Plenair verslag

Tweede Kamer, 17e vergadering
Woensdag 28 oktober 2020

  • Aanvang 10:15 uur
  • Sluiting 00:00 uur
  • Status Ongecorrigeerd

Opening

Voorzitter: De Roon

Aanwezig zijn 0 leden der Kamer, te weten:

en mevrouw Kaag, minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking.

De voorzitter:
Goedemorgen. Ik open de vergadering van woensdag 28 oktober 2020.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking 2021

Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking 2021

Aan de orde is de behandeling van:

  • het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (XVII) voor het jaar 2021 (35570-XVII).

De voorzitter:
De Kamer gaat nu debatteren over de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voor het jaar 2021. Ik heet de minister van harte welkom. Ik tel dertien sprekers op de lijst. Ik zal alle interrupties toestaan met niet meer dan twee termijnen voor een interruptie

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:
De eerste spreekster is mevrouw Van Weerdenburg van de PVV, die ik bij dezen het woord geef.

Mevrouw Van Weerdenburg (PVV):
Dank u wel, voorzitter. U kent de PVV als een partij met principes. Op het thema ontwikkelingshulp zijn wij al vele jaren tekstvast. Wij willen een totale stop op ontwikkelingshulp van overheidswege. Laat Nederlandse burgers zelf bepalen of ze hun zuurverdiende geld aan liefdadigheid willen doneren. De belastingmiljarden die jaarlijks in de bodemloze put van de derde wereld worden gesmeten zou de PVV veel liever in Nederland besteden, aan onze eigen mensen.

Ieder jaar is ons pleidooi in deze vergaderzaal aan dovemansoren gericht. Vandaag voeren wij dit debat echter in een totaal andere maatschappelijke werkelijkheid. Ons land werd begin dit jaar getroffen door de coronapandemie, die het openbare leven volledig tot stilstand bracht. De economie ging tijdelijk op slot. Velen werden ziek of lieten zelfs het leven. Mensen verloren hun baan of zagen hun bedrijf failliet gaan. De economische schade is inmiddels enorm. Amper bekomen van de schrik rollen we nu de tweede golf in, terwijl het einde van de ellende nog niet in zicht is.

Niemand kan becijferen hoe groot de economische en financiële gevolgen uiteindelijk zullen zijn, maar dat ze ons voorstellingsvermogen te boven zullen gaan, staat vast. We gaan een onzekere toekomst tegemoet. Reden temeer waarom het zeer onverstandig is om miljarden aan Nederlands belastinggeld weg te sluizen naar het buitenland. Dat geld is hier nu harder nodig dan ooit.

Dat inzicht had ik graag gezien van dit kabinet en van deze minister. De PVV is dan ook verbijsterd dat de coronapandemie door dit kabinet wordt aangegrepen om juist meer geld over te maken naar de derde wereld. Maar liefst 73 keer is de term COVID-19 verwerkt in de onderbouwing van allerlei bestaande OS-doelen of -programma's. In vrijwel alle beleidsartikelen en begrotingsposten, en bij alle vaste elementen van de linkse bullshitbingo wordt schaamteloos een link gelegd met de coronapandemie. Er is binnen het ministerie zelfs een speciale coronataskforce OS opgericht. Dit alles ongetwijfeld onder het motto "never waste a good crisis".

Mevrouw Kuik (CDA):
De PVV is tekstvast. Zo kennen wij de PVV ook. Mevrouw Van Weerdenburg gaf aan dat we een nieuwe werkelijkheid hebben. De covidcrisis laat zien dat we afhankelijk zijn van elkaar, over de hele wereld. Ziet mevrouw Van Weerdenburg, omdat deze nieuwe werkelijkheid er is, dat we afhankelijk zijn van de sterkte van gezondheidssystemen van andere landen?

Mevrouw Van Weerdenburg (PVV):
Als mevrouw Kuik bedoelt dat we afhankelijk zijn van het ic-systeem van Duitsland, dan begrijp ik dat. Maar nee, ik zie dat absoluut niet. Ik zie dat Nederland lijdt. De economie lijdt. Er zijn nu al gigantische financiële gevolgen en we weten niet waar dit gaat eindigen. Ondertussen sluizen we gewoon lekker miljarden weg naar Europa en de derde wereld. Dat is totaal onverantwoordelijk. We zitten hier in het Nederlandse parlement. We moeten oog hebben voor de Nederlandse burger.

Mevrouw Kuik (CDA):
Volgens mij is het correct dat Nederland lijdt. Maar we zien dat de hele wereld lijdt en dat covid de hele wereld over gaat. Mevrouw Van Weerdenburg ziet dat Duitsland helpt. Ziet mevrouw Van Weerdenburg ook dat er andere landen zijn waarin de gezondheidssystemen zo zwak zijn dat het kan terugslaan op de Nederlandse situatie als het daar niet onder controle is? Ziet zij dat het dus verstandig is als Nederland kijkt waar het zijn expertise kan inzetten om die systemen te verbeteren, zodat dit niet terugslaat op Nederland? Want dan zijn we nog verder van huis.

Mevrouw Van Weerdenburg (PVV):
Het zou verstandig zijn geweest als Nederland gewoon zijn eigen gezondheidssysteem op peil had gehouden en niet al die miljarden had bezuinigd op de zorg. Dan zouden we niet hoeven te bedelen bij Duitsland om ic-bedden. Het is echt godgeklaagd dat we nu als modern en rijk land zo in de penarie zitten. Ja, de PVV vindt dat we al die miljarden veel beter hier hadden kunnen besteden. Dit bevestigt de penarie waar we in zitten. Hadden we het maar uitgegeven aan de zorg.

De heer Bouali (D66):
Ik zie een geagiteerde collega van de PVV. Ik blijf het toch altijd een beetje jammer vinden dat u iedere keer die teksten herhaalt die door deze Kamer niet heel breed gedeeld worden. Het is eigenlijk heel jammer dat u daar alleen in staat. Laat ik u dan nog eens wijzen op het feit dat we goed verbonden zijn met de rest van de wereld en laat ik meteen een stapje maken naar het tweede deel van de agenda. We hebben het nu over ontwikkelingssamenwerking — mijn collega van het CDA heeft u daar al op aangesproken — en laat ik dan naar de handelskant gaan. Weet u met hoeveel procent de handel naar beneden is gekelderd in de coronacrisis van de afgelopen maanden? Met 17%. Weet u hoeveel ons dat gekost heeft? 23 miljard heeft ons dat gekost. Dus als wij niet naar het buitenland kijken en de blik naar buiten houden, dan snijdt dat in ons eigen vlees. Met uw verhaal zet u gewoon Nederlandse banen op de tocht. U gooit onze belangen te grabbel; weg ermee! U vergeet gewoon helemaal dat we een mondiale speler zijn en dat Nederland juist groot is geworden door een internationale handelspositie, door heel veel aan OS uit te geven en door ervoor te zorgen dat we internationaal meedoen.

Mevrouw Van Weerdenburg (PVV):
Allereerst, de heer Bouali hoeft geen medelijden met mij te hebben, want als PVV'er ben ik gewend een roepende in de woestijn te zijn. Ten tweede trek ik het me aan dat hij mijn verhaal weinig vernieuwend vindt. Ik zal de volgende keer beter mijn best doen. Ten derde zeg ik eerlijk: ik volg u gewoon niet. Kijk, de coronapandemie is ons en de hele wereld overkomen. De handel is omlaaggegaan. Maar ik zie niet in hoe het wegsluizen van miljarden euro's aan Nederlands geld, die wij hier keihard nodig hebben, gaat helpen om de handel op peil te houden. Ik volg dat gewoon echt niet.

De heer Bouali (D66):
Inderdaad, ik denk dat dat uw grote probleem is: u ziet het gehele plaatje niet. Ik ga het u nog een keer proberen uit te leggen. Ik vind het jammer dat u als PVV'er iedere keer vergeet hoe belangrijk het is dat wij die internationale rol pakken en spelen en dat dat ten goede komt aan ons welzijn en onze welvaart. Dat vergeet u helemaal. U focust op een heel klein puntje door te zeggen: we gooien miljarden naar het buitenland. Nee, die miljarden komen juist náár Nederland en ik zeg dat u die te grabbel gooit. U gooit het Nederlandse bedrijfsleven te grabbel, omdat we onze internationale positie dan niet handhaven. U zorgt ervoor dat we een naar binnen gekeerd land worden. U hebt volgens mij al een keer gezegd dat u een soort fantasieophaalbrug wilt ophalen om Nederland helemaal af te schermen. Dat betekent voor Nederland, voor ons land, dat we dadelijk minder welvaart hebben. Ik roep u op om te blijven nadenken over die internationale rol van Nederland. We zijn een internationaal land, met de blik naar buiten, en we hebben heel veel internationale belangen. Die belangen zijn er op handelsgebied en op OS-gebied. Die belangen zijn er medisch, zoals mijn collega van het CDA zojuist zei. Misschien kunt u daar ook eens naar kijken.

Mevrouw Van Weerdenburg (PVV):
Wat ik vooral jammer vind, is dat D66 oog heeft voor zo'n beetje alle belangen van alle landen in de wereld, behalve die van Nederland. En over dit verhaal, dat ik dan zogenaamd niet zou begrijpen: ik nodig de heer Bouali uit om zo meteen even een rondje te lopen over het Plein, langs de horecaondernemers, en om dan hetzelfde verhaal af te draaien en te kijken of zij het wel begrijpen. Want die bedrijven gaan gewoon hartstikke failliet. Hier, in Nederland. Nederlandse bedrijven. Dus dan kunt u wel internationaal handel willen drijven, maar straks hebben we geen bedrijven in Nederland meer over om die handel te drijven. Dus let's agree to disagree dan maar.

De heer Voordewind (ChristenUnie):
We weten dat de PVV graag de grenzen zou willen sluiten en dat vooral de islamisten uit het land gehouden moeten worden. Het is dan wel opmerkelijk dat we hier vorige week nog een debat hebben gevoerd over het bestrijden van ISIS in Syrië en Irak en dat de PVV dan niet thuis geeft. Nu hebben we het over ontwikkelingssamenwerking. Het is de laatste begroting die we hier behandelen, althans, van dit kabinet. Het zou voor de PVV een kans zijn om eens over de schaduw heen te stappen en te kijken wat we als Kamer gezamenlijk kunnen doen om migratiestromen beter te controleren en jongeren misschien wel perspectief te geven via opvang in de regio. Waarom zou dat geen kans zijn? We hebben vaak tegenover elkaar gestaan, maar misschien is dit wel een mooie gelegenheid om samen op te trekken, om perspectieven te bieden voor die jongeren in de opvang in de regio.

Mevrouw Van Weerdenburg (PVV):
Van opvang in de regio is de PVV altijd een voorstander geweest. Alleen hoeven wij dat niet te betalen. Er zijn natuurlijk een heleboel zeer rijke Arabische landen die verder amper een euro spenderen daaraan. De meest effectieve manier om die migratiestromen die richting Nederland gaan het hoofd te bieden, is de grenzen sluiten. Dat is de meest simpele, de meest effectieve en misschien ook wel de meest betaalbare manier.

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Dat is toch opmerkelijk. Mevrouw Van Weerdenburg had het net over "ons bedrijfsleven in Nederland, dat toch vooral geholpen moet worden". Als we de grenzen sluiten, dan weten we zeker dat we heel veel bedrijven kapot gaan maken, omdat wij gewoon voor onze handel en economie grotendeels afhankelijk zijn van de in- en uitvoer die we hier bedrijven. Dus dat helpt uw bedrijfsleven niet. En als u zegt "ja, maar, we kunnen die miljarden beter gebruiken", dan moet ik toegeven dat we voor covid, waar mevrouw Van Weerdenburg steeds aan refereert, 150 miljoen uittrekken. U weet dat we voor de zorg 90 miljard uittrekken. Dus ik zou ook aan mevrouw Van Weerdenburg willen vragen: zet het in perspectief. Maar kijk vooral ook even buiten de grenzen. Kijk eens wat we zouden kunnen doen, gezamenlijk misschien, als we meer zouden investeren om die jongeren daar perspectieven te geven. Want alleen op die manier help je feitelijk de mensen die in nood zijn. En misschien voorkom je dan wel — dat is niet mijn doel, maar dat is uw doel — dat je de mensen hier naar Nederland moet halen. Want het dichtdoen, het vergrendelen, van onze grenzen gaat de PVV nooit lukken; dat hebben we de afgelopen twintig jaar gezien.

