Plenair verslag

Tweede Kamer, 91e vergadering
Dinsdag 11 juni 2019

  • Aanvang 14:00 uur
  • Status Ongecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Arib

Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:

De voorzitter:
Ik open de vergadering van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van dinsdag 11 juni 2019. Ik heet iedereen en in het bijzonder de mensen op de publieke tribune van harte welkom. Zoals gebruikelijk op dinsdag beginnen we met het mondelinge vragenuur.

Vragenuur

Vragenuur

Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig artikel 136 van het Reglement van Orde.

Vragen Bosman

Vragen van het lid Bosman aan de minister van Buitenlandse Zaken over het ophalen van kinderen uit IS-gebied.

De voorzitter:
Vandaag beginnen we met de vraag van de heer Bosman namens de VVD aan de minister van Buitenlandse Zaken, die ik ook welkom heet, over het ophalen van kinderen uit IS-gebied.

De heer Bosman (VVD):
Dank, voorzitter. De beelden die we zien van de enorme misdaden die de jihadstrijders van Islamitische Staat hebben begaan, zijn verschrikkelijk. Het is niet te bevatten waar deze mensen toe in staat zijn. De verschrikkingen zijn met geen pen te beschrijven, en nog veel weerzinwekkender, deze misdaden tegen de menselijkheid doen deze misdadigers open en bloot. Het kan geen verrassing zijn voor mensen waar Islamitische Staat voor staat, namelijk voor onderdrukking, mishandeling, dood en verderf. Als je dan als volwassene willens en wetens de keuze maakt om deel te gaan nemen aan die misdaden is dat een reden te meer om de Nederlandse nationaliteit te verliezen.

Vandaag spreken we over twee weeskinderen, van 2 en 4 jaar, door een rechter toegewezen aan een Nederlandse voogd. Kinderen die niet gekozen hebben voor de misdaden en nu verweesd achterblijven. Het kabinet heeft besloten om deze kinderen actief terug te halen. De VVD heeft daar de volgende vragen over.

Is het kabinetsstandpunt dat geen consulaire bijstand in onveilige gebieden wordt verleend nog steeds van kracht? Hoe verhoudt dit zich dan met de actie van een Nederlandse ambtenaar in Noord-Syrië om deze twee weeskinderen terug te halen? Ziet Buitenlandse Zaken Noord-Syrië als veilig gebied?

Hoe groot is de populatie van wezen met Nederlandse nationaliteit die mogelijk ook in aanmerking komen voor deze behandeling? Is uitgezocht of deze kinderen ook nog over mogelijk andere nationaliteiten beschikken?

Was het terughalen van deze wezen juridisch verplicht en waar blijkt dat uit? Wat betekent dat voor het staande beleid dat we mensen niet actief terughalen? Zijn er nog meer uitzonderingen? Hoe komt het ministerie van Buitenlandse Zaken aan de informatie dat het daadwerkelijk wezen zijn?

En tot slot, waarom kreeg de Kamer pas de brief nadat de Noord-Syrische autoriteiten het filmpje en het bericht online hadden gezet en nadat het was verspreid via de Nederlandse journalist Harald Doornbos?

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan de minister.

Minister Blok:
Dank u wel, voorzitter. De heer Bosman begint terecht met te wijzen op de verschrikkelijke misdrijven door IS gepleegd en dat dat ook de reden is voor het beleid van de regering zoals dat herhaaldelijk is meegedeeld aan de Kamer.

Inderdaad hebben we op 10 juni de Kamer geïnformeerd over het terughalen van twee wezen, waarvan door de rechter de voogdij aan de Nederlandse overheid, aan Jeugdzorg, is toegewezen.

De heer Bosman stelt daarover allereerst de vraag of dit nou in strijd is met het niet-verlenen van consulaire bijstand in onveilig gebied. De lijn is nog steeds: er wordt geen consulaire bijstand gegeven in onveilig gebied.

We hadden nu te maken met een unieke situatie: twee wezen waarvan de voogdij aan de Nederlandse overheid is toegewezen en het beschikbaar zijn van een Franse missie om Franse wezen terug te halen. De unieke samenkomst van deze twee feiten heeft deze operatie mogelijk gemaakt.

Hoe kan het dat er een Nederlandse ambtenaar bij betrokken was? Is daarmee Noord-Syrië veilig? Nee, Noord-Syrië is nog steeds zeer onveilig. Het was ook een zeer zwaar beveiligde operatie en omdat het ging om twee Nederlandse wezen was het ook logisch dat er een Nederlandse ambtenaar beschikbaar was voor de overdracht van deze twee wezen.

Hoeveel wezen zijn er in dezelfde staat? Er zijn op dit moment geen andere wezen die zich in voormalig Syrisch gebied of in Syrisch gebied bevinden en waarvan de voogdij aan de Nederlandse Staat is toegewezen.

Dan was de vraag of Nederland juridisch verplicht is. Collega Grapperhaus en ik hebben eerder brieven gestuurd over de juridische positie van de Nederlandse Staat. Daarin hebben we aangegeven dat het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind een bijzondere verantwoordelijkheid voor wezen met zich meebrengt, zonder dat we daarmee aangeven dat zij altijd teruggehaald zullen en kunnen worden. Maar er is inderdaad een bijzondere verplichting en die viel samen met deze bijzondere omstandigheden. Daarmee is het staande beleid — daarover gaat de volgende vraag van de heer Bosman — niet gewijzigd.

Is er geverifieerd of het wezen zijn? Zeker. Dat is ook de grondslag voor het vonnis van de rechter. Voordat hij de voogdij toewees, heeft de rechter bij de Nederlandse Staat c.q. Jeugdzorg geverifieerd of het wezen zijn en of zij inderdaad de Nederlandse nationaliteit hebben. Ook dat is het geval.

De laatste vraag ging over de timing van de brief die ik samen met collega Grapperhaus aan de Kamer heb gestuurd en het eerder naar buiten komen van de film van de Koerdische autoriteiten in het gebied. Wij hebben met de Franse overheid afgesproken dat, gezien de enorme veiligheidswaarborgen, er van onze kant uitsluitend berichtgeving zou zijn op het moment dat we zeker waren dat alle betrokkenen in veilig gebied waren. Aan die afspraak hebben we ons gehouden.

De heer Bosman (VVD):
Dank voor deze toelichting. Ik zit toch nog wel met een aantal vragen. In principe zegt de minister dat de informatie dat het wezen zijn, is gerelateerd aan de rechter. Maar hoe komt het ministerie van Buitenlandse Zaken zelf tot het oordeel dat het daadwerkelijk wezen zijn? Of is het allemaal puur een rechterlijke toets? Hoe weten we dat de rechter alle informatie heeft die hij nodig heeft om tot het oordeel te komen dat het daadwerkelijk wezen zijn? Ik zou niet willen hebben dat er zo meteen een vader of een moeder in Syrië of Irak opstaat die zegt "ja, maar wacht even" en dat een jongetje of meisje dat naar Nederland is gehaald, toch geen wees blijkt te zijn. Dus hoe weet het ministerie van Buitenlandse Zaken zelf, autonoom, dat het wezen zijn?

Natuurlijk is het Verdrag inzake de rechten van het kind essentieel. Maar als de rechter een uitspraak doet, is er niet automatisch de verplichting van de overheid om actie te ondernemen. Het kabinet zegt zelf: zolang het niet veilig is, gaan we niet. Dat was de afspraak. Volgens mij is deze afspraak verschillende keren met de Kamer gemaakt: daar waar de situatie niet veilig is, gaan we het niet doen. Is het nog steeds het beleid van het kabinet en deze minister om die volgordelijkheid te plaatsen? Kan de minister bevestigen dat het hier gaat om een unieke zaak? Er is net al even gezegd dat we niet kunnen voorspellen wat er in de toekomst gebeurt. Maar is het een unieke zaak die een precedent is voor anderen? Of is het een handelswijze waar we in de toekomst meer van gaan horen? Hoe zijn de Fransen en de Nederlanders bij elkaar gekomen? Was dat toeval? Is daarover gesproken? In hoeverre is daar een afspraak gemaakt?

Tot slot, voorzitter, heb ik een vraag over andere nationaliteiten van weeskinderen. Ik las in de krant dat een aantal van die kinderen ook de Belgische nationaliteit heeft. Hoe weten we zeker dat dat niet het geval is? Is er contact geweest met de Belgen over deze nationaliteit?

Minister Blok:
De eerste vraag van de heer Bosman is de vraag of Buitenlandse Zaken naast de rechter zelf ook gaat verifiëren. In Nederland is een uitspraak van de rechter rechtsstatelijk een heel zwaar feit. Voordat een rechter voogdij toewijst aan de Nederlandse Staat c.q. Jeugdzorg, wordt zorgvuldig geverifieerd of die persoon inderdaad een wees is, want anders is de rechter ook niet in de positie om voogdij toe te wijzen. Er is dus gehandeld op basis van de rechterlijke uitspraak.

De volgende vraag is: brengt het Verdrag inzake de rechten van het kind automatisch met zich mee dat er de verplichting is om een kind in deze situatie terug te halen? Dat is niet automatisch zo. Ik heb ook aangegeven dat het een bijzondere samenloop is van het feit dat het gaat om twee wezen die op grond van rechterlijke uitspraken onder de verantwoordelijkheid van de Nederlandse Staat vallen en het beschikbaar zijn van een Franse missie met hetzelfde doel, waarbij men onder stevige begeleiding het gebied in is gegaan.

Dat is ook meteen het antwoord op de vraag of het beleid nog steeds is: geen Nederlanders een onveilig gebied inbrengen. Dat is nog steeds het beleid. We konden hier beschikken over een zeer zwaar beveiligde Franse missie die daar met hetzelfde doel heen ging. Hoe zijn we bij elkaar gekomen? Er vindt natuurlijk regelmatig contact plaats tussen de landen die met vergelijkbare situaties te maken hebben. Dat geldt voor een groot aantal landen. Een heel aantal landen heeft overigens dezelfde beslissing genomen. Frankrijk heeft dat eerder gedaan. Daarom wisten we dat dit soort missies bestonden. Noorwegen en Zweden hebben dat ook gedaan. Duitsland heeft aangekondigd bereid te zijn om soortgelijke stappen te nemen. Daar is dus regelmatig contact mee. Ik weet dat er speculaties in de pers zijn over om welke kinderen het gaat, maar de privacywaarborgen gelden ook voor mij in deze rol. Ik ga niet in het openbaar bevestigen om welke kinderen het wel of niet gaat. Ik herhaal dat er is vastgesteld dat de kinderen echt de Nederlandse nationaliteit hebben.

De voorzitter:
Dank. Dank u wel, mijnheer Bosman.

Dan ga ik naar de heer De Graaf namens de PVV.

De heer De Graaf (PVV):
Voorzitter. Het belangrijkste dat wij als overheid en als Tweede Kamer, als controleur van de regering, te doen hebben, is ervoor zorgen dat de inwoners van Nederland op hun grondgebied veilig zijn. Nu hebben wij veiligheidsdiensten en die hebben al vier keer in het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland, het DTN — ik meen dat het de rapportages 49, 52 en nog twee andere waren — aangegeven dat het terughalen van kinderen zeer gevaarlijk is en dat dit wordt ontraden. Dat is belangrijk, want daarmee houden wij Nederland veilig, door die kinderen daar te houden.

De voorzitter:
En de vraag is.

De heer De Graaf (PVV):
Belangrijk voor die vraag is de inleiding. De minister van Justitie en Veiligheid wil geen beleid voeren…

De voorzitter:
En de vraag is.

De heer De Graaf (PVV):
… maar Buitenlandse Zaken schijnt wel beleid te voeren. Ik wil graag van de minister weten wie binnen het kabinet op dit dossier rondom de wezen, maar ook als het gaat om alle andere kinderen en de moeders die nog in het gebied zitten, de regie voert.

Minister Blok:
De heer De Graaf heeft gelijk dat de veiligheid voorop dient te staan. Het gaat hier echter om zeer, zeer jonge kinderen, die op geen enkele manier geïndoctrineerd kunnen zijn, of zich kunnen voorbereiden op aanslagen. In dit geval is die veiligheid door het overbrengen van deze wezen niet in het geding. Het kabinet overlegt nauw met de meest betrokken ministers. Deze brief is door mij als eerste ondertekend, samen met collega Grapperhaus. Dat illustreert dat wij wat dit betreft nauw samen optrekken.

De voorzitter:
De heer De Graaf voor zijn tweede vraag.

De heer De Graaf (PVV):
Dan zou ik de regievoerder, in persoon de minister die daar staat, minister Blok van Buitenlandse Zaken, de volgende vraag willen stellen. Hij stapt wat luchtig over deze kwestie heen in de trant van: het terughalen van deze twee wezen is wel veilig. Nou, daarover spreken wij over een tijdje nog wel een keer, want je weet nooit hoe zij zich ontwikkelen. Ze zijn toch met de verkeerde ideeën opgevoed. Ik wil daarom van de minister de garantie hebben dat deze wezen, die worden teruggehaald, niet de hefboom vormen om straks alle andere kinderen en hun moeders terug te halen naar Nederland. Kan de minister garanderen dat het hierbij blijft en dat er verder helemaal niemand meer naar Nederland terugkomt uit dat gebied, moeders zowel als kinderen?

Minister Blok:
Het gaat om zeer, zeer jonge wezen. De suggestie van de heer De Graaf dat deze kinderen al geïndoctrineerd zouden zijn, geldt voor die leeftijd niet. Het beleid ten aanzien van anderen in het gebied, dus moeders met kinderen, is niet gewijzigd.

De voorzitter:
Mevrouw Buitenweg.

De heer De Graaf (PVV):
Voorzitter. Dat is toch geen antwoord! Ik stel als Kamerlid een vraag en ik krijg geen antwoord.

De voorzitter:
Helder, helder.

De heer De Graaf (PVV):
Ik wil antwoord op de vraag of ik garanties kan krijgen dat niemand meer terugkomt. Daar kan de minister toch antwoord op geven?

De voorzitter:
Dank u wel. Dat is de vraag. Kan de minister daarop ingaan?

Minister Blok:
Ik heb aangegeven dat het beleid niet is gewijzigd.

De voorzitter:
Duidelijk.

De heer De Graaf (PVV):
Voorzitter.

De voorzitter:
Nee, dat kan echt niet, mijnheer De Graaf. We zijn net begonnen. Vorige week hebben we al ellende gehad, en dinsdag weer.

Mevrouw Buitenweg.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):
Voorzitter. De minister geeft die garantie niet omdat Nederland ook een verantwoordelijkheid heeft voor zijn eigen onderdanen. Dat past bij mijn vraag. Ik zie dat de Nederlandse regering steeds gedwongen wil worden, bijvoorbeeld door rechterlijke uitspraken, om te handelen. Afgelopen zaterdag heeft minister Grapperhaus gezegd dat er geen sprake van is dat er mensen worden gehaald. Hij zei letterlijk: "… want dat is onveilig gebied waar we dus geen vertegenwoordigers van de Nederlandse regering heen sturen." Wat vindt de minister er nou van dat op deze manier de bevolking niet wordt voorbereid, dat de regering dus ook haar verantwoordelijkheid niet neemt, en dat het wat dat betreft dus ook niet bevorderlijk is voor het gevoel van veiligheid?

Minister Blok:
De heer Grapperhaus heeft terecht aangegeven dat wij de lijn hebben om geen Nederlanders naar onveilig gebied te sturen. Ik heb u aangegeven dat het hier om een unieke operatie ging met strikte veiligheidswaarborgen door de Franse inzet, die onder geheimhouding moest plaatsvinden. Dat is ook onderdeel van de veiligheidswaarborgen. Het is terecht dat collega Grapperhaus die veiligheidswaarborgen niet heeft geschonden.

De voorzitter:
Uw tweede vraag, mevrouw Buitenweg.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):
Het lijkt er toch vooral op dat het kabinet de coalitie wil beschermen in plaats van echt in te gaan op de veiligheid. Gisteren nog kwam er een brief waarin stond dat vanwege de veiligheid niet kon worden gezegd of het inderdaad een Nederlander was die contact, een deal, heeft gemaakt met de Koerdische autoriteiten. Daar blijft het kabinet heel erg mistig over. Ik denk dat het van belang is dat we wel wat meer helderheid geven over de vraag in welke gevallen we dan ook wel zaken gaan doen. Want dit zijn wel twee unieke gevallen, maar er zijn veel meer kinderen die ook onder de verantwoordelijkheid van Nederland vallen. Wat gaat de Nederlandse regering daarvoor doen?

