Plenair verslag

Tweede Kamer, 91e vergadering
Donderdag 2 juli 2020

  • Aanvang 10:15 uur
  • Sluiting 05:10 uur
  • Status Gecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Arib

Aanwezig zijn 147 leden der Kamer, te weten:

Van Aalst, Aartsen, Agema, Alkaya, Amhaouch, Arib, Asscher, Azarkan, Baudet, Becker, Beckerman, Beertema, Belhaj, Van den Berg, Van den Berge, Bergkamp, Van Beukering-Huijbregts, Bisschop, Bolkestein, Van den Bosch, Martin Bosma, Bosman, Bouali, Van Brenk, Bruins, Buitenweg, Van Dam, Diertens, Tony van Dijck, Emiel van Dijk, Gijs van Dijk, Jasper van Dijk, Dijkhoff, Pia Dijkstra, Remco Dijkstra, Dik-Faber, Van Eijs, El Yassini, Ellemeet, Van Esch, Futselaar, Geluk-Poortvliet, Van Gent, Van Gerven, Geurts, De Graaf, Van der Graaf, Graus, De Groot, Groothuizen, Van Haga, Harbers, Rudmer Heerema, Pieter Heerma, Van Helvert, Hermans, Hiddema, Hijink, Van den Hul, Jansen, Jetten, De Jong, Karabulut, Van Kent, Kerstens, Klaver, Koerhuis, Koopmans, Van Kooten-Arissen, Kops, Kröger, Krol, Kuik, Kuiken, Kuzu, Kwint, Laan-Geselschap, Laçin, Van der Lee, Leijten, Van der Linde, Lodders, Madlener, Maeijer, Marijnissen, Markuszower, Von Martels, Van Meenen, Middendorp, Van der Molen, Moorlag, Agnes Mulder, Anne Mulder, Edgar Mulder, Van den Nieuwenhuijzen, Nijboer, Nijkerken-de Haan, Van Nispen, Van Ojik, Omtzigt, Van Otterloo, Ouwehand, Öztürk, Özütok, Palland, Paternotte, Peters, Ploumen, Postma, Van Raak, Van Raan, Raemakers, Regterschot, Renkema, Rog, De Roon, Sazias, Schonis, Segers, Sienot, Sjoerdsma, Slootweg, Smals, Smeulders, Sneller, Snels, Van der Staaij, Stoffer, Tellegen, Terpstra, Tielen, Van Toorenburg, Veldman, Verhoeven, Voordewind, Aukje de Vries, Wassenberg, Van Weerdenburg, Westerveld, Weverling, Van Weyenberg, Wiersma, Van Wijngaarden, Wilders, Wörsdörfer, Yeşilgöz-Zegerius en Ziengs,

en mevrouw Bijleveld-Schouten, minister van Defensie, de heer Blok, minister van Buitenlandse Zaken, de heer Blokhuis, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de heer Dekker, minister voor Rechtsbescherming, de heer Grapperhaus, minister van Justitie en Veiligheid, mevrouw Van Huffelen, staatssecretaris van Financiën - Toeslagen en Douane, de heer De Jonge, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de heer Koolmees, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mevrouw Van Nieuwenhuizen-Wijbenga, minister van Infrastructuur en Waterstaat, mevrouw Ollongren, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de heer Van Rijn, minister voor Medische Zorg en Sport, mevrouw Schouten, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, de heer Slob, minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, mevrouw Van Veldhoven-van der Meer, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, de heer Vijlbrief, staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst, en de heer Wiebes, minister van Economische Zaken en Klimaat.

De voorzitter:
Goedemorgen iedereen. Ik open de vergadering van donderdag 2 juli 2020.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Democratie, kiesrecht en desinformatie

Democratie, kiesrecht en desinformatie

Aan de orde is het VSO Democratie, kiesrecht en desinformatie (35300-VII, nr. 124).

De voorzitter:
We beginnen vandaag met het VSO Democratie, kiesrecht en desinformatie (35300-VII, nr. 124). Ik heet de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van harte welkom, en natuurlijk heet ik de Kamerleden ook van harte welkom. Ik geef de heer Middendorp als eerste spreker namens de VVD het woord.

De heer Middendorp (VVD):
Dank, voorzitter. De spelregels van onze democratie gaan ver terug, vaak tot Thorbecke. Door digitalisering worden die spelregels getest. Duitse politici, waardoor door hackers gestolen informatie op social media verspreid wordt en verhalen over Chinese en Russische trollenfabrieken. We moeten niet naïef zijn: dat kan ook in Nederland gebeuren. Dus we moeten er alles aan doen om buitenlandse digitale inmenging bij onze electorale processen en de komende verkiezingen te voorkomen en daarbij de vrijheid van meningsuiting zoals we die kennen te waarborgen. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat bij politieke campagnes en verkiezingen de digitale ruimte steeds belangrijker wordt;

overwegende dat er sprake kan zijn van (buitenlandse) digitale inmenging bij electorale processen via socialemediaplatformen of andere digitale middelen;

overwegende dat zowel op Europees als Nederlands niveau wordt gewerkt aan regels om dit te voorkomen en tegelijkertijd de vrijheid van meningsuiting te beschermen;

van mening dat Nederland zelf de integriteit van zijn verkiezingen moet kunnen garanderen;

verzoekt de regering om voor de behandeling van de Begroting 2021 een concreet operationeel overzicht met de Kamer te delen met daarin analysekader, organisaties, samenwerkingsverbanden met techbedrijven en/of de Europese Unie en andere middelen waarmee Nederland zelf gaat bewerkstelligen dat (buitenlandse) digitale inmenging tijdens de Nederlandse verkiezingen van 2021 geïdentificeerd en voorkomen kan worden;

verzoekt de regering tevens de Kamer te informeren welke social media-platformen een archief van geplaatste politieke advertenties publiek maken en welke niet en wat de verschillende social media-platformen doen om de identiteit van politieke adverteerders te verifiëren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Middendorp en Asscher. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 126 (35300-VII).

Dank u wel, meneer Middendorp.

De heer Middendorp (VVD):
Dank u wel.

De voorzitter:
Precies twee minuten. Dan geef ik nu het woord aan de heer Smeulders namens GroenLinks.

De heer Smeulders (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. Er is de laatste tijd nogal wat te doen rondom de informatiepositie van de Tweede Kamer, en er lijkt daarover toch wel een klein verschil van inzicht te bestaan tussen kabinet en Kamer. Inmiddels vindt ook de Raad van State daar wat van, dus vandaar deze motie over artikel 68 van de Grondwet.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Tweede Kamer twee moties (28362, nr. 25 en 28362, nr. 26) over de uitleg van artikel 68 Grondwet unaniem heeft aangenomen;

constaterende dat de Raad van State in zijn ongevraagde advies van 15 juni jongstleden uitgebreid in is gegaan op de ministeriële verantwoordelijkheid en de interpretatie van artikel 68 Grondwet;

overwegende dat het voor de goede werking van de parlementaire democratie essentieel is dat de interpretatie van artikel 68 Grondwet voor Kamer en regering helder is;

verzoekt de regering om voor de begroting van het ministerie van Algemene Zaken een kabinetsreactie op het ongevraagde advies van de Raad van State aan de Kamer te zenden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Smeulders en Özütok. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 127 (35300-VII).

De heer Van der Molen (CDA):
Even een praktische opmerking bij deze motie. Volgens mij delen we in de Kamer het standpunt over artikel 68 en de informatieplicht van de regering. Onze collega Van Gent van de VVD heeft een debat aangevraagd over het ongevraagde advies van de Raad van State. Volgens mij staat dat debat vrij vlot na het zomerreces geagendeerd, in ieder geval in potlood. Los van de inhoud van uw motie moeten we denk ik even kijken of deze dingen elkaar procedureel niet in de weg gaan zitten. Ik wil die discussie ook voeren, zeker aan de hand van de kabinetsreactie, maar u hangt dit op aan de begroting van Algemene Zaken. Die behandeling is pas in oktober.

De voorzitter:
Procedureel klopt het wat de heer Van der Molen zegt. Er is een debat aangevraagd over het ongevraagd advies. Daar zal ook een kabinetsreactie op komen. Het is ordentelijk om het dan in dat verband en op die manier te bespreken. Maar het is aan u.

De heer Smeulders (GroenLinks):
Dat lijkt me ook, voorzitter. Wij willen dit zo snel mogelijk bespreken. Als het er op basis van het antwoord van de minister op lijkt dat het sneller kan, trekken we de motie heel graag in.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik zie dat de minister gelijk kan antwoorden. Het is op zo'n laatste dag voor het reces heel fijn als het wat vlot gaat. Het woord is aan de minister.

Minister Ollongren:
Dank, voorzitter. Ik denk inderdaad dat we daar allemaal belang bij hebben. Ik zag nog een derde spreker staan. Vandaar dat ik nog even bleef zitten.

Allereerst de heer Middendorp en de motie die hij heeft ingediend. Laat ik heel kort iets zeggen over de consideransen. Er staat veel in. Een deel van de aspecten wordt in de geëigende gremia besproken. Voor het overige kan ik toezeggen dat hetgeen de motie verzoekt ook kan worden uitgevoerd. Ik zou het oordeel over de motie aan de Kamer willen laten.

Dan de motie van de heer Smeulders. Als ik het goed begrijp uit het debatje van zonet heeft hij die nog niet aangehouden. Het kabinet heeft het advies van de Raad van State natuurlijk meteen aan de Kamer doen toekomen. We zijn ook meteen gestart met het werken aan een kabinetsreactie daarop. Natuurlijk is er wel afstemming nodig tussen de departementen en de collega's. Ik kan mij in het licht van hetgeen de heer Van der Molen heeft gezegd voorstellen dat de motie dan niet nodig is. Het kabinet doet zijn best. Ik neem de wens van de Kamer mee om zo vroeg mogelijk met die kabinetsreactie te komen. We zouden kunnen afspreken dat ik de Kamer er direct na het reces over informeer of het op tijd voor het debat lukt. In dat geval zou de motie kunnen worden aangehouden.

De heer Smeulders (GroenLinks):
Dan wil ik de motie wel intrekken. Ik moet zeggen dat het nog niet helemaal bemoedigend klinkt dat het kabinet gaat kijken of het lukt voor het debat, maar volgens mij is de wens heel duidelijk.

Minister Ollongren:
De wens is heel duidelijk. Mijn toezegging om er alles aan te doen om ervoor te zorgen dat het lukt, is hopelijk ook duidelijk.

De voorzitter:
Aangezien de motie-Smeulders/Özütok (35300-VII, nr. 127) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we ook aan het eind gekomen van dit VSO.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Over de ene motie van de heer Middendorp gaan we vanavond stemmen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Bouwen

Bouwen

Aan de orde is het VAO Bouwen (AO d.d. 18/06).

De voorzitter:
Aan de orde is het VAO Bouwen. Ik geef het woord aan de heer Terpstra, namens het CDA.

De heer Terpstra (CDA):
Dank u wel, voorzitter. We hebben vorige week een goed debat gevoerd over de grote opgave binnen de woningbouw. Er is een gruwelijk tekort aan woningen en daar zijn met name de starters en de mensen met een gewone portemonnee de dupe van. Daarom dienen wij de volgende twee moties in. De eerste motie wordt mede ingediend namens mijn liberale vrienden Koerhuis van de VVD en mevrouw Van Eijs van D66.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er sprake is van woningnood, welke met name starters hard raakt;

overwegende dat zogenaamde duurhuurders en verplichte thuiswoners niet in aanmerking komen voor sociale huur, maar op basis van hun inkomen ook niet de gewenste woning kunnen kopen;

overwegende dat veel starters zich geconfronteerd zien met strenge eisen van hypotheekverstrekkers, waar maatwerk mogelijk is maar een standaardproduct ontbreekt;

overwegende dat starters door het trouw betalen van hoge huren aantonen ook een hypotheeklast te kunnen betalen;

overwegende dat veel starters bij de aankoop van een woning een fors lagere hypotheeklast zouden krijgen en eigen vermogen opbouwen in plaats van de hoge huur die ze nu betalen;

verzoekt de regering in overleg te treden met het Platform Hypotheken over de ervaringen die zijn opgedaan met hypotheekverstrekking op basis van huurlasten en de "pilot huurverklaring", en de Kamer daarover spoedig te informeren;

verzoekt de regering tevens de Kamer over de verschillende mogelijkheden, zoals de toepassing van een standaardproduct, te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Terpstra, Koerhuis en Van Eijs. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 656 (32847).

De heer Terpstra (CDA):
De tweede motie gaat over woningbouwlocaties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er geen inzicht noch overzicht is van alle locaties waar grote aantallen woningen gebouwd kunnen worden doch waar het maar niet van de grond komt;

overwegende dat er evenmin goed inzicht is in de achtergronden en oorzaken van het achterwege blijven van bouwactiviteiten;

verzoekt de regering met de provincies en andere stakeholders in kaart te brengen wat de grote locaties zijn waar in principe woningen gebouwd kunnen worden en daarbij aan te geven wat de reden van vertraging is, in hoeverre ontsluiting een rol speelt en op welke wijze ontwikkeling bespoedigd kan worden;

verzoekt de regering tevens daarbij de locatie Rijnenburg bij Utrecht expliciet te betrekken;

verzoekt de regering verder de Kamer daarover dit najaar te berichten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Terpstra. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 657 (32847).

Dank u wel, meneer Terpstra.

De heer Terpstra (CDA):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan de heer Koerhuis, namens de VVD.

De heer Koerhuis (VVD):
Voorzitter. Ik dien drie moties in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de woningnood in Nederland hoog is;

constaterende dat Rijnenburg een grote buitenstedelijke bouwlocatie in de Randstad is;

overwegende dat het oplossen van de woningnood op korte, maar ook middellange termijn een belangrijke opgave blijft;

verzoekt de regering om samen met de provincie Utrecht en de betreffende gemeenten de mogelijkheden voor grootschalige woningbouw in Rijnenburg in kaart te brengen, inclusief de bijbehorende infrastructuur/ov-voorzieningen en natuur, voor 2030, en de Kamer voor het einde van het jaar hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Koerhuis en Van Eijs. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 658 (32847).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat naar verwachting in 2020 de woningbouwproductie naar 60.000 woningen daalt en in 2021 naar 50.000 woningen;

overwegende dat het doel is om 75.000 woningen per jaar te bouwen en dit doel omhoog moet naar circa 90.000 woningen om het woningtekort in te lopen;

van mening dat regie vanuit het Rijk nodig is om het woningtekort op te lossen;

verzoekt de regering een plan te maken om voor de korte termijn het doel van 75.000 woningen alsnog te halen en op middellange termijn de productie verder te verhogen om het woningtekort in te lopen, en de Kamer hierover na de zomer te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Koerhuis en Terpstra. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 659 (32847).

Voordat u verdergaat, de heer Smeulders heeft een vraag.

De heer Smeulders (GroenLinks):
Ja, voorzitter, over de eerste motie van de heer Koerhuis over Rijnenburg bij Utrecht. De heer Koerhuis kan samen met mevrouw Van Eijs wel vragen om die locatie samen met de provincie en de gemeente te gaan ontwikkelen, maar ik denk dat de heer Koerhuis ook weet dat de provincie en de gemeenten tegen zijn. Dus wat nu als die zeggen dat zij helemaal niet op die uitwerking zitten te wachten? Wat dan?

De heer Koerhuis (VVD):
Ik hoor toch een beetje een als-danvraag. Als er zo'n mooi aanbod komt vanuit de Kamer en vanuit de minister, dan denk ik dat zij er wel naar willen kijken.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Smeulders (GroenLinks):
Dan gaan we zien of ze ernaar gaan kijken. Anders kan de minister, denk ik, heel snel een briefje sturen waarin staat dat ze er niet naar willen kijken.

De voorzitter:
Gaat u verder, meneer Koerhuis.

De heer Koerhuis (VVD):
Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de woningnood in Nederland hoog is;

constaterende dat Zuidplaspolder een grote buitenstedelijke bouwlocatie in de Randstad is;

overwegende dat het oplossen van de woningnood op korte, maar ook middellange termijn een belangrijke opgave blijft;

verzoekt de regering om samen met de provincie Zuid-Holland en de betreffende gemeenten de mogelijkheden voor grootschalige woningbouw in Zuidplaspolder in kaart te brengen, inclusief bijbehorende infrastructuur- en ov-voorzieningen en natuur, binnen de afgesproken "dorpse en landelijke woonmilieus", en de Kamer voor het einde van het jaar hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Koerhuis. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 660 (32847).

De heer Koerhuis (VVD):
Ik wil nog een laatste opmerking maken, als het mag. We hebben tijdens het debat gesproken over flexwoninglocaties. Ik spreek verschillende mensen; er zijn tienduizenden locaties die schijnbaar niet van de grond komen. Ik heb de minister de suggestie gestuurd om in het zomerreces eens met elkaar langs drie locaties te gaan. Graag een reactie.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Beckerman namens de SP.

Mevrouw Beckerman (SP):
Goedemorgen. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in een aantal woningmarktregio's een tekort is aan sociale huurwoningen en dat de doelgroep voor die woningen toeneemt, terwijl de sociale voorraad de afgelopen jaren juist kleiner is geworden;

overwegende dat het dus niet logisch is om sociale huurwoningen te verkopen, slopen of liberaliseren als er (te) weinig nieuwbouw wordt gepleegd;

verzoekt de regering er zorg voor te dragen dat in woningmarktregio's waar schaarste heerst, het uitgangspunt gehanteerd moet worden dat wanneer sociale huurwoningen verdwijnen door sloop, verkoop of liberalisatie, er in diezelfde woningmarktregio hetzelfde aantal sociale huurwoningen moet worden gecreëerd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman, Nijboer en Smeulders. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 661 (32847).

Mevrouw Beckerman (SP):
En dan de tweede.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de coronacrisis in achterstandswijken een exponentiële groei van problemen veroorzaakt en de tweedeling en de kansenongelijkheid toenemen;

constaterende dat er op dit moment geen budget of beleid is voor een wijkaanpak;

verzoekt de regering om in overleg met de Vereniging Nederlandse Gemeenten, de Woonbond en Aedes te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om te komen tot een landelijk buurtverbeteringsfonds waarbij rekening wordt gehouden met lokale verschillen en zeggenschap van buurtbewoners, en dit voor te leggen aan de Tweede Kamer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman, Smeulders en Nijboer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 662 (32847).

Mevrouw Beckerman (SP):
Dat was het.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Beckerman. Dan geef ik nu het woord aan de heer Smeulders namens GroenLinks.

De heer Smeulders (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. Het is alweer een paar weken geleden dat we het debat over bouwen hadden. Om heel eerlijk te zijn was ik best wel teleurgesteld, want ik dacht "het kabinet gaat nu met heel veel plannen komen", maar dat viel toch aardig tegen. Daarbij werd verwezen naar Prinsjesdag. Dat zou het moment zijn waarop de plannen van het kabinet zouden komen, om de woningbouw te versnellen of in ieder geval in gang te houden. Vandaar dat ik een motie heb die zich richt op Prinsjesdag.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er een wooncrisis heerst en er een economische crisis in het verschiet ligt;

verzoekt de regering om op Prinsjesdag een volkshuisvestingsfonds te presenteren met als doel de bouw van betaalbare huurwoningen en sociale koopwoningen aan te jagen, de economie een impuls te geven en banen in de bouw te behouden en te creëren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Smeulders, Nijboer en Beckerman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 663 (32847).

Dank u wel, meneer Smeulders. Dan geef ik nu het woord aan de heer Kops, namens de PVV.

De heer Kops (PVV):
Voorzitter. Ik heb één motie, die voor zich spreekt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit onderzoek van ABF Research, in opdracht van het ministerie van BZK, is gebleken:

  • dat immigratie de woningnood aanjaagt;
  • dat woningbouwers niet kunnen opbouwen tegen de enorme groei van het aantal immigranten;
  • dat hierdoor de woningnood over tien jaar nog vrijwel net zo groot zal zijn;

overwegende dat vanaf 2014 al meer dan 87.000 sociale huurwoningen — met voorrang! — zijn weggegeven aan statushouders, terwijl Nederlandse woningzoekenden jarenlang op de wachtlijst moeten staan;

spreekt uit dat die woningen van en voor de Nederlanders zijn;

verzoekt de regering de verblijfsvergunningen van de statushouders in te trekken en ervoor te zorgen dat de daardoor vrijkomende sociale huurwoningen, evenals alle andere sociale huurwoningen, uitsluitend aan de Nederlanders worden toegewezen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kops en Emiel van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 664 (32847).

De heer Kops (PVV):
Dank u.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Kops. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Van Eijs, namens D66.

Mevrouw Van Eijs (D66):
Dank u wel, voorzitter. Afgelopen vrijdag was ik heel lokaal, vlakbij Eindhoven en Oirschot, op werkbezoek bij een bouwer van flexwoningen. We zien dan allemaal beelden voor ons van containerachtige gebouwen, maar de bouwer heeft bijvoorbeeld ook een gebouw gemaakt voor de internationale school in Amsterdam. Dit gebouw kan na twee jaar 500 meter verder worden geplaatst. Er zijn echt fantastische voorbeelden. In het algemeen overleg hadden we het over welke belemmeringen er nog zijn voor dit soort woningen en gebouwen. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland een grote woningbouwopgave kent;

constaterende dat het aantal flexibele woningen ondanks de Stimuleringsaanpak Flexwonen achterbiijft bij de prognose;

overwegende dat flexibele woningen op korte termijn een bijdrage kunnen leveren aan het terugdringen van het woningtekort;

overwegende dat gemeenten nog vaak tegen belemmeringen oplopen om flexwoningen te realiseren, bijvoorbeeld in de afschrijving van nutsvoorzieningen;

verzoekt de regering om in samenwerking met de VNG gemeenten te laten inventariseren hoeveel ongebruikte grond voor flexibele woningen geschikt is;

verzoekt tevens om geconstateerde belemmeringen rondom het plaatsen van flexwoningen in kaart te brengen en oplossingen hiervoor uit te werken met betrokken partijen;

verzoekt ten slotte de Kamer over beide punten voor februari 2021 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Eijs en Koerhuis. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 666 (32847).

Dank u wel, mevrouw Van Eijs. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Otterloo namens 50PLUS.

De heer Van Otterloo (50PLUS):
Dank u wel, voorzitter. Zoals aangekondigd, heb ik een motie over de verhuurderheffing. Gisteren bespraken we hier de Voorjaarsnota. Het was duidelijk: de verhuurderheffing is ooit ingevoerd als crisismaatregel in het kader van de financiële crisis. Daar zijn we zo goed uit gekomen, dat we vorig jaar 14,6 miljard overhielden op de rijksbegroting. Dan wordt toch weer heel moeilijk gedaan over het iets verlagen van de verhuurderheffing, terwijl deze veel meer opbrengt dan men ooit had gedacht. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er woningnood is;

overwegende dat woningbouwcorporaties het best toegerust zijn om sociale huurwoningen te realiseren en dat zij zo veel mogelijk ondersteuning verdienen voor het bouwen ervan;

overwegende dat sinds de invoering van de verhuurderheffing de bouw van sociale huurwoningen is verminderd;

overwegende dat de begin dit jaar opengestelde Regeling Vermindering Verhuurderheffing, met een budget van 1 miljard, al binnen een paar maanden een doorslaand succes was, aangezien voor naar schatting 80.000 woningen een aanvraag is ingediend;

overwegende het feit dat tijdens de coronacrisis de regering heeft laten zien in staat te zijn draconische maatregelen te nemen, en dat ook de crisis op de woningmarkt draconisch ingrijpen rechtvaardigt;

verzoekt de regering op korte termijn de mogelijkheden te verkennen om de Regeling Vermindering Verhuurderheffing te verlengen en daar budget voor vrij te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Otterloo en Nijboer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 667 (32847).

Dank u wel, meneer Van Otterloo. Dan geef ik nu het woord aan de heer Nijboer namens de PvdA.

De heer Nijboer (PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Een heel breed deel van de Kamer miste in deze coronacrisis een aanpak voor de volkshuisvesting. Van sierteelt tot cultuur tot aan aardappelfriettelers, iedereen krijgt wat, maar bij de volkshuisvesting blijft het stil. Daarom dien ik twee extra moties in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat vele huurders en woningcorporaties het water tot aan de lippen staat;

overwegende dat vele sectoren door het kabinet te hulp zijn geschoten, maar op het gebied van volkshuisvesting een overtuigende aanpak ontbreekt;

verzoekt het kabinet de verhuurderheffing in ieder geval tijdelijk op te schorten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Nijboer, Beckerman en Smeulders. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 668 (32847).

De heer Nijboer (PvdA):
Voorzitter. Dan mijn tweede en laatste motie. Ook deze dien ik in met mijn linkse collega's Beckerman en Smeulders.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de woningbouwimpuls tot doel heeft meer betaalbare woningen te bouwen;

constaterende dat de huidige formulering ook projecten zonder sociale huurwoningen mogelijk maakt;

verzoekt de regering te waarborgen dat de woningen die worden gerealiseerd ook daadwerkelijk een bijdrage leveren aan de segmenten waar de tekorten het grootst zijn en daarom een ondergrens van 30% sociale huur te hanteren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Nijboer, Beckerman en Smeulders. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 669 (32847).

De heer Nijboer (PvdA):
Ik zie aan de reactie van de heer Koerhuis dat de VVD al op voorhand steun toezegt aan deze motie.

Voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:
Dat gaan we zien. Dank u wel, meneer Nijboer. De moties worden eerst gekopieerd en rondgedeeld. Zal ik voor vijf minuten schorsen? Ja.

De vergadering wordt van 10.43 uur tot 10.48 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik geef de minister het woord.

Minister Ollongren:
Dank, voorzitter. Ook dank aan alle woordvoerders. Om te beginnen had de heer Koerhuis een uitnodiging voor mij om op bezoek te gaan bij locaties die geschikt zouden zijn voor flexwoningen. We hadden volgens mij ook nog de afspraak staan dat hij aan mij of aan het ministerie door zou geven welke plekken hij allemaal op het oog heeft. Als we dat lijstje hebben, ga ik even kijken hoe ik dat kan combineren. U kunt het zich namelijk misschien niet voorstellen, maar zelfs in het reces vinden er veel werkbezoeken plaats. Dus als ik dat op de een of andere manier kan combineren, wil ik dat natuurlijk graag doen.

Voorzitter. Dan de moties. De motie op stuk nr. 656 van de heer Terpstra gaat over hypotheken, hypotheekverstrekking. Er is inderdaad één hypotheekverstrekker, BLG Wonen, die op het thema dat de heer Terpstra noemde een pilot heeft lopen: de pilot huurverklaring. Ik heb al gevraagd of BLG de ervaringen van die pilot wil delen in dat Platform hypotheken, dat we daarvoor gebruiken. Zij verwachten dat in het najaar te kunnen doen. Ik zal de Kamer dan informeren over de uitkomst daarvan. Met die toelichting zou ik het oordeel over de motie graag aan de Kamer willen laten.

Dan de motie op stuk nr. 657 van de heer Terpstra, over knelpunten en de grote locaties. Die motie heeft eigenlijk twee delen, namelijk een algemeen deel — dat is volgens mij helemaal in lijn met de aanpak — en een specifiek deel, over knelpunten. Die knelpunten rond de ontwikkeling van Rijnenburg worden in de verstedelijkingsstrategie meegenomen. Daar zal ik de Kamer in het najaar over informeren. Met die toelichting zou ik het oordeel over de motie graag aan de Kamer willen laten.

De motie op stuk nr. 658 van de heer Koerhuis gaat ook over grootschalige woningbouw in Rijnenburg. Ik wil wel benadrukken — dat geldt ook voor een aantal andere moties — dat locatiekeuzes aan gemeenten en provincies zijn. Ik noemde net al in reactie op de heer Terpstra de verstedelijkingsstrategie, waarbij een aantal woon- en werkmobiliteitsinvesteringen tegen elkaar moeten worden afgewogen. Dat is voor de periode 2030-2040. De locatie Rijnenburg is een complexe locatie. Kamerleden weten dat het ook mobiliteitsaanpassingen zal vergen. Dus de periode voor 2030 is echt niet realistisch. Daar moeten we gewoon eerlijk over zijn. Ik zou wel binnen die verstedelijkingsstrategie extra aandacht kunnen besteden aan de ontwikkeling van Rijnenburg, zodat de vragen die de Kamer heeft, worden beantwoord. Dus misschien zou de heer Koerhuis dat jaartal uit zijn motie willen halen. In dat geval zou ik die veel gemakkelijker oordeel Kamer kunnen geven.

Dan de motie op stuk nr. 659 van de heer Koerhuis. We zetten vol in op de bouwproductie: op korte termijn zo veel mogelijk bouwen. Daarvoor heb ik een doorbouwplan naar de Kamer gestuurd. We bezien in het kabinet wat er aanvullend nodig is. De productie moet op peil blijven en ook in latere jaren omhooggaan. Ik ga het dus met provincies in beeld brengen, ook wat betreft specifieke locaties en wat er nodig is voor realisatie. Ik geef de motie oordeel Kamer.

De heer Smeulders (GroenLinks):
Nog op dat vorige punt. Het is mij nou niet helemaal helder wat het oordeel van de minister is.

Minister Ollongren:
Ja, ik keek al een beetje vragend. Het zou mij namelijk erg helpen als dat jaartal uit de motie zou gaan.

De voorzitter:
Ja, meneer Koerhuis, wat gaat u doen?

De heer Koerhuis (VVD):
Nou, ik twijfel een beetje, want 2030 is nog tien jaar weg. Dus misschien kan de minister iets meer toelichten waarom ze verwacht dat het twintig jaar gaat duren voordat er ergens een weg of een woning gebouwd kan worden.

Minister Ollongren:
De regio heeft Rijnenburg op dit moment niet in de plannen zitten die nodig zijn. Ik geloof dat de heer Smeulders daar ook op hintte. Het is een complexe locatie, waar veel mobiliteitsaanpassingen nodig zullen zijn als je het zou willen ontwikkelen. De collega's van IenW moeten daar dus in meekijken en meedenken en daar te zijner tijd budget voor beschikbaar stellen. Als we er de voorkeur aan geven om de regio te volgen in waar die nu op korte termijn — laten we zeggen: tussen nu en 2030 — veel nieuwbouw kan realiseren, dan zou je natuurlijk ook, en daar hamert de heer Koerhuis altijd op, verder moeten denken en verder moeten plannen. Vóór 2030 is gewoon niet haalbaar. Ik zeg niet dat we pas na 2030 beginnen. Ik zeg dat we het nu meenemen in de verstedelijkingsstrategie. Het gesprek daarover wordt gevoerd. Je moet ook nadenken over wat je zou kunnen als je het op korte termijn zou willen realiseren, maar het gaat natuurlijk nooit lukken voor 2030.

De voorzitter:
Goed. Wat gaat u doen, meneer Koerhuis?

De heer Koerhuis (VVD):
Voor het eind van dit jaar wordt de Kamer hierover geïnformeerd. De minister en ik verschillen van mening. Ik haal dat jaartal eruit. Ik denk echt niet dat het twintig jaar duurt om woningen of een weg te bouwen. Het gaat mij er vooral om dat de plannen voor die grootschalige woningbouw aan het einde van het jaar naar de Kamer komen.

De voorzitter:
Helder. Dus u haalt het jaartal weg? Klopt dat? De motie wordt gewijzigd? Oké.

De voorzitter:
De motie-Koerhuis/Van Eijs (32847, nr. 658) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de woningnood in Nederland hoog is;

constaterende dat Rijnenburg een grote buitenstedelijke bouwlocatie in de Randstad is;

overwegende dat het oplossen van de woningnood op korte, maar ook middellange termijn een belangrijke opgave blijft;

verzoekt de regering om samen met de provincie Utrecht en de betreffende gemeenten, de mogelijkheden voor grootschalige woningbouw in Rijnenburg in kaart te brengen, inclusief de bijbehorende infrastructuur/ov-voorzieningen en natuur, en de Kamer voor het einde van het jaar hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 670, was nr. 658 (32847).

Wat is dan het oordeel?

Minister Ollongren:
Oordeel Kamer. Dank aan de heer Koerhuis.

De motie op stuk nr. 660 van de heer Koerhuis gaat over de Zuidplaspolder. Daar hebben we inderdaad al meerdere malen over gesproken. Er lopen gesprekken tussen het Rijk, de provincie en de gemeente. Ik ga op dit moment met de provincie locaties in beeld brengen om te kijken wat nodig is. Dan weten we wat de partijen precies willen in de Zuidplaspolder en wat de belangrijkste locaties in de regio zijn. Ik zou de heer Koerhuis willen vragen om de motie aan te houden tot dat moment, totdat we daar meer inzicht in hebben. Dan kan hij oordelen of het nog noodzakelijk is.

De heer Koerhuis (VVD):
Ik zit even naar het moment te zoeken. Houd ik de motie dan aan tot 1 september? Wanneer komt die informatie?

Minister Ollongren:
Nee, 1 september is bijna overmorgen, dus dat is niet realistisch in termen van wat ik kan doen. In het najaar kan ik de Kamer informeren. Dat najaar zal eerder oktober zijn, als het najaar ook echt begint, dan 1 september.

De voorzitter:
Wat gaat u doen, meneer Koerhuis?

De heer Koerhuis (VVD):
Ik hoor 1 oktober ...

Minister Ollongren:
Nee, in oktober.

De heer Koerhuis (VVD):
Er is een woningtekort, dus ik wil wel wat meer urgentie. Ik hoor: "na het zomerreces is overmorgen" en "binnen de komende tien jaar geen woningen".

De voorzitter:
Maar wat doet u met de motie?

De heer Koerhuis (VVD):
Ik zal haar aanhouden tot 1 oktober.

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Koerhuis stel ik voor zijn motie (32847, nr. 660) opnieuw aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 661.

Minister Ollongren:
De motie op stuk nr. 661 is van mevrouw Beckerman. Die vraagt om voor iedere gesloopte of verkochte woning ... Ik heb de motie om de een of andere reden niet hier liggen, maar ze wil in ieder geval iets terugbouwen; dat zou de afspraak moeten zijn. Ik wijs haar erop dat dit echt regionaal en vooral ook lokaal maatwerk is, waar wethouders afspraken over maken in woonakkoorden. Ik denk dat we dat moeten respecteren, dus ik ontraad de motie.

Haar volgende motie op stuk nr. 662 vraagt om een buurtverbeteringsfonds. Ik deel haar zorgen over leefbaarheid en veiligheid. Ik heb al eerder gezegd dat we met een aantal gemeentes, ook met de vijftien gemeentes waarvan de burgemeesters een verzoek hebben gedaan, plannen hebben om die wijken substantieel en structureel te verbeteren. Ik ben over dat traject ook in gesprek met de VNG. Ik laat me graag inspireren door haar idee, maar ik heb daar nu geen budget voor. Ik kan daar op voorhand geen garanties over geven, dus ik moet de motie ontraden.

Ik vrees dat datzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 663 van de heer Smeulders. Die gaat over een volkshuisvestingsfonds. Ik heb volgens mij al eerder gezegd dat ik mij door de linkse partijen, zoals zij zich in dit verband altijd noemen, graag laat inspireren. Ik ben ook bezig met plannen. Het eerste pakket ging over het hier en nu. Daarna komt er wat mij betreft rond Prinsjesdag inderdaad een plan over hoe we de woningbouw ook in de komende jaren aan de gang houden, want er is een tekort en de economie zit tegen. Er zal dus echt wat moeten gebeuren. Ik laat me graag inspireren, ook door de ideeën die de heer Smeulders naar voren brengt, maar ik moet de motie nu ontraden.

De heer Kops vergeet iedere keer dat we artikel 1 in de Grondwet hebben en dat bovendien in de Grondwet staat dat iedereen recht heeft op een woning, dus ik ontraad zijn motie.

De motie op stuk nr. 666 is van mevrouw Van Eijs. Die ziet op ...

De voorzitter:
De heer Kops, op de vorige motie.

De heer Kops (PVV):
Dat is wel heel erg makkelijk, artikel 1 van de Grondwet. Maar geldt dat dan ook voor de Nederlanders? Er zijn meer dan 87.0000 sociale huurwoningen met voorrang weggegeven aan de statushouders, terwijl de Nederlanders jarenlang op de wachtlijst moeten staan. Dat is toch discriminatie van de Nederlanders? Wanneer gaat de minister dat eens beëindigen?

Minister Ollongren:
Artikel 1 geldt voor iedereen, voor iedereen die legaal in ons land is. Of die nou statushouder is of dat het de heer Kops zelf is: ze mogen allemaal niet gediscrimineerd worden. Iedereen heeft ook recht op een woning. Ik wil echt het beeld wegnemen dat al die woningen worden weggekaapt door mensen die er ineens tussendoor komen. Soms is dat nodig, meneer Kops. Er zijn vrouwen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld en op die manier aan een woning komen. Er zijn inderdaad ook statushouders die op die manier uit een azc en aan het werk kunnen, meneer Kops.

De heer Kops (PVV):
Of terug naar het land van herkomst. Maar de minister vindt het dus eerlijk dat er meer dan 87.000 sociale huurwoningen weggegeven zijn aan statushouders, terwijl het tekort aan sociale huurwoningen ook om en nabij de 80.000 is? Wat vindt de minister daar dan van? Als we de verblijfsvergunningen van die statushouders intrekken en de woningen toewijzen aan Nederlanders, zou het tekort praktisch opgelost zijn. Deelt de minister die mening?

Minister Ollongren:
Wat de heer Kops voorstelt, is tegen de wet. We kunnen geen statussen intrekken vanwege het woningtekort. Om het woningtekort op te lossen, moeten we woningen bouwen.

De voorzitter:
Gaat u verder.

Minister Ollongren:
Dan de motie op stuk nr. 666 van mevrouw Van Eijs over flexwoningen. Ik denk dat die motie mooi aansluit bij wat ik wil met flexwoningen, ook voor wat betreft het regelmatig op de hoogte stellen van de Kamer. Ik zal het verzoek van mevrouw Van Eijs betrekken bij die voortgangsrapportages, dus ik laat het oordeel graag aan de Kamer.

Dan ben ik bij de motie van de heer Van Otterloo van 50PLUS op stuk nr. 667, die de verhuurderheffingskorting voor nieuwbouw wil openhouden. De motie ziet niet in een dekking daarvoor. Ik ben enthousiast over het instrument. Daarom ben ik ook heel blij dat ik het heb kunnen inzetten. Voor doorbouwen is dat ook belangrijk. Dus ik heb al gezegd: in augustus, september zullen we zo breed mogelijk de mogelijkheden verkennen. Dus ik zal me ook hierdoor laten inspireren, maar aangezien er geen budget voor is nu, zal ik haar moeten ontraden.

Dan ben ik bij de motie van de heer Nijboer op stuk nr. 668, die iets soortgelijks vraagt, althans zij vraagt de verhuurderheffing tot de formatie op te schorten. Ook daarvoor geldt dat dat dan een budgettaire afweging moet zijn, waarbij de kosten daarvan moeten worden afgewogen tegen mogelijke andere bestedingen. Op de korte termijn voorzie ik ook niet hetzelfde probleem voor de woningbouwcorporaties als de heer Nijboer. Ik vind het wel heel belangrijk dat ze kunnen blijven bouwen, maar ik moet de motie voor nu ontraden.

De heer Van Otterloo (50PLUS):
De minister zou gelijk hebben als erin stond dat die direct opengesteld zou moeten worden. Maar de motie is nog redelijk voorzichtig geformuleerd, want er staat: de mogelijkheden te verkennen. Dat betekent dat het bij het verkennen van de mogelijkheden ook over het budget gaat. Ik heb verwezen naar allerlei andere maatregelen waarbij we wel in staat zijn om op de korte termijn geld vrij te maken.

Minister Ollongren:
Dank voor de toelichting, om te beginnen. Laat ik dan zeggen: dan is het net een beetje als met het volkshuisvestigingsfonds. Dit zou zeker een van de opties zijn die je verkent bij het nadenken over de vraag hoe we de komende jaren de woningbouw aan de gang moeten hebben, maar er speelt wel heel veel meer. Ik zal de Kamer ook nog nader informeren over de motie-Ronnes rond de verhuurderheffing. Dus om die reden wil ik de motie op dit moment toch ontraden.

Dan de laatste motie, op stuk nr. 669, over die 30% ondergrens voor sociale huur. Daarvoor geldt weer: dat is echt afhankelijk van de lokale behoefte. Ik wil dat gemeenten de vrijheid hebben om die zelf te bepalen. Ik ben dus geen voorstander van een ondergrens in algemene zin. Ik ontraad de motie.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit VAO.

Minister Ollongren:
Dank.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Over de ingediende moties zullen we vanavond stemmen. Of vannacht. Dat gaan we zien. Ik dank de minister.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Mijnbouw/Groningen

Mijnbouw/Groningen

Aan de orde is het VAO Mijnbouw/Groningen (AO d.d. 24/06).

De voorzitter:
We gaan verder met het VAO Mijnbouw/Groningen. O, ik dacht dat dit debat alleen met u, minister Wiebes, zou zijn, maar u doet het dus samen. Dan wachten we heel even op de minister van Binnenlandse Zaken.

Ik ga nu toch verder met het VAO, want de minister kan elk moment binnenkomen en staat hier voor de deur. Ik heet de minister van Economische Zaken en Klimaat van harte welkom en ik geef mevrouw Beckerman namens de SP het woord.

Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb vier moties. Dus ik ga snel.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de nieuwe norm NPR 2020 tijdens het zomerreces 2020 bekend wordt;

verzoekt de regering de norm niet in te voeren voordat de Kamer hierover heeft kunnen spreken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman, Nijboer, Van der Lee, Van Raan en Kops. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 775 (33529).

Mevrouw Beckerman (SP):
Mevrouw Ollongren, u heeft nog niks gemist. Deze is voor u.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat zo'n 250 gedupeerden in 2016 zijn gestart met "Heft in Eigen Hand" of "Eigen Initiatief", waarin zij zelf de regie kregen hun woning te versterken;

constaterende dat er zorgen zijn bij de bewoners over de voortgang;

verzoekt de regering in gesprek te gaan met de betreffende deelnemers, betrokken instanties en gemeentes en waar nodig te zorgen voor een passende oplossing,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman, Nijboer, Van der Lee, Van Raan en Kops. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 776 (33529).

Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter. Dan de twee laatste moties. Die gaan allebei over de waardedalingsregeling.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat waardedaling van woningen in het bevingsgebied binnenkort gecompenseerd gaat worden door het IMG;

constaterende dat mensen die eerder door de NAM een te lage compensatie voor waardedaling gekregen hebben, zijn uitgezonderd van de nieuwe regeling;

verzoekt de regering het IMG bevoegdheid te geven iedereen die onvoldoende gecompenseerd is, opnieuw te mogen beoordelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman, Nijboer, Van der Lee, Van Raan en Kops. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 777 (33529).

Mevrouw Beckerman (SP):
En dan de laatste.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat waardedaling van woningen in het bevingsgebied binnenkort gecompenseerd gaat worden door het IMG;

constaterende dat de regeling door de gekozen systematiek voor een deel van de gedupeerden, bijvoorbeeld in Delfzijl en Midden-Groningen, nadelig uitpakt;

constaterende dat de hoogste bestuursrechter nog uitspraak zal doen over de waardedaling;

verzoekt de regering het IMG in overweging te geven de voorgestelde verbeteringen om de indicator aan te passen, over te nemen en haar beschikkingen hoe dan ook aan te passen aan het oordeel van de hoogste bestuursrechter,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman, Nijboer, Van der Lee en Van Raan. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 778 (33529).

Dank u wel.

Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Keurig binnen de tijd zelfs. Dan is nu het woord aan mevrouw Agnes Mulder namens het CDA.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):
Ik begin met mijn motie, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat inwoners van Groningen net als de rest van Nederland in een veilig huis moeten kunnen wonen en de Meijdamnorm overal in Nederland hetzelfde dient te zijn;

constaterende dat de RUG concludeert dat de versterking door het werken met steeds veranderende NPR-normen tot vertraging van de versterking leidt;

constaterende dat de minister open staat voor een alternatieve route voor versterking zoals in Krewerd, mits de inwoners daar zelf ook voor willen kiezen als eigenaar van hun woning;

constaterende dat de minister werkt aan een blauwdruk voor een proces om een eerlijke en snellere versterking te bevorderen, waarbij de aanpak van de wijk Opwierde deze zomer de lakmoesproef vormt;

overwegende dat inwoners zelf het heft in handen moeten kunnen hebben bij de beslissing over hun eigen huis;

overwegende dat in Krewerd een pilot loopt met hoopvolle eerste resultaten: de versterking verloopt sneller en de bewoners lijken tevreden daarover te zijn;

overwegende dat volgens onderzoek van de RUG de bestuurlijke systeemwerkelijkheid en de belevingswereld van de inwoners in Groningen beter op elkaar aansluiten wanneer bewoners zelf aan zet zijn;

verzoekt de regering ruimte te bieden aan initiatieven waarbij inwoners van het aardbevingsgebied in Groningen zelf regie kunnen nemen, zoals dat nu ook gebeurt bij initiatieven als Steendam-Tjuchem, Krewerd en de praktijkvariant, en aan de voorkant duidelijkheid te scheppen over waar de bewoner in zo'n traject op kan rekenen;

verzoekt de regering om ongelijkheid te voorkomen door daar waar mogelijk maatwerk samen met de inwoners clustergewijs naar straten, wijken, dorpen op te pakken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Agnes Mulder en Sienot. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 779 (33529).

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):
Voorzitter. We hebben een intensief debat gehad met de minister, want de versterking is natuurlijk volkomen vastgelopen. Daarom is iedereen op zoek naar hoe het anders kan en naar hoe de inwoners daarbij aan zet kunnen komen. De minister gaat daar van de zomer hard mee aan de slag. We zullen in september kijken waar dat toe heeft geleid. We wensen haar heel veel succes bij het samen met de inwoners oppakken hiervan, want de inwoners hebben dat verdiend.

Ik heb ook nog een andere motie ingediend bij een vorig debat over de NPR-norm. Die houd ik boven de markt. Eventueel kan ik die motie omzetten in een amendement bij de nieuwe versterkingswet. Ik hoop dat die versterkingswet er heel snel aan komt.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Mulder. Dan is nu het woord aan de heer Van der Lee namens GroenLinks.

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Goedemorgen, voorzitter.

De voorzitter:
Goedemorgen.

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Ik heb een motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de vergunningsaanvraag van de NAM voor aardgaswinning onder de Waddenzee tijdens de zomervakantie ter inzage wordt gelegd;

overwegende dat het wenselijk is dat betrokken omwonenden en betrokken medeoverheden voldoende gelegenheid krijgen om hier een zienswijze op in te dienen;

overwegende dat de zomervakantie een ongelukkig moment is voor een inzageperiode, zeker gezien het belang van deze vergunningsaanvraag;

verzoekt de regering deze inzagetermijn te verlengen of naar een later moment te verplaatsen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Lee. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 780 (33529).

De heer Van der Lee (GroenLinks):
We hebben inderdaad een stevig debat gehad met beide bewindslieden. Ik hoor nog graag van hen op welke dagen in het reces ze het Catshuis hebben gereserveerd om met alle stakeholders een aantal knopen door te hakken. Met die stakeholders bedoel ik niet alleen de regio, maar ook het SodM, de Mijnraad en iedereen die de versterking vlot kan trekken. Dat geldt zowel voor het punt van de rolverdeling, wat relevant is voor de vormgeving in definitieve zin van de versterkingswet, als voor de hele discussie rond de NPR-norm, waar nu ook moties over worden ingediend.

Mijn suggestie is misschien wat gekscherend gebracht in het AO en nu weer, maar ik meen het echt serieus. Ik denk dat het echt cruciaal is voor een crisisaanpak dat er nu echt wordt doorgepakt en we niet van de ene discussie naar de andere gaan. Er wordt veel gepraat, maar er is te weinig actie. In die zin is er een heel serieuze ondertoon. Wordt zo'n sessie belegd en kunnen wij, nadat wij terug zijn van reces, duidelijke besluiten verwachten, die echt versnelling brengen in de versterking?

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Sienot namens D66.

De heer Sienot (D66):
Voorzitter. Ik heb geen motie, maar zal wel een paar vragen stellen en opmerkingen maken. Het woord "lakmoesproef" speelde een heel belangrijke rol in de afgelopen twee debatten. Het is misschien goed om even te vertellen wat Onze Taal daar nou eigenlijk over zegt. Het is een zelfstandig naamwoord en het betekent: doorslaggevende test. Dat is eigenlijk precies waar het ons om gaat, om te beginnen deze zomer op Wierden. Er moet echt een oplossing komen die niet alleen werkt voor de bewoners, maar die meteen ook een doorslaggevende test is om te laten zien hoe dit kabinet ongelijkheid ook in andere buurten samen met woningbouwcorporaties en gemeenten wil oplossen. Mijn motie daarover breng ik vanavond in aangepaste vorm in stemming. Ik verheug me op september, wanneer de minister kan vertellen dat er echt stappen gezet zijn voor de inwoners.

Voorzitter. Vervolgens is het heel belangrijk dat we de breuklijnen ook structureel aanpakken. Daar hebben we het ook veel over gehad. De ChristenUnie heeft daarover een goede motie ingediend die ik graag steun. We hebben het ook veel gehad over het thema "bewoners aan zet". Mevrouw Mulder heeft daar net misschien een wat lange, maar daarmee niet minder volledige motie over ingediend die ik ook van harte ondersteun. Ik denk dat we daarmee de thema's "lakmoesproef", "breuklijnen voorkomen" en "bewoners aan zet" goed hebben uitgewerkt naar aanleiding van de vorige debatten.

Voorzitter, ten slotte. Er is al vaak aandacht gevraagd voor psychische en immateriële schade. Voor ons staat voorop dat er gewoon vergoed wordt zonder eindeloze juridische strijd, ook bij immateriële schade. Mijn collega Dik-Faber zal daar straks mede namens ons een motie over indienen.

Mevrouw de voorzitter. Ik wil de bewindspersoon heel veel succes wensen en ben razend benieuwd naar het antwoord op de creatieve vraag van de heer Van der Lee.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Sienot. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw De Vries namens de VVD.

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ook van mijn kant geen motie, maar wel twee punten die een vervolg zijn op het algemeen overleg dat wij gehad hebben. Allereerst de vergoeding van de immateriële schade en de waardedaling. Het is mooi dat dit nu van start kan gaan, maar er is nog wel een open eindje. Dat zijn de fiscale gevolgen daarvan, want dit kan wel degelijk gevolgen hebben voor box 3 en voor de toeslagen van mensen. Volgens ons is dat niet de bedoeling en ook onwenselijk.

Het is goed dat de minister heeft aangegeven dat hij gaat kijken naar een regeling. Wij vragen de betrokken ministers dan ook om zich in te zetten voor een goede oplossing en gaan ervan uit dat dat gaat lukken. We begrepen dat daar voor 1 september duidelijkheid over moet zijn. Wij wachten dat af.

Zonet heeft mevrouw Beckerman al iets aangegeven over het heft in eigen hand nemen en eigen initiatief. Er zijn enkele signalen van bewoners die zich inderdaad ongerust maken en onzeker zijn. Wij denken dat dat niet de bedoeling kan zijn. Zij maken zich druk over de vraag of het toch niet vertraging kan opleveren. Wij zouden het inderdaad goed vinden als de minister daar het gesprek over aangaat en als hij die duidelijkheid wel kan geven aan de bewoners. Wij hopen dat dit voor eind september aan de Kamer teruggekoppeld kan worden.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Aukje de Vries. Dan geef ik nu het woord aan de heer Nijboer namens de PvdA.

De heer Nijboer (PvdA):
Dank u wel, voorzitter. De laatste moties wat mij betreft voor dit politieke seizoen, tenminste dat hoop ik. Het is wel mooi dat die over Groningen gaan. Het zijn geen nieuwe moties, maar de aanhouder wint.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat ook mensen die wonen rondom de zogenaamde kleine velden schade ondervinden en vaak in ellenlange procedures zijn verwikkeld;

verzoekt het kabinet ook voor die gebieden de omgekeerde bewijslast c.q. het bewijsvermoeden te laten gelden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Nijboer, Beckerman en Van der Lee. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 781 (33529).

De heer Nijboer (PvdA):
En dan de allerlaatste.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat ondernemers in Groningen getroffen zijn door een dubbele crisis;

overwegende dat steeds meer van hen aan ellende ten onder dreigen te gaan;

verzoekt het kabinet tot een overtuigende aanpak te komen om ondernemers tegemoet te treden en hen te ondersteunen om weer een toekomstperspectief op te kunnen bouwen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Nijboer, Beckerman en Van der Lee. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 782 (33529).

De heer Nijboer (PvdA):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Nijboer.

De heer Nijboer (PvdA):
Dan wens ik u alvast een goed reces.

De voorzitter:
Nou, ik zie u vannacht, en ik zie u volgende week ook nog, dus … O, u gaat op vakantie. Fijn, goed om te weten. Gelukkig staat het niet in de Handelingen.

Dan geef ik tot slot het woord aan mevrouw Dik-Faber namens de ChristenUnie.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Goedemorgen, allemaal. Ik heb gisteren een gesprek gehad met een aantal bewoners van Heft in eigen Hand en Eigen Initiatief, met mensen die in die trajecten zitten. Ik ben erg geschrokken van wat zij mij verteld hebben. Ik vond het best schokkend, omdat er verwachtingen zijn gewekt die niet worden waargemaakt en omdat er verschillen zijn tussen mensen die meedoen aan het ene traject of het andere traject. Dat zijn de breuklijnen waar we veel met elkaar over gesproken hebben. Ik vond het een indrukwekkend gesprek.

Ik ben nu even uit een andere vergadering gelopen. Ik ga er zo meteen ook weer naar terug. Mijn excuses daarvoor. Er wordt meegeluisterd door een medewerker. Ik ben speciaal even hiernaartoe gekomen om aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te vragen om deze zomer met mensen in gesprek te gaan, om te kijken wat we voor deze mensen kunnen doen, want dit is niet een kwestie van onwil. Het gaat erom dat mensen graag gehoord willen worden, dat er begrip is voor hun situatie en dat we als overheid zorgen dat mensen recht wordt gedaan. Ik denk dat dat het allerbelangrijkste is.

Ik heb op dit moment geen moties. Ik heb wel een aangehouden motie over herstel van breuklijnen in de samenleving en het toepassen van maatwerk. Die zal straks in stemming komen en is door verschillende collega's ondertekend. Ik heb een andere motie over immateriële schade. De heer Sienot refereerde er al aan. Hij zei dat hij niet wil dat mensen in juridische procedures komen. Volgens mij wil niemand dat. Die motie is ook breed ondertekend. Ook die motie is al eerder ingediend en aangehouden, maar die zal ik vanmiddag in stemming brengen.

Tot zover mijn bijdrage. En excuses, voorzitter, dat ik zomaar erin en eruit vlieg, maar elders in het gebouw is een debat gaande waar ik aanwezig moet zijn.

De voorzitter:
Dat begrijp ik.

Mevrouw Beckerman (SP):
Een heel korte vraag. Ik vond het een heel mooie oproep van mevrouw Dik-Faber over Eigen Initiatief en Heft in eigen Hand. Ik heb daar een motie over ingediend. Ik zou heel graag willen dat we Kamerbreed dat signaal afgeven. Dus ik wil mevrouw Dik-Faber in overweging geven om die motie mee in te dienen, zodat we gezamenlijk het signaal afgeven dat hier een oplossing moet komen.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik vind het ook heel belangrijk dat er een oplossing komt voor deze mensen. Het lijkt me inderdaad wenselijk dat we met z'n allen die oproep doen, ook richting de minister. Ik weet niet of daar die motie voor nodig is. Ik zal er nog even goed naar kijken. In ieder geval is er ook vanuit mijn fractie een appel gekomen op de minister om deze mensen recht te doen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Dik-Faber. Ik schors de vergadering voor vijf minuten.

De vergadering wordt van 11.18 uur tot 11.28 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik geef de minister het woord.

Minister Ollongren:
Dank, voorzitter. Een paar vragen en een aantal moties waarover ik graag adviseer. Mij en het kabinet en collega Wiebes is veel succes gewenst, onder andere door mevrouw Mulder. Veel dank daarvoor. We zullen inderdaad ons best doen en de zomer ook benutten om zo veel mogelijk in gesprek te zijn en te blijven, ook met bewoners en de verwachtingen waar te maken. Ik heb in het AO gezegd: Ik ben ook maar een mens. Maar aan mijn motivatie en inzet zal het niet liggen, zeg ik tegen mevrouw Mulder.

De heer Van der Lee kwam terug op het Catshuis. Ik zie echt wel wat hij daarmee bedoelt. Want ik denk dat hij eigenlijk wil zeggen: bent u nou voldoende in overleg met alle partijen die hierbij betrokken zijn, van de SodM en de NAM tot en met de bewoners en uiteraard de regiobestuurders? Het antwoord is: ja, want dit kan niet zonder overleg. Niemand kan dit alleen, we moeten dit echt samen doen. Dus die urgentie en die crisisaanpak wil ik echt blijven uitstralen. Daarvoor zullen we ook het gesprek voeren. Dat zullen meerdere gesprekken zijn in meerdere samenstellingen. In het vorige bestuurlijk overleg waren bijvoorbeeld SodM ook aanwezig en de maatschappelijke organisaties. Daar gaan we mee door. Ik zou dat niet exclusief in het Catshuis willen doen, al was het maar omdat wij ook graag naar het Noorden gaan zo nu en dan. Maar de gesprekken zullen worden gevoerd en uiteraard zal de Kamer daarvan op de hoogte worden gehouden.

Voorzitter, volgens mij waren dat de vragen. Andere vragen, ook van mevrouw De Vries, hebben ook betrekking op moties die zijn ingediend, dus daar kom ik dan op. Als ik een motie dus oversla, is dat omdat collega Wiebes daar zo over adviseert.

Om te beginnen de motie van mevrouw Beckerman, die de regering verzoekt in gesprek te gaan met de betreffende deelnemers. Dit ziet op Heft in Eigen Hand. Daar zijn zorgen, ik heb het gehoord en ik vind dat we deze signalen serieus moeten nemen. Ik vind dat we dat gesprek met elkaar moeten voeren. Ik heb ook mevrouw Dik-Faber zonet gehoord die speciaal daarvoor was gekomen. Het allerbelangrijkst voor menen is soms inderdaad dat ze het gevoel krijgen dat er écht naar hen wordt geluisterd. Dat vind ik ook heel erg belangrijk. Dus ik kan niet toezeggen dat we exact datgene wat de bewoners precies verwachten of verlangen ook precies zo kunnen leveren, maar ik kan wel zeggen: ja, we voeren dat gesprek, we nemen uw zorgen serieus, als er knelpunten zijn moeten die worden opgelost. En het is eigenlijk al erg genoeg dat deze bewoners daar helemaal voor naar Den Haag moeten komen om dat punt te maken. Mevrouw Beckerman en ik zijn het vaak oneens, ook op andere dossiers, maar over deze motie van mevrouw Beckerman zou ik heel graag het oordeel laten aan de Kamer.

De voorzitter:
Dat is de motie op stuk nr. 776, neem ik aan?

Minister Ollongren:
Precies.

De volgende motie waar ik iets over zeg is de motie op stuk nr. 779 van mevrouw Mulder en de heer Sienot. Ik lees hier dat de regering wordt verzocht om een aantal zaken te doen die we ook benoemd hebben in het algemeen overleg en het notaoverleg. Zorgen dat bewoners zo veel mogelijk zelf regie kunnen voeren. Een aantal voorbeelden wordt genoemd. Die heb ik ook genoemd in het AO. De praktijkvariant, duidelijkheid scheppen, zo veel mogelijk aan de voorkant, ongelijkheid voorkomen, maatwerk en clusterwerk. Dat is wat hier in de motie staat. Ik laat mij om die reden overtuigen door de intenties van de indieners. Dat zijn ook onze intenties. Ik laat het oordeel graag aan de Kamer.

Voorzitter. Er is nog een aantal moties dat al was ingediend en waar nog een aantal wijzigingen in zitten, maar die zijn hier niet opnieuw aan de orde gesteld, dus ik denk niet dat ik daar nog verder op in hoef te gaan.

Ik kan u suggereren het woord te geven aan de heer Wiebes.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan wachten we heel even tot het katheder is schoongemaakt. Dat moet ook gebeuren. Anders krijgen we heel veel mails van burgers die meekijken.

Minister Wiebes:
Voorzitter. Ik begin met de moties. Mevrouw Beckerman diende de motie op stuk nr. 775 in. Met verwijzing naar het debat, waarin ik heb gezegd dat over veiligheid niet onderhandeld kan worden, moet ik die ontraden.

Ook voor de motie op stuk nr. 777 om oude gedupeerden rechtvaardig te compenseren, moet ik naar het debat verwijzen, maar ook naar de wetsbehandeling. Schades kunnen niet opnieuw worden beoordeeld. Daarom moet ik deze motie ontraden.

De motie van mevrouw Beckerman op stuk nr. 778 verzoekt eigenlijk twee dingen. Zij verzoekt mij het IMG in overweging te geven de voorgestelde verbeteringen over te nemen. Dat doe ik niet, want dan treed ik echt in de onafhankelijkheid van het IMG en kom ik gevaarlijk dicht bij het beschadigen van datgene wat we juist proberen te beschermen. Het tweede verzoek is om beschikkingen hoe dan ook aan te passen aan het oordeel van de hoogste bestuursrechter. De term "hoe dan ook" kan heel breed gelezen worden, maar in beginsel is het ongebruikelijk om als een hoogste rechter ten aanzien van een uitspraak iets zegt, dat met terugwerkende kracht te doen. Maar ik moet zeggen — ik denk dat ik dat met mevrouw Beckerman eens ben — dat dat hier met betrekking tot het model-Invisor misschien wel passend zou zijn. Dat betekent wel dat ik de motie in deze vorm moet ontraden. Maar zou mevrouw Beckerman mij oproepen om specifiek ten aanzien van het model-Invisor bij het IMG onder de aandacht te brengen om te bezien wat de mogelijkheden zijn om dat te wijzigen, indien de situatie zich voordoet dat de hoogste rechter bepaalt dat het model van Atlas hier niet gebruikt had mogen worden maar het Invisor-model wel, zou ik de motie oordeel Kamer kunnen geven. Ik snap haar tweede verzoek namelijk.

De voorzitter:
Een korte vraag, mevrouw Beckerman.

Mevrouw Beckerman (SP):
Ik zal de motie aanpassen zodat zij oordeel Kamer kan krijgen.

De voorzitter:
Is dat zo?

Minister Wiebes:
Dat hangt natuurlijk van de aanpassing af, maar ik denk dat ik net niet alleen sympathie heb getoond voor het tweede deel voor het dictum, maar ook wat gebruiksaanwijzingen heb meegegeven. Dat wacht ik dan nog even af, maar daar heb ik dan nog wel vertrouwen in. De heer Sienot vindt het allemaal heel grappig, zie ik, maar de motie van mevrouw Beckerman is diep serieus.

De motie-Van der Lee op stuk nr. 780 gaat over de inzagetermijn winning Waddenzee. Ik snap de achtergrond daarvan en wil deze motie aan het oordeel van de Kamer laten.

Ten aanzien van de motie van de heer Nijboer op stuk nr. 781 over het wettelijk bewijsvermoeden moet ik naar het debat verwijzen en de motie ontraden.

De motie op stuk nr. 782 van de heer Nijboer over de overtuigende aanpak voor ondernemingen is ingewikkeld, want dit is een heel algemeen iets wat mij strikt genomen oproept om de ondernemer tegemoet te treden bij leegstand in winkelstraten, het virus en commerciële problematiek in het algemeen. Ik neem aan dat de heer Nijboer dat niet bedoelt. Ik neem aan dat hij bedoelt dat de schadeafhandeling specifiek ten aanzien van ondernemers voortvarend moet worden uitgevoerd. Ik neem aan dat hij dat bedoelt, want dit is een soort algemene hulpvraag voor alles. Ik denk dat hij nu misschien inperkingen wil aanbrengen, zodat ik nog even goed over het advies kan nadenken.

De heer Nijboer (PvdA):
Het is niet alleen schade, hè? Het is natuurlijk ook derving en dat je geen mensen kunt ontvangen omdat je gebouw of je horecazaak dicht moet. Het is dus wat breder dan alleen schade, maar daar doelde ik inderdaad op.

Minister Wiebes:
Het schadebegrip strekt zich uitdrukkelijk uit tot dat soort dingen, dus wat mij betreft is dat uitdrukkelijk wél schade. Ook commerciële schade is schade. Ik neem aan dat het daarmee dus gaat over de afhandeling door IMG van de schade in brede zin van ondernemers. Daarmee geef ik de motie oordeel Kamer, met dat begrip van de motie.

De voorzitter:
Dank u wel.

Minister Wiebes:
Verder voel ik mij geschraagd door de woorden van mevrouw De Vries om te proberen het gesprek met mijn collega's over de fiscale aspecten van de schadevergoeding voortvarend af te ronden op de door haar zo gewenste wijze.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit VAO.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Over de ingediende moties zullen we vannacht stemmen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Voorzitter: Bergkamp

Gevangeniswezen/tbs

Gevangeniswezen/tbs

Aan de orde is het VAO Gevangeniswezen/tbs (AO d.d. 06/02).

De voorzitter:
Aan de orde is het VAO Gevangeniswezen. Ik heet de minister voor Rechtsbescherming, de Kamerleden en de kijkers thuis van harte welkom. Er hebben zich in totaal zeven sprekers aangemeld. Iedere spreker heeft twee minuten. Ik geef allereerst het woord aan de heer Van Nispen van de SP voor zijn inbreng. Gaat uw gang.

De heer Van Nispen (SP):
Dank u wel, voorzitter. Ik dien meteen mijn moties in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de afgelopen jaren gevangenissen zijn gesloten, het gebruik van meerpersoonscellen is gestegen en de PMJ-ramingen laten zien dat het aantal gedetineerden in de gevangenissen de komende jaren zal stijgen;

tevens constaterende dat nu, gedurende de coronacrisis, het meerpersoonscelgebruik is afgenomen;

overwegende dat de FNV begin 2020 met zijn Code Rood-onderzoek heeft aangetoond dat de werknemers binnen DJI zeer hoge werkdruk ervaren;

verzoekt de regering in te blijven zetten op vermindering van de werkdruk van het gevangenispersoneel en in dat kader het aantal gedetineerden dat in een meerpersoonscel zit niet toe te laten nemen ten opzichte van de huidige situatie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Nispen, Kuiken en Van den Berge. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 772 (24587).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de ervaringen van (een deel van) de medewerkers in het gevangenisziekenhuis te Scheveningen stelselmatig niet overeenkomen met de bevindingen van de minister en de diverse rapporten van de Inspectie Justitie en Veiligheid;

constaterende dat de Inspectie Justitie en Veiligheid alleen aangekondigde inspecties uitvoert in het gevangenisziekenhuis;

overwegende dat er geen enkele twijfel zou moeten bestaan over de veiligheid voor werknemers en gedetineerden in het gevangenisziekenhuis;

verzoekt de regering een onafhankelijk onderzoek in te stellen naar de veiligheid in het gevangenisziekenhuis te Scheveningen (het Justitieel Centrum voor Somatische Zorg) en daarbij onder andere te kijken naar het al dan niet bestaan van een angstcultuur onder medewerkers,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Nispen en Kuiken. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 773 (24587).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat inhoud en kwaliteit in de forensische zorg vooropgesteld zouden moeten worden en niet de laagste prijs;

verzoekt de regering scenario's in kaart te brengen hoe marktwerking in de forensische zorgsector teruggedrongen kan worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Nispen en Van Toorenburg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 774 (24587).

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Markuszower van de PVV.

De heer Markuszower (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Het AO over dit onderwerp is alweer lang geleden gehouden, maar de problemen in het gevangeniswezen zijn er in de tussentijd niet minder op geworden. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de kabinetten-Rutte II en III, in de jaren 2013 tot en met 2018 met de botte bijl de ene na de andere gevangenis in Nederland gesloten hebben;

overwegende dat dit een enorme blunder is geweest, nu de criminaliteit niet is afgenomen, criminelen de baas zijn in de gevangenissen en er een cellentekort is;

verzoekt de regering nieuwe gevangenissen bij te bouwen, te investeren in goed opgeleid gevangenispersoneel en ervoor te zorgen dat het personeel weer de baas wordt in de gevangenissen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Markuszower. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 775 (24587).

De voorzitter:
Ik dank u wel. Ik kijk naar de heer Van den Berge voor zijn motie, denk ik.

De heer Van den Berge (GroenLinks):
Voorzitter. Zoals u van mij gewend bent, zal ik het kort houden. We hebben de afgelopen jaren vaker gezien dat penitentiaire capaciteit opgeschaald en afgeschaald werd, terwijl niet altijd duidelijk was of de ramingen waarop die besluiten waren gebaseerd helemaal klopten en of daar genoeg marges in zaten. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat onduidelijk is waar het langetermijnbeleid voor het openen en sluiten van penitentiaire inrichtingen in de afgelopen jaren op gebaseerd is;

verzoekt de regering om onafhankelijk onderzoek te laten doen naar het gevoerde beleid in de bouw van nieuwe en het sluiten van bestaande penitentiaire inrichtingen, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berge en Van Nispen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 776 (24587).

De heer Van den Berge (GroenLinks):
Dank u wel. 40 seconden.

De voorzitter:
Kijk eens aan, dank u wel. Ik geef het woord aan mevrouw Van Toorenburg van het CDA.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Voorzitter, dank. Spannende ontwikkelingen in Zeeland, met eventueel een justitiedelta. Kan de minister al iets vertellen over wat daar speelt? Heeft hij inmiddels al overleg gevoerd in Vught? Daar schrok men natuurlijk wel een beetje van het feit dat het plan dat zij bedacht hebben misschien elders wordt uitgevoerd. Ik wil graag weten wat dat voor Vught betekent.

Tijdens het AO hebben we uitvoerig gesproken over de onderzoeken van de RSJ, de inspectie en de FNV. Wat heeft de minister de Kamer daar inmiddels over te berichten? Hij zou met iedereen in gesprek gaan.

Voorzitter. We hebben ook uitvoerig gesproken over de medische diensten. Dat ging onder andere over Dordrecht, waar een goed functionerend huisartsenteam na een aanbesteding plaats heeft moeten maken voor een landelijke organisatie, omdat dat zogenaamd beter en goedkoper zou zijn. Maar het drama is compleet. Aan de eisen van de aanbesteding is niet voldaan. In anderhalve maand zijn meer dan twintig verschillende artsen in die inrichting geweest, zonder enige kennis van zaken over hoe het gaat in een justitiële inrichting als je ziek bent. Die mensen hadden niet de vereiste papieren. Het Specialistisch Inkoop Centrum kijkt vooral naar geld. De directeur ligt 's nachts wakker uit angst dat er een belletje komt dat er een gedetineerde hangt. Ik weet dat gewoon. Zij weet namelijk dat het niet fatsoenlijk op orde is. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de aanbesteding van de medische zorg binnen het gevangeniswezen tot grote problemen aanleiding geeft;

overwegende dat het te vaak voorkomt dat niet aan de behoefte en de uitvraag van de directies wordt voldaan;

van mening dat niet de laagste prijs, maar de kwaliteit en de relatie en de opgedane ervaring leidend moeten zijn;

overwegende dat het Specialistisch Inkoop Centrum te veel op geld stuurt en niet op de behoefte van inrichtingen;

verzoekt de regering ten aanzien van de aanbesteding van de medische zorg pas op de plaats te maken en met de directeuren van de p.i.'s in gesprek te gaan over hoe de medische zorg het beste kan worden ingericht, waarbij maatwerk mogelijk wordt en de wensen van de vestigingsdirecteuren doorslaggevend,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Toorenburg en Van Nispen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 777 (24587).

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Het is vrij ongebruikelijk dat vanuit het gevangeniswezen een cri de coeur zo hard wordt geslaakt. Als de directeuren bang zijn voor de gezondheid van hun ingeslotenen, hebben we daar in de Kamer echt iets over te zeggen.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van Toorenburg. Dan geef ik het woord aan de heer Van Wijngaarden van de VVD. Mevrouw Kuiken heeft zich afgemeld.

De heer Van Wijngaarden (VVD):
Voorzitter. Ik heb een vraag en een motie.

Allereerst de Inrichting Stelselmatige Daders. Ik begrijp dat het aantal senior casemanagers in de Inrichting Stelselmatige Daders per 1 januari zou zijn verlaagd in het zogenaamde normenboekje. Hoe zit dat? Hoe verhoudt zich dat tot een pedagogische benadering en voldoende in volwassenen gespecialiseerd DJI-personeel, dat ook nodig is om de ambitie van de minister voor verbetering van ISD-maatregelen waar te maken? Graag nog een reactie van de minister op dat punt. Dat had ik bij het AO laten liggen.

Dan de motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg op 1 januari 2020 in werking is getreden;

overwegende dat de beroepsgroep van psychiaters aangeeft dat hiermee gepaard gaande administratieve lasten bovenmatig beslag leggen op de voor cliënten en veroordeelden beschikbare capaciteit binnen de uitvoeringspraktijk van zowel de forensische als de niet-forensische psychiatrie;

constaterende dat zorgverleners ter illustratie aangeven dat geregeld meerdere brieven van ruim 25 pagina's moeten worden gecreëerd, verstuurd en vervolgens ingevuld door psychisch belaste personen;

verzoekt de regering om in overleg met psychiaters in het najaar van 2020 te komen tot een aanpak om een forse administratieve lastenreductie te realiseren, een toets op de administratieve lasten expliciet mee te nemen in de wetsevaluatie van de Wvggz, en hierover aan de Kamer te rapporteren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Wijngaarden en Van Toorenburg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 778 (24587).

De voorzitter:
Ik dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Groothuizen van D66.

De heer Groothuizen (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb geen vragen, maar wel heb ik dadelijk een motie. Die gaat over het fenomeen van vooral kortdurende gevangenisstraffen, en daar dan één onderdeel van. Het nadeel van die kortdurende gevangenisstraffen is dat ze mensen weghalen uit hun woning, en werk en andere trajecten doorkruisen, terwijl het voor de reclassering vaak buitengewoon lastig is om in zo'n korte periode dingen op touw te zetten zodat mensen als ze weer buiten komen beter de samenleving in kunnen. Een variant daarvan zie je terug bij de geldboetes. Als een geldboete niet wordt betaald, staat daar een vervangende hechtenis op. Uiteraard is dat terecht, want je moet een stok achter de deur hebben. Maar je kunt de vraag stellen of het niet beter zou zijn om een tussenstap te maken in de vorm van een werkstraf. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bij niet-betaling van strafrechtelijke geldboetes vervangende hechtenis kan worden opgelegd;

overwegende dat vervangende hechtenis bij geldboetes leidt tot veel (doorgaans kortdurende) vrijheidsstraffen;

overwegende dat deze kortdurende vrijheidsstraffen veel gevolgen kunnen hebben, bijvoorbeeld door het verlies van woning en/of werk, en daardoor niet bijdragen aan minder recidive;

verzoekt de regering te onderzoeken of naast vervangende hechtenis ook een vervangende werkstraf kan worden ingevoerd, en hierover aan de Kamer te rapporteren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Groothuizen, Van Toorenburg, Van Nispen en Van den Berge. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 779 (24587).

De heer Groothuizen (D66):
Voor de duidelijkheid zeg ik erbij dat dit moet worden gezien als een tussenstap. Je moet als ultieme stok achter de deur, als mensen ook echt weigeren om een werkstraf uit te voeren, nog wel iets hebben om op terug te kunnen vallen.

De heer Van Wijngaarden (VVD):
Het is inderdaad een bekend signaal dat veel ingeslotenen daar heel kort zitten voor niet-betaalde boetes. De heer Groothuizen zegt dat dit leidt tot dusdanige disruptie in het leven van die mensen, dat je moet nagaan of er geen alternatieven zijn. In de motie wordt gevraagd om dit te onderzoeken. Ik mag toch aannemen, ook om de motie goed te kunnen duiden, dat wel open wordt gelaten dat iemand die heel geregeld een boete niet betaalt, nog steeds meteen de bak in zou moeten kunnen.

De heer Groothuizen (D66):
Dat zou een variant kunnen zijn. Je kunt bijvoorbeeld zeggen dat mensen die al tien keer een boete niet hebben betaald, wel een gevangenisstraf krijgen en rechtstreeks in vervangende hechtenis gaan. In mijn toelichting zei ik al dat je die gevangenisstraf altijd als ultieme stok achter de deur moet hebben. Je kunt daar een soort keuzemenu voor bedenken. Je kunt ook de rechter in dezen een belangrijke rol geven; die kan bepalen welke vervangende hechtenis als stok achter de deur primair moet worden meegegeven. Het gaat mij erom te onderzoeken of de nadelen — iedereen is het er wel over eens dat die er zijn — kunnen worden opgevangen met een ander systeem.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Van Wijngaarden afrondend.

De heer Van Wijngaarden (VVD):
Waarbij ik de motie zo lees, dat het onderzoek open is en dat ook de nadelen van deze optie en de bijbehorende kanttekeningen onderzocht moeten worden.

De heer Groothuizen (D66):
Zeker. Je moet ook kijken of hier dingen aan zitten die ik nu niet kan verzinnen, maar die mogelijkerwijs een negatieve impact hebben. Uiteraard.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn wij aan het eind gekomen van de inbreng van de Kamer. Ik schors de vergadering voor een enkel moment, zodat de moties verspreid kunnen worden en de minister zijn appreciatie kan geven.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
De minister is zover om zijn appreciatie te geven van de ingediende moties en om nog een enkele vraag te beantwoorden. Ik wil aan de leden vragen om alleen als het echt nodig is een vraag te stellen, gezien het strakke tijdschema vandaag. Het woord is aan de minister.

Minister Dekker:
Voorzitter, zou ik dan ook een kopietje mogen hebben van de moties?

De voorzitter:
Dat lijkt mij op z'n minst heel handig. Kijk, u roept en wij draaien. Met dank aan de bode.

Minister Dekker:
De strekking van de moties had ik wel begrepen, maar soms is het goed om ook even de exacte tekst te hebben.

Voorzitter. Ik begin met een paar vragen. Mevrouw Van Toorenburg vroeg naar Vlissingen. Dat is zeker interessant. Maar ik zeg ook even formeel: de raad in Vlissingen en de Provinciale Staten moeten daar nog een definitief besluit over nemen. Ik heb van de week in het debat op een vraag van de heer Van Nispen gezegd: zodra dat rond is, informeer ik u even schriftelijk over wat we daar van plan zijn en hoe zich dat verhoudt tot de zoektocht en de eerdere sluitingen van andere gevangenissen in het land. Dit staat los van de gesprekken die wij voeren in Vught; die lopen gewoon door. Het is niet gezegd dat daar dan ook wat komt. Het is een idee dat de burgemeester daar heeft en ik vind dat interessant. Ik begrijp dat ook de voorzitter van de Raad voor de rechtspraak daar onlangs is langsgeweest. Maar die gesprekken zijn daarmee niet van de baan. Die gaan gewoon door.

De gesprekken met de bonden hebben al vrij snel na het algemeen overleg plaatsgevonden. Daar is toen afgesproken om, als het gaat om de werkdruk, ook per instelling specifiek te kijken waar nu precies het knelpunt zit. Dat verschilt vaak weer per instelling. Toen is afgesproken: laten we kijken of we daar dan gerichte plannen voor kunnen maken. Ik moet wel toegeven dat sinds maart de gesprekken met de bonden natuurlijk over heel andere dingen gingen. Overigens liepen die ook best goed. Ik vind dat we, in een ingewikkelde tijd en met de enorme druk die er op het personeel is gelegd, steeds echt goed met elkaar door één deur konden, ook al was er met de FNV natuurlijk het voortdurende gesprek over de meerpersoonscellen, zoals bekend; daar kom ik straks op terug bij de motie van de heer Van Nispen.

Dan de vraag van de heer Van Wijngaarden over de isd. We hebben in een aantal regio's proeven gedraaid met jongvolwassen isd'ers. De uitkomsten van die proeven waren positief. Toen is er gezegd: we willen die aanpak juist doorontwikkelen. Dus eigenlijk willen we juist een tandje bijschakelen. De bewering dat er een verlaging van de norm op casemanagers zou hebben plaatsgevonden, kan ik niet helemaal plaatsen. Het aantal casemanagers in een inrichting is vorig jaar juist heel erg uitgebreid, en specifiek voor de isd worden nu ook casemanagers toegekend om gedetineerden in de extramurale fase te begeleiden.

Voorzitter. Dan ga ik naar de moties. Om te beginnen ga ik in op de motie op stuk nr. 772, die zegt: we willen minder meerpersoonscellen, en dat aantal mag niet stijgen ten opzichte van het niveau dat er nu is. Dat is natuurlijk een erg ingewikkelde, want de instroom is erg laag geweest. Daarom kon het aandeel meerpersoonscellen naar beneden gaan. Maar het is natuurlijk zeer te verwachten dat de instroom weer zal toenemen als rechtszaken weer gaan draaien en als we weer zelfmelders gaan oproepen, dus als we weer gewoon op 100% gaan draaien. Dan zouden we dus echt in de knel komen met deze motie. Dat is volgens mij niet de bedoeling. Daarom ontraad ik deze.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 772 wordt ontraden. Dat roept een vraag op van de indiener, de heer Van Nispen. Gaat uw gang.

De heer Van Nispen (SP):
Ik heb een korte reactie. De minister draait het om. Het aantal meerpersoonscellen moest juist stijgen, omdat er zo veel gevangenissen waren gesloten. Natuurlijk is het personeel nu blij dat, dankzij de coronacrisis, het aantal meerpersoonscellen moest dalen. Dus als we nou de noodkreet van het personeel en het onderzoek van de FNV, code rood, serieus nemen, dan moeten we alles op alles zetten om die werkdruk te blijven verlagen en om te bezien hoe je het aantal meerpersoonscellen laag kunt houden. Er komt nou ook weer een extra gevangenis bij. Laten we kijken wat we daarmee kunnen doen en hoe we daarover het gesprek kunnen blijven voeren met het personeel.

Minister Dekker:
Het gesprek met het personeel voeren we altijd, maar we hebben ook steeds helder gemaakt dat meerpersoonscellen er in het Nederlandse gevangeniswezen gewoon bij horen. Overigens is dat ook erkend door de bonden in het convenant dat we 2,5 jaar geleden hebben afgesproken. Dat was dus niet iets wat we moesten doen, een noodgreep, omdat we gevangenissen moesten sluiten. Nee, we hadden overal plekken leegstaan. Daar hebben we wat aan gedaan door de sluiting van een aantal instellingen. Die mpc's horen er gewoon bij. Als het gaat om werkdruk, hebben we steeds gezegd: als meer mensen op een gang komen door het gebruik van mpc's, dan moet er ook meer personeel bij. Daar kijken wij steeds scherp naar. Ik blijf bij ontraden.

Voorzitter. Ook de motie op stuk nr. 773 over onafhankelijk onderzoek ontraad ik. Er loopt nog een onderzoek van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. De Inspectie Justitie heeft vooral gekeken naar het veiligheidsdeel. IGJ kijkt veel meer naar de zorg die daar wordt verleend. Volgens mij moeten we afwachten wat daaruit komt. Ik zou het niet goed vinden om te zeggen: "Dit is de uitkomst van een inspectieonderzoek. We gaan daar nog een keer een onderzoek overheen doen". Want wat zegt dit dan over de inspecties? Volgens mij leveren zij uitstekend werk.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 773 wordt ontraden.

Minister Dekker:
De motie op stuk nr. 774 ontraad ik. Het is ook een beetje een semantische discussie of sprake is van marktwerking in de forensische zorg. Ik zeg altijd: de zorg is geen markt. Precies, dat vind ik ook echt. We zoeken naar een manier om op goede wijze zorg in te kopen. Dit kan met aanbestedingen of dit kan op een andere manier. We moeten steeds kijken hoe we dit op een goede en verstandige wijze doen. Daar lopen op dit moment gesprekken over. Ik zou deze motie daarom willen ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 774 wordt ontraden. De heer Van Nispen is de eerste indiener, maar ik zie mevrouw Van Toorenburg daar staan. Ik geef u dus de gelegenheid om een korte vraag te stellen.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Het is precies wat de minister zegt: de zorg is geen markt. Maar dit is de forensische zorg. Dit zijn grotendeels mensen waarvan de rechter zegt dat zij zo gevaarlijk zijn dat zij in zorg moeten worden vastgezet om de samenleving en de persoon zelf te beschermen. Als we zien wat daar gebeurt, als we spreken met al die directeuren, als we kijken hoe ingewikkeld het is om het te organiseren, zou dit dan niet het moment zijn om te zeggen dat we hier echt mee moeten ophouden en het op een andere manier moeten organiseren? We zeggen het nu al jaren tegen elkaar; ook de VVD deed daar iedere keer aan mee. Volgens mij is het moment daar om te zeggen: een streep erdoor, we gaan het anders doen.

Minister Dekker:
Ik zou daar geen voorstander van zijn, want daarmee impliceer je … De forensische zorginstellingen zijn op dit moment particuliere instellingen. We hebben een aantal rijksinstellingen. In Almere hebben we er een. Deze rijksinstellingen zijn echt onderdeel van DJI. De mensen die daar werken staan bij de overheid op de loonlijst. Maar het overgrote deel van de mensen die in de zorg werken, werkt bij een zorgaanbieder. Ik ben er geen voorstander van om te zeggen: dat gaan we allemaal veranderen; we gaan het nu allemaal zelf organiseren. Ik vind dat deze organisaties het over het algemeen goed doen. En om in de komende jaren heel veel energie te steken in een enorme stelselwijziging, ik weet niet of daar het werk op de werkvloer echt beter van wordt.

De voorzitter:
Ik wil u vragen om het debat niet over te doen. Dit is een breed thema dat volgens mij nog heel vaak wordt besproken. We hebben nog best veel moties. Meneer Van Wijngaarden, u bent niet de indiener van de motie. Ik wil dus aan de minister vragen om door te gaan. Er is al met uw permissie een vraag gesteld door mevrouw Van Toorenburg, dus we gaan dit nu echt afronden. Of u moet echt een heel korte vraag hebben, meneer Van Nispen, maar u moet geen nieuwe discussie beginnen.

De heer Van Nispen (SP):
Nee, voorzitter, ik begin geen nieuwe discussie, al is het wel mooi om te zien dat de VVD en het CDA nu over elkaar heen buitelen om te zeggen dat de zorg geen markt is. Dat zegt de SP toevallig ook altijd. Voorzitter, staat u mij toe één andere vraag te stellen?

De voorzitter:
Gaat uw gang.

De heer Van Nispen (SP):
Ik krijg tijdens dit debat berichten dat na de sluiting van de justitiële jeugdinrichtingen op dit moment tien jeugdigen in Veenhuizen zouden zijn gedetineerd in een p.i. voor volwassenen. Ik wil graag aan de minister vragen om na te gaan of dit bericht klopt en daar de Kamer over te informeren.

Minister Dekker:
Dit bericht zegt mij niet zo vreselijk veel, maar ik zal het nagaan. Ik weet dat dit kortstondig zo is geweest na de sluiting van een van de jji's. Daar heb ik u volgens mij eerder ook over geïnformeerd. Volgens mij is die situatie al opgeheven.

De voorzitter:
Mag ik de minister vragen om hier schriftelijk op terug te komen richting de Kamer?

Minister Dekker:
Laat ik er schriftelijk op terugkomen als er inderdaad iets speelt. Als er niets speelt, hoeven we geen overbodige brieven te schrijven.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 775.

Minister Dekker:
De motie op stuk nr. 775 ontraad ik. We bouwen nieuwe gevangenissen als dit nodig is. We investeren altijd in goed personeel. "Het personeel moet weer de baas worden", daar kan ik niet zo vreselijk veel mee. Ik ontraad de motie.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 775 wordt ontraden.

Minister Dekker:
Dan de motie op stuk nr. 776 van de heren Van den Berge en Van Nispen, over een onafhankelijk onderzoek. We zijn er volgens mij allemaal bij. Wij kijken naar de capaciteit op basis van het PMJ. Dat sturen wij u ieder jaar op, met de begroting. U kunt dat volledig volgen. Het PMJ wordt wetenschappelijk getoetst door het WODC. Maar het blijven ramingen, dus daar moeten we steeds weer bijstellen. De besluiten die we op basis van die ramingen nemen, neemt u: waar gaat het geld naartoe, wat doen we met instellingen en wat blijft er open en wat gaat er dicht? Ik denk niet dat een onafhankelijk onderzoek daar nou vreselijk veel aan toevoegt.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 776 wordt ontraden.

Minister Dekker:
Dan de motie op stuk nr. 777 … Even kijken. Mijn nummering loopt niet helemaal parallel.

De voorzitter:
Dat is de motie van mevrouw Van Toorenburg en de heer Van Nispen.

Minister Dekker:
Ja. Daarin wordt gevraagd om een pas op de plaats met de aanbesteding. Ik neem het signaal van mevrouw Van Toorenburg uitermate serieus. Als er ergens problemen zijn — ik weet dat het onder andere in Dordrecht niet goed loopt — zitten we erbovenop, al was het maar om ervoor te zorgen dat, als iemand gezegd heeft "ik lever zorg", diegene die zorg dan ook moet leveren. Als dat niet het geval is, kan en zal dat uiteindelijk aanleiding zijn voor ontbinding van een contract. Maar een pas op de plaats maken met de aanbesteding is enorm ingewikkeld, want in het proces waarin we nu zitten, zijn we verplicht om het op deze manier te doen, ook vanwege de Aanbestedingswet. Als je daarvan af zou willen zien, ontstaat er volgens mij een veel groter probleem, want dat betekent dat er op heel veel plekken überhaupt geen zorg tot stand komt. En volgens mij moeten we dat met z'n allen niet willen. Dus ik zeg mevrouw Van Toorenburg toe dat ik ga kijken waar er problemen zijn en dat ik erop afga om ervoor te zorgen dat we het zo snel mogelijk herstellen, goedmaken en rondmaken. Maar de aanbesteding on hold zetten, is volgens mij een recept voor ongelukken.

De voorzitter:
Dus u ontraadt de motie op stuk nr. 777?

Minister Dekker:
Zeker.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
De ongelukken dreigen toch al te gebeuren, dus volgens mij verandert daar weinig aan. Maar ik vind het belangrijk — ik wil dat de minister ook daar specifiek naar kijkt — dat de directeuren hebben aangegeven dat ze een aantal eisen wilden hebben in de aanbesteding. Die zijn er gewoon uitgehaald. De directeuren zeiden: wij willen artsen in huis die snappen hoe het is om in geslotenheid ziek te zijn. Die eis moest eruit omdat die discriminerend was. Ze krijgen nou twintig mensen die van toeten noch blazen weten. Vervolgens zegt de inrichting: wij willen dat ze een scholing krijgen, zodat ze weten hoe het in detentie gaat. Óf ze moeten €60.000 bemiddelingskosten betalen, óf ze moeten alle opleidingen van die artsen zelf vergoeden. Dat is gekkenwerk en daarom ben ik er zo fel op.

De voorzitter:
Ik hoor daar geen vraag in, maar wel een pleidooi voor de motie die is ingediend. De minister vervolgt zijn betoog.

Minister Dekker:
Ik weet niet of het een pleidooi is voor de motie. Volgens mij moeten we kijken hoe we zorgen voor goede huisartsenzorg in de instellingen. Ik weet niet precies hoe zo'n discussie over specifieke voorwaarden dan gaat. Maar je moet gewoon goede huisartsen hebben. Als je er dan bij wijze van spreken om vraagt dat die huisartsen moeten weten hoe het is om in de gevangenis te werken, dan weet je zeker dat je alleen maar degenen krijgt die nu al in gevangenissen werken. We moeten dus zorgen voor goede huisartsenzorg, met een eerlijk speelveld en eerlijke kansen. We moeten kijken of we af kunnen van mensen die geen goede zorg leveren. En we moeten kijken of we mensen die wel goede zorg leveren, ervoor kunnen interesseren om in het gevangeniswezen te werken. Dat is een behoorlijke opgave. Dat hebben we ook in het verleden gezien, ook in situaties waarin ze nog parttime bij ons in loondienst waren. Dan krijg je namelijk ook niet altijd de allerbeste huisartsen, want het is economisch vaak helemaal niet zo interessant om in loondienst aan het werk te zijn.

Dan …

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 778.

Minister Dekker:
… de motie op stuk nr. 778 van de heer Van Wijngaarden en mevrouw Van Toorenburg, over de Wet verplichte ggz. Daar kan ik mee uit de voeten. Ik wil het oordeel daarover aan de Kamer laten.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 778 krijgt oordeel Kamer.

