Plenair verslag

Tweede Kamer, 31e vergadering
Dinsdag 1 december 2020

  • Aanvang 14:00 uur
  • Sluiting 21:54 uur
  • Status Ongecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Arib

Aanwezig zijn 141 leden der Kamer, te weten:

Van Aalst, Aartsen, Agema, Alkaya, Arib, Asscher, Azarkan, Baudet, Becker, Beckerman, Beertema, Belhaj, Van den Berg, Van den Berge, Bergkamp, Van Beukering-Huijbregts, Bisschop, Bolkestein, Van den Bosch, Martin Bosma, Bosman, Bouali, Van Brenk, Bromet, Bruins, Van Dam, Diertens, Tony van Dijck, Emiel van Dijk, Gijs van Dijk, Jasper van Dijk, Dijkhoff, Pia Dijkstra, Remco Dijkstra, Dik-Faber, Van Eijs, El Yassini, Ellemeet, Van Esch, Fritsma, Futselaar, Geluk-Poortvliet, Van Gent, Van Gerven, Geurts, De Graaf, Van der Graaf, Graus, De Groot, Van Haga, Harbers, Rudmer Heerema, Pieter Heerma, Helder, Van Helvert, Hermans, Hijink, Van den Hul, Jansen, Jetten, De Jong, Karabulut, Van Kent, Kerstens, Klaver, Koerhuis, Koopmans, Van Kooten-Arissen, Kops, Kröger, Krol, Kuik, Kuiken, Kuzu, Kwint, Laan-Geselschap, Laçin, Van der Lee, Leijten, Van der Linde, Lodders, Madlener, Maeijer, Marijnissen, Markuszower, Von Martels, Van Meenen, Middendorp, Van der Molen, Moorlag, Agnes Mulder, Edgar Mulder, Van den Nieuwenhuijzen, Nijboer, Nijkerken-de Haan, Van Nispen, Van Otterloo, Ouwehand, Öztürk, Özütok, Palland, Paternotte, Peters, Ploumen, Postma, Van Raak, Van Raan, Regterschot, Rog, De Roon, Sazias, Schonis, Segers, Sienot, Sjoerdsma, Slootweg, Smals, Smeulders, Sneller, Snels, Snoeren, Van der Staaij, Stoffer, Tellegen, Terpstra, Tielen, Van Toorenburg, Veldman, Voordewind, Aukje de Vries, Wassenberg, Van Weerdenburg, Westerveld, Weverling, Van Weyenberg, Wiersma, Van Wijngaarden, Wilders, Wörsdörfer, Yeşilgöz-Zegerius en Ziengs,

en mevrouw Bijleveld-Schouten, minister van Defensie, de heer Grapperhaus, minister van Justitie en Veiligheid, de heer Rutte, minister-president, minister van Algemene Zaken, de heer Slob, minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media, en mevrouw Visser, staatssecretaris van Defensie.

De voorzitter:
Ik open de vergadering van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van dinsdag 1 december 2020. Ik heet alle Kamerleden, de minister-president en de mensen die dit debat of de vergadering van de Kamer volgen van harte welkom.

Vragenuur

Vragenuur

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 136 van het Reglement van Orde.

Vragen Karabulut

Vragen van het lid Karabulut aan de minister-president, minister van Algemene Zaken over het bericht dat de premier onderzoek naar steun aan Syrische rebellen zou tegen proberen te houden.

De voorzitter:
We beginnen zoals gebruikelijk op dinsdagmiddag met het mondelinge vragenuur. Vandaag hebben we drie vragen. De eerste vraag is van mevrouw Karabulut namens de SP aan de minister-president over het bericht dat de premier onderzoek naar steun aan Syrische rebellen zou proberen tegen te houden. Het woord is aan mevrouw Karabulut namens de SP. Voor de aanvullende vragen is het de afspraak om niet langer dan 30 seconden een vraag te stellen. Mevrouw Karabulut.

Mevrouw Karabulut (SP):
Voorzitter, dank u wel. Precies uitzoeken hoe het zit: dat was de reactie van premier Rutte op het nieuws twee jaar geleden dat Nederland voor ruim 25 miljoen euro jarenlang militaire steun verleende aan mensenrechtenschenders, oorlogsmisdadigers, jihadisten en bondgenoten van Al Qaida, in het door burgeroorlog verscheurde Syrië. De zogenaamde niet-letale steun: de bevoorrading van gewapende groepen, waar wij hier, in dit parlement, al enkele jaren over spreken, vooral omdat wij hierover misleid zijn en voorgelogen zijn.

Om precies uit te zoeken hoe het zit, heeft de Kamer om een feitenonderzoek gevraagd aan twee instituten, de AIV en de CAVV. Omdat die daar niet toe in staat bleken, is er een nieuw voorstel, een motie voor een onderzoek, aangenomen, met een onafhankelijke commissie. En wat doet de premier? Die spant zich achter de schermen tot het uiterste in om ervoor te zorgen dat dit onderzoek wordt tegengewerkt, terwijl deze Kamer in meerderheid positief staat tegenover de motie van collega Van Helvert, die onder anderen ik medeondertekend heb. Daarover schrijven de media. Maar ik heb er ook over gehoord, en niet alleen van coalitiefracties.

Voorzitter. Het is natuurlijk ongehoord dat de minister-president zich direct zo mengt in ons parlementaire proces, een fundamenteel proces. Daarom heb ik maar één simpele vraag aan hem: wil hij hier en nu aangeven dat het leden van deze Tweede Kamer, dat het fracties, geheel vrijstaat te stemmen over deze motie, ja of nee?

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan de minister-president.

Minister Rutte:
Ja, uiteraard. Het antwoord op die vraag — het is een gesloten vraag — kan alleen maar ja zijn, maar misschien wilt u iets meer horen. Ik heb mij inderdaad met deze kwestie bemoeid. Ik hoorde dat de motie was ingediend en dat minister Stef Blok had geadviseerd om de motie niet aan te nemen. Er was dus een negatief advies over gegeven. Gezien de internationale context vind ik het ook belangrijk om me ermee te bemoeien. Dat is ook niet uitzonderlijk. Dat heb ik overigens in coalitieverband gedaan.

Daar zijn ook een aantal redenen voor, die ik misschien heel kort mag noemen. Geen van onze internationale partners met wie wij hebben samengewerkt brengt dit type informatie naar buiten. Als we nu nog meer informatie naar buiten gaan brengen dan naar aanleiding van de eerste motie al naar buiten is gebracht, heeft dat risico's voor spanningen, ook met bondgenoten. Het heeft ook gevolgen — dat is ook een risico — voor de personen van de indertijd gesteunde oppositie. Zij dreigen door die openheid extra in de problemen te komen met het Assad-regime. Dat willen we niet hebben. Het was ook niet voor niks een deels vertrouwelijk en deels ook geheim programma.

Dan zitten er ook operationele aspecten aan dit programma, die gelet op de aard alleen vertrouwelijk met de Kamer gedeeld kunnen worden, zoals gebruikelijk is als de diensten erbij betrokken zijn. Het doen van onderzoek in Syrië is door de conflictsituatie eigenlijk onmogelijk. Bovendien is uit informatie ontvangen door de dienst gebleken dat de door Nederland gesteunde groepen zelf niet meer bestaan, maar de mensen die erbij waren lopen wel dat risico dat ik net schetste. Alle relevante informatie is in Kamerdebatten, in Wob-verzoeken en in Kamervragen bekend en gedeeld. De Kamer heeft soms ook vertrouwelijk, als dat niet anders kon, alle beschikbare en relevante informatie gegeven en gekregen. De Commissie van advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken en de Adviesraad Internationale Vraagstukken konden ook over alle informatie beschikken. Ik denk dat het nu vooral van belang is om naar de toekomst te kijken en dat toetsingskader op te stellen.

Maar het klopt dus. In coalitieverband vind ik deze motie onverstandig. Maar dan ga ik nog een keer terug naar de gesloten vraag van mevrouw Karabulut: staat het fracties vrij? Ja, uiteraard. Het is niet aan om mij te beslissen wat fracties doen.

Mevrouw Karabulut (SP):
Het goede nieuws is dat het fracties vrijstaat. Ik zou zeggen: deze Tweede Kamer, die de tanden heeft laten zien met de toeslagenaffaire maar ook met deze affaire, wat gewoon een doofpot is en waarvan we heel veel nog niet weten ... Die motie kan in stemming gebracht worden. Maar ik vind het wel ernstig dat onze minister-president zo intervenieert in het primaire, o zo belangrijke proces van deze Tweede Kamer, die de regering heeft te controleren, namelijk door proberen te voorkomen dat wij de feiten achterhalen en dat er een onderzoek komt. Dat is ernstig.

De door de minister-president aangehaalde argumenten vind ik, eerlijk gezegd, op z'n minst ongeloofwaardig. Want welke bondgenoten zouden hier dan tegen zijn? Op het moment dat wij als Tweede Kamer besluiten om een onderzoek te doen, omdat we van heel veel groepen nog niet weten of ze gesteund zijn, omdat we willen weten of het internationaal recht is geschonden en omdat we die deksel gewoon van de doofpot af willen, welke bondgenoot zou dat dan tegenhouden? Is dat niet veeleer, vraag ik via u, voorzitter, aan de minister-president, dat het politiek gewoon helemaal niet uitkomt voor deze minister-president dat een commissie à la commissie-Davids, die toen ook onderzoek deed naar de oorlog in Irak, de feiten achterhaalt? Is het niet ook gewoon zo dat de minister-president misschien bang is voor die feiten?

Want is de minister-president misschien bekend met de mailwisseling over Nour al-Din al-Zenki, een jihadistische groep? Die mailwisseling gaat over de onthoofding van een 13-jarig jongetje op een pick-uptruck. Dat is opgevraagd per Wob-verzoek en geweigerd.

Minister Rutte:
Dat is een verschrikkelijk bericht, maar dat zegt me echt helemaal niets.

Sowieso maak ik er toch een beetje bezwaar tegen dat mevrouw Karabulut hier allemaal vermoedens uit waarom het kabinet deze motie ontraadt. Ik heb net die argumenten gegeven. Dat zijn de oprechte argumenten. Er is op dit moment geen van de internationale partners waarmee we samenwerken die dit type onderzoek doet. Dit brengt het risico met zich mee dat mensen die toen betrokken waren bij de oppositie, in de problemen kunnen komen in het regime. Dit zijn gewoon de feiten. We kunnen ook niet veilig onderzoek doen in Syrië.

De motie die toen is aangenomen door de Kamer, is ook zo goed mogelijk uitgevoerd. We hebben toen aangeboden, zowel aan het college van advies voor volkenrechtelijke vraagstukken als aan de AIV, om inzage te krijgen in alle stukken die de Tweede Kamer heeft gekregen en ingezien, dus ook alle vertrouwelijke stukken. Daar hebben zij toen zelf van afgezien. Ze hebben gezegd: we gaan wel advies uitbrengen over dat toetsingskader. Dat vroeg die motie ook. Dat is er ook gekomen. Het is nu zaak dat we dat toetsingskader zo snel mogelijk opstellen, zoals naar ik begrijp ook is besproken in het overleg met minister Blok van Buitenlandse Zaken. Al die dingen lopen dus. Maar mevrouw Karabulut wekt nu de indruk alsof er allerlei andere dingen nog achter zitten. De Kamer heeft alle stukken en heeft vertrouwelijk alles kunnen inzien. Ik vind het dus echt een vreemde redenering.

De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Karabulut.

Mevrouw Karabulut (SP):
Tot slot, voorzitter. De minister-president weerlegt op z'n minst de suggesties en de argumenten die ik hem voorleg, niet. Ik denk dat dat de ware reden is. Voor de minister-president is de waarheid keer op keer een optie gebleken. Ik roep alle partijen hier in deze Tweede Kamer op, van de coalitie en van de oppositie, om voor deze motie te stemmen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan heb ik de heer Kuzu, de heer Van Helvert, de heer De Roon en dan de heer Koopmans. Dan ga ik naar de heer Kuzu namens DENK.

De heer Kuzu (DENK):
Als je afgaat op hetgeen wat er in berichtgeving naar voren komt, namelijk dat de minister-president moties die zijn ingediend, wil laten intrekken, en als je hoort en leest dat er in de ministerraad een hele duidelijke stem is geweest van de minister-president die zegt "eigenlijk wil ik dat onderzoek niet", dan lijkt dat niet op hetgeen wat wij hier als parlementaire waarden beschouwen. Dit is natuurlijk een hele lange discussie. In 2018 hebben we hier talloze debatten over gehad. Toen die motie werd ingediend over het toetsingskader, was de brede opvatting hier in de Kamer dat de onderste steen boven moest. Daar was de regering ook voorstander van. Waarom geeft de minister-president nu aan dat die onderste steen helemaal niet boven moet? We hebben terroristische organisaties gesteund.

Minister Rutte:
Precies om de redenen die ik net heb genoemd. De belangrijkste is dat, als je dit doet, het risico bestaat dat personen die toen betrokken waren bij de oppositie door die openheid extra in de problemen komen onder het regime van Assad, dat weer behoorlijk sterk in het zadel zit. Het programma was niet voor niets zowel vertrouwelijk als deels geheim.

De Kamer heeft overigens alle beschikbare informatie ontvangen of ingezien. De juridische en feitelijke aspecten van het programma zijn onderzocht. Vertrouwelijk zijn alle namen van de gesteunde groepen met de Kamer gedeeld, evenals het overzicht van alle geleverde goederen, de memo's die de interne juridische advisering bevatten en het externe evaluatierapport. Openbaar zijn alle antwoorden op honderden feitelijke vragen gedeeld, evenals duizenden pagina's aan Wob-stukken, het IOB-rapport Evaluatie van de monitoringsystemen en de conclusies van het rapport van de Auditdienst Rijk. Al deze stukken zijn toen met de Kamer gedeeld. Daarmee heeft de Kamer alle beschikbare relevante informatie ontvangen of ingezien. Dat onderzoek zal dus niets nieuws opleveren, maar zou wel zorgen voor risico, zeker in dat gebied. Geen enkel ander land dat betrokken was bij NLA-steun — noch de Verenigde Staten, noch het Verenigd Koninkrijk, noch Duitsland — heeft dit soort onderzoeken gedaan. Het geeft dus ook extra druk op de relatie met die bondgenoten, terwijl al die informatie bij de Kamer bekend is.

De heer Kuzu (DENK):
Het geeft toch een enorm onbehaaglijk gevoel dat de minister-president het argument gebruikt dat we problemen krijgen met bondgenoten. Dat riekt naar chantage: dat we worden gechanteerd en geen eigenstandige beslissingen kunnen nemen. Het feit dat minister-president weer aangeeft dat onderzoek niets nieuws zal opleveren, roept op zijn minst de vraag op waarom hij dan zo'n enorme tegenstander is van het uitvoeren van onderzoek waarbij alle, alle, alle feiten boven tafel komen. Dit is geen dossier dat gisteren is begonnen en morgen tot een conclusie moet worden gebracht. Dit speelt al sinds 2018 hier in de Kamer en sinds 2015 in de regio. De minister-president zou toch voorop moeten lopen in het betrachten van transparantie over een heikele kwestie als deze.

Minister Rutte:
Ik heb net toegelicht dat die transparantie maximaal is gegeven. De motie is uitgevoerd, in die zin dat de twee commissies waaraan de Kamer gevraagd heeft om het uit te zoeken, namelijk de Commissie van advies inzake volkenrechtelijke vraagstukken en de Adviesraad Internationale Veiligheid, zeggen: we willen zelf geen gebruik maken van die vertrouwelijke stukken, maar we kunnen wel het verzoek van de Kamer uitvoeren om zo'n toetsingskader te ontwerpen. Dat is allemaal gebeurd. De Kamer weet ook al sinds april 2019 dat de commissies geen gebruik zullen maken van die vertrouwelijke stukken, maar de Kamer heeft al die vertrouwelijke stukken wel ter inzage gehad.

De heer Van Helvert (CDA):
Erkent de minister-president dat het parlement in Nederland het hoogste orgaan is? Erkent hij ook dat het parlement zelf bepaalt welk handelen van de overheid wordt gecontroleerd en hoe dat gebeurt, zeker als het gaat om het leveren van auto's aan jihadistische rebellen?

Minister Rutte:
Ik heb die vraag al eerder beantwoord: ja, natuurlijk.

De voorzitter:
Ik zou gelijk uw vervolgvraag daarop stellen, want het antwoord kon u zo ongeveer raden.

De heer Van Helvert (CDA):
Maar het is toch heel goed om te horen. Als de motie niet is uitgevoerd, als er geen onderzoek op basis van feiten en bevindingen heeft plaatsgevonden — vertrouwelijk onderzoek; het hoeft helemaal niet openbaar — waarom vond het kabinet het in 2018 dan wel goed dat de Kamer een onderzoek deed op basis van feiten en bevindingen en vindt het dat in 2020 niet goed? Waarom vond het kabinet dat in 2018 wel goed, ondanks dat bondgenoten het misschien niet goed zouden vinden — ik zou haast vragen: welke bondgenoten hebben zich gemeld? — en vindt het dat in 2020 niet meer goed? Waarom mag het onderzoek in 2018 wel plaatsvinden van het kabinet en in 2020 niet meer? Wat is er veranderd?

Minister Rutte:
Dat verzoek is toen door de Kamer gedaan aan de twee commissies die ik genoemd heb. Die commissies hebben dat onderzoek uitgevoerd. De Kamer vraagt in de motie om, als basis voor het advies over een toetsingskader, onderzoek te doen naar dat programma in Syrië en de bevindingen daarvan te betrekken bij het toetsingskader. De commissie heeft vervolgens alle vertrouwelijke stukken gekregen. Ze hebben daar zelf van afgezien, omdat zij zeiden: dat past niet binnen ons mandaat. Dat weet de Kamer al sinds april 2019, dus al bijna twee jaar; ruim anderhalf jaar. Vervolgens heeft de commissie wel de mogelijkheid gezien om toch een advies uit te brengen over dat toetsingskader. Dus al die delen van die motie zijn uitgevoerd.

Wat ik zeg, is: als je nu opnieuw onderzoek gaat doen, opnieuw dat verzoek in bewerking gaat brengen, dan levert dat dus grote risico's op, bijvoorbeeld als het gaat om de relatie met onze bondgenoten. Ik heb er een paar genoemd. Die vinden dat een risico. Die vinden het ook een risico voor de mensen die er toen bij betrokken waren. Laten we dat nou niet onderschatten. Er zijn daar mensen die onderdeel zijn van de oppositie. Misschien bestaan die groepen niet meer in die samenstelling, maar die mensen kunnen nog steeds in Syrië leven. Het was niet voor niets dat dat hele programma vertrouwelijk en deels ook geheim was.

Bovendien — dat hebben we ook steeds gezegd — zijn alle operationele aspecten van dit programma naar hun aard vertrouwelijk met de Kamer gedeeld. En waarom? Omdat er ook de vertrouwelijke geheime diensten bij betrokken zijn. Dat zijn allemaal redenen waarom dit niet verstandig is. Al het ruwe materiaal, wat openbaar is via de Wob-verzoeken, via alle antwoorden op honderden feitelijke vragen en Kamervragen en brieven, is al met de Kamer gedeeld. En de vertrouwelijke stukken, inclusief namen van gesteunde groepen, een overzicht van alle geleverde goederen en alle memo's die de juridische advisering bevatten, zijn vertrouwelijk met de Kamer gedeeld.

De heer De Roon (PVV):
Het wordt tijd dat de minister-president zijn verantwoordelijkheid neemt voor die Nederlandse steun aan oorlogsmisdadigers en terroristen in Syrië. Ik heb dus een paar feitelijke vragen daarover. Is de premier bereid om nu eindelijk de lijst te openbaren van alle groepen die in Syrië Nederlandse steun hebben ontvangen? Was de minister-president bij de start van het programma al op de hoogte van welke partijen Nederlandse steun zouden ontvangen? Wist de minister-president dat die steun ook deels militair zou zijn en, zo ja, op welk moment? Kan de minister-president met een feitenrelaas komen over hij nou precies wist over het NLA-programma, welke besluiten daar zijn gevallen en wat zijn rol daarbij was?

Minister Rutte:
Ook mijn rol en die van het kabinet en van de ministerraad zijn uitvoerig in al die antwoorden op die honderden vragen, in al die Wob-stukken, naar buiten gekomen. Daar heb ik niks aan toe te voegen. En wat de heer De Roon nu vraagt, is echt onverstandig. Hij vraagt namelijk om de namen van die gesteunde groepen en het overzicht van geleverde goederen openbaar te maken. Dat is echt onverstandig. Daarmee breng je echt mensen in gevaar. Dat gaan we dus niet doen.

De heer De Roon (PVV):
Dat steunprogramma werd grotendeels uitgevoerd vanuit Turkije. Een deel van die steun ging ook naar door Turkije gesteunde terroristen en oorlogsmisdadigers, zoals die Sultan Murad Brigade, die toen werd ingezet door Erdogan maar die later ook weer werd gebruikt om Armeniërs over de kling te jagen. Dus ja, de conclusie lijkt mij dan toch de volgende te zijn. Dat vraag ik in ieder geval aan de minister-president. Schaamt hij zich nog dat uitkomt dat hij gewoon Erdogan heeft gesteund in die strijd in Syrië?

Minister Rutte:
Ik ben helemaal nergens bang voor. Ik ben voor één ding bang, en dat is dat we door dit door te zetten, een risico lopen met de mensen daar die we toen gesteund hebben. Daar ben ik bang voor. En daar ben ik tegen.

De heer Koopmans (VVD):
Voorzitter. Het gaat uiteindelijk om een motie uit 2018, die ik — als ik dat mag verklappen — destijds samen met de heer Omtzigt heb geschreven. Het gaat om de vraag: hoe voeren we die uit? Ik merk maar even op dat de PVV toen tegen heeft gestemd en dat de SP niet mee wilde tekenen. Maar dat was wel op basis van 2.000 pagina's Wob-verzoeken, 551 feitelijke vragen, drie uitputtende debatten die we daarover hebben gehad. Toen hebben we elkaar eens aangekeken en gezegd: hoe kunnen we nou verder? En toen hebben we gezegd: we hebben zo'n toetsingskader en we hebben die commissies. Die commissies hebben tegen ons gezegd: we gaan dat doen; we zullen alleen niet de archiefkasten induiken, maar we gaan vooruitkijken. Wij hebben toen als commissie ook gezegd: dat steunen wij.

De voorzitter:
En de vraag is?

De heer Koopmans (VVD):
De vraag is dus: is de minister-president het met mij eens dat het gek is dat, terwijl we als Kamer al hebben uitgesproken wat we allemaal willen doen, we nu alsnog dat gaan doen waarvan we twee jaar geleden, met alle informatie die we toen hadden, hebben gezegd: dat hoeft van ons niet meer, want we gaan nu verder kijken?

Minister Rutte:
Daar ben ik het op zichzelf mee eens. Fracties mogen natuurlijk inmiddels andere opvattingen hebben, maar dan vind ik het ook weer aan de regering om daarover te adviseren en te zeggen: ja, dat vinden wij onverstandig, om de redenen die ik al genoemd heb.

De voorzitter:
Mevrouw Van Kooten-Arissen en dan mevrouw Karabulut.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (vKA):
Voorzitter. Hier gebeurt toch wel iets heel schokkends. Ik kom hier de zaal in lopen en er wordt meteen door de VVD gevraagd: waarom heb je Kamervragen gesteld; waar komen die Kamervragen vandaan?

Voorzitter. Ik wil voor donderdag antwoord op al deze Kamervragen, een voor een. Ik heb eigenlijk maar één vraag aan de minister-president. Wanneer gaat hij recht doen aan onze rechtsstaat, geeft hij de Kamerleden de informatie waar zij recht op hebben en gaat hij de misstanden in dit land oplossen?

Minister Rutte:
Ik heb die vraag net beantwoord. Alles is al gedeeld met de Kamer, zowel openbaar als vertrouwelijk. Het openbare deel is nogal omvangrijk, als je kijkt naar alle Wob-stukken et cetera, dus ik snap de vraag niet helemaal.

De voorzitter:
Ik zie u staan, meneer Koopmans. U mag er kort op reageren omdat de VVD wordt genoemd, maar dan niet om een nieuwe discussie met mevrouw Van Kooten-Arissen uit te lokken.

De heer Koopmans (VVD):
Nee, maar ik vind het alleen gek dat als ik haar gewoon vraag of ze zich ook in de Kamervragen gaat mengen, ik persoonlijk word uitgetrokken als een soort infiltratiepoging of zo. Dat vind ik gewoon niet passen.

De voorzitter:
Dan heeft u dat punt gemaakt. Mevrouw Van Kooten-Arissen, u heeft ook uw punt gemaakt. Anders krijgen we een discussie tijdens de mondelinge vragen. Mevrouw Karabulut.

Mevrouw Karabulut (SP):
Het is gewoon treurig, maar mevrouw Van Kooten-Arissen en anderen hebben natuurlijk gelijk. De minister-president staat hier gewoon keihard te beweren dat we alles weten. We weten alles niet. In 2018 vond de regering het nog prima dat de motie werd uitgevoerd, inclusief een feitenonderzoek. Twee jaar later gaat de minister-president zo ver dat hij de boel op stelten zet achter de schermen en alle ministers op partijen afstuurt om dit onderzoek te blokkeren. Waar is de minister-president bang voor?

Minister Rutte:
Ik ben helemaal nergens bang voor, behalve onze relatie met bondgenoten, de vertrouwelijke informatie van geheime diensten, de positie van leden van oppositionele groepen in Syrië en de risico's die zij daar lopen in het verschrikkelijke regime dat daar aan de macht is. Ik maak me daar grote zorgen over. Ik ben verder politiek helemaal niet bang hiervoor, want u heeft alles gezien, zowel vertrouwelijk als openbaar. Daar is verder niets over te melden. Het onderzoek dat toen gevraagd werd om uiteindelijk te komen tot een toetsingskader, heeft plaatsgevonden. De door de Kamer gevraagde commissies hebben gezegd: die vertrouwelijke informatie hebben wij niet nodig, die valt buiten ons mandaat, maar we kunnen wel het advies uitbrengen over het toetsingskader. Dat ligt er en er is ook met de Kamer afgesproken om dat toetsingskader nu te gaan maken.

De voorzitter:
De tweede vraag, mevrouw Karabulut.

Mevrouw Karabulut (SP):
Mijn tweede vraag inderdaad. De minister-president stelt hier nergens bang voor te zijn. Hij geeft een aantal argumenten die gewoon, met alle respect, onzinargumenten zijn. Bondgenoten hebben nooit gezegd: dit mag niet. Die mensen zijn niet in gevaar, want we vragen niet om namen en vertrouwelijke informatie te publiceren. De minister-president is wel degelijk ergens bang voor. Ik wil van de minister-president weten waarom hij erop staat dat deze informatie niet naar buiten komt. Twintig groepen zijn er in totaal gesteund door Nederland. Dankzij onderzoeksjournalistiek — daar heb je het patroon weer — weten we van acht tot tien groepen die steun hebben gehad. We weten ook dat daar waarschijnlijk verschrikkelijke mensenrechtenschendingen, uit onze naam, met steun van Nederland, zijn gepleegd. Maar van die andere weten we dat nog niet. De minister-president probeert, net als in de toeslagenaffaire …

De voorzitter:
Mevrouw Karabulut …

Mevrouw Karabulut (SP):
… en net als in andere affaires, deze informatie in een doofpot te stoppen.

De voorzitter:
Mevrouw Karabulut …

Mevrouw Karabulut (SP):
Ik vraag hem via u, voorzitter, daarmee te stoppen. Neem uw verantwoordelijkheid.

De voorzitter:
De minister-president.

Minister Rutte:
Noch in de toeslagenaffaire noch in deze kwestie probeer ik iets in de doofpot te stoppen. In 2018 is alles gedeeld, vertrouwelijk en openbaar, ook de namen van de gesteunde groepen. Dat is toen allemaal gedeeld. Er is toen door de Kamer een motie aangenomen en dat onderzoek heeft plaatsgevonden door beide commissies waar de Kamer dat aan vroeg.

Ik vind de suggesties van mevrouw Karabulut eigenlijk niet heel behoorlijk, voorzitter, want er zitten zo veel suggesties in haar vraagstelling over mijn motieven dat ik dat eerlijk gezegd beneden alle peil vind.

De heer Sjoerdsma (D66):
Ik kan me nog wel voorstellen dat de heer Rutte ministers die in nood zijn te hulp wil schieten, maar ik had hem wel een fijnzinniger kompas gegund, bijvoorbeeld bij de toeslagen of bij stikstof. Maar goed, dan maar deze vraag. Was het niet beter geweest als de premier en het kabinet van tevoren heel duidelijk de risico's van dit programma hadden geschetst, zodat de Kamer daar volledig in was meegenomen?

Minister Rutte:
Bedoelt u voor 2015, meneer Sjoerdsma? Volgens mij is dat hier ook allemaal besproken in die eindeloze reeks debatten en zijn er ook al heel veel lessen getrokken, ik dacht ook langs de lijnen zoals de heer Sjoerdsma die nu schetst. Ik heb nu niet precies paraat wat er toen voor conclusies zijn getrokken, maar ik meen dat toen ook is vastgesteld — daarmee zijn ook dit type acties zwaar geëvalueerd — hoe je daarmee om moet gaan. Dat ben ik op zichzelf dus met hem eens, maar ik kan nu niet precies nagaan welke exacte conclusies zijn getrokken in al die debatten. Maar volgens mij liggen die wel in lijn met de vraag die de heer Sjoerdsma hier stelt.

De voorzitter:
Dank u wel.

Vragen Van Dam

Vragen van het lid Van Dam aan de minister van Justitie en Veiligheid over illegale bommen in woonwijken.

De voorzitter:
Dan ga ik nu naar de tweede vraag, van de heer Van Dam van het CDA aan de minister van Justitie en Veiligheid, die ik van harte welkom heet. De vraag gaat over illegale bommen in woonwijken. Het woord is aan de heer Van Dam namens het CDA. Gaat uw gang.

De heer Van Dam (CDA):
Voorzitter. Bommen in woonwijken; ik maak mij enorme zorgen over hoe zich dat gaat ontwikkelen de komende maand. Het is vandaag 1 december. We hebben nog 31 of 30 dagen te gaan tot oudejaarsavond. We weten dat dit een andere jaarwisseling wordt dan de voorgaande, want er is een algeheel vuurwerkverbod. Maar nu al, als je de krant openslaat of als je thuis in je woonkamer zit en 's avonds de televisie een beetje zachter zet, hoor je ver weg of dichtbij enorme explosies. Mensen maken zich daar zorgen over. Mensen maken zich daar vooral zorgen over omdat er gewoon in woonwijken tientallen of honderden kilo's zwaar illegaal vuurwerk wordt opgeslagen, in een schuurtje of onder de trap. Vandaag stond het in de krant. Het staat al dagen in de krant. Met alle waardering voor de inspanningen van onze politie, de handhavers en alle anderen die daarbij betrokken zijn, maar ik maak mij zorgen of dit wel goed gaat. Daarom heb ik een aantal vragen aan de minister.

Hoe kijkt de minister hiertegen aan? Hebben wij de komende tijd voldoende handhavingscapaciteit om dat vuurwerkverbod, dat we wat mijn fractie betreft hebben aanvaard omdat dat moest in de gegeven coronaomstandigheden, te handhaven? Want als je regels stelt, moet je die ook handhaven. Ik heb burgemeesters aan de lijn gehad die nu al zeggen: wij zitten aan de grenzen van wat we nu aankunnen. We weten allemaal dat het eerder méér wordt dan minder. Wat heeft de minister gisteravond hierover besproken in het Veiligheidsberaad? Hoe is daar de toon en de stemming? Hoe zit het met de capaciteit om hierop in te zetten? Wordt overwogen om daar een noodplan voor in te richten? Graag een reactie van de minister.

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan de minister.

Minister Grapperhaus:
Voorzitter. Ik geef meteen een reactie op de eerste vraag: ik kan niet vaak genoeg zeggen dat we dit jaar geen vuurwerk hebben omdat we met name de zorg willen ontlasten. We willen zorgen dat er geen overbelasting ontstaat. Dat zeg ik in reactie op de eerste vraag van de heer Van Dam, omdat ik vanuit dat punt spreek met de voorzitters van de veiligheidsregio's en met de burgemeesters over hoe we dit aanpakken. De politie heeft haar steun uitgesproken voor het feit dat het vuurwerkverbod er dit jaar ligt. Ik spreek daar met de korpsleiding over. We moeten ons realiseren dat er de afgelopen jaren sowieso al heel veel door de politie is ingezet op het onderscheppen van zwaar illegaal vuurwerk, in samenwerking met de Duitse politie. We werken namelijk samen met Duitsland en België. Enige tijd geleden is meer dan 50.000 kilo vuurwerk in Nederland in beslag genomen. Dit jaar betreft het in ons land al 35.000 kilo, tegen 25.000 kilo vorig jaar. Daaruit kunt u afleiden dat er echt goed wordt ingezet op handhaving en het onderscheppen van illegaal vuurwerk. De politie controleert auto's in de grensgebieden daar ook op. Donderdag spreek ik met mijn Belgische collega Annelies Verlinden over een gezamenlijke aanpak. De Belgen zijn namelijk ook voornemens om de verkoop en het afsteken van vuurwerk te verbieden.

Ten slotte. Gisterenavond hadden we het wekelijkse Veiligheidsberaad. Toen hebben we er met elkaar bij stilgestaan dat er in enkele gebieden in ons land rellen zijn waarbij illegaal vuurwerk wordt ingezet. Laten we heel duidelijk zijn: het afsteken van vuurwerk is nu hoe dan ook illegaal. Ook vorig jaar omstreeks deze tijd had je dat niet mogen doen.

Ik sluit af met wat de burgemeesters en ik gisteren gezamenlijk hebben gezegd: we moeten hier stevig op handhaven wat betreft zowel het opsporen als het lik-op-stukbeleid als mensen zich er niet aan houden. We doen dit in het kader van de coronabestrijding; we willen mensen in de ziekenhuizen, die keihard werken, niet rondom oudjaar extra belasten met 1.400 ernstig gewonden.

Dank u.

De heer Van Dam (CDA):
Voorzitter. Dank voor de antwoorden van de minister. Ik weet dat er allerlei inspanningen verricht worden. Maar ik heb eens rondgebeld naar een aantal burgemeesters. Zij maken zich de meeste zorgen over de beschikbaarheid van personeel. Hun handhavers worden nu al ingezet op het gewoon handhaven van de coronamaatregelen, ook een thema dat vrij actueel is. Politiemensen kunnen eigenlijk alleen ingezet worden als er een incident is. Er zijn twee redenen waarom het van zo groot belang is om aanwezig te zijn in die wijk. In de eerste plaats is dat van belang om problemen klein te houden. En in de tweede plaats is dat van belang om juist te horen waar het spul ligt. Want mensen zijn bang om dat te melden. Zij melden dat niet zomaar. Er zijn maar weinig mensen die de politie bellen en zeggen: goh, er ligt bij de buurman zoveel kilo vuurwerk in het schuurtje. Om dat te horen, moet je aanwezig zijn in de wijken. Daar gaat mijn grootste zorg naar uit. Bij al die andere dingen, van grenscontroles tot pakketcontroles, zijn de afgelopen jaren forse stappen gezet. Waardering daarvoor. Maar ik maak mij zorgen over de aanwezigheid van de politie op straat, tussen de mensen in. Daarom vraag ik het volgende aan de minister. Hij heeft de Kamer laten weten dat hij met een plan komt om de blauwe capaciteit van de politie op te plussen. Wanneer mogen we daar resultaten van verwachten? En zou het bijvoorbeeld niet tijd worden om ook andere hulpdiensten of andere diensten de politie te laten versterken? Wij kennen een regeling om de marechaussee bijstand te laten verlenen. Ik maak mij echt zorgen over een tekortschietende capaciteit van de politie in de wijken. Ik hoor daar graag een reactie op.

Minister Grapperhaus:
Voorzitter. Terecht dat dit punt wordt opgepakt, en daar richten we ons nou juist op. Ik geef u even het voorbeeld van Roosendaal, waarover u in de afgelopen week in de kranten heeft kunnen lezen. In Roosendaal wordt nou juist een groot aantal maatregelen extra getroffen. U hebt kunnen zien dat daar echt met harde hand wordt opgetreden en dat er sprake is van een lik-op-stukbeleid. Er is ook een noodverordening. Maar er is ook een individuele aanpak, want daar gaat het óók om. Het gaat er ook om, mensen erop aan te spreken en ze te zeggen waarom ze dit niet moeten doen. Dat is het punt dat ik hier dan steeds maak, waarbij ik dan natuurlijk heel veel beamende blikken krijg. Maar dat moet de mensen ook duidelijk worden. Én men zet de politie nu extra in de wijk. Er wordt ook veel informatie gedeeld met de verschillende diensten en ook met verschillende gemeenten, uiteraard waar dat mogelijk is.

Voorzitter. Dat is ook wat ik gisteren bij het Veiligheidsberaad heb afgesproken, ook op instigatie van een paar van de burgemeesters. Zij zeiden: wissel ook je best practices in dat opzicht uit. We zetten er heel duidelijk op in dat die handhaving stevig is deze jaarwisseling. Maar ik sluit weer af met de opmerking: we doen het één jaar zo met zo'n vuurwerkverbod, want we willen de zorg ontlasten. Je wilt dat je familielid of je buurman met ernstige coronaklachten of juist met een andere aandoening, wél terechtkan in het ziekenhuis. Daarom één jaar geen vuurwerk, om de zorg te ontlasten in die dagen rondom de jaarwisseling. Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Meneer Van Dam, tot slot.

De heer Van Dam (CDA):
In mijn jonge jaren werkte ik hier aan het politiebureau Jan Hendrikstraat. Toen werd tussen kerst en oud en nieuw iedereen die een uniform aan kon, ook in een uniform op straat gezet. Dat is volgens mij wat er op dit moment moet gebeuren, niet alleen tussen kerst en oud en nieuw, maar eigenlijk nu al. Dat pleidooi richt ik in redelijkheid aan de minister.

De voorzitter:
Dank u wel. De minister kan daarop reageren, maar het hoeft niet. Nee, ik zie dat hij daar geen behoefte aan heeft.

Eerst krijgt heer Van den Berge namens GroenLinks het woord, en dan mevrouw Van Es namens de Partij voor de Dieren.

De heer Van den Berge (GroenLinks):
Goed dat de minister net nog eens even aangaf waarom we dit doen, namelijk om de zorgprofessionals niet nóg zwaarder te belasten dan ze al zijn. Complimenten daarvoor, en ook voor de inzet van de minister. Maar GroenLinks maakt zich wel zorgen over de handhaving. We hebben echt het gevoel dat we dat handhavingsweb nog onvoldoende gedicht hebben. Daarbij gaat het inderdaad om capaciteitstekorten bij de politie, om mensen die over de grens vuurwerk gaan kopen, over illegale handel in Nederland. De minister is nog volop in gesprek met burgemeesters en met het Veiligheidsberaad, maar ik zou hem eigenlijk willen vragen om de Kamer zo snel dat kan, maar in ieder geval uiterlijk een week voor het kerstreces, te informeren over hoe we die gaten in dat handhavingsweb zo dicht mogelijk krijgen, zodat we de jaarwisseling inderdaad ordentelijk en veilig kunnen laten verlopen.

Minister Grapperhaus:
Nou ja, ik denk niet dat de politie en de andere handhavingsdiensten van tevoren volledig open gaan leggen waar ze nu precies op gaan inzetten, want dan kun je ze van verre zien aankomen. Maar ik denk dat de heer Van den Berge daar niet zozeer op doelt. We hebben ook nog een AO Politie voor de kerst. Het zou misschien goed zijn dat ik voor dat AO nog een kort briefje schrijf, zodat we naar aanleiding daarvan op dat moment nog even van gedachten kunnen wisselen hierover. Dan kan ik ook de laatste inzichten uit het Veiligheidsberaad meegeven.

Mevrouw Van Esch (PvdD):
We hebben begrepen dat na overleg met het Veiligheidsberaad het vervoer van vuurwerk nu ook strafbaar wordt, maar het bezit van vuurwerk wordt niet strafbaar, ondanks de oproep van meerdere burgemeesters, onder andere in Brabant, om dat wel te doen. We hebben begrepen dat dat juridisch lastig haalbaar of ingewikkeld zou zijn. Ik ben wel benieuwd of de minister kan aangeven wat er juridisch ingewikkeld aan is om ook het bezit van vuurwerk strafbaar te stellen dit jaar.

Minister Grapperhaus:
Maar dat is een vraag die uiteindelijk bij de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat thuishoort, want zij gaat over het Vuurwerkbesluit. Het punt van het strafbaar stellen van het enkele bezit van vuurwerk is dat men ook in de privésfeer, achter de voordeur zou belanden. Er is heel nadrukkelijk gekozen voor het strafbaar stellen van het vervoer, omdat dat betekent dat als u op straat loopt met stuks vuurwerk, u aan het vervoeren bent. Dan bent u reeds strafbaar. Als u met de auto met spullen in de kofferbak rondrijdt, bent u reeds strafbaar, ook als dat vuurwerk is dat nog "over" was van vorig jaar. Laat ik dat voor iedereen duidelijk zeggen. Laten mensen zich overigens goed realiseren dat een aantal categorieën dit jaar sowieso al extra verboden was ten opzichte van vorig jaar. We waren dus ook al meer aan het inperken.

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Nog één aanvullende vraag. Dat vervoersverbod gaat natuurlijk niet voorkomen dat er mogelijk vuurwerk onder kinderbedjes bij mensen thuis ligt. Daar lossen we dat niet mee op. We doen niets aan het probleem dat er nu vuurwerk bij mensen opgeslagen ligt. Daar zouden we alleen iets aan kunnen doen als we wel degelijk ook het bezit van vuurwerk verbieden. Het vervoersverbod lost dat niet op. Wat gaan we specifiek doen aan het probleem dat al dat vuurwerk bij mensen thuis opgeslagen ligt?

Minister Grapperhaus:
Dat is eigenlijk heel eenvoudig. Ik vind het overigens levensgevaarlijk als je vuurwerk onder een kinderbedje legt, tenzij je er zelf in gaat slapen, maar dan is het in een ander opzicht nog steeds levensgevaarlijk. Laat ik het zo stellen. Als die meneer of mevrouw die zo idioot is om dat te doen — dat zeg ik maar keihard — vervolgens onder het kinderbedje gaat, het vuurwerk tevoorschijn haalt en de straat op gaat, dan is die al strafbaar, want dan is die bezig het te vervoeren. Als er overigens meer dan 25 kilo wordt opgeslagen in het privédomein, dan is dat wel strafbaar, maar als iemand een kleine hoeveelheid in het huis heeft, dan geldt in Nederland hoe dan ook, in ieder geval het principe dat we nu eenmaal een grondrecht hebben dat we niet achter de voordeur komen.

De voorzitter:
Dank u wel.

Vragen Pia Dijkstra

Vragen van het lid Pia Dijkstra aan de minister van Justitie en Veiligheid over de blokkade door de minister van een benoeming van een rechter in een toetsingscommissie voor euthanasie.

De voorzitter:
Dan geef ik tot slot het woord aan mevrouw Pia Dijkstra namens D66 voor haar vraag over de blokkade door de minister van een benoeming van een rechter in een toetsingscommissie voor euthanasie.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):
Dank u wel, voorzitter. Afgelopen zaterdag was het precies twintig jaar geleden dat onze euthanasiewet van kracht werd, of werd aangenomen, moet ik zeggen. Die wet geeft artsen na een uitermate zorgvuldig proces de mogelijkheid om euthanasie uit te voeren bij mensen die ondraaglijk en uitzichtloos lijden. Het oordeel over de vraag of de uitvoering van een euthanasieverzoek conform de zorgvuldigheidseisen uit de wet is uitgevoerd is in beginsel aan de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie, de RTE. Een ethicus, een arts en een jurist maken deel uit van de RTE, zodat zaken vanuit meerdere specialismen bekeken worden. De leden van deze RTE worden na een zorgvuldige procedure en selectie voorgedragen door een sollicitatieadviescommissie bestaande uit leden van de RTE zelf. De voorgedragen kandidaat wordt daarna enkel nog formeel benoemd door zowel de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport als de minister van Justitie en Veiligheid. Waar Nederland twintig jaar geleden een primeur had met zijn euthanasiewet heeft deze minister vandaag, zoals de Volkskrant vanochtend schreef, ook een primeur. Althans, daar leek het op. De Volkskrant schreef dat het voor het eerst is dat een door de RTE voorgedragen lid niet benoemd is. Inmiddels is mij gebleken dat dat in elk geval eenmaal eerder is gebeurd. Het heeft toen alleen niet de aandacht van de pers getrokken.

Maar dit roept bij mij wel een groot aantal vragen op. Kan de minister bevestigen dat er vandaag tien nieuwe RTE-leden benoemd zijn maar dat één lid, een jurist, niet benoemd is? Aangezien de benoeming door zowel de minister van VWS als de minister van JenV moet gebeuren, hoor ik ook graag of de minister van VWS deze benoeming ook blokkeert of dat alleen de minister van JenV dat doet. En kan de minister precies uitleggen waarom hij de benoeming van deze plaatsvervangend raadsheer blokkeert? Want uiteraard staat de minister formeel in zijn recht als hij kandidaten niet benoemt, maar dan wil ik wel dat hij verantwoording aflegt.

De voorzitter:
De minister.

Minister Grapperhaus:
Voorzitter. U vraagt mij naar een besluit naar aanleiding van een voorgedragen benoeming. Over die besluiten worden geen mededelingen gedaan. Over de procedure kan ik het volgende opmerken. We hebben jaarlijks een aantal benoemingen in de RTE's. Er waren er dit jaar elf, en daarvan is er één niet doorgegaan. Dat is een beslissing van de minister van VWS en van mijzelf gezamenlijk. Wij hebben daarvan de coördinerend voorzitter alvast mondeling en vertrouwelijk op de hoogte gesteld. Er komt deze week een brief aan de voorzitter, waarin een en ander nader uiteengezet wordt. Dat is een vertrouwelijke brief. Om privacyredenen wordt dat verder niet uiteengezet.

Verder zegt de memorie van toelichting op artikel 4 van de Wtl — u vindt het vast goed dat ik 'm even afkort, want u weet precies waar het over gaat — …

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):
De euthanasiewet, ja.

Minister Grapperhaus:
… dat wij een toetsing moeten doen op een aantal daarin genoemde criteria.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):
Ik dank de minister voor zijn antwoord, dat eigenlijk niet heel anders was dan ik had verwacht, maar ik vind het toch wel ingewikkeld. Want als ik kijk naar het cv van de niet benoemde kandidaat zie ik twee zaken. Ik zie een hele mooie juridische carrière, onder andere als plaatsvervangend raadsheer aan het hof. Ik zou dus ook graag de bevestiging van de minister willen horen dat deze kandidaat zelfs recent nog door het ministerie van VWS werd uitgenodigd om juristen bij te scholen over de euthanasiewetgeving en de rechtspraak op dat gebied.

Maar ik zie ook dat dit afgewezen lid een actieve rol vervulde bij Stichting de Einder, een stichting die zelfeuthanasie bespreekbaar wil maken. En ongeacht of de minister en ik het eens zijn met dit doel, vraag ik of de minister het met mij eens is dat dit streven op zichzelf niet verboden is. Ik vraag de minister, die zelf jurist is, of het niet juist de taak is van een jurist binnen de RTE om op basis van de wetgeving van de Wet toetsing levensbeëindiging, de wetsgeschiedenis en de jurisprudentie te beoordelen of een euthanasieverzoek uitgevoerd is conform de zorgvuldigheidseisen.

Ik voeg daar maar even aan toe dat de huidige voorzitter van de RTE, Jacob Kohnstamm, voorzitter is geweest van de NVVE. Hij heeft zich, net als de nu afgewezen kandidaat, ook een voorstander getoond van de pil van Drion. Onlangs is de heer Kohnstamm herbenoemd door beide ministers.

Een ander voorbeeld is een medisch-ethicus, Theo Boer, die negen jaar in de RTE heeft gezeten maar die juist vanuit een heel andere achtergrond keek naar de euthanasiewet. Hij was lid van de Medical Ethics Committee of the Dutch Council of Churches.

Kortom, is dat niet waar het om gaat? Gaat het er niet om dat iemand een goede jurist is en op basis daarvan kan oordelen?

