Plenair verslag

Tweede Kamer, 55e vergadering
Dinsdag 18 februari 2020

  • Aanvang 14:00 uur
  • Sluiting 23:25 uur
  • Status Ongecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Arib

Aanwezig zijn 143 leden der Kamer, te weten:

Van Aalst, Aartsen, Agema, Alkaya, Amhaouch, Arib, Asscher, Azarkan, Baudet, Becker, Beckerman, Beertema, Belhaj, Van den Berg, Van den Berge, Bergkamp, Van Beukering-Huijbregts, Bisschop, Den Boer, Van den Bosch, Martin Bosma, Bosman, Bouali, Bromet, Bruins, Buitenweg, Van Dam, Diertens, Tony van Dijck, Emiel van Dijk, Gijs van Dijk, Jasper van Dijk, Dijkhoff, Remco Dijkstra, Dik-Faber, Diks, Van Eijs, El Yassini, Ellemeet, Van Esch, Futselaar, Geluk-Poortvliet, Van Gent, Van Gerven, Geurts, De Graaf, Van der Graaf, Graus, De Groot, Groothuizen, Van Haga, Harbers, Rudmer Heerema, Pieter Heerma, Helder, Hermans, Hiddema, Hijink, Van den Hul, Jansen, Jetten, Karabulut, Van Kent, Kerstens, Klaver, Koerhuis, Van Kooten-Arissen, Kops, Kröger, Krol, Kuik, Kuiken, Kuzu, Kwint, Laan-Geselschap, Laçin, Van der Lee, Leijten, Van der Linde, Lodders, Madlener, Maeijer, Marijnissen, Markuszower, Von Martels, Van Meenen, Middendorp, Van der Molen, Moorlag, Agnes Mulder, Anne Mulder, Edgar Mulder, Nijboer, Nijkerken-de Haan, Van Nispen, Van Ojik, Omtzigt, Van Otterloo, Ouwehand, Öztürk, Özütok, Palland, Paternotte, Peters, Ploumen, Postma, Van Raak, Van Raan, Regterschot, Renkema, Rog, Ronnes, De Roon, Sazias, Schonis, Segers, Sienot, Sjoerdsma, Smals, Smeulders, Sneller, Snels, Van der Staaij, Stoffer, Tellegen, Tielen, Van Toorenburg, Veldman, Verhoeven, Voordewind, Aukje de Vries, Wassenberg, Van Weerdenburg, Westerveld, Weverling, Van Weyenberg, Wiersma, Van Wijngaarden, Wilders, Wörsdörfer, Van 't Wout, Yeşilgöz-Zegerius en Ziengs,

en mevrouw Van Engelshoven, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de heer Grapperhaus, minister van Justitie en Veiligheid, de heer De Jonge, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de heer Rutte, minister-president, minister van Algemene Zaken, de heer Vijlbrief, staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst, en mevrouw Visser, staatssecretaris van Defensie.

De voorzitter:
Ik open de vergadering van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van dinsdag 18 februari 2020. Ik heet iedereen, en in het bijzonder de mensen op de publieke tribune, van harte welkom.

Vragenuur

Vragenuur

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 136 van het Reglement van Orde.

Vragen Van Dam

Vragen van het lid Van Dam aan de minister van Justitie en Veiligheid over Oekraïense MH17-aanklagers die uit hun functie zijn ontheven.

De voorzitter:
We beginnen met het mondelinge vragenuur. Ik geef de heer Van Dam namens het CDA als eerste spreker het woord voor zijn vraag aan de minister van Justitie en Veiligheid, die ik ook van harte welkom heet, over Oekraïense MH17-aanklagers die uit hun functie zijn ontheven. De heer Van Dam.

De heer Van Dam (CDA):
Voorzitter. Op 9 maart start op Schiphol het strafproces tegen vier verdachten van het neerschieten van vlucht MH17. Ruim vijf jaar na het neerhalen van die vlucht in juli 2014 wordt dan gestart met het doen van recht, niet alleen aan de 298 mensen die daarbij zijn omgekomen, maar ook aan de nabestaanden die tot op de dag van vandaag geconfronteerd worden met dat verlies. Het openbare strafproces zal een belangrijk onderdeel zijn van het reconstrueren van datgene wat zich heeft afgespeeld, niet alleen op die fatale dag in juli 2014, maar ook in de weken en maanden daarvoor. Welke rol hebben de vier verdachten gespeeld die dan terechtstaan? Maar ook: welke verbinding is er met anderen, die wellicht in de toekomst nog moeten terechtstaan? Maar laten we het ook maar benoemen: welk verband is er met het Kremlin? We weten allemaal dat over het aanleveren van de Buk tot op het hoogste niveau contacten zijn geweest in Rusland.

Voorzitter. Gisteren werden wij opgeschrikt door het bericht dat de Oekraïense overheid minder dan een maand voor de zitting vijf van de zes officieren van justitie die betrokken zijn bij het JIT, het Joint Investigation Team, dat zo succesvol tot deze vervolging gekomen is, van de zaak afhaalt. Onbegrijpelijk. Een maand voor de zitting, een maand voor zo'n belangrijke gebeurtenis je topteam wijzigen. Wat is hier aan de hand? Afgelopen zomer hadden we al de gevangenenruil tussen Oekraïne en Rusland, waarbij toch ook grote vragen te stellen waren over wat nu de intentie is van de Oekraïense overheid. En let wel: tot nog toe hebben we daar niet over te klagen gehad.

Ik heb een aantal vragen aan de minister. Hoe lang is aan de Nederlandse zijde al bekend dat deze wissel eraan zat te komen? Ik begrijp dat het Nederlandse OM afgelopen najaar al hiervan wist. Waarom heeft de minister de Kamer daar niet over geïnformeerd, bijvoorbeeld in de brief die vorige week aan de Kamer is gezonden? Klopt het dat het Nederlandse OM zich geen zorgen maakt? Is dat niet wat voorbarig? Klopt het dat er pas over een maand aan Oekraïense zijde nieuwe mensen worden benoemd? Wat gaat er dan in de tussentijd gebeuren? Wat betekent deze wissel voor de continuïteit van het strafproces?

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan de minister.

Minister Grapperhaus:
Voorzitter. Eind vorig jaar is er, in het kader van een grote hervorming van het juridische systeem in de Oekraïne, door het Oekraïense parlement een wet aangenomen met gevolgen voor de aanstelling van officieren van justitie. In het belang van de start van het strafproces op 9 maart heeft Nederland vanaf vorig najaar in het periodieke overleg op verschillende niveaus aandacht gevraagd bij de Oekraïense autoriteiten voor het belang van historisch besef en continuïteit. Dat is zowel vanuit het OM als vanuit het ministerie van Buitenlandse Zaken door minister Blok gebeurd en vorige maand in Davos ook nog door onze minister-president. In die gesprekken en in contact met het Openbaar Ministerie hebben de Oekraïense autoriteiten laten weten het belang van historisch besef en continuïteit te onderschrijven en te ondersteunen. Nu waren er bij het JIT-team twee Oekraïense officieren van justitie betrokken. Een van de twee is als bijzonder adviseur aangebleven, zodat de continuïteit daarmee gewaarborgd kan blijven. Er worden twee andere Oekraïense officieren aangesteld binnen het JIT, het Joint Investigation Team van een aantal landen die landgenoten verloren hebben bij het neerhalen van de MH17. De gevolgen zullen volgens het Nederlands Openbaar Ministerie en volgens het JIT zo beperkt mogelijk zijn. Ik heb vertrouwen in de naderende MH17-procesgang. Die is ook jarenlang zorgvuldig voorbereid en het onderzoeksdossier is helemaal up-to-date. Het OM van Oekraïne blijft dus een betrokken JIT-partner en de wisseling van deze twee officieren, van wie er één als adviseur echt betrokken zal blijven, doet daar niet aan af.

In de brief van vorige week hebben we de laatste stand van zaken met betrekking tot het dossier en het naderende strafproces gedeeld. Deze personele wijziging dateert van december jongstleden. Gelet op de bevestiging van de Oekraïense autoriteiten dat de continuïteit gewaarborgd zou blijven, was er geen aanleiding om dat in die brief verder op te nemen. In ieder geval is dat niet een bewuste afweging geweest.

Ik dacht dat ik zo de vragen van de heer Van Dam beantwoord heb.

De heer Van Dam (CDA):
Ik vind die beantwoording volstrekt in lijn met ... Het is bijna alsof de Oekraïense overheid hier spreekt. Als ik het artikel in NRC lees, het interview met de officieren van justitie zelf die dit aangaat, zie ik dat er geen woord Spaans bij zit. Van de zes officieren van justitie betrokken bij dit onderzoek, zijn er vijf ontslagen. Ze moesten een examen doen, waarvan ze van tevoren zelf al zeiden dat ze dat wel niet zouden halen. Dat moet toch betekenis hebben voor dit onderzoek? Ik wijs op het feit dat dit in het najaar al bekend was en op het feit dat het al besproken is met het Nederlandse OM en kennelijk ook op regeringsniveau. Je kunt toch op je vingers natellen dat dit een bepaalde indruk wekt bij de betrokken politici, bij Kamerleden, en bij iedereen die betrokken is bij dit onderzoek of daarvoor interesse heeft? Die indruk wordt nu zeker verstevigd, nu we het uit de krant moeten lezen.

De rol van Oekraïne bij het onderzoek is tot nu toe eigenlijk voorbeeldig geweest, als het gaat om het terughalen van stoffelijke overschotten, het terughalen van het vliegtuig en het betrokken zijn bij het justitiële onderzoek. Dat is aan het veranderen en daar zit mijn zorg. Ik zou graag van het kabinet willen weten hoe zij tegen die veranderende houding aankijken.

Minister Grapperhaus:
Dat doe ik dan dus kennelijk weer in de kwaliteit als gewoon Nederlandse minister. Ik laat mij veel dingen aanleunen, maar ik laat mij niet aanleunen dat hier wordt gesuggereerd dat ik als Oekraïense overheid praat. Dat ga ik nou toch eens een keer hardop terugzeggen. Ik vind dat echt te ver gaan.

Voorzitter. Even naar de materie terug. Garanties voor de toekomst kun je niet afleiden uit in het verleden geleverde prestaties, maar de heer Van Dam geeft zelf al aan dat Oekraïne hier tot nu toe een voorbeeldige rol heeft gespeeld. Dat de wetgeving in Oekraïne is gewijzigd, is iets waar ik als minister van Justitie uiteraard verder geen rol in speel. Ik heb heel veel verantwoordelijkheden, heb ik gemerkt, maar die heb ik nou net niet. En ik heb van het OM begrepen ... Daar gaat het natuurlijk om, want ons Openbaar Ministerie heeft een belangrijke, leidende rol in dat Joint Investigation Team en vooral ook in het proces dat straks gaat starten. Men heeft vanuit Oekraïne voldoende bevestiging gekregen dat de continuïteit van betrokkenheid en ook van historisch besef gewaarborgd zullen zijn. Overigens is het proces van MH17 er een dat de Kamer en het kabinet samen, ieder in zijn eigen rol, kritisch en bij voortduring blijven volgen. Dat zal nu nog steeds zo zijn.

De voorzitter:
Tot slot, de heer Van Dam.

De heer Van Dam (CDA):
Ik denk dat het terecht is dat de minister mij corrigeert daar waar het gaat over mijn opmerking over de Oekraïense overheid. Mijn excuses daarvoor. Het gaat mij om de inhoud van wat ik zeg. Ik vind namelijk dat er in de reactie tot nu toe wel heel erg meegedacht wordt in de beweging die de Oekraïense overheid nu maakt. Ik denk dat wij daarover van mening verschillen, maar ik heb daar verder op dit moment geen vragen over te stellen. Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Dam. De heer Sjoerdsma namens D66.

De heer Sjoerdsma (D66):
Voorzitter. Ik deel die zorgen van de heer Van Dam. Na de eerdere gevangenenruil met Tsemach hebben we nu deze zaak. De minister spreekt van zo beperkt mogelijke gevolgen, maar daarmee zegt hij feitelijk dat er gevolgen zijn. De minister zegt dat het in december bekend was, maar dat hij geen noodzaak zag om daarover te communiceren. Dat is althans niet bewust gegaan. Ik wil de minister toch vragen welke waarborgen hij heeft dat dit geen gevolgen heeft voor het proces. Ik vind het namelijk van het allergrootste belang dat het proces ervoor zorgt dat de schuldigen de straf krijgen die ze verdienen en dat daar op geen enkele manier afbreuk aan kan worden gedaan door acties van Oekraïne.

Minister Grapperhaus:
Voorzitter. Ik denk dat dat een hele goede opmerking is, want daar gaat het uiteindelijk om: het proces moet kwalitatief en scherp kunnen plaatsvinden. Daar heb ik over gesproken met het Openbaar Ministerie, want dat is natuurlijk vooral mijn verantwoordelijkheid. Het Openbaar Ministerie heeft mij uiteengezet dat in de fase waarin het onderzoek door het Joint Investigation Team is gebracht ter voorbereiding van het procesdossier, in het procesdossier zelf en in de kennis en technologische knowhow die in dat JIT besloten liggen, voldoende waarborgen aanwezig zijn om ervoor te zorgen dat het proces echt gewoon goed gevoerd gaat worden. Daarnaast is er de toezegging van de Oekraïense overheid dat men door middel van het aanhouden van een van de officieren als adviseur voor het JIT de continuïteit zal blijven waarborgen. Verder heb ik veel vertrouwen in de kwaliteiten die in het JIT zijn geïnvesteerd en in de kundigheid van ons Openbaar Ministerie.

De voorzitter:
Dank u wel.

Vragen Buitenweg

Vragen van het lid Buitenweg aan de minister van Justitie en Veiligheid over antisemitische incidenten in Nederland.

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Buitenweg namens GroenLinks voor haar vraag over antisemitische incidenten in Nederland.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Eind vorig jaar stonden we hier ook, toen naar aanleiding van cijfers van het Europees Bureau voor de grondrechten. Die lieten zien dat sprake is van een groeiend antisemitisme, van toenemende haat en intolerantie in Europa. We zagen ook dat heel veel mensen die slachtoffer zijn van antisemitisme niet naar de politie gaan, omdat ze denken dat dat toch niets uitmaakt.

De vraag is wat er is veranderd. Niet eerder registreerde het CIDI zo veel antisemitische incidenten in Nederland als in 2019: 182 gevallen van scheldpartijen, bedreigingen en fysiek geweld met een antisemitisch motief. Het is een toename van 35%. Het is het hoogste aantal in de 30 jaar dat deze cijfers zijn bijgehouden. Elk incident heeft een grote impact op de slachtoffers zelf, maar ook op de gemeenschap als geheel.

We vieren dit jaar 75 jaar vrijheid, maar die vrijheid wordt geweld aangedaan als je bang moet zijn, bang dat de ramen van je restaurant worden ingegooid, bang dat je niet jezelf kunt zijn, bang dat je geen keppeltje kunt dragen in vrijheid. Ik weet dat de minister van Justitie en Veiligheid zich ook zorgen maakt over het antisemitisme. Ik weet dat hij volgende week aanwezig zal zijn bij De Dokwerker, wanneer we de Februaristaking herdenken. Maar wat hebben zijn inspanningen het afgelopen jaar nou opgeleverd? Hij heeft beloofd dat hij meer werk zou gaan maken van de aangiftebereidheid en het veiligheidsgevoel. Daar zou hij voor in overleg treden, ook met de joodse gemeenschap. Is die aangiftebereidheid inderdaad toegenomen en is dat veiligheidsgevoel toegenomen? Zo niet, wat is er dan nodig?

Voorzitter. Van de politiecijfers uit 2018 weten we dat van de 3.300 geregistreerde feiten van discriminatie het in 8% ging om antisemitisme. Hoe zit dat voor 2019? Wat is er gedaan met de aanbevelingen om veel preciezer te registreren of sprake is van antisemitisme en de context waarin dat plaatsvindt? Gebeurt dat nu ook? Wat is het ophelderingspercentage? Zijn er daders echt gestraft?

Ten slotte. Wat zijn de trends in en de aanpak van het online-antisemitisme?

De voorzitter:
Het woord is aan de minister.

Minister Grapperhaus:
Voorzitter. We worden toch iedere keer weer opgeschrikt door het feit dat antisemitisme geen fenomeen uit het verleden is, ook in dit herdenkingsjaar, waarin we nog onlangs, driekwart jaar geleden, de bevrijding van Auschwitz herdachten. Er zijn onlangs joodse graven in Dordrecht geschonden. Tijdens de wedstrijd Ajax-PSV op 2 februari waren er weer antisemitische spreekkoren. Mensen — dat trek ik me nog veel meer aan — voelen zich niet veilig om hun joodse identiteit te tonen. Ik herinner u eraan dat we met elkaar als kabinetsleden en Kamerleden vorig jaar met een keppel op hier op het Plein hebben gestaan. Dat moeten we dit jaar denk ik weer doen, want het is afschuwwekkend dat dit zo is.

De cijfers van het CIDI bevestigen helaas dat er toch een trend lijkt te zijn van een toename van incidenten op het gebied van antisemitisme. Ik ben nog bezig om cijfers over de aangiftes en de meldingen over 2019 te verwerken, want een van de belangrijkste dingen vind ik vooral dat mensen hun klacht kwijt kunnen.

Het kabinet zet zich met een brede aanpak in het Nationaal Actieprogramma tegen discriminatie in tegen alle vormen van discriminatie, maar belangrijk acht ik het initiatief van mevrouw Yeşilgöz-Zegerius en de heer Segers. Zij hebben vorig voorjaar nog een initiatiefnota voor de aanpak van antisemitisme gepresenteerd. Daar hebben we als kabinet een investering van 3,5 miljoen euro op gezet om in die aanpak daar wat extra aan te gaan doen. Dat is een programma dat zich richt op het vergroten van de weerbaarheid maar ook de bewustwording en, zo geef ik ook duidelijk aan, de capaciteitsopbouw om het flink te kunnen aanpakken waar het gebeurt.

Voorzitter. Niet veel mensen weten dat, maar ik bezoek in een andere hoedanigheid, van minister van de eredienst, regelmatig een synagoge. Ik vind het droevig dat ik dan toch het gevoel heb dat ik daar ben als minister van Justitie en Veiligheid, maar dat is kennelijk nodig. Ik spreek me in het openbaar en de media uit tegen antisemitisme en ik roep u op hetzelfde te doen. Antisemitisme vloekt bij ons. We moeten het gesprek aangaan, het harde gesprek aangaan met de mensen die zich kennelijk nog steeds menen te moeten verlagen tot dit soort uitingen. Ik zal dat volgende week ook bij de herdenking van de Februaristaking aan de orde stellen. We moeten ons uitspreken tegen antisemitisme, maar er ook met vereende krachten tegen optreden. Ik zeg uw Kamer toe dat ik spoedig kom met hoe de actuele cijfers eruitzien en dat ik in dat kader net als vorig jaar weer voornemens ben om met het CIDI en andere partijen om de tafel te gaan, want we moeten dit helemaal klein krijgen.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):
Ik zie dat het de minister echt wat doet en dat weet ik ook. Vandaar dat ik niet zozeer vraag naar zijn commitment, maar vooral naar wat het veranderd heeft, bijvoorbeeld in de aangiftebereidheid bij de politie. Ik neem er nota van dat we die cijfers nog krijgen.

De minister zegt dat hij graag wil dat we ons uiten. Dat is denk ik ook belangrijk. We hebben ook gevraagd aan het kabinet om zich te uiten en bijvoorbeeld andere regeringsleiders aan te spreken op antisemitische uitingen. Daar was het kabinet aanvankelijk niet voor. De Kamer heeft de motie daarover wel aangenomen. Ik wil dan ook graag van de minister horen wat daarmee gedaan is. Het is namelijk van belang om ons niet alleen hier te uiten, want het is natuurlijk een wereldwijd probleem. Dus heel graag daar wat opheldering over. Ik wil ook aan de minister vragen of hij bereid is om dit hoog op de agenda te zetten bij een volgende JBZ-Raad, omdat ik echt denk dat dit een Europabrede aanpak verdient.

Minister Grapperhaus:
Ik heb het op de JBZ-Raad vorig jaar aan de orde gesteld. Dat was een discussie waarin ook de Duitse minister van Justitie heel duidelijk het belang van het tegengaan van antisemitisme onderstreepte en waarin we echt hebben aangegeven dat we hier met elkaar een prioriteit van moeten maken, want … Dat hoef ik niet uit te leggen. Maar ik wil toch een paar dingen noemen. We gaan van die 3,5 miljoen euro ook geld investeren in het bezoeken van schoolklassen. Een van mijn zorgen is dat er signalen komen — daar weet u van als Kamer — dat schoolklassen soms leeglopen, dat leerlingen de Holocaust ontkennen. Ik vind dat we niet vroeg genoeg kunnen beginnen met kinderen uitleggen wat er is gebeurd en waarom wij als samenleving voor iedereen inclusief zijn. Ik zal ook binnenkort terugkomen op de motie-Asscher over geen contact hebben met organisaties die de Holocaust ontkennen. Dat was een motie die in een ander debat is ingediend, maar die ik naar mij toe heb getrokken. Want het moet heel duidelijk zijn. Ik sta hier niet alleen om mijn eigen gevoel te uiten, maar ook om te zeggen: als deze maatregelen niet genoeg blijken, als bijvoorbeeld de aangiftebereidheid nog steeds laag is — die cijfers komen zeer binnenkort — dan vind ik dat er nog veel meer dingen gedaan moeten worden dan wij nu doen. Dat moeten we ons zeker in dit jaar van 75 jaar herdenking aantrekken.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):
Ik merk op dat één vraag nog is blijven liggen. Die gaat over de motie die het kabinet vraagt om stelling te nemen in buitenlandse gremia en om bijvoorbeeld ook Orbán heel helder aan te spreken op zijn uitingen. Zo zijn er wel meer uitingen gedaan door regeringsleiders. Het is heel goed om hier stelling in te nemen, maar het is ook belangrijk om ambtsgenoten aan te spreken. Mijn vraag is of dat ook is gebeurd. Het kabinet was huiverig voor die motie. Die is wel heel breed aangenomen door de Kamer. Dus ik wil daar ook wat meer uitleg over. Ik wil ook iets meer invulling krijgen van de beloftes die gedaan zijn over het spreken met de joodse gemeenschap over het verhogen van de aangiftebereidheid. Wat zijn daar de uitkomsten van geweest? Welke maatregelen zijn er daarna ook geïmplementeerd door de minister?

Minister Grapperhaus:
Ik heb net al aangekondigd dat ik terugkom op de aangiftebereidheid en of dat gesprek nou heeft geleid tot meer aangiftes en meldingen. Dat is één. Twee. Ik heb zelf vorig jaar een vrij ruw gesprek gehad met mijn Hongaarse ambtgenoot, omdat ik uitgerekend in Boedapest was op de dagen dat daar de affiches van Juncker en Soros hingen. Als ik zeg dat het een ruw gesprek was, dan begrijpt u dat het niet in de gewone diplomatieke verhoudingen paste. Ik heb hem namelijk vierkant aangesproken op het feit dat ik het niet vond kunnen wat er met die posters werd gesuggereerd. Waar dat zinvol is, spreek ik de collega's daar in Europees of ander verband op aan.

De heer Jasper van Dijk (SP):
Een toename van 35% van gevallen van antisemitisme is absoluut onaanvaardbaar. Racisme en antisemitisme moeten met wortel en tak worden uitgeroeid. Maar minstens zo erg is wat ik hier lees in dit artikel: "Veel Joden doen geen aangifte van incidenten, omdat ze het gevoel hebben dat de politie er toch niets mee doet. Dat gevoel is ook gebaseerd op het onbegrip dat zij vaak op het politiebureau ervaren." Hoe gaat de minister dit verschijnsel bestrijden en hoe gaat hij ervoor zorgen dat elke aangifte en elke melding serieus worden opgepakt door de politie?

Minister Grapperhaus:
Er is sinds enige tijd een joods politieoverleg, dat er nu juist echt op gericht is om — laat ik het zo zeggen — voor de gemiddelde diender meer verbinding te maken met antisemitisme en wat dat met mensen doet. Dat is daar dus helemaal op toegespitst. Ik heb daar zelf al twee keer eerder contact mee gezocht. De eerste keer om te kijken hoe dat uitpakt naar aanleiding van de aanslag in december 2017 op het joodse restaurant HaCarmel en daarna toen er op de Albert Cuyp een ernstig steekincident met antisemitische motieven was. De politie werkt er echt aan om juist op dit punt meer kennis en begrip bij agenten te laten ontstaan. Niet alleen over hoe je antisemitisme precies kunt zien en hoe zich dat manifesteert, want soms is dat wat bedekt, maar ook om te laten zien waarom het nou juist iets is wat bij de joodse gemeenschap een uiterst gevoelige snaar raakt.

Mevrouw Den Boer (D66):
D666 maakt zich ook ernstige zorgen over deze schrikbarende cijfers. Het is al een tijdje zo. Wie het rapport van het grondrechtenagentschap van de Europese Unie leest, ziet dat dit al een tijdje aan het licht komt, met name dat antisemitische incidenten niet of onvoldoende worden aangegeven en dat de politie er veel te weinig mee doet. Al enige tijd ligt er in dit verband ook een motie, de motie-Bergkamp c.s., die vraagt om hier meer in te investeren, om meer te investeren in politiemensen en gespecialiseerde rechercheurs, meer op te leiden en meer kennis op te doen. Hoe zorgt de minister ervoor dat het vertrouwen weer terugkomt in de politie dat zij de aangifte en het hele vervolg daarop ook daadwerkelijk serieus neemt?

Minister Grapperhaus:
Dat gebeurt juist door dat joods politienetwerk dat ik net noemde, maar het gebeurt ook doordat in de aanpak die we nu aan het uitzetten zijn, nog veel meer wordt uitgelegd, niet alleen wat ook bedekt antisemitisme zou kunnen zijn, maar ook waarom er zo'n enorm gevoelige snaar mee wordt geraakt, die natuurlijk te maken heeft met het verschrikkelijke verleden van de Holocaust.

De heer Wilders (PVV):
Het is bijna om misselijk van te worden. Wij praten hier nou ongeveer tien minuten in deze Kamer over antisemitisme, en niemand, werkelijk niemand, heeft nog de grootste veroorzaker van het antisemitisme benoemd: dat zijn natuurlijk de islam en de islamisering. Noch GroenLinks, noch de SP, noch D66, maar ook niet deze minister van het CDA, de partij die er verantwoordelijk voor is dat Nederland is geïslamiseerd, dat we op dit moment 1 miljoen moslims in Nederland hebben, waarbij de islam synoniem is aan Jodenhaat. Dus vraag ik aan meneer de minister: als u eerlijk bent, dan erkent u dat de islam de belangrijkste — misschien niet de enige maar wel de belangrijkste — veroorzaker van het antisemitisme is. U moet ophouden met uw opengrenzenbeleid en het volproppen van het land met nog meer moslims. Want u zorgt ervoor dat het antisemitisme groeit en dat de joden gillend ons land uit rennen.

Minister Grapperhaus:
Het meest weerzinwekkende regime waar ik van weet was het naziregime. Het naziregime was een regime dat uitging van ariërs, een regime — laten we maar heel duidelijk zijn — dat in Duitsland en Oostenrijk zijn oorsprong vond en waar geen enkele, voor zover mij tot nu toe bekend, band met de islam was. Ik ben opgevoed met de gedachte dat dat het meest gruwelijke antisemitische regime is geweest dat we ooit hebben meegemaakt. Dat doet er niets aan af dat ik vind dat mijn beleid tegen antisemitisme gericht moet zijn op de persoon die het doet, ongeacht zijn geloofsachtergrond of wat voor rotsmoes.

De heer Wilders (PVV):
Wat een ontzettend laf en zwak verhaal van deze minister. Opnieuw ontkent hij gewoon dat Jodenhaat intrinsiek is aan de islam. In de Koran, meneer de minister, staat dat joden apen en zwijnen zijn, dat ze slecht zijn, dat ze niet te vertrouwen zijn, dat ze leugenaars zijn, dat ze oneerlijk zijn. Uw vergelijking met dat verschrikkelijke fascisme: ja, inderdaad, in de Koran staat 10% antisemitisme, en dat is veel meer dan in Mein Kampf. Dus de Koran staat vol met Jodenhaat. Ik vraag u nogmaals om eerlijk toe te geven dat er een verband is tussen de massa-immigratie van mensen uit islamitische landen en het antisemitisme hier, en dat de oplossing voor het antisemitisme dus ook gezocht moet worden in het de-islamiseren van Nederland. Als u dat niet doet, bent u politiek correcte prietpraat aan het verkopen.

Minister Grapperhaus:
Ik verkoop geen politiek correcte prietpraat. Dat doe ik nooit, en nu ook niet, en zeker niet over een verschrikkelijk onderwerp als antisemitisme. Ik heb zonet al gezegd dat het mij geen bal uitmaakt wat iemands excuus of reden is om antisemiet te zijn. Ik bestrijd het en ik roep iedereen op om dat met mij te doen. Laat ik een voorbeeld geven. Het waren communisten die opstonden en de Februaristaking organiseerden. Het communisme is een stroming die inmiddels in onze maatschappij toch wel uiterst gering is geworden, als zij er nog is, maar we kunnen alleen maar respect hebben voor het feit dat de communisten daartegen zijn opgestaan. Iedereen die het omgekeerde doet, pakken we aan.

De heer Bisschop (SGP):
Dat klinkt heel goed, maar ik heb eens wat teruggebladerd in de Handelingen. Ik kwam daar een verslag van het vragenuur tegen van 19 juni 2012. Het lid Van Klaveren stelde daarin vragen naar aanleiding van het bericht "Meer geregistreerde antisemitische scheldpartijen". Het was alsof dat het bericht van gisteren was. Dat lid bevroeg de bewindspersoon daarover: wat wordt er nou allemaal gedaan? En wat zei de toenmalige staatssecretaris? "Laat het helder zijn dat de inspanning van het kabinet onverminderd doorgaat. Wij hebben gesprekken met die en we hebben gesprekken met deze en we gaan er een eind aan maken." Ik hoor nu de minister zeggen dat hij wacht op de veelbelovende aanpak in het voorstel van Yeşilgöz-Zegerius, de collega naast mij, en Segers, waarvoor een bedrag van 3 miljoen beschikbaar is. Mijn vraag is de volgende. Dit is nu bijna acht jaar geleden. Wat gaat het kabinet extra doen om te voorkomen dat we volgend jaar naar aanleiding van de monitor van CIDI weer de kop "antisemitische uitingen weer toegenomen" in de krant krijgen? Extra dus.

Minister Grapperhaus:
Ik denk dat het een misverstand is, want ik dacht dat ik het goed had uitgelegd. Het initiatief van mevrouw Yeşilgöz-Zegerius en de heer Segers is door het kabinet overgenomen, en dat is een heel programma dat al in gang is gezet. Ik heb ook gezegd dat ik straks zeker met uw Kamer wil kijken of de maatregelen die ik vorig jaar heb aangekondigd voor het verhogen van de aangiftebereidheid inmiddels daadwerkelijk effect beginnen te sorteren. U zult mij hier niet horen zeggen wat een vorige bewindspersoon heeft gezegd en wat zojuist door de heer Bisschop werd geparafraseerd of geciteerd, namelijk dat we gaan zorgen dat het er helemaal niet meer is, of zo'n soort tekst. Want antisemitisme, hoe verschrikkelijk ook, is kennelijk iets wat bij sommige mensen af en toe wordt aangewakkerd. Wat wij absoluut moeten voorkomen is dat anderen dat slechte voorbeeld navolgen. Mensen die steeds in die verkeerde houding blijven zitten, moeten worden aangepakt. Ik zie het als mijn belangrijkste taak om jongeren echt heel erg duidelijk te maken dat dit vloekt met onze samenleving.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
De joodse gemeenschap in Nederland is echt heel klein. Je krijgt er de ArenA niet mee vol. En toch zien we dat zij onevenredig vaak slachtoffer zijn van discriminatie. Dat zijn geen losse incidenten; joodse Nederlanders vertellen ons dat dat deel uitmaakt van hun dagelijks leven. Ik weet dat de minister heel erg begaan is met dit onderwerp en met de joodse gemeenschap, en daar ook heel erg mee bezig is. Ik dank hem ook voor het noemen van het voorstel van de heer Segers van de ChristenUnie en mijzelf. Wij komen daar binnenkort over te spreken. Ik wil nu één aspect uit het rapport van het CIDI naar voren halen. In het rapport wordt besproken dat onder andere bij demonstraties, dus anti-Israëldemonstraties en de zogenaamde BDS-demonstraties, waarbij een boycot richting Israël wordt gepredikt, het aantal antisemitische incidenten enorm is gestegen. Nou is de vrijheid van demonstratie een heel groot goed — dat moet ik er echt bij zeggen — dat we met z'n allen willen verdedigen. Tegelijkertijd willen we dat het niet misbruikt wordt door mensen om strafbare feiten te begaan of antisemitische uitspraken te doen.

De voorzitter:
En de vraag is?

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
En mijn vraag aan de minister is: kan hij hier specifiek aandacht aan besteden, om te kijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat mensen kunnen demonstreren voor waarvoor ze willen demonstreren, zonder dat dat recht wordt misbruikt voor dit soort zaken?

Minister Grapperhaus:
Ik wil hier wel toezeggen dat ik dit punt in het volgende Landelijk Overleg Veiligheid en Politie zal aanroeren. Daar zijn de regioburgemeesters vertegenwoordigd, en vooral ook de G4-burgemeesters, om met elkaar te kijken hoe we hier nog effectiever kunnen optreden.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):
Eerder hebben we ook weleens gesproken over het extra strafbaar maken van hatecrimes. De heer Segers en ik zijn daarover al eerder in contact geweest met het ministerie. Ik weet vanuit het ministerie dat er de nodige twijfel is. Mijn vraag aan de minister is: wat vindt de minister, vindt hij het zinnig om hatecrimes extra strafbaar te stellen en daarvoor te zorgen, juist omdat dit niet alleen het slachtoffer raakt, maar een hele gemeenschap, en het daardoor dus ook een extra groot effect heeft om dat met een extra grote straf te bestraffen?

Minister Grapperhaus:
Op mijn ministerie zijn we al bezig met twee extra strafbaarstellingen. Eentje is het als strafverzwarende omstandigheid in de wet opnemen als er sprake is van discriminerende motieven bij het plegen van geweld. De tweede is strafverzwarende omstandigheden opnemen bij belediging als dat anderen uiteindelijk aanzet tot geweld of bedreiging. Een derde punt is de kwestie van hatespeech. Daarover zijn we ook in de Europese Unie in gesprek, met de groep van de zeven Justitieministers van de zes oprichterslanden plus Spanje. Ik wil uw Kamer toezeggen dat ik daarop terugkom als er vooral ook uit die groep van zeven een duidelijker beeld is. Want ik vind dat we dit in de Europese Unie zo veel mogelijk op dezelfde manier moeten oppakken en daartegen in moeten gaan.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Antisemitisme is natuurlijk vreselijk. Ik kan me ook nauwelijks voorstellen dat je je hier voortdurend aangevallen zou voelen, gewoon om wie je bent en wat je gelooft. Wetgeving is mooi, preventie is belangrijk, maar vervolgens is lik op stuk minstens zo belangrijk. Waar dan mijn zorg zit, of het nou om spreekkoren gaat, demonstraties of individuele uitingen, is dat heel veel mensen zich zo onaantastbaar voelen om zich te uiten en zich te gedragen zoals ze doen, omdat ze weten dat het toch heel lang duurt voordat dit soort haatuitingen daadwerkelijk tot vervolging of een aanpak leidt. Graag een reactie van de minister.

Minister Grapperhaus:
Ik denk dat hier het probleem is dat mensen zich vaak verschuilen in de groep. Met de repressieve kant is het vaak lastig aan te pakken. Dat is het al wel meer als je in het kader van het onlineantisemitisme de zaak oppakt. We hebben ook in het kader van die extra gelden een aanpak van antisemitisme online op gezet, waarbij we inderdaad in capaciteitsopbouw bij de politie investeren. Daarnaast hebben we bij 6.000 tot 8.000 leerlingen in vmbo tot en met vwo een pilot om antisemitisme op het internet te herkennen, en ook aan te geven wat ze daarmee moeten doen. Want dat is natuurlijk het punt: het moeten bijna heterdaden zijn, wil je hier met succes repressie op kunnen toepassen. Dat is een punt van aandacht. Als we terugkomen op die meldingen over hoe het is gegaan met die aangiftes vorig jaar, zal ik hier ook nog nader op reflecteren.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Het gaat niet alleen over op heterdaad betrappen. Maar ik hoorde de minister voorbeelden aanhalen van een aantal incidenten, bijvoorbeeld uit Amsterdam: de Albert Cuypmarkt, restaurant HaCarmel. Daarvan zegt de minister dat dat antisemitische incidenten zijn, terwijl we weten dat politie en justitie en de rechter dat op een andere manier beoordelen. Nu willen we heel graag dat de nationale coördinator die eraan zit te komen, daar ook aandacht aan besteedt, maar ik wil dit de minister ook graag meegeven voor in de gesprekken die hij heeft, om te kijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat de vreselijke zaken die gebeuren, ook echt gezien worden als wat ze zijn. En als een joods restaurant voor de derde keer wordt belaagd en er meteen binnen 24 uur in Amsterdam wordt gezegd dat het geen antisemitisch incident was, waar hebben wij het dan met elkaar nog over? Ik zou daar dus heel graag aandacht voor willen.

Minister Grapperhaus:
Ik denk dat ik toch even mag opkomen voor de Amsterdamse politie, die in dat incident zeker adequaat heeft gereageerd. Misschien zijn er in de woordvoering op enig moment dingen niet goed gegaan, maar ook daar is van geleerd. Daarom zijn er ook contacten met het Joods Politie Netwerk.

Wat ik vooral wil zeggen in antwoord op deze vraag, is dat het Landelijk Expertise Centrum Discriminatie inmiddels structureel is uitgebreid met twee voltijdsbanen. We kijken nu hoe meldingen van antisemitische incidenten daar beter gestroomlijnd kunnen worden. Ik denk dat we meer moeten inzetten op dat soort dingen. En we moeten ons allemaal hardop in het openbaar hiertegen uitspreken.

De voorzitter:
Dank u wel.

Vragen Smals

Vragen van het lid Smals aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over mbo'ers die zonder diploma gelokt worden door bedrijven.

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan de heer Smals namens de VVD voor zijn vraag aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, die ik ook van harte welkom heet. De vraag gaat over mbo'ers die voor het behalen van hun diploma worden weggelokt door werkgevers. De heer Smals namens de VVD.

De heer Smals (VVD):
Dank u wel, voorzitter. De aanleiding voor deze vragen is natuurlijk het fantastische bericht in het AD dat mbo'ers steeds meer waardering krijgen. Dat gevoel had ik al eerder, maar het blijkt nu ook daadwerkelijk uit de analyse van Jobdigger. Ik denk dat ik namens bijna iedereen spreek als ik zeg dat we daar ontzettend blij mee zijn.

En toch leeft er nog wel een zorg, die de VVD ook al eerder heeft uitgesproken. In 2018 lag er al een Kameruitspraak naar aanleiding van een motie van collega Wiersma, die erop aandrong om zo veel mogelijk studenten een diploma te laten halen. Om die eerdere motie kracht bij te zetten en om voortgang te vragen, is er recent een aansporende motie — zo noem ik het maar — over groenpluk aangenomen, van collega Kuik en mij. We zijn nu twee jaar verder. Het probleem is blijkbaar nog niet opgelost en groeit zelfs.

Dus, wat heeft de minister tot nu toe gedaan? Welke concrete maatregelen zijn er al genomen? Of moeten we wachten tot april voordat er eindelijk iets gaat gebeuren om het probleem aan te pakken? Als we tot april moeten wachten, maak ik me wel zorgen of we dan op tijd zijn om voor het komende schooljaar een goede oplossing te vinden voor deze groeiende groep die zonder diploma van school af gaat. Kortom, wat heeft de minister tot nu toe gedaan? Wanneer komen er concrete maatregelen? Komen die nog op tijd voor volgend jaar? Of moeten we nog een jaar wachten?

De voorzitter:
Het woord is aan de minister.

Minister Van Engelshoven:
Voorzitter, dank u wel. Heel fijn dat de heer Smals via dit vragenuur nog een keer aandacht vraagt voor het verschijnsel dat we "groenpluk" noemen. Het is heel mooi om te zien dat die mbo'ers zo gewaardeerd worden in de samenleving, zelfs zozeer dat ze voor het behalen van hun diploma van school worden gehaald, omdat werkgevers dringend op hen zitten te wachten. Tegelijkertijd is het ook zeer onwenselijk dat jongeren zonder het halen van een diploma de school verlaten.

Ik zag dit weekend ook werkgevers op televisie die zich zorgen maken over de basisvaardigheden van toekomstige werknemers. Over die basisvaardigheden gaat het namelijk ook in het mbo. Daar gaat het ook om rekenen. Daar gaat het ook om taal en om burgerschap. Ik zou diezelfde werkgevers willen aansporen om die jonge mbo'ers niet voortijdig van school te halen en ervoor te zorgen dat zij hun opleiding volledig kunnen afmaken. Want ook dat maakt dat zij betere werknemers zijn voor de toekomst.

Wij zijn druk in gesprek over wat we concreet kunnen doen om dit verschijnsel aan te pakken. Dat doen we langs een aantal lijnen. Ten eerste moeten we goed weten waar het echt om schooluitval gaat, om echte vsv'ers, en waar het om groenpluk gaat. Wij zijn met de scholen en de RMC's, de coördinatoren van de gemeenten in de regio's, in gesprek over hoe we onderscheid kunnen maken tussen vsv'ers enerzijds en groenpluk anderzijds. De afspraak is dan dat de RMC contact opneemt met SBB over het realiseren van een leerbaan op de werkplek. Daar waar een jongere van school wordt gehaald en gaat werken, kun je ook zorgen voor een leerwerkplek, zodat hij op die werkplek zijn school kan afmaken. De school zoekt dan ook naar mogelijkheden om flexibele instroom mogelijk te maken en om maatwerk te leveren.

Op dit moment hebben we op een haar na gevild een intentieverklaring met werkgevers, waarin zij zich eraan committeren om waar mogelijk die werkplek om te vormen tot een leer-werkbaan. Met alle partners zetten we ons ook in voor een betere communicatie naar de achterban. Zo hebben we met de JOB afspraken gemaakt om jongeren te waarschuwen dat als ze bijvoorbeeld studiefinanciering hebben gehad en ze voortijdig de school verlaten, ze hun lening moeten terugbetalen en ze met een hogere schuldeis komen te zitten. Dus op alle fronten zijn we bezig. Zoals gevraagd, krijgt u ook voor 1 april de intentieverklaring van mij. Natuurlijk zijn we voor die tijd al heel hard bezig om gewoon in de werkelijkheid concrete stappen te zetten, maar met u ben ik van mening dat hier sprake is van een onwenselijk verschijnsel. Zorg nou dat jongeren gewoon hun diploma kunnen halen.

De heer Smals (VVD):
Ik dank de minister voor haar antwoorden. Fijn dat we delen in de vreugde over het feit dat mbo'ers zo goed gewaardeerd worden, veel meer dan in het verleden. Maar ik blijf toch achter met het gevoel dat we niet moeten vergeten dat het hierbij gaat om jongeren die aan het begin van hun carrière staan, die van school worden gelokt met een mooie belofte en dan na een paar jaar, als ze een nieuwe stap willen maken, ertegenaan zullen lopen dat ze geen diploma hebben. U onderschrijft dat ook en daarom zit ik zo hard te drukken op maatregelen die we nu moeten nemen. Daarom vraag ik u nogmaals of ik ervan kan uitgaan dat we maatregelen nemen om bedrijven die aan groenpluk doen, dus bedrijven die het bedrijfsbelang boven het belang van de student stellen, aan te sporen om daarmee te stoppen. Ook is het van belang dat die maatregelen op tijd worden genomen, zodat voorkomen wordt dat leerlingen die volgend schooljaar beginnen ertoe verleid worden om te stoppen.

Minister Van Engelshoven:
Natuurlijk is voorkomen altijd beter dan genezen, maar, zoals ik u net heb uitgelegd zijn we langs alle lijntjes die we hebben aan de slag om ervoor te zorgen dat ook werkgevers zich bewust zijn van het belang dat die jongeren hun diploma halen en om ervoor te zorgen dat de RMC's het onderscheid kunnen maken tussen echte uitval en groenpluk, dat de scholen ervoor zorgdragen dat er flexibele instroom is en maatwerk geleverd kan worden en dat de SBB actief meekijkt naar de mogelijkheden om van die werkplek ook een leer-werkbaan te maken. Dus met alle betrokken partijen is men volop aan de slag om dit probleem te tackelen, maar ik ben het met u eens dat het begint bij werkgevers die hier maatschappelijk verantwoord gedrag moeten tonen.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Smals. De heer Kwint namens de SP.

De heer Kwint (SP):
Dank. Ik ben in ieder geval heel blij met de woorden van de VVD dat ervoor gezorgd moet worden dat grote bedrijven niet alleen maar hun eigen belang nastreven omdat je anders met z'n allen in de problemen komt. Dat tel ik dan maar alvast als winstpuntje. Er werd gevraagd om concrete maatregelen. Nu hebben we samen met het bedrijfsleven een regeling voor praktijkleren. Die zorgt ervoor dat heel veel mbo'ers in de praktijk bij een bedrijf een vak kunnen leren. Dat is een mooie regeling. Maar wij kunnen toch heel eenvoudig zeggen: even goede vrienden, maar als jij mensen van het mbo plukt zonder dat ze een diploma hebben, dan gaan we jou ook niet meer subsidiëren voor die andere mensen die je een opleiding wil geven en gaan we alleen mensen opleiden bij bedrijven die op een fatsoenlijke manier met jonge mensen omgaan? Meneer Smals zei het net ook al, dit zijn mensen die als eerste weer op straat gekieperd worden op het moment dat de werkgelegenheid terugloopt. Is de minister bereid om te kijken of we die regeling voor praktijkleren, die subsidieregeling, ook kunnen inzetten om dit ongewenste fenomeen tegen te gaan?

Minister Van Engelshoven:
Het vraagstuk dat zich voordoet is nou juist dat de bedrijven waarin deze jongeren terechtkomen vaak geen leer-werkbedrijf zijn of die leer-werkplek niet hebben en dus ook die subsidie niet krijgen. Dus volgens mij past dit niet helemaal op elkaar. U kent mij, ik geloof eerder in de wortel dan in de stok en ik ben voorlopig ook nog even met de wortelen bezig voordat ik ga nadenken over de stok.

De voorzitter:
Nou, dan moet u daar nog even goed over nadenken, meneer Kwint.

De heer Kwint (SP):
Ja, ik kom wel een keer terug met een stok.

De voorzitter:
Dat dacht ik al.

Mevrouw Kuik (CDA):
Het mbo is hot en dat is mooi, want vakmensen hebben we hard nodig, maar het is niet oké dat bedrijven jongeren van school plukken. We hebben er ook een motie over ingediend, dus daar is de minister mee aan de slag. Maar ik ben wel benieuwd of wij in beeld hebben welke sectoren en welke bedrijven die jongeren van school af plukken. Zodra we dat weten, kunnen we ze namelijk ook aanspreken. Dan kunnen we ook kijken of er bijvoorbeeld een bbl-werk-leertraject ontbreekt en of we dat dan zouden moeten inzetten.

Minister Van Engelshoven:
Terechte vraag van mevrouw Kuik. Ja, we zijn op dit moment bezig om te kijken of er specifieke sectoren zijn waar dit opgaat. Ik hoorde bijvoorbeeld gisteravond een debatje op de radio waarin het specifiek ging over de ICT-sector. Het gaat waarschijnlijk ook om sectoren die kampen met tekorten. Maar via de informatie die we van de RMC-regio's krijgen, krijgen we er ook zicht op om welke opleidingen en om welke bedrijven het nu gaat. Dat betekent namelijk ook, en daar zijn we in de intentieverklaring nu al mee bezig, dat we het bedrijfsleven niet alleen via de landelijke koepels aanspreken, maar ook heel specifiek via die sectoren. Ik ga die dan ook vragen: zet uw handtekening, want ik wil van u actief commitment om dit met elkaar tegen te gaan.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Het is natuurlijk ook niet te verkopen dat bedrijven enerzijds studenten te vroeg weghalen bij de instellingen, terwijl er aan de andere kant ook grote groepen zijn, bijvoorbeeld jongeren die praktijkonderwijs hebben gedaan, die moeilijk aan een baan komen. Ziet de minister dus kans om in haar gesprekken met werkgevers ook bij hen te benadrukken dat er een hele grote groep jongeren is die graag werk wil hebben en die misschien wat extra begeleiding nodig heeft, maar die ook heel goed in een aantal sectoren aan het werk kan?

Minister Van Engelshoven:
Mevrouw Westerveld stelt mij een terechte vraag: vraag van het bedrijfsleven niet alleen aandacht voor die groep die je heel makkelijk, succesvol en zelfs zonder een diploma te halen, kunt inzetten, maar ook voor die jongeren die net iets meer afstand hebben tot de arbeidsmarkt en die ook een baan nodig hebben. Samen met de heer Slob voeren we die gesprekken ook, want u heeft helemaal gelijk. Er is een groep jongeren die heel goed een plek kan krijgen op de arbeidsmarkt, als we allemaal iets meer oog hebben voor die jongeren die net iets meer afstand hebben en soms ook iets meer begeleiding nodig hebben. In het praktijkonderwijs hebben we bijvoorbeeld ook trajecten waarin die jongeren gewoon iets langer worden begeleid naar de arbeidsmarkt. Ik zie de heer Kwint even niet, maar hij heeft op dat punt natuurlijk een heel goed voorstel gedaan om ervoor te zorgen dat we mbo-2'ers, waar het in dat geval om ging, langer begeleiden op de arbeidsmarkt. Ik kijk er ook naar of we die groep niet wat kunnen uitbreiden.

De voorzitter:
Dank u wel.

Vragen Leijten

Vragen van het lid Leijten aan de staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit en Belastingdienst over het stoppen van de voorlopige teruggave aan tienduizenden mensen.

De voorzitter:
Dan geef ik tot slot het woord aan mevrouw Leijten namens de SP, voor haar vraag over het stoppen van de voorlopige teruggave van tienduizenden mensen.

De vraag is gericht aan de nieuwe staatssecretaris van Financiën, die ik van harte welkom heet. Dit is uw eerste optreden in de Tweede Kamer. Bij Kamerleden mag dan niemand interrumperen, maar bij bewindspersonen is dat niet het geval. De staatssecretaris zal zittend antwoorden.

Het woord is aan mevrouw Leijten namens de SP.

Mevrouw Leijten (SP):
"Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker". Dat is jarenlang de leus van de Belastingdienst geweest, in ieders geheugen gegrift. Eigenlijk is het helemaal niet zo leuk wat er gebeurt. En het maakt het ook allemaal niet zo veel makkelijker. Iedereen die een eigen huis heeft en hypotheekrente betaalt, weet hoe belangrijk de voorlopige teruggave is, waarbij je maandelijks een bedrag krijgt waarmee je je huishouden gewoon rond kan breien. Dat wordt ieder jaar eigenlijk automatisch toegekend. Dit jaar is het opeens voor tienduizenden mensen niet toegekend. Mensen werden daarmee geconfronteerd op het moment dat ze het geld op de rekening verwachtten. Iedereen die deze voorlopige teruggave krijgt, weet dat het altijd rond de 15de komt. Veel mensen hebben geen bericht gehad dat ze het niet meer krijgen. Andere mensen kregen het pas op de 15de of later. Dan moet je gaan bellen. Dan moet je het gaan rechtzetten. Mijn vraag is: hoe kan het nou toch, zo kort na de toeslagenaffaire waarin we hebben gezien dat de menselijke maat totaal weg was bij de Belastingdienst, weer zo misgaan?

De voorzitter:
Het woord is aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Vijlbrief:
Voorzitter. Dit is niet goed gegaan. Dit is een nare situatie. Ik heb dat al in de pers gezegd, maar ik vind het ook fijn om dat hier te herhalen. Het is goed om helderheid te scheppen. Voor sommige burgers kan het feit dat ze in januari geen voorlopige teruggave hebben gekregen, leiden tot een onverwachte financiële situatie. Daar heeft mevrouw Leijten helemaal gelijk in. Voor een voorlopige aanslag wordt een inschatting gemaakt door de Belastingdienst. Men probeert daarmee juist te voorkomen dat de voorlopige aanslag zo hoog wordt — of überhaupt wordt toegekend — dat deze later weer moet worden teruggevraagd. Dat is op zich een prima proces. Het probleem is hier alleen dat de brief die daarover ging, veel te laat verstuurd is naar mensen, zodat ze daar in januari mee werden geconfronteerd en vervolgens een gat hadden in het geldbedrag dat ze terugkregen. Dat hoort niet. Bij het proces van de voorlopige aanslagen van volgend jaar zal ik proberen en zal ik mijn best doen om te voorkomen dat dit weer zo laat gebeurt. Dat is het eerste punt. Het tweede punt. Het is ontzettend belangrijk dat mensen nu die voorlopige aanslagen gelijk weer aanvragen, want dan krijgen ze die gelijk weer. Nogmaals, de intentie van de Belastingdienst was om te voorkomen dat mensen later heel veel geld moesten gaan terugbetalen.

Mevrouw Leijten (SP):
Het is onbegrijpelijk dat er nieuwe selectieregels zijn toegepast. Als er in 2018 iets veranderde aan je inkomen, werd je eruit gegooid, werd je er automatisch uitgegooid. Er is geen belastingambtenaar die daar dan eventjes naar kijkt, want de computer zegt nee. Dat is ons belastingsysteem. Dat vind ik eigenlijk zo kwalijk. Kan de staatssecretaris, nu hij erkent dat het niet goed is gegaan, toezeggen dat er volgend jaar bij een automatische selectie altijd nog getoetst zal worden: klopt het in deze situatie wel, of laten we het gewoon doorlopen?

Staatssecretaris Vijlbrief:
Ik weet niet of ik precies dat kan toezeggen. Ik kan mevrouw Leijten wel toezeggen dat we — ik zeg het nogmaals — proberen te voorkomen dat die brief zo laat komt. Dat ten eerste. Ten tweede zal ik met de Belastingdienst samen kijken hoe we überhaupt de informatievoorziening zodanig kunnen maken — mevrouw Leijten vraagt naar mondeling contact met de Belastingdienst — dat die iets klantgerichter is en er sprake is van iets meer maatwerk. Maar daar moet ik met de Belastingdienst over in contact treden.

Mevrouw Leijten (SP):
Het is een gegeven dat er een automatische selectie wordt gemaakt. Stel dan dat in 2018 er iets in je inkomen is veranderd. Je hebt geen flauw idee dat je daar in 2020 opeens een probleem mee hebt, want je krijgt niet eens een brief. Het is toch angstaanjagend dat er niet nog naar die automatische selectie wordt gekeken? We moeten toch niet een belastingsysteem hebben waarin de computer bepaalt of iemand ergens recht op heeft?

Staatssecretaris Vijlbrief:
Nee, maar het punt is niet dat de computer bepaalt. Het punt is dat je probeert — het is goed dat we daar computers voor gebruiken, want anders zou het wat arbeidsintensiever worden — om mensen een voorlopige aanslag te geven die zo goed mogelijk hun situatie weerspiegelt. Dat is wat die computer en die regel deden. Wat er echt misgegaan is in het systeem — ik herhaal mijn punt — is dat mensen dat zo laat hoorden dat ze een gat kregen in januari, waar u terecht op wijst, en dat ze daardoor geld tekortkwamen. Dat is volgens mij wat er mis is gegaan.

Mevrouw Leijten (SP):
Volgens mij is er heel iets anders misgegaan. Er is een nieuwe selectieregel, die tot een automatisch besluit leidt. Daar wordt u en daar worden wij via de media op geattendeerd. Er is niemand bij de Belastingdienst die denkt: "Hé, wacht eens even, die selectieregel leidt tot wel heel veel meer stopzettingen. Hé, wacht eens even, dat kan een probleem zijn voor de persoonlijke levens van mensen. Hé, wacht eens even, dit gaan we anders doen." Dat vind ik het grote probleem. De computer zegt nee, en er is niemand die dat passeert. Er is weer een medium nodig, in dit geval wederom RTL Nieuws, om ons daarop te attenderen. Dat kan toch niet op die manier plaatsvinden, zo vraag ik de staatssecretaris.

Staatssecretaris Vijlbrief:
Ik begrijp het gevoel, ook wat betreft de machine die beslist. Nogmaals, die machine beslist om mensen zo goed mogelijk te helpen. Ik kan mevrouw Leijten toezeggen dat ik met de Belastingdienst in gesprek ga. Ik moet sowieso met de Belastingdienst in gesprek om ervoor te zorgen dat die informatie volgend jaar wél op tijd komt, zodat mensen kunnen beslissen. Ik kan ook kijken wat daaromheen kan worden gedaan. Misschien kan ik daarop terugkomen als wij begin maart toch verder praten in het algemeen overleg over de Belastingdienst.

Mevrouw Leijten (SP):
Als de selectieregel is dat er twee jaar geleden iets in je leven, in je inkomen is veranderd, kan er toch nu al, deze zomer, gekeken worden welke mensen dat mogelijk zou kunnen treffen? Dan kan je die mensen wel een brief sturen met de vraag of ze hun geschatte inkomen kunnen doorgeven, zodat hun voorlopige teruggave niet vervalt.

Staatssecretaris Vijlbrief:
Inderdaad. Ik zeg mevrouw Leijten dus nogmaals graag toe dat ik met de Belastingdienst in gesprek ga om ervoor te zorgen dat die informatie over die regel eerder bij de belastingplichtige terechtkomt. Ik denk dat dat de kern van de zaak is.

Mevrouw Leijten (SP):
Er is nog een ding wat mij hierbij erg stoort. RTL Nieuws doet hier onderzoek naar, doet een oproep en krijgt heel veel meldingen. En wat is de automatische reflex van de Belastingdienst en de woordvoerders? Dat is: het ligt niet aan ons, het ligt aan de Tweede Kamer. Ziet de staatssecretaris dat ook zo?

Staatssecretaris Vijlbrief:
Ik dacht niet dat ik dat had gezegd, mevrouw de voorzitter, en dat vind ik dus ook niet. Dat ligt niet aan u, dat ligt niet aan mij, maar het ligt wel aan het feit — en daar ben ik verantwoordelijk voor — dat de Belastingdienst op tijd de informatie aan de belastingplichtigen moet geven.

Mevrouw Leijten (SP):
Maar het is wel de communicatielijn van de Belastingdienst geweest. En dat is precies hetzelfde als wat we bij de toeslagenaffaire hebben gezien. Dat lag allemaal aan de Tweede Kamer. Het lag niet aan de Belastingdienst. Diezelfde reflex zien we bij het eerstvolgende akkefietje weer. Nou ja, voor bijna 100.000 mensen is dit meer dan een akkefietje, maar gewoon honderden euro's minder. Dan zien we dezelfde reflex. Men zegt: het Belastingplan is laat vastgesteld in de Tweede Kamer. Ja, dat krijgen wij ook erg laat, voorzitter! En daardoor zou het gebeurd zijn. Het is meteen de schuld wegschuiven.

Staatssecretaris Vijlbrief:
Ik heb vrijdagochtend direct gereageerd — dat valt na te kijken in de annalen van de pers — met de opmerking dat hier iets fout is gegaan. Ik heb de Tweede Kamer noch het Belastingplan genoemd. Ik ben verantwoordelijk voor de Belastingdienst, en dat heb ik gezegd.

Mevrouw Leijten (SP):
Dat zou ik maar eens goed gaan praten met de woordvoerders, want die hebben dit wel gezegd.

De voorzitter:
Goed. Dank u wel, mevrouw Leijten. De heer Omzigt namens het CDA.

De heer Omtzigt (CDA):
Ik bedank de staatssecretaris voor de ruiterlijke erkenning, want het Belastingplan is niet vroeger of later vastgesteld. Hij zegt dat het aan de Belastingdienst ligt. Die had dit in november kunnen communiceren.

Maar we hebben hier nog een heel duur systeem: de polisadministratie. Werkgevers, uitkeringsinstanties en pensioenfondsen moeten elke maand de gegevens van elke persoon die inkomen ontvangt, doorgeven aan de Belastingdienst. Dat gaat dan in een grote administratie. Die heeft meer dan een miljard gekost. Waarom wordt die administratie niet gebruikt om te kijken wat het inkomen van mensen is? Die administratie wordt wel gebruikt voor opsporingsonderzoeken, maar als het mensen goed uitkomt, namelijk om te kijken of ze rechten hebben, wordt die niet gebruikt. Kan de staatssecretaris ervoor zorgen dat die administratie gebruikt wordt ontbrekende gegevens? Dan waren namelijk al deze voorlopige teruggaves niet stopgezet.

Staatssecretaris Vijlbrief:
Dank voor de vraag. Wat ik graag zal doen, is dat even meenemen en daarop terugkomen tijdens het genoemde AO. Ik moet hier even een antwoord schuldig blijven op de vraag of dat kan. Maar ik wil daar graag over praten. Dat wil ik graag toezeggen.

De heer Omtzigt (CDA):
Dan hoop ik dat we dat antwoord voor het AO in een brief krijgen.

