Plenair verslag

Tweede Kamer, 70e vergadering
Donderdag 7 mei 2020

  • Aanvang 14:00 uur
  • Sluiting 20:45 uur
  • Status Ongecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Arib

Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:

De voorzitter:
Ik open de vergadering van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van donderdag 7 mei 2020. Ik heet iedereen in de zaal en de mensen die meekijken van harte welkom.

We beginnen eerst met het afscheid van mevrouw Diks namens GroenLinks.

Afscheid van het lid Diks

Afscheid van het lid Diks

Aan de orde is het afscheid van het lid Diks (GroenLinks).

De voorzitter:
Mevrouw Diks heeft een uitgebreide brief geschreven. Ik ga die niet voorlezen — dat heb ik u laten weten — maar wel een ingekorte versie. Gisterennacht kreeg ik jouw afscheidsbrief. Met het oog op de omstandigheden lees ik die niet helemaal voor. Een paar dingen uit je brief wil ik aanhalen. Je schrijft dat Defensie voor een partij als GroenLinks niet per se een aangelegen onderwerp is. Toch heb jij je daarvoor ingezet en kwam je op voor het Defensiepersoneel, voor hun veiligheid en vooral hun beloning. Je portefeuille Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking noem je een andere bron van inspiratie. In jouw ogen staat de presentatie van Nederland als geweldig handelsland in schril contrast met de schade die dat toebrengt aan mensen, dieren, natuur en klimaat.

Je staat ook stil bij de gebeurtenissen rondom je wachtgeld en verblijfskosten. Die wil je bij je afscheid niet onbenoemd laten, schrijf je. Ik citeer: "Ik had het wachtgeld meteen moeten weigeren en de vergoeding eerder moeten stoppen." Dat gaat u nu ook terugbetalen, schrijft u in uw brief. Je sluit je brief af met het bedanken van de organisatie, je collega's in de fractie en in het bijzonder jouw man.

Nu ga ik, ook heel kort, een paar woorden tegen je zeggen.

Geachte mevrouw Diks, beste Isabelle, we nemen afscheid in een vreemde situatie. Er is geen volle zaal en je zit in de voorzittersloge, omdat je geen Kamerlid meer bent. Toch wil ik, zoals gebruikelijk is als een Kamerlid vertrekt, een paar woorden tegen je zeggen. Je begon eind 2008 om een Kamerlid te vervangen dat met zwangerschapsverlof ging. Je had er toen al twaalf jaar op zitten in de gemeente Apeldoorn en de Provinciale Staten van Gelderland. Je wist dus veel van de lokale en provinciale politiek. Oorspronkelijk was je ondernemer; dat wist ik zelf ook niet. Je had een bedrijf als modeontwerper en een bed and breakfast. Na je tijdelijke Kamerlidmaatschap werd je wethouder in Leeuwarden. Een kleine tien jaar later, bij de laatste Kamerverkiezingen, kwam je terug naar Den Haag. Je kreeg de portefeuilles Defensie en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

De laatste maanden ben je veel in het nieuws geweest, niet altijd positief. In je eigen brief zei je daar het nodige over. Dat was niet alleen vervelend voor jou, maar ook voor het aanzien van de Kamer. Nu je ons verlaat, ga je weer richting het Noorden, voor de derde keer terug naar de gemeentepolitiek. Je wordt wethouder in Groningen. Je weet dat ik altijd kritisch ben over collega's die hun kiezersmandaat niet volmaken. Dat geldt zeker in jouw geval, want je bent gekozen met voorkeursstemmen. Uiteindelijk maakt iedereen daarin zijn of haar eigen keuzes.

We wensen je heel veel succes in je nieuwe functie. Het ga je goed.

(Geroffel op de bankjes)

Beëdiging van de heer T.J.H. van den Nieuwenhuijzen-Wittens

Beëdiging van de heer T.J.H. van den Nieuwenhuijzen-Wittens

Aan de orde is de beëdiging van de heer T.J.H. van den Nieuwenhuijzen-Wittens (GroenLinks).

