Plenair verslag

Tweede Kamer, 44e vergadering
Donderdag 14 januari 2021

  • Aanvang 10:15 uur
  • Sluiting 00:00 uur
  • Status Ongecorrigeerd

Opening

Voorzitter: Van der Lee

Aanwezig zijn leden der Kamer, te weten:

De voorzitter:
Ik open de vergadering van donderdag 14 januari.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Ik deel aan de Kamer mee dat er geen afmeldingen zijn.

Deze mededeling wordt voor kennisgeving aangenomen.

Hamerstukken

Hamerstukken

Aan de orde is de behandeling van:

  • het wetsvoorstel Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de tijdelijke verlenging van de bevoegdheid om biometrische gegevens van vreemdelingen af te nemen en te verwerken (35604).

Dit wetsvoorstel wordt zonder beraadslaging en, na goedkeuring van de onderdelen, zonder stemming aangenomen.

Ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen

Ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen

Aan de orde is het debat over het verslag van de parlementaire ondervragingscommissie Ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen (POCOB) "(On)zichtbare invloed".

De voorzitter:
Aan de orde is het debat over het verslag van de parlementaire ondervragingscommissie Ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen, ook wel POCOB genoemd. Van harte welkom aan drie bewindslieden: de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de minister van Buitenlandse Zaken en de minister voor Rechtsbescherming. Ik weet niet in welke volgorde zij gaan spreken, maar ik geloof dat de minister van Sociale Zaken zal beginnen. We gaan eerst de eerste termijn van de zijde van de Kamer doen. Daarbij is als eerste het woord aan mevrouw Becker, die namens de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie zal spreken. Ah, meneer Azarkan. U heeft nog een punt van orde, denk ik.

De heer Azarkan (DENK):
Zeker, voorzitter. Dank dat u mij dat toestaat. Dit debat gaat over ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen. Nou heb ik hier van een van de onderzochte partijen een uitspraak van de rechtbank. Die geeft aan dat de commissie ook wilde weten wat de financiering uit vrije landen was. Dat vind ik buiten het mandaat van de commissie. De commissie heeft daar niets over vermeld in haar onderzoeksrapport. De rechter heeft de commissie daarop teruggefloten en gezegd: u vraagt te veel. Ik weet dat de commissie inmiddels niet meer bestaat, maar ik zou graag willen weten waarom de commissie specifiek ten aanzien van minimaal één islamitische instelling gevraagd heeft naar informatie uit vrije landen. Want dat was niet het probleem en het viel ook niet binnen het mandaat.

De voorzitter:
Ik begrijp uw vraag. Ik zit dan wel met het volgende probleem. Deze vraag is inderdaad een vraag aan de commissie en die kunnen we op dit moment niet plenair behandelen. Ik denk dat we dit zouden kunnen doorgeleiden naar de commissie. Ik weet eigenlijk niet of die officieel al decharge is verleend. Vaak gebeurt dat pas nadat het debat over een rapport heeft plaatsgevonden, dus ik denk dat de commissie in die zin nog in functie is. Ik stel voor dat we uw vraag doorgeleiden naar de commissie en maar even bezien welk antwoord daarop terugkomt.

De heer Azarkan (DENK):
Dank daarvoor. Ik zal in mijn bijdrage aangeven welke vragen ik heb richting de commissie. Als die op een later moment beantwoord kunnen worden, dan zou dat mooi zijn.

De voorzitter:
Prima, dan spreken we dat af. Dan geef ik alsnog het woord aan mevrouw Becker namens de VVD. Gaat uw gang.

Mevrouw Becker (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Wellicht kan de heer Azarkan deze vragen ook alvast stellen aan zijn collega uit zijn eigen fractie die lid was van deze commissie. Volgens mij heeft deze commissie namens alle partijen, met uitzondering van de PVV, verslag uitgebracht, maar dat terzijde.

Voorzitter. Politiek kan soms een strijd zijn tussen politieke partijen op het scherpst van de snede. Dat weten wij hier allemaal maar zeker in de commissie Integratie maar al te goed. Vandaag bespreken we een onderwerp waarbij ik echt hoop dat we elkaar gaan vinden. Dat het hier niet gaat over politieke tegenstellingen, maar om een gezamenlijke missie voor vrijheid. Want van links tot rechts zeggen we al jaren dat we geen beïnvloeding willen in Nederlandse moskeeën, op weekendscholen of via het internet door orthodoxe en onvrije krachten uit landen als Koeweit, Saudi-Arabië maar ook Turkije. Dat we een stevige aanpak willen van haatimams en tegen de diasporapolitiek die sommige landen hier voeren. Want we hebben gezien waar een vergiftigde voedingsbodem uiteindelijk toe kan leiden. Ontwrichting, onvrijheid en helaas soms ook het allerergste: terreur. Niet zo lang geleden zagen we onthoofdingen in Frankrijk. Onderduikende leraren in Nederland omdat kinderen niet tegen een cartoon kunnen. Schoolreisjes naar radicale predikers. Bedreigingen. Uitspraken over het stenigen van vrouwen. Besnijdenis van jonge meisjes. Of de jihad in moskeeën, gewoon hier in Den Haag, Dordrecht, Rotterdam, Geleen aanbevolen. Moskeeën die vaak ook geld ontvangen uit het buitenland. Dit moet eindelijk stoppen. De VVD vindt dat we onze vrijheid maximaal moeten verdedigen. En als iets die noodzaak duidelijk maakt, dan is dat wel het rapport van de parlementaire ondervragingscommissie, dat we hier vandaag bespreken.

Ik wil van de gelegenheid gebruikmaken om allereerst de leden dank te zeggen voor hun werk. Ik dank ook voorzitter Rog, die deze week afscheid genomen heeft met een koninklijke onderscheiding, voor zijn leiderschap daarin, want het was niet altijd makkelijk. We zagen de beelden van een respectloze imam, die de commissie onderbrak en niet wilde opstaan, en we zagen een moskee die stukken niet wilde delen. Het is goed dat er aangifte is gedaan en dat het werk wel is afgemaakt. Ik wil ook dankzeggen aan al die dappere getuigen die voor de commissie zijn verschenen maar die daarna wel bedreigd werden. Dat toont maar weer eens aan hoe serieus dit probleem is.

Voorzitter. De commissie constateert dat er in Nederland sprake is van een dikwijls bewuste financiële strategie vanuit onvrije landen om in de hoofden en harten van onze moslimgemeenschappen te komen, met het risico op parallelle samenlevingen. Ik zeg bewust "onze moslimgemeenschappen", want het zijn vaak juist de welwillende moslims in dit land die hier veel last van hebben. De invloed hierachter probeert onzichtbaar te blijven. In salafistische kringen in Nederland lijkt soms een matige vorm van salafisme te worden beleden, maar de AIVD zegt dat dit slechts façadepolitiek is. Ze laten misschien hun ware intenties niet zien, maar achter gesloten deuren heerst een agenda van omverwerping van onze vrijheid. Een opstap van het politiek salafisme naar het jihadistisch salafisme, naar het salafisme van daden, ligt op de loer. En het effect van dit soort beïnvloeding, van dit soort ontwikkelingen, zien we in de praktijk: een vermeende stijging tussen 2014 en 2018 naar 27 moskeeën met een salafistische signatuur in dit land. Dat is 5% van de moskeeën. Een jonge generatie orthodoxe moslims nam in de Al Houda moskee in Geleen de macht over en begon een hetze tegen de oorspronkelijke moskeebezoekers. Bezoekers van de Al-Fourqaan moskee werden op een gegeven moment verdacht van voorbereiding van terroristische activiteiten.

De voorzitter:
Ik ga u even onderbreken, want de heer De Graaf wil graag een interruptie plaatsen. Gaat uw gang.