De voorzitter:
Oké. Dat is een procedurele opmerking. Dat zal, denk ik, wel gebeuren.

Staatssecretaris Vijlbrief:
Ja.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn wij aan het eind van dit mondelinge vragenuur gekomen. Ik schors de vergadering tot 15.00 uur. Dan gaan we stemmen.

De vergadering wordt van 14.58 uur tot 15.03 uur geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat de volgende leden zich hebben afgemeld:

Van Brenk en Pia Dijkstra, voor vandaag;

Van Otterloo, voor vandaag en morgen.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

De voorzitter:
Dan is nu aan de orde een korte regeling van werkzaamheden voor de stemmingen.

Ik stel voor zo dadelijk ook te stemmen over de aangehouden motie-Van Wijngaarden c.s. (29279, stuk nr. 569), de aangehouden moties-Ouwehand (35200-XIII, stuk nr. 23 en 28973, stuk nr. 223) en de aangehouden motie–Van der Graaf c.s. (24170, stuk nr. 213).

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Van Toorenburg namens het CDA.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Voorzitter. Ik heb een verzoek over de stemmingen onder 14, over de moties ingediend bij het VAO Zeden. De motie-Van Toorenburg/Van Wijngaarden (31015, stuk nr. 184) houden wij graag nog even aan.

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Van Toorenburg stel ik voor haar motie (31015, nr. 184) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Mevrouw Diks namens GroenLinks.

Mevrouw Diks (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. Ik wil graag onder punt 17 mijn gewijzigde motie op stuk nr. 24 (35154) aanhouden. Dat gaat over CETA.

De voorzitter:
De tweede motie. De gewijzigde motie.

Mevrouw Diks (GroenLinks):
Ja, de gewijzigde motie.

De voorzitter:
Ja. Ik zie het. Op verzoek van mevrouw Diks zal haar gewijzigde motie (35154/35155, nr. 24, was nr. 10) worden aangehouden.

Ik had de heer Koerhuis verwacht, maar de heer Ronnes staat voor de interruptiemicrofoon. De heer Ronnes.

De heer Ronnes (CDA):
Voorzitter. Ik heb nog een verzoek over de stemmingen onder 11, over het VSO Implementatie van de tweede herziening van de Richtlijn energieprestatiegebouwen. Wij willen de motie op stuk nr. 163 (32757) aanhouden.

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Ronnes stel ik voor zijn motie (32757, nr. 163) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De heer Koerhuis namens de VVD.

De heer Koerhuis (VVD):
Ik heb een verzoek over de stemmingen onder 3, over het VAO Bouwopgave. De motie op stuk nr. 589 (32847) heeft haar werk gedaan. Katwijk gaat bouwen. Ik wil de motie graag intrekken.

De voorzitter:
Aangezien de motie-Koerhuis c.s. (32847, nr. 589) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van behandeling meer uit.

Stemmingen

Stemmingen

Stemmingen moties Bouwopgave

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Bouwopgave,

te weten:

  • de motie-Ronnes over een spoedige realisatie van woningbouw op locatie Rijnenburg (32847, nr. 588);
  • de motie-Nijboer over wettelijke maatregelen om private partijen tot bouwen te dwingen (32847, nr. 590);
  • de motie-Van Eijs/Koerhuis over in gesprek gaan met Utrecht over woningbouw op de locatie Rijnenburg (32847, nr. 591).

(Zie vergadering van 29 januari 2020.)

De voorzitter:
De motie-Nijboer (32847, nr. 590) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er woningnood is;

overwegende dat speculanten vanwege winstoogmerk soms gronden braak laten liggen;

verzoekt het kabinet onderzoek te doen naar wettelijke mogelijkheden voor gemeenten om braakliggende terreinen te benutten,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 590 (32847).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Ronnes (32847, nr. 588).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, 50PLUS, het CDA, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Nijboer (32847, nr. ??, was nr. 590).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de SGP, de ChristenUnie en de PVV voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Eijs/Koerhuis (32847, nr. 591).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Wet digitale overheid

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Algemene regels inzake het elektronisch verkeer in het publieke domein en inzake de generieke digitale infrastructuur (Wet digitale overheid) (34972).

(Zie vergadering van 5 februari 2020.)

In stemming komt het gewijzigde amendement-Middendorp/Verhoeven (stuk nr. 20, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en Van Haga voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de fractie van FvD ertegen, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 20 voorkomende gewijzigde amendementen als aangenomen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Van der Molen/Middendorp (stuk nr. 40).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het amendement-Van der Molen/Middendorp (stuk nr. 25).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het amendement-Middendorp/Van der Molen (stuk nr. 21).

De voorzitter:
Ik constateer dat dit amendement met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Middendorp (stuk nr. 17).

De voorzitter:
Ik constateer dat dit gewijzigde amendement met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Verhoeven/Özütok (stuk nr. 41).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66 en FvD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Verhoeven/Özütok (stuk nr. 43).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de PVV en FvD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

NB: Aangezien zowel de gewijzigde amendementen-Middendorp/Verhoeven (stuk nrs. 20, I tot en met III) als het gewijzigde amendement-Middendorp (stuk nr. 17) als het gewijzigde amendement-Verhoeven/Özütok (stuk nr. 43) zijn aangenomen, zullen de teksten in elkaar verwerkt worden.

In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van de gewijzigde amendementen-Middendorp/Verhoeven (stuk nrs. 20, I tot en met III), het gewijzigde amendement-Van der Molen/Middendorp (stuk nr. 40), het amendement-Van der Molen/Middendorp (stuk nr. 25), het amendement-Middendorp/Van der Molen (stuk nr. 21), het gewijzigde amendement-Middendorp (stuk nr. 17) en het gewijzigde amendement-Verhoeven/Özütok (stuk nr. 43).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en Van Haga voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemmingen moties Wet digitale overheid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Algemene regels inzake het elektronisch verkeer in het publieke domein en inzake de generieke digitale infrastructuur (Wet digitale overheid),

te weten:

  • de motie-Middendorp c.s. over gratis digitale belastingaangifte voor ondernemers (34972, nr. 27);
  • de motie-Middendorp/Van der Molen over monitoren van en ingrijpen in de tarieven van bedrijfsinlogmiddelen (34972, nr. 28);
  • de motie-Middendorp over het gebruik van publieke identificatiemiddelen in niet-publieke overige sectoren (34972, nr. 29);
  • de motie-Özütok over ervaringen van gemeenten met decentrale authenticatiediensten meewegen (34972, nr. 30);
  • de motie-Van der Molen over een geïntegreerd burger-, bedrijfs- en organisatiemiddel (34972, nr. 32);
  • de motie-Van der Molen/Middendorp over pilots met private identificatiemiddelen (34972, nr. 33);
  • de motie-Van der Molen over oplossen van de knelpunten bij het doen van aangifte met eHerkenning (34972, nr. 34);
  • de motie-Martin Bosma over voorlichting vragen aan de Raad van State over mogelijke schending van de Grondwet (34972, nr. 35).

(Zie vergadering van 5 februari 2020.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Middendorp stel ik voor zijn motie (34972, nr. 27) aan te houden. Op verzoek van de heer Van der Molen stel ik voor zijn motie (34972, nr. 34) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Middendorp/Van der Molen (34972, nr. 28).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Middendorp (34972, nr. 29).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Özütok (34972, nr. 30).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Molen (34972, nr. 32).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de fractie van Van Kooten-Arissen ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Molen/Middendorp (34972, nr. 33).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Martin Bosma (34972, nr. 35).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Verloop van de jaarwisseling

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over het verloop van de jaarwisseling,

te weten:

  • de motie-Van Dam c.s. over preventief fouilleren mogelijk maken (28684, nr. 599);
  • de motie-Van Dam c.s. over garanderen dat een beperking van vuurwerk niet ten koste gaat van carbidschieten (28684, nr. 600);
  • de motie-Helder over het beperken van de verkooptijd van vuurwerk tot één dag (28684, nr. 601);
  • de motie-Helder over een deugdelijke compensatieregeling voor vuurwerkondernemers (28684, nr. 602);
  • de motie-Helder over de groepsaansprakelijkheid bij openlijke geweldpleging verruimen (28684, nr. 603);
  • de motie-Yeşilgöz-Zegerius over versterkte handhaving en inzet van bestuurlijke bevoegdheden (28684, nr. 604);
  • de motie-Yeşilgöz-Zegerius/Ziengs over schadeloosstelling van vuurwerkondernemers (28684, nr. 605);
  • de motie-Van der Graaf/Van der Staaij over de mogelijkheden voor gemeenten om het afsteken van vuurwerk enkel in georganiseerd verband toe te staan (28684, nr. 606);
  • de motie-Van der Graaf/Van der Staaij over een algeheel verbod op het kopen en afsteken van consumentenvuurwerk (28684, nr. 607);
  • de motie-Van der Staaij/Krol over het verbieden van siervuurwerk dat een gevaar vormt voor de veiligheid van hulpverleners (28684, nr. 608);
  • de motie-Krol/Azarkan over een scholingstraject voor vuurwerkverkopers (28684, nr. 609).

(Zie vergadering van 5 februari 2020.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Van der Graaf stel ik voor haar motie (28684, nr. 607) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Yeşilgöz-Zegerius/Ziengs (28684, nr. 605) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat voor de jaarwisseling van 2020–2021 een verbod op vuurpijlen en knalvuurwerk wordt ingevoerd;

overwegende dat (kleine) vuurwerkondernemers op een redelijke manier zich zouden moeten kunnen voorbereiden op dit verbod;

verzoekt de regering in overleg te treden met (kleine) vuurwerkondernemers om te kijken hoe zij geholpen kunnen worden met het verwerken en opruimen van de restvoorraden en te komen tot een eenmalige tegemoetkoming van ten hoogste 3 miljoen euro en de benodigde middelen daarvoor te vinden binnen de niet juridisch verplichte middelen onder de begrotingsartikelen 40 (EZK), 34 (JenV) en 14 (IenW);

verzoekt de regering tevens de Tweede Kamer te informeren over de uitkomst en de oplossing voor 1 mei 2020,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 605 (28684).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Van Dam c.s. (28684, nr. 599).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Dam c.s. (28684, nr. 600).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, 50PLUS, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Helder (28684, nr. 601).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de SGP, de PVV en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Helder (28684, nr. 602).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Helder (28684, nr. 603).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Yeşilgöz-Zegerius (28684, nr. 604).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Yeşilgöz-Zegerius/Ziengs (28684, nr. ??, was nr. 605).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Graaf/Van der Staaij (28684, nr. 606).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, DENK, 50PLUS, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Staaij/Krol (28684, nr. 608).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de SGP, de ChristenUnie en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Krol/Azarkan (28684, nr. 609).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemming Initiatiefwetsvoorstel-Van Meenen tot wijziging van de Wet kinderopvang

Aan de orde is de stemming in verband met het Voorstel van wet van het lid Van Meenen tot wijziging van de Wet kinderopvang teneinde te bevorderen dat ouders kunnen kiezen tussen kindercentra die wel of niet kinderen toelaten die niet deelnemen aan het rijksvaccinatieprogramma (35049).

(Zie vergadering van 6 februari 2020.)

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de PVV, FvD en Van Haga voor dit voorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Is de initiatiefnemer bereid de verdediging van het wetsvoorstel in de Eerste Kamer op zich te nemen?

De heer Van Meenen (D66):
Voorzitter. Dat zal ik graag doen, maar staat u mij toe om mijn collega Rens Raemakers, die de échte initiatiefnemer van dit wetsvoorstel is, te feliciteren. Als het nodig is, zal ik hem vervangen, maar ik hoop oprecht dat hij zelf in staat zal zijn om dat te doen, want dan is hij weer onder ons.

(Geroffel op de bankjes)

De voorzitter:
Dank u wel. Ik wens jullie daarbij veel succes.

Stemming motie Initiatiefwetsvoorstel-Van Meenen tot wijziging van de Wet kinderopvang

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij de behandeling van het Voorstel van wet van het lid Van Meenen tot wijziging van de Wet kinderopvang teneinde te bevorderen dat ouders kunnen kiezen tussen kindercentra die wel of niet kinderen toelaten die niet deelnemen aan het rijksvaccinatieprogramma,

te weten:

  • de motie-Renkema over een evaluatie na twee jaar (35049, nr. 13).

(Zie vergadering van 6 februari 2020.)

De voorzitter:
Aangezien de motie-Renkema (35049, nr. 13) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van behandeling meer uit.

Stemmingen Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en Gaswet

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en Gaswet (implementatie wijziging Gasrichtlijn en een aantal verordeningen op het gebied van elektriciteit en gas) (35283).

(Zie vergadering van 11 februari 2020.)

De voorzitter:
Het amendement-Van der Lee (stuk nr. 16) is ingetrokken.

Ik stel vast dat daarmee wordt ingestemd.

In stemming komt het nader gewijzigde amendement-Van der Lee (stuk nr. 18, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en Van Haga voor dit nader gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit nader gewijzigde amendement het andere op stuk nr. 18 voorkomende nader gewijzigde amendement als aangenomen kan worden beschouwd.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Van der Lee/Sienot (stuk nr. 14, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en Van Haga voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit gewijzigde amendement het andere op stuk nr. 14 voorkomende gewijzigde amendement als aangenomen kan worden beschouwd.

NB Aangezien de nader gewijzigde amendementen-Van der Lee (stuk nrs. 18, I en II) en de gewijzigde amendementen-Van der Lee/Sienot (stuk nrs. 14, I en II) beide zijn aangenomen, wordt geen uitvoering gegeven aan 14, I, onderdelen 1 en 2, noch aan 14, II, en wordt het met 18, II in te voegen "en onder 2" vervangen door "tot en met 2".

In stemming komt het nader gewijzigde amendement-Van der Lee (stuk nr. 20, I) tot het invoegen van een onderdeel Ja.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en Van Haga voor dit nader gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit nader gewijzigde amendement het andere op stuk nr. 20 voorkomende nader gewijzigde amendement als aangenomen kan worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Van der Lee (stuk nr. 17, I) tot het invoegen van een onderdeel Qa.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement het andere op stuk nr. 17 voorkomende amendement als aangenomen kan worden beschouwd.

In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van de nader gewijzigde amendementen-Van der Lee (stuk nrs. 18, I en II), de gewijzigde amendementen-Van der Lee/Sienot (stuk nrs. 14, I en II), de nader gewijzigde amendementen-Van der Lee (stuk nrs. 20, I en II) en de amendementen-Van der Lee (stuk nrs. 17, I en II).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en Van Haga voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemming motie Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en Gaswet

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Elektriciteitswet 1998 en Gaswet (implementatie wijziging Gasrichtlijn en een aantal verordeningen op het gebied van elektriciteit en gas),

te weten:

  • de motie-Sienot c.s. over overleg met netbeheerders om verdere vertraging in aansluiting te voorkomen (35283, nr. 19).

(Zie vergadering van 11 februari 2020.)

In stemming komt de motie-Sienot c.s. (35283, nr. 19).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Implementatie tweede herziening Richtlijn energieprestatie gebouwen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VSO Implementatie van de tweede herziening van de Richtlijn energieprestatie gebouwen,

te weten:

  • de motie-Koerhuis/Ronnes over uitvoeren van de mkb-toets (32757, nr. 160);
  • de motie-Koerhuis over uitstel van bouwaanvragen bij het verplicht aanleggen van laadinfrastructuur (32757, nr. 161);
  • de motie-Koerhuis over een uitzondering voor mkb'ers bij de verplichte aanleg van laadinfrastructuur (32757, nr. 162);
  • de motie-Van Eijs over de Kamer informeren over de Smart Readiness Indicator (32757, nr. 164).

(Zie vergadering van 11 februari 2020.)

De voorzitter:
De motie-Koerhuis/Ronnes (32757, nr. 160) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister nog niet de mkb-toets uit heeft gevoerd voor de Richtlijn energieprestatie gebouwen;

overwegende dat de richtlijn niet tot hoge regeldruk en hoge kosten mag leiden;

verzoekt de regering na inwerktreding van de richtlijn de mkb-toets uit te voeren, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 160 (32757).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Koerhuis/Ronnes (32757, nr. ??, was nr. 160).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, 50PLUS, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Koerhuis (32757, nr. 161).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de VVD, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Koerhuis (32757, nr. 162).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Eijs (32757, nr. 164).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Meneer Krol.

De heer Krol (50PLUS):
Voorzitter, wij hebben een foutje gemaakt. Wij willen geacht worden vóór de motie-Koerhuis op stuk nr. 161 gestemd te hebben.

De voorzitter:
Dan zal deze opmerking in de Handelingen worden opgenomen.

Stemmingen moties Brandgevaarlijk isolatiemateriaal in woonhuizen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over brandgevaarlijk isolatiemateriaal in woonhuizen,

te weten:

  • de motie-Beckerman/Koerhuis over ontruimingsalarminstallaties, vluchtwegen en bluswatervoorzieningen (28325, nr. 207);
  • de motie-Ronnes over de kwaliteit van de installatie van zonnepanelen (28325, nr. 208);
  • de motie-Koerhuis/Beckerman over het vervangen en aanpassen van gevaarlijke cv-ketels (28325, nr. 209).

(Zie vergadering van 11 februari 2020.)

In stemming komt de motie-Beckerman/Koerhuis (28325, nr. 207).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ronnes (28325, nr. 208).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Koerhuis/Beckerman (28325, nr. 209).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, de PVV en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Strategische agenda hoger onderwijs en onderzoek

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over Strategische agenda hoger onderwijs en onderzoek,

te weten:

  • de motie-Van der Molen/Wiersma over een gelijk speelveld tussen bekostigde en onbekostigde onderwijsaanbieders aan volwassenen (31288, nr. 810);
  • de motie-Van der Molen/Bruins over overleg met het beroepenveld over het onderwijsprogramma (31288, nr. 811);
  • de motie-Van der Molen/Paternotte over persoonlijke ontplooiing en maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef (31288, nr. 812);
  • de motie-Westerveld/Van den Hul over studenten die aanspraak maken op het profileringsfonds in de rendementscijfers uitzonderen (31288, nr. 813);
  • de motie-Westerveld over verruiming van het aantal opleidingsplaatsen bij medische opleidingen (31288, nr. 814);
  • de motie-Beertema over sluiten van NHL Stenden in Qatar (31288, nr. 815);
  • de motie-Wiersma over een leerbanenoffensief in het hbo (31288, nr. 816);
  • de motie-Wiersma over openstellen van onlinecursussen voor iedere Nederlander (31288, nr. 817);
  • de motie-Wiersma over hogescholen en universiteiten aansporen samenwerking met bedrijfsscholen te zoeken (31288, nr. 818);
  • de motie-Wiersma over een verscherping van de verplichting het maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef te bevorderen (31288, nr. 819);
  • de motie-Van den Hul c.s. over het effect van de verschuivingen in de bekostiging op de werkdruk op faculteitsniveau (31288, nr. 820);
  • de motie-Van den Hul c.s. over de diversiteit van de bestuurlijke top in het hoger onderwijs (31288, nr. 821);
  • de motie-Paternotte/Van der Molen over toevoegen van loting aan het selectie-instrumentarium (31288, nr. 822);
  • de motie-Paternotte/Van den Hul over meebeslissen door studenten en docenten bij de invulling van de studiekeuzecheck (31288, nr. 823);
  • de motie-Futselaar c.s. over bindende afspraken over afname van tijdelijke dienstverbanden (31288, nr. 824);
  • de motie-Bruins/Van der Molen over een landelijke overlegstructuur tussen hoger beroepsonderwijs en georganiseerd bedrijfsleven (31288, nr. 825).

(Zie notaoverleg van 10 februari 2020.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Westerveld stel ik voor haar motie (31288, nr. 814) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Wiersma (31288, nr. 816) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in de uitvoering van de motie-Tielen c.s. de subsidieregeling praktijkleren is vastgelegd tot 2023 en dat deze regeling is uitgebreid naar duale en deeltijdse hbo-opleidingen gericht op de sector zorg en welzijn;

constaterende dat het hbo achterblijft ten opzichte van het mbo als het gaat om een praktijkgerichte leerweg;

van mening dat duale hbo-opleidingen zich focussen op een échte beroepsopleiding en daarmee een grote meerwaarde hebben voor de Nederlandse samenleving;

verzoekt de regering om voor de zomer te komen tot een plan van aanpak voor een leerbanenoffensief in het hbo, met daarin concrete ambities aan te bieden duale opleidingen, alsmede ook langetermijndoelen;

verzoekt de regering tevens om zo ook te komen tot een overlegtafel tussen het hoger onderwijs en het georganiseerde landelijke bedrijfsleven,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 816 (31288).

De motie-Wiersma (31288, nr. 818) is in die zin gewijzigd en nader gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Wiersma en Bruins, en luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat kwalitatief goed onderwijs vooropstaat en er meerdere wegen zijn om dat te bieden;

constaterende dat er veel goede initiatieven zijn, zoals de bedrijfsschool van Tata Steel, maar dat we deze voorbeelden vooral zien op het mbo en niet in het hoger onderwijs;

overwegende dat Techniek Nederland aangeeft dat het een goed idee is dat de schotten tussen arbeidsmarkt en onderwijs meer zouden verdwijnen;

verzoekt de regering bekostigde hogescholen en universiteiten aan te sporen om, binnen de voorwaarden die daarvoor gelden, samenwerking met bedrijfsscholen op te zoeken, zowel binnen als buiten het experiment leeruitkomsten, en om bedrijfsscholen aan te sporen samenwerking op te zoeken met private instellingen die opleidingen in het hoger onderwijs verzorgen, waarbij gebruikgemaakt kan worden van het STAP-budget, en de Kamer hierover voor de zomer van 2020 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 818 (31288).

De motie-Bruins/Van der Molen (31288, nr. 825) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er niet alleen regionaal maar juist ook landelijk goede afstemming nodig is tussen het beroepsonderwijs en het afnemend veld, bijvoorbeeld over kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkelingen in de sectoren en de daaruit voortkomende behoeften van bedrijfstakken ten aanzien van de opleidingen;

overwegende dat er op dit vlak in het mbo goede ervaringen zijn middels de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven;

verzoekt de regering om te verkennen of en hoe, naast het stimuleren van de regionale overlegstructuur, een landelijke overlegstructuur kan worden ingericht tussen het hoger beroepsonderwijs en het georganiseerde bedrijfsleven, waar niet-vrijblijvende afspraken gemaakt worden over de aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt, naar voorbeeld van of middels aansluiting bij de overlegtafels van SBB,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 825 (31288).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Van der Molen/Wiersma (31288, nr. 810).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, 50PLUS, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Molen/Bruins (31288, nr. 811).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Molen/Paternotte (31288, nr. 812).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, het CDA, de ChristenUnie en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld/Van den Hul (31288, nr. 813).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Beertema (31288, nr. 815).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Wiersma (31288, nr. ??, was nr. 816).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, 50PLUS, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wiersma (31288, nr. 817).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de nader gewijzigde motie-Wiersma/Bruins (31288, nr. ??, was nr. 818).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, 50PLUS, de VVD, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze nader gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wiersma (31288, nr. 819).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, het CDA, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Hul c.s. (31288, nr. 820).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van den Hul c.s. (31288, nr. 821).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS en D66 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Paternotte/Van der Molen (31288, nr. 822).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Paternotte/Van den Hul (31288, nr. 823).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Meneer Paternotte.

De heer Paternotte (D66):
Ik kom nog even terug op de vorige motie, op stuk nr. 822, inzake het weer mogelijk maken van loting. Ik krijg graag van het kabinet een brief waarin staat hoe deze motie uitgevoerd gaat worden.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

In stemming komt de motie-Futselaar c.s. (31288, nr. 824).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de SGP en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Bruins/Van der Molen (31288, nr. ??, was nr. 825).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Zeden

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Zeden,

te weten:

  • de motie-Van Wijngaarden c.s. over wettelijk strafbaar stellen van het bezitten van een pedohandboek (31015, nr. 182);
  • de motie-Van Wijngaarden/Van Toorenburg over versneld evalueren of de functies van Sektesignaal juist zijn overgenomen (31015, nr. 183);
  • de motie-Van der Graaf c.s. over een online programma ontwikkelen voor slachtoffers van seksueel misbruik (31015, nr. 186);
  • de motie-Van der Graaf c.s. over de bereikbaarheid van "Stop it Now!" verbeteren (31015, nr. 187);
  • de motie-Van Nispen over één herkenbaar punt voor slachtoffers van sektes (31015, nr. 189).

(Zie vergadering van 12 februari 2020.)

De voorzitter:
De motie-Van Wijngaarden c.s. (31015, nr. 182) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat op het darkweb pedohandboeken circuleren waarin instructies staan hoe kinderen seksueel misbruikt kunnen worden;

overwegende dat slachtoffers, ouders van misbruikte kinderen en organisaties als Strijd Tegen Misbruik al jaren pleiten voor een wettelijk verbod op het bezit van een pedohandboek;

constaterende dat bij het huidige artikel 240b Wetboek van Strafrecht enkel de afgebeelde jeugdige centraal staat en daardoor het bezit van een pedohandboek niet altijd strafbaar hoeft te zijn;

roept de regering op voor januari 2021 een wetsvoorstel in te dienen bij de Tweede Kamer om ook het in bezit hebben van teksten met advies en/of richtlijnen over het seksueel misbruiken van kinderen expliciet strafbaar te stellen met bijvoorbeeld vier jaar cel en een boete van de vijfde categorie,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 182 (31015).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Wijngaarden c.s. (31015, nr. ??, was nr. 182).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Wijngaarden/Van Toorenburg (31015, nr. 183).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Graaf c.s. (31015, nr. 186).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Graaf c.s. (31015, nr. 187).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Nispen (31015, nr. 189).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Burgerinitiatief "Internetpesters aangepakt"

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van Burgerinitiatief "Internetpesters aangepakt",

te weten:

  • de motie-Van Nispen c.s. over een laagdrempelige voorziening voor slachtoffers van internetcriminaliteit (34602, nr. 3);
  • de motie-Van Toorenburg over instelling van een nationaal rapporteur internetcriminaliteit (34602, nr. 4).

(Zie vergadering van 12 februari 2020.)

De motie-Van Toorenburg (34602, nr. 4) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Van Toorenburg, Özütok, Van der Staaij, Van Nispen, Van der Graaf, Kuiken, Van Gent, Van Kooten-Arissen, Azarkan, Van Beukering-Huijbregts en Krol, en luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het aantal geregistreerde misdrijven voor het eerst sinds jaren is toegenomen en dat de oorzaak hiervan te vinden is in de hoge stijging van onlinemisdaad;

constaterende dat daarmee veel delicten uit de fysieke wereld naar het internet zijn verschoven;

constaterende dat veel maatregelen worden getroffen om gedupeerden of slachtoffers recht te doen;

constaterende dat het bijzonder complexe materie is en dat nog veel stappen zullen moeten worden gezet op het gebied van preventie, opsporing en vervolging;

verzoekt de regering zich te beraden of en hoe een Nationaal Rapporteur Internetcriminaliteit kan worden ingesteld,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 4 (34602).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Van Nispen c.s. (34602, nr. 3).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Toorenburg c.s. (34602, nr. ??, was nr. 4).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

Ik stel voor het burgerinitiatief met de stemmingen over de moties als behandeld te beschouwen en de initiatiefnemer hierover schriftelijk te informeren, onder dankzegging voor het initiatief.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Bij het volgende agendapunt, of eigenlijk het agendapunt daarna, de stemmingen over de moties in verband met CETA, ben ik vergeten door te geven dat ik mijn motie op stuk nr. 12 voor eventjes wil aanhouden. Dat is bij agendapunt 17.

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Ouwehand stel ik voor haar motie (35154/35155, nr. 12) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Aan de orde is nu punt 16, de stemmingen in verband met Goedkeuring van de op 30 oktober 2016 te Brussel tot stand gekomen Brede Economische en Handelsovereenkomst (CETA) tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds (Trb. 2017, 13) (35154).

De fractie van de ChristenUnie verzoekt om eerst te stemmen over de moties onder punt 17, alvorens te stemmen over het amendement en het wetsvoorstel bij punt 16. Dat gaan we doen.

De fractie van de SP verzoekt om een hoofdelijke stemming over het wetsvoorstel.

Stemmingen moties Goedkeuring Brede Economische en Handelsovereenkomst (CETA) tussen Canada en de Europese Unie

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Goedkeuring van de op 30 oktober 2016 te Brussel tot stand gekomen Brede Economische en Handelsovereenkomst (CETA) tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds (Trb. 2017, 13),

te weten:

  • de motie-Diks c.s. over brievenbusfirma's uitsluiten van investeringsbescherming onder CETA (35154/35155, nr. 9);
  • de gewijzigde motie-Diks c.s. over geen verlaging van importtarieven op fossiele brandstoffen in EU-handelsverdragen (35154/35155, nr. 24, was nr. 10);
  • de motie-Diks/Van Kooten-Arissen over geen EU-handelsverdragen over landbouwproducten (35154/35155, nr. 11);
  • de motie-Ouwehand/Diks over intrekking van de Nederlandse steun voor het Mercosur-verdrag (35154/35155, nr. 13);
  • de motie-Ouwehand over geen met chemicaliën bewerkt kippenvlees op de Europese markt (35154/35155, nr. 14);
  • de motie-Alkaya over meer democratische controle en transparantie inzake de verdragscomités (35154/35155, nr. 15);
  • de motie-Alkaya over verwijdering van exclusieve bescherming van buitenlandse investeerders (35154/35155, nr. 16);
  • de motie-Jetten/Bouali over het gezamenlijk optrekken van de EU en Canada voor klimaatdoelstellingen en dierenwelzijn (35154/35155, nr. 17);
  • de motie-Amhaouch/Voordewind over flankerende maatregelen bij onevenredig nadelige effecten (35154/35155, nr. 18);
  • de motie-Amhaouch c.s. over een evaluatie van het functioneren van ICS in CETA (35154/35155, nr. 19);
  • de motie-Voordewind/Amhaouch over afspraken met Canada over certificering van landbouwproducten (35154/35155, nr. 20);
  • de motie-Voordewind/Amhaouch over een omschakelingsfonds kringlooplandbouw (35154/35155, nr. 21);
  • de motie-Baudet over geen voorlopige toepassing van verdragen in afwachting van parlementaire goedkeuring (35154/35155, nr. 22);
  • de motie-Baudet over verzet tegen handelsverdragen met investeerder-staatarbitrage (35154/35155, nr. 23).

(Zie vergadering van 13 februari 2020.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Jetten stel ik voor zijn motie (35154/35155, nr. 17) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Ouwehand/Diks (35154/35155, nr. 13) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Ouwehand, Diks, Baudet, Alkaya, Van Weerdenburg en Van Kooten-Arissen.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 13 (35154).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

De gewijzigde motie-Diks c.s. (35154/35155, nr. 24, was nr. 10) is in die zin nader gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in CETA importtarieven op geraffineerde olie worden afgeschaft;

overwegende dat het van belang is dat handelspolitiek ten dienste staat van de beperking van uitstoot van broeikasgassen en het bevorderen van de energietransitie, in lijn met de internationale afspraken die daartoe bestaan, zoals het Klimaatakkoord van Parijs;

verzoekt de regering zich ervoor in te zetten dat in nieuwe bilaterale EU-handelsverdragen geen verlaging van importtarieven op geraffineerde olie zoals benzine, propaan, butaan, stookolie of kerosine wordt opgenomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 24 (3515435155).

Op verzoek van mevrouw Diks stel ik voor haar nader gewijzigde motie (3515435155, nr. ??, was nr. 24) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Diks c.s. (35154/35155, nr. 9).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de VVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Diks/Van Kooten-Arissen (35154/35155, nr. 11).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD, Van Kooten-Arissen en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Ouwehand c.s. (35154, nr. ??, was nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, de SGP, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

We moeten opnieuw stemmen over deze motie.

In stemming komt de gewijzigde motie-Ouwehand c.s. (35154, nr. ??, was nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, Van Kooten-Arissen, de SGP, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ouwehand (35154/35155, nr. 14).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Alkaya (35154/35155, nr. 15).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de SGP, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Alkaya (35154/35155, nr. 16).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Amhaouch/Voordewind (35154/35155, nr. 18).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Amhaouch c.s. (35154/35155, nr. 19).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Voordewind/Amhaouch (35154/35155, nr. 20).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Voordewind/Amhaouch (35154/35155, nr. 21).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Baudet (35154/35155, nr. 22).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Baudet (35154/35155, nr. 23).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen Goedkeuring Brede Economische en Handelsovereenkomst (CETA) tussen Canada en de Europese Unie

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Goedkeuring van de op 30 oktober 2016 te Brussel tot stand gekomen Brede Economische en Handelsovereenkomst (CETA) tussen Canada, enerzijds, en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds (Trb. 2017, 13) (35154).

(Zie vergadering van 13 februari 2020.)

In stemming komt het amendement-Van Weerdenburg/Bisschop (stuk nr. 8) tot het invoegen van een artikel 1a.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, de SGP, de PVV en FvD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

We gaan nu hoofdelijk stemmen over het wetsvoorstel.

In stemming komt het wetsvoorstel.

Vóór stemmen de leden: Agnes Mulder, Anne Mulder, Nijkerken-de Haan, Omtzigt, Palland, Paternotte, Peters, Postma, Regterschot, Rog, Ronnes, Schonis, Segers, Sienot, Sjoerdsma, Smals, Sneller, Tellegen, Tielen, Van Toorenburg, Veldman, Verhoeven, Voordewind, Aukje de Vries, Weverling, Van Weyenberg, Wiersma, Van Wijngaarden, Wörsdörfer, Van 't Wout, Yeşilgöz-Zegerius, Ziengs, Aartsen, Amhaouch, Becker, Belhaj, Van den Berg, Bergkamp, Van Beukering-Huijbregts, Den Boer, Van den Bosch, Bosman, Bouali, Bruins, Van Dam, Diertens, Dijkhoff, Remco Dijkstra, Dik-Faber, Van Eijs, El Yassini, Geluk-Poortvliet, Van Gent, Geurts, Van der Graaf, De Groot, Groothuizen, Van Haga, Harbers, Rudmer Heerema, Pieter Heerma, Hermans, Jetten, Koerhuis, Kuik, Laan-Geselschap, Van der Linde, Lodders, Von Martels, Van Meenen, Middendorp en Van der Molen.

Tegen stemmen de leden: Edgar Mulder, Nijboer, Van Nispen, Van Ojik, Ouwehand, Öztürk, Özütok, Ploumen, Van Raak, Van Raan, Renkema, De Roon, Sazias, Smeulders, Van der Staaij, Stoffer, Wassenberg, Van Weerdenburg, Westerveld, Wilders, Van Aalst, Agema, Alkaya, Arib, Asscher, Azarkan, Baudet, Beckerman, Beertema, Van den Berge, Bisschop, Martin Bosma, Bromet, Buitenweg, Tony van Dijck, Emiel van Dijk, Gijs van Dijk, Jasper van Dijk, Diks, Ellemeet, Van Esch, Futselaar, Van Gerven, De Graaf, Graus, Helder, Hiddema, Hijink, Van den Hul, Jansen, Karabulut, Van Kent, Kerstens, Klaver, Van Kooten-Arissen, Kops, Kröger, Krol, Kuiken, Kuzu, Kwint, Laçin, Van der Lee, Leijten, Madlener, Maeijer, Marijnissen, Markuszower en Moorlag.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met 72 stemmen voor en 69 stemmen tegen is aangenomen.

Stemming Goedkeuring Strategische partnerschapsovereenkomst tussen Canada en de Europese Unie

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Goedkeuring van de op 30 oktober 2016 te Brussel tot stand gekomen Strategische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Canada, anderzijds (Trb. 2016, 190) (35155).

(Zie vergadering van 13 februari 2020.)

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en Van Haga voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemming motie Slotwet EZK, LNV en het Diergezondheidsfonds (LNV-deel)

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Jaarverslag en Slotwet van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Diergezondheidsfonds 2018,

te weten:

  • de motie-Ouwehand over een parlementaire enquête naar het functioneren van de NVWA (35200-XIII, nr. 23).

(Zie vergadering van 4 juli 2019.)

De voorzitter:
De motie-Ouwehand (35200-XIII, nr. 23) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in de afgelopen elf jaar vele rapporten zijn verschenen waaruit blijkt dat er zeer ernstige tekortkomingen zijn in de inrichting en de uitvoering van het toezicht op dierenwelzijn en voedselveiligheid;

constaterende dat verbeterplannen en reorganisaties daar geen enkele verbetering in hebben gebracht;

spreekt uit dat er een parlementaire enquête moet komen naar het toezicht op de vee- en vleessector en het functioneren van de NVWA;

verzoekt het Presidium voorstellen te doen over de opzet en de vorm van dit onderzoek,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 23 (35200-XIII).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Ouwehand (35200-XIII, nr. ??, was nr. 23).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, Van Kooten-Arissen, de PVV en Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemming motie Dieren in de veehouderij

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het VAO Dieren in de veehouderij,

te weten:

  • de motie-Ouwehand over de volledige werkelijkheid achter de totstandkoming van dierlijke producten bekendmaken (28973, nr. 223).

(Zie vergadering van 12 december 2019.)

De voorzitter:
De motie-Ouwehand (28973, nr. 223) is in die zin gewijzigd en nader gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister van Landbouw, net als haar voorgangers, het van groot belang acht dat consumenten weten waar hun voedsel vandaan komt;

overwegende dat er een grote kloof bestaat tussen het beeld dat consumenten wordt voorgespiegeld en de realiteit voor de dieren in de veehouderij;

verzoekt de regering er zorg voor te dragen dat de volledige werkelijkheid achter vlees, vis, zuivel en eieren bekend wordt bij burgers en daartoe een voorstel aan de Kamer te sturen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 223 (28973).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de nader gewijzigde motie-Ouwehand (28973, nr. ??, was nr. 223).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, Van Kooten-Arissen, D66 en Van Haga voor deze nader gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties NVWA

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de NVWA,

te weten:

  • de motie-Moorlag over verlagen van het tempo van de slachtlijnen (33835, nr. 139);
  • de motie-Moorlag over intensiveren van het toezicht op motorvermogens in de kustvisserij (33835, nr. 140);
  • de motie-Graus over saneren van het voltallige hoger management van de NVWA (33835, nr. 142);
  • de motie-Graus over een levenslang verbod op het houden van dieren voor alle betrokkenen bij dierenmishandelingen in slachthuizen (33835, nr. 144);
  • de motie-Graus over het onmiddellijk sluiten van recidiverende slachthuizen (33835, nr. 145);
  • de motie-Graus/Wilders over het onmiddellijk sluiten van slachthuis Westfort (33835, nr. 146);
  • de motie-Ouwehand over wetenschappers van de Universiteit Utrecht betrekken bij het onderzoek naar de kwetsbaarheden in het huidige systeem (33835, nr. 147);
  • de motie-Ouwehand over het slachten van dieren staken zolang er geen sprake is van deugdelijk toezicht (33835, nr. 148);
  • de motie-De Groot over de bandsnelheid van slachterijen substantieel terugbrengen (33835, nr. 149);
  • de motie-De Groot over een risico-inventarisatie omtrent arbeidsomstandigheden van controleurs en werknemers van slachterijen (33835, nr. 150);
  • de motie-De Groot over richtlijnen voor de bescherming van klokkenluiders implementeren bij de NVWA (33835, nr. 151);
  • de motie-Lodders/Geurts over effectiever toezicht op slachthuizen met behulp van camera's (33835, nr. 153).

(Zie vergadering van 13 februari 2020.)

De voorzitter:
De motie-Moorlag (33835, nr. 140) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Moorlag en De Groot, en luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de minister het toezicht op en de handhaving van de motorvermogens en gegevensregistratie in de kustvisserij te effectueren, opdat de nationale en Europese regels worden gehandhaafd,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 140 (33835).

De motie-De Groot (33835, nr. 149) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de minister de voedselveiligheid van het slachtproces niet kan garanderen als gevolg van de druk op het slachtproces;

overwegende dat de NVWA-inspecteur ter plekke de bandsnelheid kan bepalen, maar dit als gevolg van de genoemde druk niet kan doen;

overwegende dat er slachthuizen zijn waar zich regelmatig incidenten voordoen die te maken hebben met de te hoge bandsnelheid;

verzoekt de regering de bandsnelheid van slachterijen waar zich regelmatig incidenten voordoen op voorstel van de NVWA-inspecteur ter plekke substantieel terug te brengen zolang dierenwelzijn en voedselveiligheid niet geborgd zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 149 (33835).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

Ik geef gelegenheid tot het afleggen van stemverklaringen vooraf.

Ik geef het woord aan mevrouw Ouwehand namens de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Het toezicht op de vee- en vleessector is al jaren om te huilen. Ook de minister gaf toe dat in dit systeem van hoge productie en lage kosten de voedselveiligheid niet te waarborgen is, om over het welzijn van de dieren nog maar te zwijgen. Toch worden er iedere werkdag weer 2,5 miljoen dieren door de Nederlandse slachthuizen gejaagd. Het toezicht faalt en ingrijpen is nodig. Maar nu mijn motie die vroeg om een parlementaire enquête naar het functioneren van de NVWA is verworpen, zullen we de motie van de heer Graus op stuk nr. 142 (33835) steunen, die vraagt om dan nu maar het hoger management van de NVWA naar huis te sturen. De motie op stuk nr. 144 (33835) van de heer Graus vraagt iets wat eigenlijk niet kan, namelijk dat de regering straffen oplegt. Dat moet de rechter doen. Maar we wachten wel al heel erg lang op het wetsvoorstel dat het rechters mogelijk maakt om een beroepsverbod in te stellen. Daarom steunen we die motie met die uitleg.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Ouwehand. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Sazias namens 50PLUS.

Mevrouw Sazias (50PLUS):
Voorzitter. Ook 50PLUS heeft met grote afschuw kennisgenomen van de filmpjes van ernstige dierenmishandeling in het slachthuis Westfort te IJsselstein. We hebben begrip voor de motie van de heer Graus op stuk nr. 146 (33835), maar willen benadrukken dat de Kamer niet gaat over het al dan niet sluiten van individuele slachthuizen. Het oordeel hierover en over de nodige verbetermaatregelen moet worden geveld door de inspecties. Dat is de juiste route. Daarom zal 50PLUS nu tegen deze motie stemmen.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Sazias.

In stemming komt de motie-Moorlag (33835, nr. 139).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Moorlag/De Groot (33835, nr. ??, was nr. 140).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS en D66 voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Graus (33835, nr. 142).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdD, Van Kooten-Arissen, de PVV en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Graus (33835, nr. 144).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdD, Van Kooten-Arissen, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Graus (33835, nr. 145).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, de PvdD, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Graus/Wilders (33835, nr. 146).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdD, Van Kooten-Arissen en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ouwehand (33835, nr. 147).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ouwehand (33835, nr. 148).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdD, DENK en Van Kooten-Arissen voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-De Groot (33835, nr. ??, was nr. 149).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de SGP, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-De Groot (33835, nr. 150).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-De Groot (33835, nr. 151).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, Van Kooten-Arissen, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Lodders/Geurts (33835, nr. 153).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemming motie Aanpak van bedreiging en stalking

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over de aanpak van bedreiging en stalking,

te weten:

  • de motie-Van Wijngaarden over de verhoging van de strafmaat voor doodslag naar 25 jaar (29279, nr. 569).

(Zie vergadering van 30 januari 2020.)

De voorzitter:
De motie-Van Wijngaarden (29279, nr. 569) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het strafmaximum voor moord is verhoogd van twintig naar dertig jaar en er geen strafverhoging voor doodslag is gerealiseerd;

overwegende dat de rechtbank Rotterdam en de voorzitter van het College van procureurs-generaals een hogere straf voor doodslag bepleiten;

overwegende dat het kabinet heeft aangekondigd aan een voorstel hiertoe te werken;

overwegende dat het verschil tussen moord en doodslag ook tot uitdrukking mag komen in de maximale strafmaat;

verzoekt de regering uiterlijk juni 2020 een wetsvoorstel in consultatie te doen om de maximale straf voor doodslag te verhogen naar bijvoorbeeld 25 jaar,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 569 (29279).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Wijngaarden c.s. (29279, nr. ??, was nr. 569).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, DENK, 50PLUS, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemming Voortgang implementatie VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over de voortgang van de implementatie van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (conform motie-Dijksma c.s., 24170, nr. 170),

te weten:

  • de motie-Van der Graaf c.s. over toegankelijkheid van het vervoer als basisvoorziening (24170, nr. 213).

(Zie vergadering van 19 december 2019.)

In stemming komt de motie-Van der Graaf c.s. (24170, nr. 213).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

De heer Van Weyenberg.

De heer Van Weyenberg (D66):
Voorzitter, bij het vorige agendapunt, 22, de stemming over de aangehouden motie ingediend bij het debat over de aanpak van bedreiging en stalking, willen wij geacht worden voor de motie op stuk nr. 569 (29279) te hebben gestemd.

De voorzitter:
Deze opmerking zal in de Handelingen worden opgenomen. Mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Bij de stemmingen bij punt 17, de stemmingen over CETA, hebben we twee keer moeten stemmen over mijn gewijzigde motie, oorspronkelijk op stuk nr. 13 (35154). Nu heb ik even zitten puzzelen op de stemverhouding, en volgens mij is bij de tweede keer de fractie van DENK niet genoemd, terwijl die wel voor was. Ik weet dat de motie dan nog steeds niet aangenomen is, maar zij is dan ook niet verworpen. De stemmen zouden namelijk zijn gestaakt. Dus misschien kan de fractie van DENK dat nog even corrigeren. Het gaat om mijn gewijzigde motie, oorspronkelijk op stuk nr. 13, over Mercosur.

De voorzitter:
Maar ze hebben hun hand niet omhooggestoken, dus dan kan ik het ook niet weten.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Volgens ons zaten ze wel met hun hand omhoog.

De voorzitter:
Nee, hoor.

De heer Kuzu (DENK):
Voorzitter, wij hebben zowel de eerste keer als de tweede keer voorgestemd.

De voorzitter:
Ja, hoe?

De heer Kuzu (DENK):
Zó, met onze hand omhoog.

De voorzitter:
Dat was echt niet zo. Maar goed, er is geconcludeerd en ik kan het niet terugdraaien.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, dat weet ik. Maar ik wil het nu even opmerken voor de Handelingen: de motie is niet verworpen, want de stemmen staakten. Ik zal de motie bij de eerstvolgende gelegenheid opnieuw indienen en dan hoop ik dat iedereen zich aansluit.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we hiermee aan het einde gekomen van de stemmingen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:
Aan de orde is de regeling van werkzaamheden.

Op verzoek van een aantal leden stel ik voor de volgende door hen ingediende moties opnieuw aan te houden: 28625-266; 26407-120; 26407-119; 35300-A-18; 29398-781.

Ik stel voor de volgende stukken van de stand van werkzaamheden af te voeren: 32820-335; 2020Z01577; 34602-2; 31239-311; 33612-72; 30196-694; 32813-443; 31239-309; 32813-441; 29023-255; 32813-440; 33612-71; 31239-308; 31793-192; 30196-689; 32813-406; 27879-74; 32813-403; 29477-647; 35300-XVI-156; 33506-41; 21501-07-1648; 21501-20-1509; 35000-VIII-206; 31288-797; 31288-808; 32140-66; 34602-1; 28362-24; 26695-130; 29477-646; 29614-149; 25295-80; 25295-78; 32793-473; 25295-76; 25295-77; 2020Z00699; 35371-2; 29544-960; 28684-610; 31936-716; 29279-563; 19637-2575; 2020Z00743; 24515-449; 34775-XIII-148.

Ik stel voor toe te voegen aan de agenda:

  • het VAO Zwangerschap en geboorte, met als eerste spreker mevrouw Ploumen namens de PvdA.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:
Ik geef de heer Van Aalst namens de PVV het woord.

De heer Van Aalst (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ruim 30% van de gemeenten geeft aan nog steeds te kampen te hebben met grote pfas-problemen. Baggeraars lijden miljoenen verlies. Transportondernemers geven aan dat zelfs een kwart binnenkort omvalt als het overheidsbeleid niet verandert. Hoe bestaat het dat de minister die dit probleem zelf heeft veroorzaakt, nu net doet alsof er niets aan de hand is en weigert excuses te maken?

Voorzitter, wij willen zo snel mogelijk een plenair debat in plaats van het onderwerp af te serveren in een achterafzaaltje.

De voorzitter:
Welk achterafzaaltje bedoelt u, meneer Van Aalst?

De heer Van Aalst (PVV):
Die drie uur morgen ergens in een commissiezaal, voorzitter.

De voorzitter:
Dat is een commissiezaal. Daar worden volwaardige debatten gevoerd.

De heer Von Martels (CDA):
Voorzitter. De heer Van Aalst wordt op zijn wenken bediend, want morgen vindt inderdaad het AO plaats, in de Thorbeckezaal. We zouden Thorbecke tekortdoen als we dat morgen niet door zouden laten gaan.

De heer Ziengs (VVD):
Exact, met dezelfde bewoordingen.

Mevrouw Van Eijs (D66):
Voorzitter. Pfas is gif. Daar moeten we voorzichtig mee omgaan. Het lijkt me goed om het daar morgen tijdens het AO over te hebben.

De heer Laçin (SP):
Steun voor de voorzitter, geen steun voor dit voorstel. We gaan het morgen bespreken.

De voorzitter:
Fijn.

De heer Van Haga (Van Haga):
Voorzitter. Pfas is belangrijk en het is een over onszelf afgeroepen blunder, dus ik steun het voorstel van harte.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Voorzitter. Volgens mij heeft de PVV het AO dat we morgen hebben over pfas gesteund. Dat AO hebben we dus morgen, met steun van de PVV. Dat gaan we dus hebben en ik zie de heer Van Aalst daar.

De heer Van Aalst (PVV):
Zeker.

De voorzitter:
En een AO is een commissiedebat.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Geen steun voor een plenair debat dus.

De heer Öztürk (DENK):
Het algemeen overleg gebeurt in de Thorbeckezaal. Ook daar worden belangrijke beslissingen genomen, dus ik zie u morgen daar. Geen steun.

De heer Moorlag (PvdA):
Geen steun voor een apart debat. We gaan het er morgen over hebben in commissieverband.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Ook de ChristenUnie wil het er morgen over hebben bij het commissiedebat.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Aalst. U heeft geen meerderheid.

De heer Van Aalst (PVV):
Ik heb het gezien, voorzitter. Het is duidelijk.

De voorzitter:
Dan de heer Wiersma namens de VVD.

De heer Wiersma (VVD):
Voorzitter, dank. Vorige week werd bekend dat kennisinstituut Wetsus in Friesland gehackt is. Vrijdag werd bekend dat ook Iraanse hackers actief zijn. We moeten onze kennisinstellingen beschermen. We hebben daarover al een debat aangevraagd, namelijk specifiek over de casus van de Universiteit Maastricht, maar ik denk dat het goed is om dat debat in te gaan plannen binnenkort en daar ook de thema's die ik net noemde bij te betrekken. Dan krijgen we een breed debat over het beschermen van onze kennis in Nederland.

De voorzitter:
Het gaat dus om het zo snel mogelijk inplannen van een bestaand debat dat op de lijst staat.

De heer Wiersma (VVD):
Ja. Ik schetste even de bredere context van de dingen die we de afgelopen week gehoord hebben. Die passen daar, denk ik, heel goed bij.

De heer Futselaar (SP):
Voorzitter. We hebben een hele lange lijst van actuele debatten. Wat ons betreft geen steun. Het heeft op dit moment niet de allergrootste prioriteit.

De heer Van der Molen (CDA):
Voorzitter. Nu ze zelfs in Friesland aan het hacken zijn: alle steun om dit debat snel in te plannen.

De heer Beertema (PVV):
Voorzitter, steun voor het debat.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Steun voor het debat, maar het hoeft niet op heel korte termijn, want er staan ook nog onderwerpen als kansenongelijkheid op de agenda en die verdienen wat ons betreft eerder voorrang dan dit debat.

De voorzitter:
De heer Wiersma vraagt dit debat op korte termijn te houden. Wat is eigenlijk "op korte termijn" volgens u?

De heer Wiersma (VVD):
Nou, na het reces, voorzitter.

De voorzitter:
Welk reces?

De heer Wiersma (VVD):
Na het komende voorjaarsreces. Ik kan me ook voorstellen dat het kabinet nog een brief wil sturen over de casus met de Iraanse studenten, maar daarna zou ik spoedig na het reces dit debat willen inplannen.

De voorzitter:
Spoedig na het reces. Waar is mevrouw Westerveld? Steunt u het wel of niet?

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Nee.

De voorzitter:
Nee. Oké.

De heer Azarkan (DENK):
Geen steun.

De heer Bisschop (SGP):
Voorzitter. Dit is een zaak van urgentie. Steun.

De voorzitter:
Mevrouw Kuiken, PvdA. Nee, niet de heer Paternotte; mevrouw Kuiken.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Nou hou ik me een keer aan de orde ... Steun, voorzitter.

De heer Paternotte (D66):
Ik vind het op zich prima om het binnenkort te houden. Ik weet niet precies wat het voorstel is, want ik weet niet precies wat "binnenkort" is.

De voorzitter:
Ik ook niet.

De heer Paternotte (D66):
Ik kan me voorstellen dat we dit debat combineren met een cybersecuritydebat dat, naar ik heb begrepen, al ingepland staat, ook op zeer korte termijn. Dat zou het mogelijk maken om dit bredere thema dat de heer Wiersma terecht schetst, ook op korte termijn breed te behandelen.

De voorzitter:
Dit is een nieuw voorstel. Steunt u nou een apart verzoek van de heer Wiersma, ja of nee? Tenminste, om het snel in te plannen, want het verzoek ...

De heer Paternotte (D66):
Ik vind het tegenvoorstel dat ik net deed eigenlijk beter, dus om het samen te voegen, omdat de heer Wiersma hier een breder debat van wil maken over cybersecurity en bescherming van kennis.

De voorzitter:
U heeft zo een meerderheid, meneer Wiersma.

De heer Wiersma (VVD):
Dan gaan we het zo doen, ja. Ik houd me gewoon aan mijn verzoek om het debat snel in te plannen, maar wel in de breedte van de thema's van vorige week, zoals de kennisinstituten die gehackt zijn.

De voorzitter:
Dank u wel. Daar gaat u zelf over. Dan stel ik voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

De heer Van Gerven, SP.

De heer Van Gerven (SP):
Voorzitter. Ik doe het verzoek om het VAO Zwangerschap en geboorte nog deze week in te plannen, inclusief stemmingen. Ik doe dit mede namens de aanwezigen van het algemeen overleg vorige week.

De voorzitter:
Iedereen is het ermee eens. Oké.

Dan de heer Öztürk namens DENK.

De heer Öztürk (DENK):
Voorzitter. Vorige week werden we opgeschrikt door een bizarre tv-uitzending van de NPO over een pedofiel die graag een politieke partij wil oprichten. Het doel van deze politieke partij is peuters van 2 tot 3 jaar te kunnen misbruiken. Ook willen ze pedofilie legaliseren. Dit is schokkend. Wat DENK betreft moeten politieke partijen die oproepen om kinderen te kunnen misbruiken, verboden worden. We moeten onze kinderen beschermen tegen dit soort gekken.

De voorzitter:
U wilt dus een debat.

De heer Öztürk (DENK):
Daarom wil ik een brief en een debat met de minister van Binnenlandse Zaken.

De heer Martin Bosma (PVV):
Op zich is het fijn dat de heer Öztürk naar de Nederlandse televisie kijkt, maar geen steun.

De heer Öztürk (DENK):
Wat is dit voor een opmerking?

De voorzitter:
Mevrouw Den Boer, D66.

De heer Öztürk (DENK):
Blijkbaar wil de PVV pedofilie ook legaliseren.

De voorzitter:
Mevrouw Den Boer namens D66. Meneer Öztürk, u krijgt zo het woord.

Mevrouw Den Boer (D66):
D66 vindt wat in dit programma voorbijkwam, heel verwerpelijk. Daarom willen we aan de minister vragen om in een brief een reactie hierop te geven. Voorlopig nog even geen steun voor het debat.

De voorzitter:
De heer Schonis namens de VVD. Nee, sorry, de heer Van Gent namens de VVD.

De heer Van Gent (VVD):
Nou, dat is ook een Zeeuw. Dit is een belangrijk onderwerp. We verwachten nog dit jaar de Wet op de politieke partijen. Dan gaan we erover praten onder welke voorwaarden partijen verboden worden. Dus geen steun voor dit debat.

De heer Bisschop (SGP):
Voorzitter. Het lijkt me heel goed om een brief van het kabinet te krijgen. In de aanloop naar de behandeling van dat wetsvoorstel moeten we alvast over dit punt expliciet discussiëren, want het is een buitengewoon kwalijk iets dat zoiets publiekelijk uitgezonden kan worden. Dus steun voor brief en debat.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Voorzitter. Ik deel absoluut de emoties. Ik steun ook een brief. Ik zou niet het debat willen doen, omdat dat heel lang duurt. Laten we even via de verschillende procedurevergaderingen, ook bij JenV, bekijken waar we het heel spoedig kunnen behandelen.

Mevrouw Özütok (GroenLinks):
Voorzitter. Dit is een belangrijk onderwerp. Maar eerst moet er een reactie van de minister komen en daarna kunnen we kijken of het noodzakelijk is om een debat te voeren.

De voorzitter:
Dus geen steun.

De heer Van Nispen (SP):
Voorzitter. Verwerpelijke uitspraken. Daarom steun voor een brief.

De voorzitter:
Dus geen debat.

De heer Van der Molen (CDA):
Voorzitter. Ik sluit me aan bij alle partijen die hebben aangegeven dat het een walgelijke uitspraak is. Ik sluit me aan bij de opmerking van de heer Van Gent dat we een wetsvoorstel op dat punt gaan bespreken. Laten we dat daar dan ook doen.

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Voorzitter. Vreselijke uitspraken. Kinderen moet je beschermen. We zouden graag een brief willen hebben. Dan kunnen we via de commissie even kijken of we zo snel mogelijk tot een AO hierover kunnen komen.

De voorzitter:
Meneer Öztürk, u heeft geen steun voor uw verzoek.

De heer Öztürk (DENK):
De Kamer spreekt zich uit tegen deze walgelijke uitspraken, op de PVV na. Jammer.

De voorzitter:
Nee, nee, nee. Dat is niet helemaal ... Ik stel voor het stenogram van dit deel van het debat door te geleiden naar het kabinet.

Dan geef ik nu het woord aan de heer Stoffer namens de SGP.

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Zeeland is in beroering, en terecht. Vorige week heeft het kabinet geuit dat de marinierskazerne niet gaat verhuizen naar Vlissingen, maar hoogstwaarschijnlijk naar Nieuw-Milligen. Hier speelt een vertrouwensvraag, want er blijkt maandenlang onderhandeld en gesproken te zijn met Gelderland en Apeldoorn zonder dat Zeeland en Vlissingen daarvan afwisten. Dan heb je het echt over de vraag: kunnen we de overheid op deze manier vertrouwen? Daarom wil ik deze week een debat hierover. Nu staat er al een meerderheidsdebat op de agenda van mevrouw Diks. We hebben dit met elkaar afgestemd en we willen dit debat graag naar voren halen, waarbij mevrouw Diks uiteraard de eerste spreker is. Mijn vraag is om dat debat deze week in te plannen.

De voorzitter:
Dus het gaat om het deze week inplannen van een debat. Dat is het verzoek van …

De heer Stoffer (SGP):
Ik zou graag ook de minister van Binnenlandse Zaken erbij willen hebben, omdat die aangewezen is voor de compensatie voor Zeeland.

De voorzitter:
Ja.

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Voorzitter. Dit geeft heel veel gevoelens van onrust bij Zeeland, en terecht. Daarom vind ik het ook terecht dat we dit debat zo snel mogelijk voeren, wat ons betreft donderdag al.

De voorzitter:
Dus steun.

De heer Bosman (VVD):
Voorzitter. Het is zeker een belangrijk onderwerp, zeker voor de Zeeuwen en Zeeland. Een debat met de staatssecretaris is essentieel. De minister van Binnenlandse Zaken heeft nog geen gesprek kunnen voeren met Zeeland over de compensatie, dus ik zou het onverstandig vinden om hem hier neer te zetten. Het kabinet gaat over de eigen afvaardiging. Dat is dus mijn voorwaarde. Dat zeg ik er wel bij.

De voorzitter:
Dus u steunt het verzoek?

De heer Bosman (VVD):
Absoluut steun voor het debat.

De voorzitter:
Deze week ook?

De heer Bosman (VVD):
Zeker.

De heer Krol (50PLUS):
Het is een zeer onverkwikkelijke zaak. Ik steun het verzoek dan ook van harte.

Mevrouw Karabulut (SP):
Volledige steun voor alle verzoeken, voorzitter.

De heer Omtzigt (CDA):
Voorzitter. We begrijpen de gevoelens in Zeeland zeer goed. We steunen het om deze week het debat te houden, zeker omdat een collega hier de vertrouwensvraag stelt, een collega die dit naar mijn weten ook niet lichtzinnig doet. Om dezelfde reden als de VVD hoeven wij in dit stadium de minister van Binnenlandse Zaken er niet bij te hebben, omdat het wel belangrijk is dat eerst dat gesprek met Zeeland kan plaatsvinden.

De heer Beertema (PVV):
Steun, voorzitter.

