Plenair verslag

Tweede Kamer, 39e vergadering
Donderdag 17 december 2020

  • Aanvang 10:15 uur
  • Status Ongecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Arib

Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:

De voorzitter:
Ik open de vergadering van donderdag 17 december 2020.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Hamerstukken

Hamerstukken

Aan de orde is de behandeling van:

  • het wetsvoorstel Wijziging van de Wet voortgezet onderwijs 2020 en diverse andere wetten in verband met het opnemen van invoeringsrecht in en het overbrengen van overgangsrecht naar de Wet voortgezet onderwijs 2020 en wegens aanpassing van verwijzingen in andere wetten (Invoerings- en aanpassingswet WVO 2020) (35611);
  • het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2020 (Zesde incidentele suppletoire begroting inzake financiering meerkosten voor de inhaal- en ondersteuningsprogramma's in verband met COVID-19) (35596);
  • het wetsvoorstel Uitvoering van Verordening (EU) 2017/821 van het Europees Parlement en de Raad van 17 mei 2017 tot vaststelling van verplichtingen inzake passende zorgvuldigheid in de toeleveringsketen voor Unie-importeurs van tin, tantaal en wolfraam, de overeenkomstige ertsen, en goud uit conflict- en hoogrisicogebieden (PbEU, L 130) (Uitvoeringswet Verordening conflictmineralen) (35506).

Deze wetsvoorstellen worden zonder beraadslaging en, na goedkeuring van de onderdelen, zonder stemming aangenomen.

Tijdelijke wet Tweede Kamerverkiezing covid-19

Tijdelijke wet Tweede Kamerverkiezing covid-19

Aan de orde is de behandeling van:

  • het wetsvoorstel Wijziging van de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19 ten behoeve van de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer in 2021 (Tijdelijke wet Tweede Kamerverkiezing covid-19) (35654).

De voorzitter:
Dan is nu aan de orde de Tijdelijke wet Tweede Kamerverkiezing covid-19, Kamerstuk 35654. Ik heet de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en ook de Kamerleden van harte welkom.

De algemene beraadslaging wordt geopend.

De voorzitter:
Ik geef mevrouw Kuiken namens de PvdA als eerste spreker het woord.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Voorzitter. Democratie is een van de grootste verworvenheden die je in een normaal functionerende maatschappij kan hebben. Zelfs in deze uitzonderlijke tijden moeten we daarom alles op alles zetten om stemmen, wat onontbeerlijk is voor een democratie, goed te laten verlopen. Het is vooral belangrijk dat mensen gaan stemmen, maar ook dat ze dat veilig gaan doen. Daarom ben ik blij dat het kabinet maatregelen heeft genomen om dat proces te gaan vormgeven. Poststemmen: het is niet ideaal en niet voor niets in het verleden niet ingevoerd, maar ik denk dat dat onder deze uitzonderlijke omstandigheden niet onoverkomelijk is. Vroegtijdig stemmen: het kabinet was niet meteen enthousiast, maar ik ben blij dat het kabinet een voorstel van D66 en de Partij van de Arbeid heeft overgenomen om dat op een aantal plekken mogelijk te maken, zodat er gespreid gestemd kan worden en vooral dát er gestemd kan worden. Hetzelfde geldt voor volmachten, zodat mensen die niet zelf willen gaan stemmen dat toch kunnen doen.

We hebben een schriftelijke ronde gehad. De minister is vrij uitvoerig ingegaan op de vragen die we hebben gesteld. Toch wil ik een aantal vragen nogmaals stellen, of nog eens specifieker stellen. Ik denk dat dat belangrijk is, omdat er terechte vragen zijn gerezen.

Ten eerste over het briefstemmen. Er ligt een nadrukkelijke wens om ook mensen die kwetsbaar zijn maar niet al 70-plus zijn te kunnen laten stemmen. De minister zegt: dat is eigenlijk onuitvoerbaar, want we hebben daar geen applicaties voor. Dat geldt ook voor mensen die zelf aangeven dat ze tot die kwetsbare groep behoren, ook omdat het in potentie gaat om een groep van 2,4 miljoen, zeg ik uit mijn hoofd, mensen die 70-plus zijn. Toch liggen er nadrukkelijke brieven van ouderenbonden, maar ook bijvoorbeeld Ieder(in) om dat wel mogelijk te maken. Is ook overwogen om een nog specifiekere groep wellicht wel die toegang te verlenen, een groep van mensen waar we wellicht nu al van weten dat ze tot die categorie behoren? Omdat het zo belangrijk is, wil ik de minister nog eens nadrukkelijk vragen om hierop te reageren, dan wel te kijken naar de mogelijkheden die we nog zien.

Voorzitter. Vroegtijdig stemmen brengt een aantal uitdagingen en een aantal zorgen met zich mee. Het gaat ook over exitpolls: welke werking hebben die? Ik denk dat het goed is voor het plenaire en publieke debat om die zorgen met elkaar te delen, en nog eens in te gaan op hoe de minister hiertegen aankijkt en op de gesprekken die ze heeft gevoerd met partijen die normaal gesproken exitpolls rondom verkiezingen uitvoeren. Ik denk dat dat belangrijk is.

Een derde punt is dat stemmen niet mogelijk is zonder voldoende stemlokalen en zonder voldoende vrijwilligers. Eerst even over de stemlokalen. Amsterdam is al druk bezig om te kijken waar zij stemlokalen kunnen inrichten. Dat zal ook voor andere gemeenten gelden. Zij hebben bijvoorbeeld nadrukkelijk de oproep gedaan om dat ook in scholen mogelijk te maken, maar lopen nu een beetje tegen de covidmaatregelen aan. De minister heeft deze brief vast ook gezien. Ik zou graag een reactie willen over hoe we hieraan niet voorbijgaan, zodat er op zo veel mogelijk locaties gestemd kan worden.

Dan over het punt van de vrijwilligers. Ik mag graag af en toe een beetje mopperen, maar ik vind het echt heel goed dat er nu al actief campagne wordt gevoerd om zo veel mogelijk vrijwilligers te werven. Hebben we al zicht op het aantal mensen dat zich heeft aangemeld? Is het niet slim om ons daarvan een klein beetje op de hoogte te houden? Wellicht kunnen we daar, indien nodig, nog wat werk in vervullen, alhoewel ik snap dat ik daar een bescheiden rol in heb. Ik vond het bericht vanochtend heel mooi dat ook mbo-studenten actief gaan helpen in het democratisch proces. Ik word daar blij van en ik hoop dat dat tot voldoende vrijwilligers gaat leiden. Misschien is het ook een mooie manier om al op een wat jongere leeftijd actief betrokken te worden bij onze democratie. Dat ten aanzien van de vrijwilligers. Ik hoop dat dat goed gaat werken.

Mijn laatste vraag daarover is of de minister en haar collega-ministers in het kabinet actief een oproep zullen doen richting al hun eigen ambtenaren, want als elke afdeling één vrijwilliger werft, zijn we een heel eind om ook daaraan tegemoet te komen. Democratie is het belangrijkste goed dat we hebben. Er moet dus heel wat gebeuren wil het niet doorgaan. Toch vind ik het wel mijn plicht en ook een noodzaak om even in te gaan op het scenario dat we in een zware lockdown blijven. Kan het proces dan op dezelfde wijze worden vormgegeven als we nu voor ogen hebben en, zo ja, hoe? Zijn er extra maatregelen nodig?

Voorzitter. Ik ben vast een vraag vergeten, maar die komt dan wel per interruptie of op een later moment.

Hartelijk dank.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Kuiken. Dan geef ik nu het woord aan de heer Öztürk namens DENK.

De heer Öztürk (DENK):
Voorzitter. Het zijn bijzondere tijden. Al negen maanden heeft het coronavirus effect op ons leven. We weten nog steeds niet hoelang dit allemaal gaat duren. Ook na het begin van de massavaccinatie zal het virus helaas nog steeds onder ons zijn. Maar het leven gaat door en de Tweede Kamerverkiezingen zijn al op 17 maart. Dan zitten we dus nog midden in de coronatijd. Het recht om te stemmen, het kiesrecht, is van fundamenteel belang in een democratische rechtsstaat. Iedereen moet in staat worden gesteld om zijn of haar stem uit te brengen. Op die manier kan iedereen meebeslissen over hoe ons land wordt bestuurd. Maar het stemmen moet wel veilig gebeuren. Het stemproces moet voor oudere en kwetsbare kiezers geen gevaar voor hun gezondheid opleveren. Het is van belang dat het verkiezingsproces betrouwbaar en legitiem is en blijft. Dit betekent wat de fractie van DENK betreft dat er gestreefd moet worden naar een opkomst die vergelijkbaar is met de Tweede Kamerverkiezingen van vier jaar geleden. Ik denk aan een opkomst van meer dan 80%. Vier jaar geleden was het 81,9%. Ziet de minister dat ook zo? Zal zij er alles aan doen om de opkomst hoog te houden?

Het coronavirus mag het verkiezingsproces niet benadelen. De fractie van DENK steunt daarom dat het kabinet een aantal stappen zet om de opkomst te bevorderen. Dit is belangrijk, want een deel van de bevolking zal uit angst voor het virus misschien niet naar het stembureau gaan, en dat kan niet. Toch is het belangrijk dat ook deze groep gehoord wordt. Mijn fractie heeft een aantal vragen over hoe deze wet in de praktijk gaat werken. De leeftijd waarop iemand per brief mag stemmen, is 70 jaar. Heel veel mensen vragen waarom dat 70 is. Waarom is het niet 65 of 75? Waarom komen we met een leeftijdsgrens en kijken we niet naar de kwetsbare groepen? Die vraag is net ook gesteld. Klopt het dat er 2,4 miljoen mensen per post kunnen stemmen? Klopt het dat iedere gemeente zelf bepaalt hoeveel poststembureaus zij gaat inrichten? Zijn een paar poststembureaus in Amsterdam en Rotterdam wel genoeg? Het verschil tussen stemmen via een stembus en stemmen via een brievenbus is dat de kiezer niet meer kan zien wat er met zijn stembiljet gebeurt nadat het in de brievenbus is gedaan. De postbezorger is verantwoordelijk voor een veilig transport van de stembiljetten naar het poststembureau. Helaas zijn er regelmatig berichten in de media over brieven en poststukken die zoekraken. Hoe gaat de minister ervoor zorgen dat er geen stembiljetten tijdens het postvervoer kwijtraken?

Wat opvalt, is dat in artikel 11c is vastgelegd dat het transport, de opslag en de overdracht van briefstemmen nog nader moeten worden uitgewerkt en in een ministeriële regeling moet komen. Wanneer komt deze ministeriële regeling en hoe wordt de Kamer daarbij betrokken? Kan de minister regelen dat er op elke retourenvelop een tracking-and-tracingcode komt? Als je tegenwoordig iets bestelt, weet je precies waar het product is. Hoe kan het dan dat je van jouw belangrijke stem niet weet of die terecht is gekomen?

Stel dat er van de 2,4 miljoen stemmen 500.000 stemmen niet terechtkomen. Dan kan de PVV — die zoekt dan een reden om de discussie op te rakelen — zeggen dat er 500.000 stemmen zoek zijn en dat de verkiezingen dus niet geldig zijn. Moeten wij dit soort zaken niet voorkomen? Moeten we alle zaken niet van tevoren goed bestuderen, zodat de verkiezingsuitslag voor iedereen rechtmatig en rechtsgeldig is? Het kan niet zo zijn dat de kiezer niet weet of zijn stem wel of niet goed terecht is gekomen. Ik overweeg op dit punt dus ook een motie.

Een andere vraag van mijn fractie is of briefstemmen ook bij volmacht kunnen worden uitgebracht. Hoe gaat dat in zijn werk? Normaal kun je drie volmachten meenemen. Kunnen mensen met briefstemmen ook drie volmachten in eenzelfde brief stoppen? En hoe gaat dat dan allemaal?

Voorzitter. Daarnaast moet je bij briefstemmen zelf tekenen. Als je naar een stembureau gaat, hoef je niet te tekenen. Als mensen vergeten te tekenen, is de stem dan ongeldig?

Voorzitter. Klopt het dat een briefstem vanaf zeven dagen voor de verkiezingen ook persoonlijk kan worden gebracht naar een afgiftepunt, zoals in artikel 11d staat? Hoe ziet zo'n afgiftepunt eruit? Is dit een briefstembureau, of een speciale stembus? Of is dit bijvoorbeeld op het stadhuis? Hoelang van tevoren mag een briefstem worden ingestuurd? Wat gebeurt er als iemand thuis helemaal geen brief ontvangt, of als iemand anders zijn brief heeft meegenomen?

Voorzitter. Dan kom ik bij het punt van early voting. De minister heeft het terecht mogelijk gemaakt om gedurende drie dagen te stemmen. Van ons hadden mensen ook vrijdag, zaterdag en zondag mogen stemmen, maar goed, het zijn helaas de werkdagen maandag, dinsdag en woensdag geworden. Maar het is een uitbreiding. Op die manier wordt het risico van besmetting met het coronavirus beperkt.

In artikel 2g wordt geregeld dat de gemeente het aantal vroege stembureaus kan bepalen, met een bepaald minimum per gemeente. Voor gemeenten tussen 100.000 en 350.000 kiesgerechtigden zijn dit ten minste tien vroege stembureaus. Voor gemeenten met meer dan 350.000 kiesgerechtigden zijn dit ten minste twintig vroege stembureaus. Is dat in Amsterdam en Rotterdam wel genoeg? Ik wil de minister toch vragen om de in de grote steden meer stembureaus in te richten om de verkeersstromen en daarmee het virus weg te houden.

Voorzitter. Dan kom ik op het punt van de exitpolls. Op maandag kunnen er exitpolls komen. Dat kan effect hebben op de verkiezingsuitslag. Meestal zorgt de media ervoor dat er een race is tussen twee partijen. In 2012 ging die race tussen de VVD en de PvdA. Toen hebben heel veel mensen die op het CDA en de SP zouden stemmen, op de PvdA en de VVD gestemd. Dat was de strategische stem. Op het hele exitpollverhaal wil ik de minister dus toch vragen om met de media in gesprek te gaan en, waar nodig, maatregelen te nemen, zodat wij geen strategische stemrace krijgen en mensen op een andere partij stemmen dan waarop ze hadden willen stemmen. Op dat punt heb ik een motie in voorbereiding.

Artikel 4a maakt mobiele stembureaus mogelijk, die gemeentes kunnen instellen om vroeg te kunnen stemmen. Kunnen daar ook briefstemmen worden afgegeven? Hoeveel van die mobiele stembureaus zullen er naar verwachting komen? Met name in de grote steden is dat belangrijk. Komen die mobiele stembureaus ook op plekken waar kwetsbare burgers wonen, zodat zij niet lang hoeven te reizen?

Voorzitter, tot slot. Is door de minister overwogen om onlinestemmen mogelijk te maken, bijvoorbeeld via de DigiD? Heel veel zaken worden tegenwoordig via de DigiD geregeld. Waarom zou je dan in deze tijden geen experiment kunnen doen met de DigiD, voor kwetsbare mensen die het huis niet uit kunnen? Heeft de minister dit overwogen en heeft zij daar onderzoek naar gedaan? Uiteraard zijn er ook risico's. Ik vraag de minister om daar uitgebreid op in te gaan.

Voorzitter. Dan de brief van Amsterdam. Ik vraag de minister om met de minister van Onderwijs in gesprek te gaan over het geven van ruimte op scholen, zodat er meer stembureaus kunnen worden ingericht.

Tot slot noem ik het werven van stembureauleden. Heel veel jongeren zouden stembureaulid kunnen worden. Daar moeten we hun de mogelijkheid toe geven. Ook moeten we de vergoeding van de stembureauleden misschien verhogen, want we hebben heel veel stembureauleden nodig. Ik denk dat de campagne groter mag zijn dan de huidige campagne op Facebook en nog een paar plekken. Met een grotere campagne zouden we nog meer jongeren kunnen betrekken bij onze democratie. Jongeren kunnen ons in deze moeilijke tijd ondersteunen. Ik overweeg ook op dit punt een motie in te dienen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Öztürk. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Özütok namens GroenLinks.

Mevrouw Özütok (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. De coronamaatregelen treffen ons allemaal. Ze hebben ook impact op veel vitale processen in ons land, zo ook op de democratie. Sinds deze week de lockdown is ingegaan, vergaderen wij als Kamer ook in afgeschaalde vorm. We weten allemaal dat hoe groot de crisis in ons land ook is, de democratie moet doorgaan. Dat betekent dus dat de noodzakelijke debatten in dit huis moeten doorgaan. Dat geldt ook voor de noodzakelijke debatten van de lokale bestuurders en volksvertegenwoordigers in het land. We moeten kunnen doorwerken, zij het in aangepaste vorm. Dat verwachten de burgers terecht van ons.

Democratie betekent ook dat kiezers hun stem kunnen laten horen. Het is een van onze verworvenheden. Stemrecht is een belangrijk recht van burgers. Op 17 maart aanstaande staan de Tweede Kamerverkiezingen gepland. De kans is heel erg groot dat er dan helaas nog steeds beperkende maatregelen gelden. Maar de democratie is een van onze belangrijkste bezittingen. Dat betekent dus ook dat de verkiezingen moeten kunnen doorgaan en dat alle kiezers op een veilige manier hun stem moeten kunnen uitbrengen. Veilig in de zin van dat het coronaproof moet gebeuren, dat het stemgeheim wordt gewaarborgd en dat de wil van de kiezers in de uitslag zal doorklinken.

Voorzitter. De minister is, mede op verzoek van de Kamer, met een wetsvoorstel gekomen om de verkiezingen zo te laten organiseren dat iedereen zo goed mogelijk zijn of haar stem kan uitbrengen. In grote lijnen kan GroenLinks instemmen met de voorstellen die de minister heeft gedaan. Toch zijn er nog een paar punten waar mijn fractie vragen over heeft.

Allereerst het feit dat het mogelijk moet worden dat mensen van 70 jaar en ouder per brief kunnen stemmen. Hier heeft mijn fractie enige moeite mee. Er zijn immers ook kiezers die jonger zijn dan 70 jaar maar tot een kwetsbare groep behoren. Waarom mogen zij geen gebruikmaken van deze mogelijkheid? We hebben hier in de schriftelijke ronde ook vragen over gesteld, maar de antwoorden zijn nog niet overtuigend. Daarom verzoek ik de minister om dit nogmaals goed uit te leggen. Op dit punt heeft ook de Kiesraad zijn zorgen geuit. De Kiesraad vraagt zich af of er voldoende wordt gedaan om fraude met briefstemmen te voorkomen. Kan de minister daar nog eens goed op ingaan? Kan zij toezeggen dat er extra aandacht is voor de opsporing van stemfraude met briefstemmen?

Voorzitter. Dan de mogelijkheid voor, in goed Nederlands, early voting. Als deze wet wordt aangenomen, wordt het mogelijk dat mensen ook op maandag en dinsdag in een beperkt aantal stemlokalen per gemeente terechtkunnen om te stemmen. Onder deze omstandigheden is dit een te begrijpen voorstel. De Kamer heeft zich hier ook eerder over uitgesproken. Het is wat GroenLinks betreft van groot belang dat de verkiezingen niet tussentijds worden beïnvloed. Dat risico is er wel degelijk. Als mensen op maandag of dinsdag gaan stemmen, is de verkiezingscampagne nog volop bezig. Een deel van de mensen kan dan nog alle informatie uit de laatste campagnedagen meewegen in hun stem.

Het is daarom van groot belang dat er tijdens de laatste dagen, terwijl de stemming al is geopend, geen peilingen of exitpolls verschijnen die de kiezers kunnen beïnvloeden. De minister deelt dit uitgangspunt, maar gaat slechts praten met de peilers. Wij vragen ons af of dit voldoende is. De afspraken mogen niet vrijblijvend zijn. We vragen ons ook af of er niet een wettelijk verbod nodig is, net als in sommige andere landen. Ik ben dan ook benieuwd naar de reactie van de minister op het amendement van collega Van Raak.

De heer Martin Bosma (PVV):
Hè, wat nou? Gaat GroenLinks, de voormalige communistische partij van Nederland, voorstellen om geen peilingen te publiceren in de laatste dagen voor de verkiezingen? Dat is in een volwassen democratie toch gewoon informatie die je moet kunnen krijgen, waarover je moet kunnen beschikken? Dat is toch gewoon een fundamenteel mensenrecht? Waarom is GroenLinks weer tegenstander van het recht op informatie?

Mevrouw Özütok (GroenLinks):
Nee, uiteraard is het een recht om te peilen, maar onder deze omstandigheden kunnen mensen ook op maandag en dinsdag stemmen. Als er al tussentijds uitslagen van die stemmen bekend gemaakt worden, terwijl de campagne nog voortduurt, dan kan dat tot beïnvloeding leiden. Het zou beter zijn als de peilingbureaus daar rekening mee houden. Dat is eigenlijk wat ik hier zeg.

De heer Martin Bosma (PVV):
We moeten toch niet toe naar een situatie waarin de overheid dat gaat verbieden? In Frankrijk moet je, wat altijd potsierlijk is, de laatste dagen voor de verkiezingen de krant in Genève in de gaten houden, omdat die die informatie toch wel publiceert. Ik neem toch aan dat GroenLinks er tegenstander van is om de opiniepeilers te verbieden die informatie naar buiten te brengen.

Mevrouw Özütok (GroenLinks):
Zeker. Als u dat zo zou stellen, zou dat een verdraaiing van mijn woorden zijn. Ik ben benieuwd hoe we ervoor kunnen zorgen dat er ook onder deze omstandigheden op een juiste manier peilingen worden gehouden.

De heer Martin Bosma (PVV):
De collega van GroenLinks zegt dat de gesprekken van de minister met de opiniepeilers niet vrijblijvend moeten zijn. Mevrouw Özütok zegt letterlijk: niet vrijblijvend. Dan denk ik dat dat betekent dat er toch enige druk moet worden uitgeoefend op die peilers, op de Maurice de Honden van deze wereld. Het is toch niet aan een minister van Binnenlandse Zaken om onafhankelijke peilingbureaus te gaan beïnvloeden, het mes op de keel te zetten en te zeggen: zorg dat je niet publiceert? Dat is toch niet aan een minister van Binnenlandse Zaken?

Mevrouw Özütok (GroenLinks):
Kom nou. Er wordt nergens een mes op de keel gezet. Die peilers zijn allemaal professionele mensen. Zij weten ook heel erg goed dat wij onder deze speciale omstandigheden toch verkiezingen houden. Ik ga er dus van uit dat zij daar ook rekening mee houden. Het gaat erom dat zij bewust afspraken kunnen maken met de minister. Ik wil ruimte geven aan de minister, zodat er afspraken komen waarin de peilers aangeven dat zij onder deze omstandigheden rekening houden met de situatie waarin er niet op één dag, maar ook op maandag en dinsdag, stemmen worden uitgebracht.

De heer Öztürk (DENK):
Het is goed dat GroenLinks dit punt ook aankaart, want het is toch een bijzondere situatie dat we ook op maandag en dinsdag gaan stemmen. Dat is eigenlijk voor het eerst in onze geschiedenis. We moeten dus ook van tevoren de consequenties daarvan voorzien. Ik begrijp dat de PVV dat niet wil. Alleen, is GroenLinks bereid om, als de minister afspraken heeft gemaakt die niet ver genoeg gaan, de burgemeesters op te roepen om wat betreft exitpolls met een gemeentelijke verordening te vragen om de mensen bij de stembureaus met rust te laten en niet te vragen waarop ze gestemd hebben? Gaat GroenLinks zover, om te zorgen dat we op maandag en dinsdag geen exitpolls krijgen?

Mevrouw Özütok (GroenLinks):
Ik wil graag eerst de antwoorden van de minister op dit punt afwachten en van de minister horen welke mogelijkheden zij naar aanleiding van die afspraken ziet.

De heer Öztürk (DENK):
Dat is zo'n antwoord dat ik meestal van de coalitie hoor: ik heb van tevoren met de PA gesproken, maar ik wacht even af hoe de minister antwoordt. U zit echter in de oppositie en bent van een partij die toch een eigen mening zou moeten hebben, zonder het antwoord van de minister. Mevrouw Özütok, u bent ervaren genoeg. U bent wethouder geweest en er is lokaal heel veel ervaring. Vandaar mijn vraag of de GroenLinksfractie bereid is om een nog verder gaande stap te nemen, om te kijken hoe we kunnen zorgen dat er geen race ontstaat via de media.

Mevrouw Özütok (GroenLinks):
Dat er geen race zou moeten zijn tussen de media, daar kan ik me iets bij voorstellen. Ik wil daarover nadenken. We hebben nog een tweede termijn. Dan kan ik er nog op terugkomen.

De heer Bisschop (SGP):
Toch even een vraag, want dit is wel een aangelegen punt. Ik hoor mevrouw Özütok iets zeggen waar collega Bosma ook de vinger bij legt, namelijk dat het geen vrijblijvende gesprekken mogen zijn. Daar ligt de crux. Pleit mevrouw Özütok impliciet voor desnoods een verbod op het publiceren van de resultaten van opiniepeilingen gedurende die early voting?

Mevrouw Özütok (GroenLinks):
Tussen "vrijblijvend" en "verbod" zit nog een heel scala aan mogelijkheden. Ik zal te allen tijde een verbod willen voorkomen. Ik wil wel vaste afspraken waarin ook een stukje commitment kan zijn of afspraken gemaakt kunnen worden. Daar zou ik voorstander van zijn, niet van een verbod.

De heer Bisschop (SGP):
Maar het is voor opiniepeilers interessant om juist wel te publiceren. Stel dat zij niet tot afspraken bereid zijn, wat houdt dan de uitdrukking "het mag niet vrijblijvend zijn" in? Stel dat er geen bereidheid is om tot een gentlemen's agreement te komen — want dat is eigenlijk wat u bepleit — wat dan? Blijft er dan ruimte voor die opiniepeilers, of moeten er dan in de lijn van het amendement van de heer Van Raak, waar ik overigens enige sympathie voor heb, verdergaande maatregelen genomen worden? Waar ligt de grens van GroenLinks? Daar zijn wij een beetje naar op zoek.

Mevrouw Özütok (GroenLinks):
Volgens mij heb ik al duidelijk gezegd dat de grens is dat er geen verbod is. Het moeten geen gezellige, vrijblijvende gesprekken zijn. Daar doel ik op. Daarin moeten de peilers ook hun verantwoordelijkheid nemen. Dat is wat ik aan het zoeken ben. Ik wil graag van de minister horen hoe die gesprekken gaan, en of de opiniepeilers deze situatie herkennen en daaraan willen meewerken. Dat is het enige wat ik hier zeg.

De heer Bisschop (SGP):
Ter afronding, voorzitter. Ja, ze moeten hun verantwoordelijkheid nemen, maar wat als ze dat niet doen? Want daar gaat het even om.

Mevrouw Özütok (GroenLinks):
Ik ga ervan uit dat ze dat wel doen.

De heer Bisschop (SGP):
Ja, maar u kent de wereld ook wel een beetje beter. Dat ze hun verantwoordelijkheid nemen, is een vrome wens. Niet ieder doet dat altijd. Wat voor maatregelen wilt u als overheid nemen om vrijblijvendheid te voorkomen? Die grenzen zoeken wij.

Mevrouw Özütok (GroenLinks):
Ik heb de deskundigheid en de professionaliteit van de opiniepeilers echt hoog zitten. Ik ga ervan uit dat ze hun verantwoordelijkheid nemen. Zo ken ik ze ook.

De voorzitter:
Gaat u verder.