Minister Blok:
Allereerst: als het gaat om veiligheid is het onvermijdelijk dat de regering in de verantwoordelijkheid die wij nu eenmaal hebben, de veiligheid van mensen, vooropstelt. Je kunt dus niet over alle operaties in het openbaar communiceren. Dit is een unieke operatie, om andere redenen, maar het is niet uniek dat er niet in de openbaarheid gesproken kan worden over operaties, al helemaal niet voordat ze plaatsvinden. Ik heb u aangegeven dat het beleid verder niet is gewijzigd.

De voorzitter:
De heer Van Helvert namens het CDA.

De heer Baudet (FvD):
Nee, dat is niet waar.

De heer Van Helvert (CDA):
Ik vroeg aan u: u was toch eerder, maar toen ...

De voorzitter:
Oké, dan ga ik naar de heer Baudet.

De heer Baudet (FvD):
Het ging over welke microfoon. Ik dacht: die microfoon ...

De voorzitter:
Nou goed, meneer Baudet, u heeft het woord.

De heer Van Helvert (CDA):
Dat maakt mij niet uit, mevrouw de voorzitter.

De heer Baudet (FvD):
Mevrouw de voorzitter, dank u wel voor het woord. Ik wil graag aan de minister vragen op welke manier hij denkt dat het goed is voor Nederland om deze IS-kinderen naar ons land te halen. Op welke manier is dat nou goed voor Nederland?

Minister Blok:
Het is goed dat Nederland de rechtsstaat respecteert. Er is een rechterlijke uitspraak die de verantwoordelijkheid voor de kinderen, de voogdij, bij de Nederlandse Staat legt, bij de jeugdzorg. Er is een internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind, dat ons niet automatisch verplicht om daar waar dat extreem gevaarlijk is kinderen terug te halen. Maar in dit geval was het redelijkerwijs mogelijk, omdat er een Franse operatie heeft plaatsgevonden. Dus die combinatie leidt ertoe dat het respect voor de rechtsstaat, en natuurlijk het belang van de twee zeer kleine kinderen, geleid heeft tot deze beslissing.

De heer Baudet (FvD):
Ik constateer dat allerlei internationale organisaties, waaronder UNHCR, hebben gezegd, en dat ook in de Verenigde Naties uitgebreid hebben besproken: Syrië is grotendeels veilig. Ik weet nog heel goed, toen we hier de gesprekken hadden over Lili en Howick, dat men zei: nee, die zijn al thuis. Zij zijn geworteld in Nederland, die moet je niet terugbrengen naar een ander land. Daar hebben ze helemaal niks mee en daar hebben ze helemaal geen affiniteit mee. Die moeten in Nederland blijven. En nu wordt er met twee maten gemeten. Nu moeten ze wel terug naar Nederland, terwijl ze daar geboren zijn en, als ze al enige worteling hebben, die dan toch daar hebben. Syrië is gewoon veilig en ik kan niet anders constateren dan dat dit echt een zeer onverantwoord immigratiebeleid is van de VVD.

Minister Blok:
In dit deel van Syrië vinden nog zeer regelmatig schietpartijen plaats, dus dit was een operatie die met zeer zware militaire beveiliging moest plaatsvinden.

De voorzitter:
De heer Van Helvert, namens het CDA.

De heer Van Helvert (CDA):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Het kabinet zegt: we sturen geen van onze mensen namens de regering naar het gevaarlijke gebied om mensen te halen. Daarnaast is de feitelijkheid dat er iemand namens de Nederlandse regering in dat gevaarlijke gebied was om mensen te halen. Dat is echt tegenstrijdig met elkaar. De minister zegt dan: ja, maar dit was een uitzonderlijke situatie, omdat Frankrijk iets deed met hetzelfde doel. Volgens mij hebben wij dat doel niet. Wij hebben als doel: we sturen daar geen mensen naartoe. Frankrijk mag eigen doelen hebben. Dus hoe kan het dat de minister het nu hier aan de Kamer verkoopt als zijnde heel normaal?

Minister Blok:
Het begrip "heel normaal" neemt de heer Van Helvert in de mond, niet ik. Ik heb juist aangegeven dat twee heel bijzondere zaken hier samenkwamen: kinderen van wie de voogdij is toegewezen aan de Nederlandse overheid, aan Jeugdzorg — op dit moment zijn er geen andere kinderen in die situatie — en het beschikbaar zijn van een Franse missie met zware beveiliging die juist dit type kinderen ging ophalen. Dat maakt dit tot een heel bijzonder samenkomen van twee feitelijkheden.

De heer Sjoerdsma (D66):
Om heel eerlijk te zijn, is het wel een beetje surrealistisch. Het Nederlandse kabinet zegt "we gaan ábsoluut geen Nederlandse ambtenaren sturen naar onveilig gebied; dat gaan we zéker niet doen, zeker, zeker, zeker niet". Zelfs tot en met zaterdagavond werd er gezegd "dat gaan we zeker niet doen". En vervolgens gebeurt het wél. Dan moet er óf een beleidswijzing zijn geweest óf er is sprake van dat de praktijk niet meer voldoet aan het beleid. Dat kan ook, maar dan zijn we wel in een woordenspelletje beland. Dus ik zou de minister willen vragen: als deze kans er was om die twee wezen op te halen en zo recht te doen aan een gerechtelijke uitspraak, waarom is er dan ook niet meteen recht gedaan aan de volledigheid van de gerechtelijke uitspraak, namelijk de zes vrouwen en elf kinderen?

Minister Blok:
Allereerst: het geheimhouden van een operatie doen we niet voor ons plezier, dat doen we omdat hier echt heel grote veiligheidsrisico's zijn. Soms moet een regering die verantwoordelijkheid nemen. Nogmaals, dat is vaker voorgekomen, ook nu, en die verantwoordelijkheid nemen we dan.

De heer Sjoerdsma verwijst naar een andere gerechtelijke uitspraak, namelijk die over vrouwen met kinderen in de kampen. Op dat punt heeft de rechter gevraagd om een aantal stappen te verifiëren, om zo te kijken of het mogelijk is om die vrouwen met kinderen op een veilige manier bij het consulaat in Erbil te brengen. We hebben aangegeven dat we die stappen verifiëren, maar dat dat nu niet heeft geleid tot de uitkomst dat dat mogelijk is. Dat is een ander geval. Ik gaf al aan dat dit geval — twee weeskinderen, Nederlandse voogdij, Franse missie specifiek gericht op deze doelgroep — echt een bijzonder geval is.

De voorzitter:
Tweede vraag van de heer Sjoerdsma.

De heer Sjoerdsma (D66):
Het is inderdaad een bijzonder geval, ik denk dat de minister dat zelf heel goed zegt. Ik denk alleen ook dat dit door veel anderen wordt opgevat in de andere zin van het woord.

Ik snap heel goed dat er niks wordt gezegd over de operatie; ik wil even wegnemen wat de minister daarover zei. Maar het probleem is wel dat dit kabinet eerder al, ook in 2017, bijstand heeft verleend aan bijvoorbeeld IS-strijders in niet-strijdgebied, en dat niet aan de Kamer heeft gemeld. Gewoon niet gemeld. Ik heb die schriftelijke vragen nog hier; ze zijn recent beantwoord, naar aanleiding van mondelinge vragen, naar aanleiding van weer niet-beantwoorde schriftelijke vragen. Het kabinet heeft niet gemeld dat dat gebeurde. Dus kan deze minister zich voorstellen dat er enig wantrouwen is en dat er nu ook onduidelijkheid bestaat over het kabinetsbeleid en over de manier waarop daarover wordt gecommuniceerd?

Minister Blok:
De heer Sjoerdsma verwijst nu naar een derde zaak, die op zich ook relevant is. We hebben de Kamer daarover geïnformeerd dat er een verificatie van de identiteit is aangevraagd en dat die procedure later is stopgezet. Dat is echt weer iets anders dan de situatie van de weeskinderen of die andere rechtszaak, van de moeders met kinderen. Iedere situatie vraagt een zeer specifieke weging van de juridische aspecten. Er zijn grote veiligheidsrisico's waarbij, nogmaals, de lijn echt is dat we Nederlanders niet in gevaar brengen. Dit was een heel bijzonder geval.

De heer Van Raak (SP):
Ik ben erop tegen om terroristen naar Nederland te halen, maar ik ben ook erg blij dat we iets goeds kunnen betekenen voor deze twee heel jonge wezen. Maar ik heb ook een zorg, want ik ken de politiek en ik ken ook de media. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat deze twee jonge kinderen de rust en de veiligheid krijgen om de verschrikkingen te verwerken die ze hebben meegemaakt? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat ze een toekomst hebben in dit land?

Minister Blok:
Ik heb groot vertrouwen in de Nederlandse Jeugdzorg, onder wiens verantwoordelijkheid de kinderen nu vallen. Het feit dat ik zonet niet wilde ingaan op speculaties over welke kinderen het gaat, hangt precies samen met uw punt: ik gun de kinderen nu verder een veilige jeugd. Ik laat het aan henzelf over, tegen de tijd dat ze meerderjarig zijn, of ze hier ooit mee naar buiten willen komen.

De voorzitter:
Mevrouw Ploumen namens de PvdA.

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Goed te horen van de minister dat hij erkent dat kindjes van 2 jaar of van 4 jaar niet geïndoctrineerd kunnen zijn maar wel zorg nodig hebben. De helft van de kinderen in de kampen die de Nederlandse nationaliteit hebben of daar aanspraak op kunnen maken, is onder de 4 jaar en ze zitten daar in erbarmelijke omstandigheden. Vrijdag hoorden we minister Grapperhaus zeggen dat Nederland de veiligheidsrisico's te groot acht om ze te helpen om uit die kampen te komen. Zondag zagen we een reddingsoperatie en gisteravond hoorden we van de opa van een van de kinderen dat zij voorgelicht zijn over wat er gebeurt als de kinderen terugkomen.

De voorzitter:
En de vraag is, mevrouw Ploumen?

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Dus drie verschillende signalen. Wat is het plan van de regering? Is er nu ook een plan om de andere kinderen onder de 4 jaar die in zulke slechte omstandigheden leven terug te halen?

Minister Blok:
De andere kinderen waar mevrouw Ploumen op doelt, leven inderdaad in kampen waar de situatie slecht is, maar hebben ten minste een van beide ouders nog aanwezig en vallen dus niet onder de voogdij van de Nederlandse overheid. Daarom zijn dat echt andere gevallen. Daarvoor is het beleid niet veranderd.

De voorzitter:
Mevrouw Ploumen, tweede vraag.

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Een korte tweede vraag. Tot nu toe hield de regering steeds staande dat de situatie ook te onveilig zou zijn om actieve consulaire bijstand te verlenen. Er was nu een diplomaat aanwezig en er waren veiligheidsmaatregelen genomen. Waarom kunnen die in andere gevallen niet genomen worden? Met andere woorden, dat argument is nu de facto komen te vervallen, want wij hebben allemaal dat filmpje gezien.

Minister Blok:
Er is het juridische en het veiligheidsargument. Het juridische argument heb ik u net gegeven. Dat is echt anders voor de kinderen met nog over het algemeen de moeder erbij waar mevrouw Ploumen het over heeft. Over de veiligheidssituatie kan ik u in grote trekken aangeven dat dit een zeer zwaar beveiligde operatie onder Franse regie was. Ik kan niet in het openbaar gaan schetsen hoeveel en wat voor maatregelen er nodig zijn om operaties in zo'n gebied te verrichten. Ik kan u wel aangeven dat de Nederlandse regering niet van plan is om dat te doen.

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Ik wil het kabinet danken namens de ChristenUnie voor zijn humane benadering met betrekking tot deze twee weeskinderen en dat het medewerking heeft verleend aan het laten terugkeren van deze weeskinderen. Complimenten daarvoor! Mijn vraag gaat over hoe nu verder. De minister zei: er zijn geen andere weeskinderen waarover de rechter de voogdij aan Nederland heeft toegewezen. Dat is precies geformuleerd, maar zijn er dan wel andere weeskinderen waarover de rechter die uitspraak nog niet heeft gedaan? En wat doen we met kinderen waarvan de moeder bijvoorbeeld is overleden, maar de vader een lange gevangenisstraf in Syrië of in Irak heeft gehad?

Minister Blok:
Ik beschik nu niet over geverifieerde berichten — ik heb weleens geruchten gehoord — dat er nog andere wezen met de Nederlandse nationaliteit in kampen zijn. Ik kan niet speculeren op de mogelijkheid dat dat in de toekomst gebeurt omdat er mensen overlijden, maar op dit moment heb ik geen geverifieerde berichten dat er andere Nederlandse wezen in kampen zijn.

De voorzitter:
Tweede vraag, meneer Voordewind.

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Ik had twee vragen gesteld en de minister beantwoordt er één, maar …

De voorzitter:
Nee, tweede vraag.

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Mijn tweede vraag is dan: wat is de benadering van dit kabinet als het gaat om kinderen die halfwees zijn waarvan de vader veroordeeld is tot een mogelijk lange gevangenisstraf in een Irakese of Syrische gevangenis? Wat is de benadering van de Nederlandse regering ten aanzien van hen?

Minister Blok:
Ik heb op dit moment ook over deze situatie geen concrete gevallen voor ogen gekregen. Wel van moeders met kinderen, maar ik ken geen Nederlands geval. Ik weet dat dat bij andere nationaliteiten het geval is geweest. Ik ken geen Nederlands geval waar deze situatie in speelt.

Mevrouw Laan-Geselschap (VVD):
Een concrete vraag van de VVD: had het terughalen van deze kinderen, deze situatie, nou voorkomen kunnen worden door het intrekken van de paspoorten van de ouders?

Minister Blok:
Dat heeft natuurlijk alles met timing te maken. Dan moet ik even uit het hoofd het nationaliteitsrecht volgen. Bepalend is de nationaliteit op het moment van de bevalling, volgens mij, in Nederland. Dus het hangt ervan af of op dat moment de Nederlandse nationaliteit is ingetrokken.

Mevrouw Laan-Geselschap (VVD):
Dat betekent dus dat wij als wij hier nader op gaan inzoomen — dit is daar waarschijnlijk niet moment voor — de daarbij betrokken personen uit het kabinet zullen vragen om kritisch te kijken naar die intrekking. Ik vraag met nadruk aan het kabinet om de vragen die wij hierover gesteld hebben zo snel mogelijk te beantwoorden.

Minister Blok:
Als er vragen bij, zo neem ik aan, de collega van Justitie en Veiligheid liggen, zullen we die zo snel mogelijk beantwoorden. De inzet is om daar waar dat mogelijk is die nationaliteit inderdaad in te trekken.

De voorzitter:
Dank u wel.

Vragen Nijboer

Vragen van het lid Nijboer aan de minister van Financiën over het toenemend aantal pinstoringen.

De voorzitter:
Dan is nu aan de orde de vraag van de heer Nijboer aan de minister van Financiën over het toenemend aantal pinstoringen. Ik heet de minister van Financiën van harte welkom. De heer Nijboer.

De heer Nijboer (PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Een heel ander onderwerp. Gisterenmiddag stonden in Zoetermeer, Middelburg, Groningen, Breda en Maastricht hele rijen mensen die hun winkelkarretje hadden gevuld en die hun boodschappen niet konden afrekenen. Dat kon een uur later ook niet en toen zijn ze maar onverrichter zake naar huis gegaan. Dat toont de nutsfunctie, de belangrijke vitale functie, van ons betalingsverkeer in de samenleving aan.

Ik heb aan de minister van Financiën vragen over of die nutsfunctie wel voldoende gewaarborgd is. Mijn eerste vraag aan de minister is hoe het kan dat er zich zo lang zo'n grote verstoring kan voordoen bij zo'n grote grootgrutter in Nederland, de Albert Heijn. Was er geen back-upsysteem voorhanden? Dan de tweede vraag. Uit de media begrijp ik dat het komt door een maatregel die KPN in het kader van databeveiliging heeft genomen. Dat is een heel grote telecomprovider, ook een vitale infrastructuur in onze samenleving. Hoe kan er zo'n groot effect op het betalingssysteem zijn als een zo'n provider blijkbaar zijn zaken niet op orde heeft? De derde vraag is of de normstelling die we bij wet hebben geregeld wel voldoende is als je zo'n grote impact ziet alleen al op boodschappen doen. Moet u nagaan wat er gebeurt als iemand moedwillig het betalingsverkeer zou willen ontmoedigen, als iemand dat echt met slechte bedoelingen zou doen, want dit lijkt een fout te zijn. Is dat wel voldoende beschermd en zou dat niet veel beter moeten gebeuren?

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan de minister van Financiën.