Mevrouw Diks (GroenLinks):
We hadden het inderdaad even afgestemd, want mijn meerderheidsdebat stond al ongeveer een jaar gepland. Het lijkt me dus prima om naar aanleiding van de berichten die nu naar buiten zijn gekomen, zeer snel dit debat te voeren.

De voorzitter:
Hij heeft het verzoek ook mede namens u gedaan.

De heer Kerstens (PvdA):
Voorzitter. Het vertrouwen van Zeeland is op een ongelofelijke manier geschaad, dus steun voor het debat en ook voor het uitnodigen van de minister van Binnenlandse Zaken daarbij, al is het maar omdat we hem dan in ieder geval iets kunnen meegeven voor die gesprekken met de provincie.

De heer Bisschop (SGP):
Voorzitter. De voltallige SGP-fractie steunt dit verzoek.

De voorzitter:
Meneer Bisschop, het is me even ontgaan. Ik heb niet goed opgelet, maar u gaat toch niet op uw eigen fractiegenoot reageren? Maar dat vindt u wel …

De heer Bisschop (SGP):
Ja, voorzitter, dat is mij ook bekend. Maar het leek me leuk om dat even te melden.

De voorzitter:
Goed.

De heer Öztürk (DENK):
Het kabinet heeft het vertrouwen van Zeeland geschaad. Dat moet zeer snel rechtgezet worden. Liefst deze week een debat. Steun.

Mevrouw Belhaj (D66):
Voorzitter. Het is volstrekt begrijpelijk dat veel Zeeuwen ontzettend boos zijn. We hebben destijds het debatverzoek van GroenLinks gesteund en zullen dat blijven doen. Dus ook deze week een debat.

De voorzitter:
Meneer Stoffer, u heeft een ruime meerderheid voor uw verzoek. We gaan kijken wanneer we het deze week gaan inplannen. Dank u wel.

Dan ga ik naar de heer Wassenberg namens de Partij voor de Dieren.

De heer Wassenberg (PvdD):
Voorzitter. Vorige week werd het Noordzeeakkoord gepresenteerd. De inkt van dat akkoord was nauwelijks droog toen bleek dat de vorige akkoorden, van 2011 en 2012, het papier waarop ze gedrukt zijn niet waard zijn, want garnalenvissers blijken jarenlang tienduizenden uren te veel te hebben gevist. De NVWA stond erbij en keek ernaar, want om de NVWA te ontzien zouden de vissers zichzelf controleren. Dat gebeurde ten koste van de natuur. Ik vind dat ernstig genoeg om daarover een debat te willen met de minister van LNV. Ik wil een brief waarin de minister expliciet ingaat op de vraag waarom de NVWA akkoord is gegaan met die zelfcontroles en op de gevolgen van die illegale visserij voor de natuur.

De heer Futselaar (SP):
Steun, voorzitter.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Voorzitter. We hebben donderdag nog uitgebreid over een heleboel debatten over de NVWA gesproken, maar we gaan weer overnieuw beginnen. Dus ook steun van GroenLinks.

Mevrouw Den Boer (D66):
Namens collega De Groot steun voor dit voorstel, voorzitter.

De heer Bisschop (SGP):
Voorzitter. Vooralsnog steun voor de brief en daarna beoordelen we of een apart debat nodig is.

De voorzitter:
Dus voorlopig geen steun.

De heer Moorlag (PvdA):
Voorzitter. Ik wil het graag steunen. Afgelopen donderdag heb ik deze kwestie ook al aan de orde gesteld. Afgelopen weekend is er nog meer berichtgeving hierover gekomen. De overheid mag niet langer wegkijken.

De voorzitter:
Dus u steunt het.

De heer Moorlag (PvdA):
Er moet een debat over komen.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Voorzitter. De ChristenUnie steunt het verzoek om een brief en wil dan op basis van de brief bekijken wanneer en waar we het gaan behandelen.

De voorzitter:
Dus voorlopig geen steun.

De heer Weverling (VVD):
Voorlopig geen steun, voorzitter. Eerst een brief.

De heer Von Martels (CDA):
Dat geldt ook voor het CDA, voorzitter.

De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, meneer Wassenberg.

De heer Wassenberg (PvdD):
Nee, voorzitter. Ik tel zo snel 61 leden.

De voorzitter:
60.

De heer Wassenberg (PvdD):
Dat is minder dan 75, maar meer dan 30, dus ik wil het wel graag op de lijst van dertigledendebatten laten zetten.

De voorzitter:
Dan voegen we dit debat toe aan de lijst van dertigledendebatten. Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

De heer Krol namens 50PLUS.

De heer Krol (50PLUS):
Voorzitter. De NRC kopte deze week: "Dat de Nederlandse rijksinspecties onafhanklijk zijn is 'pure onzin'". Daar willen we een brief over van de minister van Binnenlandse Zaken. Het is niet voor het eerst dat de rijksinspecties in opspraak zijn. Steeds weer zou er sprake zijn van beïnvloeding. Dat is schadelijk voor de hele politiek. Daarom vraag ik mede namens mevrouw Van Kooten-Arissen een debat aan.

De voorzitter:
Meneer Van Nispen, volgens mij heeft u ook een debat staan over hetzelfde onderwerp. Weet u dat nog?

De heer Van Nispen (SP):
Jazeker.

De voorzitter:
Oké. Wilt u daar iets over zeggen?

De heer Van Nispen (SP):
Met alle plezier, voorzitter. Het is wel een breder probleem dan alleen bij het ministerie van Justitie. Dus als de aanvraag zou zijn om een apart debat te houden over alle rijksinspecties, dan zouden wij dat ook van harte steunen, maar ik hoop ook dat het debat over de ellende bij Justitie en het WODC-debat in ieder geval heel snel ingepland kunnen worden.

De voorzitter:
Dat staat wel voor de week van 3 maart aangekondigd, dus na het krokusreces.

De heer Van Nispen (SP):
Wat mij betreft voegen we dat hier inderdaad bij. Ik vind dat prima.

De voorzitter:
Allemaal, ja? Dank jullie wel. Dank u wel, meneer Krol.

De heer Krol (50PLUS):
Dank u, voorzitter.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

De heer Azarkan namens DENK.

De heer Azarkan (DENK):
Dank, voorzitter. Ik ben geschokt, verbijsterd. Een paar dagen geleden keerden zich zo'n honderd jongeren in Urk tegen de belichaming van de lokale democratie, namelijk het gemeentehuis. Met zwaar vuurwerk en bakstenen werd een aanval gepleegd op het lokale gemeentehuis. Wat is er aan de hand? Waar komt dit anti-integratieve en ondemocratische gedrag vandaan, ook in de belichaming van onze rechtsstaat? Hoe kan dit? Ik wil graag een debat met in de eerste plaats de minister van Justitie en Veiligheid en met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, want misschien heeft dit ook iets te maken met integratie.

De heer Van Dam (CDA):
Ik kan mij de geschoktheid van de heer Azarkan voorstellen. Alleen, dit is een debat dat plaats hoort te vinden in de gemeenteraad van Urk en niet hier. Daarom geen steun.

De voorzitter:
Dus geen steun.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Het is inderdaad schandelijk, voorzitter. Maar ik zou niet een plenair debat willen doen. Ik zou het, wellicht met een brief, toe willen voegen aan een van de vele algemene overleggen die nog staan.

De heer Bisschop (SGP):
Voorzitter. De verbijstering van collega Azarkan is heel goed te begrijpen. Dat dit in Urk kan gebeuren!

De heer Azarkan (DENK):
Ongelofelijk!

De heer Bisschop (SGP):
Daarom moet ook in Urk het debat daarover plaatsvinden en niet hier in de Kamer. Geen steun.

De heer Azarkan (DENK):
Als we dat overal doen, hebben we geen debatten nodig.

De voorzitter:
Nee, meneer Azarkan. Eerst even kijken hoe anderen over dit verzoek denken.

De heer Van Nispen (SP):
Voorzitter. Strafbare feiten moeten worden aangepakt en worden opgespoord. Dat zeggen we ook bij andere debataanvragen. Ik reken er daarom ook op dat dit ook hier gebeurt. Dus daar is geen debat voor nodig.

De heer Markuszower (PVV):
Dat vond ik mooi verwoord door de heer Van Nispen.

De heer Groothuizen (D66):
Ik sluit me ook aan bij de heer Van Nispen, voorzitter.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Daar sluit ik me ook bij aan, voorzitter.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):
Het is op zich hoopgevend dat iedereen lokale kwesties lokaal wil houden, want heel vaak gaat het over Amsterdam en dan wil iedereen hier de hele huizenmarkt bespreken. Maar het is heel goed om te horen dat er een nieuwe trend is ingezet bij de collega's. Ik sluit me aan bij het commentaar van mevrouw Kuiken dat het eventueel in een AO aan de orde zou kunnen komen.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Geen steun.

De voorzitter:
Dan heeft u geen steun, meneer Azarkan.

De heer Azarkan (DENK):
100 jongeren die het gemeentehuis aanvallen, voorzitter, en geen steun. Onbegrijpelijk!

De voorzitter:
Nee, nee, nee, meneer Azarkan, geen commentaar. Dank u wel. Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

De heer Graus namens de PVV.

De heer Graus (PVV):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Er dook vorige week een filmpje op van JachtTv, gemaakt met behulp van de Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging. Daarin wordt een dier zwaar mishandeld. Er is een verbod op druk- en drijfjacht, met steun van de hele Kamer, en ondertussen worden er nu dieren levend uitgegraven, die gewoon liggen te slapen. Die worden gewoon minutenlang getart en getreiterd. Het is puur sadisme. En dat terwijl het juist dieren zijn die de boeren verlossen van muizen-, ratten- en ganzenoverlast.

De voorzitter:
En dus?

De heer Graus (PVV):
Het is dus onwaarschijnlijk dat de grootste en de beste natuurbeheerder van Nederland, de vos, niet alleen wordt afgeschoten, maar ook nog sadistisch wordt mishandeld.

De voorzitter:
Oké. En u wilt daarover praten?

De heer Graus (PVV):
Daar wil ik graag een debat over hebben met de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, en dierenwelzijn.

De heer Wassenberg (PvdD):
Voorzitter. Ik heb de beelden ook gezien. Misselijkmakend. Volwassen kerels met honden die een vossenhol uitgraven en vervolgens de vos, die vlucht, neerschieten en de honden aan het kadaver laten trekken. Het is echt misselijkmakend. Ik steun het debat van harte. Dit moeten we inderdaad zo snel mogelijk verbieden.

Mevrouw Den Boer (D66):
Namens collega De Groot geen steun, omdat wij denken dat het bij het AO Natuur kan worden betrokken.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Voorzitter. Ik vond het ook vreselijke beelden, maar ik denk dat wij dit het beste kunnen bespreken in het AO Natuur.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
De ChristenUnie wil dit bespreken bij een algemeen overleg.

De heer Moorlag (PvdA):
Voorzitter, ik zou het ook graag bespreken bij een algemeen overleg.

De heer Weverling (VVD):
Ik bespreek het ook graag bij het AO Natuur, volgens mij op 8 april.

De heer Futselaar (SP):
Voorzitter. Dit heeft heel weinig met natuur te maken, dus ik vind het AO Natuur niet gepast. Ik zou het inplannen van een AO Jacht dan misschien logischer vinden, maar ik steun het debat totdat zoiets kan gebeuren.

De heer Graus (PVV):
Dank u wel, meneer Futselaar.

De heer Von Martels (CDA):
Ik wil dolgraag met de heer Graus debatteren, maar ik spaar mijn munitie voor een ander debat.

De voorzitter:
Dus geen steun.

De heer Bisschop (SGP):
Voorzitter. De suggestie van mevrouw Bromet lijkt mij uitstekend, dus geen steun voor dit debat.

De heer Öztürk (DENK):
Steun.

De heer Graus (PVV):
Dank u wel, meneer Öztürk.

De voorzitter:
U heeft geen meerderheid.

De heer Graus (PVV):
Nee, maar ik heb wel steun voor een dertigledendebat. Ik weet dat dat dan helemaal onderaan komt te staan, maar ik laat dat even staan. Meneer Futselaar gaf namelijk een goede voorzet. Dan hebben we in ieder geval een stok achter de deur. Mocht het eerder in een debat of in een AO Natuur — dat mag ik van deze voorzitter een debat noemen — aan de orde komen ...

De voorzitter:
... dan komt u terug om het van de lijst te halen.

De heer Graus (PVV):
Mevrouw de voorzitter, dat klopt toch? Ik mag een AO ook een debat noemen. Dat heeft u mij zelf ooit gezegd.

De voorzitter:
Ja, natuurlijk!

De heer Graus (PVV):
Dus als het bij een debat over natuur of in een algemeen overleg kan, dan zal ik daar het woord gaan voeren namens de PVV, en namens de vossen. Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Graus. Wij voegen dit debat toe aan de lijst van dertigledendebatten.

Mevrouw Palland namens het CDA. Het mag ook bij de interruptiemicrofoon. Wat u wilt. Het is een aankondiging, hè?

Mevrouw Palland (CDA):
Ja, precies. Volgende week vindt de Raad Concurrentievermogen plaats. Maandag is er door vier partijen inbreng geleverd. Ik zou graag het verslag willen afwachten en dan voor deze week nog een VSO willen aanvragen om eventueel moties in te dienen.

De voorzitter:
Dat is inclusief stemmingen, zie ik. We gaan deze week volgens mij elke dag stemmen, dus dan past dit daar ook in.

De heer Emiel van Dijk namens de PVV.

De heer Emiel van Dijk (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Gisteren werd het nieuws groot bekend dat de ngo Syrian Civil War Map erachter is gekomen dat Aleppo voor het eerst sinds 2012 compleet bevrijd is van jihadisten en dus weer veilig is. Vanaf morgen zullen er alweer vluchten vanaf Aleppo naar internationale bestemmingen zoals Caïro vertrekken. Het is dus tijd om de tienduizenden Syriërs die hier nu in Nederland zitten, terug te sturen naar Syrië om ze te helpen hun eigen land weer op te bouwen. Grote gedeeltes van Syrië zijn veilig. We moeten daar haast mee maken, want anders krijgen die mensen een permanente verblijfsvergunning en zullen ze hier blijven in plaats van terug naar Syrië gaan, waar ze ...

De voorzitter:
U wilt een debat daarover?

De heer Emiel van Dijk (PVV):
Ja, daar wil ik graag een debat over.

De heer Groothuizen (D66):
Voorzitter. Niet zo lang geleden hebben we op verzoek van mevrouw Kuiken een groot migratiedebat gepland. Het lijkt mij logisch dat als de PVV het hierover wil hebben, ze het bij dat migratiedebat betrekt. Geen steun.

De heer Emiel van Dijk (PVV):
Dat is niet hetzelfde.

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Voorzitter. De mensen in Syrië zijn door IS belaagd, maar ook door hun eigen regeringsleider, de dictator Assad. Van veiligheid is geen sprake. Geen steun voor een debat dat niet relevant is voor de mensen in Syrië, die …

De voorzitter:
Dus geen steun.

Mevrouw Ploumen (PvdA):
… nu met 900.000 gevlucht zijn.

De voorzitter:
Mevrouw Ploumen!

De heer Emiel van Dijk (PVV):
Niet ík zeg het, maar internationale ngo's.

De voorzitter:
Dat is het nadeel van heel veel tekst bij een verzoek.

De heer Bisschop (SGP):
Voorzitter. Gezien de ontwikkeling in Syrië lijkt het me heel verstandig dat wij hier in de Kamer ons beraden op welk vervolg de opvang van deze vluchtelingen tijdelijk moet hebben en welk vervolg die nu dus krijgt. Dus steun voor een debat. Het lijkt me zeer relevant.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Voorzitter. Ik zou graag een brief willen vragen, maar dat zal dan via de procedurevergadering moeten. Ik wil graag weten wanneer het volgende landenrapport er is. Maar dat is iets wat we bij de commissie bespreken. Dan kunnen we het er daarna over hebben.

De heer Laçin (SP):
Voorzitter. Syrië is allesbehalve veilig. Geen steun.

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Ik sluit me kortheidshalve aan bij de eloquente woorden van mevrouw Ploumen.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Voorzitter. Ik sluit me aan bij de woorden van de heer Groothuizen. Er komt al een breed debat over migratie. Daar kan dit bij betrokken worden.

De voorzitter:
Meneer Van Dijk.

De heer Emiel van Dijk (PVV):
Ik constateer dat ze er niet over willen praten. Ik heb hier vorige week nog gestaan om het debat naar voren te halen. Iedereen zegt: nee, schuif het maar op de lange termijn.

De voorzitter:
Maar er komt een groot debat. Misschien komt het daar weer terug.

De heer Emiel van Dijk (PVV):
Ja, in 2025, denk ik, voorzitter.

De voorzitter:
Nee, er is vanuit de Kamer gezegd dat dat snel moet worden gepland. Dank u wel, meneer Emiel van Dijk. Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Mevrouw Belhaj namens D66.

Mevrouw Belhaj (D66):
Voorzitter. Vanmorgen berichtten het NRC en de NOS op basis van WOB-stukken over de luchtaanval in Hawija. Over Hawija hebben we al vaker in deze Kamer gepraat. Voor D66 roepen deze publicaties, inclusief de stukken die welbekend zijn, veel vragen op. Ik wil dan ook een debat met de minister van Defensie, voorafgegaan door een brief waarin de minister helder ingaat op de vraag of Defensie destijds had kunnen weten dat er mogelijk burgerslachtoffers zouden vallen en op de vraag waarom de Kamer daarnaast destijds niet geïnformeerd is volgens eigen protocollen. Ook zou ik graag willen dat alle stukken die gewobd zijn toegedaan worden aan de Kamer. Dat is mijn verzoek.

De heer Beertema (PVV):
Steun voor alle verzoeken, voorzitter.

Mevrouw Karabulut (SP):
Voorzitter, steun voor alle verzoeken. Ik zou ook graag de minister-president voor dit debat willen uitnodigen. Het gaat namelijk om cruciale uitspraken van de minister-president, die nu, volgens de stukken, niet blijken te kloppen. Dus graag de minister-president erbij en spoedig het debat inplannen.

De heer Kerstens (PvdA):
Voorzitter. Het is van de gekke dat we deze informatie steeds in de krant moeten lezen en niet rechtstreeks van de minister krijgen, dus steun voor alle verzoeken van collega Belhaj.

De heer Bosman (VVD):
Voorzitter. Voor de duidelijkheid wil ik graag eerst een brief. Ik wacht de brief af om te kijken hoe we verdergaan.

De voorzitter:
Dus voorlopig geen steun.

De heer Bisschop (SGP):
Voorzitter, steun voor de brief en ook voor het debat.

Mevrouw Diks (GroenLinks):
Steun voor alle verzoeken, ook voor het verzoek van mevrouw Karabulut om de minister-president hierbij uit te nodigen.

De heer Öztürk (DENK):
Dat geldt ook voor DENK. Steun voor alle verzoeken. En de minister-president erbij.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Ik sluit me graag aan bij de VVD. Eerst een brief en dan kunnen we zien of er een debat nodig is.

De voorzitter:
Er is een meerderheid voor uw verzoek, mevrouw Belhaj. Er is geen meerderheid voor de andere verzoeken, namelijk om het zo snel mogelijk in te plannen en om de minister-president erbij te vragen. Het kabinet gaat over zijn eigen afvaardiging; die discussie hebben we hier al een paar keer gevoerd. Maar sommigen hebben dat meegegeven. Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

De heer Van Wijngaarden namens de VVD.

De heer Van Wijngaarden (VVD):
Voorzitter. Het aantal steekincidenten neemt toe. Daarnaast pleiten steeds meer burgemeesters voor een aanscherping van het messenverbod op de een of andere manier. Verschillende varianten doen de ronde. De minister van Justitie en Veiligheid gaat in gesprek met die burgemeesters. Hij organiseert een conferentie. Het lijkt ons goed om daarna, dus nadat de minister dat heeft gedaan, hierover een debat in de Kamer te hebben.

De heer Markuszower (PVV):
Steun.

De heer Bisschop (SGP):
Steun.

De heer Van Dam (CDA):
Geen steun. Het lijkt ons iets voor een AO.

De heer Van Nispen (SP):
Ik heb geen bezwaar tegen een debat, maar ik wil geen debat over het strafbaar stellen van iets wat al strafbaar is. Dus liever inderdaad eerst een goede brief van de minister. Het zou ook mijn voorkeur hebben om dat te betrekken bij een algemeen overleg.

De voorzitter:
Dus geen steun.

De heer Van Nispen (SP):
Nee.

De heer Groothuizen (D66):
Voorzitter. Ik sluit me daarbij aan. En 4 maart zou volgens mij de eerste mogelijkheid kunnen zijn.

De voorzitter:
U sluit zich aan bij de heer Van Nispen?

De heer Groothuizen (D66):
Ja.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):
Daar sluit ik me ook bij aan. Ik denk wel dat een brief nuttig is, omdat er nu soms onduidelijkheid is over wat wel en niet strafbaar is. Ik denk dat dat in een brief opgehelderd kan worden. Dan kan er ook een antwoord worden gegeven op het verzoek van de burgemeesters. Dan kunnen we dat bespreken in een AO.

De voorzitter:
Meneer Van Wijngaarden, u heeft geen steun. U heeft althans geen meerderheid.

De heer Van Wijngaarden (VVD):
Nee, ik proef wel een meerderheid om hierover een brief te vragen. Ik stel dus voor om dat te doen. Ik merk op dat ik niet weet of dat voor 4 maart allemaal gaat lukken.

De voorzitter:
Het verzoek om een brief heeft helemaal geen steun nodig, want dat is een individueel recht van Kamerleden. Daar heeft u dus ook geen meerderheid voor nodig.

Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. Dank u wel.

Het woord is aan de heer Laçin namens de SP.

De heer Laçin (SP):
Voorzitter. Dagelijks zien we berichten over mensen die geïsoleerd raken, omdat het openbaar vervoer steeds verder wordt uitgehold. Dat zegt de SP heel vaak — we vragen daar vaak aandacht voor — maar ook de OV ombudsman vraagt in de laatste kwartaalrapportage van 2019 aandacht voor dit probleem. Hij stelt dat het ov een publieke voorziening is voor mensen die geen alternatief hebben en dat die mensen niet vergeten mogen worden. Ik zal geen nieuw debat aanvragen. Ik heb vorige week donderdag een debat aangevraagd over de tientallen miljoenen die ov-reizigers extra betalen door het in- en uitchecken.

De voorzitter:
Wat vraagt u dan wel?

De heer Laçin (SP):
Ik wil van dat debat een meerderheidsdebat maken en ik wil daarin eigenlijk breed praten over de problemen in het ov.

De voorzitter:
Dus een dertigledendebat …

De heer Laçin (SP):
Ja, dat heb ik donderdag toegevoegd.

De voorzitter:
… omzetten in een meerderheidsdebat. En wat zei u nog meer?

De heer Laçin (SP):
Dat ik er een meerderheidsdebat van wil maken en de onderwerpen samen wil trekken.

De voorzitter:
Ja.

De heer Ziengs (VVD):
Voorzitter. Het kan sneller. We hebben binnenkort een AO Openbaar vervoer en taxi. Dus geen steun voor dit debat.

De heer Van Aalst (PVV):
Geen steun, voorzitter. Het kan prima bij een AO.

De heer Bisschop (SGP):
Voorzitter. Prima om een brief te hebben en die dan te betrekken bij het debat waar de heer Laçin op doelt.

De heer Laçin (SP):
Ik heb niet gevraagd om een brief. En die hoef ik ook niet.

De heer Moorlag (PvdA):
Vorige week steun, voorzitter. Nu ook steun.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
We willen dit graag bespreken bij het algemeen overleg. Geen steun.

Mevrouw Postma (CDA):
Voor ons ook graag bij het algemeen overleg.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Het is, wat ons betreft, belangrijk om een keer plenair hier goed over te spreken. Dus volledig steun.

Mevrouw Sazias (50PLUS):
Het is voor 50PLUS van groot belang, voorzitter. Dus van harte steun.

De heer Öztürk (DENK):
Van harte steun.

De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, meneer Laçin. Het is nog steeds een dertigledendebat.

De heer Laçin (SP):
De heer Bisschop wilde een brief. Misschien komt die nog voor het debat.

De voorzitter:
Goed. Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Het woord is aan mevrouw Leijten.

Mevrouw Leijten (SP):
Voorzitter. We hebben donderdag de afronding van een belangrijk debat over de informatiepositie van de Kamer om de regering goed te kunnen controleren. Ik wil eigenlijk na de afronding van dat debat een VAO en stemmingen. Daarover doe ik nu een vooraankondiging.

De voorzitter:
Ik zie dat niemand daar bezwaar tegen heeft. Dus dat gaan we regelen.

Mevrouw Geluk-Poortvliet namens het CDA. Mevrouw Agema staat al klaar.

Mevrouw Geluk-Poortvliet (CDA):
Voorzitter. Namens mijn collega Slootweg stel ik voor om het debat over het plan van aanpak van de Taskforce Wonen & Zorg van donderdagochtend 20 februari uit te stellen, omdat we een brief van de minister voor Wonen en een brief van de minister van Zorg willen hebben over hoe de moties die zijn ingediend bij het debat van 15 januari over de toenemende wachtlijsten voor de verpleeghuizen, verder worden uitgewerkt.

Mevrouw Agema (PVV):
Voorzitter. Dit is mijn debat. Daar heb ik vier weken geleden hier in de regeling van werkzaamheden Kamerbrede steun voor gekregen. Iedereen ziet hier de urgentie in van de wachtlijsten voor de verpleeghuizen, van de vervanging voor de verzorgingshuizen en van aangepaste woningen. Ik heb werkelijk waar geen idee waarom mevrouw Poortvliet hier dit verzoek doet. Er is een hele grote urgentie. Daarom heb ik mijn verzoek ook gedaan om het plan van aanpak van de taskforce zo snel mogelijk te behandelen. Er was Kamerbrede steun om het voor het februarireces te behandelen. Ik heb echt geen idee waarom de minister de brief die hij heeft toegezegd niet gewoon voor donderdagmorgen 10.15 uur hier kan hebben als mevrouw Geluk-Poortvliet dat zo belangrijk vindt.

De voorzitter:
Goed.

Mevrouw Agema (PVV):
Maar over de taskforce heb ik mijn inbreng al klaar, voorzitter.

De voorzitter:
Ja. Helder. U steunt het verzoek niet. Mevrouw Geluk-Poortvliet, waar is eigenlijk meneer Slootweg? U spreekt namens de heer Slootweg?

Mevrouw Geluk-Poortvliet (CDA):
Ja. Die is afwezig en ik heb het debat gedaan de vorige keer.

De voorzitter:
Oké. Dan is dat ook helder.

De heer Hijink (SP):
Voorzitter. Er staan tienduizenden mensen in de wachtrij voor een plek in een verpleeghuis of een plek in een verzorgingshuis of Zorgbuurthuis. Wij kunnen gewoon helemaal niet wachten. We hebben die plekken heel hard nodig. Wij hebben meer aangepaste, kleinschalige woningen nodig. Iedere maand dat wij nu langer wachten is verspilde energie.

De voorzitter:
Dus geen steun.

De heer Hijink (SP):
Ik steun dit zeker niet. Ik vind juist dat we zo snel mogelijk dit debat moeten doen. Dat is donderdag.

Mevrouw Sazias (50PLUS):
Ik steun het verzoek wel.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik deel de urgentie van sommige collega's. Ik vind dat we het er ook snel over moeten hebben, maar ik vind het ook heel belangrijk om te weten wat het kabinet gaat doen met de moties die deze Kamer al heeft aangenomen. Ik kan me dus voorstellen dat we het kort na het reces agenderen en even wachten op de brieven vanuit het kabinet.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):
Namens mevrouw Ellemeet steun ik het verzoek niet.

Mevrouw Bergkamp (D66):
Ik snap de urgentie. Die voel ik ook zo, maar we hebben woensdag ook een belangrijk debat over woningen. De brief die er is, kan daarbij betrokken worden. Ik vind eerlijk gezegd het betoog van mevrouw Geluk logisch, want de brief is wel flinterdun, te dun om een debat over te hebben. We weten ook niet hoe moties zijn uitgevoerd. Ik wil dus echt eerst een uitgebreide brief en dan pas het debat. Dus steun voor het verzoek.

Mevrouw Laan-Geselschap (VVD):
Ik begrijp het verzoek van het CDA. Wij steunen dat verzoek ook, maar wij vragen wel via het CDA aan u, voorzitter, om dat debat dan het liefst zo snel mogelijk na het reces en bij binnenkomst van dit verzoek in te plannen. De urgentie van mevrouw Agema ondersteunen wij namelijk volledig.

De heer Bisschop (SGP):
Voorzitter. Met rugdekking van collega Van der Staaij steun ik het verzoek.

De heer Öztürk (DENK):
Voorzitter. Ik vind dat mevrouw Agema hier een punt heeft. Ik weet niet of het CDA met haar heeft gecommuniceerd over dit voorstel. Ik zou dus toch willen vragen om dat wel te doen. Steun voor dit verzoek.

De heer Kerstens (PvdA):
Ik steun het verzoek niet, voorzitter.

De voorzitter:
Er is een meerderheid voor uitstel, maar het is wel zo dat wij dit hebben gepland op verzoek van de Kamer. Het moest coûte que coûte voor het reces op de agenda worden gezet. Dan is dit inderdaad heel vervelend. Ik begrijp de boosheid van mevrouw Agema en van anderen ook wel. Ik zou dus echt een beroep op jullie willen doen om niet op het laatste moment debatten van de lijst af te voeren. Dat is één. Twee: het is ook heel netjes om het even met de aanvrager af te stemmen. Maar een meerderheid is voor uitstel. Als het de volgende keer wordt gepland, hoop ik niet dat het weer wordt uitgesteld. Dank u wel. Dan gaan we het na het reces plannen, mevrouw Geluk-Poortvliet.

Dank u wel. Er is ook om een brief gevraagd. Ik stel dus voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius namens de VVD.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Voorzitter. Vorige week maakte het OM voor de derde keer de fout om een foto van kroongetuige Nabil B. in het Marengoproces op te nemen in het strafdossier. Ik heb eerder een debat aangevraagd over de omstandigheden in deze zaak. Dat is inmiddels een dertigledendebat geworden over het bericht van toen dat de nieuwe advocaat van de kroongetuige zich niet veilig voelde. We weten dat inmiddels de advocaten van de familieleden van de kroongetuige zich hebben teruggetrokken. Ik zou graag wederom mijn collega's willen verzoeken om mij te steunen in het verzoek om een meerderheidsdebat te maken van het dertigledendebat dat er al staat en het ook snel in te plannen, het liefst voor in ieder geval het meireces. Het is zorgelijk genoeg.

De heer Markuszower (PVV):
Steun.

De heer Van Nispen (SP):
Steun.

De heer Öztürk (DENK):
Steun.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):
Ook steun.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Steun.

De voorzitter:
U heeft een meerderheid, mevrouw Yeşilgöz-Zegerius. Dan gaan we het plannen.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Dank aan mijn collega's.

De voorzitter:
Dank u wel.

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de regeling van werkzaamheden.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Voorzitter: Martin Bosma

Materieel Defensie en project Verwerving F-35

Materieel Defensie en project Verwerving F-35

Aan de orde is het VAO Materieel Defensie en project Verwerving F-35 (AO d.d. 04/02).

De voorzitter:
Aan de orde is het VAO Materieel Defensie en project Verwerving F-35. Het AO vond plaats op 4 februari. Een hartelijk woord van welkom aan de staatssecretaris van Defensie. Fijn dat u bij ons bent. We hebben zes sprekers van de zijde van de Kamer. De eerste is mevrouw Karabulut van de fractie van de SP. Zoals iedereen heeft zij twee minuten spreektijd. Het woord is aan haar.

Mevrouw Karabulut (SP):
Dank u wel, voorzitter. We hebben een aantal weken geleden gedebatteerd over materieelprojecten en de F-35. Daarbij spraken we er ook over hoe het nou toch komt dat de staatssecretaris voortdurend in de clinch ligt met andere overheden. In dit concrete geval gaat het niet over Zeeland — daar komen we van de week nog uitgebreid over te spreken — maar over het provinciebestuur in Friesland. Friesland, Overijssel en delen van Gelderland zijn zeer boos geworden omdat er in de pers door Defensie is gecommuniceerd dat er een laagvliegroute komt voor de F-35 met heel veel herrie en overlast voor omwonenden.

In het debat liet de staatssecretaris weten dat er nog geen natuurvergunning is en dat het ook nog niet zeker is dat de luchtmacht gebruik wil maken van deze route. Ze zei: ik acht de kans heel erg klein; rustig, rustig, wacht af. Maar als de kans heel erg klein is en als de bezwaren uit 2002 over de veiligheid en de overlast nog steeds staan, dan staat de staatssecretaris wat mijn partij betreft één ding te doen, namelijk de mogelijkheid van deze laagvliegroute intrekken. Daarvoor zal mijn collega John Kerstens mede namens mijn partij een motie indienen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Bosman van de fractie van de VVD.

De heer Bosman (VVD):
Voorzitter. Wij hebben gesproken over de zorgen van Friesland. Mensen maken zich zorgen over wat er besloten gaat worden, over de afspraken die er zijn en over de afspraken die gemaakt kunnen worden. Daarom is het van belang dat er snel duidelijkheid komt. De staatssecretaris heeft een aantal dingen toegezegd, maar ik ben zo vrij geweest om het toch nog even in een motie te gieten.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de luchtmacht geoefend moet zijn in alle vormen van opereren, inclusief laagvliegen;

overwegende dat laagvliegroute 10a, die vanuit het noorden van de provincie Friesland langs Zwolle en Deventer tot Winterswijk loopt, sinds 2002 niet meer in gebruik is;

constaterende dat laagvliegroute 10a in 2002 is opgeschort op basis van beperkingen rondom veiligheid en geluidshinder;

overwegende dat de betrokken inwoners op basis van de bovenstaande beperkingen recht hebben op snel duidelijkheid over de toekomstplannen van laagvliegroute 10a;

verzoekt de regering om zo snel mogelijk duidelijkheid te geven ten aanzien van de noodzaak voor de luchtmacht voor de mogelijke ingebruikname van laagvliegroute 10a en daarmee duidelijkheid te verschaffen aan de betrokken inwoners,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bosman, Van Toorenburg, Voordewind, Diks en Belhaj.

Zij krijgt nr. 457 (26488).

Dank u wel. Dan mevrouw Diks van de fractie van GroenLinks.

Mevrouw Diks (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. Dat er het nodige schort aan de communicatie vanuit het ministerie van Defensie is denk ik genoegzaam duidelijk geworden. Er is ondertussen allerhande discussie en onrust ontstaan, wijdverspreid over heel Nederland. Ik kon vanwege andere verplichtingen helaas niet het AO bijwonen waaraan dit VAO refereert, maar het is duidelijk dat de discussie die is ontstaan over het eventueel openstellen van een nieuwe of, liever gezegd, oude laagvliegroute in Friesland tot hele grote onrust heeft geleid, en dat begrijp ik ook. Het voelt enorm naar als je voorbij wordt gelopen door de bestuurder die eventueel macht over die regio heeft. Dat is niet de manier waarop ik zou wensen dat de staatssecretaris dit aanvat. Ik hoop dat ze serieus met de regio Fryslân in gesprek wil gaan, net als ze in Gilze en Rijen heeft gedaan. Ik heb een motie voor mij liggen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Defensie na jaren van krimp weer aan het groeien is, en dat dit betekent dat Defensie de komende jaren terreinen (opnieuw) in gebruik gaat nemen, meer gebruik zal maken van het Nederlandse luchtruim en vaker zal gaan oefenen;

overwegende dat uitbreiding van activiteiten van Defensie voor aanmerkelijke overlast voor omwonenden kan zorgen, en het van belang is dat het draagvlak voor de activiteiten van Defensie zo veel als mogelijk behouden blijft;

verzoekt de regering voorafgaand aan uitbreidingen van Defensieactiviteiten, bijvoorbeeld op het gebied van terrein, vliegbewegingen of intensivering van oefeningen, conform de geldende termijnen en methodiek van de Omgevingswet in overleg te treden met alle belanghebbenden in het lokaal bestuur, ruimte te laten voor inspraak door bewoners, en in de uiteindelijke besluitvorming waar mogelijk rekening te houden met de belangen van omwonenden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Diks.

Zij krijgt nr. 458 (26488).

Mevrouw Diks (GroenLinks):
En ik hoop oprecht, voorzitter, dat deze staatssecretaris ook snel ervoor zal zorgen …

De voorzitter:
Hohohohoho. Wordt de indiening van deze motie in voldoende mate ondersteund? Ik stel vast dat dat het geval is. Dan maakt zij onderdeel uit van de beraadslaging.

Tenzij dat ook allemaal in uw motie stond, natuurlijk.

Mevrouw Diks (GroenLinks):
Nee, nee. Sorry.

De voorzitter:
Dat dacht ik al.

Mevrouw Diks (GroenLinks):
Ik had al "over tot de orde van de dag" gezegd, volgens mij.

Ik wil de staatssecretaris dus vragen om snel te kijken hoe het nou zit met die omgevingsvergunning voor bij de vliegbasis in Leeuwarden, want ik kan me zelfs uit mijn vorige werk nog herinneren dat we het daar toen al over gehad hebben. Daar moet echt snel actie op worden ondernomen.

De voorzitter:
Heel goed. Dank u wel. Dan de heer Kerstens van de fractie van de Partij van de Arbeid.

De heer Kerstens (PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Defensie wil graag meer waardering van de samenleving voor al het belangrijke werk dat men doet, en dat is terecht. Defensie doet heel veel belangrijk werk voor uw en mijn veiligheid. Het zou daarbij ontzettend helpen als Defensie zich ook aan de samenleving van haar beste kant liet zien, bijvoorbeeld als een goede buur als het gaat over uitbreidingsplannen of wat dan ook. Daar gaat het te vaak fout, deze keer in Friesland. Daarover hebben we uitgebreid gesproken in het algemeen overleg een tijdje terug. Zoals mijn collega mevrouw Karabulut al aankondigde, heb ik een motie. Die beoogt heel snel duidelijkheid te verschaffen, op een andere wijze dan de motie die door de heer Bosman is voorgelezen, want die motie vraagt om duidelijkheid en wij geven in deze motie ook aan waar die duidelijkheid richting de inwoners van Friesland, Gelderland, Drenthe en Overijssel uit zou moeten bestaan.

Ik zie dat ik nog een minuut heb. Dat is net voldoende voor het voorlezen van de motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat veel onrust is ontstaan over het door Defensie mogelijk reactiveren van een sinds 2002 niet meer in gebruik zijnde laagvliegroute over Noord- en Oost-Nederland alsook over de wijze waarop een en ander in de openbaarheid is gekomen;

overwegende dat de destijds aan bedoelde route klevende bezwaren niet zijn weggenomen — integendeel;

overwegende dat het vertrouwen in Defensie als goede buur richting lagere overheden en omwonenden door hetgeen in dezen — alsook bij andere gelegenheden — is voorgevallen een deuk heeft opgelopen;

verzoekt de regering definitief af te zien van bovenbedoelde heringebruikname,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kerstens en Karabulut. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 459 (26488).

Dan mevrouw Van Toorenburg, de Defensiewoordvoerder van het CDA.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Voorzitter, u mag mijn dromen niet verklappen! Nee hoor. Ik mag hier de heer Van Helvert vervangen, die vandaag voor de Kamer in een internationaal gremium aanwezig is. Maar ik vind dit een dermate belangrijk onderwerp dat ik er graag kort iets over zeg. Wij staan namelijk wel onder een motie, dus dan vind ik het wel zo netjes om daar even een duiding aan te geven. Als Brabantse weet ik maar al te goed hoe ongerust men kan zijn over vliegroutes en over hoogtes van vliegtuigen. Het is dus heel erg belangrijk dat de mensen snel duidelijkheid krijgen. Wij weten dat de staatssecretaris haar best heeft gedaan om dit in het algemeen overleg heel duidelijk aan te geven, maar laten we eerlijk zijn, er zijn nu eenmaal toch wat rimpelingen in het vertrouwen of het goed gaat met de communicatie. Daarom is het soms wel belangrijk om een motie in te dienen. Dat hebben wij daarom gedaan. Wij hopen inderdaad dat de staatssecretaris die ruimhartig kan omarmen en dat we ervoor kunnen zorgen dat er snel duidelijkheid komt.

Dank u wel.

De voorzitter:
Helder, dank u wel. De laatste spreker van de zijde van de Kamer is mevrouw Belhaj van de fractie van D66.

Mevrouw Belhaj (D66):
Voorzitter. Het is goed dat we naar aanleiding van een goed algemeen overleg Materieel vandaag een VAO hebben, zodat ik twee belangrijke opmerkingen nog kan maken. Zoals mijn collega's hebben aangeven, zijn er zorgen over de aankondiging dat er laagvliegroutes gebruikt gaan worden in de omgeving van Friesland. We hebben daar onze zorgen over geuit. Ik heb ook aangegeven dat ik me brede zorgen maak, omdat onze luchtvaartwoordvoerders heel erg graag spreken over hoe goed de burgerluchtvaart moet kunnen groeien en tegelijkertijd de F-35's naar Nederland komen. Dat betekent dat er veel geoefend moet worden. Ik heb het idee dat die twee werelden niet helemaal bij elkaar komen tenzij er problemen gaan ontstaan. Daarom heb ik gevraagd of het mogelijk is om daarover wat meer met elkaar te spreken, te beginnen met een technische briefing. Ik zal in de procedurevergadering dat verzoek doen aan mijn collega's, zodat wij goed kunnen kijken wat de impact van de komst van de F-35 is, maar ook hoe we zorgen dat Defensie niet ergens in gedrukt wordt omdat de burgerluchtvaart niet echt rekening houdt met het feit dat we gewoon een wettelijke taak hebben. Daar wil ik in ieder geval voor zorgen. Ik heb de motie van de heer Bosman van de VVD ondersteund.

Tot slot heb ik in het AO nog aandacht gevraagd voor een aantal maatregelen die voortkomen uit onze initiatiefnota over aandacht voor de energiestrategie bij de aanschaf van materieel. Ik ben erg blij dat de staatssecretaris heeft aangegeven voor 1 juni daarover aan de Kamer te rapporteren.

Dat was het, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Een vraag nog van mevrouw Karabulut.

Mevrouw Karabulut (SP):
Ik heb een vraag over wat wordt bedoeld met "duidelijkheid": verzoekt de regering om zo snel mogelijk duidelijkheid te geven ten aanzien van de noodzaak voor de luchtmacht voor de mogelijke ingebruikname van laagvliegroute 10a en daarmee duidelijkheid te verschaffen aan de betrokken inwoners. Wat wordt hier verstaan onder "duidelijkheid"?

Mevrouw Belhaj (D66):
Duidelijkheid of de staatssecretaris en het ministerie de intentie hebben om die laagvliegroutes inderdaad in gebruik te nemen.

Mevrouw Karabulut (SP):
Ja, maar de staatssecretaris heeft gezegd: die duidelijkheid kan ik nu niet geven; ik kan het ook niet helemaal uitsluiten. Welke duidelijkheid zou ú aan de inwoners willen geven? Bent u van mening dat de laagvliegroutes, mocht dat nodig zijn, in gebruik genomen moeten worden of niet, gezien alle voorliggende bezwaren?

Mevrouw Belhaj (D66):
Dat vind ik wel heel kort door de bocht. Deze motie ligt er ook, omdat het een beetje vreemd is als je alleen zegt: ja, we moeten nog maar zien of die beslissing valt of niet. Wij denken dat het belangrijk is om zo snel mogelijk die duidelijkheid te geven. Dat het geen voorkeur heeft spreekt ook voor zich. Maar ik ga hier nu niet uit mijn blote hoofd, zonder precies te weten wat de consequenties zijn en hoe die vliegroutes lopen, zeggen: daar ben ik tegen. Dat is precies de reden waarom ik een uitgebreide technische briefing wil hebben, namelijk om te zorgen dat we dat inzicht wel hebben. Als de staatssecretaris zegt "dat gaan we niet doen, want het is buitengewoon ongelukkig", nou, dan vieren we feest met elkaar.

De voorzitter:
Kort, afrondend.

Mevrouw Karabulut (SP):
Tot slot. Kan mevrouw Belhaj dan duidelijkheid geven over de duidelijkheid die zij wenst? Op welke termijn zou de staatssecretaris dan die duidelijkheid moeten geven volgens haar?

Mevrouw Belhaj (D66):
Ik zou graag willen dat de staatssecretaris duidelijkheid geeft per vandaag. Dat zou fantastisch zijn, want het is een slechte zaak. Het geeft echt veel onrust bij enorm veel bewoners. Het zou fantastisch zijn als de staatssecretaris dat vandaag zou doen. Dan is die motie al uitgevoerd voordat die aangenomen wordt. Anders moet het zo snel mogelijk. Ik heb in de commissievergadering aangegeven dat als je vroeger vaak trainde in Canada, dat nu niet meer doet en daardoor op zoek gaat naar alternatieven in Nederland, dat op tafel moet liggen. Want het kan zijn dat je dan besluit om die oefentrajecten niet in Nederland te gaan doen, maar op plekken waar die ruimte wel is.

De voorzitter:
Prima. Dan gaan we in een vloeiende beweging door naar de staatssecretaris. Het woord is aan haar.

Staatssecretaris Visser:
Dank u wel, voorzitter. Ik wil direct overgaan tot de beoordeling van de moties. De eerste motie, op stuk nr. 457, vraagt om duidelijkheid. In het debat dat we met elkaar hadden over de laagvliegroutes, heb ik aangegeven dat het te snel was opgeschreven in de nota van antwoord die gepubliceerd was en dat er nog het onderzoek door de luchtmacht was naar nut en noodzaak tot reactivering van deze laagvliegroute. Ik wilde dat graag afwachten, omdat ik altijd vind dat als een krijgsmachtonderdeel aangeeft dat er misschien een behoefte is aan het een en ander, of het nou oefenterreinen zijn, vliegvelden of wat dan ook, je daar serieus naar moet kijken. Maar ik heb ook gezegd dat de route in 2002 onder andere is stilgelegd vanwege geluidsoverlast en ook vanwege de veiligheid. Dat zijn wat mij betreft altijd de twee randvoorwaarden op grond waarvan ik ook zo'n voorstel zal beoordelen. Om die reden, en ook in reactie op vragen van de heer Kerstens, heb ik aangegeven dat ik zo snel als mogelijk die duidelijkheid wil geven. Ik heb ook gezegd dat er in het kader van de aanvraag van de natuurvergunning een voortraject loopt naar allerlei onderzoeken voor de ecologische toets. Dat gaat breder dan alleen de laagvliegroutes; dat gaat ook over allerlei andere militaire luchtvaartactiviteiten. Naar aanleiding van de vraag van mevrouw Karabulut zeg ik dat wat mij betreft geldt: hoe eerder, hoe beter. Ik denk namelijk dat het inderdaad belangrijk is dat mensen zo snel als mogelijk daarover helderheid krijgen.

Ook naar aanleiding van de discussie die ontstaan is, zijn wij in de afgelopen periode ook bij de andere provincies langs geweest om toelichting te geven, en om nader te duiden hoe we hiermee om willen gaan. De motie wil ik eigenlijk wel overnemen, want dit is conform de toezegging die ik al in de Kamer heb gedaan.

De voorzitter:
De motie-Bosman c.s. (26488, nr. 457) is overgenomen.

Staatssecretaris Visser:
De tweede motie, op stuk nr. 458, is van mevrouw Diks. Zij gaat over het betrekken van de omgeving. Ik wil daar twee opmerkingen bij maken.

De motie is vrij breed geformuleerd. Ik ben het eens met mevrouw Diks: Defensie moet een goede buur zijn. De heer Kerstens zei dat ook. Defensie zit immers overal in Nederland. Aan de ene kant zijn heel veel mensen heel trots op Defensie, maar aan de andere kant realiseren we ons ook dat de aanwezigheid van Defensie soms gepaard kan gaan met overlast, bijvoorbeeld door oefeningen, door vliegen of door wat dan ook. De motie is nu heel breed geformuleerd. Ik zou mevrouw Diks willen vragen om dit alleen te laten gelden als het grote wijzigingen zijn. Mag ik de motie zo interpreteren? Want we doen natuurlijk heel vaak oefeningen. Internationaal wordt het ook gewoon aangekondigd. Dus mag ik de motie zo interpreteren dat dit gewoon bij grote wijzigingen geldt?

Er is ook sprake van de Omgevingswet. De indiener moet zich realiseren dat we daar ook een implementatietermijn voor hebben. Die geldt in dezen voor alle overheden. We gaan dat dan ook in dat kader doen. Maar ik wil mevrouw Diks ook wel zeggen dat het niet in één keer kan, ook in het kader van de Omgevingswet. Die wet wordt natuurlijk in de komende periode geïmplementeerd. En met de oprichting van het Rijksvastgoedbedrijf is de volledige capaciteit van Defensie voor omgevingsmanagement naar het Rijksvastgoedbedrijf gegaan. Het kost dus echt even tijd om dit op te bouwen. Mag ik de motie dus als volgt interpreteren? Mevrouw Diks vraagt dat dit gebeurt bij majeure wijzigingen die vallen onder de Omgevingswet. Dat staat ook in de motie. Als ik haar zo mag interpreteren, geef ik haar oordeel Kamer.

Mevrouw Diks (GroenLinks):
Ik kan me daar iets bij voorstellen, want natuurlijk bedoel ik niet dat dit ook geldt bij hele kleine wijzigingen. Dan zou Defensie aanhoudend allerhande nieuwe structuren moeten gaan invullen. Maar ik kom toch nog even naar de interruptiemicrofoon gelopen, want het moet in die zin ook weer niet een escape zijn, waarbij we uiteindelijk in een discussie belanden over wat nou groot is, en wat klein. Dat zou te flauw zijn.

Staatssecretaris Visser:
Ja.

Mevrouw Diks (GroenLinks):
Ik hoop dus oprecht dat dat niet gebeurt. Wel is het natuurlijk zo dat de wet geldt voor iedereen, en dus ook voor Defensie.

Staatssecretaris Visser:
Ja.

Mevrouw Diks (GroenLinks):
Dus juist tijdens overgangsperiodes op weg naar de Omgevingswet hoort Defensie zich hieraan te houden. En daarover leeft natuurlijk momenteel grote twijfel, bijvoorbeeld in Friesland bij de omgevingsvergunning voor de luchtmachtbasis.

Staatssecretaris Visser:
Dat klopt.

De voorzitter:
Krijgt de motie dan nu oordeel Kamer?

Staatssecretaris Visser:
Ja, zij krijgt oordeel Kamer.

De voorzitter:
Er is dus aan uw voorwaarden voldaan. Oké.

Staatssecretaris Visser:
Ja.

Ik kom op de motie op stuk nr. 459. Ik heb in het debat met de heer Kerstens en mevrouw Karabulut volgens mij aangegeven dat ik de intentie heb om zo snel mogelijk duidelijkheid te geven, en dat wat mij betreft geldt: hoe eerder, hoe beter. Dat zei ik net ook. Maar ik ben nog niet zo ver om te zeggen dat ik de route niet ga reactiveren. Ik zei net al dat ik vind dat de luchtmacht ook de kans moet krijgen om aan te geven of er wel of niet noodzaak is. Als blijkt dat die noodzaak er überhaupt niet is, dan komen we dit traject überhaupt niet in. Als er wel een noodzaak zou zijn, dan zal ik dit beoordelen op basis van de twee randvoorwaarden, namelijk veiligheid van de luchtvaart en geluidsoverlast. Ik heb al gezegd dat ik niet zo snel zie dat die voorwaarden zijn veranderd sinds 2002. Ik acht daarom dus de kans zeer klein. Maar ik vind ook dat de Kamer de luchtmacht ook de kans moet geven om op een goede wijze uit te werken welke noodzaak er zou zijn voor een eventuele reactivering. Ik heb echter ook gezegd dat ik die niet zo snel voor mij zie.

Ik ontraad dus de motie, voorzitter.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 459 wordt ontraden.

Mevrouw Karabulut (SP):
Dat is zeer pijnlijk, temeer omdat hier wederom een cruciale fout is gemaakt, in mijn optiek. De staatssecretaris zegt tegelijk dat het eigenlijk schier onmogelijk is dat deze laagvliegroute weer in gebruik wordt genomen, maar dat zij het niet wil uitsluiten. Ik wil wel van de staatssecretaris vandaag ten minste duidelijkheid over de termijn waarop zij komt met het besluit of de mogelijkheid openblijft of dat ze de laagvliegroute definitief uitsluit. Kan zij die noemen?

Staatssecretaris Visser:
Het eerste helft van dit jaar. Dat heb ik ook in het debat richting de heer Kerstens aangegeven. Dus uiterlijk voor 1 juni.

De voorzitter:
Helder. De heer Kerstens nog even, kort, puntig, afrondend.

De heer Kerstens (PvdA):
Ik ga het proberen, voorzitter.

De voorzitter:
U kunt het.

De heer Kerstens (PvdA):
Dank u. Ik heb begrepen dat er gisteren met de overheden uit het noorden en het oosten van het land gesproken is. Er is gesproken over een moment eind maart. Dan zou die duidelijkheid er kunnen zijn. Dat is al winst ten opzichte van 1 juli. Als op dat moment blijkt dat Defensie ook in de toekomst geen behoefte heeft aan die laagvliegroute, betekent dat dan dat de duidelijkheid die de staatssecretaris gaat verschaffen, bestaat uit de zin "we gaan er definitief van afzien"? Dat zou ik graag willen.

Staatssecretaris Visser:
Dat weet ik niet. Er lopen namelijk twee trajecten. Het ene traject is dat de luchtmacht moet aangeven wat de behoefte is en of er überhaupt nut en noodzaak is tot het reactiveren. Het andere is dat in het kader van de natuurvergunningswet, die breed is, een voortraject loopt. Die ziet toe op de ecologische toets. Dat zijn twee trajecten die lopen, waarvan de een waarschijnlijk iets eerder is afgelopen dan de ander. Die twee dingen moeten we met elkaar gaan combineren. Daarom heb ik aangegeven: voor 1 juni. Het hangt ook af van hoe ik de weging ga interpreteren. Hoe reëel is de luchtmachtbehoefte? Waarvoor is die en wat betekent dat dan? Twee: als we de route zouden reactiveren, onder welke randvoorwaarden dan? Dat heb ik nadrukkelijk ook in het debat geformuleerd. Daar zal ik het tegenaan houden. Met dat besluit, heb ik u ook toegezegd, kom ik terug naar de Kamer.

De heer Kerstens (PvdA):
Om te voorkomen dat nieuwe verwarring ontstaat: het zal toch niet zo zijn dat als uit de inventarisatie van Defensie blijkt dat die behoefte er niet is, die andere procedure gewoon doorgaat? Ik neem aan dat die dan stopgezet wordt, omdat die staat in het teken van het mogelijk reactiveren van de laagvliegroute. Als Defensie zelf zegt dat er geen behoefte aan is, dan kun je volgens mij op dat moment gewoon de duidelijkheid verschaffen van: oké, we gaan het niet doen, punt.

Staatssecretaris Visser:
Ik stel voor dat we gewoon met het totaalpakket naar u toe komen. Dan kunt u er zelf ook kennis van nemen, ook om te kijken of je het gewoon laat zoals het nu is — maar dan moet je wel aan alle vergunningen en procedures gaan voldoen — of dat je de route helemaal loslaat. Maar ik vind dat dat op basis van de beide onderzoeken zorgvuldig moet gebeuren en aan u moet worden toegezonden. Dat heb ik ook toegezegd.

De voorzitter:
Prima. Tot zover dit VAO.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Dank aan de staatssecretaris voor haar aanwezigheid. Dinsdag stemmen wij over de beide overgebleven moties.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Arbeidsmarktbeleid in de zorg

Arbeidsmarktbeleid in de zorg

Aan de orde is het VAO Arbeidsmarktbeleid in de zorg (AO d.d. 13/02).

De voorzitter:
Aan de orde is het VAO Arbeidsmarktbeleid in de zorg. Een hartelijk woord van welkom aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Wij hebben zeven sprekers van de zijde van de Kamer. De eerste is de heer Kerstens van de fractie van de Partij van de Arbeid.

De heer Kerstens (PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Ik kijk terug op een goed debat, dat wij vorige week hadden over de arbeidsmarkt in de zorg. Het is zorgelijk, maar er is op sommige punten ook vooruitgang te melden, onder andere over de instroom. De uitstroom is zorgelijk. De achterdeur staat nog open.

Wat ook zorgelijk is, is de flexibilisering op de arbeidsmarkt in de zorg. Die is doorgeschoten. Daar moeten we niet de mensen die flexibel werken op aankijken, bijvoorbeeld de zzp'ers in de zorg — daar is de minister inmiddels ook van overtuigd — maar het fenomeen vergt wel onze aandacht. Ik heb een motie die de minister beoogt te stimuleren om daar het zijne aan te doen. Die is overigens medeondertekend door mijn collega Hijink van de SP. Ik hoop dat dat helpt, maar dat weet ik niet zeker natuurlijk.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat flexkrachten in de zorg een belangrijke plek innemen, maar dat tegelijkertijd de flexibilisering in de sector is doorgeschoten met alle gevolgen van dien;

overwegende dat in de beteugeling van dat laatste uiteraard een rol is weggelegd voor individuele werkgevers alsook voor sociale partners gezamenlijk, maar dat ook de overheid in dezen een verantwoordelijkheid heeft;

verzoekt de regering zelf ook voorstellen te ontwikkelen (voor het geval dat bijvoorbeeld sociale partners of individuele werkgevers uiteindelijk onvoldoende of onvoldoende snel actie ondernemen) teneinde bedoelde doorgeschoten flexibilisering afdoende aan te pakken, alsook de Kamer daarover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kerstens en Hijink. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 397 (29282).

Dan mevrouw Kuik van de fractie van het CDA.

Mevrouw Kuik (CDA):
Voorzitter, dank. Ik vervang mevrouw Van den Berg. Het actieprogramma Werken in de Zorg moet meer mensen beter opleiden en leiden tot anders gaan werken. We zien dat arbeidsbesparende innovaties nog onvoldoende van de grond komen en dat landelijk onderling nog meer kan worden gedeeld. Bij zorg- en welzijnsopleidingen moet hier systematisch meer aandacht voor zijn. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering met het programma Zorg van Nu innovaties in de zorg probeert te stimuleren;

overwegende dat het bij innovaties niet alleen gaat om het leren omgaan met technologie maar ook om anders werken, waarvoor opleiding essentieel is;

overwegende dat conform de aangenomen motie-Veldman/Van den Berg (3500-XVI, nr. 36) en motie-Van den Berg/Veldman (27529, nr. 205) het ministerie van VWS onderzoekt welke arbeidsbesparende innovaties er zijn, waar er daarvoor mogelijkheden liggen en hoe deze worden opgeschaald;

overwegende dat het ministerie van VWS conform de aangenomen motie-Van den Berg/Veldman (27529, nr. 205) in overleg treedt met de zorgsector om te komen tot een opleidingsplan waarbij zorgmedewerkers over e-healthtoepassingen worden geïnformeerd;

verzoekt de regering voor de zomer 2020 aan te geven wat de stand van zaken is met betrekking tot het aanpassen van curricula van zorgopleidingen gelet op de impact van digitalisering op hoofdtaken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kuik en Van den Berg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 398 (29282).

We hebben de nummers gemist. Kunt u die even herhalen?

(Hilariteit)

De voorzitter:
Mevrouw Agema van de fractie van de Partij voor de Vrijheid.

Mevrouw Agema (PVV):
Dank u wel, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de deeltijdfactor in de zorg 0,6 is;

constaterende dat uit recent onderzoek blijkt dat een kwart van de zorgparttimers wel meer zou willen werken en een grote groep onder bepaalde voorwaarden;

verzoekt de regering te bewerkstelligen dat op de kortst mogelijke termijn gesprekken plaatsvinden tussen werkgevers en alle zorgparttimers over mogelijke uitbreiding contractomvang,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Agema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 399 (29282).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister op 13 maart 2018 beloofde dat de personeelstekorten in de zorg in 2022 tot nul teruggebracht zouden worden met zijn actieplan Werken in de Zorg;

constaterende dat personeelstekorten in de zorg onder andere leiden tot:

  • verdrietige toestanden in verpleeghuizen,
  • operaties die niet doorgaan,
  • mensen die uren moeten wachten op de spoedeisende hulp,
  • familie die een stervende in de laatste dagen noodgedwongen thuis moet verzorgen,
  • vrouwen waarbij borstkanker te laat ontdekt wordt,
  • veiligheid van ggz-medewerkers die in het geding is,
  • steeds meer artsen met burn-outklachten,
  • gevaarlijke situaties voor moeder en kind in de geboortezorg,
  • patiëntenstops door tekort aan huisartsen,
  • stagiaires die afhaken door een gebrek aan begeleiding;

verzoekt de regering de belofte om de personeelstekorten in 2022 tot nul terug te brengen niet te breken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Agema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 400 (29282).

Mevrouw Agema (PVV):
Dank u wel, voorzitter. De minister heeft een vrije donderdagochtend omdat zijn collega's van het CDA zojuist bij de regeling het debat van de agenda af hebben gebonjourd. De minister kan hier ook toezeggen dat hij de brief over de Taskforce Wonen & Zorg alsnog voor donderdagochtend netjes naar de Kamer stuurt, zodat we het debat gewoon kunnen houden, want de urgentie van de bouwopgave voor ouderen is torenhoog. De minister moet de kans niet voorbij laten gaan om dat debat alsnog donderdagochtend te hebben.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Regterschot van de VVD.