Mevrouw Özütok (GroenLinks):
Voorzitter. De minister schrijft dat het de bedoeling is dat kiezers zich gedurende het gehele stemproces, dus van maandagochtend tot woensdagochtend, zo goed mogelijk verspreiden om drukte te voorkomen. Helemaal mee eens. Nergens lezen we evenwel hoe dit proces precies gestimuleerd of gereguleerd wordt. Kan de minister hier nader op ingaan?

Tot slot, voorzitter, nog twee andere punten. Allereerst, kan de minister zeggen hoe het staat met het aantal stembureaus en stembureauleden dat beschikbaar is? Zijn er in alle gemeenten voldoende locaties beschikbaar en hebben gemeenten voldoende middelen en menskracht beschikbaar?

Ten tweede krijg ik graag van de minister de toezegging dat het tellen en de vaststelling zo transparant en toegankelijk mogelijk geschieden. Kiezers moeten de mogelijkheid hebben om het tellen te zien gebeuren. Zij moeten ook aanwezig kunnen zijn bij de vaststelling van de uitslagen door de stembureaus en het centraal stembureau.

Voorzitter, helemaal tot slot. Zeker nu veel meer digitale uitwisseling plaatsvindt, is het heel erg belangrijk dat alle informatie en uitslagen tijdig online vindbaar zijn. De ervaringen van de afgelopen verkiezingen leren ons dat sommige gemeenten niet tijdig de uitslagen op een vindbare plek op hun website publiceren, dat bijvoorbeeld de proces-verbalen en het aantal stemmen op personen alleen in het stadhuis ter inzage worden gelegd en dat daar soms zelfs geen foto's van mogen worden gemaakt. Dit keer moet het echt zo tijdig en transparant mogelijk gebeuren. Ik krijg heel graag de toezegging van de minister dat zij alle gemeenten hier nogmaals nadrukkelijk op wijst.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Özütok. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Otterloo namens 50PLUS.

De heer Van Otterloo (50PLUS):
Dank u wel, voorzitter.

Het zijn bijzondere tijden en het is dan ook een bijzondere verkiezing in tijden van corona, van COVID-19. Dat dwingt ons om nog een keer te kijken naar ons systeem van verkiezingen. We hebben daarover al een overleg gehad. We hebben ook al een eerste wetsvoorstel gehad, maar helaas moet ik toch terugkomen op wat ik ook bij die behandeling heb voorgesteld ten aanzien van het testen van de leden van het stembureau. Toen bleek een tweede golf nog ver weg, maar inmiddels zitten we in die tweede golf. Dat heeft ons geleerd dat we moeilijk de toekomst kunnen voorspellen over hoe het zal zijn op 17 maart. Eén ding weten we zeker: de hoeveelheid vaccinaties die beschikbaar zal zijn, zal niet genoeg zijn om alle leden van het stembureau een vaccinatie te geven, want zij behoren niet tot degenen die voorrang behoeven.

In dat opzicht moeten we zorgvuldig kijken en herhaal ik het pleidooi dat ik toen ook bij motie en amendement heb gedaan, namelijk om goed te kijken naar een check op de gezondheid. Inmiddels worden de sneltesten op een hele grote schaal gebruikt, ook in het reguliere testsysteem, om een eerste check te hebben op besmetting. Vandaar een herhaling van het pleidooi om in ieder geval zeker te stellen dat de leden van het stembureau niet besmet zijn en dat een eenvoudige zelfverklaring dat je geen last hebt van een neusverkoudheid of iets dergelijks, niet voldoende is. Wat dat betreft is er ook een link met het bestaande aantal 70-plussers dat al op het stembureau aanwezig is. Veel stembureaus draaien voornamelijk op mensen van wat hogere leeftijd. Ik weet niet of je ze per definitie kwetsbaar moet noemen. Ik behoor ook tot de categorie die op basis van kalenderleeftijd tot de kwetsbaren behoort, maar zo kijken heel veel mensen niet tegen zichzelf aan. Dat doe ik ook niet. Tegelijkertijd zijn er ook mensen die juist wel kwetsbaar zijn maar niet tot die leeftijdscategorie behoren.

Ten eerste zou ik willen zeggen dat we ons grote zorgen moeten maken over de bemensing van het stembureau. Er moeten heel veel nieuwe mensen bij komen omdat er veel meer stembureaus opengaan. Er is behoefte aan enige kennis van hoe het normaal gaat. Dat is dringend noodzakelijk. Het is prachtig dat mbo-leerlingen zullen helpen met het tellen van de stemmen, maar het bemensen van een stembureau is iets anders dan het tellen van de stemmen. Vandaar ook de vraag die al eerder aan de orde is geweest en waar we natuurlijk allemaal mee worstelen: kun je andere kwetsbare mensen niet ook de mogelijkheid bieden dat ze niet naar het stembureau hoeven?

In dat opzicht zou ik het volgende willen vragen. Ik begrijp dat de argumenten van de Kiesraad om mensen uit te nodigen niet opgaan voor 70-plussers, want dat zijn er veel te veel. Maar zou het voor de andere groep kwetsbare mensen niet mogelijk moeten zijn om een aanvraag voor briefstemmen te doen? Dat gaat over minder mensen, zo is ons idee, en dat maakt het ook makkelijker. Want ook early voting levert niet echt die mogelijkheid op. Het levert wel een spreiding op, maar het is de vraag of de echt kwetsbare mensen naar dat ene stembureau in de kieskring gaan waar ze wel kunnen stemmen, want wat betekent dat ze moeten reizen. Je zou het iets makkelijker moeten maken. Wij zijn hier natuurlijk met een aantal politieke junkies bij elkaar, die ook allemaal hebben gekeken hoe het in de Verenigde Staten is gegaan met de stemmingen, hoewel ik begrijp dat de heer Van der Molen zijn nachtrust ergens anders aan heeft besteed. Het is duidelijk dat het een ingewikkeld proces is, maar wij zijn steeds voorstander geweest van de early voting en van het briefstemmen.

Bij dat early voting is nog wel onze vraag aan de orde over het tellen van de stemmen. Het tellen van de stemmen van de eerste twee dagen begint om 19.30 uur op die dag, begrijp ik. Het tellen van de stemmen is een openbare aangelegenheid. Iedereen heeft toegang daartoe. Daarnet was daar een hele discussie over. Die ga ik niet overdoen, maar ik voel veel voor het amendement van de heer Van Raak over de opiniepeilingen. En ik moet zeggen dat wij ons er toch ook zorgen over maken dat het tellen van de stemmen van maandag en dinsdag leidt tot eerdere informatie. Wij zouden daarvoor dus eigenlijk dezelfde geheimhouding willen hebben die geldt voor de opiniepeilingen. Die mogen pas naar buiten komen als de stembussen echt dicht zijn. En wat betreft de opiniepeilingen: ach, de naaikransjes met de debatwatchers zullen altijd nog wel kijken naar peilingen van de avond voor de verkiezingen. Maar dit gaat over het daadwerkelijk uitbrengen van de stemmen.

Tot slot, voorzitter, hebben wij een aantal vragen over de afhandeling van het briefstemmen. We hebben begrepen dat er een systeem is met twee enveloppen, zodat duidelijk wordt dat de brief is binnengekomen, maar het blijft toch nog een wat kwetsbaar proces. Alles wat met de post gaat, heeft namelijk geen garantie dat het werkelijk aankomt. En dan maakt het niet uit of het binnen een gemeente is of niet. Mijn fractiegenoten krijgen de spullen die in Den Haag zijn verstuurd altijd veel eerder dan ik, terwijl ik in Den Haag woon. Vraag me niet hoe het kan, maar er zit altijd een weekend tussen. Dat zegt ook iets over de wijze waarop de post zijn systeem van het afhandelen van de post inricht. Wij zouden graag zien dat er vergelijkbare afspraken worden gemaakt als met de rouwkaarten. Maar ook dan hebben we nog niet de garantie dat het goed gaat. Ik hoor dus graag van de minister nog meer in detail wat zij kan zeggen over dat geheel, en of de verzendtheorie ook hier waterdicht zou kunnen zijn, zodat ook de stemmen nog meegenomen kunnen worden die zijn uitgebracht op de laatste dag dat het mogelijk is om te stemmen.

Voorzitter, dat waren mijn opmerkingen.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Otterloo. Dan wachten we even.

Het woord is nu aan de heer Sneller namens D66.

De heer Sneller (D66):
We hebben publiek buiten, voorzitter.

De voorzitter:
Ja, inderdaad. Waarschijnlijk de laatste demonstratie van dit jaar.

De heer Sneller (D66):
Ze scanderen "sneller, sneller", hè? Ik zal proberen op te schieten!

Voorzitter. Vraag niet wat de democratie voor jou kan doen, maar vraag jezelf af wat jij kan doen voor de democratie, zeg ik om die andere JFK te parafraseren. Het lijkt erop dat heel veel mensen zich precies die vraag hebben gesteld: gemeentebestuurders, gepensioneerden en studenten.

In de eerste dagen meldden zich al 20.000 vrijwilligers en vanochtend was er het prachtige nieuws — mevrouw Kuiken haalde het al aan — dat duizenden mbo-studenten ook gaan helpen bij het organiseren van de verkiezingen. Dat is nodig ook, want het feest van de democratie duurt deze keer maar liefst een week. Het wordt op meer dan 9.000 locaties gevierd en het moet het grootste coronaproof evenement van Nederland worden. Twee maanden geleden behandelde de Kamer al de eerste aanpassingswet om deze verkiezingen coronaveilig te organiseren. Toen ging het over de hygiënevoorschriften en de veilige afstandsnorm. Het is volgens mij goed dat we dat toen met spoed hebben gedaan, omdat de evaluatie van de herindelingsverkiezingen ook nuttige inzichten oplevert voor hoe de Tweede Kamerverkiezingen georganiseerd kunnen worden. De verkiezingen in november zijn goed verlopen. Toch zijn er een aantal verbeterpunten naar voren gekomen, zoals meer dwingende looproutes en het feit dat het tellen van de stemmen en het daarbij bewaren van 1,5 meter afstand soms lastig was. Dat wordt met die grote stembiljetten nog ingewikkelder.

Bij het debat dat we erover hadden, stonden voor alle sprekers twee doelen voorop. Een zeldzame eensgezindheid van deze Kamer: de verkiezingen moeten doorgaan als het ook maar enigszins kan en de opkomst moet zo hoog mogelijk zijn. Om dat laatste doel te bereiken, had een zeer ruime Kamermeerderheid nog twee verzoeken: vroegstemmen mogelijk maken en briefstemmen mogelijk maken. De regering heeft daarna samen met de gemeenten alles op alles gezet om die wensen mogelijk te maken.

Met deze opeenstapeling van nieuwe maatregelen ten aanzien van de verkiezingen staan gemeenten letterlijk en figuurlijk voor een ongekende opgave. Denk aan extra mensen werven, meer en veilige stembureaus vinden, stembureaus langer openhouden en langer bemensen, extra beveiliging, extra opslag, grotere orders bij drukkerijen en noem maar op. Wat dat betreft waren de nota naar aanleiding van het verslag en de technische briefings die we hebben gehad een interessant proces. Het maakte heel fysiek tastbaar, in ieder geval voor mij, welke ingewikkeldheid er achter dat mooie, soort van cerebrale ideaal van de democratie vandaan komt. Dat loopt tot en met de verschillende vouwwijzen van de stembiljetten, de briefstembiljetten en de beperkte vouwcapaciteit. Ik had daar nog nooit van gehoord.

Het is goed dat de regering na de 30 miljoen die al eerder was beloofd voor gemeenten om dit te organiseren nog 22 miljoen heeft uitgetrokken, want geld mag geen probleem zijn voor de gemeenten bij het organiseren van deze megaoperatie. De minister schrijft dat zij geen signalen heeft dat dit een knelpunt zou zijn. Ik heb die wel gekregen. Ik denk dat gemeenten nu vooral bezig zijn om alles op alles te zetten om het te regelen en te organiseren. Het lijkt me goed als de minister ook na de verkiezingen nog eens met de gemeenten bespreekt of er nou inderdaad kostendekkend gecompenseerd is.

Voorzitter. Dan het vroegstemmen. Op initiatief van de PvdA en D66 zijn de stembureaus voor het eerst een aantal dagen eerder open. In de wet staat het minimumaantal stembureaus dat open moet zijn. Mijn vraag aan de minister is of het alle gemeenten lukt om dat minimum te bereiken. Tegelijkertijd is een minimum precies wat het is, namelijk een minimum. Meer is volgens mij beter. Ik zie in ieder geval in veel gemeenten dat ze ruim boven dat minimum uit gaan komen. Tegelijkertijd hebben ze ook problemen met het vinden van voldoende stemlokalen. Er werd al gezegd dat de scholen door de coronamaatregelen extra problemen hebben.

Mijn vraag aan de minister is wat nou de bevindingen van het ondersteuningsteam stemlokalen tot nu toe zijn. Het is goed om te horen dat zowel publieke als private instellingen helpen. Dat loopt van de Unie van Waterschappen, die op prachtige locaties zitten, tot en met MKB en VNO, die willen helpen. Maar hoe gaat het met de scholen? Die hebben natuurlijk ook al veel te verhapstukken met de huidige lockdown. Zomaar een extra studiedag van bovenaf afkondigen is ook niet een aanlokkelijk perspectief. Mijn vraag is dus hoe dat overleg met haar collega-minister hierover loopt.

Dan las ik dus dat de werving van stembureauleden beter gaat dan verwacht. Tegelijkertijd leren de herverdelingsverkiezingen dat er ook uitval is en dat er dus ongeveer 10% extra zal moeten worden geworven. Klopt dit goede nieuws? Ik hoor graag of de minister die inschatting van de reservecapaciteit deelt. Ik denk dat het goed zou zijn als wij begin februari nog een keer van de minister horen wat de laatste stand van zaken is met de voorbereiding. Mevrouw Kuiken hintte hier ook al op. Dan kunnen we nog een keer gezamenlijk als Kamer aan de bel trekken als we denken dat het niet de goede kant op gaat, ook al heb ik daar op dit moment geen enkel signaal voor.

Dan briefstemmen, voorzitter. Onder normale omstandigheden zijn wij nogal huiverig voor dat briefstemmen, want het stemgeheim is toch maar matig geborgd. Dat is het best geborgd in het stemhokje. Toch zal het deze keer een uitkomst moeten bieden voor mensen met een zwakke gezondheid. Als dit een sprookjeswereld was en daar in vak-K een toverstaf zou liggen waarmee de minister ervoor kon zorgen dat iedereen met een zwakke gezondheid op aanvraag per brief kon stemmen, dan zou ik daar meteen voor tekenen. Maar helaas — ik noemde die fysieke realiteit al — leven we in de echte wereld, waarin een ingewikkelde afweging gemaakt moet worden tussen uitvoerbaarheid, veiligheid, stemgeheim, opkomst en, niet onbelangrijk, het feit dat er een wettelijke grondslag moet zijn voor hoe deze verkiezingen worden georganiseerd. Ik ben er dan van overtuigd dat dit de beste balans is om te zorgen dat die generiek kwetsbare groep van 70-plussers, ook al is — ik zie meneer Van Otterloo daar staan — niet iedereen boven de 70 per se even kwetsbaar … Maar het is toch een objectiveerbare grond en daarmee komt het tegemoet aan de noodzaak om die uitzondering te maken.

Tegelijkertijd zijn er voor dat briefstemmen wel de nodige waarborgen nodig, zoals dat dedicated proces, waar PostNL mee bezig is, en ook de audit die ze laten doen op dat proces, waar volgens mij de heer Öztürk terecht naar verwees. Het zou goed zijn om dat bij de laatste stand van zaken van de minister te krijgen, want er moet vertrouwen zijn in de integriteit van dit proces.

Voorzitter. Ten slotte nog vier heel korte punten. In de wet wordt een bevoegdheid gecreëerd om de telling te schorsen. Gemeenten hebben in het voortraject gevraagd of de stembureaus dan twee uur eerder dicht kunnen. Dat leek mij geen goed idee. Ik ben blij dat de minister daar ook niet voor heeft gekozen. Ik vraag haar te bevestigen dat de stembusgang niet onnodig vroeg wordt afgebroken om die schorsing te voorkomen.

Dan de centrale stemopneming. Dit experiment loopt nog. Mijn vraag aan de minister is wat de precieze status is van dit experiment. Het was al eerder afgesproken en het loopt nu door dit proces heen. Hoeveel gemeenten doen hieraan mee? En ook daarna: wanneer zal dit tot wet worden verheven?

We hebben bij de Amerikaanse verkiezingen gezien dat er ook buitenlandse verkiezingswaarnemers aanwezig waren. Ook uit de gesprekken die ik bij vorige verkiezingen mocht hebben met de OVSE, bleek dat het heel nuttig is dat er met vreemde ogen wordt gekeken naar hoe wij de verkiezingen organiseren. Zo maken wij ons in dat opzicht ook controleerbaar. Dus mijn vraag aan de minister is: hebben zich al buitenlandse verkiezingswaarnemers aangemeld? Zijn die eventueel al uitgenodigd?

Dit is natuurlijk een noodgedwongen experiment, met een aantal nieuwe maatregelen. Mijn vraag aan de minister is: wanneer kunnen wij de evaluatie van deze verkiezingen krijgen? Als er na de verkiezingen van maart in het jaar erop gemeenteraadsverkiezingen zijn, zou het volgens mij goed zijn om de lessen daarbij te betrekken. Dan kunnen we eventueel in iets kalmere contemplatie tot een nieuw wetsvoorstel komen. Dan kunnen we hopelijk ook besluiten om wat meer vroegstemmen mogelijk te maken en wat minder volmachten. Maar laten we daarvoor de evaluatie afwachten.

Verder kijk ik uit naar de operatie "elke stem telt en tel elke stem".

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Sneller. Ik zie daar een jonge gast staan, in de opening. Welkom. Als ik het goed zie, is dat de dochter van de heer Jasper van Dijk. Klopt dat? Welkom, leuk. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Van Esch namens de Partij voor de Dieren.

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Wat leuk inderdaad, welkom. Het gaat over verkiezingen, en het is altijd leuk als ook kinderen meeluisteren. Uiteraard. De verkiezingen zijn namelijk de kern van onze democratie, zoals anderen ook al aangaven. Tot die kern behoort uiteraard ook de vrije toegang tot de stembus voor alle stemgerechtigden. Voor mijn partij is dat echt een hoog goed. Wij maken ons daar op dit moment toch nog wel een beetje zorgen over. We moeten echt alles op alles zetten om die vrije toegang voor iedereen mogelijk te maken. Het stemrecht geldt niet alleen voor de gezonde stemmer, voor de moedige stemmer of voor de stemmer die maling aan de regels heeft. Het geldt natuurlijk ook voor de kwetsbare stemmer, voor de voorzichtige stemmer en voor de stemmer die uit angst voor het virus al maanden grotendeels thuisblijft. Het stemrecht geldt echt ook voor hen. We moeten niet alleen verkiezingen organiseren voor de massa, voor wie het tot dit moment redelijk goed gaat, maar ook voor die kwetsbaren, voor degenen voor wie het minder vanzelfsprekend is.

Als straks blijkt dat een deel van die kiesgerechtigden vanwege het virus niet is gaan stemmen, heeft dat een weerslag op de waarde van de verkiezingsuitslag. Dan hebben we hen in ieder geval niet voldoende geholpen om hun democratische recht te gebruiken. Als gevolg daarvan hebben we dan de komende vier jaar, wat ons betreft, een niet volledig representatieve democratie. Wij willen dat natuurlijk ten zeerste voorkomen. Ik ben benieuwd hoe de minister dat ziet. Hoe gaan we dat voorkomen, om op die manier de komende vier jaar weer hier een Tweede Kamer te hebben? Daarom vragen we hier nogmaals, net als andere partijen dat zojuist ook al deden, wat er nog meer mogelijk is. Zijn er nog meer opties? Hoe gaan we zorgen dat iedereen die mag stemmen en wil stemmen, dat ook echt kan doen op 17 maart?

Ook wij lezen de zorgen van bijvoorbeeld de VNG over de uitvoerbaarheid als er extra maatregelen komen. Wij snappen die zorgen zeker, maar we snappen ook de zorgen van de mensen die op deze manier niet durven, niet willen of dus niet kunnen stemmen. Dus nogmaals de vraag: zijn echt alle mogelijkheden onderzocht? We lezen bijvoorbeeld dat er wel gekeken wordt naar drive-throughstembureaus. Maar wordt er bijvoorbeeld ook gekeken naar stembureaus die buiten zitting nemen? Is dat eventueel te organiseren? Wat zijn de mogelijkheden daarvoor? We weten dat er wat betreft het virus minder mogelijkheden buiten zijn dan binnen.

In de beantwoording van onze vragen las ik dat het kabinet het briefstemmen voor al die kiezers niet als optie heeft overwogen. Het gaf als reden dat er de weinig tijd voor is — dat snappen we — en ook dat het stemgeheim minder goed te waarborgen zou zijn. Dat laatste snap ik aan de ene kant wel, maar ik ben toch wel benieuwd waar de minister dit precies op baseert. In vergelijking waarmee is dat stemgeheim dan minder gewaarborgd? Bij het reguliere stemmen snap ik dat, maar als je kijkt naar het stemmen bij machtiging en het stemgeheim, dan vind ik daar nog wel iets op af te dingen. Dus ik ben benieuwd naar de reactie van de minister daarop. Stemmen per machtiging of briefstemmen en het stemgeheim daarbij vind ik nog wel iets om verder op in te gaan.

Als tijdsdruk de reden is dat briefstemmen voor iedereen onuitvoerbaar is, dan wil ik toch in ieder geval de vraag aan deze minister hebben gesteld of zij überhaupt heeft overwogen om meer tijd te nemen. Was dat een optie die voorbij is gekomen? Ik ben wel benieuwd naar de achtergrond daarvan.

Tot slot. De minister, haar ambtenaren en gemeenten door het hele land zijn hartstikke hard aan het werk om dit voor elkaar te krijgen. Wij willen hun bij dezen alvast danken. Wij proberen met z'n allen volgens mij die 17de maart tot in ieder geval een goed democratisch proces te leiden. Maar wij blijven nog wel zorgen hebben en de vragen die ik net stelde blijven liggen. Doen we echt alles wat we nu kunnen en is dat genoeg voor die kwetsbare stemmer?

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van Esch. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Raak namens de SP.

De heer Van Raak (SP):
Dank je wel, voorzitter. Stel, het is 17 maart in de ochtend en ik heb een verkoudheid of andere coronaverschijnselen. Dan kan ik wel naar een teststraat om te laten testen, op de fiets of met de auto, maar kan ik niet naar een stembureau om mijn grondwettelijk recht uit te oefenen en te stemmen. Dat vind ik opmerkelijk. Daar zit volgens mij iets wat nog niet goed is opgelost.

Ik dank de minister wel voor de wet en voor alle maatregelen die zij genomen heeft. Ik noem bijvoorbeeld het briefstemmen. Zoals veel anderen vraag ik mij wel af of dat niet breder kan. Het is nu voor mensen van 70-plus, maar waarom kan dat niet voor alle kwetsbare groepen?

Met dat briefstemmen maak ik mij toch ook wel zorgen over de postbezorging die we zo mooi hebben geliberaliseerd. Want als vrijdag hier een pakketje op de post wordt gedaan, hebben sommigen van mijn collega-Kamerleden dat op zaterdag en moet ik niet zelden wachten tot woensdag. Hoe zit dat eigenlijk? Is dat een Amsterdamse kwestie? Kunnen mensen in Amsterdam dan nog wel briefstemmen? Misschien weet de minister daar wat opheldering over te bieden.

Dan hebben we het vroegstemmen. We kunnen dit jaar niet alleen op de 17de, maar ook op de 15de en de 16de stemmen. Daar zijn ook stembureaus voor ingericht. Ik heb ook mooie tabellen gezien van hoeveel van die vroegstembureaus er moeten zijn per aantal inwoners. Maar het gaat natuurlijk ook om de grootte. Súdwest-Fryslân heeft meer dan 80 kernen. Ja, dan zou het toch logisch zijn dat er in elke kern in ieder geval de mogelijkheid is vroeg te stemmen, terwijl ik mij ernstig afvraag of er überhaupt wel in elke kern een stembureau is. Hoe zit dat? Gaan we zo niet plekken waar een grote bevolkingsdichtheid is, bevoordelen boven landelijke gebieden, waar de bevolkingsdichtheid wat minder groot is?

Nou wil de minister het aantal volmachten verhogen van twee naar drie. Daar hebben wij wel bedenkingen bij. Bij dat briefstemmen is het stemgeheim al heel moeilijk te handhaven, of eigenlijk niet te handhaven. Maar bij die volmachten ligt dat heel ingewikkeld. Wij hebben elke keer bij de verkiezingen waarnemers, onder andere van de Raad van Europa. In die rapporten van de Raad van Europa, van GRECO, wordt eigenlijk elke keer gezegd: dat volmachtstemmen is eigenlijk buitengewoon kwetsbaar. In sommige delen van het land, Saba, Statia, Bonaire, gebeurt het ook niet.

Maar nu zegt de minister: we gaan het uitbreiden. Wij zien daar wel echt een probleem, wel echt een gevaar. Ik vraag de minister, als we dat briefstemmen mogelijk gaan maken en als we dat vroegstemmen mogelijk gaan maken, waarom dan ook nog die volmachten. Mij helpt het niet als ik op 17 maart 's ochtends met coronaverschijnselen wakker word, want ja, dat briefstemmen kan dan niet meer, vroegstemmen is al geweest, en een volmacht is volgens mij dan ook niet meer praktisch uitvoerbaar. Dus wat moet er nou gebeuren op het moment dat ik op 17 maart 's ochtends met verkoudheid wakker word? Hoe kan ik dan gaan stemmen? En nogmaals, waarom kan ik wel naar de teststraat maar niet naar het stembureau?

Een aantal gemeentes heeft gezegd: we gaan daarmee experimenteren en we gaan in de openlucht of drive-through een stemstraat maken, waar je met de auto, of met de fiets in mijn geval, naartoe kan om alsnog te stemmen. Dat is geloof ik in Vught gebeurd bij de herindelingsverkiezingen. Waarom gebeurt dat niet overal? Waarom gaan we dan zeggen: op een paar plekken is het straks wel mogelijk maar op andere niet? Ik wil ook even de minister voorhouden dat ik daar vragen over heb gesteld in de schriftelijke behandeling. Dan stellen veel fracties vragen en zijn er hele lange antwoorden, maar op de vraag die ik heb gesteld, is er ineens een heel kort antwoord. Het lijkt wel of daar een heel groot stuk tekst is weggevallen. Ik vroeg waarom de regering er niet voor kiest om op zijn minst één coronaproof stemlocatie per gemeente in te richten, een stemstraat. Dan is er een heel kort antwoord: het algemene coronabeleid is dat mensen met klachten thuis moeten blijven en niet naar buiten moeten gaan.

Ja, maar het grondrecht om te kunnen stemmen kun je toch niet inperken? Soms gebeurt dat weleens, bijvoorbeeld bij een terrorist die veroordeeld is door de rechter. Die kan als extra straf opgelegd krijgen dat hij niet mag stemmen. Maar je kan toch niet tegen mensen die corona hebben zeggen: jammer dat je corona hebt, maar dan mag je niet stemmen? Ik zou de minister willen vragen: wat moet ik nou doen als ik op 17 maart 's ochtends met een verkoudheid of met coronaverschijnselen wakker word? Hoe kan ik dan gaan stemmen? Kan de minister mij hier geruststellen? Op dit punt, en overigens ook op het punt van de volmachten, overwegen wij een motie.

