Plenair verslag

Tweede Kamer, 84e vergadering
Dinsdag 21 mei 2019

  • Aanvang 14:00 uur
  • Sluiting 18:26 uur
  • Status Gecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Arib

Aanwezig zijn 149 leden der Kamer, te weten:

Van Aalst, Aartsen, Agema, Alkaya, Amhaouch, Arib, Asscher, Azarkan, Azmani, Baudet, Becker, Beckerman, Beertema, Belhaj, Van den Berg, Bergkamp, Bisschop, Den Boer, Van den Bosch, Martin Bosma, Bosman, Bouali, Van Brenk, Bromet, Bruins, Bruins Slot, Buitenweg, Van Dam, Diertens, Tony van Dijck, Emiel van Dijk, Gijs van Dijk, Jasper van Dijk, Dijkhoff, Pia Dijkstra, Remco Dijkstra, Dik-Faber, Diks, Drost, Van Eijs, El Yassini, Ellemeet, Fritsma, Futselaar, Geleijnse, Geluk-Poortvliet, Van Gent, Van Gerven, Geurts, De Graaf, Graus, De Groot, Groothuizen, Van Haersma Buma, Van Haga, Rudmer Heerema, Pieter Heerma, Helder, Van Helvert, Hermans, Hiddema, Hijink, Van den Hul, Jetten, De Jong, Karabulut, Van Kent, Kerstens, Koerhuis, Koopmans, Van Kooten-Arissen, Kops, Kröger, Krol, Kuik, Kuiken, Kuzu, Kwint, Laan-Geselschap, Laçin, De Lange, Van der Lee, Leijten, Van der Linde, Lodders, Madlener, Maeijer, Marijnissen, Markuszower, Von Martels, Van Meenen, Middendorp, Van der Molen, Moorlag, Agnes Mulder, Anne Mulder, Edgar Mulder, Nijboer, Nijkerken-de Haan, Van Nispen, Van Ojik, Omtzigt, Ouwehand, Özdil, Öztürk, Özütok, Paternotte, Peters, Ploumen, Popken, Van Raak, Van Raan, Raemakers, Renkema, Rog, Ronnes, Van Rooijen, De Roon, Arno Rutte, Schonis, Segers, Sienot, Sjoerdsma, Slootweg, Smeulders, Sneller, Snels, Van der Staaij, Stoffer, Tellegen, Thieme, Tielen, Van Toorenburg, Veldman, Verhoeven, Voordewind, Aukje de Vries, Wassenberg, Van Weerdenburg, Westerveld, Weverling, Van Weyenberg, Wiersma, Van Wijngaarden, Wilders, Wörsdörfer, Van 't Wout, Yeşilgöz-Zegerius en Ziengs,

en de heer Grapperhaus, minister van Justitie en Veiligheid, de heer Harbers, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de heer Hoekstra, minister van Financiën, en mevrouw Ollongren, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, viceminister-president.

De voorzitter:
Ik open de vergadering van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 21 mei 2019. Ik heet de mensen op de publieke tribune van harte welkom en natuurlijk ook de Kamerleden en, in het bijzonder, de minister van Financiën.

Vragenuur

Vragenuur

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 136 van het Reglement van Orde.

Vragen Leijten

Vragen van het lid Leijten aan de minister van Financiën, bij afwezigheid van de staatssecretaris van Financiën, over het bericht "Onderzoek naar etnisch profileren door Belastingdienst".

De voorzitter:
Aan de orde is het mondelinge vragenuur. We beginnen vandaag met de vraag van mevrouw Leijten van de SP aan de minister van Financiën, die de staatssecretaris van Financiën vervangt. De vraag gaat over het bericht "Onderzoek naar etnisch profileren door Belastingdienst". Het woord is aan mevrouw Leijten namens de SP.

Mevrouw Leijten (SP):
"Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker." Jarenlang was het de leus van de Belastingdienst. Maar voor zeker 235 mensen werd het makkelijker maken van de Belastingdienst een ware hel. Er werd bij hen onterecht fraude geconstateerd en zij moesten tienduizenden euro's terugbetalen. We hebben hier al een paar keer in de Kamer over gesproken en er zijn excuses gemaakt. Deze mensen is groot onrecht aangedaan. Hun kinderen is ook onrecht aangedaan. Zij kwamen in de knel omdat hun ouders zo in de knel zaten door het gevecht met de overheid. De overheid verklaarde haar eigen burgers tot vijand.

De Kamer heeft de staatssecretaris opgedragen met deze mensen in gesprek te gaan. Is dat al gebeurd? Er zijn veel vragen gesteld. Pieter Omtzigt heeft veel vragen gesteld. De journalisten van Trouw en RTL Nieuws hebben veel vragen gesteld. Wat mij opvalt, is dat we maar mondjesmaat antwoorden krijgen. Er is vastgesteld dat dit een schandalige zaak is en dat dit nooit had mogen gebeuren. En toch krijgen wij niet boven tafel wat er precies gebeurd is. Krijgen de mensen excuses, maar geen compensatie?

Wat opvalt, is dat de gedupeerden allemaal een migrantenachtergrond hebben. Zij hebben ook een klacht ingediend bij de Autoriteit Persoonsgegevens en er loopt een onderzoek. Maar nou heeft de Belastingdienst vrijdag aangegeven dat hij niet kan garanderen dat er bij de selectie van dit onderzoek géén sprake is geweest van het bewust kijken naar iemands achtergrond. Kan de minister dat inmiddels wel garanderen? Kan hij uitsluiten dat er selectie heeft plaatsgevonden op de achtergrond? En erkent hij dat het opsporen van fraude altijd moet gaan over feiten en niet over iemands achtergrond?

Voorzitter. Fraude met toeslagen wordt terecht bestreden. Maar de Belastingdienst moet dat met de menselijke maat doen. Dat heeft de Kamer de staatssecretaris opgedragen. Hoe is het dan mogelijk dat er nog steeds dertien peperdure rechtszaken lopen tegen deze mensen? Wil de minister die stilleggen? Want keer op keer verliest de Belastingdienst en keer op keer worden de ouders in het gelijk gesteld.

De voorzitter:
Ik geef nu het woord aan de minister van Financiën.

Minister Hoekstra:
Voorzitter, dank u wel en dank ook aan mevrouw Leijten voor de vragen over dit ingewikkelde en pijnlijke dossier. De staatssecretaris heeft met uw Kamer en ook met de vaste Kamercommissie al meermalen gesproken over de werkwijze van de Belastingdienst en de afdeling Toeslagen, in het kader van onder andere de zogenaamde CAF-11. De staatssecretaris heeft richting uw Kamer en vooral ook richting de ouders excuses aangeboden voor de manier waarop dit gegaan is. Ik wil dat zelf ook onderstrepen en ik wil nog eens aangeven dat dit te lang geduurd heeft en zeer vervelend is.

Ik ga nog veel meer zeggen, maar ik ga eerst de eerste vraag van mevrouw Leijten beantwoorden. We zijn in dit kader gestart met gesprekken. De eerste ambtelijke gesprekken hebben plaatsgevonden. Ik heb het nog expliciet nagevraagd. Het eerste gesprek dat de staatssecretaris zal hebben is begin juni. Ik meen dat het op 5 juni is, maar pint u mij niet vast op de datum. De gesprekken worden ambtelijk gevoerd, maar de staatssecretaris zal ook zelf aan die gesprekken deelnemen.

Voorzitter. Dan kom ik bij het punt waar het hier ten principale over gaat en wat mevrouw Leijten zeer terecht markeert: het etnisch profileren. Laat ik er glashelder over zijn: het kabinet keurt iedere vorm van etnisch profileren af. Etnisch profileren mag niet, op geen enkele manier. Wat wel mag, is zoeken naar een objectiveerbare grond. Mevrouw Leijten verwees daar terecht naar. Het onderscheid dat zij maakte, wil ik onderstrepen.

Voorzitter. Mevrouw Leijten zei: we hebben mondjesmaat antwoord gekregen. Volgens mij zijn er een heleboel debatten gevoerd met de Kamer en ook een heleboel brieven gestuurd, met name over de CAF-zaak. Ik weet dat in het bijzonder de heer Omtzigt nog wacht op antwoorden, dus die zullen we zo snel mogelijk geven.

Er zijn nog een aantal andere dingen die ik nog in de richting van de Kamer wil toezeggen en markeren, vooral in de categorie "hoe nu verder". De Ombudsman is in 2017 een onderzoek gestart naar het proces in de CAF-11-zaak. In 2018 heeft hij aangegeven dat onderzoek te sluiten, maar het onderzoek gaat dit jaar nog het burgerperspectief bij risicoprofilering in beeld brengen. Dat is een van de stappen die additioneel genomen worden, overigens niet door het kabinet. Maar het is wel belangrijk om het te benoemen, omdat het een van de dingen is die in dit dossier nog zullen gebeuren.

Behalve van de Nationale ombudsman heeft het onderwerp profileren ook de aandacht van de Autoriteit Persoonsgegevens. Die externe blik gaat ook meer helderheid bieden. Vanzelfsprekend — dat wil ik hier graag markeren richting mevrouw Leijten en richting de Kamer — gaat de Belastingdienst hier ten volle en volledig aan meewerken. De staatssecretaris, zeg ik toe aan mevrouw Leijten, zal ook spoedig een brief sturen met een nadere toelichting op het gebruik van nationaliteit bij de Belastingdienst/Toeslagen.

Voorzitter. Het laatste punt dat ik wil toezeggen, dat volgens mij ook raakt aan de kern van de zaak die mevrouw Leijten hier aanraakt, is het volgende. Er is al heel veel gewisseld over CAF-11, maar ik denk en ook de staatssecretaris denkt dat we naast een brief meer ten principale wat moeten doen. Daarom is de staatssecretaris voornemens om een adviescommissie in de volle breedte in te stellen om te kijken naar de uitvoering door de Belastingdienst/Toeslagen. Die commissie zal moeten kijken naar 1. de gevolgen van de recente uitspraken van de Raad van State, 2. het handelen van de Belastingdienst/Toeslagen in andere zaken waar vermoedens zouden kunnen zijn van georganiseerd misbruik en 3. de praktische rechtsbescherming van burgers — dat is in dit debat natuurlijk relevant — ook naar aanleiding van een toezegging in de richting van de heer Omtzigt. De staatssecretaris was dit al van plan, maar het is volstrekt helder dat de problematiek zoals vandaag besproken ook hieronder zal moeten worden meegenomen.

Mevrouw Leijten (SP):
Ik denk dat de minister hier terecht aangeeft dat er grote fouten zijn gemaakt en terecht ook een beetje nederig is. Maar wat ik dan niet begrijp, is dat de journalisten van Trouw en RTL die hiermee bezig zijn vraag op vraag op vraag op vraag moeten stellen en dat uiteindelijk het antwoord is: ja, we kunnen het niet uitsluiten. Een Belastingdienst moet toch kunnen uitsluiten dat je op basis van de achtergrond van mensen selecteert? Dat moet toch te doen zijn? Is in al die onderzoeken die worden gedaan ... Is er überhaupt ... Als de Belastingdienst het zelf niet kan uitsluiten, hoe kan je dan in alle, volle openheid meewerken met een onderzoek van de Ombudsman of van de Autoriteit Persoonsgegevens? Dat zou ik nog wel willen weten. Een commissie in de volle breedte is mooi en we zullen er dan ook nog over spreken. We zullen ook nog kijken naar welke opdracht ze dan krijgt en of die scherp genoeg is. Maar wat doen we met die dertien zaken die nog lopen? Peperduur. Meer dan tonnen geeft de Belastingdienst daaraan uit. Stop ermee.

Minister Hoekstra:
Ik heb mevrouw Leijten op een paar punten heel duidelijk gehoord. Ik hoor van haar dat zij wil weten wat exact de opdracht is op ieder van de categorieën die ik zo-even noemde. Dat begrijp ik heel goed van haar kant. Ik zal aan de staatssecretaris vragen om dat mee te nemen in de richting van de Kamer.

Wat die zaken betreft: normaal gesproken pas je daar natuurlijk altijd het huidige recht en de jurisprudentie op toe. Het is voor mij — ik hoop dat mevrouw Leijten dat begrijpt — ook wat ingewikkeld om daar hier ter plekke een toezegging of een uitspraak over te doen, want dat zijn lopende rechtszaken. Ik denk dat het echt zuiver en prudent is om je als lid van het kabinet daar niet even in het vragenuurtje in te mengen. Maar ik zal wel nog een keer richting de staatssecretaris aangeven dat deze zaken de bijzondere belangstelling hebben van de Kamer, ook in het licht van het bredere dilemma/probleem dat we hier bespreken.

Mevrouw Leijten (SP):
Dit zijn geen rechtszaken waar de overheid zich in mengt, maar het zijn rechtszaken die de overheid voert. En keer op keer op keer zegt de Raad van State dat het niet deugt. Zelf heeft de Belastingdienst na twee jaar deze handelswijze gezegd: deze werkwijze deugt niet. Waarom is het dan zo moeilijk om te zeggen: wij stoppen met deze strijd?

Minister Hoekstra:
Ik probeer toe te lichten wat de gevoelstemperatuur is aan de kant van het kabinet, ik probeer toe te lichten welke stappen wij vinden dat we moeten nemen en ik probeer ook toe te lichten hoe buitengewoon vervelend dit is voor een groep burgers. Ik kan natuurlijk ook de opmerkingen en het verzoek van mevrouw Leijten aan de staatssecretaris overbrengen, maar ik hoop dat ook zij begrijpt dat het mij niet gelukkig lijkt, en ook niet prudent, om hier in het vragenuurtje over rechtszaken, die ik op geen enkele manier even zelf kan beoordelen, verregaande uitspraken te doen. Ik hoop dat zij begrijpt dat ik het totale debat persoonlijk zal terugkoppelen naar de staatssecretaris — hij is op dit moment in het buitenland — maar dat ik hier op dit moment geen toezegging kan doen ten aanzien van die lopende rechtszaken.

De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Leijten.

Mevrouw Leijten (SP):
De slachtoffers raken nu in een nieuwe bureaucratische molen verstrikt. Ze krijgen €500 voor ieder halfjaar dat hun bezwaar te laat is behandeld, maar ze worden niet gecompenseerd voor de schade die ze hebben geleden door het gedrag van de Belastingdienst. Nu krijgen ze eerst een ambtelijk gesprek, dan een gesprek met de staatssecretaris en dertien personen moeten nog voor het bankje komen. Dan kan je hier nederig erkennen dat de Belastingdienst het fout heeft gedaan, maar dan zijn het loze praatjes. Dan is het eigenlijk niks waard. Ik doe een beroep op deze minister, de baas op het ministerie, om die rechtszaken stop te zetten. Laat zien dat je je verlies neemt, want anders krijg je dat bij de Raad van State. Dan kost het veel te veel geld en blijven die mensen opgejaagd worden.

De voorzitter:
Dank u wel.

Minister Hoekstra:
Toch nog, voorzitter. Ik denk dat het belangrijk is om dat te markeren. De staatssecretaris heeft mij er eerder over geïnformeerd en heeft al, ook voor dit weekend, in de ministerraad gesproken over deze commissie. Die gaat kijken naar juist een aantal van de dingen die raken aan dit debat. Die gaat juist kijken naar die recente uitspraken van de Raad van State. Die gaat juist kijken naar hoe de Belastingdienst nou zou moeten willen handelen in zaken van, nogmaals, vermoedens van georganiseerd misbruik en die zal in het bijzonder ook kijken naar de praktische rechtsbescherming van burgers. Dat raakt natuurlijk precies aan het punt van mevrouw Leijten. Dat lijkt mij de nette volgorde.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Leijten. Dan ga ik naar de heer Nijboer namens de PvdA.

De heer Nijboer (PvdA):
Voorzitter. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik alle zeilen moet bijzetten om alle incidenten van dit kabinet de laatste dagen bij te houden: vandaag waren er de leerlingen, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid kondigt min of meer via de media zijn aftreden aan hoor ik zojuist en gisteren kregen we het bericht van deze discriminatie door de Belastingdienst. Dat is een grof schandaal. Dat vindt de minister ook, gaf hij zojuist aan. Ik heb maar één vraag. Worden de mensen die zijn gediscrimineerd, die hier zo'n last van hebben gehad, nou binnen een paar maanden fatsoenlijk gecompenseerd en behandeld? Zij wachten al jaren. Zorgt de minister daarvoor?

Minister Hoekstra:
Ik begrijp de vraag van de heer Nijboer heel goed, maar ik heb ook geprobeerd om juist precies te formuleren ten aanzien van wat er gebeurd is, wat hier aan de hand is en hoe we het willen aanpakken. Ik kan hier niet — ik hoop echt dat de heer Nijboer dat ook begrijpt — over de gevallen die mevrouw Leijten schetst of die lopende rechtszaken stante pede een beslissing nemen. Ik zal me daarover moeten laten informeren. Ik ben deze ochtend uitgenodigd voor het vragenuurtje. Ik probeer uit te leggen hoe het kabinet hiermee om wil gaan. Ik zal dit debat en ook de uitkomsten ervan hernemen met de staatssecretaris. Maar ik wil wel aan de Kamer vragen om mij daar enige tijd in te gunnen, want ik kan dat hier nu gewoon niet toezeggen.

De heer Snels (GroenLinks):
Dit speelt al enige tijd. Talloze gezinnen zijn getroffen door een overheid die zich van haar slechtste kant laat zien. Toeslagen worden teruggevorderd. Het nieuwe is nu echter dat de achtergrond van mensen een rol speelde bij de risicoselectie. Deze mensen zijn het vertrouwen in de samenleving kwijtgeraakt. Deze mensen zijn het vertrouwen in de overheid kwijtgeraakt. Dit zijn mensen, Nederlandse vaders en moeders, die hun uiterste best doen om deel uit te maken van de Nederlandse samenleving ...

De voorzitter:
En de vraag is?

De heer Snels (GroenLinks):
... en zij worden nu getroffen. Ik heb eigenlijk maar één vraag: wat is het antwoord van deze minister aan deze mensen?

Minister Hoekstra:
Ik herhaal waar ik mee begon. De staatssecretaris heeft richting de Kamer, en in het bijzonder richting deze mensen ook voor de manier waarop dit gegaan is expliciet zijn excuses aangeboden. Dat deed hij hier, en op andere plekken. Ik heb net gezegd dat ik dat van harte zou willen onderstrepen.

De heer Azarkan (DENK):
Anderhalf jaar geleden heeft de DENK-fractie al gevraagd: wordt er nou door de Belastingdienst etnisch geprofileerd? Oftewel, in gewoon Nederlands: wordt er gediscrimineerd? Dat was toen toch wel een beetje vloeken in de kerk: dat zeg je niet, want bij de Belastingdienst werken we netjes en kijken we niet naar de afkomst. Door publicaties van Trouw en RTL hebben we gisteren gezien dat dat wel degelijk gebeurt. Is de minister bereid om te onderzoeken waar binnen de Belastingdienst in de breedte nog meer nationaliteit een rol speelt die leidt tot zwaardere sancties of onderzoeken?

Minister Hoekstra:
Voor de goede orde: wij zullen hier absoluut in detail naar gaan kijken. Daarbij is het belangrijk een onderscheid te maken tussen enerzijds de aanvragen van de toeslagen — daar gaat het in de media soms ook over — en anderzijds deze twee specifieke zaken. Deze twee specifieke zaken gaan over een vermoeden van georganiseerd misbruik. En één daarvan is dan weer zo'n CAF-zaak, waar de heer Omtzigt ook veel aandacht voor vraagt. Maar vanzelfsprekend zullen we dat in de volle breedte en in de volle diepte doen, en zullen we de Kamer daar ook over informeren. En nogmaals: ik ben volgens mij echt glashelder geweest over wat ik vind en wat het kabinet vindt van etnisch profileren: elke vorm daarvan keuren wij af.

De voorzitter:
De heer Azarkan stelt een tweede vraag.

De heer Azarkan (DENK):
Mag ik dan concluderen dat de minister zelf gaat onderzoeken in hoeverre etnisch profileren binnen de Belastingdienst toegepast wordt?

Minister Hoekstra:
Ik zou toch willen hangen aan de woorden zoals ik die net gebruikt heb. Ik heb geprobeerd een onderscheid te maken tussen de twee categorieën. Wij zullen onderzoeken wat daar gebeurd is, in hoeverre nationaliteit daarbij wel of niet een rol heeft gespeeld, welke criteria er überhaupt gebruikt worden. Ik zeg even voor de goede orde dat er ook risicocriteria worden gebruikt waarover we allemaal zullen zeggen: die zijn volstrekt logisch. Laat ik één voorbeeld geven. Er wordt bijvoorbeeld bij de aanvraag in de automatische beoordeling gekeken hoe ver een gezin woont van de crèche of de kinderopvang die de ouders hebben opgegeven. Dat is een van de risicocriteria. Dat vond ik nou, toen het mij vanochtend is uitgelegd, een logisch criterium, want ik snap best dat in dat systeem de indicator omhooggaat als het meer dan 100 kilometer is. Maar de heer Azarkan wil zich er volgens mij van vergewissen dat er nergens sprake is van dingen die niet objectiveerbaar zijn. Daarmee ben ik weer terug bij wat ik net tegen mevrouw Leijten zei. Het voorbeeld dat ik net gaf, is volgens mij iets wat objectiveerbaar is. Etnisch profileren is niet objectiveerbaar en willen we niet.

De heer Omtzigt (CDA):
Voorzitter. In 2017 ligt er een vernietigend rapport van de Nationale ombudsman. Hij zegt: compenseer die ouders. In 2018 wordt de Belastingdienst in dit dossier veroordeeld omdat hij stukken voor de ouders achterhoudt zodat zij hun gelijk bij de rechter niet kunnen halen. In 2019 is de Raad van State snoeihard naar de Belastingdienst: betaal! De Kinderombudsman is snoeihard. Dan wordt er een commissie ingesteld die alleen kijkt naar de gevolgen van de recente uitspraak van de Raad van State. Waarom wordt dat rapport van de Ombudsman van anderhalf jaar geleden anderhalf jaar lang in een la gehouden en zelfs nu nog buiten de opdracht gehouden?

De voorzitter:
De minister.

De heer Omtzigt (CDA):
Ik heb een vraag voor de minister.

De voorzitter:
Die heeft u net gesteld.

De heer Omtzigt (CDA):
Wil hij die commissie splitsen? Ik wil enerzijds een commissie die diep in die CAF-zaken gaat kijken. Dat moet extern door de Belastingdienst gebeuren, omdat mensen bij de Belastingdienst stukken hebben achtergehouden, zich niet aan de wet hebben gehouden.

De voorzitter:
De minister.

De heer Omtzigt (CDA):
En een tweede onderzoek ...

De voorzitter:
Nee, meneer Omtzigt. De minister heeft het woord.

Minister Hoekstra:
Eerlijk gezegd zou ik de heer Omtzigt willen vragen om zijn vraag te herhalen. Hij stelt een paar vragen en ik wil graag precies antwoord geven.

De heer Omtzigt (CDA):
Voorzitter, ...

De voorzitter:
Nee, u moet antwoord geven op de vragen die de heer Omtzigt zojuist heeft gesteld.

Minister Hoekstra:
Ik heb het niet vaak, maar ik raakte bijna de weg kwijt door de stapeling van vragen. Laat ik het dan als volgt formuleren. Als ik het zo begrepen heb dat de heer Omtzigt zegt "ik wil dat dit extern gebeurt en ik wil dat er ook extern naar de CAF-zaken wordt gekeken, al dan niet door deze commissie", dan is mijn antwoord: ja, dat zeg ik hem toe. Maar ik wil alleen even zeker weten dat ik dat goed heb begrepen.

De voorzitter:
Meneer Omtzigt, dan mag u de vragen toelichten. Maar als u nieuwe vragen stelt, dan is dat het en heeft u geen vragen meer.

De heer Omtzigt (CDA):
Dan kom ik bij een pijnlijke constatering over het functioneren van onze democratie, want deze zaak is door de Ombudsman, de Raad van State en de Hoge Raad behandeld, en dan nog staan we anderhalf jaar later hier. Dat is waarom die vraag wat langer duurt: onze instituties falen hier. Het probleem is niet dat er een fout wordt gemaakt bij de Belastingdienst maar dat die niet wordt rechtgezet.

De voorzitter:
En de vraag is?

De heer Omtzigt (CDA):
De vraag was: is deze commissie extern? Er mag dus niemand van de Belastingdienst in, helemaal niemand die erbij betrokken is. En een andere vraag: kunt u de opdracht splitsen? Want er was een algemene vraag van de Kamer die stelde het te willen hebben over de praktische rechtsbescherming van burgers. Dat is een breder vraagstuk, maar er moet een onderzoek komen naar die CAF-zaken, want daar is nog veel meer misgegaan dan nu boven tafel is gekomen.

Minister Hoekstra:
De vraag van de heer Omtzigt is of het onderzoek extern is. Absoluut, het onderzoek is extern. Overigens, maar dat weet de heer Omtzigt beter dan ik, kijkt de ADR al naar CAF-zaken. Dat lijkt mij ook extern. De ADR valt natuurlijk wel onder het ministerie van Financiën, maar mijn ervaring is wel dat men daar in alle scherpte kijkt naar wat er op andere plekken, ook bij Financiën, gebeurt. Dat mogen we volgens mij dus extern noemen, maar we zullen ook anderen, juist van buiten onze organisatie, in die commissie opnemen. De staatssecretaris zal er op korte termijn bij de Kamer ook op terugkomen wie de commissie gaat voorzitten. Maar daar kan ik nu nog geen uitsluitsel over geven.

De voorzitter:
Laatste vraag.

De heer Omtzigt (CDA):
Dank u wel voor de toezegging dat deze commissie extern zal zijn. Dat is heel belangrijk. De Belastingdienst kan daar zelf niet in, omdat die stukken achtergehouden zijn en omdat er meer onderzocht moet worden. Kan de minister toezeggen dat dat andere stuk, het stuk over de praktische rechtsbescherming, rustig, en misschien door een andere commissie, behandeld wordt? Dat speelt namelijk niet alleen hier. Er zijn veel meer zaken bij de Belastingdienst, waar wij burgers grote moeite hebben om een fout — denk aan de Belastingdienst /Toeslagen, de Douane of wat dan ook — recht te trekken.

Minister Hoekstra:
Ik aarzel daar, puur omdat ik dan even zou moeten terughalen wat de staatssecretaris daarover nu al heeft besloten en heeft gewisseld. Volgens mij zou het goed zijn om het in de volgorde te doen zoals ik net aan mevrouw Leijten heb toegezegd, namelijk door de staatssecretaris aan de Kamer aan te laten geven wat hij voornemens is te laten onderzoeken door deze commissie. Mocht dan de behoefte bestaan in het parlement om het te splitsen, dan is dat volgens mij een logisch moment. Dan het tweede dat ik de heer Omtzigt nog zou willen toezeggen. Hij zei terecht dat dit een geschiedenis heeft met rapporten en uitspraken van de Raad van State en de Ombudsman. Ik interpreteer zijn woorden zo: dat is natuurlijk het kleurbad waarin het onderzoek van deze onafhankelijke externe commissie zou moeten liggen. Dat gaan ze daar dus absoluut in meenemen. Het was geen vraag van de heer Omtzigt, maar volgens mij bedoelde hij dit impliciet wel.

De heer Van Weyenberg (D66):
Een aantal collega's hebben net terecht vragen gesteld over het afhandelen van een aantal individuele casussen, waar heel veel mensen bij betrokken zijn. Ik wil toch nog even de vraag over het principe stellen. Voor D66 is helder dat mensen met een dubbele nationaliteit — een Nederlandse en een Turkse, een Nederlandse en een Marokkaanse — nooit en te nimmer door de overheid anders worden behandeld dan mensen die alleen de Nederlandse nationaliteit hebben. Kan de minister dat garanderen? En is hij bereid om dat diepgravend intern door te lichten, zodat we los van de commissie die over die zaken gaat, gewoon weten dat onze Belastingdienst in de uitoefening van zijn taak geen onderscheid maakt tussen mensen met een Nederlandse nationaliteit en mensen met een Nederlandse én andere nationaliteit?

