Plenair verslag

Tweede Kamer, 65e vergadering
Donderdag 26 maart 2020

  • Aanvang 10:15 uur
  • Sluiting 00:00 uur
  • Status Ongecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Arib

Aanwezig zijn 0 leden der Kamer, te weten:

en de heer De Jonge, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en de heer Rutte, minister-president, minister van Algemene Zaken.

De voorzitter:
Ik open de vergadering van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Ik heet de Kamerleden, de minister-president, de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de journalisten op de publieke tribune van harte welkom, en vooral ook de mensen die niet op de publieke tribune aanwezig zijn maar dit debat wel via internet of Debat Direct volgen. Voordat we beginnen, wil ik een korte mededeling doen.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Voordat we beginnen, wil ik een korte mededeling doen.

Ik deel aan de Kamer mee dat de fractie van DENK de heer Azarkan tot fractievoorzitter heeft gekozen.

Op verzoek van de fractie van de PvdD benoem ik:

  • in de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit het lid Wassenberg tot lid in plaats van het lid Ouwehand en het lid Ouwehand tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Wassenberg;
  • in de vaste commissie voor Defensie het lid Van Esch tot plaatsvervangend lid in plaats van het lid Van Raan.

Op verzoek van een aantal leden stel ik voor de volgende door hen ingediende moties opnieuw aan te houden: 28286-1083; 28286-1082; 19637-2559; 19637-2558; 19637-2557; 31066-557; 35200-IV-10; 35069-5; 35069-4; 31125-100; 21501-07-1633; 31532-227; 35300-XII-23; 32861-49; 35200-XII-13; 33652-68; 31936-569; 31936-563; 31936-562; 29984-840; 29862-40; 29453-508; 29398-720; 28089-143; 23645-699; 28165-310; 35200-VII-15; 24077-443; 35250-31.

Daartoe wordt besloten.

Actuele ontwikkelingen rondom het coronavirus

Actuele ontwikkelingen rondom het coronavirus

Aan de orde is het debat over de actuele ontwikkelingen rondom het coronavirus.

De voorzitter:
Dan is nu aan de orde het debat over de ontwikkelingen rondom het coronavirus. Voordat ik de eerste spreker het woord geef, wil ik een paar huishoudelijke mededelingen doen. Zoals jullie gezien hebben, hebben we maar twee interruptiemicrofoons, aan de uiteinden. De microfoons worden niet meer met een knopje bediend, maar met een voetpedaal. Het is ook belangrijk dat jullie niet achter elkaar gaan staan bij de interruptiemicrofoon. Als je bij je eigen stoel staat, krijg je gewoon het woord van mij. Ik houd het allemaal in de gaten.

Het is ook belangrijk om afstand te houden. Dat hebben we de vorige keer afgesproken en dat geldt nog steeds. Straks, bij het indienen van moties, is het ook belangrijk om afstand te houden. De moties worden niet opgehaald door de bode, maar worden op het rostrum neergelegd. Ze worden daarna gekopieerd en er wordt een setje gekopieerde moties neergelegd. Het is de bedoeling dat jullie een voor een zo'n setje moties meenemen. Daar nemen we de tijd voor. Er worden ook geen briefjes overhandigd. Die worden ergens op een hoekje van de desk neergelegd. Tot zover de huishoudelijke mededelingen.

We gaan over tot het debat. De spreektijden zijn vier minuten. Deze keer is de sprekerslijst gebaseerd op fractiegrootte, dus ik geef zo het woord aan de heer Veldman namens de VVD. Na elke spreker wordt het spreekgestoelte schoongemaakt. Voordat ik de heer Veldman het woord geef, nog een belangrijke mededeling over de interrupties. We hebben met elkaar afgesproken dat er zes vragen kunnen worden gesteld per woordvoerder. De vragen moeten kort zijn. Als u niks te vragen hebt, is het natuurlijk ook goed.

De heer Veldman.

De heer Veldman (VVD):
Dank u wel, voorzitter. De aanpak van de coronacrisis, het beschermen van onze kwetsbaren en het voorkomen van een piek in de zorgbelasting staan of vallen bij het naleven van de richtlijnen door iedereen in Nederland. Dat begint met het afstand houden van elkaar, minimaal 1,5 meter. Het is goed dat in bijna elk mediaoptreden van het kabinet afstand houden keer op keer is benoemd. Maar gisteravond zag ik Nieuwsuur en leerde ik dat 40% van de Nederlanders het idee heeft dat afstand houden niet werkt. Dan vraag ik het kabinet om er qua communicatie toch nog een schepje bovenop te doen. Helaas blijkt niet iedereen van het belang van afstand houden doordrongen.

Voorzitter. De Wereldgezondheidsorganisatie roept op tot testen. Dat kan natuurlijk alleen als er voldoende testmateriaal beschikbaar is. Het RIVM geeft aan dat het niet voldoende is om iedereen in Nederland te testen en dat er wat dat betreft wereldwijd tekorten zijn. Zonder testen zegt het aantal geconstateerde besmettingen ons dus niet zo heel veel. Het aantal ziekenhuisopnamen en het aantal mensen op de intensive care zijn daarmee de beste maatstaf, aldus Van Dissel van het RIVM. We zien dat de bezetting op de ic's flink is gestegen. Ziekenhuizen in het zuiden van het land lopen vol. Patiënten worden verspreid over ziekenhuizen elders in het land. Met man en macht wordt gewerkt aan uitbreiding. Deze en de komende week worden heel erg spannend, zei ic-arts Gommers gisteren.

Voorzitter. Kan het kabinet aangeven hoe het staat met de uitbreiding van de ic-capaciteit? Kunnen we de verwachte piek in april en mei aan? Hoe loopt het met de uitbreiding van de beademingsapparatuur? En dreigt de Amerikaanse regering inderdaad apparatuur van Philips, die in Pittsburgh gemaakt wordt, te vorderen? En als dat zo is, welke stappen neemt het kabinet om dit te voorkomen?

De voorzitter:
Voordat u verdergaat: de heer Asscher.

De heer Asscher (PvdA):
De VVD zegt terecht: een goeie aanpak valt of staat met kunnen testen. Nederland heeft te weinig tests en te weinig capaciteit. Nu lezen we vanochtend dat een van de grote farmaceuten niet bereid is de recepten voor testvloeistoffen te delen. Is de VVD het met de Partij van de Arbeid eens dat het onder deze omstandigheden tijd is dat alle middelen worden ingezet om in het algemeen belang voor de volksgezondheid deze receptuur te delen, inclusief dwanglicentie op basis van een besluit van de minister van Economische Zaken?

De heer Veldman (VVD):
Ik heb dat bericht vanochtend gelezen. Ik heb inmiddels ook een bericht van fabrikant Roche zelf gelezen, die verklaart dat de productie weer up and running is, dus dat er weer behoorlijk wat wordt geleverd, en dat een ander bedrijf vergelijkbare producten maakt die voor de testen gebruikt kunnen worden, maar dat dit nog niet bij alle laboratoria in beeld en doorgedrongen is. Dus ja, ik ben het met u eens dat we ons maximaal moeten inspannen om ervoor te zorgen dat er voldoende testmateriaal beschikbaar is. Dat geldt dus ook voor dit bedrijf. Als ik de verklaring van het bedrijf lees, ga ik ervan uit dat men zich inspant en ook aangeeft welk ander materiaal gebruikt kan worden om die tests uit te voeren.

De heer Asscher (PvdA):
Toch even heel scherp. Is de VVD het met ons eens dat, gezien de crisis in de volksgezondheid, het kabinet bereid moet zijn alle middelen in te zetten, waaronder dwanglicenties, om af te dwingen dat we de Nederlandse bevolking, de zorgprofessionals, de huisartsen snel kunnen testen, ja of nee?

De heer Veldman (VVD):
We moeten doen wat nodig is. Als er finale stappen nodig zijn, moet het kabinet dat gaan doen. Maar ik zie dat het bedrijf waar u het over heeft vanmorgen een verklaring heeft afgegeven over dat er inmiddels een ander bedrijf is dat vergelijkbare producten maakt, die gebruikt kunnen worden voor die testen. Als dat helpt, is dat mooi. Als dat onvoldoende is, dan moeten we doen wat nodig is.

De heer Wilders (PVV):
Ik hoor de collega van de VVD — hij had daar een goed punt — verwijzen naar Nieuwsuur van gisteravond, waaruit inderdaad bleek dat 40% van de mensen niet zo gelooft in die 1,5 meter afstand. Gelukkig houden veel mensen zich er wel aan, maar ook heel veel mensen niet, of die zijn er niet van doordrongen. Dat kunnen we ons nu natuurlijk niet permitteren. We weten dat het virus zich juist door intermenselijk contact en dicht bij elkaar komen verspreidt. Dat kan nu niet. Mijn vraag aan de VVD-fractie is: komt er, als u die cijfers zo hoort, niet een moment om toch een stapje verder te zetten? Nogmaals, dat is niet omdat we het leuk vinden, want de PVV vindt dat ook niet leuk. Maar als mensen er niet van doordrongen zijn en dadelijk blijkt dat ze het misschien niet doen, moeten ze dan niet toch een tijdje verplicht thuisblijven?

De heer Veldman (VVD):
Volgens mij is sinds afgelopen maandag dat stapje verder gezet. De oproep om thuis te blijven als je thuis kunt blijven, was er al. De oproep om thuis te blijven als je ziek bent, was er ook al. Dat is aangevuld met: is er een gezinslid ziek, blijf dan ook thuis. Inmiddels zijn er maatregelen aangekondigd die burgemeesters in hun gemeenten kunnen implementeren met een noodverordening, namelijk dat als het niet werkt, dus als mensen zich niet aan de afspraken houden, ze beboet kunnen worden en erop aangesproken kunnen worden. Burgemeesters kunnen ook bepaalde plekken afsluiten. Dat hebben we gister gezien met de burgemeester in Den Haag, die de markt in Den Haag afgesloten heeft omdat mensen zich daar niet hielden aan de opdracht om 1,5 meter afstand te houden. Die aanvullende maatregelen zijn dus genomen. Ik ben het met de heer Wilders eens dat we allen de taak hebben om de mensen die zich er niet aan houden aan te spreken en elkaar scherp te houden, om ervoor te zorgen dat iedereen de richtlijnen naleeft.