De voorzitter:
Ik geef het woord aan mevrouw Leijten tot het uitbrengen van verslag namens de commissie voor het onderzoek van de geloofsbrieven. Ik heb u heel lang niet gezien, mevrouw Leijten.

Mevrouw Leijten, voorzitter der commissie:
Voorzitter. Zoals heel veel dingen in deze ongebruikelijke tijd gaat de commissie voor het onderzoek van de geloofsbrieven ook gewoon door. Wij kijken of de benoemde persoon door de Kiesraad kan worden toegelaten tot deze Kamer. Dit is natuurlijk een heel rare tijd, maar het is weer gelukt. Ik mag dus de volgende passage voorlezen.

De commissie voor het onderzoek van de geloofsbrieven heeft de stukken onderzocht die betrekking hebben op de heer T.J.H. van den Nieuwenhuijzen-Wittens te Utrecht. De commissie is tot de conclusie gekomen dat de heer T.J.H. van den Nieuwenhuijzen-Wittens te Utrecht, terecht benoemd is verklaard tot lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. De commissie stelt u daarom voor om hem toe te laten als lid van de Kamer. Daartoe dient hij nog wel eerst de eden of de verklaringen en de beloften zoals die zijn voorgeschreven bij de Wet beëdiging ministers en leden Staten-Generaal van 27 februari 1992, Staatsblad nr. 120, af te leggen.

De commissie verzoekt u tot slot, de Kamer voor te stellen, het volledige rapport in de Handelingen op te nemen.

De voorzitter:
Ik dank de commissie voor haar verslag en stel voor, dienovereenkomstig te besluiten.

Daartoe wordt besloten.

(Het rapport is opgenomen aan het eind van deze editie.)

De voorzitter:
Ik verzoek de leden en iedereen op de publieke tribune om, indien mogelijk, te gaan staan. Er zit bijna niemand op de publieke tribune behalve een aantal journalisten, maar goed.

De heer Van den Nieuwenhuijzen-Wittens is in het gebouw der Kamer aanwezig om de voorgeschreven verklaringen en beloften af te leggen.

Ik verzoek de griffier, hem binnen te leiden.

Nadat de heer T.J.H. van den Nieuwenhuizen-Wittens door de griffier is binnengeleid, legt hij in handen van de voorzitter de bij de wet voorgeschreven verklaringen en beloften af.

De voorzitter:
Dan wens ik u namens de hele Kamer, die hier vandaag helaas niet aanwezig kan zijn, van harte geluk met het lidmaatschap van onze Kamer. Er staat op de gang iemand met een bos bloemen op u te wachten, of zelfs in de zaal. Ik hoop u weer gauw te zien in deze zaal. Heel veel geluk met uw lidmaatschap.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat de heer Krol met ingang van 3 mei geen lid meer is van de fractie van 50PLUS — mocht jullie dat zijn ontgaan — en dat hij per 6 mei met mevrouw Van Kooten-Arissen een groep vormt.

Ontwikkelingen rondom het coronavirus

Ontwikkelingen rondom het coronavirus

Aan de orde is het debat over de ontwikkelingen rondom het coronavirus.

De voorzitter:
Aan de orde is het debat over de ontwikkelingen rondom het coronavirus. Ik heet de minister-president, de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de minister voor Medische Zorg van harte welkom. De interrupties bestaan uit tien vragen, verdeeld over het hele debat, zowel voor vragen aan elkaar als aan het kabinet. In totaal dus tien vragen; het staat jullie vrij om daar wel of geen gebruik van te maken.

Dan geef ik nu het woord aan de heer Dijkhoff namens de VVD.