Minister Hoekstra:
Voor de goede orde: ik heb net aangegeven dat het kabinet op geen enkele manier wil dat er etnisch geprofileerd wordt. Ik heb net ook proberen aan te geven hoe er onderscheid gemaakt wordt bij de aanvraag van de toeslagen, waarvan het eerste gedeelte geautomatiseerd is. Op het moment dat er sprake is van bepaalde risico's — ik heb er net één aangegeven — dan wordt er vervolgens handmatig gekeken. Bij die zogenaamde georganiseerde misbruikzaken wordt er altijd gekeken op basis van een signaal. Dus richting de heer Van Weyenberg zeg ik: ook aan de voorkant zit dus niet zo'n soort vraag besloten. Maar ik wil dit wel even tot in alle details uitzoeken, ook ten aanzien van de nationaliteit, omdat ik nu niet een antwoord wil geven dat de staatssecretaris op een later moment mogelijk toch weer ergens moet herroepen.

De voorzitter:
De heer Van Weyenberg, uw tweede vraag.

De heer Van Weyenberg (D66):
Dat was precies mijn vraag. Ik wil namelijk dat dit heel goed wordt uitgezocht, omdat het ingewikkelde vragen zijn. En het moet juist zorgvuldig gebeuren, omdat dat onderscheid in een rechtsstaat, in een democratie, onaanvaardbaar zou zijn. Ik wil dus ook zeker weten dat het niet gebeurt en dat daar, mocht het gebeuren, ook gewoon op wordt gehandeld.

Mevrouw Arib (PvdA):
Oké. Mevrouw Leijten.

Mevrouw Leijten (SP):
Dat is een terechte vraag van de heer Van Weyenberg, want de Belastingdienst heeft namelijk in antwoord op de journalisten laten weten wel nog steeds te werken met lijsten waarin andere nationaliteiten naast de Nederlandse bijgehouden worden. Is de minister het er dan niet mee eens dat hij op het moment dat hij dit helemaal gaat uitzoeken, ook per direct een signaal naar de Belastingdienst geeft dat die lijsten niet meer gebruikt mogen worden?

Minister Hoekstra:
Wat ik op dit moment weet, is dat in de Basisregistratie Personen tot een paar jaar geleden, ik meen tot 2014 of 2016, de dubbele nationaliteit werd geregistreerd en dat dat tegenwoordig niet meer wordt gedaan. De Belastingdienst krijgt dus ook nieuwe gegevens van mensen die geboren worden, of die Nederlander worden, waarin dat niet meer wordt opgenomen. Maar ik kan niet — en dat is precies de vraag die ik net heb geprobeerd te beantwoorden in de richting van de heer Van Weyenberg — voor alles wat er in het verleden is gebeurd, uitsluiten dat er op momenten naar nationaliteit is gekeken. Ik kan ook niet nu aangeven dat dat, als er naar nationaliteit gekeken zou zijn, in alle gevallen onoorbaar zou zijn geweest. Dat is dan de volgende vraag. Ik weet wel dat de BRP op dit moment niet meer registreert, dus dat er op dit moment geen nieuwe gegevens naar ons toekomen. Want we hebben, zoals ik het vanochtend begrepen heb van de Belastingdienst, niet dat soort informatie over mensen die er nieuw bijkomen, die geboren worden of Nederlander worden. Ik wil voorzichtig formuleren. Zo denk ik het vanochtend begrepen te hebben, maar ook dat moet onderdeel uitmaken van die onderzoeksvraag.

De voorzitter:
Mevrouw Leijten, uw laatste vraag.

Mevrouw Leijten (SP):
Als je recht hebt op toeslag, en je fraudeert daarmee, dan maakt het niet uit wat je afkomst is. Dan moet de Belastingdienst handelen. En dat zegt de minister eigenlijk ook. Maar nu weten we dat de Belastingdienst nog werkt met oude lijsten. Daarbij zien ze die afkomst wel als relevant, terwijl die nooit relevant is; de fraude is relevant. Kan de minister toezeggen dat hij die lijsten waarop dat nog steeds staat niet meer gebruikt, of dat hij tegen de Belastingdienst zegt: die gebruiken we nu niet meer?

Minister Hoekstra:
Ik ben het met het eerste gedeelte van wat mevrouw Leijten zegt volstrekt eens. Want wat is nou het grote ongemak hier? Dat is dat we het allemaal wél logisch vinden dat er op basis van objectieve criteria wordt gekeken, en dat we vervolgens, als er sprake is van misbruik, willen dat iemand hard wordt aangepakt, ongeacht wat zijn nationaliteit of achtergrond is. Daar zijn we het volgens mij volstrekt over eens. Mevrouw Leijten vraagt nu naar die lijsten. Dat zou ik echt moeten uitzoeken. Ik weet alleen dat de Basisregistratie is aangepast en dat de Basisregistratie dat op dit moment zelf niet meer registreert. Maar nogmaals, dat is mijn begrip op dit moment. Ik kan niet in alle hoekjes van het departement kijken en daar nu klare wijn over schenken. Maar we zullen het wel meenemen in het onderzoek en daar ook de Kamer over berichten.

De voorzitter:
Dank u wel.

Vragen Van der Molen

Vragen van het lid Van der Molen aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, viceminister-president over het bericht dat het ministerie maandenlang niets deed met het boerkaverbod.

De voorzitter:
Dan gaan we nu naar de vraag van de heer Van der Molen namens het CDA aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Ik heet de minister ook van harte welkom. De vraag gaat over het bericht dat het ministerie maandenlang niets deed met het boerkaverbod. Het woord is aan de heer Van der Molen.

De heer Van der Molen (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Het is alweer bijna een jaar geleden dat de Eerste Kamer instemde met wat wij het boerkaverbod noemen: het verbod in scholen, overheidsgebouwen, bij zorginstellingen en in het openbaar vervoer. Dat is er niet voor niets, want het dragen van een boerka past wat het CDA betreft niet bij de vrije Nederlandse samenleving. Het staat symbool voor onvrijheid en het belemmert ook de integratie. Ik viel daarom een halfjaar geleden van mijn stoel toen de burgemeester van Amsterdam zei: ik ga het verbod niet handhaven, want ik vind het niet bij onze stad passen. Een burgemeester die de wet niet wil uitvoeren, is al een slechte zaak. Laat staan dat ze daarmee ook nog zo'n boerka verdedigt.

Maar na een WOB-verzoek van het Algemeen Dagblad blijkt dat ook het ministerie van Binnenlandse Zaken, en daarmee deze minister, allesbehalve haast had om de invoering van het boerkaverbod te regelen. Pas op 1 november 2018, vier maanden nadat de wet was goedgekeurd, ging een ambtenaar op het ministerie aan de slag met gesprekken over invoering en handhaving van het verbod. Deze ambtenaar werkte volgens de krant ook nog halve dagen omdat zij — ik citeer het maar even — "genoeg andere druktes had".

Voorzitter. Dan is de vraag: wat is er inmiddels dan wél gebeurd op het ministerie? Waarom moest hier überhaupt, met zo veel ambtenaren, een aparte ambtenaar voor worden aangenomen? Waarom moest daarop gewacht worden? Maar ook: is die tijd dan wel nuttig besteed? Want zorg, onderwijs, openbaar vervoer wachten op heldere instructies. Als het UWV vervolgens het ministerie vraagt "wat wordt van ons verwacht?", krijgt het het antwoord "in verband met de zomervakanties liggen de activiteiten momenteel even stil". Daar word ik dan ook even stil van. Dus de indruk die de minister op deze manier wekt, is: laat maar waaien. Ik vraag dus ook nog helder aan de minister: heeft deze wet wel prioriteit voor haar? De krant wekt namelijk een andere indruk. Of — dat is de laatste vraag — heeft de minister een hele andere uitleg bij het beeld dat uit de krant naar voren komt?

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan de minister.

Minister Ollongren:
Dank u wel, voorzitter. Dank ook aan de heer Van der Molen, de steller van de vraag naar aanleiding van berichtgeving in het Algemeen Dagblad. De Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding heb ik verdedigd in de Eerste Kamer. Het was een wet van het vorige kabinet, zoals u weet. Deze wet is in juni aangenomen door de Eerste Kamer. Een aangenomen wet moeten we natuurlijk in uitvoering brengen en moet geïmplementeerd worden. Ik heb toen al in de Eerste Kamer gezegd daar minstens zes maanden de tijd voor nodig te hebben vanwege het overleg met sectoren.

De heer Van der Molen heeft in de krant gelezen — en dat klopt ook — dat de implementatie langer heeft geduurd. Uit de informatie uit het WOB-verzoek is ook gebleken dat een deel van de tijd is gaan zitten in het werven van extra inzet voor de implementatie. Ik doe daar niets aan af. Inderdaad, de implementatie kost tijd. Soms gaat die iets langzamer dan je verwacht, dan je wilt en dan je misschien hebt voorzien. Ik voeg daar graag het volgende aan toe. Ik zei al dat er echt tijd voor nodig is om met de koepels en de sectoren overleg te voeren over de implementatie van die wet. Na dat overleg en aan de hand van dat overleg hebben we de definitieve invoeringsdatum met elkaar bepaald op de volgende zomer, dus 1 augustus 2019. Dat is ook met reden. Dat heeft te maken met het onderwijs, dat ertegen opzag om dit gedurende het schooljaar in te voeren. Daarom is er gekozen voor de zomerperiode.

Op de vraag van de heer Van der Molen wat er is gebeurd, heb ik het volgende antwoord. Betrokkene is geworven. Nog veel belangrijker is dat overleg, dat heel zorgvuldig is gebeurd. Hebben de sectoren dan in die tijd wel voldoende antwoord gekregen op hun vragen? We zijn daar nog steeds mee bezig, want het lijkt misschien een overzichtelijke wet, maar het is wel belangrijk dat die sectoren hier zelf mee uit de voeten kunnen. Dat is waar we ook de tijd in hebben geïnvesteerd. Tot slot. We hebben dus gekozen voor een invoeringsdatum waarvan ook de sectoren zeggen dat ze hiermee uit de voeten kunnen.

Voorzitter. Daarmee doe ik niets af aan het feit dat de wet er ligt en dat wetten die worden aangenomen, horen te worden geïmplementeerd. Ik heb dat zorgvuldig proberen te doen. Sterker nog, ik ben er nog steeds mee bezig om dat zorgvuldig te doen, want dat overleg loopt nog. Overigens loopt dat ook nog met politie en OM. Ik ben vol vertrouwen dat als de wet ingaat per 1 augustus aanstaande, dit goed gebeurt.

De heer Van der Molen (CDA):
Voorzitter. Ik wil er niks aan afdoen dat de minister probeert deze wet zorgvuldig uit te voeren. Dat is het minste wat we als Staten-Generaal van de minister mogen verwachten.

Minister Ollongren:
Zeker.

De heer Van der Molen (CDA):
Maar als je jezelf dan in zo'n periode vier maanden de tijd gunt om een ambtenaar te zoeken, ga je ermee akkoord dat dit vertraging oploopt. U geeft aan de Tweede en Eerste Kamer aan een halfjaar nodig te hebben, maar daarvan reserveert u vier maanden om iemand te zoeken. Ik vraag me dan echt af — daar heb ik nog geen antwoord op gekregen, voorzitter — waarom er in zo'n groot ministerie eerst gezocht moet worden naar iemand die dat parttime er even bij kan doen. Volgens mij zit daar dan geen haast in. Als de burgemeester van Amsterdam dan zegt "ik voer het niet uit" en een topambtenaar dan pas vraagt "wil je mij even op een briefje geven wat er de afgelopen periode is gedaan" en de topambtenaar het antwoord "helemaal niks, geloof ik" krijgt, dan heeft de uitvoering van een door de Staten-Generaal aangenomen wet gewoon geen prioriteit gehad. Ik vraag de minister dan ook om daar nog wat nader op in te gaan. Want over die zorgvuldigheid hebben we geen discussie, maar een Kamer mag verwachten dat een wet die aangenomen is, vlot wordt ingevoerd, want de buitenwereld wacht er wel op.

Minister Ollongren:
Zonder meer. Om bij dat laatste aan te sluiten: de Staten-Generaal mag ervan uitgaan dat een wet die wordt aangenomen, wordt ingevoerd. Ik heb bij de behandeling al gezegd dat ik minstens zes maanden de tijd nodig heb. Ik heb dus een waarschuwing gegeven voor de invoeringstermijn. Het is ook nog een feit dat wetten doorgaans ingaan op 1 januari of 1 juli. De verwachting was dus dat 1 januari de eerst denkbare datum was, als we dat zouden kunnen halen. De tweede denkbare datum was de zomer van dit jaar. Die laatste is het geworden.

De heer Van der Molen vraagt ook naar het personeelsbeleid op het ministerie. Ik wil daar niet al te diep op ingaan, maar ik doe er ook niet ingewikkeld over. Het is een feit dat het om allerlei redenen op het punt van het personeelsbeleid nodig was om voor deze specifieke opdracht een specifieke, daartoe toegeruste persoon te werven. Dat is gebeurd. Dat heeft langer geduurd dan ik had gewild, maar dat zijn de feiten. Daar loop ik dus verder niet voor weg.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Van der Molen (CDA):
Ik kan me er iets bij voorstellen, maar tegelijkertijd kan ik me er ook niets bij voorstellen, omdat deze persoon volgens de krant naast het uitvoeren van dit punt in ieder geval "nobelere taken" had. Daar gaat volgens mij het gevoel van uit dat dit geen prioriteit heeft.

Ik zou nog een vervolgvraag willen stellen over de behandeling in de Eerste Kamer. In de Eerste Kamer is er een motie ingediend door het lid Schalk en door nog een aantal andere leden, die u ook gevraagd heeft of we na het aannemen van deze wet zouden kunnen kijken naar de toepassing van zo'n verbod op gelaatsbedekkende kleding bij demonstraties. We hebben dit jaar meegemaakt dat collega Baudet is bedreigd tijdens een demonstratie door een persoon met gezichtsbedekkende kleding. Hoelang moet de Eerste Kamer nog wachten op een antwoord van de minister op de vraag of zij deze maatregelen wenselijk vindt? Het CDA vindt het wel wenselijk om dit verbod uit te breiden tot demonstraties. Ik wil in ieder geval niet dat het antwoord van de minister op dit punt weer vertraging oproept.

Minister Ollongren:
Dat zal ook geen vertraging oproepen. Ik heb de Kamer geïnformeerd, ook in verband met de inwerkingtreding van de wet. Wij hebben daar volgens mij op 3 juli aanstaande een algemeen overleg over. Ik hoop ook de heer Van der Molen dan te zien. Dit heeft dus mijn volle aandacht.

Mevrouw Becker (VVD):
Het gaat hier niet over zomaar iets. Het gaat hier over veiligheid en elkaar kunnen aankijken. Het gaat hier over vrijheid voor heel veel vrouwen die onderdrukt worden. Voor de VVD is het dus heel erg van belang dat dit verbod op gezichtsbedekkende kleding zo snel mogelijk wordt ingevoerd. Burgemeester Halsema heeft in het verleden gezegd: "Wij gaan daar in Amsterdam in ieder geval geen prioriteit aan geven". Toen is namens het kabinet gezegd: "Het is prematuur en ongepast dat Amsterdam dat zegt". Heeft deze minister burgemeester Halsema daar inmiddels al op aangesproken? En kan zij de Kamer voor de zomer wellicht een brief sturen over de uitvoering, zodat de gemeenten en de sectoren het echt gaan doen en zodat we niet achteraf, pas in augustus, horen dat er toch nog wel heel veel bezwaren zijn en dat het misschien nog langer moet duren?

Minister Ollongren:
Een paar dingen. Destijds, toen staatssecretaris Knops hier was om de vragen van uw Kamer te beantwoorden, heeft ook hij al gezegd dat er contact was tussen BZK en de gemeente Amsterdam over deze kwestie. Wat mij betreft is dat dus op dat moment gebeurd en ook besproken en afgehandeld. De invoering per 1 augustus heb ik nu aangekondigd. Daar heb ik uw Kamer een brief over gestuurd. Ik heb ook gezegd dat er nog een aantal zaken loopt om te zorgen voor een zorgvuldige invoering. Ik zei net al dat het gaat over het overleg met de sectoren, maar het gaat ook over het OM en de politie. Het punt is natuurlijk dat, als iemand zich niet houdt aan het verbod, de overtreder in de fout is gegaan. Dat is net zoals bij andere overtredingen, zoals door rood licht rijden of wat dan ook. De sectoren moeten weten hoe te handelen, maar ze zijn uiteindelijk niet de handhavers. Maar ik doe niets af aan datgene wat hier ook namens de VVD wordt gezegd: als er een wet is, dan geldt de wet en als er een verbod is, dan geldt dat verbod. En per 1 augustus geldt deze wet.

De heer Martin Bosma (PVV):
Toen deze minister het afschaffen van het referendum moest doorvoeren, was ze er als de hazen bij om dat te doen. Toen was dat heel snel verdwenen. Met deze wet wordt getalmd en getalmd en getalmd. Er komen excuses naar voren die — laat ik het aardig zeggen — eigenlijk overkomen als rotsmoezen. Er is een ambtenaar die de enige schijnt te zijn die dit kan doen, want "men is bezig met andere, nobelere taken". Dan is er ook het verhaal over het onderwijs. Laat ik dat verhaal er dan eens uit halen. Waarom moeten we in hemelsnaam wachten tot 1 augustus? Dan is het zomervakantie. Het invoeren van het boerkaverbod in het onderwijs is toch heel simpel? Namelijk: meisje, vanaf morgen draag jij geen boerka meer; punt.

Minister Ollongren:
Misschien één correctie op de woorden van de heer Bosma. Volgens mij zei de heer Van der Molen het zojuist ook al zo, maar ik meen dat in het artikel niet staat "nobelere taken" maar "een andere nobele taak". Maar goed, dat is een woordkwestie. Ik zei net dat de sectoren hier goed in moeten worden meegenomen, omdat zij moeten weten hoe ze moeten handelen als het verbod is ingetreden. De onderwijssector heeft gezegd: het is voor ons lastig om gedurende het schooljaar deze aanpassing te doen, want mensen moeten worden geïnstrueerd hoe ze hiermee om moeten gaan. De onderwijssector heeft er een sterke voorkeur om dit te doen in de zomervakantie, zodat het verbod geldt wanneer het nieuwe schooljaar begint. Ik wijs de heer Bosma erop dat dit dus per saldo één maand later is dan het anders was geweest. Normaal gesproken was de wet namelijk op 1 juli ingegaan en niet op 1 augustus, zoals nu het geval is.

De voorzitter:
Dank u wel.

Vragen Sjoerdsma

Vragen van het lid Sjoerdsma aan de minister van Justitie en Veiligheid over onbeantwoorde schriftelijke vragen inzake het bericht dat in 2017 Nederland bijstand verleende aan Nederlandse uitreizigers in Syrië (Vraagnummer 2019Z07000).

De voorzitter:
Dan zijn we nu toegekomen aan de laatste vraag. Dat is de vraag van de heer Sjoerdsma namens D66 aan de minister van Justitie en Veiligheid, die ik ook van harte welkom heet. Deze vraag is toegelaten in verband met onbeantwoorde schriftelijke vragen inzake het bericht dat Nederland in 2017 bijstand verleende aan Nederlandse uitreizigers in Syrië.

De heer Sjoerdsma.

De heer Sjoerdsma (D66):
Voorzitter. Ik stond met mijn oren te klapperen bij het bericht van de NOS van begin april. Nederland had in het voorjaar van 2017 contact met de Turkse en de Koerdische autoriteiten om Nederlandse Syriëgangers gecontroleerd uit het strijdgebied te halen. Daartoe zijn foto's uitgewisseld, om de identiteit te bevestigen, en daartoe is in totaal over vier jihadisten informatie doorgegeven aan de Turkse autoriteiten, omdat ze in de richting van de grens gingen.

Voorzitter. Er is nooit een woord gesproken over deze acties in deze Kamer, hoewel wij hierover regelmatig met deze minister en de minister van Buitenlandse Zaken debatteren en ondanks het feit dat D66 het kabinet in september 2017 expliciet heeft gevraagd wat er nou klopte van de verhalen dat er toch bijstand wordt verleend. Het antwoord drie maanden — drie maanden! — later luidde: "De Nederlandse overheid biedt geen bijstand aan Nederlandse uitreizigers om het strijdgebied te verlaten". Dat lijkt in directe tegenspraak te zijn met de WOB-berichten van de NOS. Ik vraag de minister of het klopt dat Nederland wel degelijk bijstand heeft verleend aan Nederlandse uitreizigers in Syrië. Zo ja, wanneer was dit precies? En ik vraag hem waarom dit niet door de minister is gemeld, ondanks de vele schriftelijke vragen en ondanks de vele debatten daarover met mij en andere collega's in deze Kamer. Klopt het dat de toenmalige minister van Justitie en Veiligheid, Blok, ingreep en het beleid wijzigde naar aanleiding van onze vragen?

Voorzitter. Daarnaast meldt de NOS dat de gehele ambtelijke veiligheidsketen van Buitenlandse Zaken en Justitie en Veiligheid een andere analyse had, namelijk dat het in het belang van de veiligheid noodzakelijk zou zijn om Nederlanders gecontroleerd terug te halen. Waarom vonden zij dat? Kan die analyse met de Kamer worden gedeeld?

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan de minister van Justitie en Veiligheid.

Minister Grapperhaus:
Voorzitter. De heer Sjoerdsma heeft op 8 april 2019 Kamervragen gesteld aan minister Blok en aan mijzelf. Laat ik beginnen met mijn verontschuldigingen voor het feit dat die niet binnen de termijn beantwoord zijn. Ik zeg u bij dezen toe dat ze binnen één week na heden beantwoord zullen zijn. De vragen van het lid Sjoerdsma zien op de vraag of Nederland voor het aantreden van dit kabinet in 2017 bijstand verleende aan Nederlandse uitreizigers. Zoals gezegd zal op dit punt binnen één week worden ingegaan in de beantwoording.

Ik wil in ieder geval duidelijk maken dat door dit kabinet geen bijstand is verleend aan Nederlandse jihadisten om het strijdgebied te verlaten. Ik heb dat bij verschillende gelegenheden mondeling en schriftelijk aan uw Kamer meegedeeld. We halen geen mensen uit strijdgebied terug. Ik heb ook steeds gezegd dat er drie vaste criteria zijn: de veiligheidssituatie in de regio, de diplomatieke betrekkingen en de veiligheid van betrokkenen. We sturen geen mensen naar onveilig gebied om daar jihadisten weg te halen. Bij de afweging die ik maak, kijk ik altijd naar het belang van de nationale veiligheid. En zoals gezegd — daar sluit ik mee af — werken wij echt hard aan een zorgvuldige en volledige beantwoording van de vragen van de heer Sjoerdsma over die periode tot aan dit kabinet.

De heer Sjoerdsma (D66):
Ik dank de minister uiteraard voor het feit dat hij hier vandaag is, en ook voor het feit dat hij de antwoorden binnen een week naar de Kamer gaat sturen. Ik dank de minister ook voor zijn verontschuldigingen. Maar we staan hier natuurlijk omdat die antwoorden er niet zijn. En dat is niet de eerste keer. De vragen waar deze ronde over gaat, zijn al in september 2017 gesteld. Ook toen duurde het drie maanden voordat de antwoorden er waren. Nu zegt de minister: er is geen bijstand verleend. Dat is een categorische ontkenning van hetgeen begin april door de NOS is gebracht. De NOS zei: er zijn foto's uitgewisseld om de identiteit van Nederlandse jihadi's vast te stellen en de Turkse autoriteiten zijn gewaarschuwd dat deze mensen naar de grens gaan, met het oogmerk om dat te faciliteren. Ik wil eigenlijk gewoon die antwoorden. Niet voor niets, zo zou ik ook tegen de Voorzitter willen zeggen, hebben wij artikel 68 van de Grondwet, over de passieve en actieve informatievoorziening. Als dit het beleid was, als dit echt is gebeurd, had de Kamer dat gewoon moeten weten, zo zeg ik tegen de minister. En de Kamer had het niet alleen moeten weten; er is ook zeer vaak naar gevraagd, niet alleen door mijn fractie in deze schriftelijke vragen, maar door alle fracties, van de PVV aan de rechterkant tot aan de Socialistische Partij aan de linkerkant, in schriftelijke vragen en in debatten.

Ik waardeer het dat de minister hier nu staat, maar dat het niet mogelijk is om nu, vandaag, die antwoorden te krijgen, vind ik gewoon niet goed. Ik wil die antwoorden dus en ik wil eigenlijk nog wel meer dan deze minister geeft. Ik wil ook weten — volgens mij kan die vraag prima vandaag worden beantwoord — wanneer die koerswijziging is ingezet en of het bijvoorbeeld klopt dat minister Blok die koerswijziging heeft ingezet naar aanleiding van de vragen die wij hebben gesteld. Dat zijn feitelijke vragen en de antwoorden daarop moeten binnen één dag te achterhalen zijn. Ik had eigenlijk een heel andere tweede termijn voor ogen: inhoudelijk, over wat er is gebeurd. Maar nu moet het procedureel. Ik hoop dat de minister hier wel antwoord op kan geven.

Minister Grapperhaus:
Ik heb gezegd dat door dit kabinet geen bijstand is geleverd aan Nederlandse jihadisten om het strijdgebied te verlaten. Wat ik daar nog meer over heb gezegd, ga ik hier niet herhalen. Ik heb gezegd dat de beantwoording van de vragen van de heer Sjoerdsma die betrekking hebben op de periode voor 26 oktober 2017, binnen één week volgt. Het spijt mij zeer, ook namens collega Blok, dat het niet is gelukt binnen de termijn. Dat moet een uitzondering zijn, maar dat was hier helaas niet anders.

De voorzitter:
Tot slot, meneer Sjoerdsma. U heeft nog 13 seconden.

De heer Sjoerdsma (D66):
Dan ga ik geen vraag stellen, maar ik wil nog wel iets zeggen. Als ook die antwoorden ontoereikend zijn, na zo veel tijd, zal ik naar de Voorzitter kijken. Wellicht kan er dan een brief van de Voorzitter naar het kabinet gaan over de werking van de informatieplicht. Ik snap heel goed dat de minister zegt dat dit kabinet dat beleid niet heeft gehad, maar de vragen zagen natuurlijk op wat het vorige kabinet heeft gedaan. Ook die antwoorden zou ik graag binnen zeer afzienbare tijd krijgen.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Sjoerdsma. Dan ga ik naar de heer De Graaf, namens de PVV.

De heer De Graaf (PVV):
Ik heb ook maar eens wat op een briefje geschreven. Vlak voordat de minister aantrad, hebben wij een probleem gemaakt van het feit dat de minister als privépersoon vond dat jihadisten niet het staatsburgerschap ontnomen moest worden, maar dat ze terug moesten komen naar Nederland. Toen deze minister nog geen minister was, zei hij ook: ik wil met jihadisten in debat; na het afleggen van verantwoording en berechting moet er genade zijn. Dat waren de woorden van de privépersoon Ferdinand Grapperhaus, voordat hij minister werd. Daar maakten wij een probleem van, maar toch werd hij minister. Hij zei: als minister heb ik een andere mening en als privépersoon moet ik mijn mening kunnen geven.

De voorzitter:
En uw vraag is?

De heer De Graaf (PVV):
Nou is het zo dat meneer Sjoerdsma hele terechte vragen heeft gesteld, toen al schriftelijk, met meneer Verhoeven, en nu komt hij erop terug. Ik heb veertien, vijftien maanden geleden een debat aangevraagd over deze kwestie en alles daaromheen.

De voorzitter:
Wat is uw vraag, meneer De Graaf?

De heer De Graaf (PVV):
Voorzitter, de inleiding is nodig, sorry.

De voorzitter:
Nee, echt alleen de vraag.

De heer De Graaf (PVV):
Ja, maar dan wordt de vraag duidelijker. Ik heb daar nog één regel voor nodig. We zien nu eerder de privépersoon Grapperhaus dan de minister Grapperhaus terugkeren aan het front. Die persoon maakt Nederland onveiliger in plaats van veiliger. Mijn vraag daarbij is, na al dat getalm, na al dat zich verschuilen achter zijn drie criteria en toch op de achtergrond opereren om mensen terug te krijgen: wat doet de minister nog op zijn post?