Minister Dekker:
Datzelfde geldt voor de laatste motie, de motie op stuk nr. 779 van de heer Groothuizen c.s.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 779 krijgt oordeel Kamer. Dan zijn we hiermee gekomen aan het eind van de beraadslaging. Ik dank de minister.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
De stemmingen vinden vandaag plaats. Hoe laat dat zal zijn, gaan wij allen meemaken.

Beleidsvisie op filantropie

Beleidsvisie op filantropie

Aan de orde is het VSO Beleidsvisie op filantropie (32740, nr. 22).

De voorzitter:
De minister blijft nog even in onze aanwezigheid, want wij gaan nu over naar het VSO Beleidsvisie op filantropie. Een tweetal leden heeft gevraagd om spreektijd en een tweetal leden is aanwezig in de zaal. Ik geef allereerst het woord aan mevrouw Leijten van de SP voor haar bijdrage. Gaat uw gang.

Mevrouw Leijten (SP):
Voorzitter. De regering heeft een nieuwe beleidsvisie gemaakt op filantropie. Dat betekent dat als je geld geeft aan stichtingen, anbi's, je dat onder andere mag aftrekken van de belasting. De SP kijkt heel anders aan tegen filantropie dan in de Geefwet is vormgegeven. Die discussie zullen we vast nog wel uitgebreider gaan voeren. Maar waar wij naar aanleiding van het schriftelijk overleg heel erg van zijn geschrokken, is dat witwassen en het voorkomen van belastingontwijking via deze Geefwet en via de beleidsvisie op filantropie totaal niet in beeld zijn, terwijl we weten dat het daar wel kan plaatsvinden. Vandaar de volgende motie om de beleidsvisie aan te passen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het tegengaan van witwaspraktijken en belastingontwijking geen onderdeel is van het beleid ten aanzien van filantropie;

voorts constaterende dat via giften aan anbi's in 2020 naar verwachting 377 miljoen euro wordt afgetrokken van de inkomstenbelasting maar dat de regering geen inzicht heeft in de mate van misbruik hiervan;

van mening dat een regeling van dusdanige omvang voorzien moet zijn van een deugdelijk antimisbruikbeleid;

verzoekt de regering grondig te onderzoeken hoe groot het misbruik is van de anbiregeling, op welke manieren misbruik wordt gemaakt en de beleidsvisie op filantropie aan te vullen met aandacht voor witwaspraktijken en belastingontwijking via de Geefwet,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Leijten. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 23 (32740).

Dank u wel. De heer Van den Berge heeft zich afgemeld. Ik geef het woord aan de heer Van Dam van het CDA voor zijn bijdrage. Gaat uw gang.

De heer Van Dam (CDA):
Voorzitter, dank u wel. Filantropie is een belangrijk ding, niet alleen voor Nederland maar zeker ook voor CDA-leden. Jaarlijks geven wij 6 miljard aan goede doelen en ik meen dat bijna de helft van de Nederlanders een vorm van vrijwilligerswerk uitoefent. Dat is niet alleen voor het CDA belangrijk, maar vast ook voor heel veel stromingen en bewegingen in ons land.

We hebben naar aanleiding van de schriftelijke ronde nog twee vragen. In de eerste plaats: vanwege de coronacrisis zitten veel goede doelen en filantropische instellingen in zwaar weer. De branchevereniging stelt dat er sprake is van een verlies aan inkomsten van tussen de 10% en 30%. Is de minister hiermee bekend? Is hier overleg over met deze instellingen? En wat betekent dit voor het werk en de uitvoering van deze organisaties?

Dan mijn tweede vraag. Hoe zit het met het reeds eerder aangekondigde wetsvoorstel over geldstromen uit onveilige landen? Dat is een van de punten uit het regeerakkoord. De actualiteit laat zien hoe belangrijk dat is. Graag een reactie van het kabinet erop.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors de vergadering voor een enkel moment, zodat de minister zich even kan voorbereiden. Er is één motie ingediend en er zijn een paar vragen gesteld.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Het woord is aan de minister.

Minister Dekker:
Voorzitter. Ik begin met de vraag van de heer Van Dam over de goede doelen in zwaar weer. Iedereen heeft de impact gevoeld van deze coronacrisis, ook de goededoelensector. Wij zijn goed in gesprek met het CBF. Er loopt een onderzoek, uitgevoerd door ik meen de Radboud Universiteit, om te kijken wat nou de impact is. In eerdere gesprekken met het CBF hebben wij daar al wat feedback op gehad en een inkijkje in gehad. Dan zie je best een gevarieerd beeld. Sommigen varen er heel erg wel bij, omdat er juist in deze tijd ook heel veel mensen zeggen: ik wil me van mijn goede kant laten zien en ik wil een bijdrage leveren. Maar er zijn soms ook kleine goede doelen die echt wel een tikje krijgen. Die gesprekken lopen dus, evenals het onderzoek, dus de contacten zijn goed, zo zeg ik in de richting van de heer Van Dam.

Ook vroeg de heer Van Dam naar een wat minder fijne kant van giften, met name de giften vanuit het buitenland. Daar lopen twee specifieke wetsvoorstellen op. Het ene is al een heel eind en gaat over het transparant maken van buitenlandse geldstromen. Dat ligt op dit moment bij de Raad van State. Ik ben in afwachting van het advies en op basis daarvan moeten wij kijken hoe wij verdere stappen zetten. Ik verwacht dat het na de zomer uw kant op komt. Het andere wetsvoorstel is veel fundamenteler en ingewikkelder. Dat wordt getrokken door mijn collega Koolmees. Zou je op basis van reciprociteit kunnen zeggen dat als onvrije landen bij wijze van spreken niet toestaan dat geld wordt ontvangen vanuit het buitenland, er dan ook geen geld vanuit die landen naar Nederland komt? Er is een proeve van wetgeving in de maak om dat eerst tentatief te toetsen bij de Raad van State. Dat zal dus pas op een later moment uw kant op komen.

Tot slot is er één motie, op stuk nr. 23, van mevrouw Leijten. Ik ontraad deze motie. Niet omdat ik geen vuist wil maken tegen witwaspraktijken, maar omdat de motie een beetje lijkt te suggereren alsof dit nou het vehikel is waarlangs heel veel wordt witgewassen. Daar wil ik het echt weghouden. Er wordt gewerkt met een heel systeem van anbi's. Vanuit het ministerie van Financiën wordt via de Wwft ongelooflijk veel gedaan om witwassen te bestrijden. Volgens mij is dat op dit moment voldoende en daarom zal ik de motie ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 23 wordt ontraden. Dat roept een vraag op bij mevrouw Leijten.

Mevrouw Leijten (SP):
Ik vind het werkelijk idioot. We zijn op de vingers getikt door de Europese Commissie dat we te weinig doen tegen witwassen. Onze banken hebben hoge boetes gekregen en schikkingen, omdat ze te weinig doen aan witwassen. We zijn een financiële draaischijf als land via belastingontwijking en -ontduiking, waar heel veel geld wordt witgewassen. We hebben een schaduweconomie, waar deze minister het ook regelmatig over heeft, waarin ook heel veel geld wordt witgewassen. Als je dan een beleidsvisie op filantropie maakt vanuit het idee dat we toch goede doelen willen steunen, dan moet dit daar toch ook een onderdeel van zijn? Ik laat het aan de regering hoe zij dat vormgeeft, maar als je dat in al je naïviteit niet doet, dan blaas je vanzelf de filantropie op, zo houd ik de minister voor.

De voorzitter:
De minister, tot slot.

Minister Dekker:
Ik ben tegen witwassen en ik ben voor een harde aanpak van de criminaliteit. Maar kijkend naar de filantropische sector, Rode Kruis, KWF, Jantje Beton, noem het allemaal maar op, vind ik het echt veel te ver gaan om nou te zeggen: die zijn een spil in een grote witwasindustrie. Dus wij pakken witwassen gewoon aan bij de wortel en niet door nu de filantropische sector in dat licht te plaatsen.

De voorzitter:
Mevrouw Leijten, tot slot.

Mevrouw Leijten (SP):
Nederland pakt witwassen helemaal niet aan bij de wortel, want wij liggen internationaal onder het vergrootglas en onze banken liggen onder het vergrootglas. In het schriftelijk overleg heb ik aan de orde gesteld dat heel veel van die anbi's geen jaarverslagen leveren en deponeren. We hebben er helemaal geen zicht op of ze überhaupt die anbistatus wel mogen hebben. We hebben de hele discussie over ongewenste financiering vanuit het buitenland, die hier ook onder valt. Als je dan een nieuwe beleidsvisie maakt en vanuit je naïviteit wegkijkt, dan vind ik dat niet goed. Ik zeg niet hóe het moet, maar ik zeg: breng de anbi's in kaart waar mogelijk misbruik kan worden gemaakt. Wij weten dat dat gebeurt. Breng dat in kaart en zorg dat witwassen en belastingontwijking een onderdeel zijn van je beleidsvisie, zodat je niet geconfronteerd wordt met schandalen. Deze minister is gewaarschuwd. Deze minister is gewaarschuwd. Als hij het afwijst, wijst hij het af, maar ik hoop dat de Kamer wijzer is.

De voorzitter:
Dank u wel. Er is ook nog een vraag van de heer Van Dam. Heel kort, alstublieft.

De heer Van Dam (CDA):
Ja, ik zal het kort houden. Ik begrijp het bezwaar van de minister tegen de motie eigenlijk wel, maar tegelijkertijd lezen wij in de stukken dat 44.000 anbi's door 18 fte bij de Belastingdienst gecontroleerd worden. Dus laten we niet naïef zijn. Ik vroeg mij daarom af of het niet een mogelijkheid zou zijn, wellicht ook in reactie op deze motie, dat de minister nog eens een nadere brief toezegt over hoe die controle op die anbi's eruit ziet. Misschien is dat voor mevrouw Leijten een reden om haar motie aan te houden. Dan kunnen we misschien op een later moment met wat meer inhoud daarnaar kijken, want het jeukt bij ons ook wel een beetje op dit punt.

De voorzitter:
De minister, tot slot.

Minister Dekker:
Dan ga ik proberen u twee toezeggingen te doen. De ene gaat over de anbi's, maar die liggen op het terrein van collega Vijlbrief. Ik wil hem best vragen of hij nog een brief wil sturen over wat zij doen, hoe de controle op die anbi's plaatsvindt en hoe dit daar een onderdeel van is. Volgens mij is hij best bereid u daar een brief over te sturen.

De tweede is de volgende. Ik hoor mevrouw Leijten een aantal dingen zeggen, waarvan ik ook denk: dat wil ik graag geregeld hebben. Denk bijvoorbeeld aan het deponeren van de jaarrekeningen en het inzichtelijker maken van hoe het zit met donaties en giften vanuit het buitenland. Dat is precies het wetsvoorstel waarover ik het net met de heer Van Dam had. Dat zit eraan te komen. Ik ben eigenlijk op voorhand al blij met de tentatieve steun die ik voor het wetsvoorstel hopelijk mag verwachten van de SP.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van deze beraadslaging.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Stemming over deze ene motie gaat vandaag plaatsvinden. Hoe laat dat wordt, gaan we met elkaar meemaken. Ik wil de minister en de Kamerleden bedanken voor hun bijdragen.

VAO Toepassing van de witte loonbelastingtabel op SBF-uitkeringen

VAO Toepassing van de witte loonbelastingtabel op SBF-uitkeringen

Aan de orde is het VAO Toepassing van de witte loonbelastingtabel op SBF-uitkeringen (AO d.d. 05/02).

De voorzitter:
Dan gaan we snel over naar het VAO Toepassing van de witte loonbelastingtabel op SBF-uitkeringen. Ik schors heel even zodat de staatssecretaris erbij kan komen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik heb net al aangegeven dat het VAO Toepassing van de witte loonbelastingtabel op SBF-uitkeringen aan de orde is. Ik heet de minister voor Rechtsbescherming en de staatssecretaris van Financiën van harte welkom. Ik heet ook de Kamerleden van harte welkom. Er hebben zich in totaal drie Kamerleden gemeld om een inhoudelijke bijdrage te leveren. Daarnaast is een tweetal Kamerleden aanwezig. Ik geef allereerst het woord aan mevrouw Leijten voor haar bijdrage.

Mevrouw Leijten (SP):
Voorzitter. Gevangenispersoneel dat een bepaalde leeftijd bereikte, werd gevraagd met verlof te gaan om plaats te maken voor nieuwelingen. Dat viel onder de regeling substantieel zwaardere beroepen. Nou werd daarbij een loonmodel gebruikt. In de tabel heb je groen en wit. Bij de ene krijg je wel een heffingskorting en bij de andere niet. Hierdoor heeft een groep die met dat verplichte verlof is gegaan tussen 2010 en 2013 bepaalde heffingskortingen niet gekregen, wat later is gerepareerd. Dat voelt voor hen heel oneerlijk, want het gaat over duizenden euro's. Deze groep is niet groot. Het gaat over 500 tot 600 mensen. Ze trekken al een tijd aan de bel. We hebben schriftelijke vragen gesteld: geen beweging. We hebben een kort AO gehad, waarbij ik namens de hele Kamer als rapporteur één oproep mocht doen, namelijk: los het op. Nou, tijdens dat AO werd er gepingpongd tussen "dat kan toch niet onder het ministerie van Justitie en Veiligheid vallen als oude werkgever" en "het kan ook niet onder het ministerie van Financiën vallen dat over de fiscale loontabellen gaat". Ik vind het werkelijk waar triest dat het zeven jaar geleden is dat deze fout wettelijk is rechtgezet en dat je het voor een kleine groep mensen niet regelt. Ik roep deze staatssecretaris op het wel te regelen. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat van 2010 tot 2013 gevangenispersoneel met SBF-verlof is ingegaan waarbij zij geen gebruik konden maken van arbeidskorting en hierdoor financieel nadeel hebben gehad ten opzichte van degenen die na 2013 met verlof gingen;

voorts constaterende dat het verlof werd genomen op verzoek van Dienst Justitiële Inrichtingen en daarmee van de rijksoverheid;

verzoekt de regering een regeling te creëren om de SBF'ers die op deze manier fiscaal benadeeld zijn, te compenseren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Leijten en Snels. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 667 (31066).

Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Omtzigt van het CDA voor zijn bijdrage.

De heer Omtzigt (CDA):
Voorzitter. Ik heb wat weinig tijd gehad om af te stemmen met collega-Kamerleden, maar mijn oproep is precies dezelfde. Los het gewoon op! Dat was ook de oproep aan het eind van het debat en de toezegging van de twee bewindspersonen die erbij zaten. Daarna kwam er een brief waarin stond: moeilijk. We hebben sindsdien wat nieuwe wetten gehad. Sommige wetten kunnen vijftien jaar terugkijken in de tijd. Bij de reparatie van de Awir doet het argument dat je maar vijf jaar kunt terugkijken, het niet helemaal. Die zeven jaar zijn ook een klein beetje te danken aan het feit dat het ene departement naar het andere departement wijst. Ik hoop mijn motie straks met een andere motie te kunnen samenvoegen of er iets mee te kunnen doen, zodat die iets kan opleveren. Maar mijn motie is dus: los het op en deel dat mee aan de Kamer. Hoe u het precies doet, vinden we niet zo heel erg belangrijk.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering een ultieme poging te doen om tot een oplossing te komen in het SBF-dossier, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Omtzigt. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 668 (31066).

Dit roept een vraag op van mevrouw Leijten.

Mevrouw Leijten (SP):
We hebben het hier vaak over ons Kamerwerk en over samenwerken. Ik vind dit een blamage. Gisteren heb ik iets rondgestuurd en gevraagd: kunnen we hieruit komen? Ik hoorde van een medeoppositiepartij wel iets en van drie coalitiepartijen niets. En nu is hier een eigen motie. Ik vind dit er gewoon niet fraai uitzien.

De heer Omtzigt (CDA):
Dit klopt. Ik moet heel eerlijk zeggen dat ik deze dagen ook met iets anders bezig ben en dat ik mijn mailbox niet volledig gelezen heb. Daardoor is uw motie mij tot een halfuur geleden ontschoten en heb ik deze gemaakt. Het is niet anders dan dat.

De voorzitter:
Mevrouw Leijten, afsluitend.

Mevrouw Leijten (SP):
Dat kan ik begrijpen, maar het patroon dat erin zit, is dat ik van alle drie de medecoalitiepartijen niets hoorde. We deden dat debat toen met vijf Kamerleden en die heb ik allemaal gemaild. Dat de heer Omtzigt ook nog andere dingen heeft, snap ik. Maar we hebben eigenlijk twee identieke moties. Ik weet wel waar het zit. Het ministerie wil namelijk niet zoiets hebben van: de mensen zijn benadeeld. Maar dat vinden we eigenlijk allemaal. Ik vind het dan flauw dat je je werk probeert te doen en dat dat dan — ook door machinaties van het ministerie, hoor — op zo'n manier plaatsvindt. Dat is gewoon zonde.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik denk dat dit een goed moment is om de vergadering even te schorsen, zodat de staatssecretaris zich even kan voorbereiden op de moties die zijn ingediend. Ook is er een enkele vraag gesteld.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
We gaan door met de vergadering, zodat de bewindspersonen een reactie kunnen geven. Ik geef het woord aan de minister.

Minister Dekker:
Dezelfde vraag als zojuist: het is misschien handig als ik kopieën heb van de ingediende moties.

De voorzitter:
Dat kan ik me helemaal voorstellen. De bode gaat meteen aan het werk.

Minister Dekker:
Ligt er toevallig niet al een setje bij een van jullie? Nee? Dan wachten we even.

De voorzitter:
De bode is onderweg. Het is een geoliede machine, maar sneller dan dit kan helaas niet.

Minister Dekker:
Ik weet dat u het tempo zo graag hoog wilt houden, dus ik wil geen spelbederver zijn.

De voorzitter:
Helemaal goed, daar houd ik van. Het woord is aan de minister.

Minister Dekker:
Voorzitter. Weken terug, maanden terug, hebben we deze discussie gehad. U heeft ons tweeën toen gevraagd om nog eens goed te kijken naar deze kwestie. Volgens mij hebben we dat ook gedaan. Wij hebben toen geen toezeggingen aan u gedaan. Wij hebben ook niet gezegd dat het probleem bij Financiën of bij Justitie ligt. Wij waren het er met zijn tweeën eigenlijk roerend over eens dat de veranderingen in de fiscaliteit met betrekking tot deze doelgroep op een goede en rechtmatige manier hebben plaatsgevonden en op een eerlijke manier zijn toegepast.

Op basis van de wet is er dus geen recht op correctie. Dan kun je zeggen: ook als er geen recht op is, doen we toch een onverschuldigde tegemoetkoming, maar de vraag is eigenlijk of dat veel eerlijker gaat uitpakken. Ook daar hebben we naar gekeken. We hebben er in de brief aan gerefereerd. Dat ligt echt heel erg ingewikkeld, om een aantal redenen. Je hebt namelijk altijd grensgevallen. Wat je ook doet, ook dan zal er weer een nieuwe doelgroep zijn waarbij dat ingewikkeld ligt. Ten tweede, als je dat dan doet, wat betekent dat voor heel veel andere mensen, ook bij andere organisaties, die in dezelfde soort regelingen zitten? Dat blijft een ingewikkelde.

Voorzitter. Ik wil de motie op stuk nr. 667 ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 667 wordt ontraden.

Minister Dekker:
Die zegt eigenlijk dat je dit moet compenseren, en: bedankt voor uw advies, maar daar trekken we ons niks van aan. Als je dat als Kamer wilt, moet je, vind ik, ook wel aangeven hoe dat vertaald moet worden en waaruit het gedekt moet worden.

De motie op stuk nr. 668 vraagt te bekijken of je nog een ultieme poging kunt doen om eruit te komen. Ik heb het daar zojuist met collega Vijlbrief over gehad. Aan onze kant bestaat er best de bereidheid om nog een laatste keer goed naar dit dossier te kijken, desnoods ook even met kennis van buiten, dus om met nieuwe ogen naar dit voorstel of naar deze kwestie te laten kijken. Dan loop ik er niet op vooruit of dit zal leiden tot welke oplossing dan ook, in de zin van dat betrokkenen natuurlijk het liefst zien dat ze extra geld krijgen, extra gecompenseerd worden. Maar tot die laatste, ultieme poging zijn wij zeker bereid. Dan kan ik daarover het oordeel aan de Kamer laten.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 668 krijgt oordeel Kamer. Dat roept in ieder geval een vraag op van mevrouw Leijten. Gaat uw gang.

Mevrouw Leijten (SP):
Deze mensen zijn dus al op het ministerie van Justitie en Veiligheid geweest. Ze zijn op het ministerie van Financiën geweest. Ze kregen altijd nul op het rekest. Er zijn Kamervragen geweest van de SP en het CDA. Altijd nul op het rekest. Een AO: nul op het rekest. Nog een keer naar kijken: nul op het rekest. U had al zeven jaar kans op een ultieme poging. Ik vind het echt schaamtevol als we het vandaag niet oplossen. Het gaat om zo'n kleine groep mensen. Ze waren toen 60, nu 70. Ze gaan dood. Ze waren in dienst van uw ministerie, zeg ik tegen de minister voor Rechtsbescherming. Regel dit nou gewoon!

Minister Dekker:
Ik vind de kwalificaties die mevrouw Leijten hieraan verbindt toch wat ingewikkeld. Ja, er is lang over gesproken, maar wij zijn beiden van mening dat dit, kijkende naar de wetgeving en de toepassing van de wetgeving door DJI, echt op een keurige manier is gegaan, volgens de wet. Als dat niet het geval was geweest, hadden we daar echt sneller op toegegeven, denk ik, of waren de betrokkenen misschien naar de rechter gegaan. Het is ook op een eerlijke manier gebeurd.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik geef het woord even aan de heer Omtzigt.

De heer Omtzigt (CDA):
Nou, keurige toepassing van de wet? Er zijn mensen die hem eerst wel, daarna niet, daarna wel, daarna niet kregen. Dus zelfs de Belastingdienst had geen idee hoe die wet toegepast moest worden en hoe die werkte bij een aantal mensen. Dus dat is niet een keurige wetstoepassing, zeg ik er maar gewoon even bij. Ik verwacht echt een ultieme poging. Ik gaf u net aan dat het enige argument dat erin staat, namelijk "langer dan vijf jaar geleden lukt niet", net is doorbroken met de nieuwe fiscale regeling. Ik hoop dat de regering het echt heel serieus neemt om hier een poging te doen. Beide ministeries hebben aan deze groep laten weten dat ze dit eigenlijk ongewenst vonden.

Minister Dekker:
Voorzitter. Misschien een korte reactie. Het gaat niet alleen om die vijfjaartermijn. Ook als het korter geleden was geweest, was ons argument waarschijnlijk precies hetzelfde geweest. Dus dat is niet het enige. Ja, er is in het verleden onduidelijkheid geweest over de toepassing van de witte of de groene loontabel. Dat is al gecorrigeerd in het voordeel van betrokkenen. Daarbovenop zijn destijds afspraken gemaakt met de bonden over een extra onverplichte tegemoetkoming. Daarmee hebben de bonden ingestemd. Dus ook als werkgever, boven wat je verplicht bent te doen, is er nog wat extra's gebeurd. Dit zou dan nog weer een compensatie op een compensatie zijn, waar wij gewoon echt sterk onze twijfels bij hebben.

De voorzitter:
Excuus, we gaan het debat niet overdoen, ook kijkend naar de tijd. Er is een reactie gegeven op uw motie. Ik geef het woord even aan mevrouw Lodders voor een korte vraag.

Mevrouw Lodders (VVD):
Ik heb de minister goed gehoord, de appreciatie van met name de motie op stuk nr. 23 dat er de bereidheid is om nog een keer goed te kijken. Ik zou willen vragen om de Kamer ook te informeren over de precedentwerking, niet alleen vanuit Justitie en Veiligheid, maar dan kijk ik ook richting de collega van fiscaliteit, om daar in ieder geval een alinea in de brief aan te wijden. Dank u wel.

Minister Dekker:
Daar zijn wij zeker toe bereid. Bij dit soort dingen kan er soms ook sprake zijn van tunnelvisie, waarbij wij echt met onze mensen zeggen: dit is allemaal op een correcte en eerlijke manier gegaan, terwijl je als je iemand anders daar eens even naar laat kijken toch tot ander inzicht komt. Volgens mij hebben wij allebei volledig de bereidheid om daar met een open blik naar te kijken. Vandaar ook de positieve advisering op de motie van de heer Omtzigt. Mocht dat tot iets anders leiden, dan zal ik ook het punt van precedentwerking daarin meenemen.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van deze beraadslaging.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
De stemming over de motie vindt vandaag plaats. Ik dank de Kamerleden.

Belastingdienst

Belastingdienst

Aan de orde is het VAO Belastingdienst (AO d.d. 23/06).

De voorzitter:
Dan gaan we snel over naar het VAO Belastingdienst. We hebben best wel wat sprekers die iets willen zeggen. Een hartelijk welkom ook aan de staatssecretaris van Financiën. Ik geef allereerst het woord aan mevrouw Leijten van de SP. Gaat uw gang.

Mevrouw Leijten (SP):
Voorzitter. Er ligt een motie-Asscher met een oproep iets te doen rond overwerk en toeslagen. Daar is het in het debat ook over gegaan. Er is echt, echt niks aan te doen, hebben we nou in een brief te horen gekregen, want het is heel moeilijk. Volgens mij is er wel iets aan te doen. Personeel in cruciale beroepen verdient over het algemeen niet het hoogste salaris, is afhankelijk van toeslagen en als je dan net in twee, drie maanden enorm veel overwerk hebt gehad en je verliest het volgende jaar al je toeslagen, dan moet het toch mogelijk zijn om een uitzondering te maken voor precies deze mensen, die kunnen aantonen dat ze dát meerwerk in díe tijd bij díe werkgever hebben gehad. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat tijdens de coronacrisis vele mensen in de zorg, bij veiligheidsdiensten en andere cruciale beroepen, dikwijls met gevaar voor de eigen gezondheid, vele overuren hebben gemaakt om Nederland veilig te houden;

voorts constaterende dat is gebleken dat velen van hen een te laag inkomen hebben om hun zorgpremie, huur of kinderopvang volledig zelf te betalen maar dat het inkomen uit overwerk ten koste gaat van de toeslagen die ze hiervoor krijgen;

van mening dat juist deze beroepen met meer dan applaus alleen bedankt moeten worden voor hun inzet in de afgelopen maanden;

verzoekt de regering het komende halfjaar te gebruiken om een meldpunt in te stellen waarbij degenen die een cruciaal beroep hebben en door overwerk dit jaar een hoger inkomen hebben, kwijtschelding van teruggevorderde toeslagen kunnen aanvragen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Leijten. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 669 (31066).

De voorzitter:
Ik zie dat de heer Nijboer afziet van zijn spreektijd. Dan ga ik naar de heer Omtzigt van het CDA. Ik kijk even naar de heer Omtzigt of mijn lijstje klopt. Dat klopt gelukkig. De heer Omtzigt van het CDA.

De heer Omtzigt (CDA):
Voorzitter. We hebben het over veel zaken gehad, maar ik kom nog even terug op de toeslagen. Het eerste punt is dat er nog steeds problemen zijn met dingen als partnerdefinities. Daar is de Belastingdienst mee bekend; daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Belastingdienst een werkdocument heeft opgesteld met problemen rondom toeslagen, zoals rondom het partnerbegrip, getiteld Cases en situaties "schrijnende gevallen";

verzoekt de regering de casussen in dit document door te lopen en waar mogelijk bij het Belastingplan 2021 met oplossingen te komen in beleid en wetgeving,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Omtzigt en Van Weyenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 670 (31066).

De heer Omtzigt (CDA):
Voorzitter. Dan hebben we het probleem met de dossiers van de ouders. We hadden gehoopt de antwoorden op Kamervragen te krijgen. Mevrouw Leijten heeft daar vragen over gesteld en ik heb er vragen over gesteld. Die antwoorden zijn er helaas nog niet. Toch dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de commissie van wijzen in ten minste één dossier niet het juiste dossier kreeg om het juiste besluit te nemen;

verzoekt de regering ouders in CAF-zaken het recht te geven op een afschrift van het dossier dat aan de commissie van wijzen is voorgelegd;

verzoekt de regering verder ruimhartig inzage te geven in (delen van) dossiers wanneer ouders daarom verzoeken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Omtzigt. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 671 (31066).

De heer Omtzigt (CDA):
Voorzitter. Tot slot een motie omdat ik vind dat we echt een nationale informatiecampagne moeten voeren. Nu hebben we een wet. Er is ook bijna 400 miljoen euro ter beschikking gesteld, maar niet iedereen kijkt op de subsite van de Belastingdienst. Ik denk dus dat het tijd wordt voor een campagne. Of dat via de sociale media, via radiospotjes of op een andere wijze gaat, laat ik over aan de communicatie-experts. Daar ben ik niet zo heel goed in, vertelt men mij altijd, dus verzin maar een manier om het te doen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de wet over compensatie voor de slachtoffers van de toeslagenaffaire aangenomen is en reeds in werking is getreden;

verzoekt de regering een duidelijke algemene informatiecampagne te voeren over deze wet, voor welke ouders de compensatie bedoeld is en hoe ouders zich kunnen melden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Omtzigt, Van Weyenberg en Lodders. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 672 (31066).

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de bijdrage ... O, mevrouw Lodders van de VVD heeft ook nog een bijdrage.

Mevrouw Lodders (VVD):
Voorzitter, dank u wel. Tijdens het algemeen overleg over de Belastingdienst zijn inderdaad verschillende onderwerpen aan de orde geweest. Mede namens de heer Stoffer zou ik graag de volgende motie naar voren brengen, die overigens ook door een aantal andere leden is ondertekend.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er een brede wens leeft om de vermogensrendementsheffing te baseren op werkelijk rendement, omdat dit de meest rechtvaardige methode van belastingheffing is;

overwegende dat er zo snel als mogelijk overgegaan moet worden tot een vermogensrendementsheffing op basis van werkelijk rendement;

verzoekt de regering een extern onderzoek te laten plaatsvinden naar concrete beleidsopties om de vermogensrendementsheffing te heffen op basis van werkelijk rendement, en dit onderzoek zo snel mogelijk met de Kamer te delen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Lodders, Stoffer, Van Weyenberg, Bruins en Omtzigt. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 673 (31066).

Mevrouw Lodders (VVD):
Misschien nog één korte aanvulling op deze motie, zeg ik in de richting van de staatssecretaris. Als het gaat om het heffen van werkelijk rendement, zijn er natuurlijk verschillende groepen spaarders te definiëren. Ik hoop dus dat de staatssecretaris in zijn opdrachtverlening daar dan ook van wil uitgaan.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Er is een vraag van de heer Nijboer.

De heer Nijboer (PvdA):
Er is eigenlijk geen enorm tekort aan onderzoeken naar box 3 en het berekenen van werkelijk rendement, zou ik zeggen. Er wordt alleen steeds zo weinig mee gedaan. Verwacht mevrouw Lodders dus net als ik dat er per 1 januari 2021 vooralsnog niks gaat veranderen? Eerst komt er zo'n onderzoek, maar het Belastingplan is over anderhalve maand al ingediend, dus ik vrees dat het dan wel weer even gaat duren.

Mevrouw Lodders (VVD):
Ik hoop dat de heer Nijboer mij kent als iemand die volhoudend en volhardend is. Dit is echt een onderwerp wat ik al die jaren dat ik hier met belastingen bezig mag zijn, aan de orde blijf stellen. Zeker, er zijn veel onderzoeken. Toch denk ik dat we nog onvoldoende hebben gekeken naar hoe we dit concreet kunnen inrichten. Dus ik hoop op steun van de heer Nijboer om te zorgen dat we dit zo snel als mogelijk vorm kunnen geven.

De voorzitter:
De heer Nijboer, afrondend.

De heer Nijboer (PvdA):
Ik pleit hier ook altijd voor, dus ik ga dit onderzoek wel steunen. Maar mijn vraag was of mevrouw Lodders ook verwacht dat na acht tot tien jaar discussie in de Kamer de boel ook per 1 januari volgend jaar nog niet veranderd is?

Mevrouw Lodders (VVD):
Daar ga ik echt niet op vooruitlopen, want dat zou betekenen dat ik er ook niet meer in zou geloven, en dat ga ik niet doen.

De voorzitter:
Een vraag van mevrouw Leijten over de motie.

Mevrouw Leijten (SP):
De Kamer heeft in 2016 al unaniem ingestemd met een voorstel van de SP, D66 en volgens mij ook de VVD om dit gewoon te gaan regelen, en dat is nog steeds niet gebeurd. Nu nog een keer een onderzoek doen? Ziet mevrouw Lodders ook het risico dat dat onderzoek een oplossing mogelijk gaat vertragen? Ik weet dat dat niet haar bedoeling is, maar wanneer zou het wat haar betreft afgerond moeten zijn?

Mevrouw Lodders (VVD):
Wat mij betreft zo snel als mogelijk. Ik heb net in de toelichting al aangegeven dat we verschillende groepen van mensen in box 3 kennen. Dus wellicht zijn er mogelijkheden om daarin te knippen. Dat is de reden waarom ik die vraag aan de staatssecretaris heb gesteld, want sommige spaarvormen zijn ingewikkelder om op reëel rendement te belasten dan andere spaarvormen. Ik denk dat het simpel is voor degenen die alleen maar spaargeld op de bank hebben staan; voor hen is het echt eenvoudiger. Ik hoop dat er wellicht op die manier wat sneller, en misschien niet helemaal volledig voor de hele groep, concrete stappen gezet kunnen worden. Tegen mevrouw Leijten: ik hoop dat zij dit onderzoek steunt en dat we met elkaar knokken voor een eerlijke belasting in box 3. Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan schors ik de vergadering voor een enkel moment, zodat de bewindspersonen zich kort kunnen voorbereiden.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
De staatssecretaris is zover om de moties te appreciëren en ook nog een enkele vraag te beantwoorden. Het woord is aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Van Huffelen:
Dank u wel. Ik zal de motie van mevrouw Leijten appreciëren en de drie moties van de heer Omtzigt en mijn collega, de heer Vijlbrief, doet dan de motie van mevrouw Lodders, die er nu even niet is.

De eerste motie, op stuk nr. 669, gaat over het verzoek om zorgmedewerkers te compenseren wanneer zij hun toeslagen dreigen te verliezen. We hebben daar al eerder over gesproken. Het probleem daarmee is dat dat ongelooflijk complex is om daadwerkelijk uit te voeren. Dat is ook de reden waarom de regering deze motie zou willen ontraden. Dit heeft te maken met zowel de complexiteit van het toeslagenstelsel zelf als de onduidelijkheid over wie nu precies wel en niet hebben overgewerkt in het kader van corona. Het is zowel uitvoeringstechnisch als juridisch heel erg ingewikkeld. De compensatie is beter te regelen via een generieke oplossing, zoals de bonus die de regering heeft voorgesteld. Maar in deze vorm kunnen wij helaas niet anders doen dan de motie te ontraden.

De voorzitter:
De eerste motie wordt ontraden. Een interruptie van mevrouw Leijten.

Mevrouw Leijten (SP):
Ik hoop dat de Kamer wijzer is. De motie vraagt om zes maanden te gebruiken om dit vorm te geven. Volgens mij is dat mogelijk. Je moet volgend jaar een toeslag terugbetalen en je kunt aantonen dat je een werkgever had en een cruciaal beroep. De Belastingdienst zegt dan: we gaan niet alles terugvorderen. Daar maak je een regeling voor. Volgens mij is het mogelijk om dat in de komende zes maanden te doen, want die bonus was niet bedoeld voor het verliezen van toeslagen, die bonus was bedoeld voor die extra inzet. Als je daar nou alles onder gaat scharen, dan wordt het wel helemaal een koopje voor de regering.

Staatssecretaris Van Huffelen:
Het probleem blijft dat het daadwerkelijk vormgeven van deze regeling ongelofelijk ingewikkeld en complex is, ook op de manier die mevrouw Leijten voorstelt. Bovendien is het juridisch heel lastig te regelen. Daarom blijven we bij ons oordeel en ontraden we de motie.

Dan de motie op stuk nr. 668 van de heer Omtzigt. Die gaat over het vraagstuk van de toeslagen in relatie tot de documenten … Sorry, volgens mij bekijk ik de verkeerde motie. Ze gaat over de uitvoerbaarheid en de relatie tot het voorstel om in het Belastingplan te werken aan het verbeteren van de uitvoerbaarheid en daar ook voorstellen voor te doen. Dat gaan we ook doen. Dit is de eerste motie waar de heer Omtzigt het over had. Die krijgt wat ons betreft oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 668 krijgt oordeel Kamer.

Staatssecretaris Van Huffelen:
De motie op stuk nr. 671, ook van de heer Omtzigt, gaat over het opvragen van dossiers door ouders in het kader van de toeslagenproblematiek. De vraag is of ouders inzage kunnen krijgen in dossiers. Dat kunnen ze. We hebben in het debat ook steeds aangegeven dat dat kan. We willen dat op een manier doen die het voor ouders mogelijk maakt om de beoordeling door de Commissie van Wijzen of door de Belastingdienst helder te hebben. Deze motie krijgt wat mij betreft ook de kwalificatie oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 671: oordeel Kamer.

Staatssecretaris Van Huffelen:
Dan de derde motie van de heer Omtzigt. Die gaat over de vraag of het verstandig of goed is om een algemene informatiecampagne te starten om zo veel mogelijk ouders erop te wijzen dat zij in aanmerking zouden kunnen komen voor compensatie, herziening of in ieder geval herbeoordeling van hun toeslagendossier. Wij zijn dat ook daadwerkelijk van plan. We willen dat doen op een manier waarmee we zo veel mogelijk ouders kunnen bereiken. We zullen daar dus zeker social media voor gebruiken, onze eigen website, maar — niet onbelangrijk — wat mij betreft ook brancheorganisaties in de kinderopvang, gemeenten en wellicht de Nationale ombudsman. In ieder geval partijen waarvan we weten dat ze in contact staan met ouders en die op die manier ouders kunnen wijzen op zo veel mogelijk mogelijkheden om zich bij ons te melden.

De voorzitter:
Krijgt de motie op stuk nr. 672 oordeel Kamer?

Staatssecretaris Van Huffelen:
Ja, die krijgt oordeel Kamer. Sorry, ik zag de heer Omtzigt al naar de microfoon lopen. Daar stond ik even op te wachten.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 672: oordeel Kamer. Meneer Omtzigt, gaat uw gang.

De heer Omtzigt (CDA):
Ik vind het heel goed dat dit via brancheorganisaties, de VNG en dergelijke loopt. Vergeet niet dat het hier soms gaat om mensen die soms zes, zeven of acht jaar geleden kinderopvangtoeslag hebben terugbetaald. Het is zeker niet gezegd dat die mensen op dit moment nog kinderen in de kinderopvang hebben zitten. Het is al helemaal niet zo dat brancheorganisaties iedereen in beeld hebben die ooit iets terugbetaald heeft. Daarom was mijn suggestie ook om social media te gebruiken, met een paar radiospotjes te komen en dit op de voorpagina van de Rijksoverheid te zetten, met een link. Kijk hoe dit bekend wordt bij een zo breed mogelijke doelgroep; ook de doelgroep die zich niet georganiseerd heeft. Dat was nou juist de essentie van deze groep.

Staatssecretaris Van Huffelen:
Zeer eens. We gaan goed kijken wat daarvoor de beste vorm is. Het is inderdaad onze bedoeling om echt alle ouders te kunnen bereiken; ook ouders die allang geen kinderen meer in de opvang hebben. Ik probeer dat juist aan te geven. U noemde zelf social media en allerlei vormen van campagnes. Wij willen dit ook zo veel mogelijk doen met mensen die nog steeds veel contact hebben met ouders. Dat loopt heel vaak via bijvoorbeeld gemeenten en brancheorganisatie. Wij gaan daar ruimhartig mee om. Ik laat me vooral, zoals u al zei, graag inspireren door mensen die daar veel verstand van hebben om te bedenken hoe we dit kunnen doen. Nogmaals, de bedoeling is om aan alle ouders die in aanmerking zouden kunnen komen duidelijk te maken dat zij dit kunnen doen, en hen op te roepen zich bij ons te melden. Gelukkig is het overigens tot op de dag van vandaag nog steeds zo dat ouders zich bij ons melden.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan hebben we nog één motie. We hebben twee staatssecretarissen in ons midden.

Staatssecretaris Vijlbrief:
Voorzitter, ik ga het toch een keer staande proberen. Eens kijken of dat lukt.

De voorzitter:
Kijk. De motie op stuk nr. 673.

Staatssecretaris Vijlbrief:
De motie van mevrouw Lodders en de heer Stoffer: oordeel Kamer. Ik ga dat onderzoek zo snel mogelijk doen. Ik zal daarbij ook letten op verschillende groepen spaarders. Ik ben het niet eens met diegenen die zeggen dat alles uitgezocht is. Het grote probleem hierbij zit hem in de uitvoering. Kan dit uitgevoerd worden? Daarom wil ik graag eens een externe onderzoeker en mensen die verstand hebben van de uitvoering van dit soort grote dingen laten meekijken bij de Belastingdienst of dit echt niet kan. Dat zal de focus van het onderzoek worden. De termijnen die voor het Belastingplan gelden, zijn natuurlijk totaal ondenkbaar. Het Belastingplan wordt ongeveer de komende weken in de verf gezet en wordt nu bediscussieerd. Als ik denk aan het eerste moment waarop wij daadwerkelijk iets zouden kunnen veranderen, dan spreek ik over 1 januari 2022, maar daarvoor moeten wij dan nu wel dat onderzoek doen. Dus oordeel Kamer.

De voorzitter:
Dank u wel. De motie op stuk nr. 673 krijgt het oordeel Kamer.

Daarmee zijn wij gekomen aan het eind van de beraadslaging.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Dank u wel. De stemmingen vinden vandaag nog plaats.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Voorzitter: Tellegen

Zzp

Zzp

Aan de orde is het VAO Zzp (AO d.d. 17/06).

De voorzitter:
Aan de orde is het VAO Zzp. Hartelijk welkom aan de minister en de staatssecretaris. Ik zou als eerste het woord willen geven aan de heer Mulder van de PVV.

De heer Edgar Mulder (PVV):
Voorzitter. Bij iedere gelegenheid de laatste weken heeft de PVV aandacht gevraagd voor de positie van zelfstandigen en zzp'ers die door de invoering van de partnertoets in de Tozo-2-regeling in de problemen komen. En dus ook vandaag opnieuw een poging. Ik mag de volgende motie mede indienen namens mijn collega de heer De Jong.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de coronacrisis vele zelfstandigen/zzp'ers hard raakt door het wegvallen van opdrachten en daarmee het wegvallen van inkomen;

overwegende dat veel zelfstandigen/zzp'ers geen buffer hebben kunnen opbouwen om deze onverwachte financiële klap op te vangen en om faillissement te voorkomen in veel gevallen niet anders kunnen dan bij de gemeente om financiële hulp te vragen;

overwegende dat bij de verlening van de Tozo-regeling een partnertoets is ingevoerd waardoor duizenden zelfstandigen/zzp'ers niet meer in aanmerking komen voor noodzakelijke financiële steun;

verzoekt de regering onderzoek te doen naar het aantal gemeenten die eerder al bij de Tozo 1-regeling op eigen initiatief een partnertoets hebben gehanteerd (door bijvoorbeeld het Bbz als uitgangspunt te nemen voor beoordeling) en in kaart te brengen hoeveel zelfstandigen/zzp'ers hierdoor geen toegang kregen tot de Tozo 1-regeling en deze mensen alsnog met terugwerkende kracht te compenseren;

verzoekt de regering tevens de partnertoets in de Tozo 2-regeling alsnog te schrappen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Edgar Mulder en De Jong. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 222 (31311).

Het woord is aan de heer Gijs van Dijk, PvdA.

De heer Gijs van Dijk (PvdA):
Voorzitter. Ik heb drie moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in bepaalde sectoren, zoals de maaltijdbezorging, er duidelijk sprake is van schijnzelfstandigheid en dat hier nauwelijks op wordt gehandhaafd;

verzoekt de regering, stapsgewijs in sectoren waar aantoonbare schijnzelfstandigheid plaatsvindt, weer actief te gaan handhaven bij evidente kwaadwillendheid,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Gijs van Dijk, Palland en Van Kent. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 223 (31311).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de ACM een hernieuwde Leidraad tariefafspraken zzp'ers heeft gepubliceerd en deze moet leiden tot meer sectorale afspraken over minimumtarieven voor zzp'ers;

overwegende dat sectorale afspraken in cao's over minimumtarieven kunnen zorgen voor een fatsoenlijk inkomen voor zzp'ers;

verzoekt de regering voor het kerstreces te rapporteren of en in welke mate er afspraken zijn gemaakt over sectorale minimumtarieven voor zzp'ers, hier jaarlijks over te rapporteren, en wanneer dat onvoldoende het geval is of bij belemmeringen met voorstellen te komen om sectorale minimumtarieven wel mogelijk te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Gijs van Dijk en Van Weyenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 224 (31311).

De heer Gijs van Dijk (PvdA):
Tot slot mijn laatste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat alle werkenden bescherming verdienen tegen arbeidsongeschiktheid;

constaterende dat de Kamer eerder heeft uitgesproken dat de premie voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering betaalbaar moet zijn;

overwegende dat de voorgestelde premie voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering erg hoog kan zijn voor zelfstandigen, bijvoorbeeld in de culturele sector;

verzoekt de regering maatregelen te nemen om deze zzp'ers een betaalbare premie te laten betalen en hierbij ook te kijken naar een bijdrage vanuit opdrachtgevers,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Gijs van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 225 (31311).

De heer Gijs van Dijk (PvdA):
Tot slot — dat is een beetje buiten de orde van deze vergadering — ondertekenen we ook een motie van de SP over de arbeidsmigranten.

De voorzitter:
Dat is een vooraankondiging. U moet uw moties wel indienen. Het is een ander regime dan normaal. Wij verzamelen de moties.

Het woord is aan de heer Smeulders van GroenLinks.

De heer Smeulders (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. We hadden een paar weken geleden een debat over zzp'ers. Daar hebben we aangegeven dat we op dit moment eigenlijk een niemandsland hebben met betrekking tot zzp'ers en de handhaving daarvan, en dat dat moet stoppen. De heer Gijs van Dijk heeft hier net een motie over ingediend. Wij hebben ook een motie. Deze is iets uitgebreid, maar ik ben heel benieuwd naar de kabinetsreactie erop. Ik sta ervoor open om te kijken of we het mogelijk nog in elkaar kunnen schuiven, maar ik ga deze nu wel indienen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit proeven met de webmodule blijkt dat in 48% van de opdrachten de webmodule de indicatie dienstbetrekking gaf, wat inhoudt dat er waarschijnlijk een arbeidsovereenkomst nodig is;

overwegende dat het steeds maar verder uitstellen van het handhaven op schijnzelfstandigheid het steeds moeilijker maakt om weer wel te gaan handhaven;

van mening dat het steeds maar weer verder uitstellen van de handhaving ten koste gaat van kwetsbare werkenden en de houdbaarheid van ons sociale stelsel;

verzoekt de regering het handhavingsmoratorium op schijnzelfstandigheid per 1 januari 2021 uit te faseren, een plan op te stellen voor effectieve handhaving vanaf die datum en een goed werkende webmodule gereed te hebben, in combinatie met de mogelijkheid van het voeren van vooroverleg met de Belastingdienst, ook in de vorm van modelovereenkomsten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Smeulders. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 226 (31311).

De heer Van Kent, SP.

De heer Van Kent (SP):
Dank, voorzitter. Het uitblijven van maatregelen om de positie van zelfstandigen te verbeteren en schijnconstructies tegen te gaan is, denk ik, een van de grootste manco's van het ministershap van deze minister. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering eerdere voorstellen om schijnconstructies te voorkomen heeft ingetrokken en de problemen daardoor niet zijn opgelost;

verzoekt de regering nog deze kabinetsperiode met voorstellen te komen om een einde te maken aan schijnconstructies,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Kent en Gijs van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 227 (31311).

De heer Van Kent (SP):
Dezelfde heer Gijs van Dijk kondigde aan dat we ook samen een motie hebben over de arbeidsmigranten. Dit is niet helemaal buiten de orde van deze vergadering, want het gaat om werknemers in een zeer kwetsbare en lastige positie. De tijdsdruk is gigantisch groot; er moet snel iets gebeuren. Dit is een van de mogelijkheden om daar nog voor de zomer een voorstel over in te dienen. Het voorstel is er ook echt voor bedoeld om te zorgen dat er haast gemaakt wordt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het aanjaagteam arbeidsmigratie onder leiding van de ons welbekende Emile Roemer waardevolle aanbevelingen heeft gedaan om de prangende problemen van arbeidsmigranten, onder andere rond huisvesting, arbeidsomstandigheden en vervoer, op te lossen;

verzoekt de regering de aanbevelingen van het aanjaagteam onverkort over te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Kent en Gijs van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 228 (31311).

Dank u wel. Mevrouw Van Brenk, 50PLUS.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Voorzitter. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

spreekt uit dat alle zelfstandige ondernemers onder gelijke voorwaarden gebruik moeten kunnen maken van bijzondere coronagerelateerde ondersteuning van het inkomen tot het sociaal minimum,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Brenk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 229 (31311).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat ongewenste concurrentie tussen kleine mkb-bedrijven voorkomen moet worden;

overwegende dat zelfstandige ondernemers een reëel tarief moeten kunnen krijgen waarmee een volwaardig inkomen haalbaar is en ondernemingsrisico voldoende kan worden afgedekt;

spreekt uit dat sectorale afspraken in cao's over minimumtarieven voor zzp'ers mogelijk moeten zijn en algemeen verbindend moeten worden verklaard,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Brenk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 230 (31311).

De heer Van Weyenberg heeft een vraag voor u.

De heer Van Weyenberg (D66):
Ik wil weten of ik het goed begrijp. Deze motie focust zich heel erg op cao's. Er zijn ook bijvoorbeeld minimumtarieftabellen van tolk-vertalers buiten de cao's. Ik hoop dat mevrouw Van Brenk het wat breder zou willen trekken, even los van de motietekst. Ik hoop dat ik haar hierin aan mijn zijde vind: dat we tariefafspraken breder mogelijk moeten maken, als tegenmacht voor als er bijvoorbeeld maar één vragende partij op de markt is en al die zelfstandigen tegen elkaar worden uitgespeeld.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dat was inderdaad mijn pleidooi bij het zzp-debat. Wij willen graag dat zelfstandigen zich kunnen verenigen om tegenmacht te kunnen bieden, zodat ze goede tarifering kunnen afspreken. Ik houd me sowieso aanbevolen voor suggesties. Maar dit is de essentie die wij hier tot uiting willen laten komen.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Tielen van de VVD.

Mevrouw Tielen (VVD):
Voorzitter. We hebben in het algemeen overleg gesproken over de 1,3 miljoen zzp'ers in ons land. Ik heb een vraag en een motie. Ongeveer 10% van die zzp'ers werkt in de gezondheidszorg. Ik wil aan de minister vragen om met zijn collega op VWS te zorgen dat duidelijk is hoe deze zzp'ers in aanmerking kunnen komen voor de aangekondigde zorgbonus. Kan de minister dit toezeggen? De motie gaat over alle zzp'ers en hun plek in de polder. De minister zegde toe om met mevrouw Hamer te bellen. Ik wil hem een beetje op weg helpen met de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de ruim 1,3 miljoen zelfstandigen zonder personeel (zzp'ers) een substantieel deel uitmaken van onze arbeidsmarkt;

constaterende dat zzp'ers formeel geen positie hebben bij onderhandelingen en besluitvorming over beleid en wet- en regelgeving met betrekking tot sociale zekerheid, werkgelegenheid en fiscaliteit;

overwegende dat er vooral óver en weinig mét zelfstandigen wordt gesproken over deze onderwerpen;

verzoekt de regering om in overleg met de sociale partners ervoor te zorgen dat zelfstandigen een eigenstandige en aan werkgevers en werknemers gelijkwaardige positie in kunnen nemen in de polder,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Tielen, Palland en Van Weyenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 231 (31311).

Dan is het woord aan mevrouw Palland van het CDA.

Mevrouw Palland (CDA):
Voorzitter, dank u wel. Het beter positioneren van zzp'ers in onze regelgeving is een zoektocht gebleken. Wat het CDA betreft verdienen zij een vaste plek aan onze overlegtafels en in onze polder. Daarom hebben wij de motie van collega Tielen medeondertekend.

Daarnaast wil het CDA dat we ons onverminderd blijven inzetten voor het beschermen van kwetsbare zelfstandigen aan de onderkant van de arbeidsmarkt en voor het tegengaan van constructies die deze kwetsbaarheid in stand houden. Daarom moet worden gehandhaafd bij kwaadwilligheid, te beginnen in deze sectoren. Daarom hebben wij de motie die collega Gijs van Dijk heeft ingediend, medeondertekend.

Daarnaast hebben wij nog een eigen motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit diverse onderzoeken blijkt dat een groeiende groep zelfstandigen aan de onderkant van de arbeidsmarkt in een kwetsbare positie verkeert en onvoldoende toegang heeft tot sociale bescherming;

overwegende het besluit van het kabinet om het wetsvoorstel minimumbeloning zelfstandigen en zelfstandigenverklaring in te trekken;

overwegende dat de oorspronkelijke regeerakkoordvariant voor de problematiek van kwetsbare zelfstandigen op bezwaren stuitte van de Europese Commissie met betrekking tot een minimuminkomen of armoedebestrijding;

verzoekt de regering in overleg te treden met de Europese Commissie om de mogelijkheden te verkennen voor een maatregel die de kwetsbaarheid van zelfstandigen aan de onderkant van de arbeidsmarkt en constructies die dit faciliteren tegengaat, zoals de variant uit het regeerakkoord waarbij onder een bepaald tarief mensen geacht worden onder de werknemersverzekeringen te vallen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Palland en Van Weyenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 232 (31311).

De voorzitter:
Tot slot geef ik het woord aan de heer Van Weyenberg.

De heer Van Weyenberg (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie moties medeondertekend voor de onderhandelingsmacht van zelfstandigen, zodat zij samen een vuist kunnen maken als er maar één of een beperkt aantal opdrachtgevers is. De motie die mevrouw Palland net heeft ingediend, gaat over het verkennen van de variant waarbij zelfstandigen aan de onderkant van de arbeidsmarkt geacht worden werknemer te zijn als zij onder een bepaald tarief werken. Deze variant is juist bedoeld om kwetsbare mensen te beschermen. Ook indachtig het feit dat de Eurocommissaris daar heel positief over was in een openbaar gesprek dat wij met deze Commissaris hebben gehad. Ik weet dat er binnen de Commissie blijkbaar verschillende meningen zijn. Laat dit dan ook maar eens helder worden. Ook hebben wij de motie van mevrouw Tielen medeondertekend. Deze motie gaat over het feit dat ook voor zelfstandigen geldt dat niet over hen, maar met hen moet worden besloten.

Voorzittter. Het is een ingewikkeld dossier, waarbij de wetgeving niet loopt zoals we volgens mij allemaal hadden gehoopt. Naast bescherming is het voor mijn fractie aan de andere kant echt belangrijk dat we nadenken over een systeem voor alle werkenden, met een gelijk speelveld. Wat mijn fractie betreft hoort daar ook bij dat mensen uiteindelijk uit vrije wil ervoor moeten kunnen kiezen om als ondernemer te werken. Je moet zelf je contractvorm kunnen bepalen.

Ik heb nog één grote zorg, over de webmodule. Er komen nu pilots. Het is verstandig om eerst te kijken: hoe werkt dit in de praktijk? Maar ik maak mij er echt zorgen om dat zelfstandigen op basis van die criteria worden afgetoetst als niet-zelfstandigen en dat we een herhaling krijgen van de Wet DBA, wat we allemaal niet willen. Ik vraag de minister om hier bij de uitvoering echt heel scherp naar te kijken. Ik noem hier één criterium: als je vrij vervangbaar bent, is dat in dit systeem een indicatie dat je een zelfstandige bent. Ik vond en vind, of hier nou in het verleden staatssecretaris Wiebes zat of hier nu deze bewindslieden van mijn eigen partij zitten, dat gewoon niet uit te leggen. Als je een professional inhuurt die je niet vrij kan vervangen, is dat voor mij júíst een teken van professionaliteit en vakmanschap. Anders krijgen we de situatie dat iemand die niet vrij vervangbaar is sneller als werknemer wordt gezien, terwijl iemand die bijvoorbeeld als zelfstandige werkt in de maaltijdbezorging en kan worden vervangen, door die criteria juist wel sneller een echte zelfstandige is. Ik kan dat niet uitleggen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors voor enkele ogenblikken. Dan gaan we luisteren naar de beantwoording van de kant van de regering.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik geef de minister het woord.

Minister Koolmees:
Dank u, voorzitter. De staatssecretaris doet zo meteen de moties op de stukken nrs. 223 en 226. Ik doe de overige moties en beantwoord nog twee vragen. De eerste vraag was van mevrouw Tielen over de zorgbonus: geldt die ook voor zzp'ers? Ja. Dat stond ook in de brief van de minister van VWS. De uitkering ervan gaat wel via de organisatie. Maar ze komen daarvoor wel in aanmerking. Dat is één.

De voorzitter:
Mevrouw Tielen, ik zie dat dit een vraag oproept.

Mevrouw Tielen (VVD):
De vraag was vooral hoe duidelijk wordt waar deze mensen terechtkunnen. Sommige zzp'ers zullen namelijk bij verschillende werkgevers of opdrachtgevers aan de bak zijn. Ik hoor dus vooral onduidelijkheid. Dat ze er recht op hebben, hoor ik ook. Het is fijn om dat nu bevestigd te krijgen. Maar kan de minister samen met zijn collega's duidelijk maken hoe ze ervoor in aanmerking komen?

Minister Koolmees:
Ja, dat ga ik opnemen met collega De Jonge.

De tweede vraag was van de heer Van Weyenberg, over de webmodule. Vrije vervangbaarheid is inderdaad een van de criteria als het gaat over de indicatie van dienstbetrekking. Ik zeg daar heel bewust bij dat het "een van de" criteria is. Er zitten punten bij. Die punten bij elkaar opgeteld leiden tot een indicatie. Maar het is niet voor niks dat we een pilot zijn gestart, of gaan starten. Dat doen we juist om dit soort vraagtekens boven tafel te krijgen. De discussies die we in dit parlement hebben gehad, gingen over maaltijdbezorgers en mensen die het gevoel hadden dat er eigenlijk geen sprake was van echt ondernemerschap. We schieten er niks mee op als het paard achter de wagen wordt gespannen. Maar die pilot is er ook op gericht om dat soort vragen naar boven te halen en helder te krijgen.

Dan de moties. Allereerst de motie op stuk nr. 222 van de heer Mulder. In de kern hebben we deze motie nu drie keer behandeld. Ik zag wel dat u als PVV afgelopen dinsdag voor de derde suppletoire begroting heeft gestemd. Dat doet mij deugd. Maar deze motie ontraad ik.

De motie op stuk nr. 223 doet de staatssecretaris.

De motie op stuk nr. 224 van de heren Gijs van Dijk en Van Weyenberg wil ik graag oordeel Kamer geven, met één kleine opmerking over "voor het kerstreces": we gaan ons best doen, maar ik weet nog niet precies of dat gaat lukken. Tegen deze achtergrond krijgt de motie oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 225 van de heer Gijs van Dijk lijkt heel erg op een motie van de heer Asscher die ik al een keer oordeel Kamer heb gegeven. Maar er zit wel één verschil tussen en daarom ga ik deze ontraden. Bij de motie van de heer Asscher heb ik aangegeven dat een werkgeversbijdrage of een opdrachtgeversbijdrage in de praktijk heel erg ingewikkeld is om vorm te geven en uit te voeren. De heer Asscher accepteerde dat, maar de heer Gijs van Dijk gaat net een stapje verder en daarom moet ik de motie ontraden.

De motie op stuk nr. 226 zal worden behandeld door de staatssecretaris.

De heer Gijs van Dijk is harder dan zijn fractievoorzitter; dat is overduidelijk.

Dan de motie op stuk nr. 227 van de heer Van Kent en de heer Gijs van Dijk. Ik krijg ambtelijk de instructie mee: in wat voor bui bent u? Ik ben in een hele milde bui, want uiteindelijk zijn we dit aan het doen. We zijn de aanpak van schijnconstructies aan het uitwerken. Denk bijvoorbeeld aan de motie waar de heer Vijlbrief zo over komt te spreken, over de evident kwaadwillenden. Maar denk ook aan de driehoeksrelaties. Ik ga dit meenemen in de reactie op de commissie-Borstlap. Maar aangezien ik dit van plan ben en ik in een milde bui ben, geef ik de motie toch oordeel Kamer. U moet daar vanavond over stemmen en dan heeft u het goede advies.

De heer Van Kent (SP):
Ik ben hier heel erg blij mee, want de motie verzoekt de regering om in deze kabinetsperiode met voorstellen te komen om een einde te maken aan schijnconstructies. We kunnen er dus van uitgaan dat de voorstellen die wij tegemoet kunnen zien, er ook toe strekken om echt een einde te maken aan die schijnconstructies.

Minister Koolmees:
Zeker. Ik ben niet van plan om voorstellen te doen die alleen voor de bühne zijn. Nogmaals, ik was in een milde bui, maar nu begin ik toch weer te twijfelen. Nee hoor!

Dan de motie op stuk nr. 228 over het aanjaagteam van de zeer energieke, sympathieke en dynamische heer Roemer. Ik ben heel blij met zijn advies. Ik wil wel één ding zeggen. We zijn als kabinet bezig om met een kabinetsreactie te komen. Ik vraag u vriendelijk om de motie aan te houden totdat die kabinetsreactie er is, want daar zijn we nu echt mee bezig. Het heeft urgentie — dat weten wij — omdat de problematiek urgent is. Maar dan kunt u ook zien wat het kabinet met die adviezen doet op de korte en lange termijn en dan kunt u daar ook op reageren. Dus zou u de motie alstublieft willen aanhouden totdat die reactie er is?

De voorzitter:
Bent u bereid om de motie op stuk nr. 228 aan te houden?

De heer Van Kent (SP):
Na deze lofzang, zeker. Wij gaan ervan uit — ik zag de staatssecretaris knikken — dat dit inderdaad met grote spoed wordt opgepakt, dus wij houden de motie aan.

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Van Kent stel ik voor zijn motie (31311, nr. 228) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Koolmees:
Dank, dank, dank. In the spirit of compromise!

Dan de motie op stuk nr. 229 van mevrouw Van Brenk. Ik wil twee opmerkingen maken. De eerste is dat het een "spreekt uit"-motie is. U vraagt niet aan de regering om iets te doen, dus eigenlijk zou ik hier geen oordeel over mogen geven. Maar als mij toch om een oordeel wordt gevraagd, dan zou ik de motie ontraden, gegeven het debat dat we hierover hebben gehad. Maar het is niet aan mij.

Datzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 230. Dat is ook weer een "spreekt uit"-motie. Het wordt niet aan de regering gevraagd, maar aan uw Kamer. Die lijkt heel erg op de motie van de heer Gijs van Dijk en de heer Van Weyenberg. De heer Van Weyenberg zei dat net ook al. Sterker nog, in de praktijk gebeurt dat ook al. Denk aan de cao voor architecten, waarin zo'n afspraak is gemaakt. Dus oordeel Kamer, als u het gevraagd zou hebben aan de regering. Maar dat heeft u niet, dus onthoud ik mij van een oordeel.

Dan de motie op stuk nr. 231 van de leden Tielen, Palland en Van Weyenberg: "verzoekt de regering om in overleg met de sociale partners ervoor te zorgen dat zelfstandigen een eigenstandige en aan werkgevers en werknemers gelijkwaardige positie innemen in de polder". Ik heb het overleg toegezegd. Een gesprek gaan we zeker doen. Het is een inspanningsverplichting. Als het echt helemaal gelijkwaardig moet zijn, moet er een wetswijziging komen. Dus als u het mij toestaat, ga ik het gesprek aan en dan geef ik de motie oordeel Kamer. Daarna kom ik terug met de resultaten van het gesprek, en moeten we nader bezien wat er nodig is.

De voorzitter:
Ik zie dat mevrouw Tielen instemmend knikt.

Minister Koolmees:
Dan de motie op stuk nr. 232 van mevrouw Palland en de heer Van Weyenberg over overleg met de Europese Commissie. Ook daar wil ik een context bij schetsen. In mijn overleggen met mijn Europese collega's, met name bijvoorbeeld de Duitse en Franse overheden, komt dit onderwerp vaak ter sprake. Eigenlijk alle landen worstelen met de self-employed; dat is de discussie over — om het maar zo te zeggen — de kwetsbare onderkant. Dus in die context wil ik dat graag doen. Wat wij als kabinet hebben geconstateerd is dat het omkatten van ondernemers naar werknemers op allerlei juridische bezwaren en ook op allerlei risico's voor de Nederlandse Staat stuit. Dus over dat element blijf ik van opvatting dat het niet kan. Maar het doel delen wij natuurlijk: het beter beschermen van kwetsbare zelfstandigen aan de onderkant. Daarover het gesprek aangaan met mijn Europese collega's en de Europese Commissie doe ik graag. Dus tegen die achtergrond geef ik de motie graag oordeel Kamer.

Dat was het, voorzitter.

De voorzitter:
De staatssecretaris moet heel even wachten, want we maken eerst schoon. We moeten ons toch aan de voorschriften houden. Dus als u even een stap opzij wilt doen?

Het woord is aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Vijlbrief:
De motie op stuk nr. 223 van de heer Gijs van Dijk c.s. geef ik oordeel Kamer. Dit kan onder het huidige moratorium. U verwees ook specifiek naar "kwaadwillendheid". Dat is precies het kernwoord. Op dat moment kan de Belastingdienst handhaven, dus daar kan ik oordeel Kamer op geven.

Voor de motie op stuk nr. 226 van de heer Smeulders geldt dat niet. Daar zit het probleem niet zozeer in de inhoud. We hebben het debat gevoerd. Ja, wij willen dit ook. Wij willen graag een halfjaar een pilot doen, dan een debat met de Kamer voeren en dan het moratorium gaan aanpassen/opheffen. Wij willen dan gaan handhaven. Maar de termijn die de heer Smeulders hier geeft, namelijk 1 januari 2021, maakt het onmogelijk om de motie oordeel Kamer te geven, want dat past gewoon niet in het schema. Dat zal eerder ergens in het voorjaar van het komende jaar zijn. Dus ik moet deze motie ontraden.

De voorzitter:
Dat is de motie op stuk nr. 226.

De heer Smeulders (GroenLinks):
En als de termijn eruit zou worden gehaald?

Staatssecretaris Vijlbrief:
Mag ik even kijken? Het probleem is als volgt. We hebben in het debat een gesprek gevoerd waarin we tegen elkaar zeiden: we doen een pilot, dan gaan we met elkaar het debat voeren over wat dat betekent voor de handhaving en vervolgens gaan we ... Wat hier staat is net in de tijd ... Omdat de heer Smeulders deze vraag stelt, ga ik de motie nog een keer preciezer lezen. Daarin staat ook: "uit te faseren, en een plan op te stellen voor effectieve handhaving". Dat zullen we natuurlijk altijd doen. Maar van "uitfaseren" weet ik ook niet of ik dat kan toezeggen op deze wijze.

De voorzitter:
Dus het oordeel blijft: ontraden?

Staatssecretaris Vijlbrief:
Ja, het oordeel blijft: ontraden.

De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit VAO over zzp.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Over de ingediende moties zal vandaag worden gestemd. Ik denk niet straks, maar vanavond. Ik dank beide bewindspersonen voor hun komst naar de Kamer en ik schors voor een halfuur.

De vergadering wordt van 13.34 uur tot 14.11 uur geschorst.

Voorzitter: Arib

Beëdiging van de heer M.N. Bolkestein (VVD)

Beëdiging van de heer M.N. Bolkestein (VVD)

Aan de orde is de beëdiging van de heer M.N. Bolkestein (VVD).

De voorzitter:
Aan de orde is de beëdiging van de heer M.N. Bolkestein namens de VVD. Ik geef het woord aan mevrouw Leijten tot het uitbrengen van verslag namens de commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven.

Mevrouw Leijten, voorzitter der commissie:
Voorzitter. Er waren tijden in deze Kamer dat er grote debatten plaatsvonden tussen Marijnissen en Bolkestein.

De voorzitter:
Daar hadden we het net over!

Mevrouw Leijten, voorzitter der commissie:
We komen in de positie dat dat weer mogelijk zou kunnen zijn. Je weet maar nooit of de heer Bolkestein het schopt tot fractievoorzitter.

(Hilariteit)

Mevrouw Leijten, voorzitter der commissie:
Voorzitter. De commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven heeft de stukken onderzocht die betrekking hebben op de heer M.N. Bolkestein te Aerdenhout. De commissie is tot de conclusie gekomen dat de heer Bolkestein te Aerdenhout terecht benoemd is verklaard tot lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. De commissie stelt u daarom voor hem toe te laten als lid van de Kamer. Daartoe dient hij wel eerst de verklaringen en de beloften af te leggen zoals die zijn voorgeschreven bij de Wet beëdiging ministers en leden Staten-Generaal van 27 februari 1992, Staatsblad nr. 120.

De commissie verzoekt u tot slot de Kamer voor te stellen het volledige rapport in de Handelingen op te nemen.

De voorzitter:
Ik dank de commissie voor haar verslag en stel voor dienovereenkomstig te besluiten.

Daartoe wordt besloten.

(Het rapport is opgenomen aan het eind van deze editie.)

De voorzitter:
Ik verzoek de leden in de zaal en de andere aanwezigen om even te gaan staan, indien ze daartoe in staat zijn.

De heer Bolkestein is in het gebouw der Kamer aanwezig om de voorgeschreven verklaringen en beloften af te leggen.

Ik verzoek de Griffier hem binnen te leiden.

Nadat de heer Bolkestein door de Griffier is binnengeleid, legt hij in handen van de Voorzitter de bij de wet voorgeschreven verklaringen en beloften af.

De voorzitter:
Ik heet u van harte welkom. Van harte gefeliciteerd met het lidmaatschap van onze Kamer. Er zijn mensen die u graag willen feliciteren. Ik geef ze de gelegenheid om dat te doen. Ik verzoek u om straks ook plaats te nemen in de zaal. Van harte welkom. Ik schors de vergadering voor enkele ogenblikken.

(Applaus)

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

De voorzitter:
Aan de orde zijn de stemmingen. Voordat we gaan stemmen geef ik eerst de heer Van Nispen van de SP het woord.

De heer Van Nispen (SP):
Voorzitter. Namens mijn collega Jasper van Dijk meld ik dat hij bij punt 23, de stemming over de aangehouden motie ingediend bij het notaoverleg over asiel en migratie, zijn motie op stuk nr. 2617 wil aanhouden tot de stemmingen later vandaag.

De voorzitter:
Vannacht.

De heer Van Nispen (SP):
En dat wordt een hoofdelijke stemming. Ja, vannacht, vrees ik.

De voorzitter:
Dat is goed. Daar gaan we hoofdelijk over stemmen.

Dan ga ik naar mevrouw Tellegen. U staat er toch.

Mevrouw Tellegen (VVD):
Ik heb zo'n zelfde soort verzoek. Collega Wiersma wil bij de stemmingen bij punt 45, over de aangehouden motie ingediend bij het VAO Kunstmatige intelligentie en sleuteltechnologieën, graag zijn motie op stuk nr. 686 aanhouden.

De voorzitter:
Ja.

Op verzoek van de heer Wiersma stel ik voor zijn motie (26643, nr. 686) opnieuw aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De heer Van der Staaij.

De heer Van der Staaij (SGP):
Voorzitter. Namens collega Stoffer wil ik graag bij de stemmingen onder 28, de moties ingediend bij het debat over de Voorjaarsnota, de motie-Stoffer/Snels op stuk nr. 11 aanhouden tot na het reces.

De voorzitter:
Deze motie zal worden ingetrokken.

Dan gaan we naar de stemmingslijst. We hebben een lange stemmingslijst.

Stemmingen

Stemmingen

Stemming Derde incidentele suppletoire begroting inzake aanvullende ondersteuning lokale informatievoorziening in verband met COVID-19.

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2020 (Derde incidentele suppletoire begroting inzake aanvullende ondersteuning lokale informatievoorziening in verband met COVID-19) (35481).

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Cultuur en corona II

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over Cultuur en corona II,

te weten:

  • de motie-El Yassini c.s. over steun aan initiatieven voor een future lab (32820, nr. 355);
  • de motie-Ellemeet/Asscher over de inkomenspositie van zzp'ers in de culturele sector sinds de coronacrisis (32820, nr. 356);
  • de motie-Ellemeet/Kwint over kunstenaars niet korten op hun bijstandsuitkering bij betaalde deelname aan een voorstelling of expositie (32820, nr. 357);
  • de motie-Ellemeet c.s. over het steviger verankeren in de BIS van de functie talentontwikkeling zonder disciplinespecifiek profiel (32820, nr. 358);
  • de motie-Belhaj c.s. over financiële ondersteuning van Noorderslag (32820, nr. 359);
  • de motie-Geluk-Poortvliet c.s. over het Scapino Ballet opnemen in de basisinfrastructuur (32820, nr. 360);
  • de motie-Kwint/Ellemeet over snel beleid ontwikkelen voor podia, theaters en festivals (32820, nr. 361);
  • de motie-Kwint/Ellemeet over het aantal plekken voor jonge makers in het nieuwe kabinetsbeleid (32820, nr. 362);
  • de motie-Asscher c.s. over een herstelpakket voor de kunst- en cultuursector (32820, nr. 363);
  • de motie-Asscher c.s. over ongedaan maken van de bezuiniging op het budget van het Fonds Podiumkunsten (32820, nr. 364);
  • de motie-Asscher/Belhaj over erop toezien dat fair practice het uitgangspunt blijft (32820, nr. 365);
  • de motie-Asscher/Kwint over het verruimen van het BIS-budget voor festivals (32820, nr. 366);
  • de motie-Van Raan c.s. over betrekken van de Sociaal Creatieve Raad bij vraagstukken van maatschappelijk belang (32820, nr. 368).

(Zie notaoverleg van 29 juni 2020.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Asscher stel ik voor zijn motie (32820, nr. 364) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-El Yassini c.s. (32820, nr. 355).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ellemeet/Asscher (32820, nr. 356).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, het CDA, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ellemeet/Kwint (32820, nr. 357).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD en Krol/Van Kooten-Arissen voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ellemeet c.s. (32820, nr. 358).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen en de SGP voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Belhaj c.s. (32820, nr. 359).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Geluk-Poortvliet c.s. (32820, nr. 360).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kwint/Ellemeet (32820, nr. 361).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kwint/Ellemeet (32820, nr. 362).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Asscher c.s. (32820, nr. 363).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Asscher/Belhaj (32820, nr. 365).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Asscher/Kwint (32820, nr. 366).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan c.s. (32820, nr. 368).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Meneer Bruins.

De heer Bruins (ChristenUnie):
Zojuist bij de motie op stuk nr. 356 hadden wij per abuis onze handen niet in de lucht gestoken, maar we willen graag geacht worden voor te zijn geweest.

De voorzitter:
Ik stel voor deze opmerking in de Handelingen op te nemen.

Stemmingen Regels over inburgering in de Nederlandse samenleving

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Regels over inburgering in de Nederlandse samenleving (Wet inburgering 20..) (35483).

(Zie wetgevingsoverleg van 29 juni 2020.)

In stemming komt het amendement-Stoffer (stuk nr. 10, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP en Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 10 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Van den Berge (stuk nr. 23, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, de PvdD en DENK voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 23 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Van den Berge (stuk nr. 33, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, de PvdD, DENK en D66 voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 33 voorkomende gewijzigde amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Stoffer (stuk nr. 55, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, de PvdD en de SGP voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 55 voorkomende gewijzigde amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Kuzu (stuk nr. 27).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, de PvdD, DENK en 50PLUS voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het amendement-Kuzu (stuk nr. 16).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fractie van DENK voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Becker/Segers (stuk nr. 52).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdD, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de VVD, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en Van Haga voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het amendement-Stoffer (stuk nr. 11).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de SGP en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het amendement-Kuzu (stuk nr. 35, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, de PvdD, DENK en de SGP voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 35 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Kuzu (stuk nr. 18).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en Krol/Van Kooten-Arissen voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het amendement-Kuzu (stuk nr. 17).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD en DENK voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Was 50PLUS ook voor het amendement op stuk nr. 17? Ja? Mevrouw Agema?

Mevrouw Agema (PVV):
Wij wensen ook geacht te worden voor het amendement op stuk nr. 17 gestemd te hebben.

De voorzitter:
Ja, oké. En dat geldt dus ook voor 50PLUS. Deze opmerkingen zullen in de Handelingen worden opgenomen.

In stemming komt het amendement-Kuzu (stuk nr. 29, I) tot het invoegen van een hoofdstuk 3a.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD, DENK en Krol/Van Kooten-Arissen voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 29 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Kuzu (stuk nr. 56, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, de PvdD en DENK voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 56 voorkomende gewijzigde amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het nader gewijzigde amendement-Becker c.s. (stuk nr. 51, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en Van Haga voor dit nader gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit nader gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 51 voorkomende nader gewijzigde amendementen als aangenomen kunnen worden beschouwd.

Ik heb 50PLUS genoemd, hoor! U zit net een beetje achter de heer Van den Nieuwenhuijzen. Als u een klein beetje naar achteren gaat … Ja, op de plek van mevrouw Van Brenk. Dan zie ik u beter. Vindt u dat goed? Dank u wel.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Jasper van Dijk (stuk nr. 54, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen en de PVV voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 54 voorkomende gewijzigde amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Kuzu (stuk nr. 21).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en Krol/Van Kooten-Arissen voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Kuzu (stuk nr. 59, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, DENK en Krol/Van Kooten-Arissen voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 59 voorkomende gewijzigde amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Kuzu (stuk nr. 57).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en Krol/Van Kooten-Arissen voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het amendement-Jasper van Dijk (stuk nr. 6, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen en de SGP voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 6 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Kuzu (stuk nr. 28).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en Krol/Van Kooten-Arissen voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het amendement-Kuzu (stuk nr. 22).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de VVD, het CDA en de ChristenUnie voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Van den Berge (stuk nr. 53, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD en DENK voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 53 voorkomende gewijzigde amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Kuzu (stuk nr. 58, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, de PvdD en DENK voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 58 voorkomende gewijzigde amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Becker/Peters (stuk nr. 15).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de VVD, het CDA, de PVV en Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Dan gaan we naar het amendement-De Graaf. De heer Öztürk?

De heer Öztürk (DENK):
Wij willen toch tegen het amendement-Becker/Peters op stuk nr. 15 stemmen.

De voorzitter:
Dan zal deze opmerking in de Handelingen worden opgenomen.

In stemming komt het amendement-De Graaf (stuk nr. 31).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV en Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het amendement-Kuzu (stuk nr. 26).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD en DENK voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van het gewijzigde amendement-Becker/Segers (stuk nr. 52), de nader gewijzigde amendementen-Becker c.s. (stuk nrs. 51, I tot en met III), het amendement-Kuzu (stuk nr. 22) en het amendement-Becker/Peters (stuk nr. 15).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en Van Haga voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemmingen moties Regels over inburgering in de Nederlandse samenleving

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Regels over inburgering in de Nederlandse samenleving (Wet inburgering 20..),

te weten:

  • de motie-Kuzu over oormerken van de uitvoeringskosten van de inburgeringswet (35483, nr. 36);
  • de motie-Kuzu over externe juridische toetsing van de inburgeringsplicht voor Turkse nieuwkomers (35483, nr. 37);
  • de motie-De Graaf over de grenzen sluiten voor alle asielzoekers en immigranten uit islamitische landen (35483, nr. 38);
  • de motie-Becker over werkervaring als element in de arbeidsmarktoriëntatie inburgering (35483, nr. 39);
  • de motie-Van den Berge/Jasper van Dijk over een passende oplossing voor de "ondertussen"-groep (35483, nr. 40);
  • de motie-Van den Berge over aansluiten bij de wensen, ambities, kennis en kunde van de individuele inburgeraar (35483, nr. 41);
  • de motie-Peters/Jasper van Dijk over gebruikmaken van de mogelijkheden die sociale ontwikkelbedrijven bieden (35483, nr. 42);
  • de motie-Jasper van Dijk/Van den Berge over schrappen van de prestatiebekostiging (35483, nr. 43);
  • de motie-Jasper van Dijk/Gijs van Dijk over vaste contracten en fatsoenlijke lonen voor docenten inburgering (35483, nr. 44);
  • de motie-Van Meenen/Becker over betere controle op de kwaliteit van inburgeringscursussen (35483, nr. 45);
  • de motie-Van Meenen/Paternotte over inzetten van het ELIP-budget voor inburgeraars in de "ondertussen"-groep (35483, nr. 46);
  • de motie-Gijs van Dijk/Jasper van Dijk over het aantal beschikbaar gestelde stage- en werkervaringsplekken vanaf 2021 (35483, nr. 47);
  • de motie-Segers c.s. over borgen van goed inburgeringsonderwijs bij de roc's (35483, nr. 48);
  • de motie-Stoffer over een voor plattelandsgemeenten rechtvaardiger verdeelmodel inburgering (35483, nr. 49).

(Zie wetgevingsoverleg van 29 juni 2020.)

In stemming komt de motie-Kuzu (35483, nr. 36).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kuzu (35483, nr. 37).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-De Graaf (35483, nr. 38).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fractie van de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Becker (35483, nr. 39).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Berge/Jasper van Dijk (35483, nr. 40).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de SGP en het CDA voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van den Berge (35483, nr. 41).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Peters/Jasper van Dijk (35483, nr. 42).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Jasper van Dijk/Van den Berge (35483, nr. 43).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Jasper van Dijk/Gijs van Dijk (35483, nr. 44).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen en de SGP voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Meenen/Becker (35483, nr. 45).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FvD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Meenen/Paternotte (35483, nr. 46).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Gijs van Dijk/Jasper van Dijk (35483, nr. 47).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Segers c.s. (35483, nr. 48).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Stoffer (35483, nr. 49).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de SGP, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Staat van de Europese Unie 2020

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de Staat van de Europese Unie 2020,

te weten:

  • de motie-Emiel van Dijk/Maeijer over een nexit afkondigen (35403, nr. 2);
  • de motie-Omtzigt over deelname aan de transparantieconferentie van de Venetië-Commissie (35403, nr. 3);
  • de motie-Jetten/Van Ojik over voortzetting van de artikel 7-procedure tegen Polen en Hongarije (35403, nr. 4);
  • de motie-Leijten over de Permanente Vertegenwoordiging minder inzetten als kruiwagen van banken en multinationals (35403, nr. 6);
  • de motie-Ploumen over een transitieplan als voorwaarde voor steun uit het herstelfonds (35403, nr. 7);
  • de motie-Ploumen over een actieplan ter verbetering van de arbeidsomstandigheden van Europese uitzendkrachten (35403, nr. 8);
  • de motie-Ploumen over een bindende zorgplicht voor alle ondernemingen (35403, nr. 9);
  • de motie-Bisschop over de naleving van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid (35403, nr. 10).

(Zie notaoverleg van 29 juni 2020.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Ploumen stel ik voor haar moties (35403, nrs. 8 en 9) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Emiel van Dijk/Maeijer (35403, nr. 2).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Omtzigt (35403, nr. 3).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Jetten/Van Ojik (35403, nr. 4).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Leijten (35403, nr. 6).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ploumen (35403, nr. 7).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bisschop (35403, nr. 10).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen motie Derde incidentele suppletoire begroting inzake noodpakket banen en economie 2.0

Aan de orde zijn de stemmingen over aangehouden moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Derde incidentele suppletoire begroting inzake noodpakket banen en economie 2.0,

te weten:

  • de motie-Tielen over onderzoek om inzicht te krijgen in resterende schrijnende gevallen (35473, nr. 13);
  • de motie-Van Haga/Baudet over ballonvaart in aanmerking laten komen voor steun (35473, nr. 16).

(Zie vergadering van 24 juni 2020.)

In stemming komt de motie-Tielen (35473, nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Haga/Baudet (35473, nr. 16).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

We kunnen de uitslag niet vaststellen, meneer Van Haga. Gaat u overleggen met de heer Baudet? Is hij het ermee eens?

De heer Van Haga (Van Haga):
Voorzitter. Dit is een belangrijke motie, dus ik heb er even over moeten overleggen. Ik denk dat het het beste is om haar vanavond hoofdelijk in stemming te brengen.

De voorzitter:
Ja, dat doen we. Dank u wel.

Op verzoek van de heer Van Haga stel ik voor zijn motie (35473, nr. 16) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Stemmingen moties Armoede- en schuldenbeleid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Armoede- en schuldenbeleid,

te weten:

  • de motie-Wörsdörfer over het ontwikkelen van kansrijke beleidsinterventies ter preventie van schulden (24515, nr. 534);
  • de motie-Jasper van Dijk c.s. over problemen bij jongeren door de lage uitkering en de zoektermijn inventariseren (24515, nr. 535);
  • de motie-Jasper van Dijk over verhoging van het minimumuurloon (24515, nr. 536);
  • de motie-Gijs van Dijk over extra geld om de gevolgen van armoede onder kinderen te bestrijden (24515, nr. 537);
  • de motie-Gijs van Dijk/Nijboer over het voorkomen van gemeentelijke belastingverhogingen voor behoud van kwaliteit (24515, nr. 538);
  • de motie-Renkema over verlenging van de tijdelijke regeling uit het regeerakkoord voor armoede en schuldhulpverlening (24515, nr. 539);
  • de motie-Van Brenk/Peters over goede informatie over de financiële consequenties van de keuze voor een samenlevingsvorm (24515, nr. 540);
  • de motie-Van Brenk over maatwerk bij toepassing van de kostendelersnorm (24515, nr. 541);
  • de motie-Van Brenk over extra spaarruimte voor gepensioneerden met een beperkt inkomen (24515, nr. 542);
  • de motie-Bruins/Van der Graaf over maatwerk voor mensen die de prostitutie verlaten (24515, nr. 543);
  • de motie-Bruins over uitbreiding van de Regeling toevoeging bewindvoerders Wsnp II (24515, nr. 544);
  • de motie-Peters/Van Brenk over tegengaan van het niet-gebruik van de AIO (24515, nr. 545);
  • de motie-Kuzu over de maximale kredietrente nog verder verlagen (24515, nr. 546);
  • de motie-Kuzu over het BKR dichter bij de overheid positioneren (24515, nr. 547);
  • de motie-Kuzu c.s. over een eerlijkere opbouw van het AOW-pensioen over een kortere tijdsperiode (24515, nr. 548);
  • de motie-Krol c.s. over een pilot met een platform van ervaringsdeskundigen in schuldhulpverlening (24515, nr. 549);
  • de motie-Van Beukering-Huijbregts over een eerste anoniem contact bij schuldhulpverlening (24515, nr. 550);
  • de motie-Van Beukering-Huijbregts/Wörsdörfer over coulance bij gemeenten voor mensen die wederom een beroep willen doen op schuldhulpverlening (24515, nr. 551).

(Zie vergadering van 30 juni 2020.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Jasper van Dijk stel ik voor zijn motie (24515, nr. 536) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Krol c.s. (24515, nr. 549) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Krol, Gijs van Dijk, Peters, Renkema, Jasper van Dijk, Van Brenk, Kuzu en Van Beukering-Huijbregts.

Zij krijgt nr. 552, was nr. 549 (24515).

De motie-Van Beukering-Huijbregts (24515, nr. 550) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Van Beukering-Huijbregts en Jasper van Dijk, en luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat mensen met schulden vaak kampen met gevoelens van schaamte en angst en zij de drempel om naar de overheid te stappen als erg hoog ervaren, mede omdat voor hen onvoldoende mogelijkheden bestaan om in anonimiteit en vrijblijvend informatie en advies te krijgen;

overwegende dat een verzoek om schuldhulpverlening voor mensen ingrijpend is, vooral voor wat betreft het opgeven van persoonlijke informatie;

overwegende dat mensen met schulden mede daarom geen hulp vragen via een reguliere aanvraag;

constaterende dat het gemiddeld drie jaar duurt voordat iemand aanklopt bij de schuldhulpverlening;

verzoekt de regering te onderzoeken of bij gemeenten behoefte bestaat om naast het nummer 115 Schulden te lijf, te experimenteren met een mogelijkheid van een eerste anoniem contact tussen mensen met schulden en schuldhulpverleners, deze behoefte bij gemeenten te faciliteren en te onderzoeken of de instroom in de schuldhulpverlening daarmee verbetert, en de Kamer te informeren over de resultaten van de eerste praktijkervaringen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 553, was nr. 550 (24515).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Wörsdörfer (24515, nr. 534).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Jasper van Dijk c.s. (24515, nr. 535).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de VVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Gijs van Dijk (24515, nr. 537).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en Krol/Van Kooten-Arissen voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Gijs van Dijk/Nijboer (24515, nr. 538).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Er komt iemand uw richting uit, meneer Rudmer Heerema! Ik moest net ook een hand geven aan de heer Bolkestein. Dat was heel moeilijk om te weigeren. Op het nieuws? Nee! Echt waar? Oké, sorry.

In stemming komt de motie-Renkema (24515, nr. 539).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Brenk/Peters (24515, nr. 540).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Brenk (24515, nr. 541).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Brenk (24515, nr. 542).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de SGP, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bruins/Van der Graaf (24515, nr. 543).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bruins (24515, nr. 544).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Peters/Van Brenk (24515, nr. 545).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kuzu (24515, nr. 546).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kuzu (24515, nr. 547).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kuzu c.s. (24515, nr. 548).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Krol c.s. (24515, nr. 552, was nr. 549).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Beukering-Huijbregts/Jasper van Dijk (24515, nr. 553, was nr. 550).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Beukering-Huijbregts/Wörsdörfer (24515, nr. 551).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Circulaire economie

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VSO Circulaire economie,

te weten:

  • de motie-Kröger over een ambitieuze uitwerking van de SUP-richtlijn (32852, nr. 120);
  • de motie-Kröger over het opnemen van de recyclebaarheid van kleding en schoenen in de aanbestedingsregels (32852, nr. 121);
  • de motie-Kröger over een Europese minimumeis voor de hoeveelheid plasticrecyclaat in producten (32852, nr. 122);
  • de motie-Laçin over onderzoeken voor welke plasticproducten een verplicht percentage gerecycled plastic kan worden ingevoerd (32852, nr. 124);
  • de motie-Stoffer over het heroverwegen van de importheffing voor buitenlands afval (32852, nr. 125);
  • de motie-Van Eijs over de MKI-waarde zwaarder meewegen bij aanbestedingen van Rijkswaterstaat (32852, nr. 126);
  • de motie-Dik-Faber over inzet in Europa voor textielinzameling en -verwerking (32852, nr. 127).

(Zie vergadering van 30 juni 2020.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Kröger stel ik voor haar motie (32852, nr. 122) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Kröger (32852, nr. 120).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen en de SGP voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kröger (32852, nr. 121).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Laçin (32852, nr. 124).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen en de SGP voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Stoffer (32852, nr. 125).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de SGP en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Eijs (32852, nr. 126).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dik-Faber (32852, nr. 127).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Externe veiligheid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Externe veiligheid,

te weten:

  • de motie-Kröger over een pilot over de toxiciteitsdruk in kwetsbare gebieden (28089, nr. 175);
  • de motie-Ziengs c.s. over aansluiting van provincies bij het asbestfonds (28089, nr. 176).

(Zie vergadering van 30 juni 2020.)

De voorzitter:
De motie-Kröger (28089, nr. 175) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Rli risico's signaleert rondom de stapeling van stoffen;

constaterende dat er wetenschappelijke consensus bestaat dat blootstelling aan combinaties van stoffen in de leefomgeving grotere risico's met zich meebrengt dan het risico van individuele stoffen afzonderlijk;

constaterende dat de Rli aanbeveelt om in kwetsbare gebieden een maximaal toelaatbare toxiciteitsdruk te hanteren, aanvullend op de huidige normen per stof;

verzoekt de regering om in overleg met het RIVM een pilot vorm te geven waarbij in een of meerdere kwetsbare gebieden de toxiciteitsdruk wordt onderzocht,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 177, was nr. 175 (28089).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Kröger (28089, nr. 177, was nr. 175).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66 en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ziengs c.s. (28089, nr. 176).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Personeel Defensie

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Personeel Defensie,

te weten:

  • de motie-Karabulut c.s. over een tegemoetkoming voor alle onderofficieren (35300-X, nr. 75);
  • de motie-Van den Nieuwenhuijzen c.s. over uitbreiding van de medische staf van Defensie (35300-X, nr. 76);
  • de motie-Van den Nieuwenhuijzen c.s. over wetenschappelijk onderzoek naar vaak voorkomende ziekten bij Defensiepersoneel dat is blootgesteld aan chroom-6 en CARC (35300-X, nr. 77);
  • de motie-Kerstens c.s. over een nieuw functie- en beloningsgebouw vóór de begrotingsbehandeling (35300-X, nr. 78);
  • de motie-Kerstens c.s. over de na Veteranendag resterende gelden bestemmen ten behoeve van veteranen (35300-X, nr. 79);
  • de motie-Bosman c.s. over een onderzoek hoe de vervroegde-uittredingsregeling van militairen past in de financiële wet- en regelgeving (35300-X, nr. 80);
  • de motie-Krol c.s. over het bezoldigingshuis van militairen meer in overeenstemming brengen met andere sectoren (35300-X, nr. 81).

