Plenair verslag

Tweede Kamer, 27e vergadering
Donderdag 21 november 2019

  • Aanvang 10:15 uur
  • Status Ongecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Arib

Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:

De voorzitter:
Ik open de vergadering van donderdag 21 november 2019. Ik heet iedereen van harte welkom: de mensen op de publieke tribune, de staatssecretaris ... Nee, niet meer! Ik bedoel: de minister. Pardon. Dat begint niet helemaal goed, hè, meneer Bosma. Ik heet de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van harte welkom, en natuurlijk ook de mensen van de stenografische dienst, de griffiers en de bodes.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat het volgende lid zich heeft afgemeld:

Jetten.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Hamerstukken

Hamerstukken

Aan de orde is de behandeling van:

  • het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op de Kamers van Koophandel en Nijverheid BES en de Handelsregisterwet 2009 BES (35246).

Dit wetsvoorstel wordt zonder beraadslaging en, na goedkeuring van de onderdelen, zonder stemming aangenomen.

Begroting Staten-Generaal

Begroting Staten-Generaal

Aan de orde is de behandeling van:

  • het wetsvoorstel Vaststelling van de begrotingsstaat van de Staten-Generaal (IIA) voor het jaar 2020 (35300-IIA).

De voorzitter:
Dan gaan we nu de begroting Staten-Generaal (35300-IIA) behandelen.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:
Ik geef de heer Bosma namens de PVV als eerste spreker het woord.

De heer Martin Bosma (PVV):
Dank u wel, voorzitter. We praten vandaag dus over de motie-Jetten. En wie is er als enige afwezig vandaag? De heer Jetten. Het zal wel toeval zijn, hoor. D66 heeft in een motie een plan ingediend om 10 miljoen extra uit te geven aan de verdubbeling van het aantal beleidsmedewerkers per Kamerlid. D66 maakt zich zorgen om de Tweede Kamer en heeft meer geld nodig. Om Dik Voormekaar te citeren: nee, nou wordt-ie mooi! Wat doet de Tweede Kamer? Nou, die controleert het kabinet. Maar wat doen D66-Kamerleden? Die zijn de cheerleader van het kabinet. Ze zitten met een vlaggetje in de plenaire zaal en roepen de hele dag: o, wat hebben we toch een fantastische minister! Ik zal dat onderbouwen. Wetenschappelijk is het het meest zuiver als ik even op mijn laatste debatten terugkijk. Om piëteitsredenen laat ik de namen van de collega's even achterwege.

Voorbeeld een. Afgelopen maandag, bij het debat over cultuur begint de D66-vertegenwoordiger met de woorden: hier zit een trotse D66'er. Vervolgens wordt een kwartier lang de D66-minister de hemel in geprezen. Dan gaat ze de samenleving toespreken. De samenleving heeft trouwens nog niet geantwoord. Voor een dergelijke tekst heb je geen beleidsmedewerker nodig. Die schrijf je toch gewoon in je eentje?

Voorbeeld twee. Bij het vragenuurtje van vorige week gaat het over een vermeend incident bij een kraakpand met Kick Out Zwarte Piet. De vertegenwoordiger van D66 doet niets anders dan het voordragen van onbevestigde geruchten over vuurwerk, knuppels en een inval. Vraag: hoeveel beleidsbeleidsmedewerkers heb je nodig om de echoput te zijn van geruchten?

Voorbeeld drie. Bij de begroting van Binnenlandse Zaken had D66 zelfs twee Kamerleden nodig om niets te zeggen over het beleid. Verder kwam alles aan bod. De bijdrage van D66'ers bestaat er meestal uit dat ze in hun eentje de wave inzetten voor het kabinet.

Conclusie: D66 heeft niet meer beleidsmedewerkers nodig, maar minder, veel minder. Als je niet verder komt dan "hiep, hiep, hoera voor de minister", waar heb je dan meer ondersteuning voor nodig? Er is ongetwijfeld een tekstverwerkingsprogrammaatje dat dat veel goedkoper kan. D66 doet me altijd denken aan een gedicht van Gerard Reve, Het ware geloof, dat luidt als volgt.

Als de kardinaal een scheet heeft gelaten, zeggen ze:
"Sjonge jonge, wat ruikt het hier lekker,
net of iemand lever met uien staat te bakken."
Dat soort katholieken, daar ben ik niet dol op.

Einde gedicht. D66'ers zijn mensen die bij elke stinkwind van de minister zeggen: sjonge, wat ruikt het hier lekker. Maar daarvoor hebben ze dan wel twee keer zoveel beleidsmedewerkers nodig. Nochtans rijst de vraag: als D66 zo graag de democratie wil belijden, waarom beginnen ze daar dan niet gewoon mee? Neem een voorbeeld aan de piepkleine fractie van de SGP, die met anderhalve man ondersteuning al jarenlang topkwaliteit levert. De christelijke werkethiek is blijkbaar toch superieur aan de hedonistische, postmoderne werkwijze van het genderloze D66.

Dit kabinet en zeker de D66-ministers produceren bitter weinig. Minister Ollongren heeft nog geen fatsoenlijke wet naar de Kamer gestuurd, in twee jaar tijd. D66-minister Van Engelshoven is druk met genderloos kinderspeelgoed, maar een onderwijswet zit er nauwelijks in. Als cultuurminister smijt ze met geld, maar een wet: ho maar! Ze kondigt wel aan met Johan Derksen te gaan praten als die een grap maakt waar dit lachebekje van D66 niet om kan lachen. D66-ministers sturen nauwelijks wetten naar de Kamer. Wat moeten die extra beleidsmedewerkers dan precies gaan controleren? Hoe kan je in hemelsnaam iets controleren wat er niet is?

De partij van de twee zesjes scoort overal een dikke onvoldoende voor haar bijdrage aan de democratie. Eerst kondigen de grote democraten aan dat, als de verkiezingsuitslag ze niet bevalt, ze die uitslag niet zullen erkennen en overgaan tot de republiek Amsterdam. Dan schaffen ze het referendum af, vernietigen ze meer dan 30 gemeenten en roven ze onze organen. Dan plempen ze de hele rechterlijke macht vol met partijgenoten, starten ze een campagne tegen informatie die ze niet bevalt, oftewel nepnieuws. Dan verschepen ze ons laatste stukje nationale soevereiniteit, waar generaties Nederlanders hun leven voor hebben gegeven, van Heiligerlee tot de Grebbeberg, richting ongekozen bureaucraten van het Groot-Europese Rijk onder Duitse leiding. Don't mention the war. En nu zeggen ze plotseling: we hebben 10 miljoen euro extra nodig, want we zijn zo bezorgd om de democratie. Dat is net zo geloofwaardig als Prince Andrew, die zegt: ik ga morgen kinderpostzegels kopen, want ik ben zo bezorgd om kinderen.

Nog iets, voorzitter. D66 is de partij van de rechters, officieren van justitie, hoge ambtenaren, duurzaamheidscoaches, genderadviseurs, diversiteitspushers, windmolenaars, klimaatprofiteurs en andere bovenmodale staatsruiveniers. Maar wie mag die 10 miljoen van ze ophoesten? De huurders, het budget van de huurtoeslag. Dat snap ik, want daar zitten de D66-kiezers niet.

Dit is typisch een voorstel van een partijtje waarvan de mensen nog nooit een bedrijf van binnen hebben gezien; 10 miljoen aan salarissen! Ik heb een nieuwtje: die nieuwe werknemers moeten ook ergens werken. Je kunt ze niet opstapelen. Dit gebouw zit vol. Dus moet de Tweede Kamer ergens extra ruimte bijhuren, plus extra bureautjes, extra computers et cetera. Waar moeten die mensen precies gaan werken? Mag ik de exacte locatie straks horen of hadden ze daar nog niet over nagedacht? En zit dat allemaal inbegrepen bij die 10 miljoen of komen die huur en al die andere kosten daar nog eens bovenop en gaat deze grap van 10 miljoen ons wellicht 40 of 50 miljoen kosten? En hoe zit het met de Eerste Kamer? Krijgt die de helft, een kwart of tweekwart? Ik hoor het graag.

Dank u wel.

De heer Öztürk (DENK):
Ik had een vraag over het eerste deel van het verhaal van de heer Bosma, maar ik kreeg de gelegenheid niet helaas. Maar wat een obsessie voor D66. We hebben het over de begrotingsstaat van de Staten-Generaal. U haalt Prince Andrew en alles erbij en de voorzitter grijpt niet in. Ik dacht: waar is de heer Bosma mee bezig? Wat zijn we hier aan het doen? De mensen begrijpen niet waar u mee bezig bent.

De voorzitter:
U krijgt het woord om te interrumperen en dan begint u: ik krijg de mogelijkheid niet.

De heer Öztürk (DENK):
Nee, niet op het moment dat ik wilde interrumperen.

De voorzitter:
Nee, maar ik ga over de interrupties. Dat weet u intussen, tenminste, daar ga ik van uit.

De heer Martin Bosma (PVV):
De heer Öztürk stelt de vraag: waar zijn we mee bezig? Dat hij dat niet weet, is mijn fractie al langere tijd duidelijk. Het is voor de eerste keer dat we de begroting van de Staten-Generaal hier expliciet bespreken. Daar is een reden toe, namelijk de motie-Jetten. Er is 10 miljoen extra uitgetrokken via een motie. Dat moet voor 1 januari de boeken in. Daarom hebben wij specifiek deze begroting vandaag als los onderwerp. Dat hebben we nog nooit gedaan. De reden daarvan is de motie-Jetten. Dat is een motie van D66. Daar geef ik commentaar op. Dat heet het controleren van de regering. Het zou mooi zijn als onze Ottomaanse collega's daar ook eens mee zouden beginnen. Nou, daar heeft de heer Öztürk niet van terug. Dat scheelt weer.

De heer Baudet (FvD):
Ik wilde in de eerste plaats de heer Bosma danken voor zijn indrukwekkende betoog en ook voor het mooie gedicht van Reve. Ik heb een vraag aan hem. Want in zijn betoog, dat ik op zichzelf overtuigend vind, mis ik misschien wel het belangrijkste argument tegen deze absurde voorstellen die nu schijnbaar door een groot deel van de Kamer worden gedragen, namelijk dat het grootste deel van wat hier gebeurt totaal onzinnige bezigheidstherapie is. Wat je ziet, is dat al die Kamerleden de hele dag onzinnige onzin-moties produceren in eindeloze, ein-de-lo-ze debatten. Als we nog meer medewerkers krijgen, krijgen we nog meer gekte, nog meer onzin, nog meer elkaar bezighouden, nog meer tijdverspilling op deze plek. Kunt u daar iets over zeggen? Bent u dat met mij eens?

De heer Martin Bosma (PVV):
Dat klopt. Het zou goed zijn als we een groot aantal veranderingen aan zouden brengen in de werking van onze democratie. Denk aan het referendum, denk aan het afschaffen van de Eerste Kamer. Maar het zou goed zijn als de Tweede Kamer gewoon eens de regering ging controleren, in plaats van alleen maar als juichmachine te dienen. We zijn nu aan nummer 621 op de lijst van de VVD bezig, maar het zou goed zijn als de Tweede Kamer geen duiventil zou zijn, maar mensen dat vak serieus namen en hier gewoon vier jaar gingen zitten. Er zit zo'n enorm verloop in. Waarom? Omdat mensen deze functie zien om hun cv'tje op te leuken en hier helemaal niet willen zitten om het vak te leren en de regering te controleren. We zouden moeten stoppen met al die gekke akkoorden, die klimaatakkoorden. Dat is een soort corporatistische politiek waarop we geen enkele grip hebben, et cetera. We zouden veel meer moeten kijken naar de werking van de democratie, in plaats van dat we weer zo'n lullig D66-motietje serieus gaan nemen en weer over geld gaan praten. Want geld is niet het probleem. Waar het om gaat, is een democratische houding, en die ontbreekt gewoon in de Tweede Kamer.

De heer Baudet (FvD):
Die analyse deel ik. Maar als je kijkt naar hoe het parlement in de negentiende eeuw functioneerde, dan zie je dat het toen nog wel een serieus parlement was, denk ik. Toen functioneerde het nog wel als controlerend orgaan van de regering. Toen had je nog mensen zoals u en ik, die een normale redevoering kunnen houden. Maar wanneer is dat nou veranderd? Wanneer zijn de mensen hier nou opgehouden niveau te hebben, onafhankelijk te kunnen denken, niet eindeloos maar tijd te rekken met die eindeloze, zinloze debatten? Hoe is dat in uw ogen gegaan?

De heer Martin Bosma (PVV):
Dat weet ik niet. Maar ook de laatste jaren zit er een knik in, stel ik als eenvoudig observeerder vast. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de behandeling van wetten hier in de Tweede Kamer, zie je dat we daar nog nauwelijks technisch naar kijken. Ik denk dat bijvoorbeeld de pest is dat heel veel Kamerleden erg bezig zijn met het maken van filmpjes. Dit spreekgestoelte wordt door velen gezien als een plek waar je kunt gaan staan om er vervolgens een filmpje van te maken. Daardoor is het serieuze parlementaire handwerk, dat door mijn fractie volop wordt beleden — zie de begrotingsbehandeling Justitie van gisteren en zie hoe Fleur Agema zich bezighoudt met de zorg et cetera — ernstig op de achtergrond geraakt.

De voorzitter:
Tot slot, de heer Baudet.

De heer Baudet (FvD):
Oké, dat zijn observaties. Maar wanneer is dat nou gebeurd? Dit is een algemeen patroon in alle Westerse democratieën. Daar zie je dat het parlement verwordt tot een applausmachine. Dat is niet alleen maar in Nederland zo, maar ook in Frankrijk en de Verenigde Staten. Overal zie je dat daar een soort carrièretijgers komen die eigenlijk niets anders meer doen dan het herhalen van zetten en eindeloos tijdrekken. Wat is nou het probleem met de democratische theorie dat in de loop van de twintigste eeuw al die democratieën eigenlijk uitgehold zijn geraakt?

De heer Martin Bosma (PVV):
Nou ja, er zijn allerlei cesuren aan te wijzen. Eentje is denk ik het kabinet-Marijnen, in ik dacht 1963, dat ging werken met regeerakkoorden. Kijk, de regeerakkoorden worden natuurlijk dikker en dikker en dikker. Vroeger had je ze niet. Uit mijn hoofd gezegd is het kabinet-Marijnen daarmee begonnen. Dat betekent dat de Tweede Kamer eigenlijk gebonden is aan de voornemens van de regering. Die voornemens worden steeds gedetailleerder, steeds meer achter de komma. Ja, dan kom je hier als Kamerlid, maar zit je bij een coalitiepartij, dan kun je alleen nog maar leuke ideetjes verzinnen. Kijk hoe de D66-fractie functioneert: die komt alleen nog met leuke ideetjes en grappige voorstelletjes. Dat is hartstikke leuk, maar het is een beetje het niveau van een leerlingenraad. Het controleren van de regering doen ze niet.

De voorzitter:
De heer Baudet, ter afronding.

De heer Baudet (FvD):
Even ter afronding. Ik ben het daarmee eens, dus we zouden misschien kunnen concluderen dat het pas zinvol is om de rol van de parlementariër te versterken op het moment dat je geen meerderheidsregering hebt. Stel dat je een gedoogconstructie, een minderheidskabinet, een kenniskabinet of een zakenkabinet, zoals wij willen, zou hebben, dan wordt het parlement ook weer relevanter. Dan wordt het misschien weer zinvoller om dat parlement een sterkere rol te geven. Zolang dat niet het geval is, kun je het maar beter zo klein mogelijk houden. Is dat eigenlijk wat u betoogt? Dat vind ik namelijk ook.

De heer Martin Bosma (PVV):
Dat begrijp ik, maar dat maakt het wel heel zwart-wit. Hoe je het verder ook noemt, ook een zakenkabinet, een minderheidskabinet of een gedoogkabinet, whatever that may be, moet zich toch vergewissen van een meerderheid in de Tweede Kamer.

De voorzitter:
Dank u wel.

De heer Martin Bosma (PVV):
Dat vind ik ook een mooi einde.

De voorzitter:
Het is een interessant debat. Het had ook bij de Raming kunnen worden gevoerd; misschien voor de volgende Raming. Dank u wel. Het gaat over de toekomst en de werkwijze van de Kamer. Wij hebben ook nog een debat met de werkgroep-Van der Staaij. Het is heel belangrijk om dit soort vraagstukken daar ook aan de orde te stellen.

Dan ga ik nu naar de heer Van Gent namens de VVD.

De heer Van Gent (VVD):
Dank u wel, voorzitter. In mijn maidenspeech gaf ik al aan wat het belang is geweest van de Staten-Generaal in de geschiedenis van ons land. Wat dat betreft moeten we zuinig zijn op dit instituut. Bovendien is de Nederlandse democratie, in vergelijking met de ons omringende landen, relatief goedkoop en is ook ons parlement relatief klein. Investeren in de kwaliteit van de ondersteuning van onze parlementsleden is wat de VVD betreft dan ook een goede zaak. Daarom zullen wij het amendement-Sneller medeondertekenen.

De heer Martin Bosma (PVV):
Ik was net in het interruptiedebatje met de heer Baudet een beetje onaardig in de richting van de VVD-fractie, maar kijk naar de Tweede Kamer. De heer Van Gent zegt net dat we zuinig moeten zijn op het instituut. Daar ben ik het helemaal mee eens. Maar als je dan bijvoorbeeld kijkt naar de VVD fractie — ik zal het niet te persoonlijk maken — dan zit daar een enorm verloop in. Elke week nemen we wel afscheid van een VVD'er; elke week komt er wel een nieuwe VVD'er. Ik probeer de namen te onthouden, maar het gaat zo snel bij jullie, dat jullie misschien met rugnummers moeten gaan werken. Deelt de heer Van Gent mijn observatie dat het slecht is voor de Tweede Kamer, omdat je dan je controlerende taak … Je moet er toch in komen. Het is niet een vak dat je binnen twee weken beheerst. Vindt de heer Van Gent ook dat het verloop binnen de VVD-fractie slecht is voor de Tweede Kamer en daarmee slecht voor de Nederlandse democratie?

De heer Van Gent (VVD):
Mijn collega's die in de afgelopen jaren de Kamer hebben verlaten, hadden daar allemaal hun eigen goede redenen voor. Dus ik vind het lastig om mij uit te spreken over die persoonlijkheden. Maar het is inderdaad van belang dat je als Kamer, vooral ook dankzij een goede ondersteuning, je taken als controleur van de regering goed uitvoert. Het is inderdaad zo dat het helpt als je ervaring kunt opbouwen. Natuurlijk is er ook een andere kant. Als je misschien te lang zou aanblijven — dat zie je soms ook als je kijkt naar gemeenteraden of Provinciale Staten — dan heeft dat ook weer een andere kant.

De heer Martin Bosma (PVV):
Daar ben ik het helemaal mee eens. Daar ben ik heel blij mee. Maar heeft de VVD ook een soort plan om ervoor te zorgen dat de duiventil, die de fractie nu is, tot stilstand wordt gebracht? Bestaat er een soort bewustzijn bij de VVD dat dit moet stoppen, omdat het slecht is voor de Kamer en wellicht ook voor de partij van de heer Van Gent zelf?

De heer Van Gent (VVD):
Uiteindelijk maken parlementsleden een individuele afweging. Dat recht hebben ze ook. Ik vind niet dat we aan dat recht zouden moeten tornen.