De heer Dijkhoff (VVD):
Voorzitter. Ik heb begrip voor de versoepeling en voor de etappes die in het vooruitzicht zijn gesteld. Ik steun dat ook, maar ik zeg er wel bij dat het ook voorzichtiger had gekund. We hadden ook nog langer kunnen wachten, zodat de kans kleiner is dat de uitbraak te groot wordt en je dingen waar we nu op hopen, door data die je niet kunt halen, alsnog moet uitstellen of zelfs moet terugdraaien. Maar de keerzijde is dat ondernemers het door dat langere wachten nog langer zwaar hebben en er ondertussen nog meer omvallen. Ik wil onze ondernemers sowieso een groot compliment geven voor hun creativiteit, voor hoe ze anderhalvemetermaatregelen bedenken en protocollen maken. Wel blijft nog steeds de vraag wat de overheid precies met die protocollen doet. Is het alleen voor de bedrijven zelf? Wordt er meegekeken? Wordt er een soort van goedkeuring gegeven? En spelen ze ook een rol bij de beslissing welke sectoren op welk moment weer open kunnen?

Voorzitter. Dit speelt ook een rol in de sport. Het is goed dat het kabinet onderscheid maakt tussen de verschillende sporten, maar ik wil de sportminister vragen om verder in te zoomen. De ene sportschool is de andere niet. Ook hier zijn er veel verschillen en mogelijkheden met ruimte per persoon, werken op afspraak en grondige reiniging. Ook binnensporten zijn er in veel verschillende vormen. Het is een beetje raar dat je straks wel met een schoolklas in de gymzaal mag gymmen, maar dat je een paar uur later met veel minder mensen niet mag turnen of, op afspraak, de klimwand op mag. Ik snap wel dat die anderhalve meter, als je veel beweegt en zweet en de airco alles rond blaast, niet genoeg is, maar ik vraag het kabinet wel om te kijken naar de specifieke oplossingen en welk risico die met zich meebrengen en het niet bij deze generieke, categorische inschatting op een hoger risico te laten.

Voorzitter. Het gaat mij niet alleen om het plezier van de sport, maar ook om de gezondheidseffecten. Mensen bewegen nu minder en dat is niet zo goed. Ik las dat mensen er nu gemiddeld twee tot drie coronakilo's bij hebben. Het zou fijn zijn als die er weer "af gesport" kunnen worden. Ik vraag dit voor een vriend!

Voorzitter. Er komt ruimte voor de horeca, voor zaken met terrassen en strandtenten. Dat staat nu op 1 juni. Dat is een mooie ronde datum, maar het is dan ook pinkstermaandag. Dat is dus niet een heel praktische datum. Als het inderdaad tegen die tijd verantwoord is om open te gaan, mag het dan een paar dagen eerder, net voor het weekend?

Ik wil er ook graag toe oproepen dat er lokaal ruimte wordt geboden aan de ondernemers, dat er extra meters beschikbaar zijn voor het terras, zodat zij meer omzet kunnen draaien, dat ondernemers hun parkeerterrein of grasveld tijdelijk kunnen gebruiken als extra terrasruimte of dat wellicht zelfs pleinen of straten daarvoor even verkeersvrij worden gemaakt. Kan het kabinet de gemeenten oproepen om daaraan mee te werken? Ik zie dat veel gemeenten dat overwegen, maar een steuntje in de rug dat dat goed zou zijn, zou welkom zijn. Maar ook dan moeten we realistisch zijn. Ook dan zitten veel bedrijven nog in zwaar weer. Open met beperkingen is beter dan dicht, maar het is vaak niet rendabel. Het tweede steunpakket hoeft hopelijk minder breed te zijn, maar zal wel gerichter moeten zijn. Het terras gaat ook niet open als de zaak failliet is en ook niet als je dan verlies draait. Het kan niet de hele dag door een rondje van de zaak zijn. Voor de horeca moet ook het gat in het eerste steunpakket nog gedicht worden. Kan het kabinet aangeven hoe het daarmee staat? De geluiden die ik daarover hoorde na het gevoerde overleg, zijn nog niet helemaal bevredigend. En hier is ook haast bij geboden, want er gaat met Pinksteren niet veel open als de zaak half mei al op de fles is gegaan.

