Plenair verslag

Tweede Kamer, 77e vergadering
Dinsdag 2 juni 2020

  • Aanvang 14:00 uur
  • Sluiting 17:27 uur
  • Status Ongecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Arib

Aanwezig zijn 0 leden der Kamer, te weten:

en mevrouw Bijleveld-Schouten, minister van Defensie, de heer Grapperhaus, minister van Justitie en Veiligheid, en mevrouw Van Nieuwenhuizen-Wijbenga, minister van Infrastructuur en Waterstaat.

De voorzitter:
Ik open de vergadering van de Tweede Kamer van dinsdag 2 juni 2020. Ik heet iedereen van harte welkom, in het bijzonder de mensen die het vragenuur volgen. Dat is altijd op dinsdag tussen 14.00 en 15.00 uur. Ik heet ook de minister van Justitie en Veiligheid van harte welkom.

Vragenuur

Vragenuur

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 136 van het Reglement van Orde.

Vragen Wilders

Vragen van het lid Wilders aan de minister van Justitie en Veiligheid over het niet handhaven van de anderhalvemeterregel bij de demonstratie in Amsterdam.

De voorzitter:
We beginnen met de eerste vraag. Die is van de heer Wilders namens de PVV aan de minister van Justitie en Veiligheid over het niet handhaven van de 1,5 meter bij de demonstratie in Amsterdam.

Het woord is aan de heer Wilders.

De heer Wilders (PVV):
Voorzitter. Heel Nederland vecht al maanden tegen corona en brengt daar grote offers voor. We houden ons allemaal aan ingrijpende vrijheidsbeperkende regels om het gevecht tegen het virus te winnen, behalve in Amsterdam, behalve als je van GroenLinks bent en burgemeester bent en Femke Halsema heet, want dan meet je met twee maten. Dan heb je lak aan de regels. Dan laat je 5.000 van je linkse vriendjes op de Dam zij aan zij leuzen schreeuwen. Zo ziet anarchie er dus uit. Burgemeester Halsema van Amsterdam die lak heeft aan de anderhalvemeterregel die het kabinet aan Nederland heeft opgelegd. Net zoals ze eerder lak had aan het boerkaverbod, en net zoals ze in huize Halsema lak hebben aan de wapenwet.

Voorzitter. We hebben het hier dus over een linkse activist, verkleed als burgemeester, die zelf wel bepaalt wanneer ze de wet handhaaft. Die als ze het doel van de demonstratie belangrijk genoeg vindt, wel even de andere kant opkijkt als het gaat om het handhaven van de regels. Halsema geeft al die Nederlanders die zich wel aan de regels houden een keiharde klap in het gezicht. Zoals de ouderen die vanwege de regels al maandenlang hun kinderen en kleinkinderen niet mochten zien en verpieterden in eenzaamheid. Of al die zorghelden die dag en nacht keihard in de frontlinie werken om mensen met corona te verzorgen. Of al die ondernemers die vanwege de regels hun bedrijf moeten sluiten, zoals de horeca die vanaf gisteren letterlijk met de meetlat 1,5 meter op de terrassen moesten meten op straffe van een boete van €4.000. Die zien nu allemaal dat die linkse anarchist Halsema lak heeft aan de regels.

Ben je een gewone burger, dan krijg je een forse boete, maar ben je een vriendje van GroenLinks, dan worden de regels even opzijgezet. Dat is schandelijk. Er is ook maar één gepast antwoord op en dat is het ontslag op staande voet van de burgemeester. En dat is ook eigenlijk de enige vraag die ik aan het kabinet heb: bent u bereid deze burgemeester Halsema per direct op staande voet te ontslaan?

Minister Grapperhaus:
Voorzitter. Afgelopen pinksterweekend is er weer een stap gezet in het versoepelen van de coronamaatregelen. Met ingang van gisteren is de horeca weer beperkt opengegaan. Musea hebben de deuren geopend, evenals bioscopen en theaters. Het openbaar vervoer is weer voor 100% gaan rijden. Ik wil beginnen met veel waardering uit te spreken voor alle Nederlanders en ook de betrokken ondernemers en medewerkers voor de manier waarop dat is gegaan. Openingen zijn, op een paar incidenten na, echt gewoon goed verlopen.

Ten aanzien van de demonstratie in Amsterdam heb ik mij gisteravond kritischer uitgelaten en dat doe ik nogmaals. Natuurlijk is het demonstratierecht een grondrecht dat geldt voor iedereen, maar in deze tijd is het van belang dat te allen tijde, dus ook bij demonstraties en betogingen, wel die 1,5 meter afstand gehouden wordt. Dat is de aanwijzing van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport die is uitgewerkt in de noodmaatregelen. De beelden uit Amsterdam van gisteren laten zien dat er een grote mensenmassa bijeen was, waarbij men geen 1,5 meter afstand van elkaar hield. In deze tijd, waarin we er met z'n allen alles aan doen om het coronavirus onder controle te houden, gaat dat — ik herhaal het — echt de perken te buiten.

Voor alle mensen die zich de afgelopen weken wel aan de maatregelen hebben gehouden en hard hebben gewerkt in deze crisis zijn die beelden pijnlijk om te zien. Dat soort situaties mogen zich in de toekomst niet meer voordoen. Zoals u weet moeten demonstraties in een gemeente worden aangemeld en dan kunnen er aan de voorkant de nodige voorschriften worden gesteld aan het doorgang vinden van een betoging, waaronder het onderling 1,5 meter afstand houden. Ik zal dit punt nog eens zeer nadrukkelijk aan de orde stellen vanavond in mijn wekelijkse veiligheidsberaad. Ook zal de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een brief aan de voorzitters van de veiligheidsregio's sturen, waarin hij de voorzitters verzoekt in hun afweging om een demonstratie wel of niet door te laten gaan het risico op verspreiding van COVID-19 nadrukkelijk te betrekken. Het blijft noodzakelijk dat we ons allemaal echt aan al die maatregelen houden. Het devies is: vermijd drukte. Maar de harde regel is: houd te allen tijde 1,5 meter afstand van iedereen.

De heer Wilders (PVV):
Ik vroeg: wilt u de burgemeester ontslaan?

Minister Grapperhaus:
O ja. Sorry, ik vergeet op die vraag te antwoorden. Dat is staatsrechtelijk niet aan de orde. Naar ik heb begrepen wordt er vandaag een brief gestuurd aan de Amsterdamse gemeenteraad. Dit is een debat dat zich in de Amsterdamse gemeenteraad zal afspelen.

De heer Wilders (PVV):
Voorzitter. Deze minister wil mevrouw Halsema dus niet ontslaan, terwijl deze minister door haar met haar linksactivistische vriendjes totaal, maar dan ook totaal in zijn hemd is gezet. Deze minister heeft Nederland de afgelopen maanden vergaande maatregelen opgelegd. Hij heeft die regels verdedigd. Hij drukte heel Nederland op het hart om zich aan die regels te houden. Hij stuurde politieagenten en boa's op pad om die regels te handhaven, om mensen te beboeten als ze dicht bij elkaar kwamen. Ondernemingen kregen boetes als ze zich niet aan de regels hielden. Nu laat deze minister anarchie in stand want de burgemeester mag blijven. Hij staat toe dat zijn beleid volledig onderuit wordt gehaald door één activistische GroenLinks-burgemeester die vindt dat ze boven de wet staat. Mijn vraag aan hem is de volgende. Als u, meneer de minister, dit over uw kant laat gaan, als u burgemeester Halsema gewoon laat zitten waar ze zit in haar eigen republiek Amsterdam waar de Nederlandse regels niet gelden, als u dit tolereert, als u dit gedoogt, dan kunt u toch van niemand in Nederland nog verwachten dat ze zich aan de regels houden? U kunt toch geen enkele Nederlander meer verplichten zich aan die coronaregels te houden als u het accepteert dat de burgemeester van onze hoofdstad, die het gezag zou moeten vertegenwoordigen, met twee maten meet, haar eigen gang gaat en lak heeft aan de regels? En trap niet in haar smoesjes. Dat de demonstratie niet meer kon worden beëindigd zonder politie-inzet en geweld, is onzin. Ze had het gewoon nooit zo ver mogen laten komen. Ze had niet mogen laten gebeuren dat er 5.000 man op de Dam kwamen te staan. Ze is behalve anarchistisch dus ook nog eens totaal incapabel en ongeschikt om burgemeester te zijn. Ze was gisteren dan ook geen burgemeester, maar een demonstrant die op de Dam stond. Ze stond er ook niet met de ambtsketen om, maar met een button opgespeld met een politieke boodschap over de slavernij. Het is met geen pen te beschrijven. Ontsla dat mens! Amsterdam verdient beter.

Minister Grapperhaus:
Voorzitter. Ik ben wat bedremmeld om dat hier in dit huis allemaal te moeten zeggen. Ik wil dat dus maar heel kort doen. Staatsrechtelijk is het zo dat hierover door de burgemeester uitleg wordt gegeven en verantwoording wordt afgelegd in de gemeenteraad in Amsterdam. Daar heeft de minister van Justitie en Veiligheid geen rol in. Ik vind dat dit maar goed is ook, juist in het licht van onze democratie.

De voorzitter:
Dan heb ik een lijst met Kamerleden. Ik heb de heer Jetten, de heer Klaver, de heer Van der Staaij, de heer Azarkan, de heer Van Dam, mevrouw Kuiken, mevrouw Ouwehand dacht ik, de heer Hiddema, de heer Van Raak, mevrouw Van Brenk, de heer Krol, mevrouw Yeşilgöz-Zegerius en mevrouw Van der Graaf.

Dan ga ik eerst naar de heer Jetten namens D66.

De heer Jetten (D66):
Mijn vraag aan de minister is: hoe gaat hij de geest weer in de fles krijgen? Ik begrijp de woede van demonstranten die zich willen uitspreken tegen racisme en daarvoor de straat opgaan heel goed. Ik begrijp het onbegrip van de mensen die thuis naar de buis keken. Zij dachten: "Ik heb de afgelopen weken zo veel opgeofferd. Ik heb mijn oma niet kunnen bezoeken. Ik heb niet bij die ene begrafenis kunnen zijn. Ik heb mijn bedrijf moeten sluiten. Is dat nu allemaal voor niets geweest?" De minister gaf net in zijn antwoord al aan wat hij gaat doen richting burgemeesters en richting de veiligheidsregio's. Mijn vraag is hoe hij bij die miljoenen Nederlanders de geest weer in de fles krijgt. Hoe krijgt hij bij al die mensen weer tussen de oren dat wij ons met elkaar aan die coronaregels moeten houden waar hij verantwoordelijk voor is?

Minister Grapperhaus:
In de eerste plaats heb ik nog steeds de volle overtuiging dat in Nederland eenieder erachter staat dat we met allerlei maatregelen corona bestrijden. Ik heb er ook op gewezen dat die heropening gisteren — daar werd door heel veel mensen met cynisme en negativiteit naar gekeken — echt, op een paar incidenten na, goed is verlopen. Een aantal dingen zijn toch niet goed gegaan, waaronder deze massa op de Dam. Ik realiseer me dat er op ons als kabinet een zware taak rust om de komende weken de mensen van de ernst van de zaak te blijven doordringen. Een paar dagen geleden zei de belangrijkste adviseur van de Duitse regering nog dat het probleem van preventie het succes is. We hebben er met z'n allen, ook u die hier zit, het parlement en het kabinet, samen naartoe gewerkt. En inderdaad, u mag terecht van mij verwachten dat wij er alles aan doen om Nederlanders hierdoor niet ontmoedigd te laten zijn, door campagnes, door persoonlijke optredens en noem maar op.

De heer Klaver (GroenLinks):
Ik snap heel goed dat mensen hun woede wilden uiten over het politiegeweld in de Verenigde Staten, maar gisteren waren er te veel mensen aanwezig bij deze demonstratie, waardoor het onmogelijk was om die anderhalve meter afstand te bewaren. Dat is wel een harde afspraak die we met elkaar als samenleving hebben. Het was gewoon verkeerd. Ik heb ook van heel veel mensen gehoord dat ze zich zorgen maken over die mensen die bij elkaar opgepropt waren. Wat betekent dit voor de volksgezondheid? Ik heb ook allerlei mensen adviezen horen geven, van burgemeesters tot parlementariërs, bijvoorbeeld dat mensen in quarantaine zouden moeten of zich moeten laten testen. Ik wil graag van het kabinet weten wat het advies is aan al die mensen, want er is grote bezorgdheid over de volksgezondheid. Wat is het advies om ervoor te zorgen dat dit niet erger wordt?

Minister Grapperhaus:
Wij hebben direct gisteravond besloten om het RIVM advies te vragen over hoe wij hiermee om moeten gaan, qua mogelijke extra maatregelen of acties. Ik verwacht dat de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport nog vandaag daarover uitsluitsel zal kunnen geven. Dus dat is een spoedadvies. Ik ben het geheel met de heer Klaver eens: we moeten ook onder ogen zien dat dit nu juist het soort massabijeenkomst was waarvan altijd is gezegd "zo moet het niet gebeuren".

De heer Van der Staaij (SGP):
Ik ga niet mijn best doen om anderen in superlatieven in te halen, maar we weten allemaal dat datgene wat ze gisteren zagen, wel heel veel mensen rauw op het dak is gevallen. Die Dam was op 4 mei nog zo indrukwekkend leeg, bij zo'n belangrijke herdenking, maar was nu zo gevuld met mensen die kennelijk lak hebben aan de afstandsregels. Dat was uitermate pijnlijk. Ik vraag me af hoe nu voorkomen wordt dat ook in Amsterdam zo'n situatie zich kan herhalen. De minister zei net in antwoord op een vraag van collega Wilders: staatsrechtelijk gaat de gemeente er verder over; ontslag enzovoorts houd ik ver van me af. Maar dat is toch iets te makkelijk. De Gemeentewet zegt dat een burgemeester bij koninklijk besluit wordt ontslagen en benoemd, dus hoe vult de minister zijn verantwoordelijkheid in om ook richting Amsterdam een helder signaal te geven dat dit echt niet kan?

Minister Grapperhaus:
Nu ga ik weer ... Ik vind het pijnlijk om hier nu allemaal staatsrechtelijke dingen te doen. Bovendien, mijn scriptie op dat gebied dateert uit 1984. Ook als ik door uw Kamer word weggestuurd, moet ik nog langs de Koning en komt er een koninklijk besluit tot acceptatie. We weten allemaal dat de lokale democratie, die in ons land zeer sterk is, nu eenmaal vereist dat datgene wat bij de gemeenteraad thuishoort, ook daar moet gebeuren.

Maar ik wil op iets anders van de heer Van der Staaij ingaan. Ik ben zelf Amsterdammer. Ik vind ook dat ik in overleg moet gaan met het Amsterdamse gemeentebestuur — dit is indirect ook een antwoord op de heer Wilders — om te zeggen dat wij aan alle Amsterdammers duidelijk moeten maken dat dit echt niet was zoals het had moeten gebeuren. Nog even afgezien van het feit dat niet gezegd is dat het allemaal Amsterdammers waren die daar stonden. Maar we moeten dit uitdragen; dat is nu eenmaal zo.

De heer Azarkan (DENK):
De minister gaf aan dat demonstreren een grondrecht is. Tegelijkertijd zitten we in een bijzondere situatie waarbij we in het kader van de volksgezondheid afspraken met elkaar hebben gemaakt. Hoe gaat de minister er zorg voor dragen dat er ruimte wordt gegeven aan dat demonstratierecht? Mensen zien dat er niet alleen in Amerika, maar ook in Nederland ongelijkheid is en dat hier ook, nog geen twee weken geleden, aangifte werd gedaan van institutioneel racisme, nota bene tegen de Belastingdienst. Mensen zien die ongelijkheid en willen daar uiting aan geven. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat we dat toch allebei kunnen?