Minister Grapperhaus:
Ik zal de zaak, als u het goedvindt, in overdrachtelijke zin opvatten, want ik weet niet of u erin geïnteresseerd bent om van mij te horen wat ik zoal doe op deze post.

Twee dingen. In de eerste plaats vind ik — dat heb ik altijd gevonden — dat jihadisten streng berecht en bestraft moeten worden. Dat is ook te vinden in het door de heer Graaf aangehaalde stuk. In de tweede plaats heb ik uw Kamer op 21 februari 2019 geïnformeerd over het feit dat de rechtbank van Rotterdam een aantal beschikkingen had afgegeven waarin hij aangaf dat het kabinet de mogelijkheid zou moeten onderzoeken om vrouwelijke jihadisten die op dat moment in Nederland terechtstonden, waar dus een strafrechtprocedure tegen liep, daadwerkelijk voor de Nederlandse rechter te laten verschijnen. In die beschikking heeft de rechtbank ook verwezen naar gesprekken met de Iraakse autoriteiten. Ik neem aan dat dit was, omdat de rechtbank over een Bosatlas beschikte. De regering heeft gezegd dat te zullen onderzoeken, voor zover dat mogelijk is. Teneinde de vertrouwelijkheid van die gesprekken niet te schaden, kan ik niet ingaan op de details van die besprekingen. Dat is al aan de Kamer bericht op 21 februari. Dat weet de heer De Graaf. Dat gebeurde op indringend verzoek van de rechtbank. We zijn nu een maand of drie verder en ik geloof niet dat daar nu erg veel urgentie zit.

De voorzitter:
Goed. Ik ga naar mevrouw Laan-Geselschap namens de VVD.

Mevrouw Laan-Geselschap (VVD):
De minister verwijst inderdaad naar de uitspraak van de rechtbank in januari. Wat ons betreft is die multi-interpretabel en zou een briefje naar Irak voldoende zijn geweest. Wat ons nu nog wel bezighoudt, is de vraag of de minister ons gaat inlichten over alle stappen die hij op dit dossier gaat ondernemen naar aanleiding van deze uitspraak, de vragen van de heer Sjoerdsma en de debataanvraag van de heer De Graaf, die wij zo meteen wederom zullen gaan steunen. Dan zouden wij daar als Kamer nadrukkelijk een uitspraak over kunnen doen. Blijft hij dan in de lijn zoals tot nu toe toegezegd?

Minister Grapperhaus:
Als er door mij, door het kabinet — laat ik daar duidelijk over zijn — op dit dossier of op een ander — maar laat ik het hierop toespitsen — stappen worden gezet, zullen wij de Kamer daar natuurlijk over rapporteren. Dat lijkt mij logisch. Ik geef aan dat je juist om de vertrouwelijkheid en de veiligheid van bepaalde betrokkenen niet in gevaar te brengen, altijd terughoudend bent in de verkenningen die je doet die niets te maken hebben met stappen zetten.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit mondelinge vragenuur. Om 15.00 uur hebben we stemmingen.

De vergadering wordt van 14.52 uur tot 15.00 uur geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

De voorzitter:
We hebben nu een korte regeling van werkzaamheden voor de stemmingen. Ik stel voor zo dadelijk ook te stemmen over de aangehouden motie-Van Rooijen (21501-07, nr. 1586) en de aangehouden motie-Arissen c.s. (25883, nr. 303).

Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Van Eijs namens D66.

Mevrouw Van Eijs (D66):
Voorzitter. Ik verzoek tot uitstel van de stemmingen onder punt 25, over de moties ingediend bij het debat over het lekken van gifgas door chemiebedrijf Chemours, aangezien er nog een brief van de minister moet komen, waarin ze hopelijk meer uitleg geeft. Die zou belangrijk kunnen zijn om te bepalen wat we willen stemmen.

De heer Laçin (SP):
We hebben vorige week het debat gevoerd. Het gaat om het vergunnen van illegale lozingen door een bedrijf. Dat willen wij niet hebben. Ik kan leven met uitstel van één week, met het verzoek dat die brief dan deze week nog komt. Dan kunnen we volgende week stemmen over de moties.

De voorzitter:
Dus u gaat nu akkoord met uitstel.

Mevrouw Van Brenk (50PLUS):
Omdat de minister mijn motie op stuk nr. 132 heeft ontraden, maar via een appje heeft laten weten er toch positief over te adviseren, kan ik er ook mee leven dat we volgende week gaan stemmen.

De voorzitter:
Ik ga de vraag toch anders stellen: wie is tegen uitstel van stemmingen? Oké, dank jullie wel. Dan gaan we niet stemmen over agendapunt 25. Dat gaan we op een ander moment doen.

Mevrouw Van Kooten-Arissen, ik heb u niet op mijn lijst staan, maar goed, u staat bij de interruptiemicrofoon. Gaat uw gang.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (PvdD):
Voorzitter. Nu de moties over Chemours zijn aangehouden, wil ik ook graag mijn motie op stuk nr. 303 (25883) aanhouden.

De voorzitter:
Bij welk agendapunt? 26?

Mevrouw Van Kooten-Arissen (PvdD):
26, stemming over de motie ingediend bij het debat over blootstelling van werknemers en omwonenden aan gevaarlijke stoffen van chemiebedrijf Chemours/DuPont.

De voorzitter:
Even nog een keer het nummer.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (PvdD):
25883, nr. 303.

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Van Kooten-Arissen stel ik voor haar motie (25883, nr. 303) opnieuw aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Dat was al een aangehouden motie, toch? Die wordt weer aangehouden.

Mevrouw Bergkamp.

Mevrouw Bergkamp (D66):
Dank u wel, voorzitter. Wij trekken de motie op stuk nr. 217 (28345), onder punt 15 op de stemmingslijst, de stemmingen over moties ingediend bij het VAO Huiselijk geweld/Kindermishandeling, in.

De voorzitter:
De motie-Bergkamp/Van den Hul op stuk nr. 217 (28345) onder punt 15 wordt ingetrokken.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Onder agendapunt 24, de stemmingen over moties ingediend bij het debat over de lhbti-monitor 2018 en de Nashvilleverklaring, wil ik graag de motie op stuk nr. 311 (30420) aanhouden, zodat ik die kan samenvoegen met de zojuist ingetrokken motie van mevrouw Bergkamp.

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Yeşilgöz-Zegerius stel ik voor haar motie (30420, nr. 311) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Dan gaan we nu naar de stemmingslijst. We beginnen bij agendapunt 3.

Stemmingen

Stemmingen

Stemming brief Onderzoek erf- en schenkbelasting

Aan de orde is de stemming over de brief van het Presidium over een verzoek aan de Algemene Rekenkamer tot onderzoek naar de erf- en schenkbelasting (31066, nr. 481).

De voorzitter:
Ik stel voor conform het voorstel van het Presidium te besluiten.

Daartoe wordt besloten.

Stemming brief Focusonderwerpen voor de verantwoording over het jaar 2019

Aan de orde is de stemming over de brief van de vaste commissie voor Financiën over de focusonderwerpen voor de verantwoording over het jaar 2019 (31865, nr. 135).

De voorzitter:
Ik stel voor conform het voorstel van de vaste commissie voor Financiën te besluiten.

Daartoe wordt besloten.

Stemmingen moties Vliegveiligheid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Vliegveiligheid,

te weten:

  • de motie-Van Raan c.s. over nieuw onderzoek naar het risico op botsingen met vogels (29665, nr. 360);
  • de motie-Van Raan/Kröger over een peerreview van het onderzoek naar botsingen met vogels (29665, nr. 361);
  • de motie-Van Raan/Van Kooten-Arissen over het stoppen van de jacht rond vliegvelden (29665, nr. 362);
  • de motie-Van Raan over het ongeldig verklaren van het Faunabeheerplan Flevoland 2019-2023 (29665, nr. 363);
  • de motie-Paternotte over nieuwe afspraken bij EASA over certificering van vliegtuigtoestellen (29665, nr. 364);
  • de motie-Paternotte/Bruins over evaluatie van de aanbevelingen van de OVV vóór een besluit over de groei van Schiphol (29665, nr. 365);
  • de motie-Laçin c.s. over het luchthavenbesluit opstellen nadat de aanbevelingen van de OVV en het NLR zijn geïmplementeerd (29665, nr. 366);
  • de motie-Laçin over twee grondafhandelaren op Schiphol (29665, nr. 367);
  • de motie-Kröger c.s. over onderzoek naar de implementatie van alle aanbevelingen van de OVV (29665, nr. 368);
  • de motie-Kröger c.s. over een advies van de OVV over de veiligheidsaspecten bij herindeling van het luchtruim (29665, nr. 369).

(Zie vergadering van 14 mei 2019.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Paternotte stel ik voor zijn moties (29665, nrs. 364 en 365) aan te houden. Op verzoek van de heer Van Raan stel ik voor zijn motie (29665, nr. 363) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Van Raan c.s. (29665, nr. 360).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks en de PvdD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan/Kröger (29665, nr. 361).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, de SGP en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

De heer Baudet.

De heer Baudet (FvD):
We waren ook voor de motie op stuk nr. 360 over de vogels.

De voorzitter:
Goed, dan zal deze opmerking in de Handelingen worden opgenomen.

In stemming komt de motie-Van Raan/Van Kooten-Arissen (29665, nr. 362).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Laçin c.s. (29665, nr. 366).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Laçin (29665, nr. 367).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks en de PvdD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kröger c.s. (29665, nr. 368).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kröger c.s. (29665, nr. 369).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Duurzame luchtvaart

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Duurzame luchtvaart,

te weten:

  • de motie-Paternotte/Stoffer over ingroei naar een bijmengverplichting van biokerosine (31936, nr. 597);
  • de motie-Paternotte over heldere milieugrenzen voor de luchtvaart (31936, nr. 598);
  • de motie-Van Raan c.s. over een ambitieuze kerosinetaks (31936, nr. 599);
  • de motie-Van Raan/Kröger over grenswaarden op het gebied van klimaat, leefomgeving en veiligheid (31936, nr. 600);
  • de motie-Van Raan/Kröger over de ondergrens van de bandbreedte van CO2-uitstoot op grote hoogte (31936, nr. 601);
  • de motie-Amhaouch c.s. over elektrisch taxiën (31936, nr. 603);
  • de motie-Laçin c.s. over een nieuw sectorplan met ambitieuze CO2-reductiedoelstellingen (31936, nr. 604);
  • de motie-Laçin c.s. over in de nieuwe Luchtvaartnota alleen plannen opnemen die voor minder CO2-uitstoot zorgen (31936, nr. 605);
  • de motie-Remco Dijkstra over een overzicht van kostenposten voor de afgelopen en komende vijf jaar (31936, nr. 606);
  • de motie-Kröger c.s. over een emissieplafond voor de luchtvaart (31936, nr. 607);
  • de motie-Kröger c.s. over zwavelarme kerosine als norm (31936, nr. 609);
  • de motie-Kröger over een kopgroep vormen voor invoering van kerosineaccijnzen (31936, nr. 610).

(Zie vergadering van 14 mei 2019.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Kröger stel ik voor haar motie (31936, nr. 610) aan te houden. Op verzoek van de heer Van Raan stel ik voor zijn moties (31936, nrs. 599 en 601) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Paternotte/Stoffer (31936, nr. 597) is in die zin gewijzigd en nader gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat innovaties die de luchtvaart aanmerkelijk schoner maken nog lang op zich laten wachten;

constaterende dat de Europese bijmengverplichting van biobrandstoffen positief uitpakt bij wegtransport;

constaterende dat het gebruik van biokerosine in de luchtvaart snel milieuwinst oplevert;

constaterende dat de huidige vliegtuigmotoren nu al een biobrandstofmengsel van 50% kunnen verdragen;

verzoekt de regering zich op Europees niveau in te spannen voor het introduceren van een ingroei naar een bijmengverplichting van biokerosine en (later) ook synthetische kerosine voor de luchtvaart,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 613, was nr. 612 (31936).

De motie-Paternotte (31936, nr. 598) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de luchtvaart in Nederland niet op een gelijkwaardige manier wordt behandeld als andere sectoren;

constaterende dat andere sectoren in Nederland zich duidelijk aan veiligheids- en milieueisen moeten houden;

overwegende dat er al sinds 1999 wordt gesproken door Nederlandse ministers over milieugrenzen;

van mening dat de luchtvaart net zoals andere sectoren behandeld moet worden;

verzoekt de regering om heldere complete milieugrenzen, zoals de emissies van geluid, broeikasgassen en andere schadelijke stoffen, voor de luchtvaart in Nederland op te stellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 614, was nr. 598 (31936).

De motie-Remco Dijkstra (31936, nr. 606) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat door de stijgende CO2-prijs in het ETS-systeem, de stijgende luchthaventarieven, inwerkingtreding van CORSIA en de voorgenomen vliegbelasting een stapeling van tarieven in de luchtvaartsector plaats zal gaan vinden en de kosten voor de Nederlandse luchtvaart hiermee stijgen;

overwegende dat deze stapeling van tarieven de concurrentiepositie van de Nederlandse luchtvaart en hiermee gepaard gaande banen in gevaar kan brengen;

overwegende dat voor het maken van beleid en het bieden van investeringszekerheid het van groot belang is inzicht te hebben in de hoogte en opbouw van de genoemde kosten;

verzoekt de regering de Kamer voor de begrotingsbehandeling in het najaar een duidelijk overzicht te verschaffen van de eerder genoemde kostenposten voor de afgelopen en komende vijf jaar,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 615, was nr. 606 (31936).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

In stemming komt de nader gewijzigde motie-Paternotte/Stoffer (31936, nr. 613, was nr. 612).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze nader gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Paternotte (31936, nr. 614, was nr. 598).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Raan/Kröger (31936, nr. 600).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Amhaouch c.s. (31936, nr. 603).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

De heer Van Raan.

De heer Van Raan (PvdD):
Nu onze motie op stuk nr. 600 is aangenomen, zouden we graag op korte termijn een brief van de regering ontvangen over hoe ze die denkt uit te voeren, omdat die was ontraden.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

In stemming komt de motie-Laçin c.s. (31936, nr. 604).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en de SGP voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Laçin c.s. (31936, nr. 605).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Remco Dijkstra (31936, nr. 615, was nr. 606).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kröger c.s. (31936, nr. 607).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, D66, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kröger c.s. (31936, nr. 609).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Het woord is aan mevrouw Kröger.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. Ik zou heel graag een brief van het kabinet ontvangen over de uitvoering van mijn aangenomen motie op stuk nr. 609 en ook over mijn aangenomen motie op stuk nr. 368 over het vorige onderwerp, vliegveiligheid.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Stemmingen moties Vervuiling van de Waddenzee

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over vervuiling van de Waddenzee als gevolg van het verlies van 291 containers door een vrachtschip,

te weten:

  • de gewijzigde motie-Wassenberg over een gedetailleerde vrachtbrief beschikbaar stellen aan alle betrokken partijen (29684, nr. 182, was nr. 170);
  • de motie-Wassenberg c.s. over criteria op basis waarvan vrachtschepen de toegang tot de zuidelijke route verleend of ontzegd kan worden (29684, nr. 171);
  • de motie-Laçin over een schadefonds waarop bergers en vissers een beroep kunnen doen (29684, nr. 172);
  • de motie-Kröger over aanvullende eisen voor containers met voor het milieu schadelijke stoffen (29684, nr. 173);
  • de motie-Kröger over het evalueren van de huidige regels voor de technische eisen aan containervervoer (29684, nr. 174);
  • de motie-Van Brenk/Moorlag over de vier suggesties van het netwerk van kustgemeenten integraal overnemen (29684, nr. 179);
  • de motie-Moorlag over een fonds voor voorfinanciering van kosten en schade (29684, nr. 180);
  • de motie-Moorlag over een nazorgfonds (29684, nr. 181).

(Zie vergadering van 14 mei 2019.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Kröger stel ik voor haar motie (29684, nr. 173) aan te houden. Op verzoek van mevrouw Van Brenk stel ik voor haar motie (29684, nr. 179) aan te houden. Op verzoek van de heer Wassenberg stel ik voor zijn motie (29684, nr. 171) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de gewijzigde motie-Wassenberg (29684, nr. 182, was nr. 170).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, de SGP en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Laçin (29684, nr. 172).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kröger (29684, nr. 174).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Moorlag (29684, nr. 180).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Moorlag (29684, nr. 181).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemming motie Bouwregelgeving/risicovloeren

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het VAO Bouwregelgeving/risicovloeren,

te weten:

  • de motie-Krol over een pictogram voor vluchtroutes voor mindervaliden (28325, nr. 190).

(Zie vergadering van 13 maart 2019.)

De voorzitter:
De motie-Krol (28325, nr. 190) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de regering belangrijke stappen zet voor het verbeteren van de brandveiligheid van gebouwen alsmede de vluchtroutes voor mindervaliden en ouderen die mogelijk minder mobiel zijn;

overwegende dat het pictogram voor vluchtroutes zoals opgenomen in de NEN-norm 7010 een rennend mannetje toont;

overwegende dat dit pictogram niet volstaat voor vluchtroutes voor mindervaliden en ouderen die mogelijk minder mobiel zijn, die zich mogelijk op andere locaties bevinden dan vluchtwegen voor mensen zonder lichamelijke beperkingen;

overwegende dat er thans nog geen wettelijke eisen bestaan voor vluchtroutes voor mindervaliden en ouderen die mogelijk minder mobiel zijn;

overwegende dat een pictogram specifiek gericht op deze doelgroep een belangrijke meerwaarde kan hebben om te wijzen op dergelijke vluchtroutes;

overwegende dat de regering thans beziet welke wettelijke eisen voor dergelijke vluchtroutes mogelijk zijn;

verzoekt de regering om aan NEN te vragen de voorbereidingen te treffen om in de NEN-norm 7010 een pictogram vast te leggen voor dergelijke vluchtroutes, opdat deze gewijzigde NEN norm in de bouwregelgeving kan worden aangewezen op het moment dat nieuwe wettelijke eisen over vluchtroutes in werking treden,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 197, was nr. 190 (28325).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Krol (28325, nr. 197, was nr. 190).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FvD ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Ouderbetrokkenheid in het onderwijs

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Ouderbetrokkenheid in het onderwijs,

te weten:

  • de motie-Rog c.s. over de samenwerking tussen Ouders & Onderwijs en de ouderverenigingen (35000-VIII, nr. 180);
  • de motie-Rog c.s. over het subsidiebedrag voor de dienstverlening van ouderorganisaties (35000-VIII, nr. 181).

(Zie vergadering van 15 mei 2019.)

In stemming komt de motie-Rog c.s. (35000-VIII, nr. 180).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdD, DENK, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Rog c.s. (35000-VIII, nr. 181).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

De heer Rog?

De heer Rog (CDA):
Ik wilde even kijken wat de uitslag was bij de motie op stuk nr. 181. Helaas is die niet aangenomen, maar de motie op stuk nr. 180 wel. Ik zou graag binnen drie weken van de minister vernemen hoe hij die motie gaat uitvoeren.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Stemmingen moties Onderzoeksvragen vervolgonderzoek naar schaduwonderwijs

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VSO Onderzoeksvragen vervolgonderzoek naar schaduwonderwijs,

te weten:

  • de motie-Westerveld c.s. over tegengaan van ongewenste gevolgen van schaduwonderwijs (31293, nr. 461);
  • de motie-Westerveld c.s. over onderzoeken of scholen schaduwonderwijs stimuleren (31293, nr. 462).

(Zie vergadering van 15 mei 2019.)

In stemming komt de motie-Westerveld c.s. (31293, nr. 461).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld c.s. (31293, nr. 462).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemming motie Asielzoekersscholen leveren komende jaren fors in

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het VSO over het artikel "Asielzoekersscholen leveren komende jaren fors in",

te weten:

  • de motie-Westerveld/Van den Hul over aanbieden van voorschoolse educatie aan vluchtelingenpeuters (27020, nr. 102).

(Zie vergadering van 15 mei 2019.)

In stemming komt de motie-Westerveld/Van den Hul (27020, nr. 102).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Dierproeven

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Dierproeven,

te weten:

  • de motie-Graus/Wassenberg over openbaar maken van het aantal dierproeven per vergunninghouder (32336, nr. 91);
  • de motie-Graus/Wassenberg over afbouwen van de honderdduizenden "proefdieren zonder proef" (32336, nr. 92);
  • de motie-Graus/Wassenberg over inzichtelijk maken hoeveel belastinggeld wordt besteed aan proefdiervrije innovaties (32336, nr. 93);
  • de motie-Graus/Wassenberg over sluiten van het apenproefdiercentrum (32336, nr. 94);
  • de motie-Wassenberg/Graus over een onafhankelijke analyse naar verdergaande reductie van het aantal dierproeven op apen (32336, nr. 97);
  • de motie-Wassenberg/Graus over hoeveel geld de overheid jaarlijks besteedt aan onderzoek met proefdieren (32336, nr. 98);
  • de motie-De Groot over een opvolger van het beleid van verminderen, vervangen en verfijnen (32336, nr. 101);
  • de motie-De Groot over de transitie naar proefdiervrije innovatie bevorderen (32336, nr. 102);
  • de motie-Moorlag over verminderen van het gebruik van proefdieren door prijsprikkels (32336, nr. 103).

(Zie vergadering van 15 mei 2019.)

De voorzitter:
De motie-Graus/Wassenberg (32336, nr. 94) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering, zeker na alle gedane beloften uit de afgelopen decennia, het BPRC (apenproefdiercentrum) in Rijswijk te sluiten en de plusminus 1.400 aapjes in samenwerking met dierenopvangorganisaties te herplaatsen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 105, was nr. 94 (32336).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Graus/Wassenberg (32336, nr. 91).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Graus/Wassenberg (32336, nr. 92).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Graus/Wassenberg (32336, nr. 93).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van het CDA ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Graus/Wassenberg (32336, nr. 105, was nr. 94).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD, de PVV en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Wassenberg/Graus (32336, nr. 97).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Wassenberg/Graus (32336, nr. 98).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-De Groot (32336, nr. 101).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-De Groot (32336, nr. 102).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Moorlag (32336, nr. 103).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Landbouw- en Visserijraad van 14 mei 2019

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VSO Landbouw- en Visserijraad van 14 mei 2019,

te weten:

  • de motie-Ouwehand over zich inzetten voor inwerkingtreding van het bijenrichtsnoer als geheel (21501-32, nr. 1171);
  • de motie-Ouwehand over toelatingen van pesticiden niet automatisch verlengen (21501-32, nr. 1172).

(Zie vergadering van 15 mei 2019.)

De voorzitter:
De motie-Ouwehand (21501-32, nr. 1171) is in die zin gewijzigd en nader gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Europese methoden voor de beoordeling van pesticiden belangrijke risico's voor (wilde, solitaire) bijen en hommels buiten beschouwing laten, waardoor er allerlei middelen zijn toegelaten die zeer schadelijk zijn;

constaterende dat de Kamer diverse moties aannam om de voor bijen zeer giftige pesticiden van de markt te halen;

verzoekt de regering zich in te zetten voor de benodigde aanscherping, en dus voor inwerkingtreding van het bijenrichtsnoer als geheel, inclusief de tests op het gebied van chronische toxiciteit en de gevolgen voor solitaire bijen en hommels, uiterlijk eind 2019,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1175, was nr. 1174 (21501-32).

De motie-Ouwehand (21501-32, nr. 1172) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Europese Commissie voortdurend de toelating van een groot aantal pesticiden automatisch wil verlengen, terwijl de voorgeschreven wetenschappelijke veiligheidstoets niet heeft plaatsgevonden met alle risico's van dien voor bestuivers en andere dieren en de gezondheid van mensen;

constaterende dat de Kamer zich op diverse momenten heeft uitgesproken tegen het op de markt houden van stoffen waarvan bekend is dat ze een grote bedreiging vormen voor de biodiversiteit (in het bijzonder bijen en hommels) of zijn aangemerkt als giftig voor de voortplanting en hormoonverstorend, en dat ook het Europees Parlement een resolutie heeft aangenomen die zegt dat het automatisch verlengen van werkzame stoffen die kankerverwekkend, mutageen en giftig voor de voortplanting zijn, onmiddellijk moet stoppen;

constaterende dat de Europese Commissie met deze automatische verlengingen zonder veiligheidstoets bestaande wetten voor de veiligheid van mens en dier omzeilt;

verzoekt de regering voortaan tegen voorstellen van de Europese Commissie te stemmen voor de automatische verlenging van toelatingen van stoffen waarvan bekend is dat ze een grote bedreiging vormen voor de biodiversiteit (in het bijzonder bijen en hommels) of die kankerverwekkend, mutageen, hormoonverstorend en/of giftig voor de voortplanting zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 1176, was nr. 1172 (21501-32).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

In stemming komt de nader gewijzigde motie-Ouwehand (21501-32, nr. 1175, was nr. 1174).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de PVV en FvD voor deze nader gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Mevrouw Ouwehand?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, ik ben blij. Ik wil heel graag een brief van de minister over hoe zij deze motie gaat uitvoeren, want de discussie over het bijenrichtsnoer loopt nu. Ik wil dus zo snel mogelijk een brief.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

In stemming komt de gewijzigde motie-Ouwehand (21501-32, nr. 1176, was nr. 1172).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de PVV en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Ondernemen en bedrijfsfinanciering

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Ondernemen en bedrijfsfinanciering,

te weten:

  • de motie-Wörsdörfer/Amhaouch over een betaaltermijn van 30 dagen als wettelijke norm (32637, nr. 363);
  • de motie-Amhaouch/Wörsdörfer over de afstemming tussen en de doorwijzing naar de loketten (32637, nr. 364);
  • de motie-Graus over handhaving van de borgstellingskredietregeling voor het mkb (32637, nr. 365);
  • de motie-Graus over terugbrengen van de wettelijke betaaltermijn van 30 dagen naar 15 dagen (32637, nr. 366);
  • de motie-Öztürk over een zo gelijk mogelijk speelveld voor het grootbedrijf en het microbedrijf bij bedrijfsfinanciering (32637, nr. 368);
  • de motie-Öztürk over het zekerhedenrecht meer in balans brengen (32637, nr. 369);
  • de motie-Öztürk over een extra passage over discriminatie in de Gedragscode Kleinzakelijke Financiering (32637, nr. 370).

(Zie vergadering van 15 mei 2019.)

In stemming komt de motie-Wörsdörfer/Amhaouch (32637, nr. 363).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Amhaouch/Wörsdörfer (32637, nr. 364).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Graus (32637, nr. 365).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Graus (32637, nr. 366).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Öztürk (32637, nr. 368).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

De heer Baudet?

De heer Baudet (FvD):
Wij waren tegen bij de vorige motie.

De voorzitter:
Jullie waren tegen. Deze opmerking zal in de Handelingen worden opgenomen.

In stemming komt de motie-Öztürk (32637, nr. 369).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Öztürk (32637, nr. 370).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Huiselijk geweld/Kindermishandeling

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Huiselijk geweld/Kindermishandeling,

te weten:

  • de motie-Van den Hul/Westerveld over het aantal slachtoffers van kindermishandeling in kaart brengen dat geen hulp zoekt (28345, nr. 209);
  • de motie-Van den Hul/Westerveld over het tekort aan opvangplekken in kaart brengen (28345, nr. 210);
  • de motie-Van den Hul c.s. over inzichtelijk maken hoe gendersensitiviteit wordt geborgd in het kabinetsbeleid (28345, nr. 211);
  • de motie-Van den Hul/Westerveld over een nationaal rapporteur huiselijk geweld (28345, nr. 212);
  • de motie-Westerveld/Van den Hul over scholen en leerkrachten faciliteren om kindermishandeling beter te herkennen (28345, nr. 213);
  • de motie-Westerveld over onderzoek naar oplossingen voor het probleem van ouderverstoting (28345, nr. 215);
  • de motie-Bergkamp/Van den Hul over onderzoek naar blootstelling van Nederlandse jongeren aan homogenezingstherapieën (28345, nr. 216);
  • de motie-Bergkamp/Van den Hul over het strafbaar stellen van blootstelling van jongeren aan homogenezingstherapie (28345, nr. 217).