Een laatste punt, voorzitter. De premier sprak gisteren over de controle die restaurants en kappers hebben te doen bij hun klanten. Ze moeten hen ook laten reserveren. Dan kunnen ze zicht houden op het maximaal aantal mensen in de zaak en tegelijkertijd vragen of er sprake is van klachten, en dan kunnen ze zeggen dat iemand niet mag komen. Maar is het dan ook de bedoeling dat bij de reservering een telefoonnummer of e-mail wordt genoteerd en dat die lijsten een paar weken bewaard worden? Mocht iemand na bezoek aan een restaurant dan besmet blijken te zijn en de dag erna ziek worden, dan kan de GGD dat restaurant bellen en vragen om aan te geven wie er nog meer waren en die mensen informeren. Het lijkt mij verstandig om dat te doen. Maar dan zouden die ondernemers de lijsten even bij zich moeten houden en niet elke dag moeten weggooien als de bar gesloten wordt. Kan dat, en is dat de bedoeling?

Tot slot, voorzitter. Er is veel perspectief, maar geen garantie. Als we ons allemaal aan de voorschriften houden, dan kan het zijn dat we op de gehoopte data meer vrijheid hebben. Als we ons er niet aan houden, kan het later moeten. We moeten zuinig zijn op de ruimte die er nu is. Dus houd vol en houd afstand.

De heer Pieter Heerma (CDA):
Ik hoor de heer Dijkhoff het over het pinksterweekend hebben. Precies over dat punt zat ik ook na te denken. Hij heeft het erover dat het bij de horeca en terrassen niet per se praktisch is om op die pinkstermaandag te gaan zitten. Maar het is potentieel ook minder veilig. Als dat hele pinksterweekend een zonnig weekend is en als iedereen die ernaar hunkert om een keer naar een terras te gaan daar die maandag gaat zitten, dan zou het in potentie veiliger kunnen zijn om dat te spreiden over het pinksterweekend. Is dat ook waar de heer Dijkhoff zijn vraag op stoelt?

De heer Dijkhoff (VVD):
Ja, ik denk het wel. Na die maandag gaan we weer aan het werk en dan duurt het weer een paar dagen voor je het terras op kunt. Het kan natuurlijk zo zijn dat de hele gezondheids- of virussituatie sowieso niet toelaat dat pinksterweekend al open te gaan en dat het later dan 1 juni moet zijn. Dat zou natuurlijk ook kunnen. Dat zou jammer zijn, maar als dat blijkt, moet je dat maar doen. Maar het zou een beetje cru zijn als je die donderdag zegt: "Nou, de cijfers zien er goed uit; we kunnen dit weekend open en we beginnen maandag."

De heer Klaver (GroenLinks):
De heer Dijkhoff had het over de steun die er nodig is voor de horeca. De capaciteit is zoveel minder, dat we wel wat extra's zullen moeten doen. Dat begrijp ik en daar ben ik ook voor. Is de heer Dijkhoff het met mij eens dat dit ook zou moeten gelden voor de culturele sector? Want ook die kan straks weer deels open, maar ook daar is de capaciteit veel minder. Zij kunnen dus ook minder verdienen. Daar zal ook steun nodig zijn, omdat anders ook allerlei instellingen zullen omvallen.

De heer Dijkhoff (VVD):
Voor mij vallen podia en theaters daar ook onder.

De heer Wilders (PVV):
Ik ben met de collega van de VVD blij dat de terrassen opengaan. Daar hebben we de vorige keer allebei een punt van gemaakt. Maar ik snap eigenlijk niet zo goed waarom dat niet meteen kan. Het is buiten. Er zijn de voorwaarden van aparte tafeltjes en 1,5 meter. Ik snap wel dat men ook wacht op scholen en andere dingen. Maar waarom zou je? Kijk, over drie weken zijn er al een heleboel horecaondernemers meer op de fles gegaan of dichter bij dat ze op de fles gaan. Wat zou er nou op tegen zijn om die terrassen, die altijd buiten zijn, gewoon vanaf morgen al open te laten zijn?