De heer De Graaf (PVV):
Ik vond het een hele mooie inleiding van mevrouw Becker. Heel veel constateringen van de commissie zijn constateringen die wij als PVV, en daarvoor als de Groep Wilders, al vanaf 2004 hebben gedaan. Wij hebben tientallen, misschien wel meer dan 200, moties ingediend die over veel meer gaan dan al deze constateringen. Ik heb een klein stapeltje meegenomen. Als ik ga tellen, dan heeft de VVD altijd tegen zo'n 70% à 80%, misschien zelfs wel 90%, van de moties die wij hebben ingediend, gestemd. Die gaan over al deze constateringen, die we vanaf 2004 hier in de Kamer hebben gedaan. Daarnaast zijn er in de afgelopen acht jaar, onder mevrouw Becker als Kamerlid en onder de VVD in het kabinet-Rutte/Asscher en in het laatste kabinet, 100.000 mensen uit islamitische landen naar Nederland gekomen. Er komen nog steeds zo'n 400 tot 500 asielzoekers per week.

De voorzitter:
En uw vraag?

De heer De Graaf (PVV):
Dat is een gigantische prikkel vanuit het buitenland, een financiële prikkel die ons geld kost en die een hele grote beïnvloeding is voor onze maatschappij, onze cultuur en zelfs voor de persoonlijke identiteit van mensen. Wat gaat mevrouw Becker in de volgende regeerperiode doen — en met wie gaat zij dat doen — om dit op te lossen, om heel veel van die mensen weg te krijgen en om ervoor te zorgen dat er niemand meer bij komt?

De voorzitter:
Mevrouw Becker.

De heer De Graaf (PVV):
Want dan halen we heel veel van die invloed weg.

De voorzitter:
Mevrouw Becker.

Mevrouw Becker (VVD):
De PVV zegt: de VVD steunt onze moties niet voor deze strijd. Maar wij hebben daar geen PVV-moties voor nodig. Als je kijkt naar de agenda van de PVV en naar het schokkende verkiezingsprogramma, waarin de PVV pleit voor de-islamiseringsprogramma's in Nederland, dan gaat de PVV echt regelmatig over de schreef. De PVV zet regelmatig hele bevolkingsgroepen weg. De PVV pakt mensen aan op hun afkomst. Dat is niet mijn Nederland. Moties die met die intentie worden ingediend, zal ik niet steunen. Bovendien dient de PVV ook heel vaak moties in die niet rechtsstatelijk zijn, want we kunnen niet morgen alle moskeefinanciering uit het buitenland stoppen. Dat is uitgezocht, maar dat kan niet. Dat is niet grondwettelijk, dus wij zijn met een heel aantal partijen aan het kijken wat we wél kunnen doen om problematische financiering aan te pakken. Ik zou willen dat de PVV zich bij die realistische agenda aansluit in plaats van zichzelf totaal buitenspel te zetten met dit soort absurde politieke ideeën over de de-islamisering van Nederland, want dan ben je gewoon niet meer serieus te nemen.

De heer De Graaf (PVV):
Nou, leuk ingestudeerd. Ik dacht dat GroenLinks nog daar in de bankjes zat, maar GroenLinks blijkt ook daar te staan. Mevrouw Becker zegt dat we dit morgen niet kunnen oplossen. Maar dan nog: zestien jaar aan moties, héle serieuze moties en sommige moties zijn niet eens rechtsstatelijk volgens de VVD. Héél veel zaken zijn aan te pakken: de anbistatus opheffen van moskeeën bijvoorbeeld of het sluiten van moskeeën waar inderdaad geweldspredikers worden uitgenodigd. Nooit heeft de VVD deze moties gesteund. Dit zijn hele praktische, simpele moties die gewoon morgen uit te voeren zijn. Zestien jaar lang heeft de VVD geweigerd — we kunnen het hebben over het rapport dat is uitgebracht — maar de afgelopen acht jaar … Een van de daders van de invloed, een van de facilitators van de invloed die is toegenomen, die staat recht voor mijn neus. Hoe kan mevrouw Becker dan jeremiëren over het feit dat we het aan willen pakken? Ze heeft het zelf helpen verergeren met haar steun aan het kabinet dat daar zit en haar steun aan het kabinet dat ervoor zat. Dus waar hebben we het over? Nooit gesteund, zelf gefaciliteerd, maar de PVV heeft het gedaan want we zijn niet rechtsstatelijk. Wat een onzin.

Mevrouw Becker (VVD):
Onzin! Ook met de VVD zijn er de afgelopen jaren wel degelijk stappen gezet. Misschien juist wel met de VVD, onder andere in het aanpakken van haatimams en in het kunnen aanpakken van extremistische organisaties, waar minister Dekker een wetsvoorstel voor heeft ingediend om organisaties sneller te kunnen ontbinden, artikel 220 van het Burgerlijk Wetboek. Ik heb zo meteen nog een heel lijstje van dingen waar we wel degelijk tevreden over zijn omdat er goede stappen worden gezet. Zo bereik je iets met elkaar in dit land. Niet door jezelf buiten spel te zetten door hele bevolkingsgroepen hier te discrimineren. Ik zou de PVV willen oproepen daarmee op te houden.

De heer Azarkan (DENK):
Ik weet nog dat mevrouw Becker bij een van de recente debatten graag een compliment wilde van de PVV; dat zit er vandaag niet in, denk ik. Het gaat niet werken vandaag. Dat wilde ze omdat ze een hardvochtig beleid had weten te onderhandelen, omdat ze de kinderen in Moria wilde laten stikken. Ze zei: "Ik heb toch gedaan wat jullie willen? En nou ben je nog kritisch." Ik zie de heer De Graaf van de PVV knikken. Mevrouw Becker vraagt zich af: waarom krijg ik geen compliment? Ik hoor haar de rechtsstaat verdedigen. Zij zegt tegen de PVV: wat u voorstelt is niet rechtsstatelijk. Nou, wat mevrouw Bente Becker in de krant voorstelt, is ook niet rechtsstatelijk. Zij veegt haar billen af met het rapport. Ze zegt: ook als in het rapport staat dat het niet kan, ook als dit kabinet het niet wil aanpakken, dan nog wil ik het, en ik ga op zoek naar een meerderheid; ik ga op zoek naar de tirannie van een meerderheid en ga het opleggen.

De voorzitter:
En uw vraag?

De heer Azarkan (DENK):
Dat is hartstikke hypocriet, mevrouw Becker, zeg ik via u. U verdedigt helemaal niet de rechtsstaat.

De voorzitter:
U ...

De heer Azarkan (DENK):
Nou, voorzitter, toch nog even. In het conceptverkiezingsprogramma staat zelfs dat u wilt beperken dat mensen naar het Hof gaan om via het EVRM hun recht te halen. U staat niet voor de rechtsstaat. U bent eigenlijk een soort PVV, alleen duurt het een paar jaar later.

De voorzitter:
Wilt u via de voorzitter spreken? Ik geef mevrouw Becker het woord.