Een motie hebben we al ingediend over het aantal stembureaus. Ik ben blij dat de minister het uitgezocht heeft. In meer dan 50 gemeenten komen er minder stembureaus in plaats van meer. De argumenten daarachter vind ik slecht. Ik hoor te vaak van gemeentes die zeggen: in bepaalde buurten verwachten we een lage opkomst, dus doen we minder stembureaus. Nee, het omgekeerde zou het geval moeten zijn. Juist in buurten waarvan we verwachten dat mensen minder snel geneigd zijn om te gaan stemmen, zou je het zo makkelijk mogelijk moeten maken. Ook het op grotere locaties concentreren van stembureaus heeft in ieder geval als nadeel dat mensen weer een stuk verder weg moeten. Kan de minister hier toezeggen dat ze daar regie neemt en ervoor zorgt dat er in elke gemeente, zoals deze Kamer heeft uitgesproken, meer stembureaus komen en niet minder?

Ten slotte nog een punt over de exitpolls. We hebben nu niet één maar drie dagen om te stemmen. Normaal gesproken gaat dat zo: dan kunnen er de hele dag exitpolls worden gehouden en nadat de stembureaus gesloten zijn, wordt dat gepubliceerd. Dat is de ongeschreven regel. Dat is nu wel problematischer, of moeilijker, omdat er drie dagen kan worden gestemd. Nu heeft de minister toegezegd dat ze met die peilbureaus gaat praten. Ik ben benieuwd of daar al een uitkomst is. Als dat niet zo is, heb ik een amendement gemaakt om die ongeschreven regel te codificeren en te zeggen: u mag de héle dag exitpolls houden, van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat, maar zoals gebruikelijk, zoals we ook gewend zijn, mag u dat publiceren als de stembussen zijn gesloten. Graag ook daarover een reactie van de minister.

De heer Martin Bosma (PVV):
Ik heb dat amendement net even snel doorgelezen. In het amendement wordt gesproken over opiniepeilingen, terwijl de heer Van Raak nu spreekt over exitpolls. Dat zijn twee verschillende dingen. Waarom wil hij iets anders aanpakken dan de exitpolls waar hij het over heeft, namelijk opiniepeilingen?

De heer Van Raak (SP):
Die opiniepeilingen zijn in het algemeen de dag voor de verkiezingen. Op de verkiezingsdag zelf heb je exitpolls. Je gaat geen opiniepeiling houden op de dag van de verkiezing zelf, want dat is automatisch een exitpoll. Het probleem is dat we nu niet één dag maar drie dagen hebben. Als de heer Bosma een rondje in de buurt doet of op internet vraagt wat mensen hebben gestemd, of als mensen selfies maken, dan is dat eigenlijk allemaal geen probleem. Het gaat erom dat de officiële peilingbureaus dit keer eigenlijk gaan doen wat ze altijd doen, namelijk het publiceren van een exitpoll nadat de stembussen zijn gesloten om oneigenlijke beïnvloeding van de verkiezingen te voorkomen.

Dank je, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. O, nog niet. De heer Van Gent heeft een vraag. Ik dacht dat u aan de beurt was.

De heer Van Gent (VVD):
Ik heb ook nog een vraag over dat amendement. Ik zag dat gisteravond in mijn mailbox verschijnen. Wij zullen daar dus ook goed naar kijken. Ik lees in ieder geval in de toelichting dat "een vroegtijdige publicatie van verkiezingsuitslagen zou moeten worden voorkomen", maar volgens mij kan dat helemaal niet.

De heer Van Raak (SP):
Nee, dat is precies de reden waarom dat niet moet gebeuren. Zo'n exitpoll heeft de suggestie van een uitslag, terwijl de verkiezingen nog niet klaar zijn.

De heer Van Gent (VVD):
"Het vroegtijdig publiceren van verkiezingsuitslagen moet worden voorkomen". Maar nogmaals, volgens mij zijn er geen vroegtijdige verkiezingsuitslagen. Er zijn mogelijk wel vroegtijdige exitpolls, maar er zijn geen vroegtijdige verkiezingsuitslagen.

De heer Van Raak (SP):
O, op die manier.

De heer Van Gent (VVD):
Misschien moet u daar nog even goed naar kijken.

De heer Van Raak (SP):
Nou, dat wil ik graag aanpassen. Als ik daardoor de steun krijg van de VVD, pas ik dat graag aan. Anders trouwens ook.

De heer Van Gent (VVD):
Ik beloofde al dat we het goed zouden bestuderen en bij dezen ziet u dat we daar al mee bezig zijn.

De heer Van Raak (SP):
Is goed. Het staat genoteerd. Dank voor de tekstsuggestie.

De voorzitter:
Dan is dat ook opgehelderd. Dank u wel, meneer Van Raak. Dan geef ik nu het woord aan de heer Bisschop namens de SGP.

De heer Bisschop (SGP):
Mevrouw de voorzitter, ik dank u zeer. Ik zit even naar de tijdklok te kijken. Heb ik nou twee uur en één minuut beschikbaar?

De voorzitter:
Nou, er wordt hier een beetje ... Het wordt alleen maar meer, zie ik.

De heer Bisschop (SGP):
Ik heb mij eerlijk gezegd niet helemaal op die filippica voorbereid, maar ik wil het wel proberen, hoor.

De voorzitter:
Gaat uw gang. Het komt goed.

De heer Bisschop (SGP):
Mevrouw de voorzitter. Een van de charmes van de Grondwet is zijn eenvoud. Je zet in artikel 4: "Iedere Nederlander heeft gelijkelijk recht om volksvertegenwoordigers te kiezen". Je voegt daar in artikel 53 aan toe: "De verkiezingen worden gehouden bij geheime stemming". Je denkt dan: dat is helder en duidelijk. Maar vervolgens rijst de vraag: hoe werk je dat nou uit in de complexe tijd van een pandemie? Dat is waar wij ons hier over buigen. Hoe wegen wij dan belangrijke voorwaarden, zoals veiligheid, zorgvuldigheid en gelijkheid tegen elkaar af? Dan moeten we eerlijk erkennen dat het in tijden van pandemie duidelijk is dat je niet aan alle voorwaarden volledig kunt voldoen als overheid. De SGP vindt het totaalplaatje dat de regering nu voorlegt in ieder geval zorgvuldig. Ik spreek graag mijn waardering uit voor de inzet van de regering en de gemeenten om de verkiezingen zo goed mogelijk te organiseren.

De SGP neemt daarbij de noodkreet van gemeenten, die zeggen dat ze aan de grens van uitvoerbaarheid zitten, serieus. We hebben niet de luxe om allerlei nieuwe wensen in te dienen. De gemaakte keuzes verdienen wel een duidelijke afweging en toelichting. Ik stel een paar punten aan de orde. Waarom heeft de regering er bijvoorbeeld niet voor gekozen om in plaats van het produceren en verspreiden van 2,4 miljoen stempluspassen voor 70-plussers een aanvraagprocedure via de huisarts te laten verlopen? Er zullen namelijk heel veel 70-plussers zijn, onder wie collega Van Otterloo, voor wie stempluspassen vanwege de vele alternatieven helemaal niet nodig zijn.

De SGP vraagt ook speciale aandacht voor kwetsbare kiezers onder de 70. We horen van mensen die al sinds maart binnen zitten en een beperkt netwerk hebben. Niet voor iedereen is stemmen bij volmacht of een gang naar een briefstembureau een optie. Nu schrijft de regering terecht dat gemeenten niet weten welke burgers kwetsbaar zijn. Op zich is dat maar goed ook, want je moet er niet aan denken dat een overheid dat wel allemaal in de peiling zou hebben. Maar wat te denken van de suggestie om bij een aanvraag een verklaring van de arts te verplichten? Om fraude te voorkomen zou je dan de huisartsen kunnen verplichten of vragen om tot een bepaalde datum de namen door te geven van degenen voor wie een verklaring is afgegeven om per brief te willen stemmen. Met alle alternatieven die er zijn, zal het niet stormlopen om van deze mogelijkheid gebruik te maken, zo verwachten wij. Ik vraag de minister om hier eens concreet op te reflecteren. Is ten minste overwogen om gemeenten die het willen en die er voor 1 februari in slagen om het te organiseren, de mogelijkheid daartoe te bieden en daarmee ervaring op te laten doen? Daarmee is de rechtsgelijkheid inderdaad niet gegarandeerd, maar dat is ook niet het geval met de leeftijdsgrens van 70 jaar. Het is wel winst dat zo veel mogelijk burgers veilig kunnen stemmen.

Voorzitter. Er is een onderzoek gedaan naar de doorlooptijd van procedures om kiezers toe te laten tot de stemming. Het controleren van de stempassen en het register van ongeldige stempassen door twee leden van het stembureau gebeurt na elkaar, maar dat kan ook gelijktijdig gebeuren. Gelijktijdig controleren blijkt tijdwinst op te kunnen leveren. De SGP hoort graag welke keuze hierin gemaakt is. Kan het parallel controleren het risico op drukte vermijden? Weegt dat op tegen eventuele andere risico's? Ik hoor graag de reflectie van de minister. In hoeverre hebben stembureaus de ruimte om zelf te bepalen welk proces in de gegeven omstandigheden het verstandigst is?

Bij een beperkt percentage van de kiezers bleek het nodig om de toegang tot de stemming te weigeren, omdat men niet aan de regels wilde voldoen. Dat zijn vervelende situaties, die zo snel mogelijk opgelost moeten worden. De regering geeft aan dat een stembureau bijvoorbeeld bijstand van boa's kan vragen. Mijn concrete vraag is: zijn er afspraken gemaakt over de tijdige beschikbaarheid van handhavers voor problemen in stemlokalen?

Uit de praktijk blijkt dat de openingstijden van bijzondere stembureaus in zorglocaties niet ruim hoeven te zijn om iedereen te kunnen bedienen. Dat kan de SGP zich goed voorstellen, mits de voorlichting voldoende is. Is sprake van duidelijke afstemming tussen gemeenten en zorglocaties over openstellingen en openingstijden van bijzondere stembureaus, zodat alle bewoners voldoende gelegenheid hebben om te stemmen?

Voorzitter. Ik had nog een vraag over de opiniepeilingen, maar die laat ik liggen, want daar is al per interruptie op gereageerd.

Tot slot wenst de SGP de gemeenten veel succes bij de uitvoering. We hopen dat de positieve ervaringen bij de herindelingsverkiezingen ook na 17 maart te horen zijn.

Dank u zeer.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Bisschop. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Van der Graaf namens de ChristenUnie. Gaat uw gang.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Verkiezingen en het kiesrecht, het recht voor Nederlanders om hun volksvertegenwoordiging te kiezen, is een van de belangrijkste fundamenten en grondrechten in onze democratische rechtsstaat. Zoals heel veel in deze tijd en onwerkelijke periode ziet de uitoefening van het kiesrecht er dit jaar anders uit. Om de gezondheid te beschermen is het van belang om waakzaam te zijn, ook in het stemlokaal. Bij de vorige wetsbehandeling hebben we al maatregelen getroffen om in het stemlokaal de afstand van 1,5 meter te kunnen waarborgen en de hygiënemaatregelen te kunnen treffen. De herindelingsverkiezingen en ook de verkiezingen op Sint-Eustatius laten zien dat het kan: op een veilige manier je stem uitbrengen in het stembureau tijdens corona.

Voorzitter. Mijn vraag sluit aan op wat de heer Van Raak zei: wat nou als ik op de dag van de verkiezing toch een verkoudheid heb of andere verschijnselen van corona? Kan de minister uitleggen hoe de verkiezingsdag er op die dag voor mij uit zou zien en op welke manier ik op die dag alsnog mijn stemrecht kan uitoefenen?

Voorzitter. Ik heb ongelofelijk veel waardering, en mijn fractie heeft veel waardering, voor de minister, voor de ambtenaren en voor de gemeenten, die in relatief korte tijd heel zorgvuldig hebben gekeken hoe we de verkiezingen in maart op een goede manier kunnen laten plaatsvinden. Wij willen onze waardering daarvoor uitspreken.

De minister stelt met dit wetsvoorstel een aantal extra maatregelen voor om onze stem uit te kunnen brengen. Zo is voor mensen van 70-plus de mogelijkheid van briefstemmen in het leven geroepen. Ik wil de minister danken voor haar uitgebreide beantwoording van onze vragen in de schriftelijke ronde bij deze wet over hoe dat hele proces eruitziet, hoe minutieus dat is toegelegd. Dat heeft heel veel duidelijkheid bij ons teweeggebracht. Ik zou de minister willen vragen om dit proces ook voor het publiek zo duidelijk mogelijk toegankelijk te maken.

Ik ben ook erg blij met de verduidelijking over mensen van 70-plus die zo'n stempluspas hebben ontvangen en hun briefstem zouden willen uitbrengen, wat iets anders is dan anders. Als zij die briefstem toch bij het stembureau brengen, dan zal die stem in vertrouwde handen terechtkomen en zijn. Daar ben ik erg blij mee. Ik vraag de minister of er een telefonische hulplijn kan komen voor mensen die vragen hebben over wat ze nou precies moeten met die stempluspas. Nogmaals, dit is iets nieuws. Ook voor de mensen van 70-plus — ze kunnen ook op hele hoge leeftijd zijn — is dat een hele verandering vergeleken met wat zij in hun hele leven tot nu toe hebben meegemaakt vanaf hun kiesgerechtigde leeftijd.

Wat de post betreft is het advies van de minister nu om je stem op vrijdag alvast op de bus te doen om er zeker van te zijn dat die op tijd binnenkomt. Wij zouden daar wat extra aandacht voor willen hebben. Kan de minister met de post afspraken maken dat de brievenbus geleegd wordt op alle dagen vanaf de week voor de verkiezingsdag, zodat de brieven ook op het laatste moment nog opgehaald en meegeteld kunnen worden? Dan hoef je de brief niet per se op vrijdag op de bus te doen, maar kan dat ook op maandag, en eventueel kan de bus zelfs in het weekend geleegd worden. Graag een reactie welke mogelijkheden we hebben om de ophaaltijden van de post uit te kunnen breiden op alle plekken in het land, niet alleen in de steden maar ook in de dorpen.

Voorzitter. Dan het vervroegd stemmen. De ChristenUnie vraagt zich af voor wie dat het meest bedoeld is. De Kiesraad heeft gezegd dat we er rekening mee moeten houden dat het op die dagen, maandag en dinsdag, extra druk kan worden bij de stembureaus. Ik heb de minister deze week in een talkshow horen zeggen dat het voornamelijk bedoeld is voor mensen met een kwetsbare gezondheid. Kan de minister daarover vandaag duidelijkheid geven?

Dat brengt mij op de mogelijkheid voor mensen met een kwetsbare gezondheid om hun stem uit te brengen. De ChristenUnie vond het een aantrekkelijk voorstel van de Kiesraad om het briefstemmen niet alleen mogelijk te maken voor mensen van 70-plus maar, op aanvraag, ook voor degene die het zou willen en voor wie dat een uitkomst zou zijn. Maar we zien, en zijn ook overtuigd geraakt door de uitleg van de minister en de reacties van de gemeenten, dat dat op deze termijn niet meer haalbaar is. Is onze veronderstelling juist dat dit, als we eerder waren begonnen met de voorbereidingen van deze verkiezingen, wel mogelijk zou zijn geweest? Kan de minister daar nog op ingaan?

Voorzitter. Dan is de ChristenUnie er voorstander van om de mogelijkheden van een bijzonder stembureau of een bijzondere locatie volledig te benutten en uit te breiden. De drive-throughstembureaus kwamen al langs, maar ook de openluchtstembureaus. Wij willen heel graag dat de minister daar volop de ruimte voor gaat bieden, ook om mensen met een kwetsbare gezondheid of mensen die op de ochtend van de verkiezingsdag met een verkoudheid worden geconfronteerd, toch in de gelegenheid te stellen om hun stem uit te brengen. Kan de minister daarop reageren?

Voorzitter. Bij de vorige wetsbehandeling is al de mogelijkheid voor een derde volmachtstem in het leven geroepen. De ChristenUnie is altijd kritisch geweest op die volmachtstem. Niet alleen is de volmachtstem niet altijd een volwaardig alternatief voor mensen omdat je je stemgeheim moet prijsgeven, maar het is ook kwetsbaar. De Kiesraad en ook de OVSE wijzen daar al jaren op. Mijn fractie vindt de keuze om het aantal volmachtstemmen uit te breiden naar drie dan ook zeker geen vanzelfsprekende. We hebben nog de aangehouden motie-Bruins/Van der Graaf liggen, waarin wordt verzocht om na de herindelingsverkiezingen een heroverweging te doen op dit punt. De reactie van de minister daarop was dat de volmachtstem bij de herindelingsverkiezingen nog niet van toepassing was. We hebben de motie om die reden aangehouden. Maar de vraag doemt wel op of het, met alle extra mogelijkheden die we nu in het leven roepen, nog wel nodig om die extra volmachtstem in stand te houden. Want we kennen de kwetsbaarheden daarvan. Graag een reactie daarop van de minister.

Voorzitter. In relatie tot het vervroegd stemmen vraag ik, net als collega's, hoe we de risico's van het beïnvloeden van de stembusgang kunnen beperken. Hoe wil de minister omgaan met eventuele exitpolls? Ik stel de vraag maar even zo. Collega's hebben de vraag anders gesteld en gevraagd naar een nadere invulling, maar ik wil daar graag een toelichting op van de minister.

Voorzitter. De evaluatie van de herindelingsverkiezingen laat zien dat het in de praktijk lastig is om in het stembureau afstand te houden van mensen die bijstand nodig hebben bij het uitbrengen van hun stem. Niet altijd werden het mondneusmasker en de handschoenen gedragen. Ik steun de minister op het moment dat zij de gemeenten erop wil wijzen om dit als extra instructie mee te geven richting de stembureauleden, ter bescherming van de leden van het stembureau en ter bescherming van de kwetsbare kiezer die bijstand nodig heeft, maar vooral ook om de kwetsbare kiezer die bijstand nodig heeft toch in de gelegenheid te stellen om zijn of haar stem uit te brengen.

De evaluatie laat ook zien dat vooral de afstand bij het tellen van de stemmen moeilijk is. Daarom is de mogelijkheid in het leven geroepen om de stemmen te tellen op een andere locatie. Ik vraag de minister om dit nog wat nader te duiden. Hoe ver zou die locatie van het stembureau af mogen zijn? Hoe moeten we dat zien? We moeten toch voorkomen dat we met al die mensen en al die stemmen door de stad of door de wijk moeten lopen? Hoe ziet de minister dit precies voor zich?

Ik sluit me aan bij collega's die aangeven dat scholen misschien een interessante optie zijn. Ik weet dat al veel scholen als stembureaulocatie fungeren. In deze tijd zijn verzorgingshuizen en verpleeghuizen misschien moeilijker om als locatie te hanteren. Een school zou misschien een interessante optie kunnen zijn, waarbij je ook de ingang en uitgang nog zou kunnen spreiden.

Deze vragen zou ik graag in de eerste termijn willen stellen aan de minister. Ik ben erg benieuwd naar haar reactie erop.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van der Graaf. Dan geef ik nu het woord aan de heer Martin Bosma namens de PVV.

De heer Martin Bosma (PVV):
Voorzitter. De Amsterdamse cultuurfilosoof Johan Cruijff zei: elk nadeel heb se voordeel. Het voordeel van het feit dat deze week zo'n beetje alle plenaire debatten zijn geschrapt, is dat dit debat wél plenair behandeld kan worden. Dat is een goeie zaak, denk ik, want het gaat over iets zeer principieels in onze Nederlandse democratie. Fijn dus dat we op deze plaats mogen staan.

Om maar met de deur in huis te vallen: het allerbelangrijkste is dat er veel stembureaus zijn. Mensen moeten kunnen stemmen. Er moeten genoeg mensen zijn om die stembureaus allemaal te bemannen. Er moeten genoeg voorzieningen zijn, zodat elke stem telt. Het is toch wat dat de minister zegt dat er in 50 gemeenten minder stembureaus zullen zijn. Dat kan niet. Zeker in landelijke gebieden is dat niet te verteren.

Schokkend is dat in dit debat collega's met totalitaire fantasieën op de proppen komen. Ik schrik van GroenLinks, dat stelt dat er door deze minister "niet-vrijblijvend" gesproken moet worden met opiniepeilers. Ik citeer ook het woord "afspraken" en de woorden "stukje commitment". Dit moeten we toch gewoon allemaal niet doen? We moeten dit gladde pad toch niet opgaan?

Het is recht op informatie om opiniepeilingen tot je te nemen. Er bestaat in de politicologie overigens geen enkel bewijs voor een soort bandwagoneffect. Er bestaat wel zoiets als het recht op informatie. Ik wijs even op de Grondwet. Niemand heeft vooraf toestemming nodig. Ik wijs ook even op artikel 10 van het EVRM, dat gaat over vrijheid van informatie. Die gesprekken moeten niet plaatsvinden, al was het alleen maar omdat de minister een vertegenwoordiger is van de overheid, die met grote budgetten wellicht ook zakendoet met dit soort bureaus. Hoor ik van de minister dat we deze enge kant niet opgaan?

Voorzitter. Dan briefstemmen. Ik ben er in principe een voorstander van. Ik ben aan alle kanten huiverig, maar gezien de omstandigheden zeg ik: laten we het doen. De heer Öztürk zei bij de technische briefing iets slims; daarom heb ik het onthouden. Hij zei: hoe je het ook wendt of keert, je stemt vanaf huis, en dan is die stem uit je handen en je weet niet wat ermee gebeurt. Je bent overgeleverd aan de grillen van de postbode en van de verwerking door Tante Pos. Je weet verder niet wat ermee gebeurt. Elk pakketje waarin je nieuwe usb-drive of je nieuwe Zalandoschoenen zitten die je hebt besteld, kun je inderdaad via track and trace volgen, en dan weet je dat je bij de buren moet zijn om het op te halen. Maar hier is daar in de verste verte geen sprake van. Dit is dus een hele rare en eigenlijk ook verontrustende zaak. Je moet er niet aan denken dat er in de maanden na de verkiezingen ineens nog allemaal stemmen tevoorschijn komen.

Voorzitter. Een principiëlere vraag aan de minister is deze: kan het briefstemmen de uitslag van de verkiezingen beïnvloeden? Wij politici denken allemaal dat heel Nederland vier jaar lang aan onze lippen gekluisterd zit en dat iedereen een mooie beslissing neemt, maar in de praktijk blijkt dat de beslissing wat iemand gaat stemmen vaak in de laatste 24 uur voor de verkiezingen wordt genomen. Dat blijkt ook uit het verkiezingsverloop de afgelopen jaren. Denk aan de komeetachtige opkomst van Diederik Samsom twee verkiezingen geleden, die werkelijk waar in de laatste dagen voor de verkiezingen ineens op 38 zetels terechtkwam. Daar heeft ook de heer Öztürk zijn carrière aan te danken. Ik zeg dit in alle neutraliteit. Denk ook aan de Turkse minister die bij de verkiezingen in Rotterdam aanwezig was. Ook dat had invloed op de verkiezingen. Dat speelde zich allemaal af op, ik dacht, de zondag voor de verkiezingen. Denk ook aan de commotie die de heer Timmermans destijds maakte rondom de sticker van mijn fractieleider, inzake de Koran en de islam. Er zouden grote problemen ontstaan met Saudi-Arabië. Dat speelde zich ook af in de laatste dagen voor de verkiezingen. Kortom, de laatste dagen voor de verkiezingen zijn cruciaal. Die bepalen de verkiezingsuitslagen.

Bij briefstemmen moet je stem op woensdag binnen zijn. Als 2,4 miljoen mensen daar in principe gebruik van kunnen maken, dan kan het over enorme aantallen gaan. Ouderen zijn vaak plichtsbewust, dus zij laten het niet op de dinsdagavond aankomen. Zij nemen het zekere voor het onzekere en doen in het weekend, of misschien nog wel eerder, hun stem op de bus. Al die dingen, zoals Diederik Samsom, de Turkse ambassadeur en het stickertje, missen ze dan. Ik denk dat je dan wellicht een andere verkiezingsuitslag krijgt. Ik hoor graag van de minister of zij dat met mij eens is.

Veel van deze ouderen zouden kunnen denken: woensdag zijn de verkiezingen, dus dan ga ik woensdag gewoon naar de postbus om mijn stem weg te brengen. Die stem arriveert dan vrijdag. Telt die stem dan als niet-uitgebracht? Als ik de stukken lees, is dit het geval. Dit zou best om heel veel mensen kunnen gaan.

De voorzitter:
Voordat u verdergaat, geef ik het woord aan de heer Öztürk.

De heer Öztürk (DENK):
Ik dank de PVV voor haar steun aan onze vraag om track and trace toch voor de verkiezingen te regelen. Het klopt dat de laatste dagen belangrijk zijn. Daarom hebben wij het volgende gezegd. Het kan zijn dat uit een eventuele exitpoll op maandag komt dat de VVD en de PVV gaan racen. De media houdt wel een beetje van een verkiezingsrace in de laatste paar dagen. Dit kan in het voordeel zijn van de PVV of van de VVD. Juist daarom hebben wij gezegd dat er wel exitpolls moeten komen, maar dat deze pas op woensdagavond om 20.00 uur of 21.00 uur mogen worden gepubliceerd. Daar kunt u toch niet tegen zijn?

De heer Martin Bosma (PVV):
Nou, ik ben daar wel tegen. Ik wil het ook wel toelichten hoor.

De heer Öztürk (DENK):
Hier komt het hypocriete van de heer Bosma naar voren, want het komt hem nu goed uit. Net maakte hij allerlei opmerkingen over de laatste dagen, bijvoorbeeld over Samsom, maar nu komt het hem goed uit. Als het gaat om een race tussen de VVD en de PVV, waarbij hij door de exitpolls een aantal extra zeteltjes kan binnenhalen en de PVV eindelijk eens een keer Rutte kan inhalen, dan zegt hij: het komt mij wel goed uit. Ik denk dat het goed is als de heer Bosma met argumenten komt. Waarom houdt hij net een heel verhaal dat best redelijk te volgen was, maar geeft hij nu een hypocriet antwoord?

De heer Martin Bosma (PVV):
Ho ho ho. Het is de laatste dag van het jaar. Laten we proberen om een beetje in de kerstsfeer te komen.

De voorzitter:
Ja, een beetje aardig zijn.

De heer Martin Bosma (PVV):
Ja, kom op zeg!

De voorzitter:
Maar dat geldt ook voor u.

De heer Martin Bosma (PVV):
Ja, voor mij geldt dat altijd. De heer Öztürk stelt nu dat de komende Kamerverkiezingen een tweestrijd worden tussen de Partij voor de Vrijheid, mijn partij, en de VVD. Dat laat ik voor zijn rekening. Maar als hij dat zo ziet opdoemen, wie ben ik dan om hem tegen te spreken? Ik heb net al aangegeven waarom ik tegen een verbod op het publiceren van exitpolls c.q. opiniepeilingen ben en zelfs tegen het beïnvloeden van publicatie ben. Eén. Er is überhaupt geen politiek en logisch bewijs dat een bandwagoneffect verkiezingen beïnvloedt. Dus welk probleem ga je dan oplossen? En principieel gezien — dan kijk ik ook even naar deze minister van liberale huize — betreft het gewoon het recht op informatie. Mensen moeten dit weten. Als de ene partij het goed doet, dan kun je zeggen: "Oké, die partij doet het goed. Weet je wat? Ik hoef er dan niet meer op te stemmen". Of vice versa. Het hoort gewoon bij het hele palet op grond waarvan mensen hun stem bepalen. Ik geloof in de volwassenheid van kiezers en burgers. Ik geloof dat mensen volwassen zijn, maar u gelooft dat jammer genoeg niet.