De voorzitter:
Ik heb een probleem, want de heer Azarkan staat bijna altijd. Ik weet dus niet of u wil interrumperen. Nee? Gaat u dan zitten. Gaat u verder, meneer Veldman.

De heer Veldman (VVD):
Voorzitter. Zoals ik al zei, zijn de maandag aangekondigde extra maatregelen opnieuw ingrijpend, helaas, ook omdat we afgelopen weekend gezien hebben dat niet iedereen zich aan de 1,5 meter afstand houdt. Zoals ik al zei, ook richting de heer Wilders, krijgen burgemeesters nu de mogelijkheid om op te treden. Zijn al die noodverordeningen dan nu ook al geldend in alle gemeenten? Hebben alle burgemeesters die noodverordening nu al werkend verklaard?

Voorzitter. Dan de schoolexamens. De eindexamens gaan niet door en de schoolexamens wel, maar veel scholen hebben vragen over hoe ze dit op een verantwoorde manier kunnen en moeten doen. Scholen hebben behoefte aan duidelijkheid. Die is er nu onvoldoende. De vraag aan het kabinet is dus: waar kunnen zij, en ook de eindexamenleerlingen, terecht met vragen?

Voorzitter. Ik hamer steevast op duidelijke communicatie. Over de maandag aangekondigde aanvullende maatregelen heerst helaas veel onduidelijkheid. Kan het kabinet hier vandaag nog eens helder en duidelijk uiteenzetten hoe het nu zit met alle bijeenkomsten en evenementen?

Voorzitter. De coronacrisis raakt onze economie kei- en keihard. Waarschijnlijk heeft iedereen vanochtend de cijfers van het CPB wel gezien: in het ergste scenario gaat het om een krimp van maar liefst 7,7%. Ondernemers lijden schade en zzp'ers zitten zonder werk. Het pakket aan steunmaatregelen is massief, maar ook dat staat en valt nu vooral met de snelheid van het implementeren en uitrollen daarvan. Ik realiseer mij dat we misschien wel het onmogelijke vragen, maar deze bijzondere omstandigheden vragen daar wel om.

Voorzitter. Iedereen kijkt reikhalzend uit naar een vaccin. Ook hierin vragen we misschien wel het onmogelijke. Het vraagt in ieder geval qua onderzoek om snelheid. In deze snelheid worden onze eigen onderzoekers belemmerd door extra regeltjes voor het doen van klinisch onderzoek die in andere Europese landen niet gesteld worden. Waarom, vraag ik het kabinet. Is dit niet het moment om extra Nederlandse regeltjes, bovenop Europese richtlijnen, per direct te schrappen? Is het kabinet bereid om hier één lijn in te trekken met onze buurlanden, zodat onze onderzoekers niet naar het buitenland hoeven uit te wijken voor de klinische testen?

Voorzitter, ik rond af. De komende twee weken zullen spannende weken zijn. Ik wens alle mensen die op de intensive cares en in de ziekenhuizen werken heel veel succes en sterkte. Ik wens vooral alle patiënten een goed herstel.

Dank u wel.

De heer Azarkan (DENK):
Gister in de hoorzitting gaf de heer Gommers aan dat hij centrale regie en sturing miste, met name bij het verdelen van de capaciteit. Hijzelf en ziekenhuizen in Brabant moeten soms opboksen tegen anderen die wel de capaciteit hebben, maar die aangeven dat de eerste hulp vol zit. Wat vindt de heer Veldman van de VVD van die constatering?

De heer Veldman (VVD):
Die constatering werd inderdaad gedaan. Het is natuurlijk heel vervelend dat blijkbaar nog niet iedereen, ook elders in het land, het besef heeft dat er echt wel wat aan de hand is. Het goede nieuws is, en dat zei de heer Gommers gister ook, dat er nu een landelijk coördinatiecentrum is opgericht, dat opereert vanuit het Erasmus MC. Daarmee wordt er daarin wat directiever geopereerd. De uitdaging daarbij is natuurlijk ook, en dat zei de heer Gommers gister ook, dat als je daar een soort militaire aanpak op wilt loslaten en het vergelijkt met defensie, er normaal gesproken een aantal weken de tijd is om zo'n operatie te starten, terwijl dit nu in een aantal dagen moet. Er zullen dus aanloopproblemen zijn. Dat betreur ik. Het gaat erom dat er nu zo snel mogelijk gehandeld wordt. Ik ga ervan uit, en dat lijkt me ook een goede vraag voor de minister van Volksgezondheid, dat dat landelijk coördinatiecentrum nu werkt en up and running is, en dat er dus wat dat betreft ook directief gehandeld wordt. Ik ga er dus van uit dat als patiënten verplaatst moeten worden vanuit Brabant of Limburg, dat dan ook gebeurt.

De heer Azarkan (DENK):
Ik ben blij met deze constatering. Voor ons als samenleving is het namelijk gewoon niet te accepteren dat er in Brabant en ook in Limburg keihard gewerkt wordt en alles gevraagd wordt van de capaciteit, terwijl door het missen van die centrale regie anderen geen steun kunnen bieden. Ik ben dus blij met de opmerking. Ik doe ook een oproep aan het kabinet om dat zo snel mogelijk te ondersteunen.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Veldman. Dan geef ik nu het woord aan de heer Wilders namens de PVV.

De heer Wilders (PVV):
Mevrouw de voorzitter. Het coronavirus heeft Nederland stevig in z'n greep, ondanks de tomeloze inzet van al die helden in de zorg. Het RIVM zegt dat het aantal nieuwe ziekenhuisopnames lijkt af te vlakken. Als dat echt zo is, dan is dat natuurlijk goed nieuws, maar voorlopig groeit het aantal coronapatiënten als nooit tevoren. Ook kenden we gisteren het hoogste aantal aan corona overleden patiënten in één dag. Inmiddels zijn er al 356 mensen aan corona overleden. Dat is een verdubbeling in drie dagen tijd. Dat is verschrikkelijk. We leven allemaal mee met de nabestaanden van al die overledenen.

Voorzitter. Ik maak me grote zorgen over waar dit gaat eindigen. Ik betreur het dat het kabinet veel te laat maatregelen heeft genomen en soms alleen onder druk van de samenleving, zoals bij het sluiten van de scholen. Het heeft weken moeten duren voordat het beleid eindelijk werd aangescherpt van "geen handen meer schudden" naar "een samenscholingsverbod met boetes". Het was daadkracht in slow motion. Dat aarzelen, die tijdverspilling, heeft ervoor gezorgd dat er onnodig meer mensen zijn besmet en dat Nederlanders te lang dachten: ach, het zal wel meevallen met dat virus. Het maandag gepresenteerde pakket is gelukkig een stuk steviger dan het "geen handen schudden" van twee weken geleden, maar het is ook ingewikkeld en moeilijk handhaafbaar. Ik snap werkelijk niet waarom er niet toch is gekozen voor de glasheldere en voor iedereen begrijpelijke lijn "voorlopig even verplicht thuisblijven", waardoor het aantal contactmomenten tussen mensen tijdelijk maximaal zal worden beperkt. Als het kabinet dat meteen had gedaan, hadden we nu minder besmettingen en minder zieke mensen, en was het minder druk geweest op de intensivecareafdelingen.

Voorzitter. Niet iedereen vindt het leuk om te horen, maar dat maakt het niet minder waar: we betalen nu ook de prijs voor de jarenlange bezuinigingen op de zorg. Er zijn de afgelopen jaren verschillende ziekenhuizen, ook met ic-capaciteit, gesloten, zoals het Slotervaartziekenhuis. Er zijn 75.000 zorgmedewerkers op straat gezet.

Voorzitter. We hebben in Nederland nu 1.150 ic-bedden met beademingsapparaten. Op 1 april, over zes dagen, hebben we 1.600 ic-bedden met beademingsapparaten nodig. Die zijn er niet. Dat betekent dat mensen met een overlevingskans, die anders wel geholpen hadden kunnen worden, daardoor kunnen sterven. Dat kan en mag niet gebeuren. Ik vraag aan de premier: hoe gaat u dat voorkomen? En als het nog erger wordt, en dat wordt het, want de piek van eind mei moet nog komen, hoe gaat u dat dan oplossen? Hoe gaat u voorkomen dat die geweldige ic-artsen en andere zorgverleners bij een code zwart dadelijk voor de loodzware taak komen te staan te selecteren wie naar de ic mag en wie niet, en dus zal overlijden? Hoe kunnen wij die artsen en andere hulpverleners in de zorg daarbij helpen?

De heer Veldman (VVD):
De zorgen die de heer Wilders uit, zijn volgens mij de zorgen die we allemaal hebben: kunnen we de extra belasting op de intensive care die er nu aan komt met z'n allen aan? Er wordt gewerkt aan uitbreiding. Dat is goed. Maar volgens mij is het ook goed om ons in dit debat wel bij de feiten te houden. De feiten zijn als volgt. Aan de medisch-specialistische zorg in Nederland gaven we in 2010 23 miljard uit. Nu, in 2020, geven we daar 26 miljard euro aan uit.

De voorzitter:
En de vraag is?

De heer Veldman (VVD):
De vraag aan de heer Wilders is of hij zich bij de feiten wil houden en of hij niet wil rondstrooien dat wij bezuinigd hebben op de zorg en dat wij bezuinigd hebben op de ziekenhuizen, want dat is niet waar. Dat hebben we niet gedaan. Dat is niet het geval. Het is dus goed om ons bij de feiten te houden.