Mevrouw Becker (VVD):
Ik was bijna opgehouden met luisteren nadat de heer Azarkan zijn verschrikkelijke leugens aan het begin uitsprak, namelijk dat ik zou hebben bepleit dat er hardvochtig beleid zou moeten zijn om kinderen te laten stikken. Daar wil ik toch even afstand van nemen hier. Want ook de VVD vindt dat we nooit mensen en kinderen moeten laten stikken. Maar we vinden ook dat er een rechtvaardig asielbeleid moet zijn, waarbij juist die kwetsbare kinderen niet meer op bootjes worden gezet omdat er opvang in de regio is en omdat we mensen op uitnodiging hiernaartoe kunnen halen op een veilige manier. Dat is een streng en rechtvaardig asielbeleid. Ik heb alleen destijds de PVV aangesproken op het feit dat, als zij beweren voor een streng en rechtvaardig asielbeleid te staan, ze dan blij hadden moeten zijn met een aantal aanpassingen die wij toen met elkaar hebben afgesproken om dat asielbeleid strenger te maken. Dat heeft niets te maken met het feit dat ik niet rechtsstatelijk zou zijn. Absoluut niet, verre van. Ik vind alleen dat niet voldoende is onderbouwd door het kabinet waarom we, als er sprake is van problematisch gedrag bij een moskee en van financiering uit het buitenland, financiering in dat geval niet zouden kunnen beperken. Want ja, er is grondwettelijke vrijheid, maar die houdt wel op wanneer je daar misbruik van maakt om andermans vrijheid aan te tasten. Die mag je dan inperken. Dat zegt ook de Raad van State: mits proportioneel, mits gericht. Daar wil ik naar op zoek gaan. Ik zou de heer Azarkan willen oproepen — dan ben ik klaar met dit lange antwoord — om niet de hele tijd op zoek te gaan naar gaten in het rapport, de totstandkoming ervan en voorstellen die wij serieus hebben ingediend om dit probleem aan te pakken, terwijl in het verkiezingsprogramma van DENK met geen woord wordt gerept over deze ongewenste buitenlandse beïnvloeding, die uiteindelijk juist ook zeer schadelijk is voor de moslimgemeenschap in Nederland. Ga eens helpen verdedigen dat we daartegen opkomen.

De heer Azarkan (DENK):
Wat schadelijk is voor de islamitische gemeenschap in Nederland zijn partijen als de VVD, die steeds meer PVV-achtige voorstellen uitwerkt. Dát is schadelijk. Want weet u waar het hier om gaat? De Raad van State heeft drie dingen aangegeven die problematisch zijn. U hebt er twee genoemd. De Raad van State heeft gezegd: problematisch gedrag is een relatieve term waarover je met elkaar kunt discussiëren. Als in Urk avond na avond de politie wordt belaagd, kunnen mensen dat problematisch vinden. Als je in Duindorp, op oudejaarsdag, feest gaat vieren met een dj en dat vervolgens een demonstratie noemt, zijn er mensen in de zorg die dat problematisch vinden. Het gaat om een definitie. De Raad van State zegt: het moet voorzienbaar zijn. Dat is een belangrijke term. Dat betekent dat je als burger ervan op aan moet kunnen, moet kunnen weten: dit is problematisch, waarmee het strafbaar is of het althans iets wat ik niet mag doen. Maar de term noemen en dat vervolgens niet uitwerken, biedt ruimte voor selectiviteit. U weet dat, want u weet dat de Raad van State dat advies heeft ingediend bij het kabinet. Het kabinet kan daar niks mee. En dan zegt u, zoals ik las: ik ga wel op zoek met mijn vrienden van de ChristenUnie en dan gaan we samen optrekken om een meerderheid te vinden. Dan krijgen we net zoiets als onverdoofd halal slachten: dan zegt de Eerste Kamer dat dat de vrijheden van moslims aantast. Kom niet bij mij aanzetten, zeg ik via u tegen mevrouw Becker, dat u opkomt voor de rechten van moslims, want die interesseren u helemaal niks.

Mevrouw Becker (VVD):
Dat laatste werp ik verre van mij. Ik zou echt willen dat de heer Azarkan zou opkomen voor de vrijheden van alle moslims die welwillend zijn, en dus zou willen strijden tegen dit soort invloeden. Maar ik vraag me zeer af of de heer Azarkan eigenlijk de kabinetsbrief wel heeft gelezen. Want het kabinet zegt zelf heel duidelijk dat er een juridische definitie van problematisch gedrag zal worden toegevoegd aan de definities die we nu al hebben van extremisme en terreur. Want die twee definities zijn niet voldoende om dat hele grijze gebied af te dekken wat ook de commissie schetst, waarin het al misgaat, waarin imams in Nederland vinden dat ze leerlingen moeten kunnen opvoeden met het idee dat mannen en vrouwen elkaar geen hand mogen geven, dat je als meisje niet zonder begeleider over straat zou mogen gaan, dat je allerlei rechten niet zou hebben, dat ongelijkwaardigheid iets is om na te streven, dat meedoen in de vrije Nederlandse samenleving geen goed idee voor jou is. Dát is geen grondrecht van moslims dat ik hier wil verdedigen, en ik hoop dat de heer Azarkan dat ook niet wil.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Azarkan (DENK):
Ik ken de kabinetsreactie bijna uit mijn hoofd. Ik vond het echt heel wonderbaarlijk dat daarin stond: problematisch gedrag is gedrag wat zich wel binnen de wet afspeelt. Ik denk dat mensen in dit land het recht hebben om orthodox te zijn. We hebben hier een SGP die vindt dat vrouwen geen actief kiesrecht hebben. Er staan 35 mannen op de lijst. Dat kun je problematisch vinden, maar het is wel het recht. De voorman van de SGP heeft de Nashvilleverklaring getekend. Heel veel homo-organisaties in Nederland vinden dat verschrikkelijk. Er heeft zelfs iemand aangifte gedaan. Dat is toch een gewaardeerde partner van de VVD. Het is dan toch een vreemde definitie als je zegt: het gedrag bevindt zich wel binnen de wet, maar we gaan toch kijken hoe we het kunnen aanpakken. Dan moet je het toch buiten de wet plaatsen, en het dus strafbaar stellen. Voor terrorisme et cetera hebben we al een aanpak. Het kabinet zegt dat dat doorgezet wordt en dat dat in sommige opzichten heel effectief is.

De voorzitter:
Voordat ik mevrouw Becker het woord geef, vermoed ik dat de heer Bisschop een persoonlijk feit wil maken. Ik geef hem dus de kans om dat te doen.

De heer Bisschop (SGP):
Of het een punt van orde moet zijn of een persoonlijk feit, laat ik aan de voorzitter. Laat ik zeggen dat ik het niet correct vind dat een collega op een moment waarop je zelf niet het woord voert, je — of in dit geval de SGP — aanspreekt om de SGP te gebruiken als bliksemafleider voor een punt waar hij zelf op aangesproken wordt of waar hij de spreker op aanspreekt. Ik vind dat niet chic en ik vind dat we dat ook buiten de orde moeten verklaren.

De voorzitter:
Als voorzitter ga ik niets buiten de orde verklaren. Ik denk dat dit in technische zin meer een persoonlijk feit is dan een punt van orde.

De heer Azarkan (DENK):
Voorzitter, ik constateer dat het zo is. Er staan bij de SGP 35 mannen op de lijst. Meneer Van der Staaij heeft de Nashvilleverklaring ondertekend.

De voorzitter:
U heeft beiden uw punt gemaakt.

De heer Azarkan (DENK):
Het is gewoon een feit!

De voorzitter:
Ik ga nu mevrouw Becker het woord geven om nog te reageren op uw opmerkingen.

Mevrouw Becker (VVD):
Ja, want we hebben dit rapport niet zomaar met elkaar gevraagd. Dat komt niet uit de lucht vallen. Dat is niet omdat ergens één keer een incident heeft plaatsgevonden, maar omdat er sprake is van een stelselmatige beïnvloeding vanuit het buitenland om in de hoofden en harten van mensen in de Nederlandse moslimgemeenschappen te komen. Dat moet je durven benoemen. Betekent dat dan dat je bezig bent met moslimbashing of dat het je alleen om moslims gaat? Nee, want ook als op een andere manier misbruik wordt gemaakt van grondwettelijke vrijheden, bijvoorbeeld als scholen een antihomoverklaring vragen omdat ze zeggen "dat is nou eenmaal artikel 23", dan staan wij hier ook. Dan zeggen wij: nee, er is inderdaad vrijheid van onderwijs, maar die stopt op het moment dat er sprake is van discriminatie. Dit heeft dus niet te maken met het aanpakken van één groep. Dit heeft te maken met in brede zin opkomen voor vrijheid. Het is heel jammer dat DENK dat weigert te doen en dit problematische gedrag eigenlijk voortdurend een beetje staat te verdedigen, want de heer Azarkan zegt: je mag in Nederland orthodox zijn. Ik ga zo nog wat dingen noemen die in het rapport staan. Ik hoop toch dat hij dat niet allemaal steunt. Ik noem het idee dat er vanuit Turkije antiwesterse propaganda wordt gepompt in de hoofden van mensen die hier in Nederland gewoon moeten meedoen in de samenleving en het feit dat sommige jonge kinderen van 5 tot 12 jaar veertien uur in de week salafistisch onderwijs krijgen met allerlei denkbeelden waardoor zij het idee hebben dat het vrije Nederland niet voor hen bestaat. Ik hoop dat de heer Azarkan het daar vandaag met ons over wil hebben. Of is zijn boodschap: je mag orthodox zijn; dit rapport had er niet hoeven te zijn, want er is geen probleem?