De heer Van Raak (SP):
We gaan 10 miljoen uitgeven. Die geven we niet uit aan politiemensen, aan mensen in het onderwijs, aan mensen in de zorg, maar aan de politici hier in de Tweede Kamer. Dat wordt voor een groot deel betaald uit de huurtoeslag. De heer Sneller heeft het ingediend. De heer Van Gent staat eronder als nummer twee. Mijn vraag aan de heer Van Gent is: heeft de VVD de prioriteiten wel op orde?

De heer Van Gent (VVD):
Alle zaken die u noemt, als het gaat om investeringen in de politie en de zorg, zijn van belang. Maar ook een investering in de kwaliteit van de ondersteuning vinden wij van belang. Het is 10 miljoen. Dat is zeker niet niks. Maar nogmaals, we hebben een relatief goedkope democratie en ook een relatief klein parlement. Dus een goede ondersteuning is dan van belang.

De heer Van Raak (SP):
Ik ga daar niet mee instemmen. Ik kan dat niet uitleggen aan agenten, onderwijzers en zorgverleners, maar ook niet aan mensen die huurtoeslag krijgen. Het schijnt dat de meerderheid van de Kamer dit wil. Kunnen we dan in ieder geval naar de dekking kijken? Kunnen we ervoor zorgen dat het geld niet wordt weggehaald bij de huurders, maar bijvoorbeeld — ik noem maar wat — bij de consultants, de voorlichters en de communicatiemedewerkers op de ministeries? Zullen we dat geld in ieder geval niet bij de huurders weghalen, maar bij de politiek zelf?

De heer Van Gent (VVD):
Als ik het amendent goed lees, dan wordt het betaald uit een onderbesteding op Binnenlandse Zaken, dus uit alles wat daaronder valt. Als dat niet besteed wordt, dan is er sprake van onderbesteding.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Van Raak (SP):
Je kunt het geld uit de huurtoeslag aan huurders geven, maar je kunt het ook aan politici geven Het heeft mijn voorkeur om het aan de huurders te geven. Ik ben benieuwd wat de heer Van Gent daarvan vindt. Mijn alternatief om het geld niet weg te halen bij de huurders, maar bijvoorbeeld bij de torens, de ministeries, bij de dure consultants, bij de voorlichters en bij de communicatiemedewerkers ziet de heer Van Gent blijkbaar niet zitten.

De heer Van Gent (VVD):
Nogmaals, de dekking is de onderbesteding. Het is de grote uitdaging voor ons in de Staten-Generaal om de schaarse middelen te verdelen. In dit geval gaat er dus ook een deel naar de versterking van de kwaliteit van de ondersteuning van parlementsleden.

De heer Martin Bosma (PVV):
Nee, niks onderuitputting of onderbesteding. Kijk gewoon even naar de nota van wijziging, naar nummer 10. Bij de vaststelling van de begrotingsstaten van het ministerie van Binnenlandse Zaken staat op pagina 2 dat het gewoon uit het budget voor de huurtoeslag komt. Het gaat gewoon ten koste van huurders. Hardwerkende mensen krijgen dat geld niet. Het gaat naar al die beleidsmedewerkers van Kamerleden die de regering toch niet controleren. Het staat gewoon op pagina 2.

De heer Van Gent (VVD):
De dekking van het amendement is afkomstig van de structurele onderuitputting op de begroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

De heer Martin Bosma (PVV):
Het is leuk dat dat in een amendement staat, maar de realiteit is anders. De minister zegt iets totaal anders. Zij zegt gewoon: "de dekking komt deels uit de loon- en prijsbijstelling op de Aanvullende Post en deels uit het budget voor de huurtoeslag, als gevolg van een verlaging van de zelfstandigenaftrek." Dat is gewoon geld, hoor. Mensen werken daarvoor. Mensen krijgen dat niet in hun portemonnee, maar het gaat naar al die beleidsmedewerkers, die we toch niet nodig hebben.

De heer Van Gent (VVD):
Het is helder dat het om geld gaat, maar er zijn natuurlijk allerlei vormen van onderbesteding op Binnenlandse Zaken. Daar wordt het uit gedekt.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Gent. Dan geef ik nu het woord aan de heer Smeulders namens GroenLinks.

De heer Smeulders (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. Ik vervang mijn collega Nevin Özütok, die er helaas door privéomstandigheden niet bij kan zijn vandaag.

Het is best wel bijzonder dat we vandaag spreken over de begroting van de Staten-Generaal. Dat is niet gebruikelijk. En waarom is dat? Omdat er bij de Algemene Politieke Beschouwingen een motie is aangenomen van het lid Jetten, die breed werd gesteund in deze Kamer, om 10 miljoen toe te voegen aan het budget van de Tweede Kamer, met name gericht op het aannemen van extra fractieondersteuning.

Voorzitter. Laat ik eerlijk zijn: het is natuurlijk altijd een beetje ongemakkelijk om het te hebben over extra geld voor de politiek en voor politici. Maar uit de inbreng van de VVD werd net duidelijk dat we in vergelijking met andere landen een goedkope democratie hebben en dat ons parlement relatief klein is. Kwaliteit mag wat GroenLinks betreft best wel wat kosten, dus zijn wij blij dat die motie nu wordt omgezet in een amendement en dat er komend jaar meer ondersteuning voor de Tweede Kamer komt.

De heer Van Raak (SP):
GroenLinks zegt dat het altijd moeilijk is om te praten over extra geld voor politici. Het is maar net waar je het vandaan haalt, zou ik zeggen. Als je het bij de huurders vandaan haalt, zou ik me als GroenLinkser kapot schamen. Ik zou me kapot schamen als GroenLinkser als ik geld zou weghalen bij de huurtoeslag om dat aan onszelf hier in de Tweede Kamer te geven. Daarvoor zou ik me kapot schamen. Dat ga ik als SP'er ook zeker niet doen. De heer Smeulders gaat dat dus wél doen.

De heer Smeulders (GroenLinks):
Ik weet dat de SP ongelooflijk kritisch is over extra geld voor de Tweede Kamer. De SP heeft ook tegen de motie gestemd. Die motie is aangenomen. De SP heeft toen ook een motie ingediend met het verzoek om een andere dekking. Die motie hebben wij ook gesteund, omdat ik ook zie dat alleen al het beeld dat dat geld van de huurders komt, niet zo heel fijn is. Het kabinet heeft ons meerdere malen verzekerd dat dit niet ten koste gaat van huurders. Ik zou die vraag eigenlijk opnieuw bij het kabinet willen neerleggen. Het kan niet zo zijn dat dit ten koste gaat van huurders. Als dat wel zo is, dan moeten we serieus kijken naar een andere dekking. Maar zolang het kabinet daar zo stellig in is, wil ik de minister graag geloven.

De heer Van Raak (SP):
Ja, het is geld van de huurtoeslag. Als daar geld van over is, om wat voor reden dan ook, dan kun je twee dingen doen: je kunt het geld van de huurtoeslag aan de huurders geven door ze meer huurtoeslag te geven. Of je geeft het aan de politiek. GroenLinks zegt: nou, dan geven we het niet aan de huurders maar dan geven we het aan onszelf. Ik heb een alternatief. 10 miljoen is zo opgehaald in die torens bij de ministeries. Dan halen we het niet weg bij de huurders maar bij de consultants, de voorlichters, de communicatiemedewerkers op de ministeries of ergens anders. Maar laten we daar dan het geld vandaan halen. Voor mij hoeft dat extra geld niet, maar áls we het weghalen, dan niet bij de huurders! Niet bij de huurders maar gewoon bij de ministeries. Is GroenLinks bereid om dat dan te steunen?

De heer Smeulders (GroenLinks):
Ik vind dat een zeer sympathiek idee, dus ik zie het amendement van de heer Van Raak graag tegemoet. Dat gaan we dan bekijken.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Smeulders. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van der Molen namens het CDA.

De heer Van der Molen (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Mijn collega zei al dat het vrij ongebruikelijk is om zo aan het eind van dít jaar al over de begroting van de Staten-Generaal te spreken. Meestal doen we dat in mei en dat noemen we dan de Raming. Ik wil in ieder geval in het tweede deel nog even iets in de traditie van de Raming naar voren brengen, want bij die Raming wordt er heel vaak niet over geld gesproken maar onder andere over de kantines van de Kamer, en die traditie wilde ik nu niet laten lopen.

Het eerste punt is wat de andere collega's al hebben benoemd. We voeren deze bespreking onder andere om middelen vrij te maken voor de ondersteuning van de Kamer. Laat ik vanuit het CDA aangeven dat wij het van belang vinden dat de Kamer haar functie kan uitvoeren. Daarnaast kun je allerlei opvattingen hebben over hoe de democratie beter kan, maar in ieder geval moet de controlerende taak ten opzichte van de regering goed gedaan worden. Dat betekent dat Kamerleden op extra ondersteuning moeten kunnen rekenen. De heer Smeulders sprak van geld voor politici. Vanuit het CDA kijken we er iets anders naar. Het is niet geld dat ons allemaal toebedeeld wordt, maar wel toebedeeld wordt aan mensen die tijd en energie steken in het lezen van de vele stukken — het zijn er echt heel veel — om ervoor te zorgen dat juist die kritische vragen worden gesteld die het kabinet ook nodig heeft om goed beleid te kunnen voeren. Wij zullen het amendement dat mijn collega Sneller namens D66 heeft ingediend, dan ook van harte ondersteunen.

Voorzitter. Dan het tweede punt, dat toch in de traditie van de Raming is. Mijn collega Jaco Geurts heeft er een tijd geleden een lans voor gebroken: we zouden in de restaurants van deze Kamer veel meer aanbod van eigen makelij willen hebben, van producten die gewoon in Nederland worden gemaakt door de agrarische sector en die ook de waardering mogen hebben die ze verdienen. Hij heeft een inventarisatie gedaan waaruit blijkt dat er best wat producten in onze kantines zijn waar een prima in Nederland vervaardigd alternatief voor beschikbaar is. Dat is een pleidooi voor het inderdaad gebruikmaken van dat wat onze agrarische sector zelf produceert, maar daarmee halen we de producten die we hier aanbieden, ook niet van ver maar van dichtbij. Ook mensen die overwegingen hebben omtrent duurzaamheid, zouden dat voorstel dus kunnen steunen. Ik overweeg dus om daarover in de tweede termijn een motie in te dienen om het Presidium er in ieder geval toe op te roepen om het aanbod van dit soort producten in de restaurants hier in de Tweede Kamer te vergroten.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van der Molen, maar de heer Van Gent heeft een vraag.

De heer Van Gent (VVD):
Ja, ik heb een vraag, deels uit verlicht eigenbelang. U heeft het over producten uit Nederland, van Nederlandse boeren. Ik neem toch aan dat er nog wel ruimte overblijft voor de misschien wat exotische producten. Om maar één ding te noemen: gisteravond is er weer heel laat vergaderd en dan is bijvoorbeeld koffie ook van wezenlijk belang. Er blijft hopelijk nog wel ruimte voor dat soort zaken.

De heer Van der Molen (CDA):
Ja, ik hecht ook zeer aan een grote hoeveelheid koffie in dit huis, niet alleen vanwege late maar ook vanwege vroege debatten. Het pleidooi is dan ook niet om alles wat niet Nederlands is, hier te vervangen. Misschien stel ik anderen daar weer mee teleur, maar het gaat vooral om het verruimen van het aanbod. Want we hebben echt aanbod dat we van veel dichterbij kunnen halen. Ik denk ook dat we op die manier kunnen laten zien dat wat we in Nederland produceren, gewoon ook in het eigen parlement genuttigd kan worden.

De heer Smeulders (GroenLinks):
Op zich is dit een sympathiek idee. Ik kom even terug op wat het CDA net aangaf op basis van mijn betoog. Er werd gezegd dat ik zou hebben gezegd dat wij geld voor politici gaan uittrekken. Ik heb aangegeven: "voor politiek en politici". Het is echt niet zo dat wij onze eigen salarissen gaan verhogen. Het gaat juist om die ondersteuning. Volgens mij zijn we het heel erg eens, maar ik denk dat het goed is om dit recht te zetten.

De voorzitter:
Oké, dan heeft u dat bij dezen gedaan.

De heer Van der Molen (CDA):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van der Molen. Dan ga ik nu naar de heer Van Raak namens de SP.

De heer Van Raak (SP):
We gaan 10 miljoen uitgeven, niet aan politiemensen, niet aan mensen in het onderwijs, niet aan mensen in de zorg, maar hier aan de politieke partijen in de Tweede Kamer. Dat geld gaan we voor een deel weghalen bij de huurders, uit de huurtoeslag. Als iets de kloof tussen hier, de Tweede Kamer, en de bevolking aantoont, dan is het wel dit soort voorstellen. Het is van een wereldvreemdheid en van een brutaliteit die ik niet kan begrijpen en niet kan uitleggen en waarmee de SP dan ook niet zal instemmen. Maar goed, het lijkt erop dat een Kamermeerderheid dit toch gaat doen. Maar kunnen we het geld dan niet ergens anders vandaan halen? Als hier 10 miljoen extra moet komen, moet dat dan het geld van de huurders zijn? Kan dat niet gewoon komen uit die torens, uit de ministeries, al die dure consultants, al die voorlichters, al die communicatiemedewerkers? Ik wil toch een beroep doen op mijn geliefde collega's om daar het geld te halen en niet bij de huurders.

De heer Öztürk (DENK):
De SP pleit er al jarenlang voor dat de Kamer minder geld krijgt en dat de Kamerleden ook minder geld als salaris krijgen. We zouden kunnen zeggen dat dat een nobel streven is. Het zijn woorden, heftige woorden, die u tegen collega-Kamerleden uitspreekt, maar het zou toch ook mooi zijn en een daad zijn als de SP de acht ton die u er nu naar aanleiding van dit amendement jaarlijks bij gaat krijgen, jaarlijks terug zou storten. Is de SP bereid om de daad ook bij het woord te voegen en te zeggen: wacht eens even, de acht ton die we als SP-fractie extra krijgen, storten we terug naar de huurders, naar de zorg, naar de politie. Dan zou u een idealist zijn die de daad bij zijn woord voegt.

De heer Van Raak (SP):
Ik investeer elke maand meer dan de helft van mijn vergoedingen in mijn eigen partij. Dat is ook de reden waarom we zoveel kunnen doen: we kunnen mensen opleiden en acties ondersteunen. We hebben zelf ook heel veel ondersteuning, ook als politici. Dat is een prachtig principe: de eigen broek ophouden, investeren in jezelf. Dat is ons uitgangspunt. Dat hebben we altijd gedaan en dat zullen we altijd blijven doen.

De heer Öztürk (DENK):
Ik heb het over de acht ton die u per 1 januari extra krijgt. Daar heb ik het over. Daarop wil ik een concreet antwoord van de SP-woordvoerder: wat gaat u met dat geld doen? Gaat u dat geld weer gebruiken en gaat u ons hier een verwijt maken: "zie je nou, jullie zijn zakkenvullers"? Of gaat u de daad eindelijk bij het woord voegen door dat geld terug te storten? Dan bent u een vent.

De heer Van Raak (SP):
Ik ga hier vandaag mijn uiterste best doen om ervoor te zorgen dat die maatregel niet doorgaat, dat dat geld naar de agenten gaat, of naar de huurders, de onderwijzers of de zorg. Ik hoop dat, als het geld er komt, we dat niet bij de huurders maar bij de ministeries gaan weghalen.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Öztürk (DENK):
Tot slot. Ik hoor hier dat de SP dat geld in haar eigen zak zal steken. Dat is hier het probleem: Kamerfracties hier voor zakkenvullers uitmaken, maar ondertussen het geld alsnog gebruiken voor eigen gewin.

De heer Van Raak (SP):
Nou, ho, ho, ho, ho, ho, ho, ho. Voorzitter …

De heer Öztürk (DENK):
Ik denk dat vandaag …

De heer Van Raak (SP):
Ho, ho. Voorzitter …

De heer Öztürk (DENK):
Als u bereid bent om die acht ton terug te storten, dan denk ik: oké, dan heeft u de woorden die u net heeft gebezigd, ook waargemaakt.

De heer Van Raak (SP):
De SP is niet als DENK. DENK is hier ook mee begonnen: meer geld vragen, meer geld vragen, meer subsidie, meer subsidie. Dat doen wij niet. Als Kamerleden dragen wij meer dan de helft van onze vergoedingen af. Ik heb niemand hier een zakkenvuller genoemd. Ik heb gezegd dat het geld dat hierin wordt geïnvesteerd, die 10 miljoen, niet wordt geïnvesteerd in agenten, het onderwijs en de zorg en dat ik het niet kan uitleggen, dat ik het onbegrijpelijk en onfatsoenlijk vind om dat weg te halen bij de huurtoeslag. Dat is wat ik hier zeg.

De voorzitter:
Dan wil ik eigenlijk hiermee …

De heer Van Raak (SP):
U gaat over de orde, voorzitter.

De voorzitter:
Ik laat het hierbij.

De heer Van Raak (SP):
Dat is prima.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Sneller namens D66.

De heer Sneller (D66):
Dank u wel, voorzitter. Het werd al genoemd: meestal is de begroting van de Staten-Generaal een hamerstuk en doen wij in het voorjaar het debat over de Raming. De regering zet dat voorstel dan een-op-een om in een wetsvoorstel. We behandelen deze begroting eigenlijk alleen in bijzondere gevallen. Dat is dus niet "nooit", zoals de heer Bosma zei, want in zijn periode in de Kamer is het al een keer eerder gebeurd. Maar het is inderdaad niet zo vaak. Er is voor vandaag een wat mij betreft wel gelukkige aanleiding. In het voorjaar zei ik al dat commentatoren, de Raad voor het Openbaar Bestuur en de staatscommissie-Remkes allemaal pleiten voor een betere ondersteuning van de Tweede Kamer. Ze wijzen daarbij op de relatief lage uitgaven voor ons parlement per hoofd van de bevolking in vergelijking met andere landen. Helaas kwam dat pleidooi van Kamerleden meestal pas bij afscheidsinterviews. Veel minder vaak hoorden we dat van actieve Kamerleden. Ik zei toen dat ik dat wel een beetje snap, want hard werken en zuinig omgaan met belastinggeld is voor Kamerleden vaak een belangrijke waarde. Maar soms lijkt het ook wel een taboe. En dat snapte ik dan weer níet zo goed. Gelukkig — ik zeg dat mede in de richting van meneer Öztürk, die even weg is — is die discussie sindsdien in een stroomversnelling gekomen. Bij de Algemene Beschouwingen werd een motie van mijn fractievoorzitter aangenomen om betere ondersteuning voor parlementariërs te regelen. Die kreeg bijna Kamerbrede steun.

Voorzitter. Van taboe naar meerderheid: het kan soms, heel soms, snel gaan in Den Haag. Vanochtend werd een amendement ingediend om die motie uit te werken. Daarin wordt niet alleen de ondersteuning van de fracties aan deze kant van het Binnenhof versterkt, maar krijgt ook de Kamer de extra middelen, zo zeg ik in reactie op de vragen van de heer Bosma die hij in zijn termijn stelde omdat hij blijkbaar het amendement zelf nog niet had gelezen, om te zorgen voor extra bureaus, ICT en facilitaire ondersteuning. Dat zit er dus in. Bovendien gaat ook het budget voor de ondersteuning van onze parttimecollega's aan de overkant van het Binnenhof omhoog. Dat lijkt in absolute getallen niet veel, maar is procentueel een behoorlijke zet.