De heer Wilders (PVV):
We hebben de zorg bijna kapotgesaneerd. Het tegendeel van wat de collega van de VVD zegt, is het geval. Of het nou gaat over de IJsselmeerziekenhuizen of over het Slotervaartziekenhuis, we hebben ziekenhuizen gesloten. We hebben ook, tot aan de ouderenzorg toe, tienduizenden, 75.000 mensen die daar werkten, ontslagen. Als we dat niet hadden gedaan, hadden we nu wat dat betreft een stuk minder problemen gehad.

Vergelijk het ook eens met andere landen. Kijk naar Duitsland. Wij hebben iets meer dan 1.000 ic-apparaten met beademingsapparatuur, met een bevolking van 17 miljoen inwoners. Duitsland heeft 5 keer meer inwoners, namelijk 80 of 85 miljoen, maar 25 keer meer ic-kamers, bedden en apparatuur. Het gaat om 25.000 apparaten! Ze hebben meer ziekenhuisbedden. Wij zijn als Nederland een van de laagste in Europa qua aantal ziekenhuisbedden. Het aantal ziekenhuisbedden is gedaald. En als u ten slotte kijkt naar de begroting van Volksgezondheid, dan is dit kabinet van plan — u vindt het op pagina 13 — om er bij de verpleeghuiszorg en de ziekenhuiszorg ook in de komende jaren voor te zorgen, met het idee dat mensen meer zorg thuis moeten hebben, dat er nog meer ziekenhuizen en verpleeghuisplekken geschrapt worden.

De heer Veldman (VVD):
Ook hier is het weer goed om bij de feiten te blijven. De feiten zijn als volgt. We hebben inderdaad minder ziekenhuisbedden dan een paar decennia geleden. Dat heeft alles te maken met het feit dat we steeds betere zorg hebben. Betere zorg, waardoor mensen niet meer in het ziekenhuis hoeven te liggen, maar poliklinisch of via een dagbehandeling behandeld kunnen worden. Betere zorg, omdat bijvoorbeeld mensen die een hartinfarct krijgen, nu na een aantal dagen naar huis kunnen, terwijl je 20 of 30 jaar geleden een maand in het ziekenhuis lag. Betere zorg, dat is wat we in Nederland hebben en waar we aan werken. Wat de heer Wilders hier stelt, is a niet waar en b volgens mij een klap in het gezicht van al die mensen die zo hard werken in de zorg.

De heer Wilders (PVV):
Het is helemaal waar wat ik zeg. U maakt het nu politiek, niet ik, maar uw partij heeft de afgelopen jaren in een soort zorghaat de zorg kapotbezuinigd. U heeft tienduizenden mensen in de zorg, waar wij voor zijn opgekomen net als wat andere partijen, ontslagen. Wij wilden ervoor zorgen dat die mensen niet zouden worden ontslagen. Wij hebben ons met hand en tand verzet — mijn collega Agema heeft dat hier ongeveer iedere dag gedaan — tegen het sluiten van de ziekenhuizen, ziekenhuizen met ic-capaciteit. Of het nou in Flevoland is of in Amsterdam, mensen hebben op veel plekken minder snelle zorg. Die kaalslag komt door de bezuinigingsdrift, de saneringsdrift van een partij als de VVD. Had u dat nou maar niet gedaan. Dan had u nu niet aan die interruptiemicrofoon hoeven staan.

Voorzitter, ik ga door. We hebben 1.000 ic-bedden, maar we hebben er op 1 april 1.600 nodig. We moeten ook meer gaan testen. Meten is weten. Singapore en Zuid-Korea hebben daar geweldige resultaten mee geboekt. In Oostenrijk wil men alle inwoners gaan testen om te weten hoeveel mensen ziek zijn of inmiddels immuun. Waarom gaan wij dat niet ook doen?

Voorzitter. Ik vind het echt onverteerbaar en onacceptabel dat onze mensen in de ziekenhuizen, in de thuiszorg, in de wijkverpleging, in de gehandicaptenzorg en in de verpleeghuizen nog steeds onvoldoende beschermingsmiddelen zoals mondkapjes hebben. Het is toch triest dat zorgmedewerkers zelf besmet en ziek raken, omdat ze zichzelf niet kunnen beschermen? Het zijn mensen die altijd voor ons klaarstaan en ook voor u, meneer Rutte. Het is uw plicht om die mensen te helpen.

Voorzitter, ik rond af. Nederland lijdt pijn. Veel mensen zijn onzeker, zijn bang, maken zich zorgen over hun geliefden. Het virus heeft ons normale leven grotendeels overgenomen, maar we zijn een sterk volk en we geven nooit op, in de wetenschap dat we vroeg of laat ook dit zullen overwinnen. Sterkte, Nederland!

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Wilders. Dan geef ik nu het woord aan de heer Pieter Heerma namens het CDA.

De heer Pieter Heerma (CDA):
Voorzitter. We kennen allemaal dat gevoel dat je wakker schrikt uit een nachtmerrie en dat in een paar seconden tot je doordringt dat het gelukkig maar een droom was. Ik heb deze dagen, deze weken, precies het omgekeerde gevoel. Elke ochtend vroeg het besef dat de nachtmerrie realiteit is geworden: mensen die op dit moment vechten voor hun leven, zieken die thuiszitten in onzekerheid bij elk kuchje, ouderen die uit veiligheidsoverwegingen zijn afgesloten van hun dierbaren die voor hen het leven juist waardevol maken, velen in de ziekenhuizen, in het onderwijs, in de kinderopvang, in de thuiszorg, in de supermarkten, die op dit moment voor de noodzakelijke zorg zorgen en eraan bijdragen dat we het land nog een beetje draaiende houden, ouders die worstelen met thuiswerken en tegelijkertijd thuis lesgeven, mantelzorgers die het steeds zwaarder krijgen.

Het is voor ons allemaal een onzekere, zware tijd. En in zware tijden is communicatie juist vanuit de overheid essentieel. Dat kan en moet nog beter. De aanscherpingen van afgelopen maandag waren nodig en goed, maar de presentatie leidde ook tot onduidelijkheid. Ik wil het kabinet vragen om presentaties met minder personen te doen en desnoods met wat meer voorbereidingstijd. Want als je er staat, moet de boodschap kloppen en duidelijk zijn, en dan maar een paar uur later.

Gisteren bij de technische briefing was het RIVM voor het eerst voorzichtig positief over het afvlakken het aantal patiënten dat wordt opgenomen. Tegelijkertijd werden door de heer Gommers hele grote zorgen geuit over het acuut dreigende tekort aan ic-plekken. Hij smeekte hiermee eigenlijk om meer landelijke, militaire regie. Kan de minister aangeven hoe hij dat de komende dagen gaat afdwingen? Hoe gaat ervoor worden gezorgd dat we snel in Nederland zelf meer beademingsapparaten te gaan maken? Klopt het bericht dat ic-artsen zelf ook overwegen om meer personen op één beademingsapparaat als noodmaatregel in te zetten?

Dan het tekort aan testmateriaal. De twee voorgaande sprekers hadden het hier ook over. We zullen snel zelf moeten gaan produceren wat nodig is. Ik begrijp dat de minister een speciale gezant heeft aangesteld, de heer Feike Sijbesma, om die eigen productie van zowel moleculaire als serologische testen snel op te schalen. Wat gaat deze gezant precies doen? Op welke termijn is hier resultaat van te verwachten? Overweegt de minister anders gebruik te gaan maken van de mogelijkheid van een dwanglicentie?

In de brief die gisteravond kwam, lees ik dat we inmiddels beschikken over een groot aantal sneltesten. Wanneer is de betrouwbaarheid van deze test duidelijk? En kunnen ze dan ingezet gaan worden? Deze testen zijn niet alleen cruciaal in de strijd tegen de ziekte nu, maar straks ook als het erom gaat onze economie tijdig en veilig weer aan de praat te krijgen.

Dan het ontwikkelen van een vaccin; collega Veldman van de VVD had het er zojuist ook al over. Het kan toch niet zo zijn dat dit naar Amerika verplaatst, omdat wij in Nederland strakkere milieuregels hanteren dan alle landen om ons heen? Graag hierop een reactie.

Voorzitter, ik rond af. Het zijn loodzware tijden, maar we zien tegelijkertijd ook tienduizenden mensen die zich spontaan aanmelden als zorgmedewerker of als vrijwilliger bij het Rode Kruis. We zien allemaal mensen op straat die elkaar geduldig wat meer ruim baan geven en elkaar weer vriendelijk groeten, omdat we in deze tijden van crisis elkaar weer zien staan. In deze zware tijden komt dus ook het beste in de mensen naar boven en zien we zichtbaar een warmere samenleving. Dat is iets wat we met elkaar moeten vasthouden, ook als we deze crisis hebben doorstaan.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Heerma. Dan is nu het woord aan de heer Jetten namens D66.

De heer Jetten (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik zou graag willen aansluiten bij de prachtige inleiding van de heer Heerma. Het zijn hele zware tijden en ook mijn gedachten gaan allereerst uit naar alle patiënten en nabestaanden van reeds overleden personen en vooral naar al die mensen die nu dag en nacht aan het werk zijn in de zorg om zo veel mogelijk mensen te beschermen. In het bijzonder denk ik aan het dorp van mijn jeugd, Uden, waar in het ziekenhuis Bernhoven echt een verschrikkelijke situatie gaande is.

