Plenair verslag

Tweede Kamer, 22e vergadering
Dinsdag 10 november 2020

  • Aanvang 14:00 uur
  • Status Ongecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Arib

Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:

De voorzitter:
Ik open de vergadering van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van dinsdag 10 november 2020. Ik heet iedereen van harte welkom.

Vragenuur

Vragenuur

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 136 van het Reglement van Orde.

Vragen Van der Linde

Vragen van het lid Van der Linde aan de minister van Financiën over een enorme toename in spoofing en whatsappfraude.

De voorzitter:
Aan de orde zijn de mondelinge vragen; daar beginnen we altijd mee op dinsdagmiddag. Ik heet de minister van Financiën van harte welkom. Ik geef de heer Van der Linde namens de VVD het woord voor zijn vragen over een enorme toename in spoofing en whatsappfraude. Het woord is aan de heer Van der Linde namens de VVD.

De heer Van der Linde (VVD):
Voorzitter. De telefoon gaat. Die aardige meneer van de bank of je krijgt een tekstberichtje van je dochter of je even wat geld wil overmaken. Het tv-programma Radar besteedde gisteren uitvoerig aandacht aan de fraude met whatsapp en spoofing. Criminelen doen zich voor als bankmedewerkers en maken onschuldige mensen tienduizenden euro's afhandig. Deze mensen, gewone hardwerkende Nederlanders handelen volledig te goeder trouw. Zo ongewoon is het natuurlijk ook niet dat je gebeld wordt door je eigen bank, maar intussen ben je al je geld kwijt. En dat gaat maar door. Vanmorgen de 81-jarige Joop die €10.000 kwijtraakte. Deze problemen zijn niet nieuw. Ik heb er eerder vragen over gesteld met mijn collega Dilan Yesilgöz, maar het wordt steeds erger en steeds bedreigender. Criminelen zijn nu zo brutaal dat ze gewoon bij je thuis aanbellen, zogenaamd om je te helpen en je te beschermen tegen andere criminelen die je geld afhandig willen maken. Onze prioriteit moet natuurlijk zijn om deze aartslaffe criminelen op te pakken en achter de tralies te zetten. Het beroven van ouderen, het afpakken van geld waarvoor mensen lang hebben gespaard, het is te laaghartig voor woorden. Banken gaan nu heel verschillend om met dit probleem. De Rabobank schijnt de schade van spoofing en whatsappfraude vrij genereus te vergoeden. ING treft technische maatregelen om fraude te voorkomen. De Betaalvereniging Nederland deed gisteren een handreiking voor een ruimhartige vergoeding. Maar er is niet één beleid. Ik begrijp zelfs dat banken daarover onderling niet mogen overleggen.

Voorzitter. Ik zou het liefst van de minister twee dingen willen horen. Allereerst dat we deze boeven pakken. Het tweede is dat we ruimhartig omgaan met mensen die er het slachtoffer van worden. Is de minister bereid om met banken in overleg te gaan om te zorgen dat de sector zo veel mogelijk één lijn kan trekken? Het siert de banken die de schade nu ruimhartig vergoeden.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik geef het woord aan de minister van Financiën.

Minister Hoekstra:
Voorzitter, dank u wel. Misschien mag ik beginnen met te zeggen dat ik er ook vorige week al was bij het vragenuurtje, dus dat ik mij zeer gewenst voel door de Kamer. Het is in ieder geval in mijn bestaan een unicum om twee dinsdagen achter elkaar te mogen verschijnen.

De voorzitter:
Nou, dan moet u dat maar eens vragen aan de minister van Justitie want die is ook …

Minister Hoekstra:
Nee, in mijn bestaan. Nee, dat deelt hij uitgebreid met mij. Dus die vindt dat ik niet moet mekkeren.

Voorzitter. Het probleem dat de heer Van der Linde aanraakt, is echt heel serieus, omdat we allemaal in onze omgeving en ik denk ook velen van ons rechtstreeks, meemaken dat je appjes en e-mails krijgt en dat je mensen aan de telefoon krijgt waarbij je in eerste instantie geneigd bent om zelf te goeder trouw te reageren. En het gaat op een buitengewoon vernuftige manier die maakt dat, soms door schade en schande wijs geworden en gelukkig heel vaak door voorlichting wijs geworden, het gros van de mensen er vrijwel in alle gevallen niet in trapt, maar als dat soort criminelen op zeer grote schaal dit soort berichten versturen, dan is er natuurlijk af en toe ook iemand die volstrekt te goeder trouw er wel in trapt. Dan is de schade enorm. Dus ik vind het zeer terecht dat de heer Van der Linde het punt hier markeert.

Ik denk ook dat hij gelijk heeft dat de oplossing zit in een combinatie van én nog meer voorlichting én het echt opsporen van dit criminele gedrag. Alleen maar voorlichting of alleen maar praten over coulance is helemaal aan het begin of het einde van de pijplijn en dat is te beperkt. Wat ik hem zou willen toezeggen is dat ik samen met de minister van Justitie en Veiligheid ga onderzoeken hoe we de samenwerking met banken op het gebied van fraudebestrijding nog verder kunnen vormgeven en hoe we die fraudebestrijding nog meer kunnen versterken. Daarnaast zal ik met de banken in gesprek gaan over dat thema van betalen.

Het is wel belangrijk om daarbij een onderscheid te maken. Er zijn zaken waarbij er iets gebeurt zonder een handeling van de klant en dan nemen banken eigenlijk altijd actie. Hier gaat het natuurlijk om de situatie — juridisch is het wel belangrijk om dat onderscheid te maken — dat de klant een handeling verricht en daarmee in grote problemen komt, maar de bank geen schuld treft. Dit is ook tegen de wens van de banken in. Juridisch is er dus geen titel om het op de bank te verhalen. Wel hebben wij, denk ik, allemaal het gevoel dat dit mede door de efficiency van het betalingsverkeer plaatsvindt en dat bovendien de gevolgen voor mensen vaak desastreus zijn. Daarin zou je een titel kunnen vinden om die regeling nog eenduidiger en coulanter te maken. Daarover wil ik het gesprek met de banken aangaan.

De heer Van der Linde (VVD):
Ik dank de minister voor zijn beantwoording en uiteraard voor zijn bereidheid om dat gesprek aan te gaan. Ik denk dat er ook voor ons nog wel huiswerk ligt. We zien hier hetzelfde probleem als bij witwassen: geld gaat razendsnel over zes, zeven bankrekeningen, wordt contant opgenomen of verdwijnt naar het buitenland, maar ondertussen mogen banken nog steeds geen gegevens uitwisselen met elkaar, met de fraudehelpdesk of met de politie. Laat staan dat je in een paar seconden die gebruikte bankrekeningen kunt bevriezen. Dat kan ook nog niet. We weten dat hierover een wetsvoorstel van de minister bij de Raad van State ligt. Kan hij aangeven wanneer dat naar de Kamer komt en — belangrijker — of dat in dit geval ook gaat helpen?

Minister Hoekstra:
Wanneer dat komt, zou ik echt even moeten checken. Voor het tweede deel van de vraag van de heer Van der Linde geldt: het is van de categorie dat het potentieel wel wat helpt, maar eerlijk gezegd denk ik dat er meer moet gebeuren. Ik zou dus het ene willen doen, namelijk wat ik in mijn eerste reactie tegen de heer Van der Linde heb gezegd, maar het tweede niet willen laten. We gaan dus gewoon door met die wet. Ik zal de Kamer even schriftelijk laten weten wat de precieze timing is, wanneer dat wetsvoorstel hier aanspoelt. Maar ik wil wel echt door met het gesprek met de banken en ook met dat onderzoek, samen met de minister van Justitie, dat we meer ten principale kunnen doen op het gebied van zowel coulance als het aanpakken van fraude.

De heer Van der Linde (VVD):
Dan hoop ik dat we met zijn allen kans zien om mensen aan te zetten tot het eerder doen van aangifte, want het is niet naïef als je denkt een telefoontje van je bank aan te nemen en je bent niet dom als je even niet begrijpt hoe al die ingewikkelde apps op je telefoon werken. Het grote probleem is nu — dat zagen we gisteren in die uitzending ook — dat de helft van de mensen geen aangifte wil doen, uit valse schaamte. Ik hoop zeer dat dat meegenomen wordt in de besprekingen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van der Linde. Dan ga ik naar de heer Van Nispen, namens de SP.

De heer Van Nispen (SP):
Deze vorm van bankfraude is een enorm probleem en het is een collectief probleem. Deze criminelen gaan op grote schaal te werk en duperen en ruïneren mensen die daar zelf helemaal niks aan kunnen doen, juist vanwege de doortrapte manier waarop te werk wordt gegaan. Er wordt gebruikgemaakt van het vertrouwen dat veel mensen in banken hebben. Precies om die reden vind ik het onvoldoende dat de minister zegt: ik ga in gesprek met de banken om het te hebben over coulance. Nee, het gaat hier over slachtoffers, die daar zelf niks aan kunnen doen. Zij zijn niet grof nalatig geweest; dat is het criterium dat moet tellen. De SP wil de minister er vandaag toe oproepen om zo snel mogelijk wettelijk te regelen dat mensen die hier het slachtoffer van worden, gecompenseerd worden door de bank en dat de overheid, de opsporing, politie en justitie, er vervolgens meer aan gaat doen om het geld te halen bij de criminelen, omdat misdaad niet mag lonen. Is de minister bereid om dat toe te zeggen en daar fors werk van te maken?

Minister Hoekstra:
Ook hierin zou ik een aantal dingen tegelijk willen doen. Laat ik nog eens markeren dat ik me aansluit bij de woorden van de SP-fractie dat de mensen die het overkomt, in goed vertrouwen handelen. Overigens is het omgekeerde ook waar. Ik denk dat we ook allemaal weleens wat hebben laten passeren op basis van argwaan, terwijl dat eigenlijk niet terecht was. Vorige week nog kreeg ik een sms'je voor een conference call met het kabinet. Ik dacht: dat ziet er niet uit als oprecht. Er stond natuurlijk niet bij dat het van het kabinet was en ik vond het eruitzien als fraude, tot ik 's avonds op een gegeven moment acht oproepen had gemist en een van de vicepremiers mij appte met de vraag: waar blijf je nou? Maar dat is verder niet voor de notulen, voorzitter. "Te laat", hoor ik haar zeggen.

Wat ik additioneel wil toezeggen, is dat ik de juridische weg, die wetgevingsweg, waar de SP naar vraagt, best wil verkennen. De reden dat ik wil beginnen met wat ik net aan de heer Van der Linde heb toegezegd, is de snelheid. Want met een wijziging van de wet, zeker een wijziging van het Burgerlijk Wetboek — er zitten hier een paar mensen in de zaal die weten hoe ingewikkeld dat is — zijn we gewoon anderhalf à twee jaar verder. Dus ik wil dit graag toezeggen, maar ik wil het niet doen in plaats van. Ik wil het doen on top of.

De voorzitter:
Ik kijken even. De heer Van Otterloo in de middelste microfoon, dan de heer Van Dam en dan de heer Nijboer.

De heer Van Otterloo (50PLUS):
Gelukkig dat de Vereniging van Nederlandse Banken iets heeft bewogen op dit terrein, want ik zag zaterdag bij Kassa een mevrouw namens de ING nog alle aansprakelijkheid van zich af werpen. Dat riep bij mij de vraag op of we niet ten principale moeten kijken hoe dit zich verhoudt met de verantwoordelijkheden in een digitale samenleving, want geld gaat heel snel, mensen zijn niet altijd vaardig. Dus de vraag aan de minister is om ten principale na te denken over de verantwoordelijkheden binnen het systeem zoals het nu is geworden, wat ons veel goeds brengt maar ook veel risico's met zich meebrengt.

Minister Hoekstra:
Op zich eens met de emotie, maar het gaat hier echt om de precisie en de juridische precisie, want de heer Van Otterloo neemt hier het woord "aansprakelijk" in de mond. Dan denk je toch aan een wettige handeling of een wettig nalaten of nalaten in strijd met een wettelijke regeling of wettelijke regel of verplichting. Daarvan is hier natuurlijk geen sprake bij de bank. Nee, het is zo dat de banken op zichzelf een heleboel doen op het gebied van voorlichting. Het is ook zo dat dat de banken met ons allemaal profiteren van die hele efficiënte manier van transacties afhandelen. Daarom is er best wat voor te zeggen om met elkaar te kijken hoe je consumenten zo goed mogelijk beschermt en hoe je zo veel mogelijk op het gebied van handhaving doet. Maar aansprakelijk in juridische zin kan je natuurlijk als bank niet zijn op het moment dat een crimineel op deze manier een te goeder trouw handelende burger in de luren weet te leggen. Dus het woord "aansprakelijk" is denk ik niet op zijn plaats, maar dat neemt niet weg dat ik vind dat wij allemaal een grote verantwoordelijkheid hebben om dit probleem aan te pakken.

De heer Van Otterloo (50PLUS):
Ik zou het ook meer langs de lijn van de zorgplicht willen benaderen, omdat ik merkte dat de banken maar heel mondjesmaat hadden gewaarschuwd. Dit probleem van spoofing speelt al veel langer. Pas na de tv-uitzendingen kreeg ik maandag een berichtje van de ING dat het wel zou kunnen en dat ze de termijn tot vier uur hadden opgerekt voordat de saldoverhoging plaatsvindt. Dat vind ik dus een nalatigheid van de bank, als je ziet wat er gebeurt, dat je zo laat reageert om het publiek te waarschuwen.

De voorzitter:
Een korte reactie, de minister.

Minister Hoekstra:
Ik denk eerlijk gezegd dat ook de banken zien dat dit een steeds groter maatschappelijk probleem is en dat het ook logisch is om daar wat aan te doen. Overigens is het zo dat banken, anders dan veel andere partijen die ook volstrekt tegen hun wens misbruikt worden voor crimineel gedrag, al wel coulanceregelingen hebben. Dit ook even ter verdediging van de sector. Volgens mij zijn wij het er hier over eens — een van de leden verwees ook naar de reactie van de banken zelf gisteren in het televisieprogramma — en ben ik het er zeer mee eens dat we gewoon moeten onderzoeken wat verstandig is om meer te doen, zowel op het gebied van regelgeving en de wet, zowel op het gebied van handhaving, justitie en veiligheid, zowel op het gebied van voorlichting, zie de banken, en ten slotte ook op het gebied van coulance. Met dat hele pakket moeten we volgens mij aan de gang.

De heer Van Dam (CDA):
Leuk om de minister van Financiën op deze justitiële casus eens aan de tand te voelen. Ik begrijp dat hij gaat overleggen met de banken. Hartstikke goed. Nu zijn er natuurlijk mensen die een beroep doen op de overheid om hier beschermd te worden, maar er zijn ook mensen die denken "hé, ik ben" — een beetje plat woord — "belazerd, ik ga daar zelf achteraan en neem een advocaat in de hand." Ze komen bij de bank uit, want dat geld is natuurlijk over een rekening van de bank ergens naartoe gegaan. En wat zegt de bank dan? Die zegt: die gegevens mogen wij niet delen, privacywetgeving. Dus je hebt een vermoeden dat er gebruik is gemaakt van een rekening op een criminele manier, en dan houdt het op. Mijn vraag aan de minister: zou u nou ook eens met de banken willen bespreken hoe dát probleem opgelost kan worden? Ik vind het namelijk echt onzin dat mensen die gebruikmaken van een rekening zich daarachter kunnen verschuilen.

Minister Hoekstra:
Ik zag de heer Van Dam hier al binnenwandelen en u zag me daarom enigszins aarzelen om artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek, na dat twintig jaar niet meer gezien te hebben, op te dreunen. Dat ging half goed, maar even op dat laatste punt. Op zichzelf wil ik natuurlijk ook graag dat mensen dan achter de crimineel aan kunnen waar dat geld te verhalen is. Heel eerlijk gezegd is dat onderdeel van een bredere discussie die wij hier hebben. Die gaat erover van welke gegevens je nou redelijkerwijs vindt dat ze gedeeld moeten kunnen worden, niet alleen met een particulier of iemand die in dit geval gewoon belazerd is, maar ook tussen banken onderling. Daar zijn we mee bezig. We hebben natuurlijk ook echt wel wat discussies gehad over het belang van privacy, dat groot is maar dat in mijn optiek in sommige gevallen hier toch echt moet wijken voor het kunnen aanpakken van de criminaliteit. Mijn voorstel zou zijn dat ik deze specifieke vraag, dus eigenlijk een subvraag van die bredere vraag over het delen van informatie en het delen van bancaire gegevens, daar ook in meeneem.

De heer Nijboer (PvdA):
Niemand in Nederland kan nog zonder bankrekening. En niet iedereen is even handig met techniek. Dan kan het je overkomen dat je bedonderd wordt door criminelen. Ik vind dat banken er alles aan moeten doen om ervoor te zorgen dat je geld veilig is. Ik vind het niet te verteren dat de ene bank zegt: "we hebben een soort coulance, u krijgt het terug", terwijl je bij de andere bank de pineut bent en zo €5.000 of €10.000 kwijt bent. Is de minister dat met mij eens en is hij ook bereid om ervoor te zorgen dat die banken mensen die nietsvermoedend misschien een foutje maken toch compenseren? Dat hebben we vorige keren ook gedaan, met malware en spyware. Daarover heb ik zelf nog de wet mee mogen veranderen de afgelopen jaren. Ik vind dat dat ook bij die nieuwe criminele activiteiten moet.

Minister Hoekstra:
Even heel precies waar het hier over gaat. We hebben het inderdaad vaak over dit soort thema's gehad, phishing en al die loten aan die stam. Hier gaat het over spoofing; interessant, want dat heeft in het Engels zowel de betekenis imiteren als misleiden. Dat geeft denk ik het woord heel goed weer, want het is dus een website die eruitziet als echt; daar gaat het vaak om. Ik zou eigenlijk op die vraag van de heer Nijboer nog even willen studeren, of dat een plek kan vinden in een van die onderdelen van de viertrapsraket. Ik heb net gezegd: ik wil het juridisch onderzoeken, ik wil kijken naar de voorlichting, ik wil kijken naar de coulance, waar het eerste stuk van de vraag van de heer Nijboer over gaat, en ik wil ook absoluut kijken naar de opsporing. Want laten we ook reëel zijn met elkaar, het liefste wil je natuurlijk dat je problemen voorkomt door dit soort mensen zodanig achter de tralies te zetten dat de activiteit daarmee ook niet of in ieder geval veel minder vaak plaatsvindt.

De voorzitter:
Dank u wel.

Minister Hoekstra:
Dank, voorzitter.

Vragen Ouwehand

Vragen van het lid Ouwehand aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de nertsenhouderij.

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Ouwehand namens de Partij voor de Dieren voor haar vragen over de nertsenhouderij, gericht aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport die ik van harte welkom heet. We wachten heel even tot er een wissel plaatsvindt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter. Corona is een zoönose. Dat betekent dat we een pandemie hebben gekregen omdat de mens de dieren niet met rust heeft gelaten; een infectieziekte die overslaat van dier op mens. En vervolgens hield het daar niet bij op. Nederland had de primeur in de wereld om voor het eerst ook corona te hebben in de dierhouderij, in de nertsenhouderij. Wat daar gebeurt, is dat het virus in die dieren zich vermenigvuldigt, kan muteren en weer terugoverslaat op mensen, waardoor je te maken krijgt met een nieuwe variant, die agressiever kan zijn en die mogelijk een vaccin, waar we nu hard aan werken, ondermijnt.

In Denemarken heeft de minister-president daar besloten om de hele sector stil te leggen. Ze hebben geloof ik nog een dag of zeven. Op 16 november mag daar geen nerts meer in een kooitje zitten. Waarom? Omdat dat gemuteerde virus een groot wereldwijd risico kan opleveren. Wat doet het Nederlandse kabinet? We ruimen besmette bedrijven, maar het kabinet accepteert dat er nog honderdduizenden nertsen in kooien blijven zitten, waar dat virus dus kan muteren en een gevaar kan vormen. De allereerste vraag die ik aan de minister van Volksgezondheid wil stellen, is deze. Wat waren de twee belangrijkste lessen van de Q-koorts?

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de minister van VWS.

Minister De Jonge:
Voorzitter, dank u wel. Ik denk dat het goed is om toe te lichten wat de Deense situatie betekent voor de Nederlandse; we hebben er vorige week tijdens het debat al over gesproken. Ik hecht eraan om aan te geven dat wij een OMT-Z-advies hebben gevraagd. Dat zal in de loop van de dag onze kant op komen, waarna ik de Kamer per ommegaande wil adviseren. Ik heb aan de voorzitter van het OMT-Z gevraagd of hij mij al inzage zou kunnen geven in het advies, omdat het belangrijk is om de risicosituatie nu te duiden ten opzichte van die van augustus. Wat het OMT-Z op hoofdlijnen aangeeft, is dat er geen aanvullende risico's zijn. Dat is één. Twee: de maatregelen die wij in Nederland al genomen hebben, zouden afdoende moeten zijn om het risico op besmetting te voorkomen. Waarom is dat? Omdat er natuurlijk een risico is op reservoirvorming bij die nertsenbedrijven. Dat is de reden waarom wij voor de korte termijn hebben gezegd: we ruimen besmette bedrijven. En voor de langere termijn hebben we gezegd: we moeten gewoon af van de nertsenhouderij. De stopdatum is naar voren gehaald. Collega Schouten zal het wetsvoorstel dat een einde moet maken aan de nertsenhouderij in Nederland op korte termijn naar de Kamer zenden. Ik denk dat het belangrijk is om dat hier aan te geven.

Wat hebben we van de Q-koorts geleerd? Zoönosen kunnen in combinatie met intensieve dierhouderij een gevaar betekenen voor de volksgezondheid. Dat is ook de reden waarom sindsdien die zoönosestructuur is ingericht. Die structuur voorziet erin dat daar waar sprake is van een risico voor de volksgezondheid, ook als het gaat om de veehouderij, altijd het belang van de volksgezondheid heeft te prevaleren. Dat is de belangrijkste les die van de Q-koorts is geleerd. Zo is het ook precies gegaan hier in relatie tot de nertsenhouderij. Daar waar sprake is geweest van de eerste nerts-mensbesmetting, zoals we die ook in Nederland hebben gezien, is meteen de zoönosestructuur in werking getreden en zijn meteen die maatregelen getroffen om het gevaar voor de volksgezondheid te couperen, allereerst voor de korte termijn door alle besmette bedrijven te ruimen, in combinatie met een transportverbod en een serie aan andere maatregelen, en voor de langere termijn door de nertsenhouderij eerder te stoppen. Ik denk dat dat belangrijke maatregelen zijn om het risico voor de volksgezondheid te mitigeren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De minister had een derde van de vraag goed. De vraag was: wat waren de belangrijkste lessen uit de Q-koorts? Volksgezondheid moet vooropstaan, zeker, maar die twee andere lessen gaan natuurlijk over hoe je dat in de praktijk doet. En dan is de eerste van de twee lessen, waarvan het mij echt zorgen baart dat de minister van Volksgezondheid ze niet uit zijn hoofd weet, dat het voorzorgsbeginsel vooropstaat. Als er een risico is, wacht je dus niet tot je het bewijs helemaal rond hebt, maar dan zeg je: wacht eens even, dit risico voor de volksgezondheid gaan we gewoon niet nemen. De tweede les is: de minister van Volksgezondheid is de baas, niet LNV. Geen onderhandelingen met de sector, geen uitstel van maatregelen, dat waren de belangrijkste lessen.

Voorzitter. De minister zegt steeds: het risico dat je door een nerts besmet raakt, is kleiner dan dat je door je buurman besmet raakt. Maar dan snapt hij de hele pandemie niet. Met hoeveel besmettingen is deze pandemie begonnen? Ik verklap het: het was er één, in China, van dier op mens. En nu ligt de hele wereld in een crisis. Dat risico moet je niet willen nemen, maar het kabinet neemt dat risico wél, want het kiest hiervoor, terwijl alle andere sectoren worden stilgelegd en ingrijpende maatregelen worden genomen op basis van de Wet publieke gezondheid, die het kabinet, die de minister van VWS, de bevoegdheid geeft om in te grijpen als dat nodig is om de volksgezondheid te beschermen. De horeca kreeg op zondagmiddag om half zes te horen dat ze om zes uur dicht zouden gaan. Die grond is voor alle andere sectoren toegepast, behalve voor de nertsen. En daarmee loopt het kabinet dus het risico dat we nu al zien. Zeker, er is een verbod aangekondigd, zeker, besmette bedrijven worden geruimd, maar de sector zegt: wij heffen onszelf nog even niet op, want we weten nog niet of dat verbod er wel komt, dus wij houden onze fokdieren aan. Waar of niet waar? Zolang we nertsen in Nederland in kooitjes houden, lopen we het risico dat het virus daar muteert, terugoverslaat op mensen en dat we dan met een variant zitten die minder gevoelig is voor het vaccin en die we er minder makkelijk onder krijgen. Waar of niet waar?

Minister De Jonge:
Om op die laatste vraag te reageren, die stelling is niet hard te maken omdat het gewoonweg een onbewezen stelling is dat het gemuteerde virus zoals dat in Denemarken is aangetroffen, daadwerkelijk minder vatbaar zal zijn voor een vaccin. Hoe het ook zij, het is waar dat je in het kader van een zoönose hebt te handelen vanuit het perspectief van volksgezondheid — dat prevaleert, zoals ik zojuist zei — en het voorzorgsbeginsel. Dat is precies wat we doen. Vanuit het voorzorgsbeginsel zijn er allerlei maatregelen ingesteld, terwijl het risico op humane besmetting vele malen groter is in Nederland, zeker met de huidige besmettingsgraad, dan het risico op een besmetting nerts-mens. Niettemin, als straks de besmettingsgraad weer is gedaald en er sprake zou zijn van reservoirvorming, dan is het risico van nerts-op-mensbesmetting wel degelijk aanwezig. Dat kan dan een reëel risico opleveren voor herintroductie van het virus. Dat is de reden geweest om vanuit het voorzorgsbeginsel op te treden en niet alleen een set van maatregelen te treffen waardoor besmetting niet meer van bedrijf op bedrijf kan overspringen — het transportverbod — maar ook een serie aan maatregelen te treffen die het personeel aangaan, door besmette bedrijven te ruimen en door voor de langere termijn ervoor te zorgen dat de nertsenhouderij gewoon stopt. Dat zijn precies de maatregelen die je nodig hebt om het risico te mitigeren.

De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
De minister gaat eraan voorbij dat de route die het kabinet kiest, ertoe leidt dat de sector honderdduizenden nertsen in kooitjes aanhoudt. Dat zeggen ze zelf. Daarmee accepteer je het risico dat het virus nog steeds kan rondgaan, muteren en overslaan op mensen. Dat hoeft dus niet. De minister had met zijn coronawet, waarin hij allerlei bevoegdheden naar zichzelf heeft toe getrokken om heel ingrijpende maatregelen te treffen, moeten regelen dat hij ook de bevoegdheid heeft om omwille van de volksgezondheid ervoor te zorgen dat die nertsen niet meer in die kooitjes zitten. Dan kun je nog steeds met de sector praten over een redelijke compensatie, want niemand vindt hier dat die mensen met lege handen moeten komen te staan, maar dan leg je niet de regie daar terug. Dat is onverantwoord. De Partij voor de Dieren zal samen met de Partij van de Arbeid blijven strijden om de Wet publieke gezondheid te wijzigen, zodat de minister doet wat nodig is.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dank u wel, voorzitter.

Minister De Jonge:
Misschien een korte reactie daarop. Ik deel met mevrouw Ouwehand de noodzaak om de nertsensector te doen beëindigen, juist op basis van het voorzorgsbeginsel. Dat is de reden voor de kortetermijnmaatregel. Dat is ook de reden voor de wet, voor de langetermijnmaatregelen. Laat er geen misverstand over bestaan: die wet komt op zeer korte termijn naar de Kamer. Hij is terug van de Raad van State. De wet zal op basis van de opmerkingen van de Raad van State worden aangepast. Dan komt hij op zeer korte termijn naar de Kamer, zodat de Kamer helderheid kan geven aan de nertsenhouderij dat het stopt in Nederland. Dat is belangrijk omdat we met elkaar het risico voor de volksgezondheid hebben te laten prevaleren. Dat doe je door de maatregelen op korte termijn te nemen en op de lange termijn ervoor te zorgen dat de nertsenhouderij stopt in Nederland. Daarvoor is die wet nodig.

De voorzitter:
Dan heb ik de heer Futselaar, de heer De Groot, mevrouw Bromet en de heer Graus.

De heer Futselaar (SP):
Uit Nederlands onderzoek naar Nederlandse nertsenhouderijen blijkt dat op 16 besmette nertsenhouderijen 66 mensen zijn besmet en 11 katten, onder andere via die nertsen. De kans op besmetting is dus niet heel klein. Dat gebeurt gewoon in de praktijk. Er is geen enkele reden waarom wat in Denemarken is gebeurd, niet in Brabant, Limburg of in Gelderland had kunnen gebeuren. Mijn vraag aan het kabinet is de volgende. Als je ziet dat de Nederlandse nertsensector een kolkend reservoir van virussen is, een tikkende tijdbom onder de Nederlandse samenleving, waarom zeg je dan: we wachten nog een halfjaar voordat we die tijdbom gaan aanpakken? Dat is toch wederom achter de feiten aanlopen?

Minister De Jonge:
Die weergave is niet helemaal correct. Allereerst iets over het besmettingsrisico. De humane besmettingsgraad in Nederland is op dit moment zo ongelofelijk hoog dat de kans dat u door de buurman wordt besmet op dit moment echt groter is dan dat u door een nerts wordt besmet. Ik denk dat het eerlijk is om dat te zeggen. Twee is dat wij juist geen enkel risico voor de volksgezondheid hebben willen nemen. Uit voorzorg hebben wij de besmette bedrijven geruimd. Dat is een. Twee is dat alle bedrijven op dit moment aan het pelzen zijn begonnen. Dat is zo ergens rond half december afgerond. Daarmee is er gewoon een einde aan de reservoirvorming. Om te zorgen dat de stallen volgend jaar niet opnieuw kunnen worden vol gezet, zal het wetsvoorstel aan de Kamer worden gestuurd om de hele nertsenhouderij te doen beëindigen. Daarmee hebben wij juist alle maatregelen getroffen om het risico op een nerts-mensbesmetting zo veel mogelijk te couperen, zoals dat heet.

De heer De Groot (D66):
Als de minister zegt dat het risico om door een mens, door de buurman, te worden besmet veel groter is dan door een nerts, dan is dat natuurlijk een waarheid als een koe. Maar er zijn veel meer buurmannen dan nertsen, dus dat is niet de goede redenering. Waar het over gaat, is dat je kijkt naar het risico op zich. In dit dossier heeft de regering zich elke keer laten verrassen, door het hoge aantal besmettingen en door de reservoirvorming in de zomer. Daar zou ook geen sprake meer van zijn. De regering heeft heel lang gewacht, terwijl het hele land op slot wordt gezet. Waarom blijft u ten aanzien van de nertsenhouderij dit risico lopen?

Minister De Jonge:
Ik denk dat deze weergave niet juist is. In augustus hebben wij een OMT-Z-advies gevraagd over hoe je hiermee om moet gaan, over hoe je risico's op reservoirvorm kan taxeren en welke maatregelen daar passend bij waren. Die risico's zijn gewogen en vervolgens zijn, vanuit het voorzorgsbeginsel, de meest ultieme maatregelen getroffen die bij die risico's passen, namelijk een volledige beëindiging van de sector. Dat zijn volgens mij de meest drastische maatregelen die je zou kunnen nemen. Op dit moment geldt dat er al 69 bedrijven — dat is ongeveer de helft van de bedrijven — geruimd zijn. Overigens is de nertsensector in Denemarken tien keer zo groot. Maar in Nederland is de helft van de bedrijven op dit moment dus al geruimd. De rest van de bedrijven is inmiddels aan het pelzen begonnen, dus daar zijn op den duur ook geen nertsen meer. Om te voorkomen dat die stallen weer opnieuw vol komen te staan, verwacht ik daarnaast dat uw Kamer het wetsvoorstel zal aanvaarden dat daartoe aan uw Kamer wordt gestuurd. Ik hoop dat dat in de loop van volgende week gebeurt. Op dat moment is er een einde gekomen aan de nertsenhouderij, juist vanwege het mogelijke risico voor de volksgezondheid. Dat is dus volkomen geredeneerd vanuit het voorzorgsbeginsel.

De voorzitter:
Uw tweede vraag, meneer De Groot.

De heer De Groot (D66):
Als je redeneert vanuit het voorzorgsbeginsel, waarom wacht je dan tot augustus met een tweede onderzoek terwijl de eerste besmettingen in april waren? Daar zit een enorm lange tijd tussen. Waarom is dat zo? En dan nog: waarom wacht u nu nog steeds en laat u die moederdieren in die bedrijven, wetende dat die nerts-mensbesmettingen zeer reëel zijn? Want daar wordt op dit moment gepelsd. De vraag is: zijn er misschien financiële overwegingen die nog een rol spelen, waardoor dit allemaal zo lang duurt?