Minister Grapperhaus:
Ik ga omwille van de tijd niet voor u allen herhalen wat ik daar eerder over heb gezegd. Daar verwijs ik dus naar. Maar ik wil er ook nog eens naar verwijzen dat de memorie van toelichting op artikel 4 heel duidelijk aangeeft dat wij moeten toetsen op basis van de "… specifieke deskundigheid vanuit de eigen discipline op het terrein van de onderhavige problematiek, alsmede op grond van geschiktheid om een voorgelegd geval van verschillende kanten te bezien en aan abstract geformuleerde criteria te toetsen." Dat zijn echt de criteria waar wij ons aan houden. Het zijn twee ministeries, twee bewindspersonen die daarnaar kijken. Daar wordt dus heel zorgvuldig naar gekeken. Verder blijf ik zeggen: er komt een vertrouwelijke brief aan de coördinerend voorzitter waarin dat nader wordt toegelicht.

De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Dijkstra.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):
Voorzitter, ik krijg geen antwoord en dat is zeer onbevredigend, want het gaat natuurlijk wel om een sollicitatiecommissie van RTE's die zelf deze kandidaat ook hebben getoetst.

De voorzitter:
Dat heeft u duidelijk gemaakt aan de minister.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):
Ik heb nog één vraag aan de minister. Het is nog niet in het Staatsblad gepubliceerd, althans ik heb het niet kunnen vinden. Ik zou de minister willen vragen om te overwegen om alsnog tot benoeming over te gaan.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Dijkstra.

Minister Grapperhaus:
Daar wil ik heel kort tegen mevrouw Dijkstra over zeggen dat ik het ook vervelend vind dat dit naar buiten komt nog voordat wij die brief hebben kunnen sturen. Dat vind ik ook heel erg naar voor de betrokkenen. Nogmaals, er is alleen mondeling een beleefdheidsmededeling vanuit VWS gedaan aan de voorzitter, maar het besluit wordt deze week in een vertrouwelijke brief toegelicht.

De voorzitter:
Dan ga ik naar de heer Van der Staaij van de SGP en daarna naar mevrouw Tellegen en de heer Van den Berge.

De heer Van der Staaij (SGP):
De weging in individuele situaties is natuurlijk lastig om publiek te bespreken, maar wat wel een belangrijke vraag is, is wat je verwacht van leden van de toetsingscommissie. Mijn vraag aan de minister is of het zich verhoudt met de onafhankelijke rol en beoordeling van de toetsingscommissie als iemand buitengewoon uitgesproken allerlei opinieverhalen schrijft waarin gezegd wordt dat de euthanasiewet veel ruimer moet worden uitgelegd en moet worden aangepast. Als je je eigenlijk meer in een bepaalde lobby opstelt, ben je dan wel geschikt om die rol te vervullen in de toetsingscommissie?

Minister Grapperhaus:
Ik weet niet … Ik ken u en ik weet dat u mij weleens ongeduldig heeft aangekeken toen ik voor de tweede keer dezelfde tekst ging uitspreken.

De voorzitter:
Heeft u het tegen de heer Van der Staaij of tegen mij?

Minister Grapperhaus:
Tegen u.

De voorzitter:
Oké. Dat mag u niet herhalen inderdaad.

Minister Grapperhaus:
Ik bedoelde het goed. Op de vraag van de heer Van der Staaij zou ik namelijk weer dat stukje gaan citeren uit de memorie van toelichting. Dat zijn de criteria waar de minister van VWS en ik — daar worden we ook uitgebreid over voorgelicht — ons echt op richten; dat is een lang traject.

De voorzitter:
Maar de heer Van der Staaij kent dat stuk, denk ik.

De heer Van der Staaij (SGP):
Zeker, en dat geeft nog geen antwoord op mijn vraag, waarmee ik een stuk verfijning vraag. Het is gewoon een eerlijke en faire discussie. Vind je dat iemand die zich heel erg als een pleitbezorger manifesteert van een veel ruimere uitleg van de euthanasiewet, sterker nog, van verregaande aanpassing, geschikt is om die onafhankelijke rol te vervullen, die de toetsingscommissies moeten vervullen? Dat is meer een algemene vraag. Ik ben benieuwd hoe de minister de frase die hij net voorlas, interpreteert.

Minister Grapperhaus:
Maar toch gaat het uiteindelijk om een optelsom van — ik zeg het heel voorzichtig en zal niet het hele citaat geven — specifieke deskundigheid, geschiktheid in gevallen en de abstracte criteria die in het algemeen zouden moeten gelden. Ik vind dat de ministers in ieder geval zorgvuldigheid past bij die toetsing.

Mevrouw Tellegen (VVD):
Ik vind dit een heel frustrerend antwoord. De Kamer heeft toch recht op iets meer motivatie op het moment dat een minister een kandidaat blokkeert. Vertrouwelijkheid is belangrijk — dat begrijp ik — maar transparantie tot op een bepaalde hoogte ook. Als ik net even het gesprek tussen mijn collega Van der Staaij en de minister hoor, dan zou ik de vraag andersom willen formuleren. In welke mate hebben de uitlatingen van deze kandidaat, waarbij gepleit is voor het recht op leven en het legaliseren van de pil van Drion, een rol gespeeld? En kan de toetsingscommissie in beroep tegen dit veto?

Minister Grapperhaus:
De woorden "blokkering" en "veto" miskennen mijns inziens toch de opzet van de wet. Het gaat er namelijk om of de minister van VWS en de minister van JenV — excuses voor de afkortingen — besluiten over te gaan tot een benoeming. Bij de eerdere bijdrage gaf mevrouw Dijkstra ook een beetje de invulling dat het alleen een formele toets is. Maar dat is nou juist niet de opdracht in artikel 4. Dat laat de memorie van toelichting op artikel 4 ook zien. Ondertussen heeft u toch aan mij gemerkt dat ik vind dat de weging altijd heel zorgvuldig moet zijn. Dat gebeurt ook. Ik kan daar nog heel veel meer over zeggen, maar dit is wel gewoon hoe dit soort procedures moeten verlopen volgens de wet.

De heer Van den Berge (GroenLinks):
Om heel eerlijk te zijn vind ik dit een heel ongemakkelijke discussie, omdat het gaat om een kandidaat die door de toetsingscommissie zelf was goedgekeurd en was aangenomen, en waarvan de minister zegt dat hij die kandidaat toch niet wil benoemen. Daar zijn zwaarwegende redenen voor nodig. Collega Dijkstra stelde daar onder anderen terechte vragen over. Ik snap dat de minister ook ongemak voelt om in de openbaarheid argumenten over een persoon te delen, dus mijn vraag is eigenlijk: kunnen we niet vertrouwelijk geïnformeerd worden over de argumenten van de minister om deze benoeming — het woord "blokkeren" mogen we van de minister niet gebruiken — tegen te houden?

Minister Grapperhaus:
Laat ik eerst eens even beginnen met te signaleren dat er dus heel veel benoemingen worden gedaan. Het lid Dijkstra wees er terecht op dat het al eens eerder voor is gekomen dat een benoeming niet doorging. Over die benoemingen leggen wij hier ook nooit verantwoording af aan uw Kamer. Dat zou, vrees ik, een mer à boire worden voor de hier aanwezige, maar ook voor de hier niet aanwezige leden. Laat dat duidelijk zijn. Daarnaast moeten we ons echt heel goed realiseren — en daarmee ga ik weer terug naar waarmee ik opende in antwoord op het lid Dijkstra — dat de zorgvuldigheid altijd gebiedt om omwille van de privacy gewoon een vertrouwelijke brief te sturen aan in dit geval de voorzitter, waarin we dit uitleggen. Die voorzitter deelt dat uiteraard met de betrokkene. Hoe die betrokkene daarmee omgaat of wat die doet, is vervolgens niet aan mij. Maar ik vind het echt niet aan mij om dat te doen.

De voorzitter:
Mevrouw Pia Dijkstra en dan de heer Van Otterloo.

Mevrouw Pia Dijkstra (D66):
Ik zou de minister toch nog willen vragen om te reageren op de vraag van mevrouw Tellegen. Zij vroeg of er beroep mogelijk is. Ik zou de minister toch nog een keer in reactie op de vraag die de heer Van der Staaij heeft gesteld, namelijk wat je allemaal moet meewegen bij de beoordeling of een benoeming wel of niet kan, willen vragen of het toch ten principale niet zo is dat een jurist oordeelt op grond van wetgeving en niet op grond van persoonlijke opvattingen. Dat is toch wat de jurist moet doen? De minister is dat zelf, dus die weet dat beter dan wie dan ook. Dank.

Minister Grapperhaus:
Ik vrees dat ik in ieder geval één jurist ken die ook persoonlijke opvattingen heeft en die weleens meeneemt in zijn beslissingen. Die staat hier. Het zou kunnen dat ik een soort unicorn ben in mijn hele vakgebied. Dat is een eenhoorn. Dat zou kunnen. Maar laat ik hier heel duidelijk over zijn en dat blijf ik ook zeggen: de weging geschiedt heel zorgvuldig. Die geschiedt door twee bewindslieden en dat leidt tot benoemingen en een enkele keer tot een niet-benoeming. Dat wordt goed afgewogen en vertrouwelijk, gemotiveerd meegedeeld. Ik meende dat ik mevrouw Tellegen echt wel geantwoord had, maar ik proef bij een aantal leden dat zij misschien niet helemaal gelukkig zijn met die beantwoording. Maar dat komt ook doordat het ongemakkelijk is. Daar wees de heer Van den Berge dan misschien een beetje op. Ik vind dat het belang van het individu hier zwaarder weegt, dus dat je het gewoon vertrouwelijk verantwoordt. Dan staat het altijd aan diegene vrij om daar verder nog wat over te zeggen.

De heer Van Otterloo (50PLUS):
Wat nu onduidelijk blijft, althans voor mij, is de vraag of de persoonlijke opvattingen van de kandidaten überhaupt een rol spelen. Speelt het een rol in de beoordelingscriteria van de beide bewindslieden of het, zoals in dit geval, een verklaard voorstander van verruiming van de huidige wetgeving is of in een ander geval een verklaard tegenstander van die verruiming?

Minister Grapperhaus:
Nou, ik heb het net al een paar keer geciteerd en geparafraseerd. Die criteria hebben een heel hoog abstractiegehalte. En ik denk dat het heel belangrijk is — en nu spreekt deze ene jurist weer voor zichzelf; maar goed, wel als minister van Justitie en Veiligheid — dat je je eigen persoonlijke opvattingen over zoiets altijd aan de zijkant moet zetten.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van het mondelinge vragenuur ... Pardon, minister.

Minister Grapperhaus:
Ik heb niet geantwoord op mevrouw Tellegen. Mevrouw Dijkstra heeft wel gelijk op dat punt van het beroep.

De voorzitter:
Ja, het beroep.

Minister Grapperhaus:
Ik moet eerlijk bekennen dat het nu wel, denk ik, een besluit is, maar ik wil daar graag in een kort briefje op terugkomen. Het is volgens mij wel een besluit dat onder de Abw valt. Maar ik heb toch even digitaal zitten bladeren. In de wet zie ik die mogelijkheid niet zo gauw, maar ik ben wel bereid om daar nog even op in te gaan.

De voorzitter:
Om daarop in te gaan in die brief die u naar de Kamer gaat sturen. Dat is fijn. Dank u wel dat u daarop terug bent gekomen. Ik schors de vergadering tot 15.00 uur, en dan gaan we stemmen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

De voorzitter:
We gaan stemmen, maar voordat we gaan stemmen, heb ik een korte regeling van werkzaamheden. Ik stel voor zo dadelijk ook te stemmen over de volgende aangehouden moties:

  • Jasper van Dijk/Van den Berge (32824, nr. 308);
  • Jasper Van Dijk/Van Wijngaarden (35341, nr. 5);
  • Van Nispen c.s. (35349, nr. 16);
  • Van den Berge (35429, nr. 9 en 33552, nr. 70)
  • Van den Berge c.s. (35454, nr. 9).

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan de heer Terpstra. Ik heb u niet op de lijst, maar ik zie u staan, dus ik geef u het woord. De heer Terpstra namens het CDA.

De heer Terpstra (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik wil graag bij de stemmingen onder nummer 12, in verband met de Omgevingswet, de nader gewijzigde motie-Terpstra op stuk nr. 159 over de huidige cumulatieregels aanhouden.

De voorzitter:
Even kijken hoor. Op pagina 7, nummer?

De heer Terpstra (CDA):
159, bij agendapunt 12.

De voorzitter:
Ja, dat zullen we doen. Dat was het, denk ik. O, meneer Van der Lee.

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Ik wil ook graag een motie aanhouden, van collega Van Ojik, bij de Justitiebegroting. Volgens mij is dat agendapunt 19. Het is de motie op stuk nr. 39.

De voorzitter:
Ja. Op bladzijde 12. De motie op stuk nr. 39 van de heer Van Ojik over de achterstanden bij de IND.

Op verzoek van de heer Van Ojik stel ik voor zijn motie (35570-VI, nr. 39) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Dan gaan we naar de stemmingen. Maar voordat we gaan stemmen, deel ik aan de Kamer mee dat de heer Van Haga nu lid is geworden van Forum voor Democratie. Dan gaan we nu naar de stemmingslijst.

Stemmingen

Stemmingen

Stemmingen Wijziging van de Drank- en Horecawet

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Drank- en Horecawet in verband met het Nationaal Preventieakkoord en evaluatie van de wet (35337).

(Zie wetgevingsoverleg van 16 november 2020.)

In stemming komt het nader gewijzigde amendement-Bolkestein (stuk nr. 42, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor dit nader gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit nader gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 42 voorkomende nader gewijzigde amendementen als aangenomen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Van Gerven (stuk nr. 10).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Van den Berge/Renkema (stuk nr. 38, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de fractie van de SGP ertegen, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 38 voorkomende gewijzigde amendementen als aangenomen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Jansen (stuk nr. 28, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV en FvD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 28 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het nader gewijzigde amendement-Voordewind c.s. (stuk nr. 39, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor dit nader gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit nader gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 39 voorkomende nader gewijzigde amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het nader gewijzigde amendement-Van Gerven (stuk nr. 40, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor dit nader gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit nader gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 40 voorkomende nader gewijzigde amendementen als aangenomen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het nader gewijzigde amendement-Van Gerven (stuk nr. 41, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor dit nader gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit nader gewijzigde amendement de overige op stuk nr. 41 voorkomende nader gewijzigde amendementen als aangenomen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Jansen (stuk nr. 30, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de PVV en FvD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 30 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Jansen/Agema (stuk nr. 29, I) tot het invoegen van een onderdeel Ea.

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV en FvD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 29 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Voordewind (stuk nr. 31, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, het CDA en de ChristenUnie voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement de overige op stuk nr. 31 voorkomende amendementen als verworpen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Bolkestein (stuk nr. 26).

De voorzitter:
Ik constateer dat dit amendement met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Van Gerven (stuk nr. 18).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, de PvdD, Van Kooten-Arissen en DENK voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het amendement-Van Gerven (stuk nr. 11, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, de PvdD, DENK, de SGP en de ChristenUnie voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit amendement het andere op stuk nr. 11 voorkomende amendement als verworpen kan worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Voordewind (stuk nr. 21).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

In stemming komt het amendement-Voordewind (stuk nr. 22, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is aangenomen.

Ik stel vast dat door de aanneming van dit amendement de overige op stuk nr. 22 voorkomende amendementen als aangenomen kunnen worden beschouwd.

In stemming komt het amendement-Van den Berge/Renkema (stuk nr. 25).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks en FvD voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het gewijzigde amendement-Van Gerven (stuk nr. 19).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, de PvdD, Van Kooten-Arissen, DENK en de SGP voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Mevrouw Agema?

Mevrouw Agema (PVV):
Voorzitter. Wij wensen geacht te worden tegen deel B en C van de wet gestemd te hebben.

De voorzitter:
Dan zal deze opmerking in de Handelingen worden opgenomen.

In stemming komt het wetsvoorstel, zoals op onderdelen gewijzigd door de aanneming van de nader gewijzigde amendementen-Bolkestein (stuk nrs. 42, I tot en met V), het amendement-Van Gerven (stuk nr. 10), de gewijzigde amendementen-Van den Berge/Renkema (stuk nrs. 38, I tot en met IV), de nader gewijzigde amendementen-Van Gerven (stuk nrs. 40, I tot en met IV), de nader gewijzigde amendementen-Van Gerven (stuk nrs. 41, I tot en met IV), het amendement-Bolkestein (stuk nr. 26), het amendement-Voordewind (stuk nr. 21) en de amendementen-Voordewind (stuk nrs. 22, I tot en met III).

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Wijziging van de Drank- en Horecawet

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Drank- en Horecawet in verband met het Nationaal Preventieakkoord en evaluatie van de wet,

te weten:

  • de motie-Van Gerven over een verbod op happy hours in de wet opnemen (35337, nr. 32);
  • de motie-Bolkestein/Diertens over de doelmatigheid van het bijschrijven van dagleidinggevenden op de horecavergunning (35337, nr. 33);
  • de motie-Kuik c.s. over verlenging van de financiering van voorlichting door de Stichting Jeugd en Alcohol (35337, nr. 34);
  • de motie-Kuik/Voordewind over een leeftijdsverificatiesysteem voor de verkoop van alcohol op afstand (35337, nr. 35);
  • de motie-Van den Berge/Renkema over op alle alcoholische dranken vermelden hoeveel alcoholische eenheden, calorieën en suiker erin zitten (35337, nr. 36).

(Zie vergadering van 16 november 2020.)

De voorzitter:
De motie-Bolkestein/Diertens (35337, nr. 33) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende enerzijds dat horecaondernemingen en slijterijen jaarlijks aanzienlijke kosten moeten maken voor het bijschrijven van dagleidinggevenden op de horecavergunning;

overwegende anderzijds dat het laten bijschrijven en het toetsen van medewerkers een belangrijk instrument kan zijn bij het houden van preventief toezicht op de horeca en het daarmee voorkomen van criminele activiteiten;

voorts overwegende dat de Kamer momenteel onvoldoende inzicht heeft om een afweging te maken of en in welke gevallen de voordelen van dit toezichtsinstrument opwegen tegen de kosten voor ondernemers;

verzoekt de regering onderzoek te doen naar de doelmatigheid van het bijschrijven van dagleidinggevenden op de horecavergunning voor het bestrijden van criminele activiteiten, waarbij gekeken wordt naar de relevante functiegroepen, het relevante gedrag voor het oordeel over de zedelijkheid van de betreffende leidinggevende en de aard van de onderneming waarvoor de bijschrijving geldt, en de Kamer hier uiterlijk medio 2021 over te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 33 (35337).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Van Gerven (35337, nr. 32).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK en de SGP voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Bolkestein/Diertens (35337, nr. ??, was nr. 33).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, Krol, GroenLinks, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kuik c.s. (35337, nr. 34).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FvD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kuik/Voordewind (35337, nr. 35).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Berge/Renkema (35337, nr. 36).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Ik neem dus aan dat iedereen eerst gaat lezen wat erop staat. O, juist niet? Ik heb de PVV niet genoemd, dus zij hoeven het niet te lezen, begrijp ik!

Stemmingen moties Jeugd / Jongeren met beperkingen en ontwikkelingsachterstanden

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over Jeugd / Jongeren met beperkingen en ontwikkelingsachterstanden,

te weten:

  • de motie-Wörsdörfer c.s. over een kader voor scherpere keuzes over wat onder jeugdhulp wordt verstaan (35570-XVI, nr. 20);
  • de motie-Wörsdörfer c.s. over betere kennis en kunde van raadsleden over jeugdzorg (35570-XVI, nr. 21);
  • de motie-Wörsdörfer/Voordewind over plannen gericht op kleinschalige transformatie (35570-XVI, nr. 22);
  • de motie-Westerveld over richtlijnen voor de pleegvergoeding, de toeslag en de vergoeding voor bijzondere kosten (35570-XVI, nr. 23);
  • de motie-Westerveld over steunpunten voor ouders met kinderen in de jeugdzorg (35570-XVI, nr. 24);
  • de motie-Westerveld over een doorbraakaanpak voor jongeren met een specialistische en complexe hulpvraag (35570-XVI, nr. 25);
  • de motie-Peters c.s. over het regelen van regie op kleinschalige zorginitiatieven (35570-XVI, nr. 26);
  • de motie-Peters over de aanpak van leerproblemen zoals dyslexie voortaan via de samenwerkingsverbanden passend onderwijs laten lopen (35570-XVI, nr. 27);
  • de motie-Peters c.s. over een werkelijke systeemverandering in de keten van jeugdbescherming (35570-XVI, nr. 28);
  • de motie-Van Gerven/Westerveld over niet-gescheiden uithuisplaatsing van broers en zussen wettelijk verankeren (35570-XVI, nr. 29);
  • de motie-Van Gerven/Hijink over complexe specialistische jeugdzorg regionaal organiseren onder regie van het Rijk (35570-XVI, nr. 30);
  • de motie-Van Gerven/Hijink over het verbieden van winstuitkering in de jeugdzorg (35570-XVI, nr. 31);
  • de motie-Van Beukering-Huijbregts/Voordewind over het compenseren van jeugdzorginstellingen voor de vennootschapsbelasting (35570-XVI, nr. 32);
  • de motie-Van Beukering-Huijbregts over het betrekken van onafhankelijke deskundigen bij de nieuwe inrichting van de jeugdbeschermingsketen (35570-XVI, nr. 33);
  • de motie-Voordewind c.s. over een onafhankelijke werkgroep voor integrale behandelingen bij eetstoornissencasuïstiek (35570-XVI, nr. 34).

(Zie wetgevingsoverleg van 23 november 2020.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Van Beukering-Huijbregts stel ik voor haar motie (35570-XVI, nr. 32) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Peters (35570-XVI, nr. 27) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Peters, Van Beukering-Huijbregts, Kuzu, Van Kooten-Arissen, Van Brenk en Westerveld, en luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat een kwart van de Nederlandse jeugd niet goed kan lezen en schrijven;

constaterende dat de wetenschap ons leert dat ieder kind in de basis kan leren lezen en schrijven;

constaterende dat de oplossing van lees- en schrijfproblemen in meer en betere instructie en oefenen ligt, en niet in medicaliseren;

constaterende dat met een focus op goed lees- en schrijfonderwijs binnen het onderwijs veel winst te behalen is en de vraag naar specifieke begeleiding door commerciële bureaus af zal nemen;

constaterende dat dit de kansengelijkheid voor kinderen zal bevorderen;

van mening dat een klein deel van de kinderen werkelijk enkelvoudige ernstige dyslexie heeft en daar gespecialiseerde hulp voor moet krijgen;

verzoekt de regering te bewerkstelligen dat de aanpak van leerproblemen zoals dyslexie voortaan via samenwerkingsverbanden verloopt, door gecoördineerd in te zetten op verbetering van taalonderwijs en goede gespecialiseerde hulp aan kinderen met EED;

verzoekt de regering tevens te onderzoeken welk budget dat binnen de Jeugdwet beschikbaar is voor leerproblemen zoals dyslexie, hiertoe naar het onderwijs overgeheveld zou moeten worden, en de Kamer daarover te informeren.

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 27 (35570-XVI).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Wörsdörfer c.s. (35570-XVI, nr. 20).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wörsdörfer c.s. (35570-XVI, nr. 21).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wörsdörfer/Voordewind (35570-XVI, nr. 22).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld (35570-XVI, nr. 23).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld (35570-XVI, nr. 24).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Westerveld (35570-XVI, nr. 25).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Peters c.s. (35570-XVI, nr. 26).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Peters c.s. (35570-XVI, nr. ??, was nr. 27).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de VVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

De heer Peters.

De heer Peters (CDA):
Voorzitter. Nu de gewijzigde motie op stuk nr. 27 is aangenomen, zou ik graag een brief willen voor het reces — voor het kerstreces, om duidelijk te zijn — om te vragen hoe deze wordt uitgevoerd.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

In stemming komt de motie-Peters c.s. (35570-XVI, nr. 28).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Gerven/Westerveld (35570-XVI, nr. 29).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Gerven/Hijink (35570-XVI, nr. 30).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Gerven/Hijink (35570-XVI, nr. 31).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Beukering-Huijbregts (35570-XVI, nr. 33).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Voordewind c.s. (35570-XVI, nr. 34).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Begroting OCW 2021, onderdeel Cultuur

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de begroting OCW 2021, onderdeel Cultuur,

te weten:

  • de motie-Van den Berge c.s. over eventuele onderuitputting in het tweede steunpakket inzetten voor talentontwikkeling en cultuurparticipatie (35570-VIII, nr. 101);
  • de motie-Van den Berge c.s. over zorgen dat noodsteun ook bij individuele makers terechtkomt (35570-VIII, nr. 102);
  • de motie-Geluk-Poortvliet over toegang tot de bladmuziekcollectie van de Stichting Omroep Muziek veiligstellen (35570-VIII, nr. 103);
  • de motie-Geluk-Poortvliet over verkennen van een terugvalmogelijkheid voor de subsidie voor CODART (35570-VIII, nr. 104);
  • de motie-Kwint/El Yassini over een zogenaamde voucherbank voor de sport- en cultuurbranche (35570-VIII, nr. 105);
  • de motie-Kwint/Beckerman over een pas op de plaats maken met de verkoop van de Seyss-Inquartbunker (35570-VIII, nr. 106);
  • de motie-Paternotte/El Yassini over aantrekkelijker maken van de aanschaf van kunst van individuele kunstenaars (35570-VIII, nr. 107);
  • de motie-Paternotte c.s. over in kaart brengen welk deel van de kunstcollectie van de koninklijke familie privé-eigendom is (35570-VIII, nr. 108);
  • de motie-Paternotte/Geluk-Poortvliet over in gesprek gaan met Frascati en PLAN Brabant (35570-VIII, nr. 109);
  • de motie-Van den Hul/Belhaj over een aanvullende routekaart voor de culturele sector (35570-VIII, nr. 110);
  • de motie-Van den Hul c.s. over een substantieel bedrag in het tweede steunpakket uitkeren via het Steunfonds Rechtensector (35570-VIII, nr. 111);
  • de motie-Van den Hul over een eenmalige financiële ondersteuning van de ODN (35570-VIII, nr. 112);
  • de motie-Van den Hul over het niet verrekenen van additionele steun met de NOW (35570-VIII, nr. 113).

(Zie wetgevingsoverleg van 23 november 2020.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Kwint stel ik voor zijn motie (35570-VIII, nr. 106) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Van den Hul (35570-VIII, nr. 112) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de ODN een zeer effectieve dansregeling is die professionele dansers helpt om na hun danscarrière een tweede loopbaan te starten:

van mening dat voor een eerlijke arbeidsmarkt in de danssector een goede omscholingsregeling cruciaal is;

verzoekt de regering om binnen de begroting ruimte te zoeken voor een eenmalige financiële ondersteuning van de ODN,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 112 (35570-VIII).

De motie-Van den Hul (35570-VIII, nr. 113) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Van den Hul en Belhaj. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 113 (35570-VIII).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Van den Berge c.s. (35570-VIII, nr. 101).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Berge c.s. (35570-VIII, nr. 102).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Geluk-Poortvliet (35570-VIII, nr. 103).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Geluk-Poortvliet (35570-VIII, nr. 104).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kwint/El Yassini (35570-VIII, nr. 105).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Paternotte/El Yassini (35570-VIII, nr. 107).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Paternotte c.s. (35570-VIII, nr. 108).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Paternotte/Geluk-Poortvliet (35570-VIII, nr. 109).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Hul/Belhaj (35570-VIII, nr. 110).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Hul c.s. (35570-VIII, nr. 111).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van den Hul (35570-VIII, nr. ??, was nr. 112).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66 en de SGP voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van den Hul/Belhaj (35570-VIII, nr. ??, was nr. 113).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Ja, meneer Van der Lee?

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Ik was niet snel genoeg, maar ik wil nog even bij het vorige punt, agendapunt 5, vragen om een brief over de uitvoering van de aangenomen motie-Westerveld (35570-XVI, nr. 25). Deze motie was ontraden.

De voorzitter:
Dan stel ik voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Dan de heer Van Nispen.

De heer Van Nispen (SP):
Voorzitter. Het betreft hetzelfde agendapunt 5. Ook de heer Van Gerven zou graag een brief willen nu zijn motie (35570-XVI, nr. 29), die hij samen met mevrouw Westerveld heeft ingediend, is aangenomen.

De voorzitter:
Dan stel ik voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Stemmingen moties Cultuur en corona

Aan de orde zijn de stemmingen over aangehouden moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Incidentele suppletoire begroting inzake aanvullende ondersteuning culturele en creatieve sector in verband met de Covid-19 crisis,

te weten:

  • de motie-Van Raan over investeren in kunst fiscaal aantrekkelijker maken (35441, nr. 15);
  • de motie-Van Raan over onderzoek naar btw-verlaging of -vrijstelling voor podiumkunsten en openbare musea (35441, nr. 16).

(Zie wetgevingsoverleg van 28 april 2020.)

De voorzitter:
De motie-Van Raan (35441, nr. 15) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat fiscale maatregelen het kopen van kunst stimuleren;

overwegende dat het kopen van kunst een positieve bijdrage heeft voor de koper, de kunstenaar en de samenleving;

verzoekt de regering om het kopen van kunstwerken, gemaakt door in Nederland werkende, nog levende kunstenaars tot een bedrag van €10.000 aftrekbaar te maken voor de belasting,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 15 (35441).

De motie-Van Raan (35441, nr. 16) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het verlies aan inkomsten vanuit kaartverkoop grote en verregaande financiële gevolgen heeft voor de culturele en creatieve sector;

constaterende dat de minister stelt dat het in Nederland onder de huidige Btw-richtlijn niet toegestaan is om het nultarief toe te passen voor leveringen van kunstvoorwerpen en diensten;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe het btw-tarief op levering van diensten alsook het btw-tarief op podiumkunsten en openbare musea of verzamelingen ten goede kan komen aan de culturele en creatieve sector,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 16 (35441).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Raan (35441, nr. ??, was nr. 15).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van Raan (35441, nr. ??, was nr. 16).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemming motie Voorstel van wet van de leden Bergkamp en Van Wijngaarden

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij de behandeling van het Voorstel van wet van de leden Bergkamp en Van Wijngaarden tot wijziging van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek en de Wet basisregistratie personen in verband met het van rechtswege ontstaan van gezamenlijk gezag door erkenning,

te weten:

  • de motie-Van Nispen/Van den Berge over een herijking van de puntentoekenning in het personen- en familierecht (34605, nr. 13).

(Zie wetgevingsoverleg van 19 november 2020.)

In stemming komt de motie-Van Nispen/Van den Berge (34605, nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de VVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemming brief Verordening ernstige grensoverschrijdende gezondheidsbedreigingen

Aan de orde is de stemming over de brief van de vaste commissie voor Europese Zaken over het plaatsen van een parlementair behandelvoorbehoud bij het EU-voorstel: Verordening ernstige grensoverschrijdende gezondheidsbedreigingen COM (2020) 727 (35647, nr. 1).

De voorzitter:
Ik stel voor conform het voorstel van de vaste commissie voor Europese Zaken te besluiten.

Daartoe wordt besloten.

Stemmingen moties Onderwijs en corona VI, mbo en ho plus stages

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Onderwijs en corona VI, mbo en ho plus stages,

te weten:

  • de motie-Futselaar over het bij universiteiten schrappen van het bindend studieadvies voor het collegejaar 2020/2021 (35570-VIII, nr. 114);
  • de motie-Futselaar over online proctoring afschalen (35570-VIII, nr. 115);
  • de motie-Van Meenen/Westerveld over het bindend studieadvies niet onverkort toepassen (35570-VIII, nr. 116);
  • de motie-Kuik/Van Meenen over het sociale aspect van de opleiding actief faciliteren (35570-VIII, nr. 117);
  • de motie-Van den Berge over meer stages creëren in de publieke sector (35570-VIII, nr. 118);
  • de motie-Kerstens/Van den Hul over mogelijkheden verkennen om het stagetekort te verkleinen (35570-VIII, nr. 119);
  • de motie-Kerstens/Van den Hul over overleg over een aanpak van hoge werkdruk en structureel overwerk (35570-VIII, nr. 120);
  • de motie-Kerstens/Van den Hul over de capaciteit van studiebegeleiding en psychologische ondersteuning (35570-VIII, nr. 121);
  • de motie-Smals over het servicedocument aanpassen waardoor rekenonderwijs onderdeel blijft uitmaken van de diploma-eisen (35570-VIII, nr. 122).

(Zie vergadering van 25 november 2020.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Van Meenen stel ik voor zijn motie (35570-VIII, nr. 116) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Van den Berge (35570-VIII, nr. 118) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Van den Berge en Smals. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 118 (35570-VIII).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Futselaar (35570-VIII, nr. 114).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66 en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Futselaar (35570-VIII, nr. 115).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, D66, de SGP, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kuik/Van Meenen (35570-VIII, nr. 117).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van den Berge/Smals (35570-VIII, nr. ??, was nr. 118).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kerstens/Van den Hul (35570-VIII, nr. 119).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kerstens/Van den Hul (35570-VIII, nr. 120).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kerstens/Van den Hul (35570-VIII, nr. 121).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Smals (35570-VIII, nr. 122).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol, 50PLUS, DENK, de VVD, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Nationaal actieplan voor meer diversiteit en inclusie in het hoger onderwijs en onderzoek

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VSO Nationaal actieplan voor meer diversiteit en inclusie in het hoger onderwijs en onderzoek,

te weten:

  • de motie-Van Meenen over advies vragen over het inclusiever maken van het hoger onderwijs (29338, nr. 227);
  • de motie-Westerveld/Van den Hul over gelijke kansen, erkenning en waardering voor alle academici (29338, nr. 229);
  • de motie-Westerveld/Van den Hul over onderzoek naar de uitval van zwangere vrouwen in de wetenschap (29338, nr. 228);
  • de motie-Wiersma c.s. over geen cijfers over etnische achtergrond of migratieachtergrond van studenten en medewerkers bijhouden (29338, nr. 230);
  • de motie-Wiersma/El Yassini over de instelling van een nationaal kenniscentrum voor diversiteit staken (29338, nr. 231);
  • de motie-Kerstens/Van den Hul over een nationaal meldpunt voor seksuele intimidatie en grensoverschrijdend gedrag in het hoger onderwijs (29338, nr. 232);
  • de motie-Bisschop over afzien van beleidsinzet op het stimuleren van diversiteitsofficieren in het hoger onderwijs (29338, nr. 233);
  • de motie-Bisschop over toetsen of de inzet op diversiteit geen afbreuk doet aan de kwaliteit van onderwijs en onderzoek (29338, nr. 234);
  • de motie-Rog c.s. over diversiteit van de onderzoeksgroep niet meewegen als kwaliteitsaspect (29338, nr. 235);
  • de motie-Rog/Van der Molen over bij de inschrijving van studenten vragen naar het opleidingsniveau van de ouders (29338, nr. 236).

(Zie vergadering van 25 november 2020.)

De voorzitter:
De motie-Westerveld/Van den Hul (29338, nr. 229) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er nog steeds ongelijkheid is tussen mannen en vrouwen die werkzaam zijn in het hoger onderwijs;

constaterende dat mannen vaak meer betaald krijgen voor hetzelfde werk en vaker vaste aanstellingen hebben;

constaterende dat prestatiedruk en competitie vaak nadelig uitpakken voor vrouwen met een kinderwens of een gezin;

overwegende dat baanzekerheid, een veilig werkklimaat en eerlijke kansen essentieel zijn voor het bewerkstelligen van meer inclusie en diversiteit in het hoger onderwijs;

verzoekt de regering om met de bestuurders in het hoger onderwijs afspraken te maken over arbeidsvoorwaarden, beloning en sociale veiligheid met als doel dat iedereen werkzaam in het hoger onderwijs, ongeacht geslacht, afkomst en leeftijd gelijke kansen, erkenning en waardering krijgt,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 229 (29338).

De motie-Wiersma/El Yassini (29338, nr. 231) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het oprichten van een nationaal kenniscentrum voor diversiteit onderdeel is van het nationaal actieplan voor meer diversiteit en inclusie in het hoger onderwijs en onderzoek;

overwegende dat de minister in haar beantwoording aangeeft dat er nog geen duidelijkheid is over de manier waarop dit nationaal kenniscentrum zal worden vormgegeven;

overwegende dat de Kamer nog diverse opmerkingen en wijzigingen verwerkt wil zien worden in het actieplan van de minister;

verzoekt de regering om de invulling, uitrol en instelling van een dergelijk kenniscentrum op te schorten;

verzoekt de regering eveneens om over de vervolgstappen binnen het proces van het nationaal actieplan eerst de Kamer vooraf te informeren, alvorens er volgende stappen worden gezet,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 231 (29338).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Van Meenen (29338, nr. 227).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Westerveld/Van den Hul (29338, nr. ??, was nr. 229).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK en het CDA voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Westerveld/Van den Hul (29338, nr. 228).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wiersma c.s. (29338, nr. 230).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol, Van Kooten-Arissen, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Wiersma/El Yassini (29338, nr. ??, was nr. 231).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, de VVD, de SGP, het CDA, de PVV en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kerstens/Van den Hul (29338, nr. 232).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66 en de SGP voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bisschop (29338, nr. 233).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol, Van Kooten-Arissen, de VVD, de SGP, het CDA, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bisschop (29338, nr. 234).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol, de VVD, de SGP, het CDA, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Rog c.s. (29338, nr. 235).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Rog/Van der Molen (29338, nr. 236).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Omgevingswet

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de Omgevingswet,

te weten:

  • de motie-Terpstra over de huidige cumulatieregels voor luchtvaartgeluid beleidsneutraal overnemen in de Omgevingswet (33118, nr. 159);
  • de motie-Regterschot/Terpstra over inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2022 (33118, nr. 160);
  • de motie-Smeulders c.s. over geen invoering van de Omgevingswet zonder werkend DSO (33118, nr. 161);
  • de motie-Smeulders c.s. over de Omgevingswet budgetneutraal invoeren (33118, nr. 162);
  • de motie-Van Gerven over een ladder voor SDE-subsidie (33118, nr. 163);
  • de motie-Van Otterloo over structurele aandacht voor minder digivaardigen (33118, nr. 164);
  • de motie-Van Eijs over zorg dragen voor voldoende middelen voor het invoeren van de Omgevingswet (33118, nr. 165).

(Zie notaoverleg van 25 november 2020.)

De voorzitter:
De motie-Terpstra (33118, nr. 159) is in die zin gewijzigd en nader gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er in Nederland situaties dreigen te ontstaan waardoor bouwen niet meer mogelijk wordt als gevolg van de nieuwe rekenregels voor cumulatie in de Aanvullingsregeling geluid;

verzoekt de regering:

  • samen met de regio zeker te stellen dat deze nieuwe rekenregels niet leiden tot een belemmering van de kwantitatieve bouwopgave;
  • tot die tijd de cumulatieregels zoals opgenomen in het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012, beleidsneutraal over te nemen in de aanvullingsregeling geregeld in de Omgevingswet,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 159 (33118).

Op verzoek van de heer Terpstra stel ik voor zijn motie (33118, nr. 159) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Regterschot/Terpstra (33118, nr. 160).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Smeulders c.s. (33118, nr. 161).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Smeulders c.s. (33118, nr. 162).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Gerven (33118, nr. 163).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Otterloo (33118, nr. 164).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Eijs (33118, nr. 165).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemming brief Verzoekonderzoek door de Algemene Rekenkamer

Aan de orde is de stemming over de brief van het Presidium over een verzoekonderzoek door de Algemene Rekenkamer inzake bevindingen ten aanzien van de informatiebeveiliging bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (35570-XVI, nr. 37).

De voorzitter:
Ik stel voor conform het voorstel van het Presidium te besluiten.

Daartoe wordt besloten.

Stemmingen moties Begroting Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit 2021

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2021,

te weten:

  • de motie-Graus over de dierenwelzijnsteams onderbrengen bij het ministerie van Justitie en Veiligheid (35570-XIV, nr. 14);
  • de motie-Graus/Wassenberg over een verbod op het doden van gezelschaps- en landbouwhuisdieren door particulieren (35570-XIV, nr. 15);
  • de motie-Graus/Wassenberg over een levenslang houd- en beroepsverbod voor recidiverende dierenbeulen (35570-XIV, nr. 16);
  • de motie-Graus over een Buba-waardig verblijf in Nederland (35570-XIV, nr. 18);
  • de motie-Madlener over regelarme landbouwgebieden met alleen waterkwaliteit als maatstaf (35570-XIV, nr. 19);
  • de motie-Madlener over nieuw natuurbeleid zonder fixatie op stikstofarme natuur (35570-XIV, nr. 20);
  • de motie-Madlener over met de vissers komen tot voor hen acceptabele afspraken (35570-XIV, nr. 21);
  • de motie-Madlener over nieuwe afspraken voor Nederlandse vissers in Britse wateren (35570-XIV, nr. 22);
  • de motie-Lodders over een speciaal gezant innovatie (35570-XIV, nr. 23);
  • de motie-Weverling over een jaarlijkse monitor Groen in de Stad (35570-XIV, nr. 24);
  • de motie-Weverling/De Groot over lokale productie van kweekvlees door Nederlandse veehouders (35570-XIV, nr. 25);
  • de motie-Weverling over een Europese conferentie over de regelgeving voor biotechnologie en veredeling (35570-XIV, nr. 26);
  • de motie-Bromet/Von Martels over natuurinclusief bouwen opnemen in het Bouwbesluit (35570-XIV, nr. 27);
  • de motie-Bromet over een plan van aanpak voor structurele kennisuitwisseling over natuurinclusieve landbouw (35570-XIV, nr. 28);
  • de motie-Bromet over het aansprakelijkheidsbeleid voor terreinbeheerders versoepelen (35570-XIV, nr. 29);
  • de motie-Bromet over "rewilding" bij 10% van de nieuwe natuur (35570-XIV, nr. 30);
  • de motie-Bromet over bermen beschermen als natuurgebied of als landschap (35570-XIV, nr. 31);
  • de motie-Geurts over een platform waar publieke en private belanghebbenden samenkomen (35570-XIV, nr. 32);
  • de motie-Geurts/Lodders over een gecertificeerd systeem van benchmarking voor productverkopende bedrijven (35570-XIV, nr. 33);
  • de motie-Von Martels c.s. over realisatie van het Aanvalsplan Grutto (35570-XIV, nr. 34);
  • de motie-Von Martels/Weverling over vos en steenmarter op de landelijke vrijstellingslijst (35570-XIV, nr. 35);
  • de motie-Von Martels over een Nationale Autoriteit Faunagegevens (35570-XIV, nr. 36);
  • de motie-Von Martels/Van Helvert over olifant Buba bij haar circusfamilie laten blijven (35570-XIV, nr. 37);
  • de motie-Futselaar over een Europees import- en verkoopverbod op bont (35570-XIV, nr. 39);
  • de motie-De Groot/Moorlag over een afbouwscenario voor de intensieve veehouderij (35570-XIV, nr. 40);
  • de motie-De Groot/Moorlag over een positieflijst voor amfibieën, vogels en reptielen (35570-XIV, nr. 41);
  • de motie-Moorlag/De Groot over het aanwijzen van vijf gebieden in Nederland als nationaal park van wereldklasse (35570-XIV, nr. 42);
  • de motie-Moorlag over een breed landbouw-, natuur- en voedselakkoord (35570-XIV, nr. 43);
  • de motie-Dik-Faber/Geurts over het ondersteunen van een regionale foodhub (35570-XIV, nr. 44);
  • de motie-Dik-Faber over een platform voor kennis over agroforestry (35570-XIV, nr. 45);
  • de motie-Ouwehand over een einde maken aan de eendenhouderij in Nederland (35570-XIV, nr. 46);
  • de motie-Ouwehand over een jachtverbod voor heel Nederland (35570-XIV, nr. 47);
  • de motie-Ouwehand over de NVWA weghalen bij het ministerie van LNV (35570-XIV, nr. 48);
  • de motie-Wassenberg over een extra veiligheidsfactor bij de Europese toelating van pesticiden (35570-XIV, nr. 49);
  • de motie-Wassenberg c.s. over de maximaal aanvaardbare sterfte van bijen- en hommelpopulaties (35570-XIV, nr. 50);
  • de motie-Wassenberg/Graus over alternatieve maatregelen tegen wildaanrijdingen (35570-XIV, nr. 51);
  • de motie-Wassenberg over een tijdelijke stop op de vangst van glasaal (35570-XIV, nr. 52);
  • de motie-Bisschop c.s. over oplossingen voor verkooppunten met een beperkte omzet van bioproducten (35570-XIV, nr. 54);
  • de motie-Bisschop c.s. over meer maatwerk bij het opleggen van bestuurlijke boetes op grond van de Meststoffenwet (35570-XIV, nr. 55).

(Zie vergadering van 25 november 2020.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer De Groot stel ik voor zijn motie (35570-XIV, nr. 40) aan te houden. Op verzoek van de heer Geurts stel ik voor zijn motie (35570-XIV, nr. 33) aan te houden. Op verzoek van mevrouw Ouwehand stel ik voor haar motie (35570-XIV, nr. 46) aan te houden. Op verzoek van de heer Von Martels stel ik voor zijn motie (35570-XIV, nr. 36) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Weverling (35570-XIV, nr. 26) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Europese richtlijn voor biotechnologische uitvindingen dateert uit 1998 maar dat de ontwikkelingen in de biotechnologie sinds die tijd niet hebben stilgestaan;

overwegende dat op basis van deze achterhaalde regelgeving de voorwaarden voor het gebruiken van belangrijke biotechnologische instrumenten, zoals CRISPR-Cas, zeer belemmerend en beperkend zijn en dat dit innovatie tegenwerkt;

overwegende dat biotechnologische technieken en veredeling onmisbaar zijn bij het bereiken van belangrijke Europese beleidsdoelstellingen met betrekking tot verduurzaming van de voedselproductie;

verzoekt de regering om met gelijkgestemde landen, waaronder Duitsland, Spanje, Denemarken, Estland en Zweden, op te trekken om het Europese draagvlak voor een herziening en versoepeling van Europese regelgeving met betrekking tot biotechnologie en veredeling te vergroten,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 26 (35570-XIV).

De motie-Bromet (35570-XIV, nr. 30) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat er nog maar weinig onderzoek gedaan is naar het effect van rewilding, het laten verwilderen van de natuur;

overwegende dat er genoeg plekken in Nederland zijn waar een vorm van rewilding plaats kan vinden, zoals uiterwaarden, beekdalen, delta's in Zuidwest-Nederland en het Noorden, het IJsselmeergebied en de Veluwe;

constaterende dat er nieuwe natuur bij komt vanuit het stikstofnatuurpakket;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe verschillende vormen van rewilding passen binnen het huidige en toekomstige natuurbeleid, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 30 (35570-XIV).

De motie-Bisschop c.s. (35570-XIV, nr. 55) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

van mening dat de Meststoffenwet meer ruimte moet geven voor maatwerk bij het opleggen van bestuurlijke boetes, waarbij ook rekening gehouden moet worden met toeslagrechtenkortingen voor dezelfde overtreding, en dat bezwaartermijnen- en procedures een schorsende werking moeten hebben;

verzoekt de regering op basis van het voorstel voor meer maatwerk bij het opleggen van bestuurlijke boetes op grond van de Meststoffenwet binnen vier maanden met een voorstel voor wijziging van de Meststoffenwet te komen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 55 (35570-XIV).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Graus (35570-XIV, nr. 14).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Graus/Wassenberg (35570-XIV, nr. 15).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Graus/Wassenberg (35570-XIV, nr. 16).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de VVD, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Graus (35570-XIV, nr. 18).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, Krol, 50PLUS, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Nou, Buba krijgt een waardig verblijf in Nederland. Meneer Wilders.

De heer Wilders (PVV):
Voorzittter, dit is het beste nieuws van de dag! Buba mag blijven. Namens mijn collega Graus zou ik alle collega's hier willen danken voor het steunen van zijn belangrijke motie. En aan het kabinet wil ik vragen om nog deze week, uiterlijk vrijdag, te antwoorden hoe het deze motie natuurlijk gaat uitvoeren. Dank u wel.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

In stemming komt de motie-Madlener (35570-XIV, nr. 19).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Madlener (35570-XIV, nr. 20).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Madlener (35570-XIV, nr. 21).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Madlener (35570-XIV, nr. 22).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Lodders (35570-XIV, nr. 23).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, 50PLUS, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Weverling (35570-XIV, nr. 24).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FvD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Weverling/De Groot (35570-XIV, nr. 25).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Weverling (35570-XIV, nr. ??, was nr. 26).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol, 50PLUS, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bromet/Von Martels (35570-XIV, nr. 27).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bromet (35570-XIV, nr. 28).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bromet (35570-XIV, nr. 29).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Bromet (35570-XIV, nr. ??, was nr. 30).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de PVV en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bromet (35570-XIV, nr. 31).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS en Van Kooten-Arissen voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Geurts (35570-XIV, nr. 32).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, Krol, GroenLinks, 50PLUS, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Von Martels c.s. (35570-XIV, nr. 34).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, 50PLUS, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Het Aanvalsplan Grutto komt er dus.

