenwerkingsverbanden zijn. Dat kan ik in de vorm van een toezegging doen, maar als u het via een motie wilt, dan kunnen wij dat natuurlijk bij de evaluatie in kaart brengen op basis van jaarrekeningen. Ik geef dus in principe oordeel Kamer, maar als u het vorige week had gevraagd, had ik het gelijk toegezegd.

Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 319 over de reserves. Deze motie zou ik willen ontraden, maar er is een andere motie, die wat mij betreft wel zou kunnen. Dat is de motie op stuk nr. 326 van de heer Van Meenen, die past bij waar we nu mee bezig zijn en die daar een nadere aanscherping van is. Dus op basis van het traject dat nu al loopt rond de reserves, waar de inspectie met signaleringswaardes richting de samenwerkingsverbanden mee bezig is, aangevuld met een nadere precisering in de vorm van de motie van de heer Van Meenen, moet het wel gaan leiden tot het uitgeven van het geld. De motie op stuk nr. 319 ontraad ik dus, en die op stuk nr. 326 geef ik oordeel Kamer.

De voorzitter:
Eén korte vraag van mevrouw Westerveld.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Het zijn toch echt wel andere moties. Die van mij vraagt om ook eens te onderzoeken of het mogelijk is om het bij samenwerkingsverbanden zo in te richten dat er geen financiële reserve nodig is. Kan de minister daarop ingaan? Waarom zouden we dat niet willen?

Minister Slob:
Op dit moment is de insteek ook dat geld dat beschikbaar wordt gesteld voor zorg aan kinderen, ook daaraan wordt besteed. We zagen dat bij een aantal samenwerkingsverbanden — dat is niet overal de situatie — er reserves ontstonden. Daarom hebben we de opdracht gegeven om gericht met deze samenwerkingsverbanden in gesprek te gaan. Zij moeten ook duidelijk maken waarom ze dat doen. Daarvoor moeten ze ook een heel gericht plan voorleggen aan de inspectie. In dat opzicht loopt dat gewoon al. Uiteindelijk is de doelstelling, vandaar dat ik de motie op stuk nr. 326 oordeel Kamer kon geven, dat geld niet langer op de plank blijft liggen dan strikt noodzakelijk is. Vandaar dat ik op deze wijze deze moties heb beoordeeld. Dus in feite wordt uw motie in het traject dat nu loopt al meegenomen.

De motie op stuk nr. 320 heb ik al ontraden. De motie op stuk nr. 321 ontraad ik ook. Dat is echt een heel vergaand iets wat u hier vraagt. We hebben ook in reactie op het rapport van de heer Dullaert aangegeven dat wij dat voor dit moment veel te ver vinden gaan, maar dat we uiteraard wel weer — ik kom weer terug bij de evaluatie — verder gaan kijken. Maar deze motie in deze vorm kan ik niet ondersteunen, dus ontraad ik haar.

Voorzitter. De motie op stuk nr. 322 is echt overbodig. We hebben het hier al een aantal keer over gehad. Leerlingen kunnen ook na hun 21ste op het vso blijven als dit past bij hun ontwikkeling. Daar is wel toestemming voor nodig. Er moet dus ook echt gericht gekeken worden naar de betreffende persoon of dit al dan niet de goede plek is. Maar in principe is er gewoon ruimte voor deze leerlingen. Ik vind deze motie dus echt overbodig en daarom ontraad ik haar. Anders gaat het verwarring opleveren, alsof we iets nieuws aan het doen zijn. Daar hebben we gewoon onze afspraken voor.

Voorzitter. Mevrouw Van den Hul heeft op stuk nr. 323 een motie ingediend over het praktijkonderwijs. Die ontraad ik ook. U kent mijn warme hart voor het praktijkonderwijs. Met name in deze dagen worden we verblijd met zulke mooie momenten op deze scholen nu ze hun eigen schooldiploma's krijgen; dat is echt heel bijzonder. Als je het praktijkonderwijs buiten het passend onderwijs gaat plaatsen, ontstaan er — ik noem het toch maar zo, maar het is een wat bestuurlijke manier van redeneren — perverse prikkels die voor niemand goed zijn, ook niet voor het praktijkonderwijs. Dat is de reden dat we het nu op deze manier geregeld hebben. Uiteraard moeten we er altijd naar streven om de administratieve lasten die horen bij het onderdeel zijn van zo'n vorm, waar het maar kan te verminderen. Daar blijven we naar kijken. Maar we vinden het echt ongewenst en ook niet goed als we de weg opgaan om ze daarbuiten te gaan plaatsen. Ik ontraad deze motie dus.

Voorzitter. De motie op stuk nr. 324 kan ik oordeel Kamer geven. We zullen met de lerarenopleidingen in gesprek gaan. Dit is ook een motie van mevrouw Van den Hul.

De motie op stuk nr. 325 ontraad ik omdat die echt overbodig is. Dit is de regelgeving. Dat het in de praktijk misschien niet altijd overal goed gaat, is iets anders. Daar moeten we gericht naar kijken op basis van de voorbeelden die er zijn. Maar er wordt op toegezien. Dit is de regel zoals we die met elkaar hanteren. Mede naar aanleiding van het algemeen overleg zijn mij wel een paar situaties onder ogen gekomen waarin ouders een andere keuze wilden maken met betrekking tot het speciaal onderwijs. Omdat een school geen ruimte meer had, kwamen de kinderen op een wachtlijst. Maar dan waren er wel andere scholen in de regio aanwezig en had het te maken met de specifieke keuze van ouders. Dan is het vooral van belang om te bezien waarom men dan niet voor die andere school kiest en wat er nodig is om te zorgen dat het vertrouwen van ouders in die school ook op orde is. Maar dit is gewoon de regel. Er wordt op toegezien, dus deze motie is overbodig. Ik ontraad haar.

De voorzitter:
Eén vraag van mevrouw Van den Hul.

Mevrouw Van den Hul (PvdA):
Ons zijn toch wel een boel problemen bekend, ook in het toezicht en vervolgens de stap erna, als blijkt dat het niet voldoende handen en voeten krijgt. Dat is lang niet altijd in situaties waarin het een keuze is van ouders; het kan ook echt een capaciteitskwestie zijn, zoals in de motie staat omschreven. Is de minister dan wel bereid om nader in deze casuïstiek te duiken, te kijken waar het wringt en in gesprek te gaan met samenwerkingsverbanden om te kijken wat er nodig is om wel meer onderwijs nabij thuis te bieden?

Minister Slob:
We zijn altijd bereid om heel specifiek naar situaties te kijken. Ik gaf net ook al aan welke situaties we in ieder geval hebben aangetroffen. Dat had te maken met de keuze van ouders voor een bepaalde school, die inderdaad aan zijn grens zat. Toen kwam men op een wachtlijst terecht. Maar er waren wel andere scholen die het aanbod konden bieden, ook in die regio, waar men geen gebruik van wilde maken. Dan moeten we daar ook heel gericht naar kijken. Deze motie is zo generiek, dat ik die ontraad. Maar als u daar voorbeelden van heeft, heeft u altijd de ruimte om die met ons te delen. Ik vind dat bij een onderwerp als dit ook passend. Ik zeg vaak: geef de rugnummers maar; dan kijken we er ook specifiek naar. Dat is een open uitnodiging aan iedereen, waar dat nodig is.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 327.

Minister Slob:
De motie op stuk nr. 326 had ik al oordeel Kamer gegeven.

De motie op stuk nr. 327 geeft in feite aan wat de situatie is. We hebben aan het begin van het passend onderwijs gezegd: regulier is de regel, maar we houden ook ruimte voor het speciaal onderwijs. Het is dus: regulier waar het kan, speciaal waar het moet. Het is logisch dat we daar op het moment dat er een evaluatie is ook weer met alle betrokken partijen naar gaan kijken. Dat moeten we dan wel doen met de zorg- en onderwijspartijen. Ik zie ook de kinderopvang erbij staan. Dat is geen onderdeel van passend onderwijs, dus die zou ik eruit willen halen. We willen met elkaar bekijken hoe we naar de toekomst toe de goede keuzes kunnen maken in het kader van inclusief onderwijs en wat de evaluaties ons opleveren. Ik ben bereid dat te doen. Als ik de motie op die manier mag lezen, dan geef ik haar oordeel Kamer.

De voorzitter:
Dank u wel. Dank aan de minister voor zijn aanwezigheid. Fijn dat u bij ons was. Tot zover dit debat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Vannacht stemmen wij over de moties die zojuist zijn ingediend. Ik schors tot 13.15 uur. Dan beginnen we eerst even met de commissie voor de Geloofsbrieven. Dat duurt op z'n hoogst één minuut. Daarna hebben wij de stemmingen en daarna hebben wij de regeling van werkzaamheden. Om 13.15 uur hebben we dus eerst de commissie voor de Geloofsbrieven, dan de stemmingen en dan de regeling van werkzaamheden, en dan gaan we door met ons reguliere programma.

De vergadering wordt van 12.42 uur tot 13.30 uur geschorst.

Voorzitter: Arib

Toelating mevrouw L.I. Wolters tot het Europees Parlement

Toelating mevrouw L.I. Wolters tot het Europees Parlement

Aan de orde is het verslag van de commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven over de toelating van mevrouw L.I. Wolters (PvdA) tot het Europees Parlement.

De voorzitter:
Ik geef mevrouw Pia Dijkstra het woord voor het uitbrengen van verslag namens de commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven. Het woord is aan mevrouw Pia Dijkstra.

Mevrouw Pia Dijkstra (lid van de commissie):
Dank u wel, voorzitter. Zoals u weet, gaat de commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven ook over degenen die gekozen worden voor het Europarlement. Er is iemand die zijn zetel niet heeft aanvaard. Daarom hebben wij onderzoek moeten doen naar de geloofsbrieven en de stukken die betrekking hebben op mevrouw L.I. Wolters te Brussel. Gelukkig is de commissie zoals gewoonlijk tot de conclusie gekomen dat ze terecht benoemd is verklaard tot lid van het Europees Parlement. De commissie stelt vast dat ze op grond van de nationale bepalingen tot lid van het Europees Parlement kan worden toegelaten. De commissie stelt dan ook voor dit te berichten aan de voorzitter van het Europees Parlement en uiteraard aan de benoemde. Tot slot stelt de commissie voor om het volledige rapport in de Handelingen op te nemen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik dank de commissie voor haar verslag en stel voor dienovereenkomstig te besluiten.

Daartoe wordt besloten.

(Het rapport is opgenomen aan het eind van deze editie.)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

De voorzitter:
Dan gaan we nu naar de stemmingen. Voordat we gaan stemmen, geef ik eerst de heer Wassenberg het woord.

De heer Wassenberg (PvdD):
Dank, voorzitter. Ik wil deze complexe dag graag nog iets complexer maken door op de valreep een motie te wijzigen. Bij de stemmingen onder agendapunt 8, over het ontwerpbesluit tot wijziging van het Vuurwerkbesluit, zou ik de motie op stuk nr. 572 zodanig willen wijzigen dat de heer Stoffer medeondertekenaar van de motie wordt.

De voorzitter:
En is de heer Stoffer daarmee akkoord? Ja. Dank u wel.

De motie-Wassenberg (28684, nr. 572) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Wassenberg en Stoffer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 572 (28684).

Dan ga ik naar de heer Van Raan, ook namens de Partij voor de Dieren.

De heer Van Raan (PvdD):
Voorzitter. Om het dan weer wat te versimpelen zouden wij graag onder agendapunt 28, de stemmingen over moties ingediend bij het debat over het pakket klimaatmaatregelen, de moties op de stukken nrs. 363 en 366 willen aanhouden. Dank u wel.

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Van Raan stel ik voor zijn moties (32813, nrs. 363 en 366) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Stemmingen

Stemmingen

Stemmingen Aanvullingswet natuur Omgevingswet

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Omgevingswet en enkele andere wetten in verband met de overgang van de Wet natuurbescherming naar de Omgevingswet (Aanvullingswet natuur Omgevingswet) (34985).

(Zie vergadering van 26 juni 2019.)

In stemming komt het gewijzigde amendement-De Groot/Dik-Faber (stuk nr. 23, I) tot het het invoegen van een onderdeel Ab.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66 en de ChristenUnie voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement het andere op stuk nr. 23 voorkomende gewijzigde amendement als verworpen kan worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Madlener/Kops (stuk nr. 22, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdD, 50PLUS, de PVV en FvD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 22 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Bisschop (stuk nr. 24).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fractie van de SGP voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

De heer Baudet.

De heer Baudet (FvD):
Ook wij willen graag voor het amendement-Bisschop stemmen.

De voorzitter:
Dan zal deze opmerking in de Handelingen worden opgenomen.

In stemming komt het amendement-Van Kooten-Arissen (stuk nr. 17).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, de SGP en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het amendement-Van Gerven/Van Kooten-Arissen (stuk nr. 48).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het amendement-Van Gerven/Van Kooten-Arissen (stuk nr. 47).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het amendement-Van Kooten-Arissen (stuk nr. 18).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Bisschop (stuk nr. 46, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de PVV en FvD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement het andere op stuk nr. 46 voorkomende gewijzigde amendement als verworpen kan worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Bromet (stuk nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, de ChristenUnie en FvD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Bromet (stuk nr. 49).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66 en de ChristenUnie voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van het amendement-Bromet (stuk nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemmingen overige moties Aanvullingswet natuur Omgevingswet

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Omgevingswet en enkele andere wetten in verband met de overgang van de Wet natuurbescherming naar de Omgevingswet (Aanvullingswet natuur Omgevingswet),

te weten:

  • de motie-Von Martels/De Groot over een leidraad over lichthinder (34985, nr. 25);
  • de motie-Von Martels c.s. over een kennis- en leerprogramma voor de uitdagingen in het groenbeheer (34985, nr. 26);
  • de motie-Von Martels c.s. over het voorkomen van faunaschade (34985, nr. 27);
  • de motie-Moorlag over een toetsingsladder voor natuurwaarden (34985, nr. 28);
  • de motie-Van Kooten-Arissen over de intrinsieke waarde van wilde dieren in de wet opnemen (34985, nr. 30);
  • de motie-Van Kooten-Arissen over de wildlijst van vrij bejaagbare dieren terugbrengen tot nul soorten (34985, nr. 31);
  • de motie-Van Kooten-Arissen over het afschaffen van de landelijke vrijstellingslijst (34985, nr. 32);
  • de motie-Van Kooten-Arissen over de vos van de vrijstellingslijst halen (34985, nr. 33);
  • de motie-Van Kooten-Arissen over het konijn van de vrijstellingslijst halen (34985, nr. 34);
  • de motie-Van Kooten-Arissen over het verbieden van kunstlicht bij vossenjacht (34985, nr. 35);
  • de motie-Van Kooten-Arissen over het niet toestaan van jacht in Natura 2000-gebieden (34985, nr. 36);
  • de motie-Van Kooten-Arissen over het verbieden van jachtwedstrijden (34985, nr. 37);
  • de motie-Van Kooten-Arissen over het loslaten van de nulstandgebieden voor wilde zwijnen (34985, nr. 38);
  • de motie-Van Kooten-Arissen over het verbieden van vangkooien bij de jacht (34985, nr. 39);
  • de motie-Van Kooten-Arissen over een jachtverbod tijdens de zoogperiode van de wolf (34985, nr. 40);
  • de motie-Van Kooten-Arissen over het verbieden van kaalkap (34985, nr. 41);
  • de motie-Van Kooten-Arissen over productie- en multifunctioneel bos niet langer meerekenen als beschermd natuurgebied (34985, nr. 42);
  • de motie-Van Kooten-Arissen over het stellen van regels ten aanzien van bos de uitsluitende bevoegdheid van het Rijk maken (34985, nr. 43);
  • de motie-Van Gerven over de instructieregels voor de provinciale NNN-toets aanpassen (34985, nr. 44);
  • de motie-Weverling c.s. over reductie van door in het wild levende dieren veroorzaakte schade (34985, nr. 45).

(Zie vergadering van 26 juni 2019.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Van Kooten-Arissen stel ik voor haar moties (34985, nrs. 41, 42 en 43) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Van Gerven (34985, nr. 44) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat ten opzichte van thans geldende regels voor benutting van gebieden binnen het Natuurnetwerk Nederland in het Besluit kwaliteit leefomgeving meer bestuurlijke afwegingsruimte wordt gecreëerd voor provincies;

overwegende dat het verschil in financiële draagkracht tussen provincies een verschil in het belang dat provincies toekennen aan de doelstellingen uit het natuurnetwerk met zich mee kan brengen;

van mening dat het al dan niet herbestemmen van natuur geen financiële overweging mag hebben;

verzoekt de regering de instructieregels voor de provinciale NNN-toets in het Besluit kwaliteit leefomgeving dusdanig in te richten dat deze overeenkomen met de regels in het huidige Besluit algemene regels ruimtelijke ordening,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 44 (34985).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Von Martels/De Groot (34985, nr. 25).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de VVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Von Martels c.s. (34985, nr. 26).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Von Martels c.s. (34985, nr. 27).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, DENK, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Moorlag (34985, nr. 28).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Kooten-Arissen (34985, nr. 30).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Kooten-Arissen (34985, nr. 31).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Kooten-Arissen (34985, nr. 32).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Kooten-Arissen (34985, nr. 33).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Kooten-Arissen (34985, nr. 34).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Kooten-Arissen (34985, nr. 35).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Kooten-Arissen (34985, nr. 36).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Kooten-Arissen (34985, nr. 37).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Kooten-Arissen (34985, nr. 38).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Kooten-Arissen (34985, nr. 39).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Kooten-Arissen (34985, nr. 40).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Gerven (34985, nr. ??, was nr. 44).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en 50PLUS voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Weverling c.s. (34985, nr. 45).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, 50PLUS, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemming motie Bonaire, Sint-Eustatius en Saba

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het VAO Bonaire, Sint-Eustatius en Saba,

te weten:

  • de motie-Kuiken c.s. over lagere vaste kosten van levensonderhoud (35000-IV, nr. 62).

(Zie vergadering van 2 juli 2019.)

In stemming komt de motie-Kuiken c.s. (35000-IV, nr. 62).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Ik neem aan dat de motie wordt uitgevoerd. Mevrouw Kuiken.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Voorzitter, daar ga ik ook van uit. Gelijktijdig wil ik het ook echt weten. Daarom vraag ik namens de hele Kamer een brief van het kabinet waarin staat hoe de verschillende departementen deze motie gaan uitvoeren.

Dank u wel.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Stemmingen moties Initiatiefnota’s Droge voeten en Veen red je niet alleen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over Initiatiefnota’s Droge voeten en Veen red je niet alleen,

te weten:

  • de motie-Kröger/Schonis over een veenplan (35140, nr. 4);
  • de motie-Kröger/Schonis over aanstelling van een veencommissaris (35140, nr. 5);
  • de motie-Kröger over afname van de CO2-uitstoot uit veen met 3,4 megaton in 2050 (35140, nr. 6);
  • de motie-Kröger/Schonis over een verbod op kerende grondbewerking op veengronden (35140, nr. 7);
  • de motie-Schonis over de ontwikkeling van Integraal Rivier Management (35140, nr. 9);
  • de motie-Moorlag over een samenhangende visie op de beschikbaarheid van zoetwater (35140, nr. 11);
  • de motie-Van Brenk over het uitsluiten van een heffing op drinkwater (35140, nr. 12);
  • de motie-Van Brenk over niet overnemen van advies om geborgde zetels in waterschappen te handhaven (35140, nr. 13).

(Zie notaoverleg van 1 juli 2019.)

De voorzitter:
De motie-Kröger/Schonis (35140, nr. 4) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het veenweidegebied in crisis is en dat bij voortzetting van het huidige beleid de bodem in deze gebieden gemiddeld nog zo'n 34 centimeter zullen blijven dalen tot 2050 terwijl de zeespiegel blijft stijgen;

constaterende dat veenbodemdaling leidt tot grote broeikasgasemissies en zeer negatieve gevolgen heeft voor de biodiversiteit in die gebieden;

constaterende dat veenbodemdaling leidt tot grote schade aan historische binnensteden en dorpen in die gebieden;

constaterende dat er al relatief veel wordt opgestart in de veenweidegebieden, maar er nog te weinig coördinatie is en de verantwoordelijkheid vooral bij decentrale overheden wordt neergelegd;

verzoekt de regering samen met provincies, waterschappen en gemeenten, een veenplan op te stellen met het klimaatakkoord als uitgangspunt, hierin een perspectief voor 2050 te schetsen, en andere partijen (zoals de agrarische sector, de recreatiesector, natuur- en milieuorganisaties en kennisinstellingen) hierbij te betrekken;

verzoekt de regering tevens om de uitwerking van het veenplan en het maatwerk daarna over te laten aan de bovengenoemde partijen door middel van gebiedsgerichte plannen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 4 (35140).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Kröger/Schonis (35140, nr. ??, was nr. 4).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kröger/Schonis (35140, nr. 5).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en D66 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kröger (35140, nr. 6).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kröger/Schonis (35140, nr. 7).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en D66 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Schonis (35140, nr. 9).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Moorlag (35140, nr. 11).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Brenk (35140, nr. 12).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, de PvdD, DENK, 50PLUS, de VVD, de SGP, het CDA, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Brenk (35140, nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Goedkeuring Protocol betreffende de toetreding van de Republiek Noord-Macedonië

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Goedkeuring van het op 6 februari 2019 te Brussel tot stand gekomen Protocol bij het Noord-Atlantisch Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Noord-Macedonië (Trb. 2019, 24) (35180).

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemmingen moties Herziening bekostigingssystematiek hoger onderwijs en onderzoek

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de herziening van de bekostigingssystematiek hoger onderwijs en onderzoek,

te weten:

  • de gewijzigde motie-Tielen over de Kamer laten meebeslissen over de hoofdvragen in het periodiek onderzoek (31288, nr. 749);
  • de motie-Tielen/Bisschop over een onderzoek naar de hoofdoorzaken van switch en uitval (31288, nr. 750);
  • de motie-Tielen/Van der Molen over scholieren helpen om de best bij hun capaciteiten passende studiekeuze te maken (31288, nr. 751);
  • de motie-Westerveld c.s. over de Kamer informeren over de effecten van het niet-uitkeren van de prijsbijstelling (31288, nr. 752);
  • de motie-Westerveld c.s. over afzien van het instellen van een macrodoelmatigheidstoets (31288, nr. 753);
  • de motie-Westerveld c.s. over het in kaart brengen van de student-docent ratio per discipline (31288, nr. 754);
  • de motie-Futselaar c.s. over de extra bèta/techniekmiddelen inzetten voor de technische universiteiten (31288, nr. 755);
  • de motie-Futselaar c.s. over een onderzoek naar mogelijke gevolgen voor het voortbestaan van kleine opleidingen (31288, nr. 756);
  • de motie-Van Meenen over een onderzoek naar de herverdeling van de bèta/techniekmiddelen richting algemene universiteiten (31288, nr. 757);
  • de motie-Van Meenen over onderzoeken of de ondergrens van solvabiliteit kan worden verlaagd (31288, nr. 758);
  • de motie-Van Meenen over een onderzoek naar de samenhang tussen het bindend studieadvies en de switch (31288, nr. 759);
  • de motie-Van Meenen c.s. over afzien van de ontwikkeling van een afzonderlijke schuldverklaring (31288, nr. 760);
  • de motie-Van den Hul c.s. over voorlopig niet korten op medische, alfa- en gammastudies (31288, nr. 761);
  • de motie-Bisschop over een verdergaande verschuiving van de tweede geldstroom naar de eerste geldstroom (31288, nr. 762);
  • de motie-Bisschop over een duidelijkere positionering van de bachelor als eindopleiding (31288, nr. 763).

(Zie notaoverleg van 1 juli 2019.)

De voorzitter:
De motie-Tielen/Bisschop (31288, nr. 750) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat 39% van de studenten in het hbo en 26% van de studenten in het wo niet binnen vijf, respectievelijk vier jaar een bachelordiploma behalen;

overwegende dat uitval en switch zowel studenten als onderwijsinstellingen als de schatkist tijd en geld kosten;

constaterende dat ROA tien jaar geleden een grove inschatting maakte dat dit zo'n 5,7 miljard euro per jaar kost;

verzoekt de regering onderzoek te doen naar de hoofdoorzaken van switch en uitval in de verschillende onderwijsdomeinen, hoeveel switch en uitval jaarlijks kosten en wat verhoging van het studiesucces oplevert en de Kamer hierover in het voorjaar van 2020 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 750 (31288).

De motie-Tielen/Van der Molen (31288, nr. 751) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Tielen en Van der Molen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 751 (31288).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Tielen (31288, nr. 749).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Tielen/Bisschop (31288, nr. ??, was nr. 750).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Tielen/Van der Molen (31288, nr. ??, was nr. 751).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld c.s. (31288, nr. 752).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Westerveld c.s. (31288, nr. 753).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Westerveld c.s. (31288, nr. 754).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de VVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Futselaar c.s. (31288, nr. 755).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de SGP en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Futselaar c.s. (31288, nr. 756).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de SGP en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Meenen (31288, nr. 757).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Meenen (31288, nr. 758).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Meenen (31288, nr. 759).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Meenen c.s. (31288, nr. 760).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de SGP ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Hul c.s. (31288, nr. 761).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bisschop (31288, nr. 762).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bisschop (31288, nr. 763).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemming motie Milieuraad d.d. 26 juni 2019

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het VSO Milieuraad d.d. 26 juni 2019,

te weten:

  • de motie-Kröger c.s. over gefluorideerde koolwaterstoffen als groep opnemen in REACH (21501-08, nr. 781).

(Zie vergadering van 3 juli 2019.)

In stemming komt de motie-Kröger c.s. (21501-08, nr. 781).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Ontwerpbesluit tot wijziging van het Vuurwerkbesluit

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VSO Ontwerpbesluit tot wijziging van het Vuurwerkbesluit,

te weten:

  • de motie-Bisschop c.s. over mogelijkheden om de verkoop van vuurwerk aan banden te leggen (28684, nr. 570);
  • de gewijzigde motie-Wassenberg/Stoffer over verbieden van de verkoop van vuurpijlen en knalvuurwerk aan particulieren (28684, nr. ??, was nr. 572);
  • de motie-Kröger over de mogelijkheid voor gemeenten om de verkoop van vuurwerk te verbieden (28684, nr. 573).

(Zie vergadering van 3 juli 2019.)

In stemming komt de motie-Bisschop c.s. (28684, nr. 570).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en de SGP voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Wassenberg/Stoffer (28684, nr. ??, was nr. 572).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, de PvdD, 50PLUS en de SGP voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kröger (28684, nr. 573).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en de SGP voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Ontwerpbesluit maatregelen kleine kunststof drankflessen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VSO Ontwerpbesluit maatregelen kleine kunststof drankflessen,

te weten:

  • de motie-Kröger c.s. over een statiegeldregeling voor plastic drankverpakkingen die omhuld zijn met een laagje blik (30872, nr. 234);
  • de motie-Kröger c.s. over een concreet reductiedoel voor het aandeel blik in het zwerfvuil (30872, nr. 235);
  • de motie-Wassenberg/Laçin over ook statiegeld op blikjes mogelijk maken (30872, nr. 236);
  • de motie-Dik-Faber c.s. over het in kaart brengen van de hoeveelheid plastic in het milieu als gevolg van blik in het zwerfafval (30872, nr. 237).

(Zie vergadering van 3 juli 2019.)

In stemming komt de motie-Kröger c.s. (30872, nr. 234).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de SGP en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kröger c.s. (30872, nr. 235).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en de SGP voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Wassenberg/Laçin (30872, nr. 236).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de SGP en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dik-Faber c.s. (30872, nr. 237).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Spoorveiligheid/ERTMS

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Spoorveiligheid/ERTMS,

te weten:

  • de motie-Van Aalst over in kaart brengen hoelang de ATB nog veilig kan functioneren (33652, nr. 69);
  • de motie-Van Aalst over zo spoedig mogelijk openbaar maken van de vertrouwelijke stukken omtrent ERTMS (33652, nr. 70).

(Zie vergadering van 3 juli 2019.)

In stemming komt de motie-Van Aalst (33652, nr. 69).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Aalst (33652, nr. 70).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Gewasbeschermingsmiddelen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Gewasbeschermingsmiddelen,

te weten:

  • de motie-De Groot over een verbod op glyfosaat buiten geïntegreerde gewasbescherming (27858, nr. 463);
  • de motie-Ouwehand c.s. over het instellen van afstandsnormen voor gifgebruik (27858, nr. 464);
  • de gewijzigde motie-Ouwehand over een kritische beoordeling van de teelt van siergewassen (27858, nr. 476, was nr. 465);
  • de motie-Von Martels/Dik-Faber over structureel oplossen en voorkomen van knelpunten (27858, nr. 466);
  • de motie-Bisschop/Von Martels over het verlenen van een tijdelijke ontheffing voor coating van bietenzaad (27858, nr. 467);
  • de motie-Ziengs/Lodders over versnellen van de toelating van biologische gewasbeschermingsmiddelen (27858, nr. 468);
  • de motie-Moorlag c.s. over instellen van spuitvrijezones bij gronden met een woonbestemming (27858, nr. 470);
  • de motie-Moorlag c.s. over maatregelen om de waterkwaliteitsdoelen tijdig te behalen (27858, nr. 471);
  • de motie-Futselaar over tussendoelen tot 2030 voor de beperking van gewasbeschermingsmiddelen (27858, nr. 473);
  • de motie-Futselaar over begrenzen van het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de nabijheid van woningen (27858, nr. 474);
  • de motie-Dik-Faber/Segers over in kaart brengen van natuurlijke bestrijdingsmiddelen tegen de eikenprocessierups (27858, nr. 475);
  • de motie-Bromet/Dik-Faber over de combinatie en de effecten van gewasbeschermingsmiddelen (27858, nr. 477).

(Zie vergadering van 3 juli 2019.)

In stemming komt de motie-De Groot (27858, nr. 463).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ouwehand c.s. (27858, nr. 464).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66 en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, fijn dat de motie is aangenomen. Ik zou heel graag een brief van de minister willen over hoe ze die motie gaat uitvoeren, want ze had die ontraden.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

In stemming komt de gewijzigde motie-Ouwehand (27858, nr. 476, was nr. 465).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD en de PVV voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Von Martels/Dik-Faber (27858, nr. 466).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bisschop/Von Martels (27858, nr. 467).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, de SGP, het CDA en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ziengs/Lodders (27858, nr. 468).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Moorlag c.s. (27858, nr. 470).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66 en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Moorlag c.s. (27858, nr. 471).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Futselaar (27858, nr. 473).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Futselaar (27858, nr. 474).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66 en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dik-Faber/Segers (27858, nr. 475).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FvD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bromet/Dik-Faber (27858, nr. 477).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, D66, de VVD, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Meneer Baudet over de eikenprocessierups?

De heer Baudet (FvD):
Ja, dat is de portefeuille van Theo. Het was niet helemaal duidelijk, maar we wilden voor die motie stemmen. Dat is heel belangrijk.

De voorzitter:
Dan zal deze opmerking ook in de Handelingen worden opgenomen. Opletten, meneer Hiddema!

Stemmingen moties Jaarverslag en Slotwet 2018 ministerie van Justitie en Veiligheid

Aan de orde zijn de stemmingen over aangehouden moties, ingediend bij het debat over Jaarverslag en Slotwet van het ministerie van Justitie en Veiligheid voor het jaar 2018,

te weten:

  • de motie-Van Nispen over de totstandkoming van het nieuwe Wetboek van Strafvordering (35200-VI, nr. 10);
  • de motie-Van Dam/Groothuizen over heroverwegen van een kasschuif in 2019 (35200-VI, nr. 16, was nr. 12).

(Zie wetgevingsoverleg van 27 juni 2019.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Van Dam stel ik voor zijn motie (35200-VI, nr. 16, was nr. 12) opnieuw aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Van Nispen (35200-VI, nr. 10).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemming motie Veteranen

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over Veteranen,

te weten:

  • de motie-Diks/Stoffer over een landelijke bewustwordingscampagne over PTSS (30139, nr. 216, was nr. 213).

(Zie notaoverleg van 24 juni 2019.)

In stemming komt de motie-Diks/Stoffer (30139, nr. 216, was nr. 213).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Mevrouw Diks, deze motie is met algemene stemmen aangenomen en toch ...

Mevrouw Diks (GroenLinks):
En toch krijg ik, omdat het een tamelijk complex verhaal is met een aantal ministeries die erbij betrokken zijn, alsnog graag een brief van het kabinet over hoe het denkt de motie te gaan uitvoeren.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Stemmingen moties Biotechnologie en kwekersrecht

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Biotechnologie en kwekersrecht,

te weten:

  • de motie-Weverling over de harmonisatie van ggo-regelgeving (27428, nr. 359);
  • de motie-Weverling over de modernisering van biotechnologiebeleid agenderen bij het EU-voorzitterschap (27428, nr. 360);
  • de motie-Weverling over verbeterde regelgeving op het gebied van klinisch onderzoek naar gentherapie (27428, nr. 361).

(Zie vergadering van 3 juli 2019.)

In stemming komt de motie-Weverling (27428, nr. 359).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Weverling (27428, nr. 360).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Weverling (27428, nr. 361).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Maritiem

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Maritiem,

te weten:

  • de motie-Van Aalst over het direct intrekken van de zeebrief voor de Sea-Watch 3 (31409, nr. 241);
  • de motie-Kröger/Van Ojik over een oplossing vinden voor het concurrentienadeel bij het onderhoud aan cruiseschepen (31409, nr. 243);
  • de motie-De Pater-Postma/Remco Dijkstra over de realisatie van geschikte kegelligplaatsen (31409, nr. 244);
  • de motie-Laçin over het redden van mensen in nood nooit strafbaar stellen (31409, nr. 245);
  • de motie-Laçin over een overgangstermijn voor aanpassingen aan de Sea-Watch 3 (31409, nr. 246).

(Zie vergadering van 3 juli 2019.)

In stemming komt de motie-Van Aalst (31409, nr. 241).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kröger/Van Ojik (31409, nr. 243).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-De Pater-Postma/Remco Dijkstra (31409, nr. 244).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Laçin (31409, nr. 245).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66 en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Laçin (31409, nr. 246).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en D66 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Verkeersveiligheid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Verkeersveiligheid,

te weten:

  • de motie-Laçin over toelating van elektrische steps op de openbare weg (29398, nr. 719);
  • de motie-Kröger over een model om de beste maximumsnelheid voor kwetsbare verkeersdeelnemers af te wegen (29398, nr. 720);
  • de motie-Kröger over de maatschappelijke kosten en baten van de verhoging van de maximumsnelheid (29398, nr. 721);
  • de motie-Kröger over een model dat de verkeersveilgheid verbetert en bomen spaart (29398, nr. 722);
  • de motie-Remco Dijkstra c.s. over een oplossing voor de begeleiding van wielerkoersen (29398, nr. 723);
  • de motie-Remco Dijkstra/Van Brenk over evaluatie van het snorfietsbeleid in Amsterdam (29398, nr. 724);
  • de motie-Von Martels over illegaal opgevoerde elektrische fietsen (29398, nr. 725);
  • de motie-Stoffer over het opvolgen van de richtlijnen voor reclamemasten (29398, nr. 727);
  • de motie-Gijs van Dijk over hulp voor gedupeerde leerlingen met een examenreservering bij het CBR (29398, nr. 728).

(Zie vergadering van 3 juli 2019.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Kröger stel ik voor haar motie (29398, nr. 720) aan te houden. Op verzoek van de heer Laçin stel ik voor zijn motie (29398, nr. 719) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De heer Voordewind.

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Wij waren een beetje laat op deze dag, maar wij wilden ook voorstemmen.

De voorzitter:
Bij welke motie?

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Op alle moties!

(Hilariteit)

De voorzitter:
Dat staat genoteerd!

De heer Voordewind (ChristenUnie):
De motie op stuk nr. 246, voorzitter. Dat is bij het vorige agendapunt, de stemmingen over moties ingediend bij het VAO Maritiem.

De voorzitter:
Dan zal deze opmerking in de Handelingen worden opgenomen.

In stemming komt de motie-Kröger (29398, nr. 721).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kröger (29398, nr. 722).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66 en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Remco Dijkstra c.s. (29398, nr. 723).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de SGP ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Remco Dijkstra/Van Brenk (29398, nr. 724).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, 50PLUS, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Von Martels (29398, nr. 725).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de VVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Stoffer (29398, nr. 727).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, de SGP en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

De snorfietsen maken wat los in de zaal, merk ik!

In stemming komt de motie-Gijs van Dijk (29398, nr. 728).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Voorjaarsnota 2019

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de Voorjaarsnota 2019,

te weten:

  • de motie-Snels c.s. over op Prinsjesdag een appreciatie geven van de loonstijgingen in het bedrijfsleven (35210, nr. 3);
  • de motie-Slootweg over één machtigingscode voor belastingaangifte en toeslagen (35210, nr. 4);
  • de motie-Alkaya/Beckerman over verhogen van de Regeling vermindering verhuurderheffing verduurzaming (35210, nr. 5);
  • de motie-Alkaya/Nijboer over niet verlagen van de winstbelasting als cao-lonen geen gelijke tred houden met de lonen aan de top van het bedrijfsleven (35210, nr. 6);
  • de motie-Nijboer/Alkaya over het dekken van het gat door het niet doorgaan van de renteverhoging op studieschulden (35210, nr. 7);
  • de motie-Bruins over de gevolgen van de flexibilisering van de arbeidsmarkt voor de overheidsfinanciën (35210, nr. 8).

(Zie vergadering van 3 juli 2019.)

De voorzitter:
De motie-Snels c.s. (35210, nr. 3) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat het met de hoge winsten bij grote bedrijven niet acceptabel is dat de cao-lonen onvoldoende omhoog gaan;

van mening dat als de lonen niet voldoende stijgen, reeds genomen fiscale belastingmaatregelen voor de grote bedrijven heroverwogen kunnen worden;

verzoekt de regering om bij Prinsjesdag een appreciatie te geven van de loonstijgingen in het bedrijfsleven op basis van de Macro Economische Verkenning (MEV) van het CPB en de daadwerkelijke cao-loonontwikkelingen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 3 (35210).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Snels c.s. (35210, nr. ??, was nr. 3).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Slootweg (35210, nr. 4).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Alkaya/Beckerman (35210, nr. 5).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Alkaya/Nijboer (35210, nr. 6).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Nijboer/Alkaya (35210, nr. 7).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bruins (35210, nr. 8).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemming Voorjaarsnota 2019

Aan de orde is de stemming over de Voorjaarsnota 2019 (35210).

(Zie vergadering van 3 juli 2019.)

De voorzitter:
Ik stel voor de Kamerstukken 35210, hoofdstuk I t/m V, VII, X, XII, XIII, XIV, en XVII en de fondsen A, C en J zonder stemming aan te nemen.

Daartoe wordt besloten.

Stemmingen Begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI)

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2019 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (35210-VI).

(Zie vergadering van 3 juli 2019.)

In stemming komt het amendement-Van Nispen/Alkaya (stuk nr. 4, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en de SGP voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 4 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemmingen Begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2019

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2019 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (35210-VIII).

(Zie vergadering van 3 juli 2019.)

In stemming komt het amendement-Snels/Westerveld (stuk nr. 5).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de SGP, de PVV en FvD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het amendement-Van den Hul (stuk nr. 4, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de SGP, de PVV en FvD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de fractie van FvD ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemmingen Begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) en de begrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2019

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) en de begrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2019 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (35210-IX).

(Zie vergadering van 3 juli 2019.)

In stemming komt het gewijzigde amendement-Nijboer (stuk nr. 6, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en 50PLUS voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 6 voorkomende gewijzigde amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Beckerman/Alkaya (stuk nr. 5).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en 50PLUS voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemmingen Begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2019

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2019 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (35210-XV).

(Zie vergadering van 3 juli 2019.)

In stemming komt het amendement-Jasper van Dijk/Alkaya (stuk nr. 5, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 5 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de fractie van FvD ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemmingen Begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2019

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2019 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (35210-XVI).

(Zie vergadering van 3 juli 2019.)

In stemming komt het amendement-Hijink/Alkaya (stuk nr. 4).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, 50PLUS en FvD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de fractie van FvD ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemmingen Begrotingsstaat van het gemeentefonds voor het jaar 2019

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het gemeentefonds voor het jaar 2019 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (35210-B).

(Zie vergadering van 3 juli 2019.)

In stemming komt het amendement-Hijink/Alkaya (stuk nr. 4, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, 50PLUS en FvD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 4 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de fractie van FvD ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemmingen moties Initiatiefnota van het lid Jasper van Dijk "Een eerlijker loon"

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de initiatiefnota van het lid Jasper van Dijk "Een eerlijker loon",

te weten:

  • de motie-Van Kent over verhoging van het minimumloon met 10% (35142, nr. 4);
  • de gewijzigde motie-Van Kent over gelijke tred van cao-lonen met de top van het bedrijfsleven (35142, nr. 10, was nr. 5);
  • de motie-Van Kent over doorrekening door het Nibud van minimumloon en sociaal minimum (35142, nr. 6);
  • de motie-Van Kent over hulp aan gezinnen met tekorten (35142, nr. 7);
  • de motie-Van Brenk over een verhoging van het minimumloon (35142, nr. 8);
  • de motie-Gijs van Dijk c.s. over ophoging van het minimumjeugdloon (35142, nr. 9).

(Zie notaoverleg van 1 juli 2019.)

De voorzitter:
De gewijzigde motie-Van Kent (35142, nr. 10, was nr. 5) is in die zin tweemaal nader gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Mark Rutte van mening is dat de cao-lonen gelijke tred moeten houden met de top van het bedrijfsleven;

spreekt uit dat de cao-lonen ten minste gelijke tred moeten houden met de loonstijging aan de top van het bedrijfsleven,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 10 (35142).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Van Kent (35142, nr. 4).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de tweemaal nader gewijzigde motie-Van Kent (35142, nr. ??, was nr. 10).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor deze tweemaal nader gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Kent (35142, nr. 6).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Kent (35142, nr. 7).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Brenk (35142, nr. 8).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Gijs van Dijk c.s. (35142, nr. 9).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Mensenrechtenbeleid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over mensenrechtenbeleid,

te weten:

  • de motie-Koopmans c.s. over een mogelijkheid om Myanmar aan te brengen bij het Internationaal Gerechtshof (32735, nr. 248);
  • de motie-Van Ojik/Sjoerdsma over met maatregelen onderstrepen dat de moord op Khashoggi onacceptabel is (32735, nr. 249);
  • de motie-Van Ojik/Karabulut over versterking van de rol van de VN in het tegengaan van straffeloosheid (32735, nr. 250);
  • de gewijzigde motie-Van Ojik/Ploumen over bescherming van vrouwelijke journalisten tegen online bedreigingen (32735, nr. 264, was nr. 251);
  • de motie-Van Ojik/Karabulut over verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven bij het naleven van mensenrechten (32735, nr. 252);
  • de motie-Sjoerdsma/Van Ojik over de politieke verantwoordelijkheid met betrekking tot nevenfuncties van leden van het Koninklijk Huis (32735, nr. 253);
  • de motie-Sjoerdsma c.s. over persoonsgerichte sancties tegen sleutelpersonen van het Sudanese leger (32735, nr. 254);
  • de motie-Voordewind c.s. over een internationale campagne tegen de doodstraf op godsdienst, levensovertuiging of homoseksualiteit (32735, nr. 255);
  • de motie-Voordewind c.s. over wereldwijde afschaffing van blasfemie (32735, nr. 256);
  • de motie-Van der Staaij c.s. over ondersteuning van projecten ter bevordering van de vrijheid van religie en levensovertuiging in het Midden-Oosten (32735, nr. 257);
  • de motie-Karabulut/Van Ojik over verlenging van de regeling voor weduwen van geëxecuteerde Indonesiërs (32735, nr. 258);
  • de motie-Karabulut/Van Ojik over een nieuw onafhankelijk onderzoek naar de moord op Khashoggi (32735, nr. 260);
  • de motie-Van Helvert/Van der Staaij over de aanvallen op blanke boeren in Zuid-Afrika (32735, nr. 261);
  • de motie-Van Helvert/Van der Staaij over de voorgenomen landonteigening van blanke boeren in Zuid-Afrika (32735, nr. 262);
  • de motie-Van Helvert/Koopmans over de internationale inspanningen van de Koningin (32735, nr. 263).

(Zie notaoverleg van 1 juli 2019.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Van Ojik stel ik voor zijn motie (32735, nr. 252) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Mevrouw Karabulut verzoekt haar aangehouden motie (32735, nr. 258) alsnog in stemming te brengen.

De motie-Van der Staaij c.s. (32735, nr. 257) is in die zin gewijzigd en nader gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Van der Staaij, Voordewind, Van Helvert en Karabulut, en luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland wel projecten financiert op het gebied van de vrijheid van religie en levensovertuiging in Egypte en Pakistan, maar niet in andere landen in het Midden-Oosten waar de godsdienstvrijheid onder druk staat, zoals Irak, Syrië, Iran en Saudi-Arabië;

overwegende dat het hierbij gaat zowel om de bescherming van gelovigen als van niet-gelovigen tegen de inperking van hun vrijheid;

verzoekt de regering proactief naar mogelijkheden te zoeken om vanuit het mensenrechtenfonds ook in andere landen in het Midden-Oosten projecten ter bevordering van de vrijheid van religie en levensovertuiging te ondersteunen, en de Kamer hierover voor de behandeling van de begroting Buitenlandse Zaken te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 257 (32735).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Koopmans c.s. (32735, nr. 248).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Ojik/Sjoerdsma (32735, nr. 249).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Ojik/Karabulut (32735, nr. 250).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Ojik/Ploumen (32735, nr. 264, was nr. 251).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Sjoerdsma/Van Ojik (32735, nr. 253).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, DENK, 50PLUS, D66, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Sjoerdsma c.s. (32735, nr. 254).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Voordewind c.s. (32735, nr. 255).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Voordewind c.s. (32735, nr. 256).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de nader gewijzigde motie-Van der Staaij c.s. (32735, nr. ??, was nr. 257).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze nader gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Karabulut/Van Ojik (32735, nr. 258).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Karabulut/Van Ojik (32735, nr. 260).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FvD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Helvert/Van der Staaij (32735, nr. 261).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, 50PLUS, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Helvert/Van der Staaij (32735, nr. 262).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Helvert/Koopmans (32735, nr. 263).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Meneer Sjoerdsma.

De heer Sjoerdsma (D66):
Voorzitter, nu mijn motie op stuk nr. 253 is aangenomen, ontvang ik graag een brief waarin staat hoe de motie wordt uitgevoerd.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

De heer Voordewind.

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik zou graag een reactie van het kabinet willen hebben over de uitvoering van de motie op stuk nr. 255.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Stemmingen moties Pakket klimaatmaatregelen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over het pakket klimaatmaatregelen,

te weten:

  • de motie-Yeşilgöz-Zegerius c.s. over voorwaarden voor het verduurzamen van wijken (32813, nr. 349);
  • de motie-Yeşilgöz-Zegerius c.s. over betrekken van het mkb bij de uitwerking van de klimaatplannen (32813, nr. 350);
  • de motie-Beckerman c.s. over huishoudens en mkb niet laten opdraaien voor de transitie in de industrie (32813, nr. 351);
  • de motie-Beckerman c.s. over mensen die geen alternatief voor de auto hebben (32813, nr. 352);
  • de motie-Asscher c.s. over de klimaatplannen op begrijpelijke wijze inzichtelijk maken (32813, nr. 353);
  • de motie-Asscher/Klaver over huurders en kopers van slechte corporatiewoningen (32813, nr. 354);
  • de motie-Klaver c.s. over een integrale doorrekening van de klimaatplannen in de Klimaat- en Energieverkenning (32813, nr. 355);
  • de motie-Klaver c.s. over een extra maatregelenpakket dat 5 megaton CO2 bespaart (32813, nr. 356);
  • de motie-Kops/Wilders over in de prullenbak gooien van het Klimaatakkoord (32813, nr. 357);
  • de motie-Jetten c.s. over spoedige implementatie van de plannen uit het Klimaatakkoord (32813, nr. 358);
  • de motie-Segers c.s. over opstellen van een programma waterstof (32813, nr. 359);
  • de motie-Pieter Heerma c.s. over een draaiboek met instrumenten voor investeringen in verduurzaming (32813, nr. 360);
  • de motie-Pieter Heerma c.s. over monitoren van het eigenaarschap van duurzame energieprojecten (32813, nr. 361);
  • de motie-Van Raan c.s. over het serieus nemen van de Urgendamaatregelen (32813, nr. 362);
  • de motie-Van Raan c.s. over het advies van Urgenda met betrekking tot houtoogst (32813, nr. 364);
  • de motie-Van Raan/Thieme over inrichten van een aanvullende CO2-heffing voor de veehouderij (32813, nr. 365);
  • de motie-Stoffer c.s. over stimuleren van lokale energiecoöperaties (32813, nr. 367);
  • de motie-Stoffer/Jetten over jaarlijks in de Klimaatnota aangeven in hoeverre gemeenten hun rol waar kunnen maken (32813, nr. 368);
  • de motie-Stoffer/Klaver over inzetten op een hogere vliegbelasting (32813, nr. 369);
  • de motie-Baudet over de totale kosten van de radicale transformatie van economie en samenleving (32813, nr. 370).

(Zie vergadering van 3 juli 2019.)

De voorzitter:
De motie-Asscher/Klaver (32813, nr. 354) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Asscher, Klaver en Beckerman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 354 (32813).

De motie-Stoffer/Klaver (32813, nr. 369) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Stoffer, Klaver en Van Raan. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 369 (32813).

De motie-Baudet (32813, nr. 370) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Klimaatwet een radicale transformatie van onze economie en samenleving impliceert;

overwegende dat het kabinet via het Klimaatakkoord hier invulling aan wil geven;

overwegende dat de doorrekening van het ontwerp-Klimaatakkoord slechts een beperkt beeld gaf van de totale kosten voor de samenleving als geheel;

overwegende dat de raming van FvD, onder meer op basis van onderzoeken van de Stichting Milieu, Wetenschap en Beleid en van het Economisch Instituut voor de Bouw, op 1.000 miljard uitkomt;

verzoekt de regering het Planbureau voor de Leefomgeving de opdracht te geven een doorrekening te maken van de totale maatschappelijk kosten van:

  • het van het gas afhalen van alle Nederlandse huizen en andere panden en hierbij ook de overige benodigde verbouwingen van woonhuizen en bedrijfspanden te betrekken (inclusief de kosten van isolatie en alternatieve verwarming, zoals warmtepompen en convectorradiatoren);
  • de misgelopen investeringen — in bijvoorbeeld de Nederlandse industrie — als gevolg van het afsluiten van ons gasnetwerk;
  • de benodigde uitbreiding van het elektriciteitsnet;
  • het vervangen van het gehele wagenpark, van alle schepen en overige vervoersmiddelen;
  • het sluiten van alle Nederlandse kolen- en gascentrales;
  • de aanleg en energiekosten van de nieuwe mix van "duurzame" energiebronnen, zoals windmolens, zonnepanelen en biomassa;
  • de gederfde inkomsten die het gevolg zijn van het beslag dat deze windmolens en zonnepanelen leggen op Nederlandse landbouwgrond, woongebieden, enzovoorts;
  • de kosten van een CO2-tax, inclusief de gederfde inkomsten die het gevolg zijn van het verwachte en te verwachten wegtrekken van bedrijven uit Nederland;
  • de toegenomen prijzen van consumentenproducten, waaronder kleding, etenswaren, dranken, vlees, enzovoorts;
  • alle andere kosten die direct en indirect voortvloeien uit het behalen van de in de klimaatwet gestelde doelen; en daarbij ook de extreme verslechtering van de Nederlandse concurrentiepositie in vergelijking met het buitenland te betrekken;

voorts constaterende dat het PBL in het verleden onvoldoende onafhankelijk is gebleken, althans dat vragen zijn gerezen over de onafhankelijkheid en betrouwbaarheid van dit instituut;

verzoekt de regering het onafhankelijke onderzoeksbureau Clintel exact dezelfde opdracht te geven, en hiervoor exact dezelfde fondsen ter beschikking te stellen, en ook een onderbouwing van de resultaten te geven vergelijkbaar met het soort onderbouwing die PBL zal geven opdat daadwerkelijke vergelijking mogelijk wordt,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 370 (32813).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Yeşilgöz-Zegerius c.s. (32813, nr. 349).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Yeşilgöz-Zegerius c.s. (32813, nr. 350).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Beckerman c.s. (32813, nr. 351).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Beckerman c.s. (32813, nr. 352).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, DENK, 50PLUS en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Asscher c.s. (32813, nr. 353).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Asscher c.s. (32813, nr. ??, was nr. 354).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Klaver c.s. (32813, nr. 355).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Klaver c.s. (32813, nr. 356).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kops/Wilders (32813, nr. 357).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Jetten c.s. (32813, nr. 358).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, 50PLUS, D66, de VVD, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Segers c.s. (32813, nr. 359).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Pieter Heerma c.s. (32813, nr. 360).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Pieter Heerma c.s. (32813, nr. 361).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Raan c.s. (32813, nr. 362).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Raan c.s. (32813, nr. 364).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan/Thieme (32813, nr. 365).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fractie van de PvdD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Stoffer c.s. (32813, nr. 367).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Stoffer/Jetten (32813, nr. 368).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Stoffer c.s. (32813, nr. ??, was nr. 369).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS en de SGP voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

De heer Baudet.

De heer Baudet (FvD):
Hoe vaak hebben we niet in debatten over het Klimaatakkoord en de Klimaatwet gehoord dat wij onze analyse van 1.000 miljard …

De voorzitter:
Nee, meneer Baudet. Bij de stemmingen …

De heer Baudet (FvD):
Ik wil een hoofdelijke stemming aanvragen.

De voorzitter:
O, dat is een andere zaak.

De heer Baudet (FvD):
Ja. Dus we hebben heel veel gehoord in debatten, en ook buiten deze Kamer …

De voorzitter:
Nee, meneer Baudet. Bij stemmingen doet u een voorstel of u legt een stemverklaring af. U kunt nu niet over uw eigen motie een heel verhaal houden. Ik begrijp dat u hoofdelijk wilt stemmen over de motie?

De heer Baudet (FvD):
Ja, zo is het.

De voorzitter:
Dan gaan we dat doen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Baudet (32813, nr. ??, was nr. 370).

Vóór stemmen de leden: De Roon, Van Weerdenburg, Wilders, Van Aalst, Agema, Baudet, Martin Bosma, Emiel van Dijk, Fritsma, De Graaf, Graus, Helder, Hiddema, Kops, Madlener, Maeijer, Markuszower en Edgar Mulder.

Tegen stemmen de leden: Özütok, Palland, Paternotte, De Pater-Postma, Peters, Ploumen, Van Raak, Van Raan, Raemakers, Regterschot, Renkema, Rog, Ronnes, Arno Rutte, Sazias, Schonis, Segers, Sienot, Sjoerdsma, Slootweg, Smals, Smeulders, Sneller, Snels, Van der Staaij, Stoffer, Tellegen, Thieme, Tielen, Van Toorenburg, Veldman, Verhoeven, Aukje de Vries, Wassenberg, Westerveld, Weverling, Van Weyenberg, Wiersma, Van Wijngaarden, Wörsdörfer, Van 't Wout, Yeşilgöz-Zegerius, Ziengs, Aartsen, Alkaya, Amhaouch, Arib, Asscher, Azarkan, Beckerman, Belhaj, Van den Berg, Van den Berge, Bergkamp, Bisschop, Den Boer, Van den Bosch, Bosman, Bouali, Van Brenk, Bromet, Bruins, Buitenweg, Van Dam, Diertens, Gijs van Dijk, Jasper van Dijk, Pia Dijkstra, Remco Dijkstra, Dik-Faber, Diks, Drost, Van Eijs, El Yassini, Ellemeet, Futselaar, Geluk-Poortvliet, Van Gent, Van Gerven, Geurts, De Groot, Groothuizen, Van Haga, Harbers, Rudmer Heerema, Van Helvert, Hermans, Hijink, Van den Hul, Karabulut, Van Kent, Kerstens, Klaver, Koerhuis, Koopmans, Van Kooten-Arissen, Kröger, Krol, Kuik, Kuiken, Kuzu, Kwint, Laan-Geselschap, Laçin, Van der Lee, Leijten, Van der Linde, Lodders, Marijnissen, Von Martels, Van Meenen, Middendorp, Van der Molen, Moorlag, Agnes Mulder, Anne Mulder, Nijboer, Nijkerken-de Haan, Van Nispen, Van Ojik, Omtzigt, Van Otterloo, Ouwehand en Öztürk.

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met 18 stemmen voor en 124 stemmen tegen is verworpen.

Stemming motie Fiscale arbitrage

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat Wet fiscale arbitrage,

te weten:

  • de motie-Lodders c.s. over een oplossing voor de problematiek van de Nederlandse/Noorse vrachtwagenchauffeurs en Rijnvarenden (35110, nr. 10).

(Zie vergadering van 5 juni 2019.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Lodders stel ik voor haar motie (35110, nr. 10) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Voor nu zijn we klaar met de stemmingen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:
Ik stel voor de volgende wetsvoorstellen toe te voegen aan de agenda van de Kamer:

  • Wijziging van de Wet luchtvaart ter implementatie van artikel 83bis van het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Trb. 1973, 109) (35100);
  • Regels betreffende beschermende maatregelen tegen schadelijke organismen bij planten (Plantgezondheidswet) (35083);
  • Wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet medezeggenschap op scholen in verband met het afschaffen van de fusietoets in het funderend onderwijs (35104);
  • Wijziging van de Wet op de orgaandonatie in verband met het voorzien in een wettelijke grondslag voor de protocollen voor vaststelling van de dood op grond van circulatoire criteria en enkele andere wijzigingen (35161);
  • Wijziging van de Politiewet 2012 en de Wet op de medische keuringen in verband met het screenen van personen die ambtenaar van politie willen worden of zijn en personen die krachtens overeenkomst werkzaamheden voor de politie, de rijksrecherche of de Politieacademie gaan verrichten of verrichten (screening ambtenaren van politie en politie-externen) (35170);
  • Voorstel van wet van de leden Nijboer en Alkaya tot wijziging van de Registratiewet 1970 in verband met de instelling van een centraal aandeelhoudersregister (Wet centraal aandeelhoudersregister) (34661).

Ik stel voor hedenavond ook te stemmen over:

  • de aangehouden motie-Lodders c.s. (35110, nr. 10);
  • de brief van de vaste commissie voor Financiën inzake de decharge van de jaarverslagen (35200, nr. 32).

Ik deel aan de Kamer mee dat de parlementaire ondervragingscommissie Ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen (POCOB) tot haar voorzitter heeft gekozen de heer Rog en tot haar ondervoorzitter de heer Van Raak.

Op verzoek van de aanvrager stel ik voor de volgende debatten van de agenda af te voeren:

  • over woningzoekenden die worden opgelicht door bemiddelingsbureaus;
  • over de lange wachtlijsten voor huurwoningen;
  • over de poortwachtersfunctie van banken bij financiële transacties;
  • over de screening op terrorisme bij financiële instellingen.

Voorts stel ik op verzoek van de aanvragers voor de volgende debatten samen te voegen:

  • over ICT-problemen bij de NVWA;
  • over mishandeling NVWA-keuringsarts;
  • over producten die onterecht als biologisch worden verkocht.

Aangezien voor de volgende stukken de termijn is verstreken, stel ik vast, dat wat deze Kamer betreft, de daarbij ter stilzwijgende goedkeuring overgelegde stukken zijn goedgekeurd: 24493-R1557-85; 24493-R1557-84.

Ook stel ik voor de volgende stukken van de stand van werkzaamheden af te voeren: 25424-475; 33628-61; 29452-232; 29452-231; 29452-230; 33628-42; 33628-40; 29544-920; 29282-366; 33578-66; 33578-69; 33578-65; 33578-67; 33578-63; 32793-386; 33578-64; 33578-61; 31765-355; 33578-59; 33578-60; 35000-XVI-91; 33578-58; 33578-56; 33578-55; 33578-54; 35000-VI-124; 35200-XVI-15; 34997-28; 33042-33; 35000-VI-122; 32317-563; 24587-747; 35000-VI-123; 2019Z12573; 26643-617; 35000-X-139; 29517-169; 35000-X-140; 35000-X-73; 29279-525; 19637-2504; 21501-08-774; 2019Z14104; 2019Z13114; 26991-553; 33037-356; 25424-474; 2019Z13115; 34193-8; 34193-7; 28638-164; 29924-184; 29924-178; 30821-59; 30196-651; 30196-646; 29538-298; 29538-297; 31476-26; 29538-296; 31016-236; 29247-287; 32824-264; 2019Z13215; 29684-184; 26419-74; 26419-75; 26643-573; 34950-VII-8; 34120-13; 30196-621; 28844-180; 35000-VIII-207; 35000-XVI-131; 21501-32-1186.

Tevens deel ik mee dat de volgende aangehouden moties zijn vervallen: 31288-687; 27923-350; 31016-205; 32849-167; 32800-51; 32800-52; 29984-822; 28089-83; 29477-552; 35010-12; 31066-458; 31066-460; 35000-A-62; 35000-A-65; 29544-882; 32824-249; 31288-698; 31288-708; 35148-6; 35148-8; 31765-373; 31765-382; 33576-156; 26991-540; 24515-473; 31288-709; 31765-383; 30950-165; 31015-171; 30196-622; 30196-627; 32847-477; 32847-482; 32847-500; 34950-XV-18; 26407-115; 26407-123; 21501-08-762; 35042-16; 35069-7; 29911-227; 29911-228; 33628-57; 35000-X-112; 35000-X-117; 31524-412; 24077-421; 29628-797; 29452-227; 21501-02-1995; 22452-60; 28089-113; 35000-X-114; 35000-X-124; 31524-414; 33043-98; 34994-11.

Ik stel voor toe voegen aan de agenda van vóór het reces, dus vandaag of vannacht:

  • het VAO Eerstelijnszorg, met als eerste spreker de heer Van Gerven namens de SP;

en aan de agenda van na het reces:

  • het VAO Dierenwelzijn (m.u.v. landbouwhuisdieren), met als eerste spreker de heer Von Martels van het CDA;
  • het VAO Functioneren rijksdienst, met als eerste spreker de heer Van der Molen namens het CDA;
  • het VSO Reactie op het advies van de Gezondheidsraad inzake ME/CVS, met als eerste spreker de heer Raemakers van D66;
  • het VSO Voortgangsrapportage experiment Regelluwe scholen p.o./vo, met als eerste spreker de heer Van Meenen namens D66.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:
De heer Van den Berghe heeft nu het woord. Hij is van GroenLinks.

De heer Van den Berge (GroenLinks):
Voorzitter. We hebben vanochtend de antwoorden ontvangen van de minister in het schriftelijk overleg over het ontwerpbesluit Weigerende observandi. Ik wil daarover graag een motie indienen, vandaar dat ik een VSO aanvraag. De minister wil graag dat we nog voor het reces besluiten nemen over het ontwerpbesluit, vandaar dat we daar nog vandaag over zouden moeten stemmen.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we daar rekening mee houden.

De heer Emiel van Dijk namens de PVV.

De heer Emiel van Dijk (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ik wil graag een VAO aanvragen over het debat dat nu nog gaande is, het AO Vreemdelingen- en asielbeleid, nog vandaag te houden, met stemmingen.

De voorzitter:
Ja, dan gaan we daar in de agenda rekening mee houden. Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de regeling van werkzaamheden.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Koninkrijksgeschillen

Koninkrijksgeschillen

Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:

  • het wetsvoorstel Voorzieningen voor de behandeling van geschillen tussen het Koninkrijk en de landen (Rijkswet Koninkrijksgeschillen) (35099-(R2114)).

(Zie vergadering van 2 juli 2019.)

De voorzitter:
Aan de orde is de tweede termijn van de behandeling van de Rijkswet Koninkrijksgeschillen (35099). Ik heet de leden van de Tweede Kamer van harte welkom, ook de heer Van Raak trouwens, die voor de interruptiemicrofoon staat.

Ik heet welkom de bijzonder gedelegeerde aangewezen door de Staten van Curaçao, mevrouw Mc. William, en de bijzonder gedelegeerden aangewezen door de Staten van Aruba, de heren Thijsen, Tjon, Sneek en Arends, en mevrouw Lopez-Tromp, die wederom in ons midden hebben plaatsgenomen.

Voorts heet ik welkom de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Tevens hebben in vak-K plaatsgenomen de gevolmachtigde minister van Sint-Maarten, mevrouw Wuite, de gevolmachtigde minister van Aruba, de heer Besaril, en de gevolmachtigde minister van Curaçao, de heer Begina. Ik heet hen en hun medewerkers, die allen in de Voorzittersloge hebben plaatsgenomen, eveneens van harte welkom.

Ten slotte heet ik welkom de plaatsvervangend gevolmachtigde minister van Aruba, de heer Paris, alsmede de plaatsvervangend gevolmachtigde minister van Sint-Maarten, de heer Somersall, en de plaatsvervangend gevolmachtigde minister van Curaçao, mevrouw Eisden, die de leden van de Staten van Curaçao zal ondersteunen.

Ik word onrustig van u, meneer Van Raak. Wat is er aan de hand? Vertel?

De heer Van Raak (SP):
Ik word ook een beetje onrustig, want het lijkt een hele historische dag te worden. Het lijkt erop dat er overeenstemming is over een geschillenregeling. Alleen, dat zou moeten worden samengevat in een amendement en ik heb dat amendement niet. Ik ben direct de eerste spreker …

De voorzitter:
O, oké.

De heer Van Raak (SP):
… en ik wil het heel graag over dat amendement hebben, maar het ei is nog niet gelegd. Dus wat moet ik nou?

De voorzitter:
Ja, dat vind ik ook ingewikkeld. Wat moet … ? Jaaaa, meneer Van Dam. Vertel. Heeft u een oplossing?

De heer Van Dam (CDA):
Ik zou u eerst willen vragen om te zeggen: já, meneer Van Dam!

De voorzitter:
O, wat leuk om u weer te zien, meneer Van Dam. Vertel!

De heer Van Dam (CDA):
Want het wordt nog een hele lange dag.

De voorzitter:
Ja, dat is ook zo. U heeft helemaal gelijk.

De heer Van Dam (CDA):
Ik heb er zin an. Ik heb er ook zin an omdat ik ook denk dat er iets goeds gaat gebeuren, maar er moet nog een enkele procedurele activiteit gebeuren. Dat moet gebeuren. Ik zou u willen vragen om heel even een kleine schorsing in te lassen om dat te doen.

De voorzitter:
Oké. Heeft iedereen het ordevoorstel van de heer Van Dam gehoord? Ja? Heeft iemand daar bezwaar tegen?

De heer Van Raak (SP):
Nee, ik sta bijna te juichen, maar hoelang gaat dat dan duren? Want wij hebben een agenda tot 2.00 uur vannacht, dus we kunnen niet langzaam gaan zitten wachten tot het eens een keer gebeurt. Dus wat is dan de eindtijd en kunnen we niet alvast andere debatten gaan organiseren?

De voorzitter:
Even voor mijn helderheid, had dit gesprek niet eerder kunnen plaatsvinden, voordat ik de vergadering hervatte? Dat zou het wat makkelijker hebben gemaakt.

De heer Van Raak (SP):
Mij was verzekerd dat de amendementen er zouden zijn voor het debat begon. Wat stelt u voor, meneer Van Dam? Hoelang moet de schorsing zijn?

De heer Van Dam (CDA):
Voorzitter, ik stel 10 minuten voor. Als het eerder is, meld ik mij hier aanstonds, direct en meteen.

De voorzitter:
Zullen we dan tot 15.05 uur schorsen? Meneer Van Raak, kunt u daarmee leven?

De heer Van Raak (SP):
Zeker.

De voorzitter:
Nou, fijn om te horen.

De vergadering wordt van 14.52 uur tot 15.16 uur geschorst.

De voorzitter:
We gaan verder met de behandeling van de Rijkswet. We waren toegekomen aan de tweede termijn van de zijde van de Kamer. Ik hanteer spreektijden van twee minuten. Zoals afgelopen dinsdag ook het geval was, voeren de Nederlandse afgevaardigden afwisselend het woord met de afgevaardigden van Curaçao en Aruba. Iedereen is natuurlijk vrij om wel of niet het woord te voeren. De heer Van Raak staat al klaar. De heer Van Raak namens de SP.

De heer Van Raak (SP):
Voorzitter. We zitten wel op een bijzonder moment in het Koninkrijk. Negen jaar lang hebben onze regeringen onderhandeld over een geschillenregeling. Het is niet gelukt om overeenstemming te bereiken. Nu lijkt het erop dat het ei toch wordt gelegd. We kijken nog allemaal naar dat vreemde ei dat we met elkaar hebben gelegd. We zijn benieuwd wat eruit komt. Op dit moment, tijdens het debat, komen de wijzigingsvoorstellen, de amendementen, binnen. We zien hier dus echt wetgeving in de praktijk: vertegenwoordigers van vier parlementen van het Koninkrijk die samen een geschillenregeling maken. Ik ben daar wel trots op. Ik hoop dat het lukt. Van wat ik tot nu toe heb gezien word ik heel blij en gelukkig. Ik hoop dat de staatssecretaris dat ook wordt. Als wij aan het eind van deze middag een geschillenregeling zouden hebben, zou dat fantastisch zijn. Maar we moeten natuurlijk ook ervoor zorgen dat geschillen, ruzies, in de toekomst zo veel mogelijk voorkomen worden. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat besluiten van het Koninkrijk niet zelden leiden tot geschillen met de landen;

constaterende dat in deze geschillen verschillen in interpretatie van het Statuut een rol spelen;

verzoekt de regeringen van Aruba, Curaçao, Sint-Maarten en Nederland in een gezamenlijk overleg tot een nadere invulling te komen van de verantwoordelijkheden van de landen afzonderlijk en van het Koninkrijk als geheel, en de parlementen daarover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Raak, de heer Tjon en mevrouw Mc. William en de leden Bosman, Van Dam, Bisschop, Diertens, Kuiken en Drost.

Zij krijgt nr. 23 (35099-R2114).

Dank u wel, meneer Van Raak. Dan geef ik nu het woord aan de heer Thijsen van de MEP Aruba.

De heer Thijsen:
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik onderstreep het amendement-Wever/Thijsen uit 2010. Ik onderstreep ook de motie-Van Laar uit 2015. Ik onderstreep de standpunten van de deskundigen, de staatsrechtgeleerden. Op grond daarvan heb ik een amendement ingediend dat voldoet aan die voorwaarden.

Maar politiek is compromissen sluiten, elkaar kunnen vinden. Derhalve heb ik mijn eerste amendement, mijn amendement over de Afdeling bestuursrechtspraak, ingetrokken. In plaats daarvan komen twee amendementen. Het eerste heb ik ingediend samen met mijn collega van de Tweede Kamer de heer Van Dam. Die betreft een nieuwe Afdeling Koninkrijksgeschillen van de Raad van State. Dan heb ik ook een amendement ingediend samen met mijn collega's Diertens en Van Raak, over het verscherpen van artikel 8.

Voorzitter. Politiek is compromissen sluiten. Politiek is elkaar vinden. Ik herhaal mijn woorden: laat de politiek ons niet verdelen, maar laat de rechtvaardigheid ons tot saamhorigheid en eensgezindheid brengen. Met deze twee nieuwe amendementen hoop ik te voldoen aan de grondslag van het compromis met mijn Nederlandse collega's.

Dank u wel, mevrouw de voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Thijsen. Dan geef ik nu het woord aan de heer Drost namens de ChristenUnie.

De heer Drost (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. De schorsing van de afgelopen twee dagen — nee, het was eigenlijk maar één dag; voor mijn gevoel was het wat langer — heeft geleid tot veel overleggen op de achtergrond. Ik denk dat dat goede en constructieve overleggen waren. We hebben woorden met elkaar gewisseld. Dat heeft geleid tot een aantal amendementen die zijn ingediend, waaronder een van mijzelf. Ik heb een amendement ingediend dat gaat over artikel 1 van de Rijkswet Koninkrijksgeschillen. Het amendement regelt daarin dat de landen ook daar waar de voorzitter van de Rijksministerraad beslist dat een geschil niet doorgaat in de geschillenregeling, toch om een oordeel kunnen vragen van de Raad van State van het Koninkrijk of een aparte kamer, afhankelijk van het amendement dat daarover is ingediend.

Er zijn nog een aantal andere amendementen ingediend die wat mij betreft helpen om samen met de landen tot een gezamenlijke overeenstemming te komen. Daarbij moeten we — dat is volgens mij wel belangrijk — niet van plan zijn om met elkaar ruzie te maken, want dat is volgens mij niet de intentie van een geschillenregeling. Maar daar waar verschil van inzicht bestaat over waar de verantwoordelijkheid van het Koninkrijk begint en waar die ophoudt en waar de soevereiniteit en de eigen verantwoordelijkheid van een land begint, is de geschillenregeling zoals die nu voorligt, inclusief de amendementen die zijn ingediend door een aantal van mijn collega's, volgens mij een hele goede regeling en een deugdelijk middel om zo'n geschil ook via een goed en een grondig advies van een oordeel te voorzien.