Minister De Jonge:
Nee. Ik heb daar een bericht over gelezen, maar dat is niet aan de orde. Er is een wetsvoorstel in voorbereiding. Dat is naar de Raad van State gegaan. Ik meen dat dat vorige week teruggekomen is van de Raad van State. De opmerkingen worden nu verwerkt en dat wetsvoorstel gaat zo snel mogelijk naar de Kamer. Op het moment dat helder is dat de nertsensector gaat stoppen in Nederland, dat er geen ruimte meer is, en dat uw Kamer, naast het kabinet, datzelfde heldere signaal afgeeft — mijn ragfijne politieke gevoel zegt dat dat zo gaat zijn — is dat ook een heel helder signaal naar de sector toe, namelijk: stop er gewoon mee. Overigens geldt ondertussen een vervoersverbod, dus je kunt niks met die fokteven. Dat vervoersverbod geldt gewoon.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Het klopt dat er een wet is aangekondigd om vervroegd te stoppen met de nertsenhouderij. Ik hoor net dat die volgende week naar de Kamer gestuurd wordt. Daar zijn wij blij mee, maar het is ook zo dat er in augustus maatregelen zijn aangekondigd. De minister verwijst daar steeds naar. Maar die hebben helemaal niet geholpen, want we hebben sinds het invoeren van die aanvullende maatregelen — het vervoersverbod en het personeel dat niet meer uitwisselbaar is — wekelijks een of meerdere besmettingen gezien. We zijn al aanbeland bij het getal van 69 besmette bedrijven. Mijn vraag aan de minister is: waarom wachten we nog? Wat houdt de minister tegen om binnen een week al die nertsenhouderijen op te rollen?

Minister De Jonge:
We wachten dus niet; dat zou mijn stelling zijn. We hebben namelijk al 69 bedrijven geruimd. Daarnaast zijn alle bedrijven begonnen met pelzen. Dat betekent dat ze begin december ophouden te bestaan. Ik zie niet in hoe dat sneller zou kunnen. En om te voorkomen dat de stallen weer vol gezet worden, komt er een wet aan. Dat is echt de snelste manier om de hele sector te doen stoppen.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
In Denemarken wordt het leger ingezet om de nertsenhouderijen leeg te maken. Het is waar dat die jonge dieren nu gepelsd worden. Dat is een vreselijke naam voor het ontvellen van de dieren, zodat er bontjassen van gemaakt kunnen worden. Maar het is ook waar dat de moederdieren gewoon achterblijven in de bedrijven en daarmee dus ook het gevaar dat er weer nieuwe besmettingen optreden. Die beesten lopen los. Waarom kan het in Denemarken wel en waarom kan het in Nederland niet?

Minister De Jonge:
Ik heb aangegeven dat dit de snelste manier is om de nertsenhouderij in Nederland te stoppen. Ten aanzien van het eventueel aanhouden van fokteven lijkt het mij een merkwaardige overweging voor een nertsenhouder om dat te doen op het moment dat men weet dat die fokteven verder nooit meer iets kunnen. Er geldt een transportverbod. Die stallen kunnen ook niet opnieuw worden volgezet, want er geldt straks een verbod op de nertsensector als geheel. Dus ik ga ervan uit dat men ook ten aanzien van die fokteven op den duur de keuze zal maken om daarmee te stoppen. Op dit moment is het pelzen al begonnen. Ik hecht er dus echt aan om te onderstrepen dat dit gewoon de snelste manier is om van de nertsenhouderij af te komen.

De heer Graus (PVV):
De PVV was vanaf 2006 voor een verbod op de pelsdierhouderij. Nertsen zijn solitair levende waterroofdieren die niet geschikt zijn voor dierhouderij en die geen primair levensdoel dienen. Het is een luxe, tertiair, elitair goed, waar een beter alternatief voor bestaat: nepbont. Ik begrijp helemaal niet waarom het allemaal zo lang duurt. Dit is een herhaling van zetten. Ook hier geldt net als bij moties: hoe meer partijen het zeggen. Dus waarom niet morgen? Ik zeg dit ook als dierenvriend. Ik heb liever dat de dieren worden geëuthanaseerd dan dat ze in draadgazen kooitjes leven. Want dat is niet om aan te zien. Ik weet niet of de minister weleens op een nertsenhouderij is geweest, maar dat is erbarmelijk. Dan mijn laatste vraag, mevrouw de voorzitter.

De voorzitter:
Ja.

De heer Graus (PVV):
Ik wil dat de minister nu aangeeft dat hij de regie heeft, omdat het ook om de volksgezondheid gaat. Dat deelt onze partij. Onze woordvoerder Volksgezondheid, mevrouw Agema, zit er ook bij. Maar waarom gaan we dan niet eens voor alle vormen van dierhouderij bekijken ...

De voorzitter:
Goed, meneer Graus.

De heer Graus (PVV):
...... in welke mate zij, zoals het momenteel gaat, schadelijk zijn voor de volksgezondheid?

Minister De Jonge:
Andere dierhouderijen zijn ook bekeken. Toen er zorgen waren over besmettingsrisico's, zijn ook over andere dierhouderijen adviezen gevraagd in de zin van: hoe zouden we daarmee om kunnen gaan? Maar de besmettingsgraad onder de nertsenhouderijen is wel zonder precedent. Het aantal besmettingen dat je in nertsenhouderijen ziet, zie je eigenlijk bij geen enkele andere dierhouderij. Dus speelt daar iets speciaals, namelijk het risico op reservoirvorming. Met name het risico op reservoirvorming maakt dat hier een gevaar voor de volksgezondheid speelt. Want als de humane besmettingsgraad straks weer laag is, kan je herintroductie via nerts-op-mensbesmetting krijgen, via medewerkers van een bedrijf die vervolgens aan de toog hangen et cetera. Dat moet je willen voorkomen. Dat is de reden dat we hebben gekeken hoe je het snelst het risico zou kunnen couperen. Op de korte termijn doe je dat door besmette bedrijven te ruimen en door een vervoersverbod in te stellen, en op de langere termijn doe je dat door een wetsvoorstel aan de Kamer te sturen, waarvan je hoopt dat het ook wordt aanvaard. Dat is gewoon het einde van de nertsenhouderij. Ik denk dat dat een gedeeld doel is. Als ik uw vragen zo hoor, dan is dat volgens mij iets wat u zo snel mogelijk wil. En dat willen wij ook.

De voorzitter:
Tweede vraag, meneer Graus. Die gaat heel kort zijn.

De heer Graus (PVV):
Zeker. Het wiel is al uitgevonden. Denemarken tikt dat toch ook allemaal zo af? Waarom moet hier alles altijd zo langzaam gaan als dikke stront door een trechter? Sorry dat ik het even zeg, maar zo luidt de uitdrukking. Ik vind echt dat de minister hier snel iets aan moet gaan doen. Het gaat ook om het welzijn van dieren. Want als je dieren goed houdt, zijn ze minder bevattelijk, net als mensen. Mensen die stress hebben en dieren die stress hebben, zijn bevattelijker voor ziekte. Vraag het aan iedere arts die u tegenkomt tijdens uw werkbezoeken. Dat is met dieren hetzelfde. Stress is een van de lichtste vormen van pijn. Daar moet ook eens aan gedacht worden. Dus ik wil dat de minister daar ook de regie in gaat nemen, want dat bevordert de dier- en de volksgezondheid.

Minister De Jonge:
Ik ben het daar eigenlijk helemaal mee eens, behalve met de kwalificatie "dikke stront door een trechter". Daar was ik het dan weer niet mee eens, want we hebben in Nederland heel veel sneller maatregelen getroffen dan in Denemarken, heel veel sneller bedrijven geruimd dan in Denemarken. Op dit moment wordt op de andere bedrijven gepelsd en daarmee zullen ook die andere bedrijven worden beëindigd.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik had nog een vraag. De heer Graus zegt het namelijk goed. Hij heeft het over regie. Wat er nu gebeurt — de minister gaat er maar niet op in — is dat de sector zegt: wij wachten nog wel eventjes totdat dat verbod er is. Ik herinner de minister eraan dat er hier in de Kamer heel lang gesproken is over een nertsenfokverbod. Vervolgens ging dat naar de Eerste Kamer. Dat heeft in totaal vijf jaar geduurd. En waar zat het op? Niet op onze gedeelde wens om die sector te stoppen, maar op hoe het precies met de compensatie en de juridische verplichtingen zit. Dat deel heeft het kabinet nu dus uit handen gegeven. De minister heeft die zekerheid dus niet. Kan hij bevestigen dat hij had kunnen ingrijpen als hij het voorstel van de Partij van de Arbeid en de Partij voor de Dieren had gevolgd om de Wet publieke gezondheid te wijzigen?

De voorzitter:
Ja …

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dan kan je het nog steeds hebben over compensatie, maar dan is het wel het kabinet dat erover gaat.

De voorzitter:
Mevrouw Ouwehand!

Minister De Jonge:
Dit debat hebben we eerder gehad. Dat gaat over de vraag welke wettelijke basis er nodig is. Ik denk dat de wet zoals die naar de Kamer wordt gestuurd de adequate wettelijke basis is om een bedrijf te doen stoppen. Kijk, het verschil met de maatregelen die op grond van de Wpg zijn getroffen is dat de Wpg, op basis van een aanwijzing of een noodverordening, een kabinet mogelijkheden biedt om in te grijpen als het gaat over een tijdelijke maatregel. Maar een sector doen stoppen is nogal wat. Een hele sector, een hele bedrijfstak, doen stoppen, dat is nogal wat. Wij willen dat, omwille van de volksgezondheid, maar daar is uiteraard wel een apart wetsvoorstel voor nodig. En dat is het wetsvoorstel dat u op korte termijn zult ontvangen.

En in aanvulling daarop nog iets. U heeft mij in het debat van vorige week gevraagd om het ook Europees onder de aandacht te brengen, en dat zullen we doen, zowel in de Landbouwraad als in de Raad van de ministers van Volksgezondheid, omdat de risico's van de pelshouderijen ook Europees onder de aandacht moeten worden gebracht. Dat was uw verzoek en ik heb daarvan gezegd dat ik dat zo snel als mogelijk ga proberen te doen. De kortst mogelijke termijn daarvoor is de eind november voor de Landbouwraad en de eerste week van december voor de Raad van de ministers van Volksgezondheid.

De voorzitter:
Kijk eens aan, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nou, voorzitter, na maanden zit er dan beweging in. Hartelijk dank daarvoor.

Minister De Jonge:
Ik wist dat ik u enthousiast zou kunnen krijgen vanmiddag.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Zeker, maar u weet ook dat ik dan nog een laatste vervelende vraag heb, en die luidt als volgt.

Minister De Jonge:
Ah, tuurlijk. Sommige tradities moet je willen voortzetten.

De voorzitter:
In stand houden zelfs.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Kan de minister bevestigen dat zolang het wetsvoorstel waar het kabinet mee schermt niet door Tweede en Eerste Kamer is aangenomen, het kabinet geen poot heeft om op de staan om de sector te dwingen om afscheid te nemen van die moederdieren, en dat dat betekent dat het kabinet het risico neemt dat honderdduizenden nertsen nog in kooitjes zitten totdat het hele wetstraject is afgerond, en dat dat dus anders kán?

Minister De Jonge:
Nou, niet dat het anders kan — dat meen ik oprecht — maar wel dat het risico voor de volksgezondheid daarvan in zekere zin gering is, omdat er natuurlijk ook gewoon een transportverbod geldt. Daarnaast denk ik dat de motivatie voor nertsenhouders wordt weggenomen op het moment dat het wetsvoorstel hier is aanvaard. Waarom zou je dan nog een paar maanden lang fokteven in leven houden waar je niks meer mee kunt? Dus ik zou eerlijk gezegd niet weten waar dan de prikkel zit voor een nertsenhouder om die fokteven nog langer in leven te houden.

De voorzitter:
Dank u wel.

Vragen Van Nispen

Vragen van het lid Van Nispen aan de minister voor Rechtsbescherming over de documentaire De laatste sociaal advocaten.

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Nispen namens de SP, voor zijn vraag over de documentaire De laatste sociaal advocaten. De vraag is gericht aan de minister voor Rechtsbescherming.

De heer Van Nispen (SP):
Voorzitter. De toegang tot het recht is het fundament van onze rechtsstaat. We hebben in Nederland heel veel wetten en regels, die vaak ingewikkeld zijn maar waar de mensen zich wel op moeten kunnen beroepen. Iedereen heeft namelijk recht op recht. We hebben in Nederland het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand. Dat betekent dat mensen die zelf niet zo veel geld hebben dat ze het commerciële tarief van een advocaat kunnen betalen, ook een advocaat hebben als ze in de penarie zitten of soms een zaak tegen de overheid zelf hebben. Zo kunnen zij zich ook juridische bijstand permitteren. Die rol van sociaal advocaten in onze rechtsstaat is ongelofelijk belangrijk.

En dan hebben we het niet over de advocaten van de Zuidas, maar bijvoorbeeld over de advocaten van het Advokatenkollektief in Rotterdam. Wie nog niet overtuigd was van het grote belang van sociaal advocaten in onze rechtsstaat, die is dat wel na het zien van de documentaire De laatste sociaal advocaten, van Ingeborg Jansen, die gisteravond op de televisie was. Het is indrukwekkend om te zien hoe die advocaten huurders bijstaan in hun strijd tegen een grote woningcorporatie en hoe de huurders die strijd uiteindelijk ook weten te winnen dankzij de inzet van die gepassioneerde idealisten. Het is indrukwekkend om te zien hoe een sociaal advocaat, met zelf tranen in de ogen vanwege het grote onrecht, bijvoorbeeld slachtoffers van de toeslagenaffaire bijstaat. Het is ongelofelijk indrukwekkend.

Maar de situatie in de sociale advocatuur is ernstig, of eigenlijk dramatisch aan het worden. We weten allemaal dat de vergoedingen voor sociaal advocaten voor dit belangrijke werk al jaren veel te laag zijn. Dat heeft de minister erkend en dat is bevestigd door stapels rapporten die al op het bureau van de minister lagen vanaf dag één, dus vanaf 2017, toen deze minister de minister voor Rechtsbescherming werd, nota bene. De nood is hoog en de gevolgen zijn op dit moment dat sociaal advocaten stoppen met dit belangrijke werk. Het gevolg is dat veel mensen geen advocaat meer kunnen vinden die hun zaak wil bepleiten, en dan krijgen we juridische ongelukken. Als mensen hun recht niet meer kunnen halen, dan blijft onrecht bestaan. Als alleen rijke mensen nog maar naar de rechter kunnen, dan krijgen we klassenjustitie. Mijn vraag aan de minister is: hoe gaat hij voorkomen dat ook de laatste sociaal advocaten ermee gaan stoppen?

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de minister voor Rechtsbescherming.

Minister Dekker:
Voorzitter, dank. Laat ik aansluiten bij de woorden van de heer Van Nispen: ook mijn waardering voor het goede en moeilijke werk van sociaal advocaten, een vak dat een grote maatschappelijke waarde kent en voor mensen die in nood zitten ongelofelijk belangrijk is.

De heer Van Nispen weet ook dat we inmiddels een jaar of drie bezig zijn om het hele stelsel rondom de juridische rechtsbijstand meer bij de tijd te brengen. Daar zitten twee elementen in. Aan de ene kant kijken wat mensen in nood nu echt nodig hebben. Wanneer hebben ze een advocaat nodig en wanneer kan het op een andere manier? Tegelijkertijd proberen we degenen die die hulp bieden van een betere vergoeding te voorzien. Daar gaat enige tijd overheen, maar we denken dat het mogelijk is om 10% tot 20% bovenop de bestaande vergoedingen te doen. Dan loop ik direct even vooruit op de vraag van de heer Van Nispen of die advocaten daar dan op moeten wachten. Het antwoord is nee. Vorig jaar hebben we er ruim 70 miljoen voor uitgetrokken, omdat wij ons ook realiseerden dat de nood hoog is en het daarom ook nodig is om tijdelijk wat extra's te doen.

De heer Van Nispen (SP):
De minister telt bedragen bij elkaar op. Hij weet dat er 127 miljoen nodig was volgens het rapport van de commissie-Van der Meer. Dat rapport lag vanaf dag één op zijn bureau en dat heeft hij heel diep weggestopt in een lade, terwijl ik juist dacht: we hebben voor het eerst een minister voor Rechtsbescherming en die gaat wat doen voor de rechtsbescherming in Nederland. Hoe kan het nou dat een minister voor Rechtsbescherming — terwijl we die voor het eerst hebben — het rapport waaruit blijkt dat hogere tarieven voor sociaal advocaten heel erg hard nodig zijn, omdat de sociaal advocaten aan het stoppen zijn, daar eigenlijk heel weinig mee doet? Dat bedrag van 70 miljoen euro is voor meerdere jaren. Dus de vergelijking die de minister maakte, klopt niet.

Dan de stelselherziening die de minister hier nu aankondigt, een politiek zeer omstreden stelselherziening. Er zit een element van privatisering in, er zit een poortwachter in en er zitten allerlei zaken in die nog helemaal niet uitgediscussieerd zijn. Er zit maar één goed element in en dat is dat de overheid zelf kritischer gaat kijken naar haar eigen gedrag in zaken tegen de overheid. Overigens verneem ik dat het heel erg slecht gaat met die aanjager die daar wat aan moet gaan doen. Ik hoop dat de minister daarop terug kan komen. Maar hoe kan het nou dat al die mensen zo lang moeten wachten op een redelijke vergoeding? Het zijn gewoon hardwerkende ondernemers. Nogmaals, het zijn niet de advocaten van de Zuidas. Het zijn de advocaten voor hele gewone mensen — voor het onrecht door verhuurders of de Belastingdienst, onderdeel van de overheid zelf —- die moeten wachten op een redelijke vergoeding, terwijl we vandaag de dag zien hoe groot de gevolgen zijn van het stoppen van advocaten, van kantoren die failliet gaan, waardoor mensen niet meer de bijstand kunnen krijgen die zij nodig hebben. Zo krijgen we dus klassenjustitie in Nederland.

Minister Dekker:
Het is niet zo dat het aantal advocaten in het stelsel voor de rechtsbijstand schrikbarend aan het afnemen is. Er zijn een kleine 7.000 advocaten actief in dat stelsel. In een eerder rapport van de heer Wolfsen is berekend dat we er zo'n kleine 4.000 nodig hebben om in al het werk te voorzien. Met andere woorden: er zijn ruim voldoende advocaten om dat werk te doen. Ook is er geen sprake van een schrikbarende afname. Het afgelopen jaar gingen er 700 af en kwamen er 400 bij. Dus dat is een hele lichte afname, die overigens gelijke tred houdt met de afname van het aantal toevoegingen. Dat is precies waar we op inzetten. We proberen te kijken of we kritisch kunnen zijn als het erom gaat wanneer een advocaat echt nodig is. Dan kunnen we een advocaat daar meer en beter voor betalen. Wanneer kun je af met andere, lichtere vormen van steun? Dat is ook de reden waarom we aan de voorkant inzetten op betere hulpverlening, beter advies en een betere doorgeleiding.

De derde pijler is dat we de hand in eigen boezem steken. De heer Van Nispen heeft helemaal gelijk. Een groot deel van de zaken waar rechtsbijstand voor wordt aangewend, zijn zaken waar de overheid zelf partij in is. Dat is overigens niet zo heel gek, want er zit heel veel strafrecht in. Dat is gewoon de overheid die haar werk doet, die verdachten voor het hekje brengt. Maar een deel daarvan is bestuursrecht. En daar zien we schrijnende gevallen, van grote uitvoeringsorganisaties die onvoldoende oog en oor hebben voor fouten die er zijn gemaakt en op zo'n moment zeggen: gaat u maar naar de rechter of dient u maar beroep of bezwaar in. Ook daar werken we heel hard aan. De heer Van Nispen zegt dat hij geluiden hoort dat dat niet goed gaat. Integendeel, zou ik haast zeggen. Bij de start van dit programma hebben we gezegd dat het mogelijk moet zijn om daar 10% van af te schrapen. Inmiddels, halverwege, hebben we die doelstelling al bereikt. En daarvan hebben we gezegd: dan stoppen we niet, maar dan doen we er nog eens even een schepje bovenop.

De voorzitter:
Tot slot, de heer Van Nispen.

De heer Van Nispen (SP):
Uit onderzoek blijkt dat 94% van de sociaal advocaten vreest voor een verdere tweedeling als gevolg van de plannen van de minister en dat 70% van de sociale advocaten overweegt te stoppen met dit belangrijke werk. En dan moet ik denken aan die huurder uit die documentaire of aan die man die lichtelijk in de war is en zijn huis uitgezet dreigt te worden of aan die slachtoffers van de toeslagenaffaire. Het gevolg van het beleid en de plannen van de minister is dat die mensen straks geen juridische bijstand meer hebben die ze nodig hebben. Die eerlijke vergoeding is nu nodig! Zij vragen geen gouden bergen, zij vragen gewoon een eerlijke vergoeding om dit belangrijke werk te blijven doen. Dit raakt echt het fundament van de rechtsstaat, de toegang tot het recht voor iedereen. Als sociaal advocaten stoppen en die expertise verdwijnt, dan is dat een rechtstreekse bedreiging van onze rechtsstaat. Ik begrijp gewoon niet dat de minister voor Rechtsbescherming dat laat gebeuren.

Minister Dekker:
Voorzitter. We hebben goede mensen nodig om dit werk te kunnen doen. Die zijn er gelukkig ook. Of een individuele advocaat overweegt om door te gaan of te stoppen is een individuele afweging. Als we kijken naar de totalen zie ik niet een schrikbarende uitstroom. Dat wordt ook niet erkend en herkend door bijvoorbeeld de Raad voor Rechtsbijstand, die dat natuurlijk op de voet volgt. Ik maak mij wel zorgen omdat we zien dat de aanwas en de instroom van jonge advocaten stokt. Dat heeft ook te maken met de druk die er op het stelsel zit, dat ga ik niet ontkennen, want ik zie dat ook. Daarover zijn we het met elkaar eens. Dat is precies een van de redenen dat we een aparte regeling hebben getroffen, met een financiële tegemoetkoming richting kantoren, richting advocaten, om volgend jaar bij de lichting van 1 maart weer nieuwe stagiaires aan te nemen. Dat leidt tot een kleine 200 nieuwe advocaten in de jonge aanwas. Ik zie dus geen schrikbarende uitstroom en we nemen extra maatregelen aan de voorkant om voor jonge aanwas te zorgen.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Nispen. Dank aan de minister. Hiermee zijn wij aan het einde gekomen van dit vragenuur. O, de heer Van Wijngaarden, namens de VVD.

De heer Van Wijngaarden (VVD):
Voorzitter. Ik heb toch nog even een vraag aan de minister. Dank voor de nuances die hij schetst bij het plaatje van de laatste sociaal advocaat, alsof we te maken hebben met een bedreigde diersoort, een soort dodo of zo. Dat ligt iets genuanceerder, maar de minister herkent wel het probleem. Als het gaat om het geld zijn er allerlei regelingen. In hoeverre zijn de regelingen die getroffen zijn voor sociaal advocaten, ruimhartiger dan voor andere ondernemers?

Minister Dekker:
Voorzitter. Er zijn grofweg drie dingen. We hebben het stelsel voor de rechtsbijstand en daar gaat 400 miljoen in om. Dat is relatief veel, vergeleken met landen om ons heen in Europa. Daar wordt geen euro op bezuinigd. Dat is soms de suggestie die wordt gewekt, ook gisteravond in dat programma, maar daar is geen sprake van. Geen euro minder naar rechtsbijstand.

Daarbovenop hebben we gezegd dat wij wel zien dat de vergoeding van advocaten op dit moment tekortschiet. Daar zit na verloop van tijd verbetering in. Ter overbrugging hebben we vorig jaar ruim 70 miljoen uitgetrokken, voor het lopend jaar en voor volgend jaar, om zo'n 10% te doen bovenop de tarieven die nu bestaan.

Toen kwam covid, als een derde uitdaging die daaroverheen komt. Die heeft ervoor gezorgd dat sommige advocaten of kantoren te maken hebben met enorme vraaguitval. Die kunnen gebruikmaken van alle generieke regelingen die er zijn. U kent dat hele tritsje, met al die afkortingen. Ook daarvan hebben we gezegd dat er nog een specifieke regeling moet komen voor advocaten die te maken hebben met een enorme omzetdaling van meer dan 20%. Ook daar doen we een extra vergoeding om ervoor te zorgen dat deze kantoren niet omvallen.

De voorzitter:
Meneer Azarkan, ik wil u nu het woord geven namens DENK.

De heer Azarkan (DENK):
Voorzitter. We hebben in de afgelopen jaren veel debatten gevoerd met de minister voor Rechtsbescherming, en altijd leek het wel alsof de minister een andere werkelijkheid voor zich zag dan de rest van de Kamer, maar ook heel veel mensen die werkzaam zijn in de advocatuur. Dat doet zich elke keer voor. Dus als er wordt gezegd "er is geld tekort", dan zegt de minister: nou, dat moeten we nog een beetje zien. Uiteindelijk heeft hij er dan onder druk wat geld bij gedaan; een paar duppies voor de sociale advocatuur. En elke keer als er wordt gezegd "we hebben een probleem met uitstroom", dan zegt de minister: nou, dat zie ik eigenlijk helemaal niet.

De voorzitter:
U gaat niet alles samenvatten van de afgelopen tijd, hè?

De heer Azarkan (DENK):
Nee, maar ik vraag me af: wat ziet de minister nou wel als een probleem binnen de sociale advocatuur waar terecht aandacht voor wordt gevraagd?

Minister Dekker:
Dat zijn bijvoorbeeld de tarieven. Een van de redenen dat we deze operatie doen, is dat we aan de ene kant betere hulp willen en aan de andere kant een betere vergoeding voor hen die hulp bieden. Die tweede stap is in mijn ogen mogelijk, want als je kijkt hoeveel geld Nederland uittrekt voor de sociale advocatuur dan hoeven we ons daar echt niet voor te schamen. Alleen zien we dat de enorme toename van het aantal toevoegingen over de jaren heen op een gegeven moment is gaan wringen. Dat is dus een van de dingen waar ik zie dat het knelt.

Het tweede is dat ik niet onmiddellijk bevreesd ben voor een enorme leegloop van de sociale advocatuur. Maar als je kijkt naar de leeftijdsopbouw, dan zie je dat er toch wel sprake is van enige ... vergrijzing wil ik niet zeggen, maar je ziet wel dat de gemiddelde leeftijd relatief hoog is. Op een gegeven moment is er ook het natuurlijke verloop van mensen die stoppen met hun baan omdat ze de pensioengerechtigde leeftijd hebben of willen gaan genieten van hun oude dag, en zie je dat er te weinig nieuwe aanwas is in de jonge categorie. Maar ook daar hebben we maatregelen op genomen om kantoren te helpen met het aantrekken van nieuwe stagiairs, en dat supporten we en subsidiëren we ook met een bijdrage.

De voorzitter:
Tweede vraag, meneer Azarkan.

De heer Azarkan (DENK):
Voorzitter. Wat de minister niet ziet en wat hij weigert te erkennen, is dat er echt steeds meer sociaal advocaten zeggen: we doen het gewoon niet meer; ik doe het nog uit betrokkenheid, ik doe veel meer dan van mij gevraagd wordt, ik verdien er nauwelijks een boterham aan. We zien inderdaad dat jonge advocaten, die dat laten zien in enquêtes, zeggen dat ze er niet eens aan gaan beginnen. We zien dat grote advocatencollectieven ook steeds minder hun bijdrage leveren. Dat zou voor deze minister toch een probleem moeten zijn, en het zou hem sieren als hij, in plaats van dat te bagatelliseren en het elke keer met hele kleine stapjes te willen wegzetten, daar als minister voor Rechtsbescherming echt een keer voor opkomt en zo ook de hele groep meekrijgt.

Minister Dekker:
Ik sta als minister voor Rechtsbescherming voor de toegang van het recht en een goed stelsel, maar ik doe dat ook op basis van feiten. Kijk, je kan honderd keer zeggen dat er wordt bezuinigd, maar als ik gewoon naar de bedragen kijk, ook in de begroting, dan wordt er in deze kabinetsperiode geen euro bezuinigd op het stelsel van rechtsbijstand. U kunt dan zeggen "ja, maar er wordt zo veel gezegd dat er wordt bezuinigd", maar dat is gewoon feitelijk niet zo. Datzelfde geldt voor de uitstroom. U zegt: er is sprake van een enorme leegloop. Tja, als je gewoon kijkt naar de feiten, dan zie ik dat niet terug. Ik zie dat er jaarlijks een paar honderd stoppen en ik zie ook dat er jaarlijks een paar honderd bij komen. Er zit een hele lichte daling in het afgelopen jaar, ongeveer 200 per jaar, maar het aantal is nog steeds ruimschoots voldoende om te voorzien in het aanbod. En u kunt vragen: waarom erkent u nou niet er sprake is van een enorme leegloop? Omdat die er gewoon feitelijk niet is. En dat is volgens mij ook mijn rol, naast het beschermen van de rechtsstaat: u voorspiegelen hoe de feiten ervoor staan en gewoon een goed geïnformeerd debat hebben op basis van die feiten.

De voorzitter:
Nee, meneer Azarkan, u mag niet meer. Dank u wel. Daarmee zijn we echt gekomen aan het eind van het vragenuur. Ik schors de vergadering tot 15.00 uur, en dan gaan we stemmen.

De vergadering wordt van 14.57 uur tot 15.01 uur geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat de volgende leden zich hebben afgemeld:

Van den Bosch, Middendorp en Segers.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

De voorzitter:
We gaan zo stemmen, maar voordat we gaan stemmen, geef ik eerst de heer Van der Linde namens de VVD het woord. De heer Van der Linde.

De heer Van der Linde (VVD):
Voorzitter. In overleg met een aantal collega's wil ik u vragen om de stemmingen onder de agendapunten 10 en 11 uit te stellen. Het gaat om de Wet bedrag ineens. Er komt nog een nota van wijziging, maar die is er nog niet.

De voorzitter:
En die collega's, wie zijn dat? Ik wil even kijken of er een meerderheid voor is.

De heer Van der Linde (VVD):
Ik heb niet gevraagd of ik namens hen mocht spreken.

De voorzitter:
Misschien kunt u de fracties noemen?

De heer Van der Linde (VVD):
Ik zie mevrouw Van Brenk ja knikken. D66 weet ervan af. Het CDA weet ervan af.

De voorzitter:
Nou, u heeft een meerderheid. Ik zie dat niemand bezwaar maakt.

De heer Van der Linde (VVD):
En van de PvdA en de SP weet ik het ook.

De voorzitter:
Prima. Dan gaan we dus niet stemmen over de agendapunten 10 en 11. Dan gaan we nu naar de stemmingslijst.

Stemmingen

Stemmingen

Stemming Wijziging van de Wet griffierechten burgerlijke zaken

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Wet griffierechten burgerlijke zaken in verband met het introduceren van meerdere griffierechtcategorieën voor lagere geldvorderingen (35439).

(Zie wetgevingsoverleg van 28 oktober 2020.)

De voorzitter:
De amendementen-Van Nispen (stukken nrs. 8 en 10) zijn ingetrokken.

Op 3 november 2020 heeft de Kamer reeds over de artikelen en de overige ingediende amendementen gestemd. We zouden vandaag hoofdelijk stemmen over een amendement waarbij de stemmen staakten, maar omdat de heer Van Nispen dat amendement heeft ingetrokken, gaan we dat dus niet doen.

In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van de nader gewijzigde amendementen-Van Nispen/Van den Berge (stuk nrs. 16, I tot en met VII).

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Emancipatie

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over Emancipatie,

te weten:

  • de motie-Geluk-Poortvliet/Bergkamp over de effecten van de toepassing van algoritmen op emancipatie en gelijke behandeling (30420, nr. 340);
  • de motie-Beertema over definitief stoppen met het vrouwenquotum in het hoger onderwijs (30420, nr. 341);
  • de motie-El Yassini/Regterschot over een plan van aanpak voor een veilige opvanglocatie voor dakloze lhbti-jongeren (30420, nr. 342);
  • de motie-El Yassini/Jasper van Dijk over de Nederlandse inzet om de lhbti-strategie van de Europese Commissie te ondersteunen (30420, nr. 343);
  • de motie-Jasper van Dijk over volledige vergoeding van het geboorteverlof (30420, nr. 344);
  • de motie-Jasper van Dijk c.s. over maatregelen tegen scholen die geen aandacht besteden aan seksuele diversiteit (30420, nr. 345);
  • de motie-Van den Berge/Özütok over expliciete toepassing van de kwaliteitseis "gender" binnen het integraal afwegingskader (30420, nr. 346);
  • de motie-Van den Berge c.s. over beschikbaar blijven van Nederlandse abortuszorg voor vrouwen uit het buitenland (30420, nr. 347);
  • de motie-Van den Berge c.s. over sterkere ondersteuning van alleenstaande ouders (30420, nr. 348);
  • de motie-Van den Hul/Bergkamp over blijvende Nederlandse inzet in internationaal verband voor een wereld waarin iedereen zichtbaar zichzelf mag zijn (30420, nr. 349);
  • de motie-Van den Hul over een verlofregeling voor slachtoffers van geweld achter de voordeur (30420, nr. 350);
  • de motie-Van den Hul/Bergkamp over betrekken van de adviezen van Movisie bij het verbeterplan voor jeugdhulp en opvang van lhbti-jongeren (30420, nr. 351).

(Zie wetgevingsoverleg van 2 november 2020.)

In stemming komt de motie-Geluk-Poortvliet/Bergkamp (30420, nr. 340).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Beertema (30420, nr. 341).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol, de VVD, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-El Yassini/Regterschot (30420, nr. 342).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-El Yassini/Jasper van Dijk (30420, nr. 343).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Jasper van Dijk (30420, nr. 344).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Jasper van Dijk c.s. (30420, nr. 345).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66 en de VVD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Berge/Özütok (30420, nr. 346).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van den Berge c.s. (30420, nr. 347).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD en het CDA voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Berge c.s. (30420, nr. 348).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Ik hoor een telefoon overgaan.

Mevrouw Kuik (CDA):
Hij staat op zacht!