De heer Öztürk (DENK):
Met andere woorden, de heer Bosma vindt het dus goed als de media op maandagavond zeggen: "Mensen stemmen massaal op de PVV. Stem dus op de VVD, als u geen PVV wilt"? U vindt het dus goed als de media, opiniemakers of exitpolls invloed hebben, waardoor mensen op een andere partij gaan stemmen? In principe zegt u dus dat strategisch stemmen u op dit moment goed uitkomt: laat maar gaan.

De heer Martin Bosma (PVV):
Dat heet gewoon persvrijheid en u heeft nog steeds moeite om daaraan te wennen. Het zou een stukje integratie kunnen zijn als u dat gewoon accepteert. We hebben media en die publiceren zaken. Soms staan er leuke dingen in en soms staan er geen leuke dingen in. In de Grondwet staat gewoon dat niemand vooraf toestemming nodig heeft. We hebben ook nog artikel 10 van het EVRM. Zo simpel is het. Ik vind dat burgers recht hebben op informatie. Al die informatie telt mee in een zeer volwassen beslissing om ergens wel of niet op te stemmen.

De voorzitter:
Is dat een persoonlijk feit?

De heer Öztürk (DENK):
U heeft gevraagd om aardig te blijven. Ik heb me ingehouden en dan komt Bosma met dit soort verhalen. Ik denk dat het goed is als hij dat aan het einde van het jaar op een goede manier rechtzet. Dan is de discussie afgelopen.

De heer Martin Bosma (PVV):
Ik heb het niet verstaan, voorzitter, maar ik ben het niet met hem eens.

Voorzitter. Een ander punt is dat het toch ingewikkeld is dat ...

De voorzitter:
Ik heb de neiging om jullie alsmaar de ruimte te geven, want misschien is dit het laatste debat. Dat is dan wel weer zo.

De heer Martin Bosma (PVV):
Briefstemmen kan door een hoop mensen — het gaat om ouderen — gepercipieerd worden als ingewikkeld. Je krijgt namelijk twee keer post, zo'n pas et cetera. Dat kan toch heel vervelend uitpakken voor heel veel mensen. Wat nou als mensen met zo'n briefstemformulier naar het stembureau gaan, omdat ze denken dat dat is wat ze moeten doen? Telt dat dan ook gewoon netjes mee? We lezen dat dit in een ministeriële regeling terechtkomt. Ik ben daar erg benieuwd naar.

Voorzitter. Principieel gezien is mijn fractie altijd bijzonder huiverig geweest wat betreft dit soort onderwerpen. Het zet namelijk de deuren open voor allerlei onoverzichtelijke zaken die haaks staan op het principe van het stemgeheim. De afgelopen keren meldden hele families zich bij stembureaus. Zeer terecht is daarop door onder anderen meneer Aboutaleb ingegrepen. Er hangen tegenwoordig ook allemaal bordjes in de stembureaus, want we willen geen clubjes. Nu kun je krijgen dat er in familieverband, of in koffiehuis- of moskeeverband, dit soort zaken worden uitgewisseld. Dat is toch heel gevaarlijk? Dat is een absoluut nadeel van deze zaak.

Stel dat je weigert om een mondkapje te gebruiken en je toch meldt bij een stembureau. Word je dan geweigerd? Het is toch een grondwettelijk recht om te stemmen. Stel dat je je ziek voelt en denkt: ik heb vanochtend mijn ontbijt niet geproefd, maar het is toch woensdag 17 maart. Je gaat naar het stembureau en meldt dit bij de baas van het stembureau. Kan er dan gezegd worden dat je niet mag stemmen? Nogmaals, het gaat om een grondwettelijk recht.

Er is iets heel raars aan de hand. Voorzitter, ik kijk met een schuin oog naar u. Het is niet dat ik u wil betrekken in het debat, want dat hoort niet. Maar de minister stelt voor — zo staat dat er letterlijk — dat de Tweede Kamer vijf dagen later wordt beëdigd dan normaal het geval is. Normaal wordt de nieuwe Kamer acht dagen na de verkiezingen beëdigd. De minister stelt nu dertien dagen voor. Wellicht is dat om de tijd te kunnen nemen. Ik vind dat raar. Misschien zit ik iets te lang in het Presidium en ben ik er wat gevoelig voor geworden, maar het is toch raar dat een minister van Binnenlandse Zaken iets dergelijks vraagt aan de Tweede Kamer? Misschien zijn er praktische redenen voor, maar een minister gaat daar niet over. Wij gaan daarover. Het is een verzoek. Ik weet niet wat ik ervan moet vinden, maar ik vind het op z'n minst op het randje.

De voorzitter:
Op het randje klinkt heel dramatisch maar wat u aansnijdt, is inderdaad wel een punt. Ik wist trouwens niet dat u dit ging inbrengen, maar het is wel alert dat u dit aan de orde stelt. Dit heeft inderdaad gevolgen voor de Kamer. Aan het eind, als iedereen is geweest, ga ik daar iets op zeggen. Ik wil ook namens jullie een vraag aan de minister stellen. Dat is een beetje ongebruikelijk, maar dit is wel belangrijk voor de Kamer als geheel.

De heer Martin Bosma (PVV):
Dat is niet "een beetje" ongebruikelijk.

De voorzitter:
Dat is helemaal ongebruikelijk.

De heer Martin Bosma (PVV):
Dat is nog een cliffhanger. Het wordt interessant, voorzitter.

De voorzitter:
De heer Sneller denkt: nu is het mijn kans om iets te zeggen. Meneer Sneller, wilt u dat weten?

De heer Sneller (D66):
Ik houd wel van een cliffhanger, dus ik wacht even tot het einde van het debat. Ik ben zelf in het verleden inderdaad bezig geweest om te kijken of we die vijf dagen juist konden verkorten. Het is namelijk voor de kiezer die heeft gestemd ook fijn om zo snel mogelijk het resultaat daarvan te zien. De formatie kan dan ook afgezegend beginnen. Richting de heer Bosma wil ik het volgende zeggen. Dit is toch gewoon een hele normale procedure? Het staat ook al in een ander wetsvoorstel en nu wordt het tijdelijk geregeld. Het wordt beargumenteerd. Wij zijn medewetgever en het kabinet komt met een voorstel. Daar is verder toch niks geks aan?

De heer Martin Bosma (PVV):
Ja, er is wel iets geks aan. Het schuurt op z'n minst. Wij als Tweede Kamer zijn gewoon het hoogste lichaam in Zijner Majesteits democratie. Wij controleren de regering, en nu zegt de regering iets over ons. Dat is niet zoals het moet zijn in principe. Dat is gewoon het staatsrechtelijk uitgangspunt. Ik vind het op z'n minst raar. Ik vind het wel begrijpelijk, maar het staat haaks op de staatsrechtelijke verhoudingen.

De heer Sneller (D66):
Volgens mij komen er wel meer wetsvoorstellen van het kabinet. Vervolgens bespreken wij die hier. In dat opzicht is het helemaal in lijn met de staatsrechtelijke verhoudingen en hebben wij inderdaad vooralsnog het laatste woord, dus laten we dat gebruiken. Maar ik ben blij dat de heer Bosma ook zegt dat hij het begrijpelijk vindt.

De heer Van Raak (SP):
Ik wil de heer Bosma en de voorzitter wel even bijvallen. Inhoudelijk snap ik de overwegingen van de minister heel goed, maar de parlementaire weg was geweest dat er een verzoek komt vanuit het kabinet aan de Kamer en dat de Kamer besluit om dat wel of niet te doen. Ik ben het helemaal met de heer Bosma eens dat dat niet hoort via de achterdeur van een wet.

De heer Martin Bosma (PVV):
Nee, want het staat ook in, uit mijn hoofd, artikel 5.6 van de memorie van toelichting en ik vind het nogal een principieel ding. Nogmaals, qua omstandigheden is het misschien wel te begrijpen, maar nu komt de regering met iets inzake de Tweede Kamer. Alles leuk en aardig, maar de regering gaat niet over ons. Wij staan mijlenver boven het kabinet. Niet waar, meneer Van Otterloo?

De heer Van Otterloo (50PLUS):
Ik wou de heer Bosma op dit punt bijvallen in die zin dat wij hier de wetgever zijn. Maar ik wil ook even in herinnering brengen dat, toen ik in '94 de Kamer uitging, het ook twaalf dagen later was. Het is dus geen wet van Meden en Perzen dat het acht dagen is. Het is ook een hele tijd twaalf dagen geweest na de verkiezingen.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Otterloo. Ik stel voor dat u verdergaat.

De heer Martin Bosma (PVV):
Nou, goed dat we in de Kamer iemand hebben met een geheugen dat zo lang teruggaat.

Voorzitter. Een ander punt is de verkiezingssoftware. Waarom wordt het softwarepakket OSV2020 gebruikt in dit stemproces? Waarom worden totalen niet met de hand of met een rekenmachine opgeteld? Als er meer gebeurt met OSV2020 dan alleen optellen, wat natuurlijk ook gewoon met een rekenmachine kan, zoals verzenden van gegevens, dan kan het toch niet anders dan dat de computer waarop OSV2020 draait, met het internet is verbonden? Dat maakt de zaak op z'n minst gevoelig voor inbraken et cetera. We zien hoe dat in Amerika gaat. Dat is op z'n minst omstreden; laat ik het heel neutraal formuleren. De VVD heeft hier ooit voorgesteld om de verkiezingssoftware te gebruiken van hetzelfde bedrijf dat nu in Amerika zo onder vuur ligt: Dominion. Dus er is aan alle kanten reden om voorzichtig te zijn.

De volmachten worden vaker gebruikt. Hoe gaat de minister verder misbruik voorkomen als er straks steeds meer volmachten gebruikt worden? Hoe wordt misbruik bij het elektronisch verschaffen van volmachten voorkomen? In de memorie van toelichting worden wat maatregelen besproken waarmee vervalsing van uitgeprinte exemplaren een beetje moeilijker wordt gemaakt. Maar hoe wordt het ronselen van stemmen voorkomen? Is de minister het verder eens met mijn standpunt dat het ronselen van stemmen nu eenvoudiger gemaakt is? Dat moeten we met z'n allen niet willen.

Voorzitter. Ten slotte over grondrechten. Klopt het dat de minister carte blanche krijgt om de dag voor de verkiezingen te bepalen wat voor maatregelen er worden getroffen? Waarom is dit? Had dat niet gewoon in het wetsvoorstel geregeld moeten worden? Vindt de minister dit na nadere bestudering ook geen kwalijke zaak? In antwoord op de vraag van GroenLinks geeft de minister aan tot twee dagen voor de verkiezingen nog per ministeriële regeling aanvullende regels te kunnen maken. Dat kan de minister toch niet menen? Wat doen wij hier vandaag als de minister zichzelf eigenlijk carte blanche geeft om, als wij deze wet hebben aangenomen, vlak voor de verkiezingen met allerlei andere maatregelen te komen? Kan de minister de verkiezingen ook nog even afgelasten op de laatste dag? Wij hebben van het weekend gezien hoe corona nog eens even door het dak gaat. Stel — stel, stel, stel, hè — dat het nog erger wordt met corona, kan de minister dan gewoon op dinsdag zeggen: jongens, het gaat allemaal niet door; we hebben geen verkiezingen?

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Bosma. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Gent namens de VVD.

De heer Van Gent (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Vandaag over precies drie maanden hebben we weer het feest van de democratie. Voor al dit soort heuglijke momenten geldt: hoe meer feestgangers, hoe beter. En voor verkiezingen geldt: hoe meer stemmers, hoe meer vreugd. Het is belangrijk dat er zelfs in deze zware coronatijd wordt gestreefd naar een zo hoog mogelijke opkomst. Gelukkig zijn de ervaringen die uit de evaluatie van de herindelingsverkiezingen bleken, bemoedigend. Het leidde in ieder geval niet tot een lagere opkomst dan bij andere herindelingsverkiezingen. Maar voor de verkiezingen in maart worden enkele bijzondere maatregelen voorgesteld. Ze zijn al genoemd: meer volmachten, briefstemmen en het langer openhouden van stemlokalen. De VVD is doorgaans nogal terughoudend en voorzichtig met dergelijke vergaande stappen, maar in dit geval kan ik eindelijk een keer Machiavelli citeren in de Kamer: het doel heiligt de middelen. Wij kunnen dus instemmen met het voorstel, maar wij hebben wel enkele vragen en opmerkingen over de randvoorwaarden die worden gesteld.

Ik noem het twee dagen langer openhouden van een klein aantal stemlokalen. Wat de VVD betreft zijn die toch vooral bestemd voor de kwetsbare groepen, die ertegen opzien om op een drukke woensdag naar een vol stemlokaal te gaan. Ik begrijp dat de minister nog een uitvoerig communicatietraject gaat inzetten. Ze heeft zelfs gemeld dat het steviger wordt dan normaal. Wij willen dan ook vragen of zij gaat communiceren dat die twee dagen toch echt bestemd zijn voor de kwetsbare groepen, die zo letterlijk en figuurlijk de ruimte krijgen om rustig te gaan stemmen.

Als ik het dan toch over kwetsbare groepen heb: ik heb in het verleden al eens aandacht gevraagd voor de blinden en slechtzienden. Dat wil ik nu ook weer doen. Je praat dan over 350.000 Nederlanders. Maar ik wil het ook hebben over de 1,5 miljoen laaggeletterden. In het verleden hebben we weleens geëxperimenteerd met hulpmiddelen, zoals een mal of een koptelefoon. Hoewel dat natuurlijk niet specifiek coronagerelateerd is, wil ik de minister vragen om hierop te reageren. Wat gaan we ondernemen zodat deze groep ook aan het feest van de democratie kan deelnemen?

Een punt van zorg in onze fractie zijn de mogelijke exitpolls. Dat is ook door een aantal anderen naar voren gebracht. De zorg van de VVD is niet zozeer wat de uitslag van deze exitpolls zou kunnen zijn, maar wel dat de kiezers daardoor misschien beïnvloed worden. We willen dan ook graag van de minister weten hoe onze zorg weggenomen zou kunnen worden. Die vraag is ook door andere partijen gesteld.

De VVD vindt het ook heel bemoedigend dat er aan alle kanten hulp wordt aangeboden. We hebben vandaag kunnen lezen over mbo-studenten. Daar hebben collega Smals en ik in het verleden overigens ook vragen over gesteld. Maar wij worden ook heel veel benaderd door verenigingen en evenementenorganisaties die ruimte en mensen beschikbaar hebben of beschikbaar zouden willen stellen. De vraag aan de minister is dan ook: waar kunnen deze mensen terecht? En hoe wordt dit volledige hulpaanbod gecoördineerd? Want nogmaals, ook gemeentes kampen natuurlijk met een gebrek aan menskracht en ruimte.

Wat voor ons ook nog een punt van aandacht is, is het volgende. We zijn in de Haagse politiek heel goed in het bedenken van regels en wetten, maar we vergeten weleens te luisteren naar degenen die het vervolgens in de praktijk moeten brengen. In het verkiezingsproces zijn het de gemeenten die de stemlokalen moeten organiseren en die deze moeten bemensen. Wat dat betreft hecht de VVD heel veel waarde aan het oordeel van de VNG, die een heel duidelijk signaal heeft afgegeven. Ze kan instemmen met het voorliggende voorstel, maar ze roept tegelijkertijd op om niet met verdergaande maatregelen te komen om de druk niet verder op te voeren en om niet het onmogelijke te vragen van gemeenten. Ik vond het jammer dat er prompt een brief uit Amsterdam verscheen waarin juist wel werd bepleit om het briefstemmen te verruimen. Het zou fijn zijn als de gemeenten in dezen met één stem spreken.

Rest mij om de minister en de gemeentes veel succes te wensen met het organiseren van de komende verkiezingen in maart. Ik hoop dat corona dan verder is weggeëbd. Ik blijf optimisme uitstralen, maar het is ongelofelijk belangrijk dat er veilig en ook laagdrempelig gestemd kan worden.

Ik dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Gent. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Van Kooten-Arissen.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (vKA):
Voorzitter, dank u wel. Vandaag behandelen we het aanvullende spoedwetsvoorstel Tijdelijke wet verkiezingen covid-19. Eerder heb ik samen met een bijna voltallige Kamer ingestemd met de tijdelijke wet verkiezingen. Deze spoedaanvulling is mijns inziens nodig. Ik zal die dus eveneens ondersteunen. Maar zowel op het moment van de indiening van het oorspronkelijke tijdelijke wetsvoorstel als op het moment van de indiening van deze voorliggende aanvulling, leefden we toch in een andere coronawerkelijkheid dan die waarin wij sinds afgelopen maandagavond leven. We leven namelijk in een harde lockdown, omdat het aantal besmettingen gevaarlijk snel oploopt en de zorg de toestroom van nog meer COVID-19-patiënten moeilijk aankan.

De minister liet bij de indiening van deze aanvullende spoedwet weten dat wij leven in bijzondere tijden en wij te maken krijgen met bijzondere verkiezingen, en dat het van groot belang is dat de verkiezingen door kunnen gaan en kiezers straks hun stem kunnen uitbrengen. Ik ondersteun dat van harte. Dit virus mag niet de kans krijgen om onze democratie te ondermijnen, en het grondwettelijk recht om te kunnen stemmen.

Het is echter erg jammer dat de minister enkel kiezers van 70 jaar en ouder de mogelijkheid biedt om per brief hun stem uit te brengen bij de Tweede Kamerverkiezingen, en niet alleen omdat de mensen uit de risicogroepen zich in alle leeftijdscategorieën bevinden. Naarmate we meer te weten komen over het coronavirus wordt ook steeds duidelijker dat het virus ook heel gevaarlijk kan zijn voor jonge mensen, en dat de ic's niet bepaald alleen vol liggen met 70-plussers. Want iedereen kent inmiddels wel voorbeelden van leeftijdgenoten, in mijn geval van eind 30, begin 40, die ernstig ziek worden, al dan niet met longschade, en maanden later nog steeds de hele dag doodmoe zijn. Daarom vind ik het onverstandig en in strijd met het gelijkheidsbeginsel om alleen 70-plussers de mogelijkheid te bieden om per post hun stem uit te brengen. Mensen die het risico niet willen lopen om besmet te raken door fysiek bij het stemlokaal te gaan stemmen, zijn aangewezen op anderen die voor hen bij volmacht willen stemmen. Over het democratisch recht om te stemmen kan en mag niet lichtvaardig gedacht worden. Je stem bij volmacht toevertrouwen aan een ander kan voor mensen een reële en zeer begrijpelijk drempel zijn.

De aanvullende mogelijkheid voor 70-plussers om per brief te stemmen zou uitvoering geven aan de motie-Terpstra van het CDA, die de regering verzocht om in aanvulling op de maatregelen die al zijn voorzien in de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19 de mogelijkheid te scheppen dat met name kwetsbare kiezers per post hun stem kunnen uitbrengen. De keuze van de minister om zich voor de aanvullende regeling te beperken tot briefstemmen voor 70-plussers vind ik gezien het dictum van de voornoemde motie niet goed te volgen. Het is zeker een gemiste kans in deze tijd van de harde lockdown, waarin niemand weet hoelang de strenge coronamaatregelen zullen voortduren. Niemand heeft immers een glazen bol, en ook tijdens het laatste coronadebat werd nog duidelijk dat we niet alleen nog steeds varen op zicht, maar ook nog eens in de dichte mist. Ik sluit me aan bij de vragen die de voorgaande sprekers over deze maatregel hebben gesteld.

Voorzitter. Het aanvullende voorstel om in iedere gemeente de mogelijkheid te bieden om de twee dagen voorafgaand aan 17 maart te stemmen in een of meer stemlokalen, afhankelijk van de grootte van de gemeente, lijkt mij prima. Daar heb ik geen op- of aanmerkingen op.

Ik sluit me wel aan bij de door de voorgaande sprekers geuite zorgen over genoeg mogelijkheden, met name buiten de Randstad, om vroeg te stemmen. Zijn er wel genoeg stembureaus?

Ik sluit me aan bij de vragen van de heer Van Raak van de SP, die zich zeer terecht en zeker niet als enige zorgen maakt over de mensen die rondom 17 maart wakker worden met verkoudheidsverschijnselen of zelfs bewezen corona hebben. Een zogenaamde coronastemstraat voor mensen met klachten, volledig coronaproof, is eigenlijk wel een prachtig idee van de heer Van Raak. Ik ben heel erg benieuwd naar de beantwoording van de minister daarover.

Voorzitter. We bevinden ons inmiddels in de zogenaamde harde lockdown ... Volgens mij sla ik een stuk over. Excuses.

Voorzitter. Dan het volgende probleem: het verzamelen van voldoende ondersteuningsverklaringen voor nieuwe politieke partijen. Even voor de kijkers thuis: een ondersteuningsverklaring is een schriftelijke verklaring van een kiesgerechtigde die deelname van een partij aan de verkiezingen ondersteunt. De termijn voor het verzamelen van ondersteuningsverklaringen is in de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19 al verruimd van twee naar vier weken voorafgaand aan de datum van kandidaatstelling. Dat is de datum voor het inleveren van de kandidatenlijsten, namelijk 1 februari 2021. Dat leek mij in eerste instantie een prima verruiming, die recht deed aan de coronasituatie waarin wij ons op dat moment bevonden. De ondersteuningsverklaringen die worden ingevuld, 30 per kiesdistrict voor in totaal 19 kiesdistricten, dus 570 exemplaren door heel Nederland en nog 10 op Bonaire, dienen door de ondersteuners fysiek op het gemeentehuis van hun gemeente ingevuld en ondertekend te worden, na controle van het identiteitsbewijs door een gemeenteambtenaar.

Maar we bevinden ons inmiddels in een zogenaamde harde lockdown, in ieder geval tot 19 januari. Hoe wenselijk is het om van nieuwe politieke partijen te verlangen om mensen te vragen hun huizen te verlaten en extra risico te nemen door fysiek naar het gemeentehuis te gaan om een ondersteuningsverklaring te tekenen? Dat is extra risico voor de ondersteuner en ook voor anderen. De regering draagt mensen immers op zo veel mogelijk thuis te blijven, thuis te werken en maximaal twee personen van buiten het gezin per dag te ontvangen met 1,5 meter afstand.

Voor de beeldvorming: op dit moment zijn er al bijna 51 nieuwe partijen geregistreerd bij de Kiesraad. Bij de vorige verkiezingen waren dat er zo'n 80. Als al deze partijen ondersteuningsverklaringen gaan verzamelen, waar we van uit zouden moeten gaan, dan moeten in totaal 30.600 unieke handtekeningen worden verzameld. 30.600 mensen moeten dan de straat op naar het gemeentehuis. Dat is eigenlijk in strijd met de maatregelen die ons zijn opgedragen. Naar mijn mening is het onder deze omstandigheden voor nieuwe politieke partijen ondoenlijk en onwenselijk om minstens 30.600 mensen te vragen om niet thuis te blijven.

De eis van fysieke aanwezigheid bij de invulling en ondertekening van ondersteuningsverklaringen op het gemeentehuis werpt een significante belemmering op voor het vergaren van voldoende steun. Deze eis handhaven in de huidige vorm is daarmee een beperking van de democratie en een haast onoverkomelijke drempel voor nieuwe politieke partijen. Ook is de verplichting om 580 mensen per nieuwe partij de straat op te laten gaan en in contact te laten komen met anderen in strijd met de ratio van de coronamaatregelen van het kabinet in deze harde lockdown. Is de minister het met mij eens dat nieuwe politieke partijen niet van hun ondersteuners kunnen vragen om extra risico te nemen en tegen de coronamaatregelen in te gaan?

Voorzitter. Ik wil de minister vragen om naar analogie van artikel 26 van de Tijdelijke wet COVID-19 voor het invullen en ondertekenen van ondersteuningsverklaringen en het laten controleren van het identiteitsbewijs gebruik te maken van tweezijdige audiovisuele communicatiemiddelen. Dit is in deze bijzondere tijden van corona in de Tijdelijke wet COVID-19 ook mogelijk gemaakt voor het verlijden van notariële akten. Denk bijvoorbeeld aan hypotheekakten, akten voor verenigingen en stichtingen of een testament. Normaal gesproken moet het verlijden van een notariële akte plaatsvinden in de fysieke aanwezigheid van een notaris. Zolang de Tijdelijke wet COVID-19 van kracht is, geldt daar dus een uitzondering voor. Een audiovisueel communicatiemiddel moet voldoen aan de eis dat het de notaris in staat stelt de identiteit van personen bij het verlijden van de akte vast te stellen. Ook moeten personen via dat communicatiemiddel direct met de notaris kunnen communiceren. Dat lijkt mij in deze harde lockdown ook een uitstekend alternatief voor fysieke aanwezigheid van de ondersteuner op het gemeentehuis in de aanwezigheid van de gemeenteambtenaar. Zowel de ondersteuner als de gemeenteambtenaar kunnen dan thuisblijven. Ik wil de minister vragen of zij hiertoe mogelijkheden ziet. Het kan bijvoorbeeld om een eenvoudige videobelverbinding gaan, waardoor het invullen, ondertekenen en checken van de ondersteuningsverklaringen op afstand en dus volledig coronaproof plaats kunnen vinden. Ik heb hiervoor een amendement in voorbereiding dat nog gedurende dit debat zal worden ingestuurd en rondgedeeld aan alle woordvoerders.

Daarmee ben ik door mijn vragen heen, voorzitter. Dank u wel. Ik heb zelfs nog vijf minuten over.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Van Kooten-Arissen. Dan geef ik tot slot het woord aan de heer Van der Molen namen het CDA.

De heer Van der Molen (CDA):
Dank u wel, voorzitter. In de week dat het woord "anderhalvemetersamenleving" tot woord van 2020 is uitgeroepen, hebben we het hier over de anderhalvemeterdemocratie. Dit is inderdaad al de tweede ronde. We hebben eerder al een tijdelijke wet aangenomen. Die blijkt in de praktijk goed te werken, althans, als we uitgaan van de ervaringen bij de herindelingsverkiezingen. Dat is goed om te weten, want we hadden toen in de Kamer ook wel zorgen. We leggen vandaag ook weer wat zorgen op tafel over de tweede stap, het spreiden van de verkiezingen aan de ene kant en aan de andere kant het introduceren van briefstemmen. Ik wil de minister in ieder geval ervoor bedanken dat de moties die op dit punt door de heer Sneller en door mijn collega de heer Terpstra zijn ingediend, vrij snel zijn omgezet in een voorstel, waar we het vandaag, op de valreep van dit jaar, nog over kunnen hebben.

Voorzitter. Wat de CDA-fractie betreft is het uitgangspunt dat we moeten zien te vermijden dat mensen in Nederland rond deze coronaomstandigheden op verkiezingsdag een soort afweging moeten maken tussen hun gezondheid aan de ene kant en hun elementaire recht als burger om hun stem uit te brengen. Ook al klinkt dat heel groot, dat zijn wel dilemma's die feitelijk nu spelen. We merken dat in een tijd van harde lockdown, maar dat zal ook in maart het geval kunnen zijn. Daarom is het verstandig dat wij de verkiezingen spreiden over drie dagen en die groep die als generiek kwetsbaar wordt gezien — mensen die 70 jaar of ouder zijn — in de gelegenheid stellen om naast al die andere mogelijkheden die zij hebben, ook per brief hun stem uit te brengen.