Mevrouw Van Weerdenburg (PVV):
Dat dat niet lukt, ligt natuurlijk ook aan de heer Voordewind zelf en aan de andere partijen hier. Het is niet dat wij daar niet ons best voor doen. De PVV heeft altijd gezegd: wij helpen liever eerst onze eigen mensen. Het is namelijk hun belastinggeld; het is ons belastinggeld. Over redeneringen als "goh, laten we mensen in de derde wereld perspectief bieden" en dat we het zo goed voor ze moeten maken dat ze helemaal geen zin of wil hebben om hiernaartoe te komen, zeg ik: er is niet genoeg geld in de wereld om armoede op te heffen. Als dat kon, dan zou dat best een goed idee zijn. Het enige wat ik zie en wat de PVV ziet, is dat het hier wegvloeit, terwijl we het hier hard nodig hebben. Ik ga ervan uit dat de heer Voordewind ook geen kristallen bol heeft en uiteindelijk een cijfer kan noemen waar dit op uit gaat draaien voor Nederland, want voorlopig zitten we nog in die crisis. En de financiële gevolgen worden alleen maar erger.

De voorzitter:
Mevrouw Van Weerdenburg, vervolgt u uw betoog.

Mevrouw Van Weerdenburg (PVV):
Ja, voorzitter. Ik was gebleven bij "never waste a good crisis". Ik vind het kwalijk; de PVV vindt het kwalijk. Ik zou de minister willen herinneren aan artikel 20, lid 1, van de Grondwet waaraan zij trouw heeft gezworen bij haar installatie. Daarin staat dat de overheid zorg dient te dragen voor de bestaanszekerheid van de bevolking. Voor de duidelijkheid, hier wordt de Nederlandse bevolking mee bedoeld. Dat minister Kaag sowieso weinig boodschap heeft aan de Grondwet, hebben we kunnen zien toen zij het handelsverdrag CETA zonder de tweederdemeerderheid door de Tweede Kamer ramde.

Toch wil ik de minister vragen om nog eens heel goed te kijken naar de begroting, zodat zij ons morgen bij de beantwoording kan laten weten welke begrotingsposten geschrapt of tijdelijk bevroren kunnen worden, in ieder geval totdat er meer duidelijkheid is over de uiteindelijke financiële gevolgen van de coronacrisis voor Nederland.

Voorzitter. De PVV hoopt dat dit de laatste begroting van minister Kaag is. Overigens hoopt ze dat zelf ook. Want na drie jaar ministerschap is ze toe aan het Torentje, vindt ze zelf. Lyrisch was links Nederland toen zij aankondigde het land te willen leiden. De heilige Sint Sigrid, afgedaald naar het gepolariseerde gepeupel in de polder. Ze is de lieveling van links, de deftige diva van de deugbrigade en de Wonder Woman van woke Nederland. Deze messias van de mondialisering gaat ons, bange burgers, redden van radicaal rechts, en dat in zes talen, hoera! Er volgde kansloze campagnefilms vol fanatische fans, treurige beelden van de topkandidaat in een tokkiewijk. Idiote interviews met de boodschap: draagvlak is voor Dummies en populisme voor paupers.

Voorzitter. Mevrouw de meertalige minister heeft geen idee wat er leeft onder Nederlanders op straat. Ze komt er ook alleen als ze campagnefoto's gaat maken of als ze er de secretaris-generaal van de Verenigde Naties moet rondleiden. Begrijp me goed, ambitie is een nuttige eigenschap in de politiek. Een beetje branie kan ik ook waarderen. Wanneer dat echter omslaat in grootheidswaan, dan is het de plicht van elke parlementariër om de minister hier een broodnodige realitycheck te geven. Ik heb vandaag dan ook een grote spreekwoordelijke spiegel meegenomen. Want als ik de afgelopen drie jaar van haar ministerschap bekijk, dan zie ik geen prestaties die een dergelijke grootheidswaan rechtvaardigen. Integendeel.

Voorzitter. Een korte bloemlezing. Helemaal in het begin hadden we het schokkende rapport over misbruik door Oxfammedewerkers in Haïti, die daar met hulpgeld feestjes vierden met minderjarige prostituees. Heel daadkrachtig liet de minister hulporganisaties naar de overlegtafel komen en plechtig beloven dat dit nooit meer zou gebeuren. Ze ging vervolgens over tot de orde van de dag. Er werd geen enkele subsidie ingetrokken en er volgden geen consequenties voor de GroenLinks'ers die dit rapport bij Oxfam Novib in een diepe la hadden verborgen. Toen de PVV daar vraagtekens bij zette, werd de minister pas boos. Ze maakte zich drukker om eventuele reputatieschade van toenmalig Oxfam Novib-directeur Farah Karimi dan over de misbruikte minderjarige meisjes op Haïti. Dan was er de miljardenfraude met hulpgelden in Mali, waar ook 265 miljoen euro Nederlands belastinggeld verdween, ongetwijfeld beland in de diepe zakken van de Malinese machthebbers. Minister Kaag zette alles op alles om dit uit de openbaarheid te houden, om daarna de Kamer op het verkeerde been te zetten door een fictief risicoaandeel voor te rekenen, zodat het leek alsof er "slechts" 13,7 miljoen Nederlandse euro's waren verdwenen, om daarna in een achterafzaaltje toe te geven dat het slechts een inschatting was geweest. Geen excuses aan de Kamer. De geldkraan naar Mali staat nog steeds open.

Een ander triest dieptepunt. Recent werd duidelijk dat met Nederlands hulpgeld meermaals terroristen zijn gefinancierd. Bij een aanslag van een van die terreurorganisaties werd een 17-jarig Israëlisch meisje gedood. Rina Shnerb was haar naam, in de bloei van haar leven vermoord door Palestijnse terroristen, gefinancierd met Nederlands belastinggeld. De aanslagplegers bleken namelijk salaris te hebben ontvangen uit hulpgeld en liepen zelfs rond met pasjes van de Nederlandse vertegenwoordiging in Ramallah. Ook hier heeft minister Kaag nog geen enkele subsidie stopgezet. Ze gaat gewoon door met het financieren van terreur. En als klap op de vuurpijl toonde ze zich vooral bezorgd over het lot van de moordenaars van Rina Shnerb na berichten dat ze zouden zijn gemarteld. De minister greep dat nieuwsbericht gelijk maar even aan om op hoge toon Israël de les te lezen. Waanzin.

De PVV concludeert hieruit dat de minister een hele dikke onvoldoende scoort als cijfer voor haar ministerschap. Het verspillen van Nederlands belastinggeld is het enige waar ze goed in is. Geld uitgeven aan de meest stompzinnige doelen, met alle gruwelijke gevolgen van dien. Geld dat voornamelijk naar multilaterale organisaties en ngo's met de juiste activistische agenda gaat, zoals die waar de minister zelf vrijwel haar hele leven werkzaam is geweest. Want laten we wel wezen: daar gaat het natuurlijk in werkelijkheid om. De afgelopen tien jaar ging er zo'n 50 miljard euro Nederlands belastinggeld naar de derde wereld. Die is daar per saldo amper wat mee opgeschoten. Dat vindt men geen reden om de subsidiekraan dicht te draaien. Integendeel, want het is een verdienmodel geworden. Ontwikkelingshulp is misschien ooit begonnen om arme landen te verheffen vanuit het ultieme maakbaarheidsideaal, maar is inmiddels verworden tot een gigantisch werkgelegenheidsproject voor linkse mensen. Het is hun broodwinning. Sigrids grote subsidiecircus: dat is het werkelijke doel.

Voorzitter. Ik hoop vurig dat dit de allerlaatste keer is dat wij in dit huis een OS-begroting moeten behandelen. Want dit wegsluizen van miljarden euro's belastinggeld naar de bodemloze put in de derde wereld voelt in deze crisistijd niets minder dan misdadig. Het is ons geld. Het is nu meer dan ooit nodig in ons eigen land, voor onze eigen mensen, voor onze eigen bedrijven, voor ons eigen voortbestaan. Ik roep de mensen thuis op: ga stemmen in maart. Maak de PVV de grootste. Dan gaan wij dat voor u regelen.

Dank u wel.

De heer Bouali (D66):
Ik struikel toch over het woord "misdadig", want dit kan echt niet, mevrouw Van Weerdenburg. Er ligt hier gewoon een begroting ter tafel, de BuHa-OS-begroting. Daar kunt u wat van vinden. Ik moet zeggen dat dat hele riedeltje van u me helemaal niet beviel. Ik zal u trouwens ook nog even uitleggen hoe het zit, want u zit hier ongeveer net zo lang als ik, drieënhalf jaar. In deze Kamer stemmen wij over verdragen en bijvoorbeeld wetten. Die worden dan door deze Kamer aangenomen. Dat is gewoon heel constitutioneel en heel democratisch. CETA is dus door deze Kamer aangenomen en ligt nu in de Eerste Kamer. Zo werkt het. Zo werkt het ook met de BuHa-OS-begroting. Die ligt hier. Daar praten we over. U kunt daarbij accenten leggen. U kunt vinden dat het geld beter besteed kan worden. Dat is wat anders, maar het is niet misdadig. Het is gewoon een budget dat wij hier met grote steun van deze Kamer willen inzetten om ervoor te zorgen dat de allerzwaksten in de wereld nog een beetje hoop kunnen hebben. Als u dat niet belangrijk vindt, laat ik dat aan u. Ik denk dat een groot deel van deze Kamer dat wel belangrijk vindt. Dat is ook hoe democratie werkt, mevrouw Van Weerdenburg.

Mevrouw Van Weerdenburg (PVV):
Ik hoor niet echt een vraag. Het gaat natuurlijk weer over de toon, waar D66 over valt. Nou ja, wij vinden het misdadig dat we dit laten gebeuren. Dat is onze kwalificatie daarvoor. Natuurlijk heeft D66 daar een andere kwalificatie voor.

Nog even over CETA. Wij hebben toen gezegd dat de wet een clausule had moeten bevatten dat een tweederdemeerderheid nodig zou zijn, omdat het CETA-verdrag afwijkt van de Grondwet. Wij hebben daar een amendement voor ingediend, samen met de SGP. Bij mijn weten heeft D66 daartegen gestemd, dus dan hoeft u mij niet te verwijten dat wij niet doen wat hier constitutioneel nodig is, want het is D66 die de Grondwet niet heeft gerespecteerd in dezen.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van Weerdenburg. Dan geef ik het woord aan de heer Weverling van de VVD, nadat het spreekgestoelte weer even gedesinfecteerd is. Meneer Weverling.

De heer Weverling (VVD):
Dank u, voorzitter. Ik heb een beetje een kikker in mijn keel. Geen zorgen, ik voel me verder gewoon gezond. In maart dit jaar leek het wel alsof onze geglobaliseerde wereld tot stilstand kwam. Vliegtuigen stonden aan de grond, fabrieken sloten hun deuren en mensen bleven massaal binnen. In een tijd waarin we meer verbonden zijn met elkaar dan ooit, trok iedereen zich terug. Ook de buitenlandse handel werd hard geraakt. In korte tijd verdampte er 23 miljard aan exportwaarde. Onze export nam met 9% af. Veel bedrijven die afhankelijk zijn van onderdelen uit het buitenland kwamen in de problemen. Veel bedrijven die afhankelijk zijn van buitenlandse verkoop liepen tegen beperkingen op.

Inmiddels weten we al een stuk beter hoe we met het virus om moeten gaan, maar niemand weet wanneer deze pandemie over is. Dat betekent dat we nu de lessen moeten trekken uit de coronacrisis. Welke kwetsbaarheden heeft die blootgelegd? Hoe zorgen we ervoor dat wij als handelsland sterker uit deze crisis komen? Als wij Nederland als handelsland sterker uit de coronacrisis willen laten komen, moeten we beginnen met te erkennen hoe belangrijk buitenlandse handel voor ons land is. Dat betekent dat wij een belangrijke positie in de wereld hebben. Dat is wel duidelijk. Niet voor niets gaan onze innovaties en producten de hele wereld over en is de grootste haven van Europa in Nederland te vinden.