In stemming komt de motie-Von Martels/Weverling (35570-XIV, nr. 35).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, de SGP en het CDA voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Von Martels/Van Helvert (35570-XIV, nr. 37).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, Krol, 50PLUS, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Niet zuchten, minister van Justitie en Veiligheid. Ik hoor het. De motie is aangenomen. Dat is goed nieuws voor het kabinet. Ze mag bij haar familie blijven.

In stemming komt de motie-Futselaar (35570-XIV, nr. 39).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66 en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-De Groot/Moorlag (35570-XIV, nr. 41).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66 en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Moorlag/De Groot (35570-XIV, nr. 42).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Moorlag (35570-XIV, nr. 43).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, Van Kooten-Arissen, DENK en de SGP voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Mevrouw Agema.

Mevrouw Agema (PVV):
Ja, voor mijn wekelijkse foutje, voorzitter. Wij wensen geacht te worden tegen de motie op stuk nr. 42 gestemd te hebben.

De voorzitter:
Deze opmerking zal in de Handelingen worden opgenomen.

In stemming komt de motie-Dik-Faber/Geurts (35570-XIV, nr. 44).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

De heer Van Raan.

De heer Van Raan (PvdD):
Voorzitter, wij willen worden geacht tegen de motie op stuk nr. 43 te hebben gestemd.

De voorzitter:
Dan zal deze opmerking in de Handelingen worden opgenomen.

In stemming komt de motie-Dik-Faber (35570-XIV, nr. 45).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FvD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Ouwehand (35570-XIV, nr. 47).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, Van Kooten-Arissen en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Ouwehand (35570-XIV, nr. 48).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, Krol, de PvdD, Van Kooten-Arissen en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Wassenberg (35570-XIV, nr. 49).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wassenberg c.s. (35570-XIV, nr. 50).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wassenberg/Graus (35570-XIV, nr. 51).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Wassenberg (35570-XIV, nr. 52).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bisschop c.s. (35570-XIV, nr. 54).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de VVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Bisschop c.s. (35570-XIV, nr. ??, was nr. 55).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol, GroenLinks, de VVD, de SGP, het CDA, de PVV en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemming motie Integratie en maatschappelijke samenhang

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over Integratie en maatschappelijke samenhang (beleidsartikel 13 van de begroting SZW 2021),

te weten:

  • de motie-Jasper van Dijk/Van den Berge over maatwerk in de naturalisatietoets (32824, nr. 308).

(Zie vergadering van 17 november 2020.)

In stemming komt de motie-Jasper van Dijk/Van den Berge (32824, nr. 308).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

De heer Van Nispen.

De heer Van Nispen (SP):
Voorzitter, wij zouden graag een brief willen van de regering over hoe deze motie wordt uitgevoerd, te ontvangen binnen twee weken.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Dan gaan we naar agendapunt 16. Mevrouw Agema?

Mevrouw Agema (PVV):
Wij wensen geacht te worden tegen dit voorstel te hebben gestemd.

De voorzitter:
Oké, dan zal ik ook deze opmerking in de Handelingen laten opnemen. Die gaat alvast over de stemmingen bij 16, over de brief over het EU-migratiepact 2020. De PVV is daar dus tegen.

Stemming brief EU-migratiepact 2020

Aan de orde is de stemming over de brief van de vaste commissie voor Europese Zaken inzake de beëindiging van een parlementair behandelvoorbehoud bij de EU-voorstellen: EU-migratiepact 2020 COM (2020) 609, 610, 611, 612, 613 en 614 (35612, nr. 2).

De voorzitter:
De heer Van Haga.

De heer Van Haga (FvD):
Bij punt 16 geldt dat ook voor Forum voor Democratie.

De voorzitter:
Ja. Dan is dat ook helder.

Ik stel voor conform het voorstel van de vaste commissie voor Europese Zaken te … O, de heer Krol ook.

De heer Krol (Krol):
Ik wou zeggen dat wij er ook tegen zijn.

De voorzitter:
Ja. Met uitzondering van de PVV, Forum voor Democratie en de heer Krol stel ik voor conform het voorstel van de vaste commissie voor Europese Zaken te besluiten.

Daartoe wordt besloten.

Stemming motie Initiatiefnota "In Nederland beslis je over je eigen leven"

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over de initiatiefnota van het lid Becker "In Nederland beslis je over je eigen leven",

te weten:

  • de motie-Jasper van Dijk/Van Wijngaarden over het aanpakken van huwelijkse uitbuiting (35341, nr. 5).

(Zie vergadering van 13 oktober 2020.)

De voorzitter:
De motie-Jasper van Dijk/Van Wijngaarden (35341, nr. 5) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in Nederland honderden verborgen vrouwen slachtoffer zijn van huwelijkse uitbuiting;

verzoekt de regering te onderzoeken op welke manier huwelijkse uitbuiting en het profiteren daarvan effectief kan worden aangepakt, bijvoorbeeld door een wijziging in de strafbaarstelling van mensenhandel, en met een concreet voorstel de Kamer te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 5 (35341).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Jasper van Dijk/Van Wijngaarden (35341, nr. ??, was nr. 5).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Verpleeghuiszorg / Wlz / Gehandicaptenbeleid / Doelgroepenvervoer / Fokuswonen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over Verpleeghuiszorg / Wlz / Gehandicaptenbeleid / Doelgroepenvervoer / Fokuswonen,

te weten:

  • de motie-Agema over afschaffen van de kilometergrens voor het Valysvervoer (31765, nr. 526);
  • de motie-Bergkamp c.s. over bij de volgende twee tranches van de woningbouwimpuls wederom een deel vrijmaken voor seniorenwoningen (31765, nr. 527);
  • de motie-Bergkamp over halfjaarlijks rapporteren over het nettoaantal toegevoegde verpleeghuisplaatsen per regio (31765, nr. 528);
  • de motie-Laan-Geselschap c.s. over de versoepeling van de administratieve lasten in de langdurige zorg (31765, nr. 529);
  • de motie-Van den Berge over met de VNG en het IPO afspreken om de bouwopgave daadwerkelijk te realiseren (31765, nr. 530);
  • de motie-Van den Berge over bij zorgkantoren uitvragen waarom zij vaak nog eenjarige contracten afsluiten (31765, nr. 531);
  • de motie-Van den Berge over ook vertegenwoordigers van ouderen lokaal betrekken bij de bouwopgave voor senioren (31765, nr. 532);
  • de motie-Van den Berge/Renkema over verbeteren van lokale vertegenwoordiging van mensen met een handicap of chronische aandoening (31765, nr. 533);
  • de motie-Peters/Van den Berge over het te allen tijde waarborgen van de continuïteit in de zorg (31765, nr. 534).

(Zie notaoverleg van 26 november 2020.)

In stemming komt de motie-Agema (31765, nr. 526).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bergkamp c.s. (31765, nr. 527).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bergkamp (31765, nr. 528).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Laan-Geselschap c.s. (31765, nr. 529).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Berge (31765, nr. 530).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van den Berge (31765, nr. 531).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Berge (31765, nr. 532).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Berge/Renkema (31765, nr. 533).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Peters/Van den Berge (31765, nr. 534).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Begrotingsstaten Justitie en Veiligheid 2021

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2021,

te weten:

  • de motie-Helder over ervoor zorgen dat de politiebureaus weer terug in de wijken komen (35570-VI, nr. 21);
  • de motie-Helder over verrekening van toegekend smartengeld in alle nog lopende PTSS-dossiers (35570-VI, nr. 22);
  • de motie-Helder/Wilders over middelen voor de uitbreiding van het Team Bedreigde Politici (35570-VI, nr. 23);
  • de motie-Markuszower over maatregelen zodat gewelds- en zedenmisdrijven automatisch dubbel worden bestraft (35570-VI, nr. 24);
  • de motie-Markuszower over altijd minimaal twintig jaar gevangenisstraf voor verkrachters (35570-VI, nr. 25);
  • de motie-Markuszower over het transparant verstrekken van volledige overheidsinformatie binnen de gestelde termijnen (35570-VI, nr. 26);
  • de motie-Emiel van Dijk/Wilders over het instellen van sancties tegen Marokko vanwege de weigering om hun eigen onderdanen op te nemen (35570-VI, nr. 27);
  • de motie-Emiel van Dijk over het intrekken van de tijdelijke verblijfsvergunningen van 44.000 in Nederland verblijvende Syriërs (35570-VI, nr. 28);
  • de motie-Emiel van Dijk over het strafbaar stellen van illegaliteit (35570-VI, nr. 29);
  • de motie-Emiel van Dijk over het sluiten van de Nederlandse grenzen voor asielzoekers en reguliere migranten uit islamitische landen (35570-VI, nr. 30);
  • de motie-Becker over met gelijkgestemde omringende landen werken aan een sterker Schengen (35570-VI, nr. 31);
  • de motie-Becker/Van Toorenburg over de Kamer inlichten over het niet nakomen door gemeenten van convenantafspraken (35570-VI, nr. 32);
  • de motie-Yeşilgöz-Zegerius c.s. over onderzoek naar de veiligheidsanalyse en beveiliging rond recente strafprocessen (35570-VI, nr. 33);
  • de motie-Yeşilgöz-Zegerius c.s. over ondersteuning voor freelancejournalisten bij beveiliging na bedreiging (35570-VI, nr. 34);
  • de motie-Yeşilgöz-Zegerius c.s. over voor de veiligheid van journalisten één aanspreekpunt bij het Team Bedreigde Politici realiseren (35570-VI, nr. 35);
  • de motie-Buitenweg/Van Toorenburg over een strategie ontwikkelen om de productie van ongewenste deep nudes tegen te gaan (35570-VI, nr. 37);
  • de motie-Buitenweg/Yeşilgöz-Zegerius over inzicht in de afhankelijkheid van digitale processen en diensten bij vitale processen (35570-VI, nr. 38);
  • de motie-Van Ojik c.s. over de achterstanden bij de IND voor 1 juni 2021 wegwerken (35570-VI, nr. 39);
  • de motie-Van Ojik c.s. over afspraken met burgemeesters over de opvang van vluchtelingen uit de kampen op de Griekse eilanden (35570-VI, nr. 40);
  • de motie-Van Ojik over de samenwerking met de Libische kustwacht heroverwegen (35570-VI, nr. 41);
  • de motie-Van Toorenburg/Van Dam over een medaille voor hulpverleners die door hun werk uitvallen (35570-VI, nr. 43);
  • de motie-Van Toorenburg/Van Dam over smartengeld voor politiemensen die tijdens hun werk een beroepsziekte hebben opgelopen (35570-VI, nr. 44);
  • de motie-Van Toorenburg/Van der Graaf over bij de ontwikkeling van het loterijstelsel de contourenbrief uit 2019 centraal stellen (35570-VI, nr. 45);
  • de motie-Van Toorenburg/Becker over de regeling voor financiering van lokale maatregelen om overlastgevende asielzoekers aan te pakken opnieuw openstellen (35570-VI, nr. 46);
  • de motie-Van Toorenburg c.s. over meer recht doen aan het principe dat preventie geld oplevert in plaats van geld kost (35570-VI, nr. 47);
  • de motie-Van Toorenburg c.s. over afdwingbare ondertoezichtstelling van opvoeders (35570-VI, nr. 48);
  • de motie-Kuik/Van der Graaf over strafbaarheid van betaalde seks met personen in de leeftijd van 18 tot 21 jaar (35570-VI, nr. 49);
  • de motie-Kuik/Van der Graaf over het in beeld krijgen van de minst zichtbare slachtoffers van mensenhandel en uitbuiting (35570-VI, nr. 50);
  • de motie-Van Nispen over een realistische visie op de politie in 2024 (35570-VI, nr. 51);
  • de motie-Van Nispen c.s. over overleg met banken over compensatie van slachtoffers van bankfraude (35570-VI, nr. 52);
  • de motie-Van Nispen/Van der Staaij over de verjaringstermijn in adoptiezaken afschaffen (35570-VI, nr. 53);
  • de motie-Van Nispen/Van Wijngaarden over een meldpunt voor slachtoffers van sektes (35570-VI, nr. 54);
  • de motie-Jasper van Dijk over uiterlijk 1 januari 2021 met een plan van aanpak terugkeer komen (35570-VI, nr. 56);
  • de motie-Jasper van Dijk over de tariefverhoging voor gerechtsdeurwaarders voor onbepaalde tijd (35570-VI, nr. 57);
  • de motie-Groothuizen c.s. over onderzoek om Polen voor het Europese Hof van Justitie te dagen (35570-VI, nr. 58);
  • de motie-Groothuizen c.s. over ondersteunen van de sociaal advocatuur werkzaam in het personen- en familierecht (35570-VI, nr. 59);
  • de motie-Groothuizen/Van Toorenburg over de capaciteit voor de aanpak van cybercrime bij het OM (35570-VI, nr. 60);
  • de motie-Groothuizen c.s. over een veiliger leefomgeving voor lhbti-asielzoekers en bekeerlingen in azc's (35570-VI, nr. 61);
  • de motie-Van Beukering-Huijbregts c.s. over de capaciteit bij de Autoriteit Persoonsgegevens (35570-VI, nr. 62);
  • de motie-Moorlag/Jasper van Dijk over de Kamer maandelijks informeren over het afhandelen van de resterende 7.000 asielaanvragen (35570-VI, nr. 63);
  • de motie-Van der Graaf c.s. over een verkenning naar wijziging van artikel 273f met de Kamer delen (35570-VI, nr. 64);
  • de motie-Voordewind c.s. over een inspanning van de regering om twee keer 50 vluchtelingen uit Griekenland op te nemen (35570-VI, nr. 65);
  • de motie-Wassenberg over een onderzoek naar de wenselijkheid van de inzet van politiehonden als geweldsmiddel (35570-VI, nr. 67);
  • de motie-Wassenberg/Graus over versterking van de capaciteit bij de dierenpolitie (35570-VI, nr. 68);
  • de motie-Bisschop over het hanteren van de IHRA-definitie voor antisemitisme (35570-VI, nr. 70);
  • de motie-Bisschop over het niet steunen van het EU-migratiepact (35570-VI, nr. 71);
  • de motie-Bisschop over uitstapprogramma's voor prostituees (35570-VI, nr. 72);
  • de motie-Bisschop over het tekort aan fte's in de basispolitiezorg structureel verminderen (35570-VI, nr. 73);
  • de motie-Bisschop over een actievere toets op zorgvuldigheid en rechtmatigheid bij maatregelen van de kinderbescherming (35570-VI, nr. 74);
  • de motie-Azarkan over het intensiveren van de aanpak van extreemrechts (35570-VI, nr. 75);
  • de motie-Azarkan over een onderzoek naar grensoverschrijdende uitlatingen binnen de nationale politie (35570-VI, nr. 76);
  • de motie-Azarkan over extra inzet voor de opsporing en begeleiding van slachtoffers van kindermishandeling en seksueel geweld (35570-VI, nr. 77);
  • de motie-Azarkan over het stoppen van het uitrusten van agenten met stroomstootwapens (35570-VI, nr. 78);
  • de motie-Azarkan over het staken van het gebruik van politiehonden als geweldsmiddel (35570-VI, nr. 79);
  • de motie-Azarkan over een wettelijk kader voor het gebruik van artificiële intelligentie door de nationale politie (35570-VI, nr. 80);
  • de motie-Azarkan over een onafhankelijker klachtenprocedure bij de nationale politie (35570-VI, nr. 81).

(Zie vergadering van 26 november 2020.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Bisschop stel ik voor zijn motie (35570-VI, nr. 72) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Helder (35570-VI, nr. 22) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in het licht van de contouren van het nieuwe stelsel met de (oud-)medewerkers van de politie ten aanzien van wie is vastgesteld en erkend dat sprake is van PTSS (posttraumatische stresssyndroom) individuele gesprekken worden gevoerd in het kader van de afhandeling van de door hen ondervonden materiële en immateriële schade;

constaterende dat de minister heeft toegezegd en dat ruimhartig zal worden omgegaan met deze zaken;

constaterende echter dat in een aantal gevallen de vergoeding voor de immateriële schade (smartengeld) die al is toegekend en uitgekeerd aan de (oud-)medewerker wordt verrekend met als gevolg dat de (oud-)medewerker deze schadevergoeding deels moet terugbetalen;

van mening dat dit verwerpelijk, onwenselijk en mogelijk ook juridisch onjuist is;

verzoekt de regering om ervoor te zorgen dat in alle nog lopende PTSS-dossiers die zijn gestart onder het oude stelsel en waarin het smartengeld al is toegekend, dit toegekende smartengeld niet (deels) wordt verrekend met materiële restschade,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 22 (35570-VI).

De motie-Yeşilgöz-Zegerius c.s. (35570-VI, nr. 35) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Yeşilgöz-Zegerius, Van Toorenburg, Buitenweg, Groothuizen en Kuiken.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 35 (35570-VI).

De motie-Kuik/Van der Graaf (35570-VI, nr. 49) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de unaniem aangenomen motie Kuik c.s. (28638, nr. 166, voorgesteld op 4 juli 2019) de regering verzoekt om een pakket aan maatregelen te formuleren om klanten die seks kopen van minderjarigen te ontmoedigen;

constaterende dat de Kamer nog immer in afwachting is van het wetsvoorstel regulering sekswerk en het wetsvoorstel seksuele misdrijven;

constaterende dat de staatssecretaris heeft aangekondigd om te verkennen wat de mogelijkheden zijn om betaalde seks met een minderjarige onder de 16 jaar oud te expliciteren in het Wetboek van Strafrecht;

van mening dat het Wetboek van Strafrecht op dit punt dus nu aan herziening toe is omdat deze is beperkt tot 16- en 17-jarige slachtoffers terwijl juist veel van deze slachtoffers jonger zijn, aangezien het hier gaat om de grootste en meest onzichtbare groep slachtoffers mensenhandel;

verzoekt de regering in het wetsvoorstel seksuele misdrijven wettelijk te regelen dat betaalde seks met 16-minners strafverzwarend is en te voorzien in strafbaarheid van betaalde seks met personen onder de minimumleeftijd voor legale prostitutie,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 49 (35570-VI).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Helder (35570-VI, nr. 21).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, Krol, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Helder (35570-VI, nr. ??, was nr. 22).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

De voorzitter:
Mevrouw Agema?

Mevrouw Agema (PVV):
Ik dank de Kamer voor het aannemen van deze motie van mijn collega Helder. Wij zouden graag op korte termijn een brief krijgen van de regering over de uitvoering.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

In stemming komt de motie-Helder/Wilders (35570-VI, nr. 23).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Markuszower (35570-VI, nr. 24).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Markuszower (35570-VI, nr. 25).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fractie van de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Markuszower (35570-VI, nr. 26).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Emiel van Dijk/Wilders (35570-VI, nr. 27).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Emiel van Dijk (35570-VI, nr. 28).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Emiel van Dijk (35570-VI, nr. 29).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Emiel van Dijk (35570-VI, nr. 30).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fractie van de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Becker (35570-VI, nr. 31).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, Van Kooten-Arissen, de VVD, de SGP, het CDA en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Becker/Van Toorenburg (35570-VI, nr. 32).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol, 50PLUS, de VVD, de SGP, het CDA en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Yeşilgöz-Zegerius c.s. (35570-VI, nr. 33).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Yeşilgöz-Zegerius c.s. (35570-VI, nr. 34).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Yeşilgöz-Zegerius c.s. (35570-VI, nr. ??, was nr. 35).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Buitenweg/Van Toorenburg (35570-VI, nr. 37).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Buitenweg/Yeşilgöz-Zegerius (35570-VI, nr. 38).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Ojik c.s. (35570-VI, nr. 40).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Ojik (35570-VI, nr. 41).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66 en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Toorenburg/Van Dam (35570-VI, nr. 43).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Toorenburg/Van Dam (35570-VI, nr. 44).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Toorenburg/Van der Graaf (35570-VI, nr. 45).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Toorenburg/Becker (35570-VI, nr. 46).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Toorenburg c.s. (35570-VI, nr. 47).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Toorenburg c.s. (35570-VI, nr. 48).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, Krol, 50PLUS, DENK, D66, de VVD, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Kuik/Van der Graaf (35570-VI, nr. ??, was nr. 49).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kuik/Van der Graaf (35570-VI, nr. 50).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Nispen (35570-VI, nr. 51).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Nispen c.s. (35570-VI, nr. 52).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Nispen/Van der Staaij (35570-VI, nr. 53).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de VVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Nispen/Van Wijngaarden (35570-VI, nr. 54).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Jasper van Dijk (35570-VI, nr. 56).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

De voorzitter:
De heer Van Haga.

De heer Van Haga (FvD):
De motie op stuk nr. 54, over het meldpunt voor die slachtoffers van sektes, daar willen wij graag vóór hebben gestemd.

De voorzitter:
Deze opmerking zal in de Handelingen worden opgenomen, dank u wel.

In stemming komt de motie-Jasper van Dijk (35570-VI, nr. 57).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Groothuizen c.s. (35570-VI, nr. 58).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Groothuizen c.s. (35570-VI, nr. 59).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de SGP ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Groothuizen/Van Toorenburg (35570-VI, nr. 60).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Groothuizen c.s. (35570-VI, nr. 61).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Beukering-Huijbregts c.s. (35570-VI, nr. 62).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Moorlag/Jasper van Dijk (35570-VI, nr. 63).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Graaf c.s. (35570-VI, nr. 64).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Voordewind c.s. (35570-VI, nr. 65).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Wassenberg (35570-VI, nr. 67).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, Van Kooten-Arissen, DENK en D66 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Wassenberg/Graus (35570-VI, nr. 68).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bisschop (35570-VI, nr. 70).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, Krol, GroenLinks, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bisschop (35570-VI, nr. 71).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van Krol, 50PLUS, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bisschop (35570-VI, nr. 73).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bisschop (35570-VI, nr. 74).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Azarkan (35570-VI, nr. 75).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, Van Kooten-Arissen en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Azarkan (35570-VI, nr. 76).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Azarkan (35570-VI, nr. 77).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Azarkan (35570-VI, nr. 78).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdD, Van Kooten-Arissen en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Azarkan (35570-VI, nr. 79).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdD, Van Kooten-Arissen en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Azarkan (35570-VI, nr. 80).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, Van Kooten-Arissen, DENK en D66 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Azarkan (35570-VI, nr. 81).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, Van Kooten-Arissen en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemming motie Invoeringswet EOM

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Aanpassing van enkele wetten ter uitvoering van de Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie ("EOM") (PbEU 2017, L 283) (Invoeringswet EOM),

te weten:

  • de motie-Van den Berge over het effectiever aanpakken van kindermisbruiknetwerken (35429, nr. 9).

(Zie wetgevingsoverleg van 5 oktober 2020.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Van den Berge stel ik voor zijn motie (35429, nr. 9) opnieuw aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Stemming motie Slachtoffers

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over slachtoffers,

te weten:

  • de motie-Van den Berge over een actieplan voor het versterken van de gezamenlijke slagkracht tegen discriminatie en racisme (33552, nr. 70).

(Zie notaoverleg van 28 oktober 2020.)

In stemming komt de motie-Van den Berge (33552, nr. 70).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66 en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemming motie Implementatiewet richtlijn auteursrecht in de digitale eengemaakte markt

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Auteurswet, de Wet op de naburige rechten, de Databankenwet en de Wet toezicht en geschillenbeslechting collectieve beheersorganisaties auteurs- en naburige rechten in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2019/790 van het Europees parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake auteursrechten en naburige rechten in de digitale eengemaakte markt en tot wijziging van de Richtlijnen 96/9/EG en 2001/29/EG (Implementatiewet richtlijn auteursrecht in de digitale eengemaakte markt),

te weten:

  • de motie-Van den Berge c.s. over de uitzondering op een vergoeding voor video on demand wegnemen (35454, nr. 9).

(Zie wetgevingsoverleg van 9 november 2020.)

In stemming komt de motie-Van den Berge c.s. (35454, nr. 9).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Spoorordening

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Spoorordening,

te weten:

  • de motie-Laçin/Kröger over de concessie voor het hoofdrailnet voor minimaal tien jaar aan de NS gunnen (29984, nr. 907);
  • de motie-Laçin over het hoofdrailnet volledig intact laten bij een nieuwe vervoersconcessie (29984, nr. 908);
  • de motie-Kröger/Laçin over het belang van de netwerkkwaliteit als uitgangspunt bij de ordening van het spoor (29984, nr. 910);
  • de motie-Kröger/Laçin over frequente verbindingen met de ons omringende belangrijkste steden (29984, nr. 911);
  • de motie-Palland/Amhaouch over een innovatieve raildenktank opzetten (29984, nr. 913);
  • de motie-Schonis c.s. over de uitwerking van het afwegingskader voor het decentraliseren van sprinterdiensten (29984, nr. 914).

(Zie vergadering van 26 november 2020.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Laçin stel ik voor zijn motie (29984, nr. 907) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Laçin (29984, nr. 908).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kröger/Laçin (29984, nr. 910).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kröger/Laçin (29984, nr. 911).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66 en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Palland/Amhaouch (29984, nr. 913).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Schonis c.s. (29984, nr. 914).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Duurzaam vervoer

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VSO Duurzaam vervoer,

te weten:

  • de motie-Kröger over extra maatregelen voor de realisatie van de CO2-doelstellingen voor de mobiliteitssector (32813, nr. 620);
  • de motie-Remco Dijkstra/Postma over afzien van de invoering van de roetfiltertest (32813, nr. 621);
  • de motie-Remco Dijkstra/Ziengs over de effecten van de kwaliteitseis voor bio-ethanol in kaart brengen (32813, nr. 622).

(Zie vergadering van 26 november 2020.)

De voorzitter:
De motie-Remco Dijkstra/Postma (32813, nr. 621) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er stappen worden ondernomen om per 2022 een nieuwe roetfiltertest op basis van het aantal roetdeeltjes in de algemene periodieke keuring (apk) op te nemen;

constaterende dat deze test ervoor zorgt dat 100.000 tot 125.000 auto's bij de apk in 2022 afgekeurd zullen worden die elders in Europa wel nog door een keuring zouden komen;

constaterende dat door deze strenge interpretatie van Europese regelgeving de te goeder trouw handelende automobilist op hoge kosten wordt gejaagd;

overwegende dat er op Europees niveau wordt gesproken over het invoeren van een Europese roetdeeltjestest, die ervoor zorgt dat roetfilters in Europese dieselvoertuigen op een gelijke manier beoordeeld worden;

verzoekt de regering voor nu de focus te leggen op voertuigen waar met opzet een roetfilter is verwijderd en niet de te goeder trouw handelende automobilist te bestraffen;

verzoekt de regering voorts van de invoering van (deze vorm van) de roetfiltertest af te zien en de Europese uitwerking af te wachten,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 621 (32813).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Kröger (32813, nr. 620).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS en Van Kooten-Arissen voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Remco Dijkstra/Postma (32813, nr. ??, was nr. 621).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, de VVD, het CDA, de PVV en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Remco Dijkstra/Ziengs (32813, nr. 622).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemming motie Wet uitbreiding slachtofferrechten

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafrecht in verband met de nadere versterking van de positie van het slachtoffer in het strafproces (Wet uitbreiding slachtofferrechten),

te weten:

  • de motie-Van Nispen c.s. over een onderzoek naar de LEBZ (35349, nr. 16).

(Zie vergadering van 13 oktober 2020.)

In stemming komt de motie-Van Nispen c.s. (35349, nr. 16).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Wijziging van de Wet verbod pelsdierhouderij in verband met een vervroegde beëindiging van de pelsdierhouderij

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Wet verbod pelsdierhouderij in verband met een vervroegde beëindiging van de pelsdierhouderij (35633).

(Zie wetgevingsoverleg van 30 november 2020.)

De voorzitter:
Het amendement-Ouwehand/Ploumen (stuk nr. 9) is ingetrokken.

Ik stel vast dat daarmee wordt ingestemd.

In stemming komt het amendement-Ouwehand (stuk nr. 7).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, Krol, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het amendement-Ouwehand (stuk nr. 17).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen en de PVV voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Wijziging van de Wet verbod pelsdierhouderij

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Wet verbod pelsdierhouderij in verband met de vervroegde beëindiging van de pelsdierhouderij,

te weten:

  • de motie-Geurts/Lodders over binnen veertien dagen een voorschot uitbetalen aan de pelsdierhouders (35633, nr. 10);
  • de motie-Bromet over de vrijkomende stikstofruimte volledig ten goede laten komen aan de natuur (35633, nr. 11);
  • de motie-Bromet over het ondernemersrisico in de nadeelcompensatieregeling verhogen naar 20% (35633, nr. 12);
  • de motie-Futselaar over 100% van de vergunde stikstofruimte afromen ten gunste van de natuur (35633, nr. 13);
  • de motie-De Groot over de volledige vrijgekomen stikstofruimte ten goede laten komen aan de natuur (35633, nr. 14);
  • de motie-De Groot over 20% korten op de nadeelcompensatieregeling (35633, nr. 15);
  • de motie-Lodders/Geurts over met een alternatieve uitwerking komen (35633, nr. 16).

(Zie wetgevingsoverleg van 30 november 2020.)

In stemming komt de motie-Geurts/Lodders (35633, nr. 10).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bromet (35633, nr. 11).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK en D66 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bromet (35633, nr. 12).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, D66 en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Futselaar (35633, nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS en Van Kooten-Arissen voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-De Groot (35633, nr. 14).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK en D66 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-De Groot (35633, nr. 15).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen en D66 voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Lodders/Geurts (35633, nr. 16).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemming motie Wijziging van de Wet verbod pelsdierhouderij

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Wijziging van de Wet verbod pelsdierhouderij,

te weten:

  • de motie-Ouwehand over verplicht stellen van de sloop van kooien (35006, nr. 9).

(Zie vergadering van 13 februari 2019.)

In stemming komt de motie-Ouwehand (35006, nr. 9).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, Krol, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, Van Kooten-Arissen, DENK en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Meneer Van Nispen.

De heer Van Nispen (SP):
Voorzitter. We hebben een foutje gemaakt. Bij agendapunt 19, de stemmingen over moties ingediend bij vaststelling van de begrotingsstaten van het ministerie van Justitie en Veiligheid, hadden wij voor de motie op stuk nr. 27 (35570-VI) moeten stemmen.

De voorzitter:
Dan zal deze opmerking in de Handelingen worden opgenomen.

Meneer Van der Lee.

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Ik beken ook schuld.

De voorzitter:
Ik zie het. Vertel.

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Ik heb een foutje gemaakt bij de stemmingen over agendapunt 14, de stemmingen over moties ingediend bij vaststelling van de begrotingsstaten van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Het betreft de motie-Lodders (35570-XIV, nr. 23). Wij worden geacht voor deze motie te hebben gestemd.

De voorzitter:
Dan zal deze opmerking in de Handelingen worden opgenomen.

Mevrouw Agema.

Mevrouw Agema (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Ik dank de collega's voor het aannemen van de motie-Markuszower (35570-VI, nr. 26), bij de stemmingen over moties ingediend bij vaststelling van de begrotingsstaten van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Ik zou graag een reactie van het kabinet willen.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Daarmee zijn wij aan het einde gekomen van de stemmingen over deze lijst. Maar we gaan nog hoofdelijk stemmen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Stemmingen

Stemmingen

Stemmingen moties Mijnbouw/Groningen (ronde 1)

Aan de orde zijn de stemmingen over aangehouden moties, ingediend bij het debat over Mijnbouw/Groningen,

te weten:

  • de motie-Beckerman over compensatie voor waardedaling voor mensen met sloop/nieuwbouw (33529, nr. 821);
  • de motie-Beckerman over uitvoeren van de door SoDM geadviseerde crisisaanpak (33529, nr. 822);
  • de motie-Nijboer over vergoeding van het verschil tussen de bedragen op basis van de waardedalingsregeling en op basis van de schikkingen met de NAM (33529, nr. 823).

(Zie vergadering van 17 november 2020.)

De voorzitter:
Aan de orde zijn de hoofdelijke stemmingen. We beginnen bij agendapunt 1, de stemmingen over aangehouden moties ingediend bij het wetgevingsoverleg over Mijnbouw/Groningen.

De leden van de eerste groep, Van Aalst tot en met Graus, brengen hun stem uit.

Stemming motie Wonen en ruimte (ronde 1)

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over het begrotingsonderdeel Wonen en ruimte (hoofdstuk VII),

te weten:

  • de motie-Beckerman over de vermindering van de huurprijsstijging ook toepassen op het sociaal huurakkoord (35570-VII, nr. 57).

(Zie vergadering van 17 november 2020.)

De leden van de eerste groep, Van Aalst tot en met Graus, brengen hun stem uit.

De voorzitter:
Dank jullie wel.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Stemmingen moties Mijnbouw/Groningen (ronde 2)

Aan de orde zijn de stemmingen over aangehouden moties, ingediend bij het debat over Mijnbouw/Groningen,

te weten:

  • de motie-Beckerman over compensatie voor waardedaling voor mensen met sloop/nieuwbouw (33529, nr. 821);
  • de motie-Beckerman over uitvoeren van de door SoDM geadviseerde crisisaanpak (33529, nr. 822);
  • de motie-Nijboer over vergoeding van het verschil tussen de bedragen op basis van de waardedalingsregeling en op basis van de schikkingen met de NAM (33529, nr. 823).

(Zie vergadering van 17 november 2020.)

De voorzitter:
Aan de orde zijn de hoofdelijke stemmingen. We beginnen bij de stemmingen over aangehouden moties ingediend bij het wetgevingsoverleg over Mijnbouw/Groningen.

De leden van de tweede groep, De Groot tot en met Van Ojik, brengen hun stem uit.

Stemming motie Wonen en ruimte (ronde 2)

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over het begrotingsonderdeel Wonen en ruimte (hoofdstuk VII),

te weten:

  • de motie-Beckerman over de vermindering van de huurprijsstijging ook toepassen op het sociaal huurakkoord (35570-VII, nr. 57).

(Zie vergadering van 17 november 2020.)

De leden van de tweede groep, De Groot tot en met Van Ojik, brengen hun stem uit.

De voorzitter:
Dank jullie wel.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Stemmingen moties Mijnbouw/Groningen (ronde 3)

Aan de orde zijn de stemmingen over aangehouden moties, ingediend bij het debat over Mijnbouw/Groningen,

te weten:

  • de motie-Beckerman over compensatie voor waardedaling voor mensen met sloop/nieuwbouw (33529, nr. 821);
  • de motie-Beckerman over uitvoeren van de door SoDM geadviseerde crisisaanpak (33529, nr. 822);
  • de motie-Nijboer over vergoeding van het verschil tussen de bedragen op basis van de waardedalingsregeling en op basis van de schikkingen met de NAM (33529, nr. 823).

(Zie vergadering van 17 november 2020.)

De voorzitter:
We gaan hoofdelijk stemmen. We beginnen bij agendapunt 1, de stemmingen over aangehouden moties ingediend bij het wetgevingsoverleg over Mijnbouw/Groningen.

De leden van de derde groep, Omtzigt tot en met Ziengs, brengen hun stem uit.

De voorzitter:
Meneer Schonis, bent u weer vergeten?

De heer Schonis (D66):
Ik was wederom vergeten, maar ik ben wederom tegen.

De voorzitter:
U stond niet op de lijst; er was iets fout gegaan. U was eerst als afwezig aangemerkt, maar u zit gewoon in de zaal, dus dan ligt het niet aan u.

In de rondes 1, 2 en 3 hebben de leden als volgt gestemd.

In stemming komt de motie-Beckerman (33529, nr. 821).

Vóór stemmen de leden: Van Aalst, Agema, Alkaya, Arib, Azarkan, Baudet, Beckerman, Beertema, Van den Berge, Bisschop, Martin Bosma, Van Brenk, Bromet, Tony van Dijck, Emiel van Dijk, Gijs van Dijk, Jasper van Dijk, Ellemeet, Van Esch, Fritsma, Futselaar, Van Gerven, De Graaf, Graus, Van Haga, Helder, Hijink, Van den Hul, Jansen, De Jong, Karabulut, Van Kent, Kerstens, Van Kooten-Arissen, Kops, Kröger, Krol, Kuiken, Kuzu, Kwint, Laçin, Van der Lee, Leijten, Madlener, Maeijer, Marijnissen, Markuszower, Moorlag, Edgar Mulder, Van den Nieuwenhuijzen, Nijboer, Van Nispen, Van Otterloo, Öztürk, Özütok, Ploumen, Van Raak, Van Raan, De Roon, Smeulders, Snels, Van der Staaij, Stoffer, Wassenberg, Van Weerdenburg, Westerveld en Wilders.

Tegen stemmen de leden: Aartsen, Becker, Belhaj, Van den Berg, Bergkamp, Van Beukering-Huijbregts, Bolkestein, Van den Bosch, Bosman, Bouali, Bruins, Van Dam, Diertens, Dijkhoff, Pia Dijkstra, Remco Dijkstra, Dik-Faber, Van Eijs, El Yassini, Geluk-Poortvliet, Van Gent, Geurts, Van der Graaf, Groothuizen, Harbers, Rudmer Heerema, Pieter Heerma, Van Helvert, Hermans, Jetten, Koerhuis, Koopmans, Kuik, Laan-Geselschap, Van der Linde, Lodders, Von Martels, Van Meenen, Middendorp, Van der Molen, Agnes Mulder, Nijkerken-de Haan, Palland, Paternotte, Peters, Postma, Regterschot, Rog, Schonis, Segers, Sienot, Slootweg, Smals, Sneller, Snoeren, Tellegen, Terpstra, Tielen, Van Toorenburg, Veldman, Voordewind, Aukje de Vries, Weverling, Van Weyenberg, Wiersma, Van Wijngaarden, Wörsdörfer en Ziengs.

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met 67 stemmen voor en 68 stemmen tegen is verworpen.

In stemming komt de motie-Beckerman (33529, nr. 822).

Vóór stemmen de leden: Van Aalst, Agema, Alkaya, Arib, Azarkan, Baudet, Beckerman, Beertema, Van den Berge, Bisschop, Martin Bosma, Van Brenk, Bromet, Tony van Dijck, Emiel van Dijk, Gijs van Dijk, Jasper van Dijk, Ellemeet, Van Esch, Fritsma, Futselaar, Van Gerven, De Graaf, Graus, Van Haga, Helder, Hijink, Van den Hul, Jansen, De Jong, Karabulut, Van Kent, Kerstens, Van Kooten-Arissen, Kops, Kröger, Krol, Kuiken, Kuzu, Kwint, Laçin, Van der Lee, Leijten, Madlener, Maeijer, Marijnissen, Markuszower, Moorlag, Edgar Mulder, Van den Nieuwenhuijzen, Nijboer, Van Nispen, Van Otterloo, Öztürk, Özütok, Ploumen, Van Raak, Van Raan, De Roon, Smeulders, Snels, Van der Staaij, Stoffer, Wassenberg, Van Weerdenburg, Westerveld en Wilders.

Tegen stemmen de leden: Aartsen, Becker, Belhaj, Van den Berg, Bergkamp, Van Beukering-Huijbregts, Bolkestein, Van den Bosch, Bosman, Bouali, Bruins, Van Dam, Diertens, Dijkhoff, Pia Dijkstra, Remco Dijkstra, Dik-Faber, Van Eijs, El Yassini, Geluk-Poortvliet, Van Gent, Geurts, Van der Graaf, De Groot, Harbers, Rudmer Heerema, Pieter Heerma, Van Helvert, Hermans, Jetten, Koerhuis, Koopmans, Kuik, Laan-Geselschap, Van der Linde, Lodders, Von Martels, Van Meenen, Middendorp, Van der Molen, Agnes Mulder, Nijkerken-de Haan, Palland, Paternotte, Peters, Postma, Regterschot, Rog, Schonis, Segers, Sienot, Slootweg, Smals, Sneller, Snoeren, Tellegen, Terpstra, Tielen, Van Toorenburg, Veldman, Voordewind, Aukje de Vries, Weverling, Van Weyenberg, Wiersma, Van Wijngaarden, Wörsdörfer en Ziengs.

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met 67 stemmen voor en 68 stemmen tegen is verworpen.

In stemming komt de motie-Nijboer (33529, nr. 823).

Vóór stemmen de leden: Van Aalst, Agema, Alkaya, Arib, Azarkan, Baudet, Beckerman, Beertema, Van den Berge, Bisschop, Martin Bosma, Van Brenk, Bromet, Tony van Dijck, Emiel van Dijk, Gijs van Dijk, Jasper van Dijk, Ellemeet, Van Esch, Fritsma, Futselaar, Van Gerven, De Graaf, Graus, Van Haga, Helder, Hijink, Van den Hul, Jansen, De Jong, Karabulut, Van Kent, Kerstens, Van Kooten-Arissen, Kops, Kröger, Krol, Kuiken, Kuzu, Kwint, Laçin, Van der Lee, Leijten, Madlener, Maeijer, Marijnissen, Markuszower, Moorlag, Edgar Mulder, Van den Nieuwenhuijzen, Nijboer, Van Nispen, Van Otterloo, Öztürk, Özütok, Ploumen, Van Raak, Van Raan, De Roon, Smeulders, Snels, Van der Staaij, Stoffer, Wassenberg, Van Weerdenburg, Westerveld en Wilders.

Tegen stemmen de leden: Aartsen, Becker, Belhaj, Van den Berg, Bergkamp, Van Beukering-Huijbregts, Bolkestein, Van den Bosch, Bosman, Bouali, Bruins, Van Dam, Diertens, Dijkhoff, Pia Dijkstra, Remco Dijkstra, Dik-Faber, Van Eijs, El Yassini, Geluk-Poortvliet, Van Gent, Geurts, Van der Graaf, De Groot, Harbers, Rudmer Heerema, Pieter Heerma, Van Helvert, Hermans, Jetten, Koerhuis, Koopmans, Kuik, Laan-Geselschap, Van der Linde, Lodders, Von Martels, Van Meenen, Middendorp, Van der Molen, Agnes Mulder, Nijkerken-de Haan, Palland, Paternotte, Peters, Postma, Regterschot, Rog, Schonis, Segers, Sienot, Slootweg, Smals, Sneller, Snoeren, Tellegen, Terpstra, Tielen, Van Toorenburg, Veldman, Voordewind, Aukje de Vries, Weverling, Van Weyenberg, Wiersma, Van Wijngaarden, Wörsdörfer en Ziengs.

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met 67 stemmen voor en 68 stemmen tegen is verworpen.

Stemming motie Wonen en ruimte (ronde 3)

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het debat over het begrotingsonderdeel Wonen en ruimte (hoofdstuk VII),

te weten:

  • de motie-Beckerman over de vermindering van de huurprijsstijging ook toepassen op het sociaal huurakkoord (35570-VII, nr. 57).

(Zie vergadering van 17 november 2020.)

De leden van de derde groep, Omtzigt tot en met Ziengs, brengen hun stem uit.

In de rondes 1, 2 en 3 hebben de leden als volgt gestemd.

In stemming komt de motie-Beckerman (35570-VII, nr. 57).

Vóór stemmen de leden: Van Aalst, Agema, Alkaya, Arib, Azarkan, Baudet, Beckerman, Beertema, Van den Berge, Bisschop, Martin Bosma, Van Brenk, Bromet, Tony van Dijck, Emiel van Dijk, Gijs van Dijk, Jasper van Dijk, Ellemeet, Van Esch, Fritsma, Futselaar, Van Gerven, De Graaf, Graus, Van Haga, Helder, Hijink, Van den Hul, Jansen, De Jong, Karabulut, Van Kent, Kerstens, Van Kooten-Arissen, Kops, Kröger, Krol, Kuiken, Kuzu, Kwint, Laçin, Van der Lee, Leijten, Madlener, Maeijer, Marijnissen, Markuszower, Moorlag, Edgar Mulder, Van den Nieuwenhuijzen, Nijboer, Van Nispen, Van Otterloo, Öztürk, Özütok, Ploumen, Van Raak, Van Raan, De Roon, Smeulders, Snels, Van der Staaij, Stoffer, Wassenberg, Van Weerdenburg, Westerveld en Wilders.

Tegen stemmen de leden: Aartsen, Becker, Belhaj, Van den Berg, Bergkamp, Van Beukering-Huijbregts, Bolkestein, Van den Bosch, Bosman, Bouali, Bruins, Van Dam, Diertens, Dijkhoff, Pia Dijkstra, Remco Dijkstra, Dik-Faber, Van Eijs, El Yassini, Geluk-Poortvliet, Van Gent, Geurts, Van der Graaf, De Groot, Harbers, Rudmer Heerema, Pieter Heerma, Van Helvert, Hermans, Jetten, Koerhuis, Koopmans, Kuik, Laan-Geselschap, Van der Linde, Lodders, Von Martels, Van Meenen, Middendorp, Van der Molen, Agnes Mulder, Nijkerken-de Haan, Palland, Paternotte, Peters, Postma, Regterschot, Rog, Schonis, Segers, Sienot, Slootweg, Smals, Sneller, Snoeren, Tellegen, Terpstra, Tielen, Van Toorenburg, Veldman, Voordewind, Aukje de Vries, Weverling, Van Weyenberg, Wiersma, Van Wijngaarden, Wörsdörfer en Ziengs.

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met 67 stemmen voor en 68 stemmen tegen is verworpen.

We wachten heel even tot alle stemmen zijn geteld. Een spannend moment altijd.

De uitslag van de stemmingen.

De motie op stuk nr. 821 (33529). 67 leden hebben voor de motie gestemd en 68 daartegen. De motie is verworpen.

De motie op stuk nr. 822 (33529). 67 leden hebben voor de motie gestemd en 68 daartegen. Ook deze motie is verworpen.

De motie op stuk nr. 823 (33529). 67 leden hebben voor de motie gestemd en 68 daartegen. De motie is verworpen.

De laatste motie, op stuk nr. 57 (35570-VII). 67 leden hebben voor de motie gestemd en 68 daartegen. Ook deze motie is verworpen.

Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de stemmingen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:
Ik heb het al gezegd, maar ik deel nog een keer aan de Kamer mee dat de heer Van Haga met ingang van 30 november 2020 lid is van de fractie van Forum voor Democratie.

Ik stel voor het debat over de Europese top van 10 en 11 december 2020 aan de agenda van de Kamer toe te voegen en daarbij maximumspreektijden te hanteren van:

  • tien minuten voor VVD, PVV, CDA en D66;
  • zeven minuten voor GroenLinks, SP en PvdA;
  • vijf minuten voor ChristenUnie, Partij voor de Dieren, 50PLUS, SGP, DENK en Forum voor Democratie;
  • tweeënhalve minuut voor de leden Krol en Van Kooten-Arissen.

Op verzoek van een aantal leden stel ik voor de volgende door hen ingediende moties opnieuw aan te houden: 35123-24, 35300-XV-70, 25295-53, 20454-152, 29538-318, 31066-554; 28362-29.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan de heer Emiel van Dijk namens de PVV.

De heer Emiel van Dijk (PVV):
Voorzitter, dank u wel. Zoals u weet hebben we 44.000 Syriërs met een tijdelijke verblijfsvergunning in Nederland op dit moment. We hebben een schreeuwend tekort aan woningen. Vorige week is vanuit Duitsland het nieuws gekomen dat de minister van Binnenlandse Zaken het tijd vindt om te gaan kijken wie er vanuit Duitsland terug naar Syrië gestuurd kan worden. Ik vind het belangrijk dat wij dat ook doen. Daar wil ik graag een debat over met de Kamer.

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Ik heb volgens mij meer dan twee handen nodig om te tellen hoe vaak al om dit debat gevraagd is. We hebben vorige week de Justitiebegroting behandeld en toen is er ook over gesproken. We hebben er net over gestemd. Ik zou de collega van de PVV willen vragen om niet elke keer hetzelfde verzoek te doen. Ik geef geen steun.

De heer Rog (CDA):
Geen steun.

De heer Van der Linde (VVD):
Geen steun.

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Met dezelfde argumenten als collega Tom van der Lee: geen steun.

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Geen steun.

De heer Wassenberg (PvdD):
Geen steun.

Mevrouw Bergkamp (D66):
Geen steun.

De voorzitter:
U heeft geen steun, meneer Emiel van Dijk.

De heer Emiel van Dijk (PVV):
Hoe vaak ik het ook aanvraag, dat is natuurlijk geen argument om het niet te doen. We hebben een gigantisch tekort aan woningen, we hebben heel veel overlast en we moeten daar gewoon over praten. Ik blijf het dus doen.

De voorzitter:
Goed. Dank u wel.

Dan mevrouw Tielen namens de commissie voor Financiën.