Minister Grapperhaus:
De term "ruimte" wil ik heel graag overnemen van de heer Azarkan. Het is nooit de bedoeling om te zeggen dat demonstraties niet meer zouden mogen. Er zal morgen, dacht ik, op het Malieveld een demonstratie zijn. Ook in Groningen zal een demonstratie zijn. Er zijn meer demonstraties op komst over het onderwerp waarover in Amsterdam werd gedemonstreerd, maar ook over andere onderwerpen. Ik zal er altijd voor staan dat we maximaal mogelijk maken dat mensen kunnen demonstreren. Maar dat zal altijd op locaties moeten waar we die 1,5 meter met elkaar in acht kunnen nemen, gemeten naar het aantal mensen dat op de demonstratie afkomt. Daar zullen we als maatschappij mee moeten leven. Als we ons recht om op het strand te gaan zitten, ons recht om naar het bos te gaan en al die dingen met elkaar op een bepaalde manier beperken in het kader van de coronabestrijding, dan zullen we dat hier ook moeten doen. Maar de ruimte van de 1,5 meter moet het punt zijn.

De voorzitter:
Tweede vraag, de heer Azarkan.

De heer Azarkan (DENK):
Ik heb de minister nog niet gehoord over de inhoud van de demonstratie. We zagen daar groepen Nederlanders die zich zorgen maken, omdat ze zien dat in Amerika iemand door politiegeweld om het leven komt. Dat zien we ook in Nederland. We hebben hier het geval gehad van Mitch Henriquez. Mensen zien dat je met een andere kleur of een andere achternaam vaker wordt aangehouden door de politie, waar deze minister over gaat. Etnisch profileren. Mensen zien die ongelijkheid en geven daar uiting aan. Wat vindt de minister eigenlijk van de inhoud van de demonstratie, van de zorgen en angsten die deze demonstranten tentoonspreiden?

Minister Grapperhaus:
Ik heb mij vaak in uw Kamer uitgesproken voor het feit dat wij een samenleving zijn waarin iedereen gelijk is en in zijn persoonlijkheid van elk ander volledig respect verdient, wat het ook betreft: seksuele gerichtheid, etnische afkomst, geloof, wat dan ook. Laat dat vooropstaan. Het is ook zo dat er in een samenleving als die van ons toch nog af en toe dingen niet goed gaan en mensen elkaar discrimineren, hoewel onze samenleving heel open is, we over het algemeen elkaar goed de maat nemen en de waarheid zeggen en we — dat vind ik in ieder geval — een goed functionerende democratie hebben. De politie werkt, zoals ook de heer Azarkan weet, echt aan het volledig transparant zijn op het gebied van respect voor iedereen. Daar wordt ook grote vooruitgang in geboekt.

De heer Van Dam (CDA):
Wij hebben vanmorgen in onze fractievergadering zeer lang stilgestaan bij wat zich gisteren op de Dam heeft afgespeeld. Het kernwoord was eigenlijk verbijstering. Verbijstering dat wij met z'n allen ons zo inhouden en dat dan dit gebeurt. Laten we wel zijn, wij begrijpen dat mensen willen demonstreren, ook voor dit feit, maar in deze omvang? Maar wat ons eigenlijk nog het meest dwarszit, is de zweem die over het optreden van de burgemeester hangt, namelijk dat de aard van deze demonstratie een onderdeel is geweest bij de afweging om die wel of niet door te laten gaan, inclusief een burgemeester die uiteindelijk met een button op op de Dam mee staat te demonstreren. Wij vinden het heel erg van belang dat duidelijk is dat die hele Wet openbare manifestaties en alles wat eromheen hangt, losstaat van de aard van de kwestie. Kan de minister dat bevestigen? Zou hij dat ook nog eens met het Amsterdamse gemeentebestuur willen bespreken?

Minister Grapperhaus:
Ik ga dat al bij het Veiligheidsberaad bespreken, maar — dat zeg ik u toe — ik wil het ook nog eens met het Amsterdamse gemeentebestuur bespreken. En u heeft bij wat ik net in antwoord op de heer Azarkan zei al kunnen horen dat ik van mening ben dat ieder gelijk is, ook in het uitoefenen van zijn grondrechten, dus ook in het uitoefenen van zijn demonstratierecht, voor welk doel dan ook.

De voorzitter:
De tweede vraag, meneer Van Dam.

De heer Van Dam (CDA):
De tweede vraag. Gisteren op de Dam, vanavond op het Malieveld en, naar ik begrijp, morgen in Rotterdam. Rotterdam stelt een maximum van 80 deelnemers, maar Den Haag niet en Amsterdam ook niet. Er zijn heel veel mensen die ook van het grondrecht om naar de kerk te gaan, gebruik willen maken, maar die zijn tot op de dag van vandaag gemaximeerd; dat is dan toevallig binnen. Zou het niet logisch zijn en zou de minister er niet op willen aandringen dat er wel degelijk gemaximeerd wordt in het aantal demonstranten? Want ze moeten allemaal met de bus, allemaal met de trein en er moeten allemaal agenten voor klaarstaan om dit te doen. Het grondrecht om te demonstreren prima, maar wel met een maximum.

Minister Grapperhaus:
Dat vind ik lastig, zeg ik maar heel eerlijk. Ik kan u meedelen dat ik gisteren voor eerst weer een kerkdienst met minder dan 30 mensen heb bijgewoond, ook om steun te betuigen aan de kerken die zich werkelijk ook zeer taai aan de volledig digitale diensten hebben gehouden al die tijd. Demonstraties vinden toch vooral in de buitenlucht plaats en we hebben als kabinet nou juist gezegd, om de zaak weer wat meer te openen in de maatschappij, dat we niet meer getallen verbinden aan samenkomsten maar dat we tegen de mensen zeggen: overal en iedere keer 1,5 meter ten opzichte van elkaar. Dát moet echt bij iedereen tussen de oren zitten, want dat zullen we de komende tijd moeten blijven doen. In dat verband zou ik het weer een stap terug vinden als we toch voor een bepaald soort samenkomsten, in dit geval demonstraties, met een maximumgetal gaan werken. Dit even los van wat een burgemeester op grond van artikel 2 van de Wet openbare manifestaties daarover beslist, maar dat is de bevoegdheid van een burgemeester. En ook hierbij geldt: dat is de lokale democratie en daar moet ik mij als minister van Justitie niet mee bemoeien.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Voorzitter. Racisme is afschuwelijk en het is heel goed dat mensen hun demonstratierecht kunnen gebruiken om zich daartegen te uiten, maar dat moet uiteraard wel veilig. Wat dat betreft sluit ik mij ook aan bij de vele vragen over hoe dat gisteren is verlopen, maar ik heb specifiek een vraag aan de minister over zijn rol. Ik wil van hem graag weten wanneer hij gisteren contact heeft gehad met de driehoek in Amsterdam en burgemeester Halsema, wat de inhoud van dat contact was en wat er vervolgens over is gewisseld tussen de minister en de burgemeester. Want ook de minister heeft een rol als het gaat om onze nationale veiligheid.

Minister Grapperhaus:
In dit soort kwesties — laat ik daarmee beginnen — ligt de wettelijke bevoegdheid op dit punt van demonstraties, verbinden van voorschriften, ingrijpen en dergelijke bij de burgemeester. In de praktijk kan de burgemeester overleggen binnen de zogenaamde driehoek van officier van justitie en politie. Mij is meegedeeld na 17.00 uur, iets over vijven, dat de demonstratie qua aantallen mensen uit de hand begon te lopen, dat er veel, té grote emoties waren om de demonstratie te ontbinden en dat besloten was, om te voorkomen dat politie en demonstranten tegenover elkaar zouden komen te staan, om niet meer op de 1,5 meter te handhaven.

De voorzitter:
Tweede vraag, mevrouw Kuiken.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Dank voor deze informatie. Klopt het dat deze mededeling rechtstreeks aan de minister zelf is gedaan en zo ja, wat is vervolgens zijn reactie geweest? Welk advies heeft hij gegeven op deze mededeling of misschien wel hulpvraag?

Minister Grapperhaus:
Dat zei ik al, dit was een bericht rechtstreeks van de burgemeester aan mij. Ik heb daarop laten weten dat ik begrip had voor het feit dat men, gezien de hoog opgelopen emoties en het feit dat er véél meer mensen waren dan men kennelijk voorzien had, niet tot een confrontatie tussen politie en demonstranten wilde komen en dus op dat moment niet ging handhaven op de 1,5 meter.

De heer Hiddema (FvD):
Politici en burgemeesters lopen al maandenlang zwalkend en predikend rond: "samen sterk", "samen 1,5 meter" en "we redden het samen". Deze minister zelfs, handhavend in persoon. En dan krijg je nu dit spektakel op de Dam, het ijdele vertoon van mevrouw Halsema, die daar met veel ijdel vertoon van betrokkenheid een demonstratie ondersteunt. Dat is te gek voor woorden. Wat daar is gebeurd, is een zeldzaam staaltje van wetteloosheid en rechtsongelijkheid. Dat kunt u niet meer repareren. Dat heeft zich al voltrokken. Dat is een affront jegens álle mensen die nu, ondernemers of particulieren, worden vervolgd omdat ze in overtreding zijn geweest voor die 1,5 meter. Dat geeft ellende in de rechtszaal. Vraag aan de minister: is hij bereid om na dit échec, wat op rekening komt van bestuurders — het gezag dus — het Openbaar Ministerie een aanwijzing te geven dat alle lopende vervolgingen tegen verdachten wegens overtreding van de anderhalvemeterregeling worden stopgezet?

Minister Grapperhaus:
Nee, daar ben ik niet toe bereid.

De heer Hiddema (FvD):
Dan krijgt de rechter het érg druk! Weren zullen overal gevoerd worden. En dan wordt ú als getuige opgeroepen, want u heeft gezegd dat u dat niet wilt.

Minister Grapperhaus:
Ik ga niet zo'n aanwijzing geven, dus … Ik weet niet wat de vraag is verder.

De voorzitter:
Nou …

De heer Hiddema (FvD):
Ik had maar één vraag. Ik wou weten of die vervolgingen gestaakt worden vanwege rechtsongelijkheid. Maar dat wil de minister niet.

De voorzitter:
Nee.

De heer Hiddema (FvD):
En hij wil ook niet dat de rechter ontlast wordt.

De voorzitter:
Dat heeft u duidelijk gemaakt, meneer Hiddema. Dan ga ik naar mevrouw Ouwehand namens de Partij voor de Dieren en dan naar de heer Van Raak.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Black lives matter. Ik ben blij te horen dat het kabinet zegt: het grondrecht op de vrijheid van demonstratie, ondanks dat we in een ontzettend ingewikkelde tijd zitten waarin grondrechten aan de kant moesten om grote volksgezondheidsdrama's te voorkomen, gaan we toch zodra dat weer kan weer toestaan. Maar ik maak me wel een beetje zorgen over het beeld dat nu is ontstaan over de demonstratie gisteren. Ik begrijp dat de minister is geïnformeerd door de burgemeester, dus dat hij niet ter plekke zelf heeft kunnen concluderen wat daar is gebeurd. Maar ik denk dat we het idee dat er alleen maar ingegrepen zou kunnen worden met geweld moeten tegenspreken. Zijn er oproepen gedaan: beste mensen, fantastisch dat jullie gekomen zijn, maar het is nu te druk, ga naar huis? Wat weet de minister daarvan?

Minister Grapperhaus:
Ik zei al dat er vandaag een brief wordt gestuurd aan de Amsterdamse gemeenteraad. Ik heb niet de informatie over wat er precies op dat moment is gebeurd. Ik heb net al op de vraag van mevrouw Kuiken geantwoord wat in ieder geval om 17.05 uur de situatie was zoals die mij toen voor het eerst werd gepresenteerd.

De voorzitter:
De tweede vraag, mevrouw Ouwehand, binnen een halve minuut.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Ik respecteer dat de minister natuurlijk niet ter plekke de kennis van zaken had. Maar is hij het met de Partij voor de Dieren eens dat als het beeld blijft bestaan dat deze mensen niet vrijwillig vertrokken zouden zijn als daartoe een oproep zou zijn gedaan, dat schadelijk is voor de beweging? Is de minister het met de Partij voor de Dieren eens dat we ook van het kabinet iets willen horen in deze tijden waarin over de hele wereld gedemonstreerd wordt tegen dat openlijke, supergewelddadige racisme in Amerika maar ook tegen het subtiele racisme in Nederland, dat ook pijn doet? Dat we van het kabinet willen horen: we steunen deze beweging en, trouwens, we roepen ook de ambassadeur van Amerika even op het matje; want met een president die zegt dat we schieten op burgers die de wet overtreden door dingen te stelen, hebben wij een hartig woordje te wisselen.

Minister Grapperhaus:
Ik heb al eerder, ik meen op de vraag van de heer Van der Staaij respectievelijk de heer Van Dam, aangegeven hoe ik als minister van Justitie het gelijkheidsbeginsel in deze samenleving zie. Ik kan dat nog vele keren herhalen, maar dat is in ieder geval hoe ik daar fundamenteel tegen aankijk.

De heer Van Raak (SP):
Crowdmanagement of het sturen van bezoekersstromen: daar is de politie in Amsterdam ont-zet-tend goed in. Ik constateer dat de burgemeester van Amsterdam van al die kennis en kunde geen gebruik heeft gemaakt en dit uit de klauwen heeft laten lopen. Ik hoor nu ook van de minister dat om 17.00 uur contact is geweest. Wie heeft er contact opgenomen met de minister? En wat is er toen gezegd? Want de minister gebruikt terecht hele harde woorden voor de burgemeester van Amsterdam, maar wat heeft de minister zelf gedaan toen hij om 17.00 uur op de hoogte was gebracht van het feit dat het uit de klauwen was gelopen? Heeft de minister toen gezegd: nou, laat het dan maar uit de klauwen lopen? Of heeft de minister nog iets gedaan?

Minister Grapperhaus:
Ik heb juist nog geen kwalificaties uitgesproken. Want ik zei dat er een brief naar de Amsterdamse gemeenteraad gaat en dat dat debat niet hier maar in de Amsterdamse gemeenteraad moet plaatsvinden. Die gedachte wijs ik dus af. Ik kan zeggen wat er precies is gebeurd. Ik had kort contact gehad met de burgemeester, waarin werd aangegeven: de emoties zijn hier erg hoog opgelopen en we hebben besloten om hier niet op de 1,5 meter te gaan handhaven, want we willen niet de politie tegenover de demonstranten gezet krijgen. Daarna heb ik nog contact gezocht met de landelijke korpschef, de heer Van Essen. Ik bevond mij op dat moment — maar dat is wat anekdotisch — in de Waterleidingduinen ergens nogal ver weg, en heb tegen hem gezegd: ik kan het niet goed bijhouden nu, maar we moeten echt even met jou in contact blijven om te horen of er zich dingen voordoen. Ik heb begrepen dat het uiteindelijk allemaal, laat ik zeggen, vreedzaam uiteen is gegaan.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Voor 50PLUS werpt zich het feit op dat de minister in principe heeft goedgekeurd dat deze demonstratie doorging — want zo beluister ik het contact tussen de minister en de burgemeester — ondanks dat de 1,5 meter niet nageleefd kon worden. Ik begrijp dan ook niet waarom de minister, als hij dan toch met de korpschef heeft gebeld, niet heeft gekeken naar alternatieven. Welke mogelijkheden waren er om groepen, of een deel daarvan, eventueel op een andere plek bij elkaar te brengen zodat de 1,5 meter toch nageleefd kon worden? Waarom heeft de minister die handreiking niet gedaan aan de burgemeester?