Mevrouw Regterschot (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Vorige week debatteerden wij met minister De Jonge over het arbeidsmarktbeleid in de zorg. Nu bekend is dat het op dit moment om 40.000 vacatures gaat, waarvan twee derde lastig in te vullen schijnt te zijn, is het van belang om iedereen die nu in de zorg werkt, te behouden. Dat betekent dat de aandacht van de minister vooral uit moet gaan naar wat we telkens met de term "goed werkgeverschap" trachten aan te geven. De banen in de zorg moeten weer aantrekkelijk worden gemaakt, vooral door het vergroten van de mogelijkheid om meer uren te gaan werken. Daarmee kunnen we direct een groot aantal vacatures invullen.

Er zijn goede experimenten op het gebied van administratieve lasten. Waarom worden deze bewezen geslaagde experimenten, die het personeel ontlasten en blijer maken, niet de standaard? Zo zijn er nog veel meer dingen waaraan gewerkt kan worden, waardoor een baan in de zorg weer aantrekkelijk wordt, zoals ook de vorm van het dienstverband. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er al grote tekorten in de zorg zijn;

van mening dat ervaren professionals voor de zorg behouden moeten worden;

verzoekt de regering signalen van zorgverleners over gebrek aan autonomie serieus te nemen;

verzoekt de regering in gesprek te gaan met partijen in de sector, inclusief zelfstandigen, om het werk in de zorg weer aantrekkelijker te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Regterschot. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 401 (29282).

Mevrouw Regterschot (VVD):
Voor de VVD is één ding helder: een maximumtarief stellen voor zzp'ers hoort niet bij de te nemen maatregelen. De VVD ziet de zzp'er, net als de flexwerker, als een deel van de oplossing en zeker niet als een deel van het probleem. Door een maximumtarief te stellen worden zzp'ers en flexwerkers ook nog eens de zorg uitgejaagd en maken we het probleem alleen maar groter.

Voorzitter. Op dit moment geldt dat er sprake moet zijn van daden en niet van heel, heel veel woorden. Die woorden liggen wat de VVD betreft achter ons, in programma's, visies, actieplannen en wat al niet meer.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan mevrouw Van Beukering-Huijbregts van D66.

Mevrouw Van Beukering-Huijbregts (D66):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties voorbereid.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de minister heeft aangegeven dat er 40.000 vacatures in de zorgsector zijn, waarvan twee derde moeilijk te vervullen is;

constaterende dat sinds de start van het actieprogramma Werken in de Zorg de uitstroom slechts miniem is gedaald, van 112.000 naar 111.000 zorgverleners per jaar, hetgeen nog altijd veel te hoog is;

overwegende dat het kabinet zich, gezien de arbeidsmarkttekorten in de zorg, maximaal moet inspannen om alle huidige zorgverleners te behouden voor de sector en de negatieve vicieuze cirkel rond zorgverleners te doorbreken;

overwegende dat de zorg een grote verscheidenheid aan flexwerkers kent, waaronder zzp'ers, die om uiteenlopende redenen en met uiteenlopende contractvormen in de zorg werken;

spreekt uit dat de mogelijkheid van het eenzijdig opleggen van maximumtarieven voor werkenden door zorginkopers onwenselijk is, en daarmee vaste banen in de zorgsector niet per se aantrekkelijker worden;

verzoekt de regering om bij het tot stand komen van de werkcode niet alleen de sociale partners maar ook vertegenwoordigers van zzp-organisaties te betrekken, en gezamenlijk onder de noemer van goed werkgeverschap de banen in de zorg weer aantrekkelijker te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Beukering-Huijbregts en Regterschot. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 402 (29282).

Mevrouw Van Beukering-Huijbregts (D66):
Daarbij wil ik graag benadrukken dat partijen die zorg inkopen, wat mijn fractie betreft niet over de tarieven gaan voor werkenden en dus niet aan de cao-tafel voor werknemers zitten, want dat is aan de cao-partners. Ze gaan dus ook niet over flexwerkers, want dat is aan de werkenden en de zorginstelling.

Voorzitter, ik dien graag mijn tweede motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er personeelstekorten zijn in de zorg en deze naar verwachting blijven toenemen;

overwegende dat veel mensen parttime werken in de zorg en uit onderzoek van Het Potentieel Pakken blijkt dat bijna een kwart van de werknemers meer zou willen werken;

overwegende dat uit het onderzoek tevens blijkt dat veel werknemers te stimuleren zijn tot het werken van meer uren indien zij onder andere meer invloed krijgen op het rooster of meer flexibiliteit om uren aan te passen;

verzoekt de regering in gesprek te gaan met werkgevers in de zorg om te bevorderen dat er standaard binnen organisaties jaarlijks de vraag wordt gesteld, bijvoorbeeld als onderdeel van de functionerings- en/of beoordelingscyclus, of mensen in parttime meer zouden willen werken en wat daarvoor nodig is;

verzoekt de regering tevens de Kamer te informeren over het resultaat hiervan uiterlijk medio 2020,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Beukering-Huijbregts en Bergkamp. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 403 (29282).

Dat was de termijn van de Kamer. Zal ik twee minuutjes schorsen? Vijf? Ik schors vier minuten en dan gaan we naar de minister luisteren. O, was ik nu het beste paard van stal vergeten, meneer Renkema? Ik heb u zelfs overgeslagen, zie ik. U had hier al als vierde moeten staan.

De heer Renkema (GroenLinks):
Daar kan ik nog wel mee omgaan, maar mij overslaan is iets anders dan mij helemaal het woord niet geven.

De voorzitter:
Ik geneer me. U krijgt tien seconden extra spreektijd om het goed te maken. Het woord is aan u.

De heer Renkema (GroenLinks):
Voorzitter, alsnog bedankt. Ik denk dat we terugkijken op een goed debat. Het werd voor mij overigens wel een beetje gekleurd door het wat kleinere debat dat we voerden over immigratie. Ik heb goed geluisterd naar wat de minister daarover zei, maar toch denk ik dat het onderwerp nog wel terug gaat komen de komende jaren.

Ik heb twee moties: een over de zorgstages door mbo-studenten en een over het aantal artsen in Nederland. Tijdens het debat hebben wij vragen gesteld over ervaringen die studenten opdoen in hun eerste zorgstage. Die waren niet altijd positief. Dat betekent dat ze soms stoppen met de opleiding en dat is niet goed.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het overgrote deel van de klachten over zorgstages afkomstig is van mbo-studenten;

constaterende dat mbo-studenten onmisbaar zijn voor het arbeidsmarktpotentieel in de zorg;

overwegende dat mbo-studenten aangeven niet altijd voldoende mogelijkheden te ervaren om stageklachten effectief door te geven;

overwegende dat het van groot belang is dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd een duidelijk beeld krijgt van de aard en omvang van klachten jegens zorg- of hulpinstellingen;

verzoekt de regering om met MBO Raad, Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) en mbo-studenten in gesprek te gaan over de vraag hoe het Landelijk Meldpunt Zorg (LMZ) beter onder de aandacht van mbo-studenten gebracht kan worden;

verzoekt de regering tevens of de klachten over zorgstages betrokken kunnen worden bij vernieuwing van de accreditatie, en de Kamer hierover voor de zomer te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Renkema en Hijink. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 404 (29282).

De heer Renkema (GroenLinks):
Dan heb ik nog een motie over het aantal artsen en de vraag of we daar genoeg zicht op hebben.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet zich bij zijn voornemen de instroom bij geneeskundeopleidingen te verlagen baseert op het advies van het Capaciteitsorgaan;

overwegende dat het noodzakelijk is dat dit advies zowel actueel als toekomstgericht is, met name als het gaat om (tekorten bij) specialistenopleidingen;

overwegende dat het kabinet inzake adviezen voor de geneeskundeopleiding eerder heeft afgeweken van het advies van het Capaciteitsorgaan;

verzoekt de regering te bevorderen dat de werkwijze en effectiviteit van het Capaciteitsorgaan worden geëvalueerd, en de resultaten hiervan met de Kamer te delen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Renkema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 405 (29282).

De heer Renkema (GroenLinks):
Dank u wel.

De voorzitter:
Ik schors vijf minuten en dan gaan we luisteren naar de minister.

De vergadering wordt van 17.17 uur tot 17.22 uur geschorst.

De voorzitter:
Het woord is aan de minister. Ik zou graag om 17.30 uur met het volgende debat willen beginnen, dus als hij de moties kort en puntig zou kunnen becommentariëren, dan ben ik daar blij mee.

Minister De Jonge:
Voorzitter. Dank u wel. Omdat wij allen uiteraard zijn grootgebracht in de traditie van "de laatsten zullen de eersten zijn", begin ik met de moties van de heer Renkema. Ik ben bij de motie op stuk nr. 404, die de regering verzoekt om in gesprek te gaan met de MBO Raad, samenwerkingsorganisaties, beroepsonderwijs, bedrijfsleven en mbo-studenten om na te gaan of het Landelijk Meldpunt Zorg voor klachten beter onder de aandacht kan worden gebracht. Ik zou het oordeel over die motie aan de Kamer willen laten, al was het maar omdat we iets van linkse samenwerking naar de mensen toe zien. Daar hoor ik wel bij te zeggen dat het dan gaat over klachten die de zorg aangaan. Klachten over stageplekken moet je echt bij je school uiten en niet bij de inspectie voor de zorg. Als het gaat over de accreditatie van de plekken, horen die klachten bij de SBB geuit te worden en niet bij de inspectie voor de zorg. Dat gaat dus echt alleen over klachten die de kwaliteit van de zorg aangaan. Als ik de motie zo mag verstaan, kan ik het oordeel aan de Kamer laten.

De voorzitter:
Ik kijk even naar de heer Renkema om te zien of hij knikt, fronst of anderszins ...

De heer Renkema (GroenLinks):
Ik kan wel leven met die uitleg. Ik vind het wel belangrijk dat het voor studenten niet alleen gaat om de kwaliteit van de zorg die ze zelf aan iemand verlenen, maar ook om hoe ze de kwaliteit van de stageplek ervaren. Het in kaart brengen daarvan, al is het maar gewoon om te kijken over hoeveel plekken we het hebben, lijkt me heel erg relevant.

Minister De Jonge:
Dan wordt het echt onduidelijk, want dan gaan we allerlei verschillende verwachtingen wekken. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd moet toezicht houden op de kwaliteit van de zorg. Als je in je stage ontdekt dat de kwaliteit van de zorg wordt ondermijnd door de manier waarop men met stagiaires omgaat, bijvoorbeeld doordat stagiaires structureel worden ingezet voor taken waar je gewoon iemand voor moet inzetten die voldoende is opgeleid om voorbehouden handelingen te doen, dan snap ik het. Daar heeft het LMZ daadwerkelijk een rol. Maar of je je bij een stage voldoende ondersteund voelt of de vraag of je voldoende begeleid wordt, gaat echt meer over de kwaliteit van de stageplek. Dan gaan we taken met elkaar vermengen. Ik zou de motie dus zo willen interpreteren dat het echt gaat over de kwaliteit van de zorg. En ja inderdaad, dan moet het LMZ inderdaad onder de aandacht worden gebracht van stagiaires, omdat de klachten daar moeten worden geuit. Eerder had ik al aan de heer Kerstens toegezegd dat ik zal zorgen dat het LMZ of de inspectie daadwerkelijk in gesprek gaat met de FNV over de resultaten van het klachtenmeldpunt. Maar het moet echt gaan over de zorg, want anders raken taken met elkaar vermengd.

De voorzitter:
Ja, en dus?

Minister De Jonge:
Dus hoop ik nu op een non-verbale uiting van de heer Renkema.

De voorzitter:
Ja, ik kijk hem strak aan.

De heer Renkema (GroenLinks):
De motie vraagt om daar voor de zomer over te worden geïnformeerd. Dus met deze uitleg en oordeel Kamer, zeg ik: laat de minister deze motie zo uitleggen. Ik zie tegemoet wat dat voor resultaat oplevert.

Minister De Jonge:
Dan zijn we er toch uit?

De voorzitter:
Dan zijn we d'r!

Minister De Jonge:
Dan de motie op stuk nr. 405. Die verzoekt de regering te bevorderen dat de werkwijze en effectiviteit van het Capaciteitsorgaan worden geëvalueerd. Het is volgens mij belangrijk om te onderstrepen dat het Capaciteitsorgaan van zichzelf is. Het is geen orgaan van het kabinet, maar het is van zichzelf. Het Capaciteitsorgaan laat regelmatig onafhankelijk onderzoek doen naar de objectiviteit en betrouwbaarheid van de ramingen. Momenteel is weer een evaluatie in voorbereiding. In die zin kan ik deze motie zien als ondersteuning van het beleid en daarmee kan ik het oordeel aan de Kamer laten. Dat was de motie op stuk nr. 405.

Dan gaan we weer terug naar de motie op stuk nr. 397, nog iets van linkse samenwerking. Maar daarbij is GroenLinks dan weer niet betrokken. Ik signaleer het toch maar eventjes, voorzitter, want we moeten toch blijven opletten dat die linkse samenwerking een beetje geolied blijft lopen. Dan de inhoud van de motie. Die verzoekt de regering ook zelf voorstellen te ontwikkelen voor het geval, et cetera. We hebben daar een vrij uitvoerig debat over gehad. Ik heb daarin toegelicht wat sowieso in het domein van mijn collega van Sociale Zaken en uw collega's die gaan over sociale zaken aan de orde is, waar het gaat om flexarbeid. Tal van maatregelen worden voorbereid, mede ook in reactie op de commissie-Borstlap. Daarnaast doen we nog een aantal dingen extra voor de situatie in de zorg. Daarmee heb ik sterk de indruk dat dit kabinet al zelf een aantal initiatieven ontwikkelt. Dat doen we natuurlijk nooit in "splendid isolation", maar dat doen we altijd in samenwerking met het veld, maar wij ontwikkelen daarbij wel degelijk een aantal voorstellen. Nu vermoed ik dat als ik dat als ondersteuning van het beleid zou zien, de motie daags nadat die is aangenomen ook zou kunnen gaan buikspreken dat we nog allerlei dingen meer moeten gaan doen. Dit is wat we doen. Als u dat onvoldoende vindt, dan zou ik graag een concrete extra actie horen. Deze motie vind ik wel zo generiek dat ik zou zeggen: nee, laten we om misverstanden te voorkomen deze motie maar ontraden. En dat doe ik dus ook.

De voorzitter:
De heer Kerstens, één interruptie.

De heer Kerstens (PvdA):
Één, en die is kort en puntig, zoals ik dat kan, voorzitter.

De voorzitter:
Als geen ander.

De heer Kerstens (PvdA):
Dank u. Ik hoorde de minister net zeggen dat hij wil voorkomen dat er met deze motie allerlei andere dingen gebeuren, maar ik kan hem zeggen dat dat nadrukkelijk niet de bedoeling is. Dus de minister mag de motie uitleggen zoals hij die uitlegde. Als ik heel concrete eigen voorstellen zou hebben, dan kan de minister die ook van mij verwachten in afzonderlijke moties. Het gaat er maar om dat helder wordt dat er uiteraard een rol ligt voor anderen maar ook voor de minister zelf en zijn collega van Sociale Zaken.

Minister De Jonge:
Maar heeft die dan niet iets heel erg overbodigs? Onaardig natuurlijk om dat zo te zeggen, maar dit is nou juist wat we doen. We hebben een heel debat gehad over wat het kabinet onderneemt om flex terug te dringen, althans om de negatieve kanten van flex terug te dringen. Wat vraagt deze motie dan precies extra?

De heer Kerstens (PvdA):
Nou was de minister zelf degene die net bij deze motie en ook bij een vorige motie de term "ondersteuning beleid" gebruikte. Daar kan ik mij in vinden. Overbodig vind ik nou een diskwalificatie die ook weer niet nodig is.

Minister De Jonge:
Ik zei al dat het wat onaardig klinkt. Ik zei het al heel voorzichtig.

De heer Kerstens (PvdA):
De minister kan zich het debat nog herinneren. Daarin leek het toch een beetje alsof hij alleen maar ging afwachten totdat sociale partners met iets kwamen. Dus deze motie is blijkbaar een ondersteuning van beleid maar wat mij betreft daarmee geen overbodige motie.

Minister De Jonge:
Dan gaan we het debat overdoen, voorzitter. Ik houd het bij ontraden, want dat is toch het duidelijkste voor iedereen. Nogmaals, het is niet onaardig bedoeld.

De motie op stuk nr. 398 over het opschalen en implementeren van arbeidsbesparende innovaties verzoekt de regering voor de zomer 2020 aan te geven wat de stand van zaken is met betrekking tot het aanpassen van curricula van zorgopleidingen. Daarover zou ik het oordeel aan de Kamer willen laten omdat collega Bruins daar op dit moment mee bezig is. De vraag is om de stand van zaken daarvan toe te lichten aan de Kamer. Dat kan ik toezeggen. Daarmee kan ik het oordeel over deze motie aan de Kamer laten.

De motie op stuk nr. 399 verzoekt de regering te bewerkstelligen dat op de kortst mogelijke termijn gesprekken plaatsvinden tussen werkgevers en alle zorgparttimers over mogelijke uitbreiding van de contractomvang. Dan ga ik even bladeren in de stapel, want we hebben het net over linkse samenwerking gehad, maar ik zie dus nog een mogelijkheid om tot nadere samenwerking te komen, namelijk waar het gaat om de motie op stuk nr. 403. Die motie van D66 vraagt eigenlijk iets wat daar wel heel erg op lijkt. Die verzoekt de regering namelijk om in gesprek te gaan met werkgevers in de zorg om te bevorderen dat er standaard binnen organisaties jaarlijks de vraag wordt gesteld of mensen in parttime meer zouden willen werken en wat daarvoor nodig is. De vorm vind ik wel heel erg precies. Laten we niet op de stoel van werkgevers gaan zitten, maar dat dat gesprek wordt gevoerd over die contractomvang is iets wat natuurlijk wel moet. Ik weet niet hoe ik deze samenwerking moet noemen, op z'n minst een exotische samenwerking, maar ik zou mij kunnen voorstellen dat u komt tot een in elkaar gevoegde motie. Mocht dat niet zo zijn, dan ga ik ze in ieder geval wel op eenzelfde manier beoordelen door te zeggen dat ik over beide moties het oordeel aan de Kamer laat. Maar geef ons even de ruimte om met werkgevers het gesprek aan te gaan om te kijken naar de wijze waarop die gesprekken in instellingen worden gevoerd en hoe we dat via de koepelorganisaties kunnen bevorderen.

Mevrouw Agema (PVV):
Ik denk dat twee keer oordeel Kamer handiger is, want ik vind de motie op stuk nr. 403 ook wel heel detaillistisch, net als de minister eigenlijk. Dan komen we er misschien weer niet uit en zijn we drie dagen bezig om tot een tekst te komen.

Minister De Jonge:
U bent meer van de hoofdlijnen.

Mevrouw Agema (PVV):
Ja.

Minister De Jonge:
Dat vind ik ook mooi. Dus ik geef twee keer oordeel Kamer, maar ik ga er wel een actie aan verbinden en dat is dat ik met werkgevers het gesprek aanga over hoe ze hun parttimers beter zouden kunnen verleiden om dat potentieel te pakken, waar dat rapport van vorige week ook over ging.

Dan kom ik bij de motie op stuk nr. 400. Die ga ik ontraden. Die ga ik ontraden vanwege dat woord "beloofde". Dat is niet hoe dat programma in elkaar zit. Dat programma heeft een doelstelling, een ambitie. Als het gaat over werken in de zorg, kun je geen andere ambitie hebben dan het tekort zo dicht mogelijk bij de nul brengen. Maar we weten dat dat gebeurt in de context van de enorme toename van de vraag naar personeel, omdat de vraag naar zorg nu eenmaal toeneemt en er ook een enorme noodzaak is om onze zorg anders te organiseren. Zomaar een belofte, doet eigenlijk geen recht aan de context waarbinnen wij deze ambitie waar hebben te maken. Daarom ga ik haar ontraden.

Mevrouw Agema (PVV):
Maar dat is wel de belofte die de minister op 13 maart 2018 deed. Dat was ook de kop boven de persberichten, die exclusief naar de media gingen. Daarop konden Kamerleden niet eens reageren en daarop werd geen wederhoor toegepast. De koppen waren: "Personeelstekort in 2022 naar nul". Het is natuurlijk niet gek dat wij dat zien als een belofte van de minister, als dat boven die persberichten prijkt.

Minister De Jonge:
Ik hecht er echt aan om te onderstrepen dat het woord "belofte" nooit mijn woord is geweest. Dat is wel heel vaak het woord geweest van mevrouw Agema, maar dat is nooit mijn woord geweest. Ik heb zelf altijd gesproken over "een doelstelling" van het programma en over "de ambitie" om het tekort zo dicht mogelijk naar nul terug te dringen. En zou je een andere ambitie formuleren, dan was uw Kamer het daar waarschijnlijk niet mee eens geweest, en dat snap ik ook. Maar het is altijd de ambitie geweest van dat programma. Vervolgens is ook aangetoond in dat programma dat het mogelijk moet zijn om heel erg veel van die tekorten in te lopen. Maar we doen het allemaal wel in de hele complexe context van een enorme toename van de zorgvraag. Het doet dus geen recht, denk ik, noch aan het programma, noch aan die context, om daar het woord "belofte" op te plakken.

Mevrouw Agema (PVV):
De minister heeft twee jaar later wat meer realiteitsbesef, maar ik heb in ieder geval nooit boven een bericht gezet: "Personeelstekort in 2022 terug naar nul". Laten we dat dus wel helder hebben.

Minister De Jonge:
Goed, voorzitter.

We gaan naar de motie ... Nee, er was nog een vraag van mevrouw Agema. Die ging over dat debat. Ik begrijp dat er zojuist bij de regeling een brief is aangevraagd, maar ik begrijp ook dat dat een brief is die afstemming vereist met de Taskforce Wonen & Zorg en met BZK. Ik krijg die brief dus niet deze week en ook niet volgende week de deur uit.

Mevrouw Agema (PVV):
Nee, die brief is vier weken geleden gevraagd. De Kamer wilde dit debat voor het krokusreces houden. Kamerbreed hebben we daar om gevraagd. Toen heeft het CDA, als noviteit, hier een paar uur geleden dat debat van de agenda af laten halen. Ik ben er echt woest over dat het mogelijk is dat wij vier weken later de brief die vier weken geleden is gevraagd, nog niet hebben en dat nota bene het CDA het debat over wonen en zorg, over de taskforce, van de agenda haalt. Het is echt een noviteit. Het kan echt niet dat dat zomaar gebeurt als een Kamerbrede meerderheid dat debat wenst. De minister had die brief gewoon op tijd naar ons toe kunnen sturen. Dat kan hij nog steeds doen. Hij kan de brief voor donderdagochtend naar ons toesturen. Dan kunnen wij het debat hier gewoon houden, want de urgentie bij de ouderenhuisvesting is skyhigh.

Minister De Jonge:
Ik deel die urgentie. Dat betekent ook dat we dag in, dag uit bezig zijn, juist met dit vraagstuk. Maar er is zojuist een brief besteld bij de regeling. De vraag is: kan ik die voor donderdag sturen? Het antwoord op die vraag is: nee.

De heer Kerstens (PvdA):
Ik loop toch even naar voren, want nu wekt de minister de suggestie dat hij pas vanmiddag hoorde dat er een brief zou komen. Maar bij het aanvragen van het debat is er, zoals dat eigenlijk gebruikelijk is, direct al om een brief gevraagd. Mijn vraag is nu dus: is de minister al aan de slag met de brief en is er alleen nog wat afstemming nodig? Of hoorde hij vanmiddag pas dat de Kamer een brief wilde hebben en dacht hij toen: nu moet ik aan het werk? Dat laatste zou namelijk in ieder geval niet in overeenstemming zijn met wat we hier in de Kamer hebben besloten en besproken.

Minister De Jonge:
Ik weet dat er een brief is gevraagd. Die brief heb ik ook gestuurd. Maar volgens mij is er zojuist een andere brief of een aanvullende brief gevraagd. Dat is wat ik daarvan weet, maar ik ben niet bij de regeling betrokken geweest. Ik ben vlak voor dit VAO naar de Kamer gekomen.

De voorzitter:
Mevrouw Agema, even verhelderend.

Mevrouw Agema (PVV):
Ik wil het toch ophelderen. Op 21 januari is dit debat aangevraagd, Kamerbreed. Het CDA heeft een paar uur geleden bij de regeling gevraagd om het debat van donderdagmorgen van de agenda af te voeren, omdat de brief, die dus vier weken geleden gevraagd is, nog niet binnen is. Daar ben ik heel erg boos over. Dan denk ik: de minister had toch die brief wel in vier weken kunnen sturen? En hij zou dat eigenlijk alsnog wel voor donderdagmorgen kunnen doen, want dan kunnen we hier het debat houden over een vraagstuk dat zo urgent is: de ouderenhuisvesting.

Minister De Jonge:
Ik ga de regeling terugkijken. Ik heb zojuist begrepen dat er een brief is besteld. Die ga ik leveren. Die brief vereist afstemming. Dat is wat ik ervan weet en wat ik u toezeg.

Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 401 van mevrouw Regterschot, die de regering vraagt in gesprek te gaan met partijen in de sector, inclusief zelfstandigen, om het werk in de zorg weer aantrekkelijker te maken. Uiteraard hecht ik er waarde aan — dat is ook de manier om de toegenomen flexarbeid terug te dringen — dat werken in loondienst aantrekkelijker wordt. We weten dat de onvrede daarover een belangrijke aanleiding is om juist te kiezen voor zzp. We weten ook dat de mate waarin dat gebeurt op dit moment tot grote vraagstukken leidt. Om dat op te lossen begin je inderdaad met dat gesprek over het aantrekkelijker maken van werken in vaste dienst bij een werkgever. Autonomie ervaren is daarbij belangrijk. We gaan dus met sociale partners en met zzp-organisaties in gesprek over wat goed werkgeverschap is. Ik hoop dat dat uitmondt in die werkcode. Dit is dus een onderdeel daarvan, een stap in die richting. Als ik de motie zo mag begrijpen, kan ik het oordeel aan de Kamer laten.

Dan de motie op stuk nr. 402.

De voorzitter:
De heer Kerstens nog met één korte vraag.

De heer Kerstens (PvdA):
Ik maak hier geen gewoonte van, maar ik zou de minister toch graag willen aanspreken op zijn gebrek aan consistentie. We hebben het hier met elkaar al een jaar over in gesprek gaan met de sector over dat goed werkgeverschap. Óf het is zo dat de minister dat al een tijd doet, waarmee ook deze motie overbodig is, óf hij denkt: "Dat is wel een goed idee. Dank voor de aansporing in deze motie. Ik geef haar oordeel Kamer, want ik moet eens gaan praten met die werkgevers." Ik vind dat de minister hier een beetje naar believen strooit met "overbodig" of met "ondersteuning van beleid". Het is misschien niet zo dat hij daar naar believen mee strooit, maar er zit wel een scheidslijn — mevrouw Agema heeft daar al eerder op gewezen — in het debat tussen coalitie en oppositie. Dat vind ik dan toch wel voldoende aanleiding om eens een keer naar voren te lopen.

Minister De Jonge:
Daarmee komt u terug op het oordeel dat ik gaf op de motie op stuk nr. 397. Het probleem dat ik heb met die motie is dat daarin staat: verzoekt de regering zelf óók voorstellen te ontwikkelen. Wij hebben zelf voorstellen ontwikkeld, die we in een brief aan de Kamer hebben doen blijken. Vervolgens hebben we uitbundig het debat gehad in het algemeen overleg over de inhoud van die voorstellen. Dat is mijn probleem met die motie van de heer Kerstens. Daarom heb ik haar ontraden. De heer Kerstens gaf zelf de toelichting: daar moet u allemaal niet te veel achter zoeken, want ik bedoel eigenlijk gewoon ongeveer wat het kabinet aan het doen is. Dan komen we inderdaad in een debat terecht over wat dit dan toevoegt. Ik begrijp dat de heer Kerstens niet enthousiast is over het oordeel dat ik geef, maar dat heeft alles te maken met de formulering van het dictum.

De voorzitter:
Helder.

Minister De Jonge:
Voorzitter. Dan de motie op stuk nr. 402, die de regering verzoekt om bij het tot stand komen van de werkcode niet alleen de sociale partners maar ook vertegenwoordigers van zzp-organisaties te betrekken. Ik zou niet zozeer over het dictum willen zeggen dat ik dat liever niet heb, maar wel over het "spreekt uit", dat daarboven staat. Daar staat namelijk: "spreekt uit dat de mogelijkheid van het eenzijdig opleggen van maximumtarieven voor werkenden door zorginkopers onwenselijk is (…)". We hebben dat debat gehad. We hebben ook met elkaar geconstateerd dat het goed is als we heel precies zijn in waar voorstellen over gaan. Er was een misverstand gerezen dat maximumtarieven wettelijk zouden worden afgedwongen, hetgeen niet het geval is. Dat heb ik volgens mij goed toegelicht in het algemeen overleg. Maar nou wordt hier door dat "spreekt uit" eigenlijk een nieuw misverstand de wereld in geholpen, namelijk dat het eenzijdig opleggen van maximumtarieven voor werkenden door zorginkopers onwenselijk is. Dat is helemaal niet wat in de brief van het kabinet staat. Ik denk dat we er niet bij gebaat zijn om met elkaar misverstanden de wereld in te helpen en die vervolgens te gaan recyclen. We gaan werkcodes met elkaar verkennen. Die werkcodes gaan over avond-, nacht- en weekenddiensten, over het eerlijk verdelen van teamtaken, over gelijke scholing en over een uurtarief: wat zou je acceptabel vinden qua opslag op de loonkosten van zzp'ers om uiteindelijk uit te komen bij gelijke beloning en gelijke behandeling? Daar gaan die werkcodes over. Daarmee is dit "spreekt uit" eigenlijk gewoon een misverstand. Daarmee zou ik de motie willen ontraden.

Voorzitter. Dat brengt mij aan het einde van mijn beoordeling van de moties.

De voorzitter:
Prima, hartelijk dank. Tot zover dit VAO.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
De dinsdag na het reces stemmen wij over de moties. Ik dank de minister voor zijn aanwezigheid. Ik schors voor enkele minuten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Eurogroep/Ecofin-Raad

Eurogroep/Ecofin-Raad

Aan de orde is het VAO Eurogroep/Ecofin-Raad (AO d.d. 12/02).

De voorzitter:
Aan de orde is het VAO Eurogroep/Ecofin-Raad. Het AO vond plaats op 12 februari jongstleden. Een hartelijk woord van welkom aan de staatssecretaris van Financiën, die zijn parlementaire ontgroening ondergaat, want dit is zijn eerste debat hier in de plenaire zaal. Vragenuurtjes tellen niet mee. Wij hebben zeven deelnemers van de zijde van de Kamer, waarvan er vijf gaan spreken. De eerste is mevrouw Leijten van de SP, en het woord is aan haar.

Staatssecretaris Vijlbrief:
Ik was er al tijdens het vragenuurtje.

De voorzitter:
Ja, vragenuurtjes, maar die tellen niet mee. We hebben zeven deelnemers van de zijde van de Kamer, van wie er vijf gaan spreken. De eerste is mevrouw Leijten van de fractie van de SP. Het woord is aan haar.

Mevrouw Leijten (SP):
Voorzitter. In de bestuursverhoudingen die we hebben met de Europese Unie zijn er bepaalde zaken die echt aan landen, lidstaten van de Europese Unie, zijn. Een van die dingen is de besluitvorming over belastingzaken. Dan geldt in de besluitvorming in de Europese Unie unanimiteit. We hebben eind 2018 als Kamer nog uitgesproken dat we daar niet van af willen. Wij hebben in commissieverband een debat gehad over de vergadering van de ministers van Financiën in Europa. In dat debat liet de staatssecretaris een beetje ruimte als het gaat om de vraag of die unanimiteit straks ook nog bestaat bij de Europese richtlijn over energiebelasting. Ik heb hem daar in het debat op bevraagd, maar het werd er niet veel duidelijker op. Vandaag kregen wij een brief van de staatssecretaris, waarvoor dank. Maar ook na die brief is het voor mij nog steeds niet helder of de positie "nee, dat willen we niet" echt is gemarkeerd.

Voorzitter. Daarom heb ik de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Europese Commissie de ambities in de Green Deal opnieuw gebruikt om de besluitvorming bij unanimiteit te verschuiven naar gekwalificeerde meerderheid, zoals bij de herziening van de Europese Richtlijn energiebelasting;

overwegende dat nog recent de Kamer bij meerderheid heeft uitgesproken dat wat Nederland betreft het verschuiven van de besluitvorming onbespreekbaar is;

verzoekt de regering niet af te wijken van de wens van de Kamer om de besluitvorming op belastingheffing bij unanimiteit te laten plaatsvinden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Leijten en Lodders. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1652 (21501-07).

Mevrouw Lodders ziet ook af van haar spreektijd. Dan geef ik graag het woord aan de heer Snels van de fractie van GroenLinks.

De heer Snels (GroenLinks):
Voorzitter. U kent de positie van GroenLinks als het gaat over het vetorecht voor de fiscale politiek in Europa. Het helpt niet bij de aanpak van klimaatverandering, het helpt niet bij de vergroening van het belastingstelsel, het helpt niet bij de aanpak van belastingontwijking en ook niet bij de aanpak van digibedrijven en de belastingheffing daarop. Maar in dit specifieke geval gaat het over de energierichtlijn 2003, die zwaar verouderd is en al een jaar of acht, negen, tegen de besluitvorming aanloopt. Het lukt maar niet om daar besluitvorming over te krijgen. Ik vond dus dat de staatssecretaris vorige week in het AO verstandige woorden gebruikte. Hij zei namelijk: we gaan niet per definitie tegen meerderheidsbesluitvorming zijn. We kregen vandaag de brief van de staatssecretaris — het fiche had ik ook gelezen — en die is niet erg helder. Er wordt toch geprobeerd van twee vierkanten een cirkel te maken en ik weet niet wat die cirkel nou precies voorstelt. Daarom heb ik een paar vragen. Het klopt toch dat de besluitvorming bij die energierichtlijn geblokkeerd wordt door de unanimiteit in de besluitvorming? Het klopt toch dat de aanpassing van deze energierichtlijn in het belang is van Nederland, zowel als het gaat om de concurrentiepositie van onze bedrijven en ons land alsook als het gaat om ons energiebeleid? Het kabinetsbeleid is toch dat Nederland zich niet per definitie zal verzetten tegen meerderheidsbesluitvorming? Het is toch zo dat dat ook de inzet is van het kabinet in dit hele specifieke geval van de herziening van de energierichtlijn?

Dank.

De voorzitter:
Dank u wel. Er is nog een vraag van mevrouw Leijten.

Mevrouw Leijten (SP):
Dat betekent dus dat GroenLinks hier eigenlijk voorstelt dat je het vetorecht dat je hebt — dat hoef je niet te gebruiken, maar dat heb je wel — maar op moet geven omdat er een moeilijke discussie plaatsvindt in Europa?

De heer Snels (GroenLinks):
Maar mevrouw Leijten vraagt naar de bekende weg. De bekende weg is dat GroenLinks vindt dat het vetorecht belangrijke besluitvorming in Europa in de weg staat. Het gaat in dit hele concrete geval om een herziening van de energierichtlijn. Die onderhandelingen lopen al vanaf 2011 als ik het goed heb. Daar komen we niet uit, omdat landen als Polen en Tsjechië zich verzetten. Dan is het heel verstandig om een uitzondering te maken op de regel — want daar gaat het hier over — dat over fiscale politiek bij unanimiteit wordt besloten.

De voorzitter:
Heel goed. Afrondend, kort en puntig, mevrouw Leijten.

Mevrouw Leijten (SP):
Als je één keer een uitzondering maakt op de regel, ben je je veto kwijt, volgens mij. Ik vind het echt heel erg onverstandig dat als een discussie vastzit en je er dus blijkbaar niet uit kunt komen, je het er dan maar met meerderheden doorheen gaat rammen. Daarmee zal je het draagvlak voor besluitvorming echt ondermijnen.

De heer Snels (GroenLinks):
Daar denk ik anders over vanuit mijn politieke positie. Maar de regel is dat het vetorecht gehandhaafd blijft, maar dat landen ervoor kunnen kiezen — ook daar ligt een vetorecht op — een keertje af te zien van die unanimiteitsregel en bij meerderheidsbesluitvorming te stemmen. Dat vind ik een hele verstandige lijn van deze staatssecretaris.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Nijboer van de fractie van de Partij van de Arbeid.

De heer Nijboer (PvdA):
Dank u wel, voorzitter. De nieuwe staatssecretaris van Financiën heeft in het algemeen overleg aangegeven dat het verstandig kan zijn om het vetorecht niet altijd op tafel te hebben als je iets wilt bereiken en als je verder wilt komen met internationale maatregelen. Dat geldt in dit geval voor de energiebelasting, maar dat geldt denk ik ook voor belastingontwijking. Ik vind dat een vooruitgang. Ik wil de staatssecretaris ervoor prijzen dat hij dat doet. Ik hoop ook dat de coalitie hem de ruimte laat om hem met zijn Europese internationale ervaring dat ook waar te laten maken, en dat we niet straks krijgen dat hij eigenlijk per ommegaande weer wordt teruggefloten — dat vrees ik, eerlijk gezegd — en dat hij eigenlijk weer geen kant op kan. Ik hoop dat we bij die discussies over het belasten van vervuilend gedrag, maar ook over belastingontwijking en het belasten van grote multinationals als Europa kunnen optreden en niet alleen maar als Nederland lopen stampvoeten. Dank u wel.

De voorzitter:
Dat was uw bijdrage? Heel goed. Een vraag nog van mevrouw Leijten.

Mevrouw Leijten (SP):
De heer Nijboer was niet bij het debat zelf aanwezig, dus kan ik mijn vraag nu hier stellen. Is het niet raar dat, als in november 2018 een meerderheid van de Tweede Kamer iets uitspreekt, het kabinet nog maar net een jaartje later zegt: toedeledokie, daar doen wij niets meer mee?

De heer Nijboer (PvdA):
Ik ben het volstrekt met mevrouw Leijten eens dat, als de Kamer bij meerderheid iets zegt, het kabinet daaraan gehouden moet worden. Ik sprak zojuist ook de hoop uit dat de Kamer hem niet per ommegaande terugfluit. Die hoop heb ik nog steeds. Maar ik ken de Kamermeerderheden een beetje, dus ik vrees dat dit wordt beknot en dat we uiteindelijk in Europa een minder sterke positie overhouden.

De voorzitter:
De laatste spreker van de zijde van de Kamer is de heer Omtzigt van de fractie van het CDA, maar hij ziet af van zijn spreektijd.

Is de staatssecretaris in staat om te antwoorden? Dat is het geval. Dan geef ik hem graag het woord.

Staatssecretaris Vijlbrief:
Dank u voor de vragen. Ik heb vanmorgen een brief naar de Kamer gestuurd waarin ik nog eens het kabinetsstandpunt heb weergegeven. Ik heb ook gekeken naar de motie-Leijten/Lodders op stuk nr. 1652. Mijn oordeel daarover zou oordeel Kamer zijn. Ik zal proberen dat uit te leggen. Die motie zegt in het begin eigenlijk niks anders dan wat er in mijn briefje staat, namelijk dat het uitgangspunt van het kabinet unanimiteit is. Dat is zo en dat blijft zo. Daar was al een keer een motie-Maeijer over aangenomen. Ik herhaal wat ik eerder heb gezegd: het kabinet hecht dus aan de uitgangspunten zoals beschreven in de BNC-fiches over besluitvorming over de fiscaliteit en de besluitvorming over energie- en klimaatbeleid. Dus daarbij is fiscale soevereiniteit essentieel. Dat staat ook keurig in mijn briefje van vanmorgen.

Nu heeft de Commissie aangegeven dat zij in 2021 komt met een herziening van de Richtlijn energiebelastingen. De heer Snels vraagt: is die herziening inhoudelijk belangrijk voor Nederland? Ja, die is bijzonder belangrijk. Dat is het punt dat ik vorige week tijdens het AO al maakte. Dan zeg ik in dat briefje — en ik herhaal nog maar een keer wat ik in dat briefje zeg: wanneer het voorstel door de Europese Commissie wordt gepresenteerd, zal het kabinet in het licht van de eerdere uitgangspunten een standpunt innemen, dat mede afhangt van de inhoud en de reikwijdte van het voorstel. Dat heeft dus te maken met hoever het voorstel gaat en wat het voorstelt. We kunnen nu een hele lange discussie gaan voeren over de vraag hoe we dan gaan stemmen en volgens welke regels, maar het lijkt mij veel wijzer om nu even te wachten op wat het voorstel zal inhouden. Daarbij is het uitgangspunt unanimiteit, zeg ik tegen mevrouw Leijten, en dat blijft zo. Daarom geef ik de motie oordeel Kamer.

Mevrouw Leijten (SP):
In november 2018 sprak de Kamer uit dat de regering moest aangeven dat het onbespreekbaar is om af te stappen van unanimiteitsbesluitvorming. En daar zit wel verschil in. Het is echt een afwijking van die uitspraak. Ik heb het zo verwoord dat de regering niet moet afwijken van de wens van de Kamer, maar dat slaat op die motie die uitsprak dat het onbespreekbaar was, dus niet per keer maar even zien hoe we daarmee omgaan.

Staatssecretaris Vijlbrief:
Ik kan hier niks anders doen dan kijken naar het dictum van de motie. De motie heeft een overweging en zegt daarna: verzoekt de regering niet af te wijken van de wens van de Kamer om de besluitvorming op belastingheffing per unanimiteit te laten plaatsvinden. Ik zeg oordeel Kamer, want het kabinet is het daarmee eens, zoals ik ook in de brief aangaf. Maar ik herhaal: als de Energierichtlijn er komt — dat is echt kabinetsbeleid — dan zullen we dat afhankelijk van de inhoud en de reikwijdte van het voorstel nader bekijken. Daarbij is het uitgangspunt unanimiteit. We starten niet bij meerderheidsbesluitvorming.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Leijten (SP):
Dan vrees ik dat ik het dictum moet aanscherpen. Dan moet ik verwijzen naar de aangenomen motie, die zegt dat het onbespreekbaar is. Dat zit niet voor niets in die overweging. Het wordt vaak een spelletje in de trant van "het dictum zegt iets anders dan een overweging", maar die overweging hoort er gewoon bij. Dat sprak die motie namelijk uit: het is onbespreekbaar om bij belastingvoorstellen af te stappen van unanimiteit. Dát is de wens van de Kamer en naar die wens verwijs ik. Ik zal in mijn motie het nummer van die eerdere motie opnemen: verzoekt de regering niet af te wijken van de aangenomen Kamermotie met nummer … Dan is dat helder. Het is geen opschuiven naar per keer bezien, want dan hebben we iedere keer dezelfde discussie. En dan maakt de staatssecretaris het zichzelf overigens ook moeilijker in Europa, want dan kan hij dus ook een standpunt hebben ingenomen waarvan de Kamer later zegt: dat willen we helemaal niet.

De voorzitter:
U komt met een aangepaste motie, die wij tegemoetzien. Wil de staatssecretaris daar nog op reageren?

Staatssecretaris Vijlbrief:
Nee, dank u wel.

De voorzitter:
Ook die nieuwe motie-Leijten zal de staatssecretaris moeten becommentariëren, maar dat zal via de mail verlopen.

Mevrouw Leijten (SP):
Die overweging staat er natuurlijk niet voor niks in, want die slaat terug op de eerder aangenomen motie. Het is de wens van de Kamer dat het onbespreekbaar is. En dat is dus niet: per voorstel naar reikwijdte bekijken. Ik ga gewoon opnemen: verzoekt de regering conform de aangenomen motie de unanimiteit in stand te houden.

De voorzitter:
We zien met plezier uit naar uw motie.

Mevrouw Lodders (VVD):
Ik ben ook enigszins in verwarring. Ik hoop dat u het mij niet kwalijk neemt dat ik op hetzelfde punt de staatssecretaris om volstrekte helderheid zou willen vragen. Kan de staatssecretaris aangeven of hij op geen enkele manier wil afzien van het vetorecht en het gebruik van de passerellebepaling? De motie "oordeel Kamer" geven en vervolgens in de brief aangeven dat je het per keer wilt bekijken, dat is echt in conflict met elkaar.

Staatssecretaris Vijlbrief:
Voorzitter. Volgens mij zeg ik niet dat we het per keer gaan bekijken. In de brief namens het kabinet staat dat het kabinet, wanneer het voorstel voor herziening van de Richtlijn energiebelasting door de Europese Commissie wordt gepresenteerd, in dat licht een standpunt zal innemen dat mede afhangt van de inhoud en de reikwijdte van het voorstel. Dat stond overigens ook al in een BNC-fiche dat uw Kamer eerder heeft bereikt. Het is dus niet per keer kiezen wat je doet. Dit is de redenering die ik vorige week ook in het AO had: uitgangspunt is unanimiteit. En als het voorstel van de Commissie komt, zullen we aan de hand van de inhoud en de reikwijdte bekijken of we dat dan vinden. Maar het uitgangspunt is unanimiteit. Daar start het.

Mevrouw Lodders (VVD):
Dit maakt het wel heel ingewikkeld. Ik lees in de brief wat anders. Op het moment dat het voorstel over energie er ligt, wordt een standpunt ingenomen. Dat is niet per keer, maar ik zou graag willen dat de staatssecretaris helder is. Er ligt een aangenomen motie. Als deze motie aangenomen wordt, dan moet het volstrekt helder zijn dat we het veto niet loslaten en afzien van het gebruik van die passerellebepaling. Is de staatssecretaris dat met mij eens?

Staatssecretaris Vijlbrief:
Nee, dat ben ik niet met u eens. Dat is niet in overeenstemming met de brief die ik namens het kabinet heb gestuurd.

De heer Tony van Dijck (PVV):
Ja, maar dat is wel in overeenstemming met de wens van de meerderheid van de Kamer. Die wens is dat er niet wordt getornd aan ons vetorecht, op geen enkel vlak. Nogmaals, misschien is dit een beginnersfout, maar die boodschap moet bij de staatssecretaris nog even tussen de oren landen. De Kamer zegt in meerderheid: torn niet aan het veto, want dan heb je een probleem. Dat gezegd hebbende, er is nog een andere motie van iets verder terug, van 14 mei 2014. Dat is een motie van mijn hand die zegt: de Kamer lust geen Europese belastingen. En aangezien deze staatssecretaris nieuw is en misschien iets te lang in Europa heeft rondgelopen, wil ik hem er toch op wijzen dat deze Kamer in 2014 ook in meerderheid heeft gezegd dat er geen Europese belastingen mogen komen. Nu lees ik in alle stukken dat er een plastictaks, een CO2-grenstaks, een vliegtaks, een Googletaks, een financiëletransactietaks en een geharmoniseerde vennootschapsbelasting zouden moeten komen. Dat zijn allemaal belastingen die Europa graag zou willen. Ik snap dat wel, want Europa wil ons brieven sturen met van die gele sterretjes zodat ze niet meer hoeven te bedelen om dat bni. Er zijn hier partijen die dat ook vinden, maar kan de staatssecretaris hier even op reflecteren en ook die inzet meenemen naar Europa? Nederland is niet gediend van Europese belastingen, op geen enkel vlak.

Staatssecretaris Vijlbrief:
Hier ontstaat begripsverwarring. Er is een verschil tussen de Richtlijn energiebelastingen en Europese belastingen. Het kabinet is niet voor extra Europese belastingen; dat weet u. Dat is gewoon het standpunt van het kabinet. Dit gaat over de Richtlijn energiebelastingen. Dat is een ander punt.

De heer Tony van Dijck (PVV):
Maar we praten zo meteen over het MFK. Daarin staat duidelijk dat de Europese Commissie een greep wil doen in de ETS-afdrachten, de handelsemissieafdrachten. Dat zijn allemaal vormen van belasting waar de Europese Commissie graag haar vinger achter wil krijgen. Misschien moet u die motie van mij van 14 mei 2014 er even op naslaan. Daarin staat duidelijk: verzoekt de regering om met kracht afstand te nemen van elke vorm van Europese belastingen.

De voorzitter:
De staatssecretaris. Nee?

Staatssecretaris Vijlbrief:
Nee. Het is helder.

De heer Snels (GroenLinks):
Dit debatje roept bij mij de vraag op waarom de staatssecretaris überhaupt oordeel Kamer geeft aan een motie waar hij volgens mij inhoudelijk niet achter staat. Mag ik toch proberen dit even te verhelderen? Ik gebruikte de beeldspraak "van twee vierkanten een cirkel maken". Dat lukt nog niet helemaal. Het uitgangspunt is het vetorecht. Dat snap ik, gezien de gevoeligheid van de Kamer, maar de staatssecretaris zelf gaf vorige week aan dat hij zich niet per definitie tegen meerderheidsbesluitvorming uitspreekt. Mag ik hem dan als volgt begrijpen? Hij zegt nu: het uitgangspunt is vetorecht — daarmee stelt hij een aantal Kamerfracties gerust — maar de besluitvorming zal toch pas in 2021 plaatsvinden, en dan pas neemt het kabinet een definitief besluit. Dat besluit zou dus kunnen zijn dat we toch maar het vetorecht opgeven.

Staatssecretaris Vijlbrief:
Ik blijf bij mijn eigen woorden. Dat zijn de woorden die in de brief staan: "Wanneer het voorstel voor herziening van de Richtlijn energiebelastingen (…) wordt gepresenteerd, zal het kabinet in dat licht een standpunt innemen, dat mede afhangt van de inhoud en reikwijdte van het voorstel." Het hangt natuurlijk erg af van de inhoud van het voorstel. Ik hoef niet uit te leggen dat de gevoeligheid rond het vetorecht bij het ene voorstel groter kan zijn dan bij het andere, maar het uitgangspunt van het kabinet is, zoals wij ieder voorstel benaderen, unanimiteit.

De heer Snels (GroenLinks):
Zeker. Ik snap dat de staatssecretaris een uitweg zoekt en nog ruimte houdt voor zichzelf, met een tegenstribbelende Kamer. Maar dan ga ik toch even terug naar zijn woorden van vorige week. De staatssecretaris verzet zich niet per definitie tegen meerderheidsbesluitvorming. Dat was de uitspraak van de staatssecretaris vorige week. Dat heeft hij in twee verschillende bewoordingen zo gezegd en dat past bij de brief, als je een beetje mee wilt lezen. Dat is nog steeds het standpunt van deze staatssecretaris: niet per definitie verzetten tegen meerderheidsbesluitvorming.

Staatssecretaris Vijlbrief:
Het standpunt van het kabinet staat in de brief. Ik heb vorige week mondeling toegelicht wat dat kon inhouden en daar blijf ik bij. Dat zijn de woorden.

De heer Snels (GroenLinks):
Maar de staatssecretaris blijft ook staan achter de woorden die hij vorige week in het algemeen overleg heeft gebruikt?

Staatssecretaris Vijlbrief:
Als die energierichtlijn eraan komt, dan kijken we naar de inhoud en de reikwijdte van het voorstel en dan starten we bij unanimiteit. Dat is het standpunt van het kabinet.

De heer Snels (GroenLinks):
We starten bij unanimiteit, maar daar eindigt het niet. Want open blijft dat in dat geval er een besluit zou kunnen worden genomen dat we het vetorecht toch opgeven. We starten bij unanimiteit, maar we zouden ergens anders kunnen eindigen. Dat is dan de conclusie van dit debat.

Staatssecretaris Vijlbrief:
Ik ga niet over de conclusie van het debat, maar mijn conclusie is: dan zal het kabinet in dat licht een standpunt innemen.

De heer Nijboer (PvdA):
Voorzitter …

De voorzitter:
Hohohohoho. Ik had u nog niet het woord gegeven. De heer Nijboer.

De heer Nijboer (PvdA):
Ik dacht dat u mij aankeek, voorzitter.

Het is mij helemaal niet helderder geworden. Een motie krijgt oordeel Kamer waarvan ik denk: hoe verhoudt zich dat tot het debat? Dan moet die nog weer worden aangescherpt. Ik zal het maar gewoon simpel vragen. Bent u teruggefloten door minister Hoekstra op de uitspraken die u in het algemeen overleg heeft gedaan? Of blijft u achter de woorden staan dat het mogelijk is dat het vetorecht op dit terrein niet wordt gebruikt?

Staatssecretaris Vijlbrief:
De brief houdt in … Ik herhaal wat ik in de brief heb geschreven. De brief houdt dat in. De brief zegt: wanneer het voorstel tot herziening enzovoorts — ik heb het al een paar keer voorgelezen — zal het kabinet in dat licht een standpunt innemen. Dat standpunt kan ook … Daarom verzet ik me ook tegen absolute, altijd unanimiteit.

De heer Nijboer (PvdA):
Dat is dus een heel ander standpunt dan minister Hoekstra hier de afgelopen tweeënhalf jaar in de Kamer heeft verwoord. Hij heeft altijd gezegd: we staan als kabinet pal voor het vetorecht, daar wijken we nooit en te nimmer van af. Hij werd eerlijk gezegd helaas gesteund door een behoorlijk grote meerderheid in de Kamer, van heel rechts naar heel links. Ik vond dat heel onverstandig. Want met de staatssecretaris ben ik van mening dat je dan in Europa heel weinig bereikt. Maar blijft de staatssecretaris nu achter zijn eigen woorden en punt staan en gaat hij de discussie in het kabinet aan? Of is hij straks weer terug in het hok als de motie wordt aangenomen?

Staatssecretaris Vijlbrief:
Ik heb er niets aan toe te voegen.

De heer Tony van Dijck (PVV):
Nou, ik heb er wel iets aan toe te voegen, want die motie komt van drie collega's van mij. Er staat inderdaad duidelijk: het is onbespreekbaar dat het vetorecht wordt opgeheven. Onbespreekbaar, dus ook niet "we gaan het bezien" of "we zullen dan een beslissing nemen". Nee, de Kamer heeft in meerderheid uitgesproken dat dat nooit zal gebeuren. Het kabinet, deze staatssecretaris is de uitvoerder van deze motie. Hij heeft zich te houden aan deze motie. Anders moet u zeggen: luister, ik ben niet geschikt voor deze functie. Wij zijn het namelijk hier die in meerderheid iets bepalen en u met die opdracht naar Brussel sturen. Als u in Brussel gaat lopen roepen tegen uw vriendjes "het zou best kunnen dat we het vetorecht te grabbel gooien en tot een gekwalificeerde meerderheid overgaan", dan slaat u deze motie in de wind. Dan moeten we u naar huis sturen; dan bent u niet geschikt. Dus óf u committeert zich aan deze motie óf u trekt uw conclusie.

Staatssecretaris Vijlbrief:
De motie die voorligt is dacht ik niet de motie van toen, maar de motie van nu van mevrouw Leijten. Daar heb ik het oordeel over gegeven.

Mevrouw Leijten (SP):
Het dictum wordt in overleg met mevrouw Lodders: verzoekt de regering niet af te wijken van de aangenomen motie 21501-02, nr. 1920, om besluitvorming op belastingheffing per unanimiteit te laten plaatsvinden.

De voorzitter:
Dank u wel. Deze motie is staatsrechtelijk interessant. Ik denk dat de staatssecretaris zijn betoog moet vervolgen. Of was u klaar?

Staatssecretaris Vijlbrief:
Ik was klaar, voorzitter.

De voorzitter:
Heel goed. Dan de heer Snels.

De heer Snels (GroenLinks):
Toch nog een keer, want er blijft veel vaagheid. Het dictum van de motie van mevrouw Leijten: verzoekt de regering niet af te wijken van een wens van de Kamer om de besluitvorming op belastingheffing per unanimiteit te laten plaatsvinden. Volstrekt helder: niet afwijken. Het citaat van de staatssecretaris: we verzetten ons niet per definitie tegen meerderheidsbesluitvorming. We hebben hier een vierkant, we hebben hier een vierkant; hoe maak je daar een cirkel van?

De voorzitter:
Wil de staatssecretaris daarop reageren?

Staatssecretaris Vijlbrief:
Het wordt eentonig, voorzitter. Het standpunt van het kabinet staat in de brief. Dat standpunt is: we gaan uit van unanimiteit. Daarom kan ik het eerste dictum "oordeel Kamer" geven. Naar het tweede dictum moet ik nog een keer kijken. Maar daar kan ik "oordeel Kamer" aan geven en dat is uitgangspunt. En als er verandering in de richtlijn energie komt, zullen we dat nader bezien. Dan zullen we kijken naar — daar gaan we weer — de inhoud en de reikwijdte daarvan. Dan zullen we kijken of we dat handhaven. Maar het uitgangspunt is unanimiteit.

De voorzitter:
De heer Snels, afrondend.

De heer Snels (GroenLinks):
Afrondend, voorzitter? Het blijft mij een raadsel hoe twee elkaar tegensprekende citaten door de staatssecretaris met elkaar gerijmd worden. Dat kan alleen maar als hij niet meer achter de woorden staat die hij vorige week tijdens het algemeen overleg heeft uitgesproken. Of hij moet zijn "oordeel Kamer" voor de motie van mevrouw Leijten intrekken. Maar allebei handhaven kan niet, want dit kan niet samengaan.

De voorzitter:
Helder. De heer Nijboer wil nog iets zeggen, maar ik wil er inmiddels wel een beetje een eind aan draaien. Ik ga zaken herkennen.

De heer Nijboer (PvdA):
Zo is het ook, voorzitter. Het is mij nog niet helemaal duidelijk, maar de motie wordt gewijzigd. Voor de advisering van mijn fractie ontvang ik graag voor de stemming een brief van het kabinet over het oordeel over de nieuwe motie.

De voorzitter:
Ja. Heel goed.

Wil mevrouw Leijten even naar mij luisteren? Zij heeft haar motie zojuist voorgelezen, maar ze moet die ook nog even echt indienen, want dat doen we zo. Die motie ontvangen wij dus graag via de mail. Dat moet mevrouw Leijten echt zelf doen. En dan hopen we dus van de staatssecretaris een oordeel te krijgen. Daar heeft u de tijd voor, want we stemmen pas op de dinsdag na het reces over de nieuwe motie-Leijten.

Afrondend, mevrouw Leijten.

Mevrouw Leijten (SP):
Er zijn ook morgenochtend stemmingen. Dan is wel duidelijk hoe het ligt.

De voorzitter:
Hoe wat ligt?

Mevrouw Leijten (SP):
Nou, het oordeel van de Kamer, en hoe daarmee verder moet worden gegaan. Niet voor niets zijn de heer Snels en de heer Nijboer hier zo blij mee terwijl de rest van de Kamer zegt: ho, wacht even, dit hadden we zo niet afgesproken.

De voorzitter:
Maar de stemmingen hierover zijn gewoon de dinsdag na het reces, als ik het goed begrepen heb.

Mevrouw Leijten (SP):
Ja. We kunnen daar toch morgen over stemmen, voorzitter?

De voorzitter:
Ja, maar daar moet u dan bij de regeling om vragen.

Mevrouw Leijten (SP):
Mevrouw Lodders zegt mij net: we stemmen donderdag ook. Inderdaad. We komen er wel uit.

De voorzitter:
Donderdag stemmen we ook, dus er is ook een mogelijkheid dat u bij de regeling vraagt om op donderdag hierover te stemmen. Maar dan moet u dus wel uw motie met spoed indienen, en hebben we ook met spoed een oordeel van de staatssecretaris nodig. In principe stemmen we hierover op de dinsdag na het reces, tenzij u bij de regeling iets anders voorstelt en dat voorstel aangenomen wordt door de Kamer.

Mevrouw Leijten (SP):
Ik zal die motie natuurlijk meteen indienen, want mijn computer staat hier niet ver vandaan. Maar volgens mij kun je staande een vergadering een motie wijzigen. Dat is mij altijd gezegd. Je moet haar dan wel juist oplezen. Maar ik zal dit keurig even veranderen en opsturen. Geen probleem.

De voorzitter:
Ja, dank u wel. Zo kennen we u, mevrouw Leijten. U bent altijd coöperatief. Dat siert u.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Ik dank de staatssecretaris voor zijn parlementaire ontgroening. Ik schors de vergadering tot 19.15 uur. Daarna is het debat over de buitengewone Europese top van 20 februari.

De vergadering wordt van 18.11 uur tot 19.15 uur geschorst.

Voorzitter: Arib

Buitengewone Europese top van 20 februari 2020

Buitengewone Europese top van 20 februari 2020

Aan de orde is het debat over de buitengewone Europese top van 20 februari 2020.

De voorzitter:
Aan de orde is het debat over de buitengewone Europese top van 20 februari 2020. Ik heet de Kamerleden van harte welkom, evenals de mensen op de publieke tribune en de minister-president. De heer Tony van Dijck heeft er zin in, want hij staat al klaar. Namens de PVV, de heer Tony van Dijck.

De heer Tony van Dijck (PVV):
Voorzitter, dank u wel. Laat ik met het goede nieuws beginnen vandaag. We kregen vandaag een brief van de heer Hoekstra, de minister van Financiën, dat we 17 miljoen terugkrijgen van de Europese Unie. Dat komt niet vaak voor; 17 miljoen. We hebben wel eerst 50.000 miljoen moeten afstorten, maar we krijgen in ieder geval 17 miljoen terug. Dat is toch goed nieuws.