Minister Hoekstra:
Voorzitter, dank u wel. Dank aan de heer Nijboer voor de gestelde vragen en voor het vragen van aandacht voor dit thema. Een aantal opmerkingen. De eerste is dat wat er gebeurd is natuurlijk echt vervelend is — daar zijn de heer Nijboer en ik het over eens — voor de mensen die het betrof, mensen die aan het winkelen waren bij een van de winkels van de firma Ahold, namelijk Albert Heijn, Etos en Gall & Gall. Het was overigens ook niet plezierig voor de caissières, die het in veel winkels hebben moeten ontgelden. Want wat zich daar heeft afgespeeld was, zo heb ik begrepen, in lang niet alle gevallen alleen maar fraai.

Het tweede is — dat is ook belangrijk om te markeren vanwege de vragen van de heer Nijboer — dat het hier ging om een IT-storing bij een private onderneming, namelijk bij Ahold. De private partij, precies zoals de heer Nijboer zegt, waar Ahold vervolgens weer zaken mee doet, namelijk KPN, had kennelijk een softwarewijziging doorgevoerd waardoor er problemen waren met de betalingen daar.

Het derde — dat is wel wat anders — gaat over het betalingsverkeer zelf. Dat gaat dus echt over de functie van de banken. De heer Nijboer heeft er natuurlijk helemaal gelijk in dat dat van vitaal belang is voor de Nederlandse economie. Dat is overigens ook van vitaal belang voor welzijn. De beschikbaarheid van het betalingsverkeer is in Nederland zeer hoog. Ik geloof dat de norm op 99% ligt, maar de resultaten liggen aanmerkelijk hoger dan die 99%, terwijl — dat kunnen we ons allemaal voorstellen — de hoeveelheid pintransacties natuurlijk alleen maar is toegenomen, ook de afgelopen jaren weer.

Het vierde en laatste wat er ik er nog over zou willen zeggen, is dat ik natuurlijk bij herhaling richting de Kamer heb aangegeven waarom ik het zo belangrijk vind — ik meen dat de heer Nijboer en ook anderen het daar zeer mee eens zijn — dat je, wat de grote voordelen van pinnen ook zijn, als samenleving ook moet kunnen terugvallen op en gebruik moet kunnen blijven maken van contant geld, juist voor een situatie zoals die zich gisteren heeft voorgedaan. Ook al is het praktisch voor de consument om met pin te betalen, zo'n situatie is precies de reden waarom ik het van groot belang vind dat er ook met cash betaald kan blijven worden, ook in de toekomst.

De heer Nijboer (PvdA):
Ik vraag graag door op die norm, want als die 99% zou zijn, zou die veel te laag zijn. We hebben 365 dagen per jaar. Als we drie dagen in het jaar niet kunnen betalen, wordt onze economie een enorme chaos. Ik vraag de minister om daar toch preciezer op in te gaan. Mijn tweede vraag ging over het back-upsysteem. Bij ziekenhuizen staan de generatoren klaar voor als de elektriciteit uitvalt. Is er voor het betalingssysteem niet ook zo'n soort stelsel voorhanden? De derde vraag gaat over het chartale geld, het cashgeld dat mensen hebben. Je zag dat binnen de kortste keren de pinautomaten leeg waren. Zelfs in steden moet je al zo'n beetje tien minuten fietsen om een pinautomaat te vinden. Is dat wel voldoende gewaarborgd?

Minister Hoekstra:
Eerst even over die eerste vraag. Daar kan ik nog wel wat percentages bij noemen. In 2018 — de heer Nijboer zal begrijpen dat we de cijfers van dit jaar nog niet hebben — was het percentage bij pinnen en contactloos betalen 99,89%. Voor mobiel bankieren was het 99,75% en voor internetbankieren 99,72%. Dat is allemaal zeer hoog, maar het gaat dan over de resultaten die we gehaald hebben op het betalingsverkeer. Het tweede dat belangrijk is om eraan toe te voegen, is dat het in dit specifieke geval gaat om een pinstoring, of eigenlijk moet je zeggen: een IT-storing. Die storing leidde ertoe dat er niet meer met een pasje betaald kon worden bij één organisatie, terwijl betalen met contant geld daar nog wel degelijk mogelijk was en men bovendien ook naar de pinautomaat op de hoek kon gaan of naar een andere supermarkt had kunnen gaan. Ik wil het probleem niet bagatelliseren, maar het is wel echt iets fundamenteel anders dan een probleem dat te maken heeft met het betalingsverkeer, waardoor mensen geen toegang meer zouden hebben tot elektronisch betalen in het algemeen. Het antwoord op de laatste vraag van de heer Nijboer, hoe het geregeld is met de toerusting van de pinautomaten, heb ik hier niet paraat. Dat zou ik nog graag schriftelijk met hem willen wisselen. Voor de volledigheid merk ik nog op dat wat betreft de percentages die ik noemde, de norm voor het hoge tijdvak 99,88% is. Dus daar zaten we aan de goede kant van de streep. 98,5% is het percentage voor andere tijdstippen. Als dat behulpzaam is, kan ik dat nog allemaal in een brief duiden.

De heer Nijboer (PvdA):
De brief met de precieze percentages zie ik graag tegemoet. Ik zou het toch nog wel even over de ernst van de situatie willen hebben. Altijd kan er iets uitvallen of misgaan. Dat kan ook gebeuren bij de elektriciteitsvoorziening. Gelukkig gebeurt dat in Nederland niet al te veel. Mijn punt is dat het betalingsverkeer een vitaal economisch en maatschappelijk belang in zich heeft. Je zult maar niet kunnen afrekenen bij een benzinepomp terwijl je naar een sollicitatiegesprek moet. Dat is echt wel een maatschappelijk probleem. Ik vind dat de overheid daar niet lichtzinnig mee moet omgaan en dat zij moet afdwingen dat het publieke belang is geborgd. Over dat thema heb ik nog één vraag. Er is één privaat geldbedrijf dat nu de pinautomaten vult. Er is één bedrijf failliet gegaan, en dat is erg genoeg, maar er is dus één bedrijf dat al onze pinautomaten vult. We zijn dus met z'n allen afhankelijk van het functioneren van dat bedrijf of de geldautomaten wel gevuld zijn. Vindt de minister dat verantwoord of zegt hij ook daar met de PvdA dat dit een publieke taak is en dat we die beter moeten garanderen?

Minister Hoekstra:
Eerst toch nog even over dat eerste. Ik heb het geprobeerd onder woorden te brengen — de heer Nijboer en ik zijn het daarover eens — dat het op orde hebben van de betaalinfrastructuur ontzettend belangrijk is voor het hele land. Nu is deze historisch gezien, maar ook als je deze vergelijkt met het buitenland, zeer goed in orde. Wat overigens ook zeer goed in orde is, is dat andere dossier, waar het gaat om de mogelijkheid om zonder storingen bij private partijen te betalen. De situatie gisteren was opmerkelijk en was vervelend en ongelukkig, maar is in Nederland gelukkig wel echt een uitzondering. Het is een ander type getallen dan in het buitenland. Ik denk dat dat belangrijk is, want de heer Nijboer en ik zijn het eens over het belang hiervan, maar het is goed om de context hier nog een keer te memoreren.

Voorzitter. De laatste vraag van de heer Nijboer ging over contant geld. Daar hebben hij en ik eerder ook schriftelijk met elkaar over van gedachten gewisseld. Daarbij waren we het eens over het belang van voldoende toegang tot pinautomaten. We hebben vervolgens ook gekeken of het wegvallen van een van die partijen nou prohibitief is voor het kunnen vullen van die geldautomaten. Volgens mij heb ik toen ook al de toezegging aan de heer Nijboer gedaan dat ik in een brief — ik meen nog voor het einde van dit jaar, maar ik zou de termijn even moeten nakijken — terugkom op de vraag of er hier nou potentieel een probleem is of niet, en dat ik De Nederlandsche Bank en de ACM daar ook nog over zal consulteren, want die hebben daar vermoedelijk nog beter inzicht in dan ikzelf. Die toezegging ververs ik bij dezen.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Nijboer.

De heer Nijboer (PvdA):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, minister.

Minister Hoekstra:
Dank u wel.

Vragen Raemakers

Vragen van het lid Raemakers aan de minister voor Medische Zorg en Sport over de bezorgdheid van artsen om de opmars van crowdfunding.

De voorzitter:
Dan geef ik tot slot het woord aan de heer Raemakers namens D66 voor zijn vraag aan de minister voor Medische Zorg over de bezorgdheid van artsen om de opmars van crowdfunding. Ik heet de minister voor Medische Zorg van harte welkom en geef de heer Raemakers het woord.

De heer Raemakers (D66):
Voorzitter, dank u wel. Wie ziek is, wil beter worden. En wie ernstig ziek of blijvend zwaar gehandicapt is of bijna doodgaat, wil alles aangrijpen, alles in het werk stellen, om het toch te overleven of de situatie toch te verbeteren. Zo'n patiënt wil iedere laatste hoop aangrijpen. Dat begrijp ik heel goed. Het medisch crowdfunden is dan ook in opkomst in Nederland. Steeds meer patiënten proberen een medische behandeling die in Nederland niet door de zorgverzekeraar wordt vergoed toch in het buitenland te laten uitvoeren en daar dan middelen voor bij elkaar te krijgen. Onderzoek van de Volkskrant heeft aangetoond dat het aantal medische crowdfundacties maar liefst is verzesvoudigd. Voor sommige zeer ernstig zieke patiënten is dat een goede zaak. Soms zijn wetenschappelijk onderbouwde vooruitstrevende behandelingen in Nederland namelijk nog niet beschikbaar. Als een zorgverzekeraar die behandeling dan niet wil vergoeden, kan crowdfunding uitkomst bieden.

Maar helaas zien we maar al te vaak dat medische crowdfunding alleen maar valse hoop geeft. We zien dat er in het buitenland behandelingen worden aangeboden die totaal geen effect hebben of ingrijpende risico's hebben, en dat er ook kwakzalverij voorkomt. D66 deelt daarom de zorgen die medisch specialisten afgelopen week in de Volkskrant hebben geuit. We moeten deze kwetsbare groep mensen beschermen tegen kwakzalverij. We moeten voorkomen dat er geld afgetroggeld wordt over hun ruggen heen. Daarom wil ik de minister allereerst vragen wat hij doet om deze kwetsbare patiënten en hun familie en naasten hiertegen te beschermen. Ten tweede wil ik de minister vragen of hij overweegt om, zoals de medisch specialisten ook willen, bij Nederlandse crowdfundingswebsites een disclaimer te verplichten waarin wordt beschreven wat de effectiviteit van de behandeling is, wat de risico's zijn en wat je als patiënt moet weten.

De voorzitter:
Het woord is aan de minister.

Minister Bruins:
Voorzitter, dank u wel. Zoals de heer Raemakers heeft beschreven, gaat het bij crowdfunding vaak om behandelingen die niet in ons basispakket zitten, waarschijnlijk vaak omdat ze nog niet effectief bevonden zijn. Het kan hierbij gaan om alternatieve of experimentele behandelingen. De heer Raemakers heeft dat zojuist ook uitgelegd. Patiënten moeten zich ervan bewust zijn dat dergelijke behandelingen risico's met zich mee kunnen brengen en zich hier van tevoren goed over laten informeren. Dat zou ook mijn oproep zijn: raadpleeg uw arts. Daarnaast zijn er meerdere websites waarop informatie wordt gegeven, waaronder www.kiesbeter.nl. Ook moeten mensen zich realiseren dat de Nederlandse overheid — lees: de inspectie — de kwaliteit van behandelingen in het buitenland niet kan toetsen. Tegelijkertijd staat het mensen uiteindelijk vrij om ervoor te kiezen een dergelijke behandeling in het buitenland te ondergaan en daarvoor via fondsenwerving middelen in te zamelen. Maar laat duidelijk zijn dat ik daar niet toe oproep. Zo ik al tot iets wil oproepen, dan is dat: raadpleeg uw arts en raadpleeg de site KiesBeter. Als de heer Raemakers vraagt wat je nog meer zou kunnen doen, dan denk ik dat, hoe uitgebreid die informatie op KiesBeter ook is, daar eigenlijk nog geen aandacht is voor crowdfunding, voor dergelijke experimentele behandelingen die via crowdfunding worden betaald. Kiesbeter.nl is een overheidssite. Ik denk dus dat we die site kunnen uitbreiden met informatie waarin wordt gewezen op dit risico van het gebruikmaken van experimentele behandelingen via crowdfunding. Dat wil ik dus graag toezeggen.

De heer Raemakers (D66):
Dank aan de minister voor het antwoord en ook voor de toezegging. De minister heeft natuurlijk helemaal gelijk met zijn oproep dat mensen zich goed moeten informeren en dat het heel belangrijk is om ook de arts te raadplegen. Het is ook goed dat de website KiesBeter er is en dat die nu wat wordt uitgebreid. Dat vind ik allemaal goede beginpunten, maar ik zou de minister ook willen vragen wat hijzelf vanuit zijn verantwoordelijkheid kan doen om deze kwetsbare mensen actief te beschermen. Vinden wij als politiek en als maatschappij dat je op crowdfundingswebsites behandelingen die totaal niet effectief zijn, mag aanbieden of mag aantonen en daarvoor geld mag verzamelen? We kunnen mensen wel oproepen om het goed uit te zoeken en om eerst naar hun arts te gaan, maar deze mensen zijn wanhopig. Het is hun allerlaatste redmiddel. Ik denk dat we niet moeten vergeten dat heel veel van de donaties worden opgehaald door de directe naasten, familie en vrienden. Het gaat dan om tienduizenden euro's. Er wordt gewoon geld afgetroggeld bij hele kwetsbare mensen. Dat zijn juist niet de mensen die dan zelf bij hun arts informeren. Dat zijn niet de mensen die naar de overheidswebsite gaan. Ik zou daarover dus ook heel graag iets van de minister willen horen. Kunnen we, om die kwetsbare mensen beter te beschermen, vanuit het ministerie van VWS iets doen richting die crowdfundingswebsites, zodat er gewoon heel duidelijk een verplichting komt om altijd aan te geven wat de risico's zijn, in de zin van: let op, deze behandeling is niet effectief? Kortom, kan de minister ook dat toezeggen?

Minister Bruins:
Ik vind dat de heer Raemakers eigenlijk heel goed beschrijft dat zo'n crowdfundingsactie vaak wordt opgezet door de patiënt of door de familie of vrienden van de patiënt. Het is vaak zijn initiatief. Als de vraag van de heer Raemakers is wat je actief kunt doen, dan is het antwoord dus eigenlijk tweeërlei. Enerzijds gaat het om die oproep: wees alstublieft toch ongelofelijk voorzichtig met het starten van een crowdfundingsactie waarmee u een experimentele behandeling in het buitenland wil doen, dus een maatregel of behandeling die buiten het verzekerde pakket valt. Tot die voorzichtigheid wil ik dus actief oproepen. Anderzijds ben ik, zoals ik zojuist ook heb gezegd, bereid om die site aan te passen. Ik weet in beide gevallen niet of je daarmee een sluitend appel doet op mensen voor wie dit de laatste strohalm is. Ook ik heb het interview in de Volkskrant gelezen. Ik begrijp ook heel goed dat er soms winst wordt geboekt en soms niet, maar dat mensen soms ook zeggen: het feit dat ik zo'n actie op touw heb gezet, heeft niet of niet voldoende geholpen, maar het geeft mij wel rust dat ik het gedaan heb. Ook dat is een verklaring waarom dit soort crowdfundingsacties worden opgezet, maar ik vind dat we hier ongelofelijk voorzichtig mee moeten zijn. Nogmaals, het gaat vaak over zorg die in het buitenland wordt geleverd, waar geen toezicht van de Nederlandse overheid via de inspectie op is. Ik ben hier dus ongelofelijk voorzichtig mee. Dat appel van mij mag duidelijk klinken.

De heer Raemakers (D66):
Voorzitter, tot slot. Volgens mij geeft de minister precies de kern aan: soms werkt de behandeling wél. Het is echt superfijn voor die patiënten dat dat hun redding is, maar heel vaak werkt de behandeling niet. Daarom zou het toch wel handig en volgens mij ook nodig zijn dat patiënten en ook alle familieleden die dat geld inzamelen, hierop worden gewezen voordat ze hieraan beginnen. Dit zijn de risico's; dat moet er gewoon altijd bij staan. Wat kan de minister daaraan doen?

De voorzitter:
Dank u wel.

Minister Bruins:
Die voorzichtigheid zou ik dus willen versterken via kiesbeter.nl. Daar zal ik het initiatief voor nemen.