Minister Grapperhaus:
Dit is een volstrekt verkeerde voorstelling van hoe het werkt. Ik heb dat net al geschetst, met de wet in de hand. Er is geen sprake van dat ik iets goedkeur. Er is ook geen sprake van dat ik, zoals ik uit de vraag van mevrouw Kuiken begreep, over iets adviseer. Naar ik heb begrepen heeft de burgemeester gisteren zelf nog aangegeven dat de minister hier nu juist geen rol in heeft. Ik heb wel, kennisnemend van het feit dat de situatie om ongeveer 17.00 uur mogelijk uit de hand zou lopen qua hoeveelheden mensen en hoogoplopende emoties, begrip getoond voor het feit dat men besloten had om de politie niet te laten handhaven, omdat er dan een grote kans op escalatie was. Dat is een beslissing waarvoor ik nog steeds wel begrip heb op basis van wat mij toen is verteld.

Wat de alternatieven betreft: ik heb daar geen rol in, maar dan zou ik in ieder geval moeten weten wat alle omstandigheden op dat moment zijn en wat er gedaan is. Uit de mededeling begreep ik dat er alles aan crowdmanagement is gedaan, dus kennelijk was alles wat er aan crowdmanagement is gedaan niet voldoende om het te beheersen.

De heer Krol (GKVK):
Gisteren speelde dit in Amsterdam. Ik begrijp dat er nog demonstraties gepland zijn in Groningen, in Den Haag en in Rotterdam, maar ik maak mij zorgen over veel kleinere gemeentes. Dat zijn gemeentes die veel minder mensen hebben om de zaak goed op orde te kunnen houden. Daar zijn ook burgemeesters die niet allemaal het rechtstreekse nummer van de minister hebben. Wat gaan we doen om burgemeesters van die kleinere gemeenten te helpen, zodat het niet uit de hand kan lopen met alles wat er nu speelt?

Minister Grapperhaus:
Laat ik het zo zeggen: heel veel burgemeesters, ook die van kleine gemeenten, hebben mijn rechtstreekse nummer. Voor zover dat niet zo is, kunnen zij daar ontzettend snel achter komen via de voorzitter van hun veiligheidsregio, want die heeft dat nummer. Dat is één. Twee is dat ik het punt dat de heer Krol aanroert vanavond bij het Veiligheidsberaad aan de orde zal stellen, waarbij ik mij uiteindelijk grond op het feit dat overwegend iedereen in Nederland zich tot nu toe heel erg richt naar de bestaande regels.

De voorzitter:
Ik zie eerst mevrouw Yeşilgöz namens de VVD, dan mevrouw Van der Graaf en dan de heer Wilders. Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius namens de VVD.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Ik heb alle begrip voor de boosheid van collega Wilders. Ik heb met dezelfde woede, verbazing en verontwaardiging gekeken en geluisterd naar burgemeester Halsema. In mijn stad is een enorm risico genomen met onze veiligheid en onze gezondheid. Dat vind ik echt onacceptabel. Ik zou graag heel even terug willen naar wat de minister zojuist zei. Zegt hij nou dat hij begrip had voor het feit dat er niet gehandhaafd zou worden omdat er zo veel mensen waren, vanuit het idee dat de enige manier in ons land om te handhaven bij zo'n grote demonstratie en om zo'n demonstratie te beëindigen, met harde hand is? Dat hoor ik ook de burgemeester zeggen. Ik vraag me oprecht af: sinds wanneer leven wij in een land waarin je een demonstratie alleen maar met een stok zou kunnen beëindigen? Waarom is er niet gesproken met de organisatoren? Waarom heeft de minister daar niet naar gevraagd? Hoe kan de minister zo snel akkoord zijn gegaan met het niet handhaven van wat we daar hebben gezien: duizenden mensen op elkaar?

Minister Grapperhaus:
Het heeft er niet mee te maken dat ik met iets akkoord kan of mag of moet gaan. Laten we daar maar even mee beginnen, want dat misverstand blijft iedere keer terugkomen. Verder heb ik op grond van de mij geschetste informatie gezegd: ik heb er volledig begrip voor dat u besloten heeft om niet te gaan handhaven, gezien de hoogopgelopen emoties en dergelijke, en gezien het feit dat men niet wilde hebben dat politie en demonstranten tegenover elkaar komen te staan, zoals werd geschetst. Het is een keuze geweest op dat moment om te de-escaleren. Bij de hele gang naar dat moment toe ben ik niet betrokken geweest. Daar kan ik ook niet iets zinnigs over zeggen, want er ontbreekt ook voor mij nog allerlei informatie.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Wij hebben hier twee keer 30 seconden en we hebben alle informatie nog niet, maar er zal uitgebreid teruggekeken worden. De minister zegt hier ook: ik kan niet ingrijpen in Amsterdam. Nou, de Amsterdammers kunnen dat wel. Wat de VVD betreft gebeurt dat ook.

Voorzitter. Ik wil nog wel heel even vooruitkijken, want er staan demonstraties aangekondigd, hoe nobel het doel ook, in Groningen, in Rotterdam, in Den Haag en in andere gemeenten. Ik hoor dat de minister zegt: ik ga er vanavond op terugkomen in het Veiligheidsberaad. Ik zou toch wat verder willen gaan dan dat en ik zou graag willen dat we daar landelijke regie in nemen en afspraken over maken. Er moet duidelijk worden gezegd: maximeer het aantal demonstranten en wees heel duidelijk wanneer je ingrijpt en op wat voor manier. Het kan niet zo zijn dat we wederom dezelfde taferelen als in Amsterdam gaan zien. Dat kan echt niet. Onze veiligheid en gezondheid moeten hier centraal staan.

Minister Grapperhaus:
Dat laatste ben ik helemaal met mevrouw Yeşilgöz eens. Daarom zei ik ook in mijn inleiding: dit mag echt niet nog een keer gebeuren. Het eerste ligt ingewikkelder. Tot nu heb ik elke week in goed overleg met de voorzitters van de veiligheidsregio's vastgesteld wat de aanwijzing inhield en wat de daarop gebaseerde noodmaatregelen zouden moeten zijn. Daar hebben we ook af en toe stevig met elkaar over gediscussieerd. We zijn er steeds uitgekomen. Dit zou op eenzelfde wijze goed op de agenda moeten komen, maar is uiteindelijk, naar elke lokale situatie, in ons Nederlandse stelsel een bevoegdheid van het lokaal gezag.

Ik wil in herinnering roepen dat wij aan het begin van de coronacrisis er heel duidelijk voor hebben gekozen om niet bijvoorbeeld de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden in te schakelen, waarmee een soort noodtoestand zou ontstaan waarbij premier Rutte en ondergetekende het volledig, zonder parlementaire bemoeienis, voor het zeggen zouden hebben. Dat is niet ons land. Maar dat betekent ook dat we in dit soort situaties er met elkaar in goed overleg en met goede argumenten uit moeten komen. Ik ben ervan overtuigd dat dat lukt.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Mensen in het land zien op dit moment verschil. Ze kunnen niet bij familie op bezoek en kunnen geen afscheid nemen van een stervend familielid. Dan doet het pijn om zo'n overvolle Dam te zien. Mensen zien verschil: op het moment dat je in het park zit, word je beboet, maar niet als je deelneemt aan een demonstratie, omdat de burgemeester die zo belangrijk vindt. Dan schuurt het en komt het draagvlak in onze samenleving voor de coronamaatregelen onder druk te staan. Ik zou de minister het volgende willen vragen, want de mensen hebben het gevoel dat er sprake is van willekeur. Het is belangrijk dat we het demonstratierecht alle ruimte geven en ik ben blij dat de minister dat ook zegt. Maar welke lijn wil de minister hier nu neerleggen? Hij heeft vandaag de kans om een nieuwe landelijke lijn neer te leggen, om de burgemeesters, politici, handhavers en boa's een steun in de rug te geven.

Minister Grapperhaus:
Als we het even over alle andere onderwerpen hebben die onder de coronabeperkingen vallen, denk ik dat we zeer op één lijn zitten. Ik begon mijn inleiding — ik zal dat hier niet herhalen — over hoe goed de heropening van horeca, musea et cetera is gegaan. Ik denk dat we op het punt van deze demonstratievrijheid nu voor het eerst zien dat er iets niet goed is gegaan; laat dat heel duidelijk zijn, want dat is het geval. We zullen met elkaar daarover goed in gesprek moeten gaan en zeggen "hoe gaan we ervoor zorgen dat dit niet nog een keer gebeurt?", ook om te voorkomen dat mensen het gevoel hebben dat er een soort willekeur is.

De heer Wilders (PVV):
Het is inmiddels helder hoe het is gegaan. Mevrouw Halsema heeft totaal gefaald en heeft laten gebeuren dat de Dam volliep. Toen ze nattigheid voelde, heeft ze de telefoon gepakt en de minister gebeld. De minister was ergens op een vakantiepark of ergens in de duinen, zo begreep ik net. Hij heeft gezegd: nou, weet je, prima allemaal; bel maar met de korpschef. U heeft het dus laten gebeuren. De burgemeester voelde nattigheid en heeft u gebeld, en u heeft niet gezegd: "Dit is onacceptabel, dit kan niet en dit is in strijd met de regels. De mensen thuis krijgen een boete van een paar honderd euro als ze zich niet houden aan de 1,5 meter afstand op straat. Dit kan niet." Geen wonder dat u haar niet heeft ontslagen. Mijn vraag aan de minister is als volgt. Uw harde opmerking gisteren aan het eind van de dag, namelijk dat het onacceptabel was hoe het eruitzag, komt nu wel in een heel ander licht te staan als u eerder bent gebeld en u het zomaar heeft laten passeren.

Minister Grapperhaus:
Allereerst wil ik even iets rechtzetten. Ik heb met de korpschef gebeld. Misschien heeft de burgemeester dat ook gedaan, maar ik heb, zoals ik net zei, na het gesprek met de landelijke korpschef gebeld. Dat is een. Twee. Ik ga de dingen niet kwalificeren; dat is niet aan mij. Ik heb duidelijk de melding gekregen: de emoties lopen hoog op en daarom hebben wij besloten om de demonstratie niet te ontbinden. Dat is wat mij is voorgelegd. Ik moet het heel precies zeggen: omdat de emoties hoog oplopen en we niet willen dat de politie tegenover demonstranten komt te staan. Ik ben uiteindelijk degene die verantwoordelijk is voor het hele politiekorps, dat ook bij mijn ministerie werkzaam is. Ik heb inderdaad gezegd: ik heb er begrip voor dat we in die situatie en op basis van die informatie de politie niet gaan inzetten om te gaan handhaven, gegeven de situatie dat er kennelijk een zeer emotionele sfeer was.

De heer Wilders (PVV):
Wat een compleet onzinverhaal! U zegt "een emotionele sfeer", maar u bedoelt gewoon dat er anders geweld zou kunnen komen. Het waren linkse anarchistische types, misschien niet allemaal, maar wel veel. Die mensen hebben gewoon gedreigd en u was bang dat er geweld zou komen. Dat betekent dat de minister heeft ingestemd en heeft gecapituleerd voor linkse activisten die dreigden met geweld als de wet zou worden gehandhaafd. En dat is verkeerd. U bent daar misschien niet schuldig aan, maar u heeft dat wel gedaan.

Voorzitter, ik kom op mijn laatste punt. Burgemeester Halsema heeft aan alle kanten gefaald. Ze heeft gefaald, ze heeft het toegelaten, ze heeft niet ingegrepen, ze heeft het laten gebeuren. Artikel 61b, het eerste lid, zegt dat de minister te allen tijde de burgemeester kan ontslaan per koninklijk besluit. Ik vraag u nog een keer: ontsla mevrouw Halsema, want ze is totaal ongeschikt voor haar vak en ze heeft daarmee half Nederland in z'n hemd gezet.

Minister Grapperhaus:
Ik heb hier al eerder uitgelegd hoe het in Nederland werkt met de lokale democratie.

De heer Jetten (D66):
De minister heeft gisteravond in vrij zware bewoordingen wat gezegd over de gebeurtenissen in Amsterdam. Nu horen we hier in het vragenuurtje dat hij wel degelijk contact heeft gehad met burgemeester Halsema en dat hij daarin ook zijn begrip heeft geuit voor de keuze om die demonstratie niet te ontbinden. Ik begrijp de afweging van zowel de burgemeester als de minister om te voorkomen dat de politie en de demonstranten daar tot een gewelddadige confrontatie kwamen, heel goed. Maar mevrouw Yeşilgöz vroeg het net ook al: er zijn toch heel veel andere opties om zo'n demonstratie te beëindigen, bijvoorbeeld door de mensen gewoon vriendelijk te verzoeken om naar huis te gaan of om zich meer te spreiden over de stad? Er zijn allerlei manieren om die 1,5 meter te handhaven zonder dat je meteen moet gaan bekeuren of geweld moet gaan toepassen. Gezien zijn eerdere beantwoording hier in het vragenuur is mijn vraag aan de minister: kan hij de Kamer doen toekomen welke conversatie er tussen hem en de burgemeester is gewisseld, zodat zowel de Kamer als de raad van Amsterdam de controlerende taak goed kan vervullen en kan controleren wat er gisteren mis is gegaan?

Minister Grapperhaus:
Eerst even dit. Ik heb net ook al een keer gezegd dat mij in dat contact werd meegedeeld dat alle crowdmaatregelen waren ingezet. Dan ga ik er op dat moment ook van uit dat er kennelijk een ultimum-remediumsituatie is. Ik vind dat ik daar op dat moment ook op mag vertrouwen. Laten we het nog eens even heel goed neerzetten. Dit wordt mij meegedeeld om iets over vijven 's middags, op het moment dat die demonstratie al een hele tijd aan de gang is. Dat vind ik toch een heel belangrijk punt. Ik denk, zoals gezegd, dat eerst de informatie naar de gemeenteraad moet en het debat in de gemeenteraad moet worden gevoerd. Overigens zal ik er echt geen enkel bezwaar tegen hebben om van mijn kant correspondentie aan te leveren, laat dat duidelijk zijn.

De voorzitter:
Tot slot de heer Van Haga.

De heer Van Haga (Van Haga):
Ik heb de volgende vraag: hoe kwalificeert u het gedrag van mevrouw Halsema zelf? Zij is zelf tussen die mensen gaan staan en heeft een politiek statement afgelegd. Misschien is dat niet eens het meest opvallende. Zij is ook de leider van crisissituatie op dat moment in de stad. Hoe kwalificeert u het dan dat degene die leiding moet geven in zo'n crisissituatie, zich gewoon mengt onder de demonstranten en daar vrolijk blijft staan?

Minister Grapperhaus:
Ook hier geldt: dat hoort gewoon bij het zorgvuldig nalopen van het hele proces. Eerst moet aan de gemeenteraad worden bericht wat er in de aanloop hiernaartoe precies is gebeurd en waarom bepaalde dingen gelopen zijn zoals ze zijn gelopen. Ik ga daar echt niet op vooruitlopen. Ik zou overigens menen dat het ook niet mij is maar eerder aan de minister van Binnenlandse Zaken, eventueel. Maar zeker niet aan mij.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we naar de volgende vraag. We wachten heel even tot de minister van Defensie aanwezig is.

Vragen Stoffer

Vragen van het lid Stoffer aan de minister van Defensie over uitstel van voorgenomen investeringen bij Defensie.

De voorzitter:
Ik heet de minister van Defensie van harte welkom en ik geef de heer Stoffer namens de SGP het woord voor zijn vragen over uitstel van voorgenomen investeringen bij Defensie. Het woord is aan de heer Stoffer namens de SGP.