Ten slotte, voorzitter. Ik hoop samen met u, zoals u dat ook heeft gezegd, dat deze extra ondersteuning niet zozeer bijdraagt aan nog meer moties, maar vooral leidt tot een hogere kwaliteit van de controle van de regering en bijvoorbeeld onze medewetgevende taak een impuls zal geven. Ik zie de heer Bosma staan. Ik denk dat ik als medewerker vaker in vak-K heb gezeten dan hij als medewetgever, als initiatiefnemer van een wetsvoorstel. Gedurende de tijd dat de heer Bosma in de Kamer heeft gezeten, heeft D66 bijvoorbeeld wetsvoorstellen ingediend en door de Eerste Kamer gekregen voor een kortere partneralimentatie, actieve donorregistratie, het schrappen van het verbod op smalende godslastering, gewetensbezwaarde ambtenaren uit de burgerlijke stand houden, de Klimaatwet, het Huis voor Klokkenluiders, de deconstitutionalisering van de benoemingswijze van de burgemeester, de normalisering van de rechtspositie van ambtenaren, het schrappen van het verbod op belediging van een bevriend staatshoofd, de Winkeltijdenwet en het schrappen van de enkelefeitconstructie uit de Algemene wet gelijke behandeling. Ik moest even snel googelen naar de teksten van de heer Bosma in eerste termijn. Ik denk dat dit geen limitatieve opsomming is, maar uiteraard kunnen wij die taak nóg serieuzer nemen met deze ondersteuning.

De heer Martin Bosma (PVV):
De heer Sneller bevestigt dus wat ik zei. Die wetten maken is allemaal leuk, maar het kritisch controleren van de regering doet D66 niet. D66-bewindspersonen produceren nauwelijks wetten. Op die twee punten geeft de heer Sneller mij dus gelijk.

De heer Sneller (D66):
Dat doe ik …

De voorzitter:
Nee.

De heer Sneller (D66):
Nee, voorzitter, ik word hier … Volgens mij wordt er geen vraag gesteld.

De heer Martin Bosma (PVV):
Mag ik eerst even een vraag stellen?

De voorzitter:
Heel even, meneer Sneller. U krijgt zo de gelegenheid om dat recht te zetten.

De heer Martin Bosma (PVV):
De heer Sneller had het over het amendement. Ik wil het even goed helder hebben, want er wordt natuurlijk een hoop over gesproken. Is 10 miljoen nou echt het totaalbedrag? Gaan we er dus niet overheen? 10 miljoen is dus niet salarissen en allerlei secundaire kosten die erbij komen. 10 miljoen is echt wat het hele verhaal, alle kosten, gaat dekken. Zo begrijp ik het goed, hè?

De heer Sneller (D66):
Eerst even over de misplaatste woorden van de heer Bosma. Als wij hier rapporteurs moeten aanstellen voor de controle van jaarverslagen geeft de PVV-fractie nooit thuis, terwijl eigenlijk alle andere fracties die hier vertegenwoordigd zijn daarvoor gewoon hun controlerende taak doen.

Dan over de vraag van de heer Bosma over het amendement, dat hij niet heeft gelezen. Daar staat onder andere in: de verhoging zal in de toekomst dan ook worden opgenomen in de Raming van de Tweede Kamer. Wat de heer Bosma wellicht niet weet, maar wat wel zo is, is dat in de regeling over de financiële ondersteuning van fracties in de Tweede Kamer onder andere staat dat er na verkiezingen bepaalde reserves kunnen worden ingezet, dus ook dat zal uiteraard wijzigen. Daarom is het ook belangrijk dat die financiële regeling wordt aangepast in de komende tijd. Maar ik heb dat niet in dit amendement willen doen, omdat daar wellicht ook andere discussies achter vandaan komen.

De heer Martin Bosma (PVV):
Dat zijn veel woorden om geen antwoord te geven op mijn vraag: is 10 miljoen nou gewoon 10 miljoen? Laat ik een andere vraag stellen.

De heer Sneller (D66):
Nee, dan wil ik graag nog proberen antwoord te geven …

De voorzitter:
Ja, misschien is dat even beter.

De heer Sneller (D66):
… want dit slaat nergens op. Ik heb de heer Bosma net namelijk aangegeven dat 1,485 miljoen — dat staat ook in de toelichting van dat amendement, dat u gewoon kunt lezen — wordt toegevoegd aan het Kamerapparaat, om te zorgen voor computers voor medewerkers en voor facilitaire ondersteuning. Dat is inderdaad de overheadnorm voor de huisvesting, waarnaar de heer Bosma heeft gevraagd. Maar de heer Bosma slaat het plat met zijn vraag of het daar dan blijft. Daarom heb ik hem het volledige plaatje willen geven, maar daar stelt hij geen prijs op.

De heer Martin Bosma (PVV):
Nou, daar stel ik heel veel prijs op.

De heer Sneller (D66):
Nou, dat is fijn.

De heer Martin Bosma (PVV):
Mijn volgende vraag gaat over het volgende. We gaan als Tweede Kamer dus veel meer personeel krijgen. Als je nu door het gebouw loopt, zie je dat dat al helemaal vol zit. We hebben arbowetgeving, waarin staat dat je werknemers in Nederland niet mag opstapelen en dat die een bepaald aantal vierkante meters nodig hebben. Denk aan bureautjes, kamertjes et cetera. Er komt misschien wel de helft meer personeel bij. Waar moeten al die mensen precies gaan werken? Kunt u het adres aangeven of het gebouw aanwijzen waar al die extra werknemers moeten komen?

De heer Sneller (D66):
Ik kan de gang bij u nooit in, dus daar kan ik helaas niks over zeggen. Ik neem aan dat de heer Bosma in de dertien jaar waarin hij hier rondloopt ook weleens aan de overkant van het Plein is geweest, in het gebouw dat wij daar hebben. Daar is nog wat ruimte. Als ik bij ons kijk, waar ik wel vaak te vinden ben, zie ik in ieder geval dat wij nog vierkante meters hebben waar extra bureaus kunnen komen. Het is overigens geen verdubbeling van het aantal medewerkers. Dat zou u hier volgens mij op geen enkele manier uit kunnen herleiden. Het is verder aan fracties zelf om te kijken hoe ze dat extra ondersteuningsbudget inzetten.

De voorzitter:
Het is volgens mij …

De heer Sneller (D66):
De initiatiefwetten die wij bijvoorbeeld hebben opgesteld hadden wij niet kunnen opstellen zonder externe hulp van mensen die het belangrijk vinden om daaraan bij te dragen. Die zitten nu gewoon als vrijwilliger bij ons op de fractie.

De voorzitter:
Echt afrondend.

De heer Martin Bosma (PVV):
Even afrondend, voorzitter. Dat is goed nieuws. Dus die extra werknemers van de Tweede Kamer komen in het Logement te werken, aan de overkant van het Plein …

De heer Sneller (D66):
Nee …

De heer Martin Bosma (PVV):
… dat helemaal vol zit. Dat is toch wat we aan de overkant hebben?

De voorzitter:
Afrondend, meneer Bosma.

De heer Martin Bosma (PVV):
En ten tweede kunnen we inschikken bij de fractie van D66. Daar gaan al die extra mensen ondergebracht worden.

De heer Sneller (D66):
Ik begrijp in ieder geval dat de PVV geen beroep zal doen op de extra ondersteuning, want die hebben ze niet nodig. Die blijven gewoon de lage productie draaien die ze hebben, met wat metaalmoeheid af en toe. En als wij die extra ondersteuning dan kunnen krijgen, zullen wij zorgen dat die bij ons gehuisvest wordt.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Sneller. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Van der Graaf namens de ChristenUnie.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. De ChristenUnie vindt dat we trots mogen zijn op de representatieve democratie die we hebben in ons land, waarin ruimte is voor een veelheid aan partijen. Het is belangrijk dat het parlement voldoende ondersteuning heeft om zijn controlerende en volksvertegenwoordigende taken goed te kunnen uitvoeren. Wij zijn dan ook heel blij dat er extra middelen beschikbaar komen voor de ondersteuning van fracties. Zeker ook voor de kleinere fracties in de Kamer, die veel ballen in de lucht moeten houden, is dat zeer welkom. Mijn fractie vindt het logisch dat we dan niet alleen naar onszelf kijken, maar dat ook een deel van de extra middelen wordt ingezet voor de Tweede Kamerorganisatie en voor de Eerste Kamer.

Voorzitter. Ook ben ik blij dat de subsidie aan politieke partijen wordt verhoogd, waarbij er ook voor de komende vijf jaar middelen beschikbaar komen voor de ondersteuning van lokale partijen, om zo ook de lokale democratie verder te kunnen versterken. Dat pleidooi hebben wij ook gehouden bij de begroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en dat onderstrepen wij hierbij.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van der Graaf. Dan geef ik nu het woord aan de heer Bisschop. Nee, die schudt zijn hoofd. Dan ga ik naar de heer Baudet namens Forum voor Democratie.

De heer Baudet (FvD):
Dank u wel. Heel kort, twee minuten. 99 Professoren, Vaterland du bist verloren. Dat is het gevoel dat ik hier in de Kamer vaak heb, door eindeloze onzinmoties en eindeloze onzindebatten. Als jullie nog meer ondersteuning krijgen, is de ramp voor dit land niet te overzien. Jullie moeten juist gekortwiekt worden. De Tweede Kamer moet zich op de hoofdlijnen gaan richten en niet op al die neuzelonderwerpen waarop men zich hier blindstaart en die het grote drama aan het zicht onttrekken dat ons land treft door klimaathysterie, massa-immigratie en de Europese machtsgreep. De onteigening van onze bevolking, onze burgers, voltrekt zich onder onze ogen. Maar ziende blind houdt het Kamerlid zich bezig met eindeloze neuzeldebatten. Als er nog meer ondersteuning komt, zal dat nog erger worden. Hier moeten we dus echt tegen zijn. Dit is een groot gevaar. En het verbaast mij in die zin dus ook niet dat bij uitstek de partij van de babyboomers, de partij van de destructie van de beschaving, D66, deze motie heeft gedaan.

Ik wilde nog een tweede onderwerp naar voren brengen. Dat zal ik echter doen nadat de heer Öztürk mij geïnterrumpeerd heeft.

De heer Öztürk (DENK):
Ik dacht dat uw partij, u zelf, €9.000 gemeenschapsgeld aan wat planten had uitgegeven. En een collega van u had wijn geschonken aan die planten, waardoor die planten niet meer bestaan. Het geld van de gemeenschap is zo dus, zeg maar, een beetje weggegooid.

De heer Baudet (FvD):
Toen de heer Öztürk naar aanleiding van een of ander lasterlijk roddelartikel in een van de kartelmedia met dit verhaal aan kwam zetten, heb ik al gezegd dat wij, zoals alle fracties, geld hebben uitgegeven aan de inrichting van onze fractiekamers. We hebben bureaus gekocht, stoelen gekocht. Alle fracties krijgen hun budget. We hebben computers gekocht en ook inderdaad wat planten en wat andere decoratie. Ik geloof dat we ook een paar posters hebben laten inlijsten. Ik weet het bedrag niet uit mijn hoofd, maar daar hebben we inderdaad zo rondom het bedrag dat de heer Öztürk noemde, aan uitgegeven. Andere fracties die meer fractieleden hebben en grotere ruimtes te vullen hebben, zullen daar wat meer aan hebben uitgegeven; kleinere fracties misschien wat minder. Maar als de heer Öztürk bedoelt dat het bij ons bijzonder goed toeven is, dan is dat zo. Als hij een keer langs wil komen, is hij van harte welkom.

De heer Öztürk (DENK):
Dat is best wel een lang antwoord op een vraag over €9.000 voor wat planten. Dat is gewoon weggegooid gemeenschapsgeld. Hier een groot verhaal houden over het kartel en zelf min of meer het toekomstige kartel aan het worden zijn: dat is precies het verhaal. Aan de ene kant kraakt u hier af dat we extra ondersteuning nodig hebben om het kabinet nog beter te kunnen controleren. Aan de andere kant gooit u geld weg door met een privéjet naar Ibiza te gaan en door Henk Otten wat geld te geven. Het is dus een beetje dubbel en hypocriet, meneer Baudet.

De heer Baudet (FvD):
Mijn kritiek op dit voorstel heeft er niets mee te maken dat ik wel of niet zou vinden dat er te veel of te weinig geld wordt besteed, in algemene zin, aan de overheid. Daar gaat dit helemaal niet over. Dat zegt de SP inderdaad. Die kunnen alleen maar een beetje zeggen: het geld moet daarnaartoe. Het gaat mij om een veel fundamenteler punt. Ik vind dat de Tweede Kamer niet functioneert zoals die zou moeten functioneren. Ik vind dat hier 150 mensen zitten die zich voor het grootste deel bezighouden met het verdoezelen van wat er gaande is in plaats van met het openbaren van wat er gaande is. Zij zijn handlangers van de macht in plaats van controleurs van de macht. Als we hen versterken, dan versterken we dus een tendens, een trend, die ik als schadelijk voor de democratie en de samenleving beschouw. Daarom ben ik hiertegen. Dan kan de heer Öztürk nog wel tot twee keer toe — en dat was al eerder gebeurd — beginnen over allerlei lasterlijke verhalen over dingen met planten. Hij haalt er van alles en nog wat bij. Dat heeft helemaal niets te maken met het punt hier. Mijn punt is dat je een disfunctioneel orgaan, namelijk de Tweede Kamer, niet nog meer geld moet geven.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Öztürk (DENK):
Er zijn heel veel kleine fracties. Die hebben maar twee, drie of vier medewerkers. Hoe kunnen ze dan zo veel ministeries, zo veel ministers, met duizenden medewerkers controleren?

De heer Baudet (FvD):
Omdat het gaat ... Ik snap de vraag. Ik had deze vraag ook verwacht. Ik kan er ook antwoord op geven.

De heer Öztürk (DENK):
Is was nog niet ...

De voorzitter:
Maak even uw vraag af.

De heer Öztürk (DENK):
We hebben die ondersteuning nodig. We hebben die deskundigheid nodig. We hebben die mensen nodig om al die ministeries, al die rapporten, al die dossiers, al die verhalen aan te kunnen pakken. Ik kan mij voorstellen dat de heer Baudet zegt dat de coalitie nog meer geld krijgt om de huidige macht het meest te verdedigen, maar de oppositie heeft ook ondersteuning nodig om de huidige macht aan te pakken. Daar wil ik de heer Baudet nog een keer over horen. Wat is de rol van de oppositie?

De heer Baudet (FvD):
Ja, precies, die vraag had ik al begrepen. Het gaat niet om tot in alle details eindeloos elk cijfertje controleren. Het probleem van de gebeurtenissen hier in de Kamer is dat de meeste mensen door de bomen het bos niet meer zien. Ze houden zich bezig met allemaal details en zijn daar eindeloos mee in de weer. Dat heb ik overigens ook in de wetenschap ervaren. Het detailisme is een syndroom van een volk dat zijn spiritualiteit aan het verliezen is, dat geen richting meer heeft, dat erdoor geobsedeerd is. Dat zie je ook in de neurotische quasi-kunst in de islamitische wereld, altijd maar dat mozaïek, dat eindeloos herhalen van die neurotische mozaïekjes. Dat is zo'n doodvermoeiende zelfexpressie! Dat zie je hier eigenlijk ook; dat is wat er met de westerse beschaving aan de gang is. Men is niet meer in staat om grote kwesties ter discussie te stellen en vraagt daarom om eindeloze ondersteuning en om allemaal statistieken en cijfers, om alles uit te pluizen. Dokter Cijfer, noemt Frederik van Eeden dat. Dat is wat hier speelt. Men moet zich weer op hoofdlijnen leren focussen. Daarom moet er juist minder ondersteuning komen in plaats van meer.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Baudet.

De heer Baudet (FvD):
Het tweede wat ik ter discussie wilde stellen vandaag is de voorgenomen verhuizing van ons parlement. Ik ben daartegen. Ik vind dat wij beter ten halve kunnen keren dan ten hele kunnen dwalen. Wij moeten voorkomen dat wij dit huis worden uitgejaagd. Wij moeten voorkomen dat wij hier de Plaats open en leeg laten staan. Ik ga in de tweede termijn een motie indienen om de voorgenomen verhuizing alsnog terug te draaien en hier in huis te blijven. Ik ben helemaal niet tegen een verbouwing. Ik ben er ook helemaal niet tegen dat hier dingen veranderen. Dat moet, maar dat kan ook terwijl wij hier in huis blijven. Ik wilde dit dus ook een beetje gebruiken om ...

Mevrouw Kuiken (PvdA):
En dan hoofdelijk stemmen, neem ik aan.

De heer Baudet (FvD):
Dat is een goed idee! We gaan een hoofdelijke stemming doen. Waarom niet. Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel.

De heer Baudet (FvD):
Ik ben binnen de tijd gebleven!

De voorzitter:
Keurig, keurig, u kunt het wel. Dan geef ik tot slot het woord aan de heer Öztürk namens DENK.

De heer Öztürk (DENK):
Voorzitter. Tegenmacht tegen de macht en de rol van de oppositie zijn heel belangrijk in onze democratie. Met name de kleine partijen, die de stem van het volk zijn en durven te zeggen wat hier niet goed gaat, hebben ondersteuning nodig. We kunnen niet alle ministeries tegelijk controleren. Daarom vind ik het goed dat er een initiatief is genomen, met een motie en een amendement, om dat recht te zetten. Ik heb daar de afgelopen maanden en jaren in allerlei vergaderingen ook voor gepleit. Ik ben blij dat de Kamer dit vandaag overneemt.

Voorzitter. Maar waar gaat het geld heen? In het amendement van D66 gaat 1,5 miljoen naar de ambtelijke ondersteuning, dus naar het ambtelijk apparaat van de Tweede Kamer. Daar heb ik best wel zorgen over. De ondernemingsraad heeft zijn zorgen ook geuit. Naar aanleiding van het vertrek van directeur Jan Willem Duijzer hebben ze gezegd: de hele ambtelijke top is in drie jaar tijd vervangen. Het kost heel veel geld om weer topambtenaren binnen te halen. Bij de or is het beeld ontstaan dat de aansturing meer en meer vanuit de politieke leiding plaatsvindt. Daar maak ik me zorgen over. Op het moment dat je 1,5 miljoen euro geeft aan de politieke leiding, is de vraag waar dat heengaat. Is dat een hofhoudingcultuur van: we nemen alleen maar mensen aan die de Kamervoorzitter goed bedienen en goed ondersteunen? Of gaan wij onafhankelijke topambtenaren binnenhalen, zodat wij het werk dat hier gedaan moet worden goed kunnen laten doen? Ik maak me er zorgen om. Ik wil de minister vragen om met de ondernemingsraad in gesprek te gaan en de ondernemingsraad te ondersteunen in de zorgen over de politieke leiding.

De heer Sneller (D66):
Dat laatste lijkt me echt een heel slecht plan: om de minister te vragen om de Tweede Kamerorganisatie …

De voorzitter:
… te controleren.

De heer Sneller (D66):
… te gaan controleren. Dus ik hoop dat de heer Öztürk dat even wil terugnemen. In antwoord op zijn vragen: in de toelichting op het amendement, dat hij mede heeft ondertekend, staat dat dit budget voor de overhead direct gekoppeld is aan de uitbreiding van de capaciteit voor de ondersteuning aan parlementariërs. Zoals ik ook richting de heer Bosma zei, gaat dat dus niet alleen maar om salarislasten, maar is het ook bedoeld ervoor te zorgen dat die extra medewerkers een bureau en een computer hebben en dat er ook iemand de telefoon opneemt als je contact wilt opnemen voor bijvoorbeeld de ondersteuning van die computer. Ik denk dus dat het woord "topambtenaren" daarvoor een beetje misplaatst is.