De staatssecretaris heeft daarbij in de eerste termijn aangegeven het belangrijk te vinden dat het in zeer zwaarwegende omstandigheden en in crisissituaties belangrijk is dat er ook een veiligheidsklep, zoals hij het formuleerde, in die geschillenregeling blijft bestaan. Met het oog daarop hebben we artikel 8 van de wet in een van de amendementen van een nadere duiding voorzien. We hebben ook geregeld — dat is denk ik ook een belangrijke stap voor de landen — dat mocht er alsnog een beslissing worden genomen die afwijkt van dat wat in het oordeel staat, die toch nog in openbaarheid gebracht kan worden. Zo kan er namelijk in openbaarheid over worden gesproken en kan het straks ook worden betrokken bij de evaluatie van de wet, die ook in een amendement wordt geregeld. Dat alles bij elkaar zorgt er volgens mij voor dat de landen met de wet zoals die er nu ligt, inclusief de amendementen, zo meteen kunnen vertrouwen op een deugdelijke geschillenregeling.

Tot zover.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Drost. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Diertens. Wie wil het woord voeren? Ik heb hier de lijst. Meneer Arends, sorry. Meneer Arends namens AVP Aruba.

De heer Arends:
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Het zal ons niet ontgaan zijn dat het onderhavige ontwerp van de Rijkswet een verschuiving is van wat wij als Koninkrijksaangelegenheden beschouwen naar een meer subjectieve vorm van de belangen van het Koninkrijk. Waar afgelopen dinsdag ook tijdens mijn eerste termijn is gepoogd om dat begrip juist te verengen en nader te specificeren wie wat doet en wie de verantwoordelijkheid moet dragen, opteert het onderhavige ontwerp voor een meer fluïde en aan een bepaalde tijdgeest onderhevige interpretatie. Wat vandaag dus een belang voor het Koninkrijk kan zijn, hoeft het over twintig jaar niet te zijn. Rechtspraak dient dus juist rechtszekerheid te bieden en de test of time te kunnen doorstaan.

Het zal uw Kamer niet ontgaan zijn dat wanneer men het heeft over Koninkrijksrelaties of de herziening daarvan of over het treffen van voorzieningen om problemen en discussies elders te parkeren, dit bijna altijd een negatieve smaak heeft. We moeten dus niet uit de Kamer vertrekken en ervan uitgaan dat Koninkrijksaangelegenheden per definitie tot geschillen moeten leiden. Wij zijn immers allemaal politici die zich de afgelopen dagen over de reikwijdte van ons constitutioneel bestel hebben gebogen.

Als u mij toestaat, mevrouw de voorzitter, wil ik alle politieke partijen die gisteren en ook in de afgelopen dagen hier met ons, de Arubaanse delegatie en de Curaçaose delegatie samen hebben gezeten en oprecht hun politieke wil hebben getoond om tot een compromis te komen, van harte bedanken. Over het draagvlak van het onderhavige ontwerp van rijkswet ben ik het met de staatssecretaris eens dat je het niet altijd hoeft te hebben, maar dat er wel sprake moet zijn van een correcte uitvoering daarvan. Dat staat eigenlijk los van het draagvlak.

Om af te sluiten: zoals collega Thijsen, voorzitter Thijsen, naar voren bracht, is het nieuwe amendement een reflectie van de drie voorwaarden waaraan de Rijkswet Koninkrijksgeschillen had moeten voldoen. Andere opties zijn er niet, of een andere optie is een herschreven voorstel van rijkswet en dat is een herhaling van artikel 12. In onze adviesrol als bijzonder gedelegeerden hopen we dus van harte dat het amendement van collega Thijsen wordt gesteund. Mocht dat onverhoopt niet lukken: onze partij is een partij van de lange adem wat Koninkrijksrelaties betreft. Het heeft 40 jaar geduurd voordat wij de status aparte hebben gekregen. Als het vanavond niet lukt, ben ik ervan overtuigd dat wij in ieder geval zullen blijven om tot een echte geschillenregeling te komen.

Dank u wel, mevrouw de voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Arends. De heer Van Raak heeft een vraag. O, dat is geen vraag voor de heer Arends. Dan mag u weer gaan zitten, meneer Arends. Is het misschien een vraag voor mij?

De heer Van Raak (SP):
Ik heb een mededeling aan de voorzitter. Wij zijn nu midden in wetgeving. Ik wil heel erg graag een amendement van de heer Thijsen medeondertekenen. In de snelheid is dat alleen een beetje misgegaan. Ik sta nu onder het amendement op stuk nr. 19 van de heer Thijsen. Dat moet eigenlijk onder het amendement op stuk nr. 20 zijn.

De voorzitter:
Dan gaan we dat wijzigen. Ik denk dat dat komt door de snelheid waarmee amendementen zijn gemaakt en rondgestuurd. Misschien is dat dus een bedrijfsongelukje. Dat weet ik niet, maar het wordt rechtgezet.

Ik kijk naar mevrouw Diertens. Ja? Mevrouw Diertens namens D66.

Mevrouw Diertens (D66):
Dank u wel, voorzitter. Het was een bijzonder debat. Ik begon mijn verhaal gisteren met de opmerking dat een reis van 1.000 mijl begint met een eerste stap. Ik heb het gevoel dat mijn stappensteller deze dagen is doorgeslagen. We hebben gisteren al pittig gediscussieerd en er is veel overleg geweest met alle partijen. Ik wil daarvoor alle collega's heel, heel hartelijk danken, want ik geloof dat iedereen dat met de beste intentie doet.

Ik wil ook graag een amendement indienen. Dat is het amendement-Diertens/Kuiken, dat ervoor zorgt dat als de Rijksministerraad afwijkt van het oordeel van de Raad van State, de redenen daarvoor openbaar worden gemaakt. Verder ondersteun ik het amendement van de heer Thijsen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Diertens. De heer Van Dam heeft een vraag.

De heer Van Dam (CDA):
Voorzitter, ik ken de agenda van deze dag, dus ik zal het kort houden. We hebben net gezien dat de heer Van Raak zijn naam heeft weggehaald onder het amendement op stuk nr. 19. Ik denk dat dat verstandig is, omdat dat amendement eigenlijk haaks staat op alles wat wij de afgelopen dagen hebben gedaan met elkaar. Zou mevrouw Diertens ook bereid zijn om haar naam daar weg te halen?

Mevrouw Diertens (D66):
Nee, daar ben ik niet toe bereid.

De heer Van Dam (CDA):
Zou u misschien kunnen toelichten waarom u daar niet toe bereid bent?

Mevrouw Diertens (D66):
Omdat wij in samenwerking met de landen een hele stevige inbreng hebben gedaan in het amendement over het eerste voorstel. We zijn daarover in onderhandeling tot een compromis gekomen waarin we ons allemaal als basis goed konden vinden. Ik kon me daar ook heel goed in vinden. Nu is er een afgezwakte versie gekomen van dat voorstel, waarin wij ons niet zo goed kunnen vinden. Dat vinden we ook een goed voorstel, maar ik wil toch principieel kenbaar maken dat ik voor het amendement van Thijsen ben.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Van Dam (CDA):
Dat betekent dat, mocht dit worden aangenomen, u dat belangrijker vindt dan de rijkswet als geheel.

Mevrouw Diertens (D66):
Nee, ik hoop nog steeds dat we komen tot een goede oplossing van alles.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Diertens. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Mc. William. O, ik zit naar de verkeerde kant te kijken, sorry. Mevrouw Mc. William is van MAN Curaçao.

Mevrouw Mc. William:
Dank je wel, mevrouw de voorzitter. De discussie omtrent de geschillenregeling is en blijft een reflectie van het democratisch deficit in het Koninkrijk. Vandaag zullen enkele collega's enkele amendementen presenteren om het draagvlak zo goed mogelijk te realiseren. Een perfecte geschillenregeling zal er niet komen, maar hopelijk wel een zo optimaal mogelijke geschillenregeling met de amendementen van de collega's Thijsen, Kuiken en Diertens.

Mevrouw de voorzitter. En als het toch niet lukt om vandaag in de Tweede Kamer draagvlak te realiseren voor deze amendementen, dan blijft het standpunt van Curaçao, in overeenstemming met dat van hoogleraar professor Van Rijn: liever geen wet dan een halfbakken regeling waar je nooit meer vanaf komt.

Dank u wel, mevrouw de voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Mc. William. Ik kijk of er behoefte is bij de heer Sneek om iets te zeggen. Nee? Dan ga ik naar mevrouw Özütok, namens GroenLinks.

Mevrouw Özütok (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik toch mijn waardering uitspreken voor de verdediging door de staatssecretaris. Met bijna de hele zaal tegen zijn voorstel moet het gisteren geen eenvoudige opgave zijn geweest. Grote dank ook richting de vertegenwoordigers van de landen Curaçao, Aruba en Sint-Maarten. Uw aanwezigheid kwam de levendigheid van het debat zeer ten goede. Maar vooral herinnert u ons eraan dat ons land ook van u is: het Koninkrijk der Nederlanden.

Juist die gedachte dat we het in het Koninkrijk samen en in gelijkwaardigheid moeten doen, mis ik nog steeds in dit rijksvoorstel. Ik geloof oprecht in de goede intenties van de staatssecretaris, en met hem hoop ik van harte dat de geschillenregeling nooit geactiveerd hoeft te worden. Maar ik ben er niet gerust op dat het tot een bevredigende conflictbeslechting leidt als het wel zover komt. De staatssecretaris is niet tot concessies bereid en dat vind ik jammer, ook met het oog op de substantiële afwijkingen van door de Kamer in 2015 uitgesproken criteria voor de regering. Terwijl polderen in ons DNA zit, vindt de staatssecretaris het inzetten van mediation ook nog eens overbodig. Hij voelt zelfs niks voor het specificeren van de gronden waarop van het advies van 's Rijks Raad van State kan worden afgeweken. Dat zou veel van mijn zorgen wegnemen. Voor mijn fractie is het juist van belang dat niet lichtvaardig van de mening van een onafhankelijk Hoog College van Staat wordt afgeweken, al hadden we liever de beslissingsbevoegdheid geheel bij de rijksraad gelegd.

Voorzitter. Ik roep de staatssecretaris op om welwillend naar de wijzigingsvoorstellen van de Kamer en de vertegenwoordiging van de landen te kijken.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Özütok. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Lopez-Tromp. Nee? Dan ga ik naar de heer Bosman van de VVD. Gaat uw gang.

De heer Bosman (VVD):
Dank u wel. Ook ik wil beginnen met het uitspreken van dank aan de staatssecretaris en zijn team, want hier is hard aan gewerkt. Hier zijn wel dingen op de agenda gezet die tot besluitvorming leiden. Natuurlijk zitten wij hier ook als parlementariërs ons werk te doen en denken wij mee en kijken wij mee. Ik kijk terug naar mijn inbreng, waarin het ging over verantwoordelijkheid en samenwerken. Ik denk dat we hier een klein voorbeeld hebben gegeven van verantwoordelijkheid nemen en samenwerken. Dat betekent ook dat we elkaar moeten vinden.

Zoals ik al zei, zal geen enkel voorstel perfect zijn, maar als je wacht op perfectie kan je soms lang wachten en heb je niks — het betere is de vijand van het goede, heb ik gezegd — en dat zou zonde zijn, want we zijn dichtbij. En dan toch werd net gezegd dat het voorstel van de staatssecretaris of van de Rijksministerraad ver van ons af stond. Als je kijkt naar de motie-Van Laar, dan zie je dat toch wel heel veel dingen dicht bij elkaar waren. Dat bracht ons ook tot een moment waarop je zegt: het is haalbaar. Als ik zie wat er nu ligt, wat er in gezamenlijkheid is neergelegd, dan denk ik dat we daar best trots op kunnen zijn. Ik wacht natuurlijk af hoe de staatssecretaris gaat oordelen over de amendementen, maar de VVD staat hier zeer positief tegenover.

In mijn inbreng heb ik ook gesproken over het Statuut, over de zorgen over het Statuut en over de vraag of de geschillenregeling dan uiteindelijk de oplossing is voor de geschillen die gaan ontstaan. Daar ben ik nog steeds niet van overtuigd. Ik denk dat een goede geschillenregeling van belang is, maar dit gaat de geschillen niet oplossen. Het geldt nog steeds: als de verantwoordelijkheden binnen het Koninkrijk niet helder zijn, als daar nog onduidelijkheid over is, dan moeten we die helder krijgen. Ik ben dus ontzettend blij met de motie van collega Van Raak, waar mijn naam ook zeker onder staat. Ik hoop van harte dat wij hier gezamenlijk, met alle landen van het Koninkrijk, een serieus en een diepgaand gesprek over kunnen voeren. Ik hoop dat mensen bereid zijn om te zeggen "goh, hier moeten we iets veranderen, dat Statuut moet anders" en dan bereid zijn om te zeggen waar het anders kan.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Bosman. Dan geef ik tot slot het woord aan de heer Van Dam. Nee? Dan zijn we gekomen aan het einde van de tweede termijn van de zijde van de Kamer. Ik kijk naar de staatssecretaris. Is er behoefte aan een korte schorsing? Ja. Van ongeveer twintig minuten? Nou, dan doen we dat. We zijn er toch. Dan schors ik de vergadering voor twintig minuten.

De vergadering wordt van 15.35 uur tot 16.31 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik geef de staatssecretaris het woord. Nee, voordat ik de staatssecretaris het woord geef, geef ik de heer Thijsen het woord.

De heer Thijsen:
Ik wil voor de duidelijkheid aangeven dat ik het amendement op stuk nr. 15 intrek.

De voorzitter:
Het amendement-Thijsen (stuk nr. 15) is ingetrokken.

Ik stel vast dat daarmee wordt ingestemd.

Het woord is aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Knops:
Dank u wel, voorzitter. Dit is een belangrijk debat geweest, verdeeld over twee dagen. Dat hebben we eerder ook al geconstateerd. Het gaat namelijk ergens over. Het gaat er namelijk om hoe wij binnen het Koninkrijk invulling geven aan de opdracht die indertijd bij amendement gesteld is, namelijk om artikel 12a van het Statuut nader in te vullen: de geschillenregeling.

Ik heb goed geluisterd naar de inbreng van de sprekers, zowel in eerste als tweede termijn. Ik wil hen allereerst danken voor hun inbreng. Ik heb — mag ik dat zeggen? — vooral ook in de tweede termijn van de zijde van de gedelegeerden en de Kamerleden een iets andere toon gehoord dan in de eerste termijn. Dat vind ik heel mooi om te horen, want dat was het gevolg van veel gesprekken die hebben plaatsgevonden, ook buiten deze Kamer, om elkaar tegemoet te komen. Verschillende sprekers hebben daartoe in eerste termijn ook een oproep gedaan. En ze hebben het niet bij woorden gelaten, maar ook daadwerkelijk een poging gedaan om ervoor te zorgen dat er iets ligt, en dat we op het einde van het debat niet hoeven te concluderen dat er een geschil is over de geschillenregeling. Ik zeg de heer Bosman in dit geval maar na, maar ik zeg het zelf ook vaak: het betere is de vijand van het goede. En als het goed is, dan moeten we het doen. En als het beter kan, dan zal dat ook uit de evaluatie blijken. Dat is ook de houding die ik heb geprobeerd uit te dragen in eerste termijn. Die heb ik ook gereflecteerd gehoord aan de zijde van de sprekers. Daar ben ik heel blij mee, want het Koninkrijk is iets om trots op te zijn, om te koesteren en om te onderhouden.

Er spelen natuurlijk geschillen. De heer Van Raak zei: het is beter om geschillen te voorkomen dan ze te bespreken. We hebben daar in eerste termijn ook al over gesproken. Dat is waar, maar we maken nu een regeling, althans er ligt nu een voorstel van wet, om in de situatie dat je toch een geschil hebt, er op een goede manier uit te komen.

Ik ben dus ook heel blij met de toon en de bereidwilligheid van verschillende kanten om te kijken hoe we dan iets kunnen krijgen wat kan rekenen op draagvlak. Het is door een aantal sprekers in eerste termijn gezegd: draagvlak is ontzettend belangrijk. Dat is het ook. Maar misschien is het nog wel veel belangrijker dat we het vertrouwen hebben dat we hier, ook al is het niet perfect, samen invulling aan gaan geven, en dat we weten dat er, ook op basis van de evaluatie zoals die onderdeel uitmaakt van de wetstekst, ook de mogelijkheid is om bij te sturen als er onbedoelde effecten optreden. Dat moeten we ook gewoon uitspreken. Daar zijn we transparant in.

Voorzitter. Ook in verband met de tijd — ik begrijp dat er een beetje druk op zit in verband met de altijd drukke agenda op de laatste dag voor het reces — geef ik aan dat ik al een oordeel heb gegeven over de amendementen die voor aanvang van de eerste termijn waren ingediend. Dat laat ik nu dus achterwege. Dat was overigens inclusief het amendement op stuk nr. 14, waarover mevrouw Özütok sprak, over mediation. Daar heb ik al een oordeel over gegeven, namelijk dat ik dat amendement wil ontraden.

Ik zal me nu dus beperken tot de appreciatie van de amendementen die nieuw zijn dan wel gewijzigd zijn, als u mij dat toestaat. En ik geef uiteraard een appreciatie van de motie zoals die is ingediend door Van Raak, met heel veel andere ondertekenaars.

Dan kom ik bij het amendement op stuk nr. 18 van de heer Bisschop. Dat ging over de evaluatie. Dit amendement wijzigt het eerdere amendement van de heer Bisschop, namelijk het amendement op stuk nr. 17. Daar had ik al een appreciatie van gegeven. In dit amendement wordt nu bepaald dat de evaluatie al na drie jaar plaatsvindt in plaats van na vijf jaar. Verder wordt er een onderwerp toegevoegd dat bij de evaluatie betrokken dient te worden, namelijk "de frequentie van de afgewezen verzoeken om een geschilprocedure te starten, en de redenen die hieraan ten grondslag hebben gelegen".

Voorzitter. Tijdens mijn eerste termijn heb ik het oordeel over het oorspronkelijke amendement van de heer Bisschop aan de Kamer gelaten. En alhoewel ik betwijfel — het is eigenlijk niet een twijfel, maar misschien wel een hoop — dat we over drie jaar al voldoende praktijkervaring hebben, want we hopen allemaal dat de geschillenregeling niet zo vaak wordt toegepast, heb ik ook geen bezwaar tegen deze verkorting van de termijn. En ook met de toevoeging aan de lijst van onderwerpen die dan aan bod dienen te komen, kan ik prima uit de voeten. Mijn appreciatie van het amendement zal dus niet wijzigen: ik laat het oordeel over het amendement op stuk nr. 18 aan de Kamer.

De voorzitter:
Kort, de heer Bosman.

De heer Bosman (VVD):
Ja, helder. Ik snap de discussie over die vijf of drie jaar, maar het is niet de bedoeling dat die na drie jaar wegvalt. Als we geen geschillen hebben gehad om te evalueren, dan is er nog steeds de mogelijkheid om te zeggen: dat doen we nog een keer drie jaar. Of moeten we op dat moment met een nieuw amendement komen of met een nieuw voorstel?

Staatssecretaris Knops:
Dan moet ik even de tekst erbij pakken.

De heer Bosman (VVD):
Er staat: na drie jaar. Na drie jaar evalueren. Op het moment dat dat het enige is, dan zou het amendement na drie jaar vervallen. Klopt dat?

Staatssecretaris Knops:
Ik heb het amendement niet ingediend, dus dat zou een vraag zijn aan de indiener. Ik kan me niet voorstellen dat het amendement zo bedoeld is. Althans, ik heb het niet zo gelezen dat als na drie jaar geen evaluatie heeft plaatsgevonden omdat er geen geschil is geweest, alles vervalt. Want je wilt uiteindelijk wel evalueren.

De heer Bosman (VVD):
Deze uitspraak is volgens mij onderdeel van de wetsbehandeling. Dat is voor mij voldoende.

De voorzitter:
Gaat u verder.

Staatssecretaris Knops:
De toelichting zou op dat punt kunnen worden aangepast. Dat geef ik ter overweging aan de indiener van dit amendement. Hij kan de termijn zodanig aanpassen dat, als de evaluatie niet binnen drie jaar heeft plaatsgevonden, die zo snel mogelijk daarna plaatsvindt.

Dan kom ik op het amendement op stuk nr. 21, van de heer Drost. Ik noem dat maar even het amendement dat ziet op een procedure in het belang van de rechtsontwikkeling. Dat is dus een soort toets, waarbij gekeken wordt hoe je omgaat met geschillen of procedures, ook al hebben die niet daadwerkelijk plaatsgevonden. Dit amendement strekt ertoe een beroepsgang te creëren nadat het besluit …

De voorzitter:
Voordat u verdergaat, wil ik nog iets zeggen over het amendement op stuk nr. 18 van de heer Bisschop. Dat had ik misschien eerder moeten zeggen. De heer Bisschop is er niet. Hij overweegt vanavond bij de stemming om het amendement in te trekken. Dat is aan hemzelf. Hij moet dat zelf, persoonlijk, doen bij een amendement, dus u kunt het niet voor hem doen, mevrouw Kuiken.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Dat weet ik, maar ik kom even terug op dat amendement, dat nu het amendement op stuk nr. 18 is. De toelichting zal kort aangevuld worden met de suggestie die de staatssecretaris heeft gedaan.

De voorzitter:
Het is een amendement van de heer Bisschop. Alleen de heer Bisschop kan daar iets over zeggen. Zo hoort het bij een amendement. Dus we zien het vanavond, of vannacht.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Dat klopt, maar toch heb ik het hier gezegd, waarvan akte.

Staatssecretaris Knops:
Dan heb ik wel één vraag, want ik hoor de voorzitter zojuist zeggen dat de heer Bisschop het amendement wil intrekken. Ik denk niet dat …

De voorzitter:
Het is aan de heer Bisschop zelf.

Staatssecretaris Knops:
Ja, uiteraard is het aan de heer Bisschop.

De voorzitter:
We gaan het zien. Vannacht horen we dat.

Staatssecretaris Knops:
Oké. Dan het amendement op stuk nr. 21 van de heer Drost. Dit amendement strekt ertoe een beroepsgang te creëren nadat het besluit al definitief is geworden, in die uitzonderlijke gevallen dat de voorzitter van de RMR een verzoek van een gevolmachtigd minister om een geschilprocedure te starten afwijst omdat een zwaarwegend Koninkrijksbelang met spoed om besluitvorming vraagt.

Voorzitter. Ik sta sympathiek tegenover dit amendement. Het stelt de Caribische landen in staat toch een oordeel van de Afdeling advisering omtrent een geschil te verkrijgen. De wijziging kan als zodanig belangrijk zijn voor de rechtsontwikkeling. Ik heb al in een eerdere termijn gezegd dat ik dat een belangrijk punt vind. Dit kan de landen ook bescherming bieden in toekomstige gevallen, in die zin dat zo'n oordeel in het belang van de rechtsontwikkeling een bepaalde helderheid kan verschaffen over de toepassing van de bevoegdheid door het Koninkrijk.

Ik spreek daarbij wel twee verwachtingen uit. Ten eerste: als een dergelijke procedure zou worden gevolgd en deze in een specifiek geval in het nadeel van de Koninkrijksregering zou uitvallen, zal deze regering haar handelwijze daar in de toekomst in vergelijkbare gevallen op aanpassen. Ten tweede: andersom verwacht ik dan wel van de landen dat, als de uitkomst in een specifiek geval in het nadeel van de landen zou uitvallen, ook zij daarmee in de toekomst in vergelijkbare gevallen rekening zullen houden, bijvoorbeeld bij besluiten om al dan niet van de geschillenregeling gebruik te maken; een soort reciprociteit. Met die markering is mijn appreciatie van het amendement oordeel Kamer.

Dan kom ik bij het amendement op stuk nr. 25, dat het oude amendement op stuk nr. 20 vervangt. Het is ingediend door Thijsen, Van Dam, Van Raak en Bosman. Dit amendement strekt ertoe een nieuwe afdeling bij de Raad van State in het leven te roepen, de afdeling Koninkrijkgeschillen. Die afdeling zou belast moeten worden met de beoordeling van geschillen op grond van de rijkswet. De wijziging beoogt te benadrukken dat beoordeling van Koninkrijksgeschillen iets anders is dan reguliere advisering. Verder wordt de Caribische inbreng vergroot. De samenstelling van de nieuwe afdeling valt grotendeels samen met die van de Afdeling advisering, met dien verstande dat expliciet is bepaald dat op grond van het Statuut benoemde staatsraden voor het Koninkrijk ook deel uitmaken van de nieuwe afdeling en dat drie extra staatsraden, een van elk land, in buitengewone dienst worden benoemd, op voorstel van de Caribische landen.

Het is niet niks om in dit stadium van het wetgevingsproces een dergelijke institutioneel toch tamelijk ingrijpende wijziging door te voeren. De Raad van State is daar in formele zin niet over gehoord, noch in het kader van de wetgevingsadvisering, noch als belanghebbende, want het ziet ook op de organisatie van de Raad van State, als ik het even samenvat. Dat is toch wel een gemis, ook al omdat voor de benoeming van de nieuwe staatsraden in buitengewone dienst op een aantal punten wordt afgeweken van de reguliere benoemingsprocedure. Zo ga ik er maar van uit dat het voorstel dat de Caribische landen voor de benoeming doen, de regering niet bindt. Los daarvan leidt dit amendement tot een flinke wijziging van de Wet op de Raad van State.

Hoe dan ook, ik wil vast opmerken dat als dit amendement zou worden aangenomen door uw Kamer, hierover wel nader overleg zou moeten plaatsvinden, in ieder geval met de Raad van State. Gezien deze bezwaren zou ik denken dat het wellicht beter is dat uw Kamer straks alleen stemt over de amendementen en dat de eindstemming over het gehele voorstel van wet wordt aangehouden totdat de Raad van State alleen op dit punt — want dat geldt niet voor de andere amendementen — is geconsulteerd. Dat geef ik de Kamer dus in overweging. Het is uiteraard aan de Kamer om daar iets van te vinden, maar ik hecht er wel aan dat de Raad van State in adviserende zin en als onderwerp van debat hier een positie in heeft. Ik denk dat de Raad van State als Hoog College van Staat hierin gehoord zou moeten worden.

De heer Van Dam (CDA):
Dit kan aanleiding geven tot weer allerlei mitsen, maren en vragen die ik nu niet zal stellen. Kan de staatssecretaris een indicatie geven op wat voor termijn hij verwacht dat de Raad van State antwoord zal geven? Ik weet dat bij de vertegenwoordigers van de landen dat een aangelegen punt is, omdat men wil voorkomen dat dit jaren op de lange baan wordt geschoven.

Staatssecretaris Knops:
Dat lijkt mij niet, maar dat zou ik moeten nagaan. Het is in ieder geval niet vandaag. Het is onwaarschijnlijk dat voor de stemmingen van vannacht hierop nog een oordeel van de gehele Raad zal komen. Dat gaat niet lukken. Dit is een nogal ingrijpend voorstel. Ik moet nagaan hoe lang dat gaat duren.

De heer Van Dam (CDA):
Het ligt buiten zijn macht, want ook hij dicteert niet de agenda van de Raad van State. Maar zou de staatssecretaris dan in ieder geval de wens uit de Kamer kunnen horen dat alle haast die erbij geboden is, wenselijk is?

Staatssecretaris Knops:
Dat gevoelen wil ik graag overbrengen.

De voorzitter:
Wat is het oordeel?

Staatssecretaris Knops:
Ik zou op zichzelf oordeel Kamer kunnen geven als de Kamer de procedure volgt om wel te stemmen over de amendementen, maar niet over de rijkswet. Als de Kamer zegt ook over de rijkswet te stemmen, moet ik het op dat formele punt ontraden, omdat ik anders de Raad van State de weg en de pas afsnijd. Dat zou ik ongepast vinden in mijn positie. Dat kan de Kamer ook niet van mij vragen. Om die reden zou ik het dan moeten ontraden.

De voorzitter:
Dan is dat helder. De heer Van Dam.

De heer Van Dam (CDA):
Zou het dan ook niet fatsoenlijk zijn om het stemmen over dit amendement uit te stellen? Want anders plaatsen wij de Raad van State daarin meteen voor het blok. Dat is maar een vraag die ik naar voren breng.

De voorzitter:
Dan moeten we eigenlijk niet stemmen over alle amendementen. Het is lastig om er eentje uit te halen.

De heer Van Dam (CDA):
Ik stel voor dat we er dan maar gewoon over stemmen.

De voorzitter:
Oké.

Staatssecretaris Knops:
Het punt is dat als u nu niet stemt over het amendement, we niet weten wat de positie van de Kamer is. Mijn pleidooi zou een knip zijn na de stemming over de amendementen en het voorstel van wet, maar goed, dat is aan de Kamer.

De voorzitter:
Ja, zo is dat. Gaat u verder.

Staatssecretaris Knops:
Dan het amendement op stuk nr. 26 van de leden Diertens en Kuik. Dat was het oude amendement op stuk nr. 22. Dit amendement strekt ertoe de opmerking die ik heb gemaakt voor wat betreft de afwijkingsbevoegdheid van de RMR naar wetsniveau te brengen. Gezien mijn eerdere betoog om duidelijk te zijn over veiligheidskleppen, kan ik daar goed mee leven. Het tweede deel uit dit amendement betreft het expliciteren dat een afwijking ook moet worden gemotiveerd. Wij gingen ervan uit dat dit wetsvoorstel dit al vergde zonder expliciete regeling, maar ik heb er geen bezwaar tegen. Ik kan het oordeel over dit amendement aan de Kamer laten.

Dan kom ik bij het amendement op stuk. nr. 24. Dat was amendement op stuk nr. 19. Dit amendement strekt ertoe een voorziening te treffen om een afwijking door de RMR van een oordeel van de Afdeling advisering op grond van artikel 8 te laten toetsen door diezelfde Afdeling advisering. Ik moet dit amendement ontraden. Op deze manier kunnen alle bezwaren weer aan de orde worden gesteld en een procedure moet op een gegeven moment ook echt als beëindigd kunnen worden beschouwd. Dit zorgt ervoor dat geschillen eindeloos voort kunnen slepen en daar is niemand bij gebaat. Of de RMR op een onredelijke manier heeft afgeweken van oordelen van de afdeling is iets dat aan de orde zou moeten komen tijdens de evaluatie. Bovendien is het amendement niet duidelijk over wat er gebeurt indien de afdeling in tweede instantie zou oordelen dat de RMR niet in redelijkheid tot een afwijking kon komen. Is de RMR vervolgens gebonden aan dat oordeel, zou de vraag zijn. In mijn betoog afgelopen dinsdag heb ik volgens mij redelijk omstandig duidelijk gemaakt waarom de regering dit geen goed idee vindt. Ik moet dit amendement ontraden.

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 23 van de leden Van Raak, Tjon, McWilliam, Bosman, Van Dam, Bisschop, Diertens, Kuiken en Drost waarin de regeringen van Aruba, Curaçao, Sint-Maarten en Nederland verzocht worden in een gezamenlijk overleg tot een nadere invulling te komen van de verantwoordelijkheden van de landen afzonderlijk en van het Koninkrijk als geheel en de parlementen daarover te informeren. Deze motie koppelt de geschillenregeling aan het belang van een duidelijke verdeling van verantwoordelijkheden in het Statuut. Zo heb ik de indiener in eerste termijn ook horen spreken.

Ik heb begrip voor deze motie en constateer dat deze ook gedragen wordt door de Caribische vertegenwoordigers. Wel plaats ik graag een aantal opmerkingen hierbij. Allereerst vind ik het ingewikkeld dat de motie zich richt tot de regeringen van de vier landen en niet tot de regering van het Koninkrijk. Het is een verantwoordelijkheid van de vier landen. In de tweede plaats wijs ik erop dat de heer Van Raak het belang van een evaluatie van het Statuut vooral koppelde aan de waarborgfunctie, artikel 43 van het Statuut. Althans, zo heb ik het begrepen. In de derde plaats merk ik op dat mij niet geheel duidelijk is waartoe de motie precies oproept. Ik lees over een overleg, maar waar moet dat precies in uitmonden? Een keiharde resultaatsverplichting kan in het Koninkrijk helaas niet altijd gegarandeerd worden, als dat de vraag aan mij is. U kunt aan mij een inspanningsverplichting vragen — die zal ik ter harte nemen — maar een resultaatsverplichting is een stuk lastiger, zeker als de motie aan mij gericht is en vervolgens ook van andere partijen het een en ander vraagt.

Als ik de motie van de heer Van Raak c.s. zo mag interpreteren dat deze zich primair richt tot de regering van het Koninkrijk en vraagt om de verdeling van verantwoordelijkheden rondom de waarborgfunctie van het Koninkrijk duidelijker te maken en oproept tot een onderzoek hiernaar, dan kan ik het oordeel over deze motie aan de Kamer geven.

De heer Van Raak (SP):
Nee, het gaat natuurlijk om de verantwoordelijkheden. De waarborgfunctie is daar onderdeel van. Het gaat om alle verantwoordelijkheden tussen landen en Koninkrijk. Ik weet hoe de situatie is in het Koninkrijk, dus ik kan niet op voorhand aan de regeringen vragen om tot een gezamenlijk succesverhaal te komen. We kunnen wel de regeringen vragen om die verantwoordelijkheden eens goed op een rij te zetten en te kijken hoe die verantwoordelijkheden op zodanige manier kunnen worden ingevuld dat geschillen in de toekomst zo veel mogelijk voorkomen kunnen worden. Dat is meer dan een inspanningsplicht.

Staatssecretaris Knops:
Ik begrijp wat de heer Van Raak zegt, maar volgens mij heb ik het in eerste termijn toch goed begrepen. Als het gaat om een discussie over verantwoordelijkheden en de landen komen bepaalde verantwoordelijkheden niet na die hen op basis van het Statuut zijn toegekend, kom je al heel snel bij artikel 43 uit: de waarborgfunctie.

De heer Van Raak (SP):
Er staat ook niet in de motie dat de waarborgfunctie van dat overleg is uitgezonderd. Die is daar ook onderdeel van, natuurlijk. Maar het gaat niet alleen over de waarborgfunctie.

Staatssecretaris Knops:
Ik doe toch nog één poging. De reden dat ik probeer om het enigszins in te kaderen is dat het heel breed en groot wordt als het over alle verantwoordelijkheden gaat, terwijl het in de dagelijkse praktijk, ook in de debatten die in deze Kamer gevoerd worden, vaak terugkomt of samenkomt op de waarborgfunctie als bepaalde verantwoordelijkheden niet of gedeeltelijk worden ingevuld. Maar goed, ik zal mij moeten verstaan met de regeringen van de andere landen, de Koninkrijksregering. Ik heb het oordeel al gegeven.

De voorzitter:
Tot slot, de heer Van Raak.

De heer Van Raak (SP):
De tekst is toch heel helder: "in gezamenlijk overleg tot een nadere invulling te komen van de verantwoordelijkheden van de landen afzonderlijk en van het Koninkrijk als geheel". Dus ja, volgens mij is daar niet zo heel veel ...

De voorzitter:
Nee.

Staatssecretaris Knops:
Ik heb altijd geleerd: hoe korter de moties, hoe krachtiger ze zijn. Wat dat betreft heeft de heer Van Raak en zijn medeondertekenaars een prestatie geleverd. Ik moet zeggen dat de opdracht aan mij en aan anderen niet minder wordt.

De heer Van Raak (SP):
Maar wij wensen u wel veel succes.

De voorzitter:
Dank u wel. U bent klaar, zie ik?

Staatssecretaris Knops:
Ik ben klaar met de beoordeling van de amendementen en de moties. Ik wil nogmaals alle leden en sprekers die over dit onderwerp hebben gesproken, danken voor hun constructieve houding. Ik hoop oprecht dat dit voorstel van wet op een breed draagvlak kan rekenen, zodat we volgende stappen kunnen zetten binnen ons Koninkrijk.

De voorzitter:
Dank u wel.

De algemene beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Vannacht beslissen we hoe we hierover gaan stemmen. Ik wil de leden, de staatssecretaris, de bijzonder gedelegeerden, de gevolmachtigde ministers en eenieder die hen heeft ondersteund van harte bedanken. Ik heb het gevoel dat we meer geschorst hebben dan gedebatteerd, maar er ligt nu wel iets waar de Kamer en de mensen die aanwezig zijn iets mee kunnen. Ik dank iedereen.

De vergadering wordt van 16.52 uur tot 16.59 uur geschorst.

Uitrol van 5G

Uitrol van 5G

Aan de orde is het debat over de uitrol van 5G.

De voorzitter:
Aan de orde is het debat over de uitrol van 5G. Ik heet de minister van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat en de minister van Defensie van harte welkom. Ik geef de heer Sjoerdsma, die spreekt namens D66, als eerste spreker het woord.

De heer Sjoerdsma (D66):
Mevrouw de voorzitter. Nederland moet digitale koploper zijn en daarom moeten wij zo snel mogelijk 5G hebben. Dankzij de hoge snelheden en de betrouwbaarheid van dit netwerk komen zelfrijdende auto's in beeld, wordt het voor chirurgen mogelijk om via robotbesturing een operatie aan de andere kant van de wereld uit te voeren en kunnen wij onze landbouw veel efficiënter inzetten. De keerzijde van 5G is natuurlijk dat onze kwetsbaarheid toeneemt en dat wij dus onze veiligheid op orde moeten hebben. Met andere woorden, wij moeten 5G zo snel als de veiligheid dat toelaat uitrollen.

Als het gaat om die veiligheid, zitten wij in een spagaat tussen aan de ene kant de Verenigde Staten, die dreigen met een inlichtingenstop, en aan de andere kant de economische kansen en bedreigingen vanuit China. Om die reden is het zo belangrijk dat Nederland en de Europese Unie een eigen positie innemen.

Allereerst enkele opmerkingen over de veiligheidsmaatregelen tegen de inmenging. Het kabinet kiest ervoor om geografisch-neutrale voorwaarden te stellen, net als Duitsland. Ik denk dat dit een verstandige weg is. Dit is ook iets wat deze Kamer in heel grote meerderheid eerder dit jaar heeft gevraagd. Het is ook goed om te zien dat de voorwaarden zoals ze zijn gesteld, zijn opgeschroefd. Dat roept wel een algemene vraag op, kijkend naar deze voorwaarden. Betekent het dat Huawei kan meedingen voor het 5G-netwerk? Betekent het dat Huawei ook een kans maakt als dit bedrijf meedingt? En is het pakket dat het kabinet nu neerlegt voor de Verenigde Staten voldoende om te zeggen: ja, wij blijven inlichtingen delen?

Dan een aantal vragen per maatregel die het kabinet neemt. Maatregel 1 houdt in — ik parafraseer nu even — dat telecomproviders extra beveiligingsmaatregelen moeten nemen. Dat lijkt zeker verstandig. Ik vraag het kabinet hoe dit zich verhoudt tot de oproep van de directeur van de AIVD, de heer Schoof, van 2 april jongstleden, die eigenlijk zei: beter ten …

De voorzitter:
Halve.

De heer Sjoerdsma (D66):
… beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Dank u, mevrouw de voorzitter, dat was inderdaad het citaat. Hij zei dat volgens hem bedrijven moeten bekijken of zij al bestaande Chinese apparatuur uit hun netwerk kunnen verwijderen. Hoe verhoudt zich dit tot de genomen maatregelen? Graag een reactie van het kabinet.

Maatregel 2. Het kabinet stelt extra hoge eisen aan leveranciers van diensten en producten in de kritieke onderdelen van het telecomnetwerk. Ook dat klinkt verstandig. Ik vraag het kabinet welke eisen dat zijn. Duitsland heeft ook een aantal eisen op tafel gelegd, ook openbaar, maar spreekt van "vertrouwde partners" als voorwaarde voor leveranciers. Dat lijkt mij misschien een nog verstandiger lijn die Nederland wellicht zou moeten volgen. Daarop graag een reactie.

De heer Schoof zei op 2 april ook dat er geen gebruik zou moeten worden gemaakt van systemen afkomstig uit landen die een offensieve cyberagenda tegen Nederland voeren. Ook hierover de vraag hoe zich dat verhoudt tot de genomen maatregelen.

Nog een laatste vraag over de tweede maatregel. Telecomexperts beweren wel dat het niet uitmaakt of eisen worden gesteld voor de kernnetwerken, want juist de periferie van een dergelijk netwerk zou ook risico's met zich meebrengen. Ik vraag de staatssecretaris of dit de reden is dat zij spreekt over "kritieke onderdelen" in plaats van "kern" versus "periferie".

De derde maatregel houdt in een structureel proces volgend op de taskforce. Volgens mij lijkt mij dit uitstekend om de dreiging bij te houden.

Dan het vraagstuk van het satellietgrondstation Burum. In het TNO-onderzoek werd al eerder geconcludeerd dat 5G-netwerken niet compatibel waren met het satellietinterceptiestation zonder ernstige hinder en dat een internationale oplossing noodzakelijk is. Ik ben een beetje sceptisch over de voortgang van die oplossing. Die had er eigenlijk al in maart moeten liggen, maar inmiddels ligt er niet veel meer dan teksten waarin wordt gezegd dat het waarschijnlijk wel gaat lukken. Ik vraag de staatssecretaris, en eventueel ook de minister van Defensie, of wij geïnformeerd kunnen worden over de huidige stand van zaken. Welke garantie is er dat de mensen die wonen ten noorden van de lijn Amsterdam-Zwolle ook 5G krijgen? En welke overbruggingsmaatregelen, zoals genoemd in de brief, neemt het kabinet als dat niet lukt? Ik vraag dit ook omdat Duitsland al 5G zal gaan uitrollen; in juni is daar de veiling geweest. Ook dat zal hinder opleveren, vermoed ik zomaar. Hoe gaat het kabinet met die hinder om?

Helemaal tot slot. Gemeenten maken zich een beetje zorgen over het grondwerk voor 5G. Er is te weinig voorlichting over antenne-installaties en wat die bijvoorbeeld betekenen voor de ruimtelijke inrichting. Hoe gaat de staatssecretaris ervoor zorgen dat alle betrokkenen, ook de gemeenten, goed ingelicht zijn over de voorbereidingen voor de uitrol van 5G?

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Sjoerdsma. Dan geef ik nu het woord aan de heer Weverling namens de VVD.

De heer Weverling (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Nederland is al jaren koploper in digitale connectiviteit. Onze hoogwaardige digitale infrastructuur is onmisbaar in onze huidige samenleving. Daarom starten we binnenkort met de veiling van frequenties, zodat 5G uitgerold kan worden in ons land.

Ik vind het belangrijk dat we eerst stilstaan bij de veiligheid van onze huidige digitale infrastructuur. Onlangs hebben we nog ondervonden hoe kwetsbaar we als land zijn als onze digitale infrastructuur hapert en het 112-platform niet bereikbaar is. Omdat veiligheid onze hoogste prioriteit is, heeft de VVD in november 2018 een motie ingediend om onderzoek te doen naar de afhankelijkheid van buitenlandse technologie in onze huidige telecomnetwerken. Een van de redenen hiervoor was dat de AIVD in zijn jaarverslag duidelijk maakte dat China spionageactiviteiten onderneemt in Nederland. Het is belangrijk dat we hier oog voor hebben. Technologie kan niet alleen gebruikt worden voor spionagedoeleinden, maar bijvoorbeeld ook voor sabotage, zoals het verstoren van onze drinkwatervoorziening of het betalingsverkeer.

De door ons gevraagde risicoanalyse leert ons dat we op onze hoede moeten zijn en maatregelen moeten nemen, aangezien er landen zijn die een offensief cyberprogramma hebben tegen Nederlandse belangen, waarbij het aantal aanvallen de afgelopen jaren toeneemt. Telecomdienstverleners kunnen hierbij als springplank worden ingezet. Is het kabinet met de VVD van mening dat nu en in de toekomst de adviezen van de veiligheidsdiensten doorslaggevend moeten zijn bij de ontwikkeling van onze digitale infrastructuur?

De taskforce stelt een aantal maatregelen voor die een adequaat antwoord geven op de dreiging. Zo zullen de telecomaanbieders worden verplicht om aanvullende beveiligingsmaatregelen te nemen in hun huidige netwerk om weerbaar te zijn. Verder zullen in de toekomst extra hoge eisen worden gesteld aan leveranciers van diensten en producten in de kritieke onderdelen in het telecomnetwerk. Dit zijn maatregelen die de VVD onderschrijft. Onderschrijven de telecombedrijven dit ook? Wat betekent dit voor hen, ook met het oog op de benodigde investeringen? Hoe voorkomen we dat we op langere termijn afhankelijk worden van een enkele aanbieder van relevante diensten, hetgeen zowel de veiligheid als de economische houdbaarheid zou aantasten? Graag een reactie van het kabinet. Ook kiest het kabinet voor een structurele aanpak omdat er continu ontwikkelingen zijn, zowel qua dreigingsbeeld als qua technologie. Mag ik daaruit opmaken dat de huidige taskforce met de telecompartijen een structureel samenwerkingsverband wordt? Ook hierop graag een reactie.

Voorzitter. Dan de frequentieveilingen. De multibandveiling staat voor dit jaar gepland. Graag hoor ik van de staatssecretaris van EZK of we dit nog gaan halen. Wat de VVD betreft moet niet de opbrengst van de diverse veilingen leidend zijn, maar juist de nationale veiligheid. Onderschrijft het kabinet dit?

In het Friese dorp Burum staat een heel park met grondsatellieten. Een gedeelte daarvan zal verplaatst moeten worden vanwege de uitrol van 5G. Wanneer verwacht het kabinet duidelijkheid te kunnen geven over deze verplaatsing? Is reeds bekend hoeveel dit gaat kosten en hoe we dit gaan betalen? Kan dit ook met de veilingopbrengsten betaald worden? De grondsatellieten die blijven staan in Burum, worden gebruikt voor essentiële communicatiediensten met scheep- en luchtvaart. Kan het kabinet toezeggen dat dit ongestoord doorgang kan blijven vinden?

Voorzitter. Ondanks dat de staatssecretaris van EZK een heel duidelijke brief over eventuele gezondheidsrisico's van 5G naar de Kamer heeft gestuurd, blijf ik heel veel berichten ontvangen van mensen die zich zorgen maken over eventuele risico's en over de verandering van de fysieke leefomgeving door de plaatsing van antennes. Kan de staatssecretaris aangeven hoe ervoor gezorgd gaat worden dat iedereen goed wordt voorgelicht over wat de uitrol van 5G betekent voor de fysieke leefomgeving en op welke manier rekening wordt gehouden met gezondheidsrisico's?

Dan rond ik af. Wat de VVD betreft zijn we er niet met een wetswijziging, een frequentieveiling en een structurele samenwerking met de telecomproviders. Is het kabinet bereid om na te denken over een toekomstvisie op onze digitale infrastructuur? In zo'n visie kan worden ingegaan op vragen als: hoe zorgen we voor voldoende Europese technologische bedrijven die concurrerend en innovatief genoeg zijn om Nederland en Europa te voorzien van de juiste technieken? Wie zijn onze partners? En op welke manier kan het kabinet bijdragen aan investeringszekerheid voor telecombedrijven, ondanks de veranderende en aangescherpte eisen met betrekking tot de veiligheid?

Dit zijn zo maar wat vragen die wij graag beantwoord zien in zo'n toekomstvisie, zodat Nederland ook in de toekomst veilig kan blijven. Ik hoor graag wat het kabinet ervan vindt om zo'n toekomstvisie op te stellen.

Tot zover, dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Bromet, namens GroenLinks.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Voorzitter. Vandaag worden door GroenLinks drie onderwerpen aangestipt: straling, Burum en veiligheid. Ik begin met straling, want net als de collega's krijgen wij veel berichten van mensen die bang zijn hiervoor. De regering heeft al sinds 2006 16,6 miljoen uitgegeven aan onderzoek naar elektromagnetische velden. Agentschap Telecom gaat metingen uitvoeren bij de testopstelling van 5G-antennes in de publieke leefomgeving, zo schrijft de minister. Wanneer en waar gaan deze metingen plaatsvinden, is mijn vraag. Wij hebben al een suggestie. Ik sprak hierover met een wethouder uit Eindhoven. 5G gaat daar al getest worden en de TU Eindhoven zou hierin wellicht een rol kunnen spelen. Graag een reactie van de staatssecretaris.

Dan Burum. Om een landelijk dekkend 5G-netwerk te kunnen uitrollen, moet het satellietontvangststation in het Friese Burum verplaatst worden. De veiligheidsdiensten hebben in december via de media hun zorgen geuit over deze situatie. Dat is vrij uniek, omdat zij hun zorgen en kritiek meestal binnenskamers houden. Sindsdien horen we van het kabinet steeds dat er aan een oplossing wordt gewerkt. Graag zouden we vandaag eens een concreter antwoord van het kabinet krijgen op de vraag hoe het staat met het zoeken naar alternatieven voor het satellietstation. Gaat het lukken om een alternatieve locatie vóór september 2020 te realiseren? Wanneer wordt de Kamer geïnformeerd over de verschillende opties die er op tafel liggen? Moet er bijvoorbeeld een bilateraal verdrag worden gesloten met het land waar de opvolger van Burum wordt geplaatst, en hoe wordt gewaarborgd dat de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten ook in een ander land wordt nageleefd? Kortom, ik heb veel vragen en daar zou ik graag een antwoord op willen.

Dan Huawei en de veiligheid. Ik had vanochtend een gesprek met de directie van Huawei, een bedrijf met enorme kwaliteiten als het gaat over technologie en een gunstige prijsstelling. Maar het is ook een Chinees bedrijf, en GroenLinks kijkt daarom met een andere blik naar de expansie van dat bedrijf. China, een land dat geen rechtsstaat is, een land dat op elk moment als het hem uitkomt mee kan sturen met het bedrijfsleven. We hebben nog steeds geen duidelijkheid over 5G-toeleveranciers, terwijl dat hard nodig is. Polderen is een mooie traditie, maar hier is een duidelijke keuze vereist. De AIVD had die al gemaakt: geen Chinese apparatuur in het 5G-netwerk. Wat heeft het kabinet met dat advies gedaan? De brief schetst enorme risico's: het uitvallen van de samenleving. Is het wel zo verstandig om vitale digitale infrastructuur uit landen te halen die offensieve cyberprogramma's tegen Nederlandse belangen hebben? Is er bijvoorbeeld een verschil met het Russische bedrijf Kaspersky? Of kijk naar C2000. Voordat de vernieuwing, gegund aan een Chinees bedrijf, goed en wel is begonnen, gaat minister Grapperhaus op AIVD-advies ook al aan de slag met het vervangingstraject, om de afhankelijkheid van landen met offensieve cyberprogramma's tegen Nederland te minimaliseren. Wat is het verschil met 5G?

Voorzitter. Het heeft er alle schijn van dat economische belangen hier blindelings voorrang krijgen en daar kunnen we later spijt van krijgen. Graag een reactie op deze punten.

Een vraag tot slot: wat gaat het kabinet ondernemen om ervoor te zorgen dat Europese bedrijven meekomen met de technologische ontwikkelingen op telecomgebied, zodat we in de toekomst bij opvolgers van 5G ook nog kunnen kiezen voor Europese aanbieders?

De voorzitter:
De heer Sjoerdsma heeft een korte vraag.

De heer Sjoerdsma (D66):
Ik ben nu een klein beetje in de war. Nu lijkt GroenLinks toch weer te zijn voor het compleet weren van Huawei uit de Nederlandse systemen. Eerder heeft uw partij de motie gesteund van collega Weverling en mij, die stelde dat de veiligheidseisen bij kritische infrastructuur, zoals 5G, zodanig moeten worden aangescherpt dat onveilige buitenlandse invloeden zo veel mogelijk worden beperkt. Uw motie om Huawei te weren heeft u toen niet ingediend, dat heeft u toen achterwege gelaten. Daarmee leek u een draai te hebben ingezet, maar nu draait u toch weer terug naar het weren van Huawei. Wat is nu precies de positie van GroenLinks?

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Wij maken ons ernstige zorgen, ook omdat de veiligheidsdiensten daar waarschuwingen over uitgedaan hebben. Wij willen liever, volgens het voorzorgbeginsel, voorzichtig zijn, dan haast maken en nu al denken: we kunnen het wel zelf beschermen. Wij weten niet wat we niet weten. Dus wij weten ook niet of we het kunnen beschermen. Dat is echt een dilemma waar wij mee worstelen.

De heer Sjoerdsma (D66):
Begrijp me niet verkeerd, hoor. De dreiging, zeker vanuit landen met een offensieve cyberagenda tegen Nederland, ziet mijn partij ook. Daar moeten we ook op een verstandige manier mee omgaan. Het leek alleen alsof GroenLinks zich bij dit kabinetsbeleid had aangesloten door te zeggen: scherp nou die voorwaarden aan en doe nu zoals Duitsland. Dat was de motie van collega Weverling en mij, die u ook hebt gesteund. Maar ik begrijp dat u nu toch weer naar die andere positie bent gegaan, waarbij u zegt: het moet gewoon structureel geweerd worden. Ik vraag u dan ook: moet het uit het gehele netwerk geweerd worden wat u betreft? En moet het ook uit alle bestaande netwerken worden verwijderd? Het is toch belangrijk om dat even te weten.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Op dit moment zitten wij wel op dat spoor. Ik denk dat wij de motie anders verstaan hebben en dat wij daarom voor gestemd hebben. Maar dan zou ik nog even naar de precieze tekst moeten kijken. Maar ik heb niet het idee dat wij ons standpunt gewijzigd hebben.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Bromet. Dan geef ik nu het woord aan de heer Moorlag namens de PvdA.

De heer Moorlag (PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Er zijn drie punten die ik aan de orde wil stellen: de veiling van de frequenties, de veiligheid van de netwerken en de kernsystemen en de netwerken, en de aanhoudende zorg van mensen over elektromagnetische straling. Als het gaat om de veiling van de frequenties, dan stel ik eigenlijk opnieuw dat het een veiling moet zijn die niet is gericht op opbrengstmaximalisatie. Het gaat niet om het maximaal vullen van de schatkist. Dat moet niet het doel zijn van de veiling. Maximale opbrengst is voor de PvdA geen hoofdzaak. Hoofdzaak is dat er voor de samenleving echt waarde wordt gecreëerd. Waarde in de vorm van kwalitatief goede, betaalbare producten en diensten voor klanten. Daarnaast ook een snelle en complete uitrol van 5G, zodat het platteland niet achterblijft. Ook vraag ik aandacht voor duurzaamheid en energieverbruik. Het dataverkeer is in toenemende mate een gigantische energieslurper. Mijn vraag aan de staatssecretaris is of zij bereid is deze maatschappelijke belangen een nadrukkelijke plek te geven in de veilingvoorwaarden. Is zij bereid om eventuele druk vanuit het ministerie van Financiën te weerstaan?

Dan kom ik op de veiligheidsbelangen en de bescherming van onze mobiele netwerken. De PvdA volgt de lijn die de regering uiteenzet in de brief van 1 juli. Bij het streven naar minimalisatie van de risico's op spionage en infiltratie in en verstoring van vitale infrastructuur moet het voorzorgsprincipe leidend zijn. We moeten de risico's zo veel mogelijk minimaliseren. Dat er in Europees verband wordt samengewerkt en gecoördineerd, juicht de PvdA toe. Dataverkeer en datasystemen zijn immers grensoverschrijdend. Wat wel een verstorend element is, is het gegeven dat er een handelsoorlog woedt tussen China en de Verenigde Staten. Ik vraag de regering om alleen de veiligheidsbelangen leidend te laten zijn in de besluitvorming. Elke schijn dat Nederland een pion is in de handelsoorlog tussen de VS en China moet worden vermeden. Willen de bewindslieden dat toezeggen?

Voorzitter. De PvdA stemt dus in met de voorgestelde aanpak van de risico's in mobiele netwerken. Maar de vraag is wel hoe het zit met de vaste netwerken. We hebben zorgen over het deel van het dataverkeer dat niet loopt via de radiofrequenties, maar via glas en koper. Hoe staat het met de bescherming van die systemen? Lopen we daar geen veiligheidsrisico's? Is er via die netwerken geen risico op infiltratie en verstoring? Moeten we de kern van de vaste netwerken niet beter gaan beschermen? Er is toch geen waterdicht schot tussen de vaste en de mobiele netwerken? Hoe kijken de bewindspersonen daartegen aan? Zijn ze van plan om daar aandacht aan te schenken en beschermingsmaatregelen te treffen? Zo ja, welke en hoe?

Dan de gezondheidsrisico's van elektromagnetische straling. Heel veel mensen hebben angst voor nadelige en schadelijke effecten van straling. We spraken daar al eerder over. De mails blijven binnenstromen. Op basis van de gegevens van de Gezondheidsraad en het RIVM moeten we aannemen dat de schadelijke effecten er niet of slechts in zeer beperkte mate zijn. Maar dat wordt door heel veel mensen in twijfel getrokken. Ik neem afstand van degenen die complottheorieën opwerpen of in zeer onheuse bewoordingen onderzoeken en onderzoekers diskwalificeren, maar er moet wel ruimte zijn voor wetenschappelijke twijfel. Wetenschappelijke discussie moet er ook zijn. Niets is honderd procent zeker. Decennialang werd immers aangenomen dat gaswinning geen aardbeving met veiligheidsrisico's kon veroorzaken, totdat het tegendeel bleek.

De PvdA stelt voor om een proces in te richten waar ruimte wordt gevonden voor wetenschappelijke joint factfinding en joint factchecking. Dat is ook gedaan bij het inschatten van de veiligheidsrisico's van de CO2-opslag in lege gasvelden. De industrie-, natuur- en milieuorganisaties, die lijnrecht tegenover elkaar stonden, hebben samen die stap gezet. Samen hebben ze onderzoek gedaan naar de feiten en naar nut en noodzaak van CO2-afvang en -opslag. Samen hebben ze de feiten in beeld gebracht en dat heeft de polarisatie doen verminderen. Mijn vraag is of de staatssecretaris bereid is om zo'n proces te faciliteren. Wil ze die ruimte bieden en wil ze hierover een voorstel aan de Kamer doen toekomen?

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Moorlag. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Van den Berg namens het CDA.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik wil even mijn teleurstelling kwijt over de afwezigheid van minister Blok.

De voorzitter:
Minister Blok van Buitenlandse Zaken.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Voorzitter. Voor het CDA is de kernvraag: wie gaat 5G aanleggen, beheren en onder welke voorwaarden? Telecommunicatie en dus ook 5G zijn namelijk voor ons vitale infrastructuur en van essentieel belang voor de nationale veiligheid. Goed dat het kabinet de zorgen van het CDA deelt en dat er nu een risicoanalyse ligt. Deze is uitgevoerd door een taskforce met medewerking van de drie grote Nederlandse telecomproviders. Begrijpen wij goed dat hun leveranciers hier niet bij zijn betrokken?

Volgend op de risicoanalyse komt het kabinet dit jaar met aangescherpte eisen ten aanzien van veiligheid en integriteit, zoals ik in een eerdere motie heb gevraagd. Het CDA vindt het belangrijk dat we daarbij niet alleen eisen stellen aan de 5G-apparatuur en -systemen, maar ook aan aandeelhouders, financiers en bestuurders van de bedrijven. Wij overwegen hierover een motie.

Volgens het CDA moeten ook aan specifieke regio's met een verhoogd veiligheidsrisico eisen worden gesteld, zoals ministeries, greenports, havens en brainports. Graag een reactie en ook op dit punt overwegen wij een motie.

Voorzitter. Als overheid zijn we verantwoordelijk voor een veilig 5G-netwerk. Echter, ook gebruikers maken zich kwetsbaar, bijvoorbeeld door een app te downloaden. Het CDA wil dat de bewustwording hierover bij mensen wordt verhoogd. Hoe denkt de regering hierover?

Wij hebben de brief over 5G en gezondheid ontvangen. Echter, het CDA ontvangt nog steeds berichten van mensen die aangeven gezondheidsklachten te ervaren door elektromagnetische velden en straling. Kan de regering dit punt op de Europese agenda zetten? Hierover overwegen wij ook een motie. Dat zijn dan ook potentieel onze drie moties.

In een eerder debat heeft het CDA een verzoek gedaan met betrekking tot de financiering van het kennisplatform EMV & Gezondheid. Hoe staat het daarmee? Is het kabinet het met het CDA eens dat het voor de onafhankelijkheid beter zou zijn wanneer alleen de overheid dit platform financiert?

Voorzitter. Ooit heb ik de 5 P's geleerd: "proper planning prevents poor performance", oftewel "passende planning is preventie tegen een povere prestatie". In april waarschuwde het Agentschap Telecom dat gemeenten niet goed zijn voorbereid op de komst van 5G. Klopt dat? Wat gaat het kabinet hieraan doen? Al eerder heeft het CDA gevraagd, voor de veiling van de multibanden duidelijkheid te geven over de verplaatsing van het satellietgrondstation in Burum en over de gevolgen voor Inmarsat, het noodcentrum voor schepen. Wat is de stand van zaken?

In 2020 is de volgende veiling van telecomfrequenties. Het CDA wil een transparant veilingontwerp en geen strategisch biedgedrag. Wij begrijpen dat er een "in gebruik"-verplichting geldt en dat er dekkingseisen zijn, maar wij horen ook uit het veld dat deze eisen niet reëel zijn. Graag een reactie van het kabinet. Veiligheid en investeringen in glasvezel vindt het CDA belangrijker dan een hoge opbrengst. Is het kabinet dat met ons eens? Op dit moment zijn alleen KPN en Vodafone Ziggo gereguleerd. Het CDA pleit voor een gelijk speelveld voor alle spelers. Is het kabinet bereid hiernaar te kijken?

Voorzitter. Ten slotte. Het CDA wil dat alle vitale infrastructuren worden beschermd, dus ook het waterleidingnetwerk, het energienetwerk, landbouwgronden, bruggen en brainports. Minister Van der Steur had in 2015 al een lijst gemaakt. Ik heb in drie plenaire debatten, in juni 2017, april 2018 en april 2019, gevraagd hoever de regering is. Er is nu nog steeds op geen enkel terrein wetgeving. Hoelang gaat dit nog duren? Graag een reactie.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van den Berg. Dan geef ik nu het woord aan de heer Futselaar namens de SP.

De heer Futselaar (SP):
Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat niemand die dagelijks werkt op het netwerk van de Tweede Kamer niet af en toe wensdromen heeft over snellere netwerken. 5G biedt potentieel snellere netwerken en is dus in het algemeen iets waar wij naar uit moeten kijken. Maar er zijn risico's, en ik moet zeggen: het komt niet zo heel vaak voor dat de staatssecretaris van Economische Zaken en de SP op één lijn zitten, maar vandaag moet ik dat toch wel een beetje concluderen.

In de media en in debatten wordt al maanden beweerd dat Huawei-apparatuur een garantie is voor achterdeurtjes van de Chinese overheid, zodat Beijing mee kan kijken. Maar bijvoorbeeld de Adviesraad Internationale Vraagstukken constateert dat er weliswaar een wettelijke basis is waarop Chinese bedrijven gedwongen kunnen worden om in het strategisch belang van China te handelen, maar dat er geen aanleiding is om te denken dat dat nu al gebeurt. De strategie die de staatssecretaris naar de Kamer heeft gestuurd, is wat ons betreft de juiste aanpak: handel blijven drijven met China, maar wel waarborgen inbouwen op plekken waar dat kritiek is. Laten we ook niet vergeten dat onze eigen bondgenoot, de Verenigde Staten, ook een wettelijke basis heeft die de mogelijkheid geeft om iedereen die geen Amerikaanse staatsburger is, te bespioneren. We moeten de zaak wat dat betreft nuchter blijven bekijken en, zoals eigenlijk iedereen in dit debat altijd zegt, niet naïef zijn.

Dat geldt wat ons betreft ook voor de satellietinterceptie in Burum. Juist in een wereld waarin we niet naïef moeten zijn, moeten we wel degelijk zorgen dat zaken als interceptie mogelijk blijven. We moeten dreigingen van buitenaf kunnen afweren, maar aan de andere kant is het ook zaak dat er tijdig duidelijkheid komt. Niet eens zozeer over waarheen, maar over wanneer Burum zou kunnen verhuizen. Dat is wel noodzakelijk, zodat wij zeker weten dat het noordelijk deel van Nederland — en toevallig ook het leukste deel van Nederland — daadwerkelijk gebruik kan maken van 5G. Graag een reactie.

Voorzitter. Het advies van de AIV was veelomvattend over de houding die we aan moeten nemen ten opzichte van China. Daar gaat de Kamer nog verder over in debat, maar ik wil één punt er wel uithalen: de afhankelijkheid van één partij. Er zijn eigenlijk maar vier elektronicafabrikanten in de wereld die überhaupt de servers en switchers leveren die 5G kunnen verzorgen, en Huawei is daarvan op dit moment de goedkoopste en naar verluidt ook de beste. Die voorsprong heeft het bedrijf waarschijnlijk gekregen dankzij onder andere staatssteun van de Chinese overheid. Die afhankelijkheid is in algemene zin gevaarlijk en ze laat ook zien dat wij op het gebied van de industriepolitiek misschien ook wel iets minder naïef moeten zijn. Ik zou willen stellen: als de rest van de wereld zich niet houdt aan afspraken op het gebied van staatssteun en WTO, dan moeten Nederland en de Europese Unie misschien ook iets minder naïef zijn.

Voorzitter. Dit gaat over wie apparatuur gaat leveren voor 5G, maar de zaak van de veiligheid van mensen is een andere. Mevrouw Bromet heeft in een vorig overleg al gevraagd naar de gezondheidsproblematiek en de staatssecretaris heeft geantwoord over de huidige stand van wetenschap. Wij kennen de Gezondheidsbrief. Veel mensen maken zich zorgen over de gevolgen van straling door 5G. Ik wil hier stellen, niet alleen als woordvoerder Economische Zaken, maar ook als woordvoerder Wetenschap, dat ik geen serieus wetenschappelijk bewijs zie om die zorg te rechtvaardigen. Maar dat betekent niet dat de klachten van deze mensen niet reëel zijn, en het betekent ook niet dat deze mensen niet op een of andere manier gehoord zouden moeten worden.

Op zich is daarvoor het Kennisplatform ElektroMagnetische Velden een logische instantie, alleen valt ons op dat, als het gaat om de voorlichting, het Kennisplatform ElektroMagnetische Velden indirect wordt gefinancierd door telecomoperators, via een stichting weliswaar. Ik hecht eraan dat operators op een of andere manier bijdragen, maar het zou toch logischer zijn om dit op een meer onafhankelijke manier te organiseren. Dat verschaft ook het platform een meer onafhankelijke status. Als we bijvoorbeeld een klein deel van de opbrengst van de veiling inzetten voor de instandhouding van dat platform, dan zijn die telecomoperators eruit. Dan is een belanghebbende eruit en voorkomen we de schijn van belangenverstrengeling. Dan kan zo'n platform met veel meer autoriteit het gesprek aan met mensen en ervoor zorgen dat feit en fictie in de praktijk gescheiden blijven.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Futselaar. Dan geef ik nu het woord aan de heer Stoffer namens de SGP.

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Media wekken geregeld de indruk dat de liefde tussen de SGP en de ChristenUnie een beetje zoek is, maar ik onderstreep vandaag graag het tegendeel, en daarom begin ik ...

Wat zegt u, minister? Voorzitter, de minister zegt vanuit vak-K wat tegen me. O, mag dat niet? Nee? Nou, dan doen we dat daarna. Ik ga verder, want mijn tijd tikt natuurlijk door. Ik wil beginnen met een verwijzing naar de voormalige senator van de ChristenUnie Egbert Schuurman, iemand die mij in mijn studietijd heeft geïnspireerd. Hij waarschuwde in zijn boeken voor technicisme, voor het verabsoluteren van de macht van techniek en wetenschap gedreven door een menselijke heilsverwachting, met als keerzijde dat de ethiek het onderspit moet delven. Dat gevoel bekruipt mij ook een beetje bij 5G. Laten we met beide benen op de grond blijven en kijken naar de kansen, maar ook oog hebben voor de keerzijde van 5G voor gezondheid en veiligheid.

Volgens het kabinet blijft de straling binnen de normen. Negatieve effecten op de gezondheid zouden onvoldoende bewezen zijn. Tegelijkertijd zijn er serieuze signalen dat het wel problemen op kan leveren en hier moeten we niet aan voorbij gaan. Ik heb een artikel in het medische vakblad The Lancet gelezen waarin duidelijk staat dat er veel onderzoeken liggen met negatieve effecten. Daarom pleit de SGP voor voorzichtigheid. Ik wil graag eerst meer inzicht in de bijdrage van 5G aan het stralingsniveau bij toepassing op kleine schaal en bij grootschalige uitrol. Wat maakt 5G anders dan 3G en 4G en wat betekent dat voor de mate waarin zich eventueel gezondheidseffecten voordoen? Als ik op de website van de Gezondheidsraad "5G" als zoekwoord invoer, krijg nul, echt nul, ter zake doende resultaten en het RIVM vermeldt ook nauwelijks wat over 5G. De SGP pleit daarom voor goed onderzoek door het RIVM en de Gezondheidsraad naar de mogelijke gevolgen van implementatie van 5G en die hiaten in bestaand onderzoek.

Voorzitter. Dan de cyberveiligheid. 5G is een uitdaging voor onze veiligheid. de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding waarschuwt voor ontwrichting door steeds sterkere afhankelijkheid van digitale systemen en de kwetsbaarheid voor cyberaanvallen en 5G maakt het aanvalsgebied nog groter. Hoewel gebruikers gegevens veel beter kunnen versleutelen met minder kansen voor criminelen, is het bij 5G wel veel lastiger om die criminelen op te sporen. Gebruikers kunnen niet meer zo gemakkelijk geïdentificeerd worden en de aangescherpte privacyregels maken het voor veiligheidsdiensten moeilijk om toch hun werk te kunnen doen. Mijn vraag is hoe het kabinet hiermee omgaat.

Het kabinet wil extra hoge eisen stellen aan leveranciers voor de kritieke onderdelen van het telecomnetwerk. Prima, maar de grote vraag is hoe ver het kabinet wil gaan. KPN heeft, als ik het goed heb, inmiddels besloten dat het Chinese bedrijf Huawei niet betrokken zal worden bij de aanleg van de kern van het netwerk, maar wel bij de aanleg van de rest eromheen. Experts geven aan dat dit geen zin heeft, want veel data-afhandeling gebeurt bij 5G in die netwerkranden. De SGP pleit daarom voor een volledige uitsluiting van Chinese bedrijven als Huawei.

Voorzitter. Dan nog het grondsatellietstation Burum. Het grondsatelliet van onze inlichtingendiensten zou moeten verkassen naar het buitenland voor de uitrol van 5G in het Noorden. Wat betekent dat voor de betrouwbaarheid en de geopolitieke positie van Nederland? De SGP wil nadrukkelijk geen onomkeerbare stappen tot duidelijk is dat we hier niet op inleveren.

Helemaal tot slot de VNG. Het kabinet en marktpartijen stralen uit dat gemeenten maar moeten meebewegen met de uitrol van 5G, maar dat is in de praktijk niet zo eenvoudig en kan ook bij heel veel burgers weerstand opleveren. Wij zeggen daarom: zorg voor een goede betrokkenheid van de gemeenten bij deze uitrol.

Ik dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Stoffer. Dan geef ik tot slot aan de heer Graus namens de PVV.

De heer Graus (PVV):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. De goedkoopste hoeft niet de beste en meest veilige te betekenen en ik vrees dat dat ook in dit geval weer zo zal zijn. De PVV heeft tot nu gepleit voor uitrol van 5G onder enkele voorwaarden. Vanaf het begin — daar zijn we altijd heel consistent en consequent in geweest — hebben we onze zorgen uitgesproken over samenwerking überhaupt met buitenlandse bedrijven. We hebben dat vaker gezegd. Als het gaat om staatsveiligheid en privacy van onze inwoners, moeten we zo veel mogelijk proberen om dat allemaal zelf te regelen en als dat niet kan, moeten het betrouwbare partners zijn.

Al voordat er grote ophef ontstond over de samenwerking met de Chinese multinational Huawei bracht onze fractie zorgen in aangaande privacy en staatsveiligheid. Voorts stelden we de voorwaarde dat er geen gevaar zou bestaan voor de gezondheid van mensen en dieren. Daar wil ik nog even iets over zeggen. Voor de langetermijneffecten moeten we wat de PVV betreft epidemiologische en zo mogelijk oncologische onderzoeken afwachten. Dat zou eigenlijk moeten gebeuren. Ik weet dat er in het verleden ook al verschrikkelijke dierproeven zijn gedaan bij 3G en 4G. Daar ben ik fel op tegen. Ze gaan dan bijvoorbeeld een aap telefoontjes aan zijn hoofd binden, terwijl een aap helemaal niet representatief is voor de mens. Dat blijkt. Daarom gaan we in Nederland stoppen met dierproeven en die zo veel mogelijk afbouwen. We gaan zo veel mogelijk naar dierproefvrije innovaties, waar ik zelf de grote regisseur achter ben. Want dieren zijn totaal niet representatief. Dus laat heel duidelijk zijn dat ik niet vraag om proeven met dieren. Geen dierproeven, want het moet allemaal voor de mens representatief zijn. Geen proeven met weerloze dieren, die niet representatief zijn.