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. De Telegraaf van afgelopen vrijdag opende met de kop "Defensie is terug bij af". Met vrede en veiligheid valt niet te marchanderen, want de wereld is en blijft onveilig en geopolitieke spanningen maken het er niet beter op. Na jaren van zware bezuinigingen begint Defensie de laatste jaren net een beetje op te krabbelen. Dat is hard nodig en daar zijn wij als SGP zeer content mee.

Maar toch zijn we er nog lang niet, want de tussenrapportage over de Geïntegreerde Buitenland- en Veiligheidsstrategie vermeldde onlangs dat Nederland onvoldoende kan bijdragen aan de NAVO en dat we achterblijven op geld, mogelijkheden en bijdrage. Op bepaalde vlakken heeft Rusland zelfs een voorsprong op de NAVO. Alarmerend! Defensie mag wat ons betreft niet het eerste kind van de rekening zijn.

Naar aanleiding van het artikel dat onder die kop in De Telegraaf stond, "Defensie is terug bij af", heb ik de volgende vragen aan de minister. De eerste. Wordt de herijkingsnota, die voor de zomer gepland stond, daadwerkelijk uitgesteld? Als dat het geval is, wat betekent dit dan voor geplande investeringen, bijvoorbeeld voor onderzeeboten? Dat is mijn tweede vraag. Beaamt de minister dat zulke projecten uit veiligheidsstrategisch oogpunt geen uitstel kunnen duchten? De belangrijkste vraag: gaat dit kabinet nog de stip op de horizon zetten? 2% van het bruto binnenlands product in welk jaar? 2024 wordt wellicht lastig. Niet dan, zoals Duitsland eerlijk aangeeft, maar wel in 2030? Komt dat antwoord nog van dit kabinet?

Dat zijn mijn vragen in eerste instantie.

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan de minister van Defensie.

Minister Bijleveld-Schouten:
Dank u wel, voorzitter. Ik dank de heer Stoffer voor zijn vragen. Ik moet zeggen dat ik het met zijn inleiding eens ben. De noodzaak voor investeringen in Defensie is onverminderd groot. Ik blijf me daar ook voor inspannen, daar kunt u van op aan.

Dan kom ik bij uw vragen. Uw eerste vraag is: wordt de herijkingsnota, die wij Defensievisie noemen, uitgesteld? Ik heb in het wetgevingsoverleg over het Defensiematerieelbegrotingsfonds al gezegd dat we voor de zomer niet halen, maar dat het september wordt. De nota wordt na de zomer gepresenteerd. Deze kijkt vijftien jaar vooruit en gaat dus niet specifiek over investeringen van nu, maar over de lange lijnen naar de toekomst, waar de heer Stoffer en de SGP en een groot deel van de Kamer ook altijd toe oproepen.

Uitstel van de Defensievisie betekent niet het uitstel van investeringsprojecten. Dat was uw tweede vraag. Het is niet zo dat investeringsprojecten worden uitgesteld door ons. Die gaan allemaal door. Zoals u weet, hebben we tot een aantal projecten besloten. We hebben besloten de onderzeeboten te vervangen. Dat geldt ook voor de M-fregatten. Daarvoor lopen nu aanschafprocessen. Zoals u weet, hebben we besloten te investeren in de F-35: negen stuks extra, die inmiddels zijn besteld. Die investeringen gaan door. Het kabinet heeft ook steeds gezegd dat de 1,5 miljard euro die het per jaar extra in Defensie investeert — 5,5 miljard in deze periode — een belangrijke eerste stap is op weg naar herstel en vernieuwing. Maar dat er meer nodig is, is voor mij zonneklaar. Ik zal me daarvoor blijven inzetten. Dit betekent dat we wel degelijk ook kijken naar de afspraken zoals de 2% en hoe we daar in lange lijnen moeten komen. Dat is onderdeel van de Defensievisie. Zoals u weet, zijn we op dit moment — dat staat ook in onze cijfers — de derde van onderen als het gaat om de NAVO-investeringen. Zoals u weet, vind ik dat voor een land als het onze en gezien de onvoorspelbaarheid van de dreigingen niet voldoende. Ook wij moeten ons aan de afspraken houden.

De heer Stoffer (SGP):
De antwoorden op mijn eerste twee vragen zijn helder. Goed, die klikken we vast. Al die investeringen staan, blijven staan en zetten we door. Maar op mijn meest belangrijke vraag, namelijk of dit kabinet de 2% nog gaat vastzetten, zegt de minister: wat mij betreft wel. Ja, dat klopt. Op 1 mei jongstleden werd in een Family7-uitzending door de minister aangegeven "er is misschien wel meer nodig" en "afspraak is afspraak". Mijn vraag is nogmaals: wordt die 2% voor de volgende verkiezingen, in deze kabinetsperiode, vastgeklikt? Daarbij stel ik ook de vraag: wat is volgens de minister die afspraak? Ik wil die wel benoemen. Wat mij betreft is dat 2% bruto binnenlands product in 2024. Dus: houden we ons aan dat "afspraak is afspraak"?

Daarbij zie ik wat ontwijkende antwoorden in eerste termijn, dus ik hoop dat dit in tweede termijn beter wordt. Ik moet eerlijk zeggen dat ik daar een wat hard hoofd in heb, maar ik heb nog een klein beetje vertrouwen. Mocht dat niet zo zijn, wijs ik erop dat we nog een andere internationale afspraak hebben. Daarbij is via een rechtszaak een en ander afgedwongen, namelijk in de Urgendarechtszaak. Als ik dadelijk geen antwoord krijg op mijn vervolgvraag, moeten we dan echt zo'n rechtszaak opstarten om de Defensie-investeringen op peil te brengen volgens de afspraak die we internationaal gemaakt hebben? Ik wil daar klip-en-klaar heldere antwoorden op.

Minister Bijleveld-Schouten:
Het is helder — dat weet de heer Stoffer ook — dat we 2024 niet zullen halen. Dat is wel de afspraak die er was. We hebben aangegeven dat dit ons met deze cijfers aan ontwikkeling niet lukt. We moeten dat ieder jaar aan de NAVO rapporteren. Dat bespreken we dan ook met uw Kamer. De Defensievisie kijkt vijftien jaar vooruit. Ik heb u gezegd wat mijn inzet is. Wat mij betreft is afspraak afspraak, niet zozeer omdat 2% een bepaald dogma is, maar omdat er allemaal investeringen onder liggen die nodig zijn om onszelf te kunnen verdedigen. U weet dat wij dat op dit moment niet alleen kunnen. We kunnen het alleen samen met de NAVO, in NAVO-verband. Als je lid bent van het bondgenootschap, moet je ook aan de afgesproken verplichtingen voldoen. Het doel van de Defensievisie is om in die lange lijnen te kijken en om wel degelijk dan ook een reëel tijdpad aan te geven.

De heer Stoffer (SGP):
Dan mijn allerlaatste vraag. Die mag nog, hè?

De voorzitter:
Ja.

De heer Stoffer (SGP):
Dank. Heel klip-en-klaar, en ik hoef alleen maar ja of nee te horen: wordt die 2% met een jaar erbij in deze kabinetsperiode nog vastgeklikt of niet? Ja of nee?

Minister Bijleveld-Schouten:
Dat kan ik u nu niet zeggen.

De heer Stoffer (SGP):
Dat is helder. Dat is een nee. Ik ben daar echt wel zeer teleurgesteld over, want veiligheid is echt een ultiem publiek belang. Veiligheid is echt van essentieel belang, of laat ik het sterker maken: van levensbelang.

Minister Bijleveld-Schouten:
Zeker.

De heer Stoffer (SGP):
Ik moet concluderen dat dit kabinet, met CDA en VVD erin, helaas niet die 2% vastzet en wat dat betreft gewoon marchandeert met onze veiligheid.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Stoffer. De minister.

Minister Bijleveld-Schouten:
Het is helder wat mijn inzet is. Dat heb ik ook steeds klip-en-klaar gezegd. We kunnen het nu, in deze periode, niet halen. We investeren wel ontzettend veel meer in Defensie. Ook dit jaar, in deze begroting, is er extra geld bij gekomen. Wij moesten een reëel pad aan de NAVO aangeven. Wij hebben dat voor een deel gedaan met het NAVO-plan dat we hebben gemaakt. Dat wij daarmee in 2024 niet de 2% halen, is ook helder. Dat we die wel moeten halen, blijft wat mij betreft als een paal boven water staan. Daar zal ik me te allen tijde voor inzetten.

Mevrouw Karabulut (SP):
Ik wil de minister toch vragen om het uitstel nader toe te lichten. Want in de nota waarvan zij de publicatie nu heeft uitgesteld, zouden de visie en het perspectief komen te staan op wat voor leger we nodig hebben. Wat de SP betreft hebben we geen verre legers nodig, maar veel meer verplegers. De minister lijkt hier alleen te ontkennen dat er sprake is van uitstel. Ik constateer — ik som het even op, zodat de minister kan reageren — dat de aanschaf van onderzeeboten is uitgesteld, dat de nota is uitgesteld en dat in het verantwoordingsdebat allerlei personele problemen boven zijn komen drijven. Dus ook al zou de minister al het geld hebben, dan kan ze dat niet wegzetten. Heeft de minister niet gewoon zelf een organisatorisch probleem? Misschien is het zeer terecht dat Financiën andere prioriteiten gaat stellen.

Minister Bijleveld-Schouten:
Ik ben het geenszins met mevrouw Karabulut eens. Ik ben het eens met de duiding die de heer Stoffer in de Kamer heeft aangegeven. Waarom is de Defensievisie uitgesteld? Nou, dat is vrij simpel. Ik wilde die heel graag in juni presenteren. Ik heb dat overigens ook al aangegeven in de Kamer. Maar we hebben een coronacrisis gehad. We zijn dus heel druk geweest — nog steeds overigens — met onze derde nationale taak, namelijk het ondersteunen van de zorg. Ik ben zelf afgelopen vrijdag in het ziekenhuis in Ede geweest om daar onze laatste verpleegkundigen en artsen uit te zwaaien. Ik had de coronacrisis liever niet gehad, net zoals iedereen. Dat is de reden waarom we de Defensievisie uitstellen naar september. Er is geen enkele andere reden.

In die visie geven we wel degelijk een doorkijkje op wat nodig is. De opvattingen van mevrouw Karabulut van de SP en mij verschillen op dat vlak gewoon. Ik denk met de heer Stoffer dat de wereld onvoorspelbaar is. Kijk maar naar zoiets als de coronacrisis en de inzet qua ondersteuning die deze van Defensie heeft gevraagd. Wij moeten daar in een nieuwe Defensievisie rekening mee houden, kijkend naar de derde hoofdtaak. Het is niet zo dat onderzeeboten in die zin zijn uitgesteld. Dat besluit is genomen en het proces daarvoor loopt gewoon.

De heer Bisschop (SGP):
Toch blijft het een beetje knagen. De genoemde krant is niet de enige die signaleert dat bepaalde investeringen uitgesteld worden. Men komt niet toevallig tot de conclusie dat dat het geval is. De minister verzekert ons dat het alleen maar gaat om het stuk. Dat komt later, maar het investeringsplan blijft gelijk. Tegelijkertijd kan de minister niet garanderen dat de 2% daadwerkelijk gehaald wordt. In feite is het streven daarnaar onderdeel van een soort deltaplan Defensie, nadat de hele krijgsmacht in alle facetten decennialang uitgekleed is. Hoe kan de minister ons nu garanderen dat die plannen daadwerkelijk wel doorgaan en dat de 2% daadwerkelijk binnen de afgesproken, vastgestelde tijd bereikt gaat worden? Dit moet niet weer een speelbal van de politieke wisselvalligheid worden.

Minister Bijleveld-Schouten:
Ik kan u niet garanderen dat die 2% wordt bereikt in 2024, want daar geven onze cijfers op dit moment geen aanleiding toe. Dat heb ik ook klip-en-klaar aangegeven. Ons pad geeft geen aanleiding om te zeggen dat we die 2% halen. Wat ik u wel kan garanderen is dat wij extra investeren in Defensie, meer dan ooit. Ook is het meer dan ooit nodig dat we blijven investeren in Defensie, omdat de dreiging onvoorspelbaarder wordt. Dat deel ik totaal met u. Als je kijkt naar wat we hebben bereikt, is het zo dat ons investeringspercentage op dit moment hoger is dan ooit. Daarom neem ik ook afstand van het feit dat we allerlei dingen uitstellen. We zitten met ons investeringspercentage boven de NAVO-norm. Dat is 3,9%. Dat is hoger dan we ooit hebben gehad. Er is dus ook geen sprake van het schrappen van investeringen. Dat beeld moet weggenomen worden. We schaffen een bevoorradingsschip aan, we vervangen de mijnenjagers, we hebben het besluit genomen om in Apache-helikopters te investeren, we hebben geïnvesteerd in de persoonlijke uitrusting van personeel en daarnaast investeren we ontzettend veel in personeel, IT, et cetera. Dus er wordt wel degelijk veel geïnvesteerd. Is het genoeg? Nee. Moeten we in de toekomst meer investeren? Ja.

De voorzitter:
De heer Voordewind. Ik zie dat hij wordt afgeleid door mevrouw Belhaj. Het woord is aan de heer Voordewind namens de ChristenUnie.

De heer Voordewind (ChristenUnie):
We hadden het er even over dat met een dalend bnp de 2% natuurlijk weer in een nieuw daglicht komt te staan, maar dat is niet onze intentie, ook niet die van de ChristenUnie. We willen juist een groter investeringsbudget. Daar heeft de minister zich ook hard voor gemaakt. Daarbij helpt het Defensiematerieelfonds, zoals mevrouw Belhaj en ik dat hebben voorgesteld en waarvoor de minister ook een wet heeft voorgesteld. Kan de minister hier nog een keer klip-en-klaar zeggen dat er geen stuiver afgaat van het investeringsbudget, dat dat straks ook vastgelegd is in het Defensiematerieelfonds en dat er ook geen stuiver afgaat van het Defensiebegroting, ook niet in deze coronacrisis?

Minister Bijleveld-Schouten:
Daar is het antwoord wel degelijk "ja" op. De wet is overigens gelukkig in de Eerste Kamer aangenomen. Dat is ook mooi om te zeggen. Dat betekent dat we in de komende begroting het Defensiematerieelbegrotingsfonds gaan inrichten. Dat betekent dat u daar meer zicht op krijgt. We doen dat ook met het aangenomen amendement van de heer Voordewind, waardoor je daar beter naar kunt kijken. Op dit moment is er geen sprake van dat er geld afgaat van investeringen. Sterker nog, we investeren extra in een aantal zaken. Dat is klip-en-klaar. We zitten dus ook hoger dan ooit. U heeft helemaal gelijk dat als ons bbp draait, we dichter bij de 2% zitten. Dat is niet goed, want we hebben uiteindelijk meer geld nodig. Dat was een terecht punt van de heer Stoffer. Als we kijken naar vastgoed, als we kijken naar personeel, als we kijken naar wat er allemaal aan problemen ligt, dan hebben we uiteindelijk meer geld nodig.

De voorzitter:
Dank u wel.

Vragen Paternotte

Vragen van het lid Paternotte aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat over vliegmaatschappijen die geen geld teruggeven.

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan de heer Paternotte namens D66, voor zijn vragen aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat, die ik van harte welkom heet, over vliegmaatschappijen die geen geld teruggeven. De heer Paternotte, namens D66.