De heer Öztürk (DENK):
Ik ben blij dat die ondersteuning er ook is, de beveiliging, de ICT en dat soort dingen. Die moet er zijn, maar mijn zorgen zijn niet dat de Kamerorganisatie en de Kamervoorzitter … De ondernemingsraad uit zijn zorgen dat het geld naar de top gaat. Wat ik hiermee wil zeggen is dat het goed is dat er geld wordt gereserveerd om de facilitering te regelen, maar het moet niet zo zijn dat de Kamervoorzitter, zoals de ondernemingsraad terechte kritiek uit … Het moet niet zo zijn dat het geld naar de ambtelijke top gaat, waardoor de ondersteuning toch niet naar de Kamerleden komt. Daar maak ik me zorgen om. Ik heb de minister niet gevraagd om in te grijpen bij de Kamer. Ik heb het volgende gevraagd. De ondernemingsraad maakt zich zorgen. Het is dan misschien goed om te kijken hoe we de ondernemingsraad daarin kunnen ondersteunen. Dus niet de Kamer controleren of daarmee bemoeien, maar meer de zorg van de ondernemingsraad proberen te horen.

De heer Sneller (D66):
Ook met die toelichting ben ik niet helemaal gerustgesteld, dus ik roep de minister van harte op om dit verzoek van de heer Öztürk volledig te negeren. Dan even over het eerste punt. Daarom hebben we samen toch in de toelichting opgeschreven dat dit budget daar niet voor bedoeld is? Laten we dat dus blijven volgen, maar niet doen alsof er allerlei sluizen of achterdeurtjes in dit amendement zitten.

De heer Öztürk (DENK):
Ik ben het met u eens, alleen zie ik een nieuwsbrief van de ondernemingsraad waarin ze zeggen dat de politieke leiding de afgelopen drie jaar de topambtenaren, de griffiers, zeg maar min of meer naar huis heeft gestuurd. Dus vandaar dat ik die zorgen van de ondernemingsraad hier met u wil delen. Het Presidium grijpt daar niet in; vandaar dat ik dat in de Kamer doe.

De heer Smeulders (GroenLinks):
Ik moet zeggen: ik vind dat laatste wel erg lastig. We hebben nu een uitzonderlijk debat over extra geld voor de Tweede Kamer. Dat is met de minister. U komt hier met allerlei kritiek op de Kamerorganisatie. Dat moet echt bij de Raming gebeuren, als u dat heeft, want …

De voorzitter:
Dat is ook gebeurd.

De heer Smeulders (GroenLinks):
Want de Voorzitter zit hier nu voor en kan niet reageren. Als Kamerlid vind ik het buitengewoon ongemakkelijk dat u hier kritiek staat te spuien over iemand die niet kan reageren, dus ik zou u willen verzoeken om dat niet te doen.

De heer Öztürk (DENK):
Nou, dat gebeurt vaker in deze Kamer. En het gebeurt vaker dat een Kamerlid het woord wordt ontnomen en dat, terwijl hij spreektijd heeft, iemand hem de spreektijd afneemt. Wat dat betreft gebeurt het dus vaker. Dan kunt u ook op dat moment ingrijpen, als u dat zou willen.

De voorzitter:
Dan geef ik … Nee, dan zijn we klaar met de eerste termijn. Ik kijk naar de minister of hij direct kan reageren. Het woord is aan de minister.

Minister Knops:
Voorzitter. Een bijzondere figuur — dat werd al opgemerkt — bij de begroting van de Staten-Generaal, die voor zover ik weet recentelijk niet behandeld is en al zeker niet in aanwezigheid van de minister. Het past mij dus ook, anders dan bij de verdediging van de eigen begroting, hierin een niet heel actieve houding aan te nemen. Ik heb dus goed geluisterd naar de leden van de Kamer en wat ze hebben ingebracht, maar voor alle duidelijkheid: ik respecteer het budgetrecht van de Kamer zelf. Op het moment dat daarover amendementen worden ingediend waarbij het gaat om dekking die elders in de rijksbegroting moet worden gevonden, dan is het wel aan mij om van de zijde van het kabinet aan te geven of zo'n amendement kan rekenen op een positief oordeel. Daarvan kan ik al zeggen dat dat kan, omdat de dekking van het amendement afdoende geregeld is.

Voor het overige zijn er heel veel zaken gewisseld die echt aan de Kamer zijn, te besluiten met de opmerking van de heer Öztürk om in overleg te gaan met de ondernemingsraad. Dat ga ik dus niet doen. Het zou een staatsrechtelijk vreemde figuur zijn om dat te doen.

Er zijn wel een paar vragen gesteld die raken aan het amendement-Sneller. Onder anderen de heer Bosma vroeg wat er in die 10 miljoen zit. Wat moet daar uit? Ik wijs er in de richting van de Kamer op dat die 10 miljoen en de wensen die in het amendement zijn neergelegd, mogelijk consequenties kunnen hebben als het gaat om huisvesting en dat soort zaken. Daar is op dit moment geen rekening mee gehouden. Ik zie het amendement als een all-inclusive amendement en dan kan ik er een positief oordeel over geven. Ik ga ervan uit dat alle kosten die voortvloeien uit het huisvesten van eventuele extra medewerkers, er ook onder vallen.

De voorzitter:
Een all-inclusive amendement!

Minister Knops:
Ik zie dat het bij de heer Bosma allerlei associaties oproept.

De voorzitter:
Iets met kantoortuinen en palmbomen of zo.

De heer Martin Bosma (PVV):
Ik ga ineens heel anders naar dit amendement kijken. Ik ben wel van de all-inclusive. Maar deze staatssecretaris — herstel, nou maak ik zelf de fout — deze minister gaat ook over onze huisvesting. De verbouwing kwam net al ter sprake. Het amendement gaat zorgen voor meer werknemers. Dat is nogal wat. Ik vraag aan de heer Sneller heel simpel: waar moeten die gaan werken? Hij zegt: aan de andere kant van het Plein. Dat is dus het Logement. En hij ziet nog wat ruimte bij de fractie van D66. Nou, hij denkt in ieder geval positief mee. Hartstikke goed. Nogmaals, ik vind het nogal wat. Je hebt best kans dat het gaat om tientallen extra mensen. Kan deze minister, die gaat over onze huisvesting, vertellen waar al die extra werknemers moeten gaan werken? Hoe denkt hij dat voor ons te gaan regelen?

Minister Knops:
Dat kan ik op dit moment niet en dat is precies de reden waarom ik mijn opmerking maak. Het zal een proces moeten zijn waarin de Tweede Kamer als gebruiker in relatie tot de verbouwing aangeeft hoe zij de uitwerking van het amendement-Sneller ziet, wat dat gaat betekenen in extra fte's, waar die mensen gehuisvest zouden moeten worden en of dat uiteindelijk ook consequenties heeft voor de wijze waarop wij de verbouwing van plan zijn vorm te geven. Dat kan wat mij betreft gewoon een plek krijgen in het reguliere proces tussen de Kamer als gebruiker en het Rijksvastgoedbedrijf als uitvoerder van die renovatie. Als de gedachte zou leven dat dit geld alleen bedoeld is voor salarissen van nieuw aan te trekken medewerkers en er geen rekening wordt gehouden met eventuele consequenties voor de huisvesting, dan hebben we een gat in de begroting voor de verbouwing van de Tweede Kamer. Daar wijs ik toch maar even op.

De heer Martin Bosma (PVV):
We hebben al vastgesteld dat het een all-inclusive amendement is. Ik probeer het me gewoon voor te stellen. Er wordt hier even 10 miljoen belastinggeld aan gespendeerd. Ik loop door dit gebouw en ik denk met mijn amateuristische oog: goh, dat zit redelijk vol allemaal. We hebben ook ouderwetse gebouwen die helemaal niet volgens arbowetgevingstoestanden zijn gebouwd. Met mijn amateuristische blik denk ik: het zit hier behoorlijk vol en we kunnen niet uitbreiden. Kijk maar om je heen. Alles is verhuurd en het onroerend goed hier in de buurt is behoorlijk duur. Bestaat de mogelijkheid dat we dankzij dit amendement straks werknemers van de Tweede Kamer hebben die ergens op een industrieterrein in Rijswijk moeten werken?

Minister Knops:
De vraag is terecht, maar het antwoord kan ik nu niet geven. Dat zal echt de uitkomst moeten zijn van nadere uitwerking. Daarvoor kijk ik in eerste instantie naar de Tweede Kamer als gebruiker, als Hoog College van Staat, om dit zelf te accommoderen en te bekijken wat dit amendement in de praktijk gaat betekenen. Er zijn allerlei mogelijkheden. Misschien is er nog ruimte, misschien kun je indikken, misschien moet er ruimte bij gecreëerd worden. Nou, daar hangt dan een prijskaartje aan, want dat is op dit moment niet voorzien in het plan van eisen. Mij lijkt dat dit gewoon een ordentelijke plek in dat proces kan krijgen. Dan worden de vragen van de heer Bosma, die terecht zijn, beantwoord.

De heer Van Raak (SP):
Dat is wel verontrustend: 10 miljoen extra uitgeven aan de Tweede Kamer, terwijl we niet weten waaraan. Als er mensen komen, weten we niet waar we ze moeten onderbrengen en wat de gevolgen zijn voor de renovatie. Dat zijn reusachtige vraagtekens. Ik vraag mij af waar de minister zijn positieve advies, zijn positieve beoordeling van het amendement, op baseert, anders dan de ondertekening.

Minister Knops:
Mijn positieve beoordeling ziet als eerste op de dekking van het amendement. Als het gaat om de uitwerking, is het echt aan de Kamer om daar een goede vorm aan te geven binnen de financiële kaders die er liggen. Uiteraard zal dat, als er ruimtelijke consequenties zijn, in afstemming moeten gebeuren met het Rijksvastgoedbedrijf. Dit is eerst en vooral aan de Kamer. Het is ook de begroting van de Staten-Generaal. Ik heb zojuist aangegeven dat mij hier feitelijk een marginale opstelling past, omdat ik hier niet mijn eigen begroting verdedig maar ben uitgenodigd bij een debat waarin u zelf de begroting van de Staten-Generaal behandelt.

De voorzitter:
De heer Van Raak …

Minister Knops:
Overigens, nu de heer Van Raak toch aan de interruptiemicrofoon staat: hij maakte zich zorgen over het feit dat die dekking, waarover ik zojuist een positief oordeel heb afgegeven, ten koste zou gaan van de huurtoeslag. Dat is niet het geval. Wat is er aan de hand? Door een wijziging in het belastingstelsel is er een verlaging van de zelfstandigenaftrek doorgevoerd. Dat is voor zzp'ers. Dat betekent dus een hoger inkomen voor die betrokken groep en een lager beslag op de huurtoeslag. Het gaat dus niet ten koste van mensen die nu recht hebben op huurtoeslag, in het geheel niet. Daar is ruimte gekomen, en een deel van die ruimte wordt in de latere jaren gebruikt als dekking voor dit amendement.

De heer Van Raak (SP):
Dat had ik al begrepen. Ik lees de stukken van de minister altijd heel goed, en amendementen ook. Maar als er geld vrijkomt bij de huurtoeslag, kun je daar twee dingen mee doen. Je kunt het geld dat vrijkomt bij de huurtoeslag geven aan de huurders, met een beetje meer huurtoeslag, of je kunt het steken in de ondersteuning van de politici hier in de Tweede Kamer. Nou, de SP is erg voor het eerste. Maar mijn vraag ging ook over de verbouwing. Ik wil een advies van de minister, die ondertussen best veel verstand heeft van verbouwingen. Hoe ziet hij dat al die mensen in dit pand straks ondergebracht kunnen worden? De minister kent dit pand nu ook van binnen en van buiten in verband met de renovatie. Kan hij ons adviseren waar die mensen ondergebracht kunnen worden, en dat ook nog op zo'n manier dat van die 10 miljoen nog iets overblijft om mensen aan te nemen?

Minister Knops:
Dan zou ik toch meer informatie moeten hebben over de verdeling die door de indieners van het amendement beoogd wordt en door de Tweede Kamer geaccommodeerd wordt. Over hoeveel mensen spreken we die worden aangenomen? Moeten die mensen hier werken of kunnen ze op een andere plek werken? Kun je thuiswerken? Waar zitten de ruimtes? Nogmaals, ik begrijp de vraag, maar dit is echt een vraagstuk dat ik hier niet even kan beantwoorden. Dit moet een plek krijgen in het gebruikelijke proces, waarbij de Tweede Kamer als gebruiker, de Bouwbegeleidingscommissie en het Presidium besluiten nemen over hoe zij de Kamer willen inrichten en wat daarvoor nodig is, met inachtname van het amendement. Ik zeg daar alleen wel het volgende bij. Als dat ruimtelijke consequenties heeft, dan is de winstwaarschuwing: dat kan niet uit de begroting die wij nu hebben voor de verbouwing van het Binnenhof — lees: ook de Tweede Kamer — omdat daarin niet voorzien is. Dat zal daaruit moeten komen. Maar er zijn tal van oplossingen mogelijk, denk ik, om dit te accommoderen; vandaar dat ik er ook positief over ben. Maar dat zal verder uitgewerkt moeten worden.

De voorzitter:
Tot slot, de heer Van Raak.

De heer Van Raak (SP):
Dat zijn dus hele belangrijke vragen. Dat zijn fundamentele vragen, waar nog niet het begin van een oplossing voor is. Dan kan ik me toch moeilijk voorstellen dat de minister vanuit het diepst van zijn hart zegt dat dit een fantastisch amendement is, omdat er nog geen begin is van een idee hoe we dit kunnen gaan uitvoeren.

Minister Knops:
Nou, volgens mij is dit gewoon een normale volgorde in een proces. Er wordt een amendement ingediend. Dat is natuurlijk op hoofdlijnen. Het stelt budgettaire kaders en formuleert politieke doelstellingen. Dat zie ik allemaal terug in het amendement. Dat zal gewoon verder uitgewerkt moeten worden.

De heer Sneller (D66):
Zou het het leven van de minister makkelijker maken als de heer Van Raak zegt dat hij geen gebruik gaat maken van die extra ondersteuning en geen extra medewerkers inhuurt?

Minister Knops:
Dat weet ik niet. Er is niks mis met mijn leven. Ik heb een heel makkelijk leven. Daar ben ik dan ook niet naar op zoek. Dat budget is uiteindelijk het budget. Daar staan bepaalde fte's tegenover. Zo wordt het ook geformuleerd in het amendement. Van welke partij die zijn, is voor het amendement niet relevant. Als ze niet bij de heer Van Raak zouden komen en meer bij D66, heeft het nog steeds consequenties. Volgens mij is dat dus echt iets voor de Kamer om verder uit te werken.

De voorzitter:
Had u nog meer dingen?

Minister Knops:
Nou, ik heb nog heel veel ...

De voorzitter:
Ja, hè? Maar misschien heeft u bij interruptie al een paar vragen beantwoord?

Minister Knops:
Volgens mij heb ik alle vragen beantwoord, voorzitter.

De voorzitter:
Nou, dat lijkt me heel goed. Dank u wel.

Dan zijn we hiermee aan het einde gekomen van de behandeling van de begroting van de Staten-Generaal … Of is er behoefte aan een tweede termijn? Dat is het geval! Iedereen dacht dit gewoon een technische behandeling was, maar het is toch meer dan dat.

Dan ga ik naar de heer Bosma. Nee? Meneer Van Gent, heeft u behoefte aan een tweede termijn? Ook niet. De heer Smeulders? Ik ga gewoon het rijtje af. De heer Van der Molen? Wel.

De heer Van der Molen (CDA):
Voorzitter, dank u wel. Ik heb mij verder niet meer in het debat gemengd, om op de oproep van collega Baudet in te gaan om het bij de hoofdlijnen te houden. Maar om daar toch van af te wijken, dien ik een motie in, zoals ik die in de eerste termijn had aangekondigd.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Nederlandse land- en tuinbouw in alle seizoenen een smakelijk en in alle opzichten verantwoord assortiment produceren;

verzoekt het Presidium te bevorderen dat het aanbod van Nederlandse (streek)producten in de restaurants van de Tweede Kamer wordt verruimd,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van der Molen en Geurts. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 6 (35300-IIA).

De heer Van der Molen (CDA):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van der Molen. Wie heeft behoefte aan een tweede termijn? De heer Baudet. Nee, zo werkt het niet; u moet geen verkeerde adviezen geven, meneer Bosma.

De heer Baudet (FvD):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Ik heb een motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de voorgenomen verhuizing ter facilitatie van de verbouwing van het Binnenhof uit dreigt te lopen op een fiasco;

overwegende dat de benodigde renovaties prima kunnen worden uitgevoerd zonder integraal te verhuizen;

besluit af te zien van de voorgenomen verhuizing en besluit voorts tot een nieuw plan te komen voor gefaseerde renovatie zonder dat integrale verhuizing van het parlement hoeft te worden ondernomen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Baudet. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 7 (35300-IIA).

De heer Baudet (FvD):
Dan heb ik nog één ander punt, dat mij net te binnen schoot toen ik even naar de printer liep. Het gedrag van het parlement, in al die irrelevantie van zijn activiteiten, valt te vergelijken met overspronggedrag. Dit zien we ook in gevangenissen, waar gedetineerden bijvoorbeeld helemaal door het dolle heen zijn over het feit dat ze opgesloten zijn, en waar voor hen niets belangrijker lijkt te zijn dan het dwangneurotisch precies recht leggen van hun kussen of, bij dieren in dierentuinen, het precies ordenen van strootjes. Dat is omdat zij onvrij zijn, omdat ze geketend zijn, omdat ze niets kunnen doen dat eigenlijk relevant is. Dat geldt ook voor de parlementariërs, de meesten van jullie. Jullie weten dat je niks kan. Je mag niks, je macht is ingeperkt, je moet gehoorzaam zijn aan de coalitiedwang, enzovoorts, dus gaan jullie je bezighouden met de meest kleine details en de meest irrelevante kwesties. De grote tragedie, de ondergang van het Avondland, die zich voor onze ogen voltrekt en die door het partijkartel wordt gewild en bewerkstelligd, valt buiten jullie machtsveld. Die valt buiten jullie gezichtsveld. Nogmaals: daarom moet tegen elke prijs worden voorkomen dat er hier nog meer busybodies komen en dat er nog meer personeel komt, want dan krijgen we nog meer overspronggedrag, nog meer micromanagement en nog meer dwangneuroses in het parlement.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even of ik niemand heb overgeslagen. Nee.

De laatste motie wordt nog rondgedeeld, maar de minister heeft mee zitten luisteren, dus ik geef het woord aan de minister.

Rustig, rustig, meneer Baudet, heel even nog.

De heer Baudet (FvD):
Heeft u werkelijk net verbaasd gezegd dat de minister mee heeft zitten luisteren?

De voorzitter:
Ja.

De heer Baudet (FvD):
Het is niet zo gebruikelijk voor leden van de regering om daadwerkelijk te luisteren naar wat wij zeggen, hè?

De voorzitter:
Natuurlijk.

De heer Baudet (FvD):
Quod erat demonstrandum. Dat is precies het punt dat ik wil maken. Zij weten het ook. Ze zitten altijd maar op hun telefoontje, omdat er hier getetterd wordt en omdat er toch niks relevants besproken kan worden in het parlement. Er staat al vast wat er gaat gebeuren, vanwege de coalitiedwang, het regeerakkoord, enzovoorts. Ik ben blij dat u impliciet mijn gelijk bevestigt. We zijn inderdaad verbaasd en ik vind het ook leuk; ik waardeer het zeer dat een lid van het kabinet een keer luistert naar wat wij zeggen.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de minister.