Zolang er geen schadelijke effecten voor mens en dier kunnen worden aangetoond, zou de PVV kunnen instemmen met de uitrol. Collega Bromet zei ook al dat er 16,6 miljoen is uitgegeven aan onderzoeken aangaande elektromagnetische velden. Kan 5G verhoogde of verkeerde celdeling veroorzaken? En zo niet, wat is het verschil met 3G en 4G? Wij willen dat er totaal geen gezondheidsrisico's worden genomen. Er mogen geen gezondheidseffecten zijn. Nu schreef de staatssecretaris in een brief die we hebben gekregen dat de Gezondheidsraad ook heeft vastgesteld dat zolang je onder vastgestelde normen blijft, er geen gezondheidseffecten zijn. En hoogleraar Hans Kromhout van de Universiteit Utrecht onderzoekt de langetermijneffecten van mobiele straling op de mens. Hij kan op dit moment niet garanderen dat de straling van mobiele telefonie gevaarlijk is, maar ook niet dat zij veilig is. Kromhout adviseert wel om meer onderzoek te doen. Vandaar dat ik een motie achter de hand houd en diverse moties van mijn collega van het CDA zal steunen. We willen echt dat die gezondheidseffecten worden onderzocht. En dat geld zeker ook voor de oncologische effecten, als dat mogelijk en nodig is. De uitrol van 5G hoeft hier volgens hoogleraar Kromhout niet voor te worden stopgezet. Ook daar krijg ik graag een reactie op.

Laat duidelijk zijn dat Huawei een no-go is. Dat gaat gewoon liever niet gebeuren en daar krijgen wij graag een toezegging op. Ik hoop trouwens dat daar ook een Kamermeerderheid voor is, want alleen ben je ook zo eenzaam en kun je ook zo weinig beginnen. Ik hoop dus dat meerdere partijen dat ook zullen steunen, want de staatsveiligheid mag nooit in het geding zijn. Nooit! En er werd ook al gezegd: vitale delen moeten beschermd worden. Vaste en mobiele netwerken moeten beschermd worden. Het is best mogelijk dat vitale delen dadelijk echt in hun hart geraakt kunnen worden. Dat mag nooit gebeuren. Bovendien moet de privacy van mensen gewaarborgd blijven.

Mevrouw de voorzitter, ik wacht de beantwoording af. Ik krijg dus graag de toezegging wat Huawei betreft. Dan hoef ik daar mogelijk geen motie over in te dienen. En ik krijgt ook graag toegezegd dat die onderzoeken er komen, buiten dierproeven om. Het gaat dus om epidemiologisch en oncologisch onderzoek.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Graus. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de kant van de Kamer.

De vergadering wordt van 17.36 uur tot 17.45 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik geef de minister van Justitie en Veiligheid het woord.

Minister Grapperhaus:
Voorzitter. Ik had een inleidende tekst, maar het goede nieuws is dat die inleidende tekst meteen al overgaat in de beantwoording van mijn eerste vraag, een vraag van de heer Weverling. We leven in een tijd van razendsnelle technologie. Ik denk dat het plezierig is dat dat ook voor onze termijnen geldt.

De heer Weverling stelde een zeer terechte vraag over de taskforce. Dat is inderdaad een structureel samenwerkingsverband. Dat is ook nodig omdat er continu ontwikkelingen zijn, niet alleen in de technologie, maar ook in het dreigingsbeeld. De ontwikkelingen gaan razendsnel. We moeten de technische werking en eventuele dreigingen voortdurend kunnen monitoren. Dat is een structureel proces. De eerste stappen daarin worden in gezet.

Mevrouw Van den Berg vroeg op welke wijze de drie telecomproviders betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van de risicoanalyse. De taskforce heeft met medewerking van die drie de risicoanalyse uitgevoerd naar de kwetsbaarheid van telecommunicatienetwerken voor misbruik via leveranciers. Ze zijn dus betrokken geweest bij de totstandkoming. De toeleveranciers zijn ook bevraagd als input voor het proces. Natuurlijk is die betrokkenheid wel zodanig dat de eigen kritische toets van de bij de taskforce betrokken departementen uiteindelijk voorop blijft staan.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Op basis van de informatie die wij uit de markt hebben gehad, hebben wij begrepen dat de drie telecomproviders veel gesprekken hebben gehad, maar dat de vier leveranciers — dan praten we over Nokia, Ericsson en Huawei; ZTE is hier minder van toepassing — in ieder geval geen gesprek hebben gehad met het ministerie.

Minister Grapperhaus:
Dat is juist.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Dan ben ik wel heel benieuwd naar de reden daarvan. Juist omdat daar discussie over is, kan ik mij voorstellen dat een gesprek toch wel onderdeel daarvan zou zijn geweest.

Minister Grapperhaus:
Daar is in ieder geval niet voor gekozen. Er is nu juist gekozen voor de aanwezige expertise op de departementen bij de diensten. Voor de risicoanalyse is gesproken met de providers als de uiteindelijke eindpartijen, om het zo maar te zeggen.

De voorzitter:
Gaat u verder.

Minister Grapperhaus:
Voorzitter. De heer Sjoerdsma vroeg welke eisen worden gesteld in relatie tot de Duitse aanpak. Zoals ik al zei, heeft de taskforce een risicoanalyse uitgevoerd. Op basis daarvan worden extra maatregelen genomen om het huidige netwerk weerbaarder te maken. Telecomaanbieders worden nu verplicht om aanvullende beveiligingsmaatregelen te nemen en extra hoge eisen aan leveranciers van diensten en producten te stellen. Dat is een structurele aanpak. Ik wil daarbij nog het volgende zeggen, toch een beetje als een voetnoot bij het antwoord op die vraag. Het kabinet pleit daarbij inderdaad ook voor EU-samenwerking.

De bewustwording op het gebied van software-updates moet omhoog. Mevrouw Van den Berg vraag daarnaar. We zitten dus in op meer awareness. Dat is onderdeel van mijn cybersecurity-aanpak, die u enkele weken geleden heeft gekregen. We krijgen ook dit jaar weer een overheidscampagne Alert Online, om die bewustwording te vergroten.

Ik kom op de maatregelen. De heer Moorlag vroeg naar de bescherming van het vaste netwerk. Hij vroeg aandacht voor de beschermingsmaatregelen. Die structurele aanpak gaat ervoor zorgen dat ook de toekomstige telecomnetwerken veilig zijn. We hebben daarom gezegd dat we echt aanvullende beveiligingsmaatregelen willen, ook op het bestaande geheel, waar de vaste netwerken toe behoren.

De heer Sjoerdsma stelde de vraag …

De heer Moorlag (PvdA):
Ik stelde de vraag toch iets uitgebreider. Er is nu gekozen voor een hele uitgebreide aanpak van de mobiele netwerken. Er is een hele taskforce voor ingericht. Ik heb in mijn bijdrage gezegd dat er geen waterdicht schot zit tussen mobiel en vast. Mag ik er dan van uitgaan dat er ook een zelfde intensieve aanpak komt voor de vaste netwerken, en dan niet alleen voor toekomstige netwerken, maar ook voor netwerken die op dit moment al functioneren?

Minister Grapperhaus:
Zo is het. Dat lag zelfs expliciet in mijn antwoord besloten. Ik weet niet of je kunt zeggen dat iets er expliciet in besloten ligt, maar ik heb dat echt expliciet gezegd, dacht ik.

Voorzitter. De heer Sjoerdsma vroeg naar die term "kritieke onderdelen". De risicoanalyse geeft aan: extra maatregelen nemen om het huidige telecomnetwerk weerbaarder te maken tegen dreiging. Er worden hogere extra eisen gesteld aan leveranciers van diensten en producten in die inderdaad kritieke onderdelen. Het is nog niet duidelijk op welke wijze die netwerken eruit zullen zien. In de aanpak wordt daarom gekeken naar kritieke onderdelen en die worden weer bepaald aan de hand van te beschermen belangen, ongeacht of zij in de kern of elders zitten, en dat is een antwoord op zijn punt over kern en periferie.

Dan was er de vraag van de heer Sjoerdsma over hoe extra veiligheidsmaatregelen van het kabinet zich verhouden tot die uitspraak van de AIVD. De maatregelen die de taskforce in zijn risicoanalyse aangeeft, worden onderschreven door alle partijen en dus ook door de AIVD, die lid is van die taskforce. In het kader van de nationale veiligheid bent u vertrouwelijk geïnformeerd over de precieze maatregelen, en daar ga ik verder niet op in. Dat wordt bij besluitvorming in het kader van de AMvB aan uw Kamer voorgelegd. Met die structurele aanpak zijn ook de toekomstige telecomnetwerken veilig. Daar is dus de AIVD uitdrukkelijk bij betrokken.

De heer Weverling vroeg naar de telecommaatschappijen, de telco's. Die hebben meegewerkt aan het onderzoek van de taskforce en inzage gegeven in hun netwerken. Ook hebben ze aangegeven welke maatregelen ze nu treffen om de veiligheid te waarborgen. Ze worden ook betrokken bij de structurele aanpak.

Mevrouw Bromet sprak nog even over dat advies dat in februari van dit jaar aan mij is gestuurd, waarin de AIVD ingaat op de dreiging en het belang van de 5G-technologie. Die brief is meegenomen en meegewogen bij het advies van de taskforce. De AIVD, als deelnemer van de taskforce, onderschrijft de voorgestelde aanpak.

Voorzitter, ik ga snel door. Er was nog een vraag van de heer Sjoerdsma over Europees of internationaal. Is het pakket voldoende voor de VS om inlichtingen te blijven delen? Het kabinet heeft er vertrouwen in dat er een robuuste en landenneutrale aanpak wordt neergezet die de veiligheid van telecomnetwerken en de daaraan gerelateerde veiligheidsbelangen van bondgenoten en partners in NAVO en EU adequaat borgt.

De heer Stoffer vroeg ook nog naar de afhankelijkheid van de digitale systemen. 5G maakt het aanvalsgebied groter, zegt hij, en het is lastiger om criminelen op te sporen. Hoe gaan we daarmee om? De mogelijke impact van 5G-technologie op het gebied van inlichtingenwerk en opsporing is bekend. Het is voor de nationale veiligheid van evident belang dat de inlichtingen- en opsporingsdiensten volgens de wet hun werk kunnen blijven doen. Die partijen worden daarom dus in het geheel en ook in de taskforce meegenomen.

Voorzitter, ik ben er bijna. Ik kom nog op mevrouw Van den Berg, die het had over die vitale sectoren, zeer terecht. De risicoanalyse die voor 5G is uitgevoerd, ziet op potentieel misbruik van systemen die door telecomaanbieders worden gebruikt. De WOZT, waarvan de parlementaire behandeling nog moet starten, ziet op ongewenste zeggenschap over bedrijven in de telecomsector, bijvoorbeeld bij een ongewenste overname van de Nederlandse telecomarbiter.

In mijn brief over het tegengaan van statelijke dreigingen van april dit jaar heb ik aangegeven wat de resultaten zijn van de analyses die zijn uitgevoerd naar de risico's voor de nationale veiligheid binnen vitale sectoren als gevolg van ongewenste zeggenschap, zoals aangekondigd in het regeerakkoord. Dat zijn de zogenaamde ex-ante-analyses. De hoofdconclusies uit de analyses is dat vrijwel alle vitale sectoren op dit moment beschermd zijn tegen ongewenste beïnvloeding als gevolg van de verandering van zeggenschap. Uit de analyse met betrekking tot telecommunicatie blijkt dat in de telecommunicatiesector ongeadresseerde risico's bij verandering in de zeggenschap bestaan, en daarom heeft het kabinet al eerder aangegeven dat het prioritair actie gaat nemen. En daarom is dus het wetsvoorstel Wozt bij uw Kamer ingediend.

Bij de uitvoering van de overige analyses bleek overigens dat vitale diensten en processen sterk afhankelijk zijn van toeleverende bedrijven, die daardoor een belangrijke rol vervullen en mogelijk ook als vitaal kunnen worden aangemerkt. Daarom heeft het kabinet gezegd dat zich ook daar nationale veiligheidsrisico's kunnen voordoen. In mijn brief over het tegengaan van statelijke dreigingen van april hebben we dus aangegeven dat we daarvoor maatregelen nemen. Zoals u hebt kunnen lezen, is een daarvan de investeringstoets op nationale veiligheidsrisico's bij overnames en investeringen.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Ik wil graag even checken of wij nu over hetzelfde praten. Het is duidelijk: voor de telecom hebben we de Wet ongewenste zeggenschap telecommunicatie. Daar wordt dus aan gewerkt. Maar ik heb het over al die andere sectoren. Begrijp ik goed dat de minister zegt dat in zijn aprilbrief is geconcludeerd dat de zeggenschap in al die andere sectoren in orde is en dat dat dus geen gevaar is? Mijn vraag is dan even: hoe gaan we ermee om als ze morgen worden overgenomen? Ik heb begrepen dat de enige andere sector waarop wat dieper is ingegaan het hele waterleidingsysteem betreft. Minister Van Nieuwenhuizen heeft daar zelf een onderzoek gedaan, en van die conclusies werden we niet echt vrolijker. Ik wil dat nu graag even duidelijk begrijpen.

Minister Grapperhaus:
Ik heb in de brief van april aangegeven dat de ex-ante-analyses ertoe hebben geleid dat die bescherming tegen ongewenste beïnvloeding als gevolg van een verandering van de zeggenschap in vrijwel alle, maar niet alle, vitale sectoren aanwezig is. En ik heb in die brief aangegeven dat, waar dat niet zo is, een aantal maatregelen worden genomen, waaronder de investeringstoets, waar wij het al eerder over hadden. En die past binnen een breder kader van aangescherpte wet- en regelgeving, waarbij die toets echt een laatste redmiddel zou moeten zijn.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Ik zei het ook in mijn inbreng: minister Van der Steur heeft hier al in 2015 een heel overzicht van gemaakt. Ik moet dus wel concluderen dat er nu sectoren zijn waarin de zeggenschap misschien is geregeld, maar dat er nog steeds sectoren zijn die kwetsbaar zijn. Ik denk ook nog even aan de Chinastrategie van het kabinet. Daarin staat bijvoorbeeld dat aan de wijsheid van de universiteiten zelf wordt overgelaten welke studenten welke studierichtingen doen, terwijl daarbij dus heel veel kennis en technologie kan weglekken.

Minister Grapperhaus:
Dan gaan we even van de zeggenschap naar andere onderwerpen. In de eerste plaats heb ik in mijn cybersecuritybrief, de begeleidende brief bij het Cybersecuritybeeld, aangegeven dat ik echt vind dat we op het punt van die weerbaarheid — en dan heb ik het meer over de systemen bij de vitale infrastructuur — echt nog stappen moeten maken. Ik wil de rol op mij nemen om daar een stevige, aanjagende functie in te vervullen. Maar daarvoor verwijs ik naar die brief; daar gaat het vandaag niet zozeer over. Een ander punt is dat we natuurlijk zien dat er vitale infrastructuren zijn — ik gaf het al eerder aan — waar die zeggenschap op een aantal punten nog beter dichtgeregeld zou kunnen worden, bijvoorbeeld met die investeringstoets.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Ik had gevraagd wat het kabinet gedaan had met het advies van de AIVD om geen Chinese apparatuur in het 5G-netwerk te gebruiken. De heer Grapperhaus zegt: …

De voorzitter:
De minister.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
… wij hebben het in die brief meegenomen en de AIVD staat nu ook achter de maatregelen. Maar ik had een heleboel andere vragen gesteld, en dat was niet voor niks. Ik had vragen gesteld over de vergelijking met C2000, met Kaspersky, en dat is …

De voorzitter:
Daar komt de minister op terug?

Minister Grapperhaus:
Ja, daar wou ik net iets over gaan zeggen.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
O, ik dacht u al klaar was. Maar misschien zal ik mijn vraag dan even afmaken. Het gaat mij erom dat ik meer inzicht wil hebben in de afweging die het kabinet gemaakt heeft, omdat die nu niet duidelijk genoeg is voor mij.

Minister Grapperhaus:
Mevrouw Bromet vraagt naar de afweging. Even kijken of ik de vraag goed begrijp. We hebben in de brief heel duidelijk aangegeven dat we aan de telecomproviders duidelijk maken dat er aanvullende beveiligingsmaatregelen zichtbaar moeten zijn in de systemen, en dat we bij de aanbesteding later met extra hoge eisen gaan komen voor de kritieke onderdelen. Dat is het punt waarop ik de heer Sjoerdsma heb geantwoord. Het is duidelijk te zien dat daar een zeer strenge verhoging van eisen in zit. De afweging is — dan kom ik langzamerhand ook bij Kaspersky en C2000 — dat men inderdaad een strenge toets moet toepassen. Dat volgt uit de eerdere brieven die ik heb gestuurd over statelijke dreiging en hoe we daarmee omgaan. Dat ligt dus besloten in de brief die uw Kamer gekregen heeft.

Dan kom ik nog even op de vraag of er een verschil is met Kaspersky en C2000. Ja, bij de Kaspersky-antivirussoftware zijn we uitgegaan van de dreiging die uitgaat van één specifieke statelijke actor, een dreiging die in Nederland overigens nog eens duidelijk feitelijk zichtbaar werd met de Russische spionagepoging bij de OPCW. Ik verwijs u daarvoor naar de brief die ik daar eind mei 2018 over heb gestuurd, maar ook naar de brief die mijn collega van Defensie heeft gestuurd inzake de kwestie OPCW.

Voorzitter. C2000 en 5G zijn slecht met elkaar te vergelijken. Bij C2000 gaat het om een heel specifieke dienst, namelijk communicatie voor hulpdiensten met specifieke contractpartijen, terwijl het bij 5G gaat om generieke basisinfrastructuur voor allerlei publieke en private diensten, waarvoor meerdere aanbieders in aanmerking komen. Dat vraagt echt om een heel andere aanpak. Daarom is gekozen voor een landenneutrale aanpak, die de technische kwetsbaarheden adresseert en die gebaseerd is op objectieve criteria, zoals ik die heb aangekondigd in de brief. Excuus, ik zeg het verkeerd: niet ik, maar wij, collega Keijzer en ik, hebben die aangekondigd in onze brief. Een taskforce heeft een risicoanalyse uitgevoerd. Op basis daarvan is die extra maatregel aangekondigd. Dan kom ik weer terug met het verhaal: daar zijn ook de diensten, zoals de AIVD en de MIVD — maar ook de NCTV was daar leading in — bij betrokken.

Voorzitter. Dan ben ik bij de beantwoording van de laatste vraag, van de heer Sjoerdsma over het Chinese bedrijf Huawei. We verschillen nog weleens van mening over de precieze uitspraak. Het is niet zo dat producten en diensten afkomstig uit een specifiek land per definitie nationale veiligheidsrisico's met zich meebrengen. Of producten en diensten een potentieel risico vormen, is afhankelijk van allerlei factoren. Dat moet dus telkens op een case-by-casebasis worden bezien. Daarbij — nu ga ik de Kasperskycriteria toch nog even noemen — moet gekeken worden naar de dreiging: is er bij gebruik sprake van een nationaal veiligheidsrisico en zo ja, zijn er dan maatregelen mogelijk om dat risico beheersbaar te maken? Als er geen beheersmaatregelen mogelijk zijn, kan besloten worden geen gebruik te maken van de producten en diensten in kwestie. Ik ga hier, gezien zowel de nationale veiligheidsbelangen als de belangen van het bedrijfsleven, nu natuurlijk niet speculeren over toekomstige maatregelen. Elke leverancier moet voldoen aan de extra hoge eisen die worden gesteld aan leveranciers op de kritieke onderdelen die ik in mijn brief heb genoemd.

Tot slot. Partijen die een risico vormen voor de veiligheid van de Staat of de openbare orde, kunnen op grond van artikel 3.18 Telecommunicatiewet worden uitgesloten van deelname aan de veiling van de frequenties.

Voorzitter. Dit was mijn beantwoording.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Ik heb nog een vraag. Bij Kasperksy gaat het om een statelijke actie, zegt de heer Grapperhaus.

De voorzitter:
De minister.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Ja, de minister, neem me niet kwalijk. Dat is bij Huawei niet het geval. Mijn vraag aan de heer Grapperhaus … Sorry, aan minister Grapperhaus. Sorry, voorzitter, ik ben een beetje moe zo langzamerhand.

De voorzitter:
Ja, dat begrijp ik heel goed. Dat geldt voor ons allemaal.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Is dat Chinese bedrijf Huawei net zo'n bedrijf als ieder ander? Kijkt de minister daar op dezelfde manier naar, of zegt de minister hetzelfde als GroenLinks? Wij zeggen namelijk: de Chinese overheid is er nu misschien niet bij betrokken, maar zij kan op elk moment dat zij dat wenst, toegang krijgen tot de bedrijfsvoering van Huawei, omdat het geen rechtsstaat betreft.

Minister Grapperhaus:
De beslissing die wij vorig jaar, in mei 2018, hebben genomen met betrekking tot de Kaspersky-antivirussoftware viel precies te leggen langs de lat van de criteria die ik toen in de verantwoordingsbrief daarover heb genoemd. Het voldeed heel duidelijk, in alle opzichten, aan de criteria om te beslissen dat wij niet langer wilden werken met die antivirussoftware, die diep in onze systemen gaat. Het bedrijf dat die software levert, is namelijk gevestigd in een land dat op dat moment heel duidelijk gekend was als een statelijke actor, die zich ook echt richtte tegen de Nederlandse belangen. Dat was daar de situatie. Dat heb ik toen ook helemaal zo uiteengezet. Dan moet je ingrijpen en zeggen: we gaan dat niet doen.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Ik heb niet het idee dat ik een antwoord krijg op mijn vraag, omdat ik gevraagd heb naar de toekomstige acties van de Chinese overheid via het bedrijf Huawei.

Minister Grapperhaus:
Dan kom ik weer terug op het punt dat ik heb gezegd: we hebben een landenneutraal uitgangspunt, maar we stellen zeer strenge, hoge eisen aan de kritieke onderdelen. Los daarvan treffen we extra aanvullende maatregelen voor de bestaande zaken. Dat geeft het kernuitgangspunt weer zoals dat ook in de brief is aangegeven.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
GroenLinks denkt daar anders over.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Ik weet dat dit m'n laatste interruptie is, althans de laatste twee.

De voorzitter:
Jullie zijn zo keurig, dus prima.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Ik wil graag even het volgende aan de minister vragen. Ik had in mijn inbreng aangegeven dat het CDA graag eisen gesteld wil hebben aan bedrijven, maar ook aan bestuurders en bijvoorbeeld financiers. Dus, als een bedrijf vreemd vermogen van een bank leent, mag dat niet zomaar van een willekeurige bank in een willekeurig land. Ook mag niet zomaar vanuit de hele wereld iedereen benoemd worden als bestuurder, zowel de directie als de raad van toezicht. Daarop zou ik graag een reflectie van de minister krijgen.

Minister Grapperhaus:
De brief die ik in april heb gestuurd over de statelijke actoren en hoe je daarmee om moet gaan, geeft van a tot en met h — ik doe het uit mijn hoofd, dus het kan ook de letter i of j zijn geweest — een heel groot aantal verschillende instrumenten weer waarmee je om kunt gaat met dat soort situaties van mogelijke inmenging door statelijke actoren. Een daarvan is de al eerder genoemde investeringstoets. Die is ook weer in een aantal punten uitgewerkt. Daarbij kun je natuurlijk ook kijken naar de eigendomsverhoudingen en de andere aspecten die spelen. Die zouden in zo'n toets gelegd moeten worden.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat.

Staatssecretaris Keijzer:
Dank u, voorzitter. Het zou mijn eer te na zijn om vandaag niet te beginnen met aan te geven dat uit onderzoek is gebleken dat Nederland op dit moment nog steeds beschikt over zeer hoogwaardige mobiele netwerken. We behoren daarmee tot de absolute wereldtop. In de Digital Economy and Society Index staan wij op een derde plaats. Dat is maar goed ook, want connectiviteit is zo langzamerhand een basisbehoefte geworden voor mensen en van essentieel belang voor een concurrerende economie. Dit benadrukt het belang van de acties die u heeft aangetroffen in het Actieplan Digitale Connectiviteit en de Nota mobiele communicatie die ik aan de Kamer heb gestuurd. Daarin staan de voorwaarden die wij gaan gebruiken bij de vormgeving van de veilingregeling die wij na de zomer, zo in september of oktober, willen gaan consulteren. Daarbij willen wij komen tot een efficiënte verdeling van het spectrum, een realistische opbrengst en een eenvoudig, transparant model, waarbij er keuzevrijheid is voor de deelnemers aan de veiling om ervoor te zorgen dat er zo veel mogelijk altijd en overal beschikbare frequenties zijn om aan een grote diversiteit van vragen te voldoen.

Wat kan er nou straks allemaal met die 5G? Soms heb ik het idee dat mensen denken dat vandaag 5G al overal voor iedereen op je telefoon beschikbaar is. Dit is niet zo. Soms is die techniek er al wel, maar er wordt ook ontzettend gewerkt aan die technieken om nog veel mooiere zaken mogelijk te maken. Waar denk je dan bijvoorbeeld aan? Soms kunnen dingen nu al, zoals in de slimmere landbouw of in de zorg, zodat op het moment dat iemand in een ambulance onderweg is, er al contact met een specialist kan worden opgenomen om direct te kijken wat er aan de hand is en wat iemand nodig heeft. Slimmere, duurzame, veiligere en goedkopere productieprocessen in fabrieken, bijvoorbeeld.

Tot slot kan 5G het mobiele internet nog sneller maken. Iemand vroeg wat het verschil is tussen al die technieken: 3G, 4G, 5G. 5G maakt het mogelijk dat het internet nog sneller gaat en nog betrouwbaarder is dan dat het nu al is. Ik hoorde de heer Futselaar zeggen dat er soms systemen zijn waarvan je je afvraagt hoe lang het nog duurt voordat al die nieuwe technieken er zijn. Dat is dus waar wij aan werken.

In de Nota mobiele communicatie ligt het beleid dus vast dat we de komende jaren gaan voeren bij de verschillende frequenties die de komende vijf tot tien jaar beschikbaar komen. Dit betreft nieuw aangewezen frequenties, zoals de 700 MHz- en 1400 MHz-band en de 3,5 GHz-band. Het gaat echter ook over frequenties die al eerder zijn uitgegeven en waarvan de vergunningen binnenkort aflopen: de 2100 MHz. Ik heb net al aangegeven wat we willen bereiken: kwalitatief hoogwaardige mobiele dienstverlening die kan voldoen aan de vraag.

Een aantal van u heeft aan mij vragen gesteld over het lokale beleid. Lokale overheden spelen uiteraard een heel belangrijke rol bij het stellen van de juiste randvoorwaarden om die hoogwaardige digitale infrastructuur te bereiken. In het Actieplan Digitale Connectiviteit vindt u verschillende acties die al uitgevoerd zijn of in uitvoering zijn. De heer Sjoerdsma en de heer Stoffer vroegen aan mij of gemeentes goed voorbereid zijn, wat er op dat gebied allemaal al gebeurt en wat er nog meer zou kunnen. Het Handvest 5G is door diverse partijen, zoals het ministerie, de Vereniging Nederlandse Gemeenten, telecompartijen en kennisinstellingen ondertekend. Hierin is afgesproken om samen te werken bij de uitrol van 5G. We doen met de VNG onderzoek naar de effecten van het lokaal antenne- en vergunningenbeleid op de realisatie van 5G. Het is natuurlijk belangrijk dat het op zo veel mogelijk plaatsen op elkaar afgestemd wordt om te voorkomen dat elke keer het wiel opnieuw wordt uitgevonden. Ook zijn er gesprekstafels met gemeentes over digitale connectiviteit ingericht om ervoor te zorgen dat de uitrol zo snel mogelijk gaat. Er is een site die geactualiseerd is: Samensnelinternet.nl. Daar kunnen gemeentes informatie krijgen om goed voorbereid te zijn, zoals handreikingen en good practices.

Dan wordt er uiteraard ook informatie verschaft over gezondheidsvragen. Daar wil ik toch ook uitgebreid op ingaan vanavond. Ik heb begrepen dat er een heleboel belangstelling op de publieke tribune is voor dit onderwerp. Ik heb de Kamer eerder een uitgebreide brief hierover gestuurd, waarin ik uiteengezet heb wat wij daar allemaal aan doen. Dat is de brief van 16 april. In grote lijnen komt het erop neer dat er internationale eisen gesteld zijn; als je je daaraan houdt, kun je ervan uitgaan dat er voldoende veiligheid is. Waar zijn die eisen op gebaseerd? Die zijn gebaseerd op onderzoeken waarin meerjarig gekeken wordt naar de effecten van elektromagnetische velden. Het ZonMW-onderzoeksprogramma EMV richt zich op een viertal onderwerpen: de biologische interactie tussen blootstelling aan EMV en het menselijk lichaam, epidemiologisch onderzoek naar het verband tussen blootstelling en het optreden van gezondheidseffecten, gepercipieerde risico's van EMV en technologische aspecten van EMV. Een van de studies is verlengd tot 2023. Dit betreft een zeer groot, Europees, cohortonderzoek waarin enkele honderdduizenden mensen gevolgd worden met als doel: langetermijnsgezondheidseffecten.

De voorzitter:
Iedereen heeft die brief, heb ik begrepen.

Staatssecretaris Keijzer:
Ja, voorzitter, dat begrijp ik. Ik kan hier natuurlijk heel kort zijn en zeggen dat die brief gestuurd is en dat het daarmee af is, maar een flink aantal Kamerleden heeft mij daarnaar gevraagd. Dan vind ik het wel zo netjes om daar antwoord op te geven. Maar als u zegt dat het niet nodig is …

De voorzitter:
Als iedereen die brief heeft, en dat is het geval, dan ga ik ervan uit dat iedereen die brief ook goed heeft bestudeerd. Maar er zijn wel concrete vragen gesteld, en op die vragen zou ik graag antwoord willen hebben. De heer Weverling wil interrumperen.

De heer Weverling (VVD):
Ik denk dat de brief heel duidelijk is, maar dat het nog schort aan goede voorlichting. Er zijn veel gevoelens van onrust bij veel mensen in het land. Kan er dus iets meer aan voorlichting gebeuren?

Staatssecretaris Keijzer:
De laatste zin die ik dan daarover wil uitspreken, is dat de Gezondheidsraad concludeert dat er geen bewezen verband bestaat met langdurig en frequent gebruik van de mobiele telefoon. Welke voorlichting wordt daarover gegeven? Je kunt al deze informatie vinden op de site van de Gezondheidsraad en de site van ZonMw. Op de website van het Antennebureau kun je vinden dat er metingen gedaan worden. Overal in het land wordt geregeld gemeten, zowel voor 3G, 4G als 5G, als dat gebruikt wordt. Elke keer wordt vastgesteld dat het tienvoudige onder de gestelde internationale normen gemeten wordt. De mensen die er verstand van hebben, zeggen dat er geen gezondheidseffecten zijn als de internationale normen worden aangehouden. Wij zitten met het tienvoudige onder die internationale normen. Samen met gemeenten zorgen wij ervoor dat deze informatie ook daar beschikbaar komt, zodat mensen dat weten.

Mevrouw Van den Berg gaat nu staan. Zij heeft gevraagd of wij ook nog eens in Europees verband hiervoor aandacht kunnen vragen. Ja, dat wil ik absoluut doen. Onderzoek is wel lastig, ook omdat de aard van klachten verschillend is. Ook de bronnen die worden ervaren, zijn verschillend. Toch is het goed om te bekijken of er een goede begripsomschrijving en een diagnosemethode gevonden kunnen worden. Ik wil daarvoor, conform het verzoek van een aantal woordvoerders, aandacht vragen in Europees verband, want volgens mij is dat de plek waar je dit moet doen.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Volgens mij worden er niet alleen in Nederland klachten ervaren door mensen. De staatssecretaris zegt dat zij aan een diagnose wil gaan werken. Deze mensen voelen die verschijnselen, dus dan zou het toch fijn zijn als er niet alleen voorlichting wordt gegeven.

Staatssecretaris Keijzer:
Voorzitter, dan citeer ik uit de brief waarvan u aan mij vraagt om dat niet te doen, als u mij toestaat. Klachten die mensen beschrijven, kunnen absoluut reëel en ernstig zijn. Daar doe ik niets aan af. Alleen de oorzaak van die klachten is wetenschappelijk niet duidelijk. Het Kennisplatform EMV verwacht ook dat verder onderzoek op korte termijn geen duidelijkheid zal geven over de oorzaak. Je moet beginnen met een goede begripsomschrijving en erover nadenken wat een diagnosemethode zou kunnen zijn. Ik wil hier absoluut aandacht voor vragen binnen Europees verband, om te bezien of wij daar een stap in zouden kunnen zetten.

De heer Graus (PVV):
Ik heb ook specifiek aandacht gevraagd voor het veterinaire gedeelte. Het epidemiologisch onderzoek is gericht op de mens; dat is niet veterinair. Het veterinaire wordt niet genoemd. Ik heb de brief heel goed gelezen. Ik heb ook gevraagd om oncologisch onderzoek te blijven uitvoeren naar verhoogde of verkeerde celdelingen die mogelijk veroorzaakt kunnen worden door 5G, sneller dan door 3G en 4G. Ik geef een voorbeeld, want dat is belangrijk voor de staatssecretaris. Van windturbines op zee hebben bijvoorbeeld zeezoogdieren ontzettend veel last. De mensen op het land hebben er last van, maar de zeezoogdieren hebben daar ook heel veel last van. Dat moet wel worden meegenomen in het 5G-verhaal.

Staatssecretaris Keijzer:
Ik heb zo-even gezegd dat er een grootschalig onderzoeksprogramma is dat zich richt op biologische interactie tussen blootstelling aan elektromagnetische velden en het menselijk lichaam. Ik heb ook gezegd dat de Gezondheidsraad concludeert dat er geen bewezen verband is met langdurig en frequent gebruik van een mobiele telefoon. Aan het eind van de brief staat "dat er geen bewezen verband bestaat tussen langdurig en frequent gebruik van een mobiele telefoon en het risico op het ontstaan van tumoren in de hersenen of het hoofd-halsgebied ", hoezeer ik ook de klachten van mensen serieus neem. Want als je het voelt, bestaat het. Maar het is ongelooflijk ingewikkeld om dat te objectiveren en vervolgens vast te stellen waar het vandaan komt en wat dan de oplossing zou kunnen zijn. Maar zoals net al gezegd, ben ik wel bereid om in Europees verband te bezien of hier een mouw aan te passen is.

De heer Graus (PVV):
Het veterinaire onderzoek blijft hier toch achterwege. Ik waardeer enorm wat de staatssecretaris zegt en wat er allemaal gebeurt, maar ik wil ook echt dat de dieren betrokken worden in het veterinaire onderzoek en het oncologisch onderzoek. We hoeven dit niet binnen Europa te doen; we hebben hier de enige en de beste veterinair specialist op dat gebied, die in Europa helemaal nergens bestaat. Dat soort dingen hoeven we helemaal niet in Europees verband te doen, maar dat kunnen we gewoon in onze eigen toko doen. Ik zal een motie indienen. Ik kondig dus toch een tweede termijn aan. Dan zal ik de motie oplezen.

De voorzitter:
Goed.

Staatssecretaris Keijzer:
De heer Graus vraagt nu iets wat mijn bevoegdheid te boven gaat. Dit zou ik moeten afstemmen met de minister van LNV.

Daarmee heb ik alle gestelde vragen over veiligheid, excuus over gezondheid, beantwoord.

De heer Futselaar (SP):
Wat betreft het platform: ik had gevraagd of we niet moeten kijken of we dat nog wat onafhankelijker kunnen financieren. Ik weet niet of dat een ander blokje was, maar ik vind het hier een beetje bij horen.

Staatssecretaris Keijzer:
Je zou bijna denken dat de heer Futselaar in het bezit is van helderziende frequenties, want dat is het volgende stuk dat voor mijn neus ligt. Die vraag is gesteld door mevrouw Van den Berg en de heer Futselaar. Ik zie absoluut meerwaarde in het Kennisplatform EMV om wetenschappelijke publicaties te beoordelen. Tot het einde van het jaar wordt het gefinancierd door betrokken partijen. Ik ben in gesprek met betrokken partijen over de voortzetting en de besluitvorming over de financiering is het sluitstuk daarvan. Maar ik voel absoluut wat u bedoelt: je moet er wel voor zorgen dat niet het idee kan ontstaan dat het ministerie, dat verantwoordelijk is voor het veilen van frequenties, ook het ministerie is dat verantwoordelijk is voor de financiering daarvan. Ik kan mij heel goed voorstellen dat je daarin onafhankelijkheid betracht. Je moet niet in de situatie terechtkomen waarin de slager zijn eigen vlees keurt.

De heer Futselaar (SP):
Dat geldt dus ook voor de financiële betrokkenheid van de telecombedrijven die daar natuurlijk ook een belang in hebben. Je moet het dus op een of andere manier financieel borgen. Als de staatssecretaris zegt daarover in gesprek te zijn, dan laat ik het daarbij. We krijgen dan wel te horen hoe dat loopt. Maar laat ik zeggen: onafhankelijkheid van alle betrokkenen, want anders lopen we dat risico.

Staatssecretaris Keijzer:
Ik zeg altijd: absolute objectiviteit bestaat natuurlijk niet. Maar ik ken de heer Futselaar goed genoeg om te weten dat hij dat ook onderschrijft. Maar ik ben wel op zoek naar een financieringsmodel waarvan je in alle redelijkheid kunt zeggen: dit gaat op de juiste manier, zo onafhankelijk mogelijk.

Dan kom ik bij de vraag van de CDA-fractie over Inmarsat. Ik heb volgende week een gesprek met Inmarsat. Ik zal in dat gesprek bezien wat hier een oplossing zou kunnen zijn. Ik kan daar alleen op dit moment niet op vooruitlopen.

De heer Sjoerdsma vroeg nog naar storing vanuit Duitsland. De veiling is afgerond en de uitrol kan daar starten. Ben ik in overleg? De Duitse veiling is inderdaad afgerond. Vier partijen hebben spectrum verworven in de 3,5 GHz-band en zij kunnen starten met de uitrol. Er is contact geweest met de Duitse overheid om na te vragen hoe deze partijen hun uitrolplannen gaan vormgeven. We houden de vinger aan de pols. De Duitse overheid heeft begrip voor de Nederlandse situatie en kent eenzelfde problematiek. Hier wordt wederzijds over gesproken.

Mijn collega, de minister van Defensie, zal direct ingaan op vragen ten aanzien van Burum.

Hoe ziet de planning van de multibandveiling eruit? Alles is erop gericht om dat begin volgend jaar te gaan doen. Het was een eind 2019 of begin 2020, maar het is nu begin 2020. Mijn inspanningen zijn erop gericht om in september of oktober de conceptveilingregeling te consulteren. In de Nota mobiele communicatie zitten natuurlijk al een aantal keuzes. Er wordt op dit moment onderzoek gedaan naar het veilingmodel. Ik zeg u toe dat ik het onderzoek naar de Kamer kan toesturen. De opbrengst van de diverse veilingen zou op zichzelf niet leidend moeten zijn. Ik heb net een aantal uitgangspunten van de Nota mobiele communicatie opgesomd. Een reële opbrengst is daarbij leidend.

De heer Moorlag vraagt aan mij of duurzaamheid in de veilingvoorwaarden kan worden opgenomen. Ik onderschrijf uiteraard het belang van duurzaamheid en van kijken of je de apparatuur die gebruikt wordt zo energiezuinig mogelijk kan inrichten. Alleen, dat heeft op zichzelf geen plek in de veilingvoorwaarden. Het heeft een plek in het algemene beleid. Daar heeft u gisteravond uitgebreid met elkaar over gediscussieerd. Het heeft ook de aandacht van de industrie; die heeft natuurlijk ook een prikkel om ervoor te zorgen dat je zo energiezuinig mogelijk aan het werk gaat.

Ik zie de heer Moorlag staan, dus ik denk dat ik een vraag krijg.

De heer Moorlag (PvdA):
Ik heb inderdaad een vraag. Uit het antwoord blijkt dat mijn wens niet wordt vervuld, terwijl ik toch vind dat het een zeer legitieme wens is, ook in het licht van het debat dat gisteren is gevoerd. Het past blijkbaar niet in de veiling- en gunningsvoorwaarden, maar die zijn in beton gegoten. Het belang van energiebesparing en duurzaamheid neemt alleen maar toe. Het is toch heel goed mogelijk om in de veiling- en gunningsvoorwaarden op te nemen dat de beste beschikbare energiezuinige techniek gebruikt moet worden?

Staatssecretaris Keijzer:
Ja, maar wat zeg je dan, als je die opmerking maakt? Daar kun je dan weer eindeloos met elkaar over soebatten, terwijl ik het van belang vind dat je in veilingvoorwaarden scherper opschrijft wat je verlangt. Dan heb je het bijvoorbeeld over een ingebruiknameverplichting, over een dekkingseis en over een veilingmodel dat ertoe leidt dat er na de veiling concurrentie in de markt aanwezig is. Dat zijn voorwaarden die je daarin opneemt. Daarnaast heb je het beleid dat mijn ministerie, van minister Wiebes, voert, namelijk duurzaamheid en energiebesparing. Daar heeft u gisteren eindeloos over gedebatteerd. Je merkt trouwens ook dat de telecomproviders die opgave heel serieus nemen. KPN draait al jaren op groene stroom. Door het beleid dat we nu met elkaar neerzetten, is er ook een prikkel om ervoor te zorgen dat je zo energiezuinig mogelijk aan het werk gaat. Dus ik onderschrijf compleet wat de heer Moorlag zegt, maar het hoort niet thuis in de veilingvoorwaarden.

De heer Moorlag (PvdA):
Dan moet ik op dit moment maar even vaststellen dat we een agreement to disagree hebben.

Staatssecretaris Keijzer:
Mooi, voorzitter.

Mevrouw Van den Berg zei dat het veld aangeeft dat de ingebruiknameverplichting en de dekkingseisen die we opgenomen hebben niet reëel zijn. Ik heb niet gehoord dat er kritiek is op de ingebruiknameverplichting. Wel heb ik begrepen dat er vraagtekens gezet worden bij de dekkingseis. Tegelijkertijd is dat een ander onderwerp, waar wij continu over in gesprek zijn met de Kamer en waar vele schriftelijke vragen over gesteld worden, namelijk die plekken in Nederland waar men het idee heeft dat het niet snel genoeg is en niet voorhanden is zoals verwacht mag worden van een basisvoorziening. Dus ik denk dat het wel heel goed is om een dekkingseis op te nemen. Op zichzelf is dit nog niet definitief; ik wil een ambitieuze en realistische eis stellen. Ik ga een voorstel doen in de ontwerpvergunning die ik in september of oktober consulteer, samen met de veilingregeling. Na die consultatie neem ik daarover een definitief besluit.

De CDA-fractie wil een transparant veilingontwerp, en geen strategisch biedgedrag. Transparantie en het voorkomen van strategisch biedgedrag vind ik samen met de CDA-fractie belangrijk. In de brief van 21 december 2018 heb ik benoemd wat de doelstellingen zijn die ik hanteer bij het veilingontwerp. Ook in de Nota mobiele communicatie heeft u daarover het een en ander kunnen lezen. Zoals gezegd, komt die veilingregeling in consultatie. Het besluit daarover zal duidelijk opgenomen worden. voor de start van de consultatie zal ik de Kamer over het ontwerp op de hoogte stellen, zoals ik u net ook al aangaf, door het onderzoek naar het veilingmodel naar de Kamer te sturen.

Dan nog een vraag over het reguleren van de toegang tot de netwerken van Vodafone, Ziggo en KPN. Op dit moment worden marktpartijen gereguleerd op basis van het gegeven dat ze dominant zijn. Met de implementatie van het nieuwe regelgevend kader, de telecomcode — Europese wetgeving — krijgt de ACM ook de mogelijkheid om te reguleren in andere gevallen. Deze symmetrische regulering kan de ACM opleggen onafhankelijk van de vraag of er sprake is van dominantie, indien er moeilijk te repliceren — zo heet dat dan, voorzitter — netwerkelementen zijn. Hiermee komen we tegemoet aan een vraag van het CDA, aangezien er dus ook andere partijen dan KPN, Vodafone en Ziggo zijn die gereguleerd zouden kunnen worden.

Dan ben ik bijna bij het laatste mapje. Ik weet hoe het gaat op deze dag, voorzitter. Ik voel de druk, dus u doet het goed.

De voorzitter:
U ook.

Staatssecretaris Keijzer:
Dank u wel. De VVD stelt de vraag of wij bereid zijn om na te denken over een toekomstvisie op de digitale infrastructuur ... Meneer Sjoerdsma.

De heer Sjoerdsma (D66):
Voorzitter ...

De voorzitter:
Ik zou graag willen dat de staatssecretaris de laatste vraag beantwoordt.

Staatssecretaris Keijzer:
Nee, het is niet de laatste, voorzitter.

De voorzitter:
Oh, ik dacht dat u bijna klaar was. De heer Sjoerdsma.

De heer Sjoerdsma (D66):
Omdat ik denk dat de staatssecretaris klaar is met het deel over de veiling, wil ik daar toch nog even een vraag over stellen, specifiek over de spectrumcaps die de staatssecretaris invoert. Er even van uitgaande dat er wellicht maar drie partijen zijn die zullen meebieden op deze veiling, vraag ik: gaat de staatssecretaris uit van een mogelijke verdeling van slechts 40-40-20? De partij die er het bekaaidst afkomt, krijgt dan 20% volgens het model van de staatssecretaris. Ik vraag me eigenlijk af of het niet prijsverlagend werkt als je op die manier de caps indeelt. Ook al bied je vrij laag, dan weet je dat je toch nog 20% van de frequentie kunt krijgen. Ik vraag me af wat de analyse van de staatssecretaris is op dat punt.

Staatssecretaris Keijzer:
De bedoeling is een maximale cap van 40%. De bedoeling daarvan is dat je daarmee uiteindelijk concurrentie na de veiling in stand houdt. Daarbij kijk je naar het spectrum dat telecomaanbieders nu hebben. Het is niet zo dat ik dan denk dat dit dan de uitkomst zal zijn. Het is alleen zo dat je met het bestaande spectrum en het maximum van 40% dat je kunt krijgen, een bepaalde hoeveelheid spectrum kunt verwerven. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat er iemand komt die nu nog helemaal niets heeft en die in één keer die 40% zou kunnen verkrijgen. We zeggen dus: maximaal 40, om de concurrentie in stand te houden. Maar het is niet zo dat ik zeg: dat betekent dat die dit krijgt, die dat en weer een ander dat. Dat is niet wat ik beoog.

De heer Sjoerdsma (D66):
Dat snap ik op zich, maar ik weet niet hoe groot de staatssecretaris de kans acht dat er vanuit het niets een speler op deze markt opduikt die 40% wil innemen. Ik acht die kans eigenlijk vrij klein. Ik heb het over de cap voor de lage frequenties, die nodig zijn voor de verre reikwijdte en die dus ook cruciaal zijn voor de uitrol van 5G. De staatssecretaris zegt dat de cap 40% is. Als twee partijen die 40% hebben gehaald, zit je op 80%. De resterende 20% gaat naar de derde partij. De vraag is een beetje of die derde partij niet ook gewoon kan denken: nou ja, die 20% is sowieso in de pocket, ik hoef daar eigenlijk niks voor te doen, want die caps gaan mij daarbij helpen. Dus met andere woorden: maakt dit het niet mogelijk om het veilingmodel een beetje te manipuleren?

Staatssecretaris Keijzer:
Ik zie dat niet zo, want dan zou ... Weet u, het is ook wel een beetje lastig om hier nu antwoord op te geven, want het veilingmodel moeten we nog met elkaar vaststellen. Daar wordt nu onderzoek naar gedaan. Als ik daar nu over zou gaan speculeren, dan lijkt het net alsof ik al een veilingmodel in mijn hoofd heb. En dat is niet zo, want daar wordt onderzoek naar gedaan. Het veiligingmodel ziet op een situatie in de markt nadat er geveild is en waardoor er voldoende concurrentie blijft. Ik vind het ook een beetje lastig om hier nu over te gaan speculeren. Ik denk dat het beter is om het onderzoek af te wachten. Als dat naar de Kamer is gestuurd, is het moment gekomen om deze vragen te stellen, want dan kan je ook specifieker zijn.

Voorzitter. Ik ga naar de vragen van de VVD. Zijn wij bereid na te denken over een toekomstvisie op onze digitale infrastructuur? Dat doen we! Ik vind de vraag wat dat betreft ondersteuning van beleid. We hebben een Actieplan Digitale Connectiviteit uitgebracht en we werken voortdurend aan het verbeteren van de kwaliteit van de digitale infrastructuur en het benutten van de kansen die het biedt. We zijn constant in gesprek en mijn collega, de minister van Justitie en Veiligheid, heeft daar ook beleidsstukken over naar de Kamer gestuurd, waarin concrete maatregelen worden genomen. Ook als het gaat om onze Europese concurrentiekracht is de digitale economie nadrukkelijk in beeld.

Denken wij na over een toekomstvisie op onze digitale infrastructuur? Ja, absoluut. Ik noemde al het Actieplan Digitale Connectiviteit, dat u eerder heeft gehad, maar ook de roadmap veiligheid van infrastructuur is daarvan een voorbeeld, net zoals de Nota mobiele communicatie, die de voorwaarden voor de broodnodige frequenties geeft. Alles bij elkaar opgeteld is dat de visie waar de heer Weverling naar vraagt.

Voorzitter. Mevrouw Van den Berg vroeg naar de bewustwording rond veilige hard- en software. De kwetsbaarheid groeit natuurlijk met steeds nieuwe technologieën. Ik heb daarom onderzoek laten doen hoe ondernemers en consumenten omgaan met zogenaamde Internet of Things-apparaten. Een op de vijf consumenten geeft aan helemaal niet te weten hoe apparaten die met het internet verbonden zijn, beveiligd kunnen worden. Een ruime meerderheid zegt wel te weten hoe ze computers of mobiele telefoons moeten beveiligen, maar dit is nog minder dan de helft voor apparaten als speelgoed, lampen, koelkasten, en bedenk maar wat er allemaal nog op ons af gaat komen. Daarom gaan we dit najaar een overheidscampagne starten om burgers daarover te informeren. Op veiliginternetten.nl is er voor consumenten allerlei informatie te vinden en digitaltrustcenter.nl is er voor ondernemers.

Voorzitter. Daarmee ben ik volgens mij aan het einde gekomen van mijn beantwoording.

De voorzitter:
Ik denk dat eerst meneer Weverling aan de beurt is.

De heer Weverling (VVD):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Natuurlijk wordt er door de staatssecretaris en alle mensen op de ministeries continu nagedacht over een toekomstvisie op digitale infrastructuur. Er wordt ook veel opgeleverd. Het gaat mij erom dat we ook in Europees verband innovatief en concurrerend moeten blijven. Ik doe niets af aan alle beleidsnota's en dergelijke die al zijn opgeleverd, want dat zijn ook zeker goede zaken. Maar we moeten dus concurrerend blijven en daarom zoek ik eigenlijk naar een puntje op de horizon, altijd een vervelend woord, waarbij we met de juiste partners in Europa stappen zetten om Europa en dus ook Nederland concurrerend en innovatief te houden.

Staatssecretaris Keijzer:
Volgens mij heb ik een week of twee geleden met een collega van de heer Weverling een hele middag besteed aan het innovatiebeleid. Ik wil dat AO nu niet overdoen, maar in ons nieuwe topsectoren- en innovatiebeleid voor sleuteltechnologieën, waaronder bijvoorbeeld artificial intelligence, zitten allerlei concrete maatregelen. Ik ben het compleet eens met de heer Weverling en er wordt dan ook hard aan getrokken.

De heer Sjoerdsma (D66):
Ik heb altijd begrepen dat de Europese Unie een eis heeft gesteld dat er voor 31 december 2020 een groot deel van het 3,5 band beschikbaar moet zijn gesteld door de respectievelijke nationale overheden.

Staatssecretaris Keijzer:
In 2020. Sorry, voorzitter, ik wist niet dat mijn microfoon nog aanstond.

De heer Sjoerdsma (D66):
31 december 2020, dacht ik, anderhalf jaar van nu. Maar dat gaan we niet halen, als ik zo de brieven lees van het kabinet. Wat zijn daarvan de gevolgen?

Staatssecretaris Keijzer:
Als je je niet houdt aan Europese regelgeving, dan krijg je zogenaamde infractieprocedures. Tegelijkertijd zijn wij met alle kracht die in ons zit bezig met het veilen van frequenties, de multibandveiling, de 700, 1400 en 2100 bandveiling begin 2020. Eind 2021, begin 2022 — zeg ik uit mijn hoofd — doen we de 3,5 band. Er wordt dus alles op ingezet om ervoor te zorgen dat die frequenties worden geveild. Eigenlijk heb ik die procedure ook helemaal niet nodig, en dat hoort, geloof ik, ook een beetje bij de beroepseer: zoals ik net in mijn inleiding al aangaf, weet ik hoe belangrijk frequenties zijn, want zonder frequenties kan je al die prachtige technieken niet laten draaien.

De heer Sjoerdsma (D66):
Toch even een vraag, want de staatssecretaris heeft die procedure misschien niet nodig, maar kunnen er ook financiële consequenties aan zitten als het dit kabinet niet lukt om die frequentieband vrij te spelen voor 31 december 2020? En wanneer verwacht de staatssecretaris nu — dat is uiteraard een beetje nattevingerwerk, dat snap ik ook — dat 5G in Nederland door de drie grote telecomproviders zal zijn uitgerold? Over welk jaartal hebben we het dan?

Staatssecretaris Keijzer:
Als je begin ... Weet u, ik zit even in mijn hoofd te graven naar het overzicht van banden en wanneer die in gebruik moeten zijn genomen. Volgens mij is het juli 2020 voor de 700 — ik kijk even naar mijn ondersteuning; er wordt ja geknikt. We gaan dus in het eerste kwartaal 2020 de multibandveiling doen, daarna kan die gebruikt gaan worden.

Wordt nu al 5G gebruikt? Ja, er zijn nu al delen in Nederland waar gewoon gebruik wordt gemaakt van de 5G-technologie. Er is ook nog heel veel technologie die nog moet worden ontwikkeld. Ik denk dat wij goed op koers zijn, maar u vroeg aan mij wat de consequenties zijn als je je niet houdt aan Europese regelgeving: daar zijn procedures voor.

De voorzitter:
Tot slot, de heer Sjoerdsma.

De heer Sjoerdsma (D66):
Ik vroeg eigenlijk vooral of daar ook een financiële boete aan vast kan zitten.

Staatssecretaris Keijzer:
Dat kan uiteindelijk de consequentie zijn. Maar dat zijn procedures die beginnen met de stelling van de Europese Commissie dat je je niet houdt aan bepaalde wetgeving. Dan wordt aan jou gevraagd: klopt dat, en zo ja, hoe komt dat? Dan heb je daar natuurlijk met elkaar een gesprek over. Een land dat zijn uiterste stinkende best doet, ook vanuit welbegrepen eigenbelang, om te zorgen dat die technologie beschikbaar komt, is natuurlijk iets anders dan een land dat zegt: "nou, boeien! Ik vind dat niet zo belangrijk". Dat laatste geldt voor mij op dit onderwerp zeer zeker niet.

De heer Moorlag (PvdA):
Ik heb op één vraag geen antwoord gehad, namelijk het punt van de gezondheids- en veiligheidsrisico's. Ik heb ervoor gepleit om in navolging van wat de natuur- en milieuorganisaties en de industrie hebben gedaan, een gezamenlijk proces van joint factfinding and factchecking te gaan faciliteren. Ik moet gewoon vaststellen dat er heel veel zorg is bij mensen, dat er sprake is van lijden bij mensen, maar dat er ook sprake is van wetenschappelijke discussie. Ik snap dat de minister zegt: mijn koers wordt bepaald door het RIVM en de Gezondheidsraad. Vanuit haar positie is dat heel goed te billijken. Maar ik vraag haar: bied ook ruimte voor wetenschappelijke dialoog, om ook de onderbouwde kritiek van de mensen die zorgen hebben, een goede plek te geven.

Staatssecretaris Keijzer:
Volgens mij is dat wat we al doen. In het Kennisplatform EMV werken RIVM, TNO, DNV GL, GGD Nederland, Agentschap Telecom, ZonMw en Milieu Centraal samen om wetenschap te duiden en kennis te ontsluiten voor burgers, werknemers en lagere overheden. Ik lees nu voor uit de brief van april. Dus volgens mij doen we dat al. Ik vraag me af wat je nog meer zou kunnen doen dan dat wat we al met elkaar doen.

De heer Moorlag (PvdA):
Heel concreet twee zaken. Op zichzelf keur ik het niet af. Het is goed dat het er is. Het eerste is wat de heer Futselaar heeft voorgesteld: zorg ervoor dat de financiering zo is dat de onafhankelijkheid niet in twijfel getrokken kan worden. Het tweede punt is: richt ook een proces in van dialoog voor factchecking en factfinding met degenen die wetenschappelijk onderbouwd kritiek hebben.

De voorzitter:
Ja, dezelfde vraag.

Staatssecretaris Keijzer:
Dan verwijs ik naar de brief van 18 april waarin dat staat …

De voorzitter:
Hetzelfde antwoord.

Staatssecretaris Keijzer:
… en naar de toezegging die ik aan mevrouw Van den Berg gedaan heb om in Europees verband te bezien of je iets kunt met wat nou de aard van de klachten is, te beginnen met de vraag waar we het nou eigenlijk over hebben als we het hebben over die elektrosensitiviteit. Want daar gaat dit volgens mij over.

De voorzitter:
Dan de heer Weverling.

De heer Weverling (VVD):
De staatssecretaris heeft gezegd dat ze volgende week overleg heeft met Immarsat. Immarsat heeft ook grondsatellieten in Burum. Daarnaast heeft de Staat van die grote witte grondsatellieten in Burum staan. Die worden dus verplaatst. Immarsat blijft zitten in Burum en doet essentiële communicatiediensten voor scheep- en luchtvaart. Nou moet er dus een oplossing komen voor co-existentie, dus het naast elkaar kunnen doen. Kunt u daar iets meer op toezeggen? Daar is ook door het Agentschap Telecom naar gekeken. Die essentiële communicatie moet wel kunnen blijven bestaan, want dat is wereldwijd van belang. Ziet u daarop toe?

Staatssecretaris Keijzer:
Dit gaat niet over Burum en ook niet over de satellietinterceptie door de diensten. Dit gaat over Immarsat, een commercieel bedrijf dat bepaalde intercepties doet ten behoeve van onder andere de scheepvaart en de luchtvaart. Ik heb daar een gesprek over. Het is niet eenvoudig, omdat je heel erg snel zit aan onderling storen. Ik ga het gesprek daar gewoon over aan. Ik realiseer me dat dit weliswaar een commercieel bedrijf is, maar het levert wel een dienst die in ons aller belang is.

De voorzitter:
Tot slot de heer Weverling.

De heer Weverling (VVD):
Kunt u ons dan na die tijd informeren over hoe u dat soepel laat verlopen?

Staatssecretaris Keijzer:
Ik zal u informeren over de uitkomsten. Zeker.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de minister van Defensie.

Minister Bijleveld-Schouten:
Dank u wel, voorzitter. Ik heb eigenlijk maar één categorie vragen in mijn richting gehoord en dat zijn de vragen over de satellietinterceptie in Burum. We hebben daar in onze brief overigens ook al iets over geschreven. U weet dat het hier gaat om het belang van de staatsveiligheid. Het kabinet zoekt een oplossing om zowel de landelijke uitrol van 5G tijdig mogelijk te maken als de C-bandsatellietinterceptie te behouden. Daarom moet er van een deel van die interceptie een internationale oplossing worden gevonden. Dat is ingewikkeld en het kost tijd, zoals een aantal leden van uw Kamer al heeft gezegd. We trekken daar hard aan en op dit moment, zo kan ik tegen de leden van uw Kamer zeggen, lijkt het ook haalbaar om een oplossing in het kader van de internationale samenwerking op tijd beschikbaar te hebben. Dat is dan voor september 2022. Wij zetten ons er ten volle voor in om dat voor elkaar te krijgen.

Ik kan, zoals u weet, in dit verband vanwege de vertrouwelijkheid verder geen uitspraken doen over de precieze invulling van de internationale samenwerking. De Kamer zal daarover via de geëigende kanalen nader over geïnformeerd worden.

Een aantal leden vroeg hoe het moet als het niet gaat lukken. Eigenlijk wil ik daar nu niet op vooruitlopen. Ik zou niet willen speculeren daarop. Als blijkt dat een oplossing niet mogelijk is in het kader van de internationale samenwerking, moeten we de weging, de belangenafweging tussen veiligheid en economie, natuurlijk opnieuw maken.

Mevrouw Bromet heeft nog een vraag gesteld, die overigens in het het AO over het openbare jaarverslag van de MIVD afgelopen week door haar collega Diks ook is gesteld. Ik kan het antwoord nog wel even geven. U vroeg: hoe zit het met de juridische kaders? De juridische kaders in het buitenland zijn hetzelfde als in Nederland. De Wiv, de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten is gewoon van toepassing op de diensten. Dat betekent dat ook het toezicht op dezelfde manier van toepassing is. De CTIVD zal dus toezicht houden, naast de TIB, die in de keten al toezicht houdt. De CTIVD is ook gerechtigd om in het buitenland, of waar dan ook, toezicht te houden. Dus ook dat is allemaal prima geregeld. De juridische waarborgen daar zijn allemaal precies hetzelfde als in Nederland.

Volgens mij is dat wat ik nu kan zeggen.

De voorzitter:
De heer Sjoerdsma heeft een vraag.

De heer Sjoerdsma (D66):
Ik ben zelf wat minder hoopvol dan deze minister. Oorspronkelijk zou er al in maart van dit jaar veel meer duidelijkheid zijn over wat er gaat gebeuren. Ik wil het dus wél even hebben over als het niet lukt. De minister zegt: ik wil daar niet over speculeren. Maar dat doet het kabinet zelf wel in de brief die het heeft gestuurd. Daarin staat namelijk: als het niet lukt, gaat het kabinet overbruggingsmaatregelen nemen. Ik zou deze minister willen vragen welke overbruggingsmaatregelen dat zijn.

Minister Bijleveld-Schouten:
Ik heb gezegd dat ik daar nu niet over wil speculeren, omdat ik echt denk dat er goede mogelijkheden zijn. Anders had ik dat nu niet zo gezegd. Ik heb ook gezegd dat ik echt denk dat het haalbaar is. Anders hadden we dat ook niet in de laatste brief zo opgeschreven. Ik heb net gezegd dat als blijkt dat het in het kader van internationale samenwerking niet haalbaar is, we opnieuw een belangenafweging zullen moeten laten plaatsvinden. Daarbij gaat het over de afweging tussen veiligheid en economie, misschien voor delen van het land. Maar het lijkt mij heel onverstandig om daarover te speculeren. Hebt u een beetje vertrouwen, zo op de laatste dag voor het reces, zou ik tegen de heer Sjoerdsma willen zeggen. Ik geloof er altijd in dat het glas halfvol is. Laten we kijken of het gaat lukken. We zullen er na de zomer ongetwijfeld weer verder over praten.

De voorzitter:
Meneer Sjoerdsma, vindt u ook niet?

De heer Sjoerdsma (D66):
Vertrouwen heb ik altijd, ook aan het begin van het proces. Maar in maart van dit jaar is er natuurlijk al wel een deadline verstreken die het kabinet voor zichzelf had gesteld. In maart zou er meer duidelijkheid komen. Het moet dus ook niet vreemd zijn dat dat vertrouwen wat afneemt. En als dan de tijdlijn waarbinnen dit moet gaan gebeuren, dreigt op te schuiven, dan maak ik me een beetje zorgen. Dat doe ik zeker nu de minister speculeert dat er dan een afweging moet worden gemaakt tussen economie en veiligheid. De Duitsers hebben al geveild en gaan al uitrollen. De vraag daarover werd half beantwoord door de staatssecretaris. Laat ik dan op z'n minst de vraag stellen welke consequenties dat gaat hebben voor het satellietinterceptiestation in Burum. En hoe worden die maatregelen gemitigeerd? Gaat die uitrol worden gestopt, beperkt?

Minister Bijleveld-Schouten:
We zijn op dit moment met de Duitse collega's in gesprek over het tempo van de uitrol, omdat die inderdaad ook consequenties kán hebben voor onze satellietinterceptie. We hebben er nooit een geheim van gemaakt dat we daar het gesprek over zoeken. Dat gesprek wordt door EZK gevoerd via het Agentschap Telecom. Maar ook de diensten zullen dat gesprek met de Duitse collega-diensten voeren, omdat het voor ons van belang is. Een aantal van de collega's van de heer Sjoerdsma heeft de staatsveiligheid juist vooropgesteld, bijvoorbeeld de heer Stoffer. Ik wil in die discussie helemaal niet terechtkomen. Wat we erover kunnen zeggen, hebben we erover gezegd. Wij informeren via de geëigende kanalen, heb ik u verteld. Dat kan niet in het openbaar, dus dat zullen we zo moeten blijven doen.

De voorzitter:
Ik zie dat de heer Weverling ook nog een vraag wil stellen, maar ik wil niet in hetzelfde kringetje blijven draaien. Heeft u een vraag over een totaal ander punt, meneer Weverling, of gaat het over precies hetzelfde? Ik wil geen herhaling.

De heer Weverling (VVD):
Nee, het is zeker geen herhaling. We krijgen dus nadere informatie. Dus de vragen over wat het gaat kosten, hoe we het gaan betalen en of het geld ook uit de veilingopbrengsten komt, gaat de minister nu niet beantwoorden?

Minister Bijleveld-Schouten:
Nee.

De voorzitter:
Dat is kort, krachtig en helder.

Minister Bijleveld-Schouten:
Dat wilde u toch, voorzitter?

De voorzitter:
Ja, heel graag. Dan gaan we nu over op de tweede termijn van de kant van de Kamer. Ik geef de heer Sjoerdsma het woord namens D66.

De heer Sjoerdsma (D66):
Voorzitter. Ik dank de bewindspersonen voor de beantwoording in de eerste termijn. Als ik zo naar de Tweede Kamer kijkt, denk ik dat er vrij brede steun is voor de focus op veiligheid en voor de manier waarop het kabinet dat nu probeert aan te pakken. Eigenlijk komt het misschien in het kort neer op: 5G zo snel als als veilig mogelijk.

Voorzitter. Ik heb zelf mijn zorgen kenbaar gemaakt over het traject met het satellietinterceptiestation. Ik hoop dat die zorgen binnenkort kunnen worden weggenomen. Maar over het voorkomen van buitenlandse inmenging heb ik nog een motie. Ik ga die omwille van de tijd meteen voorlezen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een spoedige veilige uitrol van 5G in Nederland cruciaal is;

constaterende dat het goed functioneren van de Nederlandse maatschappij steeds meer afhankelijk zal zijn van 5G;

overwegende dat die afhankelijkheid de Nederlandse samenleving in toenemende mate kwetsbaar maakt bij potentieel misbruik door spionage en sabotage;

verzoekt het kabinet te onderzoeken of in navolging van Duitsland het wenselijk is dat kritieke onderdelen van netwerken alleen mogen worden geleverd door betrouwbare partijen die voldoen aan gestelde eisen;

verzoekt de regering tevens deze voorwaarde zo nodig op te nemen in de AMvB,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Sjoerdsma, Weverling, Van den Berg, Bruins en Moorlag. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 480 (24095).

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Weverling namens de VVD.

De heer Weverling (VVD):
Voorzitter. Ik dien twee moties in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er voor de uitrol van 5G diverse veilingen van frequentiebanden zullen plaatsvinden;

overwegende dat er zorgen zijn over mogelijke spionage via 5G-netwerken, waaronder via de fysieke apparatuur van deze netwerken;

overwegende dat bij kritische digitale infrastructuur, zoals 5G, de nationale veiligheid geborgd dient te zijn;

verzoekt de regering om niet de veilingopbrengst, maar de nationale veiligheid leidend te laten zijn bij het opstellen van een veilingmodel en bij de diverse veilingen van frequentiebanden voor 5G,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Weverling, Sjoerdsma, Van den Berg, Bruins, Bromet, Moorlag, Futselaar, Stoffer en Graus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 481 (24095).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de AIVD meermaals heeft gewaarschuwd dat bepaalde landen een offensieve strategie jegens Nederland hanteren waarbij spionage en sabotage centraal staan;

overwegende dat met betrekking tot de digitale infrastructuur de nationale veiligheid geborgd moet zijn;

constaterende dat de Taskforce Economische Veiligheid samen met telecomaanbieders aanvullende veiligheidsmaatregelen heeft opgesteld;

constaterende dat de regering een structurele samenwerking tussen de Taskforce Economische Veiligheid en de Nederlandse telecomaanbieders heeft gerealiseerd;

verzoekt de regering de Kamer jaarlijks te informeren over de voortgang van dit samenwerkingsverband en hun inzet om potentiële gevaren het hoofd te bieden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Weverling, Sjoerdsma, Van den Berg, Bruins, Bromet, Moorlag, Futselaar, Stoffer en Graus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 482 (24095).

Dank u wel, meneer Weverling. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Bromet namens GroenLinks.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Voorzitter. Namens GroenLinks dien ik twee moties in, een motie over gezondheid en een motie over industriebeleid.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er nog veel zorgen in de samenleving bestaan over de gezondheidseffecten van de uitrol van 5G;

overwegende dat de bestaande onderzoeken gebaseerd zijn op GSM-netwerken, UMTS (3G), en LTE (4G), en theoretisch onderzoek;

overwegende dat er al locaties zijn waar 5G operationeel is en dat er naast het al gedane theoretische onderzoek, praktijkonderzoek gedaan moet worden om te onderzoeken of er daadwerkelijke gezondheidseffecten zijn van de uitrol van 5G;

verzoekt de regering, waar mogelijk in de samenwerking met academische instellingen, lokale overheden, de GGD en andere relevante instanties, gezondheidsonderzoek te doen op locaties waar 5G al operationeel is,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bromet, Stoffer, Moorlag en Graus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 483 (24095).

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Dan de tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat we in toenemende mate afhankelijk zijn van Chinese aanbieders en producten op het gebied van telecomtechnologie;

overwegende dat dit onwenselijk is gezien het Chinese politieke systeem, dat alom wordt gedomineerd door de Communistische Partij;

verzoekt de regering om in Europees verband te komen tot een specifiek industriebeleid voor de telecomsector om Europese bedrijven te steunen bij het ontwikkelen van eigen technologie en het verminderen van hun afhankelijkheid van Chinese onderdelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bromet, Moorlag en Stoffer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 484 (24095).

Dank u wel, mevrouw Bromet. Dan geef ik nu het woord aan de heer Moorlag namens de PvdA.

De heer Moorlag (PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ik dien twee moties in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Nederland mogelijk niet alleen in de mobiele, maar ook in de vaste netwerken het risico loopt op spionage, infiltratie en verstoring;

verzoekt de regering in navolging van het onderzoek en de aanpak van de mobiele netwerken, te onderzoeken hoe deze risico's kunnen worden geminimaliseerd en op basis daarvan een gedegen aanpak te ontwikkelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Moorlag, Bromet en Sjoerdsma. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 485 (24095).

De heer Moorlag (PvdA):
Dan de tweede motie, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in de veiling van de 5G-frequenties het creëren van waarde voor de samenleving het leidend principe dient te zijn;

verzoekt de regering de kwaliteit en dekking van het netwerk, snelle en complete uitrol van 5G, ook over de plattelandsgebieden, en duurzaamheid en laag energieverbruik een nadrukkelijke plaats te geven in de gunningsvoorwaarden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Moorlag, Bromet en Futselaar. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 486 (24095).

De heer Moorlag (PvdA):
Deze motie is mede namens mevrouw Bromet en de heer Futselaar. De vorige motie heb ik mede namens de heer Sjoerdsma en mevrouw Bromet ingediend. Futselaar weet ik zo niet meer.

De voorzitter:
Ik zie de heer Sjoerdsma ook een beetje verbaasd kijken.