De heer Paternotte (D66):
Voorzitter. Handhaven, ingrijpen, het zijn sterke teksten die we net hoorden over de demonstratie op de Dam. De kritiek van het kabinet op de gemeente Amsterdam is terecht. Handhaven is ook precies wat ik vraag aan deze minister, want niet alleen Amsterdam moet zich aan de regels houden, Nederland ook, bijvoorbeeld bij de rechten van passagiers die zijn vastgelegd in de Europese verordening 261/2004; dat passagiers van wie de vlucht geannuleerd wordt, hun vlucht terugbetaald moeten kunnen krijgen.

En toch kregen reizigers, als hun vlucht geschrapt werd, de afgelopen tijd massaal een voucher in plaats van de vrije keuze tussen een voucher en geld terug. De minister wilde dit gedogen. De Europese Commissie zei toen: Nederland, hou je aan de wet. Maar premier Rutte zei: nou, we kunnen nog wel even door met die vouchers.

Ik prijs deze minister dat zij premier Rutte terugfloot en weer ging handhaven vanaf 14 mei, maar voor 14 mei hebben honderden mensen vouchers gekregen en die krijgen nog steeds niet de vrije keuze. Luchtvaartmaatschappijen hebben als beleid om niet terug te betalen.

In e-mails heb ik talloze voorbeelden gezien van mensen die niet bij hun eigen geld kunnen. Een zzp'er van wie door corona de inkomsten instortten en die het geld van een geboekte zakenreis nu keihard nodig heeft. Een moeder die 24 tickets kocht voor een voetbalteam en nu 24 vouchers heeft. En zelfs een vrouw die terminaal ziek is en te horen kreeg dat zij een jaar moest wachten op haar geld.

Genoeg mensen vinden het prima, zo'n voucher. Ik heb er zelf ook een. Maar de wet is duidelijk: het is een vrije keuze, niemand mag gedwongen zijn om leenbank voor de luchtvaartsector te zijn. En toch weigeren KLM, Transavia en andere maatschappijen om geld terug te betalen.

Daarom drie vragen aan de minister:

1. Geldt de Europese wet op passagiersbescherming überhaupt of pas vanaf 14 mei?

2. Hebben reizigers recht op hun geld terug, als zij dat willen?

3. Wat gaat zij doen om ervoor te zorgen dat luchtvaartmaatschappijen aan mensen die dat willen, ook hun eigen geld teruggeven?

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan de minister.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dank u wel, voorzitter. Ik kon zo snel niet meeschrijven met de vragen, maar als ik iets vergeet zal de heer Paternotte me daar wel aan herinneren.

De eerste vraag was: geldt de wet überhaupt dat mensen altijd hun geld terug moeten kunnen krijgen? Het antwoord daarop is volmondig ja. Dat geldt zowel voor als na 14 mei, dat heb ik vanaf het begin steeds aangegeven, als mensen hun geld terug willen. Ik kreeg zelf ook vrij snel een berichtje in mijn mailbox van iemand van wie de vlucht was gecanceld en die vanuit een ander land terug wilde naar Nederland. Hij zei dat hij wel terug kon met een andere maatschappij, die nog wel vloog, dus hij wilde zijn geld terug. Dat was een voorbeeld waarvan ik dacht: die kan ik meteen geruststellen, dat is altijd het geval geweest.

Waarom hebben we in het begin toch die oproep gedaan? Omdat er een acute situatie ontstond, waarbij in één keer de hele luchtvaart in elkaar klapte. Toen hebben we — niet alleen Nederland, maar in totaal met vijftien andere landen — gezegd: is dit niet aanleiding om die regel 261, zoals u ook vermeldde, te gaan heroverwegen? Daarin is opgenomen dat je binnen zeven dagen je geld terug moet krijgen. Dat zou bij heel veel airlines tot heel veel problemen hebben kunnen leiden, dus vandaar dat ik heb opgeroepen, nogmaals, met heel veel andere landen, om in de tussentijd te kijken of wij die zeven dagen kunnen aanpassen of iets dergelijks.

De Europese Commissie heeft op een gegeven moment laten weten dat zij dat geen goed idee vond. Inmiddels was ook duidelijk dat daar een normaal Europees wetgevingstraject voor nodig zou zijn. Met andere woorden: dat was een onbegaanbare weg, dus vanaf dat moment hebben we ook in de richting van de ILT aangegeven dat die aanwijzing weer wordt ingetrokken.

Hebben mensen recht om hun geld terug te krijgen? Dat was uw tweede vraag. Ja, dat hadden ze en dat hebben ze. Alleen hebben we in het begin toegestaan dat airlines a priori een voucher toestuurden. En nu zeggen we dat airlines nog steeds een voucher mogen aanbieden, maar dat zij er heel duidelijk bij moeten vermelden dat mensen ook hun geld terug kunnen krijgen. Dan is het dus aan die airlines — daar heeft de Commissie ook op aangedrongen — om er zelf voor te zorgen dat zo'n voucher ook een aantrekkelijk product is, bijvoorbeeld door de waarde te verhogen enzovoorts.

Volgens mij waren dat in hoofdlijnen de vragen.

De heer Paternotte (D66):
Nee, want nu is de vraag hoe de minister ervoor gaat zorgen dat mensen hun geld terug kunnen krijgen als ze dat willen.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
De heer Paternotte weet dat de inspectie, de ILT, toezicht houdt op het stelsel. Zij kan niet handhaven op individuele zaken — dat is in het verleden ook al vaker gebleken — maar wel op het stelselmatige. Dus wanneer een airline stelselmatig geen geld terugbetaalt of daar andere regels voor hanteert, bouwt de ILT het op. Dan kan de ILT er bestuursrechtelijk op handhaven. Uiteraard staat de weg naar de civiele rechter open voor al die individuele klanten, zoals dat altijd het geval is geweest.

De heer Paternotte (D66):
De ILT hoeft daarvoor niet een heel dossier op te bouwen. Het staat gewoon op de website van KLM: "Als uw vlucht gecanceld is op of na 15 mei, heeft u recht op geld terug. Als uw vlucht gecanceld is voor 15 mei, kunt u alleen kiezen voor een voucher." Ik hoorde de minister zeggen dat dit niet klopt, dat dit niet volgens de wet is. Het staat op de website van KLM. Ook op de website van Transavia, maar dan met 4 juni. De ILT hoeft er dus niet naar te zoeken. Mijn vraag is: wat gaat u hieraan doen? Want mensen krijgen hun geld niet terug.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
De ILT is een onafhankelijke inspectie. Ik kan niet precies bij hen naar binnen kijken hoe zij die handhaving op dit moment vormgeven, maar ik ben graag bereid om bij hen na te vragen hoe ze dit precies doen en u daarover — we hebben volgens mij binnenkort nog een AO Luchtvaart — van tevoren te informeren. Dat lijkt me dan de handigste weg.

De heer Paternotte (D66):
Dat is de eerste toezegging. Ik wil graag dat u duidelijk maakt hoe de wet in elkaar zit. We hadden net een debat over handhaven. We hebben eerder gezegd dat het lastig is voor de luchtvaartmaatschappijen als ze geen vouchers kunnen uitkeren. Het is ook lastig voor mensen die niet bij hun geld kunnen als ze het echt nodig hebben. Die rechten moeten gelijk staan. U hoort nu van mij — en u kunt het zo meteen ook nog zien — dat op de website van KLM duidelijk staat dat ze mensen hun geld niet teruggeven. Er wordt zelfs gezegd dat dit overheidsbeleid is. Daar verschuilen ze zich achter. Het zou overheidsbeleid zijn om niet terug te betalen. Wat zegt u dan tegen Pieter Elbers?

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dat dat niet klopt. Ik heb het van begin af aan aangegeven. De airlines kregen de mogelijkheid om mensen in eerste instantie alleen een voucher aan te bieden, in de periode dat de aanwijzing gold. Ook toen heb ik steeds gezegd dat ze het geld terug moesten geven als een klant om wat voor redenen dan ook, omdat hij het geld nodig had, zijn geld terug wilde. Dat was ook toen al zo. Vanaf het moment dat de aanwijzing is ingetrokken, moet iedere airline aangeven dat het geld binnen zeven dagen terug kan komen. Daarnaast mogen ze nog steeds een voucher aanbieden. Het is aan hen om dat aantrekkelijk te maken.

De heer Paternotte (D66):
Dus zegt de minister hier dat KLM, Transavia, Corendon en TUI aan iedereen die erom vraagt, die dat dus wil, binnen zeven dagen hun geld moeten teruggeven, als ze eerder een voucher toegestuurd hebben gekregen?

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Dat is nu zo en dat was ook voor 14 mei al het geval.

De heer Paternotte (D66):
Kunt u dan heel precies aangeven wat u ervoor gaat doen om te zorgen dat dit ook gebeurt? Want er zijn Facebookgroepen met honderden mensen, ook met veel schrijnende verhalen. Zij geven allemaal aan dat zij dit proberen en dat zij te horen krijgen: nee, het beleid is dat wij voor 15 mei niet terugbetalen.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Het is aan de ILT om daarop te handhaven. Nogmaals, ik ben graag bereid om daar navraag te doen hoe ze dat precies gaan doen, zodat ik u daarover kan informeren.

De heer Paternotte (D66):
De minister heeft eerder tegen de ILT gezegd dat zij niet mag handhaven. Daarom vraag ik of uw boodschap nu onverkort is: "ILT, ik heb u eerder gevraagd om niet te handhaven. Ik heb gezegd: gedoog. Nu zeg ik: handhaaf alsnog wel." Is dat uw overduidelijke boodschap? Want ik denk dat het heel belangrijk is dat het ook voor de luchtvaartmaatschappijen duidelijk is dat u nu zegt wat er wat u betreft moet gebeuren.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik begrijp heel goed dat er verwarring over is ontstaan. Dat hoor ik ook in uw vragen. Het verschil is dat we airlines aanvankelijk hebben toegestaan om niet meteen de keuze te maken om binnen zeven dagen terug te betalen, wat gewoon in die regel 261 staat, en hun de mogelijkheid hebben geboden om mensen in één keer een voucher aan te bieden. Daarbij heeft altijd gegolden dat iemand, als hij dat voucher niet wilde accepteren, alsnog het geld moest krijgen. Daarmee win je natuurlijk een beetje tijd. Dat is opgehouden vanaf 16 mei. Vanaf dat moment mocht er nog steeds een voucher worden aangeboden, maar daarbij moest direct die terugbetalingstermijn van binnen zeven dagen vermeld staan. In die zin is het een nuanceverschil. Het is ook niet heel veel meer dan dat, want ik heb ook steeds gezegd — volgens mij heb ik het ook in Kamerbrieven benadrukt — dat het recht van de consument om zijn geld terug te krijgen, altijd heeft bestaan.

De heer Paternotte (D66):
Ik heb nog één vraag, voorzitter. Die verwarring is natuurlijk ook ontstaan, omdat de minister zei, op 14 mei: "We handhaven vanaf nu". Ik denk dat het goed is dat u daarom even heel duidelijk zegt: "We handhaven niet vanaf nu of vanaf 14 mei, nee, we handhaven. Dat betekent dat iedereen van wie de vlucht is geannuleerd het recht heeft om binnen zeven dagen zijn geld nu alsnog terug te krijgen. Ik ga daarop toezien en ik ga bij de ILT erop aandringen dat zij dat handhaven."

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Voor 14 mei was de situatie dat een airline ook gewoon alleen een voucher kon aanbieden, in eerste instantie. Maar om het maar eens simpel te zeggen zoals u het ook net stelde: er moet gehandhaafd worden op zowel voor als na 14 mei, als mensen hun geld niet terugkrijgen. Dan gaat het om het stelselmatig handhaven door de ILT; in individuele gevallen kan dat bij de civiele rechter. Zo is het nog steeds.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Paternotte.

De heer Paternotte (D66):
We gaan het hopelijk snel zien.

De voorzitter:
Dank u wel.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Met mijn vraag wil ik hier toch weer op doorgaan. We weten al dat dit stelselmatig misgaat. De minister zegt nu: ja, de ILT moet hierop handhaven. Wat zijn dan de sancties die de minister en de ILT daartegenover stellen? We weten namelijk dat mensen op dit moment nog steeds het geld van hun ticket niet terugkrijgen. Dus welke sanctie staat erop als luchtvaartmaatschappijen niet meewerken?

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
De conclusies die mevrouw Kröger trekt, laat ik even voor haar. De sancties als minister zijn er niet. De ILT kan sancties opleggen. Dat gaat dan om bestuursrechtelijke sancties. Die kunnen een last onder dwangsom opleggen aan een airline die zich niet aan de algemene regels houdt, dus mensen hun geld niet terugbetaalt.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
De minister heeft net een brief toegezegd voor het AO over luchtvaart. Ik weet dat zij goede contacten heeft bij de luchtvaartmaatschappijen, dus mijn vraag is ...

De voorzitter:
O?

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ja, vast. Ze spreekt hen vaker dan wij, in ieder geval. Mijn vraag is dus of zij de moeite zou willen nemen om deze regel nog eens een keertje goed onder de aandacht te brengen. Misschien kan zij in die brief dan ook terugkoppelen wat de reacties zijn. Het lijkt mij namelijk zeer onwenselijk als iedereen naar de rechter toe moet om zijn recht te halen.

Minister Van Nieuwenhuizen-Wijbenga:
Ik ben het zeer met mevrouw Van Brenk eens dat het heel onwenselijk zou zijn als grote groepen mensen dat allemaal via de rechter moeten afdwingen. Ik kan dat niet inschatten; er zijn heel veel airlines en heel veel soorten vouchers. In Nederland kijken we natuurlijk ook met elkaar naar een pakket, bijvoorbeeld voor KLM, om ervoor te zorgen dat ze overeind blijven, zodat mensen geen risico lopen. Immers, als een airline omvalt, heb je bij een los ticket in allebei de gevallen niks. Wij zetten daar dus zeer op in. Maar ik ben het helemaal met mevrouw Van Brenk eens.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we ook aan het einde gekomen van het vragenuur. Ik schors de vergadering en dan gaan we stemmen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

De voorzitter:
Voordat we gaan stemmen, geef ik eerst het woord aan de heer Van der Molen namens het CDA.

De heer Van der Molen (CDA):
Dank u wel, voorzitter. De punten 8 en 9 van de stemmingslijst betreffen moties en amendementen naar aanleiding van het notavoerleg Media. Ik zou het voorstel willen doen om de stemmingen daarover in ieder geval een week uit te stellen.

De voorzitter:
Heeft iemand daar bezwaar tegen? Nee? Dan stellen we de stemmingen over de punten 8 en 9 uit.

Dan nu eerst de heer Van Nispen, o, maar de heer Bisschop staat er al. De heer Bisschop.

De heer Bisschop (SGP):
Sorry, voorzitter, ik had het vooraf even willen melden, maar de motie-Stoffer op stuk nr. 17, zoals vermeld onder punt 6 van de stemmingslijst, wordt aangehouden.

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Stoffer stel ik voor zijn motie (35359, nr. 17) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De heer Van Nispen (SP):
Voorzitter. Mijn collega Renske Leijten zou haar motie op stuk nr. 29, zoals vermeld onder punt 11 van de stemmingslijst, nog een keer willen aanhouden.

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Leijten stel ik voor haar motie (28362, nr. 29) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Dan gaan we nu naar de stemmingslijst.

Stemmingen

Stemmingen

Stemming Doen vervallen van additionele artikelen die zijn uitgewerkt

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet, strekkende tot het doen vervallen van additionele artikelen die zijn uitgewerkt (35417).

(Zie wetgevingsoverleg van 25 mei 2020.)

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Stemming Door niet-ingezetenen gekozen kiescollege voor de verkiezing van de Eerste Kamer

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet strekkende tot het opnemen van een bepaling over een door niet-ingezetenen gekozen kiescollege voor de verkiezing van de Eerste Kamer der Staten-Generaal (35418).