Maar waar doen wij dit voor? Buitenlandse handel is geen doel op zich, maar een middel om een doel te bereiken. Dat doel is een welvarend Nederland. Met het geld dat wij met buitenlandse handel verdienen, kunnen we onze welvaart bekostigen. Een derde van onze welvaart is afkomstig van de export en een kwart van de beroepsbevolking is afhankelijk van de export. 91% van de exporterende bedrijven valt onder het mkb. Handel is dus niet iets voor grote multinationals; handel betekent werk voor het mkb, banen voor mensen en de financiering van onze welvaart. Daarom is het zo verbijsterend dat veel partijen in deze Kamer hier makkelijk over denken, alsof de welvaart die vrijhandel ons oplevert ons is komen aanwaaien en we niets hoeven te doen om die vast te houden. De handelsschaamte zit bij deze politici diep. Deze houding beschadigt ons land en beschadigt onze welvaart.

In plaats daarvan moeten we aan de slag om onze handelseconomie nog sterker uit de crisis te laten komen. Dat betekent dat we moeten werken aan een verminderde afhankelijkheid van het buitenland, zoals China, het maken van eerlijke handelsregels en het sluiten van eerlijke handelsverdragen. Het betekent ook dat we moeten werken aan een handelsbeleid dat onze topsectoren en het mkb beter in de etalage zet.

Mevrouw Van den Hul (PvdA):
Ronkende pleidooien van de heer Weverling, zoals we ze van hem gewend zijn. Wij delen, ook al zal dat meneer Weverling misschien verbazen, een heel deel van dat pleidooi. Want natuurlijk is ontwikkeling, mits het eerlijk gebeurt en iedereen ervan kan profiteren, een belangrijk doel. Maar we horen hier ronkende woorden over de toekomst van Nederland en het welbegrepen eigenbelang. Daar hebben we het eerder over gehad, in relatie tot het AIV-advies. Naar aanleiding van dat AIV-advies komt het kabinet eigenlijk met een wat ons betreft — dat hebben we eerder gewisseld — toch teleurstellend compromis. Dan druk ik me nog heel diplomatiek uit. Ik heb hier een brief in handen van de hele polder, ook van VNO-NCW en MKB-Nederland, sectoren waar de heer Weverling net naar verwijst. Die zeggen: het op peil houden van het huidige budget voor OS om met voldoende middelen partnerlanden te ondersteunen, is cruciaal voor de duurzame ontwikkeling. Bij dat ambitieniveau past in geen geval een verlaging van het beschikbare, reeds historisch lage budget voor OS. Ik hoor heel graag hoe de heer Weverling naar deze toch wel duidelijke taal vanuit de polder kijkt.

De heer Weverling (VVD):
Dank dat ook mevrouw Van den Hul inmiddels tot het inzicht is gekomen dat handel inderdaad heel belangrijk is, want daarmee betalen we scholen, onderwijs en heel veel mensen in dit land. Over de brief van de werkgeversorganisaties: volgens mij laat die brief heel duidelijk zien dat hulp en handel hand in hand kunnen gaan en dat dat ook enorm van belang is. Wij hebben de wereld heel veel te bieden en we doen de wereld eigenlijk tekort door dat als twee verschillende zaken te zien, dus hulp als iets aparts en handel als iets aparts. Terwijl dat veel meer samen kan gaan. Volgens mij is dat wat wordt betoogd.

Mevrouw Van den Hul (PvdA):
Wat hier betoogd wordt, is dat ook bij een geringer bnp, of bni zoals we het hier noemen, het ambitieniveau op peil moet blijven, omdat dat uiteindelijk ons allen gaat schaden. Als het niet goed gaat in de rest van de wereld, gaat het hier ook niet goed. Dat geldt niet alleen voor het OS-budget, dat geldt ook voor het welbegrepen eigenbelang dat voor de VVD zo belangrijk is. Waar deze brief over gaat, is dat het budget niet mag dalen. Dat doet het wel. Dus mijn vraag aan de VVD is: hoe moet ik die twee met elkaar kalibreren?

De heer Weverling (VVD):
Wij zijn een heel vrijgevig land. Ik heb al eens eerder betoogd dat we volgens mij de zevende donor in de wereld zijn. We moeten het wel eerst verdienen voordat we het kunnen uitgeven. Dat zal iedereen onderschrijven, ook in de Malietoren. Laten we gewoon zorgen dat we de economie op peil houden. Er zijn nu eenmaal afspraken gemaakt dat er bij een krimpende economie ook minder geld wordt uitgegeven aan hulp. Want geld wat er niet is, kun je ook niet uitgeven.

De voorzitter:
Nog een interruptie.

Mevrouw Van den Hul (PvdA):
Afrondend. Ik dacht dat we in drieën mochten interrumperen.

De voorzitter:
Nee, we doen het in tweeën.

Mevrouw Van den Hul (PvdA):
In tweeën? Dan laat ik het hierbij.

De voorzitter:
Meneer Weverling, gaat u verder. O, eerst nog een interruptie van de heer Alkaya.

De heer Alkaya (SP):
De retoriek van de VVD is bekend en dus niet verrassend. Maar toch wil ik inzoomen op wat de heer Weverling aan het einde zei, wat wel hoopgevend is. Hij zei namelijk: we moeten minder afhankelijk worden van China. Is er nou een nieuw realiteitsbesef ingedaald bij de VVD, naar aanleiding van de coronacrisis, toen duidelijk werd dat we niet eens onze eigen mondkapjes kunnen produceren? Die capaciteit hebben we snel opgebouwd, omdat we dachten: we kunnen het wel importeren, maar het is toch wel handig als we dat ook zelf kunnen produceren. Is dat wat de heer Weverling bedoelt als hij zegt: we moeten minder afhankelijk worden van China en misschien ook wel van andere landen als het gaat om strategische producten? We moeten niet alleen op vrijhandel leunen, maar we moeten ook zelf aan onze eigen productiecapaciteit werken.

De heer Weverling (VVD):
Zeker. Ik ben het met de heer Alkaya eens: we moeten daar minder naïef in worden en we moeten goed kijken waar die kwetsbaarheden zitten en dat we die afhankelijkheid verkleinen. Dat wil niet zeggen dat wij voor een protectionistisch handelsbeleid zijn. Maar het gaat wel om een gelijk speelveld. We moeten kijken wat we binnen Europa zelf kunnen produceren.

De heer Alkaya (SP):
We kunnen vaststellen wat we in Europa zelf kunnen produceren. Daar kunnen we onderzoek naar doen, maar we moeten vervolgens ook een mening hebben over wat we in Europa zelf zouden moeten kunnen produceren. Waar zouden we zelf voor moeten kunnen zorgen op het moment dat dat nodig is? Volgens mij had niemand gedacht dat we bijvoorbeeld zo snel en in zulke groten getale mondkapjes nodig zouden hebben. Is de heer Weverling het dus met mij eens dat we ook aan het kabinet moeten vragen wat zijn visie daarop is? Moeten we niet een soort analyse maken van de producten en de productiecapaciteit die we in de afgelopen jaren zijn kwijtgeraakt door vrijhandel? We zouden dat toch eigenlijk zelf moeten opbouwen? We zouden op basis hiervan toch een soort visie op de economie moeten ontwikkelen?

De heer Weverling (VVD):
Interessant. Het lijkt wel of de heer Alkaya mijn spreektekst al heeft gezien. Ik laat hem dus nog eventjes in vertwijfeling achter. Maar mijn collega Veldman heeft er in een initiatief bijvoorbeeld al voor gepleit om voor medische zaken veel minder afhankelijk van het buitenland te zijn en om dat veel meer binnen Nederland en binnen Europa te laten doen. Ik kom daar zo op terug in mijn betoog.

De voorzitter:
Gaat u verder.

De heer Weverling (VVD):
Als wij Nederland als handelsland sterker uit de coronacrisis willen laten komen, moeten wij naast het erkennen van het belang van wereldhandel, kijken naar onze afhankelijkheden. Want als de impact van de coronacrisis op de wereldeconomie ons één ding heeft geleerd, dan is het wel dat onze handelseconomie kwetsbaarder en afhankelijker is dan we dachten. Die afhankelijkheid gaat niet alleen over de inmiddels bekende voorbeelden zoals mondkapjes, maar is breder. Voor de productie van een aantal kernzaken kunnen we onze afhankelijkheid laten afnemen door een Europees alternatief te verkennen. Dat betekent zeker niet dat we ons terugtrekken achter de dijken en streven naar een protectionistisch handelsbeleid. Het betekent ook niet dat we een einde maken aan de open economie, die ons zo veel welvaart heeft gebracht. Het betekent wel dat we werk moeten gaan maken van eventuele terugvalopties.

Dat is echt nodig. Sommige commentatoren waarschuwen er nu al voor dat de economische positie van China verder wordt versterkt als gevolg van de coronacrisis. De coronacrisis is daarmee een stresstest waardoor onze afhankelijkheden van China en andere landen duidelijk worden. De Europese Commissie is aan de slag gegaan om de Europese afhankelijkheden in kaart te brengen om tot meer strategische autonomie te komen. Mijn vraag aan de minister is welke koers zij hierbij volgt. Is de minister bereid om naast de Europese analyse, een eigen nationaal onderzoek te doen om in kaart te brengen waar onze afhankelijkheden liggen in onze relatie met China? Op welke termijn kunnen we de eerste resultaten verwachten van het SER-advies over de wenselijkheid van een reshoring in de maakindustrie, om zo de concurrentiekracht van onze industrie te verbeteren?

Alleen het erkennen van het belang van wereldhandel en het verminderen van onze afhankelijkheden is niet genoeg om Nederland als handelsland sterker uit de coronacrisis te laten komen. Een van de grootste en belangrijkste uitdagingen daarbij is het realiseren van een eerlijker handelssysteem met gelijke regels en een gelijk speelveld. De VVD is ervan overtuigd dat de Nederlandse economie en het Nederlandse bedrijfsleven veerkrachtig en innovatief genoeg zijn om de internationale concurrentiestrijd te kunnen winnen, maar dat is onmogelijk als je voor het spel begint al met 3-0 achterstaat. Daarom moeten we naar een systeem van eerlijkere handel met een gelijker speelveld toe. Dat is cruciaal voor onze welvaart, want het is niet uit te leggen dat Nederlandse bedrijven minder rechten of meer plichten hebben dan concurrenten in dezelfde sector in het buitenland. Het wordt tijd dat wij in Nederland en in Europa onze naïviteit afschudden.

Een van de voorbeelden waarin de ongelijkheid van het speelveld pijnlijk duidelijk wordt, is de aanbestedingsmarkt. De Europese aanbestedingsmarkt is de meest open aanbestedingsmarkt ter wereld. Dat lijkt logisch: hoe meer biedingen, hoe beter de uiteindelijke prijs en kwaliteit. Maar hoe open onze eigen aanbestedingsmarkt ook is, voor Europese bedrijven in andere landen blijft de deur potdicht. Intussen worden deze bedrijven ook op de Europese markt weggedrukt omdat veel landen buiten Europa hun bedrijfsleven met staatssteun helpen en zo in staat stellen onder de kostprijs te bieden in Europa. Dat kan zo niet langer. Wij worden uitgekleed door onze eigen naïeve houding.

De belangrijkste oplossing voor dit ongelijke speelveld is het IPI, het International Procurement Instrument, waarmee kunstmatige oplossingen en opslagen boven op oneerlijke biedingen gerekend kunnen worden. Het is goed dat het kabinet nu ook pleit voor een stevigere invulling van dit instrument. Pleit het kabinet ook voor het volledig uitsluiten van bepaalde biedingen om zo bedrijven te weren die geopolitieke of strategische redenen hebben om hier actief te worden en die het helemaal niet om de winst te doen is? Het is zaak dat dit proces zo snel mogelijk wordt afgerond. Wat is de stand van zaken van het IPI? En wat doet de minister om een doorbraak te forceren?

De openbareaanbestedingsmarkt is niet het enige terrein dat schreeuwt om eerlijkere regels. Ook op terreinen waarbij wij in Nederland regels aan onze ondernemers opleggen of onze ondernemers proberen te helpen is het belangrijk dat we een gelijk speelveld blijven nastreven. Een voorbeeld hierbij is het beleid rondom internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen. De VVD erkent het belang van maatschappelijk verantwoord ondernemen, maar streeft ernaar dat internationale regels op dit vlak alleen in Europees verband gemaakt worden. Deelt de minister die analyse?

Een ander terrein waarbij een gelijk speelveld van cruciaal belang is, is het nieuw op te richten Invest International. Door middel van Invest International kunnen en moeten we onze ondernemers in staat stellen om op internationaal vlak te concurreren. Dat betekent dat Invest International ook grotere projecten moet financieren en zich in moet zetten om toegang tot concessionele financiering te verbeteren om zo mondiaal concurrerend te zijn. Is de minister het hiermee eens en, zo ja, deelt zij de mening dat de maximale projectomvang van Invest International omhoog moet?