In navolging van wat andere collega's gevraagd hebben over dat punt van het spreiden van verkiezingen over drie dagen, heb ik de volgende vraag aan de minister. Hoe gaan wij het zo communiceren dat die andere twee dagen vooral ten gunste komen van mensen die zichzelf als kwetsbaar beschouwen of een kwetsbare gezondheid hebben? Want het zal vooral op die communicatie aankomen. Het is niet de bedoeling dat mensen denken: nou, ik weet het allang; we gaan massaal op maandag ernaartoe. Met een beperkt aantal stemlokalen kan ik me ook voorstellen dat dit de mensen die die stemlokalen bemensen, kan helpen om het op de goede manier te doen, zodat er geen lange wachtrijen voor komen te staan. Dus ik zou de minister willen vragen om in ieder geval duidelijk en praktisch uit te leggen hoe zij dat wil bevorderen.

Kan de minister ons ook bijpraten over die twee knelpunten die we eerder hebben besproken? De beschikbaarheid van voldoende, en voldoende grote stemlocaties, en de beschikbaarheid van voldoende leden van stembureaus.

Ik ben ook blij dat de minister aan de slag is gegaan met de oproep die ik een aantal weken terug heb gedaan met de Landelijke Kamer van Verenigingen, om studenten te mobiliseren. Vandaag komt daar het voorstel van de MBO Raad bij, om jonge mensen daarvoor beschikbaar te stellen. Heel goed, maar daaraan gekoppeld heb ik nog twee praktische vragen. Een. Is het juist dat je 18 jaar of ouder moet zijn, wil je in dit proces een rol kunnen spelen? Wat zijn daar de redenen voor? Want niet elke mbo'er heeft al de leeftijd van 18 jaar bereikt.

Ten tweede. Hoe gaan we eigenlijk na deze verkiezingen deze grote toestroom van extra vrijwilligers vasthouden? Gemeenten hopen daar al heel lang op, niet alleen vanwege corona, maar daarvoor ook al, want toen was er ook al een tekort. Kunnen we ervoor zorgen dat we die mensen erbij betrekken? Want het zou zomaar kunnen dat we na de volgende verkiezingen nog een keer verkiezingen gaan organiseren. Dat zien we al wel aankomen.

Voorzitter. De minister is ook aan de slag gegaan met een rapport van de Stichting Tegen Hackbare Verkiezingen. Die heeft een opmerking gemaakt over de mogelijkheid dat de stemsoftware handmatig nageteld wordt. Ik heb de minister horen zeggen dat dit op een aantal plekken in Nederland geprobeerd zal worden. Het CDA vindt dat een goede zaak. Kan de minister ook aangeven op hoeveel plekken dat zal zijn?

Voorzitter. Wij vallen als CDA een aantal collega's hier in de Kamer bij over het briefstemmen in relatie tot kwetsbare mensen. We hebben de minister daar ook al op bevraagd. Voor de CDA-fractie is wel helder geworden dat dit vooral op onuitvoerbaarheid stuit. Wij zouden heel graag mensen die al maanden niet het huis uitgaan, vanwege hun gezondheid of vanwege een transplantatie waar ze op wachten of om wat voor reden dan ook, op dit punt tegemoetkomen, maar de gemeenten hebben heel helder gezegd dat dit onuitvoerbaar is. De minister heeft gezegd dat ze dit niet uit een database kan plukken en dat we dit niet meer voor die tijd gaan regelen. Dat vind ik ontzettend spijtig. Ik zou de minister wel willen uitnodigen om er hier publiekelijk nog iets over te zeggen, omdat ik weet dat heel veel mensen met interesse willen horen waarom dat niet zou kunnen.

Voorzitter. Bij alle voorstellen die voorbijkomen, geldt wat het CDA betreft dat de uitvoerbaarheid gegarandeerd moet zijn. De gemeenten hebben echt de heldere oproep gedaan: verzin nou niet nieuwe dingen in deze Kamer, want dat trekken we gewoon niet, zeker niet op deze korte termijn. Dat geeft in ieder geval voor het CDA het argument dat wij deze wet kunnen steunen op die onderdelen en dat wij in ieder geval niet voornemens zijn om nieuwe zaken te introduceren, want je moet de mensen die het moeten uitvoeren niet met extra eisen lastigvallen.

Ik sluit mij aan bij de opmerkingen die zijn gemaakt zijn over dat proces vanaf de brievenbus tot aan het inleveren op het gemeentehuis. Ik denk dat het niet alleen een praktische maar ook een gevoelsmatige overweging van een kiezer kan zijn: ik stop die envelop met daarin mijn stem in die brievenbus, en wat gebeurt er dan mee? Ik zou de minister willen uitnodigen daar toch iets over te zeggen. Hoe garanderen wij nou dat dat allemaal veilig gaat en goed loopt, dat mensen weten wat er met die brief gebeurt?

Ik sluit mij ook aan bij de oproep van collega Van der Graaf; die telefonische hulplijn die de minister in haar schriftelijke antwoorden nog zegt te overwegen, zou er moeten komen. Je hebt een stempas en je hebt een stempluspas en je kunt die naar het stembureau meenemen en inleveren of je kunt die in de brievenbus doen. Dat is allemaal goed geregeld, maar misschien wel wat te onoverzichtelijk. Misschien hebben ook mensen die niet kwetsbaar zijn simpele vragen over hoe dat straks gaat in dat stemlokaal: moet ik daar bijvoorbeeld een mondkapje dragen? Net als we een coronahulplijn hebben voor het geval je een overweging hebt rond besmettingen, moeten we ook gewoon een lijn hebben van: ik ga morgen stemmen, hoe doe ik dat dan? Ik roep dus op om het vraagteken achter het idee om dat te gaan doen, weg te halen en er een uitroepteken achter te zetten.

Ik sluit mij verder aan bij de opmerkingen die de heren Bisschop en Van Gent hebben gemaakt: ik wens vooral al die 355 gemeenten in Nederland die dit allemaal maar weer waar moeten maken, ontzettend veel succes in dienst van onze democratie.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van der Molen. Voordat ik de eerste termijn afrond, wil ik toch nog iets opmerken over waar jullie met elkaar zo-even over discussieerden. Als Voorzitter van de Kamer wil ik ook richting de minister een opmerking maken over een bepaling in het voorliggende wetsvoorstel die het functioneren van de gehele Kamer betreft. Ik heb het tussendoor al gemeld maar ik denk dat het nu ook officieel moet namens jullie. In het wetsvoorstel is als eerste dag van samenkomst de dertiende dag vastgelegd, en dat is dus een dinsdag. Dit betekent ofwel dat de oude Kamer op maandag bijeen zou moeten komen voor het onderzoek van de geloofsbrieven van de nieuw aantredende leden ofwel dat op dinsdag zowel de Kamer in oude samenstelling als de Kamer in nieuwe samenstelling bijeen zou moeten komen. Nou, in tijden van corona lijkt mij dat niet zo verstandig, zeg ik alvast; dat is zeer onwenselijk. Op maandag kan het geloofsbrievenonderzoek nog niet zijn voltooid omdat er op zaterdag en zondag natuurlijk weinig kan worden gedaan. Dus een bijeenkomst op dinsdag van zowel de oude als de nieuwe Kamer is verwarrend en organisatorisch ook bijna niet te doen. Daarom wil ik eigenlijk namens jullie allemaal, namens de Kamer aan de minister voorstellen om bij nota van wijziging de dag van eerste samenkomst te bepalen op de veertiende dag. Dan kunnen we het wat betreft de oude Kamer en de nieuwe Kamer evenals de geloofsbrieven op een rustige en ordentelijke manier doen. Dus een extra dag. Zijn jullie het daarmee eens? Ja? Dan doen we het zo. Dank daarvoor.

De algemene beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:
Voor nu wil ik de vergadering schorsen tot 13.30 uur. Een aantal leden moet tussendoor naar de presentatie van het rapport van de parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag, dat ik zelf ook in ontvangst zal nemen, dus schors ik wat langer, tot 13.30 uur. Dan heeft u ook alle tijd om u goed voor te bereiden, minister.

De vergadering wordt van 12.16 uur tot 13.32 uur geschorst.

Mededelingen

Tijdelijke wet Tweede Kamerverkiezing covid-19

Tijdelijke wet Tweede Kamerverkiezing covid-19

Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:

  • het wetsvoorstel Wijziging van de Tijdelijke wet verkiezingen covid-19 ten behoeve van de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer in 2021 (Tijdelijke wet Tweede Kamerverkiezing covid-19) (35654).

(Zie vergadering van heden.)

De voorzitter:
Nee, we gaan verder met de Tijdelijke wet Tweede Kamerverkiezing covid-19. Ik geef de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het woord.

Minister Ollongren:
Dank u wel, voorzitter. Ik zette nét mijn handtekening op de nota van wijziging. Ik kom daar zo op, want dat ging over uw opmerking van zonet.

Maar laat ik eerst zeggen dat ik ontzettend blij ben dat we hier vandaag zijn, inderdaad in de plenaire zaal, zoals door sommige van de leden werd opgemerkt, passend bij een wetsvoorstel dat zo direct te maken heeft met het bestaan van uw Kamer, namelijk de verkiezingen. Ook hier zeg ik graag dank aan de Kamer dat u zo voortvarend bent geweest in het behandelen van dit wetsvoorstel, zodat het ernaar uitziet dat er ook nog vóór het kerstreces over zal worden gestemd. Dat is ontzettend fijn. Ook de Eerste Kamer moet zich er vanzelfsprekend nog over buigen. Ik heb ze al aangekondigd dat ze het heel snel kunnen verwachten.

Er is ook weinig tijd, want de verkiezingen zijn over drie maanden en dat is snel. Juist voor verkiezingen, die zo zorgvuldig moeten worden voorbereid en waarvoor zo veel moet worden vastgelegd in de wet zoals nu blijkt, is het cruciaal dat we daar genoeg tijd voor hebben. Het is misschien goed om hier ook te zeggen dat het meeste werk natuurlijk zit bij de gemeenten. Er zijn heel veel mensen bij betrokken en de voorbereidingen zijn ook wel in volle gang. Maar dat gaat dus om voorbereidingen. Tenslotte kan je nu nog geen onomkeerbare stappen zetten, want daarvoor is eerst het akkoord nodig van het parlement. Ik streef ernaar om de wet uiterlijk op 1 februari in werking te laten treden.

Voorzitter. Voordat ik begin met de inhoudelijke behandeling, wil ik even ingaan op uw verzoek. U constateert namelijk dat in het wetsvoorstel staat dat de Kamer op de dertiende dag bijeenkomt. U schetst dat het ongelukkig is dat daarvoor de oude Tweede Kamer op maandag bijeen zou moeten komen, omdat dan in het weekend inderdaad allerlei werkzaamheden zouden moeten worden verricht om te zorgen dat alles gereed is met de geloofsbrieven, et cetera. Dit moet worden geregeld in de Kieswet. Dit soort termijnen staan nu ook in de Kieswet. Het gaat gewoon over de vaststelling van de uitslag en een ordentelijke procedure daaromtrent, met als sluitstuk de toelating van de nieuwe leden. Dus een wijziging zal ik als minister van BZK, maar in dat opzicht zeker als uw nederige dienaar, dan ook moeten doen. Dus zo moet het voorstel worden gezien. Ik ben het met de Voorzitter eens, zeg ik tegen alle leden, en dus met de hele Kamer dat het, gegeven het feit dat we nu met deze coronasituatie zitten, inderdaad ongelukkig zou zijn om op één dag zowel de oude Tweede Kamer als de nieuwe Tweede Kamer hier bijeen te hebben. Ik heb daarom meteen na het verzoek gevraagd om een nota van wijziging op dat punt. Ik heb nét mijn handtekening erop gezet, dus dat kunnen we vandaag nog met elkaar regelen. In plaats van dertien wordt het dan veertien dagen, en dat is denk ik net de ene dag die nodig is om het ordentelijk te kunnen laten verlopen. Dus ik hoop dat ik daarmee tegemoet ben gekomen aan de wens van de Voorzitter.

De voorzitter:
Heel veel dank daarvoor.

Minister Ollongren:
Voorzitter. Dan de vragen en opmerkingen die daarnet gemaakt zijn. Laat ik ermee beginnen dat ik het eigenlijk allemaal heel goed begrijp. Ik ben ook heel blij dat de Kamer zich zo grondig heeft verdiept in het hele proces, ruimte heeft genomen voor de technische briefing, goed heeft gekeken naar de brief die ook door de gemeenten is gestuurd et cetera. Dus ik zie hier een Kamer die zich buitengewoon grondig heeft voorbereid op de behandeling van dit wetsvoorstel, en dat is ook heel goed. Vandaar dat ik ook veel herken van wat er gezegd is. Ik zal er heel graag op ingaan.

Ik doe dat via de volgende route. Eerst de vragen die gesteld zijn die te maken hebben met het briefstemmen, daarna de vragen die vooral gaan over het early voting, het vervroegd stemmen, daarna de organisatie van de verkiezingen zelf, het aantal stemlokalen, stembureauleden, tellen et cetera, en tot slot nog een aantal overige vragen, waarbij ik dan alvast aankondig dat het onderdeel exitpolls daar door mij zal worden behandeld. Dat is wat mij betreft dus de volgorde.

Ik begin met het briefstemmen. Dat is natuurlijk een grote wijziging. Toen we de eerste keer hierover spraken, heb ik de Kamer in mei een brief gestuurd over de verkiezingen van maart 2021. Dat is namelijk de eerste keer dat ik geopperd heb dat we zouden kijken naar de mogelijkheid van briefstemmen.

Vervolgens heb ik in de volgende stap — dat was in september — gezegd: dan moeten we ook nog met de gemeenten in overleg over de uitvoerbaarheid van het briefstemmen. En tot slot, mede uitmondend, om tegemoet te komen aan de wens van de Kamer, in het voorstel dat hier voorligt. Dat is dus wel een proces geweest dat natuurlijk enige tijd heeft gekost, maar het is dan ook echt nieuw voor ons land. Ik denk wel dat er alle aanleiding is om dit te doen, gegeven de situatie rond het coronavirus.

Ik begin even met een aantal vragen van mevrouw Özötuk, de heer Van Otterloo, de heer Van Raak en mevrouw Kuiken. De vraag was: "Leg het nou nog een keer uit. Waarom alleen voor 70 en ouder? Waarom kunnen we dat niet uitbreiden tot bijvoorbeeld de groep mensen met een kwetsbare gezondheid?" Ik wil hier nogmaals onderstrepen dat het voor gemeenten echt onmogelijk is om te bepalen wie onder 70 wel of niet kwetsbaar is voor het coronavirus. Dat is de belangrijkste reden. Ik hoop dat de heer Van Otterloo zegt: dat geldt niet voor iedere 70-plusser. Dat is ook waar. Maar het is wel de generieke kwetsbare groep. Die is door het RIVM, dus door onze deskundigen, gedefinieerd als per definitie kwetsbaar voor het coronavirus. Dat is ook heel evident, want de sterftekansen en percentages nemen toe met de leeftijd en vanaf 70 is dat een risico dat je niet meer moet willen nemen. Die extra kwetsbaarheid voor het coronavirus betekent dat je die groep kunt afbakenen en je kunt dat ook in de systemen makkelijk afbakenen, want het is heel duidelijk of je 70 bent of niet.

Het is bij mensen niet objectief vast te stellen of ze een kwetsbare gezondheid hebben. Uiteraard valt dat wel door mensen zelf vast te stellen. Maar dan kom je eigenlijk in de situatie dat je het in principe voor iedereen mogelijk zou moeten maken om per brief te stemmen. Dan lopen we ook tegen uitvoeringsproblemen aan en een probleem van wenselijkheid. Maar laat ik even met de uitvoeringsproblemen beginnen. De periode tussen de dag van kandidaatstelling, 1 februari 2021, en de verkiezingsdag is gewoon te kort om alle kiesgerechtigden op tijd te kunnen voorzien van briefstembescheiden. Sommige Kamerleden hebben daar ook aan gerefereerd: het drukken, het vouwen, het verzenden van de stembescheiden en het terugzenden door de kiezer moeten allemaal in die termijn passen. Wij hebben het nu al over een grote groep, namelijk 2,4 miljoen mensen waar je het in principe voor mogelijk moet maken. Dat kan je niet nog verder vergroten.

Dan is er natuurlijk ook het principiële punt. Ik zal daar straks iets meer over zeggen naar aanleiding van vragen. Maar het briefstemmen is een beetje een noodgreep, want je moet een afweging maken. We willen graag dat de opkomst niet wordt beïnvloed, lager wordt, door het coronavirus. Daarvoor accepteren we op sommige onderdelen net iets meer risico. Dat is met briefstemmen natuurlijk ook zo. Bij briefstemmen heb je geen stemlokaal met een stemhokje, zodat je zeker weet dat de kiezer helemaal zelf, zonder dat iemand zich ermee bemoeit, heeft ingekleurd op wie hij of zij wil stemmen. Dat kan bij het briefstemmen niet. Ik vind het een te accepteren risico, juist omdat ik verwacht dat voor die groep mensen het belangrijk is dat zij hun stemrecht kunnen uitoefenen. Er zullen heel veel 70-plussers zijn die gewoon vertrouwen op de veiligheid van de stembureaus, maar degenen die dat niet doen, kunnen dan toch hun stem uitbrengen en worden daar niet in gehinderd. Daarom vind ik het een acceptabel risico, maar alleen onder deze omstandigheden. Onder normale omstandigheden denk ik dat wij zouden zeggen ... We zullen het evalueren, dus ik wil daar niet op vooruitlopen. Maar we doen het echt. Het zijn bijzondere tijden, bijzondere verkiezingen en een bijzondere maatregel.

De heer Bisschop suggereerde om de huisarts daarbij een rol te laten spelen. Hij zei dat de huisarts bijvoorbeeld een verklaring zou kunnen afgeven waarin staat dat iemand een kwetsbare gezondheid heeft. Mijn huisarts weet wel op welke partij ik stem, maar dat geldt voor de meeste natuurlijk niet. Men heeft geen geheimen voor de huisarts, maar het stemgeheim is niet een van de geheimen die mensen met hun huisarts delen. Nog los daarvan denk ik dat het ingewikkeld is om huisartsen deze taak te geven. Huisartsen hebben hun handen vol aan de zorg die zij moeten verlenen. Het is geen administratieve handeling die ze er graag bij zouden hebben. Ik ben dus niet zo'n voorstander van het voorstel van de heer Bisschop. Ik begrijp het, maar die extra handeling geldt dan zowel voor de gemeenten als voor de huisartsen, terwijl hun primaire taak vooral verlenen van zorg is en niet helpen bij het mogelijk maken van de verkiezingen voor iedereen. We zoeken naar andere manieren — ik kom daar zo op — om ervoor te zorgen dat zij gewoon kunnen stemmen. Wij hebben dus niet overwogen om een apart aanvraagproces voor deze mensen te laten plaatshebben.

De heer Bisschop (SGP):
Om misverstanden te voorkomen: ik vraag de huisarts niet om te onderzoeken op welke partij de patiënt zou stemmen. Een huisarts geeft vaker een verklaring af omtrent iemands gezondheid. De suggestie was dat een gemeente dat kan organiseren. Waarom zou je daar niet mee experimenteren? Die ervaringen kun je later gebruiken. Mogelijk kun je dat in een later stadium inbedden in een geheel van verkiezingsopties. Ik vraag de minister dus niet om het nu open te stellen, maar wel om ruimte te laten voor een gemeente om dat te organiseren.

Minister Ollongren:
Oké, het is goed dat de heer Bisschop dat toevoegt. Overigens had ik de heer Bisschop uiteraard goed begrepen; ik dacht niet dat de huisarts deelgenoot zou moeten worden gemaakt van de keuze van de kiezer. Als we nu alle tijd zouden hebben om met elkaar na te denken en wat experimenten mogelijk te maken … In het verleden hebben we dat gedaan met centraal tellen. Daar gaan we mee door, want die experimenten zijn goed geslaagd. We hebben ook gekeken naar een andere vorm van het stembiljet. Daar wil je ook mee experimenteren. Ik begrijp de heer Bisschop goed als hij vraagt: zou je niet ook hiermee kunnen experimenteren? Ik wil dat dus ook niet uitsluiten voor de toekomst, voor als we ooit met elkaar zeggen dat het voor mensen met een kwetsbare gezondheid een probleem is hoe de verkiezingen zijn georganiseerd. Maar ik denk dat het niet verstandig is om de verkiezingen van 17 maart, die we nu toch al behoorlijk ingrijpend aanpassen, ook nog te belasten met zo'n soort experiment. Ik kan dan niet vanuit mijn verantwoordelijkheid garanderen dat dat goed gaat. Voor de mensen om wie de heer Bisschop zich zorgen maakt, zijn er wel andere mogelijkheden om hun stem uit te brengen, mochten ze niet op 17 maart willen stemmen. Ze kunnen er immers voor kiezen om maandag of dinsdag te stemmen. Dat is iets wat normaal nooit kan. Voor mensen die zich zorgen maken om hun eigen gezondheid brengen we expliciet de mogelijkheid onder de aandacht om in alle rust naar de stembureaus te gaan. Ik kom daar zo nog op. Daarnaast bestaat natuurlijk de mogelijkheid van het stemmen per volmacht. Daarbij introduceren we ook de mogelijkheid van een extra volmacht. Dat is ook een kwetsbaarheid in het proces, maar het is mijns inziens wel nodig om te voorkomen dat mensen hun stem uiteindelijk niet uitbrengen.

Voorzitter. Met dat laatste punt beantwoord ik meteen een aantal vragen die daarover zijn gesteld, namelijk die van mevrouw Kuiken, mevrouw Özütok en mevrouw Van der Graaf. Wat is er dan mogelijk voor de andere mensen die nog geen 70 zijn en wel kwetsbaar zijn? Ik denk dat de volmacht en de early voting voor hen de antwoorden zijn. Ik zie ook, en ik begrijp dat heel goed, dat mensen zeggen: "Ik ben geen 70. Ik ben nu al negen maanden ongelofelijk voorzichtig en kom bijna nergens. Waarom zou ik dan wel naar een stembureau gaan? Waarom mag ik niet briefstemmen?" Ik begrijp die mensen. Ik wil hun graag tegemoetkomen, maar we kunnen briefstemmen niet voor iedereen mogelijk maken. Deze mensen zijn niet in onze systemen te identificeren en zijn dus niet op te sporen om aan hen een briefstem aan te bieden. De route via de aanvraag is in ieder geval voor de aanstaande verkiezingen echt niet mogelijk. Dan rest dus — dat wil ik zo goed mogelijk communiceren naar die mensen — om onder hun aandacht te brengen dat het op maandag en dinsdag kan. Dat is eigenlijk ook een oproep aan alle mensen: ga gewoon op woensdag de 17de stemmen en wees solidair. Als je gewoon fit en gezond bent, dan ga je op de 17de stemmen. En heb je om wat voor reden dan ook wat meer zorgen en wil je gewoon alle rust hebben, dan ga je op maandag of dinsdag stemmen. Die mogelijkheden bieden wij op die manier.

Mevrouw Van der Graaf vroeg ook nog of het had gekund als we eerder waren begonnen. Ik schetste in het begin al dat ik denk dat we op tijd zijn begonnen met na te denken over alternatieven, inclusief het briefstemmen. Dat is in mei al geopperd. In september deden we dat mede omdat de Kamer heeft gevraagd naar de uitvoerbaarheid en in november hebben we de mogelijkheid gecreëerd. Dat is denk ik het snelst denkbare traject geweest. Als je nog ruimer zou willen briefstemmen, dan zit het knelpunt uiteindelijk in de dag van de kandidaatstelling en de tijd die er zit tussen 1 februari en 17 maart. Dat is dan te kort. Dan hadden we 17 maart niet op die manier kunnen halen.

Ik had de telefoonlijn inderdaad in de stukken opgenomen als iets wat wordt onderzocht. Ik heb van diverse leden, onder anderen mevrouw Van der Graaf, gehoord dat ze het belangrijk vinden dat 70-plussers, dus de potentiële briefstemmers, ook ergens terechtkunnen met hun vragen. Gelukkig heb ik inmiddels de verzekering gekregen dat er een landelijke telefoonlijn komt waar 70-plussers inderdaad terechtkunnen met hun vragen. Het is de bedoeling om die telefoonlijn vanaf 26 februari open te stellen. Dat is dus ruim voor de verkiezingen.

De heer Öztürk en anderen hebben gevraagd waar de briefstemmen worden uitgebracht en vanaf wanneer. Even heel precies. Een kiezer kan zijn briefstem uitbrengen zodra hij beschikt over alle stembescheiden, dus de stempluspas en het briefstembiljet. Op dat moment heeft de kiezer ook de envelop voor het ingevulde briefstembiljet — dat is de eerste envelop die dichtgaat — en de retourenvelop. De kiezer ontvangt de stempluspas tussen 10 februari en 3 maart, en de overige briefstembescheiden komen ergens tussen 24 februari en 11 maart. De kiezer kan de briefstem per post terugsturen, en dan gaat hij naar het briefstembureau van de gemeente. Dat staat op de voorgedrukte envelop. Of de kiezer kan hem afgeven bij een afgiftepunt van de gemeente. Die afgiftepunten zijn open vanaf woensdag 10 maart. We zullen in de communicatie de kiezers op het hart drukken om, als je het gewoon via de post doet, je brief uiterlijk vrijdag 12 maart in de brievenbus te doen, omdat we dan het vertrouwen hebben dat de briefstem op tijd bij de gemeente wordt bezorgd. De dagen daarna kun je hem ook nog op de bus doen, maar dan is er een risico dat hij het niet haalt. Het afgiftepunt is tot en met de laatste dag en de laatste minuut natuurlijk ook nog altijd een mogelijkheid voor de briefstemmer. Die hoeft dat overigens niet zelf af te geven, maar kan ook aan een huisgenoot of iemand anders vragen om dat te doen, stel dat het iemand is die slecht ter been zou zijn.

De heer Bosma vroeg of het uiteindelijk zou kunnen leiden tot meer ongeldige stemmen. Ik zei al dat het briefstemmen complexer is dan het normale stemmen in het stemlokaal. Ik vind het wel heel belangrijk dat we alles doen om te voorkomen dat er meer ongeldige stemmen worden uitgebracht. Er wordt getest met echte mensen, zal ik maar zeggen, om te kijken of het begrijpelijk genoeg is voor de kiezer. Er zal voorlichting worden gegeven over het stemmen per brief. Er komt een filmpje met uitleg hoe je dat moet doen. De telefoonlijn die ik net noemde kan daar ook behulpzaam bij zijn. We moeten dus veel doen om mensen mee te nemen in hoe dit werkt.

Dan de vraag, ook van de heer Bosma, of het de uitslag zou kunnen beïnvloeden. Briefstemmers kunnen eerder stemmen. Die kunnen hun stem eerder uitbrengen; dat klopt. Dat geldt dan ook voor de groep die maandag en dinsdag gaat stemmen. Maar ja, dat heeft ... Ik bedoel, er zijn zo veel mensen die al eerder hun mind hebben opgemaakt over hun stem, ook als ze die pas op de dag van de verkiezingen kunnen uitbrengen. De briefstemmen worden pas vanaf woensdag 17 maart geteld en de uitslagen komen pas later. In dat opzicht verwacht ik niet dat daarvan een werking uit zou kunnen gaan.

Hoe weet je dan dat je briefstem ook aankomt? Dat vroeg de heer Öztürk van DENK. Je kiest zelf: je doet het via de post of je geeft je briefstem af bij het afgiftepunt. Uiteindelijk stop je die in een envelop bij het stembureau en geef je die af bij het afgiftepunt. Maar ergens houdt het op en laat je je stembiljet los. Daarmee wordt het overgedragen aan de stembureauleden, die in Nederland heel zorgvuldig met onze stemmen en stembiljetten omgaan.