De voorzitter:
Jaja, dat zeggen ze allemaal. Ik heb van een school een hele mooie zak gekregen waar leerlingen hun mobiele telefoon in moeten doen bij binnenkomst. Misschien moet ik die hier gaan ophangen.

Goed. Waar waren we?

In stemming komt de motie-Van den Hul/Bergkamp (30420, nr. 349).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD en het CDA voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Gelukkig zit hij op grote afstand, op 6 meter afstand. Ik ga geen naam noemen.

Goed. Dan gaan we naar de volgende motie.

In stemming komt de motie-Van den Hul (30420, nr. 350).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Hul/Bergkamp (30420, nr. 351).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Nieuw steunpakket

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over het nieuwe steunpakket,

te weten:

  • de motie-Asscher/Palland over het creëren van tijdelijke crisisbanen (35420, nr. 160);
  • de motie-Asscher c.s. over geen verlof- of wachtdagen inzetten bij thuisisolatie (35420, nr. 161);
  • de motie-Asscher over met sectoren in gesprek gaan voor extra steun (35420, nr. 162);
  • de motie-Aartsen c.s. over het lopende steunpakket actualiseren op basis van de nieuwste beperkende maatregelen (35420, nr. 163);
  • de motie-Smeulders c.s. over het verder ophogen van het steunpakket voor de culturele sector (35420, nr. 164);
  • de motie-Van Weyenberg c.s. over positief geteste mensen financieel ondersteunen tijdens quarantaine (35420, nr. 165);
  • de motie-De Jong/Wilders over het terugdraaien van de versoberingen en de verscherping van toegang tot regelingen in het derde steunpakket (35420, nr. 166);
  • de motie-Van Brenk over NOW-werkgevers compenseren voor de loonkosten van personeel dat zij actief tijdelijk inzetten voor de zorg (35420, nr. 167);
  • de motie-Van Brenk over de partnertoets in de Tozo schrappen (35420, nr. 168);
  • de motie-Van Kent c.s. over de partnertoets bij de Tozo 3-regeling laten vervallen bij een inkomen tot anderhalf keer modaal (35420, nr. 169);
  • de motie-Van Kent over het vergoedingspercentage van de tegemoetkoming aan bedrijven voor loondoorbetaling vaststellen op 90% (35420, nr. 170);
  • de motie-Van Haga/Baudet over onderzoeken of restaurants die niet tevens als café fungeren, open kunnen blijven (35420, nr. 171);
  • de motie-Van Haga/Baudet over de aanvullende TVL-subsidie ook openstellen voor eventcatering, hotel-restaurants en de horeca van cultuur-, sport- en recreatiebedrijven (35420, nr. 172);
  • de motie-Bruins/Van der Graaf over bezien of de ondersteuning voor mensen in de prostitutie volstaat (35420, nr. 173);
  • de motie-Palland c.s. over werkgevers en werknemers tegemoetkomen bij knellende situaties die ontstaan door quarantainemaatregelen (35420, nr. 174);
  • de motie-Palland/Bruins over een advies over een optimale strategie om de economische en sociale schade van de coronacrisis te beperken (35420, nr. 175);
  • de motie-Stoffer over gerichte steun voor de touringcarbranche (35420, nr. 176).

(Zie vergadering van 3 november 2020.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Asscher stel ik voor zijn motie (35420, nr. 162) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Bruins/Van der Graaf (35420, nr. 173) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat ten tijde van de sluiting van de seksinrichtingen in het voorjaar bleek dat veel mensen in de prostitutie geen beroep konden doen op de steunmaatregelen;

overwegende dat mensen in de prostitutie zich vaak in een kwetsbare positie bevinden en om die reden bijzondere aandacht verdienen;

overwegende dat een nieuwe sluiting van seksinrichtingen is aangekondigd;

verzoekt de regering samen met gemeenten te bezien of het huidige steunpakket voor mensen in de prostitutie volstaat en met gemeenten te bezien wat er op basis van maatwerk mogelijk is indien dit niet het geval is, en de Kamer hierover zo spoedig mogelijk te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 173 (35420).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Asscher/Palland (35420, nr. 160).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Asscher c.s. (35420, nr. 161).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Aartsen c.s. (35420, nr. 163).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Smeulders c.s. (35420, nr. 164).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Weyenberg c.s. (35420, nr. 165).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-De Jong/Wilders (35420, nr. 166).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Brenk (35420, nr. 167).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Brenk (35420, nr. 168).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Kent c.s. (35420, nr. 169).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Kent (35420, nr. 170).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga/Baudet (35420, nr. 171).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol, 50PLUS, DENK, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga/Baudet (35420, nr. 172).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

Meneer Van Haga, we kunnen de uitslag van deze stemming niet vaststellen. De stemmen staken. Bent u bereid deze motie aan te houden tot volgende week?

De heer Van Haga (Van Haga):
Ja, ik houd de motie aan, en als we er dan meteen hoofdelijk over kunnen stemmen, is dat prima.

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Van Haga stel ik voor zijn motie (35420, nr. 172) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de gewijzigde motie-Bruins/Van der Graaf (35420, nr. ??, was nr. 173).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Palland c.s. (35420, nr. 174).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Palland/Bruins (35420, nr. 175).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Stoffer (35420, nr. 176).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

We kunnen ook bij deze motie de uitslag niet vaststellen. Maar ik zie u nu naar de microfoon lopen, meneer Krol. De heer Stoffer geef ik zo meteen het woord.

De heer Krol (Krol):
Ik heb mij vergist, mevrouw de voorzitter. Ik had bij de motie op stuk nr. 169 graag voor willen stemmen.

De voorzitter:
Dan zal deze opmerking in de Handelingen worden opgenomen.

De heer Stoffer.

De heer Stoffer (SGP):
Ik houd mijn motie aan en breng die volgende week hoofdelijk in stemming.

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Stoffer stel ik voor zijn motie (35420, nr. 176) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Stemmingen moties Vuurwerk

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het debat over vuurwerk,

te weten:

  • de motie-Kröger/Wassenberg over tijdelijke regels omtrent een verbod van verkoop en ontsteking van consumentenvuurwerk (28684, nr. 635).

(Zie notaoverleg van 3 november 2020.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Kröger stel ik voor haar motie (28684, nr. 635) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Dat geldt ook voor de motie van de heer Ziengs? O, die was al aangehouden, hoor ik nu. Sorry.

Stemmingen moties Openbaar vervoer en taxi

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over openbaar vervoer en taxi,

te weten:

  • de motie-Postma c.s. over oplossingen om touringcarbedrijven door de crisis heen te helpen (23645, nr. 731);
  • de motie-Laçin c.s. over scenario's voor het ov-personeel (23645, nr. 732);
  • de motie-Laçin over het handhaven van de politiepost op Amsterdam CS (23645, nr. 733);
  • de motie-Laçin c.s. over een MIRT-verkenning inclusief een MKBA starten naar de Lelylijn (23645, nr. 734);
  • de motie-Öztürk over in gesprek gaan met verzekerings- en leasemaatschappijen over uitstel van maandelijkse betalingen voor taxichauffeurs (23645, nr. 735);
  • de motie-Öztürk over het in ere herstellen van de bpm-teruggave (23645, nr. 736);
  • de motie-Kröger/Laçin over een steunpakket voor het ov dat niet ten koste gaat van de reizigers en medewerkers (23645, nr. 737).

(Zie vergadering van 4 november 2020.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Laçin stel ik voor zijn motie (23645, nr. 734) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Laçin (23645, nr. 733) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat is besloten om de politiepost op Amsterdam CS op te heffen en de ov-agenten elders in de stad te plaatsen;

overwegende dat deze post en deze agenten door hun kennis en ervaring binnen het ov van grote toegevoegde waarde zijn voor de veiligheid op en rond dit drukbezochte station;

overwegende dat de sociale veiligheid binnen het ov ook door corona verder onder druk is komen te staan;

verzoekt de regering samen met het lokaal bevoegd gezag te bekijken of deze politiepost en de ov-agenten behouden kunnen blijven op Amsterdam CS, en de Kamer hierover voor het Kerstreces van 2020 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 733 (23645).

De motie-Öztürk (23645, nr. 735) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er nauwelijks verzekeraars meer zijn die nog willen verzekeren in de taxibranche en zij hiervoor extreme bedragen vragen;

constaterende dat veel taxichauffeurs als gevolg van corona niet langer in staat zijn om de maandelijkse autoleases te betalen;

constaterende dat duizenden zelfstandige taxichauffeurs daarom zowel hun verzekering als taxi dreigen te verliezen;

verzoekt de regering om in gesprek te gaan met verzekerings- en leasemaatschappijen om uitstel van maandelijkse betalingen voor taxichauffeurs te bespreken,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 735 (23645).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Postma c.s. (23645, nr. 731).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Laçin c.s. (23645, nr. 732).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de SGP, het CDA, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Laçin (23645, nr. ??, was nr. 733).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de VVD, het CDA, de PVV, FvD en Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Öztürk (23645, nr. ??, was nr. 735).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Öztürk (23645, nr. 736).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, Krol, DENK, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kröger/Laçin (23645, nr. 737).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen Wijziging van de Mediawet 2008

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Mediawet 2008 met het oog op de versterking van het toekomstperspectief van de publieke omroep (35554).

(Zie wetgevingsoverleg van 4 november 2020.)

In stemming komt het amendement-Westerveld/Van den Hul (stuk nr. 12, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement het andere op stuk nr. 12 voorkomende amendement als aangenomen kan worden beschouwd.

In stemming komt het nader gewijzigde amendement-Westerveld c.s. (stuk nr. 25) tot het invoegen van een onderdeel Ba.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor dit nader gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het amendement-Baudet (stuk nr. 23, I) tot het invoegen van een onderdeel Ea.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

Meneer Baudet, bent u bereid het amendement …?

De heer Baudet (FvD):
Ons stemgedrag over de wet hangt af van wat er gebeurt met het amendement. Ik denk dat dit voor anderen ook geldt. Dus ik dacht: misschien kan het vanmiddag nog mee in de hoofdelijke stemming?

De voorzitter:
Oei, even kijken.

De heer Baudet (FvD):
Dan kunnen we daarna … Ja, ik vind het ook goed om het een weekje uit te stellen, hoor.

De voorzitter:
Dan kijk ik even. We gaan hoofdelijk stemmen over dit amendement, want het klopt wat de heer Baudet zegt. Dat hebben we vorige keer ook geconstateerd bij het amendement van de heer Van Nispen. Als het amendement wordt aangehouden, kunnen we ook niet over het wetsvoorstel stemmen. Is iedereen bereid om straks hoofdelijk over dit amendement te stemmen? Ja, dan doen we dat. Dan gaan we daar hoofdelijk over stemmen. O, toch niet? Oké. Dan ga ik eerst naar de heer Van Weyenberg.

De heer Van Weyenberg (D66):
Voorzitter. Ik zou me kunnen voorstellen dat we donderdag, als we toch stemmen over het Belastingplan, over de hele wet stemmen.

De voorzitter:
Ja, dat is prima. Is iedereen het daarmee eens? Weet u wat? Ik ga even … Zijn jullie er een beetje uit? Heeft u iedereen gesproken, meneer Öztürk?

De heer Öztürk (DENK):
Ja, na goed overleg met collega-Kamerleden, voorzitter. De Kamer is hier vandaag, totaal, 150. We gaan dadelijk hoofdelijk stemmen. Eén stemming meer of minder zal niet veel uitmaken, maar ik weet niet of donderdag de hele Kamer hier is om hoofdelijk te kunnen stemmen.

De voorzitter:
U heeft iedereen gesproken, zei u. Maar dat is niet het geval. De heer Van Weyenberg.

De heer Van Weyenberg (D66):
Voorzitter. De hoofdelijke stemming over het amendement van de heer Baudet vind ik prima, maar ik probeerde te voorkomen dat we daarna allemaal nog terug moeten om nog een keer per fractie over de wet te stemmen. Dus ik dacht: we combineren het op donderdag. Het maakt mij niets uit, ik probeerde de collega's te helpen.

De voorzitter:
Donderdag gaan we gewoon hoofdelijk stemmen over het amendement, toch? Nee, nu? En donderdag over het voorstel? Het is helder. Nee, terug. We gaan straks hoofdelijk over het amendement stemmen.

Het amendement-Westerveld c.s. gaan we nu doen.

In stemming komt het amendement-Westerveld c.s. (stuk nr. 11, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen en DENK voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 11 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Van der Molen (stuk nr. 10, I) tot het invoegen van een onderdeel Ma.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement het andere op stuk nr. 10 voorkomende amendement als aangenomen kan worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Kwint (stuk nr. 8).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, Krol, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK en de SGP voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het amendement-Westerveld (stuk nr. 14) tot het invoegen van een onderdeel Ta.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de SGP, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het amendement-Kwint (stuk nr. 9) tot het invoegen van een onderdeel Ua.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Over het wetsvoorstel gaan we donderdag stemmen.

Stemmingen moties Wijziging van de Mediawet 2008

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Mediawet 2008 met het oog op de versterking van het toekomstperspectief van de publieke omroep,

te weten:

  • de motie-Sneller c.s. over een eerste schets van aanvullende criteria voor omroepen opnemen in de Mediabegrotingsbrief (35554, nr. 15);
  • de motie-Kwint over een stappenplan om te komen tot een reclamevrije publieke omroep (35554, nr. 16);
  • de motie-Van den Hul over het beter borgen van de identiteit van de omroepen (35554, nr. 21);
  • de motie-Van den Hul over afschuw uitspreken over ontwikkelingen waardoor de journalistiek onder druk komt te staan (35554, nr. 22).

(Zie wetgevingsoverleg van 4 november 2020.)

In stemming komt de motie-Sneller c.s. (35554, nr. 15).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kwint (35554, nr. 16).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van den Hul (35554, nr. 21).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Hul (35554, nr. 22).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

Over de agendapunten 10 en 11 van de stemmingslijst gaan we op een later moment stemmen.

Stemming Wet verandering koppeling AOW-leeftijd

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Algemene Ouderdomswet en de Wet op de loonbelasting 1964 in verband met de verandering van de koppeling van de AOW- en pensioenrichtleeftijd aan de stijging van de levensverwachting (Wet verandering koppeling AOW-leeftijd) (35520).

(Zie wetgevingsoverleg van 5 november 2020.)

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor dit wetsvoorstel hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Stemmingen moties Wet verandering koppeling AOW-leeftijd

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Algemene Ouderdomswet en de Wet op de loonbelasting 1964 in verband met de verandering van de koppeling van de AOW- en pensioenrichtleeftijd aan de stijging van de levensverwachting (Wet verandering koppeling AOW-leeftijd),

te weten:

  • de motie-Van Kent over verlaging van de AOW-leeftijd naar 65 jaar (35520, nr. 8);
  • de motie-De Jong over stoppen van de verhoging van de AOW-leeftijd (35520, nr. 9).

(Zie wetgevingsoverleg van 5 november 2020.)

In stemming komt de motie-Van Kent (35520, nr. 8).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, Krol, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-De Jong (35520, nr. 9).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, Krol, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen overige moties Ontwikkelingen rondom het coronavirus d.d. 4 november 2020

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de ontwikkelingen rondom het coronavirus d.d. 4 november 2020,

te weten:

  • de motie-Wilders over een structurele reserve van ic-bedden en klinische ziekenhuisbedden (25295, nr. 690);
  • de motie-Wilders over niet overgaan tot een avondklok (25295, nr. 691);
  • de motie-Wilders/Pieter Heerma over een nationale reserve aan zorgmedewerkers (25295, nr. 692);
  • de motie-Klaver/Segers over afspraken met gemeenten over opvang voor dak- en thuislozen (25295, nr. 694);
  • de motie-Marijnissen c.s. over de beoogde effecten van maatregelen op volksgezondheid, samenleving en economie inzichtelijk maken (25295, nr. 695);
  • de motie-Marijnissen/Jetten over het testen zonder klachten zo spoedig mogelijk starten (25295, nr. 698);
  • de motie-Asscher/Pieter Heerma over het voorkomen van onderwijsachterstanden (25295, nr. 699);
  • de motie-Asscher c.s. over ondersteuning bij het voorkomen van besmettingen en het volhouden van de beperkingen (25295, nr. 700);
  • de motie-Ouwehand over een meldplicht voor bedrijven met een COVID-19-cluster (25295, nr. 701);
  • de motie-Kuzu over het afwenden van regionale aanscherpingen (25295, nr. 703);
  • de motie-Kuzu over het opstellen van regionale ondersteuningsmaatregelen (25295, nr. 704);
  • de motie-Van Kooten-Arissen over een ruimere aanvraagmogelijkheid voor de zorgbonus voor zzp'ers en freelancers (25295, nr. 705);
  • de motie-Van Kooten-Arissen over de zorgbonus vrijstellen van loonbeslag (25295, nr. 706);
  • de motie-Van Haga/Baudet over niet spreken van "besmetting" bij een positieve PCR-test (25295, nr. 707);
  • de motie-Marijnissen over het niet toestaan van sluiting van ziekenhuizen (25295, nr. 697).

(Zie vergadering van 4 november 2020.)

De voorzitter:
De motie-Van Kooten-Arissen (25295, nr. 705) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Nederlandse ggz met het ministerie van VWS heeft afgesproken dat het voor de aangesloten zorgaanbieders bij de aanvraag van de zorgbonus voldoende is om een realistische schatting van het aantal zzp'ers en freelancers op te geven en na het verstrijken van de aanvraagtermijn, in goed overleg met het ministerie, nadere administratieve precisering van de aanvraag volgt;

overwegende dat dergelijke afspraken veel zorgaanbieders kunnen helpen en zo de zorgbonus voor meer zzp'ers en freelancers aangevraagd kan worden;

verzoekt de regering in lijn met de afspraken met de Nederlandse ggz, alle zorgaanbieders een ruimere zorgbonus aanvraagmogelijkheid te bieden voor zzp'ers en freelancers en dit actief naar alle zorgaanbieders te communiceren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 705 (25295).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Wilders (25295, nr. 690).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wilders (25295, nr. 691).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wilders/Pieter Heerma (25295, nr. 692).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Ik geef het woord aan de heer Wilders. Dan kan ik even een slokje water nemen.

De heer Wilders (PVV):
Voorzitter. Veel gekker moet het niet worden: drie moties aangenomen. Dank aan de collega's. Ik zou voor alle drie de moties willen vragen hoe, wanneer en op welke wijze ze zullen worden uitgevoerd, en ik zou daarover deze week nog een brief van het kabinet willen krijgen.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

In stemming komt de motie-Klaver/Segers (25295, nr. 694).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Marijnissen c.s. (25295, nr. 695).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Marijnissen (25295, nr. 697).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

Ik kijk naar de heer Van Gerven.

De heer Van Gerven (SP):
Voorzitter. Dan houden we de motie aan.

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Marijnissen stel ik voor haar motie (25295, nr. 697) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Marijnissen/Jetten (25295, nr. 698).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Asscher/Pieter Heerma (25295, nr. 699).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Asscher c.s. (25295, nr. 700).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ouwehand (25295, nr. 701).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de SGP en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Meneer Wassenberg.

De heer Wassenberg (PvdD):
Voorzitter. Dank aan de collega's voor de steun voor deze motie. Ik zou graag een brief van het kabinet krijgen over hoe de motie wordt uitgevoerd. En dat vraag ik namens mevrouw Ouwehand.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

In stemming komt de motie-Kuzu (25295, nr. 703).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol, DENK, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kuzu (25295, nr. 704).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

Ik kijk naar de heer Öztürk.

De heer Öztürk (DENK):
Voorzitter. Laten we er dan volgende week hoofdelijk over stemmen.

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Kuzu stel ik voor zijn motie (25295, nr. 704) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Kooten-Arissen (25295, nr. ??, was nr. 705).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

Ik zie dat mevrouw Van Kooten-Arissen bereid is deze motie aan te houden.

Op verzoek van mevrouw Van Kooten-Arissen stel ik voor haar gewijzigde motie (25295, nr. ??, was nr. 705) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Van Kooten-Arissen (25295, nr. 706).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

Mevrouw Van Kooten-Arissen.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (vKA):
Voorzitter. We gaan vanmiddag al hoofdelijk stemmen over mijn motie over de aanvraagtermijn van de zorgbonus. Het onderwerp van deze moties is daaraan gelieerd. Is het ook mogelijk over deze twee moties hoofdelijk te stemmen?

De voorzitter:
Is dit iets wat aan termijnen is gebonden? Alleen u, of de woordvoerders, kan dat beoordelen. Dan zouden we de moties meenemen bij de hoofdelijke stemmingen van volgende week. Dat geldt voor heel veel moties.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (vKA):
De aanvraagtermijn voor de zorgbonus eindigt vanavond om 0.00 uur.

De voorzitter:
Ja, daar gaan we zo hoofdelijk over stemmen.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (vKA):
Precies. Als die motie verworpen wordt, dan eh … Ik houd de moties even aan.

De voorzitter:
Dank daarvoor.

Op verzoek van mevrouw Van Kooten-Arissen stel ik voor haar motie (25295, nr. 706) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Van Haga/Baudet (25295, nr. 707).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Concept-Uitvoeringsbesluit Wtza, concept-wijziging BUB Wmg, concept-AMvB acute zorg

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VSO Concept-Uitvoeringsbesluit Wtza, concept-wijziging BUB Wmg, concept-AMvB acute zorg,

te weten:

  • de motie-Van den Berg over bij wijzigingen in het aanbod van acute zorg gemeenten en zorgaanbieders tijdig consulteren (29247, nr. 320);
  • de motie-Bergkamp c.s. over een uitzondering op de eis van een onafhankelijke interne toezichthouder (29247, nr. 321).

(Zie vergadering van 5 november 2020.)

De voorzitter:
De motie-Van den Berg (29247, nr. 320) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat acute zorg een basisvoorziening is en van groot belang voor de leefbaarheid van iedere regio, en dat andere zorgaanbieders, het regionale en lokale bestuur en inwoners daarom bij aanpassingen van het aanbod aan acute zorg geconsulteerd moeten worden;

van mening dat consulteren hierbij betekent dat bestuurders, inwoners en zorgaanbieders in de keten betrokken worden op een tijdstip waarbij nog wezenlijke invloed op het besluit kan worden uitgeoefend en de aanbieder van acute zorg een beargumenteerde reactie moet geven waarbij sprake is van een op overeenstemming gerichte consultatie;

overwegende dat de minister op 13 juni 2018 heeft toegezegd dat bij wijzigingen in de acute zorg hij wettelijk gaat verplichten tot overleg en dialoog met betrokkenen;

verzoekt de regering in de ministeriële regeling die onder de algemene maatregel van bestuur acute zorg komt te hangen, in ieder geval op te nemen dat bij structurele wijzigingen in het aanbod van acute zorg betrokken regionale en gemeentelijke besturen en zorgaanbieders in de keten tijdig geconsulteerd moeten worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 320 (29247).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van den Berg (29247, nr. ??, was nr. 320).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bergkamp c.s. (29247, nr. 321).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van het CDA ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Gegevensuitwisseling/Gegevensbescherming/ICT/E-health/Slimme zorg/Administratieve lasten

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Gegevensuitwisseling/Gegevensbescherming/ICT/E-health/Slimme zorg/Administratieve lasten,

te weten:

  • de motie-Van den Berg/Kerstens over meer publieke sturing op de landelijke infrastructuur LSP (27529, nr. 222);
  • de motie-Van den Berg/Kerstens over de kosten van ICT-toepassingen in de zorg (27529, nr. 223);
  • de motie-Raemakers over een campagne gericht op toestemming voor gegevensuitwisseling (27529, nr. 224);
  • de motie-Renkema over het drastisch terugbrengen van de winstpercentages van bedrijven die gegevens beheren (27529, nr. 225);
  • de motie-Renkema over de noodzaak van een cultuurverandering bij het programma Elektronische gegevensuitwisseling in de zorg (27529, nr. 226).

(Zie vergadering van 5 november 2020.)

In stemming komt de motie-Van den Berg/Kerstens (27529, nr. 222).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, Krol, GroenLinks, 50PLUS, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Berg/Kerstens (27529, nr. 223).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de fractie van Van Kooten-Arissen ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Raemakers (27529, nr. 224).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, 50PLUS, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Renkema (27529, nr. 225).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Renkema (27529, nr. 226).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de fractie van Van Kooten-Arissen ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Monitor Polisaanbod 2020 en het Risicovereveningsmodel 2021

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VSO Monitor Polisaanbod 2020 en het Risicovereveningsmodel 2021,

te weten:

  • de motie-Van den Berg/Renkema over een onafhankelijke commissie voor onderzoek naar de werking van het risicovereveningssysteem (29689, nr. 1084);
  • de motie-Raemakers/Renkema over de collectiviteitskorting voor de gemeentepolis handhaven (29689, nr. 1085);
  • de motie-Sazias over één onafhankelijke vergelijkingssite voor zorgverzekeringen (29689, nr. 1086).

(Zie vergadering van 5 november 2020.)

In stemming komt de motie-Van den Berg/Renkema (29689, nr. 1084).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, het CDA, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Raemakers/Renkema (29689, nr. 1085).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de SGP, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Sazias (29689, nr. 1086).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

De motie bij agendapunt 18 is aangehouden.

Stemming motie Planning landelijk wetenschappelijk onderzoek dertienwekenecho

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het VSO Planning landelijk wetenschappelijk onderzoek dertienwekenecho,

te weten:

  • de motie-Bergkamp/Tellegen over eens per halfjaar rapporteren over de invoering van het landelijk wetenschappelijk onderzoek (29323, nr. 143).

(Zie vergadering van 5 november 2020.)

In stemming komt de motie-Bergkamp/Tellegen (29323, nr. 143).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, het CDA, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Beleidsreactie slachtoffermonitor seksueel geweld tegen kinderen 2017-2018

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VSO Beleidsreactie slachtoffermonitor seksueel geweld tegen kinderen 2017-2018,

te weten:

  • de motie-Westerveld/Wörsdörfer over aandacht in hogere sociale beroepsopleidingen voor huiselijk geweld en kindermishandeling (31015, nr. 205);
  • de motie-Wörsdörfer over de effectiviteit van de genomen beschermingsmaatregelen bijhouden (31015, nr. 206).

(Zie vergadering van 5 november 2020.)

De voorzitter:
Mevrouw Westerveld verzoekt haar aangehouden motie op stuk. nr. 205 alsnog in stemming te brengen.

In stemming komt de motie-Westerveld/Wörsdörfer (31015, nr. 205).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wörsdörfer (31015, nr. 206).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de SP ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Hersteloperatie kinderopvangtoeslagen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Hersteloperatie kinderopvangtoeslagen,

te weten:

  • de motie-Leijten c.s. over gedupeerden voor 1 februari 2021 een brief sturen met het verzoek zich te melden bij de UHT (31066, nr. 721);
  • de motie-Leijten/Nijboer over volledige inzage voor de ouders in de gegevens op basis waarvan zij beoordeeld worden (31066, nr. 722);
  • de motie-Bromet over meer slachtoffers bij de hersteloperatie betrekken door hen op nieuwe manieren te bereiken (31066, nr. 723);
  • de motie-Omtzigt over een "hotspot archief toeslagenschandaal" inrichten (31066, nr. 724);
  • de motie-Omtzigt over een oplossing zoeken voor ouders die onder bewind staan of in de Wsnp zitten (31066, nr. 725);
  • de motie-Lodders/Van Weyenberg over creatieve mogelijkheden voor gegevensuitwisseling over gedupeerde ouders (31066, nr. 726).

(Zie vergadering van 5 november 2020.)

De voorzitter:
De motie-Omtzigt (31066, nr. 724) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er archieven van bezwaarstukken in de toeslagenaffaire te vroeg en illegaal vernietigd zijn;

constaterende dat er in het toeslagenschandaal zeer regelmatig stukken lange tijd zoek geweest zijn;

verzoekt de regering een "hotspot archief toeslagenschandaal" in te richten en ervoor te zorgen dat daar fysiek kopieën aanwezig zijn van alle relevante archiefstukken, inclusief die uit persoonlijke dossiers;

verzoekt de regering geen stukken over de kinderopvangtoeslag te vernietigen maar alle stukken over te brengen naar de hotspot en de opzet daarvan initieel en permanent door de ADR of de Inspectie Overheidsinformatie te laten toetsen;

verzoekt de regering tevens te rapporteren over de stand van deze operatie voor 20 januari 2021,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 724 (31066).

De voorzitter:
De motie-Omtzigt (31066, nr. 725) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een fors aantal ouders in de kinderopvangtoeslagaffaire onder bewind staan of in de Wet schuldsanering natuurlijke personen zitten;

van mening dat er voor ouders echt een einde aan de problemen moet komen;

verzoekt de regering ervoor te zorgen dat ouders die nu door de onterechte terugvorderingen in de schulden zijn gekomen, onder bewind staan of in de Wsnp zitten, na afronding ook echt een nieuwe start kunnen maken;

verzoekt de regering om samen met schuldhulpverleners, bewindvoerders en hun brancheorganisaties ervoor te zorgen dat na de compensatie de financiële problemen die zijn ontstaan door de terugvordering van toeslagen, in zijn geheel zijn opgelost en de ouders die recht hebben op compensatie ook financiële ruimte overhouden om een nieuwe start te maken;

verzoekt de regering ten slotte de Kamer hierover bij de volgende voortgangsrapportage te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 725 (31066).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Leijten c.s. (31066, nr. 721).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Leijten/Nijboer (31066, nr. 722).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bromet (31066, nr. 723).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Omtzigt (31066, nr. ??, was nr. 724).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Omtzigt (31066, nr. ??, was nr. 725).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Lodders/Van Weyenberg (31066, nr. 726).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Georganiseerde criminaliteit / ondermijning, rechtspraak en strafrechtketen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over Georganiseerde criminaliteit / ondermijning, rechtspraak en strafrechtketen,

te weten:

  • de motie-Van Nispen c.s. over inventariseren van de extra investeringen in de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit (29911, nr. 288);
  • de motie-Van Nispen/Van Toorenburg over een pilot met een multidisciplinair toezichtteam voor intensiever reclasseringstoezicht (29911, nr. 289);
  • de motie-Yeşilgöz-Zegerius/Van Toorenburg over verdieping van reeds bestaande pilots voor informatie-uitwisseling van persoonsgegevens (29911, nr. 290);
  • de motie-Van Toorenburg/Yeşilgöz-Zegerius over een integraal plan gericht op versterking van de beveiliging van onze toegangspoorten (29911, nr. 291).

(Zie notaoverleg van 5 november 2020.)

In stemming komt de motie-Van Nispen c.s. (29911, nr. 288).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

Ik kijk even naar de heer Van Nispen, want de uitslag is niet vast te stellen.

De heer Van Nispen (SP):
Dan zou ik hier graag volgende week hoofdelijk over willen stemmen.