Mevrouw Tielen (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Morgen houden we als commissie een wetgevingsoverleg over de Wet wijziging vliegbelasting. We zouden graag donderdag stemmen over de eventuele moties die daar worden ingediend.

De voorzitter:
Daar zullen we in de planning rekening mee houden. Dank u wel.

Dan de heer Rog namens de commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De heer Rog (CDA):
Zeker. Namens die commissie wil ik u verzoeken om ruimte in de agenda te reserveren voor eventuele stemmingen morgenmiddag, naar aanleiding van het eventuele VAO in de ochtend.

De voorzitter:
Ook daar zullen we rekening mee houden. Dank u wel.

Meneer Van der Linde, ik heb u niet op mijn lijstje staan.

De heer Van der Linde (VVD):
Is het een heel gek idee om die stemmingen op de een of andere manier te combineren?

De voorzitter:
Combineren?

De heer Van der Linde (VVD):
De stemmingen van morgen en overmorgen.

De voorzitter:
We gaan bekijken of dat een beetje praktisch is voor iedereen. Als dat zou kunnen, doen we dat.

Daarmee zijn we aan het einde van de regeling van werkzaamheden gekomen. Ik schors de vergadering voor enkele ogenblikken en dan gaan we naar het VAO.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Toereikendheid en doelmatigheid onderwijsbekostiging

Toereikendheid en doelmatigheid onderwijsbekostiging

Aan de orde is het VAO Toereikendheid en doelmatigheid onderwijsbekostiging (AO d.d. 08/10).

De voorzitter:
Ik heet de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en ook Media van harte welkom. Ik moet even omschakelen, hoor. Fijn dat u er bent! Aan de orde is het VAO Toereikendheid en doelmatigheid onderwijsbekostiging. Ik geef mevrouw Westerveld als eerste spreker namens GroenLinks het woord. Mevrouw Westerveld.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Voorzitter. Dank u wel. Tijdens het algemeen overleg over de toereikendheid en doelmatigheid van de onderwijsbekostiging ging het veel over de financiële reserves. Dit is een punt dat ik ook al jaren maak: geld dat voor onderwijs bedoeld is, moet ook naar onderwijs gaan. Dat moet naar kinderen en de klas gaan en zou niet op een bankrekening moeten staan. Gelukkig gaat de minister nu in ieder geval aan de slag om stappen te zetten bij samenwerkingsverbanden en ervoor te zorgen dat het geld daar niet op de rekening staat, maar zo veel mogelijk naar onderwijs en naar kinderen gaat. Als het gaat over de financiële reserves bij schoolbesturen, zien we dat de minister nog wat voorzichtiger is. Hij heeft nu een signaleringswaarde opgesteld, maar wanneer hierop gehandhaafd wordt en op welke manier, is ons nog steeds niet helemaal duidelijk. Ik wil de minister vragen of hij een duidelijk plan heeft. Heeft hij net zoals bij de samenwerkingsverbanden een stappenplan? Wanneer wil hij hierover in gesprek? Wanneer gaat hij handhaven? Daar zou ik graag een reactie van hem over hebben.

Voorzitter. Dan heb ik ook nog één andere vraag. In het debat dat we hadden, heb ik de minister ook gevraagd naar leerlingen die ouder zijn dan 18 jaar en die op het voortgezet speciaal onderwijs willen blijven zitten, maar dat soms niet mogen, omdat het samenwerkingsverband dan zegt dat het daarvoor geen geld heeft. Het gaat hier juist om leerlingen die bijvoorbeeld door een handicap juist baat hebben bij een aantal jaren extra onderwijs. Ik vind het niet goed dat dit gebeurt. Dat heeft de minister toen ook gezegd. Hij zei toen dat hij daarover in gesprek gaat met de samenwerkingsverbanden. Ik zou graag van hem willen weten of dat gesprek al heeft plaatsgevonden. Zo ja, wat is daaruit gekomen? Want ik hoop eigenlijk dat we deze signalen niet nog vaker hier horen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Westerveld. Dan geef ik nu het woord aan de heer Kwint namens de SP. De heer Kwint.

De heer Kwint (SP):
Dank, voorzitter. Het is alweer enige tijd geleden dat we dit debat hadden naar aanleiding van een onderzoek van McKinsey waaruit bleek dat het verstandig zou zijn om meer geld naar onderwijs te doen. Nou koester ik niet de illusie dat we dat gaan regelen op een dinsdagnamiddag in Den Haag. Dat gaan we weer een andere keer proberen.

Wij hadden ook gevraagd om in dat onderzoek mee te nemen wat het aanpassen van de lumpsum daaraan zou kunnen bijdragen. Dat is helaas niet naar tevredenheid gebeurd en daarom deze motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er een breed gedeelde behoefte leeft in zowel politiek als onderwijs om meer onderwijsgeld naar docenten te realiseren;

overwegende dat door de huidige lumpsumsystematiek geld dat voor docenten is bestemd door schoolbesturen aan andere zaken kan worden uitgegeven;

verzoekt de regering te onderzoeken wat de effecten zijn van het geheel uit de lumpsum halen van de docent en de resultaten hiervan voor de zomer van 2021 met de Kamer te delen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kwint. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 556 (31293).

De heer Kwint (SP):
Dank.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Kwint. Dan ga ik nu naar mevrouw Van den Hul namens de PvdA. Toch? Ja, meneer Van Meenen, ze houden in de gaten waar en met wie u allemaal overlegt. Mevrouw Van den Hul namens de PvdA.

Mevrouw Van den Hul (PvdA):
Dank, voorzitter. Er is niks mis met linkse vrienden.

Voorzitter. We hebben inderdaad uitgebreid gesproken over toereikendheid en doelmatigheid. Onze moties hebben we al bij de begroting ingediend, dus dat doe ik niet nog een keer. Ik heb wel nog vragen aan de minister over gelijke kansen. Dat is een onderwerp dat zeer actueel is en waar we het ook al uitgebreid over hebben gehad, ook tijdens dit debat. Ik beveel iedereen van harte aan om de documentaire Klassen van HUMAN te zien. Die is erg mooi en indrukwekkend.

De minister erkende ook tijdens dit debat dat de bestaande problemen hem zorgen baren, dat corona de bestaande nog heeft vergroot en dat het helaas wél uitmaakt wie je ouders zijn voor de kansen die je krijgt op school. En waar ik mee worstel — en dat zeg ik gewoon maar in alle eerlijkheid, en dat hebben we ook vaker besproken — is hoe we nu beoordelen of de inzet van deze minister op dit onderwerp voldoende is, als we niet weten wat de nulmeting is en als we niet weten wat de effectiviteit is van die extra inzet. Daar worstel ik mee, want ik vind het een ongelofelijk belangrijk onderwerp, waar we ons volgens mij niet bij mogen neerleggen. Dus mijn vraag aan de minister is: weten we nou echt waar die achterstanden op dit moment groeien en wat ervoor nodig is om die in te lopen; hebben we dat echt in beeld? En is de minister van mening dat die aangekondigde en reeds genomen maatregelen nou echt volstaan om wat er nu aan het gebeuren is, die groeiende kansenongelijkheid, echt weg te trekken? Dat is mijn vraag aan de minister, en heel graag een antwoord.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van den Hul.

Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Meenen namens D66. Nee? Dan ga ik naar de heer Rudmer Heerema namens de VVD. Ook niet. Nou, oké. Dat ben ik niet van jullie gewend. En dan ook al die korte spreektijden, ik vind het geweldig.

Dan kijk ik even naar de minister, want de moties worden gekopieerd en rondgedeeld, en dan kunt u — denk ik — gelijk antwoorden. We wachten heel even op de moties.

Ik geef nu het woord aan de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media.

Minister Slob:
Dank u wel, voorzitter. Ik dank de Kamer ook voor dit VAO, en ik zal per woordvoerder de vragen langslopen en ook de moties beoordelen.

Allereerst mevrouw Westerveld, die weer vragen heeft gesteld over de financiële reserves. Nu niet van de samenwerkingsverbanden, want daar hebben we nu inderdaad al hele concrete vervolgstappen bij gezet, maar nu meer het reguliere onderwijs: hoe gaan we daarmee om en wanneer? Nadat wij met elkaar besproken hadden wat die signaleringswaarde zou kunnen zijn, is die nu ook officieel als signaleringswaarde bruikbaar, en is ook direct afgesproken met de inspectie dat die per direct ingezet kan worden als het gaat om het toezicht houden op de scholen. U weet dat wij dan eerst kijken naar een x-aantal of x-procent aantal scholen die daarboven zitten, dus dat wordt direct in werking gezet, gewoon ook al in dit kalenderjaar. En daarnaast heb ik u aangegeven dat wij werken aan een wettelijke bepaling, zodat wij nog meer sanctionerend kunnen optreden. Daar gaat natuurlijk meer tijd overheen, maar we zullen u uiteraard op de hoogte houden van de voortgang daarvan. Dus wij gaan daarmee aan de slag. En we hebben recent natuurlijk ook met elkaar gesproken over een aantal voorzieningen die in de scholen soms niet optimaal op orde zijn. Nou, daar zouden die reserves natuurlijk heel goed voor kunnen worden ingezet. Dat is een hint in de richting van de scholen die dat niet op orde hebben en ook reserves hebben.

Met betrekking tot het vso en langer dan achttien jaar op een school kunnen blijven. Dit heb ik inderdaad conform de afspraken met u zowel schriftelijk alsook mondeling in onze bestuurlijke overleggen onder de aandacht gebracht. Ik weet dat dit ook op websites van vertegenwoordigende organen, denk bijvoorbeeld aan het LECSO, uitgedragen is. Ik zal dit in mijn volgende overleg — ze staan voor de komende tijd weer in mijn agenda, zoals alweer een voor morgen — weer opnieuw onder de aandacht brengen, omdat het natuurlijk heel vervelend is dat dit toch nog weer terug blijft komen. En mochten er hele concrete casussen zijn, dan weet u dat ik die ook heel graag ontvang. Dan kunnen we misschien ook nog gerichter interventies plegen, want de ruimte is er gewoon en mag ook gebruikt worden.

De heer Kwint is altijd zeer consistent in zijn bijdrages, en daarin prijs ik hem. Hij gaf aan dat hij graag wil dat er meer geld naar het onderwijs gaat. Nou, hij weet dat in deze kabinetsperiode ook het onderwijs bediend is door het kabinet, want er is zowel structureel als incidenteel veel extra geld naartoe gegaan, ook in vergelijking met de vorige kabinetsperiode. En ik zal het niemand euvel duiden, de SP niet maar ook andere fracties niet, dat men ook weer wensen heeft voor een nieuwe kabinetsperiode. Die zien we soms ook al terug in bepaalde verkiezingsprogramma's die al het daglicht hebben gezien.

De motie op stuk nr. 556 ontraad ik. We hebben die ook uitgewerkt conform we het toen hebben gezegd. Ik weet van de heer Kwint dat hij dit onvoldoende vond, maar we willen nu gewoon verdergaan, ook na het debat dat we gehad hebben, met de voorstellen die we gedaan hebben. Dan achten we de vorige motie als afgedaan. Mocht de Kamer er anders over denken, dan zie ik dat wel.

Voorzitter. Dan mevrouw Van den Hul over gelijke kansen. Dat geeft mij ook even de gelegenheid om mijn grote waardering uit te spreken voor de documentaire die gestart is. Daar zie ik al een potentiële prijswinnaar in, als ik zo vrij mag zijn om dat te beoordelen. U weet dat wij sowieso weten welke scholen onder de officiële normen vallen van scholen waar veel leerlingen zitten die extra ondersteuning nodig hebben, want die vallen ook gewoon onder de criteria van het onderwijsachterstandenbeleid. Dat is een. Er zijn natuurlijk scholen die we heel specifiek altijd in de gaten houden.

Daarnaast hebben we gericht gezorgd dat het onderwijs extra geld heeft gekregen in deze coronatijd om de ontstane achterstanden, die breder zijn dan alleen op deze scholen, aan te pakken. Dat hebben we op twee manieren gedaan. We hebben dat gedaan door geld beschikbaar te stellen voor zomerscholen, winterscholen, extra lestijd en noem maar op. En we hebben het gedaan — dat hebben we vorige week ook besproken in ons algemeen overleg — door voor het p.o., het vo en het mbo nog weer extra geld beschikbaar te stellen zodat men in samenwerkingen kan zorgen dat er extra handen in de school komen en er extra ondersteuning kan zijn. We volgen dit nu door dit heel gericht te monitoren. Dat heeft de inspectie al drie keer gedaan. De laatste is vorige week opgeleverd.

Daarnaast gaan wij maandelijks via monitoring in de gaten houden — dat heb ik u ook aangegeven — hoe het zit, breder dan alleen bij de scholen waarvan we al weten dat ze het predicaat hebben dat ze extra geld krijgen om de achterstanden te bestrijden. Dus we gaan daar echt heel gericht mee aan de slag. Hebben we dan altijd alles in beeld? Dat blijft natuurlijk altijd een ingewikkelde vraag om te beantwoorden. Maar we doen het maximale, ook in deze coronatijd, om dit te volgen en om waar nodig scholen te ondersteunen. We zullen de uitkomsten hiervan uiteraard meenemen in de gezette momenten waarop wij u rapporteren.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit VAO.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Over deze motie zullen we volgende week dinsdag stemmen.

Onderwijs en corona VII, funderend onderwijs

Onderwijs en corona VII, funderend onderwijs

Aan de orde is het VAO Onderwijs en corona VII, funderend onderwijs (AO d.d. 25/11).

De voorzitter:
Dan gaan we nu naar het volgende VAO. Dat is het VAO Onderwijs en corona VII, funderend onderwijs. Ik geef het woord aan de heer Van Meenen namens D66.

De heer Van Meenen (D66):
Dank u wel, voorzitter. Drie moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de coronacrisis aantoonbaar leidt tot achterstanden voor leerlingen in het basisonderwijs;

constaterende dat de coronacrisis de kloof als gevolg van achterstanden verder verdiept;

constaterende dat 210 miljoen euro extra beschikbaar is voor de bestrijding van achterstanden als gevolg van corona in basisonderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs;

constaterende dat het van belang is dat deze middelen zo snel en effectief mogelijk worden ingezet;

constaterende dat het van belang is dat de extra middelen voor het basisonderwijs vooral ingezet dienen te worden op scholen waar de achterstanden ook voor corona al het grootst waren;

verzoekt de regering de extra middelen die beschikbaar zijn gesteld voor het basisonderwijs zo spoedig mogelijk aan de scholen ter beschikking te stellen via de methode die eerder voor de werkdrukmiddelen is gebruikt, waarbij de middelen gericht worden toegekend naar rato van de verdeling van de reeds bestaande onderwijsachterstandsmiddelen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Meenen, Rog en Rudmer Heerema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 557 (31293).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het van groot belang is dat het onderwijs op een veilige wijze doorgang vindt;

constaterende dat de vorige schoolsluiting heeft geleid tot toegenomen achterstanden;

overwegende dat een pilot met sneltesten niet slagvaardig genoeg is om scholen zo veilig mogelijk te maken voor leraren en leerlingen;

verzoekt de regering de sneltesten, zodra ze gevalideerd zijn, onmiddellijk effectief en verantwoord in te zetten op scholen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Meenen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 558 (31293).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat onderzoek van de universiteit van Oxford uitwijst dat leerlingen uit groep 4 tot en met 7 het afgelopen schooljaar ongeveer 20% minder vooruitgang hebben geboekt dan voorgaande jaren, en dat kinderen met laagopgeleide ouders de grootste achterstanden hebben opgelopen;

constaterende dat de onderwijsinspectie haar zorgen heeft geuit over continuïteit van onderwijs, leerachterstanden, kansenongelijkheid en de voortdurende belasting op leraren;

overwegende dat juist de meest kwetsbare leerlingen het hardst worden geraakt door de coronacrisis;

overwegende dat deze achterstanden gevolgen hebben voor de uitslagen van de eindtoets, waardoor kinderen mogelijk een advies krijgen dat niet passend is;

verzoekt de regering in te zetten op stimulering van brede brugklassen, dubbele schooladviezen en latere selectie, zodat we alle kinderen de kans bieden terecht te komen op het juiste niveau,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Meenen en Van den Hul. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 559 (31293).

Dank u wel, meneer Van Meenen. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Westerveld namens GroenLinks.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Voorzitter. Kamerbreed zijn er veel zorgen over de uitval van lessen. In het regulier onderwijs heeft een kwart van de scholen groepen leerlingen naar huis gestuurd, maar in het speciaal onderwijs, zowel in het speciaal basisonderwijs als in het speciaal voortgezet onderwijs, is dat fors hoger: daar is het maar liefst 69%. Daar hebben we het in het Kamerdebat over gehad met de minister. De minister deelt onze zorgen om juist deze groep leerlingen, waarvoor afstandsonderwijs vaak minder goed mogelijk is. Deze groep leerlingen heeft baat bij een vast gezicht voor de klas en niet bij steeds wisselende gezichten. Bij deze groep vallen er veel lessen uit en is het moeilijk om vervanging te vinden. Ik heb daarover een motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er zowel in het speciaal basisonderwijs als in het voortgezet speciaal onderwijs fors meer lesuitval is door corona dan in andere onderwijssectoren;

constaterende dat dit komt doordat er onvoldoende bevoegde vervanging is;

overwegende dat het juist voor deze leerlingen belangrijk is om fysiek onderwijs te krijgen, omdat de mogelijkheden om vervangend onderwijs op afstand te krijgen beperkter zijn;

constaterende dat perspectief, baanzekerheid en goede arbeidsvoorwaarden essentieel zijn voor het behoud van personeel en het aantrekken van nieuwe mensen;

verzoekt de regering om met de actiegroep Van VSO naar GVO, vakbonden en werkgevers in gesprek te gaan en afspraken te maken over arbeidsvoorwaarden, contracten en een betere beloning van leerkrachten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Westerveld, Van den Hul en Kwint. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 560 (31293).

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Ik noemde de actiegroep Van vso naar gvo. Met gvo wordt "gespecialiseerd voortgezet onderwijs" bedoeld. Deze actiegroep heeft een petitie opgestart. Ik keek net even; ze hebben op dit moment meer dan 11.000 handtekeningen. Zij maken zich er hard voor om het speciaal onderwijs te laten vallen onder de cao van het voortgezet onderwijs, om te zorgen dat er gelijke regels zijn en dat de beloningen wat omhooggaan. Wat mij betreft verdienen zij deze steun. Dat zou heel goed zijn, omdat juist deze leraren te maken hebben met een groep leerlingen die echt wat extra aandacht verdient. Ik hoop dus dat het deze actiegroep lukt om nog meer handtekeningen te krijgen en nog vaker bij ons aan te kloppen.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Westerveld. Dan geef ik nu het woord aan de heer Kwint namens de SP.

De heer Kwint (SP):
Dank, voorzitter. We hebben het uitgebreid gehad over de impact die corona heeft op het onderwijs: natuurlijk op onderwijsachterstanden, maar soms ook gewoon op de veiligheid van docenten en leerlingen. De minister en ik hebben van gedachten gewisseld — en dat was niet voor het eerst — over de plek die onderwijs heeft op de veelbesproken coronaroutekaart, of eigenlijk over het totale gebrek aan plek dat onderwijs daarop heeft. Er zijn geen duidelijke criteria voor wanneer een school wel of niet dicht zou moeten wanneer het aantal besmettingen toeneemt. De minister zei toen: dat hoeft niet, want de GGD's kunnen gewoon zeggen dat een school dicht moet. Het verbaasde mij dus enigszins dat ik twee dagen later in Nieuwsuur allemaal schooldirecteuren achter elkaar hoorde zeggen: nee, de GGD adviseert alleen maar, die geeft geen advies, die keurt gewoon achteraf goed wat wij besloten hebben; als we met vragen bij de GGD komen, worden we eigenlijk niet geholpen. Ik vind toch dat het duidelijk moet zijn, aangezien de reden dat we onderwijs niet op die coronaroutekaart opnamen, de rol van de GGD was. Als nu onderwijsbestuurders massaal zeggen dat de GGD hen ook niet verder helpt, dan redeneren we in cirkels. En dat is volgens mij niet in het belang van een goede aanpak van deze pandemie. Het is ook niet in het belang van het draagvlak voor het coronabeleid. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet in de zogenoemde coronaroutekaart geen enkel scenario heeft opgenomen waarin de scholen in het funderend onderwijs weer gesloten moeten worden;

overwegende dat het weliswaar onwenselijk, maar in een hevige pandemie die nog verre van onder controle is, zeker niet ondenkbaar is dat er een moment komt waarop dit nodig is;

van mening dat ouders, leerlingen en leraren recht hebben op voorspelbaarheid en duidelijkheid;

verzoekt de regering in een aangepaste versie van de coronakaart of anderszins inzicht te verschaffen in onder welke omstandigheden het sluiten van de scholen of andere onderwijsmaatregelen overwogen zullen worden;

verzoekt de regering tevens duidelijkheid te verschaffen over de rol die GGD's hebben bij het besluit om scholen al dan niet te sluiten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kwint. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 561 (31293).

De heer Kwint (SP):
Dank, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Kwint. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Van den Hul namens de PvdA.

Mevrouw Van den Hul (PvdA):
Dank, voorzitter. Ik heb een vraag en een motie. Allereerst mijn vraag. Die vraag leeft bij heel veel mensen. Ik kreeg 'm vaak de afgelopen dagen naar aanleiding van de berichten en vooral de beelden van Black Friday en de berichten over een mogelijke verlenging van de kerstvakantie die nog steeds boven de markt hangt. Is de minister het met ons eens dat door een eventuele verlenging van die kerstvakantie de kansenongelijkheid alleen nog maar meer dreigt toe te nemen? Ik zeg dan: liever school dan shoppen. Is de minister dat met ons eens?

En dan mijn motie, die mede wordt ingediend door mijn vrijzinnige vriend Van Meenen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er nog steeds signalen zijn van leraren die worden gedwongen fysiek aanwezig te zijn op school ondanks het feit dat zijzelf of iemand in hun huishouden in de risicogroep valt voor het coronavirus;

overwegende dat problemen rondom gedwongen fysieke aanwezigheid op schoolniveau moeten worden opgelost, maar idealiter zich überhaupt nooit zouden voordoen;

verzoekt de regering hierover in overleg te treden met werkgevers- en werknemersorganisaties en hun te verzoeken gedwongen fysieke aanwezigheid van leraren te voorkomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van den Hul. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 562 (31293).

Dank u wel. Dan geef ik tot slot het woord aan de heer Rog namens het CDA.

De heer Rog (CDA):
Voorzitter, dank u wel. Bij de aanpak van de coronacrisis in het onderwijs heeft het kabinet op twee fronten extra geld ter beschikking gesteld. Dat is mooi. Dat steunt mijn fractie vanzelfsprekend. Ik heb met de heer Van Meenen en de heer Heerema een motie ingediend over de manier waarop dat geld bij de meest kwetsbare kinderen in het basisonderwijs terecht kan komen, en dan het liefst ook op de wijze zoals we dat zo succesvol hebben gedaan met de werkdrukmiddelen.

De andere motie gaat over de ventilatie op scholen. Ook daar hebben wij extra geld voor. Tegelijkertijd, we weten sinds juni hoe ernstig die problematiek is, maar nog steeds zijn meer dan 800 scholen op dit moment qua binnenklimaat niet op orde. We weten inmiddels ook dat gemeenten niet weten welke scholen dat zijn. Zij hebben die kennis niet. Wij voelen een grote gezamenlijke verantwoordelijkheid, met het Rijk, met schoolbesturen en met gemeenten. Daartoe heb ik de volgende motie, die mede wordt ingediend door mijn vrijzinnige vriend Van Meenen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat uit een inventarisatie van het Landelijk Coördinatieteam Ventilatie op Scholen blijkt dat de luchtkwaliteit op ongeveer 800 scholen nog steeds niet op orde is;

overwegende dat het voortduren van deze situatie voor zowel de arbeidsomstandigheden van het onderwijspersoneel als voor de leeromstandigheden van leerlingen niet acceptabel is en dat rijksoverheid, gemeenten en schoolbesturen hier een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben;

voorts overwegende dat gemeenten er niet van op de hoogte zijn bij welke schoolbesturen of bij welke schoolgebouwen de luchtkwaliteit niet op orde is;

verzoekt de regering zo spoedig mogelijk de uitkomsten van de inventarisatie over de luchtkwaliteit op scholen te delen met alle gemeenten, en hen nogmaals te wijzen op de beschikbare subsidie van 30% door het Rijk en er zowel bij gemeenten als bij schoolbesturen op aan te dringen de noodzakelijke verbeteringen van de ventilatie op scholen onverwijld door te voeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Rog en Van Meenen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 563 (31293).

Dank u wel, meneer Rog. Dan wachten we even op de laatste moties. Die komen er zo aan. Die worden nog even gekopieerd en dan rondgedeeld.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik zie dat de minister kan antwoorden. We wachten even tot u de moties heeft. Anders geef ik u mijn setje.

Het woord is aan de minister.

Minister Slob:
Zo, we hebben de administratie weer op orde, mevrouw de voorzitter.

De voorzitter:
Dat moet ook, ja.

Minister Slob:
Ik dank de Kamer uiteraard voor de inbreng in de eerste termijn van dit VAO.

De heer Van Meenen heeft drie moties ingediend. De motie op stuk nr. 557 gaat over de wijze waarop de gelden worden toegekend die beschikbaar zijn gesteld om de continuïteit van het onderwijs te vergroten als er sprake is van uitval en de scholen extra menskracht nodig hebben om dat op een andere manier te doen. Dit is voor het p.o. en dus niet voor het vo en het mbo, als ik de motie goed begrepen heb. Het kabinet heeft ervoor gekozen om dit via de arbeidsmarktregio's te doen, omdat we denken dat het best nog wel ingewikkeld zal zijn om voldoende mensen te vinden en het ook belangrijk vinden dat die mensen heel flexibel ingezet kunnen worden op die plekken waar de scholen ze het hardste nodig hebben. Dat kan bij wijze van spreken de ene dag school A zijn en een andere dag school B of school C. We kunnen dit op een andere manier gaan doen, maar dan valt die samenwerking weg bij het ervoor zorgen dat je een pool van menskracht hebt. Dat is de keuze die wij gemaakt hebben. Daar staan we ook voor en daar hebben we dit geld ook voor beschikbaar gesteld.

Als we het conform deze motie zouden doen, dan zou dat wel een enorme versmalling zijn van het verdelen van het geld. Als ik deze motie goed begrijp, gaat het er alleen om dat de middelen moeten worden toegekend naar rato van de verdeling van de reeds bestaande onderwijsachterstandsmiddelen. Dat zou een halvering zijn van het aantal scholen dat deze middelen zou kunnen krijgen. Zo'n 2.500 scholen krijgen dan extra geld, maar ook bij andere scholen speelt dit probleem. Dat is dus niet de wijze waarop wij dit met elkaar beoogd hebben. Het zou een versmalling zijn van het aantal scholen dat ervan gebruik zou kunnen maken en het zou de flexibiliteit blokkeren om gericht mensen breed in te zetten in deze noodsituatie, want dat is het vaak. Om die reden ontraad ik deze motie.

De heer Van Meenen (D66):
Ik begrijp dat de minister het hier brengt als een versmalling. Dat is het in zekere zin natuurlijk ook. Het aantal scholen dat geld krijgt wordt minder, maar wát ze dan krijgen wordt meer. De minister is het hopelijk met mij eens dat het onderzoek laat zien dat juist daar waar al achterstanden zijn, de achterstanden het meest groeien. Dat laat zowel het onderzoek van de inspectie als dat van de universiteit van Oxford zien. Dat is hij toch met mij eens?

Minister Slob:
Ook als je het doet op de manier die het kabinet nu voor ogen heeft vanuit de arbeidsmarktregio's kan men ervoor kiezen om de inzet met name daar te laten plaatsvinden waar men vindt dat de urgentie het hoogst is, maar het gaat ook om de continuïteit van onderwijs. Stel dat een school niet valt onder deze definitie. Dat geldt voor veel scholen, want er zijn er maar 2.500 die het geld dan zullen krijgen. Stel dat je een van die andere scholen bent en er vallen mensen weg. Je zou dus gebruik kunnen maken van een pool, als die in de arbeidsmarktregio gemaakt is, maar nu wordt die pool niet gemaakt en je krijgt ook geen geld. Dan zal die school dicht moeten. Dat willen we natuurlijk ook niet, want dan ontstaan daar weer achterstanden. Ik snap ook heel goed wat u hier beoogt. U zegt eigenlijk dat u die scholen nog een extra plusje zou willen geven. Daar is in het kader van dit geld niet voor gekozen. Die krijgen op een andere manier een extra plusje, want zij krijgen die achterstandsmiddelen waarvan andere scholen weer geen gebruik kunnen maken. Om die reden ontraad ik toch deze motie, in het kader van de continuïteit en de flexibiliteit om een pool van docenten te kunnen creëren die dan ingezet kunnen worden.

De voorzitter:
Dan wil ik toch kijken hoe u de andere moties beoordeelt.

Minister Slob:
Deze ontraad ik in ieder geval. Nogmaals, wel alle begrip voor de intentie die erachter zit, maar ik denk dat we dan een beetje ons doel voorbijschieten en dat zou toch heel jammer zijn.

Voorzitter. Ook de motie op stuk nr. 558 moet ik ontraden. We zijn inderdaad nog niet zover dat de testen valide zijn, maar ook weten we dat het organisatorisch echt het een en ander vraagt als we dit gaan doen. Daarom willen we gewoon snel met een aantal pilots beginnen bij scholen die zich daarvoor aanmelden en waar we ook heel snel kunnen gaan handelen. Ik heb ook in het algemeen overleg aangegeven dat het uiteraard de bedoeling is dat we het, als het goed functioneert, zo snel mogelijk gaan verbreden, maar wel in deze volgorde. Zo heb ik het met mijn collega van VWS kunnen afspreken. Dit gaat op dit moment dus echt even wat te ver. Het zou wel een volgende stap kunnen zijn, maar voor dit moment ontraad ik deze motie.

De motie op stuk nr. 559 kan ik oordeel Kamer geven als ik die als volgt mag verstaan. Het is kabinetsbeleid en het is urgenter dan ooit dat we ervoor zorgen dat leerlingen als het even kan in brede brugklassen worden opgevangen en dat er dubbele schooladviezen zijn. We zien gelukkig dat het steeds meer praktijk aan het worden is. Wat betreft de latere selectie weet u dat we het in principe doen bij de 10-14-scholen. Dat is een groeiende groep. Dat is niet iets wat je zomaar van de ene op de andere dag kunt organiseren, want dat zou een hele systeemwijziging betekenen. Maar ik versta deze motie heel erg goed. U vindt dat we moeten proberen leerlingen die naar het vervolgonderwijs gaan op de goede plek te krijgen en dat we heel snel moeten kunnen handelen als het niet het geval is. Dat is ook mijn inzet. In dat opzicht zie ik het als ondersteuning van beleid en kan ik deze motie oordeel Kamer geven.

De voorzitter:
Vindt u dat niet goed, meneer Van Meenen?

De heer Van Meenen (D66):
Nou, je moet altijd een beetje opletten als bewindspersonen een interpretatie geven aan een motie. Ik begrijp best dat we het stelsel niet eventjes met een motie ondersteboven kunnen gooien, maar ik zou toch wel van de minister willen horen dat hij hiermee echt indringend met de schoolbesturen aan de slag gaat. Ik wil dat we echt gaan zien dat er meer brede brugklassen komen, dat er waar dat kan wel degelijk uitstel van selectie is, dat er dubbele adviezen gegeven gaan worden en dat we vaststellen hoe het nu is en wat de intentie is van de schoolbesturen. Ik zou echt wel terug willen horen wat het resultaat daarvan is.

Minister Slob:
De heer Van Meenen weet dat het altijd goed is om, als een motie wordt ingediend — daar zitten namelijk intenties achter — even te kijken of die correspondeert met de beoordeling van degene die uiteindelijk verantwoordelijk is voor de uitvoering van de motie. Het kan namelijk ellende achteraf schelen als daar licht tussen zit. Ik hoor de heer Van Meenen heel duidelijk zeggen dat hij niet direct een stelselwijziging voorstaat. Dat kan natuurlijk ook niet zomaar even een-twee-drie. Dit kabinet zit er nog maar een paar maanden missionair. Het doel dienen we met elkaar; wij willen dat leerlingen op een goede plek terechtkomen. Juist het ontbreken van de eindtoets in het afgelopen jaar heeft ervoor gezorgd dat daar toch twijfels over zijn. U heeft mijn ergernis ook gehoord naar aanleiding van de monitoring van de inspectie. Ik vind dat vo-scholen er meer aan moeten doen om dat wel in de gaten te houden. In dat opzicht zie ik uw motie echt als een steun in de rug om daar, mogelijk met een meerderheid van de Kamer, werk van te maken. Dan zullen we u natuurlijk volgens de reguliere manieren steeds op de hoogte houden.

Voorzitter. De motie op stuk nr. 560 van mevrouw Westerveld moet ik ontraden op de wijze zoals die nu opgeschreven is. U vraagt eigenlijk van mij om aan te schuiven aan de tafel van werkgevers en werknemers en om afspraken te maken over contracten en betere beloning. U weet dat dat een verantwoordelijkheid van de sociale partners is. Wij zitten daar niet bij. Als u aan mij vraagt of ik nog een keer indringend onder de aandacht van de sociale partners wil brengen dat ze aandacht moeten hebben voor het vso en de positie van de mensen die daar werken, dan ben ik natuurlijk altijd bereid om dat te doen. Maar u wilt dat ik verder ga, en dat kan ik niet doen, want dat is niet mijn positie. Om die reden moet ik deze motie dus ontraden. De toezegging krijgt u. Ongeacht wat er met deze motie gebeurt, zal ik het uiteraard doen. Dat heb ik volgens mij vorige week al toegezegd.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Ik lees de motie anders dan de minister. De motie is in ieder geval met een andere intentie geschreven. Ik weet welke afspraken aan de cao-tafel gemaakt worden. Maar we weten dat bijvoorbeeld afspraken over het aantal tijdelijke contracten niet altijd goed gaan, gezien de terugloop van het aantal tijdelijke contracten. Ik wil de minister vragen om nog eens met de werkgevers en deze actiegroep om tafel te gaan zitten om nog een keer de positie van het vso onder de aandacht te brengen, omdat deze leerlingen en leraren dat verdienen. Met die intentie is deze motie geschreven.

Minister Slob:
Maar u verwees ook naar een handtekeningenactie die op dit moment wordt gevoerd en die wel gewoon iets meer vraagt. U legde er een verband tussen. U moet het dan dus niet vreemd vinden dat ik de motie op die wijze lees. U weet dat ik daar natuurlijk niet in mee kan gaan. Weet wel dat het kabinet, zoals ik vorige week heb aangegeven, vanuit het convenant dat enige tijd geleden is afgesloten extra geld beschikbaar heeft gesteld voor de docenten in het vso die in de diplomagerichte stroming werken. Dat is structureel geld, dus die krijgen daar extra voor beloond. Zij zitten ook in de hoogste schalen van de cao van het primair onderwijs. Maar als u aan mij vraagt of ik in gesprek wil gaan om nog een keer te wijzen op de positie van deze docenten, dan wil ik dat natuurlijk altijd doen. Maar daar heeft u geen motie voor nodig. Als deze motie, met deze tekst, een eigen leven gaat leiden, hebben we straks ook weer een probleem. Ik doe u dus die toezegging en dan kunt u volgens mij de motie zoals die hier opgeschreven is, intrekken. Dan zal ik u berichten over de uitkomsten daarvan. Maar dat intrekken is uiteraard aan uzelf.

De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Westerveld.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Ik ga nog even goed naar de teksten kijken met de twee collega's. De reden dat ik de actiegroep erbij haalde, is natuurlijk dat zij uiteindelijk zeggen: wij willen bij de cao van het voortgezet onderwijs horen. Ik weet ook dat we dat niet zomaar hier even in een motie moeten doen. Daarom staat dat ook niet in de motie. Ik hoop wel dat we het daar later nog eens uitgebreider met elkaar over hebben. Dat zal ongetwijfeld gebeuren. Maar daarom is de tekst in de motie zoals die is.

Minister Slob:
Goed, voorzitter. Ik heb erover gezegd wat ik erover gezegd heb.

De voorzitter:
Precies. Gaat u verder.

Minister Slob:
Anders wordt het misschien weer verwarrend.

De heer Kwint komt in de motie op stuk nr. 561 terug op een discussie die we inderdaad eerder gehad hebben. Allereerst zeg ik van mijn kant: de reden dat het niet op de routekaart staat, is niet omdat de GGD die rol heeft. De reden dat het niet op de routekaart staat, is dat wij niet generiek scholen willen sluiten. Dat is gewoon niet onze inzet. In de routekaart hebben we wel opgenomen dat eventueel, in een uiterste situatie, de bovenbouw van het vo mogelijk wel met aanvullende generieke maatregelen geconfronteerd gaat worden. Dat is de reden waarom het niet in de routekaart staat.

U zegt, ook op basis van de Nieuwsuur-uitzending, dat gebleken is dat het toch niet overal helder is. Dat heb ik ook geconstateerd. Het is in principe wel helder waar de verantwoordelijkheden liggen. De verantwoordelijkheden liggen bij de GGD om vanuit gezondheidsoverwegingen adviezen te geven. Dat zijn adviezen die ook uitgevoerd moeten gaan worden. Dat gebeurt ook zo. Men zegt dan dat op basis van medische gegevens een klas naar huis moet of dat een school misschien tijdelijk dicht moet. Dat is één. Daarnaast kan een veiligheidsregio altijd ingrijpen als ze dat nodig vinden en kan een school op basis van eigen inschattingen met betrekking tot de continuïteit en de veiligheid van het onderwijs als er heel veel docenten uitvallen soms ook een besluit nemen. Zo is het geregeld. Ik kan deze motie oordeel Kamer geven als ik haar zo mag verstaan dat het niet via de routekaart gaat — er staat ook "of anderszins" — maar dat we nog een keer heel helder op een rijtje zetten hoe het werkt, met name voor de scholen waar dat dus op een of andere manier nog niet doorgedrongen is. Dan kan ik de motie oordeel Kamer geven. Maar in principe is het helder. Je kunt het echter niet genoeg blijven zeggen, want het zijn 6.000 scholen, dus er komt er altijd wel een, twee of drie in beeld — daar kun je ook een uitzending van maken — waar het misschien toch niet helemaal helder is als het gaat om de uitwerking.

De heer Kwint (SP):
Dat is prima. Ik hecht er niet aan waar het opgeschreven wordt, of dat nou in een routekaart is of niet, als het maar bij schoolbesturen terechtkomt. Maar dan zou ik het wel fijn vinden dat die precieze verdeling van bevoegdheden nog wel even heel duidelijk wordt gemaakt. Mijn indruk is namelijk dat scholen zich af en toe — dat ligt volgens mij niet aan de inspanningen van mensen — aan hun lot overgelaten voelen, omdat zij niet altijd van de veiligheidsregio of van de GGD de feedback krijgen waar zij eigenlijk behoefte aan hebben. Scholen zijn ook geen epidemiologen en dan is het soms best ingewikkeld om als school zelf maar te beslissen "o, we gaan dit of dat erbij doen".

Minister Slob:
Dat begrijp ik heel goed. Dan is het, denk ik, wel belangrijk om niet te zeggen dat het niet helder is waar de verantwoordelijkheden liggen. Dan is het puur een probleem waarbij in die specifieke casus de uitvoering misschien niet helemaal goed gegaan is. We gaan dan niet met de vinger wijzen wie daar schuldig aan is, maar dat is dan gewoon een gegeven. Dat willen we natuurlijk ook graag voorkomen. Daarom zal ik de motie uitvoeren zoals ik dat net heb toegezegd als die wordt aangenomen. Zelfs als de motie niet wordt aangenomen, geldt hetzelfde: dan gaat het erom dat nog een keer extra te onderstrepen. Nu denkt mevrouw Westerveld: waarom zegt hij dan niet dat deze ook moet worden ingetrokken? Maar ach, dat laat ik ook aan de heer Kwint.

Voorzitter. Dan kom ik op de motie van mevrouw Van den Hul op stuk nr. 562 met betrekking tot mensen die gedwongen worden fysiek aanwezig te zijn op school, ondanks het feit dat zijzelf of iemand in hun huishouden in de risicogroep vallen van het coronavirus. Het is denk ik belangrijk om hierover het volgende heel helder te stellen. Het RIVM heeft precies in kaart gebracht wie onder risicogroepen vallen en wie dan dus ook gerechtigd zijn om niet op hun werk te verschijnen. Dat geldt dus ook voor leerkrachten. Ik heb het hier zelfs bij me. Dus op het moment dat leerkrachten hieronder vallen, mag men thuisblijven. Ik ben ook bereid om dat nog een keer extra onder de aandacht van de werkgevers te brengen. Voor al die andere situaties die niet sec onder deze regels vallen, maar waarbij er wel zorgen zijn en twijfels geldt: de afspraak is dat daarover in contact kan worden getreden met de werkgever en dat men tot afspraken moet komen. Het is altijd fijn als dat gewoon heel vloeiend gaat. Als het niet vloeiend gaat, kan men dat ook altijd doen via de medezeggenschapsraad en de vertegenwoordiging daarin. Maar ik ben bereid om dat nog een keer onder de aandacht te brengen, ook van de werkgevers. Om die reden kan ik deze motie oordeel Kamer geven. Ik zeg erbij: met deze uitleg.

De voorzitter:
De laatste motie.

Minister Slob:
Ik kom op de motie van de heer Rog, op stuk nr. 563. Een paar opmerkingen daarbij. In de eerste plaats: de heer Rog en ook de andere indiener, de heer Van Meenen, weten dat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de scholen ook vertegenwoordigd waren bij de afspraken die zijn gemaakt. Het is overigens mooi dat er nog een keer een motie in deze samenstelling wordt ingediend; het kan nog net even. Ik denk dat de heer Rog en de heer Van Meenen begrijpen dat als er in een bepaalde gemeente informatie is die gedeeld moet worden, je die informatie natuurlijk niet met een buurgemeente gaat delen. Maar het is wel belangrijk dat de lijntjes tussen de gemeenten en de scholen kort zijn. Mag ik de motie als volgt verstaan? Ik zal weer bevorderen dat zowel de vertegenwoordigers van de scholen als die van de gemeenten gewoon contact met elkaar zoeken. En waar dat nog niet gebeurd is, zal ik bevorderen dat ze hun informatie ook uitwisselen. Dat is volgens mij ook wat de indieners beogen. Ik zal dit nog een keer extra onder de aandacht brengen. Het zou vreemd zijn als men dit niet weet. Ik denk dat het in de gemeente Haarlem wel bekend is, maar misschien zijn er andere gemeenten waar dat niet zo is. Ik zal dus nog een keer extra onder de aandacht brengen dat deze regeling er is. Als ik de motie zo mag opvatten, kan ik haar oordeel Kamer geven.

De heer Rog (CDA):
Ik wil de minister het volgende aangeven. Er zijn gemeenten waar verantwoordelijke wethouders niet weten waar ze aan de bak moeten, niet weten welke scholen een binnenklimaatprobleem hebben. We hebben het geld en we hebben de inventarisatie. En we willen dat zowel de schoolbesturen als de gemeenten die kennis hebben én vervolgens met elkaar in gesprek gaan. Dus ik zou de minister wel willen zeggen dat de motie ook echt beoogt om de informatie over die inventarisatie ook aan de gemeente te geven. En geef die ook aan de schoolbesturen én laat ze met elkaar in gesprek gaan, zodat we dit onverwijld oplossen. Want dit probleem is groot en duurt te lang.

Minister Slob:
Het is natuurlijk op zich best bijzonder als gemeentes geen goed contact met hun schoolbesturen hebben, en scholen en gemeentes niet van elkaar weten wat ze aan het doen zijn. Maar goed, dat kan gebeuren dus dat willen we ook graag voorkomen.

De voorzitter:
Ik zie meneer Van Meenen naar de microfoon lopen. Nee, meneer Van Meenen, echt niet. Nee, de minister is aan het woord.

Minister Slob:
Zeker, de voorzitter beslist dat.

Voorzitter, dat is een. Ik zal dus inderdaad ook in gesprek gaan met die vertegenwoordigers om ervoor te zorgen dat ze die informatie ook met elkaar delen en dat de gemeentes op de hoogte zijn van wat de scholen doen. U weet ook dat die eerste subsidieregeling via Binnenlandse Zaken loopt. Daarbij is de gemeente zelfs de instantie die het verzoek moet indienen. Dan moet men zich dus ook bij elkaar vervoegen, want anders kan er niet eens sprake zijn van een aanvraag en van ... Ik zal dus zorgen dat die verbindingen gelegd gaan worden.

De voorzitter:
Nee, mijnheer Van Meenen, het is een motie die is ondertekend door de heer Rog. Hij praat gewoon namens iedereen die onder die motie staat, dus ook namens u. Meneer Rog, kort.

De heer Rog (CDA):
Ja, kort. Ik wil de minister goed begrijpen. Volgens mij vragen we in de motie dat hij dus inderdaad de informatie die we hebben, niet alleen met de scholen, maar ook met de gemeenten wil delen. Ik heb het dus over de informatie die tot stand is gekomen op basis van een initiatief van deze minister met die inventarisatie van dat landelijke coördinatieteam. En de partijen moeten met elkaar in gesprek gaan. Ik heb de indruk dat de minister nu zegt: ja, maar ik ga de scholen vragen of ze de gemeenten willen informeren of het bij hun school op orde is of niet. Maar ik vraag toch echt dit, en ik zou heel graag willen dat de minister dat op die manier doet.

Minister Slob:
Voorzitter. Twee dingen. Het eerste gaat over de eerste tranche die we nu gehad hebben. Dat rapport is openbaar en daar was de Vereniging van Nederlandse Gemeenten bij betrokken. Dat is dus breed verspreid. Wat er nu nog aan aanvullende informatie wordt verstrekt, gaat rechtstreeks naar het ibo toe. Daar wordt die informatie ook gebruikt voor de voorstellen die in het voorjaar zullen gaan komen. Dat is de wijze waarop we het op dit moment doen. Wat nu belangrijk is, met name voor die gemeentes waar scholen het niet op orde hebben, is dat de gemeentes dat weten, dat zij samen met scholen kijken naar oplossingen en zorgen dat er aanvragen worden gedaan. Anders kunnen ze dat geld niet eens krijgen. Dat zal ik uiteraard op mij nemen, want het is heel vreemd als dat nog niet gebeurd is. Daar zal ik mijn specifieke verantwoordelijkheid nog een keer extra voor nemen. Dat is wat u vraagt. Daarom kan ik haar oordeel Kamer geven.

De voorzitter:
Goed. Bij dezen krijgt de motie van de heren Rog en Van Meenen oordeel Kamer.

Minister Slob:
Ik heb nog één vraag van mevrouw Van den Hul: liever school dan shoppen. Daar ben ik het volledig mee eens. U weet dat er een discussie over een verlengde kerstvakantie wordt gevoerd in het kader van OMT-advies 88. Dit wordt in het kader van de R-factor onderzocht om te kijken of het een bijdrage kan leveren. Ik ben er heel helder over geweest dat ik niet zit te wachten op extra weken vakantie, ook in het kader van de achterstanden, die oplopen. Maar we wachten nu even af waar het OMT definitief mee gaat komen.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het eind gekomen van dit VAO.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Over de ingediende moties zullen we volgende week dinsdag stemmen. Ik denk dat de heer Kwint vandaag op tijd naar zijn dochtertje Féline kan. Anders krijg ik een brief van haar, begrijp ik. Het ligt niet aan mij, zeg ik hier. Ik dank de minister. Ik dank de woordvoerders.

De vergadering wordt van 17.42 uur tot 18.47 uur geschorst.

Voorzitter: Van Toorenburg

Begroting Defensie 2021

Begroting Defensie 2021

Aan de orde is de behandeling van:

  • het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2021 (35570-X).

De voorzitter:
Aan de orde is de begroting van Defensie. Van verschillende leden heb ik gehoord dat ze mogelijk niet hun volledige spreektijd gebruiken. Daarom stel ik voor om een beetje genereus te zijn met het aantal interrupties. Zullen we vier interrupties in tweeën doen met een slotwoord? Het slotwoord is bij jullie wel altijd bijna een hele interruptie, dus ik wijs er even op dat het een kort slotwoord moet zijn. Vandaag doen we de eerste termijn van de Kamer en donderdag zien we elkaar opnieuw als het kabinet de vragen gaat beantwoorden. Het is wel een begroting van ruim 11 miljard; het gaat ergens over en dus gaan we goed naar jullie luisteren.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:
Om te beginnen heet ik natuurlijk welkom in vak-K onze staatssecretaris, onze minister en hun ambtenaren, van wie ik weet dat ze driftig zitten mee te schrijven en te luisteren. Als eerste spreker van de Kamer geef ik het woord aan de heer Fritsma van de PVV.