Minister Knops:
Voorzitter, dit is een buitengewoon interessant debat. Maar goed, indachtig mijn beperkte rol in dit debat zou ik niet op de woorden van de heer Baudet willen reageren. Ik was wel enigszins verbaasd, omdat hierna een VAO Binnenhof plaatsvindt. Ik zou zeggen dat de motie van de heer Baudet daar thuishoort, maar de Kamer heeft toegelaten dat deze motie hier aan de orde komt. Ik wil haar wel bij het volgende debat beoordelen, zodat de heer Baudet nog even kan luisteren.

De voorzitter:
Nou, ik zou toch … Meneer Baudet.

De heer Baudet (FvD):
Daar ben ik me van bewust. Maar het punt is dat ik een paar keer heb gemerkt dat je niet aan een VAO mag meedoen als je wegens andere dingen … We zijn een kleine fractie en hebben een AO niet kunnen doen, en dus doe ik dit wel.

De voorzitter:
Dat begrijp ik.

De heer Baudet (FvD):
Soms moet je schuiven. Als we meer ondersteuning hadden gehad, zou dat overigens niks uitmaken. Het heeft puur te maken met de agenda van de Kamer en het heeft niets te maken met ondersteuning.

De voorzitter:
Goed. Maar ik wilde eigenlijk net een punt van orde maken en de minister vragen een oordeel te geven over de motie. Als het om de begroting Staten-Generaal gaat, dan gaat het eigenlijk over bijna alles.

Minister Knops:
Maar de heer Baudet en ik hebben wel een overeenkomst: als je niet groot bent, dan moet je slim zijn. Hij heeft heel handig deze motie hier in dit debat ingebracht en ik ga er dan ook een oordeel over geven. Het verzoek is om af te zien van de voorgenomen verhuizing. Het is mij overigens niet helemaal duidelijk of dit een verzoek is aan het parlement zelf, maar ik zie het maar als een verzoek aan de regering. Ik moet de motie natuurlijk ontraden vanwege de noodzaak om de renovatie door te zetten. De geconstateerde gebreken, met name de risico's ten aanzien van de brandveiligheid, maken dat noodzakelijk. Ik heb helaas de Kamer moeten informeren dat de renovatie uitgesteld is, maar zeker niet afgesteld. Het is van groot belang dat die doorgaat, dus ik moet deze motie ontraden.

De voorzitter:
Gaat u verder. U gaat toch niet iets over de renovatie vragen, meneer Bosma?

De heer Martin Bosma (PVV):
Nee hoor, want deze motie gaat niet zozeer over de renovatie als wel over de verhuizing.

Minister Knops:
Ja, maar je kunt niet renoveren zonder te verhuizen. De idee dat de winkel doorgaat tijdens de verbouwing is in dit geval onmogelijk. Die scenario's zijn al eerder besproken. Het zou natuurlijk hartstikke mooi zijn als dat zou kunnen, maar dat is gewoon niet doenbaar. Dan praat je echt over een jarenlange bouwput waar ook nog gewerkt moet worden.

De heer Baudet (FvD):
Hoor ik de minister zeggen dat het hartstikke mooi zou zijn als dat zou kunnen?

Minister Knops:
Ja, kijk. Als het alleen gaat om een paar schilderijtjes op de kamer van de heer Baudet te verhangen, als dat het werk zou zijn …

De heer Baudet (FvD):
Planten ook verhangen.

Minister Knops:
… en de plantenbakken nog te verzetten, dan zou het overzichtelijk zijn. Dan zou je kunnen zeggen dat het een kleinschalige verbouwing is. Maar dit is zo fundamenteel, zo grootschalig, dat dat niet kan.

De heer Baudet (FvD):
Ik wil voorstellen om de motie als volgt te wijzigen. Het is altijd goed om een alternatief scenario te overdenken voordat de daadwerkelijke verhuizing plaatsheeft, en om nogmaals te kijken … Het is inderdaad uitgesteld, omdat we tegen aanvullende complicaties oplopen. We merken hier: het is toch ingewikkelder, het duurt langer om de Aponrots te verbouwen, hier lopen we tegen een aantal complicaties aan. Kunnen we niet toch een heroverweging doen, puur een heroverweging en dus niet een besluit, in het licht van een nieuwe raming van de opties om hier te blijven tijdens de verbouwing? Daar kan toch eigenlijk niemand tegen zijn, als ik de motie zo wijzig?

Minister Knops:
Als deze motie een aantal jaren geleden was ingediend, dan had die, denk ik, volledig binnen de orde gelegen. Het punt is: er zijn al een aantal stappen gezet. We hebben B67. De tijdelijke huisvesting van de Tweede Kamer zou op tijd gereed zijn. Er zijn andere oorzaken — een complex van oorzaken; dat heb ik ook in de brief van oktober aan de Kamer gemeld — waardoor het risico dat we de komende maanden moeten besluiten om uit te stellen zo groot is dat we hebben gezegd: we gaan nu al aankondigen dat we het een jaar later doen. De reden daarvoor is dat de Kamer niet zomaar even in een weekend kan verhuizen, maar dat je daar echt een aantal weken voor nodig hebt. Dat kan alleen maar in het zomerreces.

De voorzitter:
Ik ga hier toch iets van zeggen.

De heer Baudet (FvD):

De voorzitter:
Nee, meneer Baudet. Ik wil iets tegen u zeggen. Hierna is er een VAO over de renovatie.

De heer Baudet (FvD):
Daar mag ik niet aan meedoen.

De voorzitter:
U mag daar zeker aan meedoen, jawel. Ook als u niet bij het algemeen overleg bent geweest, kunt u zich inschrijven. Dan wordt er een debat gevoerd …

De heer Baudet (FvD):
De vorige keer ben ik geweigerd bij een VAO. Ik wilde ook meedoen, maar toen heeft de Kamer … Ik weet het nog heel goed; er is nog een stemming over geweest. Alle woordvoerders kwamen naar voren en ik mocht niet meedoen. Als ik zo meteen alsnog mag meedoen, dan zal ik daar graag gebruik van maken.

De voorzitter:
Maar vorige keer ging het over wat anders, meneer Baudet.

De heer Baudet (FvD):
Het ging over de zorg.

De voorzitter:
Ja, over de zorg, over ziekenhuiszorg. Dat was een debat en u heeft niet aan dat debat deelgenomen. Dat is wat anders. Het kan niet zo zijn dat men niet aan een debat deelneemt, maar wel komt interrumperen. Dat is ook niet eerlijk naar elkaar. Als je met elkaar het debat aangaat, dan moet je ook hier achter de katheder staan. Maar dat is wat anders … Nee, nee, nee, heel even. Ik geef u zo het woord. Maar dat is wat anders dan een algemeen overleg. Ik weet ook dat kleine fracties niet overal aanwezig kunnen zijn. Daarom hebben we die uitzondering gemaakt. Ook als ze niet aan een algemeen overleg meedoen, kunnen ze zich wel inschrijven, voor twee minuten, en ook meedoen.

De heer Baudet (FvD):
Ik ben heel blij hiermee. Het is niet zo dat ik alleen maar niet was ingeschreven, want toen ben ik naar de heer Bisschop gelopen en heb gezegd: kan ik mij alsnog inschrijven? Toen zei hij: nee, dat kan niet. Dat heb ik gezien als een precedent.

De voorzitter:
Nee, maar ... Meneer Baudet ...

De heer Baudet (FvD):
Maar als dat nu dus verandert, dan ben ik daar zeer blij mee. Dan zal ik inderdaad zo meteen bij het VAO graag uitgebreid hierover nader van gedachten wisselen.

De voorzitter:
En ik dacht dat het tussen u ...

De heer Baudet (FvD):
Meneer Bisschop.

De voorzitter:
Nee, nee, nee!

De heer Bisschop (SGP):
De heer Baudet ...

De voorzitter:
Ik geef u zo het woord, meneer Bisschop, want volgens mij kan niemand deze discussie meer volgen. De heer Bisschop heeft mij toen vervangen, dus hij was waarnemend voorzitter. Meneer Bisschop heeft dit keurig gedaan. Eigenlijk mag het niet, maar hij heeft aan de Kamer gevraagd of het mogelijk was dat u alsnog mee zou doen aan het eind van het debat. Daarvan heeft een meerderheid gezegd: óf u doet aan het hele debat mee — want ze waren hier uren bezig — óf niet.

Nee, meneer Baudet. We gaan hier geen ... Ik ga naar de heer Bisschop, want die wilde ook wat zeggen.

De heer Bisschop (SGP):
Dank voor de goedheid dat u mij toestaat hier het woord te voeren, want volgens de regels zou dat eigenlijk niet kunnen. Ik sta wel op de lijst, maar voor nul minuten. Maar ik heb er toch even behoefte aan om de situatie van de heer Baudet te schetsen, want anders komt het totaal verkeerd in de Handelingen. Dat was een situatie waarin de heer Baudet zich niet had ingeschreven, niet had deelgenomen aan de beraadslagingen, ook niet op het moment dat hij hier bij de interruptiemicrofoon stond en het verzoek had neergelegd om toch nog ingeschreven te worden. En daarom is toen gezegd: dit is een uitzondering.

De voorzitter:
En iedereen heeft ...

De heer Bisschop (SGP):
De heer Baudet heeft ...

De voorzitter:
Nee. Wacht even. Niet erdoorheen praten. Zullen we eens even met z'n drieën een kopje koffie gaan drinken?

De heer Bisschop (SGP):
Dat lijkt me een briljant idee.

De heer Baudet (FvD):
Mag ik dan wel vragen of het filterkoffie is, en niet de koffie uit de automaat, die nu steeds meer wordt geschonken hier?

De heer Bisschop (SGP):
Dat is ook een vorm van filterkoffie. Die is ook niet te drinken.

De voorzitter:
Dat beloof ik. Dat zeg ik toe. We gaan met z'n drieën even een kopje koffie drinken. Dat lijkt me heel goed.

Er was nog een motie. Hebt u die al beoordeeld?

Minister Knops:
Die was gericht aan de Kamer.

De voorzitter:
O, aan de Kamer. Dat is waar. Dan zijn we daarmee aan het einde gekomen van de begroting van de Staten-Generaal. Een begroting waarvan we dachten dat die binnen vijftien minuten klaar zou zijn, maar dat is dus niet het geval. Vandaag loopt dus alles uit, zeg ik alvast. Ik dank de Kamerleden.

De algemene beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Over de ingediende moties zullen we volgende week stemmen. Ik schors de vergadering, waarna we naar het onderwerp renovatie gaan. Ook interessant.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Renovatie Binnenhof

Renovatie Binnenhof

Aan de orde is het VAO Renovatie Binnenhof (AO d.d. 17/10).

De voorzitter:
We gaan verder met het VAO Renovatie Binnenhof. Interessant onderwerp, dacht ik. Ik geef mevrouw Beckerman namens de SP het woord. Eens kijken hoe dit zal gaan, want het onderwerp hiervoor was volgens mij bijna niet te volgen.

Mevrouw Beckerman (SP):
Nee, voorzitter, ik heb iets meegekregen over kamerplanten die wijn drinken en mozaïek. Ik denk dat het goed is om het nu over iets anders te hebben.

Voorzitter. We zijn in het AO en in vorige AO's behoorlijk kritisch geweest op hoe het loopt, op mogelijke vertraging, op mogelijke kostenoverschrijding. Tegelijkertijd, hoe bang ik ook ben dat het weer zo'n overheidsproject wordt dat uit de hand loopt, vind ik ook dat we het te weinig hebben over waar het echt over moet gaan, namelijk: wat is dit parlement? Is dit het hart van de democratie? Wie betrekken we erbij? Ik vind dat daar best veel kansen liggen om een breder publiek erbij te betrekken. Daar wil ik een motie over indienen: de motie publieksparticipatie archeologisch onderzoek Binnenhof.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het Binnenhof het hart van de Nederlandse democratie is en het van belang is een breed publiek te betrekken bij het Binnenhof en de renovatie daarvan;

constaterende dat bij de renovatie van het Binnenhof ook archeologisch onderzoek zal worden uitgevoerd;

overwegende dat de motie-Beckerman c.s. (32820, nr. 258, vergaderjaar 2017-2018) is aangenomen en de regering naar aanleiding van die motie inzet op het laten participeren van een breed publiek bij archeologisch onderzoek;

constaterende dat dit nog niet het geval is bij het archeologisch onderzoek dat op het Binnenhof zal plaatsvinden terwijl dit wel een mooie kans is om meer mensen te betrekken;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe een breed publiek actief kan participeren bij het archeologisch onderzoek dat zal plaatsvinden naar aanleiding van de renovatie Binnenhof, en de Kamer daar over te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Beckerman, Van Eijs, Ploumen, Bisschop en Smeulders.

Zij krijgt nr. 87 (34293).

Mevrouw Beckerman (SP):
Ik zie dat ik een klein foutje heb gemaakt. Het moet zijn: te onderzoeken hoe.

De voorzitter:
Oké. Het is hier heel huiselijk.

Mevrouw Beckerman (SP):
Excuus, voorzitter.

De voorzitter:
Alles kan hier. Dank u wel.

Mevrouw Beckerman (SP):
Voorzitter. Ik zal een motie over de renovatie en het verloop daarvan van de heer Middendorp mede ondersteunen. Daar laat ik het voor nu bij.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Beckerman. Dan ga ik naar de heer Middendorp namens de VVD.

De heer Middendorp (VVD):
Voorzitter. De renovatie van het Binnenhof is uitgesteld in het laatste AO. Daar hebben wij een goed debat over gehad. We hebben over opties gesproken en gekeken waarom dat zo is. Het is goed dat we, nu deze beslissing genomen is, niet achteroverleunen als Kamer, maar onze controlerende taak blijven vervullen. Het is dan ook goed dat het AO dat we hebben gehad, plenair wordt afgerond. Dat controleren heeft ook te maken met lessen leren uit genomen beslissingen, bijvoorbeeld die om de renovatie van het Binnenhof uit te stellen. Het is nu namelijk echt zaak om gewoon gedisciplineerd voorwaarts te gaan, want voor je het weet — zo werkt dat altijd met deadlines — staat de volgende deadline weer voor de deur. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat mede door de stikstofcrisis afgelopen oktober besloten is de renovatieplannen voor het Binnenhofcomplex uit te stellen;

overwegende dat er in aanloop naar dat besluit naar alternatieven voor uitstel is gekeken en dat er in de toekomst nieuwe ontwikkelingen kunnen zijn die het tijdpad opnieuw onder druk kunnen zetten;

verzoekt de regering informatie met betrekking tot het in oktober onderzochte alternatief voor uitstel en de randvoorwaarden waartegen dit getoetst is met de Kamer te delen en aan te geven welke elementen hieruit kunnen helpen als er nieuw uitstel dreigt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Middendorp, Van Eijs en Beckerman. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 88 (34293).

De heer Middendorp (VVD):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Middendorp. Ik kijk alleen of de heer Baudet wel of niet meedoet. Ja? Dan schrijf ik u gelijk in. Dat moet u gewoon doen, anders slaan we u over. Maar ik ga eerst naar mevrouw Van Eijs namens D66. Dan de heer Bisschop en dan de heer Baudet.

Mevrouw Van Eijs (D66):
Voorzitter. Hoewel we niet blij zijn met het uitstel, is het noodzakelijk. Maar we hopen dan wel dat het uitstel van de verbouwing van het Binnenhof, dus iets meer tijd, leidt tot iets meer kwaliteit. Daarom is het goed om lessen te leren uit dit uitstel, zodat ik de motie van de heer Middendorp mede heb ondertekend. Hoewel de minister eigenlijk geen aanleiding geeft om te denken dat hijzelf niet vreselijk enthousiast met duurzaamheidsmaatregelen aan de slag gaat, probeer ik hem toch scherp te houden. Vandaar de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er een duurzaamheidsvisie Renovatie Binnenhof is opgeleverd waarin verschillende opties voor het nemen van duurzaamheidsmaatregelen zijn uitgewerkt;

constaterende dat de opties die goed terug te verdienen zijn onderdeel worden van de werkzaamheden rondom de renovatie van het Binnenhof;

overwegende dat de renovatie van het Binnenhof op het gebied van duurzaamheid ook een voorbeeldfunctie heeft te vervullen;

verzoekt de regering om in de volgende voortgangsrapportages de duurzaamheidsmaatregelen als apart onderdeel op te nemen, waarbij in ieder geval ook op de kosten en baten wordt ingegaan;

verzoekt de regering tevens de Kamer tussentijds te informeren wanneer er zich grote ontwikkelingen of mogelijkheden op het gebied van duurzaamheidsmaatregelen bij de renovatie van het Binnenhof voordoen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Eijs en Van der Graaf. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 89 (34293).

Dank u wel, mevrouw Van Eijs. Dan geef ik nu het woord aan de heer Bisschop namens de SGP.

De heer Bisschop (SGP):
Voorzitter, dank u zeer. Ik denk dat we bij het algemeen overleg voldoende onze zorg ten aanzien van dit project hebben geuit. Daar zal ik niet op terugkomen. Ik hecht er wel aan om daar nog een streep onder te zetten. Dat zou wat mij betreft tot een fundamentele herbezinning van de aanpak van de hele zaak mogen leiden. Ik heb een motie over een wens betreffende de Oude Zaal.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de renovatie van het gebouwencomplex van de Tweede Kamer met ten minste één jaar is uitgesteld;

overwegende dat die verbouwing en renovatie ook betrekking heeft op de zaal waar de Tweede Kamer van 1815 tot 1992 heeft vergaderd;

overwegende dat die zaal van grote historische en staatkundige betekenis is, omdat die zaal bijna 200 jaar lang het decor was van generaties politici die de Nederlandse parlementaire democratie hebben opgebouwd;

spreekt uit dat bij de renovatie recht moet worden gedaan aan die belangrijke geschiedenis door de zaal in de oorspronkelijke stijl in te richten, waardoor het staatkundige verleden weer zichtbaar wordt, zodat ook toekomstige generaties zich een beeld kunnen vormen van de Nederlandse parlementaire geschiedenis;

spreekt tevens uit dat onderzocht moet worden of de voorgenoemde zaal in de toekomst als commissievergaderzaal gebruikt kan worden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bisschop, Van der Graaf, Baudet en Krol. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 90 (34293).

De heer Middendorp (VVD):
Ik heb een verhelderende vraag. De motie is zeer sympathiek en straalt veel historisch besef uit, dus zij spreekt mij erg aan. Maar ik vraag me af of dit de weg is. De SGP is staatsrechtelijk natuurlijk ijzersterk, maar ik vraag toch of dit niet iets is dat je als Kamer als gebruiker zou moeten uitspreken in plaats van als Kamer in de controlerende rol. Dat is eigenlijk de vraag.

De heer Bisschop (SGP):
Ik vind dat een terechte vraag. U hebt eigenlijk gewoon een punt. Ik denk dat de formulering van deze motie daartoe wel ruimte laat. Ik ben ook benieuwd hoe de bewindspersoon dat straks gaat beoordelen. En dan ziet hij af van advisering. Het grote voordeel daarvan is dat de coalitie compleet de handen vrij heeft. Maar het punt is terecht. Eigenlijk zeg je als Kamer hier: wat vinden wij nu van ons vorige vertrek, van de kamer waar de Tweede Kamer altijd heeft vergaderd? Dat is terecht. Heel goed.