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Van Nispen stel ik voor zijn motie (29911, nr. 288) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Van Nispen/Van Toorenburg (29911, nr. 289).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Yeşilgöz-Zegerius/Van Toorenburg (29911, nr. 290).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Toorenburg/Yeşilgöz-Zegerius (29911, nr. 291).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Begroting Economische Zaken en Klimaat 2021

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (XIII) voor het jaar 2021,

te weten:

  • de motie-Graus c.s. over het compenseren van bedrijven en branches die onterecht buiten de boot vallen (35570-XIII, nr. 13);
  • de motie-Graus c.s. over mogelijkheden om ondernemers bij te staan in de coronacrisis (35570-XIII, nr. 15);
  • de motie-Graus c.s. over een integraal plan voor de doorontwikkeling van VDL Nedcar (35570-XIII, nr. 16);
  • de motie-Kops over alle subsidies voor biomassa stopzetten (35570-XIII, nr. 17);
  • de motie-Kops over het verlagen van de energielasten (35570-XIII, nr. 18);
  • de motie-Kops over onmiddellijk stoppen met elke vorm van klimaatbeleid (35570-XIII, nr. 19);
  • de motie-Wiersma c.s. over onderzoek naar de voor- en nadelen van de "one in, one out"-systematiek (35570-XIII, nr. 20);
  • de motie-Wiersma c.s. over een gedegen lijst met ambtelijke opties voor kansrijk groeibeleid (35570-XIII, nr. 21);
  • de motie-Wiersma/Verhoeven over inzetten op strategische investeringen in hoogwaardige Nederlandse technologiebedrijven (35570-XIII, nr. 22);
  • de motie-Wiersma/Amhaouch over het voorlopig handhaven van de inzet van de NFIA op de brexit (35570-XIII, nr. 23);
  • de motie-Van der Lee over voor februari 2021 een extra beleidspakket voor het klimaatbeleid (35570-XIII, nr. 24);
  • de motie-Van der Lee/Agnes Mulder over een verbeterd wetgevingsprogramma bij de Klimaatnota (35570-XIII, nr. 25);
  • de motie-Agnes Mulder/Harbers over in kaart brengen van de no-regretmaatregelen voor investeren in de energie-infrastructuur (35570-XIII, nr. 26);
  • de motie-Amhaouch c.s. over het verbeteren van de kredietverlening aan mkb-ondernemingen en kleine familiebedrijven (35570-XIII, nr. 27);
  • de motie-Amhaouch c.s. over regionale spreiding en regionale ontwikkeling als onderdeel van de Nederlandse groeistrategie (35570-XIII, nr. 28);
  • de motie-Amhaouch/Palland over een goede bedrijfsopvolging voor familiebedrijven (35570-XIII, nr. 29);
  • de motie-Amhaouch/Wiersma over de kansen en uitdagingen voor Nederland op het gebied van reshoring (35570-XIII, nr. 30);
  • de motie-Amhaouch/Bruins over een procesinnovatie-stimuleringsinstrument voor het brede mkb (35570-XIII, nr. 31);
  • de motie-Beckerman c.s. over een plan van aanpak om energiearmoede te bestrijden (35570-XIII, nr. 32);
  • de motie-Beckerman c.s. over overleg met de energiecoöperaties over door hen ervaren problemen (35570-XIII, nr. 33);
  • de motie-Beckerman c.s. over een regeling voor medewerkers van de Onyxcentrale en in de keten (35570-XIII, nr. 34);
  • de motie-Beckerman c.s. over onderzoek naar het realiseren van het volledig potentieel van zonnepanelen op daken (35570-XIII, nr. 35);
  • de motie-Beckerman over een klimaatrechtvaardigheidsfonds (35570-XIII, nr. 36);
  • de motie-Sienot/Dik-Faber over input ophalen bij partners van het Klimaatakkoord en de brede samenleving (35570-XIII, nr. 37);
  • de motie-Sienot over alle beschikbare SDE-middelen uitgeven aan de doelen van de SDE++ (35570-XIII, nr. 38);
  • de motie-Sienot c.s. over de ontwikkeling van groene waterstof ten bate van schone energieopwekking (35570-XIII, nr. 39);
  • de motie-Verhoeven/Wiersma over nagaan hoe ecosystemen beter kunnen functioneren (35570-XIII, nr. 40);
  • de motie-Verhoeven/Wiersma over een onderzoek naar inpassing van een Dutch Academic Impact Fund in een van de innovatie-instrumenten (35570-XIII, nr. 41);
  • de motie-Moorlag c.s. over een actieprogramma voor minder tekorten aan vakmensen in de techniek en de maak- en procesindustrie (35570-XIII, nr. 43);
  • de motie-Moorlag/Amhaouch over de toereikendheid van het extra investeringskapitaal voor de regionale ontwikkelingsmaatschappijen (35570-XIII, nr. 44);
  • de motie-Moorlag over middelen uit het Just Transition Fund prioritair inzetten in Noord-Nederland (35570-XIII, nr. 45);
  • de motie-Bruins/Amhaouch over de effectiviteit van verschillende parameteraanpassingen binnen de Wbso (35570-XIII, nr. 46);
  • de motie-Bruins over de rollen, verantwoordelijkheden en bevoegdheden rond VSL helder vastleggen (35570-XIII, nr. 47);
  • de motie-Bruins c.s. over financiële participatie bij hernieuwbare-energieprojecten borgen (35570-XIII, nr. 49);
  • de motie-Bruins over het bevorderen van innovatiegericht inkopen (35570-XIII, nr. 50);
  • de motie-Van Raan over geen nieuwe subsidies voor het opwekken van warmte door houtige biomassa (35570-XIII, nr. 51);
  • de motie-Van Raan over geen nieuwe subsidies voor kolencentrales die omschakelen naar 100% houtige biomassa (35570-XIII, nr. 52);
  • de motie-Van Raan over stoppen van alle lopende subsidies voor houtige biomassa (35570-XIII, nr. 53);
  • de motie-Van Raan over aanvullende maatregelen om het Urgendadoel te halen (35570-XIII, nr. 54);
  • de motie-Van Raan over een afbouwpad voor de uitfasering van fossiele subsidies (35570-XIII, nr. 55);
  • de motie-Stoffer/Van Haga over een nullijn voor de ontwikkeling van de regeldruk (35570-XIII, nr. 56);
  • de motie-Stoffer over een maritiem herstelplan (35570-XIII, nr. 57);
  • de motie-Stoffer over niet aanscherpen van de Klimaatwet (35570-XIII, nr. 58);
  • de motie-Öztürk over bijscholings- en coachingsvouchers voor zzp'ers (35570-XIII, nr. 59);
  • de motie-Öztürk over het beter bekendmaken van garantieregelingen in het kader van de coronacrisis (35570-XIII, nr. 60);
  • de motie-Öztürk over overleg met banken over een verdere aflossingspauze (35570-XIII, nr. 61);
  • de motie-Öztürk over het Charter Diversiteit als voorwaarde bij grote aanbestedingen van de overheid (35570-XIII, nr. 62);
  • de motie-Öztürk over een onderzoek naar racisme en discriminatie op de ondernemersmarkt (35570-XIII, nr. 63);
  • de motie-Van Haga c.s. over het behouden van het hoofdkantoor van Shell in Nederland (35570-XIII, nr. 64);
  • de motie-Van Haga/Baudet over de oprichting van een Dutch Business Bank (35570-XIII, nr. 65);
  • de motie-Van Haga/Baudet over verkorting van de loondoorbetalingsperiode voor kleine werkgevers tot één jaar (35570-XIII, nr. 66).

(Zie vergadering van 5 november 2020.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Moorlag stel ik voor zijn motie (35570-XIII, nr. 45) aan te houden. Op verzoek van de heer Van Haga stel ik voor zijn motie (35570-XIII, nr. 66) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Graus c.s. (35570-XIII, nr. 16) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Graus, Amhaouch, Stoffer, Van Haga, Öztürk, Moorlag, Baudet, Verhoeven, Futselaar, Van Otterloo, Van der Lee, Wiersma, Bruins, Van Raan, Krol, Van Kooten-Arissen en Wilders.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 16 (35570-XIII).

De voorzitter:
De motie-Stoffer/Van Haga (35570-XIII, nr. 56) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er de afgelopen kabinetsperiode geen sprake was van een duidelijke doelstelling om de regeldruk aan te pakken en dat de berekende jaarlijkse regeldruk als gevolg van wetgeving in deze periode met ongeveer 1,2 miljard is toegenomen;

overwegende dat ook in de beleving van veel mkb-ondernemers de regeldruk is toegenomen in plaats van afgenomen;

verzoekt de regering zich in te spannen voor een nullijn ten aanzien van de ontwikkeling van de regeldruk;

spreekt uit dat het wenselijk is als voor de volgende kabinetsperiode een concrete doelstelling voor verlaging van de regeldruk wordt vastgesteld,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 56 (35570-XIII).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Graus c.s. (35570-XIII, nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

Ik kijk naar de heer Graus. Toch maar aanhouden? Dan gaan we daar op een ander moment hoofdelijk over stemmen.

Op verzoek van de heer Graus stel ik voor zijn motie (35570-XIII, nr. 13) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Graus c.s. (35570-XIII, nr. 15).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Graus c.s. (35570-XIII, nr. ??, was nr. 16).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

De heer Graus.

De heer Graus (PVV):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Dank ook aan alle collega's. Die laatste motie markeert een uniek moment in de parlementaire geschiedenis.

De voorzitter:
Ik weet het.

De heer Graus (PVV):
Want het is een motie die door zestien partijen en door zeventien leden is ondertekend. Dat is volgens het CIP nog nooit voorgekomen. Dus we schrijven een stukje parlementaire geschiedenis hier op een verlate dinsdagmiddag. Maar omdat er toch wat strubbelingen waren met de minister over mijn verzoeken en gelet op het feit dat de Kamer unaniem is, zou ik toch graag op korte termijn, het liefst binnen een week, willen horen hoe de minister die motie gaat uitvoeren. Dank aan alle collega's, en extra aan meneer Krol.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

In stemming komt de motie-Kops (35570-XIII, nr. 17).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Meneer Van Nispen, wat wilt u zeggen?

De heer Van Nispen (SP):
Ik vergat mijn hand op te steken bij de motie op stuk nr. 17. De SP wordt dus geacht voor deze motie te hebben gestemd.

De voorzitter:
Deze opmerking zal in de Handelingen worden opgenomen.

In stemming komt de motie-Kops (35570-XIII, nr. 18).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kops (35570-XIII, nr. 19).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Wiersma c.s. (35570-XIII, nr. 20).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol, GroenLinks, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wiersma c.s. (35570-XIII, nr. 21).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wiersma/Verhoeven (35570-XIII, nr. 22).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wiersma/Amhaouch (35570-XIII, nr. 23).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Lee (35570-XIII, nr. 24).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS en Van Kooten-Arissen voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Lee/Agnes Mulder (35570-XIII, nr. 25).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Agnes Mulder/Harbers (35570-XIII, nr. 26).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, 50PLUS, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Amhaouch c.s. (35570-XIII, nr. 27).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Amhaouch c.s. (35570-XIII, nr. 28).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Amhaouch/Palland (35570-XIII, nr. 29).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Amhaouch/Wiersma (35570-XIII, nr. 30).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Amhaouch/Bruins (35570-XIII, nr. 31).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Beckerman c.s. (35570-XIII, nr. 32).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

We kunnen de uitslag van deze stemming niet vaststellen. Dan kijk ik even naar de heer Van Nispen of de heer Van Gerven. Aanhouden? Ja, zie ik.

Op verzoek van mevrouw Beckerman stel ik voor haar motie (35570-XIII, nr. 32) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Beckerman c.s. (35570-XIII, nr. 33).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK en de SGP voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Beckerman c.s. (35570-XIII, nr. 34).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Beckerman c.s. (35570-XIII, nr. 35).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Beckerman (35570-XIII, nr. 36).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Sienot/Dik-Faber (35570-XIII, nr. 37).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Sienot (35570-XIII, nr. 38).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de SGP en het CDA voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Sienot c.s. (35570-XIII, nr. 39).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Verhoeven/Wiersma (35570-XIII, nr. 40).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, Krol, GroenLinks, 50PLUS, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Verhoeven/Wiersma (35570-XIII, nr. 41).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Moorlag c.s. (35570-XIII, nr. 43).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Moorlag/Amhaouch (35570-XIII, nr. 44).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bruins/Amhaouch (35570-XIII, nr. 46).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bruins (35570-XIII, nr. 47).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

De heer Bruins.

De heer Bruins (ChristenUnie):
Voorzitter. Tijdens het debat was er wat onduidelijkheid tussen de staatssecretaris en mij over wat ik precies met deze motie bedoelde. Toen zei de staatssecretaris: we gaan werken aan communicatieprotocollen. Maar ik wil dat de motie wordt uitgevoerd letterlijk zoals zij geformuleerd is. Daarom krijg ik graag voor het kerstreces van de staatssecretaris een brief over hoe ze deze motie gaat uitvoeren.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. In het kerstreces, dus voor 2021.

In stemming komt de motie-Bruins c.s. (35570-XIII, nr. 49).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bruins (35570-XIII, nr. 50).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Raan (35570-XIII, nr. 51).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan (35570-XIII, nr. 52).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat de uitslag bij handopsteken niet kan worden vastgesteld.

Dan kijk ik even naar de Partij voor de Dieren, want de stemmen staken. Dan houden we de motie van de heer Van Raan op stuk nr. 52 aan om er later hoofdelijk over te stemmen.

Op verzoek van de heer Van Raan stel ik voor zijn motie (35570-XIII, nr. 52) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Van Raan (35570-XIII, nr. 53).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, Krol, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan (35570-XIII, nr. 54).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan (35570-XIII, nr. 55).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Stoffer/Van Haga (35570-XIII, nr. ??, was nr. 56).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

De heer Stoffer.

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Deze motie was ontraden, dus ik zou graag een brief van het kabinet ontvangen hoe de motie wordt uitgevoerd.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. Dank u wel.

In stemming komt de motie-Stoffer (35570-XIII, nr. 57).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de SP ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Stoffer (35570-XIII, nr. 58).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol, DENK, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Öztürk (35570-XIII, nr. 59).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK en de SGP voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Öztürk (35570-XIII, nr. 60).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

Meneer Öztürk, vertel.

De heer Öztürk (DENK):
Voorzitter. Deze motie was ontraden door de staatssecretaris. We zitten in de coronacrisis. Ik zou dus binnen een week een brief willen ontvangen over hoe de staatssecretaris de motie gaat uitvoeren.

De voorzitter:
Dan stel ik voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

In stemming komt de motie-Öztürk (35570-XIII, nr. 61).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Öztürk (35570-XIII, nr. 62).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Öztürk (35570-XIII, nr. 63).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, Van Kooten-Arissen en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga c.s. (35570-XIII, nr. 64).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Haga/Baudet (35570-XIII, nr. 65).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol, 50PLUS, DENK, de SGP, de PVV, FvD en Van Haga voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

De heer Van Nispen.

De heer Van Nispen (SP):
Voorzitter. Misschien ten overvloede, maar er zijn verschillende moties waarbij de stemmen staakten. We willen graag expliciet vragen of onder andere de motie-Beckerman over energiearmoede en de motie-Marijnissen over het niet toestaan van sluiting van ziekenhuizen op het eerstvolgende moment — dat is volgende week, denk ik — ook echt in stemming kunnen komen.

De voorzitter:
Ja, prima. Dan zullen we die zeker meenemen.

Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van deze lange stemmingen. We hadden iets van 151 moties. Dank daarvoor.

Dan schors ik de vergadering voor enkele ogenblikken en dan gaan we naar de hoofdelijke stemmingen over een motie en een amendement.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Stemmingen

Stemmingen

Stemming motie Ontwikkelingen rondom het coronavirus d.d. 28 oktober 2020 (ronde 1)

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over de ontwikkelingen rondom het coronavirus d.d. 28 oktober 2020,

te weten:

  • de motie-Van Kooten-Arissen over zorgbonus voor zzp-, flex- en pgb-zorgverleners (25295, nr. 679).

(Zie vergadering van 4 november 2020.)

De voorzitter:
Is iedereen eigenlijk voorbereid op de stemming over het amendement van de heer Baudet? Dat weten jullie allemaal? Daar gaan we ook over stemmen. Het stond niet op de stemmingslijst. Maar zo krijgen we hierover geen problemen.

We gaan naar de stemmingslijst voor de hoofdelijke stemmingen. We beginnen bij agendapunt 1, de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over de ontwikkelingen rondom het coronavirus van 28 oktober 2020, de motie-Van Kooten-Arissen op stuk nr. 679 (25295) over zorgbonus voor zzp-, flex- en pgb-zorgverleners.

De leden van de eerste groep, Van Aalst tot en met Graus, brengen hun stem uit.

Stemming Wijziging van de Mediawet 2008 (ronde 1)

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Mediawet 2008 met het oog op de versterking van het toekomstperspectief van de publieke omroep (35554).

(Zie wetgevingsoverleg van 4 november 2020.)

De voorzitter:
Dan gaan we naar de stemming over het amendement van de heer Baudet op stuk nr. 23, I (35554) bij het wetsvoorstel Wijziging van de Mediawet 2008.

De leden van de eerste groep, Van Aalst tot en met Graus, brengen hun stem uit.

De voorzitter:
Dank jullie wel.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Stemmingen motie Ontwikkelingen rondom het coronavirus d.d. 28 oktober 2020 (ronde 2)

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over de ontwikkelingen rondom het coronavirus d.d. 28 oktober 2020,

te weten:

  • de motie-Van Kooten-Arissen over zorgbonus voor zzp-, flex- en pgb-zorgverleners (25295, nr. 679).

(Zie vergadering van 4 november 2020.)

De voorzitter:
Aan de orde zijn de hoofdelijke stemmingen. We gaan stemmen over een motie én een amendement.

We beginnen bij agendapunt 1, de stemming over de aangehouden motie-Van Kooten Arissen op stuk nr. 679 (25295), ingediend bij het debat over de ontwikkelingen rondom het coronavirus van 28 oktober 2020, over een zorgbonus voor zzp-, flex- en pgb-zorgverleners.

De leden van de tweede groep, De Groot tot en met Van Nispen, brengen hun stem uit.

Stemming Wijziging van de Mediawet 2008 (ronde 2)

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Mediawet 2008 met het oog op de versterking van het toekomstperspectief van de publieke omroep (35554).

(Zie wetgevingsoverleg van 4 november 2020.)

De voorzitter:
Dan gaan we nu stemmen over het amendement van de heer Baudet op stuk nr. 23, I (35554), ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Mediawet 2008.

De leden van de tweede groep, De Groot tot en met Van Nispen, brengen hun stem uit.

De voorzitter:
Dank jullie wel.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Stemming motie Ontwikkelingen rondom het coronavirus d.d. 28 oktober 2020 (ronde 3)

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over de ontwikkelingen rondom het coronavirus d.d. 28 oktober 2020,

te weten:

  • de motie-Van Kooten-Arissen over zorgbonus voor zzp-, flex- en pgb-zorgverleners (25295, nr. 679).

(Zie vergadering van 4 november 2020.)

De voorzitter:
We gaan hoofdelijk stemmen. We beginnen bij agendapunt 1, de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over de ontwikkelingen rondom het coronavirus van 28 oktober 2020, de motie-Van Kooten-Arissen op stuk nr. 679 (25295) over zorgbonus voor zzp-, flex- en pgb-zorgverleners.

De leden van de derde groep, Van Ojik tot en met Ziengs, brengen hun stem uit.

In stemming komt de motie-Van Kooten-Arissen (25295, nr. 679).

Vóór stemmen de leden: Van Aalst, Agema, Alkaya, Arib, Asscher, Baudet, Beckerman, Beertema, Van den Berge, Martin Bosma, Van Brenk, Bromet, Buitenweg, Tony van Dijck, Emiel van Dijk, Gijs van Dijk, Jasper van Dijk, Ellemeet, Van Esch, Fritsma, Futselaar, Van Gerven, De Graaf, Graus, Van Haga, Hiddema, Hijink, Jansen, De Jong, Karabulut, Van Kent, Klaver, Van Kooten-Arissen, Kops, Kröger, Krol, Kuiken, Kuzu, Kwint, Laçin, Van der Lee, Leijten, Madlener, Marijnissen, Markuszower, Moorlag, Edgar Mulder, Van den Nieuwenhuijzen, Nijboer, Van Nispen, Van Ojik, Van Otterloo, Öztürk, Ploumen, Van Raak, Van Raan, De Roon, Smeulders, Snels, Van der Staaij, Stoffer, Wassenberg, Van Weerdenburg, Westerveld en Wilders.

Tegen stemmen de leden: Aartsen, Amhaouch, Becker, Belhaj, Van den Berg, Bergkamp, Van Beukering-Huijbregts, Bolkestein, Bosman, Bouali, Bruins, Van Dam, Diertens, Dijkhoff, Remco Dijkstra, Dik-Faber, Van Eijs, El Yassini, Geluk-Poortvliet, Van Gent, Geurts, Van der Graaf, De Groot, Harbers, Rudmer Heerema, Van Helvert, Hermans, Jetten, Koerhuis, Koopmans, Kuik, Laan-Geselschap, Van der Linde, Lodders, Von Martels, Van Meenen, Van der Molen, Agnes Mulder, Nijkerken-de Haan, Omtzigt, Palland, Paternotte, Peters, Postma, Raemakers, Regterschot, Rog, Schonis, Sienot, Slootweg, Smals, Sneller, Snoeren, Tellegen, Terpstra, Tielen, Veldman, Verhoeven, Voordewind, Aukje de Vries, Weverling, Van Weyenberg, Wiersma, Van Wijngaarden, Wörsdörfer, Yeşilgöz-Zegerius en Ziengs.

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met 65 stemmen voor en 67 stemmen tegen is verworpen.

Stemming Wijziging van de Mediawet 2008 (ronde 3)

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Mediawet 2008 met het oog op de versterking van het toekomstperspectief van de publieke omroep (35554).

(Zie wetgevingsoverleg van 4 november 2020.)

De voorzitter:
Dan gaan we nu stemmen over het amendement van de heer Baudet op stuk nr. 23, I (35554), ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Mediawet 2008.

De leden van de derde groep, Van Ojik tot en met Ziengs, brengen hun stem uit.

In stemming komt het amendement-Baudet (stuk nr. 23, I).

Vóór stemmen de leden: Van Aalst, Agema, Alkaya, Arib, Asscher, Baudet, Beckerman, Beertema, Van den Berge, Martin Bosma, Van Brenk, Bromet, Buitenweg, Tony van Dijck, Emiel van Dijk, Gijs van Dijk, Jasper van Dijk, Ellemeet, Van Esch, Fritsma, Futselaar, Van Gerven, De Graaf, Graus, Van Haga, Hiddema, Hijink, Jansen, De Jong, Karabulut, Van Kent, Klaver, Van Kooten-Arissen, Kops, Kröger, Krol, Kuiken, Kuzu, Kwint, Laçin, Van der Lee, Leijten, Madlener, Marijnissen, Markuszower, Moorlag, Edgar Mulder, Van den Nieuwenhuijzen, Nijboer, Van Nispen, Van Ojik, Van Otterloo, Öztürk, Ploumen, Van Raak, Van Raan, De Roon, Smeulders, Snels, Van der Staaij, Stoffer, Wassenberg, Van Weerdenburg, Westerveld en Wilders.

Tegen stemmen de leden: Aartsen, Amhaouch, Becker, Belhaj, Van den Berg, Bergkamp, Van Beukering-Huijbregts, Bolkestein, Bosman, Bouali, Bruins, Van Dam, Diertens, Dijkhoff, Remco Dijkstra, Dik-Faber, Van Eijs, El Yassini, Geluk-Poortvliet, Van Gent, Geurts, Van der Graaf, De Groot, Harbers, Rudmer Heerema, Van Helvert, Hermans, Jetten, Koerhuis, Koopmans, Kuik, Laan-Geselschap, Van der Linde, Lodders, Von Martels, Van Meenen, Van der Molen, Agnes Mulder, Nijkerken-de Haan, Omtzigt, Palland, Paternotte, Peters, Postma, Raemakers, Regterschot, Rog, Schonis, Sienot, Slootweg, Smals, Sneller, Snoeren, Tellegen, Terpstra, Tielen, Veldman, Verhoeven, Voordewind, Aukje de Vries, Weverling, Van Weyenberg, Wiersma, Van Wijngaarden, Wörsdörfer, Yeşilgöz-Zegerius en Ziengs.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit amendement met 65 stemmen voor en 67 stemmen tegen is verworpen.

Dank jullie wel. Dan wachten we heel even totdat alle stemmen zijn geteld.

Dan kijken we naar de eerste motie, van mevrouw Van Kooten-Arissen, de motie op stuk nr. 679 (25295). Voor die motie hebben 65 leden gestemd, daartegen 67 leden. De motie is verworpen.

Bij het amendement van de heer Baudet op stuk nr. 23 (35554) hebben 65 leden voor gestemd en 67 leden tegen. Ook dit amendement is verworpen.

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de hoofdelijke stemmingen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Ontvangen is een bericht van het overlijden op 23 oktober jongstleden van het oud-lid van de Kamer de heer G.A.Q. Niessen. De heer Niessen was lid van de Tweede Kamer voor de fractie van de Partij van de Arbeid van 6 oktober 1977 tot en met 5 januari 1978 en van 27 augustus 1980 tot en met 16 mei 1994. Namens de Kamer heb ik een bericht van deelneming aan de familie gezonden.

Ingekomen is een beschikking van de Voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal inzake aanwijzing van het Tweede Kamerlid Wilders tot lid van de Europese OVSE-Assemblee.

Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:
Dan is nu aan de orde de regeling van werkzaamheden.

Op verzoek van de PVV-fractie benoem ik in de commissie voor de Verzoekschriften en de Burgerinitiatieven het lid Jansen tot lid in plaats van het lid Beertema.

Op verzoek van de aanvragers stel ik voor de volgende 23 meerderheidsdebatten en 11 dertigledendebatten op het terrein van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van de agenda af te voeren:

  • het debat over het eindrapport van het SCP over de evaluatie van de hervorming van de langdurige zorg;
  • het debat over de uitwisseling van informatie over personen met verward gedrag tussen politie en de ggz;
  • het debat over een verwacht tekort aan mantelzorgers;
  • het debat over de problemen in de jeugd-ggz;
  • het debat over meer wettelijke mogelijkheden om gesjoemel met zorg-bv's tegen te gaan (Agema) en het debat over het bericht dat thuiszorgorganisatie PrivaZorg miljoenen euro's heeft weggesluisd;
  • het debat over marktwerking in de zorg;
  • het debat over de Toekomstwijzer kwetsbare groepen;
  • het debat over onnodige behandelingen in ziekenhuizen;
  • het debat over dyslexiebureaus die zelf lees- en spellingsproblemen diagnosticeren en behandelen;
  • het debat over de commotie rond de invoering van de BIG II;
  • het debat over het aantal daklozen in Nederland;
  • het debat over het bericht dat voor kinderen die seksueel worden misbruikt hulp vaak te laat komt;
  • het debat over de voortgang van de implementatie van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap;
  • het debat over het rapport van de commissie Toekomst zorg thuiswonende ouderen;
  • het debat over de financiële situatie van het LangeLand Ziekenhuis in Zoetermeer;
  • het debat over een studie van de Raad van Europa over de aanpak van huiselijk geweld;
  • het debat over het plan van aanpak van de Taskforce Wonen en Zorg;
  • het debat over het bericht dat brancheorganisatie ActiZ stelt dat pijnlijke maatregelen nodig zijn om de ouderenzorg uitvoerbaar te houden;
  • het debat over medische implantaten;
  • het debat over de sluiting van De Hoenderloo Groep;
  • het debat over het rapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd "Verpleeghuiszorg in beeld";
  • het debat over de korting op het pgb van ouders die hun ernstig zieke kind thuis verzorgen;
  • het debat over het rapport Perspectieven op de doodswens van ouderen die niet ernstig ziek zijn;
  • het dertigledendebat over de toepassing van dwangmaatregelen in de thuiszorg;
  • het dertigledendebat over de waarschuwing van het kabinet voor de stijgende zorguitgaven;
  • het dertigledendebat over een landelijke stakingsdag in de ziekenhuizen;
  • het dertigledendebat over een mogelijke stijging van de babysterfte als gevolg van capaciteitsproblemen van ziekenhuizen;
  • het dertigledendebat over het bericht dat kinderafdelingen van ziekenhuizen overvol zijn;
  • het dertigledendebat over fraude met zorggeld;
  • het dertigledendebat over de personeelstekorten in ziekenhuizen;
  • het dertigledendebat over de werkbelasting en waardering van zorgpersoneel;
  • het dertigledendebat over het bericht dat het kopen van sigaretten onder de 18 te gemakkelijk blijft;
  • het dertigledendebat over geen verbod op ruwe borstimplantaten;
  • het dertigledendebat over het bericht dat verzekeraars 190 miljoen onbenut laten voor wijkverpleging.

Ik vind het echt geweldig. Ik dank alle leden van de commissie VWS voor hun inspanningen daarbij, en ik hoop dat goed voorbeeld goed doet volgen.

Op verzoek van een aantal leden stel ik voor, de volgende door hen ingediende moties opnieuw aan te houden: 32852-102; 35441-16; 35441-15; 35438-21; 35438-17; 35430-19; 35300-60; 35300-59; 35205-17; 32813-420; 32813-419; 31369-18; 35446-6; 31532-240; 25295-488; 30015-67; 25295-337; 35538-17; 20454-152; 31765-498; 34104-291; 25295-477; 25295-436; 35300-A-108.

Ik stel voor toe te voegen aan de agenda:

  • het VSO Experiment administratievelastenverlichting tijdschrijven gespecialiseerde ggz en fz, met als eerste spreker mevrouw Van den Berg namens het CDA;
  • het VAO Handreiking kindzorg, met als eerste spreker het lid Bergkamp namens D66.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Bromet namens GroenLinks.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. We hebben vanmiddag in het vragenuur vragen gesteld over de aanhoudende besmettingen in de nertsenhouderijen, aan minister De Jonge. Minister De Jonge vond dat het allemaal snel genoeg ging. Dat is GroenLinks niet met minister De Jonge eens. Daarom vragen wij samen met de Partij voor de Dieren een debat aan voor vandaag of morgen over de nertsenhouderij in verband met de gevaren die kleven aan het virus dat bij de nertsen rondwaart.

De voorzitter:
Dus het gaat om het verzoek om het debat en om het verzoek om dat debat vandaag of morgen te houden.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Ja, met de ministers Schouten en De Jonge.

De voorzitter:
Ik zie mevrouw Ploumen en mevrouw Agema. Mevrouw Ploumen, PvdA.

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Voorzitter, van harte steun, want dit is een urgente kwestie en het kabinet leunt te veel achterover.

Mevrouw Agema (PVV):
De kwestie gaat over een discrepantie tussen nu en een aantal maanden, zoals het kabinet zegt. Daarom vind ik dat er de mogelijkheid moet zijn om op zeer korte termijn een motie in te dienen. Dus daarom ook steun voor het verzoek.

De heer Geurts (CDA):
Voorzitter. Wij willen graag eerst een Kamerbrief waarin de situatie in Denemarken wordt toegelicht. Wij willen dan het debat steunen, maar dat wordt in onze ogen dan volgende week.

De voorzitter:
Dus steun voor het debat, maar …

De heer Geurts (CDA):
Niet deze week. Volgende week, na ommekomst van de Kamerbrief, en mogelijk kan het worden samengevoegd met het coronadebat van volgende week. Maar dat laat ik even aan u over.

De voorzitter:
Nou.

De heer Öztürk (DENK):
Steun.

De voorzitter:
Voor beide verzoeken, meneer Öztürk? Oké. Dan kijk ik naar de heer Van Weyenberg namens D66, en dan de heer Van Gerven namens de SP.

De heer Van Weyenberg (D66):
Voorzitter. Het is een ernstige kwestie. Steun voor een debat. Ik wil wel graag eerst een brief van het kabinet hebben. Ik ga er ook van uit dat nu gewoon goed onderzoek wordt gedaan, bijvoorbeeld door het OMT, of naar aanleiding van de Deense zaak additionele maatregelen nodig zijn. Ik vraag ook even aandacht voor een spoedige behandeling van het wetsvoorstel, want dat moet dan ook wel heel snel. Mogelijk zit daar zelfs nog een koppeling.

De voorzitter:
Ja, steun voor het debat en een brief. Dat begreep ik toch? Ja.

De heer Van Gerven (SP):
Voorzitter, steun voor het debat. Hoe eerder we stoppen met het martelen van pelsdieren en een einde maken aan die tikkende tijdbom, hoe liever het ons is.

Mevrouw Tellegen (VVD):
Steun voor een debat, maar niet dan nadat we eerst een brief hebben ontvangen. Mogelijk kan dit inderdaad gekoppeld worden aan het coronadebat van volgende week.

De voorzitter:
Maar steunt u ook een apart debat?

Mevrouw Tellegen (VVD):
Gezien de agenda lijkt me dat weer lastig te worden, dus dan moeten we gewoon pragmatisch zijn. Maar steun voor een debat.

De heer Bruins (ChristenUnie):
Steun voor een brief, niet voor een debat.

De voorzitter:
Dan heeft mevrouw Bromet een meerderheid voor het houden van een debat, maar na ommekomst van een brief.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Voorzitter. Wij hebben geen dag te verliezen, dus ik hoop dan dat de brief vandaag nog komt.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Dan geef ik nu het woord aan de heer Van den Berge namens GroenLinks. Het is een vooraankondiging.

De heer Van den Berge (GroenLinks):
Voorzitter. Ik wil een vooraankondiging doen voor een VAO JBZ-Raad, deze week te houden, inclusief stemmingen.

De voorzitter:
Oké. Ja? Iedereen is het daarmee eens. Daar gaan we in de planning rekening mee houden.

De heer Peters namens het CDA.

De heer Peters (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Komende donderdag spreekt de Tweede Kamer over de terreurdaad in Frankrijk en de vrijheid van meningsuiting. Omdat dit debat in onze ogen ook een stevige integratiecomponent heeft, zouden we graag de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ook uitnodigen.

De heer Van Weyenberg (D66):
Ultiem gaat het kabinet over zijn eigen afvaardiging. Wat mij betreft hoeft het niet bij dit debat. Zeker ook omdat ik weet dat een aantal ministers wel heel druk is met corona zou ik enige terughoudendheid willen betrachten.

De voorzitter:
Dus geen steun.

De heer Van Gerven (SP):
Voorzitter, steun voor het verzoek.

De heer Öztürk (DENK):
Voorzitter. Over integratiezaken wordt in de ochtend al om 9.30 uur met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gesproken. Het is dan heel raar om de minister daar weg te halen en hierheen te halen. Ik denk dat het goed is dat daar over integratiezaken wordt gesproken en hier over terreurdaden wordt gesproken.

De voorzitter:
Dus geen steun.

De heer Öztürk (DENK):
Geen steun.

De heer Van Raan (PvdD):
Voorzitter. We delen de analyse van de heer Peters. Steun voor het voorstel.

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Voorzitter. Ik sluit mij, heel ongebruikelijk, aan bij de heer Van Weyenberg.

Mevrouw Tellegen (VVD):
Wij hebben geen behoefte.

De heer Bruins (ChristenUnie):
In deze tijd wil ik heel voorzichtig zijn met ambtenaren en bewindspersonen. Dus geen behoefte.

De voorzitter:
Geen behoefte.

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Ik sluit me — dat is wat gebruikelijker — aan bij mevrouw Ploumen.

De voorzitter:
Oké. Meneer Peters, u heeft geen meerderheid.

Dan ga ik naar de heer Baudet namens Forum voor Democratie.

De heer Baudet (FvD):
Morgen is er een conferentie in Damascus over de mogelijkheid om terugkeer te organiseren voor Syrische vluchtelingen. Assad heeft aangegeven dat die mensen welkom zijn, dat ze terug kunnen. Van het land is natuurlijk al langer bekend dat het voor meer dan 90% gewoon veilig is. Die mensen kunnen terug; die mensen moeten terug. Ik wilde daar dus vandaag nog een debat over. Dat kan een kort debat zijn, maar morgen is die conferentie en ik vind dat onze staatssecretaris of een afgevaardigde van de regering daar gewoon naartoe moet, om in gesprek te gaan met de regering, het rechtmatig gezag van Syrië. Natuurlijk even gepaste excuses aanbieden voor het ondermijningswerk van de afgelopen jaren dat deze regering heeft gedaan om die regering ten val te brengen, en dan de relaties normaliseren en die mensen helpen om terug te keren. Want ze krijgen nu allemaal een permanente verblijfsvergunning.