De heer Moorlag (PvdA):
Tot slot, de beantwoording van de staatssecretaris over de gezondheidsaspecten en de zorgen van mensen. Dat klopt helemaal in onze systeemwerkelijkheid van regels, protocollen en procedures. Mijn advies aan de staatssecretaris: kijk eens goed naar het proces aan de klimaattafels tussen natuur- en milieuorganisaties en de industrie. Partijen die jarenlang in de schuttersputjes zaten, hebben een proces neergezet van joint fact finding en fact checking, om daarmee onoverbrugbaar lijkende tegenstellingen te proberen te overbruggen. Dat uitdrukkelijk verzoek doe ik bij dezen nogmaals, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Van den Berg, namens het CDA.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie moties. Op de eerste plaats dank aan de bewindspersonen voor de beantwoording van de vragen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat telecommunicatie, en dus ook 5G, een vitale sector is, waarvoor een hoge mate van veiligheid en bescherming moet zijn gewaarborgd;

overwegende dat de regering hiertoe eisen gaat stellen en maatregelen nemen;

overwegende dat er niet alleen zorgen zijn over kwetsbaarheden bij de telecomaanbieders, maar dat er ook bij andere vitale diensten en processen zorgen zijn over de dreiging die uitgaat van statelijke actoren;

overwegende dat er ook specifieke regio's zijn met vitale diensten en processen die moeten worden beschermd, zoals havens, Schiphol, Brainport, Greenports, ministeries en de Tweede Kamer;

verzoekt de regering deze andere vitale diensten en processen mee te nemen in haar bredere aanpak, en in samenwerking met partijen te komen tot een versterkte aanpak van de bescherming van de vitale processen en diensten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg, Weverling, Bruins, Graus, Bromet, Moorlag, Stoffer en Futselaar. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 487 (24095).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat telecommunicatie, en dus ook 5G, een vitale sector is, waarvoor een hoge mate van veiligheid en bescherming moet zijn gewaarborgd;

overwegende de motie-Van den Berg c.s. over een gecoördineerde aanpak van de integriteit van 5G-netwerken;

verzoekt de regering ook eisen te stellen aan bij 5G betrokken bedrijven en aan de aandeelhouders van bij 5G betrokken bedrijven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg, Bruins, Graus en Stoffer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 488 (24095).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat enerzijds de regering op 16 april 2019 een brief naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, waaruit blijkt dat Nederland zich overal aan de internationale blootstellingslimieten voor elektromagnetische velden houdt;

overwegende dat er anderzijds mensen zijn die gezondheidsklachten ervaren als gevolg van blootstelling aan elektromagnetische velden en straling;

overwegende dat onderzoek naar de oorzaken en effect lastig is, onder andere doordat elektrogevoeligen onderling verschillen in zowel aard van de klachten als in de bronnen waarbij ze die ervaren;

verzoekt de regering aandacht te vragen in Europees verband voor de gezondheidsklachten onder mensen die aangeven dat deze worden veroorzaakt door elektromagnetische velden en straling,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg, Weverling, Bromet, Moorlag en Stoffer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 489 (24095).

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Dank u wel, ook voor uw coulance, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Graus.

De heer Graus (PVV):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Mijn naam staat onder diverse moties, onder andere die van de leden Van den Berg en Weverling aangaande staatsveiligheid en te stellen eisen aan eventuele partners, ook in de toekomst.

Over de volksgezondheid en de diergezondheid wil ik toch een apart motie indienen, die iets verder gaat. De motie die ik nu ga voorlezen, mevrouw de voorzitter, is ook in lijn met het advies van de hoogleraar Kromhout, ten minste als ik de brief van de staatssecretaris moet geloven.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering onafhankelijk epidemiologisch en oncologisch onderzoek te (blijven) verrichten naar eventuele schadelijke effecten voor mens en dier op langere termijn nu deze op korte termijn (nog) niet kunnen worden aangetoond,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Graus, Moorlag en Bromet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 490 (24095).

De heer Graus (PVV):
Dank u wel. Tot vannacht, komende nacht, om twee uur denk ik ongeveer.

De voorzitter:
Ja. Gezellig. Tot vannacht, inderdaad. Dank u wel.

Dat was de tweede termijn van de kant van de Kamer. Er is behoefte aan een korte schorsing, van vijf minuten. Dan schors ik de vergadering voor vijf minuten.

De vergadering wordt van 19.03 uur tot 19.09 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik geef de minister van Justitie en Veiligheid het woord.

Minister Grapperhaus:
Voorzitter. Dank aan de Kamer in tweede termijn, ook voor een aantal moties. Daarop zal ik, voor zover ze mijn terrein betreffen, nu reageren.

Ik begin met de motie op stuk nr. 482 van het lid Weverling over het jaarlijks informeren over de voortgang van het structurele samenwerkingsverband. Het oordeel over die motie laat ik aan de Kamer, als ik haar zo mag uitleggen dat ik de Kamer hierover en over de voortgang over de Nationale Cybersecurity Agenda tegelijkertijd periodiek mag informeren. Als die uitleg op dat punt in orde is … Ik zie de heer Weverling knikken, voorzitter. Als het maar niet door de straling komt.

Voorzitter. Dan is er de motie van de heer Moorlag, mevrouw Bromet en de heer Sjoerdsma.

De voorzitter:
Welk nummer?

Minister Grapperhaus:
O, pardon. Dat is de motie op stuk nr. 485. Ook bij die motie geldt dat de taskforce zich nader richt op het doorlopende structurele proces. Dus oordeel Kamer.

Ten slotte is er nog de motie van mevrouw Van den Berg over de andere vitale diensten en processen. Ik dacht dat dat de motie op stuk nr. 487 was. Ik onderschrijf de in die motie geuite zorg. Ook daarover laat ik het oordeel aan de Kamer.

Dank u.

De voorzitter:
Dank u wel.

Dan geef ik nu het woord aan de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat.

Staatssecretaris Keijzer:
Dank u, voorzitter. Een aantal moties en nog een vraag. Het oordeel over de eerste motie, van de heer Sjoerdsma c.s., laat ik aan de Kamer.

De voorzitter:
Welk nummer?

Staatssecretaris Keijzer:
De eerste motie, voorzitter, op stuk nr. 480. De maatregelen worden de komende periode verder uitgewerkt. Ik zal hierbij het verzoek om te onderzoeken of het wenselijk is dat de kritieke onderdelen van netwerken alleen mogen worden geleverd door betrouwbare partijen die voldoen aan de gestelde eisen, meenemen. De algemene maatregel van bestuur waarin dit geregeld zou kunnen worden, wordt dit najaar gepubliceerd.

Dan de motie op stuk nr. 481 van de heer Weverling. Ik lees deze motie als ondersteuning van het beleid en laat het oordeel erover aan de Kamer, want ik lees die zo dat met het overnemen van het advies van de taskforce, er straks bij algemene maatregel van bestuur technische en organisatorische maatregelen worden genomen, waarmee de nationale veiligheid geborgd wordt.

De voorzitter:
Welke motie was dat precies?

Staatssecretaris Keijzer:
De motie op stuk nr. 481, voorzitter.

De voorzitter:
Oké, prima. Gaat u verder.

Staatssecretaris Keijzer:
De motie-Weverling c.s. op stuk nr. 481, waarin iets staat over de veilingopbrengst, voorzitter.

De voorzitter:
Prima!

Staatssecretaris Keijzer:
Dan de motie op stuk nr. 483 van Bromet c.s. Deze motie ontraad ik. Er loopt al onderzoek, zoals ik heb toegezegd. Het Agentschap Telecom doet al metingen en onderzoek, en het kennisplatform houdt wetenschappelijke onderzoeken in de wetenschap en van de Gezondheidsraad in de gaten. De heer Moorlag staat ook onder deze motie. Hij had eigenlijk een soort verzuchting aan het einde. Hij zei: wil je toch eens kijken of je alle verschillende actoren via het kennisplatform betrokken hebt? In die brief van april staat op een gegeven moment opgesomd wie er allemaal bij betrokken zijn, maar ik wil het verzoek van de heer Moorlag doorgeleiden naar het kennisplatform, om te bezien of we ook echt alles op dat vlak doen. Want ik neem de klachten van mensen serieus. Ik denk dat we alles doen, maar ik vind het altijd de moeite waard om nog eens te controleren of dat ook echt zo is.

Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 484 van Bromet c.s. Deze motie ontraad ik. Volgens mij hebben we daar al het een en ander over gewisseld.

Dan de motie op stuk nr. 486 van Moorlag c.s. Ik ontraad deze motie. Ik heb daar in een interruptiedebat met de heer Moorlag al het een en ander over gewisseld, en op verzoek van de voorzitter probeer ik zo kort mogelijk te zijn.

Dan de motie op stuk nr. 488 van Van den Berg c.s. Ik laat het oordeel over deze motie aan de Kamer. Beveiligingsmaatregelen worden de komende periode verder uitgewerkt. Daarnaast heb ik uw Kamer eerder het wetsvoorstel over ongewenste zeggenschap toegestuurd. Onder dit wetsvoorstel kan ik aandeelhouders die overwegende zeggenschap in telecomaanbieders houden of verkrijgen, toetsen op mogelijke gevaren voor de nationale veiligheid en openbare orde.

Dan de motie op stuk nr. 489 van mevrouw Van den Berg c.s. Ik laat het oordeel over deze motie aan de Kamer. De oorzaak van klachten van elektrogevoeligen is wetenschappelijk niet duidelijk. Het kennisplatform verwacht dat verder onderzoek op korte termijn geen duidelijkheid zal geven. Zoals al gedeeld, is onderzoek naar oorzaken en effect lastig, omdat de oorzaken en de aard van de klachten verschillen. Maar ik ga, zoals ook al toegezegd, in overleg treden met mijn collega voor Medische Zorg en Sport, en ik ga hier in Europees verband aandacht voor vragen.

Dan de motie op stuk nr. 490 van de heer Graus. Dat is de laatste motie. Deze motie ontraad ik. Daar hebben we ook het een en het ander over gedeeld in het debat. Ik wil niet in herhaling vallen.

De voorzitter:
Ik hoor dat meneer Graus daarop wil reageren. Wacht heel even, meneer Graus. De heer Sjoerdsma wil iets vragen over een vorige motie.

De heer Sjoerdsma (D66):
Ja, over de motie op stuk nr. 488. Ik heb gewoon een korte vraag, zodat ik ook weet waar ik vóór stem. Dit had ik eigenlijk moeten doen toen mevrouw Van den Berg achter het katheder stond, maar toen ging het te snel. Maar wat gaat het kabinet nou doen als deze motie wordt aangenomen en uitgevoerd? Dat wil ik graag weten. Dat helpt mij.

Staatssecretaris Keijzer:
Wij zijn bezig met het ontwerpen van een algemene maatregel van bestuur, waarin technische en organisatorische eisen gesteld gaan worden. Bij organisatorische eisen kunt u zich datgene voorstellen wat ook in de Wet ongewenste zeggenschap telecom is opgenomen.

De heer Sjoerdsma (D66):
Het is dus niks meer en niks minder dan wat er in de Wozt staat, die nu in de Kamer voorligt?

Staatssecretaris Keijzer:
Zo precies kan ik niet zijn, voorzitter. Daar zult u echt nog even op moeten wachten.

De heer Sjoerdsma (D66):
Oké, maar dan weet ik niet wat het is.

De voorzitter:
Het staat u vrij om voor of tegen te stemmen. Dan de heer Graus over zijn motie.

De heer Graus (PVV):
Het is een beetje raar. Ik heb mijn motie — dat heb ik voor de gein eens gedaan — precies zo gedaan als het advies van hoogleraar Kromhout. Dat adviseert hij via de staatssecretaris eigenlijk gewoon aan ons als Kamer. Hij adviseert namelijk het volgende. Hij kan niet garanderen dat de straling van mobiele telefonie gevaarlijk is, maar ook niet dat die veilig is. Hij zegt dat er meer onderzoek gedaan moet worden naar de mogelijke gezondheidseffecten van straling op langere termijn. Dat is precies wat ik vraag, en dan wordt mijn motie ontraden. Het is dus een beetje raar dat de staatssecretaris dit in een brief promoot. Ik dien er een motie voor in, omdat het niet gebeurt, en daarom wil ik een stok achter de deur en vraag ik het als Kamer. En dan zegt staatssecretaris: die motie ga ik ontraden. Dat is een beetje raar.

Staatssecretaris Keijzer:
Nee. In de brief van april van dit jaar staat dat we nog steeds onderzoek doen, een cohortonderzoek. Daar staat ook in dat de Gezondheidsraad tot de conclusie komt dat er geen gezondheidsklachten zijn als je je houdt aan de eisen die gesteld worden. Deze motie gaat van het tegenovergestelde uit en daarom ontraad ik deze motie.

De heer Graus (PVV):
Zij gaat helemaal niet uit van het tegenovergestelde. Ik vraag exact hetzelfde. Ik vraag alleen om ook veterinair onderzoek mee te nemen, omdat …

De voorzitter:
Dat heeft u heel goed duidelijk gemaakt.

De heer Graus (PVV):
… bijvoorbeeld de bijen ook last hebben van straling. De bijen staan aan het begin van onze voedselcyclus en die hebben er al last van; dat is aangetoond. Dus dan moeten de mensen er ook last van hebben. Einde oefening. Dat kan niet anders. Een en een is twee. Dus ik vind het heel raar, maar ja, nogmaals: ik heb in ieder geval mijn best gedaan.

De voorzitter:
De heer Weverling, een korte vraag over een motie.

De heer Weverling (VVD):
Ik heb ook een vraag over de motie op stuk nr. 488. U zegt dat u er akkoord mee bent dat de regering eisen stelt aan bij 5G betrokken bedrijven en aan de aandeelhouders. Wat voor eisen bedoelt mevrouw Van den Berg, denkt u? Dat wordt namelijk niet gezegd. Om hoeveel Chinese, of Limburgse, aandeelhouders gaat het dan? En dan heeft u het over de AMvB en u heeft het over de Wet ongewenste zeggenschap telecom. Komt dit nou in de AMvB of in die wet, en over wat voor soort eisen hebben we het?

Staatssecretaris Keijzer:
Ik heb deze motie zo gelezen dat zij refereert aan de maatregelen die wij gaan neerleggen in de algemene maatregel van bestuur. Daarin zullen technische en organisatorische eisen worden opgelegd. Bij die laatste kunt u denken aan het framework, in mooi Nederlands, het systeem dat in de Wet ongewenste zeggenschap telecom is neergelegd. Dat is mijn interpretatie van die motie. Als ik geen tegengeluid hoor, dan ga ik ervan uit dat de indiener zich daarin kan vinden.

De voorzitter:
Ja. Het staat u vrij om voor of tegen de motie te stemmen, meneer Weverling. U wilt dat de motie wordt ontraden, begrijp ik dat goed?

De heer Weverling (VVD):
Het framework uit de Wet ongewenste zeggenschap telecom is dus leidend voor de eisen die gesteld worden? Dat zegt u toch? Het framework in die Wet ongewenste zeggenschap telecom is leidend.

Staatssecretaris Keijzer:
Nee, dat is waaraan gedacht wordt. Ik kan daar op dit moment nog niet verder op ingaan, om redenen die u bekend zijn.

De voorzitter:
Ja, oké. Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit debat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Over de ingediende moties zullen we vannacht stemmen. Ik dank de minister van Justitie, de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat en de minister van Defensie.

De vergadering wordt van 19.20 uur tot 19.50 uur geschorst.

Voorzitter: Martin Bosma

Slotwet EZK, LNV en het Diergezondheidsfonds 2018 (LNV-deel)

Slotwet EZK, LNV en het Diergezondheidsfonds 2018 (LNV-deel)

Aan de orde is de behandeling van:

  • het wetsvoorstel Jaarverslag en slotwet Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Diergezondheidsfonds 2018 (35200-XIII).

De voorzitter:
Aan de orde is de begroting slotwet Ministerie EZK, Ministerie LNV en het Diergezondheidsfonds 2018 (35200-XIII) en het Diergezondheidsfonds 2018 (35200-XIII) (LNV-deel).

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:
Een hartelijk woord van welkom aan de minister. Fijn dat u weer bij ons bent. Wij hebben het bescheiden aantal van vijf sprekers van de zijde van de Kamer. We gaan het allemaal kort en puntig houden, want het is de laatste dag van het parlementaire jaar en we willen niet dat het nachtwerk wordt. Nou, het wordt wel nachtwerk, maar we willen niet dat het ochtendwerk wordt. We gaan er dus snel en flitsend doorheen. De eerste spreker — even kijken wat haar spreektijd is — heeft 30 minuten spreektijd aangevraagd. Nou ja, ongetwijfeld is daar een nulletje te veel neergezet. Anyway, het woord is aan mevrouw Ouwehand, die zich stipt — dat weet ik zeker — aan het onderwerp gaat houden. Het woord is aan mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Ik begin maar met een woord vooraf, want het is inderdaad uitzonderlijk dat we op de laatste dag voor het reces in de plenaire zaal een slotwet bespreken. Het ging zo. Normaal gesproken komen die slotwetten in de procedurevergadering, zoals dat dan heet, en dan wordt er besloten tot een wetgevingsoverleg in commissieverband. De commissie wilde, op voorstel van het CDA, zo'n wetgevingsoverleg niet voeren. Ik weet nog dat ik zei: dat kan niet; de behandeling van een wet kan je niet bij meerderheid blokkeren. Maar de commissie hield voet bij stuk. Er kwam geen kleinschalig, eerder gevoerd commissieoverleg. Daarom staan we nu hier, omdat de Partij voor de Dieren vindt dat de minister wel degelijk verantwoording moet afleggen over het door haar gevoerde beleid in 2018. Als de route via de commissie wordt geblokkeerd, dan wacht je tot de wet op de lijst met hamerstukken staat, zoals dat heet, en dan zeg je: nou, ik wil het er wel graag over hebben, dus ik wil de wet heel graag onthameren.

De voorzitter:
Ja, leuk, we gaan over procedures praten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja.

De heer Geurts (CDA):
Voorzitter, voor de geschiedschrijving en voor het verslag wil ik toch iets zeggen. Deze begroting was een gecombineerde begroting van EZK en LNV. Er is een wetgevingsoverleg EZK/LNV geweest. Daarin had de Partij voor de Dieren alle mogelijkheid gehad om te spreken. Zij hoeft het CDA dus geen verwijt te maken. Het was gewoon efficiënt: niet één ding op twee plekken behandelen. Het had op die manier ook gewoon gekund. Dat zeg ik even voor de geschiedschrijving.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Wat er allemaal had gekund, is hartstikke mooi, maar een wetgevingsoverleg blokkeren als een van de leden behoefte heeft aan een wetgevingsoverleg over een slotwet, kan gewoon niet. De consequentie is dat het nu plenair is. Dat vind ik niet erg, maar dan moeten we niet zeuren dat het de laatste dag voor het reces is en dat we geen ochtendwerk willen, geachte voorzitter.

De voorzitter:
Ter zake nu, een stukje inhoud naar de mensen toe.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Een stukje inhoud naar de mensen toe. Ik denk dat het belangrijk is om zulke dingen uit te leggen, want anders vraag je je af hoe dat zo komt allemaal, hier.

Voorzitter. Het gaat dus over het door de minister aangekondigde beleid in haar begroting 2018 en wat daarvan gekomen is, de verantwoordingsstukken en de slotwet. Nou heeft de Partij voor de Dieren goed gekeken naar wat er in die verantwoording staat en vooral naar de begroting. Ik kijk naar de algemene doelstelling. De minister schreef: het ministerie streeft naar internationaal toonaangevend concurrerende, sociaalverantwoorde, veilige dier- en milieuvriendelijke agrovisserij en voedselketens. In de begroting stond ook: de minister is verantwoordelijk voor het bevorderen van transparantie in de Nederlandse voedselketens, het borgen van voedselveiligheid, het uitvoeren van adequaat veterinair beleid en het uitoefenen van toezicht en het handhaven van de regelgeving op het gebied van dierenwelzijn, mest, natuur en voedselveiligheid in de primaire productie- en de slachterijfase.

Maar wat hebben we in 2018 gezien? Ik begin even met toezicht en handhaving van de regelgeving op het gebied van mest en natuur. De minister was nog maar twee weken in functie toen de NRC een groot artikel schreef over de enorme mestfraude in Nederland. De Partij voor de Dieren was niet verbaasd, want zo gaat dat in het meest veedichte land ter wereld. Een heel klein landje met heel veel dieren. Waar laat je al die uitwerpselen? Die worden illegaal gedumpt of verhandeld. De minister was boos, want dat had ze van de veesector niet verwacht. We wisten het niet, zei ze. Maar in de loop van 2018 bleek dat het ministerie het wel degelijk wist en dat er rapporten lagen, niet alleen met waarschuwingen over de fraude maar ook met aanwijzingen over hoe die fraude op te lossen. Niet alleen de rapporten die op het ministerie lagen, hadden een uitgebreide marsroute naar hoe je die fraude oplost, ook het Planbureau voor de Leefomgeving en later in het jaar, omdat er maar niks gebeurde, het Openbaar Ministerie kenden die. Als je zo veel dieren blijft fokken, gebruiken en doden, krijg je die mestfraude nooit opgelost, omdat de fraudeprikkel daar een-op-een aan vastzit.

Ik kan me voorstellen dat de minister schrok van de mestfraude toen ze net in functie was, maar in de loop van 2018 heeft ze toch wel degelijk de feiten tot zich kunnen nemen, vooral die over welke oplossingen wel werken en welke oplossingen niet werken. Dus is mijn eerste vraag: kan de minister hier verklaren waarom ze die oplossingen niet gekozen heeft? Is er op het ministerie sprake van een vastgeroeste oude cultuur die niet wil dat de echte oplossingen worden doorgevoerd? Zijn er mensen die de minister wel degelijk wijzen op de noodzaak om de veestapel te laten krimpen om eruit te komen, maar naar wie niet geluisterd wordt? Is het een cultuurding op het ministerie of is het een politieke afweging geweest om niet te kiezen voor wat al die experts de minister hebben geadviseerd?

Het tweede waarover ik de minister ter verantwoording wil roepen, is dat ze zegt dat we verantwoordelijk zijn voor toezicht op en handhaving van de regels op het gebied van natuur. In 2018 deed het Europees Hof uitspraak dat de list die de overheid had gekozen om de natuurwet te omzeilen, het Programma Aanpak Stikstof, juridisch onhoudbaar zou zijn. Toch ging de minister door met het toestaan van het afgeven van vergunningen aan veehouderijen. Hoe kan de minister dan volhouden dat ze de wet heeft nageleefd? De constructie die was bedacht, was al tegen de wet. En toen er een uitsprak kwam van het Europees Hof, ging ze gewoon door met het niet naleven van de wet. De vraag is waarom ze dat heeft gedaan en welke verklaring ze daarvoor heeft, gelet op haar eigen verantwoordelijkheid om de wet na te leven, die voor iedereen in Nederland geldt. De overheid moet als eerste vooraan staan om zich netjes aan de wet te houden.

Voorzitter. Dan de algemene doelstelling van het ministerie — ze schrijven het zelf — diervriendelijke voedselketens. Ik herinner de minister eraan dat handelingen bij sommige dieren niet zijn toegestaan en bij andere dieren wel. Het couperen van staarten is verboden. Dat lijkt me terecht, want het afknippen van lichaamsdelen gaat rechtstreeks ten koste van het welzijn van dieren. Dat hoef je niemand uit te leggen, dat snap je meteen. Het is verboden bij honden, katten en paarden, maar het is wel toegestaan bij varkens. Waarom is dat en wat is daar diervriendelijk aan?

Zoogdieren bij de moeder weghalen nadat ze geboren zijn. Iedereen weet dat zoogdieren levende jongen krijgen. Als ze jongen krijgen, hebben ze melk. Ze heten niet voor niets zoogdieren. Wij staan het niet toe om meteen of kort na de geboorte kittens of jonge puppies weg te halen bij hun moeders, maar de minister vindt het wel goed dat dit met koeien en geiten gebeurt, met kalfjes en met geitenlammetjes. Als je filosofisch zou willen doen, dan noem je dat speciïsme: onderscheid naar soort. De minister doet echter niet aan filosofie in haar begroting — dat hoeft ook niet — maar ze zegt wel dat ze streeft naar diervriendelijke voedselketens. Dus als je al hebt erkend dat het niet oké is om lichaamsdelen af te knippen bij honden, paarden en katten, en als je al hebt erkend dat het niet oké is om dieren die net geboren zijn en hun moeder en moedermelk nodig hebben, meteen weg te halen bij hun moeder bij honden en katten: waarom vind je dat dan wel goed voor kalfjes en geitjes? Je weet al dat het niet diervriendelijk is, dat heb je al benoemd. Waarom staat de minister dat toe?

En dan is de minister verantwoordelijk voor het bevorderen van transparantie. Dat zegt ze zelf. In 2018 heeft zij een serie gemaakt op YouTube en die heet: Boeren in Nederland. De allereerste aflevering ging over bosvarkens. Dat zijn varkens die in kleine groepen bij elkaar leven. Ze hebben hun staarten nog. De vrouwtjesdieren krijgen één keer per jaar een nestje biggetjes. Die worden niet bij haar weggehaald, er worden ook geen staartjes afgeknipt. Ik vroeg me af waarom de minister ervoor kiest om een totaal niet-representatief deel van de Nederlandse veehouderij te tonen. Ik denk dat er een handjevol varkens op deze manier gehouden wordt en er miljoenen opgesloten staan in stallen waar ze niet uit kunnen. Waarom kiest de minister ervoor om een serie Boeren in Nederland te maken, op kosten van de belastingbetaler, uit de begroting van 2018, die op geen enkele manier bijdraagt aan transparantie over de Nederlandse voedselketen? Het is gewoon een reclamefilmpje.

Het andere filmpje dat ze maakte, ging over een vleeskuikenhouder met één ster. "Net gestort" heten die kuikentjes. De kuikens waren misschien een paar dagen oud. Er zaten ook beelden in van kuikens die misschien twee weken oud waren. Maar we zagen geen beelden van de stal vlak voordat ze naar de slacht gaan, terwijl dat toch de meest cruciale beelden oplevert. Nee, we zagen beelden van gezellige, gele, donzige kuikentjes die alle ruimte hadden, want ze waren nog niet volgroeid. Maar zes weken later is dat natuurlijk wel anders. Ook dieren met één ster zijn doorgefokt op een snelle groei. Waarom kiest de minister ervoor om het gezellige beeld te laten zien, als haar eigen doelstelling het bevorderen van transparantie in de Nederlandse voedselketen is?

Het laatste beeld dat we zagen, het laatste filmpje over Boeren in Nederland uit 2018, betaald uit het budget van het ministerie, was de zuivelhoeve. Met romantische beelden van een boerderij tussen de bomen. Geen koe of kalf te zien. Terwijl de minister toch de enorme kalversterfte op haar bord heeft liggen. Dat er kalfjes direct of vrijwel direct na de geboorte bij hun moeder worden weggehaald, zorgt ervoor dat die dieren ziek worden. De kalversterfte is enorm. De oplossing is om de dieren niet bij hun moeder weg te halen en niet zo in te zetten op intensivering. Maar daar hoor ik de minister niet over. Waarom verbergt ze al die pijnlijke beelden uit de veehouderij, terwijl dat de realiteit is, en kiest ze ervoor om zich met haar ministerie op te stellen als het pr-bureau van de veehouderij? Dat doet toch op geen enkele manier recht aan de transparantie die ze zelf zegt te willen bevorderen?

Soms komen er beelden naar buiten, bijvoorbeeld omdat iemand zich heeft laten inhuren door een varkenshouderij, of door een vangploeg. Dat zijn ploegen die in een eendenhouderij of kippenhouderij dieren vangen en in kratten stoppen, waarna ze naar de slacht gaan. Als die beelden dan naar buiten komen, dan zegt de minister dingen als: dit is niet representatief, of: ja, er zijn ook bedrijven waar het wel goed gaat. Dat doet ze zonder onderbouwing waaruit blijkt dat dit ook daadwerkelijk gebeurt. Terwijl op die beelden te zien is — dat wordt nota bene door de toezichthouder NVWA bevestigd — wat gewoon is toegestaan in Nederland. Veel is juist wél representatief. Het afknippen van de staartjes van biggetjes, het tussen stangen houden van zeugen. Dus waarom schiet de minister in de reflex die ook de sector altijd laat zien — ook die zegt altijd: het is niet representatief, het gaat hier om een rotte appel — terwijl de minister zou moeten staan voor haar eigen beleid? Als zij het goed vindt dat zeugen tussen stangen staan, dan moet zij ook eerlijk tegen de Nederlandse burgers, voor wie zij hier zit, kunnen zeggen: dit is hoe het hier gaat; dit is toegestaan volgens de wet; dit is wat er achter hamlappen en plakjes bacon zit.

De trieste conclusie is dat activisten als vrijwilliger het werk doen dat de overheid nalaat. Als dank daarvoor worden zij gecriminaliseerd. De hoeveelheid smaad en laster die over deze mensen wordt uitgestort, is om te huilen. Ik vroeg mij af of de minister de activistenbeweging in Nederland wel kent. Weet zij van het bestaan van de Save Movement? Dit is een internationale beweging, die sinds een aantal jaren ook in Nederland actief is. Die mensen staan bij slachthuizen en houden daar wakes; je kunt ook "saves" of "vigils" zeggen. Die zijn daar om er even te zijn voor de dieren, die vaak geen drinken krijgen. Zij geven de varkens of de kippen wat water en zij maken beelden van de dieren die daar hun laatste minuten beleven en eigenlijk staan te wachten op hun dood. Dat is vreedzaam, het is legaal, en het is ook bedoeld om de mensen informeren over hoe dieren er eigenlijk bij staan voordat zij worden geslacht. Er zijn beelden van varkens met ernstige verwondingen die de minister niet laat zien, maar die deze activisten wel laten zien. Er zijn beelden van kippen die niet meer overeind kunnen komen van ellende — dat weten wij van de vleeskuikenindustrie — die deze activisten laten zien, en de minister niet. Die mensen worden gecriminaliseerd.

Is de minister bereid om kennis te nemen van het activisme in Nederland, ook het straatactivisme? Bij het straatactivisme staan mensen op straat, met beelden uit de veehouderij, en voeren zij socratische gesprekken met mensen die geïnteresseerd zijn. Zij stellen vragen als: wist je dat dit gebeurde? Wat vind je daarvan? Vind je dat we in Nederland op deze manier met dieren kunnen omgaan? Wist je dat dit achter de producten zit die in Nederlandse supermarkten te koop zijn? Ik vind dat de minister, gelet op haar eigen doelstelling dat zij de transparantie gaat bevorderen, open moet staan voor dit activisme, zich daarin moet verdiepen en moet zorgen dat zij een weerwoord heeft als deze mensen worden belasterd. De hoeveelheid haat die zij over zich heen krijgen, het seksisme ook, gelet op de reacties die geplaatst worden op de beelden die Save Movement op Facebook plaatst, daar lusten de honden geen brood van. Ik heb de minister daar nog nooit over gehoord. Ik zou graag willen dat zij een keer meegaat. Ik begrijp dat zij is aangesproken door iemand van de Save Movement en dat zij is uitgenodigd om een keer een wake bij te wonen. Ik hoop dat zij daartoe bereid is.

Een andere belangrijke reden om dit debat te voeren, is dat er heel wat aan de hand is bij de NVWA. Wij wijzen het kabinet al ongelofelijk lang op de angstcultuur die wij bij de NVWA vermoeden vanwege alle signalen die wij krijgen van mensen die daar hun werk willen doen, maar gewoon worden tegengewerkt door hun leidinggevenden of collega's. In 2018 hebben wij dat gedaan, maar in de jaren daarvoor ook al. Binnen de NVWA zijn er mensen die hun werk goed willen doen, maar die daarvoor de kans niet krijgen. De vraag is of die signalen bij de minister terechtkomen. Ik heb dat in 2018 nog gevraagd. Toen zei zij: ik ervaar niet dat bij de NVWA een cultuur is waarbinnen zaken niet besproken mogen worden; ik heb gesprekken met de NVWA, en mijn indruk is dat de NVWA een beleid voert waarbij dat soort signalen gewoon mogen doorkomen. Maar inmiddels weten wij beter. Inmiddels hebben wij dat gezien bij de pilot die is uitgevoerd in de noordelijke slachthuizen. Daar was altijd continu toezicht door de NVWA geweest. Toen is er een pilot geweest waarbij ook een andere afdeling van de NVWA ging meekijken. Die kwam daar binnen en zei: wat hier gebeurt, kan helemaal niet.

Er is daar dus jarenlang een NVWA'er geweest die noteerde: er is hier niets aan de hand. Toen kwam daar een andere NVWA'er, en ineens werden daar de grootste misstanden geconstateerd, die zelfs tot vervolging door het Openbaar Ministerie hebben geleid. Het Openbaar Ministerie heeft moeten zeggen: tjonge, we weten dit nu van één slachthuis, maar wij denken dat dat ook op andere plekken gebeurt.

Op verzoek van het Openbaar Ministerie — dus niet op verzoek van de minister zelf en ook niet op verzoek van de NVWA — is er ook bij twee andere slachthuizen gekeken. Wat denk je? Hetzelfde verhaal. De eigenaar van dat slachthuis stuurt brieven naar de minister — dat is dus het signaal — dat hij zijn eigen NVWA'er terug wil, omdat die altijd zei dat er niks aan de hand was. Over die cultuur hebben we het. Er wordt niet gehandhaafd en de minister heeft dat onder de pet gehouden totdat het OM ingreep, totdat RTL met beelden naar buiten kwam en totdat RTL wéér met beelden naar buiten kwam.

Er is onderzoek ingesteld naar de noordelijke slachthuizen. Prima dat dat gebeurt. Maar wat geeft de minister nu aanleiding om te denken dat het alleen daar misgaat en dat de NVWA op alle andere plekken in Nederland, in alle andere slachthuizen en in alle veehouderijen wel functioneert? Die signalen zijn niet nieuw. In het algemeen overleg over de NVWA dat we in april zijn gestart, heb ik de minister herinnerd aan eerder onderzoek, waarna staatssecretaris Dijksma moest toegeven — dat waren snoeiharde conclusies — dat de prikkel om niet te handhaven sterker zou kunnen zijn dan die om wel te handhaven. Waarom? Je bent vergroeid met het bedrijf, je treedt niet op, je hebt geen zin om op te treden en je leidinggevende werkt je tegen. Dat is nogal wat.

De minister komt nu in actie, maar wat ons betreft is dat te beperkt. Ik heb gepleit voor uitbreiding van dat onderzoek, niet alleen naar de noordelijke slachthuizen, maar naar alle slachthuizen en ook naar andere terreinen waarop de NVWA moet controleren. Bij een slachthuis kan bijvoorbeeld ruzie ontstaan tussen het slachthuis en de dienstdoende NVWA'er die wel zijn werk wil doen en zegt: deze koe is hartstikke ziek, die kan je niet slachten. Maar hoe komt die koe überhaupt bij dat slachthuis? Wie heeft die koe in de vrachtwagen gezet? Dat is toch op een boerderij gebeurd? En waar is de handhaving daar? Waarom vraagt de minister zich niet af wat daar misgaat? Die signalen, dat de NVWA veel te veel meewerkt met het bedrijf dat ze moeten controleren, gaan echt niet alleen maar over slachthuizen, en echt niet alleen maar over het noorden.

Voorzitter. Ik heb daar illustraties van.

De voorzitter:
Mag ik u even onderbreken? U heeft een paar uitstekende punten gemaakt, op een manier zoals u dat alleen kunt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Zeker.

De voorzitter:
We hebben nog veertien VAO's te gaan. Die moet ik allemaal hameren. Ik moet nog een debat openen voor een derde termijn. Ik zou het waarderen als u de rest van uw betoog wat puntig zou kunnen doorlopen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, ik begrijp uw opmerking wel. Maar de Kamer zit midden in een debat met de minister over de NVWA. Daar zijn we in april mee begonnen. De tweede termijn zou in juni plaatsvinden. Intussen is gebleken dat, hoewel er iedere dag 1,7 miljoen dieren in Nederland worden geslacht, het toezicht niet op orde is. Ik denk dat het goed is om daarover voor de zomer vragen te stellen aan de minister. Maar de coalitie zei: welnee, dat doen we pas in oktober. Ik denk dat dat niet verstandig is, dus ik zou mijn vragen daarover nu wel graag willen stellen.

De heer Geurts (CDA):
Hier komt weer een onwaarheid voorbij. Het was niet de coalitie die dat vond. Er was een bredere meerderheid die dat vond, dus niet alleen de coalitie. De minister heeft daarnaast aangegeven dat er een onderzoek loopt. Mevrouw Ouwehand, denk even na voordat u zulke onwaarheden de zaal inslingert.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Er loopt inderdaad een onderzoek. De Partij voor de Dieren heeft gezegd dat de Kamer de kans moet krijgen om de minister te vragen of dat onderzoek wel gaat doen wat nodig is. Ik vind het niet verstandig, ook niet voor de mensen die bij de NVWA werken en die zich afvragen of ze zich wel of niet moeten melden bij dat onderzoeksbureau. Krijg ik daar straks geen last van? We weten dat de NVWA en het ministerie niet zo'n heel goed trackrecord hebben. Het eindigt meestal niet zo heel goed met mensen die aan de bel trekken. Het lijkt me goed als de minister vanavond de gelegenheid krijgt om dat wat meer toe te lichten. Hoe veilig is dat voor iedereen?

De voorzitter:
U heeft nog een groot AO over de NVWA, uit mijn hoofd gezegd op 2 oktober.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat komt in oktober, als het onderzoek al klaar is. We willen toch dat mensen zich nu melden en zich veilig weten als ze dat doen? Daar gaat het om. Dan ga je dat toch niet uitstellen tot het al klaar is? Voorzitter, uw pogingen lopen op niets uit, vrees ik. Ik ga gewoon …

De voorzitter:
U gaat gewoon door.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
… mijn tijd besteden aan deze vragen. Ja, want het is nogal wat.

De voorzitter:
Moedig voorwaarts.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Moedig voorwaarts, zo doen we dat.

Voorzitter. Ik heb de minister eerder geconfronteerd met de volgende situatie. In slachthuizen staat een NVWA'er, die moet controleren op de gezondheid van de dieren. Als het dier dan dood is, dan staat aan de andere kant van de lijn een KDS'er, dat is de private keurder, die moet kijken naar voedselveiligheid. Maar eerder kregen we al door — die signalen hebben we doorgegeven aan de minister, en dat is ook niet voor het eerst — dat er slachthuizen zijn, waar de keurder die gaat over de karkassen, doorkreeg dat er dieren zijn doorgestuurd, de slachtlijn in, en op gruwelijke wijze niet zijn verdoofd. Ze hadden gebroken bekkens en liepen niet goed, en het slachtproces ging gewoon door terwijl er storingen waren. Dan gaat de KDS'er, die niet eens in dienst is van de NVWA en die alleen maar over voedselveiligheid zou moeten waken, dus denken: wat gebeurt hier? Hij loopt naar de dienstdoende NVWA'er en vraagt: wil je alsjeblieft handhaven? Maar de NVWA'er blijft gewoon buiten staan roken, haalt zijn schouders op, kijkt de andere kant op en al die dieren gaan gewoon door het slachtproces.

Diezelfde KDS'er meldt aan de Partij voor de Dieren dat hij bij de controle van geslachte varkens karkassen ziet vol mest en gal. Door de extreem hoge snelheid van de slachtlijn worden darmen en andere ingewanden opengesneden. Ook ziet hij dat medewerkers vieze messen gebruiken en hun handen niet wassen. Hij waarschuwt de verantwoordelijke NVWA-dierenarts. Hij laat hem zien hoe die karkassen eruitzien en vraagt hem om in te grijpen, en dat gebeurt niet. De snelheid van het slachten wordt niet verlaagd. Op één dag gaat er wel 1.800 kilo varkensvlees naar de destructie. Die dieren hebben dus voor niks geleden en worden voor niks gedood en in de destructiebak gegooid.

Dat gebeurt niet één keer, maar iedere keer opnieuw en er wordt niets vastgelegd. Het enige wat wordt geregistreerd, zijn de resultaten van een apart gehouden aantal karkassen, waarbij met extra medewerkers en met een lagere bandsnelheid alle vieze stukken zorgvuldig zijn afgesneden. De NVWA-dierenarts staat erbij als dit toneelstukje wordt opgevoerd. Resultaat: een prima rapportcijfer voor hygiënisch werken. Is er verontreiniging tijdens het proces? "Nee hoor, dat gaat helemaal goed; er is 100% handhaving", zegt de NVWA. Die medewerker denkt: dit gaat hier helemaal niet goed. Hij meldt de gang van zaken bij herhaling bij de NVWA en bij zijn eigen leidinggevende, van KDS. Wat denk je? De eigenaar van het slachthuis klaagt bij de NVWA over de kritische geluiden. En wat doet de NVWA? De NVWA verzoekt KDS, waar deze kritische medewerker in dienst is, om hem over te plaatsen naar een ander bedrijf. Dat is dus weer een signaal dat we uit de noordelijke slachthuizen al hoorden: wij willen onze eigen NVWA'ers, die niet zo moeilijk doen. En als er wel iemand is die moeilijk doet, dan moet -ie weg.

Voorzitter. Mijn vragen gaan echter over het onderzoek dat de minister heeft ingesteld. Want ik heb begrepen dat deze kritische medewerker bij de minister heeft aangeklopt en dat de minister hem terug heeft gestuurd naar de top van de NVWA. Hij had alle stukken en moet dus weer met degene die op de machtspositie zit, die nou juist ter discussie zou moeten staan, hierover spreken. De vraag is dus: wist de minister dat hij terug is gestuurd naar de leidinggevende en dat hij zelf al die signalen had die aan de minister zijn gestuurd? De vraag is of deze medewerkers van KDS zich ook kunnen melden bij het onderzoeksbureau dat de minister heeft gevraagd om onafhankelijk onderzoek in te stellen. Tot nu toe, zo heb ik begrepen, mogen alleen NVWA'ers zich melden. Het is goed als ze dat doen, maar er zijn ook andere mensen die dingen hebben gesignaleerd in het optreden en handhaven van de NVWA. Is de minister bereid om ook te zorgen dat KDS'ers zich kunnen melden? En misschien zijn er ook dierenwelzijnsorganisaties als Eyes on Animals die iets zouden willen melden, dat weet ik niet; misschien zijn er wel activisten die iets willen melden. Afgelopen weken, met de hittestress, kreeg ik berichten dat de NVWA niet wilde optreden, terwijl mensen ter plekke zeiden: moet je nou kijken wat er gebeurt.

Kortom, wordt het onderzoek opengesteld voor iedereen die iets zinnigs te melden heeft? Is de minister echt op zoek naar de waarheid over hoe het eraan toegaat bij de NVWA? Kan de minister garanderen dat het onderzoek onafhankelijk is? Ik noemde het zojuist al even, omdat de heer Geurts van het CDA erover begon, maar ik begrijp heel goed dat mensen bij de NVWA zich erg zorgen maken. Stel, je werkt daar en je weet wat er in het verleden met klokkenluiders is gebeurd. Kun je er dan op vertrouwen dat je veilig bent bij het onderzoeksbureau en kun je erop vertrouwen dat het onafhankelijk is? Een vervolgvraag is: kunnen mensen erop vertrouwen dat de juiste onderzoeksvragen zijn gesteld?

Een goede vorm om dat te kunnen garanderen — ik hoor graag wat de minister hierover zegt — zou zijn om de klokkenluiders zelf te spreken. Voorgangers van de minister hebben dat gedaan. Staatssecretaris Dijksma heeft zelf met klokkenluiders gesproken. Ik kan me voorstellen dat, als het onderzoek gereed is, de mensen die hun verhaal hebben gedaan en dingen gemeld hebben, met de minister naar de resultaten van het onderzoek willen kijken, zodat zij, als zij daar nog opmerkingen over hebben, weten dat zij gehoord worden. Buiten hun eigen leidinggevenden om en buiten het onderzoeksbureau om, mochten er toch nog opmerkingen over zijn. Kan de minister dat toezeggen?

Ik ben ook benieuwd of de minister iets kan zeggen over de reorganisaties waar de NVWA al dan niet mee zou dreigen. Wat kan de minister zeggen over het gevoel van veiligheid dat de mensen die daar werken, en die wel willen handhaven, echt moeten hebben? Het gaat erom dat hun baan niet op de tocht komt te staan op de een of andere manier als de leidinggevende erachter komt dat zij met het onderzoeksbureau hebben gepraat. Ik weet niet wat daar gebeurt, maar dat gevoel moeten mensen in elk geval niet hebben. Is de minister bereid om te zeggen dat er geen ontslagen gaan vallen en dat zij er alles aan zal doen om ervoor te zorgen dat mensen die zich melden, veilig zijn? Omdat het van het allergrootste belang is dat bij de NVWA die cultuur van niet handhaven doorbroken wordt.

Tot slot. De minister heeft haar verantwoording gestuurd over 2018. Ik heb daar verschillende vragen over gesteld. Ondanks dat de minister nu een onderzoek instelt naar het functioneren van de NVWA, blijf ik van mening, en met mij mijn fractie, dat het onverantwoord is, terwijl je weet dat er niet wordt gehandhaafd, 1,7 miljoen dieren per dag naar de slachterij te sturen en die miljoenen dieren in die stallen te laten zitten, zonder dat er sprake is van deugdelijke handhaving door de toezichthouder. Wat kan de minister daarover zeggen? Hoe verantwoord is het om gewoon door te gaan met alles, gedurende het onderzoek? Ik snap dat onderzoek tijd nodig heeft, maar moet er niet ook meer gebeuren om die dieren te beschermen? Moeten we niet stoppen met het exporteren van dieren, bijvoorbeeld? Moeten we niet stoppen met het fokken van dieren, zolang we niet kunnen garanderen dat er daadwerkelijk wordt toegezien op het dierenwelzijn en de voedselveiligheid? Is de minister bereid om ook daarin een stap te zetten?

Voorzitter. Tot slot. We hebben bij het aantreden van deze minister gezegd dat we zien dat er op Landbouw moeilijke keuzes te maken zijn. De minister is halverwege haar periode. Ik heb er nog niet heel veel van gezien. Ik zou haar willen aanmoedigen om toch echt die bal wel op te pakken. De analyses liggen er gewoon op het ministerie. Ze heeft eigenlijk alle belangrijke organen in haar rug: de belangrijkste adviesorganen van de regering en de rechters die haar steunen als ze zou zeggen "ik grijp nu in in de veehouderij". Ze zou absoluut de steun hebben van de Partij voor de Dieren en een groot deel van de partijen in de Kamer. De partijen die ondanks al die signalen en ondanks al die rapporten en ondanks de uitspraken van de rechter nog steeds niet willen bewegen, hebben zichzelf toch echt wel buitenspel gezet.

Voorzitter. Ik heb 4 minuten en 30 seconden over. Ik denk dat ik u een grote dienst heb bewezen.

De voorzitter:
Het is voorbij gevlogen, weet u dat?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat dacht ik al.

De voorzitter:
Als u die resterende minuten nog even wilt opmaken ...

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Zal ik een liedje zingen?

De voorzitter:
Nee, nee, nee, alstublieft niet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
O, niet. Oké.

Voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:
Het was me een genoegen. De andere sprekers hebben afgezien van hun spreektijd, behalve de heer De Groot? De heer De Groot ook. Dan was mevrouw Ouwehand meteen de laatste spreker van de zijde van de Kamer.

Is de minister reeds in staat om te antwoorden op de punten die mevrouw Ouwehand heeft ingebracht? Over twaalf minuten moet het volgende VAO beginnen. Ik zou het mooi vinden als wij om 20.40 uur de zaal kunnen gebruiken voor een ander debat.

Het woord is aan de minister.

Minister Schouten:
Voorzitter, wat is er mooier dan het parlementaire jaar afsluiten met een totaalbeschouwing op het jaar? Dat is wel ongeveer wat hier heeft plaatsgevonden. Ik moet zeggen dat mevrouw Ouwehand redelijk wat onderwerpen heeft aangekaart die inderdaad het afgelopen jaar aan de orde zijn geweest. In die zin is het ook wel weer passend voor deze dag.

Mevrouw Ouwehand heeft veel beschouwingen gegeven vanuit haar optiek; laat ik dat ook maar constateren. Dat staat eenieder hier vrij en het is ook mooi dat we dat hier kunnen doen. Ik denk tegelijkertijd dat er wel wat af te dingen valt op de onderwerpen die mevrouw Ouwehand heeft aangedragen. Maar, voorzitter, u geeft het zelf al aan: het is een volle avond. En het is hopelijk ook niet de laatste keer dat wij met elkaar spreken; het hangt natuurlijk altijd van uw Kamer af hoelang ze me hier laten staan. Over het algemeen ga ik ervan uit dat we elkaar nog wel een aantal keren gaan spreken, al was het maar over enige tijd na het reces. Dat betreft veel onderwerpen die mevrouw Ouwehand heeft aangehaald. We krijgen nog een AO Dieren in de veehouderij, een AO over de NVWA, een AO over de PAS, want dat overleg is, meen ik, ook weer ingevoegd. Ik denk dat dat de momenten zijn waarop we vrij uitgebreid op een aantal zaken kunnen ingaan die mevrouw Ouwehand heeft aangekaart.

Ze heeft nog een paar concretere vragen gesteld en laat ik een poging wagen om daarop te antwoorden. De eerste vraag. Heerst er een vastgeroeste cultuur op het ministerie? Het antwoord is nee.

Waarom is het couperen van staarten bij varkens toegestaan? We zijn er juist mee bezig om dat niet meer toe te staan. Daarvoor worden door de sector zelf ook allerlei stappen gezet.

Waarom sta je toe dat jonge dieren bij de moeder worden weggehaald? Omdat het in bepaalde gevallen het welzijn van het jonge dier ten goede komt.

Waarom kies ik ervoor de serie Boeren van Nederland te maken, een serie die niet bijdraagt aan een realistisch beeld van de sector? Ik weet wel zeker dat de beelden die u heeft gezien, beelden zijn van boeren die daadwerkelijk in Nederland actief zijn. Om dan te zeggen dat dat geen goed beeld is? Ze bestaan, mevrouw Ouwehand, en we hebben ze in beeld gebracht.

Activisten die worden gecriminaliseerd. Ik ben er vanmiddag inderdaad een aantal tegengekomen en die hadden uitgebreid de mogelijkheid om ook hun mening kenbaar te maken. Er werd mij ook gevraagd wat ik daarvan vind. Er stonden veel camera's en ik kreeg ongeveer iedereen op mijn nek toen er werd gevraagd wat ik ervan vind. Toen heb ik gezegd dat ik het een groot goed vind dat we in Nederland onze mening kenbaar kunnen maken. Dat staat deze mensen ook vrij. Ik heb ook gezegd dat het tegelijkertijd goed is om ook respect te hebben voor de verschillende keuzes die gemaakt worden. Dat ben ik nog steeds van mening. Ik denk dat het juist in een discussie die soms inderdaad wat emoties oproept, belangrijk is om niet zozeer steeds de kloof te vergroten tussen de verschillende groepen. Dat is in ieder geval niet mijn inzet. Je moet ook proberen om naar elkaar te luisteren en om het gesprek met elkaar aan te gaan, maar dan moet je wel accepteren dat er verschillend gedacht wordt. Dat geldt voor twee kanten en dus niet alleen van de ene naar de andere kant. Dat geldt voor allebei de kanten en dat ben ik nog steeds van mening.

Ken ik de activisten in Nederland? Nou, ik denk niet zo goed als mevrouw Ouwehand. Ik weet dat bijna wel zeker, want ik denk dat zij zich wat meer in de kringen van de activisten begeeft dan ik. Maar zoals aangegeven, heb ik vanmiddag inderdaad met een aantal mensen gesproken bij de vegetarische barbecue, want daar was ik ook. Ik was ook bij de Binnenhofbarbecue en ik vraag me af of mevrouw Ouwehand ook naar allebei de barbecues is geweest. Misschien is dat een vraag die ik even via de voorzitter mag stellen.

De voorzitter:
Dat heet uitlokking.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nee, ik ben nog nooit bij de vleesbarbecue geweest. Ik vind het fundamenteel verkeerd dat parlementariërs zich laten fêteren door de vleeslobby. De veganistische barbecue buiten is eigenlijk een protestbeweging tegen de verwevenheid van de veehouderij met de politiek. Goed dat de minister naar de protestbarbecue is geweest, maar op de lobbybarbecue zal ze mij nooit aantreffen.

Voorzitter. De minister praat wel handig om mijn vraag heen. Je kan altijd zeggen: deze boeren bestaan; dus daar maak ik een serie over. De vraag die ik heb voorgelegd, is ingegeven door de uitspraak van de minister dat de beelden die naar buiten komen over de gangbare veehouderij, niet representatief zijn. Dan heeft ze, lijkt mij, wel een hele zware verantwoordelijkheid om zelf wel representatieve beelden te laten zien. Als je een serie over boeren in Nederland begint met bosvarkens — bosvarkens! — terwijl er miljoenen varkens opgesloten staan in stallen waar ze ziek worden van de lucht die ze moeten inademen, waar ze met gezwellen rondlopen, waar hun staarten zijn afgeknipt, dan moet je toch wel ietsje verder reflecteren dan te zeggen: activisten hebben het recht om op straat te staan, maar zij moeten ook de mening van een ander respecteren.

De voorzitter:
Heel goed.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De minister moet zelf representatieve beelden laten zien, en zij moet ietsje verder gaan dan dat het niet alleen maar een mening is.

Minister Schouten:
Die beelden die zijn getoond, zijn echte beelden uit Nederland. Die bestaan. Ik zou bijna tegen mevrouw Ouwehand kunnen zeggen dat ze daar blij mee zou moeten zijn, want zij kan ook laten zien: dit zijn ook opties die wij hebben met elkaar. Dat hoor ik haar niet zeggen. Zij blijft vooral benadrukken dat er in andere gevallen dingen niet goed gaan. Ik heb het afgelopen jaar daar waar zich evidente misstanden voordeden, ook aangegeven dat dat niet toelaatbaar is. Maar waar beelden op manieren waren verkregen die niet legaal zijn of waar methodes werden gebruikt die niet geaccepteerd worden in onze rechtstaat, heb ik dat ook aangegeven. Omdat ik ook vind dat je daar rekening mee moet houden.

En wat betreft dat fêteren, voorzitter. Ik ga u een geheim verklappen. Mag dat?

De voorzitter:
Altijd.

Minister Schouten:
Ik was op de Binnenhofbarbecue en ik kwam daar eigenlijk niet echt aan eten toe, omdat er zo veel camera's boven op me stonden. En dat fêteren, dat gebeurde toch eigenlijk iets meer bij de veganistische barbecue. Ik heb daar ook niet voor betaald, maar ik heb er wel erg van genoten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat is mooi, want die veganistische barbecue wordt betaald door donaties van mensen die dieren een warm hart toedragen. En de Partij voor de Dieren betaalt keurig voor haar eigen aandeel van wat ze daar opeet. Maar daar zit geen commercieel belang in. Het is echt een protest. Maar goed, laten we die discussie ...

De voorzitter:
Zullen we het bespreken van de barbecue misschien thuis of in de Libelle gaan doen?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Die discussie gaat niet tussen de minister en mij, dat is iets van het parlement, en de voorzitter kan daar misschien een rol in spelen.

De voorzitter:
Heel graag.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Waar ik mij echt zorgen over maak, echt oprecht, is dat de minister niet lijkt te voelen dat ze hier, door de keuzes die ze maakt, de indruk wekt dat zij, dat haar ministerie het PR-bureau is van de veehouderij.

De voorzitter:
Heel goed. En wat is uw vraag?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Mijn vraag is: hoe komt het dat de minister zelfs dat basale inzicht kennelijk niet heeft? Als je kiest voor de meest romantische beelden, terwijl de bulk heel anders is, en die laat je níet zien ...

De voorzitter:
Heel goed.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
... dan is er iets mis met je gevoel voor representativiteit.

Minister Schouten:
Volgens mij is dat geen vraag, maar meer een statement van mevrouw Ouwehand.

Dan wat betreft de zaken rondom de NVWA. Daar heeft mevrouw Ouwehand vrij veel tijd aan besteed en ik moet zeggen dat dat ook echt een serieuze zaak is. En die nemen wij ook serieus. Ik heb zelf een aantal maanden geleden het 2Solve-onderzoek ingesteld, omdat er steeds meer geluiden kwamen dat er dingen niet goed gingen. Wij hebben toen zelf gezegd: wij moeten onderzoek doen, niet vanuit de NVWA zelf, maar door een bureau dat echt onafhankelijk kan opereren. Ik heb dat onderzoek rechtstreeks onder onze sg gehangen, dat is even de technische term, om aan te geven dat de NVWA zelf daar niet ook nog een rol in heeft. Onze sg is degene ...

De voorzitter:
En "sg" staat voor?

Minister Schouten:
Secretaris-generaal — excuus, voorzitter. De hoogste ambtenaar van ons ministerie is degene die direct als opdrachtgever van dat onderzoek fungeert. We hebben op verschillende momenten mensen opgeroepen om zich te melden, want we willen juist ook echt de verhalen uit de praktijk horen. Als ik dan hoor dat er toch een angst is om zich te melden, dan wil ik in ieder geval vanuit hier, vanuit deze positie zeggen: ik garandeer dat u daar echt geen problemen mee krijgt, en mocht u die toch krijgen, dan mag u zich ook rechtstreeks tot mij wenden.

Mevrouw Ouwehand vraagt daarbij ook of het mogelijk is dat zij met de klokkenluiders gaat spreken. Zij zei daar bij "na afronding van het onderzoek". Dat vind ik een waardevolle toevoeging, want ik vind het wel belangrijk dat de onderzoekers nu hun werk kunnen doen. Zij moeten dat nu echt kunnen onderzoeken en tot een onafhankelijk oordeel kunnen komen. Daar moet ik niet tussen gaan zitten, want dan is het ook niet onafhankelijk meer. Op het moment dat het onderzoek is afgerond, ben ik bereid om met klokkenluiders zelf het gesprek aan te gaan. Dat wil ik hier toezeggen.

Mevrouw Ouwehand vraagt ook nog of allerlei andere organisaties zich ook kunnen melden voor het onderzoek. Het onderzoek richt zich heel duidelijk op de NVWA en de processen rondom het keuren, ook in de slachterijen in Noord-Nederland. Dan vind ik dat gewoon daarnaar gezocht moet worden en dat we het onderzoek echt moeten afbakenen tot de mensen die daarbij betrokken zijn of daar kennis van hebben vanuit de organisatie zelf, dus vanuit de NVWA. Anders denk ik dat de onderzoekers niet alleen bepaalde organisaties aan de ene kant, maar ook nog heel veel zaken aan de andere kant gaan krijgen. Dat komt de snelheid en ook het overzicht van het onderzoek niet ten goede. Ik vind echt dat het zich moet richten op datgene waar ze nu mee bezig zijn. Er wordt heel hard gewerkt aan de afronding van dat onderzoek.

De voorzitter:
Over snelheid gesproken …

Minister Schouten:
Voorzitter, ik ben bijna klaar. Nogmaals, ik ben bereid om met de klokkenluiders na afronding van het onderzoek te spreken.

De voorzitter:
Ik wil over twee minuten aan het volgende debat debat beginnen, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Ik heb nog moties, dus die ga ik nog indienen in mijn tweede termijn. Ik vraag me echt iets af. Ik heb de situatie met de KDS'ers die veel zien in slachthuizen nu al een paar keer benoemd. Ik denk dat zij heel waardevolle informatie hebben. Ik vraag me dus af waarom de minister niet bereid is om deze mensen ook toe te laten tot dat onderzoek, want zij hebben belangrijke dingen gezien en gesignaleerd.

Minister Schouten:
De specifieke casus van de KDS'er die mevrouw Ouwehand noemt, ken ik niet. Ik zal navraag doen naar hoe dat zit, want er wordt gezegd dat ik iemand heb teruggestuurd. Ik heb zelf echt niemand teruggestuurd, maar als het in mijn naam of onder mijn verantwoordelijkheid is gebeurd, zal ik daar echt naar kijken. Ik zal dus ook kijken of die KDS'er door dat onderzoeksbureau gesproken kan worden, want dat lijkt me wel waardevol. Die is daar ook direct werkzaam. Dus de mensen die echt werkzaam zijn wel, maar ik wil niet allerlei ngo's gaan toelaten tot het onderzoek.

Dan tot slot de vraag of er ontslagen gaan vallen. Ik heb gisteren al aangegeven dat er geen onomkeerbare stappen worden gezet in het hele reorganisatietraject dat mogelijk opgestart zal gaan worden. Dat gebeurt niet totdat wij met elkaar over dat 2Solve-onderzoek hebben gesproken.

Voorzitter. Ik denk dat ik hiermee de vragen van mevrouw Ouwehand heb beantwoord.

De voorzitter:
Dat waardeer ik. Bestaat er behoefte aan een tweede termijn? Ik kijk even de zaal in. Ah, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Voor de mensen op de publieke tribune en de mensen die thuis meekijken: zo gaat een debat dus eigenlijk nooit. Ik stel voor dat we het vaker doen, dat de Partij voor de Dieren in haar eentje spreektijd heeft. Het zou dan wel fijn als de minister dan iets meer werk maakt van de antwoorden.

De voorzitter:
Ik heb goed nieuws voor u. Ik heb net even met mevrouw Arib zitten appen en de komende twee maanden mag u in deze zaal staan zo vaak als u wilt. Ik begrijp dat uw partij rijk is, dus als uw partij betaalt voor de elektriciteitsrekening dan komt het allemaal goed.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Maar dan bent u er niet bij.

De voorzitter:
Meestal niet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nee. Dat vind ik dan toch wat ongezellig, maar dank voor het aanbod. Het was heel genereus.

Voorzitter. Dank aan de minister voor de toezeggingen op het gebied van het onderzoek van de NVWA. Ik ben echt blij dat de mensen die zich afvragen of zij zich wel of niet kunnen melden, of dat goed gaat, voor de zomer, als dit onderzoek loopt, van de minister hebben gehoord dat ze het echt belangrijk vindt dat iedereen zich vrij kan melden en dat er na afloop ruimte is voor een gesprek met de minister. Ik denk dat dat het onderzoek ten goede komt en dat dat in het belang is van iedereen. Dus dank daarvoor.

Dan heb ik nog wel een appeltje te schillen met de minister over haar verantwoordelijkheid voor dierenwelzijn en vooral de transparantie daarover. Ik begin er niet voor niks over. We horen al jaren uit de sector: kom dan kijken, iedereen is welkom om zelf te komen kijken. Toen begin 2018 de beelden uit een varkenshouderij naar buiten kwamen via Varkens in Nood, was de reactie van de sector: dit is niet representatief, het is 's nachts gemaakt en iedereen die zelf wil komen kijken en beelden wil maken is welkom. De minister heeft dat nog herhaald in haar brief over de misstanden in de varkenshouderij. De sector nodigt pers en andere belangstellenden uit om zelf te komen kijken en beelden te maken, want "ze hebben niks te verbergen". Dat was wat de sector zei. Ik ben een héle zomer bezig geweest met de vraag of ik binnen mocht kijken en beelden mocht maken. Het is niet gelukt.

Een sector die zegt niks te verbergen te hebben, heeft dan wel heel wat uit te leggen. En ik krijg iedere dag van de sector te horen: kom dan zelf kijken. Dan zeg ik: ja, ik kom zelf kijken, maar dan wil ik ook beelden maken, want ik deel dat met het Nederlandse publiek.

De voorzitter:
En dus?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dan ben ik niet meer welkom. Ik vind dat de minister zich uit dat kamp moet scharen. Zij staat voor die transparantie. Als je niks te verbergen hebt, dan moet je dat ook waarmaken.

Ik zei "scharen" en ik zag toen de heer Futselaar wat fronsen. De minister moet uit dat kamp dat altijd maar zegt: het is niet representatief, kom zelf een keertje kijken. En vervolgens is dan de deur dicht.

De voorzitter:
Prima.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Ik heb een motie over de transparantie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister van LNV verantwoordelijk is voor het bevorderen van transparantie en ketenverantwoordelijkheid in de Nederlandse agro-, visserij- en voedselketens;

verzoekt de regering die verantwoordelijkheid waar te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 21 (35200-XIII).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Over dierenwelzijn zei de minister: er komt nog een AO en er komen nog brieven. Ja, maar de minister komt haar afspraken niet na, bijvoorbeeld over de bokkensterfte. Weer zo'n gevalletje: én de overheid doet niks, én de NVWA kijkt weg. Jarenlang waren er op die bokkenmesterijen NVWA'ers die een inspectie hielden. Zij gaven dan allemaal krulletjes. In 2017 bleek, dankzij een inspectie van een maatschappelijke organisatie, Eyes on Animals, ineens dat de sterfte op die bokkenmesterijen wel 62% kan zijn. Die dieren zijn zó ziek omdat ze bij hun moeder zijn weggehaald, dat een derde tot twee derde van ellende sterft. Ineens blijkt dat het tranen met tuiten is in die bokkenmesterijen. Maar dat blijkt dus omdat er een externe partij kwam kijken. Iedereen was er verontwaardigd over en de overheid, toenmalig minister Kamp, zei: er komt een plan van de sector en er komt een voortgangsrapportage. Deze minister is nu alweer twee keer haar belofte op dat terrein niet nagekomen.

De voorzitter:
Ja.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Eind 2018 zouden we daar een voortgangsrapportage over krijgen. Daar moesten we om leuren. Die kwam begin 2019. Toen zouden we voor juni een voortgangsrapportage krijgen, en dat wordt nu weer september. Ik snap, voorzitter, dat u een beetje ongeduldig bent, maar moet u zich eens voorstellen hoe de dieren zich voelen. Die beloften die komen maar en komen maar, en altijd is er uitstel.

De voorzitter:
Ja.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dus, voorzitter, ik zou het op prijs stellen als u mij de tijd gunt om hier gewoon eventjes mijn betoog af te maken. Als u zo'n bokje was in een bokkenmesterij, zou ik ook voor u opkomen.

De voorzitter:
Nou, dat is een pak van m'n hart.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Zo is dat.

Voorzitter. De minister maakt zichzelf er gewoon veel te gemakkelijk van af. Er komt nog een brief, er komt nog een voortgangsrapportage. Ik noem ook de biggensterfte. Tien jaar geleden zei minister Verburg: die biggensterfte is te hoog en moet naar 10,5%. Dat is nog steeds belachelijk veel, maar vooruit, er was een doel gesteld. Eind 2018 blijkt dat de sector dat helemaal niet waarmaakt, en deze minister treedt niet eens op. Zij zegt alleen: ja, ik vind het onverantwoord en u krijgt nog een voortgangsrapportage. Die zouden we in juni krijgen. Dat wordt weer september. En die sector fokt maar door. We lezen in de Boerderij dat het aantal biggen dat zeugen moeten werpen, nóg verder wordt opgevoerd. En de voorzitter van de POV, de vakorganisatie voor die varkenshouders zegt: ja, ethiek, ethiek, daar kan je het wel over hebben, maar die doet er niet toe als mensen er niet voor willen betalen. Dan vraag ik aan deze minister, een minister van de ChristenUnie: ziet u ethische kwesties zo? Is ethiek alleen maar geldig als er ook een dubbeltje voor betaald wordt? Ik vraag me trouwens af hoe dat zit, want vanwege die gruwelijke varkenspestcrisis in China verdienen varkenshouders nu meer, en ik zie nog geen enkele verbetering van het dierenwelzijn doorgevoerd worden met dat extra geld dat ze nu verdienen.

Dus, voorzitter, ik word daar gewoon boos van. Je kunt wel zeggen dat er nog wat voor de dieren komt, maar er komt nóóit wat voor de dieren, tenzij je het een keer gaat doen.

Voorzitter. Dat gezegd hebbende, kom ik op de NVWA. De minister moet aan de bak om de dieren echt te beschermen, en er is onderzoek om de NVWA beter te laten functioneren. Dat is goed, maar dat kan nog wel wat beter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in de afgelopen elf jaar vele rapporten zijn verschenen waaruit blijkt dat er zeer ernstige tekortkomingen zijn in de inrichting en de uitvoering van het toezicht op dierenwelzijn en voedselveiligheid;

constaterende dat verbeterplannen en reorganisaties daar geen enkele verbetering in hebben gebracht;

verzoekt de regering het externe onderzoek naar het functioneren van de NVWA uit te breiden naar alle bedrijven in de veehouderij, diertransporten en alle slachthuizen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 22 (35200-XIII).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Tot slot, een laatste motie. Dat zal u geruststellen, voorzitter. De verantwoordelijkheid voor het niet-functioneren van de NVWA en voor het wegkijken van al die signalen dat het toezicht totaal niet functioneert, ligt ook hier. Het is de hoogste tijd om ook de politieke verantwoordelijkheid voor het niet-functioneren van het toezicht op dierenwelzijn en voedselveiligheid te onderzoeken. De Partij voor de Dieren wil daarom een parlementaire enquête, zodat duidelijk wordt wie hier achter de schermen aan de knoppen heeft zitten draaien en wie daar een verkeerde rol in heeft gespeeld.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in de afgelopen elf jaar vele rapporten zijn verschenen waaruit blijkt dat er zeer ernstige tekortkomingen zijn in de inrichting en de uitvoering van het toezicht op dierenwelzijn en voedselveiligheid;

constaterende dat verbeterplannen en reorganisaties daar geen enkele verbetering in hebben gebracht;

spreekt uit dat er een parlementaire enquête moet komen naar het functioneren van de NVWA;

verzoekt het Presidium nog dit kalenderjaar jaar voorstellen te doen over de opzet en de vorm van dit onderzoek,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 23 (35200-XIII).

U heeft het zelf over het Presidium. Het is dus een onderlinge, interne Kameractiviteit. De minister is welkom om daar een mening over te hebben, maar het is een Kameractiviteit.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Precies. Een parlementaire enquête organiseren we hier zelf.

De voorzitter:
Dank u wel. Heel mooi.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik heb nog een paar minuten, voorzitter. Ik dank de minister nogmaals voor haar toezegging op het gebied van het onderzoek van de NVWA. Ik denk dat dat belangrijk is voor de mensen die zich gaan melden. Maar de minister zal ook echt aan de bak moeten — misschien kan ze deze zomer daarvoor gebruiken — voor het beschermen van de dieren en het nakomen van beloften. Dan bedoel ik niet alleen de beloften die deze minister heeft gedaan, maar vooral ook de beloften die twintig jaar geleden al aan de dieren zijn gedaan en die nog steeds niet worden nageleefd.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dank u wel.

De voorzitter:
Wat zal het stil zijn de komende twee maanden zonder u. Is de minister reeds in staat de moties te becommentariëren? Het zijn er drie, waarvan er eentje aan de Kamer gericht is. Het zou mooi zijn als we dat in één vloeiende beweging konden doen.

Minister Schouten:
Als ik ze heb, ga ik ze behandelen.

De voorzitter:
Heel goed. Dan geef ik het woord aan de minister.

Minister Schouten:
Voorzitter. Ik heb drie moties, waarvan er twee aan mij zijn gericht. De motie op stuk nr. 21 verzoekt de regering om de transparantie en de ketenverantwoordelijkheid te bevorderen en om de verantwoordelijkheid ook waar te maken. Ik heb al eerder aangegeven dat we dat ook doen, maar dat dat iets is voor iedereen. Het is niet alleen mijn taak om transparant te zijn. Die taak ligt ook bij de sector en bij allerlei andere partijen in de keten. Ik herken mij dus niet in de opmerking dat ik die verantwoordelijkheid niet waarmaak. Ik ontraad deze motie daarom.

Dan de motie op stuk nr. 22. Die motie verzoekt de regering om het externe onderzoek van de NVWA uit te breiden. We zijn nu echt heel hard bezig met dat onderzoek. Het is ook belangrijk dat we dat onderzoek op enig moment gaan afronden. Er zijn al wat zaken toegevoegd aan dat onderzoek, ook naar aanleiding van nieuwe issues die naar boven kwamen. Maar ik denk dat het ook belangrijk is dat we een keer gaan praten met elkaar over het onderzoek, en daarvoor moet het ook wel afgerond kunnen worden. Met het oog op een snelle afronding en bespreking van het onderzoek ontraad ik deze motie.

Dan de motie op stuk nr. 23. Die is niet aan mij gericht, maar aan de leden van uw Kamer. Ik zou de motie ontraden, maar het is aan uw Kamer om zich daar zelf een oordeel over te vormen.

De voorzitter:
Helder. Tot zover. Dank u wel.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Vannacht nog — wat zeg ik: morgenochtend — gaan we stemmen over deze moties.

Landbouw- en Visserijraad 18 juni 2019

Landbouw- en Visserijraad 18 juni 2019

Aan de orde is het VAO Landbouw- en Visserijraad 18 juni 2019 (AO d.d. 12/6).

De voorzitter:
Dan is thans aan de orde het VAO Landbouw- en Visserijraad van 18 juni 2019. We hebben twee sprekers van de zijde van de Kamer. Nee, we hebben maar één spreker van de zijde van de Kamer. En wie is nou die ene spreker? Dat is mevrouw Ouwehand van de Partij voor de Dieren. Het woord is aan haar.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Een andere discussie die we met de minister hebben lopen, is over haar belofte, en ook die van haar voorgangers, om bijen beter te beschermen tegen landbouwgif. De Kamer heeft een motie aangenomen dat het voorliggende bijenrichtsnoer wat Nederland betreft volledig geïmplementeerd moet worden zoals het was bedoeld, en dat is tegen de acties in die het ministerie achter de rug van de Kamer om de afgelopen jaren heeft ondernomen.