De heer Middendorp (VVD):
Daaruit volgt namelijk wel iets, want ik herinner mij dat de heer Bisschop bij het AO eigenlijk de revolutie uitriep rondom de verbouwing. Zelfs de brexit viel eventjes. Wij moeten natuurlijk voorkomen dat we hier in dit parlement in zo'n soort situatie terechtkomen rondom die verbouwing. Dus daarom vroeg ik me af wat nu de juiste weg is, want het kan natuurlijk ook een klein stapje zijn dat dit mooie plan — nogmaals, ik sta hier zeer sympathiek tegenover — een heleboel andere plannen kan oproepen. Als je daar een beetje over doordenkt, dan is het wel belangrijk om even met elkaar als Kamer vast te stellen of dit initiatief een one-off is of dat dit eigenlijk de doos van Pandora weer zou kunnen opentrekken.

De heer Bisschop (SGP):
De reikwijdte van deze motie beoogt te zijn: respect voor de historische en staatkundige context van die zaal en de zaal ook weer functioneel maken. Het betekent dus dat die ruimte een stuk parlementaire geschiedenis moet gaan vertellen. Hoe dat gebeurt, is aan de architect die daar een goed plan voor moet maken. Dat de Kamer zich daarover uitspreekt, daar kan ik me van alles bij voorstellen.

De voorzitter:
Er staat ook in het dictum "spreekt uit" in plaats van "verzoekt de regering".

De heer Bisschop (SGP):
Dank u wel.

De voorzitter:
Tot slot, de heer Baudet, namens Forum voor Democratie.

De heer Baudet (FvD):
Dank u wel. Dit moment is even bedoeld om te voelen en te proeven of er in de Kamer enig animo bestaat voor aanpassing van mijn in het vorige overleg ingediende motie, waarin ik voorstel om de verhuizing integraal te annuleren. Dat wordt door de regering ontraden. Omdat wij weten dat de Kamer geen onafhankelijke stem heeft, weten wij ook dat het dus niet door de Kamer zal komen. Het is dus relatief zinloos om het in stemming te brengen. Dit in weerwil van jullie wens om meer personeel te hebben, om jullie functioneren blijkbaar te intensiveren. Maar zou er animo bestaan als ik — in het licht van de nieuwe gebeurtenissen, dat er weer een jaar moet worden uitgesteld enzovoorts — de motie zou terugschroeven om in ieder geval te heroverwegen om opnieuw een assessment te maken van wat er gebeurt als we hier in huis blijven en gefaseerd gaan renoveren? Is daar enige animo voor? Nou, het feit dat iedereen blijft zitten doet niet veel goeds veronderstellen.

De voorzitter:
Nou, kijk, de heer Bisschop.

De heer Bisschop (SGP):
De vraag is terecht, maar die discussie is geweest. Wij hebben dit ook ingebracht in het algemeen overleg. De bewindspersoon reageerde daarop afhoudend. Ik snap dat wel omdat je nu eenmaal een planning hebt, maar onzes inziens is de zaak meer gebaat bij het heroverwegen en het kijken naar een gefaseerde aanpak. Maar dat is niet bespreekbaar, heb ik gemerkt. Vandaar dat wij daar geen motie over hebben. Ik zal de fractie wel positief adviseren ten aanzien van de motie die de heer Baudet heeft ingediend.

De heer Baudet (FvD):
Ja, maar de werkelijkheid verandert elke dag. Wat tijdens het AO nog niet mogelijk was, is misschien inmiddels wel mogelijk. Daarom probeer ik het toch, want beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald.

De voorzitter:
Meneer Bisschop, ik ga u onderbreken. U heeft een motie ingediend, meneer Baudet.

De heer Baudet (FvD):
Ja.

De voorzitter:
Die motie wordt straks in de Kamer in stemming gebracht en dan kunnen fracties daar voor of tegen stemmen.

De heer Baudet (FvD):
Heel goed. Dank u.

De voorzitter:
Dank u wel. Nee … Ik weet niet wat er vandaag aan de hand is, maar het gaat niet helemaal zoals het zou moeten.

De heer Baudet (FvD):
Nou, wij bestaan vijf jaar. Misschien is dat het!

De voorzitter:
Is dat zo?

De heer Baudet (FvD):
Forum bestaat vandaag vijf jaar.

De voorzitter:
Oké. Van harte gefeliciteerd. De heer Middendorp.

De heer Middendorp (VVD):
Waarvoor felicitaties, uiteraard.

Het debat is inderdaad geweest. De werkelijkheid verandert elke dag, zoals de heer Baudet zei. Dat is helemaal waar. Dat is ook een beetje de reden waarom dit misschien niet het moment is om de plannen die we sinds 2015 hebben gemaakt voor de verbouwing van dit mooie gebouw, te annuleren. Dat is een beetje waar mijn fractie op dit punt staat.

De heer Baudet (FvD):
Dat snap ik, maar dat annuleren kunnen we afzwakken. Sinds het bekend is geworden dat het nog een jaar langer duurt en er allerlei andere complicaties zijn … Heel Nederland ligt plat vanwege de zogeheten stikstofcrisis enzovoorts. Er zijn allemaal dingen aan de hand in Nederland. Kunnen we niet toch kijken of we, terwijl we de lopende plannen niet annuleren maar gewoon laten doorlopen, de komende twee maanden kunnen gebruiken om een alternatieve mogelijkheid nog eenmaal tegen het licht te houden? Daar kan toch bijna niemand tegen zijn?

De voorzitter:
Ja, en u zou ook … Wacht heel even, meneer Middendorp. Ja?

De heer Middendorp (VVD):
Ik ben daartegen, want ik heb die alternatieven de afgelopen maanden al bekeken, dus ik kom er niet nu in.

De voorzitter:
Dat heeft u duidelijk gemaakt.

De heer Middendorp (VVD):
Er zijn inderdaad een heleboel dingen aan de hand. Maar het punt dat de omstandigheden elke dag veranderen, is niet genoeg, denk ik, om dit plan, dat sinds 2015 is gemaakt, te veranderen.

De voorzitter:
Dit punt heeft u duidelijk gemaakt. En u ook, meneer Baudet.

De heer Baudet (FvD):
Goed. Dank u wel.

De voorzitter:
We zijn klaar. Volgens mij heeft de minister de laatste motie van de heer Baudet al. Van de heer Bisschop? Dat klopt. De laatste motie wordt gekopieerd en rondgedeeld. We wachten daar even op.

Het woord is aan de minister.

Minister Knops:
Dank u wel, voorzitter. Ik dank de leden voor hun inbreng. Laat ik de moties van een oordeel voorzien.

Allereerst de motie van mevrouw Beckerman op stuk nr. 87, waarin gevraagd wordt te onderzoeken hoe een breed publiek actief kan participeren bij het archeologisch onderzoek. Ik denk dat het punt dat mevrouw Beckerman maakt een heel uitgelezen kans is om zowel in de fase waarin we nu zitten, de fase van de renovatie, als wellicht ook daarna meer te kunnen vertellen over wat hier allemaal de afgelopen paar honderd jaar gebeurd is. Dat zouden we beter kunnen doen. Ik vind de motie dus sympathiek. Ik zeg er wel bij dat we met andere partijen die hierin een rol spelen, zoals het ministerie van OCW en de gemeente maar ook de Tweede Kamer, het parlement als gebruiker, zullen moeten bekijken hoe we dat gaan inrichten. Als ik de motie zo mag lezen, kan ik het oordeel aan de Kamer laten.

In de motie op stuk nr. 88 wordt de regering verzocht "informatie met betrekking tot het in oktober onderzochte alternatief voor uitstel en de randvoorwaarden waartegen dit getoetst is met de Kamer te delen, en aan te geven welke elementen hieruit kunnen helpen als er nieuw uitstel dreigt". Als ik probeer te begrijpen wat er in het dictum staat, dan is mijn conclusie dat ik in het debat dat we gehad hebben uitvoerig uit de doeken heb gedaan wat de redenen waren om tot dit uitstel te besluiten. Er zijn eigenlijk twee mogelijkheden: je stelt uit of je stelt niet uit. Veel meer smaken zijn er niet. Dat hebben wij uiteraard getoetst tegen de gevolgen die het heeft voor de gebruiker, waarbij een belangrijke randvoorwaarde is en was dat je maar één keer per jaar kunt verhuizen, namelijk in het zomerreces. Dat is de periode die voldoende ruimte biedt om zo'n grote operatie vorm te geven. Dat is ook in overleg met de gebruikers afgesproken. Dus veel meer smaken zijn er niet. Als je het risico loopt dat je door het besluit later te nemen al allerlei trajecten in gang zet, zoals het maken van kosten voor de verhuizing, het treffen van voorbereidingen voor de verhuizing, en het doen van aanbestedingen ten aanzien van de tijdelijke en de definitieve huisvesting van de Eerste Kamer en de Raad van State, dan is de afweging heel simpel: dan gaat het om budget, om kosten, en de mate waarin een verhuizing überhaupt mogelijk is. Ik heb dat dus uit-en-te-na in het AO van 17 oktober met de Kamer gedeeld. Toen heb ik ook aangegeven dat ik geen glazen bol heb waarin ik kan zien wat er gaat gebeuren. Een van de belangrijke redenen waarom nu tot dit uitstel besloten is, is dat de stikstofproblematiek acuut boven op een aantal andere risico's — niet meteen problemen — is gekomen waardoor wij die planning niet meer konden halen. Ik hoop dat die problematiek en de discussie daarover, die ook in andere debatten gevoerd wordt, snel tot duidelijkheid leidt. Dan kunnen we ook bekijken wat dit betekent voor het jaar uitstel waartoe nu besloten is. Ook als je nieuwe afwegingen maakt of — ik hoop het niet — opnieuw tot uitstel moet besluiten, ga je natuurlijk kijken wat de kosten zijn die je moet maken om langer te blijven en wat de mogelijkheden zijn om te verhuizen.

Als laatste punt komt daar nog bij dat ook de gemeente Den Haag vanaf het begin heeft aangegeven dat zij niet blij zal zijn als het parlement, het Binnenhof, langer dan vijfenhalf jaar gesloten is. Dus als je nu de keuze zou maken om te verhuizen naar de tijdelijke huisvesting van de Tweede Kamer, die gereed is om naartoe te verhuizen, dan betekent dit dat het parlement, het hart van de democratie, het Binnenhof, nog langer onbewoond zou zijn. Dat is onwenselijk geacht. Dat zijn de randvoorwaarden waaraan getoetst is en waaraan ook getoetst zal worden.

De voorzitter:
Het oordeel?

Minister Knops:
Voorzitter, ik kan er niet veel meer van maken dan dat ik dit allemaal al gedaan heb. Daarmee is de motie overbodig. Dan moet ik haar ontraden.

De voorzitter:
Oké, dan de motie op stuk nr. 89.

Minister Knops:
Dan de motie op stuk nr. 89 van mevrouw Van Eijs en mevrouw Van der Graaf. Daarin wordt verzocht de Kamer tussentijds te informeren wanneer er zich grote ontwikkelingen of mogelijkheden op het gebied van duurzaamheidsmaatregelen bij de renovatie van het Binnenhof voordoen. Ik vind dat een interessante motie, omdat dit een belangrijk punt is dat we ook al eerder in het debat gewisseld hebben. Ook omdat de motie nu op deze manier wordt ingediend, als een soort reminder in de zin van "we moeten dit niet vergeten", moet ik daar wel dezelfde disclaimer aan toevoegen als de disclaimer die ik eerder heb gegeven, namelijk dat alle maatregelen die we op dit vlak nemen, kosteneffectief moeten zijn en dat er ook een terugverdientijd zal moeten zijn. Als dat zo is, kan ik het oordeel aan de Kamer laten.

De voorzitter:
We hebben ook de mogelijkheid om moties over te nemen. De laatste tijd wordt dat niet meer voorgesteld, maar het is wel belangrijk om daaraan te denken. Dat geef ik mee. Anders zit ik dinsdag weer te hijgen van het voorlezen van 150 moties. Ja, gisteravond waren het er 67; ik heb het gezien, meneer Futselaar. Ik heb ook het debat over de hoeveelheid moties gezien.

Minister Knops:
Dan wil ik de motie wel overnemen, voorzitter.

De voorzitter:
Dan kijk ik naar de indieners. Ja.

Minister Knops:
Als dat u helpt.

De voorzitter:
De motie-Van Eijs/Van der Graaf (34293, nr. 89) is overgenomen.

Minister Knops:
Dan de motie op stuk nr. 90 van de heer Bisschop c.s. Dat is een "spreekt uit"-motie, maar hij voegt daar wel een vraag aan toe en hij is benieuwd naar de opvatting van de minister daarover. Die heeft wel degelijk opvattingen, maar misschien mag ik me toch beperken tot de opmerking dat dit echt een zaak is van de gebruiker. Die heeft een plan van eisen opgesteld, een VO en een DO. Daar zit ook de Kamer als gebruiker natuurlijk in, maar de vraag is of het op dit moment gepast is om als parlement, als controlerend orgaan, in dat proces te interveniëren. De vraag stellen is wellicht ook al het beantwoorden ervan. Inhoudelijk vind ik overigens dat er best sympathieke elementen in zitten, maar het is eigenlijk niet relevant wat ik daarvan vind, want dat is aan de gebruiker. Ik denk dus dat deze motie niet echt tot mij gericht is en dat ik haar, als dat gevraagd zou worden, ook om de net door mij genoemde reden zou moeten ontraden.

De motie van de heer Baudet …

De voorzitter:
Die heeft u al besproken.

Minister Knops:
Die heb ik al becommentarieerd, maar hij voegde daar nog een aantal dingen aan toe, want hij zei eigenlijk …

De voorzitter:
Ik zou er maar niks over zeggen. Gaat u verder.

Minister Knops:
Ik moet toch even melden dat de vragen zoals die door de heer Bisschop ook in het AO zijn opgebracht, op zichzelf wel relevant zijn, maar als je in een proces zit waarin een aantal besluiten worden genomen in een soort trechterend proces, kun je niet terug naar "start" als je bij het vijfde station bent. Dat is eigenlijk wat hier gedaan wordt: er wordt een vraagstuk op tafel gelegd waarover al eerder besloten is. Er is toen afgewogen dat verbouwen terwijl de winkel open is, gewoon heel lang zou duren, veel overlast zou veroorzaken en duurder zou zijn. Dat is in 2015 door het kabinet besloten en is door het parlement in 2016 bekrachtigd. Ik zou daar niet op terug willen komen. Om die reden moet ik die motie toch ontraden.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit VAO.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Over de ingediende moties zullen we volgende week dinsdag stemmen. Ik schors de vergadering voor enkele ogenblikken, want we krijgen een nieuwe ploeg.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Telecomraad 2-3 december 2019

Telecomraad 2-3 december 2019

Aan de orde is het VAO Telecomraad 2-3 december 2019 (AO d.d. 13/11).

De voorzitter:
We gaan verder met het VAO Telecomraad van 2-3 december 2019. Ik heet de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van harte welkom. Ik geef de heer Weverling namens de VVD het woord.

De heer Weverling (VVD):
Mevrouw de voorzitter. Er is snelheid nodig in het 5G-dossier, bij de uitrol. We moeten weten: wat, wanneer, waar en wat het allemaal gaat kosten. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het voor het verdienvermogen van Nederland noodzakelijk is dat het 5G-netwerk snel en veilig wordt uitgerold;

constaterende dat verplaatsing van een deel van het grondsatellietstation Burum noodzakelijk is voor de optimale werking van het 5G-netwerk;

verzoekt de regering uiterlijk voor het einde van dit jaar helderheid te verschaffen over de verplaatsing van het grondsatellietstation Burum,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Weverling en Van den Berg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 784 (21501-33).

De heer Weverling (VVD):
Verder is het van belang dat het kabinet de taskforce die is ingesteld, serieus laat kijken naar de EU-risicoanalyse over 5G. Daar komt zo een motie over van mevrouw Van den Berg, die ik graag medeondersteun, want dat is erg belangrijk voor de staatsveiligheid.

Tot zover.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Weverling. Ik geef nu het woord aan mevrouw Van den Berg namens het CDA.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb drie moties, dus ik zal snel spreken.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat tijdens de Telecomraad op 2-3 december 2019 zal worden gesproken over de e-Privacyverordening, mogelijk met als doel te komen tot een algemene oriëntatie;

overwegende dat de Kamer in 2017 een behandelvoorbehoud heeft geplaatst op het voorstel over de e-Privacyverordening;

overwegende dat consumenten veilig online zaken moeten kunnen doen;

overwegende dat het huidige voorstel over de e-Privacyverordening mogelijk negatieve gevolgen heeft voor fraudebestrijding door onlineplatforms;

verzoekt de regering ervoor te blijven pleiten dat onder de e-Privacyverordening fraudebestrijding mogelijk blijft en dit in te brengen ten behoeve van de tekst van de algemene oriëntatie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg en Weverling. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 785 (21501-33).

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Dank u wel.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat tijdens de Telecomraad op 2-3 december 2019 zal worden gesproken over de e-Privacyverordening, mogelijk met als doel te komen tot een algemene oriëntatie;

overwegende dat de e-Privacyverordening ziet op privacy en elektronische communicatie, waaronder cookies en zogeheten cookiewalls;

overwegende dat onder het huidige voorstel over de e-Privacyverordening de invoering van cookiewalls weer wordt toegestaan, wat gevolgen heeft voor internetgebruikers;

verzoekt de regering binnen Nederland een dialoog te starten over het al dan niet gebruiken van cookiewalls,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg en Weverling. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 786 (21501-33).

De laatste motie.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Die luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de EU-lidstaten samen met de Europese Commissie een EU-risicoanalyse voor 5G hebben gemaakt;

overwegende dat in deze risicoanalyse ook aandachtspunten staan op het gebied van niet-technische kwetsbaarheden, zoals de mate van afhankelijkheid van een leverancier van een overheid;

overwegende dat de regering momenteel werkt aan een algemene maatregel van bestuur waarin de juridische grondslag staat voor de noodzakelijke aanscherpingen van de eisen aan (de leveranciers van de diensten en producten in de kritische onderdelen van) telecomnetwerken;

verzoekt de regering om hierbij aan te sluiten bij de EU risicoanalyse voor 5G;

verzoekt de regering om hierbij behalve naar technische kwetsbaarheden ook te kijken naar niet-technische kwetsbaarheden bij leveranciers conform de EU-risicoanalyse voor 5G,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van den Berg en Weverling. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 787 (21501-33).

Dank u wel. Daarmee zijn we gekomen aan het einde van de inbreng van de Kamer. Ik zie dat de staatssecretaris direct kan reageren. Dat is altijd heel fijn, zeker met zo'n schema als dat van vandaag. Het woord is aan de staatssecretaris.

Staatssecretaris Keijzer:
Dank u wel, voorzitter. Als eerste de motie-Weverling/Van den Berg op stuk nr. 784. Ik deel het belang van de snelle en veilige uitrol van het 5G-netwerk en ben voornemens om begin december uitsluitsel te geven over hoe wij daarmee verdergaan door een conceptveilingregeling te sturen, door te vertellen hoe de discussie op de Telecomraad verlopen is, en door die algemene maatregel van bestuur ook tegen die tijd naar de Kamer te hebben gestuurd. Daarmee laat ik het oordeel van deze motie aan de Kamer.

Dan heb ik de motie op stuk nr. 785 van mevrouw Van den Berg en de heer Weverling, over de e-Privacyverordening. Daarin wordt de regering verzocht om te benadrukken dat fraudebestrijding mogelijk moet blijven. Dat is in lijn met het Nederlandse standpunt. De e-Privacyrichtlijn moet niet in de weg staan om fraude via platformen te voorkomen. Ik zal dit ook benadrukken tijdens die vergadering. Oordeel Kamer.