(Zie vergadering van 30 juni 2020.)

In stemming komt de motie-Karabulut c.s. (35300-X, nr. 75).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van den Nieuwenhuijzen c.s. (35300-X, nr. 76).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Nieuwenhuijzen c.s. (35300-X, nr. 77).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kerstens c.s. (35300-X, nr. 78).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kerstens c.s. (35300-X, nr. 79).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bosman c.s. (35300-X, nr. 80).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Krol c.s. (35300-X, nr. 81).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Onderwijs en corona p.o./vo

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Onderwijs en corona p.o./vo,

te weten:

  • de motie-Rudmer Heerema over alle scholen volledig open laten gaan na de zomervakantie (35300-VIII, nr. 190);
  • de motie-Kwint over het aantal herleidbare coronabesmettingen registreren per school (35300-VIII, nr. 191);
  • de motie-Westerveld c.s. over herkansingsmogelijkheden voor certificaten in het vso (35300-VIII, nr. 192);
  • de motie-Westerveld over duidelijke communicatie over de vervallen mondkapjesverplichting in het leerlingenvervoer (35300-VIII, nr. 193);
  • de motie-Van Meenen over een divers aanbod van verschillende typen brugklassen (35300-VIII, nr. 194).

(Zie vergadering van 30 juni 2020.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Westerveld stel ik voor haar motie (35300-VIII, nr. 192) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Rudmer Heerema (35300-VIII, nr. 190) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet, op basis van het advies van het OMT, heeft geconcludeerd dat ook de vo-scholen na de vakantie weer volledig open kunnen;

constaterende dat er nu al e-mails worden gestuurd door schoolbesturen dat vo-scholen ook na de zomervakantie heel beperkt open gaan, bijvoorbeeld door alleen een mentoruur en/of bewegingsonderwijs te geven;

overwegende dat er in de communicatie vanuit de overheid gesproken wordt over het feit dat vo-scholen na de zomervakantie "weer open mogen" in plaats van "weer open moeten";

van mening dat kinderen het meest gebaat zijn bij goed en fysiek onderwijs dat plaatsvindt in het schoolgebouw en dat alle vo-scholen dus gewoon weer les moeten gaan geven;

verzoekt de regering erop toe te zien dat alle vo-scholen na de zomervakantie, binnen de geldende regels, gewoon weer opengaan en volledig les gaan geven;

verzoekt de regering tevens op te treden bij vo-scholen die na de zomervakantie ervoor kiezen om beperkt open te gaan, en hierover de Kamer te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 203, was nr. 190 (35300-VIII).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Rudmer Heerema (35300-VIII, nr. 203, was nr. 190).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, 50PLUS, de VVD, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kwint (35300-VIII, nr. 191).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de SGP en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Westerveld (35300-VIII, nr. 193).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Meenen (35300-VIII, nr. 194).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Onderwijs en corona III, mbo

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Onderwijs en corona III, mbo,

te weten:

  • de motie-Van den Hul over een meer proactieve rol voor onderwijsinstellingen bij stagediscriminatie (35300-VIII, nr. 195);
  • de motie-Westerveld/Van den Berge over een pilot over ervaringen met stagediscriminatie (35300-VIII, nr. 196);
  • de motie-Kuik/Van Meenen over jongeren onder de 18 voorrang geven bij het krijgen van fysiek onderwijs (35300-VIII, nr. 197);
  • de motie-Smals over mbo-studenten voortaan per onderwijsperiode materiaal laten aanschaffen (35300-VIII, nr. 198);
  • de motie-Kwint over altijd een discriminatieklacht indienen bij het College voor de Rechten van de Mens en aangifte doen (35300-VIII, nr. 199);
  • de motie-Öztürk over stageplekken garanderen voor alle studenten in het mbo (35300-VIII, nr. 200);
  • de motie-Öztürk over mysteryguests inzetten om stagediscriminatie te bestrijden (35300-VIII, nr. 201).

(Zie vergadering van 30 juni 2020.)

De voorzitter:
De motie-Kwint (35300-VIII, nr. 199) is in die zin gewijzigd en nader gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Kwint, Van den Hul, Van den Berge, Kuik, Smals en Van Meenen, en luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat stagediscriminatie nog steeds een hardnekkig probleem is;

constaterende dat er maar weinig meldingen gedaan zijn via het meldpunt stagediscriminatie en dat bij één leerbedrijf naar aanleiding van een melding via het meldpunt de erkenning van leerbedrijf ingetrokken is;

verzoekt de regering met scholen, politie en het Openbaar Ministerie in gesprek te gaan om het doen van aangifte zo laagdrempelig mogelijk te maken;

verzoekt de regering tevens te bewerkstelligen dat bij door SBB geconstateerde discriminatie het slachtoffer maximaal wordt ondersteund zodat, wanneer het slachtoffer dit wil, er door het slachtoffer aangifte wordt gedaan en een klacht wordt ingediend bij het College voor de Rechten van de Mens,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. 205, was nr. 204 (35300-VIII).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Van den Hul (35300-VIII, nr. 195).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en Krol/Van Kooten-Arissen voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Westerveld/Van den Berge (35300-VIII, nr. 196).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en Krol/Van Kooten-Arissen voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kuik/Van Meenen (35300-VIII, nr. 197).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Smals (35300-VIII, nr. 198).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de nader gewijzigde motie-Kwint c.s. (35300-VIII, nr. 205, was nr. 204).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze nader gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Öztürk (35300-VIII, nr. 200).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, DENK, 50PLUS en Krol/Van Kooten-Arissen voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Öztürk (35300-VIII, nr. 201).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Wetenschapsbeleid / Onderwijs en corona IV Hoger onderwijs

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Wetenschapsbeleid / VAO Onderwijs en corona IV Hoger onderwijs,

te weten:

  • de motie-Van den Hul over een onafhankelijk, laagdrempelig landelijk meldpunt voor grensoverschrijdend gedrag en seksuele intimidatie (31288, nr. 849);
  • de motie-Van den Hul over afrekenbare doelstellingen om de sociale veiligheid te vergroten (31288, nr. 850);
  • de motie-Van den Hul/Futselaar over ook compensatie voor andere studenten die ten gevolge van de coronacrisis studievertraging hebben opgelopen (31288, nr. 851);
  • de motie-Paternotte/Westerveld over inventariseren welke instellingen onderwijsactiviteiten in de avond en in het weekend hebben georganiseerd (31288, nr. 852);
  • de motie-Westerveld/Van den Berge over een uitzondering op de WAB bij vertraging voor postdocs (31288, nr. 853);
  • de motie-Westerveld c.s. over een betere balans tussen middelen voor strategisch en voor ongebonden onderzoek bij NWO (31288, nr. 854);
  • de motie-Westerveld over accreditatiekaders voor studenten met een functiebeperking (31288, nr. 855);
  • de motie-Westerveld/Van den Hul over compensatie voor de terugvordering bij de subsidieregeling lerarenbeurs (31288, nr. 856);
  • de motie-Van der Molen over de communicatie van hogeronderwijsinstellingen buiten onderwijstijd primair in het Nederlands (31288, nr. 857);
  • de motie-Van der Molen/Wiersma over nieuwe afspraken over kennisontwikkeling gerelateerd aan defensie en veiligheid (31288, nr. 858);
  • de motie-Bruins c.s. over meer ruimte voor vrij en ongebonden onderzoek in de tweede geldstroom (31288, nr. 859);
  • de motie-Bruins over de nadelen van lesgeven in het weekend voor studenten die de sjabbat of zondag eerbiedigen (31288, nr. 860);
  • de motie-Futselaar over een inventarisatie van de studievertraging als gevolg van COVID-19 (31288, nr. 861).

(Zie vergadering van 30 juni 2020.)

De voorzitter:
De motie-Van den Hul/Futselaar (31288, nr. 851) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering de compensatie voor studenten die ten gevolge van de coronacrisis studievertraging hebben opgelopen, beperkt tot studenten die zich in hun laatste studiejaar bevinden;

overwegende dat het niet valt uit te sluiten dat ook andere studenten ernstige studievertraging hebben opgelopen;

verzoekt de regering om de compensatieregeling zodanig te verruimen dat ook andere studenten bij wie zich nu of straks in samenhang met de coronacrisis een ernstige studievertraging manifesteert, daar aanspraak op kunnen maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 868, was nr. 851 (31288).

De motie-Westerveld c.s. (31288, nr. 854) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Westerveld, Van den Berge, Bruins, Paternotte en Van der Molen.

Zij krijgt nr. 866, was nr. 854 (31288).

De motie-Bruins (31288, nr. 860) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat sommige onderwijsinstellingen tijdelijk in het weekend onderwijsactiviteiten overwegen aan te bieden;

overwegende dat voor sommige onderwijsactiviteiten een aanwezigheidsplicht geldt;

verzoekt de regering onderwijsinstellingen te vragen rekening te houden met studenten die op een van de weekenddagen om religieuze reden een rustdag eerbiedigen, zodat onderwijsinstellingen coulant omgaan met een eventuele aanwezigheidsplicht,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 867, was nr. 860 (31288).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Van den Hul (31288, nr. 849).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en Krol/Van Kooten-Arissen voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van den Hul (31288, nr. 850).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en Krol/Van Kooten-Arissen voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van den Hul/Futselaar (31288, nr. 868, was nr. 851).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

Mevrouw Van den Hul.

Mevrouw Van den Hul (PvdA):
Voorzitter. Dan wil ik graag verzoeken om hierover vannacht of morgenochtend hoofdelijk te stemmen.

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Van den Hul stel ik voor haar motie (31288, nr. 851) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Er wordt straks hoofdelijk gestemd over deze motie.

In stemming komt de motie-Paternotte/Westerveld (31288, nr. 852).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld/Van den Berge (31288, nr. 853).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Westerveld c.s. (31288, nr. 866, was nr. 854).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld (31288, nr. 855).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld/Van den Hul (31288, nr. 856).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Molen (31288, nr. 857).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de VVD, de SGP, het CDA, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Molen/Wiersma (31288, nr. 858).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bruins c.s. (31288, nr. 859).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Bruins (31288, nr. 867, was nr. 860).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de fractie van Van Haga ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Futselaar (31288, nr. 861).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Mevrouw Ploumen.

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Voorzitter, excuus. Onder agendapunt 4, over de moties bij de Wet inburgering, wensen wij te worden geacht vóór de motie op stuk nr. 39 (35483) te stemmen.

De voorzitter:
Dan zal deze opmerking in de Handelingen worden opgenomen.

Stemming motie Besluit tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het VSO Besluit tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008,

te weten:

  • de motie-Wiersma/Westerveld over terugvordering van een deel van de studievoorschotmiddelen als een goedgekeurd kwaliteitsplan ontbreekt (31288, nr. 862).

(Zie vergadering van 30 juni 2020.)

In stemming komt de motie-Wiersma/Westerveld (31288, nr. 862).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, de VVD, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen Tweede Verzamelspoedwet COVID-19

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Tijdelijke voorzieningen op het terrein van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het Ministerie van Justitie en Veiligheid, en tot wijziging van enkele wetten op het terrein van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, het Ministerie van Justitie en Veiligheid en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Tweede Verzamelspoedwet COVID-19) (35497).

(Zie vergadering van 30 juni 2020.)

In stemming komt het amendement-Groothuizen/Van Dam (stuk nr. 9).

De voorzitter:
Ik constateer dat dit amendement met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Westerveld/Ellemeet (stuk nr. 11) tot het invoegen van een artikel 4.2.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de PVV, FvD en Van Haga voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van het amendement-Groothuizen/Van Dam (stuk nr. 9).

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Justitieketen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de justitieketen,

te weten:

  • de motie-Van den Berge c.s. over crisismaatregelen vóór eventuele verlenging eerst grondig evalueren (31753, nr. 200);
  • de motie-Van Wijngaarden/Van Dam over wet- en regelgeving aanpassen om alternatieve bedrijfsstructuren mogelijk te maken (31753, nr. 201);
  • de motie-Van Nispen c.s. over zo nodig de eis loslaten dat een redelijke vergoeding voor sociaal advocaten binnen de budgettaire kaders past (31753, nr. 202);
  • de motie-Van Nispen c.s. over de Kamer zo snel mogelijk de gevraagde stukken toesturen inzake de zaak-Poch (31753, nr. 203);
  • de motie-Van Dam/Groothuizen over het heroverwegen van de beslissing om te komen tot afzonderlijke voorzieningen op het vlak van multimedia in het strafrecht (31753, nr. 204);
  • de motie-Van Dam c.s. over het standaard adequaat regelen van rechtsbijstand bij de OM-strafbeschikking (31753, nr. 205);
  • de motie-Groothuizen c.s. over het faciliteren van een evaluatie van de corona-aanpak (31753, nr. 206);
  • de motie-Groothuizen/Van Nispen over onafhankelijk onderzoek naar de voor- en nadelen van "zelfonderzoek" (31753, nr. 207);
  • de gewijzigde motie-Van der Graaf over verbetering van de mogelijkheden voor bezoek van kinderen aan ouders in detentie (31753, nr. 215, was nr. 208);
  • de motie-Van Nispen over de wenselijkheid van verruiming van het novumcriterium (31753, nr. 209);
  • de motie-Van Nispen over een tapsysteem voor de nationale politie in eigen beheer laten ontwikkelen (31753, nr. 210);
  • de motie-Van Nispen over een onafhankelijk loket voor een second opinion over niet adequaat onderzochte zaken (31753, nr. 211);
  • de motie-Van Nispen over betere waarborgen voor de veiligheid van de melder van een ongebruikelijke transactie (31753, nr. 212);
  • de motie-Groothuizen over een wettelijke grond voor terugvordering van subsidies bij bedrijven die zich schuldig maken aan milieucriminaliteit (31753, nr. 213).

(Zie notaoverleg van 30 juni 2020.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Van Nispen stel ik voor zijn motie (31753, nr. 203) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De gewijzigde motie-Van der Graaf c.s. (31753, nr. 215, was nr. 208) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in verband met COVID-19 beperkingen zijn opgelegd aan het bezoek van kinderen aan ouders in detentie;

overwegende dat een goede band tussen kind en ouder van belang is voor het welzijn van het kind alsook voor de succesvolle re-integratie van de ouder;

overwegende dat ook bezoek van bezoekvrijwilligers kan bijdrage aan succesvol herstel en re-integratie;

verzoekt de regering met inachtneming van de RIVM-richtlijnen en mogelijke ontwikkelingen ten aanzien van het coronavirus in overleg met vrijwilligers- en partnerorganisaties op korte termijn een plan op te stellen om de mogelijkheden voor bezoek van kinderen aan ouders in detentie te verbeteren en tevens te bezien hoe bezoek van bezoekvrijwilligers verder kan worden genormaliseerd,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 215, was nr. 208 (31753).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Van den Berge c.s. (31753, nr. 200).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Wijngaarden/Van Dam (31753, nr. 201).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de VVD, de SGP, het CDA, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Nispen c.s. (31753, nr. 202).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en Krol/Van Kooten-Arissen voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Dam/Groothuizen (31753, nr. 204).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Dam c.s. (31753, nr. 205).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Groothuizen c.s. (31753, nr. 206).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Groothuizen/Van Nispen (31753, nr. 207).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de SGP, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van der Graaf c.s. (31753, nr. 215, was nr. 208).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Nispen (31753, nr. 209).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Nispen (31753, nr. 210).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en Krol/Van Kooten-Arissen voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Nispen (31753, nr. 211).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de SGP en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Nispen (31753, nr. 212).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Groothuizen (31753, nr. 213).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FvD ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemming Eerste incidentele suppletoire begroting inzake beschikbaarheidsvergoeding voor het openbaar vervoer

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Infrastructuurfonds voor het jaar 2020 (eerste incidentele suppletoire begroting inzake beschikbaarheidsvergoeding voor het openbaar vervoer) (35490).

(Zie wetgevingsoverleg van 30 juni 2020.)

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties eerste incidentele suppletoire begroting inzake beschikbaarheidsvergoeding voor het openbaar vervoer

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Infrastructuurfonds voor het jaar 2020 (eerste incidentele suppletoire begroting inzake beschikbaarheidsvergoeding voor het openbaar vervoer),

te weten:

  • de motie-Kröger over het overeind houden van de capaciteit, de dienstverlening en de investeringen op de middellange termijn (35490, nr. 3);
  • de motie-Postma over geen onomkeerbare stappen zetten bij overschrijding van het bedrag voor de beschikbaarheidsvergoeding (35490, nr. 4).

(Zie wetgevingsoverleg van 30 juni 2020.)

In stemming komt de motie-Kröger (35490, nr. 3).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66 en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Postma (35490, nr. 4).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemming Tweede incidentele suppletoire begroting inzake beschikbaarheidsvergoeding voor het openbaar vervoer

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2020 (Tweede incidentele suppletoire begroting inzake beschikbaarheidsvergoeding voor het openbaar vervoer) (35491).

(Zie wetgevingsoverleg van 30 juni 2020.)

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Stemming Zesde incidentele suppletoire begroting inzake Steunmaatregelen KLM

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) voor het jaar 2020 (Zesde incidentele suppletoire begroting inzake Steunmaatregelen KLM) (35505).

(Zie wetgevingsoverleg van 1 juli 2020.)

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemmingen moties Zesde incidentele suppletoire begroting inzake Steunmaatregelen KLM

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) voor het jaar 2020 (Zesde incidentele suppletoire begroting inzake Steunmaatregelen KLM),

te weten:

  • de motie-Alkaya/Laçin over geen koppeling tussen reductie van nachtvluchten op Schiphol en uitbreiding van Lelystad Airport (35505, nr. 3);
  • de motie-Alkaya over geen gedwongen ontslagen als voorwaarde voor het steunpakket (35505, nr. 4);
  • de motie-Alkaya over geen loonoffer vragen (35505, nr. 5);
  • de motie-Sneller over de Kamer informeren over naleving van de voorwaarden voor de staatssteun (35505, nr. 6);
  • de motie-Paternotte over een uitsterfbeleid voor nachtslots (35505, nr. 7);
  • de motie-Nijboer over de vakbonden erbij betrekken met het oog op de arbeidsomstandigheden (35505, nr. 8);
  • de motie-Nijboer over een bijdrage van brandstofhandelaren en leasemaatschappijen (35505, nr. 9);
  • de motie-Bruins over geen uitbreiding van Lelystad Airport zonder parlementaire besluitvorming daarover (35505, nr. 10);
  • de motie-Van Raan over een goed sociaal plan voor de werknemers van KLM (35505, nr. 11);
  • de motie-Van Raan over aantonen dat de lessen van de Rekenkamer in de praktijk zijn gebracht (35505, nr. 12);
  • de motie-Van Raan over toetsing van het steunpakket aan de hand van de Monitor Brede Welvaart (35505, nr. 13);
  • de motie-Van Raan over uitspreken dat het steunpakket onverantwoord is (35505, nr. 14);
  • de motie-Van Raan over de vermindering van het aantal nachtvluchten niet afhankelijk maken van verdere opening van Lelystad Airport (35505, nr. 15);
  • de motie-Van Raan over alle nachtvluchten afschaffen (35505, nr. 16);
  • de motie-Stoffer/Slootweg over werknemers tot anderhalf keer modaal zo veel mogelijk ontzien (35505, nr. 17);
  • de motie-Stoffer over de kosten van de verduurzaming in kaart brengen (35505, nr. 18);
  • de motie-Van Haga/Baudet over onderzoek naar de kosten van de duurzaamheidseisen (35505, nr. 19).

(Zie wetgevingsoverleg van 1 juli 2020.)

In stemming komt de motie-Alkaya/Laçin (35505, nr. 3).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Alkaya (35505, nr. 4).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Alkaya (35505, nr. 5).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Mevrouw Van Kooten-Arissen.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (GKVK):
Voorzitter, excuus. Bij de stemming onder agendapunt 20, over het wetsvoorstel, zouden wij graag geacht worden voor te hebben gestemd.

De voorzitter:
Dan zal deze opmerking in de Handelingen worden opgenomen.

In stemming komt de motie-Sneller (35505, nr. 6).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

De heer Voordewind.

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Voorzitter, ik maakte een foutje. We willen toch tegen de motie op stuk nr. 3 (35505) stemmen.

De voorzitter:
Dan zal deze opmerking in de Handelingen worden opgenomen.

In stemming komt de motie-Paternotte (35505, nr. 7).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Nijboer (35505, nr. 8).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Nijboer (35505, nr. 9).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bruins (35505, nr. 10).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de SGP, de ChristenUnie, de PVV en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Raan (35505, nr. 11).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en Krol/Van Kooten-Arissen voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan (35505, nr. 12).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, de PvdD en Krol/Van Kooten-Arissen voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan (35505, nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, de PvdD en Krol/Van Kooten-Arissen voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan (35505, nr. 14).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks en de PvdD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan (35505, nr. 15).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en Krol/Van Kooten-Arissen voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan (35505, nr. 16).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Stoffer/Slootweg (35505, nr. 17).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de VVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

De heer Azarkan.

De heer Azarkan (DENK):
Excuus, voorzitter. Mijn fractie wordt geacht tegen de motie op stuk nr. 16 ... Sorry, voor de motie op stuk nr. 16 ... Nee, tegen de motie op stuk nr. 16 te hebben gestemd.

De voorzitter:
Nog een keer!

De heer Azarkan (DENK):
Wij hebben voor gestemd, maar wij zijn tegen.

De voorzitter:
Deze opmerking zal in de Handelingen worden opgenomen.

In stemming komt de motie-Stoffer (35505, nr. 18).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

De heer Van Haga.

De heer Van Haga (Van Haga):
Sorry, ik heb een fout gemaakt bij de motie op stuk nr. 7 (35505). Daar wil ik tegen hebben gestemd.

De voorzitter:
Dan zal deze opmerking in de Handelingen worden opgenomen.

In stemming komt de motie-Van Haga/Baudet (35505, nr. 19).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol/Van Kooten-Arissen, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemming brief Parlementaire ondervraging kinderopvangtoeslag

Aan de orde is de stemming over de brief van het Presidium over een voorstel voor een parlementaire ondervraging kinderopvangtoeslag (35510, nr. 1).

De voorzitter:
Ik stel voor conform het voorstel van het Presidium te besluiten en in te stemmen met het voorgelegde onderzoeksvoorstel en het instellen van een commissie parlementaire ondervraging Kinderopvangtoeslag.

Daartoe wordt besloten.

Stemming Uitvoeringswet verordening (EU) 2018/858)

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering van verordening (EU) 2018/858 en andere besluiten van de Europese Unie betreffende de goedkeuring van en het marktoezicht op motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd (Uitvoeringswet verordening (EU) 2018/858) (35427).

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en Van Haga voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Over het volgende agendapunt gingen we hoofdelijk stemmen, toch? Dan gaan we gelijk naar agendapunt 24.

Stemmingen moties Mijnbouw/Groningen

Aan de orde zijn de stemmingen over aangehouden moties, ingediend bij het debat over Mijnbouw/Groningen,

te weten:

  • de motie-Sienot c.s. over duidelijkheid geven aan bewoners in Opwierde (33529, nr. 758);
  • de motie-Dik-Faber over één regime hanteren in dorpen waar een gebiedsgerichte aanpak geldt (33529, nr. 761).

(Zie notaoverleg van 27 mei 2020.)

De voorzitter:
De motie-Sienot c.s. (33529, nr. 758) is in die zin gewijzigd en nader gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Sienot, Agnes Mulder, Aukje de Vries, Dik-Faber en Beckerman, en luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de vergeten huizen in Opwierde in Appingedam al jaren wachten op de versterking van hun woning die vanwege de gaswinning als onveilig is bestempeld;

constaterende dat in 2017 al is gesproken over versterken in deze wijk;

overwegende dat deze inwoners lijden onder de onzekerheid en de onduidelijkheid over de versterking van hun woning;

verzoekt de regering deze zomer het voortouw te nemen om samen met bewoners, NCG, woningbouwcorporaties en de gemeente tot een structurele oplossing te komen voor de vergeten huizen in Opwierde;

verzoekt de regering tevens de Kamer daarover in de eerste week van september te informeren, inclusief de resultaten van een bewonersonderzoek, zodat lessen getrokken kunnen worden voor de aanpak van ongelijkheid bij de versterking in volgende straten, buurten en wijken,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. 784, was nr. 758 (33529).

De motie-Dik-Faber (33529, nr. 761) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Dik-Faber, Agnes Mulder, Aukje de Vries en Sienot, en luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat voor de versterking verschillende regimes worden gehanteerd;

overwegende dat dit rationeel te verklaren is, maar voorbijgaat aan de sociaal-emotionele impact daarvan;

overwegende dat het hanteren van verschillende spelregels leidt tot schrijnende situaties zoals in Opwierde en Overschild, waarbij de onderlinge verhoudingen en solidariteit in gemeenschappen onder druk staan;

verzoekt de regering om — in overleg met de regio — in dorpen, wijken en straten waar onuitlegbare scheidslijnen zijn ontstaan, logische clustering en maatwerk mogelijk te maken en aldus breuklijnen te herstellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 785, was nr. 761 (33529).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

In stemming komt de nader gewijzigde motie-Sienot c.s. (33529, nr. 784, was nr. 758).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze nader gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

Mevrouw Sazias.

Mevrouw Sazias (50PLUS):
Voorzitter, ik heb het even gemist, maar hebben we nou over agendapunt 23 gestemd?

De voorzitter:
Nee, daar gaan we hoofdelijk over stemmen. Maar misschien dat u er toen nog niet was, want dat werd aan het begin gevraagd.

In stemming komt de gewijzigde motie-Dik-Faber c.s. (33529, nr. 785, was nr. 761).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemming motie Europese Green Deal

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over de Europese Green Deal,

te weten:

  • de motie-Van Raan over bij voorstellen uit de Green Deal rekening houden met welvaart in brede zin (35377, nr. 8).

(Zie vergadering van 25 juni 2020.)

De voorzitter:
De motie-Van Raan (35377, nr. 8) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende de aangenomen motie-Van Raan/Beckerman (34298, nr. 24);

constaterende de aangenomen motie-Van Raan (35470, nr. 9);

verzoekt de regering bij de verdere behandeling van de voorstellen die voortkomen uit de Green Deal rekening te houden met welvaart in brede zin,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 19, was nr. 8 (35377).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Raan (35377, nr. 19, was nr. 8).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, het CDA en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemming motie Liquiditeitssteun Aruba, Curaçao en Sint-Maarten

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van Koninkrijksrelaties (IV) voor het jaar 2020 (Incidentele suppletoire begroting inzake liquiditeitssteun Aruba, Curaçao en Sint Maarten),

te weten:

  • de motie-Diertens over instellen van een gemeenschappelijke adviescommissie voor coronamaatregelen (35443, nr. 5).

(Zie vergadering van 20 mei 2020.)

De voorzitter:
De motie-Diertens (35443, nr. 5) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de coronacrisis voor Aruba, Curaçao en Sint-Maarten ingrijpende gevolgen heeft op economisch, sociaal en financieel gebied;

constaterende dat het in maart 2020 aan de Tweede Kamer uitgebrachte onderzoeksrapport "Kleine eilanden, grote uitdagingen" bevestigt dat de coronacrisis de kwetsbaarheid van kleinschaligheid, de zogenaamde "silent crisis" in de Caribische regio en het gebrek aan noodzakelijk onderhoud aan de economieën en de overheidsfinanciën van Curaçao, Aruba en Sint-Maarten aantoont;

constaterende dat zowel structurele economische hervormingen als de ontwikkeling van een meer robuuste en diverse economie in het Caribisch deel van het Koninkrijk nodig zijn en meer in onderling overleg bevorderd kunnen worden;

overwegende dat het daarom van belang is dat toezicht op de in het kader van liquiditeitssteun afgesproken voorwaarden zich niet beperkt tot het controleren van begrotingsdiscipline, maar ook helpt om de economische structuur van de CAS-eilanden op middellange en lange termijn te versterken, verduurzamen en verbreden;

overwegende dat op grond van artikel 37 van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden Nederland, Aruba, Curaçao en Sint-Maarten zo veel mogelijk overleg zullen plegen omtrent alle aangelegenheden waarbij belangen van twee of meer van de landen zijn betrokken;

overwegende dat daartoe bijzondere vertegenwoordigers kunnen worden aangewezen en gemeenschappelijke organen worden ingesteld;

verzoekt de regering om samen met Aruba, Curaçao en Sint-Maarten te bezien of een gemeenschappelijk Koninkrijksorgaan en/of bijzondere vertegenwoordigers kunnen worden ingesteld om invulling te geven aan de ambitie om de CAS-eilanden sociaal-economisch sterker en weerbaarder te maken en daaraan te werken in nauwe samenwerking tussen de vier landen van het Koninkrijk,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 6, was nr. 5 (35443).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Diertens (35443, nr. 6, was nr. 5).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen en D66 voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Meneer Van Nispen.

De heer Van Nispen (SP):
Een eind terug op de stemmingslijst hebben wij een foutje gemaakt bij agendapunt 3, over de Wet inburgering.

De voorzitter:
Huh? Helemaal ...

De heer Van Nispen (SP):
Dat is lang geleden alweer, hè? Het was al een fout en dan kom je er ook nu pas achter. We waren toch vóór het amendement op stuk nr. 52 (35483).

De voorzitter:
Deze opmerking zal worden opgenomen in de Handelingen.

Mevrouw Tellegen.

Mevrouw Tellegen (VVD):
Ik neem u nog verder mee terug, nu we toch bezig zijn, naar de motie op stuk nr. 356 (32820) bij agendapunt 2, het notaoverleg over cultuur en corona. Daar staan wij geregistreerd als vóór, maar dat moet tegen zijn.

De voorzitter:
Dan zal deze opmerking in de Handelingen worden opgenomen. Gelukkig. Het duurt even, maar het komt wel goed.

Stemmingen Vereenvoudiging van de grondslagen van de bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten van de scholen vo

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met vereenvoudiging van de grondslagen van de bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten van de scholen voor voortgezet onderwijs (vereenvoudiging grondslagen bekostiging vo-scholen) (35354).

(Zie wetgevingsoverleg van 1 juli 2020.)

De voorzitter:
Het amendement-Van den Hul (stuk nr. 11) is ingetrokken.

Ik stel vast dat daarmee wordt ingestemd.

In stemming komt het amendement-Van den Hul (stuk nr. 16).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, het CDA en de ChristenUnie voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het amendement-Rog/Van Meenen (stuk nr. 12).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het amendement-Kwint (stuk nr. 14).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Westerveld (stuk nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van het amendement-Van den Hul (stuk nr. 16), het amendement-Rog/Van Meenen (stuk nr. 12) en het gewijzigde amendement-Westerveld (stuk nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Mevrouw Van Esch.

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Volgens mij zijn wij niet genoemd bij het amendement-Westerveld op stuk nr. 13. Wij zijn voor dat amendement.

De voorzitter:
Deze opmerking zal in de Handelingen worden opgenomen.

Stemming motie Vereenvoudiging van de grondslagen van de bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten van de scholen vo

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van onder meer de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met vereenvoudiging van de grondslagen van de bekostiging voor personeels- en exploitatiekosten van de scholen voor voortgezet onderwijs (vereenvoudiging grondslagen bekostiging vo-scholen),

te weten:

  • de motie-Westerveld over het monitoren van de gevolgen van het bekostigingsmodel voor brede schoolgemeenschappen en segregatie (35354, nr. 15).

(Zie wetgevingsoverleg van 1 juli 2020.)

In stemming komt de motie-Westerveld (35354, nr. 15).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FvD ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Voorjaarsnota 2020

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de Voorjaarsnota 2020,

te weten:

  • de motie-Tony van Dijck over een plan om de consumptie en daarmee de economie een boost te geven (35450, nr. 5);
  • de motie-Tony van Dijck over overleg met de financiële sector over een ruimhartiger kredietverlening (35450, nr. 6);
  • de motie-Slootweg c.s. over een speciale ombudsman voor belastingzaken (35450, nr. 7);
  • de motie-Nijboer over terugkomen op de verlaging van de winstbelasting (35450, nr. 8);
  • de motie-Nijboer over tegemoetkomen aan budgettaire problemen bij gemeenten (35450, nr. 9);
  • de motie-Bruins over onderzoeken of een schuldenopkoopfonds kan bijdragen aan economische groei op lange termijn (35450, nr. 10);
  • de motie-Stoffer/Snels over een tussentijdse evaluatie door de Algemene Rekenkamer naar de steunmaatregelen (35450, nr. 11).

(Zie vergadering van 1 juli 2020.)

De voorzitter:
De motie-Nijboer (35450, nr. 9) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Nijboer en Kuiken. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 13, was nr. 9 (35450).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

De motie-Stoffer/Snels (35450, nr. 11) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de afgelopen maanden diverse steunmaatregelen zijn opgezet met grote budgettaire gevolgen, om de gevolgen van de coronacrisis voor ondernemers, werknemers en zzp'ers en anderen op te vangen;

overwegende dat de steunmaatregelen met grote spoed zijn ingevoerd, wat gezien de noodzaak daarvan begrijpelijk is, maar dat dit gevolgen kan hebben voor de doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid van de maatregelen;

spreekt uit bij de Algemene Rekenkamer een voorstel voor te leggen om een tussentijdse evaluatie uit te voeren naar de steunmaatregelen die genomen zijn in het kader van de coronacrisis, waarin in ieder geval ingegaan wordt op de doelmatigheid en de doeltreffendheid, alsmede op de rechtmatigheid daarvan,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 12, was nr. 11 (35450).

In stemming komt de motie-Tony van Dijck (35450, nr. 5).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Tony van Dijck (35450, nr. 6).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Slootweg c.s. (35450, nr. 7).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FvD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Nijboer (35450, nr. 8).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Nijboer/Kuiken (35450, nr. 13, was nr. 9).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de SGP, de PVV en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bruins (35450, nr. 10).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen Voorjaarsnota 2020

Aan de orde is de stemming over de Voorjaarsnota 2020.

(Zie vergadering van 1 juli 2020.)

De voorzitter:
Ik stel voor de Kamerstukken 35450, hoofdstukken I t/m VII, X, XII, XIII en XIV en de fondsen A en J zonder stemming aan te nemen.

Daartoe wordt besloten.

Wijziging van de begrotingsstaat van het Gemeentefonds voor het jaar 2020 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het gemeentefonds voor het jaar 2020 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (35450-B).

In stemming komt het amendement-Asscher (stuk nr. 3, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en Krol/Van Kooten-Arissen voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 3 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Wijziging van de begrotingsstaat van het Provinciefonds voor het jaar 2020 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het provinciefonds voor het jaar 2020 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (35450-C).

In stemming komt het amendement-Gijs van Dijk (stuk nr. 4, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen en Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 4 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2020 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2020 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (35450-VIII).

In stemming komt het amendement-Van den Berge (stuk nr. 7, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de PVV, FvD en Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 7 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Asscher (stuk nr. 3).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen en Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het amendement-Asscher (stuk nr. 4).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en Krol/Van Kooten-Arissen voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en Van Haga voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de fractie van FvD ertegen, zodat het is aangenomen.

Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) en de begrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2020 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) en de begrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2020 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (35450-IX).

In stemming komt het amendement-Alkaya c.s. (stuk nr. 4) tot het invoegen van een artikel 13.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, 50PLUS en Krol/Van Kooten-Arissen voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2020 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2020 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (35450-XV).

In stemming komt het amendement-Asscher (stuk nr. 3).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen en Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2020 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2020 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (35450-XVI).

In stemming komt het amendement-Ellemeet/Kerstens (stuk nr. 9).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de PVV en FvD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het amendement-Alkaya/Van Gerven (stuk nr. 6).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de PVV en FvD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Klaver/Ellemeet (stuk nr. 8).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de PVV, FvD en Van Haga voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen Wijziging van de begrotingsstaat van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (XVII) voor het jaar 2020 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (XVII) voor het jaar 2020 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (35450-XVII).

In stemming komt het amendement-Alkaya c.s. (stuk nr. 4).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en Krol/Van Kooten-Arissen voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemming motie Veiligheid

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over Veiligheid,

te weten:

  • de motie-Van der Graaf/Kuiken over een actieplan om verzuim en uitstroom terug te dringen bij de AVIM (29628, nr. 952).

(Zie notaoverleg van 8 juni 2020.)

De voorzitter:
De motie-Van der Graaf/Kuiken (29628, nr. 952) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de ambitie vanuit het regeerakkoord om de aanpak van mensenhandel te versterken onder meer is uitgewerkt in kwalitatieve doelstellingen in de Veiligheidsagenda, maar dat deze doelstellingen voor 2019 niet zijn behaald en voor 2020 mogelijk naar beneden worden bijgesteld;

constaterende dat met de motie-Segers/Asscher jaarlijks 10 miljoen extra wordt geïnvesteerd in de AVIM, de mensenhandelpolitie, maar dat de AVIM kampt met een hoger verzuim en een hogere gemiddelde leeftijd en dus een hogere uitstroom in vergelijking met andere politie-eenheden;

verzoekt de regering alles in het werk te stellen om de originele kwantitatieve doelstellingen mensenhandel vanuit de Veiligheidsagenda niet naar beneden bij te stellen, die te behalen en de Kamer over de voortgang hiervan te informeren;

verzoekt de regering tevens een actieplan op te stellen om het bovengemiddelde verzuim en de hogere uitstroom binnen de AVIM terug te dringen en bovendien aan te geven of de extra middelen vanuit de motie-Segers/Asscher hiervoor afdoende zijn, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 963, was nr. 952 (29628).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van der Graaf/Kuiken (29628, nr. 963, was nr. 952).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemming motie Europese top van 12 en 13 december 2019

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over de Europese top van 12 en 13 december 2019,

te weten:

  • de motie-Ouwehand/Van Raan over energie uit houtige biomassa niet langer als duurzame energie aanmerken (21501-20, nr. 1499).

(Zie vergadering van 10 december 2019.)

De voorzitter:
De motie-Ouwehand/Van Raan (21501-20, nr. 1499) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het classificeren van energie uit (houtige) biomassa als duurzame (hernieuwbare) energie door de gezamenlijke Europese Academies van Wetenschappen (EASAC) sterk bekritiseerd wordt;

constaterende dat de verbranding van houtige biomassa leidt tot grootschalige boskap en een verhoogde CO2-concentratie;

spreekt uit dat (vooralsnog afgezien van biomassa uit houtafval afkomstig uit een straal van maximaal 100 km van de centrale) houtige biomassa niet kan worden gezien als bron voor duurzame hernieuwbare energie;

verzoekt de regering er bij de Europese Commissie op aan te dringen deze houtige biomassa niet langer als duurzame (hernieuwbare) energie aan te merken,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1559, was nr. 1499 (21501-20).

Op verzoek van mevrouw Ouwehand stel ik voor haar gewijzigde motie (21501-20, nr. 1559, was nr. 1499) opnieuw aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Stemming motie Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (XIII) voor het jaar 2020

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (XIII) voor het jaar 2020,

te weten:

  • de gewijzigde motie-Van Raan/Van Haga over streven naar zo min mogelijk biomassacentrales en voorkomen van wildgroei (35300-XIII, nr. 104, was nr. 72).

(Zie vergadering van 20 november 2019.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Van Raan stel ik voor zijn gewijzigde motie (35300-XIII, nr. 104, was nr. 72) opnieuw aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Stemmingen moties Institutioneel racisme in Nederland

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over institutioneel racisme in Nederland,

te weten:

  • de motie-Asscher/Pieter Heerma over een Staatscommissie Discriminatie en Racisme (30950, nr. 186);
  • de motie-Asscher/Jetten over aandacht voor racisme, discriminatie en antisemitisme in de lerarenopleiding en opleidingen voor de jeugdzorg (30950, nr. 187);
  • de gewijzigde motie-Asscher/Jetten over overheidsopdrachten alleen voor organisaties en bedrijven met een stevig antidiscriminatiebeleid (30950, nr. 201, was nr. 188);
  • de motie-Marijnissen c.s. over het verbod op discriminatie betrekken bij de kwaliteitseisen voor uitzendbureaus (30950, nr. 189);
  • de motie-Marijnissen c.s. over het niet mogen weigeren van leerlingen door bijzondere scholen (30950, nr. 190);
  • de motie-Wilders over uitspreken dat Nederlanders geen racisten zijn (30950, nr. 191);
  • de motie-Wilders over het keren van de islamisering als middel om discriminatie te bestrijden (30950, nr. 192);
  • de motie-Wilders over uitspreken dat Zwarte Piet zwart moet blijven (30950, nr. 193);
  • de motie-Azarkan c.s. over van 1 juli een nationale vrije dag maken (30950, nr. 194);
  • de motie-Azarkan/Jetten over een Nationaal Coördinator Discriminatiebestrijding die toegang heeft tot de ministerraad (30950, nr. 195);
  • de motie-Azarkan/Jetten over mensenrechten en antidiscriminatie in de kerndoelen van het onderwijs (30950, nr. 196);
  • de motie-Azarkan over uitspreken dat Zwarte Piet een kwetsende karikatuur is (30950, nr. 197);
  • de motie-Azarkan over onderzoek naar microagressie en institutioneel racisme in het hoger onderwijs (30950, nr. 198);
  • de motie-Azarkan over geen risicoprofielen hanteren waarvan etniciteit deel uitmaakt (30950, nr. 199);
  • de motie-Azarkan over bindende regelgeving voor redelijke verdenkingen (30950, nr. 200);
  • de motie-Azarkan over een toets op beroepsmatige discriminatie en etnisch profileren bij de rijksoverheid (30950, nr. 201);
  • de motie-Jetten c.s. over excuses voor de rol van Nederland in het slavernijverleden (30950, nr. 202);
  • de motie-Jetten c.s. over een nationaal coördinator discriminatie en racisme aanstellen (30950, nr. 203);
  • de motie-Jetten c.s. over een meldplicht voor racistische of discriminerende verzoeken op de arbeidsmarkt en de woningmarkt (30950, nr. 204);
  • de motie-Klaver/Jetten over van het jaar 2023 een herdenkingsjaar maken (30950, nr. 205);
  • de motie-Klaver c.s. over onderzoeken hoe het gebruik van risicoprofielen bijdraagt aan etnisch profileren (30950, nr. 206);
  • de motie-Ouwehand over de gouden koets niet meer in de oude hoedanigheid inzetten (30950, nr. 207);
  • de motie-Ouwehand over al het betwiste erfgoed in Nederland in kaart brengen (30950, nr. 208);
  • de motie-El Yassini over een bredere invulling van het diversiteitsbeleid (30950, nr. 209).

(Zie vergadering van 1 juli 2020.)

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand verzoekt om een hoofdelijke stemming over de motie op stuk nr. 202. Over deze motie zal vanavond of vannacht worden gestemd.

De heer Azarkan verzoekt zijn aangehouden motie op stuk nr. 195 in stemming te brengen.

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Ouwehand stel ik voor haar motie (30950, nr. 207) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Azarkan/Jetten (30950, nr. 195) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, teneinde focus en gewicht in de discriminatiebestrijding te leggen, hiervoor een Nationaal Coördinator Discriminatiebestrijding (NCDB) met voldoende middelen aan te stellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 211, was nr. 195 (30950).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Asscher/Pieter Heerma (30950, nr. 186).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Asscher/Jetten (30950, nr. 187).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Asscher/Jetten (30950, nr. 201, was nr. 188).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66 en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Marijnissen c.s. (30950, nr. 189).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Marijnissen c.s. (30950, nr. 190).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en Krol/Van Kooten-Arissen voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Wilders (30950, nr. 191).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, de PVV en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Wilders (30950, nr. 192).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Wilders (30950, nr. 193).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Azarkan c.s. (30950, nr. 194).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en D66 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Azarkan/Jetten (30950, nr. 211, was nr. 195).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Azarkan/Jetten (30950, nr. 196).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Azarkan (30950, nr. 197).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en D66 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Azarkan (30950, nr. 198).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66 en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Azarkan (30950, nr. 199).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en Krol/Van Kooten-Arissen voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Azarkan (30950, nr. 200).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Azarkan (30950, nr. 201).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen en D66 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Over de motie op stuk nr. 202 gaan we vanavond hoofdelijk stemmen.

In stemming komt de motie-Jetten c.s. (30950, nr. 203).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Mevrouw Tellegen.

Mevrouw Tellegen (VVD):
Ik ben even in de war, want wij hadden staan onder de motie op stuk nr. 195 dat die zou worden aangehouden, maar die is net wel in stemming gebracht.

De voorzitter:
Er staat vetgedrukt boven dat die aangehouden motie alsnog in stemming zou worden gebracht.

Mevrouw Tellegen (VVD):
Daar worden wij dan geacht tegen te hebben gestemd, excuses.

De voorzitter:
Die is aangenomen.

In stemming komt de motie-Jetten c.s. (30950, nr. 204).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Klaver/Jetten (30950, nr. 205).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Klaver c.s. (30950, nr. 206).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

De motie op stuk nr. 207 is aangehouden.

In stemming komt de motie-Ouwehand (30950, nr. 208).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-El Yassini (30950, nr. 209).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol/Van Kooten-Arissen, de VVD, het CDA, de ChristenUnie en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemming motie Mensenrechtenrapportage

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over de mensenrechtenrapportage,

te weten:

  • de nader gewijzigde motie-Van Helvert/Voordewind over een stevig mandaat voor een nieuwe EU-religiegezant (32735, nr. 306, was nr. 305).

(Zie notaoverleg van 22 juni 2020.)

In stemming komt de nader gewijzigde motie-Van Helvert/Voordewind (32735, nr. 306, was nr. 305).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze nader gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Initiatiefnota over een effectievere aanpak van antisemitisme

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de initiatiefnota Over een effectievere aanpak van antisemitisme,

te weten:

  • de motie-Markuszower/Wilders over verbieden van de immigratie uit islamitische landen (35164, nr. 5);
  • de motie-Markuszower/Wilders over zorgen dat alle Joodse evenementen en synagogediensten in veiligheid kunnen plaatsvinden (35164, nr. 6);
  • de motie-Van Wijngaarden/Van der Graaf over uitvoering geven aan de beslispunten uit de initiatiefnota (35164, nr. 7);
  • de motie-Jasper van Dijk over intensiveren van de aanpak van racisme op internet (35164, nr. 8);
  • de motie-Paternotte c.s. over een pilot met de inzet van gespecialiseerde rechercheurs (35164, nr. 9);
  • de motie-Van der Graaf c.s. over in het leven roepen van een nationaal coördinator antisemitismebestrijding (35164, nr. 10);
  • de motie-Bisschop over inrichten van speciale eenheden voor het aanpakken van antisemitisme (35164, nr. 11).

(Zie notaoverleg van 1 juli 2020.)

De voorzitter:
De motie-Jasper van Dijk (35164, nr. 8) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat uitingen van antisemitisme en racisme onaanvaardbaar zijn, ook als zij online worden gedaan;

verzoekt de regering te inventariseren op welke manier de aanpak van racisme op internet geïntensiveerd kan worden, en de Kamer daarover voor het eind van het jaar te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 12, was nr. 8 (35164).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Markuszower/Wilders (35164, nr. 5).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fractie van de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Markuszower/Wilders (35164, nr. 6).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol/Van Kooten-Arissen, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Wijngaarden/Van der Graaf (35164, nr. 7).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Jasper van Dijk (35164, nr. 12, was nr. 8).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Paternotte c.s. (35164, nr. 9).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Graaf c.s. (35164, nr. 10).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de SP ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bisschop (35164, nr. 11).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de SGP, de ChristenUnie, de PVV en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

De heer Azarkan.

De heer Azarkan (DENK):
Voorzitter, een wijziging. Wij worden geacht om tegen de motie op stuk nr. 7 (35164) te hebben gestemd.

De voorzitter:
Dan zal deze opmerking in de Handelingen worden opgenomen.

Stemming motie Tijdelijke wet Groningen

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Tijdelijke maatregelen inzake een publiekrechtelijke aanpak van de gevolgen van bodembeweging door gaswinning uit het Groningenveld en de gasopslag bij Norg (Tijdelijke wet Groningen),

te weten:

  • de motie-Dik-Faber over het bewijsvermoeden laten gelden in het protocol immateriële schade (35250, nr. 31).

(Zie vergadering van 14 januari 2020.)

De voorzitter:
De motie-Dik-Faber (35250, nr. 31) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Dik-Faber, Agnes Mulder, Aukje de Vries en Sienot, en luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de gaswinning in Groningen niet enkel voor schade aan gebouwen heeft gezorgd, maar ook voor immateriële schade, zoals schade aan de gezondheid van mensen;

constaterende dat de Tijdelijke wet Groningen ertoe strekt om alle schade die het gevolg is van gaswinning in Groningen ruimhartig te vergoeden, waaronder immateriële schade, waardedaling van woningen en kosten die een gedupeerde moet maken om schade aan te tonen;

verzoekt de regering om in overleg met het IMG, het Instituut Mijnbouwschade Groningen, te bezien of zij in de werkwijze voor immateriële schade kan opnemen dat immateriële schade, in het bijzonder schade aan de gezondheid, op een rechtvaardige wijze wordt vergoed zonder dat bewoners in juridische procedures worden getrokken, en dat wanneer er sprake is van twijfel in het voordeel van bewoners wordt beslist,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 43, was nr. 31 (35250).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

Mevrouw Van Esch.

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Excuses, voorzitter, ook wij gaan nog even een klein stukje terug in de stemmingslijst, naar punt 27, de stemmingen over het wetsvoorstel vereenvoudiging grondslagen bekostiging vo-scholen. Wij hadden voor het amendement op stuk nr. 16 (35354) willen stemmen, maar hebben tegengestemd.

De voorzitter:
Oké, dat kan gebeuren. Dan zal deze opmerking in de Handelingen worden opgenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Dik-Faber c.s. (35250, nr. 43, was nr. 31).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemming motie Ontwikkelingen rondom het coronavirus

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over de ontwikkelingen rondom het coronavirus d.d. 7 mei 2020,

te weten:

  • de motie-Van Brenk over organiseren van een nationaal moment van rouw (25295, nr. 338).

(Zie vergadering van 7 mei 2020.)

De voorzitter:
De motie-Van Brenk (25295, nr. 338) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Van Brenk, Van der Molen, Dik-Faber en Wilders, en luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat vanwege de coronamaatregelen vele Nederlanders de uitvaart van een naaste niet fysiek hebben kunnen bijwonen en er veel Nederlanders aan de gevolgen van het coronavirus zijn overleden;

constaterende dat uitvaartorganisaties en maatschappelijke organisaties voornemens zijn in november van dit jaar herinneringsbijeenkomsten te organiseren om een aanvullende gelegenheid tot afscheid te bieden;

verzoekt de regering via het ministerie van Binnenlandse Zaken het gesprek met deze initiatiefnemers op te pakken en met hen toe te werken naar een landelijk moment van rouw, en daarbij mee te wegen of het Rijk actief kan bijdragen door vlaggen halfstok te hangen en/of één minuut stilte in acht te laten nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 453, was nr. 338 (25295).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Brenk c.s. (25295, nr. 453, was nr. 338).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FvD ertegen, zodat zij is aangenomen.

Forum voor Democratie heeft ook voor de motie op stuk nr. 338 (25295) gestemd.

De stemming onder punt 45 is aangehouden.

Stemming motie Wet hardheidsaanpassing Awir

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen in verband met uitbreiding van de hardheidsclausule en invoering van een hardheidsregeling en een vangnetbepaling (Wet hardheidsaanpassing Awir),

te weten:

  • de motie-Azarkan over een brede doorlichting waarin alle uitvoeringsdiensten worden getoetst op beroepsmatig discrimineren (35468, nr. 25).

(Zie vergadering van 17 juni 2020.)

De voorzitter:
De motie-Azarkan (35468, nr. 25) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de staatssecretaris aangifte heeft gedaan van een vermoeden van beroepsdiscriminatie en knevelarij, gepleegd door de Belastingdienst;

overwegende dat het van belang is dat niemand wordt beoordeeld op afkomst of achternaam, en dat dit buiten twijfel gesteld dient te worden;

overwegende dat de Nationale ombudsman heeft aangegeven dat vooroordelen en vooringenomenheid in brede lagen van de overheid voorkomen;

verzoekt de regering een doorlichting te organiseren waarin alle uitvoeringsdiensten van de rijksoverheid worden getoetst op beroepsmatig discrimineren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 40, was nr. 25 (35468).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Azarkan (35468, nr. 40, was nr. 25).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen en D66 voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de stemmingen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:
Aangezien alle sprekers zich hebben teruggetrokken, zal een aantal VAO's van de agenda worden afgevoerd. Dat zijn niet de VAO's die op het schema van vandaag staan, zeg ik jullie maar vast. Ik zou dat ook wel willen.

Het betreft:

  • het VAO Evaluatie Wet hervorming herziening ten voordele;
  • het VAO Strafrechtelijke onderwerpen;
  • het VAO Strafrechtketen;
  • het VAO Inburgering en integratie;
  • het VAO Jemen;
  • het VSO Weging Nederlandse vertegenwoordigingen in het buitenland;
  • het VSO Raad Buitenlandse Zaken Ontwikkelingssamenwerking;
  • het VAO Internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (imvo).

Op verzoek van de aanvragers stel ik voor van de agenda af te voeren:

  • het debat over de toekomst van ons geldstelsel;
  • het debat over het bericht dat de overheid minder 50-plussers in dienst heeft genomen;
  • het debat over de controle op mensen met een uitkering;
  • het debat over het breed moratorium schulden;
  • het debat over een mogelijk einde aan een collectief pensioen voor de schoonmaakbranche;
  • het debat over fraude met mestvergisting;
  • het debat over een inval bij een veevoederbedrijf dat vervuilde producten als gecertificeerd en veilig zou verkopen;
  • het debat over chemische bestrijdingsmiddelen in het drinkwater;
  • het debat over het lot van jonge dieren in de zuivelketen;
  • het debat over brandveiligheid in stallen.

Ik stel voor de volgende wetsvoorstellen toe te voegen aan de agenda van de Kamer:

  • Wijziging van een aantal onderwijswetten in verband met verduidelijking van de burgerschapsopdracht aan scholen in het funderend onderwijs (35352);
  • Wijziging van de Wet op rechterlijke organisatie in verband met het wegnemen van belemmeringen voor gerechten bij het verlenen van onderlinge bijstand in geval van gebrek aan voldoende zittingscapaciteit (35375);
  • Wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek teneinde te voorzien in een adviesrecht voor gemeenten bij de procedure rond beschermingsbewind wegens problematische schulden (35428);
  • Wijziging van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens in verband met het mogelijk maken van het in bepaalde gevallen weigeren van afgifte van een verklaring omtrent het gedrag op basis van politiegegevens (35355);
  • Aanpassing van enkele wetten ter uitvoering van de Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (EOM) (PbEU 2017, L 283) (Invoeringswet EOM) (35429);
  • Regels inzake instelling van een Mobiliteitsfonds (Wet Mobiliteitsfonds) (35426);
  • Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 en enkele andere wetten in verband met de uitvoering van verordening (EU) 2018/858 en andere besluiten van de Europese Unie betreffende de goedkeuring van en het marktoezicht op motorvoertuigen, aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd (Uitvoeringswet verordening (EU) 2018/858) (35427);
  • Tijdelijke bepaling in verband met de informatieverstrekking aan het RIVM bij de bestrijding het novel coronavirus (2019-nCoV) (Tijdelijke wet informatieverstrekking RIVM i.v.m. COVID-19) (35479);
  • Wijziging van de Wet implementatie EU-richtlijnen energie-efficiëntie teneinde een grondslag op te nemen voor de energie-audit (35435);
  • Voorstel van wet van de leden Wilders en Emiel van Dijk tot wijziging van de Vreemdelingenwet in verband met afschaffing van de dwangsomregeling bij asielaanvragen (Noodwet afschaffing dwangsomregeling ter voorkoming van misbruik door asielzoekers) (35406).

Ik deel mee dat het lid Van Haga bij de stemmingen op dinsdag 30 juni jongstleden over Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2020 (35473) geacht wenst te worden vóór het amendement-Gijs van Dijk op stuk nr. 4 en vóór het amendement-Smeulders op stuk nr. 7 te hebben gestemd.

Ik stel voor toe te voegen aan de agenda van voor het reces:

  • het VSO Subsidieregeling abortusklinieken (29214, nr. 83), met als eerste spreker de heer Van der Staaij namens de SGP.

Ik stel voor toe te voegen aan de agenda van na het reces:

  • het VAO Digitalisering, met als eerste spreker het lid Middendorp namens de VVD;
  • het VSO Eindrapport Expertgroep inzake politieke steun aan interstatelijk geweldsgebruik en inzake humanitaire interventie (29521, nr. 406), met als eerste spreker mevrouw Karabulut namens de SP.

Ik benoem in de parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag de leden Van Wijngaarden, Van Aalst, Van Dam, Belhaj, Van der Lee, Leijten, Kuiken, Azarkan en Van Kooten-Arissen.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de regeling.

Fouten bij het onderzoek naar afstand en adoptie in Nederland

Fouten bij het onderzoek naar afstand en adoptie in Nederland

Aan de orde is het debat over fouten bij het onderzoek naar afstand en adoptie in Nederland.

De voorzitter:
Dan gaan we nu naar het volgende onderwerp, namelijk het debat over fouten bij het onderzoek naar afstand en adoptie in Nederland. Ik heet de minister voor Rechtsbescherming van harte welkom, en natuurlijk ook de woordvoerders. En ik geef als eerste spreker mevrouw Bergkamp het woord namens D66.

Mevrouw Bergkamp (D66):
Voorzitter, dank u wel. Mijn bijdrage is ook namens de PvdA. Met toestemming deel ik hier een heel klein deel van het verhaal van Georgia Gradenwitz-Kemp, een van de duizenden aangrijpende verhalen over afstand en adoptie.

In de eerste maanden van mijn leven verkeerden mijn moeder en ik in een uiterst onveilige situatie. Als opgejaagd wild trok ze met mij van hot naar her. Dit alles om onvindbaar te blijven voor de instanties die eropuit waren ons te scheiden. De raadsmedewerkers en de politiebrigadiers die mijn moeder toch wisten te traceren, schrijven rapporten waarin zij geen spaan heel laten van mijn moeder. Zo lees ik: "Deze vrouw is niet in staat om een goede moeder te zijn. De vrouw heeft de verkeerde levenswandel."

Daarna zal het leven nooit meer hetzelfde zijn voor hen. Met belanghebbenden heb ik mij hard gemaakt voor een onderzoek naar binnenlandse adoptie en afstand in de periode 1956-1984. Het is een zwarte bladzijde in onze geschiedenis. Het is belangrijk om die periode te erkennen, voor de moeders, de vaders en de kinderen. Een integer en onafhankelijk onderzoek is hiervoor noodzakelijk voor alle belanghebbenden. Maar uit de brieven van de minister en de vele reacties die ik heb gekregen van belanghebbenden begrijp ik dat er het nodige is misgegaan in het lopende onderzoek.

Voorzitter. In het onderzoek wordt de rol van de overheid onderzocht. Je zou dan verwachten dat het ministerie van Justitie en Veiligheid op afstand staat, maar niets is minder waar. De minister gaf in zijn brief aan dat Fiom de schriftelijke gespreksverslagen geanonimiseerd naar het Verwey-Jonker Instituut en het ministerie stuurden. Maar waren de verslagen wel anoniem voor het ministerie? Klopt het dat een projectleider gewoon toegang had tot alle verslagen? Het ministerie wilde verslagen bewaren als erfgoed en een boek over de verzamelde getuigenissen. Maar is daar wel behoefte aan? Is er überhaupt toestemming gegeven door de belanghebbenden om deze verslagen hiervoor te gebruiken? Is dit een keer ergens formeel gecommuniceerd, vraag ik de minister.

Voorzitter. Bij dit soort onderzoeken is zorgvuldigheid cruciaal, zeker kijkend naar het onderwerp van het onderzoek en de belanghebbenden waar het over gaat. In hoeverre is het meldpunt wetenschappelijk en zorgvuldig opgezet? We hebben verschillende signalen ontvangen dat dit niet het geval was. Klopt het dat bijvoorbeeld niet aan alle belanghebbenden gemeld is dat, als ze niet door Fiom een intake wilden, ze terechtkonden wij het Verwey-Jonker Instituut? Hoe kan het dat het meldpunt en het Verwey-Jonker Instituut niet standaard de verslagen teruggelegd hebben bij de belanghebbenden ter controle en ter akkoord? Hoe kan het dat de klachtenprocedure zo onduidelijk was en dat mensen klachten hebben ingediend en daarna nooit meer iets hebben gehoord?

Voorzitter. Bij dit onderzoek is de privacy van de belanghebbenden van fundamenteel belang. Hier zijn echter de nodige dingen fout gegaan. Klopt het dat niet gecommuniceerd is hoe en waar de verslagen conform de AVG-richtlijn worden opgeslagen? Hoe kan het dat een medewerker van Fiom per ongeluk een verslag naar een derde stuurde en niet naar de belanghebbende?

Voorzitter. Het gaat hier niet om een boodschappenlijstje. Het gaat hier om levensverhalen van mensen die in handen komen van anderen waarvan je dat gewoon niet wil. Wanneer was de minister op de hoogte van dit datalek? Hoe kan het dat een medewerker van Fiom, omdat de dossiers door elkaar zijn gehaald, per ongeluk tegen iemand zei: u heeft een zus? Dit kan gewoon niet!

Ook de transparantie en onafhankelijkheid van het onderzoek mogen niet ter discussie staan. Op welke wijze zijn de belanghebbenden voor het diepte-interview door het Verwey-Jonker Instituut geselecteerd? Wat zijn de criteria? Ik krijg daar maar geen antwoord op.

Voorzitter, afsluitend. Gezien dit alles wil ik pleiten voor het volgende. Ik wil dat een deskundige van statuur, zoals Micha de Winter, gevraagd wordt om te reflecteren op de aanpak van dit onderzoek tot nu toe, dat hij in gesprek gaat met alle partijen en met aanbevelingen komt voor hoe dit onderzoek op een zorgvuldige en verantwoordelijke wijze kan worden opgepakt en verder kan worden gebracht. Daarbij is het het belangrijkste dat de mensen om wie het gaat, de belanghebbenden, weer het vertrouwen krijgen in het onderzoek.

Voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Bergkamp. Dan is nu het woord aan mevrouw Van Toorenburg namens het CDA.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Voorzitter. Als je in de achteruitkijkspiegel van de tijd kijkt, slaat het je geregeld koud om het hart. Mijn moeder zei niet voor niks heel vaak tegen mij: het was vroeger helemaal niet beter. Zij herinnert zich nog de klaslokalen waarin in het voorste deel vloerbedekking was gelegd, in het midden zeil en achterin planken. Kinderen uit de voorname milieus zaten voorin, de "gewone kinderen" in het midden en achterin de weesjes. Met Pasen mochten de bevoorrechte kinderen die voorin zaten wat snoepgoed naar de wezen brengen.

Dat verhaal heeft mij als kind altijd heel erg aangegrepen. Nu raakt een andere onverkwikkelijke praktijk uit het verleden mij als moeder diep. Vrouwen, vaak meisjes nog, die per ongeluk zwanger waren geraakt maar die niet gehuwd waren, werden naar tehuizen voor ongehuwde moeders gebracht om daar de laatste maanden van hun zwangerschap verstopt door te brengen, te bevallen en hun kind af te staan. Of direct na de bevalling werd hun baby bij hen weggehaald, zoals collega Bergkamp aangaf. Dat heeft bij moeders en bij kinderen een immense pijn veroorzaakt. Het staat geschreven op die vele zwarte bladzijdes uit onze geschiedenis.

Gelukkig zijn we tot inkeer gekomen en begrijpen we dat dit soort praktijken onmenselijk zijn en dat ongehuwde moeders juist moeten worden geholpen, in vrijheid. Geen opgedrongen abortus en geen opgedrongen afstand, maar hulp bij het maken van de eigen keuze om uiteindelijk al dan niet het moederschap tot een succes te maken, in het belang van iedereen.

Dat gezegd hebbende moeten we met het verleden in het reine komen. Onderdeel daarvan is niet wegkijken bij wat er is misgegaan en het aangedane leed verzachten. Daartoe was een goede eerste aanzet gegeven met een meldpunt en een gedegen onderzoek. Maar nee. Het voelde voor de moeders al niet echt goed dat het Fiom een rol toebedeeld kreeg. Invoelbaar, maar we hebben daar als Kamer niet direct tegen geageerd. Daar zitten immers andere mensen met andere intenties.

Maar toen kwam de coronacrisis en ervaarden de betrokkenen en belanghebbenden dat er vanwege de tijd druk kwam om te melden. Collega Bergkamp en ik hebben schriftelijke vragen gesteld. Gelukkig is dat probleem opgelost en is het meldpunt langer opengebleven. We stelden ook vragen over de signalen die we kregen dat het onderzoek niet vlekkeloos zou verlopen.

Hoe bar en boos het was, konden wij toen echt niet bevroeden. We schrokken zó toen we de antwoorden op onze vragen kregen en de aanvullende brief lazen. Al die signalen die ons hadden bereikt, klopten dus. Zeer geëmotioneerde vrouwen werden telefonisch gehoord en hadden geen flauw idee hoe aan de andere kant van de lijn hun verhaal werd opgetekend. Ze kregen dat ook niet meer onder ogen. Als ze het wel onder ogen kregen, klopte er vaak van alles niet. Ze moesten ook nog vernemen dat hun zo intieme persoonlijke verhalen zomaar ergens terecht waren gekomen. Een datalek in zo'n extreem gevoelig dossier; hoe bestaat het? Kan de minister aangeven welke gevolgen dat datalek zal hebben? Het gaat hier om bijzondere persoonsgegevens. Vaak zijn het zelfs medische gegevens, waarvan de bescherming zeer strikt is. Verwacht de minister eigenlijk dat de Autoriteit Persoonsgegevens zal optreden en wellicht hoge boetes zal opleggen? Dat zou mij niets verbazen.

Niet alleen dat moet worden opgehelderd. De minister heeft ons ook geschreven welke maatregelen hij treft. Die behoeven nadere toelichting. Hij schrijft dat hij de onrust begrijpt. De onrust is door mevrouw Bergkamp heel helder geschetst. Dat hoef ik niet te herhalen. De vraag is eigenlijk of hij die ook betreurt. We lezen dat de minister hoopt dat alle partijen met de maatregelen eensgezind en met vertrouwen verder werken aan het gemeenschappelijke doel, namelijk de waarheid boven tafel krijgen. Hij spreekt uit vertrouwen te hebben in een goede afloop. Maar dan rijst natuurlijk de vraag hoe hij ervoor gaat zorgen dat de moeders en de kinderen dat vertrouwen ook weer krijgen. Wij willen vandaag hier in de zaal van de minister horen wat zijn inzet is, hoe het onderzoek zal voortgaan, wat de ouders kunnen verwachten, en wat de kinderen kunnen verwachten.

We hebben wel vertrouwen in het Verwey-Jonker Instituut, maar we vragen de minister of het niet veel zinniger is om iemand erbij aan te stellen die de regie kan voeren op het onderzoek en die kan kijken of het op een fatsoenlijke manier gaat, zoals collega Bergkamp ook al zei. Iemand met ervaring, bijvoorbeeld vanuit de Kinderombudsman of vanuit de commissie-De Winter. Ik hoor graag hoe de minister dit ziet, want het is van heel groot belang dat er duidelijkheid en rust komt bij de moeders en de kinderen. Dat zijn we aan hen verplicht. Ze hebben al zo veel doorstaan. Hun vertrouwen in de overheid is al nul komma nul. Hoe kunnen we hen anders recht in de ogen kijken?

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van Toorenburg. Dan geef ik zo het woord aan de heer Van Nispen namens de SP.

De heer Van Nispen (SP):
Dank u wel, voorzitter. Dit debat gaat over de verdrietige geschiedenis van jonge ongehuwde moeders die tussen 1956 en 1984 niet onder dwang, maar wel onder zware druk hun kind hebben moeten afstaan. Dat is inderdaad een zwarte bladzijde uit de geschiedenis van de Nederlandse verzorgingsstaat, zoals al terecht is gezegd. Dat feit moet natuurlijk volledig worden opgehelderd. Die geschiedenis moet worden beschreven. Wat is daar precies gebeurd en hoe heeft dat kunnen gebeuren? Het gaat om waarheidsvinding. Dat moet worden onderzocht. En dan is het schrijnend en intens verdrietig dat er bij zo'n belangrijk onderzoek over zo'n gevoelig onderwerp dit soort fouten worden gemaakt.

Er zijn grote fouten gemaakt bij de gegevensverwerking en bij de intakegesprekken, wat heeft geleid tot een enorme deuk in het vertrouwen van de mensen om wie het gaat, de ouders, maar zeker ook de kinderen. De vraag is hoe dit heeft kunnen gebeuren. De minister heeft wel erkend dat er fouten zijn gemaakt, maar hoe kon dit nu gebeuren? Opnieuw gaat het bij de overheid zo verschrikkelijk mis, zou ik willen zeggen, na alles wat er in de afgelopen tijd al zo verschrikkelijk mis is gegaan bij de overheid, als je kijkt naar andere heel grote en belangrijke onderwerpen.

Hoe heeft het bij dit onderwerp zo mis kunnen gaan? Was het wel zo verstandig om het ministerie, maar ook de Fiom en de Raad voor de Kinderbescherming zelf een nadrukkelijke rol te geven in het onderzoek, terwijl met name die instellingen juist onderwerp van het onderzoek waren? Hun rol werd juist onderzocht. Waarom is daarvoor gekozen?

De belangrijkste vraag van het debat is al gesteld: hoe gaat het vertrouwen hersteld worden? Het vertrouwen bij de ouders die het betreft en het vertrouwen van de kinderen die het betreft. Het gaat om duizenden mensen. Hoe gaat de minister dat vertrouwen herstellen?

Ik vind het een heel verstandige suggestie om een onafhankelijke deskundige van statuur aan te stellen, die moet bekijken wat er nog te redden valt van dit onderzoek in de huidige staat. Wij hebben belanghebbenden ertoe opgeroepen om het onderzoek zoals het nu loopt ook echt te schorsen, in afwachting van die onafhankelijke deskundige die dat gaat beoordelen. Dat lijkt ons verstandig. En is de minister bereid om de mensen om wie het gaat heel nadrukkelijk te betrekken? Ik weet niet precies in welke rol, maar volgens mij moet je altijd praten met de mensen die het betreft en moet je ook naar hen luisteren. Wat zijn hun wensen en hoe zou hun vertrouwen hersteld kunnen worden?

Dan heb ik nog een vraag over het onderzoeksbudget. Is dat wel toereikend? Ik heb vernomen dat dit budget in schril contrast zou staan met het budget voor andere belangrijke onderzoeken die in het verleden zijn gedaan door andere onderzoekscommissies. Kan de minister daar iets over zeggen?

Er bestaat bij betrokkenen ook ongenoegen over het feit dat onduidelijk is waar klachten kunnen worden ingediend over dit onderzoek. Zou de minister daarop kunnen ingaan?

Tot slot een net iets ander onderwerp, te weten de interlandelijke adoptie. Ook daarover loopt op dit moment een belangrijk onderzoek, uitgevoerd door de commissie-Joustra. Dat betreft een andere periode uit de geschiedenis, maar ook daar gaat het over de rol en de verantwoordelijkheden van de Nederlandse overheid bij dit gevoelige onderwerp, de interlandelijke adoptie. Dat bespreken wij nu niet, maar ik heb daar wel een vraag over. Ook daar is ongenoegen, maar dan over het feit dat het CBS in opdracht van de commissie-Joustra onderzoek doet en een enquête heeft gehouden onder geadopteerden naar hun welbevinden. Hoe gaat het inmiddels met u, na de internlandelijke adoptie? Dat is door heel veel geadopteerden als grievend ervaren.

Nu gaat het om een onafhankelijke commissie, dus ik weet niet in hoeverre de minister hierover kan spreken. Wij moeten de onafhankelijke commissie-Joustra immers haar werk laten doen. Maar geadopteerden vragen zich nu af wat de vraag hoe het nu met hen gaat te maken heeft met wat er in het verleden precies gebeurd is en wat toen de rol en de verantwoordelijkheden van de betrokken Nederlandse overheidsinstellingen daarbij waren. Ik vind het wel goed om dat hier alvast uit te spreken. Het gaat hier om twee verschillende dingen: wat is er in het verleden gebeurd en hoe gaat het nu met mij? Dat moeten wij niet aan elkaar gaan knopen.

Daar wil ik het graag bij laten. Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Nispen. Dan geef ik nu het woord aan de heer Markuszower namens de PVV.

De heer Markuszower (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Het is een beschamende vertoning. De zoveelste blunder van dit ministerie van Justitie en Veiligheid. Pleeg je geweld of misbruik je kinderen, dan vertroetelt dit ministerie en de magistratuur jou. Je krijgt een extreem lichte straf, als je al gestraft wordt, en iedereen doet er van alles aan om je privacy te beschermen en je te vertroetelen. Maar heet je Geert Wilders of Julio Poch, dan heb je toch wel een probleem. Dan spelen er blijkbaar andere belangen en wordt alles op alles gezet en wordt er geen middel, zelfs geen ongeoorloofde middelen, geschuwd om jou te pakken. En ben je ouder van een kind, en zit het je even niet mee in het leven — tussen 1956 en 1984, maar mogelijk nog steeds — dan komen er soms hele enge instanties op je af. Die pakken jou je kind af. Je kind wordt dan in een pleeggezin gestopt, of in een weeshuis. Vaak, niet altijd, en de goeden daargelaten natuurlijk, belandt zo'n afgepakt of afgetroggeld kind van de regen in de drup. De Staat eigent zich dus vaak kinderen van anderen toe. Het minste wat je dan mag verwachten is dat die Staat, dit ministerie, dat met een grote mate van prudentie en zorgvuldigheid doet. Nu vindt er een onderzoek plaats naar de misstanden rondom binnenlandse afstand en adoptie tussen 1956 en 1984.

Voorzitter. Als je ziet met hoe weinig prudentie dit onderzoek wordt gedaan, hoeveel fouten er gemaakt worden en hoeveel onzorgvuldigheden er reeds zijn geconstateerd, dan kan je dat, zoals mevrouw Bergkamp van D66 dat terecht zegt, gênant noemen. Ik noem het echter huiveringwekkend. Moet je je voorstellen: als dit ministerie niet eens in staat is om op zorgvuldige wijze onderzoek te doen naar de misstanden rondom afstand en adoptie in het verleden, hoe kunnen wij er dan op gerust zijn dat de uitkomsten van dat onderzoek de hele waarheid naar boven gaan krijgen? De overheid, dit ministerie van deze minister, maakt er een puinhoop van. Dat maakt mijn fractie niet alleen verdrietig, maar ook woedend. Nota bene het ministerie dat zelf toeziet op de privacy van Nederlanders, laat ongegeneerd gevoelige informatie van mensen rondslingeren en maakt cruciale fouten bij het verwerken van informatie. Het noemt slachtoffers bij de verkeerde naam en wrijft slachtoffers verstandelijke beperkingen aan die ze niet hebben. Schaamteloos. Hoe kunnen wij er eigenlijk als Kamer op gerust zijn, dat nu, anno 2020, de staatsapparaten die zich bezighouden met gedwongen uithuisplaatsingen, afstand en adoptie, wel goed en zorgvuldig te werk gaan?

Huiveringwekkend, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Markuszower. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van den Berge namens GroenLinks.

De heer Van den Berge (GroenLinks):
Voorzitter. Ik sluit me aan bij de voorgaande sprekers, collega Bergkamp, Van Nispen en mevrouw Van Toorenburg. Want het is natuurlijk heel wrang, dat juist mensen die zoiets vreselijks hebben meegemaakt bij de adoptie, nu te maken krijgen met kapitale fouten bij een onderzoek. Daar lijkt het toch wel op als we de brief van de minister lezen. Ik sluit me aan bij de vragen en het voorstel van mevrouw Bergkamp: kunnen we daar niet iemand, een expert van statuur, naar laten kijken? Ik heb zelf nog een aantal aanvullende vragen over de interlandelijke adoptie. Collega Van Nispen had het daar al over. Ik sluit me aan bij zijn vraag over de survey, de enquête die gedaan zou zijn. Ik heb nog twee andere vragen. We hebben op 30 juni ook een brief van de minister ontvangen waarin hij schrijft dat het onderzoek van de commissie-Joustra een aantal maanden vertraging oploopt door de coronacrisis. Dat is aan de ene kant natuurlijk heel wrang voor iedereen die op die uitkomsten wacht, maar ook heel begrijpelijk. Dat is overmacht. Maar de afgelopen tijd heb ik weer met veel organisaties gesproken die de belangen vertegenwoordigen van mensen die geadopteerd zijn, uit verschillende landen: Colombia, Bangladesh, Sri Lanka en Indonesië. Zij hebben best wel wat zorgen over en kritiek op hoe het onderzoek nu gedaan wordt. Ik kan niet beoordelen of die zorgen en die kritiek terecht zijn. Zoals collega Van Nispen ook al zei, is de commissie-Joustra een onafhankelijke onderzoekscommissie. De minister heeft in het algemeen overleg van vorig jaar december over deze kwestie aangegeven dat hij de regie gaat nemen om ervoor te zorgen dat de belangenorganisaties voldoende gehoord worden in het onderzoek.

Toen ik de brief van de minister las, dacht ik: die vertraging is heel erg vervelend voor de mensen die wachten op de uitkomsten. De commissie-Joustra is onafhankelijk, maar ik vraag aan de minister om nog een keer aan de commissie-Joustra te vragen om die extra maanden als kans te gebruiken om met de belangenorganisaties in gesprek te gaan. Deze belangenorganisaties hebben ideeën over hoe dat onderzoek moet worden gedaan. Ook hebben zij behoefte aan een soort tussenstand: waar staat het onderzoek nu en voldoet het onderzoek aan hun verwachtingen en vragen? Mijn eerste concrete vraag aan de minister is of hij dit verzoek wil overbrengen aan de commissie-Joustra.

De tweede vraag gaat over een wens die deze belangenorganisaties ook hebben. Zij willen een grotere rol krijgen in het afstammingsonderzoek dat wordt gedaan. Het is goed dat de minister hier geld voor heeft uitgetrokken. Ik lees in de brief van de minister dat 1,2 miljoen naar Fiom gaat, met daarbij de nadrukkelijke wens om de belangenorganisaties te betrekken. Ik hoop dat het betrekken van belangenorganisaties betekent dat zij wellicht financiering kunnen krijgen om dit afstammingsonderzoek te doen. Nu doen ze dit vaak nog op eigen kosten, terwijl weten waar je vandaan komt en wie je ouders zijn een recht is. Dit is het recht op identiteit. Ik vind het wrang dat mensen die willen weten wie hun biologische ouders zijn, dit nu zelf moeten betalen; zeker gezien de verantwoordelijkheid die de Nederlandse Staat had in alles wat is misgegaan bij interlandelijke adoptie. De minister schrijft dat belangenorganisaties een rol moeten hebben in wat Fiom nu gaat doen. Ik vraag aan de minister wat die rol is.

Ook hoor ik vanuit belangenorganisaties veel kritiek op de werkwijze van Fiom. Ik kan niet beoordelen wat hiervan wel en niet waar is, maar ik hoop dat deze minister op dit punt de regierol gaat waarmaken die hij eind december aan de Kamer heeft beloofd. Dat was ook kort voor een reces.

Ook hoop ik dat hij de zorgen overbrengt en ervoor zorgt dat de belangenorganisaties een volwaardige rol kunnen spelen in alles wat wordt gedaan ten aanzien van het onderzoek van de commissie-Joustra en het toekomstige afstammingsonderzoek.

Voorzitter. Daar wil ik het bij laten.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van den Berge. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Gent namens de VVD.

De heer Van Gent (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Er is de laatste tijd veel aandacht voor het adoptievraagstuk, en vooral voor de misstanden die in het verleden zouden hebben plaatsgevonden. Dat geldt zowel voor de binnenlandse als de buitenlandse adoptie. Mijn collega's Van Nispen en Van den Berge hebben met betrekking tot buitenlandse adoptie al verwezen naar het onderzoek van de commissie-Joustra.

Wij vinden de vragen die nu worden gesteld door de adoptiekinderen en de afstandsmoeders heel begrijpelijk. De wens om te weten wie je biologische ouders zijn of wat er met je kind is gebeurd, is een fundamentele menselijke behoefte. Ik denk dat het heel terecht is dat de politiek in het verleden, toen ons de berichten over de misstanden ter ore kwamen, een reactie heeft gevraagd om dit te laten onderzoeken. Er zou tot op de bodem moeten worden uitgezocht wat er is gebeurd en wat de rol van de overheid hierin is geweest.

In de wetenschap dat hierbij veel emoties loskomen — dat is begrijpelijk — en dat er veel wantrouwen bestaat, is het des te pijnlijker dat nu blijkt dat deze onderzoeken niet zorgvuldig zijn verricht. Er zijn bijvoorbeeld fouten gemaakt in de verslaglegging of er is niet voorzien in de privacywaarborgen. Mijn collega's hebben al heel veel vragen gesteld over het hoe en waarom. Ik wil me graag aansluiten bij die vragen.

Voorzitter, tot slot. Misstanden en fouten die in het verleden hebben plaatsgevonden, zijn heel lastig te herstellen. Maar de slachtoffers verdienen het dat een nauwkeurige en zorgvuldige studie wordt verricht om te achterhalen wat er is gebeurd. Al is het alleen maar om ervan te kunnen leren en om te voorkomen dat deze fouten in de toekomst nog een keer worden gemaakt.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Gent. Dan kijk ik naar de staatssecretaris voor een korte schorsing van vijftien of tien minuten. Ach, ik bedoel de minister. Het is de laatste dag. Een kwartier? Dan schors ik de vergadering voor vijftien minuten. Minister Dekker, ik heb u wel aangekondigd als minister. Tot over een kwartier.

De vergadering wordt van 16.20 uur tot 16.37 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik geef de minister voor Rechtsbescherming het woord.

Minister Dekker:
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. We spreken vandaag over een gevoelige en pijnlijke zaak, allereerst om de kwestie waar het eigenlijk allemaal mee begon: de omstandigheden waaronder vrouwen in de jaren vijftig, zestig, zeventig en zelfs begin jaren tachtig afstand van hun kind hebben gedaan, onder dwang, onder grote druk. Eerder onderzoek legde enorme misstanden bloot. Daar hebben we eerder in een AO al eens over gesproken. Veel betrokkenen gaan tot op de dag van vandaag gebukt onder gevoelens van pijn, van schaamte, van enorm verdriet.

Ik moet u eerlijk zeggen: ik heb dat ook zelf gezien. Ik ben vrij intensief betrokken geweest bij de startconferentie. Mensen die ik daar ontmoette, heb ik vervolgens uitgenodigd om op een rustig moment nog eens door te praten. Ik heb daar gezien, gehoord en gevoeld wat dat met mensen heeft gedaan. Ik heb ook wel gedacht: hoe kan dit? Vrouwen in de leeftijd van mijn moeder. Soms hebben we het over misstanden van heel erg lang geleden, maar dit had ... Nou ja, ik kijk even naar wie we hier in de zaal hebben zitten. Dit is eigenlijk iets van de generaties van jongeren die opgroeiden in onze tijd en ouders die opgroeiden in die tijd. Dat komt misschien nog wel extra binnen. De pijn van destijds jonge vrouwen — soms meisjes of inmiddels volwassen, soms op leeftijd — die een kind hebben moeten afstaan, is bijna niet voor te stellen. Wat een schok als je erachter komt, soms op latere leeftijd, dat het gezin waar je bent opgegroeid, je vader, je moeder, je broertjes, je zusjes niet je biologische familie zijn en dat je ergens anders nog wél een biologische moeder en soms vader hebt en andere broers of zussen, die je al die jaren niet hebt gekend. Dat trekt diepe sporen in de levens van mensen.

Dat is precies de reden dat we destijds hebben gezegd: de onderste steen moet boven komen. We moeten uitzoeken wat er in die periode is gebeurd, om ervan te kunnen leren, maar ook om het te erkennen, om die zwarte bladzijde in onze geschiedenis te erkennen. Uw Kamer en ik wilden verdiepend onderzoek naar die periode. Dat onderzoek doet het Verwey-Jonker Instituut. We willen die verhalen ook bewaren voor het nageslacht. Daarom heb ik afstandsmoeders, -vaders, afstandskinderen en andere betrokkenen gevraagd om hun ervaringen te delen. Dat is de reden dat er naast het onderzoek bij het onderzoeksinstituut ook een Aanmeldpunt afstand en adoptie is opgezet.

Hoe pijnlijk is het dan dat ik inmiddels heb moeten constateren dat er bij het inrichten van dat aanmeldpunt door mijn ministerie fouten zijn gemaakt, waardoor bij het aanmeldpunt verschillende waarborgen waarvan je eigenlijk had gedacht "die zitten goed in elkaar", procedurele waarborgen, niet goed zijn geregeld. Daarnaast staat ook de kwaliteit van gespreksverslagen ter discussie. Van tenminste één verslag is mij bekend dat het forse onjuistheden bevat, maar er zijn meer aanmelders die over de verslagen klachten uiten. Ik begrijp dat dit bij de betrokkenen tot veel verdriet heeft geleid. Ik kan me ook goed voorstellen dat andere aanmelders zich nu zorgen maken over hun verhaal.

Voorzitter. Alle betrokkenen op mijn ministerie voelen zich uitermate ellendig bij deze stand van zaken. Want als we nou íets goed hadden willen regelen en goed hadden moeten regelen, dan was het wel in deze zaak. Dat is niet gebeurd en dat betreur ik ten zeerste. Tegen de mensen om wie het gaat — afstandsmoeders, hier en daar een afstandsvader, afstandskinderen — zeg ik: u heeft al veel te veel moeten doorstaan. Dit had niet mogen gebeuren. Ik begrijp heel goed dat u zich gegriefd voelt. Het spijt me.

Voorzitter. Ik vind het belangrijk om dit statement te maken aan het begin van mijn eerste termijn. Ik zal vervolgens op een aantal thema's ingaan. Allereerst maar de vraag hoe dit nou heeft kunnen gebeuren. Ik geloof dat de heer Van Nispen die vraag ook expliciet stelde. Dat heb ik me ook afgevraagd. Twee: wat zijn de consequenties hiervan, de gevolgen voor het onderzoek? Drie: welke maatregelen gaan we nemen om dit nu te repareren, te corrigeren? Tot slot zijn er een aantal vragen annex aan dit onderzoek, die wel met adoptie te maken hebben, maar meer in de lijn liggen van het andere onderzoek, van de commissie-Joustra.

Voorzitter. Hoe heeft dat zo kunnen gebeuren? Dat heb ik mij natuurlijk ook afgevraagd. Ik heb de afgelopen tijd veel gesprekken gevoerd en dan zag ik twee dingen: fouten in verslagen en procedurele waarborgen rond de AVG die niet goed zijn geborgd. Mijn analyse is eigenlijk als volgt. Over de fouten in de verslagen kan ik kort zijn. Ik moet gewoon constateren dat mensen fouten maken, ook bij intakes. Dat overkomt zelfs de meest ervaren medewerkers, ondanks een lang en indringend telefoongesprek, een uitgebreid intakeformulier en een schema. Het is niet goed te praten. Sterker nog, ik heb contact gehad met het Fiom en die geven dit ruiterlijk toe. Ze hebben ook excuses aangeboden in die gevallen waar daar sprake van was.

We hadden natuurlijk beter moeten nadenken en we hadden ook moeten verzinnen wat je kan doen om te voorkomen dat dit soort fouten blijven bestaan. Om dit soort fouten te voorkomen had in de procedure gewaarborgd moeten zijn dat die verslagen op enig moment zouden worden teruggelegd bij de aanmelder. Daarmee zou namelijk de cirkel eigenlijk rond zijn. Het kan altijd gebeuren dat je anderhalf uur aan de telefoon hebt gezeten en dat je een indringend gesprek hebt gehad met iemand aan de andere kant die emotioneel is. Dan belandt soms niet alles goed op papier. Maar terugkijkend was dit natuurlijk eenvoudig rond te maken door te zeggen: ik stuur u het verslag nog even op, zodat u er nog even rustig naar kunt kijken. Ik kom straks nog op de oplossingen en dit maakt daar onderdeel van uit. Ik moet namelijk constateren dat dat niet van het begin af aan is gebeurd. Zouden die gespreksverslagen dan allemaal in een keer correct zijn geweest? Nee, vast niet. Maar dan hadden we aanmelders wel een mogelijkheid gegeven om het te verifiëren en zo nodig te corrigeren.

Voorzitter. Het tweede punt zit 'm veel meer in die waarborgen. We zijn natuurlijk nagegaan wat hier is gebeurd en hoe het dan zat met een aantal van die procedures. Ik moet constateren dat die niet allemaal waren wat ze hadden moeten zijn. Ze waren ook niet conform de bepalingen in de regelgeving. We hebben hier eerder wel eens gesproken over de nieuwe regelgeving rond de AVG. Die stelt zeer hoge eisen en ik constateer dat in dit onderzoek niet aan al die eisen is voldaan. Ook daar heb ik gevraagd hoe het heeft kunnen gebeuren. Ik constateer dan een paar dingen.

Het aanmeldpunt waar we mee werken, dient verschillende doelen en verder waren er ook meerdere partijen bij betrokken. Daarnaast lag er ook een relatie met het onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut. Maar het onderzoek en het aanmeldpunt waren wel twee losse dingen. Het Verwey-Jonker Instituut gebruikte de gespreksverslagen van het aanmeldpunt om tot een selectie te komen voor de diepte-interviews, die men vervolgens deed. Op basis van die diepte-interviews zouden zij verder onderzoek gaan doen. Maar het aanmeldpunt had ook als doel ... En dat is destijds ook besproken met de zogenaamde werkgroep. Daar zaten veel belangenorganisaties in. Daar werd gezegd: "Je kunt niet iedereen voor het onderzoek laten interviewen door het Verwey-Jonker Instituut. Toch zou het ook wenselijk zijn om een aantal van die verslagen te bewaren, zodat we iets kunnen doen voor het nageslacht, bijvoorbeeld door die verslagen op een later moment geanonimiseerd toch te bundelen, zoals dat ook wel eens bij andere onderzoeken gebeurt."

Het derde is dat dat aanmeldpunt niet alleen tot doel had om input te leveren voor het Verwey-Jonker Instituut en verslagen vast te leggen voor het nageslacht, maar ook om aan mensen te vragen ... Die mensen zijn er ook geweest. Die mensen zeiden: "Ik wil niet dat mijn verhaal wordt gebruikt voor het onderzoek. Ik wil gewoon mijn verhaal even kwijt, maar ik zou wel behoefte hebben aan advies en soms ook aan zorg." Dat is ook waarom het Fiom hier een voorname rol bij heeft. Het Fiom heeft immers veel kennis en ervaring met de zoektocht naar afstamming en de vragen rond adoptie.

Als je vraagt wat nou verklaart dat ... Dat zit 'm voor een deel in de complexiteit. Maar juist die complexiteit maakte het noodzakelijk dat we betere afspraken hadden moeten maken.

Het tweede dat ik zie, is dat er betrokken ambtenaren en betrokken mensen bij het Fiom zijn, met heel veel kennis over de problematiek als zodanig, maar met minder kennis over de laatste stand van zaken rond de AVG, en bovendien vanuit de beste bedoelingen handelden. Om u even een voorbeeld te geven: er werd bijvoorbeeld bij de intake met een formulier gevraagd: mogen wij dit verslag gebruiken als input voor het onderzoek door het Verwey-Jonker Instituut? Dat werd dan via een telefoongesprek vastgelegd op het intakeformulier. Maar de AVG zegt heel strikt: dat toestemmingsvereiste had je schriftelijk moeten hebben. Dat had gewoon moeten gebeuren. Dat had schriftelijk gedaan moeten worden. Maar, ook als je niet op de hoogte bent van de eisen vanuit de AVG, begrijp ik wel dat er gedacht is: je hebt een emotioneel gesprek gehad, dus je vraagt dat mondeling. Ik wil het niet goedpraten en het is ook geen excuus, maar je ziet dat het gebeurt. Het idee is dat je mensen niet onnodig nog verder wilt belasten. Het is niet om het te rechtvaardigen, maar ik denk dat het zo wel is gegaan. Dat betekent dat we daar in de toekomst strakker op moeten zijn. Hoe complexer het is, hoe beter we de procedurele waarborgen moeten neerleggen. We moeten dit soort formele vereisten vanuit de AVG toch doen, ook al is dat misschien een belasting, ook voor de mensen die je bevraagt, omdat achteraf gezien de belasting die ze nu waarschijnlijk over zich heen krijgen vanwege alle zorgen die er zijn rond fouten, vele malen groter is.