Er waren enkele vragen over de post. PostNL doet ongelofelijk zijn best. Zij richten een heel apart proces in om zeker te weten dat de briefstemmen goed worden behandeld. De heer Van Otterloo en anderen vroegen daarnaar. Op de retourenvelop voor de briefstem komen een antwoordnummer en codes te staan, die het voor PostNL mogelijk maken om in de sorteercentra de briefstemmen te scheiden van andere poststukken. Dit is allemaal nodig en belangrijk om te doen, zodat die poststukken zo snel mogelijk bij de gemeenten kunnen worden afgeleverd. PostNL heeft laten weten daar een dedicated proces voor in te richten, zeg ik met een knipoog naar de heer Van Raak. Dat betekent dat ze dit proces extra goed inrichten, met zo min mogelijk schakels, zodat de kans op fouten wordt gereduceerd, met de inzet van extra vaste medewerkers, vanaf het sorteren tot het afleveren bij de gemeenten, en door controle op machinale verwerking, handmatig dus. Met andere woorden: PostNL werkt maximaal mee in het ervoor zorgen dat we het briefstemmen, dat we voor het eerst in Nederland gaan doen, met elkaar tot een goed einde gaan brengen.

Mevrouw Van der Graaf vroeg of mensen ook na 12 maart een brief op de bus kunnen doen. Het kan, maar we zullen adviseren om dat uiterlijk vrijdag de 12de te doen. Maar het kan dus wel. De post komt over het algemeen ook netjes op tijd aan. Maar het advies zal zijn dat, als men op maandag, dinsdag of woensdag een briefstem wil uitbrengen, men die beter naar het afgiftepunt kan laten brengen of daar zelf heen brengt.

De voorzitter:
De heer Öztürk en daarna mevrouw Van der Graaf.

De heer Öztürk (DENK):
Ik vind het bijzonder jammer dat de minister niet overgaat op een track-and-tracesysteem, waarmee je je stem kan volgen. Het is heel makkelijk; tegenwoordig doen bijna alle bedrijven dat. Ik vind het prima dat u met PostNL heeft gesproken en dat ze maatregelen willen nemen, maar op het moment dat je je stem in een brievenbus doet, weet je niet of die goed terechtkomt. Ik denk dat dat voor heel veel burgers een heel raar gevoel is. Ik wil nog een keer een voorbeeld geven. Stel dat van de 2,4 miljoen stemmen er 500.000 of 600.000 niet terechtkomen, wat is onze verkiezingsuitslag dan nog waard? Wat is er met die stemmen gebeurd? Wie heeft ze dan? Als we dat niet kunnen uitleggen aan burgers, hoe gaan we dan een verkiezingsuitslag vaststellen?

Minister Ollongren:
Iedere Nederlander bestelt weleens iets online. Je krijgt dan meestal een track-and-tracecode, waarmee je kunt kijken waar je pakketje zich ongeveer bevindt. Ik vind dat een fantastisch systeem. Maar dat is dan wel een digitaal systeem in omgekeerde richting, dus niet naar mij toe maar van mij af. Ik zou een experiment met een digitaal systeem en iets wat te maken heeft met verkiezingen nu niet willen ingaan. Ik denk dat het gesprek met PostNL over het traject dat ik net schetste, de zorgvuldigheid waarmee ze dat gaan doen in de sorteercentra en de snelheid die ze daarbij zullen betrachten, voldoende waarborgen moeten zijn. En als een kiezer echt zeker wil weten dat er in het traject tot de plek waar zijn stem geteld wordt niks gebeurt, dan is de oplossing daarvoor naar het afgiftepunt gaan, dan wel iemand anders vragen om dat voor je te doen.

De heer Öztürk (DENK):
De minister neemt een groot risico door een techniek die bestaat en die heel snel ingevoerd kan worden, niet te gebruiken. Daarmee neemt ze het risico dat honderdduizenden stemmen niet terechtkomen op de plek waar ze horen en dat burgers met de vraag moeten leven of hun stem daar wel is terechtgekomen. Dat is echt een groot risico. Ik ga daar toch een motie over indienen. We hebben de minister gewaarschuwd om dit risico niet te nemen. We doen dit voor het eerst en we hebben het over 2,4 miljoen briefstemmen. Er zal echt wat verkeerd gaan met een aantal stemmen. Als je geen track-and-tracesysteem invoert, vind ik het risico te groot om te nemen.

Minister Ollongren:
Datgene wat de heer Öztürk zegt, hebben we op zich ook bedacht. Moet je dit willen? Zou het kunnen? We zijn nagegaan hoe het werkt. Op zichzelf kan het. Als je iets aangetekend verstuurt, dan kost dat acht euro en nog wat per brief. Wil je het nog extra verzekeren, dan moet je er nog veertien euro bijleggen. Wil je dat het met de spoedservice wordt verstuurd, dan hebben we het over twintig euro per brief. Maar goed, het kan. Maar is het nou verstandig? We werken heel veel met antwoordnummers op enveloppen. Je hoeft geen postzegel erop te plakken. Je kunt het gewoon zo in de bus doen. Dat doen we voor bankzaken. We doen het voor verschillende zaken die belangrijk zijn voor mensen. Het gaat over het algemeen goed. Ik kan niet garanderen dat het voor iedere, individuele envelop goed gaat — dat kan ik niet garanderen — maar over het algemeen gaat het heel goed. Ik stel dus voor om niet in dit kwetsbare verkiezingsproces nóg een kwetsbaarheid te introduceren via een bestaand maar duur track-and-tracesysteem. Dat is volgens mij niet nodig. Het is niet verstandig om dat te doen. Ik denk dat het meer problemen oproept dan het antwoorden geeft. En nogmaals, als een kiezer het zeker wil weten, dan kan hij naar het afgiftepunt gaan.

De heer Öztürk (DENK):
De minister zegt dat track and trace een duur systeem is. Ik weet het niet. Ik wil dan horen wat het kost en welk risico zij neemt voor dat geld. Bijna iedereen werkt met dat systeem. Ik snap het echt niet. Voor een telefoonhoesje van twintig cent vanuit China wordt zelfs een track-and-tracecode gemaakt. Ik snap de tegenwerking van de minister en het risico dat zij neemt dus daadwerkelijk niet.

Minister Ollongren:
Nee, ik werk volledig mee. Ik heb net de kosten geschetst voor één brief. Maar het is PxQ, en ik weet natuurlijk niet hoeveel mensen er gaan briefstemmen. Ik kan het maximale doen, en dan wordt het 2,4 miljoen maal laten we zeggen €30. Dan weet u de kosten ongeveer. Maar het gaat me niet om de kosten. Het gaat me om het principe. We moeten zeker weten dat wat we introduceren werkt. En er moet ook een alternatief zijn, en dat is er, namelijk het afgiftepunt.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
De reden dat we hier zo veel aandacht voor hebben, is dat we natuurlijk willen dat er geen stem verloren gaat. In de woorden van de minister: iedere stem telt. Dat ben ik helemaal met haar eens. Ik vind het ook mooi dat die campagne zo heet. Ik begrijp dat het advies wordt gegeven dat als je echt zeker wilt weten dat de briefstem op tijd aankomt, je die op vrijdag op de bus moet doen. Dan weet je zeker dat hij op tijd aankomt. Maar we weten dat brievenbussen niet altijd op zaterdag en in het weekend, en zelfs niet altijd op maandag worden geleegd. Ik vraag of het kabinet afspraken zou willen maken met de postbedrijven om in de week voorafgaand aan de verkiezingen ervoor te zorgen dat de brievenbussen iedere dag geleegd worden, zodat ook iedere dag bezorgd kan worden. Misschien denkt iemand op maandag: o, ik ben het vrijdag helemaal vergeten, maar ik wil wel graag gebruikmaken van deze manier van stemmen die mij nu geboden is. Als die persoon de brief op maandag op de bus doet, moet die bus nog geleegd worden en moet alles in het werk worden gesteld om die brief uiterlijk woensdag overdag op het briefstembureau aan te laten komen.

Minister Ollongren:
Ik wil mevrouw Van der Graaf graag tegemoetkomen. Ik wil dat gesprek met PostNL graag aangaan. Ik zou dan wel van de Kamer willen vragen of het wat de communicatie betreft toch niet beter is om te doen wat ik voorstel, namelijk zeggen dat mensen bij briefstemmen verstandig moeten zijn en hun stem uiterlijk vrijdag de 12e op de bus moeten doen. Dan zal ik omgekeerd PostNL vragen om zich maximaal in te spannen om eventueel verlate briefstemmen op tijd op de plaats van bestemming te krijgen. Brievenbussen worden nu geleegd op maandag tot en met vrijdag. Dat is dus ook zo op maandag de 15e. Dat gesprek met PostNL zal ik aangaan.

De voorzitter:
De heer Sneller. Ik kijk even naar mevrouw Van der Graaf. Was u klaar? Ik zag u twijfelen.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Ik denk dat dit een heel verstandige lijn is. Ik heb al aangegeven dat ik het niet gek vind als van tevoren duidelijk wordt gecommuniceerd: als u echt zeker wilt weten dat uw stem op tijd aankomt, doe uw stem dan op vrijdag op de bus. Maar voor de mensen die dit niet kunnen doen, ben ik blij dat de minister in overleg gaat met de postbedrijven. Ik hoop dat daar de afspraak uit voortkomt dat zij in de week voorafgaand aan de verkiezingen de brievenbus iedere dag legen.

De heer Sneller (D66):
Nu heeft de minister de sluizen natuurlijk geopend voor verzoeken om met PostNL te bespreken. Ik denk dat het punt van de heer Öztürk wat ver gaat, maar dat de achterliggende zorgen breder kunnen leven. In de nota naar aanleiding van het verslag lees ik dat een extern bureau nog een operationele audit gaat uitvoeren op dat hele proces. Het zou goed zijn voor het vertrouwen als aan PostNL wordt gevraagd om open te communiceren over de uitkomsten daarvan, zodat iedereen vertrouwen kan hebben in dat dedicated proces.

Minister Ollongren:
Dat verzoek noteer ik ook. Ik wil sowieso in februari weer een tussenstand geven aan de Kamer. Dan kan ik dit soort aspecten daarbij betrekken.

De heer Van Otterloo (50PLUS):
Ik heb een opmerking en een vraag. Mijn opmerking is dat ik denk dat de minister al heel lang niet meer bij een brievenbus is geweest ...

Minister Ollongren:
Jawel.

De heer Van Otterloo (50PLUS):
... want de brievenbus wordt niet op maandag geleegd. Dit komt doordat de bezorging ook niet meer op maandag plaatsvindt. Dat is een van de problemen. Het is heel goed dat wordt overlegd om wel op zaterdag en maandag te legen.

Dan het tweede. Met betrekking tot het onderzoek zitten er twee zielen in mijn inborst. Van de ene kant moet je de privacy en het kiesgeheim beschermen, maar van de andere kant wil je graag weten hoeveel mensen gebruik hebben gemaakt van het briefstemrecht, en hoeveel mensen toch naar de stembus zijn gegaan terwijl ze gebruik konden maken van het briefstemrecht. Is dat op de een of andere manier straks uit het onderzoek te halen?

Minister Ollongren:
Na afloop van de verkiezingen, bedoelt u? Jazeker. Aangezien de briefstembiljetten er anders uitzien dan de andere stembiljetten, zullen we inderdaad achteraf kunnen vaststellen hoeveel briefstemmen er zijn binnengekomen en hoeveel stemmen zijn uitgebracht op de stembureaus.

De heer Van Otterloo (50PLUS):
Dat begrijp ik, maar het gaat mij om het volgende. Kan men onderzoeken hoeveel mensen hebben afgezien van de mogelijkheid om een briefstem uit te brengen en vervolgens de gang naar de stembus hebben gemaakt?

Minister Ollongren:
Oké.

De heer Van Otterloo (50PLUS):
Zo kan men weten wat het bereik is. Betekent het briefstemmen dat er geen 70-plusser meer in het stembureau is geweest? Heeft het tot een hogere opkomst geleid dan anders het geval was geweest?

Minister Ollongren:
Ik moet even kijken of ik precies kan reconstrueren aan hoeveel mensen we het hebben afgegeven en hoeveel mensen het hebben opgestuurd via de post. Dat was één vraag. Dat andere kunnen we na afloop natuurlijk wel reconstrueren op basis van de normale gang van zaken.

Ik weet overigens heel goed waar de brievenbus in mijn buurt staat. Volgens mij wordt deze op maandag wel geleegd, maar wordt er op maandag niet bezorgd. Maar goed, we zullen zien. Misschien verschilt het per gemeente; dat zou ook het geval kunnen zijn.

De voorzitter:
Ja, meneer Van Otterloo. Nee, nee, het is goed.

Minister Ollongren:
Het was uitlokking. Excuses.

De voorzitter:
Nee. Meneer Van Otterloo, wilt u toch een punt van orde maken over de brievenbus?

De heer Van Otterloo (50PLUS):
Ik woon in een groot dorp, genaamd Den Haag. Bij ons wordt op maandag de brievenbus niet geleegd.

Minister Ollongren:
Oké.

De voorzitter:
Maar in Amsterdam wel.

Minister Ollongren:
Maar dat is niet de maat der dingen, zoals wij weten, voorzitter.

De voorzitter:
Goed. Gaat u verder.

Minister Ollongren:
Graag. De heer Öztürk vroeg of er een verband is tussen het briefstemmen en de volmachten. Dat verband is er eigenlijk niet. Een briefstem kan alleen worden uitgebracht door de kiezer die daartoe de bescheiden heeft. Via de briefstem kan geen volmacht worden gegeven of worden uitgebracht. Dat verband is er dus niet.

Dan de vraag of de gemeenten zelf mogen bepalen hoeveel afgiftepunten zij voor briefstemmen hebben. In het wetsvoorstel wordt geregeld dat er in elke gemeente een of meerdere plaatsen moeten worden aangewezen waar mensen hun briefstem kunnen afgeven. Het staat gemeenten inderdaad vrij om zelf te bepalen hoeveel dat er zullen zijn. Ik heb aanleiding om ervan uit te gaan dat gemeenten daarvoor locaties zullen gebruiken die goed toegankelijk zijn voor kiezers. Vanaf 10 maart zullen die op werkdagen ten minste tijdens kantooruren, zeg maar van 9.00 uur tot 18.00 uur, open zijn. B en W mogen besluiten om ruimere openingstijden in te stellen. Ze mogen ook besluiten om afgiftepunten in het weekend open te houden. Op de dag van de stemming gelden dezelfde tijden als voor de stembureaus, dus van 07.30 uur tot 21.00 uur.

Dan het ondertekenen van de stempluspas. Het klopt dat er vragen waren van kiezers over het ondertekenen daarvan. Net zoals stemmen bij volmacht vraagt de stempluspas ook om een ondertekening. Met die ondertekening verklaar je in het geval van de stempluspas dat je persoonlijk je eigen briefstembiljet hebt ingevuld. Er staat ook op dat dat de intentie is. Het volgende is wel het geval en dat is nu ook al zo. Als mensen niet in staat zijn om hun handtekening te zetten, dan telt de stem desondanks toch.

Volgens mij heb ik nu de meeste punten met betrekking tot de risico's wel behandeld en wou ik overgaan tot early voting. Daarover zijn ook vragen gesteld, zij het minder dan over het briefstemmen. Maandag en dinsdag zijn wat ons betreft inderdaad speciaal voor mensen in risicogroepen. Dat betreft dus mensen die om wat voor reden dan ook een kwetsbare gezondheid hebben, zich zorgen maken over het virus of zich bij voorkeur niet op openbare plaatsen begeven, misschien nu al of misschien al maandenlang. Early voting is er dus om voor die mensen spreiding en rustige momenten in de stembureaus te creëren. Zo zal ik het in de communicatie ook onder de aandacht van de mensen brengen.

Mevrouw Van Esch (PvdD):
Ik heb nog kort een punt over het vorige blokje. Ik was benieuwd of de minister daar inhoudelijk toch nog kort op kan ingaan. Ik snap dat het niet mogelijk is om dat briefstemmen voor iedereen te regelen in de korte periode die er is. Inhoudelijk gezien vind ik het wel ingewikkeld om te zeggen: bij briefstemmen kun je niet het stemgeheim hanteren en daarom hebben we de optie volmacht. Ook daarin zit natuurlijk diezelfde problematiek verweven. Ik vind het naar mensen met een kwetsbare gezondheid die graag aan het stemgeheim willen voldoen nog steeds ingewikkeld om dat punt inhoudelijk op die manier te maken. Daarom had ik daar in mijn inbreng ook een punt van gemaakt. Hoe wegen we dat dan? Ik vind het eigenlijk geen goed argument om te zeggen: we gaan niet over op briefstemmen in het algemeen omdat je daarmee het stemgeheim lastiger kan hanteren. Dat geldt voor die andere optie namelijk ook. Dat schuurt dus een beetje. Ik was benieuwd of u daarop nog heel kort zou willen ingaan, want dat miste ik in het eerste blokje.

Minister Ollongren:
Ik had eigenlijk een tweetal argumenten. Het ene argument was de uitvoerbaarheid en het gewoon niet kunnen halen van de datum als je op aanvraag of voor iedereen het briefstemmen mogelijk zou maken. Het andere argument heeft inderdaad te maken met de kwetsbaarheid van het verkiezingsproces en de weging die je daarin moet maken. Idealiter gaat iedereen gewoon op het stembureau stemmen, zodat je 100% zeker weet dat het stemgeheim ook het stemgeheim is. Dan stem je namelijk in dat stemhokje. Op het moment dat mensen elders hun stem uitbrengen, weet je dat niet. In het geval van briefstemmen doen mensen dat thuis en via de volmacht doen mensen dat via iemand anders. Dan ben je er niet zelf bij. Dat is dus een risicoweging en hoe groter je die groep maakt, hoe groter het risico wordt. Ik vind het risico dat we nu voor de groep 70-plus nemen acceptabel. Daarbij kunnen we dan inderdaad geen 100% zekerheid hebben. Ik ben het met mevrouw Van Esch eens dat dat ook geldt voor degenen die er niet voor kiezen om op maandag en dinsdag te gaan stemmen, bijvoorbeeld vanwege een kwetsbare gezondheid, maar die dus kiezen voor de route van de volmacht. Ook daar is het een gecalculeerd risico.

De voorzitter:
Gaat u verder.

Minister Ollongren:
Ik zeg tegen de heer Van der Molen dat de communicatie wat betreft de maandag en dinsdag zal zijn: laten wij solidair zijn met de mensen die kwetsbaar zijn, en dat zijn er veel onder ons. Er zijn veel mensen die zich in die risicogroep weten of die zorgen hebben. Laten we zorgen dat er door hen in alle rust gestemd kan worden. Het is natuurlijk wel zo dat iedereen die zich op maandag of dinsdag bij dat stembureau meldt met de stembescheiden mag stemmen, want er kan natuurlijk geen sprake van zijn dat de motieven van de kiezer worden gecontroleerd om juist op die dag te gaan stemmen. Het is voor iedereen toegankelijk, maar dat zal juist in de communicatie duidelijk moeten worden.

Waarom is gekozen voor een minimumaantal stemlokalen voor vervroegd stemmen? De heer Van Raak vroeg dat. We hebben inderdaad een minimumaantal stemlokalen voorgeschreven. Dat is een staffel: hoe groter de gemeente, hoe meer van die stemlokalen vervroegd opengaan. Het doel is niet om hetzelfde te doen als op woensdag de 17de, maar om een extra mogelijkheid te scheppen. Het staat gemeenten wel vrij om meer te doen dan het minimum dat is voorgeschreven. Als je één gemeente maar heel veel dorpskernen hebt — de heer Van Raak noemde Friesland en Groningen — dan moet je per gemeente kijken wat wenselijk is om het voor die kiezers makkelijk genoeg te maken. De spreiding die wij hiermee creëren, kan belangrijk zijn, zowel in de grote steden maar misschien ook juist in gemeenten met een groot geografisch oppervlak. Ik heb bijvoorbeeld van Rotterdam begrepen dat ze voornemens zijn op maandag en dinsdag 30 stemlokalen te openen. Dat zijn er tien meer dan wettelijk is voorgeschreven. Ook alle andere vormen, de mobiele stembureaus, de speciale stembureaus in de zorginstellingen et cetera, kunnen ook op maandag en dinsdag als een gemeente daarvoor kiest.

Wij hebben in Nederland gewoon geen ervaring met dit vervroegd stemmen. We doen dit voor het eerst, dus ik kan heel moeilijk voorspellen hoeveel kiezers daar gebruik van zullen maken en of het precies het effect heeft dat wij beogen: spreiding maar wel wat rustiger op de maandag en de dinsdag. Ik kan natuurlijk ook niet voorspellen hoeveel 70-plussers gebruik gaan maken van het briefstemmen. Heel veel mensen zijn gewend om naar het stembureau te gaan, dus het kan best zijn dat veel mensen dat toch willen blijven doen. Dat mag ook. Het is prima als mensen dat doen. Het is dus heel lastig om van tevoren te zeggen wie van de 2,4 miljoen er gaan briefstemmen en wie van onze 70-plussers gewoon zelf gaan stemmen.

Dan het punt van de heer Van Raak. Hij wordt wakker met een kriebel in de keel, een hoest en hoofdpijn op 17 maart. Ik gun het hem niet — laat ik dat eerst benadrukken — maar feit is dat wij aan een kiezer met covid-achtige klachten vragen om niet naar het werk, niet naar de supermarkt en niet naar oma te gaan. We vragen om een afspraak te maken om je te laten testen. Dat is wat we aan iedereen vragen. Op 17 maart vragen we dan ook om niet zelf te gaan stemmen. Dat klopt. Dat is zo. Kan je dan stemmen? Ja, gelukkig wel, namelijk via de volmacht. Dat is het alternatief voor diegenen die de pech hebben om uitgerekend op die dag getroffen te worden door een virus of het virus.

De heer Van Raak (SP):
Dus als je 's ochtends merkt dat je coronaverschijnselen hebt, mag je wel naar de teststraat op de fiets maar niet op de fiets naar het stembureau. Dat is raar. Dat is heel raar, ook omdat 20% van de mensen die coronaverschijnselen hebben, volgens het RIVM gewoon naar buiten gaat. Misschien gaan die mensen wel gewoon naar het stembureau en is de kans op besmetting veel groter. Dan zegt de minister: ja, dan kun je nog iemand anders voor je laten stemmen. Volgens mij is dat vooral theoretisch, want dan moet dus iemand naar jouw huis komen, waar je dus in quarantaine zit. Dan moet je een kopie van je ID hebben. Dan moet je dus een kopieerapparaat hebben of een printer. Nou, ik heb ze allebei niet. Hoeveel mensen, denkt de minister, gaan dat doen? Je moet iemand naar je huis roepen terwijl je in quarantaine zit, ergens een kopieerapparaat of een printer vandaan halen en allemaal ingewikkeld. Dat gaat gewoon niet gebeuren! Dat gaat niet gebeuren. Dus als je op 17 maart 's ochtends wakker wordt met een verkoudheid, betekent dat feitelijk dat je niet kunt stemmen.

Minister Ollongren:
Nee, dat is dus niet het geval. Kijk, we kennen het systeem van het stemmen bij volmacht allang. Veel mensen doen dat. Mensen weten over het algemeen ook hoe dat moet. Als je met ziekte thuis moet blijven — dat kennen we niet — omdat er een risico is dat je corona hebt opgelopen, dan moeten er allerlei dingen gebeuren. Je hebt misschien boodschappen nodig. Dan vraag je ook aan iemand om die bij je deur af te leveren. Op dezelfde manier waarop de boodschappen worden overgedragen, kan ook de stempas worden overgedragen en kan ook gevraagd worden om een kopie te maken, als dat ook nog moet gebeuren. Het is even een geregel, maar het kan natuurlijk wel. Er is geen praktische reden om te veronderstellen dat dat niet gaat gebeuren. Ik vind de redenering van de heer Van Raak ook een beetje gek. Hij zegt: mensen gaan gewoon met klachten de straat op. Ons dringende verzoek aan mensen is om dat juist niet te doen. Doe dat niet, want je brengt daarmee andere mensen in gevaar. Juist bij de verkiezingen doen we er alles aan om het zo veilig mogelijk te organiseren, door te handhaven op de 1,5 meter, door middel van handhygiëne, door middel van een extra stembureaulid, dat de mensen daar netjes op wijst, en door de stembureauleden te beschermen met kuchschermen. Het is veilig in die stembureaus. Maar als de heer Van Raak hier suggereert dat mensen met corona nog best even hun stem kunnen gaan uitbrengen, dan vind ik dat heel slecht voor het vertrouwen van mensen in de veiligheid. Ik vind het echt belangrijk dat we allemaal uitstralen dat de stembureaus veilig zijn. Als u de pech heeft om op dat moment ziek te zijn, stemt u dan alstublieft met een volmacht.

De heer Van Raak (SP):
Dat kan bijna niet op dezelfde dag. Normaal gesproken doen mensen dat ook niet op dezelfde dag. Als ik 's ochtends wakker word met een verkoudheid, dan kan ik op de fiets naar de teststraat, maar ik kan niet op de fiets naar het stembureau. Kan er niet gewoon een stembureau worden ingericht bij de teststraat? Waarom is het niet mogelijk om drive-throughstemstraten te maken, in een tent of in de openbaarheid? Waarom is het niet mogelijk om in elke gemeente een mogelijkheid te geven aan mensen die coronaverschijnselen hebben om te gaan stemmen op een plek die daarvoor is ingericht, bijvoorbeeld bij een teststraat die daar al voor is ingericht?

Minister Ollongren:
Dat klinkt natuurlijk als een heel goed idee. Dat vind ik oprecht. Maar als je nu voelt dat je misschien iets hebt en je je wilt laten testen, dan maak je een afspraak. Ik kan niet voorspellen hoe dat op 17 maart is, maar ik geloof dat de afspraak op dit moment vaak voor de volgende dag is. Dus dat helpt de heer Van Raak niet op 17 maart, als hij pas de volgende dag mag gaan testen. Het tweede is dat we gelukkig heel veel teststraten hebben in Nederland. Maar die hebben we niet overal. Ik kan dus niet garanderen dat iedere gemeente een teststraat heeft waar ook een stembureau kan worden georganiseerd en waar iedereen dan zou kunnen stemmen. Hoewel ik de gedachte heel goed begrijp, zijn er echt praktische bezwaren. Een. Het is helemaal niet gezegd dat je die test ook daadwerkelijk hebt op de dag waarop je je daarvoor aanmeldt, want dat gaat op afspraak. Het is heel precies ingeregeld. Het testbureau zegt: u komt morgen om 10.15 uur. Het is niet zo dat je even naar de teststraat kunt gaan op een moment dat voor jou goed uitkomt, bijvoorbeeld 's ochtends vroeg, omdat je graag snel wilt weten of je corona hebt. We moeten ook een beetje aansluiten bij de werkelijkheid waar we nu in leven, met corona. Ik had het ook heel graag anders gezien, maar zo is het nou eenmaal.

De heer Van Raak (SP):
Ik snap alle praktische bezwaren, maar het is een grondwettelijk recht om te stemmen.

Minister Ollongren:
Ja.

De heer Van Raak (SP):
Dat grondwettelijk recht kan je alleen maar afgenomen worden door de rechter, bijvoorbeeld als je een veroordeelde terrorist bent. Een veroordeelde terrorist kan als extra straf krijgen dat de rechter uitspreekt dat hij niet mag gaan stemmen. Maar als ik op 17 maart 's ochtends verkouden ben, dan zegt de minister: thuisblijven. Early voting, vroegstemmen, en briefstemmen kan niet meer, en dat theater van die volmachten lukt mij ook niet. Dan kan ik dus niet stemmen. Dan is dat grondrecht mij dus afgenomen. Ik ben geen terrorist, maar een eerlijke burger die wil stemmen. Maar dat is dan onmogelijk. Ik weet dat er praktische bezwaren zijn, maar het gaat om het stemrecht. Laat elke gemeente een drive-through maken, een stemstraat. Laat elke gemeente een stemstraat maken die coronaproof is en waar mensen die 's ochtends op 17 maart verkouden zijn of coronaverschijnselen hebben, gewoon naartoe kunnen.