De voorzitter:
Meneer Baudet, waarom moeten we elke keer …

De heer Baudet (FvD):
Zij moeten hier niet blijven; ze moeten terug.

De voorzitter:
Meneer Baudet, bij de regeling geldt voor iedereen: gewoon kort aangeven wat het onderwerp is en politieke standpunten …

De heer Baudet (FvD):
Ik leg gewoon uit wat er moet gebeuren.

De voorzitter:
Nee, nee, nee, nee, nee. Dat weet iedereen. Voor politieke standpunten is het debat bedoeld. Daarom vraag u een debat aan, om uw mening te geven. Maar niet bij de regeling, want dat lokt ook anderen uit om daarop te reageren.

De heer Baudet (FvD):
Zoals u het zegt, zo is het precies, mevrouw de voorzitter.

De voorzitter:
Fijn dat we het een keertje met elkaar eens zijn. Dat is ook wel fijn, toch? Dan ga ik naar de heer Van der Lee namens GroenLinks.

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Een Nederlandse volksvertegenwoordiger zou geen loopjongen moeten zijn van een gifgas gebruikende dictator. Geen steun voor dit debat.

De voorzitter:
Dat is precies waar ik bang voor ben.

De heer Baudet (FvD):
Dat is echt heel ongepast. Dat vind ik ook.

De voorzitter:
Ik ga het nog een keertje zeggen en dan is het voor iedereen. Als allerlei politieke standpunten bij de regeling aan de orde komen, dan gaan anderen daarop reageren. Al die standpunten horen in een debat, niet bij de regeling.

De heer Van Weyenberg (D66):
Nee voorzitter, en daarom is het zo stuitend dat de heer Baudet hier echt staat te dansen op het graf van de slachtoffers van de bombardementen van Assad. Geen steun.

De heer Bruins (ChristenUnie):
Geen steun.

De heer Van Gerven (SP):
Geen steun.

De voorzitter:
Mevrouw Agema namens de PVV. En ik voel aan wat u gaat zeggen.

Mevrouw Agema (PVV):
Steun, voorzitter?

De voorzitter:
Mevrouw Tellegen?

Mevrouw Agema (PVV):
Ik vind ook dat het ambt van voorzitter niet zo bezoedeld moet worden. Het is echt een bezoedeling van uw ambt.

De voorzitter:
Nou ja, goed. Mevrouw Tellegen.

Mevrouw Tellegen (VVD):
Geen steun.

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Ik sluit me aan bij de heer Van der Lee.

De heer Geurts (CDA):
Geen steun.

De voorzitter:
Dan heeft u geen meerderheid, meneer Baudet.

De heer Baudet (FvD):
Toch onbegrijpelijk, dit, hè? Met alle woningnood die we hebben, alle problemen …

De voorzitter:
Meneer Baudet, we hebben net een beetje geconstateerd dat we het met elkaar eens zijn, dus dan ga ik naar het volgende verzoek, want u heeft nog een verzoek, toch?

De heer Baudet (FvD):
Dat klopt. Ik wil graag een debat aanvragen over een rapport dat gisteren is verschenen over de wijze waarop verkiezingsfraude mogelijk is in Nederland. Dat is schokkend. Ik heb al eerder aandacht hiervoor gevraagd, want ik weet al langer dat die mogelijkheden er zijn. We zitten natuurlijk midden in zo ongeveer het grootste verkiezingsfraudeschandaal uit de moderne geschiedenis, wat allemaal in Amerika gebeurd is. Dus alle reden om dit heel erg serieus te nemen. Sijmen Ruwhof heeft dit met zijn mensen allemaal blootgelegd. Het is echt heel erg riskant, zeker als we zo meteen ook nog veel meer schriftelijk gaan stemmen, met alle coronadingen. Dus ik wil daar graag een debat over.

De voorzitter:
Ja, met de minister van Binnenlandse Zaken, zie ik. De heer Geurts, dan de heer Van Haga en dan de heer Öztürk.

De heer Geurts (CDA):
De CDA-fractie heeft samen met de VVD-fractie hierover al schriftelijke vragen gesteld. Er komt nog een wetsbehandeling over de verkiezingen. Daar kan het bij betrokken worden. Dus geen steun voor dit aparte verzoek.

De heer Van Haga (Van Haga):
Steun.

De heer Öztürk (DENK):
Steun.

De voorzitter:
Dan wachten we heel even. Mevrouw Tellegen? Mevrouw Agema namens de PVV.

Mevrouw Agema (PVV):
Steun, voorzitter. We moeten dit toch ruim voor de verkiezingen houden, die over achttien weken zijn.

De heer Baudet (FvD):
Precies.

De voorzitter:
Mevrouw Tellegen namens de VVD.

Mevrouw Tellegen (VVD):
Geen steun.

De heer Van Gerven (SP):
Geen steun. Er komt een wetsbehandeling en schriftelijke vragen kunnen ook worden gesteld.

De heer Bruins (ChristenUnie):
Dit kan worden betrokken bij het debat dat al gaat komen.

De heer Van Weyenberg (D66):
Geen steun. Ik sluit me aan bij de heer Van Gerven.

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Dat doe ik ook.

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Voorzitter. Ik sluit me ook aan bij de heer Van Gerven.

De voorzitter:
Meneer Baudet, u heeft geen steun. Dank u wel.

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de regeling van werkzaamheden.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Voorzitter: Martin Bosma

Pakket Belastingplan 2021

Pakket Belastingplan 2021

Aan de orde is de behandeling van:

  • het wetsvoorstel Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2021) (35572);
  • het wetsvoorstel Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2021) (35573);
  • het wetsvoorstel Wijziging van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en enkele andere wetten met het oog op verbetering van de uitvoerbaarheid van toeslagen (Wet verbetering uitvoerbaarheid toeslagen) (35574);
  • het wetsvoorstel Wijziging van de Wet belastingen op milieugrondslag en de Wet Milieubeheer voor de invoering van een CO2-heffing voor de industrie (Wet CO2-heffing industrie) (35575);
  • het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op belastingen van rechtsverkeer (Wet differentiatie overdrachtsbelasting) (35576);
  • het wetsvoorstel Wijziging van enkele wetten houdende aanpassing van de belastingheffing over sparen en beleggen in de inkomstenbelasting (Wet aanpassing box 3) (35577);
  • het wetsvoorstel Wijziging van de Wet maatregelen woningmarkt 2014 II en de Woningwet (eenmalige huurverlaging huurders met een lager inkomen) (35578);
  • het wetsvoorstel Wijziging van de Wet opslag duurzame energie- en klimaattransitie in verband met de vaststelling van tarieven voor de jaren 2021 en 2022 (35579);
  • het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 in verband met het voorkomen van langdurig uitstel van verliesneming ingevolge de liquidatie- en stakingsverliesregeling en het inperken van de reikwijdte van deze regelingen (Wet beperking liquidatie- en stakingsverliesregeling) (35568).

De voorzitter:
Een hartelijk woord van welkom aan de minister en beide staatssecretarissen. Fijn dat u bij ons bent vandaag. Aan de orde is het pakket Belastingplan 2021 en de Wet beperking liquidatie- en stakingsverliesregeling (35568). Vandaag doen wij de eerste termijn van de Kamer en morgen gaan we luisteren naar het kabinet. Daarna is er een tweede termijn waarin u moties kunt indienen et cetera. We hadden voor vandaag gerekend op veertien sprekers, maar de heer Nijboer wil ook meedoen. Dat verlies nemen we dan maar. We gaan hem ergens tussen wurmen, want we spreken op begrotingsvolgorde. Straks begint de PVV en daarna de VVD, dus gewoon de volgorde die u kent. De heer Nijboer gaan we daar nog even tussen wurmen.

De heer Van Weyenberg staat te trappelen van ongeduld om ons iets te vertellen. Het woord is aan hem.

De heer Van Weyenberg (D66):
Voorzitter. Even een punt van orde. We hebben een aantal bewindslieden in vak-K zitten. De minister van Binnenlandse Zaken zit volgens mij nog in de senaat. Ik ben mij bewust van de drukte en ik kan mij voorstellen dat er morgen in de beantwoording met blokken wordt gewerkt, zodat de bewindslieden elkaar kunnen afwisselen. Ik heb het gevoel daar een aantal bewindslieden een plezier mee te doen, zodat zij ook ander werk kunnen doen. Ik heb er overigens ook alle begrip voor als ze vandaag niet elk moment in de zaal kunnen zitten.

De voorzitter:
Ja, bewindslieden een plezier doen is niet de corebusiness van de Tweede Kamer. Wij zijn gewoon de baas. Als we ze nodig hebben, dan hebben we ze gewoon nodig. Het is vrij simpel. Als er in vak-K geschoven gaat worden en de desbetreffende bewindspersoon is er niet als er vragen uit de Kamer komen, dan kunnen we onze controlerende taak niet uitoefenen.

Ik geef het woord aan de collega van de ChristenUnie.

De heer Bruins (ChristenUnie):
Voorzitter. Ik wil bij het begin dit debat melden dat ik mijn amendement op stuk nr. 27 (35572) wens in te trekken.

De voorzitter:
Het amendement-Bruins (stuk nr. 27) is ingetrokken.

Mevrouw Agnes Mulder (CDA):
Voorzitter. Steun voor het voorstel van collega Van Weyenberg. Ik hoop wel dat we dan morgen kunnen beginnen met het EZK-gedeelte, de CO2-heffing. Morgenavond spreken wij namelijk nog met inwoners van Groningen vanwege het debat van donderdag over de deal die met Groningen is gemaakt.

De voorzitter:
Daar moeten we dan even naar kijken. Het moet ook allemaal inpasbaar zijn, lijkt mij. Mevrouw Lodders spreekt er haar steun voor uit, stel ik vast.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:
Ik geef graag het woord aan de heer Edgar Mulder van de fractie van de Partij voor de Vrijheid. Hij heeft twintig minuten spreektijd.

De heer Edgar Mulder (PVV):
Voorzitter. De belastingmoraal in Nederland is hoog, en vergeleken met andere landen zelfs erg hoog. De meeste Nederlanders zien het gewoon als hun plicht om belasting te betalen. Het is onderdeel van onze cultuur. Voor een deel is die belastingmoraal gebaseerd op het gezag dat de Belastingdienst heeft en op het vertrouwen dat de Nederlanders hebben in de Belastingdienst. Dat vertrouwen in een eerlijke, rechtvaardige Belastingdienst is weg.

Voorzitter. Vier jaar D66 heeft de belastingmoraal in Nederland geen goed gedaan. Als we terugkijken op vier jaar D66 op fiscaal, valt op dat de lijst van problemen en schandalen eindeloos is. Onder de heer Snel, de vorige staatssecretaris, ging het al van kwaad tot erger. De inning van de erf- en schenkbelasting ging volledig fout, wat werd verzwegen. De BelastingTelefoon was vooral níet bereikbaar. Een poging om de belasting op dieselauto's aan te passen, mislukte. Het controleren van de vennootschapsaangiften van ondernemers gebeurde niet of te weinig. Het ICT-systeem voor de btw-verrekening bij de Douane werkte niet. De afwikkeling van de gouden vertrekregeling verliep amateuristisch. En er was natuurlijk de on-Nederlandse ellende bij de afdeling Toeslagen. De lijst is lang.

Het maakt schijnbaar niet uit wie er staatssecretaris is, want na het aftreden van de heer Snel kwam er een nieuwe leiding, nieuwe gezichten dus, maar de schandalen bleven komen. Weer een lange lijst. Om te beginnen: veel mensen kregen in januari geen teruggave van belasting, onverwacht en zonder bericht vooraf. De Belastingdienst betaalde aanmaningskosten niet en loog daarover bij de Ombudsman. Drie. De website voor de online aangifte van belastingen ging op de eerste dag al stuk. Twee nieuwe belastingregels kunnen technisch niet worden ingevoerd en doorgevoerd, tenminste niet op tijd. Vijf. De heer Vijlbrief wilde, nog maar net in dienst, het Nederlandse fiscale vetorecht weggeven. Hij ging daarmee in tegen de wens van zijn eigen minister, maar, nog veel erger, hij ging ook in tegen een PVV-motie die met 105 stemmen voor was aangenomen. En de BelastingTelefoon bleef gewoon onbereikbaar. Zeven. Er kwam een meer dan absurd idee op tafel om belastingplichtigen te laten betalen voor het doen van aangifte. Burgers die moeten betalen om belasting te mogen betalen: in welk universum is dit wél een goed idee? Acht. Er werden ambtenaren weer in dienst genomen die hun gouden vertrekregeling gewoon mochten behouden. Negen. Een rapport over corruptie bij de Douane mag niet gepubliceerd worden. Zachte heelmeesters en een verkeerd aannamebeleid maken stinkende corruptiewonden. Die corruptie bij de Douane hangt samen met de georganiseerde misdaad. Dat is Nederland in 2020: Douane en georganiseerde misdaad. Dan natuurlijk nog het ergste van alle schandalen: het toeslagendrama. Dat werd, en wordt, erger en erger, van laks optreden bij het uitbetalen van compensatie aan de ouders, via het verdwijnen van bewijsstukken, tot het hanteren van zwarte lijsten. Ook hier is mogelijk sprake van corruptie.

Voorzitter. De lijst is lang, veel te lang. De erfenis van vier jaar D66 is niet positief en heeft geleid tot geheel nieuwe begrippen, zoals "energiearmoede" en "werkende armen". Welkom in het Nederland van 2020. De gewone burger heeft het dus niet gemakkelijk. Rondkomen, zelfs met twee salarissen, is moeilijk. Dan zijn er mensen die aan mij vragen of er dan helemaal niets veranderd is sinds het vertrek van de heer Snel en of er geen lichtpuntjes zijn. Hele kleine lichtpuntjes misschien? Nee, die zijn er niet. Helemaal niet, nada, nop. Er gaat nog steeds van alles fout. Veel van de dossiers die we ook vandaag bespreken, lopen al jaren en in die dossiers komen we niet verder. Dat is in scherp contrast met de uitspraak van de heer Vijlbrief dat hij "goed is in het verder brengen van moeilijke dossiers". Dat is een letterlijke quote van de staatssecretaris.

Moeilijke dossiers, voorzitter. Laten we er eens een paar bekijken, bijvoorbeeld de BIK, oftewel de zak geld wanhopig op zoek naar een project. Die was eerst bekend onder de naam "afschaffing van de dividendbelasting". Daarna veranderde het in "verlaging van de Vpb". Nu heet dit dossier dus BIK, waarbij de afkorting staat voor baangerelateerde investeringskorting. Wat een foute, suggestieve naam is dat, "baangerelateerd". Dat is toch gewoon een manier om ons een rad voor ogen te draaien en de suggestie te wekken dat het de werkgelegenheid ten goede komt? De Raad van State vond het ook maar niets en gebruikte de keurige term "verwarrend". Het CPB was gewoon duidelijk: er komen helemaal geen banen bij. Op de korte termijn komen er 9.000 voornamelijk onzekere flexbanen, maar de harde waarheid is dat de werkloosheid na 2025 juist stijgt.

De BIK is dus niet effectief en zij is overbodig, want de werkgeverslasten worden al verlaagd. In het huidige voorstel wordt het lage Vpb-tarief namelijk verlaagd naar 15%. De Vpb-schijfgrenzen worden opgerekt tot €395.000 winst. Daardoor valt straks 97% van alle bedrijven in Nederland onder het lage Vpb-tarief. Maar liefst 22.800 bedrijven verhuizen van het hoge naar het lage Vpb-tarief. Dat is een effectieve verlaging van de winstbelasting van 10%. Daar kan geen investeringskorting tegenop. Dus waarom nog eens 4 miljard aan de grote bedrijven geven? Waarom dubbel spekken? Waarom niet het geld gebruiken voor de zorg of een huurverlaging? Of geef die Nederlanders eindelijk eens die €1.000! Kortom, de BIK is een niet goed onderbouwde maatregel met een schimmige naam die niets gaat betekenen voor de werkgelegenheid noch voor de economie. Niet doen, collega's! Niet doen, staatssecretaris!

Voorzitter. Ook de expatsubsidie, de 30%-regeling, is een langlopend dossier. Ook hier kijkt de staatssecretaris weg, terwijl er toch makkelijk 586 miljoen euro te besparen is. Als er één regeling is die de prullenbak in kan, dan is het wel de 30%-regeling. Die regeling is in feite pure discriminatie van de Nederlander. Als in een straat de familie Jansen naast de familie Korhonen uit Finland woont en ze volledig hetzelfde werk doen, dan krijgt de familie Korhonen netto meer in de portemonnee. Hoe fout wil je het hebben? Is de staatssecretaris voorstander van ongelijke behandeling tussen werknemers en, zo niet, is hij dan bereid om die 30%-regeling af te schaffen?

Voorzitter. Als je naar die dossiers kijkt, dan blijkt dat de eigen bewering van de staatssecretaris dat hij handig is met het verder brengen van moeilijke dossiers, helemaal niet klopt. Laten we het dan eens proberen met het laaghangend fruit. Neem de online kansspelen. De kansspelindustrie heeft jarenlang te veel belasting moeten betalen omdat de politiek treuzelde met de besluitvorming rondom online gokken. Door dat treuzelen zijn Nederlandse bedrijven op een achterstand gezet, want buitenlandse aanbieders deden gewoon zaken en boden wel online gokken aan. Nederlandse bedrijven die exact doen wat ze wordt gevraagd, dreigen nu de dupe te worden van het feit dat ze zich netjes aan de wet houden. De omzet van de illegale online markt is enorm. De door de Staat misgelopen belastinginkomsten liggen volgens de Kansspelautoriteit op zijn minst op 90 miljoen euro per jaar, en dat zijn cijfers van 2015. Is de staatssecretaris bereid om ervoor te zorgen dat alle in Nederland opererende online kansspelaanbieders zo snel mogelijk onderworpen zijn aan de Wet op de kansspelbelasting, of ze beschikken over een vergunning of niet? Alleen al met de online kansspelen en de expatsubsidie kan de Staat vele honderden miljoenen plussen. We wachten af hoe hij dit oppakt.

Bijna alle belastingen in Nederland nemen toe in omvang na introductie. Dat geldt zeker voor autobelastingen. De auto is nog steeds de melkkoe van de overheid. De bpm is bijvoorbeeld ooit geïntroduceerd als de buitensporigeluxebelasting in 1964. Gelijk bij de introductie werd beloofd dat zij geleidelijk zou worden afgebouwd. Dat was de belofte. Tegenwoordig is de bpm omgekat tot een milieumaatregel, en dat afbouwen lukt nog steeds niet. Alles wat beloofd is rondom de bpm is gelogen: de afbouw is er niet, de omzetting van de NEDC-methode naar de WLTP is niet neutraal, maar kost de burger geld. En deze Kamer wacht nog steeds op de toegezegde lijst van auto's die goedkoper zouden zijn geworden. Ondertussen googelt de staatssecretaris met termen als "budgetneutraliteit" en toegezegde verlagingen van het bpm-tarief. Verlaging van de bpm-tarieven zegt nog niets over de macro-bpm-opbrengst, is de zwakke argumentatie van de staatssecretaris. Maar eigenlijk zegt hij: bekijk het maar met je tariefverlaging, het Klimaatakkoord moet gehaald worden. De gewone burgers is de sjaak en mag betalen. En die burger krijgt indirect ook nog eens de schuld van deze staatssecretaris, want die foute burger blijft maar kiezen voor conventionele auto's. Als ze nou maar eens een beetje elektrisch gingen kopen, dan ging het gelijk een stuk beter. Het is een beetje de redenering van iemand die niet begrijpt dat Jan van 32 jaar klaagt dat hij nog bij zijn ouders inwoont en zich afvraagt waarom Jan niet gewoon gelijk een vrijstaande villa koopt.

De gewone burger is dus de sjaak, maar voor de elite wordt hartstikke goed gezorgd. Eerst was er de grootschalige subsidie voor hybride voertuigen. 6 miljard weggegooid geld later spreken we nu over de (F)Outlander-affaire. Daarna deed de heer Snel het nog eens dunnetjes over met de subsidie voor de Tesla-elite. U weet dat vast nog wel, voorzitter, een patserbak voor weinig. Indachtig het adagium "heel domme ezels stoten zich wel driemaal aan dezelfde steen" komt volgend jaar deze staatssecretaris Vijlbrief met de Lightyear One, een zonnepaneelauto. Catalogusprijs €150.000. Fiscaal stimuleren gaat wederom héél groot worden. Er is geen zeespiegelstijging, maar mocht die er alsnog komen, dan komt dat door al het geld dat wij in Nederland in zee gooien.

Ik begon mijn inleiding met de vaststelling dat de belastingmoraal in Nederland hoog is. Dan kom ik aan bij box 3. Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat Nederlanders het leuk vinden om belasting te betalen. Belangrijk is ook of de heffing enigszins rechtvaardig is. Box 3, of de vermogensrendementsheffing, is niet rechtvaardig. Nederlanders belasting laten betalen over inkomsten die ze niet hebben gehad, is fout en volledig onrechtvaardig. Dit tast de geloofwaardigheid van de wetgever ernstig aan en draagt bij aan het ondermijnen van de belastingmoraal in Nederland. Je zou verwachten van iemand die box 3 als zijn kindje beschouwt — dat is wederom een letterlijke quote van deze staatssecretaris — dat hij op z'n minst met een voorstel daartoe was gekomen. Ik wil de staatssecretaris omtrent dit onderwerp toch nog een concrete vraag stellen. Want dit kabinet fietst binnen enkele maanden de BIK-regeling het Belastingplan in. Waarom lukt het dan niet om in vier jaar tijd met een concreet voorstel te komen om op basis van het reëel rendement te gaan belasten? Is dat onwil of onkunde? De staatssecretaris vindt box 3 zijn kindje, liet hij ons weten. Als dat echt zo is, dan groeit dat kind wel op voor galg en rad.

Gisteravond kregen wij nog de beantwoording van vragen over een aantal onderwerpen, waaronder de toeslagen. Wat blijkt? In 2009 gaf de landsadvocaat al te kennen dat er een mogelijkheid moet zijn voor wat we nu aanduiden als het proportioneel toekennen. Nogmaals: dit advies van de landsadvocaat lag er dus vanaf 2009. De staatssecretaris weet niet waarom het advies niet is opgevolgd. Waarom heeft de staatssecretaris niet zelf het initiatief genomen om de Kamer te informeren? Want het is bijna niet te geloven dat niemand daar het laatste jaar heeft gedacht: hé, hier ligt nog een advies van de landsadvocaat over een onderwerp dat toch wel behoorlijk in het nieuws is en waar iedereen zich behoorlijk druk over maakt, dus laat ik dat eens aan de staatssecretaris voorleggen. Op de een of andere manier is dat niet gebeurd; dat is ongeloofwaardig. In de nieuwe wet die er komt wordt de mogelijkheid van proportioneel toekennen vastgelegd, en dat is een goede zaak.

Ook met energieprijzen gaat het fout. Door de huidige crisis is de vraag naar energie ingestort. De energieprijzen zijn daardoor momenteel historisch laag, maar de huishoudens merken dat niet doordat de energiebelastingen blijven stijgen. Energie is een basisbehoefte, maar het kunnen betalen van de energierekening is voor heel veel mensen allang niet meer vanzelfsprekend. Net als de voorgaande jaren, gaan de ODE-tarieven ook komend jaar verder omhoog. Sinds de invoering in 2013 heeft alleen al de ODE de energierekening met honderden euro's doen stijgen. Er leven nu al ruim 650.000 huishoudens in energiearmoede. Ik wil aan de staatssecretaris vragen hoe hij de energiearmoede onder burgers gaat bestrijden.

Voorzitter. Samenvattend: het is duidelijk dat dit kabinet slecht werk verricht heeft in de afgelopen vier jaar. De burger was de dupe en dat moet anders, want met gezond verstand kunnen we Nederland veranderen. Het is allemaal een kwestie van verstandig en sociaal kiezen. Nederland kan dan weer het land worden zonder werkende armen. Nederland kan weer een land worden waarin starters op de woningmarkt een huis kunnen kopen. Nederland kan weer een land worden waarin een warm huis te betalen is. Nederland kan weer een land worden waar onschuldige ouders niet vervolgd worden door een corrupte overheidsorganisatie. Kortom, Nederland kan weer een land worden met mensen die er trots op zijn dat ze in Nederland mogen wonen. Op naar 17 maart!

De voorzitter:
Dank u wel. Dan is het woord aan mevrouw Lodders van de fractie van de VVD.

Mevrouw Lodders (VVD):
Voorzitter. Ik had mij al voorbereid op de tweede termijn, dus dat betekent dat ik ook een aantal moties had voorbereid. Maar ik zal gewoon mijn inbreng doen en morgen mijn tijd gebruiken om de moties die ik heb voorbereid, in te dienen. Maar ik zal ze wel aankondigen daar waar dat nodig is.

De voorzitter:
U maakt het spannend voor ons.

Mevrouw Lodders (VVD):
Zeker, voorzitter.

De voorzitter:
Een klein cliffhangertje.

Mevrouw Lodders (VVD):
Yes!

Voorzitter. Onze samenleving wordt door het coronavirus keihard geraakt. Veel mensen voelen zich onzeker en maken zich zorgen over de gezondheid van henzelf en van hun naasten of hebben dierbaren verloren. Ondernemers moeten alle zeilen bijzetten om hun hoofd boven water te houden. Werknemers vrezen voor hun baan of zijn al ontslagen en zzp'ers zien hun opdrachten wegvallen. We weten niet wat het virus en de economie de komende tijd gaan doen. We kunnen alleen ons best doen en hopen op het beste resultaat. En daarom sta ik hier, in deze onzekere tijd, voor mensen en ondernemers. Ik wil graag mijn bijdrage leveren aan maatregelen die mensen en ondernemers helpen, en perspectief bieden.

Voorzitter. Vandaag en morgen is het afrondende debat over het coronabelastingplan 2021. In de afgelopen twee weken hebben we op verschillende momenten over het voorliggende plan gesproken. Ik zal mij vandaag beperken tot een aantal voor mijn fractie belangrijke punten. Het kabinet heeft het al eerder gezegd: we moeten investerend deze crisis uit. Er moet geïnvesteerd worden door mensen, door bedrijven en door de overheid zelf. Als je wilt investeren, moet je mensen met middeninkomens en ondernemers helpen om buffers op te bouwen. Dit Belastingplan is daar een uiting van. Ik heb eerder mijn complimenten overgebracht aan de staatssecretaris. Dit is het eerste Belastingplan van deze staatssecretaris. Een verhoging van de vrijstelling van box 3, het gedifferentieerde tarief in de overdrachtsbelasting waardoor starters vrijgesteld worden van de overdrachtsbelasting en een verhoging van de algemene heffingskorting, de algemene korting en de ouderenkorting zijn mooie voorbeelden. Voor het mkb gaat vanaf 1 januari aanstaande een tarief van 15% in de winstbelasting gelden. De eerste schijf wordt daarbij verlengd. Daarnaast hebben we natuurlijk de BIK. Met deze maatregelen worden mensen en ondernemers in staat gesteld om buffers op te bouwen en te investeren.

Voorzitter. Zo'n mooi Belastingplan smaakt natuurlijk naar meer. Ik heb de staatssecretaris daarom al gevraagd om te blijven nadenken hoe we ondernemerschap en innovatie kunnen blijven versterken. Ik vraag het kabinet om een commissie in te stellen die gevraagd wordt om concrete verbeteringen of aanbevelingen te doen, om het investeringsklimaat in Nederland te verbeteren. De aandacht dient gericht te zijn op investeringen in het algemeen en innovaties in het bijzonder, waarbij het doel het behoud en de versterking van het aantal banen is. De maatregelen dienen gericht te zijn op het brede bedrijfsleven, het mkb, start-ups, familiebedrijven, de eenpittertjes en grote ondernemingen.

De heer Nijboer (PvdA):
Het vestigingsklimaat is niet meer in de mode, dus de VVD heeft het omgedoopt naar het investeringsklimaat. Dat klinkt dan wat vriendelijker. Mevrouw Lodders heeft twee keer 2 miljard, die — de heer Mulder zei: in zee gegooid — in ieder geval niet nuttig worden besteed, gereserveerd voor de BIK. En nu vraagt u om een onderzoek van een commissie om eens te kijken wat we aan dat investeringsklimaat zouden kunnen doen? Had u niet veel beter die twee keer 2 miljard op een verstandige manier kunnen inzetten, zodat investeringen werden aangemoedigd en de werkgelegenheid werd behouden, bijvoorbeeld in de woningbouw?

Mevrouw Lodders (VVD):
Ik kom zo meteen terug op de BIK. Dat is echt een crisismaatregel om nu, tijdens de economische crisis, investeringen aan te jagen. We zien allemaal dat de investeringen wegvallen. Dat betekent dat het goed is om deze stap als crisismaatregel te zetten. Maar ons investeringsklimaat moet breder zijn dan alleen de huidige economische crisis. Ik vind dat we ook naar de wereld om ons heen moeten kijken. We hebben te maken met een brexit. Ik denk dat de economie wereldwijd op dit moment in brand staat vanwege covid. Dat we daarnaar kijken, lijkt mijn fractie dus heel verstandig. Dat is de reden waarom ik deze commissie heb gevraagd om aanbevelingen te doen die specifiek gericht zijn op het investeringsklimaat voor de langere termijn.

De heer Nijboer (PvdA):
De PvdA is een toekomstgerichte partij. Je moet dus altijd vooruitkijken en naar de toekomst kijken en verstandige dingen doen, maar dat helpt niet zoveel als je dan tegelijkertijd op korte termijn heel onverstandige dingen doet. Zijn er nou echt geen betere plannen te bedenken met die 2 keer 2 miljard euro, die de investeringen helpen, de bouw of de woningnood helpen of het onderwijs helpen? Dat is ook heel belangrijk voor de investeringen in onze economie. Gelooft zij nou echt dat dit het allerbeste is wat er maar te bedenken is?

Mevrouw Lodders (VVD):
We hebben eerder gesproken over de BIK. Er zijn een aantal maatregelen doorgerekend en het CPB heeft laten zien dat dit instrument in ieder geval op de korte termijn het beste is om in te zetten. Het is een crisismaatregel voor de komende twee jaar. En ja, woningbouw is ook heel belangrijk. Ik heb gisteravond nog een stukje van het debat, waar ook u bij zat, gevolgd. Ik heb het niet helemaal gevolgd, maar ook daar is de inzet natuurlijk dat we gaan bouwen; om mijn collega Daniel Koerhuis te citeren: bouwen, bouwen, bouwen. We moeten er natuurlijk voor zorgen dat we daar stappen zetten. Ook daar zijn we mee bezig en volgens mij heeft u daarvoor een belangrijke bijdrage geleverd, ook in dit Belastingplan, denk ik zomaar.

De heer Alkaya (SP):
We hebben er natuurlijk al twee wetgevingsoverleggen op zitten. Mevrouw Lodders gaf in een van die overleggen aan dat ze op werkbezoek is geweest bij de Netherlands Foreign Investment Agency. Daar was ze heel trots op en zeer door geïnspireerd geraakt. Zo'n agentschap meet zijn succes af aan de hand van het aantal banen dat ze naar Nederland halen, en niet aan de hand van het aantal euro's dat ze naar Nederland halen. Moet het doel van die commissie, die de VVD nu zo graag wil, dan niet ook zijn om banen te creëren, en niet om op de een of andere manier euro's te besteden?

Mevrouw Lodders (VVD):
Volgens mij heb ik net aangegeven waarom ik die commissie zo belangrijk vind en waar zij op gericht moet zijn. Ik zal dat ook in de motie, die ik morgen zal indienen, omschrijven. Zij moet gericht zijn op baanbehoud en het uitbreiden van het aantal banen. Ik denk dat dat het belangrijkste is waarom we investeringen willen aanjagen.

De heer Alkaya (SP):
Het is goed om dat genoteerd te hebben: of investeringen goed zijn voor Nederland gaan we meten aan de hand van het aantal banen. Dan is mijn vraag aan mevrouw Lodders: waarom nu dan toch die zogenaamde Baangerelateerde Investeringskorting, waarvan we met z'n allen toch concluderen dat het niks met banen te maken heeft en dat het helemaal niks oplevert qua banen? Sterker nog, het kan op de langere termijn banen kosten. Als we dus in de toekomst een commissie moeten inrichten die gericht is op het creëren van banen, waarom dan nu zo'n belastingkorting geven aan grote bedrijven, die banen kost?

Mevrouw Lodders (VVD):
De commissie waar ik om gevraagd heb, is breder. Die gaat over baanbehoud, dus zorgen dat we het aantal banen in Nederland uitbreiden. Ik heb aangegeven dat de aandacht gericht dient te zijn op investeringen in het algemeen en innovaties in het bijzonder. Ik denk dat we echt nog meters kunnen maken op het gebied van innovaties. We doen innovatief mee aan de wereldtop. Ik mag ook woordvoerder landbouw zijn; daar draaien we helemaal aan de top mee. Het zou mooi zijn als we dat soort investeringen verder kunnen aanjagen. Dat is de reden waarom ik gevraagd heb om de commissie: doe nou eens aanbevelingen voor hoe we investeringen nog beter kunnen aanjagen, en wat is er fiscaal voor nodig om die te kunnen stimuleren? Over de BIK hebben we al heel veel argumenten gewisseld. Dat is vooral een crisismaatregel voor de komende twee jaar. Investeringen zijn weggevallen en dit instrument zetten wij heel graag in om te zorgen dat we die investeringen weer gaan aanjagen.