Voorzitter. Een derde punt. Wij hebben geprobeerd om voortvarend aan de slag te gaan. Snelheid is niet altijd je vriend. Ik denk dat, vanuit de bevlogenheid van de mensen die hiermee bezig waren, het snel opzetten van een meldpunt en het snel organiseren van een startbijeenkomst in ieder geval niet heeft geholpen om deze formele vereisten goed te regelen. Het is geen fraai verhaal; dat geef ik onmiddellijk terug. Als u aan mij vraagt welke lessen ik heb geleerd en of ik kritisch heb kunnen terugkijken waar het verkeerd is gegaan, dan constateer ik dat dit redenen zijn die we ons moeten aantrekken om het in de toekomst beter te doen.

De voorzitter:
Dan heeft u hiermee dit onderdeel van uw verhaal afgerond?

Minister Dekker:
Ja.

De voorzitter:
Ja. Mevrouw Bergkamp.

Mevrouw Bergkamp (D66):
Laat ik allereerst zeggen dat ik het waardeer dat de minister zijn verontschuldigingen aanbiedt voor hoe het onderzoek tot nu toe is uitgevoerd. Ik denk dat het terecht is, maar het is altijd een stap om dat te doen, dus mijn waardering daarvoor. De minister reflecteert op het onderzoek tot zover. Hij geeft een aantal dingen aan die ik herken. Maar als dit onderzoek nou ook gaat over de rol van de overheid, waarbij ook de rol van bijvoorbeeld Fiom onderzocht wordt, als de minister daarop reflecteert, is het dan handig dat een ministerie die verslagen zelf ook heeft? Ik had ook de vraag gesteld: zijn de verslagen anoniem, of klopt het dat de projectleider inzage had in de verslagen? Als de minister daarop reflecteert, zou het dan niet handig zijn geweest om het ministerie en Fiom, en dus ook die intake, buiten het onderzoek te houden?

Minister Dekker:
Ik denk dat er aan het begin — dat draaien we niet meer terug — een harde knip is gemaakt tussen het meldpunt en het onderzoek. Het Verwey-Jonker Instituut doet het onderzoek, krijgt input met verslagen en maakt een selectie wie ze willen interviewen. Dat gebeurt allemaal onder aansturing of onder het opdrachtgeverschap van het WODC, dat we op afstand hebben geplaatst om het volledig onafhankelijk en ook ver bij het ministerie vandaan te organiseren. Ik ben daarom ook niet zo bezorgd over de onafhankelijkheid van het onderzoek. Ik zal straks ook nog iets zeggen over de vraag of dit effect heeft gehad op de kwaliteit van het onderzoek. Maar we hebben aan het begin gesproken en nagedacht over de vraag wat we kunnen doen voor een breder aanmeldpunt, omdat dit een onbekend verschijnsel was en omdat wij wisten dat er veel vrouwen zijn die met deze geschiedenis onder de arm liepen en die soms ook hulp nodig hadden, hulp zochten. Toen is er gezegd: als er nou één instantie in Nederland is die in staat is om dat te bieden, dan is dat het Fiom; het is eigenlijk heel logisch dat je dat bij het Fiom doet. Ook vanuit de organisatiecapaciteit die we vanuit het ministerie van Justitie hebben, hebben we toen gezegd: wij nemen dat onderdeel ter hand, zodat we een intake hebben. Mensen kunnen bellen en mensen kunnen mailen, ze worden teruggebeld en dan maken we een verslag op. Een deel daarvan wordt dan inderdaad opgeslagen en dan t.z.t. een in of andere vorm — die was nog niet bepaald, of je dat dan archiveert, of je daar een boekwerk van maakt of anderszins — worden gedeeld. U vroeg of we die verslagen hadden. Het antwoord is ja. Waren ze geanonimiseerd? Nee, nog niet. Bestond daar toegang toe? Ja. Had dat gemoeten? Als je kijkt naar de AVG: nee. Dat is dus onvoldoende van waarborgen voorzien geweest, maar niet met kwade bedoelingen.

Mevrouw Bergkamp (D66):
Het is wel heel kwalijk. Het ministerie heeft de verslagen van de mensen, die zijn niet anoniem, er is niet goed omgegaan met de privacy en mensen wisten niet wat er gebeurde met hun verslagen. Je kunt dat deel niet meer goedmaken, want het vertrouwen op dat vlak is gewoon geschonden. De minister gaat straks nog wel reflecteren op hoe nu verder. Ik denk dat dit daarbij een heel belangrijk punt is. Er wordt gezegd dat Fiom de deskundigheid heeft. Daar kan ik me iets bij voorstellen. Maar zorg dan dat je standaard tegen iedereen zegt: als u dat niet wil, kunt u terecht bij het Verwey-Jonker Instituut. Dat is niet standaard gebeurd. Dat is niet bij iedereen gebeurd. Vervolgens heeft Fiom, omdat het gewoon te veel werk was, ook bijvoorbeeld studentes ingehuurd die in hun pauze intakes gedaan hebben met mensen met persoonlijke verhalen. Ik snap dat je op een gegeven moment een keuze maakt. Mijn vraag aan de minister is wanneer hij nou dit soort signalen heeft gehad en of hij daar snel op geacteerd heeft. Want ik moet zeggen dat ik dacht toen ik de signalen kreeg: dit bestaat niet, dit kan niet waar zijn.

Minister Dekker:
Het punt van Fiom en Verwey-Jonker Instituut is een relevant punt. Bij de startbijeenkomst waar het meldpunt werd gelanceerd, is in ieder geval tegen de aanwezigen gezegd: als je niet je verhaal bij Fiom kwijt wil, kan dat bij het Verwey-Jonker Instituut. Die hebben dus ook een klein deel van de intakes gedaan. Ik moet constateren dat dat in de eerste weken van het aanmeldpunt niet standaard werd meegegeven, maar vanaf 24 oktober 2019 is aan alle melders meegegeven dat zij ook contact konden hebben met een medewerker van het Verwey-Jonker Instituut als zij dat liever wilden dan een medewerker van Fiom.

Mevrouw Bergkamp (D66):
Vervolgens zijn er ook weer mensen van het Verwey-Jonker Instituut doorverwezen naar Fiom. Ook in dat proces is er dus eerlijk gezegd van alles misgegaan.

De voorzitter:
Dan de heer Van Nispen.

De heer Van Nispen (SP):
Er is inderdaad iets belangrijks gebeurd, namelijk dat de minister heel uitdrukkelijk zegt dit te betreuren en dat hij spijt betuigd heeft. Ook ik waardeer dat. Daarmee is het geschonden vertrouwen natuurlijk nog niet terug. Daar komen we straks op. Ik heb toch nog een vervolgvraag over hoe dit nou kon gebeuren. De minister heeft daar wel een verklaring voor gegeven. Het zat deels in de snelheid en er is niet zorgvuldig gehandeld. Is nou ook de gevoeligheid van dit onderzoek en deze trieste geschiedenis onderschat? Was het onkunde bij individuen of was het bijvoorbeeld ook onkunde bij de organisaties die dit belangrijke onderzoek moesten doen?

Minister Dekker:
Ik denk dat we moeten constateren dat er veel kennis en kunde aanwezig is op mijn ministerie en ook bij Fiom over alles wat te maken heeft met adoptie en afstamming. Er was ook interesse in het boven tafel krijgen van het verhaal van die afstandsmoeders en die afstandskinderen. Waar het aan ontbrak op dat niveau, was, denk ik, de kennis en de kunde over het inregelen of organiseren van zo'n meldpunt. Dat is ingewikkeld, met verschillende organisaties en verhalen die je opneemt, die vervolgens weer door bijvoorbeeld onderzoekers moeten worden gebruikt of die je wilt bewaren om ze eventueel te bundelen, ook voor het nageslacht. Ik moet constateren dat dat er onvoldoende is geweest. Daar is het fout gegaan. De les voor mij, de les voor de mensen die hiermee bezig zijn is dat als je zoiets gaat organiseren, je ook dit soort formaliteiten aan de voorkant beter moet doordenken en beter moet organiseren.

De heer Van Nispen (SP):
Mag ik het nog iets concreter maken met één voorbeeld waarin het gruwelijk fout is gegaan? Op enig moment is een samenvatting van een groot aantal instakeverslagen, dus van superpersoonlijke en gevoelige verhalen, zonder toestemming van de geïnterviewden door een van de intakemedewerkers ter promotie van de eigen adoptiecoachingpraktijk via een persoonlijke website gratis aangeboden. Het is toch niet te geloven? Ook hier de specifieke vraag. Net stelde ik de vraag of het nou onkunde is van individuen. Is zo'n persoon daar dan niet voor gewaarschuwd, van "u gaat met hele gevoelige gegevens werken, weest u zich daarvan bewust"? Is het nou onkunde van enkele individuen of heeft men de gevoeligheid gewoon totaal onderschat? Even dit voorbeeld als onderstreping van de vraag die ik net stelde.

Minister Dekker:
Ik ken dat voorbeeld niet. Ik zou moeten kijken wat daar is gebeurd om daar een goed oordeel over te geven. Ik constateer alleen dat er zowel aan de kant van mijn ministerie als aan de kant van Fiom echt gedreven mensen zitten die in mijn ogen echt van de beste wil zijn, maar onvoldoende zorgvuldig hebben gehandeld, op tal van fronten. Ik weet niet of het klopt wat u zegt, maar ik neem dat onmiddellijk aan. Ik denk ook van "wat is dat?", maar er zijn op heel veel punten fouten gemaakt als het gaat om de zorgvuldigheid. Dat moet echt beter.

De heer Van den Berge (GroenLinks):
Ook ik waardeer de excuses van de minister. Ik heb nog wel een vraag. De minister zegt: een deel van het onderzoek was ook verhalen vastleggen voor het nageslacht. Ik ben benieuwd wie daar precies om heeft gevraagd. Bij mijn weten hebben de belanghebbenden, de mensen die wilden weten wat er precies is gebeurd, daar niet om gevraagd. Ik ben dus heel benieuwd hoe het ministerie ertoe gekomen is om dat als doel van het onderzoek en van het meldpunt op te nemen.

Minister Dekker:
Er was een meldpunt en er was een onderzoek. Het onderzoek wordt altijd standaard ingericht met een formele begeleidingscommissie. Daar zitten hoogleraren in. Het WODC ziet daarop toe. Los daarvan was er, wat is gaan heten een werkgroep binnenlandse adoptie. Daar zaten een aantal mensen van mijn ministerie in, maar daar zaten ook een aantal vertegenwoordigers in van de belangenorganisaties, van de vertegenwoordigende organisaties van lotgenoten. Daar werd breder dan alleen over het onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut gesproken; "wat willen we verder nog doen?". Daar was dit een van de thema's die aan de orde kwamen: zou het niet een idee zijn om de verhalen niet alleen te gebruiken als input voor het Verwey-Jonker Instituut maar ook om er breder wat mee te doen? Dat is ook de reden dat ze zijn bewaard. Zo kwamen er meer ideeën uit de werkgroep. Dat is natuurlijk een divers samengesteld geheel. Het was ook wel eens zo dat dit enthousiast werd ontvangen door de ene belangenorganisatie en het van de andere belangenorganisatie wat minder hoefde. Dit soort dingen werden daar besproken. Er werd ook gesproken over activiteiten en bijeenkomsten voor lotgenoten; allerlei dingen die kunnen helpen bij het erkennen en het verwerken van het verleden die losstaan van het onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut.

Dat waren twee verschillende trajecten. Alleen, het begon bij het meldpunt wel op die ene plek. Het meldpunt had een functie voor het Verwey-Jonker Instituut, dat al die verslagen gebruikte en vervolgens een selectie maakte: met wie willen we interviews doen? Het meldpunt tekende de verhalen ook op met de eventuele wens om er in de toekomst wellicht wat meer mee te doen. Het meldpunt werd ook gebruikt om door te verwijzen naar hulpverleners, naar adviezen, naar zorg als mensen daar behoefte aan hadden.

De heer Van den Berge (GroenLinks):
Toch nog even om het scherp te krijgen. Volgens mij is dit onderzoek gestart om erachter te komen welke misstanden er hebben plaatsgevonden, welke verantwoordelijkheid de Staat der Nederlanden daarin heeft gehad en hoe we recht kunnen doen, voor zover dat überhaupt kan, aan het leed dat de slachtoffers van die misstanden is overkomen. Vastleggen voor het nageslacht is daar later bij gekomen, maar dat is volgens mij geen doel van het onderzoek. Ik vraag dat omdat we het hier hebben over datalekken en het lekken van hele intieme informatie. Voordat je informatie gaat verzamelen, is het volgens mij heel belangrijk om heel scherp te hebben waarom je informatie verzamelt en of dat in het belang is van de mensen aan wie je recht probeert te doen. Ik heb niet het gevoel dat dat zo is, want ik hoor nu dat dat uit de begeleidingsgroep is gekomen en dat dit niet per se een sterke wens vanuit de belangenorganisaties was. Daarin zit mijn zorg. Hebben we niet onnodig risico's genomen met intieme informatie door er een doel aan toe te voegen dat nooit het oorspronkelijke doel van dit onderzoek is geweest?

Minister Dekker:
In die werkgroep zaten de belangenorganisaties. Dit was een van de onderwerpen die daarin voorbijkwamen. Hadden we dat zorgvuldiger moeten doen? Ja. Maar het is niet zo dat dit alleen een wens van het ministerie was. Ik heb sterk de indruk dat ook daar werd gezegd dat je van alle aanmeldingen — ik geloof dat we er inmiddels 600, 700 hebben gehad — misschien een kleine honderd echt aan een diepte-interview kunt onderwerpen en goed voor dat onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut kunt gebruiken. Er was bij sommigen het idee om dat te bewaren. Ik vind dat ook niet heel erg gek, want je ziet ook wel elders bij andere onderzoeken dat verslagen, uiteraard geanonimiseerd, vervolgens worden gebruikt om vast te leggen in archivering, zodat je daar wat mee kunt. Ik ben het alleen helemaal met u eens dat je dat alleen maar kunt doen met de toestemming van degene die z'n verhaal heeft gedaan. Dat is onvoldoende gebeurd. Dat kunnen we natuurlijk alsnog doen. Sterker nog, dat moeten we alsnog doen; dat ben ik met u eens.

De voorzitter:
Dan stel ik voor dat u verdergaat.

Minister Dekker:
Voorzitter. Misschien iets in het verlengde hiervan. Nee, daar kom ik straks op terug.

De vraag die vanzelfsprekend volgt op de vraag hoe het heeft kunnen gebeuren, is: wat zijn de gevolgen hiervan voor het onderzoek? Toen mij duidelijk werd wat hier was gebeurd, heb ik natuurlijk ook direct contact opgenomen met het WODC en het Verwey-Jonker Instituut. Zij zijn daar vanuit hun onderzoekstaak heel helder over. Dat staat dus los van het aanmeldpunt. Zij geven aan dat vanuit het oogpunt van de gebruikte onderzoeksmethoden, de betrouwbaarheid en de integriteit van hun onderzoek niet in het geding zijn. De zorg dat wij door de fouten bij het inrichten van het aanmeldpunt, ook onmiddellijk geen vertrouwen meer zouden kunnen hebben in het onderzoek, wil ik daarom wegnemen, hoewel ik heel goed begrijp dat die vraag voor de betrokkenen wel bestaat. Dat vertrouwen is geschonden en dat zullen we moeten terugwinnen. Ik zal straks ingaan op de suggesties die u op dat vlak heeft gedaan.

Mevrouw Bergkamp vroeg: wat waren die criteria die het Verwey-Jonker Instituut gebruikte en hoe werd er een schifting gemaakt in de meldingen die binnenkwamen bij het aanmeldpunt? Het Verwey-Jonker Instituut is daar vrij in, maar we hebben het wel gevraagd: maak nou een verdieping op het verhaal van de Radboud Universiteit en kijk nou ook in de breedte of je een grotere variëteit kunt krijgen in de achtergronden van de moeders, de vaders en de kinderen die het betrof. Je ziet soms namelijk dat er in de groep van mensen die zich melden een bias zit. Sommige mensen pakken makkelijker de telefoon dan andere. Er is dus bijvoorbeeld gekeken naar de spreiding in de regio, de periode waarin afstand is gedaan, de spreiding in geloofsovertuiging en de achtergrond van de betrokkenen. Naar dat soort kenmerken is dus ook gekeken.

In wat wij nu teruggekoppeld krijgen van het Verwey-Jonker Instituut zeggen ze iets op basis van die meldingen en de basale informatie die zij van de aanmelders hebben gekregen vanuit het Fiom, op basis van een vragenlijst die overigens in afstemming met het Verwey-Jonker Instituut is gemaakt. Het Fiom gebruikte dus wel een soort checklist, waarvan ook het Verwey-Jonker Instituut zei: daar zitten dan de vragen in op basis waarvan wij een goede selectie kunnen maken. Wij krijgen nu teruggerapporteerd over de diepte-interviews die inmiddels hebben plaatsgevonden, dat zij geen grote, significante verschillen terugkrijgen tussen wat er uit dat diepte-interview blijkt en wat er uit de aanmelding blijkt.

De voorzitter:
Heeft u hiermee alle vragen …

Minister Dekker:
Nee, wilt u dat ik het blokje even afmaak?

De voorzitter:
Misschien is het goed om dit blokje af te maken en dan krijgt u de gelegenheid om vragen te stellen, mevrouw Bergkamp.

Minister Dekker:
Er is gevraagd: wat kunnen we doen om dat vertrouwen te herstellen? Kan een onafhankelijke persoon daar een rol in spelen? Ik denk dat het goed is om dat onderscheid tussen onderzoek en aanmeldpunt aan te brengen. De bedoeling van deze vraag is, als ik het goed begrijp, om het vertrouwen in het onderzoek en de onafhankelijkheid daarvan te herstellen. Als ik kijk naar wat het Verwey-Jonker Instituut en het WODC doen, met de hele begeleidingscommissie, met verschillende hoogleraren erin, dan maak ik mij daar niet grote zorgen over. De begeleidingscommissie ondersteunt onderzoekers bij de vragen over gebruikte onderzoeksmethoden en ik denk dat daar geen twijfel over hoeft te ontstaan.

De fouten concentreerden zich bij de aanmelding en de intake. Dat was buiten het onderzoek georganiseerd, buiten het Verwey-Jonker Instituut. Weliswaar zijn deze fouten in mijn ogen te herstellen, maar dat vraagt wel veel. Het stelt hoge eisen aan de herstelacties die nu gaan plaatsvinden. Ik ben daarom ook bereid om de uitvoering van de procedure voor verificatie en correctie van die verslagen wel te laten beoordelen.

Ik zou met de belangenorganisaties om de tafel willen gaan om te kijken hoe we dat op een zodanige manier kunnen doen dat zij er weer vertrouwen in krijgen. Hoe kunnen we een onafhankelijke buitenstaander bij die operatie mee laten kijken? Dat moet iemand zijn waar zij ook vertrouwen in hebben en waarvan zij zeggen: als die man of vrouw daar een goed oordeel over heeft, dan kan dat wat doen aan het geschade vertrouwen.

Ook al zijn de integriteit en de betrouwbaarheid van het onderzoek volgens het WODC en het Verwey-Jonker Instituut niet in het geding, ik heb het Verwey-Jonker Instituut toch gevraagd om voor de 31 diepte-interviews die nog moeten worden afgenomen, te wachten tot de verificatie van de verslagen is afgerond. Dan zal schriftelijk instemming zijn gegeven voor het gebruik van het verslag ten behoeve van het onderzoek. Ook dat kan bijdragen aan het vertrouwen in het onderzoek. Dat betekent wel dat het allemaal iets meer tijd kost. Ik hou rekening met een vertraging van enkele maanden, maar die moeten we maar voor lief nemen. Uiteindelijk willen we allemaal straks wel een onderzoek waarvan we zeggen: dat is gewoon goed, dat is integer, dat is onafhankelijk. Ik hoop ook vooral dat de betrokkenen zich daarin zullen herkennen.

Mevrouw Bergkamp (D66):
Nu gaat het wel heel snel. Over het Verwey-Jonker Instituut. Ik merk dat de minister zegt dat er niks aan de hand is met dat onafhankelijke onderzoek. Toch zijn er ook klachten over de aanpak van het Verwey-Jonker Instituut. Het gaat dan over de gesprekken. Het is een black box. Zijn de gegevens wel geanonimiseerd? Sommige gesprekken worden op de speaker gezet. Bij de aanpak van het Verwey-Jonker Instituut, hoe dat proces daar plaatsvindt, zijn er echt kritische kanttekeningen. Ik snap dat de aanpak van de minister is dat er fouten zijn bij het meldpunt, maar dat het onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut gewoon doorgaat, maar dat vind ik echt te snel. Om die reden heb ik ook gezegd — ook al vind ik het hartstikke mooi dat mensen die verslagen krijgen en moeten goedkeuren — dat het echt belangrijk is dat er een onafhankelijke deskundige met statuur gaat kijken naar die hele aanpak, om te kijken of dit nog rechtgetrokken kan worden of niet. Dat was de achtergrond van mijn verhaal. De minister zegt dat het bij het Verwey-Jonker Instituut wel goed gaat en dat er bij het meldpunt fouten zijn gemaakt, maar dat vind ik echt te kort door de bocht.

Minister Dekker:
Ik heb minder klachten en aanwijzingen dat het bij het Verwey-Jonker Instituut niet goed is gegaan, ook door de manier waarop dat is georganiseerd, met een begeleidingscommissie met verschillende hoogleraren van buiten die daarop toezien. Er is het opdrachtgeverschap en opdrachtnemerschap, waarbij het WODC er als wetenschappelijk instituut tussen is geplaatst om de kwaliteit maar ook de onafhankelijkheid te bewaken. Ik heb sterk de indruk dat dat goed is geborgd.

Mevrouw Bergkamp (D66):
Even, voorzitter. Je hebt een begeleidingscommissie. Die heeft goedgekeurd dat er intakes worden gehouden door Fiom. Op basis van de verslagen die daaruit voortkomen, kan het Verwey-Jonker Instituut degenen selecteren met wie ze een diepte-interview hebben. Die heeft ook niet vastgesteld dat die verslagen eerst zijn teruggekoppeld naar de betrokkene en zijn geaccordeerd. Dat is allemaal niet gebeurd. Het is heel fijn dat er een begeleidingscommissie is. Ik denk dat het ook goed is dat die eens gaat reflecteren op de hele aanpak. Maar er zit nog iets raars. Dat was ook de vraag: op basis van welke criteria zijn die intakes nou geselecteerd door het Verwey-Jonker Instituut? De minister zegt dat het daarbij gaat over de manier waarop er afstand is gedaan en over de achtergrond van de betrokkene. Maar je weet dus helemaal niet of die gegevens kloppen en of de selectie daarop door het Verwey-Jonker Instituut is gebaseerd op deugdelijke informatie. En dat vind ik dan ook wel heel opmerkelijk: de minister zegt "nou, we sturen die verslagen naar de mensen, die controleren en het komt allemaal goed". Ik geloof daar eerlijk gezegd niet in. En als ik er al niet in geloof, dan doen de betrokkenen dat al helemaal niet. Dus ik wil echt dat de minister dit serieus neemt. Volgens mij is het door een meerderheid van mijn collega's betoogd: er moet een onafhankelijk iemand komen, iemand met statuur die het vertrouwen heeft van de betrokkenen, om te kijken naar dat hele proces en daarop te reflecteren.

Minister Dekker:
Ik hoor wat mevrouw Bergkamp zegt. Ik heb een vrij uitvoerig betoog gehouden en ook brieven gestuurd over waar volgens mij de grootste dingen zijn fout gegaan. Ik wil best in overleg treden met het Verwey-Jonker Instituut en het WODC, maar tegelijkertijd bewaar ik ook enige afstand. Want nog niet zo heel erg lang geleden hadden we hier een hele discussie waarin werd gezegd dat ik en mijn collega's zich niet meer zouden bemoeien met hoe het WODC onderzoek doet en dat we vertrouwen moesten hebben in de wetenschappelijke kwaliteit en onafhankelijkheid van alle onderzoeken die het doet. Ik kom zelf wel in iets van een soort klem terecht als u zegt dat ik daar meer regie op moet voeren of dat daar iemand van buiten op moet gaan zitten, terwijl ik van het WODC te horen krijg — en daar moet ik ook echt op kunnen varen — dat het als opdrachtgever van het Verwey-Jonker Instituut niet de indruk heeft dat de integriteit en de kwaliteit van het onderzoek zijn aangetast. Wat ik wel zou kunnen doen, is gewoon aan hen vragen of dit zou kunnen helpen. Dan leg ik het ook iets meer daar.

Mevrouw Bergkamp (D66):
Nu gebeurt er toch ook wel iets heel raars. De minister zegt: ik blijf op afstand van onderzoek. Daar zijn we helemaal voor, maar het is dit ministerie dat zelf heeft gezegd "we gaan het erfgoed bewaren, kom maar hier met al die verslagen, niet geanonimiseerd". Dus eerlijk gezegd — ik speel de bal even terug naar de minister — ben ik het ermee eens dat het ministerie daarbuiten moet staan. Dat geldt ook voor instanties waarnaar het onderzoek plaatsvindt. Ik denk dat dat zuiverder is. Maar probeer na te denken over hoe we dit kunnen rechttrekken. En dan denk ik dat het verstandig is, ook om het vertrouwen weer goed te krijgen. Want ik geloof eerlijk gezegd niet dat het verhaal van de minister zo overtuigend is dat iedereen nu denkt "nou, oké, we lezen ons verslag en dan komt het goed". Ik wil dus aan de minister in overweging geven om het voorstel dat volgens mij in de Kamer breed wordt gedeeld, toch echt serieus te nemen en ervoor te zorgen dat dit rechtgetrokken kan worden. Er zijn meerdere onderzoeken geweest. Denk aan mevrouw Dettmeijer, die een waardevol onderzoek heeft gedaan, en aan de heer De Winter. Dat zijn toch aansprekende namen van mensen die kunnen reflecteren op dit geheel.

Minister Dekker:
Ik ga daarover in gesprek.

De heer Van Nispen (SP):
Ik begrijp wat de minister zegt, bezien vanuit zijn rol als minister en zijn positie. Maar dit debat gaat over het geschonden vertrouwen van de mensen die het betreft, over de mensen wier geschiedenis beschreven wordt, over de waarheidsvinding — wat is er gebeurd? — over de geadopteerden en over de ouders. De minister kan dus eigenlijk niet de vraag beantwoorden wat hij nou precies moet doen om de fouten die gemaakt zijn, te herstellen. Dat antwoord kan ik ook niet geven. Dat kunnen alleen die mensen zelf. En daarom moeten wij vandaag niet op voorhand de rol van de onafhankelijke deskundige die wij willen, beperken en zeggen: die moet alleen maar naar de intakegesprekken kijken en niet naar de rol van het Verwey-Jonker Instituut. Die knoop ga ik vandaag niet doorhakken. Ik ga die dus niet op voorhand beperken. En daarom ben ik het eens met mevrouw Bergkamp over een onafhankelijke deskundige. Die kan — dat denk ik dan, maar dat is aan die onafhankelijke deskundige — heel goed met de betrokkenen in gesprek om aan hen te vragen: waar zit nou jullie zorg, waar gaat het niet goed en hoe kunnen we het vertrouwen herstellen? Daarom doe ik echt een dringend beroep op de minister: ga dat nou niet op voorhand beperken, maar laat het aan de betrokkenen over. Alleen zij kunnen de vraag beantwoorden hoe zij het vertrouwen weer terug kunnen krijgen.

Minister Dekker:
Mijn suggestie was om met de betrokkenen in gesprek te gaan, om te kijken hoe we dat op een goede manier kunnen doen, in combinatie met dat ik constateer dat de grootste onzorgvuldigheden hebben plaatsgevonden bij het meldpunt. Ik vind het belangrijk dat het onderzoek, dat losstond van het aanmeldpunt, natuurlijk niet alleen maar kwalitatief en integer is, maar ook onafhankelijk kan plaatsvinden. Daarom voel ik mij iets beperkter als het erom gaat om daarover toezeggingen te doen. We hebben ook in dit huis net de afspraak gemaakt dat de kwestie, zodra er een onderzoek loopt, in handen is van het WODC en dat het beleidsdepartement daarvandaan blijft. Als ik daar nu toezeggingen op ga doen, kom ik in een ingewikkelde rol. Ik heb net aan mevrouw Bergkamp aangegeven dat ik dit best wil doen in overleg. Ik sluit ook helemaal niet uit dat er door het WODC en door het Verwey-Jonker instituut wordt gezegd "nou ja, wij denken dat ..." Zij zitten daar vaak constructief in. Maar ik maak hier wel dat voorzichtige voorbehoud, ook omdat ik mijn rol daarin niet dubbel wil maken.

De heer Van Nispen (SP):
Maar er is hier ook niemand die nu vandaag tegen de minister zegt: u moet en u zal op die manier ingrijpen in dat onafhankelijke onderzoek. Dat doet hier natuurlijk helemaal niemand. Herinner mij alstublieft niet aan de debatten die wij hier met het bloed aan de muur hebben gevoerd over het WODC en de onafhankelijkheid van de inspectie. Laten we daarover even ophouden; ik denk dat dat beter is. Het gaat nu om de betrokkenen en om de vraag wat zij willen en hoe hun vertrouwen kan worden hersteld. Met het voorstel om een onafhankelijke deskundige te benoemen, voorkomen we nou juist dat wij of de minister de vraag moeten beantwoorden: waar is het nou precies fout gegaan, van welk deel blijven we af en hoe kan het vertrouwen worden hersteld? Dat moeten zij beantwoorden. Juist die onafhankelijke deskundige zou dat in volle omvang kunnen en moeten beoordelen.

Minister Dekker:
Ik denk dat we niet eens zo vreselijk ver van elkaar vandaan staan. Ik heb al gezegd: die onafhankelijke deskundige lijkt me hartstikke goed. Dat wil ik ook graag doen, in samenspraak met alle betrokkenen. U zegt: laat ook kijken naar wat dat betekent voor het onderzoek. Ik sluit helemaal niet uit dat dat kan, maar ik wil ook niet dat de onafhankelijkheid van dat onderzoek wordt aangetast. Niet aan mijn kant, maar ik vind het ook belangrijk dat een onderzoek wordt gedaan onafhankelijk van verschillende belangenorganisaties. Een onderzoek is alleen onafhankelijk als ik me daar inhoudelijk niet mee bemoei, maar ook andere organisaties zich daar niet op de inhoud in mengen. Daarom vind ik het ook belangrijk dat de belangenorganisaties niet in de begeleidingscommissie zitten, want dan krijg je echt rolvermenging. Het moet een onafhankelijk onderzoek zijn. Als de persoon over wie we het hebben in ieder geval over mijn schouder meekijkt met dat aanmeldpunt en de correctie, in de trant van "gebeurt dat nou op een goede manier en kunnen we daarmee vertrouwen winnen?" en ook het gesprek aangaat met de onderzoekers, dan denk ik dat we best een heel eind kunnen komen.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Ik wil echt dat deze minister zijn hakken uit het zand haalt. Want dit gaat echt verkeerd. Dit onderzoek is bezoedeld. Dit onderzoek maakt gebruik van verslagen die misschien niet gebruikt hadden mogen worden en van stukken die niet zijn geanonimiseerd. De minister zegt: als dat niet gevraagd is, zullen we erop toezien dat dat niet wordt gebruikt. Ja, wie dan? Wie ziet daar dan op toe? Er is geen vertrouwen meer. De minister begon zo goed toen hij zei dat hij er alles aan wil doen om het vertrouwen te herstellen en dat hij het zeer betreurt. Dat weet ik. Ik ken hem inmiddels al een beetje. Natuurlijk doet dit hem ook zeer. Maar nu doorstappen. Nu echt niet vandaag op de laatste dag voor het reces een beeld neerzetten dat het misschien weleens niet zo zou kunnen zijn dat er een onafhankelijk iemand kijkt naar het onderzoek. Zo kunnen we vandaag als Kamer niet uit elkaar gaan. Wij staan hier als volksvertegenwoordigers van moeders van wie een kind is weggerukt. We gaan vandaag niet uit elkaar voordat we zeker weten dat er kritisch wordt gekeken naar dat onderzoek.

Minister Dekker:
Daar heb ik net op gezegd dat ik daarover in gesprek ga.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Dat is niet genoeg. Het is niet genoeg dat de minister zegt dat hij daarover in gesprek gaat. Ik wil dat het als een serieuze optie op tafel ligt. Alleen als de belanghebbenden daar echt geen gebruik van zouden willen maken, als ze zouden zeggen "minister, nee, alle mails die vandaag tijdens dit debat naar de Kamer zijn gegaan, hebben we allemaal niet zo bedoeld, we willen het echt niet", hoeft de minister het voor mij niet te doen. Maar onze berichten zijn te indringend. De ellende is te indringend. En daarom zegt de Kamer vandaag: wij willen dat dit als een serieuze optie op tafel ligt, dat de mensen die hier zo'n onrecht is aangedaan, het laatste woord hebben over wat er met hun informatie gebeurt, wat er met hun verslagen gebeurt en wie daar ook maar enig onderzoek naar doet. Het is niet iets dat leuk is voor onze samenleving om over vijf jaar nog eens een keer even lekker terug te lezen! Nee, dit gaat over waarheidsvinding van een van de zwarte bladzijden van onze geschiedenis.

Minister Dekker:
De mensen die hun verhaal hebben gedaan, moeten gaan over wat er met hun verhaal gebeurt. Dat is het doel achter de hele exercitie die wij nu gaan plegen. Dat betekent ook dat als mensen zeggen dat zij niet willen dat hun verhaal wordt gebruikt, dat aan hen is. Zij bepalen dat. Dat is zeker gesteld.

En dan het andere punt. Ik heb net aangegeven dat ik daarover in gesprek ga. Dan ligt dit als een serieuze optie op tafel. Dat is precies wat ik ga doen. Dat ga ik in ieder geval doen voor mijn onderdeel als het gaat om het meldpunt. Ik ga dat gesprek aan en dan ligt het als een serieuze optie op tafel. Als dat kan bijdragen aan het herstel van vertrouwen, is dat in ieders belang.

De heer Van den Berge (GroenLinks):
Ik heb, net als collega's, veel moeite met de redenering van de minister. Hij begon heel goed. Hij bood namens zijn ministerie excuses aan voor gemaakte fouten. Maar nu gaat diezelfde minister in gesprek met betrokkenen om te kijken of een onafhankelijk persoon van statuur zou moeten gaan kijken naar het onderzoek. We kunnen toch gewoon concluderen dat er fouten zijn gemaakt? Het is juist in het belang van de onafhankelijkheid dat de minister niet zegt "ik ga in gesprek om te kijken of dit een goede optie is", maar dat hij gewoon nu een onafhankelijk persoon van statuur vraagt om goed naar het onderzoek te kijken. Want het is niet alleen misgegaan met het controleren van de gespreksverslagen door geïnterviewden. Het is ook misgegaan in de onderzoeksopzet. We krijgen nu e-mails binnen — ik denk collega's ook — van belanghebbenden die zeggen: nou ja, ik heb er helemaal nooit om gevraagd dat mijn verhaal gebundeld zou worden voor het nageslacht, daar heb ik helemaal geen behoefte aan. Het is dus meer dan het verifiëren van die gespreksverslagen. Ik denk dat de minister er goed aan zou doen als hij nu die onafhankelijke persoon aanstelt om goed naar dat hele onderzoek te kijken.

Minister Dekker:
Maar nu halen we echt twee dingen door elkaar. U zegt "ik heb er nooit om gevraagd", maar dat is geen onderdeel van het onderzoek. Dat is het punt dat ik steeds wil maken. Dat is onderdeel van het meldpunt. Ik heb al toegegeven dat daar dingen niet goed zijn gegaan en dat die gerepareerd moeten worden. Ik vind dat mensen de kans moeten krijgen om hun verslag te corrigeren en dat mensen schriftelijk gevraagd moet worden of zij willen dat hun verslag wordt gebruikt voor het onderzoek. Zij moeten schriftelijk toestemming geven of het gebruikt mag worden om het te bewaren voor het nageslacht. Als het antwoord daarop ontkennend is, moet het verslag worden vernietigd. Dan mag het niet gebruikt worden. Ik vind juist dat betrokkenen dat echt in eigen hand moeten hebben. Ik vind de suggestie om eens te kijken of je daar een onafhankelijke derde, een gezaghebbend persoon, voor kunt inzetten, een uitermate goede. Ook die toezegging heeft u op zak.

Mijn enige punt is dat ik op het onderdeel van het Verwey-Jonker Instituut voor het WODC zeg dat ik daarover het gesprek wil aangaan, ook omdat ik daar formeel niet over ga. Ik ga niet over dat onderzoek. Ik moet uitkijken om me daarin te mengen, omdat ik u dan meer beloof dan ik kan waarmaken. Ik wil dat gesprek best aan. Ik ga dat graag aan met de betrokkenen. Geeft u mij alstublieft de ruimte om dat samen met de betrokkenen te doen. Ik heb zelf echt het gevoel dat we daaruit moeten kunnen komen. We willen allemaal dat het onderzoek een succesvolle uitkomst heeft. Ik zit niet te wachten op een onderzoek waar later nog weer heel veel discussie over ontstaat. Dat zou heel veel van iedereen vragen. Ja, ik ga dat gesprek aan en ik ga dat voor mijn deel inzetten. Ik denk dat ik een heel eind kom.

De voorzitter:
Tot slot op dit punt.

De heer Van den Berge (GroenLinks):
Ik zal proberen het kort te houden. De minister zei net dat hij veel waarde hecht aan de onafhankelijkheid van het onderzoek. Dat doe ik ook. Juist daarom is het belangrijk om een onafhankelijk persoon van statuur te vragen om naar het hele onderzoek te kijken. En ik ga er geen semantische discussie van maken, want het onderzoek gaat niet alleen over het stuk bij het Verwey-Jonker Instituut. Dat is natuurlijk ook het meldpunt en wat er gedaan wordt met de dingen die daar zijn binnengekomen. Ik heb het over het hele onderzoek. Daar ging de brief van de minister ook over. We hoeven er volgens mij niet één stukje uit te halen om dan te zeggen dat dat het onderzoek is dat het Verwey-Jonker Instituut onafhankelijk doet en dat de minister nu zelf niet kan beslissen over deze optie. Volgens mij kan de minister wel zeggen: ik ga iemand vragen en die laat ik naar het hele onderzoek kijken, meldpunt, diepte-interview et cetera.

De voorzitter:
U zou het kort houden, zei u.

De heer Van den Berge (GroenLinks):
Ja, maar het raakt me, voorzitter.

De voorzitter:
Ja, het raakt iedereen.

De heer Van den Berge (GroenLinks):
Maar dit is mijn punt. Mijn verzoek aan de minister is waarom hij dat niet gewoon kan toezeggen.

De voorzitter:
Dat is inderdaad heel kort en duidelijk.

Minister Dekker:
Volgens mij heb ik dat toegezegd. Volgens mij verwordt de discussie juist wel tot een wat semantische discussie. Ik heb aangegeven dat ik dit zal doen voor het onderdeel waar ik over ga. Over het onderdeel waar ik niet over ga, het onafhankelijke onderzoek, heb ik gezegd dat ik me daarvoor zal inzetten. Ik ga daar het gesprek over aan. Ik heb zelfs de verwachting uitgesproken dat ik denk dat we daar een heel eind zullen gaan komen. Maar ik moet ook de onafhankelijkheid hiervan, het Verwey-Jonker Instituut en het WODC respecteren.

De voorzitter:
Dan stel ik voor dat u verdergaat. Ik weet niet hoever u ongeveer bent?

Minister Dekker:
Voorzitter. Ik ben aanbeland bij de vraag welke maatregelen we gaan nemen om fouten te herstellen. Ik heb al aangegeven dat de verslagen inmiddels in een veilige omgeving zijn geplaatst. Ik heb het Verwey-Jonker Instituut, Fiom en het WODC gesproken over de hoofdlijnen van de verificatie- en correctieprocedure. Dat betekent dat de aanmelders direct na dit debat geïnformeerd zullen worden over de achtergronden van het besluit om een verificatieprocedure in te richten, waarbij ze kunnen en moeten aangeven of ze daaraan willen meewerken. Nadat alle stappen zijn afgerond om de procedure te beginnen, in overeenstemming met de AVG, zullen zij door Fiom en het Verwey-Jonker Instituut een gespreksverslag voorgelegd krijgen. Zij kunnen correcties aanbrengen en hen wordt gevraagd of ze kunnen instemmen met de verwerking, enerzijds ten behoeve van onderzoek en anderzijds voor het bewaren voor het nageslacht. Dat zijn twee verschillende dingen, daar kan men in kiezen.

Voorzitter: Ziengs

Minister Dekker:
Drie. De verslagen worden op basis van de aangegeven correcties definitief gemaakt en desgewenst teruggestuurd aan de aanmelders en overeenkomstig de aangegeven instemming aan het Verwey-Jonker Instituut en/of het ministerie. Daarna worden ze bij Fiom vernietigd. De verslagen worden door het Verwey-Jonker Instituut vernietigd na afloop van het onderzoek. Tot slot worden de verslagen die voor het nageslacht worden bewaard, door mijn ministerie overgedragen aan een instelling die voor de collectie van de verslagen zal zorgdragen. Wederom uiteraard alleen als daar door de betrokkenen toestemming voor is gegeven.

Het is een exercitie die ik graag laat toetsen door zo'n onafhankelijke expert. Ik denk dat we er na de uitvoering van deze reparatiemaatregelen in ieder geval zeker van kunnen zijn dat de verslagen slechts gebruikt worden voor de doeleinden waarvoor de aanmelder schriftelijk toestemming heeft verleend. Dat vind ik heel belangrijk. Het kan ook betekenen dat ze niet worden meegenomen in het uiteindelijke onderzoek, omdat men gewoon zijn verhaal kwijt wilde, maar het daarbij wil laten. Het tweede is dat de verslagen ook naar het oordeel van de aanmelder correct zijn. Drie. De verwerking, inclusief de vernietiging van de verslagen voldoet aan de eisen die zijn gesteld op basis van de AVG.

Voorzitter, tot slot. Er waren een aantal vragen die geen betrekking hadden op de binnenlandse adoptie, maar op een ander lopend onderzoek. Daarbij is een vraag gesteld over de CBS-enquête en de zorgen die daarover bestaan. Het is uiteindelijk aan de commissie-Joustra om daar een besluit over te nemen. Ze hebben mij daarover in kennis gesteld, maar dit is een afweging die zij zelf hebben gemaakt. Ik kan me er iets bij voorstellen dat je zegt dat je naar het verleden wilt kijken, maar dat je ook wilt weten wat de impact van dat verleden is op het welzijn en welbevinden van geadopteerden anno 2020. Zij hebben de vrijheid om dat soort keuzes te maken. Mijn voorstel zou zijn om af te wachten hoe dat uiteindelijk in het onderzoek landt.

Dan was er de vraag of de commissie-Joustra ook contact heeft met belangenorganisaties en betrokkenen. Ik kan die vraag bevestigend beantwoorden. De commissie organiseert geen bijeenkomst — dat zal mijn ministerie doen — maar zij heeft wel degelijk ook contact met diverse belangenorganisaties.

Dan tot slot de vragen over de financiering. Zoals u weet, heb ik 1,2 miljoen ter beschikking gesteld. Momenteel laat ik in kaart brengen hoe daarmee de zoektochten van en voor geadopteerden vergemakkelijkt kunnen worden. Samen met de organisaties bekijk ik welke diensten daarvoor het beste kunnen worden aangeboden en ook door welke organisaties. Dat kan ook breder zijn dan alleen het Fiom. De belangenorganisaties en hun ideeën worden daar wat mij betreft volwaardig in meegenomen.

Daarmee heb ik alle vragen beantwoord.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan kunnen wij doorgaan met de tweede termijn. Ik geef graag het woord aan mevrouw Bergkamp.

Mevrouw Bergkamp (D66):
Voorzitter. Dank u wel. Ik heb één motie. Deze motie is een opdracht aan de minister. Je hoort in ambtelijk-parlementaire termen altijd te praten over "verzoekt de regering", maar het is een opdracht aan de regering. Deze context geef ik heel graag mee bij deze motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft erkend dat in het onderzoek Binnenlandse afstand en adoptie 1956-1984 procedurele, organisatorische en inhoudelijke fouten zijn gemaakt, onder meer bij de verwerking van de aanmeldingen, het opstellen van de verslagen, het behandelen van de dossiers en het anonimiseren van gegevens;

constaterende dat belanghebbenden hierdoor minder vertrouwen hebben in het onderzoek;

overwegende dat er geen enkele twijfel mag bestaan over de opzet en uitvoering van het onderzoek en dat het onderzoek dient te voldoen aan de eisen die aan wetenschappelijk onderzoek worden gesteld, zoals zorgvuldigheid, onafhankelijkheid en transparantie;

verzoekt de regering om op korte termijn een deskundige van statuur te verzoeken om te reflecteren op de aanpak van het onderzoek tot nu toe, daartoe in gesprek te gaan met alle partijen, en met aanbevelingen te komen hoe dit onderzoek op een zorgvuldige en wetenschappelijk verantwoorde wijze kan worden opgepakt en verder kan worden gebracht, en de Kamer daarover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bergkamp, Van Toorenburg, Van Nispen, Kuiken, Van den Berge, Van Kooten-Arissen en Markuszower.

Zij krijgt nr. 71 (31265).

Mevrouw Bergkamp (D66):
Voorzitter. Laat ik ook nog iets zeggen tegen de minister. Deze motie wordt niet zomaar ingediend. Het is een belangrijke waarborg dat dit onderzoek ook nog kans van slagen heeft en dat het het vertrouwen kan krijgen van de belanghebbenden. Wij moeten er niet aan denken dat straks het Verwey-Jonker Instituut met lege handen staat omdat mensen gewoon geen vertrouwen hebben in het leveren van een bijdrage aan het onderzoek. Hopelijk kunnen wij dat hiermee voorkomen.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan mevrouw Van Toorenburg.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Voorzitter. Het signaal is zo krachtig, dat de rest van de Kamer geen behoefte heeft aan een tweede termijn.

De voorzitter:
Als dat het geval is, moeten wij even moeten wachten tot de motie bij de minister ligt, waarna hij een appreciatie kan geven. Ik schors de vergadering voor enkele ogenblikken.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
De moties zijn rondgedeeld. De minister heeft er kennis van kunnen nemen en gaat zijn appreciatie geven.

Minister Dekker:
U spreekt in meervoud, over moties, maar ik heb er maar één.

De voorzitter:
De minister heeft volledig gelijk; er is maar één motie. Ik had mij voorbereid op meerdere moties, maar het is er maar één.

Minister Dekker:
Ja. Ik ben het roerend eens met wat mevrouw Bergkamp zegt. De bedoeling is dat het vertrouwen weer terugkomt van alle betrokkenen voor wie we dit deden. Als er daar vertrouwen is, denk ik dat er ook hier weer vertrouwen zal zijn. Nogmaals, als ik kijk naar waar het fout is gegaan, dan moet ik, ook richting het Verwey-Jonker Instituut en het WODC, de hand in eigen boezem steken. De meeste fouten zijn echt gemaakt aan de kant van het meldpunt, aan de kant van het ministerie, waarvoor ik direct verantwoordelijk ben. Dat gezegd hebben, kan ik me voorstellen dat dat door de betrokkenen zelf veel breder wordt opgevat. Met die opmerking kan ik prima uit de voeten met deze motie en kan ik haar oordeel aan de Kamer laten.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 71 krijgt het oordeel Kamer.

De beraadslaging wordt gesloten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

VAO Financiële verhoudingen (AO d.d. 02/07)

VAO Financiële verhoudingen (AO d.d. 02/07)

Aan de orde is het VAO Financiële verhoudingen (AO d.d. 02/07).

De voorzitter:
Aan de orde is het VAO Financiële verhoudingen. Ik heet de minister van Binnenlandse Zaken van harte welkom. Als eerste spreker is aangemeld mevrouw Özütok. Gaat uw gang.

Mevrouw Özütok (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. We hebben vanmiddag een heel goed overleg gehad met de minister over de financiën van gemeenten. Er zijn nog steeds een aantal zorgen, dus daarom een tweetal moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de opschalingskorting op het Gemeentefonds tot 2025 oploopt tot 975 miljoen euro, terwijl het CPB in het basispad ten behoeve van de doorrekening van verkiezingsprogramma's de opschalingskorting maximeert op 707 miljoen;

overwegende dat de snel oplopende opschalingskorting gemeenten bemoeilijkt een sluitende meerjarenbegroting op te stellen;

van mening dat gemeenten de mogelijkheid moeten hebben de ruimte die het CPB biedt te benutten bij het opstellen van hun meerjarenbegrotingen;

verzoekt de regering in het gesprek met de provinciale toezichthouders af te spreken dat gemeenten de ruimte die het CPB geeft, mogen benutten bij het opstellen van hun begroting,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Özütok, Van Raak, Kuiken, Van Otterloo en Bisschop.

Zij krijgt nr. 22 (35300-B).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de effecten van corona zich op heel veel verschillende gemeentelijke beleidsterreinen voordoen, dat gemeenten vanwege corona zowel extra uitgaven hebben als dalende inkomsten en het Rijk heeft toegezegd dat gemeenten er door corona niet slechter voor mogen komen te staan;

overwegende dat de gemeentefinanciën al voor corona onder druk stonden en een adequate compensatie voor gemeenten daarom essentieel is en dat de financiële impact van corona op medeoverheden mogelijk pas in de komende gemeentebegrotingen goed zichtbaar is;

verzoekt de regering om op basis van de gemeentebegrotingen in gesprek te gaan met gemeenten over hun financiële situatie, en de Kamer daarover voor de Najaarsnota te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Özütok. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 23 (35300-B).

Dank u wel. Dan zal eerst weer even het spreekgestoelte schoongemaakt worden. Dan is het woord aan de heer Van Raak.

De heer Van Raak (SP):
Ik dank mevrouw Özütok. Dat waren hele logische, goede moties. Ik kan me niet voorstellen dat iemand daartegen is. Met name de eerste vond ik bijzonder goed. Ik heb een motie die daarop aansluit. Ik kan me ook niet voorstellen dat iemand daartegen is.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de "opschalingskorting" een bezuiniging is zonder bijbehorend beleid;

van mening dat dit een vorm is van slecht bestuur;

verzoekt de regering met Prinsjesdag met voorstellen te komen om af te zien van de "opschalingskorting" en met terugwerkende kracht gemeenten te compenseren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Raak. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 24 (35300-B).

Dan geef ik nu het woord aan de heer Bisschop.

De heer Bisschop (SGP):
Voorzitter, dank u wel. Dank ook aan de betrokkenen voor het overleg dat dat we vanmiddag kunnen hebben. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat gemeenten in de achterliggende jaren veel extra taken hebben gekregen, maar voor hun budgetten afhankelijk zijn van onzekerheden rond de bijdrage uit het Gemeentefonds;

overwegende dat financiële stabiliteit en zekerheid voor gemeenten van belang zijn;

van mening dat extra verantwoordelijkheden samen horen te gaan met extra financiële mogelijkheden;

verzoekt de regering te komen tot een substantiële verruiming van het gemeentelijk belastinggebied onder gelijktijdige verlaging van rijksbelastingen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bisschop. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 25 (35300-B).

De heer Bisschop (SGP):
Ik snap dat deze minister daar niet in haar eentje over gaat; dat zou ze uiteraard graag willen. Maar dat is onvoldoende argument, want hier wordt al jaren voor gepleit. Er wordt al jaren toegezegd dat er stappen ondernomen zullen worden en er zit weinig vaart in. Eigenlijk is deze motie dus ook bedoeld in de richting van de minister. Geef er een mooie slinger aan! U kunt het, vast.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat gemeenten in landelijke gebieden veelal te maken hebben met weinig financiële armslag en vaak moeten bezuinigen op essentiële voorzieningen om hun begroting op orde te houden en dat veel gemeenten kampen met een structurele slechte financiële situatie, waaronder ook veel gemeenten in krimpregio's;

overwegende dat de keuze van indicatoren voor het vaststellen van de hoogte van de bijdrage uit het Gemeentefonds cruciaal is voor het uiteindelijke resultaat;

van mening dat het ongewenst is dat gemeenten moeten bezuinigen op essentiële voorzieningen;

verzoekt de regering te bewerkstelligen dat bij de vaststelling van de uitkeringen uit het Gemeentefonds gekozen wordt voor indicatoren die plattelandsgemeenten en gemeenten in krimpregio's meer financiële armslag bieden en tevens niet akkoord te gaan met verdergaande bezuinigingen in deze gemeenten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bisschop. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 26 (35300-B).

De heer Bisschop (SGP):
Ik dank u zeer, voorzitter.

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Kuiken.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Voorzitter. Ik heb samen met de heer Bisschop een motie voorbereid, omdat we allebei geloven en vooral omdat we allebei hoopvol zijn.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat gemeenten door de gevolgen van het coronavirus in geldnood komen;

overwegende dat de eis van een sluitende begroting noodzaakt tot bezuinigingen of belastingverhogingen;

verzoekt de regering vooruitlopend op een structurele oplossing toe te staan dat gemeenten dit jaar geen sluitende begroting indienen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kuiken en Bisschop. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 27 (35300-B).

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Overigens zit mijn geloof voornamelijk in de liefde, maar dat maakt het niet heel veel anders.

We hebben in het debat voldoende gewisseld en wat daar is gezegd, hoef ik hier niet te herhalen. Ik wil u alleen nog zeggen dat ik zo meteen de zaal verlaat, omdat ik ergens geïnstalleerd moet worden. Maar dat neemt niet weg dat ik via de Handelingen uiteraard de antwoorden zal volgen.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Otterloo.

De heer Van Otterloo (50PLUS):
Voorzitter, dank u wel. We hebben in het AO al veel gewisseld over alle financiële problemen, maar ik wou toch ook nog een richting geven aan wat er moet gebeuren in het kader van de coronacrisis. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende het feit dat veel gemeenten aangeven dat hun financiële situatie steeds nijpender wordt;

overwegende het feit dat de coronacrisis grote economische schade veroorzaakt en het de taak van het Rijk is hierin bij te sturen;

overwegende het feit dat het voor de economie goed zou zijn in te zetten op investerend vermogen van gemeenten, bijvoorbeeld op het gebied van woningbouw en infrastructuur;

verzoekt de regering in te zetten op de economische groeikracht van gemeenten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Otterloo. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 28 (35300-B).

De heer Van Otterloo (50PLUS):
Deze motie is ook bedoeld om niet vlak voor het reces alleen maar in hele grote treurigheid te eindigen, want zo laten we zien dat de gemeenten ook werkelijk iets kunnen doen.

De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van het indienen van allerlei moties. Ik schors enkele ogenblikken, zodat de moties gekopieerd en rondgedeeld kunnen worden.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
We zijn toe aan de beantwoording en appreciatie van de moties die ingediend zijn. Het woord is aan de minister.

Minister Ollongren:
Dank, voorzitter. Dank ook aan alle leden. Ik ga meteen over tot beoordeling van de moties.

De motie op stuk nr. 22 van mevrouw Özütok gaat over de opschalingskorting. Die verzoekt de regering nu al af te spreken iets te doen, terwijl ik net in het AO heb gezegd, en het kabinet dat gisteren ook heeft toegezegd aan de Kamer, dat we onderzoek doen naar het verschil tussen het CPB en de meerjarenraming in de begroting. Ik zou er dus op willen aandringen om even af te wachten wat er uit dat onderzoek komt. Wellicht kan ik mevrouw Özütok vragen de motie aan te houden tot het moment waarop we dat hebben. Daarna kunnen we over alles nadenken, inclusief de optie die hier staat. Maar ik vind dat de volgorde is: eerst het onderzoek en dan de afweging.

De voorzitter:
Ik kijk even naar mevrouw Özütok.

Mevrouw Özütok (GroenLinks):
Dan houd ik mijn motie aan.

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Özütok stel ik voor haar motie (35300-B, nr. 22) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Ollongren:
De motie op stuk nr. 23 is ook van mevrouw Özütok. Die gaat over de gesprekken die zij vraagt te voeren over de gemeentebegrotingen, mede in het licht van corona. Ik zie hierin interesse en steun voor wat we doen. Ik geef graag het oordeel aan de Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 23 krijgt oordeel Kamer.

Minister Ollongren:
De motie op stuk nr. 24 is van de heer Van Raak. Die gaat ook over de opschalingskorting. Die gaat een stuk verder dan wat de eerste motie vraagt, die net is aangehouden. Het onderzoek gaan we doen, maar hier staat "terugwerkende kracht". Ik zie niet hoe we dat zouden kunnen waarmaken. Ik ontraad de motie.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 24 is ontraden.

Minister Ollongren:
Dan ben ik bij de motie van de heer Bisschop. Hij verwachtte het antwoord al. Ik ga daar natuurlijk niet alleen over. Dat antwoord zal ik dan ook maar geven, want de heer Bisschop heeft dat niet voor niks gezegd. Ik ken het onderwerp, ook uit een verder verleden. Dit is een substantieel en voor sommigen principieel punt, waarvan ik niet vind dat we dat hier bij motie zouden moeten beslissen. Ik ontraad de motie.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 25 is ontraden.

Minister Ollongren:
We hebben straks een nieuw kabinet. We hadden het er net al over. Sommige dingen horen bij een formatie. Het is belangrijk dat er bouwstenen klaarliggen, maar ik zou dat niet bij motie willen doen.

Dan de motie op stuk nr. 26. De landelijke gebieden en de krimpregio's. Ik heb natuurlijk, net zoals de heer Bisschop, sympathie voor die gemeenten, maar ik vind niet dat we nu al, vooruitlopend op de onderzoeken die worden gedaan, waarvan de tussenrapporten bekend zijn en waarnaar nog heel zorgvuldig wordt gekeken, voor een specifieke groep daarop zouden moeten vooruitlopen. Daarom ontraad ik de motie.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 26 wordt ontraden.

Minister Ollongren:
De motie op stuk nr. 27 is een motie van mevrouw Kuiken. Ook hiervoor geldt: ik heb gezegd dat ik het gesprek met de toezichthouders ga voeren. Ik heb gezegd dat ik op voorhand geen oplossingen wil uitsluiten. Maar het omgekeerde zou ik ook niet willen doen, namelijk op voorhand al zeggen: geen sluitende begroting indienen is een oplossing. Om die reden moet ik de motie ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 27 wordt ontraden.

Minister Ollongren:
Dan de motie op stuk nr. 28 van de heer Van Otterloo. Ik probeerde goed te luisteren naar wat de heer Van Otterloo hier zei. Hij zei dat hij het positief wilde afsluiten, dus dat waardeer ik op zich heel erg. Tegelijkertijd: ik ga als minister van BZK wel over gemeenten en de gemeentefinanciën, in de keurige relatie zoals we die in het huis van Thorbecke hebben, maar gemeenten gaan toch echt zelf over hun economische groeikracht. Daar kunnen we natuurlijk vanuit het kabinet, vanuit verschillende ministeries, wel aan bijdragen. Er staat hier bijvoorbeeld "woningbouw". Dat doe ik natuurlijk graag, maar ik vind de motie heel breed en heel algemeen. Ik heb er wel aandacht voor, maar ik kan de motie niet ondersteunen, dus ik moet haar ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 28 wordt ontraden.

Daarmee zijn we aan het eind gekomen van dit VAO.

De beraadslaging wordt gesloten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Jeugd

Jeugd

Aan de orde is het VAO Jeugd (AO d.d. 23/06).

De voorzitter:
Aan de orde is het VAO Jeugd. Ik meld ik er direct even bij dat alle moties die worden ingediend vanavond nog in stemming komen. Bij een vorige bijeenkomst had ik dat niet gemeld, dus ik dacht: ik doe het nu alvast maar vooraf. Ik geef allereerst het woord aan mevrouw Westerveld namens GroenLinks.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Voorzitter. Ik heb nog steeds een beetje, of eigenlijk best wel veel buikpijn van de situatie in Hoenderloo, waar een aantal kinderen zit die juist gebaat zijn bij rust en bij structuur en die te horen hebben gekregen dat ze moeten verhuizen en voor wie nog steeds geen plek is gevonden. Ik wil voorkomen dat we hier straks in september weer zijn en dat we dan horen dat er nog steeds geen duidelijkheid is. Ik zou willen dat we veel beter uitzoeken wat hier is misgegaan en hoe we daarvan kunnen leren voor de toekomst. Daar dient de heer Hijink straks een motie over in, waar ik me bij heb aangesloten. Ik heb nog een andere motie hierover, omdat ik wil dat wij op de hoogte worden gehouden.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er nog steeds onduidelijkheid is over de voorgenomen sluiting van De Hoenderloo Groep op 1 augustus 2020;

constaterende dat er voor een groep kinderen en hun ouders nog geen passende vervolgplek is gevonden met zorg én onderwijs;

overwegende dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd en de onderwijsinspectie de situatie nauwlettend in de gaten houden;

verzoekt de regering om de Kamer middels een tweewekelijkse brief ook in het reces op de hoogte te houden van de voortgang rondom de sluiting en daarin expliciet mee te nemen of er voor alle kinderen een passende vervolgplek is geregeld,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld, Kuiken en Hijink. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 731 (31839).

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Dan heb ik een motie over uithuisplaatsingen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het aantal uithuisplaatsingen van kinderen hoog ligt in vergelijking met omringende landen;

overwegende dat een uithuisplaatsing vaak leidt tot trauma bij gezinnen en kinderen;

overwegende dat ambulante en gezinsgerichte hulp vaak een beter alternatief is;

verzoekt de regering om met jeugdhulporganisaties en deskundigen een plan van aanpak te maken met heldere doelen en streefcijfers over hoe het aantal uithuisplaatsingen te verminderen en meer gezingsgerichte hulp in te zetten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld en Wörsdörfer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 732 (31839).

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Ik heb nog een motie op verzoek van mevrouw Kuiken, die weg moest.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat jeugdzorgaanbieders tijdens de coronacrisis omzetverlies leden en daarvoor compensatie ontvingen ter voorkoming van ernstige financiële problemen;

constaterende dat deze compensatie voor jeugdzorginstellingen stopt per 1 juli;

overwegende dat de coronacrisis nog niet achter ons ligt en het nog geen business as usual is;

overwegende de compensatie voor zorgaanbieders in andere sectoren wel na 1 juli wordt verlengd, namelijk tot 1 augustus voor de gehandicaptensector en 1 september voor verpleeghuizen;

verzoekt de regering de compensatie van het omzetverlies van jeugdzorginstellingen te verlengen tot 1 september ter voorkoming van ernstige financiële problemen en/of het gedwongen ontslag van jeugdzorgmedewerkers,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld en Kuiken. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 733 (31839).

Dank u. Dan geef ik nu het woord aan de heer Jansen namens de PVV.

De heer Jansen (PVV):
Dank, voorzitter. Inderdaad ging een groot deel van de discussie de vorige keer over De Hoenderloo Groep. Het zal de Kamer dan ook niet verbazen dat wij daar twee moties over indienen. De eerste.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er rondom het faillissement en de sluiting van De Hoenderloo Groep veel is misgegaan en nog steeds misgaat;

overwegende dat hierdoor kinderen, ouders en medewerkers flink gedupeerd zijn;

van mening dat het te makkelijk is om te accepteren dat alle kinderen uiteindelijk wel op een juiste nieuwe plek terecht zullen komen;

verzoekt de regering voor 1 augustus 2020 een overzicht te sturen naar de Kamer waarin voor alle 220 kinderen staat aangegeven in hoeverre de gerealiseerde nieuwe plek voldoet aan de drie-/viermilieubehoeften van de kinderen en hoe en wanneer de ontbrekende milieus worden gerealiseerd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Jansen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 734 (31839).

De heer Jansen (PVV):
Dan de tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister eindverantwoordelijkheid draagt in het drama rondom het faillissement van De Hoenderloo Groep;

overwegende dat de minister antwoordt op Kamervragen dat, indien een zorgaanbieder in de problemen komt, de zorgcontinuïteit van de cliënt vooropstaat en niet de continuïteit van een individuele zorgaanbieder;

van mening dat het schokkend is dat er geen enkele actie is ondernomen door de inspectie sinds de minister 26 januari jongstleden aangaf in gesprek te gaan met Pluryn over het technische faillissement van De Hoenderloo Groep;

overwegende dat er geen enkele actie wordt ondernomen door de minister om de 32 miljoen euro aan subsidie terug te vorderen, zelfs niet als Pluryn meer dan 15 miljoen overhoudt aan de verkoop van het vastgoed van De Hoenderloo Groep;

verzoekt de regering om iedere eurocent van de uitgekeerde subsidie terug te vorderen tot aan het bedrag dat verkoop van het vastgoed oplevert,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Jansen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 735 (31839).

De heer Hijink (SP):
Ik heb een vraag over de eerste motie die de heer Jansen indient. Vraagt hij nou echt om per kind een overzicht te krijgen van hoe en waar kinderen geplaatst zijn? Ik zie namelijk allerlei problemen opdoemen qua privacy. Het is natuurlijk al snel te herleiden als je hier gaat vragen allerlei detailinformatie publiek te maken. Het lijkt mij toch dat de heer Jansen dat bepaald ook niet wil. Ik snap zijn idee wel: je wilt dat ieder kind op de goede plek terechtkomt. Dat snap ik heel goed, maar wat vraagt hij nu precies? Ik wil straks niet ergens voor of tegen stemmen met een verkeerd idee in mijn achterhoofd.

De heer Jansen (PVV):
Dit is een terechte vraag. Wij willen dit niet met naam en toenaam; niet op dat niveau. Wij willen van alle 220 kinderen weten of zij op een juiste nieuwe plek terechtkomen. Want wij horen heel veel signalen van ouders die zeggen: onze kinderen krijgen een plek aangeboden, maar een of meerdere milieus ontbreken daarin. De vraag is ook of die milieus uiteindelijk wel gerealiseerd gaan worden. Dat is de reden waarom wij vragen om deze detaillering, niet op het niveau van naam en toenaam, maar wel tot op dit detailniveau.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik hoop dat het zo helder is voor de heer Hijink. Mevrouw Westerveld heeft ook een korte vraag.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Ik heb een vraag over de tweede motie. Die gaat over het terugvorderen van subsidie. Ik begrijp ook heel goed de gedachte daarachter. Er is een bak met geld naar Pluryn gegaan en je kunt je afvragen in hoeverre dat op een goede manier is gebeurd. Maar is de PVV niet bang dat als we het geld moeten terugvorderen, dit ten koste zal gaan van de cliënten en de zorg aan de mensen die er nog wél zitten? Daar zit mijn zorg nu.

De heer Jansen (PVV):
Deze vraag had ik ook verwacht. Het is zelfs zo dat Pluryn heeft aangegeven dat de verkoop van het vastgoed geen reden was om De Hoenderloo Groep te sluiten. Dus wij zijn het er niet mee eens dat zij dat geld op die manier binnenkrijgen door de verkoop, "over de ruggen van kinderen", zeiden wij zelf in het overleg. Daarom dienen wij deze motie in om het dan terug te vorderen.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik ga nu het woord geven aan de heer Raemakers namens D66.

De heer Raemakers (D66):
Voorzitter, dank u wel. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) adviseert over de inrichting van het openbaar bestuur en de verhoudingen tussen Rijk, gemeenten en provincies;

constaterende dat regionale samenwerking tussen gemeenten in de regio een belangrijk onderdeel is van de Jeugdwet;

overwegende dat er binnen de jeugdzorg veel verschillende regio-indelingen van toepassing zijn;

overwegende dat de regering voornemens is om bij de geplande wijziging van de Jeugdwet taken en verantwoordelijkheden in het openbaar bestuur te verschuiven en samenwerking tussen gemeenten wettelijk te verplichten;

verzoekt de regering om vóór wijziging van de Jeugdwet eerst aan de ROB zowel advies te vragen over de regio-indelingen binnen de jeugdzorg (aantal en schaal), als over de rol van het Rijk bij interbestuurlijke samenwerking,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Raemakers en Wörsdörfer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 736 (31839).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) recentelijk grote zorgen uit in haar rapport "Breng de basis op orde en benut kansen" over de digitale uitwisseling en samenwerking binnen de Jeugdzorg;

overwegende dat veilige digitale uitwisseling en samenwerking essentieel is voor het effectief functioneren van de jeugdzorg;

verzoekt de regering om met branches in gesprek te gaan over hoe het Rijk op korte termijn (voor 1 oktober 2020) jeugdzorgorganisaties beter kan helpen met het beveiligen van de aan hen toevertrouwde data van jongeren en hun ouders, en het verhogen van de kwaliteit van digitale uitwisseling zodat de aanbevelingen zoals omschreven in het IGJ-rapport worden nageleefd;

verzoekt de regering om jaarlijks de dataveiligheid van digitale uitwisseling van persoonsgegevens te toetsen door het laten uitvoeren van pentesten, en het dataveiligheidsbeleid aan te passen op basis van de uitkomsten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Raemakers en Hijink. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 737 (31839).

Het woord is nu aan de heer Peters namens het CDA.

De heer Peters (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Tijdens het debat hebben wij over heel veel punten gesproken. Ik heb onder andere de nadruk gelegd op de vraag waar al die tekorten nou vandaan komen en waar het geld naartoe gaat. Dat is allemaal nog niet zo makkelijk te beantwoorden. De minister heeft in een brief wel wat opzetten gegeven, waar we na het reces wel weer op terugkomen. Voor nu is dat voldoende.

Ik heb nog twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat jeugd- en jongerenwerk, scouting en speeltuinverenigingen in de financiële problemen kunnen komen door een gebrek aan inkomsten vanwege coronamaatregelen;

constaterende dat de financiële problemen met relatief weinig geld op te lossen zouden zijn;

constaterende dat jeugdwerk niet valt onder bestaande regelingen;

constaterende dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor lokaal subsidiebeleid, maar niet altijd direct deze verantwoordelijkheid op lijken te pakken;

overwegende dat jeugd- en jongerenwerk belangrijk is voor het gezond opgroeien van jeugd;

vraagt de regering contact op te nemen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, te inventariseren waar jeugdwerk direct in de problemen komt en afspraken te maken hoe deze problemen kunnen worden opgelost,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Peters, Wörsdörfer, Raemakers, Westerveld, Hijink, Jansen, Sazias, Voordewind en Van der Staaij.

Zij krijgt nr. 738 (31839).

De heer Peters (CDA):
Dan de tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in de Jeugdwet staat dat gemeenten een zorgplicht hebben, maar dat niet is vastgelegd waar die plicht ophoudt;

constaterende dat mede hierdoor dyslexiezorg een verontrustend verdienmodel is geworden voor een groeiend aantal commerciële aanbieders;

constaterende dat in 2009 dyslexiezorg is toegevoegd aan het basispakket naar aanleiding van adviezen van de Gezondheidsraad en het CVZ (tegenwoordig: Zorginstituut Nederland);

van mening dat het bij veruit de meeste lees- en spellingsproblemen echter gaat om een leerprobleem en niet om een zorgprobleem;

van mening dat het gelet op de invoering van de Jeugdwet en de invoering van het passend onderwijs goed is om de positionering van de dyslexiezorg te heroverwegen;

verzoekt de regering opnieuw te laten onderzoeken of dyslexiezorg voortaan beter via de samenwerkingsverbanden passend onderwijs kan lopen en het oorspronkelijke budget van gemeenten hiervoor over te hevelen naar het onderwijs,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Peters en Rog. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 739 (31839).

Dank u wel. Ik moet u kennelijk toch even terugroepen vanwege een interruptie of een vraag over de motie. Toch niet, begrijp ik.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Nu het spreekgestoelte toch wordt schoongemaakt, wat altijd even duurt: mevrouw Kuiken kan hier niet bij zijn, omdat ze naar de installatie is van de commissie toeslagen. Ik zei net heel snel "ze is er niet", maar om die reden is ze er niet. Ze vindt het wel een heel belangrijk onderwerp.

De voorzitter:
Goed dat u dat nog even herhaalt, maar dat had ze net even daarvoor zelf al aangekondigd. Dit was dus inderdaad al doorgegeven, maar voordat u hier aanwezig was. Logisch dat u dat even aangeeft; dank u wel. Daarmee is het woord aan de heer Voordewind.

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb namens de ChristenUniefractie twee moties, een over de jeugdzorginstellingen — we hebben gezien dat zij in de problemen zijn gekomen de afgelopen coronatijd en we maken ons zorgen over de continuïteit van zorg — en een over de positionering van de Jeugdautoriteit. De eerste motie gaat dus over de instellingen zelf.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat jeugdzorginstellingen de zorg zo veel mogelijk weer opstarten, maar dat dit vanwege de coronamaatregelen niet altijd volledig op het oude niveau mogelijk is en dat er bovendien nog steeds sprake is van een verminderde instroom;

constaterende dat de continuïteitsregeling voor de omzetgarantie op 1 juli is gestaakt, maar dat jeugdzorginstellingen wel gebruik kunnen maken van de meerkostenregeling;

van mening dat voorkomen moet worden dat jeugdzorginstellingen hierdoor behandelingen aan jongeren met complexe problemen moeten staken of in de toekomst niet langer kunnen aanbieden;

verzoekt de regering in overleg met gemeenten en jeugdzorginstellingen te onderzoeken hoe jeugdzorginstellingen met continuïteitsproblemen met maatwerk tegemoetgekomen kunnen worden, waarbij reeds gemaakte afspraken tussen gemeenten en jeugdzorginstellingen worden gerespecteerd en zorgaanbieders waar nodig worden gestimuleerd de zorgverlening al dan niet in aangepaste vorm naar het reguliere niveau terug te brengen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Voordewind, Peters en Raemakers. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 740 (31839).

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Tot slot, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Jeugdautoriteit vanuit een neutrale positie ten opzichte van gemeenten, zorgaanbieders en Rijk en met duidelijke bevoegdheden, snel moet kunnen interveniëren als de continuïteit van de cruciale jeugdzorg in het geding is;

overwegende dat het perspectief is om de Jeugdautoriteit te positioneren bij de NZa, waarbij de Jeugdautoriteit een andere rol heeft richting de gemeenten dan de NZa richting zorgverzekeraars;

van mening dat een situatie als bij De Hoenderloo Groep in de toekomst voorkomen moet worden;

overwegende dat de Jeugdautoriteit een stevige positie en voldoende bevoegdheden dient te krijgen en niet afhankelijk mag zijn van informatie van derden;

verzoekt de regering in het convenant met de VNG en BZGJ te borgen dat de Jeugdautoriteit stevige bevoegdheden krijgt om goed zicht te houden op de financiële situatie van zorgaanbieders en daarbij rekenschap te geven van de rol die de Jeugdautoriteit inneemt ten opzichte van de gemeenten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Voordewind, Peters en Wörsdörfer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 741 (31839).

De heer Hijink.

De heer Hijink (SP):
Dank, voorzitter. Mevrouw Westerveld zei het al: bij De Hoenderloo Groep is van alles misgegaan. Er zijn heel veel redenen te noemen waarom wij hiervan moeten leren, want het mag wat ons betreft nooit meer gebeuren dat de zorg zo wordt afgebroken als bij De Hoenderloo Groep is gebeurd. Wij dienen daarom de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat zorgorganisatie Pluryn de locatie en het terrein van De Hoenderloo Groep afstoot, waardoor jeugdigen geen woonplaats, zorg en onderwijs meer krijgen en gedwongen worden te verhuizen naar andere locaties en personeel gedwongen wordt elders te gaan werken;

constaterende dat nog steeds jongeren, ouders, zorgverleners en docenten in grote onzekerheid verkeren over hun toekomst;

constaterende dat de Kinderombudsman een vernietigend oordeel gegeven heeft over de sluiting van De Hoenderloo Groep;

spreekt uit dat lessen geleerd moet worden om soortgelijke misstanden in de toekomst te voorkomen;

verzoekt de regering om onafhankelijk onderzoek te laten doen naar de handelswijze van de raad van bestuur en de raad van toezicht van zorgorganisatie Pluryn, de handelswijze van de betrokken gemeenten, de handelswijze van de Inspectie voor Gezondheidszorg en Jeugd en naar de handelswijze van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het gehele proces van de sluiting van De Hoenderloo Groep, en de Kamer hierover in het najaar te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Hijink en Westerveld. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 742 (31839).

Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Wörsdörfer. Hij spreekt namens de VVD.

De heer Wörsdörfer (VVD):
Voorzitter. De jongere die van het kastje naar de muur wordt gestuurd, de hulpverlener die de helft van zijn tijd kwijt is aan administratieve handelingen, de gemeente die zich geen raad weet met het aanbod van allerlei zaken waarvan je je kunt afvragen wat dat met jeugdhulp te maken heeft. Wij moeten nu verbeteringen aanbrengen in het systeem. De voorgestelde wetswijzigingen die na de zomer in consultatie gaan, zouden pas ver in 2022 effect hebben. Als ze dat al hebben, want ik geloof dat nog niet echt.

Voorzitter. Ik dien een motie in om een administratieve handeling voor hulpverleners aan gemeenten te stroomlijnen. Dat geeft direct lucht én het drukt de uitvoeringskosten, zodat er meer geld naar de echte zorg kan.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in 2018 29% van het jeugdhulpbudget werd besteed aan uitvoeringskosten;

constaterende dat de minister het terugdringen van vermijdbare kosten als ambitie stelt;

constaterende dat de minister de mogelijkheid heeft om binnen de Jeugdwet bij ministeriële regeling regels te stellen met als doel het aanzienlijk verminderen van de uitvoeringskosten en stroomlijnen van de verantwoordingseisen en administratieve processen binnen de jeugdhulpsector;

verzoekt de regering van deze mogelijkheid gebruik te maken en in het najaar een voorstel aan de Kamer te doen toekomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wörsdörfer, Westerveld, Raemakers, Peters en Voordewind.

Zij krijgt nr. 743 (31839).

De heer Wörsdörfer (VVD):
Voorzitter. Jeugdhulp moet effectief zijn en gemeenten moeten handvatten hebben om die hulp in te kaderen. Ze gaan er zelf over, maar wij, alsook de minister, kunnen er natuurlijk wel uitspraken over doen. Jeugdhulpgeld moet niet besteed worden aan knuffelactiviteiten of behandelingen die niet bewezen effectief zijn. Daar heeft niemand wat aan, kind en ouders niet, en ook gemeenten niet. De selectie moet strenger en strikter. Gemeenten moet onnodige, niet-effectieve behandelingen niet vergoeden. Ik wil dat daar een kader voor komt en dat de minister hiermee aan de slag gaat, naar aanleiding van het onderzoek dat is toegezegd aan de heer Peters.

Tot slot, voorzitter. Beschermingsmaatregelen moeten werken, effect hebben, vanuit het kind bezien en met oog voor het hele gezin. Uitgangspunt is ook dat elk kind het recht heeft de ouders te zien. In het debat maakte ik een punt van het bestrijden van vooroordelen vanwege meldingen bij Veilig Thuis die weerlegd zijn maar toch in dossiers blijven hangen. Dat kan schadelijke gevolgen hebben als ze bijdragen aan beslissingen tot ondertoezichtstelling of uithuisplaatsing. De minister zegde toe in te zetten op het bijhouden van effecten. Dat is hard nodig, want dat draagt bij aan het lerend vermogen van de sector. Ik kom later nog met schriftelijke vragen hierover en ook over waarheidsvinding.

Overigens moet het aantal uithuisplaatsingen in Nederland drastisch omlaag. Daarom heb ik op dat punt een motie ingediend samen met GroenLinks.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u. Dan zijn we daarmee aan het einde gekomen van de inbreng van de moties. Ze moeten even gereproduceerd worden. Ik schors voor enkele minuten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik geef het woord aan de minister.

Minister De Jonge:
Voorzitter, dank u wel.

De motie op stuk nr. 731 van mevrouw Westerveld van GroenLinks verzoekt de regering om de Kamer door middel van een tweewekelijkse brief ook in het reces op de hoogte te houden. Nou, dat lijkt mij wat veel van het goede. Deze motie ga ik ontraden. Op dit moment moet er nog voor negen jongeren een vervolgplek worden gevonden. Daar zitten we natuurlijk bovenop. Dat zeker.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 731 wordt ontraden.

Minister De Jonge:
En als er iets over te melden valt, dan zullen we dat doen.

De motie op stuk nr. 732 gaat over uithuisplaatsingen en streefcijfers. Het oordeel daarover laat ik graag aan de Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 732: oordeel Kamer.

Minister De Jonge:
Ik lees de motie wel zo dat ik niet een nieuw plan of zo ga opstellen, want het streven is er al op gericht om het aantal uithuisplaatsingen te doen verminderen.

Dan de motie op stuk nr. 733. Dat is meen ik een motie van de Partij van de Arbeid, ingediend door mevrouw Westerveld. Zo mag ik het zien, toch? Ja. Heel verwarrend, maar een linkse samenwerking is mooi. Die juichen we toe. De motie verzoekt de regering … Excuus. Nou moet ik even mijn administratie op orde brengen.

De voorzitter:
Het gaat om de motie op stuk nr. 733.

Minister De Jonge:
Inderdaad, de motie op stuk nr. 733. Die verzoekt de regering om de compensatie van het omzetverlies van jeugdzorginstellingen te verlengen tot 1 september. Dat gaan we niet doen, juist omdat we willen dat het generieke van de regeling er een beetje af gaat. We willen eigenlijk juist aanmoedigen dat behandelingen weer gewoon tot stand gaan komen. Als we dit nu wel zouden doen, dan zou dat eigenlijk niet behulpzaam zijn bij het juist zo snel mogelijk weer laten opstarten van allerlei behandelingen, dagbestedingen et cetera. Dus deze motie ontraden we.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 733 wordt ontraden.

Minister De Jonge:
Dan de motie op stuk nr. 734.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Ik heb een vraag over de eerste motie, de motie op stuk nr. 731. Het is al heel snel 1 augustus. Dan zou er gewoon een oplossing moeten zijn voor alle kinderen. Of er nou voor negen kinderen, voor vijftien kinderen of voor één kind nog geen oplossing is: volgens mij is hier de afspraak gemaakt dat er voor de kinderen een oplossing zou zijn. Ik wil voorkomen dat we straks in september, als wij een tijdje met reces zijn geweest, tot de constatering komen dat er voor heel veel kinderen nog steeds geen oplossing is. Waarom is het te veel gevraagd om ons bijvoorbeeld tweewekelijks even een korte update te sturen?

Minister De Jonge:
Omdat het gewoon de verantwoordelijkheid is van Pluryn om ervoor te zorgen dat de afspraak die met ons is gemaakt, die met de inspectie is gemaakt en die met de gemeente is gemaakt, gewoon wordt nagekomen. En die afspraak is: zorgen voor een goede vervolgplek. Daaraan wordt hard gewerkt. Pluryn is pas klaar als het klaar is. Dat is de afspraak met Pluryn. Allemaal brieven gaan zitten sturen aan de Kamer helpt daar helemaal niks aan. Pluryn moet gewoon doen waar Pluryn voor op aarde is en zorgen dat deze kinderen gewoon goede vervolgzorg krijgen.

De voorzitter:
Dank u wel. Nee, mevrouw Westerveld, volgens mij is dit hiermee voldoende toegelicht. We zitten krap in de tijd. We gaan naar de motie op stuk nr. 734.

Minister De Jonge:
De motie op stuk nr. 734 verzoekt de regering om naar de Kamer een overzicht te sturen waarin voor alle 220 kinderen staat aangegeven in hoeverre … et cetera. Dat is echt een misverstand. Het gros van die kinderen heeft al een vervolgplek. Er zijn nog negen jongeren voor wie nog geen vervolgplek is gevonden. Dus deze motie ga ik ook ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 734 wordt ontraden.

Minister De Jonge:
De motie op stuk nr. 735 verzoekt de regering om iedere eurocent van de uitgekeerde subsidie terug te vorderen tot aan het bedrag dat verkoop van het vastgoed oplevert. Ja, als je Pluryn echt zo snel mogelijk zou willen laten omvallen en daarmee de zorg aan 7.000 cliënten in gevaar zou willen brengen, dan moet je inderdaad deze motie aannemen. Dus deze motie ga ik ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 735 wordt ontraden.

Minister De Jonge:
Voorzitter. De motie op stuk nr. 736 verzoekt de regering om vóór de wijziging van de Jeugdwet aan de ROB advies te vragen over zowel de regio-indelingen binnen de jeugdzorg als de rol van het Rijk bij interbestuurlijke samenwerking. Ik ben best bereid om advies te vragen aan de ROB, maar ik lees deze motie dan wel zo dat dit onderzoek moet zijn afgerond voordat de wijziging van de Jeugdwet wordt aangenomen. Het lijkt mij niet dat we bij iets wat gewoon hartstikke noodzakelijk is — het wijzigen van de Jeugdwet — moeten gaan zitten wachten op een advies van de ROB. Dus laten we wel gewoon doorgaan. U wil graag dat advies, en dat kan ik best vragen. Dat is prima.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 736 is dan oordeel Kamer. Ik kijk even naar de interruptiemicrofoon. Het gaat waarschijnlijk nog over de motie op stuk nr. 735. De heer Jansen.

De heer Jansen (PVV):
Dat klopt, voorzitter. Pluryn heeft zelf aangegeven dat zij De Hoenderloo Groep niet wilde opdoeken om geld te verdienen met het vastgoed; dat was niet de reden. Dus als we dat geld gewoon terughalen, doe je niemand pijn. De redenatie van de minister klopt dus niet. Ze geeft het zelf aan: het is niet noodzakelijk voor de bedrijfsvoering; het is gewoon vastgoed dat kan worden afgestoten. Dan kunnen we ook de subsidie die dan onterecht is verstrekt, gewoon terugvorderen.

Minister De Jonge:
Dit hebben we zo uitgebreid besproken in het debat, echt in meerdere ronden, dat ik niet denk dat we dat hele debat over moeten doen. Er zijn heel veel redenen waarom er een einde moest komen aan De Hoenderloo Groep. Ik noem bijvoorbeeld de kwaliteit van zorg en bijvoorbeeld de enorme kosten die er al gemaakt werden en die veel hoger waren dan de inkomsten van Pluryn. Dat gaat aan het einde van de dag ook thuis niet goed. Als je veel meer uitgeeft dan je hebt, gaat dat natuurlijk niet goed. Geen mogelijkheid zien om op korte termijn de kwaliteit op orde te brengen. De overtuiging hebben, ook op basis van verschillende inspectierapporten, dat je met deze zorg op geen enkele manier aan de zorgvraag van deze kinderen tegemoetkomt of deze kinderen in hun zorgvraag recht doet. De heer Jansen kijkt daar kennelijk anders naar …

De voorzitter:
Wij gaan naar de motie op stuk nr. 737.

Minister De Jonge:
… maar dat deel ik niet. Je moet het voortbestaan van Pluryn niet in gevaar brengen; dat is gewoon echt heel onverstandig. Niet doen.

Dan de motie op stuk nr. 737. Daarin wordt de regering verzocht om jaarlijks de dataveiligheid van digitale uitwisseling van persoonsgegevens te toetsen door het laten uitvoeren van pentesten, en het dataveiligheidsbeleid aan te passen op basis van de uitkomsten. Ik zie deze motie als ondersteuning van het beleid. Daarom laat ik het oordeel hierover graag aan de Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 737 krijgt oordeel Kamer.

Minister De Jonge:
De motie op stuk nr. 738 vraagt de regering om contact op te nemen met de VNG en te inventariseren waar jeugdwerk direct in de problemen komt. Het oordeel hierover zou ik graag aan de Kamer willen laten.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 738 krijgt oordeel Kamer.

Minister De Jonge:
In de motie op stuk nr. 739 wordt de regering verzocht opnieuw te laten onderzoeken of dyslexiezorg voortaan beter via de samenwerkingsverbanden passend onderwijs kan lopen. We hebben dat natuurlijk onlangs onderzocht. Het advies van de Onderwijsraad was destijds, in 2009, om hooggespecialiseerde dyslexiezorg onderdeel te maken van de jeugd-ggz. Daarmee is het ook gedecentraliseerd naar de gemeenten. Uit recent onderzoek — dat heb ik u ook toegestuurd — blijkt dat waar goed wordt samengewerkt, het aantal doorverwijzingen relatief overzichtelijk is. Kortom, ik wil het eigenlijk bij dat onderzoek laten. Deze motie ga ik dus ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 739 wordt ontraden.

Minister De Jonge:
Dan de motie op stuk nr. 740, over maatwerk bij continuïteitsproblemen. Daarover wil ik het oordeel graag aan de Kamer laten, omdat het hier gaat over het daadwerkelijk betrachten van maatwerk. Dat kan inderdaad nodig zijn. Maar ik ben niet voor een generieke omzetgarantie. Dat moeten we echt niet meer doen, want dat helpt kinderen juist niet. Maar maatwerk is altijd goed.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 740 krijgt oordeel Kamer.

Minister De Jonge:
De motie op stuk nr. 741 verzoekt de regering in het convenant met de VNG en BZGJ … Het is toch BGZJ? Nou wil ik het weten ook. We zoeken het uit. De motie verzoekt de regering in het convenant met de VNG en BGZJ te borgen dat de Jeugdautoriteit stevige bevoegdheden krijgt om goed zicht te kunnen houden op de financiële situatie van zorgaanbieders. Daarover wil ik het oordeel graag aan de Kamer laten. Op dit moment werk ik aan een convenant met de VNG en de BGZJ, met daarin aanvullende afspraken over taken en bevoegdheden van de Jeugdautoriteit. Inzicht bieden in de continuïteit van zorg en de financiële situatie van zorgaanbieders past heel goed in dat convenant, dus we gaan dit doen. Oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 741 krijgt oordeel Kamer.

Minister De Jonge:
Dan de VVD-motie op stuk nr. 743, over uitvoeringslasten. Daarin wordt de regering verzocht gebruik te maken van de mogelijkheid om bepaalde regels te stellen en in het najaar een voorstel aan de Kamer te doen toekomen. Als ik deze motie lees, denk ik: ondersteuning beleid. Tenminste, als wij hetzelfde bedoelen met de uitvoeringskosten, zijnde coördinatiekosten en vermijdbare administratieve lasten. Want die zijn inderdaad aan de hoge kant. Voor het beperken van die uitvoeringslasten heb ik op 8 maart de Wet vermindering administratieve lasten ingevoerd. In de ministeriële regeling heb ik de uitvoeringsvarianten voor de financiering vastgelegd en het berichtenverkeer verplicht gesteld. Ik kan eisen stellen aan de intergemeentelijke samenwerking. Volgens mij is deze motie dus ondersteuning van beleid. Ik laat het oordeel hierover aan de Kamer.

De voorzitter:
Even voor de helderheid: gaat dit over de motie op stuk nr. 742 of over die op stuk nr. 743? Want ik kreeg de indruk dat de minister een motie heeft overgeslagen. Maar ik kan me vergissen.

Minister De Jonge:
Echt waar? We gaan het erbij zoeken. Dit was inderdaad mijn reactie op de motie op stuk nr. 743.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 743 krijgt dus oordeel Kamer. Dan gaan we nu even terug naar de motie op stuk nr. 742 voor een appreciatie.

Minister De Jonge:
Even zoeken naar de motie op stuk nr. 742. Die gaat over een onafhankelijk onderzoek. Volgens mij moeten we nu echt even alle energie en aandacht richten op de kinderen die nog een vervolgplek nodig hebben. Dat is één. Twee is dat we hier al lessen uit getrokken hebben, me dunkt. Het wetsvoorstel dat voor de zomer nog in consultatie gaat, is mede op basis van de lessen van Pluryn tot stand gekomen. Dat de Jeugdautoriteit nieuwe rollen en taken krijgt, is mede op basis van de lessen van Pluryn tot stand gekomen. Ook de wens om een meer verplichtende regionale en bovenregionale samenwerking te regelen in de nieuwe Jeugdwet is mede op basis van de bij Pluryn gedane observaties tot stand gekomen. Dus me dunkt dat hier al behoorlijk wat lessen geleerd zijn. Ik denk dat het goed is om de energie daarop te richten.

De voorzitter:
En dat betekent?

Minister De Jonge:
Ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 742 wordt dus ontraden. De motie op stuk nr. 743 ...

Minister De Jonge:
Die heb ik al gehad.

De voorzitter:
Ja, die krijgt oordeel Kamer.

Minister De Jonge:
Ja.

De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde van dit VAO gekomen.