De voorzitter:
Ik geef u nog één keer het woord, maar ik wil toch nog een opmerking maken. Op zich is het belangrijk dat we hier een goed debat voeren, maar het wordt vanavond wel heel laat als we vanuit het spreekgestoelte ook nog weer uitdagen tot het plegen van interrupties. Ik geef u nu als laatste op dit punt het woord. De heer Azarkan.

De heer Azarkan (DENK):
Dat was een terechte opmerking van mevrouw Becker over beïnvloeding en ook over de mate waarin dat leidt tot radicalisering, tot aantoonbaar strafbare feiten en tot het feit dat er ook salafistische aanjagers zijn die onze jonge kinderen soms af laten reizen naar IS. Ik heb dat van dichtbij meegemaakt. Ik heb zelfs een organisatie opgericht om ouders te steunen. Dat gaat mij aan het hart. Kom dus niet bij mij aanzetten met: meneer Azarkan, u sluit uw ogen. Ik sluit mijn ogen nergens voor; ik zie wat er gebeurt. Wat ik ook zie, is dat het onderzoek van RAND een ingewikkeld onderzoek is. Het is een ingewikkeld thema. Eigenlijk heeft het kabinet al in 2013-2015 aangegeven dat dit zo'n complex thema is dat je het niet heel makkelijk beet kunt pakken. RAND heeft daar onderzoek naar gedaan en heeft geconcludeerd dat niet een-op-een te zeggen is dat financiering uit het buitenland leidt tot ongewenste beïnvloeding en dat die ongewenste beïnvloeding ook strafbaar is. Het is dus goed dat we met elkaar zuiver kijken naar waar dit zich voordoet en welke maatregelen we binnen de democratische rechtsstaat moeten nemen om dit probleem op te lossen. Daar ben ik naar aan het kijken. Maar met lange halen, snel thuis, zoals ik las in de krant — "kom op, we gaan gewoon financiering van moskeeën verbieden" — pak je 500 moskeeën en zeg je tegen alle moslims in Nederland: zo, dit hebben wij even gefikst; u staat weer op achterstand.

De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Becker.

Mevrouw Becker (VVD):
We dreigen nu wat dichter bij elkaar te komen, want dat staat niet in de krant. In de krant staat dat we een gericht verbod willen kunnen opleggen aan moskeeën waar dit gedrag zich voordoet en waar die ondermijning van de democratische orde, de rechtsstaat en de mensenrechten plaatsvindt. Daar wil ik tegen strijden. Ik ben het meteen met de heer Azarkan eens dat financiering niet altijd een-op-een betekent dat daar ook een doel met beïnvloeding achter zit. Dat zegt het rapport van de commissie ook. Maar de parlementaire onderzoekscommissie van alle partijen in dit huis, met uitzondering van de PVV, heeft wél geconstateerd dat het in veel van de gevallen zo is: wie betaalt, bepaalt. Daar is een heel hoofdstuk aan gewijd. Ik raad de heer Azarkan aan om dat er nog maar een keer bij te pakken, want het aanpakken van de financieringsbronnen in dat grijze gebied kan uiteindelijk juist voorkomen dat de dingen die we volgens de heer Azarkan niet moeten willen, mogelijk worden gemaakt. Dat is niet: lange halen, snel thuis. Dat moet zorgvuldig in wetgeving gebeuren. Maar als er een eerste advies van de Raad van State ligt, moeten we dan niet zeggen dat we iets niet doen, als het niet kan. Dan moeten we kijken hoe het wél kan.

De voorzitter:
Tot slot.

De heer Azarkan (DENK):
"We komen wat dichter bij elkaar" werd er gezegd. Ik denk dan toch aan de opmerkingen en de voorstellen die niet rechtsstatelijk zijn. Want de VVD wilde de grond van de As-Soennah moskee afpakken. Die wilde gewoon de grond van een moskee confisqueren. De VVD wilde in Enschede een moskee verbieden. Rutte heeft gezegd dat de islamitische boodschap verschrikkelijk gejengel is, maar het is het grondrecht om te mogen oproepen tot gebed. Mevrouw Bente Becker zegt dat de VVD ook staat voor de grondrechten van moslims, maar dat is niet zo; ja, wel op het moment dat het u in enige mate in woorden uitkomt. Want uiteindelijk wilt u ook de financiering verbieden. U weet net zo goed als ik dat er op dit moment allerlei instrumenten zijn. Daar is geen aanvullende wetgeving voor nodig. Op het moment dat het aantoonbaar over terrorisme of over ...

De voorzitter:
U zou het kort houden.

De heer Azarkan (DENK):
Ja. Als het over andere zaken gaat, dan kan dat. De aanvullingen die u wenst te doen, zijn puur voor de bühne. Dat weet u gewoon.

Mevrouw Becker (VVD):
Grondrechten zijn er, maar die zijn niet absoluut. Dat is hier vandaag eigenlijk wel mijn belangrijkste boodschap. In het rapport van de commissie staat heel duidelijk dat de imam die voor de commissie verscheen, op een gegeven moment zei: we hebben nou eenmaal het grondrecht van zelfbeschikking; dat betekent dat je als vrouw een man geen hand hoeft te geven, dus ik mag prima aanbevelen dat meisjes nooit een jongen een hand zouden mogen geven. Vervolgens werd hem over het recht op zelfbeschikking gevraagd of een meisje dan ook zelf mag bepalen met wie ze trouwt. Maar nee, dat mocht niet, want daar ging de vader over. Het is geen à la carte. Als je hier gebruik wilt maken van de vrijheden, betekent dit dat je ook de vrijheden van anderen moet respecteren. Er zijn heel veel moslims die dat doen, maar helaas is er een harde kern, al dan niet beïnvloed vanuit het buitenland, die dat níet doet. Daar moeten we maatregelen tegen nemen. Ik hoop dat we daar vandaag in dit debat stappen in kunnen zetten.

De heer Jasper van Dijk (SP):
Helemaal eens. We moeten die ongewenste beïnvloeding stoppen. Mevrouw Becker en ik hebben ook goed samengewerkt, bijvoorbeeld als het gaat om het toezicht op weekendscholen. Verderfelijke invloeden vanuit het buitenland moeten we stoppen. De vraag is alleen hoe je dat juridisch zo rechtsstatelijk mogelijk kunt doen. Dan sla ik toch wel aan op het punt van de heer Azarkan. Is het dan niet verstandig om te zeggen dat we tegen alle ongewenste beïnvloeding vanuit het buitenland zijn, of die nou uit Saudi-Arabië komt of uit de Verenigde Staten? Dat maakt mij niet zo veel uit. Als er beïnvloed vanuit Nashville hier bij kerken wordt gepromoot dat homoseksuelen inferieur zijn aan heteroseksuelen of vrouwen aan mannen, dan vinden wij dat allebei ook onacceptabel. Moet je dan niet gewoon zeggen: stop de financiering vanuit het buitenland van religieuze organisaties?