Als het gaat over nieuwe behandelingen die nog niet in het verzekerd pakket zitten, dan weet de heer Raemakers ook dat we de subsidieregeling Veelbelovende zorg sneller bij de patiënt vanaf 1 januari dit jaar hebben uitgebreid. De effectiviteit van nieuwe zorg kan worden aangetoond via zo'n subsidie, waardoor een nieuwe zorgvorm sneller tot de verzekerde zorg behoort. Ik denk dat dit de beste route is: zorgen dat we de goede wind onder de subsidieregeling Veelbelovende zorg blazen en zorgen dat dit een succes is. Dat lijkt me belangrijk, naast het waarschuwen voor crowdfundingsacties met experimentele behandelingen in het buitenland. Ik heb, geloof ik, voldoende betoogd dat ik daar voorzichtig in wil zijn.

De voorzitter:
Dank u wel, minister en dank u wel, meneer Raemakers. De heer Alkaya namens de SP.

De heer Alkaya (SP):
De minister heeft het constant over informatie richting patiënten, maar ik hoor de heer Raemakers ook heel nadrukkelijk vragen om optreden richting de internetbedrijven. Het is toch heel gek dat zorgverzekeraars en erkende goede doelen, maar ook bijvoorbeeld andere crowfundingsplatforms, allemaal afzonderlijk moeten voldoen aan allemaal strenge regels. Maar als je een soort combinatie van die drie opricht, dan hoeft het van het kabinet opeens niet? De SP vroeg al een halfjaar geleden om de mazen in de wet te dichten, zodat dit soort internetbedrijven, die gewoon geld verdienen aan het leed van mensen, worden aangepakt. Die mazen moeten worden gedicht. Waarom wil het kabinet geen aanvullende regels maken zodat de mazen in de wet voor dit soort internetbedrijven worden gedicht?

Minister Bruins:
Het gaat hier niet zozeer over de internetbedrijven. Het gaat hier over crowdfundingsacties, die vaak het initiatief zijn van zieke mensen, van hun familie en vrienden. Ik heb gezegd dat de waarschuwing daarvoor duidelijker mag klinken. In aanloop naar deze mondelinge vraag heb ik gezocht of er een soort koepelorganisatie van crowdfundingsplatforms in Nederland is. Die heb ik niet kunnen vinden. Als ik die wel had kunnen vinden, dan had ik ook via zo'n platform het appel laten klinken dat ik op kiesbeter.nl zal zetten. Het belangrijkste blijft toch: voer het goede gesprek met uw arts.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Ik ben blij dat de minister meer informatie op kiesbeter.nl gaat zetten, maar het gaat hier niet alleen om de patiënten, die soms onterecht hoop krijgen en die onvoldoende informatie hebben over de ziekte, maar ook om alle familie en vrienden die hen supporten. Als de minister geen disclaimer wil eisen van die platforms — want dat zou onze eerste vraag zijn — dan wil ik graag van de minister weten of hij meer voorlichting gaat geven om mensen hier bewuster van te maken.

Minister Bruins:
Ik denk dat het platform kiesbeter.nl een goede manier is om te waarschuwen voor crowdfundingsacties voor experimentele behandelingen die in het buitenland bestaan en waarvoor nog geen ruimte is in het verzekerd pakket. Wat betreft hoop voor patiënten: ik vind dat daar de kern zit voor het goede gesprek tussen de arts en de patiënt. Ik denk, zo was ook te lezen in het Volkskrantartikel, dat het heel vaak de arts is die op voorzichtigheid wijst in de richting van de patiënt.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit vragenuur. Voor dit moment schors ik de vergadering tot een uur of drie. Meneer Raemakers, ik ben nog niet klaar, u mag nu nog niet naar de minister lopen. Nee, dat mag echt niet. Als de vergadering geopend is, mag er niet met kabinetsleden gepraat worden. Ik schors tot 15.00 uur. Daarna gaan we twee collega's beëdigen en volgen de stemmingen. Na de schorsing mag de heer Raemakers de minister nog een keer een handje geven.

De vergadering wordt van 14.52 uur tot 15.00 uur geschorst.

Beëdiging van de heer M.G.J. Harbers (VVD) en de heer G.J.P. van Otterloo (50PLUS)

Beëdiging van de heer M.G.J. Harbers (VVD) en de heer G.J.P. van Otterloo (50PLUS)

Aan de orde is de beëdiging van de heer M.G.J. Harbers (VVD) en de heer G.J.P. van Otterloo (50PLUS).

De voorzitter:
Aan de orde is de beëdiging van de heer M.G.J. Harbers van de VVD en de heer G.J.P. van Otterloo van 50PLUS. Ik geef het woord aan mevrouw Leijten tot het uitbrengen van verslag namens de commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven.

Mevrouw Leijten, voorzitter der commissie:
Voorzitter. Het installeren van nieuwe collega's is altijd bijzonder, maar vandaag is het extra bijzonder, want wij krijgen met deze twee nieuwe leden een enorme hoeveelheid ervaring binnen. Zij waren allebei al eerder een keer Kamerlid, allebei ook acht jaar. Dat was in een heel ander tijdvak, maar toch. Qua anciënniteit kunnen deze heren denk ik veel leden voorgaan.

En dan nu het officiële gedeelte; u kent het.

Voorzitter. De commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven heeft de stukken onderzocht die betrekking hebben op de heer M.G.J. Harbers te Rotterdam en de heer G.J.P. van Otterloo te Den Haag. De commissie is tot de conclusie gekomen dat de heer M.G.J. Harbers te Rotterdam en de heer G.J.P. van Otterloo te Den Haag terecht benoemd zijn verklaard tot lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. De commissie stelt u daarom voor om hen toe te laten als lid van de Kamer. Daartoe dienen zij wel eerst de eden of de verklaringen en beloften af te leggen zoals die zijn voorgeschreven bij de Wet beëdiging ministers en leden Staten-Generaal van 27 februari 1992, Staatsblad nr. 120.

De commissie verzoekt u tot slot om de Kamer voor te stellen het volledige rapport in de Handelingen op te nemen.

Volgens mij moet er weer een telefoon ingenomen worden, voorzitter.

De voorzitter:
Dit is nou al de tweede keer voor de heer Middendorp, die nota bene over digitalisering gaat. Ik hou het bij. Bij de derde keer is het inleveren.

Dank u wel, mevrouw Leijten. Ik dank de commissie voor haar verslag en stel voor dienovereenkomstig te besluiten.

Daartoe wordt besloten.

(Het rapport is opgenomen aan het eind van deze editie.)

De voorzitter:
Dan gaan we nu over tot de beëdiging van onze twee nieuwe collega's. Ik verzoek de leden en overige aanwezigen in de zaal en op de publieke tribune indien mogelijk te gaan staan. De heer Harbers en de heer Van Otterloo zijn in het gebouw der Kamer aanwezig om de voorgeschreven eden of verklaringen en beloften af te leggen. Ik verzoek de griffier, hen binnen te leiden.

Nadat de heer Harbers en de heer Van Otterloo door de griffier zijn binnengeleid, leggen zij in handen van de voorzitter de bij de wet voorgeschreven eden respectievelijk verklaringen en beloften af.

De voorzitter:

Ik wens u van harte geluk met het lidmaatschap van onze Kamer. Ik schors de vergadering voor enkele ogenblikken voor de felicitaties. Welkom terug, heren.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat de volgende leden zich hebben afgemeld:

Bisschop en Thieme.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

Regeling van werkzaamheden (stemmingen)

De voorzitter:
Ik stel voor zo dadelijk ook te stemmen over de aangehouden motie-Renkema (32793, nr. 377) en de aangehouden motie-Van Nispen/Hijink (33836, nr. 37) en over drie brieven van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid (33785, nrs. 20, 21 en 22).

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Dan geef ik nu het woord aan de heer Öztürk namens DENK.

De heer Öztürk (DENK):
Voorzitter. Ik wil mijn motie op stuk nr. 264 (32623), vermeld onder punt 17 van de stemmingslijst, over de moties ingediend bij het VAO Turkije, aanhouden.

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Öztürk stel ik voor zijn motie (32623, nr. 264) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

Stemmingen

Stemmingen

Stemmingen Wijziging van de Handelsregisterwet 2007

Aan de orde is de stemming in verband met het wetsvoorstel Wijziging van de Handelsregisterwet 2007 in verband met de evaluatie van die wet, alsmede regeling van enkele andere aan het handelsregister gerelateerde onderwerpen in het Burgerlijk Wetboek, de Handelsregisterwet 2007 en de Wet op de Kamer van Koophandel (34687).

(Zie vergadering van 29 mei 2019.)

In stemming komt het amendement-Futselaar (stuk nr. 14).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD en DENK voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het amendement-Wörsdörfer (stuk nr. 12).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van D66, de VVD en de SGP voor dit amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Pleegzorg/gezinshuizen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Pleegzorg/gezinshuizen,

te weten:

  • de motie-Voordewind over opleidings- en omscholingstrajecten voor meer gezinsgerichte jeugdhulp (31839, nr. 658);
  • de motie-Westerveld over richtlijnen over de vergoedingen voor pleegouders (31839, nr. 659);
  • de motie-Westerveld over een stem voor pleegjongeren (31839, nr. 660);
  • de gewijzigde motie-Agema over het controleren van gezinshuizen op zorginhoudelijke criteria (31839, nr. 663, was nr. 661);
  • de motie-Kuiken over de effectiviteit van initiatieven zoals die van Stichting MeeleefGezin (31839, nr. 662).

(Zie vergadering van 4 juni 2019.)

In stemming komt de motie-Voordewind (31839, nr. 658).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld (31839, nr. 659).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Westerveld (31839, nr. 660).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Agema (31839, nr. 663, was nr. 661).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kuiken (31839, nr. 662).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Ggz

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Ggz,

te weten:

  • de motie-Van den Berg c.s. over de toezending van de monitor over de Wet verplichte ggz (25424, nr. 463);
  • de motie-Diertens over de rol van voeding en bewegen in de behandeling van psychische stoornissen (25424, nr. 464);
  • de motie-Kuiken/Van den Berg over een verplichte bewaartermijn voor camerabeelden in en rondom ggz-instellingen (25424, nr. 465);
  • de motie-De Lange/Van den Berg over het meedraaien van psychiaters in avond-, nacht- en weekenddiensten (25424, nr. 466);
  • de motie-De Lange/Kuiken over een goede gegevensuitwisseling tussen ggz, politie, OM en gemeenten (25424, nr. 467);
  • de motie-Renkema over het terugdringen van wachtlijsten in de ggz (25424, nr. 468);
  • de motie-Renkema over een maximumuurtarief voor zelfstandige psychiaters (25424, nr. 469).

(Zie vergadering van 4 juni 2019.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Renkema stel ik voor zijn motie (25424, nr. 468) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Van den Berg c.s. (25424, nr. 463) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de politie in 2018 betrokken was bij meer dan 90.000 meldingen die betrekking hadden op personen met verward gedrag;

overwegende dat de Wet verplichte ggz per 1 januari 2020 wordt ingevoerd en dat er twijfel bestaat of het huidige instrumentarium van de Wet verplichte ggz voldoende is om mensen die verward gedrag vertonen en overlast veroorzaken verplicht ggz-zorg op te leggen;

overwegende dat de aanwezigheid van goede bemoeizorg voor mensen met verward gedrag die overlast veroorzaken belangrijk is omdat dan verplichte ggz-zorg niet meer altijd nodig is;

constaterende dat de staatsecretaris heeft toegezegd na de inwerkingtreding van de Wet verplichte ggz per 1 januari 2020 actief te gaan monitoren of het instrumentarium van de wet toereikend is en of de observatiemaatregel, inclusief rechterlijke toets, in het huidige instrumentarium wordt gemist;

verzoekt de regering de toegezegde monitor over het wel of niet toereikend zijn van het instrumentarium in de Wet verplichte ggz één jaar na invoering van de wet doch uiterlijk het derde kwartaal van 2021 naar de Tweede Kamer te zenden;

verzoekt de regering tevens met de sector afspraken te maken over betere en meer inzet van bemoeizorg voor mensen met verward gedrag die overlast veroorzaken, en indien uit de monitor na één jaar blijkt dat er een lacune zit in het instrumentarium van de Wet verplichte ggz aanvullende maatregelen voor te bereiden,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 463 (25424).

De motie-De Lange/Kuiken (25424, nr. 467) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat in de praktijk er nog belemmeringen bestaan om te komen tot een adequate gegevensuitwisseling tussen ggz en de politie, Openbaar Ministerie en de gemeentes;

constaterende dat dit gevaarlijke situaties en zelfs slachtoffers tot gevolg kan hebben;

overwegende dat bij ggz-cliënten die lijden aan een gewelddadige of seksuele stoornis de veiligheid voor mensen onnodig in het geding komt als professionals onvoldoende gegevens uitwisselen;

overwegende dat professionals op dit soort momenten moeten kunnen handelen om verder leed te voorkomen en de goede zorg te borgen;

verzoekt de regering om in overleg met betrokken partijen met concrete verbetervoorstellen te komen om een goede gegevensuitwisseling tussen de ggz en de politie, Openbaar Ministerie en gemeentes op het gebied van ggz en veiligheid te waarborgen en te laten werken in de praktijk,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 467 (25424).

De motie-Renkema (25424, nr. 469) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat zzp-psychiaters tot wel 185 euro per uur declareren en sommigen zelfs reistijd factureren;

constaterende dat een derde van de psychiaters in loondienst erover nadenkt om zzp'er te worden en slechts 3% van de instellingen de vacature voor psychiater uitsluitend weet te vullen met een arbeidsverband in loondienst;

overwegende dat het zeer onwenselijk is dat steeds meer psychiaters zich laten inhuren als zzp'er, temeer omdat dit de werkdruk verder doet toenemen;

overwegende dat het zorgbudget zo veel mogelijk bij patiënten terecht hoort te komen;

verzoekt de regering in gesprek te gaan met relevante partijen en ggz-instellingen betreffende de wenselijkheid en haalbaarheid van een maximumuurtarief voor zelfstandige psychiaters,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 469 (25424).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Van den Berg (25424, nr. ??, was nr. 463).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, de PvdD, DENK, 50PLUS, de VVD, de SGP, het CDA en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Diertens (25424, nr. 464).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de PVV ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kuiken/Van den Berg (25424, nr. 465).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-De Lange/Van den Berg (25424, nr. 466).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-De Lange/Kuiken (25424, nr. ??, was nr. 467).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Renkema (25424, nr. ??, was nr. 469).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en 50PLUS voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen overige moties Aardbeving in Groningen

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de aardbeving in Groningen,

te weten:

  • de motie-Nijboer c.s. over het uitvoeren van de voorstellen van de regio (33529, nr. 617);
  • de motie-Kops c.s. over het schrappen van het maximumbedrag van €10.000 (33529, nr. 618);
  • de motie-Kops over direct overgaan tot uitbetaling of versterking (33529, nr. 619);
  • de motie-Wassenberg c.s. over niet meer dan 12 miljard kuub gas winnen uit het Groningenveld bij een gemiddelde winter (33529, nr. 620);
  • de motie-Van der Lee c.s. over het opnemen van voorstellen uit de regio in de versterkingsaanpak en de schadeafhandeling (33529, nr. 622);
  • de motie-Van der Lee/Agnes Mulder over een voldoende budget voor het SodM om zijn adviserende en controlerende taken uit te kunnen voeren (33529, nr. 623);
  • de motie-Van der Lee c.s. over het betrekken van maatschappelijke organisaties bij de invulling van de crisisaanpak in Groningen (33529, nr. 624);
  • de motie-Geleijnse c.s. over de versnellingsmaatregelen voorzien van het gewenste resultaat en een datum (33529, nr. 625);
  • de motie-Yeşilgöz-Zegerius c.s. over het terugbrengen van de vraag naar Groningengas (33529, nr. 626);
  • de motie-Dik-Faber c.s. over één loket en één uitvoeringsorganisatie met budget en mandaat (33529, nr. 627);
  • de motie-Dik-Faber c.s. over juridisch advies inwinnen (33529, nr. 628);
  • de motie-Agnes Mulder c.s. over het volgen van het advies van het SodM (33529, nr. 629);
  • de motie-Agnes Mulder c.s. over een adviserende rol voor de agrarische tafel en het agroteam van experts (33529, nr. 630);
  • de motie-Sienot c.s. over de inzet van studenten bouwkunde voor versnelling van de aanpak van de schade (33529, nr. 631);
  • de motie-Sienot c.s. over het uitvoeren van de zeven oplossingsrichtingen (33529, nr. 632);
  • de motie-Sienot c.s. over de particuliere gebouweigenaar ruimte bieden voor eigen regie (33529, nr. 633).

(Zie vergadering van 4 juni 2019.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Agnes Mulder stel ik voor haar motie (33529, nr. 630) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Geleijnse c.s. (33529, nr. 625) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Geleijnse, Yeşilgöz-Zegerius, Nijboer, Sienot, Dik-Faber, Beckerman, Van der Lee, Wassenberg, Kops, Stoffer en Agnes Mulder.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 625 (33529).