Voorzitter. We bespreken vandaag hoeveel de EU de komende zeven jaar mag uitgeven. Dus: hoeveel moeten we afdragen aan Brussel? Deze premier gaat er hard in. Geen cent extra naar Brussel, roept hij. Maar waar hebben wij dat eerder gehoord? Toen hij riep: geen cent naar Griekenland. Vervolgens maakte hij 10 miljard over naar Athene. Maar goed, hij doet het weer: geen cent extra naar Brussel. Hoop doet leven. De vraag die vandaag voorligt, is wat de minister-president gaat doen als Nederland uiteindelijk toch meer gaat betalen aan Brussel. Gaat hij dan zijn veto inzetten of gaat hij toch weer tekenen bij het kruisje?

We betalen dit jaar meer dan 8 miljard aan Brussel. Even voor de beeldvorming: dat is meer dan wat we aan de politie kwijt zijn in Nederland of ongeveer wat we kwijt zijn aan middelbaar onderwijs. 8 miljard euro! Als we niets doen, stijgt deze bijdrage automatisch tot boven de 10 miljard euro. Zeg maar een hele Defensiebegroting verdwijnt naar Brussel. Foetsie! Doe er iets leuks mee.

Maar voor de Commissie is dit natuurlijk niet genoeg. Die wil meer. Zij willen 2 tot 3 miljard euro meer, zeg maar 13 miljard per jaar van Nederland. En ze willen eigen middelen. Wat betekenen die nieuwe eigen middelen voor de afdracht van Nederland? Wat betekent die plastictaks? Hoe wordt die geheven? Een deel van de emissierechten wordt afgeroomd van het ETS, als ik de brief moet geloven. Hoe ziet dat eruit? In plaats van dat onze premier naar Brussel afreist met als doel substantieel minder te gaan betalen, vindt hij het allemaal prima. Zijn inzet is om niet meer te gaan betalen. Dan blijven we dus gewoon de grootste nettobetaler aan Europa de komende zeven jaar, en hij legt zich daarbij neer.

De PVV wil minder betalen en het liefst helemaal niets. De PVV wil eruit. Weg van die EU die ons land probeert over te nemen. Weg van die transferunie waarbij onze belastingcenten wegvloeien naar het Oostblok en naar Club Med. Daarom pleiten we al jaren voor een nexit, om weer vrij en soeverein te zijn en weer baas over ons eigen land, ons eigen geld en onze eigen grenzen.

Toch nog twee prangende vragen, over de Europese belastingen en ons vetorecht. In het verleden zijn twee moties aangenomen van de PVV waarin de regering wordt opgeroepen om nooit in te stemmen met Europese belastingen en om op geen enkel terrein ons vetorecht prijs te geven. Met grote meerderheid zijn die moties aangenomen. Elke keer komt het weer terug dat de Commissie probeert deze zaken te ondermijnen. Er wordt gesproken over een introductie van Europese belastingen, een plastictaks, een CO2-grenstaks, een vliegtaks, een Googletaks, een financiëletransactietaks en een Europese vennootschapsbelasting. Als we daaraan toegeven, is het wachten op het moment dat we een blauwe envelop met sterretjes op de deurmat krijgen. Hoe staat de minister-president hierin? Gaat hij inderdaad elke vorm van Europese belastingen blokkeren?

Hetzelfde geldt voor ons vetorecht. We hebben zojuist nog een VAO gehad met staatssecretaris Vijlbrief. Hij heeft het nog niet helemaal begrepen. Hij snapt niet dat er een motie ligt van de Tweede Kamer die zegt dat niet wordt getornd aan ons vetorecht. Hij gaat bij de volgende energierichtlijn kijken of hij deze motie gaat uitvoeren. Zo zijn we natuurlijk niet getrouwd. Ik wil graag van deze minister-president horen dat hij eventjes de heer Vijlbrief een spoedcursus Kamerlidmaatschap en parlementair werk gaat geven, want zo is het natuurlijk niet bedoeld.

De voorzitter:
U was klaar, toch?

De heer Tony van Dijck (PVV):
Ja.

De heer Anne Mulder (VVD):
Ik heb een vraag aan de heer Van Dijck. Hij begint over de Europese belastingen. Volgens mij wil bijna niemand dat in deze Kamer, maar mijn vraag aan hem is: ligt het nu ook voor in het voorstel van de heer Charles Michel om te komen tot Europese belastingen? Dat wil zeggen: een blauwe envelop uit Brussel met twaalf gouden sterren erop. Ligt dat nou voor of niet?

De heer Tony van Dijck (PVV):
In het stuk dat we vertrouwelijk toegezonden hebben gekregen maar dat, geloof ik, ook in publieke bronnen heeft gestaan, staat duidelijk dat er een plastictaks geïntroduceerd wordt. Daar staat ook duidelijk in dat ze een greep willen doen in de emissierechten van het ETS-systeem. Dat zijn niet direct blauwe enveloppen die op de deurmat vallen bij de burgers, maar het is wel een vorm van belastingheffing. Want als je zegt "geef mij een deel van de ETS-emissierechten die nu nog aan de lidstaten toebehoren" en je geld nodig hebt, dan is het natuurlijk makkelijk om aan de knop te draaien en een groter deel te vragen. Nu staat erin dat je boven de 50% van het gemiddelde moet afdragen of zo. De kans is natuurlijk groot dat het straks boven de 10% is of boven de 5%. Dan wordt een steeds groter deel afgeroomd richting Brussel dat nu aan de lidstaten toekomt.

De heer Anne Mulder (VVD):
Dit luistert wel even nauw, want de heer Van Dijck heeft er een handje van om mist te creëren om dit soort zaken. Hij doet alsof er belastingen komen of alsof die er bijna aankomen als het zo doorgaat. Maar wat hier voorligt — mijn fractie is daar niet eens enthousiast over — is een plasticgrondslag. Dat wil zeggen dat je, wat een land aan niet-gerecycled plastic heeft, gebruikt als een grondslag om te betalen aan de Europese Unie, net zoals je dat nu doet met het bruto nationaal inkomen. Dat klinkt wat technisch, maar het is geen Europese belasting. Het zou goed zijn als de heer Van Dijck duidelijk zegt dat dat geen blauwe envelop is uit Brussel met twaalf gouden sterren, in plaats van wat mist te creëren en suggesties te doen.

De heer Tony van Dijck (PVV):
Dat is een semantische discussie. Als de Europese Unie die plastictaks of die emissierechten afroomt van de lidstaten, dan komt die rekening uiteindelijk bij de consument te liggen. Dat betekent dus meer afdrachten. Dat betekent meer geld van de belastingbetaler naar Brussel, hoe je het ook wendt of keert. De heer Mulder kent ook de ideeën over een vliegtaks, een CO2-grenstaks, een Googletaks, een …

De voorzitter:
Dat heeft u allemaal opgesomd.

De heer Tony van Dijck (PVV):
… financiëletransactietaks en de CCCTB. Dat zijn allemaal belastingen en ze proberen linksom of rechtsom elke keer weer een greep te krijgen. Die eigen middelen zijn heilig, want ze willen af van die lumpsum. Ze willen eigen middelen, eigen inkomsten.

De heer Anne Mulder (VVD):
Conclusie: er is op dit moment geen voorstel in circulatie voor een blauwe envelop uit Brussel. Laten we dat ook even vaststellen in dit debat en niet doen alsof die er wel is of dat die wel komt.

De heer Tony van Dijck (PVV):
Brussel stuurt Mark Rutte een blauwe envelop en hij stuurt hem door naar de burgers.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Tony van Dijck. Dan geef ik nu het woord aan de heer Jetten namens D66.

De heer Jetten (D66):
Voorzitter. Europa staat voor grote uitdagingen. De begroting waar nu over wordt onderhandeld, moet antwoord geven op de vragen van vandaag en morgen. Weten we de klimaat- en energietransitie op tijd vorm te geven of schuiven we de problemen door naar onze kinderen? Investeren we nu genoeg in kennis en innovatie om te kunnen concurreren met de VS en China of blijven we 70% van ons geld uitgeven aan ouderwetse landbouw- en cohesiefondsen? Laten we zien dat we de politieke moed hebben om samen sterker uit de brexit te komen of laten we ons uit elkaar spelen door interne verdeeldheid?

Voorzitter. Wat D66 betreft is het antwoord op deze vragen helder: we kunnen de grote uitdagingen alleen aan als we deze als EU samen aanpakken. Om dat te kunnen, hebben we een ambitieuze en hervormde begroting nodig. Van koeien naar kennis, van kippen naar klimaat. De EU moet de middelen hebben om migratie in goede banen te leiden, om geopolitiek een vuist te kunnen maken en om onze veiligheid te waarborgen.

Voorzitter. Juist op deze punten maak ik mij zorgen over de onderhandelingen. In het nieuwe voorstel van Charles Michel wordt juist weer beknibbeld op kennis, innovatie, migratie en veiligheid, en is ook de koppeling met de rechtsstaat weer afgezwakt. Is de premier het met mij eens dat het geld met dit voorstel juist bij de belangrijkste prioriteiten voor Nederland wordt weggehaald en dat het ook voor wat betreft de rechtsstaat de verkeerde kant op lijkt te gaan? Als hij deze vragen met ja moet beantwoorden, dan vraag ik aan de premier: wilt u zich aanstaande donderdag net zo hard gaan inzetten voor de hervormingen en moderniseringen als dat u zich nu inzet voor de hoogte van de afdracht?

De heer Bisschop (SGP):
Van koeien naar kennis. Dat bekt natuurlijk lekker. D66 pleit vaker voor verandering van de subsidies die richting de landbouw gaan, maar realiseert de heer Jetten zich dat hij hiermee pleit voor duurdere consumptiegoederen, voor duurder voedsel voor de consument?

De heer Jetten (D66):
Niet per se. We moeten onze landbouwfondsen de komende jaren inzetten om de agrarische sector in Nederland, maar ook in andere Europese landen te helpen om mee te gaan in de veranderingen van die klimaattransitie. Het Farm to Fork Initiative van Eurocommissaris Timmermans is er straks echt op gericht om de landbouw een bijdrage te laten leveren aan de Green Deal. Dan moeten we af van de ouderwetse ondersteuning van boeren in Europa. We moeten met name boeren die door willen gaan en die de verduurzamingsslag willen maken, gericht ondersteunen bij de omschakeling van hun bedrijf.

De heer Bisschop (SGP):
Misschien is het goed als D66 zich eens afvraagt waarom ooit gekozen is voor landbouwsubsidies. Dat was om de productie omhoog te brengen en de kostprijs laag te houden. Als er nu gelden wegvloeien in de richting van klimaat, van de Green Deal, dan betekent dat dus per definitie dat de prijzen van landbouwproducten stijgen. Ik vind dat D66 dan ook het lef moet hebben om het eerlijke verhaal te vertellen en te zeggen: mensen, beste consumenten, wij willen de landbouw hervormen en dat betekent dat jullie als consumenten dit gaan betalen. Is D66 daartoe bereid?

De heer Jetten (D66):
Volgens mij ben ik er altijd ook heel helder over dat ik vind dat de consument een relatief lage prijs betaalt voor voedsel, zeker in Nederland. Boeren klagen er ook terecht over dat zij geen eerlijke prijs krijgen voor de producten die zij aan groothandels en supermarkten leveren. Dat is een hele aparte discussie. Het gaat dan om de vraag: betalen wij als consument een eerlijke prijs voor ons eten? En ja, de heer Bisschop heeft gelijk als hij zegt dat we de landbouwfondsen ooit hebben ingesteld omdat we als continent zelfvoorzienend wilden zijn, de productie wilden verhogen en ervoor wilden zorgen dat iedereen op dit continent gevoed kan worden. Maar ik wil ook dat we dat over tien jaar en over twintig jaar nog steeds kunnen. Dat betekent dus dat we naar een meer natuurinclusieve landbouw toe moeten, dat we meer oog moeten hebben voor biodiversiteit, dat we minder dierlijke producten moeten maken en dat we meer op een andere manier onze monden moeten voeden. We moeten boeren ook helpen bij die omslag. Dat betekent dat we minder geld aan inkomensondersteuning moeten uitgeven en meer geld aan die omschakeling op boerenbedrijven.

De voorzitter:
Uw derde vraag, meneer Bisschop.

De heer Bisschop (SGP):
Zeker, want dit is een heel aangelegen punt, voorzitter. De heer Jetten zegt dat er minder geld aan inkomensondersteuning moet worden uitgegeven, maar die inkomensondersteuning is ooit ingesteld om de kostprijs omlaag te brengen. Wil de heer Jetten aangeven tot welk niveau de voedselprijzen mogen stijgen? Dat verhaal van de retail staat er dan eventjes helemaal los van, want dat blijft. Je kunt daar wel wat aan sleutelen, maar het gaat hier om de primaire productiekosten op de boerderij. Hoever mogen die stijgen als de subsidiestromen eraf gaan of als er kostprijsverhogende maatregelen moeten worden genomen in het kader van klimaat? Daar moet D66 duidelijkheid over geven in plaats van zich te hullen in een wolk van onduidelijkheid alsof dat allemaal budgettair neutraal kan. Dat kan namelijk niet. Hoe hoog?

De heer Jetten (D66):
Ik ben het toch niet eens met de conclusie dat een verschuiving van de landbouwgelden per definitie leidt tot een hogere prijs. Ik ben de afgelopen maanden bij veel boerenbedrijven in Nederland op werkbezoek geweest naar aanleiding van de discussie rondom kringlooplandbouw en stikstof. Mensen op die familiebedrijven vertelden mij dan: "Ik zie ook dat het huidige systeem vastloopt en dat ik niet nog tien, twintig jaar op deze manier voedsel kan produceren. Ik zou graag de omslag maken naar een duurzamere stal of naar een andere manier van bedrijfsvoering, maar ik kom daar nu gewoon niet uit omdat ik die investering niet kan doen." Laten we er dan voor zorgen dat we de landbouwgelden zo inzetten dat we boeren die deze omslag willen maken, daar ook financieel bij ondersteunen. Daarnaast geloof ik sterk dat we de prioriteit van de Europese Commissie veel meer moeten inzetten op kennisontwikkeling, digitalisering en andere takken van de economie dan alleen maar landbouw.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De heer Jetten spreekt namens D66 uit wat hij vindt dat Europa allemaal zou moeten doen voor het klimaat en voor de landbouw. Maar ik denk dat Europa ook het een en ander zou moeten laten om de Europese landbouw te beschermen tegen oneerlijke concurrentie van buitenaf. Heeft de heer Jetten daar misschien ook nog ideeën over in het licht van de vrijhandelsdeals die diezelfde Europese Commissie gewoon blijft afsluiten?

De heer Jetten (D66):
Ik ben er trots op dat we vandaag in deze Tweede Kamer het vrijhandelsverdrag met Canada hebben goedgekeurd. Daar hebben we vorige week zo'n zestienenhalf uur over gedebatteerd. Een van de grootste redenen waarom de welvaart op dit continent de afgelopen decennia zo enorm is gestegen, is de vrijhandel die we hebben. Als Nederland kunnen we daar met onze open economie van profiteren. We hebben vorige week uitvoerig gedebatteerd over hoe we ervoor gaan zorgen dat die vrijhandel ook in deze eeuw volgens eerlijke spelregels plaatsvindt, met meer oog voor mensenrechten, voor rechten van werknemers en zeker ook voor klimaat, natuur en dierenwelzijn. Mevrouw Ouwehand en ik zijn het erover eens dat dat beter moet worden geborgd in de handelsakkoorden. Wat mij betreft zorgt het kabinet er in Brussel ook voor dat voor de Europese Commissie bij alle verdragen die we de komende jaren gaan uitonderhandelen klimaat, natuur en dierenwelzijn topprioriteiten zijn.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Maar dat is natuurlijk naïef als de Europese Commissie al een handtekening heeft gezet onder een deal met Brazilië en consorten, de Mercosur-deal. Die bestaat er grotendeels uit dat Europa Duitse auto's naar dat continent mag versturen. In ruil daarvoor moet de Europese landbouw, waar de heer Jetten zich nu zo sterk voor maakt en die natuurvriendelijker en klimaatvriendelijker moet volgens hem, accepteren dat plofkippen, soja en rundvlees uit Brazilië ver onder de Europese normen onze markt op komen. Wanneer gaat D66 zeggen dat je zo'n deal niet meer kan accepteren als je wilt omschakelen in de landbouw?

De heer Jetten (D66):
Vorige week werd bij het CETA-debat de indruk gewekt dat vrijhandelsakkoorden per definitie een bedreiging zijn voor Nederlandse boeren. Dat is gewoon niet zo. We zien dat nu het grootste deel van het vrijhandelsverdrag met Canada al in werking is, Nederlandse boeren daar juist ook van profiteren. We maken hier gewoon hele goeie spullen. Zeker als we die omslag naar kringlooplandbouw maken, zul je denk ik wereldwijd zien dat de waardering voor Nederlands voedsel alleen nog maar toeneemt. Het kan ook juist onze concurrentiepositie versterken als we het aandurven om voorop te lopen in die omslag naar duurzame landbouw. Mevrouw Ouwehand vraagt hoe we voorkomen dat er een hoop troep — zo noem ik het maar even — op de Europese markt wordt gedumpt. We zien dat we daar met Canada goede afspraken over hebben gemaakt. Alleen gecertificeerde bedrijven mogen rundvlees naar de Europese markt exporteren. Ik denk dat we dat soort afspraken ook zouden moeten maken in andere handelsverdragen. Een hoop partijen in deze Kamer hebben al een oordeel over Mercosur, maar ik kan dat oordeel nog niet vellen. Dat doe ik pas op het moment dat het kabinet dat handelsverdrag ook naar de Tweede Kamer stuurt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nog een laatste vraag daarover, want dat baart me toch wel zorgen. Bij CETA hebben we gezien dat het jaren geleden ondertekend is en dat het daarna een kwestie van tijd rekken was. Dan komt het uiteindelijk een keer in de Kamer en dan is de verdedigingslinie dat we nu geen nee meer kunnen zeggen omdat we dan een modderfiguur slaan. Hetzelfde dreigt te gebeuren met Mercosur. Hetzelfde dreigt te gebeuren met een handelsakkoord met Thailand. Ik denk dat we dat niet moeten willen. D66 moet zijn beloften en ambities voor de Nederlandse landbouw dus eerder koppelen aan verzet tegen dit soort handelsdeals.

De heer Jetten (D66):
Ik ga ervan uit dat het kabinet heel goed heeft geluisterd naar het debat dat wij hier vorige week vele uren met elkaar hebben gehad en dat het kabinet daardoor weet waar de prioriteiten van een groot deel van deze Kamer liggen bij de beoordeling van het Mercosur-verdrag, en dat dat ook wat doet met de inzet in Brussel.

De voorzitter:
Gaat u verder, meneer Jetten.

De heer Jetten (D66):
Voorzitter. De brexit heeft de onderhandelingen voor deze begroting niet makkelijker gemaakt. De EU moet meer doen, terwijl er minder geld binnenkomt. Dat moeten we met alle lidstaten samen opvangen. Wie de afdracht continu wegzet als kosten, miskent het feit dat Nederland rijk wordt door de EU. Het geld dat wij in de EU-begroting steken is een investering. Voor iedere euro die Nederland investeert in de Europese begroting krijgen we €12 terug uit onze verdiensten uit de interne markt. Voor iedere euro die Nederland investeert in kennis in de EU via Horizon krijgen we direct €1,60 terug aan directe investeringen in onze kenniseconomie.

Voorzitter. Terwijl we als Unie voor grotere uitdagingen staan dan ooit staren de vrekkige vier zich net zo blind als deze Kamer. 1% en niet meer! Geen cent meer naar Brussel! Dat is een kortzichtige kruideniersmentaliteit. Ook hier geldt het grote risico dat goedkoop duurkoop is. Daarom roep ik de premier op: staar u niet blind op die ene procent, maar zet in op een moderne begroting, voor lagere uitgaven aan landbouw en cohesie en voor meer investeringen in kennis, klimaat en veiligheid. Zet in op een Europa dat klaar is voor de toekomst. Strijd net zo hard voor de juiste spelregels als u nu strijdt voor de euro's. Zet in op een eerlijke verdeling van de lasten door directe financiering mogelijk te maken, bijvoorbeeld via Europese heffingen op plastic, een vliegtaks, een carbon border tax of een digitaks.

Mevrouw Leijten (SP):
We horen eigenlijk al een tijdje van D66 dat we het niet mogen hebben over de hoogte van de afdracht. Het moet alleen maar gaan over ambities. D66 verwijdert zich daardoor steeds verder van wat mensen willen, want slechts een op de vier mensen wil meer geld naar Brussel. Twee derde van de mensen zegt dat ze willen dat er minder geld naartoe gaat. Dat blijkt uit recent onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Ik ben toch wel verbaasd over de houding richting de vrekkige vier of vijf. Want u stemde twee jaar geleden zelf nog voor de motie van de SGP en de SP die zei dat de regering zich ervoor moet inzetten dat de begroting bij voorkeur krimpt, maar in ieder geval gelijk blijft. Hoe verklaart u dat dan?

De heer Jetten (D66):
Ik kijk even waar Europa nu voor staat. Dat zie je ook in de rapporten van het SCP. Ook de Nederlandse inwoners willen vooral dat Europa zorgt voor veiligheid, voor het in goede banen leiden van migratie, voor meer investering in kennis en voor het vervolmaken van de klimaattransitie op een eerlijke en sociale manier. Dat vraagt dus om een Europese begroting waar voldoende geld in zit, die gemoderniseerd is en die zich richt op die prioriteiten. Een moderne begroting die inzet op de prioriteiten van de Europese Unie zou de hoofdinzet van het Nederlandse kabinet moeten zijn. We hebben de afgelopen weken gezien wat er gebeurt, als we ons blindstaren op die 1%. Het begon met een relatief goed voorstel van de Europese Commissie. Toen kwam er een voorstel van het Finse voorzitterschap. Nu is er het voorstel van Charles Michel. Omdat een aantal landen zich helemaal blindstaren op die 1%, begint iedereen aan knoppen te draaien. Het gevolg daarvan is dat het geld voor landbouw en cohesie overeind blijft en dat we beknibbelen op klimaat en kennis, de belangrijkste doelen. Het Nederlandse kabinet en volgens mij het hele Nederlandse parlement willen dat de Europese Commissie zich richt op de onderwerpen en uitdagingen van deze tijd.

Mevrouw Leijten (SP):
D66 zegt: leg je er dan maar bij neer, ga dan maar als nettobetaler de buidel trekken en staar je niet blind op die 1%. Als anderen eisen stellen, stellen wij die ook. D66 steunde die eisen twee jaar geleden nog. Ik vind het nogal wat om hier te doen alsof wij ons alleen maar blindstaren op die 1%. Ik zal ook een paar voorbeelden noemen van waar je geld kunt halen, maar als het ergens anders dichtzit en je het je dan aantrekt dat je geframed wordt als zuinig of spaarzaam ... Dat vind ik een beetje laffe politiek. Twee jaar geleden dacht u er nog heel anders over.

De heer Jetten (D66):
Het begint natuurlijk al bij de manier waarop we hier met elkaar het debat voeren. Als we altijd maar blijven roepen dat we nettobetaler zijn, dan snap ik dat de mensen thuis denken: jeetje, wat gaat er een hoop geld naar Europa, kan het allemaal een tandje minder? We zouden hier ook eens met elkaar het eerlijke verhaal kunnen vertellen, namelijk dat we nettoprofiteur zijn. Elke euro die we in Europa investeren, komt twaalf keer terug dankzij de interne markt. Van elke euro in kennis en innovatie in Europa, komt €1,60 terug aan investeringen in Nederland. Dan heb je met elkaar een ander gesprek over wat Europa oplevert.

Dan de omvang van de begroting, want er lopen een paar dingen door elkaar: de omvang van de begroting, de 1% en de Nederlandse bijdrage. Je kunt in Brussel natuurlijk met elkaar tot de conclusie komen dat de begroting moet stijgen, gezien de grote uitdagingen. Dat kunnen we onder andere met de directe financiering, waar ik zojuist voor pleitte, ook op een hele goede manier afhandelen. Dan hoeven we niet elke zoveel jaar met alle lidstaten een verschrikkelijke discussie te voeren over de nationale afdrachten. Nee, dan zorgen we ervoor dat Europa zijn eigen directe financiering krijgt voor een aantal thema's die heel erg belangrijk zijn, zodat we niet elke keer blijven hangen in de discussie over de nationale bijdrages.

Mevrouw Leijten (SP):
Ik denk echt heel anders over de rondpompmachine in Brussel. Eerst moeten we geld daarnaar overmaken en daarna moeten we bedelen of we het terugkrijgen. En ja, wij zijn de grootste nettobetaler. Want je telt gewoon op wat je afdraagt, ook aan directe middelen — want die zijn er allang — en daar trek je vanaf wat wij terug weten te halen naar onze universiteiten, boeren, provincies en andere overheden en dan heb je je netto- of brutopositie. Het is niet voor niets zo dat de netto-ontvangers ook hun poot stijf houden en zeggen: er mag bij ons niks vanaf. Ik vind het zo onverstandig dat je tegen de mensen spreekt over die een op twaalf. Sorry hoor, maar daar merken ze in de klas niks van. En sorry hoor, maar daar merken ze hier in de dagopvang helemaal niks van. Die twaalf, dat belandt niet bij de gewone mensen. En dat weten mensen dondersgoed. En als er meer geld nodig is, dan wordt dat wel aan hen gevraagd. Dat besefte u twee jaar geleden nog wel: het moet een lagere begroting worden of minimaal gelijk blijven. Nu zegt u dat mensen die daarvoor pleiten, zich blindstaren. U heeft de draai gemaakt, en dat is spijtig.

De heer Jetten (D66):
Voorzitter. Natuurlijk zien mensen niet op hun loonstrookje welk deel van die €12 we terugkrijgen voor elke euro die we investeren. Maar dat betekent omgerekend ongeveer €2.000 per Nederlander die we verdienen aan de Europese interne markt. Dat is voor heel veel mensen een maandsalaris, dat we in Nederland verdienen dankzij onze deelname aan die Europese interne markt. Mevrouw Leijten zei iets heel interessants, namelijk: de netto-ontvangers houden ook de poot stijf. Dat klopt, en dat is precies de giftige dynamiek waar we nu in zitten in deze onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader van de Europese Unie. Allebei de kanten houden de poot stijf, de netto-ontvangers en de nettobetalers, en het gevolg daarvan is dat de Commissie en de voorzitter gaan zoeken naar compromissen. En die compromissen zien er als volgt uit: we laten landbouw en cohesie lekker met rust, en we beknibbelen op kennis, klimaat, veiligheid en immigratie; de topprioriteiten voor Nederland voor deze Europese Commissie. Dus het is ook een onhandige onderhandelingsstrategie die we met elkaar bewandelen. We moeten inzetten op modernisering van die begroting, op strakke spelregels, zodat landen die de Europese regels aan hun laars lappen, worden aangepakt en gekort op de uitkeringen die ze vanuit Europa krijgen. En het doel van mij is niet dat die begroting maar eindeloos stijgt. Mijn doel is dat we een moderne begroting hebben, die antwoord geeft op de uitdagingen van deze tijd, ook de uitdagingen waar we ons in Nederland druk over maken.

De voorzitter:
Uw vierde vraag, mevrouw Leijten.

Mevrouw Leijten (SP):
Ja, voorzitter, ik wil even reageren op dat het een domme onderhandelingsstrategie is. Nee, dat is het dus niet. Als je je poot stijf houdt, dan krijg je uiteindelijk je zin. Dat weten de netto-ontvangers ook, en dat moeten de nettobetalers, zoals wij, zich ook realiseren. En dan niet met het frame dat de Europese Commissie en het Europees Parlement op ons leggen, alsof wij vrekkig zouden zijn. We betalen als Nederlandse bevolking netto het meest aan de Europese Unie. Daar kan je trots op zijn, dat kan anders zijn. En dan zeggen dat je vrekkig bent, dat is pas een giftige discussie!

De heer Asscher (PvdA):
Voorzitter. Ik heb heel goed geluisterd. Ik hoorde de heer Jetten eigenlijk vrij scherp zeggen dat de strategie die nu gevoerd wordt, niet oplevert wat nodig is voor de komende zeven jaar in Europa. Hij sprak over een halsstarrige strategie, een onverstandige strategie en een kruideniersmentaliteit. Eerder noemde D66 de strategie die deze premier op dit punt voert daarom onvoldoende. Mijn vraag is: als het onvoldoende is, wat zou er dan anders moeten, en wat zou er vandaag moeten veranderen in die strategie?

De heer Jetten (D66):
Dat waren dus ook precies mijn vragen net aan de premier. Is de premier bereid om ook te pleiten voor die directe financiering, zodat je daarmee ruimte creëert voor de Europese begroting? Gaat de premier zich, net zoals hij zich inzet voor de netto nul van Nederland — want ik weet dat dat de inzet is van de premier — met dezelfde passie inzetten voor de modernisering van die Europese begroting, zodat we het geld ook echt uitgeven aan de onderwerpen die van belang zijn? Als de premier daar zo meteen positief op kan antwoorden, dan heb ik wel wat meer vertrouwen in de inzet bij de aankomende Europese top.

De heer Asscher (PvdA):
Dat is een beetje makkelijk, want twee maanden geleden werd er al een onvoldoende uitgedeeld, en de strategie is sindsdien niet gewijzigd. Sterker nog, de heer Jetten gebruikt dezelfde woorden: kruideniersmentaliteit, onverstandig, gaat niet werken. Mijn vraag is: als de heer Jetten hier een onvoldoende voor geeft, en dat doet hij, dat herhaalt hij nu ...

De heer Jetten (D66):
Nou, ik heb dat niet gezegd. Dat was mijn collega in het vorige debat. Die onvoldoende, dat vind ik eigenlijk niet zo'n relevante discussie. Waar het mij om gaat, is dat de premier zich samen met andere landen, onder andere Denemarken of Zweden ...

De heer Asscher (PvdA):
Ik was mijn vraag nog aan het stellen.

De heer Jetten (D66):
Ja oké, maar u plakt op mij dat ik net het woord "onvoldoende" heb herhaald, maar dat heb ik niet gedaan in dit debat. Dat was Kees Verhoeven in het vorige debat.

De voorzitter:
Goed, gaat u verder. Of de heer Asscher?

De heer Asscher (PvdA):
Neemt u dat dan terug? Ik ben hier nu even in verwarring over.

De heer Jetten (D66):
Nee, het is niet relevant voor mijn inbreng nu.

De heer Asscher (PvdA):
Nou, voor de meesten hier in dit huis is het relevant of de minister-president een onvoldoende krijgt voor de strategie die hij voert. Omdat u dezelfde woorden gebruikte als de heer Verhoeven, dacht ik dat u hetzelfde oordeel daarover velde. Ik wil het graag weten: is het nou een onvoldoende of niet?

De heer Jetten (D66):
Ik stel voor dat we dat cijfer geven op het moment dat het onderhandelingsresultaat er ligt. Ik doe in dit debat een aantal suggesties aan de premier voor hoe hij volgens mij meer voor elkaar kan krijgen op de prioriteiten van Nederland dan wanneer hij zich alleen maar blindstaart op 1%.

De heer Asscher (PvdA):
De heer Verhoeven en ik vroegen niet naar een cijfer voor het onderhandelingsresultaat, dat kennen we nog geen van allen. Dat kan geweldig zijn; laten we het hopen. Het kan ook tegenvallen. Nee, de heer Verhoeven, en volgens mij u ook, gaf net een kwalificatie van de strategie die de premier voert. Die is namelijk kruideniersmentaliteit, die is halsstarrig, die is onverstandig en — precies, dank u wel, mevrouw Leijten — contraproductief. U herhaalde die woorden. Dus het ging niet over het eindresultaat, want dat gaan we straks met z'n allen bekijken, maar over de strategie. Dus óf u vindt die strategie onvoldoende en dan zou die moeten veranderen, waar uw pleidooi zich ook toe leek uit te strekken. Óf u neemt terug wat D66 daarover eerder zei, maar dat is ook relevant. U kunt dat niet relevant vinden, maar ik vind dat wel relevant: een coalitiepartij met het oordeel over de minister-president dat het onvoldoende is. Het is hier gezegd. Niet een keer, maar drie keer. Dus neemt u dat terug of niet?

De heer Jetten (D66):
Ik heb net geconstateerd in mijn eigen bijdrage dat een aantal Europese lidstaten, waaronder Nederland, hard inzetten op 1%. Dat schijnt dan het hoofddoel te zijn van de meerjarenbegroting van de Europese Unie. Ik constateer dat dit er de afgelopen weken toe heeft geleid dat de partijen die compromisvoorstellen doen, beknibbelen op prioriteiten als kennis, veiligheid en migratie. Daarom waarschuw ik nu dat we ons niet alleen maar blind moeten blijven staren op de omvang van de begroting. Dan kunnen we straks misschien terugkomen met een eindresultaat waarvan we zeggen "kijk eens, jongens, het is ons gelukt, we zijn uitgekomen op 1%", maar als we dan vervolgens alle inhoudelijke prioriteiten daarvoor hebben moeten inleveren, zou ik dat een slecht eindresultaat vinden.

De heer Asscher (PvdA):
De vraag was niet een strikvraag om het ingewikkeld te maken. Ik wilde eigenlijk een andere vraag stellen omdat u gewoon hier de woorden herhaalde van de heer Verhoeven. De premier heeft de vorige keer te horen gekregen dat D66 een onvoldoende geeft voor de strategie die hij nu voert. Ik begreep dat, het was ook met argumenten omkleed, want het zou geen resultaat opleveren. U herhaalt die punten. Mijn vraag is heel simpel: betekent dat dat u een onvoldoende geeft aan deze premier voor de gevoerde strategie? Als dat niet zo is, dan is het wel handig dat u het expliciet terugneemt en dan kunnen we het aan Kees Verhoeven vertellen. Maar het kan niet zo half blijven hangen. U laat uw eigen premier hier twee maanden bungelen. Hij lijkt er niet onder gebukt te gaan, maar D66 deelt een onvoldoende uit in de plenaire zaal, niet een keer maar drie keer. Staat dat nou of bent u een beetje aan het blaffen tegen de wind?

De heer Jetten (D66):
Ik snap dat de heer Asscher dit nu een leuk spelletje vindt. We zijn nu met elkaar aan het debatteren over de inzet bij de aankomende Europese top. Ik heb een aantal suggesties gedaan, gezien de ontwikkelingen van de afgelopen week rondom de voorstellen die zijn gedaan door Charles Michel en het Finse voorzitterschap. Mijn vraag aan de premier is dus ook: gaat u zich de komende dagen net zo hard inzetten voor modernisering en voor directe financiering als dat u zich inzet voor de netto-afdracht van Nederland?

De voorzitter:
Dan ga ik naar de heer Van Ojik.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Wat opvalt, is dat de oproep van de heer Jetten vrijwel exact dezelfde is als de oproep die twee maanden geleden, op 10 december hier ook vanaf deze plek door D66 is gedaan. Toen was het antwoord van de minister-president interessant. Die zei: dat ga ik niet doen en ik wacht af wat de fractievoorzitters in hun overleg gaan voorstellen tot wijziging van het regeerakkoord. Dat was het antwoord van de minister-president op de onvoldoende die D66 uitdeelde. Mijn vraag aan de heer Jetten is wat er tussen 10 december en nu is gebeurd op dit punt. Wat heeft D66 gedaan om de woorden van toen en de woorden van nu kracht bij te zetten?

De heer Jetten (D66):
Als het gaat om het MFK, de meerjarenbegroting van Europa, staan er twee relevante punten in het regeerakkoord. Een is dat de nettobijdrage van Nederland niet omhoog moet en twee is dat we inzetten op een moderne begroting die ook oog heeft voor kennis en innovatie. Ik constateer dat de afgelopen maanden de inzet van Nederland wel heel erg gericht leek op het eerste punt en wat te weinig op het tweede punt. Dat is de waarschuwing die ik hier nogmaals uitspreek. Het is ook voor de heer Van Ojik geen verrassing als ik hem vertel dat we in deze coalitie wel heel verschillend denken over de ruimte die de Europese Commissie zou moeten krijgen om die grote uitdagingen aan te gaan. Daar zou ik als D66 verder in willen gaan dan we in het coalitieakkoord met de vier partijen hebben afgesproken.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Dat weet ik inderdaad, maar dat was ook niet mijn vraag. Mijn vraag ging hierover. De minister-president heeft precies twee maanden geleden gezegd: als D66 dit wil en afscheid wil nemen van de halsstarrige, kortzichtige koers, gericht op alleen maar de afdracht, dan verwacht ik een voorstel wat D66 gaat doen in het overleg met de vier fractievoorzitters. Daarom treft het zo dat de heer Jetten hier nu staat. Mijn vraag is heel simpel. We zijn nu twee maanden verder. Wat heeft D66, wat heeft meneer Jetten, vraag ik via u, voorzitter, in die twee maanden gedaan om datgene waar de premier hem toe heeft uitgenodigd, ook daadwerkelijk te doen?

De heer Jetten (D66):
Dat zijn dezelfde voorstellen als die ik hier net in mijn spreektijd heb toegelicht. Zorg dat je moderniseert in die begroting, zodat je daarmee geld dat nu nog naar landbouw en cohesie gaat, kan inzetten voor onze prioriteiten: kennis, veiligheid, migratie en klimaat. Wees ook bereid om na te denken over meer directe financiering voor Europa, zodat die begroting daarmee ook meer lucht krijgt.

We staan hier ook in dit debat. Het zal u duidelijk zijn: ook deze vier coalitiepartijen zijn het daar nog niet honderd procent over eens met elkaar. Maar daarom sta ik hier nu ook zelf in dit debat: om dat verhaal uit te dragen in de hoop dat ik velen van u daarvan kan overtuigen.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
En het zou fantastisch zijn als de minister-president nu aan de heer Jetten een totaal ander antwoord geeft dan hij twee maanden geleden aan de fractie van D66, aan collega Verhoeven, gaf, maar dat verwacht ik niet. De vraag is dus opnieuw als volgt. De koers van het kabinet is halsstarrig en kortzichtig — we hebben allerlei kwalificaties gehoord — en er werd een onvoldoende voor gegeven. De premier zei: ik wacht af waar D66 mee komt in het overleg van de fractievoorzitters. Mijn vraag is: waar is D66 mee gekomen? Stel dat D66 met iets gekomen is en de andere partijen hebben gezegd: prima, jongens, maar we gaan gewoon door met die halsstarrige en kortzichtige koers. Dan is de vraag natuurlijk wat de heer Jetten dan vandaag nog denkt te bereiken, want dan zou ik zeggen dat u dit moet accepteren.

De heer Jetten (D66):
Het zou toch wel heel erg zijn als iemand van GroenLinks mij gaat vertellen dat ik beter in achterkamertjes dingen kan regelen dan dat ik hier in een plenair debat uitdraag waar mijn partij voor staat als het gaat om de meerjarige begroting van Europa.

Misschien nog een paar aanvullingen of nuanceringen. Die kruideniersmentaliteit geldt wat mij betreft niet alleen voor Nederland. Die geldt ook voor de andere landen die zich zo verzetten tegen een kleine ophoging van de Europese begroting, omdat door de onderhandelingen en de zoektocht naar compromissen, juist die landen zullen worden geraakt in hun prioriteitstelling.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Dan is, vrees ik, toch de conclusie dat D66 hier om de twee maanden een verhaal houdt over de halsstarrige en kortzichtige — wat is het allemaal? — koers van het kabinet, maar dat er uiteindelijk ook in het kabinet, waar deze fractievoorzitter en deze partij deel van uitmaken, niks verandert.

De heer Jetten (D66):
Ik vind dat prachtig dualisme. Ik ben al lang blij dat ik vanavond in ieder geval via de interrupties van de heer Van Ojik en de heer Asscher alweer een meer pro-Europese koers heb gehoord dan in het vrijhandelsdebat van vorige week, want de realiteit is natuurlijk ook dat er in deze Kamer ook gewoon een hele grote meerderheid de lijn van de premier steunt. Daar ben ik gewoon te vuur en te zwaard tegen ten strijde aan het trekken, omdat ik wel geloof dat een groot deel van de oplossing voor de grote uitdagingen in Europa ligt en niet op het nationale niveau.

De kortzichtigheid heb ik net in mijn eigen spreektekst nog niet genoemd, maar ik waarschuw er ook voor dat als we te lang halsstarrig blijven in de discussie rondom de Europese begroting, we daar dan ook in andere dossiers last van gaan krijgen. Dat is wat ik bedoel met het woord "kortzichtigheid".

De heer Anne Mulder (VVD):
Het debat dat we nu voeren over de houding van D66 is heel relevant. Verschillende D66-woordvoerders hebben de afgelopen tijd iets over de begroting gezegd. De vorige woordvoerder wilde de begroting verhogen. Ik heb toen gezegd dat dat op drie manieren van alles uitholt. Dat holt om te beginnen de ondersteuning voor de Europese Unie en voor de begroting uit. Waarom? Mevrouw Leijten zei het al: de meeste mensen willen niet meer betalen. Het holt ook de positie van het kabinet uit. De premier moet onderhandelen namens Nederland, en een van de coalitiepartijen zegt: die strategie bevalt me niet. En het holt de financiële discipline uit, want als je zegt dat het best meer mag kosten, dan moet je ook zeggen waar dat vandaan moet komen. Wat dat betreft heeft de heer Jetten vandaag van alles uitgehold, wederom, maar nog steeds geen boter bij de vis geleverd. Want als dit voorstel wat nu voorligt 2 miljard kost, structureel, dus jaar op jaar, zeg dan waar het vandaan moet komen. Waar wilt u dan op bezuinigen? En als u dat niet kan aangeven, heeft u de positie van Nederland uitgehold, het draagvlak onder de Europese Unie uitgehold en de financiële discipline uitgehold. Dan hebben we helemaal niks van u.

De heer Jetten (D66):
Het draagvlak van de Europese Unie is dat mensen willen weten wat Europa oplevert. Dan moeten we dat verhaal ook met elkaar durven te vertellen. Dan moeten we er ook voor zorgen dat Europa zich focust op de zorgen die mensen nu hebben. Die zitten op de terreinen van klimaat, veiligheid en migratie. De financiële discipline — dat ben ik helemaal met de heer Mulder eens — moet ook in andere Europese lidstaten op orde zijn. Vandaar mijn vragen net aan de premier. Mijn beeld is dat het voorstel van Michel eigenlijk een afzwakking is van de stok die we de Europese Commissie wilden geven om lidstaten mee te slaan als ze zich niet houden aan de afspraken die we met elkaar in Europa maken.

Voorzitter, tot slot. Als de Europese begroting met 0,01% stijgt, is dat een bijdragestijging van Nederland van 70 miljoen. Dat is echt te overzien op onze begroting. Daar komen we met elkaar uit. Nogmaals, het gaat mij niet om het totaalbedrag van die begroting, maar het gaat mij erom dat die begroting wordt besteed aan de juiste dingen.

De voorzitter:
Dit is uw vijfde vraag, meneer Anne Mulder.

De heer Anne Mulder (VVD):
Ik heb het al gezegd: de heer Jetten holt de steun van de bevolking voor de Europese Unie uit, want de bevolking wil niet meer betalen, hij holt de strategie van het kabinet uit, want andere landen kijken mee wat hier gebeurt, en hij holt de financiële discipline uit. En wat blijft er over? "Ik kom niet met een dekking voor die 2 miljard." Dat is toch een bijdrage waar helemaal niemand wat aan heeft?

De heer Jetten (D66):
Ga een halve dag naar Brussel, praat met een paar mensen en je bent er meteen achter hoe er wordt aangekeken tegen de onderhandelingsstrategie van alle landen. Ik geloof niet dat wat we hier in dit debat met elkaar wisselen nu meteen iedereen enorm in de kaart laat kijken. Nogmaals, als je aan de Nederlandse burger vraagt of hij meer belasting wil betalen, zegt hij nee. Dus als je de vraag "wilt u meer betalen aan Europa" voorlegt, zegt iedereen ook nee. Dat zijn hartstikke logische antwoorden. Het verhaal dat we met elkaar moeten vertellen, is het volgende. Waarvoor is Europa op dit moment de oplossing? Welke problemen kunnen we niet nationaal aan? Wat moet je op Europees niveau doen? En welke moderne begroting hoort daarbij? Dan zou ik willen afsluiten met mijn oproep aan de premier om zich niet alleen in te zetten op de hoogte van de Nederlandse bijdrage aan de meerjarige begroting, maar de komende dagen ook te strijden voor modernisering van die begroting.

De heer Tony van Dijck (PVV):
De heer Jetten heeft het over het "eerlijke verhaal". Er ligt nu een voorstel dat ons 2 miljard gaat kosten. U levert geen dekking. U zegt: doe maar. Maar het voorstel dat er ligt, vindt u ook geen goed voorstel, want dat doet niks aan die prioriteiten waar u het over heeft. Die cohesiefondsen en die landbouwfondsen blijven namelijk nog steeds even groot als voorheen. Dat voorstel dat er nu ligt, kan uw goedkeuring dus niet wegdragen. Waar moet deze premier mee thuiskomen zodat D66 kan zeggen: je hebt het goed gedaan, je hebt onze steun?

De heer Jetten (D66):
Ik heb er eerlijk gezegd alle vertrouwen in dat de premier deze week niet naar Brussel gaat om daar blind te tekenen bij het kruisje. Dit is een voorstel voor een meerjarige begroting van de Europese Unie, waar we allemaal wel het een en ander op aan te merken hebben. Ik hoop dat deze premier samen met een aantal andere lidstaten nog kan optrekken om die modernisering voor die begroting wel degelijk meer vorm te geven dan nu in het voorstel voorligt en om eventueel te kijken of directe financiering een oplossing kan zijn voor de discussie over nationale bijdrages. Wat dat betreft zou ik tegen de premier willen zeggen: neem de tijd om tot een goed MFK te komen; we hoeven daar echt niet deze week allemaal uit te zijn als het nog niet goed genoeg is.

De heer Tony van Dijck (PVV):
Het is opvallend dat de inzet van deze premier precies tegenovergesteld is aan wat D66 wil. Deze premier zegt: die afdracht moet omlaag, ik moet mijn korting handhaven, de perceptiekosten moeten 20% blijven en de afdracht mag niet omhoog. Met andere woorden: alles wat u zegt, is precies tegenovergesteld aan de inzet van deze premier. U kunt mij dus toch niet wijsmaken dat u blij bent met de inzet waarmee deze premier naar Brussel gaat? U moet hem een duidelijke boodschap meegeven, zoals de PVV altijd doet, en zeggen: luister, u moet met dit thuiskomen en anders is het einde oefening met dit kabinet. Dan kunnen we zakendoen.

De heer Jetten (D66):
De PVV vraagt aan de premier of hij thuiskomt met een nexit. Dat betekent dat elke Nederlander er €2.000 per jaar op achteruitgaat, omdat we op die manier niet profiteren van de Europese interne markt. Dus gelukkig komt de premier niet terug met een onderhandelingsresultaat waar de PVV blij van wordt. Ik zeg tegen de premier: het is goed dat u inzet op financiële discipline in het Europese, maar staar u niet blind op alleen de omvang van de Europese begroting; zorg ook voor modernisering van deze begroting.

De heer Tony van Dijck (PVV):
U koppelt deze begroting aan de interne markt. Dat stoort mij ook aan dat "eerlijke verhaal", want dat zijn twee aparte grootheden, die niks met elkaar te maken hebben. Die begroting gaat over de Europese Unie, over de cohesiefondsen, over immigratie. Die heeft niks met de interne markt te maken, met handel, met zakendoen. U heeft net voorgestemd voor het CETA-akkoord. Hoeveel betaalt Canada? Hoeveel draagt Canada af aan de Europese Unie? Canada is nu onderdeel van de interne markt. Daar hebt u voor gezorgd. Waar is die afdracht van Canada? Canada zou wel gek zijn. Met andere woorden, interne markt en de begroting van de Europese Unie hebben niks met elkaar te maken.

De heer Jetten (D66):
Een nexit zal er zeker niet toe leiden dat we net zo veel kunnen blijven profiteren van de interne markt als nu het geval is. Tegen de PVV-fractie zou ik willen zeggen: als we willen dat de buitengrenzen van Europa beter worden bewaakt, als we willen dat migratiestromen op een betere manier worden gecoördineerd, dan zullen we ook Europa de tools moeten geven om dat te doen. Dan zullen we ervoor moeten zorgen dat Frontex in staat is om die buitengrenzen te bewaken. Dan zullen we ervoor moeten zorgen dat het Europees asielagentschap kan helpen om die migratiestromen op een andere manier in te vullen. Als u zich boos maakt over fraude en corruptie in andere Europese landen, dan moet u het Europees Openbaar Ministerie ondersteunen, dat nu met veel te weinig mensen niet in staat is om die vele corruptie- en fraudezaken aan te pakken. De oplossing voor veel van onze problemen ligt in Europese samenwerking.

De heer Tony van Dijck (PVV):
Tot slot. Dit is gewoon naïeve prietpraat, want we hebben gezien wat Europa doet aan die buitengrenzen. Er zijn miljoenen vluchtelingen deze kant op gekomen. Europa kan het niet aan. Ik heb er geen vertrouwen in. Ik controleer liever mijn eigen grenzen. Ik heb liever een eigen goed functionerend Openbaar Ministerie dan dat ik het aan Europa overlaat. Met andere woorden, u denkt — maar ja, dat is D66 eigen — wij kunnen het zelf niet, wij laten het allemaal aan Europa over. Maar we kunnen het best zelf. Geloof een beetje in jezelf en geloof niet in die bureaucraten in Brussel. Dat kost je alleen maar geld.

De heer Jetten (D66):
Wij kunnen heel veel zelf in dit het land, en dat is maar goed ook, maar CO2, criminelen, migranten; ze houden zich allemaal niet aan grenzen. Dus sommige problemen moet je met elkaar aanpakken. Daarom pleit ik nogmaals voor een Europese begroting die dat ook aankan.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Jetten. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Leijten namens de SP.

Mevrouw Leijten (SP):
Voorzitter. Laatst ging ik weer eens met de trein naar mijn geliefde, oude studentenstad Groningen. Als je daar dan uitstapt, dan zie je in de stationshal staan: mede mogelijk gemaakt door de Europese Commissie. Dan denk ik: huh, mede mogelijk gemaakt? Heeft Timmermans hier muurtjes staan metselen? Heeft Juncker hier de straat geplaveid? Dat zie je dan bijna voor je. Nee, er is geld uit fondsen gekomen, subsidiegeld, om die stationshal daar op te knappen. Maar dat maken wij eerst over, en vervolgens moet Groningen dat gaan aanvragen en gaan verantwoorden. Ik noem dat altijd: het rondpompen van geld. We hebben laten uitrekenen hoeveel dat rondpompen van geld de Nederlandse overheid kost. Dat kost aan bureaucratie 140 miljoen per jaar. Daaraan zie je gewoon hoe groot die gekte eigenlijk is.

We weten niet eens wat het allemaal kost in andere landen of in Brussel, om dat allemaal bij te houden, om bonnetjes bij te houden, maar we weten wel dat het ook een stroom aan lobbyisten aantrekt. Die gaan met elkaar fijn naar Brussel en die zeggen tegen elkaar en tegen journalisten, die om nieuws verlegen zitten: ja, er zijn een paar vrekkige landen die niet meer willen uitgeven aan de Europese Unie, en daar hoort Nederland bij. En dat is natuurlijk een frame dat heel goed overkomt. Want ja, hoog in je ivoren toren of betaald uit Europees geld is het natuurlijk heel erg makkelijk om te zeggen dat dat wel meer kan worden. De Europese ambtenaar over wie wij op de radio horen en in de krant lezen, verdient meer dan €10.000 per maand. Die heeft een auto met chauffeur. Die hoeft zich nergens zorgen over te maken als het gaat om pensioen. En als de Nederlandse belastingbetaler dan aan de radio zit en hoort dat we wel meer moeten gaan betalen, dan weet hij nu ook meteen waar dat vandaan komt. Nee, nee, wij moeten niet zo gierig zijn.

Zij die het geld uitgeven, weten ook dat er meer geld bij moet. Maar onze regering bezuinigde zo ontzettend hard op de thuiszorg. We zien dat mensen niet meer naar het verzorgingshuis kunnen. De wooncrisis is door de kabinetten-Rutte zo groot geworden dat er zelfs meer daklozen zijn omdat er geen woningen zijn. En dan komt de Europese Commissie en die zegt: er moet meer geld bij. En de nettobetaler mag dat gaan betalen en die raakt zijn kortingen ook nog kwijt. Onacceptabel. Dat zei de minister-president daarover en dat is het ook. Er wordt veel te veel geld verspild in de Brusselse rondpompmolen. Het gaat naar verkeerde zaken. Er wordt inkomenssteun gegeven aan boeren — 90% van het landbouwbeleid betreft inkomenssteun — terwijl dat het primaat is van lidstaten. Dat hoort daar eigenlijk helemaal niet thuis. Nieuwe uitdagingen zie ik zeker ook, maar dat betekent niet qualitate qua dat de nettobetalers maar hun portemonnee moeten trekken. En dan die 1.000 miljard voor klimaat van onze klimaatpaus, onder andere om investeringen voor de financiële sector mogelijk te maken. Weer moet er dus publiek geld naar private ondernemingen voor private winsten. De Griekse econoom en oud-minister van Financiën Varoufakis — we kennen hem allemaal nog wel — noemt dit greenwashing: je hebt oud beleid dat je eigenlijk niet kunt verkopen, maar je zegt dat het groen beleid is; vervolgens is iedereen er fan van, want ja, als je daar kritiek op hebt, dan zal je wel tegen het klimaat zijn. Dit is niet de Europese Unie en de Europese samenwerking die we moeten hebben.

Voorzitter. De motie-Bisschop/Leijten die op 22 februari 2018 is aangenomen zegt: een lagere, maar ten minste gelijk blijvende omvang. Die motie is aangenomen. Dat is nog altijd de leidraad voor de regering. Ik ga er dus van uit dat deze minister-president geen vergaderruimte uitkomt waar daaraan wordt getornd. Holle Bolle Gijs altijd meer te eten geven als hij honger heeft, gaat zijn honger niet stillen. Tegen Holle Bolle Gijs zeggen dat hij moet zorgen dat hij zijn energie anders verbruikt en anders zijn geld gaat besteden, is veel zinvoller. Ik wens de minister-president daar succes bij.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Leijten. Dan geef ik nu het woord aan meneer Van Ojik namens GroenLinks.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Voorzitter, dank u wel. Ik hoop van harte dat de minister-president aan de heer Jetten gaat toezeggen dat hij zijn halsstarrige koers gaat wijzigen, maar mijn ragfijne politieke gevoel, zoals de minister-president het nog weleens zegt, zegt mij dat dat weleens zou kunnen tegenvallen. Daarom wil ik graag mijn tijd gebruiken om vooral nog eens even over de inhoud van de begroting te praten. Wat willen we nou eigenlijk met de Europese Unie? Wat willen we door de Europese Unie laten doen en wat niet? Die vragen moeten leidend zijn in het debat over de begroting. We moeten dus niet alleen maar praten over percentages, over kortingen, over bruto en netto, over meer of minder en over gierige en — nou, wat is het — gulzige landen, maar over wat we willen. Hoe leggen we dat nou uit aan de belastingbetaler, zegt de heer Anne Mulder dan altijd als we weer een debat hebben over de afdracht. Hoe leggen we dat uit aan de belastingbetaler?

Nou, mevrouw de voorzitter, dat kunnen we best uitleggen. Soms is het juist heel efficiënt om zaken Europees te regelen, bijvoorbeeld bij defensie of bij migratie. Door in de EU samen te werken, incasseer je schaalvoordelen en bespaar je geld op de nationale begroting. Soms ook is het om andere redenen beter om zaken Europees te regelen, bijvoorbeeld omdat er anders binnen de Unie freeriders opdoemen: landen die wel profiteren van, maar niet meebetalen aan gemeenschappelijke regelingen en rekeningen. Migratiemanagement en klimaatbeleid zijn daar voorbeelden van. Soms zijn er zelfs landen die een concurrentievoordeel halen, bewust meestal en soms onbewust, door niet mee te doen aan Europees beleid. Stel bijvoorbeeld dat je een kerosinetaks zou invoeren en je zou dat met een paar landen doen, dan is het, denk ik, veel beter om dat met z'n allen te doen. Zo kun je dat dus uitleggen aan de belastingbetaler.

Voorzitter. We moeten dat debat over Europa niet alleen maar voeren met de hand op de knip. Of in de woorden van de secretaris-generaal van het ministerie van EZK, de heer Camps: de zorg over de omvang van de EU-begroting lijkt groter dan de zorg over het toekomstige verdienvermogen van de Europese Unie. Ik hoop dat de minister-president op die gedachte eens wil reflecteren. Stel dat het lukt om zonder extra rekening voor Nederland uit het Brusselse onderhandelingsgewoel terug te komen, dan is het sterk de vraag of het Nederlandse belang hiermee is gediend. Ik geloof dat de heer Jetten hier ook over sprak: je kunt de modernisering dan wel gaan inleveren voor een lagere begroting, maar de vraag is of dat verstandig is. Ik denk het eigenlijk niet.

Ook de dg Begroting van de Europese Commissie, de heer Koopman, was hier. Hij zei: de Unie gaat Nederland minder opleveren als de begroting van de EU wordt afgeknepen. Ik ben benieuwd wat de minister-president daarvan vindt.

We moeten het debat inhoudelijk voeren, ik zei het al. Ik mag misschien in de korte resterende tijd die ik heb, twee voorbeelden geven. Aan de ene kant noem ik het budget voor onderzoek, innovatie en Horizon Europa. Dat is steeds meer van belang. De Europese Unie blijft bij de uitgaven voor bijvoorbeeld research en development steeds verder achter bij de VS, bij China en bij Japan. Alleen door Europees samen te werken en niet elke lidstaat op zichzelf en alleen en individueel het wiel te laten uitvinden, kan dat gat doelmatig worden gedicht. Hoeveel geld heb je daarvoor nodig? Is dat nou het bedrag van de Europese Commissie, is dat nou het bedrag van de heer Michel, is dat nou het bedrag van het Finse voorzitterschap? Is er nou iets inhoudelijks te zeggen over de vraag hoeveel wij in Europa nodig hebben om de concurrentie aan te gaan met China, Japan en andere landen, waar het gaat om innovatie en nieuwe technologie? Ik ben benieuwd naar het antwoord van de minister.

Die vraag zou je overigens bij elke begrotingscategorie moeten stellen. Bij het landbouwbeleid, bijvoorbeeld, waar we nog steeds zitten op heel veel inkomenssteun, terwijl we de uitgaven voor plattelandsontwikkeling, die tweede categorie die zo belangrijk is, steeds verder verlagen naarmate de onderhandelingen voortgaan. Dat is een slechte inhoudelijke keus in de visie van mijn fractie. Ik ben benieuwd wat de minister-president daarvan vindt en ik zou hem willen vragen om met die inhoudelijke bril te kijken, niet alleen naar deze punten, maar naar al die begrotingsposten waarover de komende week opnieuw gesproken gaat worden.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Ojik. Dan geef ik nu het woord aan de heer Asscher namens de PvdA.

De heer Asscher (PvdA):
Voorzitter. We praten over wat er de komende zeven jaar op het spel staat voor de Europese Unie; de richting die we daarbij geven. De begroting is wat dat betreft ongelofelijk belangrijk. De strategie van het kabinet kan zich als volgt laten vertalen. Waar stond "geen cent naar de Grieken", staat nu: "geen cent naar Brussel". Het is de strategie van de struisvogel, of — zoals de heer Jetten dat altijd noemt — van een angstige kruidenier. Hoewel ik vind dat hij daarmee de vele goede kruideniers in dit land onrecht aandoet.

De premier lijkt hier toch zijn binnenlandspolitieke statement belangrijker te vinden dan het landsbelang, en dat baart mij zorgen, omdat er zo veel op het spel staat. Ik geef een voorbeeld: de conditionaliteit, de mogelijkheid om landen die zich niet houden aan de Europese afspraak om de rechtsstaat te eerbiedigen en de corruptie te bestrijden, is afgezwakt in het voorstel. Mijn vraag aan de premier: zou het niet in het Nederlands belang kunnen zijn om iets meer af te dragen, maar wel die gemeenschap van waarden te beschermen voor de toekomst?

Mijn tweede voorbeeld. De premier heeft het vaak en graag over migratie. We weten dat dit jaar de migratiedeal met Turkije afloopt. We weten dat, als er nu niet iets gebeurt, er in september voor een half miljoen Syrische kinderen in Turkije geen geld meer is voor onderwijs. We weten dat, als er nu niets gebeurt, er volgend jaar voor 1,7 miljoen vluchtelingen in Turkije geen geld meer is voor fatsoenlijke opvang. Wat zien we daarover in de voorstellen? Niks. Nul euro. Dat betekent een humanitaire tragedie, zoals we die nu zien op de Griekse eilanden, in de Griekse kampen. Die humanitaire tragedie wordt nog veel groter als dit kabinet zich niet gaat inzetten voor een verstandige verbetering, verlenging van de afspraken over fatsoenlijke opvang in de regio. Mijn vraag aan de premier is: zou het niet in het Nederlands belang zijn om vanuit onze humanitaire verplichting om te zien naar die mensen en dus inderdaad meer te besteden? Daarmee kunnen we ook een nieuwe vluchtelingencrisis voorkomen. Als de premier zegt dat dat allemaal zijn zaak niet is, dan betekent dat ook iets voor hoe we de woorden van deze premier over vluchtelingen en migratie moeten duiden. Dit is een moment om er wat aan te doen. Nederland moet daar de lead in hebben. Ik vraag de premier om een brief waarin hij aangeeft hoe Nederland zal reageren op het aflopen van die Turkijedeal.