De heer Fritsma (PVV):
Dank u wel, voorzitter. De begrotingsbehandeling is natuurlijk altijd een goed moment om vooruit te kijken, om in te gaan op grote lijnen en prioriteiten. Op het terrein van Defensie heeft het kabinet daar recentelijk zelf een aanzet toe gegeven, en wel in de vorm van de Defensievisie 2035. De PVV heeft echter met verbazing kennisgenomen van deze toekomstvisie. Dat begint al met de dreigingsanalyse. Want iedereen kan zien wat de veiligheid in ons land en in heel West-Europa bedreigt. We hebben de afgelopen jaren de meest verschrikkelijke bloedbaden gezien, in onder meer Manchester, Berlijn, Parijs, Brussel, Wenen, Nice. Onschuldige mensen zijn overal om ons heen vermoord, afgeslacht, ook in eigen land. Islamitisch terrorisme neemt onze vrijheid dus letterlijk en figuurlijk onder vuur, neemt ook onze kernwaarden zoals de vrijheid van meningsuiting zwaar onder vuur. Theo van Gogh, Samuel Paty en de helden van Charlie Hebdo zijn daar sprekende voorbeelden van. Onze democratische samenlevingen worden in het hart aangevallen, en dat al jarenlang.

Voorzitter. Daar wil je dan in ieder geval vanuit Defensie een serieus antwoord op hebben. Maar in die Defensievisie 2035 komt het woord islam of de term islamitisch terrorisme niet één keer voor; niet één keer. Mijn eerste vraag is dus hoe dat mogelijk is. Ik weet niet precies hoe dit rapport tot stand is gekomen, maar het moet buitengewoon lastig geweest zijn om op deze manier om de hete brij heen te draaien, om het allergrootste gevaar waar we mee te kampen hebben, niet te benoemen, niet onder ogen te zien en niet aan te pakken. Waar is Defensie dan voor?

Voorzitter. Het niet durven praten over het islamitisch geweld dat onze samenleving bedreigt en ook al herhaaldelijk heeft getroffen, is beschamend. We lezen wel heel veel over klimaatverandering, over nepnieuws, zelfs over vergrijzing. Je vraagt je zo'n beetje bij elke bladzijde af of je wel een stuk van Defensie aan het lezen bent. Het rapport staat ook bol van politiek correct jargon, zoals "irreguliere migratie". Dat is een links woord voor "illegale migratie", waarbij heel veel vreemdelingen zomaar ons land binnenkomen zonder visum, zonder uitnodiging, zonder noodzaak en vaak ook zonder papieren. Mensen van wie je dus niet weet wie het zijn en wat ze hier komen doen, maar waarvan je wel zeker weet dat er ook terroristen tussen zitten. Maar met het verbloemen van een harde werkelijkheid los je natuurlijk geen problemen op, terwijl het wel keihard nodig is om juist nu met serieuze oplossingen te komen voor die dreiging en problemen.

Voorzitter. Dit vraagt een hele andere inzet van Defensie dan we nu zien. Het spreekt voor zich dat daarbij de nadruk moet komen te liggen op grensbewaking. En zelfs dit kabinet moet simpelweg erkennen dat de huidige open grenzen de bescherming van het eigen grondgebied onmogelijk maken. En de bescherming van ons eigen grondgebied is natuurlijk de eerste kerntaak van Defensie. Het is onverantwoord om iedereen die dat wil, hier zomaar ongecontroleerd binnen te laten lopen. We zien steeds weer waar dat toe leidt. Jihadisten die heel veel bloed aan hun handen hebben, worden van Ter Apel tot aan Capelle van straat geplukt, vaak al in het bezit van een verblijfsvergunning. Met het in huis halen van bewezen terroristen hebben we dus al een megaprobleem voor onze nationale veiligheid en de bescherming van ons eigen grondgebied. Om dat probleem niet groter te laten worden en om heel veel andere problemen op te lossen, moeten de eigen Nederlandse grenzen dus in ere worden hersteld. Die grenzen moeten worden bewaakt en moeten worden gecontroleerd. Onze Defensiemedewerkers, onze medewerkers van de Koninklijke Marechaussee zijn gelukkig ook heel goed in staat om daar zorg voor te dragen. Dan kunnen we die islamitische terreur buiten de deur houden en zelf weer bepalen wie we wel of niet ons land binnenlaten. Daarbij merk ik op dat Schengen simpelweg onhoudbaar is en ook duidelijk zijn langste tijd heeft gehad, overigens niet dankzij de VVD, maar dankzij bijvoorbeeld de Franse inzet. Ik vraag de minister dus om op hele korte termijn klaar te zijn voor de herinvoering van die grenscontroles. Dat is waar we Defensie echt voor nodig hebben.

De heer Van Helvert (CDA):
Ik kom nog even terug op het benoemen van de radicale islam, of de jihadistische strijders of rebellen, of de jihadistische dreiging. Die zouden niet in de visie van Defensie voorkomen. Zou de heer Fritsma daar dan misschien een tekst aan toe willen voegen of een tekst willen amenderen?

De heer Fritsma (PVV):
Ja, dat zou ik wel willen doen als ik daartoe word uitgenodigd, want het is natuurlijk de islam, de islamitische terreur die onze veiligheid, onze vrijheid en onze kernwaarden bedreigt en die ook al heeft toegeslagen. De eerste kerntaak van Defensie is de bescherming van het eigen grondgebied. De eerste kerntaak moet dus vervuld worden door onder andere dat gevaar van de islam en het islamitisch terrorisme veel serieuzer te nemen.

De heer Van Helvert (CDA):
Daarop vinden wij elkaar wel. Het CDA vindt het ook belangrijk dat je de radicale islam of die jihadistische strijders in die dreigingsanalyse noemt. Ik heb misschien een voorstelletje. Misschien vindt u dit wel een goed idee en zeggen we dan: het zou fijn zijn als dat in de visie staat. Ik zou het volgende willen voorstellen. Het zijn drie zinnen, voorzitter. "Op verschillende plekken rondom Europa en elders in de wereld zijn nationale strijdkrachten niet in staat om jihadistische organisaties te bedwingen. De Sahel en de Hoorn van Afrika worden bijvoorbeeld nog altijd geteisterd door jihadistisch en etnisch gemotiveerd geweld. Jihadistische groeperingen hebben nog altijd een zorgwekkende mate van bewegingsvrijheid en capaciteiten. Deze gedijen op plekken waar proxyoorlogen worden uitgevochten, zoals bij de gewapende strijd in Libië, in Syrië en in Jemen. Islamitische Staat zet de strijd ondergronds voort. Ontwikkelingen in jihadistische strijdgebieden kunnen jihadisten in Nederland inspireren tot aanslagen." Lijkt u dat een mooie tekst?

De heer Fritsma (PVV):
Dat staat erin. Dat is natuurlijk niet wat de lading dekt. Allereerst wordt zelfs met die drie zinnen de plank misgeslagen, want men heeft het over jihadisme dat ervoor kan zorgen dat mensen in Nederland geïnspireerd kunnen raken. Zo staat het erin. U hebt het net voorgelezen. Maar er staat niet in dat die jihadisten hiernaartoe komen. Er worden niet alleen mensen geïnspireerd; mensen die van plan zijn om onze westerse samenleving op te blazen komen hiernaartoe. En daar wordt niet over gepraat. Ik heb ook het woord "extremisme" gelezen, voordat u dat citeert, maar er staat niet in wat voor extremisme het is. Zijn het dan extremistische tuinkabouters? Natuurlijk niet. Zelfs het woord "moslimextremisten" wordt niet genoemd. U noemt de term "radicale islam". Zelfs dat staat er niet in, hoewel "radicale islam" natuurlijk een pleonasme is.

De voorzitter:
Dank u wel.

De heer Fritsma (PVV):
Dus zelfs een politiek correct pleonasme staat niet in de tekst.

De voorzitter:
We gaan weer even via mij spreken. Ik ga toch meteen de orde handhaven. "U" ben ik, de voorzitter, en ik heb niks gezegd. Dus graag via mij spreken. De heer Van Helvert, een kort slotwoord, zoals ik aan het begin het gezegd.

De heer Van Helvert (CDA):
Dit is wel positief. De PVV begon met het betoog dat er helemaal niets in stond. Er staat dus wel heel veel in. Een aantal dingen hebben we benoemd. Tot slot wilde ik nog één ding zeggen dat dus niet juist is. Daarom is het toch goed dat de PVV de visie nog even goed doorleest. Er staat namelijk juist wel in dat jihadistische groeperingen nog steeds opvallend veel bewegingsvrijheid hebben. Een van de gevolgen daarvan is dat ze ook naar Nederland komen. Volgens mij delen wij die visie, maar als dat nog niet genoeg is, zou ik zeggen: draag dan nog meer zinnen aan.

De voorzitter:
De heer Fritsma, tot slot.

De heer Fritsma (PVV):
Dat één of twee keer het woord "extremist" of "jihadist" in de kantlijn wordt genoemd, vaak trouwens letterlijk, is natuurlijk niet waarmee je er komt. Nogmaals, ik heb er echt op gelet. Het woord "islam" of de term "islamitisch terrorisme" staat er niet in. Er wordt dus echt om de hete brij heen gelopen. Daar wil ik nog een voorbeeld van geven voordat ik verderga. De bescherming van het eigen grondgebied, de kerntaak van Defensie, is van levensbelang. Zelfs een aanval die we op eigen grondgebied hebben gehad, namelijk die verschrikkelijke tramaanslag in Utrecht — dat was een aanval op eigen grondgebied — is niet genoemd. In plaats daarvan lezen we hele paragrafen over nepnieuws, klimaat en vergrijzing. Dan is het evenwicht toch helemaal zoek? Dat is het punt dat ik wilde maken.

Voorzitter, ik vervolg. Zolang we die grensbewaking niet op orde hebben is er helaas een grote noodzaak om militairen op uitgebreidere schaal in te zetten om locaties te beveiligen die gevoelig zijn voor terrorisme. Ik heb net al gezegd dat we heel veel Syrische terroristen al van straat hebben moeten halen in Nederland. Dat geeft aan hoe groot de dreiging is. Ook op dit punt levert de Koninklijke Marechaussee al fantastisch werk op bijvoorbeeld Schiphol of hier bij de Tweede Kamer, maar gelet op de reële terroristische dreiging zou dat in ieder geval ook op grote stations moeten gebeuren. De veiligheid van de burgers is ons alles waard. Dan helpt het als het leger zichtbaar controle heeft over die veiligheid en als het waar het moet ook kan ingrijpen. Ook op dit punt krijg ik graag een reactie van het kabinet.

Voorzitter. Dan een punt dat de fractie van de PVV al heel erg lang dwars zit, namelijk de kwestie rond de dubbele nationaliteit en heel concreet de Turkse dienstplicht. Die Turkse dienstplicht geldt zoals we weten ook voor Turkse Nederlanders die bij Defensie werken. Nu de tiran Erdogan het helaas nog voor het zeggen heeft in Turkije is dit probleem urgenter dan ooit, want als je in Turkije de militaire dienstplicht hebt vervuld, ook de verkorte versie ervan, dan heb je trouw moeten zweren aan Turkije. Bovendien moet iedereen tot zijn 45ste levensjaar als reservist beschikbaar blijven voor het Turkse leger. De PVV wil vanuit dat oogpunt weten hoeveel Defensiemedewerkers middels die dienstplicht of de verkorte dienstplicht trouw hebben gezworen aan Turkije en hoeveel Defensiemedewerkers in potentie oproepbaar zijn om als reservist of anderszins in het Turkse leger van Erdogan te dienen. Erkent de minister dat het onacceptabel is dat een deel van de Nederlandse Defensiemedewerkers door Erdogan oproepbaar is om voor Turkije te vechten? Dat kunnen we natuurlijk echt niet hebben, zo'n bizarre situatie. We weten immers wat Erdogan en het Turkse leger aan het doen zijn. Ik noem de banden met IS, het wangedrag tegen de Koerden, de agressie tegen Griekenland, de agressie tegen Armenië en noem het allemaal maar op. Dat Nederlandse Defensiemedewerkers hieraan gecommitteerd zijn of kunnen zijn, of ze er nu achter staan of niet, moet voorkomen worden.

Vaak wordt gezegd dat Turks-Nederlandse Defensiemedewerkers echt wel loyaal zijn aan Nederland, maar dat neemt niet weg dat Turkije invloed op hen heeft, dat ze zich aan de Turkse wet moeten houden en dat ze daarom helaas binnen het bereik van de lange arm van Erdogan vallen. Die belangenverstrengeling kan binnen Defensie geen plaats hebben. Zelfs de schijn van een dergelijke belangenverstrengeling moet voorkomen worden, al gaat deze feitelijke situatie natuurlijk al veel verder dan die schijn.

Voorzitter. In het verlengde hiervan weten we dat Turkse Nederlanders die bij Defensie werken een renteloze lening konden krijgen om die Turkse dienstplicht af te kopen. Is dat nog steeds zo? Ik kan het me niet voorstellen, want dat zou betekenen dat Nederlands belastinggeld wordt gebruikt om het Turkse leger te helpen. Zo'n signaal kan de minister echt niet geven. Om al dit soort problemen op te lossen, mag het weren van mensen met een dubbele nationaliteit niet nog langer een taboe zijn. De problemen hiermee blijven ons achtervolgen. Graag ook een reactie op dit punt.

Ten slotte nog één opmerking, voorzitter. De kritiek van de PVV van vandaag en ook van gisteravond is gericht op hoe het kabinet met Defensie omgaat, niet op alle militairen die geweldig werk verrichten en die de PVV ook zal blijven steunen, maar alleen op een andere manier in wil zetten dan dit kabinet doet.

Daar kan ik het bij laten, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik als tweede spreker van de zijde van de Kamer graag het woord aan de heer Van den Bosch van de VVD. ... met zijn betoog!

De heer Van den Bosch (VVD):
Ja, voorzitter, het gaat zeker ergens over. Ik ben als kind geboren in vredestijd, bouwjaar 1955. Dat was een periode van de wederopbouw, de Koude Oorlog en de spruitjeslucht. Het is een lang vervlogen tijd waarin de voorlopers van mevrouw Karabulut Mao Zedong op het schild hesen en Hans van Mierlo nog voor een lokale krant in Frankrijk werkte. In 1955 was het puin van de oorlog geruimd, maar het hart en het hoofd van mijn ouders zaten nog vol brokstukken. Dat was voor mij als kleine jongen lastig te begrijpen, opgroeiend in een Europa dat zichzelf opnieuw uitvond. Mijn generatie werd gevormd door het IJzeren Gordijn en de strijd tussen de Verenigde Staten, het Westen zeg maar, en de Sovjet-Unie.

Voorzitter. Het waren andere tijden. Om nog even een beeld te schetsen: in 1955 regeerde niet het kabinet-Rutte III, maar het kabinet-Drees III. Ook toen was er sprake van een coalitie op brede basis. Van de slechts acht partijen in de Kamer zaten er vier in het kabinet. Dat waren de KVP, de Partij van de Arbeid, de AR en de CHU. De VVD, toen ook al een verstandige partij onder leiding van de heer Oud, koos ervoor om niet deel te nemen aan die rooms-rode coalitie. Het waren de jaren van politici als Joseph Luns. En er was toen zelfs een minister van Oorlog en een staatssecretaris van Oorlog. Diezelfde minister van Oorlog was ook nog eens minister van Marine. En er was ook een staatssecretaris van Marine.

Voorzitter. 65 jaar later is er een hoop veranderd. De Muur viel. De Europese grenzen vervaagden en het einde van de geschiedenis leek geschreven met de opkomst van liberale democratieën. Echter, niks bleek minder waar. Dat zien we elke dag vandaag. De afgelopen jaren rukten autocratieën op als paddenstoelen na een regenachtige herfstdag. Jihadistische aanslagen zaaiden angst en terreur in de Europese straten en in de ring om ons continent groeide de instabiliteit door migratiestromen en een onrust stokend Rusland. Want onze veiligheid is niet vanzelfsprekend, laat dat duidelijk zijn.

De vertrouwde gevechtsdomeinen land, zee en lucht zijn nog altijd actueel. Cyber en space zorgen echter voor nieuwe uitdagingen. Investeringen in het Defensie Cyber Commando en de inlichtingendiensten zijn daarom belangrijk om onze veiligheid te bewaken. De succesvolle operaties de afgelopen jaren in het cyberdomein tegen de Russische inlichtingendiensten laten zien dat Nederland hier sterk in is.

Naast cyber is ook space een nieuw gevechtsterrein waar Defensie rekening mee moet houden, al is nieuw ook hier betrekkelijk. Want in de Koude Oorlog ontwikkelden de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie al raketten om elkaars satellieten uit te schakelen. Maar de afgelopen decennia zijn we voor zowel onze militaire als onze civiele communicatie steeds afhankelijker geworden van satellieten. Wie kan er bijvoorbeeld nog kaartlezen tijdens een autorit naar het buitenland, voorzitter? Dat vraag ik niet toevallig aan u.

Ondertussen ontwikkelen meer landen raketten tegen satellieten en zijn er ook subtielere manieren om signalen te verstoren of af te luisteren. De NAVO heeft space vorig jaar dan ook terecht als operationeel domein aangemerkt. Het is belangrijk dat Nederland zijn aandeel levert om dit terrein voor zichzelf en de bondgenoten veilig te houden. Wanneer verwachten de bewindslieden de defensiespacestrategie te presenteren, zodat zowel de overheid als het Nederlandse bedrijfsleven en kennisinstellingen kunnen doorpakken? Welke mogelijkheid zien zij om hierbij voort te bouwen op de specifieke kennis die er al is, zoals op radartechnologie om vanuit de ruimte bijvoorbeeld radars te detecteren? Daarnaast is er via de Europese Unie al een omvangrijk civiel ruimtevaartprogramma. Welke mogelijkheden zijn er om kennis en kunde hiervan te gebruiken voor militaire space? Voor de VVD is in ieder geval duidelijk dat er stappen gezet moeten worden. Daarom pleiten wij voor een defensiespacecommando, net zoals het Defensie Cyber Commando enige jaren geleden vanuit de landmacht groeide.

Voorzitter. Om onze manier van leven te beschermen moeten we opnieuw nadenken over de internationale politiek. We zijn tegen een Europees leger, maar binnen de internationale context willen we wel een sterke samenwerking tussen Europese landen.

Voorzitter. Ik draag het hart rechts en blijf mij daarom verbazen over partijen als D66 en GroenLinks, die elke nacht onder een Europees dekentje dromen over een bureaucratische federale staat. Dat is een nachtmerrie voor iemand als ik, die een sterk en realistisch Europa voor ogen heeft. En in het belang van Nederland kunnen we op Europees niveau de defensie-industrie versterken, of zorgen dat de infrastructuur geschikt wordt gemaakt voor het transport van militair materieel. Op deze manier kunnen Europese landen een grotere bijdrage leveren binnen de NAVO, en desnoods ook zelf missies beginnen. Het probleem is namelijk dat we zonder de militaire slagkracht en nucleaire paraplu van de Verenigde Staten geen adequate afschrikking voor Rusland hebben. De Amerikanen gaven zo veel geld uit aan hun krijgsmacht, dat we via de NAVO eigenlijk gesubsidieerde veiligheid ontvingen. Het blijft daarom ongelooflijk dat er nog steeds partijen zijn die flirten met alternatieven voor de NAVO. Wat ben ik blij dat ze niet in deze regering zitten. Dat zou toch een beetje voelen alsof je Dracula bestuurslid van de bloedbank maakt.

Aan de andere kant zijn er ook uitdagingen, zoals de Turkse provocaties in de wateren van EU-lidstaat Griekenland, waarbij de Verenigde Staten ons niet uit de brand hielpen en we dus als Europese landen samen onze belangen moeten kunnen beschermen. Nederland is voorloper als het gaat om samenwerking met andere Europese landen, zoals met de marine met België, de mariniers met Groot-Brittannië en via de landmacht met Duitsland. Het is goed als deze bestaande partnerschappen verdiept worden en we ook met andere landen de samenwerking intensiveren. Voor de VVD is Europa meer dan de EU. De afgelopen jaren zie je dat met name de Zuid-Europese landen stappen zetten om hun defensie sterker te maken door middel van samenwerking. Zou het nou niet goed zijn als wij hier in Noord-Europa daar ook meer mee aan de slag gaan? Ik weet, de staatssecretaris en ook de minister zijn al meermalen in gesprek geweest met onze oosterburen. Dat kunnen we altijd wel weer volgen op Twitter. Dat is een goede ontwikkeling, maar het zou verstandig zijn als er een structureel Noord-Europees samenwerkingsverband komt, waarin we niet alleen samen oefenen, maar wellicht ook spullen kunnen fabriceren. Graag een reactie van de bewindslieden.

Substantiële verhoging van het Defensiebudget naar het Europese NAVO-gemiddelde is daarom een noodzaak. Aan het einde van Rutte II en het begin van Rutte III is er, na jarenlange bezuinigingen, een goede stap naar voren gezet. Want 25 jaar bezuinigingen hebben erin gehakt. Er is nu weer een kabinet dat kiest voor investeren. Een goede tendens, maar we zijn er nog lang niet. Het zou ook politiek vorm moeten krijgen in een periode dat er een zwaar beroep wordt gedaan op de financiën van het Rijk de komende jaren. Des te meer is het dan belangrijk om bij stevige investeringen het waarom van onze militaire veiligheid aan de samenleving duidelijk te maken, want een moderne krijgsmacht is nodig om samen met onze bondgenoten Europa veilig te houden en onze vrije manier van leven te beschermen. Als wij de Islamitische Staat niet in Syrië en Irak bestrijden, kunnen radicalen uitreizen, terreurtrainingen volgen en ook hier weer aanslagen plegen. Als Europese landen de Middellandse Zee niet bewaken, hebben we geen controle over migratiestromen en krijgen marineschepen van landen als Rusland en China vrij spel. En als wij niet waakzaam en assertief zijn in het cyberdomein, voelen Rusland, China of Iran zich vrij om hier bedrijfsgeheimen te stelen, in te breken in vitale infrastructuur of onze democratische samenleving te manipuleren. Om dit gave land vrij en veilig door te kunnen geven aan onze kinderen, is dan ook een robuuste krijgsmacht nodig, die in staat is onder de moeilijkste omstandigheden zijn taken uit te voeren.

Voorzitter ...

De voorzitter:
U gaat naar een volgend onderwerp. Mevrouw Karabulut van de SP heeft een vraag voor u.

Mevrouw Karabulut (SP):
Ja, dank u wel. De heer Van den Bosch had het over mijn voorgangers. Ik kan u zeggen: als u heel ver teruggaat, komen die uit het Koerdische gedeelte van Turkije. En zoals de heer Van den Bosch weet, ben ikzelf hier geboren en getogen, en op een gegeven moment politiek actief geworden. En ik heb vele socialisten als voorbeeld en inspiratiebron. Dat even ter correctie.

Voorzitter. Mijn vraag is: klopt het dat de fractie van de VVD de 2%-NAVO-spooknorm eigenlijk heeft losgelaten?

De heer Van den Bosch (VVD):
Van die eerste opmerking neem ik van harte kennis, mevrouw Karabulut. Dat had ik niet persoonlijk bedoeld, dat weet u ook wel. Maar het ging natuurlijk een beetje over de SP in mijn jonge jaren. Toen was het een andere SP dan nu, en dat is op zich een compliment waard. Dat is de eerste opmerking.

Mevrouw Karabulut (SP):
Dan had de heer Van den Bosch zich iets zorgvuldiger moeten uitdrukken, maar waarvan akte. En dan nu de 2%-norm.

De heer Van den Bosch (VVD):
Ik ga zo iets zeggen over de norm.

Mevrouw Karabulut (SP):
Mijn vraag is vrij kort en duidelijk: klopt het dat de VVD de 2%-norm heeft losgelaten? Dat sta ik ook voor, dus dan staan we ineens best wel dicht bij elkaar.

De heer Van den Bosch (VVD):
Ik kan er kort over zijn, maar ik kom er zo nog op terug. In ons nieuwe verkiezingsprogramma staat dat wij naar het Europese NAVO-gemiddelde moeten. Dat zou al heel mooi zijn. Dan moeten we er al miljarden per jaar in stoppen. Dat is onze inzet. Ik zeg er ook nog bij dat 2% of 1,8% ook heel relatief is, want u weet ook dat het erom gaat … Griekenland heeft allang de 2%-norm, maar je kunt je afvragen of het op militair gebied echt meedoet in deze samenleving. Ik denk ook dat het goed is dat we dan goede spullen aanschaffen. Maar wij gaan voor de Europese NAVO-norm; dat klopt.

De voorzitter:
Tot slot, een kort slotwoord.

Mevrouw Karabulut (SP):
Dan stel ik vast dat de 2%-norm inderdaad is losgelaten, want het EU-gemiddelde zit zo rond de 1,5%. Dat is winst. Ik weet, en ik ben me ervan bewust, dat de wapenuitgaven voor de VVD omhoog moeten omdat de industrie dan gepaaid wordt. Maar in mijn termijn kom ik te spreken over waarom dit zo'n ontzettend slecht plan is voor de veiligheid.

De heer Van den Bosch (VVD):
Ik moet één ding corrigeren: het gaat niet om het EU-gemiddelde, maar om het gemiddelde van Europa. Dat is wel een verschil. Dus niet het EU-gemiddelde, maar het Europese NAVO-gemiddelde. Dat ligt hoger dan het EU-gemiddelde. Dat zult u begrijpen, want een land als het Verenigd Koninkrijk zit niet meer in de EU. Het kan nog wel zijn dat het met amendementen verhoogd gaat worden door onze leden, want onze leden moeten ons verkiezingsprogramma nog vaststellen. Dat wil ik er nog wel even bij zeggen. Wie weet wat er nog gaat gebeuren. Het is een conceptprogramma.

Voorzitter. De mens …

De voorzitter:
O, er is nog een vraag voor u van de heer Van Helvert.

De heer Van Helvert (CDA):
Nu we het toch over die 2% hebben … We hebben vaak samen met de SGP en de VVD gepleit voor een hoger budget voor Defensie, en ook voor de noodzaak daarvan. De vorige keer zei de VVD bij de verkiezingen vooraf dat er echt meer geld naartoe moest. Daarom zeg ik dit. Maar toen het echt om boter bij de vis ging, dus als je keek naar wat er in het programma stond … Als je het bij het CPB doorrekent, komt dat nooit zo goed uit. Het CPB vindt veel investeringen in Defensie nooit een mooie investering. Dan wordt er gezegd: laten we het toch maar wat lager doen. Nu blijkt dus dat de VVD dat alweer doet. Meneer Van den Bosch, u bent woordvoerder Defensie van de VVD …

De voorzitter:
Via mij.

De heer Van Helvert (CDA):
Mevrouw de voorzitter, de heer Van den Bosch is de woordvoerder Defensie van de VVD. Gezien alle inbrengen van de VVD in de afgelopen drieënhalf jaar kan het toch niet anders zijn dan dat de heer Van den Bosch zwaar teleurgesteld is in het programma van de VVD, als het gaat om de investeringen in Defensie?

De heer Van den Bosch (VVD):
Ik ben allereerst blij dat we met u in één regering zitten en dat we dus compromissen moeten sluiten. Het gaat ons erom dat we elk jaar stapjes zullen zetten. Volgens mij heeft dit kabinet, en ook aan het einde van Rutte II, voor het eerst sinds 25 jaar weer geïnvesteerd in Defensie. U weet ook dat we keuzes moeten maken. Daar doet u met uw partij ook volkomen aan mee. Denk aan zorg en onderwijs. Het zijn dus heel moeilijke afwegingen. Ik kan nu alleen constateren — daar ben ik heel blij mee — dat in ons verkiezingsprogramma, in ieder geval in ons conceptverkiezingsprogramma, de Europanorm van de NAVO het uitgangspunt is. Misschien zit u daarboven. Dan komen we samen in het kabinet en komen we misschien ertussenin uit. Dan gaan we er in ieder geval ontzettend op vooruit.

De voorzitter:
Weer via mij. De heer Van Helvert, een iets kortere interruptie graag.

De heer Van Helvert (CDA):
Maar ik weet dat de VVD nog afgelopen maand, denk ik, en de maand daarvoor en de maand daarvoor in alle debatten over Defensie die we hebben gehad, altijd gepleit heeft voor die 2%-norm. De heer Bosman zei er namens de VVD zelfs vaak nog bij: waarschijnlijk zal het meer moeten zijn, want er is meer nodig. Nu zegt de heer Van den Bosch — via u, mevrouw de voorzitter — dat hij blij is dat we op 1,7 of 1,8 uitkomen. Wat is er binnen de VVD gebeurd dat de investeringen minder dan 2% moeten zijn, volgens de VVD?

De heer Van den Bosch (VVD):
Ik geef alleen aan wat er in ons conceptverkiezingsprogramma staat. Het moet nog blijken of dat niet anders gaat worden. Ik durf hier de stelling aan — ik ben benieuwd of u wel die 2%-norm in uw programma gaat noemen — dat we ook graag realistisch willen zijn. Als we richting die 2% gaan en beginnen met die Europese NAVO-norm te halen, vinden wij als VVD … Dat is meer dan 2 miljard per jaar. Ik wil het u even meegeven. Dat kan dus niet naar zorg, onderwijs of al die andere dingen. Ik denk dat je ook een beetje realistisch moet zijn. Maar het einddoel is de 2%-norm.

Voorzitter. De mens is de belangrijkste pilaar voor de slagkracht van de krijgsmacht, van de jongste rekruut in opleiding tot aan de reservisten die zich op allerlei manieren verbinden aan die krijgsmacht. Zij staan in voor onze vrijheid. Dat geldt ook voor de veteranen, die dat in het verleden gedaan hebben en die wellicht bereid zijn om dat als dienend militair opnieuw te doen. Het is daarom belangrijk dat we daarin investeren. Het reservistenbestand moet uitgebreid worden. We hebben het daar gisteren ook even kort over gehad. Daar hebben we een Reservistennota voor. Ik vraag het toch nog maar even een keer tijdens dit plenaire debat: hoe kijken de bewindslieden aan tegen de rol van reservisten in Defensie?

De VVD wil de bewindspersonen ook een compliment maken voor de manier waarop zij de afgelopen jaren met het Defensity College aan de slag zijn gegaan. Dat is een goede manier en een goed voorbeeld van hoe Defensie op een creatieve manier toegang krijgt tot nieuwe kennis en kunde en hoe jonge mensen enthousiast kunnen worden gemaakt voor een verdere loopbaan als voltijd kracht of reservist bij Defensie. Wel heb ik nog een paar vragen. Is er sprake van een mogelijke uitbouw naar het hbo? Wanneer zou dat kunnen beginnen en op welke schaal?

Ook voor de mensen die binnenstromen via het vmbo of het mbo zijn creatieve oplossingen nodig. Eind 2018 kondigden de Commandant der Strijdkrachten en de korpschef van de politie loopbaanpaden aan, waarbij iemand eerst een aantal jaren militair is en daarna met behulp van interne opleidingen doorstroomt naar de politie maar ook reservist blijft. Dat sluit aan bij de levensloop van veel mensen, die eerst het buitenlandse avontuur van een missie willen maar daarna aan een gezin beginnen en dan een baan in de buurt zoeken. Kan de minister aangeven welke vorderingen hier al zijn gemaakt en per wanneer wij meer resultaten kunnen verwachten?

Voorzitter. In dit debat wil ik nogmaals mijn waardering uitspreken voor onze militairen van de krijgsmacht, voor de mensen die onder het smeer zitten en ons materieel onderhouden tot de mannen en vrouwen die uitgezonden worden naar risicovolle gebieden en alles daartussenin. Het liefst had ik alle 64.828 militairen, burgers en reservisten bij naam genoemd — ik denk dat ik daar van de voorzitter geen tijd voor krijg — en bedankt, maar helaas ben ook ik aan spreektijd gebonden.

Voorzitter. Het is belangrijk om de band tussen Defensie en de samenleving te versterken. Dat zien we ook met de coronacrisis. Hier kan al mee begonnen worden bij de jeugd. In Frankrijk is er bijvoorbeeld een nationale defensiedag waarop iedere jongere een keer een dagprogramma volgt op een kazerne. Dit versterkt de band tussen de krijgsmacht en de samenleving en kan jongeren enthousiasmeren om als reservist of voltijdsmilitair bij Defensie aan de slag te gaan. Op die manier kunnen we ook een slag slaan op het gebied van diversiteit. Zo zou het mooi zijn als meer vrouwen zich melden bij Defensie. Ook onder allochtone jongeren in de steden is er nog heel wat te winnen. Gaan de bewindslieden mee in de visie van de VVD dat dit ook in Nederland navolging verdient?

De voorzitter:
U heeft een interruptie van de heer Fritsma van de PVV.

De heer Fritsma (PVV):
Ik hoorde de heer Van den Bosch pleiten voor een defensiespacecommando, maar voordat we militairen de ruimte in gaan schieten, zou ik de VVD-fractie toch willen adviseren om het gewoon eerst iets dichter bij huis te zoeken. IS-terroristen komen bijvoorbeeld niet uit de ruimte vallen; die steken hier de grens over, ongecontroleerd, zonder papieren, omdat we geen grensbewaking hebben. Dus ik zou eerst de nadruk leggen op grensbewaking en dan pas naar de ruimte kijken. Dat zijn de prioriteiten die de VVD hopelijk ook zal volgen.

De heer Van den Bosch (VVD):
Ik zou zeggen: doe het allebei. Er zijn dingen die heel belangrijk zijn. Dat betekent dat je het werk moet doen dat er nu is. Dat is ook de uitdaging van Defensie. Maar dat is niet altijd makkelijk, want we komen van een achterstand. Maar je zult ook zeker naar de toekomst moeten kijken. Dat blijkt ook uit de Defensievisie. Ik denk dat je het ene niet moet laten en het andere moet doen.

De heer Fritsma (PVV):
Maar naar de ruimte kijken op dit moment is, met alle respect, een beetje absurd. Want kijk naar de problemen. Kijk naar de aanslagen in Europa. Kijk naar de veiligheidsproblemen. Kijk wat we in Nederland hebben meegemaakt met jihadisten die van straat worden gehaald. Dan moet je dat probleem toch eerst adresseren?

Een ding begrijp ik niet. Voorzitter, dat is dan mijn laatste opmerking; dan doe ik deze interruptie in tweeën in plaats van in drieën. De VVD heeft met heel veel bombarie aangekondigd dat Nederland zijn eigen grenzen moet bewaken als de Europese Unie blijft falen in het bewaken van de buitengrenzen. Maar daar heb ik de heer Van den Bosch niet één vraag over horen stellen, terwijl deze minister verantwoordelijk is voor grensbewaking. Dat geeft dus toch wel een beetje te denken hoe serieus de VVD daadwerkelijk is op dat punt van grensbewaking.

De heer Van den Bosch (VVD):
Tegen de PVV zeg ik dan altijd maar: er zijn jihadisten en die moeten worden aangepakt, zeker, maar helaas zijn er ook nog andere vijanden in deze wereld. Dat wil de PVV nog weleens vergeten, maar kijk maar eens wat er in Rusland gebeurt. Je mag het ene dus niet vergeten en het andere ook niet. Je zult op allebei dus heel alert moeten zijn. Volgens mij ben ik heel duidelijk geweest dat ook die andere problemen er zijn.

Mevrouw Karabulut (SP):
Even een kleine herinnering aan de VVD dat waar het dictators in — ik noem maar wat — Turkije of Saoedi-Arabië betreft, de VVD prima in staat is om zaken te doen, maar daar ging mijn vraag niet over. Ik wilde even aansluiten bij het verhaal over de reservisten en dat de VVD zo graag jonge, moderne mensen in het leger actief wil krijgen. Maar die willen natuurlijk ook modern beleid. Die willen bijvoorbeeld kunnen zeggen wat ze denken. Vandaag staat reservist Pieter Haitsma Mulier in De Telegraaf. Anderhalve week geleden schreef hij aan De Telegraaf over een vernieuwde sg-aanwijzing die regelt dat militairen niet zomaar mogen praten met de pers en niet zomaar mogen praten met volksvertegenwoordigers. Hij vindt dit uiteraard, even vrij vertaald, een achterhaalde, ouderwetse regeling. Mijn vraag aan de heer Van den Bosch is: gaat u ons voorstel steunen dat deze aanwijzing van tafel gaat?

De heer Van den Bosch (VVD):
We gaan nu de discussie van gisteren … U weet dat ik samen met het CDA een motie heb ingediend waarin we vragen om de normale lijnen te volgen die voor alle ambtenaren gelden, of het nou op Defensie is of op Infrastructuur of op Binnenlandse Zaken. Dat is gewoon dat je mag praten met iedereen met wie je dat wilt. Het betekent ook dat het kabinet heeft gezegd: we gaan dat in ieder geval aanpassen ten opzichte van twintig jaar geleden, toen het allemaal wat strak in het pak is gezet. Dat heeft de minister volgens mij ook heel duidelijk gezegd. Daar hebben we ook nog even een motie over ingediend. Kijk, er zijn altijd regels waar je je aan moet houden, maar het kan nooit zo zijn dat je niet met Kamerleden of wat dan ook kunt praten. Ik heb die ervaring ook niet. Volgens mij waren we daar gisteren heel duidelijk over. Qua tijd wil ik dat ook niet allemaal gaan herhalen, maar het wil niet zeggen dat er niet een afspraak is waar je je aan houdt met elkaar. Daar is helemaal niks mis mee.

Mevrouw Karabulut (SP):
De heer Van den Bosch en de VVD zijn alles behalve duidelijk. Ze draaien om de hete brij heen. Deze reservist, Pieter Haitsma, had de dag nadat hij De Telegraaf over de sg-richtlijn had geschreven al een telefoontje van de landmachtstaf waarin hem werd gelast beschikbaar te zijn voor een conferencecall om tekst en uitleg te geven. Voorzitter, ik kan u vertellen dat de motie van de VVD en het CDA die voorligt, helemaal niets doet, behalve zeggen: wij wachten op nieuw aangekondigd beleid. Als de VVD en het CDA zeggen dat dit niet kan en dat militairen gewoon moeten kunnen spreken conform het ambtenarenrecht dat voor iedereen geldt, dan zouden ze donderdag de motie moeten steunen die ik straks in mijn tweede termijn zal indienen. Maar het is de VVD niet menens. Daarmee ondermijnt u diezelfde moderne krijgsmacht die u zegt zo graag georganiseerd te willen zien.

De heer Van den Bosch (VVD):
Ik begrijp dat mevrouw Karabulut een beetje baalt dat wij gisteren dit punt al aan de orde hebben gesteld en die motie hebben ingediend. Het is voor mij klip-en-klaar. Die motie is heel duidelijk. Er staat gewoon keihard in dat het normaal moet zijn zoals je je gedraagt — ik zeg het dan maar even in normale woorden voor de buitenwereld — en dat er helemaal niets aan de hand is. De minister heeft volgens mij, maar dan ga ik namens de minister praten, gezegd dat we geen aparte regels gaan doen en dat we mensen niets gaan verbieden. Ik vind ook dat dat niet kan; laat ik daar ook duidelijk in zijn. Als dat zo is, dan kan dat niet. Dat staat ook in onze motie. Dat wil niet zeggen dat er voor alle ambtenaren — dat geldt ook voor gemeenteambtenaren - geen bepaalde regel is waar je je aan moet houden met elkaar. Maar dat heeft niets met een zwijgplicht te maken.

De voorzitter:
Heel kort, mevrouw Karabulut, via mij.

Mevrouw Karabulut (SP):
Dat is inderdaad de Ambtenarenwet, maar de motie die de heer Van den Bosch indient zegt gewoon dat die regeling, waardoor die meneer dus opgebeld wordt en opgeroepen wordt voor een conferencecall, van kracht blijft, in ieder geval tot weet ik veel wanneer die nieuwe regels er zijn. De heer Van den Bosch moet er dus niet omheen draaien. U staat niet pal voor de vrijheid van meningsuiting van militairen.

De voorzitter:
De heer Van den Bosch, tot slot.

De heer Van den Bosch (VVD):
Dat zijn de woorden van mevrouw Karabulut. Ik proef daar een vorm van jaloezie in. Ik denk dat wij daar wel voor staan. De militairen mogen gewoon alles zeggen. Daar heb ik ook veel ervaring mee. Ze kunnen alles zeggen, maar dat wil niet zeggen dat je geen regeltjes mag stellen. Ik vind onze motie heel duidelijk. Ik zie daar echt helemaal geen probleem in.

De voorzitter:
Gaat u verder.

De heer Van den Bosch (VVD):
Voorzitter. Het loongebouw verdient onderhoud. We hebben het daar gisteren ook al over gehad. Toen hebben we afgesproken dat we het er vandaag ook nog even over zouden hebben om de staatssecretaris de kans te geven om daar wat over te zeggen. Er is meer flexibiliteit en maatwerk nodig in de manier waarop Defensie naar functies en beloning kijkt, zeker als nieuwe terreinen aan belang winnen. Specifieke kennis en vaardigheden moeten daarom aan belang winnen ten opzichte van de traditionele indeling op basis van leeftijd en functie. Een cybersoldaat met specialistische kennis moet meer kunnen verdienen dan een collega die hoger in rang staat en een dertiger moet het tot generaal kunnen schoppen, of die nou een vrouw of een man is. Bij bedrijven is het niet vreemd dat jonge mensen op die leeftijd al een functie in de top hebben. Om de beste mensen te werven en te behouden, zou Defensie echt mee moeten gaan in deze ontwikkeling. Daarbij past het ook niet dat een militair die enige tijd de dienst verlaat en dan weer terugkeert, vaak geen erkenning, functie en loon krijgt voor de elders opgedane ervaring. Ik hoop de vreselijke term "spijtoptant" nooit meer te horen, want als een militair van de logistieke dienst enige tijd bij een transportbedrijf heeft gewerkt, kan dat juist nuttige ervaringen en inzichten voor Defensie opleveren.

Mij bereiken ook verhalen van commandanten die talentvolle jongeren graag aan zich willen binden maar dan tegen institutionele barrières aanlopen. Ik heb het over een langdurig traject van keuringen, vaste opleiding en screening. Ik snap dit hier zorgvuldigheid nodig is en dat niet alles snel kan, maar soms mag er nog wel een tandje bij qua maatwerk. Deze talentvolle jonge mensen, met talent op het gebied van cyber, robotica of kunstmatige intelligentie, worden al door bedrijven benaderd als zij nog in de collegebanken zitten. Als een bedrijf je meteen een baan aanbiedt en je bij Defensie eerst maanden moet wachten, verliest de krijgsmacht deze slag. Ik wil de minister dus vragen waarin zij mogelijkheden voor verbetering ziet en hoe Defensity College daar ook een rol in kan spelen.

Voorzitter. Regeren is vooruitzien. Afgelopen maand presenteerden de bewindslieden de Defensievisie, die ingaat op het belang van een technologisch hoogwaardige krijgsmacht, waarmee Nederland van toegevoegde waarde is in een sterke samenwerking met bondgenoten. Ik wil de bewindslieden ermee complimenteren dat ze met een visie zijn gekomen waar alles in zit en waar we nog heel vaak over gaan praten. De keukentafel is een prachtige plek om visies te ontwikkelen. Dat doe ik thuis ook met mijn vrouw. Maar het wordt pas interessant als we dan ook keuzes maken. Keuzes maken in geld is een stuk moeilijker. U had er ook voor kunnen kiezen om de keuzes mee te geven. Die missen wij. Zo willen wij als VVD naar een Defensiebegroting die overeenkomt met het gemiddelde van de Europese NAVO-leden. Wat kunnen wij daar nu voor doen? Ik ga hier niet de formatie doen; u ook niet. Maar met de partijprogramma's in de hand van partijen die serieus willen meeregeren, moeten we hier wel over nadenken en moeten we Defensie beter maken. Welke keuzes moeten we nu maken om een eerste stap te kunnen zetten? Graag een reactie van de bewindslieden.

De voorzitter:
Er is een vraag voor u van de heer Stoffer van de SGP.

De heer Stoffer (SGP):
Er zijn twee pijnlijke momenten die me vanavond in één keer te binnen schieten. Het eerste is dat ik de volgende periode collega Van den Bosch moet missen. Dat spijt mij echt zeer. En het tweede is dat de VVD in de komende periode niet meer voor die NAVO-norm van 2% staat. Ik heb het over het Europees NAVO-gemiddelde van volgens mij 1,43%. Dat is wel heel precies, maar het zit in die buurt. Maar goed, dat is dan maar zo. Mijn vraag is: wanneer staat de VVD daar? Is dat in 2021, in 2022, in 2025 of in 2030? Ik zou er wel graag een jaartal aan vast willen hangen.

De heer Van den Bosch (VVD):
Ook in het vorige verkiezingsprogramma werd de 2%-norm niet genoemd. Dat wil ik even meegeven aan de heer Stoffer. Dat kunnen u en ik betreuren, maar die stond er niet in. De Europese NAVO-norm is rond de 1,8%. Dat is heel veel geld; dat is 2,5 miljard per jaar. Ik ben er dan niet meer, maar als de Kamer het in meerderheid gaat besluiten met het nieuwe kabinet, denk ik dat iedereen heel blij zal zijn, ook Defensie, als we dat per jaar aan Defensie geven, zeker gezien alle andere problemen die we hebben. Ik ben dus blij dat we duidelijkheid geven. Het is heel simpel: de vier jaren erna zal de volgende stap gezet moeten worden.

De heer Stoffer (SGP):
Als ik het goed begrijp, zegt de heer Van den Bosch: in 2025, aan het einde van de komende periode, zitten we op 1,8% en dan moet het in de periode daarna naar 2%. Dus eigenlijk streeft de VVD naar 2% in 2030. Begrijp ik dat goed?

De heer Van den Bosch (VVD):
Ja, maar dan zeg ik er wel bij — dat hebben wij altijd gezegd — dat we ons niet moeten doodstaren op alleen 2%. Ik heb van mijn collega Ten Broeke, die weg is, altijd geleerd dat 2% wel heel mooi lijkt, maar als onze welvaart naar beneden gaat — dat kan, als er een regering komt die dat misschien gaat doen; dat weet ik niet — gaat ook de 2%-norm naar beneden en dan zit je sneller aan de 2%. Je moet dus een beetje oppassen om alleen maar over 2% te praten. Het gaat ook om ons welvaartsniveau: hoeveel geven wij uit? Daar zitten wij als Nederland altijd hoog; dat weet u ook wel. Die reserve wil ik er dus wel bij nemen.

De voorzitter:
Een kort slotwoord.

De heer Stoffer (SGP):
Die reserve gun ik de heer Van den Bosch. Ik ben iets preciezer, hij is wat rekkelijker, maar 2% in 2030, daar houd ik de VVD de komende jaren aan.

De heer Van den Bosch (VVD):
Oké. Succes.

De voorzitter:
Er is nog een vraag voor u van de heer Van den Nieuwenhuijzen van GroenLinks.

De heer Van den Nieuwenhuijzen (GroenLinks):
Wat een eer om hier samen in deze Kamer te staan, na al die verkiezingsdebatten die we ooit samen hebben gevoerd. Ik hoor u een aantal dingen zeggen waar ik heel blij mee ben. U heeft het over keuzes maken. U heeft het over niet meer geld, geld, geld erbij doen, maar echt keuzes maken. En dan stelt u mij teleur, want dan vraagt u eigenlijk aan de minister: kom nou eens met die keuzes. Maar welke keuzes maakt u zelf? Waar zou u zelf voor kiezen, behalve dingen erbij doen? Wat gaat u minder doen? Want alles doen voor 1,5%, dat gaat hem niet worden.

De heer Van den Bosch (VVD):
Volgens mij heb ik net een paar onderwerpen genoemd. Ik ga hier niet alles nu uitkauwen, want daar hebben we de tijd niet voor, maar allereerst zou er nog heel veel achterstallig onderhoud moeten gebeuren. Dat weet u ook. Dat is gewoon helaas bij Defensie aan de hand. Het is niet zo dat we even zeggen: al het geld dat erin gaat, gaan we meteen aan de toekomst besteden. Ik heb net cyber genoemd. Er zijn nog wat dingen te benoemen. Ik ga nu niet hier die onderhandelingen doen. Dat is echt aan anderen, vind ik. Een van de grote, belangrijke dingen is samenwerking in Europa. Ik heb daar ook iets over gezegd en misschien zeg ik het zo meteen nog eens. We zullen echt op dit gebied veel meer in Europa moeten samenwerken, want het is anders niet te betalen. Dus er zijn echt wel slagen te maken. Misschien moeten er nog wel harde keuzes gemaakt worden die ik op dit moment ook niet weet, dus daar ga ik niet over speculeren. Maar ik vind het wel de taak van het kabinet en van de minister en de staatssecretaris om daar duidelijk over te zijn in hun overdrachtsdocument voor het nieuwe kabinet.