Minister Ollongren:
Ik blijf zeggen dat het echt niet verstandig is om dat te doen. Voor mensen die klachten hebben zijn er inderdaad teststraten ingericht, met alle zorgvuldigheid die daarbij hoort, zodat er in die teststraten ook geen besmettingen kunnen plaatsvinden. De heer Van Raak heeft vast weleens gezien hoe de mensen eruitzien die in die teststraten werken. Laten we het testen op corona laten waar het hoort, met alle omstandigheden die daarbij horen. Het stemmen doen we op andere plekken, onder andere omstandigheden. Voor mensen die door corona beperkingen hebben, introduceren we een aantal andere mogelijkheden. Daarom zijn we nu al tot twee keer toe met elkaar in debat hierover. We introduceren dus een aantal andere mogelijkheden, waaronder, als het daar uiteindelijk op aankomt, het uiterste middel, namelijk een volmacht geven aan iemand anders. Daarmee hebben we denk ik alles afgedekt en daarmee hebben we het stemrécht, waar ik net zo aan hecht als de heer Van Raak, ook maximaal verankerd in de wetgeving voor de aanstaande verkiezingen.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Ik zou hier toch even op door willen gaan, want ik denk niet dat het helemaal hypothetisch is wat de heer Van Raak schetst. Ik denk dat het heel goed kan voorkomen. Ik heb zelf ook weleens iemand een volmacht gegeven omdat ik mijn stem niet op de dag zelf kon uitbrengen. Ik woon in Groningen en ik moest hier in Den Haag zijn voor mijn werk. Toen heb ik dat al een paar dagen eerder geregeld. Maar niet iedereen voelt zich even prettig bij het vragen van de buurman of de buurvrouw om een volmachtstem uit te brengen. Misschien wil je dat juist in vertrouwde kring doen maar heb je je familie niet om de hoek wonen, waardoor het nog weer ingewikkelder wordt en het op de dag zelf gewoon praktisch onmogelijk is. Ik denk dus echt dat het niet hypothetisch is. Ik hoor ook de minister reageren en ik denk dat het verstandig is om in ieder geval niet de indruk te gaan wekken dat er allemaal mensen met klachten zijn die op de verkiezingsdag een stemlokaal gaan betreden. Dat zouden we niet willen. Maar we willen wel dat mensen in de gelegenheid zijn om hun stem uit te brengen. En voor wie die volmacht dan niet mogelijk is, is het geen gek idee om met de ervaring van nu bij deze verkiezingen toch meer ruimte te geven aan drive-throughstembureaus en aan stemstraten in de open lucht.

Ik zie ook in de reactie van de minister, in de schriftelijke inbreng en in de reacties van de VNG en de burgemeesters dat er volop ruimte wordt gezocht om op andere, bijzondere manieren die stembureaus in te richten. Is het dan een idee dat we de minister vragen in overleg te gaan met de burgemeesters en de gemeenten om in iedere gemeente in ieder geval één locatie beschikbaar te maken om zo'n drive-throughstembureau, of zo'n stemstraat, zoals de heer Van Raak het noemt, in te richten? Wil de minister met hen overleggen of dat mogelijk is, zonder het nu gelijk van de hand te wijzen? Want ik denk dat dit wel een reëel punt is. Het zou niet goed zijn als deze mensen op de verkiezingsdag toch niet in de gelegenheid zouden zijn om hun stem uit te brengen.

Minister Ollongren:
Nee, ik begrijp het. Nogmaals, ik gun het ook iedereen om op 17 maart niet met dit probleem te zitten. Ik snap dat het niet fijn is als je op die dag ook nog eens alle practicalities rond het geven van een volmacht aan iemand anders moet doen. Maar wat mevrouw Van der Graaf vraagt, en wat de heer Van Raak suggereert, namelijk om in iedere gemeente ook zo'n drive-throughteststraat te organiseren, is organisatorisch echt wel complex. Dan vraag je nog meer van gemeenten, die eigenlijk al tegen ons gezegd hebben: dit kunnen we nét; u vraagt al heel veel van ons. We zitten nu in de tweede golf van corona. Op dit moment worden er ongeveer 50.000 tot 60.000 testen per dag uitgevoerd. Ik kan natuurlijk niet uitsluiten dat dit dan nog steeds het geval is, maar laten we hopen dat het een stuk minder is. Dat zijn veel mensen, maar als je dat verspreid over alle gemeenten in Nederland en over alle Nederlanders gaat het niet over enorme aantallen, waar je dan wel een enorm logistiek circus voor moet optuigen, terwijl er ook een alternatief voor is. Dus nogmaals, ik neem het heel serieus en we hebben het ook echt besproken met de VNG: zou het kunnen? Daar hebben we alle mogelijkheden voor verkend, en we zijn erop uitgekomen dat het bij deze verkiezingen in deze omstandigheden en bij deze sowieso al ingewikkelde voorbereiding van de verkiezingen een te grote belasting is en dat het niet uitvoerbaar is. Wij zullen dus het alternatief onder de aandacht brengen van de mensen, waarvoor we dus ook die extra volmachtmogelijkheid mogelijk hebben gemaakt.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Dan probeer ik het nog één keer, want het gebeurt al. Dit is al op veel plekken in het land ingezet, ook bij de herindelingsverkiezingen. De minister heeft zelf een ondersteuningsteam vanuit haar ministerie ter beschikking gesteld aan gemeenten, en de best practices zijn er. Is de minister bereid om toch nog een keertje hierover het overleg aan te gaan, gehoord het debat en gehoord de situaties die we ons allemaal kunnen voorstellen en die ons allemaal ook zelf kunnen overkomen? In maart is de R nog in de maand. Het kan ons allemaal overkomen en het zou jammer zijn als er stemmen verloren zouden gaan omdat mensen een loopneus hebben.

Minister Ollongren:
Dat wil ik ook doen. Er mogen geen stemmen verloren gaan. Mensen moeten op de een of andere manier in de gelegenheid worden gesteld om te gaan stemmen. Ik begrijp dat mevrouw Van der Graaf het nogmaals probeert en het nogmaals onder de aandacht brengt. Maar wat wij hier vandaag met elkaar bespreken en waarover u uiteindelijk stemt, is wat we gaan doen. De gemeenten hebben mij en u gevraagd om hen niet nog meer te laten doen dan dit, omdat ze dat niet kunnen.

De voorzitter:
Gaat u verder. Hoever bent u met uw beantwoording?

Minister Ollongren:
Ik ben in de totale beantwoording al over de helft.

De uitslag wordt niet eerder bekendgemaakt, zeg ik tegen de heer Van Otterloo. Ik dacht even dat hij dat suggereerde in zijn inbreng. Stemmen die op maandag en dinsdag worden uitgebracht, kunnen pas op woensdag worden geteld. Dat kan op die woensdag al vanaf een uur of 19.30 uur of vanaf het tijdstip dat het college in de gemeente vaststelt. Mocht een stembureau al klaar zijn met het tellen van de briefstemmen, dan wordt de uitslag nog niet bekendgemaakt. Dat mag pas na sluiting van de stembussen, dus pas na 21.00 uur. We willen dus niet dat er uitslagen bekend worden terwijl er nog mensen aan het stemmen zijn. Early voting heeft wat dat betreft dus geen effect op het stemmen.

De voorzitter:
Heel kort, meneer Van Otterloo.

De heer Van Otterloo (50PLUS):
Ja, heel kort. Waar het mij om ging, was dat die telling openbaar is en dat het risico zo veel mogelijk wordt beperkt dat die telling bekend wordt voordat de andere stembussen zijn gesloten. Het gaat om de mensen die erbij kunnen.

De voorzitter:
Volgens mij is dat duidelijk.

Minister Ollongren:
Het tellen is wel openbaar, maar de uitslag wordt niet bekendgemaakt.

De voorzitter:
Gaat u verder.

Minister Ollongren:
Dan dus alles wat te maken heeft met de organisatie, het aantal stembureaus, vrijwilligers et cetera. Laten we beginnen met de vrijwilligers. We hebben heel veel stembureauleden en tellers nodig. Als je alles bij elkaar optelt, dan gaat het om 70.000 tot 80.000 stembureauleden en tellers. Alles wat we extra doen, ook het vervroegd stemmen en het tellen van briefstemmen, zorgt voor extra handelingen. Dat is allemaal mensenwerk. We hebben dus veel mensen nodig. Bovendien moeten we ook hierbij rekening houden met uitvallers op het laatste moment door quarantaine, ziekte et cetera. We hebben dus ook nog een reservoir nodig van stembureauleden die lastminute kunnen worden ingevlogen. We houden nu een richtlijn aan van ongeveer 10%. Vandaar dat we op 30 november al gestart zijn met die landelijke wervingscampagne. We hebben ook geregeld dat rijksambtenaren op stembureaus kunnen gaan werken, zonder dat zij daar verlof voor moeten opnemen. Afgelopen week stond het aantal aanmeldingen — het centrale aantal aanmeldingen, dus via de website elkestemtelt.nl — op 25.000. Dat is echt een heel mooi en hoopgevend resultaat. Daar komt vandaag het bericht bij dat we in overleg met de MBO Raad ook maximaal mbo-studenten zullen gaan inzetten. Dat geldt overigens over de hele linie: van het opbouwen en afbouwen van de stembureaus tot en met het tellen en stembureaus bemensen. Daar ben ik ongelofelijk blij mee.

Waar ik op dit moment nog geen zicht op heb, is hoeveel er bij de gemeenten zelf is binnengekomen. Er zijn wel gemeenten die zich nu al melden en zeggen dat ze genoeg mensen hebben. Dat is hartstikke mooi, maar dat geldt nog niet voor alle gemeenten. En zelfs tegen die gemeenten zeg ik: ga toch nog even door, want denk aan die 10% en het feit dat mensen toch kunnen afhaken. Ik vraag hun dus hun best te blijven doen en te zorgen voor voldoende mensen. Dus op zich ben ik op basis van hoe het nu gaat positief gestemd, maar het houdt mijn volle aandacht. Ik ga in januari peilen hoe de gemeenten ervoor staan en wat we nog meer moeten en kunnen doen.

Er werd ook gevraagd of er genoeg jongeren bereikt zijn. Ik denk dat we met de mbo'ers hebben kunnen zien dat jongeren zeker ook bereid zijn om te helpen. Dat betekent ook dat er dus nieuwe aanwas komt voor de stembureaus — ik dacht dat de heer Van der Molen daarnaar vroeg — en dat we straks een heel reservoir aan stembureauleden hebben die het al een keer hebben meegemaakt en die hopelijk bij alle andere verkiezingen ook weer gemotiveerd zijn om zich te melden om mee te doen en te helpen.

De heer Van Otterloo vroeg nog naar de sneltesten voor de stembureauleden. Hij heeft daar eerder ook aandacht voor gevraagd. Ik heb toen al gezegd dat ik heel graag met de collega van VWS in de gaten wil houden hoe we de komende maanden de mogelijkheden die zich voordoen, zouden kunnen inzetten. Maar het gaat dus over een grote groep mensen, uiteraard volkomen verspreid over het land. Dus het is ook weer een heel grote logistieke operatie om het mogelijk te maken voor alle stembureaus en alle stembureauleden. Nogmaals, ik heb het toegezegd. Ik ga dat ook doen. We houden het in de gaten en kijken wat we kunnen met die sneltesten en wat we ermee zouden kunnen doen met de verkiezingen. Ik zou het heel mooi vinden als het kan, maar ik kan dus nog niet zeggen dat het kan. Wat ik wel kan zeggen, is dat we het nooit kunnen verplichten. Stembureauleden de mogelijkheid geven is een ding, maar we kunnen nooit zeggen dat het moet. Sneltesten moeten niet, net zoals vaccineren niet moet. Dat is even de andere kant van het verhaal. Er wordt natuurlijk wel aan hen gevraagd om de gewone gezondheidscheck te doen.

Hij heeft daar ook een amendement voor ingediend. Het is geen verplichting, wat mij betreft. Het enige landelijke beleid dat we hebben, is: laat je testen bij klachten. Dat geldt ook voor stembureauleden. Maar nogmaals, ik ga die ontwikkelingen rond de sneltesten volgen en kijken wat er mogelijk is. Het amendement moet ik ontraden. Ik zoek even naar het nummer; dat is het amendement op stuk nr. 9.

Dan de stemlokalen, een ander punt. Eerst de stembureauleden, nu de stemlokalen. Zijn er genoeg, vroegen mevrouw Özütok en anderen. De gemeenten zijn er echt ontzettend hard mee bezig. Echt complimenten daarvoor. Het heeft alle aandacht. Er komen ook heel mooie initiatieven uit voort, ook trouwens vanuit de rijksoverheid, de provincies en de waterschappen. Die stellen hun kantoren ter beschikking. Brancheverenigingen, rederijen, zorgverzekeraars, parkeergarages: er worden allerlei plekken aangedragen als mogelijk geschikt. Daar ben ik heel blij om. Uiteindelijk moet de gemeente bepalen welke lokalen geschikt zijn en welke niet.

Het ging net ook even over drive-throughstemlokalen. Daar wordt in de gemeenten zeker naar gekeken. We hebben het met enthousiasme gezien, maar het is nog heel beperkt geweest. Maar daar wordt nu dus ook goed naar gekeken. Het is fijn dat gemeenten dat zo doen en dat ze daarbij voldoende rekening houden met spreiding. Want de heer Van Raak vraagt mij in ieder debat of ik kan garanderen dat er niet minder stemlokalen komen. Ik ben het ook zo met hem eens. Het zou zo'n verkeerde uitstraling hebben als er als gevolg van corona minder stemlokalen zouden komen. Ik vind dat het aantal stemlokalen op peil moet blijven. Ik ben ook blij met de motie op dat punt die daarom vraagt. Ik heb de burgemeesters daarover geïnformeerd. Ik hou dat in de gaten. Ik zal ook die peiling in januari herhalen. Dan zal ik de Kamer daarover begin februari informeren.

Mevrouw Özütok (GroenLinks):
Dank aan de minister, omdat zij zo haar best doet om wat meer stembureaus bij gemeenten maar ook bij andere instellingen voor elkaar te krijgen. Dat laatste punt dat de minister maakte, was precies mijn vraag. Wanneer kan zij ons hierover informeren? Kan dat ook eind januari zijn?

Minister Ollongren:
Ik doe de peiling in januari. Mijn voornemen was om de Kamer in februari te informeren. Ik kan me voorstellen dat de Voorzitter ook vindt dat dit voor het verkiezingsreces zou moeten zijn. Dus dat zeg ik hoe dan ook toe: zo snel mogelijk.

Mevrouw Kuiken van de Partij van de Arbeid vroeg naar de scholen. Ik heb inderdaad samen met collega Slob een brief naar alle schoolbesturen gestuurd. Collega Slob heeft ook overleg gevoerd met de koepelorganisatie. Ik denk dat zijzelf ook zeggen: "Laat het ook een beetje decentraal aan ons. Dus probeer nou niet van bovenaf alles op te leggen en te bedenken. Wij scholen moeten zelf ook goed kijken wat mogelijk is." Dat gebeurt dus lokaal, in overleg tussen gemeenten en schoolbesturen. We hebben wel in overleg met collega Slob, maar ook met de PO-Raad en de VO-raad, een leidraad opgesteld: scholen als stemlokaal. Die hebben we ook met hen besproken. Die vinden ze ook bruikbaar. We proberen zo veel mogelijk behulpzaam te zijn bij die dialoog, maar ik heb er wel vertrouwen in dat de gemeenten er samen met de schoolbesturen uit kunnen komen. Nogmaals, het is wel belangrijk dat we voldoende alternatieve locaties hebben als scholen om goede redenen misschien niet beschikbaar zijn. We helpen daar weer bij met een ondersteuningsteam stemlokalen.

De heer Bisschop vroeg naar de openingstijden van bijzondere stembureaus. Om te beginnen, en dat is ook de les van de herindelingsverkiezingen: er is inderdaad behoefte aan dit type stembureaus. De ervaring met die herindelingsverkiezingen leert wel dat het niet nodig is om dat heel lang te doen over een heel lang tijdvak. Het heeft ook niet zo veel zin om het al heel vroeg op de dag te doen. Dus die lessen van die herindelingsverkiezingen worden geleerd en getrokken. De gemeenten maken afspraken met de zorginstellingen en dat is echt maatwerk.

De omvang van de stemlokalen en het tellen, dat was ook een les van de herindelingsverkiezingen. Heel simpel: als een stemlokaal te klein is om ook te tellen, dus dat je wel met looproutes kunt stemmen maar tellen te ingewikkeld is — daar heb je natuurlijk best wel veel mensen voor nodig — dan moet het elders gebeuren. Dan moet er worden geteld op een locatie die wel groot genoeg is. Dat kan ook en deze wet maakt het mogelijk te zorgen dat er bij lage regelgeving regels worden gesteld voor hoe die stembescheiden naar een andere locatie worden vervoerd et cetera. U moet dan denken aan verplicht gescheiden vervoer van de sleutel van de stembus, proces-verbaal en de stembus zelf, waarbij vervoer plaatsvindt door ten minste twee personen. Dat soort zaken wordt allemaal bij lagere regelgeving vastgelegd.

De heer Sneller vroeg naar de schorsing van de zitting. Stembureaus moeten natuurlijk niet onnodig vroeg dichtgaan. Dat kan ook nooit. Stembureaus zijn gewoon open vanaf 07.30 uur tot 21.00 uur op de woensdag, en trouwens ook de maandag en de dinsdag, want dat zijn dezelfde tijden. Die mogelijkheid tot schorsing is alleen bedoeld voor het tellen. Als je constateert dat stembureauleden zo vermoeid zijn geraakt, dat je redelijkerwijs dat proces niet meer zorgvuldig kunt doen, dan zou je als voorzitter, overigens ook weer pas na overleg met de burgemeester, de zitting kunnen schorsen om die de volgende dag te continueren. Daarvoor is het bedoeld.

Dan de transparantie van het tellen. Ja, dat is belangrijk. Mevrouw Özütok vroeg ernaar. Het is voor iedereen openbaar toegankelijk, maar ja, het moet wel op 1,5 meter. Dat is waar we nu mee te maken hebben. Na het tellen moeten de gemeenten alle processen-verbaal op internet publiceren, wat we sinds een jaar verplicht hebben gesteld. Dat ging vorig jaar bij de verkiezingen inderdaad niet overal goed, dus dat moeten we heel scherp in de gaten houden en daar moeten we ook weer van leren. Ook de zittingen van de hoofdstembureaus en van het centraal stembureau, dus de Kiesraad, zijn publiek toegankelijk. Dit wetsvoorstel regelt ook dat zittingen op internet moeten worden uitgezonden en dat kiezers ook in een digitale omgeving daarvan deelgenoot kunnen zijn en eventueel bezwaren kunnen inbrengen. Bovendien moeten ook de processen-verbaal van de hoofdstembureaus en het centraal stembureau op internet worden gepubliceerd.

Wat betreft het experiment met centraal tellen, weet ik nu nog niet, zo zeg ik tegen de heer Sneller, wat de eindstand is van hoeveel gemeenten eraan meedoen. De gemeenteraden moeten er natuurlijk mee instemmen en dat is nog niet in alle gemeenten duidelijk. Mijn verwachting is nu dat er zo'n 35 gemeenten ongeveer mee gaan doen.

Tot slot op dit punt: de financiële compensatie. Op basis van de gegevens van 2013 hebben we berekend dat de verkiezingen normaal zo'n 43 miljoen kiezen. Maar ja, dat is nu natuurlijk anders. Daarvoor heb ik ook uitvoerig overleg gevoerd met de VNG en heb ik in september al met de VNG afgesproken 30 miljoen extra te verstrekken. Toen ging het nog vooral over alternatieve locaties, de inrichting van de stemlokalen en dat soort zaken. Vervolgens heb ik er in het kader van de decembercirculaire nog 22 miljoen bijgelegd, bijvoorbeeld voor portokosten, briefstemmen en dat soort zaken. Dat is best wel ruim geraamd, zo is mijn inschatting. Dus ik ben van mening dat de gemeenten redelijk ruim in het jasje zitten met deze compensatie maar natuurlijk zullen we dat ook bezien. Ik hoorde een van de leden zeggen aanwijzingen te hebben dat dit niet door iedere gemeente zo wordt ervaren. Nou, dit is wat we hebben afgesproken, maar, nogmaals, het geld voor de verkiezingen stellen we gewoon beschikbaar. Daar zijn we niet eindeloos over aan het onderhandelen, want het moet niet liggen aan een tekort aan middelen.

De heer Van Gent (VVD):
Ik had ook al geconstateerd dat het heel mooi is dat er overal vanuit het land door allerlei verschillende organisaties nu hulp wordt aangeboden maar ze richten ons dan ook weleens tot ons als Kamerleden met de vraag bij wie ze zich dan kunnen melden. Ik heb dus ook expliciet de vraag wie het coördineert. Ik begrijp heel goed dat de gemeenten er uiteindelijk over gaan, maar enige coördinatie zou wel kunnen helpen. Waar kunnen zij zich melden?

Minister Ollongren:
Als het gaat over dat soort praktische zaken als de stemlokalen en zo, bedoelt de heer Van Gent?

De heer Van Gent (VVD):
Ja, en ook vrijwilligers bijvoorbeeld, qua mensen.

Minister Ollongren:
O ja, de vrijwilligers. Daar is dus die website elkestemtelt.nl voor. Daar kan iedereen zich aanmelden als vrijwilliger. Dat kan ook bij de eigen gemeente. Hetzelfde geldt eigenlijk voor mensen met ideeën rondom stemlokalen. Dat kan ook bij de gemeente, maar dat zou ook bij ons kunnen, bij het ministerie van BZK, omdat wij ook een centraal team hebben dat juist helpt bij het zorgen voor voldoende stemlokalen. Dus er zijn twee opties.

Voorzitter. Dan kom ik bij de overige punten.

De voorzitter:
Zijn dat er veel?

Minister Ollongren:
Als u mij nog een kwartiertje gunt, dan ben ik helemaal klaar.

De voorzitter:
Een kwartier?

Minister Ollongren:
Ja, dat hangt uiteraard van de interrupties af.

De voorzitter:
Die vallen erg mee, hoor, vind ik.

Minister Ollongren:
Dat vind ik ook. Dat zal aan uw voorzitterschap liggen, dat kan niet anders.

De voorzitter:
Gaat u verder.

Minister Ollongren:
Ik wilde even ingaan op de vragen die zijn gesteld over als we in maart ook in een lockdown zouden zitten zoals nu. Ik weet het niet. Ik kan daar niet op vooruitlopen. Ik ben hoopvol. Ik denk dat we door wat we nu doen vooral bezig zijn om dat virus weer onder controle te krijgen. Dan kun je natuurlijk door je oogharen kijken. Je kunt de vergelijking maken met het voorjaar. Er zijn best redenen om te verwachten en even voorzichtig optimistisch te zijn rond half maart, maar wel voorzichtig, want ik weet het niet. Vandaar dat ik het zo belangrijk vind om alles te doen om te zorgen dat die verkiezingen in coronatijd door kunnen gaan. Dat is wat we aan het doen zijn en dat is waarom deze wet zo belangrijk is. Dus de vraag is logisch, maar ik kan hem eigenlijk niet beantwoorden. Ik kan alleen maar zeggen dat we er alles aan zullen doen om te zorgen dat de verkiezingen kunnen doorgaan.

Mevrouw Van Esch ging daar nog wat dieper op in. Zij vroeg of we niet nog wat meer tijd hadden kunnen nemen, want dan hadden we de verkiezingen misschien al preventief wat later kunnen houden of iets dergelijke. Maar ook dat vind ik gek. Het is zelfs op dit moment mijns inziens niet nodig en ook niet wenselijk om de verkiezingen uit te stellen. Ik vind het echt mijn opdracht om ervoor te zorgen dat we er alles aan doen dat we ze kunnen laten doorgaan op een veilige manier. Daarvoor zijn deze maatregelen mijns inziens nodig.

De heer Martin Bosma (PVV):
Wij vinden het allemaal wenselijk dat ze gewoon doorgaan, maar ik heb vragen gesteld rondom "stel; what if ...?" In de antwoorden op de vragen tijdens de schriftelijke vragenronde geeft de minister aan, tot twee dagen voor de verkiezingen nog per ministeriële regeling aanvullende regels te kunnen stellen. Dat is nogal wat, want het is eigenlijk een soort openeinde-akkoord waar we straks mee instemmen. Hoever kan dat gaan? Kan de minister een of twee dagen van tevoren zeggen: het loopt nu zo uit de hand met die corona, de verkiezingen gaan gewoon niet door op 17 maart? Of kunnen er nog andere ingrijpende wijzigingen plaatsvinden en hoever gaat dat? Hoe moet ik me dat voorstellen? Want de minister geeft zichzelf een enorme slag om de arm.

Minister Ollongren:
Er zijn twee dingen; ik kijk even of ik de heer Bosma op dat punt kan overtuigen.

Het tweede punt dat hij maakt, is dat hij zegt: u geeft zichzelf eigenlijk een soort carte blanche voor die verkiezingen. Maar zo is datgene wat hier wordt voorgesteld helemaal niet bedoeld. In de tijdelijke wet zit een grondslag voor ministeriële regels over hygiënemaatregelen en persoonlijke beschermingsmiddelen in de stemlokalen. Die zijn ook al gebruikt bij de herindelingsverkiezingen. Dit zijn eigenlijk de gebruikelijke regels die we nu hanteren, dus de kuchschermen, het ontsmetten van de handen et cetera. Daarin zitten trouwens ook de mondkapjes voor de stembureauleden, hoe je bijstand verleent aan mensen die hulp nodig hebben en dat soort zaken. Dus dit is eigenlijk helemaal niet bedoeld als een carte blanche, zoals de heer Bosma dat heeft gelezen, maar als een afgebakende grondslag voor die hygiëneregels. Stel dat de algemene regels zouden worden aangepast. Dan is hier het haakje geslagen om die aanpassing ook door te voeren voor de verkiezing. Ik kan niet bedenken welke maatregel we nog met elkaar zouden nemen bovenop de handen, de mondkapjes et cetera. Maar ja, dat ik het niet kan bedenken, wil nog niet zeggen dat het niet gebeurt, en dan kan dat gelukkig nog.

De andere kant van de vraag van de heer Bosma, en dat is een meer fundamentele vraag, is: wat als? Daarvan zeg ik net: ik weet het niet. Ik kan dat niet voorspellen. We doen er alles aan om te zorgen dat het door kan gaan. Maar als de situatie rondom het virus en de epidemiologische ontwikkelingen ons zouden nopen om dat te overwegen, dan moet dat natuurlijk een gezamenlijke beslissing zijn van kabinet en parlement. Dat kan niet anders. Voor uitstel van de verkiezingen is instemming van de Kamer nodig. Daar is overigens ook een wet voor nodig. Dat staat in de Grondwet. In de eerste brief die ik de Kamer daarover in het voorjaar stuurde, ben ik daar al heel open over geweest. Ik heb gezegd: dat is heel erg ongewenst en we hopen dat allemaal niet. Maar dat is uiteindelijk, in het allerergste geval, wat je dan met elkaar zou moeten afspreken. Wij hebben in andere landen ook gezien dat dat weleens is gebeurd. Ik kan dat dus niet uitsluiten, maar we moeten wel alles doen om te proberen het maximaal te voorkomen.