De heer Dijkhoff (VVD):
Dat is een risicoafweging. Als het zo doorgaat, zijn er op dit moment meer mensen besmet dan over drie weken. Dan is de kans dus groter dat iemand, ondanks dat hij bij hoesten thuis moet blijven, toch net een dag ervoor op het terras gaat zitten. Ik vind dus dat we in de risicoafweging nu al best wel ... Ik denk dat het echt nog voorzichtiger had gekund. Het kan ook eerder open, maar ik vind dit een goede balans. Laat ik het zo maar zeggen: je kunt het niet garanderen. Als we drie weken verder zijn en de ic-capaciteit is dan nog verder teruggelopen, dan kun je een hogere piek opvangen. Je weet dan ook wat van de maatregelen die we nu al doen. We gaan per maandag al heel wat extra doen, niet alleen wat gisteren is aangekondigd, maar ook met de scholen en de kinderopvang. Er gaat maandag al heel veel meer open dan nu het geval is. Ik denk dat het goed is om dat in fases en in stappen te doen.

Mevrouw Marijnissen (SP):
We hebben hier in de Kamer de afgelopen weken heel vaak gesproken over het gebrek aan voldoende beschermende materialen voor onze zorgverleners. De laatste tijd horen we daar goede berichten over. Er zouden voldoende materialen zijn. Sterker nog, in de briefing van vorige week werd gezegd: we kúnnen nog veel meer bestellen, maar dat doen we niet, omdat dat niet nodig is. Is de heer Dijkhoff het ermee eens dat nu er voldoende middelen zouden zijn, de richtlijn zodanig aangepast zou moeten worden dat elke zorgverlener met beschermende materialen zou kunnen werken? Dat zou namelijk ook een goede, preventieve functie kunnen hebben.

De heer Dijkhoff (VVD):
Voor zover de richtlijnen op schaarste gebaseerd waren, ben ik het daar wel mee eens. Ik vergelijk het met de mondkapjes. Ik heb dat zelf ook. De wetenschap is niet overal uit en op een gegeven moment kun je niet zeggen dat we wetenschappelijk adviseren ze te dragen. Ik kan me heel goed voorstellen dat mensen het wel een prettiger idee vinden, omdat hoe klein de bijdrage ook is, het risico wel verder verkleind wordt. Als ik naar de kapper ga, wat hoog tijd wordt, vind ik het prettig als de kapper een mondkapje draagt. Ik vind het ook niet gek als hij er mij eentje aanreikt, op afstand. Of ik zou het mondkapje zelf omdoen, als hij zou zeggen: daar ligt het. Dat is iets anders dan dat je van experts vraagt hun wetenschappelijke inzichten te veranderen omdat er zo veel beschikbaar is. Dat kan ik niet vragen. Ik denk dus dat de adviezen gebaseerd moeten zijn op wat wetenschappelijk toegevoegde waarde heeft en wat niet, en zolang er schaarste is, moet je daarbij een verdelingsvraagstuk optellen. Als er geen schaarste meer is, moet het wetenschappelijke advies zo blijven. Je kunt als de beschikbaarheid ruim is, er wel zelf voor kiezen om zaken te gebruiken. Ik weet niet of we al helemaal op het punt zijn dat we zo ruim in het beschermingsjasje zitten.

De heer Azarkan (DENK):
We kennen de heer Dijkhoff natuurlijk als iemand die de horeca een warm hart toedraagt. Nu zijn er heel veel horecaondernemers die het volgende zeggen. Als ik op 30-40% capaciteit moet draaien, dan lopen mijn vaste kosten door, maar mijn marge zit eigenlijk in die laatste 20%. Ik kom dus in een soort zuurstofloos gebied terecht, namelijk dat ik wel open mag, maar feitelijk niet open kan. Ik kan dit bedrijfseconomisch helemaal niet runnen. Wat zegt de heer Dijkhoff tegen die mensen?