Voorzitter. De premier verzekerde Nederland vorige week dat het kabinet niet de strategie van groepsimmuniteit volgt. Sindsdien heeft het kabinet regels opgesteld die ik kan rijmen met het ultieme doel, namelijk de levens van alle mensen in Nederland te beschermen. Er is nu een voorzichtig signaal dat de groei van het aantal besmettingen gaat afvlakken, maar er komen nog elke dag tientallen patiënten bij. Dat is een menselijke tragedie die een enorme druk legt op de ic's. Twee weken geleden heeft deze Kamer het kabinet gevraagd om alles op alles te zetten om het aantal ic-bedden uit te breiden. Het kabinet doet dat, maar toch zei de minister gister dat het spannend gaat worden. Welke extra maatregelen gaat de minister nemen om ervoor te zorgen dat de ic-capaciteit ook na 1 april op peil is?

Deze Kamer heeft ook herhaaldelijk gevraagd naar de testcapaciteit, die in Nederland tekortschiet. De sprekers voor mij deden dat ook. Wanneer verwacht het kabinet op grote schaal te kunnen testen, zoals dat bijvoorbeeld in Zuid-Korea gebeurt? Zodra die testcapaciteit er is, wat betekent dat dan voor de strategie?

Voorzitter. Vóór de ziekenhuizen ligt de druk al bij huisartsen en verpleegkundigen. Hoe gaat het kabinet ook hen verzekeren dat er genoeg beschermingsmiddelen zijn, zodat zij veilig hun werk kunnen doen?

Het waren juist de zorgverleners die ons de afgelopen dagen vroegen om echt thuis te blijven en die 1,5 meter afstand te respecteren, zodat zorgverleners hun werk kunnen blijven doen. We zagen dit weekend dat dit onvoldoende gebeurde. Het kabinet heeft daarom strengere maatregelen aangekondigd. Dat steun ik volledig. Waar het maandag nog aan ontbrak, waren eenduidige regels, heldere communicatie en een tijdige brief aan de Kamer. De meest gestelde vraag aan mij de afgelopen dagen is: wat mag nou wel en wat mag niet? Wat mag er tot 6 april en wat tot 1 juni? Dat is verwarring met schadelijke gevolgen voor onze gezondheid en economie. Ik vraag het kabinet om een toelichting. Eenduidigheid, helderheid en zorgvuldigheid zijn essentiële dragers van leiderschap, juist in crisistijd. Als er foutjes worden gemaakt — dat is in een crisis vergeeflijk en normaal — dan kan je die maar beter direct rechtzetten, niet met precisering of andere uitwerking, maar gewoon ruiterlijk en duidelijk. Hoe meer helderheid, hoe eerder we aandacht kunnen geven aan de voorwaarden voor een succesvolle crisisbestrijding.

En daarom nog enkele klemmende vragen. Dit virus laat zich niet vangen door de grenzen. Samenwerking is essentieel. Nederland zegt solidair te willen zijn met andere Europese landen. Maar hoe uit zich dat? Kunnen alle overheden dwingend aangespoord worden alle uitstaande rekeningen van mkb'ers en middenstanders meteen te betalen voor financiële verlichting bij die ondernemers? Wanneer zijn alle gestrande Nederlanders in het buitenland opgehaald? Kan het kabinet hier toezeggen dat die reis coulant wordt vergoed voor alle mensen die het niet kunnen betalen? Duitsland trekt ondertussen 145 miljoen extra uit voor wetenschappelijk onderzoek naar corona. Wanneer volgt het Nederlandse kabinet dit goede voorbeeld zodat we op korte termijn ook in Nederland het onderzoek naar corona kunnen intensiveren? Hoe schieten we scholen en gezinnen te hulp die niet over de faciliteiten voor goed thuisonderwijs beschikken?

Tot slot, voorzitter. Ik wil nogmaals alle patiënten en nabestaanden van overledenen veel sterkte toewensen. En vooral heel veel succes aan al die mensen in de zorg, bij hulpverleners en bij andere instanties die dag en nacht aan het werk zijn om deze coronacrisis met elkaar te boven te komen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Jetten. Dan geef ik zo het woord aan de heer Klaver namens GroenLinks. Het woord is aan de heer Klaver.

De heer Klaver (GroenLinks):
Voorzitter. Naast empathie is moed een van de deugden die ik het meest in mensen bewonder. Moed is niet de afwezigheid van angst maar het overwinnen ervan. Wijze woorden van Nelson Mandela. Wat zien we daar in deze coronacrisis veel tekenen van. Deze week sprak ik met een arts van het Bernhovenziekenhuis in Uden. Ze gaf me een indringend beeld van hoe hun ziekenhuis, hun wereld, binnen een week op z'n kop werd gezet. Hoe ze vol in de vuurlinie staand hun totale organisatie hebben omgegooid. Hoe de spoedeisende hulp is uitgebreid met een tent op een parkeerplaats met een mobile CT-scan. Hoe alleen nog maar levensreddende ingrepen worden gedaan als iemand binnenkomt met een beroerte, waarna de patiënt zo snel mogelijk naar een ander ziekenhuis moet worden gebracht. Hoe niet alleen de tekorten op de ic-afdeling nijpend zijn, maar dat dit eigenlijk geldt voor alle verpleegbedden.

Wat me het meest trof was de beschrijving van hoe alle artsen binnen een week nog maar één specialisme hadden. Haar ziekenhuis heeft geen reumatologen of cardiologen en geen chirurgen of kno-artsen meer. Allemaal zijn ze nu gewoon artsen die onder leiding van longartsen en internisten doen wat ze kunnen om de stroom coronapatiënten op te vangen. Eigenlijk zijn er alleen nog maar coronaspecialisten als arts en verpleegkundige. Dat is ontzettend zwaar voor hen. Iemand die bij reumatologie werkt, is het niet gewend om mensen te zien sterven, niet op deze manier, niet in dezen getale. Het geeft aan hoe nijpend de situatie in het zuiden van ons land is.

Maar het geeft ook iets anders aan. Hoe er in dit soort tijden van crisis moedige mensen opstaan; mensen die niet spreken maar doen, die niet aarzelen om het brandende huis in te rennen, want daar is nog iemand. Dat is wat de artsen en verpleegkundigen op dit moment doen. Ze overwinnen hun angsten en bezwaren.

Het zijn angstaanjagende tijden en we kunnen twee dingen doen. We kunnen de angst ons laten overnemen. We kunnen elkaar opnaaien. We kunnen alleen de verontrustende nieuwtjes delen of experts in twijfel trekken. Of we kunnen angsten overwinnen en zijn zoals artsen en verpleegkundigen in Uden en eigenlijk overal in het land die, ook al hebben ze geen idee wat de dag van morgen brengt, ervoor kiezen om niet terug te deinzen, om dingen te doen waarvan ze dachten dat ze die nooit zouden moeten doen of dat er een dag zou aanbreken waarop ze het wel moesten doen.

Voor de politiek betekent het dat we maatregelen moeten nemen waar we anders niet eens aan zouden durven denken. Dit is het moment om het wel te durven, niet voor onszelf maar voor al die moedige mensen die in de vuurlinie staan. De komende week wordt cruciaal. Dit is het moment om door te pakken. Er is geen landelijke regie nodig, maar landelijke aansturing met één kapitein op het schip. Ik vraag aan het kabinet: wie is die kapitein? Ik vraag de minister of hij niet moet aanwijzen welke ziekenhuizen nog de zorg kunnen leveren die niet coronagerelateerd is en welke ziekenhuizen coronaziekenhuizen worden. Hoe gaan we op de kortst mogelijke termijn noodziekenhuizen openen met extra verpleegbedden om de toestroom van patiënten de komende weken aan te kunnen? Hoe kunnen we zelf de productie op ons gaan nemen van beschermingsmiddelen, waar nog steeds een groot tekort aan is, en bedrijven in Nederland de opdracht geven om beademingsapparaten te maken? Is het mogelijk om zo snel mogelijk de receptuur van farmaceut Roche te krijgen, zodat we zelf coronatesten kunnen maken? Kunnen we ze desnoods dwingen? Hetzelfde geldt voor medicatie waarvoor farmaceuten op dit moment niet voldoende productiecapaciteit hebben. Onze apotheken moet dat zelf kunnen gaan maken. Is de minister dat met mij eens? Hoe gaat hij daarvoor zorgen?

Voorzitter, ik rond af. Het is een ongekend ingrijpen in de markt, zoals we dat ook hebben gedaan met de directe inkomenssteun voor zzp'ers. We moeten niet bang zijn om te treden in het intellectueel eigendom van farmaceutische bedrijven of bang zijn om de zorgmarkt te doorkruisen met directief optreden. We zijn het aan al die helden in de vuurlinie verplicht.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Klaver. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Marijnissen namens de SP.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Voorzitter, dank. Het voelt enigszins raar om hier weer te mogen staan. Ik ben een tijdje afwezig geweest. Dat heeft alles te maken met dat mijn woonplaats ligt in, zoals ik de NOS-verslaggever op het journaal hoorde zeggen, het epicentrum van de corona-uitbraak in Nederland, de regio Oss-Uden-Veghel. Maar gelukkig, ik heb geen klachten, voel me gezond en de huisarts heeft ook groen licht gegeven om vandaag hier weer te mogen zijn. Dat vind ik heel erg fijn, want er is ontzettend veel aan de hand.

Allereerst zou ik graag dank willen zeggen aan al die mensen die nu doorwerken met gevaar voor eigen gezondheid. Ik wil ook dank zeggen aan al die mensen die thuis zitten ten behoeve van het collectief. En ik wil dank zeggen aan al die mensen, vooral al die mensen die werken in de zorg, die nu vooropgaan in de strijd om het coronavirus te verslaan.