De minister heeft een brief gestuurd dat ze die motie op zich wel gaat uitvoeren, maar ik vind dat er nog wel een schepje bovenop kan. Er zijn de afgelopen jaren dus brieven naar de Europese Commissie gegaan, vanuit Nederland, die zeiden: nou, nou, nou, die bescherming van bijen, dat wordt een beetje te gortig, dat kan wat ons betreft wel een onsje minder. De minister mag dat nu niet meer doen, want de Kamer heeft die motie aangenomen, maar dan kan ze ook een briefje naar de Europese Commissie sturen dat de positie is veranderd en of alsjeblieft het oorspronkelijke voorstel om bijen te beschermen alsnog wordt ingevoerd.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Kamer de minister heeft opgeroepen om zich in Europa in te zetten voor de benodigde aanscherping van het richtsnoer dat wordt gebruikt bij de beoordeling van de risico's van pesticiden voor bijen en hommels, en te pleiten voor inwerkingtreding hiervan, niet later dan eind 2019;

constaterende dat er naar verwachting al in oktober wordt gestemd over een zwaar afgezwakt voorstel waardoor de komende jaren weinig tot niets zal verbeteren in de bescherming van bijen en hommels tegen schadelijke pesticiden;

constaterende dat op basis van dit voorstel gevaarlijke stoffen als neonicotinoïden hoogstwaarschijnlijk nog altijd kunnen worden toegelaten;

verzoekt de regering een brief te sturen aan de Europese Commissie om te pleiten voor inwerkingtreding van het bijenrichtsnoer als geheel, inclusief de tests op het gebied van chronische toxiciteit en de gevolgen voor solitaire bijen en hommels, niet later dan eind 2019,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1188 (21501-32).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de huidige beoordelingskaders voor de toelating van pesticiden niet alle risico's meenemen, zoals indirecte en cumulatieve effecten, en de impact op nietdoelwitorganismen en kwetsbare groepen zoals kinderen onder de zestien weken;

constaterende dat op voorstel van de Europese Commissie nog altijd bestrijdingsmiddelen worden toegelaten waarin deze risico's niet zijn beoordeeld;

verzoekt de regering het voorzorgsbeginsel te hanteren en zich totdat de risicobeoordelingsmodellen zijn aangescherpt te verzetten tegen voorstellen van de Europese Commissie om bestrijdingsmiddelen toe te laten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1189 (21501-32).

Ik schors een enkel ogenblik, zodat de minister de moties aangereikt kan krijgen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Het woord is aan de minister. Het mag kort en puntig.

Minister Schouten:
Voorzitter. De eerste motie vraagt om bij de Europese Commissie te pleiten voor totale inwerkingtreding van het bijenrichtsnoer. Dat doe ik al. Dat is ook steeds ons standpunt geweest. De motie suggereert dat er nu ineens een hele grote ommezwaai is in ons standpunt, maar dat is niet zo. Ik heb altijd al gezegd dat ik wil dat het gehele bijenrichtsnoer snel wordt ingevoerd, dus deze motie vraagt iets wat ik al doe, maar doet dat met overwegingen waardoor het lijkt alsof ik een compleet andere koers ben gaan varen en dat is niet het geval. Daarom ontraad ik deze motie.

De voorzitter:
Één vraag, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik ben bereid om alle overwegingen te schrappen als het er maar toe leidt dat de motie zoals die is aangenomen … De minister heeft daar een brief over gestuurd. Zij zegt: er is een tussenvoorstel, daar moet ik mee instemmen want dat kunnen we niet veranderen, maar ik zal een stemverklaring afleggen. Dat betekent volgens mij dat pas in oktober in de SCoPAFF en bij de Europese Commissie duidelijk wordt dat Nederland eigenlijk wil dat het bijenrichtsnoer toch eerder wordt ingevoerd. Ik vind dat andere momenten niet moeten worden gemist. Er is in juli een SCoPAFF-bijeenkomst. Gaat de minister daar ook over de aangenomen motie spreken? Gaat ze aan de Europese Commissie kenbaar maken dat dit is wat Nederland wil? Daar gaat het mij om.

Minister Schouten:
We hebben het niet anders gedaan al die jaren. We hebben steeds gezegd dat we graag willen dat het gehele bijenrichtsnoer wordt aangenomen. Ik heb alleen uitgelegd aan de Kamer dat er nu een deel voorligt en dat dan de keuze is: je doet al een stap vooruit of je doet niks. Dat is het dilemma waar we voor staan. Ook bij een volgende SCoPAFF maak ik duidelijk dat wij willen dat graag het gehele bijenrichtsnoer wordt ingevoerd. Dat is steeds mijn inzet. Maar de vraag was: als er een deel voorligt, ga je dan voor of tegen stemmen, ga je dan voor of tegen een verbetering stemmen?

De voorzitter:
Goed. De motie op stuk nr. 1189.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, het gaat over een …

De voorzitter:
Nee, ik doe één vraag per motie, want anders wordt het echt 06.00 uur morgenochtend. Mevrouw Ouwehand, kort.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het gaat over een aangenomen motie. Het kabinet heeft in de voorgaande jaren …

De voorzitter:
Nee, sorry, nu gaan we toch naar de inhoud. Ik ga echt één vraag …

Minister Schouten:
Voorzitter, ik voer die motie ook uit. Dat is het punt. Mevrouw Ouwehand doet alsof … Ik weet niet goed meer wat ik moet doen: ik zeg "wij voeren haar uit", maar mevrouw Ouwehand zegt dat ik het niet doe. Ja, dan hebben we een ander probleem.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 1189.

Minister Schouten:
Ja. Mevrouw Ouwehand vraagt daarin om het voorzorgsbeginsel te hanteren. Dat wordt al toegepast in de toelatingsprocedure, want het is: nee, tenzij blijkt dat er geen schade is voor mens, milieu en dier. Dus dat geldt al. Zij zegt: je moet eerst afwachten totdat al die andere onderzoeken afgerond zijn. Die onderzoeken lopen. Er wordt nu gekeken naar de cumulatie van effecten, maar het voorzorgsprincipe wordt al gehanteerd. Ik ontraad dus ook deze motie.

De voorzitter:
Dank u wel.

Minister Schouten:
Voorzitter, staat u mij toe om de commissie op deze laatste dag nog wel te bedanken voor de samenwerking. We waren het niet altijd eens, zo zeg ik ook tegen mevrouw Ouwehand, maar ik heb altijd genoten van de debatten met u. Ik zie ernaar uit om dat in het volgende parlementaire jaar weer te doen.

De voorzitter:
Kijk. Dat vinden we mooi, om zo het jaar af te sluiten.

(Geroffel op de bankjes)

De voorzitter:
Nog een kort stichtelijk woord van mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Begrijp ik goed dat de minister in de reactie op de motie op stuk nr. 1189 eigenlijk zegt: wij stemmen inderdaad niet in met voorstellen van de Europese Commissie voor het toelaten van bestrijdingsmiddelen zolang die modellen nog niet zijn aangescherpt? Ik noem de Bee Guidance, ik noem de bescherming van omwonenden. Het zou mooi zijn als dat het geval is, maar dat wil ik dan wel bevestigd hebben.

Minister Schouten:
Nee, ik heb aangegeven dat het voorzorgsprincipe nu al onderdeel uitmaakt van de toelatingsprocedure. Tegelijkertijd — dat is altijd zo — wordt nagedacht over verbeteringen en aanscherpingen. Die zullen we erbij betrekken op een moment dat ze er weer zijn, maar het is niet zo dat we in de tussentijd de zaken gaan stilleggen. Ik heb daarom de motie ontraden.

De voorzitter:
Meneer De Groot, u staat bij de interruptiemicrofoon, maar ik wil de vragenstellers eigenlijk beperken tot de indieners van de moties. Het spijt me. Tot zover. Dank aan de minister.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Vanochtend, morgenochtend, gaan we stemmen over de moties.

Ik schors een enkel ogenblik en dan gaan we het hebben over het VAO Handelsbevordering.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Handelsbevordering

Handelsbevordering

Aan de orde is het VAO Handelsbevordering (AO d.d. 29/05).

De voorzitter:
Aan de orde is het VAO Handelsbevordering. Een hartelijk woord van welkom aan de minister.

De eerste spreker van de zijde van de Kamer is de heer Amhaouch van de fractie van het CDA. Hij heeft zoals iedereen twee minuten. We proberen het zo kort en puntig mogelijk te houden en ik weet zeker dat de heer Amhaouch dat ook gaat lukken. Het woord is aan hem.

De heer Amhaouch (CDA):
Voorzitter. Twee weken geleden, tijdens de Europese top, benadrukten de Europese leiders — ik citeer — "het cruciale belang van een strategisch partnerschap met Afrika. (…) We zijn vastbesloten dat verder te ontwikkelen met de gedeelde ambitie om samen gemeenschappelijke en mondiale uitdagingen aan te gaan". En in de strategische agenda van de EU staat: "De EU zal een breed partnerschap met Afrika ontwikkelen".

Voorzitter. Afrika wordt dus de komende jaren een topprioriteit van de EU. Nederland, maar zeker ook het Nederlandse bedrijfsleven, kan en moet meedoen met dit partnerschap, om Afrika daarin vorm te geven. Ik heb tijdens het AO al aangegeven dat het van groot belang is dat Nederland snel een samenhangende en proactieve agenda ontwikkelt, gericht op het Afrikaanse continent, waarbij het Nederlandse bedrijfsleven, het maatschappelijk middenveld en de wetenschap betrokken is.

Ik noem nogmaals de kansen. Vorig jaar groeide de Nederlandse export al met ruim 23% naar 16 miljard euro. In 2050 is Afrika een markt van ruim 2 miljard consumenten. Samenwerken is van groot belang in de mondiale klimaattransitie, het geopolitieke belang en de migratie-uitdagingen. Daarom roep ik op tot de oprichting van een taskforce ter bevordering van de handel tussen Afrika en Nederland. Ik vraag de minister daarmee aan de slag te gaan. Daarbij dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het economisch potentieel tussen Afrika en Europa niet volledig wordt benut;

overwegende dat op basis van SDG 8 verdieping van de handelsagenda daarom noodzakelijk is;

overwegende dat de ontwikkeling van Afrika gebaat is bij mondiale markttoegang op basis van gelijkwaardigheid;

constaterende dat de EU een economische strategie gericht op het Afrikaanse continent aan het ontwikkelen is;

constaterende dat er ook in Nederland door het bedrijfsleven en maatschappelijk middenveld wordt nagedacht over kansen en mogelijkheden in Afrika, maar er daartussen weinig samenhang is;

overwegende dat een hechtere samenwerking tussen Europese en Afrikaanse landen bovendien van geopolitiek belang is en een economisch perspectief biedt voor meer dan een miljard mensen;

verzoekt de regering het voortouw te nemen in het oprichten van een taskforce voor handelsbevordering en economische ontwikkeling tussen Nederland en Afrika waarin het bedrijfsleven, maatschappelijk middenveld, wetenschap en overheid vertegenwoordigd zijn en zo de kansen voor Nederland in Afrika in kaart te brengen en barrières weg te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Amhaouch, Van Haga, Bouali en Voordewind. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 69 (34952).

Dank voor de indiening van deze korte en puntige motie!

De heer Amhaouch (CDA):
Voorzitter. De heer Voordewind zal dadelijk terugkomen op het belangrijke punt van Mercosur. Er zijn zorgen bij de pluimveehouders en in de rundvleessector. Daar zal de heer Voordewind op verdergaan.

De voorzitter:
De spanning wordt tot het maximum opgevoerd! Maar eerst nog even mevrouw Diks van de fractie van GroenLinks.

Mevrouw Diks (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb vier moties; ik zeg het maar vast, want dan kunt u vast wennen.

De voorzitter:
U heeft twee minuten.

Mevrouw Diks (GroenLinks):
Ja.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Kamer de motie-Diks (Kamerstuk 26485, nr. 285) heeft aangenomen, waarin de regering werd opgeroepen steun uit te spreken voor een verzoeningsdialoog tussen mijnbouwbedrijven en slachtoffers van mensenrechtenschendingen in Colombia;

verzoekt de regering haar steun voor de inzet van de Colombiaanse regering voor een verzoeningsdialoog tussen mijnbouwbedrijven en slachtoffers van mensenrechtenschendingen voort te zetten, en Nederlandse energiebedrijven op te roepen te stoppen met de afname van steenkool van kolenleveranciers die deze verzoeningsdialoog frustreren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Diks en Alkaya. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 70 (34952).

Mevrouw Diks (GroenLinks):
Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering bedrijven de ruimte biedt om, zolang zij nog niet aan de OESO-richtlijnen voor internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen voldoen, desondanks gebruik te kunnen maken van de handelsbevorderingsinstrumenten van de overheid, zolang zij meewerken aan een verbetertraject;

verzoekt de regering in beleid vast te leggen dat bedrijven worden uitgesloten van de toegang tot handelsbevorderingsinstrumenten van de overheid, zolang zij niet meewerken aan een verbeteringstraject richting het naleven van de OESO-richtlijnen voor internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Diks en Van den Hul. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 71 (34952).

U heeft nog 34 seconden.

Mevrouw Diks (GroenLinks):
Ja, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat investeren in natuur, bossen, wetlands en ecosystemen mogelijk op kosteneffectieve wijze bij kan dragen aan het bestrijden van klimaatverandering en het koelen van de planeet;

verzoekt de regering te onderzoeken in welke mate het reserveren van fondsmiddelen van het Dutch Fund for Climate and Development voor natuur, bossen, wetlands en breder ecosysteembehoud kan bijdragen aan klimaatadaptatie en CO2-reductie, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Diks. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 72 (34952).

U heeft nog 3 seconden.

Mevrouw Diks (GroenLinks):
Dan lees ik alleen het dictum voor.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering de mogelijkheid en wenselijkheid van een onafhankelijke toezichthouder op de naleving van de OESO-richtlijnen bij de inzet van het handelsbevorderingsinstrumentarium te onderzoeken, en de Kamer hierover bij de begroting te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Diks. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 73 (34952).

Ik wijs er wel op dat het gesproken woord geldt, dus hetgeen u heeft voorlezen staat nu in de boeken als de inhoud van de motie. Ik hoor u zeggen dat het erom gaat dat de collega's het geheel beoordelen, maar wat u heeft opgelezen, is de motie.

Het woord is aan de heer Van Haga van de fractie van de VVD. De heer Voordewind wil geloof ik ook heel graag.

De heer Van Haga (VVD):
De VVD is nog altijd zeer bezorgd over de wijzigingen die de minister wil aanbrengen in het financieringsinstrumentarium, vooral omdat we hiermee uit de pas lopen met de rest. Dat bedreigt een gelijk speelveld voor onze bedrijven en onze mogelijkheid om bij te dragen aan de energietransitie in ontwikkelingslanden. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voornemens is het financieringsinstrumentarium per 2020 niet langer beschikbaar te stellen voor activiteiten in het kader van exploratie of ontwikkeling van olie en gas;

constaterende dat onder andere het Internationale Energieagentschap verwacht dat de vraag naar gas tot in elk geval 2028 zal toenemen, zeker aangezien een groot aantal ontwikkelende landen nog aan de transitie van kolen naar het veel schonere aardgas moet beginnen;

constaterende dat het kabinet in relatie tot de mogelijkheid van een soortgelijke uitfasering in relatie tot de exportkredietverzekeringen schrijft dat het eenzijdig uitfaseren alleen nadeel zou opleveren voor Nederlandse exporteurs of verplaatsing van hun productie naar het buitenland;

overwegende dat een vroegtijdige en unilaterale uitfasering een groot deel van het Nederlandse bedrijfsleven, waaronder scheepsbouwers, baggeraars, toeleveranciers en andere bedrijven, raakt en het gevolg is dat bedrijven uit andere landen de transitie van kolen naar gas in het buitenland mogelijk kunnen maken en de werkgelegenheid in Nederland afneemt;

verzoekt de regering de uitfasering van de beschikbaarheid van het financieringsinstrumentarium voor exploratie en ontwikkeling van olie en gas en bijbehorende keten per 2020 uit te stellen en bij te stellen op basis van internationale trends, het behoud van een gelijk speelveld en tevens rekening te houden met een eventuele rol voor het Nederlandse bedrijfsleven bij het faciliteren van de energietransitie in minder ontwikkelde landen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Haga. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 74 (34952).

De heer Van Haga (VVD):
Dan nog een laatste hartenkreet. Ik wil de minister oproepen zo mogelijk een einde te maken aan de discriminatie van de veiligheidssector, onze hoogwaardige defensie-industrie binnen het export- en financieringsinstrumentarium.

De voorzitter:
Heel mooi, dank u wel. Dan de heer Voordewind van de fractie van de ChristenUnie. Nu mag u.

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Aangezien ik maar twee minuten spreektijd en een hele lange motie heb, ga ik de tekst maar snel voorlezen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er een politiek akkoord bereikt is over het handelsverdrag tussen de EU en Mercosur-landen;

overwegende dat in maart 2011 de motie-Koopmans/Snijder-Hazelhoff (21501-32, nr. 460) is aangenomen, die de regering onder andere verzocht niet in te stemmen met een associatieakkoord tussen de Europese Unie en de Mercosur-landen zolang de effecten voor de land- en tuinbouw niet kwantitatief in kaart zijn gebracht;

constaterende dat Nederlandse boeren, met name in de rundvlees- en pluimveesector, hard getroffen kunnen worden wanneer het nu voorliggende associatieakkoord met de Mercosur-landen in werking treedt;

overwegende dat in het regeerakkoord is afgesproken dat Nederland internationaal met andere koplopers streeft naar verbetering van het dierenwelzijn en dat bij handelsverdragen niet wordt getornd aan de Europese standaarden voor voedselveiligheid en consumentenbescherming;

constaterende dat het toelaten van producten tot de Europese markt die niet aan onze duurzaamheids- en dierenwelzijnsmaatstaven voldoen, kan leiden tot oneerlijke concurrentie;

constaterende dat de Europese Unie toegezegd heeft de markt in deze gevoelige sectoren te monitoren op marktverstoringen en middelen heeft toegezegd voor flankerend beleid;

verzoekt de regering, zodra de geconsolideerde teksten beschikbaar zijn, maar uiterlijk voor de behandeling in de Raad van de Europese Unie, de voor- en nadelen van de handel met de Mercosur-landen onder dit handelsverdrag voor de Europese land- en tuinbouw en in het bijzonder voor de Nederlandse (gezins)bedrijven in de vlees- en zuivelsector, kwantificeerbaar in kaart te brengen;

verzoekt de regering tevens om in de debatten in de Raad van de Europese Unie erop aan te dringen dat de Europese Unie tot vastlegging komt van de huidige EU/VN-standaarden in het trade and sustainable development chapter, inclusief voedselveiligheid, dierenwelzijn, het Klimaatakkoord en het tegengaan van ontbossing, alsook zal aandringen op de effectieve uitvoering ervan in de Mercosur-landen;

verzoekt de regering vervolgens om in debat te gaan met de Kamer over de finale verdragstekst alvorens de regering het verdrag namens Nederland zal accorderen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Voordewind, Amhaouch, Bouali en Van Haga. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 75 (34952).

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Daarmee ben ik precies op de twee minuten uitgekomen, voorzitter.

De voorzitter:
Ja, u bent er eens even lekker voor gaan zitten, geloof ik.

Er is nog één korte, hele korte vraag van mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ten eerste ben ik blij dat de coalitie ook een beetje wakker begint te worden en zorgen heeft over Mercosur.

De voorzitter:
Wat is uw vraag?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik vroeg me iets af. Ik heb de minister van Landbouw — dat is een minister van de ChristenUnie — gevraagd wat de effecten zijn op de Nederlandse land- en tuinbouw. Toen zei zij: ik vind het geen meerwaarde hebben, hoor; er is al een Europese impactanalyse; dan gaan we niet ook nog naar Nederland kijken. Begrijp ik nou goed dat de coalitie dat wel wil? Vindt zij ook dat alleen die Europese impactanalyse niet goed genoeg is, dat er echt een aparte impactanalyse moet komen voor de Nederlandse land- en tuinbouw?

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Wij hebben in de motie gevraagd om niet eerder over dit belangrijke akkoord te besluiten dan dat wij gekwantificeerd de voor- en nadelen voor de landbouw- en de veeteeltsector in beeld hebben. Dat is een belangrijke voorwaarde voor ons. Ik ga ervan uit dat de motie zo wordt uitgevoerd.

De voorzitter:
Dank u wel. Perfect. De laatste spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Ouwehand van de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Goed om ook vanuit de coalitie iets te horen over Mercosur, want ik denk dat we dat gewoon niet moeten doen. Afgelopen vrijdag werd dit grootste handelsakkoord uit de geschiedenis van de Europese Unie ooit gesloten met Zuid-Amerika, waaronder dus Brazilië. Afgelopen maandag kwam de Europese Commissie met een niet-bindende samenvatting van zeventien bladzijdes. Een dag later kregen we een brief van de minister voor Handel waarin ze schreef dat "duurzaamheidsbepaling en een gelijk speelveld, waarbij wordt vastgehouden aan de eigen hoge EU-standaarden voor voedselveiligheid, dierenwelzijn en milieu, onderdeel uitmaken van het mandaat".

Mijn eerste vraag aan de minister is of wat zij in de brief schrijft, gebaseerd is op de samenvatting die de Europese Commissie heeft gestuurd. Uit die samenvatting blijkt namelijk helemaal niet dat er wordt vastgehouden aan hoge Europese standaarden. Uit de samenvatting blijkt dat er totaal geen bindende eisen zijn gesteld over zaken als dierenwelzijn, klimaat en naleving van het verdrag van Parijs. Over dierenwelzijn bijvoorbeeld staat dat er "gepraat gaat worden" en dat er "informatie over dierenwelzijn wordt uitgewisseld". Dat lijkt mij geen gelijk speelveld, dat zijn geen hoge standaarden en dat lijken mij vrijblijvende gesprekken. Dat geldt voor alle duurzaamheidsbepalingen.

Voorzitter. De minister heeft met haar brief een Ruttiaans trucje uitgehaald om iedereen in slaap te sussen, maar wij willen volledige openheid. Om te beginnen moet de Europese Commissie haar eigen transparantie in regels gaan naleven en vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat van het EU-Mercosur vrijhandelsakkoord slechts een vrijblijvende samenvatting van 17 pagina's beschikbaar is gesteld;

constaterende dat boerenbelangenorganisaties en maatschappelijke organisaties sterk aandringen op een snelle openbaarmaking van het akkoord zelf;

constaterende dat volgens het transparantiebeleid van de Europese Commissie zelf de volledige geconsolideerde tekst van het handelsakkoord kort na afloop van de onderhandelingen online gepubliceerd dient te worden;

verzoekt de regering er bij de Europese Commissie sterk op aan te dringen om de geconsolideerde tekst van het vrijhandelsakkoord zo snel mogelijk te publiceren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 76 (34952).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dan herinner ik de minister maar ook de coalitiepartijen aan de inderdaad aangenomen motie van mijn toenmalig goede vrienden Ger Koopmans van het CDA en Janneke Snijder-Hazelhoff van de VVD die eigenlijk zei: als er geen gelijk speelveld is, dan geen Mercosur-verdrag. Ik herinner de minister er dus aan dat gesprekken over dierenwelzijn en gesprekken over duurzaamheid niet hetzelfde is als "in Mercosur-landen gelden dezelfde regels als in Europa". Iedereen die dat de komende periode aan boeren en burgers probeert wijs te maken, vindt de Partij voor de Dieren op z'n weg.

De voorzitter:
Zo, ik laat even een stilte vallen. Ik schors vijf minuten zodat de minister even de moties kan bekijken.

De vergadering wordt van 21.18 uur tot 21.24 uur geschorst.

De voorzitter:
Het woord is aan de minister. We hebben nog twaalf VAO'tjes te gaan vanavond. We lopen al tien minuten achter op schema. Dat komt vooral door de motie-Voordewind. Ik hoop dat de minister kort en puntig door de moties wil gaan.

Het woord is aan de minister.

Minister Kaag:
Dank u wel, meneer de voorzitter. De motie op stuk nr. 69 van de heren Amhaouch, Van Haga, Bouali en Voordewind krijgt oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 70 gaat over mijnbouw in Colombia. Ik ben helemaal voor het voortzetten van de dialoog, maar de oproep om bedrijven die kolen afnemen niet te laten meedoen, is heel lastig om na te gaan en in de praktijk te brengen. Bovendien is het een verantwoordelijkheid, conform OESO en VN-principes, van de bedrijven zelf. Vanwege het tweede deel van de paragraaf moet ik de motie ontraden. Mocht ze worden aangepast, dan is het misschien anders. Op deze basis ontraad ik de motie.

In de motie op stuk nr. 71 van de leden Diks en Van den Hul staat in het tweede deel van het dictum dat bedrijven worden uitgesloten van de toegang tot handelsbevorderingsinstrumenten, et cetera. Dat is bijna niet na te gaan. Ik heb de Kamer hier net uitgebreid over geïnformeerd. We hebben er ook over gedebatteerd. Wij zetten altijd in op gesprekken, zodra er informatie beschikbaar is. Ik ga altijd in gesprek, of mijn ambtenaren, met de bedrijven. De ervaring leert dat bedrijven zich allemaal willen aanpassen en ook juist misstanden willen aanpakken. Op basis hiervan, de onmogelijkheid om het op deze manier uit te voeren, ontraad ik de motie.

De motie op stuk nr. 72 is een interessante, maar het subsidiekader is al vastgesteld en de fondsmanager is aangesteld. We hebben in het AO van 29 mei afgesproken dat ik over een jaar ga informeren over de voortgang van het DFCD. Het subsidiekader zelf reflecteert heel goed de intentie van de motie, maar we hebben al afspraken gemaakt. Over een jaar rapporteer ik over het vastgestelde subsidiekader. Als de tekst niet wordt bijgesteld, dus op de huidige basis, ontraad ik de motie.

De motie op stuk nr. 73 van mevrouw Diks gaat over een onafhankelijke toezichthouder OESO-richtlijnen. Alle ambtenaren, RVO en het hele exportinstrumentarium van de overheid zijn gericht op de uitvoering en naleving van de OESO-richtlijnen. Ik zie niet in dat er nog een onafhankelijke toezichthouder bij moet komen, met een apparaat. Wij zijn er verantwoordelijk voor en er wordt over gerapporteerd. Het RVO is al actief hierin en werkt als een toezichthouder. Ik ontraad de motie.

Bij de motie op stuk nr. 73 van de heer Van Haga wil ik nog even benoemen hoe de proportionaliteit is. Het EVK, het exportbevorderende instrumentarium, is meer dan een miljard. De motie die door de heer Van Haga wordt voorgesteld, gaat over een half miljoen euro. Dit heeft totaal geen relatie tot het gelijke speelveld of de relevantie van de bedrijven. Dit gaat om een paar adviserende bureaus en we vragen die om uit te faseren. Wij vragen die om zich anders in te stellen, want het verdienvermogen zit juist in de vergroening. Wat mij betreft, kijkt een slimme ondernemer met kennis op het gebied van energie naar de transitie. Een half miljoen euro versus bijna een miljard. Ik ontraad deze motie.

De motie op stuk nr. 74 van de heer Voordewind, Amhaouch, Bouali en Van Haga krijgt oordeel Kamer. Het is volledig in lijn met het beleid van het kabinet.

De motie op stuk nr. 75 van mevrouw Ouwehand ... Pardon.

De voorzitter:
Nee, gaat u gewoon door, minister.

Minister Kaag:
De motie op stuk nr. 75 gaat over Mercosur. Ik wil nog even toelichten — daar ben ik mevrouw Ouwehand dankbaar voor — dat het nog een jaar duurt voordat de Europese Commissie de vastgestelde tekst in alle talen aan de EU kan voorleggen. Dit is een politiek akkoord, in eerste instantie tussen de EU en Mercosur. Dit verklaart misschien de twaalf pagina's tellende samenvatting. Op basis van de tekst die beschikbaar zal zijn, zal het kabinet een afgewogen positie innemen en via de gebruikelijke procedures en processen met de Kamer in debat gaan. De standpuntbepaling van het kabinet, nog even ter bevestiging, zal plaatsvinden op basis van de voor- en nadelen van het hele verdrag. We zullen zorgvuldig kijken naar de gevoeligheden en een inventarisatie maken van bepaalde sectoren, net zoals elk land dat zal doen. Er is nog een heel proces te gaan, vrees ik.

De voorzitter:
En dus?

Minister Kaag:
Ik had al gezegd: oordeel Kamer. Het is ondersteuning beleid.

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand, één vraag.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. De motie op stuk nr. 74 krijgt oordeel Kamer. Dat zou mooi zijn, maar ik vraag me af of dat tweede verzoek wel kan. Eigenlijk wordt er gevraagd of Nederland nog even het verdrag wil wijzigen. Dat zou mooi zijn, maar volgens mij ligt er na 20 jaar praten een politiek akkoord en is het nu aan ons om ervoor of ertegen te zijn. Kan de minister nog even goed kijken of dat tweede verzoek wel kan? Ik denk dat het oneigenlijk is om te suggereren dat er nog iets aan veranderd kan worden, als dat niet meer gaat.

Minister Kaag:
Ik kan de vraag ook omdraaien; dan begrijp ik niet waarom er een motie wordt ingediend. Maar het is aan mij om een oordeel te geven. Er wordt nog een gesprek gevoerd. Eerst wordt nog een finale tekst, een concepttekst beschikbaar gesteld in alle talen. De Raad komt er nog op terug. Het is niet zo — ik denk dat iedereen dit ook weet — dat wij op alle punten en komma's nog veranderingen kunnen introduceren, maar het is nog steeds aan het kabinet om een eigenstandige standpuntbepaling te formuleren en ook om op de gebruikelijke momenten met het parlement in debat te gaan.

De voorzitter:
Prima. Dank u wel. Tot zover dit debat.

Minister Kaag:
Voorzitter. Ik had nog een laatste motie, van mevrouw Ouwehand. Die motie krijgt oordeel Kamer.

De voorzitter:
Om welke motie gaat het dan?

Minister Kaag:
Dat is de motie op stuk nr. 76.

De voorzitter:
Perfect.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Morgenochtend stemmen wij over de moties.

Noodhulp

Noodhulp

Aan de orde is het VAO Noodhulp (AO d.d. 06/06).

De voorzitter:
Thans is aan de orde het VAO Noodhulp. Wij hebben twee sprekers van de zijde van de Kamer. De eerste is de heer Voordewind. Het woord is aan hem.

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. Ik heb één motie. Die gaat over de nog steeds schrijnende situatie op de Griekse eilanden rond de opvang van migranten/vluchtelingen. De motie luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de opvangkampen op de Griekse eilanden overvol zitten, met name op Lesbos en Samos;

constaterende dat de hulpverlening voor met name de kwetsbare vluchtelingen/migranten te wensen overlaat/tekortschiet;

verzoekt de regering binnen de EU en de VN aan te dringen op verbeteringen van de humanitaire opvang en begeleiding en versnelling van beoordeling van migranten op de Griekse eilanden, met name op Lesbos en Samos, en tevens een focus aan te brengen binnen de bestaande financiële bijdrage zodat (Nederlandse) ngo's in staat worden gesteld de ernstigste nood te lenigen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Voordewind, Groothuizen, Kuik, Alkaya en Diks.

Zij krijgt nr. 281 (33625).

Dank u wel. De laatste spreker van de zijde van de Kamer is de heer Bouali van de fractie van D66.

De heer Bouali (D66):
Voorzitter. Ik zag mijn collega van GroenLinks heftig zwaaien, dus ik weet niet of zij dadelijk ook nog iets wil zeggen. In dat geval ben ik niet de laatste spreker.

Wij zijn geconfronteerd met vele crises en vele vluchtelingencentra in de hele wereld. Een van uitdagingen die wij zelf recent ook als Kamer hebben gezien, was in Colombia, met de Venezolaanse vluchtelingen. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat vanwege de crisis in Venezuela miljoenen Venezolaanse burgers op de vlucht zijn;

constaterende dat Colombia inmiddels anderhalf miljoen Venezolaanse vluchtelingen heeft opgenomen en dat het land tevens als doorvoerland fungeert voor miljoenen Venezolanen;

constaterende dat Colombia een fragiele situatie kent vanwege eigen IDP's en onduidelijkheid over de verdere implementatie van het vredesproces met de FARC;

overwegende dat Nederland zich inzet voor vredesprocessen en het voorkomen en duurzaam oplossen van conflicten, alsook dat opvang en bescherming in de regio van vluchtelingen een belangrijk onderdeel is van het BuHa-OS-beleid;

overwegende dat de regering van Colombia alsook de VN een oproep hebben gedaan voor steun in het bijzonder voor medische hulpposten in het grensgebied met Venezuela;

verzoekt de regering te bezien op welke wijze binnen de beschikbare financiële kaders Colombia kan worden ondersteund in de opvang van Venezolaanse vluchtelingen/migranten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bouali, Kuik, Voordewind, Alkaya, Diks, Van den Hul, Stoffer en Ouwehand.

Zij krijgt nr. 282 (33625).

Dan is het woord aan mevrouw Diks van de fractie van GroenLinks.

Mevrouw Diks (GroenLinks):
Voorzitter. Ik wilde ook nog twee moties indienen, hoewel ik nu op min 49 seconden sta.

De voorzitter:
Dat is een kleine hint aan uw adres.

Mevrouw Diks (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. Ik ga meteen over naar de moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat vanwege de complexe politieke situatie in Venezuela grote aantallen vluchtelingen, de zogenoemde migrantes, een veilig(er) heenkomen zoeken in Colombia;

overwegende dat de Colombiaanse regering, de Colombiaanse bevolking en maatschappelijke organisaties en instellingen grote inspanningen plegen om deze opvang zo goed mogelijk in te richten;

constaterende dat onder de groep migrantes zich ook velen bevinden die lhbtiq'er zijn en er voor hen geen dan wel nauwelijks veilige ondersteuning is ingericht;

constaterende dat onder de groep migrantes zich ook velen bevinden die een chronische ziekte als bijvoorbeeld diabetes, kanker of hiv/aids of een beperking hebben en er voor hen geen dan wel volstrekt ontoereikende voorzieningen zijn ingericht;

verzoekt de regering om, in overleg met de Colombiaanse regering en ter plaatse actieve ngo's, te onderzoeken hoe voor bovengenoemde groepen betere ondersteuning ingericht zou kunnen worden, aan te geven welke kosten hiermee gemoeid zouden zijn en dit te rapporteren aan de Kamer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Diks. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 283 (33625).

Mevrouw Diks (GroenLinks):
Een tweede motie, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Nederland zich internationaal inzet voor mensen met een beperking als onderdeel van de "leave no one behind"-agenda;

overwegende dat mensen met een lichamelijke of geestelijke beperking bij noodhulp nog niet de aandacht krijgen die zij verdienen en daardoor ook niet de hulp krijgen die zij nodig hebben in crisissituaties;

verzoekt de regering om in gesprek te gaan met noodhulporganisaties om te bezien hoe mensen met een beperking specifieke aandacht kunnen krijgen in noodhulpprogramma's, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Diks. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 284 (33625).

Een hele korte vraag van mevrouw Kuik.

Mevrouw Kuik (CDA):
Dit hebben we natuurlijk ook al meegegeven bij de begroting. Ik vraag me dus wel een beetje af wat deze motie nou precies toevoegt.

Mevrouw Diks (GroenLinks):
Deze motie is wat mij betreft specifiek gericht op de noodhulp. Dus niet op het normale algemene ontwikkelingssamenwerkingsprogramma, maar op de noodhulp.

De voorzitter:
Heel goed. Dank u wel. Ik schors enkele minuten en dan gaan we luisteren naar de minister.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Het woord is aan de minister voor het becommentariëren van de vier moties. Het woord is aan haar.

Minister Kaag:
Meneer de voorzitter. Eerst de motie op stuk nr. 281, van de heer Voordewind, de heer Groothuizen, mevrouw Kuik, de heer Alkaya en mevrouw Diks. Ik begrijp, zoals eenieder, heel goed het schrijnende leed, ook op Lesbos en Samos. Ik weet ook dat er ontzettend veel geld, vooral via de EU, voor deze eilanden naar de Griekse regering is gegaan. Het grote probleem is niet het geld, maar de capaciteit en het management. Er zit ook een intra-Europees politiek debat achter. Ik wil dit echt formeel gezegd hebben: het gaat helemaal niet om geld.

Wat ik wel herken in de motie is dat we kunnen blijven aandringen, zowel binnen de EU als bij de Verenigde Naties. Binnen de EU is dat met name collega mevrouw Broekers-Knol. Bij de VN kunnen we aandringen om te kijken hoe de opvang verbeterd kan worden, wat de VN-organisaties daarbij kunnen doen en waar een relevante kanalisering kan plaatsvinden via ngo's om bijvoorbeeld hulp nog meer te versnellen. Maar dat is een managementkwestie. Ik wil ook de kanttekening maken dat wij altijd kijken naar relevantie, capaciteit en wie wat kan leveren. Als het gaat om ngo's zetten we niet per se op Nederlandse ngo's in. De beste ngo moet ingezet worden als het gaat om de noden van de mensen. Ik laat deze motie aan het oordeel van de Kamer, maar ik wil benadrukken dat de vele gelden die naar Griekenland zijn gegaan, beter en sneller besteed moeten worden — zo lees ik ook de intentie van de motie — zodat mensen ondersteund kunnen worden.

Dan de motie op stuk nr. 282 van de heer Bouali, mevrouw Kuik, de heer Voordewind, de heer Alkaya, mevrouw Diks, mevrouw Van den Hul, de heer Stoffer en mevrouw Ouwehand. Ik geef deze motie graag het oordeel Kamer, mits ik de motie zo mag interpreteren dat hulp, besluiten over hulp en de vormen van hulp, alleen plaatsvindebn op basis van het humanitair imperatief. Een mogelijke aanvullende Nederlandse bijdrage is dus nog helemaal niet besloten middels deze motie, maar die vindt gewoon plaats op basis van een inschatting van de noden, het aantal mensen dat getroffen is, al beschikbaar gestelde middelen en natuurlijk het besteedbare binnen het noodhulpbudget. Op basis van deze kanttekening geef ik deze motie oordeel Kamer.

De voorzitter:
Dan stel ik vast dat de heer Bouali knikt; dus hij beaamt dat.

Dan de motie op stuk nr. 283.

Minister Kaag:
Dan de motie op stuk nr. 283. Daarin worden een aantal thema's benoemd: de groep migranten en chronische ziektes. Die vallen meestal buiten het noodhulppakket, ten principale omdat de kosten en de omvang vaak te groot zijn. Die kosten worden altijd geacht te worden gedragen door het gastland, zoals ook gebeurt in bijvoorbeeld Libanon en Jordanië, maar het blijft heel moeilijk. Gevraagd wordt om dit te onderzoeken, in overleg met de ngo's en de Colombiaanse regering. Dat valt echt niet onder het noodhulpbudget. Dat is schrijnend, maar dit is de realiteit. Op basis daarvan ontraad ik deze motie.

Dan de motie op stuk nr. 284, van mevrouw Diks. Ik vraag me af waarom we hierover moeten praten. Kwetsbaarheid wordt altijd meegenomen in noodhulp, alsmede in ons ontwikkelingssamenwerkingsprogramma. Kwetsbare mensen kunnen mensen zijn die leven met een beperking. Hier heb ik recentelijk ook een brief aan de Kamer over geschreven, dus ik zie de urgentie van deze motie niet in, want het is werk in uitvoering, maar ik laat op deze basis het oordeel aan de Kamer.

De voorzitter:
Dank u wel. Dank aan de minister voor haar aanwezigheid. Tot zover dit debat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Morgenochtend stemmen we over de vier ingediende moties.

Als de volgende bewindspersoon komt, kunnen we door met het volgende VAO. Ik wacht even op de heer Koolmees.

Inburgering en integratie

Inburgering en integratie

Aan de orde is het VAO Inburgering en integratie (AO d.d. 13/06).

De voorzitter:
Aan de orde is thans het VAO Inburgering en integratie. De eerste spreker van de zijde van de Kamer is de heer Paternotte van D66. Hij heeft zoals iedereen twee minuten spreektijd. Alles wat kort en puntig is, wordt hogelijk gewaardeerd. Het woord is aan hem.

De heer Paternotte (D66):
Dank u wel voor het woord, voorzitter. Een tweetal moties. De eerste is erop gericht om foute inburgeringsbureaus ook vóórdat we de nieuwe inburgeringswet hebben het leven al een stukje zuurder te maken, en om ervoor te zorgen dat minder inburgeraars daar terechtkomen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het huidige stelsel van inburgering helaas kwetsbaar is gebleken voor fraude;

constaterende dat — zolang er nog geen nieuwe Wet inburgering is — er beperkte formele mogelijkheden zijn om verkeerde keuzes van inburgeraars tegen te gaan;

overwegende dat de regering momenteel in gesprek met de VNG werkt aan de nieuwe wet inburgering;

verzoekt de regering een inventarisatie te maken van initiatieven die al op korte termijn zorgen dat fraude wordt voorkomen en kwaliteit verhoogd wordt, bijvoorbeeld middels het convenantmodel, en best practices onderdeel te maken van het overleg met de VNG over de veranderopgave inburgering, en hierover voor de begroting aan de Kamer te rapporteren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Paternotte en Gijs van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 266 (32824).

De heer Paternotte (D66):
De tweede motie gaat over gezinsmigranten, die uiteraard geen deel uitmaken van de inburgering voor vluchtelingen, maar straks wel te maken krijgen met het nieuwe stelsel en mogelijk nog steeds met dezelfde taalbureaus, die we juist graag van de markt af willen krijgen. Daarom is het heel belangrijk hoe het nieuwe stelsel voor hen uitwerkt. Ik heb daar vertrouwen in, maar vind dat we het wel goed in de gaten moeten houden.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat doorgeslagen marktwerking heeft geleid tot perverse prikkels voor aanbieders van inburgeringscursussen;

overwegende dat de regering inburgering van statushouders onder regie van gemeenten brengt, maar dat gezinsmigranten nog steeds zelf de cursus die bij hen past moeten selecteren;

verzoekt de regering na inwerkingtreding van het nieuwe stelsel door middel van onderzoek na te gaan hoe het nieuwe stelsel specifiek voor de groep gezinsmigranten uitwerkt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Paternotte en Van den Berge. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 267 (32824).

De heer Paternotte (D66):
Daarnaast zijn er nog twee moties die ik mede indien en die de heer Wiersma en de heer Peters zo meteen zullen voorlezen. Ik vind het goed om te constateren dat wij altijd vlak voor het reces een VAO inburgering hebben. In het AO constateerden wij dat bijna de hele Kamer zegt: laten we zo snel mogelijk naar een nieuw inburgeringsstelsel gaan. Ik wens de minister daarbij veel succes, en we hopen maar dat het overleg de komende maanden nog sneller gaat dan het pensioenakkoord.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan de heer Van den Berge van GroenLinks.

De heer Van den Berge (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. De eerste motie:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat inburgering gericht moet zijn op participatie in de samenleving, en dat het daarvoor belangrijk is dat inburgeraars leren wat hun praktische handelingsperspectief is in verschillende situaties;

verzoekt de regering om voor het ontwikkelen van de nieuwe Wet inburgering ervaringsdeskundigheid in te zetten door in gesprek te gaan met nieuwkomers die hier al langer zijn om te horen welke praktische kennis en vaardigheden zij graag hadden willen leren;

verzoekt de regering tevens om in gesprek te gaan met werkgeversorganisaties, vakbonden, vluchtelingenorganisaties en andere maatschappelijke organisaties om het inburgeringsstelsel nieuwe stijl zo effectief en doelmatig mogelijk vorm te geven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berge en Kuzu. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 268 (32824).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering inburgering voor statushouders grotendeels onder regie van gemeenten wil brengen, maar dat het programma voorinburgering bij het COA belegd blijft;

verzoekt de regering in kaart te brengen wat de voor- en nadelen zijn van het onder gemeentelijke regie brengen van de voorinburgering en of er mogelijkheden zijn om hier voor verschillende gemeenten verschillend mee om te gaan teneinde maatwerk te kunnen leveren, en de Kamer daarover te informeren voor de plenaire behandeling van de nieuwe Wet inburgering,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berge. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 269 (32824).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de regering en VNG aan het CPB vragen de kosten van het inburgeringsstelsel nieuwe stijl te onderzoeken;

verzoekt de regering de ervaringsdeskundigheid van organisaties die werken aan maatschappelijke begeleiding, zoals VluchtelingenWerk Nederland, als input mee te geven aan het CPB voor het kostenonderzoek,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berge. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 270 (32824).

De heer Van den Berge (GroenLinks):
In de laatste 29 seconden rest mij nog, de minister heel veel succes te wensen in de gesprekken met de VNG en hopelijk andere organisaties, zoals die waar mijn moties om vragen, om het inburgeringsstelsel nieuwe stijl zo effectief en doelmatig mogelijk vorm te geven. Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan de heer De Graaf van de fractie van de Partij voor de Vrijheid.

De heer De Graaf (PVV):
Dank u wel, voorzitter. "In der beschränkung zeigt sich erst der Meister". Met deze overbodige opmerking heb ik meteen gezondigd tegen mijn eerste zin. Vandaar dat ik meteen begin met het voorlezen van de moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Taskforce Problematisch gedrag & ongewenste buitenlandse financiering (PG&OBF) de aanpak van salafisme onder andere op een onderzoek onder leiding van Maurits Berger baseert;

overwegende dat in dit onderzoek de omvang en dreiging van salafisme in Nederland stevig gebagatelliseerd worden;

overwegende dat de leerstoel van Maurits Berger aan de Universiteit van Leiden wordt gefinancierd door Qatar, een van de landen die prominent voorkomen op bestaande lijsten van onvrije landen en een land dat in verband wordt gebracht met financiering en ondersteuning van terrorisme;

van mening dat (zij van wc-eend) de regering niet behoren te adviseren over wc-eend;

verzoekt de regering universiteiten te verbieden leerstoelen te laten sponsoren door landen die lid zijn van de OIC en in dat verband acuut te stoppen met het inhuren of raadplegen van eenieder die zo'n leerstoel heeft bezet of bezet,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid De Graaf. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 271 (32824).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in Nederland steeds meer vrouwen zijn die door hun man en/of andere familieleden thuis worden opgesloten c.q. vastgehouden;

overwegende de aandacht die door Femmes for Freedom wordt gevraagd voor verborgen vrouwen middels de campagne "Ontsnap uit je huis";

tevens overwegende dat er in Nederland minimaal 41.000 gevallen van genitale verminking bij meisjes bestaan;

verzoekt de regering om echtgenoten en families van wie bewezen is dat zij hun vrouwen thuis opsluiten of hebben opgesloten, alsmede daders van genitale verminking te berechten als zijnde lid van een criminele organisatie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid De Graaf. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 272 (32824).

Dan de heer Wiersma van de fractie van de VVD.

De heer Wiersma (VVD):
Voorzitter, dank. Ik heb drie moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het nieuwe inburgeringsstelsel de norm van het te behalen taalniveau B1 is;

constaterende dat afschakelen tijdens de B1-route mogelijk is, bijvoorbeeld overstappen naar de Zelfredzaamheidsroute of na aanzienlijke inspanning de taaleis te verlagen naar A2;

van mening dat taalniveau B1 als norm in het belang is van zowel de inburgeraar als de samenleving, ook als het meer tijd of begeleiding vergt;

verzoekt de regering in de nadere uitwerking van de nieuwe Wet inburgering mogelijke perverse prikkels die leiden tot afschakelen naar snellere trajecten op lagere niveaus te voorkomen en daarmee opschakelen in duur of begeleiding te laten prevaleren boven afschakelen op niveau,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wiersma en Paternotte. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 273 (32824).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederlandse regio's en gemeenten sinds 2016 miljoenen aan versterkingsgelden hebben ontvangen voor het voorkomen van radicalisering;

constaterende dat er weinig zicht is op de effectiviteit van deze middelen en er zelfs signalen zijn dat de inzet averechts zou kunnen werken;

constaterende dat de Kamer eerder al bij motie heeft verzocht een landelijk gevalideerde aanpak te ontwikkelen voor het voorkomen van radicalisering en de besteding van de middelen hieraan te koppelen;

verzoekt de regering zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval voor de begrotingsbehandeling, inzichtelijk te maken aan welke doelmatigheidscriteria de versterkingsgelden warden getoetst, aan welke evidencebased interventies de bestedingen gekoppeld worden en welke gevolgen het niet-doelmatig en -effectief besteden van versterkingsgelden heeft,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wiersma. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 274 (32824).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat 450 inburgeraars door fouten in de examenonderdelen lezen en luisteren ten onrechte zijn geslaagd voor het inburgeringsexamen;

van mening dat het van groot belang is dat iemand die slaagt voor het inburgeringsexamen, ook daadwerkelijk de taal beheerst en klaar is voor actieve deelname aan de samenleving;

overwegende dat gemeenten wel weten dat deze inburgeraars een diploma hebben behaald, maar niet zeker kunnen weten of ze ook het vereiste taalniveau hebben;

constaterende dat daarom ook van en voor deze inburgeraars een extra inspanning vereist is;

verzoekt de regering ervoor te zorgen dat deze groep inburgeraars opnieuw examenonderdelen afleggen, dan wel te bezien hoe deze groep inburgeraars in beeld kan blijven en, indien het vereiste taalniveau nog niet is behaald, zo veel als mogelijk zorg te dragen voor het alsnog bereiken van het vereiste taalniveau, en de manier waarop op korte termijn uit te werken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wiersma en Peters. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 275 (32824).

Dank u wel. Dan de heer Peters van de fractie van het CDA.

De heer Peters (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Eén motie en die is medeondertekend door de heer Paternotte van D66.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat onze buurlanden België en Duitsland de laatste jaren een hogere arbeidsparticipatie laten zien van met name hoogopgeleide vluchtelingen;

overwegende dat de laatste jaren relatief veel vluchtelingen met specialistische kennis naar Nederland zijn gekomen uit met name Syrië en Turkije;

overwegende dat deze vluchtelingen zowel henzelf als de eigen gemeenschap beter kunnen helpen wanneer zij in Nederland werk op hun eigen niveau verrichten;

verzoekt de regering in kaart te brengen hoe het verschil in geslaagde integratie op de arbeidsmarkt tussen Nederland en andere West-Europese landen veroorzaakt wordt, en welke aanpakken het beste werken om hoogopgeleide statushouders snel aan gekwantificeerd werk te helpen, en hierover te rapporteren voor de behandeling van de begroting 2020,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Peters en Paternotte. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 276 (32824).

Dan is het woord aan de heer Kuzu van de fractie van DENK.

De heer Kuzu (DENK):
Voorzitter, ik hoor de minister zuchten over de hoeveelheid moties. Maar ik heb er maar eentje voor hem! Die motie betreft de kwaliteit en de kwantiteit van de inburgeringstrajecten, een punt waarover we een enorme discussie hebben gehad tijdens het algemeen overleg. De gemeenten krijgen een belangrijke regierol en daarover gaat de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het huidige inburgeringsbeleid in het teken staat van marktwerking en het afwentelen van de verantwoordelijkheid op de inburgeraar;

overwegende dat de veranderopgave inburgering de perverse prikkels in die marktwerking onvoldoende aanpakt;

overwegende dat gemeenten zonder een wettelijk verankerde reële prijs worden geprikkeld om in te kopen op prijs en daarmee een race to the bottom dreigt, met als dupe de inburgeraar;

verzoekt de regering een reële prijs voor de inburgering, conform de Wmo, in de wet te verankeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kuzu, Gijs van Dijk en Jasper van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 277 (32824).

We hebben de heer Gijs van Dijk ook op de sprekerslijst staan, maar hij ziet af van zijn spreektijd. Maar we houden het in de familie en daarom is nu het woord aan de heer Jasper van Dijk. Hij is tevens de laatste spreker van de zijde van de Kamer.

De heer Jasper van Dijk (SP):
Zo komt het toch weer goed, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat doorgeslagen marktwerking heeft geleid tot perverse prikkels en malafide praktijken onder een deel van de aanbieders van inburgeringscursussen;

spreekt uit dat overheidsgeld niet mag verdwijnen in winsten van commerciële taalbureaus;

verzoekt de regering om in de nieuwe Wet inburgering te regelen dat aanbieders van inburgeringscursussen geen winstoogmerk mogen hebben en eventuele meeropbrengsten ten goede moeten laten komen aan inburgeraars, bijvoorbeeld door deze middelen te investeren in het inburgeringsonderwijs,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Jasper van Dijk en Van den Berge. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 278 (32824).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het nieuwe inburgeringsbeleid gepland staat voor 2021;

voorts constaterende dat het huidige inburgeringsstelsel mensen met onterechte boetes en/of schulden confronteert;

verzoekt de regering een degelijke overgangsregeling te treffen, waarin herziening van besluiten en een individuele beoordeling wordt opgenomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Jasper van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 279 (32824).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat prestatiebekostiging aan gemeentes een perverse prikkel kan worden;

verzoekt de regering de voorgestelde prestatiebekostiging in de inburgering te schrappen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Jasper van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 280 (32824).

Tot zover de termijn van de Kamer. De minister gaat even naar de moties kijken. Daarom schors ik twee minuten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Het woord is aan de minister.

Minister Koolmees:
Dank u wel, voorzitter. Ik dank de Kamerleden voor de vijftien moties in korte tijd. Ik ga ook snel proberen te antwoorden. De motie op stuk nr. 266 van de heren Paternotte en Gijs van Dijk, die fraude wil tegengaan en vraagt om best practices, geef ik oordeel Kamer.

De motie-Paternotte/Van den Berge op stuk nr. 267 vraagt om te monitoren hoe het nieuwe stelsel uitwerkt voor de groep gezinsmigranten: oordeel Kamer.

De motie-Van den Berge/Kuzu op stuk nr. 268 verzoekt de regering in gesprek te gaan met werkgeversorganisaties, vakbonden, vluchtelingenorganisaties en andere maatschappelijke organisaties. We gaan een klankbordgroep doen. Met de stakeholders blijven we ook in gesprek, en daarom geef ik oordeel Kamer.

De motie-Van den Berge op stuk nr. 269 wil dat gemeenten ook de regie gaan voeren op de voorinburgering. Ik begrijp de achtergrond van deze motie. Een aantal grote steden hebben dit punt ook bij mij aangekaart. Ik vind het wel belangrijk dat dat ook generiek gebeurt, voor alle gemeenten, en niet alleen voor de twee grote. In de praktijk zien we nog steeds dat mensen uit verschillende steden in een andere gemeente worden geplaatst. Daarom vind ik het ook belangrijk dat het COA de voorinburgering blijft doen. Deze motie wil ik daarom ontraden.

De motie-Van den Berge op stuk nr. 270 verzoekt de regering, ervaringsdeskundigheid van organisaties die aan maatschappelijke begeleiding doen, zoals VluchtelingenWerk Nederland, als input mee te geven aan het CPB. Ik heb met de VNG afgesproken dat we het CPB vragen om een toets te doen op de financiële gevolgen van de wet op de gemeenten. Ik kan mij goed voorstellen dat maatschappelijke begeleiding daar ook onderdeel van is, maar wie daarbij betrokken wordt, vind ik aan de onderzoekers. Het CPB heeft een onafhankelijk onderzoek uit te voeren. Bovendien gaat de regierol naar de gemeenten toe en vind ik het daarom aan de gemeenten om een uitspraak te doen over de rol van VluchtelingenWerk Nederland. Ik weet dat er verschillende modaliteiten zijn. Daarom wil ik die motie ontraden.

Dan de motie op stuk nr. 271 van de heer De Graaf van de PVV. Ik herken dat beeld niet. Er loopt een verkenning naar het inperken van financiering uit onvrije landen, zoals u weet, ook een parlementaire mini-enquête, heb ik gisteren begrepen. Maar ik herken het beeld van de motie niet en daarom ontraad ik haar.

In de motie op stuk nr. 272 verzoekt de heer De Graaf de regering om echtgenoten of families van wie bewezen is dat zij hun vrouw thuis opsluiten of hebben opgesloten alsmede daders van genitale verminking te berechten als zijnde lid van criminele organisaties. Ik deel de zorg van de heer De Graaf. Daarom is dit specifieke punt ook onderdeel, onder andere naar aanleiding van de motie van mevrouw Becker van een tijdje geleden, van het GiA, Geweld in Afhankelijkheidsrelaties, dat loopt bij mijn collega van VWS. Het is daar ook echt onderdeel van de aanpak. Dat is één. Dat ben ik eens met de heer De Graaf, maar daar hebben we als kabinet dus al een aanpak op lopen. Het tweede punt: ik ga niet over de berechting natuurlijk, dat is aan ofwel de minister van Justitie, ofwel de rechter. Daarom moet ik deze motie ontraden, maar een deel doen we dus al.

De motie op stuk nr. 273 van de heren Wiersma en Paternotte. Het voorkomen van perverse prikkels voor afschaling van de A1 naar A2. Daar ben ik het zeer mee eens. Oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 274 van de heer Wiersma. Daar heb ik een iets langer antwoord op, voorzitter. Mijn excuses van tevoren. Mijn ambtsgenoot van Justitie en Veiligheid werkt op dit moment aan de uitbetalingssystematiek van de versterkingsgelden. Dit is naar aanleiding van de onlangs uitgebrachte verantwoordingsonderzoeken door de Algemene Rekenkamer voor het Gemeentefonds en het Provinciefonds. Daarin is kritiek geuit op de decentralisatie-uitkering. Deze constatering is aanleiding voor het Rijk om de toepassing van het instrument door te lichten en te verbeteren. Dat is rijksbreed en geldt voor alle ministeries en departementen. Die versterkingsgelden zijn ook een decentralisatie-uitkering.

In de gesprekken die de minister van Justitie voert met Binnenlandse Zaken wordt onderzocht of de geschetste ontwikkeling ook implicaties hebben voor de huidige systematiek van de versterkingsgelden en of er mogelijk gekozen moet worden voor een andere inrichting, een andere manier om die gelden bij de gemeenten te krijgen. In deze gesprekken — en daarmee wil ik de heer Wiersma een beetje tegemoetkomen — zal zoveel mogelijk invulling worden gegeven aan de strekking van deze motie, want dat past bij de ingezette lijn van het Rijk om de effectiviteit van het preventiebeleid te vergroten. Daarom wordt ook een ondersteuningsaanbod ontwikkeld om gemeenten te ondersteunen bij het ontwikkelen en evalueren van interventies zoals de toolkit evidence-based beleid, zoals dat zo mooi heet.

Gelet op de lopende besprekingen vraag ik de indiener om de motie aan te houden tot collega Grapperhaus van Justitie en Veiligheid, die hier dus mee belast is, er na het reces meer duidelijkheid over kan geven. Als de indiener dat zou willen doen, heel graag. Anders kan ik haar geen oordeel Kamer geven en moet ik haar ontraden, maar met de strekking ben ik het dus wel eens. Ik zou het zonde vinden, zeg ik richting de heer Wiersma.

De voorzitter:
Ik stel vast dat de heer Wiersma niets doet en dan is zij dus gewoon ontraden.

Minister Koolmees:
Ja.

De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 274.

Minister Koolmees:
Ik was toch al bij de motie op stuk nr. 275, voorzitter?

De voorzitter:
U heeft gelijk.

Minister Koolmees:
Dan de motie op stuk nr. 275 van de heer Wiersma. Ja, er is een fout gemaakt. Daar hebben we het in het algemeen overleg ook over gehad. Er zijn mensen onterecht gezakt, maar er zijn ook mensen onterecht geslaagd. Ter nuancering: het gaat om één onderdeel van de zeven onderdelen van het inburgeringsexamen, waarvan vier taalonderdelen. Kandidaten hebben dit onderdeel naar nu blijkt, na een nadere inventarisatie, net niet gehaald. Als ze alle overige onderdelen wel hebben gehaald, mag je concluderen dat ze over voldoende taalkennis beschikken om te kunnen participeren in onze samenleving. Het gaat natuurlijk over schrijven, lezen en luisteren, verschillende onderdelen van de taalbeheersing.

Wat het probleem is, is dat bij deze groep personen zitten die anderhalf jaar geleden bericht hebben gekregen dat ze zijn geslaagd. Na zo'n lange periode kun je een uitslag niet meer terugdraaien. Op basis van die uitslag kunnen deze personen bijvoorbeeld een sterker verblijfsrecht hebben gekregen en indien de uitslag van het examen wordt teruggedraaid, zal dat ook gevolgen hebben voor het verblijfsrecht en dat is niet proportioneel. Betrokkenen moeten erop kunnen vertrouwen dat ze van de bevoegde autoriteit een correct besluit hebben gekregen. Dat gaat uit van het vertrouwensbeginsel, van behoorlijk bestuur. Ik kan een deel van deze motie dus niet uitvoeren. Dat heb ik ook aangegeven tijdens het algemeen overleg, richting mevrouw Becker toen nog. Dat is een.

Dan twee. Waar ik het wel mee eens ben — dat heb ik eerder aangegeven, ook in het algemeen overleg — is dat wij de mensen die nu onvoldoende de taal beheersen eigenlijk moeten activeren met zijn allen. We hebben ook de koppeling gemaakt met de tegenprestatie en taaleisdiscussie in de Participatiewet. We hebben ook aangegeven dat willen kijken of we gegevens van DUO kunnen ontsluiten voor de gemeenten, zodat gemeenten weten op wie ze extra moeten letten en wie ze extra moeten activeren om de Nederlandse taal goed te beheersen. Gegeven dat eerste belangrijke onderdeel, dat examenonderdeel, moet ik toch deze motie ontraden.

De motie op stuk nr. 276 van de heren Peters en Paternotte geef ik oordeel Kamer, met één mits, met één opmerking. Voor de behandeling van de begroting 2020 gaat het ons niet lukken om het uitgevoerd te krijgen. Als dat naar het voorjaar 2020 zou kunnen, geef ik haar oordeel Kamer. Voor de begroting van dit jaar zo'n onderzoek uitvoeren, een internationale vergelijking, gaat niet lukken. Als ik haar zo mag interpreteren, dat het voorjaar 2020 wordt, geef ik haar oordeel Kamer.

De voorzitter:
Ik zie een voorzichtig knikje bij de heer Peters.

Minister Koolmees:
Ja. Dan de motie op stuk nr. 277 van de heren Kuzu, Gijs van Dijk en Jasper van Dijk. Daar hebben we het uitgebreid over gehad tijdens het algemeen overleg. De heer Gijs van Dijk zegt: dan is het ook geregeld. Nee, meneer Gijs van Dijk. Ik heb een haakje opgenomen in de wet. Over twee jaar kan het worden geactiveerd. Voor nu wil ik haar ontraden.

Dan de motie op stuk nr. 278 van de heren Jasper van Dijk en Van den Berge over het winstoogmerk bij de inburgeringscursussen. U weet dat dat geen onderdeel is van de plannen. We hebben ervoor gekozen om ook taalcursussen door private bureaus er onderdeel van te laten zijn. Daarom moet ik deze motie ontraden.

De motie op stuk nr. 279 van de heer Jasper van Dijk moet ik in deze vorm ontraden. Ik kan wel zeggen dat ik later in de reactie op de brief van Civic nog terugkom op dit punt. Ik heb u beloofd om na het reces op die brief te reageren. Maar in deze vorm moet ik haar ontraden.

Tot slot de motie op stuk nr. 280 van de heer Jasper van Dijk. Over prestatiebekostiging hebben we het ook uitgebreid gehad tijdens het algemeen overleg. Ik ben er geen voorstander van om dat eruit te halen. Daarom ontraden.

De voorzitter:
Dank u wel. Er is nog één korte vraag van de heer Jasper van Dijk.

De heer Jasper van Dijk (SP):
Mag ik mijn motie op stuk nr. 279 aanhouden?

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Jasper van Dijk stel ik voor zijn motie (32824, nr. 279) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Koolmees:
Dank u.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Tot zover dit debat. Dank aan de minister voor zijn aanwezigheid. Morgenochtend stemmen wij over alle moties. Het parlementaire jaar zit erop voor u, meneer de minister. Als de volgende bewindspersoon zijn opwachting maakt, gaan we door met het volgende VAO.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Evaluatie Transgenderwet

Evaluatie Transgenderwet

Aan de orde is het VAO Evaluatie Transgenderwet (AO d.d. 19/06).

De voorzitter:
Thans is aan de orde het VAO Evaluatie Transgenderwet. Een hartelijk woord van welkom aan de minister. Fijn dat u bij ons bent. Als ik het goed zie, zijn er twee sprekers van de zijde van de Kamer. De eerste is mevrouw Bergkamp van de fractie van D66. Het woord is aan haar.

Mevrouw Bergkamp (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat vanaf 14 jaar de algemene legitimatieplicht geldt;

overwegende dat het voor jongeren juist bij officiële legitimatie belangrijk is dat de juiste aanduiding van het geslacht staat vermeld;

overwegende dat voor jongeren het heel belangrijk is dat hun eigen geslacht op hun schooldiploma staat vermeld, dat zij in sommige gevallen al op 15-jarige leeftijd halen;

overwegende dat onder de leeftijd van 16 jaar wijziging alleen mogelijk is met tussenkomst van de rechter, wat veel tijd kan vergen en een onnodige drempel opwerpt;

verzoekt de regering om de minimumleeftijd voor aanpassing van de geslachtsregistratie zonder tussenkomst van de rechter te verlagen van 16 naar 14 jaar,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bergkamp. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 136 (27859).

Mevrouw Bergkamp (D66):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
De laatste spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Buitenweg van de fractie van GroenLinks.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):
Dank u wel, meneer de voorzitter. Er is een naadloze overgang, want ik heb een motie die ik indien samen met mevrouw Bergkamp, dus een motie-Buitenweg/Bergkamp.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat wordt voorzien in een eenmalige laagdrempelige mogelijkheid om iemands geslachtsregistratie terug te draaien en om daaropvolgende wijzigingen via de rechter te laten lopen;

overwegende dat opeenvolgende geslachtswijzigingen slechts sporadisch voorkomen en dan nog in situaties waarin existentiële twijfels over iemands geslacht begrijpelijk zijn;

verzoekt de regering om het meermaals terugdraaien van de geslachtswijziging niet via de rechter, maar via de voorgestelde reguliere gemeentelijke procedure te laten verlopen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Buitenweg en Bergkamp. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 137 (27859).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat op dit moment de mogelijkheden van de herziening van de geslachtsvermelding op paspoorten en identiteitskaarten worden onderzocht;

overwegende dat niet alleen de meerwaarde van geslachtsvermelding op identiteitsdocumenten, maar ook de geslachtsregistratie in de geboorteakte moet worden vastgesteld;

verzoekt de regering tevens onderzoek te doen naar nut en noodzaak van geslachtsregistratie in de geboorteakte en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Buitenweg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 138 (27859).

Tot zover de termijn van de Kamer. Kan de minister reeds antwoorden? Dat is het geval. Het woord is aan hem.

Minister Dekker:
Voorzitter. We hebben een goed debat gehad over een onderwerp dat voor mensen die worstelen met hun geslachtsregistratie van echt enorm belang is. Ik vond het een goed en waardig debat, waarbij we hebben gezegd: we willen de mogelijkheid en de ruimte die er is, benutten om ook buiten de gang naar de rechter om, en ook op jongere leeftijd meer mogelijk te maken. In een aantal moties wordt eigenlijk gezegd: wij willen nog een stapje verder gaan.

In de motie op stuk nr. 136 zegt mevrouw Bergkamp: ga nou niet uit van een leeftijd van 16 jaar, maar van die van 14 jaar. Het is natuurlijk geen wet van Meden en Perzen waar je de grens legt. We hebben echt ook gekeken naar een aantal belangen die je tegen elkaar wilt afwegen, zoals het belang van jongeren, en ook voor een deel wel het belang van de zorgvuldigheid. Ook deskundigen zeggen op dit punt: ga nou uit van 16 jaar, want in de pubertijd kan het ervaren geslacht nogal fluïde zijn. Verder wordt bij hoogstpersoonlijke keuzes die ook wel een bepaalde ingrijpendheid hebben, zoals medische handelingen of euthanasieverklaringen, de grens ook bij 16 jaar gelegd. Een combinatie van die overwegingen maakt dat ik zeg: hou die lijn aan. Daarom zou ik deze motie willen ontraden.

Datzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 137. Ook hierbij speelt weer een afweging van belangen. Het zal niet zo vreselijk vaak voorkomen dat iemand na een wijziging van zijn geslachtsregistratie dat een tweede keer doet. Maar als je het een tweede keer doet, dan kan dat ook nog via de laagdrempelige route van de ambtenaar bij de burgerlijke stand. Maar als je het daarna nóg een keer zou willen wijzigen, dan is dat wel een moment waarbij extra zorgvuldigheid en alertheid een rol spelen. Vandaar mijn voorkeur om dan toch vast te houden aan de route via een rechterlijke toets.

Voorzitter. Tot slot de motie op stuk nr. 138, van mevrouw Buitenweg. Die motie gaat over nut en noodzaak van geslachtsregistratie an sich. Daar ben ik natuurlijk in de brief al op ingegaan. Er is een aantal jaren geleden al een uitvoerig onderzoek naar gedaan door het WODC, onder de titel M/V en verder. Tegelijkertijd ligt er een motie van mevrouw Den Boer en mevrouw Bergkamp die vraagt om een en ander te onderzoeken ten aanzien van de doorwerking naar de BRP en de ID-kaart. Als ik de motie zo mag interpreteren dat ik daar ook de positie van de geboorteakte in meeneem, dan zou ik daarmee uit de voeten kunnen en dan zou ik deze motie kunnen overnemen.

De voorzitter:
Ik stel vast dat mevrouw Buitenweg knikt. Bestaat er nog enig bezwaar tegen het overnemen van de motie? Dat is niet het geval.

De motie-Buitenweg (27859, nr. 138) is overgenomen.

Dan was dit het debat. Hartelijk dank.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
We stemmen morgenochtend over de drie moties. Dank aan de minister voor zijn aanwezigheid.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Fiscale beleidsagenda 2019

Fiscale beleidsagenda 2019

Aan de orde is het VAO Fiscale beleidsagenda 2019 (AO d.d. 27/06).

De voorzitter:
Aan de orde is het VAO Fiscale beleidsagenda 2019. Een hartelijk woord van welkom aan de staatssecretaris. We hebben vijf deelnemers aan dit debatje. De eerste is mevrouw Leijten van de fractie van de SP. Het woord is aan haar.

Mevrouw Leijten (SP):
Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de staatssecretaris een voortrekkersrol wil spelen in de OESO in het tegengaan van belastingontwijking;

constaterende dat de OESO inzet op een bronbelasting vanaf 2021 die gebaseerd is op een effectief minimumtarief;

van mening dat het wenselijk is daar in de Nederlandse wetgeving zo veel mogelijk op aan te sluiten;

verzoekt de regering om de bronbelasting zo vorm te geven dat er geen verschil kan bestaan tussen het statutaire en het effectieve tarief,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Leijten. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 55 (32140).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de belasting op een fictief rendement over spaargeld in box 3 niet aansluit bij de werkelijkheid en ook door de Hoge Raad als onrechtmatig is beoordeeld;

constaterende dat kleine spaarders hierdoor vermogen verliezen, waaronder zelfstandigen die gespaard hebben voor hun pensioen of mensen die een eenmalige uitkering hebben gekregen vanwege arbeidsongeschiktheid of letselschade;

constaterende dat de aangenomen motie-Bashir c.s. (34302, nr. 97) al in 2015 opriep tot het oplossen van dit probleem;

verzoekt de regering met ingang van 2020 een oplossing te bieden voor dit probleem, desnoods via het aanpassen van de tarieven, en dit uit te werken in het Belastingplan 2020,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Leijten. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 56 (32140).

Mevrouw Leijten (SP):
Dank u wel.

De voorzitter:
Het woord is aan de heer Slootweg van de fractie van het CDA.

De heer Slootweg (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik dien de volgende motie mede namens mevrouw Lodders in. Het is nogal een lange motie, dus ik ga direct van start.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Hoge Raad heeft geoordeeld dat de heffing van box 3 op stelselniveau een schending van artikel 1 EP is indien het nominaal zonder veel risico's gemiddeld haalbare rendement lager is dan 1,2%;

constaterende dat het om een grote groep mensen gaat die een aantal achtereenvolgende jaren geen gemiddeld rendement hebben kunnen behalen dat gelijk of hoger is dan 1,2%;

overwegende dat de belastingplichtige met het arrest in de hand individueel bezwaar kan maken;

verzoekt het Presidium een parlementair advocaat onderzoek te laten doen naar de volgende zaken:

  • Welke verplichtingen schept het Hoge Raad-arrest voor de wetgever in zaken waarin het EHRM op stelselniveau oordeelt dat het recht op eigendom geschonden is?
  • Vormt een individuele uitspraak op bezwaar een adequate afsluiting van een massaal bezwaarprocedure, zoals vastgesteld door de staatssecretaris van Financiën op 26 juni 2015?
  • In hoeverre dienen box 3-belastingplichtigen, na verkrijging van een individuele uitspraak op bezwaar door de Belastingdienst, eerst de nationale rechtsgang te doorlopen (oordeel van hoogste nationale rechter is al bekend) voordat ze naar het EHRM in Straatsburg kunnen?
  • In hoeverre kunnen box 3-belastingplichtigen die niet besluiten om een individuele uitspraak op bezwaar te vragen, straks toch een beroep doen op een andersluidend oordeel van het EHRM?
  • Wat betekent het voor de werkdruk van de Belastingdienst als alle individuele gevallen bezwaar gaan maken?

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Slootweg en Lodders. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 57 (32140).

Uw motie was natuurlijk helemaal helder en duidelijk. Als ik het goed begrijp is het een motie met een verzoek aan het Presidium.

De heer Slootweg (CDA):
Ja, daarom had ik daar nog even de klemtoon op gelegd.

De voorzitter:
Dat deed u heel goed. Het staat de staatssecretaris vrij om daar een mening over te ventileren, maar dat hoeft niet. Misschien dat de eerste ondervoorzitter, lid van het Presidium, mevrouw Tellegen een mening heeft of de motie wil ontraden of oordeel Kamer wil geven. Dat kan dan. Er is in ieder geval nog een vraag, kort en puntig, van mevrouw Leijten.

Mevrouw Leijten (SP):
Ja, voorzitter, ik wou vooral even zeggen dat het EHRM het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is.