Nergens is het ongelijke speelveld zo groot als in onze handelsrelatie met China. De voorbeelden zijn talloos en al vaak besproken. Het continu schenden van intellectueel eigendom van Nederlandse bedrijven, waardoor ondernemers nu zelfs wordt aangeraden om bij belangrijke vergaderingen hun telefoons uit te zetten. Het al benoemde probleem van kunstmatig lage openbare aanbestedingen. Het Chinese monetaire beleid, dat afhankelijk is van politieke wensen en dat gebruikt wordt om de Chinese exportpositie kunstmatig te verbeteren. De Chinese status van ontwikkelingsland in de WTO, waardoor China bijzondere voordelen kent ten opzichte van andere landen. Het is daarbij belangrijk om te realiseren dat wij niet alleen afhankelijk zijn van China, want China is ook afhankelijk van ons. Zonder de toegang tot onze aanbestedingen geen kunstmatig lage biedingen om strategisch marktaandeel te veroveren. Zonder goedkope Alibabaproducten die ongehinderd naar Nederland vloeien geen vraag naar Chinese productie. Zonder naïviteit als het aankomt op industriële spionage geen diefstal van ons intellectueel eigendom.

Die wederzijdse afhankelijkheid is daarmee ook een wapen dat we kunnen en moeten inzetten om eerlijkere handelsregels te realiseren. Dat kunnen wij als Nederland niet alleen. Het is zaak dat we daarin een brede alliantie smeden van gelijkgestemde liberale markteconomieën. De politieke onzekerheid in de wereld belemmert dat, maar moet geen reden zijn om hiermee te wachten. Is de minister bereid om na te denken over hoe zo'n brede internationale coalitie gebruikt zou kunnen worden om door middel van proportionele tegenmaatregelen, bijvoorbeeld in de vorm van tarieven of uitsluiting bij aanbestedingen, China te bewegen om veel van de oneigenlijke voordelen die het land nu geniet op te geven en het dus stopt met de status van ontwikkelingsland?

Een sterk handelsland spreidt zijn kansen en stelt zo veel mogelijk ondernemers in staat om de internationale markt op te gaan. Dat betekent dat het mkb een centrale rol in onze handelsbevordering moet krijgen, want 99% van ons bedrijfsleven valt onder het mkb. Als we sterker uit deze crisis willen komen, moeten we ook hen in staat stellen om markten te openen en te vinden. Dat kan op twee belangrijke manieren: de informatievoorziening richting het mkb versterken en meer ondersteuning bieden aan ondernemers die de stap willen zetten. Uit onderzoek blijkt dat met name mkb'ers een enorme behoefte hebben aan duidelijke informatievoorziening. Nu veel grenzen weer dichtgaan wordt die behoefte aan duidelijkheid almaar groter. Kan de minister toelichten hoe de overheid beter in die behoefte kan voorzien? Ondanks de inzet op versimpeling ervaren veel ondernemers het financieringsinstrumentarium nog altijd als verwarrend en complex. Veel ondersteuning is bovendien gericht op exportbevordering in plaats van het internationaal vermarkten van kennis of diensten. Is de minister bereid om te onderzoeken hoe financiering voor het mkb beter internationaal toegankelijk kan worden gemaakt?

Voorzitter, tot zover waarmee wij ons geld verdienen: de buitenlandse handel. Het tweede deel van mijn verhaal gaat over een beleidsterrein waarop men vooral geld uitgeeft: ontwikkelingssamenwerking. Niet alleen op het gebied van buitenlandse handel moeten we leren van de coronacrisis, maar ook als het aankomt op ontwikkelingssamenwerking heeft corona een aantal zaken blootgelegd. De VVD pleit al sinds jaar en dag voor transparante en effectieve ontwikkelingssamenwerking. Daarnaast zal het budget de komende jaren flink gaan dalen. Daarmee is een gefocust beleid noodzakelijker dan ooit. Effectieve en transparante ontwikkelingssamenwerking moet onze doelstelling zijn. Wij zijn een van de weinige landen waarin hulp en handel gecombineerd worden op één ministerie. Om dat echt tot een succes te kunnen maken, moeten deze twee aparte werelden veel meer één worden. Daarom moeten we de kennis en kunde van ons bedrijfsleven veel slimmer inzetten. Dat kan bijvoorbeeld bij het zelfvoorzienend maken van ontwikkelingslanden. De coronacrisis heeft ons geleerd hoe belangrijk het is om zelfvoorzienend te kunnen zijn. Dat geldt in de eerste plaats voor de meest basale levensbehoeften, zoals water, zaden en voedsel. Dit zijn ook precies de punten waarin Nederland een enorme expertise heeft. Het is dan ook oneindig zonde dat we die expertise niet voldoende delen.

Helaas is de handelsschaamte ook hierin doorgedrongen. Ons eigen bedrijfsleven wordt nauwelijks in de positie gezet om een bijdrage te leveren aan ontwikkelingssamenwerking, terwijl er tal van voorbeelden zijn van westerse progressieve landen die op een veel slimmere manier hun ontwikkelingssamenwerking koppelen aan waar hun economie sterk in is en onderscheidend vermogen in heeft. Die valse bescheidenheid is misplaatst, onnodig en contraproductief. Deelt de minister dat het, zeker nu we sterker uit de coronacrisis willen komen, zaak is om de taboes op dit punt overboord te zetten en eindelijk te gaan kijken naar voorbeelden uit landen zoals Zweden, Duitsland en Frankrijk, waarmee we door middel van verbonden hulp bedrijven uit onze topsectoren kunnen inzetten om ontwikkelingslanden zelfvoorzienend te maken, dus door middel van hulp en handel in één hand?

Mevrouw Van Weerdenburg (PVV):
Ik heb een simpele vraag. Waarom is de VVD eigenlijk voor ontwikkelingshulp van overheidswege? Waarom laat u dat niet over aan particuliere burgers? U zei net zelf dat Nederland een heel vrijgevig land is. Dat klopt. In internationale vergelijkingen staan we in de top, soms zelfs bovenaan. Na de aardbeving in Haïti stond Nederland zelfs op de tweede plek qua particuliere giften. Ik zou denken dat u dit als liberaal juist bij de Nederlandse burgers laat.

De heer Weverling (VVD):
Ik ga voor een groot gedeelte mee in wat mevrouw Van Weerdenburg zegt. Wij vinden wel dat noodhulp echt een zaak is van onze overheid en dat wij de noden in de wereld niet aan ons voorbij moeten laten gaan. Alleen kun je met elkaar natuurlijk nog discussiëren over wat de definitie van "noodhulp" is. Van het budget voor ontwikkelingssamenwerking gaat nu inderdaad nog heel veel geld naar heel veel andere zaken dan alleen naar noodhulp.

Mevrouw Van Weerdenburg (PVV):
Ja, dat is de linkse bullshitbingo, zoals ik die genoemd heb. Het is goed om te horen dat de VVD daar ook verbetering in wil. Het is natuurlijk ook zo dat lastenverlichting ook correleert met een hogere vrijgevigheid van particulieren. Dat zou dus ook nog een oplossing zijn. Maar goed, zullen we misschien samen een motie indienen om deze miljardenverspilling eens een keertje te beëindigen?

De heer Weverling (VVD):
Ik ga in ieder geval uw moties met heel veel interesse lezen. Ik verwacht dat het deze kabinetsperiode niet tot de mogelijkheden behoort om die moties daadwerkelijk te steunen. U heeft het over lastenverlichting. Er zijn natuurlijk al vele belastingverlagingen geweest. Daarnaast hebben we vanuit de overheid ook al heel veel andere bijdragen gedaan om de coronacrisis door te komen. Wat ons betreft zou ontwikkelingssamenwerking specifieker op noodhulp gericht moeten zijn. Daarnaast moeten hulp en handel veel meer als één worden gezien. Dat was mijn betoog van zojuist. Wat zijn de goede punten van Nederland? Hoe kunnen wij de wereld eigenlijk helpen? Eigenlijk vinden we dat we de wereld tekortdoen door dit niet nog meer in de etalage te zetten.

Mevrouw Kuik (CDA):
Ik word toch even getriggerd door het specifieker inzetten op noodhulp. Is de heer Weverling het niet met mij eens dat noodhulp vaak voor de korte termijn is en dat we ook structureel moeten nadenken over hoe we mensen perspectief bieden, ook om te voorkomen dat mensen daar geen perspectief hebben en dat zij daarom naar een ander land gaan? Want dat is ook niet wat de VVD wil. We moeten volgens mij bijvoorbeeld ook helpen om meisjes naar school te laten gaan.

De heer Weverling (VVD):
Waar het om gaat is dat een land, welk land ter wereld ook, gebaat is bij een goed werkende democratie en een goede economie. Bij die economie is het heel erg van belang dat mensen zelfvoorzienend zijn, dat zij zelf hun voedsel kunnen produceren. Nou, dat is iets waar wij in Nederland gelukkig heel goed in zijn. Gelukkig is er het mooie programma Seed NL. Wereldwijd komt 40% van de groentezaden uit Nederland. Daarbij doen we het dus al heel goed. Verder doen we het natuurlijk heel goed in de land- en tuinbouw. En dan heb ik het niet zozeer over het exporteren van producten, maar wel over het exporteren van kennis en kunde. Als we landen daarmee kunnen helpen, dan zou dat mijn voorkeur hebben.

Mevrouw Kuik (CDA):
Volgens mij is het ook heel slim om je expertise te gebruiken en andere landen daarmee te helpen. Maar het is ook wel handig dat mensen oorzaak en gevolg kennen en daarvoor is educatie gewoon een heel belangrijke stap. We zien dat die in landen soms heel zwak is. Ik hoop wel dat de heer Weverling het met mij eens is dat het belangrijk is om ook in dat soort zaken te investeren en om dus niet alleen maar te kijken naar noodhulp, maar ook naar een structurele verbetering.

De heer Weverling (VVD):
Ik snap wat mevrouw Kuik zegt. Natuurlijk is het terugdringen van migratie voor ons een heel belangrijk punt. Maar goed, uiteindelijk kunnen wij met 17 miljoen mensen niet een wereldbevolking van 9 miljard mensen van dienst zijn. Daar zit dus altijd eigenbelang in. Helaas is onze economie door de coronacrisis krimpende. Daardoor is er minder geld beschikbaar en is er dus ook minder geld beschikbaar voor ontwikkelingssamenwerking.

De heer Bouali (D66):
Ik wil hierover toch even verder debatteren met de heer Weverling om de eenvoudige reden dat ik hem ken; we zitten inmiddels al weer een tijdje samen in de coalitie. Hij zei net al een beetje trots dat we vaak in de toptienpositie zitten, ook als het op OS aankomt. Ik wil graag dat de heer Weverling ook reflecteert op al die thema's en agendapunten inzake ontwikkelingssamenwerking. Het gaat dan bijvoorbeeld over rechtszekerheid — ervoor zorgen dat we in bepaalde landen samenwerken en de justitiële keten versterken — over het opvangen van vluchtelingenkinderen, over ervoor zorgen dat het onderwijs in bepaalde gebieden wordt verstevigd. Uiteindelijk is een goede rechtszekerheid in heel veel landen toch ook wel een beetje in het Nederlands belang. Toch, meneer Weverling? Een goede justitiële keten zorgt er ook weer voor dat het Nederlandse bedrijfsleven het daar goed doet, om dan maar in uw straatje te spreken. Wat mij betreft doen we dat ook omdat we graag mensen willen helpen, maar dat we die landen een handje helpen past ook in uw straatje, want daar heeft Nederland ook voordeel bij.

De heer Weverling (VVD):
In zekere zin kan ik wel beamen wat de heer Bouali zegt, maar ik heb, geloof ik, niet gezegd dat ik enthousiast ben over het gegeven dat wij in de top tien staan met het uitgeven van ontwikkelingsgeld. We zijn de zeventiende economie van de wereld. Als we nou ook eens de zeventiende donor worden, dan vind ik dat al veel beter te verantwoorden. Dan kunnen we nog tien plaatsen inschikken en dan kunnen we als klein land ook nog trots zijn. De heer Bouali benoemt zaken rond de rechtszekerheid. Zeker, daar heeft hij gelijk in. Daar heeft dit kabinet, denk ik, een goed beleid voor. Voor de landen die daar belang bij hebben en waar wij belang bij hebben, is het beleid goed te noemen.

De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.