(Zie wetgevingsoverleg van 25 mei 2020.)

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemming Herijking Grondwetsherzieningsprocedure

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet van de bepaling inzake veranderingen in de Grondwet (herijking Grondwetsherzieningsprocedure) (35419).

(Zie wetgevingsoverleg van 25 mei 2020.)

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemmingen moties Initiatiefnota van de leden Segers en Marijnissen over een Actieplan arbeidsmigratie

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de initiatiefnota van de leden Segers en Marijnissen over een Actieplan arbeidsmigratie,

te weten:

  • de motie-Emiel van Dijk/De Jong over het vermijden van goedkope arbeid uit het buitenland in crisistijd (35359, nr. 4);
  • de motie-Emiel van Dijk/De Jong over een nexit om de controle terug te vorderen (35359, nr. 5);
  • de motie-Tielen c.s. over kwaliteitseisen en een verbeterd SNA-keurmerk (35359, nr. 6);
  • de motie-Tielen over een verbetering van taal en inburgering bij arbeidsmigranten (35359, nr. 7);
  • de motie-Smeulders/Bromet over de naleving van de coronamaatregelen in slachthuizen (35359, nr. 8);
  • de motie-Palland/Tielen over aanscherpen van de registratieplicht van buitenlandse werknemers in de BRP (35359, nr. 9);
  • de motie-Van Kent/Bruins over de kosten voor bescherming tegen het coronavirus niet afwentelen op arbeidsmigranten (35359, nr. 10);
  • de motie-Van Kent/Bruins over beëindigen van de mogelijkheid voor werkgevers om loon in te houden voor huisvesting (35359, nr. 11);
  • de motie-Van Weyenberg/Gijs van Dijk over de Europese wet- en regelgeving over tewerkstellingsvergunningen voor werknemers van buiten de EU (35359, nr. 12);
  • de motie-Van Weyenberg over verbeteren van de huisvesting van arbeidsmigranten (35359, nr. 13);
  • de motie-Gijs van Dijk/Smeulders over het aan banden leggen van premieshoppen in Europees verband (35359, nr. 14);
  • de motie-Bruins c.s. over voorstellen om malafide uitzendondernemingen tegen te gaan (35359, nr. 15);
  • de motie-Bruins c.s. over een advies van de Raad van State inzake het reguleren van vrij verkeer van personen en diensten (35359, nr. 16);
  • de motie-Stoffer over tegemoetkomingen inzake vrij verkeer voor alle lidstaten laten gelden (35359, nr. 17);
  • de motie-Stoffer over meer beperkingen aan de positie van werknemers van buiten de EU (35359, nr. 18).

(Zie notaoverleg van 25 mei 2020.)

De voorzitter:
De motie-Smeulders/Bromet (35359, nr. 8) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er problemen zijn bij het naleven van de coronamaatregelen in onder andere slachthuizen en bij collectief vervoer van en naar werkplekken, waardoor de volksgezondheid in het geding komt;

overwegende dat er veel verschillende instanties (NVWA, inspectie SZW, ministerie LNV, ministerie VWS, GGD's, veiligheidsregio’s) betrokken zijn bij werkomstandigheden in slachthuizen en het toezicht zo versnipperd is;

spreekt uit dat iemand die besmet is met het coronavirus niet op werkplekken, zoals in slachthuizen, mag werken en als blijkt dat het bedrijf de voorschriften negeert, het bedrijf onmiddellijk wordt gesloten;

verzoekt de regering zo veel mogelijk te borgen dat bedrijven, waaronder slachthuizen de coronamaatregelen naleven om te voorkomen dat medewerkers aan het virus worden blootgesteld,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 8 (35359).

De motie-Bruins c.s. (35359, nr. 16) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat vrijheden van bedrijven en personen omtrent arbeidsmigratie beter in balans moeten worden gebracht met het belang van gemeenschappen in zowel het thuisland als de ontvangende lidstaat;

overwegende dat vanuit de initiatiefnota-Segers/Marijnissen wordt gezocht naar meer grip op arbeidsmigratie voor lidstaten;

overwegende dat er diverse controlemechanismen zijn in EU-verband die wellicht nu onvoldoende worden benut;

constaterende dat het Hof van Justitie van de EU een uitzonderingsmogelijkheid heeft benoemd waaronder een inbreuk op het vrij verkeer is toegestaan wegens «dwingende redenen van algemeen belang», mits er sprake is van evenredigheid, waarbij verbetering van arbeidsomstandigheden is genoemd als mogelijke dwingende reden van algemeen belang;

besluit de Raad van State om voorlichting te vragen over de eventuele mogelijkheden om in nationaal c.q. Europees verband het vrij verkeer van personen en diensten te reguleren teneinde meer grip te krijgen op arbeidsmigratie.

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 16 (35359).

De motie-Bruins c.s. (35359, nr. 15) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er veel misstanden zijn door malafide uitzendbureaus die arbeidsmigranten uitbuiten;

overwegende dat malafide uitzendbureaus oneerlijke concurrentie vormen voor bureaus die zich wel aan de regels houden;

overwegende dat ook vanuit de uitzendbranche de roep klinkt om betere regulering;

verzoekt de regering met voorstellen te komen om malafide uitzendondernemingen tegen te gaan en daar in ieder geval een waarborgsom van circa €100.000 bij het starten van een uitzendonderneming, een effectief civielrechtelijk bestuursverbod voor malafide uitzendondernemers en afdwingbare kwaliteitseisen aan uitzendondernemers onderdeel van te laten zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 15 (35359).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Emiel van Dijk/De Jong (35359, nr. 4).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Emiel van Dijk/De Jong (35359, nr. 5).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Tielen c.s. (35359, nr. 6).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Tielen (35359, nr. 7).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Smeulders/Bromet (35359, nr. ??, was nr. 8).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

De heer Baudet.

De heer Baudet (FvD):
Ik heb een fout gemaakt bij de motie op stuk nr. 7, dus 35359, nr. 7. Daar wilden wij tegen stemmen.

De voorzitter:
Deze opmerking wordt in de Handelingen opgenomen. Dank u wel.

In stemming komt de motie-Palland/Tielen (35359, nr. 9).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Kent/Bruins (35359, nr. 10).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Kent/Bruins (35359, nr. 11).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Weyenberg/Gijs van Dijk (35359, nr. 12).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Weyenberg (35359, nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Gijs van Dijk/Smeulders (35359, nr. 14).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Bruins (35359, nr. ??, was nr. 15).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Bruins (35359, nr. ??, was nr. 16).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Stoffer (35359, nr. 18).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Verantwoordingsdebat over het jaar 2019

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het Verantwoordingsdebat over het jaar 2019,

te weten:

  • de motie-Tony van Dijck over geen kapitaalinjectie in Air France-KLM zolang er sprake is van bonussen bij de top (35470, nr. 5);
  • de motie-Tony van Dijck over KLM losweken van Air France (35470, nr. 6);
  • de motie-Alkaya/Beckerman over terughalen van het voorschot van 90 miljoen euro aan de NAM (35470, nr. 7);
  • de motie-Alkaya over de koopkracht van huishoudens in de laagste inkomensgroep (35470, nr. 8);
  • de motie-Van Raan over een bespiegeling over brede welvaart opnemen in de Miljoenennota (35470, nr. 9);
  • de motie-Van Raan over een bespiegeling over brede welvaart opnemen bij voorgenomen beleid (35470, nr. 10);
  • de motie-Van Raan over uitbreiding van de Comptabiliteitswet met een bepaling over de brede welvaart (35470, nr. 11);
  • de motie-Van Raan over het Rijk duurzaam laten bankieren (35470, nr. 12);
  • de motie-Van Raan over een indicator dierenwelzijn in de Monitor Brede Welvaart (35470, nr. 13);
  • de motie-Stoffer/Bruins over het beter verantwoorden van de klimaatgerelateerde uitgaven (35470, nr. 14);
  • de gewijzigde motie-Kuzu over aandacht voor doelmatigheid en rechtmatigheid bij de coronamaatregelen (35470, nr. 20, was nr. 15);
  • de motie-Krol over de achterstand in de brede welvaart van ouderen verminderen (35470, nr. 16);
  • de motie-Krol over het beschikbaar stellen van huishoudelijke hulp in het kader van de Wmo (35470, nr. 17);
  • de motie-Krol over het verlagen van de gemiddelde schuld per huishouden (35470, nr. 18);
  • de motie-Krol over het opheffen van de achterstand in gezonde levensverwachting bij vrouwen (35470, nr. 19).

(Zie vergadering van 26 mei 2020.)

De voorzitter:
De motie-Tony van Dijck (35470, nr. 6) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Tony van Dijck en Graus. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 6 (35470).

De motie-Krol (35470, nr. 19) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Nederlandse vrouwen een relatief lage gezonde levensverwachting hebben en vergeleken met 28 onderzochte Europese landen de 23ste plaats innemen, zoals blijkt uit het CBS-rapport Brede Welvaart 2019,

verzoekt de regering in te zetten op het opheffen van de achterstand die vrouwen hebben opgelopen bij de gezonde levensverwachting,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 19 (35470).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

Ik begrijp dat de heer Van Otterloo een stemverklaring wil afleggen.

Ik geef gelegenheid tot het afleggen van een stemverklaring vooraf.

De heer Van Otterloo (50PLUS):
Voorzitter. Bij het Verantwoordingsdebat heb ik namens 50PLUS als eerste in het debat aandacht gevraagd voor de problemen met de gezonde levensverwachting van vrouwen, die inmiddels een achterstand hebben opgelopen ten opzichte van mannen. Europees gezien staan we nu op plaats 23 van de 28 landen. Het probleem is complex en heeft onder andere te maken met obesitas, roken en het te weinig diagnosticeren van ziektes op typisch vrouwelijke symptomen. Hoewel de motie slechts het probleem signaleert zonder analyses, stemmen wij toch voor de motie, mede omdat de regering bij monde van de minister van Financiën het probleem ontkende.

De voorzitter:
Oké, dank u wel.

In stemming komt de motie-Tony van Dijck (35470, nr. 5).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

De heer Wilders.

De heer Wilders (PVV):
Dan kunt u de motie misschien toevoegen aan het lijstje later vandaag …

De voorzitter:
Niet vandaag. Dat moeten we dan organiseren voor de volgende keer.

De heer Wilders (PVV):
Dan de volgende keer.

De voorzitter:
Ja, prima. Dan is de motie nu aangehouden.

Op verzoek van de heer Tony van Dijck stel ik voor zijn motie (35470, nr. 5) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de gewijzigde motie-Tony van Dijck/Graus (35470, nr. ??, was nr. 6).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Alkaya/Beckerman (35470, nr. 7).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

De heer Van der Lee, ben ik u vergeten?

De heer Van der Lee (GroenLinks):
U schijnt ons genoemd te hebben, terwijl we tegen waren.

De voorzitter:
O. Dat is bij de motie op stuk nr. 7? Dan zal deze opmerking in de Handelingen worden opgenomen. Mevrouw Agema.

Mevrouw Agema (PVV):
We danken de Kamer voor het aannemen van de motie op stuk nr. 6. We vragen de regering of ze een brief kan sturen over hoe ze deze motie gaat uitvoeren.

De voorzitter:
Dan stel ik voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

In stemming komt de motie-Alkaya (35470, nr. 8).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan (35470, nr. 9).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Raan (35470, nr. 10).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan (35470, nr. 11).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan (35470, nr. 12).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan (35470, nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Stoffer/Bruins (35470, nr. 14).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Kuzu (35470, nr. 20, was nr. 15).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Krol (35470, nr. 16).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Krol (35470, nr. 17).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Krol (35470, nr. 18).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Krol (35470, nr. ??, was nr. 19).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, FvD en Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

De punten 8 en 9 zijn uitgesteld. Dan gaan we naar agendapunt 10.

Stemmingen moties Stopzetten kinderopvangtoeslag

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over het stopzetten van de kinderopvangtoeslag,

te weten:

  • de motie-Leijten c.s. over kenbaar maken waarvan ouders worden verdacht bij opzet/grove schuld (31066, nr. 641);
  • de motie-Azarkan c.s. over bij ontbrekende dossiers de bewijslast omkeren in het voordeel van de toeslaggerechtigden (31066, nr. 642);
  • de motie-Azarkan/Van Raan over een brede doorlichting en toetsing op beroepsmatige discriminatie (31066, nr. 643);
  • de motie-Azarkan/Van Raan over een klip-en-klare afwijzing van beroepsmatige discriminatie (31066, nr. 644);
  • de motie-Nijboer/Leijten over compensatie voor alle ouders uiterlijk 1 september 2020 (31066, nr. 645);
  • de motie-Snels over een parlementaire ondervraging (31066, nr. 646);
  • de motie-Van Kooten-Arissen/Leijten over vergelijkbare meldingen meenemen in het externe nader onderzoek (31066, nr. 647).

(Zie vergadering van 27 mei 2020.)

De voorzitter:
De motie-Snels (31066, nr. 646) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat alle onderzoeken in de toeslagenaffaire tot nu toe vragen oproepen ten aanzien van de politieke besluitvorming van het fraudebeleid bij de kinderopvangtoeslag die beantwoord moeten worden om het geschonden vertrouwen te herstellen;

overwegende dat de vragen over die politieke besluitvorming het fraudebeleid bij de kinderopvangtoeslag betreffen vanaf ongeveer het moment dat de CAF-systematiek deel uitmaakt van de kabinetsbrede aanscherping van het fraudebeleid;

spreekt uit dat er naar aanleiding van deze affaire een parlementaire ondervraging moet komen waarbij bewindslieden en daarbij betrokken topambtenaren gehoord worden om zicht te krijgen op de politieke besluitvorming ten aanzien van het fraudebeleid bij de kinderopvangtoeslag;

spreekt tevens uit dat daarbij afspraken gemaakt moeten worden met het Openbaar Ministerie om het nog te starten onderzoek van het OM niet te doorkruisen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 646 (31066).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Leijten c.s. (31066, nr. 641).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Azarkan c.s. (31066, nr. 642).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Azarkan/Van Raan (31066, nr. 643).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS en de SGP voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Azarkan/Van Raan (31066, nr. 644).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Nijboer/Leijten (31066, nr. 645).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Snels (31066, nr. ??, was nr. 646).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Kooten-Arissen/Leijten (31066, nr. 647).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

De stemmingen onder punt 11 zijn uitgesteld. Het gaat om één stemming. Die motie, 28362 op stuk nr. 29, is aangehouden.

Stemmingen moties Mijnbouw/Groningen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over Mijnbouw/Groningen,

te weten:

  • de motie-Beckerman c.s. over de uitvoering van de motie-Beckerman/Moorlag over duidelijkheid voor alle gedupeerden (33529, nr. 746);
  • de motie-Beckerman c.s. over voor alle gevallen uitgaan van NPR 2018 (33529, nr. 747);
  • de motie-Beckerman c.s. over het versterken van 233 woningen in Opwierde volgens dezelfde normen als voor wijkgenoten (33529, nr. 748);
  • de motie-Van Raan/Beckerman over gaswinning onder gasveld Ameland zo spoedig mogelijk stoppen (33529, nr. 749);
  • de motie-Van Raan over een verbod op zandsuppletie als compensatie (33529, nr. 750);
  • de motie-Van Raan over het inzetten van kwelders (33529, nr. 751);
  • de motie-Van Raan/Beckerman over geen nieuwe zout- en gaswinningsvergunningen in afwachting van rapporten (33529, nr. 752);
  • de motie-Van Raan/Beckerman over gaswinning onder de Waddenzee zo snel mogelijk beëindigen (33529, nr. 753);
  • de motie-Bromet/Van der Lee over een inhaalslag met het compenseren van het mkb (33529, nr. 754);
  • de motie-Bromet/Van der Lee over geen winningsplan onder de Waddenzee zonder een nieuw scenario voor zeespiegelstijging (33529, nr. 755);
  • de motie-Kops/Beckerman over het terugbetalen van 90 miljoen euro door de NAM (33529, nr. 756);
  • de motie-Kops over stikstofregels schrappen zodat de versterking daar niet door wordt belemmerd (33529, nr. 757);
  • de motie-Agnes Mulder over de afvalwaterinjectie in Twente in 2021 evalueren (33529, nr. 759);
  • de motie-Dik-Faber over één regime hanteren in dorpen waar een gebiedsgerichte aanpak geldt (33529, nr. 761);
  • de motie-Moorlag/Beckerman over de geschillen met NAM op transparante wijze via de overheidsrechter beslechten (33529, nr. 762);
  • de motie-Moorlag/Beckerman over de archieven van de arbiter toegankelijk houden voor onderzoeksdoeleinden (33529, nr. 763);
  • de motie-Moorlag c.s. over het advies van het Adviescollege Veiligheid Groningen over het initiatief "opname op verzoek" overnemen (33529, nr. 764).