(Zie vergadering van 15 mei 2019.)

De voorzitter:
De motie-Bergkamp/Van den Hul (28345, nr. 216) is in die zin gewijzigd en nader gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Bergkamp, Van den Hul en Özütok, en luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit journalistiek onderzoek is gebleken dat in Nederland "homogenezingsbehandelingen" of "conversietherapieën" aangeboden worden met als doel mensen te "genezen van hun homo- of biseksualiteit";

overwegende dat uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat dergelijke "therapieën" leiden tot permanente (psychische) schade aan jongeren en kwetsbare personen;

spreekt uit dat iemands seksuele geaardheid absoluut niet te "genezen" is;

verzoekt de regering om diepgaand en onafhankelijk te laten onderzoeken in welke mate jongeren en kwetsbare personen in Nederland worden blootgesteld aan "homogenezingsbehandelingen" of "conversietherapieën" en de Kamer daarover voor het einde van het jaar te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 219, was nr. 218 (28345).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

De motie-Bergkamp/Van den Hul (28345, nr. 217) is in die zin gewijzigd en nader gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Bergkamp, Van den Hul en Özütok, en luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat "homogenezingsbehandelingen" of "conversietherapieën" kunnen leiden tot permanente (psychische) schade aan jongeren en kwetsbare personen;

overwegende dat dergelijke "therapieën" niet altijd onder het toezicht van de IGJ vallen;

overwegende dat recent ook andere landen een expliciet verbod op dergelijke "therapieën" hebben ingevoerd of overwegen om schade aan jongeren en kwetsbare personen te voorkomen;

van mening dat jongeren en kwetsbare personen hier niet aan blootgesteld mogen worden en zij in Nederland zichtbaar zichzelf moeten kunnen zijn;

verzoekt de regering om de Kamer medio 2020 een wetsvoorstel te sturen om het blootstellen van jongeren en kwetsbare personen hieraan expliciet strafbaar te stellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 221, was nr. 220 (28345).

Aangezien de nader gewijzigde motie-Bergkamp c.s. (28345, nr. 221, was nr. 220) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van behandeling meer uit.

In stemming komt de motie-Van den Hul/Westerveld (28345, nr. 209).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van den Hul/Westerveld (28345, nr. 210).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van den Hul c.s. (28345, nr. 211).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Hul/Westerveld (28345, nr. 212).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Westerveld/Van den Hul (28345, nr. 213).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de VVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld (28345, nr. 215).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de nader gewijzigde motie-Bergkamp c.s. (28345, nr. 219, was nr. 218).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, het CDA, de PVV en FvD voor deze nader gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

De motie op stuk nr. 217 is toch ingetrokken.

Mevrouw Bergkamp.

Mevrouw Bergkamp (D66):
Voorzitter. Nu onze motie is aangenomen, hoewel ze was ontraden door het kabinet, wil ik heel graag binnen een maand een reactie van het kabinet hoe het deze motie gaat uitvoeren. Dank u wel.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Voorzitter. Ik zou ook graag een brief van het kabinet willen hoe het mijn motie op stuk nr. 215 gaat uitvoeren.

De voorzitter:
Ook nu stel ik voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Stemmingen moties Misstanden in jeugdzorginstellingen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Misstanden in jeugdzorginstellingen,

te weten:

  • de motie-Westerveld over een wensenlijst over minimale faciliteiten in jeugdzorginstellingen (31839, nr. 646);
  • de motie-Westerveld/Kuiken over inspraak van jongeren in hun behandeltraject (31839, nr. 647);
  • de motie-Westerveld/Kuiken over een financiële doorrekening van de actieplannen voor de jeugdzorg (31839, nr. 648);
  • de motie-Kuiken over een doorgroeimodel voor leefgroepen in jeugdzorginstellingen (31839, nr. 650);
  • de motie-Hijink/Westerveld over onderzoeken of de jeugd-ggz vanuit de Zorgverzekeringswet betaald kan worden (31839, nr. 651);
  • de motie-Hijink/Agema over extra budget voor de jeugdzorg (31839, nr. 652).

(Zie vergadering van 15 mei 2019.)

In stemming komt de motie-Westerveld (31839, nr. 646).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Westerveld/Kuiken (31839, nr. 647).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld/Kuiken (31839, nr. 648).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de VVD, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kuiken (31839, nr. 650).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van het CDA ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Hijink/Westerveld (31839, nr. 651).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Hijink/Agema (31839, nr. 652).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemming motie Raad Buitenlandse Zaken d.d. 13 mei 2019

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het VSO Raad Buitenlandse Zaken d.d. 13 mei 2019,

te weten:

  • de motie-Sjoerdsma/Van Helvert over grootschalige corruptie en corruptie binnen overheden onder de sanctiewet laten vallen (21501-02, nr. 2008).

(Zie vergadering van 15 mei 2019.)

De voorzitter:
De motie-Sjoerdsma/Van Helvert (21501-02, nr. 2008) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Sjoerdsma, Van Helvert, Van der Staaij, Voordewind, Ploumen en Van Ojik.

Zij krijgt nr. 2012, was nr. 2008 (21501-02).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Sjoerdsma c.s. (21501-02, nr. 2012, was nr. 2008).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Problemen bij de IND

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Problemen bij de IND,

te weten:

  • de motie-Fritsma over maximaal één aanvraag voor een reguliere verblijfsvergunning (19637, nr. 2494);
  • de motie-Van Ojik/Jasper van Dijk over de doorlooptijden van de verlengde asielprocedure uiterlijk 2020 binnen de wettelijke termijn brengen (19637, nr. 2495) (overgenomen);
  • de motie-Jasper van Dijk/Van Ojik over maandelijks rapporteren over de wacht- en doorlooptijden van asielprocedures (19637, nr. 2496);
  • de motie-Jasper van Dijk over capaciteitsuitbreiding voor maatregelen die extra capaciteit vergen (19637, nr. 2497).

(Zie vergadering van 15 mei 2019.)

De voorzitter:
De fractie van de PVV wordt aantekening verleend tegen de overgenomen motie op stuk nr. 2495 te zijn.

In stemming komt de motie-Fritsma (19637, nr. 2494).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Jasper van Dijk/Van Ojik (19637, nr. 2496).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, de SGP en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Jasper van Dijk (19637, nr. 2497).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en de SGP voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen Machtigingswet oprichting Invest-NL

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Machtiging tot oprichting van de Nederlandse financierings- en ontwikkelingsinstelling Invest-NL (Machtigingswet oprichting Invest-NL) (35123).

(Zie vergadering van 15 mei 2019.)

In stemming komt het amendement-Futselaar (stuk nr. 17, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD, DENK, de PVV en FvD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 17 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Futselaar (stuk nr. 15).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, de PVV en FvD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het amendement-Veldman (stuk nr. 19, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement het andere op stuk nr. 19 voorkomende amendement als aangenomen kan worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Futselaar (stuk nr. 16).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks en DENK voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het amendement-Van der Lee (stuk nr. 9).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en de SGP voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Meneer Van Weyenberg.

De heer Van Weyenberg (D66):
Voorzitter. Mij ontging even of u ons opnoemde net in het lijstje. Mocht dat abusievelijk niet zo zijn, dan hierbij.

De voorzitter:
Bij welk amendement? Dat van de heer Van der Lee op stuk nr. 9, hoor ik. Deze opmerking zal in de Handelingen worden opgenomen.

In stemming komt het amendement-Futselaar (stuk nr. 12).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD, DENK, de PVV en FvD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het nader gewijzigde amendement-Amhaouch/Agnes Mulder (stuk nr. 30) tot het invoegen van een artikel 7a.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit nader gewijzigde amendement met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt het amendement-Futselaar (stuk nr. 13) tot het invoegen van een artikel 14a.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het amendement-Futselaar (stuk nr. 14) tot het invoegen van een paragraaf 4.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD en DENK voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het amendement-Futselaar (stuk nr. 11) tot het invoegen van een hoofdstuk 7a.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de SGP, de PVV en FvD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, excuses. We weten niet of het goed is gegaan, maar we worden geacht tegen het amendement op stuk nr. 19 te hebben gestemd en voor het amendement op stuk nr. 16.

De voorzitter:
Deze opmerking zal in de Handelingen worden opgenomen.

In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van de amendementen-Veldman (stuk nrs. 19, I en II) en het nader gewijzigde amendement-Amhaouch/Agnes Mulder (stuk nr. 30).

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Machtigingswet oprichting Invest-NL

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Machtiging tot oprichting van de Nederlandse financierings- en ontwikkelingsinstelling Invest-NL (Machtigingswet oprichting Invest-NL),

te weten:

  • de motie-Van der Lee c.s. over een focus op investeringen in de energie- en klimaattransitie in de beginfase van Invest-NL (35123, nr. 21);
  • de motie-Van der Lee c.s. over het proactief informeren van de Kamer (35123, nr. 22);
  • de motie-Amhaouch/Agnes Mulder over periodiek en integraal rapporteren over de doeltreffendheid van het instrumentarium (35123, nr. 23);
  • de motie-Amhaouch/Agnes Mulder over een meer richtinggevend wegingskader (35123, nr. 24);
  • de motie-Moorlag/Van der Lee over het publieke belang borgen in het investerings- en financieringsbeleid (35123, nr. 25);
  • de motie-Moorlag/Van der Lee over het investeringsresultaat van Invest-NL mede beoordelen op basis van de Monitor Brede Welvaart (35123, nr. 26);
  • de motie-Veldman over aan Invest-NL opdragen om het mkb te versterken (35123, nr. 28).

(Zie vergadering van 15 mei 2019.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Amhaouch stel ik voor zijn motie (35123, nr. 24) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Moorlag/Van der Lee (35123, nr. 25) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat Invest-NL uit publieke middelen financiering gaat verstrekken;

overwegende dat het daarom vanuit het publieke belang primair bedoeld is voor financiering aan organisaties die maatschappelijk verantwoord ondernemen en compliant handelen, onder meer door het naleven van wetgeving en het hanteren en respecteren van internationale standaarden voor maatschappelijk verantwoord ondernemen;

verzoekt de regering dit publieke belang te borgen in het investerings- en financieringsbeleid van Invest-NL, waarbij het aan Invest-NL is om proportionaliteit en doelmatigheid in acht te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 31, was nr. 25 (35123).

De motie-Veldman (35123, nr. 28) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Invest-NL zowel het ondersteunen van risicovolle activiteiten van ondernemingen op het gebied van grote transitieopgaven, als het versterken van het mkb, inclusief start-ups, en doorgroeien van scale-ups naar grotere ondernemingen tot taak heeft;

overwegende dat het mkb de ruggengraat van de Nederlandse economie is;

verzoekt de regering om Invest-NL het indringende advies mee te geven om het versterken van mkb-ondernemingen die marktbreed actief zijn — inclusief start-ups en het doorgroeien van scale-ups naar grotere ondernemingen — al vanaf de startfase van Invest-NL een belangrijke taak te laten zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 32, was nr. 28 (35123).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Van der Lee c.s. (35123, nr. 21).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Lee c.s. (35123, nr. 22).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Amhaouch/Agnes Mulder (35123, nr. 23).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Moorlag/Van der Lee (35123, nr. 31, was nr. 25).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Mevrouw Agema.

Mevrouw Agema (PVV):
Ik zat te dromen, voorzitter.

De voorzitter:
Geeft niet.

Mevrouw Agema (PVV):
Wij zijn tegen.

De voorzitter:
Dat is ook weleens mooi. De motie blijft aangenomen, maar uw opmerking zal in de Handelingen worden opgenomen.

(Hilariteit)

In stemming komt de motie-Moorlag/Van der Lee (35123, nr. 26).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Veldman (35123, nr. 32, was nr. 28).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdA ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemming motie Eurogroep/Ecofin-Raad

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het VAO Eurogroep/Ecofin-Raad,

te weten:

  • de motie-Van Rooijen over een voorstel waarbij niet wordt gekort op opgebouwde pensioenrechten (21501-07, nr. 1586).

(Zie vergadering van 19 maart 2019.)

De voorzitter:
De heer Van Rooijen verzoekt om een hoofdelijke stemming over zijn motie op stuk nr. 1586.

In stemming komt de motie-Van Rooijen (21501-07, nr. 1586).

Vóór stemmen de leden: Buitenweg, Tony van Dijck, Emiel van Dijk, Gijs van Dijk, Jasper van Dijk, Diks, Ellemeet, Fritsma, Futselaar, Geleijnse, Van Gerven, De Graaf, Graus, Helder, Hiddema, Hijink, Van den Hul, De Jong, Karabulut, Van Kent, Kerstens, Van Kooten-Arissen, Kops, Kröger, Krol, Kuiken, Kuzu, Kwint, Laçin, Van der Lee, Leijten, Madlener, Maeijer, Marijnissen, Markuszower, Edgar Mulder, Nijboer, Van Nispen, Van Ojik, Ouwehand, Özdil, Öztürk, Özütok, Ploumen, Popken, Van Raak, Van Raan, Renkema, Van Rooijen, De Roon, Smeulders, Snels, Van der Staaij, Stoffer, Thieme, Wassenberg, Van Weerdenburg, Westerveld, Wilders, Van Aalst, Agema, Alkaya, Arib, Asscher, Azarkan, Baudet, Beckerman, Beertema, Bisschop, Martin Bosma, Van Brenk en Bromet.

Tegen stemmen de leden: Van Dam, Diertens, Dijkhoff, Pia Dijkstra, Remco Dijkstra, Dik-Faber, Drost, Van Eijs, El Yassini, Geluk-Poortvliet, Van Gent, Geurts, De Groot, Groothuizen, Van Haersma Buma, Van Haga, Rudmer Heerema, Pieter Heerma, Van Helvert, Koerhuis, Koopmans, Kuik, Laan-Geselschap, De Lange, Van der Linde, Lodders, Von Martels, Van Meenen, Middendorp, Van der Molen, Agnes Mulder, Anne Mulder, Nijkerken-de Haan, Omtzigt, Paternotte, Peters, Raemakers, Rog, Ronnes, Arno Rutte, Schonis, Segers, Sienot, Sjoerdsma, Slootweg, Sneller, Tellegen, Tielen, Van Toorenburg, Veldman, Verhoeven, Voordewind, Aukje de Vries, Weverling, Van Weyenberg, Wiersma, Van Wijngaarden, Wörsdörfer, Van 't Wout, Yeşilgöz-Zegerius, Ziengs, Aartsen, Amhaouch, Azmani, Becker, Belhaj, Van den Berg, Bergkamp, Den Boer, Van den Bosch, Bosman, Bouali, Bruins en Bruins Slot.

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met 72 stemmen voor en 74 stemmen tegen is verworpen.

Stemmingen Wet herwaardering strafbaarstelling actuele delictsvormen

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van onder meer het Wetboek van Strafrecht in verband met de herwaardering van de strafbaarstelling van enkele actuele delictsvormen (herwaardering strafbaarstelling actuele delictsvormen) (35080).

(Zie vergadering van 16 mei 2019.)

In stemming komt het amendement-Van Nispen/Jasper van Dijk (stuk nr. 11, I) tot het invoegen van een onderdeel Aa.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, de PVV en FvD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 11 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het nader gewijzigde amendement-Van Wijngaarden/Groothuizen (stuk nr. 21).

De voorzitter:
Ik constateer dat dit nader gewijzigde amendement met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Groothuizen c.s. (stuk nr. 20).

De voorzitter:
Ik constateer dat dit gewijzigde amendement met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Van Toorenburg/Groothuizen (stuk nr. 15).

De voorzitter:
Ik constateer dat dit gewijzigde amendement met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van het nader gewijzigde amendement-Van Wijngaarden/Groothuizen (stuk nr. 21), het gewijzigde amendement-Groothuizen c.s. (stuk nr. 20) en het gewijzigde amendement-Van Toorenburg/Groothuizen (stuk nr. 15).

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

De fractie van de PVV wordt aantekening verleend dat zij geacht wenst te worden tegen artikel II, onderdeel B, van het wetsvoorstel te hebben gestemd.

Stemmingen moties Wet herwaardering strafbaarstelling actuele delictsvormen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van onder meer het Wetboek van Strafrecht in verband met de herwaardering van de strafbaarstelling van enkele actuele delictsvormen (herwaardering strafbaarstelling actuele delictsvormen),

te weten:

  • de motie-Van Nispen/Jasper van Dijk over de term "seksuele gerichtheid" (35080, nr. 16);
  • de motie-Van Wijngaarden/Groothuizen over erkenning voor mensen die hulpverleners helpen (35080, nr. 17);
  • de motie-Van Wijngaarden/Van Toorenburg over in kaart brengen van de aanpak van dierenextremisme (35080, nr. 18);
  • de motie-Van Wijngaarden/Groothuizen over opvragen van de verklaring omtrent het gedrag (35080, nr. 19).

(Zie vergadering van 16 mei 2019.)

De voorzitter:
Aangezien de motie-Van Wijngaarden/Groothuizen (35080, nr. 19) is ingetrokken, maakt zij geen onderwerp van behandeling meer uit.

Ik geef gelegenheid tot het afleggen van een stemverklaring vooraf.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. De Partij voor de Dieren wijst alle geweld af, tegen mensen en tegen dieren. Tegen beide moet worden opgetreden. De motie van VVD en CDA over de actie in Boxtel op stuk nr. 18 neemt echter een voorschot op de rechtsgang. De motie gaat uit van een veroordeling. Dat is in onze rechtsstaat niet aan de politiek maar aan de rechter. Daarbij heeft de minister van Justitie de Kamer gisteren al een aanvullende aanpak gestuurd, waardoor deze motie ook nog eens overbodig is. Wij stemmen dus tegen deze motie, maar kijken uit naar een soortgelijke aanpak van wetsovertredingen in de veehouderij.

Dank u wel.

In stemming komt de motie-Van Nispen/Jasper van Dijk (35080, nr. 16).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Wijngaarden/Groothuizen (35080, nr. 17).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Wijngaarden/Van Toorenburg (35080, nr. 18).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PvdD ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Lhbti-monitor 2018 en Nashvilleverklaring

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de lhbti-monitor 2018 en over de Nashvilleverklaring,

te weten:

  • de motie-Özütok c.s. over beter borgen van de positie van Roze in Blauw (30420, nr. 306);
  • de motie-Bergkamp c.s. over de belemmeringen van transgenderpersonen op de arbeidsmarkt (30420, nr. 307);
  • de motie-Bergkamp c.s. over de inzet van gespecialiseerde rechercheurs bij discriminatie (30420, nr. 308);
  • de motie-Bergkamp/Yeşilgöz-Zegerius over het naleven van het Coman-arrest (30420, nr. 309);
  • de motie-Van den Hul c.s. over een leerlijn lhbti-discriminatie ontwikkelen (30420, nr. 310);
  • de motie-Van Kooten-Arissen c.s. over de regenboogvlag op een jaarlijks terugkerend moment in de plenaire zaal (30420, nr. 312);
  • de motie-Jasper van Dijk over de passage dat onderwijsbestuurders zich verre moeten houden van discriminerende uitlatingen (30420, nr. 313).

(Zie vergadering van 16 mei 2019.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Jasper van Dijk stel ik voor zijn motie (30420, nr. 313) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Özütok c.s. (30420, nr. 306) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Özütok, Van den Hul, Krol, Van Kooten-Arissen en Bergkamp, en luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het Roze in Blauwnetwerk als vangnet voor lesbiennes, homo- en biseksuelen en transgenders zowel binnen als buiten het politiekorps van grote waarde is;

overwegende dat Roze in Blauw nu vooral een intern netwerk is en zo wordt gezien binnen de nationale politie;

overwegende dat Roze in Blauw een grotere rol zou kunnen vervullen bij het bijstaan van slachtoffers van lhbti-geweld en discriminatie doordat zij bekend zijn met en worden vertrouwd door de doelgroep;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe de positie van Roze in Blauw beter geborgd kan worden in de politieorganisatie, waarbij ook gekeken wordt naar de rechtspositie van het netwerk,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. 314, was nr. 306 (30420).

De motie-Bergkamp c.s. (30420, nr. 308) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Bergkamp, Den Boer, Özütok en Van den Hul. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 315, was nr. 308 (30420).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Özütok c.s. (30420, nr. 314, was nr. 306).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bergkamp c.s. (30420, nr. 307).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Mevrouw Özütok.

Mevrouw Özütok (GroenLinks):
Nu mijn motie (30420, nr. 314, was nr. 306) over Roze in Blauw is aangenomen, verzoek ik het kabinet om een brief te sturen over de uitvoering van de motie.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

In stemming komt de gewijzigde motie-Bergkamp c.s. (30420, nr. 315, was nr. 308).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de ChristenUnie en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bergkamp/Yeşilgöz-Zegerius (30420, nr. 309).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD en het CDA voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Hul c.s. (30420, nr. 310).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Kooten-Arissen c.s. (30420, nr. 312).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS en D66 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de stemmingen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:
Aan de orde is de regeling van werkzaamheden.

Ik deel aan de Kamer mee dat de fractie van het CDA de heer Pieter Heerma tot haar fractievoorzitter heeft gekozen.

(Applaus)

De voorzitter:
Nu komt de heer Heerma binnen. U heeft het gemist, meneer Heerma! Nog een keer!

(Applaus)

De voorzitter:
Op verzoek van een aantal leden stel ik voor de volgende door hen ingediende moties opnieuw aan te houden: 35000-VI-41; 35148-10; 35000-J-25; 35000-A-48; 35000-A-46; 35000-A-14; 35000-A-12; 32852-68; 28089-83; 25422-236; 23645-678; 23645-677; 23645-676; 34775-XVI-99; 32813-134; 29614-81; 25883-303; 35000-J-19; 35000-J-18; 27625-462; 27625-461; 21501-32-1047; 32813-312; 32813-310.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan de heer Wilders namens de PVV. Gaat uw gang.

De heer Wilders (PVV):
Voorzitter. Aanrandingen, pogingen tot moord, geweldpleging. Het zijn allemaal serieuze criminele daden die door asielplegers zijn gepleegd en die onder het tapijt zijn gemoffeld. Daarom heb ik vorige week een hoofdelijke stemming aangevraagd om daar heel snel over te debatteren. Dat voorstel is toen verworpen. Maar nu net, vanmorgen, hebben wij een brief gekregen van staatssecretaris Harbers waarin hij ook toegeeft dat de zaken onder het tapijt zijn gemoffeld en waarin hij zelf ook zegt dat hij graag verantwoording aan de Kamer aflegt, het liefst vandaag nog. In de media staat zelfs dat hij van plan is om af te treden. Dat lijkt mij allebei een goed idee, dus ik stel u voor om dit debat vanmiddag nog, anders uiterlijk vanavond, in te plannen.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Voorzitter. Ik heb het debat aangevraagd en ik heb gezegd dat ik het debat meteen wilde doen zodra de brief binnen was. Dus wat mij betreft doen we het direct na de regeling.

Mevrouw Marijnissen (SP):
Voorzitter, steun voor het verzoek. Wij willen ook graag het verzoek doen om de minister-president erbij te vragen, omdat dit de zoveelste VVD'er is voor wie de waarheid slechts een optie blijkt en omdat wat ons betreft ook de rol van de minister-president als personeelschef van dit kabinet in dit debat ter sprake zal komen.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Voorzitter. Ik wil weten waarom dit zo mis heeft kunnen gaan, dus ik steun het debat. Het moet zo snel mogelijk plaatsvinden, dus vandaag.

De voorzitter:
Mevrouw Marijnissen voegde ook nog de mp daaraan toe, mevrouw Kuiken. Nee? Oké.

De heer Bisschop (SGP):
Steun voor het verzoek. Het lijkt mij goed om dat zo snel mogelijk te doen. Wat mij betreft hoeft de premier er niet bij te zijn.

De heer Krol (50PLUS):
Ook graag zo snel mogelijk en wat mij betreft ook met de minister-president.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (PvdD):
Steun voor het verzoek, met de minister-president.

De heer Groothuizen (D66):
Voorzitter, steun voor het verzoek. Wat mij betreft is de komst van de minister-president niet noodzakelijk.

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Voorzitter. Het debat kunnen we met de staatssecretaris doen. Steun voor het verzoek van mevrouw Van Toorenburg en meneer Wilders.

De heer Kuzu (DENK):
Voorzitter. Ik had het debat het liefst morgenavond gehad, zo rond 22.00 uur, en met de minister-president. Maar ik zie de meerderheid van de Kamer. Laten we het met de minister-president doen, vandaag nog.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Steun voor het verzoek van collega Wilders, voorzitter.

Mevrouw Becker (VVD):
Voorzitter, steun voor het verzoek. Vandaag, zo snel mogelijk nog, het debat met de staatssecretaris.

De heer Hiddema (FvD):
Steun.

De voorzitter:
U heeft een meerderheid om het debat vandaag te houden, een halfuurtje na de regeling. We hebben ook vanavond het Verantwoordingsdebat, dus ik wil ook kijken of er na het debat hierover behoefte is om aansluitend daaraan het Verantwoordingsdebat te houden of dat we kijken naar een ander moment. Dat wil ik ook even vragen en dat geef ik bij dezen even mee. We gaan het organiseren. Dank u wel, meneer Wilders.

Dan ga ik nu naar mevrouw Ouwehand namens de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, even kijken of ik de aandacht van de collega's kan krijgen!

De voorzitter:
Nou, ik denk dat ik de veroorzaker ben omdat ik vroeg of zij kunnen nadenken over het debat vanavond met de minister-president en de minister van Financiën. Dus ze zijn aan het overleggen. Even kijken.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Wat zullen we doen?

De voorzitter:
Wat zullen we doen? Ik vind het wel mooi om te aanschouwen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik ook.

De voorzitter:
Ja.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Op zich is het een mooi rustmoment.

De voorzitter:
Zijn jullie eruit, heren? Ja?

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Het zijn allemaal mannen, observeer ik vanaf deze plek.

De voorzitter:
Oké, ze zijn eruit. Dan hoor ik wie de woordvoerder is namens jullie allemaal. De heer Van 't Wout.

De heer Van 't Wout (VVD):
Ik weet nog niet helemaal of ik namens iedereen kan spreken, maar ik hoorde in ieder geval veel mensen hetzelfde zeggen als ik, namelijk dat het Verantwoordingsdebat wat ons betreft prima naar volgende week zou kunnen.

De voorzitter:
Oké. U wilde het steunen, meneer Van Raan?

De heer Van Raan (PvdD):
Nee, voorzitter.

De voorzitter:
Dat dacht ik al.

De heer Van Raan (PvdD):
Ik wilde even melden dat ik het heel graag door wil laten gaan.

De voorzitter:
Goed, maar een meerderheid is het met elkaar eens om het volgende week te houden. Dan is dat ook helder. Nu wil ik alle aandacht voor mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Ik heb een beetje een ingewikkeld verzoek. We spreken vanmiddag met de minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over de RBZ die maandag plaatsvindt. Vanwege een onderwerp dat op de agenda van de Raad staat, wil ik daarover deze week sowieso een VAO en stemmingen. Maar morgenochtend begint om 09.30 uur — Londense tijd, gelukkig; dat is 10.30 uur Nederlandse tijd — een vergadering van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling. Daar staat op de agenda een lening van 100 miljoen aan de Oekraïense kippenfabrikant MHP. We hebben daar vragen over gesteld, maar pas afgelopen vrijdag kregen we antwoord, negen weken na de indiening van de vragen. Er was dus geen gelegenheid om daar eerder over te spreken. Daarom zou ik heel graag vanavond in aansluiting op het AO het VAO doen, zodat we hierover een motie kunnen indienen. Dan is er een Kameruitspraak voordat het besluit morgen valt.

De voorzitter:
Dus eigenlijk zegt u: vanavond een VAO en aansluitend daarop de stemmingen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ja, dat zeg ik.

De voorzitter:
Ik denk dat het u vrijstaat om een VAO aan te vragen, maar voor de planning en zeker de stemming vanavond ga ik eerst naar de heer Bouali.