De heer Weverling (VVD):
Dank u. Niet alleen ons nationale beleid moet effectiever, ook het Europese ontwikkelingsbeleid is nog veel te versnipperd en kent niet de juiste prioriteiten. Ieder jaar worden er meer rapporten van onafhankelijke toezichthouders zoals de Europese Rekenkamer gepubliceerd, waarin ons wordt aanbevolen om effectiever te gaan werken. Het heeft veel meer zin om in plaats van talloze kleine projecten een beperkter aantal projecten uit te voeren waarin de focus ligt op economische ontwikkeling. Eisen aan corruptiebestrijding zijn daarbij noodzakelijk om de economische ontwikkeling nog verder te stimuleren. Kan de minister toezeggen dat zij zich er tot het uiterste voor zal inspannen dat de aanbevelingen van de Europese Rekenkamer op deze punten een-op-een worden overgenomen in het Europese beleid?

Naast effectief beleid moet ook transparantie een speerpunt zijn. Mensen hebben het recht om te weten of hun belastinggeld wel op de juiste plek terechtkomt. In het afgelopen jaar is dit een aantal keer fout gegaan. Om zulke misstappen te voorkomen, is volledige transparantie noodzakelijk. Welke lessen trekt de minister uit de voorbeelden van onjuist besteed ontwikkelingsgeld die we in het afgelopen jaar hebben zien langskomen? Welke verbeteringen gaat zij maken aan het systeem van checks-and-balances voordat subsidie wordt uitgekeerd en aan het systeem van het terugvorderen van gelden wanneer dit niet op de juiste plek terecht is gekomen?

Effectieve en transparante ontwikkelingssamenwerking: dat is onze doelstelling. Wij zijn op dit moment een van de meest vrijgevige landen ter wereld. We zullen dat ook na de aanstaande bezuinigingsronde blijven. Helaas wordt die vrijgevigheid ook misbruikt. Sommige ontwikkelingslanden weigeren namelijk nog altijd mee te werken aan het terugnemen van hun onderdanen die geen recht hebben op asiel. Wat de VVD betreft zetten we onze ontwikkelingsrelatie in om die landen te dwingen mee te werken aan terugkeer. Een van de manieren waarop dat kan, is door middel van het post-Cotonouverdrag waarover op dit moment onderhandeld wordt tussen de Europese Unie en Afrikaanse landen. Deelt de minister de mening van de VVD dat Afrikaanse landen met dit verdrag de plicht moeten krijgen om migranten terug te nemen? Zo ja, zegt zij toe dat zij het verdrag niet zal steunen als de afspraken over terugkeersamenwerking onvoldoende concreet en verplichtend zijn?

Wat in ieder geval niet effectief, transparant of in ons eigen belang is, zijn de vele miljoenen die vanuit de begroting van deze minister naar allerlei Nederlandse activistenclubs en ngo's vloeien. Die ngo's zetten dit geld vervolgens in om protesten en procedures te voeren tegen het beleid van diezelfde minister. De voorbeelden zijn talrijk. Denk aan Both ENDS, dat dit jaar voor ruim 9 miljoen euro aan het subsidie-infuus ligt om een strijd te voeren tegen de investeringsverdragen die de minister wil ondertekenen. Denk aan Milieudefensie, dat dit jaar ruim 8 miljoen euro subsidie slurpt en tegelijkertijd met ophitsende en vaak onjuiste informatie het draagvlak voor het handelsbeleid van de minister probeert af te breken. Of denk aan SOMO, dat kennelijk zo weinig draagvlak heeft in de samenleving dat 3 van de 4 miljoen euro inkomsten van de overheid komt. Dat overheidsgeld gebruikt men vervolgens om het Belastingplan van dit kabinet, waarin deze minister zit, onderuit te halen.

Laat één ding helder zijn: de VVD is groot voorstander van tegenspraak. Tegenspraak hoort bij een gezonde democratie. Tegenspraak door kritische campagnes op te zetten of door demonstraties te organiseren, is een grondrecht. Tegenspraak betekent niet dat we alle banden met de desbetreffende organisaties moeten doorsnijden, maar we hoeven onze eigen tegenspraak ook niet in te kopen? Hoe is het te verantwoorden dat dit alles met gemeenschapsgeld gefinancierd wordt? Waarom moet de belastingbetaler meebetalen aan het organiseren van politiek gekleurde tegenspraak tegen het beleid van dit kabinet? Waarom houden wij organisaties in stand die vrijwel volledig afhankelijk zijn van die overheidssubsidie en dus kennelijk onvoldoende steun in de samenleving hebben voor hun boodschap? Mijn vraag aan de minister is: kan zij uitleggen waarom heel Nederland moet meebetalen aan de door de staat gesteunde en gefinancierde kritiek op haar beleid? Heeft het maatschappelijk middenveld in landen waar dit echt onder druk staat, deze subsidie niet veel harder nodig?

De voorzitter:
Ik wijs u er even op, meneer Weverling, dat u door uw aangegeven spreektijd heen bent.

De heer Weverling (VVD):
Ja, ik ga afronden.

De voorzitter:
U gaat afronden, maar ik zie ook dat mevrouw Van den Hul klaarstaat voor een interruptie. Ik geef haar daarvoor nu de gelegenheid.

Mevrouw Van den Hul (PvdA):
Dank, voorzitter. Ik hoor de heer Weverling plots kuchen. Gezondheid, meneer Weverling!

Er moet me toch iets van het hart. We hebben hier eerder over van gedachten gewisseld of er de degens over gekruist of hoe u het ook zou willen noemen, maar ik vind het toch moeilijk met elkaar te rijmen. Aan de ene kant hoor ik de heer Weverling zeggen: wij zijn zeer voor een maatschappelijke discussie, voor een maatschappelijk debat, voor kritiek vanuit het maatschappelijk middenveld. En aan de andere kant hoor ik hem zeggen: maar dat gaan wij niet betalen.

De heer Weverling (VVD):
Dat klopt inderdaad. Dat gaan wij niet betalen.

Mevrouw Van den Hul (PvdA):
Is dat niet behoorlijk hypocriet om te zeggen? Als clubs dingen roepen die de VVD niet welgevallig zijn, dan gaan we dat niet betalen, terwijl als het clubs zijn die wel punten noemen die stroken met de zienswijze van de VVD, we dat wel moeten financieren. Dat is toch niet met elkaar te rijmen? Je kan toch niet kiezen welke tegenspraak je wel en niet wil? Dat is toch cherrypicking?

De heer Weverling (VVD):
Het gaat erom dat we onze tegenspraak niet hoeven in te kopen. Er zijn gewoon projecten die worden gefinancierd om tegenspraak tegen het kabinetsbeleid te organiseren. Dat is niet nodig. Tegenspraak is prima. Als iemand langs de deur wil gaan om te collecteren en daarmee extra budget wil ophalen om nog grotere campagnes tegen het kabinetsbeleid te kunnen voeren, is dat ook prima. We leven in een vrij land. Iedereen mag demonstreren. Dat is echt een heel groot goed. Maar wij hoeven niet, zeker niet in deze moeilijke tijd, met belastinggeld projecten in te kopen waarmee we onszelf heel veel tegenspraak gaan geven. Ik heb net iets gezegd over handelsverdragen. Wij vinden het enorm belangrijk dat die handelsverdragen er zijn, want die gaan indirect ook weer over onze welvaart en zorgen ervoor dat we onze scholen, onze onderwijzers, onze ziekenhuizen en noem maar op, alles wat wij in dit land enorm belangrijk vinden, kunnen betalen.

Mevrouw Van den Hul (PvdA):
Wij kopen geen projecten in. Wij subsidiëren het maatschappelijk middenveld. Het is echt een heel wezenlijk punt waar we het nu over hebben. Wij subsidiëren het maatschappelijk middenveld, omdat wij in een beschaafd land leven, dat het belangrijk vindt dat verschillende stemmen worden gehoord. Wij subsidiëren het maatschappelijk middenveld, omdat wij het belangrijk vinden dat er, als wij praten over handelsverdragen, ook ngo's bij zijn die meekijken of de mensenrechten, milieurechten en arbeidsrechten worden geborgd. Heel vaak blijkt dat niet het geval. Daar hebben we die ngo's voor nodig: om ons bij de les te houden, om te zorgen dat het beleid niet alleen door de Malietoren wordt gedicteerd, maar ook wel degelijk geworteld is in ILO-conventies, in milieuafspraken, in OESO-richtlijnen. Ik hoef de heer Weverling er toch niet aan te helpen herinneren hoe schandalig laag de compliance, de naleving, van al die verdragen is, hoe schandalig weinig Nederlandse bedrijven zich houden aan die OESO-richtlijnen? Daar is die tegenspraak voor. En ja, we leven in een beschaafd land, dat die tegenspraak organiseert en inderdaad ook faciliteert. Maar van "inkopen" is echt geen sprake. Dat doet de waarheid echt geweld aan.

De heer Weverling (VVD):
Ik zie dat het mevrouw Van den Hul nogal wat doet. Wij vinden die tegenspraak ook heel belangrijk, maar laten we het even vergelijken. We hebben twee, drie grote partijen, ONL, MKB-Nederland en VNO-NCW, die in de kern opkomen voor het algemeen belang van ondernemend Nederland, voor de ondernemers die nota bene hun nek uitsteken, die mensen in dienst hebben, die iedere maand salarissen moeten betalen. Dat zijn drie organisaties. Als je ziet hoeveel ngo's er zijn die subsidiegeld ontvangen, denk ik dat dat wel een tandje minder kan.

De heer Stoffer (SGP):
Ik sta gewoon met verbazing te luisteren naar de heer Weverling. Hij heeft het over gesubsidieerde tegenspraak enzovoorts. Ik denk dat het best goed is dat we in Nederland hoor en wederhoor hebben, maar als je toch tien jaar aan het roer staat en de grootste partij bent, waarom laat je dit dan gebeuren? Waarom regelt de VVD niet gewoon in een regeerakkoord — dat had al drie of vier keer gekund, volgens mij — dat dat niet gaat plaatsvinden? Ik vind het opmerkelijk dat u hier staat … Ik moet via u spreken, voorzitter. Ik vind het opmerkelijk dat de heer Weverling hier staat te oreren dat dat niet moet, terwijl ik denk: dat kun je als VVD toch gewoon aan de voorkant organiseren en regelen?

De heer Weverling (VVD):
Dat is een goede suggestie, dus dank u wel. Dat zal ik meenemen.

De heer Stoffer (SGP):
Ik ben benieuwd naar het volgende regeerakkoord.

De heer Van Raan (PvdD):
Een vraag aan de heer Weverling. Ik wil het graag even heel scherp hebben. Hij noemde met naam en toenaam een aantal ngo's, maar sprak ook in het algemeen over de ngo's die het maatschappelijk middenveld vertegenwoordigen en die de tegenspraak organiseren. Zei hij hier nou net, vijf minuten geleden, dat hij de subsidie daarvoor wil afschaffen?

De heer Weverling (VVD):
Nee, dat heb ik niet gezegd. Ik vind ook niet dat we de banden daarmee moeten doorsnijden. Volgens mij heb ik dat ook heel duidelijk gezegd. Kijk, die organisaties moeten kunnen bestaan, bij voorkeur van zo min mogelijk overheidsgeld. Ik zou dus vinden: zorg gewoon dat er mensen in het land lid kunnen worden en dan een bijdrage aan zo'n organisatie kunnen doen. Dat vergroot ook het draagvlak. Waar het om gaat is dat er ook subsidies zijn die wij verstrekken, die gebruikt worden om tegen kabinetsbeleid te ageren. Dat is niet iets waarvoor wij gemeenschapsgeld moeten gebruiken. Dat gemeenschapsgeld hebben wij nodig om de gemeenschap te dienen, niet om het kabinetsbeleid tegen te spreken.

De heer Van Raan (PvdD):
De heer Weverling heeft er kennelijk goed over nagedacht. Er is kennelijk een groep ngo's die een type tegenspraak geven waarvan de heer Weverling, waarvan de VVD zegt dat je dat niet zou moeten willen financieren met publiek geld. Zou hij dan bij benadering kunnen zeggen hoeveel die clubs gekort moeten worden? Want hij zegt ook dat hij niet alles eruit wil halen. Gaat het dan naar 10%, of laat hij het afhangen van de rapporten die geschreven worden? Welk mechanisme ziet de heer Weverling voor zich?