Mijn derde voorbeeld. De heren Van Ojik en Jetten noemden het ook: de modernisering. Het kabinet is kritisch in de appreciatie van de veranderingen die er nu zijn, de veranderingen in het landbouwbeleid, de besteding aan innovatie. Wat betekent dat? Is de premier het met mij eens dat het in het Nederlands belang kan zijn om iets meer te besteden en daarmee Nederlandse bedrijven, Nederlandse ondernemers en Nederlandse burgers de kans te geven zich beter te ontwikkelen en daarmee bij te dragen aan een duurzame ontwikkeling?

De consequentie van de strategie die Rutte voert, is uiteindelijk een binnenlandse nederlaag, maar belangrijker — want de premier verdwijnt wel weer — is dat we de komende zeven jaar zitten met een begroting die Europa niet klaarstoomt voor de toekomst.

Voorzitter. Mijn vraag is deze. Het wordt tijd dat de struisvogel zijn hoofd boven het maaiveld uitsteekt. Het wordt tijd dat de kruidenier om zich heen kijkt. Het wordt tijd dat het landsbelang gaat wegen boven het opportunistische politieke belang van de 1%-belofte. Het "niet acceptabel" moet plaatsmaken voor de rol die een van de oprichters van de Europese Unie kan en moet spelen: een begroting die robuust is, die zuinig maar verstandig is, waar we zeven jaar mee vooruit kunnen en waar we migratie, klimaatverandering en economische groei in combineren in het belang van alle Europese burgers.

Dank u wel.

De voorzitter:
Laatste vraag, meneer Anne Mulder.

De heer Anne Mulder (VVD):
Echt de allerlaatste?

De voorzitter:
Echt waar.

De heer Anne Mulder (VVD):
Poeh, eens kijken hoe ik dat dan handig kan doen. Ik heb een quizvraag voor de heer Asscher. Van wie is het volgende citaat, wat was de functie van de man en wat doet hij nu?

"We willen een lagere begroting, we willen dat Nederland in die zin redelijk bediend wordt dat de positie van Nederland als nettobetaler in verhouding is tot de relatieve rijkdom van Nederland in de Europese Unie. Dat betekent dat er een correctie moet komen op waarop we zouden uitkomen zonder correctie."

Wie heeft dit gezegd?

De heer Asscher (PvdA):
Vertelt u het maar.

De heer Anne Mulder (VVD):
Dat was in 2013 Frans Timmermans. Bij internationale afspraken, zoals we vandaag zagen bij CETA, vindt de Partij van de Arbeid als ze in het kabinet zit iets anders dan wanneer ze in de oppositie zit.

De heer Asscher (PvdA):
Ik zie de heer Mulder heel tevreden naar zijn plaats wandelen. Dat zij hem van harte gegund.

De voorzitter:
Hij mag niet meer.

De heer Asscher (PvdA):
Laat ik er nog dit over zeggen. Natuurlijk moet er niet meer naar zo'n begroting dan nodig is. Volgens mij is er hier helemaal niemand, zelfs de heer Jetten niet, die beweert dat je daar eindeloos geld aan moet uitgeven. Maar het gaat hier over de komende zeven jaar in een wereld die zeer in beweging is en waarin de Europese Unie ook geopolitiek aan andere rol moet spelen. Het is onverstandig om dan bijvoorbeeld 34% — dat staat in het Commissievoorstel dat het kabinet te ruimhartig vindt — te korten op de budgetten voor Europese grensbewaking, geïntroduceerd onder Nederlands voorzitterschap. We herinneren het ons allebei. Nu wordt gewoon besloten om daar een derde vanaf te halen. Wat denk je dat daar het gevolg van is? Hoe penny wise, pound foolish kun je zijn? Daar gaat het hier over. Het gaat gewoon over het Nederlands belang. We delen de liefhebberij voor quizzen, dus ik wil die graag met u spelen, maar we hebben hier wel iets belangrijks aan de orde. Nederland gaat een doodlopende straat in voor binnenlands gebruik, met een premier die beloftes doet waarvan hij weet dat hij ze beter niet kan doen. Hij heeft ook gezegd dat hij dat niet meer zou doen. Van die belofte hebben wij straks, vooral de Nederlanders met z'n allen, last van.

De heer Jetten (D66):
De heer Asscher verweet de premier zojuist opportunisme en het plaatsen van de binnenlandse politiek boven het landsbelang. Mijn vraag aan de heer Asscher zou zijn welk cijfer hij zijn eigen partij geeft bij de stemmingen vandaag over het vrijhandelsverdrag met Canada. Dat verdrag is uitonderhandeld door PvdA-minister Ploumen. Het is een verdrag met een bondgenoot dat de lat hoger legt voor internationale handel. Maar de PvdA — ik kan me toch echt niet aan die indruk onttrekken — heeft uiteindelijk, vanwege politiek opportunisme en het plaatsen van binnenlandse politiek boven landsbelang, de draai gemaakt en tegengestemd.

De heer Asscher (PvdA):
Die vraag begrijp ik heel goed. Ik kan me ook heel goed voorstellen dat u het teleurstellend vond dat wij niet voor dat verdrag hebben gestemd. Sterker nog, ik vond dat zelf tot op zekere hoogte ook, want in beginsel zijn wij voor handel. Het gaat om de spelregels die we daarbij gebruiken. Ik denk ook dat er heel veel goeds te zeggen is over dat verdrag. Ik heb het debat gevolgd en vond het jammer dat het totaal een zwart-witdebat werd, met hele grote woorden. In onze afweging is de manier waarop de conflictbeslechting daarin geborgd was, niet optimaal. Juist bij een verdrag met een bondgenoot zou ik zeggen: dat moet en kan beter. Daarom hebben wij uiteindelijk de afweging gemaakt dat we het niet steunden. Dat u dat jammer vindt, begrijp ik heel goed, maar zoals ik uw standpunt daarin respecteer, ga ik ervan uit dat u ook ons standpunt respecteert.

De heer Jetten (D66):
Dit klinkt natuurlijk als een heel redelijk antwoord, maar dat neemt niet weg dat de draai van de Partij van de Arbeid op het vrijhandelsverdrag met Canada wel een heel bijzondere was. Nederland heeft die handtekening gezet toen u nog in het kabinet zat. U was zelf vicepremier. Minister Ploumen, uw huidige fractiegenoot, was minister voor Buitenlandse Handel. Zij heeft altijd heel veel complimenten ontvangen voor het geweldige eindresultaat dat zij er met Canada uit heeft weten te slepen. Het is nog niet perfect, maar de nee-stem van de Partij van de Arbeid vandaag tegen dat vrijhandelsverdrag met Canada deed bij mij toch de vraag rijzen of de mooie woorden van de heer Asscher zojuist hem echt menens zijn. Is de Partij van de Arbeid nog steeds die pro-Europese, internationaal georiënteerde partij die echt gelooft dat we alleen maar door samen te werken verder komen?

De heer Asscher (PvdA):
Op dat laatste punt kan ik de heer Jetten zeker geruststellen. Ik denk ook dat het … Ik begrijp uw teleurstelling. Ik begrijp ook dat wij echt wel wat uit te leggen hadden. Het was ook geen lichtvaardig besluit om te zeggen: we kunnen het uiteindelijk niet te steunen. Dat doe ik niet graag. Maar het is wel met overtuiging gedaan. U kunt ervan op aan dat de Partij van de Arbeid er altijd zal staan voor het vormgeven van eerlijke handel, van verbeteringen. Het lijkt mij niet verstandig als de heer Jetten het examen om te bepalen of je nog voor samenwerking bent, of je nog pro-Europees bent en of je nog voor onze bondgenoten staat, gaat afnemen bij iedereen die anders dan hij denkt over CETA. Wat dat betreft vond ik vanuit democratisch opzicht dat er wel heel grote woorden gebruikt werden over iedereen die daar kritisch over was, of het nou de vakbeweging was of de milieubeweging of een groot aantal politieke partijen, niet allemaal partijen die u normaal afdoet als schreeuwers. Ik blijf altijd kijken naar ons standpunt, hoe redelijk dat is. Ik zou de heer Jetten willen meegeven om niet alleen zo hoog van de toren te blazen — ik zag de minister; de Tweede Wereldoorlog werd erbij gehaald — maar ook te kijken naar de argumenten van tegenstanders. Dan heb je kans dat er uiteindelijk een verdrag komt dat beter is en meer steun krijgt. Dat zou ik de heer Jetten willen meegeven. Hij kan ervan overtuigd zijn dat ik pro-Europees, maar nooit kritiekloos Europees zal zijn. Dat betekent dat ik vind dat dingen anders moeten, maar dat ik heilig geloof in Europese samenwerking.

De heer Jetten (D66):
Voorzitter, tot slot. De heer Asscher heeft net, toen hij hier stond, drie keer geprobeerd om mij een cijfer te laten geven aan de premier. Nu krijg ik het verwijt dat ik hier geen examens moet afnemen. Dat voelt toch een klein beetje cynisch in dit debat. Maar ik ben blij met het antwoord van de heer Asscher dat de PvdA nog steeds wil bekijken hoe we internationale handel op een eerlijke manier kunnen vormgeven. Ik zag zojuist een hoopgevende tweet van de Eerste Kamerfractie van de Partij van de Arbeid, dus mijn oproep aan alle senatoren, ook van de PvdA, is: bent u voor internationale handel? Wilt u samen met Canada en Europa die lat hoog leggen? Stem dan binnenkort voor dat vrijhandelsverdrag met Canada.

De heer Asscher (PvdA):
Over dat cijfer. Vorige keer was het de woordvoerder van D66 die niet één, maar drie onvoldoendes gaf aan de premier. Daarvan zei de heer Jetten: ik vind dat niet relevant. Meestal vinden we het relevant als een coalitiepartij een onvoldoende geeft aan de zittende premier. De premier zei vervolgens: ik zie u wel in het fractievoorzittersoverleg. Dat zei hij ook niet voor niks. De heer Jetten is helemaal niet gegaan. Het is allemaal een beetje voor de bühne. Dat is denk ik toch van een andere orde. Hij heeft die woorden niet willen herhalen, maar hij heeft ze ook niet willen terugnemen. Die hangen nu ergens in de lucht. We zitten hier met een premier die beschuldigd wordt van een kruideniersmentaliteit en die een onvoldoende krijgt van een coalitiepartij. Die wordt niet ruimhartig teruggenomen, maar wordt ook niet herhaald. Dan moet de heer Jetten niet verbaasd zijn — dat staat ook in onze cao — dat ik daar als oppositiepartij naar informeer: hoe zit dat nou, hebben we nog een coalitie of niet?

De heer Jetten (D66):
Ik kreeg het verwijt hier voor de bühne te staan. Ik heb net in mijn bijdrage heel helder dezelfde prioriteiten aan de premier meegegeven als de heer Asscher net in zijn inbreng heeft gedaan. Hij weet als geen ander dat je het in coalities niet altijd met elkaar eens hoeft te zijn. Mijn inzet in het parlement is helder: de premier naar Brussel sturen met de opdracht om de Europese begroting te moderniseren, zodat we dat geld ook kunnen inzetten voor de belangrijke onderwerpen klimaat, veiligheid en migratie.

De heer Asscher (PvdA):
Ik leid daaruit af dat u niet tevreden bent over de strategie die dit kabinet voert. Tenminste, als ik tevreden ben, ga ik iemand niet uitschelden met "kruideniersmentaliteit". Het kan zijn dat de mores in die zin nu heel anders zijn. Dat kan, maar meestal duidt dat erop dat je niet superenthousiast bent en ook niet heel veel vertrouwen hebt in de gevoerde strategie. Dat bleek ook, want in de vorige drie debatten was D66 heel vocaal daarover. Er werd getwitterd. De heer Verhoeven is daar altijd heel enthousiast in. Vorige keer gaf hij een onvoldoende. Dat deed hij niet één keer, dat deed hij drie keer. Hij vond het kortzichtig, hij vond het halsstarrig, hij vond het kruideniersmentaliteit en de strategie moest anders. De premier zei: ik verander helemaal niks, zoek het uit, kom maar naar het coalitieoverleg. We zijn twee maanden verder, D66 zingt hetzelfde liedje, maar er is niks veranderd. Dus we wachten eens even af wat het dit keer betekent. Dank u wel.

De heer Omtzigt (CDA):
Ik kom nog even terug op het vorige punt van de heer Asscher, over CETA. Daar zitten voor- en nadelen aan. Partijen maken hun eigen afwegingen en zijn daar voor of tegen. Meneer Asscher zei net iets heel interessants …

De voorzitter:
Vertel.

De heer Omtzigt (CDA):
Dat geldt voor de hele fractie van de Partij van de Arbeid. Hij zei net: als je tegenstemt, krijg je misschien wel een beter verdrag. Maar de hele ministersploeg van de Partij van de Arbeid, waarvan hij en mevrouw Ploumen deel uitmaakten — dat was de helft van het vorige kabinet — stemde ervoor en heeft zijn handtekening gezet. Een verdrag kun je nog wijzigen als je aan het onderhandelen bent, maar nu zitten we in de ja/nee-fase. Wat heeft de heer Asscher doen veranderen dat hij in 2016 niet met zijn hele fractie zei: dit is niet goed genoeg, laten we nog maar even heronderhandelen? Dat had toen gekund, want het stond helemaal niet in het regeerakkoord dat CETA getekend moest worden. Toen tekenden ze met z'n allen, maar nu, in 2020, zegt hij "mwah, ik vind het niet goed genoeg, het wordt wel beter", terwijl ik geen idee heb wat het dan wordt.

De heer Asscher (PvdA):
De belangrijkste reden, zo gaf ik net aan in antwoord op de heer Jetten, is dat wij weliswaar positief zijn over grote delen van het verdrag, en dat blijft ook zo. We zijn ook positief over het politieke akkoord, waar we vandaag voor hebben gestemd met een meerderheid van de Kamer. We zien ook verbeteringen ten opzichte van de eerdere variant van ISDS naar het ICS zoals het er nu ligt. Maar we zijn van mening dat met name de vakbeweging en de verdedigers van mensenrechten en van klimaat en milieu een sterkere positie aan die tafel zouden moeten hebben. Daarover heeft de toenmalige minister gezegd dat het wat dat betreft nog niet af is. Dat kan je nu niet eenzijdig veranderen en dat begrijp ik ook heel goed. Wat daarvoor nodig is, is een coalitie van ministers die in Canada, waar overigens dezelfde bezwaren leven, tot een beter resultaat leidt.

De heer Omtzigt (CDA):
De redenen om voor en tegen te stemmen zijn uitgebreid gewisseld. Dat vind ik niet zo spannend. Je kunt daar ook gewoon tegen zijn. Het gaat hier om een heel specifieke vraag. Onder het identieke verdrag waarover vandaag gestemd is, is de handtekening gezet van mevrouw Ploumen met instemming van alle zeven ministers van de Partij van de Arbeid, waaronder de heer Asscher, in het vorige kabinet. Het is de identieke tekst. Er is geen jota aan veranderd. Toen had je kunnen zeggen: het is net op dat punt niet goed genoeg, ga nog even dooronderhandelen. Er is dus iets gebeurd en ik zoek even naar wat in de afgelopen vier jaar. Even heel precies. Wat is er veranderd tussen 2016 en 2020 dat in 2016 de heer Asscher, mevrouw Ploumen en alle PvdA'ers … Niemand stemde de andere kant op. Er waren geen dissidenten. Wat is er in die vier jaar ergens aan dat verdrag veranderd waardoor de hele PvdA er toen voor was, en ze er nu nee tegen zegt?

De voorzitter:
Ik zie dat de premier er helemaal voor gaat zitten om het antwoord te horen. Meneer Asscher.

De heer Omtzigt (CDA):
Als de premier blij met mij is, dan … Maar ik ben heel benieuwd naar het antwoord.

De heer Asscher (PvdA):
Ik denk dat het belangrijkste daarbij is hoe zwaar je dat punt vindt wegen. Wat dat betreft zijn de tijden ook wel weer anders. Kijk ook naar de houding van de vakbeweging en kijk ook naar het belang dat we inmiddels hechten aan het indammen van de macht van de multinationals. Het lijkt mij heel vreemd als je vier jaar later niet opnieuw een oordeel zou mogen vellen over de vraag of het nu voldoende is of niet. Ik zei volgens mij net tegen de heer Jetten dat het helemaal niet zo'n makkelijke afweging was, dat wat mij betreft de discussie ook niet zo zwart-wit zou moeten zijn en dat ik dat niet zo democratisch vind. We vinden dit punt te problematisch, afgezet tegen het resultaat dat er lag, een resultaat waar heel veel goeds in zit. We vinden dit punt te problematisch om nu voor het verdrag te kunnen stemmen. Ik had het mooier gevonden als het kabinet met het verdrag in de hand een coalitie had gevormd om dit te doen. Daar hebben we ook alle aanleiding voor gegeven en daar is ook na dat moment in 2016 toe opgeroepen, onder andere bij Kamermotie. Er is toe opgeroepen door mevrouw Ploumen, maar ook door de toenmalige Kamerfractie van de PvdA. Dat signaal heeft verder niet geleid tot een resultaat waardoor wij nu zouden kunnen instemmen. Dat is jammer, maar dat is er tussen 2016 en nu gebeurd.

De heer Omtzigt (CDA):
Ik concludeer dat de Partij van de Arbeid spijt heeft van 2016. Want als je in 2016 vond dat een verdrag niet goed is, en je hebt je er niet aan gecommitteerd in een coalitiedeal — ook dat kan gewoon gebeuren — dan had je in 2016 tegen de premier dienen te zeggen: ik vind alles heel goed, maar dit gaan we niet tekenen. Dat heeft de Partij van de Arbeid toen niet gedaan. Daarmee heeft de partij zichzelf de kans ontnomen om een ander verdrag uit te onderhandelen. En nu, nadat meer dan twaalf landen het verdrag al geratificeerd hebben, doet de PvdA het voorkomen alsof je nu zou kunnen weigeren en iedereen dan zegt: O, Nederland, wat geweldig, wat zou u vandaag willen? Ik denk niet dat ze daar met z'n allen heel blij van worden. Dus eigenlijk zegt de heer Asscher hier: ik had er in 2016 gewoon beter aan gedaan om dat verdrag toen niet te tekenen. Van mij part zegt hij daarbij: met de kennis van nu. Ik zou dat graag eerlijk van de heer Asscher horen. Vindt de heer Asscher dat het beter was geweest als de PvdA-ministers in 2016 hadden gezegd: dit doen we niet, hoe moeilijk het ook is? Zegt de heer Asscher: maar ik heb het toch gedaan, en dat had ik beter niet kunnen doen?

De heer Asscher (PvdA):
In deze vraag zitten een hele hoop argumenten door elkaar. Ik zou het de heer Omtzigt en alle parlementariërs gunnen dat ze zo'n verdrag na vier jaar op z'n merites gaan beoordelen: vinden we het goed of niet? Daarvoor heb je ook zo'n ratificatieprocedure en daarom mag een parlement ernaar kijken. Wij hebben ons inderdaad afgevraagd: vinden we het goed of niet? Daarbij zijn we tot dit oordeel gekomen. En tussen 2016 en nu is er van alles gebeurd. Er zijn kansen gemist en er zijn kansen benut; daar kun je van alles over vinden. Maar ik gun het de heer Omtzigt en alle parlementariërs dat we hier ons werk serieus nemen. Dan beoordeel je of iets goed of niet goed is. Als het goed genoeg is, dan steun je het. En is het niet goed genoeg, dan steun je het niet. Ik vind het jammer, want ik denk dat er best mogelijkheden waren om het beter te maken. Ik denk dat die er ook nog steeds zijn. Ik vind het argument zojuist van de heer Omtzigt dat anderen dan boos of niet blij worden, niet het meest sterke argument, want we doen hier vrij ons werk. We komen tot een oordeel en dat proberen we integer te doen. Ik ga ervan uit dat dat bij u gebeurt, meneer Omtzigt, en gaat u er nou ook van uit dat dat bij ons gebeurt.

De heer Omtzigt (CDA):
Daar ga ik volledig van uit. Heeft het kabinet in 2016 in zijn geheel het CETA-verdrag op zijn merites beoordeeld voordat het kabinet is overgegaan tot ondertekening van het verdrag?

De heer Asscher (PvdA):
Ik ben niet in de positie om namens het kabinet te praten; dat weet de heer Omtzigt heel goed. Hij had het over stemmingen en hij had het over zeven PvdA-ministers. Er was geen stemming en er waren geen zeven PvdA-ministers. Als de heer Omtzigt vragen heeft aan het kabinet, moet hij die aan het kabinet stellen.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Asscher. Het woord is aan mevrouw Van der Graaf namens de ChristenUnie.

Ik dacht dat het debat over CETA afgelopen was. De stemmingen daarover zijn al geweest. Dit is een herhaling, maar goed. Mevrouw Van der Graaf.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Welke Europese Unie willen wij? De ChristenUnie wil een Europese Unie waarin onze waarden centraal staan en waarin we inzetten op de grote uitdagingen waar we in deze tijd voor staan: migratie, klimaat, energie, veiligheid, innovatie. Dat zijn de thema's waarop we de Europese samenwerking superhard nodig hebben. Dit vraagt om keuzes. De begroting is hét middel om te sturen op wat je belangrijk vindt. Het vaststellen van de meerjarenbegroting van de Europese Unie is dus ook hét middel om de komende jaren in te zetten op de uitdagingen waar we in de Unie voor staan, op wat we echt belangrijk vinden en op wat we samen moeten aanpakken.

Om dat echt goed te kunnen doen, was ook hervorming van de Europese begroting noodzakelijk. We hebben hier vaak over gesproken in de Kamer. Dat was de bedoeling, maar toch zien we dat dit momenteel maar matig uit de verf komt, als ik eerlijk ben. Daar komt ook nog bij dat de Europese begroting niet omlaag gaat, wat voor de hand ligt nu de Britten de Unie verlaten, maar juist groeit, en ook nog fors. In het laatste voorstel van Raadsvoorzitter Charles Michel zien we 134 miljard meer aan uitgaven dan waar we nu voor staan. De ChristenUnie maakt zich zorgen over de onderhandelingen. Komen die hervormingen nu wel echt goed van de grond?

De waarden van de Unie, zoals menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, maar ook de rechtsstaat en de eerbiediging van mensenrechten zijn de waarden die ons in eerste instantie met elkaar zouden moeten verbinden. De ChristenUnie is er een groot voorstander van dat er een mechanisme komt dat als landen achteruitgaan, als de rechtsstaat in een Europees land achteruitgaat, dat dat consequenties heeft voor de bijdrage die die lidstaat van de Unie zal ontvangen. Bij de laatste voorstellen van Charles Michel wordt het juist moeilijker gemaakt om dit in te zetten. Het instrument wordt verzwakt. De ChristenUnie vraagt de onverminderde inzet van het kabinet om zich sterk te maken voor dit instrument, zodat het ook echt effectief kan worden ingezet.

Ik kom op de hervorming van de landbouw. De landbouwfondsen zouden er toch toe moeten leiden dat juist duurzame landbouw gestimuleerd wordt? Komt het nu wel ten goede aan de vergroening en de omslag naar de kringlooplandbouw, waar we in Nederland zo'n werk van maken? Dragen die landbouwfondsen straks bij aan het behalen van de doelstellingen in de Green Deal?

Dan de cohesiefondsen, een hele grote hap uit die Europese begroting. De Europese Rekenkamer concludeerde vorig jaar dat 280 miljard vanuit deze fondsen op de plank blijft liggen. Lidstaten krijgen het gewoon niet uitgegeven. Ze krijgen de cofinanciering niet rond. Tot dit jaar was pas ruim 27% uitgegeven van het totale budget dat daarvoor beschikbaar was in de huidige begroting. Bij de vorige begroting op hetzelfde moment zo'n 33%. Waarom moet dat dan zo'n grote hap zijn uit de begroting? Dat budget kan toch wel omlaag? Ik vraag daarop de reactie van de minister-president.

Geld zoekt project is nu het leidende principe. Maar soms wordt er helemaal geen project gevonden of wordt het geld uitgegeven aan projecten waarvan het nut kan worden betwist. Zou bij de hervorming geen rekening moeten worden gehouden met het geld dat nog op de plank ligt en het budget niet moeten worden verlaagd? Zou het kabinet niet moeten hervormen en inzetten op andere mechanismen, zoals meer competitie tussen de landen, zoals ook de Europese Rekenkamer bepleit? Graag een reactie van de minister-president.

De ChristenUnie steunt de inzet van het kabinet om te pleiten voor een kleinere Europese begroting en ook een substantiële korting voor de hele termijn. De ChristenUnie roept het kabinet ook op deze inzet altijd te koppelen aan inhoudelijke doelstellingen en zich de vraag te stellen welke Europese Unie we willen, en met dat verhaal op pad te gaan, ook naar de komende top. Ik vraag de premier als laatste of hij het mogelijk acht dat er op deze top een akkoord zal worden bereikt of dat er meer tijd nodig is om dat op een goede manier te doen.

De voorzitter:
De heer Tony van Dijck, vijfde vraag.

De heer Tony van Dijck (PVV):
Ja, een klein vraagje aan mevrouw Van der Graaf. Ik was in het verleden altijd bondgenoot van mevrouw Schouten. Zij had ook een kritische houding richting de Europese Unie. Sinds de ChristenUnie in het coalitieverband zit, zie ik daar niet zoveel meer van terug. Als deze minister-president terugkomt met een begroting en een afdracht die hoger zijn dan we tot nu toe hebben, vindt u dan dat hij zijn veto moet inzetten? Of legt u zich daarbij neer?

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Op dit moment zie ik dat er nog medestanders zijn om in te zetten op een kleinere Europese begroting. Ik denk dat dat een hele goede zaak is. Daar pleiten wij ook voor. Het is lastig om nu al te zeggen dat je je veto zou moeten inzetten, omdat het nog volop in onderhandeling is. Ik hoop daar straks ook een toelichting op te krijgen van de minister-president. Ik heb hier gezegd dat de ChristenUnie wil dat de Europese begroting kleiner wordt en dat het voorstel van de huidige Raadsvoorzitter niet de uitkomst kan zijn van de onderhandelingen, want dan gaat er iets niet goed. Ik heb gezegd waar wij willen dat het geld wordt ingezet. Het moet echt op een andere manier worden ingezet. Die begroting zal moeten worden hervormd. Daarom heb ik de premier net ook opgeroepen om bij de komende Europese top niet alleen te pleiten voor een verlaging van het budget, maar dit ook altijd te koppelen aan inhoudelijke doelstellingen als onderbouwing van het verhaal.

De voorzitter:
Tot slot. Laatste vraag, meneer Van Dijck.

De heer Tony van Dijck (PVV):
Ja, want wat is … Dan bewaar ik hem.

De voorzitter:
Dat dacht ik ook. Dank u wel, mevrouw Van der Graaf.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Graag gedaan.

De voorzitter:
Dan ga ik naar de heer Bisschop namens de SGP.

De heer Bisschop (SGP):
Voorzitter, dank u wel. Ik wilde het hebben over twee punten: de afdracht, het afdrachtpercentage, en in dat verband uiteraard de neiging om tot directe EU-belastingen te komen.

Voorzitter. Het is een beetje merkwaardige ontwikkeling, maar Nederland behoort tegenwoordig met Zweden, Oostenrijk en Denemarken tot de gierige vier. En Nederland frustreert de Europese samenwerking. En Nederland opereert heel onverstandig als het gaat om de geopolitieke dimensie. Kijk eens naar China enzovoort. Dit is een al te doorzichtige framing, die ook door sommige collega's wordt overgenomen. Het laat wel duidelijk zien hoe de verhoudingen in de EU liggen. Je bent gierig als je je afdracht gelijk wilt houden, maximaal, want eigenlijk zou die naar beneden moeten, gezien het feit dat het Verenigd Koninkrijk vertrokken is. Dat frame laten we voor wat het is. Wij noemen dit een realistische benadering. Wat de SGP betreft blijft onze afdracht beperkt tot 1% van het bruto nationaal product en stijgt de afdracht de komende jaren dus zeker niet, althans niet in procentuele zin, als de economie groeit, dan in absolute zin natuurlijk wel.

Een EU zonder de Britten, een moderne EU, moet besparen in plaats van uitgeven, moet zich richten op kerntaken in plaats van zich bemoeien met van alles en nog wat, zeker met die sectoren waar landen en de EU een gedeelde verantwoordelijkheid voor hebben. Zo'n EU moet niet proberen het EU-aandeel te verruimen maar eerder te versmallen en de landen te ondersteunen om hun inzet goed te kunnen leveren. Ik verwijs met mevrouw Leijten graag naar onze gezamenlijke motie die ze geciteerd heeft. Ik vraag de minister-president of dat nog steeds de lijn is die hij gaat volgen.

Voorzitter. Tijdens het vorige debat over het Meerjarig Financieel Kader gaf de minister-president aan dat hij inzet op een gelijke afdracht. Hoe gaat hij er uiteindelijk voor zorgen dat Nederland een voorstel voor elkaar krijgt waarbij de landen niet meer dan 1% afdragen? En is de minister-president bereid om de besluitvorming zo nodig door te schuiven als deze week geen voorstel wordt bereikt dat voldoet aan de Nederlandse normen? Zo nodig praten we later verder, zou ik hem dan willen vragen.

Het recente voorstel van Charles Michel zet in op een veel grotere afdracht. Ik noem een paar punten. De korting wordt afgebouwd. Nederland moet een nog hoger percentage van de heffing op importgoederen afdragen. De Europese vredesfaciliteit wordt buiten het MFK-plafond geplaatst. Het budget daarvoor stijgt met 3,5 miljard. Er wordt 100 miljard gestort in het Europees Investeringsfonds. De structuurfondsen worden anders vormgegeven waardoor er nog meer geld van de rijke naar de armere landen gaat. Er worden speciale instrumenten buiten het MFK-plafond gefinancierd. Dat zijn allemaal punten waardoor de Nederlandse afdracht via een omweg kan stijgen. Hoe gaat de minister-president dat voorkomen?

In het voorstel van de heer Michel worden de toeslagen voor de landbouwgrond anders vormgegeven. Dat pakt slecht uit voor Nederland. Tegelijkertijd wordt er gekort op de landbouwbegroting en wordt een deel van de Green Deal mogelijk gefinancierd uit het landbouwbudget. Door de stapeling van deze en andere maatregelen worden de boeren financieel verder uitgekleed. Ik wil daar graag een reactie van de minister-president op.

Dan het punt van de Europese belastingen. De druk om rechtstreekse EU-belastingen te introduceren neemt toe, maar ook die belastingen zullen ervoor zorgen dat de Nederlandse belastingbetaler meer aan de EU gaat afvragen via een rechtstreeks lijntje. Dat geldt overigens niet alleen voor de Nederlandse belastingbetaler, maar ook voor die in andere Europese landen, maar wij hebben te maken met de Nederlandse. Hoe gaat de minister-president voorkomen dat de EU ons, via Europese belastingen of via allerlei boekhoudkundige trucs, te slim af is en dat onze afdracht via omwegen alsnog stijgt? Is de minister-president het met mij eens dat de afdracht gewoon niet meer dan 1% van het bruto nationaal product mag worden, hoe die afdracht dan ook vormgegeven is?

Voorzitter, ik ben over mijn tijd heen. Dank u wel voor uw geduld.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Bisschop. Dan geef ik nu het woord aan de heer Omtzigt namens het CDA.

De heer Omtzigt (CDA):
Voorzitter. Er wordt een speciale extra top georganiseerd voor het MFK. De posities van de lidstaten liggen nog heel ver uit elkaar. De CDA-fractie is content met de inzet van de Nederlandse regering, maar de hamvraag, die hier al eerder aan de orde kwam, is: hoe zorgen we ervoor dat de burger vertrouwen heeft in de Europese instituties?

Dit is de eerste top waarbij het Verenigd Koninkrijk geen lid meer is van deze Unie. Het lijkt erop dat een aantal lidstaten denkt: we gaan er tweehonderd procent op vooruit en het ligt honderd procent aan de burgers van Groot-Brittannië dat ze eruit gestapt zijn. Maar het is belangrijk dat de Unie aantrekkelijk blijft voor al die burgers en dat zij met resultaten komt. Daarom zou de CDA-fractie graag horen of de Nederlandse regering bereid is om, alleen of met anderen, extern iemand te vragen wat er toch toe geleid heeft dat grote groepen burgers, waaronder een meerderheid van de Britten in een referendum, zich afgekeerd hebben van de Unie, wetende dat het ook gevolgen kon hebben voor bijvoorbeeld de handel. Ik noem maar een voorbeeld. Handel is niet het enige wat telt. Wil de regering dat?

Dan het MFK zelf. De inzet van Nederland klopt, maar gaan we dat ook halen? Het is belangrijk dat die korting dus niet een aflopende korting is, maar constant blijft in de tijd. Want anders kun je misschien zeggen "nou, voor de komende twee jaar, voor deze regeerperiode is het goed", maar kom je bij het volgende MFK weer in een behoorlijke discussie terecht. Ik sluit mij even aan bij de woorden van collega Bisschop. Als je het land dat netto per persoon het meest bijdraagt aan de Unie en dat niet eens het rijkste land van de Unie is, "gierig" durft te noemen, dan ben je met onderhandelingen bezig en dan ben je niet alleen bezig om hier de waarheid te vertellen. Ja, Nederland heeft veel aan de Unie en Nederland heeft veel aan de interne markt — daar hebben landen als Noorwegen en Zwitserland, die erbuiten zitten ook veel aan — maar dat betekent niet dat daar een blanco cheque voor uitgeschreven wordt.

Voorzitter. Ik heb een paar concrete vragen. Ik heb twee vragen over het eurozonebudget. In de eerdere versie zat een sleutel waarmee 70% terug zou gaan naar de lidstaten zelf. Dat wilden wij, maar ik zie dat nu niet meer terug. Zetten we daarop in? En wie besluit over uitgaven uit een budget dat alleen naar een beperkt aantal landen kan gaan, namelijk de eurolanden?

De CDA-fractie is ermee akkoord dat het bij de nationale sleutel niet alleen om het bni gaat, maar ook om gerecycled plastic en een gedeelte van het tweede European trading mechanism, maar zij is niet akkoord met meer. Brussel mag dromen van nieuwe belastingen, maar welk voorstel er dan ook komt, er is nog altijd gewoon een nationaal veto. In de laatste versie staat in één keer 100 miljard extra kapitaal voor de Europese Investeringsbank, waarvan 10 miljard gestort kapitaal. Daar kun je 500 miljard leningen mee genereren. Nu zei een illustere CDA'er — ik ga nu geen quiz organiseren, want collega Mulder is weg — namelijk de heer Ruding, dat de weg naar de financiële hel geplaveid is met garanties. Europa heeft met het Junckerfonds, maar ook met de Europese Centrale Bank heel veel garanties en dingen voorwaardelijk uitgegeven. Dat is soms misschien nog wel gevaarlijker dan een begroting zelf, want dat geld haal je op en geef je uit. Garanties kunnen heel gevaarlijk zijn. Zijn er dus mogelijkheden om geen nieuwe garanties af te geven? Hoe zorgen we ervoor dat dat binnen de perken blijft?

Dan twee kleine dingen die misschien klein zijn binnen het MFK, maar waar wij wel wat vragen over hebben. Het eerste is het vrijwillige pensioenfonds van de Europarlementariërs. Wij moeten hier misschien de pensioenen gaan korten, omdat de pensioenfondsen met een dekkingsgraad van onder de 100% zitten; zij zitten onder de 30%. Dat komt gewoon doordat er weinig afgedragen wordt en veel beloofd wordt. Ik wil daar geen metafoor aan vastkoppelen, maar het was geen goed idee. Ik vraag de Nederlandse regering om niet akkoord te gaan met elk voorstel om dat bij te passen uit het eurozonebudget. Dan kijk ik bijvoorbeeld naar de heer Jetten. Dit draagt niet bij aan het welzijn de burgers van Europa, zeg ik maar.

Ten tweede zouden we ook wel een kleine toelichting willen hebben op de subsidies die journalisten uit Brussel kunnen krijgen. Hoe zit het daar precies mee? En zitten daar, ook door toedoen van Nederland, bepaalde garanties op onafhankelijkheid aan vast, zoals bijvoorbeeld de Europese ombudsman voorstelt? In Nederland geven we ook subsidies in de rijksbegroting, maar ze moeten niet de objectiviteit raken en ze mogen ook gegeven worden aan mensen die het niet honderd procent eens zijn met wat de Unie doet.

Minister Rutte:
O ja?

De heer Omtzigt (CDA):
Ja. Dat is best wel belangrijk. Dat is de essentie. Anders moet u in Noord-Korea of China gaan werken.

De voorzitter:
Dank u wel.

De heer Omtzigt (CDA):
Tot slot, voorzitter. Nog één ding. Dat rechtsstatelijkheidsmechanisme is ontzettend belangrijk; handhaaf het.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Omtzigt. O, de heer Van Ojik heeft een vraag.

De heer Omtzigt (CDA):
Ja, ik ben er nog wel even.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Ja, voorzitter, ik heb er nog een paar, dus ik dacht ...

De voorzitter:
Nou, een paar? Even kijken.

De heer Omtzigt (CDA):
Komt u maar.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Toch?

De heer Omtzigt (CDA):
Ja, hoor.

De voorzitter:
U heeft er nog twee.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Kijk, een paar. Ik zei het al.

De voorzitter:
Die heeft u opgespaard voor de heer Omtzigt.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Zeker. Ik weet ook dat dat nu de moeite waard wordt. Iedereen die die onderhandelingen volgt, zegt: er zou wel eens een afruil kunnen gaan plaatsvinden tussen modernisering en de hoogte van de afdracht. Nederland zegt: wij willen dat allebei; wij willen een lagere afdracht én modernisering. Maar er is bijna niemand die gelooft dat dat eruit kan komen. Ik zou de heer Omtzigt het volgende willen vragen. Als hij moet kiezen, misschien nog niet nu, maar de volgende keer — daar heeft hij vast al wel over nagedacht — wat kiest hij dan, modernisering of een lagere afdracht?

De heer Omtzigt (CDA):
Ik kies voor een moderne begroting en een niet stijgende afdracht. Laat ik hier maar gewoon heel eerlijk zijn: zelfs de partijen die ervoor zijn, zitten niet te denken dat de afdracht netto naar beneden zal gaan. We willen hem graag constant houden. We dragen netto bij aan Europa. Dat kan omdat wij iets rijker zijn dan gemiddeld in Europa. Maar we hoeven niet veel meer bij te gaan dragen. Er is hier ook nog een misverstand. Het is misschien wel goed om dat op te ruimen. Dat is dat er in het huidige voorstel geen modernisering zou plaatsvinden. Zelfs in het voorstel dat de heer Michel doet, stijgen de uitgaven voor migratie met meer dan 100%. Ik weet dat een aantal mensen willen dat dat nog meer is, maar kom er bij mij niet mee aan dat de prioriteiten die benoemd worden, gekort worden. Ze worden gekort ten opzichte van eerdere voorstellen, maar ten opzichte van het huidige beleid worden ze verdubbeld. Komt u er bij mij dus niet mee aan dat er niks gebeurt.

De voorzitter:
De heer Van Ojik, tot slot.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Van dat voorbeeld ben ik eerlijk gezegd niet zo heel erg onder de indruk.

De heer Omtzigt (CDA):
Dat snap ik.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Ik geloof dat het in het voorstel van de heer Michel nu uiteindelijk om 25 miljard gaat, zeg ik uit mijn hoofd.

De heer Omtzigt (CDA):
22 miljard.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Dat is op een begroting van 1.000 of 1.100 miljard. Als we het over modernisering hebben, dan kijken we naar de landbouwuitgaven en naar de uitgaven voor cohesie. Ik hoop dat de heer Omtzigt dat met mij eens is. Het zou dus weleens kunnen, sterker nog, iedereen acht het zeer waarschijnlijk, dat er straks een uitruil plaatsvindt tussen de afdracht en die modernisering. Dan heb ik het echt over die grote posten, zeg ik tegen de heer Omtzigt, en niet over die 25 miljard voor migratie; hoeveel dat ook is, het is relatief weinig. Ik vraag het de heer Omtzigt nog een keer, want hij zegt: ik wil het allebei. Ja, ik wil ook altijd alles tegelijk, maar ik heb geleerd dat dat niet altijd kan in het leven. Stel dat de heer Omtzigt straks moet gaan kiezen — en ik voorspel dat hij moet gaan kiezen — wat kiest hij dan?

De heer Omtzigt (CDA):
27 landen zullen samen moeten kiezen. Dat is verrekte lastig. Maar er wordt hier gesuggereerd dat de enige beleidsterreinen van Europa klimaat, veiligheid en migratie zouden zijn. De reden dat wij hier niet spreken over landbouw is dat de voedselvoorziening in Europa van een buitengewoon hoog niveau is en op dit moment geen problemen geeft. De reden waarom een aantal landen harder aan cohesiegelden trekt dan wij leuk vinden, is dat de jeugdwerkloosheid in Spanje na vijf jaar economische groei nog steeds 30% is, en dat een aantal van die landen met redenen omkleed zegt: wij hebben hier een aantal regionale problemen die het welzijn van onze burgers rechtstreeks raken. Dus de suggestie over al die fondsen alsof het allemaal onzin is wat daar gebeurt, werp ik even ver van mij. Er lijkt toch een beetje het idee te bestaan dat alles wat we aan cohesie doen altijd fout is of dat alles wat we aan landbouw doen altijd fout is. Maar de leefbaarheid van het platteland en de voedselvoorziening zijn soms nog belangrijker dan een aantal van die andere dingen, want zonder die zaken zouden we dit hele debat niet hebben. Ik hoop dus dat er een evenwichtig voorstel uit komt. Dat is het lot van een middenpartij: je noemt iets evenwichtig en dan denkt men dat het nergens over gaat. Maar het betekent dat er én aandacht voor een goede grensbewaking én aandacht voor een goede voedselvoorziening en een leefbaar platteland moet zijn. Beide zijn belangrijk.

De voorzitter:
Goed. Mevrouw Leijten, dit wordt uw vijfde vraag en de heer Anne Mulder moet nog.

De heer Omtzigt (CDA):
Ja, bewaar het eens voor Anne!

Mevrouw Leijten (SP):
In het schriftelijke overleg dat we vorige week hebben gevoerd in voorbereiding op de voorbereidende vergadering van de ministers van Buitenlandse Zaken op deze Europese top vroeg de CDA-fractie om de bevestiging dat er geen stijging zit in de nettobetalersfunctie. Akkoord. Maar ze wil ook eerst de aanpassingen in het gemeenschappelijk landbouwbeleid en de cohesiefondsen zien voordat er ingestemd mag worden door de regering. Hoe ziet ze dat precies voor zich?

De heer Omtzigt (CDA):
Ik moet zeggen dat ik best weleens kritiek heb op brieven die we van de regering krijgen waar niet zo heel veel in staat, vaker dan de regering lief is. Maar laat ik zeggen dat ik de brief die wij gister kregen over de inzet voor de Europese top, buitengewoon helder vond. Daarin werd voor één keer heel duidelijk aangegeven waar de grenzen van Nederland liggen. Met die inzet kan mijn fractie heel prima leven.

Mevrouw Leijten (SP):
Dit gebeurde de heer Van Ojik net ook al. Hij stelde gewoon een vraag en toen werd er gedaan alsof iedereen tegen alles rond cohesie en landbouw zou zijn. Nu stel ik een vraag over iets wat de CDA-fractie heeft gezegd en dan gaat het opeens over een brief van de regering. Ik stel de vraag wat de CDA-fractie daarmee bedoelt. Waarom wil de CDA-fractie eerst de compromissen zien rond het gemeenschappelijk landbouwbeleid en de cohesiefondsen voordat ze kan instemmen met het eindresultaat?

De heer Omtzigt (CDA):
Wij willen dat zien. Het is wat ons betreft goed in de brief verwoord. Als de regering zich daaraan houdt, dan mag zij wat ons betreft instemmen met een deal, maar die willen wij wel zien. Als de regering daar fors buiten komt, dan zal ze opnieuw naar de Kamer terug moeten komen. Maar zij heeft zichzelf een mandaat gegeven, waar wij goed mee kunnen instemmen. Waarom? Dat is heel simpel. Die brief is gekomen nadat we deze vraag gesteld hebben. Wij wilden een duidelijke reactie hebben van de regering op die onderhandelingsbox. Daar gaan wij over.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Omtzigt. Nee, mevrouw Leijten, ik geef u niet meer het woord. Het spijt me, mevrouw Leijten, maar als ik weer een vraag toelaat, dan moet ik dat bij elf woordvoerders doen. We hebben daar afspraken over gemaakt. Dan is nu het woord aan mevrouw Ouwehand namens de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Meneer Omtzigt, of u mevrouw Leijten zo direct nog even antwoord wilt geven. Dat komt vast goed.

Voorzitter. Een buitengewone Europese top over twee dagen, waar de minister-president namens Nederland heen gaat. Dat schikt, want het zijn volgens mij buitengewone tijden. De Europese Commissie heeft mooie sier gemaakt met een Green Deal, maar de inkt was nog niet droog of diezelfde Europese Commissie zei: maar we willen wel heel graag toch dat handelsverdrag met de Verenigde Staten, die niet meer meedoen aan het klimaatakkoord van Parijs. Landbouw zou er niet in zitten, maar de Commissaris heeft een trucje verzonnen om landbouw toch in dat verdrag te fietsen.

De Partij voor de Dieren is daar verbaasd over, zeker over de kabinetsreactie op de Green Deal die we nu officieel hebben. We lezen dat het kabinet schrijft: "Het kabinet verwelkomt deze brede en ambitieuze aanpak die goed aansluit bij de inzet van het kabinet voor toekomstig EU-beleid zoals omschreven in de Staat van de Unie. Het kabinet heeft zich hier de afgelopen maanden voor ingezet. De Green Deal lijkt op hoofdlijnen goed aan te sluiten bij het nationale klimaatakkoord, bij de inzet van het kabinet voor een circulaire economie, het beschermen van lucht- en waterkwaliteit, de ingezette transitie naar kringlooplandbouw en het versterken van biodiversiteit." Ik begrijp dat niet helemaal. Kan de minister-president nou eens duidelijk maken hoe groot die kringloop precies is in de definitie van het kabinet? Want als je vrijhandelsdeals sluit met Brazilië, de Verenigde Staten, Canada en Thailand zie je dus de hele wereld als de kringloop en verandert er helemaal niets aan het landbouwbeleid.

Ik heb de minister-president eerder al gevraagd of hij met de boeren die hij de hele tijd spreekt in het kader van de stikstofcrisis, ook wel van gedachten wisselt over wat zij van dit alles vinden. De Nederlandse landbouw moet veranderen, als het aan het kabinet ligt. Het wordt kringlooplandbouw, maar we weten nog niet precies hoe het kabinet dat voor zich ziet. Verder moeten de boeren zich aanpassen, omdat het stikstofbeleid van de regering eindelijk en gelukkig onderuit is gehaald. Maar tegelijkertijd zet de Europese Unie, met steun van de Nederlandse regering, haar grenzen open voor producten die ver beneden Europese normen zijn geproduceerd. Over CETA hebben we helaas een bedroevende stemming gezien vandaag in de Tweede Kamer, maar we hebben hoop op de Eerste Kamer. Mercosur staat nog voor de deur. En dan hebben we Thailand nog niet gehad. Wat zeiden de boeren eigenlijk in de gesprekken die de minister-president met hen voerde over die vrijhandelsverdragen?

Hoe zit het eigenlijk met de landbouwsubsidies? We spreken vandaag ook over het Meerjarig Financieel Kader, zoals dat heet, ofwel: wat gaat er de komende zeven jaar aan Europees geld doorheen? 365 miljard aan landbouwsubsidies die voor een belangrijk deel neerslaan in de melkveehouderij, waarmee je dus je eigen stikstofcrisis financiert. Ik weet het niet, maar ik heb het kabinet daar eigenlijk nog geen bezwaar tegen zien maken. Waar gaat het dan precies heen met de transitie van de landbouw? Hoe sluit die Green Deal aan bij de ambities van het kabinet voor het versterken van de biodiversiteit?

Voorzitter. De Partij voor de Dieren is voor Europese samenwerking, maar zolang de Europese Unie grote democratische gebreken vertoont en altijd het neoliberale winstdenken boven belangrijke waarden zet — zoals: wat betekent dit voor mensen?; kan iedereen deze ontwikkelingen meemaken?; denken we niet alleen maar in kille winners- en verliezersplaatjes, maar kijken we ook of de mensen er beter van worden?; helpt het onze natuur?; maakt het onze landbouw sterker?; beschermen we onze boeren? — dan is zo'n Europese Unie een Unie met twee gezichten. En het lelijkste gezicht wint.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Ouwehand. Dan geef ik nu het woord aan de heer Anne Mulder namens de VVD.

De heer Anne Mulder (VVD):
Voorzitter, dank. Allereerst zou ik graag de minister-president en de ambtenaren willen danken voor het vele werk dat ze dit weekend hebben verricht. Want we kregen vrijdag — althans, dat kregen we niet, het was gelekt — het voorstel van de heer Michel en afgelopen maandagochtend vonden we al een kabinetsappreciatie. Dat betekent dat een aantal mensen hard heeft doorgewerkt dit weekend. Dank daarvoor.

Voorzitter. De Europese Unie moet de grote grensoverschrijdende problemen oplossen, problemen die landen niet zelf kunnen oplossen. Daar moet het Europese geld naartoe. Een begroting betekent keuzes maken. Als je extra geld wilt uitgeven, moet je ook laten zien waar je het vandaan wilt halen, waarop je wilt bezuinigen. In Nederland hebben we die traditie, ook in deze Kamer. Als je extra geld wilt uitgeven, is het een goed gebruik dat je daar een dekking bij zoekt. Ook in de aanloop naar verkiezingen doen we dat. De uitgaven op de rijksbegroting worden tegen het licht gehouden. Dat noemen we heroverwegingsonderzoeken. Vervolgens kunnen partijen kiezen waarop ze willen bezuinigen en waaraan ze extra geld willen uitgeven.

Helaas doet de Europese Unie dat niet in die mate. Je kunt je van een aantal spending reviews afvragen wat de kwaliteit daarvan is. Het is jammer dat de Europese Unie dat niet doet. Dat maakt ook dat het gezag van de begroting die voorligt, tamelijk laag is. De Europese Rekenkamer — collega Van der Graaf zei daar ook iets van — is ook kritisch op de begroting: geld op zoek naar een project in plaats van een project op zoek naar geld. We kennen de beelden van die lege havens. Normaal moeten er in havens boten aanmeren, maar vaak worden havens gebruikt en aangelegd als werkgelegenheidsproject. We kennen in Hongarije een voetbalstadion in de geboorteplaats van de heer Orbán. Daar rijdt een trein waar verder niemand in zit. Dat zijn de beelden die Nederlanders zien. Het zou goed zijn als de Europese Commissie daar wat aan had gedaan en daar ook wat aan gaat doen.

Ik zei al: de Europese begroting, het geld, moet gaan naar de grote grensoverschrijdende problemen. Ze zijn hier al genoemd: veiligheid, migratie, klimaat. En voor een deel gebeurt dat ook in de voorliggende begroting van de heer Michel. Maar wat zie je? Een aantal lidstaten gaat daar toch niet in mee. Die kijken naar: wat heb ik nu en wat wil ik houden? Zie bijvoorbeeld die bijeenkomst van de vijftien — wat men vriendelijk noemt — "Vrienden van Cohesie". Die vliegen met zijn allen naar Portugal. Het thema van die vergadering is: hoe houd ik wat ik heb? De Europese Unie als melkkoe. Het is ontzettend jammer dat deze landen de Europese Unie zien als een melkkoe en niet willen kijken naar de grote uitdagingen.

Het kabinet heeft geprobeerd er wat aan te doen, in 2016 met minister Dijsselbloem en minister Koenders. Nederland was toen voorzitter. Ze hebben alle mensen naar Amsterdam gehaald: laten we nou eens uit dat loopgraafje komen, uit die schuttersput van het nettobetalersinstinct. Dat werd gepoogd in een aantal bijeenkomsten. Ik moet zeggen dat dat helaas niet is gelukt. En als het dan zo is, dat de Europese Unie haar eigen uitgaven doorlicht, als het zo is dat allerlei landen, vijftien landen, naar de gevestigde belangen kijken, als je ziet dat de Raadsvoorzitter Charles Michel niet kiest maar stapelt, dan is het heel goed te begrijpen dat het Nederlandse kabinet zegt: laten we de nul houden. Dat sluit ook aan bij de gevoelens van een meerderheid van de Nederlandse bevolking over de begroting. Mevrouw Leijten zei het, geloof ik, al: twee derde van de Nederlanders wil niet dat er extra geld gaat naar de Europese Unie. Nou, doe dat dan ook niet, want daarmee raak je aan de steun onder de bevolking voor de Europese Unie. Dus de VVD begrijpt de strategie van het kabinet. We hebben ook gezien dat het kabinet bondgenoten zoekt, gisteren in een goedgeschreven artikel in The Financial Times: Zweden, Denemarken, de premier en de Oostenrijkse kanselier. Heel goed, zoek bondgenoten.

Twee vragen nog aan de minister. Wat zijn nou zijn verwachtingen van de komende dagen? Ik heb begrepen dat hij extra overhemden mee moet nemen, misschien ook wel paracetamol, ik weet het niet. Komt er deze week een akkoord? En als dat niet het geval is, wat zijn daar dan de gevolgen van?

Dank u, mevrouw de voorzitter.

De voorzitter:
Nog een laatste vraag van de heer Tony van Dijck.

De heer Tony van Dijck (PVV):
De laatste vraag heb ik opgespaard.

De voorzitter:
Ja, voor de heer Anne Mulder.

De heer Tony van Dijck (PVV):
Het is namelijk zo dat Nederland dit jaar 8 miljard betaalt aan de Europese Unie. U zegt net zelf dat er zestien landen zijn die de Europese Unie zien als melkkoe. Die willen dat zo houden. Door aan deze minister-president de inzet mee te geven van "probeer de nullijn vast te houden", houd je dus aan die melkkoe vast, want dan blijft de Europese Unie een melkkoe voor die zestien landen. Er zat dan misschien zelfs meer melk in, maar nog steeds is het een melkkoe. Dus u zegt eigenlijk: we laten ons gewoon voor de komende zeven jaar elk jaar 8 tot 10 miljard afhandig maken door zestien landen die ons zien als melkkoe. Dat is wat u voorstelt, en daar bent u tevreden mee.

De heer Anne Mulder (VVD):
Nou, even de getallen precies. De heer Van Dijck heeft gelijk: Nederland betaalt 8 miljard en krijgt daar inderdaad 2,5 miljard voor terug, dus die nettopositie is niet 8 miljard maar 5,5 miljard. Ik denk dat dat goed is. Wij zijn een relatief welvarend land, dus wij kunnen iets meer betalen. We hebben landen erbij gekregen uit het voormalige Warschaupact. Die moeten van ver komen, en dan begrijp ik dat je die wilt steunen. Er zijn ook hele goede voorbeelden van hoe dat geld is uitgegeven, want het is niet alleen maar kommer en kwel. Kijk naar de Baltische railroad, zoals die heet, die verbindt Estland, Letland en Litouwen. Terwijl de verbindingen vroeger met Moskou waren, zijn deze landen nu met elkaar verbonden, en ze maken een economische groei door die heel goed is. Dit soort geld is prima besteed. Dus we kunnen ze helpen, want die landen komen van ver. Maar het moet niet te gek worden. Vandaar dat mijn fractie zegt: houd de nul, en zorg ook voor nieuwe prioriteiten, veiligheid, migratie, klimaat.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Anne Mulder. Ik geef tot slot het woord aan de heer Baudet, namens Forum voor Democratie.

De heer Baudet (FvD):
Voorzitter. Nederlanders betalen op dit moment ongeveer €1.000 per huishouden per jaar aan de Europese Unie. Daarmee zijn we de grootste nettobetaler van alle lidstaten van de Europese Unie en alle ingezetenen van de Europese Unie. Nederlanders betalen veruit het meest en de Europese Unie wil nu dat dat bedrag vanaf volgend jaar met ruim 60% gaat stijgen. Dus ruim €1.600 per huishouden per jaar moeten we gaan betalen. Van €1.000 per jaar naar €1.600 per jaar, terwijl wat de meeste mensen willen, toegang tot de Europese markten, maar een fractie daarvan hoeft te kosten. Noorwegen, Zwitserland en IJsland betalen per jaar gemiddeld zo'n €50 per huishouden. Daarmee hebben ze alle voordelen die wij ook genieten maar dus niet al die kosten, al die immigratie, al die inflatie die het gevolg is van de dramatische euromunt en al die regeltjes. Ook zij hebben gewoon toegang tot de Europese markten. Ook zij kunnen gewoon handelen met hun buurlanden, zoals ook talloze andere landen in de wereld met ons kunnen handelen. Heb je wel eens gekeken naar je iPhone? Daar staat achterop: ontwikkeld in de Verenigde Staten, gemaakt in China. Met de Verenigde Staten hebben wij geen Europese Unie en zelfs geen handelsverdrag en met China hebben we geen Europese Unie en geen handelsverdrag, en toch hebben we allemaal een iPhone. We kunnen gewoon handelen.

Dus waar gaat al dat geld van de Europese Unie dan naartoe? Niet naar de Europese markt, want dat kost, zoals gezegd, maar zo'n €50 maximaal per huishouden per jaar. €1.550 per huishouden per jaar gaat vanuit Nederland straks naar het optuigen van al die attributen van statelijkheid die de Europese Unie naar zich toe trekt. De Europese Unie wil namelijk helemaal geen handelsverbond zijn, heeft dat ook nooit willen zijn en zal dat nooit zijn. De Europese Unie is nooit op een of andere manier opgezet om handel te faciliteren tussen de lidstaten. De Europese Unie is opgezet en bedacht vanuit de ambitie om een federale, dat wil dus zeggen, centrale staat op het Europese continent te installeren. En dat is via een soort handelsdekmantel gegaan, maar dat is nooit de bedoeling geweest. Het is nooit de ambitie geweest om gewoon handel te faciliteren. Daar is het nooit om begonnen. Dat is helemaal het doel niet van de EU.

Degenen die dat tegen beter weten in nog steeds op die manier verdedigen, begrijpen het gewoon echt niet. De Europese Unie is een staat in wording. Al dat geld gaat naar de wording van die staat. Dus naar het regelen van buitenlandse politiek. Naar het opzetten van veerdiensten om immigranten vanuit Afrika over te zetten naar Europa om de nationale identiteit te verzwakken zodat er geen nationale staten meer zullen zijn. Naar het bouwen van windturbines en naar het neerzetten van zonneakkers, want de Green Deal van Timmermans moet doorgevoerd en betaald worden. Naar een Europees Openbaar Ministerie met Europese politiemannen, Europese uniformen, Europese soldaten, Europese vlaggen en volksliederen, Europese propaganda, Europese schoolagenda's en Europese opleidingsinstituten. In totaal alleen vanuit Nederland gaat het om 13 miljard per jaar. Dat is dus €1.550 per huishouden per jaar, terwijl alleen die markt maar maximaal €400 per huishouden per jaar kost.

De vraag is dus: willen we dat? Willen we dat anonieme Europese bureaucraten via allerlei regeltjes en beleid geleidelijk aan de politieke macht over ons land krijgen? Of willen we liever onze eigen democratie hebben en die 1.300 miljoen per jaar ...

De voorzitter:
Miljard.

De heer Baudet (FvD):
1.300 miljoen is inderdaad 13 miljard.

Of willen we die 1.300 miljoen per jaar liever uitgeven aan bijvoorbeeld zorg, onderwijs, veiligheid, woningbouw of infrastructuur? Ik denk: het laatste. Ik denk dat wij in Nederland gewoon handel willen drijven, en dat kost dus €50 per huishouden per jaar, en dat wij die €1.550 per huishouden per jaar, dat wil dus zeggen 1.300 miljoen per jaar, willen uitgeven aan bescherming van onze democratie en investeringen in onze publieke sector.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Baudet.

De heer Baudet (FvD):
Dit kabinet moet het Nederlandse belang vooropstellen. Rutte mag niet akkoord gaan met deze begroting. In de tweede termijn zullen wij een motie indienen waarin wij hem oproepen zijn veto te gebruiken en nee te zeggen tegen deze verdere uitbreiding van de macht van Brussel.

Dank u wel, mevrouw de voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik wil u verzoeken om u volgende keer wel aan de spreektijden te houden.

De heer Baudet (FvD):
Als Rutte zich houdt aan de begroting, vind ik dat goed.

De voorzitter:
Nee, daar ga ik niet over; ik ga alleen over de orde van de vergadering.

Meneer Jetten?