De beraadslaging wordt gesloten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Regionale netwerken voor eetstoornissen in de regio Noord-Holland en Noord

Regionale netwerken voor eetstoornissen in de regio Noord-Holland en Noord

Aan de orde is het VSO Regionale netwerken voor eetstoornissen in de regio Noord-Holland en Noord (Friesland, Groningen, Drenthe) (31839, nr. 725).

De voorzitter:
Aan de orde is het VSO Regionale netwerken voor eetstoornissen in de regio Noord-Holland en Noord. Ik geef allereerst het woord aan mevrouw Westerveld.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Voorzitter. Ik vind het heel positief dat er steeds meer aandacht komt voor jongeren met complexe problemen en dat er ingezet gaat worden op meer plekken, maar ook op meer expertise. Volgens mij is het nodig dat er ook veel kennis komt over hoe we jongeren die complexe problemen hebben, goed kunnen behandelen. We zien ook dat in de afgelopen jaren soms te veel is gefocust op één probleem tegelijk, terwijl we natuurlijk jongeren hebben die meerdere problemen hebben. Die moeten daarmee geholpen kunnen worden.

Ik zou de minister nog wel willen vragen: hoe voorkomen we nou dat er met de plannen die hij heeft te veel geld gaat zitten in het coördineren van hulp in plaats van in het geven van hulp? Dat zien we natuurlijk over het algemeen in de jeugdzorg en het bleek ook uit het rapport dat een tijdje geleden bekend werd, waarin stond dat 30% van het budget opgaat aan coördinatiekosten. Ik snap best wel dat je dat niet zo zwart-wit moet zien, maar er gaat gewoon veel geld naar het coördineren van hulp in plaats van naar het geven van hulp. Ik zou dat willen voorkomen.

Er is nog één punt waar ik graag aandacht voor wil vragen, namelijk dwangmaatregelen. Daar heb ik een motie over.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat dwangmaatregelen onderdeel mogen uitmaken van de behandeling van jongeren met complexe problemen;

constaterende dat niet bekend is hoe vaak dit voorkomt;

overwegende dat dwangmaatregelen tot trauma's en herbelevingen kunnen leiden;

overwegende dat er geen consensus is over de effectiviteit en gevolgen van dwangmaatregelen is;

verzoekt de regering om in kaart te brengen hoe vaak dit soort dwangmaatregelen worden gebruikt;

verzoekt de regering tevens om onderzoek te doen naar de gevolgen van dwangmaatregelen op jongeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Westerveld. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 744 (31839).

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Voorzitter. Dan heb ik nog één vraag. Er zijn gisteren weer nieuwe cijfers bekend geworden over het aantal zelfdodingen, ook onder jongeren. Ik weet dat wij over 2017 een wat uitgebreidere analyse hebben gekregen van wat nou de achtergrond is, maar ook een analyse van jongeren die te maken hebben met jeugdhulp. Ik wil de minister vragen of hij weet of zo'n analyse er weer aankomt.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Peters. Maar die ziet ervan af. Dan is het woord aan de heer Wörsdörfer. Ga uw gang.

De heer Wörsdörfer (VVD):
Voorzitter. In het schriftelijk overleg dat we hierover hadden, is terecht een punt gemaakt van de focus van de regionale netwerken voor eetstoornissen. Eetstoornissen zijn vaak het gevolg van onderliggend trauma, en daar moet de behandeling op zien. Dus moet ook daar brede expertise over komen, zodat de hulpverleners, wat voor hulp de jongere dan ook krijgt, beter leren zoeken naar het onderliggende probleem.

Ik heb nog één vraag, in aanvulling op de vraag die net door collega Westerveld werd gesteld. Ik zie dat de ontwikkeling van de regionale netwerken en de expertisecentra jeugdhulp apart vorm krijgen, terwijl dat uiteindelijk natuurlijk samen moet gaan. Kan de minister daarom uiteenzetten hoe hij zorgt dat er niet allerlei dubbel werk plaatsvindt en dat er straks veel tijd, en dus geld, gaat zitten in het samenvoegen?

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de inbreng van de Kamer en het indienen van moties.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
De minister gaat over tot de beantwoording en de appreciatie van de moties.

Minister De Jonge:
Voorzitter. Een paar vragen en een motie. Mevrouw Westerveld vraagt hoe we voorkomen dat er te veel geld gaat naar coördinatie in plaats van naar het geven van hulp. We hebben het daar in het algemeen overleg onlangs ook over gehad. Ik steun die intentie helemaal. Er moet wel iets aan coördinatie worden opgemaakt, maar het geld moet grosso modo naar hulp gaan, naar mensen die hulp geven aan kinderen. Daar moet het geld aan op gaan en daar zullen we streng op toezien. Zo ziet de regeling er straks uit.

De voorzitter:
Dus de motie wordt …

Minister De Jonge:
Nee, dit was een vraag.

De voorzitter:
O, ik was te snel. Neem me niet kwalijk.

Minister De Jonge:
Dan een andere vraag: komt er een analyse op de suïcidecijfers? Die zijn gisteren bekend geworden en komen grosso modo overeen met het jaar daarvoor. 2017 was echt een piekjaar. Toen is een heel uitgebreide dossieranalyse gedaan. Ik wil best aan collega Blokhuis vragen — hij doet die nadere duiding van de suïcidecijfers — of hij daar ook de jeugdsector in wil meenemen. Die nadere duiding wil ik prima geven, maar dat wordt niet zo'n uitgebreide dossieranalyse als over 2017. Dat is namelijk heel erg arbeidsintensief en ook nogal belastend voor ouders en hulpverleners die daarbij betrokken zijn. Een duiding van de cijfers kan ik zeker geven.

Dan was er nog een vraag van de heer Wörsdörfer, namelijk of regionale netwerken en expertisecentra alsjeblieft samen kunnen optrekken. Dat ben ik zeer met u eens en dat doen ze ook. We zien er in de projectleiding op toe dat dat in elkaar wordt gevlochten.

Dan is er een motie van GroenLinks. Die vraagt om twee dingen te doen, namelijk om in kaart te brengen hoe vaak dwangmaatregelen voorkomen en om onderzoek te doen naar gevolgen van dwangmaatregelen. Die motie ga ik ontraden, want dat gebeurt allebei al. Ten eerste wordt er in kaart gebracht hoe vaak dwangmaatregelen worden gebruikt. De Inspectie ziet daarop toe voor de ggz en voor de gehandicaptenzorg en ook voor de gesloten jeugdzorg. De gesloten jeugdzorg registreert dat zelf en de IGJ registreert dat in de ggz en de gehandicaptenzorg. Daar geldt een rapportageverplichting. Die registratie gebeurt dus al.

Daarnaast is er heel veel onderzoek gedaan. De consensus is dat dwangmaatregelen zo min mogelijk en zo kort mogelijk moeten worden toegepast, juist omdat we weten dat dwangmaatregelen niet zonder gevolgen zijn. Zeker als het gaat over kinderen met eetstoornissen, weten we hoe desastreus die maatregelen kunnen uitpakken. Kortom: de uitkomst van de onderzoeken naar de effecten is nou juist de reden dat we met elkaar allerlei vormen van dwangmaatregelen, bijvoorbeeld separatie, proberen terug te dringen. Ik ontraad deze motie.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 744 wordt ontraden. Mevrouw Westerveld.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Wij hebben deze vraag ook gesteld in het schriftelijk overleg. Daar wordt inderdaad verwezen naar het vele onderzoek dat al is gedaan naar dwangmaatregelen. Ik heb dat best precies bekeken. Als je naar die onderzoeken kijkt, zie je dat heel veel onderzoek al een aantal jaren geleden is gebeurd. De kennis die we hebben over effectieve maatregelen groeit best in een rap tempo. We kunnen nu veel meer dan een aantal jaren geleden. Ik vind het niet actueel genoeg als verwezen wordt naar onderzoek dat soms tien jaar geleden is gebeurd.

De voorzitter:
En uw vraag is?

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Ik wil de minister vragen om met dat in het achterhoofd — het feit dat ik me echt heb verdiept in dwangmaatregelen — opnieuw naar de motie te kijken, ook omdat we weten dat op dit moment op een aantal punten dwangmaatregelen worden toegepast bij een aantal mensen en dat dit bij sommige jongeren echt desastreus aan het uitpakken is, ook op dit moment nog. Ik zoek naar een manier om de urgentie duidelijk te maken dat er veel meer moet gebeuren op dit vlak.

De voorzitter:
Dat is helder. De minister.

Minister De Jonge:
Maar die urgentie heeft u wel over het voetlicht gebracht met uw amendement. Dat zijn we aan het uitvoeren op dit moment. Daarom ontstaan die expertisenetwerken en expertisecentra. Dat is volgens mij precies waar we kinderen het meest mee helpen. Maar ik ga het anders doen. Ik ga de motie ontraden, maar ik ga wel de vraag stellen aan die expertisenetwerken en ook aan de jeugdpsychiatrie of er op dit moment een gebrek aan kennis is over het effect van dwangmaatregelen. Ik zou menen dat er voldoende onderzoek is gedaan, althans voldoende om te weten wat we moeten doen, namelijk het aantal dwangmaatregelen bekorten, verminderen, eigenlijk liefst zo min mogelijk toepassen en als het enigszins kan iets anders kiezen. Dat is sowieso de richting die we op moeten. Dat weten we al. Maar ik kan kijken of er nog een onderzoekslacune is. Die vraag ga ik stellen aan het veld.

De voorzitter:
Dank u wel. De motie op stuk nr. 744 blijft daarmee ontraden?

Minister De Jonge:
Ja.

De voorzitter:
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit VSO.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Met uw welbevinden gaan we gelijk door met het VSO Datalek Donorregister.

Datalek Donorregister

Datalek Donorregister

Aan de orde is het VSO Datalek Donorregister (32761, nr. 162).

De voorzitter:
De eerste spreker is mevrouw Van den Berg.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Twee harde schijven zijn verdwenen uit een kluis, met de gegevens van 6 miljoen Nederlanders. Wij vinden dat schokkend. We hebben er natuurlijk een schriftelijk overleg over gevoerd, maar we willen dit toch ook wat indringender neerleggen bij de minister.

We hebben onder andere een verzoek aan de minister. Op dit moment is het nog niet helder of er onbevoegden kennisname hebben gekregen van deze data. De data zijn in ieder geval nog niet gevonden. Mocht dat zo zijn, dan willen wij als Kamer daarover worden geïnformeerd. Ten tweede ben ik benieuwd of en in hoeverre deze 6 miljoen betrokkenen zijn geïnformeerd en hoe dat is gebeurd.

Tot slot, een motie van onze kant.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Algemene Rekenkamer constateert dat ongeveer de helft van de rijksbrede organisaties de informatiebeveiliging (op het gebied van governance, de inrichting van de organisatie, het incidentmanagement en het risicomanagement) niet op orde heeft;

overwegende dat bij VWS de Algemene Rekenkamer een onvolkomenheid met ICT heeft geconstateerd in het verantwoordingsonderzoek 2019;

verzoekt de regering de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed, welke onder andere verantwoordelijk is voor archivering, een onderzoek te laten doen naar de wijze waarop de harde schijven waren gearchiveerd, alsmede naar de wijze waarop de huidige donorregistratie is georganiseerd, en de Kamer voor het eind van het jaar hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 166 (32761).

Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Tellegen namens de VVD.

Mevrouw Tellegen (VVD):
Voorzitter. Gisteren is de nieuwe Donorwet in werking getreden. Van ruim 14 miljoen Nederlanders vraagt de overheid of zij hun keuze in het nieuwe Donorregister willen vastleggen over wat er na hun dood met hun organen moet gebeuren. Tot nu toe hebben 7 miljoen mensen dat gedaan. Er is dus nog veel werk aan de winkel om mensen ertoe te bewegen om zelf een bewuste, eigen keuze te laten maken. De VVD vindt het dan ook meer dan verstandig dat er, mede door het hele coronagebeuren, meer tijd is ingeruimd om de campagnes door te laten lopen.

De overheid vraagt 14 miljoen Nederlanders om een gunst. Dan helpt het niet als diezelfde overheid zo slordig en nalatig met eerder geregistreerde donorgegevens omgaat. Het CIBG raakte twee harde schijven kwijt, met daarop de persoonlijke donorgegevens van ruim 6,9 miljoen mensen. Het gaat hier om privégegevens: naam, adres, handtekening, burgerservicenummer en donorkeuze. Alles stond erop. En dit aan de vooravond van de inwerkingtreding van het nieuwe Donorregister. De timing kon niet slechter. Daarom heb ik de minister gevraagd om de mensen wier gegevens zijn gelekt, hierover actief te informeren. In zijn brief zegt hij dat dit heel erg lastig is. Er zijn allerlei praktische problemen. Wil de minister hiermee zeggen dat het berichtje op de website van het CIBG alles is wat de overheid doet om haar fout te herstellen? Ik wil de minister dan ook vragen deze zomer alsnog te bekijken of er andere mogelijkheden zijn om deze 6,9 miljoen mensen alsnog te bereiken en hen persoonlijk op de hoogte te stellen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Dijkstra namens D66.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):
Dank u wel, voorzitter. Kortheidshalve zal ik alle inleidende woorden achterwege laten. U zult begrijpen dat ik verheugd ben over de inwerkingtreding van de wetswijziging van de Donorwet gisteren, maar dat ik mij natuurlijk ook zorgen maak over het vertrouwen in het Donorregister als er allerlei gegevens weg raken. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het onderzoek van de Auditdienst Rijk (ADR) aangaande het datalek zich in beginsel beperkt tot externe gegevensdragers omwille van snelheid maar dat de expertise van de ADR aangaande informatiebeveiliging breder is;

van mening dat voor het vertrouwen in het Donorregister van belang is dat de gehele informatiebeveiliging bij het CIBG op orde is;

verzoekt de regering om de ADR te verzoeken de gehele informatiebeveiliging van het Donorregister bij het CIBG te onderzoeken en de uitkomsten van dit onderzoek alsmede de concrete wijze waarop uitvoering gegeven wordt aan de aanbevelingen voor het einde van 2020 aan de Kamer te sturen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Pia Dijkstra, Tellegen en Van den Berg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 167 (32761).

Dank u wel. Dan schors ik voor enkele momenten, zodat de minister zich kan voorbereiden op de appreciatie van de moties en de beantwoording van de vragen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Wij vervolgen het VSO Datalek Donorregister. De minister gaat de in eerste termijn gestelde vragen beantwoorden en een appreciatie van de moties geven.

Minister De Jonge:
Dank u wel, voorzitter. Allereerst de motie van mevrouw Van den Berg, de motie op stuk nr. 166, waarin de regering wordt verzocht om de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed, welke onder andere verantwoordelijk is voor archivering, een onderzoek te laten doen. Dat zou echt een dubbeling zijn van het ADR-onderzoek dat op dit moment plaatsvindt. Hoe zit het dan nu met het huidige register? En hoe is het ooit mogelijk geweest dat die schijven zoek zijn geraakt? Dat is nu juist waar het onderzoek van ADR over gaat. Ik had graag gehad dat dit onderzoek al gereed was, maar het is natuurlijk iets de vertraging ingegaan. Maar laten wij nu eerst even dat ADR-onderzoek afwachten om te bekijken of er verder überhaupt nog iets te onderzoeken valt. Ik ontraad derhalve de motie op stuk nr. 166.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 166 wordt ontraden.

Minister De Jonge:
Dan de motie op stuk nr. 167, waarin de regering wordt verzocht de ADR te verzoeken de gehele informatiebeveiliging van het Donorregister bij het CIBG te onderzoeken. Daar kan ik mij wel iets bij voorstellen. Dat gaat dan wel ietsje langer duren, maar ik kan mij voorstellen dat wij deze vraag toevoegen aan de onderzoeksvraag die ADR al heeft gekregen. Ik laat het oordeel over deze motie aan de Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 167 krijgt het oordeel Kamer. Ik zie dat mevrouw Van den Berg een interruptie wil plegen, waarschijnlijk over de eerste motie.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Het is prima dat wij eerst het onderzoek van ADR even afwachten. Maar het kan goed zijn dat u misschien toch — want deze instantie is met name gericht op de archivering — naar aanleiding van dat rapport een eigen reflectie kan geven.

Minister De Jonge:
Dat zou kunnen, maar laten we eerst even het onderzoeksrapport afwachten. Misschien valt er dan niets meer te reflecteren en is alles dan bekend. Laten wij dat gewoon even in de goede volgorde doen. Eerst het onderzoek. Dat loopt nu. Dat hadden wij eigenlijk al willen hebben, maar dat is iets de vertraging in gegaan. Eerst het onderzoek en daarna bekijken wat er nog te onderzoeken valt. Ik zou het echt in die volgorde willen doen.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 166 blijft daarmee ontraden, begrijp ik.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
In dat geval wil ik de motie graag aanhouden.

De voorzitter:
Dat is ook een optie.

Op verzoek van mevrouw Van den Berg stel ik voor haar motie (32761, nr. 166) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 167 was oordeel Kamer.

Dan geef ik nu weer het woord aan de minister voor de beantwoording van de overige vragen.

Minister De Jonge:
Dan is er nog een aantal vragen. Mevrouw Van den Berg vraagt of wij die zoektocht niet nog verder kunnen voortzetten. Wij zouden eerlijk gezegd niet meer weten hoe dan en waar dan. Die zoektocht is echt heel erg uitbundig en uitgebreid gedaan en die heeft niets opgeleverd.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Ik vroeg niet of de zoektocht verder kan worden voortgezet. Daar is inderdaad al het nodige aan gedaan. Ik vroeg alleen of wij, op het moment dat er toch nog iets zou oppoppen, over drie maanden of over een jaar, dan als Kamer onmiddellijk geïnformeerd worden.

Minister De Jonge:
Ja, uiteraard. Ik dacht dat dat uw aanvullende vraag, uw tweede vraag was. Maar zeker. Op dit moment is eigenlijk de aanname dat het niet in verkeerde handen is gevallen. Wij hebben nergens een signaal van identiteitsfraude kunnen ontdekken. Mocht dat anders zijn en mochten er wel ergens gegevens opduiken waarvan wij het vermoeden hebben dat die van de oude schijven komen, dan moeten wij de Kamer natuurlijk onmiddellijk informeren en kijken wat ons dan te doen staat. Maar op dit moment is echt de aanname dat daar geen oneigenlijk gebruik van zou zijn gemaakt.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Mijn tweede vraag betrof iets wat mevrouw Tellegen ook heeft gevraagd. Op welke wijze gaan de iets meer dan 6 miljoen burgers geïnformeerd worden?

Minister De Jonge:
Ja, daar kwam ik op. Op 29 juni heb ik u daar een brief over gestuurd. Ik heb u in die brief toegelicht waarom ik denk dat mensen inmiddels echt goed geïnformeerd zijn. Sowieso is het een publiek bericht geweest, dat werkelijk in alle kranten heeft gestaan. Dat is een. Ten tweede staat er op de website nu een goed bericht om de mensen te informeren. Daarnaast is er een speciaal telefoonnummer geopend en is er een speciaal e-mailadres geopend. Dat is de manier waarop mensen informatie kunnen krijgen. Zou je 6 miljoen mensen proactief willen informeren, dan kan dat niet per e-mail, want wij hebben van al deze mensen geen e-mailadres. Het zijn bestanden van dik tien jaar geleden, tot het jaar 2010. Het is dus eigenlijk technisch niet mogelijk om de mensen nog te informeren. Je zou dan een enorme uitvoeringsorganisatie moeten inrichten om die 6 miljoen mensen te informeren, met enorme risico's op datalekken. Want je gaat van een heleboel mensen adressen gebruiken die waarschijnlijk niet meer accuraat zijn. Vervolgens staat er in de brief dat iemands persoonsgegevens mogelijkerwijs openbaar zijn geworden, maar die brief kan ook worden geopend door de nieuwe bewoner van dat adres. Dat zou gelijk weer allerlei nieuwe datalekken tot gevolg kunnen hebben. Het is dus eigenlijk niet goed mogelijk om dat uit te voeren. Nogmaals, op de website staat informatie. Er is een speciaal telefoonnummer en er is een speciaal e-mailadres. Ik denk dat de mensen hiermee echt afdoende zijn geïnformeerd.

Mevrouw Tellegen (VVD):
Ik zou het bijna een beetje laconiek willen noemen. Het is geen kwestie van "foutje bedankt". Nee, de gegevens van 6,9 miljoen mensen zijn gelekt. Het is mooi dat die niet in verkeerde handen zijn gevallen, maar daarmee heb je als overheid toch iets meer te doen en de burger te informeren. Ik begrijp de praktische problematiek en ik begrijp ook dat het enorm veel gevraagd is om al die individuen actief te benaderen. Maar ik ben een beetje op zoek naar een andere houding van de minister: een houding waarmee hij heel duidelijk uitstraalt dat wat er is gebeurd, heel gênant is. Het is slecht voor de Donorwet die we op dit moment met kracht proberen uit te dragen en het feit dat we mensen daartoe willen oproepen. Maar dat gebeurt niet meer. Daar zit iets tussen en dat mis ik.

Minister De Jonge:
Houd me ten goede. Ik meen dat we in alle bewoordingen die daarbij passend zijn, hebben gezegd dat dit natuurlijk nooit had mogen gebeuren. Daarom laten we de ADR onderzoek doen en daarom juichen we wat mevrouw Dijkstra zegt ook toe. De overheid en de digitale gegevensverstrekking moeten volstrekt betrouwbaar zijn. We hebben dus heel goed nagegaan of het nieuwe donorregister op geen enkele manier op dezelfde wijze als het oude donorregister tot een beveiligingslek zou kunnen leiden. Het antwoord is "ja". Voor zover wij kunnen overzien, kan dat op geen enkele manier. Niet alleen omdat het over en over getest is, maar ook omdat het design helemaal vanaf het begin privacy by design is geweest. Excuus voor het Engels, voorzitter, maar zo heet het nu eenmaal in die wereld.

Natuurlijk is dit fout en mag het niet meer gebeuren. Dat is ook de reden voor het onderzoek. We hebben mensen goed te informeren. Ik meen dat we dat hebben gedaan met de mogelijkheden die we hebben. Als het anders was geweest en als we wel e-mailadressen hadden gehad of een directe vorm van toegang tot de gegevens van de mensen om ze direct te informeren, dan hadden we dat natuurlijk gedaan. We hebben dat afgewogen, maar dat vraagt zo'n onevenredige hoeveelheid werk, met zo'n ongelofelijke hoeveelheid risico's op nieuwe datalekken, dat het onverstandig is om dat te doen. Dat is de afweging geweest om niet directer dan nu mogelijk, mensen te informeren.

Maar ik deel volstrekt dat je, als je zo'n bericht krijgt — dat gold voor mij ook toen ik hierover door onze psg werd geïnformeerd — denkt: jemig, hoe krijg je het voor elkaar? Hoe kan dat nou? Dit is zo slecht voor het vertrouwen in de manier waarop de overheid met gegevens omgaat. Dat is het eerste wat je denkt. Ik denk dat de stappen die we vervolgens hebben gezet, passend zijn bij die observatie, die we volgens mij allemaal delen. Bij het ontwerp van nieuwe systemen, waarbij we gebruikmaken van informatie van burgers, moet het ontwerp het volstrekt onmogelijk maken dat dit soort dingen kan gebeuren.

Gelukkig is er geen enkele reden om aan te nemen dat deze gegevens in verkeerde handen zijn gevallen. Misschien zijn ze gewoon vernietigd door de papiervernietiger die de spullen heeft meegenomen van het CIBG. Dat zou een heel waarschijnlijke verklaring kunnen zijn, maar we weten het niet zeker. Het is heel goed mogelijk dat we dat ding nooit meer terugvinden en dat we nooit meer iets horen van oneigenlijk gebruik van deze schijf. Ik hoop dat het zo is. Maar als het wel zo is en we die schuif ergens zien opduiken, dan zal ik u uiteraard onverwijld informeren.

De voorzitter:
Dank u wel. Er stonden nog vragen open? Of waren we er helemaal doorheen?

Minister De Jonge:
Nee, dit waren de vragen.

De voorzitter:
Uitstekend. Dan zijn we aan het einde gekomen van dit VSO.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Ik schors even voor enkele ogenblikken, want volgens mij wordt mijn voorzitterschap overgenomen door mevrouw Tellegen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Voorzitter: Tellegen

VSO Jaarverslag ministerie van VWS 2019

VSO Jaarverslag ministerie van VWS 2019

Aan de orde is het VSO Jaarverslag ministerie van VWS 2019 en het rapport van de Algemene Rekenkamer "Resultaten verantwoordingsonderzoek 2019" (35470-XVI, nr. 6).

De voorzitter:
Aan de orde is het VSO Jaarverslag ministerie van VWS, met als eerste spreker de heer Wörsdörfer van de VVD.

De heer Wörsdörfer (VVD):
Dank u wel, voorzitter. De belangrijkste taak van de Tweede Kamer is natuurlijk het controleren van onder andere de begrotingscyclus, maar dan moeten plannen, begrotingen en jaarverslagen natuurlijk wel inzichtelijk en transparant zijn. Daarover heb ik één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat rapporteurs jaarverslag en de vaste commissie VWS sinds 2015 bij de minister pleiten voor meer transparantie in doelen en resultaten van beleid, juist ook in de begrotings- en verantwoordingscyclus;

constaterende dat dit een moeizaam proces blijkt, waarin (te) kleine stappen worden gezet;

overwegende dat de Kamer haar controlerende taak op het punt van zinnige, zuinige en zorgvuldige besteding van overheidsgeld zo onvoldoende kan invullen;

verzoekt de regering met concrete verbeteringen en aanpassingen in de toekomstige begroting, jaarverslag en VWS-monitor te komen, zoals geschetst in de rapportage over het jaarverslag 2019 VWS, en tevens aan de hand van een "spoorboekje" aan te geven welke verdere maatregelen verder worden doorgevoerd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wörsdörfer en Renkema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 9 (35470-XVI).

De heer Wörsdörfer (VVD):
Dat was het, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan mevrouw Van den Berg van het CDA.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Dank u wel, voorzitter. We hebben het net gehad over het datalek bij het Donorregister. We hebben dit jaar al te maken gehad met een datalek bij de website Infectieradar van het RIVM. En we hebben te maken met een onvolkomenheid in het jaarverslag van VWS. Dat gebeurt ook niet voor de eerste keer. Wij maken ons dus als CDA nogal zorgen over de ICT-systemen bij de overheid in het algemeen, maar in dit geval specifiek bij VWS. Daarom heb ik de volgende oproep.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Algemene Rekenkamer in het verantwoordingsonderzoek over 2019 informatiebeveiliging en verouderde ICT-systemen wederom als onvolkomenheid heeft geduid;

constaterende dat de minister in zijn reactie aangeeft dat hij de aanbevelingen ter harte neemt en in januari 2020 een nieuw draaiboek voor incidenten en datalekken heeft vastgesteld;

verzoekt de Algemene Rekenkamer een nadere analyse te geven van de bevindingen ten aanzien van de ICT-organisatie, de ICT-systemen, de processen en procedures ten aanzien van incidenten en datalekken alsmede het niveau van informatiebeveiliging;

verzoekt de Algemene Rekenkamer tevens aan te geven of er voldoende opvolging is gegeven aan de eerdere aanbevelingen;

verzoekt de Algemene Rekenkamer tot slot deze analyse zo spoedig mogelijk te doen toekomen aan de Staten-Generaal, maar in ieder geval ruim voor Verantwoordingsdag 2021,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Berg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 10 (35470-XVI).

Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Renkema van GroenLinks.

De heer Renkema (GroenLinks):
Voorzitter, dank u wel. Er gaat ontzettend veel geld om in de zorg. Miljarden. Dat is niet alleen belastinggeld. Er gaan ook heel veel premies in om. Wij hebben hier vooral te maken met de rijksoverheid en het bedrag dat daar wordt uitgegeven. Dat is de afgelopen jaren sterk gestegen. Dat maakt het des te belangrijker dat de Kamer steeds opnieuw kijkt naar de transparantie van de uitgaven die zijn gedaan, maar ook om verantwoording vraagt van wat daar nou mee bereikt is. Nu heb ik twee keer rapporteur mogen zijn, dit jaar en vorig jaar, en dan valt ook wel op dat er nog wel iets te doen is aan het lerend vermogen van het bestuursdepartement. Dat is ook de reden dat de motie die zojuist is voorgelezen door de heer Wörsdörfer mede namens mij is ingediend.

Ik wil verder aandacht vragen voor nog één belangrijk punt. Dit kabinet heeft een groot aantal actieprogramma's gestart. Vorig jaar is daar vrij veel nadruk op gelegd, ook door de toenmalige rapporteurs. Ik zou heel graag zien dat we straks bij de begroting een overzicht krijgen van de stand van zaken van al die actieprogramma's en dan vooral van de aanpassingen op basis van wat we vorig jaar hebben geconstateerd. Welke lessen werden er nou getrokken? Ik heb op dit punt geen motie, maar ik wil wel heel graag een duidelijke toezegging van de minister.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Raemakers van D66. Gaat uw gang.

De heer Raemakers (D66):
Dank u wel, voorzitter. We hebben een schriftelijk overleg gevoerd over het jaarverslag en ik heb nog drie vragen namens D66. De eerste vraag gaat over de Wet verplichte ggz. Die heeft bij zijn invoering veel kritiek gekregen en de staatssecretaris komt daarom met een reparatiewet. Er is in een reviewrapport hard uitgehaald naar hoe de implementatie is gelopen, maar toch stelt de staatssecretaris dat zich geen grote uitvoeringsproblemen hebben voorgedaan. Hoe kan de staatssecretaris dit zo stellen, vraag ik dan maar aan de minister. Had het ministerie niet meer van het budget kunnen gebruiken?

Mijn tweede punt is de jeugdzorg. Deze wordt apart genoemd in het rapport van de Rekenkamer. Zij melden dat er bij ongeveer 50 miljoen euro fouten en onzekerheden zijn geconstateerd in de subsidies voor de jeugdzorg. En dit is bijna de helft van alle toegekende subsidies. Hoe kan het nou dat met name bij de kennisinstellingen zo weinig aan staatssteuntoets is gedaan en hoe gaat de minister dit in het vervolg voorkomen?

Voorzitter, tot slot over de externe inhuur. Wij twijfelen niet aan de goede bedoelingen van de minister, maar een gedegen bestuurder vertaalt die niet per se in extra personeel, want meer is niet altijd beter. Ondanks de decentralisatie en de overheveling naar zorgkantoren groeide VWS de afgelopen vijf jaar met 1.000 fte. Daarnaast was er het afgelopen jaar een toename van ingehuurde externen. Erkent de minister dat deze stijging te groot is en kan hij ook toezeggen dat hij actie gaat ondernemen om daar wat aan te doen?

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is tot slot het woord aan mevrouw Van Esch van de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Voorzitter. De coronacrisis heeft nog eens onderstreept dat in de gezondheidszorg veel meer moet worden ingezet op preventie van ziektes. De Partij voor de Dieren heeft vorig jaar al gewaarschuwd dat waar het kabinet nu mee bezig is, namelijk het Preventieakkoord, niet ver genoeg gaat. Een collega van deze minister, de staatssecretaris van VWS, laat weten aanvullende maatregelen te gaan verkennen en dat is wat ons betreft goed nieuws. We hopen van harte dat hij met name een van zijn coalitiepartners zover krijgt om hier ook echt in mee te bewegen, want het roer moet echt om wat ons betreft.

Wat je eet en drinkt, wordt in belangrijke mate bepaald en gestuurd door de industrie, door kiloknallers, goedkope fastfoodketens, bonusacties en reclame voor frisdranken en alcohol. Wetenschappers zeggen het al jaren: richt je nu niet alleen op individuele gedragsverandering, richt je op die ongezonde leefomgeving. De Sociaal-Economische Raad heeft het vorige week nog eens bevestigd en zegt: wat volgens wetenschappers veel beter werkt dan afspraken maken met het bedrijfsleven, is ingrijpen door de overheid, strenge regelgeving en accijnsverhoging. Daarom hebben wij de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat wetenschappelijke inzichten erop wijzen dat een ongezonde leefstijl de kans vergroot op ernstige symptomen bij een besmetting met COVID-19;

overwegende dat preventie van levensbelang is;

constaterende dat de staatssecretaris van VWS heeft toegegeven dat veel ambities van het Nationaal Preventieakkoord waarschijnlijk niet gehaald zullen worden en dat hij daarom bezig is met het verkennen van aanvullende maatregelen;

verzoekt de regering bij deze verkenning de impact van een ongezonde leefomgeving te betrekken en daarbij ingrijpende maatregelen niet te schuwen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Esch. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 11 (35470-XVI).

Dank u wel. Ik schors voor enkele ogenblikken.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik geef het woord aan de minister.

Minister De Jonge:
Voorzitter, dank u wel. Ik loop de moties en de vragen na.

De motie op stuk nr. 9 verzoekt de regering met concrete verbeteringen en aanpassingen in de toekomstige begroting, jaarverslag en VWS-monitor te komen en tevens aan de hand van een spoorboekje aan te geven welke maatregelen verder worden doorgevoerd. Ik zou daarover het oordeel aan de Kamer willen laten. Wij delen volgens mij hetzelfde doel om de begrotingsstukken zo transparant mogelijk te maken en zo veel mogelijk inzicht te laten geven in de doelen en de resultaten van het beleid, dus ik laat hier graag het oordeel aan de Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 10. Dat is eigenlijk geen verzoek aan het kabinet, zag ik in de motie staan. Dat is meer een verzoek aan de Algemene Rekenkamer, dus ik denk daarin geen appreciatie te hoeven geven.

Dan de motie op stuk nr. 11, die de regering verzoekt bij deze verkenning ... Dat zou dan een aanvullende verkenning boven op de maatregelen uit het Preventieakkoord zijn. Ik denk dat daar echt het debat past met de staatssecretaris. Er is onlangs een uitvoerige brief geschreven over het Preventieakkoord. Zonder dat debat hangt deze motie een beetje in de lucht, dus ik denk dat u hierover het debat met de staatssecretaris aan moet. Ik ga de motie voor dit moment ontraden. Er is ook even contact geweest; dat doe ik mede namens hem.

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Ik kan de motie wel aanhouden tot nader order.

Minister De Jonge:
Aanhouden is een veel beter idee, natuurlijk.

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Dat is misschien een beter idee. Die suggestie hoorde ik nog niet.

Minister De Jonge:
Nee, maar dat is eigenlijk een heel veel beter idee.

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Van Esch stel ik voor haar motie (35470-XVI, nr. 11) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister De Jonge:
Er zouden sowieso meer moties aangehouden moeten worden, denk ik weleens. Dan de motie ... Nee, dat is geen motie, maar een vraag van de heer Renkema. Hij vraagt of er bij de begrotingsbehandeling een overzicht kan komen van de stand van zaken van de actieprogramma's en de lessen die we daarover hebben geleerd. Dat is prima. Dat zeg ik graag toe.

Dan nog een aantal vragen van de heer Raemakers. Er was een vraag over de Wvggz. Wat mij betreft is daar bij de implementatie geen financiële kwestie aan de orde geweest, als zou er een gebrek aan geld zijn geweest waardoor dat moeilijker zou gaan. Ik vind deze vraag niet zo makkelijk te beantwoorden. Als er meer geld voor uitgetrokken zou zijn, zou de implementatie dan beter zijn geweest? U kent de achtergrond van de Wvggz. Dat is een wetgevingstraject van een jaar of tien geweest. De implementatie heeft een jaar of twee geduurd. Als je ziet waar men nu in de implementatie tegen aanloopt, hoe ingewikkeld de stappen soms zijn — dat speelt trouwens ook bij de Wet zorg en dwang — dan weet je ongeveer waarom het maken van die wet zo lang heeft geduurd. Ter geruststelling, of ter relativering: bij de BOPZ, de wet voor gedwongen maatregelen die er daarvoor was, duurde het een jaar of vijftien voordat hij een beetje lekker werkte in de uitvoeringspraktijk. Dat zeg ik even ter relativering. Er is overigens een hoop te doen bij de Wet verplichte ggz. De staatssecretaris is daarmee aan de slag.

De heer Renkema (GroenLinks):
Met enige vertraging: ik ben heel blij met de toezegging over het overzicht met de stand van zaken. Het ging mij er specifiek om dat we ook kijken naar wat de rapporteurs daar vorig jaar over hebben gezegd, om ook de techniek van die programma's te verbeteren. Het gaat niet alleen om de vraag wat het nu heeft opgeleverd, dus niet alleen om de stand van zaken, maar ook om: wat leren we nu van de manier van werken?

Minister De Jonge:
Zo had ik uw vraag ook gehoord. Ten aanzien van de stand van zaken krijgt u namelijk twee keer per jaar een uitvoerige rapportage. Er gaan hele kubieke meters papier richting de Kamer om u van alle resultaten op de hoogte te stellen. Die krijgt u dus al. Maar dit was volgens mij meer om lessen te leren, en die krijgt u ook.

Dan vraag nummer twee van de heer Raemakers. Die gaat over de rechtmatigheidsfouten, lees staatssteunfouten, bij het verstrekken van subsidie rondom de jeugd aan kennisinstellingen. Mijn collega van Financiën heeft een brief toegezegd in het Verantwoordingsdebat. Ik denk dat ik in de slipstream van die toegezegde brief uw Kamer schriftelijk zou willen informeren over wat we daaraan zouden kunnen doen om ook daar het rechtmatigheidsvraagstuk beter voor het voetlicht te brengen.

Dan tot slot de derde vraag. Het beleidsdepartement is inderdaad gegroeid in deze periode, ook omdat de taken van het beleidsdepartement aanzienlijk zijn toegenomen. Ik ga in dit jaar, waarin we heel erg veel extra mensen hebben aangenomen vanwege corona, niet beloven dat dit jaar misschien weleens een krimp zou kunnen laten zien ten opzichte van het vorige jaar. Ik vrees eerlijk gezegd dat het tegendeel het geval zal zijn. Ik moet ook zeggen dat het aantal fte's op het departement de afgelopen maanden niet mijn allergrootste vraagstuk was. Dat was meer: waar haal ik de mensen vandaan om al het werk dat op ons afkomt op een goede manier te kunnen klaren? Ik vrees dat u in het jaarverslag over 2020 zult lezen dat wij nog een stukje gegroeid zijn.

Voorzitter, dat was het antwoord op de vraag.

De heer Raemakers (D66):
Voor dit jaar begrijp ik dat, in verband met de coronacrisis, natuurlijk heel goed. Kan de minister dan wel een ambitie uitspreken om in ieder geval de komende jaren, hopende dat we niet een tweede of een derde golf krijgen, wel maatregelen te nemen op het punt van die externe inhuur, zodat die verminderd wordt?

Minister De Jonge:
Ja, dat snap ik wel. Dat vind ik ook wel fair. Laat ik daar bij de begrotingsbehandeling op terugkomen.

De voorzitter:
Ik dank de minister voor zijn komst naar de Kamer.

Minister De Jonge:
Zou dit het laatste debatje kunnen zijn geweest van dit parlementaire jaar?

De voorzitter:
Ik vrees dat dat voor u het geval is.

Minister De Jonge:
Of zegt u: de avond is nog jong?

De voorzitter:
Nee, dat zeg ik niet. Nee.

Minister De Jonge:
Ik vond het mooi, voorzitter. Was het maar vast het volgende parlementaire jaar, denk ik weleens.

De beraadslaging wordt gesloten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Kernwapenbeleid

Kernwapenbeleid

Aan de orde is het VAO Kernwapenbeleid (AO d.d. 29/01).

De voorzitter:
Aan de orde is het VAO Kernwapenbeleid. Ik heet de beide bewindspersonen hartelijk welkom. De eerste spreker bij dit VAO is mevrouw Karabulut, maar zij is niet in de zaal. Heeft iemand haar gezien? Daar is ze. Aan u het woord, mevrouw Karabulut.

Mevrouw Karabulut (SP):
Voorzitter, dank u wel. Terwijl de wereld worstelt met een pandemie en er miljoenen mensen honger lijden door oorlog, conflict, ongelijkheid, opwarming van de aarde, zijn een aantal zichzelf sterk wanende mannen bezig met modernisering van een kernwapenarsenaal. Het zijn kernwapens, massavernietigingswapens die een bedreiging vormen voor de gehele mensheid. Nederland, de Nederlandse regering wil af van de kernwapens. Dat is goed, dat is belangrijk. Maar de praktijk is een andere met de NAVO, namelijk dat het idee nog steeds bestaat dat kernwapens ons zouden kunnen beschermen.

Voorzitter. We moeten het verbodsverdrag voor kernwapens ondertekenen. De Amerikaanse kernwapens in Nederland, die officieel niet bestaan, moeten van de Nederlandse bodem. En drie: er moet vanuit Europa een serieus initiatief komen om te komen tot ontwapening. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat kernontwapening bij kan dragen aan wereldwijde veiligheid, zeker ook in Europa;

overwegende dat in Europa Amerikaanse kernwapens liggen;

verzoekt de regering bij bondgenoten steun te vergaren voor een plan voor ontwapening met als inzet dat Europese landen Amerikaanse kernwapens terug naar de Verenigde Staten sturen, en Rusland tegelijkertijd ook overgaat tot kernontwapening,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Karabulut, Ploumen en Van Ojik. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 42 (33783).

De heer Koopmans heeft een korte vraag, een hele korte vraag.

De heer Koopmans (VVD):
Begrijp ik het goed dat als het plan werkelijkheid wordt dat mevrouw Karabulut hier voorlegt, er in Europa dan geen kernwapens zijn, maar dat Rusland ze wel heeft?

Mevrouw Karabulut (SP):
U weet niet, maar de meeste mensen die verder hier nog in de zaal zitten weten wél, dat we hier een uitvoerig debat over hebben gevoerd. Wij hebben goed geluisterd naar waar andere partijen voor staan. Ik weet dat de heer Koopmans met zijn VVD ook het regeringsbeleid onderschrijft, namelijk: ontwapening en komen tot een kernwapenvrije wereld. En ik weet dat de heer Koopmans daarnaast staat voor tweezijdige ontwapening. Dat doen wij nogmaals met dit voorstel. Wij hebben dat in het debat ook uitgewisseld. Ik heb nóg beter geluisterd naar de heer Sjoerdsma, naar u, naar anderen. U heeft verteld: wij willen dat met bondgenoten doen. We hebben de motie aangepast. Ik weet niet wat ik nog meer zou moeten doen om de heer Koopmans ervan te overtuigen dat dit gaat om ontwapening vanuit twee kanten. Het enige is dat wij wel het initiatief moeten nemen, en daar daag ik de heer Koopmans toe uit. Het initiatief bij de Amerikanen laten, betekent dat zij miljarden en miljarden gaan besteden aan modernisering van hun kernwapens. Het gevaar van een ongeluk met kernwapens op dit moment is in jaren niet zo groot geweest. En dus moet Europa, met Nederland voorop, het initiatief nemen. Nederland heeft een trackrecord op dit onderwerp.

De voorzitter:
Meneer Koopmans, kort.

De heer Koopmans (VVD):
Ook de VVD zou graag de kernwapens de wereld uit willen hebben, maar de realiteit is dat onze tegenstanders ze hebben. De vraag die blijft liggen, ook na de vele woorden van mevrouw Karabulut, is dus: heeft Rusland, als het plan van mevrouw Karabulut werkelijkheid wordt, nog steeds kernwapens terwijl zulke wapens er in West-Europa niet zijn? Het antwoord op die vraag is: ja. Daarom is haar voorstel, ondanks dat het sympathiek klinkt, uiteindelijk gevaarlijk, omdat wij dan niet meer beschermd zijn.

De voorzitter:
Sorry dat ik u even onderbreek. Ik heb het debat natuurlijk niet voorgezeten, maar we gaan het debat hier niet opnieuw voeren ...

Mevrouw Karabulut (SP):
Nee, maar ...

De voorzitter:
... zeker niet op deze avond. Dus een korte reactie.

Mevrouw Karabulut (SP):
Laat me de heer Koopmans toch antwoorden. Óf de heer Koopmans wil hier willens en wetens een andere voorstelling van zaken geven, óf de heer Koopmans spreekt geen Nederlands meer. Het is van tweeën één. Ik zeg u hier dat wij een initiatief nemen om te komen tot ontwapening. Wij doen dat wanneer de Russen dat ook doen. Ik heb de stellige indruk dat de heer Koopman gewoon aan het voorbereiden is, dat hij, ik weet niet om welke reden, tegen deze motie gaat stemmen. Ik vind dat zeer kwalijk en zeer ernstig, zeker op zo'n belangrijk onderwerp. Waar wij goed luisteren, waar ik oprecht een stap in de richting van de heer Koopmans heb gedaan en waar ik precies dat doe wat hij vraagt, namelijk tweezijdige ontwapening, loopt hij hier een beetje een spelletje te spelen. Dat vind ik jammer. Maar zo ken ik u inmiddels wel.

De voorzitter:
De heer Sjoerdsma, D66.

De heer Sjoerdsma (D66):
Voorzitter, dank. Het debat wat hieraan ten grondslag lag, is inmiddels vele maanden achter ons, maar aan actualiteit heeft het weinig ingeboet. Vandaar de volgende twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Verenigde Staten een alomvattend moderniseringsprogramma hebben uitgewerkt om B61-kernbommen te vervangen voor het nieuwe type en dat de in Europa gelegen Amerikaanse kernwapens onder dit moderniseringsprogramma zullen vallen;

overwegende dat de verwijdering van substrategische kernwapens uit Europa bij zou dragen aan onze veiligheid;

overwegende dat zulke ontwapening alleen mogelijk kan zijn als deze wederzijds, verifieerbaar en onomkeerbaar is;

overwegende dat het moment van modernisering een fysieke verplaatsing van de in Europa geplaatste kernwapens naar Amerika behelst;

verzoekt de regering het moment van modernisering aan te grijpen voor een strategische dialoog tussen de Verenigde Staten en Rusland, binnen de kaders van de bondgenootschappelijke verplichtingen, over het wederzijds, verifieerbaar en onomkeerbaar terugtrekken van kernwapens van het gehele continent Europa,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Sjoerdsma, Van Helvert en Voordewind. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 43 (33783).

De heer Sjoerdsma (D66):
Voorzitter. Dan nog een tweede motie. Die gaat meer over de transparantie en de informatie die de Kamer moet hebben om over ingewikkelde zaken als kernwapens eventueel op Nederlands grondgebied te kunnen spreken.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de aanwezigheid van kernwapens in Europa vergaande implicaties heeft voor de veiligheid van Nederland;

overwegende dat het in een democratie van groot belang is dat de eventuele aanwezigheid en de mogelijke inzet van dergelijke wapens op transparante wijze besproken kan worden;

overwegende dat de eventuele modernisering gepaard zal gaan met de fysieke verplaatsing van deze wapens van Nederland naar Amerika en weer terug;

overwegende dat een transparant debat in de Kamer moet worden gevoerd over de modernisering van kernwapens voordat de VS deze kernwapens daadwerkelijk gaan moderniseren;

verzoekt de regering binnen de kaders van bondgenootschappelijke verplichtingen aan te dringen op een vertrouwelijke briefing door de Amerikaanse regering aan de Tweede Kamer over de modernisering van Amerikaanse kernwapens,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Sjoerdsma, Van Helvert en Voordewind. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 44 (33783).

De heer Sjoerdsma (D66):
Dank u wel.

De voorzitter:
De heer Van Ojik, GroenLinks.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Voorzitter, dank u wel. Ik zou graag nog argumenten ter ondersteuning van de redenering van mevrouw Karabulut hier naar voren brengen, maar ik heb de illusie dat het lukt om met rationele argumenten van de zijde van de indieners de heer Koopmans te overtuigen, een klein beetje achter mij gelaten na het debat zojuist. Ik sta graag en vol overtuiging met mijn naam onder de motie van mevrouw Karabulut, precies om de reden die zij zojuist goed heeft aangegeven. Er moet een initiatief komen, anders gaat de kernwapenwedloop alleen maar door en dat initiatief kan alleen maar tweezijdig zijn. Dat is wat de motie zegt.

Voorzitter. Ik heb zelf nog een andere motie en die sluit eigenlijk aan bij het tweede deel van het betoog van collega Sjoerdsma. Die motie gaat over transparantie, want je moet er toch niet aan denken dat er straks als onderdeel van de modernisering van de Amerikaanse kernwapens, met kernwapens over Nederlandse bodem wordt gesleept zonder dat de Nederlandse bevolking dat weet. In mijn motie vraag ik daarom niet alleen om een vertrouwelijke briefing van de Tweede Kamer door de Amerikanen, maar ook om transparantie in de richting van de Nederlandse bevolking. Het lijkt mij namelijk ondenkbaar dat de Nederlandse bevolking niet zou worden geïnformeerd over een dergelijk vervoer van kernwapens over Nederlands grondgebied.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Verenigde Staten hun kernwapenarsenaal, inclusief alle in Europa gelegen substrategische wapens, binnen afzienbare tijd gaan moderniseren;

overwegende dat daarvoor transport van deze kernwapens over Europees grondgebied nodig is;

overwegende dat officieel niet bekend is of er ook op Nederlands grondgebied Amerikaanse kernwapens liggen;

overwegende dat de huidige afspraken met de Verenigde Staten verhinderen dat het kabinet hierover duidelijkheid verschaft;

verzoekt de regering de Verenigde Staten te laten weten dat Nederland de afspraken wil herzien, zodat de bevolking geïnformeerd kan worden als er Amerikaanse kernwapens over Nederlands grondgebied vervoerd zullen gaan worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Ojik, Karabulut en Ploumen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 45 (33783).

De heer Koopmans van de VVD. Nee, toch niet. Dan is het woord aan mevrouw Ploumen van de PvdA.

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Voorzitter, dank u wel. De motie die mevrouw Karabulut net heeft toegelicht, heb ik vol overtuiging medeondertekend. Ik zou met name de coalitiepartijen, maar natuurlijk ook alle overige partijen, willen meegeven dat als we echt iets willen bereiken — en dat zouden we moeten willen in deze tijd — dat van iedereen een stapje vergt. Dat vergt van hen vanavond bij de stemming een klein stapje, maar dat kan buitengewoon betekenisvol zijn. Ik zou iedereen willen uitnodigen om daar onderdeel van te zijn.

Dank u wel.

De voorzitter:
Ik schors voor enkele ogenblikken.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik geef de minister het woord.

Minister Blok:
Dank u wel, voorzitter. Ik zal de eerste drie moties van een reactie voorzien en collega Bijleveld de laatste motie.

De eerste motie, van mevrouw Karabulut, mevrouw Ploumen en de heer Van Ojik op stuk nr. 42 verzoekt de regering bij bondgenoten steun te vergaren voor een plan voor ontwapening, met als inzet dat Europese landen Amerikaanse kernwapens terug naar de Verenigde Staten sturen en Rusland tegelijkertijd ook overgaat tot kernwapening.

Nederland is voor wederzijdse, verifieerbare kernontwapening en maakt deel uit van een bondgenootschap waarvan de veiligheid mede afhankelijk is van de beschikbaarheid van kernwapens. Ons doel is om die wederzijds en verifieerbaar af te bouwen. In deze motie vinden wij dat onvoldoende scherp wordt omschreven dat zo'n afbouw verifieerbaar moet zijn en dat wij dat moeten doen in bondgenootschappelijk verband. Daar hebben wij verplichtingen naar. Daarom vinden we deze onvoldoende precies en daarom ontraden we deze motie.

Maar ik heb goed nieuws, ook voor mevrouw Karabulut. De volgende motie, van de heer Sjoerdsma, de heer Van Helvert en de heer Voordewind, op stuk nr. 43, omschrijft op een preciezere manier hoe we dat doel, dat volgens mij ook de indieners van de motie van mevrouw Karabulut willen bereiken, namelijk wederzijdse kernontwapening, kunnen bereiken. Omdat die motie aanhaakt bij de strategische dialoog, de inzet van Nederland met NAVO-partners op onderhandelingen van het nieuwe START-verdrag, refereert aan de bondgenootschappelijke verplichtingen en heel helder spreekt over verifieerbaar en onomkeerbaar. Daarom laat ik het oordeel over de motie-Sjoerdsma c.s. op stuk nr. 43 graag aan de Kamer.

Mevrouw Karabulut (SP):
Ik vind dit heel verrassend. Ik ben echt ontzettend teleurgesteld. Ik dacht goed naar de minister geluisterd te hebben. Ik wilde een keer zakendoen met minister Blok. Hij wil bondgenoten erbij betrekken en het moet tweezijdige ontwapening zijn. We hebben hele debatten gehad met de collega's van de andere partijen en na zware onderhandelingen hebben wij onze motie aangepast. Ik had natuurlijk verwacht dat de minister deze zou omarmen als een mandaat van de Kamer om vanuit Europa het initiatief te nemen, om die twee kemphanen, Rusland en de Verenigde Staten, die niet met elkaar in dialoog willen gaan, en de NAVO, die vast wil houden aan kernwapens, erbij te trekken en om serieuze gesprekken te starten over ontwapening.

De voorzitter:
Dank.

Mevrouw Karabulut (SP):
Dus voorzitter, mijn vraag aan de minister is, want hij wil dat allemaal niet, die eerste, nogmaals, schokkend, want daarmee neemt hij eigenlijk ook afstand van zijn eigen kabinetsbeleid om te komen tot ontwapening. In de motie van de heer Sjoerdsma staat: het moment van modernisering aan te grijpen voor een strategische dialoog tussen de Verenigde Staten en Rusland.

De voorzitter:
Mevrouw Karabulut, …

Mevrouw Karabulut (SP):
Hoe stelt de minister zich dit voor? Ze gaan ondertussen door met modernisering. De NAVO houdt vast aan de doctrine. Gaat de minister een tafeltje hier dekken voor de heer Poetin en de heer Trump? Hoe moet ik dit voor me zien?

Minister Blok:
Dat is een heel relevante vraag, ook bij de motie van mevrouw Karabulut. Ik heb erop gewezen dat de motie van de heer Sjoerdsma volgens mij ook omarmd zou moeten worden door mevrouw Karabulut en de andere indieners. Als mevrouw Karabulut verder leest, ziet zij dat die motie niet alleen gaat over een Europese dialoog maar over het wederzijds, verifieerbaar en onomkeerbaar terugtrekken van kernwapens van het Europese continent. Ik denk dat een heleboel mensen heel teleurgesteld en heel verbaasd kunnen zijn, in de woorden van mevrouw Karabulut. Het is een motie over een heel zwaar onderwerp, daar begon u mee en daar heeft u gelijk in, maar dat vraagt dus ook grote precisie. Een motie die precies wijst op dat grote belang en die grote precisie, krijgt de steun van het kabinet. Ik zou zeggen: tel uw zegeningen!

De voorzitter:
Mevrouw Karabulut, echt heel kort.

Mevrouw Karabulut (SP):
Ja, voorzitter, maar ik wil toch echt antwoord op mijn vraag.

De voorzitter:
Herformuleer die dan nog kort, en dan gaan we door.

Mevrouw Karabulut (SP):
Een strategische dialoog, dus een tafeltje dekken voor de heer Poetin en de heer Trump, die allebei doorgaan met de modernisering van hun kernwapens waardoor wij gevaar lopen, is natuurlijk iets anders dan een ontwapeningsinitiatief. Dat is één. Het tweede is: ook wij willen dat het een wederzijds initiatief is en dat wederzijds tot ontwapening wordt gekomen. Ik wil serieus de minister vragen wat dan het doel is van deze motie en hoe hij dit gaat organiseren. Want dit is echt iets anders dan een ontwapeningsinitiatief. Ik weet niet waarom, maar op dit moment kan ik alleen maar concluderen dat de coalitiepartijen dit grote, belangrijke onderwerp helaas niet serieus nemen en zich met een kluitje in het riet laten sturen, of ons dat willen doen voorkomen door in plaats van een serieus ontwapeningsinitiatief een of ander vaag gesprekje te laten starten.

Minister Blok:
Ik laat de woordkeuze van mevrouw Karabulut aan mevrouw Karabulut. Ik zie hier Kamerleden van heel verschillende partijen die hun best doen om met serieuze voorstellen te komen. Namens het kabinet reageren mijn collega Bijleveld en ik daar serieus op. Ik constateer dat er een zekere overlap in beide moties zit omdat ze beide de wens uitspreken — overigens heeft het kabinet die ook — om tot een wederzijdse vermindering van kernwapens te komen. Ik constateer dat dit onderwerp, zoals ik herhaaldelijk heb aangegeven, precisie vraagt en van groot belang is, en dat ik die precisie wel aantref in de motie van de heer Sjoerdsma, maar niet in die van mevrouw Karabulut, mevrouw Ploumen en de heer Van Ojik. Als je het belangrijke doel nou steunt, dan zou ik zeggen: tel je zegeningen en hecht niet per se zo aan je eigen woordkeuze als er een mogelijkheid voorligt die daarbij dicht in de buurt komt maar preciezer is en die ook gesteund kan worden.

De voorzitter:
Meneer Van Ojik, u wilt het woord, maar ik aarzel even. Ik ben heel graag bereid om u allemaal het woord te geven, maar er komen nog zestien VAO's. Ik vrees of ik voorzie dat het een herhaling van zetten wordt. Uw naam staat ook onder de motie, net als die van mevrouw Ploumen, als ik het goed heb. Ik zou het dus eigenlijk willen houden bij wat er net gewisseld is. Dat is niet omdat ik u tekort wil doen, maar gewoon omdat we vanavond echt met een tijdpad zitten. Ik zou u dus willen vragen om de minister door te laten gaan met de derde motie.

Minister Blok:
De derde motie, op stuk nr. 44, is ook van de heren Sjoerdsma, Van Helvert en Voordewind en verzoekt de regering binnen de kaders van bondgenootschappelijke verplichtingen aan te dringen op een vertrouwelijke briefing door de Amerikaanse regering van de Tweede Kamer over de modernisering van de Amerikaanse kernwapens. Ik begrijp de wens van de Kamer heel goed. De Kamer, althans de indieners van de motie, begrijpt ook heel goed dat communicatie hierover alleen in strikte vertrouwelijkheid kan. Dus dit verzoek zal ik graag aan de Amerikaanse bondgenoot overbrengen. Kortom, ook deze motie: oordeel Kamer.

De voorzitter:
En dan is er nog een vierde motie.

Minister Blok:
Daar zal collega Bijleveld op ingaan.

De voorzitter:
Mevrouw Bijleveld moet heel eventjes wachten met opspringen, want eerst moet het tafeltje worden schoongemaakt.

Mevrouw Ploumen, ik heb net tegen uw collega Van Ojik gezegd dat ik … Er is een herzien voorstel?

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Wij blijven luisteren naar de minister. Wij hebben er geen enkel bezwaar tegen om aan ons verzoek toe te voegen dat het moet gaan om een plan voor verifieerbare ontwapening. Ik kan mij dan van mijn kant niet meer voorstellen waarom de minister daartegen zou zijn.

Minister Blok:
Zij wordt iets preciezer, maar is nog steeds niet zo precies als de motie van de heer Sjoerdsma en de zijnen, omdat daarin ook de andere componenten zijn toegevoegd die hiervoor nodig zijn. In uw positie zou ik die motie ondersteunen, maar daar gaat u zelf over.

De voorzitter:
Meneer Koopmans, voor u geldt hetzelfde.

De heer Koopmans (VVD):
Ik heb een kleine, verduidelijkende vraag. Twee korte, voorzitter. In de tweede motie, op stuk nr. 43, staat "van het gehele Europese continent". Ik wil eens van de minister horen hoe hij dan aankijkt tegen de wapens die zelfstandig worden gehouden door Frankrijk en Groot-Brittannië. In de derde motie, op stuk nr. 44, wordt gesproken over "van Nederland". Wel, ik dacht dat we daar geen debat over hebben, om bekende redenen. Dus ik vraag mij af hoe hij dat leest.

De voorzitter:
De minister, als u dit heeft gevolgd.

Minister Blok:
De eerste vraag was of de kernwapens van Groot-Brittannië en Frankrijk daarbij betrokken zijn. Dat is natuurlijk aan de onderhandelingspartners. Het zijn beide ook NAVO-landen, hoewel bij mijn weten Frankrijk zijn kernwapens buiten de NAVO-structuur heeft geplaatst. Dat moet ik aan de betrokken landen laten, wetende dat de grote hoeveelheden toch in handen van de Verenigde Staten en de Russische Federatie zijn.

In zijn tweede vraag vroeg de heer Koopmans, als ik hem goed begrepen heb, in welke zin dat specifiek over Nederland gaat. U weet dat het kabinet geen mededelingen doet over het wel of niet aanwezig zijn van kernwapens in Nederland of in een ander NAVO-land. Ik lees het verzoek in de motie op stuk nr. 44 — het staat er ook letterlijk — als een verzoek om een vertrouwelijke briefing over de modernisering van Amerikaanse kernwapens. Er wordt niet gezegd waar die zich dan zouden bevinden. Daarom kan ik deze motie dus aan het oordeel van de Kamer laten.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Als u het mij toestaat, voorzitter, heb ik een vraag, puur voor mijn begrip. Door de manier waarop de minister de verschillende vragen beantwoordt, lijkt het alsof het verschil zit in de woorden "verifieerbaar", "onomkeerbaar" en "wederzijds". Dat noemt de minister "precisie", die wel in de motie-Sjoerdsma c.s. maar niet in de motie-Karabulut c.s. zit. Zegt hij daarmee dat het dictum van beide moties hem eigenlijk even lief is? Want ze verschillen nogal. Het ene dictum gaat over een strategisch overleg tussen Rusland en de VS en het andere dictum gaat over het verwijderen van kernwapens van Europese bodem én ontwapening aan Russische kant. Dat zijn twee echt verschillende dingen.

De voorzitter:
Een laatste poging.

Minister Blok:
Sorry, meneer Van Ojik, u stelt me nu een beetje teleur, want in de motie van de heer Sjoerdsma staat meer dan u nu voorleest. U doet wat mevrouw Karabulut ook deed. Die motie eindigt met "het wederzijds, verifieerbaar en onomkeerbaar terugtrekken van kernwapens van het gehele Europese continent". Ik lees het gewoon voor. Nogmaals, ik kan mij voorstellen dat iemand die dit debat van afstand volgt, denkt: tel je zegeningen en steun die motie nou. Want die motie streeft in alle precisie datgene na wat u ook wilt, zo zou een luisteraar op enige afstand volgens mij ook concluderen.

De voorzitter:
Wij gaan verder met de vierde motie.

Minister Bijleveld-Schouten:
Dank u wel, voorzitter. Ik zal de motie op stuk nr. 45, van de heer Ojik c.s. voor mijn rekening nemen. Het dictum luidt: verzoekt de regering de VS te laten weten dat Nederland de afspraken wil herzien zodat de bevolking geïnformeerd kan worden als er Amerikaanse kernwapens over Nederlands grondgebied vervoerd zullen gaan worden. Ik wil vooropstellen dat wij bij alle vergaderingen van de Nucleaire Planninggroep steeds aandacht besteden aan de motie-Knops en dat wij — ook door u gesteund, weet ik — steeds de discussie over transparantie naar voren brengen. Ik doe dat in ieder geval zelf en ik weet dat collega Blok dat ook doet. Wij proberen daar steeds stappen in te zetten.

Over het punt in de motie van de heer Van Ojik hebben collega Blok en ik in november al Kamervragen beantwoord. U legt de argumentatie van het vervoer eronder en gebruikt als argument dat de kans bestaat dat er iets misgaat en dat mensen dat moeten weten. In de Kamervragen hebben wij aangegeven dat die kans uitzonderlijk klein is en dat daar natuurlijk allerlei crisisbesluitvormingsplannen voor bestaan. Op basis van wat er in het dictum staat, moet ik de motie dan toch ontraden, want zij gaat in tegen het beleid dat net door collega Blok is toegelicht. Op basis van de bondgenootschappelijke en juridisch bindende afspraken die wij hebben gemaakt, doen wij als kabinet geen mededelingen over aantallen en locaties van de in Europa aanwezige Amerikaanse kernwapens. Dat is nu eenmaal zo vastgelegd. Dat betekent dat ik deze motie wil ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 45 wordt ontraden.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Ik weet dat er op basis van de bestaande afspraken geen mededelingen worden gedaan. Daarom vraagt de motie om met de VS in gesprek te gaan om de bestaande afspraken te herzien. Dat is het hele idee. Want dan kan de Nederlandse bevolking geïnformeerd worden, te zijner tijd, mochten er kernwapens over Nederlandse bodem worden vervoerd. Het lijkt me toch echt evident dat het belangrijk is dat mensen dat kunnen weten?

De voorzitter:
De minister, voor een korte reactie.

Minister Bijleveld-Schouten:
Wij zijn lid van het bondgenootschap en houden ons aan de afspraken die daarover zijn gemaakt. Ik heb net aangegeven dat we alle mogelijkheden oppakken om meer transparant te zijn, naar aanleiding van de motie-Knops. We kunnen alleen met elkaar die afspraken veranderen. Over de vergaderingen die daarover gaan, kan ik verder geen mededelingen doen. Dus ik wil deze motie ontraden.

De voorzitter:
Mevrouw Karabulut, ik ben heel coulant; kort.

Mevrouw Karabulut (SP):
Er is iets heel belangrijks. Er is namelijk onlangs een top secret document van de Amerikaanse national security archieven in Washington openbaar geworden, waarin open en bloot staat dat Nederland kernwapens heeft en afspraken heeft met de VS, namelijk dat wij de volledige bevoegdheid aan de Amerikanen hebben gegeven voor gebruik van die kernwapens. Nu dit op straat ligt en zelfs Amerikaanse archieven duidelijk maken dat er Amerikaanse kernwapens zijn, waarom onthouden de minister en het kabinet ons, als volksvertegenwoordigers, informatie over modernisering?

Minister Bijleveld-Schouten:
Ik heb gewoon gereageerd op de motie van de heer Van Ojik, waar die vraag niet in voorkomt. En ik heb de motie ontraden.

Mevrouw Karabulut (SP):
Voorzitter ...

De voorzitter:
Nee, mevrouw Karabulut, nee. Nee.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Ik schors de vergadering en dan gaan we door met het zoveelste VAO.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Handhaving in het verkeer

Handhaving in het verkeer

Aan de orde is het VAO Handhaving in het verkeer (AO d.d. 05/03).

De voorzitter:
Aan de orde is het VAO Handhaving in het verkeer. Ik heet de minister hartelijk welkom en geef het woord aan de heer Van Aalst van de PVV.

De heer Van Aalst (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Het kan allemaal heel snel gaan. Wij hebben twee hele goede moties. Twee keer "oordeel Kamer" van de minister en we kunnen weer verder. Dus laat ik snel beginnen. Het is eigenlijk een herhaling van zetten. Dat vind ik jammer genoeg, maar het is niet anders. De eerste motie gaat over het inningspercentage van verkeersboetes in het buitenland.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het afdwingen van de betaling van verkeersboetes door buitenlandse kentekenhouders wordt overgelaten aan het land van herkomst;

overwegende dat het inningspercentage van verkeersboetes door buitenlandse kentekenhouders ondermaats is;

verzoekt de regering alles in het werk te stellen om ervoor te zorgen dat het inningspercentage voor verkeersboetes door buitenlandse kentekenhouders zo snel mogelijk stijgt, en de Kamer hier voor het einde van het jaar een overzicht van te geven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Aalst. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 831 (29398).

De heer Van Aalst (PVV):
Voorzitter. Dan de tweede motie. Die heeft te maken met lachgas in het verkeer. Het is de afgelopen week al meermalen aan de orde gesteld door mijn collega bij VWS, maar ik help haar vandaag door middel van deze motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er een sterke toename in het gebruik van lachgas plaatsvindt;

van mening dat dit voor zowel de verkeersveiligheid als de volksgezondheid een zeer slechte ontwikkeling is;

verzoekt de regering in haar verkeerscampagnes ook het tegengaan van het gebruik van lachgas mee te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Aalst en Agema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 832 (29398).

Mevrouw Postma, CDA.

Mevrouw Postma (CDA):
Voorzitter, dank. Het is alweer een tijd geleden dat we hier stonden. Toen hadden we het over handhaving en over verkeersveiligheid. We spraken over de Educatieve Maatregel Gedrag, dat is de cursus die je moet doen als je je ernstig hebt misdragen in het verkeer. De samenvatting is: die cursus werkt niet en moet beter. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat steeds meer mensen worden staande gehouden voor risicovol rijgedrag, waarbij uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de huidige cursus Educatieve Maatregel Gedrag en Verkeer (EMG) die hierbij wordt opgelegd niet effectief lijkt te werken;

overwegende dat van de EMG-deelnemers 49% binnen twee jaar recidiveert met een nieuw EMG-gerelateerd delict;

overwegende dat het van belang is dat effectieve maatregelen kunnen worden opgelegd om hufterig gedrag in het verkeer tegen te gaan en recidive te voorkomen;

verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze de huidige cursus EMG verbeterd zou kunnen worden en in hoeverre andere technische mogelijkheden, zoals een snelheidsbegrenzer, zouden kunnen helpen om risicovol rijgedrag en recidive tegen te gaan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Postma. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 833 (29398).

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Ziengs namens de VVD.

De heer Ziengs (VVD):
Dank u, voorzitter. Ik heb twee moties. De eerste gaat over aansprakelijkheid voor fietsers.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat fietsers op basis van artikel 185 van de Wegenverkeerswet een andere status genieten dan automobilisten als het gaat om aansprakelijkheid;

verzoekt de regering voor het algemeen overleg Verkeershandhaving een overzicht te geven van de wijze waarop aansprakelijkheid in het verkeer voor fietsers geregeld is en te bezien of hier wijzigingen in moeten aangebracht,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ziengs en Remco Dijkstra. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 834 (29398).

De heer Ziengs (VVD):
Dan de motie Verkeershandhaving/kleine boetes omlaag.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat personen die de verkeersveiligheid structureel ondermijnen zwaar gestraft moeten worden;

overwegende dat afgesproken is om het verschil in boetes tussen kleine overtredingen en grote, notoire overtredingen te vergroten, zodat zwaar misbruik zwaarder bestraft wordt;

verzoekt de regering uiterlijk voor de begrotingsbehandeling een wetsvoorstel aan de Kamer voor te leggen waarbij de kleine boetes verlaagd worden, en de boetes voor zware overtredingen desnoods nog verder te verhogen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ziengs, Remco Dijkstra en Stoffer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 835 (29398).

Dan is het woord aan mevrouw Van Brenk van 50PLUS.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dank u wel, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende het feit dat handhaving een onmisbaar instrument is bij het terugdringen van het aantal verkeersovertredingen;

overwegende het feit dat trajectcontrole hierbij een effectief instrument kan zijn;

verzoekt de regering in te zetten op meer trajectcontroles op de Nederlandse wegen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Brenk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 836 (29398).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende het feit dat verkeershufters veel leed veroorzaken;

overwegende het feit dat naast een hogere kans op beboeting een directe confrontatie met de gevolgen van het eigen verkeersgedrag effectief kan zijn;

verzoekt de regering te onderzoeken of en op welke wijze daders van ernstige verkeersdelicten geconfronteerd kunnen worden met de gevolgen van hun daden, door het werken met slachtoffers onderdeel te laten uitmaken van een mogelijke taakstraf,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Brenk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 837 (29398).

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Dank, voorzitter.

De voorzitter:
Ik schors de vergadering voor enkele ogenblikken.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik geef het woord aan de minister.

Minister Grapperhaus:
Voorzitter, de moties. De motie op stuk nr. 831. Ik zoek even de heer Ziengs. Als ik de motie zo mag lezen: "alles in het werk te stellen om ervoor te zorgen dat het inningspercentage voor verkeersboetes door buitenlandse kentekenhouders verder stijgt", want er is de afgelopen jaren sprake van een stijging, "en de Kamer hier voor het eind van het jaar een overzicht van te geven", dan geef ik de motie oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 831 krijgt oordeel Kamer.

Minister Grapperhaus:
Ja, als waar nu staat "zo snel mogelijk stijgt" wordt gewijzigd in "verder stijgt". O, deze motie is van Van Aalst.

De heer Van Aalst (PVV):
Voorzitter, ik geef de minister het voordeel van de twijfel. Het is goed.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 832.

Minister Grapperhaus:
De motie op stuk nr. 832 verzoekt de regering in haar verkeerscampagnes ook het tegengaan van het gebruik van lachgas mee te nemen. Die motie ontraad ik, want u zult gevolgd hebben dat we lachgas op lijst 2 van de Opiumwet gaan zetten. Dit zou impliceren dat je lachgas niet in het verkeer moet gebruiken, maar voor het overige mogelijk wel, anders dan voor slagroomtaarten. Ik begrijp de goede bedoeling, maar ik moet deze toch ontraden.

De voorzitter:
De heer Van Aalst, kort. De motie op stuk nr. 832 wordt ontraden.

De heer Van Aalst (PVV):
Het had snel door gekund als deze oordeel Kamer had gekregen.

De voorzitter:
Ja, mee eens.

De heer Van Aalst (PVV):
Dit is nou juist wat er afgelopen week gespeeld heeft bij de collega's van VWS. Daar geeft de minister aan dat hij er geen ruimte voor heeft, want hij heeft al zo veel campagnes. Hij vond het op zich een goed idee, maar hij heeft te veel campagnes. Wij hebben de BOB-campagne voor alcohol. Volgens mij is het gewoon inkoppen voor de minister. Voeg dit toe aan de BOB-campagne en we zijn er met elkaar. Ja, er loopt nog een traject met de Opiumwet. Dat is prima, maar dit kunnen we niet laten lopen. Er zijn zo veel mensen die hier misbruik van maken: er vinden ongevallen plaats, er vallen slachtoffers. Dit is wat mij betreft een inkoppertje.

Minister Grapperhaus:
Ik zei het al: je moet helemaal geen lachgas gebruiken, behalve voor slagroomtaart. Ik ga geen campagne financieren waarin staat "wilt u geen lachgas achter het stuur gebruiken", want dat impliceert dat je het wel zou kunnen doen als je niet achter het stuur zit. Om die reden moet ik de motie ontraden. Nogmaals: ik ben het geheel met de heer Van Aalst eens dat lachgas levensgevaarlijk kan zijn.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 833.

Minister Grapperhaus:
De motie op stuk nr. 833 van mevrouw Bosma krijgt oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 834 is wel van de heer Ziengs. Meneer Dijkstra, ik hoop dat ik het nu enigszins goedmaak. Oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 834 krijgt oordeel Kamer.

De heer Schonis (D66):
Dat verbaast mij toch wel. Dat is de motie van de heer Dijkstra en Ziengs over de aansprakelijkheid van fietsers, terwijl er destijds een heel expliciete keuze is gemaakt om fietsers als zwakke verkeersdeelnemer een andere juridische status te geven ten aanzien van aansprakelijkheid dan automobilisten. Oordeel Kamer verbaast mij wel, want er is destijds bij de wetgeving een expliciete overweging voor gemaakt. Dus dan wil ik ook horen waarom de minister oordeel Kamer geeft.

Minister Grapperhaus:
De motie luidt: verzoekt de regering voor het algemeen overleg Verkeershandhaving een overzicht te geven van de wijze waarop aansprakelijkheid in het verkeer voor fietsers geregeld is en te bezien of hier wijzigingen in moeten worden aangebracht. Daar kan ik moeilijk iets anders dan "oordeel Kamer" op zeggen. In het leven moeten we elkaar toch een overzicht kunnen gunnen.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 835. Nee, meneer Schonis, we gaan verder.

Minister Grapperhaus:
Over de motie op stuk nr. 835 zou ik aan de heer Ziengs en de andere indieners, Dijkstra en Stoffer, willen vragen om deze aan te houden. Ik heb eind maart advies van de Commissie Feiten en Tarieven ontvangen over het verkeersboetestelsel. Op dit moment wordt de impact …

De voorzitter:
Ja, ik zie al een duim omhoog.

Op verzoek van de heer Ziengs stel ik voor zijn motie (29398, nr. 835) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Grapperhaus:
De motie op stuk nr. 836 verzoekt de regering in te zetten op meer trajectcontroles op de Nederlandse wegen. Die moet ik ontraden.

En de motie op stuk nr. 837 van mevrouw Van Brenk vraagt om te onderzoeken of en op welke wijze daders van ernstige verkeersdelicten geconfronteerd kunnen worden met de gevolgen van hun daden. Die laat ik oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 836 wordt ontraden en de motie op stuk nr. 837 krijgt oordeel Kamer.

Minister Grapperhaus:
Ja.

De voorzitter:
Meneer Laçin, u stond niet eens op de sprekerslijst. Niet eens voor nul minuten. Nu moet ik heel coulant zijn?

De heer Laçin (SP):
Ik heb het oordeel over de motie op stuk nr. 833 gemist.

De voorzitter:
Kijk, dat kan ik u geven. Dat was de motie-Postma, die krijgt oordeel Kamer.

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit VAO.

De beraadslaging wordt gesloten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Terrorisme

Terrorisme

Aan de orde is het VAO Terrorisme (AO d.d. 29/01).

De voorzitter:
Aan de orde is het VAO Terrorisme. Ik geef het woord aan mevrouw Yeşilgöz van de VVD.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Voorzitter. Er is veel te zeggen, maar er is weinig tijd, dus ik begin meteen met mijn moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat, gelet op jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, voor intrekking van het Nederlanderschap van uitgereisde jihadisten moet blijken van aansluiting en handelingen op of na 11 maart 2017;

overwegende dat terroristische organisaties niet pas terroristisch werden na publicatie van de lijst van terroristische organisaties en dat uitgereisde jihadisten ook voor publicatie van deze lijst al wisten dat zij zich aansloten bij een terroristische organisatie;

van mening dat het niet in de geest van de wet is om het Nederlanderschap alleen in te trekken van jihadisten die zich hebben aangesloten bij een terroristische organisatie op of na 11 maart 2017;

verzoekt de regering de Kamer tijdens het zomerreces 2020 te informeren op welke wijze mogelijk gemaakt kan worden dat het Nederlanderschap van uitgereisde jihadisten met terugwerkende kracht kan worden ingetrokken, dus ook als blijkt van aansluiting en handelingen vóór 11 maart 2017,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Yeşilgöz-Zegerius. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 551 (29754).

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Dat is één, voorzitter. De afspraak die wij hier met elkaar gemaakt hebben, is dat Syriëgangers niet teruggebracht worden, dat de nationale veiligheid prevaleert boven strafrechtelijke vervolging en dat de minister geen onomkeerbare stappen neemt voordat de Kamer betrokken is. Wij lezen echter dat de minister in de brief aan de rechtbank van Rotterdam opeens stelt dat berechting in Nederland de voorkeur verdient. Dit gaat in tegen de afspraken die wij hier met elkaar gemaakt hebben. Daarover dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de minister, conform de motie-Laan-Geselschap van 25 juni 2019, geen onomkeerbare stappen mag zetten voordat de Kamer betrokken is, indien er voornemens zijn ten aanzien van het terughalen van Syriëgangers, dan wel hun vrouwen of kinderen;

constaterende dat de rechtbank Rotterdam op 16 juni jongstleden heeft geoordeeld dat de minister de terugkeer van Syriëgangers verkiest boven lokale berechting in de regio en daarbij het belang van de nationale veiligheid heeft gerelativeerd;

constaterende dat uit de uitspraak van de rechtbank blijkt dat de minister zijn motivering hierover heeft kenbaar gemaakt bij brieven van 19 mei en 30 mei jongstleden;

verzoekt de regering deze brieven naar de Kamer te sturen;

verzoekt de regering tevens, conform eerdere toezeggingen, geen verdere onomkeerbare stappen te zetten en de Kamer vooraf te betrekken als er voornemens zijn ten aanzien van het terughalen van Syriëgangers, dan wel hun vrouwen of kinderen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Yeşilgöz-Zegerius. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 552 (29754).

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Van Toorenburg van het CDA.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Voorzitter. We hebben een goed AO gehad, maar sindsdien is er natuurlijk weer veel gebeurd. Ik ben zeer benieuwd naar de appreciatie van de minister van de moties die mijn collega van de VVD net heeft ingediend. Ik maak me ook wel zorgen over het beeld dat is ontstaan dat aan de ene kant wij vanuit het Openbaar Ministerie en de rechtbank de oproep krijgen om mensen terug te halen, terwijl aan de andere kant de Hoge Raad het kabinet eigenlijk in het gelijk stelt, omdat daartoe geen noodzaak bestaat. Het is misschien goed als de minister daar vanavond nog even op ingaat.

Wij weten inmiddels dat er een mooie afspraak is gemaakt met de provincie Zeeland. Er wordt nu bekeken of daar een fatsoenlijke juridische delta kan worden ingericht. Nu zou het zomaar kunnen zijn dat daar ook iets van een terroristenafdeling komt. Kan de minister met zijn college hier bijzondere aandacht aan besteden? Er zijn wat rapporten verschenen waaruit blijkt dat het plaatsen van alle terroristen bij elkaar op één afdeling een potentieel gevaar in zich kan hebben, maar dat dit gevaar misschien weer is geweken als je ze verdeelt over verschillende inrichtingen. Ik ben benieuwd of juist daar specifiek naar wordt gekeken. Wordt daarbij ook de in Vught opgedane expertise goed meegenomen? Ik doel dan vooral op het beeld dat ontstaat dat wij heel erg kritisch zijn op de mensen die in die terroristenafdeling in Vught zitten, maar dat wij die, zodra zij vandaaruit worden doorgeselecteerd naar een reguliere afdeling, toch een beetje te voorzichtig behandelen. Laten wij daar lering uit trekken. Als wij straks in Zeeland een vergelijkbare afdeling inrichten, laten wij dan de pluspunten van Vught meenemen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank. Dan is het woord aan de heer De Graaf van de PVV. We wachten even. Gaat uw gang.

De heer De Graaf (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Al een tijdje — dat klinkt een beetje raar — gaat het bij de AO's over terrorisme en terrorismebestrijding heel vaak ook over de terugkeer van, met een omfloerst woord, "jihadbruiden" of Syriëgangsters. Daar zit het woord "gangsters" in, maar zo bedoel ik het in dit geval niet. Maar het is natuurlijk niet ten behoeve van de veiligheid dat de dames terugkomen naar Nederland. Ik heb daar een motie over. Het is niet de eerste motie, maar ik hoop toch dat die op een gegeven moment een keer wordt aangenomen, want het gaat ons om de veiligheid van Nederland. Daar zijn we voor gekozen, dus die staat voor ons altijd voorop.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Hoge Raad heeft gesteld dat IS-vrouwen niet hoeven te worden teruggehaald;

constaterende dat de Hoge Raad tevens heeft gesteld dat de Staat zich daarvoor ook niet hoeft in te spannen;

constaterende dat de rechtbank in Den Haag heeft uitgesproken dat een gewonde Syriëgangster niet teruggehaald hoeft te worden;

verzoekt de regering alle inspanningen die gericht zijn op het faciliteren van de terugkeer van jihadbruiden c.q. Syriëgangsters te staken en hen nooit meer op Nederlandse bodem toe te laten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid De Graaf. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 553 (29754).

De heer De Graaf (PVV):
Dat was het, voorzitter. Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors voor enkele ogenblikken.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik geef de minister het woord.

Minister Grapperhaus:
Voorzitter. Ik krijg zo nog wel even de exacte tekst van de motie van de heer De Graaf en anders doe ik het wel uit het hoofd.

Laat ik het, voordat ik de moties bespreek, even wat in perspectief plaatsen. Er is de uitspraak van de Hoge Raad van afgelopen vrijdag en er is de tussenuitspraak een paar weken eerder van de rechtbank Rotterdam. Die twee zijn in lijn met elkaar, ook ten aanzien van hetgeen daarin door de Staat is aangevoerd, namelijk dat de rechter onderkent dat er voor de Staat belangrijke aspecten spelen met betrekking tot de mogelijkheden tot inspanning ten aanzien van terugkeer van vrouwen die geïnterneerd zijn in de zogenaamde Syrische kampen en die bij ISIS aangesloten waren. De Hoge Raad heeft als drie zwaarwegende belangen erkent: het feit dat de Staat zegt geen mensen onveilig gebied in te sturen, dat de Staat bovendien zegt geen zaken te kunnen doen met partijen waarmee geen diplomatieke betrekkingen worden onderhouden, en dat de nationale veiligheid een component is in het geheel. En ten slotte moet ook de veiligheid van de betrokkenen zelf in acht worden genomen. Het spijt me dat ik een aantal van uw Kamerleden dit verhaal al voor de zoveelste keer vertel; voor hen is dit dus een enorme herhaling. De reden waarom collega Blok in het voorjaar van 2019 naar Irak is afgereisd, nadat de NCTV dat eerder voorbereidend in maart 2018 had gedaan, was bijvoorbeeld vanwege dat laatste aspect. Een groot aantal van de vrouwen die zich bij ISIS hadden aangesloten, zou het risico lopen dat ze, zodra ze zich in Erbil zouden melden bij het Nederlands consulaat, op weg daarheen door de Iraakse autoriteiten zou worden aangehouden, geïnterneerd en daar berecht. We kennen daar het probleem van een rechtssysteem met de doodstraf. Ik zeg het even zonder adem te halen, maar dat is wel de problematiek die er speelt.

Er zit gewoon consistentie in die uitspraak van de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft gezegd: dat zijn belangen die zwaar wegen, zwaarder dan het individuele belang van een vrouw die in zo'n kamp geïnterneerd is. Die belangen zijn ook door de rechtbank Rotterdam meegewogen in de beslissing van begin juni, waarbij elke verdere beslissing in de vervolgingszaak daar voor zes maanden is aangehouden, althans voor onbepaalde tijd, met een maximum van zes maanden. Dus via u, voorzitter, zeg ik tegen mevrouw Van Toorenburg dat ik hoop daarmee aangegeven te hebben dat er echt wel een consistentie in die twee zit.

Het is ook niet zo, zoals mevrouw Yeşilgöz in haar motie op stuk nr. 552 suggereert, dat het kabinet de terugkeer van Syriëgangers verkiest boven lokale berechting in de regio. Dat is niet zo. In de brief aan de rechtbank Rotterdam heb ik echt duidelijk aangegeven — ik heb uw Kamer daarvan een samenvattende parafrase gegeven — dat ik absoluut alles wat redelijkerwijs in het werk kan worden gesteld in het werk wil stellen, met inachtneming van die zwaarwegende belangen die ik zojuist genoemd heb, om straffeloosheid van mensen die verdacht worden van die gruwelijke misdaden van IS, of betrokkenheid daarbij, te voorkomen. Straffeloosheid voorkomen: dat is dus heel duidelijk het uitgangspunt.

Dan kom ik op de moties. De allereerste motie, op stuk nr. 551, is van mevrouw Yeşilgöz. Laat ik vooropstellen dat ik de gedachte achter die motie begrijp. Ik begrijp heel goed dat zij zegt: "Het is toch wel heel onbevredigend dat wij van mensen die zijn uitgereisd voor 11 maart 2017 het Nederlanderschap niet kunnen intrekken." Dat vind ik zelf — dat zeg ik maar eerlijk — als minister van Justitie en Veiligheid ook pijnlijk, maar het is zo. Maar ik moet de motie ontraden, om de volgende reden. Die rijkswet zet heel duidelijk een streep voor 11 maart 2017. Het moment van uitreizen is daarvoor niet van belang. Het is niet mogelijk om het Nederlanderschap in te trekken op grond van feiten of omstandigheden die plaatsvonden vóór 11 maart 2017. Je kunt ook niet een wet op dat punt wijzigen om dat alsnog mogelijk te maken, want dat zou in strijd zijn met het legaliteitsbeginsel en de rechtszekerheid. Dat zijn echt kernbeginselen van onze rechtsstaat. Nogmaals, met echt begrip voor het punt van mevrouw Yeşilgöz — maar dat weet zij ook wel van andere gelegenheden hier in de Kamer — moet ik deze motie om die reden ontraden.

Bij de motie op stuk nr. 552 speelt een iets ander, maar eenzelfde rechtsstatelijk punt als het gaat om de brieven waar om verzocht wordt. Dat zijn brieven die in een lopende strafzaak op verzoek van de rechter zijn geschreven. Die maken dus deel uit van die strafzaak. Ik vind niet dat we die brieven nu kunnen verstrekken, want dan bestaat het risico dat ik mij meng, net als uw Kamer, in de strafzaak. Zoals ik al zei, heb ik uw Kamer over de hoofdlijn van die brieven op 18 juni schriftelijk geïnformeerd.

Er is ook gevraagd om geen verdere onomkeerbare stappen te zetten. In z'n algemeenheid moet ik dat punt van de motie ook ontraden. Ik heb heel duidelijk hier in de Kamer aangegeven dat ik zeker eerst bij uw Kamer langskom als we het beleid op dit punt zouden wijzigen. Maar het is altijd denkbaar dat er in een individuele situatie iets gebeurt waardoor er indirect sprake zou kunnen zijn van zoiets als wat technisch gekwalificeerd zou moeten worden als een onomkeerbare stap in een individuele zaak. Daar moeten we niet in terechtkomen en daarom moet ik haar helaas ook daarom ontraden.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Dat tweede punt, dat punt over die onomkeerbare stappen, hebben we al in juni 2019 met elkaar afgesproken. Daar lag gewoon een motie over voor van mijn voorganger op dit dossier, mevrouw Laan-Geselschap. Die motie, die uitsprak dat er geen onomkeerbare stappen gezet mogen worden, is ook aangenomen.

Voorzitter. Ik vind het ingewikkeld dat die tussenbeschikking van de rechtbank van 16 juni is en dat wij twee dagen later door de minister op hoofdlijnen worden geïnformeerd. We worden dus later geïnformeerd over die hoofdlijnen. Ik had ze natuurlijk graag eerder gehad, zeker ook omdat we dat zo met elkaar hadden afgesproken. Dat is mijn eerste kritiekpunt. Daarin staat niet dat het kabinet het belang van de staatsveiligheid relativeert, maar dat is wel wat de rechtbank concludeert aan de hand van de brieven van de minister. In die brief van 18 juni staat ook niet welke initiatieven er op korte termijn genomen worden of waar de minister nu mee bezig is om die mensen of die persoon in kwestie wel of niet terug te halen.

Dit maakt het voor mij als Kamerlid heel erg ingewikkeld om mijn werk te doen. We hebben afspraken gemaakt waarin staat dat ze niet worden teruggehaald en dat we eerst worden geïnformeerd. We zouden er ook bij betrokken worden als er stappen worden genomen. Maar nu komt toch alles achteraf en kan ik alleen maar zeggen "waarvan akte". Maar dat is dus niet de afspraak.

Minister Grapperhaus:
Ik moet maar niet ingaan op het mogelijk semantische dan wel staatsrechtelijke punt van "afspraak". Ik heb net uiteengezet waarom ik de motie ontraad en daar heb ik op dit moment eigenlijk niet iets aan toe te voegen. De kwestie is niet dat ik niet wil informeren en dat is nu dan ook op hoofdlijnen wel gebeurd. In de brief zult u ook zien, en dat wil ik hier nog weleens bevestigen, dat er echt niet sprake is van een wijziging van beleid. Ik kan er niet veel aan doen dat enkele media — volgens mij was het er trouwens maar eentje — dat suggereren of zeggen, maar die wijziging van beleid is er dus niet. En voor het overige wijs ik toch echt terug naar mijn eerder gegeven motivering.

De voorzitter:
Mevrouw Yeşilgöz, kort.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Als wij in de Tweede Kamer een wet hebben aangenomen waarin staat dat de nationale veiligheid prevaleert boven strafrechtelijke vervolging en ik vervolgens in de beschikking van de rechtbank lees dat de minister de rechtbank heeft geschreven dat het belang van de staatsveiligheid gerelativeerd wordt, dan heb ik dat niet uit de krant. Dan is dat daar gemeld en dan is dat een wijziging van beleid. En daar had ik niet alleen vooraf over geïnformeerd willen worden, ik had daar ook bij betrokken willen worden, zodat ik de minister had kunnen vertellen dat ik daar niet op zit te wachten.

Minister Grapperhaus:
De brief van mijn voorganger, de heer Blok, als minister van Veiligheid en Justitie aan de Eerste Kamer geeft aan — ik heb de brief vanmorgen nog eens doorgenomen — dat er sprake is van een weging. De brief zegt niet dat de nationale veiligheid zwaarder moet wegen. Nou is dat misschien wel heel erg op woorden. Die brief is destijds overigens geschreven in het kader van discussies in de Eerste Kamer en na die brief is er in ieder geval ook een meerderheid voor het betreffende wetsvoorstel onttrekking Nederlanderschap gekomen. Maar nogmaals, ik kan het ... Ik zal het gewoon nog weleens hardop zeggen. Dit beleid van het kabinet heeft u mij vanaf ongeveer begin november 2017 telkenmale horen herhalen. Dat beleid is dat de straffeloosheid van de mensen die bij deze oorlogsmisdaden hebben gezeten, niet mag. Maar er zijn een drietal duidelijke en zeer zwaarwegende belangen. Ik wil ze ook wel beletselen noemen. Die zijn: niet een onveilig gebied ingaan, ... enzovoort enzovoort. Ik ga ze nu niet herhalen, want dan blijf ik mezelf herhalen.