De heer Alkaya (SP):
Dan concludeer ik tot slot toch echt dat wat de VVD op de lange termijn wil, botst met wat de VVD op de korte termijn in het Belastingplan heeft gezet. Op de lange termijn willen we investeren, want we willen banen. Nou, tot zover tot uw dienst; daarin kunt u zelfs de socialisten meekrijgen. Wij willen ook banen. Dat is afhankelijk van waar de commissie precies naar gaat kijken, maar daar komen we wel uit. Maar op de korte termijn komt er toch een belastingkorting van 4 miljard over twee jaar, die helemaal niet tot banen leidt. Dat is toch totaal niet met elkaar te rijmen? Geef dan gewoon toe dat die belastingkorting op zichzelf staat en helemaal niks oplevert, niet in deze crisis en ook niet op de lange termijn, maar dat u gewoon nog een belastingkorting moest geven aan het bedrijfsleven en dat u die op deze manier invult.

Mevrouw Lodders (VVD):
De BIK is een Baangerelateerde Investeringskorting, dus ondernemers die een investering onder de BIK brengen, krijgen een korting op de loonheffing. Ik denk dat we een verstandige modus hebben gevonden door het op deze manier te doen. Daarmee jagen we investeringen aan. Ik heb ook een aantal voorbeelden genoemd tijdens het WGO van bedrijven en ondernemers die ik gesproken heb. Ik zal dat zo nog een keer benoemen, ook in mijn spreektekst. Het zal niet voor iedereen gelden dat hij een bepaalde investering gaat doen vanwege de BIK, maar voor een aantal ondernemers is het juist wel een duwtje in de rug. Ik heb ook heel concreet met een tweetal ondernemers gesproken die zeiden: nou, nu kan ik die investering doen; ik kan mijn personeel uitbreiden. Ik denk dat dat in deze tijd heel erg wenselijk is. En nogmaals, het CPB heeft dat ook aangegeven.

De heer Edgar Mulder (PVV):
Op lange termijn kost de BIK geld en banen. En op korte termijn — daar gaat mijn collega over — levert de BIK 9.000 banen op. Is de VVD tevreden met die 9.000 flexbanen op korte termijn?

Mevrouw Lodders (VVD):
Voor de VVD is het allerbelangrijkste dat we een instrument hebben waarmee we investeringen kunnen aanjagen. De investeringen zijn stilgevallen. We willen die heel graag aanjagen. We zitten in een economische crisis. Ik zie dit als een reddingsboei die de overheid kan gooien om ondernemers te verleiden en te helpen en om te zorgen dat zij gaan investeren. Zo heb ik het ook eerder genoemd. Geef er de duiding aan die je wilt. Ondernemers hebben dit zelf ook aangegeven. We hebben een rondetafelgesprek georganiseerd — ik heb dat samen met de heer Nijboer gedaan — waarin ook een heel duidelijk verhaal te horen was van MKB-Nederland, dat een pleidooi hield voor deze BIK.

De heer Edgar Mulder (PVV):
Realiseert mevrouw Lodders van de VVD zich dat die 9.000 flexbanen die op korte termijn worden gerealiseerd en waarover zij tevreden is, per stuk €440.000 kosten? Realiseert zij zich ook dat zij met terugwerkende kracht de heer Melkert ten opzichte van deze staatssecretaris tot een economisch wonderkind bombardeert?

Mevrouw Lodders (VVD):
Dat zijn uw kwalificaties en die laat ik graag aan u. Zeker, wij hebben gezien dat de BIK voor een verschuiving zorgt, maar wij zien het als een reddingsboei, die op dit moment nodig is. Zo wil ik het ook gewoon benoemen. Het is een crisismaatregel om te zorgen dat we die investeringen gaan aanjagen.

De voorzitter:
Prima. U continueert.

Mevrouw Lodders (VVD):
Voorzitter. Tijdens de WGO's hebben we al gesproken over de BIK. De VVD vindt het van het grootste belang dat we investerend de crisis uitgaan en steunt daarom ook de BIK. Het is een tijdelijk instrument om investeringen aan te jagen en dat is bikkelhard nodig. We zitten in de zwaarste economische crisis ooit, investeringen door het bedrijfsleven zijn teruggevallen en ondernemers geven aan dit instrument ook nodig te hebben. Voor de ene ondernemer is het het befaamde duwtje in de rug. Investeringen worden niet gedaan vanwege de BIK, maar de BIK voorkomt dat investeringen uitgesteld of heroverwogen worden. Voor de andere ondernemer is het een reddingsboei om zijn of haar bedrijf coronaproof te kunnen maken.

Maar mijn fractie is niet doof voor de suggesties van anderen. Tijdens de eerste termijn zijn er veel vragen gesteld over de verdeling tussen het mkb en het grote bedrijfsleven. De VVD ziet de noodzaak van investeringen door zowel het mkb als het grote bedrijfsleven, maar ook zij ziet dat vooral mkb'ers het op dit moment zwaar hebben. We hebben de suggestie van het CPB ook gehoord dat de BIK effectiever zou kunnen zijn op het moment dat we het mkb hier meer van kunnen laten profiteren. We zullen daarom in ieder geval samen met de coalitie een amendement indienen — en ik nodig ook andere leden uit om het amendement te steunen of eventueel mede in te dienen — om het mkb meer te laten profiteren van de BIK. Ik hoop dat het voor de andere collega's een handreiking is en dat we ondernemers, klein maar ook groot, snel kunnen laten investeren in de toekomst van Nederland en het herstel van de economie.

Tot slot op dit punt, voorzitter: ondernemers kunnen zodra het Belastingplan is vastgesteld investeringen doen en deze aanmelden voor de BIK. Het loket gaat echter pas open op 1 oktober volgend jaar. Dat is jammer en eigenlijk gewoon te laat. Ik snap dat het uitvoeringstechnisch lastig is, maar ik vraag de staatssecretaris wel zijn best te doen om het loket eerder te kunnen openen. Daarnaast vraag ik hem gericht te communiceren en de boer op te gaan om de BIK en de voorwaarden waaraan een investering moet voldoen breed bekend te maken. Ondernemers zijn op zoek naar duidelijkheid en ondernemerszekerheid. Ik zou graag een toezegging horen op dit punt.

Voorzitter. Veel ondernemers staat het water tot aan de lippen. Het coronavirus slaat hard toe. Bij het opstellen van dit Belastingplan wisten we niet waar we nu staan. De VVD wil haar steun uitspreken voor de fiscale maatregelen die in dit Belastingplan geëffectueerd worden. Ik ben blij met de motie-Otten die in de Eerste Kamer is aangenomen, waardoor ondernemers nog tot het einde van het jaar uitstel kunnen aanvragen voor belastingen.

De fiscale maatregelen lopen tot het einde van dit jaar. Ik begrijp dat de staatssecretaris nog niet op een volgend pakket vooruit wil lopen, maar ik merk graag op dat de uitbreiding van de werkkostenregeling, het onbelast kunnen uitkeren van de reiskostenvergoeding aan thuiswerkers en het aanpassen van het gebruikelijk loon voor de dga, belangrijke maatregelen zijn. Ik doe dan ook een beroep op de staatssecretaris om deze maatregelen bovenaan zijn lijstje te zetten. We lazen vanmorgen al dat werkgevers zich zorgen maken over of zij op 1 januari aanstaande hun werknemers nog wel de juiste vergoedingen kunnen geven, zoals de reiskostenvergoeding. Het zou goed zijn als de staatssecretaris deze zorgen alvast weg kan nemen of in ieder geval kan aangeven dat hij de zorgen serieus neemt.

Voorzitter. Nog een specifieke vraag. Ik heb gevraagd of de herinvesteringstermijn tijdelijk met een jaar verlengd kan worden. Ik heb begrepen dat het probleem nog niet breed gesignaleerd is. Ik zal dit goed in de gaten houden. Maar kan de staatssecretaris toezeggen dat de Belastingdienst coulant zal omgaan met individuele aanvragen en hier conform de mogelijkheid in de wet ook maatwerk zal verlenen?

Voorzitter. In de eerste termijn ben ik uitgebreid ingegaan op de werkkostenregeling. De werkkostenregeling is een enorm nuttige regeling. U kent de ambitie van de VVD om deze, als het kan, uit te breiden. Maar ik heb ook mijn zorg geuit, omdat ik van veel ondernemers het signaal krijg dat ze door de wijzigingen in de werkkostenregeling het zicht op de regeling kwijt zijn. Wijzigingen — of ze dan tijdelijk van aard zijn of structureel — mogen niet leiden tot een bureaucratisch doolhof. We weten dat als een werknemer door de vrije ruimte heen schiet, hem een stevige belastingclaim boven het hoofd hangt, en dat moeten we voorkomen. Ik hoop dan ook dat de staatssecretaris goed wil communiceren op dit punt.

Een tweede punt dat ik heb aangekaart is de afrondingsfout van 5 miljoen in de werkkostenregeling. Er wordt 16 miljoen vrijgemaakt voor scholing, maar de dekking is 21 miljoen. Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker. Dat gaat hier niet helemaal op. Afrondingsverschillen bij elkaar opgeteld zijn geld. In een tijd waarin de ondernemer ieder dubbeltje moet omdraaien, telt dit zeker mee. Graag nog een reactie van de staatssecretaris.

Dan kom ik op het autodomein. De auto is voor veel mensen een van de belangrijkste bezittingen, want de auto geeft vrijheid. Ik wil de staatssecretaris bedanken voor de nota van wijziging waarin is vastgelegd dat door de wijziging van het bpm-vaststellingsmoment geen btw wordt geheven over de bpm. Dat was iets wat tot veel onrust en onduidelijkheid leidde in het land. Belangrijk dat dit nu goed geregeld is. In dezelfde brief is de staatssecretaris ook ingegaan op het risico dat dealers lopen bij een faillissement van de importeur. Ik ben blij dat mijn zorg op dit punt is weggenomen. In lijn met de eerdere kordate aanpak van de staatssecretaris ga ik ervanuit dat de betaaltermijn bij de bpm ook daadwerkelijk verruimd is naar drie maanden. Het was een toezegging, maar die zou ik graag bevestigd zien.

Dan een laatste vuiltje. Over de omzetting van de meetmethode om CO2-uitstoot vast te stellen en de autonome vergroening worden de staatssecretaris en ik het niet eens. Ik zie in de stukken van de staatssecretaris aan de Kamer dat de bpm echt fors toeneemt. Mensen worden dan ontmoedigd om een nieuwe en schonere auto te kopen. Dat kan toch niet de bedoeling zijn van deze staatssecretaris? We weten allemaal dat een verjonging van het wagenpark leidt tot een schoner, veiliger en duurzaam wagenpark. Daarom zal ik morgen op dit punt een motie indienen, om niet alleen de macro- maar ook de micro-effecten te kunnen beoordelen bij het beleid en de besluitvorming in de Kamer.

Dan kom ik bij de aanpassing van box 3. In het kader van buffers bouwen is mijn fractie zeer tevreden met de verhoging van de vrijstelling in box 3. De vrijstelling wordt verhoogd van iets meer dan €30.000 naar €50.000. Met deze stap wordt een grote groep spaarders ontzien. Bijna een miljoen mensen betalen hierdoor geen belasting meer en voor veel meer mensen betekent dit dat zij minder belasting gaan betalen.

Ik heb de staatssecretaris al gecomplimenteerd voor zijn inzet voor de tegenbewijsregeling in box 3. De Kamer vraagt al jaren om de belasting te baseren op het reële rendement. We zetten vandaag een stap in de goede richting. Mijn fractie kijkt wel reikhalzend uit naar de volgende stap, maar die tegenbewijsregeling is ontzettend belangrijk. Ik vraag de staatssecretaris om echt haast te maken met een mogelijk voorstel, zodat het per 1 januari 2022 ingevoerd kan worden, als tussenstap naar de belasting op het reële rendement. Graag een reactie.

Over de Wet beperking liquidatie- en stakingsverliesregeling heb ik nog een enkele vraag. We behandelen veel wetgeving in deze Kamer en het is belangrijk om te monitoren of de wet voldoet aan datgene wat je wilt regelen. In die zin zou ik de staatssecretaris willen vragen om ook deze wet over vijf jaar te evalueren.

Dan kom ik bij de Wet verbetering uitwerking toeslagen. Nagenoeg iedereen in deze Kamer ziet het systeem van toeslagen liever vandaag dan morgen verdwijnen. Het toeslagenstelsel is complex. Het is niet meer dan het rondpompen van geld. En het tast het doenvermogen van mensen aan. In die zin ben ik blij dat mijn motie om een aantal verbeterslagen door te voeren om de menselijke maat te vergroten en mensen meer rechtszekerheid te geven, vertaald is naar deze wet.

De doelmatigheidsgrens voor terugvorderingen wordt verhoogd en dat leidt tot fors minder terugvorderingen. Samen met collega Snels denk ik hier nog een stapje verder in te kunnen gaan, om nog meer van die vreselijke terugvorderingen te voorkomen. Hij zal daarom een amendement indienen, mede namens mij, om de doelmatigheidsgrens te verhogen met €50.

Terwijl we werken aan het afschaffen van het toeslagenstelsel smaakt het vereenvoudigen van dat stelsel in de tussentijd toch nog naar meer. Ik wil het kabinet dan ook vragen om te blijven zoeken naar quick fixes. Zo is er nog een punt dat bij mijn fractie steeds maar terug blijft komen. Bij het indienen van de motie destijds om deze verbeterslag te maken heb ik de staatssecretaris gevraagd te kijken naar de positie van studenten. Ik ken verschillende voorbeelden waarbij studenten zijn afgestudeerd, zij daarna hun eerste baan krijgen en zij dan vervolgens de eerder in het jaar genoten toeslagen moeten terugbetalen. En ook op dit punt zal ik morgen namens mijn fractie een motie indienen om te kijken of we een onderzoek daarnaar kunnen doen, om juist voor deze groep, dus de studenten, afgestudeerd met daarna hun eerste baan — maar er zijn, denk ik, wel meer schrijnende voorbeelden — die volgende slag te maken.

Vorige week heb ik een motie ingediend om alle creatieve mogelijkheden te onderzoeken om de gegevensuitwisseling voor de gedupeerde ouders in de kinderopvangtoeslagaffaire mogelijk te maken en de Kamer hier in het eerste kwartaal van volgend jaar over te informeren. Deze motie is vandaag aangenomen. Maar deze motie was ingegeven door contacten met de gemeenten die graag de gedupeerde ouders willen benaderen om de problemen in kaart te brengen en te werken aan een oplossing. Maar de signalen van de gemeenten blijven maar binnenkomen, gisteren nog, vandaag. Daarom is toch mijn vraag aan de staatssecretaris of zij, vooruitlopend op de uitkomst van die motie waarbij zij vorige week ook heeft aangegeven dat zij die voortvarend zal oppakken, misschien toch nog een snellere stap kan zetten. Ik denk dan aan een lichtere vorm van gegevensuitwisseling die beperkt is tot alleen het doel van de hersteloperatie van de kinderopvangtoeslagaffaire en alleen voor de mensen die dat willen. Ik hoop dat de staatssecretaris daar morgen op wil reflecteren.

Dan kom ik bij de Wet CO2-heffing industrie en de wijziging van de Wet opslag duurzame energie in verband met het vaststellen voor de tarieven voor de jaren 2021 en 2022. We zitten op dit moment midden in een economische crisis. Ik realiseer me dat het voor veel ondernemers een onzekere tijd is. Met de behandeling van deze wetten probeer ik ook vooruit te kijken, want het economisch herstel moet in de optiek van de VVD een duurzaam herstel zijn; "duurzaam" als in dat we de economie stevig laten groeien, maar ook dat we duurzaam richting een klimaatneutrale samenleving gaan. Ik heb tijdens de eerste termijn een aantal vragen gesteld omdat ik wel geschrokken ben van het oplopen van de kosten voor de ODE, vooral voor ondernemers. En de minister en ik weten allebei maar al te goed dat ook een bedrijf het geld maar één keer kan uitgeven; en wat je aan belasting betaalt, kan je niet investeren. Ik kijk uit naar de uitwerking op korte termijn van de twee keer 25 miljoen euro om de sectoren tuinbouw, papier en chemie en de voedselverwerkende industrie tegemoet te komen. En ik ben benieuwd hoe de minister de stijging van de ODE na 2021 zal beperken. Ik zou de minister willen vragen of hij hiervoor alvast opties kan schetsen.

Met betrekking tot de Wet CO2-heffing ben ik blij met de toezegging van de minister dat hij vanaf het moment van invoering van de CO2-heffing de gevolgen voor het bedrijfsleven gaat monitoren. Ik heb hem ook horen zeggen dat hij proactief, samen met het bedrijfsleven, knelpunten wil oppakken. Daarbij heeft hij onder meer een stroppenpot beschikbaar. Ook is er vandaag nog een motie aangenomen van mijn collega Mark Harbers en Agnes Mulder om snel met no-regretmaatregelen voor de energie-infrastructuur voor de industrie aan de slag te gaan. Rest mij vandaag de minister te vragen om goed te monitoren of de overheid ook voldoende doet voor bedrijven om aangesloten te worden op die nieuwe duurzame infrastructuur. Ook hiervoor heb ik een motie voorbereid.

De heer Stoffer (SGP):
Toch even over die ODE-heffing. Want vorig jaar ging die 177% omhoog in de derde schijf. Dan heb ik het over de koekjesfabrieken, maar vooral ook over de glastuinbouw. Dit jaar is het ten opzichte van het jaar daarvoor 204%. En dan komt er wellicht een plan, ik hoop nog voordat we donderdag gaan stemmen, van twee keer 25 miljoen, maar die glastuinbouw is er al 30 miljoen bij ingeschoten. Nu stond niet zo lang geleden de heer Weverling, fractiegenoot van mevrouw Lodders, bij die tuinbouwers en zei: dit kan niet, hier moeten we wat aan doen. Maar als ik u zo hoor, gaat de VVD gewoon instemmen met dit deel van het Belastingplan. Klopt dat? Wat zijn die woorden van de heer Weverling dan waard geweest daar in dat glastuinbouwgebied?

Mevrouw Lodders (VVD):
Het is natuurlijk altijd goed om op bezoek te gaan bij bedrijven. Ik heb daar zelf ook een aantal werkbezoeken gedaan. Daar hoor je echt uit de eerste hand de problemen waar mensen tegenaan lopen. Dat is bij de tuinbouw inderdaad heel schrijnend, maar ik heb nog een drietal andere sectoren genoemd waar dat eigenlijk ook aan de hand is. Dat zijn dan ook nog een keer de koplopers. Daarom is in dit Belastingplan die twee keer 25 miljoen beschikbaar gesteld, om te zorgen dat koplopers niet gefrustreerd worden, of niet gedemotiveerd worden en teruggrijpen naar andere technieken. Is dat voldoende? Nee, als je de getallen hoort, dan is het een bijdrage. Het is misschien niet voldoende, maar ik vind het wel belangrijk dat we het doen. Daarom vraag ik de ministers om in te gaan op de vraag hoe die tarieven van de ODE na 2021 in de hand gehouden worden. We moeten echt opletten dat we de bedrijven, de koplopers, niet uit de markt prijzen.

De heer Stoffer (SGP):
Ik vind dit prachtige woorden, maar ik schrik hier echt wel van. Vroeger was de VVD volgens mij een partij van ondernemers. Nu hoor ik: "Er ligt wat. Geen idee hoe dat aangepast wordt, maar het moet een beetje aangepast worden." Als ik het zo hoor, gaat de VVD gewoon voorstemmen voor wat hier ligt. Die glastuinbouwers zijn er 30 miljoen bij ingeschoten. De koplopers overwegen echt terug te gaan van elektriciteit naar gas, precies datgene wat we niet willen. Dan komt er 25 miljoen, die nog uitgesmeerd moet worden over allerlei sectoren. Hoe het eruitziet, weten we nog niet. En zegt de VVD dan nu gewoon: tja, het is niet anders?

Mevrouw Lodders (VVD):
De heer Stoffer heeft vorige week of de week daarvoor eigenlijk al gehoord dat ik gevraagd heb om een tijdige uitwerking: hoe gaan we de bedragen die beschikbaar zijn, uitwerken, zodat het op een goede manier ten deel valt aan die sectoren die ik genoemd heb en die ook uit het onderzoek zijn gekomen? Het was nota bene een motie van de VVD die verzocht om dat in kaart te brengen. Ik denk dat dat heel belangrijk is. Ik hoop dat de minister samen met de minister van Landbouw snel tot een uitwerking komt. Wat mij betreft voor donderdag, maar ik weet niet of dat met alle andere drukte gaat lukken. Daar heeft de minister vorige week al een winstwaarschuwing over gegeven. We hebben ook in het vorige Belastingplan wel een aantal keuzes gemaakt voor de ODE-tarieven. We hebben de keuze gemaakt om mensen minder ODE te laten betalen en bedrijven meer. Die rekening zal uiteindelijk wel betaald moeten worden. Dat is niet altijd een mooie boodschap. Dat is zeker geen leuke boodschap, maar daar hebben we wel voor gestaan. Dan is het te gemakkelijk om daar nu van weg te draaien, dus dat doe ik niet. Ik neem mijn verantwoordelijkheid daarin. Wij vonden het belangrijk om mensen te ontlasten met betrekking tot de ODE. De bedrijven gaan iets meer betalen. De sectoren die onevenredig hard geraakt worden, helpen we met een tegemoetkoming van twee keer 25 miljoen. Het is overigens niet alleen het geld. Ik heb de minister — of misschien was het de staatssecretaris — ook horen zeggen dat hij gaat kijken hoe hij bijvoorbeeld bedrijven makkelijker aan laat sluiten op … Want het is gek als je CO2 afvangt en het nergens heen kan.

De voorzitter:
Heel goed. De heer Stoffer, afrondend.

De heer Stoffer (SGP):
Ja, voorzitter, ik rond maar af. Ik concludeer dat de glastuinbouwers het echt niet meer moeten hebben van de VVD.

Mevrouw Lodders (VVD):
Dat deel ik niet. We laten in dit Belastingplan zien dat we extra geld beschikbaar hebben gesteld, met name voor koplopers in de sectoren, om te zorgen dat we wel de goede dingen blijven doen en de goede maatregelen blijven stimuleren. Daarnaast liggen er nog een aantal andere zaken. Ik rond op dit punt af. Misschien is het goed als de minister de maatregelen die hij vorige week in het debat zijdelings noemde, morgen nog een keer deelt. Wat gaat hij nog meer doen om te zorgen dat de bedrijven aangesloten zijn en dat we daar innovatief mee om kunnen gaan?

Even kijken waar ik was, voorzitter. Ik had een motie aangekondigd op dit punt, maar die zal ik morgen indienen.

Voorzitter. Dan kom ik bij de laatste wetten, de twee wetten die gaan over wonen, over de differentiatie in de overdrachtsbelasting en de eenmalige huurverlaging voor huurders met een laag inkomen. Gisteravond heeft de commissie Wonen de woonbegroting behandeld. Uiteraard zijn daar allerlei goede voorstellen gedaan om te zorgen dat er meer woningen worden gebouwd. Dat is hoogstnoodzakelijk, want er is sprake van woningnood. Die voorstellen laat ik uiteraard aan de collega's Wonen. Hier ligt een voorstel om koopstarters vrij te stellen van de overdrachtsbelasting. Doorstarters of kopers van een woning die als hoofdverblijf gebruikt wordt, kunnen rekenen op een verlaagd tarief. Dat vind ik een mooi voorstel, want het zijn juist de koopstarters die een stimulans kunnen gebruiken.

Er is een punt waar ik minder blij mee ben en dat is dat er voor de vrijstelling voor starters een horizonbepaling is opgenomen. Ik heb dat eerder aangekondigd. De staatssecretaris en ik hebben elkaar goed verstaan en ik zal met een aantal collega's een amendement indienen om de horizonbepaling te schrappen. Ik meen zelfs dat het inmiddels is ingediend.

Over de eenmalige huurverlaging heb ik nog een aantal zorgen. Het is jammer dat de minister er niet is maar ik meen dat zij in de Eerste Kamer moet zijn. Dus ik hoop dat de vragen doorgegeven worden.

De voorzitter:
Ze zou er om half zes zijn. Het is half zes geweest.

Mevrouw Lodders (VVD):
U vraagt mij toch niet om te wachten op de minister?

De voorzitter:
Neen.

Mevrouw Lodders (VVD):
Nee, dus ik ga ervan uit dat er mensen meeschrijven. De Belastingdienst moet voor 1 januari een loket bouwen waar woningbouwcorporaties adressen moeten aanleveren van mensen die mogelijk recht hebben op de eenmalige huurverlaging. Het lijkt me krap. Met de ervaringen die we hebben, vraag ik me oprecht af of dit gaat lukken. Dat is misschien een vraag in de richting van de staatssecretaris van Financiën.

Dan heb ik nog een tweede zorg en die betreft de groep die op basis van hun inkomen over een laatste halfjaar een huurverlaging kunnen aanvragen. Ik vraag de minister om heel precies in te gaan op hoe dit nou geregeld is. Ik heb de wet en de nota van wijziging gelezen. Volgens mij is er nog een nota van wijziging binnengekomen. Als ik er met mensen over praat, merken we soms ook wel verschillen over hoe het zit met de terugwerkende kracht in deze wet door een nota van wijziging. Dus graag een uitgebreide toelichting op dit punt en dan kom ik daar morgen zeker op terug. Ik ben met name benieuwd wat er gebeurt als mensen op basis van verkeerde informatie zich melden voor een huurverlaging en hoe dat proces daarna dan gaat.

Voorzitter. Ik rond af. We zitten in de zwaarste economische crisis die Nederland ooit gekend heeft. Hoewel het beter lijkt te gaan, is de boot nog lang niet in de haven, maar dit Belastingplan laat wel zien dat het kabinet de juiste maatregelen neemt. We helpen ondernemers de crisis door en we helpen ze te investeren. We helpen mensen om een buffer op te bouwen of we geven ze een extra steuntje in de rug wanneer ze een woning willen kopen. Ik zou alleen nog maar willen zeggen: samen aan de slag!

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar de heer Snels van de fractie van GroenLinks.

De heer Snels (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. De plenaire afronding, we hebben er al twee lange dagen op zitten met elkaar. Normaal gesproken doe je in de plenaire afronding echt alleen nog maar de politieke hoofdlijnen. Dat zal ik ook proberen, maar af en toe zal ik nog wel even de details ingaan. Dat heeft er toch wel mee te maken dat er ongelofelijk veel wetgeving hier voorligt: negen wetsvoorstellen die we in een onmogelijk tempo door de Kamer moeten krijgen en waar ook de ambtenaren van Financiën dag en nacht aan moeten werken. En dat is eigenlijk onbegonnen werk. De staatssecretaris heeft terecht aangegeven dat hij daar een brief over gaat schrijven en dat hij dit gaat evalueren. We hebben al een aantal staatssecretarissen gehad die ons plechtig beloofden dat we het verstandiger zouden gaan doen wat betreft de planning van de fiscale wetgeving en we het meer over het jaar zouden spreiden. Ik heb daar ook nog eens naar gekeken met de bril van de verhoren die op dit moment bezig zijn als het gaat over de uitvoering van beleid. De heer Omtzigt heeft daar gisteren ook verstandige woorden over gezegd.

Ik noem aan aantal van de voorliggende wetsvoorstellen: de berekening van dispensatierechten CO2, de uitvoering van de BIK, de eenmalige huurverlaging, het wachtgeld voor gedupeerden en de informatiedeling in de toeslagen. In heel veel van deze wetgeving zijn grote vraagtekens te plaatsen bij hoe die uitgevoerd moet gaan worden. Ik vind het eigenlijk toch wel tragisch dat op het moment dat de Kamer zichzelf aan het horen is, we zorgvuldiger met de uitvoering moeten omgaan. Als je dan naar dit pakket wetgeving kijkt, dan is er eigenlijk bijna geen wet — behalve misschien de Wet liquidatie- en stakingsverliesregeling — die goed uitvoerbaar is, waar geen problemen aan zitten, waarbij je niet toch moet nadenken over hoe het gaat lukken. Dat wordt piepen en kraken. Ik noem ook niet voor niks wat wetgeving, zoals de wachtgeldregeling, zal ik maar zeggen, voor gedupeerden van de toeslagen, omdat we dat als Kamer natuurlijk allemaal willen. Soms is het niet eens coalitie/oppositie of regeerakkoord/niet-regeerakkoord. We willen als Kamer soms zelfs Kamerbreed iets, maar de wetgeving moet zo snel gemaakt worden dat het de vraag is of het goed uitgevoerd kan worden. Misschien is dat toch ook een element dat de staatssecretaris mee zou moeten nemen in de evaluatie van dit traject. Want het bijzondere in deze wetgeving is ook nog ... Ik ben pas drie jaar Kamerlid, maar we zitten voor het eerst met zo veel bewindslieden een Belastingplan te behandelen. Het Klimaatakkoord, het regeerakkoord, de coronacrisis, het woonakkoord: het is allemaal verzameld in één pakket wetten. "Zoek het maar uit, Kamer!" Daar heb ik een beetje buikpijn van. Ik vind dat lastig. Mijn hoofd zit helemaal vol met teksten en wetgeving en het is bijna niet meer te volgen. Gisteren nog ontving ik vier uitvoeringstoetsen voor wetgeving, terwijl we toch donderdag moeten stemmen.

Voorzitter. Dit was toch maar weer even een inleiding. We hebben er in het WGO kort over gesproken, maar volgens mij is het wel heel belangrijk. We moeten onszelf als Kamer namelijk wel serieus blijven nemen als het over wetgeving gaat.

Dan zal ik kort de afzonderlijke wetten doornemen. Ik begin met het Belastingplan. Daar zitten natuurlijk gewoon goede dingen in: koopkracht voor huishoudens, voorstellen van de commissie-Ter Haar, grondslagverbreding bij grote bedrijven, het netto maken van de zorgbonus, het niet-doorgaan van de verlaging van het toptarief in de winstbelasting.

Maar de BIK blijft wel een probleem. We hebben daar nu uitgebreid over gesproken, maar als je kijkt naar de BIK, naar alle onderzoeken die we gedaan hebben en naar alle commentaren die we gekregen hebben, is het dan uiteindelijk effectief? Nou, denk het niet. Twee keer 2 miljard, zou je dat niet beter kunnen besteden? Nou, denk het wel. Daar heb ik ook voorstellen voor gedaan. We gaan iets totaal nieuws verzinnen, voor twee jaar. Het is een tijdelijke regeling. Het moet met stoom en kokend water uit de grond getrokken worden. Dat gebeurt voor iets waarbij er niet alleen bij mijn fractie maar ook breder, bij economen, bij commentatoren, twijfel is over de effectiviteit. Je had uiteindelijk dus toch beter kunnen kiezen voor het bestaande instrumentarium: de verhuurderheffing verlagen, de VAMIL, de MIA, de kleinschaligheidsaftrek, de BBSO, de sociale lasten. Je had zo een pakket kunnen maken, van twee keer 2 miljard, dat beter is voor de economie, investeringen aanjaagt en werkgelegenheid verbetert. Toch hebben we dat niet gedaan. Hier zit dan blijkbaar toch een akkoord achter in de coalitie. Je kan zeggen wat je wil en je kunt argumenten aandragen zo veel je wil, maar het moet zo doorgaan. We hebben al vaker over de motie-Hoekstra gesproken. Misschien is uiteindelijk ook wel het probleem ... Kijk, die BIK is er bij nota van wijziging ingekomen. Die werd niet eens gepresenteerd op Prinsjesdag. Die werd later toegevoegd aan de wet. De koninklijke weg had eigenlijk moeten zijn om hier een apart wetsvoorstel voor te maken. Dan hadden fracties ook een aparte afweging kunnen maken. Ik zou de staatssecretaris willen vragen om dat alsnog te doen en daar een reactie op te geven.

Voorzitter. Dan de belastingheffing voor grote bedrijven. Er is nog een brief gekomen van de staatssecretaris, op verzoek van de commissie Financiën en waar ik ook om gevraagd had, naar aanleiding van het artikel in NRC. Dank voor die brief. Ik heb het vaker gezegd, ook tegen de voorganger van deze staatssecretaris: dit kabinet doet echt wel wat als het gaat om de aanpak van belastingontwijking, zowel in de internationale samenwerking, in OESO-verband en in het verband van Europa, als in de eigen wetgeving. Maar de vraag is of het voldoende is. Wat er in de brief staat, is eigenlijk een opsomming van wat het kabinet allemaal al doet. Daar heb ik het kabinet vaker mee gecomplimenteerd, maar de vraag is: is het voldoende? Daar geeft de brief eigenlijk geen antwoord op. Maar ik weet wat het antwoord van het kabinet is: nee, het is niet voldoende. Er ligt nog een hele agenda op basis van het rapport van de commissie-Ter Haar I. Dat zijn maatregelen die nog niet ingevoerd zijn. En er wordt nog verder onderzoek gedaan. Er komt een commissie-Ter Haar II. Daarmee geeft het kabinet volgens mij inderdaad aan dat we hier nog veel werk te doen hebben. We zetten stappen vooruit, maar er is nog veel werk te doen.

Het zou mooi zijn als de staatssecretaris een beetje zicht zou kunnen geven op de agenda voor de komende jaren, wellicht voor de komende kabinetsperiode. Kan de staatssecretaris in ieder geval aangeven of alle onderzoeken die nog gedaan moeten worden, onder andere op basis van mijn motie bij de AFB, voor de formatie klaar zullen zijn? Dan kunnen een nieuwe coalitie en een nieuw kabinet volgende stappen zetten ten aanzien van de grondslagverbreding belastingheffing grote bedrijven en de aanpak van belastingontwijking.