De heer Martin Bosma (PVV):
Mijn vrees op grond van de antwoorden op de vragen van GroenLinks dat twee dagen voor de verkiezingen de minister nog met een ministeriële regeling kan komen waardoor er ingrijpende — ik heb het niet over mondkapjes of over kuchschermen — wijzigingen komen in de manier waarop de verkiezingen plaatsvinden, is dus ongegrond.

Minister Ollongren:
Ja, daar kan de heer Bosma echt gerust op zijn.

De voorzitter:
De heer Van Otterloo. Nee? U staat gewoon een beetje in beeld?

De heer Van Otterloo (50PLUS):
Een ding is dus heel duidelijk: met deze wet zijn er geen haken om de verkiezing op een andere datum te houden. Als dat gebeurt, dan komt het hier terug in de Kamer met een wetsvoorstel om zo te handelen. Het valt ook niet onder de noodwet van COVID-19. We behandelen hier een ordentelijk wetsvoorstel.

Minister Ollongren:
Ja, idealiter inderdaad met een ordentelijk wetsvoorstel. Maar u weet: voor een ordentelijk wetsvoorstel is ook tijd nodig, namelijk minimaal een paar weken en dat is dan natuurlijk al razendsnel. Stel nou dat wij gezamenlijk zouden zeggen dat het niet verantwoord is vanuit gezondheidsperspectief en dat dat pas heel kort voor de verkiezingen blijkt. We zeggen dan: je kunt eigenlijk niet redelijkerwijs verwachten dat mensen komen. Dan heeft dat dus gewoon invloed heeft op de opkomst. Dan is eigenlijk ook de legitimiteit van de verkiezingen in het geding. Dat zou natuurlijk heel kort van tevoren kunnen blijken. Nogmaals, ik hoop het niet. Maar dat is dan iets wat we hier met elkaar moeten bespreken en organiseren, ook op een juridisch verantwoorde manier.

De heer Öztürk (DENK):
Ik vind het heel goed dat we dat besluit hier in het parlement nemen en we niet via de media te horen krijgen dat de verkiezingen niet doorgaan. Dat is heel goed.

De voorzitter:
Goed luisteren is ook een kunst.

De heer Öztürk (DENK):
Jazeker. Daarom doe ik deze interruptie. Maar heeft de minister ook een noodscenario voorbereid? Stel, wij hebben op de verkiezingsdagen maandag, dinsdag of woensdag in één keer te weinig mensen op de stembureaus. Er zijn gemeentes die dan zeggen: we kunnen geen stemlokalen openen. Heeft u dan mensen klaarstaan? Heeft u met Defensie gesproken of zijn er andere ambtelijke diensten waarvan een aantal mensen bereid zijn gevonden om naar die gemeenten te gaan om die stembureaus wel te openen? Ik wil het hebben over die noodscenario's.

Minister Ollongren:
Als wij met elkaar zouden moeten constateren dat we Defensie moeten vragen om bij de stemlokalen te gaan staan, dan is dat misschien het moment waarop we elkaar in de ogen moeten kijken of het nog wel verstandig is om verkiezingen te houden. Dat zou weleens een hele verkeerde uitstraling kunnen hebben. Ik denk dat we allemaal hopen dat die noodsituatie niet gaat gebeuren. Maar voldoende mensen hebben is inderdaad wel heel belangrijk. Vandaar dat ik tot de laatste snik tegen de gemeenten ga zeggen: zorg voor een reservoir van minimaal 10% van mensen die je kunt inzetten. Je zou je ook nog kunnen voorstellen dat, als er in een bepaald deel van het land wat meer uitval is dan elders, je even kijkt hoe je dat kunt oplossen. Maar we moeten het inderdaad zo goed organiseren dat het geen belemmering is op de verkiezingsdag en de twee dagen daarvoor.

De voorzitter:
Gaat u een beetje richting afronding? Ik verwacht namelijk meer voorstellen.

Minister Ollongren:
Ik kom op een ander punt waar misschien nog een enkele interruptie op komt: de exitpolls. Daar wordt wat verschillend tegen aangekeken, zo is mijn indruk. Ik heb toegezegd om te spreken met de peilers, met de peilbureaus. Dat ga ik doen. Daar is al contact mee via het departement. Ik heb een afspraak gemaakt om begin januari met hen te overleggen. Ik kan u verklappen dat dat online wordt. We hebben in Nederland een flink aantal peilbureaus. Die zijn gewend om op een bepaalde manier te werken. Ik wil — dat is mijn eerste inzet — ervoor zorgen dat ze hun normale werk kunnen doen, ook nu de stembureaus anders worden ingericht. Er moeten voldoende stembureaus zijn, door henzelf gekozen, waar ze hun peilingen kunnen verrichten. Daar moet in de looproutes een beetje rekening mee worden gehouden. Volgens mij gaat dat allemaal goed lukken.

Het tweede punt is: wanneer komen de exitpolls? We hebben hier in Nederland eigenlijk helemaal geen regels voor. Ik denk dat dat prima is en dat we het niet dit keer wel zouden moeten doen. Ik ga ervan uit — dat zal mijn inzet zijn in het gesprek — dat de peilbureaus niet voor woensdag 21.00 uur exitpolls publiceren, net zoals dat ook nu het geval is. Dat is niet om dat te verbieden; dat is helemaal niet mijn inzet. Volgens mij kan dat prima in het gesprek met hen aan de orde komen. Ik heb er wel vertrouwen in dat dat door hen zal worden gesteund. Daarom ben ik niet zo'n voorstander van het amendement van de heer Van Raak. Ik zei al dat we de traditie hebben dat we daar geen regels voor hebben. Sommige landen hebben dat wel, zoals Spanje, Griekenland en Turkije. Het amendement zegt: je mag wel peilingen houden en exitpolls doen, maar verbied expliciet de publicatie van de uitkomsten daarvan. Dat vind ik een behoorlijke inperking van hun rol. De vraag is of die inperking proportioneel en handhaafbaar is. Is er echt een dringende noodzaak om voor deze verkiezingen, die we inderdaad anders doen dan anders, wettelijke afspraken te maken over exitpolls? Of kunnen we gewoon een afspraak daarover maken en zeggen: doe geen exitpolls op maandag en dinsdag, want dat gaat om een volkomen aselecte groep kiezers; doe het gewoon op woensdag?

Voorzitter. Dan de ondersteuningsverklaringen.

De heer Van Raak (SP):
Er kunnen eigenlijk twee dingen gebeuren. Een. De minister maakt een goede afspraak met de peilingbureaus en zegt: we gaan het die drie dagen doen zoals we het altijd doen. Dan is het amendement op z'n hoogst overbodig. Twee. Dat lukt niet. Dan krijgen we wel degelijk een beïnvloeding, waarvan ook de minister zegt dat we die niet moeten willen. Dan is het amendement een codificering van een norm die we eigenlijk al ongeschreven hadden.

Minister Ollongren:
Het is inderdaad een ongeschreven afspraak. Het is eigenlijk de praktijk. Daarover is nooit iets wettelijks of anderszins op schrift gezet. Mijn inzet is echt gericht op zelfregulering. Mijn inzet is: laten we doen wat we altijd doen. Dat betekent: woensdag om 21.00 uur exitpolls. Dat is de inzet van het gesprek. De heer Van Raak zegt: het is het vastleggen van de norm. Maar met het vastleggen van de norm gaan we veel verder dan we in het verleden ooit hebben gedaan, want dan regelen we het wettelijk. Nogmaals, ik ben daar geen voorstander van, niet alleen om principiële redenen, maar ook omdat ik denk dat we hebben kunnen constateren dat het in het buitenland niet zo goed werkt. We kennen de situatie in Frankrijk. Daar wordt het omzeild. Wat in Frankrijk niet kan, wordt in Zwitserland op de internetsites gepubliceerd. Dan heeft het bijzonder weinig effect, denk ik. Ik weet ook niet zo goed wat we precies bewerkstelligen met het verbod. Kiezers kunnen zich op allerlei manieren laten informeren. Een heleboel informatiestromen gaan gewoon door, ook op het moment dat je hier een wettelijk verbod op zou leggen. Ik ben er echt geen voorstander van.

Mevrouw Özütok (GroenLinks):
Daar kan ik de minister helemaal in volgen. Haar inzet is zelfregulering door de bureaus zelf. Is zij bereid om naar aanleiding van de gesprekken ons daarover te informeren in dezelfde brief over de stembureaus?

Minister Ollongren:
Dat is eigenlijk een hele goede suggestie van mevrouw Özütok. Laat ik met de Kamer afspreken dat ik na het overleg half januari — de 14de of 15de, ik weet de datum niet uit mijn hoofd — ook de Kamer informeer.

De voorzitter:
Gaat u verder.

Minister Ollongren:
Over de ondersteuningsverklaringen was er een vraag van mevrouw Van Kooten-Arissen en ik meen ook een amendement, waar ik het nummer even niet van heb. Haar suggestie is om te zorgen dat er videovergaderingen kunnen komen voor het afleggen van ondersteuningsverklaringen. Ik begrijp dat wel en het is op zich ook goed als er namens nieuwe partijen gezocht wordt naar nieuwe mogelijkheden, maar ik moet het amendement toch ontraden. De termijn voor het afleggen van de ondersteuningsverklaringen begint al heel snel, op 4 januari. Het is echt niet haalbaar om dat voor die tijd wettelijk en praktisch te organiseren. Mijn belangrijkste punt is eigenlijk dat ik denk dat het niet nodig is, want ik had het signaal al gekregen. Ik heb alle burgemeesters per brief laten weten dat zij hun proces zorgvuldig moeten inrichten, dus dat er mensen moeten zijn die weten waar het over gaat, deskundige mensen, en dat ook diegenen die zonder afspraak komen ... Het ging er ook om dat je eerst een afspraak moest maken. Nee, dat is niet zo. Je moet je gewoon bij het loket kunnen melden en daar moet de ondersteuningsverklaring door de gemeente worden geregeld.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (vKA):
Maar dat lost het grote probleem niet op dat er straks misschien wel 80 nieuwe partijen zijn die elk bijna 600 mensen moeten gaan vragen, ieder individueel ... Van de vorige verkiezingen weet ik nog wel hele romantische verhalen: we gingen met een busje naar de markt, stapten met z'n allen in en gingen vervolgens naar het gemeentehuis om al die verklaringen te ondertekenen. Maar ja, dat kan niet meer. We moeten iedereen afzonderlijk gaan vragen om naar het gemeentehuis te komen. De harde lockdown duurt in ieder geval tot 19 januari. Je gaat in een harde lockdown mensen toch niet vragen om het huis te verlaten voor het ondertekenen van een ondersteuningsverklaring, lijkt me. Voor stemmen is dat al heel erg lastig en moeilijk — daar hebben we het dit hele debat al over — dus laat staan voor een ondersteuningsverklaring. Er is toevallig al een regeling in de Tijdelijke wet COVID-19, artikel 26, voor bijvoorbeeld een akte die ondertekend moet worden in het bijzijn van de notaris. Ik heb mijn amendement precies zo ingericht. Het is helemaal vergelijkbaar met de regeling die daarvoor gemaakt is. Waarom wil de minister er niet naar kijken of dat mogelijk is?

Minister Ollongren:
Mevrouw Van Kooten-Arissen wijst erop dat we nu in deze lockdown zitten, wat het extra gecompliceerd maakt. Dat ben ik met haar eens. We ondervinden daar op allerlei manieren allemaal de gevolgen van, zeker met 80 nieuwe partijen. Ik wist niet dat het er 80 waren, maar ik geloof mevrouw Van Kooten-Arissen op haar woord. Als je een nieuwe partij wilt oprichten en in alle kieskringen wilt meedoen, dan moet je negentien keer 30 handtekeningen hebben. Dat is veel. Als je de Antillen ook nog meetelt, dan zijn het geloof ik 580 handtekeningen. Aan de andere kant gaat het per gemeente over een beperkt aantal mensen. De gemeentehuizen, de loketten van gemeentehuizen, zijn uitgezonderd van de lockdown. Mensen die daar iets moeten regelen, kunnen dat gewoon doen. Dat is een legitieme reden om je huis te verlaten, deze handelingen coronaproof te verrichten en weer naar huis te gaan. Het vergt wel wat extra uitleg, maar er zijn geen praktische belemmeringen om dat te doen. Er zijn wel praktische belemmeringen om te doen wat mevrouw Van Kooten-Arissen vraagt in haar amendement, want het is echt onhaalbaar om voor die tijd de wet te wijzigen en ook nog dit in de gemeenten te organiseren. Nogmaals, de brief aan de burgemeesters is daar heel helder over.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (vKA):
Daarom heb ik ook een lid opgenomen waarmee deze regeling terugwerkende kracht heeft. Op deze manier kunnen de hele maand, vanaf 4 januari tot 1 februari, ondersteuningsverklaringen worden verzameld. Op het moment dat deze aanvullende wet in werking treedt, zijn zij met terugwerkende kracht geldig.

Minister Ollongren:
Nogmaals, ik waardeer de poging van mevrouw Van Kooten-Arissen. Om haar en ook anderen die zich met deze problematiek bij mij hebben gemeld tegemoet te komen, heb ik wel gezorgd voor een zorgvuldig proces. Alle gemeenten zijn daarvan op de hoogte, zodat het langs die route voor degenen die bezig zijn met de oprichting van nieuwe partijen en die willen meedoen aan de verkiezingen, wel mogelijk wordt gemaakt.

De voorzitter:
Ja, tot slot op dit punt, mevrouw Van Kooten-Arissen.

Mevrouw Van Kooten-Arissen (vKA):
De minister heeft de aanvraagtermijn al verlengd van twee naar vier weken. Dat is niet voor niets. Dat betekent dat het in deze coronatijd extra moeilijk is om het benodigde aantal steunverklaringen te verkrijgen. Dan is het ook nog eens zo — dat was nog voordat de minister besloot om de aanvraagtermijn te verlengen — dat we nu in een harde lockdown zitten. Daarmee is het nog moeilijker. Als je ervan uitgaat dat we op 19 januari kunnen versoepelen, dan heb je nog iets meer dan 10 dagen de tijd om de ondersteuningsverklaringen te verzamelen op de manier die de minister aangeeft. Misschien is dat haalbaar, maar misschien ook niet. Dat is dan toch wel echt een defect in deze verkiezingen. Dan werp je voor al die nieuwe partijen een enorme drempel op om zich te mengen in het democratisch proces zoals we dat in Nederland hebben ingericht.

Minister Ollongren:
Ik begrijp de zorg en ik vind het ook mooi dat mevrouw Van Kooten-Arissen zich opwerpt als degene die let op de zaken van nieuwe partijen en van de mensen die volop daarmee bezig zijn. Maar de lockdown op zichzelf is geen belemmering. Het is niet zo dat we moeten afwachten wat er op 19 januari precies gebeurt om te zorgen dat die ondersteuningsverklaringen bij de gemeentehuizen kunnen worden afgelegd. Dat kan nu ook. Ze zijn open en uitgezonderd van de lockdownregels. Het is van vitaal belang dat dat proces kan doorgaan. Het is ook belangrijk dat nieuwe partijen dat uitleggen aan degenen die een ondersteuningsverklaring gaan geven. Ze kunnen daarvoor dus gewoon naar het loket gaan.

De voorzitter:
Dan stel ik voor dat u verdergaat.

Minister Ollongren:
De heer Bosma vroeg terecht aandacht voor misbruik van volmachten. Dat risico bestond al en dat blijft bestaan met nu van twee naar drie volmachten. Ik vind het heel goed om hier nog eens te benadrukken dat misbruik van de volmacht, bijvoorbeeld ronselen, strafbaar is. Het mag niet. Dat staat ook duidelijk vermeld op de stempas. Als er signalen zijn over ronselen of andere vormen van misbruik, dan zullen die worden onderzocht. Dat is ongelofelijk belangrijk. In aanloop naar de verkiezingen ga ik daarover ook nog met het Openbaar Ministerie in overleg. Het mag niet.

Ik heb de Kamer al toegezegd om uiterlijk begin februari de laatste stand van zaken aan de Kamer te geven. Wat betreft de evaluatie van de verkiezingen geldt, net zoals voor iedere verkiezing, dat we ook deze gaan evalueren. En nu doen we dat nog eens extra grondig vanwege alle nieuwigheden. Ik verwacht dat de Kamer uiterlijk in juni over de resultaten van de evaluatie zal kunnen beschikken.

Tegen de heer Sneller zeg ik dat het de bedoeling is dat er internationale waarnemingsmissies bij onze Tweede Kamerverkiezingen aanwezig zijn. De OVSE heeft al kenbaar gemaakt met een waarnemingsmissie aanwezig te willen zijn.

Over de ministeriële regeling die gaat over de opslag, het transport en dergelijke van stembiljetten heb ik al iets gezegd. Die regeling gaat volgende week in consultatie. Na de consultatie wordt de regeling vastgesteld en gepubliceerd en dan kan die tegelijk met de wet in werking treden. Dat is de normale procedure voor het vaststellen van een regeling.

De heer Bosma vroeg naar de mondkapjes. Ik heb in een ander debat al gezegd dat het dragen van een mondkapje verplicht is in het stemlokaal. Daar gelden dezelfde regels als voor andere publieke plaatsen. Een kiezer die aankomt zonder mondkapje, zal door een stembureaulid worden gevraagd een mondkapje op te zetten. Uitzonderingen voor mensen die om medische redenen geen mondkapje kunnen dragen, gelden daar uiteraard, net zoals overal. Alleen in het uiterste geval, dus als een kiezer geen medische reden opgeeft en willens en wetens de voorschriften negeert, zou hem of haar de toegang kunnen worden geweigerd.

De heer Bisschop vroeg nog naar de inzet van handhavers. Het stembureau is in principe zelf verantwoordelijk voor en ook in staat tot het handhaven van de orde binnen het stemlokaal, maar het kan inderdaad een beroep doen op bijstand als dat nodig zou zijn. Dat is een verantwoordelijkheid van de gemeente. In overleg met de gemeenten en met het ministerie van JenV kijken we nog even of er nog bijzondere omstandigheden zijn in relatie tot handhaving die tot extra maatregelen nopen. We houden dat dus goed in de gaten.

Tegen de heer Öztürk zeg ik dat we niet hebben overwogen om online te gaan stemmen, ook niet met DigiD. Het stemgeheim is erg belangrijk. Mensen moeten strikt anoniem kunnen stemmen. Er moet geen enkele relatie zijn tussen jouw stem en iets anders in een systeem. We willen dus niet online stemmen, op geen enkele manier.

De heer Van Gent vroeg nog aandacht voor blinden en slechtzienden. Even los van deze specifieke verkiezingen is dat inderdaad al een tijd onder de aandacht. We hebben in ieder geval de mal en de audio-ondersteuning waar gebruik van kan worden gemaakt. We hebben bij eerdere verkiezingen gezien dat relatief weinig kiezers hier gebruik van maken. We gaan kijken of gemeenten misschien wat beter kunnen samenwerken nu we ook meerdere dagen hebben waarop gestemd kan worden. Dat is misschien ook voor deze groep interessant. Ik ben ook met de oogverenigingen in gesprek om te kijken of hier meer aandacht voor kan komen, zodat men weet dat deze mogelijkheden bestaan. Dan kunnen we dat wat meer centraal organiseren. Dit punt heeft de aandacht.

Dan heb ik nog een vraag van de heer Bosma, maar de heer Van der Molen had het er geloof ik ook over. Het gaat over OSV en de controle daarop. Ik heb uw Kamer al eerder geïnformeerd dat ik de Kiesraad en de gemeenten heb gevraagd om een voorstel te ontwikkelen waarmee gecontroleerd kan worden of OSV correct heeft gewerkt bij het optellen van de uitgebrachte stemmen en dus bij het berekenen van de uitslag. Dat voorstel moet er medio januari zijn. Dus als ik de Kamer toch informeer over al die andere punten, dan zal ik ook heel graag de Kamer hierover informeren. Dan is het ook duidelijk hoe die controle gaat plaatshebben en waar. De Kiesraad heeft overigens bij de herindelingsverkiezingen van 18 november ook zo'n controle uitgevoerd en toen geconstateerd dat de OSV correct heeft gewerkt. Maar ik kom daar in januari of februari graag nog op terug.

Voorzitter. Tot slot de leeftijdsgrens voor stembureauleden. Excuus, ik had deze vraag eigenlijk wat eerder moeten behandelen. Stembureauleden moeten 18 jaar of ouder zijn. Tellers ook, want die zijn plaatsvervangend stembureaulid en voor hen geldt dus ook de meerderjarigheidsregeling. Die leeftijdsgrens ligt ook vast in de wet. Dit betekent niet dat 18-minners helemaal niet betrokken kunnen zijn, want bijvoorbeeld bij het opbouwen van een stembureau kunnen ze heel goed een rol spelen. Overigens zijn verreweg de meeste mbo'ers 18-plus.

Voorzitter, dank. Dat was het.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan hebben we hiermee de eerste termijn van de zijde van de regering gehad.

De algemene beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:
Ik wil eigenlijk een korte schorsing houden, zodat wij tussendoor een ingelaste regeling van werkzaamheden kunnen doen. Daarna gaan we verder met de tweede termijn van de zijde van de Kamer en van de regering. Ja? Dan schors ik nu de vergadering voor enkele ogenblikken.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:
Dan is nu aan de orde de regeling van werkzaamheden.

Ik stel voor hedenmiddag ook te stemmen over:

  • het wetsvoorstel Wijziging van de begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2020 (Zevende incidentele suppletoire begroting inzake extra middelen vrije theaterproducenten in verband met COVID-19).

Dit had ik vanmiddag moeten voorlezen, maar ik was het vergeten. Daarom doe ik het nu. Ik zie de heer Wilders kijken, zo van: waar gaat dit over?

  • de ingediende moties bij het notaoverleg over de hersteloperatie kinderopvangtoeslagen;
  • de aangehouden motie-Yesilgöz-Zegerius c.s. (35570-VI, nr. 36) en de aangehouden motie-Terpstra/Amhaouch (35570-VII, nr. 52).

Ik stel voor toe te voegen aan de agenda van de Kamer:

  • het wetsvoorstel Wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met het beperken van de mogelijkheden om een taakstraf op te leggen bij geweld tegen personen met een publieke taak (Wet uitbreiding taakstrafverbod) (35528);
  • het wetsvoorstel Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de tijdelijke verlenging van de bevoegdheid om biometrische gegevens van vreemdelingen af te nemen en te verwerken (35604);
  • het wetsvoorstel Bepalingen over gegevensuitwisseling ter bevordering van samenwerking binnen het zorgdomein en van doelmatige en rechtmatige zorg, maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp (Wet bevorderen samenwerking en rechtmatige zorg) (35515);
  • het wetsvoorstel Wijziging van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg in verband met de organisatie van de regionale tuchtcolleges en tot het aanbrengen van enkele andere wijzigingen (35547);
  • het Voorstel van wet van de leden Ploumen, Özütok, Jasper van Dijk en Van Brenk tot wijziging van de Wet gelijke behandeling mannen en vrouwen in verband met de invoering van een certificaat als bewijs dat vrouwen en mannen gelijk loon ontvangen voor arbeid van gelijke waarde (Wet gelijke beloning van vrouwen en mannen) (35157);
  • het VSO Ouderschap en adoptie (31265, nr. 75), met als eerste spreker het lid Bergkamp namens de fractie van D66;
  • het VSO Maatregelen interdepartementaal beleidsonderzoek naar jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt (29544, nr. 1032), met als eerste spreker de heer Van den Berge namens de fractie van GroenLinks.

Ik deel mee dat de volgende aangehouden moties zijn vervallen: 31753-203; 19637-2626; 35570-IX-15; 35570-IX-26.

Ik stel voor de volgende stukken van de stand van werkzaamheden af te voeren: 29323-142; 32279-205; 32279-202; 32279-203; 32279-201; 32279-200; 32279-199; 32279-194; 32279-197; 32279-196; 29323-141; 29323-140; 29323-139; 29323-134; 29447-60; 2019Z25741; 21501-31-583; 34111-29; 31476-33; 31476-31; 35471-36; 29477-681; 24587-785; 24587-786; 29452-239; 29270-142; 24587-784; 29452-238; 24587-782; 24587-781; 29279-603; 33628-76; 25424-532; 29452-236; 29452-235; 24587-762; 24587-759; 29279-620; 24077-464.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:
Ik geef nu het woord aan de heer Wilders namens de PVV in verband met een extra verzoek van de heer Wilders.

De heer Wilders (PVV):
Dank, voorzitter. Ook dank aan alle collega's voor het mogelijk maken van een meerderheid voor deze extra regeling.

Voorzitter. Het is met geen pen te beschrijven. Waar andere landen in Europa al zijn begonnen of zich klaarmaken om eind dit jaar zo snel mogelijk te beginnen met het vrijwillig vaccineren van de door hen aangewezen groepen en van de mensen die dit zelf willen, is Nederland weer ongeveer de laatste in de rij. Wij gaan — wat is het — ergens half januari beginnen met het vaccineren. Wat zou de reden zijn? Omdat de ICT-systemen bij de GGD een probleem zouden hebben; alsof we dat niet eerder hadden kunnen zien aankomen. Ik wil over deze belangrijke zaak graag een debat voeren met de minister van Volksgezondheid en wat mij betreft ook met de premier. Dat debat is een belangrijke kwestie. We gaan morgen met reces. Ik zou dat debat vandaag willen houden.

De voorzitter:
Goed. De heer Dijkhoff namens de VVD.

De heer Dijkhoff (VVD):
Voorzitter. Na het nieuwsbericht had ik ook het gevoel dat we het erover zouden moeten hebben. Voordat we het debat starten, wil ik het kabinet wel de kans geven om er uitvoerig op in te gaan, door eerst een brief te sturen. Ik heb er geen probleem mee als dit ertoe leidt dat we elkaar volgende week weer voor een debat zien.

De voorzitter:
Dus niet vandaag?

De heer Dijkhoff (VVD):
Nee, niet vandaag. Wat mij betreft kan het gewoon met de minister van VWS, want hij gaat over de vaccinatie.

De voorzitter:
Dus u steunt het verzoek, maar niet vandaag. Eventueel volgende week. Ik zie de heer Klaver. Ik zie de heer Heerma al klaarstaan. De heer Heerma.

De heer Pieter Heerma (CDA):
Ik wil ook graag eerst een brief hebben van het kabinet. Ik wil daarna een debat niet blokkeren. Ik geef er de voorkeur aan om het volgende week in te plannen, zodat we volgende week na ommekomst van een brief een debat met elkaar kunnen voeren.

De heer Klaver (GroenLinks):
Voorzitter. Ik wil het verzoek om het vandaag te doen graag ondersteunen. Dat heeft ook een reden. In het debat zijn we erop gewezen dat er maandag een brief zou komen. Iedereen heeft zich in het debat ingehouden. Nog geen dag nadat we het debat hebben gehouden, wacht het kabinet niet op een brief, maar brengt het informatie naar buiten. Wij wilden wachten op die brief. Daar heeft het kabinet zichzelf niet aan gehouden. Daarom zou ik echt een verzoek willen doen aan de coalitie om het debat vanavond mogelijk te maken. Dan had het kabinet maar gewoon moeten wachten tot maandag.

De voorzitter:
Ik had mevrouw Marijnissen, maar ik zie mevrouw Bergkamp. Mevrouw Bergkamp, ik wacht even op de schoonmaak, dan kunt u tussendoor.