Ook in mijn eigen omgeving in Brabant zie ik hoe groot het monster is dat corona heet. Vriendinnen van mij zijn aan het werk in de coronatenten die zijn opgetuigd bij de ziekenhuizen. Ik zie het om me heen: het toenemen van besmettingen, sterfgevallen, maar ook de maatregelen als gevolg van corona. Vorige week moest ik afscheid nemen van zowel een oom als een tante van mij. Ze zijn niet overleden aan corona, maar ook dan zie je dat zelfs afscheid nemen van dierbaren in Nederland op dit moment niet meer gaat op de manier zoals we dat gewend waren. Want we mochten maar met z'n vijven en de kist in die hele grote, voor de rest compleet lege aula van het crematorium. Bij mijn tante kon ik er zelfs niet eens bij zijn, omdat de keuze gemaakt moet worden wie er het dichtstbij staat, want er mag maar een handjevol mensen bij zijn. In overleg heb ik ervoor gekozen om die plek aan iemand anders te laten. Dat zijn de keuzes die we op dit moment moeten maken.

Mijn buren zitten in quarantaine. Mijn buurvrouw werkt in een verpleeghuis bij ons in de wijk. Handschoenen, dat was wat ze kreeg als beschermingsmateriaal en wat alcohol om te ontsmetten. Ze werd ziek afgelopen weekend. Getest: corona. En nu zit ze thuis in quarantaine met het hele gezin. Ze kan dus niet meer zorgen voor die ouderen voor wie ze zo graag wil zorgen. Ze kan er niet meer zijn voor die collega's die het nu zo ontzettend zwaar hebben, want ze zit thuis.

Voorzitter. Nederland staat op z'n kop. Er zijn zo veel dingen die ik nu zou willen zeggen, zo veel dingen die belangrijk zijn om te bespreken. Maar er is één ding waarvan ik echt vind dat wij als Tweede Kamer dat vandaag moeten regelen, waarvan ik echt vind dat we vanmiddag niet weer met z'n allen de deur uit mogen lopen zonder dat dat geregeld is. Dat is de bescherming van onze zorgverleners: ervoor zorgen dat zij voldoende materiaal hebben om op een veilige manier hun werk te kunnen doen. Ze doen altijd al zo belangrijk werk, maar zeker nu. Wij vragen nu van deze mensen om voorop te gaan in de strijd tegen het coronavirus. Het minste wat we kunnen doen, is ervoor zorgen dat ze hun werk op een veilige manier kunnen doen. Dan heb ik het natuurlijk over alle zorgverleners: de mensen in de ziekenhuizen, maar ook in de thuiszorg, ook in het verpleeghuis, ook bij de huisartsen, ook in de gehandicaptenzorg. Deze mensen verdienen onze bescherming.

Natuurlijk verdienen alle werknemers bescherming die nu door móéten werken om onze samenleving draaiende te houden. Het is dan ook zo wrang om te zien dat de mensen aan wie nu gevraagd wordt om door te werken vaak ook de mensen zijn die de afgelopen periode op moesten staan om te vechten voor een beetje meer waardering, om te vechten voor een fatsoenlijke beloning. Ik hoop dan ook van harte dat als al deze corona-ellende voorbij is, we ervoor gaan zorgen dat deze mensen ook de fatsoenlijke waardering krijgen die ze verdienen.

Voorzitter. Ik heb ook nog vragen over de testcapaciteit in Nederland. Veel daarvan zijn al gesteld. Ik zou daar de volgende aan toe willen voegen. Kunnen we er in ieder geval voor zorgen dat we onze zorgverleners in voldoende mate kunnen testen? Hoe gaat het kabinet dat regelen?

We hebben ook zorgen over de ic-capaciteit. Volgende week zijn er 1.600 ic-bedden nodig; die zijn er niet. Hoe gaan die er komen? Hoe gaat het kabinet invulling geven aan de noodkreet die we gisteren van de ziekenhuizen hebben gehoord dat er landelijke regie nodig is en dat er directief geopereerd moet worden?

Tot slot. Het is nu alle hens aan dek om deze volksgezondheidscrisis op te lossen. Daar moet alle aandacht en energie naartoe gaan. Maar wij vrezen met grote vreze voor de sociale en maatschappelijke crisis die hierna volgt. We hebben vanochtend de berichten kunnen zien. De volgende recessie wordt alweer aangekondigd. Laten we er alsjeblieft voor zorgen dat de mensen die nu de klappen moeten opvangen niet de mensen zijn die dan ook vooraan moeten staan om de rekening te betalen. Laten we samen bouwen aan een economie die werkt voor ons allemaal.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Marijnissen. Dan geef ik nu het woord aan de heer Asscher namens de PvdA.

De heer Asscher (PvdA):
Voorzitter, dank u wel. Ik kreeg vanochtend een berichtje van iemand die mij nabij is dat hij gisteren zijn vader heeft verloren door corona. Ik noem dat hier, omdat er achter die dagstatistieken allemaal verhalen zitten, allemaal mensen die er anders nog geweest waren. Ik wil hem maar ook iedereen die nu met die ziekte geconfronteerd wordt heel veel sterkte wensen in een hele moeilijke tijd.

Voorzitter. Des te groter is mijn dank in de richting van iedereen die — Jesse Klaver zei dat terecht — soms met persoonlijke moed doorwerkt en risico's neemt om ons te beschermen. Die dank gaat ook uit naar de mensen in vak-K die de crisis bestrijden. In dit geval wil ik Bruno Bruins noemen, die heeft moeten aftreden omdat hij onder de crisislast bezweek.

Voorzitter. Des te belangrijker is het dat we als parlement onze rol spelen om ook een crisiskabinet kritisch en scherp te bevragen. Dat is wel nodig, als je ziet waar we nu staan. Ik sluit me aan bij de vragen van Lilian Marijnissen — fijn dat u er weer bent — over de beschermingsmiddelen. Ik vind dat de brief daarover toch nog te veel openlaat. Er wordt beschreven dat er schaarste is, maar dat wisten we een week geleden, dat wisten we twee weken geleden, dat wisten we drie weken geleden. Ik wil nu van het kabinet horen welke middelen er worden ingezet om in Nederland zelf de beschermingsmiddelen te produceren om te zorgen dat op zijn minst de mensen in de eerstelijnszorg, de huisartsen, veilig hun werk kunnen doen.

Twee: testcapaciteit. Niet voor niets vroeg ik aan de VVD of men nu bereid is ook ten opzichte van de grote farmaceutische bedrijven dwangmiddelen in te zetten. Als er ooit een moment was dat het algemene belang van de volksgezondheid moest gelden boven het belang van de markt, dan is het nu. Het feit dat wij minder testen dan sommige andere landen, het feit dat we in ons eigen land grote verschillen zien in de testcapaciteit, moet niet leiden tot een beschrijving van de situatie zoals die er is, schaarste op de wereldmarkt, maar tot ingrijpen van het kabinet. Ik vraag het kabinet de toezegging dat alle middelen worden ingezet, daaronder begrepen de dwanglicentie op bevel van de minister van Economische Zaken, om te zorgen dat we in Nederland kunnen testen. Want dit gaat maanden duren. Willen we daar op een verantwoorde manier uitkomen, dan zul je moeten beschikken over testcapaciteit voor het zorgpersoneel en voor de mensen daarbuiten.

Drie: de intensivecarecapaciteit. Twee weken geleden is de motie van de heer Wilders en mij aangenomen om alles te doen om die capaciteit uit te breiden. Gisteren hoorden we Diederik Gommers in een buitengewoon alarmerend antwoord op een vraag aangeven: we hebben de capaciteit nu niet en als er meer nodig is dan kan het Nederlands zorgstelsel het niet aan. Ik vraag de minister om scenario's voor als dit zich onverhoopt voordoet. De piek wordt nog verwacht en er is geen zekerheid of we dan genoeg hebben. Dus wat voor extra ziekenhuiscapaciteit, wat voor extra zorgcapaciteit, wat voor extra revalidatiecapaciteit en wat voor extra intensivecarecapaciteit wordt er nu geregeld? Opnieuw merk ik op dat we geen behoefte hebben aan een beschrijving van de situatie op de wereldmarkt. Ik begrijp en ik respecteer hoe lastig het voor dit kabinet is om daarin te opereren. Er is nu wel meer nodig.

Vier: de communicatie. Rob Jetten was daar scherp over naar aanleiding van de persconferentie afgelopen maandag. Die heeft ertoe geleid dat mensen massaal activiteiten zijn gaan opschorten en afzeggen om de dag daarna te horen dat het om vergunningplichtige evenementen ging. Dat is niet het verduidelijken van een detail, maar dat is een blunder. Dat kan gebeuren, want waar mensen werken worden fouten gemaakt. Maar ik vraag wel aan het kabinet om bij de eerstvolgende mededelingen — we hebben begrepen dat er morgen mededelingen komen over de scholen en die zijn van enorm belang en die hebben een enorme impact op ouders, op kinderen en op het hele onderwijs — voordat het naar buitengaat zich de vraag te stellen: leg ik nu goed uit wat ik van mensen verwacht? Hebben we doordacht tot wanneer de maatregelen gelden? Ben je ook bereid uit te leggen waarom maatregelen tot een bepaald moment gelden? Mijn indruk is — sommigen van u weten dat ik een Amsterdammer ben, en die stad is niet bekend als de meest gezagsgetrouwe — dat heel veel Nederlanders juist hun uiterste best doen en bereid zijn om te helpen. Ze lopen inderdaad met een grote boog om elkaar heen. Ze staan klaar om de instructies op te volgen. De vraag ligt veel meer bij het kabinet: wees helder wat je van ons Nederlanders verwacht. Dan zullen we met elkaar deze afschuwelijke crisis overwinnen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Asscher. Dan is het woord aan de heer Segers namens de ChristenUnie.

De heer Segers (ChristenUnie):
Mevrouw de voorzitter. Het is zo erg om te zien: een oude vrouw die achter het raam zit en alleen nog maar kan zwaaien naar haar kind en naar haar kleindochter. Er zijn zo veel mensen die angstig zijn, bang om ziek te worden, bang om hun baan, hun bedrijf te verliezen, bang om een geliefde te moeten missen. Er zijn zo veel zieke mensen. Hartverscheurende verhalen over doodzieke patiënten die hun geliefden, die hun kinderen achter moeten laten en alleen op de intensive care liggen met de afschuwelijke angst om alleen te moeten sterven. En dan maar hopen dat er een verpleger is die dan even hun hand kan vasthouden zodat ze niet meer helemaal alleen in het donker zijn.