Dan heb ik de motie-Van den Berg/Weverling op stuk nr. 786. Volgens mij is dat de motie die gaat over het al dan niet gebruiken van cookiewalls en die de regering verzoekt om daarover een discussie met elkaar te hebben in Nederland. Een dialoog, zoals dat in deze motie genoemd wordt. De Autoriteit Persoonsgegevens gaat al in gesprek met diverse organisaties over de consequentie van de interpretatie van de AVG in relatie tot cookiewalls. Daarbij is het van belang om ons met z'n allen te realiseren — dat is ook al tijdens het AO gedeeld — dat dat wel de voorwaarden zijn waarom wij met z'n allen gratis internet hebben. Ik kan mij zo voorstellen dat hier ook nog wel op juridisch gebied over gediscussieerd zal gaan worden. Maar in ieder geval heeft het consequenties, dus is het van belang om daar met elkaar een dialoog over aan te gaan. Daarmee laat ik het oordeel van deze motie aan de Kamer.

Als laatst heb ik de motie-Van den Berg/Weverling op stuk nr. 787, waarin mij wordt gevraagd om bij de algemene maatregel van bestuur waar ik aan werk aan te sluiten bij de EU-risicoanalyse voor 5G en ook niet-technische kwetsbaarheden daarin mee te nemen. Ik laat het oordeel van deze motie aan de Kamer, want ik ben dat ook voornemens te doen.

Mevrouw Bromet (GroenLinks):
Voorzitter, een algemene opmerking. U had het net in het vorige overleg over de enorme stapel aan moties. Nu zijn er een paar coalitiepartijen die moties indienen die allemaal oordeel Kamer krijgen omdat ze eigenlijk al staand beleid zijn. Ik vind dat zonde van onze tijd.

De heer Weverling (VVD):
Wat een flauwekul.

De voorzitter:
Nee, niks "flauwekul". Dat is gewoon een opmerking van een collega. Meneer Weverling, u bent altijd zo netjes.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Ik voel me persoonlijk aangesproken, dus ik zou toch graag willen reageren op mevrouw Bromet.

De voorzitter:
Ja, u mag reageren.

Mevrouw Van den Berg (CDA):
Ik heb inderdaad drie moties ingediend. Als mevrouw Bromet zegt: de spoed om daar vandaag over te praten betreft met name één motie, namelijk die over de e-Privacyverordening en het feit dat in de tekst van de algemene oriëntatie die fraudebestrijding mogelijk blijft … We hebben daar verschillende mailtjes over gehad van veldpartijen die daar echt ongerust over zijn, want in de huidige tekst is dat gewoon niet voldoende geborgd. Dat wil ik dus aangeven.

Ten tweede onze motie over 5G. Een paar dagen geleden stond in de krant dat KPN de antennes van Huawei al aan het uitrollen is. Ik heb daar met collega Weverling ook schriftelijke vragen over gesteld. Daarom willen wij nogmaals benadrukken dat niet alleen naar de technische eisen moet worden gekeken, maar ook naar de niet-technische kwetsbaarheden.

De voorzitter:
Ja. Ik dacht dat u een korte opmerking zou maken, maar goed. U heeft uw punt gemaakt. De heer Weverling.

De heer Weverling (VVD):
Kijk, de motie over Burum is van belang omdat daarmee tijd wordt gewonnen en er snel duidelijkheid is. Daarom dus die motie.

De voorzitter:
Ja, oké.

De heer Weverling (VVD):
In het AO is gezegd dat er daarover nog geen duidelijkheid was in het kabinet, dus dat is een hele relevante motie. Bij dat AO waren helaas alleen mevrouw Van den Berg en ik aanwezig. Het is een hele relevante motie, dus ik wil de collega's graag oproepen om daar positief naar te kijken.

De voorzitter:
Ja, u heeft uw punt gemaakt. Voor elke motie is er een reden om haar in te dienen. Het staat Kamerleden ook vrij om moties in te dienen. De discussie over de hoeveelheid moties, ook vanuit de coalitie, niet alleen vanuit de oppositie, is al een paar keer aan de orde geweest. Ik heb gisteren ook een stuk van het debat gevolgd waarin collega Lodders mij zo voortreffelijk vervangen heeft. Toen ging het ook over de hoeveelheid moties. Het waren er 67, volgens mij. Het is dus in algemene zin wel van belang om daar heel kritisch naar te kijken, vanuit de coalitie maar ook vanuit de oppositie, en er terughoudend mee om te gaan. Is dat niet zo, meneer Graus? U kijkt zo dreigend. Ja, u heeft gisteren natuurlijk ook tot een uur of twee meegedaan.

De heer Graus (PVV):
Ja, maar ik heb het afgelopen nacht maar bij twee moties gehouden, mevrouw de voorzitter, ook noodgedwongen.

De voorzitter:
Ja, ik weet het.

De heer Graus (PVV):
En ik keek niet dreigend; zo kijk ik het gemakkelijkst.

De voorzitter:
Goed. Ik vind het ook heel knap dat een aantal collega's hier gisteren tot 02.00 uur hebben gedebatteerd en vandaag weer gewoon in de zaal aanwezig zijn. Dat laat ook zien hoe hard Kamerleden werken.

Dan geef ik nu het woord aan de staatssecretaris. O nee, u heeft al geantwoord. Dank u wel!

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Over de ingediende moties zullen we gewoon volgende week dinsdag stemmen.

Volgens mij hebben we nu even een korte schorsing, waarna we verdergaan met het volgende onderwerp. Zijn het ongeveer dezelfde woordvoerders? Even kijken voor de zekerheid. Ja, dat is zo.

Aanbesteden

Aanbesteden

Aan de orde is het VAO Aanbesteden (AO d.d. 31/10).

De voorzitter:
Dan gaan we nu verder met het VAO Aanbesteden. Mevrouw Palland namens het CDA heeft het woord.

Mevrouw Palland (CDA):
Voorzitter, dank u wel. In het kader van het versterken van de rechtsbescherming voor ondernemers bij aanbesteden heb ik twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat ondernemers de rechtsbescherming bij aanbestedingen als onvoldoende ervaren;

overwegende dat diverse aanbestedingsexperts kritisch zijn over de wijze waarop de rechtsbescherming bij aanbestedingen is geregeld;

overwegende dat adviezen van onder andere de Commissie van Aanbestedingsexperts in sommige gevallen niet worden afgewacht of opgevolgd;

verzoekt de regering om met een voorstel te komen om bij aanbestedende diensten een pas op de plaats zeker te stellen gedurende een lopende aanbestedingsprocedure, indien de Commissie van Aanbestedingsexperts vóór het moment van inschrijving een klacht in behandeling heeft en zij een pas op de plaats wenselijk acht gelet op de betrokken belangen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Palland en Aartsen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 15 (34252).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering inzet op het versterken van lokale klachtenloketten als een van de maatregelen om de rechtsbescherming voor ondernemers bij aanbestedingen te verbeteren;

overwegende dat de wijze waarop bij diverse aanbestedende diensten lokale klachtenafhandeling bij aanbestedingen plaatsvindt, kan worden verbeterd:

overwegende dat de regering voornemens is de rol van Commissie van Aanbestedingsexperts te wijzigen wanneer de lokale klachtenafhandeling bij aanbestedingen voldoende op peil is;

verzoekt de regering om de wijze van klachtenafhandeling op lokaal niveau en de voortgang in de versterking van de lokale klachtenloketten jaarlijks te monitoren en de Kamer hierover te rapporteren;

verzoekt de regering tevens om in overleg met VNG, IPO en UVW te bewerkstelligen dat een jaarlijkse rapportage over klachtenafhandeling op lokaal niveau ieder jaar wordt gedeeld met de volksvertegenwoordigende organen van de betreffende aanbestedende diensten, d.w.z. gemeenteraad, Provinciale Staten en het algemeen bestuur van het waterschap,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Palland en Aartsen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 16 (34252).

Dank u wel, mevrouw Palland. Dan geef ik nu het woord aan de heer Aartsen namens de VVD.

De heer Aartsen (VVD):
Voorzitter. Ik kom kort op het aantal moties. Dat hebben we gisteren ook al besproken in het debat over de begroting EZK. Volgens mij is het goed als wij elkaar als Kamerleden daarop aanspreken. Ik zou dan vooral vragen wat de motie inhoudelijk toevoegt, of die nou van de coalitie of de oppositie is, want dat maakt volgens mij weinig uit. We kunnen aan beide kanten wat kritischer zijn over wat moties toevoegen, zal ik maar zeggen. Dat geldt ook voor gisteren. Laten we vooral afspreken: deze motie voegt iets toe, dus dan maakt het niet uit dat die wordt ingediend. Dat is anders als de motie wat minder toevoegt. Laten we dat zo met elkaar afspreken. Mijn motie vraagt specifiek om een actie van het kabinet die, als ik deze motie niet had ingediend, niet zou zijn gebeurd. Vandaar een motie, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de prijzen van de grondbanken door de pfas-situatie op dit moment hard omhoogschieten;

overwegende dat deze situatie niet onder een normaal ondernemersrisico gerekend kan worden;

overwegende dat een ondernemer die een aanbesteding moet uitvoeren gebonden is aan de prijsafspraken en daardoor ook financieel in de knel komt;

overwegende dat deze situatie veel onduidelijkheid met zich meebrengt bij ondernemers die op dit moment een aanbesteding moeten uitvoeren;

constaterende dat het gesprek hierover aangaan met de gemeente of aanbestedende diensten erg stroef loopt en ondernemers vaak nul op het rekest krijgen;

roept de regering op om aanbestedende diensten aan te schrijven dat zij in gesprek moeten gaan met ondernemers die aanbestedingen uitvoeren en die door de pfas-situatie financieel in knel komen door deze gemaakte prijsafspraken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Aartsen en Ziengs. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 17 (34252).

Dank u wel. Dan geef ik de staatssecretaris nu het woord.

Staatssecretaris Keijzer:
Dank u, voorzitter. De motie-Palland/Aartsen op stuk nr. 15 gaat over een pas op de plaats in aanbestedingsprocedures. Die geef ik oordeel Kamer. Ik wil met de daarvoor ingerichte klankbordgroep kijken naar deze pas op de plaats en de verankering van een voorschrift hierover in de Gids Proportionaliteit.

De motie-Palland/Aartsen op stuk nr. 16 gaat over de professionalisering van de klachtenafhandeling op lokaal niveau en vraagt om daarover te rapporteren. Onderdeel van mijn maatregelen om de rechtsbescherming voor ondernemers in een aanbesteding te verbeteren is de professionalisering van de klachtenafhandeling op lokaal niveau en ook om daarover verantwoording af te leggen aan bijvoorbeeld gemeenteraden. Daarnaast vraagt de motie om jaarlijkse monitoring van de professionalisering van de klachtenafhandeling. Ik denk daarbij zelf aan een kwantitatief onderzoek met steekproeven bij de overheid, waarbij uiteraard ook gekeken moet gaan worden hoe die professionalisering er precies uitziet, want anders weet je nog niks. Daarmee geef ik het oordeel Kamer.

Tot slot heb ik de motie-Aartsen/Ziengs op stuk nr. 17, die wat mij betreft aansluit bij de zorgen van veel ondernemers in de bouw en infrasector over de pfas-problematiek, die ook naar voren komen bij aanbestedingen. Ik spreek ondernemers, voel mee met deze ondernemers en bevorder heel graag het gesprek tussen aanbestedende diensten en ondernemers. Ik kan het oordeel over deze motie aan de Kamer laten als ik deze zo mag opvatten als dat ik wel in overleg ga met mijn collega's van IenW en BZK over hoe we dat dan doen. Daarmee laat ik het oordeel over deze motie ook aan de Kamer.

Dank u.

De voorzitter:
Ik zat te kijken of hier misschien moties tussen zitten die overgenomen kunnen worden, maar daar ben ik een beetje laat mee, denk ik. De volgende keer dan.

De heer Aartsen (VVD):
We leren het wel!

Mevrouw Arib (PvdA):
Ja, dat geldt ook voor mij.

Dank u wel.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
We zijn klaar met dit VAO. Over de ingediende moties zullen we volgende week dinsdag stemmen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Jaarwisseling

Jaarwisseling

Aan de orde is het VAO Jaarwisseling (AO d.d. 09/10).

De voorzitter:
Aan de orde is het VAO Jaarwisseling. Ik heet de minister van Justitie en Veiligheid en de minister voor Milieu en Wonen van harte welkom. Ik geef het woord aan de heer ... hè, ik zie de heer Krol niet. Hem heb ik hier op mijn lijstje staan als eerste spreker. Waar is de heer Krol? Hij heeft het VAO aangevraagd. Nou, dan geef ik het woord aan de heer Wassenberg namens de Partij voor de Dieren.

De heer Wassenberg (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee moties — dat is weinig — ik heb één vraag en slechts beperkte tijd tot mijn beschikking, dus ik zal er niet lang omheen draaien. Ik begin met motie één.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Onderzoeksraad voor Veiligheid in een advies over vuurwerk als belangrijkste maatregel voorstelt om een landelijk verbod op knalvuurwerk en vuurpijlen in te stellen;

constaterende dat dit advies wordt gesteund door onder meer de politie, het Genootschap van Burgemeesters, de gemeentes Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag, de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde, de Dierenbescherming, het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap, het Oogfonds, politievakbonden, jeugdartsen, longartsen, patiëntenverenigingen, het Longfonds, de brandweer, verzekeraars, de Vogelbescherming en openbaarvervoerbedrijven;

constaterende dat de politie waarschuwt voor de complexe handhaving die het gevolg is van een willekeur aan lokale vuurwerkverboden;

verzoekt de regering om het kopen en afsteken van knalvuurwerk en vuurpijlen met ingang van de jaarwisseling 2020-2021 te verbieden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Wassenberg en Kröger. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 580 (28684).

De heer Wassenberg (PvdD):
Voorzitter. Bij het AO Jaarwisseling vroeg ik aan de minister, die toen nog staatssecretaris was, hoe de stikstofuitstoot van vuurwerk te rijmen is met de PAS-uitspraak van de Raad van State, want met vuurwerk wordt nogal wat stikstofoxide de lucht in geblazen. Het antwoord was dat ze het aan het RIVM zou vragen. We hebben er verder niks meer van gehoord. Ik ben benieuwd of de minister ons daar iets over kan vertellen dadelijk in haar termijn. Daarover gaat in ieder geval de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er bij het afsteken van vuurwerk onder andere stikstofoxiden de lucht in worden geblazen;

overwegende dat na de PAS-uitspraak door de Raad van State nauwlettend gekeken moet worden naar de uitstoot van stikstofverbindingen;

constaterende dat de regering de hoeveelheid stikstofverbindingen die wordt uitgestoten bij het afsteken van vuurwerk nog niet in kaart heeft gebracht;

verzoekt de regering het RIVM te laten onderzoeken hoe groot de uitstoot van stikstofverbindingen is bij het afsteken van vuurwerk,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 581 (28684).

Dank u wel, meneer Wassenberg. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Kröger namens GroenLinks.

Fijn dat u er bent, meneer Krol.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Voorzitter. Ook mijn fractie steunt van harte de oproep van politie en hulpverleners om tot veel strengere afspraken te komen over vuurwerk. Daarom staan wij ook onder de motie van de heer Wassenberg en ook onder de motie die nog wordt ingediend door de heer Van Dam. Wij vinden echt dat we het knalvuurwerk en de overlast moeten aanpakken.

Een additioneel aspect van overlast wil ik hier ook aan de orde stellen: de vervuiling, de plasticvervuiling. Vuurwerk veroorzaakt veel plasticvervuiling en daarom hebben wij de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat in geheel Europa, ten gevolge van uitvoering van de Europese SUP-richtlijnen, maatregelen worden voorbereid om plasticvervuiling door wegwerpproducten te verminderen;

overwegende dat in vuurwerk plastic wordt toegepast dat na ontbranding bijna onvermijdelijk in het milieu terechtkomt;

overwegende dat er dit jaar al meer dan 19.000 stuks plasticscherven en plasticrestanten van de zogenaamde categorie F1-vuurwerk/knalvuurwerk zijn vastgelegd door een kleine groep zwerfafvalrapers en dat deze plasticrestanten door heel het land en gedurende het hele jaar worden aangetroffen op straat en in de natuur;

verzoekt de regering om te onderzoeken hoe samen met de vuurwerkbranche het gebruik van plastic in vuurwerk en het aanbieden van vuurwerk waarin plastic is verwerkt kan worden tegengegaan, met in het bijzonder aandacht voor de categorie F1-vuurwerk, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kröger. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 582 (28684).

Er gaat een telefoon af. Wie was dat? Mevrouw Yeşilgöz, dat wordt straf! Ja, in de hoek inderdaad.

Mevrouw Kröger (GroenLinks):
Nu de straf is uitgedeeld, ga ik verder.

Als we het hebben over de categorie F1-vuurwerk, dan hebben we het bijvoorbeeld over knetterballen. Ik was afgelopen zondag in een geweldig natuurgebied vlak bij mij in de buurt, dat een Natura 2000-gebied moet blijven. In dat gebied zag ik hoopjes knetterballen liggen. Dat zijn gewoon harde plastic bollen die achtergelaten worden, de boel vervuilen en in het water terechtkomen. Dat moeten we echt niet willen. Ik hoop dat deze staatssecretaris ermee aan de slag wil.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Kröger. Dan ga ik naar de heer Van Dam namens het CDA.

De heer Van Dam (CDA):
Voorzitter. Ik beperk mij tot het voorlezen van één motie, waarvan iedereen die het AO destijds heeft gevolgd, snapt dat deze vandaag zou worden ingediend.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat single-shotvuurwerk en zware vuurpijlen, ook als het gaat om de categorie F2, makkelijk misbruikt kunnen worden, waardoor er veel dreiging voor omstanders en hulpverleners ontstaat;

overwegende dat de vuurwerkbranche aangeeft dat single shots vooral in Nederland en in mindere mate in omliggende landen te koop worden aangeboden, maar ook dat er voor zware vuurpijlen inmiddels voldoende veilige alternatieven beschikbaar zijn;

verzoekt de regering de regelgeving zodanig aan te passen dat single-shotvuurwerk en zware vuurpijlen verboden worden voor consumenten,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Dam, Den Boer, Dik-Faber, Kuiken, Wassenberg en Kröger.

Zij krijgt nr. 583 (28684).

Dank u wel, meneer Van Dam. Uit de ondertekening blijkt al dat de indiening van de motie voldoende wordt ondersteund. Dan ga ik nu naar de heer Van Raak namens de SP.

De heer Van Raak (SP):
Dank je, voorzitter. De Tweede Kamer heeft een tijd terug alweer een omvattend onderzoek ontvangen van de heer Paul van Buitenen, na de vuurwerkramp in Enschede. Wij hebben de heer Van Buitenen gesproken en als Kamer besloten om de Onderzoeksraad voor Veiligheid om advies te vragen. Om hem moverende redenen heeft de onderzoeksraad aangegeven daartoe niet in staat te zijn. De Stichting Maatschappij en Veiligheid van de heer Van Vollenhoven en tegenwoordig ook van de heer Joustra heeft zich wel bereid verklaard om de Tweede Kamer van advies te dienen. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Kamer een omvattend onderzoek heeft ontvangen van de heer Van Buitenen over de vuurwerkramp in Enschede;

constaterende dat de Stichting Maatschappij en Veiligheid bereid is de Kamer advies te geven over de nadere lessen die uit de ramp moeten worden getrokken en of eerdere lessen in de praktijk zijn doorgevoerd;

vraagt de Stichting Maatschappij en Veiligheid om een specifieke projectomschrijving en een bijbehorende begroting te maken, waarna de Kamer een definitief besluit kan nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Raak, Van der Staaij en Krol. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 584 (28684).