De motie-Dik-Faber c.s. (33529, nr. 628) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Dik-Faber, Agnes Mulder, Sienot, Yeşilgöz-Zegerius, Van der Lee, Stoffer, Nijboer, Geleijnse, Beckerman, Kops en Wassenberg, en luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de TCMG voorstelt om mensen die voor 1 januari 2019 schade hebben gemeld een aanbod te doen van €5.000 voor vergoeding van het schadeherstel;

overwegende dat het een eenmalige regeling betreft met logischerwijze een einddatum;

overwegende dat na de aardbeving Westerwijtwerd bijna 4.500 meldingen van schade zijn gedaan;

overwegende dat het belangrijk is dat de TCMG nu zo veel mogelijk schades afhandelt, om meer tijd te kunnen besteden aan complexere schades en nieuwe schademeldingen;

spreekt uit dat het wenselijk is dat de voorgestelde regeling geldt voor schades die zijn gemeld voor 1 juni 2019;

verzoekt de regering juridisch advies in te winnen opdat de nieuwe regeling kan zien op de periode van schademeldingen tot 1 juni 2019,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 628 (33529).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Nijboer c.s. (33529, nr. 617).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kops c.s. (33529, nr. 618).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kops (33529, nr. 619).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Wassenberg c.s. (33529, nr. 620).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, de SGP en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Lee c.s. (33529, nr. 622).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Lee/Agnes Mulder (33529, nr. 623).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Lee c.s. (33529, nr. 624).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Geleijnse c.s. (33529, nr. ??, was nr. 625).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Yeşilgöz-Zegerius c.s. (33529, nr. 626).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Dik-Faber c.s. (33529, nr. 627).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Dik-Faber c.s. (33529, nr. ??, was nr. 628).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Agnes Mulder c.s. (33529, nr. 629).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Sienot c.s. (33529, nr. 631).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Sienot c.s. (33529, nr. 632).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Sienot c.s. (33529, nr. 633).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen Fiscale arbitrage

Aan de orde zijn de stemmingen in verband met het wetsvoorstel Invoering van een wettelijk mechanisme ten behoeve van de beslechting van belastinggeschillen tussen lidstaten van de Europese Unie (Wet fiscale arbitrage) (35110).

(Zie vergadering van 5 juni 2019.)

In stemming komt het gewijzigde amendement-Leijten/Snels (stuk nr. 12, I).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en de PVV voor dit gewijzigde amendement hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat het is verworpen.

Ik stel vast dat door de verwerping van dit gewijzigde amendement het andere op stuk nr. 12 voorkomende gewijzigde amendement als verworpen kan worden beschouwd.

In stemming komt het wetsvoorstel.

De voorzitter:
Ik constateer dat dit wetsvoorstel met algemene stemmen is aangenomen.

Stemming motie Fiscale arbitrage

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij de behandeling van het wetsvoorstel Invoering van een wettelijk mechanisme ten behoeve van de beslechting van belastinggeschillen tussen lidstaten van de Europese Unie (Wet fiscale arbitrage),

te weten:

  • de motie-Omtzigt c.s. over een commissie die adviseert over maatregelen om de belastingheffing over winsten van multinationals eerlijker te maken (35110, nr. 11).

(Zie vergadering van 5 juni 2019.)

In stemming komt de motie-Omtzigt c.s. (35110, nr. 11).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

De voorzitter:
De heer Omtzigt.

De heer Omtzigt (CDA):
Voorzitter. Ik kom zo nog een keer, maar nu deze motie is aangenomen, zou ik graag van de regering binnen een paar dagen een brief ontvangen met een voorstel tot personele invulling van deze commissie en met de opdrachtverlening. Ik zou daar graag over willen spreken, voordat die twee zaken definitief zijn.

De voorzitter:
U doelt op de uitvoering van de motie.

De heer Omtzigt (CDA):
Inderdaad, voorzitter, over de winstbelasting van multinationals.

De voorzitter:
Ik stel voor, het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Stemmingen moties Integrale aanpak van hulp aan kwetsbare kinderen en jongeren

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over de brief van de Kinderombudsman inzake de integrale aanpak van hulp aan kwetsbare kinderen en jongeren,

te weten:

  • de motie-Agema over recentraliseren van de complexere jeugdhulp (31839, nr. 664);
  • de motie-Agema over structureel een half miljard euro extra beschikbaar stellen voor de uitvoering van de Jeugdwet (31839, nr. 665);
  • de motie-Hijink over samenwerking tussen jeugdzorgaanbieders stimuleren (31839, nr. 666);
  • de motie-Westerveld over onderzoek naar hoeveel jongeren die acuut hulp nodig hebben op een wachtlijst staan (31839, nr. 667);
  • de motie-Westerveld over voldoende plekken voor jongeren met complexe psychische aandoeningen (31839, nr. 668);
  • de motie-Westerveld over het realiseren van landelijke expertisecentra voor complexe en acute jeugdhulp (31839, nr. 669);
  • de motie-Peters c.s. over onderzoek naar de reikwijdte van de jeugdhulpplicht (31839, nr. 670).

(Zie vergadering van 5 juni 2019.)

De voorzitter:
De motie-Agema (31839, nr. 664) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de transformatiedoelen van de Jeugdwet onder andere minder intensieve zorg, meer samenhang in hulpaanbod en meer ruimte voor de professional waren;

overwegende dat nu ook uit de brief van de Kinderombudsvrouw blijkt dat er nog erg veel moet gebeuren om deze transformatiedoelen te behalen en dat in de tussentijd erg veel kinderen met met name complexere problematiek in de knel blijven zitten;

verzoekt de regering te evalueren of de decentralisatie van de meer complexere jeugdhulp niet (deels) bovenregionaal georganiseerd moet worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 664 (31839).

De motie-Hijink (31839, nr. 666) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Kinderombudsvrouw heeft aangegeven dat de meest kwetsbare kinderen in ons land te maken hebben met een stapeling van problemen en daardoor ook automatisch te maken krijgen met verschillende wetten, instanties en regels;

constaterende dat de concurrentie in de jeugdzorg is doorgeschoten, waardoor kwetsbare kinderen niet tijdig de juiste zorg krijgen die zij nodig hebben;

constaterende dat er goede voorbeelden zijn van gemeenten die via een coöperatie jeugdzorghulpverleners de ruimte geven om te bepalen welke zorg nodig is, zonder concurrentie en verantwoordingsgekte toe te passen;

verzoekt de regering gemeenten aan te sporen om samenwerking met jeugdzorgaanbieders te stimuleren,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 666 (31839).

De motie-Westerveld (31839, nr. 668) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de inkoop van zeer specialistische jeugdzorg, maar er niet altijd voldoende passende behandelplekken zijn ingekocht;

overwegende dat het onacceptabel is dat jongeren te vaak met een complexe en acute hulpvraag op een verkeerde plek terechtkomen of op een wachtlijst belanden;

verzoekt de regering samen met gemeenten regie te voeren om voldoende plekken te realiseren voor jongeren met complexe psychische aandoeningen, zodat zij op korte termijn de specialistische zorg krijgen die ze nodig hebben,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 668 (31839).

Ik stel vast dat wij nu over deze gewijzigde moties kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Agema (31839, nr. ??, was nr. 664).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Agema (31839, nr. 665).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Hijink (31839, nr. ??, was nr. 666).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld (31839, nr. 667).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

De heer Voordewind.

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Voorzitter. Wij wilden voor de motie op stuk nr. 666 stemmen.

De voorzitter:
666, ja.

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Maar dat klinkt niet zo… In onze geledingen is dat niet echt… Maar dan doe ik het toch maar op deze manier.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan komt deze opmerking over 666 in de Handelingen te staan. Dan zijn we nu bij 668.

In stemming komt de gewijzigde motie-Westerveld (31839, nr. ??, was nr. 668).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Westerveld (31839, nr. 669).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Peters c.s. (31839, nr. 670).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemming motie Medische preventie

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het VAO Medische preventie,

te weten:

  • de motie-Renkema c.s. over expliciet aandacht besteden aan de vrijheid van seksuele voorkeur (32793, nr. 377).

(Zie vergadering van 24 april 2019.)

De voorzitter:
De motie-Renkema c.s. (32793, nr. 377) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat meisjes vaak te maken hebben met een negatieve attitude jegens, en reacties op, hun seksuele gedrag;

constaterende dat jongens vaak worden geprezen voor hetzelfde seksuele gedrag, terwijl meisjes hiervoor veroordeeld worden;

constaterende dat er 1 miljoen euro vrijgemaakt wordt voor een in 2019 te starten brede campagne omtrent veilig en plezierig vrijen conform de motie-Ellemeet c.s.;

verzoekt de regering, om bij die campagne:

  • expliciet aandacht te besteden aan de vrijheid van eenieder rondom seksueel gedrag;
  • het veroordelen van andermans seksuele keuzes tegen te gaan,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 377 (32793).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Renkema c.s. (32793, nr. ??, was nr. 377).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, het CDA en de PVV voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemming motie Personen- en familierecht

Aan de orde is de stemming over een aangehouden motie, ingediend bij het VAO Personen- en familierecht,

te weten:

  • de motie-Van Nispen/Hijink over het samen plaatsen van broertjes en zusjes als uitgangspunt (33836, nr. 37).

(Zie vergadering van 13 maart 2019.)

In stemming komt de motie-Van Nispen/Hijink (33836, nr. 37).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

Stemmingen moties Studeren met een functiebeperking in mbo en h.o.

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Studeren met een functiebeperking in mbo en ho,

te weten:

  • de motie-Westerveld over een matchingplatform om studenten met een beperking in contact te brengen met werkgevers (31524, nr. 422);
  • de motie-Westerveld over het beschikbaar stellen van alternatieve toetsvormen (31524, nr. 423);
  • de motie-El Yassini/Westerveld over begeleiding van studenten met beperking in mbo en hoger onderwijs door onderwijsinstellingen (31524, nr. 424);
  • de motie-Kuik/Westerveld over wettelijke aanpassingen voor informatievoorziening aan studenten met een functiebeperking (31524, nr. 425);
  • de motie-Van den Hul over een landelijke website met informatie voor studenten met een functiebeperking (31524, nr. 426);
  • de motie-Van den Hul/Van Meenen over een warme overdracht van studenten met een functiebeperking naar een vervolgopleiding (31524, nr. 427);
  • de motie-Van Meenen over het verbeteren van de website Studeermeteenplan.nl (31524, nr. 428);
  • de motie-Van Meenen over studentenwelzijn meenemen in de Staat van het Onderwijs (31524, nr. 429);
  • de motie-Kwint over het inrichten van een landelijk profileringsfonds (31524, nr. 430);
  • de motie-Kwint over een goede overdracht tussen onderwijsinstellingen voor studenten met een functiebeperking (31524, nr. 431);
  • de motie-Kuzu/Azarkan over cursussen voor docenten voor het ondersteunen van studenten met een functiebeperking (31524, nr. 432);
  • de motie-Kuzu/Azarkan over een stilteruimte voor studenten met een beperking (31524, nr. 434).

(Zie vergadering van 5 juni 2019.)

In stemming komt de motie-Westerveld (31524, nr. 422).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Westerveld (31524, nr. 423).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-El Yassini/Westerveld (31524, nr. 424).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kuik/Westerveld (31524, nr. 425).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Hul (31524, nr. 426).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de VVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Hul/Van Meenen (31524, nr. 427).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Meenen (31524, nr. 428).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de VVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Meenen (31524, nr. 429).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kwint (31524, nr. 430).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Mevrouw Ploumen.

Mevrouw Ploumen (PvdA):
Voorzitter, dank u wel. Wij willen geacht worden tegen de motie op stuk nr. 430 te hebben gestemd.

De voorzitter:
Deze opmerking wordt in de Handelingen opgenomen.

In stemming komt de motie-Kwint (31524, nr. 431).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Kuzu/Azarkan (31524, nr. 432).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kuzu/Azarkan (31524, nr. 434).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Wetenschapsbeleid

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Wetenschapsbeleid,

te weten:

  • de motie-Tielen c.s. over het jaarlijks organiseren van een Nederlandse "evidentieweek" (29338, nr. 190);
  • de motie-Tielen/Van der Molen over het aantonen van de wetenschappelijke effectiviteit van trainingen over impliciete genderbias (29338, nr. 191);
  • de motie-Tielen/Van der Molen over de 60 miljoen extra die vrijkomt inzetten voor uitvragen voor onderzoek (29338, nr. 192);
  • de motie-Bruins/Van der Molen over synergie in de inzet van middelen voor thematisch beleid in onderzoek en innovatie (29338, nr. 193);
  • de motie-Bruins/Van der Molen over een sterkere coördinerende en strategische rol van NWO (29338, nr. 194);
  • de motie-Van den Hul/Westerveld over maatregelen om de terugval in de groei van het aantal vrouwelijke hoogleraren te keren (29338, nr. 196);
  • de motie-Van den Hul/Westerveld over extra investeringen in bèta- en techniekonderwijs niet ten koste laten gaan van geesteswetenschappen (29338, nr. 198);
  • de motie-Van der Molen c.s. over top-uppers niet in de evaluatie van het experiment promotieonderwijs meenemen (29338, nr. 199);
  • de motie-Van der Molen c.s. over een nieuwe aanvraagronde voor het experiment promotieonderwijs (29338, nr. 200);
  • de motie-Van Meenen over de ombudsfunctie versneld in de wetenschap invoeren (29338, nr. 201).

(Zie vergadering van 5 juni 2019.)

De voorzitter:
Op verzoek van mevrouw Tielen stel ik voor haar motie (29338, nr. 190) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

In stemming komt de motie-Tielen/Van der Molen (29338, nr. 191).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Tielen/Van der Molen (29338, nr. 192).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de VVD en het CDA voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Bruins/Van der Molen (29338, nr. 193).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bruins/Van der Molen (29338, nr. 194).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Hul/Westerveld (29338, nr. 196).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, het CDA en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van den Hul/Westerveld (29338, nr. 198).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, de SGP en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Molen c.s. (29338, nr. 199).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, de VVD, de SGP, het CDA, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Molen c.s. (29338, nr. 200).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van DENK, 50PLUS, de VVD, de SGP, het CDA, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

De heer Van der Molen.

De heer Van der Molen (CDA):
Voorzitter, dank u wel. Nu mijn motie op stuk nr. 200 (29338) is aangenomen, ondanks dat zij ontraden was, zou ik graag binnen twee weken van het kabinet een brief ontvangen waarin staat hoe het deze motie wil gaan uitvoeren.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. Ik ga er overigens van uit dat alle moties die aangenomen worden, worden uitgevoerd, althans dat hoop ik dan.

In stemming komt de motie-Van Meenen (29338, nr. 201).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van FvD ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemmingen moties Voortgang voorinvesteringen op instellingen hoger onderwijs

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Voortgang voorinvesteringen op instellingen hoger onderwijs,

te weten:

  • de motie-Westerveld c.s. over een uitgebreide evaluatie van het leenstelsel (31288, nr. 729);
  • de motie-Futselaar over een wetsvoorstel voor een basisbeurs (31288, nr. 730);
  • de motie-Futselaar over onderzoek naar de mogelijkheden om een uitgesloten generatie studenten te compenseren (31288, nr. 731);
  • de motie-Van den Hul over het naar voren halen van studievoorschotmiddelen (31288, nr. 732);
  • de motie-Kops/Beertema over voorinvesteringen gespecificeerd laten opnemen in de begrotingen van hogescholen en universiteiten (31288, nr. 733);
  • de motie-Van Meenen over het faciliteren van de decentrale medezeggenschapsraad (31288, nr. 734);
  • de motie-Van der Molen/Westerveld over een gedetailleerd overzicht van de problemen bij DUO (31288, nr. 735);
  • de motie-Van der Molen/Westerveld over aanspraak maken op en flexibel inzetten van studievouchers (31288, nr. 736).

(Zie vergadering van 5 juni 2019.)

De voorzitter:
De motie-Westerveld c.s. (31288, nr. 729) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Westerveld, Futselaar, Van den Hul en Beertema. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 729 (31288).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

Ik geef gelegenheid tot het afleggen van een stemverklaring vooraf.

De heer Van der Molen (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Deze stemverklaring leg ik mede namens de fractie van de ChristenUnie af.

Het leenstelsel kon tot voor kort rekenen op steun in deze Kamer. Maar die steun vertoont inmiddels wel barstjes, of, rekening houdend met de nieuwe positie van de fractie van GroenLinks: barsten, zo groot dat je er inmiddels doorheen kunt kijken. Ik onderstreep nog maar eens dat wat ChristenUnie en CDA betreft, het leenstelsel zijn langste tijd heeft gehad. Dit kabinet gaat aan de slag met een evaluatie van het leenstelsel naar aanleiding van de motie van collega Klaver, die toen ook door CDA en ChristenUnie is gesteund. Daar ben ik positief over.