Mevrouw de voorzitter. Wat zou het fijn zijn als we nu al zouden weten wanneer dit klaar is, maar we weten het nog niet. Je zou willen dat we nu al weten dat dit ergens goed voor is. Dat we vriendelijker gaan worden. Dat we beter voor elkaar gaan zorgen en beter weten wat echt belangrijk is in ons leven. Het is waar dat we nu merken hoeveel goede zorg er nu voor elkaar is. Er zijn heel veel hartverwarmende initiatieven van behulpzame mensen die hulpbehoevenden laten weten dat ze er niet alleen voor staan. Op de site www.nietalleen.nl, een initiatief van maatschappelijke organisaties en kerken, zijn in een week tijd al zo'n duizend van dat soort initiatieven bij elkaar gebracht. We blijken verrassend veerkrachtig en zorgzaam. Maar of dit ook blijvend is, weten we niet.

Mevrouw de voorzitter. We bevinden ons in het oog van de storm. De ellende raast door het land en het is nog te vroeg om te voorspellen hoe we onszelf in het najaar weer zullen aantreffen. Het enige wat we zeker weten is dat we hier en nu moeten doen wat we kunnen. Ik wil de mensen die in de zorg in de frontlinie staan ook uit de grond van mijn hart bedanken voor dat wat ze nu doen. Ik wens hun heel veel kracht toe, juist ook als dit langer duurt dan gedacht.

Ik wil het kabinet ook bedanken voor de crisisbestrijding, het wijsheid toewensen, en het aanmoedigen om de belofte van de minister-president te houden dat we niemand in de steek laten. Het is goed om te zien dat er naast het economische steunpakket waar we vorige week over spraken, ook aandacht is voor voedselbanken en mensen in de ggz, en dat er nu geen huisuitzettingen plaatsvinden. Dank daarvoor.

Maar ik mis in de brief aandacht voor daklozen, de mensen waarvoor het Leger des Heils vandaag de noodklok heeft geluid. Graag een reactie. Ik overweeg om op dit punt ook een motie in te dienen.

Ik heb nog zes vragen. Eén. Diederik Gommers had gister geen geruststellende mededelingen over de ic-capaciteit. Wat zijn de noodscenario's?

Twee. Kan de minister van VWS al meer vertellen over de testcapaciteit? Dit ook in het licht van signalen van medici en wetenschappers die zeggen dat er nu al meer getest kan worden.

Drie. In het Verenigd Koninkrijk zijn er nu goedkope zelftesten aangeschaft die snel aangeven of je corona hebt gehad. Kunnen die ook in Nederland worden aangeschaft? Kan de test op betrouwbaarheid niet Europees plaatsvinden in plaats van dat al die Europese landen dat allemaal los van elkaar doen? Deze test zou ons beleid zoveel preciezer maken en bijvoorbeeld ook de gehandicaptenzorg enorm helpen.

Vier. De heer Gommers voerde ook een pleidooi voor betere coördinatie met betrekking tot de ziekenhuiscapaciteit. Waarom is dat pleidooi nog steeds nodig?

Vijf. Moeten we niet in ieder geval ook op Schiphol testen? Zeker nu duizenden Nederlanders weer vanuit allerlei buitenlanden gaan terugkeren, met alle risico's van dien.

En zes: een aanmoediging. Communiceer helder. Voorkom onduidelijkheid zoals na de persconferentie van maandag. Ik vraag die helderheid voor scholieren, studenten, ondernemers, bewoners van verpleeghuizen en hun familieleden, en al die andere Nederlanders die nu op u rekenen.

Ik dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Segers. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Ouwehand namens de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Ons land zweeft tussen hoop en vrees. Veel mensen helpen elkaar. Veel mensen zijn moedig genoeg om het belangrijke werk te blijven doen dat nodig is. Met name in de zorg, maar ik heb het ook nadrukkelijk over de vakkenvullers en de schoonmakers.

Tegelijkertijd zijn mensen bang. Gisteren in de briefing hoorden we dat er goed nieuws en slecht nieuws is. De besmettingsgraad lijkt te dalen en het percentage mensen dat hier ernstig ziek wordt van corona lijkt lager te liggen dan bijvoorbeeld in China, zegt het RIVM. Daar kun je hoop uit putten. Maar tegelijkertijd hoorden we gisteren ook dat de benodigde ic-capaciteit nog lang niet geregeld is. Op 1 april, dat is over zes dagen, …

De voorzitter:
Meneer Baudet! We hebben afspraken gemaakt over afstanden. Die gelden ook voor u.

De heer Baudet (FvD):
Dit is toch anderhalve meter?

De voorzitter:
Nou, net niet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Op 1 april, dat is dus over zes dagen, zijn er 1.600 ic-bedden nodig en die zijn er nog niet. Wat is de laatste stand van zaken nu? Ik begrijp dat er iedere minuut iets kan veranderen en we hopen natuurlijk allemaal op het bericht dat het geregeld is en dat het goed komt vóór volgende week.

Het is een tijd waarin het lastig opereren is, ook in de rol van volksvertegenwoordiger en al helemaal in de rol van bewindspersoon als onderdeel van het crisisteam. Dat begrijp ik goed. De regering regeert en de Kamer controleert. Als er één moment is waarop dat adagium moet gelden, dan is het wel nu, want het kabinet moet de vrijheid hebben om steeds te handelen waar dat nodig is. Dan is het wel belangrijk dat we met elkaar de afspraken scherp houden. Vorige week gingen we hier uit elkaar met de volgende afspraken. De Kamer steunde de maatregelen tot nu toe en we spraken af dat de WHO-adviezen steeds worden gevolgd en er meteen extra maatregelen worden genomen als dat nodig is.

Toch blijven er vragen liggen. Over het testen: doet Nederland echt genoeg? Over de beschermingsmaterialen, waar mevrouw Marijnissen ook al over sprak: doet Nederland echt genoeg? En dan de aanscherping van de maatregelen. Na zaterdag konden we toch allemaal zien dat het niet goed ging met het advies aan de Nederlanders. Dan begrijp ik niet waarom het crisisteam niet zaterdagavond bij elkaar is gekomen om een herhaling daarvan op zondag en op maandag te voorkomen. Ik dacht dat we hadden afgesproken: meteen extra maatregelen als dat nodig is.

Voorzitter. De Partij voor de Dieren steunt de aanscherping van de maatregelen. We hebben er groot respect voor dat het kabinet heeft geprobeerd te zoeken naar een goede balans, want we staan voor duivelse dilemma's. Mensen die contact nodig hebben voor hun psychische welzijn, maar die ook gewoon zorg nodig hebben — het is nogal wat. Het is nogal wat dat je niet meer op bezoek kan. Het is nogal wat dat je je verstandelijk gehandicapte broertje niet meer op kan halen in het weekend. Hartverscheurend.

Dus we steunen dat, maar de oproep blijft: als het niet genoeg is, als er onduidelijk is gecommuniceerd, meteen opplussen. Want de communicatie gaat niet goed genoeg. Ik doe het niet graag, maar ik wijs even op Boris Johnson. Die was heel helder in zijn toespraakje: u blijft thuis en dit en dat en dat mag u wel doen, en anders niet. Ik denk dat dat beter is dan interpretatie open laten aan mensen, en mogelijke misverstanden.

Tot slot. Ik weet dat het mantra "nu even niet" geldt. Ik begrijp heel goed dat het ministerie van VWS andere dingen aan het hoofd heeft, maar er zijn ook andere ministeries die wel gewoon hun werk moeten blijven doen. We zien nu voortdurend virologen op televisie. Gelukkig nemen we nu hun expertise serieus. Maar bijvoorbeeld Marion Koopmans had met haar onderzoeksgroep in 2018 al geconcludeerd dat dit soort virussen vaker uitbreken, omdat de manier waarop we met dieren omgaan in Nederland, maar ook door de ontbossing wereldwijd, waar Nederland een belangrijke driver in is, gevaarlijk is. Dus nee, het ministerie van VWS hoeft zich hier nu niet mee bezig te houden, maar het ministerie van Landbouw en het ministerie voor Buitenlandse Handel moeten wel nú gaan kijken naar de risico's die ook nu nog loeren. Want als er een nieuwe pandemie uitbreekt vanwege die zoönosen, dan kunnen we dat er niet bij hebben.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan de heer Krol namens 50PLUS.

De heer Krol (50PLUS):
Dank u, mevrouw de voorzitter. Allereerst wil ook ik alle nabestaanden, patiënten en hun familieleden sterkte wensen. Het zijn er steeds meer. Veel van hen kennen we niet. Dat zijn dan onbekenden. Maar het komt steeds dichterbij, zeker als je woont op de plek in Brabant waar ik woon. Ook binnen onze partij, een partij die in het bijzonder opkomt voor oudere mensen, worden we hard getroffen. Alle lof voor de medewerkers die dag in, dag uit werken in de zorg, de schoonmaak en alle andere vitale sectoren.

Een aantal punten over de ouderenzorg. Wordt er aandacht aan de wijkverpleging en thuiszorg besteed bij het verdelen van de beschermingsmiddelen? Ook mevrouw Marijnissen had het daar al over. Zijn verpleeghuizen voldoende toegerust om alle bewoners regelmatig contact te laten onderhouden met familie en vrienden? Is er voldoende tijd? Zijn er voldoende middelen om dit belangrijke aspect van het leven te verzorgen? Is het niet te overwegen om per verzorgingstehuis of verpleeghuis een beperkt aantal mantelzorgers of vrijwilligers, al dan niet getest, toe te laten? Zij kunnen dan net die zorg geven die zeker nu zo nodig is.