De voorzitter:
Kijk, dat waarderen onze kijkers ook.

De heer Slootweg (CDA):
Anders had ik geen 18 seconden overgehouden.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan de heer Van Weyenberg van de fractie van D66.

De heer Van Weyenberg (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik zal het heel kort houden. Ik heb geen motie. Het is wel heel belangrijk dat de staatssecretaris nu eindelijk een opening heeft gegeven rondom de vermogensrendementsheffing, box 3, om toch te kijken of voor spaargeld kan worden gerekend met het daadwerkelijk rendement. Bij spaargeld hanteren we allang niet meer 4% bij de rente van de afgelopen jaren. Mensen die veel spaargeld hebben en dat veilig willen wegzetten, omdat het bijvoorbeeld hun pensioen is, betalen nu veel te veel. Ik hoop echt dat dat lukt. We wachten al heel lang. Deze doorbraak zou voor heel veel mensen een groot gevoelde onrechtvaardigheid wegnemen.

Dan zijn de bouwstenen van de fiscale agenda besproken, rond de toeslagen. Om echt naar box 2 te kijken, waarover deze week ook wat rapportages waren, lijkt mij brood- en broodnodig. Ik zie met grote belangstelling uit naar een ambitieuze aanpak van de staatssecretaris.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de laatste spreker van de zijde van de Kamer, mevrouw Lodders van de fractie van de VVD.

Mevrouw Lodders (VVD):
Voorzitter. Voordat u denkt dat ik met allerlei moties kom, dat is niet het geval. Wij hebben deze week een algemeen overleg gevoerd over de fiscale beleidsagenda. Ik wil mijn twee minuten gebruiken om even stil te staan bij box 3. Ik dank de staatssecretaris hartelijk voor de antwoorden op de schriftelijke vragen van collega Omtzigt en mijzelf die wij vandaag hebben ontvangen.

In het debat heb ik stilgestaan bij box 3. Daar zijn de vorige sprekers ook op ingegaan. De staatssecretaris heeft nogmaals bevestigd dat hij op Prinsjesdag de uitkomst van een versneld onderzoek zal presenteren over de invulling van de afspraak in het regeerakkoord dat we voor spaargeld toe willen werken naar het reële rendement.

De VVD heeft hoge verwachtingen van dat versnelde onderzoek. Ik hoop dat er echt een oplossing komt, met name voor de groep mensen die hun spaargeld in box 3 hebben staan, zoals mevrouw Leijten ook al aangaf; het gaat veelal om pensioen en in sommige gevallen om letselschade.

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het gemiddeld haalbare rendement voor mensen die niet heel veel risico willen nemen echt onder de 1,2% ligt. Dat is de reden waarom ik de motie van de heer Slootweg mede heb ondertekend. Dat is de reden waarom wij zo graag met enige snelheid toe willen werken naar dat reële rendement. Nogmaals, wij kijken uit naar het versnelde onderzoek en de oplossingen.

De voorzitter:
Heel goed. Dank u wel.

Kan de staatssecretaris de beide moties van mevrouw Leijten reeds becommentariëren? Dat is het geval. Het woord is aan hem.

Staatssecretaris Snel:
Voorzitter, dank u wel. Inderdaad, er zijn twee moties waarin een verzoek aan ons wordt gedaan, en er is een motie die gericht is aan het Presidium. Daar hoef ik eigenlijk niet zo heel veel over te zeggen. U gaf mij wel die kans. Ik zal daar niet al te veel over zeggen. Laat mij heel kort wat zeggen over die motie en over de opmerking van de heer Van Weyenberg en mevrouw Lodders.

Het klopt, we hebben een lang debat en een goed debat gehad over box 3. Ik heb daarin kenbaar gemaakt dat ook ik denk dat juist voor de spaarders — en niet alleen voor kleine spaarders, maar ook voor mensen die er bewust voor kiezen om het risico niet te nemen — bij box 3 een gevoel van onrechtvaardigheid komt kijken. In het regeerakkoord staat ook dat wij daar wat aan willen doen. Dat was niet makkelijk. Desalniettemin heb ik gezegd dat ik op Prinsjesdag ga aankondigen hoe ik denk dat het eventueel zou kunnen. Dus dat zeg ik richting deze drie opmerkingen van vooral de heer Slootweg, de heer Van Weyenberg en mevrouw Lodders. De heer Van Weyenberg heeft ook nog gezegd dat de bouwsteen in box 2 belangrijk is. Dat ben ik met hem eens. Het gaat dus ook bij de bouwstenen verder aan de orde komen.

Voorzitter. Dan de twee moties van het lid Leijten. Allereerst de motie op stuk nr. 55. Daarin wordt eigenlijk gevraagd of wij de bronbelasting niet zo kunnen vormgeven dat er geen verschil bestaat tussen het statutaire en het effectieve tarief. Los van het feit dat dit technisch heel ingewikkeld is — het effectieve tarief stel je immers niet vast, maar is een uitkomst van zaken — zou ik willen zeggen dat het een beetje voorbarig is. Want we weten nog niet precies waar het OESO-beraad op zal uitkomen. Vervolgens is het ook zo dat ons eigen wetsvoorstel over bronbelasting op Prinsjesdag naar de Kamer gaat. Om die reden heb ik dat ontraden.

De voorzitter:
Mevrouw Leijten, één vraag. Het woord is aan u.

Mevrouw Leijten (SP):
Het is niet uit te leggen dat wij een winstbelasting hebben van 25%. Die wordt weliswaar door deze regering verlaagd, maar eigenlijk wordt die helemaal niet betaald. Je hebt statutair dus iets op papier, maar effectief wordt die niet betaald. Nou komt er een nieuwe belasting, en dat is om belastingontwijking aan te pakken. Als een bedrijf zijn royalty's, rentes en dividenden doorsluist naar een belastingparadijs en wij zeggen dat daar 20% op geheven moet worden, dan kun je toch gewoon zeggen dat dit effectief ook altijd gewoon 20% is? Sluist een bedrijf het door naar een belastingparadijs waar 2% wordt geheven, dan heffen wij altijd 18%. Op het moment dat het doorsluist naar een land waar 7% wordt geheven, dan heffen wij 13%. En dat is wat ik hier wil. Anders zeg je heel stoer "wij gaan iets doen", maar als je niet uitspreekt dat het effectief is — wat je op papier zet, wordt ook daadwerkelijk betaald — dan is het weer een wassen neus.

Staatssecretaris Snel:
Dat is zeker geen wassen neus. Het effectieve tarief is uiteindelijk het tarief dat je daadwerkelijk betaalt over de winst die je maakt. Als een bedrijf ervoor kiest om bijvoorbeeld de dividend- of royaltystromen niet meer door Nederland te laten lopen, dan hebben wij geen opbrengst en dan is het effectieve tarief toch anders. Dus het is echt niet zo simpel als dat. Tegelijkertijd denk ik dat wij hetzelfde willen, namelijk ervoor zorgen dat wij dit soort stromen van Nederland naar belastingparadijzen aanpakken. Dat is ook in het debat uitgebreid aan de orde geweest. Het gaat om een stroom van 22 miljard. Ik verwacht dat die door onze maatregel snel zal opdrogen.

Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 56. Die gaat over box 3 en over problemen met bijvoorbeeld eenmalige uitkeringen. Ik moet deze motie ook ontraden. Ik heb gezegd dat er op Prinsjesdag een brief komt over box 3; daarin staat hoe ik in ieder geval voor spaargeld denk wat te kunnen betekenen. We zullen uiteindelijk ook moeten bepalen of daarbij een oplossing mogelijk is voor het probleem dat zich hierbij voordoet, maar die zal niet in het Belastingplan zitten. We zullen die hooguit aankondigen. Dus is de motie ontraden.

De voorzitter:
Dank u wel.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Morgenochtend stemmen wij over de drie moties.

We gaan meteen door met het VAO Stopzetten kinderopvangtoeslag.

Stopzetten kinderopvangtoeslag

Stopzetten kinderopvangtoeslag

Aan de orde is het VAO Stopzetten kinderopvangtoeslag (AO d.d. 4/7).

De voorzitter:
De eerste spreker is de heer Omtzigt van het CDA, en hij heeft zoals iedereen twee minuten spreektijd.

De heer Omtzigt (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik wil de staatssecretaris heel hartelijk danken voor de toezeggingen in het algemeen overleg. Ik vond het ruiterlijk. Ik vind het netjes hoe u nu met de oplossingen omgaat in deze zaak. Ik heb twee moties, meer om te bekrachtigen wat er gezegd is dan om nog iets toe te voegen.

De eerste motie luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Belastingdienst onrechtmatig gehandeld heeft tegen de ouders in de CAF-11-zaak door de kinderopvangtoeslag stop te zetten in plaats van op te schorten, door de termijn van bezwaar zeer ernstig te overschrijden en door incomplete dossiers aan te leveren bij de rechterlijke macht;

constaterende dat de Belastingdienst zelf al jaren op de hoogte was van de problemen, en kritische rapporten van de Ombudsman en de Kinderombudsman niet adequaat opgevolgd werden;

constaterende dat ouders niet alleen direct gedupeerd zijn door het stopzetten en terugvorderen van kinderopvangtoeslag, maar ook indirect door baanverlies, echtscheiding, depressies en andere gevolgen;

verzoekt de regering gedupeerde ouders zo spoedig mogelijk individueel schadeloos te stellen, daarbij ook te kijken naar afgeronde terugvorderingen over de jaren 2012 en 2013, hierin ook ouders mee te nemen die geen bezwaar of beroep hebben ingediend of doorgezet, en er tevens voor te zorgen dat in relevante gevallen er langer dan vijf jaar teruggekeken wordt bij de vaststelling van toeslagen;

verzoekt de regering tevens onderzoek te (laten) doen of vergelijkbare problemen, zoals onrechtmatige stopzettingen, ernstige overschrijding van bezwaartermijnen of onvolledige dossiers bij de bezwaar- en beroepsprocedures ook elders aan de orde geweest zijn bij CAF-zaken en andere zaken;

verzoekt de regering vervolgens uiterlijk 1 oktober een tussenrapportage naar de Kamer te sturen over de compensatie van gedupeerden en andere relevante ontwikkelingen in dit dossier,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Omtzigt, Van Weyenberg, Lodders, Leijten, Nijboer, Snels, Van Otterloo en Edgar Mulder.

Zij krijgt nr. 503 (31066).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de cultuur bij de Belastingdienst het zeer sterk bemoeilijkt om intern kritiek te leveren;

overwegende dat het voor een cultuurverandering bij de Belastingdienst essentieel is dat medewerkers en externen vrijelijk misstanden kunnen melden, problemen kunnen oplossen en dat dat positief gewaardeerd dient te worden;

constaterende dat de Belastingdienst meerdere wetten overtrad in de CAF-11-zaak en er sprake was van onbehoorlijk bestuur;

constaterende dat de Raad van Ministers (inclusief Nederland) van de Raad van Europa een stel duidelijke richtlijnen heeft aangenomen voor de bescherming van klokkenluiders naar aanleiding van het rapport daarvan van de eerste ondertekenaar van deze motie;

verzoekt de regering deze richtlijnen volledig te implementeren bij de Belastingdienst en jaarlijks onafhankelijk en extern te laten rapporteren over de naleving van deze richtlijnen door de Belastingdienst;

verzoekt de regering tevens in de CAF-11-zaak alle aandacht te focussen op een oplossing voor de desbetreffende ouders en in deze uitzonderlijke zaak geen enkele actie te ondernemen tegen medewerkers van de dienst die ervoor gezorgd hebben dat documenten publiek werden, waardoor bijvoorbeeld ouders wél complete dossiers bij de rechtbank hadden;

verzoekt de regering tot slot in oktober over de uitvoering van deze motie te rapporteren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Omtzigt en Lodders. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 504 (31066).

Dan is het woord aan mevrouw Leijten van de fractie van de SP.

Mevrouw Leijten (SP):
Voorzitter. Op de overheid moet je kunnen vertrouwen, en "de overheid" is ook de Belastingdienst. De Belastingdienst heeft wetten met voeten getreden. De staatssecretaris heeft vandaag in het debat toegegeven dat de Belastingdienst onrechtmatig gehandeld heeft. De overheid heeft onrechtmatig gehandeld richting kwetsbare en kansloze gezinnen, die vijf jaar lang opgejaagd zijn. Er is nogal iets gebeurd vandaag. Er was tunnelvisie, en zelfs de staatssecretaris zat in die tunnel. En nu vraagt hij ons om vertrouwen om dit op te lossen met dezelfde ambtenaren die al die jaren — al die jaren! — die wetten overtraden.

Het wegsturen van deze staatssecretaris is niet de oplossing, want het ligt ergens anders. Er zijn duidelijke moties ingediend door de heer Omtzigt. Ik weet dat die Kamerbreed worden aangenomen. En ik ga ervan uit dat de motie die ik nu ga indienen ook Kamerbreed wordt aangenomen. Het is dan ook geen motie voor de staatssecretaris, maar voor de Kamer.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Belastingdienst onrechtmatig heeft gehandeld bij het stopzetten van kinderopvangtoeslag in de CAF-11 Hawaï-zaak;

constaterende dat het onrechtmatig handelen niet is hersteld maar jarenlang, mede via vele rechtszaken, is geïnstitutionaliseerd en toegedekt;

constaterende dat het handelen van de Belastingdienst gezinnen in diepe ellende heeft gestort en gastouderbureaus brodeloos maakte;

constaterende dat noch een vernietigend rapport van de Nationale ombudsman in 2017, noch interne signalen binnen de Belastingdienst, in 2015, hebben geleid tot het rechtzetten van het onrechtmatig handelen;

constaterende dat de ambtenaar of ambtenaren die deze misstand aan de kaak stelden, geconfronteerd is of zijn met disciplinaire maatregelen;

spreekt haar afkeuring uit over het gevoerde beleid bij de Belastingdienst,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Leijten. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 505 (31066).

Dan de heer Van Weyenberg van de fractie van D66.

De heer Van Weyenberg (D66):
Dank u, voorzitter. We hebben een heel goed debat gehad over een hele onverkwikkelijke zaak. Daarin kan wat mij betreft nu de stap worden gezet om ouders eindelijk te compenseren voor het onrecht dat hun is aangedaan. Het feit dat de staatssecretaris het onvoorstelbaar noemt dat zij geen schadevergoeding krijgen, geeft mijn fractie het vertrouwen dat dat zal gebeuren. De zoektocht naar de vormgeving daarvan is nog heel complex, maar ik heb er alle vertrouwen in dat de staatssecretaris dat in goede banen weet te leiden.

Ik was heel blij met het antwoord van de staatssecretaris over de klokkenluider. Zonder iets expliciets te zeggen, maakte hij klip-en-klaar duidelijk dat er geen maatregelen tegen deze persoon of personen zullen worden genomen.

Er zijn goede moties ingediend. Ik wil er graag een aan toevoegen, over etnisch profileren.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Autoriteit Persoonsgegevens onderzoek doet naar het mogelijke gebruik van de dubbele nationaliteit bij het verwerken van gegevens, geautomatiseerde besluitvorming en profilering door de Belastingdienst, en dat de Nationale ombudsman een onderzoek is gestart naar de behandeling van klachten over etnisch profileren bij de overheid;

spreekt uit dat etnisch profileren onaanvaardbaar is en dat het niet zo kan zijn dat iemand vanwege een dubbele nationaliteit anders wordt behandeld dan iemand met alleen de Nederlandse nationaliteit;

verzoekt het kabinet om te borgen dat de Belastingdienst een dubbele nationaliteit niet meer als risico-indicator gebruikt bij het toekennen van toeslagen;

verzoekt het kabinet tevens om bij het verschijnen van de onderzoeken van de Autoriteit Persoonsgegevens en de Nationale ombudsman de Kamer zo snel mogelijk te informeren over de wijze waarop het kabinet de lessen van deze onderzoeken implementeert,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Weyenberg, Lodders, Omtzigt, Snels, Nijboer en Van Otterloo.

Zij krijgt nr. 506 (31066).

Wilt u even blijven staan? Er is namelijk nog een korte vraag van mevrouw Leijten.

Mevrouw Leijten (SP):
Het is bij mijn weten niet eerder voorgekomen dat het onrechtmatig handelen van de overheid, in dit geval van de Belastingdienst, ruiterlijk erkend is en door iedere Kamerfractie tijdens het debat ook afgewezen is. Ik zou de fractie van D66 willen vragen of zij dat ook durft uit te spreken.

De heer Van Weyenberg (D66):
Ja. Volgens mij heb ik dat in het debat ook gedaan. Het staat ook letterlijk in de motie. In het debat — daar waren wij allebei bij — heb ik zelf gesproken over zowel onrechtmatig handelen als onbehoorlijk bestuur. Het staat ook in de motie van collega Omtzigt die ik mede heb ingediend.

De voorzitter:
Dan de heer Azarkan van de fractie van DENK.

De heer Azarkan (DENK):
Voorzitter, dank. Ik dank de staatssecretaris voor de uitgebreide beantwoording. We hebben inderdaad een goed debat gehad. De staatssecretaris is eindelijk uit de tunnelvisie gekomen, maar het heeft wel wat gekost. Een advocate die er al jarenlang keihard aan werkt en heel veel uren maakt om de gedupeerden bij te staan. Journalisten die stukken hebben opgevraagd. Kamerleden die goede vragen hebben gesteld en daar antwoord op hebben gekregen. De Ombudsman, die een vernietigend rapport heeft geschreven. De Raad van State, die kritisch was. Dat allemaal heeft geleid tot deze nieuwe inzichten. Ik ben daar blij mee.

De staatssecretaris heeft heldere taal gesproken en toezeggingen gedaan. Voor de gedupeerden — en voor hen doen we het — komt er na vijf jaar eindelijk de hoop dat het goed gaat komen. De staatssecretaris heeft aangegeven dat er een schadeloosstelling komt, waarin ouders ruimhartig worden gecompenseerd. De klokkenluider wordt gerehabiliteerd en mag aan het werk. Ik ga ervan uit dat er ook een schadevergoeding komt voor het gastouderbureau dat ten onrechte werd aangemerkt als fraudeur.

Voorzitter. Ik vind wel dat we te lang hebben gewacht, omdat het rapport van de Ombudsman er vorig jaar al was. Wat zeg ik? Het was er in augustus 2017; dat is dus bijna twee jaar geleden. Om die reden dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in de CAF-11-zaak inzake de kinderopvangtoeslag ontzettend veel mis gegaan is;

overwegende dat er in deze zaak sprake is van ernstige misstanden, die jarenlang doorgegaan zijn, en waarbij belangrijke stukken stelselmatig achtergehouden zijn;

overwegende dat de staatssecretaris heeft toegegeven dat de Belastingdienst/Toeslagen onrechtmatig gehandeld heeft, dat er sprake was van onbehoorlijk bestuur en een tunnelvisie, waar hijzelf en de Belastingdienst/Toeslagen pas na lange tijd en zware politieke druk uit zijn gekomen;

overwegende dat onnodig veel tijd verloren is gegaan, ook na duidelijke signalen van de Nationale ombudsman en de Raad van State, en de gedupeerden al deze tijd in onzekerheid hebben gezeten;

spreekt uit dat een dergelijk deplorabel en mensonvriendelijk overheidsoptreden niet meer mag voorkomen, rijksbreed en bij de decentrale overheden;

spreekt zijn treurnis uit over de hele gang van zaken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Azarkan. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 507 (31066).

De heer Nijboer (PvdA):
Het is een aangelegen punt voor de heer Azarkan, en dat deel ik zeer. Nou heeft hij voor het debat in de media al aangegeven dat hij een motie van wantrouwen zal indienen. Ik vind dat staatsrechtelijk niet zo zuiver, zeker niet omdat je het kabinet ook de mogelijkheid moet geven om antwoord te geven. Ik wil wel gezegd hebben dat ik een motie van treurnis het meest treurige instrument van de Kamer vind, ook voor zo'n zaak.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan mevrouw Lodders als laatste spreker van de zijde van de Kamer.

Mevrouw Lodders (VVD):
Voorzitter. We hebben vanmiddag een stevig debat gevoerd over het stopzetten van de kinderopvangtoeslag voor ruim 300 ouders. Dit is uiteindelijk een langslepende kwestie geworden. Ouders zijn hierdoor in de financiële problemen geraakt en de persoonlijke situatie is bij velen op de kop gezet. Het belangrijkste voor de VVD is dat vandaag is uitgesproken dat ouders schadeloos worden gesteld. Dat is winst. Mijn fractie realiseert zich dat daardoor bij deze ouders het vertrouwen niet van vandaag op morgen terug is. Het zal echt even duren voordat deze zaak daadwerkelijk is afgehandeld, maar dit is wel een hele belangrijke stap.

De overige punten uit het algemeen overleg zal ik niet herhalen. Ik heb wel een motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in de CAF-11-zaak sprake is geweest van een tunnelvisie;

overwegende dat in bredere zin de cultuur en werkwijze van de Belastingdienst aandacht behoeft;

overwegende dat de staatssecretaris cultuur als vierde pijler aan de agenda "Beheerst vernieuwen" wil toevoegen;

verzoekt de regering deze pijler toe te voegen in het jaarplan 2020 en bij de eerstvolgende rapportage aan te geven hoe de pijler concreet wordt ingevuld,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Lodders, Snels, Van Weyenberg en Omtzigt. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 508 (31066).

Mevrouw Leijten (SP):
Ik zou mevrouw Lodders willen vragen waarom ze deze motie indient, omdat dit juist is toegezegd in de allerlaatste brief van de staatssecretaris.

Mevrouw Lodders (VVD):
Ik doe dat om te bekrachtigen hoe belangrijk het is. Ik heb vanmiddag in het debat aangegeven dat we kunnen overgaan tot schadeloosstelling, het betalen van een schadevergoeding richting de ouders, dat er een aantal stappen zijn gezet door de staatssecretaris, maar dat het niet zal werken als we niet ook wat doen aan de cultuur binnen de Belastingdienst. Deze motie is om dat kracht bij te zetten en om de staatssecretaris te verzoeken bij de eerstvolgende rapportage aan te geven hoe wij die agenda gaan invullen. Dat stond nog niet in de brief.

De voorzitter:
Dank u wel. Tot zover de termijn van de Kamer. Kan de staatssecretaris reeds antwoord geven. Ja, dat is het geval. Het woord is aan hem.

Staatssecretaris Snel:
Voorzitter. Ik moet wel zeggen dat ik de zesde motie nog niet gelezen heb, maar wel goed heb meegeluisterd. Als die er zo aankomt, zou dat mooi zijn.

Laat ik meteen beginnen met de moties. De allereerste motie, op stuk nr. 503, gaat over het zo snel mogelijk tot afronding komen van de schadeloosstelling voor de ouders. Zij gaat ook in op het feit dat ik zo snel mogelijk, uiterlijk 1 oktober, een tussenrapportage zal geven over de stand van zaken en zal reageren op hoe de commissie-Donner ermee bezig is. We hebben hier vandaag lang met elkaar over gesproken. Ik zie heel goed wat hier staat. Ik ben het er ook mee eens. Veel van de dingen zijn al eerder besproken. Ik heb ook aangegeven dat ik die belangrijk vind, dus ik geef de motie oordeel Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 504 van de heer Omtzigt en mevrouw Lodders. Deze gaat over de klokkenluiders. Ik heb vandaag wat langer daarover gesproken. De heer Van Weyenberg gaf net ook aan dat het bij elke overheidsorganisatie, maar zeker bij de Belastingdienst, ontzettend belangrijk was en is dat er een werkklimaat gecreëerd wordt waarin fouten maken mogelijk is, maar waarin het ook mogelijk is dat men misstanden aankaart. Voor deze motie geldt ook oordeel Kamer.

Dan komen we bij de derde motie van mevrouw Leijten, op stuk nr. 505. Die is niet voor mij, maar voor de Kamer. Ik kan erover zeggen dat het de woorden van mevrouw Leijten zijn die erin staan. Ik heb vanmiddag mijn eigen woorden ervoor gekozen. Maar goed, de motie is niet aan mij gericht, dus ik zal er verder niet te veel over zeggen.

De voorzitter:
Staatsrechtelijk hebt u helemaal gelijk, maar ...

Mevrouw Leijten (SP):
Wat bedoelt de staatssecretaris hiermee?

Staatssecretaris Snel:
Precies wat ik zeg, voorzitter.

Mevrouw Leijten (SP):
Bedoelt hij dat er niet onrechtmatig zou zijn gehandeld?

Staatssecretaris Snel:
Nee, ik zeg dat dit uw woorden zijn, dat u mij niets vraagt en dat ik mijn eigen woorden vanmiddag heb gekozen voor dit alles. Het staat u vrij om deze motie in te dienen.

Mevrouw Leijten (SP):
Staan er dingen in die niet kloppen dan?

Staatssecretaris Snel:
U spreekt bijvoorbeeld ... Het zijn gewoon uw eigen woorden. Ik heb die van mij gekozen. Dat is het enige, voorzitter. Mevrouw Leijten kijkt mij aan alsof er iets verschrikkelijks gebeurt, maar dit is toch gewoon hoe het is?

Mevrouw Leijten (SP):
Ja, er is zeker iets verschrikkelijks gebeurd. De Belastingdienst heeft wetten gebroken en heeft dat niet rechtgezet, maar heeft het rechtssysteem vervolgens gebruikt en dure advocaten ingeschakeld om gezinnen die financieel in de penarie zaten, hun recht te ontnemen. Er is inderdaad heel veel gebeurd. Dat is afkeurenswaardig. De staatssecretaris zegt aan de ene kant: deze motie is niet aan mij, dus ik zeg er niets over. Aan de andere kant zegt hij: maar het zijn niet mijn woorden. Ik moet wel zeggen dat dit mij behoorlijk irriteert. Zeg er dan echt niets over!

Staatssecretaris Snel:
Ik weet niet precies waar deze irritatie vandaan komt. Volgens mij hebben wij vanmiddag uitgebreid gedeeld wat we ervan vonden. Ik heb uitgebreid gedeeld wat ik ervan vond. Dat was niet misselijk. Mevrouw Leijten zegt nu nog wat. Ik zeg alleen: dit zijn uw woorden en het is aan u om die te kiezen. Ik blijf bij mijn constatering dat het niet aan mij is om erop te reageren.

Dan ga ik verder met de motie op stuk nr. 506. Dat is de motie over etnisch profileren. De motie spreekt uit dat dit onaanvaardbaar is. Dat vind ik ook. Laat ik dat volstrekt helder maken. Ik geef de motie daarom oordeel Kamer.

Er liggen nog twee moties. De eerste, op stuk nr. 507, is van de heer Azarkan. Ook daarin wordt mij niets gevraagd. Ik zal het niet meer in mijn hoofd halen om er ook maar iets over te zeggen, want dat is niet de bedoeling. Ik zal er dus niets over zeggen.

Dan ten slotte de laatste motie, op stuk nr. 508. Die is van mevrouw Lodders en de heren Snels, Van Weyenberg en Omtzigt. We hebben het vanmiddag gehad over de toevoeging van de vierde pijler. Het is ontzettend belangrijk dat we dat doen. Dat heb ik aangegeven. We hadden drie pijlers en er komt nu een vierde bij. Als één ding duidelijk is geworden uit ons debat van vanmiddag, is het dat cultuurverandering belangrijk is. Dat ik daar in het jaarplan en bij de eerstvolgende rapportage concreet invulling aan geef, lijkt mij heel verstandig, dus dat doe ik graag. Ook hiervoor geldt dat ik de motie oordeel Kamer geef.

Mevrouw Leijten (SP):
Ik heb nog één vraag aan de staatssecretaris. Het is nog niet zo lang geleden dat een andere staatssecretaris, die de Kamer verkeerde cijfers had gegeven, zijn conclusies trok. Hierbij vond hij zijn relatie met de Kamer in het geding en zei hij: ik neem de verantwoordelijkheid voor de foute informatie en ik stap op. Hoe kijkt de staatssecretaris in dat licht naar zijn eigen rol? Er is niet alleen foute informatie naar de Kamer gegaan, waardoor de relatie met de Kamer is geschaad, maar wij zitten ook met een Belastingdienst die niet alleen onrechtmatig heeft gehandeld, maar dat ook vijf jaar lang heeft volgehouden. Hoe ziet hij nu zijn eigen positie en zijn eigen geloofwaardigheid?

Staatssecretaris Snel:
Ik zal zeker geen recensie geven over wat collega-staatssecretaris Harbers heeft gedaan. Dat is zijn eigen afweging. En het is goed dat iedereen zijn eigen afweging maakt. Ik doe dat hier ook. Volgens mij heb ik vanmiddag duidelijk gemaakt hoe het zit. Wij hebben daar ook met elkaar over gesproken. Ook mevrouw Leijten is daar veelvuldig over aan het woord geweest. Ik heb daarover gezegd wat ik daarover wil zeggen.

De voorzitter:
Prima. Tot zover dit debat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Morgenochtend stemmen wij over de moties. Dank aan de staatssecretaris.

Wij hebben nog acht debatten te gaan. De volgende bewindspersoon maakt reeds zijn opwachting. Ik schors de vergadering voor enkele minuten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Mijnbouw/Groningen

Mijnbouw/Groningen

Aan de orde is het VAO Mijnbouw/Groningen (AO d.d. 27/06).

De voorzitter:
Thans is aan de orde het VAO Mijnbouw/Groningen. Het AO vond plaats op 27 juni jongstleden. Een hartelijk woord van welkom aan de minister van Economische Zaken en Klimaat. Wij hebben vijf sprekers van de zijde van de Kamer. De eerste spreker is mevrouw Beckerman van de fractie van de SP. Het woord is aan haar.

Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter. Goedenavond. Gisteren heeft de Raad van State voor de derde keer op rij een gasbesluit vernietigd. Dat is in principe een overwinning voor de Groningers, maar het is triest dat Groningen elke keer naar de rechter moet voor veiligheid. Daarom wil ik de volgende motie indienen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Raad van State voor de derde maal op rij het gaswinningsbesluit vernietigd heeft;

overwegende dat de Raad van State constateert dat de grondrechten van Groningers in het geding zijn en het instemmingsbesluit niet goed gemotiveerd is voor de periode na het gasjaar 2018-2019;

constaterende dat de gaswinning zo snel mogelijk beëindigd dient te worden;

verzoekt de regering de uitspraak van de Raad van State op te volgen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman, Nijboer, Wassenberg, Van der Lee, Agnes Mulder, Dik-Faber, Yeşilgöz-Zegerius en Sienot.

Zij krijgt nr. 669 (33529).

Mevrouw Beckerman (SP):
Mijn tweede motie gaat over oude schades. Nog steeds zijn er Groningers die schade hebben uit de periode vóór 2017, soms zelfs uit 2012, die niet is afgehandeld. Dat is pijnlijk. Zij moeten een lang gevecht voeren bij de arbiter en de rechter tegen de NAM. Ik wil daar de volgende motie over indienen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat nog steeds bijna 400 schades van voor 2017 niet zijn afgehandeld;

overwegende dat deze gedupeerden al jaren moeten strijden met de NAM bij de rechter en de arbiter;

overwegende dat de Kamer heeft uitgesproken dat alle gedupeerden met schades van voor 2017 voor 1 januari 2020 een rechtvaardige schadeloosstelling moeten ontvangen;

constaterende dat soms ook na een uitspraak van de arbiter gedupeerden nog moeten strijden met de NAM om daadwerkelijk uitbetaald te krijgen;

overwegende dat de minister de belofte heeft gedaan dat deze gedupeerden zich kunnen melden wanneer de NAM schadeloosstelling frustreert;

verzoekt de regering,

  • een meldpunt op te richten waar deze gedupeerden zich kunnen melden;
  • zorg te dragen dat de NAM direct na een uitspraak van de arbiter deze opvolgt en het schadebedrag overmaakt aan de gedupeerden;
  • wanneer dit niet gebeurt gedupeerden zelf schadeloos te stellen en achteraf de kosten te verhalen op de NAM,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman, Nijboer, Wassenberg en Van der Lee. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 670 (33529).

Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u.

De voorzitter:
Dan de heer Wassenberg van de fractie van de Partij voor de Dieren.

De heer Wassenberg (PvdD):
Voorzitter. Ik heb één motie. Die gaat over de gaswinning onder de Waddenzee. Bij het AO keken we over de schouders van de auditcommissie mee en zagen we hoe de gaswinning een negatief effect heeft op de stand van twee kenmerkende vogels: de kluut en de kanoet. Daarmee zijn de voorwaarden voor de vergunning overtreden. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de vergunning voor gaswinning onder de Waddenzee stelt dat er geen meetbare nadelige effecten mogen ontstaan op de voedselvoorziening van kenmerkende vogelsoorten;

constaterende dat uit het advies van de auditcommissie over de monitoring van de aardgaswinning onder de Waddenzee blijkt dat de voedselbeschikbaarheid voor de kluut en kanoet in gebieden waar gas gewonnen wordt afneemt en dat beide vogelsoorten het in gebieden met gaswinning significant slechter doen dan elders in de Waddenzee;

constaterende dat daarmee de voorwaarden uit de vergunning worden overtreden;

verzoekt de regering geen gaswinning onder de Waddenzee toe te staan tot ondubbelzinnig is aangetoond dat de gaswinning geen negatieve effecten heeft voor de kenmerkende vogelsoorten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 671 (33529).

De heer Wassenberg (PvdD):
Dan een punt waar mevrouw Beckerman het ook al over had: de uitspraak van de Raad van State. Twee weken geleden, tijdens het VAO over klimaat en energie, diende ik samen met de leden Nijboer, Van der Lee en Beckerman een motie in, waarin ik de regering verzocht om de gaswinning uit het Groningenveld met ingang van komend gasjaar niet hoger te laten zijn dan de veilige 12 miljard kuub — veilig is wat het Staatstoezicht op de Mijnen stelt — bij een gemiddelde winter, en om de veiligheid van de Groningers altijd te laten prevaleren boven bedrijfsbelangen, of dat nu de belangen van de NAM, Shell, ExxonMobil of de afnemers van het gas zijn. Ik heb die motie aangehouden, maar nu de Raad van State gisteren opnieuw een besluit van het kabinet over de gaswinning heeft vernietigd, is er volgens mij alle reden voor de Kamer om zich uit te spreken over het maximale niveau van de gaswinning. Volgens het Staatstoezicht op de Mijnen is dat 12 miljard kuub per jaar en geen liter meer. Daarom zal ik de motie straks ook op de stemmingslijst laten zetten.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Kunt u even het nummer noemen van die motie?

De heer Wassenberg (PvdD):
De motie krijgt waarschijnlijk een nieuw nummer, omdat deze nu op de lijst komt. Ik heb het nummer even niet paraat.

De voorzitter:
U had de motie al eerder ingediend, begrijp ik.

De heer Wassenberg (PvdD):
De motie was al eerder ingediend en wordt nu in stemming gebracht. Uit mijn hoofd gezegd, heb ik de motie twee weken geleden, op 20 juni, ingediend en nu breng ik deze in stemming.

De voorzitter:
Oké, dan gaan we die voor u opzoeken. Dan de heer Sienot van de fractie van D66.

De heer Sienot (D66):
Voorzitter. Er is de afgelopen maanden veel in gang gezet om het schadeherstel en de versterking op gang te brengen. Wij hopen dat de Groningers deze stappen echt snel gaan merken. We zullen dat de komende maanden goed volgen. Voor dit moment teken ik allerlei moties mee met verschillende van mijn collega's, zoals die van mevrouw Dik-Faber, om snel tot een oplossing voor geestelijke zorg te komen.

Op dat punt heb ik nog een vraag. Bij huishoudens met meervoudige schades zien we een zorgwekkende toename van stressgerelateerde zorgklachten. Ze hebben meer dan twee keer zoveel kans om gezondheidsklachten te ontwikkelen. Is het mogelijk om voor deze gevallen een individuele aanpak te ontwikkelen, om deze groep in beeld te krijgen en waar nodig te begeleiden? We begrijpen dat de minister hierover zijn licht zou opsteken bij de TCMG; zoiets liet hij doorschemeren bij het AO. Is dat inmiddels gebeurd? Zou de minister daarop kunnen reageren?

Dat was het voor dit moment. Ik kijk uit naar de antwoorden en vooral naar de resultaten in de straten en huizen van Groningen.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan de heer Van der Lee van de fractie van GroenLinks.

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. Ik wilde alleen even zeggen dat ik het heel terecht vind dat de Raad van State het gaswinningsbesluit heeft vernietigd. Dat is een verdienste van de Groningers, Bea Blokhuis, de Groninger Bodem Beweging en vele anderen. Nu is het zaak dat we daar echt opvolging aan geven. Er worden moties voor ingediend; die heb ik allemaal meegetekend. Maar ik heb ook een brief gelezen die we eergisternacht kregen, over de beëindiging van gaswinning in Groningerveld, de stikstofinzet en GasTerra. Ik vond dat een heel boeiend stukje proza, dat heel erg inging op de marktprijszetting op de gasmarkt en dat stelde dat 100% inzet van stikstof zou kunnen leiden tot manipulatie op de markt.

Dat is heel interessant, maar ik zou de minister willen vragen — die vraag hoeft hij vanavond niet te beantwoorden, maar wel na de zomer, als we hier echt over gaan spreken — wat heeft dat met de veiligheid van de Groningers te maken? Wat heeft dat met leveringszekerheid te maken? Dat gaat over prijsvorming. Op zich begrijp ik dat; er zitten kosten aan vast, maar ik begrijp niet wat het een met het ander te maken heeft. Ik zou heel graag willen weten hoe de minister dat ziet. Dat kan hij nader uitwerken en dan kunnen we dat uitvoerig bespreken, want het is cruciaal dat we naar die 12 miljard kuub gaan en liefst nog daaronder komen. Dus dat is mijn vraag voor vanavond.

Dank u wel.

De voorzitter:
Uw vraag voor vanavond. Heel goed. Dan de heer Nijboer van de fractie van de Partij van de Arbeid.

De heer Nijboer (PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ik sluit me even aan bij de vraag van de heer Van der Lee, want ik vind ook dat het verhaal over die marktmacht weer zo'n argument is dat erbij komt. Eerst was het fluctuatie, daardoor moest het niveau van gaswinning hoger zijn; daar horen we nu bijna niks meer van. Zo komt er elke keer weer een nieuw argument om de hoek kijken, waardoor de gaswinning in Groningen te hoog is. Dus graag een reactie daarop van de minister.

Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in Groningen voor beeldbepalende, karakteristieke gebouwen nog altijd een grens van 150% marktwaarde of 100% herbouwwaarde wordt gehanteerd bij de afweging om over te gaan tot sloop;

overwegende dat boerderijen, woonhuizen en andere gebouwen uit begin 20e eeuw en eerder mede het unieke karakter bepalen van het Groninger land;

overwegende dat er geen juridische of maatschappelijke argumenten zijn om beeldbepalende gebouwen niet te behouden;

verzoekt het kabinet financiële overwegingen niet meer te betrekken bij de overwegingen om over te gaan tot eventuele sloop van beeldbepalende karakteristieke gebouwen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Nijboer, Beckerman, Wassenberg en Van der Lee. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 672 (33529).

De heer Nijboer (PvdA):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan mevrouw Dik-Faber van de fractie van de ChristenUnie.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er drie jaar lang een bedrag van 1 ton beschikbaar is gesteld voor geestelijk zorg in het aardbevingsgebied;

constaterende dat er inmiddels een Proatbus rondrijdt, waar mensen laagdrempelig terecht kunnen voor een "luisterend oor";

overwegende dat de vraag naar geestelijke zorg vele malen groter is dan wat nu geboden wordt;

overwegende dat van belang is dat geestelijke zorg onafhankelijk van overheid of instituties wordt geleverd;

verzoekt de regering in overleg met de regio en met het bestuur van het Nationaal Programma Groningen te komen tot een oplossing voor het tekort aan geestelijke zorg, en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dik-Faber, Agnes Mulder, Sienot, Nijboer en Van der Lee.

Zij krijgt nr. 673 (33529).

De voorzitter:
Dank u wel. De laatste spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Agnes Mulder van de fractie van het CDA.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):
Dank u wel.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het advies van het SodM is dat de gaswinning in Groningen naar maximaal 12 miljard kuub moet;

overwegende dat de Raad van State de afbouw van het gebruik van Groningengas en daarmee het mogelijke terugbrengen van de winning onvoldoende gemotiveerd acht;

overwegende dat nu wordt onderzocht of de gaswinning verder verlaagd kan worden door 100% inzetten van de stikstofinstallaties, het beleveren van exportpunt Oude Statenzijl (richting Duitsland) met pseudo-Groningengas en het deels vullen van gasopslag Norg met pseudo-Groningengas;

verzoekt de regering ook maatregelen te onderzoeken om de vraag naar Groningengas door grote afnemers en afnemers in het buitenland te verlagen, en dat mee te nemen voor het vaststellingsbesluit voor het komende gasjaar 2019-2020 en de Kamer elk halfjaar te informeren over de concrete stappen en reductie van de vraag naar Groningengas,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Agnes Mulder, Sienot, Dik-Faber, Van der Lee, Beckerman, Yeşilgöz-Zegerius, Nijboer en Wassenberg.

Zij krijgt nr. 674 (33529).

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):
De uitspraak van de rechter van gisteren gaat ook over de afbouw van de winning en over de leveringszekerheid. Het instemmingsbesluit is opnieuw vernietigd. Met name op het punt van het afbouwen door de grootverbruikers van Groninger gas en de gesprekken met het buitenland moet het concreter. Rond de grootgebruikers is onduidelijk welke gesprekken er nu lopen en welke bedrijven al komend jaar of het jaar daarna omschakelen en hoe zij daartoe aangezet worden. Nog onduidelijker is hoe de gesprekken met het buitenland verlopen. Daarom heb ik deze motie ingediend, want het moet voor ons allen hier in de Tweede Kamer 100% transparant en goed te volgen zijn hoe het nu gaat met het terugbrengen van de gaswinning naar nul. Daarom willen wij dat ieder halfjaar teruggekoppeld hebben van deze minister. Deze minister moet alles op alles zetten om zo snel mogelijk terug te gaan naar nul.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Tot zover de termijn van de Kamer. Is de minister al in staat om de moties te becommentariëren?

Er is nog een vraag van mevrouw Dik-Faber.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Geen vraag, voorzitter. De heer Van der Lee wenst mijn zojuist ingediende motie op stuk nr. 673, mee te ondertekenen. Kan dat langs deze weg worden aangevuld?

De voorzitter:
Ja, dat kan. Dat is bij dezen vermeld.

Het woord is aan de minister, maar eerst schors ik voor twee minuten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Het woord is aan de minister. O, mevrouw Mulder heeft nog een kleine oproep aan het Nederlandse volk.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):
Ja, voorzitter, hartelijk dank. Collega Wassenberg van de Partij voor de Dieren wil ook graag als mede-indiener gezien worden van de motie die ik zojuist heb ingediend. Als dat op deze manier geregeld kan worden, zou dat heel fijn zijn.

De voorzitter:
Vooruit dan maar weer. Het betreft de motie op stuk nr. 674.

De minister.

Minister Wiebes:
Voorzitter. De motie-Beckerman c.s. op stuk nr. 669 geef ik oordeel Kamer.

Over de motie-Beckerman c.s. op stuk nr. 670 heb ik de toezegging gedaan in het debat dat ik samen met de CdK afga op deze gevallen.

De voorzitter:
CdK, dat is?

Minister Wiebes:
De commissaris van de Koning. We gaan nu nog niet over tot een meldpunt. Er zijn geen gevallen bekend. Er zijn wel gevallen bij mevrouw Beckerman bekend. Maar wij gaan nogmaals eerst bij de NAM terecht, want we willen dat dit gewoon loopt. We gaan het op die manier doen en ik ontraad de motie in deze vorm.

De derde motie, op stuk nr. 671, gaat over de kluut en de kanoet. Op basis van de geconstateerde aantallen adviseert de onafhankelijke commissie niet om de hand-aan-de-kraan toe te passen. Ja, er zijn wel fluctuaties. Dat wordt onderzocht en de minister van LNV en ik komen daar nader op terug. De procedure loopt en derhalve moet ik deze motie ontraden.

De voorzitter:
De heer Wassenberg, één vraag.

De heer Wassenberg (PvdD):
Kan de minister aangeven wanneer dat onderzoek ongeveer klaar zal zijn?

Minister Wiebes:
Op dit moment niet, nee. Maar dat zal ik uitzoeken.

De heer Wassenberg (PvdD):
Dan houd ik vooralsnog die motie even aan.

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Wassenberg stel ik voor zijn motie (33529, nr. 671) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Wiebes:
Dan de vraag van de heer Sienot die ertussendoor kwam. Ja, ik ben erover in gesprek met de TCMG, maar die is nu natuurlijk vooral bezig met het versnellen van de operatie. Hij is nog niet toegekomen aan een goed antwoord hierop, want hij wil natuurlijk eerst de opnamesnelheid vergroten. Ik kom daar nog op terug.

De heer Van der Lee stelt de vraag ...

De voorzitter:
Even mevrouw Mulder op het vorige punt.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):
Dat is een motie van collega Nijboer. Ik herken de oproep daarin en ik wil graag precies weten wat de inzet van de minister op dit punt is.

De voorzitter:
Helder.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):
Gaan er geen andere financiële grenzen gelden op het moment dat je het over dit type panden hebt?

Minister Wiebes:
Maar daar ben ik nog helemaal niet aan toe. Daar ben ik nog niet aan toe, maar ik begrijp dat er al een vraag is over de opmerking die ik straks ga maken.

De voorzitter:
De Kamer is het bij voorbaat al oneens met u.

Minister Wiebes:
Voorzitter. De vraag van de heer Van der Lee. Nogmaals, het gaat hier niet over opbrengstmaximalisatie. Als we uit waren geweest op opbrengstmaximalisatie, hadden we op 31 maart vorig jaar een volstrekt ander besluit genomen. Het gaat hier om het punt dat er wel een fluïde gasmarkt moet zijn. Als er manipulatoren instappen, kan de Nederlandse gasmarkt, ook die voor hoogcalorisch gas — en daar gaat het hier om — onaantrekkelijk worden. En dan kan er dus bij het hoogcalorische gas een leveringszekerheidsprobleem ontstaan. Dat is wat hier dreigt.

De heer Nijboer koos volgens mij de woorden: er is altijd wat. Ik vond dat ietsje respectloos. Vorig jaar had niemand gedacht dat we in het gasjaar dat hierna komt, op die 17,4 zouden komen. Dat heb ik daarna ten tijde van het Gaswinningsbesluit, naar 15,8 weten te brengen en ik heb het er nu al over of ik niet naar 12,8 of minder kan gaan. Er is níémand in het kabinet bezig met opbrengstmaximalisatie. We zijn hier een wedstrijd aan het doen tegen onszelf om de Groninger te laten zien dat de gaswinning zo snel mogelijk naar nul gaat. Daar kan geen twijfel over zijn! Dat wil ik echt even benadrukken.

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Op zich begrijp ik het antwoord van de minister, want dat stond ook al op papier. Mijn vraag was een andere, namelijk: hoe verhoudt dit zich nou tot de veiligheid van de Groningers en de leveringszekerheid? Dit is een ander type argument. Ik begrijp het argument op zich wel, maar het is aan u om een belangenafweging te maken en deze brief biedt mij daar inzicht in. Bovendien roept het bij mij ook vragen op, ook over de mate waarin de stikstofmarkt volledig transparant is. Is dat volledig bekend, ja of nee? Mij als Kamerlid is dat in ieder geval niet bekend, want ik zie elke keer nieuw nieuws over de hoeveelheid stikstof die beschikbaar is. In de brief wordt verondersteld dat die kennis in de markt aanwezig is. Dat zijn allemaal vragen en ik stel voor dat we daar na de zomer aan de hand van een nadere brief van de minister met elkaar over spreken.

Minister Wiebes:
Ik heb deze week al geprobeerd om die nadere brief te sturen. De vragen van de heer Van der Lee moeten dan eerst iets helderder worden. Het gaat niet om de hoeveelheid stikstof, maar om de mate waarin de stikstofcapaciteit benut wordt. Die is bekend in de markt; iedereen kan dat zien. Dat kun je gewoon aflezen en het is algemeen bekend dat we alleen maar op hoogcalorisch gas kunnen overgaan als er ook een gedegen markt is voor hoogcalorisch gas. De voorwaarde om van Gronings gas weg te kunnen gaan, is wel dat we de hoogcalorischegasmarkt fluïde houden en dat is waar dit over gaat.

Voorzitter. Ik probeer naar de vierde motie, op stuk nr. 672 te gaan. Ik heb de vorige keer in het debat tegen de heer Nijboer gezegd dat er geen automatisme is dat er boven de 150% zou moeten worden gesloopt bij beeldbepalende panden. Gemeenten maken een lijst van beeldbepalende panden. De eigenaar en de gemeente zijn betrokken bij die afweging, maar het is niet raar dat er op een gegeven moment een afweging wordt gemaakt. Je hebt 150%, maar het kan ook 1.000% worden. Op een gegeven moment maak je een afweging. Daar worden partijen bij betrokken.

Het wordt dus geen automatisme, maar zoals het hier staat, zijn de financiële overwegingen totaal niet meer te betrekken bij die overweging. Maar de partijen die ermee te maken hebben, betrekken dat wel degelijk in hun overwegingen, en daarom gaat deze motie mij net te ver. Ik dacht eigenlijk dat ik de heer Nijboer vorige keer gerustgesteld had over dat de afweging hier slechts begon en dat er geen automatisme is. Maar nu wordt het ineens verboden om financiële afwegingen daarin te betrekken. Daarom moet ik deze motie helaas ontraden, terwijl ik toch vorige keer dacht dat de heer Nijboer en ik het eens waren.

De voorzitter:
Ik beperk de vragen tot de eerste indiener van de motie, maar laat dat in dit geval de heer Nijboer zijn. Het woord is aan hem.

De heer Nijboer (PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Nog een kleine opmerking over zojuist. Die fluctuaties zagen op wat vooral minister Kamp destijds aanvoerde om de gaswinning niet te kunnen minderen.

Minister Wiebes:
Aha, oké.

De heer Nijboer (PvdA):
Ik snap dat minister Wiebes zich niet aangesproken voelt, maar dat was toen echt een hoofdargument en daar hoor je nu weinig meer van.

Over deze motie. Waar het mij om gaat, is dat niet een soort standaard wordt gezet, van: boven de 150% gaan we discussiëren of het nog wel overeind blijft. Dat is nu in de praktijk wel het geval. Dat hebben we ook gewisseld in het debat. Dan zeggen ze: 150%, nou ja, dan is het eigenlijk te duur. Als je op 170 zit, ben je er al vanaf, en dáár wil ik vanaf. Ik snap het heus, en de mensen snappen het ook: er is niemand die een huis van een ton wil heropbouwen voor 3 miljoen. Dat is niet het punt. Als dit principe wordt onderschreven, dan wil ik de motie misschien ook nog wel iets anders formuleren, maar het is nu een richtsnoer, die gewoon vastligt bij de Nationaal Coördinator. In al die brieven die mensen krijgen, staat gewoon 150% en dat vind ik niet goed.

Minister Wiebes:
Laat ik dan op mij nemen dat ik de communicatie hierover in lijn breng met wat wij in het debat hebben gewisseld. Dan zou de snelste weg naar geluk voor iedereen zijn als deze motie wordt ingetrokken en ik nu de toezegging doe dat ik naar die communicatie ga kijken. Als ik die motie nu ontraad, gaan de mensen in Groningen denken dat alles wat ik in het debat heb gezegd, ineens niet meer zou gelden. Daar maken we mensen alleen maar ongerust mee.

De heer Nijboer (PvdA):
Dan hou ik de motie aan. Ik ontvang graag een brief van de minister over hoe hij precies invulling geeft aan de gedachte die in deze motie staat.

De voorzitter:
De motie-Nijboer c.s. op stuk nr. 672 wordt aangehouden.

Minister Wiebes:
Nou, over micromanagement gesproken!

De voorzitter:
En wanneer krijgen wij die brief van u?

Minister Wiebes:
Nou, ik ga even nadenken of ik die brief ... Ik ga even naar de communicatie kijken, maar het totale automatisme in mijn huiswerk opgegeven door de Kamer ga ik nog even bezien. Ik begrijp de wens van de heer Nijboer dat hij graag inzicht wil krijgen in hoe die communicatie verbetert en ik zal daar ook over nadenken.

De voorzitter:
Heel goed. Toch de heer Nijboer nog even.

De heer Nijboer (PvdA):
Voorzitter. Dan brengen we de motie gewoon in stemming.

De voorzitter:
Goed. De motie-Nijboer c.s. op stuk nr. 672 wordt níét aangehouden en níét ingetrokken.

Minister Wiebes:
De motie op stuk nr. 673 over geestelijke verzorgers van mevrouw Dik-Faber laat ik oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 674 van mevrouw Mulder over het verlagen van de vraag naar Groninger gas laat ik ook oordeel Kamer.

De voorzitter:
Dank u wel. Tot zover ...

Minister Wiebes:
Nee, dan hebben we ook nog ... Nee, de motie van de Partij voor de Dieren had al een advies gekregen. Of nog niet?

De voorzitter:
Ja, dat had die zeker. En ze is aangehouden. Meneer Wassenberg.

De heer Wassenberg (PvdD):
Over die aangehouden motie. Ik wil weten of de minister na de uitspraak van de Raad van State daar een andere appreciatie van heeft. Hij had de motie in eerste instantie ontraden en ik wil weten of er na gisteren enig licht zit in het antwoord, of dat de minister tot een ander oordeel komt.

Minister Wiebes:
Over dat instemmingsbesluit heeft de Raad van State geoordeeld dat het niks met het huidige gasjaar te maken heeft, wat op zich opmerkelijk was, want dat was het gasbesluit dat voorlag. Kijk, het vaststellingsbesluit van het komende gasjaar was waar de uitspraak van de Raad van State over gaat en dat vaststellingsbesluit bestaat nog niet. Dus ik denk dat ik misschien uniek ben in het feit dat ik een uitspraak van de Raad van State heb gehad over een besluit dat nog niet bestaat. Daar gaat het niet om het volume van gas. Ik ben het die zegt: dat moet naar 12, SodM wil dat graag. De Raad van State heeft daar alleen van gezegd dat de onderbouwing ervan op punten beter moet. En dat is volkomen logisch, want de Raad van State heeft nog het document met de 17,4 gekregen. Die loopt nog achter op de 15,8 en die had van de 12,8 nog helemaal niet gehoord. Dus ik ben het er natuurlijk volledig mee eens dat dat getal van 17,4 niet te onderbouwen is, want ik heb het zelf inmiddels al twee keer onderuitgehaald. Dus wat ik maar wil zeggen is: de gaswinning gaat omlaag, zo veel als maar kan, en die onderbouwing komt er.

De voorzitter:
Mevrouw Mulder.

Minister Wiebes:
Maar dat verandert aan deze motie niks.

De voorzitter:
Mevrouw Mulder, wat kan ik nog voor u doen? Houdt u het kort en puntig.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):
Ik snap eigenlijk niet waarom de minister niet gewoon bereid is om die brief te sturen, om even te bevestigen dat die 150% geen harde grens is en dat er gewoon met gezond boerenverstand wordt gekeken naar zo'n woning. Ik snap niet waarom zo'n brief niet gewoon gestuurd kan worden. Dan kunnen wij bij het volgende debat, in september, kijken of wij vinden dat het er goed in staat en of het goed wordt uitgevoerd. Ik snap hier werkelijk helemaal niks van, dus ik hoop dat de minister alsnog die brief toezegt.

Minister Wiebes:
Dat was helemaal niet de vraag van de heer Nijboer. Ik heb de toezegging gedaan in het debat. Die staat in de Handelingen. Ik ben best bereid om dat nog op te schrijven. Waar het om ging, is dat de heer Nijboer vroeg hoe ik precies de communicatie ging veranderen. Dat gaat blijkbaar om een stapel brieven waarbij ik met de wijzigingenmanager aan ga vertellen hoe de brieven naar bewoners moeten worden veranderd. Dat vond ik nogal microscopisch huiswerk. Ik heb de toezegging gedaan, ik denk precies in de woorden zoals mevrouw Mulder die nu herhaalt. Daar sta ik ook helemaal achter.

De voorzitter:
Prima.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Tot zover dit debat. Morgenochtend stemmen wij over de moties.

We hebben nog zeven debatten te gaan, waaronder een korte heropening. Die gaan we nu doen.

Verbod op kolen bij elektriciteitsproductie

Verbod op kolen bij elektriciteitsproductie

Aan de orde is de behandeling van:
en van:

  • het wetsvoorstel Regels voor het produceren van elektriciteit met behulp van kolen (Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproductie) (35167),

(Zie vergadering van 26 juni 2019.)

De voorzitter:
Het gaat om een heropening in derde termijn van de behandeling van de Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproductie (35167).

De algemene beraadslaging wordt heropend.

De voorzitter:
We hebben vier sprekers van de zijde van de Kamer. De eerste is de heer Van der Lee van de fractie van GroenLinks. Het woord is aan hem.

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. Ik had al bij de behandeling van de kolenwet aangekondigd dat ik een heropening zou vragen als dat nodig was. Dat bleek helaas nodig, omdat we bij de stukken over het Klimaatakkoord ook een brief kregen over de uitvoering van het Urgandavonnis. Er is een gat van 9 megaton. Er ligt een pakketje van 4 megaton. Er is dus nog 5 megaton te gaan. Daar hebben we het gisteren ook uitvoerig over gehad, maar daar is eigenlijk geen beweging op gekomen.

Dat heeft er bij mij toe geleid dat ik een amendement heb ingediend op de kolenwet. Het idee ervan is dat we marktwerking gaan creëren tussen de overgebleven kolencentrales. We geven hun de opdracht hun CO2-uitstoot te reduceren. De centrale die het minst daarin slaagt, wordt gesloten. Dat is geen willekeur, maar dat is marktwerking. Het is een race tussen gelijken. Het kabinet vreesde dat dit een perverse prikkel zou veroorzaken en dat de productie zelfs opgevoerd zou kunnen worden. Ik heb er daarom aan toegevoegd dat daar een plafond in komt, namelijk de CO2-uitstoot uit 2018. Daar mag men in de komende jaren niet meer overheen. Ik hoop dat we met dit mechanisme versneld die 5 megaton gaan besparen. Dat is het simpele idee.

De noodzaak daarvan wordt onderstreept door een ander stuk dat we een paar uur geleden kregen naar aanleiding van een eerder verzoek van mij. In dat stuk wordt inzicht geboden in de ontwikkeling van de CO2-uitstoot per sector. Dan zie je dat ten opzichte van 1990 de uitstoot in de elektriciteitssector zeer fors is gegroeid. Dat komt ook door die kolencentrales. Een ander bericht dat vandaag bekend werd, is dat in Duitsland, in ons buurland, men erin is geslaagd om in het eerste halfjaar van 2019 meer dan 20% van de uitstoot gerelateerd aan bruinkool te reduceren. Er worden elders in Europa forse stappen gezet, en bij ons gaat het traag. We halen Urgenda niet met wat er ligt. Het zou een unieke situatie opleveren dat we een gerechtelijk vonnis dat in twee instanties is bevestigd, niet zouden uitvoeren. En we hebben nu de mogelijkheid, met deze kolenwet, om die stap te zetten. Ik doe een indringend beroep op de minister om dit amendement heel serieus te overwegen en er een "oordeel Kamer" aan te geven.

De voorzitter:
U heeft het over het amendement op stuk nr. 22, dat u vandaag heeft ingediend?

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Ja. Dat is een variant op een eerder gewijzigd amendement, om ook die perverse prikkel die het kabinet vreesde, eruit te halen. En ik heb net ook geprobeerd te betogen dat hier geen sprake is van willekeur, en ook niet van onbehoorlijk bestuur. De Hemwegcentrale heeft bij de sluiting minder tijd gekregen van dit kabinet. En ik noem ook bijvoorbeeld het besluit van gisteren rond het openbreken van de Autobrief waarbij het ging om elektrisch rijden. Dat gebeurt ook op veel kortere termijn dan bij deze kolencentrales. Het is dus niet onbehoorlijk. Het is niet willekeurig. Er gaat geen perverse prikkel van uit. Het gaat wel bijdragen aan de extra 5 megaton CO2-reductie die we zo dringend nodig hebben.

De voorzitter:
Voor de volledigheid: het amendement dat u vandaag heeft ingediend, namelijk het amendement op stuk nr. 22, is een wijziging van het amendement op stuk nr. 20, dat u in de tweede termijn heeft ingediend en dat ook is becommentarieerd door de minister.

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Neenee, ik heb het niet in tweede termijn ingediend. Ik heb het na het debat ingediend, maar de minister heeft een brief gestuurd voor de stemmingen van afgelopen dinsdag waarin hij een appreciatie gaf van dat amendement.

De voorzitter:
En dat was?

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Die appreciatie was ontraden. Ik heb mijn amendement daarop aangepast, en ik heb vervolgens om een heropening gevraagd om een nieuw oordeel te krijgen over dit aangepaste amendement.

De voorzitter:
Kijk! Nu snappen we het allemaal weer.

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Ja?

De voorzitter:
Ja, ik ben weer helemaal op de hoogte.

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Dat is fijn. Het is laat, maar …

De voorzitter:
Nee, maar je hersens werken nog volop. Mevrouw Agnes Mulder van de fractie van het CDA ziet af van haar spreektijd. De laatste spreker is de heer Van Otterloo van de fractie van 50PLUS.

De heer Van Otterloo (50PLUS):
Dank u, voorzitter. Ik heb met name een vraag over het amendement dat de heer Van der Lee heeft ingediend. Naar aanleiding van de reactie die gisteren van de minister kwam, wil ik graag weten op welke wijze — al dan niet met het amendement van de heer Van der Lee — we ervoor zorgen dat inderdaad de meest vervuilende centrale het eerst zal worden gesloten. Ik ben namelijk wat in verwarring gebracht. Na de reactie van gisteren weet ik niet helemaal meer zeker of een sluiting of een tijdelijke sluiting van een kolencentrale ook ongewenste effecten heeft op de hoeveelheid CO2 per kilowattuur. Wat ons betreft komt er een methode waarbij echt de meest vervuilende in de zin van het meeste bijdragend aan de CO2-uitstoot, het eerst verdwijnt. Als het aan 50PLUS ligt, kan dat met het amendement van de heer Van der Lee zijn, tenzij blijkt dat we dat met een andere maatstaf beter bereiken. Ik zou de staatssecretaris dus ook willen uitnodigen om …

De voorzitter:
De minister.

De heer Van Otterloo (50PLUS):
Sorry, de minister. Ik leef in het verleden. Ik zou de minister willen uitnodigen om tot een zodanig advies te komen dat het doel in ieder geval wordt bereikt.

De voorzitter:
Kan de minister reeds het amendement van de heer Van der Lee op stuk nr. 22 becommentariëren? Dat is het geval. Het woord is aan hem.

Minister Wiebes:
Jazeker, en ik zal de vraag van de heer Van Otterloo ook direct meenemen. Je kunt wel spreken over een race tussen gelijken, maar de heer Van der Lee legt de startlijn voor deze race tussen gelijken op een verschillende plek. Tussen die centrales bestaat geen objectief verschil in rendement. Het zijn gelijken. Dat was ook mijn bezwaar tegen het vorige amendement. Het gewijzigde amendement stelt een maximering op de uitstoot van 2018 als randvoorwaarde. Dat wordt gedaan om een race naar de bodem te voorkomen. Maar daarmee staan ook de bezettingsgraden vast, want de toevallige uitstoot van 2018 bepaalt hoeveel je mag draaien. Daarmee staan de bezettingsgraden over het jaar dus vast. Die hebben weer invloed op de rendementen. We hebben dus eigenlijk in 2018 de race al gedaan, maar zonder te weten dat het een race was, want daar komen de maximale rendementen van deze verder gelijke centrales uit. Dat betekent dat de uitkomst van deze centrales die in principe gelijk zijn, nu volkomen willekeurig is. Die wordt immers bepaald door wat er in het verleden is gebeurd en wat nu niet meer kan worden beïnvloed. Dat is juridisch beslist niet houdbaar.

Verder zou ik het bezwaarlijk vinden als ik aansluit bij het betoog van de heer Van der Lee waarin hij dit aankondigt als maatregel voor Urgenda. Het amendement gaat in in 2023, en dat is een jaar waar Urgenda niet op ziet. Daarnaast is bij sluiting van één centrale in 2023, de kans op dat moment nog zeer aanzienlijk dat die stroomvoorziening wordt overgenomen door een Duitse bruinkoolcentrale. Dan is er een weglek van meer dan 100%. Dat betekent dus dat we hier in feite het klimaat zouden gaan verslechteren. Dat is ook geen grote bijdrage aan het tegengaan van de opwarming van de aarde. En overigens ben ik het met de heer Van der Lee eens dat het vonnis staat en dat er gewoon doorgegaan moet worden met de zoektocht.

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Sommige argumenten stellen wat voor, maar dat laatste slaat eigenlijk nergens op, want dan zou dat ook linea recta voor de sluiting van de Hemweg gelden. Dat vind ik echt gewoon onzin.

Dan het andere argument. Ook daar kan een oplossing voor worden gevonden. Maar ik merk dat er niet echt met mij wordt meegedacht.

Dan een uitnodiging aan de minister. U zegt: de start is ongelijk. Daar kunnen we ook wat aan doen. We kunnen ook kijken naar de tijd die de centrales open zijn geweest en dan berekenen wat de gemiddelde uitstoot per jaar was. Dan is dat de cap voor de jaren die komen, om die perverse prikkel die u vreest te voorkomen. Zo zouden we dat kunnen oplossen. Dat maakt het nog complexer.

Als ik die aanpassing ga doen, denk ik dat de minister weer met andere argumenten komt om mijn amendement te ontraden, omdat hij eigenlijk niet gelooft, of wenst te zien, dat het nu starten van een wedloop tussen die centrales wel degelijk al gaat leiden tot CO2-besparing en ook impact kan hebben op Urgenda. De conclusie volgt later maar je begint aan een wedloop en dan gaan de bedrijven, met drie verschillende eigenaren, daar wel op anticiperen.

Minister Wiebes:
Ik vind GroenLinks en de heer Van der Lee altijd aan mijn kant als het erom gaat tegenover andere leden van deze Kamer de wetenschappers van het IPCC te verdedigen. Maar nu heeft GroenLinks binnen 48 uur eerst PwC en nu het Frontierrapport afgeserveerd. Ik zou wel willen dat we degelijke, door experts in elkaar gezette rapporten enige geloofwaardigheid toekennen. En dan is de weglek zeer groot en dan is deze maatregel wat mij betreft onwenselijk. Ik blijf bij het advies: ontraden.

De voorzitter:
Ontraden, dus. De heer Van der Lee, afrondend.

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Dan afrondend nog één opmerking over PwC. We hebben ze hier gehoord bij de technische briefing. Zij erkennen zelf dat zij volstrekt geen rekening hebben gehouden met de terugsluis die wij allemaal in onze varianten hebben opgenomen. Als je zo eenzijdig kijkt naar het in kaart brengen van het risico op weglek, dan is dat geen waardevolle bijdrage aan de discussie. Ik ben altijd bereid om wetenschappelijke inzichten en planbureaus heel serieus te nemen, maar als je bewust maar naar één helft van het verhaal kijkt, dan kan ik dat verhaal niet serieus nemen.

Minister Wiebes:
In een microeconomische analyse weten we allemaal dat als je een heffing zet op het product, de marginale kostprijs hoger wordt en dus ook de prijsvorming hoger wordt. Als de markt dat niet volgt — en dat is dan niet zo, want Nederland doet het in zijn eentje — dan komt er dus minder volume in Nederland terecht. Punt. Dat is heel logisch.

De voorzitter:
Dank u wel. Tot zover dit debat. Dank aan de minister voor zijn aanwezigheid.

De algemene beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Vanochtend nog stemmen wij over het amendement op stuk nr. 22.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Uitgangspuntennotitie Cultuurbeleid 2021-2024

Uitgangspuntennotitie Cultuurbeleid 2021-2024

Aan de orde is het VAO Uitgangspuntennotitie Cultuurbeleid 2021-2024 (AO d.d. 27/06).

De voorzitter:
Aan de orde is het VAO Uitgangspuntennotitie Cultuurbeleid 2021-2024. Een hartelijk woord van welkom aan de minister. Hoe later op de avond, hoe beter volk, geloof ik. Wij hebben zes deelnemers van de zijde van de Kamer. De eerste spreker is mevrouw Belhaj van de fractie van D66. Het woord is aan haar.

Mevrouw Belhaj (D66):
Voorzitter. Een VAO, een beetje laat. Het is nog geen vijf voor twaalf, maar wel bijna vijf voor half twaalf. Cultuur is ongelofelijk belangrijk, voor ons allemaal; voor verschillende fracties, maar ook voor veel Nederlanders en mensen die daarin werken.

Ik heb maar twee minuten, dus ik begin met mijn moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de voorgestelde definitie van een ontwikkelinstelling te beperkt is omdat er geen sprake kan zijn van "ontwikkeling" zonder "onderzoek";

verzoekt de regering om de term "onderzoek" toe te voegen aan de definitie "ontwikkelinstelling" (artikel 3.45) in de conceptregeling BIS-regeling 2021-2024,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Belhaj en Ellemeet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 301 (32820).

Mevrouw Belhaj (D66):
Voorzitter. Tot slot nog een aantal vragen aan de minister. Ik zou de minister willen verzoeken om zo veel mogelijk te borgen dat tussen de Raad voor Cultuur en de fondsen de uitwisseling van expertise inzake de verschillende subsidieaanvragen gewaarborgd wordt. Wellicht kan ze daar nog op antwoorden.

Ik blijf mijn zorgen hebben over het effect voor de podiumkusten, gezien de enorme tekorten die er nu zijn. Helaas hebben wij geen mogelijkheden om daar tussentijds nog iets aan te wijzigen, maar ik zou u vast willen meegeven dat, als er problemen komen, D66 die in ieder geval zeker aan de orde zal moeten stellen.

Voorzitter. Tot slot heb ik uiteraard nog een motie. Nee, eerst nog een verzoek. Wil de minister toezeggen om geld en de mogelijkheid van een ontwikkelingsfunctie over te hevelen naar de fondsen indien blijkt dat de ontwikkelingsplekken in de huidige BIS niet volledig ingevuld kunnen worden?

Voorzitter. Ik ga over naar mijn laatste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de inkomsten uit de exploitatie van films en series steeds meer neerslaan bij de eindexploitanten in de keten;

constaterende dat de Raad voor Cultuur in zijn sectoradvies over de audiovisuele sector geadviseerd heeft een (bron)heffing in te voeren voor eindexploitanten;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe het aanbod en de zichtbaarheid van kwalitatief hoogstaande Nederlandse culturele audiovisuele producties gericht kan worden versterkt en daarbij de aanbeveling voor de Raad voor Cultuur over heffingen, quota en investeringsverplichting te betrekken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Belhaj, Westerveld en Asscher. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 302 (32820).

Mevrouw Belhaj (D66):
Voorzitter. Voor de rest: er zijn moties die wij hebben medeondertekend, maar die zullen straks ingediend worden.

De voorzitter:
Dan is het woord aan de heer Kwint van de fractie van de SP.

De heer Kwint (SP):
Dank, voorzitter. Ik ben er redelijk aan gewend dat ik het niet eens ben met het kabinet over het te bereiken doel, maar in dit specifieke geval denk ik dat ik een hele hoop van de doelstellingen van de minister deel en alleen vraagtekens zet achter de manier waarop. Sterker nog, vraagtekens? Ik denk dat het beter kan. Daarom een motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het kabinet binnen de podiumkunsten voornemens is het gesubsidieerde aanbod te verjongen en verbreden;

constaterende dat juist binnen de podiumkunsten grote twijfels bestaan over de vraag of dit het best bereikt kan worden door de uitgebreide basisinfrastructuur gecombineerd met een forse bezuiniging bij het Fonds Podiumkunsten;

verzoekt de regering af te zien van de bezuiniging bij het Fonds Podiumkunsten en het fonds een centrale rol te geven in de breed gedeelde wens tot verbreding en verjonging,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kwint, Ouwehand en Asscher. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 303 (32820).

De heer Kwint (SP):
Wij hebben het ook gehad over de besluitvorming en over de manier waarop die in gemeenten en provincies wordt georganiseerd. Leidt dat niet tot ondermijning van de lokale democratie? Onze zorgen daarover hebben wij ook verwoord in een motie, en die luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat stedelijke regio's een belangrijke rol krijgen in het nieuwe cultuurbeleid en deze regio's geen rechtstreekse democratische legitimiteit kennen;

van mening dat samenwerking tussen gemeenten en provincies goed is maar de vele formele samenwerkingsverbanden op andere terreinen ook laten zien dat de directe zeggenschap afneemt;

verzoekt de regering te waarborgen dat de democratische zeggenschap over het cultuurbeleid bij gemeenten en provincies niet uitgehold wordt door de rol van de samenwerkingsverbanden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kwint. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 304 (32820).

De heer Kwint (SP):
En als laatste een punt dat ik al vaker heb gemaakt en dat mevrouw Ouwehand ook vaker heeft gemaakt. Dus deze keer hebben wij het gezamenlijk in een motie gegoten die als volgt luidt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat veel van de op televisie optredende bands geen vergoeding krijgen en het vaak moeten doen met "erkenning en exposure";

overwegende dat erkenning noch exposure in Nederland een geldig betaalmiddel is;

verzoekt de regering in overleg met de publieke omroep te komen tot een afspraak waarin artiesten gewoon fatsoenlijk betaald worden voor hun diensten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kwint en Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 305 (32820).