De heer Dijkhoff (VVD):
Dat is precies de reden dat ik vraag om daar bij het tweede steunpakket specifiek naar te kijken. Het is zelfs nog complexer. We kregen berichten uit het mooie Langweer, een watersportgebied. Je kunt daar niet zeggen dat het de komende maanden nog even moeilijk is, maar men in november misschien weer volledig open kan. Dan is het seizoen daar namelijk voorbij. Ze leven daar van de zomermaanden. Je moet dus echt specifiek naar het tweede steunpakket kijken, en naar de omstandigheden van bedrijven en wat dit voor hen betekent. Anders is het de keus: u gaat het niet redden. Als het terras weer open kan met 1,5 meter afstand, dan is dat een beperkt deel van wat je had. Ik hoop dat je dat met een verruiming nog kunt opplussen. Ook dan zal je nog een gat hebben tussen weer open kunnen en dat de maatschappij het fijn vindt dat je weer open bent, en rendabel zijn. Ik vind dat het tweede steunpakket daarin moet voorzien. Ook anderen kunnen daarin een rol spelen. Ik zie in Breda de afspraak van een derde-een derde-een derde, tussen de verhuurder, de brouwer en de ondernemer. Dat gaat over de huur en dat helpt ook. Als het kabinet op dat vlak punten voor elkaar krijgt, dan vind ik dat ook goed. Uiteindelijk moet het tweede steunpakket daar duidelijkheid in geven, zodat als je op 1 juni, of hopelijk een paar dagen eerder, weer open mag, je weet dat je ook open kán. Het gaat er niet alleen om dat het mag, maar ook dat je dan nog een bedrijf hebt. Opengaan om verlies te lijden, dat kan niet.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Wilders namens de PVV.

De heer Wilders (PVV):
Mevrouw de voorzitter. We hebben gisteren allemaal de persconferentie van premier Rutte en minister De Jonge gezien. Het spijt me, maar ik had daar toch wat andere verwachtingen van. Ik had gehoopt dat de premier ook even zou stilstaan bij het verdriet van al die nabestaanden, al die mensen die rouwen om hun geliefden, die de afgelopen weken zijn overleden aan corona. Ik had ook verwacht dat onze premier zijn schaamte zou uitspreken naar al die 13.884 zorghelden die besmet raakten met corona, omdat ze vaak geen beschermingsmiddelen hadden, en de negen die in het heetst van de strijd zijn overleden. Ik had verwacht dat hij zijn excuses zou aanbieden voor de valse start met dat vliegtuig dat drie maanden geleden naar China vertrok, met aan boord onze voorraad aan mondkapjes en overige beschermingsmiddelen. Onze groothandels werden als tubes tandpasta leeggeknepen, volgens een ooggetuige. Ik had ook gedacht dat hij zich schuldig zou voelen dat door het tekort aan beschermingsmiddelen corona in bijna de helft van de verpleeghuizen zo meedogenloos kon toeslaan. En ik had verwacht dat hij zou vertellen dat hij wakker heeft gelegen van het feit dat de regering al sinds drie maanden wijkverpleegkundigen en verzorgenden pas bescherming geeft als een bewoner corona had, en dat de huishoudelijke hulp helemaal niets kreeg. Hij had moeten garanderen, gisteren op televisie, dat het spelen met levens nu echt voorbij is en dat zij zonder restricties alle middelen kunnen krijgen die zij nodig hebben.

Dan minister De Jonge. Waar waren zijn excuses voor het nog steeds niet op orde hebben van het testbeleid, waardoor we corona nu nog steeds niet in beeld hebben? Waar is zijn sorry voor de verspilde tijd met die mislukte app? En waarom geen excuses dat er nog altijd geen duizenden betaalde vrijwilligers zijn om de GGD's te helpen met het telefonische bron- en contactonderzoek?