Voorzitter. Vandaag stemmen we over de motie op stuk nr. 729, die aanstuurt op onderzoek naar allerlei alternatieven voor het huidige stelsel. Geloof me, wat CDA en ChristenUnie betreft gaan die alternatieven er ook komen. Wel heb ik me laten overtuigen om nu niet voor deze motie te stemmen, maar eerst de evaluatie zoals door collega Klaver gevraagd af te wachten, zodat daarna kan worden gekozen voor een goed onderbouwd alternatief.

Voorzitter. De jonge generatie heeft het op veel meer terreinen flink te verduren. De prestatiedruk, de woningnood, de stress, de psychische klachten …

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van der Molen.

De heer Van der Molen (CDA):
We willen jongeren meer ademruimte geven en dus heeft wat ons betreft het leenstelsel zijn langste tijd gehad.

De voorzitter:
Ja. Dat heeft u gezegd. U heeft echt één minuut, daarom ging ik er doorheen praten. Dat is heel storend, maar het kan niet anders. Dank u wel.

In stemming komt de gewijzigde motie-Westerveld c.s. (31288, nr. ??, was nr. 729).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Futselaar (31288, nr. 730).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, 50PLUS, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Mevrouw Agema.

Mevrouw Agema (PVV):
Wij wensen geacht te worden voor de motie op stuk nr. 729 te hebben gestemd.

De voorzitter:
Dan zal deze opmerking in de Handelingen worden opgenomen. Dank u wel.

In stemming komt de motie-Futselaar (31288, nr. 731).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, 50PLUS en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van den Hul (31288, nr. 732).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, de SGP en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Kops/Beertema (31288, nr. 733).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Meenen (31288, nr. 734).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, D66 en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van der Molen/Westerveld (31288, nr. 735).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van D66 ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van der Molen/Westerveld (31288, nr. 736).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van de VVD ertegen, zodat zij is aangenomen.

Stemming motie Inspectierapport "Nederlands of niet: gedragscodes en taalbeleid in het hoger onderwijs"

Aan de orde is de stemming over een motie, ingediend bij het VSO Inspectierapport "Nederlands of niet: gedragscodes en taalbeleid in het hoger onderwijs",

te weten:

  • de motie-Bisschop/Van der Molen over handhaving van de wettelijke verplichting voor instellingen om een gedragscode inzake taalbeleid te hebben (22452, nr. 76).

(Zie vergadering van 5 juni 2019.)

In stemming komt de motie-Bisschop/Van der Molen (22452, nr. 76).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks, de PvdD, DENK, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen overige moties Presentatie van de klimaatakkoorddoorrekening

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het debat over berichtgeving dat de minister-president de presentatie van de klimaatakkoorddoorrekening heeft laten uitstellen,

te weten:

  • de motie-Klaver c.s. over geen verzoeken aan planbureaus doen om de publicatie van doorrekeningen uit te stellen tot er een kabinetsappreciatie is (32813, nr. 329);
  • de motie-Baudet over openbaarmaking van alle gespreksverslagen van de besprekingen aan de klimaattafels (32813, nr. 331);
  • de motie-Baudet over uitvoering van de op 5 februari 2019 in de Eerste Kamer aangenomen motie over openbaarmaking van de verslagen van de klimaattafels (32813, nr. 332).

(Zie vergadering van 5 juni 2019.)

De voorzitter:
De motie-Baudet (32813, nr. 331) is in die zin gewijzigd dat zij thans luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat wij volledig geïnformeerd dienen te worden;

overwegende dat de beleidssuggesties van de klimaattafels verstrekkende (financiële) gevolgen hebben voor de Nederlandse bevolking;

constaterende dat bij alle klimaattafels een penvoerder van de regering aanwezig was;

overwegende dat er dus verslagen moeten zijn gemaakt;

roept de regering, met een beroep op artikel 68 van de Grondwet, op om zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval voor de vaststelling van het klimaatakkoord:

  • alle definitieve gespreksverslagen van de besprekingen aan de klimaattafels met de Kamer te delen;
  • alle contacten van bewindslieden en/of ministeries met de voorzitter van het Klimaatberaad, de heer Nijpels, openbaar te maken;
  • alle contacten van bewindslieden en/of ministeries met het PBL met betrekking tot de doorrekening van het klimaatakkoord op hoofdlijnen van 10 juli tot en met 28 september 2018 openbaar te maken,

en gaat over tot de orde van de dag.

Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 331 (32813).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Klaver c.s. (32813, nr. 329).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, de SGP, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Baudet (32813, nr. ??, was nr. 331).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze gewijzigde motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Baudet (32813, nr. 332).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, de PvdD, DENK, 50PLUS, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Stemmingen moties Turkije

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het VAO Turkije,

te weten:

  • de motie-Karabulut c.s. over inspanningen voor vrijlating van Nederlandse politieke gevangenen in Turkije (32623, nr. 260);
  • de motie-Karabulut over beëindigen van de EU-toetredingsgesprekken met Turkije (32623, nr. 261);
  • de motie-De Roon over terugdringen van de invloed van de Turkse overheid in Nederland (32623, nr. 262);
  • de motie-Voordewind c.s. over afstand nemen van de uitspraken van de Turkse president over de Armeense genocide (32623, nr. 263);
  • de motie-Omtzigt/Koopmans over het formeel stoppen met de EU-toetredingsonderhandelingen (32623, nr. 265).

(Zie vergadering van 6 juni 2019.)

In stemming komt de motie-Karabulut c.s. (32623, nr. 260).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van DENK ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Karabulut (32623, nr. 261).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-De Roon (32623, nr. 262).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, 50PLUS, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de motie-Voordewind c.s. (32623, nr. 263).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, 50PLUS, D66, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de fractie van DENK ertegen, zodat zij is aangenomen.

De heer Voordewind.

De heer Voordewind (ChristenUnie):
Ik dank de Kamer voor de brede steun en ik zou graag aan het kabinet willen vragen om een reactie te sturen naar de Kamer over hoe het deze motie gaat uitvoeren.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

In stemming komt de motie-Omtzigt/Koopmans (32623, nr. 265).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van 50PLUS, de VVD, de SGP, het CDA, de ChristenUnie, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

De heer De Roon.

De heer De Roon (PVV):
Ik zou willen voorstellen dat aan het kabinet wordt gevraagd om een brief over hoe zij mijn zojuist aangenomen motie gaan uitvoeren.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

De heer Omtzigt.

De heer Omtzigt (CDA):
Idem wat betreft mijn motie. Daarin wordt gevraagd om een voorstel te doen in de Europese Raad. Wij zouden graag willen weten wanneer dat voorstel gedaan wordt om de onderhandelingen met Turkije te beëindigen.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

Dan wil ik eigenlijk het voorstel doen om de stemmingen bij agendapunt 18 aan het eind van de stemmingslijst te doen. Daarover gaan wij straks namelijk schriftelijk stemmen. Dan kunnen we nu gelijk door naar agendapunt 19. Anders wordt het een beetje te onrustig. Tenzij iemand daar bezwaar tegen heeft, gaan we nu naar agendapunt 19. Dat is niet het geval.

Stemmingen moties Verantwoordingsdebat

Aan de orde zijn de stemmingen over moties, ingediend bij het Verantwoordingsdebat,

te weten:

  • de motie-Tony van Dijck/Wilders over terugdraaien van de btw-verhoging op boodschappen, de verhoging van de energiebelasting en afschaffen van het eigen risico (35200, nr. 13);
  • de motie-Tony van Dijck/Fritsma over intrekken van de asielvergunningen van alle tot Nederland toegelaten Syriërs (35200, nr. 14);
  • de motie-Alkaya over aanvullende maatregelen om huishoudens te compenseren voor de in 2018 misgelopen koopkrachtgroei (35200, nr. 16);
  • de motie-Alkaya over een groter deel van de bedrijfswinsten uitkeren aan werknemers (35200, nr. 17);
  • de motie-Alkaya over in 2019 750 miljoen investeren in de jeugdzorg (35200, nr. 18);
  • de motie-Nijboer over inzichtelijk maken wat incidentele en structurele componenten van de diverse mee- en tegenvallers zijn (35200, nr. 19);
  • de motie-Bruins c.s. over de samenstelling van de Studiegroepen Begrotingsruimte en Duurzame Economische Groei (35200, nr. 20);
  • de motie-Bruins c.s. over uitbreiding van de taakopvatting van het BIT (35200, nr. 21);
  • de motie-Van Raan/Thieme over het uitroepen van de klimaatnoodtoestand (35200, nr. 22);
  • de motie-Van Raan/Thieme over het uitroepen van de biodiversiteitsnoodtoestand (35200, nr. 23);
  • de motie-Van Raan over wetenschappelijke bureaus vragen integrale beleidsopties te ontwikkelen (35200, nr. 24);
  • de motie-Van Rooijen over benoemen van een tweede staatssecretaris van Financiën (35200, nr. 25);
  • de motie-Van Rooijen/Van Brenk over verhogen van het wettelijk minimumloon met 3% extra (35200, nr. 26);
  • de motie-Van Rooijen over dezelfde langetermijnrente voor pensioenfondsen als voor verzekeraars (35200, nr. 27);
  • de motie-Van Rooijen/Van Brenk over afschaffen van de fiscale RVU-heffing van 52% bij Defensie (35200, nr. 28);
  • de motie-Stoffer/Nijboer over volwaardig meenemen van de gevolgen van ons handelen voor ontwikkelingslanden (35200, nr. 29).

(Zie vergadering van 6 juni 2019.)

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Van Rooijen stel ik voor zijn moties (35200, nrs. 27 en 28) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
De motie-Bruins c.s. (35200, nr. 21) is in die zin gewijzigd dat zij thans is ondertekend door de leden Bruins, Snels, Slootweg, Stoffer en Nijboer, en luidt:

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Algemene Rekenkamer stelt dat er te weinig aandacht is voor de instandhouding van de bestaande ICT-systemen en dat er geen eenduidige informatie beschikbaar is over de kosten van instandhouding van ICT-systemen;

verzoekt de regering in de huidige analyse van de mogelijke toekomstscenario's van het BIT nadrukkelijk de mogelijkheid te onderzoeken tot uitbreiding van de taakopvatting met toetsing bij onderhouds- en informatiebeveiligingsvraagstukken,

en gaat over tot de orde van de dag.

Zij krijgt nr. ??, was nr. 21 (35200).

Ik stel vast dat wij hier nu over kunnen stemmen.

In stemming komt de motie-Tony van Dijck/Wilders (35200, nr. 13).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Tony van Dijck/Fritsma (35200, nr. 14).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de PVV en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Alkaya (35200, nr. 16).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK, 50PLUS en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Alkaya (35200, nr. 17).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK en de PVV voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Alkaya (35200, nr. 18).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Nijboer (35200, nr. 19).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Bruins c.s. (35200, nr. 20).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP en de ChristenUnie voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

In stemming komt de gewijzigde motie-Bruins c.s. (35200, nr. ??, was nr. 21).

De voorzitter:
Ik constateer dat deze gewijzigde motie met algemene stemmen is aangenomen.

In stemming komt de motie-Van Raan/Thieme (35200, nr. 22).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks en de PvdD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Raan/Thieme (35200, nr. 23).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van GroenLinks en de PvdD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

(Onrust op de publieke tribune.)

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
We gaan verder met de stemmingen.

In stemming komt de motie-Van Raan (35200, nr. 24).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, GroenLinks, de PvdD en DENK voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

In stemming komt de motie-Van Rooijen (35200, nr. 25).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fractie van 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

(Onrust op de publieke tribune.)

De heer Wassenberg (PvdD):
Voorzitter …

De voorzitter:
Even harder praten. Ik zet 'm op stand vier.

De heer Wassenberg (PvdD):
Bij de motie op stuk nr. 25 heeft u de Partij voor de Dieren niet genoemd, maar we hebben wel voor gestemd.

De voorzitter:
Dan zal deze opmerking in de Handelingen worden opgenomen.

In stemming komt de motie-Van Rooijen/Van Brenk (35200, nr. 26).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdD, DENK en 50PLUS voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is verworpen.

Dan gaan we naar de laatste motie.

In stemming komt de motie-Stoffer/Nijboer (35200, nr. 29).

De voorzitter:
Ik constateer dat de leden van de fracties van de SP, de PvdA, GroenLinks, de PvdD, DENK, 50PLUS, D66, de SGP, het CDA, de ChristenUnie en FvD voor deze motie hebben gestemd en de leden van de overige fracties ertegen, zodat zij is aangenomen.

We gaan nu terug naar agendapunt 18.

Stemming brief Vervulling vacature van raadsheer in de civiele kamer van de Hoge Raad

Aan de orde is de stemming over de brief van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid over het opmaken van een voordracht van drie kandidaten ter vervulling van een vacature van raadsheer in de civiele kamer van de Hoge Raad (33785, nr. 20).

De voorzitter:
We gaan nu stemmen over de agendapunten 18, 18a en 18b. Aangezien is gevraagd om schriftelijke stemmingen over een aantal posities, dus eigenlijk over namen, op de voordrachten, benoem ik nu allereerst tot leden van het stembureau de leden Aukje de Vries, tevens voorzitter van het stembureau, de heer Geleijnse namens 50PLUS, de heer Kops en de heer Van der Molen.

Ik verzoek de stemopnemers plaats te nemen aan de tafel in het midden van de zaal en ik verzoek de bodes de eerste stembriefjes uit te delen. Die hebben elke keer een andere kleur. U wordt geacht op het stembriefje één naam en niet één nummer te schrijven. De namen van de voorgedragen personen staan op de stemmingslijst. Ik maak u erop attent dat uw stem alleen geldig is indien u uw stem uitbrengt op een van deze personen. Blanco briefjes en briefjes met meerdere namen zijn ongeldig en die ga ik ook niet voorlezen. Dat soort grappen gaan we vandaag niet maken.

Ik verzoek de griffier de namen van de leden op de presentielijst zijn vermeld voor te lezen en ik verzoek de leden om op die oproep te reageren door op te staan en zich naar het stembureau te begeven. Na het uitbrengen van uw stem kunt u weer uw plaats innemen. Ten slotte verzoek ik u om niet door de zaal te gaan lopen of de zaal te verlaten tijdens de stemmingen. De bode zal mijn stembriefje naar het stembureau brengen en de leden van het stembureau brengen als laatste hun stem uit.

We gaan nu over tot de opmaak van de eerste voordracht van een totaal van drie, de voordracht onder agendapunt 18. Wij gaan stemmen over de persoon die als eerste op de voordracht zal worden geplaatst. Kan de kamer instemmen met het voorstel van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid om de heer mr. F.J.P. Lock als eerste op de voordracht genoemd bij agendapunt 18 te plaatsen?

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Dan gaan we nu over tot de stemming over de tweede naam op de voordracht bij agendapunt 18. Daarover stemmen wij schriftelijk. Het woord is nu aan de griffier.

Ik zie dat de briefjes nog niet aan iedereen zijn uitgedeeld, en die zijn wel belangrijk. Dan wachten we daar eerst op.

Wie heeft er nog geen briefje? Ik zie dat het nu rond is. Ja. Ik geef het woord aan de griffier.

(De leden brengen hun stem uit.)

De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors de vergadering om het stembureau de gelegenheid te geven het aantal uitgebrachte stemmen te tellen.

De vergadering wordt van 16.07 uur tot 16.13 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik geef mevrouw Aukje de Vries het woord.

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Er zijn in totaal 142 stemmen uitgebracht.

De voorzitter:
142 leden staan op de presentielijst vermeld.

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):
Er zijn ook 142 geldige stemmen uitgebracht.

De voorzitter:
De volstrekte meerderheid bij dit aantal uitgebrachte geldige stemmen is 72.

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):
Er zijn 4 stemmen uitgebracht op de heer mr. F.J.P. Lock, er zijn 123 stemmen uitgebracht op de heer mr. M. Kuijer en er zijn 15 stemmen uitgebracht op mevrouw mr. C. Caminada.

De voorzitter:
Aangezien de heer mr. M. Kuijer de volstrekte meerderheid van het aantal geldig uitgebrachte stemmen heeft behaald, zal hij als tweede kandidaat op de voordracht worden geplaatst.

Dan wil ik nu overgaan tot de stemming over de persoon die als derde op de voordracht zal worden geplaatst. Voor de duidelijkheid: we zijn nog steeds bij agendapunt 18. Kan de Kamer instemmen met het voorstel van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid om mevrouw mr. C. Caminada als derde op de voordracht zoals genoemd bij agendapunt 18 te plaatsen? Dat is het geval.