50PLUS is geroerd door alle initiatieven in het land. Maaltijden, kaartenacties, concerten voor de deur, prachtig, ik word er stil van. Een pluim voor al deze initiatieven, maar hoe is het met de situatie daarbinnen? Kan de minister daarop ingaan? Welke richtlijnen zijn er, zeker in het geval van een besmetting in huis? Hoe staat het met de uitvoering van de aangenomen motie over het nemen van extra maatregelen om mantelzorgers te ondersteunen en te ontzorgen in deze moeilijke tijden? Welke stappen zijn gezet wat betreft de uitvoering van mijn motie over een noodplan voor oudere en kwetsbare mensen die zelfstandig thuis wonen? Dit geldt zeker ook voor mensen die hun partner niet naar de dagbesteding kunnen brengen. Wat is er voor hen geregeld?

Voorzitter. Dan enkele vragen over de beddencapaciteit. Wat is precies de stand van zaken wat betreft de uitwisseling van gegevens? Is er een actueel inzicht? Zijn alle ziekenhuizen aangesloten op één systeem? Wat heeft de regering gedaan met de aangenomen motie van 50PLUS die letterlijk verzocht om in overleg met de elf regionale acutezorgketens de regionale systemen zodanig in te richten dat in crisistijden de desbetreffende gegevens ook voor de aangrenzende regio's en GGD's inzichtelijk zijn? Dat was een voorspellende motie uit december 2018.

Als de minister van VWS besluit dat we naar de volgende fases gaan en er te weinig plaats is op de ic's — ik weet het: dit is een moeilijk onderwerp — wat dan? Wie krijgt dan zorg? Wie niet? U begrijpt dat daar bij mijn achterban heel veel mensen wakker van liggen. In dat verband wil ik ook de Kamerbreed aangenomen 50PLUS-motie over het niet hanteren van leeftijdsgrenzen noemen. Mag ik aannemen dat de stem van ouderen ook dan gehoord zal worden?

Ik heb nog twee vragen ter afronding. 50PLUS is van mening dat het verstandig is snel een besluit te nemen over het al dan niet sluiten van vakantieparken, recreatiewoningen en campings, zeker met het oog op het naderende paasweekend. Wat is wijs? Ik krijg ook klachten over het ov, dat nu niet meer aansluit, waardoor zorgmedewerkers niet op tijd op hun werk kunnen komen. En is het mogelijk om de gehele homepage van de website rijksoverheid.nl te gebruiken voor communicatie over de coronacrisis? Nu oogt het wat rommelig en staan er ook dingen op waarvan ik denk: zijn die nu belangrijk? Mijn vraag is vooral ook of het in eenvoudig Nederlands kan.

Tot slot wil ik namens de fractie het kabinet en alle medewerkers van de verschillende overheden danken voor hun enorme inzet in deze moeilijke tijden. En, voorzitter, wie had ooit gedacht dat afstand houden nu het toppunt van medemenselijkheid zou zijn?

Ik dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Krol. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van der Staaij namens de SGP.

De heer Van der Staaij (SGP):
Mevrouw de voorzitter. Midden in deze zware tijden is het bemoedigend om veerkracht en vindingrijkheid te zien, maar ook saamhorigheid, die je op zo veel plekken in het land ziet opbloeien. Denk alleen al aan de zorgwerkers die dag en nacht in touw zijn. Hulde daarvoor. Maar ook heel eenvoudig: kinderen die hun kostbare Donald Duckjes bij ouderen in de brievenbus doen om hen te helpen deze moeilijke dagen door te komen. Prachtig.

Maar het zijn wel lichtstralen tegen een donkere achtergrond van rouw en verdriet, van afstand doen van wie je lief is. Dat doet pijn. Ook als er geen rouw en verdriet is, maar je niet meer in contact mag komen met wie je lief zijn, dan is dat hartverscheurend. Natuurlijk ben je blij met beeldbellen, maar als je niet meer op bezoek kunt bij je kind met een beperking of de hand van je dementerende man of vrouw niet kunt vasthouden, dan is dat hartverscheurend. Dat weten we allemaal en dat zien we allemaal.

Het doet mensen ook zeer als ze niet naar de kerk kunnen, als doop en avondmaal niet worden bediend. Natuurlijk, je bent dankbaar dat je op afstand kan meeluisteren, maar je mist toch iets wat zo kan sterken en troosten, juist als in onzekere tijden het verlangen van je hart zo sterk is om in de nood van deze tijd in het huis van God en zijn gemeente zijn aangezicht te zoeken. Zo heeft elk hart zijn eigen smart.

Voorzitter. Wij geven steun aan de maatregelen die het kabinet heeft genomen. Vandaag is de vraag voor iedereen: wat is er nog meer nodig? Als je met mensen spreekt, zoals we allemaal doen in deze dagen, komen er voor mij drie punten naar voren.

Het eerste punt: persoonlijke beschermingsmiddelen als mondkapjes en handschoenen. Die zijn essentieel voor thuiszorg, mantelzorgers, gehandicaptenzorg, kraamzorg en ziekenhuizen. Overal is dit zorgpunt nummer één. De vraag is: hoe snel kan daarin worden voorzien?

Mijn tweede punt betreft de testen. Als we meer kunnen testen en sneller kunnen testen, kan dat zo veel goed doen. Wanneer is het onderzoek naar die sneltesten klaar?

Het derde punt heeft alles te maken met de voorgaande twee punten. Wat is onze aanpak? Bij de intensive care zag je dat er uiteindelijk gekozen is voor een wat strakkere, geregisseerde aanpak. Het leger helpt daarbij. Is die strakkere structuur ook niet nodig om aan voldoende persoonlijke beschermingsmiddelen en testen te komen? Welke stappen worden er in die meer directieve benadering gezet?

We hebben voor crisistijden ook een aantal noodwetten liggen, bijvoorbeeld de Noodwet rechtspleging. Die heeft alles te maken met termijnen. Worden die noodwetten ook benut? Ik las vanmorgen dat er een spoedwet komt op het gebied van huur. Wordt er door het kabinet ook gekeken welke noodmaatregelen of noodwetten kunnen helpen om door te kunnen pakken in deze crisistijden? Dat geldt dus niet alleen voor de ic's in het ziekenhuis, maar ook breder in de zorgwereld om alles op orde te brengen in bijvoorbeeld de thuiszorg en voor mantelzorgers. We willen de rechtsstaat daarbij hooghouden. Liever een democratische noodwet dan een ondoordacht "nood breekt wet".

Voorzitter. Eerder deze week vroeg ik de eigenaar van een kleine viswinkel of hij zijn hoofd een beetje boven water kon houden. Ik werd geraakt door zijn antwoord, want hij zei allereerst dat hij zich zorgen maakte over de oudere mensen die nu minder in zijn winkel kwamen en vroeg zich af of zij wel voldoende contact met anderen hadden. Mijn vraag aan het kabinet is dan ook hoe we die eenzame mensen kunnen helpen om niet alleen te zijn en hoe we hen ook de middelen kunnen laten benutten die er zijn om om hulp te vragen. Ik vond het mooi dat hij allereerst om anderen dacht in een tijd waarin hij het zelf ook moeilijk heeft. Op diezelfde manier wil ik hier vandaag vragen of wij als Nederland niet juist zouden moeten meeleven met ontwikkelingslanden en vluchtelingenkampen die niet gezegend zijn met voldoende voedsel en een goede gezondheidszorg, waar je een coronaramp kunt zien aankomen. Wat kunnen wij voor kwetsbare verre naasten betekenen, vraag ik het kabinet.

Voorzitter. Ik wil de leden van het kabinet en allen die verantwoordelijkheid dragen en hard in de weer zijn heel veel wijsheid en sterkte toewensen in deze moeilijke tijden. Weet dat ook velen in het land voor u bidden.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van der Staaij. Dan geef ik nu het woord aan de heer Azarkan namens DENK.

De heer Azarkan (DENK):
Dank u wel, voorzitter. Het zijn bijzondere tijden. Het coronavirus heeft ons leven volledig op de kop gezet. Ik merk ook aan mezelf dat dat leidt tot onzekerheid, angst en grote zorgen. Er is grote behoefte aan duiding en informatie. Die is volop aanwezig. Achter die dagelijkse stroom van koude statistieken gaat veel leed schuil. We zijn met 17 miljoen sociale wezens in Nederland die de natuurlijke neiging tot elkaar opzoeken, elkaar omarmen en zelfs elkaar fysiek steunen, moeten onderdrukken. Een wrange constatering is dat we vanwege het virus de zwakkeren in deze moeilijke tijden niet kunnen bijstaan en hun de broodnodige troost en comfort moeten ontzeggen.

We leven mee met de nabestaanden van de slachtoffers. We hebben grote waardering voor het zorgpersoneel, van schoonmaker tot arts, dat dagelijks met een ongekende inspanning in de frontlinie strijd levert om mensen in leven te houden; een prestatie van formaat. Maar laten we ook oog houden voor de slachtoffers die verder van ons weg staan, niet alleen voor onze directe naasten, maar ook voor de mensen in alle andere delen van de wereld, zoals in vluchtelingenkampen.

Voorzitter. In tijden van crisis gaat het om een duidelijke aanpak, daadkrachtig leiderschap en eenduidige communicatie. Het kabinet heeft maatregelen ingezet om verdere verspreiding tegen te gaan. Maar nauwelijks een week verder moesten die maatregelen aangescherpt worden: geen bijeenkomsten, nog meer winkels dicht en handhaving met zware boetes. Zien we hier een kabinet dat net even iets te ver achter de feiten aanloopt? In het vorige debat werd gevraagd om strengere handhaving van de regels. Toen gaf de minister-president aan dat die niet nodig waren. Dat is jammer, want ook de burgemeesters zaten met de handen in het haar. We zagen een minister-president die boos en stampvoetend aankondigde, op 23 maart, dat er nieuwe maatregelen nodig waren. Nou moet de minister ook een klein beetje boos op zichzelf zijn. Had hij niet moeten voorzien dat de regels deels niet nageleefd zouden worden? In deze tijden van crisis betaal je keihard de prijs voor die verkeerde aanname.