De heer Jetten (D66):
De heer Baudet roept de premier op om zijn veto te gebruiken. Maar realiseert de heer Baudet zich wat het gevolg is, als we de begroting vetoën en uiteindelijk niet tot een ander onderhandelingsresultaat komen? Dat betekent het einde van de Nederlandse korting. Daarmee wordt het nog een hogere bijdrage aan Europa. De inzet van het veto is precies niet wat de heer Baudet zou moeten willen.

De heer Baudet (FvD):
Ik denk daar anders over. Ik denk dat het ontzettend belangrijk is dat wij als grootste nettobetaler laten merken aan de Europese Unie dat het eens afgelopen moet zijn met het kaalplukken van Nederland. Wij hebben ontzettend veel van onze eigen macht en onze eigen welvaart zien verdampen aan dat instituut, terwijl wij in Nederland — ik heb het ook in mijn speech proberen aan te geven — gewoon handel willen drijven met onze omgeving en op een leuke en normale manier met onze buren willen omgaan. Daar is het om te doen geweest. Dat is wat mensen wilden. Wat ze kregen, was iets heel anders. Dat is een machtsfantasie. Van Napoleon tot Hitler tot wat je nu hebt in de EU: altijd maar die poging om die Europese landen onder centraal gezag te brengen. En het werkt niet. Het werkt niet, het heeft nooit gewerkt en het gaat nooit werken. Wij moeten nu met de vuist op tafel slaan en zeggen: nee, we doen het niet meer.

De heer Asscher (PvdA):
Ik luister heel goed naar het betoog van de heer Baudet. Hij geeft eigenlijk aan dat er een soort complot is. Er wordt gedaan alsof we handel willen drijven, maar in feite is men vanaf het begin af aan bezig met een Hitlerachtige fantasie om een staat op te richten.

De heer Baudet (FvD):
Zeker.

De heer Asscher (PvdA):
Hij zegt daarbij dat immigranten hiernaartoe worden gehaald om onze identiteit te verzwakken. Wie zitten er volgens hem dan achter dat complot?

De heer Baudet (FvD):
De mensen die een voorstander zijn van de Europese Unie. Kijk, er is een enorm complot rondom de term "complot" opgetuigd. Dat is heel interessant. Het komt misschien een beetje door de semantische meerduidigheid van dat woord, maar men is dit gewoon van plan. Dat valt heel simpel terug te vinden in de officiële geschriften van de Europese Unie. Dus als de heer Asscher met zijn interventie bedoelt te vragen of ik denk dat er een parallel systeem is van andere documenten en afspraken die wij niet kennen en die haaks zouden staan op wat er in openbare documenten beschikbaar is, dan zeg ik: nee, het interessante aan de Europese samenzwering en aan die grandioze onderneming om de Europese natiestaten stuk te maken, is dat het in alle openheid gebeurd is. Natuurlijk heb je allerlei min of meer oppervlakkige politieke leiders op nationaal niveau, die dan zeggen dat de Europese Unie nooit een staat wordt en zo. Maar goed, dat zijn de nuttige idioten van het project. Maar de pausen van de EU, de echte machthebbers, van Robert Schuman tot Jean Monnet tot Jacques Delors enzovoorts, en de presidenten van het Europese Hof van Justitie in Luxemburg, al dat soort mensen, zijn altijd volstrekt helder geweest over de doelstellingen van het project.

Als je naar Rome gaat, naar het Capitool, dan zie je daar de trappen en het prachtige standbeeld van Marcus Aurelius. Daarachter, bij het Capitolijns museum, kun je een gedenksteen uit 1957 terugvinden: "Hier hebben de Europese natiën besloten om zich te verenigen in een politieke unie in wording". Daarna, een jaar of vijftig later, toen de Europese grondwet werd opgesteld, die uiteindelijk in die referenda is afgestemd en die het Verdrag van Lissabon is geworden, hebben ze een tweede gedenksteen gemaakt: "Hier is het dan toch tot een imperiale unie gekomen". Uiteindelijk hebben ze die gedenksteen een beetje weggemoffeld, want het is afgestemd. Maar dat is gewoon het doel geweest. Dat is waar ze mee bezig zijn.

De voorzitter:
De heer Asscher.

De heer Baudet (FvD):
Ik heb met mensen als Rob Jetten — denk ook aan Verhofstadt en dat soort mensen — niet ontzettend veel uit te staan. Hij is gewoon eerlijk: hij wil een United States of Europe. Prima. Daar kun je voor of tegen zijn. Ik zou dan zeggen: leg het aan de bevolking voor en hou een referendum. Mensen zeggen dan ja of nee, klaar. Ik heb een probleem met dat doen alsof. "We zitten in de EU vanwege handel". Flauwekul! Totale quatsch! "We hebben de euro om handel te faciliteren". Bullshit! "We hebben open grenzen omdat we dan niet met vrachtwagens …". Dat heeft er helemaal niets mee te maken. Het is gewoon een politiek project …

De voorzitter:
Goed. Ik ga …

De heer Baudet (FvD):
… om de bevolkingen van Europa tot één amalgaam te maken …

De voorzitter:
Oké. Dat heeft u duidelijk gemaakt.

De heer Baudet (FvD):
… en daar centrale machtsuitoefening over te realiseren. Daar gaat het om. Zeg dat dan ook gewoon!

De voorzitter:
Rustig, meneer Baudet. De heer Asscher, tot slot.

De heer Asscher (PvdA):
Ik heb er helemaal geen moeite mee als er verschillend wordt gedacht over in hoeverre je in Europa moet samenwerken en in hoeverre er naast handel ook meer politieke samenwerking moet zijn. Ik denk dat de heer Baudet op zichzelf gelijk heeft dat de geschiedenis van oorlog op dit continent een van de redenen is om te komen tot de Europese Unie en dat een van de redenen dat we dit jaar stilstaan bij 75 jaar vrijheid en veiligheid gelegen is in de Europese Unie. Het is dus inderdaad meer dan alleen handel. Dat wil niet zeggen dat er sprake is van een geheim complot. Ik kom naar voren omdat de heer Baudet in zijn opsomming van grieven eigenlijk zegt dat er een complot bezig is om immigranten hiernaartoe te halen om onze identiteit te verzwakken. Als je zoiets stelt, moet je dat bewijzen, vind ik. Mijn vraag is of de heer Baudet zich ervan bewust is — ik vermoed van wel, maar dan zou het wel zo eerlijk zijn als hij getuigt van eerlijkheid, waar hij voor pleit — dat hij hiermee een extreemrechtse of radicaal-rechtse theorie aan het verspreiden, aan het witwassen is in deze vergaderzaal. Dat mag hij doen. Ik zal zijn recht verdedigen om dat soort standpunten hier, in een democratie, te huldigen. Maar ook dan zou het passen als hij het niet in een soort feitelijkheid zou omkleden, maar als hij aangeeft: dit is een complottheorie waar ik, Thierry Baudet, in geloof en waar ik jullie bang voor wil maken. Maar hij weet ook wel dat de werkelijkheid anders is.

De heer Baudet (FvD):
Ik geloof dat ik net precies dezelfde vraag heb gekregen en dat ik daar al op geantwoord heb. Het woord "complottheorie" is blijkbaar semantisch meerduidig. Dat wil dus het volgende zeggen. Een complot is een plan. Men heeft een plan. De heer Asscher komt met het woord "complot". Ik heb niet gezegd "geheim". Ik heb dat nadrukkelijk weersproken. Het is niet geheim; het is in alle officiële documenten van de Europese Unie te vinden. Ik dacht dat ik het allemaal gezegd had, maar blijkbaar moet ik het nog een keer zeggen: er is absoluut geen sprake van een parallel systeem van geheime documenten die haaks zouden staan op de officiële documenten. Integendeel. Het interessante aan het Europese project is nu juist dat het van het begin af aan in de officiële documenten eerlijk is geweest over de bedoeling. Alleen, je hebt dus allerlei nuttige idioten op nationaal niveau die verkondigen dat de Europese Unie geen staat aan het worden is: "Gaan we niet doen! U heeft helemaal niet bang te zijn, want dat gaat nooit gebeuren." Flauwekul, flauwekul. Dat gaat wel gebeuren, en dat gebeurt nu.

Over het punt van de immigratie. Wolfgang Schäuble heeft in de FAZ, de Frankfurter Allgemeine Zeitung, gezegd: "als wij ons niet vermengen als Europeanen, vallen we ten prooi aan incest". Dat heeft hij letterlijk gezegd. Dat is een citaat. Frans Timmermans heeft het ook gezegd, in dat geaffecteerde quasiaccent van hem: "the future will be diversity". Dat heeft hij gewoon gezegd. Ze zeggen het, en ze willen het. Dat is het doel. Het doel is multiculturalisme. Het doel is het verzwakken van de Europese, traditionele identiteiten.

Dat is de officiële ideologie van de EU. Het heeft helemaal niets te maken met — wat de heer Asscher mij in de mond legt — een geheime complottheorie. Het is een plan. Dít is wat zij willen. En dat komt inderdaad voor een deel vanuit die mislezing van de Europese geschiedenis. Dus een aantal mensen die hier een voorstander van zijn, hebben tragisch genoeg de verkeerde conclusies getrokken uit de Tweede Wereldoorlog. Want dat ging helemaal niet over nationalisme. Het ging over fascisme en nationaalsocialisme. Ze waren bezig met Europese eenmaking. Het waren imperialistische ideologieën. Dat is wat Mussolini wilde. Dat is wat Hitler wilde. We hebben de verkeerde conclusie getrokken uit de Europese geschiedenis. Juist natiestaten zijn inherent vreedzaam.

De voorzitter:
Ik wil toch een einde maken aan deze…

De heer Baudet (FvD):
Want welke natiestaat zou het grondgebied van een andere natie willen veroveren? Als je een Nederlandse natiestaat wilt zijn, welk belang kun je er dan bij hebben om Denemarken erbij te trekken? Daar wonen andere mensen!

De heer Asscher (PvdA):
Voorzitter. Toch even …

De voorzitter:
Ik hoor mevrouw Leijten zeggen: we gaan tellen. Precies, dat is het punt. Dank u wel, meneer Baudet.

De heer Baudet (FvD):
Nou, gun meneer Asscher toch een respons. Ik zie hem kijken alsof hij het in Keulen heeft horen donderen.

De voorzitter:
Ik zie u ook kijken.

De heer Asscher (PvdA):
Voorzitter, ik vind het serieus. Het is allemaal tot daaraan toe. De heer Baudet gaat hier nu klagen over het geaffecteerde accent van een ambtenaar. Succes daarmee!

De voorzitter:
Meneer Asscher!

De heer Asscher (PvdA):
Maar wat er ook aan de hand is — dat moeten we in deze zaal wel degelijk benoemen — is dat hij hier een theorie staat te verkondigen die niet geheim is, maar een openlijk plan. Hij keert de hele geschiedenis van dit continent om.

De voorzitter:
Meneer Asscher!

De heer Asscher (PvdA):
Hij zegt dat fascisme niks met nationalisme te maken had. Allemaal tot je dienst, maar stop met het verkondigen van dit soort extreem- en radicaalrechtse theorieën om mensen bang te maken. Stop daar gewoon mee!

De heer Baudet (FvD):
Er is helemaal niets extreems aan. Het is een simpele uiteenzetting van wat de plannen zijn van de leidende figuren binnen de Europese Unie. Iedereen kan dat zelf nalezen in de Frankfurter Allgemeine Zeitung …

De voorzitter:
Nee.

De heer Baudet (FvD):
… of terugvinden in filmpjes van Frans Timmermans en andere mensen die ervoor pleiten …

De heer Asscher (PvdA):
Wat een onzin!

De voorzitter:
Nee, meneer Asscher. Ik zie mevrouw Leijten, ik zie de heer Omtzigt en ik heb eigenlijk tegen hen al gezegd dat ze door hun interrupties heen zijn. En dat geldt ook voor u.

Dank u wel, meneer Baudet.

Ja, de heer Omtzigt mag nog een interruptie plegen.

De heer Omtzigt (CDA):
Dank u wel, voorzitter. De heer Baudet spreekt over een Europese samenzwering. Een samenzwering of complot is volgens Van Dale een geheim plan. Hij zegt dat het een openbaar plan is. Ik zou graag van hem willen weten welk openbaar plan hij denkt dat de Europese Unie op dit moment is. Want de heer Schäuble is géén leidend figuur in de Europese Commissie, de Europese Raad of waar dan ook. Hij is een belangrijke politieke figuur in Duitsland. Maar hij heeft daar geen mening van de Duitse regering verkondigd. Dus ik vraag de heer Baudet: wat is volgens hem de samenzwering, wie heeft die onder woorden gebracht en waar is dat gebeurd?

De heer Baudet (FvD):
Ik dacht dat ik net ook al een beetje aangaf in reactie op de interruptie van Asscher dat ik de woorden "samenzwering" en "complot" wat ongemakkelijk vind. Want ze zijn semantisch meerduidig. Dat probeerde ik meerdere keren voor het voetlicht te brengen hier. Maar goed! Het gaat om een plan. Wat is de bedoeling, wat willen ze? En dat kun je terugvinden in alle officiële documenten, in alle visiedocumenten van Macron, van andere mensen. Die zeggen: "Waar gaan we naartoe? Naar een federale staat van Europa." Ik noem het Five Presidents' Report. Dat hebben we een aantal jaren geleden gehad. Dit is een consistente. Dit is niet een eenmalige opborreling van iets. Men is bezig met niets minder dan de vorming van een United States of Europe. Dát is wat ze willen. Met een leger, een buitenlands beleid, grensbewaking, één munt — nou, die is er al — Europese fiscaliteit, harmonisatie van het Europees privaatrecht. Dat is de bedoeling. En het enige wat ik zeg, is: laten we daar een keer over stemmen. Willen we dat? Of willen we gewoon handeldrijven? Dat kan ook. Dan moeten we dat doen. Maar laten we eens ophouden met de hele tijd zo verstoppertje te spelen. We zijn niet bezig met de uitbouw van een handelsverband. Dat is gewoon niet wat de Europese Unie is. Dat is gewoon niet waar men mee bezig is.

De voorzitter:
Tot slot, de heer Omtzigt.

De heer Omtzigt (CDA):
In deze versie, die niet de mijne is, zijn net alle elementen weggelaten waar de heer Asscher op dit moment bezwaar tegen maakte. Dat waren elementen over incest, elementen over rassenvermenging. Betekent dit dat de laatste versie die we kregen, de versie is die u bedoelt? Of was het de versie die ik bij de interruptie van de heer Asscher gehoord heb? Wat deze laatste versie betreft, daar snap ik van alles van. Daar hoef ik het niet mee eens te zijn. Maar die eerdere versie geeft mij een gevoel dat niet heel fijn is.

De heer Baudet (FvD):
Ja, luister eens, er worden mij nou allemaal woorden in de mond gelegd die ik helemaal niet uit mezelf heb gebruikt. Ik heb mensen geciteerd. Wolfgang Schäuble is een Duitse politicus, zoals u bekend is. Hem heb ik geciteerd. Hij heeft het in de Frankfurter Allgemeine Zeitung, een Duitse krant, gehad over "de noodzaak van voortgaande immigratie, omdat dit anders tot Europese incest zou leiden". Dat heeft hij gezegd. Dat is niet iets wat ik heb beweerd; ik heb iemand geciteerd. Dat is echt een heel erg fundamenteel verschil. Ikzelf denk dat er allerlei redenen kunnen zijn om wel of niet een bepaalde migratiepolitiek te hebben, maar ik denk dat de argumenten van de heer Schäuble daar geen onderdeel van uitmaken.

De voorzitter:
Tot slot, de heer Omtzigt.

De heer Omtzigt (CDA):
Dat heeft de heer Schäuble gezegd. Daar hebben zijn partij en ook anderen afstand van genomen. Dat is nooit, maar dan ook op geen enkel moment, door wie dan ook bij de Commissie, de Raad of wie dan ook tot Europese politiek verklaard. En dat is het rare wat de heer Baudet hier net deed. Hij noemde wat extreme uitspraken die links en rechts in Europa gedaan zijn, schreef ze toe aan de Europese Unie en zei: dat is het doel van de Europese Unie. Is wat de heer Schäuble daar gezegd heeft in ook maar één document van de Europese Unie of in één complot waar u aan denkt of ook maar één samenzwering ooit terechtgekomen, of niet? Zo niet, dan klopt het niet wat de heer Baudet net gezegd heeft.

De heer Baudet (FvD):
Ik ben ervan overtuigd dat het idee om de natiestaten te verzwakken door massale migratie, door open grenzen, maar bijvoorbeeld ook door het Comité van de Regio's dat de Europese Unie heeft en waarmee eigenlijk allerlei vormen van subnatiestaatidentiteiten worden versterkt, een vast onderdeel is van de Europese ideologie. De Europese ideologie, van de EU dus, is dat die natiestaten een historische vergissing zijn en dat die natiestaten tot oorlog leiden. Dat is allemaal heel gevaarlijk en dat moet je eigenlijk niet hebben, dus we hebben regio's en we hebben Europa. Dat is wat men gelooft. Dat wil men kracht bijzetten, omdat men ook gelooft dat die Europese Unie de eerste stap is naar eigenlijk nog een hoger stadium, namelijk wereldburgerschap. Daarom wil men ook helemaal niet serieus die migratie uit totaal andere culturen inperken. Integendeel: de Europese Unie is eigenlijk een soort immigratiemachine gebleken en de Europese Unie heeft via een pendeldienst voortdurend meer mensen naar Europa getrokken, omdat men helemaal niet gelooft dat er een structureel probleem is met immigratie.

De voorzitter:
De heer Jetten.

De heer Omtzigt (CDA):
Voorzitter, ik stelde een hele simpele vraag. Ik vroeg of de ideologie die de heer Baudet net noemde ergens ooit door de Europese Unie, ofwel in een openbaar document ofwel in een verborgen document, genoemd is. De heer Baudet heeft het namelijk een Europese samenzwering genoemd, dus het mocht ook met geheime documenten. Ik heb niet één voorbeeld gehad. Dat zegt mij voldoende. Dat is namelijk het idee dat de heer Baudet erbij heeft en dat mag, maar alles wat Schäuble zegt meteen toeschrijven aan de Europese Unie, is onzin.

De voorzitter:
Dat heeft u duidelijk gemaakt.

De heer Omtzigt (CDA):
En ook die andere quotes: dat is onzin.

De voorzitter:
Oké. De heer Jetten.

De heer Baudet (FvD):
Ik weet niet wat de heer Omtzigt dan precies onzin noemt, maar dat de Europese Unie en ook de Europese leiders deze overtuiging hebben, lijkt mij vrij eenvoudig te bewijzen.

De voorzitter:
Nee, meneer Baudet, de heer Jetten heeft het woord.

De heer Baudet (FvD):
Het lijkt mij dat iedereen dat evident kan zien. Dat is de "wir schaffen das"-mentaliteit. Dat zien we toch overal om ons heen?

De voorzitter:
De heer Jetten.

De heer Jetten (D66):
De heer Baudet zei net dat partijen geen verstoppertje moeten spelen en dat ze eerlijk moeten zijn over welke plannen ze met Europa hebben. Nou heb ik zelf de afgelopen maanden regelmatig met de heer Baudet mogen debatteren over Europa, de Europese Unie en Europese samenwerking. Daaruit trek ik de conclusie dat de heer Baudet met allemaal chique en dure woorden zelf verstoppertje aan het spelen is en dat het er uiteindelijk onder de streep op neerkomt dat hij uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens wil, dat hij uit de Europese Unie wil, dat hij uit de euro wil en dat hij uit het wereldhandelsorganisatieverdrag wil. Waarom? Omdat de heer Baudet staat voor een dominant blank Europa waar geen plek is voor mensen met een andere afkomst, een andere kleur of mensen die op een andere manier tegen de wereld aankijken. De heer Baudet wil een Nederland dat volledig voldoet aan zijn wereldbeeld en dat is een hele enge ideologie.

De heer Baudet (FvD):
Ik neem afstand van deze bizarre kenschetsing door de heer Jetten van mijn standpunt. Wij zeggen keer op keer — ik ook — dat niemand op grond van welke afkomst of afstamming dan ook op een of andere manier minder is of buitengesloten zou kunnen worden in Nederland of in Europa. Wij staan voor de gelijke rechten van iedereen en de gelijke kansen voor iedereen, ongeacht afkomst, kleur, religie of wat dan ook. Ik kan het niet vaak genoeg zeggen: ik vind het echt zo ongelofelijk triest dat blijkbaar het enige wat als argument, of als quasi-argument, als verwijt, kan worden ingebracht deze kinderachtige, kleuterachtige verwijten zijn, die nergens op gebaseerd zijn. Iedereen in Nederland die Nederlands staatsburger is en die meedoet met onze samenleving, heeft precies dezelfde rechten, precies dezelfde plichten en precies dezelfde kansen als ieder ander, en wij maken geen enkel onderscheid, op welk element van al die zaken die Jetten noemt dan ook. Dat zal ook nooit veranderen in onze partij.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Ik schors de vergadering tot kwart voor tien.

De vergadering wordt van 21.31 uur tot 21.45 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik geef de minister-president het woord.

Minister Rutte:
Voorzitter, dank u wel. Niet zo heel veel vragen, wel veel onderling debat. Ik ga een poging doen om de gestelde vragen te beantwoorden. Ik ga niet in op de vragen van de Partij voor de Dieren over de Green Deal, want daar heb ik me niet op voorbereid en er komen ook aparte debatten over. Daar ben ik meteen maar helder over. Daar heb ik gewoon nu niet alle kennis van bij me. Dat lukt dus even niet.

Wat gaan we doen als er geen akkoord wordt bereikt? Nou, ik ga me sterk maken om wel een akkoord te bereiken. Als het niet lukt, dan lukt het niet en dan moeten we later verder.

Dan was er de vraag: denk ik dat er een akkoord wordt bereikt? Ja, dat weet ik ook niet. De tegenstellingen zijn groot. De belangen zijn ook groot. De partijen liggen erg uit elkaar. Voor mij en voor het kabinet telt het eindresultaat en niet de snelheid van de onderhandelingen. Dat lijkt mij verstandig, anders kost dat meteen alweer geld.

Dan de kabinetsinzet. Die is eigenlijk helemaal precies de motie-Leijten/Bisschop, die zegt dat we ons ervoor moeten inzetten dat de omvang hooguit gelijk blijft. Nou, dat is precies wat we willen. Dat is overigens wel met inflatie en economische groei, voor de helderheid. De snelste, de makkelijkste route daarvoor is de 1% in combinatie met behoud van de huidige korting, uiteraard plus inflatie en groei, en de huidige inningskostenvergoeding voor douanerechten. Het kan ook anders, maar dit is eigenlijk het handigste. Het beste is via die 1%. Uiteindelijk is dat een route, een instrument. Het doel is dat uiteindelijk de Nederlandse afdracht gelijk blijft.

Ik vind het altijd zo onmachtig om over veto's te praten. Ik ben ervan overtuigd, met steun van de Kamer merk ik, dat wij een goed verhaal hebben voor de aanpak, dus ik wil niet speculeren over dat soort instrumenten.

Dan de vragen over belastingen. Er liggen geen voorstellen voor belastingen voor. Er wordt gesproken, ook door Kamerleden onderling, over voorstellen waar Nederland heel veel vraagtekens en problemen bij heeft, maar geen bezwaren ten fundamentele. Het gaat er dan om of je naast de bni-grondslag ook andere grondslagen kunt hebben, maar dat leidt dus niet tot blauwe enveloppen.

Eigenlijk was dat ook de vraag van de heer Van Dijck over die plasticafdracht en dat soort dingen en het ETS-voorstel. Daarmee maak je de bni-grondslag minder belangrijk en voeg je andere grondslagen toe. Dat leidt in de meeste gevallen tot een wat lagere afdracht voor Nederland, maar dat is op dit punt even niet zo belangrijk. We zijn nog steeds terughoudend bij dat soort dingen. Het zijn geen belastingen in de onderhandelingsbox van Michel.

De heer Baudet (FvD):
Ik wil de minister-president vragen of hij kan verduidelijken wat hij bedoelt met niet willen praten over een veto. Zijn verhaal zou sterk genoeg zijn. Ik begrijp niet waarom hij niet gewoon kan zeggen: als dit toch het voorstel is dat men donderdag in stemming gaat brengen, dan zal ik daar hoe dan ook niet mee akkoord gaan. Het is toch vrij eenvoudig om dat gewoon toe te zeggen?

Minister Rutte:
Ja, maar ik vind dat zo onmachtig. We hebben een coalitie met een behoorlijk aantal andere landen die het ook niet willen. Als we dan beginnen met een veto … Laten we nou gewoon even kijken of we het zonder veto kunnen doen. Dat vind ik eigenlijk sterker.

De heer Baudet (FvD):
Nee, dat is prima. Als het u lukt zonder veto, vind ik dat nog knapper.

Minister Rutte:
En voor de rest zijn het als-danvragen.

De heer Baudet (FvD):
Sorry. Ik versta het niet.

De voorzitter:
Als-danvragen.

Minister Rutte:
Het vervolg zijn als-danvragen. Wat doe je als … Ja, dan kan ik nog wel 30 varianten bedenken, maar …

De heer Baudet (FvD):
Ik niet. Eén is heel duidelijk. Het leven bestaat uit als-danvragen.

Minister Rutte:
Laat ik het zo zeggen. Als het voorstel zoals het er nu ligt, in stemming komt, dan gaan we dat niet doen. Maar dat gaat natuurlijk ook niet gebeuren.

De heer Baudet (FvD):
Nog even: dan gaan we dat niet doen.

Minister Rutte:
Dat voorstel dat er nu ligt, gaat het natuurlijk nooit worden. Daar is zo veel bezwaar tegen van zo veel landen. Dat gaat het niet worden. Maar voor Nederland geldt dat het heel erg moet veranderen. Wij willen geen stijging van onze afdracht. Dit voorstel en alles wat daarbij in de buurt komt, leidt tot een hele forse stijging van onze afdracht en dat is niet wat wij willen. Maar u vraagt nu naar een instrument dat je in een vergadering hebt, dat veto-instrument. Ik vind het nooit zo sterk om daarover te speculeren.

De heer Baudet (FvD):
Eigenlijk zegt de heer Rutte dus tegen ons als Kamer dat dat niet nodig zal zijn, maar dat hij eigenlijk al gehoord heeft — waarschijnlijk in de wandelgangen of zo — dat dit het sowieso niet gaat worden. U heeft er vertrouwen in …

Minister Rutte:
Er zit een behoorlijk gat tussen het voorstel dat er nu ligt en wat wij willen. Daartussen heb je nog allerlei momenten waarop je kan zeggen: het bevalt me nog steeds niet. Het is niet zo dat het huidige voorstel met een klein minnetje ineens past in de motie-Bisschop/Leijten. Dat is niet zo.

De heer Baudet (FvD):
Helder.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
De minister-president gaat razendsnel van start met de beantwoording. Hij zei nog eens dat het doel is dat de afdracht gelijk blijft. Nou was er nog een doel, namelijk dat de begroting er anders uit komt te zien.

Minister Rutte:
Ja, daar kom ik zo over te spreken.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
O, daar komt u nog op?

Minister Rutte:
Zeker. Absoluut. Voor alle helderheid … Wilde mevrouw Leijten eerst nog een vraag stellen over het stuk tot nu toe? Nee.

Voor alle helderheid, er zijn voor Nederland grote belangen in het spel. Ten eerste is dat de voorkoming van de afdrachtstijging en ten tweede modernisering. Daar kom ik nu op, want er zijn een aantal vragen over gesteld. Die modernisering is voor ons ook heel essentieel.

De voorzitter:
Mevrouw Leijten. Of had u nog een vraag, meneer Van Ojik?

De heer Van Ojik (GroenLinks):
De minister-president gaat hier nog een aantal vragen over beantwoorden, en het is inderdaad alweer twee maanden geleden dat we ongeveer hetzelfde debat hebben gehad. Maar de hoofdlijn van wat je overal leest en hoort en alle analyses die je ziet, is toch dat er wellicht een uitruil zal komen tussen de omvang van de begroting en het al dan niet moderniseren van de begroting. Zo'n uitruil zou tot de reële mogelijkheden behoren. Dan zal ook deze minister-president voor de vraag komen te staan of hij meer zou willen betalen voor een modernere begroting. Verschillende mensen hebben daar vanuit verschillende invalshoeken over gesproken, maar ik denk dat het voor het debat goed is als de minister-president eens op die kwestie wil ingaan. De vorige keer wilde hij dat eigenlijk niet. Toen zei hij: we hebben beide zaken als doel. Maar we zijn weer twee maanden verder en we lezen allemaal kranten. We weten allemaal hoe de vlag erbij hangt. Het zou weleens heel moeilijk kunnen worden om die doelen allebei te realiseren.

Minister Rutte:
Ja, maar dan zou ik toch een deel van het betoog van de heer Jetten willen aanhalen dat mij meer beviel dan sommige andere delen. Hij wees er terecht op dat het huidige onderhandelingsvoorstel modernisering in zich heeft. Er zit behoorlijk wat verschuiving in van oud naar nieuw, een sterke reflectie van nieuwe prioriteiten. Er zitten conditionaliteiten in, bijvoorbeeld de rule of law. Het is dus niet zo dat óf afdrachtstijging, óf modernisering niet plaatsvindt. Het is niet alleen een kwestie van meer budget. Het gaat om de kwaliteit. Het gaat om de toegevoegde waarde van de uitgaven. Ik zal mij ervoor inzetten om die modernisering waar dat kan nog aan te scherpen en in ieder geval te behouden. Dat zullen we proberen.

De voorzitter:
Gaat u verder. U had toch nog een vraag, meneer Van Ojik?

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Ik twijfel er niet aan dat de minister-president zich daarvoor inzet, maar het zou kunnen dat hij daarvoor een prijs moet betalen. Dat is nog weleens zo in onderhandelingen, dat je niet 100% je zin krijgt, maar misschien 70%. Dan zou het kunnen dat de minister-president een iets hogere afdracht voor Nederland zou moeten accepteren. Ik begrijp ook nog dat het lastig voor hem is om dat hier nu alvast weg te geven, nog voordat hij naar Brussel gaat, maar het zou toch kunnen dat dat zo is? Dan denk ik dat we als Kamer toch aan de minister-president mogen vragen of hij daar in dat geval toe bereid zou zijn, als hij daarvoor meer modernisering terug zou kunnen krijgen.

Minister Rutte:
Dat zou in strijd zijn met een Kameruitspraak, dus dat gaat natuurlijk niet. Dat is de motie-Leijten/Bisschop.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Dus het antwoord is nee?

Minister Rutte:
Ik denk dat het binnen de huidige kaders, dus ook het regeerakkoord en ook onze doorrekening, past dat wij zeggen: we zijn bereid om de inflatie en de economische groei te verdisconteren in de bijdrage aan de Europese Unie. Maar we willen eigenlijk niet verdergaan, nee. Volgens mij hoeft dat ook niet.

Mevrouw Leijten (SP):
Onderdeel van allerlei plannen die nu in het werkprogramma van de Europese Commissie zitten, zijn ook nieuwe belastingen. We hebben tot nu toe altijd de lijn gehanteerd — vanuit de Kamer, maar ook vanuit de regering — dat we dat bij unanimiteit beslissen. De staatssecretaris zei vanmiddag in de Kamer: in de toekomst begin ik bij unanimiteit en daarna kijk ik wel waar het eindigt. Is de minister-president het met mij eens dat we beginnen bij unanimiteit en dat het daar ook eindigt?

Minister Rutte:
Er is een motie-Maeijer van de PVV, en die motie is natuurlijk voor ons richtinggevend. Dat is nog een keer benoemd in de brief die Vijlbrief vandaag gestuurd heeft. Verder wachten wij de voorstellen van de Commissie af. Zo staat het ook in het BNC-fiche dat u gehad hebt.

Mevrouw Leijten (SP):
Zeker, maar er is een beetje licht met wat daarin wordt gezegd over dat die aangenomen motie van de PVV leidend is. Daarin staat: wat ons betreft is het onbespreekbaar om dat per meerderheidsbesluitvorming te doen. De staatssecretaris zegt hier: nee, we starten bij unanimiteit en dan zien we wel waar we uitkomen. Ik zou graag met de minister-president willen afspreken dat we starten bij unanimiteit en dat we daar ook eindigen.

Minister Rutte:
Er is een motie-Maeijer. Daar baseren wij ons op. Die motie zegt: je moet niet de unanimiteit opgeven over fiscale zaken. Die is met een meerderheid aangenomen. Er komen dadelijk Commissievoorstellen over allerlei kwesties. Die bezien we uiteraard in het licht van die motie. Ja, wat kun je daar verder over zeggen?

De voorzitter:
Gaat u verder.

Minister Rutte:
Dan is er de vraag van mevrouw Van der Graaf en ook de heer Van Ojik over de tweede landbouwpijler of eigenlijk pijler 2 en duurzaamheid. We moeten natuurlijk heel goed kijken hoe wij ook de vergroening en de verduurzaming daar een plek kunnen geven. Feit is dat na deze vaststelling van de hele zevenjaarsbegroting de Commissie met verordeningen gaat komen. Dan zal ook die duidelijkheid er moeten komen, dus dat gaat nu nog niet gebeuren. Volgens mij zijn we het hier wel eens over wat wij met elkaar willen bereiken, maar dat zal niet op deze top aan de orde zijn, is mijn verwachting.

Dan het rule-of-lawvoorstel en de conditionaliteit op dat punt. Ik denk dat het goed mogelijk is met wat er nu ligt. Ik moet vaststellen dat het een afzwakking is ten opzichte van het voorstel dat er eerder lag in de Finse box, maar dat dit nog steeds wel kan. Hiermee kunnen we uit de voeten, want hiermee kun je nog steeds tekortkomingen aanpakken wanneer deze een potentieel negatieve invloed hebben op de financiële belangen van de Europese Unie. Dat is eigenlijk het meest van belang. We zullen ons sterk blijven inzetten voor een sterke en effectieve rule of law. We zullen ook proberen om het weer terug te krijgen naar het niveau van het voorstel. Ik denk dat dat ook in de geest is van wat mevrouw Van der Graaf en de heer Jetten daarover zeiden, namelijk dat het weer teruggaat naar het niveau van de oorspronkelijke onderhandelingsbox. Ik kan natuurlijk niet garanderen dat het gaat lukken. Ik moet wel zeggen dat wat er nu staat niet verder moet afzwakken. Met deze vormgeving blijft het gewoon goed mogelijk om het aan te pakken, maar het zou mooi zijn als je het weer iets kunt verscherpen naar wat het was.

De heer Asscher (PvdA):
Volgens mij is het tweede waar en het eerste niet. Wat er nu ligt lijkt heel erg op de artikel 7-procedure en kan dus heel makkelijk worden gesaboteerd en getraineerd door een beperkt aantal lidstaten. Ik snap dat de premier zegt dat hij geen succes kan garanderen, maar kan hij niet gewoon duidelijk zijn: wat hier ligt is onvoldoende; dit moet veel sterker, want de rechtsstaat is in gevaar?

Minister Rutte:
Wij maken een andere taxatie. Ik denk dat wat er nu ligt echt verdergaat dan de artikel 7-procedure, ook nu het is aangepast. Maar ik ben het eens met Asscher. Ik vond het oorspronkelijke voorstel beter en ik begrijp ook niet goed waarom dat is afgezwakt in deze onderhandelingsbox. Dat ben ik met hem eens. We gaan ons best doen om dat terug te krijgen naar het niveau van de vorige onderhandelingsbox.

De heer Asscher (PvdA):
Daar ben ik blij om. Ik mag daar ook uit afleiden dat de premier niet zonder meer akkoord gaat met iets wat onder dat niveau ligt. Uiteindelijk is dit heel belangrijk, ook om corruptie aan te kunnen pakken, ook om in de toekomst, in die zeven jaar, de rechtsstaat te beschermen. Ik heb hem goed gehoord en ik ben positief over zijn benadering.

Minister Rutte:
We gaan ons daar serieus voor inspannen, maar ik heb geen garantie.

Dan is er de vraag over de bescherming … Dit is eigenlijk hetzelfde punt dat de heer Asscher ook in zijn betoog maakt. Er was nog een aparte vraag aan mij voorgelegd, maar die is denk ik daarmee beantwoord.

Dan is er nog het voorstel van de EIB voor de kapitaalverhoging. Voor mijn gevoel heeft dat niets te maken met de onderhandelingen over een Meerjarig Financieel Kader, want de EIB is niet communautair. Dat valt hier helemaal buiten, maar het zit ineens ook in deze onderhandelingsvoorstellen. Ik hoor heel goed wat de heer Omtzigt zegt over het risico van de oplopende garanties. Wij zijn überhaupt niet enthousiast over dit soort voorstellen, ook omdat ze eigenlijk buiten de orde vallen. Maar we zullen ze moeten bezien in het licht van het totaal van de garanties. Er liggen ook toetsingskaders. Ik heb hem heel goed daarover gehoord en ik deel die zorg.

Mevrouw Van der Graaf stelde een vraag over de cofinanciering van projecten. Zij zei dat er veel geld op de plank blijft liggen. Dat zegt ze terecht. Dat komt natuurlijk mede doordat er een vertraging zit tussen het moment waarop geld wordt toegezegd en wordt gecommitteerd, en het moment waarop het geld daadwerkelijk wordt uitgegeven. Het gaat hierbij vaak om meerjarige investeringsprojecten waarbij dat verschil ook enkele jaren kan zijn. En het wordt in de meeste gevallen uiteindelijk wel allemaal uitgegeven.

Die 70% uit dat Budgetary Instrument for Convergence and Competitiveness, waar de heer Omtzigt naar verwees, staat in het term sheet dat unaniem is vastgesteld in de eurogroep. Dus die blijft voor Nederland gewoon het richtsnoer bij het verder uitwerken van dat ding. Van het feit dat die passage nu is weggevallen uit de box, schrikken wij niet zo, want dit is gewoon unaniem vastgesteld in de eurogroep door de ministers van Financiën. Dus dat blijft voor ons ook het enige richtsnoer waarop wij de verdere uitwerking van dat BICC beoordelen.

De heer Bisschop had het over de externe convergentie. Ik ben het met hem eens. Wij zullen met gelijkgestemde lidstaten optrekken in de onderhandelingen om op dit punt de Nederlandse belangen zo goed mogelijk af te dekken. Er zijn ook verschillende non-papers ingediend.

Ik zie dat mevrouw Van der Graaf een vraag wil stellen, dus nou stop ik even.

De voorzitter:
Mevrouw Van der Graaf.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Ik kom toch nog even terug op de cohesiefondsen. De premier ging wel heel snel over de oorzaak heen dat het geld op de plank blijft liggen. Het gaat om 280 miljard. Dat is niet niks. Minder dan 30% van wat er op de begroting staat, wordt gewoon uitgegeven. Het is geld dat voor die cohesiefondsen bedoeld was. Zeven jaar geleden was dat precies hetzelfde. Dus waarom moet dat budget nog zo hoog zijn? Ik wil graag de inzet van dit kabinet horen. Hoe zullen deze fondsen nou worden hervormd zodat het geld sneller kan worden uitgegeven en ook beter kan worden besteed? Neemt het kabinet op dat punt de suggestie van de Europese Rekenkamer over dat je misschien naar een ander systeem moet? Daarbij deel je niet meer zomaar geld aan lidstaten toe, waarbij je zegt: zoek er maar een project bij. Je moet daarbij misschien zorgen voor meer competitie tussen landen om tot goede projecten te komen.

Minister Rutte:
Ja. En misschien moet er gewoon minder geld naar rijke landen gaan, waarbij het budget ook naar beneden gaat. Want "rondpompen" is natuurlijk wel wat er gebeurt met dat geld dat naar Groningen gaat. Ik dacht dat mevrouw Leijten daaraan refereerde. Eerst maak je het geld over en dan komt het weer terug. Waarom moeten wij geld uit die potten krijgen? Wij blijven daar natuurlijk in geïnteresseerd omdat die potten zo groot blijven, maar het liefst zou je de potten natuurlijk veel kleiner maken en het geld alleen heel gericht uitgeven. Daarmee zou je dus veel meer geld kunnen steken in modernisering, zoals innovatie en ontwikkeling. Daar krijgt Nederland weer heel veel uit terug. Dat zou veel aantrekkelijker zijn. Maar dat gaat niet gebeuren, hoor. Wat is nu grofweg de verdeling? Een derde gaat naar landbouw, een derde gaat naar cohesie- en structuurfondsen en een derde naar de rest. Dat is gewoon de verdeling van de afgelopen zeven jaar. Daarom sta ik ook helemaal niet te springen om meer geld uit te geven. Ik denk dat de meesten hier niet staan te springen om dat te doen, omdat je daar die modernisering niet wezenlijk ziet doordringen. Die modernisering is er wel en vindt ook plaats; het staat in de stukken, we gaan mainstreamen op groen en noem het maar op. Maar in de kern is het nog steeds een derde, een derde, een derde. Dat is niet veranderd. En ook de onderliggende logica onder die structuur- en cohesiefondsen verandert niet. Feit is wel dat met die vertraging in het verleden die potten steeds leeg zijn geraakt. En het is ook wel verklaarbaar dat het even duurt, omdat ze natuurlijk die cofinanciering moeten vinden. Hoe simpeler we dat kunnen maken, hoe beter, als het aan mij ligt. Het helpt daarbij al als je een rondpompmachinerie richting de rijkere landen kunt voorkomen. Dat zou echt helpen.

De voorzitter:
De heer Tony van Dijck wil een vraag stellen. Nee, mevrouw Van der Graaf wil toch nog even reageren op wat de minister-president net zei.

Minister Rutte:
Ja, ik zie haar twijfelen.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Ik wil gewoon graag weten wat nu de inzet is van het kabinet op dit vlak en bij deze top. Begroting na begroting gaat dit nu eigenlijk op dezelfde manier.

Minister Rutte:
Ja.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Als het systeem niet werkelijk verandert, gebeurt er nu weer precies hetzelfde. Daar waarschuwt de Europese Rekenkamer ook voor. Daar willen we van af.

Minister Rutte:
Onze inzet is altijd dat wij het willen hervormen. Ik denk dat Stef Blok dat gisteren bij de RAZ ook naar voren heeft gebracht. Maar ik schat ook in dat het al ingewikkeld zal worden om het bij de rule of law terug te krijgen op het niveau van de vorige negotiating box. En ik schat in dat het een hell of a job wordt om aan deze cohesiefondsen iets te veranderen, want daarbij heb je gewoon een groot aantal landen tegen je die allemaal likkebaardend staan te kijken naar die potten. Dat wordt dus gewoon heel moeilijk.

De heer Tony van Dijck (PVV):
Het is natuurlijk niet zo slim om nu te zeggen dat wij wel wat minder zouden willen uit die cohesiefondsen, want ook dat staat in de voorstellen. Het cohesiefonds blijft hetzelfde. Alleen gaat er minder naar de rijke landen en meer naar de armere landen. Dus dat miljard zijn we ook al kwijt. Maar dat was niet mijn vraag. Mijn vraag ging over de nieuwe eigen middelen. De minister-president vliegt eroverheen, onder het motto dat het geen blauwe enveloppen zijn en geen belastingen en het dus niet interessant is. Maar het is wel geld. Er staat nergens wat zo'n plastictaks of zo'n afroming van ETS-ontvangsten oplevert voor de Europese Unie of wat dat zou kunnen betekenen voor een land als Nederland. En wordt het inderdaad dan wel gekort op onze lumpsumafdracht of komt dat erbovenop? Want er staat ook in een bijzinnetje dat het niet de bedoeling is dat het te veel invloed heeft op de feitelijke nationale afdrachten. Kan de minister-president daarop inzoomen of weet hij daar nog niet genoeg van?

Minister Rutte:
We weten niet precies wat ze willen. Ik heb wel een vermoeden. Kijk, wij zeggen dat we niet enthousiast zijn over dat soort andere afdrachtgrondslagen, maar we zijn er ook niet mordicus tegen. Daar hebben we het ook al eerder met de Kamer over gehad. Of je nu de bni-sleutel gebruikt of zo'n plasticsleutel of een ETS-sleutel, daar is best nog wel een redenering voor op te hangen. Het kan in de meeste gevallen voor Nederland ook nog wel marginaal gunstiger uitpakken dan de bni-sleutel, omdat wij het vaak op die punten wat beter doen. Dan is het percentage dat je betaalt iets lager dan nu. Dus dat heeft dan vaak nog een klein financieel voordeel. Maar het hangt erg van de vormgeving af. Bij dat plastic is dat niet zo moeilijk, want dat loopt er toch wel uit na zeven jaar. Dat is natuurlijk ook het doel van zo'n eigen middel, zo'n andere grondslag. Maar bij ETS is dat volstrekt onhelder. Met het voorstel zoals dat er nu ligt, is het extreem gedimensioneerd en lijkt me dat onmogelijk. Maar goed, we moeten maar zien. Heel veel andere landen hebben er ook grote bezwaren tegen. Het is zeker niet zo dat Nederland daar alleen in staat. Maar het is niet een keihard nee, want ja, naast de bni-grondslag creëer je één of twee andere grondslagen. Het heeft voor de burger geen enkel effect. Ik bedoel, er gaat geen blauwe envelop naar ons thuis en ook niet naar Nederland. Je hebt alleen een andere titel waarop je een afdracht betaalt.

De heer Tony van Dijck (PVV):
Maar het moet wel betaald worden en uiteindelijk komt het toch op het bordje van de burger.

Minister Rutte:
Nee, want het gaat dan van de bni-sleutel af in ons model. Als het bovenop de bni-sleutel komt, gaan we het natuurlijk zeker niet doen. Het zou dan onder het plafond moeten.

De heer Tony van Dijck (PVV):
Dan moet ik dat zinnetje nog eens goed lezen.

Minister Rutte:
Nee, wat er nu staat is niet goed. Dat klopt.

De heer Tony van Dijck (PVV):
O, oké. Maar iets anders: ziet de minister-president met mij het gevaar van het toekennen van zo'n eigen middel aan de Europese Unie? Het eigen middel kan misbruikt worden. De volgende keer dat je geld nodig hebt, ga je draaien aan die knop, zoals met de perceptiekosten gebeurt. Dat ging van 30 naar 20, nu staat er 12,5 en straks is het nul. Dat is natuurlijk het gevaar van de eigen middelen. Kan de minister-president afstand nemen van de elke keer weer oppoppende belastingen, zoals de vliegtaks, de Googletaks, de financiëletransactietaks, de CCCTB en de CO2-grenstaks? Want dat zijn allemaal Europese belastingen, waarvan de Kamer heeft gezegd, via een motie van mijn hand, dat we daar niet van gediend zijn.

Minister Rutte:
Er staan geen belastingen in dit pakket voorstellen. Die staan hier niet in.

De heer Tony van Dijck (PVV):
Maar ze worden wel genoemd en ze komen elke keer terug.

Minister Rutte:
Ja, maar niet in het kader van dit MFK. We kunnen iedere keer de groeten willen doen aan de achterbannen en zeggen wat we van die belastingen vinden, maar dat weten we. Daar zijn we het vaak over eens. Dus daar zit het punt niet. Sowieso hebben we al de motie van uw partijgenoot over unanimiteit. Dus wat dat betreft hebben we het aan alle kanten dichtgeschroeid. Maar dat is hier niet aan de orde. Dit is geen belasting. Dit is een andere sleutel, een andere grondslag. Maar dan gaat het natuurlijk af van je bni-afdracht. Je gaat het niet erbovenop doen. Nee, dan gaan we het zeker niet doen.

De heer Jetten (D66):
Deze onderhandelingen zijn begonnen met een voorstel van de Europese Commissie. Daarna kwam het compromisvoorstel van het Finse voorzitterschap en nu dan de onderhandelingsbox van Charles Michel. Mijn vraag aan de minister-president is de volgende. Vindt hij dat het MFK zoals dat nu voorligt, er inhoudelijk op vooruit of achteruit is gegaan sinds de start van de onderhandelingen over het voorstel van de Europese Commissie?

Minister Rutte:
Ten opzichte van de Finse box zijn de uitgaven iets verhoogd. Dat vind ik niet goed. Er zitten ook wat andere verslechteringen in, bijvoorbeeld op het punt van rule of law. We hadden net even discussie: kan dit nog net of moet je echt terug naar het vorige? We gaan in ieder geval ons best doen om terug te gaan naar het vorige. Per saldo zitten er echt wel een aantal verslechteringen in. Ook een paar minimale verbeteringen. Ik vind die twee grondslagverbredingen naast de bni-sleutel allebei niet gelukkig, maar we zijn ook niet vreselijk hard tegen. Die plastictaks vind ik eigenlijk nog het makkelijkst te begrijpen, want die loopt ook weg, maar als je die ETS doet, moet je die wel echt heel precies vormgeven. Anders wordt dat natuurlijk een camel's nose. Die is nu wel heel overdreven vormgegeven.

De heer Jetten (D66):
Eens met de minister-president dat de rule of law is afgezwakt. Eens ook dat directe financiering met een andere grondslag kan helpen om daaruit te komen. Maar mijn vraag is of het er inhoudelijk op voor- of achteruit is gegaan. Dan kijk ik gewoon even naar de verschillen tussen het voorstel van de Commissie en het huidige voorstel van Michel: -10% op gelden voor onderzoek en innovatie, -29% op gelden voor migratie en grensbewaking en -42% op veiligheid en defensie. Dan kom ik weer terug bij mijn waarschuwing. Als we ons blindstaren op de omvang van de begroting of de Nederlandse bijdrage, dan kunnen we onze zegeningen tellen op elke euro die ervan afgaat, maar elke euro die er tot nu toe van af is gegaan, is ten koste gegaan van de Nederlandse prioriteiten, namelijk klimaat, kennis en veiligheid.

Minister Rutte:
Daar zullen we scherp op moeten zijn. Dat klopt. Tegelijkertijd was ik het ook met Jetten eens dat het niet alleen een kwestie is van: meer geld is meer modernisering.

De heer Jetten (D66):
Maar is de minister-president het dan met mij eens dat we ook het risico lopen dat we aan het eind van deze rit niet de 1% en niet de modernisering van de begroting hebben binnengehaald en daarmee eigenlijk geen enkel Nederlands belang hebben gediend?

Minister Rutte:
Die 1% is een instrument om bij het doel te komen en het doel is geen afdrachtstijging. Dat is gewoon een Kamermotie. Daarnaast is voor Nederland heel belangrijk dat die begroting moderniseert. Dus daar zetten wij op in. Daar doen wij ons best voor.

Maar luister. Toch even. Dit is een begroting waar het volgende bij speelt. We hebben brexit. Nederland wordt daar behoorlijk door geraakt. De vluchtelingencrisis in 2015, de Syrische vluchtelingenstroom, heeft de Zweden, de Duitsers en ons in overmatige mate geraakt. Dat zijn twee dingen waar we last van hebben in financiële zin. Bij brexit is dat via de handelspositie en de vluchtelingenstroom ook gewoon een post die geld kost. Dan heb je nu een feit dat deze begroting in feite grofweg nog steeds die verhouding heeft tussen de drie grote brokken: cohesie, landbouw en de rest. Dat is ook de reden waarom ik die motie echt snap die de Kamer heeft aangenomen en die vraagt: beperk het nou tot het vorige bedrag plus inflatie en groei. We zijn al een van de nettobetalers, even afhankelijk van de vraag of Duitsland nog net iets slechter is dan wij. Wij vallen allebei buiten de grafiek. Dus je kan wel zeggen "ik gooi er nog een hoop extra geld tegenaan en dan kan ik er misschien ook weer iets uithalen," maar zoals velen hier ook uiteindelijk hebben gezegd, voor ons is het belangrijkste van de Europese Unie niet de begroting. Het belangrijkste is het lidmaatschap. Dat brengt twee dingen met zich mee: het voor onze veiligheid ingebed zijn in een sterke internationale structuur en handel.

De heer Jetten (D66):
Mag ik dan concluderen dat de minister-president het volgende zegt? Ik bewaak dat we als nettobetaler niet nog schever komen te staan in die verhoudingen, maar die 1% is voor mij geen heilig getal als ik uit die onderhandelingen uiteindelijk een gemoderniseerde begroting kan slepen met aandacht voor de prioriteiten van Nederland. Dan kijk ik naar de bijdrage die Nederland daaraan levert en wil ik uiteindelijk ook een begroting van de Europese Unie die in staat is om op klimaat, kennis en veiligheid goede dingen te doen de komende zes jaar.

Minister Rutte:
Ik denk toch niet helemaal. Om te beginnen is die 1% een instrument om tot het doel te komen en dat doel is geen afdrachtstijging. Dat is gewoon een Kamermotie. Twee. Ja, mijn doel is ook modernisering. Ik denk niet dat die twee elkaar hoeven te bijten.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Ik heb een informatieve vraag aan de minister-president, want dit is een herhaling van het debat van twee maanden geleden. Laat ik het voorzichtig uitdrukken: een van de coalitiepartijen is ontevreden met de strategie van het kabinet. Twee maanden geleden zei de premier als antwoord daarop: ik wacht de voorstellen van de coalitiepartij in het overleg van de fractievoorzitters voor wijziging van het regeerakkoord graag af. Is er de afgelopen twee maanden in dat overleg — daar zit hij misschien niet bij omdat hij geen fractievoorzitter is — in het kabinet op enigerlei wijze op basis van voortschrijdend inzicht of een voorstel van een van de vier partijen gesproken over een aanpassing van de Nederlandse strategie?

Minister Rutte:
Eén. Dat is natuurlijk het vertrouwen van het coalitieoverleg. U weet dat er nooit iets uitlekt uit dat overleg. Twee. Die uitspraak deed ik toen — de heer Asscher deed dat natuurlijk weer heel slim in dat debat — naar aanleiding van opmerkingen van de woordvoerder van D66 dat die opmerking over het regeerakkoord ook niet de slimste was in dat debat. Maar of het daarna wel of niet gebeurd is in de coalitie is sowieso vertrouwelijk.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Ik begrijp de vertrouwelijkheid van de coalitie.

Minister Rutte:
Mooi.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Maar het is wel een beetje raar. We hebben op 10 december een debat gehad dat zich vanavond ongeveer in dezelfde bewoordingen herhaalt. Het antwoord van de minister-president was toen: ik wacht het coalitieoverleg af voor voorstellen voor wijziging van het regeerakkoord. Ik vind het niet zo raar om dan twee maanden later te vragen of daar nog iets van is gekomen. Dan zegt de minister-president: dat is vertrouwelijk. Dat maakt het debat wel raar natuurlijk.

Minister Rutte:
Het is allebei waar.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Wat twee maanden geleden dus hét argument was van de minister-president in de richting van in ieder geval de fractie van D66 is nu ineens vertrouwelijk. Ik mag nu niet meer weten of dat tot enige actie heeft geleid.

Minister Rutte:
Beide statements van de heer Van Ojik zijn waar. Die kunnen ook naast elkaar bestaan. Het was van mijn kant overigens een wat onmachtige reactie op een mooie interruptiediscussie tussen onder anderen de heer Asscher en de heer Verhoeven.

De voorzitter:
Gaat u verder.

Minister Rutte:
Dan het pensioengat bij het Europees Parlement. Ik ken de berichten over tekortkomingen in de dekking van het pensioenstelsel van het Europees Parlement. Uiteraard is het vooral en eigenlijk alleen aan het EP om dat zelf op te lossen. Zij zijn verantwoordelijk voor de houdbaarheid van hun pensioenregeling. Wij verwachten als kabinet van de leiding van het Europees Parlement een serieuze aanpak van dit probleem. Over het algemeen maken wij ons sterk voor versobering en modernisering van de arbeidsvoorwaarden bij de EU-instellingen en ook bij andere internationale organisaties. Dat moet uiteraard in lijn zijn met het publieke karakter van de instelling en de sector waarin de instelling opereert. Dat geldt dus zeker ook ten aanzien van pensioenen. Ten aanzien van uitgaven aan personeelskosten binnen dit stuk, het Meerjarig Financieel Kader, vindt Nederland dat die uitgaven net als alle andere kritisch tegen het licht moeten worden gehouden en dat besparingen in de context van brexit nodig en mogelijk zijn. Het lastige is dus een beetje dat ik het eens ben met de heer Omtzigt, maar dat ik nu niet het instrument heb om daar hard op in te grijpen, omdat het Europees Parlement daar in eerste instantie zelf over gaat.

Dan de vraag van de heer Van Ojik wat ervoor nodig is om de concurrentie met China en andere landen aan te gaan. Deze begroting gaat ons daar niet heel erg veel bij helpen, maar wel een beetje. Het belangrijkste wat we daarvoor moeten doen, is ervoor zorgen dat dit een deel van de wereld is waarin waarden en economische groei hand in hand gaan. Voor mij is de Europese Unie dat ook. Het is een community of values, maar ook een gemeenschap waarin we samen heel veel geld verdienen, met een sterke munt en een sterke markt. Dat we ingebed zijn in die samenwerking biedt ons ook veiligheid. Dat is volgens mij de beste garantie om het van iedereen in de wereld te winnen. Op dit moment zijn we al het machtigste en grootste handelsblok in de wereldgeschiedenis. De opgetelde economie van de Europese Unie is even groot en in de meeste staatjes zelfs groter dan die van de Verenigde Staten. Als China en de VS met elkaar strijden, dan gaat het dus sowieso al om de tweede plek. Wij staan op de eerste plek. Deze begroting helpt daar natuurlijk wel bij. Daar ben ik het mee eens, maar het is niet zo dat deze begroting nu een vitale sleutel is tot het winnen van de strijd met China. Dat zal echt van andere dingen moeten komen.

Dan was er de vraag over de Turkijedeal. Het is waar dat we moeten kijken hoe dat gaat lopen. Het is belangrijk dat die deal er blijft. Dat zal ook weer later dit jaar tot discussie gaan leiden. We weten echt nog niet wat die onderhandelingen gaan bieden. Mijn verwachting is dat er in deze begroting ruimte en flexibiliteit zit — dat is in ieder geval ons doel — om dan ook weer onverwachte omstandigheden het hoofd te kunnen bieden. Maar het is ingewikkeld om nu precies in te schatten wat voor voorstellen er liggen. Het was tot nu toe twee keer 3 miljard. We weten natuurlijk ook niet wat er nu nodig is. Voor een deel zal het ook afhangen van de inbedding van de Syrische bevolkingsgroepen in de Turkse samenleving. Op een gegeven moment wordt dat natuurlijk ook daar gemainstreamd, zal ik maar even huiselijk zeggen, en dan hoeft er misschien ook niet zo veel geld bij.

De heer Asscher (PvdA):
Ik heb het ook nog niet over bedragen, maar ik denk dat het wel reëel is om van de premier te vragen om zich in te zetten voor een fatsoenlijke verlenging van de bijdrage van de Europese Unie aan de opvang in de regio. Er is namelijk een humanitair imperatief. We hebben er belang bij dat mensen daar niet nog dieper in de ellende komen. Er is ook een belang in het kader van het beheersen van migratie. Beide belangen zijn erbij gebaat dat je natuurlijk de nadelen van de Turkijedeal onder ogen ziet, dat je de rechtsstaat daar verdedigt, dat je de oppositie steunt en dat geld direct naar gemeenten en naar vluchtelingen gaat. Maar het is wel belangrijk dat Nederland zich daarvoor gaat inzetten, want het gaat nu wel heel snel. Met die toezegging — en dan gaat het niet over bedragen — kan het kabinet aan het werk.

Minister Rutte:
Absoluut. Het antwoord is ja. Daar ben ik het helemaal mee eens.

Dan heb ik nog twee vragen liggen, beide van de heer Omtzigt. De ene is: wat zou je nou kunnen doen om te achterhalen waarom mensen zich soms afkeren van de Europese Unie, zeker in de Britse situatie? Toen ik die vraag hoorde, dacht ik: oei, hoe moeten we dat doen? Ik ben er toch even in gedoken, want ik snap de vraag wel. Vorig jaar heeft het kabinet ... Ten eerste wordt er veel onderzoek gedaan naar de manier waarop Nederlanders naar Europa kijken; laat ik daarmee beginnen. Dat is overigens ook onderdeel van het Onderzoek Burgerperspectieven van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Daarnaast is er vorig jaar nog een extra onderzoek gevraagd aan het SCP in het kader van de zogenaamde burgerconsultatie over Europa. Ook het Verwey-Jonker Instituut heeft een onderzoek gedaan. Er start nu een conferentie over de toekomst van Europa. Nederland zet erop in dat daarbij parlementen, maar ook gewoon de mensen in het land, zou Hans Wiegel zeggen, worden betrokken. Het liefste zou ik de vraag van de heer Omtzigt misschien ook beantwoorden in het licht van een brief over die conferentie die minister Blok vrijdag stuurde en die ongetwijfeld ook zal leiden tot een debat met de Kamer. Daarin is benoemd dat wij in het kader van die conferentie ook mensen gaan betrekken bij deze discussie, en dat dat onderdeel zal zijn van scherper krijgen waar het zit. En anders moeten we Maurice de Hond gewoon bellen, maar ik kijk even of dit een antwoord is dat de heer Omtzigt bevalt.