De heer Van den Nieuwenhuijzen (GroenLinks):
Dat laatste ben ik helemaal met u eens, dus laten we deze bewindspersonen daar vooral toe uitnodigen. Maar als ik u goed parafraseer — u moet mij maar even corrigeren als ik het fout heb — zegt u eigenlijk: we moeten gaan specialiseren en beter gaan samenwerken met andere landen. Dus eigenlijk volgt de VVD dan de lijn waarvan GroenLinks al jaren zegt: dat zou veel verstandiger zijn dan dat grote Zwitserse zakmes zijn waarmee je alles wilt doen. Ik ben dus heel blij dat u daarmee aan onze kant van de Kamer komt zitten. Laten we dan samen optrekken — die uitnodiging doe ik u hierbij — om te kiezen hoe we ons gaan specialiseren en die samenwerking vormgeven met andere landen, zodat we samen die goede defensie kunnen ontwikkelen in de toekomst.

De heer Van den Bosch (VVD):
Het doet mij altijd toch wel deugd dat iedereen mij naar zich toe aan het trekken is. Dat is toch wel mooi in dit land. Dat is altijd goed; samenwerken moet in dit land. Ik wil wel zeggen: samenwerken is niet nieuw. De voorganger van deze minister is er ook al mee begonnen om bondgenootschappen te zoeken en dit kabinet is daar heel goed mee doorgegaan. Ik wil nog wel een keer extra benadrukken dat dat nog veel structureler moet worden. Ik heb net over Noord-Europa gezegd dat je dat zult moeten doen, want het geld dat je dan kunt verdienen ... Ik geef weleens dit voorbeeld. Vroeger mocht de burgemeester zelfs de brandweerauto uitzoeken; dat was dan een hobby. Toen werd het zo dat de burgemeester niks meer te zeggen had en deed de gemeente het. Tegenwoordig doet de regio dat en dan koop je twintig brandweerauto's in plaats van drie. En dat is belastinggeld. Dat geld kan dan naar andere mensen. Nou, dat is niet nieuw. Daar is dit kabinet mee bezig. Daar is minister Hennis ook mee begonnen. Maar daar moeten we wel stevig mee voort en ik vind het goed dat ik dat ook nog eens even goed neerzet. Dat is wat anders dan een Europees leger, wat u wilt, want dat schiet helemaal niet op. Dat was het belangrijkste antwoord, denk ik, op uw vraag. Dat hoop ik tenminste, hoor.

De voorzitter:
Een heel kort slotwoord.

De heer Van den Nieuwenhuijzen (GroenLinks):
Een heel kort slotwoord. Misschien realiseert u zich — dat heeft u zich in de veiligheidsregio zelf als burgemeester ook mogen realiseren — dat samenwerking ook wordt bepaald door onderlinge afhankelijkheid. Dat betekent specialiseren, samenwerken en afhankelijk zijn van elkaar, dus volgens mij vinden wij elkaar daar dan in.

De heer Van den Bosch (VVD):
En dat gebeurt ook. Kijk naar het Eerste Legerkorps, naar wat de marine doet met België en naar wat de mariniers met de Britten doen. Wat ik net meer bedoelde, is dat we ook op industriegebied en op het gebied van het kopen van militaire spullen, zeg ik dan maar even simpel, meer samenwerking moeten zoeken. Dan kies ik erg voor de Noord-Europese alliantie, omdat ik daar binnen Europa meer in geloof dan in de Zuid-Europese alliantie, om heel veel andere redenen, waar we het nu niet over gaan hebben.

De voorzitter:
Gaat u verder.

De heer Van den Bosch (VVD):
Voorzitter. Ondertussen gaat Nederland in bondgenootschappen ook praktisch verder met het uitbouwen van samenwerking, bijvoorbeeld door met negen andere landen modulaire en schaalbare luchtverdediging te ontwikkelen. Ik wil hen complimenteren met deze stappen, over samenwerking gesproken. Daarbij wil ik ook vragen welke mogelijkheden de bewindslieden nog meer zien om gezamenlijke wapensystemen te ontwikkelen en gereed te stellen, zoals dat op Vliegbasis Eindhoven ook gebeurt met de tankvliegtuigen. Bondgenoten hebben allemaal te maken met de noodzaak te investeren in nieuwe en complexe wapensystemen zoals hypersonische raketten, de verdediging daartegen, grote bemande en onbemande vliegtuigen, onderzeebootbestrijding of het inzamelen van inlichtingen. Als landen dat allemaal afzonderlijk doen, geven we misschien wel veel meer geld uit, maar creëren we zulke versnipperde capaciteit dat de totale winst in slagkracht en voortzettingsvermogen uiterst beperkt blijft. Dat is denk ik meteen een antwoord. De VVD wil dan ook graag van de minister weten welke mogelijkheden zij hier ziet en op welke manier Nederland hierin een voortrekker kan zijn. De VVD wil de komende jaren fors investeren in Defensie, en ziet het ook als een kans om de ingezette koers van samenwerking verder uit te bouwen, zeker als andere landen gelijktijdig met Nederland extra investeren.

Voorzitter. Het kleine jongetje uit 1955 is momenteel bezig aan zijn laatste maanden in dit prachtige huis van de democratie. Ik zou zeggen: met een stevige VVD kunnen wij ook de kinderen van vandaag een mooie toekomst geven. Dat is een zware verantwoordelijkheid voor ons allen, maar ik heb er alle vertrouwen in.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Prachtig! Ik geef graag het woord aan de heer Van den Nieuwenhuijzen van GroenLinks.

De heer Van den Nieuwenhuijzen (GroenLinks):
Voorzitter. Vandaag is het Wereld Aids Dag. We staan vandaag dus stil bij al die mensen die getroffen worden door hiv en aids. Het is goed om deze bewindspersonen uit te nodigen om straks, in hun termijn, ook even stil te staan bij hoe Defensie omgaat met mensen die hiv-positief of undetectable zijn.

Voorzitter. Defensie moet gaan specialiseren. Dat is de hoofdboodschap in de visie die deze bewindspersonen op Defensie meegeven aan het einde van hun ambtstermijn. En daarmee sluiten ze na jaren aan bij GroenLinks, dat hier al veel langer voor pleit.

In tegenstelling tot GroenLinks stellen deze bewindspersonen echter dat de specialisatie gepaard moet gaan met een mega-investering, een groeipad dat oploopt tot jaarlijks 16 miljard extra aan Defensie. Dat is wat de minister en de staatssecretaris willen. Voorzitter, mijn fractie wordt nog weleens overambitie en een gebrek aan realisme verweten, maar zo bont als de minister en de staatssecretaris het maken, heeft GroenLinks het nog nooit gemaakt. Wij vroegen in de vragenronde over de Defensievisie waar de bewindspersonen dat dan uit willen betalen. Moet het betaald worden uit bezuinigingen op de zorg, op het onderwijs? Moet de staatsschuld nu wél oplopen? Of moeten de belastingen worden verhoogd? Het antwoord dat we terugkregen was: tsja, dat moet het volgende kabinet maar uitzoeken. Voor bewindspersonen die aan het hoofd staan van een organisatie die er juist moet staan wanneer het moeilijk wordt, is dat nogal teleurstellend.

Ook als het gaat om de vraag hoe dan moet worden gespecialiseerd, blijft het angstvallig stil. Het is natuurlijk onplezierig om harde keuzes te maken en legeronderdelen mogelijk voor het hoofd te stoten, maar ik had toch gehoopt dat de bewindspersonen, met hun ogen op de uitgang, de moed hadden gehad om daadkrachtige keuzes te stellen.

Maar niet getreurd, want omdat het voor deze minister en staatssecretaris nog lastig is om keuzes te maken, is GroenLinks wel bereid om te leveren. Wij hebben vanochtend onze eigen defensievisie gepresenteerd. De afgelopen anderhalf jaar hebben mijn voorgangster Isabelle Diks en ikzelf daar hard aan gewerkt. We hebben het "Een humanitaire krijgsmacht" genoemd. Voor GroenLinks heeft Defensie de grootste meerwaarde bij de ondersteuning van de samenleving, het handhaven van de internationale rechtsorde, hulp bij calamiteiten en het beschermen van kwetsbare mensen wereldwijd. Over die behoeften hebben we een analyse gelegd van de uitdagingen en dreigingen waar Defensie de komende decennia klaar voor zal moeten zijn. Dat resulteert in onze keuze om te specialiseren in het cyberdomein en in de marine.

Wat ons betreft staat sowieso vast dat onze cyberdefensie versterkt moet worden, zodat we cyberdreigingen de baas blijven en onze vitale infrastructuur kunnen blijven beschermen. Cyber zou dan ook een volwaardige, aparte tak van Defensie moeten worden. Hoe staat het kabinet tegenover het oprichten van een commando cyberstrijdkrachten, waar om te beginnen de MIVD en het Defensie Cyber Commando onder zouden kunnen worden geschaard? Zou dit niet bijdragen aan een samenhangende benadering van het cyberdomein, en aan een goed politiek debat over de middelen die we voor cyberdefensie beschikbaar willen stellen?

Los van de wensen die voortvloeien uit onze eigen defensievisie, lijkt het ons goed als de politiek de komende jaren een keuze in specialisatie kan maken op basis van goede, uitgewerkte scenario's. Is de minister bereid om in gang te zetten dat gedetailleerde opties voor specialisatie in kaart worden gebracht? Daarbij moet op het niveau van materieel, eenheden, budget en internationale samenwerking worden gekeken wat nodig is om diverse specialisaties mogelijk te maken. De verkenning en de brede maatschappelijke heroverwegingen zijn daar wat mij betreft veel te algemeen over. Graag een reactie.

Dan het personeel, voorzitter. Over de gebrekkige voortgang van het nieuwe loongebouw bij Defensie en over de afwikkeling van de schadevergoeding voor de slachtoffers van chroom-6 is gisteren bij het WGO, waar ik vanwege de behandeling van mijn eigen initiatiefnota Behoud het woud helaas niet bij kon zijn, terecht al veel gezegd. Toch blijft het wringen. De afgelopen jaren kregen wij steeds te horen dat het niet lukt om het eens te worden met de vakcentrales. Als de Kamer dan doorvraagt, is het antwoord van de staatssecretaris steevast: dat is tussen werkgever en vakcentrale. Zo was het ook gisteren weer. Maar als het keer op keer misloopt, zit er toch ergens een structureel probleem? Waar denkt de staatssecretaris dat het zit? Hebben we simpelweg te maken met vakcentrales die niet openstaan voor redelijke onderhandelingen? Of is er aan de kant van het ministerie iets mis in de toon? Zou de staatssecretaris bereid zijn om dat eens te onderzoeken en te kijken waar het 'm in zit?

Voorzitter. Dat brengt mij op de vastgoedopgave. Het werken in piepende, krakende en tochtende gebouwen draagt niet bij aan de aantrekkingskracht van onze defensiemacht. Dat het op orde krijgen van de vastgoedportefeuille een enorme smak geld kost, is wel duidelijk. De Kamer heeft dan ook mijn motie omarmd om te kijken welke rol kasschuiven mogelijk kunnen spelen. Het revitaliseren van vastgoed is immers bijna altijd een no-regretmaatregel. Ik begrijp dat Defensie inmiddels met een interdepartementale — moeilijk woord — werkgroep de beleidsopties in kaart aan het brengen is. Hoever is die werkgroep inmiddels? Kunt u daar iets over zeggen? Wanneer mag de Kamer de beleidsopties verwachten? Ik zou me zomaar kunnen voorstellen dat het nuttig is als die opties er liggen voor de formatie.

Voorzitter. Ik ben vaak best wel kritisch op deze minister en staatssecretaris, ook vandaag weer, maar het is ook belangrijk om complimenten te geven waar dat terecht is, zeker bij de laatste begrotingsbehandeling van deze bewindspersonen. Mijn fractie heeft grote waardering voor wat deze minister en staatssecretaris hebben gedaan voor de positie van lhbti-personen binnen de krijgsmacht. Voorbeelden als het expliciet meenemen van lhbti-militairen in de wervingsstrategie en het uitrollen van de regenboogloper op Coming Out Day zijn bepalend voor de toon aan de top, die uiteindelijk doorsijpelt in de brede organisatie.

Er is ook nog een wereld te winnen. Het gaat beter met de participatie van vrouwen binnen Defensie, maar het kan en moet beter. Dat er nog steeds krijgsmachtonderdelen zijn, zoals het Korps Mariniers, waar geen vrouwen deel van uitmaken is een gemiste kans. Vrouwen maken de krijgsmacht sterker. Ook hier is de tone at the top belangrijk. GroenLinks wil het kabinet graag aanmoedigen om daar nog meer aan te doen. Zo staat Defensie op het punt twee nieuwe fregatten aan te schaffen. Daarna komen nog meer schepen. Het zou een gemiste kans zijn als Defensie geen fregatten heeft die naar dappere vrouwen genoemd worden die veel voor Nederland hebben betekend. Eerder pleitte voormalig Defensievoorzitter André Bosman — we missen hem allemaal — al voor het noemen van een fregat naar verzetsheldin en eerste vrouwelijke militair Francien de Leeuw. Dat lukte toen niet omdat de naamgeving al te ver in het proces was. Ik hoop dat we nu wel op tijd zijn en dat de staatssecretaris wil overwegen om de M-fregatten en eventueel andere schepen in de toekomst te vernoemen naar Francien de Leeuw en naar Jos Gemmeke, een andere verzetsheldin die ongelofelijk veel voor Nederland heeft betekend. Ik overweeg op dit punt een motie in te dienen samen met VVD en D66. Vanochtend noemde collega Van Helvert dit al een supergoed en mooi idee, dus ik denk dat hij ook mee wil indienen.

Voorzitter, tot slot de verdediging van het Caribisch gebied. De minister weet inmiddels dat GroenLinks hier altijd bijzondere aandacht voor heeft. Eerder nam de Kamer een motie aan van mijn voorgangster Diks om de internationale samenwerking met andere landen bij de verdediging van het Caribisch gebied te verstevigen. Eind vorig jaar meldde u dat er met Frankrijk wordt gewerkt aan een bilateraal verdrag. Wat is daarvan inmiddels de status? Wanneer kunnen we voortgang verwachten? En ziet u nog kansen om de samenwerking met andere partners, zoals de VS en het VK, te versterken?

Helemaal tot slot, voorzitter, en dan ga ik afronden. Ik doe een oproep om de Kamer meer te informeren over lopende missies. We krijgen nu alleen de jaarlijkse rapportage, waar enkel openbare informatie in kan staan. Het lijkt GroenLinks goed als er een periodieke, waar nodig vertrouwelijke, briefing komt voor de vaste commissie Defensie over de belangrijke ontwikkelingen bij en resultaten van militaire missies. Dat zou wederzijds begrip kunnen bevorderen. Is de minister bereid om daarover na te denken? Voorzitter, dan nog een nabrander. Gisteren riepen 150 wetenschappers in NRC op tot een preventief verbod op killerrobots. Zou u daarop willen reflecteren?

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Er is een vraag voor u van de heer Stoffer.

De heer Van den Nieuwenhuijzen (GroenLinks):
O, wat leuk.

De heer Stoffer (SGP):
Ik vond het eigenlijk wel mooi dat vanuit GroenLinks een pleidooi werd gehouden om een boot, een Defensieboot, de naam Francien de Leeuw te gaan geven. Ik wilde eigenlijk voorstellen of GroenLinks samen met de SGP een motie wil indienen om de eerste onderzeeboot die straks klaar is, Francien de Leeuw te gaan noemen.

De heer Van den Nieuwenhuijzen (GroenLinks):
Ik wil u van harte uitnodigen om vooral onze motie mee te ondertekenen en het nu bij de M-fregatten te doen. Bij die onderzeeboten gaat het om een proces waar wij natuurlijk anders in staan. Misschien heeft u onze visie al kunnen lezen. Wij kiezen niet voor die onderzeeboten maar vooral voor stevige schepen voor onze marine.

De heer Stoffer (SGP):
Toch jammer. Ik dacht: dan gaan we dat Kamerbreed voor mekaar krijgen. Goed, over die motie zal ik eens nadenken. Maar wat die andere motie betreft: denk er nog eens over na, zou ik zeggen.

De heer Van den Nieuwenhuijzen (GroenLinks):
Dat ga ik zeker doen. En ik nodig u van harte uit om de vrouwen ook niet in de steek te laten als het gaat om onze fregatten.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik hoor allerlei interrupties, maar zolang ze niet door de microfoon worden gedaan, tellen ze niet. Ik geef als volgende spreker van de zijde van de Kamer het woord aan de heer Van Helvert, die spreekt namens het CDA.

De heer Van Helvert (CDA):
Mevrouw de voorzitter, ik ben blij dat ik mag meedoen met de motie van GroenLinks voor de vrouwelijke namen. Want mijn dochter, 16 jaar, wil heel graag bij Defensie. Ik durf niet meer thuis te komen als ik niet mijn naam onder die motie heb staan. Dus heel veel dank daarvoor.

Voorzitter. Twee millennia en 127 jaar geleden kampte het Romeinse leger met vele vacatures. Er dreigde echter ook gevaar. Het eigen grondgebied en ook het grondgebied van bondgenoten moest beschermd worden. Daartoe moet de Numidische koning Jugurtha verslagen worden. Gaius Marius werd in 107 voor Christus benoemd tot junior consul. Hij werd belast met de taak ervoor te zorgen dat er weer een sterk leger op de been kwam. Marius deed dit door het loongebouw drastisch te veranderen. Ook mannen zonder eigendom konden zich aanmelden bij het leger. De staat betaalde de bewapening. Soldaten kregen een goed salaris en konden opklimmen in de maatschappij. Dat was nieuw. Tot slot organiseerde Marius een goed pensioen voor veteranen. De gevolgen waren ingrijpend. Het Romeinse leger groeide naar ongekende kracht en alle vacatures werden ingevuld.

In 2017, ná Christus, kampt het Nederlandse leger met vele vacatures. Ook hier moet eigen grondgebied en dat van bondgenoten verdedigd worden. Staatssecretaris Visser wordt in 2017 aangesteld om het nieuwe loongebouw vorm te geven. Echter, in 2020 is er nog steeds geen zicht op een loongebouw. We hebben het daar gisteren ook over gehad. Terwijl dat afgelopen juli ingevoerd had moeten worden, zitten we nog steeds met 9.000 vacatures en is de functiewaardering bij Defensie gebaseerd op een civiele functiewaardering, waardoor een soldaat is ingeschaald in schaal 1, en met een beetje geluk soms 2, hetgeen vergelijkbaar is met iemand in een sociale werkplaats. In 2020 zitten we nog met een overwerkvergoeding voor militairen die lager is dan voor een vakkenvuller in de supermarkt.

De advies- en arbitragecommissie zegt daarover het volgende: het is een "gebrekkig gevoerd, open en reëel overleg dat vooral te wijten is aan de werkgever". De commissie heeft het hier niet over Gaius Marius in 107 voor Christus maar over onze bewindspersonen in 2020. Maar ook de centrales kregen kritiek. De partijen hebben het proces onderschat en de commissie adviseert een onafhankelijk procesregisseur. Gisteren vroegen we al of de staatssecretaris bereid was om dat uit handen te geven. Het CDA hecht aan de erkenning van de militaire professie in het nieuwe beloningssysteem. Het CDA vraagt aandacht voor de betaling van onderofficieren, korporaals, sergeanten, adjudanten maar ook soldaten. Ze worden onderbetaald. Daar waar de soldaten van Gaius Marius zich in 107 voor Christus konden opwerken in de maatschappij, zien onze militairen na een aantal jaren waarin zij vol ambitie en plichtsbesef gestart zijn aan een carrière bij Defensie, uiteindelijk wel proeftuinen die worden aangelegd maar tasten ze nog steeds in het duister over wanneer het raamwerk voor toelagen wordt opgetuigd, die bijzondere positie wordt uitgeschreven, de rechtspositie wordt herschreven, de uitvoering en de loopbaanpaden zijn gepland en de bezoldiging wordt vastgesteld. Daarom vraagt het CDA om een Defensiepersoneelsplan waarin is uitgewerkt wanneer welke mensen bezig zijn met welk onderdeel van het hele loongebouw en alle bijgebouwen.

Voorzitter. Er is ook goed nieuws. Oud-militairen melden zich vaak omdat ze terug willen naar Defensie. Worden zij met open armen ontvangen of moeten ze door oneindige bureaucratische molens? Klopt het dat er een proef is gehouden waarbij 30 Nederlanders binnen één dag militair zijn geworden? En zo ja, hoe is die proef dan bevallen?

De voorzitter:
Er is een vraag voor u van mevrouw Karabulut.

Mevrouw Karabulut (SP):
Die gaat nog even over het personeelsgedeelte. Wat mij altijd verbaast, is dat er wel 45 miljard in een fonds voor materieel is vastgelegd om de komende vijftien jaar groot wapentuig mee aan te schaffen, maar dat allerlei personele problemen, van lonen tot AOW-gat tot slachtoffers van giftige stoffen, zijn blijven liggen. Welke verklaring heeft de heer Van Helvert daarvoor?

De heer Van Helvert (CDA):
Dat weet ik niet, maar wij balen daarvan. Daarom willen wij dat de staatssecretaris een plan uitschrijft waardoor iedereen die bij Defensie werkt, weet hoe er op dit moment aan het loongebouw wordt gewerkt. Dan kan iedereen zien wanneer het er dan wel is, want er gebeurt hier en daar wat en er wordt hard gewerkt. De staatssecretaris zegt "we zijn bezig met het loongebouw, dat duurt heel lang", maar met sommige dingen zoals het raamwerk voor toelagen, zou je nu misschien best wel wat kunnen doen. Om ervoor te zorgen dat iedereen bij Defensie inzicht krijgt in wanneer wat mag worden verwacht en wie daar uiteindelijk mee bezig is, vind ik dat we zo'n overzicht moeten krijgen. De staatssecretaris zegt immers zelf ook: ik doe het niet alleen; ik moet het ook met centrales en anders instanties doen. Dan kunnen we ook zien waar het misgaat en dan kunnen we ook antwoord geven op de vragen die mevrouw Karabulut en ik allebei hebben.

Mevrouw Karabulut (SP):
Ik heb samen met onder anderen de heer Van Helvert maar ook mevrouw Belhaj, de heer Voordewind en vele anderen in deze Kamer geprobeerd een oplossing te vinden voor de chroom-6-slachtoffers, de medewerkers, ex-medewerkers en soms ook overleden medewerkers van Defensie die daar het slachtoffer van zijn geworden vanwege het schenden van de zorgplicht. We zijn dat eigenlijk nog aan het proberen. Ik heb geprobeerd daar een amendement voor te maken. Daarvoor heb ik bijvoorbeeld gekeken naar de vraag waar er nog middelen zijn die nog niet juridisch verplichtend zijn. Ik heb dat amendement niet ingediend.

De voorzitter:
En uw vraag is?

Mevrouw Karabulut (SP):
We hebben daarover over-en-weer gecorrespondeerd.

De voorzitter:
Kan het iets korter, mevrouw Karabulut?

Mevrouw Karabulut (SP):
Jazeker. Daaruit blijkt bijvoorbeeld dat het direct ten koste gaat van het aantal fte wanneer je middelen bij krijgsmachtonderdelen weghaalt. Dat is zo krap is gebudgetteerd dat het direct ten koste gaat van het aantal fte. Het gaat dus ten koste van het personeel. Mijn vraag aan de heer Van Helvert zou dus zijn: is het misschien een idee dat we deze periode nog iets doen om die problemen op te lossen, bijvoorbeeld door niet negen extra vliegende Fyra's, JSF's aan te schaffen, maar dat geld, die 2 miljard, structureel te bestemmen om al deze personele problemen op te lossen?

De voorzitter:
Meneer Van Helvert. Dank u wel.

Mevrouw Karabulut (SP):
Want zonder personeel kunnen ze ook niet vliegen.

De voorzitter:
Dank u wel. Meneer Van Helvert.

De heer Van Helvert (CDA):
Er werden heel veel verschillende dingen gezegd. Er werd ook nog iets gezegd over de POMS-medewerkers. Daar kom ik dadelijk nog op terug. Twee maanden voor de verkiezingen zegt mevrouw Karabulut: zullen we nog een aantal miljard op een andere plek neerzetten? Daar ben ik geen voorstander van. Dan hadden we dat eerder moeten doen. Ik vind het ook niet verstandig om helemaal niets in materieel te doen. Ik ben het wel met u eens dat het loongebouw helder moet zijn. Dat ben ik dus wel met u eens, maar dat wil niet zeggen dat je niks in materieel moet doen. Personeel is het belangrijkste, maar personeel zonder materieel is ook niks. We zullen dus allebei moeten doen.

De voorzitter:
Heel kort, als slotopmerking.

Mevrouw Karabulut (SP):
Dit is natuurlijk niet de eerste keer dat wij dit voorstellen. Ik zeg niet "helemaal geen materieel", maar bijvoorbeeld met die negen extra JSF's zouden we echt middelen kunnen vrijspelen om een deel van die problemen op te lossen. Is de fractie van het CDA bereid daarnaar te kijken?

De heer Van Helvert (CDA):
Nee, ik wil geplande investeringen niet terugdraaien. Dat wil ik helemaal niet doen. Wat ik wel wil, is dat het loongebouw op orde komt. Dit wil ik wel.

De heer Öztürk (DENK):
Het is terecht dat het CDA opkomt voor de militairen en de salarissen daarvan. Er zijn 9.000 vacatures. Wil je mensen binnenhalen, vooral in deze tijd, dan moet je een goed salaris kunnen geven. Het is jammer dat u toch richting de staatssecretaris kijkt, want dit is toch een VVD-CDA-coalitie, met een aantal bewindspersonen van D66 en ChristenUnie. Uw partij zit daar zelf in. De minister van Defensie is van uw partij. U had dat de afgelopen drie, vier jaar dus kunnen regelen. De meeste militairen die nu kijken, denken: leuk verhaal, Martijn, maar de afgelopen vier jaar hebben we weinig euro's gezien. Daarom wil ik nog een keer de vraag stellen of u bereid bent om met mevrouw Karabulut, maar ook met anderen, juist de komende twee dagen zaken te doen, zodat de mensen die nu naar dit debat kijken, kunnen zeggen: ze zeggen het niet alleen, maar ze komen ook met geld waardoor de salarissen omhoog kunnen.

De heer Van Helvert (CDA):
Nu wil ik het toch helder stellen. Zowel de SP als DENK komen naar mij toe met: CDA, kom eens met dat geld. Maar dan gaan we eventjes kijken wat die partijen destijds in hun verkiezingsprogramma hebben gezet. Dat was echt een stuk minder dan waar het CDA mee kwam. Dat we nog steeds niet aan genoeg zitten, ben ik helemaal met hen eens. Er moet meer geld bij bij Defensie. Daar kom ik dalijk in mijn rede ook nog op terug. Maar het kan niet zo zijn dat de SP en DENK, die echt minder aan Defensie willen besteden, nu tegen het CDA zeggen: waar blijf je met dat geld? Dat kan niet.

Daarnaast zeg ik dat het CDA gigantisch baalt, met DENK en de SP, neem ik aan, en misschien wel met alle collega's hier in de Kamer, dat het loongebouw nog steeds geen vorm gekregen heeft en dat alle partijen dat proces onderschat hebben.

De heer Öztürk (DENK):
Bijna alle woordvoerders hier zeggen dat we bijna 25 jaar bezuinigd hebben op Defensie en dat dit gezorgd heeft voor leegloop. Dat willen we rechtzetten. De afgelopen drie, vier jaar is er geïnvesteerd. Er is meer geld. Maar dan komt het moment dat militairen met mij in gesprek zijn en zeggen: er is nu eindelijk geld, maar het gaat naar een dure onderzeeboot en naar negen extra F-35's. Dat doet pijn. Ze hebben liever een F-35 minder en de salarissen omhoog. Meneer Van Helvert, we hebben nu er extra middelen zijn de keuze om te zeggen: dan maar een of twee straaljagers minder, want we geven het geld aan de mensen die het verdienen. Dit is het moment.

De heer Van Helvert (CDA):
We moeten wel even bij de begroting blijven en die moeten wij ook lezen. Het extra geld dat erbij is gekomen, is vooral naar personeel gegaan. Punt.

De voorzitter:
Oké, dat is een kort antwoord. Nog een heel korte slotopmerking, geen derde uitgebreide interruptie, meneer Öztürk.

De heer Öztürk (DENK):
Er gaan miljarden naar straaljagers en miljarden naar onderzeeboten. We kunnen met dat geld eindelijk rechtzetten wat we al jaren hier betogen. Ik denk dat onze militairen dat verdienen.

De heer Van Helvert (CDA):
Zeker, er gaat veel geld naar materieel. Als we goede mensen hebben, willen we die wel in het beste materieel op pad sturen. We gaan hen niet in een kruiwagen en een bolderkar naar gevaarlijk gebied sturen. We willen hen in het beste materieel hebben zitten. Op termijn hebben we daar ook geld voor gereserveerd. Het geld dat er in deze periode bij is gekomen, is vooral naar personeel gegaan. Is dat voldoende? Nee, zeggen wij, het loongebouw moet goed uitgewerkt zijn en er moet meer geld naar Defensie, vooral naar het personeel. Als DENK dan gaat zeggen dat het CDA met geld moet komen, zeg ik in eerste instantie: wat was eigenlijk het budget van DENK? Nou, dat was er bijna niet. Ten tweede zeg ik dat het meeste geld dat extra is geïnvesteerd, naar het personeel is gegaan. We moeten wel de begroting lezen en niet alleen wat mooie pamfletjes van jezelf voorlezen.

De voorzitter:
Dan geef ik het woord aan de heer Kerstens van de Partij van de Arbeid.

De heer Kerstens (PvdA):
Na wat de heer Van Helvert net heeft gezegd tegen mijn collega's van de SP en DENK voel ik me eigenlijk wel gerechtigd om hem de vraag te stellen waarom het CDA dan altijd tegen amendementen en voorstellen van de PvdA heeft gestemd om meer geld uit te trekken om bijvoorbeeld cao-onderhandelingen los te trekken en om dat functie- en beloningsgebouw los te trekken. Maar die vraag stel ik hem niet, want ik weet het antwoord, denk ik. De vraag die ik hem wel stel, is de volgende. Hij pleitte vandaag ook voor een Defensiepersoneelsplan. Dat heb ik gisteren ook gedaan. Ik heb ook aangekondigd dat ik daarover vandaag met een motie kom. Ik wil één plan waarin duidelijk wordt waar we staan, waar we naartoe willen, hoe we daarnaartoe gaan, wat daarvoor nodig is enzovoorts. Mag ik van de heer Van Helvert verwachten dat hij zijn naam net zo graag onder mijn motie wil zetten als zojuist het geval was met de motie van de heer Van den Nieuwenhuijzen van GroenLinks?

De heer Van Helvert (CDA):
Als de heer Kerstens van de Partij van de Arbeid mij toestaat om samen na te denken over die motie, ben ik bereid daar samen met hem over te denken, absoluut. Maar laten we wel ook even het antwoord van de staatssecretaris afwachten. Als zij zegt dat ze wat de heer Kerstens en de heer Van Helvert vandaag zeggen eigenlijk wel een heel goed idee vindt, dan vind ik dat ook goed. Maar ik ben bereid om erover na te denken. Volgens mij willen wij op dat punt hetzelfde.

De heer Kerstens (PvdA):
Ik ga ervan uit dat ze dat gaat zeggen, want het is gewoon een heel goed idee. Maar we moeten het toch even afwachten. Natuurlijk ben ik bereid om met de heer Van Helvert te kijken naar de precieze bewoordingen van een motie, als die nodig mocht zijn.

De voorzitter:
Ik zat even te denken dat ik misschien wel een té oud Kamerlid ben op dit punt. Volgens mij stellen wij heel vaak eerst de vragen. Bij van tevoren al zeggen dat er moties aan komen, dacht ik: het mag.

De heer Van Helvert (CDA):
Daarom zei ik ook: laten we eerst eventjes afwachten wat de staatssecretaris zegt.

De voorzitter:
Mevrouw Karabulut, uw laatste interruptie. Gaat uw gang.

Mevrouw Karabulut (SP):
Dit is geen interruptie.

De voorzitter:
Alles wat u bij de microfoon gaat zeggen, is een interruptie voor mij.

Mevrouw Karabulut (SP):
Ik wil u even iets voorleggen, voorzitter. Kan dat?

De voorzitter:
Dan is het een punt van orde. Meer hebben we niet.

Mevrouw Karabulut (SP):
Dat was precies wat ik wilde voorleggen, een punt van orde.

De voorzitter:
Vertel!

Mevrouw Karabulut (SP):
Dank u wel, voorzitter. Omdat de naam van mijn partij heel vaak werd gebruikt, zowel door de heer Van Helvert als door de heer Öztürk in hun eigen interrupties, zou ik iets willen rechtzetten wat de heer Van Helvert heeft uitgesproken. Staat u mij dat toe?

De voorzitter:
Heel kort, graag.

Mevrouw Karabulut (SP):
Uiteraard, voorzitter. Het zijn partijen als CDA en VVD geweest die bezuinigingen hebben doorgevoerd zonder keuzes te maken. De SP staat inderdaad een andere krijgsmacht voor. Het CDA is verantwoordelijk voor de huidige staat van de krijgsmacht.

De voorzitter:
Als u over anderen spreekt, is dat niet een punt van orde. Een punt van orde gaat alleen over uzelf. Dat weet u heel goed, mevrouw Karabulut. Ik geef het woord ...

Mevrouw Karabulut (SP):
Voorzitter, maar als toelichting ...

De voorzitter:
Dank u wel. Nee, dit is geen punt van orde. Dat weet u heel goed. Ik geef het woord aan de heer Van Helvert.

De heer Van Helvert (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ook mevrouw Karabulut kan niet ontkennen dat sinds Kamerlid Van Helvert in de Kamer is, de budgetten voor Defensie alleen maar zijn gegroeid. Dat had u ook kunnen zeggen.

(Hilariteit)

De heer Van Helvert (CDA):
Maar goed, dat terzijde.

De voorzitter:
Gaat u verder.

De heer Van Helvert (CDA):
Mevrouw de voorzitter. Wat junior-consul Gaius Marius ook organiseerde, waren de pensioenen voor de gewezen militairen. Daar hebben we het gisteren ook al even over gehad, maar ik wil daar wel op terugkomen. Aan de uitkeringen voor gewezen militairen zitten er, zoals ze dat zelf noemen, losse eindjes. De UGM wordt slechts doorbetaald tot en met 65 jaar. Ik ben het eens met de uitleg van de staatssecretaris dat het niet gaat om de AOW, want die is al 100% gecompenseerd. Piet de Jong, een soort Marius, introduceerde ooit de Uitkering Gewezen Militairen. Vroeger liep de UGM, die uitkering, door tot het pensioen en de AOW-leeftijd van 65. Nu niet meer, omdat de AOW-leeftijd is verhoogd tot 67. Daarom is die extra uitkering voor de gewezen militairen in die laatste jaren niet meer het geval. Je kunt dan zeggen — sommigen zeggen dat ook — dat je 100% kunt vergoeden. Je kunt ook nul vergoeden in de laatste twee jaar. Maar daar zit ook van alles tussenin. Het CDA vraagt zich eigenlijk af waarom de staatssecretaris de motie van de heer Kerstens van gisteren heeft ontraden. Want die zegt: laat nou een paar wijze mensen — zeg ik maar even genderneutraal — dus laat een paar wijzen daarnaar kijken om de omvang van het probleem en de aanbevelingen in kaart te brengen en ook om te kijken naar oplossingsrichtingen. Ik snap heel goed dat de staatssecretaris zegt dat ze geen 1,5 miljard klaar heeft liggen om dat even te dichten. Dat snap ik heel goed. Maar er zit ook nog een heleboel tussen 0% en 100%. Misschien kan de staatssecretaris nog even op die uitleg terugkomen.

De voorzitter:
Er is een vraag voor u van de heer Van den Bosch.

De heer Van den Bosch (VVD):
Piet de Jong wordt genoemd. Dat was volgens mij een van de meest vriendelijke premiers, naast de premier die we nu hebben, die we ooit hebben gehad. Weet u dat het hele optreden van Marius uiteindelijk heeft geleid tot een burgeroorlog tussen hem en Sulla en dat Marius uiteindelijk rond 86 voor Christus aan krankzinnigheid overleed? Daar wil je Piet de Jong toch niet meer vergelijken?

De heer Van Helvert (CDA):
Mevrouw de voorzitter. Nou heb ik een prachtig betoog opgebouwd rondom Marius. Dat heeft een begin en een einde. Gunt de heer Van den Bosch mij nou even niet dat ik ook een einde mag maken aan mijn betoog? Dat eindigt ook met Marius, dus maakt u zich geen zorgen. Maar u moet nog niet alles verklappen.

De voorzitter:
Oei, de heer Van den Bosch

De heer Van den Bosch (VVD):
Dat is het nadeel van internet.

De voorzitter:
Haha! Gaat uw gang.

De heer Van Helvert (CDA):
Overigens, niet alles wat op internet staat, is waar. Soms is het ook goed om wat literaire en historische werken door te nemen in plaats van alleen het internet. Maar ik vroeg of de staatssecretaris daar misschien nog op terug kan komen.

Voorzitter. Mensen die voor Defensie gewerkt hebben, verdienen alle lof en dankbaarheid voor hun inzet. Dat geldt ook voor de mensen die op de POMS-locaties hebben gewerkt en die door hun werk bij Defensie jarenlang zijn blootgesteld aan de giftige stof chroom-6. We hebben hier allemaal het gevoel dat we die groep tegemoet moeten komen voor het aangedane leed. Daarnaast vinden we dat we voor onszelf die groep van de POMS-medewerkers eigenlijk ook wel kunnen afbakenen. Dat gevoel heb ik wel. Het gaat om die POMS-medewerkers. Maar de staatssecretaris zei terecht dat we het ook juridisch moeten inkaderen, voordat we een soort generiek gebaar — wat dat ook zou kunnen zijn — zouden kunnen maken. Want anders zijn de consequenties niet in kaart te brengen. Dat is ook onze taak als Kamer, samen met de staatssecretaris. En daarom stel ik voor dat we een externe commissie instellen, om deze vraag tot juridische inkadering in beeld te brengen voor deze POMS-medewerkers, en daarover te adviseren aan de staatssecretaris. Vindt de staatssecretaris dat een goed idee?

Voorzitter. Veteranen verdienen grote dank en respect. Ze hebben hun leven in de waagschaal gelegd voor onze veiligheid. In andere landen, bijvoorbeeld in de Verenigde Staten, wordt de maatschappelijke dank anders geuit op straat dan bijvoorbeeld in Nederland. Het CDA gunt onze Nederlandse militairen eigenlijk ook die publieke dankbaarheid. Daarom heb ik een voorstel aan de minister. Zou de minister een project willen opzetten waarbij Nederlandse en Amerikaanse veteranen een uitwisseling doen? Amerikaanse veteranen kunnen we hier uitnodigen om te laten zien hoe we hun gesneuvelde collega's nog steeds dankbaar zijn, door bijvoorbeeld de militaire begraafplaats in Margraten te bezoeken. En Nederlandse militairen kunnen de Verenigde Staten bezoeken, en voelen, ervaren en meemaken op welke wijze er aan de andere kant van de plas wordt aangekeken tegen veteranen. Ze zouden in beide landen bijvoorbeeld samen scholen kunnen bezoeken, om zo ook bij jongere generaties de bewustwording te creëren dat de vrijheid in Nederland en in de Verenigde Staten en in de wereld niet vanzelfsprekend is. Is de minister bereid om na te denken over het opzetten van zo'n project, of om te beginnen met een pilot?

Militairen hebben zich in de coronaperiode sterk ingezet op tal van plekken en functies in Nederland. Het CDA is daarvoor zeer dankbaar. 1.000 militairen zijn getraind en staan klaar om sneltesten af te nemen op de zeven nieuwe XL-testlocaties. Hulde voor onze militairen! Ze zetten zich in voor onze veiligheid hier in Nederland, maar ook ver weg in missies, en zij gaan door waar anderen stoppen. Daarnaast heeft COVID-19 impact gehad op de opleidingen. Er zijn bijvoorbeeld veel vrijstellingen gegeven. Hoe gaan we hiermee om in de toekomst, en wat kunnen we dan wel en niet vragen aan de militairen? Wordt daarover nagedacht?

Over de onderzeeboten maakt het CDA zich grote zorgen. Daarover hebben we gisteren ook uitgebreid gesproken, en we hebben daartoe ook een hele mooie motie ingediend, met als eerste ondertekenaar de heer Stoffer. Wat het CDA nog wel vraagt, is hoe we kunnen omgaan met de waarde voor de export, want dat kwam in die discussie niet helemaal los. Als we zeggen dat het Nederlandse bedrijfsleven een heel duidelijke taak moet hebben in het vervaardigen van die onderzeeboten, dan moet het ook zo zijn dat ze een evenwaardige rol krijgen ten opzichte van de hoofdaannemer. Het CDA vindt dat dat een voorwaarde moet zijn voor de gunning van de boten. Dus, mevrouw de voorzitter, via u de vraag aan het kabinet: kunnen wij die waarde voor de export meenemen in de gunningscriteria? Of eigenlijk: hoe kunnen we dat doen? Want als we zeggen "kan dat?", dan kan de staatssecretaris "nee" antwoorden als ze dat niet wil, maar wij willen dat dat wél gebeurt. Hoe kunnen we in die gunningscriteria de exportwaarde meenemen?

Dit kabinet heeft sinds lange tijd fors geld uitgetrokken voor Defensie: een kleine 11,7 miljard structureel. Er zijn vele materieelprojecten in gang gezet en er is veel naar personeel gegaan. Er was de instelling van het Defensiematerieelbegrotingsfonds en er is een oplossing voor de valutaproblematiek aangedragen. Daarmee heeft het kabinet invulling gegeven aan de ambitie uit het regeerakkoord om de Defensiebegroting voorspelbaarder en schokbestendiger te maken. En de Defensienota luidde het herstel in, maar het is nog niet volledig. Er blijven tekorten voor de huidige krijgsmacht op het gebied van personeel, IT, vastgoed, fysieke en sociale veiligheid, de instandhouding van wapensystemen, strategische voorraden en bedrijfsvoering, om de balans tussen ondersteuning en de gevechtseenheden te herstellen.

Zorgwekkende ontwikkelingen bij de marine zijn er ook. Een van de zes mijnenjagers gaat uit de vaart. Een patrouilleschip gaat voorlopig niet in onderhoud, de bemanning wordt elders ingezet. En er staat een stop op de invulling van burgervacatures. De aanschaf van minder reserveonderdelen is ook aan de orde, en annulering van bepaalde oefeningen voor het Korps Mariniers. Het krappe budget leidt tot pijnlijke maatregelen. Is dit ook bij andere krijgsmachtsonderdelen het geval, is de vraag van het CDA. Het budget is te krap voor de krijgsmacht in zijn huidige vorm. Voor de krijgsmacht van de toekomst is veel meer geld nodig, en dat blijkt dan ook uit de Defensievisie, die een aantal van mijn collega's al besproken hebben. Met de huidige inrichting en staat van de Defensieorganisatie is de krijgsmacht niet voldoende en niet op de juiste manier toegerust voor de veranderende dreigingen. Complimenten voor die visie. Er is een groot verschil tussen die visie en de beleidsarme begroting voor 2021. De analyse van de veiligheidssituatie: radicaalislamitisch terrorisme op bladzijde 14, zo zeg ik de PVV. Niet in de kantlijn, maar als u kijkt: precies op het midden van de pagina. Centraal in de pagina wordt er ingegaan op radicaalislamitisch terrorisme, een ring van instabiliteit om Europa, Rusland, China, Turkije, The Return of History, en de terugkeer van geopolitiek, machtspolitiek, razendsnelle technologische ontwikkelingen, drones die een gamechanger zijn op het slagveld, en zo meer. Europa zal meer verantwoordelijkheid moeten nemen voor de eigen veiligheid. Ook met Biden als president zullen de Verenigde Staten daarom vragen, en terecht. Terecht zet de visie in op een sterker en zelfredzamer Europa. Zo toont het kabinet zich voorstander van een versterkte militaire plannings- en uitvoeringscapaciteit, een soort Europees militair hoofdkwartier. Dit kan de EU beter in staat stellen zelfstandig op te treden en versterkt het handelingsvermogen van de EU. En daarnaast is het van belang om te blijven investeren in PESCO en het Europees Defensie Fonds.

Het CDA is verheugd over de bijdrage die het ministerie van EZK hieraan levert. Dat is van belang voor de positionering van onze industrie en kennisinstituten. Meer Europese samenwerking kan alleen als Nederland zelf wat te bieden heeft. Je kunt niet met lege handen aankomen. Het CDA plaatst wel vraagtekens bij de ambitie tot verdere specialisatie binnen de EU en de NAVO. Het komt neer op het afstoten van taken, die door anderen moeten worden overgenomen. Daar moeten we wel voorzichtig mee zijn. Taakspecialisatie mag nooit een excuus zijn voor bezuinigingen. De Defensievisie wijst zelf op de kwetsbaarheid van de specialisatie, namelijk als partnerschappen niet sterk genoeg blijken. Elders in de Defensievisie wordt erkend dat er verdeeldheid heerst binnen vertrouwde samenwerkingsverbanden en houdt de minister wel vast aan een veelzijdig inzetbare krijgsmacht, die zelf alle grondwettelijke taken naar behoren kan vervullen.

De voorzitter:
Er is een vraag voor u van de heer Van den Nieuwenhuijzen.

De heer Van den Nieuwenhuijzen (GroenLinks):
Misschien eerst iets rechtzetten: ik begrijp dat ik net Francien de Leeuw heb gezegd in plaats van De Zeeuw. Dus u staat onder de motie voor Francien de Zeeuw, en niet De Leeuw.

Dan mijn vraag. Die gaat over de toekomstvisie van Defensie, want ik hoor u daarover spreken. Ik hoor u aan de ene kant zeggen dat er eigenlijk niet gespecialiseerd moet worden, dat u daar bang voor bent en dat u vreest dat we daarmee dingen niet meer kunnen. Impliciet zegt u daarmee: we moeten alles blijven kunnen, op een goed niveau. Hoeveel mag dat van u kosten? Want voor Defensie zou dat 16 miljard structureel extra kosten. Bent u bereid om dat te doen? En ten koste van wat? Of bent u het misschien toch meer met mij eens? Ik zeg: laten we het ministerie vragen om met scenario's te komen, zodat we dadelijk voor de formatie goede keuzes kunnen maken voor hoe die visie zich verder kan uitrollen.

De heer Van Helvert (CDA):
Het CDA is er wel voor dat we een breed inzetbare krijgsmacht houden. Dat wil zeggen dat we er bijvoorbeeld niet voor zijn om de marine, de luchtmacht, de landmacht of de marechaussee, een van de vier, af te schaffen. Wij zeggen: nee, we moeten breed inzetbaar blijven. Daarnaast zul je natuurlijk taken moeten afspreken. Als wij bijvoorbeeld tanks leasen van de Duitsers, hoeven we ze natuurlijk niet zelf aan te schaffen. Dat is ook een voorbeeld daarvan. Dat zou je breder kunnen uitwerken in een soort van samenwerking. We zeggen wel: dat klinkt heel mooi, maar wees wel voorzichtig daarmee. Want op het moment dat een partner niet met dezelfde eisen aan die specialisatie voldoet, zal er een groot gat vallen. Het is wel zaak om dat voor te zijn. Je kunt zeggen: we moeten specialiseren en we zetten daar nu gelijk op in. Maar dat zul je echt met z'n allen moeten doen. Dat zal dus niet van vandaag op morgen gaan. Het CDA blijft wel voor een breed inzetbare krijgsmacht.

Hoeveel kost dat dan, was de vraag. U zegt: dat is 16 miljard erbij. Nou, dat zegt de visie niet. De visie zegt: als we alles helemaal volledig, totaal willen doen, dan moet er dat bedrag bij. Maar we kunnen de nieuwe vorm van Defensie met elk gelijk budget wel beginnen. Dus je kunt zelfs al … Al zouden we er nu niets bij doen, dan kun je eventueel al beginnen met een nieuwe manier van werken van Defensie, naast het herstellen van het achterstallig onderhoud, wat de heer Van den Bosch terecht zei. Maar …

De voorzitter:
Het antwoord moet ook iets korter.

De heer Van Helvert (CDA):
Ja, sorry.