Dan de heer Aartsen van de fractie van de VVD.

De heer Aartsen (VVD):
Dank u wel, meneer de voorzitter. Een tweetal moties van de kant van de VVD. Allereerst een motie om de verdeling van de cultuurgelden eerlijker over heel Nederland te verspreiden.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat cultuur voor iedereen toegankelijk moet zijn;

overwegende dat geografische spreiding keer op keer in de regeling voor rijksmiddelen aan cultuur wordt opgeschreven als algemeen beoordelingscriterium maar dat dit in de praktijk nog (te) weinig terug te zien is;

overwegende dat geografische spreiding in de verdeling van gelden volgens de Raad voor Cultuur een zwaardere positie moet hebben;

spreekt uit dat vanwege het draagvlak en de toegankelijkheid er meer geografische spreiding van cultuurgelden over het hele land nodig is;

verzoekt de regering:

  • in de toelichting op de regeling het criterium "geografische spreiding" zo te omschrijven dat dit criterium een belangrijkere factor is;
  • de Raad voor Cultuur op te dragen het criterium "geografische spreiding" in zijn beoordelingskader een belangrijkere plek te geven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Aartsen en Geluk-Poortvliet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 306 (32820).

De heer Aartsen (VVD):
Voorzitter. Mijn tweede motie gaat over knellende regelgeving bij volkscultuur, immaterieel erfgoed en vrijwilligersorganisaties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat veel verenigingen en organisaties die zich bezighouden met volkscultuur, immaterieel erfgoed en andere vrijwilligersevenementen last hebben van veel knellende regelgeving en regeldruk vanuit diverse overheidsorganen;

overwegende dat regelgeving soms onnodig is maar soms ook noodzakelijk is om bepaalde doelstellingen te bereiken;

overwegende dat voor vrijwilligersorganisaties onderzocht moet worden waar zij tegen aanlopen en hoe de regeldruk verminderd zou kunnen worden of gezocht moet worden hoe hier een betere invulling aan te geven;

verzoekt de minister om samen met haar collega van BZK, en waar nodig andere departementen, een inventarisatie te doen naar knellende regelgeving, vanuit alle overheidsorganen, voor verenigingen en organisaties die zich bezighouden met volkscultuur, immaterieel erfgoed of andere vrijwilligersevenementen;

verzoekt de regering overigens om samen met de staatssecretaris van BZK een begeleidingscommissie, bestaande uit lokale bestuurders en andere stakeholders uit de volkscultuur, in te stellen om deze inventarisatie te begeleiden en op basis van deze inventarisatie met een actieplan aanpak knellende regeldruk te komen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Aartsen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 307 (32820).

Dank u wel. Dan mevrouw Ellemeet van de fractie van GroenLinks.

Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb een viertal moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat buitenlandse literatuur vertaald in het Nederlands van grote waarde is, bijdraagt aan ons leesplezier, en aan begrip van en inzicht in andere landen en andere culturen;

constaterende dat de financiële beloning van literair vertalers laag is, en het belang van hun werk groot;

verzoekt de regering om de beloning van literair vertalers te verbeteren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ellemeet en Asscher. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 308 (32820).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er onduidelijkheid bestaat over de functies van de ontwikkelinstellingen in de BIS;

overwegende dat een nauwe aansluiting van de ontwikkelinstellingen op de inzet van de fondsen in sterke mate bijdraagt aan het succes van beide;

verzoekt de regering de functies van de ontwikkelinstellingen nader uit te werken met oog voor enerzijds bewezen kwaliteit op het gebied van genrevernieuwing, interdisciplinariteit en crossovers en anderzijds voor nieuw op te richten en jonge platforms die experimenteerruimte bieden aan (nieuwe) genres binnen de BIS, zoals urban arts, popmuziek, film of musical;

verzoekt de regering tevens de expertise van de fondsen te betrekken bij de selectie van de ontwikkelinstellingen in de BIS,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ellemeet en Asscher. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 309 (32820).

U heeft nog 48 seconden.

Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Ik ga snel lezen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat iedereen in Nederland toegang verdient tot literatuur, en dat het bevorderen van lezen om die reden wenselijk is;

constaterende dat verschillende organisaties budget toegewezen krijgen voor leesbevordering;

overwegende dat versnippering van inzet op leesbevordering voorkomen moet worden;

verzoekt de regering om de verschillende betrokken organisaties de opdracht te geven om tot één gezamenlijk programma leesbevordering te komen waarin ook aansluiting is met Cultuureducatie met kwaliteit,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ellemeet, Geluk-Poortvliet en Belhaj. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 310 (32820).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het filmbeleid raakt aan het media- en cultuurbeleid;

overwegende dat een succesvol filmbeleid vraagt om goede afstemming tussen deze sectoren;

verzoekt de regering een tripartiet overleg op te zetten tussen het Filmfonds, de NPO en het ministerie van OCW,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ellemeet en Westerveld. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 311 (32820).

Dank u wel. Dan de heer Asscher van de fractie van de Partij van de Arbeid.

De heer Asscher (PvdA):
Ik dien direct de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister in haar uitgangspunten voor het cultuurbeleid 2021-2024 de toepassing van de Fair Practice Code als subsidievoorwaarde stelt;

overwegende dat uit onderzoek van Kunsten '92 blijkt dat jaarlijks minimaal 25 miljoen euro structureel budget nodig is om de eerlijke beloning op basis van de Fair Practice Code mogelijk te maken, maar dat dit onderzoek alleen gaat over een gedeelte van de culturele sector;

verzoekt de regering om te onderzoeken wat de daadwerkelijke kosten zijn van implementatie van de Fair Practice Code in de gehele culturele sector, en de Kamer hierover voor 1 februari 2020 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Asscher, Ellemeet en Belhaj. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 312 (32820).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat alle kinderen de kans moeten krijgen om in bibliotheken boeken te lezen, te leren over het nieuws en te luisteren naar muziek;

constaterende dat niet in elke gemeente kinderen tot 18 jaar gratis gebruik kunnen maken van bibliotheekvoorzieningen;

verzoekt de regering om te bezien hoe het gebruik van bibliotheekvoorzieningen voor alle kinderen in Nederland kosteloos toegankelijk kan worden gemaakt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Asscher en Ellemeet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 313 (32820).

De laatste spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Geluk-Poortvliet. Het woord is aan haar.

Mevrouw Geluk-Poortvliet (CDA):
Naar aanleiding van de Uitgangspuntennotitie Cultuurbeleid, die behandeld is op 27 juni, heb ik twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de verantwoordelijkheid voor het behoud en de ontsluiting van muzikaal erfgoed nog steeds versnipperd is;

voorts constaterende dat de Uitgangspuntennotitie Cultuurbeleid 2021-2024 niet voorziet in investeringen ten behoeve van behoud en beheer van bladmuziek, geluidsopnamen en archieven van musici en componisten;

verzoekt de regering in overleg met de betrokken instellingen te onderzoeken op welke wijze het behoud van het muzikaal erfgoed in Nederland kan worden bevorderd, en de Kamer voor het einde van 2019 over de voortgang te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Geluk-Poortvliet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 314 (32820).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Erfgoedinspectie constateert dat het Nederlands Fotomuseum onvoldoende middelen heeft om zijn wettelijke taken uit te voeren;

verzoekt de regering in overleg te treden met het Nederlands Fotomuseum en de Erfgoedinspectie om te bepalen wat er nodig is om het fotografisch erfgoed adequaat te behouden en te presenteren, en de Kamer voor het eind van 2019 over de voortgang te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Geluk-Poortvliet, Belhaj en Aartsen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 315 (32820).

Dank u wel, mevrouw Geluk-Poortvliet.

Is de minister reeds in staat om de moties te becommentariëren? Dat is het geval. Het woord is aan haar.

Minister Van Engelshoven:
Voorzitter, dank u wel. Ik dank de leden voor hun bijdrage en voor het constructief gevoerde algemeen overleg. Er zijn vijftien moties ingediend. Ik zal proberen die met gezwinde spoed van een oordeel te voorzien. In haar motie op stuk nr. 301 vraagt mevrouw Belhaj om de term "onderzoek" toe te voegen aan de definitie van ontwikkelinstelling. Die term is al opgenomen in de toelichting, maar kan, als de Kamer dat wenst, ook worden toegevoegd aan de definitie. Deze motie krijgt dus oordeel Kamer.

Mevrouw Belhaj had ook nog twee vragen gesteld. Haar eerste vraag was of de expertise van de fondsen goed benut kan worden bij de beoordeling door de Raad voor Cultuur. Ik ga ervan uit dat er bij de samenstelling van de uiteindelijke beoordelingscommissie goed overleg wordt gevoerd, zodat die expertise benut kan worden. Het antwoord op de vraag is dus ja. Ik zal het aan de raad meegeven.

Mevrouw Belhaj heeft ook gevraagd: als er onvoldoende goed beoordeelde ontwikkelinstellingen zijn met een positief advies van de Raad voor Cultuur en er middelen in die categorie overblijven, kunnen die dan aan de fondsen worden toegevoegd? Als het bedrag niet kan worden benut binnen het subsidieplafond binnen de desbetreffende paragraaf, dan kunnen die middelen, mocht dat nodig zijn, alsnog aan de fondsen worden toegevoegd. Wij zullen daar met die blik naar kijken.

Dan de motie op stuk nr. 302 van mevrouw Belhaj, over de heffingen. De Raad voor Cultuur heeft daar inderdaad een advies over uitgebracht. U vraagt mij om bij de beoordeling van dat advies ook te kijken naar hoe we dat Nederlandse cultureel aanbod gericht kunnen versterken via heffingen, quota en investeringsverplichtingen. Die motie krijgt ook oordeel Kamer. We willen dat inderdaad onderzoeken en de Raad voor Cultuur vraagt dat ook aan ons. Dat gaan we inderdaad doen.

De motie op stuk nr. 303 van de heer Kwint vraagt af te zien van de verschuiving van de middelen van het Fonds Podiumkunsten naar de BIS. Ik heb u net het tegenovergestelde voorgesteld. U snapt dat ik de motie ontraad.

Dan de motie op stuk nr. 304 van de heer Kwint, over de democratische zeggenschap. Die culturele regio's zijn nog in ontwikkeling en we spreken daarover met wethouders en gedeputeerden. Uiteindelijk is het aan de lokale democratie zelf om te kijken met welke boodschap zij de wethouder of een gedeputeerde op pad willen sturen en hem op het gevoerde beleid willen controleren. Volgens mij is dat gewaarborgd. Het is niet zo dat die stedelijke regels op dit punt echt formele regelingen zijn in het kader van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het is vooral aan de lokale democratie zelf om de betrokken bestuurders daarop te controleren en niet aan mij om voor te schrijven hoe ze dat moeten doen.

De voorzitter:
En dus?

Minister Van Engelshoven:
De motie is ontraden.

De voorzitter:
De heer Kwint, één vraag.

De heer Kwint (SP):
Ik snap dat het niet formeel geregeld is, maar daar zit juist een deel van het probleem. Je ziet op lokaal niveau de samenwerkingsverbanden, de veiligheidsregio's, de driehoeksoverleggen, de samenwerkingsverbanden passend onderwijs, de arbeidsmarktregio's. Allemaal nemen zij in de praktijk soms iets af van de individuele beslissingsbevoegdheid van gemeenten. Ik vraag deze minister alleen om bij die vorming ook dat aspect echt in de gaten te houden: zorg ervoor dat die lokale democratie, die soms al zo fragiel is, niet nog verder wordt uitgehold.

De voorzitter:
Ja, goed.

Minister Van Engelshoven:
Toch nog even het volgende. Wij spreken met de gemeenten en de regio's over het beeld wat zij hebben en de infrastructuur die zij voor ogen hebben in hun gemeente en in hun regio. Uiteindelijk zijn het de instellingen die subsidie aanvragen, niet de gemeenten. Het is aan de gemeenteraden om hun bestuurders te controleren op het door hen gevoerde cultuurbeleid. Volgens mij moet ik hen daarin niets voorschrijven. De motie blijft ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 305.

Minister Van Engelshoven:
Dan de motie op stuk nr. 305, over artiesten bij de publieke omroep. De motie is natuurlijk heel sympathiek, want iedereen vindt dat het netjes zou zijn om bandjes die in een programma optreden, te betalen. Aan de andere kant is het ook de keuze van bandjes zelf om te zeggen: ik kom pas als ik betaald word. Zij maken zelf ook de weging om hoe dan ook te komen, omdat een exposure van 1,5 miljoen mensen ook mooi gevonden wordt. Dan zouden we ook moeten kijken naar schrijvers die in een programma een verhaal over hun boek komen vertellen. Hoezeer ik de motie ook sympathiek vind — we zullen zeker bij de publieke omroep de Fair Practice Code onder de aandacht brengen — vind ik dit voorschrijven wat ingewikkeld, omdat het ook de afweging van schrijvers, acteur en bandjes is om onder die voorwaarden wel of niet te komen. Hoezeer ik het met u eens ben dat het netjes zou zijn om dat te doen, snap ik ook dat sommigen de afweging maken om het hoe dan ook te doen, omdat ze de exposure buitengewoon prettig vinden.

De voorzitter:
En dus?

Minister Van Engelshoven:
De motie is ontraden.

De voorzitter:
Korte vraag, meneer Kwint.

De heer Kwint (SP):
Dat verrast ons ondertussen weinig. Natuurlijk komen die artiesten optreden, juist omdat het niet geregeld is. Dat is precies de kern van het probleem. Op de Publieke Omroep hebben wij directe invloed. We gaan straks een nieuwe concessieperiode in, waarin wij voorwaarden kunnen stellen. Als de minister het hele culturele veld ingaat met de Fair Practice Code, met de eerlijke beloning, met niet meer optreden voor een kratje bier, maar echt kunnen leven van je werk: dan is het toch logisch om te beginnen bij de platforms waar wij een directe relatie mee hebben, zoals de Publieke Omroep?

Minister Van Engelshoven:
Ik snap uw redenering, maar het is ook de keuze van de artiest. Ik vind het complex, want mag een schrijver dan niet anders dan tegen betaling komen praten over zijn boek? Mag een acteur dan niet anders dan tegen betaling komen praten over zijn nieuwe voorstelling? Dat lijkt me toch wat complex worden. Ik ben zeer wel bereid om bij de omroep in den brede de Fair Practice Code onder de aandacht te brengen, maar voorschrijven is toch iets ingewikkelder dan u doet voorkomen. De motie blijft ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 306.

Minister Van Engelshoven:
De motie op stuk nr. 306 gaat over het criterium geografische spreiding. Ik geef de heer Aartsen mee dat de Raad voor Cultuur onafhankelijk is. Het is uiteindelijk aan de Raad om te kijken hoe de criteria worden gewogen die wij meegeven. Ik zal de Raad meegeven dat de Kamer de geografische spreiding een belangrijk punt vindt in de weging. De motie krijgt oordeel Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 307 van de heer Aartsen, over de regeldruk voor vrijwilligersorganisaties. Hij stelt voor om een begeleidingscommissie samen te stellen en samen met de collega van BZK te kijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat alle betrokkenen kunnen meepraten: wat zien zij als onnodige regeldruk en hoe voorkomen we die? De motie krijgt oordeel Kamer. Wij zullen ervoor zorgen dat het actieplan dat u voorstaat, aansluit bij het reeds gevoerde beleid.

De motie op stuk nr. 308 van mevrouw Ellemeet gaat over het verbeteren van de beloning van literaire vertalers. Daarover hebben we het in het debat gehad. Ik heb aangegeven dat ik net als u hecht aan goede literaire vertalingen. Dan moeten we ook oog hebben voor de beloning van die vertalers. Ik zal daarom met het Letterenfonds in gesprek gaan en ervoor zorgen dat in de periode 2021-2024 vier keer twee ton extra wordt vrijgemaakt voor literaire vertalers, zonder overigens dat dit ten koste gaat van andere activiteiten van het Letterenfonds.

De voorzitter:
En dus?

Minister Van Engelshoven:
De motie krijgt oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 309 waarin mevrouw Ellemeet mij verzoekt om de Raad voor Cultuur te vragen de expertise van de fondsen te betrekken bij de ontwikkelinstellingen, geef ik ook oordeel Kamer. Als ik de motie zo mag uitleggen dat zowel de bewezen kwaliteit als jonge platforms binnen dezelfde categorie een plek kunnen krijgen en er dus geen nieuwe subcategorieën ontstaan, dan kan dat meegenomen worden in de toelichting. Wij zullen de Raad voor Cultuur erop wijzen dat wij dit wenselijk vinden. Dus ook deze motie krijgt oordeel Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 310 van mevrouw Ellemeet, over één gezamenlijk programma leesbevordering. Dat is ook eigenlijk wat in het advies van de Raad voor Cultuur en de Onderwijsraad staat: zorg dat die samenwerking wordt verbeterd, zodat we echt meer kunnen doen aan één leesbevorderingsbeleid voor alle kinderen. Dat lijkt mij een goede suggestie. Ook deze motie krijgt oordeel Kamer.

Voorzitter. Dan de motie van mevrouw Ellemeet op stuk nr. 311 gaat over tripartiet overleg tussen het filmfonds, de NPO en het ministerie van OCW. Het lijkt mij sowieso verstandig om dat te doen, vanwege de raakvlakken die er zijn. Ook deze motie krijgt oordeel Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 312 van de heer Asscher, over de Fair Practice Code. We hebben hierover in het debat gewisseld. Ik begrijp heel goed dat we met het beleid dat er nu ligt een eerste stap zetten op weg naar de toepassing van die Fair Practice Code, maar dat we echt goed in beeld moeten krijgen wat er nog meer nodig is en wat de kosten zijn als je ook volgende stappen wilt zetten. Ik zal dit onderzoeken en de Kamer tijdig, voor 2021, erover informeren, zodat u die kosten kunt wegen.

De voorzitter:
En dus?

Minister Van Engelshoven:
Oordeel Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 313, over de gratis toegankelijkheid van de bibliotheek voor jongeren tot 18 jaar. Als wij inderdaad willen bevorderen dat jongeren meer gaan lezen en plezier krijgen in het lezen, dan is het ook belangrijk dat zij makkelijk toegang hebben en houden tot de bibliotheek. Ik zal dus bij de evaluatie van de Bibliotheekwet, later dit jaar, bezien of wij het voor alle gemeenten kunnen regelen dat dit gratis moet zijn. Dus ook deze motie krijgt oordeel Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 314, ingediend door mevrouw Geluk, over de ontsluiting van het muzikaal erfgoed. Ook deze motie wil ik oordeel Kamer geven, mits ik de motie zo mag verstaan dat hier niet om een extra investering boven op het bestaande beleid wordt gevraagd. We investeren 5 ton voor behoud, beheer en ontsluiting van verweesde collecties, onder andere op het gebied van muziek. Daarom investeer ik 5 ton in een platformfunctie muziek voor kennisdeling, deskundigheidsbevordering en ontsluiting, ook om versnippering te voorkomen. Ik zal dit najaar een bijeenkomst organiseren voor alle betrokken partijen om hetgeen mevrouw Geluk vraagt, te bevorderen. Dus ook deze motie is ondersteuning van beleid en krijgt het oordeel Kamer.

Tot slot de motie op stuk nr. 315, waarin de regering wordt verzocht in overleg te treden met het Nederlands Fotomuseum en de Erfgoedinspectie om te bekijken wat er op lange termijn nodig is om het belangrijke fotografisch erfgoed goed te beheren en te behouden. Gelet op de kritische noten die ook de inspectie daarover heeft gekraakt, lijkt het me goed om dat te doen. Dus ook deze motie krijgt oordeel Kamer.

Voorzitter. Daarmee ben ik aan het einde van de beoordeling van alle moties.

De voorzitter:
Dank u wel.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Morgenochtend stemmen wij over de moties. Ik dank de minister voor haar aanwezigheid. Ik schors de vergadering voor enkele ogenblikken.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Mensenhandel en prostitutie

Mensenhandel en prostitutie

Aan de orde is het VAO Mensenhandel en prostitutie (AO d.d. 03/07).

De voorzitter:
Aan de orde is het VAO Mensenhandel en prostitutie. Een hartelijk woord van welkom aan de staatssecretaris. De staatssecretaris is zo goed, als zijnde de jongste bediende van het kabinet, om straks ook aanwezig te zijn bij de stemmingen. Dat betekent dat zij een uur niets te doen heeft als wij gaan pauzeren en naar de moties gaan kijken. Dan gaat ze nog bij ons blijven tot het bittere einde van deze laatste dag van het parlementaire jaar. Reeds nu zijn wij haar daar dankbaar voor. Wij waarderen dat enorm.

De eerste spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Kuik van de fractie van het CDA. Zij staat reeds te trappelen van ongeduld. Het woord is aan haar.

Mevrouw Kuik (CDA):
Voorzitter. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat het niet mogelijk is de aanpak van mensenhandel te versterken zonder barrières op te werpen voor klanten die seks kopen van minderjarigen;

constaterende dat het programma Samen tegen Mensenhandel weinig aandacht besteedt aan de klant, dat succesvolle vervolging beperkt plaatsvindt, dat een uniform vervolgingsbeleid ontbreekt en dat tevens onduidelijk is wat er precies van een potentiële klant kan worden verwacht om te verifiëren of iemand minderjarig is;

verzoekt de regering in gesprek te treden met de politie, het OM, de Nationaal Rapporteur en ngo's om de knelpunten en mogelijkheden inzake het ontmoedigen en vervolgen van klanten die seks kopen van minderjarigen in kaart te brengen;

verzoekt de regering een pakket van maatregelen te formuleren om de klant die seks koopt van minderjarigen te ontmoedigen, en de Kamer hierover voor het einde van 2019 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kuik, Segers, Van Wijngaarden en Van der Staaij. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 166 (28638).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat veel gemeenten nog steeds geen beleid hebben ten aanzien van de signalering en bestrijding van mensenhandel;

overwegende dat sommige gemeenten wel werk hebben gemaakt van het formuleren van beleid voor de aanpak van mensenhandel, maar dit nog lang niet voldoende is;

overwegende dat de VNG bezig is met de ontwikkeling van een handreiking voor de aanpak van mensenhandel;

verzoekt de regering samen met de VNG en gemeenten een kader te formuleren waar een gemeente aan dient te voldoen om te kunnen spreken van een gemeente die alert is op de aanpak van mensenhandel en bij het opstellen van dat kader in overleg te treden met de VNG;

verzoekt de regering tevens gemeenten erkenning te geven indien zij voldoen aan dit kader, bijvoorbeeld in de vorm van een keurmerk, en hierbij ook te kijken naar ervaringen in het Verenigd Koninkrijk, en de Kamer hierover voor het einde van het jaar te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kuik, Segers en Van Wijngaarden. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 167 (28638).

Dank u wel. Dan de heer Van Nispen van de SP.

De heer Van Nispen (SP):
Dank u wel, voorzitter. Iedereen vindt de bestrijding van mensenhandel belangrijk, hier in de Kamer, maar ook daarbuiten. Des te opmerkelijker is het dat de bestrijding van mensenhandel de afgelopen jaren is ingezakt, vooral als we kijken naar de opsporing. Daarom moeten wij het ook hebben over capaciteit. Dat hebben we in het algemeen overleg ook gedaan. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het programma Samen tegen Mensenhandel veel goede voorstellen bevat maar de aanpak van mensenhandel de afgelopen jaren dusdanig is achtergebleven dat het forse inspanningen zal vergen om de ambities te bereiken;

constaterende dat er vanuit de praktijk grote zorgen zijn geuit over het gebrek aan financiële middelen voor de opsporing, onder andere door de Nationaal Rapporteur Mensenhandel, gemeentes en maatschappelijke organisaties;

verzoekt de regering met de nationale politie, het OM, gemeentes, de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en maatschappelijke organisaties te bespreken welke extra investering nodig is om de bestrijding van mensenhandel te intensiveren en de Kamer rond Prinsjesdag hierover apart te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Nispen, Buitenweg, Kuiken, Van der Staaij en Krol.

Zij krijgt nr. 168 (28638).

Ik hoorde de heer Van Nispen zeggen dat de motie in voldoende mate is ondersteund en deel uitmaakt van de beraadslaging, maar dat is mijn werk. Zo stoot hij mij het brood uit de mond.

Mevrouw Buitenweg van de fractie van GroenLinks.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):
Dank u wel, mijnheer de voorzitter. Wij hebben veel zaken besproken, waaronder de Dublin-claimanten. Ik ben heel blij dat ik daarover later met de heer Segers een motie kan indienen, dus ik houd daar verder over op. Ik heb één motie over de jeugdzorg, wat ik daar ook aan de orde heb gesteld.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat meisjes die weglopen uit jeugdzorginstellingen het risico lopen om slachtoffer van mensenhandelaren te worden;

overwegende dat de commissie-Azough in 2014 belangrijke aanbevelingen heeft gedaan om de samenwerking tussen politie en jeugdzorg te verbeteren zodat meisjes zo snel mogelijk worden teruggevonden;

overwegende dat deze aanbevelingen nog steeds actueel zijn;

verzoekt de regering om de uitvoering van de aanbevelingen van het Actieplan aanpak meisjesslachtoffers van loverboys/mensenhandel van de commissie-Azough te intensiveren, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Buitenweg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 169 (28638).

De voorzitter:
De heer Van Wijngaarden van de VVD ziet af van zijn spreektijd. De heer Van der Staaij van de Staatkundig Gereformeerde Partij.

De heer Van der Staaij (SGP):
Voorzitter, dank. Ik wil graag de volgende motie indienen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het huidige regeerakkoord diverse belangrijke voorstellen voor wetswijziging bevat voor een aanpak van misstanden en een betere bescherming tegen mensenhandel;

van mening dat om allerlei redenen aanscherping van de wetgeving al ongeveer tien jaar op zich laat wachten, terwijl spoed nodig is;

verzoekt de regering spoedig met een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer te komen en daarom een uiterste inspanning te verrichten om uiterlijk 1 december 2019 een voorstel hiervoor te sturen naar de afdeling advisering van de Raad van State, zodat de parlementaire behandeling op korte termijn kan plaatsvinden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Staaij. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 170 (28638).

De heer Van der Staaij (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Ik zeg nog iets ter toelichting. Ik ben even iets nagegaan. Bij de begrotingsbehandeling in 2017 heb ik gevraagd: wanneer komt dat wetsvoorstel waar we zo lang op zitten te wachten? Toen was het antwoord: in het voorjaar van 2018 gaat het in consultatie. Bij de begrotingsbehandeling in 2018 vroeg ik: wanneer komt het nu? Toen was het antwoord: in het eerste kwartaal van 2019. Nu vroeg ik: wanneer komt het wetsvoorstel? Het antwoord was: in het najaar komt het in consultatie. Dus ook nu, in deze kabinetsperiode, schuiven we het toch weer weg. Ik begrijp dat het lastig is, maar daarom heb ik de behoefte om nu echt een duidelijke piketpaal te plaatsen.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. De laatste spreker van de zijde van de Kamer is de heer Segers van de ChristenUnie.

De heer Segers (ChristenUnie):
En die heeft twee moties, meneer de voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat met de nieuwe regeling RUPS III een landelijk dekkend netwerk van uitstapprogramma's wordt beoogd voor mensen die uit de prostitutie willen stappen;

constaterende dat er zorgen zijn dat de herverdeeleffecten in de nieuwe regeling leiden tot een forse afname van het beschikbare budget in bijvoorbeeld de regio Groningen en daarmee ook expertise dreigt te verdwijnen;

van mening dat het onwenselijk is wanneer deze tijdelijke regeling leidt tot het verdwijnen van in de afgelopen jaren opgebouwde expertise;

verzoekt de regering gedurende de looptijd van de regeling RUPS III een vinger aan de pols te houden voor mogelijke negatieve herverdeeleffecten en zich ervoor in te spannen dat bestaande expertise geborgd kan blijven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Segers, Kuik en Van der Staaij. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 171 (28638).

De heer Segers (ChristenUnie):
En de tweede motie, al aangekondigd door collega Buitenweg.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het aantal vreemdelingen dat aangifte wil doen van mensenhandel de afgelopen tijd sterk is gestegen, terwijl het onduidelijk blijft wat deze sterke stijging heeft veroorzaakt;

constaterende dat er zorgen zijn omtrent concrete opsporingsindicaties die niet altijd worden overgedragen bij een Dublinoverdracht en dat deze groep bij een overdracht lang niet altijd kan rekenen op adequate zorg en opvang;

verzoekt de regering in het belang van de opsporing en haar informatiepositie — al dan niet met andere EU-lidstaten — een verkenning te starten naar de toedracht van deze recente stijging in aangiften mensenhandel en indien dit hier aanleiding toe geeft over te gaan tot een fenomeenonderzoek;

verzoekt de regering tevens bij een Dublinoverdracht van mogelijke slachtoffers van mensenhandel extra zorg te dragen voor een overdracht van opsporingsindicaties en waar nodig medische en/of zorgindicaties, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Segers en Buitenweg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 172 (28638).

Tot zover de termijn van de Kamer. Kan de staatssecretaris reeds de moties becommentariëren? Dat is het geval. Dan geef ik het woord graag aan haar.

Staatssecretaris Broekers-Knol:
Nou, ik wou vragen of ik vijf minuten schorsing zou mogen hebben, om dit even nader te beoordelen.

De voorzitter:
Vooruit dan maar.

Staatssecretaris Broekers-Knol:
Dank u wel.

De vergadering wordt van 00.04 uur tot 00.08 uur geschorst.

De voorzitter:
Het woord is aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Broekers-Knol:
Dank, voorzitter. Het oordeel over de motie-Kuik c.s. op stuk nr. 166 kan ik aan de Kamer overlaten.

Ook het oordeel over de motie-Kuik c.s. op stuk nr. 167 laat ik aan de Kamer.

De inhoud van de motie-Van Nispen c.s. op stuk nr. 168 is reeds toegezegd in het debat. Daarom is de motie overbodig en daarom wil ik die motie ontraden.

De motie-Buitenweg op stuk nr. 169 laat ik oordeel Kamer.

Over de motie-Van der Staaij op stuk nr. 170 kan ik zeggen dat ik mijn uiterste best zal doen en mij ervoor in zal spannen om inderdaad de door de heer Van der Staaij in de motie genoemde datum van 1 december te halen, maar ik merk daar wel bij op dat ik met die inspanning ook afhankelijk ben van andere partijen die van advies moeten dienen. Van mijn kant zeg ik de heer Van der Staaij dus de uiterste inspanning toe, maar ik hoop dat hij begrijpt dat ik dus ook van anderen afhankelijk ben. Maar ik laat de motie oordeel Kamer.

De motie-Segers c.s. op stuk nr. 171: oordeel Kamer.

De motie-Segers/Buitenweg op stuk nr. 172: ook oordeel Kamer.

De voorzitter:
U bent in een coulante bui op dit middernachtelijk uur, mevrouw de staatssecretaris. Hartelijk dank. U doet het ook nog kort en puntig, dus uw populariteit gaat omhoog, kan ik vaststellen.

De beraadslaging wordt gesloten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Arbeidsmarktbeleid in de zorg

Arbeidsmarktbeleid in de zorg

Aan de orde is het VAO Arbeidsmarktbeleid in de zorg (AO d.d. 02/07).

De voorzitter:
We begonnen deze parlementaire dag met de beide zorgministers en we beëindigen hem ook bijna met hen. Wat zeg ik? We begínnen ook deze nieuwe dag met de beide zorgministers. Fijn dat u bij ons bent.

Aan de orde is thans het VAO Arbeidsmarktbeleid in de zorg. Wij hebben zes sprekers van de zijde van de Kamer en de eerste spreker is mevrouw Bergkamp van de fractie van D66. Het woord is aan haar en zij heeft zoals iedereen twee minuten spreektijd.

Mevrouw Bergkamp (D66):
Dank u wel, voorzitter. Er is veel onrust over de overgangsregeling voor verpleegkundigen in relatie tot BIG II. Het lijkt ons goed om in ieder geval, in afwachting van het schriftelijk overleg dat we hebben en de antwoorden die we nog niet gehad hebben, rust op dat vlak te creëren. Wij willen dat er geen onomkeerbare stappen worden genomen. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering recentelijk een beleidsstandpunt heeft ingenomen inzake overgangsregeling aan de hand van het rapport "Verpleegkundige op niveau, een overgangsregeling in het kader van BIG ll-register";

overwegende dat dit standpunt en de overgangsregeling in het veld veel ophef hebben veroorzaakt en de Tweede Kamer heeft besloten om een schriftelijk overleg hierover te houden;

verzoekt de regering om in afwachting van het verslag van het schriftelijk overleg geen onomkeerbare stappen te nemen in het instellen dan wel uitwerken van de overgangsregeling,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bergkamp, Van den Berg, Van der Staaij en Sazias. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 368 (29282).

Mevrouw Van den Berg van het CDA.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Er is veel onrust ontstaan over het rapport Verpleegkundige op niveau en de overgangsregeling in het kader van BIG II. Daarom hebben wij de motie van mevrouw Bergkamp medeondertekend.

Dank aan de minister dat hij bereid is om bij de evaluatie volgend jaar te kijken of het VWS Stagefonds Zorg en de regeling Praktijkleren ook van toepassing kunnen worden op de derde leerweg en/of het volwassenenonderwijs.

Voorzitter. Volgens ons was er nog één vraag niet beantwoord. Loopbaanplanning moet volgens het CDA veel meer in de keten gebeuren. Er is geconstateerd dat er nu 2.400 beroepen zijn en 1.700 opleidingen. In de hoofdlijnenakkoorden staat dat de opleidingen worden gemoderniseerd. We zouden graag de stand van zaken willen weten. Wij hopen dat de minister ons die voor de begroting in een rapportage kan doen toekomen.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is de heer Hijink van de fractie van de SP.

De heer Hijink (SP):
Dank, voorzitter. We hebben het in het debat uitgebreid gehad over de drempels waar verpleegkundigen die eerder zijn gestopt met werkende zorg, tegen aanlopen als zij weer terug willen keren. Ik denk dat alle partijen het heel belangrijk vinden dat zo veel mogelijk mensen die ooit gestopt zijn in de zorg, weer terugkomen, want het is echt belangrijk dat we meer mensen in de zorg krijgen. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat verpleegkundigen die willen herintreden in de zorg circa €2.000 kwijt zijn aan een scholingsprogramma en een examen;

constaterende dat er een groep potentiële herintreders is die nu niet in aanmerking komt voor bestaande financiële regelingen om die kosten (deels) te vergoeden en als gevolg hiervan afziet van een terugkeer in de zorg;

verzoekt de regering om de omvang van die groep in kaart te brengen, opdat een tegemoetkoming in de kosten, binnen bestaande financiële kaders en scholingsregelingen, bekeken kan worden, en de Tweede Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Hijink en Hermans. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 369 (29282).

Mevrouw Agema van de fractie van de Partij voor de Vrijheid.

Mevrouw Agema (PVV):
Moet ik beginnen met 48 seconden, voorzitter? Dat red ik niet.

De voorzitter:
Ik bedoelde het niet onaardig.

Mevrouw Agema (PVV):
Mijn motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat tussen 2015 en 2017 het aantal cliëntgebonden functies bij umc's daalde van 53% naar 46%;

van mening dat dit soort parameters zeer van belang is daar het "anders werken" ervoor moet gaan zorgen dat straks niet een op de vier mensen in de zorg hoeft te werken, daar dit onhaalbaar wordt geacht;

van mening dat juist dit soort eenvoudige parameters laat zien of het "anders werken" al dan niet van de grond komt;

verzoekt de regering een stuk of tien van dit soort heldere parameters op te nemen in de voortgangsrapportages van het actieprogramma Werken in de Zorg onder de categorie "anders werken",

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Agema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 370 (29282).

Mevrouw Hermans van de VVD ziet af van haar spreektijd. Mevrouw Ellemeet van de fractie van GroenLinks is daarmee de laatste spreker van de zijde van de Kamer.

Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Voorzitter. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het behoud van verpleegkundig en verzorgend personeel onmisbaar is in het arbeidsmarktbeleid van de zorg;

overwegende dat een gezonde werkomgeving voor verpleegkundigen en verzorgenden de kwaliteit van zorg verbetert;

constaterende dat het programma Excellente Zorg, gestoeld op acht principes waaronder zeggenschap, opleidingsmogelijkheden en patiëntgerichte zorgcultuur, tot wetenschappelijk bewezen goede resultaten heeft geleid in de Verenigde Staten;

constaterende dat ook in Nederland zorginstellingen verpleegkundigen en verzorgenden enthousiast zijn over Excellente Zorg en dat uit de eerste beschikbare data blijkt dat het programma leidt tot vermindering van de uitstroom en hogere arbeidstevredenheid;

verzoekt de regering de Kamer een voorstel te doen waarin het programma Excellente Zorg als aanpak ten behoeve van het behoud van personeel opgenomen kan worden in het actieprogramma Werken in de Zorg,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ellemeet en Bergkamp. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 371 (29282).

Mevrouw Ellemeet (GroenLinks):
Voorzitter. Ik ben een tijdje terug met minister De Jonge en mijn eigen collega Renkema op werkbezoek geweest in een verpleeghuis. Dat was interessant, maar daaruit bleek ook dat sommige zaken nog wat beter uitgelegd moeten worden als het gaat om de financieringsmogelijkheden. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat zorginstellingen niet altijd goed op de hoogte zijn van de beschikbare financiële middelen voor de ontwikkeling en het behoud van personeel;

overwegende dat de Subsidiekaart RegioPlus is bedoeld om zorginstellingen wegwijs te maken in de beschikbaarheid van financiële middelen voor ontwikkeling en behoud van personeel;

overwegende dat de Subsidiekaart RegioPlus niet alle financieringsmogelijkheden voor ontwikkeling en behoud van personeel, zoals opleidingsbudgetten, dekt;

verzoekt de regering het regioteam behoud personeel op te dragen om de Subsidiekaart RegioPlus en overige financieringsmogelijkheden op een effectieve manier onder de aandacht te brengen bij werkgevers,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ellemeet en Renkema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 372 (29282).

De heer Kerstens werd zo enthousiast dat hij zich ook nog even heeft ingeschreven voor dit VAO. Daarmee is hij de laatste spreker van de kant van de Kamer. Het woord is aan hem.

De heer Kerstens (PvdA):
Voorzitter. Wachtlijsten die langer worden, kwaliteit van zorg die onder druk komt te staan en zorgmedewerkers die zich een slag in de rondte werken. De gevolgen van het personeelstekort in de zorg voelen we allemaal, elke dag. Nu gelukkig meer mensen de weg naar de zorg weer weten te vinden, ligt de achterdeur eruit. Meer werknemers dan ooit hebben hun werkgever verlaten vorig jaar. Dat moet anders. Daarvoor is nodig dat mensen in de zorg het plezier in hun werk weer terugkrijgen, zich gewaardeerd voelen en gewaardeerd worden, en dat werkgevers zich als goede werkgever gedragen, goed voor hun mensen zorgen en snappen dat zij de kurk zijn waarop goede zorg drijft. Om dat te stimuleren, heb ik de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat op de arbeidsmarkt van vandaag en morgen goed werkgeverschap van groot belang is om mensen te vinden, binden en boeien;

overwegende dat dat zeker ook geldt in de zorg, waar binnen enkele jaren een tekort van mogelijk meer dan 100.000 medewerkers dreigt;

constaterende dat het enkel noemen van het belang van goed werkgeverschap, hoe positief ook, onvoldoende helpt;

verzoekt de regering te bezien op welke wijze goed werkgeverschap in de zorg kan worden gestimuleerd door daar bijvoorbeeld bij het al dan niet toekennen van subsidies in het kader van het actieprogramma Werken in de zorg of anderszins waarde aan toe te kennen, en de Kamer over een en ander te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kerstens. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 373 (29282).

De heer Kerstens (PvdA):
Voorzitter. Ik sluit af met een motie over iets waar we gisterochtend mee begonnen, namelijk het feit dat als we niet uitkijken, het personeelstekort deze zomer gaat leiden tot schrijnende situaties, waarin er misschien wel niet goed kan worden gezorgd voor kwetsbare bewoners van verpleeghuizen. Daar heb ik ook een motie voor, die overigens medeondertekend is door mevrouw Agema.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat (ook) de verpleeghuiszorg kampt met ernstige personeelstekorten;

overwegende dat deze tekorten des te nijpender zijn in de zomermaanden, als de medewerkers die er wél zijn, genieten van een meer dan verdiende vakantie;

constaterende dat de brancheorganisatie Actiz recent heeft aangegeven dat deze zomer niet steeds passende zorg kan worden geboden aan kwetsbare bewoners;

van mening dat erop moet worden ingezet om dat te voorkomen;

verzoekt de regering in overleg met de sector te bezien welke maatregelen getroffen kunnen worden, waaronder bijvoorbeeld het meer dan nu gebruikmaken van collegiale in- en doorlening van medewerkers om schrijnende situaties te voorkomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kerstens en Agema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 374 (29282).

De voorzitter:
Tot zover de termijn van de Kamer.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Het woord is aan een minister.

Minister De Jonge:
Voorzitter, dank u wel. Er liggen zeven moties. Vier ervan vallen in mijn portefeuille en drie in de portefeuille van collega Bruins. Deze dag begint al net zo mooi als de vorige dag, namelijk met een aanwezigheid hier in de Kamer bij een VAO. Sommige moties gaan zelfs in de recycling, zullen we straks zien.

Ik kom eerst op de motie op stuk nr. 371, van mevrouw Ellemeet en mevrouw Bergkamp. Daarin wordt de regering verzocht de Kamer een voorstel te doen waarin het programma Excellente Zorg als aanpak ten behoeve van het behoud van personeel opgenomen kan worden in het actieprogramma. Het is een hartstikke goed programma, dus ik zou graag het oordeel hierover aan de Kamer willen laten.

In de motie op stuk nr. 372 wordt de regering verzocht het regioteam behoud personeel op te dragen om de Subsidiekaart RegioPlus en overige financieringsmogelijkheden op een effectieve manier onder de aandacht te brengen. We waren inderdaad samen op werkbezoek en daar bleek inderdaad dat niet alle subsidiemogelijkheden onmiddellijk op het netvlies stonden van degenen die daar wel gebruik van moeten maken. Er zijn ongelofelijk veel subsidiemogelijkheden. Die Subsidiekaart telt geloof ik vijftien pagina's. Dus het is heel goed om die onder de aandacht te brengen. Er staan zelfs ook nog subsidiemogelijkheden niet op. Dat zullen we er ook bij doen toekomen en dat helpt. Dus ook het oordeel over deze motie zou ik graag aan de Kamer willen laten.

Dan kom ik op de motie op stuk nr. 373. Daarin wordt de regering verzocht te bezien op welke wijze goed werkgeverschap in de zorg kan worden gestimuleerd door daar bijvoorbeeld bij het al dan niet toekennen van subsidies in het kader van het actieprogramma Werken in de Zorg of anderszins waarde aan toe te kennen en de Kamer over een en ander te informeren. Aan subsidiemogelijkheden is er geen gebrek. Je kunt het zo gek niet bedenken of er is wel subsidie voor. Ik had het net over die vijftien pagina's aan subsidiemogelijkheden. Specifiek als het gaat over goed werkgeverschap zijn er daarnaast ook nog andere mogelijkheden. Ik noemde al Sterk in je werk. Dat gaat heel erg over loopbaanbegeleiding. En we hebben eigenlijk al, als stok achter de deur, de commissie Werken in de Zorg, die in de SectorplanPlus-middelen een deel van de middelen kan achterhouden als men ziet dat men in een regio niet doet wat men wel had afgesproken om te doen. Dus ja, ik denk dat daarmee deze motie overbodig is, en ik zou haar om die reden ook willen ontraden.

De voorzitter:
De heer Kerstens heeft een vraag.

De heer Kerstens (PvdA):
Nu stelt de minister mij toch een klein beetje teleur. Ik dacht dat hij net doelde op deze motie in de recycling.

Minister De Jonge:
Nee, dat is de volgende.

De heer Kerstens (PvdA):
Want deze het ik precies vijf maanden geleden ook ingediend, toen ik ervoor pleitte om goed werkgeverschap niet alleen met woorden te ondersteunen, maar ook feitelijk te stimuleren en te belonen. De minister zegt ook dat goed werkgeverschap zo belangrijk is. Toen was de minister nog niet zo'n voorstander van de motie. Toen heeft hij haar overigens niet als overbodig gekenschetst.

De voorzitter:
En uw vraag is?

De heer Kerstens (PvdA):
Nou, mijn vraag is dat we een algemeen overleg hebben gehad waarin de Kamer breed, en ook de minister, hebben aangegeven dat nu het moment wel is aangebroken om er een schepje bovenop te doen, ook in relatie tot de bevindingen van de commissie. Dus ik ging er eigenlijk van uit dat het voortschrijdend inzicht zich ook vanavond zou vertalen in de appreciatie van de minister.

Minister De Jonge:
Ja, maar laat ik heel helder zijn. Goed werkgeverschap heeft in alle instanties vorm te krijgen op de werkvloer. Onze rol daarbij is om goed werkgeverschap mede mogelijk te maken. Dat doen we natuurlijk überhaupt met de financiering van onze zorg, en ook met de extra loonruimte die er ieder jaar is. Dat debat hebben we met enige regelmaat gehad. Daarnaast hebben we natuurlijk tal van subsidiemogelijkheden om werkgevers te helpen om een goede werkgever te zijn, in de loopbaanbegeleiding, in de loopbaanplanning, in de scholing, in van-werk-naar-werktrajecten. Alle vormen en maten van subsidieondersteuning zijn daar beschikbaar. Als het gaat om de waardering daarvan ben ik niet voor allerlei ingewikkelde toekenningsregelingen, omdat dat allemaal recepten voor bureaucratie zijn. We moeten natuurlijk wel een stok achter de deur hebben. Als partijen in de regio gewoon niet doen wat ze wel hebben afgesproken om die tekorten tegen te gaan, dan moet er ook een stok achter de deur zijn. Die hebben we met de commissie Werken in de Zorg.

De voorzitter:
Prima. Dan de motie op stuk nr. 374.

Minister De Jonge:
Daarom denk ik echt dat deze motie overbodig is.

De motie in de recycling was de motie die is ingediend over de tekorten in de zomer. Die is eigenlijk helemaal in de recycling, behalve het dictum. Het dictum is namelijk zo veel praktischer dan het dictum dat gisterochtend in een motie te vinden was. Er staat nu: verzoekt de regering in overleg met de sector te bezien welke maatregelen getroffen kunnen worden. Het goede nieuws is dat we naar aanleiding van een behoorlijk vergelijkbare motie van de heer Slootweg vorig jaar al met Actiz uitgebreid in gesprek zijn geweest. Dat heeft al tal van acties opgeleverd, maar alle vingers aan de pols en ook extra inzet kan daar zeker bij helpen. Als ik de motie zo mag verstaan, ga ik daar graag mee verder en zie ik haar als ondersteuning van het beleid. Ik zou het oordeel erover aan de Kamer willen laten.

De voorzitter:
Dank u wel.

Minister De Jonge:
Wederzijds.

De voorzitter:
Het woord is aan minister Bruins.

Minister Bruins:
Er zijn nog drie moties die ik zal becommentariëren. De motie op stuk nr. 368 vraagt de regering om geen onomkeerbare stappen te nemen bij het uitwerken van de overgangsregeling. We hebben in het debat eerder deze week ook van gedachten gewisseld over dit vraagstuk. Wat mij betreft krijgt deze motie oordeel Kamer. We krijgen inderdaad eerst nog een schriftelijk overleg. Dan zullen we nader spreken over de overgangsregeling.

Mevrouw Van den Berg vroeg of de Kamer een update kan krijgen over de modernisering van de opleidingen. Zij sprak ook over de grote aantallen opleidingen. Het lijkt me prima om voor de begrotingsbehandeling een update/de stand van zaken te geven. Dat was geen motie, maar wel een vraag, waarop ik hierbij het antwoord heb gegeven.

In de motie op stuk nr. 369 wordt de regering verzocht de omvang van de groep in kaart te brengen opdat een tegemoetkoming in kosten, binnen bestaande financiële kaders en scholingsregelingen, bekeken kan worden en de Tweede Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling te informeren. Hierbij is de gedachte dat voor heel veel mensen een vergoeding is geregeld, maar dat er misschien een groep is die tussen kade en schip valt. De indieners van de motie hebben daar de vinger bij gelegd. Ik geef deze motie oordeel Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 370, over het punt van de cliëntgebonden functies. Stijgt of daalt dat? Is dat te verklaren uit het feit dat er meer onderzoekers bij umc's zijn gekomen, of is er echt sprake van minder cliëntgebonden functies? Daarover hebben we ook het gesprek gevoerd in het algemeen overleg. In deze motie wordt de regering verzocht een stuk of tien heldere parameters op te nemen in de voortgangsrapportages van het actieprogramma Werken in de Zorg. Ik wil die handschoen graag oppakken. Dat gaan we zelf bedenken en misschien raadplegen we een paar experts, maar het lijkt me een goed idee om te kijken of we goede, heldere parameters kunnen vinden. Ik deel dat dan ook heel graag.

De voorzitter:
En dus geeft u de motie oordeel Kamer?

Minister Bruins:
Zo is het, voorzitter. Dank u wel.

De voorzitter:
Heel goed. Tot zover.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Hedenochtend nog stemmen wij over de moties van dit VAO. Een van de ministers gaat ons verlaten, dacht ik. Maar wie is dat? Dat blijft nog even geheim.

Eerstelijnszorg

Eerstelijnszorg

Aan de orde is het VAO Eerstelijnszorg (AO d.d. 03/07).

De voorzitter:
Aan de orde is thans het VAO Eerstelijnszorg. De eerste spreker is de heer Van Gerven van de fractie van de SP. Het woord is aan hem.

De heer Van Gerven (SP):
Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de 20.000 zorgprofessionals vertegenwoordigende Actiegroep Paramedie, bestaande uit de disciplines diëtetiek, ergotherapie, fysiotherapie, logopedie en oefentherapie cesar/mensendieck, aan de Nederlandse politiek vraagt om op de volgende drie punten actie te ondernemen:

  • de professionals de ruimte geven om zelfstandig beslissingen over de behandeling te nemen in goed overleg met de patiënt;
  • de administratieve druk verminderen zodat meer tijd aan zorg kan worden besteed;
  • minimumtarieven realiseren die passend en kostendekkend zijn;

spreekt uit dat deze punten dienen te worden ondersteund vanuit het motto Zorgen zonder Zorgen, en vraagt het kabinet hierop adequate actie te ondernemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 70 (33578).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat voor COPD-patiënten afhankelijk van de ernst en het stadium van de COPD het aantal fysiotherapie-/oefentherapiebehandelingen is begrensd;

overwegende dat deze categorisering onvoldoende recht doet aan de therapeutische behoefte van de individuele patiënt en voor een aantal meer geïnvalideerde patiënten het aantal vergoede behandelingen onvoldoende is;

spreekt uit dat de maximering van het aantal vergoede behandelingen voor COPD-patiënten dient te vervallen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 71 (33578).

De heer Van Gerven (SP):
De laatste, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het verlengen van het normconsult bij de huisarts van tien naar vijftien minuten de kwaliteit van de huisartsenzorg verbetert en leidt tot grotere tevredenheid bij patiënten en hulpverleners en minder medicatievoorschriften en verwijzingen naar de tweede lijn;

spreekt de wenselijkheid uit dat het normconsult van vijftien minuten standaard wordt ingevoerd in de huisartsenzorg;

vraagt de regering te bevorderen dat dit gebeurt, onder andere door de praktijknorm voor huisartsen verder te verlagen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Gerven en Sazias. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 72 (33578).

De voorzitter:
Een hele korte vraag van mevrouw Sazias.

Mevrouw Sazias (50PLUS):
Voorzitter. Ik heb een soortgelijke motie. Als ik van meneer Van Gerven mag meetekenen, dan trek ik de mijne in.

De heer Van Gerven (SP):
Prima, als dat bij dezen bevestigd kan worden door de voorzitter.

De voorzitter:
Dan voegen wij de naam van mevrouw Sazias toe aan de motie op stuk nr. 72.

Mevrouw Ellemeet ziet af van haar spreektijd. Dan mevrouw Van den Berg van het CDA.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Zorg moet beschikbaar, betaalbaar en bereikbaar zijn. Bereikbaarheid is een belangrijk deel van de kwaliteit van de zorg. De huisarts is in alle opzichten de spin in het eerstelijnszorgweb. Het is heel goed dat in de hoofdlijnenakkoorden ook verschillende afspraken zijn gemaakt om de positie van de huisarts verder te versterken en om waar mogelijk tweedelijnszorg naar de eerste lijn te verplaatsen.

Zoals in het algemeen overleg aangegeven, vindt het CDA het zorgelijk dat we uit het veld horen dat sommige zorgverzekeraars contracten niet willen openbreken voor 2019. 2019 wordt daarmee een verloren jaar. We willen nogmaals herhalen dat we hopen dat de minister dat binnenskamers nog eens bij de zorgverzekeraars op tafel wil leggen.

Ten tweede: het huidige ongelijke speelveld voor de paramedici. Eenpitters en kleine bedrijven kunnen veelal tekenen bij het kruisje en hebben een slechte onderhandelingspositie ten opzichte van de zorgverzekeraar. Dat wil het CDA graag doorbreken. We kijken reikhalzend uit naar de nieuwe leidraad die de ACM zal opstellen, alsmede naar het kostenonderzoek met betrekking tot de tarieven en de administratieve lastendruk.

Geld moet de patiënt volgen, dus als tweedelijnszorg verschuift naar de eerste lijn moet het budget ook mee. Gaat de minister daarop toezien?

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan mevrouw Agema van de fractie van de Partij voor de Vrijheid.

Mevrouw Agema (PVV):
Dank u wel, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in de huisartsenzorg sprake is van maatregelen die waarnemers en praktijkhouders ten opzichte van elkaar bevoordelen of benadelen, zoals ANW-diensten (avond, nacht en weekend) die niet evenveel meetellen voor herregistratie als dagdiensten of de verplichting voor degenen die graag alleen ANW-diensten doen om twee dagen per week in een dagdienst te werken;

van mening dat waarnemers en praktijkhouders in de huisartsenzorg elkaar moeten versterken in plaats van verzwakken;

verzoekt de regering te bewerkstelligen dat dit soort tegenstellingen worden opgespoord en opgelost,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Agema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 73 (33578).

Dan mevrouw Ploumen van de fractie van de Partij van de Arbeid.

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Voorzitter, dank u wel. Ik heb één motie en ik hoop dat ik daarin de intentie van de minister verwoord.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat al in de baarmoeder sociaal-economische verschillen bestaan en kraamverzorgenden een belangrijke rol spelen bij vroege preventie;

constaterende dat door het tekort aan kraamverzorgenden de werkdruk hoog is en gezinnen niet altijd de zorg kunnen krijgen die zij nodig hebben;

constaterende dat steeds meer kraamverzorgenden dreigen de zorg te verlaten door de slechte beloning en arbeidsomstandigheden;

van mening dat kraamverzorgenden zeker moeten zijn van een eerlijk loon;

verzoekt de regering om zich, vooruitlopend op de uitkomsten van het kostenonderzoek van de NZa, in te zetten voor passende, kostendekkende tarieven voor kraamverzorgenden per januari 2020,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ploumen en Van Gerven. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 74 (33578).

De laatste spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Sazias van 50PLUS, maar zij ziet af van haar spreektijd. Dan was dit de termijn van de Kamer. Ik schors voor vijf minuten en dan gaan we luisteren naar de minister.

De vergadering wordt van 00.39 uur tot 00.45 uur geschorst.

De voorzitter:
Het woord is aan de minister.

Minister Bruins:
Dank u wel. Eerst de motie op stuk nr. 70 over paramedie. Ik ontraad deze motie, onder meer omdat daarin wordt gesproken over minimumtarieven die passend en kostendekkend zijn. Het is niet de regering die daar actie op moet ondernemen. Het is in het bestaande systeem niet de rol van de rijksoverheid om de tarieven te bepalen. Ik kan dat niet en ik mag dat niet, dus ik ontraad die motie.

De motie op stuk nr. 71 spreekt uit dat de maximering van het aantal vergoede behandelingen voor COPD-patiënten dient te vervallen. Ik ontraad dat. Van de week hebben wij dat in het debat gewisseld. Door het Zorginstituut wordt steeds gekeken in hoeverre de behandeling effectief is en hoeveel behandelingen worden gevraagd. Het laten vervallen van het maximumaantal vergoede behandelingen lijkt mij niet goed, dus ik ontraad ook die motie.

De motie op stuk nr. 72 spreekt de wenselijkheid uit dat het normconsult van vijftien minuten standaard wordt ingevoerd. Ook die motie ontraad ik. Er zijn een aantal goede ervaringen opgedaan met de situatie waarin de patiënt langer bij de huisarts kan zitten, maar er zijn ook andere manieren om te zorgen dat die huisarts goed zijn diensten kan verlenen. En dat gaat dan over de organiseerbaarheid. Er komt dan dus een taakherschikking binnen de huisartsenpraktijk. Dus ik ontraad ook de motie op stuk nr. 72.

Voorzitter. Dan de vragen die mevrouw Van den Berg heeft gesteld.

De voorzitter:
Meneer Van Gerven, één vraag.

De heer Van Gerven (SP):
Even over de laatste motie, mijn motie op stuk nr. 72. Ik zou de minister willen vragen of het niet en-en is als het gaat over het faciliteren van de huisarts om die vijftien minuten consult mogelijk te maken, namelijk: en bijvoorbeeld het verbeteren van de praktijk door een extra praktijkondersteuner en het verlagen van de praktijknorm.

Minister Bruins:
In het dictum van de motie wordt de regering gevraagd iets te bevorderen en dat slaat terug op het invoeren van die vijftien minuten als standaardnorm voor het normconsult en dat lijkt mij niet de goede gedachte. Dat heb ik zojuist betoogd.

De voorzitter:
Prima. De vraag van mevrouw Van den Berg.

Minister Bruins:
De vragen van mevrouw Van den Berg. Dat waren er twee. Mevrouw Van den Berg vroeg of ik dit nog eens binnenskamers met de zorgverzekeraars zou willen bespreken, opdat ze toch wat meer ruimte bieden voor het openbreken van contracten. Daarmee wordt de vraag wat preciezer dan in het debat dat we gisteren of eergisteren hadden. Ik zal dat punt meenemen naar het volgende bestuurlijk overleg dat ik heb met de huisartsen. Dat is in september. Dan zal ik dat punt meenemen.

De andere vraag is: ziet de minister erop toe dat het budget meegaat als zorg van de tweede lijn naar de eerste lijn gaat? Ja. In de hoofdlijnakkoorden is afgesproken dat de groeipercentages, bijvoorbeeld in de medisch-specialistische zorg, aflopend zijn en in de eerste lijn omhooggaan. Wij volgen dat met de NZa-monitor en in de bestuurlijke overleggen die wij regelmatig hebben met de mensen die de hoofdlijnakkoorden ondertekenen.

Voorzitter. De motie op stuk nr. 73 is van mevrouw Agema. Deze gaat over de waarnemers en de praktijkhouders die ten opzichte van elkaar moeten functioneren en verzoekt de regering te bewerkstelligen dat dit soort tegenstellingen tussen beide groepen worden opgespoord en opgelost. Hier wordt iets aan de regering gevraagd wat thuishoort bij de beroepsgroep, bij de Landelijke Huisartsen Vereniging. Ik weet dat zij daarmee bezig is. Om die reden ontraad ik de motie op stuk nr. 73.

Dan heb ik er nog eentje liggen, voorzitter, en dat is de motie op stuk nr. 74. Daarin wordt de regering verzocht om vooruitlopend op de uitkomsten van het kostenonderzoek van de NZa in te zetten op kostendekkende tarieven voor kraamverzorgenden per januari 2020. Ik zei het zojuist al: het is niet de rol van de rijksoverheid om die tarieven te bepalen, dus ik ontraad de motie op stuk nr. 74.

De voorzitter:
Dank u wel. Een vraag nog van mevrouw Agema.

Mevrouw Agema (PVV):
Ja, over de motie op stuk nr. 73. De minister kan toch zeggen: ik spreek binnenkort de Landelijke Huisartsen Vereniging en dan zal ik dit punt aankaarten? Dat is mijn bedoeling. Ik bedoel: hij kan niet een regel of een wet uitvaardigen. Mijn bedoeling is dat hij dit onder de aandacht brengt en bewerkstelligt dat daar iets mee gebeurt.

Minister Bruins:
Sorry, maar het dictum is net wat steviger, namelijk "bewerkstelligen dat dit soort tegenstellingen worden opgespoord en opgelost". En dat is geen vraag die bij de rijksoverheid thuishoort.

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Ik heb een vraag over mijn motie. Kijk, ik heb natuurlijk met opzet níét opgeschreven "en vraagt de minister dit te regelen", want het antwoord daarop van de minister ken ik ondertussen wel. Dus ik heb gezegd "zich in te zetten", juist omdat de minister in ons overleg ... Ik wil hem niet verkeerd citeren, maar ik bespeurde bij de minister ook wel ongerustheid over het feit dat veel kraamverzorgenden het beroep verlaten. Ik bespeurde ongerustheid over eventuele tekorten aan kraamhulpen. Dus ik vraag hem niet om het te regelen en ik vraag ook geen resultaatverplichting. Ik vraag inzet van de minister. Dat kan bijvoorbeeld door het in te brengen in overleggen. Dat laat ik helemaal aan hem.

Minister Bruins:
Ik zei het ook in de eerste termijn: ik ga niet over die tarieven. Ik ga ook niet over de salarissen. Over de salarissen hebben we het in het debat gehad, en toen heb ik ook gezegd dat ik daar geen partij in ben. We hebben vanuit de rijksoverheid natuurlijk wel financiële ruimte geboden, zodat er met succes kan worden onderhandeld over tarieven in allerlei cao's in de zorg. Maar ik ben het dus niet eens met deze motie, omdat daarin een taak bij de regering wordt gelegd die we niet hebben. En er wordt ook een datum in genoemd, namelijk "per januari 2020", maar als ik het goed heb, zijn de tarieven voor 2020 al vastgesteld. Ik hou het dus bij ontraden.

De voorzitter:
Prima.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Tot zover dit debat. Hartelijk dank aan de minister. Hedenochtend nog stemmen wij over de moties. Ik schors voor een enkel ogenblik.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Ontwerpbesluit adviescommissie gegevensverstrekking weigerende observandi

Ontwerpbesluit adviescommissie gegevensverstrekking weigerende observandi

Aan de orde is het VSO Ontwerpbesluit adviescommissie gegevensverstrekking weigerende observandi (33628, nr. 60).

De voorzitter:
Aan de orde is thans het VSO over het besluit adviescommissie gegevensverstrekking weigerende observandi. Een hartelijk woord van welkom aan de minister voor Rechtsbescherming.

We hebben twee sprekers van de zijde van de Kamer. De eerste is de heer Van den Berge van de fractie van GroenLinks. Het woord is aan hem. Hij heeft, zoals iedereen, twee minuten spreektijd.

De heer Van den Berge (GroenLinks):
Voorzitter, dank u wel. We hebben een schriftelijk overleg gevoerd met de minister over het ontwerpbesluit weigerende observandi. Ik constateer uit de antwoorden in het schriftelijk overleg dat we het over het doel eens zijn: het moet in extreme gevallen mogelijk zijn om medische gegevens op te vragen van verdachten die niet vrijwillig willen meewerken aan een onderzoek naar hun geestesgesteldheid.

Toch zouden wij het ontwerpbesluit anders ingevuld willen zien. Dat zit 'm eigenlijk in de vraag waar nou de zeeffunctie ligt. In het ontwerpbesluit wordt die zeeffunctie neergelegd bij de adviescommissie. Daar is wat voor te zeggen, maar wat onze fractie betreft zou die zeeffunctie toch bij de medische professionals en bij de behandelaar neergelegd moeten worden, om ook op die manier de inbreuk op het beroepsgeheim tot het minimaal noodzakelijke te beperken.

Daarom heb ik de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat behandelaren in het ontwerpbesluit worden verplicht om desgevraagd complete medische dossiers te verstrekken zonder een beroep te kunnen doen op hun aan het medisch beroepsgeheim gekoppelde verschoningsrecht;

overwegende dat deze ongeclausuleerde beperking van het medisch beroepsgeheim de vertrouwensband tussen behandelaar en behandelde kan schaden en ertoe kan leiden dat voor de strafrechtspleging irrelevante medische informatie moet worden vrijgegeven;

verzoekt de regering met vertegenwoordigers uit de medische en psychiatrische praktijk te overleggen hoe medische informatie die noodzakelijk is voor de uitvoering van de taak van de adviescommissie buiten de werkingssfeer van de verstrekkingsplicht kan blijven, en de Kamer over de uitkomsten te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berge. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 65 (33628).

Mevrouw Van Toorenburg, een korte vraag; eentje.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Ik vraag me af of GroenLinks zich realiseert dat de motie zoals die nu is ingediend, eigenlijk strijdig is met de wet zoals die is aangenomen door de Eerste Kamer.

De heer Van den Berge (GroenLinks):
Nee, daar ben ik me niet van bewust, maar volgens mij klopt dat ook niet, want wij doen niks af aan wat er in de Wet forensische zorg staat. Wij doen ook niks af aan de intenties van het wetsvoorstel en het ontwerpbesluit. Dat gaf ik zojuist aan. Over het doel zijn de minister en mijn fractie het volgens mij eens. Het gaat ons puur om de invulling, de rol en verantwoordelijkheden van die adviescommissie. Wij willen meer verantwoordelijkheid bij de behandelaar neerleggen voor de afweging van welke informatie relevant is voor de adviescommissie en welke niet.

De voorzitter:
Dank u wel. De laatste spreker van de zijde van de Kamer is de heer Van Wijngaarden van de fractie van de VVD, maar hij ziet af van zijn spreektijd. Verder zie ik geen belangstellenden.

De minister kan meteen antwoord geven. Het woord is aan hem.

Minister Dekker:
Voorzitter, dank. Dank ook voor de snelle schriftelijke behandeling van deze regeling. Die stelt ons in staat ervoor te zorgen dat die commissie snel in de lucht is.

Voorzitter. Ik ontraad de motie van de heer Van den Berge, vooral omdat ik het belangrijk vind dat die zeeffunctie juist wel bij de commissie komt te liggen en dat het niet aan de individuele psychiater is om te beslissen wat wel en niet zou moeten worden meegenomen in het strafproces. Er is een heel zorgvuldig proces ingericht. Ook in de commissie zitten drie mensen met een medische achtergrond, dus ook daar kan echt wel goed ingeschat worden wat relevant is om uiteindelijk mee te nemen in een pj-rapportage. Bovendien is er nog een rechterlijke toets. Dat is geen inhoudelijke toetsing van de informatie, maar daarbij wordt gekeken of het een bijdrage levert aan het strafproces en of het echt nodig is, als een soort laatste redmiddel. Ik ben van mening dat daarmee voldoende waarborgen zijn ingebouwd.

De voorzitter:
Dank u wel. Tot zover dit VSO.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Hedenochtend nog gaan wij stemmen over deze ene motie. Hartelijk dank aan de minister voor Rechtsbescherming dat hij bij ons was op dit late tijdstip.

Dan zijn we toch maar mooi aangekomen bij het allerlaatste VAO van dit parlementaire jaar.

Vreemdelingen- en asielbeleid

Vreemdelingen- en asielbeleid

Aan de orde is het VAO Vreemdelingen- en asielbeleid (AO d.d. 04/07).

De voorzitter:
Wederom een hartelijk woord van welkom aan de staatssecretaris, mevrouw Broekers-Knol. Er zijn vijf sprekers van de zijde van de Kamer bij dit VAO Vreemdelingen- en asielbeleid. De eerste is de heer Emiel van Dijk van de fractie van de Partij voor de Vrijheid.

De heer Emiel van Dijk (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Iedereen weet dat de VVD allang niet meer serieus te nemen is en belofte na belofte verbreekt. We willen kijken of de VVD haar laatste belofte, om mensensmokkel aan te pakken, toevallig wel gestand doet. Daarom dienen we de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering het faciliteren van mensensmokkel strafbaar te stellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Emiel van Dijk en Wilders. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 2512 (19637).

De heer Emiel van Dijk (PVV):
Maar ook het CDA heeft een enorm grote mond als het gaat om de aanpak van smokkelschepen, zoals de Sea-Watch. Collega Van Toorenburg sprak zelfs over het laten afzinken van dit schip, maar zelfs als de PVV een motie indient die het schip juridisch gezien aan de ketting legt, geeft het CDA niet thuis. Maar ook het CDA willen we graag in de gelegenheid stellen om die fout te corrigeren. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering ervoor zorg te dragen dat Sea-Watch 3 nooit meer onder Nederlandse vlag migranten op kan halen voor de Noord-Afrikaanse kust,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Emiel van Dijk en Fritsma. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 2513 (19637).

De heer Emiel van Dijk (PVV):
Dan de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Rapportage Vreemdelingenketen bewijst dat slechts vijf criminele asielzoekers zijn uitgezet op grond van de openbare orde;

spreekt uit dat dit, gelet op alle beloften van het kabinet over de aanpak van criminele asielzoekers, een beschamende wanprestatie is;

spreekt tevens uit dat dit drastisch moet verbeteren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Emiel van Dijk en Fritsma. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 2514 (19637).

De heer Emiel van Dijk (PVV):
Voorzitter. Ik ben vergeten te zeggen dat de eerste motie mede namens de heer Wilders ingediend is.

De voorzitter:
Dat voegen wij toe.

Dank u wel. Dan de heer Van Ojik van GroenLinks.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Voorzitter. Ik heb drie moties en een vraag aan de staatssecretaris, dus ik ga meteen van start.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat migranten in Libische detentiecentra slecht behandeld worden en bovendien gevaar lopen het slachtoffer te worden van de burgeroorlog in Libië, zoals recent bij een bombardement op het Tajoura detentiecentrum;

constaterende dat de Libische kustwacht mede door de EU wordt gefinancierd;

verzoekt de regering zich er bilateraal en binnen de EU voor in te zetten dat migranten die door de Libische kustwacht terug worden geleid naar Libië naar opvanglocaties worden gebracht die onder toezicht van UNHCR staan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Ojik. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 2515 (19637).

De heer Van Ojik (GroenLinks):
De tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat vluchtelingen en migranten in detentiecentra rond Tripoli in direct gevaar zijn door het aanhoudend geweld tussen strijdende groepen in de Libische burgeroorlog;

verzoekt de regering zich er, samen met andere landen, voor in te spannen dat betrokkenen zo spoedig mogelijk uit deze detentiecentra kunnen worden overgebracht naar een veilige plek,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Ojik. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 2516 (19637).

De heer Van Ojik (GroenLinks):
En mijn laatste motie, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit evaluatie en inspectie blijkt dat de zorg voor en begeleiding van alleenstaande minderjarige vreemdelingen nadat zij 18 jaar worden, tekortschiet, bijvoorbeeld bij het zoeken naar werk of een opleiding, het opbouwen van een sociaal netwerk en het beheren van geld;

verzoekt de regering de opties te verkennen voor een overgangsregeling voor de zorg voor en begeleiding van alleenstaande minderjarige asielzoekers zodra zij 18 jaar zijn geworden, en de Kamer bij de begroting te informeren over de opties en eventuele kosten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Ojik. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 2517 (19637).

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Voorzitter. Dan had ik nog een laatste vraag aan de staatssecretaris aangekondigd. Die vraag gaat over een motie die mijn collega Kröger heeft ingediend bij een debat met de minister van IenW. Die minister heeft gezegd dat ze het oordeel over die motie — die motie komt straks in stemming — graag aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid overlaat. Die motie roept het kabinet op om publiekelijk stelling te nemen tegen criminalisering van reddingsoperaties op de Middellandse Zee. Ik geef het maar even door. Het kabinet heeft gisteren geen oordeel over deze motie gegeven. Zij komt straks in stemming. Dat kan ook zonder oordeel, denk ik, maar de minister van IenW heeft haar doorverwezen naar deze staatssecretaris. Vandaar dat ik het even opbreng. Ik kan de motie aan de staatssecretaris geven als zij daar prijs op stelt. Ik heb haar hier bij me, hoewel zij al is ingediend.

De voorzitter:
Ik heb niet het idee dat het een feest der herkenning is bij de staatssecretaris, maar dat geeft niks.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Gelukkig ben ik niet verantwoordelijk voor de coördinatie binnen het kabinet, voorzitter.