De heer Weverling (VVD):
Het gaat erom dat er bij subsidieverstrekking anders gekeken moet worden naar specifieke projecten. Dus het gaat er niet om dat die subsidie totaal van tafel verdwijnt. Het gaat erom dat met subsidiegeld, wat projecten van de Nederlanders krijgen, ook zaken gebeuren die de wereld beter maken en die niet het kabinetsbeleid tegenspreken.

De voorzitter:
Nog een interruptie, meneer Van Raan?

De heer Van Raan (PvdD):
Als het mag graag. Ik dacht dat u zei "in tweeën". Dan ben ik heel nieuwsgierig of de heer Weverling het type projecten kan verdiepen, want hij zei net dat we eigenlijk moeten stoppen met subsidiëren van het type projecten die tegen het kabinetsbeleid ingaan. Zou hij dat nog wat meer kunnen kwalificeren? Ik ben een beetje in verwarring welke projecten hij dan niet meer wil subsidiëren en hoe dat dan gaat werken.

De heer Weverling (VVD):
Nou, volgens mij heb ik heel duidelijk Milieudefensie genoemd, dat tegen de handelsverdragen is. Volgens mij is dat helemaal niet verkeerd. Handelsverdragen hebben we met elkaar nodig om handel te kunnen drijven. Wat ik volgens mij probeer duidelijk te maken is dat we krimpende budgetten hebben en dat we dus moeten focussen. Dat is de kern van het betoog.

De heer Bouali (D66):
Dan bekruipt me toch een beetje het gevoel van de gedachtepolitie, en dat ben ik van de heer Weverling niet gewend. We ondersteunen hier in Nederland en in Europa breed allerlei organisaties, van allerlei politieke kleur. We ondersteunen journalistieke projecten, journalisten, de Farmers Defence Force, boeren. Iedereen krijgt wel ergens subsidie, of in Nederland of in Europa. Wilt u dan inderdaad de kant op gaan dat we gaan controleren vanuit de VVD? Wilt u daar richting aan gaan geven? Of zegt u: ik vind het toch bij nader inzien wel gezond dat we in een land leven waar ook inderdaad subsidies zijn voor organisaties die misschien wat tegengeluid geven aan overheidsbeleid; ik denk dat dat heel gezond is, zoals bijvoorbeeld de vrije media, die we ook met rust laten om ons te controleren?

De heer Weverling (VVD):
Zeker. Dat laatste punt onderschrijf ik natuurlijk volledig. Waar het om gaat is dat wij in een vrij land leven. Dat demonstreren is een groot goed. Daar zijn we misschien niet altijd blij mee, maar het is heel goed dat we dat recht hebben, dat we daar met elkaar voor openstaan, er ook naar luisteren en dat we daar de goede punten uit overnemen om ons beleid aan te passen. Maar waar het wat mij betreft om gaat, is dat we met krimpende budgetten dus niet subsidies moeten geven aan projecten die het kabinetsbeleid tegenspreken, want je kunt het geld maar één keer uitgeven.

De heer Alkaya (SP):
Dit wordt wel een heel opmerkelijk standpunt van de VVD. Laten we het even gaan uitdiepen. Hoe zouden we dat dan moeten regelen? Moeten we dan tegen die organisaties zeggen: u moet vastleggen in uw statuten dat u niet oppositie zult voeren, alleen dan krijgt u geld? Of moeten we onderzoeken die onafhankelijke organisaties doen van tevoren laten goedkeuren door de minister, zodat de minister kan checken "dit is wel heel kritisch, dus dit mag niet naar buiten komen" en dan de subsidies korten? Hoe zou dat dan in de praktijk werken?

De heer Weverling (VVD):
Hoe het in de praktijk zou werken? Er zijn nu om de zoveel tijd tenders waar de ngo's op kunnen inschrijven. Daar wordt reikhalzend naar uitgekeken, want daarmee kan de bedrijfsvoering van de ngo's op orde blijven. Wat mij betreft zijn de ngo's geen doel op zich, maar een middel om een doel te bereiken. Als zij duidelijk hebben welk doel zij willen bereiken, kun je in de subsidieverordening heel duidelijk kijken waar we wel geld aan geven en waar we geen geld aan willen uitgeven.

De heer Alkaya (SP):
Dus dan wil de VVD in de subsidiebeschikking vastleggen: u zult wel onderzoek doen, maar die onderzoeken mogen niet tot onderzoeksresultaten leiden die tegen het kabinetsbeleid zouden kunnen ingaan. Volgens mij is dat een manier van werken die we in dit land niet met elkaar zouden moeten willen. Het zou de heer Weverling sieren als hij dat toegeeft nu hij alle tegenstand hier ziet, en als hij zegt: bij nader inzien is dat eigenlijk onwerkbaar.

De heer Weverling (VVD):
Waarom moet de belastingbetaler dat betalen?

De heer Alkaya (SP):
Omdat je van tevoren niet weet wat er uit zo'n onderzoek komt. Je laat onderzoek doen naar beleidsvelden waarbij je ook andere geluiden belangrijk vindt. Soms komen daar dingen uit waar het kabinet iets aan heeft en soms kunnen daar dingen uitkomen waarvan het kabinet zegt: dat gaat tegen ons beleid in. Je wilt toch niet van tevoren vastleggen dat het ondersteuning van beleid moet en zal zijn? Dan kun je het inderdaad net zo goed niet doen. Daarom roep ik de VVD hierbij op om te erkennen dat dit een fout standpunt is en om te zeggen: dit neem ik terug; wij willen geen land worden waarin we van tevoren aan onderzoeksinstanties opleggen wat het resultaat van hun onderzoek moet zijn.

De voorzitter:
Tot slot, meneer Weverling.

De heer Weverling (VVD):
Dat laatste is zeker niet het geval. Iedereen moet kunnen onderzoeken wat hij wil onderzoeken. Maar laat hij daar dan ook zelf de financiën voor zoeken, tenzij het kabinetsbeleid daarin ondersteund wordt. Laten we het nu niet groter maken dan het is. Ik heb het gehad over Both ENDS, dat 9 miljoen euro subsidie krijgt, maar dat dan tegen de investeringsbedragen van dit kabinet gaat strijden. Dat voorbeeld noemde ik. Daar worden wij niet enthousiast van.

De heer Van Haga (Van Haga):
Dit is natuurlijk koren op mijn molen. Een prachtig betoog van de heer Weverling. Dat doet mij een beetje denken aan mijn motie van vorig jaar, waarin ik het precies hierover had: het met Nederlands belastinggeld subsidiëren van verschillende instellingen, die zich vervolgens verzetten tegen het kabinetsbeleid. Dat wil je natuurlijk niet. Ik heb het nog even nagekeken, maar de VVD heeft die motie toen niet gesteund. Die werd alleen gesteund door de PVV en Forum voor Democratie. Wat heeft u van gedachten doen veranderen? Als ik deze motie opnieuw indien, gaat de VVD die dan dit jaar wel steunen?

De heer Weverling (VVD):
Dan hebben we nog geen meerderheid, meneer Van Haga. Dus helaas.

De heer Van Haga (Van Haga):
Dat is absoluut een mooie drogreden. Het gaat er niet om of er een meerderheid is. Het gaat erom of u als woordvoerder van de VVD deze motie gaat steunen, die exact in lijn is met uw betoog van zojuist.

De heer Weverling (VVD):
Misschien heb ik zelf wel een motie klaarliggen en wil de heer Van Haga daarin meegaan. Misschien is het goed om nog eens duidelijk te zeggen waar het mij om gaat. Tegenspraak is heel goed. Ngo's hebben een belangrijke rol. Waar het om gaat, is dat we uiteindelijk heel zorgvuldig met belastinggeld moeten omgaan. We willen met dit kabinet allerlei zaken bereiken, zoals handelsverdragen. Wij vinden het dan onwenselijk om zaken te financieren als actievoeren tegen handelsverdragen, want dat belastinggeld kan beter aan andere zaken worden besteed.

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Ik help ook nog even om dit af te pellen, om te kijken hoever we komen. Als we dit zo gaan zien, komen we wel heel dichtbij een Orbaniaanse samenleving en een situatie zoals we die in Hongarije hebben. Neem bijvoorbeeld de media. Bij Op1 krijg je elke avond kritische geluiden tegen het coronabeleid. Vindt de heer Weverling dat we dat soort geluiden ook moeten beknotten? We besteden 600 miljoen aan subsidies voor de media. Vindt de heer Weverling dat we die ook moeten beknotten?

De heer Weverling (VVD):
Het lijkt me verstandig om er geen karikatuur van te maken. Het gaat mij erom dat we het hebben over belastinggeld dat op de begroting staat van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. Daar praten we vandaag over. Mijn betoog van vandaag is: we moeten eerst handel hebben, voordat we het geld kunnen uitgeven aan hulp. Ngo's hebben een belangrijke rol, maar laten we zorgen dat we het geld goed en gefocust uitgeven. Op het voorbeeld van de heer Voordewind ga ik niet eens in. Vrije pers en tegenspraak zijn fantastisch en die moeten we koesteren.

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Ja, en dat moeten we dus ook blijven financieren, begrijp ik. Dat is dan helder.

De heer Weverling (VVD):
Zeker.

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Het tweede is dan natuurlijk: wat doen we met de organisaties die van ons subsidies krijgen voor bepaalde doelen in andere landen, maar met hun particuliere geld kritisch zijn over bijvoorbeeld CETA of Mercosur? Koppelt u zo'n subsidie daar straks aan? Zegt u dan: ja, je mag het voor dat doel geven, maar dan moet je verder wel je mond houden en niet kritisch zijn ten opzichte van deze regering? Gaat u die kant dan op?

De heer Weverling (VVD):
Zeker niet, zeker niet. Dan heb ik het vermoedelijk niet voldoende uitgelegd. Dat is zeker niet de bedoeling. Het gaat erom dat sommige projecten in zo'n subsidietender al bij voorbaat tegen kabinetsbeleid zijn, zoals handelsverdragen, en dat we dat met elkaar niet moeten subsidiëren. Het is al lastig om met elkaar 76 zetels en dus een meerderheid te krijgen voor een handelsverdrag dat we in het regeerakkoord hebben staan. Daar weet u alles van.

De voorzitter:
Meneer Weverling, wilt u uw betoog nu afronden?

De heer Weverling (VVD):
Zeker. Ik sluit af met een oproep. We hebben zowel hulp als handel meer dan ooit nodig. Dit zijn nog altijd twee compleet gescheiden werelden in het beleid. Ik heb vandaag laten zien dat hulp en handel ook hand in hand kunnen en moeten gaan. We hebben in Nederland enorm veel in huis, maar dan moeten we het wel durven aanbieden. Dat vraagt om een nieuwe impuls voor Nederland als handelsland en dat vraagt om eerlijker handelsregels, meer autonomie en een ontwikkelingssamenwerkingsbeleid gebaseerd op gezond verstand. Maar dat vraagt ook dat we durven zeggen: het beste van de wereld is made in Holland.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Weverling.

We gaan nu luisteren naar de maidenspeech in deze zaal van de heer Van den Nieuwenhuijzen van GroenLinks. Zoals u bekend is, is dat een speech zonder interrupties.

De heer Van den Nieuwenhuijzen (GroenLinks):
Voorzitter. Hier sta ik dan, in de plenaire zaal van de Tweede Kamer. Een bijzondere plek en het hart van onze democratie. Ik moet zeggen: als Brabantse jongen uit een katholiek kerkdorp maakt het indruk om hier te mogen staan.

Ik sta hier om te knokken voor een wereld waarin iedereen zichzelf mag zijn, zonder de ander te beperken om zichzelf te zijn. Voor een wereld waarin iedereen de kansen krijgt om eigen dromen na te jagen. Voor een wereld waarin het veilig is om te dromen over liefde en de toekomst. Voor een wereld waarin we voor elkaar zorgen als het wat minder gaat met de ander. Waarin we naar elkaar omkijken en waar we recht doen aan de weerlozen en de wezen en waarin we opkomen voor de verdrukten en de zwakken.

Vandaag bespreken we de Begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking 2021. Het is een begroting met een bezuiniging van zo'n 110 miljoen euro. Daarnaast neemt deze minister nog een hypotheek op de toekomst door geld naar voren te halen. Plat gezegd gaat het om een half miljard. En dit terwijl de allerzwaksten het alleen maar zwaarder krijgen. Nu hebben we te maken met corona, en de economische crisis tekent zich al af. En dan hebben we het nog niet eens over de effecten van klimaatverandering.