Daartoe wordt besloten.

Stemming brief Vervulling vacature van raadsheer in de strafkamer van de Hoge Raad

Aan de orde is de stemming over de brief van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid over het opmaken van een voordracht van drie kandidaten ter vervulling van een vacature van raadsheer in de strafkamer van de Hoge Raad (33785, nr. 21).

De voorzitter:
Dan gaan we nu over tot het opmaken van de tweede voordracht van een totaal van drie voordrachten, namelijk de voordracht onder agendapunt 18a. We gaan stemmen over de persoon die als eerste op de voordracht zal worden geplaatst. Ook dit is een schriftelijke stemming.

Eerst worden de briefjes rondgedeeld. Deze keer zijn ze blauw.

Heeft iedereen een briefje? Ja, dat is het geval.

Ik zie dat de heer Van Aalst al heeft voorgesorteerd, maar ik geef eerst het woord aan de griffier!

(De leden brengen hun stem uit.)

De voorzitter:
Ik schors de vergadering voor het tellen van de stemmen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik geef de voorzitter van het stembureau, mevrouw Aukje de Vries, het woord.

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Er zijn in totaal 142 stemmen uitgebracht.

De voorzitter:
Er staan 142 leden op de presentielijst vermeld.

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):
Er zijn 142 geldige stemmen uitgebracht.

De voorzitter:
De volstrekte meerderheid bij dit aantal uitgebrachte geldige stemmen is 72.

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):
Er zijn 18 stemmen uitgebracht op de heer mr. F.J.P. Lock, er zijn 119 stemmen uitgebracht op de heer mr. M. Kuijer en er zijn 5 stemmen uitgebracht op mevrouw mr. C. Caminada.

De voorzitter:
Aangezien de heer mr. M. Kuijer de volstrekte meerderheid van het aantal geldig uitgebrachte stemmen heeft behaald, zal de heer mr. M. Kuijer als eerste op de voordracht worden geplaatst.

We gaan nu over tot de opmaak van de tweede voordracht van een totaal van drie voordrachten. O nee, gelukkig heb ik goede ondersteuning. Wij gaan nu stemmen over de persoon die als tweede op de voordracht zal worden geplaatst. Kan de Kamer instemmen met het voorstel van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid om mevrouw mr. C. Caminada als tweede op de voordracht genoemd bij agendapunt 18a te plaatsen? Dat is het geval.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Dan gaan we nu stemmen over de persoon die als derde op de voordracht zal worden geplaatst. Kan de Kamer instemmen met het voorstel van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid om de heer mr. F.J.P. Lock als derde op de voordracht genoemd bij agendapunt 18a te plaatsen? Dat is het geval.

Daartoe wordt besloten.

Stemming brief Vervulling vacature van raadsheer in de strafkamer van de Hoge Raad

Aan de orde is de stemming over de brief van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid over het opmaken van een voordracht van drie kandidaten ter vervulling van een vacature van raadsheer in de strafkamer van de Hoge Raad (33785, nr. 22).

De voorzitter:
We gaan nu over tot de opmaak van de derde voordracht van een totaal van drie voordrachten, de voordracht onder agendapunt 18b. We gaan stemmen over de persoon die als eerste op de voordracht zal worden geplaatst. Kan de Kamer instemmen met het voorstel van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid om mevrouw mr. C. Caminada als eerste op de voordracht genoemd bij agendapunt 18b te plaatsen? Dat is het geval.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Dan gaan wij nu over tot de opmaak van de tweede naam op de voordracht bij agendapunt 18b. Dat is een schriftelijke stemming. De stembriefjes worden rondgedeeld. Deze keer hebben ze de kleur groen. Heeft iedereen een groen briefje? Ja, dat is het geval. Dan geef ik het woord aan de griffier.

(De leden brengen hun stem uit.)

De voorzitter:
Dank u wel. Dan schors ik nu de vergadering voor enkele ogenblikken om het stembureau de gelegenheid te geven het aantal uitgebrachte stemmen te tellen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Voordat ik mevrouw Aukje de Vries het woord geef: Nederland heeft gescoord. Het is 1-0.

(Geroffel op de bankjes)

De voorzitter:
Dan is nu het woord aan de voorzitter van het stembureau.

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Er zijn wederom in totaal 142 stemmen uitgebracht.

De voorzitter:
142 leden staan op de presentielijst vermeld.

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):
Er zijn in totaal 141 geldige stemmen uitgebracht.

De voorzitter:
De volstrekte meerderheid bij dit aantal uitgebrachte geldige stemmen is 71.

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):
Er zijn 18 stemmen uitgebracht op de heer mr. F.J.P. Lock, er zijn 119 stemmen uitgebracht op de heer mr. M. Kuijer en er zijn 4 stemmen uitgebracht op mevrouw mr. C. Caminada.

De voorzitter:
Aangezien de heer mr. M. Kuijer de volstrekte meerderheid van het aantal geldige uitgebrachte stemmen heeft behaald, zal de heer mr. M. Kuijer als tweede op de voordracht worden geplaatst.

Dank u wel, mevrouw Aukje de Vries.

De heer Nijboer (PvdA):
Geen paniek, voorzitter. Wij hebben een foutje gemaakt bij de stemmingen. De PvdA-fractie zou graag voor hebben gestemd voor de motie-Van Raan (35200 nr. 24).

De voorzitter:
Goed, dan zal deze opmerking in de Handelingen worden opgenomen.

We gaan nu over tot de stemming over de persoon die als derde op de voordracht zal worden geplaatst. Kan de Kamer instemmen met het voorstel van de Vaste Commissie voor Justitie en Veiligheid om de heer mr. F.J.P. Lock als derde op de voordracht, genoemd bij agendapunt 18b, te plaatsen? Dat is het geval.

Daartoe wordt besloten.

De voorzitter:
Dan zijn we hiermee aan het einde gekomen van de stemmingen. Ik wil de voorzitter en de leden van het stembureau hartelijk danken voor hun bijdrage om deze stemming mogelijk te maken en voor de uiterst zorgvuldige wijze waarop zij dit hebben gedaan. Heel veel dank.

(Geroffel op de bankjes)

De voorzitter:
Voor nu schors ik de vergadering voor enkele ogenblikken. Dank jullie wel.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:
Dan is nu de regeling van werkzaamheden aan de orde.

Ik stel voor de volgende wetsvoorstellen toe te voegen aan de agenda van de Kamer:

  • Wijziging van diverse onderwijswetten door het wijzigen van de systematiek van het in aanmerking brengen voor bekostiging van nieuwe openbare en bijzondere scholen zodat er meer ruimte is voor een nieuw onderwijsaanbod (Wet meer ruimte voor nieuwe scholen) (35050);
  • Wijziging van de Omgevingswet en enkele andere wetten vanwege opname in de Omgevingswet van regels over het vestigen van een voorkeursrecht, regels over onteigening, bijzondere regels voor het inrichten van gebieden en, met het oog op verschillende typen gebiedsontwikkelingen, een verdere aanpassing van de regels over kostenverhaal (Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet) (35133).

Ik stel voor toe te voegen aan de agenda:

  • het VAO Klimaat en energie, met als eerste spreker de heer Moorlag namens de PvdA;
  • het VAO Geneesmiddelenbeleid, met als eerste spreker de heer Van Gerven namens de SP;
  • het VSO Experiment flexibele onderwijstijden basisonderwijs (31293, nr. 451), met als eerste spreker de heer Rudmer Heerema namens de VVD;
  • het VAO Noodhulp, met als eerste spreker de heer Voordewind namens de ChristenUnie;
  • het VAO Gewasbeschermingsmiddelen, met als eerste spreker de heer De Groot namens D66;
  • het VAO Landbouw- en Visserijraad van 15 april 2019, met als eerste spreker mevrouw Ouwehand namens de Partij voor de Dieren.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:
De heer Rudmer Heerema namens de VVD.

De heer Rudmer Heerema (VVD):
Voorzitter, dank u wel. Er is net een VSO over flexibele onderwijstijden op de agenda gezet. Mede namens D66 en CDA verzoek ik u om dat deze week nog in te plannen. Dat is ook al aan de Griffie doorgegeven. Er is echt haast bij, want we moeten het kabinetsbeleid wat bijsturen. Ik weet niet of stemmingen ook mogelijk zijn. We moeten dat niet apart gaan doen deze week.

De voorzitter:
Dus volgende week dinsdag.

De heer Rudmer Heerema (VVD):
Dat kan. Maar mocht het deze week kunnen, dan is dat handig. Maar het kan ook volgende week.

De voorzitter:
Oké. Ik zie dat niemand daar bezwaar tegen heeft, dus dan zal het wel goed zijn.

Mevrouw Ouwehand namens de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Ouwehand (PvdD):
Voorzitter, dank u wel. De Kamer heeft in twee schriftelijke overleggen en in twee AO's met de minister van Landbouw gesproken over de manier waarop de Kamer is geïnformeerd over het bijenrichtsnoer. Donderdagavond bleek helaas dat het vertrouwen weg is. Ik wil dus vragen om het VAO van een van de AO's waarin we daarover hebben gesproken, namelijk het VAO Landbouw- en Visserijraad van 15 april 2019, vandaag nog in te plannen, inclusief stemmingen.

De voorzitter:
Heeft iemand daar bezwaar tegen? Niet? Dan gaan we daar rekening mee houden.

De heer Geleijnse namens 50PLUS.

De heer Geleijnse (50PLUS):
Voorzitter, dank u wel. Het aantal mensen dat in april van dit jaar op een wachtlijst stond voor een verpleeghuisplaats was 14.500 en dat aantal loopt op naar zo'n 40.000 de komende jaren. Ze staan al zes maanden tot een jaar op die wachtlijst en ik weet van heel dichtbij wat dat betekent voor deze mensen zelf, voor hun mantelzorgers, voor hun geliefden en voor de professionals. Daarom wil ik graag een debat met de minister van VWS over het tekort aan verpleeghuisplaatsen in ons land.

Mevrouw Agema (PVV):
Voorzitter. Het is woestmakend. Deze mensen zijn in de stervensfase van hun leven aangekomen en kunnen helemaal nergens terecht. Dus niet alleen steun voor dit debat, maar ik vind zeker ook dat dit hier plenair nog voor het zomerreces behandeld moet worden. Want deze mensen kunnen ook de komende zomer helemaal nergens heen.

De heer Hijink (SP):
Steun voor het verzoek.

De heer Slootweg (CDA):
Het is zeer ernstig, maar in de afgelopen procedurevergadering is voorgesteld om een algemeen overleg over de verpleeghuiszorg nog voor de zomer in te plannen. Het lijkt mij, gezien wat er allemaal op de Kameragenda staat, het beste om het op dat moment daar te doen. Dus geen steun.

De heer De Lange (VVD):
Geen steun voor het debat, omdat het al snel in dat algemeen overleg besproken kan worden.

De heer Kerstens (PvdA):
Voorzitter. Het moet zo snel mogelijk. Steun voor het debat. Dan kunnen we het hier plenair met elkaar houden.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (PvdD):
Steun voor het verzoek.

Mevrouw Bergkamp (D66):
Voorzitter. Het is belangrijk dat we er snel over spreken. De vorige keer in de procedurevergadering is een AO Verpleeghuiszorg aangevraagd. Het lijkt mij goed om het daarbij te betrekken. Dus geen steun voor een debat.

De heer Kuzu (DENK):
Steun voor het verzoek.

Mevrouw Westerveld (GroenLinks):
Steun voor het verzoek.

De voorzitter:
Meneer Geleijnse, u heeft geen meerderheid voor het houden van een debat.

De heer Geleijnse (50PLUS):
Net niet, hè, begrijp ik.

De voorzitter:
Nou, "net niet" ... U mist er wel een paar.

De heer Geleijnse (50PLUS):
Ik wil het in ieder geval als een dertigledendebat op de lijst laten zetten, want ik vrees dat we dit onderwerp echt in deze zaal nog een aantal keren moeten bespreken.

De voorzitter:
Dan voeg ik dit debat toe aan de lijst van dertigledendebatten.

U heeft nog een verzoek, meneer Geleijnse.

De heer Geleijnse (50PLUS):
Als u het goed vindt.

De voorzitter:
Natuurlijk. Gaat uw gang.

De heer Geleijnse (50PLUS):
Voorzitter. Vorige week was er het bericht dat er vaak een tekort is aan huisartsen in verschillende regio's in ons land. Patiënten zitten soms maandenlang zonder huisarts. Ook daar wil ik graag een debat over met de minister van VWS, in dit geval wel voorafgegaan door een brief.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Voorzitter. Een ernstige zaak. We hebben er zelf ook al meerdere keren aandacht voor gevraagd. We hebben nog een aangevuld AO over de arbeidsmarkt in de zorg waarin we dit kunnen bespreken en op 3 juli hebben we nog een AO over de eerstelijnszorg. Dus dat is sneller dan een apart debat.

De heer Kuzu (DENK):
Steun, voorzitter.

Mevrouw Bergkamp (D66):
Voorzitter. Geen steun voor een debat, omdat we het over drie weken kunnen betrekken bij het AO Eerstelijnszorg.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (PvdD):
Voorzitter. Steun voor het verzoek.

Mevrouw Agema (PVV):
Steun.

De heer De Lange (VVD):
Geen steun. Goed om dit snel bij het algemeen overleg Eerstelijnszorg te bespreken.

De heer Kerstens (PvdA):
Voorzitter, steun voor het verzoek.

De heer Hijink (SP):
Steun.

De heer Drost (ChristenUnie):
Geen steun.

De voorzitter:
Ook hiervoor heeft u geen meerderheid, meneer Geleijnse.

De heer Geleijnse (50PLUS):
Duidelijk. Dank u wel, voorzitter. Ik hoop wel dat er een brief komt.

De voorzitter:
Dan stel ik voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

De heer Geleijnse (50PLUS):
Dank u wel.

De voorzitter:
De heer Markuszower namens de PVV.

De heer Markuszower (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Het is weer zover: weer een verkrachter die vast had moeten zitten maar vrij rondliep. Daarom wil ik graag een debat met de minister.

De voorzitter:
Kijk, zo kan het ook. Kort en krachtig.

De heer Kuzu (DENK):
Geen steun.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Voorzitter. Het is wel een heel zorgelijk bericht. Dus ik wil er wel een brief over om die zo snel mogelijk te kunnen betrekken bij het AO over het gevangeniswezen.

De voorzitter:
Dus geen steun voor een apart debat.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):
Daar sluit ik mij bij aan.

De heer Van Wijngaarden (VVD):
Ik sluit mij aan bij het idee om een brief te vragen, maar geen steun voor een debat nu.

De heer Groothuizen (D66):
Geen steun voor het debat.

De heer Alkaya (SP):
Inderdaad. Steun voor eerst een brief.

De voorzitter:
Meneer Markuszower, ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

De heer De Graaf namens de PVV.

De heer De Graaf (PVV):
Voorzitter. Zonder enige controle van de Kamer, zonder enig toezicht vanuit de Kamer, zonder enige inlichtingen naar de Kamer zijn er voor ons dus zeer onverwacht wezen — zogeheten wezen waarschijnlijk — uit Syrië gehaald, omdat hun ouders ervoor hebben gekozen om zich bij Islamitische Staat aan te sluiten, te vechten en daar handelingen te verrichten. En die zijn nu teruggehaald. Ik wil daarover debatteren met de minister van Veiligheid en Justitie, of andersom, en de minister van Buitenlandse Zaken, want die laatste schijnt ook een deel van de regie te voeren. Dat zei hij net. Het kan niet zo zijn dat wij iedere keer achteraf worden geconfronteerd met voldongen feiten.

Mevrouw Buitenweg (GroenLinks):
Ik steun het debat en ik wil het ook uitbreiden. We horen nu inderdaad steeds van het kabinet dat we die mensen niet terughalen, terwijl dat ondertussen toch gebeurt. Daarmee is het kabinet ook niet eerlijk over wat het aan het voorbereiden is. Ik denk dat dat nodig is, juist ook om draagvlak te creëren en om ervoor te zorgen dat we ook toezicht kunnen houden. Dus steun, maar dan wel ook een uitbreiding met het terughalen van de andere vrouwen.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Voorzitter, volgens mij staat er een debat op de lijst.

De voorzitter:
Nou, twee zelfs.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Precies. Ik denk dat we dit daar absoluut bij moeten betrekken. We hadden eigenlijk ook met elkaar afgesproken dat we dat debat zo snel mogelijk zouden voeren. Dus als het mogelijk is, dan zou ik dat graag zo snel mogelijk zien gebeuren.

De voorzitter:
Dus geen steun voor een apart debat, maar de debatten die beide door de heer De Graaf zijn aangevraagd, zo snel mogelijk, en dat is voor het reces, te voeren.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Zo snel mogelijk.