De voorzitter:
Nee, dat is zeker niet het geval. Hartelijk dank. Dan de heer Van Wijngaarden van de fractie van de VVD, die van spreektijd afziet. Dan mevrouw Van Toorenburg van het CDA.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Voorzitter. Het was een enerverend AO. Het is altijd wel grappig dat sommige politieke partijen graag moties willen indienen over anderen en niet hun eigen lijn voeren. We hebben de moties van de PVV natuurlijk helemaal niet nodig om onze eigen lijn te voeren. Maar die voeren we wel ten aanzien van de jezidi's. Dus daarover de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de jezidi's in Irak onder IS de meest gruwelijke verschrikkingen hebben moeten doorstaan;

overwegende dat uit het ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken blijkt dat hun positie in de meeste delen van Irak nog steeds uitermate kwetsbaar is;

overwegende dat ook het hoofd van de vluchtelingenorganisatie van de VN er bij Nederland op aangedrongen heeft jezidi's niet terug te sturen naar kampen in Irak;

verzoekt de regering bij de beoordeling van asielaanvragen van jezidi's uit Irak een genereus beleid te voeren dat serieus recht doet aan de kwetsbare positie van de jezidi's, ten minste inhoudende dat ontheemden van wie erkend is dat ze jezidi zijn en tegen wie geen specifieke bezwaren gelden, niet zullen worden teruggestuurd naar kampen in de Koerdische Autonome Regio (KAR) in Irak,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Toorenburg, Voordewind en Groothuizen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 2518 (19637).

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Het zal u ongetwijfeld interesseren dat wij nog een brief krijgen van de staatssecretaris over de problematiek rondom de bed-bad-broodvoorziening in Amsterdam, een gemeente die toch een beetje buiten de lijntjes lijkt te kleuren. We zien echt uit naar de reactie van de staatssecretaris, want ik denk dat ze gewoon weer terug in hun hok moeten.

De voorzitter:
Dat is dus nog een vraag aan het adres van de staatssecretaris. Heel goed.

De laatste spreker van vanavond is de heer Hiddema van de fractie Forum voor Democratie. Ik zie hem de zaal verlaten, maar hij is genegen om terug te komen. Hij is de laatste spreker voor het reces, dat is toch een mooie positie, zou ik zo zeggen.

De heer Hiddema (FvD):
Voorzitter. Een kleine beginselverklaring. Een duurzaam en rechtvaardig asielbeleid is afhankelijk van de blijvende compassie van burgers voor het lot van de bonafide vluchteling. Het eindeloos faciliteren van pseudovluchtelingen om naar Nederland te komen en daar te blijven, moet gestopt worden: te land, ter zee en in de lucht. Daarom heb ik twee moties voor de zeevaart.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het schip Sea-Watch 3 vaart onder de Nederlandse vlag;

constaterende dat onder gezag van mevrouw Carola Rackete, de kapitein van het schip, vorige maand 42 migranten voor de kust van Afrika aan boord van het schip zijn gehaald en naar Europa zijn gebracht;

constaterende dat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tijdens het laatstgehouden vragenuur heeft erkend dat het bij deze operatie niet om het redden van drenkelingen ging, dat de Libische kustwacht bereid was de mensen weer in Libië aan wal te zetten en dat de kapitein de migranten evengoed naar Tunesië had kunnen brengen;

constaterende dat de kapitein de migranten uit Afrika hulp heeft geboden om over zee illegaal Europa te bereiken, terwijl zij wist of ernstige redenen had om te vermoeden dat dit wederrechtelijk is, waarmee zij zich schuldig heeft gemaakt aan mensensmokkel, zoals bedoeld in artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht, waar maximaal zes jaar gevangenisstraf op staat;

constaterende dat artikel 3 van het Wetboek van Strafrecht bepaalt dat de Nederlandse strafwet toepasselijk is op ieder die zich buiten Nederland aan boord van een Nederlands vaartuig aan enig strafbaar feit schuldig maakt;

roept de regering op om het Openbaar Ministerie de aanwijzing te geven om actief over te gaan tot de opsporing en vervolging van de kapitein en alle bemanningsleden die bij de genoemde mensensmokkeloperatie waren betrokken, waarbij geen middel onbenut wordt gelaten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hiddema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 2519 (19637).

De heer Hiddema (FvD):
De volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het schip Sea-Watch 3 in het kadaster staat ingeschreven op het adres van het Amsterdamse krakersbolwerk Vrankrijk en vaart onder de Nederlandse vlag;

constaterende dat de organisatie Sea-Watch willens en wetens asielzoekers uit Afrika hulp heeft geboden om over zee illegaal Europa te bereiken;

overwegende dat Sea-Watch zich daarmee schuldig heeft gemaakt aan mensensmokkel;

overwegende dat het onacceptabel is dat mensensmokkel plaatsvindt onder de Nederlandse vlag;

roept de regering op om te inventariseren welke schepen die onder Nederlandse vlag varen, worden ingezet door organisaties die zich schuldig maken aan mensensmokkel en die door te halen in het vlagregister,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Hiddema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 2520 (19637).

De voorzitter:
Dank u wel.

De heer Hiddema (FvD):
Dat was mijn maritieme bijdrage.

De voorzitter:
Ik schors vijf minuten en dan gaan we luisteren naar de staatssecretaris.

De vergadering wordt van 01.08 uur tot 01.17 uur geschorst.

De voorzitter:
Het woord is aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Broekers-Knol:
Dank, voorzitter. Ik begin met de motie van de heer Emiel van Dijk, de motie op stuk nr. 2512, waarin wordt gevraagd om de strafbaarstelling van het faciliteren van mensensmokkel. Ik vermoed zomaar dat de indiener doelt op onder andere reddingsoperaties van ngo-schepen. Ik verwijs naar hetgeen ik hierover vanmorgen in het AO heb gezegd. Ik ontraad de motie.

Dan de motie op stuk nr. 2513, ingediend door de leden Emiel van Dijk en Fritsma, waarin de regering wordt gevraagd er zorg voor te dragen dat de Sea-Watch 3 nooit meer onder Nederlandse vlag migranten op kan halen voor de Noord-Afrikaanse kust. De inzet van de minister van IenW is gericht op het stellen van steviger eisen aan schepen die onder Nederlandse vlag willen varen. Dat is iets anders dan mij in deze motie wordt gevraagd. Ik ontraad derhalve de motie.

Vervolgens de motie op stuk nr. 2514, eveneens ingediend door de leden Emiel van Dijk en Fritsma, inzake de Rapportage Vreemdelingenketen. In de overwegingen van deze motie staan grote woorden als "beschamende wanprestatie". Ik herken mij niet in dit soort kwalificaties en ontraad daarom de motie.

De heer Emiel van Dijk (PVV):
Ik vroeg eigenlijk alleen om een uitspraak van de Kamer. Een oordeel was dus niet per se nodig. Maar toch bedankt.

Staatssecretaris Broekers-Knol:
Dan de motie op stuk nr. 2515, ingediend door de heer Van Ojik, waarin de regering wordt verzocht zich er bilateraal en binnen de EU voor in te zetten dat migranten die door de Libische kustwacht terug worden geleid naar Libië, naar opvanglocaties worden gebracht die onder toezicht van UNHCR staan. Ontscheping in Libië vindt doorgaans met de UHNCR en het IOM plaats. De inzet is daarnaast gericht op het verbeteren van de situatie in detentiecentra en uiteindelijk de sluiting daarvan. Wij zetten in op alternatieven voor detentie, zoals het UNHCR-centrum dat eerder met Nederlandse inzet is geopend en nu operationeel is. Verder wil ik nu niet gaan. Om die reden ontraad ik de motie.

Ik kom bij de motie op stuk nr. 2516, eveneens ingediend door de heer Van Ojik, waarin de regering wordt verzocht zich er samen met andere landen voor in te spannen dat vluchtelingen en migranten in detentiecentra rond Tripoli zo spoedig mogelijk uit deze detentiecentra kunnen worden overgebracht naar een veilige plek. Dit is een zaak van de gehele internationale gemeenschap, niet alleen van Nederland. Verschillende EU-lidstaten hebben op verschillende wijze gehoor gegeven aan de oproep van UNHCR. Het merendeel van de EU-lidstaten, waaronder Nederland, kent geen toelating op grond van evacuatie. Om redenen van veiligheid en zorgvuldigheid wordt hervestigd vanuit Niger, via het UNHCR Emergency Transit Mechanisme, het ETM. Ook Nederland hervestigt via het ETM. Recent is een vijftigtal personen geselecteerd om versneld naar Nederland door te reizen. Gezien de capaciteit in Niger zijn er op dit moment voldoende toezeggingen voor hervestiging. Om die reden ontraad ik de motie.

De voorzitter:
Eén vraag van de heer Van Ojik.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Ik zou graag weten op basis waarvan de staatssecretaris zegt dat er op dit moment voldoende capaciteit is voor hervestiging. Er zitten honderden mensen vast in kampen waar raketten op worden afgevuurd, zoals wij helaas deze week hebben moeten vaststellen. Waarop baseert de staatssecretaris haar vaststelling dat er voldoende hervestigingscapaciteit is? Ik heb informatie die daar volledig haaks op staat, zeg ik er maar bij.

Staatssecretaris Broekers-Knol:
Ik ga uit van de gegevens die wij hebben gekregen van de UNHCR. Daaruit blijkt dat er voldoende plekken voor hervestiging zijn. Dat was wel, moet ik eerlijk zeggen, voordat de bomaanslag had plaatsgevonden. Maar ik moet ook zeggen dat het overbrengen van de betrokkenen naar een veilige plek natuurlijk ook lastig is, want wat vandaag wordt gekwalificeerd als een veilige plek, kan dat morgen niet meer zijn. Nogmaals, ik moet deze motie ontraden, omdat ik dit niet kan toezeggen.

Dan de motie op stuk nr. 2517, waarin de regering wordt verzocht de opties te verkennen voor een overgangsregeling voor de zorg voor en begeleiding van alleenstaande minderjarige asielzoekers zodra zij 18 jaar zijn geworden. Ik heb al tijdens het AO gezegd dat dit vraagstuk breder is dan mijn portefeuille. Mij ontbreken de middelen in mijn begroting om indien gewenst het huidige beleid te veranderen. Over dit vraagstuk vindt ambtelijk overleg plaats tussen mijn departement en de departementen van SZW en VWS, de VNG en eventueel het departement van OCW. Ik heb dat reeds toegezegd, dus de motie is eigenlijk overbodig. Ik laat die echter oordeel Kamer.

Dan is er ook nog de motie die de heer Van Ojik naar voren bracht en die hier gisteren kennelijk aan de orde is geweest. Ik verwijs de leden naar datgene wat ik daarover vandaag in het algemeen overleg heb gezegd. Ik moet de motie ontraden.

Dan zijn we inmiddels aanbeland bij de motie op stuk nr. 2518 van mevrouw Van Toorenburg over de jezidi's. Ik merk op dat de motie in lijn is met het beleid dat ik deze week aan u kenbaar heb gemaakt. Als ik het woord "genereus" mag lezen als "zorgvuldig", dan laat ik het oordeel aan de Kamer.

De voorzitter:
Mevrouw Van Toorenburg knikt "ja".

Staatssecretaris Broekers-Knol:
Dan de motie op stuk nr. 2519 van de heer Hiddema, waarin de regering wordt opgeroepen om het Openbaar Ministerie de aanwijzing te geven om actief over te gaan tot de opsporing en vervolging van de kapitein. In artikel 3 van het Wetboek van Strafrecht is bepaald dat de Nederlandse strafwet toepasselijk is op ieder die zich buiten Nederland aan boord van een Nederlands vaartuig aan enige strafbaar feit schuldig maakt. Die kwalificatie is niet te geven, dus ik moet om die reden de motie ontraden.

Dan de motie op stuk nr. 2520 van de heer Hiddema, waarin de regering wordt opgeroepen te inventariseren welke schepen die onder Nederlandse vlag varen, worden ingezet door organisaties die zich schuldig maken aan mensensmokkel. Ook hiervan moet ik zeggen dat ik die kwalificatie niet kan geven. Om die reden moet ik ook deze motie ontraden.

De voorzitter:
Dank u wel.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Over exact 60 minuten gaan wij stemmen over deze moties, maar ook over alle moties. Ik dank de staatssecretaris voor haar aanwezigheid bij dit debat en het vorige debatje. Ik dank haar ook alvast voor het feit dat ze nog een uurtje blijft plakken en daarna aanwezig zal zijn bij onze stemmingen.

Dan is er nog een vraag van mevrouw Van Toorenburg.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Toch nog even — misschien is het allemaal afgesproken — maar waarom een uur schorsen? Is dat niet een beetje lang?

De voorzitter:
Ja, wat mij betreft zou ik 60 seconden willen schorsen, maar er moet nog heel veel achter de schermen gebeuren. Heel veel mensen bij de Griffie — zij moeten al die stemmingslijsten nog maken — maar ook bij de diverse fracties, hebben het zweet op de rug. Daarnaast willen fracties vaak ook nog overleg, vandaar dat er om een uur schorsing is gevraagd. Zo is het. Om 02.25 uur gaan wij stemmen, dames en heren.

De vergadering wordt van 01.26 uur tot 02.29 uur geschorst.

Voorzitter: Arib

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

De voorzitter:
Aan de orde zijn de stemmingen.

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Voorzitter, ik wil u verzoeken om nog vijf minuten uitstel.

De voorzitter:
Ik zie dat de VVD dat ook wil. Ik zou zeggen: vijf minuten. Prima.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Stemmingen

Stemmingen

Stemmingen moties VAO Verpleeghuiszorg

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Verpleeghuiszorg,

te weten:

  • de motie-Hijink over instellingszorg voor ouderen met een lichtere zorgbehoefte (31765, nr. 416);
  • de motie-Bergkamp/Agema over betrekken van zorgaanbieders, zorgverzekeraars en zorgkantoren bij het opstellen van lokale woonopgaves (31765, nr. 417);
  • de motie-Ellemeet/Bergkamp over obstakels bij het creëren van een wijkfunctie voor verpleeghuizen (31765, nr. 418);
  • de motie-Agema over de systematiek van actief en niet-actief wachtende (31765, nr. 420);
  • de motie-Agema over de realisatie van het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg (31765, nr. 421);
  • de motie-Kerstens over tijdig signaleren van personeelstekorten (31765, nr. 422);
  • de motie-Slootweg/Ellemeet over gericht aanpakken van de wachtlijsten (31765, nr. 423);
  • de motie-Hermans over een integrale vergelijking van tarieven en bekostiging (31765, nr. 424).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
Aangezien de motie-Kerstens (31765, nr. 422) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van behandeling meer uit.

In stemming komt de motie-Hijink (31765, nr. 416).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bergkamp/Agema (31765, nr. 417).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ellemeet/Bergkamp (31765, nr. 418).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Agema (31765, nr. 420).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Agema (31765, nr. 421).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Slootweg/Ellemeet (31765, nr. 423).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Hermans (31765, nr. 424).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen VAO Spoedzorg LUMC/Bronovo

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Spoedzorg LUMC/Bronovo,

te weten:

  • de motie-Van den Berg over een lerende cultuur (31016, nr. 238);
  • de motie-Van den Berg over afdwingen van overleg en besluitvorming op basis van zorgbehoefte (31016, nr. 239);
  • de motie-Van Gerven over financiering van acute zorg op basis van beschikbaarheid (31016, nr. 240);
  • de motie-Van Gerven over klokkenluiders (31016, nr. 241);
  • de motie-Van Gerven over heropenen van de spoedeisende hulp in Bronovo (31016, nr. 242);
  • de motie-Ellemeet over een overzicht van uitstroombedden in de regio (31016, nr. 243).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Van den Berg stel ik voor haar motie (31016, nr. 239) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Van Gerven (31016, nr. 240) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de acute zorg in Nederland onder grote druk staat en verbeteringen wenselijk zijn;

verzoekt het kabinet onderzoek te doen hoe de financiering van de acute zorg op basis van beschikbaarheid in plaats van betaling per verrichting kan bijdragen aan verbetering van de acute zorg,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 240 (31016).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Van den Berg (31016, nr. 238).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Gerven (31016, nr. ??, was nr. 240).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Gerven (31016, nr. 241).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Gerven (31016, nr. 242).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ellemeet (31016, nr. 243).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Pakketbeheer

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Pakketbeheer,

te weten:

  • de motie-Van Gerven over opnemen van glucosesensoren in het basispakket (29689, nr. 1001);
  • de motie-Van Gerven over voorkomen van bijbetaling voor Priadel (29689, nr. 1002);
  • de motie-Van Gerven over een uitgavenplafond voor paracetamol, vitaminen en mineralen (29689, nr. 1003);
  • de motie-Ploumen over opnemen van alle anticonceptievormen in het basispakket (29689, nr. 1004);
  • de motie-Ploumen/Agema over poliklinische bevalling zonder medische indicatie (29689, nr. 1005);
  • de motie-Raemakers/Van den Berg over neuromodulatie (29689, nr. 1006);
  • de motie-Raemakers c.s. over het beleid inzake de bestrijding van chronische pijn (29689, nr. 1007);
  • de motie-Agema over opnemen in het basispakket van fysiotherapie bij reumatische aandoeningen (29689, nr. 1008);
  • de motie-Agema over de vergoeding voor hoortoestellen (29689, nr. 1009);
  • de motie-Sazias/Van Gerven over vergoeding van de afbouwmedicatie op medische indicatie (29689, nr. 1010);
  • de motie-Van den Berg c.s. over opnemen in het basispakket van fysiotherapie voor chronisch zieken (29689, nr. 1011).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
De motie-Raemakers c.s. (29689, nr. 1007) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Raemakers, Arno Rutte, Agema en Van den Berg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 1007 (29689).

De motie-Van den Berg c.s. (29689, nr. 1011) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat chronische zieken die fysiotherapie nodig hebben, afhankelijk zijn van een aanvullend pakket voor de eerste twintig behandelingen;

overwegende dat het Zorginstituut in het kader van het systeemadvies onderzoekt of de aanspraken fysiotherapie anders kunnen worden gedefinieerd en dat de Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving in haar advies "Zonder context geen bewijs" heeft geadviseerd andere methoden van onderzoek toe te laten;

overwegende dat het toevoegen van deze eerste twintig behandelingen voor chronisch zieken aan het basispakket enerzijds de premie van de basisverzekering doet stijgen maar anderzijds elders in de zorg kosten kan laten dalen;

overwegende dat substitutie van zorg vanuit de tweede lijn naar de eerste lijn opgenomen staat in de verschillende zorgakkoorden en dat dit bijdraagt aan het bieden van "de Juiste Zorg op de Juiste Plek";

verzoekt de regering te onderzoeken wat de voor- en nadelen, kosten en opbrengsten zijn om fysiotherapie voor chronisch zieken in het basispakket op te nemen, en de Tweede Kamer voor het algemeen overleg pakketbeheer 2021 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 1011 (29689).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Van Gerven (29689, nr. 1001).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Gerven (29689, nr. 1002).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Gerven (29689, nr. 1003).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ploumen (29689, nr. 1004).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ploumen/Agema (29689, nr. 1005).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Raemakers/Van den Berg (29689, nr. 1006).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Raemakers c.s. (29689, nr. ??, was nr. 1007).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Agema (29689, nr. 1008).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Agema (29689, nr. 1009).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Sazias/Van Gerven (29689, nr. 1010).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van den Berg c.s. (29689, nr. ??, was nr. 1011).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de VVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

De voorzitter:
Mevrouw Van den Berg.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Nu mijn gewijzigde motie (stuk nr. ??, was nr. 1011) over onderzoek naar opname van fysiotherapie in het basispakket is aangenomen, zou ik graag begin september een brief krijgen over de uitvoering van deze motie.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Stemmingen moties VAO Passend onderwijs

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Passend onderwijs,

te weten:

  • de motie-Rudmer Heerema over bekostiging van passend onderwijs aan hoogbegaafde kinderen (31497, nr. 313);
  • de motie-Rudmer Heerema/Westerveld over de effectiviteit van samenwerkingsverbanden (31497, nr. 314);
  • de motie-Kwint c.s. over een landelijke norm voor basisondersteuning (31497, nr. 315);
  • de motie-Kwint over wegnemen van de belemmeringen voor het oprichten van scholen voor speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs (31497, nr. 316);
  • de motie-Kwint over een leidende rol van de regering in de oplossing voor de kinderen van Acato (31497, nr. 317);
  • de motie-Westerveld/Van Meenen over de kosten van samenwerkingsverbanden (31497, nr. 318);
  • de motie-Westerveld c.s. over de financiële reserves van samenwerkingsverbanden (31497, nr. 319);
  • de motie-Westerveld c.s. over een onderzoek naar schrappen van de wettelijke verplichting van samenwerkingsverbanden (31497, nr. 320);
  • de motie-Westerveld/Kwint over schrappen van de vrijstelling van de leerplicht (31497, nr. 321);
  • de motie-Westerveld/Van den Hul over de mogelijkheid om onderwijs te volgen na het 21ste levensjaar (31497, nr. 322);
  • de motie-Van den Hul over praktijkonderwijs buiten de systematiek van het passend onderwijs plaatsen (31497, nr. 323);
  • de motie-Van den Hul/Westerveld over een betere borging van passend onderwijs in het curriculum van de lerarenopleidingen (31497, nr. 324);
  • de motie-Van den Hul c.s. over onderwijs aan kinderen met een speciale zorgbehoefte (31497, nr. 325);
  • de motie-Van Meenen/Rog over inzetten van reserves van samenwerkingsverbanden (31497, nr. 326);
  • de motie-Van Meenen over inclusief onderwijs voor ieder kind (31497, nr. 327).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
De motie-Kwint c.s. (31497, nr. 315) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bij de invoering van de Wet Passend Onderwijs samenwerkingsverbanden zijn vrijgelaten in het formuleren van hun visie op basisondersteuning;

van mening dat het ontbreken van vaste criteria voor basisondersteuning kan leiden tot rechtsongelijkheid tussen regio's en scholen, en tevens leidt tot onduidelijkheid en onzekerheid voor ouders, docenten en leerlingen;

voorts van mening dat het de kwaliteit van onderwijs ten goede komt als het personeel van scholen weet wat er van ze verwacht wordt;

verzoekt de regering om in overleg met ouderorganisaties, samenwerkingsverbanden en leraren te komen tot een formulering van een landelijke norm voor basisondersteuning per schoollocatie en deze gelijk met de evaluatie passend onderwijs voor te leggen aan de Kamer,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 315 (31497).

De motie-Westerveld/Kwint (31497, nr. 321) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er een leerplicht is, maar dat die vaak wordt
ondermijnd door de vrijstellingen in de wet en er daardoor veel kinderen thuiszitten;

overwegende dat het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap stelt dat iedereen recht heeft op onderwijs;

constaterende dat dit kabinet gaat onderzoeken op welke wijze het
leerrecht van kinderen wettelijk kan worden vastgelegd;

verzoekt de regering bij dit onderzoek ook te kijken naar wat nodig is om striktere eisen te stellen aan de wettelijke mogelijkheid tot vrijstelling van de leerplicht, en de Kamer voor de eindevaluatie passend onderwijs te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 321 (31497).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Rudmer Heerema (31497, nr. 313).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Rudmer Heerema/Westerveld (31497, nr. 314).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Kwint c.s. (31497, nr. ??, was nr. 315).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de PVV en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kwint (31497, nr. 316).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kwint (31497, nr. 317).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, de PvdD, DENK, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Westerveld/Van Meenen (31497, nr. 318).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld c.s. (31497, nr. 319).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Westerveld c.s. (31497, nr. 320).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Westerveld/Kwint (31497, nr. ??, was nr. 321).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, D66 en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Westerveld/Van den Hul (31497, nr. 322).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Hul (31497, nr. 323).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, de PvdD, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van den Hul/Westerveld (31497, nr. 324).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Hul c.s. (31497, nr. 325).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, D66, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Meenen/Rog (31497, nr. 326).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Meenen (31497, nr. 327).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen Koninkrijksgeschillen

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Voorzieningen voor de behandeling van geschillen tussen het Koninkrijk en de landen (Rijkswet Koninkrijksgeschillen) (35099-(R2114)).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
Het amendement-Bisschop (stuk nr. 16) is ingetrokken.

Ik stel vast dat daarmee wordt ingestemd.

De heer Bisschop.

De heer Bisschop (SGP):
Voorzitter. Ik heb het verzoek gekregen om dat verzoek hier mondeling neer te leggen, maar dankzij uw vooruitziende blik staat het al in de stukken. Dus ik bevestig maar dat ik het intrek.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is dat bevestigd.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Thijsen c.s. (stuk nr. 25, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 25 voorkomende gewijzigde amendementen als aangenomen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Drost (stuk nr. 21).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het amendement-Özütok/Diertens (stuk nr. 14).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, DENK, 50PLUS en D66 voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Diertens/Kuiken (stuk nr. 26, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 26 voorkomende gewijzigde amendementen als aangenomen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Thijsen/Diertens (stuk nr. 24) tot het invoegen van een artikel 8a.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, DENK en D66 voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Bisschop (stuk nr. 27).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Teneinde de gevolmachtigde ministers of daartoe aangewezen bijzonder gedelegeerden in de gelegenheid te stellen te bepalen of zij zich over het voorstel van wet uit willen spreken, zoals geregeld in artikel 18 van het Statuut, is de stemming over het wetsvoorstel aan het eind van de stemmingslijst geplaatst.

Stemming motie Koninkrijksgeschillen

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Voorzieningen voor de behandeling van geschillen tussen het Koninkrijk en de landen (Rijkswet Koninkrijksgeschillen),

te weten:

  • de motie-Van Raak c.s. over een nadere invulling van de verantwoordelijkheden van de landen afzonderlijk en het Koninkrijk als geheel (35099-(R2114), nr. 23).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Van Raak c.s. (35099-(R2114), nr. 23).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Uitrol van 5G

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de uitrol van 5G,

te weten:

  • de motie-Sjoerdsma c.s. over de levering van kritieke onderdelen door betrouwbare partijen (24095, nr. 480);
  • de motie-Weverling c.s. over de nationale veiligheid leidend laten zijn bij een veilingmodel (24095, nr. 481);
  • de motie-Weverling c.s. over de Kamer jaarlijks informeren over de voortgang van het samenwerkingsverband (24095, nr. 482);
  • de motie-Bromet c.s. over gezondheidsonderzoek op locaties waar 5G al operationeel is (24095, nr. 483);
  • de motie-Bromet c.s. over vermindering van de afhankelijkheid van Chinese onderdelen (24095, nr. 484);
  • de motie-Moorlag c.s. over onderzoek naar risico's op de vaste netwerken (24095, nr. 485);
  • de motie-Moorlag c.s. over voorwaarden voor de gunning van 5G (24095, nr. 486);
  • de motie-Van den Berg c.s. over een versterkte aanpak van de bescherming van de vitale processen en diensten (24095, nr. 487);
  • de motie-Van den Berg c.s. over eisen aan bij 5G betrokken bedrijven (24095, nr. 488);
  • de motie-Van den Berg c.s. over aandacht voor gezondheidsklachten door elektromagnetische velden en straling (24095, nr. 489);
  • de motie-Graus c.s. over onafhankelijk onderzoek naar eventuele schadelijke effecten op langere termijn (24095, nr. 490).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Sjoerdsma c.s. (24095, nr. 480).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Weverling c.s. (24095, nr. 481).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Weverling c.s. (24095, nr. 482).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bromet c.s. (24095, nr. 483).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bromet c.s. (24095, nr. 484).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de SGP en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Moorlag c.s. (24095, nr. 485).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Moorlag c.s. (24095, nr. 486).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en de SGP voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van den Berg c.s. (24095, nr. 487).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Berg c.s. (24095, nr. 488).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Berg c.s. (24095, nr. 489).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Graus c.s. (24095, nr. 490).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Jaarverslag en slotwet ministerie van Economische Zaken en Klimaat, ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Diergezondheidsfonds 2018 (LNV-deel)

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Jaarverslag en Slotwet Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Diergezondheidsfonds 2018 (LNV-deel),

te weten:

  • de motie-Ouwehand over verantwoordelijkheid voor bevorderen van transparantie en ketenverantwoordelijkheid in de Nederlandse agro- visserij- en voedselketens (35200-XIII, nr. 21);
  • de motie-Ouwehand over uitbreiden van het externe onderzoek naar het functioneren van de NVWA (35200-XIII, nr. 22);
  • de motie-Ouwehand over een parlementaire enquête naar het functioneren van de NVWA (35200-XIII, nr. 23).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Ouwehand stel ik voor haar motie (35200-XIII, nr. 23) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Ouwehand (35200-XIII, nr. 21) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister van LNV verantwoordelijk is voor het bevorderen van transparantie in de Nederlandse voedselketen;

verzoekt de regering die verantwoordelijkheid waar te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 21 (35200-XIII).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Ouwehand (35200-XIII, nr. ??, was nr. 21).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en de PVV voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ouwehand (35200-XIII, nr. 22).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fractie van de PvdD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemming brief Decharge voor het gevoerde financieel beheer door de ministers in het jaar 2018

Aan de orde is de stemming over de brief van de vaste commissie voor Financiën inzake de decharge van de jaarverslagen voor het gevoerde financieel beheer door de ministers in het jaar 2018.

De voorzitter:
Ik stel voor de slotwetten over het jaar 2018 Kamerstukken 35200, hoofdstuk I tot en met X, XII, XIII, XV tot en met XVII en de fondsen A tot en met C en J zonder stemming aan te nemen en conform het voorstel van de vaste commissie voor Financiën te besluiten en de desbetreffende ministers, met inachtneming van de diverse toezeggingen ter verbetering van het financieel beheer, decharge te verlenen voor het gevoerde beleid.

Daartoe wordt besloten.

Stemmingen moties Landbouw- en Visserijraad 18 juni 2019

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Landbouw- en Visserijraad 18 juni 2019,

te weten:

  • de motie-Ouwehand over een brief aan de Europese Commissie over inwerkingtreding van het bijenrichtsnoer als geheel (21501-32, nr. 1188);
  • de motie-Ouwehand over hanteren van het voorzorgsbeginsel (21501-32, nr. 1189).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Ouwehand stel ik voor haar motie (21501-32, nr. 1188) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Ouwehand (21501-32, nr. 1189).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Handelsbevordering

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Handelsbevordering,

te weten:

  • de motie-Amhaouch c.s. over een taskforce voor handelsbevordering en economische ontwikkeling tussen Nederland en Afrika (34952, nr. 69);
  • de motie-Diks/Alkaya over de steun voor de inzet van de Colombiaanse regering voor een verzoeningsdialoog voortzetten (34952, nr. 70);
  • de motie-Diks/Van den Hul over bedrijven uitsluiten van de toegang tot handelsbevorderingsinstrumenten van de overheid (34952, nr. 71);
  • de motie-Diks over het reserveren van fondsmiddelen van het DFC&D voor natuur, bossen, wetlands en breder ecosysteembehoud (34952, nr. 72);
  • de motie-Diks over een onafhankelijke toezichthouder op de naleving van de OESO-richtlijnen (34952, nr. 73);
  • de motie-Van Haga over de uitfasering van de beschikbaarheid van het financieringsinstrumentarium voor exploratie en ontwikkeling van olie en gas (34952, nr. 74);
  • de motie-Voordewind c.s. over voor- en nadelen van de handel met de Mercosur-landen (34952, nr. 75);
  • de motie-Ouwehand over publiceren van de geconsolideerde tekst van het vrijhandelsakkoord (34952, nr. 76).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Diks stel ik voor haar moties (34952, nrs. 70 en 72) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Diks (34952, nr. 73) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de naleving van de OESO-richtlijnen in het kader van het Nederlandse instrumentarium voor handelsbevordering momenteel wordt getoetst door de RVO, een overheidsorganisatie;

constaterende dat VNO-NCW en maatschappelijke organisaties hebben aangegeven het van belang te vinden dat de overheid niet zelf de inzet van haar instrumentarium keurt;

verzoekt de regering de mogelijkheid en wenselijkheid van een onafhankelijke toezichthouder op de naleving van de OESO-richtlijnen bij de inzet van het handelsbevorderingsinstrumentarium te onderzoeken, en de Kamer hierover bij de begroting te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 73 (34952).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Amhaouch c.s. (34952, nr. 69).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Diks/Van den Hul (34952, nr. 71).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Diks (34952, nr. ??, was nr. 73).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD en DENK voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga (34952, nr. 74).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Voordewind c.s. (34952, nr. 75).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ouwehand (34952, nr. 76).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Noodhulp

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Noodhulp,

te weten:

  • de motie-Voordewind c.s. over verbeteren van de humanitaire opvang en begeleiding van migranten op de Griekse eilanden (33625, nr. 281);
  • de motie-Bouali c.s. over ondersteunen van Colombia in de opvang van (33625, nr. 282);
  • de motie-Diks over betere ondersteuning voor speciale groepen migranten in Colombia (33625, nr. 283);
  • de motie-Diks over specifieke aandacht in noodhulpprogramma's voor mensen met een beperking (33625, nr. 284).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Diks stel ik voor haar motie (33625, nr. 283) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Voordewind c.s. (33625, nr. 281).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bouali c.s. (33625, nr. 282).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Diks (33625, nr. 284).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Inburgering en integratie

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Inburgering en integratie,

te weten:

  • de motie-Paternotte/Gijs van Dijk over een inventarisatie van initiatieven die zorgen dat fraude bij inburgering wordt voorkomen (32824, nr. 266);
  • de motie-Paternotte/Van den Berge over nagaan hoe het nieuwe inburgeringsstelsel voor de groep gezinsmigranten uitwerkt (32824, nr. 267);
  • de motie-Van den Berge/Kuzu over het inburgeringsstelsel nieuwe stijl zo effectief en doelmatig mogelijk vorm geven (32824, nr. 268);
  • de motie-Van den Berge over de voor- en nadelen van het onder gemeentelijke regie brengen van de voorinburgering (32824, nr. 269);
  • de motie-Van den Berge over ervaringsdeskundigheid van organisaties die werken aan maatschappelijke begeleiding als input meegeven aan het CPB voor het kostenonderzoek (32824, nr. 270);
  • de motie-De Graaf over universiteiten verbieden leerstoelen te laten sponsoren door landen die lid zijn van de OIC (32824, nr. 271);
  • de motie-De Graaf over echtgenoten en families die hun vrouwen thuis opsluiten berechten als lid van een criminele organisatie (32824, nr. 272);
  • de motie-Wiersma/Paternotte over voorkomen van mogelijke perverse prikkels die leiden tot afschakelen naar snellere trajecten (32824, nr. 273);
  • de motie-Wiersma over inzichtelijk maken aan welke doelmatigheidscriteria de versterkingsgelden worden getoetst (32824, nr. 274);
  • de motie-Wiersma/Peters over de groep inburgeraars die onterecht is geslaagd opnieuw examenonderdelen laten afleggen (32824, nr. 275);
  • de motie-Peters/Paternotte over het verschil in de geslaagde integratie op de arbeidsmarkt tussen Nederland en andere (West-Europese) landen (32824, nr. 276);
  • de motie-Kuzu c.s. over een reële prijs voor de inburgering in de wet verankeren (32824, nr. 277);
  • de motie-Jasper van Dijk/Van den Berge over regelen dat aanbieders van inburgeringscursussen geen winstoogmerk mogen hebben (32824, nr. 278);
  • de motie-Jasper van Dijk over de voorgestelde prestatiebekostiging in de inburgering te schrappen (32824, nr. 280).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Paternotte/Gijs van Dijk (32824, nr. 266).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Paternotte/Van den Berge (32824, nr. 267).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Berge/Kuzu (32824, nr. 268).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Berge (32824, nr. 269).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van den Berge (32824, nr. 270).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-De Graaf (32824, nr. 271).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-De Graaf (32824, nr. 272).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fractie van de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Wiersma/Paternotte (32824, nr. 273).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wiersma (32824, nr. 274).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wiersma/Peters (32824, nr. 275).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de VVD, de SGP, het CDA, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Peters/Paternotte (32824, nr. 276).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kuzu c.s. (32824, nr. 277).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Jasper van Dijk/Van den Berge (32824, nr. 278).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Jasper van Dijk (32824, nr. 280).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Evaluatie Transgenderwet

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Evaluatie Transgenderwet,

te weten:

  • de motie-Bergkamp over de minimumleeftijd voor aanpassing van de geslachtsregistratie (27859, nr. 136);
  • de motie-Buitenweg/Bergkamp over het meermaals terugdraaien van de geslachtswijziging via de reguliere gemeentelijke procedure laten verlopen (27859, nr. 137);
  • de motie-Buitenweg over onderzoek naar nut en noodzaak van geslachtsregistratie in de geboorteakte (27859, nr. 138) (overgenomen).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Bergkamp (27859, nr. 136).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS en D66 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Buitenweg/Bergkamp (27859, nr. 137).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS en D66 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Mevrouw Agema.

Mevrouw Agema (PVV):
Wij wensen aantekening tegen de motie op stuk nr. 138 te zijn.

De voorzitter:
Klopt. Deze opmerking, of eigenlijk aantekening, is in de Handelingen opgenomen.

Stemmingen moties Fiscale beleidsagenda

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Fiscale beleidsagenda,

te weten:

  • de motie-Leijten over geen verschil tussen het statutaire en het effectieve tarief van de bronbelasting (32140, nr. 55);
  • de motie-Leijten over het fictief rendement op spaargeld in box 3 (32140, nr. 56);
  • de motie-Slootweg/Lodders over een parlementair advocaat onderzoek laten doen (32140, nr. 57).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Leijten (32140, nr. 55).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Leijten (32140, nr. 56).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de SGP en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Slootweg/Lodders (32140, nr. 57).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Mijnbouw/Groningen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Mijnbouw/Groningen,

te weten:

  • de motie-Beckerman c.s. over de uitspraak van de Raad van State opvolgen (33529, nr. 669);
  • de motie-Beckerman c.s. over een meldpunt waar gedupeerden zich kunnen melden (33529, nr. 670);
  • de motie-Nijboer c.s. over geen financiële overwegingen betrekken bij de overwegingen over eventuele sloop van karakteristieke gebouwen (33529, nr. 672);
  • de motie-Dik-Faber c.s. over een oplossing voor het tekort aan geestelijke zorg (33529, nr. 673);
  • de motie-Agnes Mulder c.s. over onderzoek naar maatregelen om de vraag naar Groningengas door grote afnemers te verlagen (33529, nr. 674).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Nijboer stel ik voor zijn motie (33529, nr. 672) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Beckerman c.s. (33529, nr. 669).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Beckerman c.s. (33529, nr. 670).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Dik-Faber c.s. (33529, nr. 673).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Agnes Mulder c.s. (33529, nr. 674).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen Verbod op kolen bij elektriciteitsproductie

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Regels voor het produceren van elektriciteit met behulp van kolen (Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproductie) (35167).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt het amendement-Wassenberg (stuk nr. 8, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks en de PvdD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 8 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Van der Lee (stuk nr. 18, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks en de PvdD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 18 voorkomende gewijzigde amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het nader gewijzigde amendement-Van der Lee (stuk nr. 22, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD en 50PLUS voor dit nader gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit nader gewijzigde amendement het andere op stuk nr. 22 voorkomende nader gewijzigde amendement als verworpen kan worden beschouwd.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, het CDA en de ChristenUnie voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

De heer Van Weyenberg.

De heer Van Weyenberg (D66):
Dank u wel, voorzitter. Bij de stemmingen onder punt 16 van de stemmingslijst, de stemmingen over moties ingediend bij het VAO Mijnbouw/Groningen, wensen wij geacht te worden voor de motie op stuk nr. 673 (33529) te hebben gestemd.

De voorzitter:
Dan komt deze opmerking in de Handelingen.

Stemmingen moties Verbod op kolen bij elektriciteitsproductie

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Regels voor het produceren van elektriciteit met behulp van kolen (Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproductie),

te weten:

  • de motie-Beckerman c.s. over geld naar werknemers van gesloten kolencentrales (35167, nr. 10);
  • de motie-Van der Lee c.s. over een duurzaam alternatief als aanvulling op duurzame biomassa bij de Amercentrale (35167, nr. 11);
  • de motie-Sienot/Van Weyenberg over het starten met van-werk-naar-werktrajecten (35167, nr. 12);
  • de motie-Yeşilgöz-Zegerius c.s. over individuele plannen van aanpak voor medewerkers na sluiting van de kolencentrale (35167, nr. 13);
  • de motie-Yeşilgöz-Zegerius c.s. over een prognose van het aandeel elektriciteit via constante energiebronnen (35167, nr. 14);
  • de motie-Yeşilgöz-Zegerius/Agnes Mulder over onderzoek naar de mogelijke rol van kernenergie in de energiemix (35167, nr. 15);
  • de motie-Dik-Faber/Sienot over duurzaamheidseisen voor niet-gesubsidieerde biomassa (35167, nr. 16);
  • de motie-Dik-Faber/Sienot over geen negatief klimaateffect wanneer kolencentrales overschakelen op een vervangende brandstof (35167, nr. 17).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Dik-Faber stel ik voor haar motie (35167, nr. 17) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Beckerman c.s. (35167, nr. 10) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er door het streven naar vermindering CO2-uitstoot kolencentrales gaan sluiten;

constaterende dat dit voor werknemers in de centrales, in het vervoer en in de op- en overslag in de havens grote gevolgen heeft;

overwegende dat bij de overgang naar alternatieve energiebronnen niet alle werknemers hun baan behouden en andere werknemers mogelijk een lager salaris gaan ontvangen;

verzoekt de regering ervoor te zorgen dat er geld gaat naar de werknemers voor her-, om- en bijscholing en dat er een financiële compensatie komt voor werknemers die hun baan kwijt raken of minder verdienen in nieuwe functie,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 10 (35167).

De motie-Van der Lee c.s. (35167, nr. 11) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er geen garantie is dat de Amercentrale in 2024 op 100% biomassa zal draaien;

overwegende dat wanneer het niet lukt om de Amercentrale in 2024 op 100% duurzame biomassa te laten draaien, de afnemers van de warmte en de overheid voor het blok worden gezet en de kolencentrale wellicht langer open moet blijven;

verzoekt de regering ervoor zorg te dragen dat wanneer de Amercentrale in 2024 niet volledig op duurzame biomassa draait, er een duurzaam alternatief voorhanden is voor het aan deze centrale gekoppelde warmtenet, en zo nodig hiervoor zekerstellingen te eisen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 11 (35167).

De motie-Dik-Faber/Sienot (35167, nr. 16) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Dik-Faber, Sienot en Van der Lee, en luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in lijn met de afspraak in het regeerakkoord geen nieuwe subsidiebeschikkingen meer worden afgegeven voor het verstoken van biomassa ten behoeve van elektriciteitsopwekking, maar nog wel voor de productie van warmte;

overwegende dat voor het verkrijgen van SDE+-subsidies voor bij- en meestook van biomassa in kolencentrales moest worden voldaan aan duurzaamheidseisen;

overwegende dat voor het gebruik van niet-gesubsidieerde biomassa in elektriciteits- en warmtecentrales nog geen duurzaamheidseisen gelden;

verzoekt de regering na te gaan of en hoe kan worden geborgd dat zonder subsidie verstookte biomassa voor elektriciteits- en warmteproductie ook zal voldoen aan de eisen van het in ontwikkeling zijnde nieuwe duurzaamheidskader biomassa, inclusief cascadering,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 16 (35167).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Beckerman c.s. (35167, nr. ??, was nr. 10).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van der Lee c.s. (35167, nr. ??, was nr. 11).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Sienot/Van Weyenberg (35167, nr. 12).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Yeşilgöz-Zegerius c.s. (35167, nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Yeşilgöz-Zegerius c.s. (35167, nr. 14).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, de VVD, de SGP, het CDA en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

De stemmen staken. Mevrouw Yeşilgöz.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Voorzitter, kan ik deze motie aanhouden?

De voorzitter:
Dat lijkt mij een heel goed idee.

(Geroffel op de bankjes)

Op verzoek van mevrouw Yeşilgöz-Zegerius stel ik voor haar motie (35167, nr. 14) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Yeşilgöz-Zegerius/Agnes Mulder (35167, nr. 15).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, de SGP, het CDA, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Dik-Faber c.s. (35167, nr. ??, was nr. 16).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Uitgangspuntennotitie Cultuurbeleid 2021-2024

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Uitgangspuntennotitie Cultuurbeleid 2021-2024,

te weten:

  • de motie-Belhaj/Ellemeet over de term "onderzoek" toevoegen aan de definitie "ontwikkelinstelling" (32820, nr. 301);
  • de motie-Belhaj c.s. over aanbod en zichtbaarheid van kwalitatief hoogstaande Nederlandse culturele audiovisuele producties (32820, nr. 302);
  • de motie-Kwint c.s. over afzien van de bezuiniging bij het Fonds Podiumkunsten (32820, nr. 303);
  • de motie-Kwint over de democratische zeggenschap over het cultuurbeleid bij gemeenten en provincies (32820, nr. 304);
  • de motie-Kwint/Ouwehand over een afspraak waarbij artiesten fatsoenlijk betaald worden voor hun diensten (32820, nr. 305);
  • de motie-Aartsen/Geluk-Poortvliet over het criterium "geografische spreiding" (32820, nr. 306);
  • de motie-Aartsen over een inventarisatie naar knellende regelgeving (32820, nr. 307);
  • de motie-Ellemeet/Asscher over verbeteren van de beloning van literair vertalers (32820, nr. 308);
  • de motie-Ellemeet/Asscher over de functies van de ontwikkelinstellingen nader uitwerken (32820, nr. 309);
  • de motie-Ellemeet c.s. over één gezamenlijk programma leesbevordering (32820, nr. 310);
  • de motie-Ellemeet/Westerveld over een tripartiet overleg tussen het Filmfonds, de NPO en het ministerie van OCW (32820, nr. 311);
  • de motie-Asscher c.s. over de daadwerkelijke kosten van de implementatie van de Fair Practice Code (32820, nr. 312);
  • de motie-Asscher/Ellemeet over bibliotheekvoorzieningen voor alle kinderen in Nederland kosteloos toegankelijk maken (32820, nr. 313);
  • de motie-Geluk-Poortvliet over het behoud van het muzikaal erfgoed in Nederland (32820, nr. 314);
  • de motie-Geluk-Poortvliet c.s. over het fotografisch erfgoed adequaat behouden en presenteren (32820, nr. 315).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Belhaj/Ellemeet (32820, nr. 301).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Belhaj c.s. (32820, nr. 302).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kwint c.s. (32820, nr. 303).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kwint (32820, nr. 304).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kwint/Ouwehand (32820, nr. 305).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Aartsen/Geluk-Poortvliet (32820, nr. 306).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Aartsen (32820, nr. 307).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, de PvdD, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ellemeet/Asscher (32820, nr. 308).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ellemeet/Asscher (32820, nr. 309).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ellemeet c.s. (32820, nr. 310).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ellemeet/Westerveld (32820, nr. 311).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Asscher c.s. (32820, nr. 312).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Asscher/Ellemeet (32820, nr. 313).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Geluk-Poortvliet (32820, nr. 314).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Geluk-Poortvliet c.s. (32820, nr. 315).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Mensenhandel en prostitutie

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Mensenhandel en prostitutie,

te weten:

  • de motie-Kuik c.s. over een pakket van maatregelen om klanten die seks kopen van minderjarigen te ontmoedigen (28638, nr. 166);
  • de motie-Kuik c.s. over een kader formuleren voor gemeenten (28638, nr. 167);
  • de motie-Van Nispen c.s. over bespreken welke extra investering nodig is om de bestrijding van mensenhandel te intensiveren (28638, nr. 168);
  • de motie-Buitenweg over intensiveren van de uitvoering van de aanbevelingen van het Actieplan Aanpak meisjesslachtoffers van loverboys/mensenhandel (28638, nr. 169);
  • de motie-Van der Staaij over spoedig een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer (28638, nr. 170);
  • de motie-Segers c.s. over mogelijke negatieve herverdeeleffecten in de nieuwe regeling (28638, nr. 171);
  • de motie-Segers/Buitenweg over een verkenning naar de toedracht van de recente stijging in aangiften mensenhandel (28638, nr. 172).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
Ik zie de heer Baudet naar voren lopen. U wilt toch geen hoofdelijke stemming, hè?

De heer Baudet (FvD):
Ik wil van dit moment gebruikmaken om terug te komen op de motie op stuk nr. 56 (32140).

De voorzitter:
Bij welk agendapunt hoort die motie?

De heer Baudet (FvD):
Dat zal het agendapunt over het VAO Inburgering en integratie geweest moeten zijn. Van mijn informanten binnen de Griffie kreeg ik door dat wij geregistreerd zijn als tegenstemmers, terwijl wij nadrukkelijk … Het is de portefeuille van meneer Hiddema.

(Hilariteit)

De voorzitter:
Het gaat altijd mis, hè, als de heer Hiddema zich ermee bemoeit.

De heer Baudet (FvD):
Begint dat op te vallen?

De voorzitter:
Ja.

(Hilariteit)

De voorzitter:
Maar we weten nog steeds niet om welke motie het precies gaat. Meneer Hiddema, om welke motie gaat het? Ik hoor dat het gaat om de motie op stuk nr. 56 (32140), bij het agendapunt over het VAO Fiscale beleidsagenda. Forum voor Democratie heeft voor die motie gestemd. Deze opmerking zal in de Handelingen worden opgenomen.

We gaan verder met de stemmingen.

In stemming komt de motie-Kuik c.s. (28638, nr. 166).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kuik c.s. (28638, nr. 167).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Nispen c.s. (28638, nr. 168).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Buitenweg (28638, nr. 169).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Staaij (28638, nr. 170).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Segers c.s. (28638, nr. 171).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Segers/Buitenweg (28638, nr. 172).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Arbeidsmarktbeleid in de zorg

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Arbeidsmarktbeleid in de zorg,

te weten:

  • de motie-Bergkamp c.s. over geen onomkeerbare stappen nemen in het instellen dan wel uitwerken van de overgangsregeling (29282, nr. 368);
  • de motie-Hijink/Hermans over de omvang van de groep potentiële herintreders in kaart brengen (29282, nr. 369);
  • de motie-Agema over heldere parameters opnemen in de voortgangsrapportages van het actieprogramma Werken in de zorg (29282, nr. 370);
  • de motie-Ellemeet/Bergkamp over het programma Excellente Zorg opnemen in het actieprogramma Werken in de Zorg (29282, nr. 371);
  • de motie-Ellemeet/Renkema over de Subsidiekaart Regioplus onder de aandacht brengen bij werkgevers (29282, nr. 372);
  • de motie-Kerstens over stimuleren van goed werkgeverschap in de zorg (29282, nr. 373);
  • de motie-Kerstens/Agema over maatregelen om schrijnende situaties te voorkomen (29282, nr. 374).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Bergkamp c.s. (29282, nr. 368).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Hijink/Hermans (29282, nr. 369).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Agema (29282, nr. 370).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ellemeet/Bergkamp (29282, nr. 371).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ellemeet/Renkema (29282, nr. 372).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kerstens (29282, nr. 373).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kerstens/Agema (29282, nr. 374).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties CBR

Aan de orde zijn de stemmingen over aangehouden moties, ingediend bij het debat over het CBR,

te weten:

  • de motie-Schonis/Von Martels over het instellen van een coulanceregeling (29398, nr. 713);
  • de motie-Van Brenk c.s. over direct aanpassen van de regelgeving (29398, nr. 715).

(Zie vergadering van 19 juni 2019.)

De voorzitter:
De motie-Schonis/Von Martels (29398, nr. 713) is in die zin gewijzigd en nader gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat door organisatorische problemen bij het CBR een grote achterstand is ontstaan voor het verlengen van rijbewijzen;

constaterende dat de minister een administratieve verlenging van het rijbewijs voor de doelgroep van 75-plussers voorstelt en dat haar streven daarbij is om zowel de AMvB als de uitvoering per 1 december 2019 in werking te laten treden;

overwegende dat dit zou betekenen dat ondanks de zeer hoge urgentie een grote groep mensen, ook degenen zonder hoog risicoprofiel, nog voor langere periode zonder geldig rijbewijs zitten met alle gevolgen van dien;

van mening zijnde dat alle mogelijkheden voor een snelle behandeling moeten worden gebruikt en dat voor gedupeerden zonder hoog risicoprofiel eerder een oplossing zou moeten komen;

verzoekt de regering om zich tot het uiterste in te spannen om zowel de AMvB als de uitvoering per 31 oktober 2019 in werking te laten treden;

verzoekt de regering tevens om voor degenen die voldoen aan alle kenmerken om onder de aangekondigde administratieve verlenging van het rijbewijs voor 75-plussers te vallen een coulance in te stellen tot het moment van de inwerkingtreding, zodat zij ook in de periode tot de inwerkingtreding niet gestraft zullen worden indien zij tijdelijk zonder geldig rijbewijs rijden omdat zij in afwachting zijn van hun nieuwe rijbewijs,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 713 (29398).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de nader gewijzigde motie-Schonis/Von Martels (29398, nr. ??, was nr. 713).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP en het CDA voor deze nader gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Brenk c.s. (29398, nr. 715).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van D66 ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemming motie Mensenrechtenbeleid

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over mensenrechtenbeleid,

te weten:

  • de motie-Van Ojik/Karabulut over verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven bij het naleven van mensenrechten (32735, nr. 252).

(Zie notaoverleg van 1 juli 2019.)

In stemming komt de motie-Van Ojik/Karabulut (32735, nr. 252).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemming motie Fiscale arbitrage

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Invoering van een wettelijk mechanisme ten behoeve van de beslechting van belastinggeschillen tussen lidstaten van de Europese Unie (Wet fiscale arbitrage),

te weten:

  • de motie-Lodders c.s. over een oplossing voor de problematiek van de Nederlandse/Noorse vrachtwagenchauffeurs en Rijnvarenden (35110, nr. 10).

(Zie vergadering van 5 juni 2019.)

De voorzitter:
De motie-Lodders c.s. (35110, nr. 10) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat burgers en kleine bedrijven tussen wal en schip kunnen raken vanwege complexe (fiscale en socialezekerheids-)wetgeving en de toepassing en interpretatie van belastingverdragen;

constaterende dat er recent een gesprek heeft plaatsgevonden tussen het ministerie van Financiën en een afvaardiging van de Nederlandse/Noorse vrachtwagenchauffeurs;

verzoekt de Nederlandse regering de Kamer binnen vier maanden te informeren over de gezette stappen en oplossing voor de problematiek van de NL/Noorse vrachtwagenchauffeurs en Rijnvarenden,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 10 (35110).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Lodders (35110, nr. ??, was nr. 10).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Eerstelijnszorg

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Eerstelijnszorg,

te weten:

  • de motie-Van Gerven over de actiepunten van actiegroep Paramedie (33578, nr. 70);
  • de motie-Van Gerven over laten vervallen van de maximering van het aantal vergoede behandelingen voor COPD-patiënten (33578, nr. 71);
  • de motie-Van Gerven/Sazias over een normconsult van vijftien minuten bij de huisarts (33578, nr. 72);
  • de motie-Agema over tegenstellingen tussen waarnemers en praktijkhouders (33578, nr. 73);
  • de motie-Ploumen/Van Gerven over passende kostendekkende tarieven voor kraamverzorgenden (33578, nr. 74).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Van Gerven (33578, nr. 70).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Gerven (33578, nr. 71).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Gerven/Sazias (33578, nr. 72).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Agema (33578, nr. 73).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ploumen/Van Gerven (33578, nr. 74).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemming motie Besluit adviescommissie gegevensverstrekking weigerende observandi

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het VSO Besluit adviescommissie gegevensverstrekking weigerende observandi,

te weten:

  • de motie-Van den Berge over medische informatie die niet noodzakelijk is voor de uitvoering van de taak van de adviescommissie buiten de werkingssfeer van de verstrekkingsplicht houden (33628, nr. 65).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Van den Berge (33628, nr. 65).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Vreemdelingen- en asielbeleid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Vreemdelingen- en asielbeleid,

te weten:

  • de motie-Emiel van Dijk/Wilders over het faciliteren van mensensmokkel strafbaar stellen (19637, nr. 2512);
  • de motie-Emiel van Dijk/Fritsma over zorg dragen dat de Sea-Watch 3 nooit meer onder de Nederlandse vlag migranten op kan halen voor de Noord-Afrikaanse kust (19637, nr. 2513);
  • de motie-Emiel van Dijk/Fritsma over de aanpak van criminele asielzoekers (19637, nr. 2514);
  • de motie-Van Ojik over de opvang van migranten die door de Libische kustwacht terug worden geleid naar Libië (19637, nr. 2515);
  • de motie-Van Ojik over vluchtelingen en migranten in detentiecentra rond Tripoli (19637, nr. 2516);
  • de motie-Van Ojik over een overgangsregeling voor de zorg voor alleenstaande minderjarige asielzoekers zodra zij 18 jaar zijn geworden (19637, nr. 2517);
  • de motie-Van Toorenburg c.s. over de beoordeling van asielaanvragen van Jezidi's uit Irak (19637, nr. 2518);
  • de motie-Hiddema over actief overgaan tot de opsporing en vervolging van de kapitein en bemanningsleden van de Sea-Watch 3 (19637, nr. 2519);
  • de motie-Hiddema over inventariseren welke schepen die onder Nederlandse vlag varen worden ingezet door organisaties die zich schuldig maken aan mensensmokkel (19637, nr. 2520).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Kuiken.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Voorzitter, u noemde ons op, maar wij zijn tegen de motie nr. 65 (33628).

De voorzitter:
Dan zal deze opmerking in de Handelingen worden opgenomen.

In stemming komt de motie-Emiel van Dijk/Wilders (19637, nr. 2512).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Emiel van Dijk/Fritsma (19637, nr. 2513).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, de SGP, het CDA, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Emiel van Dijk/Fritsma (19637, nr. 2514).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Ojik (19637, nr. 2515).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Ojik (19637, nr. 2516).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Het woord is aan de heer Van Dijk.

De heer Emiel van Dijk (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ik zou graag een brief willen over de motie op stuk nr. 2513 (19637). De staatssecretaris had deze motie ontraden, dus ik wil zo snel mogelijk, het liefst voor het einde van het reces, een antwoord op de vraag hoe zij die motie gaat uitvoeren.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

In stemming komt de motie-Van Ojik (19637, nr. 2517).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Toorenburg c.s. (19637, nr. 2518).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Hiddema (19637, nr. 2519).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Hiddema (19637, nr. 2520).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemming motie Laaggeletterdheid

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het VAO Laaggeletterdheid,

te weten:

  • de gewijzigde motie-Westerveld c.s. over voorschoolse educatie bij een startleeftijd van 2 jaar (28760, nr. 94, was nr. 86).

(Zie vergadering van 27 juni 2019.)

De voorzitter:
De gewijzigde motie-Westerveld c.s. (28760, nr. 94, was nr. 86) is in die zin nader gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de onderwijsinspectie in de Staat van het Onderwijs concludeert dat leerlingen minder goed presteren op de kernvakken taal en rekenen, en dat laaggeletterdheid toeneemt;

overwegende dat kinderen zo vroeg mogelijk in een taalrijke omgeving moeten zijn om laaggeletterdheid op latere leeftijd te voorkomen, zoals ook de SER adviseert;

constaterende dat gemeenten 960 uur voorschoolse educatie moeten aanbieden voor doelgroeppeuters, maar dat deze urennorm en bijbehorende financiële kaders alleen gelden voor peuters vanaf 2,5 jaar;

verzoekt de regering te onderzoeken wat het effect is voor de ontwikkeling van het kind als de startleeftijd voor voorschoolse educatie wordt verlaagd naar 2 jaar;

verzoekt de regering tevens deze uitkomsten te vergelijken met de situatie waarbij kinderen op de leeftijd van 2,5 jaar beginnen aan de voorschoolse educatie,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 94 (28760).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de nader gewijzigde motie-Westerveld (28760, nr. ??, was nr. 94).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, D66 en de VVD voor deze nader gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemming motie Mijnbouw/Groningen

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het VAO Mijnbouw/Groningen,

te weten:

  • de motie-Wassenberg c.s. over niet meer dan 12 miljard kuub gas winnen bij een gemiddelde winter (33529, nr. 648).

(Zie vergadering van 20 juni 2019.)

In stemming komt de motie-Wassenberg c.s. (33529, nr. 648).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemming motie Maritiem

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het VAO Maritiem,

te weten:

  • de motie-Kröger/Van Ojik over stelling nemen tegen criminalisering van reddingsoperaties op de Middellandse Zee (31409, nr. 242).

(Zie vergadering van 3 juli 2019.)

In stemming komt de motie-Kröger/Van Ojik (31409, nr. 242).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66 en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Mevrouw Agema.

Mevrouw Agema (PVV):
Voorzitter. Wij twijfelen of wij bij de stemming over de motie-Wassenberg c.s. (33529, nr. 648) genoemd zijn als voorstemmers.

De voorzitter:
Ja. De PVV werd genoemd.

De heer Baudet (FvD):
Wij twijfelen dan weer of wij niet níét genoemd zijn. Wij hadden absoluut niet genoemd willen zijn. Wij zijn tegen de motie-Wassenberg c.s. (33529, nr. 648).

De voorzitter:
Ook dat komt in de Handelingen te staan.

Stemming motie Milieuraad d.d. 26 juni 2019

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het VSO Milieuraad d.d. 26 juni 2019,

te weten:

  • de motie-Kröger/Snels over een vliegbelasting gebaseerd op CO2-uitstoot per kilometer (21501-08, nr. 782).

(Zie vergadering van 3 juli 2019.)

In stemming komt de motie-Kröger/Snels (21501-08, nr. 782).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS en de SGP voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Stopzetten kinderopvangtoeslag

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Stopzetten kinderopvangtoeslag,

te weten:

  • de motie-Omtzigt c.s. over gedupeerde ouders zo spoedig mogelijk individueel schadeloos stellen (31066, nr. 503);
  • de motie-Omtzigt/Lodders over de richtlijnen voor bescherming van klokkenluiders volledig implementeren (31066, nr. 504);
  • de motie-Leijten over afkeuren van het gevoerde beleid bij de Belastingdienst (31066, nr. 505);
  • de motie-Van Weyenberg c.s. over een dubbele nationaliteit niet meer als risico-indicator gebruiken bij het toekennen van toeslagen (31066, nr. 506);
  • de motie-Azarkan over het uitspreken van treurnis over de hele gang van zaken (31066, nr. 507);
  • de motie-Lodders c.s. over cultuur als vierde pijler in het jaarplan 2020 (31066, nr. 508).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
De motie-Omtzigt/Lodders (31066, nr. 504) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Omtzigt, Lodders, Van Weyenberg, Snels, Leijten, Nijboer en Van Otterloo.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 504 (31066).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Omtzigt c.s. (31066, nr. 503).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Omtzigt c.s. (31066, nr. ??, was nr. 504).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Leijten (31066, nr. 505).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Weyenberg c.s. (31066, nr. 506).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

De voorzitter:
Mevrouw Sazias.

Mevrouw Sazias (50PLUS):
Wij hebben voor de motie op stuk nr. 505 gestemd, maar u heeft ons niet genoemd.

De voorzitter:
Deze opmerking zal in de Handelingen worden opgenomen.

In stemming komt de motie-Azarkan (31066, nr. 507).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Lodders c.s. (31066, nr. 508).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemming Koninkrijksgeschillen

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Voorzieningen voor de behandeling van geschillen tussen het Koninkrijk en de landen (Rijkswet Koninkrijksgeschillen) (35099-(R2114)).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt het wetsvoorstel, zoals gewijzigd door de aanneming van het gewijzigd-amendement-Thijssen c.s. op stuk nr. 25, het amendement-Drost op stuk nr. 21, het gewijzigde amendement-Diertens/Kuiken op stuk nr. 26 en het gewijzigde amendement-Bisschop op stuk nr. 27.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

De voorzitter:
Dank jullie wel. Ik wil de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid ontzettend bedanken voor haar aanwezigheid bij de stemmingen.

(Geroffel op de bankjes)

De voorzitter:
Het is overigens ook de laatste stemming van de heer Drost; hij gaat ons verlaten. Ook heel veel dank.

Toespraak Voorzitter

Toespraak Voorzitter

Toespraak Voorzitter

De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de stemmingen. Dit is de laatste vergadering voor het zomerreces en die sluit ik niet voordat ik jullie heb toegesproken.

Als we terugkijken, zien we dat we in deze Kamer veel records hebben verbroken. Te beginnen met het aantal Kamerleden dat is vertrokken; dat is nog nooit zo hoog geweest. Sinds het aantreden van de nieuwe Kamer in 2017 hebben 32 Kamerleden de Kamer verlaten, waarvan 12 Kamerleden naar het kabinet zijn gegaan. Eenieder heeft zo zijn of haar eigen redenen om de Kamer te verlaten en niet elk vertrek is hetzelfde, maar ik betreur — zoals ik al vaker heb gezegd — de grote vlucht die het heeft genomen.

Gelukkig zijn er ook Kamerleden die het ambt hooghouden. Ik ben blij met de terugkomst van de heer Mark Harbers. Met hem keert er acht jaar Kamerervaring terug. En dat is goed: een stevig parlementair geheugen van de Kamer is belangrijk als het gaat om het bieden van tegenwicht aan de regering.

Er is ook een recordaantal moties ingediend: ruim 4.000. Veel moties lijken op elkaar, maar niet alle moties zijn hetzelfde. Er zijn moties die je bijblijven. Zo heeft de PVV de shredder ontdekt. De heer Kops diende in het debat over het klimaat zijn motie in die luidde: de Kamer, gehoord de beraadslaging, verzoekt de regering om het klimaatakkoord door de shredder te halen, en gaat over tot de orde van de dag. Sinds gisteren heeft de PVV de shredder aan de kant gezet en ingeruild voor de prullenbak.

Er is ook een recordaantal algemene overleggen geweest: 340. Deze overleggen eindigen steeds vaker in de plenaire zaal. Dit jaar zijn er 220 VAO's geweest. Dat is een stijging van bijna 30% ten opzichte van vorig jaar. De afgelopen twee weken waren alle vergaderzalen volgeboekt. Bodes raakten oververhit, stenografen renden van de ene naar de andere zaal en de Griffie plenair draaide overuren. De fractiemedewerkers en de ambtelijke organisatie draaiden op volle toeren. En dan wordt mij bij de Raming gevraagd of we ons aan de arbeidstijden houden. Wat denkt u zelf, meneer Van Nispen?

We hebben ook een recordaantal bezoekers. Ondanks de druk die dit legt op de mensen van onze Beveiligingsdienst, leiden ze dit steeds weer in goede banen. Ik kan u zelfs melden dat wij, na Madurodam, een van de best bezochte attracties in Den Haag zijn.

Er is ook een recordaantal aan buitenlandse reizen. Toch zijn er Kamerleden die graag zouden willen reizen, maar dat niet kunnen doen omdat het pairen niet lukt met een stemverhouding van 76/74. Vooral de heer Von Martels en de heer Van den Bosch schijnen er last van te hebben. In februari van dit jaar verscheen er een bericht in het Algemeen Dagblad dat Kamerleden van het CDA en de VVD amper nog het land uit durven te gaan. De heer Von Martels zette dat nog eens wat steviger aan in een radio-interview. Niet alleen kan hij niet naar het buitenland, maar hij kan ook geen afspraken maken in eigen land, zelfs niet in Den Haag of Utrecht. Ik citeer: Op dinsdag, woensdag en donderdag lijkt de Kamer soms wel een gesloten inrichting, alsof je een enkelband om hebt. Er is echter één Kamerlid dat zijn enkelband lijkt te hebben doorgeknipt: de heer Anne Mulder. Hij is recordhouder reizen. Je hebt ook Kamerleden die naar het buitenland gaan terwijl niemand dat opvalt. En dat is natuurlijk niet helemaal de bedoeling. Wat doe je op dat moment? Je zoekt een plek die om een bepaalde reden gevoelig ligt, koopt een vlaggetje en hoopt dat je wordt opgepakt. Maar gelukkig hebben we daar een filmpje van.

Ik trek me jullie welzijn enorm aan. De een ervaart de Kamer als een gesloten inrichting, anderen hebben een meldplicht of een ophokplicht. En dat raakt mij. Daarom bemoei ik me actief met de renovatie van het Binnenhof. Ik wil ervoor zorgen dat het hier niet als een gesloten inrichting voelt, maar als een vakantieparadijs met tropische kantoortuinen en palmbomen. Maar helaas, het moet sober en doelmatig zijn.

Er gebeuren ook veel mooie dingen, bijvoorbeeld de viering van 100 jaar algemeen kiesrecht. Maar het mooiste is en blijft het debat, het gesproken woord in het parlement. We hebben veel debatten met elkaar gevoerd, in commissieverband en hier in de plenaire zaal. Er waren soms mooie en beladen debatten. En ik geniet elke keer van bevlogen Kamerleden die voor hun kiezers opkomen. Emoties kunnen hierbij hoog oplopen. Diezelfde emoties leiden soms tot mooie uitspraken en versprekingen. Zo zei mevrouw Bergkamp dat niet iedereen het ei opnieuw moet uitvinden. De heer Van Weyenberg had het over mensen die op een appeltje moeten bijten. En minister Koolmees had het over gelijke monniken, gelijke pakken. Ik zie dat het gesproken woord uit het hoofd en het hart, en niet vanaf het papier, steeds vaker voorkomt in deze zaal. Ere wie ere toekomt: de heren Nijboer en Kops zijn de eersten van de jonge generatie Kamerleden die dit aandurven, en het is een genot. Gelukkig volgen steeds meer Kamerleden dit voorbeeld. Ik zou zeggen: laten we na het reces de mondelinge vragen niet meer van papier lezen. Het heet niet voor niets het mondelinge vragenuur.

Soms zie ik ook iets bloeien in de zaal tussen Kamerleden. Ja, nu wordt het spannend. Er zijn zelfs stellen en gouden duo's. Mevrouw Ouwehand en de heer Geurts kunnen niet met maar ook niet zonder elkaar. Ik noem de heer Graus, die een bijzondere band heeft met de heer Futselaar en hem liefkozend "de Futs" noemt. De heer Van Meenen die, voordat hij achter het katheder staat, al liefdevol wordt opgewacht bij de interruptiemicrofoon door de heer Beertema, en andersom ook. Het gouden duo Renske Leijten en Kees Verhoeven, die stomverbaasd zijn als de een de ander niet in zijn of haar inbreng noemt.

Nog een record: de waslijst aan debatten. 118 meerderheidsdebatten en 108 dertigledendebatten. Bij elkaar 226. De hoeveelheid debatten leidt ertoe dat jullie soms vergeten dat het debat al op de lijst staat. De heer Van Raan wilde een debat over de stijging van de zeespiegel. Hij kreeg steun van 30 leden en daardoor kon hij een eerder debat dat hij zelf had aangevraagd, over de stijging van de zeespiegel, van de lijst afvoeren en een debat over de stijging van de zeespiegel toevoegen aan de lijst.

Dan heb je Kamerleden die bij de regeling van werkzaamheden een debat aanvragen en denken dat het de eerste termijn van de Kamer is. Ik zal geen namen noemen, meneer Van Gerven. Tot 2012 kende de Kamer geen voorraadlijst met debatten. Dit is in de loop der jaren zo gegroeid. Ik had gehoopt dat deze Kamer bij haar aantreden in 2017 terughoudender met haar instrumenten zou omgaan. Maar helaas, het tegendeel is het geval. De agenda is ontploft. Het oudste debat op de lijst dateert van maart 2018 en er worden zelfs debatten aangevraagd over rapporten die pas over een halfjaar verschijnen, meneer Wiersma.

Lieve collega's het aantal records wat betreft moties, vragen en debatten laat zien dat we ons werk serieus nemen, maar het laat ook zien dat de medewerkers en de ambtelijke organisatie onder druk staan en dat jullie zelf ook onder een enorme druk staan. Jullie ervaren dagelijks de druk vanuit de samenleving, de hoeveelheid mails, de sociale media. De druk vanuit de fractie en de partij en de druk vanuit de pers. Die druk maakt dat we onszelf en elkaar gek maken. Een aantal collega's onder ons lijdt eronder en een enkeling is halverwege gestopt omdat de druk te hoog was. Wees alsjeblieft zuinig op jezelf en op elkaar.

Het vele werk dat we hier doen, kan niet plaatsvinden zonder de Kamerambtenaren en fractiemedewerkers: de mensen die zich dagelijks voor ons inzetten, of het nu gaat om inhoudelijke ondersteuning, of al die andere disciplines die nodig zijn om ons werk in dit gebouw te kunnen doen. Ze zijn er altijd. Ze hebben soms heel wat met ons te stellen en voelen, net als wij, de druk die het met zich meebrengt om te werken in het brandpunt van de Nederlandse democratie. Maar ze staan er, dag in, dag uit. Daar zijn we hen heel, heel dankbaar voor.

(Geroffel op de bankjes)

De voorzitter:
Ook een woord van dank aan alle Presidiumleden. Jullie inzet en betrokkenheid bij het werk van de Kamer is enorm. Voor mij is dat een enorme steun. Een speciaal woord voor de beide ondervoorzitters, Ockje Tellegen en Martin Bosma. Hij heeft vandaag samen met Ockje ook een dienst gedraaid.

(Geroffel op de bankjes)

De voorzitter:
Ik heb begrepen dat de heer Bosma soms als "mevrouw de voorzitter" wordt aangesproken wanneer hij mij vervangt. Waarop de vorige keer de heer Graus vanuit de bankjes riep: dat is hij alleen in het weekend!

(Hilariteit)

De voorzitter:
Natuurlijk bedank ik ook onze parlementaire pers. Het is heel belangrijk dat ons werk wordt gecontroleerd. De journalistiek wordt wel de waakhond van de democratie genoemd, en dat is terecht.

Dan wens ik u een heel mooi reces toe. Geniet van de zon en van het gezelschap van uw geliefden, familie en vrienden. Rust uit en neem een beetje afstand. Ik zie u graag op 3 september terug. Een fijn reces!

(Geroffel op de bankjes)

Sluiting

Sluiting 03.50 uur.