De voorzitter:
Mevrouw Yeşilgöz, heeft u nog iets nieuws toe te voegen? Ik heb heel veel haast vanavond. Heel kort!

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Met alle respect, voorzitter, dat begrijp ik. Ik heb het niet over brieven of krantenartikelen, ik heb het over de wet die we hier met elkaar hebben vastgesteld. Daarin staat dat de nationale veiligheid prevaleert.

Voorzitter, ik rond af. Ik ben niet benieuwd naar wat de minister allemaal zegt, ik ben benieuwd naar wat hij doet. En daar word ik niet op tijd over geïnformeerd en daar gaat die motie over. Ik hoop dat ze toch oordeel Kamer krijgt en dat ik ook de steun krijg van mijn collega's.

De voorzitter:
Ik heb de indruk dat het blijft bij "ontraden". Dan de motie op stuk nr. 553.

Minister Grapperhaus:
De motie op stuk nr. 553 van de heer De Graaf ontraad ik.

Dan heb ik volgens mij alles behandeld.

De voorzitter:
Dank u wel.

De beraadslaging wordt gesloten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

VSO Seksueel misbruik door pro-anorexiacoaches

VSO Seksueel misbruik door pro-anorexiacoaches

Aan de orde is het VSO Seksueel misbruik door pro-anorexiacoaches (31015, nr. 196).

De voorzitter:
Aan de orde is het VSO Seksueel misbruik door pro-anorexiacoaches. Ik geef het woord aan mevrouw Van der Graaf van de ChristenUnie.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Meisjes met anorexia worden benaderd door zogenaamde pro-anorexia coaches. Ze doen zich voor alsof ze hen willen helpen met afvallen en vragen ondertussen seksuele wederdiensten. Ze maken misbruik van de kwetsbaarheid van deze jonge meisjes. We wilden graag een debat voor de zomer. Dat lukte niet, maar gelukkig konden we schriftelijk met de minister van gedachten wisselen hierover. Dat leidt bij ons nu toe een aantal moties, in de wetenschap dat we na de zomer alsnog de diepgang kunnen zoeken in het debat hierover in de plenaire zaal.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat onduidelijk blijft in hoeverre pro-anacoaches op de radar staan van de opsporing en dat de Nationaal Rapporteur al eerder constateerde dat een steeds groter wordende groep slachtoffer wordt van online seksueel misbruik en geweld;

constaterende dat het terugdringen van online seksueel geweld en misbruik door het kabinet is aangemerkt als topprioriteit, maar dat het onduidelijk blijft of hiervoor genoeg capaciteit beschikbaar is;

verzoekt de regering een online opsporingsstrategie te ontwikkelen waarin specifieke kwetsbare groepen worden aangemerkt als prioriteit, slachtoffers van pro-anacoaches als zodanig aan te merken en tevens aan te geven in hoeverre capaciteitsgebrek hierbij een knelpunt vormt, en de Kamer hierover te informeren;

verzoekt de regering tevens de aangenomen motie-Van der Graaf/Kuiken inzake het inzetten van de webcrawler en lokprofielen hierbij te betrekken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Graaf, Westerveld, Van der Staaij, Kuiken en Van Nispen.

Zij krijgt nr. 197 (31015).

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
De tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering in samenwerking met K-EET begonnen is met de uitrol van een verbetertraject zorg bij eetstoornissen;

overwegende dat pro-anacoaches een reëel gevaar vormen voor de veiligheid van meisjes en vrouwen die kampen met eetstoornissen en tevens een effectieve behandeling in de weg staan;

verzoekt de regering in samenwerking met K-EET en eventuele andere expertorganisaties specifiek in te zetten op bewustwording en training van zorgverleners, ouders en patiënten die kampen met eetstoornissen over de gevaren van pro-anacoaches en pro-anawebsites,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Graaf, Westerveld, Van der Staaij, Bergkamp, Kuiken en Kuik.

Zij krijgt nr. 198 (31015).

Ik kijk naar mevrouw Westerveld van GroenLinks. Aan u het woord. Gaat uw gang.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Voorzitter. Het is natuurlijk walgelijk wat hier gebeurt, dat mannen en soms ook vrouwen misbruik maken van jongeren die toch al kwetsbaar zijn. Dat doen ze online door mensen actief te benaderen en vervolgens soms om seksuele handelingen te vragen. Ik denk dat we het met elkaar eens zijn dat we er echt alles aan moeten doen om dit te voorkomen.

Wat vaak ook niet goed gaat, is de hulp nadat er eenmaal seksueel misbruik is geconstateerd en daarover wil ik graag een motie indienen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld in de slachtoffermonitor stelt dat in 15% van de gevallen geen jeugdhulp op gang kwam in het halfjaar nadat een kind onder toezicht werd gesteld na vermoedens van seksueel geweld;

overwegende dat het niet tijdig bieden van hulp na seksueel geweld ernstige gevolgen heeft voor het slachtoffer;

verzoekt de regering om in kaart te brengen hoe het mogelijk is dat er vaak geen tijdige hulp op gang komt en op korte termijn te komen met een plan van aanpak om dit te verbeteren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld, Van der Graaf en Van den Berge. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 199 (31015).

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Ik wil daarover nog één ding zeggen. Wat ik merk in gesprekken met jongeren die te maken hebben gehad met seksueel geweld en die daarna dus niet in een veilige omgeving terecht zijn komen en die soms ook niet op tijd zijn geholpen, is dat de herbelevingen steeds ernstiger worden en dat hun problemen steeds ernstiger worden. Ik vind echt dat het nog veel meer dan nu een prioriteit zou mogen worden van beide ministeries, ook van het ministerie van VWS, om daarmee aan de slag te gaan.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan mevrouw Kuik van het CDA.

Mevrouw Kuik (CDA):
Voorzitter. Het is al genoemd. Er zijn zogenaamde "pro-anacoaches" die misbruik maken van meisjes met een eetstoornis. Sneue, miezerige figuren die de ziekte verder aanwakkeren met tips en in de praktijk snel vragen om seksueel getinte foto's en filmpjes, die meisjes vernederen om macht uit te oefenen. We moeten er alles aan doen wat in onze macht ligt om te voorkomen dat deze mensen de meisjes misbruiken, maar we moeten ook alles doen om ze te pakken en te straffen. Ik weet dat de minister vol inzet op het aanpakken van online seksueel misbruik, maar we moeten de facilitators, de sites, ook aanpakken. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er op pro-anawebsites personen actief zijn die doelbewust kwetsbare minderjarigen manipuleren om seksueel beeldmateriaal te verstrekken;

overwegende dat pro-anawebsites op zichzelf al onwenselijk zijn, omdat een ziektebeeld wordt aangemoedigd;

overwegende dat wanneer er op pro-anaforums personen actief zijn die zich bezighouden met strafbare activiteiten zoals grooming of het maken van beelden van online seksueel misbruik, deze websites dergelijke activiteiten ook faciliteren;

overwegende dat de minister op dit moment bezig is om bestuurlijke middelen om beelden van online seksueel misbruik van servers van bedrijven te verwijderen te ontwikkelen;

verzoekt de regering zich ervoor in te spannen om pro-anawebsites waarvan blijkt, onder meer door gebruik van lokprofielen, dat er seksuele roofdieren actief zijn in de vorm van pro-anacoaches, uit de lucht te halen, en de Kamer over zijn inspanningen voor het einde van het jaar te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kuik en Van der Graaf. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 200 (31015).

Dank. Ik schors voor enkele ogenblikken.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik geef de minister het woord.

Minister Grapperhaus:
Voorzitter. Omdat u volgens mij enigszins in de tijd zit, begin ik maar alvast met de moties op de stukken nrs. 197 tot en met 199. Laat ik daar even het volgende over zeggen. Ik denk dat wat het Kamerlid Kuik zojuist gezegd heeft, goed samenvat dat ik de afgelopen twee en drie kwart jaar echt zeer heb ingezet op alles wat met kindermisbruik online te maken heeft, een echt werkelijk stuitend exponentieel toenemend kwaad in onze samenleving. De bestuurlijke aanpak speelt daarbij in de toekomst een rol, hoop ik.

Ik zeg daar wel eerlijk bij dat op dit moment nog gekeken moet worden waar die bestuurlijke aanpak moet worden ondergebracht. En er is ook echt geld voor nodig. Ik gooi het maar gewoon even hier in de groep, als u het goed vindt dat ik de plenaire zaal zo aanduid. Ik vind namelijk echt dat dit een belangrijk punt is. Voor de kijkers zeg ik: bij die bestuurlijke aanpak is er dus sprake van dat je aanzegt "u moet onmiddellijk deze website van uw servers halen, en anders betaalt u een forse boete." Over die bestuurlijke aanpak hebben we gisteren ook gesproken op het punt van antisemitisme, tijdens het debat over de initiatiefnota van de leden Segers en Yeşilgöz. Waarom doen we dit? Op sommige delen van internet begint het zo langzamerhand echt een ranzige beerput te worden. We moeten de providers en anderen daar echt op aanspreken. Dat moeten we niet alleen doen door geen advertenties meer te plaatsen, maar ook gewoon door keihard boetes op te leggen, en door naming-and-shaming.

Voorzitter. Ik ga dat nu op die pro-anocoaches betrekken, want daar gaat het vanavond over. En ik ga snel naar de moties.

De motie op stuk nr. 197 van mevrouw Van der Graaf geef ik zonder meer oordeel Kamer, waarbij ik dus de aantekening maak dat het ontwikkelen van een online-opsporingsstrategie iets is waar we op dit moment ook echt al mee bezig zijn. Ik zal de Kamer inderdaad ook informeren over waar nu de knelpunten zijn op het punt van capaciteitsgebrek, respectievelijk het feit dat we dringend een autoriteit nodig hebben die hier ook een taak in kan vervullen.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 197 krijgt dus oordeel Kamer?

Minister Grapperhaus:
Ja, oordeel Kamer; dat had ik in het begin al gezegd. Sorry, ik praat ook zo veel.

De motie op stuk nr. 198, van Van der Graaf, Westerveld, Van der Staaij, Bergkamp, Kuiken en Kuik krijgt ook oordeel Kamer. Daarbij moet ik wel bekennen dat het een motie is die wel erg op de uiterste rand van mijn portefeuille zit. Maar ik wil hem toch als zodanig kwalificeren.

Bij de motie op stuk nr. 199, van mevrouw Westerveld, zou ik mevrouw Westerveld willen vragen of zij bereid is om de motie als volgt te lezen: verzoekt de regering om in kaart te brengen of wel vaak genoeg tijdig hulp op gang komt et cetera, et cetera. Want als ik de motie in haar huidige vorm oordeel Kamer zou geven, zou dat impliceren dat ik nu al op voorhand van oordeel zou zijn dat het zo is dat er vaak niet tijdig hulp op gang komt. En dat vind ik geen goede start bij zo'n onderzoek. Dus ik kan de motie oordeel Kamer geven als erin staat: verzoekt de regering om in kaart te brengen of wel vaak genoeg tijdig hulp op gang komt, en verzoekt de regering om op korte termijn te komen met een aanpak om dit te verbeteren.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Ik vind het prima als de minister het zo wil lezen. Het is natuurlijk wel zo dat ik dit niet zomaar verzin, maar dat gewoon uit het rapport van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel blijkt dat de hulp vaak niet tijdig op gang komt. Dus daar haal ik die cijfers vandaan. De Nationaal Rapporteur doet natuurlijk ook verslag en brengt het rapport uit aan ons. Dus daar komt die 15% ook vandaan. Maar als de minister het wat positiever wil lezen, of in ieder geval de vraag nog wil stellen of het zo is, dan mag dat wat mij betreft ook.

Minister Grapperhaus:
Ik wil daar ook wel uitleg bij geven. Ik heb wel wat aan te merken op dat rapport van de Nationaal Rapporteur. Dat is hem ook bekend. Ik wil deze vraag dus heel graag open onderzoeken. Dan zou het zomaar kunnen dat toch blijkt dat er helemaal dezelfde conclusie uitkomt als de Nationaal Rapporteur trekt. Maar het zou ook kunnen zijn dat het er gewoon om gaat dat het veel beter kan, maar dat het op zich, nou, enzovoort. Ja?

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 199 krijgt dus oordeel Kamer.

Minister Grapperhaus:
Dan een motie van mevrouw Kuik en mevrouw Van der Graaf, op stuk nr. 200, over het uit de lucht halen van websites. Dit ligt eigenlijk een beetje in het verlengde van de motie op stuk nr. 197. Ik zal bij uw Kamer terugkomen met een voorstel voor een aanpak op dat punt. Als ik ook deze motie zo mag lezen, laat ik ook haar oordeel Kamer.

De voorzitter:
Ik zie een duim omhoog …

Minister Grapperhaus:
Ik weet niet wat dat hier betekent.

De voorzitter:
… en daarmee krijgt de motie op stuk nr. 200 van mevrouw Kuik oordeel Kamer. Mevrouw Kuik is het helemaal met u eens.

Dank voor de beantwoording.

De beraadslaging wordt gesloten.

Ggz, maatschappelijke opvang, suïcidepreventie

Ggz, maatschappelijke opvang, suïcidepreventie

Aan de orde is het VAO Ggz, maatschappelijke opvang, suïcidepreventie (AO d.d. 08/06).

De voorzitter:
Aan de orde is een VAO Ggz, maatschappelijke opvang en suïcidepreventie, en ik zou graag het woord willen geven aan mevrouw Van den Berg van het CDA.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties, die ik snel ga voorlezen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat ingeval er gespecialiseerde ggz nodig is, er blijvend sprake is van wachttijden, langer dan de treeknormen recentelijk nog zeer zichtbaar gemaakt door het rapport van de Algemene Rekenkamer;

constaterende dat er Kamermoties zijn ingediend en aangenomen om regionale doorzettingsmacht te organiseren, zoals de motie-Van den Berg uit april 2018 (25424, nr. 448), de motie-Van den Berg c.s. uit december 2018 (25424, nr. 448) en de motie-Diertens/Van den Berg uit januari 2020 (25424, nr. 509), maar dat dit nog niet is gerealiseerd;

overwegende dat de staatsecretaris naar aanleiding van de teleurstellende tussenevaluatie opnieuw met het veld overleg voert;

verzoekt de regering bij de vervolgstappen aangaande:

  • een sluitende keten van verwijzing/zorgbemiddeling;
  • transparantie over aantallen (unieke) wachtenden;
  • extra inzet op de acht regio's met de meest forse wachttijdproblematiek;
  • focus op specifieke doelgroepen;
  • vormgeving van regionale doorzettingsmacht;

concrete meetbare doelen te stellen wat er tot maart 2021 bereikt moet worden, en tevens te verkennen, als deze concreet meetbare doelstellingen niet gehaald worden, wat binnen de Wet marktordening gezondheidszorg mogelijk is om de zorgverzekeraars en/of ggz-zorgaanbieders een aanwijzing te geven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg, Kuiken, Agema, Regterschot, Diertens, Sazias en Dik-Faber.

Zij krijgt nr. 535 (25424).

Haalt u even adem. Motie 2.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Ja.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een lerende cultuur de kwaliteit van de zorg aan de patiënten kan verbeteren en dat een positief voorbeeld hiervan een ggz-instelling is waarbij patiënten opnieuw zijn gediagnostiseerd;

overwegende dat er vooralsnog voor wordt gekozen om ggz-instellingen op vrijwillige basis een lerende cultuur te kunnen ontwikkelen;

overwegende dat van veel ggz-behandelingen het effect onbekend is;

verzoekt de regering om lineair aan het project Zorgevaluatie en Gepast Gebruik dat bij het Zorginstituut loopt voor de medisch-specialistische zorg, voor de somatische zorg een project zorgevaluatie en gepast gebruik te ontwikkelen voor de ggz-sector, en de Kamer voor 1 januari 2021 te informeren over het plan van aanpak,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg, Kuiken, Regterschot, Sazias en Dik-Faber.

Zij krijgt nr. 536 (25424).

Dank u wel. Mevrouw Kuiken, PvdA.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb een aantal moties over de ggz mee-ingediend. Ik heb zelf de volgende motie over suïcidepreventie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het tegengaan van zelfdoding onder jongeren een groot goed is;

constaterende dat middelbare scholen in Noord-Brabant goede ervaringen hebben gehad met de zogenaamde Strong Minds and Resilient Minds-aanpak (STORM), waarvan de eerste uitkomsten erg positief zijn en de wetenschappelijke resultaten binnenkort gepubliceerd worden;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe deze STORM-aanpak landelijk kan worden uitgerold, en de Kamer een duidelijk tijdpad te verschaffen van de implementatie voor het eind van 2020,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kuiken. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 537 (25424).

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Een laatste opmerking nog. Gisterenavond kwam er nog een hele brief. Ik denk dat het heel verstandig is dat we heel snel na het reces opnieuw met elkaar om tafel gaan, ook om te horen hoe er zal worden omgegaan met de verschillende moties.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank. Het woord is aan mevrouw Sazias, 50PLUS.

Mevrouw Sazias (50PLUS):
Dank u wel, voorzitter. We hebben een heel goed debat gehad, een pittig debat ook. Een van de kernen van het debat was het gebrek aan doorzettingsmacht. Commissiebreed bleken wij regie van de staatssecretaris te verlangen. Ook een belangrijk onderdeel was het onderzoek van GGNet naar patiënten. Deze patiënten zijn gescreend en daaruit bleek dat de diagnose en de medicatie niet klopten.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Renkema, GroenLinks.

De heer Renkema (GroenLinks):
Voorzitter, dank u wel. Als ik terugblik op het AO, moet me nog wel even van het hart dat dit VAO een wat bijzondere dynamiek heeft gekregen doordat we inmiddels een rapportage van de Algemene Rekenkamer hebben die er niet om liegt en een rapportage van de landelijke stuurgroep.

Ik dien drie moties in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Algemene Rekenkamer concludeert dat het werken met lage omzetplatfonds aantoonbaar een rem zet op het behandelen van mensen met een complexe zorgvraag;

constaterende dat op grond van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) de marktmeester NZa geen geschillen oplost tussen zorgverzekeraars en ggz-aanbieders over mogelijke bijcontractering;

overwegende dat de Algemene Rekenkamer stelt dat het parlement en de staatssecretaris aan zet zijn;

overwegende dat er sprake is van 300 miljoen euro per jaar aan onderbesteding in de ggz;

verzoekt de regering wettelijke maatregelen voor te bereiden die de overheid doorzettingsmacht verlenen in het geval van een geschil tussen een zorgverzekeraar en een ggz-aanbieder,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Renkema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 538 (25424).

De heer Renkema (GroenLinks):
Dan mijn tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er volgens de Algemene Rekenkamer nog maar weinig effecten te zien zijn van het werk van de regionale taskforces;

constaterende dat in de landelijke stuurgroep wel vertegenwoordigers van ggz-aanbieders en zorgverzekeraars deelnemen, maar dat een formele vertegenwoordiger van het ministerie van VWS ontbreekt;

overwegende dat de staatssecretaris zijn teleurstelling heeft gedeeld met de landelijke stuurgroep, omdat de ingezette aanpak onvoldoende effect heeft;

van mening dat de overheid een zorgplicht heeft en de regie moet nemen;

verzoekt de regering deel te nemen aan de landelijke stuurgroep en in alle regio's waar treeknormen niet worden gehaald versnellers aan te stellen, én deze een duidelijk mandaat mee te geven,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Renkema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 539 (25424).

De heer Renkema (GroenLinks):
Mijn laatste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in de begroting over 2020 incidenteel geld is vrijgemaakt voor het opleiden van extra gz-psychologen;

constaterende dat voor volgend jaar de bekostiging weer daalt voor gz-psychologen, terwijl de arbeidstekorten in ggz-instellingen onverminderd groot zijn;

overwegende dat het Capaciteitsorgaan in het najaar een tussentijds advies uitbrengt waardoor de gewenste capaciteit weer toeneemt;

verzoekt de regering het advies van het Capaciteitsorgaan zo spoedig mogelijk met de Kamer te delen en deze te voorzien van een eigen analyse;

verzoekt de regering over de gewenste capaciteit rechtstreeks met het veld te overleggen en voor de eerstvolgende begroting rekening te houden met een alsnog toenemende vraag naar opleidingsplekken voor gz-psychologen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Renkema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 540 (25424).

Mevrouw Regterschot, VVD.

Mevrouw Regterschot (VVD):
Voorzitter, dank u wel. Ruim drie jaar zijn we al gevorderd in deze regeerperiode. Welke successen hebben we geboekt en met name welke patiënten hebben we in deze periode geholpen? Eerder dit jaar heb ik de ggz ook wel de "kar met de vierkante wielen" genoemd. Nog steeds moet ik helaas constateren dat dat niet veranderd is.

Een brief van het Trimbos-instituut, een onderzoek van de Algemene Rekenkamer, een visie van GGZ-Nederland, brieven waarin voortgang wordt verwacht en waarin op voortgang wordt gehoopt; hoeveel papier moeten we nog verstouwen? Hoelang blijven we nog praten en overleggen? Hoeveel moties en toezeggingen over de ggz hebben we nog nodig om de verantwoordelijke partijen tot daden aan te zetten? Ik heb het dan over daden om de patiënten in de ggz te helpen, uit de wachtrij te halen en een behandeling te geven die past bij de gestelde juiste diagnose, binnen de mogelijkheden die er zijn in instituten, ambulant of via beeldbellen. Wanneer worden dossiers en nummers weer mensen die we willen helpen en die we de beste behandeling kunnen geven?

Voorzitter. Wie neemt de verantwoordelijkheid voor de oplossing en voor het overgaan tot daden in de ggz? Zouden zorgaanbieders, verzekeraars en de staatssecretaris niet beter gezamenlijk tot één visie kunnen komen, om die direct in uitvoering om te zetten? Stel de patiënt centraal en niet steeds weer de partijen en het proces, zo zeg ik als hartenkreet voor de ggz.

Dan toch nog één motie over de maatschappelijke opvang, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat dak- en thuisloosheid een groeiend probleem is in Nederland en dat de regering daarom 200 miljoen heeft vrijgemaakt om dit te bestrijden;

overwegende dat het verdwijnen in de illegaliteit door uitgeprocedeerde asielzoekers gepaard kan gaan met dak- en thuisloosheid en verblijf in de maatschappelijke opvang;

constaterende dat in het regeerakkoord is afgesproken dat individuele noodopvang voor enkele dagen mogelijk is voor illegalen op basis van openbare orde, maar opvang uiteindelijk moet plaatsvinden in een landelijke vreemdelingenvoorziening waarbij de Dienst Terugkeer en Vertrek altijd betrokken is en niet in eigen gemeentelijke voorzieningen;

verzoekt de regering bij besteding van de middelen ter bestrijding van dak- en thuisloosheid van ketenpartners te vragen deze afspraken na te leven;

verzoekt de regering daarnaast bij partijen onder de aandacht te brengen en tevens ervoor zorg te dragen dat plannen en uitgaven ter bestrijding van dak- en thuisloosheid gericht moeten zijn op in Nederland verblijvende inwoners die op grond van de Wmo 2015 in aanmerking komen voor opvang en/of begeleiding,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Regterschot en Becker. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 541 (25424).

Mevrouw Diertens, D66.

Mevrouw Diertens (D66):
Dank u wel, voorzitter. De nood is hoog in de specialistische ggz. Hoewel het een goed debat was met de staatssecretaris hierover, volgde twee weken later het rapport van de Rekenkamer en dat is niet mals. Het geeft aan dat het hoognodig is en dat de staatssecretaris dat ook aangeeft. Ik wil hier nogmaals benadrukken dat preventie, vroegsignalering en het betrekken van de omgeving middels een open dialoog meerdere mensen kan helpen. Goede ondersteuning vooraf kan druk op de zorg achteraf voorkomen.

Voorzitter, ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de wachttijden in de specialistische geestelijke gezondheidszorg bij meerdere patiëntengroepen te lang zijn;

constaterende dat herdiagnostiek resulteert in betere zorg en kan bijdragen aan een uitstroom van patiënten uit de ggz;

overwegende dat van de 210.000 patiënten met ernstige psychiatrische aandoeningen maar een klein deel uitstroomt;

verzoekt de regering onderzoek te laten doen naar hoeveel patiënten in de specialistische ggz geholpen kunnen worden met de werkwijze van herdiagnostiek zoals door ggz-instelling GGNet is toegepast;

verzoekt de regering tevens om op basis van deze onderzoeken ggz-veldpartijen aan te sporen om de opgedane inzichten toe te passen en zorgverzekeraars en toezichthouders aan te sporen hier op toe te zien;

verzoekt de regering voorts deze stappen met spoed en in ieder geval voor het eind van het jaar te ondernemen, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Diertens, Van den Berg, Regterschot en Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 542 (25424).

Mevrouw Dik-Faber, ChristenUnie.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. We hebben een goed debat gehad met elkaar, maar ik heb toch de behoefte om nog twee moties in te dienen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de kostendelersnorm bijstandsgerechtigden ervan weerhoudt om tijdelijk onderdak te bieden aan dak- of thuisloze mensen;

van mening dat eventuele belemmeringen bij het tijdelijk opvangen van mensen door bijstandsgerechtigden weggenomen moeten worden;

overwegende dat de Participatiewet gemeenten de ruimte biedt om maatwerk te leveren en de kostendelersnorm in incidentele gevallen niet toe te passen, maar dat gemeenten deze ruimte nauwelijks benutten;

verzoekt de regering samen met gemeenten een handreiking kostendelersnorm op te stellen die gemeenten concrete handvatten biedt voor het toepassen van maatwerk in de Participatiewet;

verzoekt de regering tevens te zorgen voor een snelle opvolging van de uitkomsten van het onderzoek "Bijstandsgerechtigden en belemmeringen voor mensen om woonruimten te delen",

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dik-Faber en Peters. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 543 (25424).

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Dan de tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat beschermd wonen een taak wordt van alle gemeenten, niet alleen van de centrumgemeenten (doordecentralisatie beschermd wonen);

overwegende dat gemeenten en Rijk hebben afgesproken een woonplaatsbeginsel voor beschermd wonen in te voeren, waarbij de gemeente van herkomst voor een bepaalde periode de kosten betaalt van de voorziening in andere gemeenten;

van mening dat cliënten geen nadeel mogen ondervinden van de doorcentralisatie beschermd wonen en de invoering van het woonplaatsbeginsel;

verzoekt de regering door middel van een praktijktoets in kaart te brengen welke gevolgen cliënten ondervinden bij de toegang tot en de continuïteit en beschikbaarheid van passende zorg als gevolg van de doordecentralisatie en het invoeren van het woonplaatsbeginsel voor beschermd wonen, en de Kamer hierover voor 1 oktober 2020 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dik-Faber en Renkema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 544 (25424).

Dank u wel. Ik schors voor enkele ogenblikken.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik geef de staatssecretaris het woord.

Staatssecretaris Blokhuis:
Dank u wel, voorzitter. Er zijn tien moties ingediend. Die loop ik successievelijk langs op volgorde van indiening.

Ik kom eerst bij de motie van mevrouw Van den Berg c.s. op stuk nr. 535, die ingaat op de regionale doorzettingsmacht. Overigens is deze motie heel breed ondersteund. Ik geef haar graag de kwalificatie "oordeel Kamer".

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 535 krijgt oordeel Kamer.

Staatssecretaris Blokhuis:
Dan de motie op stuk nr. 536 over de lerende cultuur. Daar wil ik wel iets meer woorden aan wijden. Wat mevrouw Van den Berg en de andere indieners hier vragen, is: ga eens kijken naar de medisch-specialistische zorg en neem dat voorbeeld over. Ik denk dat dat een goed advies is. Dat wil ik graag doen. Het is wel goed om ons te realiseren dat in de medisch-specialistische zorg alle partners die betrokken zijn bij het hoofdlijnenakkoord dat in die sector is gesloten, daarbij volledig hebben aangehaakt. Ik wil daaraan toevoegen — dat heb ik al eerder aan de Kamer meegedeeld — dat het niet zo is dat er op dit moment in de ggz echt niks gebeurt. Dat weet mevrouw Van den Berg volgens mij als geen ander. We hebben Akwa GGZ, dat bezig is met kwaliteitsnormen. Op andere onderdelen zijn er ook volop lerende momenten en is er een lerende cultuur in wording. Als ik deze motie van haar en de mede-indieners zo mag duiden dat we gaan kijken naar het voorbeeld van de medisch-specialistische zorg, dat we hetgeen in de ggz al gaande is daarbij betrekken, die bij elkaar voegen en met de HLA-partners daarover het gesprek voeren, dan wil ik de motie graag de kwalificatie "oordeel Kamer" geven.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Ik wilde de staatssecretaris aangeven hoe hij het zal moeten bereiken. Hij zegt dat hij de partners erbij wil betrekken. Dat begrijp ik heel goed. Dat misschien ook onderdelen geïntegreerd kunnen worden waarmee men al bezig is, is ook aan de staatssecretaris. Ik ben blij dat het doel in ieder geval is dat het gelijk zoals bij de somatische zorg wordt opgepakt.

De voorzitter:
U bent dus akkoord. Langs deze lijn krijgt de motie op stuk nr. 536 oordeel Kamer.

Staatssecretaris Blokhuis:
Ja, voorzitter. Voor de volledigheid: er gebeurt natuurlijk al het een en ander in de ggz. Als mevrouw Van den Berg zegt dat we helemaal opnieuw moeten beginnen of dat we dat via een heel andere route zouden moeten doen, dan zouden we alles waar we mee bezig zijn, weggooien. Dat kan volgens mij nooit de intentie zijn van de indieners van deze motie.

Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 537 van mevrouw Kuiken, over zelfdoding onder jongeren. Een afschuwelijk drama. Per situatie natuurlijk. Het is goed dat zij via deze motie de STORM-aanpak onder de aandacht brengt. Het dictum is wel vrij directief: hóe de STORM-aanpak landelijk kan worden uitgerold. Dat gaat er al van uit dat we die aanpak hoe dan ook gaan implementeren. Ik kan mevrouw Kuiken denk ik wel geruststellen met de mededeling dat wij juist over deze aanpak contact hebben met 113 Zelfmoordpreventie en dat wij in de aanloopfase zitten naar een nieuwe landelijke agenda 2021-25. Dat weet mevrouw Kuiken. Het vervolg van deze STORM-aanpak maakt ook deel uit van die landelijke agenda. Ik ben hierover dus in gesprek. Ik vind het een beetje prematuur om het hoe en wat exact in te vullen, maar als ik deze duiding aan de motie mag geven — we kijken er heel serieus naar en het verder uitrollen van STORM heeft nadrukkelijk de aandacht — dan geef ik haar graag de kwalificatie "oordeel Kamer".

De voorzitter:
Ik zie mevrouw Kuiken instemmend knikken. Langs deze lijn krijgt de motie op stuk nr. 537 dus oordeel Kamer. De motie op stuk nr. 538.

Staatssecretaris Blokhuis:
Voorzitter. De motie op stuk nr. 538 van de heer Renkema heeft als een van de overwegingen dat er sprake is van 300 miljoen euro onderbesteding in de ggz. Dat is op dit moment, zo zeg ik even voor de duidelijkheid, niet meer aan de orde. Dat is wel een paar jaar zo geweest; daar geef ik de heer Renkema gelijk in. Het afgelopen jaar was daar geen sprake van; toen was er maar een heel minimale onderschrijding. De onderbesteding in de laatste overweging moet dus even met een korreltje zout worden genomen. In het dictum vraagt de heer Renkema aan de regering om wettelijke maatregelen voor te bereiden die de overheid doorzettingsmacht verlenen in het geval van een geschil tussen zorgverzekeraar en ggz-aanbieder. Eerlijk gezegd heb ik er zelf niet zoveel behoefte aan om het hele debat over te doen, maar deze aanpak past niet binnen het stelsel. Dat is een ingewikkelde conclusie, maar op dit moment past dat niet bij de systematiek die wij hebben. In dat licht bezien zou ik de motie willen ontraden.

Ik wil er wel één ding bij zeggen in de richting van de heer Renkema. Ik heb ook in het debat gezegd dat ik bezig ben met een soort zorglandschap ggz. Daarbij heb ik aangegeven dat ik out of the box wil denken. Ik wil dit type gedachte wel meenemen, maar als hij mij vraagt om daar nu wetgeving op voor te bereiden, dan zeg ik: ik ga niet het debat overdoen, het past niet binnen het stelsel, dus ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 538 is ontraden. De heer Renkema.

De heer Renkema (GroenLinks):
We gaan het debat zeker niet overdoen. Dat kan ook niet, want wat ik hier heb opgeschreven, komt uit het rapport van de Algemene Rekenkamer, dat we toen nog niet hadden. Twee dingen. Ik wil die overweging best laten vallen. Als daar een fout in staat, laat ik die overweging vallen. Ik ben ook bereid om het dictum aan te passen naar: om wettelijke maatregelen te onderzoeken.

De voorzitter:
Er wordt onderhandeld.

Staatssecretaris Blokhuis:
Dat suggereert dat we dat in deze kabinetsperiode ook al in gang kunnen zetten. Dan ga ik dingen beloven die ik niet waar kan maken en ook niet waar ga maken. Mijn maximale handreiking is dat ik dit type notie graag wil betrekken bij de visie op het zorglandschap ggz, die dit najaar komt. Ik wil echt out of the box denken, maar de motie blijft dan ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 538 wordt ontraden. Dan de motie op stuk nr. 539.

Staatssecretaris Blokhuis:
Daarin worden in het dictum eigenlijk twee verschillende dingen gevraagd. Ten eerste wordt de regering gevraagd om deel te nemen aan de landelijke stuurgroep ten aanzien van de wachttijden. Ten tweede wordt de regering gevraagd om in alle regio's waar de treeknormen niet worden gehaald, versnellers aan te stellen. Op dat tweede punt: wij zetten die versnellers in in acht regio's die eigenlijk steeds als probleemregio's opploppen, waar dat ook aan ligt. Dat is wat ons betreft maatwerk. Uitgangspunt is inderdaad dat we in probleemregio's versnellers inzetten. Misschien mag ik dat onderdeel van het dictum zo duiden. Als er probleemregio's zijn, gaan we daar een versneller op zetten. Dat zijn er op dit moment acht en ik mag hopen dat het er niet meer worden. Bij die andere wordt echt goed werk geleverd. Daar wordt goeddeels binnen de treeknormen gewerkt. Ik wil hier dus niet de verwachting wekken dat we een hele batterij aan versnellers klaar hebben staan, want dat kost ook een flinke bak geld. Daar wil ik dus heel terughoudend in zijn. We leveren daar maatwerk. Dat ten eerste.

Dan de landelijke stuurgroep. We hebben er juist bewust voor gekozen om daar niet als regering aan deel te nemen, niet omdat we onze verantwoordelijkheid niet willen pakken, maar juist omdat we die wél willen pakken. Dat doe ik door regie te voeren op die stuurgroep. Dat heb ik de afgelopen maanden ook gedaan, want de stuurgroep heeft een product opgeleverd waar ik echt mijn forse teleurstelling over heb uitgesproken. Ik heb hen om de tafel geroepen. Dat heeft ertoe geleid dat er een brief naar de Kamer is gegaan, als bijlage bij de brief die ik gisteren naar de Kamer heb gestuurd, een soort veegbrief. Je kan zeggen: je bent optimistisch. Maar ik zie daarin hele goede ingrediënten om die wachtlijsten aan te pakken. Ik wil dat bij de stuurgroep laten en ik wil zelf de escalatiemogelijkheid inbouwen dat ik kan interveniëren.

Over allebei de elementen van de motie ben ik dus niet enthousiast. Ik ontraad haar.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 539 wordt ontraden.

Staatssecretaris Blokhuis:
Dan de motie op stuk nr. 540, over de opleidingsplekken. Ik kan de heer Renkema niet betichten van inconsistentie, want dit is een punt dat hij steeds bij de kop pakt, en terecht, want we moeten voldoende mensen opleiden. De komende tijd stromen er veel mensen uit een opleiding de ggz in. Dat is heel mooi, want daar hebben we die handen heel hard nodig. Overigens werken er al bijna 100.000 mensen in de ggz, maar er zijn daar nog steeds handen tekort. In deze motie vraagt de heer Renkema om met het veld te overleggen over de gewenste capaciteit. Dat doen we via de koninklijke route, namelijk via het Capaciteitsorgaan. Het Capaciteitsorgaan heeft zorgvuldig overleg met de sector over een plafond, over hoeveel opleidingsplekken er nodig zijn. De afgelopen jaren heb ik steeds dat plafond gehanteerd bij de toekenning.

Hoe wordt dat dan gefinancierd? Dat wordt gefinancierd uit premiegelden. Het amendement van de heer Renkema was wat mij betreft een eenmalige aanbieding om dat rechtstreeks via de begroting te regelen, maar die opleidingsplekken worden gefinancierd uit premiegelden. Hoe kijk ik hiertegen aan? Natuurlijk wil ik de Kamer gelijk melden wat het advies van het Capaciteitsorgaan is en hoe het kabinet daarmee omgaat. De heer Renkema zal niet verbaasd zijn dat ik, gelet op hoe ik daar de afgelopen jaren mee ben omgegaan, in de stand zit dat ik, als zij een maximum aangeven, wel hele goede argumenten moet hebben om daaronder te gaan zitten, gelet op de nood in de ggz. Dat is één. Dus ik zal de Kamer daar gelijk over informeren. Als hij zegt dat ik daar nu alvast middelen voor moet reserveren, is dat een oneigenlijke route, want het gaat om premiegelden. Met het oog daarop wil ik de motie ontraden.

Ik wil er nog wel iets aan toevoegen. Als er opleidingsplekken nodig zijn — ik meld de Kamer dat — zal het echt niet gebeuren in dit land dat die niet gefinancierd gaan worden. De heer Renkema mag er gewoon van uitgaan dat die linksom of rechtsom gefinancierd gaan worden. Ik wil ook goed in beeld hebben — ik denk dat dat de vraag achter zijn vraag is — hoe het Capaciteitsorgaan adviseert en in hoeverre dat afwijkt van adviezen vanuit de sector zelf. Deze motie ontraad ik.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 540 wordt ontraden.

Staatssecretaris Blokhuis:
In de motie op stuk nr. 541, van de leden Regterschot en Becker, wordt de regering in het dictum gevraagd om ervoor zorg te dragen dat plannen en uitgaven ter bestrijding van dak- en thuisloosheid gericht zijn op in Nederland verblijvende inwoners die op grond van de Wmo 2015 in aanmerking komen voor opvang en/of begeleiding. Ik ga ervan uit dat gemeenten daarvan op de hoogte zijn, maar het kan geen kwaad om met een Kamermotie daar nog eens een dikke streep onder te zetten, dus "oordeel Kamer" wat mij betreft voor deze motie.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 541 krijgt "oordeel Kamer".

Staatssecretaris Blokhuis:
Dan de motie-Diertens c.s. op stuk nr. 542, met vier ondertekenaars. Die gaat over de herdiagnostiek en die wil ik ook graag "oordeel Kamer" geven.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 542 "oordeel Kamer". Dan de motie op stuk nr. 543.

Staatssecretaris Blokhuis:
De motie Dik-Faber/Peters op stuk nr. 543 gaat over de kostendelersnorm. Daar hebben we verschillende gesprekken over gehad. Feit is wel dat verschillende bewindspersonen verantwoordelijk zijn voor de aanpak van dak- en thuisloosheid. Dit is echt de verantwoordelijkheid van de staatssecretaris van Sociale Zaken. Ik wil deze motie onder haar aandacht brengen met het dringende verzoek om de Kamer voor de stemmingen schriftelijk te adviseren. Het is echt haar verantwoordelijkheid.

De voorzitter:
Maar de stemmingen zijn vandaag.

Staatssecretaris Blokhuis:
Dat kan vandaag toch nog? De dag is nog niet afgelopen.

De voorzitter:
Oké, dat gaan we dan zien. Er komt dus nog een appreciatie op de motie op stuk nr. 543.

Staatssecretaris Blokhuis:
Dan de motie-Dik-Faber/Renkema op stuk nr. 544, over de doordecentralisatie van de taak beschermd wonen. Waar zitten risico's? Waar zijn kwetsbare punten? De praktijktoets moet dat uitwijzen. Mevrouw Dik-Faber en de heer Renkema vragen mij in de motie om vóór 1 oktober de Kamer erover te informeren waar die risico's zitten. Dat wil ik graag in beeld brengen. Ik heb daar iets meer tijd voor nodig. Als de indieners ermee akkoord gaan om de motie zo te lezen dat het 1 november wordt, dan kan ik ermee akkoord gaan en geef ik deze motie "oordeel Kamer".

De voorzitter:
Ik kijk naar mevrouw Dik-Faber. Kunt u daarmee akkoord gaan?

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ik ga ermee akkoord. De heer Renkema knikte ook "ja".

Wat de vorige motie betreft: prima dat er vanuit het ministerie van Sociale Zaken nog een appreciatie van de motie komt, maar ik heb wel gemeend de motie hier vandaag te moeten indienen, omdat wij hierover een debat hebben gehad en dit ook wel een debat is met de coördinerende bewindspersoon. Daarom voelde ik de vrijheid om de motie nu in te dienen, maar ik vind het uitstekend als er nog een appreciatie komt vanuit Sociale Zaken komt. Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we aan het einde gekomen van dit VAO.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
We gaan straks stemmen over de ingediende moties.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Sportbeleid

Sportbeleid

Aan de orde is het VSO Sportbeleid (30234, nr. 244).

De voorzitter:
Ik heet de minister hartelijk welkom. Wij gaan door met het VSO Sportbeleid, met als eerste spreker de heer Van Nispen van de SP. Aan u het woord.

De heer Van Nispen (SP):
Dank u wel, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het beleid erop gericht moet zijn zwemveiligheid te bevorderen en het aantal verdrinkingen te laten dalen;

constaterende dat de Reddingsbrigade Nederland hier een belangrijke rol in speelt, maar sterk afhankelijk is van contributiegelden van vrijwilligers en de financiering vanuit gemeenten en projecten;

constaterende dat bovengenoemde inkomsten onvoldoende toereikend zijn om de basisinfrastructuur voor zwemveiligheid overeind te houden en te kunnen investeren in voorlichting over zwemveiligheid, in innovaties en in verdere professionalisering van het toezicht langs de Nederlandse stranden;

overwegende dat een daling van leden en daarmee contributie van directe invloed is op de zwemveiligheid in onze kustgebieden en binnenwateren;

van mening dat het eigenlijk raar is dat vrijwilligers van de reddingsbrigades moeten betalen om levensreddend werk te mogen doen;

spreekt uit dat de vrijwilligers van de reddingsbrigades waardering verdienen voor hun inzet voor zwemveiligheid in Nederland en dat de zwemveiligheid een structurele financiering nodig heeft voor de maatschappelijke taken die ze uitvoeren, vanuit de collectieve verantwoordelijkheid om de zwemveiligheid in Nederland te bevorderen, met de coördinatie voor het zwemveiligheidsbeleid vanuit het ministerie van VWS en de ondersteuning van het toezicht dat plaatsvindt langs de stranden;

verzoekt de regering om in overleg met de Reddingsbrigade Nederland te onderzoeken hoe er voldoende middelen uitgetrokken kunnen worden om de taken van de reddingsbrigades met betrekking tot de zwemveiligheid in Nederland te kunnen bevorderen en verdrinkingen te voorkomen;

verzoekt de regering tevens om te onderzoeken welke vergelijkbare organisaties met betrekking tot water en zwemveiligheid, zoals de KNRM, een vergelijkbare uitgangspositie hebben, en dit terug te koppelen aan de Kamer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Nispen en Rudmer Heerema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 246 (30234).

De motie past op één A4, hè?

De heer Van Nispen (SP):
Sorry?

De voorzitter:
De motie past net op één A4.

De heer Van Nispen (SP):
Ja, de motie past er precies op, voorzitter. Deze doet u misschien denken aan de beroemde motie-Tellegen/Kooiman.

Ik heb nog twee vragen. De eerste gaat over mensen met een beperking. Wij hebben eerder afgesproken dat de doelstelling van het beleid is dat in 2030 mensen met een beperking net zo veel deelnemen aan sport en bewegen. Er zijn zulke mooie initiatieven. Ik was verheugd over de antwoorden van de minister. Mag ik de toezegging dat de minister in gesprek blijft met het Fonds Gehandicaptensport en de Kamer bij de begroting informeert over wat dit in financiële zin gaat betekenen?

Tot slot zou ik nog kort aandacht wille vragen voor VoetbalTV. Vandaag hebben we een petitie aangeboden gekregen. Het is allemaal heel erg ingewikkeld en toch wil ik de minister vragen om naar die casus te kijken, want hoe kan het nou dat er geen duidelijkheid komt over hoe dit juridisch in elkaar zit? Hoe kan het dat in andere landen de Europese verordening, de AVG, anders wordt uitgelegd en dat het daar wel mogelijk is om amateurwedstrijden op te nemen en uit te zenden?

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank. Dan mevrouw Westerveld, GroenLinks. Gaat uw gang.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Voorzitter. We zijn allemaal blij dat we vanaf 1 juli weer meer mogen sporten. Dat geldt ook voor mezelf, hoewel het een beetje zuur is dat dan net de zomerstop begint. Maar ik ben blij dat de maatregelen zijn versoepeld.

Ik ben ook blij met een aantal antwoorden die we van de minister hebben gekregen. Je ziet dat de sport met elkaar door deze periode heen is gegaan. Ik ben blij dat het nodige steuntje in de rug kwam van de regering.

Ik heb nog een vraag aan de minister over het steunpakket van de KNVB. Hoe staat het daarmee? Ik heb er ook een motie over. Ik vind dat we de verschillende sporten goed moeten ondersteunen. Tegelijkertijd is het niet goed uit te leggen dat juist in die voetbalsector sommige salarissen wel heel hoog zijn. We fronsen allemaal weleens onze wenkbrauwen over transferkosten als spelers naar andere clubs gaan. Daar heb ik een motie over.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat veel voetbalclubs financieel kwetsbaar zijn;

constaterende dat twee seizoenen geleden nog vijf van de achttien Nederlandse eredivisieclubs een negatief eigen vermogen hadden;

overwegende dat door de coronacrisis profvoetbalclubs veel inkomsten mislopen, de voetbalsector in acute financiële nood is gekomen en de KNVB zich genoodzaakt voelde overheidssteun te vragen;

overwegende dat de financiële kwetsbaarheid mede wordt veroorzaakt door enorme verschillen in salarissen en hoge transferkosten waarbij tegen elkaar wordt opgeboden, en inkomsten sterk afhangen van sportieve resultaten zoals Europees voetbal;

overwegende dat sommige Europese landen ook nog eens fiscale voordelen geven aan voetbalclubs en hun spelers;

overwegende dat er dus ook een Europese aanpak nodig is voor het oplossen van de financiële kwetsbaarheid van Nederlandse voetbalclubs;

verzoekt de regering in Europees verband in gesprek te gaan over het creëren van een gelijk speelveld voor voetbalclubs door het wegnemen van nationale fiscale voordelen, aan te dringen op betere Europese regels om staatssteun aan voetbalclubs tegen te gaan en te bezien of inkomsten minder afhankelijk van prestaties kunnen worden;

verzoekt de regering tevens in gesprek te gaan met de KNVB over eisen die zorgen dat de voetbalsector financieel minder kwetsbaar uit de coronacrisis komt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld en Diertens. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 247 (30234).

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
En ik sluit me aan bij de vragen van collega Van Nispen over de gehandicaptensport.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Von Martels van het CDA.

De heer Von Martels (CDA):
Voorzitter, dank u wel. Ik zou uren over sport kunnen praten, maar omwille van de tijd ga ik niet aan tijdrekken doen. Ik lees mijn motie voor. Het is een belangrijk onderwerp en ik hoop dat die enige sympathie oproept bij de minister.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat sportieve digitale startups zoals VoetbalTV of andere initiatieven van sportbonden het sport- en spelplezier en de beleving in de amateursport kunnen verhogen;

constaterende dat in de praktijk dit soort initiatieven niet ontplooid kunnen worden vanwege privacybezwaren die zouden kunnen volgen vanuit de AVG;

overwegende dat het van fatsoenlijk en behoorlijk bestuur getuigt als instanties zoals de Autoriteit Persoonsgegevens voortvarend en adequaat gevolg geeft aan eigen onderzoek en reageert op verzoeken en bezwaren van burgers en bedrijven, waaronder een organisatie als VoetbalTV;

overwegende dat VoetbalTV al maanden zit te wachten op een reactie van de Autoriteit Persoonsgegevens en alle verzoeken om met de AP in overleg te komen, werden afgewezen;

overwegende dat het kabinet met de motie op stuk nr. 18 (34851) een instrument heeft om de Autoriteit Persoonsgegevens aan te spreken;

verzoekt de regering om zo spoedig mogelijk een overleg te bevorderen tussen de Autoriteit Persoonsgegevens en de betrokken sportinitiatieven en zo nodig zelf het initiatief te nemen om te kijken hoe mogelijke obstakels kunnen worden weggenomen;

verzoekt de regering daarnaast om bij de Autoriteit Persoonsgegevens aan te dringen op een (zeer) spoedige afronding van het onderzoek naar VoetbalTV, waarbij te denken valt aan een termijn van hooguit enkele weken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Von Martels, Van Aalst en Rudmer Heerema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 248 (30234).

De voorzitter:
De heer Van Nispen heeft een vraag over deze motie.

De heer Van Nispen (SP):
Ik heb er net ook een vraag over gesteld aan de minister. Ik vind het wel lastig, want we hebben een onafhankelijke toezichthouder in Nederland, een privacy-waakhond. Ik snap waar de frustratie vandaan komt, maar we weten ook hoe het komt dat de Autoriteit Persoonsgegevens niet snel reageert. Nogmaals, ik vind het voor Voetbal TV heel onbevredigend hoe dit gaat, maar het is wel zo dat ze al jaren ondergefinancierd worden en dat de wachttijden bij de privacy-waakhond enorm zijn opgelopen. Dat hebben we gisteren ook weer gehoord toen we het jaarverslag aangeboden hebben gekregen. Dan wil ik wel de partij van de heer Von Martels en die van de mede-indieners vragen om ook naar de capaciteit van onze privacy-waakhond te kijken, om in de toekomst dit soort zaken in ieder geval te voorkomen.

De heer Von Martels (CDA):
In de toekomst willen we daar best naar kijken, maar de intentie die uit deze motie spreekt, is heel duidelijk: zorg ervoor dat de Autoriteit Persoonsgegevens in actie komt, in ieder geval om te tonen dat ze tot een uitspraak komen, want te veel initiatieven zitten te wachten op een antwoord. Daar moet een antwoord op komen en daarvoor is deze motie ingediend. Met alles wat er nu aan verzoeken wordt ingediend, kan in de toekomst zeker rekening worden gehouden, maar dat is voor dit moment niet relevant.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Diertens van D66.

Mevrouw Diertens (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik dank de minister ook voor het beantwoorden van de vele vragen die we in tijden van corona hebben gesteld. Ook heel veel dank aan minister Bruins dat hij zo de professionalisering van de sportsector — ik bedoel met name als arbeidsmarkt — heeft ingezet. Die initiatieven blijven we volgen.

Ik ben ook erg geschrokken van de monitor van het Mulier Instituut. Uit de monitor die de minister vanmiddag naar ons toestuurde, blijkt dat 50% van de kinderen in de basisschoolleeftijd minder is gaan bewegen door de crisis. Maar ook volwassenen zijn minder gaan bewegen. Dat is funest voor hun mentale en fysieke gezondheid, als je het mij vraagt.

De totale schade van de sportsector wordt geschat op 400 tot 600 miljoen euro, ondanks alle steunmaatregelen van het kabinet. Ik ben blij met de toezegging van de minister in het verslag dat hij deze monitor serieus neemt en gaat bekijken of additionele steun nodig is. Ik wil de minister wel vragen om daarbij de effecten voor mensen met een beperking mee te nemen, want inclusie is ook hier heel erg belangrijk. We mogen hen niet in de steek laten.

Voorzitter. Rest mij nog te zeggen dat sport en dagelijks bewegen, een gezonde leefomgeving en gezonde voeding vragen om een interdisciplinaire aanpak. Een aantal prominenten heeft hier ook al aandacht voor gevraagd. Een gezonde leefstijl, waar sport en bewegen een sleutelrol in hebben, helpt ons gezond ouder te worden. En wie wil dat nou niet? Ik hoop dat we daarin goede stappen kunnen zetten. Ik heb de motie van mevrouw Westerveld van GroenLinks medeondertekend. Ik heb zelf geen moties.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan kijk ik naar de heer Heerema van de VVD.

De heer Rudmer Heerema (VVD):
Voorzitter. Ik zou willen beginnen met het danken van deze minister voor de afgelopen maanden dat hij ook minister van Sport is geweest en adequaat en to the point heeft geacteerd op de onderwerpen die deze maanden aan de orde zijn geweest. Het was lastig voor de sport en het was heel fijn dat er een minister stond die er voor ze was en er heel veel aandacht aan heeft gegeven. Dank daarvoor.

Ik heb één motie. Die motie betreft het EK wielrennen, een prachtig evenement dat in Alkmaar is verreden. Daar is geen subsidie aan uitgekeerd, omdat de evenementencommissie van de Sportraad er negatief over geadviseerd heeft. Volgens mij onterecht, want als je ziet wat een prachtig evenement het is geweest, dan is het gewoon doodzonde dat we zo'n evenement in de kou laten staan. Volgens mij moeten we daar in de toekomst ook iets mee, maar nu gaat het specifiek over dit evenement.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de evenementencommissie van de Nederlandse Sportraad nog geen optimaal traject heeft kunnen optuigen om een goed onderbouwd advies te kunnen geven over subsidieverstrekking aan sportevenementen;

constaterende dat bijvoorbeeld bij het EK wielrennen in Alkmaar een negatief advies is gegeven, terwijl dit evenement een enorm nationaal succes is geweest met regionale impact;

overwegende dat er nog voldoende ruimte in het evenementenbudget zit;

van mening dat gemeenten en sportbonden juist ondersteund en geënthousiasmeerd moeten worden in plaats van afgeremd als het gaat om het binnenhalen van grote internationale sportevenementen;

verzoekt de regering om de door Alkmaar aangevraagde subsidie voor de organisatie van het EK wielrennen van ongeveer €450.000 toe te kennen vanuit het budget voor sportevenementen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Rudmer Heerema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 249 (30234).

Ik schors voor enkele ogenblikken.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik geef de minister het woord.

Minister Van Rijn:
Dank u, voorzitter. Er zijn een aantal vragen gesteld die ik eerst kort wil beantwoorden. De heer Van Nispen vroeg mij of ik ten aanzien van de sport voor mensen met een beperking in gesprek blijf met de sector, om te zorgen dat wij dit overeind houden en om te zorgen dat dit ook een structurele plek heeft en blijft houden in de sportsector. Volgaarne! Ik ben met de sector in gesprek en dat zal ik blijven doen.

Op Voetbal TV kom ik terug bij de behandeling van de motie die daarover is ingediend.

Mevrouw Diertens vroeg of ik de effecten van de coronacrisis voor mensen met een beperking zou willen meenemen in de monitoring. Dat wil ik graag doen. In het onderzoeksconsortium van het Mulier Instituut is er ook aandacht geweest voor doelgroepen. Het gaat hier om mensen die sowieso al minder sporten, voor wie het zo belangrijk is dat het wel gebeurt. Ik heb ook contact met het platform Ik sport over de effecten voor mensen met een beperking.

Ik meen dat mevrouw Dierkens ook vroeg naar de reactie op het initiatief van de heer Albeda en een aantal prominente sporters. Daar hebben wij eigenlijk meteen in dezelfde week op gereageerd. De komende week vindt nog een gesprek plaats met de initiatiefnemers en andere departementen om te kijken of wij dit initiatief verder kunnen brengen. Ook dat heeft dus onze grote aandacht.

Dan de moties. De motie op stuk nr. 246, ingediend door de heer Van Nispen en de heer Heerema, gaat over de reddingsbrigades. In de motie wordt een sympathiek doel nagestreefd. Maar ik moet er wel een kanttekening bij plaatsen. Mijn rol is in beginsel beperkt, omdat het echt een vrijwilligersorganisatie is die vooral een financiële relatie onderhoudt met de gemeenten, die als het ware bij de reddingsbrigade "diensten" inkopen. Maar ik begrijp wel de achterliggende gedachte van de motie: hoe safe is het naar de toekomst toe? Het gaat hier immers wel om een belangrijk onderwerp, namelijk de veiligheid. Mag ik de motie zo lezen dat ik in gesprek ga met mijn collega van I&W om te kijken wat het toekomstperspectief van de reddingsbrigades is en dat ik daarover zal terugkoppelen in het WGO Sport? Als ik de motie op die manier mag lezen, zou ik het oordeel over de motie aan de Kamer willen laten.

De voorzitter:
Ik zie de indieners overleggen.

De heer Van Nispen (SP):
Ik hoop dan dat wij rond Prinsjesdag daarover meer informatie kunnen krijgen, omdat dan de begroting bekend wordt. Dan spreken wij daarover verder in het WGO Sport. Als ik dat zo mag opvatten …

Minister Van Rijn:
Ja, dat mag u.

De voorzitter:
Oké. Dan krijgt de motie op stuk nr. 246 langs deze lijn het oordeel Kamer.

Minister Van Rijn:
Dan de motie op stuk nr. 247, over de KNVB. Daar zitten eigenlijk twee elementen in. Enerzijds worden wij gevraagd om in Europees verband in gesprek te gaan over een gelijk speelveld voor voetbalclubs. Dat wil ik zo her en der wel doen, ook in het overleg dat ik heb met mijn Europese collega's en dat vooral mijn ambtsopvolger met de Europese collega's zal hebben. Maar ik moet wel een beetje aan verwachtingenmanagement doen, want de verschillen tussen landen zijn echt enorm groot. Sommige landen zijn erg afhankelijk van sponsorgelden en mediarechten, terwijl andere landen zeer afhankelijk zijn van de inkomsten van het publiek. Er is dus sprake van een zeer ongelijke situatie. Ik wil dat best met mijn collega's bespreken, maar ik wil de verwachtingen echt wel een beetje temperen.

Anderzijds worden wij in de motie gevraagd in gesprek te gaan met de KNVB over de eisen die de voetbalsector minder kwetsbaar maakt in de coronacrisis. De KNVB heeft een deltaplan ingediend waarin een beeld wordt geschetst van wat er allemaal aan de hand is in het betaald voetbal. Ik ben met de KNVB in gesprek over de vraag wat de betekenis van dit deltaplan is en wat het betekent voor de verschillende clubs. Ik zou willen voorstellen dat u mij de gelegenheid geeft om dat gesprek voort te zetten en de uitkomst daarvan af te wachten. Om die reden zou ik de indieners willen vragen om de motie op dat punt aan te houden.

De voorzitter:
Mevrouw Westerveld, bent u bereid uw motie aan te houden?

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Ik wil het tweede deel van de motie wel schrappen, als de minister zegt dat hij al in gesprek is. Wij vragen inderdaad twee dingen. Allereerst: ga met de Europese collega's in gesprek. Ik begrijp echt wel dat wij niet kunnen verwachten dat dit in één keer wordt opgelost, maar ik vind dit ook een politieke kwestie. Wij merken dat salarissen, transfersommen en dergelijke uit de klauwen beginnen te lopen. Dus het is fijn als de minister zegt dat hij dit wil aankaarten in de gesprekken met zijn collega's. Dan wil ik het tweede deel van het dictum van de motie wel weghalen.

De voorzitter:
De motie-Westerveld/Diertens (30234, nr. 247) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat veel voetbalclubs financieel kwetsbaar zijn;

constaterende dat twee seizoenen geleden nog vijf van de achttien Nederlandse eredivisieciubs een negatief eigen vermogen hadden;

overwegende dat door de coronacrisis profvoetbalclubs veel inkomsten mislopen, de voetbalsector in acute financiële nood is gekomen en de KNVB zich genoodzaakt voelde overheidssteun te vragen;

overwegende dat de financiële kwetsbaarheid mede wordt veroorzaakt door enorme verschillen in salarissen en hoge transferkosten waarbij tegen elkaar wordt opgeboden, en inkomsten sterk afhangen van sportieve resultaten zoals Europees voetbal;

overwegende dat sommige Europese landen ook nog eens fiscale voordelen geven aan voetbalclubs en hun spelers;

overwegende dat er dus ook een Europese aanpak nodig is voor het oplossen van de financiële kwetsbaarheid van Nederlandse voetbalclubs;

verzoekt de regering in Europees verband in gesprek te gaan over het creëren van een gelijk speelveld voor voetbalclubs door het wegnemen van nationale fiscale voordelen, aan te dringen op betere Europese regels om staatssteun aan voetbalclubs tegen te gaan en te bezien of inkomsten minder afhankelijk van prestaties kunnen worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 250, was nr. 247 (30324).

Minister Van Rijn:
Dan blijft over het verzoek om dit op Europees niveau aan de orde te stellen. Als dat het geval is, laat ik het oordeel over de motie aan de Kamer.

De voorzitter:
Dan blijft er één dictum over en mevrouw Westerveld schrapt het tweede. Begrijp ik dat goed?

Minister Van Rijn:
Ja, met het daarbij behorende verwachtingsmanagement.

De voorzitter:
Met daarbij een winstwaarschuwing. Dan de motie op stuk nr. 248.

Minister Van Rijn:
Wat betreft de motie op stuk nr. 248 over VoetbalTV zit ik een beetje in een dilemma. Aan de ene kant snap ik de casus VoetbalTV en de wens om snel tot duidelijkheid te komen heel goed. Aan de andere kant wil ik er, zoals de heer Van Nispen al zei, ook voor waken om de Autoriteit Persoonsgegevens voor de voeten te lopen omdat dat orgaan zijn eigen afwegingen moet maken en zelfstandig en onafhankelijk moet kunnen opereren. Aan de ene kant is de privacy dus belangrijk en aan de andere kant snap ik die roep om duidelijkheid. Ik kan u wel mededelen dat collega Dekker regelmatig bestuurlijk overleg voert met de Autoriteit Persoonsgegevens, in lijn met de genoemde motie-Koopmans. Ik weet van hem — ik heb het daar even met hem over gehad — dat hij deze casus onder de aandacht van de Autoriteit Persoonsgegevens wil brengen. Ik zou het liefste de motie willen ontraden, waarbij ik aangeef dat ik, met mijn collega, aandacht heb voor de zaak en dat het met de Autoriteit Persoonsgegevens wordt besproken.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 248 wordt ontraden. Dan de motie op stuk nr. 249.

Minister Van Rijn:
Met de motie op stuk nr. 249 heb ik, even los van het sympathieke doel, wel problemen. Het proces als het gaat om subsidieaanvragen is: ze worden ingediend, vervolgens worden ze beoordeeld en al dan niet afgewezen. In dit geval is het afgewezen, hoewel er wel een subsidie is verstrekt. Tegelijkertijd loopt er nog een bezwarenprocedure. Ik vind het wel bezwaarlijk om tijdens die bezwarenprocedure in de Kamer uit te spreken die subsidie toch maar toe te gaan kennen of te verhogen. Dan zouden we het hele systeem van beoordeling en bezwaar letterlijk voor de voeten lopen. Om die reden zou ik deze motie willen ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 249 wordt ontraden.

De heer Rudmer Heerema (VVD):
Volgens mij hangt het echt op dagen. Ik weet dat er op 8 juli een definitieve uitspraak komt over deze casus. Wat mij betreft houd ik de motie aan, want ik heb het idee dat er binnenkort nog een stemming aan zou kunnen komen, of anders misschien meteen de eerste week na het reces. Ik houd de motie dus aan en breng deze bij de eerstvolgende gelegenheid in stemming.

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Rudmer Heerema stel ik voor zijn motie (30234, nr. 249) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Van Rijn:
Dat lijkt me een goede oplossing, voorzitter.

De voorzitter:
Ik dank de minister.

De beraadslaging wordt gesloten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Subsidieregeling Abortusklinieken

Subsidieregeling Abortusklinieken

Aan de orde is het VSO Subsidieregeling Abortusklinieken (29214, nr. 83).

De voorzitter:
Aan de orde is het VSO Subsidieregeling abortusklinieken. Als eerste en enige spreker geef ik het woord aan de heer Van der Staaij van de SGP.

De heer Van der Staaij (SGP):
Dank u wel, voorzitter. We hebben inderdaad een schriftelijk overleg gehad over een verlenging van de Subsidieregeling Abortusklinieken. Ik wil daar de volgende moties over indienen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister voor Medische Zorg voornemens is een Subsidieregeling Abortusklinieken vast te stellen voor de periode 2021-2025;

van mening dat het ongewenst is dat de overheid door middel van staatssteun het uitvoeren van abortussen subsidieert;

verzoekt de regering niet over te gaan tot het vaststellen van deze subsidieregeling,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Staaij. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 84 (29214).

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Ik heb een vraag aan collega Van der Staaij. Toegang tot abortus is een onderdeel van fatsoenlijke zorg aan vrouwen en meisjes. De kwalificatie "staatssteun" is daar dan ook in het geheel niet op van toepassing. Als u naar de tandarts gaat en het wordt deels vergoed, is dat ook geen staatssteun. De heer Van der Staaij heeft alle recht om de motie in te dienen, maar volgens mij is het geen weergave van de werkelijkheid van het zorgsysteem in Nederland. Gelukkig maar.

De heer Van der Staaij (SGP):
Ik heb de terminologie ontleend aan de voorgelegde regeling. Daarin wordt inderdaad gesproken van een economische dienst van essentieel belang. Er moet een motivering zijn waarom je op deze manier staatssteun geeft. Ik weet dat we inhoudelijk van mening verschillen, maar ik dacht dat dit wel een zuivere aanduiding is van hoe het door de minister zelf ook naar voren is gebracht in de regeling.

Voorzitter. Dan de tweede motie. Die heeft betrekking op het feit dat uit de evaluatie van de abortuswet die vorige week verscheen, bleek dat vijf instellingen met een abortusvergunning weigerden om aan het evaluatieonderzoek mee te werken. Wij vinden dat onbegrijpelijk en volgens ons is dat ook in strijd met de voorwaarden. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister voor Medische Zorg voornemens is een Subsidieregeling Abortusklinieken vast te stellen voor de periode 2021-2025;

overwegende dat abortusklinieken volgens artikel 17 van zowel de huidige als de toekomstige subsidieregeling verplicht zijn mee te werken aan door of namens de minister ingesteld onderzoek;

constaterende dat vijf instellingen met een vergunning om abortussen uit te voeren, weigerden mee te werken aan de evaluatie van de abortuswet;

verzoekt de regering een besluit over het opnieuw verstrekken van subsidie aan deze instellingen op te schorten totdat is bepaald welke (juridische) consequenties deze weigering heeft, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Staaij. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 85 (29214).

De heer Van der Staaij (SGP):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb tot slot nog een vraag. Ik begreep uit het schriftelijk overleg dat de minister nog steeds in gesprek is met de NZa over een mogelijke toezichthoudende rol bij de subsidieregeling. Kan de minister toezeggen om voor de begrotingsbehandeling in het najaar met meer duidelijkheid hierover te komen?

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank. Ik kijk naar de minister. Kan hij direct overgaan tot beantwoording? Dat kan hij. We moeten even wachten tot de moties gekopieerd zijn. Of kunt u ook zonder, minister? Nee, de minister heeft ze nodig.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik geef de minister het woord.

Minister Van Rijn:
Dank u wel, voorzitter. Ik geef een duiding van de moties. Eerst de motie op stuk nr. 84 van de heer Van der Staaij. Wij hebben ervoor gekozen om de abortusklinieken niet onder de werking van de verzekerde zorg te brengen. Het is dus onder subsidie gebracht, wat inderdaad staatssteun is, omdat elke subsidie een vorm van staatssteun is. Maar dat doen we omdat zonder adequate financiële steun de abortus niet gewaarborgd zou zijn. Wij achten het wel van groot belang dat die hulpverlening veilig en toegankelijk is, waarbij de anonimiteit van de vrouw die dat wenst, te allen tijde geborgd kan worden. Dat rechtvaardigt de subsidiëring. We doen dit dus inderdaad niet vanwege de staatssteun, zoals mevrouw Ploumen zegt, maar omdat we een adequate financiering willen, die de gezondheid van de vrouw borgt.

De voorzitter:
En daarmee?

Minister Van Rijn:
En om die reden ontraad ik de motie.

De voorzitter:
Precies. Ik kijk even naar de heer Van der Staaij. Hij is de indiener van de motie, maar hij lijkt geen reactie te hebben.

Mevrouw Ploumen, heel kort.

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Ik wilde alleen maar van de minister horen of ik hem goed begrijp, namelijk dat het kabinet abortushulpverlening een vanzelfsprekend onderdeel van ons zorgsysteem acht, waar vrouwen toegang toe moeten hebben als dat nodig is.

Minister Van Rijn:
Ja, en vervolgens zijn er dus twee mogelijkheden: of verzekerde zorg of gesubsidieerde zorg. Er is gekozen voor gesubsidieerde zorg en dat is belangrijk, want zonder adequate financiering zou abortuszorg niet gewaarborgd zijn, en dat willen we wel.

De heer Van der Staaij (SGP):
Nog even een vraag om de toelichting van de minister goed te begrijpen: waarom is er dan niet gekozen voor het normale systeem van verzekerde zorg?

Minister Van Rijn:
Dat is een keuze vanuit het verleden, maar als ik uit de bijdrage van de heer Van der Staaij mag concluderen dat hij vóór het opnemen van de abortusklinieken in de verzekerde zorg is, dan is dat misschien een nieuw gegeven.

De voorzitter:
Nee, ik geloof dat dat ook weer niet het geval is. Meneer Van der Staaij?

De heer Van der Staaij (SGP):
Nee hoor, voorzitter. Ik wil hier ook niet mistig over doen. Ik vind dat we ook helder moeten zijn als het een meer principiële keuze is. Wij zeggen inderdaad dat, gelet op de aard van wat hier aan de orde is, financiering niet aan de orde is. Maar los daarvan lijkt mij de vraag nog steeds interessant waarom je kiest voor een aparte ministeriële regeling. Die zijn er overigens best heel veel bij VWS en dat roept toch ook wel weer de vraag op hoe die manier van financieren zich verhoudt met het normale systeem met alle bijbehorende waarborgen van de verzekerde zorg.

De voorzitter:
Dat is een iets grotere vraag.

Minister Van Rijn:
Dat zou een alternatief zijn, maar daar is in het verleden, wellicht juist vanwege deze principiële discussie, niet voor gekozen. Maar gegeven die keuze in het verleden vinden wij die financiering wel heel belangrijk om te waarborgen dat vrouwen adequate zorg kunnen krijgen.

Voorzitter. De motie op stuk nr. 85 vraagt om de subsidies nog even op te houden, totdat er juridische duidelijkheid is. lk ben het met de heer Van der Staaij eens dat als je subsidie krijgt het heel gebruikelijk en goed is — het hoort er echt bij — dat je transparant bent over je boeken. Tegelijkertijd vind ik het wel een beetje disproportioneel om bij het niet meewerken aan een verzoek meteen te zeggen "je krijgt de subsidie niet", want dat zou gevolgen hebben die ook weer onaanvaardbaar zijn. Dat neemt niet weg dat ik ook vind dat er goed op gelet moet worden dat voldaan is aan de subsidievoorwaarden en aan alle eisen en plichten die daarbij horen. Ik leg daarmee een bruggetje naar uw laatste vraag, meneer Van der Staaij. Ik zou de motie dus willen ontraden, maar ook willen toezeggen dat ik samen met de Zorgautoriteit en de inspectie van de gezondheidszorg wil kijken in hoeverre de transparantie kan worden bevorderd door aan te dringen op de normale rechten en plichten die bij een subsidieverstrekking horen.

De voorzitter:
Dank. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit VSO.

De beraadslaging wordt gesloten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Luchtvaartonderwerpen (29665, nr. 385)

Luchtvaartonderwerpen (29665, nr. 385)

Aan de orde is het VSO Luchtvaartonderwerpen (29665, nr. 385).

De voorzitter:
Wij gaan snel door met het VSO Luchtvaartonderwerpen. Ik geef het woord aan mevrouw Kröger van GroenLinks.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Voorzitter. Een motie en een paar vragen. Ik begin met de motie en die gaat over corona en het gegeven dat de zomer gaat beginnen en dat het vliegen weer gaat beginnen. We maken ons daarover veel zorgen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat op dit moment reizen plaatsvinden naar diverse brandhaarden, wat een risico op verspreiding van corona met zich meebrengt;

overwegende dat Schiphol als mondiale luchtvaarthub kwetsbaar is voor verspreiding van corona uit gebieden elders;

overwegende dat het besluit om wel of niet naar een risicovolle bestemming te reizen niet aan partijen met een commercieel belang overgelaten moet worden;

verzoekt de regering de Kamer zo snel mogelijk te informeren over het kader op basis waarvan de regering komt tot reisadviezen voor gebieden met een verhoogd risico op coronaverspreiding, waarin beschreven wordt op basis van welke kenmerken besloten wordt om reizen naar bepaalde gebieden te ontraden, waarin beschreven is hoe de risico's tijdens en na de reis gemitigeerd worden en op basis van welke criteria vluchten naar bepaalde brandhaarden gestaakt worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger en Paternotte. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 388 (29665).

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Voorzitter. Dan een paar vragen, in de eerste plaats CORSIA. Wij zijn als fractie echt diep teleurgesteld dat we nu zo'n verslapping zien van het internationale systeem om klimaatuitstoot van de luchtvaart te reguleren. Mijn vraag is: waar gaat de minister nu op inzetten in Europa om te zorgen dat Europa zich toch houdt aan die strenge baseline of hogere emissiedoelen stelt? Wat zijn de mogelijkheden?

Dan was ik gisteren in het KLM-debat echt verbijsterd toen de minister zei dat het vliegen naar Brussel niet gestopt kan worden. Er ligt een aangenomen Kamermotie. Wanneer gaat de minister deze uitvoeren?

Tot slot een vraag over het proces voor het vaststellen van het LVB-1. De minister heeft in het laatste debat gezegd dat ze hoopt dat het deze kabinetsperiode nog lukt. Ik denk dat een heleboel omwonenden van Schiphol zich daar heel erg veel zorgen over maken, dus mijn vraag aan de minister is of zij een gedetailleerde tijdlijn kan schetsen van het proces om te komen tot een LVB-1, zodat wij als Kamer weten waar we aan toe zijn.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank. Het woord is aan de heer Paternotte van D66. Gaat uw gang.

De heer Paternotte (D66):
Voorzitter. Eén motie en vier korte vragen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat geen twijfel mag bestaan over de kwaliteit van de Search and Rescue-diensten en dat de Kamer voldoende haar rol moet kunnen uitoefenen om deze kwaliteit te kunnen borgen;

overwegende dat de afspraken over de implementatie van de aanbevelingen uit het ADSE-onderzoek een belangrijke overweging waren in het met twee jaar verlengen van de aanbesteding;

verzoekt de regering elk halfjaar een voortgang van het verbeterprogramma van de SAR aan de Kamer voor te leggen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Paternotte en Bruins. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 389 (29665).

En dan nog vier korte vragen.

De heer Paternotte (D66):
Allereerst over het OVV-onderzoek vliegtuigen Zwanenburgbaan. De minister geeft aan dat er naar de zestien vliegtuigen die daar niet mochten landen misschien een OVV-onderzoek komt. Ik ben benieuwd of daar inmiddels een update van is en of de OVV dat gaat doen.

Over vliegen over conflictgebieden stond veel in het schriftelijk overleg. Ik moet eerlijk zeggen dat ik behoorlijk teleurgesteld was over wat daar nu uitkomt. Het harmoniseren van de websites waar informatie staat over vliegroutes. Geen mogelijkheid voor mensen om te annuleren als wordt afgeweken van het Europese advies over veilige vliegroutes. Ik zou de minister willen vragen: wat betekent "harmoniseren van websites over vliegroutes" precies? En wat vindt de minister het meest substantiële wat we het afgelopen halfjaar met betrekking tot vliegen over conflictgebieden hebben bereikt?

Drie is de ballonvaart. We hebben hier ook Kamervragen over gesteld. De ballonvaart mag nog steeds niet. Ik zou de minister willen vragen: wat is er nou anders dan een vakantie in het vliegtuig, als je in een luchtballon zit met optimale luchtventilatie in zo'n korf? Want deze sector heeft het buitengewoon zwaar op dit moment.

En dan ten slotte: we hebben net antwoorden gekregen op de vragen over vliegen naar onder andere Turkije. Heel veel dank dat dat zo ongelofelijk snel kon. Wat hier natuurlijk blijft, is dat wij nog steeds niet helemaal duidelijk hebben welk beleid we voeren. Ja, er zijn "fit to fly"-verklaringen. Ja, er is een thuisquarantaineadvies, dat in feite natuurlijk moet, maar dat niet per se wordt gehandhaafd. Op basis waarvan zeggen we nou: het is niet veilig om te vliegen naar een bepaald gebied of om daarnaartoe op en neer te reizen en we zorgen er ook voor dat mensen dat niet doen, zoals we deden in maart met Italië, Spanje en later Oostenrijk? Ik zou de minister willen vragen om heel duidelijk te maken hoe we dat wel voor elkaar krijgen.

Ten slotte wil ik alle ambtenaren van IenW geweldig bedanken voor de antwoorden op de ongelofelijke hoeveelheid vragen die wij met z'n allen de afgelopen tijd hebben gesteld, want die ambtenaren leveren fantastisch werk en hebben hun zomer ongelofelijk verdiend. Heel veel dank daarvoor. Ik weet dat ik een van de veroorzakers van hun harde werk ben.

De voorzitter:
Dat is heel sympathiek, meneer Paternotte. De heer Van Raan van de Partij voor de Dieren.

De heer Van Raan (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Ook dit parlementaire jaar zijn we er niet helemaal uitgekomen met deze minister. De meningen over de luchtvaart en de keuzes die gemaakt worden, lopen mijlenver uiteen. Dat zij zo. Ook wij hebben ons verbaasd over de verregaande verslapping van de maatregelen in CORSIA-verband en hoe dat gegaan is.

Ik heb ook nog een vraag die ik ook schriftelijk heb gesteld, maar misschien kan de minister al een tipje van de sluier oplichten en antwoorden. De minister zegt over vluchten naar Turkije dat vakantiegangers niet verzekerd zijn, maar op de Corendonwebsite staat dat men wel verzekerd is.

Ik heb twee moties. Eén motie gaat over een onderdeel waar we het vaak wel over eens zijn. Daar zou ik graag mee willen beginnen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende de actuele innovaties in het (radar)onderzoek naar het risico op botsingen met vogels;

verzoekt de regering beslissingen over de vliegveiligheid en het risico op botsingen met vogels te baseren op basis van de meest actuele informatie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Raan en Kröger. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 390 (29665).

De heer Van Raan (PvdD):
Dan nog een motie die eigenlijk een beetje voortvloeit uit het debat van gisteren, maar toen had ik niet de tijd om haar in te leveren. Er waren namelijk nogal wat moties. Zij is nog steeds relevant, omdat de onderhandelingen over het steunpakket nog niet zijn afgerond. Vandaar deze motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het staatssteunpakket voor KLM het inperken van nachtvluchten op Schiphol afhankelijk wordt gemaakt van onder andere verbeterde treinverbindingen met Brussel en Düsseldorf;

verzoekt de regering de vermindering van het aantal nachtvluchten niet afhankelijk te maken van verbeterde treinverbindingen met Brussel en Düsseldorf,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Raan, Kröger en Laçin. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 391 (29665).

De heer Van Raan (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Dit is dus in het kader van het feit dat over het steunpakket nog onderhandeld moet worden. Hoewel, er moet misschien niet over onderhandeld worden, maar het dient wel nader te worden ingevuld. Daar dient deze motie voor.

Voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:
Dank. Dan de heer Dijkstra, VVD. Gaat uw gang.

De heer Remco Dijkstra (VVD):
Voorzitter. We zijn aan het eind van een politiek jaar vanavond. We hebben heel veel over luchtvaart gesproken afgelopen jaar, nog nooit zo vaak in de Tweede Kamer, denk ik. Ik wil de minister en haar team bedanken. Ik sluit aan bij de complimenten die heer Paternotte gaf voor alle vragen die we mochten stellen en alle antwoorden die we hebben gekregen, en vooral ook voor het geduld dat we mochten betrachten.

Ik heb twee vragen. Afgelopen jaar hebben we heel veel gedaan. Als het gaat om hinderbeperking moeten we nog een aantal dingen doen en ook dingen vastleggen. Ik zou hier graag staan met moties over LVB-1 en LVB-2, over de opening van Lelystad en de herziening van het luchtruim, maar we hebben al allemaal stappen gezet en we gaan dat komend jaar vervolgen.

Dan de twee vragen die ik heb. Eerst de helikopters. De General Aviation lijkt wat ondergesneeuwd in de Luchtvaartnota. Ik hoor geluiden dat er, ook omdat de provincies verantwoordelijk zijn voor een eigen luchtvaartbeleid, toch wel een variatie zit in wat iedere provincie doet als het gaat om landingsplekken, hoe je die krijgt via de vergunningen, en hoe je moet vliegen, op welke hoogte. Misschien is daar wat meer regie nodig. Ik hoor daar graag een reactie van de minister op.

De tweede vraag betreft de ballonvaart in relatie met covid, corona. De sector ligt natuurlijk nu even op zijn gat. Wat valt daar eventueel te doen als het gaat om protocollen? Kan daar nog eens naar worden gekeken? Nu is het natuurlijk hét seizoen, zeker augustus. Dat is het grote balloonvaartseizoen. Het zou toch zonde zijn als ze niks kunnen doen de komende tijd. Ik snap dat de veiligheid essentieel is, maar misschien kan de minister daar samen met haar collega's naar kijken.

Dank u wel.

De voorzitter:
De heer Graus heeft een vraag aan u.

De heer Graus (PVV):
Voorzitter. Ik moet wennen aan dat coronagedoe allemaal. Ik wil me aansluiten bij alles wat er is gezegd door de heer Paternotte en ook door de heer Dijkstra over de ballonvaart. Dan hoef ik dadelijk niet te spreken. Ik wil me daar graag bij aansluiten en dan kunt u mijn twee minuten intrekken, voorzitter.

Dag, minister.

De voorzitter:
Dat is mooi. We zwaaien eventjes naar elkaar. Mevrouw Kröger had ook nog een vraag aan de heer Dijkstra.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
De heer Dijkstra reflecteert op een jaar met heel debatten over luchtvaart en zegt eigenlijk: wat was het mooi geweest als we een LVB-1 hadden gehad, maar dat hebben we niet. Wat ziet de heer Dijkstra nu eigenlijk als het grootste obstakel op dit moment om die rechtszekerheid voor omwonenden van Schiphol te krijgen?

De heer Remco Dijkstra (VVD):
O, ja. Nou ja, dat is terug naar waarmee ik begon. Dat zijn al die vragen natuurlijk, mede van GroenLinks. Die zorgen voor vertraging. Er zijn zaken die we nog moeten regelen en dat wordt lastig op het moment dat je inderdaad het hele ambtelijke apparaat aan het werk zet. Ik hoop dat we het zo snel mogelijk kunnen vastleggen. Iedereen wil hinderbeperking, maar al die milieuregels nekken ons daar ook weleens in. Ik denk dat we ook zeker komende zomer in de spiegel moeten kijken. We willen volgend jaar weer nieuwe stappen zetten en we moeten kijken hoe we dat met elkaar gaan doen. Ik hoop dat u daar een hoofdrol in speelt, in positieve zin, en ik zelf ook. Ik denk dat we dan een gebalanceerd verhaal hebben voor Nederland.

De voorzitter:
Dat lijkt me een prachtige afsluiting van de inbreng van de kant van de Kamer of in ieder geval van u beiden. Ik weet dat we hier langs hoofdlijnen en langs principiële lijnen eindeloos met elkaar kunnen discussiëren.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Voorzitter. Ik denk dat als een Kamerlid suggereert dat de reden dat omwonenden geen rechtszekerheid hebben, is dat er te veel Kamervragen worden gesteld …

De voorzitter:
Nee, mevrouw Kröger.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Dat lijkt me dan toch wel een punt om even te stellen dat …

De voorzitter:
Te markeren.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
… het een uitspraak is van de Raad van State over stikstof. Mijn vraag aan de heer Dijkstra is eigenlijk heel concreet: is hij het met me eens dat we LVB-1 zo snel mogelijk moeten vaststellen op de grenzen van stikstof die mogelijk zijn?

De heer Remco Dijkstra (VVD):
Ja, maar je moet wel aan die milieuregels voldoen. Die hebben we met elkaar samen vastgesteld, en die zorgen er nu voor — het is een beetje cru voor de omwonenden — dat je die hinderbeperking niet kan doorvoeren omdat je geblokkeerd wordt door milieuregels. Dus ik hoop dat we dat met elkaar snel weten op te lossen, want dat is goed voor iedereen.

De voorzitter:
Tot slot is het woord aan de heer Laçin van de SP.

De heer Laçin (SP):
Voorzitter. Ik zal het kort houden. Ik heb ook geen moties. Maar ik wil toch van deze gelegenheid gebruikmaken om te markeren dat het mij ontzettend opvalt, en het me ook erg teleurstelt dat deze minister en dit kabinet er alles aan doen om mensen Lelystad Airport door de strot te drukken. Er zijn zo veel problemen rondom Lelystad Airport: stikstof, de milieueffectrapportage, een ontbrekende natuurvergunning, overloop of autonome groei. We hebben daar heel vaak over gedebatteerd, en toch maakt dit kabinet van de gelegenheid van staatssteun aan KLM gebruik om Lelystad Airport toch weer onderdeel te maken van het verminderen van nachtvluchten op Schiphol. Ik vind dat echt niet kunnen.

Deze minister zei aan het begin van haar termijn: ik wil het vertrouwen winnen van de mensen. Maar elke stap die ze rond Lelystad Airport zet, zorgt ervoor dat het vertrouwen, dat er al niet meer is, nóg verder wordt geschaad. Ik zou de minister willen oproepen om hiermee te stoppen. Zij is de minister die Lelystad Airport nooit heeft kunnen openen. Dat gaat ook niet gebeuren. Van uitstel komt afstel. Ik wil eigenlijk dat er geen volgende listen meer worden verzonnen om Lelystad Airport erdoorheen te drukken. Die garantie wil ik van deze minister.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik geef de minister het woord.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dank u wel, voorzitter. Er zijn toch eigenlijk nog best veel vragen gesteld. Ik zal proberen ze een beetje staccato te beantwoorden. Ik denk ook niet dat ik ze op volgorde heb.

Mevrouw Kröger zei: hoe kan het dat gisteren in het debat werd gezegd dat het vliegen naar Brussel niet kan stoppen? Daar is verwarring, want dit zijn twee verschillende onderwerpen. Gisteren hadden we het over het verminderen van nachtvluchten. Als je kijkt naar Brussel, is dat maar zeer beperkt, want er zijn op die tijdstippen geen treinen die je kunt inwisselen. Om nachtvluchten te kunnen verminderen, moet je dus zorgen dat op die bewuste tijdstippen de trein gaat rijden waar die dat nu nog niet doet. In het actieplan Air/Rail gaan we er natuurlijk vol op inzetten om op die momenten dat er al wel een inwisseling kan plaatsvinden, zo veel mogelijk van die vluchten te vervangen door de trein. Het zijn dus twee afzonderlijke dingen en op allebei zetten we in. U weet ook dat je 's avonds laat niet met de trein naar Brussel kunt en 's ochtends heel vroeg ook niet. Dat willen we ook voor elkaar krijgen. Dan kun je behalve de vlucht overdag inwisselen, ook bijdragen aan een vermindering van het aantal nachtvluchten. Volgens mij moeten wij daar allebei blij van worden.

Een gedetailleerde tijdlijn van LVB-1 schetsen aan de Kamer. Wij zouden allemaal het liefst gisteren het stikstofprobleem hebben opgelost. Dat hebben we nu nog niet. Daarom kan ik ook geen gedetailleerde planning geven, want dat is dé grote bottleneck. Maar ik zeg u wel toe dat ik u na de zomer informeer over de laatste stand van zaken.

Dan de vragen van de heer Paternotte en de heer Dijkstra over de ballonvaart.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Heel graag die update na het reces. Wil de minister dan ook ingaan op de suggestie die de BRS in haar zienswijze doet om een LVB-1 vast te stellen op basis van de nu al beschikbare stikstofruimte?

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Laten we daar een reactie op fabriceren. Het staat niet helemaal met de planning in verband, maar goed. We nemen het wel mee.

De heer Amhaouch (CDA):
De minister geeft aan na het reces een update te geven. Het gaat om LVB-1 maar natuurlijk ook om Lelystad. Kunnen wij van het collega-ministerie van LNV inzicht krijgen welke stappen ondernomen moeten worden? In de tijd weten we het niet, maar voor ons is ook niet meer duidelijk welke stappen er doorlopen moeten worden. Er moet een passende beoordeling komen, maar LNV moet ook aan het werk om een natuurvergunning te kunnen afgeven voor LVB-1, zodat we kunnen handhaven, ook richting Lelystad Airport.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik zeg de heer Amhaouch graag toe dat we behalve de planning en de reactie op de BRS ook aangeven waar het 'm precies in zit in de processtappen om tot een passende beoordeling te komen. Welke stappen er vanuit LNV gezet moeten worden nemen we dan ook mee.

Dan de ballonvaart. Dat past in het brede kabinetsbeleid. Ik kijk vanuit mijn ministerie met bijzondere belangstelling naar de sectoren die onder ons vallen. Waar wij als kabinet kunnen versoepelen, zullen we dat zeker doen. Wij hebben het vorige week geloof ik ook nog over de bruine vloot gehad. Daar speelt eigenlijk eenzelfde probleem. Waar we kunnen versoepelen, zullen we dat dus zeker gaan doen.

De heer Laçin wil eigenlijk de verzekering dat Lelystad niet opengaat. Hij weet natuurlijk dat ... O, heb ik dat verkeerd?

De heer Laçin (SP):
Dat zei ik niet. Ik zei dat ik van deze minister de garantie wil dat zij stopt met het verzinnen van listen voor het openen van Lelystad.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Daar ben ik nog nooit mee bezig geweest, dus die belofte is vrij makkelijk te doen.

De voorzitter:
Dat leidt weer tot een vraag van de heer Paternotte, maar dan wel bij de andere interruptiemicrofoon en kort, heel kort.

De heer Paternotte (D66):
Mijn vraag en die van de heer Dijkstra over de ballonvaart was: goh, het is allebei luchtvaart; de een heeft optimale ventilatie in de buitenlucht en de ander heeft ventilatie en ook nog een HEPA-filter, maar waarom mag je wel in een vliegtuig bij elkaar zitten maar niet in een luchtballon?

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dan verwijs ik even naar wat er in de debatten over is gezegd. Het heeft allemaal te maken met de opschaling en met vervoer dat je echt ergens voor nodig hebt versus vervoer dat meer in de vrijetijdssfeer zit. Dat is precies de reden waarom bijvoorbeeld de bruine vloot ook nog niet is vrijgegeven en een taxi, een bus, enzovoort wel.

Dan nog over de verzekeringen, de website van Corendon en het algemene advies. Wij hebben het gewoon gecheckt bij het Verbond van Verzekeraars. Daar zit toch echt deskundigheid. Zij geven aan dat het merendeel van de verzekeraars coronagerelateerde zaken niet dekt. Als Corendon de eigen pakketreizen wel op één formulier weet te verzekeren, dan zou dat kunnen. Dat weet ik niet. Maar het merendeel van de verzekeraars laat ons via het Verbond van Verzekeraars weten dat zij dit soort kosten niet dekken. Mocht je door corona niet meer terug kunnen en dat soort kosten hebben — ziektekosten, kosten in verband met een langer verblijf et cetera — dan ben je dus niet verzekerd.

Voorzitter, dat waren de vragen. Dan kom ik op de eerste motie.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Ik had een vraag over CORSIA en de inzet van Nederland.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ja, even kijken, hoor. Waar heb ik die? Die moet hier nog ergens bij liggen. U hebt in de brief kunnen lezen dat we ons tot het uiterste daarvoor hebben ingezet, ook in contacten met de andere landen waar wij samen voor spreken in die Abis-groep. Dat is helaas niet gelukt. Dat heb ik in die brief uiteengezet. Uw vraag is nu: wat gaat u hierna doen? Het eerstvolgende moment dat we het weer opnieuw kunnen gaan beschouwen, is bij de evaluatie in 2022. In de tussentijd zullen wij blijven werken aan het draagvlak bij de andere Europese landen om onze inzet nog te verstevigen, want wij zijn op meerdere dossiers natuurlijk ambitieuzer dan gemiddeld in Europa en ook dan gemiddeld in die Abis-groep. Daar zullen we voor blijven strijden. Dat doe ik met collega Van Veldhoven en collega Vijlbrief. We blijven daar aan alle kanten aan trekken, maar meer kan ik er op dit moment niet aan doen. Die besluitvorming in CORSIA is nu gepasseerd.