De heer Bouali (D66):
Voorzitter. Mevrouw Ouwehand zei het zelf al: dit is een ingewikkeld voorstel. Mevrouw Ouwehand dient altijd ingewikkelde voorstellen in. Dit staat niet op de agenda van de RBZ. De EBRD-beslissing is in een ambtelijk overleg dat morgen plaatsvindt en dat géén onderdeel is van de Europese Unie. Dus geen steun van D66.

Mevrouw Diks (GroenLinks):
Wel steun voor dit verzoek.

De heer Van Haga (VVD):
Geen steun namens de VVD. Wij gaan niet echt over EBRD. Een VAO is prima, maar dan gewoon volgende week. Dan gaan we er tegen die tijd over stemmen.

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Geen steun, voorzitter.

De heer Alkaya (SP):
Voorzitter. Het is wat onorthodox, want het staat inderdaad niet op de agenda, maar omdat het niet anders kan, wil ik het bij uitzondering vandaag toch steunen.

De heer Amhaouch (CDA):
Een VAO is goed, maar dat hoeft niet per se vandaag en dat geldt zeker voor de stemming.

De heer Bisschop (SGP):
Geen steun.

Mevrouw Dik-Faber (ChristenUnie):
Voorzitter. Een VAO is goed, maar dat hoeft niet vandaag.

Mevrouw Van Weerdenburg (PVV):
Vanwege het onderwerp, waar we het hartgrondig mee eens zijn, wel steun.

De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, mevrouw Ouwehand.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nee, dat betekent dat voor dit onderwerp, dat niet op de Raadsagenda staat, de minister van Buitenlandse Handel wel instructies moet geven aan de Nederlandse bewindvoerder daar. Maar dan blijft staan dat over een onderwerp dat wel op de Raadsagenda staat, namelijk de handelsovereenkomst tussen de Europese Commissie en de Latijns-Amerikaanse landen, morgen gestemd moet worden. Een VAO inclusief stemmingen moet dus sowieso toch nog morgen plaatsvinden. Ik vind het eigenlijk heel raar dat de Kamer zichzelf de mogelijkheid ontneemt om ook nog iets te vinden over die lening aan MHP. Maar tegen een VAO inclusief stemmingen over de Raad kan geen bezwaar zijn, want dat is gewoon een goed gebruik in deze Kamer. Dat moet dan morgen.

De voorzitter:
Dat is een ander type verzoek, want uw eerste verzoek ging over vanavond. Daar heeft u geen meerderheid voor. Morgen gaan we dus kijken. Dank u wel.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Nee, voorzitter.

De voorzitter:
Ik ga geen discussie beginnen, mevrouw Ouwehand, want dit is de derde of vierde keer dat we hierover praten en ik moet u eerlijk zeggen dat ik een beetje ben afgehaakt. Maar de woordvoerders kunnen u heel goed volgen en die hebben aangegeven dat ze daar geen behoefte aan hebben.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Maar dat ging over vanavond.

De voorzitter:
Ja, dat klopt.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Ik wil u dus vragen of een VAO inclusief stemmingen morgen dan wel doorgaat, want eigenlijk wordt in zo'n geval nooit aan de Kamer gevraagd of die het daarmee eens is. Dat is gewoon standaardpraktijk voordat er een Raad plaatsvindt. Ik zou het dus vreemd vinden als dat nu wordt afgeserveerd.

De voorzitter:
Nee, dat wordt helemaal niet afgeserveerd, want de Raad is maandag. Uw vraag is dus om morgen gewoon een VAO te houden.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Inclusief stemmingen.

De voorzitter:
Inclusief stemmingen. Heeft iemand bezwaar tegen stemmingen morgen? Dit is wel gebruikelijk.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Donderdag vergaderen we niet. Dat zeg ik tegen mevrouw Agema. Dan stemmen we voor het Europees Parlement. Dus morgen? Moet ik dan terugkomen naar de regeling?

De voorzitter:
Nee, het is vrij gebruikelijk en er is niemand die daar bezwaar tegen heeft gemaakt. Dus we gaan morgen gewoon stemmen.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Dank u wel.

De voorzitter:
Graag gedaan.

De heer De Graaf namens de PVV.

De heer De Graaf (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ik richt wederom mijn verzoek aan de Kamer om het debat over terugkeerjihadisten zo spoedig mogelijk in te plannen. We hebben er in het vragenuur al kort met de minister van Justitie en Veiligheid over gesproken. De Kamer mag nu heel blij zijn dat er na een heel lange tijd antwoord komt op de vragen van D66. We springen natuurlijk een gat in de lucht.

De voorzitter:
Het gaat om een bestaand debat, hè?

De heer De Graaf (PVV):
Ik zou het kort willen toelichten, voorzitter. Het probleem is nu — dat is al de hele tijd de reden waarom ik hier zo achteraan zit en hier zo bovenop zit — dat zonder enige controle van de Kamer de minister op de achtergrond al een hele tijd bezig is om terroristen en hun gevolg naar Nederland te halen. En hij maakt Nederland al onveiliger.

De voorzitter:
Het is duidelijk.

De heer De Graaf (PVV):
We moeten daar snel over spreken. We moeten dat als Kamer kunnen controleren, voorzitter.

De voorzitter:
Helder. Uw verzoek is duidelijk. Het verzoek is gewoon om een staand debat zo snel mogelijk in te plannen.

De heer De Graaf (PVV):
Het liefst volgende week.

De voorzitter:
Het liefst volgende week. Het is inderdaad heel belangrijk om dat erbij te zeggen. Mevrouw Kuiken namens de PvdA.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Ik zie wat dralen, maar ik wil — waarschijnlijk om andere redenen — het debat en het verzoek om het snel te doen, steunen.

De voorzitter:
Volgende week, zei de heer De Graaf.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Graag.

Mevrouw Laan-Geselschap (VVD):
De nationale veiligheid staat voorop, dus wederom steun voor dit verzoek.

De voorzitter:
En wanneer, mevrouw Laan-Geselschap?

Mevrouw Laan-Geselschap (VVD):
Dat is volgens mij aan u als voorzitter.

De voorzitter:
Nee, nee.

Mevrouw Laan-Geselschap (VVD):
Meneer De Graaf zegt: zo snel mogelijk en bij voorkeur volgende week. Maar volgens mij ligt het besluit bij de Griffier. En dit is al een paar keer gevraagd.

De voorzitter:
Nee hoor, het is echt aan de meerderheid. Als de meerderheid zegt "we willen het volgende week", dan gaan we gewoon kijken hoe we dat kunnen plannen. Als u zegt dat het over twee weken kan, dan doen we dat ook.

Mevrouw Laan-Geselschap (VVD):
Interessant, maar dan volg ik de heer De Graaf: volgende week.

De heer Bisschop (SGP):
Inderdaad, de bespreking van dit onderwerp heeft enige urgentie. Wat mij betreft moet dit zo snel mogelijk. Dat betekent dus uiterlijk volgende week.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Wat mij betreft ook zo snel mogelijk. En anders hebben we altijd nog een AO staan, volgens mij op 26 juni. Maar alles wat het eerder kan, is beter.

De voorzitter:
Dus ook volgende week is voor u geen probleem.

De heer Paternotte (D66):
Het is goed dat onze vragen eindelijk beantwoord zijn. Het debat kan volgende week plaatsvinden.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):
Ik steun het debat.

De heer Drost (ChristenUnie):
Ook steun.

De voorzitter:
U heeft een meerderheid, meneer De Graaf.

De heer De Graaf (PVV):
Dank, allemaal.

De voorzitter:
Daar gaan we in de planning dus rekening mee houden. Mevrouw Van den Berg namens het CDA. U wilt een VSO?

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Ja, maandag moet de staatssecretaris naar Brussel toe, dus ik zou graag een vooraankondiging doen van een VSO inclusief stemmingen deze week.

De voorzitter:
Oké. Dat is dan morgen.

Dan ga ik naar mevrouw Westerveld namens GroenLinks.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Voorzitter. Vanochtend hoorden we het bericht dat mogelijk 20.000 leerlingen een verkeerd toetsadvies hebben gekregen. Dat is uiteindelijk ook van invloed op hun advies voor het vervolgonderwijs. Ik denk dat ouders, leerlingen, leerkrachten en schoolleiders daar nog veel meer van geschrokken zijn. Ik zou willen verzoeken om daar binnen twee weken een debat over te hebben met de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs. Wellicht kunnen we bij dat debat ook een eerder debat betrekken dat we al zouden houden, namelijk een algemeen overleg over de overgang tussen het primair en het voortgezet onderwijs. Dat hebben we toen niet ingepland, maar het lijkt me verstandig om dat hierbij te betrekken. Hopelijk kunnen we dan binnen twee weken een debat inplannen.

Mevrouw Van den Hul (PvdA):
Van harte steun voor het verzoek van mijn collega Westerveld en ook voor het daarbij betrekken van het thema "overgang van p.o. naar vo", dat inderdaad is uitgesteld. Deze zorgen moeten we zo snel mogelijk wegnemen, dus van harte steun.

De heer Beertema (PVV):
Steun, voorzitter.

De heer Van Meenen (D66):
Voorzitter. Ik ben het niet eens met het tweede deel van het verzoek ...

De voorzitter:
Ja, ik zag u kijken.

De heer Van Meenen (D66):
... want het lijkt me heel slecht om dat te combineren. Dit is op zichzelf staand. Dat moeten we scheiden. Ik zou eigenlijk willen zeggen dat het deze week nog gehouden moet worden. We kunnen wel "binnen twee weken" zeggen, maar de onrust is er nu. En als we er al iets van vinden ...

De voorzitter:
En met deze week bedoelt u morgen?

De heer Van Meenen (D66):
Precies. Vandaag mag ook nog.

De voorzitter:
Want we hebben morgen tot 17.30 uur de tijd en donderdag is een Kamervrije dag in verband met de verkiezingen.

De heer Van Meenen (D66):
17.30 uur, zei u? Stoppen we dan?

De voorzitter:
Ja, zoiets. Dan moeten we stoppen. Dat moet wel.

De heer Van Meenen (D66):
Nou ja, daar zit nog heel wat tijd voor. Ik ben er.

De voorzitter:
Ik ook, hoor. Goed.

De heer Kwint (SP):
Voorzitter. Mij is nog niet helemaal duidelijk welke extreme onzekerheid wij nu voor leerlingen weg kunnen nemen door hier morgen over te debatteren. Ik heb daar geen bezwaar tegen. Sowieso steun voor het debat, omdat het toch wel echt heel ernstig is dat kinderen en hun ouders nu zo in onzekerheid zitten.

De heer Bisschop (SGP):
Steun voor het verzoek. Wat mij betreft hoeft het niet halsoverkop. Als het over twee weken kan, is dat prima. De combinatie met dat andere AO is prima.

De voorzitter:
Ik ga niet over AO's, algemene overleggen, maar goed. Dan de heer Rudmer Heerema namens de VVD.

De heer Rudmer Heerema (VVD):
Voorzitter, steun voor het debat. Ik heb alleen een hele andere tijdlijn in mijn hoofd. Volgens mij kunnen wij als Kamer op korte termijn heel weinig doen. Ik had willen meegeven dat het wat mij betreft ruim voor het afnemen van de volgende eindtoets moet plaatsvinden en dat is ergens volgend jaar maart.

De voorzitter:
U snapt het, meneer Rog? Ja? U bent het ...?

De heer Rog (CDA):
Ik ben het eens met het verzoek dat mevrouw Westerveld hier neerlegt. Dus dat debat moet er komen. Ik ben het niet eens met de termijn die zij eraan koppelt.

De heer Bruins (ChristenUnie):
Voorzitter, steun voor het debat. Inderdaad, het neemt niets weg van de onrust als wij er als Kamer over debatteren, dus er is geen haast bij. Ik wil sowieso eerst een gedegen brief en een analyse van wat er gebeurd is. Dus liever dat dan gillende haast.

De voorzitter:
Mevrouw Westerveld, u heeft wel een meerderheid voor het houden van een debat, maar geen meerderheid om het deze week te doen.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Voorzitter, ik vroeg ook niet deze week. Ik zei "binnen twee weken", juist vanwege de verkiezingen. Het is wel zo dat scholen, ouders en leerlingen nu in flinke onzekerheid zitten. Ik begrijp dat het niet op de heel korte termijn kan, maar ik wil dan wel verzoeken om het debat niet helemaal onder aan de lijst te plaatsen, want dan is het wellicht niet voor volgend jaar maart.

De voorzitter:
Het is echt de meerderheid die daarover gaat. Dat weet u. Er zijn ook heel veel belangrijke onderwerpen op de lijst. Toch, meneer Van Meenen? Dank u wel. Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van deze regeling van werkzaamheden.

De vergadering wordt van 16.10 uur tot 16.45 uur geschorst.

Overzicht van geregistreerde incidenten in de Rapportage Vreemdelingenketen

Overzicht van geregistreerde incidenten in de Rapportage Vreemdelingenketen

Aan de orde is het debat over het overzicht van geregistreerde incidenten in de Rapportage Vreemdelingenketen.

De voorzitter:
Aan de orde is het debat over het overzicht van geregistreerde incidenten in de Rapportage Vreemdelingenketen. Ik heet de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van harte welkom en geef mevrouw Van Toorenburg als eerste spreker namens het CDA het woord.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Voorzitter. Enige tijd geleden, in 2017, werden we geconfronteerd met een WODC-rapport waaruit bleek dat het met de aard en de omvang van criminaliteit gepleegd door asielzoekers wel meeviel. Het rapport kreeg de titel mee: Van perceptie naar feit. Maar helaas, die conclusie bleek niet gerechtvaardigd. Allerlei aspecten waren namelijk buiten beschouwing gelaten. Dat gaf ons geen fraai beeld.

We hebben er een aantal keren over gesproken. En de toezegging van de zijde van het kabinet was helder: voortaan zou transparant, eerlijk en volledig worden gecommuniceerd over delicten waarmee asielzoekers in verband worden gebracht. Mooi, dachten we nog. Het is immers van groot belang dat we het debat over asielzoekers voeren op basis van feiten, open en eerlijk. Het asieldebat is een beladen debat. Draagvlak is hierbij het sleutelwoord. Wanneer mensen het gevoel krijgen dat feiten worden achtergehouden en zaken worden verdoezeld, smelt het draagvlak als sneeuw voor de zon.

Voorzitter. Helaas staan wij hier vandaag opnieuw, omdat opnieuw niet helder, volledig en duidelijk is gecommuniceerd over strafbare feiten waarmee asielzoekers in verband worden gebracht. Integendeel. Bij het opstellen van de rapportage vreemdelingen werd nota bene onderkend dat deze rapportage tekortkomingen bevatte, maar desondanks is gerapporteerd zoals is gerapporteerd. De vraag is: waarom toch? Waarom voelt men op dit departement de druk om dat zo te doen? Waarom schreef men doelbewust de ernstigste delicten weg onder de noemer "overig", waardoor het beeld ontstond dat het met de delicten gepleegd door asielzoekers wel mee zou vallen?

De staatssecretaris schrijft dat er geen aanwijzingen zijn dat dit met een bewuste bedoeling is gebeurd, maar hij geeft niet aan waarom die beslissing wel is genomen. Wij moeten dat weten. Wij moeten kunnen begrijpen wat hier heeft gespeeld. Uit de brief van de staatssecretaris maakt mijn fractie op dat ook hij hier heel erg ongelukkig mee is. Ik lees zijn behoefte om hier in de Kamer oprecht verantwoording over af te leggen. Ruimhartig stel ik hem daartoe in de gelegenheid.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Wilders namens de PVV.

De heer Wilders (PVV):
Mevrouw de voorzitter. Na het bonnetje van Teeven hebben we nu het lijstje van Harbers. Andere hoofdrolspelers, maar dezelfde praktijken. Bestuurd door VVD- en CDA-maffiosi laat het zogenaamde ministerie van law-and-order maar weer eens zien waar het echt goed in is. Misleiding, bedrog, manipulatie: alles wordt uit de kast getrokken om onwelgevallig nieuws te verhullen. Ditmaal moest Nederland worden voorgelogen over de werkelijke staat van de asielindustrie, want de heilige graal van de Europese Unie, de open grenzen, moet natuurlijk koste wat kost worden beschermd. Cijfers werden daarom weggemoffeld en statistieken vakkundig opgepoetst. 4.600 delicten door asieltuig is natuurlijk ook geen mooi visitekaartje voor dit multicultikabinet.

Voorzitter. Staatssecretaris Harbers zond Nederland daarom enkel een top tien van asielcriminaliteit, met daarin de meest voorkomende vergrijpen, zoals winkeldiefstal, bedreiging en vernieling. Maar achter dat rookgordijn van het kopje "overig" verborg hij de gruwelijke realiteit: duizend gevallen van onder andere kindermisbruik, poging tot moord, misschien ook wel moord, en aanranding. Je zal maar slachtoffer zijn van zo'n aanranding of verkrachting, je zal maar nabestaande zijn van zo'n vermoord slachtoffer, je zal maar moeder zijn van een misbruikt kind, en dan zien dat het misdrijf dat je leven heeft verwoest door de staatssecretaris wordt verdoezeld onder het kopje "overig", omdat de verdachte een asielzoeker is. Dat is met geen pen te beschrijven. Informatie over de veiligheid van de inwoners van ons land wordt in de doofpot gestopt. Dat is een schandelijke en schaamteloze misleiding, een minachting van de Nederlandse burger, een dolksteek in de rug van de slachtoffers en nabestaanden.

Maar daar bleef het niet bij. Terwijl het ministerie al weken dondersgoed bekend was met de ware ernst van de asielcriminaliteit, stond de staatssecretaris afgelopen vrijdag voor de camera van RTL Nieuws de zaak doodleuk te bagatelliseren. Het zou gaan om een "klein groepje raddraaiers"; een klein groepje raddraaiers zou wat overlast veroorzaken. Daarmee heeft hij bewust verhuld dat het geen raddraaiers zijn. Het zijn mensen die moorden en mishandelen, die meisjes en vrouwen hebben aangerand. Het is pure misleiding om ze "raddraaiers" te noemen terwijl het eigenlijk gaat om verkrachters en moordenaars.

De lange arm van de politieke maffia die blijkbaar aan de knoppen zit op het door en door verrotte ministerie van Justitie en Veiligheid reikt ook tot hier, in de Tweede Kamer, want de regeringspartijen hebben er vorige week alles aan gedaan om dit debat over de verkiezingen heen te tillen, om het niet deze week maar volgende week te houden. O wee dat Nederland voor de verkiezingen weet waar de asielindustrie van de VVD en hun vriendjes toe leidt. Dat we hier vandaag toch staan, komt niet omdat de coalitiepartijen tot de ingeving kwamen dat het verdoezelen van cijfers niet lukt, maar komt omdat het gaat om de veiligheid van ons land en de staatssecretaris in de problemen is gekomen.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Ik hecht er toch wel aan op te merken dat wij hier vorige week zelf het debat hebben aangevraagd. Dat heeft de heer Wilders al niet eens gedaan. Wij hebben het debat aangevraagd en hebben ook direct aangegeven dat wij zodra er een brief was, het debat wilden voeren. Dat zijn ook in dit geval de feiten. Wanneer de heer Wilders spreekt over "laten we het over feiten hebben" zou het hem sieren dat dit ook hier het geval is.

De heer Wilders (PVV):
Nee, dat is niet het geval. De feiten zijn dat er vrijdagavond een brief kwam, dat er donderdag, vrijdag een brief kwam. Toen in een keer stond op het conceptschema voor deze week een debat hierover. Naar ik heb begrepen zijn het de coalitiepartijen geweest die dat achter de schermen via de Griffie van de conceptagenda hebben gefietst. Waarschijnlijk bent u dat zelf geweest.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Dit is nu juist het onderwerp van het debat, namelijk dat we het daar over moeten hebben en niet over verdachtmakingen en niet over het wegpoetsen. Dus wat wij als CDA hebben gedaan met steun van de Kamer is het debat aanvragen. Dat is niet de heer Wilders geweest, dat waren wij. Vervolgens hebben we aangegeven dat we een brief wilden hebben met een duiding van hoe dit fout heeft kunnen gaan. Die brief kregen we vandaag en daarover hebben we nu het debat.

De heer Wilders (PVV):
Nee, opnieuw een leugen van het CDA. Die brief lag er vrijdag al en u heeft ervoor gezorgd dat hoewel het op het conceptschema is gekomen, het ervan af is gefietst omdat de CDA-droom van de multiculturele samenleving in duigen viel. Dank je wel, CDA!

Voorzitter. Waarom debatteren wij dan nu? Nogmaals, omdat de staatssecretaris in de problemen is gekomen. Hij kon het niet langer verhullen. Hij heeft er vandaag zelf op aangedrongen om met de Kamer te debatteren. Als er één ministerie is dat de laatste jaren toch wat lessen had moeten trekken uit al die politieke rookgordijnen, al die stukken die er onder het tapijt zijn geveegd, dan is het wel het ministerie van Justitie. Ze hebben er werkelijk niets van geleerd. Waarschijnlijk zijn ze nu weer een bewindspersoon kwijt. En terecht, want de staatssecretaris heeft de Kamer onvolledig geïnformeerd over wandaden van gelukszoekers in Nederland die massaal, meer dan duizend keer misdrijven hebben gepleegd van aanranding tot moord. En als je dat niet meldt, dan moet je opstappen. Ik stel ook voor dat u dat doet. En als u dat niet uit uzelf doet, dan zal ik daar een motie toe indienen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Kuiken namens de PvdA.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Voorzitter. We hebben hier te maken met een groep criminele asielzoekers die voor heel veel onveiligheid zorgt. Een groep bovendien die het kabinet niet het land uit krijgt. Als dat het geval is, als dat zorgt voor onveiligheid, dan moet je daar eerlijk over zijn, want als je dat niet doet, dan voed je eigenlijk alleen maar meer het gevoel van onveiligheid en het wantrouwen. Vooral nu blijkt dat het ministerie ook intern is gewaarschuwd, is dat heel ernstig. En het is niet de eerste keer dat er dingen worden verdoezeld of achtergehouden bij het ministerie van Justitie. En dat maakt dat we de nodige vragen hebben waarom het keer op keer zo mis kan gaan.

Voorzitter. In zijn brief schrijft de staatssecretaris dat er bij de besprekingen is gesignaleerd dat er categorieën niet goed waren en dat er problemen uit zouden voortkomen. Mijn vraag is heel concreet: is dat met de staatssecretaris zelf besproken of zijn dat anderen om hem heen geweest die dat hebben besproken? Heeft de staatssecretaris gehoord dat dit een overweging is geweest in zijn finale afweging en heeft hij zelf die afweging niet gemaakt? Het is immers niet de eerste keer dat de Kamer heel bewust gevraagd heeft om openbaarheid en transparantie van die cijfers als het ging over zware delicten in relatie tot asielzoekers. Er moest toch wel een bel gaan rinkelen?

Voorzitter. Ik neem het zo hoog op, omdat het niet de eerste keer is dat informatie op dit departement verdoezeld, niet juist, half wordt weergegeven. Het is niet voor niets dat er al eerder op dit departement bewindspersonen zijn gestruikeld. Elke keer wordt er beterschap beloofd. Wat maakt nu dat dat niet gebeurt? Wat maakt nu dat men keer op keer op deze wijze de fout in gaat? Wat maakt dat het zo mis kan gaan en dat er niet van wordt geleerd? Wie of wat houdt dat tegen? En wie of wat kan ervoor zorgen dat dit niet meer gebeurt?

Voorzitter. Mijn laatste vraag is net zo relevant op de inhoud. Waarom lukt het ons niet om transparant en eerlijk te zijn over de cijfers als het gaat over criminele asielzoekers? En waarom lukt het ook niet om ze het land uit te krijgen, ondanks alle stoere praat en ondanks alle serieuze woorden?

Voorzitter, ik rond af. Wij moeten er in ons land op kunnen vertrouwen dat de bestuurders eerlijk tegen ons zijn, ook als de waarheid af en toe wat ongemakkelijk is. Want doen we dat niet, dan voedt dat het gevoel van onveiligheid en dan voedt dat het gevoel van wantrouwen. En vertrouwen komt te voet, en gaat te paard.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Groothuizen namens D66.

De heer Groothuizen (D66):
Voorzitter, dank u wel. Ik respecteer het dat de staatssecretaris hier vandaag verantwoording aflegt, want dat is nodig. Het thema asiel ligt heel gevoelig, en criminaliteit door asielzoekers is daarvan misschien wel de overtreffende trap. Voor veel Nederlanders voelt dat toch alsof er een gast wordt binnengelaten, die vervolgens misbruik maakt van die gastvrijheid.

Voorzitter. Hoe kan het dan dat bij zo'n gevoelig onderwerp de staatssecretaris de plank zo misslaat bij het informeren van de Kamer? Juist deze staatssecretaris beloofde volledige openheid en transparantie — en terecht, na de vele affaires op zijn ministerie in het verleden. Maar hoe verhoudt die belofte van volledige openheid en transparantie zich dan tot wat hier is gebeurd? Hoe kan het dat als het doel volledige openheid is, registraties van ernstige misdrijven onder het kopje overig terechtkomen? Hoe kan het dat De Telegraaf meerdere malen moet aandringen om openheid te krijgen? Hoe kan het dat cruciale en gevoelige informatie wordt achtergehouden door de eigen ambtenaren van de staatssecretaris op het ministerie? En hoe kan het dat nu blijkt dat er wel degelijk signalen waren dat de weergave van cijfers in de vreemdelingenrapportage tot vragen en opmerkingen zou kunnen leiden, maar dat daar niets mee is gedaan? En waarom werd de schuld direct naar de politie geschoven? Op al deze punten graag een reactie van de staatssecretaris.

Voorzitter. Wat dit alles nog veel schrijnender maakt, is dat het ministerie van Justitie niet voor het eerst onder vuur ligt: keer op keer fouten die VVD-bewindspersonen de kop hebben gekost, en keer op keer beloftes dat het in de toekomst beter gaat door meer openheid en meer transparantie. Maar opnieuw is het resultaat dat ongewenste feiten, de realiteit, zijn weggemoffeld. Wat zegt dat over de cultuur op het ministerie van Justitie en Veiligheid? "JenV Verandert", zoals het veranderprogramma zo hoopvol heette. Het lijkt er absoluut niet op. Wat doet het kabinet, zo vraag ik de staatssecretaris, om te voorkomen dat we hier binnenkort opnieuw staan en de volgende bewindspersoon op Justitie onder vuur ligt? Graag ook hierop een reactie van het kabinet.

Voorzitter. Dan wil ik nog een ander punt maken. D66 staat voor het opvangen van vluchtelingen. Echte vluchtelingen die bescherming nodig hebben, bieden wij een veilige plek. Daar hebben ze namelijk recht op. Ik heb mij de afgelopen dagen dan ook gestoord aan de berichtgeving. Er werden grote woorden gebruikt over gegevens die vaak niet zo eenduidig zijn of waar een complexe wereld achter schuilgaat. De nuance tussen registratie en schuldig is wat D66 betreft fundamenteel in onze rechtsstaat. Ik ben er ten diepste van overtuigd dat te weinig nuance geen recht doet aan het complexe migratievraagstuk noch aan de complexiteit van onze rechtsstaat.

Meer nog heb ik mij gestoord aan het gemak waarmee mensen niet worden aangesproken op hun individuele handelen, maar op hun lidmaatschap van een groep. En laat ik daarover heel duidelijk zijn: voor D66 is dat niet aanvaardbaar. Als mensen strafbare feiten plegen, moet de politie ze opsporen, en dan kan het Openbaar Ministerie vervolgen en de zaak voorleggen aan de rechter. Het is aan de overheid om eerlijk en transparant daarover te zijn. En het gebeurt dat asielzoekers strafbare feiten plegen — daar moeten niet voor weglopen. Maar ik weiger een hele groep negatief weg te zetten, omdat sommigen uit die groep verkeerde dingen doen. Dat druist wat mij betreft in tegen alles waar Nederland voor staat.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel.