De heer Van Dam heeft een vraag over de ingediende motie.

De heer Van Dam (CDA):
Ja, heel kort. Collega Van Raak heeft dit verzoek onlangs ook gedaan tijdens de procedurevergadering van de commissie voor Justitie en Veiligheid. Hoe verhouden die twee trajecten zich tot elkaar?

De heer Van Raak (SP):
Daar was lang niet iedereen aanwezig, dus het was moeilijk om te kijken of er een meerderheid was voor het verzoek of niet. Ik heb dit VAO gebruikt om het verzoek voor te leggen aan de Tweede Kamer. Ik heb dat bij dit VAO gedaan om ervoor te zorgen dat een ander VAO dat ik had aangevraagd, geen doorgang hoefde te vinden.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Raak. Mevrouw Den Boer ziet af van een bijdrage aan dit VAO. Dan de heer Bisschop namens de SGP-fractie.

De heer Bisschop (SGP):
Voorzitter, dank u wel. Ik heb het genoegen om collega Van der Staaij te vervangen en ik beperk mij tot het voorlezen van de motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de regering alleen zwaar knalvuurwerk in de categorie F3 aan wil pakken;

overwegende dat een analyse van VeiligheidNL leert dat vuurpijlen, ondanks genomen maatregelen, nog steeds veel letsel, juist ook bij omstanders, hebben veroorzaakt, en dat ook ander zwaar (knal)vuurwerk in de categorie F2 voor problemen blijft zorgen;

verzoekt de regering op basis van de genoemde analyses aan te sturen op het verder aan banden leggen van de verkoop van vuurpijlen en zwaar (knal)vuurwerk en wijziging van regelgeving zo snel mogelijk door te voeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bisschop, Van der Staaij en Wassenberg. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 585 (28684).

Dank u wel, meneer Bisschop. Ik zie dat de heer Krol namens 50PLUS het woord nog wenst te voeren.

De heer Krol (50PLUS):
Dank u wel, voorzitter. Ondanks een groot draagvlak onder de bevolking, handhavers, hulpverleners en medisch specialisten is de regering nog steeds niet zover een algemeen verbod op knalvuurwerk in te voeren. In de Kamer zijn er gelukkig wel steeds meer voorstanders. Daar zijn we blij mee. Maar ook deze jaarwisseling zal het weer heel triest worden voor al die handhavers, hulpverleners en inwoners, en vooral de dieren, die heel veel stress ervaren. Collega Van Dam heeft al een motie ingediend, die wij van harte zullen ondersteunen. Wellicht zijn er voor de jaarwisseling 2020-2021 wél grote stappen te maken.

Daarom twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat een gemeentelijke vuurwerkshow een feestelijke en veilige manier is om de jaarwisseling met elkaar te vieren;

overwegende dat er te weinig professionele vuurwerkafstekers zijn;

verzoekt de regering om samen met de vuurwerkbranche een scholingstraject te initiëren om vuurwerkverkopers en andere geïnteresseerden om te scholen tot professionele vuurwerkafstekers,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Krol. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 586 (28684).

De heer Krol (50PLUS):
Mocht deze motie worden aangenomen en uitgevoerd, dan kunnen de professionele vuurwerkafstekers wat 50PLUS betreft bij de jaarwisseling van 2020-2021 aan de slag.

Dan een motie uit de grond van mijn hart. Laten we nu alvast een stapje in de goede richting zetten en lessen leren. Dat is altijd heel belangrijk.

Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat een gemeentelijke vuurwerkshow een feestelijke en veilige manier is om de jaarwisseling met elkaar te vieren;

verzoekt de regering om met een representatief aantal gemeenten die willen meewerken aan het organiseren van een professionele vuurwerkshow, de jaarwisseling te evalueren op ongeregeldheden, vernielingen, bedreigingen, schoonmaakwerkzaamheden en de ervaren feestelijkheid van bewoners en bezoekers, de plaatselijke middenstand, handhavers en hulpverleners,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Krol. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 587 (28684).

De heer Krol (50PLUS):
Dank u zeer.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Krol. Dan kijk ik naar beide ministers. Twee minuten schorsen? Dan schors ik de vergadering twee minuten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Zijn de laatste twee moties, van de heer Krol, rondgedeeld? Het woord is aan de minister voor Milieu en Wonen.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dank u wel, voorzitter. Hartelijk dank aan de leden voor de moties. Ik zal er snel doorheen gaan.

De motie op stuk nr. 580 van de heer Wassenberg en mevrouw Kröger is een beetje een herhaling van zetten. We hebben dit met elkaar besproken. Het kabinet kiest voor een balans, maar ik kom zo meteen bij een aantal andere moties nog terug op het feit dat die balans natuurlijk ook in beweging is. Dat hebben we ook in het AO geconstateerd. Ik ontraad deze motie omdat die zo absoluut is, maar we komen zo meteen op de andere moties.

In de motie op stuk nr. 581 vraagt de heer Wassenberg te onderzoeken wat de impact van vuurwerk op de stikstofproblematiek is. Ik heb in het debat aangegeven dat ik dat door het RIVM wil laten onderzoeken. De brief komt in december. Ik vraag de heer Wassenberg om deze motie aan te houden, want dat loopt al.

De motie op stuk nr. 582 van mevrouw Kröger verzoekt de regering met de vuurwerkbranche in gesprek te gaan over het plasticprobleem van vuurwerk. Ik ben met de branche in gesprek, maar ik steun dit verzoek. Ik kan de motie overnemen en anders krijgt die oordeel Kamer.

De voorzitter:
Heeft iemand bezwaar tegen het overnemen van de motie op stuk nr. 582 van mevrouw Kröger? Nee.

De motie-Kröger (28684, nr. 582) is overgenomen.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Bij de motie op stuk nr. 583 van de heer Van Dam, ondersteund door een heel aantal andere partijen, komen we inderdaad op de balans. Ik heb in het debat aangegeven dat ik bereid ben om te onderzoeken of een verdergaande beperking in het aanbod van vuurwerk zinvol zou kunnen zijn. U zult daarover per brief geïnformeerd worden. Ik vind het wel belangrijk om aan te geven dat dan de winst aantoonbaar en onderbouwd een verschil moet maken. Vandaar dat we in diezelfde zoektocht eerst waren uitgekomen op het onderscheid F2-F3. Als je verder gaat zoeken naar een onderscheid, wil je wel een onderbouwd onderscheid hebben. Het tweede punt is dat het ook handhaafbaar moet zijn. Als ik de motie zo mag interpreteren dat mij gevraagd wordt om langs die twee lijnen — veiligheidswinst onderbouwd en ook handhaafbaar — te zoeken naar dat zinvolle onderscheid om het aanbod verder te beperken, dan ben ik daartoe bereid en kan ik onder die voorwaarde de motie overlaten aan het oordeel van de Kamer.

Datzelfde geldt dan eigenlijk ook voor de motie op stuk nr. 585. De heer Van der Staaij had het over andere typen vuurwerk, maar eigenlijk vraagt hij mij volgens mij precies hetzelfde.

De heer Van Dam (CDA):
Ik kan leven met die appreciatie, waarvan ik veronderstel dat u de Kamer tijdig daarover gaat informeren.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Uiteraard.

De heer Van Dam (CDA):
Ik had net al even een een-tweetje met de heer Bisschop om te kijken of we wellicht wat in elkaar kunnen schuiven.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Prima, maar dan heb ik over beide moties een oordeel gegeven. Dan begrijpen we elkaar goed. Ik kon me niet anders voorstellen dan dat ook de Kamer de handhaafbaarheid en onderbouwing van belang zou vinden. Fijn dat we elkaar op deze manier hebben gevonden.

Voorzitter. Dan twee moties van de heer Krol. De motie op stuk nr. 586 verzoekt de regering om samen met de vuurwerkbranche een scholingstraject te initiëren. Dat is echt aan de branche zelf, dus ik moet deze motie ontraden. Er is geen gebrek aan professionele vuurwerkafstekers voor de huidige vraag naar vuurwerkevenementen. Als er nieuwe vraag is, ontstaat er natuurlijk ook een reden om zo'n opleiding te doen. Overigens deel ik met de heer Krol dat die gemeentelijke vuurwerkshows prachtig zijn. Daarin vinden we elkaar dan wel.

De motie op stuk nr. 587 verzoekt de regering om met een representatief aantal gemeenten een en ander te evalueren. Ik ontraad de motie, maar ik beloof de heer Krol wel dat we ook dit aspect waar mogelijk meenemen in de evaluatie van de jaarwisseling. We voeren al gesprekken met gemeenten. Ik denk dat we het niet apart moeten doen, maar we zouden ook dit aspect kunnen meenemen in de evaluatie.

Dank u wel, voorzitter. Er is nog één motie. Die zal de minister van Justitie en Veiligheid beantwoorden.

De voorzitter:
Ja, maar nog even over de motie van de heer Wassenberg op stuk nr. 581. Aan de heer Wassenberg is gevraagd om de motie aan te houden. U heeft de tijd tot dinsdag. Maar mocht de motie niet worden aangehouden, dan zou ik graag willen weten wat het oordeel van de staatssecretaris is.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Volgens mij knikte de heer Wassenberg net al dat hij wel bereid was om die motie aan te houden … Nee? Dan vind ik het een overbodige motie en ontraad ik die, omdat ik al heb toegezegd dat ik dat zou doen en er ook mee bezig ben.

De voorzitter:
Ja. Dan is dat ook helder. U krijgt zo het woord, meneer Van Raak. De heer Wassenberg, op dit punt. Kort, graag.

De heer Wassenberg (PvdD):
Ik heb toch een heel kleine nuance. De minister, toen nog staatssecretaris, heeft gezegd dat zij het RIVM ging vragen hoe het zit. Maar over een onderzoek heb ik toen nog echt niet gesproken.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Maar een vraag aan het RIVM ... Het RIVM doet natuurlijk alles op basis van onderzoek, dus volgens mij krijgt de heer Wassenberg wat hij wil en heeft hij daar de motie niet voor nodig.

De heer Van Raak (SP):
Mijn motie, op stuk nr. 584, is een verzoek van de Kamer aan een stichting, dus er hoeft niet per se een appreciatie van de regering te komen.

Minister Van Veldhoven-van der Meer:
Dan zijn we daar ook meteen uit, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we hiermee aan het einde gekomen van dit VAO.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Over de ingediende moties zullen we volgende week dinsdag stemmen.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Arbeidsongeschiktheid

Arbeidsongeschiktheid

Aan de orde is het VAO Arbeidsongeschiktheid (AO d.d. 07/11).

De voorzitter:
We gaan verder met het VAO Arbeidsongeschiktheid. Ik heet de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van harte welkom. Ik geef mevrouw Tielen namens de VVD als eerste spreker het woord.

Mevrouw Tielen (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat we twee weken geleden een goed AO hadden over arbeidsongeschiktheid. De minister is met een hoop dingen bezig. We hebben ook al een aantal toezeggingen gekregen, maar er is één ding dat ik de minister nog wil meegeven. Daarom dien ik een motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat onderzocht wordt of het niet kunnen spreken van de Nederlandse taal een rol speelt bij de herbeoordeling van arbeidsongeschiktheid;

constaterende dat bekend is dat de helft van de WGA-doelgroep geen startkwalificatie heeft;

overwegende dat specifiek voor de WGA-doelgroep een scholingsexperiment start in 2020;

overwegende dat laaggeletterdheid en beheersing van de Nederlandse taal vaak een blinde vlek zijn bij het maken van beleid;

verzoekt de regering te inventariseren hoeveel van het totaal aantal WGA-uitkeringsgerechtigden laaggeletterd zijn; en/of een taalachterstand hebben;

verzoekt de regering tevens bij deze inventarisatie aan te geven welke maatregelen kunnen worden genomen om het aantal arbeidsongeschikten met een taalachterstand terug te dringen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Tielen. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 957 (29544).

Mevrouw Tielen (VVD):
Ik zei "tot de dag", maar het is "tot de orde van de dag". De dag liep gewoon door.

De voorzitter:
U bent niet de enige die daar last van heeft vandaag. Ik zat ook steeds fouten te maken. Dank u wel, mevrouw Tielen. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Weyenberg namens D66. Heeft de heer Jasper van Dijk meegetekend?

De heer Jasper van Dijk (SP):
Ja.

De voorzitter:
Ja, ik zag het gebeuren.

Minister Koolmees:
Ongezien ontraden!

De voorzitter:
Ja.

De heer Van Weyenberg (D66):
Voorzitter, soms moet je een gokje nemen. We hebben het gehad over het onderzoek naar de no-riskpolis, en daarbij ging het erover dat het toch heel moeilijk is om daar stevige conclusies uit te trekken. Wat mij betreft is het eigenlijk gewoon niet mogelijk om daarmee al kritisch te zijn op het instrument, omdat we wat mij betreft niet goed in beeld hebben gekregen of er toch niet groepen zijn waar zo'n no-riskpolis echt voor zou kunnen helpen. Het lijkt me goed te kijken of we nogmaals een experiment kunnen opzetten dat daar meer zicht in geeft, natuurlijk binnen de regels van de gelijke behandeling en de privacy. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de inzet van een no-riskpolis potentieel de zorgen van werkgevers bij het in dienst nemen van mensen kan wegnemen;

overwegende dat het experiment met de vroege toekenning van de no-riskpolis geen inzicht geeft in de mogelijke effecten van de no-riskpolis onder de groep mensen die daar potentieel juist baat bij zou hebben en er weinig bekendheid was met het instrument;

verzoekt de regering te verkennen hoe onderzoek naar de effectiviteit van no-riskpolissen wetenschappelijk zo kan worden opgezet dat de effectiviteit beter in beeld kan worden gebracht voor groepen die potentieel baat zouden kunnen hebben en de Kamer daarover voor de zomer van 2020 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Weyenberg, Palland, Renkema, Tielen, Gijs van Dijk en Jasper van Dijk.

Zij krijgt nr. 958 (29544).

Dan ga ik naar de heer Jasper van Dijk namens de SP.

De heer Jasper van Dijk (SP):
Dank u, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat mensen die door het UWV minder dan 35% arbeidsongeschikt bevonden worden in een moeilijke positie op de arbeidsmarkt komen omdat zij moeten wedijveren met gezonde mensen;

verzoekt de regering ondersteuning vanuit het UWV voor re-integratie en scholing van arbeidsongeschikten open te stellen voor alle mensen die een arbeidsongeschiktheidspercentage hebben van minder dan 35%, ook als zij in de bijstand zitten of geen uitkering hebben,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Jasper van Dijk. Naar mij blijkt, wordt de indiening ervan voldoende ondersteund.

Zij krijgt nr. 959 (29544).

Dank u wel, meneer Jasper van Dijk. Dan ga ik nu naar mevrouw Palland namens het CDA.

Mevrouw Palland (CDA):
Voorzitter, dank u wel. In het AO hebben ik en collega's aandacht gevraagd voor de no-riskpolis en de bekendheid daarvan. Daarom ondersteun ik ook graag de motie die zojuist door collega Van Weyenberg is ingediend inzake de no-riskpolis en het experiment daarmee.

Een ander punt uit het algemeen overleg was het gelijke speelveld op de hybride markt. Ik heb inmiddels begrepen dat dit onderwerp een voorgeschiedenis kent met schriftelijke vragen en een motie vanuit de fractie van de SGP. De re-integratieverplichtingen in spoor 1 zijn voor private uitvoerders zwaarder dan voor de publieke uitvoerder UWV. De Kamer zou over de uitvoering van die motie voor 1 juni geïnformeerd worden. Ik wil graag de minister vragen alsnog met een reactie te komen over de uitvoering van deze motie en het gelijke speelveld op de hybride markt.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Palland. Twee minuten schorsing? Er is behoefte aan een korte schorsing.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Ik geef het woord aan een vrolijke minister.

Minister Koolmees:
Ik was net aan het zingen, voorzitter! Het is een mooie dag.

Dank u wel aan de Kamer voor de ingediende moties; er zijn geen vragen gesteld. Ik zal ze kort behandelen. Ik begin met de motie op stuk nr. 957 van mevrouw Tielen. Zoals u weet, is hierover ook een motie-Heerma c.s. ingediend, waarmee we nu bezig zijn. Dat komt voor de kerst richting uw Kamer. Deze motie met hetzelfde thema, namelijk laaggeletterdheid en beheersing van de taal, staat daarnaast. In het kader van het scholingsexperiment van de WGA-doelgroep gaat er doelgroeponderzoek plaatsvinden, waarin we dit punt zullen meenemen. Daarom geef ik deze motie oordeel Kamer.

Onder de motie op stuk nr. 958 staan sowieso al 100 zetels, dus wat ik er ook van vind ... Nee, maar ik vind het een goeie motie. Daarom geef ik haar oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 959 van de heer Jasper van Dijk over, een beetje technisch verwoord, de 35-minners. Zoals de motie nu is geformuleerd, ook richting de bijstand en mensen die geen recht hebben op een uitkering, in techneutentaal de nuggers, kan ik haar niet uitvoeren. Daarom moet ik de motie ontraden. Wat ik wel nog voor de kerst verwacht, is een advies van de Stichting van de Arbeid, naar aanleiding van de deal die we vorig jaar kerst hebben gesloten over loondoorbetaling bij ziekte en de WIA. In die verkenning loopt dit onderwerp mee. Daarmee is het ook input voor het volgende debat met de Kamer over de 35-minners. Dit debat komt heel binnenkort dus nog terug. Daarom ontraad ik deze motie.

De vierde motie van mevrouw Palland ...

De voorzitter:
Nee, het was een vraag.

Minister Koolmees:
Dat is sowieso makkelijker! Ik begrijp de vraag. De heer Stoffer heeft samen met de heer Wiersma een motie ingediend, en daarvoor was er nog een motie van de heer Dijkgraaf van de SGP — een van de allereerste moties die ik als minister kreeg — op dit punt. Ik heb wel informatie naar de Kamer gestuurd over de wet en de uitleg daarvan. Dit alles is in de wet verankerd. Maar in de stand van de uitvoering van december kom ik hierop terug.

De voorzitter:
Akkoord. Mevrouw Palland?

Mevrouw Palland (CDA):
Specifiek over het gelijke speelveld en het re-integratietraject van spoor 1. Dat komt in die stand van de uitvoering terug? Daar gaat de motie over, en ook mijn vraag.

Minister Koolmees:
Ja, dat komt terug in de stand van de uitvoering.

De voorzitter:
Dank u wel. Gaat u de motie aanhouden, meneer Jasper van Dijk?

Minister Koolmees:
Dat is geen motie. O, ik vergis me.

De heer Jasper van Dijk (SP):
Ik ga de vraag van mevrouw Palland aanhouden. Nee, ik ga mijn motie aanhouden.

De voorzitter:
Op verzoek van de heer Jasper van Dijk stel ik voor zijn motie (29544, nr. 959) aan te houden.

Daartoe wordt besloten.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
Over de ingediende moties zullen we volgende week dinsdag stemmen.

Ik dank de minister en ik schors de vergadering tot 13.30 uur. Dan beginnen we eerst met de regeling van werkzaamheden en daarna gaan we om 13.45 uur verder met de behandeling van de begroting Justitie en Veiligheid.

De vergadering wordt van 12.56 uur tot 13.31 uur geschorst.