Wij hebben een stevige publieke sector, met diepe zakken, en een goed functionerend maatschappelijk middenveld. Daarmee hebben we een stevige basis om deze crisissen het hoofd te bieden. Dan nog is het zeker niet makkelijk om er samen doorheen te komen, laat staan als je opgroeit in de sloppenwijken van Nairobi, of in Kakuma, een van die vele grote UNHCR-vluchtelingenkampen in Afrika. Of in Uganda, waar je niet eens veilig bent als je meisje, vrouw of lhbti-persoon bent. Nee, als ik iets geleerd heb in mijn opvoeding, is het dat je omkijkt naar elkaar, dat je elkaar niet laat vallen als de nood het hoogst is, maar dat je juist dan de anderen een steun in de rug probeert te geven. Dat betekent dus in dit geval, bij deze begroting: niet bezuinigen op de allerarmsten, de weerlozen, de verdrukten en de zwakken. Helaas kiest deze minister, en met haar dit kabinet, juist wel voor deze bezuinigingen. Dat er juist nu, in deze tijd, terwijl er zandzakken vol met geld klaarstaan om grote bedrijven en de vliegsector te stutten, op dit departement bezuinigd wordt, waardoor de meest kwetsbaren het nog moeilijker krijgen: ik kan dat niet begrijpen.

Overigens blijven we in het duister tasten over de vraag waar die klappen dan gaan vallen. Want deze minister kiest ervoor om de bezuinigingen door te schuiven tot na de verkiezingen. Een vrij onsympathieke erfenis om door te geven aan je opvolger, zou ik zeggen.

Voorzitter. Ik heb begrepen dat het traditie is om bij de laatste begroting van een kabinet terug te kijken naar de afgelopen periode. Vandaag is mevrouw Kaag drie jaar en twee dagen minister. Wij hebben als fractie de woorden en daden van deze minister de afgelopen jaren gevolgd. Veel concreets hebben we niet gezien. Ik vraag me af waar deze minister nu zelf het meest trots op is. Welke drie dingen heeft minister Kaag politiek voor elkaar gekregen in de afgelopen jaren? Wat ziet zij als haar nalatenschap? Ik hoor het graag van deze minister.

Voorzitter. Solidariteit is niet gratis. Woorden kunnen groots, meeslepend en inspirerend zijn, maar als je niet doet wat je zegt, is er aan het einde van de dag alleen maar stilte en honger en geweld en uitzichtloosheid. Het kost geld om te investeren in een wereld waarin we iedereen vrij laten en niemand laten vallen. Dat begrijpt GroenLinks als geen ander. Wij zijn dan ook bereid om te investeren, zodat we een bijdrage kunnen leveren aan een wereld, waarin mensen een toekomst hebben.

Voorzitter. Samen met collega's Van den Hul van de PvdA en Alkaya van de SP heb ik dan ook een amendement in samenhang met onze gezamenlijke tegenbegroting ingediend op deze begroting, om 500 miljoen toe te voegen aan het budget van de begroting voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, om die verschrikkelijke hypotheek op de toekomst en die beoogde bezuinigingen terug te draaien. Het is misschien ongebruikelijk om zulke grote bedragen per amendement te verschuiven, maar het is van levensbelang voor mensen in ontwikkelingslanden dat we dat wel doen.

Kijk naar de posities van vrouwen, meisjes en minderheden. Die staan onder druk. Meisjes mogen niet meer naar school, waardoor ze scholing, voeding en veiligheid kwijtraken. Lhbti-mensen worden steeds verder gemarginaliseerd, en seksuele en reproductieve rechten worden in veel landen opzijgeschoven. Helaas is deze minister van plan om juist daar miljoenen extra op te bezuinigen. Een schop na naar al die vrouwen, meisjes en lhbti-mensen die knokken voor eigenaarschap van hun eigen lichaam en seksualiteit. Dat proberen wij te repareren in deze begroting. Maar ik ben benieuwd waarom de minister deze keuze heeft gemaakt.

Honderden miljoenen mensen moeten overleven van nog geen 2 euro per dag. Het bieden van een sociaal vangnet via cash transfers is een effectieve manier om deze mensen te helpen. Sinds wij dit een jaar geleden voor het eerst opbrachten in dit huis, is de minister er ook steeds enthousiaster over geworden. Dat is mooi, maar kan de minister toelichten hoe ze cash transfers inzet? En kan ze daarbij misschien ook haar stemadvies geven over de gewijzigde motie van mijzelf en collega Van den Hul?

Voorzitter. Ook de vrije pers krijgt zware klappen. De afgelopen maanden heb ik daar vaker aandacht voor gevraagd. We staan op onze achterste benen als de NOS niet meer herkenbaar over straat kan. We herinneren ons de moord op journalist Khashoggi en de verontwaardiging hierover. We zien dat Iran en Rusland zich weer bemoeien met de verkiezingen in de Verenigde Staten, en daar zijn we allen terecht heel verontwaardigd over.

Voorzitter. Maar als het gaat om kranten en mediahuizen die omvallen in Bangladesh en Uganda, dan blijft het stil. Een vrije pers is cruciaal voor het bevorderen van democratie en goed bestuur, en zorgt voor een betrouwbare informatievoorziening, vooral in deze onzekere tijden. Ziet de minister ook het belang en de rol van de vrije pers? Ik krijg de indruk van niet, want twee weken terug kregen we de brief van de minister waarin ze schrijft de pers niet meer te willen steunen. Waarom niet, vraag ik de minister. Waarom laat ze de vrije pers zo hard vallen in deze tijd? Wat kan ze nog doen om deze misstap te corrigeren? Ik hoop dat dat meer is dan de pleister die geplakt wordt, waar minister Blok ons gisteren over informeerde.

Voorzitter. Om de Sustainable Development Goals te halen is het van groot belang dat alles wat we hier doen elkaar versterkt. Neem klimaatverandering. Via klimaatfinanciering helpt Nederland arme landen bij het omgaan met de gevolgen daarvan, maar tegelijkertijd dragen we via exportkredietverzekeringen net zo hard bij aan investeringen in de fossiele industrie wereldwijd. Garanties van 1,5 miljard per jaar. Dat valt toch niet met elkaar te rijmen? Wat heeft deze minister nou ondernomen om deze fossiele subsidies af te bouwen? In Zweden zijn bijvoorbeeld fossiele exportkredietverzekeringen vanaf 2022 verboden. Wil dit kabinet dat Zweedse voorbeeld volgen? Of neem de sojabonenindustrie. We zien dat de Amazone wordt gekapt en platgebrand voor de soja-industrie, regenwoudkap waar Nederlandse bedrijven direct bij betrokken zijn, voor soja die naar Nederland wordt gehaald om onze varkens te voeren, gesteund door onze ambassades ter plaatse. Tegelijkertijd maken we ons druk om behoud van het regenwoud en duurzame houtproductie. Of neem de visserij. We ondersteunen Afrikaanse vissers met betere boten en netten, zodat ze in hun eigen bestaan kunnen voorzien. Maar aan de andere kant accepteren we dat grote Nederlandse en andere Europese bedrijven de visrechten bemachtigen in diezelfde Afrikaanse wateren. Dan ben je toch niet coherent bezig? Vindt de minister het niet eens tijd dat we stoppen met blind te vertrouwen op de goedheid van bedrijven en dat we nu eindelijk de waarheid eens onder ogen zien? Is het niet eens tijd om te stoppen met naïef te zijn? Waar is de kritische blik van deze minister geweest naar al die bedrijven die volgens haar in NRC "alleen maar verantwoordelijk willen zijn"?

Voorzitter. Ik zie een wereld waarin de afgelopen jaren Shell belabberd omging met de olierotzooi in Nigeria en waarin de corruptie van Van Oord in Angola op het bureau van deze minister kwam. Of Parlevliet & Van der Plas, dat met omkoping de visrechten bemachtigde in Namibië. Er is bijna geen groot corruptieschandaal te vinden waar niet ergens een Nederlandse bv opduikt. Op het punt van belastingontwijking doet Nederland te weinig, waardoor ontwikkelingslanden ook nog eens miljarden aan belastinginkomsten mislopen. Ik vraag me oprecht af: hoe kritisch is deze minister naar deze bedrijven en hoe kritisch is ze geweest de afgelopen periode? Ik hoor het dan ook graag van haar. Wat heeft deze minister gedaan? Hoe staat het met de uitvoering van onze aangenomen motie om advies te vragen aan de WRR over het behalen van duurzame ontwikkelingsdoelen met specifieke aandacht voor beleidscoherentie? Wat mij betreft is het nu tijd voor dwingende wetgeving op internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen, maar ik heb zo de indruk dat de Kamer het initiatief moet gaan nemen.

Voorzitter. De wereld verbetert door het voorbeeld dat we zijn en de daden die we doen, en niet door onze eigen woorden en meningen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van den Nieuwenhuijzen. Ik feliciteer u met deze heldere maidenspeech in deze zaal.

(Geroffel op de bankjes)

De voorzitter:
Ik spreek de felicitaties ook uit, naar ik aanneem en naar ook al blijkt uit het geroffel op de bankjes, namens de leden hier aanwezig. De bloemen die u toekomen om deze felicitaties te onderstrepen, kunt u dadelijk aantreffen op uw tafeltje hier in de zaal.

De heer Van den Nieuwenhuijzen (GroenLinks):
Dank u zeer.

De voorzitter:
Dank u vriendelijk. Dan kunnen we nu gaan luisteren naar de inbreng van mevrouw Kuik namens het CDA. Gaat uw gang.

Mevrouw Kuik (CDA):
Voorzitter. Dit jaar staat in het teken van gezondheid. We zijn maskers gaan gebruiken, we wassen onze handen meer dan ooit en we houden 1,5 meter afstand. Maar dit is niet de eerste keer en het zal ook niet de laatste keer zijn dat we geconfronteerd worden met een infectieziekte, met een pandemie. De mensheid heeft er al duizenden jaren mee te maken en de dodelijkste van alle is tuberculose. In 2018 werden 10 miljoen mensen ziek en 1,5 miljoen mensen overleden eraan. De infectieziekte COVID-19 heeft nu wereldwijd aandacht.

Sorry, ik heb een heleboel geluid op de achtergrond. Dat is vrij storend. Ik hoor dat ze nu stil zijn. Goed.

De voorzitter:
Goed, gaat u verder.

Mevrouw Kuik (CDA):
Ik ga verder. De infectieziekte COVID-19 heeft nu wereldwijd de aandacht. COVID-19 staat niet op zichzelf. Het zorgt voor een sneeuwbaleffect, met schade voor de gezondheidszorg en de sociaal-economische positie van mensen. In Afrika zijn die effecten fors. We hebben het over een terugval van potentieel 200 miljoen mensen onder de armoedegrens. We worden nu geconfronteerd met een enorme crisis, zowel begrotingstechnisch als mondiaal. De vraag is hoe we bestaande projecten en het uitgezette beleid overeind houden. Het kan niet zo zijn dat we juist nu voor mensen in de landen die net een beetje op eigen benen kunnen staan, en voor diegenen die dat nog niet kunnen, het samenwerkingsbudget naar beneden laten klappen door de koppeling met het bni.

Ondanks deze crisis willen en kunnen we blijven staan voor de projecten die we hebben ingezet, en hebben we met de coalitie extra hulp ingezet. Ik ben trots op het beleid dat de afgelopen jaren met deze coalitie en met deze betrokken minister is ingezet. We hebben de wereld wel een beetje mooier weten te kleuren. Neem de agenda om bij elk thema alert te zijn op de positie en rechten van vrouwen, de extra inzet voor het tegengaan van kindhuwelijken en kinderprostitutie en, op het gebied van gezondheidszorg, de tuberculosebestrijding. Er zijn 2,9 miljoen mensen met betere toegang tot water.

De heer Stoffer (SGP):
Mijn interruptie is gericht op datgene wat mevrouw Kuik zojuist besprak. We kunnen in deze tijd mensen in landen waar het moeilijk is niet laten zakken. Nu gebeurt dat ook in deze begroting voor het komende jaar niet, 2020, maar als je de pagina's 25 en 26 leest, zie je een aantal keren dat we het op peil houden voor 2020 door middel van een kasschuif. Dat betekent gewoon dat we geld uit de komende jaren naar voren halen. En dan staat er als oplossing bij: nog te verdelen. Ik ben erg benieuwd. Ik ga ervan uit dat mevrouw Kuik terugkomt in de komende periode, gezien haar plaats op de lijst van het CDA. Als het CDA weer aan de onderhandelingstafel zit, hoe gaat dat dan verdeeld worden? Dat wil ik wel graag weten.