Voorzitter. U zag niets van dit alles gisteren in de persconferentie. Geen zelfreflectie, geen medeleven, geen spijt, geen excuses, helemaal niets. Begrijp me niet verkeerd: het is goed dat er na zo'n lange tijd perspectief wordt geboden, eindelijk, op het terugwinnen van onze vrijheid. Dat is ook goed voor onze economie. Het is goed nieuws dat mensen zonder gezondheidsklachten vanaf aanstaande maandag niet meer thuis hoeven te blijven, en ook dat de horeca lucht krijgt en terrassen maar ook campings binnenkort weer open kunnen. De contactberoepen, zoals bijvoorbeeld de kapper, kunnen vanaf maandag weer aan de slag, maar het is daarbij onbegrijpelijk en ook onacceptabel dat mondkapjes daar niet verplicht worden. Dat zou natuurlijk wel moeten gebeuren. Kappers zijn geen proefkonijnen.

Voorzitter. Ik begrijp ook niet dat niet-medische mondkapjes niet veel meer door het kabinet worden aanbevolen, dat niet wordt aanbevolen dat mensen ze vaker vrijwillig kunnen gebruiken in winkels, nu uit onderzoek blijkt dat het twee op de drie Nederlanders niet lukt om 1,5 meter afstand van andere mensen te houden bij het boodschappen doen.

Voorzitter. Er is nog heel veel werk aan de winkel. Tegen premier Rutte zou ik willen zeggen: zorg dat u uw zaakjes nu eindelijk op orde krijgt. Ga zo snel mogelijk massaal testen. Juli is alweer veel te laat. Gebruik die duizenden vrijwilligers om te helpen bij dat bron- en contactonderzoek en zet in op het gebruik van mondkapjes, breed. Het is van het allergrootste belang dat we het virus effectief indammen en uitroeien.

Mevrouw de voorzitter. We hebben geen plannen nodig, maar resultaten. We hebben geen woorden nodig, maar daden. Als het namelijk bij woorden blijft, zoals tot nu toe het geval was, dan zal die routekaart van Rutte de kortste weg blijken te zijn naar een nieuwe lockdown. En dat wil helemaal niemand, want Nederland hunkert naar meer vrijheid.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Pieter Heerma namens het CDA.

De heer Pieter Heerma (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Gisteravond na de persconferentie stond er op teletekst te lezen "wisselende reacties op versoepeling". Dat is ook heel logisch. Je ziet direct dat de zorgen heel divers zijn. Gaat het te snel? Gaat het te langzaam? De kern is volgens mij dat iedereen, ook wij, het heel spannend vindt. Als je denkt aan het voorkomen van een tweede piek, dan kan je niet voorzichtig genoeg zijn. Maar als je denkt aan al die ouderen in verpleegtehuizen, die afgesneden zijn en geen contact kunnen hebben met hun dierbaren, dan denk je: dit is menselijk niet vol te houden. Mkb'ers die vrezen voor faillissement, maar ook medewerkers die bang zijn dat op hun werkvloer die 1,5 meter niet vorm te geven is. Of zieke mensen die wachten op uitgestelde reguliere zorg. En niemand kan claimen het ultieme en definitieve antwoord op al deze vaak tegengestelde dilemma's te hebben. De zware verantwoordelijkheid om het antwoord te geven dat er wél moet komen, ligt bij het kabinet. Ik denk dat het goed is dat de roep om perspectief zoals die in de samenleving, maar ook hier in de Kamer is geuit, er is gekomen. Ik denk ook dat het goed is dat het kabinet dat perspectief heeft geboden en de stappen heeft uiteengezet voor de komende tijd. We realiseren ons met z'n allen volgens mij ook dat die ruimte er is gekomen dankzij al die mensen die zich de afgelopen weken en maanden verantwoordelijk en terughoudend hebben opgesteld.