Mevrouw Becker (VVD):
Ik denk dat we het best wel met elkaar eens zijn. Je kunt niet zeggen: stop gewoon alle financiering uit het buitenland van religieuze organisaties. Dat is ooit, in de vorige kabinetsperiode, al eens onderzocht. Dat bleek niet te kunnen, omdat dit niet gericht genoeg is om de grondwettelijke vrijheid van godsdienst aan te tasten. Als de Raad van State zegt dat je heel moeilijk met een algemeen verbod van al die financiering van moskeeën vanuit onvrije landen kunt komen, omdat dat nog niet gericht genoeg is, dan zou ik willen kijken of er geen andere route mogelijk is waarbij je begint bij de moskee of bij de maatschappelijke organisatie. Want het kan ook een andere organisatie zijn. Dat is mijn bedoeling. Minister Dekker heeft een wetsvoorstel waarmee hij deze organisaties gaat verplichten om transparant te zijn over waar de middelen vandaan komen. Als we dan tegelijkertijd zien dat dit problematische, ondermijnende gedrag rondom een organisatie speelt, dan zouden we eigenlijk handhavingsinstrumenten moeten hebben, ongeacht waar dat geld vandaan komt inderdaad, om dat dat geld te kunnen invorderen, verbeurdverklaren of om op andere manieren een eind te maken aan die financieringsstroom. Dus ik denk dat we elkaar daar hopelijk in gaan vinden vandaag, om daar stappen in te zetten en dat toch te gaan onderzoeken.

De heer Jasper van Dijk (SP):
Dat zou heel goed kunnen. Het lijkt me inderdaad het belangrijkste dat we stappen zetten, in plaats van te gaan muggenziften over details en dan vervolgens niks doen. Maar dan moet mevrouw Becker wel heel precies zijn. Gaat het haar dan niet meer om de landen van herkomst, maar om de organisaties waar problematisch gedrag plaatsvindt? Kan ze dat nog eens heel precies uitleggen, zodat we stappen kunnen zetten?

Mevrouw Becker (VVD):
Ja, dat zou wat mij betreft wel de basis moeten zijn: wat gebeurt er nou bij zo'n organisatie en sluit dat aan bij problematisch gedrag, zoals het kabinet dat juridisch gaat definiëren? Maar, daar zal ik zo ook op komen in mijn betoog, ik wil nog niet helemaal afstappen van het idee dat het relevant kan zijn om te kunnen toetsen of de bron ook een onvrije bron is. Ik heb ook gelezen dat het kabinet zegt: het is ingewikkeld om een onvrijelandenlijst te maken. Maar ik zou me wel kunnen voorstellen dat je een paar factoren hebt waarop je kan toetsen of deze bron onvrij is en of die bepaalde elementen in zich heeft die een extra risico zouden kunnen vormen voor beïnvloeding hier. Dat zou relevant kunnen zijn — denk ik zelf, maar dat zouden we moeten laten uitzoeken — om ook de onderbouwing stevig te krijgen. Het gaat erom dat het echt gericht gebeurt en dat er echt een gerechtvaardigd vermoeden is van ongewenste beïnvloeding. Dit hoeft van mij niet een-op-een: als die wet ook zonder deze lijst of zonder zo'n indicatie kan, mag dat van mij ook. Maar zo'n index kan misschien ook wel nuttig zijn op andere terreinen.

Er heeft hier in deze Kamer ook een heel debat plaatsgevonden over anbistatussen: over organisaties met een ongewenste agenda vanuit het buitenland die de anbistatus kregen. Toen hebben veel Kamerleden gezegd: laten we die niet meer mogelijk maken zodra het giften zijn uit onvrije landen. Toen werd wel aangelopen tegen het feit dat we eigenlijk geen indicatoren hebben voor wat een onvrij land is. Dus ik wil vandaag wel pogen om nog een keer aan het kabinet te vragen om ervoor te zorgen dat die indicatoren er wel gaan komen. Maar het is geen voorwaarde voor mij om zo'n wet voor elkaar te krijgen.

De voorzitter:
Afrondend, de heer Van Dijk.

De heer Jasper van Dijk (SP):
Juist vanwege het feit dat de definitie van een "onvrij land" zeer lastig is, zou het mijn idee zijn om gewoon geen financiering vanuit het buitenland te doen naar organisaties in Nederland waar problematisch gedrag kan plaatsvinden. Dan laat ik het zo in brede zin voorkomen. Ik zie dat het kabinet bijvoorbeeld ook de hele Europese Unie uitsluit. Dat vind ik ook raar, want iemand uit Saudi-Arabië kan natuurlijk ook geld overmaken naar Roemenië. Vervolgens komt dat geld dan hier in Nederland terecht. Dat wil mevrouw Becker toch ook niet?

Mevrouw Becker (VVD):
Maar ik wil wel — nou ja, dat wil ik juist niet, natuurlijk — dat we kunnen aantonen dat er daadwerkelijk sprake is van dat gedrag. Ik hoop dat ik de heer Van Dijk goed begrijp, maar we moeten niet teruggaan naar wat we in een vorige kabinetsperiode … Halbe Zijlstra en Emile Roemer hebben ooit samen een motie ingediend op dit terrein: verbied al die financiering uit het buitenland van dit soort organisaties. Dat hebben we onderzocht, maar dat kan niet. Je moet echt kunnen aantonen dat er sprake is van problematisch gedrag om gericht te kunnen onderbouwen dat er echt een probleem is, waarmee je die grondwettelijke vrijheid om dat geld te kunnen ontvangen een beetje kan inperken. Voor mijn gevoel heb ik dat de Raad van State ook horen zeggen.

De voorzitter:
Mevrouw Becker vervolgt haar betoog.

Mevrouw Becker (VVD):
Ik was aan het vertellen over het effect dat we in de praktijk zien van de ongewenste buitenlandse beïnvloeding. Ik noemde een aantal voorbeelden, zoals bezoekers van de Al-Fourqaan moskee, die verdacht werden van terroristische activiteiten. Maar het rapport spreekt ook over kinderen die op een gegeven moment angstig zijn om zich niet aan de leer van Al Fitra te houden. We lezen over intimidatie van meisjes die zonder chaperonne naar buiten gaan terwijl dat eigenlijk niet zou mogen, zoals op een schoolreisje of een ander uitje. Daar zouden ze dan begeleid moeten worden door een mannelijke begeleider. Het gaat over vrouwen die zich aangespoord en geïntimideerd voelen om verder te gaan dan de hidjab en om zelfs een nikab te gaan dragen.

Dan hebben we nog de 148 moskeeën van Diyanet. Volgens een van de hoogleraren die sprak tijdens de verhoren is Diyanet de multinational van de islam, een stevige ambtelijke organisatie die in Nederland probeert grip te houden op de moslimgemeenschap met een Turkse achtergrond. Deze organisatie schuwt het niet om Nederlanders een specifiek stemadvies voor Erdogan te geven en ook niet om inlichtingen te verzamelen over mogelijke Gülensympathisanten. De commissie noemt het beeld urgent, maar dat is denk ik nog een understatement. We moeten als vrije, democratische samenleving durven de democratie niet alleen als wapen voor vrijheid, maar ook als wapen tegen onvrijheid te gebruiken, door met wet- en regelgeving gedurfde stappen te zetten.