(Zie notaoverleg van 27 mei 2020.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Beckerman stel ik voor haar motie (33529, nr. 748) aan te houden. Op verzoek van mevrouw Bromet stel ik voor haar motie (33529, nr. 755) aan te houden. Op verzoek van mevrouw Dik-Faber stel ik voor haar motie (33529, nr. 761) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Beckerman c.s. (33529, nr. 746).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Beckerman c.s. (33529, nr. 747).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan/Beckerman (33529, nr. 749).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, Krol/Van Kooten-Arissen en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan (33529, nr. 750).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD, Krol/Van Kooten-Arissen en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan (33529, nr. 751).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan/Beckerman (33529, nr. 752).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, Krol/Van Kooten-Arissen en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan/Beckerman (33529, nr. 753).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, Krol/Van Kooten-Arissen en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bromet/Van der Lee (33529, nr. 754).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kops/Beckerman (33529, nr. 756).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kops (33529, nr. 757).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Agnes Mulder (33529, nr. 759).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Moorlag/Beckerman (33529, nr. 762).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Het is trouwens fijn dat u er weer bent, meneer Van der Lee.

In stemming komt de motie-Moorlag/Beckerman (33529, nr. 763).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Moorlag c.s. (33529, nr. 764).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Kortetermijnstimulerings- en reddingsmaatregelen en langetermijnontwikkelingen economie

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de verschillende kortetermijnstimulerings- en reddingsmaatregelen en de langetermijnontwikkelingen van de economie,

te weten:

  • de motie-Klaver c.s. over belastingverhoging voor winstgevende bedrijven (35420, nr. 44);
  • de motie-Klaver c.s. over steunpakket 2.0 meer in balans brengen ten gunste van zzp'ers (35420, nr. 45);
  • de motie-Van Weyenberg/Pieter Heerma over investeringen in het kader van de werkagenda (35420, nr. 46);
  • de motie-Van Weyenberg c.s. over bij het tweede noodpakket expliciet kijken naar de positie van toetreders op de arbeidsmarkt (35420, nr. 47);
  • de motie-Wilders over de ontslagboete ook opnemen in de NOW 2 (35420, nr. 48);
  • de motie-Wilders over de partnerinkomenstoets in de Tozo 2-regeling schrappen (35420, nr. 49);
  • de motie-Wilders over niet instemmen met de introductie van Europese belastingen of met een verhoging van de EU-begroting (35420, nr. 50);
  • de motie-Asscher/Van Weyenberg over de doelgroep voor de vangnetregeling voor flexwerkers vergroten (35420, nr. 51);
  • de motie-Asscher c.s. over voorstellen doen voor eerder-stoppen-met-werkenregelingen (35420, nr. 52);
  • de motie-Van Brenk/Van Kooten-Arissen over gelijke voorwaarden in de Tozo-regeling voor zelfstandig ondernemers onder en boven de AOW-gerechtigde leeftijd (35420, nr. 53);
  • de motie-Van Brenk over beleid gericht op het begeleiden van werk naar werk en verkrijgen van werk (35420, nr. 54);
  • de motie-Van Brenk over voorrang bij het weer in dienst nemen van werknemers door NOW-steun ontvangende bedrijven (35420, nr. 55);
  • de motie-Segers over een verantwoorde algemene bedrijfsvoering als voorwaarde voor toekomstige overheidssteun (35420, nr. 56);
  • de motie-Pieter Heerma c.s. over een advies van de Denktank coronacrisis over de wijze waarop reshoring de maakindustrie kan versterken (35420, nr. 57);
  • de motie-Azarkan over beperken van het te subsidiëren salaris (35420, nr. 58);
  • de motie-Azarkan over toegang van studentondernemers tot de Tozo (35420, nr. 59);
  • de motie-Van Haga/Baudet over de Tozo 2 onafhankelijk maken van het inkomen van de partner (35420, nr. 60);
  • de motie-Van Haga/Baudet over de bowlingbranche gelijkstellen aan de horeca wat betreft coronamaatregelen (35420, nr. 61);
  • de motie-Van Haga/Baudet over onderzoeken hoe dga's ook onder de NOW-regeling kunnen vallen (35420, nr. 62);
  • de motie-Marijnissen c.s. over inkomensterugval van zzp'ers en ondernemers met een partner in de Tozo-regeling voorkomen (35420, nr. 63);
  • de motie-Stoffer over het urencriterium uit de inkomstenbelasting toepassen in de Tozo-regeling (35420, nr. 64);
  • de motie-Stoffer over verlaging van de ODE-heffing in de derde schijf (35420, nr. 65);
  • de motie-Baudet/Van Haga over staken van het klimaatbeleid (35420, nr. 66);
  • de motie-Baudet/Van Haga over niet akkoord gaan met de voorgestelde EU-steungelden (35420, nr. 67);
  • de motie-Van Kooten-Arissen/Van Brenk over de Tozo 2 ook openstellen voor zzp'ers boven de AOW-leeftijd (35420, nr. 68);
  • de motie-Van Kooten-Arissen over de bijdrage van de overheid voor omscholing proportioneel laten oplopen (35420, nr. 69).

(Zie vergadering van 28 mei 2020.)

De voorzitter:
De motie-Van Kooten-Arissen (35420, nr. 69) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet een vast bedrag van 50 miljoen euro zegt te willen bijdragen aan de omscholing van werknemers;

constaterende dat als gevolg van de huidige economische omstandigheden er wellicht veel meer werknemers willen en moeten worden omgeschoold dan voorzien;

overwegende dat omscholing een belangrijk onderdeel is van een strategie die de Nederlandse economie bestendigt en zo veel mogelijk mensen weer aan het werk helpt;

verzoekt de regering de bijdrage van de overheid voor omscholing proportioneel te laten oplopen wanneer blijkt dat meer werknemers in aanmerking komen voor omscholing dan voorzien,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 69 (35420).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Klaver c.s. (35420, nr. 44).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Klaver c.s. (35420, nr. 45).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Weyenberg/Pieter Heerma (35420, nr. 46).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Weyenberg c.s. (35420, nr. 47).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wilders (35420, nr. 48).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Wilders (35420, nr. 49).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Wilders (35420, nr. 50).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdD, Krol/Van Kooten-Arissen, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Asscher/Van Weyenberg (35420, nr. 51).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de VVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Asscher c.s. (35420, nr. 52).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Brenk/Van Kooten-Arissen (35420, nr. 53).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Brenk (35420, nr. 54).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

De heer Azarkan.

De heer Azarkan (DENK):
Voorzitter. Ik heb de indruk dat u DENK niet genoemd heeft bij de motie op stuk nr. 53 (35420). Wij worden geacht voor te hebben gestemd.

De voorzitter:
Dan zal deze opmerking in de Handelingen worden opgenomen.

In stemming komt de motie-Van Brenk (35420, nr. 55).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Segers (35420, nr. 56).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Pieter Heerma c.s. (35420, nr. 57).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Azarkan (35420, nr. 58).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Azarkan (35420, nr. 59).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga/Baudet (35420, nr. 60).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga/Baudet (35420, nr. 61).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, DENK, 50PLUS, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga/Baudet (35420, nr. 62).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol/Van Kooten-Arissen, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Marijnissen c.s. (35420, nr. 63).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Stoffer (35420, nr. 64).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

Meneer Van der Staaij.

De heer Van der Staaij (SGP):
Voorzitter. We houden deze motie vooralsnog aan. Dan komt deze ook op het lijstje waar we al eerder een beginnetje mee hebben gemaakt.

De voorzitter:
Zo is dat.

Op verzoek van de heer Stoffer stel ik voor zijn motie (35420, nr. 64) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Stoffer (35420, nr. 65).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Baudet/Van Haga (35420, nr. 66).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Baudet/Van Haga (35420, nr. 67).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdD, Krol/Van Kooten-Arissen, de VVD, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Kooten-Arissen/Van Brenk (35420, nr. 68).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Kooten-Arissen (35420, nr. ??, was nr. 69).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

Mevrouw Van Kooten-Arissen.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (GKVK):
Voorzitter, we houden de motie even aan tot nader order.

De voorzitter:
Dank u wel.

Op verzoek van mevrouw Van Kooten-Arissen stel ik voor haar motie (35420, nr. 69) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Stemming motie Buitengewone Europese top van 20 februari 2020

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over de buitengewone Europese top van 20 februari 2020,

te weten:

  • de gewijzigde motie-Ouwehand c.s. over het intrekken van de steun voor het Mercosur-verdrag (21501-20, nr. 1521, was nr. 1517).

(Zie vergadering van 19 februari 2020.)

In stemming komt de gewijzigde motie-Ouwehand c.s. (21501-20, nr. 1521, was nr. 1517).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de SGP, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, u hield het even spannend, maar de motie is aangenomen. Ik wil heel graag van het kabinet weten hoe het de motie gaat uitvoeren. Ik dank iedereen voor de steun.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Stemmingen moties Openbaar vervoer, infrastructuur en corona

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over Openbaar vervoer, infrastructuur en corona,

te weten:

  • de motie-Postma c.s. over het ontwerpbesluit hemplicht snorfiets (35300-XII, nr. 97);
  • de motie-Schonis/Van der Graaf over maatregelen in het openbaar vervoer voor mensen met een lichamelijke beperking (35300-XII, nr. 98);
  • de motie-Laçin over zeggenschap over het openbaar vervoer in ruil voor staatssteun (35300-XII, nr. 99);
  • de motie-Laçin c.s. over uniforme maatregelen in de gehele ov-keten om de toegankelijkheid voor mensen met een beperking te waarborgen (35300-XII, nr. 100);
  • de motie-Van Aalst over de veiligheid van het personeel in het openbaar vervoer (35300-XII, nr. 102);
  • de motie-Van Aalst over de vergoedingen voor NS-bestuurders gelijkstellen aan de Wet normering topinkomens (35300-XII, nr. 103);
  • de motie-Kröger/Schonis over een actieplan fiets (35300-XII, nr. 104);
  • de motie-Van Esch over de data en databronnen om mobiliteit te monitoren (35300-XII, nr. 105);
  • de motie-Van Esch over voorkomen van een negatief effect van de krimp in reizigersaantal op korte termijn op de capaciteitsgroei (35300-XII, nr. 106);
  • de motie-Moorlag/Laçin over voorrang in het openbaar vervoer voor mensen met een vitaal beroep (35300-XII, nr. 107);
  • de motie-Öztürk over geen boetes voor gezichtsbedekkende kleding in het openbaar vervoer (35300-XII, nr. 109);
  • de motie-Van der Graaf c.s. over meenemen van de fiets in de trein (35300-XII, nr. 110).

(Zie notaoverleg van 28 mei 2020.)

De voorzitter:
De heer Öztürk heeft verzocht om zijn aangehouden motie op stuk nr. 109 alsnog in stemming te brengen.

In stemming komt de motie-Postma c.s. (35300-XII, nr. 97).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Schonis/Van der Graaf (35300-XII, nr. 98).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Laçin (35300-XII, nr. 99).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Laçin c.s. (35300-XII, nr. 100).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Aalst (35300-XII, nr. 102).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Aalst (35300-XII, nr. 103).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kröger/Schonis (35300-XII, nr. 104).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Esch (35300-XII, nr. 105).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Esch (35300-XII, nr. 106).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de SGP, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Moorlag/Laçin (35300-XII, nr. 107).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Öztürk (35300-XII, nr. 109).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Graaf c.s. (35300-XII, nr. 110).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de SGP, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemming motie ontwikkelingen rondom het coronavirus d.d. 20 mei 2020

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over de ontwikkelingen rondom het coronavirus d.d. 20 mei 2020,

te weten:

  • de motie-Marijnissen c.s. over het in stand houden van de ontslagboete (25295, nr. 359).

(Zie vergadering van 20 mei 2020.)

In stemming komt de motie-Marijnissen c.s. (25295, nr. 359).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Krol/Van Kooten-Arissen, 50PLUS en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

De heer Wassenberg.

De heer Wassenberg (PvdD):
Voorzitter, bij het vorige onderdeel, agendapunt 15, Openbaar vervoer, infrastructuur en corona,hebben wij voor de motie op stuk nr. 109 gestemd, maar wij bedoelden tegen te stemmen.

De voorzitter:
O, oké. Deze opmerking wordt in de Handelingen opgenomen.

De heer Wassenberg (PvdD):
Ik vergis me, voorzitter, het is andersom: we hadden voor moeten stemmen.

De voorzitter:
Oké. Ook deze opmerking wordt opgenomen in de Handelingen. De heer Van Nispen.

De heer Van Nispen (SP):
Voorzitter. Bij agendapunt 10 is de motie van mijn collega Renske Leijten aangenomen, over het kenbaar maken waarvan ouders worden verdacht bij opzet/grove schuld. Dat gaat over het debat over het stopzetten van de kinderopvangtoeslag. Mevrouw Leijten wil graag een brief van de regering over hoe deze motie wordt uitgevoerd, te ontvangen voor de aangekondigde spoedwet om ouders uit te kunnen betalen.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. Mevrouw Tellegen.

Mevrouw Tellegen (VVD):
Voorzitter, het betreft de motie op stuk nr. 67 onder agendapunt 13, de kortetermijnstimulerings- en reddingsmaatregelen. Ik ben er niet zeker van of u ons hebt meegenomen als voorstem, maar de bedoeling is dat wij tegen hebben gestemd.

De voorzitter:
Deze opmerking wordt in de Handelingen opgenomen. Dank u wel. Dan schors ik nu heel even, want we gaan hoofdelijk stemmen over een aantal moties. O, sorry, heb ik iets overgeslagen? Nee, toch? O, eerst de regeling. Ik ben helemaal in de … Ik dacht: ik ga gewoon door. Goed, dan schors ik heel even en dan gaan we inderdaad eerst de regeling doen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:
Dan is nu de regeling van werkzaamheden aan de orde. Ik stel voor toe te voegen aan de agenda:

het VSO Regionale netwerken voor eetstoornissen in de regio Noord-Holland en Noord (Friesland, Groningen, Drenthe) (31839, nr. 725), met als eerste spreker mevrouw Westerveld namens GroenLinks.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan de heer De Groot namens D66.

De heer De Groot (D66):
Voorzitter. Het is nu al droger dan in het hele jaar 1976, en de zomer is nog niet eens begonnen. We hebben een AO Water op 16 juni. Daar moeten we het er zeker ook over hebben. In 2018 hebben we al gezien hoe kwetsbaar we eigenlijk zijn, hoe kwetsbaar de boeren zijn met hun oogsten, hoe kwetsbaar de drinkwatervoorziening is, hoe kwetsbaar de natuur is en hoe kwetsbaar ook onze scheepvaart is. De minister is gekomen met een aanpak om het geheel robuuster te maken. Deze zomer zal de proof of the pudding zijn. Daarom wil ik voorstellen om vlak na het zomerreces een debat in te plannen over de manier waarop deze minister de droogte heeft gemanaged die deze zomer nog verder zal gaan.