Mevrouw Kuik (CDA):
Voor het CDA is het belangrijk dat het OS-budget op peil blijft. Daarom hebben we hier ook op ingezet en ben ik blij met het compromis dat daaruit is gekomen. Het is namelijk wel belangrijk dat we de projecten die we nu hebben ingezet, kunnen blijven voortzetten en dat het kind niet met het badwater wordt weggegooid. Wel is het belangrijk dat we ook kijken hoe we het beter terugbouwen. "Building back better" is ook het motto van deze begroting. Dat is ook iets wat ik aan de minister wil vragen. Kan zij voorbeelden geven van hoe we dat dan kunnen doen? Er is zo'n lelijke uitspraak, "never waste a good crisis". We moeten ook kijken waar nu de kansen liggen om het beter terug te bouwen.

De heer Stoffer (SGP):
Deze visie klinkt mooi, maar heel concreet zakken de getallen voor 2021 en daarna. Met mooie woorden kom je er niet. Je plust geld bij of je plust het niet bij. Kan ik ervan uitgaan dat het CDA, als deze partij weer in een nieuwe coalitie terechtkomt, voor 2021 en de jaren daarna het budget bijplust, of blijft dat gat, die kasschuif, dat "nog te verdelen" en blijft het eigenlijk bij loze woorden?

Mevrouw Kuik (CDA):
De heer Stoffer loopt alvast vooruit op een volgende positie van het CDA. Dat klinkt goed. Ik hoop dat we het goed doen en veel zetels halen, want dat zal ook betekenen dat we ons kunnen inzetten voor het op peil houden van het OS-budget. We zullen moeten zien hoe de verhoudingen dan liggen en met wie we die onderhandelingen moeten voeren, als we dat mogen doen.

De voorzitter:
Nog een interruptie? Gaat uw gang.

De heer Stoffer (SGP):
Ik wil het even zekerstellen, voorzitter. Als het CDA dus aan de onderhandelingstafel zit en in een nieuwe coalitie zit, dan zal dat budget op peil blijven voor de jaren 2021 en verder.

Mevrouw Kuik (CDA):
Ik zal mij inzetten voor dit punt, voor ontwikkelingssamenwerking, om het budget op peil te houden, omdat het belangrijk is dat wij niet alleen naar onszelf kijken. Wij worden immers ook geraakt door wat er gebeurt in andere landen. Dat zien we onder andere als het gaat om gezondheid, in de covidcrisis. Als gezondheidssystemen zwak zijn in andere landen, kunnen wij daar ook last van hebben. Dus het is barmhartigheid, want je moet omkijken naar een ander, maar het is ook in ons eigen belang dat we zorgen dat die systemen verbeterd worden. Dat zijn wel belangrijke zaken, waar ik op in zal zetten.

De voorzitter:
Meneer Stoffer? Nee? Gaat u verder, mevrouw Kuik.

Mevrouw Kuik (CDA):
Ik had het over 2,9 miljoen mensen met betere toegang tot water. Ik heb het over 6,6 miljoen boeren die worden bereikt, zodat hun opbrengsten vergroot kunnen worden en over het Challenge Fund for Youth Employment om jongeren perspectief te geven en migratie te voorkomen. En tot slot, niet te vergeten, het versterken van het zo belangrijke middenveld via Power of Voices Partnerships. Ik zei het net al in een interruptie: hoe kunnen we het toekomstbestendiger maken? Kan de minister daar een aantal voorbeelden van geven?

Het versterken van de mondiale gezondheidszorg is voor het CDA de kapstok waar we andere Nederlandse doelstellingen aan kunnen ophangen, zoals hygiëne, toegang tot schoon water, verbeteren van de gezondheidsinfrastructuur, betrouwbare berichtgeving en de positie van meisjes. Voor het bieden van economisch perspectief zullen we een meer gelijkwaardig partnerschap moeten hebben en de mogelijkheden die handel biedt verder uitbreiden. Daar zal mijn collega Amhaouch later op verdergaan. Ten aanzien van dit punt hoop ik dat de minister ingaat op het principe van more for more, less for less bij terugkeer. Hoe worden de landen die meer meewerken meer beloond om ook perspectief te bieden voor jongeren? Ik zie daar nog weinig van terug.

Dan dat gezondheidssysteem dat cruciaal is. COVID-19 heeft grote impact op de kwetsbare gezondheidssystemen. Ik noem als voorbeeld de effecten op de tbc-doelen. Naar schatting leidt deze crisis tot 6,3 miljoen extra zieken en 1,4 miljoen extra doden tussen nu en 2025. Nu het coronavirus de hele wereld raakt, zien we hoe afhankelijk we van elkaar zijn om dit virus te verslaan. Als we straks een vaccin hebben, moeten we dat over de wereld verspreiden. Naast die morele afweging wie eerst, is een goede medische infrastructuur essentieel. Dit is niet alleen om de armsten onder ons te helpen, maar ook simpelweg eigenbelang. Meer dan ooit is helder dat het versterken van gezondheidssystemen van belang is voor een duurzame strategie. Dit is de uitdaging van de komende jaren, in ons eigen land, maar ook welk deel we internationaal bijdragen. Het CDA wil dat we een strategie hebben over wat onze Nederlandse rol zou moeten zijn in de mondiale gezondheidsstrategie. De VN en de WHO zijn bezig met de vorming van strategieën, en we hebben Team EU. Ik snap dat we dat als Nederland niet alleen kunnen realiseren. De mondiale gezondheidsproblemen vragen om een mondiale aanpak. Juist daarom wil ik een Nederlandse strategie en niet wachten op wat de VN of WHO van ons gaan vragen. Hoe verhoudt Nederland zich tot deze internationale initiatieven? Waar zijn wij van meerwaarde, of nog beter: waar willen wij van meerwaarde zijn? Ik ben niet voor niets tb-ambassadeur. Nederland als klein land is heel groot in mondiale bestrijding van tb. We zijn experts als het gaat om watermanagement. Schoon water is belangrijk voor preventie. We kunnen zorgen dat een waterput niet slechts vijf jaar wordt gebruikt, maar twintig jaar doorgaat, met onze kennis via de Blue Deal. Kan de minister hier een update over geven? We ontwikkelen hier sneltesten, doen mee met diverse onderzoeken en bieden innovatieve oplossingen voor gezondheidsvraagstukken. Ik wil dat we niet alleen meevaren op internationale strategieën, maar een eigen agenda hebben. Daarom roep ik de minister op voor Nederland een mondiale gezondheidsstrategie te ontwikkelen.

Tot slot hierover. Hierin is ook research and development van belang. In de afgelopen jaren hebben we met onderzoeken, de PDP's, baanbrekend succes geboekt op het terrein van diagnostiek van en vaccinontwikkeling voor dodelijke infectieziekten. We dragen bij aan structurele verbetering van de infrastructuur en van de onderzoekscapaciteit in de gezondheidszorg in lagere- en middeninkomenslanden, die nu hard nodig is. Dit loopt nog een jaar door. Welke inzet gaat de minister plegen om ervoor te zorgen dat succesvolle projecten vervolgd of opgevolgd kunnen worden?

In de begroting geeft de minister aan, van de Digitale Agenda prioriteit te maken. Voor ons hier is dat vanzelfsprekend, maar ik ben het met de minister eens dat deze mogelijkheden ook in OS-beleid moeten worden benut. Het begint met de digitale infrastructuur, die gebruikt kan worden voor bijdragen aan bijvoorbeeld de gezondheidsstructuur en scholing. Het ene land is verder in de digitale transitie dan het andere land. Hoe gaat de minister deze agenda vormgeven?

Dan meisjes. In deze crisis zien we dat de positie van meisjes heel snel kan verslechteren. Juist in zo'n crisis moeten we alert zijn, nu er op veel plaatsen hulpbehoevende meisjes zijn en er niet altijd officiële hulpverleners aanwezig zijn of deze niet altijd goed gecontroleerd kunnen worden. Kunnen we dit agenderen in EU- en VN-verband? Ik denk ook even terug aan de misstanden in de OS-sector bij andere crisissen. Is de minister het met mij eens dat prostitutie een ongelijkwaardig uitgangspunt heeft en dat het onacceptabel is dat hulpverleners in een gezagrelatie tot mensen in nood hier op enige manier misbruik van maken? Ik vraag de minister te onderzoeken hoe we hulpverleners die misbruik maken van de positie van deze meisjes harder kunnen aanpakken.

De crisis wakkert moderne mensenhandel aan. Er zijn schrijnende verhalen in overvloed, maar het verhaal van de 27-jarige Sarah werd zichtbaar doordat hierover in de Volkskrant werd gerapporteerd. Ze zei dat ze bereid was te luisteren toen op een dag in 2015 een man, een mensenhandelaar, op haar afliep, die zei: jij bent jong, jij bent mooi, wil je niet naar het buitenland, waar het leven veel beter is? Sarah is een van de naar schatting 25.000 Nigeriaanse vrouwen die sinds 2014 naar Europa zijn gesmokkeld. Ik zou graag van de minister willen weten wat de voortgang is van de motie van mij en mijn collega Voordewind van de ChristenUnie over het intensiveren van de aanpak van mensenhandel. In die motie vroegen we aan de minister om de mensenhandel in kaart te brengen en om in samenspraak met bron- en transitielanden de bestrijding van mensenhandel te intensiveren.

Ik geef het woord door aan mijn collega Amhaouch.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Kuik. Dan gaan we zo dadelijk voor het tweede deel van de inbreng van het CDA in dit debat naar de heer Amhaouch, maar we gaan nu eerst nog luisteren naar een interruptie van de heer Van Raan.

De heer Van Raan (PvdD):
Mooi verhaal van mevrouw Kuik. Ze schetst allerlei samenhangen en verbanden die er zijn en die wij ook zien, maar ik vraag me wel het volgende af. Ik wil nog wel even gezegd hebben dat het mooi is dat ze zich ervoor in gaat zetten om het budget voor ontwikkelingshulp op peil te houden. Maar ik vraag me wel het volgende af. Aan de ene kant hebben we het over, relatief gezien, het vingerhoedje gevuld met geld voor ontwikkelingshulp. Aan de andere kant hebben we het over de emmer van de handelsdeals en de grondoorzaken van ongelijkheid in de wereld. Dan heb ik het bijvoorbeeld over de vee-industrie en de export van de producten daarvan. Ziet mevrouw Kuik dat verband eigenlijk wel?

Mevrouw Kuik (CDA):
Volgens mij is dit een heel verhaal bij de begroting dat gaat over hulp en handel. Hulp en handel kunnen elkaar versterken. Daarvoor is de kennis die we hebben op het terrein van bijvoorbeeld agrifood heel erg van belang. Dat zijn dingen die wij inzetten, onze expertise en onze kennis, om mensen over de hele wereld, bijvoorbeeld in Afrika, te helpen, bijvoorbeeld door te zorgen dat boeren meer kunnen produceren, dat minder mensen een voedseltekort hebben, dat boeren meer inkomsten genereren, dat we werken aan een waardeketen waardoor meer wordt verdiend in de landen zelf in plaats van alles in Europa. Dat zijn zaken waar in deze begroting op wordt ingezet. Die waardeketens — collega Amhaouch zal het hebben over economie en handel; dat stuk zal zo komen — zijn wel belangrijke zaken waar we naar kijken.

De heer Van Raan (PvdD):
Dan moet ik toch constateren dat daar een soort blinde vlek zit of lijkt te zitten. Kijk bijvoorbeeld naar de COVID-19-pandemie. De wetenschap vertelt ons dat de kans dat dat komt door hoe wij omgaan met de natuurlijke omgeving, echt heel groot is. Hoe wij omgaan met die natuurlijke omgeving is voor een deel weer gedreven door hoe wij handel drijven en onze veeteeltexport opzetten. Laat ik het anders formuleren. Ziet mevrouw Kuik ook ruimte in de mondiale gezondheidsstrategie, waar ze het over had, voor de inbreng van de wetenschap ten aanzien van de grondoorzaken van bijvoorbeeld de pandemie of de grote en toenemende ongelijkheid in de wereld, juist als het gaat om de gevolgen van onze handelspolitiek?

Mevrouw Kuik (CDA):
Wij moeten natuurlijk kijken naar de grondoorzaken van migratie en ziektes. Wij moeten zorgen dat boeren ook in Afrika op een duurzame manier goed kunnen produceren. Dat zijn dus zeker punten waar we naar kijken.