Het is goed dat minister Dekker moskeeën en ook andere maatschappelijke organisaties wil verplichten transparant te zijn over buitenlandse giften, en dat hij artikel 2:20 van het Burgerlijk Wetboek heeft aangepast zodat extremistische organisaties sneller kunnen worden ontbonden. Ook is het positief dat minister Koolmees een taskforce oprichtte om met gemeenten samen te werken tegen problematisch gedrag, al hebben wij nog wel een paar vragen over of die taskforce momenteel wel voldoende kan doorpakken. Ook zijn we blij dat minister Blok politieke beïnvloeding en het kopen van loyaliteit voor buitenlandse verkiezingen wil tegengaan met de "nee, tenzij"-regeling naar Duits voorbeeld, maar we zijn nog wel benieuwd wanneer die eindelijk naar de Kamer kan komen, en hoe.

Voorzitter. Dit zijn positieve ontwikkelingen, maar eerlijk is eerlijk: het is lang nog niet genoeg. We praten al zo lang. En helaas is de reactie van het kabinet op te veel punten terughoudend. Op terreinen waarop echt ingrijpen nodig is, zoals bij weekendscholen, het kunnen verbieden van moskeefinanciering en het aanpakken van haatimams en uitingen op het internet, schetst de parlementaire commissie mogelijke oplossingen, maar legt het kabinet uit waarom grondwettelijke vrijheden oplossingen in de weg zouden staan. Maar ik zei het net al: we moeten bereid zijn om vrijheden soms in te perken. De vrijheid van godsdienst is niet bedoeld voor een onvrije en ondermijnende agenda. Dat geldt ook voor de vrijheid van vereniging of onderwijs. Die is er niet om kinderen te leren dat de democratie niks voorstelt of dat man en vrouw ongelijkwaardig zijn. Als je misbruik van onze vrijheden maakt, tellen ze niet langer voor jou. Ik ben ervan overtuigd dat dit juridisch gezien kan, gericht en proportioneel, en mits dat in het algemeen belang is. Als íéts in het algemeen belang is, is het onze vrije en veilige manier van leven.

Voorzitter. Vandaag doe ik namens de VVD daarom tien concrete voorstellen voor wat we snel kunnen en moeten doen. Ik hoop dat het kabinet bereid is om die over te nemen en dat andere partijen zich erbij willen aansluiten.

Ten eerste. We hadden het er net al over: kom snel met wetgeving om moskeefinanciering gericht aan banden te leggen bij problematisch gedrag. Twee kabinetsperiodes geleden is dit al onderzocht en zijn we ermee begonnen. Deze kabinetsperiode hebben we het over een andere boeg gegooid en gekeken of het gerichter, uit onvrije landen, kan als het niet algemeen kan. Het resultaat is alsnog wel mager. Minister Koolmees heeft de afspraken verkend. Aan het eind van deze kabinetsperiode is hij gekomen met een brief, waarin hij uitlegt dat wetgeving moeilijk is. Maar dat kan en mag toch niet het laatste antwoord zijn? Ik snap niet zo goed waarom de minister geen alternatief is gaan bekijken, zoals een gericht verbod, waarbij ingegrepen kan worden in financiering als we ondermijning van de rechtsstaat, de democratische waarden of aantasting van de mensenrechten zien. Eerder al heb ik gezegd dat de VVD samen met de ChristenUnie, maar heel graag ook met andere partijen, desnoods zelf met initiatiefwetgeving komt. We denken dan aan handhavingsinstrumenten die de ontvangst van financiële middelen kunnen bevriezen, die organisaties kunnen verbieden deze middelen te ontvangen of deze verbeurd kunnen verklaren wanneer er sprake is van problematisch gedrag. Is het kabinet bereid de initiatiefwetgeving waarover we het dan hebben onnodig te maken en spoedig toch zelf wetgeving naar de Kamer te sturen?

Ten tweede. Ik zou het kabinet toch nog willen oproepen te bezien of het niet mogelijk is een onvrijelandenindex te maken. Als een lijst niet kan, kunnen we dan niet een index maken? Niet alleen Turkije, maar ook de Golfstaten worden momenteel door het kabinet vooral benaderd via dialoog. Er wordt aan dit soort landen gevraagd om ons inzicht te geven in betalingen aan moskeeën of in lesprogramma's op een weekendschool in eigen land. We zijn eigenlijk afhankelijk van de welwillendheid van Turkije om ons te vertellen wat er in Nederlandse weekendscholen wordt verteld. Het kabinet wil geen onvrijelandenlijst maken, maar het helpt toch juist als we objectief kunnen vaststellen dat een bepaald land een onvrije agenda heeft als we vervolgens iets aan de financiering uit zo'n land willen doen? Dan ben je gericht en onderbouwd bezig, zoals ook de Raad van State vraagt. Door rekening te houden met de democratische score van een land waaruit beïnvloeding afkomstig is, kun je ook overtuigend nee zeggen tegen financiering. Maar ook al voor die tijd kan het een rol spelen in effectief risicogericht toezicht en het biedt de mogelijkheid om op andere beleidsterreinen in te grijpen, bijvoorbeeld bij het bepalen of een anbistatus nog wel terecht is. Ik overweeg een motie om zo'n onvrijelandenindex te laten maken maar ik ontvang uiteraard eerst graag een reactie.

De heer Azarkan (DENK):
Die term "onvrije landen". Het is een nogal ingewikkelde opgave om zo'n index te maken. We hebben het voorbeeld gekregen van het Freedom House in Amerika dat betaald wordt door de Amerikaanse overheid. Daar zit volgens mij op dit moment een president die zijn eigen aanhangers tegen de democratie opzet. Of dat nou het toonbeeld van democratie is, weet ik zo net niet. Mijn vraag is de volgende. Wat is nou de definitie van onvrije landen?

Mevrouw Becker (VVD):
Ik heb goed gelezen dat het kabinet aangeeft dat het maken van een lijst van onvrije landen ingewikkeld is, dus een lijst waar je op gaat zetten: wij beoordelen heel rigide voor de komende drie, vier jaar welke landen onvrij zijn en welke landen niet. Ik zou een soort van index willen met criteria, zodat als je ziet dat er beïnvloeding is vanuit een bepaald land en er sprake is van problematisch gedrag, je dan dat land kan scoren op basis van die criteria en je tot de constatering kan komen dat er weleens een heel verkeerde agenda achter kan zitten. Ik vraag het kabinet om die criteria op te stellen. Dat kan te maken hebben met wederkerigheid, bijvoorbeeld als zo'n land niet toestaat om daar een kerk te financieren en het hier wel het een moskee wil financieren. Het kan te maken hebben met persvrijheid of met het scoren van het democratisch gehalte. U kunt aan mij vragen wat ik een onvrij land vind maar dat is niet hoe het werkt. Ik kan er een heel aantal noemen maar het gaat erom dat er objectieve criteria komen in zo'n index. Ik zou die heel graag willen hebben, zodat we nog gerichter aan de slag kunnen gaan om te zeggen: we hebben hier een casus waarbij we problematisch gedrag zien met een financieringsbron uit een land dat heel hoog scoort op bepaalde onvrije indicatoren. Dan heb je een heel goed onderbouwde casus om te kunnen inperken en dus met recht te kunnen zeggen: we tasten hier niet de Grondwet aan, we hebben het heel gericht en onderbouwd gedaan.

De heer Azarkan (DENK):
En dat wilt u doen ten aanzien van financiering van moskeeën? Dat is wat u zegt?

Mevrouw Becker (VVD):
Nee, dat wil ik ...

De heer Azarkan (DENK):
Kijk, we sturen de burgemeester van Rotterdam met een hele delegatie bedrijven naar zo'n onvrij land en we vragen aan zo'n onvrij land om alsjeblieft een paar honderd miljoen te willen investeren in de Rotterdamse haven. Dat is economie. Daarvan zou je kunnen zeggen: wat importeren we eigenlijk? We sturen ons koningshuis op bezoek om het koningshuis aldaar te paaien. We verkopen voor honderden miljarden euro's aan wapens aan onvrije landen waar ze vervolgens dingen mee doen waarvan het de vraag is of dat wel goed is. Ik vind het een beetje met dubbele maten meten als je zegt dat als ze een paar dubbeltjes aanleveren zodat hier een moskee wordt betaald vanuit de zakat — dat is de islamitische wijze om een donatie te doen waar je niets voor terugvraagt — dit problematisch is, terwijl we weten dat door de Golfstaten hier in Nederland voor miljarden euro's vastgoed wordt gekocht …

De voorzitter:
Uw vraag?