De voorzitter:
Goed, dus een debat na het zomerreces, toch?

De heer De Groot (D66):
Ja.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Voorzitter. Ik denk dat we het over droogte moeten hebben, maar ik vind 16 juni daarvoor een prima tijd. Na de zomervakantie is er altijd weer een regeling, dus ik stel voor dat we dan kijken of het ook echt nodig is.

De voorzitter:
U bedoelt het algemeen overleg over twee weken?

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Ja.

De heer Geurts (CDA):
We hebben over twee weken een algemeen overleg Water. Daar kunnen we het erover hebben. Daarna komt denk ik eerder de begroting aan de orde dan een plenair debat. We kunnen het er bij die begroting over hebben, dus geen steun.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Voorzitter. GroenLinks vindt het onderwerp te belangrijk om te wachten tot na het reces, dus wij doen het bij het AO voor de vakantie.

De heer Bisschop (SGP):
Voorzitter. Een terecht punt van de heer De Groot. Ik denk alleen dat verstandig is om 16 juni aan te houden. Dan kijken we na de zomer of het nodig is om er op een zo kort mogelijke termijn een vervolg aan te geven.

De voorzitter:
Eerst de heer Moorlag, dan mevrouw Dik-Faber, dan mevrouw Tellegen. Wie steunt eigenlijk dit verzoek, ook in verband met te veel schoonmaken? Maar als jullie er behoefte aan hebben om er iets over te zeggen, dan mag dat. De heer Moorlag, heel kort.

De heer Moorlag (PvdA):
Voorzitter. Als een debat een paar millimeter neerslag zou opleveren ...

De voorzitter:
U steunt het dus niet.

De heer Moorlag (PvdA):
... dan zou ik het verzoek steunen, maar geen steun aan het verzoek.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik wil hier niet voor gaan liggen, omdat ik zeker weet dat we na de zomer dit onderwerp met elkaar zullen willen bespreken, maar op 16 juni hebben we het algemeen overleg Water. Dat vind ik de eerstvolgende mogelijkheid om dit met elkaar te bespreken. Dus laten we dat moment in ieder geval benutten met elkaar.

De voorzitter:
Dus voorlopig geen steun.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Nee, laten we inderdaad na de zomer verder kijken.

De voorzitter:
Oké, dus geen steun. Ik zie de heer Öztürk, maar mevrouw Tellegen stond er al. Mevrouw Tellegen namens de VVD.

Mevrouw Tellegen (VVD):
Geen steun. 16 juni is het AO. Dan kan het besproken worden.

De heer Öztürk (DENK):
Wel steun. De mensen hebben duidelijkheid nodig en ook wat water.

De heer Van Nispen (SP):
De SP wil het debat steunen, maar we denken ook dat het eerder aan de orde kan komen in het genoemde commissiedebat.

De heer Baudet (FvD):
Ik denk dat 16 juni een perfecte datum is, want dat is Bloomsday.

De voorzitter:
Dus geen steun.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik denk niet dat het helpt, maar ik steun het debat wel.

De voorzitter:
Nou, dat is aardig. Maar u heeft geen meerderheid, meneer De Groot.

De heer De Groot (D66):
Daar lijkt het inderdaad op, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel.

De heer De Groot (D66):
Ik wil alleen toch wel zeggen: het is natuurlijk goed om het er op 16 juni over te hebben, maar dan is de zomer nog niet begonnen.

Ik wil ook voorkomen, want het gaat er echt niet droger op worden ...

De voorzitter:
Nee, meneer De Groot.

De heer De Groot (D66):
... dat we het er in januari over gaan hebben. Dat is een beetje de insteek.

De voorzitter:
Maar u heeft geen meerderheid. Dus ik ga naar mevrouw Ouwehand namens de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Donderdag voeren we het tweewekelijkse debat over de ontwikkelingen rondom corona. Het gaat helemaal niet goed in de slachthuizen en vervolgens dus ook niet in de stallen die overvol raken. Het optreden van het kabinet roept wat vragen op, zoals u al eerder heeft gemerkt, die steeds niet beantwoord worden in dat debat.

De voorzitter:
Ja, dus?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik stel dus voor om de minister van LNV uit te nodigen om aanwezig te zijn bij het debat donderdag, zodat onze vragen daarover beantwoord kunnen worden.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Steun van GroenLinks.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
De Kamer heeft de motie-Ouwehand over de doorzettingsmacht voor het ministerie van VWS aangenomen. Donderdag spreken we waarschijnlijk ook met de minister van VWS, dus ik vind het heel goed dat hij aanwezig is. We hebben ook nog debatten staan over corona en landbouw, waar de minister van Landbouw bij aanwezig is. Voor mijn fractie is het dus niet nodig om komende donderdag de delegatie van het kabinet verder uit te breiden.

De voorzitter:
Dus geen steun.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Nee, geen steun.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (GKVK):
Voorzitter. Van harte steun voor het verzoek om de minister van LNV uit te nodigen bij het debat.

De voorzitter:
Wie was eerder? Volgens mij stond mevrouw Agema er het eerst. Ik probeer iedereen een beetje in de gaten te houden.

Mevrouw Agema (PVV):
Steun.

De heer De Groot (D66):
Voorzitter. Ik begrijp het verzoek, maar geen steun.

De heer Bisschop (SGP):
Voorzitter. Mijn woorden komen er gewassen uit, begrijp ik. Ik wil dit verzoek wel steunen, maar het volgende verzoek kan daarmee wat mij betreft vervallen.

De voorzitter:
O!

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Wat een cliffhangertje.

De heer Geurts (CDA):
Voorzitter. Ik ben een beetje in verwarring, want wat mevrouw Ouwehand hier aangeeft, zijn echt landbouwgerelateerde debatten. Volgens mij is er een verzoek gehonoreerd van de heer De Groot voor een debat met de minister van Landbouw over dit soort zaken. Ik hoorde mevrouw Ouwehand niet over de nertsenhouderij. Dus daarom geen steun voor dit verzoek.

Mevrouw Tellegen (VVD):
Ik sluit me aan bij collega Geurts.

De voorzitter:
Wie heb ik nog niet gehad? De heer Van Nispen namens de SP en de heer Öztürk namens DENK.

De heer Van Nispen (SP):
Ik wilde het verzoek zeker niet blokkeren. Als een collega daar behoefte aan heeft, kunnen we dat dus steunen. Maar het kabinet gaat wel over de eigen afvaardiging. Ik had het volgende verzoek juist wel weer willen steunen, dus dat maakt het misschien wat ingewikkeld. Dat is eigenlijk het omgekeerde van wat de heer Bisschop zei.

De voorzitter:
O, oké.

De heer Öztürk (DENK):
Steun.

De voorzitter:
Meneer Moorlag. O, wacht heel even. Het moet worden schoongemaakt, anders krijgen wij allemaal ... En jullie moeten uit elkaar, meneer Baudet en meneer Van Haga. Jullie vormen één huishouden, sinds een paar weken?

De heer Moorlag (PvdA):
Voorzitter, gelet op de separate debataanvraag die gehonoreerd is, geen steun voor dit voorstel.

De voorzitter:
Dan heeft u geen meerderheid, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nee, ik zie het. Op zichzelf hebben collega's die hebben gewezen op de bevoegdheid die de minister van VWS in elk geval op zich zou moeten nemen, natuurlijk wel gelijk dat hij ook die vragen zou moeten kunnen beantwoorden, maar u heeft ook gezien hoe dat de afgelopen maanden is gegaan ...

De voorzitter:
Ja maar, u heeft geen steun, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Zullen we dan richting het kabinet wel het signaal afgeven dat de vragen wel beantwoord moeten worden ...

De voorzitter:
De vragen wel, maar ...

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
... dus dat de afvaardiging zich een beetje voorbereidt?

De voorzitter:
Goed. Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

U heeft nog een verzoek.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja, voorzitter. Dan vraag ik een separaat debat aan met de minister van LNV én de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de wantoestanden in de slachthuizen en wat ons betreft ook over de gevolgen voor de dieren in de stallen, waar we al vanaf het begin van de coronacrisis voor hebben gewaarschuwd.

De voorzitter:
De heer van Nispen namens de SP. Dan de heer Geurts, mevrouw Van Kooten-Arissen en mevrouw Agema.

De heer Van Nispen (SP):
Steun van de SP voor dit verzoek.

De heer Geurts (CDA):
De verwarring slaat dan alleen maar toe, want ik krijg nou twee keer hetzelfde verzoek. Dit verzoek steun ik dus ook niet.

De voorzitter:
Het is eigenlijk niks voor u dat u steeds in verwarring bent vandaag.

De heer Geurts (CDA):
Ik raak eigenlijk ook nooit in verwarring als mevrouw Ouwehand spreekt. Dat is voor of tegen. Maar ze maakt er wel een potje van, voorzitter.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het is waarschijnlijk wel weer even wennen, teruggekeerd in de Kamer. Welkom, trouwens! Leuk dat je er weer bent.

De voorzitter:
Nou, het was een compliment.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het was lief bedoeld, echt waar.

De heer Geurts (CDA):
Het was lief bedoeld. Nou, het kwam bij mij iets anders binnen, want ik ben nooit weggeweest.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nog verwarrender, vrees ik. Sorry, voorzitter.

De voorzitter:
Nou, het gaat goed tussen jullie. Jullie moeten zo snel mogelijk samen een debat hebben.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik denk het ook.

De voorzitter:
Mevrouw Van Kooten-Arissen en dan mevrouw Agema.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (GKVK):
Voorzitter, het verzoek lijkt me heel helder. Van harte steun.

Mevrouw Agema (PVV):
Steun.

De voorzitter:
Mevrouw Bromet namens GroenLinks en dan mevrouw Dik-Faber.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Voorzitter, op zich steun, maar ik dacht dat we vorige week ook al een dergelijk debat geagendeerd hadden. Maar misschien heb ik dat gedroomd.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Toen had ik net te weinig steun. Toen zouden er maatregelen komen tegen de slachthuizen, weet je nog? En die kwamen niet.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Ook ik moet even wennen. Maar van harte steun.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Geen steun voor het verzoek.

De heer Hiddema (FvD):
Steun.

De heer Bisschop (SGP):
Geen steun.

De voorzitter:
De heer De Groot namens D66, dan de heer Moorlag en dan mevrouw Tellegen.

De heer De Groot (D66):
Voorzitter. Ik stel voor om dit onderwerp te betrekken bij het debat over corona en landbouw of bij het debat dat we hebben over de nertsen en corona. Wat mij betreft kan het daar gewoon bij. Dan hebben we het over corona en de dierhouderij.

De voorzitter:
Geen steun.

De heer Moorlag (PvdA):
Voorzitter, wel steun, maar ik heb ook geen bezwaar tegen samenvoegen.

Mevrouw Tellegen (VVD):
Geen steun. Er zijn al twee grote debatten in de planning, dus daar kan het aan worden toegevoegd.

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand, u heeft geen meerderheid.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nee, voorzitter. Ik begrijp op zich de suggestie voor samenvoegen, maar dan wil ik de Kamer wel voorleggen dat er ook vragen te stellen zijn aan de staatssecretaris van Sociale Zaken. Gaan we die dan vragen om aanwezig te zijn bij een landbouwdebat?

De voorzitter:
Nee, mevrouw Ouwehand, u heeft geen steun.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat klopt voor dit moment, maar ik leg alvast in de week waar ik dan volgende week weer mee kom. Dan weet u dat.

De voorzitter:
Gezellig. Tot volgende week, zou ik zeggen.

De heer Hiddema tot slot, namens Forum voor Democratie.

De heer Hiddema (FvD):
Voorzitter. Hierbij verzoek ik de Kamer om voor het volgende coronadebat ook de minister van Binnenlandse Zaken uit te nodigen en wel om verschillende redenen. Op de eerste plaats wegens het onrechtmatig handelen van burgemeester Halsema rond de demonstratie van gisteren. Ze besloot de demonstratie niet te beëindigen omdat de demonstratie te belangrijk zou zijn. Dit terwijl op grond van de Wet openbare manifestaties het verboden is om bij dit soort beslissingen de inhoud van de demonstraties te laten meewegen. Minister Ollongren kan hiervoor op grond van de wet het ontslag van mevrouw Halsema in gang zetten en moet dat ook doen. Daarnaast moet minister Ollongren aanwezig zijn omdat de coronacrisis niet alleen over gezondheid gaat. Onze grondrechten staan onder ernstige druk door de noodverordeningen en de anderhalvemeterwet die er aankomt. Ollongren …

De voorzitter:
U wilt de minister van Binnenlandse Zaken uitnodigen.

De heer Hiddema (FvD):
Ja, maar ik wilde haar nog even prijzen.

De voorzitter:
Dat mag.

De heer Hiddema (FvD):
Ollongren zou de hoeder van de Grondwet moeten zijn, maar is totaal onzichtbaar en we moeten haar hierover kunnen bevragen.

De voorzitter:
Goed. Dan ga ik naar mevrouw Agema van de PVV.

Mevrouw Agema (PVV):
Steun.

De heer De Groot (D66):
Geen steun.

De voorzitter:
Mevrouw Van Toorenburg namens het CDA, en dan de heer Öztürk.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Voorzitter, mijn man zegt altijd dat juristen soms helemaal niet te begrijpen zijn, maar nu snap ik waarom, want dat prijzen en dan deze uiting: ik snap dat ook niet. Maar geen steun omdat wij de vaste lijn hebben dat het kabinet gaat over zijn eigen afvaardiging. Je kunt soms iemand vragen maar wij hebben er geen behoefte aan.

De heer Öztürk (DENK):
Ook ik heb vaak wat zinniger woorden gehoord van de heer Hiddema. Geen steun.

De heer Bisschop (SGP):
Voorzitter. Het laat zich voorzien dat donderdag het punt dat de heer Hiddema opbrengt, een substantieel deel van het overleg zal zijn. In dat licht gezien is het verstandig dat de minister van Binnenlandse Zaken aanwezig is. Natuurlijk gaat het kabinet over de eigen afvaardiging maar dat laat onverlet dat de Kamer kenbaar kan maken dat zij het op prijs zou stellen dat die en die bewindspersoon aanwezig is. Steun dus voor dit verzoek.

De voorzitter:
Ja. Mevrouw Bromet en dan de heer Van Haga.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Voorzitter, geen bezwaar tegen de aanwezigheid van de minister van Binnenlandse Zaken.

De heer Van Haga (Van Haga):
Ik sluit me aan bij de woorden van de heer Bisschop. Dus steun.

De voorzitter:
Dan ga ik naar mevrouw Tellegen en dan mevrouw Dik-Faber.

Mevrouw Tellegen (VVD):
Geen steun.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ook geen steun voor het verzoek.

De voorzitter:
Dan ga ik naar mevrouw Van Brenk namens 50PLUS en de heer Moorlag namens de PvdA.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Steun.

De heer Moorlag (PvdA):
Geen steun.

De voorzitter:
Dan heeft u geen meerderheid, meneer Hiddema. Dank u wel. Daarmee zijn we ook aan het einde gekomen van de regeling van werkzaamheden. Ik schors de vergadering voor enkele ogenblikken, want we gaan hoofdelijk stemmen. Over vijf minuten? Eerst de stemmingsbel en dan wachten tot iedereen komt. En schoonmaken, heel belangrijk.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.