De heer Wilders (PVV):
Ik zou de meneer van D66 iets willen vragen. Is dat nou niet het gevolg van uw Europese sprookje, uw sprookje van de Europese Unie, waarin al die gelukszoekers en profiteurs maar binnen mogen komen? We hebben gezien hoe massaal dat de afgelopen jaren is gebeurd. En ja, enkelen? Dat is bijna net zo erg als het woordje "raddraaiers" van de staatssecretaris. Het gaat over honderden, over duizenden gevallen. Daar zitten mensen tussen die hebben aangerand, gemoord, poging tot moord hebben gedaan, mensen zwaar hebben mishandeld, openlijke geweldpleging hebben gedaan, winkeldiefstal hebben gepleegd met geweld. Dat is allemaal het gevolg van uw Europese sprookje. Die open grenzen van u hebben geleid tot dit soort ellende voor de Nederlandse burger in de buurt van de azc's, die u met een D66-stempel met trots heeft opgericht. Bent u nou niet in staat om te erkennen dat dat multiculturele drama van u, dat sprookje, nu in duigen is gevallen en dat we daarvan af moeten? We moeten Nederland weer van ons laten zijn en we moeten die gelukszoekers wegsturen.

De heer Groothuizen (D66):
Het was een lang verhaal, maar het antwoord is kort: nee. Het migratievraagstuk is complex, maar ik denk dat de enige manier waarop we dat in goede banen kunnen leiden, juist Europese samenwerking is. Juist als we Europees samenwerken, kunnen we dit vraagstuk aan en kunnen we het op een goede manier oplossen. Mijn partij staat voor iets heel anders dan de partij van de heer Wilders, die precies doet wat ik net in mijn eerste termijn heb gezegd, namelijk mensen over een kam scheren en ze met allerlei onheuse bejegeningen het predicaat "fout" toekennen. Daar pas ik voor.

De heer Wilders (PVV):
Zei de collega van D66 nu "op een goede manier oplossen"? Dit is het gevolg van uw oplossing. De afgelopen zes jaar zijn er onder leiding van premier Rutte — hij is er nu niet — een half miljoen niet-westerse allochtonen binnengekomen. Er zijn honderdduizenden asielzoekers. Dit jaar en vorig jaar nog waren het er tussen de 30.000 en 40.000. Uw Europese project, uw project van de Europese Unie — zo moet ik het zeggen — is een drama! Het maakt Nederland onveilig en zorgt dat onze dochters worden verkracht en dat onschuldige mensen worden vermoord. Dat zijn uw asielzoekers! Het zou u sieren als u zou zeggen: dat is mislukt, dat ga ik niet meer doen. Maar u zegt klaarblijkelijk: laten we het daar niet over hebben; kom maar binnen; pas maar op, Nederlanders, want jullie gaan eraan. D66 staat niet voor de veiligheid van de Nederlanders, maar staat voor al die gelukszoekers uit de wereld. U bent geen knip voor de neus waard.

De heer Groothuizen (D66):
De heer Wilders heeft slecht geluisterd naar mijn betoog. D66 staat ervoor dat we mensen die in hun eigen land worden vervolgd of die moeten vluchten voor oorlogsgeweld, hier een goed tehuis bieden en hier op een passende manier opvangen. En ja, het komt ook voor dat mensen die hier asiel aanvragen, strafbare feiten plegen. Daar moeten we tegen optreden. Maar ik weiger te doen alsof iedereen die hier asiel vraagt, strafbare feiten pleegt. Dat is gewoon permanente onzin.

De heer Wilders (PVV):
Een ander punt. U zei net ook dat u vindt dat er hard tegen moet worden opgetreden. Als dat nou nog op z'n minst het geval was! Maar dat is ook niet het geval. Van die 4.600 gevallen van zware criminelen, die de meest erge misdrijven plegen, van aanranders tot moordenaars, van mensen die openlijk geweld plegen tot noem maar op, zijn er 5 uitgezet; één handvol. Van die 4.600 zijn er 5 uitgezet. Weet u waarom er maar 5 zijn uitgezet? Omdat allerlei Europese regels verbieden dat we mensen die criminaliteit hebben gepleegd, uitzetten naar het land van herkomst. Dus waar Europa ervoor heeft gezorgd dat die gasten allemaal binnenkomen en onze dochters en vrouwen kunnen verkrachten, zorgt Europa er ook nog eens voor dat we hen niet uit mogen zetten en niet weg mogen sturen. U bent knettergek!

De heer Groothuizen (D66):
Wederom slaat de heer Wilders de plank mis. Als hij de moeite neemt om naar Ter Apel te gaan, kan hij daar een gevangenis bezoeken waar heel veel vreemdelingen zitten. Er worden dus wel degelijk heel veel vreemdelingen die strafbare feiten plegen, veroordeeld in dit land, soms zelfs tot hele lange gevangenisstraffen. De heer Wilders zegt dat het uitzetbeleid de achilleshiel is van ons vreemdelingenbeleid. Dat ben ik met hem eens. Dat is heel erg ingewikkeld. Soms zijn er goede redenen voor dat het heel ingewikkeld is, maar daar moeten we heel hard aan werken.

De voorzitter:
Tot slot op dit punt, de heer Wilders.

De heer Wilders (PVV):
Ik hoor ontzettende onzinverhalen. Moeten wíj daar heel hard aan werken? Dat komt door Brussel! Ik heb het er niet over dat ze hier in Nederland naar de gevangenis gaan. Ik weet zeker dat 99% van de Nederlanders, ook de D66-achterban, vindt dat moordende en verkrachtende asielzoekers ons land uit moeten worden gestuurd. Je hebt echt je verblijf in Nederland verprutst als je dat doet. U zegt wel dat we het moeten aanpakken, maar juist Europa zorgt ervoor dat we ze niet kunnen uitzetten. Het zijn Europese regels die dat niet toestaan, zoals het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en Europese verordeningen. Wees dus een vent en zeg gewoon dat Europa ervoor heeft gezorgd dat ze hiernaartoe komen en dat Europa er ook voor heeft gezorgd dat we ze niet weg kunnen sturen. We zitten opgezadeld met al die gasten dankzij D66.

De heer Groothuizen (D66):
Het blijft een beetje een onzinbetoog van de heer Wilders. Het ontnemen van de verblijfstitel aan vluchtelingen is mogelijk als ze strafbare feiten hebben gepleegd. Dat past ook keurig binnen de Europese regelgeving. De heer Wilders verwijst terloops nog even naar het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Als wij mensen terug zouden sturen naar een land waar ze het risico lopen dat ze bijvoorbeeld worden opgehangen, ja, dan staat het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dat terugsturen in de weg. Daar ben ik eerlijk gezegd trots op, omdat ook voor mensen die ernstige strafbare feiten plegen bepaalde basale rechten gelden.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Groothuizen. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Ojik namens GroenLinks.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Voorzitter, dank u wel. Het is denk ik nog niet zo heel vaak voorgekomen dat een bewindspersoon op een persconferentie voorafgaand aan een Kamerdebat de verwachting uitspreekt dat dit weleens zijn laatste debat zou kunnen zijn. We hebben in de loop der jaren allerlei varianten van aftreden meegemaakt: aftreden buiten de Kamer, aftreden met een verklaring voorafgaand aan een debat in de Kamer, aftreden na een debat in de Kamer. Maar deze variant kende ik nog niet en daar gaat mijn eerste vraag over aan de staatssecretaris. Heeft hij überhaupt nog de wil of de verwachting om zijn termijn af te maken of is hij los van de uitkomst van dit debat sowieso van plan om af te treden? Als hij tot de zware kwalificatie komt van dit debat — en dat heeft hij vanmiddag kennelijk gedaan — waarom dan precies nu? Dat is mijn tweede vraag. Vorige week wist ook deze staatssecretaris immers al dat informatie waarvan hij zelf vond dat die naar de Kamer had moeten gaan, niet naar de Kamer is gegaan of anders gezegd onder een categorie "overig" is weggemoffeld. Dus ik ben heel benieuwd waarom de staatssecretaris precies vandaag, na de reconstructie waar hij het over heeft, tot de conclusie is gekomen dat dit wellicht zijn laatste debat zal zijn.

Voorzitter. Het is duidelijk dat er met de politieke antenne op het ministerie van Justitie en Veiligheid iets grondig mis is. Het is denk ik ook nog nooit eerder voorgekomen dat in een periode van ongeveer vier jaar vier bewindslieden in zulke grote politieke problemen werden gebracht dat ze uiteindelijk moesten aftreden, doordat er met de politieke antenne van het ministerie waarvoor zij verantwoordelijk waren iets grondig mis was. Ik denk niet dat dat in de Nederlandse politieke geschiedenis eerder is voorgekomen. De vraag is natuurlijk welke conclusie wij hieruit trekken en welke conclusie de staatssecretaris hieruit trekt als het gaat om de cultuurverandering en de kwaliteitsverbetering op het ministerie waarvoor hij verantwoordelijk is.

Mevrouw de voorzitter. Het siert overigens deze staatssecretaris dat hij niet alleen de volledige politieke verantwoordelijkheid neemt voor wat er op zijn ministerie misgaat, maar dat hij ook de informatiepositie van deze Kamer kennelijk zo zwaar laat wegen en zo serieus neemt dat hij — daar heeft hij althans tijdens de persconferentie over gespeculeerd — bereid is de zwaarste politieke conclusie die denkbaar is te trekken.

Voorzitter. Wie in Nederland bescherming verlangt, hoort zich fatsoenlijk te gedragen en onze gastvrijheid niet te belonen met wangedrag en het daarmee te verpesten voor de overgrote meerderheid van mensen die in Nederland asiel vraagt en die bescherming echt nodig heeft. De woorden die collega Groothuizen daar zojuist over sprak, zijn mij in dat verband uit het hart gegrepen.

Klopt het, zo zou ik de staatssecretaris willen vragen, dat mijn indruk juist is dat het vaak vooral gaat om asielzoekers uit zogenoemde veilige landen die deze grote misstappen begaan? Van die mensen zou je kunnen zeggen dat ze misschien niet zo veel te verliezen hebben. Ze hebben hier geen recht op bescherming en zouden eigenlijk moeten worden uitgezet, maar dat lukt dan om allerlei redenen niet. Ze zouden daarom deze misstappen begaan. Klopt dat? Misschien kan de staatssecretaris ons vertellen wat er op zijn ministerie de laatste tijd gebeurd is om de kans dat dit soort mensen misdaden plegen te verkleinen.

Voorzitter, ik rond af. Het is van groot belang dat we eerlijk zijn over de overlast en de misdaden die gepleegd worden door asielzoekers. Het heeft geen enkele zin om die onder het tapijt te vegen. Problemen moet je oplossen en niet wegmoffelen. We hopen dat de staatssecretaris, deze of zijn opvolger, daar snel stappen in kan gaan zetten.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Jasper van Dijk namens de SP.

De heer Jasper van Dijk (SP):
Voorzitter. De Kamer is vorige week onvolledig geïnformeerd door het ministerie van Justitie en Veiligheid. Er is informatie onder de pet gehouden door in een rapport over criminaliteit onder asielzoekers zware misdrijven onder de categorie "overig" te verbergen. Dat is een ernstige fout, want het gaat om veiligheid voor het personeel, maar ook voor de samenleving. Het ministerie vond het niet nodig om deze cijfers openbaar te maken. Het gaat onder andere om moord en doodslag, verkrachting en seksueel misbruik. Zelfs na waarschuwingen hield uw ministerie vol: dit hoeft de Kamer niet te weten. Dat valt niet goed te praten. Het vertrek van de staatssecretaris is dan ook onvermijdelijk.

Maar wat was nu exact de rol van die staatssecretaris? Heeft hij zelf meegedacht over de presentatie van de rapportage? Vond hij het zelf goed om belangrijke cijfers te verhullen? Graag een reactie.

Pas door De Telegraaf kwam het gehele lijstje boven tafel. Opnieuw moeten wij de juiste informatie vernemen van de media in plaats van van de regering. Funest voor het vertrouwen in de politiek. Voor de regering is de waarheid een optie. Pas als liegen echt niet meer kan, krijgen we de volledige informatie.

Aanvankelijk werd nog geprobeerd de politie de schuld in de schoenen te schuiven. Het ministerie liet namelijk weten dat het de politie was die de cijfers op deze manier had samengesteld. Uit de reactie van de politie bleek dat de cijfers bij het ministerie allang bekend waren. Kan de staatssecretaris dat bevestigen? Dat zou namelijk schaamteloos zijn. Heeft de regering al excuses aangeboden aan de politie?

Voorzitter. De Kamer had per direct alle informatie moeten krijgen. Dat heeft de SP van het begin af aan gezegd. De verhulling van cruciale informatie versterkt de indruk dat de leugen regeert. Juist om draagvlak voor de opvang van vluchtelingen in stand te houden moet de regering alle informatie geven, ook de onwelgevallige informatie. Voor de SP geldt: we bieden een plek aan mensen in nood, maar criminele asielzoekers, waaronder veel mensen uit veilige landen, moeten aangepakt worden. De cijfers liegen er niet om, zo weten we nu.

Het is niet de eerste keer dat het misgaat op het ministerie van Justitie en Veiligheid. Ik noem de voorgangers de heer Teeven, de heer Opstelten en de heer Van der Steur. Allemaal bewindslieden op Justitie, allemaal vertrokken. Wat is er aan de hand op dat ministerie?

En dan nog iets: het zijn ook allemaal VVD'ers. Staatssecretaris Harbers is de vierde VVD'er die vertrekt bij Justitie in vier jaar. Hoe verklaart hij dit? Het lijkt wel een functievereiste om als VVD'er zaken onder het tapijt te kunnen schuiven. Het zijn allemaal VVD'ers, net als onze premier, de eindverantwoordelijke. De VVD als hoeder van de rechtsstaat is volstrekt ongeloofwaardig. Daarom wilden wij ook graag met de premier in debat. Maar dat kreeg geen steun van de coalitie, terwijl de premier een vervanger moet zoeken en de premier ook antwoord moet geven op de vraag hoe hij de geloofwaardigheid gaat herstellen.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Bisschop namens de SGP.

De heer Bisschop (SGP):
Mevrouw de voorzitter, dank u zeer. Met een zekere regelmaat berichten de media over crimineel gedrag van asielzoekers. Het is evident dat dat een groeiend onbehagen in de samenleving geeft. Je hoeft niet veel politieke feeling te hebben om te weten dat dit een rapportage op het gebied van vreemdelingenzaken of de vreemdelingenketen uiterst gevoelig maakt. Informatie over ernstige criminele activiteiten van asielzoekers dient volstrekt transparant en volledig te zijn.

Voorzitter. De staatssecretaris geeft aan dat er door zijn medewerkers diverse keren is gewaarschuwd dat de gekozen methode in de Rapportage Vreemdelingenketen een verkeerde voorstelling van zaken zou geven en in de Kamer én in de samenleving tot grote vraagtekens zou leiden. Dat onder de politieke verantwoordelijkheid van de staatssecretaris toch gekozen is om vast te houden aan de gekozen vorm van rapportering — dat is dus het tienpuntenlijstje — weegt dan ook politiek zeer zwaar. De staatssecretaris zélf trekt in zijn brief stevige conclusies en de SGP-fractie voelt geen neiging om die op enigerlei wijze te relativeren. Wel hechten wij eraan nadrukkelijk waardering uit te spreken voor het feit dat de staatssecretaris zelf aan de Kamer om een debat heeft verzocht, teneinde zich te kunnen verantwoorden.

Ik heb nog drie vragen aan de staatssecretaris. In de eerste plaats: in hoeverre was hijzelf vooraf op de hoogte van de zorgen van zijn medewerkers over de beoogde wijze van rapportage, zoals hij die in de brief aangeeft? De tweede vraag: wat heeft de staatssecretaris gedaan om zich ervan te vergewissen dat in de Rapportage Vreemdelingenketen wél volledige openheid zou worden gegeven over incidenten met asielzoekers? In de derde plaats heb ik de vraag: welke maatregelen heeft de staatssecretaris genomen om een dergelijke gang van zaken op zijn ministerie te voorkomen? Verschillende collega's hebben er al de vinger bij gelegd dat dit ministerie vaker heeft gezorgd voor grote politieke problemen voor de bewindspersonen. Ik ga dat verder niet herhalen.

Voorzitter. De SGP wacht de reactie van de staatssecretaris graag af.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Becker namens de VVD.

Mevrouw Becker (VVD):
Voorzitter. Veel mensen hebben begrip voor de tijdelijke opvang van mensen die vluchten voor oorlog en geweld.

De voorzitter:
De heer Wilders, mevrouw Becker heeft ongeveer één seconde gesproken.

De heer Wilders (PVV):
Ja, dat is waar. Maar ik vroeg me af, met alle respect voor collega Becker, waar de heer Dijkhoff en de premier zijn. Hier staat een staatssecretaris die, als we de media mogen geloven, zelf zijn vertrek heeft aangekondigd. Het lijkt wel alsof de VVD hem zo snel als mogelijk in het riool wil schoppen. Waar is de premier om hem te steunen? Waar is de fractievoorzitter van de VVD om te zeggen wat hij ervan vindt om of om hem een hart onder de riem te steken of hem weg te schoppen? Waar is de VVD? Waar zijn ze?

Mevrouw Becker (VVD):
De VVD staat voor u. Ik ben woordvoerder voor de VVD op het gebied van asiel en migratie. We hebben dit debat met veel andere woordvoerders van de verschillende fracties. De heer Wilders kiest er zelf voor om hier als fractievoorzitter aanwezig te zijn. Volgens mij is dat aan iedere fractie zelf. Ik denk dat ik mijn fractie perfect zelf kan verdedigen.

(Geroffel op de bankjes)

De heer Wilders (PVV):
Aan het applaus te horen is er in ieder geval genoeg vertrouwen in uw eigen fractie, maar ik heb daar zo mijn twijfels over. Niet of u dat goed kan verdedigen, maar het zal toch niet zo zijn dat in dit huis een debat waarin een staatssecretaris zijn vertrek aankondigt — dat heeft hij min of meer gedaan — niet eens door fractievoorzitters wordt gevoerd, zeker door de coalitiepartijen en van die vier coalitiepartijen zeker door de VVD? Ze laten staatssecretaris Harbers net als ze eerder deden, gewoon keihard vallen. Van mij mag het, hoor. Ik vind dat hij moet aftreden, dus van mij geen krokodillentranen van "help die man". Maar het is toch wel tekenend dat de heer Rutte en de heer Dijkhoff waarschijnlijk ergens sherry zitten te drinken in weet ik waar hier in de buurt en hem gewoon laten vallen. Schande!

Mevrouw Becker (VVD):
Zojuist heeft de heer Dijkhoff op verschillende vragen van de pers gereageerd. Het debat is hier vandaag met de woordvoerders. Ik ga mijn betoog vervolgen.

De voorzitter:
Gaat u verder.

Mevrouw Becker (VVD):
Ik zei zojuist dat mensen op zich begrip hebben voor de tijdelijke opvang van mensen die vluchten voor oorlog en geweld. Maar het is onacceptabel als die gastvrijheid wordt misbruikt door asielzoekers die stelen, die geweld plegen, die een zedenmisdrijf begaan of die zelfs iemand doden of vermoorden. Hier geldt maar één antwoord. Asielzoekers die hier komen met een beroep op onze veiligheid maar ons land vervolgens onveiliger maken, moeten worden vastgezet en uitgezet om nooit meer terug te komen. Dat is de afgelopen jaren steeds de agenda geweest van de VVD, niet alleen vanuit de Kamer, maar ook in het kabinet. Criminele en overlast gevende asielzoekers harder aanpakken. Vaker en sneller in detentie zetten. Bij een veroordeling sneller een verblijfsvergunning weigeren of intrekken. Ze apart zetten in aso-azc's. Afspraken maken met veilige landen zoals Marokko en Algerije, zodat de mensen die hiervandaan komen sneller teruggestuurd kunnen worden.

Het past in deze agenda dat mijn voorganger Malik Azmani eerder de toezegging van het kabinet kreeg dat er meer transparantie moest komen over de delicten die door asielzoekers in Nederland worden gepleegd. Ik geloof ook dat dat is wat deze staatssecretaris en eerdere staatssecretarissen voor ogen hebben en hadden. Waar in het verleden überhaupt niet over incidenten op COA-locaties werd gerapporteerd, gebeurde dat vanaf 2016 wel. In 2018 is besloten de rapportages nog verder uit te breiden naar incidenten buiten de COA-locaties. En terecht, want we moeten weten welke mogelijke onveiligheid door asielzoekers in onze samenleving wordt veroorzaakt om deze te kunnen aanpakken. Die uitgebreidere rapportage ontvingen wij vorige week. Maar wat de VVD betreft had daarin niet alleen moeten worden vermeld om hoeveel incidenten het ging, maar ook om wat voor incidenten het ging. Dat ernstige incidenten daarbij onder de categorie "overige" zijn terechtgekomen, is een fout. Dat vindt ook de staatssecretaris, zo lezen wij.

Voorzitter. Ik heb geen enkele aanleiding om aan te nemen dat de staatssecretaris dit zelf bewust zo gedaan heeft, maar een feit is dat de fout wel is gemaakt. Het siert de staatssecretaris dat hij hier vandaag verantwoording over komt afleggen. Ik wil de staatssecretaris dan ook vragen, toe te lichten hoe dit heeft kunnen gebeuren. Vorige week nog schreef hij dat er sprake is geweest van een voor JenV gebruikelijke manier van rapporteren met een toptienaanpak van meest voorkomende incidenten en dat daarmee ernstige incidenten onbedoeld in de categorie "overige" zijn verdwenen. Maar vandaag maak ik op uit zijn brief dat op het ministerie wel degelijk een bewuste afweging is gemaakt om juist voor deze manier van rapporteren te kiezen. Kan de staatssecretaris dit toelichten? Hoe zijn de cijfers aangeleverd door politie en justitie en welke afwegingen hebben vervolgens plaatsgevonden? Wat zeggen zij nu precies over het aantal daadwerkelijke delicten en wat is de relatie tot het aantal veroordelingen en weigeringen dan wel intrekkingen van verblijfsvergunningen? Daarover is nog veel onduidelijk.

Tot slot, voorzitter. Welke conclusies trekt niet alleen de staatssecretaris vandaag, maar trekt ook het departement over hoe in de toekomst moet worden gehandeld? Als de staatssecretaris vandaag verantwoordelijkheid neemt voor een fout, dan is de vraag voor de toekomst nog steeds hoe beter met dit soort informatie zal worden omgesprongen en of dat daadwerkelijk gaat gebeuren. Graag een toelichting.

De heer Jasper van Dijk (SP):
Er zijn ernstige misdrijven onder de pet geschoven. Die mocht de Kamer aanvankelijk niet weten. Pas na aandringen door de media weten we nu waar we het over hebben. Dat vind ik een ernstige fout van het ministerie en de verantwoordelijke staatssecretaris. Deelt de VVD die mening en mag deze staatssecretaris wat de VVD betreft aanblijven of niet?

Mevrouw Becker (VVD):
Juist deze staatssecretaris is bezig met een agenda van meer transparantie en van het aanpakken van criminele asielzoekers. Ik heb zojuist gezegd dat ik geen enkele aanleiding heb om aan te nemen dat deze staatssecretaris willens en wetens ernstige delicten onder het tapijt zou willen vegen. Maar feit is wel dat de cijfers over deze ernstige delicten onder de categorie "overige" terecht zijn gekomen, en dat de VVD dat fout vindt. Dat heb ik zojuist duidelijk in mijn antwoord gezegd.

De heer Jasper van Dijk (SP):
Dat is geen antwoord op mijn vraag. Ik wil mevrouw Becker wel de vraag stellen die zij zelf op het laatst ook stelde aan de regering: wat gaat het ministerie nu doen om het vertrouwen te herstellen? Ik heb in mijn termijn al gezegd dat dat belangrijke departement van Justitie de afgelopen negen jaar, vanaf 2010, onder beheer staat van de VVD. Dus ik moet ook bij de VVD zijn voor die vraag. Welke lessen gaat uw partij hieruit trekken? En hoe gaat u het vertrouwen in dit ministerie herstellen, zodat de samenleving er vertrouwen in kan hebben dat dit belangrijke departement goed geleid wordt? Want tot nu toe lukt dat voor geen meter.

Mevrouw Becker (VVD):
Ik heb het zojuist gehad over de agenda van deze staatssecretaris en van eerdere staatssecretarissen op het departement. Die agenda is juist om dit soort zaken keihard aan te pakken en meer transparant te maken. Ik geloof ook dat dat het is wat de staatssecretaris heeft willen doen. Alleen, feit is ook dat hier een fout is gemaakt. Ik wil graag weten hoe dat heeft kunnen gebeuren. Het siert de staatssecretaris dat hij hierover vandaag verantwoording aflegt. Maar ik wil niet dat we hier vervolgens vandaag weglopen, en men op het departement door kan gaan met het maken van fouten die men daar kennelijk maakt. Ik wil dus weten hoe het heeft kunnen gebeuren dat deze fout is gemaakt. En ik wil ook weten welke lessen het departement hieruit trekt voor de toekomst. Ik weet dat er een heel verbeterplan op het departement ligt, over een cultuuromslag en over meer transparantie. Maar kennelijk heeft dat nog niet tot de gewenste resultaten geleid. Dus die vraag heb ik ook.

De heer Jasper van Dijk (SP):
Tot slot. Heeft mevrouw Becker van de VVD het lef om hier te erkennen dat het de afgelopen negen jaar om niet alleen maar incidenten gaat? Er waren vier achtereenvolgende aftredende VVD-bewindslieden. Heeft mevrouw Becker het lef om te erkennen dat het niet gaat om incidenten, maar om een patroon? Erkent zij dat het heel slecht zou zijn als de premier straks gewoon een vervanger van de VVD voor de staatssecretaris zou aanstellen, en gewoon zou overgaan tot de orde van de dag? Erkent zij dat er een structureel probleem is met VVD-bewindspersonen op dit ministerie?

Mevrouw Becker (VVD):
Volgens mij is er hier niemand die pleit voor het "gewoon weer overgaan tot de orde van de dag". Maar ik weiger ook mee te gaan in de insinuaties alsof hier sprake zou zijn geweest van een politieke strategie om zaken onder het tapijt te vegen. Juist de VVD, juist de partij van deze staatssecretaris, is de partij geweest die heeft afgedwongen dat er meer transparantie moet komen. In het verleden werd überhaupt niet over dit soort incidenten gerapporteerd. Dat die rapportage er nu wel is, is een toezegging aan onder andere de VVD. En natuurlijk, er moeten lessen worden getrokken om dit soort fouten in de toekomst te voorkomen. Daarover heb ik dezelfde vraag gesteld als de heer Van Dijk.

De heer Wilders (PVV):
Zou ik de collega van de VVD het volgende mogen vragen? Vindt u dat staatssecretaris Harbers moet aftreden?

Mevrouw Becker (VVD):
Ik heb collega's gehoord die, al voordat ze het antwoord van de staatssecretaris hebben gehoord, die conclusie hebben getrokken. Ik heb de brief van de staatssecretaris gelezen, waarin hij schrijft dat hij zich kan voorstellen dat dit zijn laatste debat zou zijn. Ik denk dat het ons, de woordvoerders, zou sieren om hem eerst de gelegenheid te geven om toelichting te geven, en eventueel zelf zijn conclusies te trekken. Ik denk dat dat beter is dan dat ik dat nu al ga doen.

De heer Wilders (PVV):
Ja, maar we weten toch wel wat? Ik denk dat het moedwillig is gebeurd, u denkt van niet. Maar feit blijft dat op z'n minst onder verantwoordelijkheid van de staatssecretaris de Kamer onvolledig is geïnformeerd. Het is de taak van Kamerleden om het kabinet te controleren; daar worden wij voor betaald. Een van de grote hoofdzondes is, dat de Kamer onvolledig wordt geïnformeerd. Stel je nou voor dat dat overeind blijft, los van de motieven. Stel je voor dat overeind blijft dat de Kamer onvoldoende is geïnformeerd. Vindt mevrouw Becker dan dat de staatssecretaris moet aftreden?