De voorzitter:
Heel kort, mevrouw Kröger.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
De besluitvorming in CORSIA over de baseline is gepasseerd, maar Europa en Nederland als deel van de Abis-groep kunnen natuurlijk wel voor binnen Europa zeggen: wij willen met hogere emissiedoelen werken. Die ruimte is er binnen CORSIA. Gaat de minister daarop inzetten?

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Onze inzet is steeds een hele ambitieuze geweest en dat blijft zo. Daarom geef ik ook aan dat collega Van Veldhoven, collega Vijlbrief en ik dat in de diverse commissies zeker op de agenda zullen zetten als wij daar mogelijkheden voor zien. Ik heb u onlangs ook verteld dat het Duitse voorzitterschap ook van plan is meer aandacht aan luchtvaart te besteden dan bij de vorige voorzitterschappen het geval is geweest. Laat ik dat zo zeggen. Daar zullen we dit aspect ook graag onder de aandacht brengen.

De voorzitter:
Mevrouw Kröger, ik wil heel graag naar de moties. Heeft u hier nog een additionele vraag over? Heel kort.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Mijn enige vraag is eigenlijk nog …

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik heb ook nog de vraag over de conflictgebieden.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Er liggen drie aangenomen moties waarin de Kamer verzoekt om nauw betrokken te worden bij alle stappen die Nederland zet rond CORSIA. Kan de minister dus toezeggen dat zij ons hier stap voor stap van op de hoogte houdt?

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Wanneer het onderwerp weer in een officiële raad of in een informele raad aan de orde komt, zullen wij u daar zeker over informeren. Mochten er tussendoor nog andere belangwekkende stappen worden gezet, dan zal ik dat ook doen.

De voorzitter:
Er zijn nog vragen van de heer Paternotte, begrijp ik.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ja, over het vliegen boven conflictgebieden, specifiek over het harmoniseren. Wat betekent dat nou? Dat betekent dat luchtvaartmaatschappijen meer gelijkwaardige info op die website plaatsen. Dat geldt voor de vier grote Nederlandse luchtvaartmaatschappijen. Hieronder valt onder meer de werking van veiligheidsmanagementsystemen, waaronder de rol en de betekenis van conflictzones en informatiebulletins van EASA in het geval dat daarvan wordt afgeweken. Zoals u weet, zal ik uw Kamer in het najaar wat meer en detail daarover informeren.

Dan nu wel de moties. Nee …

De heer Paternotte (D66):
Nog één hele korte vraag. Komt er een OVV-onderzoek naar de zestien landingen op de gesloten Zwanenburgbaan?

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dat antwoord moet ik u op dit moment even schuldig blijven. Dat weet ik niet. Maar mocht dat het geval zijn, dan zal ik u daar terstond over inlichten.

De voorzitter:
Dat gebeurt dan weer door die geroemde ambtenaren. Die gaan dan een brief schrijven aan de heer Paternotte.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Zeker. Deze vragen werden zo snel gesteld dat zelfs onze goede ambtenaren dit allemaal niet konden bijbenen.

De voorzitter:
Ik vind dat u het best knap doet.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Maar we hebben toch bijna alles kunnen beantwoorden.

De voorzitter:
Absoluut.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
De motie op stuk nr. 388 is van mevrouw Kröger. Ik beantwoord hierbij meteen een andere vraag die nog gesteld is, namelijk de vraag hoe het nou precies zit met de reisadviezen. Ik kan dat niet zo uit de losse pols hier allemaal even gaan toelichten, maar weer diezelfde geroemde abtenaren geven na heel snel contact met de collega's van Buitenlandse Zaken aan dat ik het oordeel over deze motie aan de Kamer kan laten. Middels deze motie zal dus ook die andere vraag uitgebreid beantwoord worden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 388 krijgt oordeel Kamer.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dan de motie-Paternotte/Bruins op stuk nr. 389, over Search and Rescue-helikopters. Die kan ik ook oordeel Kamer geven.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 389 krijgt oordeel Kamer.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dan de motie-Van Raan/Kröger op stuk nr. 390, over de meest actuele situatie over de vogels. Ik hoop niet dat hij zich spontaan verslikt, maar die motie ga ik ook oordeel Kamer geven.

De voorzitter:
Meneer Van Raan, uw motie op stuk nr. 390 krijgt oordeel Kamer.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Maar dan vallen we weer in het vertrouwde patroon, meneer Van Raan, want de motie-Van Raan c.s. op stuk nr. 391, het zal u niet verbazen, ga ik ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 391 wordt ontraden. Ik dank de minister voor haar snelle en volledige beantwoording.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
We gaan straks door met het VAO MIRT.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

MIRT

MIRT

Aan de orde is het VAO MIRT (AO d.d. 25/06).

De voorzitter:
Ik word aangemoedigd om weer te beginnen. Aan de orde is het VAO MIRT. De heer Van Aalst krijgt als eerste het woord.

De heer Van Aalst (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ik ga zo beginnen met vier moties, maar dat ga ik redden.

Voorzitter. Laat ik beginnen met de N35.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Kamer heeft aangegeven prioriteit te geven aan de aanpak van de N35;

van mening dat de minister hier gehoor aan moet gaan geven;

verzoekt de regering nog voor het najaarsoverleg-MIRT een positief besluit te nemen over de aanpak van de N35 inclusief een sluitende begroting, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Aalst en Stoffer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 97 (35300-A).

De heer Van Aalst (PVV):
Voorzitter. Dan de volgende motie, over de verbreding van de A67.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de aanpak van de volledige A67 blijft steken;

van mening dat de aanpak van de A67 wel hard nodig is;

verzoekt de regering om de benodigde verbreding van de A67 naar twee keer drie rijstroken tussen Eindhoven en Venlo zo spoedig mogelijk te realiseren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Aalst en Wilders. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 98 (35300-A).

De heer Van Aalst (PVV):
Voorzitter. Dan de laatste motie over infrastructuur, tenminste als het gaat over asfalt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in de markt tal van goede ideeën zijn om bij te dragen aan innovatieve, betaalbare en degelijke infrastructurele projecten;

van mening dat de overheid dit soort initiatieven vanuit de markt moet faciliteren in plaats van afstoten;

verzoekt de regering waar mogelijk belemmerende regelgeving weg te nemen voor innovatieve ideeën uit de markt voor de aanleg van infrastructuur,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Aalst. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 99 (35300-A).

De heer Van Aalst (PVV):
Voorzitter. De laatste motie gaat over de concessie IJssel-Vecht.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er grote problemen zijn ontdekt bij de aanbesteding IJssel-Vecht;

van mening dat hier drie provincies en honderden miljoenen euro's mee gemoeid zijn en dus groter is dan een provinciale kwestie;

verzoekt de regering een regierol te nemen in de aanbesteding IJssel-Vecht en de betrokken provincies duidelijk te maken dat, zolang het onderzoek naar de onregelmatigheden loopt, de concessie niet in kan gaan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Aalst. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 100 (35300-A).

De heer Van Aalst (PVV):
Voorzitter. Dan heb ik in de laatste twintig seconden nog net tijd voor mijn laatste opmerking. Ik wil het de minister toch even meegeven: wil zij aan de marxistische republiek Amsterdam voor eens en altijd duidelijk maken dat de Coentunnel rijksinfrastructuur is en dat ik het niet gewenst vind dat zij zich daarmee bemoeien?

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank, meneer Van Aalst.

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Dank u, voorzitter. Twee moties. Als ik eraan toekom, stel ik aan het eind nog een vraag.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister een 70 meter diepe en 3,7 kilometer lange damwand wil aanleggen voor de verbreding van de A27 bij Amelisweerd;

constaterende dat de Commissie voor de m.e.r. aangeeft dat de gevolgen hiervan voor het klimaat en het verbruik van grondstoffen in de geactualiseerde MER ten onrechte niet beschreven zijn;

constaterende dat bij het gebruik van 630.000 m3 beton, het onttrekken van grote hoeveelheden water en de aanleg van deze damwand een grote ecologische voetafdruk te verwachten zal zijn;

constaterende dat het ministerie op 15 juni kwam met haar strategie Naar klimaatneutrale en circulaire rijksinfrastructuurprojecten, waarin zij aangeeft dat binnen tien jaar circulair gewerkt wordt en infraprojecten klimaatneutraal zijn;

verzoekt de regering de klimaat- en milieugevolgen van deze damwand te onderzoeken, bijvoorbeeld middels een life cycle assessment, voordat een besluit genomen wordt over het tracébesluit,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Esch en Laçin. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 101 (35300-A).

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Dan motie twee.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de commissie-Hordijk het afkappen van de verkeersemissies op 5 kilometer van de weg "niet verdedigbaar" vindt "omdat het grootste gedeelte van de ammoniak- en stikstofdepositie op grotere afstanden plaatsvindt";

verzoekt de regering geen wegenprojecten te (laten) vergunnen zolang niet de volledige emissies worden meegenomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Esch en Laçin. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 102 (35300-A).

Mevrouw Van Esch (PvdD):
In 36 seconden kan ik inderdaad nog mijn vragen stellen. De minister zei toe: misschien kijken we hoe duurzaamheid beter meegenomen kan worden in de MIRT-spelregels. We zien ook de heel ambitieuze strategie naar klimaatneutrale en circulaire rijksinfraprojecten en een circulaire rijksinfrastructuur. De toezegging die de minister in het AO deed, vond ik nog wel een beetje vaag. Zij werd ook niet meegenomen in de lijst van toezeggingen, dus ik zou toch nog graag van de minister horen hoe zij het thema duurzaamheid verder gaat brengen in die hele MIRT, want wij vinden dat het tenslotte niet bij mooie woorden kan blijven.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank. Mevrouw Postma, CDA.

Mevrouw Postma (CDA):
Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat ongeveer een vijfde van de files veroorzaakt wordt door ongevallen, waardoor verkeersveiligheid van grote invloed is op de bereikbaarheid;

overwegende dat in de NMCA de mobiliteitsopgaven op objectieve wijze in kaart worden gebracht;

verzoekt de regering verkeersveiligheid als belangrijke pijler mee te wegen in de nieuwe NMCA,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Postma. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 103 (35300-A).

Mevrouw Postma (CDA):
Dan mijn laatste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat bijna de gehele Kamer vorig jaar een positieve grondhouding en de wil heeft uitgesproken om in de periode na de huidige concessie een directe intercity Randstad-Eindhoven-Heerlen-Aken te laten rijden;

constaterende dat de NS een alternatief hiervoor heeft uitgewerkt;

overwegende dat er kansen liggen om vanaf 2025 een directe intercity te laten rijden als wordt voldaan aan randvoorwaarden zoals materieel, exploitatie en infrastructuur;

overwegende dat het grootste deel van de lijn binnenlands treinvervoer is, waarbij maar een klein deel over de grens ligt;

verzoekt de regering haast te maken met het uitwerken van de mogelijkheden van een directe intercityverbinding Randstad-Eindhoven-Heerlen-Aken vanaf 2025 en hierbij ook de mogelijkheid in kaart te brengen om dit binnen de nieuwe concessie van het hoofdrailnet te brengen;

verzoekt de regering tevens de uitwerking voor het debat over spoorordening in het najaar naar de Kamer te sturen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Postma, Amhaouch, Laçin, Schonis, Ziengs, Van der Graaf, Gijs van Dijk, Stoffer, Kuzu, Van Brenk, Van Haga, Van Esch en Kröger.

Zij krijgt nr. 104 (35300-A).

Mevrouw Tellegen (VVD):
Deze motie wordt dus door praktisch alle partijen mede ingediend. Heeft u nog vragen?

Mevrouw Postma (CDA):
Ja, ik heb nog drie vragen. Over de N35 heeft de minister vandaag gebeld, begreep ik. Er is een afspraak op 26 augustus. Ik ben heel benieuwd of het gezamenlijke einddoel van de N35 en de condities tijd, geld en de oplossingsrichting op de agenda van dat overleg staan. Kan de minister dat toezeggen?

Ik heb een vraag over de Lelylaan voor de staatssecretaris. Welke onderzoeken lopen er nog meer? Kan de staatssecretaris toezeggen dat deze onderzoeken zijn afgerond voor het volgende NO MIRT en dat de resultaten ervan voor het NO MIRT met de Kamer gedeeld worden?

Mijn laatste punt gaat over de A4. De A4 wordt verbreed. Inwoners van Rijswijk, Den Haag en Leidschendam-Voorburg maken zich terecht zorgen over de leefbaarheid van hun woonomgeving. Graag overhandig ik de petitie die ik van hen heb gekregen. Ik wil de minister vragen om hierop een schriftelijke reactie te geven en die voor het einde van de zomer naar de Kamer te sturen.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Dijkstra heeft nog een vraag aan u.

De heer Remco Dijkstra (VVD):
Ja, ik heb nog een vraag over die tweede motie, met al die namen eronder, over die treinverbinding. Ik wil de staatssecretaris wel meegeven dat de VVD het van belang vindt dat het een open wedstrijd is. Het moet niet zo zijn dat de NS automatisch die concessie krijgt en dat het automatisch bij het hoofdrailnet hoort. Ik hoop dat de staatssecretaris daar in haar beantwoording op kan ingaan. Ik geef haar dit mee namens de heer Ziengs.

De voorzitter:
Dat is een hele indirecte. Dank, mevrouw Postma. Het woord is aan de heer Laçin van de SP. Gaat uw gang.

De heer Laçin (SP):
Voorzitter. Al vanaf dag één trekken wij met het CDA samen op om de intercityverbinding Randstad-Heerlen-Aken mogelijk te maken. Ik ben blij om te zien dat heel veel partijen zich er inmiddels bij hebben aangesloten. Ik vind het eigenlijk wel een beetje een rare opmerking van de heer Dijkstra, omdat de naam van zijn collega Ziengs onder de motie staat en die dus ook gewoon zegt: doe het binnen die concessie. Maar goed, dat moet de heer Dijkstra zelf weten. Ik ben blij met de brede ondersteuning en ik hoop dat de staatssecretaris de motie zal omarmen.

Ik heb zelf een motie over een andere lijn, die ik zelf ontzettend belangrijk vind, de Lelylijn. Ik hoorde daar ook al vragen over. Ik vind het gek dat we vorige week donderdag tijdens het AO MIRT een heel debat gevoerd hebben terwijl er al een onderzoeksrapport klaarlag. Dat hebben we gisteren pas gekregen, terwijl we dat net zo goed tijdens het AO hadden kunnen behandelen. Jammer dat de staatssecretaris dat niet op tijd met ons heeft gedeeld. Ik wil een kleine volgende stap zetten, een motie in lijn met de vragen die mevrouw Postma stelde.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het potentieonderzoek verbeterde ov-verbinding Noord-Nederland-Randstad laat zien dat de Lelylijn meer potentie heeft dan een busverbinding en een efficiëntere besteding van belastinggeld is dan verbetering van bestaand spoor;

overwegende dat verbetering en versterking van de arbeidsmarkt, de woningmarkt en het vestigingsklimaat in steden langs de Lelylijn bijdragen aan een gunstigere MKBA, en het rapport er dan ook toe oproept om dit verder in kaart te brengen;

verzoekt de regering om bij de bestuurlijke overleggen nadrukkelijk uitvraag te doen naar de kansen die Flevoland, Drenthe, Friesland en Groningen voor de versterking en verbetering zien, en de Kamer hierover voor het notaoverleg MIRT van dit najaar te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Laçin, Gijs van Dijk, Van Esch en Kröger. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 105 (35300-A).

De heer Laçin (SP):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
De heer Dijkstra, VVD.

De heer Remco Dijkstra (VVD):
Voorzitter. Ik heb drie moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het project Zuidasdok met tegenslagen kampt;

constaterende dat de bijdrage van de stad Amsterdam met circa 13,8% aan het totale project zeer beperkt is;

constaterende dat realisatie van project Zuidasdok van grote maatschappelijke en economische meerwaarde is voor de regio en de stad Amsterdam;

verzoekt de regering bij de dekking van het tekort voor het project Zuidasdok de grote maatschappelijke en economische meerwaarde en de lokale baten beter tot uitdrukking te laten komen in de verhouding tussen de financiële bijdragen van stad, regio en Rijk,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Remco Dijkstra en Stoffer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 106 (35300-A).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het bestuursoverleg Noordwest-Nederland het Rijk is overeengekomen in het najaar van 2020 een startbeslissing te nemen over de verbreding van de A12 Gouda-Utrecht en de ambitie uitgesproken heeft om alle plannen voor 2030 te realiseren;

constaterende dat de vraag naar woningen groot is en mobiliteitsgevolgen heeft, waarbij de gemeente Utrecht nog wat huiverig is voor woningbouw op de locatie Rijnenburg;

verzoekt de regering om te zorgen dat in de besluitvorming over de MIRT-projecten A12 Gouda-Oudenrijn, U Ned en de woningbouw rond Utrecht met grootschalige woningbouw van project Rijnenburg rekening wordt gehouden, dit goed op elkaar af te stemmen, voor zowel fiets, ov als de auto,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Remco Dijkstra en Stoffer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 107 (35300-A).

Mevrouw Postma heeft een vraag aan u.

Mevrouw Postma (CDA):
Ik wil toch even terugkomen op de motie van daarnet en de tekst die de heer Dijkstra uitsprak. De tekst van de motie blijft wat ons betreft de motie, dus de vraag is: wil de VVD dan onder motie uit, of moet die anders worden geïnterpreteerd? Want wat ons betreft blijft de tekst van de motie gewoon de motie.

De heer Remco Dijkstra (VVD):
Waar gaat het over? Over een vorige motie?

Mevrouw Postma (CDA):
Het gaat over de motie over de trein van de Randstad naar Eindhoven.

De heer Remco Dijkstra (VVD):
De motie waar de heer Ziengs onder stond. De heer Ziengs staat gewoon onder die motie en hij heeft mij vanavond nog meegegeven: stel duidelijk aan de orde dat het niet een automatisme is dat de NS altijd zomaar alles krijgt. Als wij goede kwaliteit willen, moeten we ook openstaan voor meerdere aanbieders, en de staatssecretaris gaat daar zo op reageren.

Mevrouw Postma (CDA):
Dus de tekst van de motie blijft gewoon de motie en de VVD blijft daar onder staan.

De heer Remco Dijkstra (VVD):
Plus de vraag die er ligt, ja.

De voorzitter:
Dit is een interessante figuur aan het worden. Laat de heer Dijkstra zijn derde motie indienen.

De heer Remco Dijkstra (VVD):
Ik zie er geen tegenstelling in. Ik heb een vraag gesteld aan de staatsecretaris. Zij zal daarop antwoorden.

Ik dien mijn derde motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Europese Commissie al enige tijd belanghebbenden consulteert over de herziening van de TEN-T-verordening;

overwegende dat de verbinding tussen de Randstad en Noord-Nederland een van de vele speerpunten is in het Toekomstbeeld OV 2040 en dat de onderzoeken naar de snellere treinverbindingen richting Noord-Nederland inmiddels zijn afgerond;

verzoekt het kabinet in de consultatie van de TEN-T-verordening de kansen voor de internationale verbinding Amsterdam/Groningen-Scandinavië te steunen, en waar mogelijk snel personenvervoer richting Hamburg hieraan toe te voegen, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Remco Dijkstra, Van der Graaf, Schonis en Ziengs. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 108 (35300-A).

Dank u wel. De heer Schonis, D66.

De heer Schonis (D66):
Dank u, voorzitter. Ik doe het dit jaar eens even helemaal anders. Ik heb geen moties, dus ik kan eens even lekker twee punten wat breder toelichten en daarover vragen stellen aan de bewindspersonen.

Ik zal beginnen met het traject waar de heer Laçin en anderen ook al over gesproken hebben, namelijk de Lelylijn. Als één project kan laten zien dat je letterlijk heel Nederland met elkaar verbindt en dat het een goede investering is voor zowel de infrastructuur als de economie van Nederland, dan is dat de Lelylijn toch wel. Uit het onderzoek dat gisteren is gepubliceerd, blijkt toch dat er kansen zijn voor deze lijn en dat het een kansrijk project is. Daarom heb ik een aantal vragen aan de staatssecretaris. Kan de staatssecretaris mij aangeven hoe zij het proces voor zich ziet om te komen tot realisatie van de Lelylijn? Welke concrete stappen gaat de staatssecretaris deze zomer ondernemen om dit project in ieder geval een stap verder te brengen? En op welke wijze betrekt zij daar de noordelijke provincies bij? Uiteindelijk moet het doel toch zijn — en ik hoop dat de staatssecretaris dat met mij eens is — dat dit project nou bij uitstek het project is dat boven op het stapeltje zou moeten komen te liggen als we zo meteen dat investeringsfonds hebben, dat Wopke/Wiebes-fonds? Het heeft al allerlei namen gehad. Dit is nou bij uitstek een project waar je met een goede investering in duurzame mobiliteit Nederland echt een stapje verder mee helpt.

Dan mijn tweede punt, ook een beetje de actualiteit van deze week. De planbureaus hebben dinsdag opnieuw bevestigd dat we, om het autoverkeer in Nederland ook na 2030 door te kunnen laten rijden, echt anders moeten gaan betalen voor ons autogebruik, liefst rekeningrijden met een spitsheffing. Daar pleit D66 natuurlijk al langer voor. Met een slimme heffing ben je immers op tijd op de zaak zonder in de file te staan. Wij willen dat de minister zo snel mogelijk de drie voorstellen uitwerkt voor rekeningrijden, zoals afgesproken in het Klimaatakkoord. Mijn vraag aan de minister is: neemt het kabinet in die voorstellen dan ook mee hoe rekeningrijden kan bijdragen aan de ambitie — die staat trouwens ook in het Klimaatakkoord — om in 2030 enkel nog uitstootvrije auto's te verkopen in Nederland?

Ik heb nog zeven seconden. Dank u wel.

De voorzitter:
Dank. Mevrouw Kröger, GroenLinks.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Ik heb een drietal moties, dus ik ga snel van start.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de fiets de schoonste en gezondste vorm van vervoer is en daardoor een bijdrage kan leveren aan ons klimaatbeleid en de leefbaarheid;

overwegende dat door de coronacrisis het gebruik van de fiets nog meer zal groeien;

overwegende dat om de fiets ruim baan te geven investeringen in infrastructuur en de inrichting van de openbare ruimte noodzakelijk zijn;

verzoekt de regering om coulant om te gaan met een verhoging van het plafond van de regeling stimulering verkeersveiligheidsmaatregelen 2020-2021, als de aangevraagde rijksbijdrage voor fietsmaatregelen het plafond overschrijdt en de aanvragen in voldoende mate bijdragen aan het verbeteren van de verkeersveiligheid;

verzoekt de regering om de decentrale overheden te vragen te komen met plannen voor snelfietsroutes en deze te betrekken bij de BO's MIRT en daarover terug te koppelen aan de Kamer,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger, Laçin, Schonis en Van Esch. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 109 (35300-A).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de commissie-Hordijk heeft geadviseerd over de rekenmodellen die gebruikt worden voor stikstofberekeningen van het wegverkeer;

overwegende dat de commissie constateert dat het niet verdedigbaar is dat de stikstofneerslag bij wegen anders wordt berekend dan die bij een veestal;

overwegende dat het kabinet nog met een appreciatie van dit rapport moet komen, wat mogelijk gevolgen heeft voor hoeveel stikstofdepositie er voor diverse projecten wordt berekend en/of wat stikstofmaatregelen opleveren voor de natuur;

overwegende dat voorkomen moet worden dat het Rijk in de planning en uitvoer van de zeven MIRT-projecten door juridische problemen overvallen wordt;

verzoekt de regering duidelijkheid te verschaffen over hoe het advies van de commissie-Hordijk wordt uitgevoerd, alvorens nieuwe processtappen worden gezet bij projecten waar extern salderen en verkeersemissies een rol spelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kröger. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 110 (35300-A).

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
En tot slot.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het versterken van het internationaal spoor een belangrijke bijdrage kan leveren aan de bereikbaarheid van Nederland en het klimaat- en stikstofbeleid van dit kabinet;

overwegende dat er op dit moment verschillende initiatieven zijn — waaronder het Air Rail Plan en de Green Deal — om het internationaal spoor te stimuleren;

overwegende dat Nederland ook in samenwerking met andere landen een TEN-T-traject voor personenvervoer kan aandragen bij de Europese Commissie;

overwegende dat er met diverse landen, waaronder Oostenrijk en Zweden, gesprekken zijn over een verbinding per nachttrein;

verzoekt de regering haar plannen, inclusief de prioriteiten voor het stimuleren en versterken van internationale spoorverbindingen, voor het notaoverleg MIRT met de Kamer te delen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger, Van der Graaf, Schonis en Laçin. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 111 (35300-A).

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank. Tot slot mevrouw Van der Graaf, ChristenUnie.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik heb een motie over het internationale spoor en het Europese geld dat daarvoor ter beschikking is.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat goede en snelle internationale treinverbindingen essentieel zijn voor een goede verbondenheid met de rest van Europa;

overwegende dat de Kamer bovendien heeft uitgesproken dat korteafstandsvluchten zo veel mogelijk omgezet zouden moeten worden in snelle internationale treinverbindingen;

overwegende dat de Kamer in een aantal recente moties aan de regering heeft gevraagd om ambitieus en breed in te zetten op verbetering van grensoverschrijdende snelle spoorverbindingen;

overwegende dat uit EU-informatie blijkt dat Nederland niet of nauwelijks gebruikmaakt van Europese TEN-T-middelen voor personenvervoer;

overwegende dat de beleidsontwikkeling rond het nieuwe TEN-T-kader op EU-niveau bijna is afgerond;

verzoekt de regering om maximale cofinanciering voor Nederlandse budgettaire middelen te krijgen uit EU-middelen, door een plan op te stellen om effectief op het TEN-T-programma van de EU in te spelen en in te zetten op maximale benutting door Nederland van TEN-T-middelen voor internationale spoorverbindingen, en de Kamer hierover uiterlijk in de tweede helft van september 2020 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Graaf, Schonis, Kröger en Gijs van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 112 (35300-A).

De voorzitter:
Dank u wel.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik geef de staatssecretaris het woord.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:
Voorzitter. De minister had wat meer moties, dus die is nog met de laatste details bezig. Ik dacht: dan begin ik vast met de motie over het spoor. Veel dank. Ik zal de motie op stukken nrs. 100, 104, 105, 108, 111 en 112 doen. De minister doet de overige moties.

De eerste motie, op stuk nr. 100, is van de heer Van Aalst. Hij vraagt om de regierol te nemen in de aanbesteding IJssel-Vecht. Het CDA heeft ook schriftelijke vragen gesteld over dit onderwerp aan de staatssecretaris van EZK. Die zijn vandaag beantwoord. Het gaat echt om aanbestedingen in zijn algemeenheid. Specifiek over deze concessie zie ik geen rol voor mij weggelegd, want de aanbesteding is een verantwoordelijkheid van de provincies Overijssel, Flevoland en Gelderland. Het is nadrukkelijk iets wat in de Staten besproken moet worden. Natuurlijk ben ik het met de heer Van Aalst eens dat van fraude geen sprake mag zijn, dus ik neem aan dat dit alle aandacht in de Staten krijgt. Ik ontraad de motie.

De heer Van Aalst (PVV):
Dat is nou juist de reden dat die motie vandaag is ingediend. Het zou inderdaad bij de Staten moeten liggen. Maar als er een gedeputeerde is die alleen maar een beetje popiejopie aan het doen is met zijn naam op de trein, het niet voorlegt, geheime stukken achterhoudt voor de Staten en vervolgens zegt dat hij in het zomerreces gewoon lekker een besluit neemt en dat iedereen het verder maar uitzoekt, zijn dan de Staten aan zet? Dan is het aan de Kamer om te zeggen: staatssecretaris, pak de regierol en zeg dat we zo niet met elkaar omgaan; zo gaan we niet met volksvertegenwoordigers om, dit is onze rol. Volgens mij is het heel duidelijk. Dat vraagt de motie. Ik vraag niet om besluiten te nemen over die aanbesteding, maar gewoon de provincie te wijzen op hoe het werkt in Nederland, hoe de democratie werkt en dat het niet zo kan zijn dat de Staten op achterstand worden gezet.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:
Ik snap heel goed de frustratie en de wens van de PVV om te zeggen dat fraude aan de kaak gesteld moet worden en geen rol kan spelen. Het is alleen niet mijn rol om te interveniëren in de Staten.

Dan ga ik naar de motie op stuk nr. 104. Die verzoekt de regering haast te maken met het uitwerken van mogelijkheden. De VVD had er nog een nadere vraag bij. Ik zal de voor- en nadelen van het opnemen in de concessie, praktische zaken zoals de motie vraagt, beschrijven. Dan kan de Kamer er daarna een besluit over nemen. Alle informatie op tafel is, denk ik, iets wat ons allemaal bindt. Daarna kan er een zorgvuldig besluit over genomen worden. Ik geef de motie oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 104 krijgt oordeel Kamer.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:
Dan de motie op stuk nr. 105. De heer Laçin vraagt om nadrukkelijk uitvraag te doen naar de kansen die de provincies zien bij de aanleg van de Lelylijn en de Kamer voor het notaoverleg MIRT van het najaar te informeren. Het lijkt mij uitstekend om dat te doen. Dat beantwoordt misschien meteen de vraag van de heer Schonis. Hij vroeg welke stappen er in de tussentijds worden genomen. Ook daarvoor geldt: laten we alle informatie goed op tafel krijgen, dan weten we precies waarover we het met elkaar hebben. Ik geef deze motie ook oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 105 krijgt oordeel Kamer.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:
Dan vroeg de CDA-fractie welke onderzoeken er nog lopen. Er lopen nog een aantal andere onderzoeken naar alternatieve mogelijkheden voor reistijdwinst. Dat zijn niet allemaal dezelfde opties voor reistijdwinst als in het onderzoek van de Lelylijn aan de orde kwamen. Daarin zijn twee specifieke versnellingen onderzocht. Dit gaat om andere vormen, waarmee ook reistijdwinst te boeken is. Het gaat ook over andere bedragen. Ook die onderzoeken lopen nog. Dat zijn allemaal onderzoeken die tegen die tijd klaar zijn, waardoor het hele palet aan informatie er ligt. Dat zijn dus de onderzoeken die nog lopen en die ook voor het NO MIRT met de Kamer kunnen worden gedeeld.

Dan zijn er twee moties over TEN-T. Tot nu toe zaten er alleen goederenprojecten in TEN-T, vandaar dat er geen Nederlandse personenvervoerprojecten in TEN-T zaten. Dat kan sinds kort wel. Ik vind het ook heel goed om dat te gaan inventariseren. De motie van mevrouw Van der Graaf op stuk nr. 112 vraagt om te inventariseren, als ik de motie zo mag lezen, en de Kamer daarover te informeren. Dat gaat me niet lukken voor de half september, maar wel voor het NO MIRT. Ik zou mevrouw Van der Graaf willen voorstellen dat ik het een en ander inventariseer. Ik zie dat zij haar duim opsteekt.

Tegen de heer Dijkstra zou ik willen zeggen dat ik de optie die hij schetst, graag wil meenemen in die inventarisatie. Ik zou hem willen vragen om de motie tot dat moment aan te houden, dan kunnen we ook daarover op basis van alle informatie een besluit nemen en een volgende stap zetten bij het NO MIRT in het najaar.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 112 krijgt dus oordeel Kamer?

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:
Ja, de motie op stuk nr. 112 oordeel Kamer en de motie van de heer Dijkstra, op stuk nr. 108, vraag ik om aan te houden. Daar kan ik op dit moment nog geen financieel besluit op nemen. Het vraagt namelijk altijd cofinanciering als je zoiets op zo'n lijst zet.

De voorzitter:
Meneer Dijkstra, bent u bereid om de motie op stuk nr. 108 aan te houden?

Op verzoek van de heer Remco Dijkstra stel ik voor zijn motie (35300-A, nr. 108) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:
Dan heb ik nog de motie op stuk nr. 111, waarin de regering wordt verzocht de plannen voor internationaal spoor voor het notaoverleg MIRT met de Kamer te delen. Ook deze motie krijgt oordeel Kamer.

De voorzitter:
Ook motie 111 oordeel Kamer.

Staatssecretaris Van Veldhoven-van der Meer:
Dan ben ik daarmee aan het eind van de beantwoording.

De voorzitter:
Dank voor de snelle beantwoording. Dan gaan wij nu naar de minister.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dank u, voorzitter. Nog een paar vragen, onder andere van mevrouw Postma, over de N35. Inderdaad heb ik vandaag overleg gehad met gedeputeerde Boerman. De vraag is eigenlijk of al het N35-onderzoek voor het NO MIRT in het najaar gereed is en of de eindoplossing het onderwerp van bespreking op 26 augustus is. Mevrouw Postma, u was goed geïnformeerd. Wij streven er inderdaad naar om dan ook alle beslisinformatie met elkaar te bespreken.

Ik heb nog een petitie gekregen over geluidsoverlast en luchtvervuiling langs de A4. Wat gaan wij daarmee doen? Er zijn behalve deze petitie ook heel veel andere inspraakreacties gekomen op het OTB, ook van verschillende gemeenten. Wij gaan goed naar al die reacties kijken en op al die reacties komt ook netjes een antwoord.

De heer Schonis heeft nog een vraag gesteld over de planbureaus en het onderzoek naar de pilots. U weet heel goed dat dit gebeurt onder leiding van staatssecretaris Vijlbrief. Wij hebben daar in het Klimaatakkoord ook heldere afspraken over gemaakt. Ik neem aan dat collega Vijlbrief dat ook keurig als uitgangspunt precies meeneemt. Dat hebben wij zo afgesproken.

Dan mevrouw Van Esch. Duurzaamheid meenemen in de MIRT-spelregels. Daar hebben we het al over gehad. U weet ook dat bij het Mobiliteitsfonds de MIRT-spelregels worden herzien. Ik hoop dat wij in dat proces uw zorgen goed kunnen meenemen in de nieuwe MIRT-spelregels die wij gaan vormgeven. Daar wordt uw Kamer uiteraard ook bij betrokken.

Dan de moties. Ik begin met de motie op stuk nr. 97, van de heer Van Aalst, over de N35. Ik heb net mevrouw Postma uitgebreid beantwoord hierover. Ik zou u willen vragen om deze motie aan te houden totdat wij dat goede overleg met de provincie Overijssel hebben gehad.

De voorzitter:
Houdt u de motie op stuk nr. 97 aan, meneer Van Aalst?

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Zo niet, dan moet ik de motie ontraden.

De voorzitter:
Ja.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dan de motie op stuk nr. 98, ook van de heer Van Aalst. Die gaat over het zo spoedig mogelijk realiseren van de A67. Daarover hebben wij afspraken binnen SmartwayZ. Wij hebben onlangs de structuurvisie A67 Leenderheide-Zaarderheiken vastgesteld. Dit past daar niet in. Ik ontraad de motie.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 98 wordt ontraden.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dan de motie op stuk nr. 99, eveneens van de heer Van Aalst, waarin wordt gevraagd om waar mogelijk belemmerende regelgeving weg te nemen voor innovatieve ideeën uit de markt inzake aanleg van infrastructuur. Deze motie geef ik oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 99 krijgt oordeel Kamer.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dan de motie op stuk nr. 100 van mevrouw Van Esch.

De voorzitter:
U bedoelt waarschijnlijk de motie op stuk nr. 101.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Inderdaad. Excuus! In het onderzoek naar het tracébesluit wordt uitgebreid onderzocht waar mevrouw Van Esch om vraagt. Er komt nog een tweede advies van de commissie. Dus ook deze motie wil ik ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 101 wordt ontraden.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dan de motie op stuk nr. 102. Ook die wil ik ontraden, want wij houden ons gewoon aan de huidige wet- en regelgeving. Natuurlijk gaan wij niet aankoersen op juridisch niet houdbare tracébesluiten.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 102 wordt ontraden.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
In de motie op stuk nr. 103, ingediend door mevrouw Postma, wordt de regering verzocht de verkeersveiligheid als belangrijke pijler mee te nemen in de nieuwe NMCA. Dat vind ik zelf ook ontzettend belangrijk. Oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 103 krijgt oordeel Kamer.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
De motie op stuk nr. 106, van de heer Dijkstra, gaat over het project ZuidAsDok. Ik wil de heer Dijkstra vragen deze motie aan te houden, omdat wij daar nog volop bezig zijn om de kosten verder te specificeren. Op de uitkomsten daarvan wil ik niet vooruitlopen, dus ik verzoek de heer Dijkstra zijn motie aan te houden.

De voorzitter:
De heer Dijkstra wil dat de motie in stemming wordt gebracht. Dit betekent dus dat de motie op stuk nr. 106 ontraden wordt.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
De motie op stuk nr. 107 is ook van de heer Dijkstra. In deze motie wordt de regering verzocht ervoor te zorgen dat de besluitvorming over de MIRT-projecten U-Ned, de verkenning A12 Gouda-Oudenrijn en de grootschalige woningbouw in de polder Rijnenburg goed op elkaar afgestemd worden. In deze motie gaat hij er eigenlijk al van uit dat die woningbouw er komt, maar dat wordt juist nog onderzocht. Dit is ontijdig. Ik ontraad deze motie.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 107 wordt ontraden.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
In de motie op stuk nr. 109 wordt de regering verzocht coulant om te gaan met een verhoging van het plafond van de regeling stimulering verkeersveiligheidsmaatregelen als de aangevraagde bijdrage voor de fietsmaatregelen het plafond overschrijdt. Ik kan tussendoor wel een heugelijk tipje van een sluier oplichten. U weet dat de regeling sinds 1 juli is opengesteld. We hebben nu al 73 projectaanvragen van gemeenten. Daar word je als minister wel heel erg blij van, zeker als je ziet hoe zwaar gemeenten het soms ook hebben. Hoeveel "fiets" daarbij zit, weet ik niet, maar ik hoop dat we daar echt goede zaken gaan doen.

Mevrouw Kröger heeft als tweede verzoek om de decentrale overheden te vragen te komen met plannen voor snelfietsroutes. Als we goed beseffen dat het initiatief daartoe uiteindelijk bij de regio ligt, kan ik deze motie het oordeel Kamer geven. Helder moet zijn dat we die plannen niet zelf gaan maken voor gemeenten.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 109 krijgt oordeel Kamer.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
De motie op stuk nr. 110 is in lijn met de motie van mevrouw Van Esch. Die motie ontraad ik.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Ik heb daar dan toch een vraag over, want op dit moment staan boeren buiten te protesteren. Dit gaat eigenlijk over rekenregels die veel gunstiger uitpakken voor asfalt, waarvoor de boeren en de natuur opdraaien. Is de minister niet bang dat als zij doorgaat met bepaalde tracébesluiten, deze juridisch onhoudbaar zijn en uiteindelijk sneuvelen bij de Raad van State en dat we een nog veel langer traject hebben voor de snelwegen die zij graag wil aanleggen?

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Alles wat we nu doen, voldoet aan de huidige wet- en regelgeving. Het is ook meerdere malen goedgekeurd door de Raad van State. Zolang er geen andere wetten zijn waar je je aan moet houden, baseer je je op de huidige wet- en regelgeving. Dat is precies wat we doen. Het kabinet komt na het reces met een reactie op zowel het eindrapport van Remkes als dat van Hordijk.

De voorzitter:
Dank u wel voor uw snelle beantwoording.

De beraadslaging wordt gesloten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Evaluatie pilot met een Mobiele Dodings Unit (MDU) en waterverstrekking vleeskuikens en vleeskuikenouderdieren

Evaluatie pilot met een Mobiele Dodings Unit (MDU) en waterverstrekking vleeskuikens en vleeskuikenouderdieren

Aan de orde is het VSO Evaluatie pilot met een Mobiele Dodings Unit (MDU) en waterverstrekking vleeskuikens en vleeskuikenouderdieren (33835, nr. 157).

De voorzitter:
Aan de orde is het VSO Evaluatie pilot met een Mobiele Dodings Unit (MDU) en waterverstrekking vleeskuikens en vleeskuikenouderdieren. Dat is een hele mond vol. Maar we gaan gestaag verder. De tussenstand is dat we nog zes VSO's voor de boeg hebben. Dan komt het zomerreces in beeld. Ik geef het woord aan de heer Wassenberg van de Partij voor de Dieren.

De heer Wassenberg (PvdD):
Dank, voorzitter. Ik heb twee moties. Ik zal geen lange inleidingen geven, want dat gaat allemaal van de tijd af en ik denk dat de moties ook voor zich spreken.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de pilot met de mobiele dodingsunits (MDU's) in de zomer van 2019 is geëvalueerd door de afdelingen Keuren en Handhaven van de NVWA;

overwegende dat deze evaluatie en bijbehorende documenten waardevolle informatie bevatten over de voor- en nadelen van mobiele slachthuizen in de praktijk;

verzoekt de regering deze evaluatie en bijbehorende stukken naar de Kamer te sturen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 162 (33835).

De heer Wassenberg (PvdD):
Mijn tweede motie is iets langer.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de pilot met de mobiele dodingsunits (MDU's) is gepresenteerd als noodoplossing voor dieren die zo veel pijn hebben dat ze niet meer mogen worden vervoerd;

constaterende dat tijdens de pilotperiode in Friesland en Groningen in een jaar tijd bijna 2.000 koeien zijn aangemeld voor slachting in de MDU's;

constaterende dat op de website van de exploitant van de MDU's wordt geadverteerd met "geen risico's meer op boetes en overtredingen" en "doodmelding op naam van slachthuis en niet op naam van de veehouder" en dat daarbij wordt beloofd dat de dierenarts "niet de intentie [heeft] om zich inhoudelijk te gaan bemoeien met de bedrijfsvoering van de veehouderij";

constaterende dat NVWA-medewerkers tijdens de pilot signaleerden dat sommige veehouders hun dieren de benodigde zorg onthielden, omdat het toedienen van medicatie of pijnstilling zou betekenen dat het vlees dan niet gebruikt zou mogen worden voor menselijke consumptie;

constaterende dat de inzet van de MDU daarmee dierenleed in de hand werkte;

constaterende dat hieruit blijkt dat niet dierenwelzijn, maar het faciliteren van de sector centraal heeft gestaan bij de pilot met de mobiele dodingsunits;

spreekt uit dat de inzet van de mobiele dodingsunits niet op deze manier mag worden voortgezet,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 163 (33835).

Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer De Groot namens D66. Gaat uw gang.

De heer De Groot (D66):
Dank u, voorzitter. Ik heb één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Mobiele Dodings Unit (MDU) potentie heeft om het slachtproces diervriendelijker te maken;

overwegende dat uit de pilot met de MDU is gebleken dat er aandachtspunten zijn met betrekking tot de voedselveiligheid en dierenwelzijn;

constaterende dat de minister na de zomer een keuze maakt over de voortzetting van de MDU;

verzoekt de regering om bij verdere toepassing van de MDU de voedselveiligheid en dierenwelzijn te borgen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid De Groot. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 164 (33835).

Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Futselaar van de SP.

De heer Futselaar (SP):
Dank u wel.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat advies is uitgebracht om waterverstrekking aan vleeskuikenouderdieren permanent te laten zijn;

overwegende dat de beschikbaarheid van water een primaire levensbehoefte is;

verzoekt de regering om niet langer toe te staan dat dieren geen permanente toegang tot water hebben, en daartoe met een wetsvoorstel te komen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Futselaar. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 165 (33835).

De heer Futselaar (SP):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik geef de minister het woord.

Minister Schouten:
Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie moties. De eerste motie is een motie van de heer Wassenberg op stuk nr. 162, waarin gevraagd wordt om de evaluatie en de bijbehorende stukken naar de Kamer te sturen. Die motie kan ik oordeel Kamer geven. De evaluatie wordt opgesteld door BuRO en is openbaar. We kunnen u die toesturen, inclusief de in de bijlage genoemde stukken. Als deze motie wordt aanvaard, kunnen we dat doen en daarmee is de motie oordeel Kamer.

De tweede motie, op stuk nr. 163, loopt vooruit op een afweging die ik nog zal gaan maken. Dat heb ik ook aangegeven bij ... Ik wacht even, want de heer Wassenberg meldt zich.

De heer Wassenberg (PvdD):
Om de stemming iets sneller te laten verlopen: als de minister me toezegt dat ze het naar de Kamer zal sturen, kan ik de motie intrekken.

Minister Schouten:
Ik kan 'm ook overnemen. Dat is ook prima. Maar ik kan ook toezeggen dat ik het zal toesturen.

De heer Wassenberg (PvdD):
Dan trek ik bij dezen de motie in.

De voorzitter:
Aangezien de motie-Wassenberg (33835, nr. 162) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van beraadslaging meer uit.

Minister Schouten:
Goed, de tweede motie ga ik ontraden. De beheersmaatregelen op risico's zijn in kaart gebracht. We gaan het nu ook uitwerken. Ik zal na de zomer aangeven wat het besluit is en ik ga daar nu niet op vooruitlopen. Ik ga deze motie dus ontraden.

Dan de derde motie van de heer Futselaar, op stuk nr. 165. Hij heeft het eerst over de vleeskuikenouderdieren, maar in de motie zelf gaat het ...

De voorzitter:
De derde motie is de motie van de heer De Groot.

Minister Schouten:
Excuus. Dat is waar. Ik moet even de goede motie erbij pakken.

De motie van de heer De Groot op stuk nr. 164 vraagt om bij de verdere toepassing van de MDU de voedselveiligheid en het dierenwelzijn te borgen. Zoals gezegd ga ik nog een keuze maken over wat met de MDU te doen. Dit lijken me dan uiteraard de zaken te zijn die we willen gaan borgen. Daarmee kan ik deze motie ook oordeel Kamer geven.

Dan de vierde motie. Ik kom nu echt bij de heer Futselaar uit! In de motie heeft hij het eerst over de vleeskuikenouderdieren, maar in het verzoek vraagt hij om niet langer toe te staan dat álle dieren geen permanente toegang tot water hebben. Dat is wel een hele brede motie en dat lijkt me ook een wel heel breed verzoek. Dat kan ik dus niet toezeggen en daarom ontraad ik deze motie.

De voorzitter:
Meneer Futselaar, uw motie wordt ontraden.

De heer Futselaar (SP):
En als ik het dictum zou terugbrengen tot specifiek de vleeskuikenouderdieren?

Minister Schouten:
In de sectorplannen hebben we vorig jaar al aangegeven dat een van de punten de waterverstrekking aan vleeskuikenouderdieren is. Ik heb met de sector afgesproken dat zij zelf met een plan van aanpak komt om de situatie te verbeteren. Ik wil die afspraak nakomen en de sector ook echt de kans geven om met een goed voorstel te komen. Als de sector dat niet tijdig doet en met een plan van aanpak komt dat onvoldoende is, dan zal ik een beleidsregel opstellen. In die volgorde wil ik het doen en dat wil zeggen dat ik nu eerst de sector de kans geef om de afspraak na te komen. Zo niet, dan ga ik een beleidsregel doen en niet een wetsvoorstel. Maar dan ontraad ik nog steeds deze motie.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 165 wordt ontraden.

Dank u wel.

De beraadslaging wordt gesloten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Jaarverslag ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Diergezondheidsfonds 2019

Jaarverslag ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Diergezondheidsfonds 2019

Aan de orde is het VSO Jaarverslag ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Diergezondheidsfonds 2019 (35470-XIV, nr. 1).

De voorzitter:
Wij gaan snel verder met het VSO Jaarverslag ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Diergezondheidsfonds 2019 met als eerste spreker mevrouw Ouwehand, Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Even een kort woord over de slachthuizen, waar de minister de situatie volledig uit de hand heeft laten lopen. Zij negeert verder nog steeds de moties die de Kamer hierover heeft aangenomen. Heel onverstandig!

De minister heeft ook laten weten dat ze de door de Kamer aangenomen motie voor een fokverbod voor nertsen voorlopig niet wil uitvoeren. Ik kan tegen de minister zeggen dat ze dan pech heeft, want de Kamer heeft zich daarvoor uitgesproken. En als de minister het niet regelt, dan komt de Partij voor de Dieren na de zomer met een wetswijziging. Dus dat fokverbod komt er.

En dan, voorzitter, kwamen vorig jaar minstens 163.000 dieren om door hittestress. Ze stikten tijdens diertransporten of ze stikten in de stallen. Een dramatische zomer. De minister beloofde na de zomer te evalueren en met maatregelen te komen. Ze vroeg uiteraard de sector om met plannen te komen. Die kwamen er niet in oktober. Het duurde tot mei. Pas toen we vragen stelden, kregen we te horen wat die plannen dan behelsden. En wat zien we? De varkenssector zegt: "Weet je wat je kan doen om dierenleed bij hittestress te voorkomen? Je stuurt de dieren gewoon eerder naar de slacht of je geeft ze minder eten." Nou, als dat "diervriendelijke maatregelen" worden genoemd om hittestress te voorkomen, dan kan de minister haar huiswerk overdoen. We hebben daar een motie over.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

spreekt uit dat het vervroegd afvoeren naar de slacht en het onthouden van voedsel geen diervriendelijke maatregelen zijn tegen hittestress,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 9 (35470-XIV).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dan hoop ik dus dat de minister, voordat de volgende hittegolf begint, maatregelen heeft die dieren wél beschermen tegen hittestress.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank. Het woord is aan de heer De Groot van D66.

De heer De Groot (D66):
Ik dien de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat nationaal nu is vastgelegd dat veetransporten met een buitentemperatuur van meer dan 35°C niet meer toegestaan zijn als geen koelsysteem aanwezig is;

overwegende dat de Transportverordening in het kader van de Farm to Fork-strategie binnenkort zal worden aangepast;

constaterende dat in het regeerakkoord is afgesproken dat Nederland zich zal inspannen om tot een verbetering van het dierenwelzijn en een gelijk speelveld in Europa te komen;

overwegende dat de Europese Commissie zelf in 2019 opriep geen langeafstandstransporten te doen als de buitentemperatuur 30°C of hoger is;

verzoekt de regering zich blijvend in te zetten in de EU om in de Transportverordening te borgen dat boven de 30°C buitentemperatuur geen langeafstandstransporten plaatsvinden als er geen koelsysteem aanwezig is of andere aantoonbare maatregelen zijn toegepast om de hitte in de wagen te beperken, en de Kamer hierover tijdig te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid De Groot. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 10 (35470-XIV).

De heer De Groot (D66):
Dan nog een laatste motie. Dat is een "spreekt uit"-motie. Die is gericht aan de Kamer.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Kamer zich in meerderheid voor de motie-De Groot over een verbod op glyfosaat buiten geïntegreerde gewasbescherming heeft uitgesproken;

overwegende dat deze motie nog niet tot het gewenste resultaat heeft geleid, omdat de minister niet over de juridische mogelijkheden zou beschikken om deze motie uit te voeren;

spreekt uit dat juridische expertise wordt ingewonnen om de mogelijkheid tot uitvoering van de motie in kaart te brengen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid De Groot. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 11 (35470-XIV).

De heer De Groot (D66):
Als ik daar nog een afsluitende opmerking over mag maken? De laatste motie is bedoeld om als Kamer zelf goed ons werk te kunnen doen. Ik moet een verzoek indienen om daarvoor nu juridische expertise in te winnen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk nog even naar meneer Van der Lee. Nee? Dan schors ik voor enkele ogenblikken.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik geef de minister het woord.

Minister Schouten:
Dank u wel, voorzitter. De eerste motie, de motie op stuk nr. 9 van mevrouw Ouwehand, is een "spreekt uit"-motie. Ik ga ervan uit dat de Kamer daar haar eigen oordeel over kan vormen.

Dan de tweede motie, de motie op stuk nr. 10 van de heer De Groot. Ik heb eerder al aangegeven dat de transportverordening verduidelijkt moet worden. Deze motie sluit daar eigenlijk bij aan. Na de zomer evalueren we de nationale contactpunten en de nationale uitwerking van de 30°C-regel met de Europese Commissie. Ik neem deze inzet ook mee in het consultatieproces in het voorjaar van 2021 bij de evaluatie van de bestaande EU-regelgeving over dierenwelzijn. Kortom, deze motie sluit goed aan bij het beleid dat ik al voer. Dus ik geef deze motie oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 10 krijgt oordeel Kamer.

Minister Schouten:
De motie op stuk nr. 11 is een "spreekt uit"-motie. Daar kan uw Kamer zich wederom zelf over buigen.

De voorzitter:
Dat klopt.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Ik schors voor enkele ogenblikken en dan gaan we door met het volgende VSO.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Voorstel sector voor stikstofreductie via een voermaatregel

Voorstel sector voor stikstofreductie via een voermaatregel

Aan de orde is het VAO Voorstel sector voor stikstofreductie via een voermaatregel (35334, nr. 111).

De voorzitter:
Het woord is aan de heer Bisschop.

De heer Bisschop (SGP):
Voorzitter, dank u wel. Vanaf het allereerste begin heeft de minister ten aanzien van de voorgenomen voermaatregelen ons een- en andermaal spontaan of desgevraagd verzekerd dat een dergelijke maatregel tot stand zou komen in nauw overleg met de sector. Dat is ook de reden geweest dat wij die lijn steeds gesteund hebben. Alleen wordt nu een voermaatregel voorgesteld, een soort eiwitrantsoen voor dieren, tegen de opvatting van de betrokkenen in, ondanks het feit dat er, voor zover wij dat kunnen bekijken, realistische alternatieven op tafel zijn gelegd. Dat schuurt. Dat maakt een beetje boos, zal ik maar heel erg onderkoeld zeggen. We polderen ons suf, maar als het gaat over de stikstoftoestanden moet en zal de boer het gelag betalen. Dat kan dus niet waar zijn: een maatregel doordrukken die nota bene het welzijn van de dieren aan dreigt te tasten, wat veeartsen aangeven. Dat is bizar. Dit kan zo niet en dat heeft geleid tot de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet voornemens is de voorgestelde krachtvoerregeling door te zetten;

overwegende dat de voorgestelde krachtvoerregeling volgens experts schadelijke gevolgen zal hebben voor de gezondheid van kwetsbare koeien en kalveren en mogelijk juist zal leiden tot meer stikstofemissie;

overwegende dat de stikstofruimte die zou ontstaan door de tijdelijke krachtvoerregeling slechts ingezet kan worden voor tijdelijke bouwemissies en niet voor structurele bouwemissies;

overwegende dat de coronamaatregelen hebben geleid tot een tijdelijke, maar wel significante reductie van de stikstofdepositie en dat de regering heeft aangegeven dat dit gebruikt kan worden bij de passende beoordeling van vergunningen voor tijdelijke bouwemissies;

overwegende dat de regering voornemens is nog dit jaar maatregelen te nemen voor emissiereductie in de energiesector, wat ook ingezet kan worden voor het creëren van stikstofruimte voor de bouwsector;

van mening dat de voorgestelde krachtvoerregeling strijdig is met de voorwaarde in de Spoedwet aanpak stikstof dat een dergelijke regeling alleen ingevoerd mag worden als vastgesteld is dat geen sprake is van significant negatieve gevolgen voor onder meer diergezondheid en dierenwelzijn;

verzoekt de regering de voorgestelde krachtvoerregeling in te trekken en in plaats daarvan te kiezen voor een alternatieve route, waarbij gebruik gemaakt wordt van de professionaliteit binnen de agrarische sector,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Bisschop. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 112 (35334).

De heer Futselaar heeft een vraag aan u.

De heer Futselaar (SP):
Ja voorzitter, want ik ben enigszins in verwarring over deze motie. Ik zie de heer Bisschop vol passie als een soort Che Guevara van de melkveehouderij de revolutie leiden. Maar het is de SGP geweest die, samen met de coalitie, de spoedwet heeft aangenomen die het mogelijk maakt dat de minister en haar ambtenaren tot deze regeling komen. De heer Bisschop schrijft op social media: ik wil niet dat ambtenaren gaan over de vraag welk voer een boer aan zijn melkkoeien geeft. Waarom heeft hij dan destijds voor die wet gestemd die dat mogelijk maakt?

De heer Bisschop (SGP):
Twee opmerkingen. In de eerste plaats vind ik het te kort door de bocht om het protest vanuit de sector tegen de huidige maatregelen, en de wijze waarop men daar uiting aan geeft, een revolutie te noemen, en mij dan de Che Guevara te noemen. Nog afgezien van het feit dat ik geen baret draag, geen sigaren rook en geen baardje heb, is die vergelijking er ook in andere opzichten volkomen naast. Waarom hebben wij ingestemd met die wet? Dat heb ik al benoemd en dat is heel simpel: omdat wij de verzekering kregen dat dit ontwikkeld zou gaan worden in samenspraak met de sector. Natuurlijk hadden wij daar aarzelingen bij, want dat betekent dat stikstofruimte blijvend aan de agrarische sector wordt onttrokken en beschikbaar wordt gesteld voor een andere sector. Daar hadden we onze aarzelingen bij en ook daar heb ik woorden aan gegeven. Alleen in het vertrouwen dat het in overleg met de sector tot stand gebracht zou worden — die bereidheid is er nog steeds — hebben wij gezegd: oké, dan steunen wij het voorstel van de minister. Alleen voelen wij ons nu gewoon niet alleen teleurgesteld, maar ook geschoffeerd door de wijze waarop het nu tot stand komt.

De voorzitter:
Meneer Futselaar, kort.

De heer Futselaar (SP):
Ik gun de heer Bisschop uiteraard de aarzelingen die hij heeft gehad. Maar ik constateer wel dat de SGP een partij is die hard zegt: ik vind niet dat de overheid moet ingrijpen in het voerspoor. En ik constateer ook dat die partij heeft ingestemd met een wet die het expliciet, expliciet mogelijk maakt voor de overheid om in te grijpen in het voerspoor. Dat is wel een consequentie van het aannemen van die wet.

De voorzitter:
Een korte reactie nog, meneer Bisschop.

De heer Bisschop (SGP):
Dit is een typische socialistische gedachtegang. De denklijn die er lag, was niet: de overheid grijpt in in het voerspoor. Nee, de denklijn was: de deskundigen, de eigenaren, de sector zelf regelt het voerspoor, en de overheid creëert de randvoorwaarden daarvoor. En dat is een typisch conservatieve benadering die heel goed past bij de SGP.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, er is toch wel iets revolutionairs gebeurd. Want de SGP nam ineens de argumentatie van de Partij voor de Dieren over dat het slecht is voor het dierenwelzijn om zomaar in eiwitten te gaan snijden bij doorgefokte dieren, die dus heel veel eiwit nodig hebben. Dus dat vonden wij opmerkelijk. Maar ik begin wel een beetje te aarzelen. Want ik ben met de SGP van mening dat deze voerregeling niet door moet gaan, maar wat bedoelt de SGP nou met die motie? Bedoelt ze: er worden helemaal geen stikstofmaatregelen aan de landbouw opgelegd, want er is corona geweest dus we hebben een beetje stikstof bespaard? Onder die voorwaarde, of met al die overwegingen kunnen wij de motie niet steunen.

En verder sluit ik me aan bij de heer Futselaar. De SGP loopt best al wel lang mee in het landbouwdebat. Als je fundamentele oplossingen afwijst, en je neemt met de zaken een loopje met behulp van een spoedwet, ja, dan is dit wat je krijgt. En dan kan je hier wel boos gaan doen en zeggen: boeren hebben hier last van. Maar daar vraag je zelf om!

De heer Bisschop (SGP):
Dat laatste lijkt mij vreemd. Waar het om gaat, is dat er zich een probleem voordoet, in welke mate dan ook. Er wordt medewerking gevraagd. Het is de lijn geweest van de sector om daar een oplossing voor te kiezen. De sector zegt toe, en vervolgens wordt die sector gepasseerd in de daadwerkelijke voorstellen die voorliggen. Dat vind ik dus bestuurlijk niet acceptabel. En daar raak ik dus ook "enigszins door ontstemd", zal ik maar zeggen. Ik zou me inderdaad ongerust gaan maken als wij op dit punt de lijn van de Partij voor de Dieren zouden volgen, zoals mevrouw Ouwehand dat noemt. Kijk, die dieren zijn gefokt. Mevrouw Ouwehand zegt misschien: ze zijn doorgefokt. Maar ja, we hebben al een poosje geen oerossen meer, dus die dieren in de melkveehouderij en de andere dieren hebben een bepaalde voedingsbehoefte. Daar kun je niet zomaar eventjes in gaan snijden en je kunt niet zomaar zeggen: weet je wat, we rantsoeneren het en dan vermageren die dieren wel. Dan krijg je de effecten zoals we ze in de Oostvaardersplassen hebben gezien, waar de dieren allemaal doodgingen doordat ze een gebrek aan voeding hadden. En dat willen we dus niet! Dat willen die boeren niet! Zij willen zorgen voor hun dieren!

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand, heel kort.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dan is het dierenwelzijnsargument toch wel een beetje een gelegenheidsargument. Uiteindelijk vinden wij elkaar en dat is best een uniek moment: de SGP en de Partij voor de Dieren ...

De heer Bisschop (SGP):
Gebeurt vaker hoor: zwaar vuurwerk.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Soms ja, heel goed. We willen die regeling allebei niet, maar de inhoud van de motie ... Ik moet mijn fractie adviseren wat we gaan doen. Het klinkt een beetje alsof de heer Bisschop hier zegt dat de landbouw die stikstofreductie helemaal niet hoeft te doen. Dat zou ik wel echt vervelend vinden.

De heer Bisschop (SGP):
Dat punt had ik nog even laten liggen. Nee. Ik lees het dictum nog even een keer voor, dan lost dat het probleem op, denk ik. Uw vraag wordt dan beantwoord. "Verzoekt de regering de voorgestelde krachtvoerregeling in te trekken en in plaats daarvan te kiezen voor een alternatieve route, waarbij gebruikgemaakt wordt van de professionaliteit van de agrarische sector." Die agrarische sector dient dus wel degelijk een aandeel te leveren. Alleen, via een alternatieve route, waarbij van hun deskundigheid gebruikgemaakt wordt. Ik hoop dat we elkaar gevonden hebben, mevrouw Ouwehand.

De voorzitter:
Dat gaan we straks merken bij de stemmingen. Dank u wel, meneer Bisschop. De heer Geurts, CDA.

De heer Geurts (CDA):
Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat een aantal organisaties vanuit de melkveehouderij (Agractie, DDB, Grondig, LTO, NAJK en NMV) en Nevedi met een voorstel zijn gekomen om het ruw eiwit in krachtvoer voor melkvee te beperken;

constaterende dat aan twee criteria moet worden voldaan om stikstofruimte in te kunnen rekenen;

verzoekt de regering het voorstel van de melkveehouderijsector voor 3% reductie van het ruw eiwitgehalte in het geleverde mengvoer op sectorniveau ten opzichte van 2018, de ministeriële regeling en de combinatie van beide indien de melkveehouder de keuze daartussen wordt geboden, per omgaande door te laten rekenen door het PBL;

verzoekt de regering verder, als blijkt dat het voorstel van de melkveehouderijsector in combinatie met de ministeriële regeling meer stikstofreductie oplevert dan de ministeriële regeling, de keus aan melkveehouders te geven om te kiezen voor het voorstel van de melkveehouderijsector door middel van een privaatrechtelijk contract tussen de melkveehouder en de voerleverancier, waarbij dit contract in ieder geval moet bevatten:

  • het leveren van de data ten aanzien van voerleveranties in 2018 en 2020, zodanig dat op ieder moment kan worden aangetoond hoe de gemiddelde waarden zullen worden bereikt;

alsmede:

  • sancties op het niet naleven van het contract, zodanig dat dit voldoende juridische borging biedt voor vergunningverlening en waarbij de keuze van de melkveehouder actief kenbaar wordt gemaakt bij de overheid, zodat deze kan worden ingerekend in het stikstofregistratiesysteem;

verzoekt de regering voorts, als blijkt dat de vrijwillige keuze tussen het voorstel van de melkveehouderijsector of de ministeriële regeling tezamen leidt tot minder stikstofopbrengst dan die van de ministeriële regeling afzonderlijk, dat er teruggevallen wordt op de ministeriële regeling,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Geurts en Harbers. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 113 (35334).

De heer Geurts (CDA):
Ik had deze motie nooit zo lang kunnen maken zonder de hulp van de heer Harbers, die haar meeondertekend heeft.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik vroeg me af waar de inzet van het CDA en de VVD zijn gebleven als het gaat om "boeren verdienen duidelijkheid" en "we moeten het niet al te ingewikkeld maken".

De heer Geurts (CDA):
Ik zal mevrouw Ouwehand aanraden om de motie zo meteen als ze haar in gedrukte vorm krijgt, nog even goed te lezen. Dan zal heel duidelijk zijn wat de bedoeling van de motie is. Maar gezien het tijdstip denk ik dat de voorzitter mij niet meer de kans geeft om de motie helemaal toe te lichten, want dan ben ik nog wel een paar minuten bezig.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Madlener, PVV.

De heer Madlener (PVV):
Voorzitter. Ik heb een wat duidelijker motie dan de motie die we net hoorden. Ik moet er nog wel even over nadenken wat dat precies betekent, maar dat zullen we zo horen van de minister; ik ben benieuwd.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat onderzoekers van de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht verwachten dat de voorgestelde krachtvoerregeling leidt tot een grotere kans op melkziekte, het ontwikkelen van leververvetting en slepende melkziekte;

overwegende dat de voorgestelde krachtvoerregeling nauwelijks draagvlak heeft in de sector;

verzoekt de regering de voorgestelde krachtvoerregeling niet in te voeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Madlener. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 114 (35334).

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand heeft een vraag aan u. O, excuus, ik dacht dat u een sprint trok. Gaat u verder, meneer Madlener.

De heer Madlener (PVV):
Ik zou nog graag van mijn 1 minuut en 20 seconden gebruik willen maken om te zeggen dat de stikstofuitstoot in Nederland veel lager is dan twintig jaar geleden, dat wij helemaal niet een heel groot stikstofprobleem hebben en dat onze natuur er behoorlijk goed bij staat. Het kan natuurlijk altijd beter, maar het is zeker niet slecht gesteld met de natuur of de luchtkwaliteit in Nederland. Het lijkt hier alsof de regering en de coalitie bezig zijn om de Nederlandse landbouw gewoon een flinke kop kleiner te maken. Dat idee heb ik al langer. Elke keer weer worden er maatregelen genomen waarvan je denkt: waar zijn we hier mee bezig? We zijn boeren aan het pesten met regels die bijna onbegrijpelijk zijn. Het lijkt alsof ze de Nederlandse boer gewoon Nederland uit willen hebben. Ik vind dat heel jammer. Nederland heeft een hele mooie traditie en een mooie boerenstand met grote en kleine bedrijven. Wat de PVV betreft houden we dat zo en moeten we stoppen met al dit boerengepest, zal ik maar zeggen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Tot slot is het woord aan mevrouw Ouwehand van de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Het is 2 juli, de laatste dag voor het zomerreces, 23.57 uur, en wat maken we mee? Het aloude liedje in het landbouwbeleid. Minder dieren, minder mest, minder problemen, dat is de oplossing waar we naartoe moeten. Maar nee, dan worden de boeren boos, dus we gaan er maatregelen en lapmiddeltjes omheen verzinnen, zodat je die fundamentele oplossing niet hoeft te kiezen en je tegen de boeren kan zeggen: we lossen het anders op. En wat gebeurt er? Dan ga je dat uitwerken. En wie zijn er dan boos? De boeren. Wie zijn er boos? De partijen die om deze maatregelen hebben gevraagd. Wanneer leert het kabinet daar nou van? Wanneer leert de minister daar nou van? Het is nooit goed. Als je de fundamentele oplossingen uit de weg blijft gaan, dan blijf je in dit gedoe zitten.

En wie zijn daar nou mij geholpen? Moet je kijken hoe ingewikkeld het is. De minister zegt dus: "Nee, die voerregeling is niet schadelijk voor dierenwelzijn, want er is een uitzonderingsbepaling, zodat de boer — let op — bedrijfsgemiddeld niet onder de 155 gram eiwit per kilogram droge stof in het totale rantsoen hoeft te komen. De uitzonderingsbepaling is best ingewikkeld en wordt wellicht ook niet altijd goed geïnterpreteerd, maar via de website van de RVO geef ik daar duidelijkheid over, onder andere door een rekentool beschikbaar te stellen." Je kiest dus niet voor de fundamentele oplossing, maar je zegt "we doen het anders", en dan mogen boeren zich gaan inlezen in een ingewikkeld systeem, op websites gaan kijken en rekensommetjes gaan invullen. Ik dacht dat boeren minder regels zouden krijgen. Dat lukt alleen als je voor fundamentele oplossingen kiest.

We zullen de motie van de SGP niet steunen. De motie van de PVV was eenduidiger: die krachtvoermaatregel moet van tafel; hij is slecht voor het dierenwelzijn. Ja, dieren moeten van dat krachtvoer af, maar dan moet je ze dus niet eerst zo doorfokken dat ze al dat eiwit nodig hebben.

Voorzitter. Zolang de minister fundamentele oplossingen uit de weg gaat, blijft het dit cirkeltje in de mestput voor de boeren.

Dank u wel.

De voorzitter:
Ik schors voor enkele ogenblikken.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik geef de minister het woord.

Minister Schouten:
Voorzitter. Sta mij toe om even een aantal wat uitgebreidere woorden ter inleiding te geven want dat geeft, denk ik, ook wat duiding aan de moties die zijn ingediend. Dan kan ik daarna gelijk overgaan tot de beoordeling van de moties.

Ik wil de Kamer graag nog meenemen in het proces dat de afgelopen periode is gelopen. In een brief aan uw Kamer van november jongstleden, vorig jaar, heeft het kabinet drie maatregelen geïdentificeerd die de stikstofruimte moeten opleveren voor de vergunningverlening voor 75.000 woningen en 7 MIRT-projecten in 2020. Dat waren: de verlaging van de maximumsnelheid, de aanpassing in het veevoer en de warme sanering van de varkenshouderij.

Voor alle drie die maatregelen, en dus ook voor de veevoermaatregel, gelden twee criteria waaraan voldaan moet worden om die stikstofruimte ook te kunnen gebruiken voor de vergunningverlening. Ten eerste moet de maatregel juridisch hard zijn, hij moet geborgd zijn. Met andere woorden: ik moet zeker zijn dat de beoogde stikstofreductie ook echt wordt gehaald. Ten tweede moet het effect van de maatregel op hexagoonniveau bekend zijn. Met andere woorden: je moet precies weten op welke locatie de stikstofreductie wordt gerealiseerd. Deze criteria heb ik niet verzonnen, maar die vloeien voort uit de uitspraak van de Raad van State van mei 2019 over het PAS. Dat vind ik wel belangrijk om te vermelden; dat zijn de kaders waarbinnen ik moet werken.

Met deze kaders zijn de mensen van ons ministerie vervolgens met de sector om tafel gegaan over onder andere de aanpassing in het veevoer. En dat is uiteindelijk gestrand, omdat de sector, destijds nog verenigd in het Landbouwcollectief, de gesprekken afbrak. Ik heb uw Kamer daar ook over geïnformeerd.

De opdracht van het kabinet en ook van uw Kamer, die de wet heeft aangenomen, zodat ik mij daar ook aan gehouden moet achten, was onveranderd. Ik moest zorgen dat er stikstofruimte gecreëerd zou worden op basis van de drie maatregelen. Daarom zijn wij ook verdergegaan met het vormgeven van de veevoermaatregel en hebben we die uitgewerkt. Dat heeft geresulteerd in een ministeriële regeling die de voorhangprocedure bij uw Kamer inmiddels heeft doorlopen. De weken zijn al voorbij, maar dat terzijde.

Toen dat bekend werd, kwam er van de sector toch weer het verzoek om in gesprek te gaan over een alternatief. Ik heb toen ook weer aangegeven daarvoor open te staan. De maatregel an sich is mij namelijk niet heilig; ik ben niet getrouwd met één oplossing. Als het beter kan, heel graag, dan ben ik daar blij mee en dan kijken we daarnaar. Maar ook daar golden weer de voorwaarden dat moest worden voldaan aan de criteria van de Raad van State. Immers, aan een alternatief dat uiteindelijk juridisch niet standhoudt, heeft helemaal niemand wat. Dan hebben we een regeling die het niet houdt en dan kan je uiteindelijk ook geen vergunning gaan verlenen.

Ik had ook gevraagd om een breed draagvlak in de sector, zowel bij de melkveehouderij als aan de veevoerkant, zodat die ook met woord en daad achter het alternatief zouden staan.

De afgelopen weken hebben intensieve en constructieve gesprekken plaatsgevonden tussen de vertegenwoordigers van de sector en ons ministerie. Ons ministerie heeft ook actief meegedacht met de sector, waardoor het voorstel steeds verder is aangescherpt om te kunnen voldoen aan de criteria. Wij zijn in die gesprekken echt nader tot elkaar gekomen. De sector bleef in eerste instantie vasthouden aan een inspanningsverplichting voor stikstofreductie op sectorniveau, maar dat voldoet niet aan de criteria van de Raad van State, dat heb ik al eerder aangegeven.

Op het laatste moment kwam hier toch een aanscherping in, namelijk het voorstel om melkveehouders de keuze te geven tussen ofwel voldoen aan de ministeriële regeling, ofwel aan het sectoralternatief, maar dan wel een reductie van het ruw eiwitgehalte op bedrijfsniveau.

Ik heb uw Kamer laten weten dat het voorstel van de sector en het bieden en geborgd vastleggen van een keuze aan de melkveehouderij uitvoeringstechnisch zeer complex is, niet alleen voor de overheid, maar ook voor de sector zelf. Zij zullen duizenden privaatrechtelijke contracten af moeten sluiten die de overheid vervolgens ook nog moet gaan controleren. Eerlijk gezegd acht ik dat ondoenlijk binnen het gegeven tijdsbestek.

Voorzitter. Ik heb nu drie moties en ik zal aangeven hoe ik daarmee omga.

De SGP vraagt mij om de maatregel niet uit te voeren en te kiezen voor een alternatieve route. Ik denk dat ik net omstandig heb uitgelegd waarom de route die vanuit de sector werd aangeboden, niet de kaders gaf die nodig zijn om tot een juridisch houdbare en inrekenbare regeling te komen. De indiener stelt ook dat ik andere mogelijkheden heb om die zaken in te gaan regelen. Hij verwijst onder andere naar de coronaopbrengst — zo noem ik het maar even. Los van het feit dat de opbrengst door corona bij andere sectoren dan sectoren in de landbouw is ontstaan — dat kwam helaas doordat heel veel bedrijven stilvielen, met alle economische schade van dien — was er ook minder verkeer. Dat waren dus niet per se de sectoren uit de landbouw, maar dat terzijde. Ik heb in mijn beantwoording aangegeven dat wij kijken of die ruimte ergens ingezet kan worden op basis van een ecologische beoordeling, een passende beoordeling, maar ook dat dit heel erg miniem zal zijn. Met andere woorden, dat zal niet opleveren wat wij nodig hebben, en waar ik aan gehouden ben, om de woningen en de MIRT-projecten te kunnen realiseren. Dat is het kader dat uw Kamer mij heeft meegegeven, en daarom moet ik deze motie ontraden.

De heer Bisschop (SGP):
Twee opmerkingen. De minister schetst dat de sector en het ministerie stap voor stap tot elkaar gekomen zijn, maar dat het uiteindelijk uiteengesprongen is. Mij is nog niet helemaal duidelijk op welk moment en waardoor de wegen zich nu eigenlijk scheidden. Blijkbaar was er dus iets wat grotendeels gezamenlijk werd gedragen. Ten tweede wijs ik de minister erop dat ook de door de minister voorgestelde regeling niet voldoet aan de eisen die daaraan gesteld dienen te worden. In de spoedwet wordt namelijk expliciet uitgesloten dat als gevolg van de voermaatregelen het dierenwelzijn in het gedrang zou kunnen komen, maar dat is wel degelijk het geval. Dat hebben deskundigen een- en andermaal breedvoerig betoogd. Dus ook de maatregel die de minister voorstelt, is niet werkbaar.

Vandaar dat ik het op prijs zou stellen als de minister het dictum toch zou omarmen, zou willen zoeken naar een alternatieve route met draagvlak van de sector en dat gewoon wil blijven proberen. Dat gaat lukken, maar dan wel met respect voor en erkenning van de professionaliteit in die sector. En daar zit de grote pijn bij die sector. Leg uw oor te luisteren en u hoort waarom men zo ontstemd is over deze regeling.

De voorzitter:
De minister.

De heer Bisschop (SGP):
Ik wil de minister graag uitnodigen om daar echt op een andere manier mee om te gaan.

Minister Schouten:
Ik heb de afgelopen weken en de afgelopen maanden niets anders gedaan dan overleg gevoerd met de sector, omdat ik zo graag wilde dat we er met elkaar konden uitkomen. Dat is geen kwestie van onwil geweest, echt niet. Als de heer Bisschop dat anders percipieert, dan is dat aan hem.

Hij vroeg mij wanneer uiteindelijk de conclusie is getrokken dat het niet lukte. Ik doe het even uit mijn hoofd. Vorige week woensdag lag er een voorstel met een algemeen percentage dat we niet goed konden inrekenen op hexagonniveau. Daar zat destijds een bottleneck. Vorige week vrijdag heeft de sector een aanscherping gedaan, ook weer daarin: het kwam op bedrijfsniveau en we konden gaan kiezen tussen de ministeriële regeling van de minister en de maatregel vanuit de sector. Daar hebben wij in het weekend weer naar gekeken. Uiteindelijk hebben we afgelopen maandag moeten constateren — dat heb ik ook aan uw Kamer laten weten — dat de maatregel niet voldeed aan de criteria van de Raad van State. Dat doe ik met spijt in mijn hart, want nogmaals, ik ben hier niet omdat ik per se mijn maatregel wil. Ik wil een maatregel die voldoet aan de criteria die de Raad van State daarbij heeft gesteld. Die heb ik net al opgenoemd: het moet juridisch geborgd zijn, het moet vaststaan, dat de opbrengst gerealiseerd zal worden en het moet ook nog op hexagonniveau zijn in te rekenen. Op die twee punten kon ik bij het voorstel vanuit de sector niet de zekerheid geven, en daarmee kon ik dus ook niet de vergunningverlening hardmaken.

De heer Bisschop (SGP):
Ik verbaas mij even over de argumentatie, want ik hoor de minister ook de handhaafbaarheid noemen. Er moesten duizenden private contracten worden afgesloten. Dat hoor ik nu niet terug in de argumentatie van de minister.

Minister Schouten:
De handhaafbaarheid was ook een van de punten. Dat heb ik al eerder genoemd. In het voorstel van de sector zou er een privaatrechtelijk contract gesloten moeten worden tussen de veevoerleverancier en de ontvanger, de boer. Dus eerst moeten al die contracten gesloten worden. In die contracten moeten de voorwaarden staan, bijvoorbeeld dat vastgesteld kan worden dat er tussen 2018 en 2020 3% gereduceerd zou worden op bedrijfsniveau. Dan moeten de gegevens van 2018 en 2020 op bedrijfsniveau bekend zijn. Ik mag die gegevens niet opvragen — vanwege de AVG kan ik niet bij die gegevens — dus die moet de sector zelf vrijwillig ter beschikking stellen. Die moeten ze dus kunnen aanleveren. De boeren moesten zelf kunnen aangeven: we doen de regeling van de minister of we doen de regeling van de sector. Dan moet in de uitvoering dus ook steeds een keuze worden gemaakt: voor wie is het ene regime en voor wie is het andere regime? En dat alles moest gebeuren in een tijdsbestek van … Eigenlijk nu al, want de regeling van de sector ging al per 1 juli in. Dat zijn ook factoren die eraan hebben bijgedragen dat wij niet meer zagen hoe we dit zouden kunnen gaan inregelen.

De voorzitter:
Afrondend, meneer Bisschop.

De heer Bisschop (SGP):
Ik constateer dus dat de aanleiding een administratief probleem was: we konden het niet meer inregelen. Wat betreft de meting op hexagonaal niveau: ook daarover kun je eindeloos discussiëren. Er zijn … Nou goed, laten we daar geen zakelijke discussie over voeren. Ik denk dat het alternatief dat wij voorstellen in de motie een uiterst bruikbaar alternatief is en ik zou de minister echt willen aanraden om dat te omarmen en uit te werken. Ga daar mee aan de slag, want dat heeft de sector nodig.

De heer Madlener (PVV):
Wat hier gebeurt, is dat de boeren gewoon een oor wordt aangenaaid. Het gebeurt constant hier, in deze Kamer, dat ministers zich verschuilen achter regels die ze zelf maken. De regering is verantwoordelijk voor al die regels. U zegt: ik kan er niets aan doen; ik moet dit wel doen. Dat is gewoon flauwekul. Er is geen land in Europa dat strikt genomen voldoet aan de Vogel- en Habitatrichtlijn. Nederland is het enige land dat op de millimeter wil voldoen aan al die regeltjes en zegt: ik kan er niks aan doen, hoor, het moet van Brussel; het kan niet anders, Raad van State. Dat is gewoon flauwekul. Dus ik zou het op prijs stellen als de minister niet zo laf zou zijn om zich te verschuilen achter regels, maar gewoon zou zeggen: ik doe dit namens de regering, namens al die partijen die hier zitten; daarom wordt dit allemaal gedaan. De boer in Nederland wordt gewoon weggepest. Dat is uiteindelijk het resultaat: de amuse van D66 wordt hier gewoon waargemaakt. Ik zou het op prijs stellen als er aan eerlijke politiek zou worden gedaan en er gewoon zou worden gezegd: wij kiezen hiervoor en wij zijn hier verantwoordelijk voor. Hou op met het wegvluchten achter al die regels, waar de regering en al die partijen hier zelf verantwoordelijk voor zijn.

Minister Schouten:
Voorzitter. Deze maatregel stel ik voor — dat klopt — en daar neem ik ook de verantwoordelijkheid voor. Daarom sta ik hier ook. Ik loop daar niet voor weg. Tegelijkertijd heb ik wel te maken met de situatie dat de vergunningverlening nu zo goed als stil is komen te vallen vanwege een uitspraak van de Raad van State. Dat is geen uitspraak die ik heb gedaan; dat is een uitspraak van de rechter, die heeft getoetst of wij de bestaande regels toepassen. Ik heb mij daartoe te verhouden. Ik heb er helemaal niets aan als ik een maatregel ga invoeren waardoor er uiteindelijk geen vergunning meer wordt afgegeven. Dat zou de situatie worden en daar heeft niemand wat aan. Dat geldt voor de boer die een maatregel neemt die uiteindelijk geen resultaat oplevert en ook voor degene die een huis wil bouwen maar daar geen vergunning voor krijgt. Daarom moet ik binnen die kaders blijven, want ik wil dat wat wij doen ook resultaat heeft.

De voorzitter:
De heer Madlener, tot slot.

De heer Madlener (PVV):
Ik ben blij dat in ieder geval nog een beetje wordt toegegeven dat de minister dit doet omdat ze dit zelf wil, namens de regeringspartijen, want de minister staat hier namens de regeringspartijen, namens de coalitie. Laten we de mensen dus niet voor de gek houden: dit is gewoon regeringsbeleid, van de regeringspartijen, en de Nederlandse boer wordt daar de dupe van. Er is geen land in Europa dat zo gek is om z'n eigen economie op deze manier om zeep te helpen. Dat wil ik toch graag gezegd hebben.

Minister Schouten:
Ik doe dit mede namens beide Kamers der Staten-Generaal, die een wet hebben aangenomen die mij opdraagt om ruimte te creëren voor onder andere woningbouw en zeven MIRT-projecten, onder andere via het veevoerspoor.

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik heb eigenlijk maar één vraag. De minister heeft altijd gezegd: minder dieren, dat vind ik te makkelijk. Moet je kijken wat dit nou weer voor een debat is, hoe ingewikkeld en hoe vervelend het is en hoeveel moeilijkheden er ook weer worden gecreëerd voor de boeren. En dan weet je nog steeds niet of je je doelen haalt. Wanneer zegt de minister nou eens: jongens, het is veel te moeilijk om dit via omwegen en lapmiddelen te regelen?

Minister Schouten:
Ik heb nooit gezegd dat minder dieren voor mij te moeilijk is. Sterker nog, ik noemde een maatregel die ook hierin een onderbouwing heeft, namelijk de warme sanering van de varkenshouderij. Dus mevrouw Ouwehand zet altijd het beeld neer alsof er op dat terrein helemaal niets gebeurt, maar niets is minder waar, zou ik willen zeggen. Ik heb alleen ook te maken met een wet en een wettelijk kader, waarin mij is opgedragen om dingen te doen. Daar heb ik ook zelf de voorstellen voor gedaan. Dat geef ik ook gelijk toe. Het is daarbij wel belangrijk dat we steeds zoeken naar: wat zijn de mogelijkheden om zaken aan te pakken? Maar net doen alsof wij helemaal niets hebben gedaan aan het vraagstuk van minder dieren ... Dat bestrijd ik, voorzitter.

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand, kort.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat zeg ik ook niet Ik zeg alleen dat de minister altijd zei: minder dieren, dat vind ik te makkelijk. Dat kan, maar het is toch wel een beetje gek dat je per se moeilijk wilt doen. Vanavond is daar weer een van de vele illustraties van. Dan zijn de problemen nog steeds niet opgelost.

Minister Schouten:
Ik denk dat dit überhaupt een vraagstuk is dat langjarig speelt. Ik heb nooit gezegd dat wij stikstofvraagstukken binnen één jaar opgelost zouden hebben, integendeel. We hebben een langjarige aanpak gepresenteerd, waarvan we ook weten dat die nog ver na 2030 zal doorlopen. Dat zal voor iedereen wat betekenen. Dat zal voor iedereen ook betekenen dat we op andere manieren gaan nadenken over de vraag hoe je bijvoorbeeld natuur en andere activiteiten en bijvoorbeeld ook de agrarische sector veel meer met elkaar verbindt. Dat zit allemaal daarin. Dus dat dit even snel opgelost zou zijn, heb ik nooit gezegd.

De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 113 en die op stuk nr. 114.

Minister Schouten:
In de motie Geurts/Harbers op stuk nr. 113 staat een lang verzoek, of eigenlijk twee verzoeken. Ik zie in deze motie eigenlijk twee zaken. Ten eerste wordt mij verzocht om het voorstel van de sector te laten doorrekenen door het PBL. Zij vragen dat niet alleen voor het sectorvoorstel en de ministeriële regeling, maar ook voor de combinatie van allebei die regelingen. In het sectorvoorstel kun je kiezen voor onze regeling. Je kunt ook kiezen voor de regeling van de sector. De ene boer zal het een kiezen en de andere boer het ander. Dus je zult dan inderdaad met elkaar moeten gaan vaststellen wat daarvan het effect is. Ik zal bij het PBL moeten nagaan of zij in staat zijn de gevraagde doorrekening te leveren en zo ja, op welke termijn. Dat moet ik nagaan. Ik wil er wel op wijzen dat de tijd beperkt is. Zoals ik net aangaf: het sectorvoorstel zou vanaf 1 juli jongsleden al ingaan. Dus dit heeft grote spoed, als hier nog een keuze in gemaakt zou moeten worden. Ik zie dat wel als een ontbindende voorwaarde bij deze motie. Als het PBL dit niet op korte termijn kan leveren, is het een onbegaanbare weg. Ik ga ervan uit dat de indieners dat onderschrijven.

Ik stel ook vast dat de indieners van de motie stellen dat, als de combinatie van het sectorvoorstel met de ministeriële regeling minder stikstofreductie oplevert dan ons voorstel, dit voor hen een ontbindende factor is. Met andere woorden: die combinatie moet wel minimaal datgene opleveren wat wij in ons voorstel hadden opgenomen. Dat lees ik hier terug en dat lijkt me ook een heldere uitspraak.

Ik wil er ook nog wel op wijzen dat het voor boeren best kort tijd gaat worden. Boeren moeten zich eigenlijk nu al gaan voorbereiden op een situatie dat er per 1 september een ministeriële regeling van kracht wordt. Ik weet niet of deze motie wordt aangenomen, voorzitter. Maar als dat zo is, wil ik ook echt iedereen hier — en niet alleen hier, maar ook buiten — op het hart drukken dat dit niet per definitie zal betekenen dat de maatregel niet meer bestaat. Met andere woorden: boeren moeten zich bewust blijven van het feit dat de ministeriële regeling per 1 september kan ingaan. Ik vind het echt een grote verantwoordelijkheid van deze Kamer dat wij niet moeten doen alsof dat niet zo is en dat boeren straks op 31 augustus tegen ons zeggen: het zou toch allemaal anders worden? Voorzitter, dat vind ik ... Sta me toe om die opmerkingen te maken, want anders houden we ze weer lang in het ongewisse, terwijl het uiteindelijk best een ingewikkeld verhaal zou kunnen worden. Met andere woorden: PBL doorrekenen: ik weet niet of het lukt. Ik ga het vragen als deze motie wordt aangenomen. Maar als het niet lukt, is het voor mij gewoon een ontbindende voorwaarde. Ik stel vast dat de indieners constateren dat het ten minste moet opleveren de combinatie van de ministeriële regeling en het sectorvoorstel als de ministeriële regeling sec. Als dat niet gebeurt, is dat ook een ontbindende voorwaarde. Ik heb net al gewezen op de uitvoeringstechnische problemen, de handhavingsproblemen, die ik sowieso in het sectorvoorstel zie. Op basis van mijn overwegingen moet ik deze motie ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 113 wordt ontraden.

Minister Schouten:
Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 114. Ik heb net al een interruptiedebat gehad met de heer Madlener. Ik heb te maken met een regeling. We hebben gezegd dat we de stikstofruimte willen creëren voor andere activiteiten, zoals woningbouw. Ik weet dat de heer Madlener vindt dat wij geen stikstofprobleem hebben, dat hij daarom ook stelt dat er überhaupt geen stikstof gereduceerd hoeft te worden en dat hij daarom zegt dat deze maatregel van tafel moet. Ik heb mij te verhouden tot een uitspraak van de Raad van State van mei vorig jaar en daarom ontraad ik deze motie.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 114 wordt ontraden. De heer Madlener, heel kort.

De heer Madlener (PVV):
Ik heb nog even een vraag over de motie op stuk nr. 113 van het CDA en de VVD. Wat moeten we hier nu mee? Eigenlijk hoor ik in de stem van de minister dat het niet gaat lukken, dat het zo kort dag is dat het bijna niet kan. Er zitten allerlei ontbindende voorwaarden aan. Dit is toch gewoon een flutmotie, als ik het goed begrijp? Wat gaan CDA en VVD nu hiermee doen?

De voorzitter:
Dat kunt u hun vragen.

Minister Schouten:
Ik heb mijn appreciatie gegeven.

De voorzitter:
De motie heeft het oordeel ontraden gekregen. Wij gaan er vanavond over stemmen.

De heer Madlener (PVV):
Dan vraag ik deze partijen nog eens uit te leggen wat dit gaat opleveren. Hier heeft niemand wat aan.

De voorzitter:
Ze hebben dat net bij de indiening toegelicht. Dat is wat op dit moment gedeeld kan worden, meneer Madlener. Het spijt me echt heel erg. Het is nu 00.30 uur. Ik denk dat dit is wat het is. U weet van welke beoordeling deze motie net door de minister is voorzien.

De heer Madlener (PVV):
De minister zei dat er zo veel ontbindende voorwaarden aan de motie zitten dat die eigenlijk niets voorstelt.

De voorzitter:
Maar dan is dat een conclusie die u met uw fractie kunt trekken.

De heer Madlener (PVV):
Oké, goed.

De beraadslaging wordt gesloten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Klimaat en energie

Klimaat en energie

Aan de orde is het VAO Klimaat en energie (AO d.d. 02/07).

De voorzitter:
Aan de orde is het VAO Klimaat en energie, met als eerste spreker de heer Van der Lee van GroenLinks. Hartelijk welkom aan de minister.

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Dank, voorzitter. Ik ga snel voorlezen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het wenselijk is dat stimuleringsmaatregelen zoals de SDE++ zo optimaal mogelijk aansluiten op klimaatdoelen en het Klimaatakkoord;

verzoekt de regering te monitoren of de reductiedoelen voor de verschillende sectoren binnen bereik blijven in de huidige opzet van de SDE++ en of aanpassingen wenselijk zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Lee. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 538 (32813).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat op dit moment de regionale energiestrategieën worden ontwikkeld;

constaterende dat de regio's niet alleen met kosteneffectiviteit rekening moeten houden, maar ook met bijvoorbeeld draagvlak en ruimtelijke inpassing, waardoor gewenste energieprojecten minder goed af kunnen zijn in de SDE++-systematiek;

verzoekt de regering in gesprek te gaan met de decentrale overheden over eventuele knelpunten in de synergie tussen de RES'en en de SDE++-regeling,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Lee. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 539 (32813).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de motie-Van der Lee c.s. over het voorkomen van dubbele energiebelasting (35000-Xlll, nr. 27) is aangenomen in 2018;

constaterende dat het kabinet wil wachten met de uitvoering van deze motie totdat de voorstellen voor de Europese Richtlijn Energiebelasting duidelijk zijn, terwijl onduidelijk is wanneer deze richtlijn precies wordt ingevoerd;

overwegende dat energieopslag een belangrijke schakel is in de energietransitie en bijvoorbeeld een oplossing biedt voor het tekort aan netcapaciteit;

verzoekt de regering de Europese Richtlijn Energiebelasting niet af te wachten en deze maatregel na afloop van de evaluatie van de energiebelasting op te nemen in het Belastingplan 2022,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Lee. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 540 (32813).