Voorzitter. In het kader daarvan dank ik de staatssecretaris voor zijn antwoord op mijn vraag bij het WGO om geen dubbele petten toe te staan, zal ik maar even huiselijk zeggen, in commissies die de overheid moeten adviseren. Dan hebben we het natuurlijk over de belastingadviespraktijk waarbij partners bij grote kantoren ook nog als wetenschapper en hoogleraar actief zijn. Ik merkte afgelopen week dat dat best veel beroering heeft opgeleverd. Ik denk dat het een belangrijk debat is. Ik was gewend om de NOB-adviezen heel serieus te nemen, maar ik begin ze nu steeds meer te zien als het resultaat van een lobbymachine, waar belangen achter zitten. Tegelijkertijd is het wel relevant om te weten wat mensen uit de praktijk vinden. Maar als die lobbyisten zich ook nog tooien met de pet van hoogleraar, wordt dat wel lastig. Dan is niet meer te zien of er gesproken wordt vanuit een onafhankelijke, wetenschappelijke achtergrond of dat er bedrijfsbelangen achter zitten.

Je ziet dat steeds meer terug op universiteiten. Zeker als het gaat om fiscale economie en fiscaal recht — al geldt het voor een aantal andere terreinen ook — zie je dat er steeds minder onafhankelijke hoogleraren benoemd worden en dat steeds meer hoogleraren ook partner zijn bij een van de grote hoofdkantoren. Dat lijkt mij echt een probleem voor de wetenschap. Ik wil niet op de stoel van de universiteiten gaan zitten — dit is toch een discussie die zij vooral zouden moeten voeren — maar zou het geen idee zijn, zo vraag ik de staatssecretaris, om een beeld te krijgen van hoe groot dat probleem nou eigenlijk is? Want we hebben niet alleen een probleem met onduidelijkheid over de onafhankelijkheid in de wetenschap, maar ook met die in het publieke en politieke debat: worden adviezen gegeven op basis van wetenschappelijke kennis of op basis van bedrijfsbelangen? Dat lijkt mij een probleem.

Er zit ook een andere kant aan. Ik hoorde — ik weet niet of het waar is — dat een hoogleraar die veel verstand heeft van de dividendbelasting uitgenodigd was door de werkgroep belastingen van de VVD. Deze hoogleraar heeft die uitnodiging naast zich neergelegd omdat hij bang is dat zo'n bezoek ten koste gaat van zijn onafhankelijkheid. Dat is precies de verkeerde reactie. Het is een maatschappelijke opdracht van wetenschappers om zich, vanuit hun onafhankelijke taak, te bemoeien met het politieke en maatschappelijke debat. Ik zou tegen deze hoogleraar willen zeggen: ga naar de VVD toe, ga praten over hun initiatiefwetsvoorstel. Dát is niet het probleem van de dubbele petten. Dat is precies de taak van wetenschappers, als het maar duidelijk is dat het onafhankelijke wetenschappers zijn.

Voorzitter. Ik heb hier even wat tijd voor genomen omdat ik merk dat we hier een politiek en maatschappelijk probleem hebben, en een wetenschapsprobleem. Op de een of andere manier moeten we dat op de agenda krijgen en moeten we het debat hierover verder zien te krijgen om de spelregels van het publieke debat weer een beetje te fatsoeneren. Want ik word er behoorlijk cynisch van.

Voorzitter. Dan kom ik bij de liquidatie- en stakingsverliesregeling. Dat is ook zo'n wet die, toen ik die presenteerde, door de belastingadviespraktijk, de NOB, met de grond gelijk gemaakt werd. Het was niet volgens het EU-recht, het kon internationaal niet, het was slecht voor het vestigingsklimaat: nooit doen, nooit aan beginnen. De wet werd afgemaakt. Maar nu is hij er, medeondertekend door Henk Nijboer en Renske Leijten, en daar ben ik eigenlijk best trots op. Het is een hele mooie wet en wat ik vooral erg leuk vind, is dat het van al die wetgeving die nu voorligt, de beste uitvoeringstoets krijgt. Hij is juridisch degelijk, hij is uitvoerbaar en hij zorgt ervoor dat een ouderwetse regeling bij de tijd gebracht wordt. Daar ben ik trots op. Misschien is het een voorbode voor de volgende initiatiefwet, waarmee ik nog hard aan het werk ben. Ik dank de staatssecretaris voor de nota van wijziging, want er zat inderdaad nog een mogelijkheid in om net voor liquidatie vennootschappen op te knippen, waardoor grote bedrijven de wet zouden kunnen ontlopen. Ook die route hebben we nu dichtgeschroeid.

Ik kom op box 3, het meest frustrerende fiscale debat dat we allemaal hebben, niet alleen voor ons als politici, maar ook voor de burgers. Aan de ene kant zien we een toenemende vermogensongelijkheid en aan de andere kant zijn er spaarders die geen rendement halen maar wel belasting moeten betalen. Wat een frustratie, bij ons hier in de Kamer, maar zeker ook bij mensen met wat spaargeld. Dat kan alleen maar opgelost worden als we overgaan naar een ander systeem, gebaseerd op werkelijk rendement. Ik ben blij dat het onderzoek er komt. Ik hoor graag de verzekering dat het klaar is voor de formatie, want we moeten daar echt stappen kunnen gaan zetten. Mijn politieke vraag is de volgende. We zijn gewend om jaarlijks te sleutelen aan koopkrachtplaatjes tot ver achter de komma. Maar moet de politiek niet ook echt een doelstelling gaan maken op de vermogensongelijkheid? Moeten we daar ook niet op gaan sturen? Eigenlijk is de toenemende vermogensongelijkheid misschien nog wel een groter probleem dan de inkomensongelijkheid. Graag een reactie.

Ik kom op de Wet verbetering uitvoerbaarheid toeslagen. De doelen delen we: de menselijke maat via proportionaliteit, een verbetering van de rechtsbescherming en het voorkomen van schrijnende situaties in het partnerschap. Er is geen enkele twijfel over dat we de doelen delen. Waar ik het naar aanleiding van de debatten die we in het WGO hebben gehad nog moeilijk mee heb, is de informatiedeling. Eigenlijk zijn de antwoorden van de staatssecretaris nog wat onbevredigend. Er is een dilemma. Je zou kunnen zeggen dat het burgers helpt als woningbouwcorporaties, verhuurders en kinderopvanginstellingen informatie gaan delen, zodat we later niet de kans lopen op terugvorderingen, zodat de informatie helderder is bij de vaststelling van het recht op een toeslag. Maar de Autoriteit Persoonsgegevens was wel kritisch: is het proportioneel wat we aan het doen zijn? Weten burgers welke informatie er is? Ik had vragen over hoe er toezicht wordt gehouden. De SP heeft volgens mij gelijk: dit moet eigenlijk zorgvuldiger.

Er komt een algemene maatregel van bestuur. De heer Omtzigt heeft gevraagd of we daar een voorhang op krijgen. Eigenlijk zegt de staatssecretaris: nee, dat kan niet. Die algemene maatregel van bestuur ligt nu bij de Raad van State en bij de Autoriteit Persoonsgegevens, maar we moeten donderdag stemmen. Dus we moeten over een wet stemmen, terwijl we pas later weten hoe wordt omgegaan met de bestaande dilemma's over informatiedeling bij derden. Dat zijn eigenlijk twee dilemma's: een inhoudelijk dilemma — het kan mensen echt helpen, maar is het proportioneel? — en een politiek dilemma: wij moeten nu instemmen met een wet, terwijl we later pas zien wat de Raad van State en de AP ervan vinden. Eigenlijk zou je dat dilemma niet op deze manier aan de Kamer moeten kunnen voorleggen. Als wij meer tijd zouden hebben voor deze wetgeving en als dit wetsvoorstel niet net als de andere wetten heel snel door de Kamer gejaagd moest worden, denk ik dat we daar ook de tijd voor genomen zouden hebben. Dan zouden we rustig gewacht hebben op de Autoriteit Persoonsgegevens en de Raad van State. Hoe reageert de staatssecretaris op dat dilemma? Wat vindt de staatssecretaris van het amendement van de SP om de informatiedeling dan maar voorlopig uit de wet te halen? Ik moet zeggen dat ik dat een lastige afweging vind.

Voorzitter. Mevrouw Lodders zei het al: ik heb samen met haar een amendement ingediend om het grote aantal terugvorderingen nog drastisch terug te dringen. Ons amendement gaat 380.000 extra terugvorderingen per jaar schelen, dus dat gaat heel veel ellende bij heel veel mensen oplossen en het maakt het ook makkelijker voor de Belastingdienst. Ik ben blij dat je soms met heel simpele ingrepen het leven toch een stuk makkelijker kunt maken, zowel voor de dienst en voor Toeslagen als voor mensen. Ik hoop dus ... Nou ja, gelet op coalitie en oppositie zou je toch denken dat dit amendement een meerderheid zou moeten kunnen halen.

Voorzitter. Dan kom ik bij de minister van EZK voor de CO2-heffing en de ODE-heffing. Dat is een technisch debat, denk ik. Zeker als je in debat gaat met deze minister van EZK is er ook de verleiding om dat technische debat voluit te voeren, tot en met de economische theorie aan toe. Dat is zo en dat is belangrijk. Tegelijkertijd zitten er ook politieke keuzes achter. Het is ook een politiek debat. Dit gaat over de wijze waarop wij de omslag maken naar duurzame energie via de ODE en de SDE. Dit gaat erover hoe wij Nederland duurzamer maken en gaan voldoen aan de doelstellingen van Parijs en onze eigen doelstellingen uit de Klimaatwet en het Klimaatakkoord. Maar het gaat ook over draagvlak. Het gaat ook nog over de lastenverdeling tussen grote bedrijven en het mkb en tussen bedrijven en huishoudens. Daar zit een afweging in die gebaseerd is op wat economisch verstandig is, wat verstandig is voor het draagvlak, maar ook op wat we rechtvaardig vinden. Dan zijn er de afgelopen jaren stappen gezet, maar nog onvoldoende, denk ik. Ik denk dat dit nog beter kan.

Ik vond het wel opmerkelijk dat vandaag een rapport van het CBS verscheen — ik heb het over een boek over de Nederlandse economie met een hoofdstuk over milieubelastingen — dat liet zien dat het aandeel milieubelastingen de afgelopen tien jaar constant is gebleven, en vandaag de dag eigenlijk nog een beetje lager is dan tien jaar geleden. En we spreken al tien jaar over vergroening van het belastingstelsel. Dat is ook een van de doelstellingen van dit kabinet. Maar het aandeel blijft constant. Wat zegt dat nou eigenlijk over de wijze waarop we onze fiscale vergroening hebben vormgegeven? Ook de lastenverdeling daarin is nog steeds ongelijk. Burgers betalen gemiddeld — ik heb het sommetje gemaakt — €243 per ton CO2 en bedrijven €43. Daar zit natuurlijk die hele lastenverdeling van al die verschillende energie- en milieuheffingen achter, maar dat zegt volgens mij wel dat we nog niet op het ideale pad zijn in de lastenverdeling, maar ook nog niet op het ideale pad om de doelstellingen uiteindelijk te halen. Ik krijg graag een wat meer politieke reactie van de minister van EZK hierop.

Voorzitter. Dan kom ik ten slotte bij wonen. Twee wetsvoorstellen. Wat het wetsvoorstel over de differentiatie van de overdrachtsbelasting betreft is het goed dat starters een kans krijgen op de woningmarkt. Het wetsvoorstel is eigenlijk een herverdeling van kansen op de woningmarkt, want er gaan ook allerlei prijseffecten optreden. En het blijft natuurlijk lastig dat het juridisch niet vorm is te geven om dat voordeel te geven aan de echte starters en dat dat via een arbitraire leeftijdsgrens gaat. Maar goed, soms geldt: als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan.

Het is wel goed om grenzen te stellen aan de huizenprijzen. Dat was ook een van de discussies in het WGO. Daarover heeft mijn collega Paul Smeulders samen met Henk Nijboer een amendement ingediend. Dat maakt onderdeel uit van de afspraken die wij met het kabinet gemaakt hebben over de woningdeal. Het is mooi dat dat gelukt is.

Waar nog een haar in de soep zit, is in de manier waarop wij met woningbouwcorporaties omgaan. We hebben vanmiddag nog een brief gekregen van Aedes. Dat blijft lastig. Ik vroeg in het WGO naar het uitsluiten van de woningbouwcorporaties van het hoge tarief. Ik vroeg in het WGO of het kabinet überhaupt in Brussel heeft geïnformeerd of er sprake is van staatssteun, want het blijft toch een merkwaardige situatie dat wij onze sociale woningbouw moeten onderwerpen aan de staatssteunregels van Brussel. Daar heb ik sowieso wat moeite mee. Ik ben echt pro-Europees, maar hier heb ik moeite mee. Het kabinet heeft het volgens mij niet gevraagd, en Aedes zegt dat het nog niet overtuigend is aangetoond.

Er zijn nu drie opties: helemaal uitsluiten, de sociale woningen uitsluiten, of die anbiroute. Eigenlijk weet ik het niet. Ik zie heel veel amendementen komen, maar ik zie niet hoe het kabinet daarmee omgaat. Een van die amendementen zou het zomaar kunnen halen. Gaat het kabinet dan alsnog naar Brussel toe? En gaan we ervoor zorgen dat woningbouwcorporaties worden uitgesloten? Graag een reactie daarop.

Heel kort over de eenmalige huurverlaging. Het is gewoon een hele, hele, hele lelijke wet, die heel moeilijk uitvoerbaar wordt. Het liefst zou je iets totaal anders willen, iets veel generiekers, maar dat kan niet. Ik heb wat er in de brief van het kabinet staat over Aedes maar zo begrepen dat de sector zelf denkt dat het uitvoerbaar is. Misschien moeten we ons daar voorlopig dan maar even aan vasthouden, maar het gaat wel piepen en kraken. Maar ook hier geldt: als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar de heer Omtzigt. Hij gaat drie kwartier lang het woord tot ons richten. Wellicht leidt dat tot een zekere hongerklop, dus na afloop van de bijdrage van de heer Omtzigt schors ik voor het diner. Het woord is aan de heer Omtzigt.

De heer Omtzigt (CDA):
Haha. Dat is een soort dreiging, voorzitter.

De voorzitter:
Nou nee, u bent het voorafje eigenlijk. De appetizer, zou ik willen zeggen.

De heer Omtzigt (CDA):
Een "amuse" heet dat in D66-termen.

De voorzitter:
Het is omdat u het zegt; dat zou ik niet durven.

De heer Omtzigt (CDA):
Dat zou u zeker durven, voorzitter, als u hier in functie was als PVV-Kamerlid. Dan bent u helemaal niet zo schaapachtig als u nu doet.

De voorzitter:
Daar kan ik dan weer niks op terugzeggen natuurlijk, maar u bent door uw spreektijd heen, zie ik, inmiddels! Nou, vooruit dan maar weer.

De heer Omtzigt (CDA):
Voorzitter, dank u wel. Voor ons ligt een zeer uitgebreid Belastingplan. Dat is niet voor niks; ik heb het in mijn tijd als Kamerlid nog nooit meegemaakt dat ik vier bewindspersonen heb mogen toespreken. Het is fijn dat we nu twee staatssecretarissen van Financiën hebben, maar de minister van EZK en de minister verantwoordelijk voor wonen zijn ernstig betrokken bij de tien voorliggende wetsvoorstellen. De minister van EZK kijkt mij belangstellend aan. Hij kan rustig koffie gaan drinken, want collega Mulder zal hem alle moeilijke vragen stellen. Ik onthoud mij van enig commentaar daarop.

(Hilariteit)

De heer Omtzigt (CDA):
Nu lacht iedereen, maar ik heb zelden een Belastingplan gehad dat ik zo moeilijk vond om te doorgronden. Ik zeg dat maar even omdat een van onze belangrijkste taken is om te zorgen voor de uitvoerbaarheid van wetten. Zoals mijn collega net al zei, zijn er vanmorgen nog vier uitvoeringstoetsen binnengekomen. Daar zaten meer rode vlaggetjes in dan mij lief is. Dat maakt het lastig om te beoordelen wat hier voorligt. Als politiek systeem zijn wij niet goed om de uitvoering onder controle te krijgen. De snelheid van behandeling van deze wetsvoorstellen gaat daar niet aan bijdragen, is mijn stellige overtuiging. We hebben regeerakkoorden, aanvullende akkoorden, en dat landt dan allemaal in een heel groot Belastingplan, waarbij we nog tot vanmorgen honderden pagina's krijgen, over de toeslagenaffaire en over de uitvoeringstoetsen die wij worden geacht hier te behandelen. We hebben alleen maar aandacht voor de koopkrachtplaatjes, die trouwens in deze fase best heel moeilijk te interpreteren zijn. Ik vind het veel interessanter om te zien hoe we ervoor kunnen zorgen dat mensen aan de slag blijven, en ik heb geen enkele illusie dat de koopkrachtplaatjes dit jaar buitengewoon accuraat zijn of zo. Zo ze al een goed sturingsmechanisme waren, zijn ze dat in ieder geval dit jaar een heel stuk minder.

Maar al deze aandacht leidt wel tot zeer complexe koopkrachtplaatjes. Gisteren heeft de Tijdelijke onderzoekscommissie Uitvoeringsdiensten mij daar uitgebreid over ondervraagd. Ik denk dat er zeven stappen te nemen zijn waardoor wij het wetgevingsproces zo zouden kunnen inrichten dat wij iets betere wetgeving maken, iets beter op de kwaliteit letten en iets minder op de hypes. Ik wil dan ook aan de voorzitter vragen om de paper die ik heb gemaakt toe te voegen aan de Handelingen en daar bij uitzondering een Kamerstuk van te maken, zodat eraan gerefereerd kan worden en de regering daarop kan reageren.

De voorzitter:
Oké, bij dezen.

De heer Omtzigt (CDA):
Klopt mijn voorspelling dat u buitengewoon vriendelijk bent?

De voorzitter:
Dat ben ik altijd. Ik heb het stuk toevallig gelezen, ook al omdat het op GeenStijl stond, want je moet toch bij blijven. Mijn complimenten daarvoor, maar het is wel zeer fundamenteel. Het gaat over de rol van de politiek en ook over heel veel onderwerpen. Als u een reactie wilt van het kabinet …

De heer Omtzigt (CDA):
Ik vroeg om een reactie van het kabinet, maar ik vroeg niet om een reactie van het kabinet vandaag of morgen. Ik wil ze niet in de gelegenheid stellen om dat tot sint-juttemis uit te stellen, maar ik kan me goed voorstellen dat ze er een aantal weken over nadenken.

De voorzitter:
Dat verzoek is dan bij dezen genoteerd.

De heer Omtzigt (CDA):
Voorzitter. Ik ga nog even langs een aantal uitvoeringsproblemen die zich hier concreet zouden kunnen voordoen. Ik wil daar graag nog een paar antwoorden op hebben in de termijn van de regering, om een aantal van de uitvoeringsproblemen die er nu zouden kunnen komen te voorkomen. Ik begin met box 3. De problemen met de uitvoering zien we terug in verschillende wetten. Voor wat betreft het toetsingsvermogen van box 3 dreigt het voorstel mis te gaan als mensen niet worden uitgenodigd tot het doen van aangifte. Dat betekent dus hier dat we op dit moment de limiet in box 3 verhogen tot €50.000, maar je bent aangifteplichtig vanaf €30.000, omdat daar de grens voor de huurtoeslag zit. Dus iemand die €40.000 heeft, zal straks wel aangifte moeten doen en hoeft geen belasting te betalen. Dat is ingewikkeld. Ik zie de minister van EZK ook ingewikkeld kijken. Dat biedt mogelijkheden voor dingen die misgaan. Overigens is het dan heel vermakelijk dat je een 100%-boete kunt krijgen voor de niet-betaalde belastingen, maar ja, de niet-betaalde belastingen zijn 0, dus daar maak ik me in dit geval even iets minder zorgen om. 100% van 0 is immers nog steeds 0. Maar het kan echt wel een probleem geven.

Als deze mensen niet zijn uitgenodigd en er ontstaan toch situaties dat er wat misgaat, dan mag je twee jaar later twee jaar lang huurtoeslag terugbetalen, en dat kan resulteren in een terugvordering van duizenden euro's. Dan heeft u helaas niks aan het amendement van GroenLinks, want dat gaat alleen tot en met €100 terugvordering. Krijgen we dan een terugvordering, coulance of een spoeddebat? Als iemand zelf moet verzoeken om aangifte, kan hem dan een verzuimboete worden opgelegd indien hij dat niet doet?

Bij de BIK vragen wij u daar nog eens naar te kijken, met het oog op buitenlandse situaties. De staatssecretaris zegt in zijn brief dat de BIK niet is bedoeld voor situaties met als doel om bedrijfsmiddelen over te dragen of aan een derde ter beschikking te stellen. Nee, het doel zal het niet zijn en het gebeurt op dit moment ook weinig dat je hier iets koopt, zeg een nieuwe mobiel als investering, wat je een paar dagen later overbrengt naar je fabriek in Duitsland. Dat gebeurt niet. Nee, dat klopt, maar als je ergens een belastingpremie of een subsidie op zet, dan willen die dingen natuurlijk wel eens vaker gebeuren. Want als je bij de kleine investeringsaftrek een middel overbrengt naar het buitenland, krijg je een desinvestering en moet je het terugbetalen. Bij de BIK is het zo dat, als je het hier doet, je de BIK mag houden als je het naar Duitsland overbrengt. Of gaan we het toch controleren? Dat vraag ik u als iemand die dicht bij de Duitse grens woont. Er zijn hier allerlei discussies te voeren over de BIK, maar die is niet bedoeld om investeringen in Duitsland of België aan te jagen. Dat lijkt me toch relevant voor de situatie hier.

De RVO geeft in de uitvoeringstoets aan dat hij risico's ziet op het gebied van misbruik en oneigenlijk gebruik. Als dit niet in wet- en regelgeving ondervangen is, maakt hij gebruik van handhavingsinstrumenten. Welke handhavingsinstrumenten om te controleren heeft de RVO als duidelijke waarborgen in de wet ontbreken? Voor mij is dat onduidelijk. En hoe gaat de RVO voorkomen dat investeringen die in de Nederlandse productiviteitscapaciteit zijn gedaan, naar het buitenland verschuiven? De desinvesteringsbijtelling, eventueel voor een korte termijn, zou hier een oplossing voor kunnen bieden.

Voorzitter. Dan de elektronische derdenbeslagregeling. Dat betekent dat de Belastingdienst nu wél e-mails gaat versturen. Het fijne is dat de Belastingdienst nu nog kan zeggen: wij versturen geen e-mails of whatsapps, dus daar hoeft u dan ook niet op te reageren. Er wordt al genoeg gefraudeerd en er gaan al genoeg ouderen de mist in omdat ze fakemails en sms'jes krijgen. Maar bij het elektronisch derdenbeslag gaat dat wel gebeuren. Dan gaat de Belastingdienst wel mails versturen aan werkgevers, niet aan particulieren, waarin ze zeggen: leg loonbeslag op het loon van werknemer X of werknemer Y. We weten dat de Belastingdienst vindingrijk is, maar de fraudeurs zijn nog veel vindingrijker in dit land. Dus ik voorspel u dat er echt een golf, een tsunami zo u wilt, van mailtjes komt om te zorgen dat dat geld niet naar de Belastingdienst gaat maar naar fraudeurs. Zou ik alstublieft een plan van aanpak kunnen krijgen om ervoor te zorgen dat mensen die zich voordoen als iemand van de Belastingdienst in een whatsapp of e-mail, nu een keer zwaar gestraft worden? Kunnen we eindelijk eens wat aangiftes en veroordelingen zien? En hoe voorkomen we dit wanneer de Belastingdienst wel e-mails gaat versturen?

Voorzitter. We kregen een uitvoeringstoets met twee rode vlaggetjes bij de staatssecretaris van Toeslagen en Douane voor de €750 voor de toeslagenouders. Ik zou daar graag een kleine toelichting op willen. Daar stond in dat er een handhavingsprobleem is omdat mensen soms denken dat ze zich voor 1 november hebben aangemeld, terwijl de Belastingdienst dat niet geregistreerd heeft. Over welke categorie mensen gaat het hier? Zijn er mensen die gebeld hebben en die toen niet geregistreerd zijn, waarna ze nog een keer hebben teruggebeld na 1 november en ze wel geregistreerd zijn? Dan denken zij: we zijn voor 1 november geregistreerd, dus we hebben er recht op. Maar de Belastingdienst zegt: u heeft er geen recht op. Dat kan zeer pijnlijke situaties opleveren. Graag een toelichting daarop.

We hebben sowieso geen uitvoeringstoets over hoe de huurverlaging van 2024 plaatsvindt, zo zeg ik tegen de minister van BZK. Misschien zouden we de nota van wijziging kunnen terugdraaien. Als er een uitvoeringstoets ligt, kunnen we er opnieuw naar kijken. Hetzelfde geldt voor de maatregel van Ter Haar. Er komt kennelijk een uitvoeringstoets ergens halverwege volgend jaar. De regering zegt: dat is nog op tijd, want die maatregel gaat daarna pas in. Mogen wij die uitvoeringstoets hier krijgen, met een appreciatie van de vraag of hij daarmee in kan gaan? Er hoeft geen voorhang op het KB gegeven te worden — dat snap ik allemaal wel — maar ik wil wel dat hierover gesproken kan worden als er echte uitvoeringsproblemen zijn. Ik zeg dit over een maatregel die ik niet op een andere manier probeer te blokkeren.

Voorzitter. Door het dikwijls houtje-touwtjekarakter van verschillende regelingen die bepaalde doelgroepen moeten bevoordelen, ontstaan er problemen: de marginale druk. We zien in het overzicht dat de staatssecretaris geeft dat de marginale druk voor eenverdieners door wijzigingen in de afgelopen jaren weliswaar is gedaald tot minder dan 100% — die 100% hebben wij wel gehad, maar de Sovjet-Unie nooit — maar dat voor veel inkomens de marginale druk voor eenverdieners nog steeds boven de 80% is. Dat is onacceptabel. We snappen dat het lastig is, maar toch zouden we graag opties zien van de staatssecretaris om deze marginale druk te verlagen. Ook zien we in de tabel dat de marginale druk voor inkomens tussen €32.000 en €40.000 sinds 2017 juist licht is gestegen. Kan de staatssecretaris met een aantal opties komen om de marginale druk weer omlaag te krijgen en kan hij die voor maart aan de Kamer doen toekomen?

Voor de marginale druk is ook de IACK van belang. In het WGO hebben we er al over gesproken dat het onrechtvaardig is dat gescheiden ouders straks twee keer zoveel IACK ontvangen als ouders die samenleven. De staatssecretaris begreep dit punt. Is hij inmiddels bereid de IACK zo vorm te geven dat gescheiden ouders samen één keer die IACK krijgen en niet dubbel?

Dan kom ik op box 3. Mevrouw Lodders heeft daar al het een en ander over gezegd. Het probleem met de rechtvaardigheid komt ook terug bij box 3. Vorige week hebben we het tijdens het WGO gehad over de rentes op spaarrekeningen in de periode 2013-2016. Voor de juridische houdbaarheid van de box 3-heffing ben ik nog altijd van mening dat het in deze periode bij een gewone spaarrekening — laten we zeggen van ING, ABN of Rabobank — mogelijk moet zijn geweest om een rendement van 1,2% te behalen. De uitspraken van zowel de Hoge Raad als elders luiden dat dat in samenhang bekeken moet worden. Dat moet dus een gemiddelde zijn van die deposito's, van de spaarrekeningen die onmiddellijk opeisbaar zijn en van de staatsleningen. Dat komt dan onder de 1,2% uit. Maar bij de grote banken kwam alleen al de deposito — dat was de hoogste van de drie — boven de 1,2% uit. En je had er niet aan moeten denken dat we die paar honderd miljard spaargeld in Nederland met z'n allen op rekeningen bij die drie Turkse banken gezet zouden hebben, die net boven die 1,2% zaten. Dat was vrij onwenselijk geweest; ook volgens de DNB, kan ik u vertellen. Hoe kan het nou dat de staatssecretaris maar blijft volhouden dat door deze mensen niet op het randje is gelopen van wat juridisch houdbaar is? Als het nou echt om kleine uitzonderingsgroepen zou gaan, kunnen we dat nog begrijpen. Maar kunt u echt aangeven dat u het voor 2015 en 2016, toen de gemiddelde rente op die drie zaken lager was dan 1,2%, juridisch houdbaar vindt als dat bij de Hoge Raad komt? Zo niet, wacht u dan tot u een veroordeling krijgt? Of hebben we hier zelf als wetgever een taak?

Voorzitter. Dan de bpm, de belasting op auto's. Die blijft stijgen en stijgen, en daarmee ook de parallelimport. Een groot probleem bij dit thema is dat er maar informatie blijft ontbreken van de kant van de regering. De staatssecretaris heeft volgens het FD ook heel interessante sms'jes verstuurd dat die belasting een puinhoop is. Zijn die sms'jes werkelijk verstuurd aan de ambtenaren, zo vraag ik de staatssecretaris. In de brief van gisteravond heeft hij erkend dat er in de afgelopen vijf jaar geen autonome vergroening bij conventionele auto's heeft plaatsgevonden, terwijl daar voor de bpm in de Autobrief II wel van werd uitgegaan. Hoeveel bpm is er daarvoor te veel opgehaald? Als deze eerdere voorspellingen niet zijn uitgekomen, waarom zou de voorspelling van volgend jaar dan wél uitkomen? En zelfs als dat zou gebeuren, is dat dan gelet op het feit dat de bpm al jarenlang onterecht verhoogd wordt, terwijl de conventionele auto's niet zuiniger zijn geworden, geen reden om de verhoging van volgend jaar niet te laten plaatsvinden? Want we kregen de antwoorden over die 300 miljoen. De bijtelling gaat in de Miljoenennota dus 300 miljoen omlaag, omdat de Wet fiscale maatregelen Klimaatakkoord is aangenomen. Ja hallo, die zit niet in het pakket van dit jaar, dit zat in het pakket van vórig jaar! Dat moet dus in de ramingen van vórig jaar zijn meegelopen. Dat kan niet nog een tweede keer meelopen in de ramingen van dít jaar. Dus als de staatssecretaris zegt "hé, we blijven de elektrische auto's wat subsidiëren" — waar ik ook wat van vind — dan kan dat niet dit jaar in de bijstelling gekomen zijn. Graag een reactie.

Bij de laadpalen blijven wij benieuwd wat de effecten zijn van het wegvallen van de fiscale stimulans voor publieke laadpalen en of de staatssecretaris dat ook een beetje kan kwantificeren. Er wordt alleen gesteld dat het een negatief effect heeft op de businesscase, maar de onderbouwing ontbreekt. Kunnen we die alsnog krijgen?

Voorzitter, dan de walstroom. Vanuit milieuoogpunt en ook vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit is het buitengewoon zinnig om walstroom te hebben. Daarover geen enkel misverstand. Het gaat in Rotterdam echt in luchtkwaliteit schelen. Maar come on, wij gaan nu grote cruiseschepen vrijstellen van energiebelasting. Die mogen de stekker er dus in steken, die hoeven geen energiebelasting te betalen, geen ODE te betalen, helemaal niks. En onze bijstandsgerechtigde, die driehoog achter in Rotterdam-Zuid woont, krijgt de volle energiemep in zijn onzuinige woning; in zijn Vestia-woning, zal ik er maar even bij zeggen. Belasting heffen gaat er dus niet alleen over of je het groener maakt maar ook of er een zekere eerlijkheid achter zit. Hier konden wij 'm nou net even niet goed vinden. Wij willen wat anders. Laat deze twee jaar maar gebeuren. Maar ik vraag aan de staatssecretaris of hij met zijn Europese collega's om tafel wil gaan zitten, net zoals hij met hen om tafel is gaan zitten over de vliegbelasting, om er in Europees verband over na te denken om samen met Denemarken, Duitsland, België en Frankrijk die walstroom verplicht te stellen binnen één of twee jaar. Dan moeten al die cruiseschepen het hetzelfde inrichten en dan moet het in die havens hetzelfde ingericht worden — het gaat natuurlijk niet alleen om cruiseschepen, maar ook om grote containerschepen en allerlei andere schepen — zodat wel die walstroom gebruikt wordt maar zij gewoon de Nederlandse energiebelasting betalen. Dat lijkt me toch wel zo netjes. Als dit niet geregeld wordt, kom ik met een motie om dit Europees te gaan regelen, zodat het op termijn verplicht wordt en het lage tarief voor walstroom voor zee- en cruiseschepen weer zo snel mogelijk kan vervallen. Die Teslasubsidie, daar heb ik genoeg van gehad.

Voorzitter. In dit kader vraag ik ook nog graag aandacht voor de doorstroomvennootschappen. Hier zijn de maatregelen echt nog onvoldoende. Er komt nog een wet waardoor trustkantoren geen doorstroomvennootschappen meer mogen oprichten. Prima, maar als die doorstroomvennootschappen er al zijn, mag het trustkantoor er gewoon diensten aan verlenen. Nou, die worden wel voor die wet opgericht, kan ik u verzekeren. Het zou fijn zijn als de staatssecretaris en de minister van Financiën samen kunnen kijken wat er mogelijk is om dit aan banden te leggen. Als bestaande doorstroomvennootschap lever je gewoon geen diensten, en anders krijg je dezelfde boete van de Belastingdienst als je trustkantoor krijgt als je een dergelijk constructie aanbiedt. Zou de staatssecretaris daarop willen reflecteren en er binnen niet al te lange termijn op willen terugkomen?