Alleen, het besef is er ook dat dat volhouden nu minstens zo belangrijk is en nog veel langer gaat duren. Naast het volhouden is het van enorm belang, wil je dit kunnen uitvoeren, dat er snel en effectief wordt ingegrepen wanneer er wel ergens een uitbraak is. Dat is een kernpunt van het vorige debat geweest: voldoende testen, kunnen traceren en contact- en brononderzoek doen. Kan de minister in dit debat uitleggen hoe dat in de praktijk gaat gebeuren indien er een uitbraak is? Kan de minister uitleggen dat ook als zo'n uitbraak er is in een dichtbevolkt gebied, in een groot gebied met heel veel reisbewegingen, de capaciteit en de inzet er zijn om een uitbraak te voorkomen en er snel bij te zijn? Kan het kabinet aangeven — de technische briefing ging daar vanochtend ook al deels over — op basis waarvan in de komende weken en maanden wordt besloten of een versoepeling versneld kan worden? En kan het kabinet aangeven op basis waarvan wordt besloten of die juist uitgesteld of, in het ernstigste geval, teruggedraaid moet worden?

Ik las ook in de brief dat er vanaf 11 mei pilots komen met bezoek in verpleeghuizen. Daar hebben collega Segers en collega Van der Staaij eerder ook allerlei vragen over gesteld. Het is goed dat die pilots er nu komen. Kan de minister uiteenzetten hoe dit eruit gaat zien en hoe dat opbouwt richting 25 mei, wanneer het bezoek weer echt meer zou kunnen plaatsvinden?

Dan een vraag over de horeca; collega Dijkhoff had het daar ook al over. De datum 1 juni is pinkstermaandag. Als de terrassen dan opengaan en je een mooi pinksterweekend hebt, heb je het risico dat iedereen die daarnaar hunkert, op die dag op dat terras gaat zitten. Het wordt inderdaad later als het niet kan, maar als het toch kan, is het dan niet veiliger om voor het hele pinksterweekend te kiezen? De kans dat mensen zich gaan verspreiden is dan immers groter. Dan is er minder risico op verspreiding en dat is veiliger.

Ook heb ik een vraag over het contrast tussen binnenzwembaden en sportscholen. Binnenzwembaden gaan namelijk vanaf 11 mei open en sportscholen vanaf 1 september. Ik zou toch graag iets meer toelichting hebben op het verschil hiertussen.

Voorzitter. Ik rond af met een referentie aan het debat van twee weken geleden. In het laatste debat had ik het erover dat er meer ongelukken gebeuren tijdens de afdaling van een bergbeklimming dan tijdens de klim. Daar zijn heel veel redenen voor. Je bent moe. Je hebt het gevoel dat, als je aan de top bent, de zwaarste klus erop zit. Vaak heb je ook haast om weer thuis te komen, naar het normaal. Maar juist nu moeten we met elkaar volhouden om ook die afdaling met elkaar tot een goed einde te brengen. Blijf alert. Hou vol. Houd moed. Samen staan we sterk.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Jetten namens D66.

De heer Jetten (D66):
Voorzitter. We krijgen langzaam onze vrijheden terug. We kunnen langzaam weer gaan denken in wat wél kan. Dat is goed nieuws voor heel veel mensen. Alle steun dus voor deze nieuwe koers van het kabinet. Een maand geleden al vroeg ik het kabinet om een routekaart uit de lockdown. Het is goed dat die routekaart er nu is. Veel mensen in Nederland hadden behoefte aan dit perspectief. Maar toch zijn er ook teleurstellingen, bijvoorbeeld bij sportscholen, fitnessclubs en dansscholen, die vooralsnog tot 1 september hun deuren gesloten moeten houden. Ik roep de minister op om te kijken naar maatwerk. De ene sportschool is immers de andere niet.