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. Ik hoop echt dat de minister de gesprekken over de SDE++ met de RES'en en met de industrie serieus neemt, want er zijn grote aarzelingen of dat wat we nu bedacht hebben, wel gaat doen wat nodig is.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Harbers van de VVD. Nee? Dan mevrouw Dik-Faber, ChristenUnie.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. We hebben vandaag met elkaar gedebatteerd over diverse onderwerpen rondom klimaat en energie. Ik sta toch in het goede VAO? Gelukkig.

Ik ga één motie indienen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er categorieën in de SDE++ zijn waarvan de economische levensduur langer is dan de subsidieperiode en deze in de jaren na afloop van de subsidietermijn rendabel blijven;

constaterende dat dit verschil kan oplopen tot wel tien jaar;

constaterende dat de levensduur wel wordt meegenomen in de subsidiekosten, maar niet in de berekende CO2-emissie;

overwegende dat op deze wijze windprojecten, zonnestroomprojecten en zonnethermieprojecten onterecht laag in de rangschikking van de SDE++ eindigen;

overwegende dat dit onwenselijk is in het kader van een energietransitie die gericht is op hernieuwbare, schone energie;

verzoekt de regering om in kaart te brengen hoe in de SDE++ voor alle technieken de gehele economische levensduur mee kan worden genomen in de berekening van de CO2-reductie;

verzoekt de regering tevens de Kamer hierover te informeren als de SDE++ 2021 naar de Kamer wordt verzonden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dik-Faber, Van der Lee, Agnes Mulder en Sienot. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 541 (32813).

De heer Van Raan, Partij voor de Dieren. Aan u het woord.

De heer Van Raan (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Eerst even wat achterstallig onderhoud.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat, om het klimaatbeleid snel en flexibel te kunnen bijsturen, het nuttig kan zijn om frequent te rapporteren over de behaalde uitstootreductie en het effect van reeds genomen klimaatmaatregelen;

verzoekt de regering om de ontwikkeling van de Nederlandse uitstoot, conform de indeling van het IPCC, intensief te monitoren en het CBS en RIVM te verzoeken om op basis hiervan vier keer per jaar te rapporteren over (de ontwikkeling in) de uitstoot,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Raan. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 542 (32813).

De heer Van Raan (PvdD):
Voorzitter, dan de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering om tegen te gaan dat kortetermijnoplossingen voor de huidige economische crisis gaan bijdragen aan fossiele lock-ineffecten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Raan. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 543 (32813).

De heer Van Raan (PvdD):
Voorzitter, de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de inzet van biomassa op grote schaal voor hernieuwbare energie (elektriciteit en warmte) en de subsidies daarvoor niet meer passen in het huidige energiebeleid, aldus de SER;

constaterende dat er bij de ombouw van biomassacentrales in Diemen 396 miljoen gemoeid is aan gereserveerde subsidie;

constaterende dat de biomassacentrale in Diemen in de komende twee jaar nog niet kan worden omgebouwd vanwege lopende procedures;

verzoekt de regering om in gesprek te gaan met Vattenfall om de reeds gereserveerde maar nog niet gegeven subsidie anders dan voor biomassa in te zetten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Raan. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 544 (32813).

De heer Van Raan (PvdD):
Voorzitter. Dan een oproep aan de Kamer. De wetenschap vertelt ons dat we moeten versnellen. Ons hoofd vertelt dat wij moeten versnellen met CO2-reductiemaatregelen. De klimaatjongeren vragen dat van ons. De klimaatouderen vragen het. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat het verminderen van de Nederlandse uitstoot van broeikasgassen niet snel genoeg gaat;

verzoekt de regering om bij het nemen van klimaatmaatregelen versnelling van CO2-reductie als criterium te hanteren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Raan, Sienot, Van der Lee, Dik-Faber, Azarkan, Beckerman, Van Otterloo en Moorlag.

Zij krijgt nr. 545 (32813).

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Sienot van D66.

De heer Sienot (D66):
Voorzitter. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat is afgesproken in het Klimaatakkoord dat in de komende jaren steeds meer huishoudens worden aangesloten op een warmtenet;

overwegende dat de Warmtewet 2.0 een kans is om duurzaamheid, transparantie en concurrentie van warmtenetten te vergroten;

constaterende dat in het wetsvoorstel van de Warmtewet 2.0 gekozen wordt voor eeuwigdurende aanwijzing van warmtekavels, wat de concurrentie tussen warmtebedrijven niet bevordert;

verzoekt de regering de volgende uitgangspunten te integreren in de Warmtewet 2.0:

  • warmtekavels slechts tijdelijk aanwijzen;
  • geen aansluiting verplichten voor de klant;
  • transparantie in de tarieven door inzicht in werkelijke kosten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Sienot en Harbers. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 546 (32813).

De heer Sienot (D66):
Dan mijn tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er grote kansen liggen om de duurzame energievoorziening te versnellen door nu te investeren in windenergie op zee en de bijbehorende energie-infrastructuur;

overwegende dat voor de benodigde elektrificatie van de Nederlandse industrie een grote behoefte is aan goedkope groene stroom;

constaterende dat in het Klimaatakkoord de verbinding tussen de vraag- en aanbodzijde van duurzame energie ontbreekt;

verzoekt de regering om zo snel mogelijk in gesprek te gaan met de coalitie Wind Meets Industry om de ontwikkeling van wind op zee te versnellen;

verzoekt de regering hierbij mogelijke knelpunten voor een goede aansluiting te identificeren en weg te nemen, en de Kamer hierover te informeren voor het herfstreces van 2020,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Sienot en Agnes Mulder. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 547 (32813).

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Kops, PVV.

De heer Kops (PVV):
Voorzitter. Twee moties die voor zich spreken.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Nederland het doel van 14% hernieuwbare energie in 2020 niet zal halen;

constaterende dat daarom de minister van Economische Zaken en Klimaat voor minimaal 100 miljoen euro hernieuwbare-energiepapieren wil opkopen in Denemarken, om daarmee — slechts in de statistieken — het doel van 14% alsnog te halen;

spreekt uit dat dit niets anders is dan een peperdure boekhoudkundige klimaattruc;

verzoekt de regering geen cent uit te geven aan het opkopen van hernieuwbare-energiepapieren in Denemarken of welk ander land dan ook,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kops. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 548 (32813).

De heer Kops (PVV):
De tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering alle subsidies voor biomassa onmiddellijk stop te zetten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kops. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 549 (32813).

De heer Kops (PVV):
Dank u.

De voorzitter:
Dank. Mevrouw Beckerman, SP. Aan u het woord.

Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel, voorzitter. Slechts één motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat door de Energy Charter Treaty klimaatbeleid kan stuiten op rechtszaken aangespannen door de industrie;

overwegende dat de Energy Charter Treaty volgens velen toe is aan modernisering omdat het fossiele karakter ervan niet meer van deze tijd is;

verzoekt de regering de toekomstbestendigheid van de Energy Charter Treaty te onderzoeken, variërend van niet-ingrijpen, modernisering en mogelijke hervorming tot afschaffing,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Beckerman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 550 (32813).

Mevrouw Beckerman (SP):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank. Tot slot de heer Moorlag, PvdA. Gaat uw gang.

De heer Moorlag (PvdA):
Dank u wel, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat onder meer de installatiebranche en de netwerkbedrijven kampen met grote tekorten aan vakmensen, wat schadelijk is voor de voortgang van de energietransitie;

overwegende dat de coronacrisis de werkloosheid scherp doet toenemen;

verzoekt de regering in de herstelaanpak van de coronacrisis met sociale partners plannen te maken voor om-, her- en bijscholing om mensen aan het werk te helpen in bedrijfstakken die kampen met een gebrek aan vakmensen, en de Kamer hierover spoedig te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Moorlag. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 551 (32813).

De heer Moorlag (PvdA):
En de tweede en laatste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de gerealiseerde en geplande capaciteit aan datacenters snel groeit;

overwegende dat hiermee, naast de voordelen die dit heeft, ook een fors beslag wordt gelegd op de ruimte, beschikbare duurzame energie en netwerkcapaciteit;

overwegende dat de restwarmte van datacenters benut kan worden voor onder andere het verwarmen van de gebouwde omgeving;

verzoekt de regering om in het kader van de ruimtelijke strategie en NOVI op korte termijn in overleg met medeoverheden te verkennen of en, zo ja, op welke wijze er een samenhangende aanpak moet worden ontwikkeld voor het beter beheersen en reguleren van de impact van datacenters op de ruimte, energievoorziening (elektriciteit en warmte) en daarover in het kader van de uitvoeringsagenda NOVI de Kamer na de zomer te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Moorlag en Agnes Mulder. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 552 (32813).

De heer Moorlag (PvdA):
Dank u wel.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik geef de minister het woord.

Minister Wiebes:
Voorzitter. Ik loop gewoon door de moties heen. De motie op stuk nr. 538 van de heer Van der Lee.

De voorzitter:
Wacht even, ze worden op dit moment gekopieerd. Het zijn er best een hoop, dus laten we heel eventjes wachten.

Minister Wiebes:
Ja, hoor.

De voorzitter:
De minister heeft ze wel, maar ...

Minister Wiebes:
Ik heb ze wel.

De voorzitter:
Er wordt heel hard gewerkt vanavond. Ik geef de minister het woord. Meneer Van Raan, kijkt u even met iemand mee. Begint u maar, minister.

Minister Wiebes:
De tekst wordt toch pas relevant op het moment van stemmen, zou ik zeggen.

De motie op stuk nr. 538 van de heer Van der Lee verzoekt de regering te monitoren of de doelen binnen bereik blijven. Dat is akkoord. Oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 539, ook van de heer Van der Lee, verzoekt de regering in gesprek te gaan met de decentrale overheden over eventuele knelpunten. Oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 540 verzoekt de regering de Europese Richtlijn energiebelasting niet af te wachten en deze maatregel op te nemen in het Belastingplan 2022. Dat zou haalbaar moeten zijn. Deze motie laat ik oordeel Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 541 van mevrouw Dik-Faber over de gehele economische levensduur voor alle verschillende categorieën. Oordeel Kamer.

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 542. Ziedaar, ik heb nog geen zes uur geleden de rol van de heer Van Raan geprezen en er ligt nu al een motie die ik oordeel Kamer kan geven. Dat is de motie op stuk nr. 542 over de monitoring. Het is buitengewoon bevredigend om samen met de heer Van Raan de aarde te kunnen verbeteren.

Dan kom ik op de motie op stuk nr. 543, ook van de heer Van Raan. Ook oordeel Kamer.

De motie van de heer Van Raan op stuk nr. 544 over de biomassacentrale moet ik ontraden.

De motie op stuk nr. 545 van de heer Van Raan over versnelling van CO2-reductie geef ik oordeel Kamer, maar daar hoort wel een kleine tekst bij. Ik heb net in het debat ook gezegd dat het kabinet een bredere maatschappelijke afweging maakt. Het kabinet is immers geen one-issuepartij. Kostenefficiëntie, draagvlak, oog voor de lange termijn, geen lock-in, uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid horen er dus ook allemaal bij. Maar snelheid hoort er inmiddels ook bij, dus ik laat deze motie, met die begeleidende tekst, over aan het oordeel van de Kamer.

Dan de motie op stuk nr. 546 van de heer Sienot over de Warmtewet. Dat vind ik een verstandige oproep en ik laat de motie daarom oordeel Kamer.

De tweede motie van de heer Sienot is de motie op stuk nr. 547. Daarin verzoekt hij de regering om zo snel mogelijk in gesprek te gaan met de coalitie Wind Meets Industry. Dat is akkoord. "Verzoekt de regering hierbij mogelijke knelpunten voor een goede aansluiting te identificeren en weg te nemen ..." Ik kan niet van tevoren garanderen dat ik ze allemaal kan wegnemen, zeker niet als ik ze blijkens deze motie nog niet allemaal, geïdentificeerd heb. Maar dat is wel de inzet en met die kanttekening laat ik 'r oordeel Kamer.

De motie van de heer Kops op stuk nr. 548 ontraad ik en dat geldt ook voor zijn motie op stuk nr. 549.

De motie op stuk nr. 550 gaat over de Energy Charter Treaty. Daar heb ik in het debat over gesproken. Ik heb mevrouw Beckerman gezegd dat we daar in internationaal verband naar kijken en dat dat gemoderniseerd moet worden, niet alleen om het breder te trekken naar fossiel, maar ook om het transparanter te maken. Maar dat komt niet overeen met dit dictum en vanwege deze aanpak, die te nationaal is en wat mij betreft opties bevat waartoe ik niet bereid ben, moet ik de motie ontraden.

De motie op stuk nr. 551 gaat over scholing. Dat heeft inderdaad de warme belangstelling van de heer Moorlag, maar ook van mij. Ik vind het verstandig en ik laat de motie oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 552 over de datacenters vind ik ook een verstandige oproep. Dat bekent dat het kabinet in de uitvoeringsagenda NOVI zal moeten ingaan op die datacenterproblematiek. Dat zal uiteraard na de zomer worden. Mijn collega van BZK zal dat voor haar rekening nemen, maar ik kan zeggen dat ik de motie oordeel Kamer kan geven.

Voorzitter, daarmee ben ik door de moties heen.

De voorzitter:
Ik dank de minister.

De beraadslaging wordt gesloten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Onderwijsachterstanden, lerarentekort en kwetsbare leerlingen

Onderwijsachterstanden, lerarentekort en kwetsbare leerlingen

Aan de orde is het VAO Onderwijsachterstanden, lerarentekort en kwetsbare leerlingen (AO d.d. 01/07).

De voorzitter:
Aan de orde is het VAO Onderwijsachterstanden, lerarentekort en kwetsbare leerlingen. Ik zou eerst het woord willen geven aan de heer Van Meenen van D66.

De heer Van Meenen (D66):
Voorzitter. We gaan er eens even lekker tegenaan. Gaat u er allemaal goed voor zitten. Ik heb drie moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in Nederland een vrije schoolkeuze bestaat voor ouders en leerlingen;

overwegende dat er in meerdere gemeenten incidenten zijn waarbij schoolbesturen met illegale en/of oneigenlijke selectieve aanmeldsystemen werken;

overwegende dat zulke ongewenste selectiemethoden segregatie bevorderen en vrije schoolkeuze in de weg staan;

verzoekt de regering met voorstellen te komen om de bevoegdheden van gemeenten zodanig uit te breiden dat deze een rol kunnen spelen bij inschrijving en toelating om een zo eerlijk mogelijke kans voor elke leerling te bevorderen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Meenen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 109 (27020).

De heer Van Meenen (D66):
Voorzitter, de tweede motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de kwestie Hoenderloo College een uiting is van een breder probleem met gespecialiseerde, bovenregionale voorzieningen;

overwegende dat de minister een stelselverantwoordelijkheid heeft, maar onvoldoende kan sturen op passend aanbod voor elk kind;

verzoekt de regering onderzoek te doen naar de positie van dit soort (boven)regionale voorzieningen wat betreft financiën, bureaucratische en bestuurlijke complexiteiten, en de wijze waarop een landelijk dekkend aanbod van deze voorzieningen gegarandeerd kan worden, en de Kamer hierover voorafgaand aan het debat over de evaluatie van passend onderwijs te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Meenen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 110 (27020).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat leerlingen in het gespecialiseerd onderwijs een (her)indicatie van de toelaatbaarheidsverklaring nodig hebben;

overwegende dat het gespecialiseerd onderwijs vaak een bovenregionale voorziening is, waardoor de scholen te maken hebben met meerdere gemeenten en samenwerkingsverbanden met eigen aanvraagprocedures;

overwegende dat hierdoor veel bureaucratie ontstaat bij de (her)indicatie van de toelaatbaarheidsverklaringen, terwijl de scholen zich willen richten op een optimale opstart van het onderwijs en het inlopen van achterstanden na de sluiting door de coronacrisis;

constaterende dat na onderzoek van LESCO bleek dat slechts in 1% van de gevallen de herindicatie heeft geleid tot een heroverweging;

overwegende dat veel ouders en leerlingen op dit moment grote zorgen hebben of ze aankomend schooljaar kunnen starten;

verzoekt de regering de samenwerkingsverbanden op te dragen maximale coulance toe te passen bij de herindicatie van toelaatbaarheidsverklaringen voor komend schooljaar, waardoor scholen niet verplicht zijn de aanvraagprocedure te doorlopen en zelf een inschatting kunnen maken over de toelatingsprocedures voor het schooljaar 2020-2021,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Meenen en Westerveld. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 111 (27020).

Mevrouw Westerveld van GroenLinks. Gaat uw gang.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Goed dat in deze commissie verschillende mensen zich zorgen maken over de situatie van De Hoenderloo Groep en het Hoenderloo College. Daar zitten kinderen voor wie eigenlijk duidelijkheid zou moeten zijn op 1 augustus. Die duidelijkheid is er nog lang niet. We hebben eerder vandaag een ander VAO gehad, met de minister van VWS, en daar zijn ook een aantal moties ingediend, maar ik vind het heel mooi dat ook de onderwijscommissie zorgen heeft over ... Het is eigenlijk helemaal niet mooi, maar ik vind het goed om te zien dat hier ook zo veel betrokkenheid is bij deze kinderen. Ik sluit me aan bij de motie van de heer Kwint daarover.

Ik heb zelf een motie over onbevoegden voor de klas, want daar hebben we gisteren ook het debat over gevoerd. Die motie luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister ruimte biedt aan scholen met een lerarentekort in de G5 om maximaal 22 uur in de maand onbevoegden in te zetten;

constaterende dat deze maximaal 22 uur per maand als onderwijstijd wordt gezien;

constaterende dat de eis dat deze onbevoegden een onderwijsopleiding volgen, wordt losgelaten;

overwegende dat dit het beroep van leraar devalueert door les gegeven door onbevoegden ook onderwijs te noemen;

verzoekt de regering om deze maximaal 22 uur niet als onderwijs te zien,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld, Kwint, Van den Hul en Van Meenen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 112 (27020).

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Voorzitter. Dit is natuurlijk het laatste debat dat we met elkaar hebben voor de zomer. Ik wil nog iets zeggen. We hebben natuurlijk met elkaar een heel rare tijd gehad en we hebben ook een aantal keer stevige discussies gehad met deze minister, maar ik heb ook wel heel veel waardering voor hoe hij op een aantal momenten de regie naar zich toetrok. Het zijn natuurlijk heftige besluiten die zijn genomen over het wel of niet sluiten van de scholen en daarna over het wel of niet open laten gaan, waar 17 miljoen mensen in het land zich mee bemoeiden en waar uiteindelijk maar één iemand verantwoordelijk voor was. Het lijken me heftige besluiten en het lijkt me een heftige periode. Ik heb echt wel respect voor de manier waarop hij daarmee is omgegaan.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Westerveld. Dan de heer Kwint, SP. Gaat uw gang.

De heer Kwint (SP):
Voorzitter, ik was er nog niet. Eerst één punt. We hebben gisteren lang gesproken over onder andere het lerarentekort. Eerlijk gezegd irriteert het mij dan wel een beetje dat ik, als wij het daar de hele tijd over het lerarentekort hebben, de dag daarna in de krant lees dat er een heel groot rapport afgerond is, met aanbevelingen, en dat er een nieuwe commissie gaat komen. We zitten nu drieënhalf jaar in deze regeerperiode en volgens mij vraagt het lerarentekort om meer dan een taskforce.

Dan nog twee punten uit het debat die zijn bleven liggen. Het eerste betreft de vso-docenten in de grote steden. Die dreigen de dupe te worden, doordat ze weer zijn vergeten bij een extra pakket. Ik heb daar samen met de heer Rog een voorstel voor geschreven en dat luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de regering extra geld beschikbaar heeft gesteld om het lerarentekort in de G5 te bestrijden;

constaterende dat, tenminste in Amsterdam, docenten in het primair onderwijs een extra toeslag boven op hun salaris krijgen, maar dat deze toeslag niet wordt uitgekeerd aan docenten in het voortgezet speciaal onderwijs;

constaterende dat er ook sprake is van een lerarentekort in het vso en leraren in het vso nu al minder verdienen dan hun collega's in het voortgezet onderwijs, maar vallen onder de cao p.o.;

verzoekt de regering in overleg te treden met de vijf grote steden om in kaart te brengen in hoeveel van de noodplannen docenten in het basisonderwijs wel extra geld krijgen, maar die in het vso niet en samen met deze gemeenten deze omissie te verhelpen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kwint en Rog. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 113 (27020).

De heer Kwint (SP):
Dan nog een motie over het Hoenderloo College. Mevrouw Westerveld zei er net al wat over. Deze mensen zijn tot nu toe echt in de steek gelaten door een megalomane zorgbestuurder en wat mij betreft ook de minister. Niet primair deze minister overigens, maar minister De Jonge. We hebben ook nog wel iets te zeggen over het onderwijs. Daarom het volgende voorstel.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat per 1 oktober 2020 het Hoenderloo College voor voortgezet speciaal onderwijs wordt gesloten;

tevens constaterende dat de minister voor basis- en voortgezet onderwijs en media systeemverantwoordelijk is, onder meer voor een dekkend onderwijsaanbod;

overwegende dat specialistische onderwijsinstellingen, zoals het Hoenderloo College, een belangrijke regio-overstijgende functie hebben;

van mening dat scholen voor voortgezet speciaal onderwijs zoveel als nodig behouden moeten worden mede gezien de oplopende wachtlijsten;

verzoekt de regering in kaart te brengen in hoeverre een regio-overstijgende specialistische school zoals het Hoenderloo College een bijdrage kan leveren aan het wegwerken van deze wachtlijsten;

verzoekt de regering tevens in overleg met de gemeente Apeldoorn en diverse aanbieders van speciaal onderwijs ervoor zorg te dragen dat de speciale functie van het huidige Hoenderloo College bewaard blijft in de vorm van een school voor speciaal onderwijs,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kwint, Westerveld, Kuiken en Van Meenen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 114 (27020).

De heer Kwint (SP):
Ik dank u voor uw coulance, voorzitter.

De voorzitter:
Ja. Dank. Dan de heer Heerema, VVD.

De heer Rudmer Heerema (VVD):
Voorzitter. Eén motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Kamer op 10 oktober 2019 heeft gevraagd om een deel van de toelatingseisen voor de pabo te versoepelen, zodat ook zeer gemotiveerde aankomende studenten een kans maken;

constaterende dat niet elke pabo-instelling zich aan deze regels houdt;

verzoekt de regering ervoor te zorgen dat de toelatingseisen voor alle pabo-instellingen gelijk zijn zodat elke gemotiveerde student de kans krijgt om docent te worden in het primair onderwijs;

verzoekt de regering tevens om ook elders verworven competenties en bewezen werk- en denkniveau te laten meewegen in de toelating voor de pabo, en de Kamer te informeren over de uitwerking hiervan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Rudmer Heerema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 115 (27020).

Mevrouw Westerveld heeft een korte vraag.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
De heer Heerema heeft het in zijn motie over de toelatingseisen. Worden daar de kennistoetsen mee bedoeld? Worden daar andere toelatingseisen mee bedoeld? Dat was me in de gauwigheid gewoon even niet helemaal duidelijk.

De heer Rudmer Heerema (VVD):
We hebben er eerder in de Kamer over gesproken dat het misschien heel verstandig is om heel gemotiveerde studenten die graag willen beginnen met de pabo, maar die bijvoorbeeld een deficiëntie hebben op aardrijkskunde, toch te laten starten, zodat ze in die vier jaar dat ze op de pabo zitten, die deficiëntie kunnen laten wegwerken. Daarbij zijn de eisen voor het einddiploma natuurlijk minstens zo hoog als ze nu zijn. Zo wordt de voorkant misschien wat soepeler, maar is het eindniveau minstens zo hoog. En zo kunnen we meer gemotiveerde studenten aan de voorkant binnenboord krijgen.

De voorzitter:
Ik schors voor enkele ogenblikken, zodat de moties kunnen worden rondgedeeld.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik geef de minister het woord.

Minister Slob:
Voorzitter. Ik heb zeven moties en ik ga ze snel langs. De eerste, op stuk nr. 109, is van de heer Van Meenen en gaat over de vrije schoolkeuze. Ik begrijp dat dit onderwerp nu op deze wijze in een motie is verwoord. Alleen, op dit moment wordt er een groot onderzoek van mij afgerond dat juist gaat over het toelatingsbeleid. De resultaten daarvan zullen direct na het zomerreces de Kamer bereiken. Ik vind het toch wel fijn om de uitkomsten van dat onderzoek te gebruiken om te bezien of eventueel aanvullend instrumentarium ook nodig is. Dus als deze motie zou kunnen worden aangehouden, dan kunnen we te zijner tijd …

De voorzitter:
Bent u daartoe bereid, meneer Van Meenen?

De heer Van Meenen (D66):
Zeker, ik houd haar aan.

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Van Meenen stel ik voor zijn motie (27020, nr. 109) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Slob:
Voorzitter. De motie op stuk nr. 110 kan ik oordeel Kamer geven. We zijn met VWS al even bezig om een brede inventarisatie te maken van onderwijs in open en gesloten jeugdzorg, naar aanleiding van een motie van mevrouw Westerveld, een van haar vele moties die zijn aangenomen in de afgelopen periode. Als nu deze motie op stuk nr. 110 wordt aangenomen, zal ik dat verder preciseren met de in deze motie door de heer Van Meenen genoemde punten. Dus deze motie kan wat mij betreft oordeel Kamer krijgen.

Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 111. Over die herindicatie van de tlv's hebben we gesproken. Ik heb in het algemeen overleg al aangegeven dat er eigenlijk helemaal niet zo heel veel problemen meer waren. De heer Van Meenen gaf aan dat hij andere signalen had gekregen. Ik heb het vandaag nog een keer extra nagevraagd. Het overgrote deel heeft inmiddels al een herindicatie gekregen, maar er is inderdaad nog een staartje waarbij dat nog niet is gebeurd. Ik heb eigenlijk al aangegeven dat wij ook vinden dat daar coulant mee moet worden omgegaan. Ik zal dat uiteraard ook communiceren in de richting van de samenwerkingsverbanden, want die geven uiteindelijk, zoals u weet, tlv's af. Ik kan deze motie dus ook oordeel Kamer geven.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 112.

Minister Slob:
Voorzitter. De motie op stuk nr. 112 gaat over een onderwerp waarover we nogal wat discussie hebben gehad met elkaar. Ik ben het met de indieners van deze motie eens dat goed onderwijs door bevoegde docenten moet worden gegeven. U weet dat die andere week- en dagindeling onder strikte restricties echt een noodmaatregel is. Ik zeg het hier nog een keer klip-en-klaar: dat is niet bedoeld als gelijkwaardig alternatief voor onderwijs door bevoegde docenten. Ik zie deze motie ook als een markering dat dat niet hetzelfde is. Ik kan deze motie oordeel Kamer geven. Als deze motie wordt aangenomen, dan zal ik ervoor zorgen dat de inzet van docenten die bevoegd zijn, de onderwijstijd waarin zij gebruikt worden, losgekoppeld wordt van wat hier gebeurt. Dus dan gaan we dit apart registreren en ook monitoren. Ik zal u uiteraard — dat heb ik toegezegd — informeren over de wijze waarop dat gaat gebeuren.

De voorzitter:
Dus deze motie krijgt ...

Minister Slob:
Ik geef deze motie oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 113 is de motie over Amsterdam. Alleen, die is nu breder geformuleerd. Het gaat hier echt om de regeling die gebruikt wordt door Amsterdam. Dat is een regeling die ervoor zorgt dat docenten extra betaald kunnen worden, juist vanwege de problematiek vanwege het tekort. Het is dus een extra toelage vanwege het tekort, waarbij degenen die de zwaarste populatie hebben — het gaat om het primair onderwijs — ook meer geld krijgen dan degenen die een wat minder zware populatie hebben. Iedereen heeft dat probleem in Amsterdam, zoals u weet. We hebben met elkaar geconstateerd dat het vso daar niet bij zat. Ik heb toegezegd dat ik daarover met Amsterdam in gesprek zou gaan. Ik begrijp dat u dat met deze motie wilt onderstrepen en dat het meer is dan in gesprek gaan. U wilt gewoon dat het door Amsterdam geregeld wordt. Binnen de financiële kaders die we al met Amsterdam hebben afgesproken, ben ik bereid om dat te doen als deze motie wordt aangenomen.

De voorzitter:
Dus oordeel Kamer?

Minister Slob:
Dus oordeel Kamer.

De heer Rudmer Heerema (VVD):
Maar in de laatste zin staat: "en samen met de gemeente deze omissie te verhelpen". Even voor de duidelijkheid: dat betekent dus niet dat het ministerie geld gaat bijleggen om het samen met Amsterdam te verhelpen? Amsterdam moet het zelf doen?

Minister Slob:
Ik heb aangegeven dat het moet passen binnen de financiële kaders die we hebben afgesproken met Amsterdam. Als het extra geld gaat kosten, kan het niet. Ik heb het geld verdeeld onder de steden. Nog even met klem: er staat niet "alle steden", dit is heel specifiek de keuze die Amsterdam heeft gemaakt. Dit speelt niet in andere steden.

De heer Kwint (SP):
De motie zegt wat ze zegt. Laten we samen in gesprek gaan om die omissie te verhelpen. Hoe dat dan gebeurt, lees ik graag terug. Wat betreft die steden: volgens mij zit daar een klein misverstand. Gisteren hadden we het er ook even over. Amsterdam doet twee dingen: een grotestedentoeslag en een achterstandsscholentoeslag, zeg ik maar even oneerbiedig. Volgens mij is die achterstandsscholentoeslag uniek voor Amsterdam in vergelijking met andere steden, maar de grotestedentoeslag niet. Ook die krijgen docenten in het vso niet, voor zover ik weet. Ik zou wel zeker willen weten over die grotenstedentoeslag dat vso-docenten in de andere steden niet hetzelfde probleem hebben. Als het niet zo is, is de minister snel klaar met zijn rondgang, want dan belt hij drie gemeenten en hoeft daar niets te gebeuren.

De voorzitter:
De minister, kort.

Minister Slob:
Het is een tekortentoeslag waar Amsterdam voor gekozen heeft en andere steden niet. Die wordt op twee manieren verdeeld. Scholen met iets minder tekorten krijgen een bepaald bedrag en scholen met grotere tekorten krijgen een groter bedrag. Dat speelt niet in andere steden, dat speelt alleen in Amsterdam. Nogmaals, ik heb aangegeven dat het binnen het financiële kader moet. Dat zeg ik ook even ter geruststelling van de heer Heerema.

Ten aanzien van de motie op stuk nr. 114 heb ik in het algemeen overleg al aangegeven dat ik in overleg zal treden. Ik heb wel een winstwaarschuwing gegeven dat niet zomaar alles mogelijk is. Ik kan dus ook geen garanties geven dat dit gaat lukken, maar ik zal de gesprekken gaan voeren en u zo snel als mogelijk daarover informeren als deze motie wordt aangenomen.

De voorzitter:
Oordeel Kamer.

Minister Slob:
Dan de motie op stuk nr. 115. Er was iets waarover nog informatie is aangereikt. Fijn dat dat nog even gelukt is. Ik kan namens mijn collega Van Engelshoven zeggen dat deze motie oordeel Kamer kan krijgen.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 115 krijgt oordeel Kamer.

De heer Kwint heeft nog een hele korte vraag.

De heer Kwint (SP):
Ja, over de motie op stuk nr. 114. De minister had al toegezegd dat hij in gesprek gaat. Er is een reden waarom ik ook nog een motie heb ingediend. Het gaat mij er namelijk om dat we ook wel in kaart gaan brengen wat die regio-overstijgende functie kan zijn, omdat de intentie is om die functie wel te behouden, zeker gezien de positie van het speciaal onderwijs. Dat is de strekking van de motie.

Minister Slob:
Dat is mij duidelijk. U heeft heel specifiek gevraagd om dit rond deze casus te doen. Ik zal dat uiteraard ook doen, maar nogmaals, ik wil de verwachtingen wel temperen, want dat zal waarschijnlijk echt niet zomaar kunnen. Maar ik ga het uiteraard wel uitzoeken en ik zal u daarover informeren.

De voorzitter:
Ik dank de minister voor zijn komst naar de Kamer.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Ik schors voor enkele ogenblikken.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Onderhandelaarsakkoord voor de Noordzee

Onderhandelaarsakkoord voor de Noordzee

Aan de orde is het VSO Onderhandelaarsakkoord voor de Noordzee (33450, nr. 64).

De voorzitter:
Het moment is daar: dit is het laatste VSO. Aan de orde is het VSO over het onderhandelaarsakkoord voor de Noordzee. Ik zou mevrouw Mulder van het CDA het woord willen geven.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):
Voorzitter. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er na een intensief en constructief proces een Noordzeekakkoord ligt waarin een goede basis is gelegd om vanuit verder te werken;

overwegende dat er innovatieve oplossingen voor de visserij denkbaar zijn door maximaal gebruik te maken van Europese gelden, die echter pas tegen eind 2021 kunnen worden ingezet;

constaterende dat de minister aangeeft de Europese middelen versneld in te kunnen zetten indien er grote druk ontstaat op het innovatiebudget;

verzoekt de regering om, waar mogelijk, Europese gelden voor de visserij naar voren te halen, dan wel anderszins ervoor te zorgen dat de gewenste oplossingen eerder in beeld komen en daarmee het draagvlak voor het Noordzeeakkoord onder vissers te verstevigen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Agnes Mulder, Remco Dijkstra, Dik-Faber, De Groot en Weverling.

Zij krijgt nr. 69 (33450).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat we, zoals de voorzitter van het Noordzeeakkoord, de heer Wallage, tijdens de technische briefing gisteren in de Tweede Kamer heeft aangegeven nog heel veel over een gezonde Noordzee niet weten;

overwegende dat het voor een goede inpassing van windmolens, een gezonde visstand en andere activiteiten op de Noordzee van belang is dat we deze gegevens ten aanzien van de gezondheid goed monitoren en onderzoeken;

verzoekt de regering om bij de Wet windenergie op zee hier nadrukkelijk oog voor te hebben om daarmee het Noordzeeakkoord verder te verstevigen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Agnes Mulder en De Groot. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 70 (33450).

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):
Wij hebben na het reces nog een uitgebreid debat. Dat verdient dit Noordzeeakkoord ook, denk ik. Het is onder hele moeilijke omstandigheden tot stand gekomen. Het is een pittige klus om dit met elkaar te klaren. Het gaat om 60% van Nederland. Daarover worden afspraken gemaakt om met elkaar perspectief te hebben richting de toekomst. Ik hoop dat we er ook een goede toekomst voor elkaar kan kunnen maken. Dat is de hoop die ik vandaag uitspreek.

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Even omdat ik mijn fractie moet adviseren over de laatste motie. Daarin wordt de link gelegd met de Wet wind op zee. We gaan die wet na het reces behandelen. Die is gereed voor plenaire behandeling. Vraagt deze motie nou ook nog een aanpassing van de wet? Ik begrijp niet helemaal wat de portee van het dictum is.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):
Wat ik van belang vind, is dat we goed monitoren wat in al die windparken gebeurt. Gaat dat goed? Is het goed voor het mariene leven, maar ook voor de schepen die er doorheen varen? Daarvoor heb je ongelofelijk veel data nodig. Dat moet goed in beeld zijn bij ons op het moment dat wij de Wet wind op zee gaan behandelen. We moeten weten of we daarmee de goede kant opgaan, zodat we niet achteraf worden geconfronteerd met allerlei gegevens die toch nog moeten worden aangeleverd, in Brussel of waar dan ook, en wij dan ongemakkelijke zaken gaan tegenkomen. Dat wens ik ons allemaal niet toe, want we weten waartoe dat kan leiden. Eerder vandaag hebben we gezien dat daar ook moties over werden ingediend.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Dijkstra ook nog?

De heer Remco Dijkstra (VVD):
Ik heb een kleine vraag, namelijk of de heer Weverling ook kan worden toegevoegd aan die eerste motie van u. Hij heeft zich ook hardgemaakt voor de vissers. Misschien is u dat even ontschoten in alle mails vandaag.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):
Ja, ik heb u erin gezet, omdat u de woordvoerder bent vanavond. Mag ik dat zo aanpassen? Dan ga ik dat bij dezen wijzigen.

De voorzitter:
We hebben dit gewijzigd, mevrouw Mulder.

Dan is nu het woord aan de heer Dijkstra van de VVD.

De heer Remco Dijkstra (VVD):
Voorzitter. Ik heb twee vragen en opmerkingen. Het is goed dat het akkoord er in concept ligt, om vanuit verder te werken. We hebben geconstateerd dat een aantal visgronden ten noorden van Schiermonnikoog en ook in de Noordzee worden afgesloten. Dat heeft tot onrust geleid bij de garnalenvisserij. De gronden die ze daar hebben, zijn ook van economisch belang. Mensen willen weten waar zij aan toe zijn. Nu heb ik begrepen dat van de week een verkenner is aangesteld om daarnaar te kijken. Ik wil vragen aan de regering of die verkenner ervoor kan zorgen dat ze met elkaar in gesprek gaan, om te kijken welke mogelijkheden er zijn, binnen de afspraken van het Noordzeeakkoord, om tot een toekomstbestendige garnalenvisserij te komen, dat te waarborgen en de Kamer daarover te informeren, liefst na de zomer. Als die toezegging kan komen, ben ik heel blij.

Mijn tweede punt. Ik had wat zorgen. Wij hebben als VVD eerder aandacht gevraagd voor de maritieme belangen maar ook de defensiebelangen. Die zaten wel aan tafel, maar een beetje indirect eigenlijk. We hebben ook geconstateerd, later ook uit de antwoorden die we kregen van beide ministers dat er een groot NAVO-oefengebied is. Dat heet EDH42. Dat is een groot gebied en dat moet net zo snel en goed bereikbaar zijn vanaf vliegbasis Leeuwarden. Er is gekeken naar alternatieven maar die zijn er niet. Dat is wat mij betreft een duidelijk antwoord; als zij er niet zijn, dan zijn ze er niet. Toch zie ik in de antwoorden dat alsnog misschien gekeken gaat worden naar andere gebieden, misschien internationaal. Ik hoop dat er nu echt duidelijkheid over komt. Als het er niet is, dan is het er niet en dan moet je ook niet verder zoeken. Als er iets is wat wel meerwaarde heeft, dan staan we daarvoor open, maar ik zou niet zeggen: ga daar dure onderzoeken naar doen. Bij dezen wil ik die opmerking gemaakt hebben.

De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Dik-Faber, ChristenUnie. Excuus, dan gaan we naar de heer De Groot, D66.

De heer De Groot (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik wil vanaf deze plek de ministers complimenteren voor het mooie werk met het Noordzeeakkoord. Het is het begin van het proces. Er moet nog heel veel gebeuren. Er gaat 50 miljard naar wind op zee worden uitgerold. Dat is echt een hele grote klus. Het Noordzeeakkoord heeft laten zien dat dat met alle betrokkenen, die ook complimenten verdienen, uiteindelijk toch heel goed is gelukt, maar dit is het begin. Er wordt nu gesproken over de governance en de verankering daarvan; hoe ga je dat doen? Wat D66 betreft, ook namens een aantal andere partijen in de Kamer, denk ik, is er toch een voorkeur voor een wettelijke verankering. Ik ben benieuwd naar de wijze waarop de minister daarin staat.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is nu het woord aan de heer Wassenberg van de Partij voor de Dieren.

De heer Wassenberg (PvdD):
Dank, voorzitter. Zo komt er toch een einde aan een lange vergaderdag. Vijftien uur geleden begonnen we en nu is het laatste debat bijna afgelopen en dan moeten we nog stemmen, dus er komt toch een einde aan. Even voor de duidelijkheid, voorzitter, volgens mij is het zo dat van degene die het laatst spreekt van de Kamer de moties automatisch worden aangenomen. Was dat niet zo? Volgens mij is dat een gouden regel, maar goed, ik ga het in elk geval proberen. Ik heb twee moties.

De voorzitter:
Dan meldt de heer Van Aalst zich nog even aan voor twee minuten. Gaat uw gang.

De heer Wassenberg (PvdD):
Mijn eerste motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat contingenten (delen van het nationaal quotum voor een bepaalde vissoort) "al jaren bij lange na niet volledig worden benut";

verzoekt de regering de niet benutte contingenten in te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 71 (33450).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de sanering van de kottervloot ertoe moet leiden dat de ecologische druk door de visserij op de beschikbare visgronden afneemt;

constaterende dat een meerderheid van de leden van de uitgenodigde visserijorganisaties niet instemt met het Noordzeeakkoord;

overwegende dat het nog volstrekt onduidelijk is of en wanneer de visserijsector in meerderheid het Noordzeeakkoord steunt;

verzoekt de regering de gereserveerde middelen voor een sanering van de kottervisserij voor het eind van het jaar in te zetten, los van het Noordzeeakkoord,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 72 (33450).

Dank.

De heer Wassenberg (PvdD):
Dank.

De voorzitter:
Dan is nu het woord aan de heer Stoffer van de SGP. Gaat uw gang.

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Die Urker vissers zeiden: als het waar is wat de heer Wassenberg zegt, ga dan nog even een motie indienen, Chris, want die van de Partij voor de Dieren moeten we natuurlijk niet allemaal aangenomen hebben.

Ik heb ook een motie, en dat is de volgende.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering het effect van onderwatergeluid op verschillende voor de Noordzee belangrijke vissoorten en op schaal- en schelpdieren en de invloed van windparken op stromingspatronen en sedimentatie mee te nemen in het onderzoeks- en monitoringsprogramma,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Stoffer. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 73 (33450).

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik geef de minister het woord.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dank u wel, voorzitter. Er was nog één vraag gesteld door de heer De Groot: hoe staan wij tegenover de wettelijke verankering? Hij heeft het specifiek over de governance die bij dit Noordzeerakkoord past. Op dit governance-onderdeel wacht ik nog even het advies af van de heer Wallage, maar ik zal uw Kamer uiterlijk in het derde kwartaal, dus na het zomerreces, hierover informeren.

Dan kom ik bij de moties op mijn beleidsterrein. De eerste motie is de motie op stuk nr. 70. Zij verzoekt de regering om bij de Wet windenergie op zee nadrukkelijk oog te hebben voor het monitoren en onderzoeken van de gezondheid van de Noordzee. Die motie geef ik oordeel Kamer.

De andere motie op mijn beleidsterrein is de motie op stuk nr. 73 van de heer Stoffer. Deze motie verzoekt het effect van onderwatergeluid op verschillende voor de Noordzee belangrijke vissoorten en op schaal- en schelpdieren en de invloed van windparken op stromingspatronen en sedimentatie mee te nemen in het onderzoeks- en monitoringsprogramma. Nou, dat is een hele mond vol. In het kader van de tijd zal ik er niet al te ver over uitweiden, maar we kunnen haar oordeel Kamer geven.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn er nog drie andere moties.

Minister Schouten:
Ja. Eerst de motie van mevrouw Mulder c.s. Het is mogelijk om de middelen sneller in te zetten, mits daarover een besluit wordt genomen in Europa. De huidige planning gaat uit van een start begin 2021, maar voor goede projecten kunnen nationale innovatiemiddelen uit het NZA al wel naar voren worden gehaald, dus ik kan deze motie oordeel Kamer geven.

De heer Dijkstra had geen motie, maar een vraag, over de garnalenvisserij. Wij hebben de heer Joustra gevraagd om als verkenner op te treden in de visserij en de heer Dijkstra vroeg: kan hij dan ook niet kijken naar de garnalenvisserij en een aantal specifieke punten die daar spelen? Ik zal de heer Joustra vragen of hij daar ook aandacht aan wil besteden, om te kijken of we de vragen die er leven, kunnen wegnemen. Ik zal dit dus expliciet aan de heer Joustra meegeven. Dat kan ik toezeggen.

Dan nog twee moties van de heer Wassenberg. In de eerste motie, op stuk nr. 71, wordt de regering verzocht om de niet-benutte contingenten in te trekken. Die motie ga ik ontraden. Het quotasysteem is gebaseerd op wetenschappelijk advies. Het streven is om te vissen op MSY, op Maximum Sustainable Yield. Sorry voor het Engels, voorzitter, maar de heer Wassenberg weet wat het is. Gelukkig zijn er in de Noordzee veel soorten die daaronder vallen. Dat de visserij het ene jaar het quotum niet volledig opvist, zegt niets over andere jaren. Daarom ontraad ik deze motie, zoals ik al had aangegeven.

De voorzitter:
De heer Wassenberg heeft hier een vraag over?

De heer Wassenberg (PvdD):
Ja, voorzitter. De minister zegt: nou, het ene jaar meer dan het andere jaar. Maar in haar beantwoording van de vragen in het schriftelijk overleg schrijft ze dat die, ik citeer, "al jarenlang bij lange na niet worden benut", dus over een lange periode en op geen stukken na. Dat is toch iets anders dan "het ene jaar wel, het andere jaar niet".

Minister Schouten:
Ik zou bijna zeggen: daar moet de heer Wassenberg vanuit zijn perspectief toch blij mee zijn! Want dat betekent dat we ook nog onder de quotumdoelstellingen blijven die daarvoor gesteld zijn.

De heer Wassenberg (PvdD):
Dan kun je ze beter innemen.

Minister Schouten:
Wij weten wat MSY is; dat stellen we vast. Bij de meeste soorten gaat het allemaal heel goed. We hebben dan een deel nog niet volledig benutte contingenten. Ik zou tegen de heer Wassenberg zeggen: tel uw zegeningen, op dit late tijdstip.

De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 72.

Minister Schouten:
Ja, de laatste motie. Daarin wordt de regering verzocht de gereserveerde middelen voor een sanering van de kottervisserij voor het eind van het jaar in te zetten, los van het Noordzeeakkoord. We hebben een Noordzeeakkoord. Dat is een samengesteld geheel, waar zowel innovatie- als saneringsmiddelen en allerlei andere afspraken bij horen. Daar trekken we nu niet één onderdeel uit. Dat zouden we sowieso niet gaan doen. Ik ontraad deze motie dus.

Voorzitter. Sta mij toe om de Kamer op dit late tijdstip toch te bedanken voor het afgelopen jaar. Ik ben niet met u allemaal vaak in debat geweest, maar het was me een genoegen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Hartelijk dank.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Ik kijk naar de klok. Ik schors tot 02.15 uur en dan gaan wij stemmen, want daar zijn we goed in.

De vergadering wordt van 01.26 uur tot 02.15 uur geschorst.

Voorzitter: Arib

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

De voorzitter:
Aan de orde zijn de stemmingen. Voordat we gaan stemmen, geef ik eerst de heer Stoffer het woord.

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Ik wil één motie aanhouden bij punt 37, over de Voojaarsnota 2020, namelijk de motie op stuk nr. 12 (35450).

De voorzitter:
Ja. De motie op stuk nr. 12 van de heren Stoffer/Snels staat op de laatste bladzijde bij agendapunt 37.

Op verzoek van de heer Stoffer stel ik voor zijn gewijzigde motie (35450, nr. 12, was nr. 11) opnieuw aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Stemmingen

Stemmingen

Stemming brief Decharge van de jaarverslagen voor het gevoerde financieel beheer door de ministers in het jaar 2019

Aan de orde is de stemming over de brief van de vaste commissie voor Financiën inzake de decharge van de jaarverslagen voor het gevoerde financieel beheer door de ministers in het jaar 2019 (35470, nr. 27).

De voorzitter:
Ik stel voor de slotwetten over het jaar 2019 Kamerstukken 35470 hoofdstukken I tot en met X, XII tot en met XVII en de fondsen A tot en met C en J zonder stemming aan te nemen en conform het voorstel van de vaste commissie voor Financiën te besluiten en de desbetreffende ministers, met inachtneming van de diverse toezeggingen ter verbetering van het financieel beheer, decharge te verlenen voor het gevoerde beleid.

Daartoe wordt besloten.

Stemmingen moties Cure

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over cure,

te weten:

  • de motie-Van Gerven over de transactiekosten van de invoering van de Zorgverzekeringswet in 2006 (31765, nr. 497);
  • de motie-Van Gerven over compensatie door de zorgverzekeraars van de door ziekenhuizen gemiste omzet (31765, nr. 498);
  • de motie-Van den Berg over wettelijk erkende specialistentitels voor spoedeisendehulpartsen en intensivisten (31765, nr. 501);
  • de motie-Ellemeet c.s. over verankeren van zeggenschap en inspraak van verpleegkundigen en verzorgenden in een toekomstig hoofdlijnenakkoord (31765, nr. 502);
  • de motie-Ellemeet/Van Gerven over een akkoord verantwoord wisselen van medicijnen (31765, nr. 503);
  • de motie-Veldman c.s. over bevorderen van integrale samenwerking tussen zorginstellingen (31765, nr. 504);
  • de motie-Dik-Faber/Ellemeet over verankeren van de zeggenschap van verpleegkundigen en verzorgenden op instellingsniveau (31765, nr. 505);
  • de motie-Ploumen/Veldman over het effect van de handreiking van de Federatie Medisch Specialisten (31765, nr. 507);
  • de motie-Ploumen over transparantie over de onderhandelingen met geneesmiddelenfabrikanten via een trusted third party (31765, nr. 509).

(Zie notaoverleg van 2 juli 2020.)

In stemming komt de motie-Van Gerven (31765, nr. 497).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Gerven (31765, nr. 498).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

De heer Van Nispen.

De heer Van Nispen (SP):
Voorzitter. Wij willen deze motie graag aanhouden.

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Van Gerven stel ik voor zijn motie (31765, nr. 498) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Van den Berg (31765, nr. 501).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ellemeet c.s. (31765, nr. 502).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ellemeet/Van Gerven (31765, nr. 503).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Veldman c.s. (31765, nr. 504).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dik-Faber/Ellemeet (31765, nr. 505).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ploumen/Veldman (31765, nr. 507).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ploumen (31765, nr. 509).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen Incidentele suppletoire begroting inzake coronamaatregelen

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2020 (Incidentele suppletoire begroting inzake Coronamaatregelen) (35493).

(Zie wetgevingsoverleg van 2 juli 2020.)

In stemming komt het amendement-Wilders/Agema (stuk nr. 6).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de PVV, FvD en Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Stemming motie Begroting Infrastructuur en Waterstaat 2020

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2020,

te weten:

  • de motie-Van Brenk over zwaardere sancties bij verkeersovertredingen (35300-XII, nr. 47).

(Zie vergadering van 17 oktober 2019.)

De voorzitter:
De motie-Van Brenk (35300-XII, nr. 47) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het Strategisch Plan Verkeersveiligheid streeft naar nul verkeersslachtoffers;

overwegende dat bij een derde van het aantal verkeersdoden het slachtoffer geen gordel droeg;

overwegende het feit dat de boetebedragen in 2020 geïndexeerd worden volgens de consumentenprijsindex;

overwegende dat Nederland in rap tempo zakt op de Europese ranglijst van verkeersveilige landen;

verzoekt de regering in te zetten op intensivering van handhaving en verzwaring van sanctionering,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 113, was nr. 47 (35300-XII).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Brenk (35300-XII, nr. 113, was nr. 47).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de SGP en het CDA voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Incidentele suppletoire begroting inzake coronamaatregelen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2020 (Incidentele suppletoire begroting inzake Coronamaatregelen),

te weten:

  • de motie-Raemakers c.s. over snel helderheid bieden over de financiële bonus (35493, nr. 7);
  • de motie-Hijink c.s. over levering van het vaccin ook na de crisis (35493, nr. 8);
  • de motie-Hijink over een meerderheidsbelang van Sanquin in Sanquin Plasma Products (35493, nr. 10);
  • de motie-Ploumen over een uitzondering op dataexclusiviteit bij dwanglicenties (35493, nr. 11);
  • de motie-Ploumen over de Kamer informeren over de inbreng op de TRIPS-vergadering (35493, nr. 12);
  • de motie-Ellemeet over eisen voor de betaalbaarheid en de toegankelijkheid van het COVID-19-vaccin (35493, nr. 13).

(Zie wetgevingsoverleg van 2 juli 2020.)

De voorzitter:
De motie-Ploumen (35493, nr. 12) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Nederland op dit moment niet in staat is om een geneesmiddel dat elders onder dwanglicentie is geproduceerd, te importeren;

verzoekt de regering de Kamer tijdig te informeren over de voorbereiding en inbreng voor de TRIPS-vergadering eind juli,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 14, was nr. 12 (35493).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-de motie Raemakers c.s. (35493, nr. 7).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Wat is er aan de hand? Oké. Nee, we kunnen gewoon stemmen. Het systeem ligt plat en het kan niet worden uitgezonden, maar we kunnen gewoon doorgaan met stemmen.

In stemming komt de motie-Hijink c.s. (35493, nr. 8).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Hijink (35493, nr. 10).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ploumen (35493, nr. 11).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Ploumen (35493, nr. 14, was nr. 12).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ellemeet (35493, nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen Tweede incidentele suppletoire begroting inzake compensatie studenten en ondersteuningsmaatregelen onderwijs COVID-19

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2020 (Tweede incidentele suppletoire begroting inzake compensatie studenten en ondersteuningsmaatregelen onderwijs COVID-19) (35464).

In stemming komt het amendement-Futselaar (stuk nr. 4).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de SGP, de PVV en FvD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Stemming Vierde incidentele suppletoire begroting inzake steunmaatregelen voor gemeenten

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) voor het jaar 2020 (Vierde incidentele suppletoire begroting inzake steunmaatregelen voor gemeenten) (35485).

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Stemming Vierde incidentele suppletoire begroting inzake intensivering aanpak tekorten in het onderwijs en lerarenopleidingen

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2020 (Vierde incidentele suppletoire begroting inzake intensivering aanpak tekorten in het onderwijs en de lerarenopleidingen) (35499).

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Stemming motie Democratie, kiesrecht en desinformatie

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het VSO Democratie, kiesrecht en desinformatie,

te weten:

  • de motie-Middendorp/Asscher over het identificeren en voorkomen van digitale inmenging tijdens de verkiezingen (35300-VII, nr. 126).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Middendorp/Asscher (35300-VII, nr. 126).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Bouwen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Bouwen,

te weten:

  • de motie-Terpstra c.s. over hypotheekverstrekking op basis van huurlasten (32847, nr. 656);
  • de motie-Terpstra over in kaart brengen van de grote locaties waar woningen gebouwd kunnen worden (32847, nr. 657);
  • de gewijzigde motie-Koerhuis/Van Eijs over de mogelijkheden voor grootschalige woningbouw in Rijnenburg (32847, nr. 670, was nr. 658);
  • de motie-Koerhuis/Terpstra over het op korte termijn alsnog halen van het doel van 75.000 woningen (32847, nr. 659);
  • de motie-Beckerman c.s. over het aantal sociale huurwoningen in woningmarktregio's met schaarste (32847, nr. 661);
  • de motie-Beckerman c.s. over een landelijk buurtverbeteringsfonds (32847, nr. 662);
  • de motie-Smeulders c.s. over op Prinsjesdag een volkshuisvestingsfonds presenteren (32847, nr. 663);
  • de motie-Kops/Emiel van Dijk over intrekken van de verblijfsvergunningen van statushouders (32847, nr. 664);
  • de motie-Van Eijs/Koerhuis over het realiseren van flexwoningen (32847, nr. 666);
  • de motie-Van Otterloo/Nijboer over verlengen van de Regeling Vermindering Verhuurderheffing (32847, nr. 667);
  • de motie-Nijboer c.s. over de verhuurderheffing tijdelijk opschorten (32847, nr. 668);
  • de motie-Nijboer c.s. over een ondergrens van 30% sociale huur. (32847, nr. 669).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Terpstra c.s. (32847, nr. 656).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Terpstra (32847, nr. 657).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Koerhuis/Van Eijs (32847, nr. 670, was nr. 658).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de PVV, FvD en Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Koerhuis/Terpstra (32847, nr. 659).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Beckerman c.s. (32847, nr. 661).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Beckerman c.s. (32847, nr. 662).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Smeulders c.s. (32847, nr. 663).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kops/Emiel van Dijk (32847, nr. 664).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Eijs/Koerhuis (32847, nr. 666).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Otterloo/Nijboer (32847, nr. 667).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de SGP en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Nijboer c.s. (32847, nr. 668).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Nijboer c.s. (32847, nr. 669).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Mijnbouw/Groningen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Mijnbouw/Groningen,

te weten:

  • de motie-Beckerman c.s. over niet invoeren van de norm NPR 2020 voordat de Kamer erover heeft kunnen spreken (33529, nr. 775);
  • de motie-Beckerman c.s. over in gesprek gaan met de deelnemers over initiatieven voor eigen regie over woningversterking (33529, nr. 776);
  • de motie-Beckerman c.s. over de bevoegdheid voor het IMG om iedereen die onvoldoende gecompenseerd is opnieuw te beoordelen (33529, nr. 777);
  • de motie-Beckerman c.s. over overnemen van de voorgestelde verbeteringen om de indicator voor waardedaling aan te passen (33529, nr. 778);
  • de motie-Agnes Mulder/Sienot over ruimte bieden aan initiatieven waarbij inwoners zelf regie kunnen nemen (33529, nr. 779);
  • de motie-Van der Lee over verlengen van de inzagetermijn voor de vergunningsaanvraag voor aardgaswinning onder de Waddenzee (33529, nr. 780);
  • de motie-Nijboer c.s. over de omgekeerde bewijslast ook bij kleine velden laten gelden (33529, nr. 781);
  • de motie-Nijboer c.s. over een overtuigende aanpak om ondernemers tegemoet te treden. (33529, nr. 782).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
De motie-Beckerman c.s. (33529, nr. 776) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Beckerman, Nijboer, Van der Lee, Van Raan, Kops, Aukje de Vries, Agnes Mulder, Sienot en Dik-Faber.

Zij krijgt nr. 791, was nr. 776 (33529).

De motie-Beckerman c.s. (33529, nr. 778) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Beckerman, Nijboer, Van der Lee, Van Raan, Sienot, Agnes Mulder en Dik-Faber, en luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat waardedaling van woningen in het bevingsgebied binnenkort gecompenseerd gaan worden door het IMG;

constaterende dat de regeling door de gekozen systematiek voor een deel van de gedupeerden bijvoorbeeld in Delfzijl en Midden-Groningen nadelig uitpakt;

constaterende dat de hoogste bestuursrechter nog uitspraak zal doen over de waardedaling;

verzoekt de regering het IMG in overweging te geven, wanneer de hoogste bestuursrechter oordeelt dat de Invisor-systematiek of een mix van beide systematieken gevolgd moet worden, dit — ook met terugwerkende kracht — uit te voeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. 792, was nr. 778 (33529).

De motie-Agnes Mulder/Sienot (33529, nr. 779) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Agnes Mulder, Sienot, Aukje de Vries en Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 793, was nr. 779 (33529).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Beckerman c.s. (33529, nr. 775).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Beckerman c.s. (33529, nr. 791, was nr. 776).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Beckerman c.s. (33529, nr. 777).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Beckerman c.s. (33529, nr. 792, was nr. 778).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Agnes Mulder c.s. (33529, nr. 793, was nr. 779).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Lee (33529, nr. 780).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FvD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Nijboer c.s. (33529, nr. 781).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Nijboer c.s. (33529, nr. 782).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Gevangeniswezen/tbs

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Gevangeniswezen/tbs,

te weten:

  • de motie-Van Nispen c.s. over vermindering van de werkdruk van het gevangenispersoneel (24587, nr. 772);
  • de motie-Van Nispen/Kuiken over een onafhankelijk onderzoek naar de veiligheid in het gevangenisziekenhuis te Scheveningen (24587, nr. 773);
  • de motie-Van Nispen/Van Toorenburg over het terugdringen van marktwerking in de forensischezorgsector (24587, nr. 774);
  • de motie-Markuszower over nieuwe gevangenissen bijbouwen (24587, nr. 775);
  • de motie-Van den Berge/Van Nispen over onafhankelijk onderzoek naar het beleid voor het openen en sluiten van penitentiaire inrichtingen (24587, nr. 776);
  • de motie-Van Toorenburg/Van Nispen over een pas op de plaats ten aanzien van de aanbesteding van de medische zorg (24587, nr. 777);
  • de motie-Van Wijngaarden/Van Toorenburg over de administratieve lasten ten gevolge van de Wvggz fors reduceren (24587, nr. 778);
  • de motie-Groothuizen c.s. over vervangende werkstraf bij niet betalen van strafrechtelijke geldboetes (24587, nr. 779).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Van Nispen c.s. (24587, nr. 772).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen en de SGP voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Nispen/Kuiken (24587, nr. 773).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Nispen/Van Toorenburg (24587, nr. 774).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Markuszower (24587, nr. 775).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van den Berge/Van Nispen (24587, nr. 776).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Toorenburg/Van Nispen (24587, nr. 777).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Wijngaarden/Van Toorenburg (24587, nr. 778).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Groothuizen c.s. (24587, nr. 779).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Mevrouw Van Toorenburg.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Gewoon even om de avond afwisselend te laten zijn: nu onze motie op stuk nr. 777 is aangenomen, over een pas op de plaats maken ten aanzien van de aanbesteding van de medische zorg, wil ik graag een brief van de regering over hoe deze motie wordt uitgevoerd.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Stemming motie Beleidsvisie op filantropie

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het VSO Beleidsvisie op filantropie,

te weten:

  • de motie-Leijten over een grondig onderzoek naar misbruik van de anbiregeling (32740, nr. 23).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Leijten (32740, nr. 23).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Toepassing van de witte loonbelastingtabel op SBF-uitkeringen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Toepassing van de witte loonbelastingtabel op SBF-uitkeringen,

te weten:

  • de motie-Leijten/Snels over een regeling om fiscaal benadeelde SBF'ers te compenseren (31066, nr. 667);
  • de motie-Omtzigt over een ultieme poging om tot een oplossing te komen in het SBF-domein (31066, nr. 668).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Leijten/Snels (31066, nr. 667).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Omtzigt (31066, nr. 668).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Belastingdienst

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Belastingdienst,

te weten:

  • de motie-Leijten over een meldpunt voor het aanvragen van kwijtschelding van teruggevorderde toeslagen; (31066, nr. 669);
  • de motie-Omtzigt/Van Weyenberg over oplossingen voor de casussen in het werkdocument van de Belastingdienst (31066, nr. 670);
  • de motie-Omtzigt over recht op een afschrift van het dossier voor ouders in CAF-zaken (31066, nr. 671);
  • de motie-Omtzigt c.s. over een informatiecampagne over de wet inzake compensatie voor slachtoffers van de toeslagenaffaire (31066, nr. 672);
  • de motie-Lodders c.s. over beleidsopties voor vermogensrendementsheffing op basis van werkelijk rendement (31066, nr. 673).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Leijten (31066, nr. 669).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Omtzigt/Van Weyenberg (31066, nr. 670).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Omtzigt (31066, nr. 671).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Omtzigt c.s. (31066, nr. 672).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Lodders c.s. (31066, nr. 673).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Zzp

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Zzp,

te weten:

  • de motie-Edgar Mulder/De Jong over zelfstandigen die door de partnertoets geen toegang kregen tot de Tozo alsnog compenseren (31311, nr. 222);
  • de motie-Gijs van Dijk c.s. over handhaven op schijnzelfstandigheid (31311, nr. 223);
  • de motie-Gijs van Dijk/Van Weyenberg over afspraken over sectorale minimumtarieven voor zzp'ers (31311, nr. 224);
  • de motie-Gijs van Dijk over een betaalbare premie voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering (31311, nr. 225);
  • de motie-Smeulders over het handhavingsmoratorium op schijnzelfstandigheid uitfaseren (31311, nr. 226);
  • de motie-Van Kent/Gijs van Dijk over voorstellen om een einde te maken aan schijnconstructies (31311, nr. 227);
  • de motie-Van Brenk over de mogelijkheid voor alle zelfstandige ondernemers om gebruik te maken van bijzondere coronagerelateerde ondersteuning (31311, nr. 229);
  • de motie-Van Brenk over sectorale afspraken over minimumtarieven voor zzp'ers algemeen verbindend verklaren (31311, nr. 230);
  • de motie-Tielen c.s. over een aan werkgevers en werknemers gelijkwaardige positie voor zelfstandigen (31311, nr. 231);
  • de motie-Palland/Van Weyenberg over een maatregel om de kwetsbaarheid van zelfstandigen aan de onderkant van de arbeidsmarkt tegen te gaan (31311, nr. 232).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
De motie-Gijs van Dijk/Van Weyenberg (31311, nr. 224) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de ACM een hernieuwde "Leidraad tariefafspraken zzp'ers" heeft gepubliceerd en deze moet leiden tot meer sectorale afspraken over minimumtarieven voor zzp'ers;

overwegende dat sectorale afspraken in cao's of andere sectorale afspraken over minimumtarieven kunnen zorgen voor een fatsoenlijk inkomen voor zzp'ers;

verzoekt de regering voor het kerstreces te rapporteren of en in welke mate er afspraken zijn gemaakt over sectorale minimumtarieven voor zzp'ers, hier jaarlijks over te rapporteren, en wanneer dat onvoldoende het geval is of bij belemmeringen met voorstellen te komen om sectorale minimumtarieven wel mogelijk te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 233, was nr. 224 (31311).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Edgar Mulder/De Jong (31311, nr. 222).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Gijs van Dijk c.s. (31311, nr. 223).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Gijs van Dijk/Van Weyenberg (31311, nr. 233, was nr. 224).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Gijs van Dijk (31311, nr. 225).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Smeulders (31311, nr. 226).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Kent/Gijs van Dijk (31311, nr. 227).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FvD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Brenk (31311, nr. 229).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de PVV en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Brenk (31311, nr. 230).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Tielen c.s. (31311, nr. 231).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Palland/Van Weyenberg (31311, nr. 232).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemming motie Fouten bij het onderzoek naar afstand en adoptie in Nederland

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het debat over fouten bij het onderzoek naar afstand en adoptie in Nederland,

te weten:

  • de motie-Bergkamp c.s. over het op zorgvuldige en wetenschappelijke wijze oppakken van het onderzoek (31265, nr. 71).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Bergkamp c.s. (31265, nr. 71).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Jeugd

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Jeugd,

te weten:

  • de motie-Westerveld c.s. over middels een tweewekelijkse brief de Kamer in het reces op de hoogte houden rondom de sluiting Hoenderloo Groep (31839, nr. 731);
  • de motie-Westerveld/Wörsdörfer over een plan van aanpak uithuisplaatsingen van kinderen (31839, nr. 732);
  • de motie-Westerveld/Kuiken over de compensatie van het omzetverlies van jeugdzorginstellingen verlengen tot 1 september (31839, nr. 733);
  • de motie-Jansen over een overzicht sturen aan de Kamer waarin voor alle 220 kinderen staat aangegeven in hoeverre de gerealiseerde nieuwe plek voldoet (31839, nr. 734);
  • de motie-Jansen over iedere eurocent van de uitgekeerde subsidie terugvorderen (31839, nr. 735);
  • de motie-Raemakers/Wörsdörfer over eerst aan de ROB advies vragen voor wijziging van de Jeugdwet (31839, nr. 736);
  • de motie-Raemakers/Hijink over jaarlijks de dataveiligheid van digitale uitwisseling van persoonsgegevens toetsen (31839, nr. 737);
  • de motie-Peters c.s. over contact met de VNG over jeugd- en jongerenwerk (31839, nr. 738);
  • de motie-Peters/Rog over opnieuw onderzoeken of dyslexiezorg voortaan beter via de samenwerkingsverbanden passend onderwijs kan lopen (31839, nr. 739);
  • de motie-Voordewind c.s. over onderzoeken hoe jeugdzorginstellingen met continuïteitsproblemen met maatwerk tegemoetgekomen kunnen worden (31839, nr. 740);
  • de motie-Voordewind c.s. over in het convenant met VNG en BZGJ borgen dat de Jeugdautoriteit stevige bevoegdheden krijgt (31839, nr. 741);
  • de motie-Hijink/Westerveld over onafhankelijk onderzoek naar de handelwijze van diverse betrokkenen bij het gehele proces van de sluiting van De Hoenderloo Groep (31839, nr. 742);
  • de motie-Wörsdörfer c.s. over gebruikmaken van de mogelijkheid om binnen de Jeugdwet bij ministeriële regeling regels te stellen (31839, nr. 743).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Westerveld c.s. (31839, nr. 731).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de SGP, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld/Wörsdörfer (31839, nr. 732).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld/Kuiken (31839, nr. 733).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Jansen (31839, nr. 734).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, Krol/Van Kooten-Arissen, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Jansen (31839, nr. 735).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol/Van Kooten-Arissen, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Raemakers/Wörsdörfer (31839, nr. 736).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FvD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Raemakers/Hijink (31839, nr. 737).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Peters c.s. (31839, nr. 738).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Peters/Rog (31839, nr. 739).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de SGP, het CDA, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

We kunnen de uitslag niet vaststellen. De heer Geurts.

De heer Geurts (CDA):
We houden de motie aan, voorzitter.

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Peters stel ik voor zijn motie (31839, nr. 739) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Voordewind c.s. (31839, nr. 740).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Voordewind c.s. (31839, nr. 741).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Hijink/Westerveld (31839, nr. 742).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Wörsdörfer c.s. (31839, nr. 743).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemming motie Regionale netwerken voor eetstoornissen in de regio Noord-Holland en Noord

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het VSO Regionale netwerken voor eetstoornissen in de regio Noord-Holland en Noord (Friesland, Groningen, Drenthe),

te weten:

  • de motie-Westerveld over in kaart brengen hoe vaak dwangmaatregelen worden gebruikt (31839, nr. 744).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Westerveld (31839, nr. 744).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de SGP, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen motie Datalek Donorregister

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het VSO Datalek Donorregister,

te weten:

  • de motie-Pia Dijkstra c.s. over de gehele informatiebeveiliging van het Donorregister bij het CIBG onderzoeken (32761, nr. 167).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Pia Dijkstra c.s. (32761, nr. 167).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Jaarverslag ministerie van VWS 2019

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VSO Jaarverslag ministerie van VWS 2019 en rapport van de Algemene Rekenkamer "Resultaten verantwoordingsonderzoek 2019" (35470-XVI, nr. 6),

te weten:

  • de motie-Wörsdörfer/Renkema over concrete verbeteringen en aanpassingen in de toekomstige begroting, jaarverslag en VWS-monitor (35470-XVI, nr. 9);
  • de motie-Van den Berg over een nadere analyse van de bevindingen van de Algemene Rekenkamer (35470-XVI, nr. 10).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
De motie-Van den Berg (35470-XVI, nr. 10) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Algemene Rekenkamer in het verantwoordingsonderzoek over 2019 informatiebeveiliging en verouderde ICT-systemen wederom als onvolkomenheid heeft geduid;

constaterende dat de minister in zijn reactie aangeeft dat hij de aanbevelingen ter harte neemt en in januari 2020 een nieuw draaiboek voor incidenten en datalekken heeft vastgesteld;

verzoekt het Presidium te bevorderen dat de Algemene Rekenkamer een nadere analyse geeft van de bevindingen ten aanzien van de ICT-organisatie, de ICT-systemen, de processen en procedures ten aanzien van incidenten en datalekken alsmede het niveau van informatiebeveiliging;

verzoekt het Presidium tevens te bevorderen dat de Algemene Rekenkamer tevens aangeeft of er voldoende opvolging is gegeven aan de eerdere aanbevelingen.

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 13, was nr. 10 (35470-XVI).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Wörsdörfer/Renkema (35470-XVI, nr. 9).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van den Berg (35470-XVI, nr. 13, was nr. 10).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de VVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Kernwapenbeleid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Kernwapenbeleid,

te weten:

  • de motie-Karabulut c.s. over bij bondgenoten steun vergaren voor een plan voor ontwapening (33783, nr. 42);
  • de motie-Sjoerdsma c.s. over een strategische dialoog tussen de Verenigde Staten en Rusland (33783, nr. 43);
  • de motie-Sjoerdsma c.s. over een vertrouwelijke briefing door de Amerikaanse regering aan de Tweede Kamer (33783, nr. 44);
  • de motie-Van Ojik c.s. over de VS laten weten dat Nederland de afspraken wil herzien (33783, nr. 45).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
De motie-Karabulut c.s. (33783, nr. 42) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat kernontwapening bij kan dragen aan wereldwijde veiligheid, zeker ook in Europa;

overwegende dat in Europa Amerikaanse kernwapens liggen;

verzoekt de regering bij bondgenoten steun te vergaren voor een plan voor verifieerbare en aantoonbare ontwapening met als inzet dat Europese landen Amerikaanse kernwapens terug naar de Verenigde Staten sturen, en Rusland tegelijkertijd ook overgaat tot kernontwapening,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 47, was nr. 42 (33783).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Karabulut c.s. (33783, nr. 47, was nr. 42).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en 50PLUS voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Sjoerdsma c.s. (33783, nr. 43).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Sjoerdsma c.s. (33783, nr. 44).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Ojik c.s. (33783, nr. 45).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Handhaving in het verkeer

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Handhaving in het verkeer,

te weten:

  • de motie-Van Aalst over het inningspercentage van verkeersboetes door buitenlandse kentekenhouders (29398, nr. 831);
  • de motie-Van Aalst/Agema over tegengaan van het gebruik van lachgas in verkeerscampagnes meenemen (29398, nr. 832);
  • de motie-Postma over onderzoeken op welke wijze de huidige cursus EMG verbeterd zou kunnen worden (29398, nr. 833);
  • de motie-Ziengs/Remco Dijkstra over een overzicht van de wijze waarop aansprakelijkheid in het verkeer voor fietsers geregeld is (29398, nr. 834);
  • de motie-Van Brenk over inzetten op meer trajectcontroles (29398, nr. 836);
  • de motie-Van Brenk over daders van ernstige verkeersdelicten confronteren met de gevolgen van hun daden (29398, nr. 837).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Van Aalst (29398, nr. 831).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Aalst/Agema (29398, nr. 832).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Postma (29398, nr. 833).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

Mevrouw Agema.

Mevrouw Agema (PVV):
We danken de Kamer voor het aannemen van de motie op stuk nr. 832 en we zouden graag van de regering willen weten hoe zij die motie gaat uitvoeren.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

We waren bij de motie op stuk nr. 834 … Mevrouw Agema?

Mevrouw Agema (PVV):
De motie op stuk nr. 831 óók, voorzitter.

De voorzitter:
Ja, die is met algemene stemmen aangenomen.

Mevrouw Agema (PVV):
Nogmaals dank!

De voorzitter:
Dan stel ik voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

In stemming komt de motie-Ziengs/Remco Dijkstra (29398, nr. 834).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de VVD, de SGP, het CDA, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Brenk (29398, nr. 836).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS en de SGP voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Brenk (29398, nr. 837).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

De heer Van Weyenberg.

De heer Van Weyenberg (D66):
Voorzitter, wij worden graag geacht vóór de motie op stuk nr. 832 van mevrouw Agema te hebben gestemd.

De voorzitter:
Ja. Dan zal deze opmerking in de Handelingen worden opgenomen.

Stemmingen moties Terrorisme

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Terrorisme,

te weten:

  • de motie-Yeşilgöz-Zegerius over het Nederlanderschap van uitgereisde jihadisten met terugwerkende kracht intrekken (29754, nr. 551);
  • de motie-Yeşilgöz-Zegerius over de Kamer betrekken als er voornemens zijn Syriëgangers dan wel hun vrouwen of kinderen terug te halen (29754, nr. 552);
  • de motie-De Graaf over inspanningen gericht op het faciliteren van terugkeer van jihadbruiden c.q. Syriëgangsters staken (29754, nr. 553).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
De motie-De Graaf (29754, nr. 553) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Hoge Raad heeft gesteld dat IS-vrouwen niet hoeven te worden teruggehaald;

constaterende dat de Hoge Raad tevens heeft gesteld dat de Staat zich daarvoor ook niet hoeft in te spannen;

constaterende dat de rechtbank in Den Haag heeft uitgesproken dat een gewonde Syriëgangster niet teruggehaald hoeft te worden;

verzoekt de regering alle inspanningen die gericht zijn op het faciliteren van de terugkeer van jihadbruiden c.q. Syriëgangsters te staken en hen nooit meer op Nederlandse bodem toe te laten,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 556, was nr. 553 (29754).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Yeşilgöz-Zegerius (29754, nr. 551).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol/Van Kooten-Arissen, de VVD, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Yeşilgöz-Zegerius (29754, nr. 552).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de VVD, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-De Graaf (29754, nr. 556, was nr. 553).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol/Van Kooten-Arissen, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties VSO Seksueel misbruik door pro-anorexiacoaches

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VSO Seksueel misbruik door pro-anorexiacoaches,

te weten:

  • de motie-Van der Graaf c.s. over een online opsporingsstrategie ontwikkelen (31015, nr. 197);
  • de motie-Van der Graaf c.s. over specifiek inzetten op bewustwording en training van zorgverleners, ouders en patiënten (31015, nr. 198);
  • de motie-Westerveld c.s. over in kaart brengen waarom er vaak geen tijdige hulp op gang komt (31015, nr. 199);
  • de motie-Kuik/Van der Graaf over uit de lucht halen van pro-anawebsites waarvan blijkt dat er seksuele roofdieren actief zijn (31015, nr. 200).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Van der Graaf c.s. (31015, nr. 197).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Graaf c.s. (31015, nr. 198).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld c.s. (31015, nr. 199).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kuik/Van der Graaf (31015, nr. 200).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Ggz, maatschappelijke opvang, suïcidepreventie

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Ggz, maatschappelijke opvang, suïcidepreventie,

te weten:

  • de motie-Van den Berg c.s. over bij vervolgstappen concrete meetbare doelen stellen (25424, nr. 535);
  • de motie-Van der Berg c.s. over een project zorgevaluatie en gepast gebruik ontwikkelen voor de ggz-sector (25424, nr. 536);
  • de motie-Kuiken over onderzoeken hoe de STORM-aanpak landelijk kan worden uitgerold (25424, nr. 537);
  • de motie-Renkema over wettelijke maatregelen die de overheid doorzettingsmacht verlenen (25424, nr. 538);
  • de motie-Renkema over deelnemen aan de landelijke stuurgroep (25424, nr. 539);
  • de motie-Renkema over het advies van het Capaciteitsorgaan met de Kamer delen (25424, nr. 540);
  • de motie-Regterschot/Becker over ketenpartners vragen afspraken na te leven bij besteding van middelen ter bestrijding van dak- en thuisloosheid (25424, nr. 541);
  • de motie-Diertens c.s. over onderzoeken hoeveel patiënten in de specialistische ggz geholpen kunnen worden met de werkwijze van herdiagnostiek (25424, nr. 542);
  • de motie-Dik-Faber/Peters over een handreiking kostendelersnorm opstellen (25424, nr. 543);
  • de motie-Dik-Faber/Renkema over in kaart brengen welke gevolgen cliënten ondervinden bij toegang tot passende zorg (25424, nr. 544).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Dik-Faber stel ik voor haar motie (25424, nr. 543) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Van den Berg c.s. (25424, nr. 535).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Berg c.s. (25424, nr. 536).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de SP ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kuiken (25424, nr. 537).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Renkema (25424, nr. 538).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Renkema (25424, nr. 539).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Renkema (25424, nr. 540).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Regterschot/Becker (25424, nr. 541).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de VVD, de SGP, het CDA, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Diertens c.s. (25424, nr. 542).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de SP ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dik-Faber/Renkema (25424, nr. 544).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties VSO Sportbeleid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VSO Sportbeleid,

te weten:

  • de motie-Van Nispen/Rudmer Heerema over voldoende middelen om de taken van reddingsbrigades te bevorderen (30234, nr. 246);
  • de gewijzigde motie-Westerveld/Diertens over het creëren van een gelijk speelveld voor voetbalclubs (30234, nr. 250, was nr. 247);
  • de motie-Von Martels c.s. over een overleg tussen de Autoriteit Persoonsgegevens en de betrokken sportinitiatieven (30234, nr. 248).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Van Nispen/Rudmer Heerema (30234, nr. 246).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Westerveld/Diertens (30234, nr. 250, was nr. 247).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Von Martels c.s. (30234, nr. 248).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, de VVD, het CDA, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Luchtvaartonderwerpen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VSO Luchtvaartonderwerpen,

te weten:

  • de motie-Kröger/Paternotte over de Kamer informeren over het kader reisadviezen voor gebieden met een verhoogd risico op coronaverspreiding (29665, nr. 388);
  • de motie-Paternotte/Bruins over elk halfjaar een voortgang van het verbeterprogramma van de SAR aan de Kamer (29665, nr. 389);
  • de motie-Van Raan/Kröger over beslissingen over vliegveiligheid en het risico op botsingen met vogels baseren op de meest actuele informatie (29665, nr. 390);
  • de motie-Van Raan c.s. over vermindering van het aantal nachtvluchten niet afhankelijk maken van verbeterde treinverbindingen met Brussel en Düsseldorf (29665, nr. 391).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Kröger/Paternotte (29665, nr. 388).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van Krol/Van Kooten-Arissen ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Paternotte/Bruins (29665, nr. 389).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Raan/Kröger (29665, nr. 390).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FvD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Raan c.s. (29665, nr. 391).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Klimaat en energie

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Klimaat en energie,

te weten:

  • de motie-Van der Lee over monitoren of reductiedoelen binnen bereik blijven in de huidige opzet van de SDE++ (32813, nr. 538);
  • de motie-Van der Lee over in gesprek gaan met decentrale overheden over eventuele knelpunten (32813, nr. 539);
  • de motie-Van der Lee over niet afwachten van de Europese Richtlijn energiebelasting (32813, nr. 540);
  • de motie-Dik-Faber c.s. over in de SDE++ de gehele economische levensduur meenemen in de berekening van de CO2-reductie (32813, nr. 541);
  • de motie-Van Raan over de ontwikkeling van de Nederlandse uitstoot intensief monitoren (32813, nr. 542);
  • de motie-Van Raan over tegengaan dat kortetermijnoplossingen voor de huidige economische crisis gaan bijdragen aan fossiele lock-ineffecten (32813, nr. 543);
  • de motie-Van Raan over in gesprek gaan met Vattenfall over de nog niet gegeven subsidie (32813, nr. 544);
  • de motie-Van Raan c.s. over versnelling van CO2-reductie als criterium hanteren (32813, nr. 545);
  • de motie-Sienot/Harbers over een aantal uitgangspunten integreren in de Warmtewet 2.0 (32813, nr. 546);
  • de motie-Sienot/Agnes Mulder over de ontwikkeling van windenergie op zee versnellen (32813, nr. 547);
  • de motie-Kops over geen cent uitgeven aan hernieuwbare-energiepapieren in Denemarken (32813, nr. 548);
  • de motie-Kops over alle subsidies voor biomassa onmiddellijk stop zetten (32813, nr. 549);
  • de motie-Beckerman over de toekomstbestendigheid van de Energy Charter Treaty onderzoeken (32813, nr. 550);
  • de motie-Moorlag over plannen voor om-, her- en bijscholing om mensen aan het werk te helpen in bedrijfstakken die kampen met een gebrek aan vakmensen (32813, nr. 551);
  • de motie-Moorlag/Agnes Mulder over beter beheersen en reguleren van de impact van datacenters op de ruimte en energievoorziening (32813, nr. 552).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
De motie-Sienot/Harbers (32813, nr. 546) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Sienot, Harbers, Agnes Mulder en Van der Lee. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 556, was nr. 546 (32813).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Van der Lee (32813, nr. 538).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Lee (32813, nr. 539).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Lee (32813, nr. 540).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dik-Faber c.s. (32813, nr. 541).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Raan (32813, nr. 542).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Raan (32813, nr. 543).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Raan (32813, nr. 544).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en Krol/Van Kooten-Arissen voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan c.s. (32813, nr. 545).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Sienot c.s. (32813, nr. 556, was nr. 546).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

De heer Van Raan.

De heer Van Raan (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Nu de motie op stuk nr. 545 is aangenomen, waarvoor dank, ontvang ik graag een brief van de regering over hoe zij die denkt uit te gaan voeren. Dank u wel.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

In stemming komt de motie-Sienot/Agnes Mulder (32813, nr. 547).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kops (32813, nr. 548).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, Krol/Van Kooten-Arissen, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kops (32813, nr. 549).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, Krol/Van Kooten-Arissen, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Beckerman (32813, nr. 550).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Moorlag (32813, nr. 551).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Moorlag/Agnes Mulder (32813, nr. 552).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties MIRT

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO MIRT,

te weten:

  • de motie-Van Aalst/Stoffer over een positief besluit over de aanpak van de N35 (35300-A, nr. 97);
  • de motie-Van Aalst/Wilders over de benodigde verbreding van de A67 naar twee keer drie rijstroken realiseren (35300-A, nr. 98);
  • de motie-Van Aalst over wegnemen van belemmerende regelgeving voor innovatieve ideeën uit de markt voor de aanleg van infrastructuur (35300-A, nr. 99);
  • de motie-Van Aalst over een regierol nemen in de aanbesteding IJssel-Vecht (35300-A, nr. 100);
  • de motie-Van Esch/Laçin over de klimaat- en milieugevolgen van de damwand voor verbreding van de A27 bij Amelisweerd (35300-A, nr. 101);
  • de motie-Van Esch/Laçin over geen wegenprojecten vergunnen zolang niet de volledige emissies worden meegenomen (35300-A, nr. 102);
  • de motie-Postma over verkeersveiligheid als belangrijke pijler meewegen in de nieuwe NMCA (35300-A, nr. 103);
  • de motie-Postma c.s. over de uitwerking van een directe intercityverbinding Randstad-Eindhoven-Heerlen-Aken naar de Kamer sturen (35300-A, nr. 104);
  • de motie-Laçin c.s. over verbetering en versterking van arbeidsmarkt, woningmarkt en vestigingsklimaat in steden langs de Lelylijn (35300-A, nr. 105);
  • de motie-Remco Dijkstra/Stoffer over de dekking van het tekort voor het project Zuidasdok (35300-A, nr. 106);
  • de motie-Remco Dijkstra/Stoffer over de besluitvorming over MIRT-projecten goed op elkaar afstemmen (35300-A, nr. 107);
  • de motie-Kröger c.s. over coulant omgaan met verhoging van het plafond van de regeling stimulering verkeersveiligheidsmaatregelen 2020-2021 (35300-A, nr. 109);
  • de motie-Kröger over duidelijkheid over uitvoering van het advies van de commissie-Hordijk (35300-A, nr. 110);
  • de motie-Kröger c.s. over de plannen voor internationale spoorverbindingen met de Kamer delen (35300-A, nr. 111);
  • de motie-Van der Graaf c.s. over maximale cofinanciering voor Nederlandse budgettaire middelen uit EU-middelen krijgen (35300-A, nr. 112).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Van Aalst/Stoffer (35300-A, nr. 97).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Aalst/Wilders (35300-A, nr. 98).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Aalst (35300-A, nr. 99).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Aalst (35300-A, nr. 100).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Esch/Laçin (35300-A, nr. 101).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en D66 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Esch/Laçin (35300-A, nr. 102).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks en de PvdD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Postma (35300-A, nr. 103).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Postma c.s. (35300-A, nr. 104).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Laçin c.s. (35300-A, nr. 105).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Remco Dijkstra/Stoffer (35300-A, nr. 106).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol/Van Kooten-Arissen, de VVD, de SGP, het CDA, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Remco Dijkstra/Stoffer (35300-A, nr. 107).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de VVD, de SGP, het CDA, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kröger c.s. (35300-A, nr. 109).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kröger (35300-A, nr. 110).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kröger c.s. (35300-A, nr. 111).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Graaf c.s. (35300-A, nr. 112).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Evaluatie pilot met een Mobiele Dodings Unit (MDU) en waterverstrekking vleeskuikens en vleeskuikenouderdieren

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VSO Evaluatie pilot met een Mobiele Dodings Unit (MDU) en waterverstrekking vleeskuikens en vleeskuikenouderdieren,

te weten:

  • de motie-Wassenberg over de wijze van inzet van mobiele dodingsunits (33835, nr. 163);
  • de motie-De Groot over de voedselveiligheid en dierenwelzijn borgen (33835, nr. 164);
  • de motie-Futselaar over niet langer toestaan dat dieren geen permanente toegang tot water hebben (33835, nr. 165).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
De motie-Futselaar (33835, nr. 165) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Futselaar en Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 167, was nr. 165 (33835).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Wassenberg (33835, nr. 163).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-De Groot (33835, nr. 164).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Futselaar/Wassenberg (33835, nr. 167, was nr. 165).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, de SGP, de PVV en Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Jaarverslag ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Diergezondheidsfonds 2019

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VSO Jaarverslag ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Diergezondheidsfonds 2019,

te weten:

  • de motie-Ouwehand over uitspreken dat vervroegd afvoeren naar de slacht en onthouden van voedsel geen diervriendelijke maatregelen zijn tegen hittestress (35470-XIV, nr. 9);
  • de motie-De Groot over borgen dat boven de 30 graden buitentemperatuur geen langeafstandstransporten plaatsvinden (35470-XIV, nr. 10);
  • de motie-De Groot over juridische expertise inwinnen over de mogelijkheden tot uitvoering van de motie over een verbod op glyfosaat (35470-XIV, nr. 11).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
De motie-De Groot (35470-XIV, nr. 10) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden De Groot en Dik-Faber. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 13, was nr. 10 (35470-XIV).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Ouwehand (35470-XIV, nr. 9).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de PVV en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-De Groot/Dik-Faber (35470-XIV, nr. 13, was nr. 10).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de SGP, de ChristenUnie, de PVV en Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-De Groot (35470-XIV, nr. 11).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Voorstel sector voor stikstofreductie via een voermaatregel

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VSO Voorstel sector voor stikstofreductie via een voermaatregel,

te weten:

  • de motie-Bisschop over de voorgestelde krachtvoerregeling intrekken (35334, nr. 112);
  • de motie-Geurts/Harbers over het voorstel voor 3% reductie van ruw eiwitgehalte in het geleverde mengvoer door laten rekenen door het PBL (35334, nr. 113);
  • de motie-Madlener over de voorgestelde krachtvoerregeling niet invoeren (35334, nr. 114).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Bisschop (35334, nr. 112).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol/Van Kooten-Arissen, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Geurts/Harbers (35334, nr. 113).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol/Van Kooten-Arissen, de VVD, de SGP, het CDA, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Madlener (35334, nr. 114).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdD, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

De heer Geurts.

De heer Geurts (CDA):
Voorzitter. Nu de motie van mij en de heer Harbers is aangenomen, willen we graag een brief van het kabinet binnen drie weken.

De voorzitter:
Ik stel voor deze opmerking in de Handelingen … Ja. Nee. Een brief. Ja, ik ben een beetje afgeleid door allerlei geluiden bij de heer Baudet. Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

We zijn nu bij … agendapunt 35, 33. O, de motie op stuk nr. 114 moeten we nog, van de heer Madlener. Hebben we die gedaan? Oké. Dan agendapunt 33.

Stemmingen moties Onderwijsachterstanden, lerarentekort en kwetsbare leerlingen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Onderwijsachterstanden, lerarentekort en kwetsbare leerlingen,

te weten:

  • de motie-Van Meenen over onderzoek naar de positie van (boven)regionale voorzieningen (27020, nr. 110);
  • de motie-Van Meenen/Westerveld over maximale coulance bij herindicatie van toelaatbaarheidsverklaringen (27020, nr. 111);
  • de motie-Westerveld c.s. over de maximaal 22 uur niet als onderwijstijd zien (27020, nr. 112);
  • de motie-Kwint/Rog over in hoeveel van de noodplannen docenten in het basisonderwijs wel extra geld krijgen, maar die in het VSO niet (27020, nr. 113);
  • de motie-Kwint c.s. over de speciale functie van het huidige Hoenderloo College in de vorm van een school voor speciaal onderwijs behouden (27020, nr. 114);
  • de motie-Rudmer Heerema over de toelatingseisen voor pabo-instellingen (27020, nr. 115).

(Zie vergadering van heden.)

In stemming komt de motie-Van Meenen (27020, nr. 110).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de VVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Meenen/Westerveld (27020, nr. 111).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld c.s. (27020, nr. 112).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kwint/Rog (27020, nr. 113).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, Krol/Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FvD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kwint c.s. (27020, nr.