Mevrouw Becker (VVD):
Het opmerkelijke is, dat nog voordat wij vandaag de brief van de staatssecretaris ontvingen, de heer Wilders al vond dat deze staatssecretaris zou moeten aftreden. Dat vond hij vorige week al, nog voordat de heer Wilders kon lezen dat deze staatssecretaris heeft aangegeven: er is hier toch mogelijk niet alleen onbedoeld, maar misschien ook wel bewust een afweging gemaakt. Ik denk dat die afweging hier eerst moet worden toegelicht door de staatssecretaris. De heer Wilders dient moties van wantrouwen in bij de vleet. Hij vindt dat het kabinet weg moet. Dat is duidelijk. Wij gaan een stuk netter met deze staatssecretaris om door hem eerst de gelegenheid te geven zelf zijn antwoorden te geven.

De heer Wilders (PVV):
Het gaat er niet om dat wij netjes met deze staatssecretaris omgaan. Het gaat erom dat wij netjes met de Nederlandse bevolking omgaan.

Mevrouw Becker (VVD):
Zeker. Ook. Ja.

De heer Wilders (PVV):
De Nederlandse bevolking wordt door de VVD iedere keer het rad voor de ogen gedraaid. U laat de grenzen open. U zorgt ervoor dat mensen niet kunnen worden uitgezet. Dit is de tweede keer in drie jaar tijd dat De Telegraaf met die informatie op de proppen komt: eerst via een WOB-verzoek en daarna — u zat beide keren in het kabinet — door zelf te gaan bellen. In plaats van dat de staatssecretaris er zelf mee komt, moeten wij via de journalistiek erachter komen dat het moordenaars zijn, dat het verkrachters zijn. Waarom gaat u niet achter de Nederlanders staan, die daar slachtoffer van zijn, achter de gezinsleden van de meisjes die zijn verkracht of de mensen die zijn vermoord? U moet niet achter hem gaan staan! U moet geen respect hebben voor de man die het onder het tapijt heeft geschoven maar voor de Nederlanders.

Mevrouw Becker (VVD):
Volgens mij ga je achter de Nederlanders staan door verantwoordelijkheid te nemen voor een streng en rechtvaardig migratiebeleid. Dat doet de VVD door verantwoordelijkheid te nemen en in de regering te gaan zitten. Wij hebben een heel korte tijd samen met de heer Wilders geprobeerd om het asielbeleid strenger te maken en toen hij die kans had, is hij op een gegeven moment weggelopen uit het Catshuis. De VVD neemt die verantwoordelijkheid wel. Wij hebben met het plan-Azmani, met de Turkijedeal ervoor kunnen zorgen dat de toestroom naar de Europese Unie uiteindelijk is ingedamd. Wij hebben ervoor gezorgd dat de verblijfsvergunning van criminele vreemdelingen die een delict begaan, sneller kan worden ingetrokken. Dat is regeren. Dat is verantwoordelijkheid nemen. Hier makkelijk iedere week roepen dat het allemaal verkeerd is en dat de VVD niet achter de Nederlanders staat, terwijl de enige oplossing van de PVV is om uit de Europese Unie te gaan en zich achter de dijken terug te trekken, is pas een valse voorstelling van zaken, waarmee de Nederlander geen recht wordt gedaan.

De heer Wilders (PVV):
De waarheid is dat u lid bent van een enorme maffiabende. U bent lid van een enorme maffiabende; ik zie dat dat op instemming kan rekenen in de VVD-hoek. Die maffiabende zorgt iedere keer opnieuw dat er honderdduizenden niet-westerse allochtonen naar dit land komen, dat de asielzoekerscentra nog steeds 30.000, 40.000 asielzoekers per jaar krijgen, dat ze moorden, dat ze verkrachten, dat ze diefstal met geweld plegen en dat het door uw VVD onder het tapijt wordt gemoffeld, mevrouw. Geeft u daar eens een antwoord op! Onder het tapijt gemoffeld. U heeft niet het beleid van oplossen. De VVD veroorzaakt die problemen. Ieder keer opnieuw is het een VVD-minister, -staatssecretaris of een minister van Justitie die iets onder het tapijt schoffelt: is het niet een bonnetje voor een crimineel, dan is het wel een moordenaar of een verkrachter uit een azc. Dat is wat u doet. Dat is de VVD.

Mevrouw Becker (VVD):
Ik moet het eerste plan van de heer Wilders nog zien dat serieus en uitvoerbaar is om de toestroom in Nederland echt te kunnen indammen en om ons asielsysteem strenger en rechtvaardiger te maken. Nou wordt er vanuit de PVV-bankjes "brexit" geroepen, eh, "nexit". Nou, wij weten allemaal wat dat voor desastreuze gevolgen voor Nederland zou kunnen hebben. Sluit u zich nou eens aan bij de partijen die constructieve voorstellen doen, zoals mijn collega Azmani heeft gedaan rond de Turkijedeal, maar ook nu weer doet om voortaan met circulaire migratie te gaan werken, om afspraken te maken met Afrikaanse landen over daar al beslissen of mensen recht hebben op opvang en over opvang in de regio. Dat zijn serieuze voorstellen. Daar zul je een EU voor nodig hebben, dus het is volstrekt onrealistisch wat de heer Wilders hier vandaag voorstelt.

De voorzitter:
Tot slot. De heer Wilders.

De heer Wilders (PVV):
"Circulaire migratie". Volgens mij snapt niemand thuis wat hier wordt gezegd.

Mevrouw Becker (VVD):
Ja, dat betekent ...

De heer Wilders (PVV):
Volgens mij was ik aan het woord. "Circulaire migratie", het is echt abacadabrataal. Dat zal ook wel van de heer Azmani komen. Die gaat immers naar Europa, dat voor deze ellende heeft gezorgd. Ik zal u zeggen met wie wij gaan samenwerken. U gaat samenwerken met mensen à la Verhofstadt, de Belgische liberalen, die alleen maar meer Europa, meer Europese Unie en nog meer bootjes willen. Ik zal u zeggen met wie wij gaan samenwerken. Wij gaan samenwerken met Matteo Salvini, de man in Italië die de bootjes terugduwt, die zorgt dat Italië veiliger wordt en dat er minder mensen uit Afrika komen. Onder uw verantwoordelijkheid haalt u, de VVD, de bootjes hiernaartoe. Wij gaan samenwerken met de mensen die ze terugduwen. U gaat samenwerken met de mensen die ze laten komen, die alleen maar zorgen voor meer Europa, meer asiel, meer criminaliteit. Wij gaan samenwerken met de helden van Europa tegen het monster van de Europese Unie.

Mevrouw Becker (VVD):
Voorzitter. Je verbinden aan Italië door het terugduwen van bootjes is volgens mij een hele simplistische oplossing voor iets dat daadwerkelijk moet gebeuren. Als er uiteindelijk 4 miljard mensen gaan wonen op het Afrikaanse continent, dan moeten we ervoor zorgen dat we met het Afrikaanse continent afspraken maken, zodat mensen daar blijven, zodat ze niet hiernaartoe komen voor een beter leven, maar dat mensen ...

De voorzitter:
Het is bijna niet te volgen door het lawaai. Mevrouw Becker heeft het woord.

Mevrouw Becker (VVD):
... daar blijven en dat die Afrikaanse landen daar ook aan gaan meewerken. Daar zullen we strenge afspraken over moeten maken. Dat is ook wat ik bedoel met circulaire migratie. De heer Wilders vindt dat een moeilijk woord, maar dat betekent dat mensen hier nooit meer permanent zouden kunnen blijven, als het aan de VVD ligt, maar dat daar beoordeeld wordt of mensen recht hebben op opvang. Dat betekent uiteindelijk dat mensen, als ze hier permanent naartoe komen, hun plek in de samenleving moeten kunnen verdienen. Dit zijn allemaal serieuze voorstellen, en ik snap dat de heer Wilders daar niet naar wil luisteren, maar ik zeg nogmaals dat ik het eerste serieuze voorstel van zijn kant nog niet gehoord.

De voorzitter:
Dank u wel.

Mevrouw Becker (VVD):
Alstublieft.

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Van Kooten-Arissen namens de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. Het doel van de staatssecretaris was om volledige transparantie te geven, zo schreef hij in zijn brief vandaag. Maar we staan hier vandaag toch, juist omdat hier niet alleen de volledige transparantie ontbrak, maar ook zelfs de minimale transparantie. Er zijn ernstige fouten gemaakt en feiten verdoezeld rond openbare-orde-incidenten met asielzoekers. Zware incidenten zijn onder het kopje "overige" verdwenen, informatie werd weggemoffeld door feiten weg te moffelen in staatjes. Dat is helaas exemplarisch voor het ministerie van Justitie en Veiligheid, waar deze fouten de hekkensluiter vormen in een lange lijst met misstanden op dit ministerie, hoewel ook andere ministeries en bewindslieden die in moeilijkheden zijn geraakt in de afgelopen jaren aan de orde van de dag waren.

Voorzitter. In het verleden hebben wij maar al te vaak meegemaakt dat bewindslieden vaak tegen beter weten in veel te lang bleven zitten, hun politieke verantwoordelijkheid niet op tijd namen en uiteindelijk door de Kamer gedwongen werden om op te stappen. Deze staatssecretaris heeft echter al voorafgaand aan dit debat aangegeven dat dit hoogstwaarschijnlijk zijn laatste debat is als staatssecretaris. Maar hij zei ook dat hij nog verantwoording wenst af te leggen aan de Kamer en met een feitenrelaas wil komen over hoe het zo fout heeft kunnen gaan en hoe het mogelijk is dat de Kamer niet geïnformeerd is. Dat siert hem. Daar heeft de Partij voor de Dieren respect voor, en we stellen de staatssecretaris graag in de gelegenheid om verantwoording af te leggen en vervolgens zelf de politieke verantwoordelijkheid te nemen en de politieke eer aan zichzelf te houden. Dat is moedig.

Voorzitter. Ik zei het al, de vele problemen bij het ministerie zijn structureel en duren al zeer lang. Dit is niet de eerste bewindspersoon die opstapt. Ik noem ministers Opstelten en Van der Steur en staatssecretaris Teeven; inderdaad zijn zij allen VVD'ers, dat werd al eerder gezegd. Structurele problemen moeten structureel worden aangepakt. Dat gaat helaas niet gebeuren met het opstappen van deze staatssecretaris. Daarom wil ik van deze staatssecretaris weten of hij erkent dat de problemen op zijn ministerie structureel zijn en dat die problemen niet opgelost worden met het opstappen van deze staatssecretaris, hoezeer dit ook terecht is. Graag wil ik van hem weten wat er volgens hem moet gebeuren om die structurele problemen op te lossen. Het besluit om op te stappen geeft de staatssecretaris misschien de vleugels en de vrijheid om zich daarover uit te spreken.

Voorzitter. Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Voordewind namens de ChristenUnie.

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Laat ik beginnen met namens mijn fractie, de fractie van de ChristenUnie, waardering uit te spreken voor het feit dat de staatssecretaris hier is, en dat hij verantwoording wil afleggen voor hetgeen er tot nu toe gebeurd is. De gang van zaken die hij vandaag schetst in zijn brief laat echter opnieuw zorgen zien over de politieke cultuur van het departement Justitie en Veiligheid. Hoe reflecteert de staatssecretaris hier nu zelf op? De tekortkomingen in de rapportages zijn namelijk wel degelijk gesignaleerd, schrijft hij. Daarom hoop ik dat hij de volgende vragen voor ons kan beantwoorden.

Was de staatssecretaris erbij op de momenten dat er gesproken werd over de verhullende manier van categorisering van de cijfers en dat dit kon leiden tot vragen en opmerkingen? Zo niet, is hij er dan van op de hoogte gesteld wie die opmerkingen hebben gemaakt? Zo niet, welke reden is hem dan achteraf gegeven voor het feit dat hij niet van deze opmerkingen op de hoogte is gesteld? Welke redenen zijn er gegeven voor het feit dat die opmerkingen niet geleid hebben tot aanpassingen van de rapportage? Wie heeft besloten de rapportage niet in lijn met die opmerkingen aan te passen? Waarom heeft u zelf niet gevraagd naar de grote categorie "overige"? 1.000 incidenten; 25% van het totaal. Wat ik ook niet goed begrijp aan de brief, is de conclusie van de staatssecretaris dat dit allemaal niet met bewuste bedoelingen is gebeurd. Hoezo niet? Waarop baseert de staatssecretaris dat? Er is toch een bewuste afweging gemaakt om het niet te doen, met voor- en tegenargumenten?

Voorzitter. Dan een aantal vragen over de inhoud zelf. We weten nu dat asielzoekers verdacht waren van 31 gevallen van moord of doodslag. Als ik dat afzet tegen het totaalaantal gevallen van moord en doodslag in Nederland — daarbij ga ik uit van de laatste cijfers die bekend zijn, uit 2017 — kom ik op bijna 20%. Weet de staatssecretaris of de verdachten in deze zaken dan ook vervolgd en veroordeeld zijn? Kan hij daar iets over zeggen? Wat gebeurt er vervolgens met asielzoekers die concreet in beeld zijn voor het plegen van zulke misdrijven? Wordt er voldoende serieus werk van gemaakt om deze mensen het land uit te zetten? Klopt het dat er maar vijf asielzoekers zijn uitgezet vanwege misdrijven?

Voorzitter. Wat mij nog het meest triest maakt, en ook wel een beetje boos, is dat ik veel dossiers van asielzoekers op mijn bureau krijg van wie de verhalen zijn afgewezen. In veel van die gevallen kan je nog je vragen hebben of er voldoende recht is gedaan aan deze mensen, of hun verhaal voldoende is beargumenteerd en of de afweging terecht is geweest. Deze mensen worden dan uitgezet. Tegen deze categorie zijn de IND en DT&V zeer streng en stoer. Maar dat lijkt heel anders bij asielzoekers die écht voor problemen zorgen. Die komen hoofdzakelijk uit veilige landen; we hebben het gezien in de rapportage. Daar lijkt de IND veel minder stevig tegen op te treden. Zelfs als deze mensen veroordeeld worden voor een misdrijf, heeft dat in veel gevallen geen consequenties voor hun verblijf. Dat vind ik onverteerbaar. Ik zou het graag andersom willen.

Tot slot, voorzitter. Ik hoop dat de staatssecretaris of, indien hij aftreedt, zijn opvolger steviger werk gaat maken van betere transparantie, eerlijke informatie naar de Kamer en een harder optreden tegen criminele asielzoekers om het uiteindelijk mogelijk te maken dat we hier de echte vluchtelingen blijven opvangen.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Hiddema namens Forum voor Democratie.

De heer Hiddema (FvD):
Dank, voorzitter. Meneer de staatssecretaris, ik zou bijna zeggen: daar staan we weer, daar zijn we weer. Het gaat dus weer over de criminele asielzoeker. Wat een fiasco en wat een demasqué heeft dat opgeleverd.

Eerst mochten we niet weten dat ze überhaupt wel criminele neiginkjes zouden kunnen vertonen, want ze zijn zielig en ze zijn asielzoekend. Dus dat hoeft het volk niet te weten. Toen we het een beetje mochten weten — een tipje van de sluier — dat de werkelijkheid er anders voor stond, mochten we niet weten in hoeveel gevallen die mensen echt werden vervolgd. Je moest echt doorzagen om te kijken of ze als criminelen nog wel werden vervolgd. Nou zijn we zover dat mensen die worden verdacht van moord en doodslag ook in die categorie thuishoren. Nou moeten we maar aannemen dat die wél vervolgd worden. De staatssecretaris is er nog. In het belang van de veiligheid van het land wil ik hem vragen of de mensen die in die categorie zijn opgenomen, wel worden vervolgd. Want het is ook nog niet bon ton om zo iemand te vervolgen.

Hoe het ook zij, de brief van de staatssecretaris laat zich lezen als een dolksteek in eigen rug, zou ik haast willen zeggen. Er wordt volledige transparantie betracht. Dat heeft de staatssecretaris hoog in het vaandel, zo schrijft hij in die brief. Wij moeten dus weten: ik moffel niks weg. Daar komt het op neer: ik moffel niks weg. Dan komt er een inhoudelijk verslag en dan denk je: hè, wat, kan dit nou? Wat is er allemaal gebeurd? Nou laat ik een simpele deductie los op deze brief. Dan snap je er niks meer van. "Er zijn besprekingen gevoerd op het departement", zegt de staatssecretaris. "Daarbij zijn tekortkomingen gesignaleerd." Het kan niet anders dan dat daar ambtenaren zitten die denken: niet alles staat erin; niet alles mag het volk weten; dat moeten tekortkomingen zijn; die ernstige gevallen zijn dus gevallen die het volk niet mag weten; de rest is zoete koek en die mogen ze slikken, maar die ernstige gevallen moeten eruit. Dat is daar op dat departement punt van discussie geweest, niks anders. "Er zijn besprekingen gevoerd en daarbij zijn tekortkomingen gesignaleerd." Mijn vraag is: was de staatssecretaris daarbij? Als dat niet zo is, moet je, gezien de ernst van hetgeen daar bekokstoofd is, haast denken dat er een conspiratie van stilzwijgen is tegen de eigen staatssecretaris. Als die ambtenaren dan onderling bekokstoven dat de ernstige gevallen, die moorden en al die ernstige zaken, er maar niet in moeten, terwijl de staatssecretaris erbij zit, dan lijkt me dat voor de staatssecretaris geen behaaglijke positie om dat aan te horen. Of is hij toen maar weggelopen?

En toen is er een afweging gemaakt met de staatssecretaris erbij, of door dat clubje ambtenaren. "Er is een afweging gemaakt," zegt de brief, "naar aanleiding van de categorisering die zou leiden tot vragen of opmerkingen." Hiermee zeggen ze dus simpelweg in plat spraakgebruik: jongens, er komt gedonder van, maar we zetten het er niet in; we zien wel waar het schip strandt; de staatssecretaris heeft niks gehoord; we zien wel waar de boel strandt; als het misloopt, geven we de politie de schuld. Zoiets is daar bekokstoofd. Dat kan niet anders. Wat daar is verzwegen, was zo klaar als een klont. Ze hebben samen besloten dat ze die ernstige delicten zouden verzwijgen. Toen is dus besloten tot verzwijging van de ernstige incidenten. Dat is geen fout, zoals hier wordt gezegd; dat is bedrog. Dat is simpelweg misleiding van het volk. Iets anders valt er niet van te bakken. Je wordt bij de neus genomen door je eigen ministerie van Justitie en Veiligheid. De staatssecretaris is erbij, of niet, maar hij is wel de klos. Iets anders kun je er niet van bakken. Als je met zo'n stel ambtenaren zit opgescheept die dit zo achter je rug om bekokstoven en die, bang voor het volk, de uiterste, kwalijkste gevallen verhullen, dan wil je toch niet meer in de nabijheid van zo'n departement verkeren, zou ik denken. Dat is toen dus besloten.

De meest ondoorgrondelijke passage is de volgende, waar de staatssecretaris zijn brief mee afsluit: "Er is geen aanwijzing dat dit met een bewuste bedoeling is gebeurd". En dat terwijl hijzelf de hele tijd heeft gezegd dat er een afweging is gemaakt. Er is gecategoriseerd en er is gekozen, maar dat is niet met een bedoeling, niet met een bewuste bedoeling. Daar zit iemand met een slaapmuts. Die heeft geen bewuste bedoeling en weet precies wat er aan de hand is. Een ander schrijft dit op en de staatssecretaris gaat hier vertellen: "Maar die bedoeling is niet bewust geweest." Dat is ondoorgrondelijk. Dat kan niet.

De voorzitter:
Gaat u afronden, meneer Hiddema?

De heer Hiddema (FvD):
Ja. De brief is het beste bewijs dat het wel is gebeurd, dat het wel is gebeurd met een bedoeling, namelijk dat we niet zouden weten wat er aan de hand is en dat het beter is voor het volksgevoel om dat maar niet aan de weet te komen. Ja, en nou zitten we met de brokken.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Öztürk namens DENK.

De heer Öztürk (DENK):
Voorzitter. De boel bedriegen en integriteitsregels aan de laars lappen, dat is de standaardhandelswijze van VVD-bewindspersonen. Dat is hun handelsmerk. Elk departement waar VVD'ers het voor het zeggen hebben, lijkt binnen no time af te glijden tot een soort Wilde Westen waar alles geoorloofd is om maar met de grijpgrage klauwen vast te kunnen klampen aan het pluche. Machtpatsers, de zelfbenoemde crimefighters van de VVD, hebben een totale puinhoop gemaakt van het ministerie van Justitie en Veiligheid. De bonnetjes van Teeven en Van der Steur, de onderzoeksresultaten van het WODC manipuleren en nu keihard sjoemelen met cijfers; de VVD en de waarheid zijn een soort niet-communicerende vaten, die elkaar wederzijds uitsluiten. Alles is geoorloofd bij de VVD.

Voorzitter. Deze staatssecretaris is politiek verantwoordelijk voor een parlementaire doodzonde: de Kamer is onvolledig geïnformeerd. In de rapportage over verdenkingen van asielzoekers is willens en wetens gerapporteerd over een top tien. Daardoor zijn de zwaarste incidenten, incidenten met enorme gevolgen, zoals moord en verkrachting, weggestopt onder de categorie "overige". Hoewel binnen zijn ministerie door welwillende ambtenaren is gewaarschuwd dat dit onzorgvuldig is, zijn de cijfers over ernstige delicten dus weggemoffeld. Het is dus goed dat deze staatssecretaris zijn verantwoordelijkheid neemt en dat hij, zoals Teeven en Van der Steur, verdwijnt. Want hoe kan het nou gebeuren dat ernstige delicten zoals verkrachtingen zijn weggestopt in de rapportage? Hoe is dat nou te rijmen met een staatssecretaris die zegt transparant te willen zijn? Zijn de ambtelijke adviezen om niet met een top tien van misdrijven te rapporteren, ook tot deze staatssecretaris gekomen? Was hij bij de genoemde besprekingen over de rapportage? Zo ja, waarom heeft hij deze manier van rapporteren dan toch doorgezet? Zo nee, waarom bereikten deze belangrijke signalen hem niet?

Veiligheid is opnieuw keihard doorgeprikt. Zou het niet verstandig zijn om af te spreken dat er vijf jaar lang geen VVD'ers mogen zitten op Justitie en Veiligheid? Dat zou de heer Wilders ook heel goed vinden, denk ik. Vijf jaar geen VVD'ers op Justitie en Veiligheid.

Voorzitter. Er is een keerzijde. Nu komt ie. Net zo gevaarlijk als de lieg- en bedriegindustrie van de VVD is dat criminaliteitscijfers over vluchtelingen door Forum voor Democratie en de PVV worden misbruikt. Een hoogleraar zei: je hebt kleine leugens, grote leugens en statistieken. Het is een nieuw verdienmodel: het aanzetten tot haat en het handelen in angst. Twee weken geleden werd in Enschede een Syrisch gezin in zijn eigen huis afgetuigd door een boze meute mensen die voor eigen rechter speelden. Dit soort vreselijke gebeurtenissen zijn een-op-een terug te leiden tot het klimaat van haat dat door Wilders en Baudet wordt gezaaid op basis van cijfertjes. Mensen worden door de PVV en door Forum voor Democratie bang gemaakt voor messentrekkende vreemdelingen in bosjes. Slechts 0,9% van alle verdenkingen van zedenmisdrijven betreft vluchtelingen. Veruit de meeste daders lijken veel meer op de heren Wilders en Baudet dan op de gemiddelde vluchteling.

Voorzitter, ik rond af. Laten we dus vier lessen trekken uit dit debat. Misdadigers moeten altijd gestraft worden ... Messentrekkende, hoor ik de heer Wilders nu zeggen. Ja, meneer Wilders. Laten we vier lessen trekken uit het debat. Lessen, niet messen! Vier lessen. Misdadigers moeten altijd bestraft worden voor hun daden. Deze staatssecretaris moet vertrekken. Vijf jaar lang geen VVD'ers meer op het ministerie van Justitie en Veiligheid. En laten wij keihard strijden tegen het klimaat van haat dat wordt gezaaid in de richting van vluchtelingen door Wilders en Baudet.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik tot slot het woord aan de heer Krol namens 50PLUS. Gaat uw gang, meneer Krol.

De heer Krol (50PLUS):
Voorzitter. 50PLUS prijst de staatssecretaris voor het aangaan van dit debat. Een groot compliment ook voor De Telegraaf, die de onderste steen boven haalde. Wat mij betreft gaat dit debat over de schrikbarende cijfers over de zware misdrijven onder de groep asielzoekers.

De Tweede Kamer voerde op 18 april een fel debat over de pendelbus voor overlastgevende asielzoekers. Of die bus gratis werd, werd gevraagd. Dat kon toch niet? Met de kennis van nu voel je je met terugwerkende kracht behoorlijk misleid. Het gaat allang niet meer alleen over overlast. We praten over zware misdrijven, op grote schaal gepleegd door asielzoekers. De cijfers die De Telegraaf vorige week onthulde, zijn schokkend. In 2018 waren er 31 gevallen in de categorie moord en doodslag, 79 zedenmisdrijven en 51 keer zware mishandeling. Dat was volgens de politie al weken bekend bij Justitie, maar de zaken werden weggeschreven onder het kopje "overige". Kunnen we de garantie krijgen dat de Kamer voortaan correct wordt geïnformeerd? Of is er een parlementair onderzoek nodig? Zitten er bij dat getal van 31 ook pogingen tot moord en doodslag? Ook dat is natuurlijk zeer verontrustend. En is er al schuld aangetoond? Zo ja, werden de asielzoekers vervolgd en worden ze na hun straf uitgezet? Onze vraag is of en hoe deze cijfers in de officiële politiestatistieken terechtkomen. We vragen ons ook af wat er in 2017 gebeurde. Wat waren de cijfers toen? En wat is er te zeggen over het lopende jaar 2019?

De fractie van 50PLUS stemde als een van de weinigen in dit huis tegen het Marrakeshpact. Wij vrezen dat de toestroom van ongewenste migranten uit veilige landen alleen maar groter wordt. 50PLUS wil een ommekeer in het migratiebeleid van de EU. Nu starten asielprocedures in het land van bestemming. Dat werkt niet. Als het aan 50PLUS ligt, kunnen migranten alleen asiel aanvragen in hun eigen land via de Nederlandse ambassade of een gezamenlijke EU-ambassade. Over het toelaten van migranten beslist een lidstaat zelf. Nu wachten we maar af wie er binnenkomt. Wij pleiten voor een actief beleid: welke arbeids- en kennismigranten zijn er nodig? De veiligelanders die als vluchteling naar Nederland komen, gaan voor hun beurt. Ze kruipen voor op echte vluchtelingen die niet de middelen voor de reis hebben. 50PLUS wil dat vluchtelingen alleen asiel kunnen aanvragen via een VN-vluchtelingenkamp. Toegelaten vluchtelingen worden verdeeld over de EU-staten. De verwachting is dat de vluchtelingenstroom uit veilige landen uiteindelijk opdroogt met deze nieuwe aanpak. De veiligelanders gaan niet naar zo'n VN-vluchtelingenkamp. Ze vluchten namelijk niet voor oorlog, geweld of vervolging. Het is ongewenst om iedereen toe te laten. Daardoor wordt de druk op de woningmarkt en ons socialezekerheidsstelsel alleen maar groter. Bovendien komt de acceptatie van mensen die het écht nodig hebben, onnodig onder druk te staan en dat baart ons grote zorgen.

Ik dank u wel, mevrouw de voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Krol. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer. De staatssecretaris heeft geen behoefte aan een schorsing en wil gelijk reageren. Het woord is aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Staatssecretaris Harbers:
Voorzitter, dank u wel. Eerder vandaag zond ik uw Kamer een brief waarin ik aangaf hier persoonlijk verantwoording te willen afleggen over de totstandkoming van het Incidentenoverzicht van politie en Openbaar Ministerie dat is opgenomen in de Rapportage Vreemdelingenketen. Ik dank uw Kamer dat mij nu die gelegenheid gegeven wordt.