De heer Azarkan (DENK):
Dat is allemaal geen probleem, al die miljarden. We willen dat ze hiernaartoe komen, maar als het gaat om de financiering van moskeeën, dan zijn ze onvrij en dan moeten we ze weghouden. Ik vind dat hypocriet.

Mevrouw Becker (VVD):
Nee, want het gaat zeker niet om een paar dubbeltjes, wat ook wel uit het rapport blijkt. Het gaat soms om miljoenen en daarbij geldt heel duidelijk: wie betaalt, bepaalt. Ik vind het eerlijk gezegd goed dat als Nederland op handelsgesprek in een van deze landen is, daarmee ook de deur openstaat om het gesprek te voeren over een mogelijke onvrije agenda en de beïnvloeding in Nederland. Ik vind het ook goed dat het kabinet heeft opgeschreven: ten aanzien van Saudi-Arabië hebben we nu een heel proactieve agenda om de dialoog met dat land daarover aan te gaan. Dus dat is absoluut niet hypocriet. We moeten het op die manier doen en tegelijkertijd moeten we zorgen dat als we in Nederland problematisch gedrag zien en dat dit afkomstig is uit een land met heel veel onvrije elementen, we dat gedrag aan banden kunnen leggen. Dat geldt niet alleen ten aanzien van moskeeën maar ook ten aanzien van andere organisaties. En ik zei het net al: ook bij fiscale regelingen, zoals een anbistatus waarbij je fiscaal gunstig door de overheid wordt behandeld terwijl je misschien wel met een hele verkeerde agenda bezig bent, moeten we dat kunnen aanpakken. Dus heel breed, stap voor stap. Ik hoop dat de heer Azarkan er toch op een positievere manier naar wil gaan kijken, zodat we samen de vrijheid kunnen gaan verdedigen.

De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.

Mevrouw Becker (VVD):
Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Uw volgende punt.

Mevrouw Becker (VVD):
Ja, mijn volgende punt, punt drie. Maak een serieuze contrastrategie op diasporapolitiek. Met een breed aangenomen motie riep ik al meer dan een jaar geleden minister Koolmees op om met een contrastrategie te komen op Turkse diasporapolitiek. Ik geloof dat met uitzondering van DENK de hele Kamer deze motie heeft gesteund. Maar de uitvoering gaat helaas niet verder dan het indien nodig aanspreken van het land. Een ultranationalistische organisatie als de Grijze Wolven kan vooralsnog zijn gang gaan, krijgt soms zelfs indirect subsidie. En ook zijn er inmiddels negen Turkse weekendscholen in ons land, gefinancierd door Erdogan. Is de minister bereid om die contrastrategie richting Turkije aan te scherpen, om snel in te gaan op mijn motie om te kijken of een organisatie als de Grijze Wolven verboden kan worden, en of subsidies die integratie tegenwerken, al dan niet via gemeenten, gestopt kunnen worden? Ik heb ooit samen met de heer Segers van de ChristenUnie een motie ingediend, dat minister Koolmees met de VNG om tafel zou moeten gaan om ervoor te zorgen dat gemeenten geen subsidies meer verstrekken die eigenlijk integratie tegenwerken. Is die motie eigenlijk wel uitgevoerd? Is dat gebeurd? Heeft dat gesprek met de VNG plaatsgevonden? Gaan ze dit ook doen? Is de minister bereid diasporaorganisaties niet meer als gesprekspartner naar het ministerie te laten komen? En kunnen we, zo vraag ik de minister van Buitenlandse Zaken, wetgeving verwachten om de komst van buitenlandse politici voor campagnes hier vlak voor de verkiezingen aan een nee-tenzijprincipe te onderwerpen? Ook hier heb ik initiatiefwetgeving in voorbereiding, maar liever is dat wat mij betreft niet nodig omdat het kabinet zelf in actie komt.

Punt vier. Pak haatimams serieus aan, want beïnvloeding vindt niet alleen plaats via geld, maar ook via onverdraagzame imams. Soms zelfs achter dichtgeplakte ramen vertellen zij hun boodschap aan de toehoorders in moskeeën of weekendscholen. Dit weekend zagen we dat de rechter het gebiedsverbod voor imam Fawaz Jneid heeft vernietigd. Het zou verschrikkelijk schadelijk zijn, vindt de VVD, als zijn giftige boodschappen nu gewoon weer in de Haagse kwetsbare wijken kunnen worden verspreid. Gaat het kabinet in hoger beroep? Dat mag ik toch hopen.

Hoe staat het met de uitvoering van mijn motie die mijn partij samen met de Partij van de Arbeid ooit heeft ingediend om imams een digitaal gebiedsverbod te kunnen opleggen? En hoe staat het met de uitvoering van de motie van collega Yeşilgöz om in Schengenverband lidstaten te stimuleren haatpredikers geen visa te verstrekken en te signaleren in het SIS II-systeem? Wat doet het kabinet breder tegen de komst van vele imams uit het buitenland? Ik weet dat het kabinet al jaren in overleg is om in het hoger onderwijs een Nederlandse imamopleiding van de grond te krijgen, maar je ziet eigenlijk dat daar onvoldoende belangstelling voor is en dat imams maar uit het buitenland blijven komen. Ik vermoed dat dat ook komt doordat we daar tewerkstellingsvergunningen voor blijven verlenen. Dus de VVD zou willen dat de oprichting van een Nederlandse imamopleiding gepaard gaat met een redelijke overgangstermijn, waarna we geen tewerkstellingsvergunningen meer gaan verlenen voor de imams buiten de EU, omdat er voldoende aanbod is binnen de EU. Het zou wat de VVD betreft ook iets zijn om met andere EU-lidstaten te bespreken. Graag een reactie.

Vijf. Informeel onderwijs moet wat de VVD betreft onder toezicht komen, want ongewenste beïnvloeding is het allerergst als die richting onze kinderen gebeurt. Op weekend- en Koranscholen, zegt de AIVD, dreigen kinderen te worden geïndoctrineerd. Nou schrijft het kabinet over de vrijheid van particulier onderwijs, maar laten we ons meer gaan richten op de vrijheid van de kinderen, zowel door de inspectie mogelijkheden te geven tot het beoordelen van onderwijsmateriaal als door het houden van risicogericht toezicht in de klas en op docenten en bestuurders. Ik heb met de PvdA hierover een motie aangehouden, maar het kabinet heeft daarop eigenlijk weer dezelfde reflex laten zien, namelijk uitleggen waarom het grondwettelijk niet zou kunnen. Zelfs gericht en risicogericht toezicht wil het kabinet niet. Heeft het kabinet hierover advies aan de Raad van State gevraagd, aan een aantal grondwetjuristen bijvoorbeeld? Want ik wil echt een betere onderbouwing zien en dan het liefst hoe het wél mogelijk te maken is. Ook hier geldt weer: we zijn bereid zelf het initiatief te nemen met de Partij van Arbeid, hopelijk veel andere partijen, misschien D66, maar het zou zoveel krachtiger zijn als minister Koolmees ons kan toezeggen dat het kabinet hiermee aan de slag gaat.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Ik heb ook die brieven en die reacties gelezen, maar inmiddels hebben we natuurlijk de Wereldgezondheidsorganisatie, die in 1990 ook zijn hele definitie over kindermishandeling heeft herschreven. Feitelijk komt het erop neer dat onze hele internationale gemeenschap zegt dat als je een kind op zo'n manier niet emotioneel voorbereidt op een toekomst, er dan sprake is van kindermishandeling. Moeten we dus niet een beetje weggaan bij het idee dat we er toezicht op moeten houden of dat het in strijd is met grondrechten? Hebben wij inmiddels niet de verdragsrechtelijke plicht op onszelf geladen om kindermishandeling tegen te gaan, waarvan hier de facto sprake is? Ik vraag dus heel concreet: moeten we niet helemaal weg bij die discussie over toezicht en of het allemaal mag en of het vrijheid van onderwijs is, en eindelijk eens optreden tegen deze kindermishandeling?