De voorzitter:
Dan wil ik toch wel weten of iedereen het daarmee eens is. Dan zullen we daar rekening mee houden.

De heer Sjoerdsma (D66):
Voorzitter. Op zich is het een goed idee om de debatten samen te voegen, maar dan moeten ze inderdaad wel plaatsvinden voor het reces, en met beide ministers.

De voorzitter:
Ja.

Mevrouw Laan-Geselschap (VVD):
Steun voor het debat. Maar als het overeenkomstig het voorstel eerder kan, is dat prima. Maar gezien eerdere ervaringen aan deze microfoon en met de aanvragen van de heer De Graaf weet ik niet wat sneller is. Maar wat het snelste is, goes for us. Prima.

De heer Kuzu (DENK):
Steun voor het samenvoegen.

De heer Stoffer (SGP):
Steun voor het debat, maar als samenvoegen sneller is, dan samenvoegen.

De heer Drost (ChristenUnie):
Ook steun dan. En het mag snel worden ingepland.

De heer Alkaya (SP):
Ik sluit me aan bij onder andere het CDA.

De voorzitter:
Er is een meerderheid om het toe te voegen aan bestaande debatten. Er is wel een meerderheid voor het snel plannen, in elk geval voor het zomerreces van 2019.

De heer De Graaf (PVV):
Dank aan de Kamer daarvoor. Nou hebben we in de Kamer naar ik meen drie of twee weken geleden reeds in meerderheid geconcludeerd dat het debat die week al plaats zou moeten vinden. Dus bij dezen doe ik vanuit deze positie de oproep aan u, voorzitter, om het dan inderdaad volgende week te houden. Want de Kamer heeft het al een keer …

De voorzitter:
We gaan ons best doen.

De heer De Graaf (PVV):
We hebben dat immers al een keer met z'n allen afgesproken. Het had eigenlijk al twee weken terug plaatsgevonden moeten hebben. Het staat ook al een jaar op de lijst.

De voorzitter:
Ja, er staan twee debatten van u op die lijst: een debat op nr. 6 en een debat op nr. 47. Maar ik zeg alvast dat we ons daarvoor gaan inspannen.

De heer De Graaf (PVV):
Dan ga ik ervan uit dat het er volgende week op staat.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer De Graaf.

Dan geef ik nu het woord aan de heer Nijboer namens de PvdA.

De heer Nijboer (PvdA):
Dank, voorzitter. De Gasunie bekijkt of de gaskraan verder dicht kan. Dat blijkt uit berichtgeving van de NOS vanochtend. Dat is verheugend. Maar tegelijkertijd geeft de Gasunie in dat bericht aan dat die opdracht eigenlijk voor het eerst is gegeven, dat het vorige kabinet dat niet zou hebben gedaan. Dat is zeer verontrustend en ook in strijd met wat hier in de Kamer is toegezegd omtrent de leveringszekerheid. Ik wil daar graag een brief over van het kabinet. Ik wil weten of dit klopt, hoe dit zit en, als dit inderdaad het geval is, hoe het dat zelf verantwoordt. En ik wil daar graag een debat over met de minister van Economische Zaken en Klimaat.

Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter. Een bizarre situatie. De Kamer heeft meerdere moties aangenomen, waaronder een motie van collega Wassenberg, uw collega Moorlag en mijzelf, om de export terug te dringen.

De voorzitter:
Dus u steunt het verzoek.

Mevrouw Beckerman (SP):
Dat kon steeds niet. Nu zou het wel kunnen. Een bizarre zaak. Ik steun het verzoek om een debat en een brief.

De heer Wassenberg (PvdD):
Voorzitter. Het Staatstoezicht op de Mijnen adviseerde in 2013 al om naar 12 miljard kuub te gaan. Het heeft dat in 2018 weer geadviseerd, en twee weken geleden opnieuw. De Gasunie speelt daar een belangrijke rol in. Dus snel een debat over de vraag waarom ze nu pas naar maatregelen gaan kijken.

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Ik steun de brief. Ik heb ook gezien dat de Gasunie de eerdere berichtgeving wat heeft gecorrigeerd. Het lijkt me verstandig om het bij het AO te bespreken. Dat veel sneller aan de beurt zijn. Dus een brief oké, maar een debat op dit moment niet.

De heer Geleijnse (50PLUS):
Steun, voorzitter.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Voorzitter, ik sluit me aan bij de heer Van der Lee.

De heer Sienot (D66):
Daar sluit ik me ook bij aan. We hebben zeswekelijkse AO's. Dat gaat veel sneller.

De heer Öztürk (DENK):
Dat geldt ook voor DENK.

De heer Drost (ChristenUnie):
Het debat was vorige week. De moties zijn vandaag aangenomen. Dus het eerstvolgende AO.

De heer Nijboer (PvdA):
Waren de moties maar aangenomen, voorzitter. Er zijn een aantal moties aangenomen. Ik zou graag de brief ontvangen en wel een paar dagen voor het algemeen overleg. En niet de ochtend zelf. Dan zet ik hem niet op de lijst van dertigledendebatten, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dank daarvoor. Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

De heer Alkaya namens de SP.

De heer Alkaya (SP):
Voorzitter. Drieënhalf jaar geleden vond er in deze Kamer een debat plaats over de maatschappelijke functie van banken en ons geldstelsel. Op basis daarvan is de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid met een onderzoek gekomen, met hele concrete aanbevelingen. Daar is vandaag een kabinetsreactie op gekomen. Dus ik zou graag willen dat we met het debat dat al op de agenda staat niet heel lang wachten, maar dat we dat zo snel mogelijk inplannen. Ik kan me voorstellen dat het vóór het zomerreces moeilijk wordt, ook al heeft dat mijn voorkeur, maar dan op zijn minst in september.

De heer Nijboer (PvdA):
Ik vind dit zo'n redelijk verzoek, vooral dat deel over september, dat ik dat van harte steun.

De heer Van Raan (PvdD):
En daar sluit ik mij bij aan.

De heer Geleijnse (50PLUS):
Steun om het in september te plannen.

De heer Ronnes (CDA):
Ik zie niet de reden voor de urgentie, dus laat het gewoon op het normale schema ingevuld worden.

De heer Kuzu (DENK):
September is prima.

De heer Van der Lee (GroenLinks):
Steun voor september.

De heer Stoffer (SGP):
Steun voor september.

Mevrouw Aukje de Vries (VVD):
Laten we maar gewoon het vaste schema aanhouden. Geen steun.

De heer Sneller (D66):
We hebben donderdag het gesprek en een rondetafelgesprek daarna. Geen acute haast wat mij betreft.

De heer Drost (ChristenUnie):
Daar sluiten wij ons bij aan. Geen haast.

De voorzitter:
Meneer Alkaya, geen meerderheid. Jammer.

De heer Alkaya (SP):
Nee, helaas.

De voorzitter:
Dank u wel. De heer Klaver namens GroenLinks. Ja, u bent echt nu al aan de beurt. Dat gaat snel, hè?

De heer Klaver (GroenLinks):
Dat is heel snel!

Voorzitter. Op de lijst staat een debat, van mijn collega Snel, over de hoge energierekening. Dat staat er al een tijdje. Ik zou graag willen vragen om dat debat zo spoedig mogelijk in te plannen en ik wil daar graag het bericht van vandaag van RTL aan toevoegen dat mensen met een modaal inkomen maar moeilijk kunnen rondkomen. De berichtgeving is vrij schokkend. We weten natuurlijk allang dat er armoede is in Nederland. Maar juist dat mensen die een modaal inkomen hebben moeten kiezen tussen "betalen we nou die energierekening?" en "kunnen we nou nog eens nieuwe kleren voor onze kinderen kopen?" is echt heel schokkend. Daar wil ik gewoon heel snel een debat over.

De voorzitter:
Wat is "zo snel mogelijk"?

De heer Klaver (GroenLinks):
"Zo snel mogelijk" is: in ieder geval vóór de zomer.

Mevrouw Beckerman (SP):
Zowel de middenklasse als de arbeidersklasse komen op deze manier in problemen, dus ik steun van harte het verzoek om het sneller in te plannen.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Geen steun, voorzitter.

De heer Kuzu (DENK):
Steun.

De heer Stoffer (SGP):
Steun.

De heer Sienot (D66):
Geen steun, mevrouw de voorzitter. Even de brief van het kabinet over de energierekening afwachten.

De heer Tony van Dijck (PVV):
Voorzitter, steun.

Mevrouw Yeşilgöz-Zegerius (VVD):
Ik sluit me aan bij de heer Sienot.

De heer Geleijnse (50PLUS):
Steun, voorzitter.

De heer Drost (ChristenUnie):
Geen steun.

De heer Wassenberg (PvdD):
Ik vrees dat de heer Klaver met mijn steun niet tot een meerderheid zal komen, maar ik spreek mijn steun wél uit.

De heer Klaver (GroenLinks):
Meneer Wassenberg, dat wordt zeer gewaardeerd.

De heer Nijboer (PvdA):
We kunnen ons zo groot maken als we willen, maar dat geldt ook voor ons. Maar wel steun.

De voorzitter:
U heeft geen meerderheid, meneer Klaver.

De heer Klaver (GroenLinks):
Nee, voorzitter, maar dan zou ik wel graag twee dingen willen. Eén: dat deze berichtgeving in ieder geval wordt toegevoegd. En aangezien het kabinet nog steeds aan het studeren is op een reactie op de hoge energierekening, zou ik ook willen dat ze bij die reactie de berichtgeving van RTL betrekken en daar nader op ingaan.

De voorzitter:
Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet. Dank u wel.

De heer Fritsma namens de PVV.

De heer Fritsma (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Er staat een plenair debat op de rol over het bericht dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst geen verblijfsvergunningen intrekt van criminelen. Vorige week was iedereen hier het erover eens dat dat heel snel besproken moest worden, en dan eerst bij een algemeen overleg dat deze week zou worden gehouden. Nu wil het geval dat de coalitiepartijen dat algemeen overleg toch op de lange baan hebben geschoven. Als de Kamer afspreekt om iets snel te bespreken, vind ik ook dat die afspraak gestand moet worden gedaan. Daarom het verzoek om het plenaire debat over deze kwestie, dat al staat, nog voor het zomerreces in te plannen.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Voorzitter. Net als de vorige keer hebben wij gezegd dat we daar eerst een uitvoerige brief over willen. Die moeten we dus nog krijgen. En dan willen wij graag zo snel mogelijk het debat voeren. Als het voor de zomer kan, dan heel graag. Maar als de brief er niet is, dan niet.

De voorzitter:
Dus u steunt het verzoek op voorwaarde dat er een brief ligt.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Yes.

De heer Kuzu (DENK):
Een brief is prima. Geen steun voor het verzoek.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Voorzitter, steun voor het verzoek. Dan mag ik toch hopen dat het voor het zomerreces plaatsvindt. Anders zou het weleens zo kunnen zijn dat we pas na het reces — dat wil zeggen: pas in september — überhaupt over asiel en migratie praten. Voor het AO dat morgen zou plaatsvinden, stonden er heel veel andere onderwerpen op de agenda die ook heel belangrijk zijn en die nu ook niet aan de orde komen. Dus ik steun het verzoek van de heer Fritsma.

De voorzitter:
U steunt het.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Ik hoop dan op een bredere agenda. Ik ga ervan uit dat die brief gewoon op tijd komt.

Mevrouw Becker (VVD):
Voorzitter. Wij vinden het nog steeds heel belangrijk dat we dit snel kunnen bespreken, maar het heeft geen zin als we geen uitleg van het kabinet hebben ontvangen. Dus zodra die brief binnen is, kunnen we besluiten of we een plenair debat houden of een AO, wat hetzelfde is …

De voorzitter:
Dus voorlopig …

Mevrouw Becker (VVD):
Laten we voorlopig eerst even de brief afwachten.

De heer Groothuizen (D66):
Ik sluit mij aan bij de woorden van mevrouw Becker.

De heer Alkaya (SP):
Steun, voorzitter.

De heer Drost (ChristenUnie):
Wij willen ook graag eerst die brief afwachten.

De heer Geleijnse (50PLUS):
Voorzitter. Het moet toch kunnen om de brief binnen twee weken te hebben? Dan kunnen we nog mooi debatteren voor het zomerreces.

De heer Nijboer (PvdA):
Voorzitter. Ik houd er helemaal niet van om de Kameragenda afhankelijk te maken van het moment waarop de regering brieven aan de Kamer stuurt, dus ik steun dit verzoek.

De voorzitter:
Desalniettemin heeft u geen meerderheid, meneer Fritsma.

De heer Fritsma (PVV):
Voorzitter. Dit betekent dat het kabinet de baas is over de agenda van de Kamer, maar dat hoort natuurlijk niet zo te zijn. De Kamer kan het kabinet toch verzoeken om die brief binnen, laten we zeggen, één week toe te sturen, plus de IND-verslagen op grond waarvan dat debatverzoek is gedaan? Dan kunnen we voor de zomer dit debat inplannen. Afgesproken is om het snel te bespreken. Dan moeten we dat ook snel bespreken.

De voorzitter:
Ja. Alleen de steun van mevrouw Van Toorenburg is wel afhankelijk van de brief gemaakt, en dat maakt het een beetje ingewikkeld.

De heer Fritsma (PVV):
Maar als het kabinet besluit om over een halfjaar een brief te schrijven, dan staan we hier over een halfjaar. Dat slaat echt helemaal nergens op.

De voorzitter:
Dan wil ik toch …

De heer Fritsma (PVV):
Bij dezen het verzoek richting het kabinet om gewoon binnen een week die brief te sturen. Zo moeilijk is het niet.

De voorzitter:
Dat wilde ik eigenlijk voorstellen, dus om het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

De heer Fritsma (PVV):
Dank u wel. En dan het plenaire debat daarna.

De voorzitter:
Als het binnen de termijn komt.

De heer Fritsma (PVV):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Fritsma.

Tot slot ga ik naar mevrouw Kröger namens GroenLinks. De heer Remco Dijkstra en de heer Van Aalst staan al klaar.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. Ze staan allemaal klaar.

Shell wil de fundamenten van drie olieplatforms, inclusief 11.000 ton olie en chemicaliën, laten staan in de Noordzee. Het Verenigd Koninkrijk wil toestemming geven. Duitsland maakt bezwaar. En we weten als Kamer nog niet wat Nederland van plan is. We wachten op een brief die er vandaag om 12.00 uur zou zijn. Maar wat mij betreft is dit een breder probleem. Ik zou daar heel graag een debat over willen voeren. We zitten in een transitie, weg van de olie-industrie. We zitten met meer dan 1.000 platforms op de Noordzee waar iets mee moet en we hebben geen exitstrategie. Dus ik verzoek om een debat over deze berichtgeving en de brief die er dus nog komt.

De heer Remco Dijkstra (VVD):
Ik steun een brief en zou in die brief ook graag de mening van het ministerie van EZK verwerkt willen zien, want ik kan me voorstellen dat het vanwege de transitie ook hen raakt. Ik steun niet een plenair debat, omdat we donderdag 20 juni een AO Water hebben. Dat zou ik graag wat inhoud willen geven met deze brief en dit agendapunt.

De heer Van Aalst (PVV):
Geen steun. Dit kan prima bij het AO Water.

De heer Futselaar (SP):
Voorzitter. Onethisch gedrag van Shell. Het is bijna niet te geloven. Steun wat de SP betreft.

De heer Drost (ChristenUnie):
Steun.

De heer Von Martels (CDA):
Wel steun voor een brief, maar geen steun voor een debat.

De heer Wassenberg (PvdD):
Er zijn inderdaad duizenden van dit soort platforms. Dat kan echt een groot milieuprobleem worden. Dus absoluut steun voor dit debat. En uiteraard ook voor de brief.

De heer Öztürk (DENK):
Steun voor de brief en het debat.

De heer De Groot (D66):
Steun.

De heer Geleijnse (50PLUS):
Prima dat we een brief vragen, maar laten we die daarna betrekken bij het AO.

De heer Nijboer (PvdA):
Steun voor het verzoek.

De voorzitter:
U hebt geen meerderheid, mevrouw Kröger, voor een meerderheidsdebat.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
De brief hadden we als commissie al gevraagd en die krijgen we ook. Dus wellicht sta ik op basis van de brief morgen weer hier.

Dank u wel voorzitter.

De voorzitter:
Gezellig.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
En ik wil het debat graag laten opnemen op de lijst van dertigledendebatten.

De voorzitter:
Dat doen we. We voegen dit debat toe aan de lijst van dertigledendebatten.

Ik stel voor het stenogram van dit deel van de vergadering door te geleiden naar het kabinet.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.