Na de publicatie van het Incidentenoverzicht van vorige week ontstonden vragen, eerst in de media en daarna terecht in uw Kamer over wat deze cijfers precies inhouden. Er was kritiek — terechte kritiek — op de indeling van het rapport, want daarin was gekozen voor een top tien van de meest voorkomende meldingen van delicten gepleegd door mensen die bewoner zijn van een asielzoekerscentrum. Juist de ernstigste feiten zijn daardoor beland in de categorie "overig". Die indeling was meer dan ongelukkig. De ophef daarover was begrijpelijk en terecht. Want de Tweede Kamer wil — dat weet ik — juist over dit onderwerp proactief, precies en helder geïnformeerd worden. Ook ikzelf vind dat van het grootste belang. Het asielbeleid is gebaat bij draagvlak en draagvlak kan alleen bestaan bij de gratie van openheid en transparantie. Maximale transparantie is steeds mijn doel geweest.

Diezelfde transparantie was juist de aanleiding om het Incidentenoverzicht op een nieuwe leest te schoeien. Voorheen waren er alleen de cijfers van incidenten die op asielzoekerscentra plaatsvonden en nu waren er cijfers van alle incidenten, ook die van bewoners van asielzoekerscentra elders, dus buiten de asielzoekerscentra. Het aantal incidenten ging om die reden al enorm omhoog. Dat was extreem zorgbarend, want het ging van 1.090 vorig jaar naar 4.600 dit jaar.

Het streven om maximale transparantie te bieden heeft averechts uitgepakt. De Kamer is met de gekozen manier van rapporteren uiteindelijk niet goed geïnformeerd. In de brief die ik uw Kamer daarover afgelopen donderdag, 16 mei, schreef, heb ik u een eerste toelichting gegeven op de totstandkoming van de gehanteerde indeling. Tevens heb ik u alsnog het overzicht van de categorie "overige" verstrekt. Ik heb daarbij erkend dat de gekozen wijze van rapporteren ongelukkig en niet goed is geweest. Ik gaf daarbij ook aan dat dat onbedoeld was.

Voorzitter. Er zijn veel vragen gesteld, maar in de kern komen ze allemaal neer op een paar onderdelen. Het eerste is de totstandkoming van de cijfers. Het tweede is wat die cijfers zelf zeggen en wat de duiding daarvan is. Vervolgens: wat betekent dit voor het ministerie en de werkwijze op het ministerie van Justitie en Veiligheid? In die volgorde wil ik daarop ingaan. Aan het eind zal ik u melden welke conclusies ik er zelf aan verbind.

Voorzitter. Eerst de totstandkoming van die cijfers. Na de publicatie in de media afgelopen donderdag heb ik vanzelfsprekend mijn medewerkers opdracht gegeven om het proces van de totstandkoming van het Incidentenoverzicht te reconstrueren. De reconstructie spitste zich toe, voor mij in ieder geval, op de vraag of de bezwaren die achteraf terecht zijn ingebracht tegen de manier van rapporteren ook al intern waren gesignaleerd. In die reconstructie, die ik gisteravond laat kreeg, heb ik het antwoord gezien. Het antwoord op die vraag is bevestigend. Dat is de reden dat ik hier vandaag voor u sta. Op verschillende momenten hebben medewerkers hardop geconstateerd dat rubricering van ernstige feiten in een categorie "overige" bezwaarlijk zou zijn en tot verwarring en terechte vragen zou kunnen leiden.

Voorzitter. Wat voor mij daarin dan cruciaal is, is dat ik heb geconstateerd dat in de besprekingen over de totstandkoming van de rapportage op enig moment is geconstateerd dat de cijfers over drie onderdelen, zedenzaken, drugs- en alcoholmisbruik en verkeersdelicten, die in het verleden wel werden verstrekt aan de Tweede Kamer, door de gekozen indeling in de categorie "overige" terecht zouden komen en om die reden dus niet meer inzichtelijk zouden zijn voor de Tweede Kamer. Ik heb bovendien vastgesteld dat er al discussie over is geweest, met name dat de Tweede Kamer veel belang hecht aan inzicht in deze delicten.

Voorzitter. Ik heb gisteravond zelf persoonlijk, aan het eind van de avond, kennisgenomen van die discussie die heeft plaatsgevonden. Dat doet tegelijkertijd ook helemaal niet ter zake. Want ook al had ik daar persoonlijk geen kennis van genomen, het is wel onder mijn bestuurlijke verantwoordelijkheid gebeurd. Daar ben ik verantwoordelijk voor en die verantwoordelijkheid neem ik.

Er is ook gevraagd wat er verder is gebeurd en hoe dat overzicht uiteindelijk tot stand is gekomen. Ik kan niet anders dan vaststellen — dat heb ik ook aan uw Kamer geschreven — dat ik geen signalen heb gezien dat er doelbewust is gekozen voor of is vastgehouden aan deze indeling. Er is veel discussie ontstaan. Er is discussie ontstaan over de drie categorieën die eerder wel werden verstrekt aan de Kamer. Zouden die niet op zijn minst nog verstrekt moeten worden? Maar er is ook discussie ontstaan over de vraag wat dit betekent voor de andere incidenten die in de categorie "overige" hun plek vinden. Vervolgens is er ook nog discussie ontstaan over wat die incidenten precies betekenen. Wat betekent zo'n getal? Ik ga straks nog verder in op die duiding.

Ergens is in dat proces vervolgens geconstateerd dat er vanwege die onduidelijkheden ruis zat in de cijfers en dat het moeilijk of op dat moment misschien wel onmogelijk was om ze helder uit te splitsen. Vervolgens is men tot de conclusie gekomen om het Incidentenoverzicht te maken, te rapporteren, zoals dat uiteindelijk aan uw Kamer is verstrekt. Vanzelfsprekend had ik er zelf op ten minste twee momenten verder op moeten doorvragen. De eerste keer was op het moment dat dat rapport, die presentatie, aan mij werd voorgelegd. Daar heb ik vervolgens akkoord op gegeven, maar natuurlijk had ik moeten vragen wat er precies in die categorie "overige" viel. Daarbij wil ik overigens niets afdoen aan het feit dat alle incidenten die wél gemeld waren in de top tien, mij ook al heel veel zorg gaven, want ieder incident is er een te veel. Zoals leden van uw Kamer ook zeiden: achter ieder incident schuilt mogelijk een slachtoffer. Dat staat voor mij bovenaan. Ieder incident is er een te veel. Die moeten we zien te voorkomen. Vervolgens is gekozen voor deze rapportage. Daar heb ik akkoord op gegeven. Ik had dat toen dus kunnen vragen.

Het tweede wat ik had kunnen en moeten doen, was nagaan of dit de enige overweging was, nadat afgelopen donderdag terecht commotie was ontstaan en ik u gemeld heb dat dit onbedoeld en uitsluitend het gevolg was van de gekozen rapportage in een top tien. Deze vorm van rapportage is overigens niet ongebruikelijk en wordt in heel veel andere rapportages ook gebruikt. Maar ik had toen natuurlijk nog verder moeten doorvragen over het feit of dat echt de enige overweging is geweest. Zoals ik u zojuist aangaf, heb ik gisteravond moeten constateren dat dit daarvoor wel degelijk in discussie is geweest.

Voorzitter. Ik zei het zojuist al: niet alleen was het uiteindelijk een onjuiste, verkeerde afweging, maar speelde in de discussie ook een rol dat de cijfers op zichzelf een wereld van vragen opriepen. Vele leden van uw Kamer hebben verwezen naar het voorbeeld van de 31 meldingen op het gebied van moord en doodslag. Kun je daar de conclusie uit trekken dat moord en doodslag 31 keer zijn voorgekomen?

Voorzitter. Het Openbaar Ministerie doet nu nog onderzoek naar de cijfers; dat is nog bezig. Het is dus geen definitieve duiding. Maar uit voorlopig onderzoek door de politie naar deze incidenten blijkt dat het in het geval van de 31 geregistreerde incidenten op het gebied van doodslag of moord feitelijk gaat om 25 unieke gebeurtenissen, waarvan 2 registraties procesinformatie betroffen, een seponering en een DNA-afname. Eén incident, op een later moment, is gekwalificeerd als eenvoudige mishandeling. Bij deze incidenten is bijna in alle gevallen sprake van een poging tot doodslag of moord. In één geval betreft het een voltooid delict, waarbij een dodelijk slachtoffer te betreuren viel. Op dit moment, nu ik hier voor u sta, zijn politie en OM nog bezig met een nadere analyse. Die kost tijd, omdat de betreffende registraties handmatig moeten worden doorgenomen. Om te voorkomen dat er door de snelheid nog meer fouten worden gemaakt, wil ik politie en Openbaar Ministerie de tijd geven dit goed uit te zoeken. Hierover wordt uw Kamer op een later moment geïnformeerd.

Ik heb het voorbeeld van die 31 meldingen eruit gelicht omdat het zo veel indruk maakt en impact heeft, maar tegelijkertijd als illustratie van wat er, en dat weten we nu, achter die cijfers nog meer schuilgaat. In het geheel van de 4.600 meldingen die in het rapport staan, gaat het om alle incidentregistraties bij de politie. Om het volledige beeld te hebben, zal je de hele wereld erachter moeten hebben. Daar heb ik in de afgelopen dagen opdracht toe gegeven, want zoals ik al zei: er moet maximale transparantie zijn. Dat betekent dus ook iets voor de volgende rapportages, die dan ook het volledige beeld moeten verstrekken.

Er is in de Kamer ook gevraagd: als je verder kijkt naar de groep, zijn dit bijvoorbeeld veiligelanders? Hierbij wil ik ook weer zorgvuldigheid betrachten. Ja, er worden rapportages gemaakt over bijvoorbeeld het aandeel veiligelanders in de asielketen. Maar net deze incidentenrapportage is gebaseerd op cijfers van de politie waarin niet op afkomst wordt gerangschikt. Die vraag kan ik, als het gaat over deze rapportage, dus simpelweg niet beantwoorden. Voor het geheel aan overlast door veiligelanders verwijs ik naar het debat dat ik een maand geleden met uw Kamer hield, want vanzelfsprekend is er op dat terrein reden tot zorg, veel zorg.

Er is ook gevraagd: wat gebeurt er vervolgens? Precies daarvoor hebben we de informatie van het Openbaar Ministerie nodig. Dat gaat over het al dan niet vervolgen van mensen. Uiteindelijk leidt dat al dan niet tot strafoplegging. Ook daar wil ik dus precies in zijn. Ik verwijs naar wat ik zojuist zei: daar wordt nog aan gewerkt, dus die duiding is nog bezig. Pas bij een onherroepelijk opgelegde straf heb je eventueel een grond tot weigering of intrekking van een verblijfsvergunning. Niet eerder, zo is dat geregeld hier. Tegenover iedereen die vraagt of het dan vervolgens ook lukt om mensen uit te zetten, ben ik de eerste om toe te geven dat daar een flink hiaat in het systeem zit om reden dat sommige landen hun onderdanen niet terugnemen en om reden dat in sommige gevallen mensen, zelfs als ze veroordeeld zijn, toch ook nog weer de bescherming op grond van artikel 3 van het EVRM hebben en daardoor niet uitzetbaar zijn. Ik verwijs naar vele debatten die ik daarover met uw Kamer heb gevoerd.

Ik heb al een paar keer genoemd dat de cijfers afkomstig zijn van de politie. Er is dus ook geen schuld bij de politie, zoals iemand in de Kamer aan de orde stelde. De politie, zo is mij ook in de afgelopen dagen gebleken, heeft het volledige overzicht verstrekt, zoals gevraagd door het ministerie, en dus ook alle incidenten onder de kop "overige". Vervolgens zijn er afspraken gemaakt over en weer, waarbij afgesproken is dat bij vragen over deze rapportage deze vanuit het departement zouden worden beantwoord waar ze gaan over alle cijfers die we in het verleden verstrekten, en door de politie waar het betreft de cijfers die door de politie zijn aangeleverd. Met andere woorden: de afspraak was dat de politie daar nadere duiding aan zou geven zo daar vragen over zouden komen. Tegelijkertijd is dat niet goed gegaan want dat heeft meteen weer tot het beeld geleid als zouden de politie en het ministerie zelf tegenover elkaar staan. Die afspraak is niet gemaakt, integendeel, maar door miscommunicatie heeft dat onbedoeld toch tot dit effect geleid.

Voorzitter. Wat misschien nog wel het meest aan de orde kwam, is wat dit zegt over het departement van Justitie en Veiligheid, over de koerswijziging die is ingezet om het ministerie te veranderen en om de cultuur te doorbreken. Eenieder die zegt "het zit in het water op het departement, het gebeurt daar altijd", wil ik wijzen op mijn persoonlijke ervaringen daar in de afgelopen anderhalf jaar. Ik heb daar persoonlijk niets van gemerkt en dus ook al helemaal niet dat dat structureel zou zijn. Integendeel, er wordt consciëntieus gewerkt. Ik ben ook niet tegengekomen, ook niet in deze casus zoals ik u net uiteenzette, dat er doelbewust, dus om te verhullen, tot deze categorisering is gekomen. Ik heb zelf al helemaal nooit opdracht gegeven om bewust cijfers bij elkaar te voegen of te verhullen. Integendeel, mijn motto is altijd geweest: draagvlak krijg je alleen door maximale transparantie en maximale openheid. Ik heb dus ook niet geconstateerd dat daar ergens een poging is geweest om dat doelbewust te verhullen. Integendeel.

Wel kan het beter. Dat leer ik ook uit deze zaak. Welke maatregelen moeten dus genomen worden om dit te voorkomen? Wat ikzelf in gang heb gezet de afgelopen dagen op dat gebied, is de toezegging die ik deed aan de Kamer afgelopen donderdag om voortaan alle cijfers uitgesplitst te verstrekken. En ik heb gezegd dat er nog gewerkt wordt aan nadere duiding daarvan om in de toekomst ook het beeld volledig te hebben. Ik heb ook aangegeven dat mijn motto van maximale openheid en maximale transparantie niet alleen in deze cijfers maar — dat zeg ik de Kamer toe — altijd waar het gaat om de asielketen het eerste en leidende motto dient te zijn.

Er is dus ook niet van opzettelijk verdoezelen sprake geweest. Absoluut niet, integendeel, want dan zou iemand daar de opdracht toe moeten hebben gegeven of dan zou men daar ook in onderling overleg toe moeten hebben besloten. Dat is niet gebeurd, zoals ik uit het feitenrelaas tot nu heb kunnen vaststellen. Integendeel. Tegelijkertijd is het beeld dat is ontstaan natuurlijk meer dan ongelukkig.

Voorzitter. Ik rond af. Het feit is ... Nou, ik wil eerst nog wel interrupties beantwoorden.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Ik heb juist voor die afronding wel een vraag. Want als de ambtenaren dan constateren dat de zwaarste delicten niet worden genoemd en er een presentatie wordt gehouden van "er is wat diefstal, er is wat vernieling en er is wat zakkenrollerij", waar zit dan de antenne van die mensen om ervoor te zorgen dat dat aan de Kamer wordt verteld?

Staatssecretaris Harbers:
Ik heb vastgesteld dat die antenne aan het begin van het proces aanwezig was, en juist ook de erkenning dat dit gegevens zijn die de Kamer in het verleden kreeg en nu waarschijnlijk ook zeer graag zou willen krijgen. Ergens in het proces daarna is dat verloren gegaan. Ik heb u de reden gegeven, namelijk het feit dat men daar veel discussie over is gaan voeren, juist ook om te kijken wat die cijfers precies betekenden en of het dan nog wel handig was om deze cijfers zo te verstrekken. Daar speelde vervolgens een rol bij dat de drie categorieën die in het verleden wél gerapporteerd werden aan de Kamer binnen de categorie overig, niet allen de hoogste aantallen hadden. Dat zou dus tot een discussie leiden: waarom deze drie er wel uitlichten en anderen niet? En ik heb eerder gezegd dat dat natuurlijk niet de goede afweging is geweest. Integendeel, want dan had het antwoord kunnen en moeten zijn: als dit leidt tot dit soort discussies, dan moeten we misschien alle cijfers verstrekken.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Ik vind het heel vervelend, maar het blijft voor mij een worsteling. Uiteindelijk krijgen wij dus het beeld van ongeveer 80 diefstallen en vandalismegevallen. En dan is er een ambtenaar en die ziet op zijn bureau liggen: én 79 gevallen waarin er een relatie is met moord en doodslag. Dan vind ik het toch raar dat die mensen dan niet zeggen dat dit zo niet naar de Kamer kan, en dat er leidinggevenden zijn die dat dan accepteren. Ik zou aan de staatssecretaris willen vragen — misschien komt het later als het OM de cijfers heeft — wat dat maakt dat niemand op dat ministerie zegt: dit kan zo niet weg, want nu hebben we een beeld van 80 diefstallen, en over 79 moorden vertellen we niets. Die zijn er misschien niet, maar nog steeds weten we het niet.

Staatssecretaris Harbers:
Even voor de precisie: moord en doodslag waren er 31. Er waren andere categorieën die bovenaan stonden, bijvoorbeeld belediging. En het is precies deze discussie geweest. Het is ook geweest: als de laatste van de top tien afgerond op 80 eindigt, maar de eerste van de categorie "overige" ook op 80, dan was de vrees dat dat weer vragen oproept waarom dan de ene 80 belangrijker is dan de andere. Ik zeg u vanuit mijn verantwoordelijkheid dat het niet zo had moeten gebeuren, want dan hadden natuurlijk alle cijfers geplaatst moeten worden. Maar ik geef feitelijk weer wat de discussie is geweest.

De heer Groothuizen (D66):
Allereerst dank aan de staatssecretaris voor de nuance die hij in het debat brengt, want ik denk dat die de laatste dagen af en toe zoek was. Ik denk dat het heel goed is dat hij toelicht wat de wereld achter de cijfers is. Maar ik heb daar wel een vraag over. De staatssecretaris zegt: ik denk niet dat het bewust was. Maar "bewust" betekent dat je ergens over hebt nagedacht. En er ís nagedacht; dat weten we uit de antwoorden van de staatssecretaris en uit de brief. Hoe kan het dan dat er toch een bepaalde afslag wordt gekozen? Want ik zie de wereld en de complexiteit achter de cijfers, maar de staatssecretaris kan die hier ook uitleggen. Waarom is er nou niet voor gekozen om die complexiteit gewoon in de rapportage uit te leggen?

Staatssecretaris Harbers:
Laat ik vaststellen dat dat natuurlijk had moeten gebeuren. Misschien had dat meer tijd gekost. Dan had de rapportage wat langer op zich laten wachten. Dat is een conclusie die ik ook zelf al heb getrokken. Dit is niet de rapportage zoals ik die wilde en zoals die bedoeld was, maar tegelijkertijd is het wel de rapportage die onder mijn verantwoordelijkheid en uiteindelijk met mijn goedkeuring tot stand is gekomen. En dit is precies wat maakt dat het inzicht nog steeds niet volledig is. Zelfs als je alle cijfers zou verstrekken, maar die cijfers zijn verder niet geduid, dan weet je in wezen nog niet heel veel.

De heer Groothuizen (D66):
Dat ben ik met de staatssecretaris eens. Maar dan toch nog iets preciezer. Want zelfs bij de cijfers die wél met de Kamer zijn gedeeld, maak ik me er sterk voor dat daarin dezelfde nuance en dezelfde complexiteit zitten. Want 2.030 winkeldiefstallen? Nou, ik durf de stelling wel aan dat dat ook niet allemaal afgeronde zaken zijn, maar dat daar dubbeltellingen in zitten. Blijkbaar is daarbij dan níét de conclusie getrokken om die niet naar de Kamer te brengen. Dus er zweeft volgens mij nog steeds een vraag boven de markt: hoe komt het nu dat een bepaalde categorie, waar in ieder geval de ernstige zaken in zitten, níét is gemeld, en een bepaalde categorie wél? En ik heb daar nog steeds niet het antwoord op, en daarmee ook niet het vertrouwen dat het lek op het ministerie boven is.

Staatssecretaris Harbers:
Laat ik u aangeven dat ook uit deze zaak heel veel lering is getrokken. Wat de heer Groothuizen aangeeft, spreekt voor zich. Ik heb zojuist aangegeven dat ik er één categorie meteen heb uitgelicht: moord en doodslag. Overigens geldt ook voor een aantal andere categorieën in de categorie "overige" dat die nadere duiding zal moeten plaatsvinden, maar de vraag stellen, is hem beantwoorden. Als je bij deze ene categorie weet welke wereld erachter schuilgaat, dan zal dat voor alle categorieën gelden. In ieder geval zegt een politieregistratie nog niet iets over de opsporing, vervolging en eventuele berechting van mensen.

De heer Groothuizen (D66):
Ik denk dat ik het inhoudelijk aardig eens ben met de staatssecretaris, maar ik heb toch het gevoel dat de vraag waarom nu ambtelijk een bepaalde afslag is genomen, boven de markt blijft zweven. Dat is een beetje de worsteling die mevrouw Van Toorenburg volgens mij ook heeft en die niet heel veel vertrouwen geeft voor de toekomst op dit departement.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Ik heb in mijn bijdrage gezegd dat het bij mijn weten nooit eerder is voorgekomen dat in zo korte tijd op één ministerie zo veel bewindslieden in zulke grote politieke problemen kwamen. Is de staatssecretaris dat met mij eens? En als hij dat met mij eens is, welke conclusie trekt hij daar dan uit?

Staatssecretaris Harbers:
Ik vind het een beetje moeilijk om daar meteen een grote conclusie uit te trekken, omdat iedere zaak op zichzelf staat. Ik kan alleen spreken over mijn eigen situatie en aan het eind van het debat zal ik u vertellen welke conclusie ik daaraan verbind. Zo de heer Van Ojik een patroon zou zien, ik heb zelf in de afgelopen anderhalf jaar vastgesteld dat ik, zoals ik zojuist zei, niet ben tegengekomen dat er een sfeer of cultuur heerst dat er doelbewust zaken bij elkaar worden genomen of worden verhuld, integendeel. Dat het desondanks toch zo is gebeurd, betreur ik ten zeerste.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Uiteraard luister ik goed naar wat de staatssecretaris zegt over zijn eigen ervaring, maar hij zal toch, net als wij allemaal, ook nadenken over wat voorgangers van hem is overkomen en de mate waarin de problemen waarin de voorgangers op zijn ministerie zijn geraakt, al dan niet zijn opgelost door processen van verandering die in gang zijn gezet. Dan kan de conclusie toch niet anders luiden dan dat dat proces van verandering kennelijk nog maar — dan zeg ik het netjes — in de kinderschoenen staat?

Staatssecretaris Harbers:
Weet u, als er echt opdracht gegeven zou zijn om dingen samen te voegen of als er doelbewust zou zijn afgewogen om zaken samen te voegen omdat sommige dingen dan minder inzichtelijk zouden zijn, dan zou de heer Van Ojik gelijk hebben, maar dat is niet zo. In de eerste plaats heb ik er zelf altijd op aangedrongen om juist die nieuwe rapportage open en transparant vorm te geven. Ik heb nooit opdracht gegeven om dit te doen, integendeel. Zo het mij ooit gevraagd zou zijn, zou ik altijd besloten hebben tot maximale openheid en transparantie. Ik stel vast dat het de uitkomst van het hele werkproces is om tot deze rapportage te komen, maar het doet verder niet ter zake hoe het allemaal gegaan is en wie en wat en dergelijke, want uiteindelijk draag ik daarvoor de volle verantwoordelijkheid.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Het siert de staatssecretaris dat hij de volle verantwoordelijkheid neemt. Het siert hem ook dat hij het opneemt voor zijn ministerie. Maar waar hijzelf en deze Kamer altijd zo gehamerd hebben op de noodzaak van transparantie — de staatssecretaris heeft er net opnieuw over gesproken — is het toch eigenlijk ondenkbaar dat dit soort essentiële gegevens niet met de Kamer worden gedeeld, vanuit een departement, vanuit een ministerie, waar eerder al zo vaak bewindslieden in de problemen zijn gekomen.

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Ik zou toch nog een beoordeling en inschatting van de staatssecretaris willen. Toen hij de rapportages, de categorie van 1.000 en ongetwijfeld ook de andere categorieën die er wel onder vielen, de top tien, zag, was hij toen zelf niet verbaasd dat 1 op de 25 van de zaken er niet onder viel, maar viel onder de categorie "overige" van die in totaal — hoeveel waren het er? — 4.500? Was hij zelf niet verbaasd om te weten wat er nou precies onder die 1.000 viel?

Staatssecretaris Harbers:
Ik heb zojuist al aangegeven dat ik vanzelfsprekend had kunnen en moeten vragen wat er onder die categorie "overige" viel. Tegelijkertijd zal ik u ook mijn andere gevoel geven. Ik zag die tabel. Bij alle zaken die al in die top tien staan, schrik je soms ook enorm. Het totaalbeeld was dus al een beeld van heel veel incidenten: 4.600. Dat is ook afgezet tegen het totaal van de populatie een hoog aantal. Ik ben dus ook bij de rest van de tabel al genoeg geschrokken. Maar ik had daar één vraag aan moeten toevoegen.

De heer Voordewind (ChristenUnie):
We hebben uiteindelijk de tabel gehad met alle incidenten. Het was natuurlijk beter geweest als we deze gewoon in de rapportage hadden gehad, want het was maar één A4'tje. Maar dan moet het de staatssecretaris toch ook zijn opgevallen dat de ernstige incidenten niet in die top tien stonden? De ernstige incidenten stonden onder dat kopje "overige". Ik begrijp nu van de staatssecretaris dat hij daar niet op heeft doorgevraagd, maar vindt hij dat dan niet een ernstige inschattingsfout van zijn ambtenaren?

Staatssecretaris Harbers:
Het spreekt vanzelf dat ik bij voorkeur wel tijdig het inzicht daarin had gehad. Desalniettemin kan ik die klok niet terugdraaien.

De voorzitter:
Ik stel voor dat u verdergaat.

Staatssecretaris Harbers:
Voorzitter. Op de hoofdthema's die de Kamer aan de orde stelde, heb ik u mijn antwoorden gegeven. Ik heb u aangegeven met name hoe deze rapportage tot stand is gekomen. Feit is dat die rapportage vragen opriep. Dat had al niet moeten gebeuren, omdat mijn doel was: volkomen transparant zijn. Toen dat donderdag bleek, heb ik gemeld dat het onbedoeld en alleen het gevolg van het presenteren van een top tien was. Vandaag is mij bij de reconstructie van de totstandkoming van dit rapport gebleken dat daarbij wel is onderkend dat door deze wijze van rapporteren deze gegevens wegvielen. Dus de mededeling dat het alleen een gevolg was van de gekozen presentatievorm klopt niet, omdat dat eerder in het proces wél expliciet is genoemd. Daarmee heb ik dus ook de Kamer afgelopen donderdag na de commotie foutief geïnformeerd.

Dat door deze wijze van rapporteren gegevens wegvielen, vond plaats onder mijn bestuurlijke verantwoordelijkheid. Niet alleen ben ik daarvoor in staatsrechtelijke zin verantwoordelijk, ik vóél me daarvoor ook verantwoordelijk. Niet alleen omdat van meet af aan mijn enige doel was om die openheid en transparantie te bieden, maar in het bijzonder omdat het hier gaat om de openbare orde en alle gegevens rond incidenten. Want dat is noodzakelijk. Dit is het belangrijkste, het grootste probleem in mijn portefeuille. Een probleem dat zich week in, week uit voordoet en waar ik ook maatregelen op heb genomen. Maar als ik maatregelen neem, moeten op z'n minst de feiten daaronder volledig open, inzichtelijk en transparant zijn. Alleen op die manier kunnen we werken aan het noodzakelijke draagvlak voor de opvang van echte vluchtelingen.

Aangezien dit alles het vertrouwen raakt tussen uw Kamer en mij en ik er ook zelf aan hecht dat op dit punt ook geen enkele twijfel kan zijn, juist ook vanwege de ernst van de problematiek met overlastgevenden, zal ik Zijne Majesteit de Koning verzoeken om mij ontslag te verlenen. Ik dank de Kamer voor het in de afgelopen periode in mij gestelde vertrouwen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Ik dank de staatssecretaris voor zijn antwoorden en ik waardeer het zeer dat hij hier heeft gestaan en verantwoording aan de Kamer heeft afgelegd. Het is een pijnlijk moment. Dank u voor uw aanwezigheid.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Voor dit moment wil ik eigenlijk het voorstel doen om de vergadering te sluiten.

Sluiting

Sluiting 18.26 uur.