De heer Omtzigt (CDA):
Nee. Ik snap de zoektocht, maar dit is niet wat ik precies bedoelde. Ik bedoelde dat de Europese Unie, en vooral de leidende figuren in Brussel, met z'n allen keihard gewezen hebben naar de Britten en gezegd hebben: het ligt aan hen; als de Britse regering het maar beter uitgelegd had, dan waren ze er niet uit gestapt. Ik denk dat het dieper zit. Dat is niet met een peiling of iets dergelijks te vatten. Er is daar iets van verwijdering van burgers van doelen die we hier in de rest van Europa ook begrijpen. Soms gebeurt dat door stompzinnige dingen, zoals de verhuizing naar Straatsburg of het bijstorten in de pensioenfondsen; we kennen ze allemaal. Maar het gebeurt ook doordat er een relatief grote afstand is tussen de Unie en de burgers zelf. We hebben allemaal van die hele mooie peilingen, waarbij alleen maar gekeken wordt of iedereen de Unie mooi vindt, maar er wordt geen slag dieper gekeken: functioneert de Unie voor de burger? Is zij aantrekkelijk? Hoe houden we haar aantrekkelijk? En wat hebben de instellingen van de Europese Unie zelf fout gedaan waardoor die brexit er gekomen is? Daar kun je van leren, zodat de Unie aantrekkelijk blijft. De bedoeling is dat die aantrekkelijk blijft. De bedoeling is niet het voorkomen van een exit van een ander land. De Unie dient aantrekkelijk te zijn voor al haar 27 lidstaten. Die vraag moet eens ergens extern worden neergelegd. Dat is geen simpele peiling. Dat kan een onderzoek zijn aan een universiteit. Dan gaat het over mensen die niet honderd procent eurosceptisch zijn, zoals de collega achterin, en niet honderd procent eurofiel zijn, zoals andere collega's — ik keek voorzichtig opzij— maar daar eens rustig naar willen kijken. Want ik zie echt dat die vraag niet gesteld is.

Minister Rutte:
Oké. Laat ik er dan maar even op kauwen. Wanneer komen we met de Staat van de Unie? Dat is toch ook weer de komende maanden, denk ik? Die zit binnenkort in het kabinet. Laat ik eens kijken, want ik heb nu eerlijk gezegd gewoon geen antwoord. Als ik puur kijk naar het Nederlandse debat — maar dat is n=1; dat is mijn waarneming — dan is mijn denken dat het gaat om de verschuiving van "de Unie is markt en munt" naar "de Unie is markt en munt én een waardengemeenschap, maar ook nog bescherming, doordat je in een onzekere wereld ingebed zit in een sterke structuur". Ik merkte zelf in mijn discussies in zalen en met mensen dat het debat daardoor veel meer diepte kreeg. Mensen zeiden: ja, die markt en munt snap ik hier; ik snap dat het voor een kleiner land als Nederland — Nederland is natuurlijk nog steeds behoorlijk groot, maar niet zo groot als Duitsland of Frankrijk — uitermate nuttig is om ingebed te zijn in een sterke structuur in een onzekere wereld. Dat snappen mensen hier, in hun gut. Maar dat is n=1; dat ben ik. Laat ik dus maar even bekijken of wij daar in het kader van hetzij de Staat van de Unie zelve, dan wel in het debat over de Staat van de Unie, iets meer over kunnen zeggen. Daar moet ik gewoon eens even over nadenken. Ik heb dat nu niet meteen paraat. Maar ik snap nu ook de vraag. Hij is ook niet gek, eerlijk gezegd. Die is best reëel.

De heer Omtzigt (CDA):
Fijn om te horen dat ik niet helemaal gek ben.

Minister Rutte:
Nee, ik zei niet dat u niet gek was. De vraag was niet gek.

De heer Omtzigt (CDA):
Ik stel het op prijs als de regering in de brief over de Staat van de Unie, dus niet in het debat zelf, kan nadenken over een voorstel om daar echt een slag dieper naar te kijken. Dat hoeft niet vandaag. Dat snap ik echt heel goed.

Minister Rutte:
Zullen we dat doen? Ja, dat doen we.

Mevrouw Leijten (SP):
Ik heb hier geen vragen over gesteld aan de minister-president, maar ik heb net wel een eerste termijn gehad met minister Blok over de Raad Algemene Zaken van volgende week. Toen zijn we ook op die conferentie ingegaan. Wat betreft die slag dieper en die andere gevoelens — wanneer verwijdert het gevoel dat de Europese Unie er voor ons allemaal is zich van mensen? — zou ik willen wijzen op een heel interessant rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid: Europese variaties. Dat was ook naar aanleiding van de brexit en de discussie hoe we verder moeten. Volgens mij moet je bekijken hoe je dat kan verdiepen. Zij gingen er bijvoorbeeld op in dat je een veel flexibeler Unie moet hebben, waarbij je niet die ene maat voor alle landen hebt. Daar heeft het kabinet een keer op gereageerd, maar misschien dat er nog een keer een reflectie overheen kan.

Minister Rutte:
Ik ga even improviseren — ik zie ambtelijk iedereen bibberen nu — en dit is zeker geen toezegging of besluit, maar we gaan ernaar kijken. De suggestie van mevrouw Leijten horend, kan een variant zijn dat we de WRR vragen nog eens een update te maken van dat stuk. Ik meen dat het een jaar oud is. Misschien zouden we kunnen vragen om tegen de achtergrond van dit stuk van het debat in de Tweede Kamer tussen mij en Omtzigt en tegen de achtergrond van wat er gebeurd is in Groot-Brittannië eens te bekijken of er een verdieping op te geven is. En daar kunnen wij dan weer een reactie op geven. Misschien is dat een hele aardige; beter dan dat het kabinet zelf met een hele hoop proza gaat proberen de vraag van Omtzigt te beantwoorden.

Mevrouw Leijten (SP):
Er zijn toen twee casussen uit genomen als het ging om steun van de bevolking. De ene was de euro en de andere arbeidsmigratie. Het is misschien interessant om nu te bekijken wat de interne markt doet in de harten, hoofden en onderbuik van de mensen.

Minister Rutte:
Voor mij zouden het de volgende aspecten zijn: de interne markt, het feit dat we ook een waardegemeenschap zijn en het feit dat we in een onzekere wereld moeten samenwerken. Misschien is het weer mijn te positieve gevoel, maar naarmate het debat in Nederland aan het verschuiven is van alleen markt en munt naar het idee dat het ook nodig is voor onze veiligheid — niet zoals in de NAVO, maar als in "je staat niet alleen in deze wereld" — zeggen mensen dat dat inderdaad ook waar is, dat het wel heel mooi is dat die Unie er is en dat we niet in ons eentje in deze koude tijden staan. Maar goed, dat kunnen we allemaal betrekken bij zo'n verdieping.

De heer Anne Mulder (VVD):
De premier is toezeggingen aan het doen voor onderzoek, dus daar wil ik dan graag iets aan toevoegen.

Minister Rutte:
Nee hè!

De heer Anne Mulder (VVD):
De Europese Unie is de afgelopen decennia bezig geweest met het creëren van een Europese identiteit. We hebben dezelfde paspoorten en dezelfde kentekenplaten. Er zijn Europese hoogleraren en Erasmusprogramma's om mensen maar te laten reizen. Er is ook discussie over de Europese vlag. Eigenlijk hebben we geen Europese vlag, want het is een vlag met het logo van de Europese Unie, want dat hebben we zelf uit de grondwet gehaald. En er is discussie over een Europees volkslied. Het zou goed zijn om eens een analyse te maken van wat de Europese Unie nou heeft gedaan om de Europeaan te creëren en om te zien dat dat niet is gelukt. Steeds blijkt dat iemand zich eerst Spanjaard voelt en dan pas Europeaan, eerst Nederlander en dan pas Europeaan, eerst Pool en dan pas Europeaan. Laten we daar dus ook naar kijken. Laten we ook eens kijken naar Europese waardes. Waarom zijn Nederlanders nou niet zo solidair? Misschien omdat ze zien dat andere landen andere waardes hebben als het gaat om de rechtsstaat of homoseksualiteit, bijvoorbeeld in Hongarije. Dan wil je niet betalen voor die landen. Laten we die analyse dus ook eens maken. Dan krijgen we echt een diepe discussie.

Minister Rutte:
Het wordt een mooi verhaal. Ik zit even te zoeken. Wat de heer Mulder zegt, herken ik wel. Voor mij geldt ook dat de Europese Unie geen nationale staat is — vanzelfsprekend — en ik voel er ook geen emotie bij, zeg ik weleens. Het is voor mij een hele pragmatische samenwerking die zeer in het belang van Nederland is. Mijn trots voel ik bij Den Haag en bij Nederland, maar niet bij de Europese Unie. Waar ik wel trots op ben zijn de geschiedenis van het werelddeel en onze cultuur en waarden. Maar de Europese Unie is een orgaan. Ik weet niet of je daar trots op kunt zijn. Het is wel noodzakelijk dat het er is. Ik geloof niet dat het creëren van een Europese burger nou een heel zwaar door Nederland gesupporterd project was. Ik zie daar achter de voorzitter ook gewoon een Nederlandse vlag en ik zie daar niet het Europese logo op een blauw doek geplakt naast hangen. Aan de andere kant zie je in Frankrijk natuurlijk altijd de Franse vlag met de Europese vlag erdoorheen gedrapeerd. Maar als de Fransen praten over een groter Europa, weet je dat ze een Frans Europa bedoelen. Iedereen heeft daar dus zijn eigen ideeën bij. Ik weet niet of we dat nu allemaal in een onderzoek tot stand kunnen brengen.

De heer Anne Mulder (VVD):
Kan de premier toezeggen dat hij in ieder geval wil bekijken of dat kan? Want dat vinden we fundamenteel.

Minister Rutte:
Ja, dat gaan we bekijken. Ik zeg het nu zoals de voorzitter normaal gesproken vaststelt bij de regeling. Dit hele stenografisch verslag sturen wij naar de WRR en dan zeggen we: maak hier eens chocola van.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De minister-president zei net dat hij een aantal van mijn vragen niet ging beantwoorden, maar nu blijkt: geen. Ik wil hem toch nog eventjes opnieuw vragen naar de relatie tussen de boerenprotesten, de gesprekken die de minister-president voert met de boeren over de stikstofcrisis, en het terechte punt van de boeren dat, als zij moeten veranderen van het Nederlandse kabinet, ze dan niet willen dat het Nederlandse kabinet de Europese Commissie steunt als die aan de grenzen de deuren openzet voor deuren die onder veel lagere normen zijn geproduceerd. Ik heb gewoon simpel gevraagd: heeft de minister-president dat gesprek met die boeren gevoerd? Heeft hij daar iets eerlijks over gezegd?

Minister Rutte:
Nee, daar hebben we het nooit over gehad in die gesprekken. Even los daarvan gaat dit ook wel ver, want dit debat ging over het MFF en niet over mijn gesprek met de boeren, CETA en verdragen, hoe interessant dat onderwerp ook is. We zouden daar natuurlijk de heer Asscher nog eens over kunnen bevragen, maar ik geloof niet dat we dat moeten doen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het is wel een beetje vervelend dat het kabinet steeds niet over die vrijhandelsverdragen wil praten tot het een paar jaar verder is. Dan zegt het tegen de Kamer: nu kunnen we geen nee meer zeggen.

Minister Rutte:
We hebben het er net twee dagen over gehad.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dat is het spelletje. Ik heb ernaar gevraagd, omdat de voorlopige appreciatie van het kabinet over de Green Deal wel degelijk vanavond ook op de agenda staat. Als Europa goede sier gaat maken met klimaatactie en wel een deal sluit met het Brazilië van Bolsonaro, dan heeft de Partij voor de Dieren daar vragen over.

Ik heb ook nog een vraagje over het MFK. Met die 365 miljard euro voor landbouwsubsidies — ik heb dat in mijn termijn gezegd — financiert de Europese Commissie de Nederlandse stikstofcrisis. En dan moet de Nederlandse belastingbetaler zeker weer geld ophoesten om die boeren weer uit te kopen? Gaat de minister-president congruent handelen, ook op de Europese top? Gaat hij zeggen dat die landbouwsubsidies alleen maar gerechtvaardigd zijn als we die de komende jaren gaan inzetten voor de broodnodige omschakeling die de landbouw nodig heeft en om boeren te helpen omschakelen naar een landbouw die houdbaar is in de toekomst?

Minister Rutte:
We willen een emissiearme landbouw. Dat is vaak kringlooplandbouw. Dat is heel vaak kringlooplandbouw, maar die kan ook op andere manieren emissiearm zijn. Dit was niet het debat dat we hier nu uitvoerig gaan voeren. Zoals ik al zei, moet het hele GLB dadelijk worden uitgewerkt. Daar komen voorstellen voor. Die gaan ongetwijfeld ook hier besproken worden tussen de minister van LNV en de Kamer. Bij de uitwerking van de verordeningen gaat het bijvoorbeeld over het GLB. Dat komt uitgebreid terug. Het kabinet is van mening dat de debatten over de combinatie van kringlooplandbouw en emissiearme landbouw en over de verbinding daartussen en hoe je die stimuleert in het licht van de stikstofproblematiek, heel essentieel zijn. Die debatten hebben we natuurlijk wel gevoerd met de boerenorganisaties. Maar voor zover ik me kan herinneren, hebben we het met hen niet specifiek gehad over CETA of Bolsonaro.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik denk dat de minister-president er verstandig aan doet om dat wel mee te nemen. Want het kabinet vraagt de Nederlandse landbouw om te hervormen, en terecht. Maar dan kun je het niet maken om aan de buitengrenzen van Europa te zeggen: kom maar hier met je plofkippen om zo de Nederlandse boeren weg te concurreren.

Minister Rutte:
Misschien toch nog één zin gerelateerd aan CETA: 2 miljoen van onze banen hebben we door de export. 2 miljoen. We zijn in absolute zin het meest exporterende land van zo'n beetje de hele wereld. Canada wordt geleid door een regering die linkser is dan Jesse Klaver. En dan mag je daar geen vrijhandelsverdrag mee sluiten. Ik snap dit debat niet.

De voorzitter:
We gaan het debat over CETA niet dunnetjes overdoen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nee, dat vind ik ook, voorzitter. Mijn vragen gingen uitdrukkelijk over Mercosur en het verdrag met Thailand dat nog op de agenda staat. Het kabinet heeft vandaag zijn zin gekregen over CETA. Ik vind dat heel verdrietig, maar het is niet anders. Maar er staan nog veel ergere verdragen voor de deur. Als daar hetzelfde spelletje wordt gespeeld als we bij CETA hebben gezien, dan kunnen we het er jarenlang niet over hebben. Maar als het dan in de Kamer ligt, is het verhaal: als we nu nog nee zeggen, slaan we een modderfiguur. Ik vind echt dat dit de eer van de minister-president te na moet zijn en dat hij eerder moet kijken naar de gevolgen van dat soort verdragen voor de Nederlandse landbouw die hij zegt te willen hervormen.

Minister Rutte:
Ja.

Voorzitter. Dan misschien tot slot nog de vraag van de heer Omtzigt over subsidie vanuit Europa aan journalistieke uitingen. In algemene zin heb ik daar verder geen kennis van. Ik las natuurlijk wel dat in de media in Nederland een kwestie speelde van een subsidie van €25.000 aan een podcast, voor het maken van een reeks podcasts over Europese thema's. Dat zag ik de laatste dagen volgens mij ook voorbijkomen. De redactie heeft daarbij volledige redactionele vrijheid. Dat hebben we dus kunnen checken. Maar meer in algemene zin over hoe de Commissie omgaat met dit soort subsidies ... Wat ik zou kunnen doen is daarover in het verslag van deze Europese Raad iets opnemen, zoals: er ligt nog een open vraag uit het debat. Maar ik moet dit uitzoeken, ik weet het gewoon niet. Ik weet alleen wel dat we even hebben nagevraagd hoe het zit met die podcastserie, en daarvoor geldt volledige redactionele vrijheid. Zo komen aanstaande zondag de Kamerleden Mulder en Sneller in deze podcast aan het woord om te spreken over de Nederlandse visie op Europa. En mijn verwachting is dat dat gaat leiden tot verschillende opvattingen over de Europese begroting. Of is dit zelfs al uitgezonden? Oké. Kijk, dat is dan nog knapper.

De heer Anne Mulder (VVD):
Deze subsidie aan die podcast past in een poging van de Europese Commissie om een Europese identiteit te creëren. Als wij maar genoeg praten over de Europese Unie wordt die als vanzelf onvermijdelijk, net als met die paspoorten en die kentekens. En daarin zit het punt. Neem bijvoorbeeld ook Euronews, dat tv-programma: 15 miljoen euro per jaar.

Minister Rutte:
Ah ... Maar daar kijkt niemand naar, dat is niet te volgen.

De heer Anne Mulder (VVD):
Nee, maar dat is nóg erger. Daarom zeg ik ook: het levert niks op. Daar gaat het om.

Minister Rutte:
Ik kom daar weleens langs. Dan zie je alleen maar van die videoverbindingen die je niet kan volgen. Verschrikkelijk is dat.

De heer Anne Mulder (VVD):
Het is dus de Europese Commissie die heel veel geld uittrekt om identiteit te creëren. En die identiteit, dat blijkt, daar zit niemand op te wachten. Waste of money. Dáár gaat die discussie over. Hou daar nou mee op, want de grenzen van Europa komen in zicht en het wordt tijd dat de Europese Commissie zich dat realiseert. En die podcast past in die discussie.

Minister Rutte:
Oké, maar de vraag van de heer Omtzigt was volgens mij iets anders, namelijk: zijn er bepaalde regels bij de Commissie voor hoe dat geld vanuit journalistieke vrijheid wordt besteed? Ik begrijp nu ook de zijweg die de heer Mulder opwerpt. Dat sturen we mee met het stenografisch verslag naar de WRR.

De heer Omtzigt (CDA):
Voorzitter. Ik denk dat de heer Mulder een duidelijke opmerking maakte. Het gaat me niet om een individuele podcast die hier gemaakt wordt. Het gaat me erom hoe je ervoor zorgt dat er bij een politieke organisatie, die betaalt om nieuws over zichzelf te laten maken, een onafhankelijk ding zit. En dan is Euronews misschien nog wel een veel beter voorbeeld, waar dit best wel klemt. Want de Nederlandse regering heeft ook niet een eigen cameraploeg die daarna op een eigen tv-station uitzendt. Ja, ik kom uit Malta, daar heb ik hele leuke voorbeelden gezien van hoe je dat kunt doen, maar hier niet.

De voorzitter:
Oké.

De heer Omtzigt (CDA):
En het gaat me erom, en dat was ook mijn vraag: als je daar subsidies voor geeft, hoe zorg je er dan voor dat je zelf niet over de content gaat? Dat gebeurt waarschijnlijk helemaal niet, maar ik wil die garantie wel een keertje zien.

Minister Rutte:
Ja, maar daarop is mijn toezegging dat we in het verslag Europese Raad opnemen dat er nog één open vraag uit het debat was. Dat heeft dan niets met de Europese Raad te maken, maar dan proberen we daarbij die vraag te beantwoorden. Ik moet het gewoon even uitzoeken, ik weet het niet.

De heer Jetten (D66):
Voorzitter. Ook op dit punt, voordat we hier met elkaar de platte conclusie trekken dat elke subsidie om nieuws of podcasts over Europa te maken, meteen voor de propagandamachine van de Europese Commissie is. Is de minister-president het met mij eens dat het, gezien de enorme belangen die in Europa spelen, ook van toegevoegde waarde is dat er media zijn die aandacht besteden aan onderwerpen die op Europees niveau spelen, zodat de Nederlandse inwoner ook geïnformeerd kan worden over de discussies die op Europees niveau lopen?

Minister Rutte:
Ik vind dit ingewikkeld hoor, eerlijk gezegd. Ik vrees dat ik daarbij toch meer neig richting de standpunten van Omtzigt en Mulder. Maar we gaan er niet over. De Commissie doet dit, en we gaan uitzoeken hoe het zit. Maar in Nederland zouden we het toch ook ingewikkeld vinden dat het parlement zou zeggen: we geven geld aan een zender om meer uitzendingen van het Nederlandse parlement te verzorgen. Ik weet niet of we daar nou voor zouden zijn met zijn allen.

De heer Jetten (D66):
Maar dit is wel een heel serieus punt. Wij subsidiëren als Nederlandse overheid de Nederlandse publieke omroep, en die heeft onder andere als opdracht om nieuws te brengen, informatieve programma's, om daarmee de Nederlandse inwoners te informeren over wat er gebeurt.

Minister Rutte:
Ja, ja, maar dat is dan toch helemaal onafhankelijk?

De heer Jetten (D66):
Maar ook hiervoor, voor de podcast waar we het nu over hebben, geldt dat die puur en volledig onafhankelijk werkt. Er is helemaal geen sprake van dat iemand in Brussel controleert wat de redactie van betrouwbare bronnen aan podcasts maakt. De fundamentele vraag is of de minister-president het met mij eens is dat het wel degelijk een doel kan dienen om media te subsidiëren om nieuws en achtergrondnieuws te maken over wat er op Europees niveau speelt.

Minister Rutte:
Nee, ik vind dat ongemakkelijk. Dit zeg ik als liberaal en dat is geen kabinetsstandpunt. Ik weet ook helemaal niet of we erover gaan. We gaan de vraag van Omtzigt uitzoeken en beantwoorden in het volgende verslag. Maar even gewoon voor het debat dan: ik vind het ongemakkelijk. Kijk, ik vind het niet ongemakkelijk dat je vanuit de overheid geld geeft om ervoor te zorgen dat er een goede journalistiek is in algemene zin, maar dan wel heel algemeen. Maar als het dan gegeven wordt voor specifiek een podcast over jouw orgaan, dan wordt het voor mij ongemakkelijk, maar dat is een privéopvatting. Dat is dus geen kabinetsopvatting, want volgens mij gaan we er helemaal niet over.

De voorzitter:
Tot slot, de heer Jetten.

De heer Jetten (D66):
Deze podcastserie of andere podcasts gaan niet over een orgaan maar die gaan over wat er speelt op Europees niveau en hoe we daar Nederlandse burgers over kunnen informeren. Net in een ander interruptiedebat constateerden we hier met elkaar dat de premier het wel goed vindt om nog meer onderzoek te doen naar wat er speelt onder de Nederlanders ten aanzien van de Europese Unie, wat ze ervan weten en hoe ze ertegen aankijken en vervolgens moeten we dan vijf minuten later constateren dat gezegd wordt: nee, we moeten media vooral niet de ruimte geven om over Europa te berichten.

Minister Rutte:
Dat zeg ik niet. Dat is het omgekeerde.

De heer Jetten (D66):
Hoe komen we dan ooit tot goede informatievoorziening?

Minister Rutte:
Wij geven in Nederland geld aan de publieke omroep. We zeggen dan toch niet tegen de NOS: dat betekent dat jullie ook programma's moeten maken over het parlement of over die geweldige regering? Alsjeblieft niet.

De heer Jetten (D66):
Over de politiek.

Minister Rutte:
Ook niet over de politiek. Als de NOS er morgen voor zou kiezen om nooit meer iets te berichten over de politiek, dan zullen we daar wel weer een debat over hebben, maar wij als liberalen willen dat die journalistiek zo vrij mogelijk is en dat je er zo min mogelijk sturing op geeft. Maar goed, we zoeken het uit en we gaan de vragen van Omtzigt behandelen in het verslag, maar dit heeft ergens iets ongemakkelijks voor mij, maar dat is echt een privéopvatting.

De heer Asscher (PvdA):
Ik wil nu even de balans opmaken. We hebben discussie over zeven jaar EU-begroting. D66 zegt: kruideniersmentaliteit, halsstarrig, onverstandig, het gaat niet werken. Vat ik de reactie van de premier goed samen dat hij zegt: boeien, regeerakkoord, motie?

Minister Rutte:
Nee, de situatie is dat D66 terecht aandacht vraagt voor de modernisering van de begroting — dat steun ik ook — maar dat wij een verschil van opvatting hebben over de vraag of die modernisering bevorderd wordt door veel meer uit te geven aan Europa. Dat is een verschil van opvatting. Daarbij is dan voor het kabinet de richtsnoer het regeerakkoord en de Kamermotie.

De heer Asscher (PvdA):
Maar gaat u dan uw strategie nu aanpassen na het betoog van de heer Jetten?

Minister Rutte:
Het betoog van de heer Jetten nodigt mij uit om nog meer te doen om die modernisering vorm te geven.

De heer Asscher (PvdA):
Wat we hier hebben gezien, is klassiek Ruttiaans. En dat is: zolang ze de onvoldoende van Verhoeven niet herhaalt want dat was net iets te veel, mag D66 keffen. De premier houdt vast aan zijn strategie, namelijk alles voor de 1%. En de modernisering, de rechtsstaat, de vluchtelingen, de betere economie en het onderzoek kunnen daaronder lijden.

Minister Rutte:
Ik laat deze conclusie geheel voor de heer Asscher. Ik vind hem te kort door de bocht op veel punten, maar ik respecteer hem natuurlijk wel.

Mevrouw Leijten (SP):
Ik kom nog even terug op de toezegging van de minister-president aan de heer Omtzigt dat hij er op terugkomt hoe het zit met journalistieke onafhankelijkheid en sponsoring vanuit de Europese Commissie. Zou hij daarbij mee willen nemen dat er extra budget was bij het Huis van Europa, de Nederlandse tak van de Europese Commissie, om tijdens de Europese verkiezingen ook mediacontent in te kopen in Nederland? Dat is gebeurd bij de Libelle en De Speld.

Minister Rutte:
De Speld? Dan vind ik het weer goed. Ik ben een groot fan van De Speld.

Mevrouw Leijten (SP):
Maar ja, ik zou het wel interessant vinden als de regering eens ging opvragen wat er precies is gefinancierd en tegen welke voorwaarden.

Minister Rutte:
Ik ga mijn best doen, maar ik weet niet of we dat allemaal kunnen achterhalen. Ook de Europese Commissie mag dat doen. We gaan proberen te achterhalen hoe het zit, maar ik ga ze niet martelen. We gaan kijken hoever we komen.

Mevrouw Leijten (SP):
Het is nog niet zo heel lang geleden, dus het lijkt mij dat er ergens een begroting op te vragen is om erachter te komen hoeveel er beschikbaar was voor Nederland voor media over de Europese verkiezingen en hoe dat precies is besteed. Als u toch wil meenemen hoe de Europese Commissie hiermee omgaat, zou het heel fijn zijn dat er dan ook meteen gekeken wordt naar hoe de Commissie in Nederland daarmee omgaat.

Minister Rutte:
Het Parlement zou dat ook kunnen vragen. Wij kunnen dat ook vragen. We kijken even. Ik zeg even niks toe. Ook bij deze vraag van mevrouw Leijten bezien we even of daarop in te gaan is.

De voorzitter:
Dank u wel.

Minister Rutte:
Voorzitter, ik meen daarmee ...

De voorzitter:
Ja!

Minister Rutte:
Mooi.

De voorzitter:
Dank u wel.

Dan zijn we nu toegekomen aan de tweede termijn van de zijde van de Kamer. Ik geef het woord aan de heer Tony van Dijck namens de PVV.

De heer Tony van Dijck (PVV):
Voorzitter. Ik zal mij beperken tot het indienen van twee moties, om de minister-president een boodschap mee te geven richting Brussel.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat deze week wordt onderhandeld over een nieuw Meerjarig Financieel Kader (MFK);

overwegende dat Nederland al vele jaren de grootste nettobetaler is aan de Europese Unie;

overwegende dat het tijd wordt dat Nederland fors minder gaat afdragen aan de Europese Unie;

overwegende dat het Verenigd Koninkrijk is vertrokken, waardoor de begroting ook kan worden verlaagd;

verzoekt de regering haar veto in te zetten als het onderhandelingsresultaat niet betekent dat Nederland per hoofd van de bevolking substantieel minder aan de EU gaat bijdragen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Tony van Dijck. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1512 (21501-20).

De heer Tony van Dijck (PVV):
Voorzitter, de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat rupsje-nooit-genoeg in Brussel er alleen maar op uit is om ons zo veel mogelijk belastinggeld afhandig te maken;

constaterende dat de Europese Unie is verworden tot een transferunie waarbij vele miljarden van het Noorden naar oostelijke en zuidelijke lidstaten worden verplaatst;

overwegende dat Nederland steeds meer bevoegdheden en soevereiniteit inlevert bij de Europese Unie, waardoor we zelf steeds minder te zeggen hebben;

verzoekt de regering voorbereidingen te treffen om de EU op de kortst mogelijke termijn te verlaten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Tony van Dijck en Wilders. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1513 (21501-20).

Dank u wel, meneer Tony van Dijck. Dan geef ik nu het woord aan de heer Jetten namens D66.

De heer Jetten (D66):
Voorzitter, dank u wel. Ik dank de minister-president voor de beantwoording van de vragen uit de eerste termijn.

Ik vond het net wat bijzonder om te zien dat we vanuit vak-K tegenwoordig ook privémeningen te horen krijgen. Volgens mij is dat niet helemaal de bedoeling als we hier met elkaar een debat voeren tussen Kamer en kabinet.

Voorzitter. Mijn pleidooi in dit debat was om ons als Nederland niet blind te staren op de omvang van de Europese begroting of de omvang van de Nederlandse afdracht. De Nederlandse afdracht is namelijk een investering in Nederland. Elke euro die wij investeren in de Europese begroting krijgen we twaalf keer terug, dankzij de voordelen die we halen uit de Europese markt. En van elke euro die we investeren in de Europese kenniseconomie, komt €1,60 terug naar Nederlandse kennis- en onderwijsinstellingen. Mijn pleidooi is dan ook om de komende dagen bij de Europese top niet alleen maar in te zetten op die 1%, maar vooral ook te kijken naar hoe we die Europese begroting kunnen moderniseren, zodat die wordt ingezet op de prioriteiten: klimaat, migratie, veiligheid en kennis.

Ik ben ook erg blij met de toezegging van de premier aan het einde van zijn beantwoording dat hij ook die inzet op die modernisering nog verder zal intensiveren.

Dank u wel.

De voorzitter:
Een korte vraag van de heer Tony van Dijck.

De heer Tony van Dijck (PVV):
Ja, een korte vraag over dat gegeven dat elke euro die we investeren in de Europese Unie twaalf keer terugkomt vanwege de interne markt. Ik heb in de eerste termijn per interruptie ook al gezegd dat dat klinkklare onzin is, omdat die interne markt iets heel anders is dan die EU-begroting. Dat deed me net, toen de heer Baudet bezig was, iets denken. De Noren hebben ook toegang tot de interne markt. Die betalen met z'n allen slechts 870 miljoen. De Zwitsers hebben ook toegang tot de interne markt. Die hebben diezelfde voordelen, ook twaalf keer en misschien wel 1.200 keer, waarmee ze profiteren van de interne markt.

De voorzitter:
En de vraag is, meneer Van Dijck?

De heer Tony van Dijck (PVV):
Hoe komt D66 erbij dat wij 8 miljard moeten investeren, als rechtvaardiging om lid te zijn van een interne markt? Dat slaat helemaal nergens op.

De heer Jetten (D66):
Er zijn eigenlijk verschillende redenen. Ten eerste, als je lid bent van de Europese Unie, zit je ook aan tafel. Dan praat je mee over de spelregels van de interne markt en allerlei andere zaken. Ik wil niet aan de zijlijn staan en geen invloed hebben op wat er in Brussel gebeurt. En voor mij is Europa meer dan alleen maar een handelsmarkt. Europa is ook een unie van waarden, waarin we met elkaar de rechtsstaat hooghouden, de veiligheid garanderen en waarin we met elkaar nu investeren in de grote uitdagingen van deze tijd — de klimaat- en energietransitie en de omschakeling naar een nog betere kenniseconomie — zodat we kunnen concurreren met grote blokken als China en Rusland.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Jetten. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Leijten namens de SP.

Mevrouw Leijten (SP):
Voorzitter. Dat de motie-Bisschop/Leijten nog steeds staat en leidraad is, is goed. Ik zou tegen iedereen die denkt dat je met meer geld meer ambitie uitstraalt, willen zeggen: staar je daar nou niet blind op! Er is ontzettend veel verspilling, er wordt ontzettend veel rondgepompt, er is ontzettend veel kritiek op de besteding van de huidige fondsen; zoek daar nou je ambitie! Het is nu niet gelukt om dat principe van een derde landbouw, een derde cohesie en een derde de rest te doorbreken. Ik wil de minister-president vragen: hoe kunnen we proberen om dat voor een volgende begroting wel voor te bereiden, zodat dat dan niet weer ergens strandt?

En dan, voorzitter, de conferentie. Als dat een conferentie gaat zijn van "we leggen u nog een keer uit dat als u kritiek heeft op de Europese Unie, u zich eigenlijk achter de dijken verschuilt en niet goed bezig bent", dan is het echt weggegooid geld. Als de conferentie wordt gebruikt om serieus te kijken naar waar we nu staan, wat het draagvlak van de Europese Unie is in alle facetten van onze bevolking, en niet alleen bij een bepaalde groep die je ziet in de kranten en op de televisie, dan lijkt het me heel erg nuttig om dat te gaan doen, juist ook omdat bijvoorbeeld dat advies van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid pleit voor een veel flexibelere Europese Unie. En dat is niet waar deze Europese Commissie op aankoerst.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Leijten. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Ojik namens GroenLinks.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Voorzitter. Dank u wel. Ik heb geen moties. Dat doet mijn fractie tegenwoordig wat minder, zoals u misschien is opgevallen.

"De zorg over de omvang van de EU-begroting lijkt groter dan de zorg over het toekomstige verdienvermogen van de Europese Unie." Dat is een citaat uit de ESB, de Economisch Statistische Berichten, van de secretaris-generaal van EZK. Dat lijkt me, eerlijk gezegd, wel een goede samenvatting van dit debat. Ik zou de minister-president willen vragen of hij dat met me eens is.

Ik heb in dit debat ook weer gehoord dat het kabinet zich inzet voor modernisering. Het zet zich niet alleen in voor het stabiliseren van de afdracht maar ook voor modernisering van de begroting. Maar laten we nou eens eerlijk kijken wat er ligt. Dan kijk ik niet naar de 15 miljoen voor een tv-programma of ik weet niet hoeveel voor een podcast, maar dan houd ik mijn oog liever op de echte grote bedragen. Er liggen verschillende voorstellen; er is het Finse voorstel en er is het voorstel van Charles Michel. Daar zitten allemaal verschillen tussen. Maar bij alle voorstellen die er liggen, gaat grofweg 70% nog steeds naar cohesie en landbouw. Er gaat 10% — zoals het al ongeveer was — naar het externe beleid. En er gaat 15% naar onderzoek en innovatie.

Nou zegt de minister-president: weet je, onderzoek en innovatie, dat moet natuurlijk niet alleen uit deze begroting komen. Dat is juist. Maar kijk nou eens naar het totaal. Is dit nou de moderne begroting waar de Europese Unie de komende zeven jaar die slag, die internationale strijd, die vergroening, die digitalisering, mee gaat winnen? Ik heb daar, eerlijk gezegd, grote twijfels bij. Ik zou de minister-president toch willen vragen om op dat grote geheel, zoals het er nu ligt, nog eens te reflecteren.

De voorzitter:
U heeft geen motie, maar u heeft wel bijna twee minuten gevuld.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Ja, dat is het voordeel als je geen moties hoeft voor te lezen, voorzitter. Dan kun je betogen opbouwen.

De voorzitter:
Nee, meneer Van Ojik.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Dank voor uw geduld.

De voorzitter:
Ja hoor, graag gedaan. Dank u wel.

Dan ga ik naar de heer Asscher namens de PvdA.

De heer Asscher (PvdA):
Voorzitter. Ik heb één motie, samen met de heer Van Ojik, die haar toch met mij indient.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Europese steun voor de opvang van Syrische vluchtelingen in Turkije binnenkort dreigt af te lopen in het nieuwe MFK;

verzoekt de regering zich ervoor in te zetten dat de EU een bijdrage blijft leveren aan de fatsoenlijke opvang van Syrische vluchtelingen in de regio,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Asscher en Van Ojik. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1514 (21501-20).

De heer Asscher (PvdA):
Ik dank de minister-president voor zijn toezeggingen en ik wens hem heel veel succes, ondanks de gemankeerde strategie, om toch in het belang van Nederland een goede begroting voor de komende zeven jaar uit het vuur te slepen.

Tot slot moet mij van het hart dat het verspreiden van extreme, radicaal-rechtste samenzweringstheorieën over omvolking en het verdunnen van de Europese identiteit enorm afbreuk doet aan het feit dat wij hier een serieus debat voeren en aan het feit dat we ons verplichten om mensen niet op basis van angstbeelden te informeren, maar op basis van onze overtuiging, onze ideeën en onze waarden. Ik zal daar dus stelling tegen nemen, omdat ik het van belang vind om het wel te benoemen als het gebeurt. We moeten dat niet gaan normaliseren, ook niet als het in een vat vol andere quasifeiten gedaan wordt. Het is van een andere orde.

Dank u.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Asscher. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Van der Graaf namens de ChristenUnie.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Ik begin met de motie, nu mijn stem het nog doet.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Europese Unie een waardengemeenschap is, maar dat de naleving van waarden zoals de rechtsstaat in meerdere lidstaten onder druk staat;

verzoekt de regering in de Europese Raad zich in te spannen voor een krachtig en effectief instrument dat de ontvangst van EU-middelen door lidstaten en de naleving van rechtsstatelijkheidsbeginselen door de lidstaten koppelt, en in te zetten op het oorspronkelijke voorstel dat de Europese Commissie hiervoor heeft gedaan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Graaf, Omtzigt, Van Ojik, Asscher, Leijten, Ouwehand en Jetten.

Zij krijgt nr. 1515 (21501-20).

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
De rechtsstaat is een van de fundamentele waarden waarop de Unie is gegrondvest. In artikel 2 van het verdrag hebben we neergelegd dat we die waarden gemeen hebben. Laten we dat geen dode letter laten zijn, ook in deze discussie. Daarom is het goed dat we ons als Kamer hierover uitspreken en het kabinet een steun in de rug geven bij deze onderhandelingen.

Ik wens namens de ChristenUnie de minister-president heel erg veel succes. Ik hoop dat hij genoeg overhemden mee heeft om die nacht door te halen waarin onderhandeld moet worden. Maar laat daarbij dit vooropstaan: als wij ons willen inzetten voor een kleinere begroting en een kleinere afdracht, laat dat dan altijd gekoppeld zijn aan de inhoudelijke doelstellingen. Op die manier zouden we steun moeten kunnen krijgen voor onze voorstellen, denken wij.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van der Graaf. Dan geef ik nu het woord aan de heer Omtzigt namens het CDA.

De heer Omtzigt (CDA):
Voorzitter, dank u wel. Dank voor de antwoorden. Inderdaad, het was meer een onderling debat dan een debat met de regering. Maar dat komt ook omdat de regering een vrij duidelijke en heldere inzet aan de Kamer heeft gecommuniceerd.

Ik ben blij met de toezegging dat we heel voorzichtig zijn met enige ophoging van de EIB: genoeg garanties, Junckerfonds en financiering via de Europese Centrale Bank, om er niet zomaar nog weer een grote pot naast te zetten.

Ik ben ook heel benieuwd naar de echte reflectie die plaatsvindt over de vraag waarom de brexit heeft plaatsgevonden. Niet een peiling of zo; die reflectie kan ook betrekking hebben op jezelf. Het is altijd het lastigst om daar onderzoek naar te doen. Maar de Unie is wel de waardengemeenschap die wij allemaal verdedigen. Dat is niet alleen een econometrisch model, hoe leuk econometrische modellen ook kunnen zijn, zeg ik zelf maar.

Ik kijk ook heel erg uit naar het antwoord op de vraag hoe de subsidies aan journalisten garanties geven voor inhoudelijke onafhankelijkheid. Om dat punt even heel duidelijk te maken: wij subsidiëren natuurlijk de nationale publieke omroep. Maar dat doen we voor vijf of zeven jaar. En in de tussentijd kan minister-president Rutte of minister Bijleveld of welke minister dan ook kwaad worden op welke uitzending dan ook, maar niet ingrijpen. Dat is waarom we dat op die manier doen. Ik denk dat dat een beetje de essentie is. Dus ja, daar mogen publieke middelen voor ingezet worden, maar hoe zorg je ervoor dat niet tijdens de verkiezingen de Libelle of De Speld bepaalde subsidies krijgen? Dat lijkt me onwenselijk.

Tot slot een motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het vrijwillige pensioenfonds (gesloten in 2009) van Europarlementariërs een fors gat heeft;

constaterende dat het betreffende fonds een zeer lage dekkingsgraad heeft en normale pensioenfondsen dienen te korten bij een lage dekkingsgraad;

verzoekt de regering bij het MFK en op latere momenten niet in te stemmen met het aanvullen van dit tekort uit de Europese begroting,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Omtzigt. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1516 (21501-20).

Dank u wel, meneer Omtzigt. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Ouwehand namens de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Ik hoop dat de minister-president het volgende zegt op de Europese top: "Je kunt niet wapperen met een begroting en een Green Deal en mooie beloftes doen over klimaat als uit die begroting klimaatvernietiging wordt gefinancierd, als je met het mandaat dat Nederland de Europese Commissie geeft, handelsdeals sluit die rechtstreeks ten koste gaan van het klimaat en van de hervorming van de landbouw die nodig is."

Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering heeft erkend dat standaarden in de landbouw in de Mercosur-landen lager zijn dan de Europese standaarden en dat de EU geen mogelijkheid heeft om af te dwingen dat die standaarden verhoogd worden;

overwegende dat het Mercosur-verdrag leidt tot een forse toename van oneerlijke concurrentie voor de Europese boeren;

overwegende dat er meermalen is gefraudeerd met voor de export naar Europa bestemd Braziliaans vlees;

constaterende dat de regering heeft erkend dat er geen afdwingbare afspraken in het EU-Mercosur-verdrag zijn opgenomen die de Amazone beschermen of illegale ontbossing voorkomen;

spreekt uit dat het Mercosur-verdrag van tafel moet;

verzoekt de regering de Europese Commissie te laten weten dat Nederland de steun voor het Mercosur-verdrag intrekt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ouwehand, Diks, Baudet, Van Weerdenburg, Alkaya en Öztürk.

Zij krijgt nr. 1517 (21501-20).

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Ik heb nog een bezuinigingsvoorstelletje.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Europese Commissie tientallen miljoenen euro's subsidies uitgeeft aan promotiecampagnes voor vlees;

verzoekt de regering zich in te zetten voor een einde aan Europese subsidies voor de promotie van vlees,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Ouwehand. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1518 (21501-20).

Dank u wel, mevrouw Ouwehand. De heer Anne Mulder ziet af van een tweede termijn. Dan ga ik naar de heer Baudet namens Forum voor Democratie.

De heer Baudet (FvD):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. In aanvulling op wat ik in eerste termijn heb gezegd, zou ik nog één ding willen toevoegen over de onzaligheid van de nu voorliggende EU-plannen en dat betreft puur de termijn ervan. Het gaat over zeven jaar. Moet je je even indenken hoe fundamenteel ondemocratisch de Europese Unie eigenlijk is. Het gaat over een financieel plan dat ruimschoots over een verkiezingsperiode heen wordt getild. Er is geen parlement, geen democratische organisatie in de hele wereld te vinden die zoiets zou kunnen doen. Ik wil daarmee puur even het fundament aangeven waar we mee te maken hebben. We hebben te maken met een organisatie die niet toevallig ondemocratisch is of wat weeffouten heeft. We hebben te maken met een organisatie die fundamenteel antidemocratisch is. De Europese Unie is een antidemocratische organisatie die bedoeld is om de democratieën te ondermijnen, te kortwieken, af te schaffen. Dat is het oogmerk van de Europese Unie. Ik heb twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Nederland per hoofd van de bevolking al sinds 2000 de grootste nettobetaler van de Europese Unie is;

overwegende dat Nederland sinds 2007 een jaarlijkse korting heeft bedongen, omdat ons land zo veel meer betaalt dan andere landen;

overwegende dat de Europese Commissie van zins is deze korting te schrappen, al dan niet geleidelijk;

constaterende dat de korting niet voor niets is ingevoerd en dat het in het Nederlandse belang is om deze korting te behouden;

verzoekt de regering niet akkoord te gaan met het schrappen van de korting,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Baudet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1519 (21501-20).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de begroting van de EU iedere keer in de geschiedenis hoger is geworden;

overwegende dat twee derde van de Nederlanders niet wil dat er meer geld naar de Europese Unie gaat;

overwegende dat het Verenigd Koninkrijk de EU heeft verlaten en daarmee een groot gat in de begroting heeft achtergelaten;

constaterende dat de Europese Commissie nu voorstelt om de begroting opnieuw te laten toenemen, naar meer dan 1,00% van het gezamenlijke bbp van de EU;

verzoekt de regering haar veto uit te spreken als de uiteindelijke meerjarenbegroting een verhoging van het budget naar meer dan 1,00% van het gezamenlijke bbp van de EU met zich zou meebrengen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Baudet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1520 (21501-20).

De heer Jetten (D66):
Even voor de goede orde. De eerste overweging van de heer Baudet in die tweede motie was volgens mij dat de begroting van de Europese Unie elke keer groter wordt. Dat is gewoon niet waar. Het huidige MFK is mede vanwege de economische crisis verlaagd ten opzichte van de MFK's daarvoor.

De heer Baudet (FvD):
De totale uitgaven van de Europese Unie groeien alsmaar omdat de Europese Unie alsmaar groeit. De Europese Unie wordt alsmaar groter, neemt alsmaar meer bevoegdheden tot zich. De redenen daarvoor heb ik uitgebreid uiteengezet in de eerste termijn. Die zijn namelijk dat de Europese Unie een staat wil worden.

De heer Anne Mulder (VVD):
Om te beginnen: welkom aan de heer Baudet. Ik heb hem twee jaar niet gezien bij debatten voor de Europese top, dus blij dat hij er weer is. Hij heeft alle brexitdebatten gemist. Helaas, meneer Baudet, u was er niet. Maar zijn motie voor een veto is toch wat hypocriet. U wilt toch helemaal geen veto? U wilt toch uit de Europese Unie? Dien dan zo'n motie in.

De heer Baudet (FvD):
Ik heb geen vraag gehoord.

De voorzitter:
Mevrouw Leijten. U heeft uw punt gemaakt, meneer Mulder.

De heer Anne Mulder (VVD):
Nou, dit is een beetje weglopen voor … De heer Baudet komt al bijna niet en dan leg je wat bij hem neer en dan geeft hij niet eens antwoord!

De heer Baudet (FvD):
Ik behoor tot de …

De heer Anne Mulder (VVD):
Vindt u zelf ook niet dat u hypocriet bent met die motie?

De heer Baudet (FvD):
Ik behoor tot de meest actieve Kamerleden. Ik heb ongeveer de meeste debatten hier gedaan van alle Kamerleden, dus dat laat ik me echt niet aansmeren. Wel zijn we natuurlijk een relatief kleine fractie, zelfs de kleinste fractie die hier in de Kamer verkozen is. Dan moet je keuzes maken, maar ik denk dat mijn standpunt over de EU genoegzaam bekend is. Het is ook in allerlei boeken te vinden, dus als de heer Mulder op een vrije middag zit te peinzen en zich afvraagt wat toch ook alweer het standpunt van Forum voor Democratie was over de Europese Unie, dan is dat echt wel op voldoende plekken terug te vinden.

De voorzitter:
Nee, meneer Mulder.

De heer Baudet (FvD):
En dat wij, zolang wij in de Europese Unie zitten, alles moeten doen wat wij kunnen om de kaalpluk van Nederland door de andere landen zo veel mogelijk te beperken, lijkt mij volstrekt in lijn met onze standpunten.

De voorzitter:
Dit is genoeg gewisseld.

De heer Anne Mulder (VVD):
Mevrouw Arib, eindelijk heeft …

De voorzitter:
Mevrouw Arib? Ik ben de voorzitter.

De heer Baudet (FvD):
Wat is nou uw probleem, meneer Mulder? Waar zit u nou mee?

De voorzitter:
Nee nee, dit is de tweede termijn.

De heer Anne Mulder (VVD):
Ik heb eindelijk de kans om met de heer Baudet in debat te gaan, want hij komt nooit naar deze toppen, maar dan mag ik niets vragen!

De voorzitter:
Nee-hee.

De heer Baudet (FvD):
Wat wilt u weten?

De heer Anne Mulder (VVD):
Als de heer Baudet nu eerlijk is, komt hij niet met een veto, maar komt hij nu met een motie over de nexit.

De voorzitter:
Dat heeft u gezegd.

De heer Anne Mulder (VVD):
Dan zijn we duidelijk. Maar dit is een beetje derailleren.

De voorzitter:
Dat heeft u gezegd. Mevrouw Leijten.

De heer Baudet (FvD):
Ik begrijp totaal het punt niet. Maar ik ben inderdaad voor nexit. Als u dat wilt weten: ik ben een groot voorstander van uittreding uit de Europese Unie. Dat is waar.

De voorzitter:
Dan gaan we naar mevrouw Leijten.

Mevrouw Leijten (SP):
Ik wil even een opmerking maken en een vraag stellen. De opmerking gaat erover dat de heer Baudet zegt dat hij een van de actiefste Kamerleden is. Ik ken Kamerfracties die ook klein zijn, maar die ik veel vaker bij AO's en bij plenaire debatten zie en die ook veel vaker voorstellen indienen. Dat kan de ChristenUnie zijn, de Partij voor de Dieren of 50PLUS. Die zijn ook met vier of vijf en die zijn een stuk actiever. Die zie ik echt een stuk vaker.

De heer Baudet (FvD):
Grappig dat mevrouw Leijten denkt dat wij met vier of vijf zijn. Dat geeft al aan hoe enorm actief wij blijkbaar zijn, dat bij haar het beeld is ontstaan dat wij met vier of vijf Kamerleden zijn! Terwijl we met z'n tweetjes zijn.

Mevrouw Leijten (SP):
Dat is mij zeker bekend. Maar zelfs de fractie van DENK zien wij vaker bij debatten die te maken hebben met het controleren van de regering en ook gewoon bij AO's dan dat wij de heer Baudet of de heer Hiddema ergens zien. Zeggen dat hij de meest actieve parlementariër is, is gewoon niet de waarheid. Dat was een opmerking. We kunnen dit statistisch gaan uitrekenen en dat doe ik dan ook graag.

De heer Baudet (FvD):
Ik zei niet dat ik dé meest actieve … Het is ook belangrijk om gewoon naar mensen te luisteren en niet altijd maar dingen te verdraaien. Dat kan ik iedereen hier overigens meegeven. Ook de heer Jetten heeft daar een handje van. Ik behoor tot de meest actieve Kamerleden als het gaat om deelname aan plenaire debatten. Die lijstjes zijn genoegzaam bekend. En ja, dat mevrouw Leijten mij misschien wat minder vaak … Dat heeft misschien ook met haar portefeuille te maken. Ik kan niet helemaal overzien hoe zij haar werk doet. Maar dat wij elkaar misschien iets minder vaak tegenkomen dan dat zij bepaalde ambtsgenoten van andere partijen tegenkomt, dat mag zo zijn.

De voorzitter:
U wilt iets vragen?

Mevrouw Leijten (SP):
Ja, voorzitter. In het interruptiedebat met de heer Asscher zei de heer Baudet dat de Tweede Wereldoorlog niets te maken had met natiestaten. Maar het was toch natiestaat Duitsland die natiestaat Nederland, natiestaat Polen of andere binnenviel?

De heer Baudet (FvD):
Dit is inderdaad een misvatting, denk ik, in onze visie op de geschiedenis. De oorzaak van die verwoestende oorlog is niet de behoefte geweest om natiestaten te hebben, integendeel. Het fascisme en nationaalsocialisme maar ook het communisme zijn expliciet antinationale of postnationale ideologieën, die dus ook niet aan landsgrenzen gebonden waren. Daarom waren die oorlogen zo vernietigend, omdat ze al die landen wilden veroveren. Wie een voorstander is van nationale staten, is ook automatisch een voorstander van begrenzing. Er is dus helemaal geen reden voor een nationale staat om een expansieve veroveringsoorlog te voeren. Als je een natiestaat wil zijn, dan ben je gericht op de mensen die behoren tot jouw natie, tot jouw bevolking. Als Nederland zeg maar gewoon een nationale staat wil zijn …

De voorzitter:
Het moet echt kort zijn.

De heer Baudet (FvD):
… dan is er geen enkele reden om Portugal te gaan veroveren of Polen.

De voorzitter:
Meneer Baudet, u heeft veel meer spreektijd gebruikt dan andere Kamerleden, zowel in de eerste termijn als in de tweede termijn. Alle interrupties moeten kort zijn, maar dat geldt ook voor de antwoorden.

De heer Baudet (FvD):
Ik zal mijn best doen.

Mevrouw Leijten (SP):
Het ging mij om de historische parallel. Als mij een ding is bijgebleven van alles wat ik geleerd heb en de indrukwekkende dingen die wij nog steeds leren over de Tweede Wereldoorlog, is het dat die ging over en voortkwam uit superioriteitsgevoel, uit denken in rassen, dat bepaalde rassen er niet mochten zijn. Als u op deze manier de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog verdraait, dan vind ik dat inderdaad heel gevaarlijk in deze Tweede Kamer.

De voorzitter:
Dan heeft u uw punt gemaakt.

De heer Baudet (FvD):
Racisme is dus ook een niet-nationale ideologie, is dus ook een universalistische ideologie. Daarom ook dat ik die absurde verwijten die ik soms hier naar mijn hoofd geslingerd krijg … Het is zo absurd. Wij zijn juist voor een nationale gemeenschap waarin mensen van verschillende afkomst thuis kunnen zijn, welkom zijn. Ik kan niet beoordelen wat u precies heeft geleerd op school zoals u zegt. Maar als dat zou zijn dat nationalisme de oorzaak is van expansieoorlogen waarin heel Europa onderworpen werd aan een universalistisch ofwel raciaal of klassedenken zoals bij de communisten, dan heeft dat met de filosofie van de natiestaat, de nationale staat, ongeveer niets te maken.

De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Leijten.

Mevrouw Leijten (SP):
Die filosofie van de natiestaat verbinden aan wat er is gebeurd in de Tweede Wereldoorlog, waarbij er in de aanloop …

De heer Baudet (FvD):
Maar dat doe ik dus juist niet! Ik zeg juist dat het het tegenovergestelde is!

De voorzitter:
Niet schreeuwen.

Mevrouw Leijten (SP):
Dat is precies wat u deed. Wat er is gebeurd in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog, had te maken met het wegzetten van een bevolkingsgroep, permanent, ze als minderwaardig laten zien, waardoor je op een gegeven ogenblik de verschrikking van de Holocaust kreeg. Dat de parallel door de heer Baudet zelf getrokken wordt met een vergoelijking van een filosofie over de natiestaat, dat is inderdaad het witwassen van extreemrechts hier in de Tweede Kamer. En dat moet ook gezegd worden.

De heer Baudet (FvD):
Ik kan dit echt totaal niet volgen. Ik doe het tegenovergestelde. Ik zeg dat de theorie, het pleidooi voor de nationale staat juist het tegenovergestelde is van al die afschuwelijke zaken waar mevrouw Leijten mee begint te schermen. Wie een nationale staat wil, wil dat de bevolking, waar die ook maar precies vandaan komt in de filosofie van Ernest Renan, zich welkom voelt, onderdeel uitmaakt van een gemeenschap en samen een toekomst vormgeeft. Dit ongeacht afkomst, geslacht, huidskleur enzovoort. Dat is precies wat wij bepleiten.

De voorzitter:
Dank u wel.

De heer Baudet (FvD):
Maar wat zag je in de Tweede Wereldoorlog, en overigens ook in de communistische filosofieën en andere postnationale of antinationale filosofieën? Die wilden juist over die landsgrenzen heen regeren. Dus ik kan me echt op geen enkele manier aangesproken voelen.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Baudet. Dat heeft u gezegd.

De heer Baudet (FvD):
Ik vind het wel heel belangrijk om daar duidelijk afstand van te nemen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik geef de minister-president het woord.

Minister Rutte:
Voorzitter. Ik begin met de heer Omtzigt in te pakken, want ik vond dat hij eerlijk gezegd in zijn termijn precies het midden vond tussen mij en de heer Jetten op het punt van de financiering vanuit de Europese Commissie, en ook bij de analogie met nationale financieringen van journalistieke uitingen en de randvoorwaarden die daaraan gesteld moeten worden. Vraag me niet om precies te herhalen wat de heer Omtzigt daarover zei, maar het beviel mij. En volgens mij was het exact het compromis tussen mij en de heer Jetten. Dat betrekken we dus ook bij de zoektocht naar een beantwoording van de meer algemene vraag, daarover gesteld in het verslag van deze Europese Raad. Dat had ik eerder al toegezegd.

Mevrouw Leijten vroeg: hoe ga je nou de volgende keer voorkomen dat het weer een derde, een derde, een derde wordt? Dat hebben we natuurlijk de laatste keer ook geprobeerd. Tijdens ons voorzitterschap hebben we ook initiatieven genomen om te komen tot een modernisering van de begroting. En ik ben zeer gemotiveerd om daar de komende jaren, de komende tien, twintig jaar mee door te gaan.

De heer Van Ojik stelde een vraag over het verdienvermogen van de Europese Unie. In mijn zienswijze wordt dat verdienvermogen maar beperkt beïnvloed door de begroting. Dat zei ik al in de eerste termijn. Het wordt wél zeer beïnvloed doordat bijvoorbeeld wij hier in Nederland als een soort gebroeders Temmes om acht uur 's avonds de gordijnen dichtdoen en zeggen: laten we de buitenwereld buitensluiten. Dat was wel het Nederland dat in de afgelopen week in het publieke debat, en soms ook in het politieke debat zichtbaar werd. Als we dat doen, en als we zeggen dat wij ons keren tegen de internationale samenwerking, tegen handelsverdragen en dat soort zaken, dan weet ik één ding zeker: dat is echt de fast track naar het verliezen van onze welvaart hier. Echt, daar ben ik honderd procent van overtuigd.

Dan de moties. Nr. 1512, van Tony van Dijck: ontraden. Onze inzet is een gelijkblijvende afdracht, rekening houdend met de inflatie en de economische groei.

De motie op stuk nr. 1513 is niet in het Nederlands belang: ontraden.

Motie op stuk nr. 1514: oordeel Kamer. Conform kabinetsinzet.

Motie op stuk nr. 1515: overnemen c.q. oordeel Kamer. Het is wel een inspanningsverplichting, maar zo lees ik de motie ook. Ik kan geen garantie geven. Ik had het ook al tegen de heer Asscher gezegd. Eigenlijk sluit deze motie aan op mijn interruptiedebat met de heer Asscher.

De voorzitter:
Ik kijk even naar mevrouw Van der Graaf of zij bezwaar heeft tegen het overnemen van de motie op stuk nr. 1515.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Ik denk dat het goed is dat de Kamer zich hier wel over uitspreekt. Maar ik ben blij met het oordeel van de premier. Ik heb hem goed gehoord.

De voorzitter:
Dan gaan we de motie in stemming brengen. Prima.

Minister Rutte:
Dan de motie op stuk nr. 1516. Als inspanningsverplichting zeg ik oordeel Kamer. Als resultaatverplichting is het niet mogelijk. Ik kan het niet met zekerheid zeggen. Maar uit de toelichting van de heer Omtzigt begrijp ik dat dit belangrijk is. Dat deel ik met hem. Ik ben het er meer dan mee eens. Overigens moet ik er wel bij zeggen dat het geen onderdeel is van deze MFK-onderhandeling. De motie raakt dus eigenlijk aan toekomstige momenten dat er over begrotingen gesproken wordt. Nogmaals, ik ben het er zeer mee eens, maar het moet een inspanningsverplichting zijn. Als ik de motie zo mag lezen, krijgt ze oordeel Kamer. Nu de heer Omtzigt niet boos opspringt, begrijp ik dat de interpretatie hem bevalt.

De motie op stuk nr. 1517 ontraad ik, maar die is vanmiddag ook in stemming geweest. Volgens mij staakten toen de stemmen. Ik heb er geen andere opvatting over dan mevrouw Kaag en de heer Blok hier in het debat hebben gedebiteerd. Dus ik sluit mij daar bij aan. In die zin is het een herhaling van zetten. Volgens mij is het letterlijk dezelfde motie, dus hetzelfde oordeel.

Over de motie op stuk nr. 1518 zou ik tegen mevrouw Ouwehand willen zeggen: aanhouden totdat de betreffende Kamervragen zijn beantwoord. Er zijn Kamervragen op dit punt gesteld. De suggestie aan haar is om de motie aan te houden. Als ze dat niet doet, moet ik de motie ontraden, bij ontstentenis van precieze kennis op deze zaken. Maar het lijkt mij dat het wel ontraden wordt.

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik ben constructief, hoor. Ik hou haar even aan.

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Ouwehand stel ik voor haar motie (21501-20, nr. 1518) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Minister Rutte:
Top.

De motie op stuk nr. 1519. Daar moet ik wel iets bij zeggen. Correctie is voor het kabinet geen doel maar een middel. Maar op zichzelf klopt wat hier in deze motie staat, dus oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 1520 ontraad ik. Ik verwijs naar de motie-Bisschop/Leijten. Ik verwijs naar het feit dat de 1% geen doel is maar een middel, maar dat de 1% wel de fast track is naar onze inzet. Dus daar zullen wij ook aan werken. Daarmee ontraad ik de motie.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we hiermee aan het einde gekomen van dit debat.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Ik dank de minister-president, ik dank de Kamerleden en de mensen die op een of andere manier dit debat hebben gevolgd. Over de ingediende moties zullen we morgenmiddag stemmen.

Sluiting

Sluiting 23.25 uur.