De heer Van den Nieuwenhuijzen (GroenLinks):
Maar hoeveel mag er dan bij van u? Hoeveel mag dat dan extra kosten? Wat is dan uw scenario? Ik hoorde u net mijn collega bevragen op die 1,5% van de VVD. Daar was u best kritisch op. U schrok er een beetje van dat zij niet meer naar die 2% willen. Wilt u daar nog wel naartoe? Ten koste van wat mag dat dan gaan wat u betreft?

De heer Van Helvert (CDA):
Wij gaan wel naar die 2%. Gelukkig zag ik dat de VVD dat ook deed. Ik dacht dat de VVD voor het Europese gemiddelde ging, maar hij zei: op termijn … Dat ben ik helemaal met u eens, want het gaat niet van vandaag op morgen. Dus als je in 2030 op die 2% zit, mag dat het ons kosten.

De voorzitter:
Heel kort slotwoord.

De heer Van den Nieuwenhuijzen (GroenLinks):
Ten koste van wat? Want dat was het tweede deel van mijn vraag. Wat wilt u minder gaan doen? Gezondheidszorg? Onderwijs? Hogere belastingen?

De heer Van Helvert (CDA):
Ja, dat zal uit andere zaken moeten komen, want uiteindelijk kun je zeggen … We investeren nu elk jaar meer in gezondheidszorg. Je zou haast zeggen: we investeren elk jaar meer in gezondheidszorg; als je dat één keer structureel in defensie zou doen, zou je al heel ver zijn. Je zult dus nog zoveel in onderwijs kunnen steken, nog zoveel in gezondheidszorg en nog zoveel in de binnenlandse veiligheid, maar als onze nationale veiligheid niet geregeld is, hebben we aan al die eerste drie dingen niets. Onzes lands verzekering — we noemen dat defensie — zal ons dus wel wat waard moeten zijn. Op dit moment betalen we €1,75 per dag per persoon voor die veiligheid. Voor dat geld, voor die €1,75 per persoon per dag, zenden we ook onze vrouwen en mannen naar de gevaarlijkste gebieden voor vrede en veiligheid.

De voorzitter:
Gaat u verder.

De heer Van Helvert (CDA):
Voorzitter. Het CDA zegt: de NAVO blijft de hoeksteen van ons veiligheidsbeleid. De NAVO vraagt ook om meer dan herstel. De NATO Defence Planning Capability Review uit forse kritiek op Nederland qua uitgaven, maar ook op het gebied van wat Nederland zou moeten leveren, en spreekt van significante tekortkomingen op het gebied van slagkracht en combat support, zowel kwalitatief als kwantitatief. Dat is harde taal. Ik diende afgelopen jaar een motie in: geef verder invulling aan het nationaal plan. Die motie is niet uitgevoerd, en dat terwijl Nederland ver achterloopt om de NAVO-afspraken na te komen. We staan in Europees verband qua uitgaven op een gedeelde zestiende plaats, samen met Albanië. De uitgaven in Nederland zijn nu namelijk 1,48%. Het Europees gemiddelde is 1,8%. We dreigen overigens nog verder weg te zakken richting 2024. Om aan de NAVO-norm van 2% bruto binnenlands product te voldoen, is 6,5 tot 8 miljard extra nodig. Verder rekende de Defensievisie voor dat er voor een echt goede moderne krijgsmacht aanvullend nog eens structureel 7 miljard nodig is. Het CDA zegt in het conceptprogramma: op naar de 2%, in diezelfde tien jaar die ik de heer Van den Bosch hoorde zeggen. Wat adviseert de minister op basis van de visie aan de partijen? Wat is het advies van de minister om op basis van die visie op te nemen in het programma?

Er ligt nu een visie maar nog geen plan, want de visie formuleert een nieuw profiel van de Defensieorganisatie, waarmee zij ook in 2035 haar taken goed kan vervullen. Dat is het wat. De uitwerking van welke capaciteiten of eenheden daarbij horen, het hoe, is de volgende fase. Dat is ook aan volgende kabinetten. Er rust dus een grote verantwoordelijkheid op de schouders van de politiek. Er is meer prioriteit nodig op de eerste hoofdtaak, de verdediging van het eigen en het bondgenootschappelijk grondgebied. Maar daar is de krijgsmacht niet op toegerust. De focus heeft een kwart eeuw vooral op missies gelegen. De krijgsmacht kan haar grondwettelijke taken niet naar behoren uitvoeren. De coronacrisis maakt duidelijk dat ook de derde hoofdtaak belangrijker is geworden.

De voorzitter:
De heer Van den Bosch heeft een vraag voor u. Ik wijs u er even op dat u in ieder geval al door de door uzelf bedachte spreektijd was in de eerste termijn. Dan krijgt u straks geen ruzie met uw fractie.

De heer Van Helvert (CDA):
Ja, ik ga afronden, maar op mijn scherm hier staat dat ik nog 3 minuten en 40 seconden heb.

De voorzitter:
Dat is de totaaltijd.

De heer Van Helvert (CDA):
O, dat is met de tweede termijn. Ja, oké. Ik schrok al eventjes!

De voorzitter:
Zo erg is het ook weer niet. De heer Van den Bosch.

De heer Van den Bosch (VVD):
Ik zou graag even bij die ruzie willen zijn, maar dat is wat anders.

De voorzitter:
Mijn begroting is al geweest. Don't worry!

De heer Van den Bosch (VVD):
Hoor ik nu de heer Van Helvert goed zeggen: het CDA-programma gaat in tien jaar tijd naar de 2%-norm? Hoor ik u dat nou zeggen?

De heer Van Helvert (CDA):
Ja. Nou, dat is nu het conceptverkiezingsprogramma. Ik zal niet hardop zeggen dat ik daar hier en daar aan bijgedragen heb, maar ik weet wel dat er een aantal amendementen zijn die dat nog wel iets versterken. Maar daarom zei ik net al: uiteindelijk komt het neer op wat de heer Van den Bosch net ook zei. Ja.

De heer Van den Bosch (VVD):
Dat is anderen de maat nemen. Ik ga hier geen armpje drukken, want daar hou ik helemaal niet van, maar ik wil één ding nog een keer zeggen over ons verkiezingsprogramma, ook concept. Daarin staat: naar de Europese NAVO-norm, in de komende vier jaar. En er staat ook nog eens in: als er meer geld over is in de komende vier jaar, kunnen we al in die vier jaar tijd richting de 2%-norm. Dat gaat toch iets sneller dan tien jaar.

De heer Van Helvert (CDA):
Dat is heel goed. Ik schrok van het feit dat u zei dat de norm nu 1,8% was, maar u herstelde daarna dat het ook bij u 2% is. Dat is dus heel goed.

De voorzitter:
Gaat u verder.

De heer Van Helvert (CDA):
Ik ga afronden, mevrouw de voorzitter. De hervormingen van Gaius Marius — ik moet natuurlijk nog terugkomen op de heer Van den Bosch — hadden verstrekkende gevolgen aan het eind van de tweede eeuw voor Christus, doorlopend naar de eerste eeuw, zodanig dat het rijk er eeuwen plezier van had. Dat leger was ontzettend sterk, generaals hadden goedgetrainde en gedisciplineerde legers, en de goede pensioenen voor veteranen zorgden dat alle provincies snel integreerden.

Ik rond af met de oproep om haast te maken met het Defensiepersoneelsplan, haast te maken met de werkgroep voor de POMS-medewerkers en op te schieten met de vraag — het werd net overgeslagen — hoe het zit met het eerherstel van Dutchbat III. Kan de minister daarop ingaan? Dat is namelijk heel belangrijk, maar in verband met de tijd kan ik daar niet langer op ingaan. Ik roep op om een project op te zetten voor de uitwisseling van veteranen uit de VS en Nederland.

En tot slot dan echt. De hervorming van Gaius Marius had ook een nadeel. De legers werden door de hervorming steeds loyaler aan hun generaals in plaats van aan de overheid zelf. En dat komt doordat de generaals zorgden voor de grote buit via veldslagen en het uitbuiten van het veroverd gebied. Nou, dat onderdeel willen we natuurlijk in Nederland niet, zeg ik ook tegen de heer Van den Bosch. Daarom moet de Kamer zorgen voor voldoende budget voor de betalingen van de militairen. Het Nederlandse volk liet vandaag in het onderzoek van Clingendael weten dat er een brede bereidheid is om meer geld te besteden aan Defensie. Laat dit een oproep zijn voor alle partijen die nu hun programma's maken en amenderen. Zoals Piet de Jong, de Gaius Marius van de lage landen, als oudere heer die nog bij het volle verstand was op het CDA-congres ooit uitriep: er moet meer geld naar Defensie!

De heer Fritsma (PVV):
Er zit helaas toch een hele hoge graad van hypocrisie in het betoog van de heer Van Helvert, want hij begon met de uitspraak dat militairen vaak minder of hetzelfde verdienen als vakkenvullers of als mensen die bij een sociale werkplaats werken. Maar dat zegt hij als regeringspartij! U bent er verantwoordelijk voor. U hebt vier jaar de tijd gehad om hier verbetering in aan te brengen, maar u hebt dat gewoon niet gedaan. Waarom vertelt u dan niet het eerlijke verhaal door tegen al die militairen te zeggen dat u er zelf gewoon niet voor heeft gekozen om dit beter te regelen? U was verantwoordelijk.

De voorzitter:
De heer Van Helvert, via mij.

De heer Van Helvert (CDA):
Dat wij balen dat het nog niet geregeld is, is helemaal waar. Maar wij hebben wel wat gedaan, moet ik zeggen. En overigens meer dan de PVV, want die wilde er helemaal niet zo veel geld aan uitgeven. Wij hebben namelijk wel het geld beschikbaar gesteld. En dat extra geld is voornamelijk naar personeel gegaan. Wat we hadden afgesproken, is dat het kabinet daarmee aan de slag kon gaan en dat in juli het loongebouw opgeleverd zou worden. Dat is niet gelukt. Daarop heeft u gisteren en ook vandaag mijn duidelijke kritiek gehoord. Ook de arbitragecommissie heeft daar hele duidelijke kritiek op. Dus die delen we. Dus dat wij niet blij zijn dat het nog niet geregeld is, dat delen wij helemaal. De heer Fritsma zegt: u heeft niets gedaan. Dat is niet waar. Wij hebben het geld beschikbaar gesteld — dat was veel meer geld dan de PVV beschikbaar stelde — en we hebben de opdracht gegeven. De uitvoering schiet inderdaad tekort.

De heer Fritsma (PVV):
De uitvoering schiet tekort, maar de politiek moet natuurlijk afgerekend worden op resultaat. Nu staat u hier gewoon met lege handen. U staat met lege handen. U stelt vast dat militairen slecht verdienen, slechter dan vakkenvullers. Maar u heeft niet geleverd. En nu zegt u: ja, het is verkeerd gegaan. Dat is natuurlijk makkelijk praten. U was verantwoordelijk. Zo kennen we toch het CDA weer. Straks zijn er verkiezingen. U constateert: er is niks gebeurd; het wordt over de verkiezingen heen getild. Maar het resultaat is dat deze mensen door het CDA met lege handen staan. En dat is u aan te rekenen.

De heer Van Helvert (CDA):
Nee, dat is echt onjuist. Als we bijvoorbeeld de lijn van de PVV hadden gevolgd, dan hadden we nog niet de helft van het budget gehad voor het personeel. Dus nog niet de helft van het budget dat nu beschikbaar is gesteld. Dus dan waren we nog veel minder ver geweest. En dan was het ook niet geregeld, want dan hadden de onderhandelingen met nog veel minder geld moeten gebeuren. Beloofd was dat het loongebouw in juli geleverd zou worden. Dat was de afspraak. Dat is niet geleverd. Daar zijn we ook zeer ontstemd over. En ook de arbitragecommissie heeft daarvan gezegd: dat is niet goed, dat is ook aan de werkgever te wijten en ook aan alle deelnemers, omdat ze het proces onderschat hebben. Maar je kunt niet tegen het CDA zeggen: u heeft niets gedaan. Want wij hebben meer dan het dubbele van het geld voor het personeel geleverd dan wat u zou doen. Dus stel dat de PVV het had mogen regelen. Dan waren de mensen nog slechter af geweest dan nu het geval is. En nu weten we wel dat het budget er is. En het CDA zegt ook nog: we gaan naar 2% toe. En wat zegt de PVV? Die zegt: 1,2% van het bruto binnenlands product. Nog minder! Dus u wilt het nog slechter maken in de komende jaren.

De heer Fritsma (PVV):
Voorzitter. Ik heb nieuws voor de heer Van Helvert.

De voorzitter:
Een kort slotwoord voor u.

De heer Fritsma (PVV):
Ja, ik heb nieuws voor de heer Van Helvert. Het gaat er natuurlijk niet alleen om hoeveel geld je hebt. Het gaat er ook om hoe je het besteedt. En daarin heeft het CDA alleen maar gemiskleund. We hebben het gisteren gehad over de JSF, die vliegende Fyra. Dat ding kan niet eens vliegen met onweer. Het is een miskoop. Er zijn honderden gebreken geconstateerd bij dat vliegtuig. Daar gaat 5 miljard naartoe. Naar een miskoop! Dus u kunt wel zeggen: de PVV heeft er iets minder geld voor beschikbaar. Maar dat is niet het punt. Het punt is dat u het geld hélemaal verkeerd besteed heeft. Door u zijn alle militairen ook naar zandbakmissies gestuurd …

De voorzitter:
Een kort slotwoord … Minder kort dan ik had gehoopt.

De heer Fritsma (PVV):
… waar we helemaal niets aan hebben. Het probleem is: u hebt gefaald, u hebt die mensen in de kou laten staan.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik ga de heer Van Helvert het woord geven. Ook kort.

De heer Van Helvert (CDA):
We mogen het natuurlijk oneens zijn. Dat mag, maar we moeten wel de begroting erbij pakken want anders zijn we toch een beetje bezig met borrelpraat. Allereerst is het geld dat we extra geleverd hebben — dus meer dan het dubbele dan wat de PVV wilde leveren — voor het grootste gedeelte naar het personeel gegaan. Daarnaast hebben we geïnvesteerd in de F-35's. Als de PVV het materieel zou mogen kiezen, zou die het moeten doen met, als je het met auto's vergelijkt, naar de winkel gaan en een kleine Toyota kopen. Het CDA wil het beste van het beste als we onze mensen op pad sturen. Dat zijn de Formule 1-auto's. Als u kijkt naar de Formule 1, dan weet u ook dat eer een auto echt een wedstrijd kan rijden, er heel wat dingen fout gaan, maar uiteindelijk heb je dan wel de allersnelste en beste auto. Dat is wat wij ook willen. Op het moment dat wij onze mensen wegsturen met die F-35's zijn die testfases allemaal voorbij, zijn die oefeningen voorbij en zijn die trainingen voorbij. Dan hebben wij het beste vliegtuig voor onze mensen …

De voorzitter:
Dank u wel.

De heer Van Helvert (CDA):
… en niet die kleine tweedehands Toyota die de PVV wilde.

De voorzitter:
Daarmee is de interruptie ten einde. Anders duurt het me te lang als we hele betogen houden.

De heer Fritsma (PVV):
Kan ik hierop reageren of niet?

De voorzitter:
U heeft nog een interruptie. U heeft pas twee interrupties gehad. U kunt een nieuwe interruptie plaatsen. Gaat uw gang.

De heer Fritsma (PVV):
Dan maak ik 'm maar op, voorzitter, want ik heb zelden zo veel onzin gehoord. Echt zelden zo veel onzin gehoord. Hoe haalt u het in uw hoofd om die Fyra, die vliegende Fyra …

De voorzitter:
Ik ga even … Meneer Fritsma. Meneer Fritsma, mag ik even iets zeggen?

De heer Fritsma (PVV):
… die F-35 te vergelijken met een Formule 1-wagen?

De voorzitter:
Als het debat iets verhit — dat is helemaal prima; dat vind ik alleen maar leuk — dan gaat het echt via mij. Nu gaat u "uwen en uwen" tegen elkaar en daar wordt het altijd net een beetje lelijker van. Dus u gaat het allebei weer via mij doen, zeg ik tegen u allebei. Ook tegen u, meneer Van Helvert, want jullie vergeten het ineens en ik ga daar gewoon weer even op letten, zeker wanneer het wat pittiger wordt. Gaat uw gang.

De heer Fritsma (PVV):
Zeker, voorzitter, via u. Dat is ook netjes. De heer Van Helvert kan deze vergelijking toch echt niet maken? Als je het met auto's wilt vergelijken: als de heer Van Helvert een auto koopt die veel duurder is dan afgesproken, veel later wordt geleverd, niet kan rijden met regen en onweer, honderden gebreken heeft, noemt hij dat dan een Formule 1-auto? Laat me niet lachen. U hebt gemiskleund met die JSF. U hebt daar 5 miljard aan weggegooid. En ja, door dat soort verkeerde keuzes te maken, voorzitter, werken militairen nu inderdaad voor het salaris van een vakkenvuller en dat komt door het CDA. Houd toch op met die kinderachtige spelletjes door het op andere partijen af te schuiven. Het komt door u. U heeft die mensen in de kou laten staan. Het zou u sieren om dat te erkennen. Als u dat niet doet, bent u gewoon hypocriet.

De heer Van Helvert (CDA):
Het is prachtige borrelpraat en het klinkt natuurlijk als een klokje. Retorisch is het helemaal op orde, behalve op de inhoud, want het blijkt dat de PVV nog niet de helft wil besteden aan het personeel van Defensie van wat het CDA wil doen. Ze waren dus nog slechter af. Het CDA heeft gezegd: wij willen investeren in Defensie, het extra geld gaat voornamelijk naar personeel en we willen een loongebouw. Het loongebouw is niet af. Daar zijn we boos over. Dat moet lukken. En ja, uiteindelijk moet een gloednieuw hoogtechnologisch ding inderdaad getest worden. Ze vliegen overigens allemaal, dus hoe het gezegd wordt dat die constant nooit kunnen vliegen? Dat is helemaal niet waar. Gaat er weleens wat mis? Ja, er gaan zeker nog dingen mis, maar dat weten we van tevoren. Op het moment dat de eerste F-35 op Leeuwarden aankwam, wisten we dat we nog van alles moesten proberen en dat er dingen goed zouden gaan, maar dat er dingen ook fout zouden gaan. Die moeten nu ook fout gaan, zodat we weten wat we moeten doen als we echt, écht aan de bal moeten zijn. Als u zegt dat de F-35 een slecht toestel is, dan moet u mij in de wereld een toestel noemen dat beter is dan dat, want dat hebben we niet.

De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Karabulut heeft nog twee delen van haar laatste interruptie.

Mevrouw Karabulut (SP):
Je zou bijna vragen: wat zou bijvoorbeeld Gaius Marius Helvetius van die F-35's vinden? Mijn vraag gaat toch even weer over het personeel, toch weer even over de medewerkers die het slachtoffer zijn geworden van chroom-6, giftige stoffen. De staatssecretaris gaf gisteren aan, in antwoord op suggesties die wij en anderen deden, dat ze binnen de wettelijke kaders moest blijven. U vroeg zojuist ook om een juridisch advies of iets dergelijks. Maar wat ik de heer Helvert via u, voorzitter, wil voorleggen is of de heer Van Helvert van mening is dat Defensie, natuurlijk onder verantwoordelijkheid van verschillende bewindspersonen, zich aan de regels heeft gehouden richting deze mensen.

De heer Van Helvert (CDA):
U bedoelt destijds, door blootstelling aan giftige stoffen? Ja. Als je letterlijk gaat kijken, zie je dat de arbeidsvoorwaarden in die tijd nog niet waren vastgelegd. Dat is het nadeel. Maar moreel gezien mag je iemand natuurlijk niet blootstellen aan gif. Maar het punt is dat we niet verder komen als we het juridisch gaan bekijken. Dat is juist wat we niet willen doen. Daarom heeft u de mensen gesproken. Dat heb ik overigens ook gedaan. Ik heb gezegd: wij gaan kijken en proberen of we jullie situatie kunnen afkaderen als een heel bijzonder en speciaal iets, zodat het kabinet niet kan stellen dat er sprake is van precedentwerking. Want op het moment dat we een afgekaderd geheel hebben waar we iets voor kunnen doen, is er geen precedentwerking. Dat is de doelstelling die ik had. Dat heb ik ook gecommuniceerd met de mensen. Dat is ook wat ik nu probeer: het afkaderen.

Mevrouw Karabulut (SP):
Het antwoord is dat Defensie zich niet aan de wettelijke kaders heeft gehouden. Dat is erkend. Defensie heeft zich niet aan de zorgplicht gehouden. Daar zijn excuses voor aangeboden. Daarom vind ik het antwoord van de staatssecretaris wat karig. Ik ben eigenlijk op zoek naar wat u nog concreter kunt maken over wat die afbakening wanneer moet opleveren. Anders is de boodschap op dit moment, of misschien het komende halfjaar of de komende maanden: wij gaan op zoek naar de kaders, want die moeten we toch veranderen, hoewel wij ons er zelf niet aan hebben gehouden. Dan staan de mensen nog steeds met lege handen. Zou de heer Van Helvert zijn verwachtingen, het tijdpad en misschien nog meer details iets concreter kunnen maken richting de bewindspersonen?

De heer Van Helvert (CDA):
Het gevaar is — dat heb ik ook al eerder tegen mevrouw Karabulut gezegd — dat je naar de mensen toe gaat en zegt: het is echt heel slecht wat hier gebeurt; ik ga ervoor zorgen dat u die vergoeding krijgt. Dat heb ik dus niet gedaan. Ik heb tegen de mensen gezegd: ik vind het heel erg wat u overkomen is; ik ga kijken of het mogelijk is om iets te doen. Ik wist namelijk dat het niet een-twee-drie geregeld is. Daarom duurt wat ik doe langer, maar ik ben ervan overtuigd dat ik uiteindelijk wel een stukje verder kom. Maar het duurt wel wat langer. We zullen eerst iets af moeten kaderen en dan pas kun je spreken over of we iets generieks kunnen doen. De SP zegt: jongens, iedereen moet wat krijgen. De SP schrijft daar een mooi boek over, dat ik echt zeer waardeer. Maar dat het boekje mooi is, wil niet zeggen dat de mensen daar sneller mee geholpen zijn. Ik richt me niet zozeer op een mooi boekje. Ik zou liever zeggen "laten we kijken wat haalbaar is; binnen dat haalbare moeten we zorgen dat we zo veel mogelijk oprekken", zodat de mensen er uiteindelijk iets aan hebben. Dat duurt misschien wel iets langer.

Mevrouw Karabulut (SP):
Maar dit was …

De voorzitter:
Nee.

Mevrouw Karabulut (SP):
… mijn vraag niet.

De voorzitter:
Dat weet ik, maar u heeft uw interrupties geplaatst. Bent u klaar met uw betoog, meneer Van Helvert?

De heer Van Helvert (CDA):
Ja. Dank u wel.

De voorzitter:
Prima. Ik schors de vergadering voor tien minuten.

De vergadering wordt van 20.31 uur tot 20.42 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik geef het woord aan mevrouw Karabulut. Zij spreekt namens de SP-fractie.

Mevrouw Karabulut (SP):
Voorzitter. De afgelopen jaren heb ik de eer gehad om namens de fractie van de SP het woord te voeren over internationale politiek en Defensie. Wat elders in de wereld gebeurt, doet ertoe. Wat wij in onze naam elders doen, raakt niet alleen de mensen in die landen ver weg, maar ook ons, hier dichtbij. Vorige week werd mij dat weer eens duidelijk toen ik naar een Nieuwsuur-reportage naar aanleiding van het onderzoek van David Van Reybrouck naar ons koloniale verleden in Indonesië keek. In de onafhankelijkheidsoorlog zijn miljoenen Indonesiërs omgekomen door honger en dorst. Er zijn slachtingen en plunderingen gebeurd in onze naam.

Voorzitter. De Defensiebegroting van dit kabinet baart mij grote zorgen. Ik heb de overtuiging dat niet vredespolitiek en de verdediging tegen mogelijke vijanden centraler zijn komen te staan in de wereld en in onze politiek van de laatste jaren, maar oorlog. In het jargon van vandaag hebben we het dan over "meedoen in het hoogste geweldsspectrum". De beroemde militair strateeg Von Clausewitz noemde oorlog "politiek met andere middelen". Ik ben van het soort dat gelooft in een wereld zonder oorlog, zonder armoede en zonder uitbuiting. Oorlog of deelname aan een oorlog zou het allerlaatste middel moeten zijn waarnaar wij grijpen. Deelt de minister dat?

Wij mogen ons gelukkig prijzen te leven in een democratische rechtsstaat en een democratie die weliswaar onder druk staat, maar ons de vrijheid geeft politiek te bedrijven zonder oorlog en vrede te realiseren. Is dat ook gezien de ervaringen van de afgelopen 75 jaar en de periode van oorlogvoering na de Tweede Wereldoorlog niet wat we nu meer dan ooit zouden moeten nastreven, vraag ik de minister. Geen ministerie van Oorlog, maar een ministerie van Defensie. Geen permanente oorlogvoering, maar stoppen met deelname aan permanente oorlogvoering. Geen nieuwe Koude Oorlogspolitiek, maar ontspanning en de-escalatie. Geen kernbewapening en massavernietiging, maar ontwapening. Graag een reactie.

Voorzitter. Dit brengt mij op de Defensievisie die de minister onlangs heeft gepresenteerd, als nalatenschap. Om direct met de deur in huis te vallen: deelt de minister mijn observatie dat de visie slechts een wilde fantasie is? Een nieuwgekozen Kamer en regering zou niet moeten spreken over 13 miljard tot 17 miljard euro per jaar extra naar bewapening, maar over het loslaten van de 2%-norm zoals de NAVO ons die oplegt. De minister twitterde vandaag dat de helft van Nederland meer geld voor Defensie wil. Het is een afronding naar boven. Het blijkt dat 55% van Nederland géén verhoging van het Defensiebudget wil. Dát is het goede nieuws van vandaag. Kan de minister begrijpen dat niet extra miljarden met als neveneffect het bijdragen aan een wapenwedloop het doel zou moeten zijn, maar dat er nagedacht en gesproken moet worden over wat veiligheid voor ons betekent en dat we op zoek moeten naar een nieuwe veiligheidsarchitectuur? Graag een reactie.

Wereldwijd zijn er het laatste jaar meer dan een miljoen mensen gestorven door covid. Een veelvoud is ernstig ziek. Veel landen zijn ontwricht. Desondanks maken leiders van grote landen zich op voor meer militaire bewapening, nieuwe oorlogen en modernisering van massavernietigingswapens. Deelt de minister de opvatting dat dit de verkeerde prioriteitsstelling is? Sinds maart van dit jaar was de hulp aan de burgermaatschappij, zoals dat wordt genoemd, plotseling nodig als gevolg van covid. Defensie, of de minister, doet eigenlijk een beetje stoer over de geboden inzet. Maar is de minister ook bereid om toe te geven dat deze noodzakelijke inzet moeizaam op gang kwam en dat de derde hoofdtaak van Defensie er misschien maar wat bij bungelt?
Voorzitter. Dat brengt mij op de overige prestaties op het gebied van Defensie van het derde kabinet-Rutte. Ik kom daarbij op personeel. "Personeel op 1" was de belofte. Een van de belangrijkste realisaties is het Defensiematerieelfonds van maar liefst 45 miljard voor de komende vijftien jaar. Voor 2021, komend jaar dus, is 4,6 miljard beschikbaar. Met deze middelen worden dure wapensystemen aangeschaft, om mee te kunnen blijven vechten in het hoogste geweldsspectrum. Het militair-industrieel complex geniet de afgelopen jaren van de wereld en van dit type bewapening. Terwijl het wapenfonds is gevuld, gaat het helemaal niet goed met de Defensieorganisatie. Het personeel om alle bewapeningsprojecten uit te voeren, is er simpelweg niet. De norm voor het vullingspercentage voor militairen is 90%, maar het varieert in de praktijk van 77% tot 78%. Hoe kan dat? Er gaan meer mensen weg dan er binnenkomen. Dat gaat niet over, kennelijk ook niet door de pandemie. Hoe dan?

Dat brengt mij op het tweede personele punt. De vrijheid van meningsuiting van militairen staat onder druk door een vernieuwde aanwijzing, SG A/978 genoemd. Daarover is onder militairen groeiende onrust. De aanwijzing beperkt militairen in hun publicatievrijheid, en in hun contacten met journalisten en volksvertegenwoordigers. Daarmee beperkt het ook ons in contacten met militairen. En voorzitter, ik hoef u, de voorzitter van deze Kamer, niet uit te leggen hoezeer dat noodzakelijk is geweest om een andere belofte af te dwingen, namelijk over transparantie, openheid, eerlijkheid en de waarheid. Gisteren stelde de minister naar aanleiding van de discussie die we hadden in een wetgevingsoverleg, dat de aanwijzing zal vervallen zodra het ministerie van Binnenlandse Zaken een landelijke regeling presenteert. Wanneer is dat precies? De toezegging van gisteren was ook te vaag en de ingediende motie volstrekt onvoldoende. Ik dring erop aan om de aanwijzing per onmiddellijk in te trekken. Ik hoor graag een reactie.

Voorzitter. Een derde punt over personele aangelegenheden. Er moet een generieke schaderegeling komen voor de Defensiewerkers die jarenlang met chroom-6 en vele, vele andere giftige stoffen hebben moeten werken, en voor hun nabestaanden. De staatssecretaris zei gisteren dat alles binnen de wettelijke kaders moest passen. Maar heeft Defensie dan al die decennia gewerkt binnen de wettelijke kaders van de zorgplicht en de toepassing van veilig werken? Is dat dan allemaal binnen de wettelijke kaders gebeurd? Het antwoord is ronduit: nee! De aangeboden excuses en bestaande bureaucratische regeling volstaan niet. Het zieke personeel wordt met dit type uitlatingen getart. Als er geld is voor straaljagers, waarom is er dan geen rechtvaardigheid voor de spuiters, de kantoorwerkers en de arbeiders aan de basis? Ik doe een dringend beroep op de bewindspersonen en eigenlijk op iedereen hier om dit te regelen. Niet alleen "personeel op 1", maar dit gigantische onrecht rechtzetten nu het nog kan.

Dat brengt mij op een tweede belofte en/of prestatie van het kabinet: transparantie op het gebied van Defensie. Ik moet de minister van Defensie een groot compliment geven, want ik moet toegeven dat voor het eerst een zittend minister heeft toegegeven dat er kernwapens in Volkel liggen. Ik zeg dit niet uit blijdschap met de kernwapens, maar uit blijdschap met de transparantie van de minister. Dit is nadrukkelijk een doorbraak. Het is nadrukkelijk een doorbraak in de opstelling van de minister om dat toe te geven, iets dat voor iedereen al jarenlang een publiek geheim was. Er zijn kernwapens op Volkel en de luchtmacht oefent ermee. We zijn nu halverwege met de transparantie. Deelt de minister de opvatting dat dit in strijd is met het non-proliferatieverdrag? Is de minister ook bereid om die reden de Nederlandse deelname aan het vervolg van deze oefening te staken? Is de minister ook bereid een pleidooi te houden voor het tekenen van het internationale Verdrag inzake het verbod op kernwapens?

Voorzitter. Twee weken geleden bracht de Australische krijgsmacht een verbijsterend rapport uit over misdaden gepleegd door twee commando-eenheden. De Nederlandse militair Nikko Norte vertelt naar aanleiding van zijn boek Onvoorspelbaar verleden het verhaal van een Nederlandse militair die onschuldige, ongewapende mensen doodschoot en pas thuis besefte wat hij had gedaan. Hij was er, tot hij thuiskwam, zó van overtuigd geweest dat hij tegen de vijand vocht. Deelt de minister de conclusie dat onderzoek noodzakelijk is naar de Nederlandse geschiedenis in Afghanistan? Ik zou haar willen oproepen om ook op dit punt transparant te zijn.

Dat brengt mij op de zaak-Hawija, het verschrikkelijke bombardement op Hawija, waar transparantie is afgedwongen en waar wij nog steeds op zoek zijn naar de hele waarheid en niets anders dan de waarheid. Inmiddels is een commissie samengesteld die werkt aan een onderzoek daarnaar. Ik weet niet wie die heeft aangesteld, of dat mevrouw Sorgdrager, de minister of iemand anders was. Maar waarom zitten daar twee vertegenwoordigers uit de internationale militaire luchtvaart in die zich positief hebben uitgelaten over de manier waarop Nederland heeft geacteerd in Hawija? Waarom moeten die deel uitmaken van deze commissie? Zijn de objectiviteit en het belang van objectiviteit daarmee gewaarborgd?

Voorzitter. Landmachtonderdelen die inlichtingen verzamelen, dreigingsanalyses maken van binnenlandse gevaren of vijandigheden en bovendien binnenlandse dreigingen bestrijden, gaan hun boekje te buiten. Ik heb het over het LIMC, dat zelfs met een boek van een collega van ons, Jesse Klaver, oefende om de eigen burgers te bespioneren. Het is gestopt. Kan de minister toezeggen dat dit nooit meer gebeurt?

Ik kom tot een afronding, voorzitter. Ik ga weer even terug naar de geschiedenis en het werk Van Reybrouck. Een oude Indonesische ooggetuige die Van Reybrouck sprak, zei in een reactie op de vraag wat hij aan de Nederlanders wilde zeggen: "Ik wil eigenlijk helemaal niks meer zeggen. Bewaak de vrede. Maak geen oorlog. Dat is alles."

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan mevrouw Belhaj van D66.

Mevrouw Belhaj (D66):
Voorzitter. Dit is het laatste begrotingsdebat in deze periode. Een mooi moment om de balans op te maken. Welke route varen wij? Liggen wij op koers of moeten we overstag? Voordat ik daarop inga, richt ik mij eerst op de actualiteit. In een recent krantenartikel in de NRC van afgelopen zaterdag zijn weer nieuwe feiten op tafel gekomen over het bombardement op Hawija. In januari begint de onafhankelijke commissie met haar werkzaamheden. Ik wil vragen aan de minister in welke mate de nieuw gepubliceerde gegevens over de informatiepositie van onder andere Nederland betrokken worden bij dat onafhankelijk onderzoek.

Voorzitter. Vrijdag werd een eerste uitleg naar de Kamer gestuurd over de schokkende activiteiten van het Land Information Manoeuvre Centre (LIMC). Eerlijk gezegd heeft deze beantwoording mij allesbehalve gerustgesteld. De minister schrijft onder meer dat de wet als uitgangspunt wordt genomen. Dat vinden wij heel erg bijzonder. Omdat er een verschil is tussen een uitgangspunt, een richtlijn en een kader heb ik de volgende vragen. Wist de minister af van het bestaan van het LIMC? Zo ja, heeft zij zelf toestemming gegeven voor de activiteiten van het LIMC? Als de minister wist van het bestaan van het LIMC, waarom heeft ze de activiteiten van het LIMC dan nu pas stopgezet, terwijl er geen mandaat en geen verzoek zijn van de civiele diensten? Daarnaast vraag ik mij af waarom er alleen onderzoek gedaan wordt naar de naleving van de AVG en niet naar het buiten de wettelijke taken treden door Defensie. Graag een reactie van de minister.

Voorzitter. Over naar de grote lijnen. Zoals wel vaker is er goed nieuws en slecht nieuws. Laat ik beginnen met het slechte nieuws. De afgelopen jaren worden we met totaal nieuwe dreigingen geconfronteerd. De moderne vijand heeft nieuwe manieren gevonden om ons te misleiden en ons te slim af te zijn. Vaak onverwachts en minder goed zichtbaar, met plots opduikende legermannetjes of online hackend onze systemen in. Met covid is ook onze gezondheid ineens een prominent veiligheidsthema geworden. Nieuwe gevaren op onbekende frontlinies: daar moeten we linksom of rechtsom het antwoord op vinden. Dat brengt me bij het goede nieuws. In heel Europa zien we het belang van samenwerking en eenheid. Iedereen heeft het erover: verschillende opiniemakers, strategen, respectabele adviesraden van de overheid, maar ook bevriende regeringsleiders zoals Angela Merkel en Emmanuel Macron.

Ook valt vandaag in de Clingendael Barometer te lezen dat de meeste Nederlanders anno 2020 naar de Europese Unie kijken voor veiligheid en defensie. 72% van de ondervraagden vindt dat Europa zelfstandig militair moeten kunnen optreden, zonder steun van de Verenigde Staten. Wat ook opvallend is — dat kan ik mijn collega's aanbevelen — is wat de verschillende achterbannen van de verschillende politieke partijen daarover aangeven. Zelfs 58% van de SGP vindt dat een goed idee, 60% van de PVV, 57% van — die zijn er nu niet — Forum voor Democratie, 80% van het CDA. Dat belooft heel wat voor de komende jaren.

Voorzitter. Het maakt me dan ook trots dat ik twee jaar geleden precies over dit onderwerp een initiatiefnota schreef. Dan is het mooi om te zien dat er inmiddels consensus is ontstaan over strategische autonomie en geopolitieke onafhankelijkheid: geen speelveld zijn maar speler. In binnen- en buitenland roept men van links tot rechts: de Europese Unie moet haar militaire rug rechten. Dat is goed nieuws. Iedereen begrijpt: die nieuwe dreigingen zijn zo groot, zo divers en zo gecompliceerd, die kunnen we alleen het hoofd bieden als we in Europa samenwerken en alles en iedereen erbij betrekken. D66 is ervan overtuigd dat Nederland de komende jaren mee moet gaan in deze Europese trend en niet het land moet blijven van "'n beetje". Van "een beetje nieuw materieel, een beetje nieuw personeel, een beetje bijdragen aan een missie". Natuurlijk zijn er stappen gezet, en ik wil mijn waardering uitspreken voor het harde werk van deze twee bewindslieden en hun streven om de basis op orde te krijgen. Er wordt vaak gesproken over moeilijke keuzes. Kiezen we voor vastgoed of toch voor het materieel? Je kan immers niet alles aanpakken. Toch krijg ik niet de indruk dat er echt moeilijke keuzes zijn gemaakt. Alles bleef wel een beetje bij een beetje. Defensie is als het ware een oorlogsschip dat bovendeks drones bewapent maar onderdeks nog bezig is met het updaten van Windows XP.

Voorzitter. Iedereen kijkt dan ook reikhalzend uit naar de Defensievisie 2035. Daar zou dan de strategie worden bepaald, daar kwam die uitgestippelde route, die visie voor een uitgebalanceerde krijgsmacht. Maar kunnen we van een visie spreken als er geen keiharde keuzes worden gemaakt? Laten we eerlijk zijn: die harde keuzes komen op het bordje van een volgende minister of staatssecretaris. Ik heb dan ook twee vragen daarover. Is de minister het met mij eens dat deze visie een alles-in-éénpakket is en geen harde keuzes maakt voor de toekomstige krijgsmacht? Kan de minister vandaag toelichten welke keuzes zij het liefst zou willen maken op basis van deze visie, zonder dat 13 of 17 miljard — wellicht kan zij wel bedragen noemen — erbij komt?

Voorzitter. Ik wil graag een quote gebruiken van militair historicus en oud-docent van mij, Christ Klep. Wat hij in de krant zei over de Defensievisie was heel treffend: "Het probleem is dat alles daarin wordt gezien als dreiging. Hoe kun je dan focussen? Het ministerie van Defensie is als een olietanker, zonder het maken van keuzes is het stuurloos". De Defensievisie rept inderdaad over ongelooflijk veel dreigingen. Eén voor één problemen die op ons afkomen en waar de krijgsmacht zich op zou moeten richten. Met tien inrichtingsprincipes lijkt de Defensievisie overal een oplossing voor te hebben en spreekt het van én-én-én. We gaan alles doen.

Voorzitter. De omschreven dreigingen zijn ongetwijfeld waar, maar de vraag is hoe realistisch het dan is dat Nederland al deze dreigingen zelf kan bestrijden. Ligt het met een kleine krijgsmacht ingebed in twee machtige bondgenootschappen, namelijk de Europese Unie en de NAVO, niet voor de hand om te vragen welke keuzes de krijgsmacht moet maken? Waar gaan we het komende decennium bijvoorbeeld níét in investeren? En bij welke dreigingen kan Nederland de meeste meerwaarde leveren voor het Gemeenschappelijke Veiligheids- en Defensiebeleid van de Europese Unie? Graag een reactie van de minister.

Voorzitter. In de Defensievisie staat ook dat we nadrukkelijk inzetten op een Europa, en dus ook een EU, dat verantwoordelijkheid neemt, ook op het militaire vlak. Zoals ik eerder al zei, is het duidelijk dat bijna alle Europese landen voor Europese defensiesamenwerking hebben gekozen. Europese samenwerking op defensie staat plots ook in bijna alle verkiezingsprogramma's die in dit huis te vinden zijn. Dat is een goede eerste stap. Ik wil iedereen daar dan ook mee feliciteren.

Dat brengt ons logischerwijs bij de volgende keuzes. Welke taakspecialisatie past het beste bij Nederland? Waar moet Nederland zich volgens de minister het komende decennium in specialiseren? Welke defensietakken zou de minister willen afstoten en door andere bondgenoten willen laten uitvoeren? Als je zo naar de krijgsmacht kijkt, worden moeilijke keuzes ineens een stuk makkelijker. Verregaande samenwerking met Europese bondgenoten betekent dat je niet alles meer in je eentje hoeft te doen, of een beetje hoeft te doen. Je staat schouder aan schouder, je verdeelt de taken en je splitst de kosten. Het is een soort going Dutch. Is de minister het met mij eens dat verregaande Europese samenwerking op alle defensieterreinen een groot aantal tekorten en problemen van de Nederlandse krijgsmacht zal oplossen? Zo niet, waarom niet?

In een periode waarin de krijgsmacht grondig gerenoveerd wordt, komt de consensus voor Europese eenheid als geroepen. We staan nu op een tweesprong: óf we blijven klein en nationaal denken en we doen van alles een beetje, óf we zetten die nationale bril af en grijpen deze uitgestoken Europese hand aan. Met andere woorden, blijven we dobberen in Amerikaans water, of gaan we overstag richting die ferme Europese wind?

De voorzitter:
Er is een vraag voor u van de heer Van den Nieuwenhuijzen.

De heer Van den Nieuwenhuijzen (GroenLinks):
Dat was een pleidooi naar mijn hart: keuzes maken en samenwerken in Europa. Ik denk dat u de minister terecht vraagt welke keuzes daarbij horen. Misschien schaart u zich ook achter mijn oproep van "zorg nou dat er een strategische verkenning is van de keuzes die we voor de volgende formatie kunnen maken." Heeft u zelf ook ideeën over waar we wel en vooral ook niet voor zouden moeten gaan? Waar is Nederland sterk in? Heeft u daar zelf ook een beeld bij?

Mevrouw Belhaj (D66):
Ja, daar heb ik zeker over nagedacht. Misschien komt er ook nog een motie in de tweede termijn. Ik kwam eigenlijk tot de volgende conclusie. Het is niet moeilijk om te zeggen "we kiezen voor de marine" of "we kiezen voor de luchtmacht", maar het is de vraag of het verstandig is om dat op een eendimensionale manier zo neer te leggen als je niet van tevoren goed hebt bepaald in welke bondgenootschap je andere dingen kunt neerleggen. Als je dat in je eentje besluit en niet hebt afgestemd, of als bijvoorbeeld blijkt dat je je gaat focussen op iets waar tien andere landen zich ook op gaan focussen, dan komt dat aardig over, maar dan is dat niet slim. Daarom wil ik hier niet Commandant der Strijdkrachten spelen. Daarmee bedoel ik niet dat hij dat speelt, maar ik bedoel dat ik dat zou spelen als politica. Ik wil dat overlaten aan degenen die daar verstand van hebben. Ik stel daarom nu ook die vraag aan de minister, want wellicht kun je op basis van alles wat er nu ligt wel zeggen welke keuzes je maakt. Het gaat dan om de vraag welke dreiging je realistisch gezien het beste kunt adresseren en in welk samenwerkingsverband je dat kunt doen. Daar vloeit dan vanzelf uit voort dat je misschien vliegtuigen of schepen nodig hebt. Het kan ook zijn dat je voor het adresseren van een dreiging verschillende elementen nodig hebt.

De heer Van den Nieuwenhuijzen (GroenLinks):
Ja, dat klopt. Ik kan u verzekeren dat het niet zo heel makkelijk is om die keuzes te maken. Het is echt wel een doorwrocht werkje om tot die keuzes te komen. Ik heb u daarin een stukje proberen mee te nemen in mijn termijn. Ik denk dat ik u vooral wil uitnodigen om mijn pleidooi te steunen om tot die strategische opties te komen en ook deze bewindspersonen daartoe op te roepen. Dan hebben we ook echt voor de formatie die keuzes en kunnen we met een mandje onder de arm met die bondgenoten gaan praten. Dan kunnen we in Europa de boer op en kunnen we zeggen: "Hier zijn wij goed in. Hier zijn wij sterk in. Dit kunnen we binnen bondgenootschappen. Dit moeten we in het Caribisch gebied. Laten we met elkaar in gesprek gaan over de vraag hoe we elkaar kunnen versterken." Volgens mij zijn er hier meer partijen die daartoe oproepen. Volgens mij is uw pleidooi daartoe tot nu toe het meest vergaand. Laten we dus proberen om voor de formatie die opties op tafel te hebben en daar samen in op te trekken.

Mevrouw Belhaj (D66):
Dat is een hele aardige uitnodiging. Ik zou daarop willen reageren met een uitnodiging aan de heer Van den Nieuwenhuijzen om niet als Commandant der Strijdkrachten te gaan handelen. "Met een mandje" klinkt natuurlijk heel schattig. Ik heb helaas de nieuwe notitie van GroenLinks nog niet gelezen, maar ik denk dat het begint met de vragen die ik net aan de minister stelde. Dat is een hele belangrijke basis. Welke van alle dreigingen denk je te kunnen adresseren? Wat heb je daarvoor nodig? Is het realistisch dat je het hebt of zijn er andere landen die dat kunnen doen? En als je dat overzicht hebt, vloeit daar vanzelf uit voort waar je op moet focussen? Dat lijkt me voor een krijgsmacht ook vele malen prettiger dan dat ze denken: ja, maar die Belhaj is heel erg pro marine; logisch dat zij zegt dat die marine vooral moet blijven. Dat moeten we volgens mij vermijden. Maar laten we kijken wat de minister erover zegt, en dan is samenwerken altijd goed.

De heer Van den Nieuwenhuijzen (GroenLinks):
Een mandje is niet zo heel schattig; het is vooral redeneren vanuit eigen kracht. En volgens mij is dat iets wat Nederland heel goed kan. We hebben heel veel kracht en heel veel sterkte en we hebben een sterke marinetraditie. Volgens mij zijn we ook ontzettend goed op cyber en kunnen we dus ook keuzes maken vanuit kracht in plaats van schattigheid.

Mevrouw Belhaj (D66):
Zeker, hoewel schattigheid ook een functie kan hebben. Maar als je die keuzes maakt zonder de juiste keuze te maken voor de dreiging die je wilt adresseren, kan het zo zijn dat je de keuzes met alle goede bedoelingen maakt maar uiteindelijk niet tegemoetkomt aan het adresseren van die dreigingen.

Voorzitter. Ik was gebleven bij het volgende. Dat is de grote keuze die voor ons ligt: dus kiezen voor die ferme Europese wind in plaats van het dobberen in de Amerikaanse wateren. Maar wat kunnen we vandaag al doen om die nieuwe koers scherp aan te snijden? Er worden inmiddels al grote stappen gezet in de Europese Unie. Met de Europese vredesfaciliteit hebben we het budget voor operationele acties en kan er dus echt wat in gang gezet worden. De Hoge Vertegenwoordiger is inmiddels volwaardig lid van de Europese Commissie en heeft daardoor een stuk meer politieke slagkracht. Daarnaast wordt er ook hard gewerkt aan het strategisch kompas. Dit instrument zal de rode draad vormen voor het Europese veiligheidsbeleid en zal de coherentie en de synergie tussen de verschillende initiatieven verstevigen.

De voorzitter:
Er is een vraag voor u van de heer Van Helvert.

De heer Van Helvert (CDA):
Ja, nog heel even over die Europese samenwerking. U zegt dat u daar heel blij mee bent. U noemde ook de achterbannen van verschillende partijen die voor meer zelfstandig optreden van Europa zijn, zonder de Verenigde Staten. Bij vrijwel elke missie die we nu doen, of het nu binnen Europa is of aan de randen van Europa of in Afghanistan of Irak, geldt dat we de grotere missies allemaal samen doen met de Verenigde Staten. We zijn met de commissie op bezoek geweest in Afghanistan. Daar zegt het Nederlandse leger heel duidelijk: dit kunnen we nooit zonder de inzet van de Verenigde Staten. Dus als we dat alleen willen gaan doen, dan zullen we dat veel sterker moeten doen. Dan zullen we daar zelf iets meer moeten doen dan wat de Verenigde Staten nu doen.