Dan de liquidatie- en stakingsverliesregeling. Wat betreft de rechtvaardige uitwerking van wetgeving vielen ons ook in de liquidatie- en stakingsverliesregeling enkele zaken op. De staatssecretaris zegt niet te hebben gekeken naar opties om eerst de winsten tegen verlies uit het buitenland af te zetten. Stel, er is een Nederlandse holding met twee buitenlandse dochters in Litouwen. De ene dochter maakt al een paar jaar verlies en de andere dochter maakt winst. De verlieslatende dochter wordt geliquideerd en het liquidatieverlies wordt uiteindelijk bij de moeder in Nederland in aftrek gebracht tegen het Nederlandse Vpb-tarief van 25%. De winst van de andere dochter wordt in Litouwen belast tegen het daar geldende winstbelastingtarief van 15%. Klopt het dan dat op dit moment Litouwen eigenlijk te veel belasting mag heffen, omdat het wel over de winst heft maar het verlies niet in Litouwen in aanmerking wordt genomen? En is er een gerichtere mogelijkheid om misbruik van het laten neerslaan van liquidatieverlies in Nederland omdat dat Vpb-tarief hoger is dan een lokaal tarief, door het buitenlandse liquidatieverlies in Nederland alleen aftrekbaar te stellen tegen het lokaal geldende tarief indien dat lager is dan het Nederlandse Vpb-tarief? Dwingt het Europese recht dat het verlies in aanmerking wordt genomen tegen het Nederlandse tarief?

En de … Ik heb één pagina achtergelaten op mijn plek, merk ik. Die moet ik zo nog even ophalen, voorzitter. Pagina 9 ligt daar nog.

De voorzitter:
Pagina 9, Fred.

De heer Omtzigt (CDA):
Ik ben bij pagina 5 voorzitter, dus dat gaat allemaal goed! Ah, daar is hij al. Dank u wel!

De voorzitter:
Kijk, dat is nou een bode.

De heer Omtzigt (CDA):
Geweldig zijn die bodes, voorzitter. Dank u wel. Als u zou zien hoe mijn kantoor er op dit moment uitziet, tijdens het Belastingplan, dan zou u er versteld van staan dat daar nog een betoog uitgekomen is.

We hebben ook nog een vraag over de nota van wijziging die we donderdag ontvangen hebben. Daarin staat dat indien de waarde economisch verkeer van de deelneming op het moment van splitsing lager is dan het opgeofferde bedrag en de deelneming vervolgens wordt geliquideerd, de lagere waarde wordt aangehouden voor het liquidatieverlies. Dat begrijpen we in misbruikgevallen waarin de aandeelhouder in het zicht van liquidatie nog snel zijn deelneming splitst om per afsplitsing maximaal gebruik te kunnen maken van de franchise. Maar niet in alle gevallen is er natuurlijk per definitie sprake van misbruik. Kan een aandeelhouder dan nooit een deelneming splitsen die onder water staat zonder daarmee de waarde van zijn opgeofferde bedrag om zeep te helpen, zelfs niet als zo'n splitsing gewoon zakelijk is?

Voorzitter, ik heb nog twee overige punten in dit eerste blok.

Eerst de scholingskosten. Voorgesteld wordt om bij gerichte vrijstellingen aan te sluiten bij het scholingsregister STAP-budget. De gerichte vrijstelling voor vergoedingen en verstrekkingen voor scholing die voortvloeit uit vroegere arbeid geldt dan voor zover het scholing betreft die is opgenomen in het scholingsregister STAP-budget. Het is op dit moment echter nog niet duidelijk welke opleidingen in dat scholingsregister worden opgenomen. Kan de staatssecretaris daarover tijdig meer duidelijkheid verschaffen?

Wij zijn blij met het antwoord van de staatssecretaris op onze vraag over het beleidsbesluit schenkbelasting samenwonenden en gehuwden. Dit schept een hoop duidelijkheid. Begrijpen we het goed dat voor de toepassing van de Successiewet 1956 een woning van een van de partners die onder huwelijkse voorwaarden wordt ingesloten in gemeenschap geen schenking is?

Formeel zou ik ook nog wat vragen over de postcoderoos kunnen stellen, maar dat laat ik over aan mijn collega Mulder, die wat gaat smokkelen met de blokjes.

Blok 2 gaat over de toeslagenwetgeving, en dan kijk ik natuurlijk naar staatssecretaris Van Huffelen, die daar een bijzonder grote kluif aan heeft. Het is goed dat zij in deze wet stappen zet om de toeslagenwetgeving eerlijker te maken. Uit haar antwoorden blijkt echter wel dat de grootste stap zit in de uitvoering. Door de menselijke maat in alle regelingen te hanteren verandert er het meest. Het grootste probleem was dat de wetten in al die jaren veel te streng geïnterpreteerd zijn.

Laten we eens beginnen met het proportioneel terugvorderen. Ik kan me niet voorstellen dat de Kamer en de minister van Sociale Zaken voor ogen hebben gehad om alles terug te vorderen als er een handtekening op pagina 4 van een contract ontbreekt. Dan heeft iemand in een heel jaar €10.000 kinderopvangtoeslag gehad en dan is er ergens een handtekening die niet op een contract staat en dan wordt er niet €50 teruggevorderd, als boete of zo — daar kunt u wat van vinden — nee, dan mag je de volle €10.000 terugbetalen. Dat is hier de praktijk geweest.

Maar het is interessant hoe dat is ontstaan. We hebben jarenlang gezegd dat het niet in de wet staat. En gister kwam als antwoord op vragen van GroenLinks en het CDA dat dit disproportioneel terugvorderen niet in de wet staat. De wetswijziging is dus niet nodig, omdat niet in de wet staat dat mensen zo behandeld moeten worden. Dit is de grootste groep toeslagenslachtoffers, zeg ik erbij. Die moesten alles terugbetalen bij een kleine administratieve fout, maar dat stond niet in de wet.

Maar het werd erger gister. Er is een advies opgedoken van de landsadvocaat uit 2009. In 2009 was hierover ook onzekerheid bij de Belastingdienst. Het is goed wat die ambtenaren doen, namelijk een extern advies vragen over wat er in die wet staat, als dat onduidelijk is, en dat hebben ze gedaan. En wat stond er in dat advies? Een: het is een pleitbaar standpunt — hou dat in de gaten — als iemand volledig gratis kinderopvang gehad heeft, dus geen enkele eigen bijdrage betaald heeft, om alles terug te vorderen. Pleitbaar is in advocatentermen: je kunt het zeggen bij de rechter maar meestal verlies je het. Deel twee daarvan was: als er wel betaald is, maar een gedeelte, dan moeten we proportioneel terugvorderen. En dat is wat er met deze wet geregeld wordt.

Hoe komt het dat deze memo elf jaar geleden geschreven is? Als deze toen uitgevoerd was, waren tienduizenden gezinnen niet diep in de problemen gekomen. Hoe komt het dat deze memo achtergehouden is voor de huidige staatssecretaris, voor de ADR, voor de commissie-Donner en voor ongeveer iedereen die onderzoek gedaan heeft? Mogen wij dit advies van de landsadvocaat voor morgenochtend ontvangen? Bij uitzondering, zeg ik erbij. Het is cruciaal wat hier gebeurd is. Cruciaal, want in 2009 had men alles kunnen voorkomen.

Het risico met alle versoepelingen is dat de wetgeving te weinig oog heeft voor de echte fraude. Goede wetgeving zit in het midden tussen fraudebestrijding en dienstbaar zijn. Ik denk ook dat het goed is om na het behandelen van deze wetgeving door te praten met de staatssecretaris over hoe we door moeten gaan met de handhaving, om te voorkomen dat we doorschieten naar de andere kant en om te zorgen dat de Kamer hier meer bij betrokken is. Kan de staatssecretaris toezeggen om de Kamer per brief te informeren over welke fraude met toeslagen de Belastingdienst tegenkomt, en hoe die wordt aangepakt? Ik stel deze vraag ook omdat ik aan beide staatssecretarissen heb gevraagd om nog een overzicht te krijgen van hoe het met de invordering staat. Er wordt al maanden niet ingevorderd. Ik kreeg terug: er is nog 5 miljard waartegen bezwaar gemaakt wordt, dus dat wordt er niet ingevorderd. Nee, dat kan niet; tijdens bezwaar kan er niet ingevorderd worden. Maar wij vroegen hoeveel belastinggeld er is waarbij alle bezwaar- en beroepstermijnen verlopen zijn, dus dat gewoon klaar is voor invordering en dat mensen dus gewoon moeten betalen. En hoe is dat bedrag de afgelopen maanden gestegen? Dat moet met miljarden tegelijk omhooggelopen zijn omdat er niet ingevorderd wordt. En laat ik u zeggen: hoe langer u wacht, hoe moeilijker invordering wordt.

Maar hoewel de toeslagenwetgeving enorm wordt versoepeld, zie ik nog steeds verschillende problemen waar de wetgeving te streng is. Ten eerste: de kinderopvangtoeslag krijg je alleen over de kosten van de op tijd betaalde kinderopvang, of als er een redelijke betalingsregeling is. Nu mogen we aannemen dat een opvanginstelling aan de bel trekt als een rekening niet wordt betaald. Maar juist in moeilijke situaties, financiële problemen of problemen met de Belastingdienst zou een opvanginstelling best soepel kunnen zijn zonder dat er een betalingsregeling is. Maar als je na 1 maart betaalt, krijg je voor die rekening nooit meer recht op kinderopvangtoeslag. Met andere woorden, je hebt die rekening wel betaald, alleen na 1 maart, en dan wordt toch die kinderopvangtoeslag teruggevorderd; niet meer het hele bedrag, want dat wordt gelukkig nu wel opgelost, maar alleen voor de te laat betaalde maanden. Dat geld heeft de ouder niet, want die heeft het met pijn en moeite weer bij elkaar gehaald en aan de opvanginstelling betaald. En dan geeft de staatssecretaris aan dat, als er sprake is van een bijzonder geval, er toch echt recht bestaat op de reeds ontvangen kinderopvangtoeslag. Maar een bijzonder geval resulteert volgens de regels in ieder geval nooit als een ouder financiële problemen heeft. Dat lijkt mij nu bij uitstek de reden waarom de ouder te laat betaalt. Hier zit dus nog steeds een manco in de wet- en regelgeving. Dus: of financiële problemen moeten tellen als een bijzonder geval, of bij mensen met financiële problemen moet meer de menselijke maat worden toegepast, of ouders moeten later recht kunnen krijgen op de kinderopvangtoeslag als ze de rekening hebben betaald. Kan de staatssecretaris op dit punt voor een oplossing zorgen?

Ten tweede. Het wetsvoorstel bevat niet alleen maar versoepelingen. Er is ook een bepaling in opgenomen over het uitwisselen van gegevens. Collega Snels had het er net al over, en de SP heeft er in haar inbreng ook uitgebreid aandacht aan besteed. Bij AMvB mag worden geregeld dat wie dan ook in Nederland automatisch alle gewenste gegevens moet uitwisselen met de Belastingdienst. Dat geldt in ieder geval voor de kinderopvanginstellingen die worden verplicht om per maand de afgenomen opvanguren door te geven aan de Belastingdienst. Dat is geen verkeerde bepaling, mits de ouders maar kunnen zien welke gegevens over hen zijn uitgewisseld. Want als de kinderopvanginstelling een fout maakt, krijgen we de kafkaëske situatie dat u ergens mee geconfronteerd wordt. Hoe is geregeld dat de ouders inzage krijgen in die brief? Nu zegt de staatssecretaris: dat moeten ze maar bij de kinderopvanginstelling vragen. Ik wil dat ze dat bij de Belastingdienst kunnen vragen. Kunt u ervoor zorgen dat dat in de portal komt? En kunt u dat toezeggen?

Maar wat komt er nog meer in deze AMvB? Voor nu kan dat dus alle informatie zijn van alle partijen. De privacy van de toeslaggerechtigde is hierbij op geen enkele wijze gewaarborgd, en met de zwarte lijsten hebben we gezien waar dat toe kan leiden. Ik heb net als vele andere partijen gevraagd om deze AMvB alvast naar de Kamer te sturen, maar "de Raad van State kijkt er nog naar". Nu is hij acht weken geleden gestuurd aan de Autoriteit Persoonsgegevens, en als hij acht weken geleden aan de Raad van State gestuurd is, zou de Raad van State hem misschien vanavond aan de Kamer kunnen sturen; dan kunnen wij daar morgen nog even naar kijken. Ik vind het onbegrijpelijk dat de Kamer de initiële AMvB niet mag zien omdat deze dan niet per 1 januari 2021 zou kunnen ingaan. Dus hier wordt ons gevraagd om ergens mee in te stemmen, terwijl we niet kunnen controleren wat er in die AMvB zit. Aangezien ik geen idee heb wat er dan niet kan ingaan, kan ik ook niet zien wat het probleem zou kunnen zijn. Is het een probleem als de Belastingdienst zijn benodigde informatie pas een paar weken later kan opvragen, zodat de Kamer deze AMvB, inclusief de reactie van de Raad van State en de Autoriteit Persoonsgegevens, netjes kan beoordelen?

En over het tweede gedeelte, namelijk het nieuwe, hadden we gevraagd om een voorhang. Dan zegt de staatssecretaris in de nota van wijziging: dit is een voorhang; maar het is geen voorhang, het is informatie, en dan wordt hij naar de Kamer gestuurd en gaat hij in. En staatsrechtelijk kunnen wij dan één ding doen: als we het er niet mee eens zijn, kunnen we het hele kabinet naar huis sturen. Nou, dat is mij als coalitie-Kamerlid een beetje te veel. Ik zie bij de SP al een aantal collega's glimlachen. We hebben geen tussenvorm. De voorhang was er juist voor bedoeld om het als Kamer te kunnen veranderen als we het er niet mee eens zijn. Dus ik vind dat er een voorhang moet komen. En met voorhang bedoel ik: een stuitende voorhang. Dat mag de staatssecretaris wat mij betreft doen met een nota van wijziging. Maar dit moet gewoon gebeuren.

Drie. Wat gebeurt er als je meer gaat verdienen in de loop van het jaar? Collega Lodders is er al op ingegaan. Dit gaat niet alleen over studenten die gaan werken. Het kan ook gaan over iemand die werkloos is en gaat werken. Als je de eerste zes maanden recht hebt op toeslagen en fors meer gaat verdienen, moet je ook al die toeslagen die je ontvangen hebt, terugbetalen, ook al zet je ze stop op 1 juli. Dit is ingewikkeld. Maar voor één groep is het opgelost, de groep die gaat trouwen. Daar hebben we als CDA natuurlijk heel veel begrip voor. Dat vinden we heel fijn, maar er zijn grote groepen die hiermee te maken hebben, zoals mensen met een flexibel arbeidscontract voor wie het van korte duur is. Kan de staatssecretaris kijken of daar een oplossing voor te bedenken is? Dat hoeft niet voor morgen.

Vier. Voor werkende ouders wordt geregeld dat zij recht houden op de kinderopvangtoeslag als een van beide ouders voor langer dan een jaar naar de gevangenis moet. Dan wordt namelijk niet meer voldaan aan de arbeidseis. Het ontgaat mij ten enenmale hoe het dan gaat als je voor acht maanden naar de gevangenis moet, dus als een van de partners acht maanden naar de gevangenis moet en de andere partner gewoon blijft werken. Dan heb je in Nederland geen recht meer op kinderopvangtoeslag. Het is een groep met wie we over het algemeen niet zo veel medelijden hebben, maar ik heb behoorlijk wat medelijden met iemand die alleen achterblijft omdat de partner naar de gevangenis gaat. Mijn vraag is: kunt u regelen dat het ook hierbij ontstaat?

We hebben het gehad over de Wlz. Daarbij doet zich een vergelijkbare situatie voor als een van de partners naar het verpleeghuis moet. Dat is een andere wet, die wordt behandeld bij het ministerie van Sociale Zaken. Maar ook daar wordt het geregeld. Regel het ook hier. Bij de Wlz is het heel pijnlijk: het kon vijftien jaar in de wet geregeld worden, maar het stukje van de wet dat dat regelt, is niet ingegaan. Hoe is het mogelijk?

Voorzitter. Mijn fractie overweegt een amendement om minimumtermijnen van vier weken in te voeren voor het opvragen van jaarstukken en om een maximumtermijn in te voeren voor beslissen. Nu mag de Belastingdienst er 26 weken over doen om het toe te kennen of niet. Dat lijkt ons een beetje te gortig. Niet dat het altijd gebeurt, maar als de Belastingdienst 26 weken wacht met een besluit over kinderopvangtoeslag, zit je als ouder helemaal klem.

Voorzitter. Dan nog een paar aanvullende vragen. Die heb ik moeten opschrijven. Dat komt omdat wij vanmorgen een heel pakket ontvangen hebben over de toeslagen.

De voorzitter:
Heeft de heer Alkaya een vraag over het vorige onderwerp? Het woord is aan hem.

De heer Alkaya (SP):
Ja, voorzitter.

De voorzitter:
Gaat uw gang.

De heer Alkaya (SP):
Stel dat die voorhangprocedure goed geregeld wordt. Met goed bedoel ik dan: we zien het van tevoren en krijgen er invloed op. Stel dat mensen via een portaal bij de Belastingdienst hun gegevens kunnen inzien die een kinderopvanginstantie of andere hebben doorgegeven. Is de heer Omtzigt er dan in principe mee akkoord dat de gegevens van al die mensen die helemaal niets hebben misdaan — bij veel van de toeslagen vindt er gelukkig geen terugvordering plaats — ook gedeeld worden door een derde instantie? Begrijp ik dat goed? Vindt hij dat proportioneel?

De heer Omtzigt (CDA):
Even een knip aanbrengen. Als ik het goed begrepen heb over die AMvB — daarom wil ik die zien — voorziet de huidige AMvB die geslagen wordt en die we niet kunnen zien, alleen in een uitwisseling tussen de kinderopvanginstelling en de Belastingdienst over het aantal uren dat het kind daar geweest is. Dat vind ik proportioneel. Als de regering dat voorlegt, zal ik daarmee akkoord gaan als de ouder daar inzage in heeft. Want de Belastingdienst kan het gebruiken en kan zeggen: "Hé, uw kinderen gaan deze maanden minder naar de opvang. Wij sturen u een brief over dat u wat minder kinderopvangtoeslag moet aanvragen, omdat u dan het jaar erop niet in de problemen komt met een enorme terugvordering. Dus ja, die vind ik proportioneel. Die uitwisseling vindt op dit moment ook plaats.

Maar verder heb ik geen idee welke uitwisselingen de regering nog meer voor ogen heeft. Omdat ik geen idee heb welke uitwisselingen de regering voor ogen heeft, wil ik graag een voorhang doen, zodat we dan per keer kunnen kijken of die uitwisseling proportioneel is. Een AMvB is lagere regelgeving waar altijd een advies over is van de Raad van State en een advies van de Autoriteit Persoonsgegevens. Dan doet de regering een voorstel. Dan zien we het advies van de Raad van State en het advies van de Autoriteit Persoonsgegevens. Dan kunnen we keer op keer kijken of we dat goed vinden of niet. En als we dat niet goed vinden, dan kunnen we dat hier in de Kamer blokkeren. U weet dat ik daar niet te beroerd voor ben als ik vind dat het niet goed is.

De heer Alkaya (SP):
Zeker, dan houd ik het kort. Ik ben ook benieuwd waar het kabinet mee gaat komen. Ik ben alleen verbaasd dat het oordeel van de CDA-fractie en van de heer Omtzigt over dat andere deel, het eerste deel waarvan al wel redelijk bekend is wat het kabinet beoogt, is dat het wel proportioneel is, juist omdat het zo mis is gegaan bij de Belastingdienst. Moeten we er dan niet bij het kabinet nogmaals op aandringen dat op het moment dat het ingaat op de manier die de heer Omtzigt beoogt en die hij proportioneel vindt, er extra aanleiding is om het vertrouwen van de mensen terug te winnen? Het komt er namelijk op neer dat er meer gegevens over onschuldige mensen door derde instanties worden gedeeld met de Belastingdienst die er de afgelopen jaren een puinhoop van heeft gemaakt. We zouden dan dus een extra beroep moeten doen op het kabinet om dat goed te krijgen, want mijn factie vindt het wel disproportioneel. Laten we dus eerst het vertrouwen terugwinnen van de bevolking en vervolgens pas extra gegevens opvragen als het echt nodig zou zijn. Op dit moment is het gewoon niet goed geregeld.

De heer Omtzigt (CDA):
De heer Alkaya schat ik zeer hoog in ten aanzien van welke problemen hij met zijn fractie mede naar boven heeft gekregen bij de Belastingdienst. Maar hier zegt hij: wij willen niet dat de Belastingdienst van de kinderopvanginstelling te horen krijgt hoeveel uren dat kind bij die kinderopvanginstelling geweest is. Als de Belastingdienst dat niet hoort en pas na afloop van het jaar doorkrijgt dat er te veel toeslag is geweest, dan komen die ouders eerder in de problemen omdat ze niet gewaarschuwd konden worden. De CDA-fractie vindt het niet disproportioneel dat de Belastingdienst van de kinderopvanginstelling hoort hoeveel uur dat kind daar zit. Als u dat raar vindt: bij het ministerie van Onderwijs moeten alle scholen aanleveren of een kind op die school zit of niet. Dat vindt niemand hier raar. Bij de Belastingdienst die het betaalt, moet gewoon meegedeeld worden of dat kind daar is of niet. Dat is niet raar. Het is raar als het ongeclausuleerd aan iedereen gevraagd wordt. Dus als het alleen dit is, vind ik het zelfs logisch. Ik moet de argumenten van de heer Alkaya nog begrijpen — maar die zitten waarschijnlijk in zijn eigen termijn — waarom dit een rare uitwisseling is. Over andere dingen ga ik graag de discussie aan. De Belastingdienst heeft veel rare dingen gedaan, maar het uitwisselen van uren voor iets waar we met z'n allen voor betalen, lijkt mij niet meer dan logisch.

De heer Alkaya (SP):
Er is gewoon een verschil van inzicht. Ik ben bereid dat te accepteren maar het is ook wel een klein beetje uitlokking. De heer Snels zei het heel goed, het is gewoon een dilemma. Het is een dilemma waarbij wij als fractie de afweging maken dat het de eindverantwoordelijkheid van de ouders is, wat het juridisch gezien ook is. Als het de eindverantwoordelijkheid is van de ouders en er fouten worden gemaakt, dan moet je dat proportioneel oplossen. Wat het kabinet probeert en wat de CDA-fractie proportioneel vindt, is een stukje last van de ouders wegnemen door te zeggen: er gaan dingen mis, dus wij gaan alle gegevens over jullie delen om dit soort misstanden te voorkomen. Ik vind het disproportioneel dat we dus ten aanzien van driekwart van de ouders waar niets mis mee is en die helemaal niet met terugvordering te maken hebben, de gegevens gaan delen met een organisatie die — laat ik het mild verwoorden — zijn eigen uitdagingen heeft. Laat ze eerst hun eigen uitdagingen tackelen. Laat de Belastingdienst vervolgens het vertrouwen van de mensen terugwinnen. En dan kunnen we kijken of ze met meer gegevens over mensen kunnen omgaan. Ik vind het op dit moment gewoon disproportioneel wat er gebeurt. GroenLinks gaf net al aan dat het een dilemma is. Blijkbaar ziet de CDA-fractie helemaal geen dilemma of vindt ze het zelfs vanzelfsprekend dat het gebeurt. Dat is dan duidelijk geworden in het debat maar dat is dan ook duidelijk voor de toekomst, denk ik.

De heer Omtzigt (CDA):
Het is heel raar als de Belastingdienst níét zou kunnen beschikken over de hoeveelheid uren. In het kader van het toezicht is het heel logisch dat de Belastingdienst dat aan een kinderopvanginstelling vraagt. Het is ook heel logisch dat het straks aan een woningbouwcorporatie vraagt: huurt deze persoon een woning bij u, want hij heeft voor die woning huurtoeslag aangevraagd? Als wij ook maar iets vinden van fraudebestrijding en ervoor willen zorgen dat er geen misbruik van gemaakt wordt, dan zijn dit logische vormen van uitwisseling. Laten we alsjeblieft niet de fout maken van: de Belastingdienst heeft aan de ene kant de afgelopen tijd veel te veel gedaan met data, dus nu zorgen we dat de Belastingdienst helemaal geen informatie meer krijgt. Want weet u wat er dan gebeurt? Dan hebben we hier over twee jaar een spoeddebat en dan gaat iedereen zeggen: had de Belastingdienst die informatie maar gehad, want dan had een aantal ouders, anderhalf of twee jaar later, een minder hoge terugvordering gehad. Dan hadden we een aantal fraudedingen niet kunnen zien bij de Belastingdienst. Dat het in de fraudejacht enorm is misgegaan bij de Belastingdienst, wil nog niet zeggen dat we alles daar moeten stilleggen. Als we één ding niet kunnen stilleggen in dit land, dan is het de Belastingdienst.

De voorzitter:
Prima. U continueert.

De heer Omtzigt (CDA):
Ja, dank u wel, voorzitter.

Dan ga ik nog even in op de stukken die we vanmorgen ontvangen hebben. In maart 2017, nog voordat ik de eerste vragen stelde aan staatssecretaris Wiebes over de kinderopvangtoeslagaffaire, lag er dus een memo van de vaktechnisch coördinator waarin stond: de Belastingdienst zat fout, dus wij moeten de ouders compenseren. Als die memo toen bij staatssecretaris Wiebes gekomen was, dan hadden collega Leijten en ik geen drie jaar hoeven trekken. Dan was er op dat moment gecompenseerd. Hoe kan zo'n memo drie jaar wegblijven? Hoe kan dat? Dan moet ik aanvullende vragen stellen. De ADR heeft die memo gehad, want die deed onderzoek. Dan vraag ik: op welke datum heeft de ADR die memo gehad? 9 maart vorig jaar. Dat is drie dagen voordat het rapport op 12 maart opgeleverd werd. Dan is het niet zo gek dat de ADR deze memo niet genoemd heeft. Dit is zoiets als twee minuten voor twaalf nog iets onder de deur schuiven door de Belastingdienst en dan zeggen: we hebben het toch gegeven. Hoezo? Het hele mt, het hele mt van Belastingdienst Toeslagen, heeft op een heidag dit memo gehad, op 14 maart 2017. En ze hebben het allemaal niet aan staatssecretaris Wiebes verteld, niet aan staatssecretaris Snel, niet aan staatssecretaris Vijlbrief en niet aan staatssecretaris Van Huffelen, tot een paar weken geleden. Wat betekent dit voor een organisatie? Als dit bekend was, waren we nu drie jaar verder geweest met het uit de problemen helpen van de ouders in de CAF-zaken. In plaats daarvan heeft de hele top van die dienst het verdorie compleet geweigerd. Welke consequenties heeft dat?

Hetzelfde geldt voor de mt-verslagen. Er is nu een hele nieuwe serie, een heel pak papier, van mt-verslagen verzonden. Er blijkt gewoon een tweede set mt-verslagen te zijn. We zouden het "een dubbele boekhouding" noemen als dit bij een belastingplichtige gebeurt. Er is een dubbele boekhouding van mt-verslagen, waarin veel meer staat. De ADR heeft zes keer om die verslagen gevraagd. De Kamer heeft WOB-verzoeken gedaan — alles. Ze waren er niet. Wanneer wist de staatssecretaris dat er een dubbele boekhouding was?

In die dubbele boekhouding komt iets voor, in september 2017. Er is een evaluatierapport van IST Fraude. Dat is het CAF-team. Hé, dat is geëvalueerd in september 2017, nog voor het antwoord op de eerste Kamervragen. Dat evaluatierapport wil ik, samen met het advies van de landsadvocaat, hier graag hebben. Op 14 juni 2019 zijn er nog meer factsheets naar de toenmalige staatssecretaris gegaan. Dat is afgetekend. Wij hebben alleen de factsheets van de week ervoor. Ik wil ook die factsheets. Dat is het derde verzoek dat ik doe. Ik wil ze alle drie voor morgenochtend hebben.

Ik vraag dit omdat als deze informatie bekend was geweest bij de commissie-Donner en de herstelwet, er waarschijnlijk een ander advies uit gerold was. Dan was het niet allemaal toevallig. Ik vraag de regering in haar geheel of deze informatie, namelijk dat alles drie jaar bekend was en dat er niet op geacteerd is, dus dat iedereen drie jaar wist dat het fout was, reden is voor het doen van een aanvullende aangifte op basis van de zaken die nu bekend zijn. Ik zeg dit omdat er een aangifteplicht is — lees het rapport van de heer Biemond — wanneer er ambtsmisdrijven gevonden worden.

Als vierde zou ik nog de memo willen van 7 juni 2016 over de opschorting ex artikel 23 van de Awir. Daar wordt ook aan gerefereerd.

Ik sluit niet uit dat ik met meer vragen kom, maar dit was ongeveer alles wat ik aankon aan verwerking van stukken vannacht en vanmorgen.

Voorzitter. Dan laat ik blok 3 over aan mijn collega Mulder en ga ik naar de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, die twee wetten heeft ingediend: eentje over de overdrachtsbelasting en eentje over de eenmalige huurverlaging. Het is mooi dat starters een duwtje in de rug krijgen als zij een woning gaan kopen. Met stijgende woningprijzen staan starters altijd op achterstand, want zij hebben geen huidige woning die in waarde gestegen is. Eigen kapitaal wordt steeds belangrijker en daar hebben starters nou eenmaal minder van kunnen opbouwen dan oudere kopers. Bovendien hebben zij bij het bieden last van valse concurrentie omdat oudere kopers mogelijk nog hypotheekrenteaftrek hebben op een aflossingsvrije hypotheek. Dit wetsvoorstel beoogt dus iets recht te zetten wat krom is. Of dat lukt, is de vraag, want de vrijstelling kan worden vertaald in hogere woningprijzen en dat is niet de bedoeling.

Voor de uitvoering is de wet een verzwaring, zowel voor de Belastingdienst als voor de notaris. Tijdens het WGO hebben we al besproken dat er uitvoeringsproblemen zijn bij de uitzonderingsgevallen, zoals de aankoop van een recreatiewoning, mantelzorgwoning of tweede woning die als gedeeltelijk hoofdverblijf gaat gelden. Maar de enige uitkomst is dat de notaris de Belastingdienst kan bellen om een voorlopig oordeel te krijgen over het van toepassing zijnde tarief. Of dat de praktijk zo makkelijk gaat maken, vraag ik me af. Is het niet mogelijk om nog een aantal voorbeelden of een checklist op de website uit te werken, zodat de notarissen hiervan kunnen uitgaan en er rechtszekerheid aan kunnen ontlenen?

Ten tweede. Het wetsvoorstel voorziet niet alleen in een versoepeling, maar er is ook een bepaling in opgenomen over … Nee, sorry.

Het meest onrechtvaardige blijft dat de overdrachtsbelasting voor woningcorporaties nu van 2% naar 8% gaat. Dat is niet met het wetsvoorstel beoogd, maar dat is wel het gevolg. Daarmee is het klaar met de verkoop van starterswoningen door corporaties onder gunstige voorwaarden, dus de verkoop onder voorwaarden door wooncorporaties met een terugkoopgarantie. Dat betreuren wij als CDA-fractie buitengewoon. Kan de minister toezeggen dat zij gaat kijken naar een oplossing voor de problematiek van de verkoop onder voorwaarden? Dat geldt al helemaal voor gevallen waarin de verkoop onder voorwaarden al heeft plaatsgevonden en de terugkoop nu moet plaatsvinden tegen 8% in plaats van tegen 2%. Dat is behoorlijk zwaar voor de woningbouwcorporaties.

Maar de verhoging van het tarief voor woningbouwcorporaties betekent ook dat de afwikkeling van de Vestiaproblematiek onder druk komt te staan. De minister en de staatssecretarissen hebben toegezegd dat ze gaan kijken naar de vrijstelling voor goede doelen. Dat vind ik eigenlijk een mooiere oplossing dan een vrijstelling speciaal voor corporaties, want daarvoor is mogelijk eerst goedkeuring van de Europese Commissie nodig en dat kost tijd. Woningbouwcorporaties zijn goede doelen, dus de anbivrijstelling is voor hen bedoeld. De voorwaarden die aan die vrijstelling gekoppeld zijn, zijn erop gericht dat er geen vermogen wegglipt uit het vermogen voor goede doelen. Dat is hier ook niet aan de orde, want het wordt overgedragen van de ene corporatie aan de andere corporatie. Maar dan moeten we wel duidelijkheid hebben over de toepassing van de vrijstelling. De minister en de staatssecretarissen geven aan dat zij verwachten dat de toepassing van de vrijstelling voor taakoverdracht voor woningbouwcorporaties per 1 januari 2021 kan worden geregeld. Ik hoop hier de concrete toezegging te krijgen dat dat wordt geregeld. Wordt het niet geregeld via deze route, dan hoop ik dat er een alternatieve route wordt voorgelegd, want het is nog niet helemaal helder.

Wordt bij de aanpassing van de vrijstelling voor taakoverdracht niet alleen gekeken naar saneringsoperaties, zoals die bij Vestia, maar ook gewoon naar overdrachten tussen andere corporaties? Denk bijvoorbeeld aan een woningbouwcorporatie die nog vier woningen heeft in een dorp waar ze eigenlijk uit weg willen. Ze willen die toeschuiven aan de corporatie die daar dominant is, omdat dat ook goed is voor hun onderhoudszaken. Dat is gewoon wat woningbouwcorporaties onderling doen. Daarbij moeten we hun niet in de weg zitten met belastingen. Graag een antwoord daarop.