We zijn gisteren bijgepraat door de voorzitter van de vereniging van intensivecarespecialisten. Hij vroeg om regie. Letterlijk zei hij: "je mist de centrale militaire aansturing." Harde woorden. Ziekenhuizen, onder andere in Brabant, staan met de rug tegen de muur en kunnen de druk niet aan. Ze schreeuwen om hulp. Wat nodig is, is een overheid die de regie neemt en de pijn verdeelt, zodat alle ziekenhuizen bijdragen aan de bestrijding. We kunnen ons dat gewoon niet veroorloven. Vandaag nog graag de toezegging van deze premier dat er landelijke regie is op de verdeling van patiënten.

Op dit moment voeren we een race tegen de klok om voldoende intensivecarebedden te realiseren voor de coronapatiënten. Dat wordt spannend, zei minister De Jonge. Als we zo doorgaan zitten we volgende week boven de capaciteit en lopen we hier niet achter de feiten aan. Kan de minister helder zijn? Hoeveel intensivecarecapaciteit is er nu? Hoeveel capaciteit wordt er de komende dagen toegevoegd? Zijn er ook noodscenario's? En wanneer komen de testen beschikbaar? Testen leiden in andere landen tot goede resultaten.

Tot slot, het punt van de communicatie. Die is gewoon niet goed. De communicatie is niet goed. Burgers hebben die ervaren als te vaag en onduidelijk. Wanneer mag je naar buiten? Met hoeveel? Zijn het nou regels of adviezen? Tot wanneer gaat de horeca dicht? Mogen kinderen met elkaar voetballen? Hoe zit het met de eindexamens en met andere scholieren? Loopt het kabinet op dit punt ook niet achter de feiten aan? In crisistijd is communicatie cruciaal. Daar mag gewoon geen onduidelijkheid over ontstaan.

Ik rond af. De samenleving vraagt om een regering met een duidelijke aanpak, daadkrachtig leiderschap en heldere communicatie. Er is geen tijd meer om achter de feiten aan te lopen. Alles op alles om de intensivecarecapaciteit en de testcapaciteit te vergroten, alles op alles om dit virus te bestrijden. Laten we zij aan zij moedig voorwaarts gaan, omzien naar elkaar en de regels naleven.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Azarkan. Dan geef ik nu het woord aan de heer Baudet namens Forum voor Democratie.

De heer Baudet (FvD):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Wat een niet eerder geziene situatie waar we in beland zijn. Wat is het land in een heftige periode terechtgekomen. Wie had dat op deze manier kunnen voorzien? Het is een buitengewoon bijzondere situatie, waarin we met z'n allen alle zeilen bij moeten zetten om die zo snel mogelijk ten goede te keren.

Ik ben blij dat het kabinet sinds afgelopen maandag in onze ogen eindelijk — helaas te laat, want dit had eerder moeten gebeuren — een groot deel van de lockdownmaatregelen heeft genomen die wij daarvoor al bepleitten. Ik hoop dat we met deze maatregelen, als zij effectief worden gehandhaafd — en daarover heb ik een aantal concrete vragen aan de regering — deze uitbraak van dit vreselijke virus snel onder controle kunnen krijgen.

Wel denk ik dat er op één punt meer moet gebeuren, en dat is echt heel belangrijk. Dat is dat we veel intensiever de grenzen controleren, want we moeten weten wie ons land binnenkomen. Daar is nog te weinig duidelijkheid over. Daar is te weinig over geregeld. Op deze manier kun je niet onder controle krijgen wie het krijgen en hoe het virus zich verder verspreidt. Dat is net zoiets als je huis heel goed beveiligen, maar wel de achterdeur open laten staan. Daarover wil ik heel graag meer duidelijkheid van de kant van de regering.

Het tweede punt is de handhaving. We hebben nu een zeer duidelijk advies gekregen om niet samen te scholen. Mensen kunnen niet in grote groepen bij elkaar. Hoe wordt dat gehandhaafd? Hoe wordt daarop toegezien? Daarover moeten we nog meer duidelijkheid krijgen.

Later denk ik dat we ook gaan terugblikken hoe het komt dat dit zo lang geduurd heeft. Waarom heeft de regering niet veel eerder deze maatregelen genomen? Het was toch duidelijk? Wij hebben ervoor gewaarschuwd, anderen hebben ervoor gewaarschuwd. Hoe kon dit zo lang duren? Nu is niet het moment om met vingers te gaan wijzen, maar op een later moment zal daar waarschijnlijk in de vorm van een parlementaire enquête echt onderzoek naar gedaan worden, ook welke dingen we daarvan kunnen leren voor de toekomst.

Dan is het nu absolute prioriteit om twee zaken op te schroeven in Nederland, zo snel mogelijk, met alle middelen die daarvoor beschikbaar zijn. Het ene is uitbreiding van de testcapaciteit. Wat ons betreft is geen enkel thema op dit gebied taboe, ook niet het ter discussie stellen van eventuele medische patenten die farmaceut Roche en anderen in bezit hebben. Zij willen misschien wel, misschien niet, dingen ter beschikking stellen aan de samenleving. Ik denk dat dit het soort noodsituatie is waarin de regering moet kunnen en durven ingrijpen, dus we zullen voorstellen daarover steunen.

Het tweede punt is: maximaal inzetten op uitbreiding van de zorgcapaciteit. Daar moeten we ook geen enkel thema buiten ons gezichtsveld verklaren. Militaire ziekenhuizen moeten we motiveren om bedden ter beschikking te stellen. Dat gebeurt al. We kunnen ook kijken naar capaciteit in het buitenland, waar het misschien mogelijk is om bedden te huren of in een andere vorm van samenwerking te kijken of we die ter beschikking kunnen stellen voor Nederlandse patiënten.

Dit alles om zo snel mogelijk de ingrijpende economische maatregelen weer te kunnen versoepelen. Ondernemers zijn ontzettend onzeker. Gisteren hebben we uitgebreid gesproken met de minister van Financiën over het robuuste pakket aan steunmaatregelen. Over hoe dat wordt uitbetaald, hoe ondernemers zich kunnen aanmelden, binnen wat voor termijn er duidelijkheid is, hoor ik nog heel veel vragen in de samenleving. Ik hoop dat die ook beantwoord worden in de eerste termijn van de kant van de regering.

Er zijn ook vragen over het onderwijs. Hoe gaan we de schoolexamens vormgeven? Wat zijn de waarborgen als het digitaal gebeurt? Hoe kun je dan in vredesnaam in de gaten houden dat dat ook op een eerlijke wijze gebeurt? Daarvoor moet een concreet plan van aanpak komen, daar wachten we op. Dat zou eigenlijk de komende weken moeten komen.

Er moet ook perspectief komen op wanneer we als samenleving geleidelijk aan weer stappen kunnen zetten — naar ik hoop in de loop van april — om de samenleving weer terug naar normaal te krijgen, op het moment dat de zorgcapaciteit en de testcapaciteit zijn uitgebreid en de uitbraak van het virus onder controle lijkt.

Tot die tijd, zeker zolang wij als Kamer niet op reguliere wijze vergaderen, heb ik één zeer belangrijk aanvullend laatste punt. Dat vind ik echt een wezenlijk punt en ik reken op steun van zo veel mogelijk fracties in de Kamer, inclusief coalitiefracties.

De voorzitter:
U moet afronden, meneer Baudet.

De heer Baudet (FvD):
Dat is om controversieel te verklaren, en ik zal daar een motie over indienen in tweede termijn, alle andere thema's die nu spelen. Er zijn weer stikstofmaatregelen doorgedrukt, terwijl de boeren niet mogen demonstreren.

De voorzitter:
Meneer Baudet, …

De heer Baudet (FvD):
Er liggen thema's over de Europese Unie, de Klimaatwet, enzovoorts.

De voorzitter:
Ik ga u onderbreken.

De heer Baudet (FvD):
We kunnen daar nu niet over besluiten. Dat zal ik in tweede termijn inbrengen.

Dank u wel.

De voorzitter:
U moet zich aan de spreektijden houden, zoals iedereen.

U moet terugkomen, meneer Baudet, want mevrouw Ouwehand heeft een vraag voor u.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Volgens mij hebben we met elkaar afgesproken dat juist de parlementaire controle wel doorgaat, ook op andere terreinen. We kunnen ook zien dat het werk op een aantal ministeries helemaal is stilgevallen. Daar lijken lobbyisten nog meer vrij spel te hebben dan anders. We doen dat alleen schriftelijk. Ik ben benieuwd waar het voorstel van de heer Baudet nou over gaat. Ik vind dat hij een punt heeft, als we berichten lezen dat er in de luwte allerlei akkoorden zijn gesloten en wij daar niet over zijn geïnformeerd.

De voorzitter:
Wat is de vraag precies?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De vraag is wat de heer Baudet precies bedoelt.

De voorzitter:
Ja. Dan geef ik nu het woord aan de heer Baudet.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik denk dat we juist ons parlementaire werk wel moeten blijven doen, zij het schriftelijk.

De voorzitter:
Dat heeft u gezegd. De heer Baudet.

De heer Baudet (FvD):
Ik denk dat de functie van het parlement wezenlijk is verbonden met in de openbaarheid debatteren. Op het moment dat je via e-mailprocedures of andere zaken dit soort thema's, die maatschappelijk heel veel impact hebben en gevoelig liggen, kan afdoen, dan doe je het democratisch proces geweld aan.