De voorzitter:
En uw vraag is?

De heer Van Helvert (CDA):
Als ik dan kijk naar het verkiezingsprogramma van D66, dan zegt D66: wij willen naar het Europees gemiddelde. Dat betitelt D66 zelf als 1,43%.

Mevrouw Belhaj (D66):
Dat was …

De heer Van Helvert (CDA):
Dat is iets minder dan nu.

De voorzitter:
En uw vraag? Kom.

De heer Van Helvert (CDA):
Dan is mijn vraag: hoe kunnen we zonder de Verenigde Staten optreden, dus overnemen wat de Verenigde Staten doen, als D66 nog minder dan nu aan Defensie wil uitgeven?

Mevrouw Belhaj (D66):
D66 heeft een interne ledendemocratie. Dat betekent dat de leden het laatste woord hebben. Er zijn 1.000 amendementen ingediend op het afgelopen congres. Dat is echt fantastisch om te zien. Wij geven leden de kans om invloed uit te oefenen. Daar is ook uitgekomen dat het benoemen van die 1,43% eigenlijk een soort omissie is, want een Europees gemiddelde kan veranderen. Wat wij zeggen, en wat we de vorige keer ook hebben gezegd, is: streef in ieder geval naar het Europese defensiegemiddelde. Punt.

De heer Van Helvert (CDA):
Dat is fijn. Ik ken de partijdemocratie. Het is ook heel logisch dat er met amendementen nog van alles kan veranderen. Dat juich ik alleen maar toe; dat hebben wij ook. Maar dan nog. Als we dus de hele taak van de Verenigde Staten over willen nemen, dus alles wat zij nu doen op missies, dan zullen we echt wel iets meer moeten doen dan een Europees gemiddelde. Dat wil namelijk zeggen dat we dan ongeveer doen wat Europa nu al doet, en Europa doet nu eigenlijk vrijwel alles met hulp van de Verenigde Staten. Hoe kunt u er dus voor pleiten dat we zonder de Verenigde Staten moeten gaan opereren, terwijl we dan gewoon aan Defensie blijven uitgeven wat we nu uitgeven?

Mevrouw Belhaj (D66):
Ja, dat is een hele goede vraag van de heer Van Helvert. Maar wat ik nou altijd fascinerend vind, is die selectieve gehorigheid. En dat is een beetje jammer, want je hoopt na een paar jaar dat het een beetje ophoudt. Als ik zeg "Europese krijgsmacht" of "Europese defensiesamenwerking", dan zijn er altijd mensen zoals u, die horen "Dat moeten we dan zonder de Amerikanen doen". Dat heb ik niet gezegd. Ik heb duidelijk aangegeven dat je de NAVO blijft hebben, maar dat het ook duidelijk is dat het onzinnig is om als nationale landen binnen de Europese Unie allemaal hetzelfde te blijven doen, allemaal te veel geld uit te blijven geven aan dezelfde soort aanloopkosten bij ontwikkeling en allemaal zo stom te zijn om kleine missies te doen omdat je krijgsmacht te klein is. De kracht zit in gezamenlijke missies, een gezamenlijk budget in de Europese Unie, daar gezamenlijk over kunnen spreken en gezamenlijk een vuist kunnen maken naar al die grootmachten waarover u regelmatig vanuit uw buitenlandwoordvoerderschap spreekt. Daar gaat het over. Als je zegt dat je ergens sterker in wilt worden, betekent dat niet per se dat je ergens zwakker in wilt worden. Zo werkt het in mijn wereld niet. De taart wordt groter. Hij hoeft niet kleiner te worden.

De voorzitter:
Meneer Van Helvert, tot slot.

De heer Van Helvert (CDA):
Dan begrijp ik het goed. Ik was wel even afgeleid omdat u juist zo enorm inzette op … U noemde alle partijen en de achterbannen die graag zonder de Verenigde Staten willen gaan optreden. Toen dacht ik: oké, mooi, maar wat is dan de inzet van D66? Die is nu helder. Het mag ook mét de Verenigde Staten. Ik denk dat dat ook heel mooi zou zijn. Het CDA denkt dat je juist met de Europese landen en de Verenigde Staten versterkt op zou kunnen treden.

Mevrouw Belhaj (D66):
Ja, dat is duidelijk. De stelling van het Clingendaelrapport was inderdaad dat Europa in staat moet zijn om zelfstandig militair op te treden, zonder steun van de Verenigde Staten. Er staat duidelijk "moet in staat kunnen zijn". Dat is op dit moment niet aan de orde, maar gelukkig worden er hele goede stappen gemaakt, gelukkig ook met steun van veel politieke partijen, nationaal in dit parlement, maar dan vertegenwoordigd in de Europese fracties.

Voorzitter. Ik was gebleven bij het kompas. Dat is nog niet af. Dat maakt het lastig om de juiste koers te varen. Ik heb twee vragen aan de minister. Hoe gaat de minister voor meer coherentie en synergie zorgen voordat het strategisch kompas af is? Wat is de visie van de minister op het strategisch kompas en hoe vertaalt zij die naar de Nederlandse inzet bij de aankomende strategische dialoog?

Voorzitter, ik rond af. Onze krijgsmacht verdient harde keuzes; vooral onze mensen verdienen dat. Alleen zo komen we tot een gespecialiseerde, uitgebalanceerde krijgsmacht, als deel van het grotere Europese team. Stap dus af van een beetje doen in Nederland en ga voor iets helemaal doen in Europa. Ik heb het gisteren uitgebreid over Rotterdam gehad, dus ik kan nu gerust een gevierd Amsterdams filosoof aanhalen. Die stelde ooit een simpele vraag. Wat heb je liever? Een goed elftal of elf goede eentallen? Volgens mij weten we allemaal wat het antwoord is.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Kerstens van de Partij van de Arbeid.

De heer Kerstens (PvdA):
Voorzitter, dank u wel. Het is de tweede keer deze week dat we in de Kamer over Defensie praten, en het is nog maar dinsdag. Gisteren hadden we het wetgevingsoverleg en vandaag en donderdag de begrotingsbehandeling. Dat wetgevingsoverleg stond wat mij betreft vooral in het teken van de mensen van Defensie, want dat verdienen zij en dat is ook hard nodig. Het motto "de mensen op 1" waarmee je in het begin van deze kabinetsperiode nog werd doodgegooid en wat je nu bijna niet meer hoort, is wat mij betreft nog steeds van kracht. De mensen zijn namelijk het kapitaal van Defensie. De mannen en vrouwen van onze krijgsmacht staan in Nederland en ook elders in de wereld, soms met gevaar voor eigen leven, pal voor onze veiligheid, onze vrijheid en voor die van onze kinderen. Zij verdienen daar meer waardering voor, om te beginnen van hun eigen werkgever. Ook gisteren heb ik daar weer een aantal concrete voorstellen voor gedaan. Die voorstellen deed ik voor de mensen die nu bij Defensie werken als het gaat om het betere loongebouw, dat er echt moet komen, en voor mensen die bij Defensie hebben gewerkt, van de chroom-6-slachtoffers die nog steeds wachten op gerechtigheid tot de gepensioneerde militairen die tot hun AOW soms duizenden euro's mislopen.

Vandaag doe ik daar twee voorstellen op personeelsgebied bij. Het eerste voorstel is om een masterplan personeel te ontwikkelen. Ik heb het daar al eerder over gehad. Welke mensen moeten we wanneer, waar en in welke aantallen hebben? Hoe halen we ze binnen en hoe houden we ze binnen? Hoe en in welk tempo groeien we naar de gewenste situatie toe en welke financiële middelen hebben we daarvoor nodig en zijn beschikbaar? Ik denk dat er echt behoefte is aan één plan waarin Defensie haar visie op personeelsgebied uiteenzet en aangeeft hoe ze daar invulling aan wil geven. Dat doet meer recht aan het grote strategische belang van het vraagstuk waarover we eigenlijk al deze hele kabinetsperiode met elkaar praten. Het biedt de gelegenheid om focus aan te brengen, om meerjarenbeleid vorm te geven en om hier in de Kamer zinvoller met elkaar in gesprek te gaan over de voortgang ervan. Wat het vooral ook doet, is perspectief bieden aan de mensen en aan hun organisatie. Graag een reactie van de staatssecretaris.

Het tweede voorstel, voorzitter. Op aandringen van de Partij van de Arbeid trekt het kabinet 300 miljoen euro uit voor een zogenaamde werkgarantie voor mensen die door de coronacrisis hun werk, hun baan kwijtraken; een werkgarantie zodat ze niet werkloos worden met alle ellende van dien, maar geholpen worden naar een sector waar wél werk is. Defensie is zo'n sector. We hoorden gisteren dat Defensie ook al benaderd wordt door bedrijven en sectoren. Ik zou graag zien dat Defensie vooraan staat bij die zak geld, natuurlijk, maar vooral bij het met open armen verwelkomen van nieuwe mensen. Heeft Defensie daarvoor al een concreet plan, is mijn vraag. Zo nee, hoe snel kan dat er dan liggen? Want deze kans moeten we volgens mij niet voorbij willen laten gaan.

Voorzitter. Dan de visie op Defensie: lang verwacht en niet gekomen. Dat is toch de teneur van heel wat commentaren, zo links en rechts. Vanaf het begin van deze kabinetsperiode was de herijking van de visie aangekondigd, maar ik zie niet waar die herijking nou precies uit bestaat; en ik niet alleen. Met alle waardering voor alle mensen van Defensie die daar hard aan hebben gewerkt — ik deel hun dreigings- en probleemanalyses — keuzes maakt de minister niet. Ik heb het niet geteld, maar ik heb zomaar het idee dat de zinsnede "het volgende kabinet" de zinsnede is die in dit stuk wel het meest voorkomt. Het is wat dat betreft wel een beetje het "de mensen op 1" uit de Defensienota van een paar jaren terug.

Voorzitter. Sommigen hebben het een grabbelton genoemd en anderen een wensenlijstje. Mij doet het vooral denken aan de eerste keer dat ik mijn zoontje vroeg om een verlanglijstje te maken. Wat ik die avond in zijn schoen aantrof, was eigenlijk de hele Intertoysfolder. Hij is nu trouwens 8 en heeft gezegd dat dit het laatste jaar is dat hij nog in Sinterklaas gelooft. Wat is er nou echt nieuw aan deze visie, vraag ik de minister. In hoeverre is die ook afgestemd met het ministerie van Buitenlandse Zaken? Want voor de Partij van de Arbeid is die samenwerking heel erg belangrijk. Welke keuzes worden er nu echt gemaakt en welke echte keuzes zijn er in de afgelopen periode gemaakt? Of was het toch vooral een beetje op de winkel passen en af en toe hier in het parlement komen uitleggen wat er nou weer was misgegaan en waarom?

Voorzitter, ik ga richting afronding. Daarbij heb ik nog twee punten. Begin november bracht de Veteranenombudsman opnieuw de monitor klachtbehandeling Defensie uit. Opnieuw veegt hij daarin — dat zijn mijn woorden — de vloer aan met hoe klachten bij Defensie worden afgehandeld. Defensie zakt na alle eerdere excuses en beloftes na eerdere brieven van de ombudsman, eigenlijk op elk vlak, zegt diezelfde ombudsman. Zijn conclusie is dat de hoogste leiding van Defensie nu echt onvoorwaardelijk moet kiezen voor een professionele klachtbehandeling die mensen en hun klachten serieus neemt, waarbij wordt geprobeerd om het probleem op te lossen en niet om een strijd te winnen. En wat doet de minister? Zij schrijft de ombudsman een kort briefje waarin ze zegt dat ze de jongste bediende langsstuurt. Dat kan écht niet! Dit herhaalde signaal van wat op dit vlak in Nederland toch dé autoriteit is, moet de minister wat de PvdA betreft serieuzer nemen. Hoe gaat ze dat doen?

Ten slotte, voorzitter, de manier waarop invulling wordt gegeven aan de regeling voor weduwen en kinderen van mannen die destijds door het Nederlandse leger standrechtelijk zijn geëxecuteerd bij de strijd voor de onafhankelijkheid van Indonesië. Nu het zoveel jaar heeft geduurd voordat er überhaupt een regeling kwam en nu die regeling zelf voorziet in een schamel geldbedrag van €5.000 dat het verlies van je man of vader bij lange na natuurlijk niet kan goedmaken, kunnen wij blijkbaar niks anders verzinnen dan uiteindelijk feitelijk zowat alle rechthebbenden op die vergoeding, dat recht te ontzeggen, omdat ze te laat zijn of omdat hun verzoek niet binnen een redelijke termijn is ingediend. Dat gaat wel zo tegen mijn rechtvaardigheidsgevoel in dat ik de minister oproep om die regeling samen met haar collega van Buitenlandse Zaken aan te passen. We moeten ons schamen als na al die tijd, zo is de situatie nu, maar drie kinderen wier vader soms voor hun ogen is afgeslacht, voor die uitkering in aanmerking komen. Doe daar wat aan, zeg ik tegen de minister.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu graag het woord aan de heer Voordewind van de ChristenUnie.

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Dank u wel, voorzitter. Er is nog niet aan gerefereerd door anderen volgens mij, maar we staan er dit jaar nog steeds bij stil dat het 75 jaar geleden is dat wij bevrijd werden. We hebben daar hier en daar natuurlijk wel aandacht aan besteed, de bewindslieden zeker, maar ik sta er nog een keer bij stil omdat het niet vanzelfsprekend is. We zien vrede en veiligheid ook op tal van plaatsen op de wereld onder druk staan. Ik lees net dat er in Trier, in West-Duitsland, een aanslag is gepleegd door een bestuurder van een auto die op voetgangers is ingereden. We weten niet precies of dat nou een terroristische aanslag is geweest of niet, maar het is in ieder geval gruwelijk. En we weten van andere terroristische aanslagen in Europa. We hebben natuurlijk een gruwelijke oorlog in Nagorno-Karabach en omliggende provincies gezien, van een NAVO-bondgenoot die daar actief bij betrokken was. We hebben eerder ook bij de Buitenlandse Zakenbegroting uitgebreid met elkaar gesproken over hoe dit nou kan gebeuren binnen een militair bondgenootschap, waar we toch staan voor waarden als vrijheid en respect voor elkaar. Op dat punt zou ik de minister nog willen vragen of zij erop aan wil dringen dat Azeri's in ieder geval de krijgsgevangenen willen vrijgeven aan Armenië, want ik begrijp dat die nog steeds worden vastgehouden, terwijl dat niet in overeenstemming is met de overeenkomst die gesloten is. Kan de minister daarop reageren?

Voorzitter. Die dreigingen zijn er. Tegelijkertijd zien we dat Defensie er de afgelopen vier jaar gelukkig meer geld bij krijgt. Deze bewindslieden hebben er ook goed gebruik van gemaakt, om in ieder geval te investeren in materieel. Er is een Defensiematerieelbegrotingsfonds van start gegaan. Mevrouw Belhaj en ik hebben daartoe het initiatief genomen, en de bewindslieden hebben daar een wet voor ingediend. Dat geeft in ieder geval rust voor de komende jaren om structureel fatsoenlijk te investeren in materieel. Tegelijkertijd zien we dat de gereedheid nog niet hersteld is. Defensie is nog steeds niet in staat om de eerste grondwettelijke hoofdtaak te vervullen, namelijk de verdediging van ons eigen grondgebied. Cruciaal daarbij — en ik zeg het nog een keer: cruciaal — is: investeren in personeel. Met name sta ik vanavond stil bij het gebrek aan gespecialiseerd personeel. De stand van zaken met betrekking tot ons militair apparaat wordt steeds gecompliceerder, de wapens worden gecompliceerder. Dat vereist ook veel meer van ons personeel. En we zien dat we op dit moment aankijken tegen zelfs om en nabij ruim 9.000 vacatures. Daarbij helpt covid natuurlijk ook niet, dat begrijp ik. Dit wordt ook aangehaald door de staatssecretaris. Maar we kijken tegen een heel groot gat aan, terwijl de nood zo groot is in de wereld. Het personeelsgebrek blijft misschien wel het grootste probleem bij Defensie. Want wat hebben we aan heel veel materieel als we straks geen goed personeel hebben? Zonder mensen heb je niets aan dat hele mooie materieel. Er gaan nog steeds meer mensen uit dan dat erin komen. Ik geloof dat mevrouw Karabulut dat ook zei.

Defensie heeft voldoende expertise in huis, maar hebben we voldoende expertise in huis om zelfs de onderzeeboten die we willen aanschaffen goed voor te bereiden? Bij bedrijven is het nog weleens gewenst, en wordt het soms ook wel gedaan, om mensen weg te kopen. Overweegt Defensie om goed personeel weg te kopen bij het bedrijfsleven? Er zijn scheepswerven die personeel moeten afstoten. Wordt daar ook naar gekeken? En het is al eerder genoemd, ik geloof door collega Van Helvert, dat we een nieuw loongebouw gepresenteerd zouden krijgen, per 1 juli. Hoe staat het daarmee? Er is arbitrage aan te pas gekomen. We hebben het echt hard nodig om tot dat nieuwe loongebouw te komen. Als we horen van majoor Van Leeuwen dat sergeanten zelfs op de armoedegrens zitten, dan moeten we echt goed gaan kijken naar het nieuwe loongebouw. Want we moeten een sterk defensieapparaat hebben, maar dat moet dan ook recht doen aan een verantwoord loongebouw. Ik vraag de staatssecretaris: wanneer komt nou dat beloofde loongebouw? Moeten er misschien niet nog meer middelen worden ingezet om voldoende gekwalificeerd personeel te krijgen? Ik hoor graag een reactie van de staatssecretaris op dat punt.

Voorzitter. Dan het materieel, de onderzeeërs. Jammer dat het kabinet heeft besloten — ik begrijp best de procedurele redenen hiervoor — dat we in deze kabinetsperiode niet meer kunnen besluiten over de nieuwe onderzeeërs. Dat laat het kabinet over aan een volgend kabinet. Ik wil hier nog een keer benadrukken dat Nederlandse kennis en kunde en de Nederlandse industrie zo veel mogelijk betrokken zouden moeten worden bij een besluit. Ik hoop echt dat er snel een besluit zal zijn. Het zou heel mooi zijn voor de provincie Zeeland als we dat kunnen laten bouwen in Vlissingen.

Maar het strategische belang van het behouden van die kennis en kunde in Nederland is misschien nog wel belangrijker. Daarom sluit ik me graag aan bij de woorden die de heer Stoffer nog gaat uitspreken. Dat weet hij zelf misschien nog niet, maar hij zal ongetwijfeld ook een aantal dingen zeggen over het strategische belang van het aanschaffen van de onderzeeërs.

Voorzitter. Dan — ik kijk even naar de klok — de Defensievisie. Ik ben heel blij dat de bewindslieden de Defensievisie 2035 hebben gepresenteerd. Complimenten voor die doorkijk naar zo veel jaren in de toekomst. Er wordt stilgestaan bij wat we precies nodig hebben, willen we een verantwoord defensieapparaat hebben, ook in de nieuwe verhouding met Amerika waar we inmiddels mee zitten. Ik constateer wel dat de NAVO constateert dat er in Nederland nog het een en ander ontbreekt op het gebied van de slagkracht en de operationele ondersteuning. Concreet vraagt de NAVO om een volwaardig gemechaniseerde brigade. Hoe staat het daarmee?

Ten slotte, voorzitter, het radarstation Herwijnen. Wij hechten er als fractie groot belang aan dat er goed geluisterd wordt naar de wensen en dat er goed gekeken wordt naar de gezondheid van de mensen in Herwijnen. Wij hebben in het vorige debat een motie ingediend — meneer Van Helvert heeft daartoe het voortouw genomen — om nog eens te kijken naar de alternatieven, niet alleen als het gaat om de gezondheid maar ook als het gaat om de hoogte van de radar. Ik wacht de reactie van de staatssecretaris op dat punt af.

Voorzitter, dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan de heer Stoffer van de SGP, over de onderzeeërs.

De heer Stoffer (SGP):
Ja, voorzitter, de lat is wel hoog gelegd. Maar goed, laat ik twee dingen doen voordat ik begin met mijn tekst. Het eerste. Ik heb net als de heer Van Nieuwenhuijzen iets recht te zetten: het moest Francien de Zeeuw zijn. Dat wordt het fregat, begrijp ik. Dat lijkt me best wel goed. Dan verzinnen we een andere naam, meneer Van Nieuwenhuijzen, voor die onderzeeboot. Dan heb ik gelijk recht gedaan aan wat de heer Voordewind zei. Ik heb iets over onderzeeboten gezegd, maar daar laat ik het ook bij, want gisteravond was wel genoeg. Er komt een mooie motie aan. Die gaan we dinsdag in stemming brengen. Die heeft u medeondertekend, meneer Voordewind, dus volgens mij komt dat helemaal goed.

Voorzitter. Ik heb maar heel weinig tijd, dus ik ga gelijk over naar de rest van mijn tekst, anders komt dat niet goed. Daar staat het volgende. Niet alleen mensen — ik had het natuurlijk zojuist ook over mensen — maar ook jachtvliegtuigen worden vaak ingedeeld in generaties. Die eerste generatie, van rond de Tweede Wereldoorlog, was gewoon de langzaamste. De tweede generatie was nog weinig geavanceerd, maar al wel supersonisch. En de derde en de vierde generatie, waaronder de F-16, werden steeds slimmer en effectiever. Inmiddels zijn we aanbeland bij de vijfde generatie jachtvliegtuigen. Die zitten vol met allerlei technologie, maar het mooie is ook dat de F-35 inmiddels in eigen land op missie is. Dus ja, ik ben gewoon trots op die F-35 — dat wil ik hier nog wel een keer zeggen — net als op die onderzeeboten die eraan komen. Er wordt zelfs al gesproken over een zesde generatie, slim en digitaal, waarbij zelfs een bemanning optioneel is. Ik zou er nog veel meer over kunnen zeggen, maar daar laat ik het bij.

Voorzitter. Ik wil het hebben over de Defensievisie 2035. Ik noemde zojuist de voorbeelden van die jachtvliegtuigen, omdat het symboliseert hoe hard Defensie moet lopen om bij de tijd te blijven. Juist op die uitdaging formuleert de Defensievisie 2035 het antwoord. De visie zegt wat er nodig is: een slimme, technologische, hoogwaardige en gespecialiseerde defensie. Maar daarna komt natuurlijk de vraag hoe we dat doen, hoe we dat realiseren. Die visie — het zit natuurlijk ook in de naam — zegt daar niet al teveel over, maar mijn vraag is wel: wanneer komt er een soort van uitvoeringsverhaal? Want met discussies en intenties kunnen we elkaar heel lang bezighouden, maar daar winnen we geen oorlog mee. Dus graag ook een antwoord op wat de vervolgstappen zijn.

Wat mij betreft begint dat ook bij het budget. Dan zou ik zeggen: laat Nederland een voorbeeld nemen aan Zweden, want dat land was zo verstandig om recent het defensiebudget met 40% te verhogen. Niet gek, als je kijkt naar de veiligheidsdreigingen en de impact van COVID-19. Ook vele Europese NAVO-landen gaan Nederland voor. Moet Nederland daarbij nu de hekkensluiter zijn? Ik zou dus zeggen: laten we met z'n allen, Kamerbreed, de schouders eronder zetten om uiterlijk in 2030 — dat is al veel later dan de internationale afspraak, maar 2024 is niet realistisch meer — die NAVO-norm van 2% van het bbp gewoon sterk neer te zetten. Mijn vraag aan de minister is eigenlijk welke stappen zij de komende maanden nog gaat zetten. En is de minister bereid om te onderzoeken of deze streefnorm vastgelegd dient te worden in de Wet defensiematerieelbegrotingsfonds? Heel graag daarop een scherp antwoord.

De voorzitter:
Er is een interruptie voor u van mevrouw Belhaj.

Mevrouw Belhaj (D66):
Het siert de heer Stoffer dat hij blijft vasthouden aan die 2%-norm. Ik vraag me wel af of de heer Stoffer zich bewust is van het feit dat als je bruto nationaal product daalt, je dan sneller die 2% haalt. Als er dus bijvoorbeeld niks bijkomt en het bruto nationaal product daalt volgend jaar, bent u dan blij dat die 2% is gehaald?

De heer Stoffer (SGP):
Nou, om twee redenen niet. Een. Het zou niet best zijn voor onze economie als dat bbp daalt. Wat dat betreft zeg ik dus dat we eraan moeten werken om dat te laten stijgen. Maar het tweede is — het zat eigenlijk in het verhaal van de heer Van Helvert — dat we alle dingen in dit land kunnen regelen, maar de basisvoorwaarde is dat het hier veilig is. Dat is voor de SGP de reden dat we zeggen: onze defensie moet op orde. Daar horen ook middelen bij.

Mevrouw Belhaj (D66):
Dat was niet mijn vraag. De heer Stoffer zegt waar hij maar kan: die 2%, die 2%, die moeten we halen. Het kan zijn dat je die 2% haalt maar dat de krijgsmacht er eigenlijk helemaal niets mee opschiet. De reden dat ik altijd een beetje avers ben van die 2%, los van het feit dat de minister-president dat ergens getekend heeft in Wales, zonder hier naar de Kamer te komen en te zeggen dat hij een cheque heeft getekend waardoor er 10 miljard per jaar bij Defensie bij moet komen ... U bent daar niet bij betrokken. Ik ben daar niet bij betrokken. Dat is op zich iets, gezien het budgetrecht van deze Kamer, wat ik gewoon een schande noem en wat ook nooit meer op die manier moet gebeuren. Maar die obsessie met die 2% maakt eigenlijk dat het er niet meer over gaat waar je het wél over wil hebben: wat heeft de krijgsmacht nodig, precies zoals in de Defensievisie staat, en wat is realistisch om daar als klein land uiteindelijk invulling aan te geven? Dat is toch een vele malen interessantere discussie dan u met die 2%? Want volgend jaar kan het zomaar zo zijn dat je die haalt.

De heer Stoffer (SGP):
Het zou een ramp voor Nederland zijn als we volgend jaar op die manier de 2% halen. Maar goed, dan moeten we verder kijken, want dan kom ik op het verhaal wat de heer Van Helvert ook hield: die veiligheid is een basisvoorwaarde. En natuurlijk heb je er niks aan om zomaar 2% te benoemen zonder er wat onder te hangen. Maar kijk nu even naar die Defensievisie 2035. Dat is een goede visie, moet ik zeggen. Daarin zie je ook gewoon bedragen staan. Dan zie je dat we met die 2% eigenlijk, als je het echt goed wil doen, nog tekortkomen. Er staan ook absolute bedragen in. Maar die 20 miljard, waar het ongeveer naartoe moet richting die 2%, is wat ons betreft waar we naartoe moeten. Misschien komt het dan de ene keer een beetje boven de 2% en de andere keer eronder. Gemiddeld genomen zit je er dan op. Maar het gaat ons om een goede defensie. Ik denk dat 2% een mooie maat is. We zijn er nog lang niet. Laat ik u zeggen: ik hoop niet dat onze economie zo slecht gaat dat we straks moeten zeggen dat we er met het bedrag dat we nu in Defensie steken al zijn. Ik geloof dat ook niet, want onze economie is dusdanig veerkrachtig dat die straks echt weer gewoon gaat opleven. Daar heb ik alle vertrouwen in.

De voorzitter:
Mevrouw Belhaj, tot slot, kort.

Mevrouw Belhaj (D66):
Het is echt een beetje rondjes draaien. Dat vind ik een beetje flauw. Als de heer Stoffer zo vaak die 2% roept en het blijkt dat die 2% gehaald kan worden zonder dat je er een cent bij doet, dan kun je toch gewoon flink zijn dat hier zeggen? Dan zeg je: die 2% was misschien in de aanloop en de discussie over meer geld voor Defensie een belangrijk debat, maar het is eigenlijk niet logisch, want het is veel beter wat er nu in de Defensievisie is gebeurd; je zegt wat je nodig hebt als krijgsmacht en daar hangen gewoon bepaalde bedragen aan vast.

De heer Stoffer (SGP):
Ten eerste, ik ben het ermee eens dat we zeggen: die bedragen hangen eraan vast. Dat is goed. Maar ten tweede, ik houd even vast aan die 2%, want ik geloof niet dat we met het huidige bedrag dat we in Defensie steken, ooit bij die 2% komen. Ik heb vertrouwen in de Nederlandse economie. Ik denk dat we als Nederland een veel beter bbp gaan neerzetten. Maar op inhoud ben ik het ermee eens: in de Defensievisie staat dat je met 20 miljard eigenlijk nog tekortkomt. Maar je kunt ook niet tot in het oneindige doorgaan. Dus wat mij betreft, moet je op een gegeven moment zeggen: daar toppen we het af. Als D66 met mij een motie wil indienen en zegt "laten we gewoon echt in 2030 invulling geven aan dat hele budget voor Defensie dat nodig is", dan wil ik er weleens met elkaar over praten. Dan moeten we namelijk wel even goed kijken ten koste van welke andere dingen dat gaat. Ik noem onderwijs, zorg, enzovoorts. Maar er valt met mij over te praten. Dus ik wil daar morgen samen wel op studeren.

Ik zie de heer Van Helvert staan. Hij wil dat vast ook.

De heer Van Helvert (CDA):
Even voortbordurend op de interruptie van mevrouw Belhaj. Zij zegt eigenlijk: die 2% is niet het getal van D66, dat is iets van de premier. Zij zegt: dat is niet van ons, dus wij hebben niks met dat getal. Is de heer Stoffer het met mij eens dat die 2% niet zomaar een getal is dat uit de lucht is komen vallen, maar dat dat een getal is dat eruit is gerold op basis van de verplichtingen die je hebt op het moment dat je zegt: ik ben lid van die NAVO en ik moet ook wat bijdragen?

De heer Stoffer (SGP):
Daar kan mijn antwoord heel kort op zijn. Daar ben ik het mee eens. Dat klopt.

De heer Van Helvert (CDA):
Oké. Mevrouw Belhaj zegt: dat getal is niet van mij, dat is van Rutte; ik heb dat niet gezegd, wij hoeven dat niet bij te dragen. Bent u het dan ook met me eens dat als je zegt dat je niet aan dat getal hecht, je dan eigenlijk ook zou moeten zeggen: dan hecht ik ook niet zo aan de NAVO?

De heer Stoffer (SGP):
Dat is natuurlijk een interessante visie. Dan denk ik: eigenlijk zeg je dat inderdaad wel met zoveel woorden. Maar ik hoop dat mevrouw Belhaj zegt: nee, daar hecht ik wel aan. Maar goed, dat hoor ik zo wel. Er komt misschien wel een interruptie naar aanleiding van degene die de interruptie heeft gepleegd.

De heer Van Helvert (CDA):
Als slotopmerking dan richting de heer Stoffer naar aanleiding van een vraag van mevrouw Belhaj. Als mevrouw Belhaj u en mij de hele tijd vraagt waar wij die 2% van betalen, is het dan ook niet terecht om haar te vragen: waar gaat u die 1,8% van betalen? Want dat is ook veel meer dan nu.

De heer Stoffer (SGP):
Dat is een vraag die volgens mij door de heer Van Helvert aan mevrouw Belhaj gesteld moet worden. De vragen gaan niet via mij. Dat gaat via de voorzitter. Zo ingewikkeld ga ik het niet maken, voorzitter.

De voorzitter:
Maar ik ga het even ontrafelen, want mevrouw Belhaj heeft waarschijnlijk een punt van orde, omdat haar iets werd gevraagd.

Mevrouw Belhaj (D66):
Dank voor deze ongebruikelijke vorm van debatteren, maar ik heb er echt een bloedhekel aan als woorden op een verkeerde manier worden neergelegd. Ik heb gezegd: de minister-president heeft getekend voor die 2%. Als je daarvoor tekent, dan moet je ook zorgen dat je commitment vanuit de Kamer hebt. Dat heeft hij niet gedaan. Dat is wat ik hem verwijt. Dan is het gewoon een losse flodder. Je zegt gewoon: mwah, prima, 10 miljard; o ja, Kamer, ik heb getekend voor 10 miljard per jaar. Wij zijn er niet bij betrokken. Dat is waar ik chagrijnig over ben. Daarnaast was ik chagrijnig over het feit dat u, meneer Stoffer, dus ook met hulp van de heer Van Helvert, de hele tijd suggereert: als je niet voor die 2% bent, dan ben je tegen de NAVO. Dat is gewoon onzin. Dat heb ik niet gezegd. Ik heb gezegd: je moet ophouden met het roepen dat het 2% is, terwijl je weet dat het gewoon niks betekent en niks inhoudt en dat de Defensievisie die er ligt, veel meer zegt over wat de krijgsmacht nodig heeft. En dan hoop ik van harte dat de heer Stoffer zegt: ik ben het gewoon een keer eens met mevrouw Belhaj dat ik daarover op moet houden en dat ik maar de hele tijd roep dat ik hoop dat de economie niet slechter wordt. Ja, dat is evident. Dat willen we allemaal. Dus bent u dat met mij eens?

De heer Stoffer (SGP):
Volgens mij komen er allemaal dingen op die de heer Van Helvert heeft neergezet. Ik zou zeggen: laten mevrouw Belhaj en de heer Van Helvert binnen de coalitie maar eens een keer een kop koffie gaan drinken en dit oplossen. En als ze er helemaal niet uitkomen, dan wil ik er wel bij gaan zitten. Maar volgens mij hoef ik dit niet voor ze op te lossen.

De voorzitter:
Maar mevrouw Belhaj heeft haar punt van orde omgebouwd tot een interruptie. Dus ze gaat even verder met haar interruptie.

Mevrouw Belhaj (D66):
Dat klopt. De heer Van Helvert speelt dan eigenlijk een beetje een bijrol in het debat dat wij nu met z'n tweeën hebben. Dus u mag hem ervoor bedanken dat ik deze vraag aan u stel. Nogmaals, vindt u zelf ook niet dat de minister-president niet zomaar die intentieverklaring — want dat is wat het is — had moeten ondertekenen?

De heer Stoffer (SGP):
Nee, ik denk dat de minister-president daarmee een heel verstandig besluit heeft genomen. Dit is ook iets wat in een internationaal spectrum zit en als NAVO-verbond met elkaar is afgesproken. Dus heel kort: ik vind dat hij daar terecht een handtekening heeft gezet.

Mevrouw Belhaj (D66):
Vindt de heer Stoffer het dan ook normaal als de minister-president dat overal gaat doen? Het maakt eigenlijk niet uit welk onderwerp het is, want u vindt het verstandig dat hij iets tekent en dat hij gewoon voorbijgaat aan het budgetrecht van deze Kamer? Vindt u het als volksvertegenwoordiger, als lid van de Tweede Kamer, een goede zaak dat dat destijds zo is gegaan? Of zegt u: nou, als je het opnieuw zou bekijken, zou het misschien toch netjes zijn geweest als het goed overlegd zou zijn in de Kamer?

De heer Stoffer (SGP):
Dit was in 2014. Ik was er niet bij. Maar om daarop terug te komen: ik vind niet dat de minister-president dat overal moet doen, maar in NAVO-verband heb je het echt over iets heel specifieks. Dan heb je het ook over onze veiligheid, veiligheid van onszelf en veiligheid in de wereld. Wat mij betreft heeft de minister-president daar een prima handtekening gezet.

Mevrouw Belhaj (D66):
Tot slot. Dat betekent dus eigenlijk dat de heer Stoffer aangeeft dat hij het ook een goed idee vindt dat de minister-president van een land een handtekening ergens onder zet zonder dat hij weet of hij dat kan waarmaken. Het was 10 miljard per jaar. Hij heeft Nederland als een onbetrouwbaar land neergezet, waar we nu allemaal de vruchten van plukken omdat de Verenigde Staten ons confronteren met het feit dat we er ooit voor hebben getekend. Ik snap die Amerikanen daarin ook ergens wel. Het is toch ongelofelijk onbetrouwbaar als je die 10 miljard per jaar niet hebt geregeld? Dat moet u toch met me eens zijn?

De heer Stoffer (SGP):
Twee dingen. Eén. We hebben jarenlang op de zak van de Verenigde Staten geteerd voor onze veiligheid, dus het wordt hoog tijd dat we dat gewoon zelf voor onze rekening nemen. Twee. Kan dat niet? Het kan makkelijk; kijk naar onze nieuwe verkiezingsprogramma en de doorrekening die we naar het CPB brengen. De SGP heeft een prachtig programma liggen. Die 2% zit daar gewoon in, dus het kan prima.

De voorzitter:
Gaat u verder.

De heer Stoffer (SGP):
Goed, want ik had nog wat meer over het budget, namelijk dat dat ook nodig is voor de operationele gereedheid. De Defensievisie bevat aanknopingspunten om die structureel te verbeteren, maar alleen al de marine kampt met acute problemen rond geoefendheid en gereedheid. Onderhoud wordt uitgesteld en oefeningen worden geannuleerd. Wat de SGP betreft is dat onwenselijk. Mijn vraag is hoe de staatssecretaris ervoor gaat zorgen dat de marine op stoom blijft.

In het kielzog hiervan kom ik bij het vraagstuk van taakspecialisatie. De Defensievisie zegt dat we moeten specialiseren, maar niet hoe we dat moeten doen, samen met wie en wat dat betekent voor de ontwikkeling of aanschaf van nieuw materieel. Taakspecialisatie kan prima zijn, maar het moet wel duidelijk zijn binnen welke kaders en hoe Nederland in de basis een veelzijdige krijgsmacht behoudt. Bovendien moet NAVO-samenwerking leidend blijven. Mijn vraag is of de minister deze punten nader kan toelichten.

Ik leg ook de vinger bij een concreet materieelproject, namelijk het Main Ground Combat System, zeg maar de tank van de toekomst. Dit moet een stevige impuls gaan geven aan de vuurkracht in het landdomein. Mijn vraag is of de minister wil bevorderen dat Nederland aan dit programma deelneemt als medeontwikkelaar. Dan zitten we namelijk aan de tekentafel en het lijkt me goed voor de kennis en werkgelegenheid binnen onze defensie-industrie. Volgens mij heb ik hier iets waar mevrouw Belhaj en ik het vast wel over eens kunnen worden. Dat weet ik niet, maar het zou maar zo ...

De voorzitter:
We gaan niet uitlokken. We gaan gewoon door met uw eigen verhaal.

De heer Stoffer (SGP):
Ik zat te kijken of ik daar nog een interruptie op kreeg, voorzitter. Nee.

Dan het personeel, het laatste punt maar zeker niet het onbelangrijkste punt. Het is denk ik heel belangrijk dat we goed materieel en goed personeel hebben en dat we ook goed voor dat personeel zorgen. Daarom wil ik het belang onderstrepen van een gedegen personeelsbeleid. Mensen die voor Nederland klaarstaan verdienen goede arbeidsvoorwaarden. Mijn vraag is wat de stip op de horizon is als het gaat om realisatie van een open en flexibel personeelsmodel met een marktconform bezoldigingsstelsel.

De SGP-fractie is blij dat de stijging van het reservistenbestand met 8,5% ten opzichte van midden 2019 bijdraagt aan de inzetbaarheid van de krijgsmacht, maar tegelijk zijn we bezorgd over het achterblijven van de geplande instroom- en vullingspercentages. Mijn vraag is of er een plan is om dit op te lossen.

Als laatste wil ik de noodzaak onderstrepen van goede psychologische zorg aan actief dienende militairen en veteranen. Militairen komen soms voor moeilijke morele dilemma's te staan. In de burgermaatschappij is dat haast niet voor te stellen. Daardoor kan later schuldgevoel ontstaan over iets wat ze deden of nalieten. Dat heeft grote impact. Mijn vraag is of er voldoende middelen beschikbaar zijn voor trainingen of therapieën om morele verwonding te voorkomen en/of te verwerken, voor en na de uitzending. Is hier extra inzet voor nodig?

Voorzitter, helemaal tot slot. Dit is de laatste Defensiebegroting van deze kabinetsperiode. Ik wil de minister en de staatssecretaris en al het militair personeel en burgerpersoneel van Defensie hartelijk danken voor hun grote inzet in deze periode. Ik zou zeggen: laten we ook in de komende tijd met elkaar vechten voor een krijgsmacht die ook de volgende generaties in ons land en daarbuiten beschermt.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de laatste spreker van de zijde van de Kamer: de heer Öztürk van DENK.

De heer Öztürk (DENK):
Voorzitter. Nederland is van oudsher een land van diplomatieke betrekkingen. Daarom willen wij als DENK een ministerie van Vrede en Wederopbouw. We zijn namelijk goed in diplomatiek. We kunnen oorlogen en spanningen voorkomen. Dat hebben we de afgelopen jaren ook gedaan. Al 70 jaar, ruim 70 jaar, is Nederland een trouw lid van de NAVO. Samen met al die landen proberen wij voor veiligheid te zorgen. Maar we zien toch dat het kabinet achter grote landen aan huppelt en enorm wil investeren in onderzeeboten, straaljagers en groot materiaal. Nederland wil daar miljarden voor uitgeven. Maar wat wil DENK? DENK wil dat wij ons personeel fatsoenlijk betalen, dat wij onze personeelsleden de uitrusting geven die zij nodig hebben en dat zij niet in oude barakken zitten terwijl zij de plek verdienen die ze nodig hebben. Toch kiest dit kabinet voor straaljagers en onderzeeboten, voor dure miljardeninvesteringen.

Voorzitter. De begroting kent dit jaar opmerkelijk hoge investeringen. Er is 4,6 miljard euro gereserveerd voor het materieel. Dit zijn enorme gelden voor onderzeeboten, straaljagers en dure apparatuur. De investeringen maken weinig ruimte voor het schrijnende personeelstekort of het oud-personeel dat lijdt onder het AOW-gat. Ik wil de minister vragen toch af te zien van het dure materiaal en zich te richten op de middelen die wij nodig hebben voor ons personeel. Graag een reactie van de minister.

De krijgsmacht is er voor onze nationale veiligheid. Voor de veiligheid van alle Nederlanders riskeren onze militairen elke dag hun leven. Daarvoor moeten we hun dankbaar zijn. We moeten hun de middelen geven die ze nodig hebben, ook wanneer ze niet meer in dienst zijn en een AOW-gat hebben. Ook als ze veteranen zijn, horen wij voor deze mensen te zorgen. Helaas zien we dat duizenden veteranen alsnog onrecht wordt aangedaan. Momenteel kent Nederland ongeveer 110.000 veteranen, die vaak jaren moeten wachten voordat ze de hulp krijgen die ze nodig hebben. Sommigen zijn getraumatiseerd door gebeurtenissen en lijden onder PTSS. Door een gebrek aan keuringsartsen en een ingewikkeld bureaucratisch systeem raken veteranen in de problemen. Ik wil de minister vragen om gehoor te geven aan de oproep van de Nationale ombudsman en om extra personeel en middelen in te zetten. Ik overweeg op dit punt een motie in te dienen.

Voorzitter. Ongeveer 16.000 oud-Defensiemedewerkers raakten in de problemen door de verhoging van de AOW-leeftijd. De compensatieregeling van de minister was niet voldoende. Dagelijks worden mijn collega's en ik nog gealarmeerd over deze strijd. Honderden brieven stromen binnen. Dat zijn persoonlijke brieven, die met de hand zijn geschreven. Die gaan over de hoop dat het kabinet en de Kamer deze mensen helpen. Ik wil de minister vragen haar beloftes na te komen en zo snel mogelijk het gesprek aan te gaan. Daarbij verwacht ik een actieve houding van de minister. Ik verwacht dat ze het AOW-gat van militairen voor eens en voor altijd gaat oplossen. Graag een reactie van de minister.

Voorzitter. Opnieuw wordt militairen de mond gesnoerd. Het ministerie stelde nieuwe richtlijnen op die de vrijheid van meningsuiting voor militairen doet beperken. Militairen mogen zich niet in het openbaar uiten zonder toestemming van het ministerie. Dat kan toch niet? Ik vraag me af waar deze minister zo bang voor is. Waarom versterkt de minister de angstcultuur binnen Defensie? Ik wil de minister vragen of ze wil afzien van deze richtlijnen en hier onmiddellijk een einde aan wil maken. Graag een reactie van de minister.

Voorzitter. De afgelopen maanden hebben we de staatssecretaris toch een paar fouten zien maken. Het begon met de verkoop van wapens en munitie aan particulieren om winst te behalen, wapens die nu mogelijk in verkeerde handen terechtkomen. Mijn vraag aan de staatssecretaris is dan ook waarom de overheid wapens aan particulieren verkoopt. Wat is daar rechtmatig aan? De staatssecretaris heeft een toezegging gedaan om de verouderde wapens min of meer te vernietigen of niet aan particulieren te verkopen. Ik wil haar vragen om hier niet langer mee te wachten en dit zo snel mogelijk uit te voeren.

Voorzitter. Het volgende punt is de LIMC-operatie, een onrechtmatige daad van Defensie om informatie te verzamelen over de Nederlandse samenleving. Dat was ook nog in strijd met de Algemene verordening gegevensbescherming, de AVG. Deze organisatie had geen duidelijk mandaat en opereerde in strijd met de wet. Nu de minister de eenheid heeft stilgelegd, heb ik een paar vragen. Waarom doet de minister zelf onderzoek naar haar eigen eenheden? Is daar niet een onafhankelijke commissie voor nodig? Graag een reactie van de minister.

Voorzitter, tot slot. De visie van DENK op Defensie is al jaren duidelijk. Ik heb de afgelopen jaren tientallen werkbezoeken afgelegd bij Defensie. Ik ben bij kazernes geweest. Ik ben overal geweest en heb met honderden militairen gesproken. We hebben weinig capaciteit, we hebben weinig middelen en we willen heel veel. Dat deze middelen er niet zijn, zorgt ervoor dat mensen fouten kunnen maken. Laten we gewoon kiezen voor vrede en wederopbouw. Laten we realistisch zijn. Laten we ervoor zorgen dat onze mensen de capaciteit hebben om iets goed uit te voeren, zodat ze niet in de fout gaan omdat de capaciteit of het materiaal er niet is. Laten we investeren in een goede uitrusting en beloning van onze militairen. Laten we investeren in voldoende personeel en voldoende materieel. Dat is de visie van DENK.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Er is een vraag voor u van de heer Kerstens.

De heer Kerstens (PvdA):
Ik hoor de heer Öztürk tot mijn genoegen meer dan de helft van zijn spreektijd benutten om de loftrompet te steken over de mensen van Defensie. Dat is weleens anders geweest in deze zaal. Nu heb ik net het verkiezingsprogramma van DENK, dat gepresenteerd is, wel zes keer doorgebladerd, maar daar staat eigenlijk geen woord in over de mensen van Defensie. Nou hebben we van collega's gehoord dat ze allemaal actief zijn in democratische verenigingen waarbij er amendementen kunnen worden ingediend om conceptverkiezingsprogramma's te verbeteren. Zou het geen idee zijn dat er een amendement komt op het DENK-verkiezingsprogramma, om alle mooie woorden van de heer Öztürk ook gewoon een plek te geven in het verkiezingsprogramma?

De heer Öztürk (DENK):
Op 19 december hebben we een algemene ledenvergadering. Ik nodig de heer Kerstens van harte uit, nu hij toch stopt bij de PvdA, om langs te komen. Hij kan nog lid worden en een amendement indienen. Bij ons mag dat. En ik zal hem nu de toezegging doen dat ik het amendement van harte zal steunen.

De voorzitter:
Kijk aan. Die heeft u binnen.

De heer Kerstens (PvdA):
Die hebben we alvast binnen. Maar het is natuurlijk toch een beetje koddig om meer dan de helft van je spreektekst te benutten om de loftrompet te steken over militairen — ik zeg het nog eens — en dan in je verkiezingsprogramma daar geen letter over te zeggen. Ik hoop dus dat het niet van mij moet komen en dat de heer Öztürk zelf denkt: in ons verkiezingsprogramma mogen we best wat meer dan nul woorden wijden aan de mensen van Defensie, want zij zijn het kapitaal van de organisatie.

De heer Öztürk (DENK):
Voorzitter. We hebben een verkiezingsprogramma waarin wij een pagina hieraan hebben gewijd. We hebben een verkiezingsprogramma van 80 pagina's, dus het is niet makkelijk, maar ik denk dat ik hier namens DENK de afgelopen zes jaar genoeg over ons Defensiepersoneel heb gezegd.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van de Kamer.

De algemene beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:
Wij vervolgen dit debat met de reactie van het kabinet aanstaande donderdagmorgen. Daarmee sluit ik vanavond deze vergadering, met dank. En veilig thuis.

Sluiting

Sluiting 21.54 uur.