Mevrouw Becker (VVD):
Ik vind dit een hele interessante invalshoek, want ik ben het inhoudelijk meteen met mevrouw Van Toorenburg eens. Als je leest wat die kinderen ondergaan, dan is dat kindermishandeling. Ik denk alleen dat het ingewikkeld wordt om in algemene zin te zeggen dat het feit dat een kind naar een islamitische weekendschool of een Koranschool gaat, al kindermishandeling is. Ik denk dat we zullen moeten aantonen dat wat daar gebeurt, onder die definitie valt. Dan heb je toezicht nodig: inzicht in lesmateriaal, inzicht in wat daar gebeurt. De uitleg "dit is niet het domein van de overheid, want het particuliere onderwijs is vrij", terwijl wij — precies wat mevrouw Van Toorenburg zegt — eigenlijk vinden dat er in sommige gevallen sprake is van kindermishandeling … Laten we alsjeblieft ook die juridische definitie gebruiken als dat helpt. Wij willen daar een einde aan maken. Ik denk heel eerlijk gezegd dat dat niet gaat lukken zonder toezicht, maar als mevrouw Van Toorenburg een creatief idee heeft om het zonder toezicht aan banden te leggen, sta ik daar ook voor open. Ik hoop alleen dat we hier een andere stap kunnen zetten dan het kabinet nu zet, namelijk zeggen dat het nu allemaal vrij is en dat we er niet zo veel aan kunnen doen.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Dank voor deze positieve reactie, want ik denk inderdaad dat we eindelijk uit een ander vat moeten gaan tappen. We zijn te lang bezig met de grondrechten en de vrijheid van en het toezicht op onderwijs, terwijl we in Nederland gewoon een toezichthouder hebben op kindermishandeling. We hebben allerlei raden, we hebben jeugdzorg. Volgens mij moeten we proberen om er juist vanuit die kant naar te kijken. Als er zulke signalen zijn vanuit de AIVD en vanuit de gemeenten, als burgemeesters alarm slaan, als leraren zeggen dat kinderen met teksten terugkomen van zo'n weekendschool waarvan ze echt denken "deze kinderen worden niet voorbereid op onze samenleving; sterker nog, ze worden kapotgemaakt voordat ze eraan kunnen beginnen", moeten we zeggen: stop hier. Daar moeten we in optreden. Het is dus kindermishandeling. Het is niet langer de vrijheid van onderwijs of de vrijheid om een religie met kinderen te delen. Het is pure kindermishandeling en daar moeten we op acteren.

Mevrouw Becker (VVD):
Ik heb niet zozeer een vraag gehoord, maar zoals gezegd vind ik dit een interessante invalshoek om erbij te betrekken. Ik hoop niet dat mevrouw Van Toorenburg bedoelt dat ze daarmee het hele pad van toezicht wil verlaten, want ik denk dat het elkaar kan versterken. Of dat nu een onderwijsinspectie moet zijn of de gemeenten of de Raad voor de Kinderbescherming, daarover wil ik best de discussie aangaan. Als je dit alleen met een soort piepsysteem doet wanneer de AIVD denkt "hier is echt zo veel aan de hand", vraag ik aan mevrouw Van Toorenburg wie dan op een gegeven moment zijn vinger moet opsteken en moet zeggen dat het kindermishandeling is, als de particuliere school geen enkele plicht heeft om inzicht te geven in lesmateriaal of een toezichthouder toe te laten. Ik denk toch dat we het allebei wel nodig zullen hebben.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
We maken hier echt een fundamentele denkfout. We moeten stoppen met het idee dat er toezicht op moet zijn. Terecht heeft het kabinet aangegeven dat als je er een toezichtmodel op zet, je eigenlijk ook een soort structuur neerzet dat je het er voor een deel mee eens bent en dat je ernaar kijkt. We moeten die weg niet op. Het is niet iets normaals in een heleboel scholen. Natuurlijk is het prima als mensen de taal leren. Daar hoor je de leraren ook niet over klagen. Maar als we zien dat er kinderen mishandeld worden, moeten we niet achterover gaan leunen om even te gaan kijken welke toezichthouder we daarvoor hebben. Die hébben we. Ik ben echt bang dat we onszelf langer verlammen als we het langs de lat van de toezichthouder en het informele onderwijs leggen. We moeten gewoon met elkaar zeggen: we zien iets anders. Dat zegt ook de Wereldgezondheidsorganisatie. Dit is namelijk emotionele kindermishandeling, omdat je kinderen niet voorbereidt op een toekomst in een land. Als we dat met elkaar hebben vastgesteld, moet je het langs die lat leggen.

Mevrouw Becker (VVD):
Ja, maar mijn opmerking was: wanneer hebben wij dat nou met elkaar vastgesteld? Er is onderzoek naar gedaan. Het kabinet heeft RadarAdvies om onderzoek gevraagd. Die hebben enquêtes uitgezet en aan mensen gevraagd of hier sprake is van dit ondermijnende gedrag. Daar is heel erg weinig reactie op gekomen en daar is weinig inzicht in gegeven. Eigenlijk was de conclusie van het rapport dat er onvoldoende inzicht is om te kunnen onderbouwen dat hier sprake is van structurele problematiek. Precies dat "onvoldoende inzicht" zou ik willen doorbreken. Ik sluit me meteen aan bij het idee dat dat ook kindermishandeling zou kunnen zijn en dat dat ook een goede route zou zijn. Laat ik mevrouw Van Toorenburg het voorstel doen dat we allebei onze ideeën aan het kabinet voorleggen en kijken of we in gezamenlijkheid hierin stappen kunnen zetten. Want ons doel is hetzelfde: dit soort indoctrinatie en onvrijheid stoppen.

De heer Bisschop (SGP):
Ik kan me de gedachtegang van mevrouw Becker heel goed voorstellen. Ik denk ook dat ze een wezenlijk probleem aanroert, alleen is de vraag wel binnen welke kaders en op welk moment dat toezicht moet plaatsvinden. Mevrouw Becker zegt dat een piepsysteem te weinig duidelijk is en te weinig houvast biedt. Het moet meer een generieke maatregel zijn. Maar als het gaat over de vrijheid van opvoeding van ouders, dan moet je wel oppassen, want waar houdt het dan op? En moet daar ook op worden ingegrepen als dat antidemocratische en antirechtstatelijke gedachtegoed wordt overgedragen binnen gezinsverband? Ik zou daar graag een reflectie van de spreekster op willen.

Mevrouw Becker (VVD):
Dank aan de heer Bisschop voor deze vraag. Ik stel hier niet voor om ieder kind in Nederland onder verscherpt toezicht te stellen. Maar ik denk wel dat je niet meer kunt volstaan met het verwijzen naar vrijheid na het signaal dat vanuit de AIVD is gekomen, en waarover we ook in het rapport hebben kunnen lezen, dat er inmiddels een structuur is van moskeescholen en Koranscholen die echt zorgelijk is en waar echt zorgelijke dingen gebeuren. Die vrijheid moet je wel verdienen. Ik denk dat de signalen hier dusdanig ernstig zijn dat het gerechtvaardigd wordt om toezicht te gaan houden. We hebben dat als politiek eerder gedaan, bijvoorbeeld rondom de moskee-internaten, waar ook geen toezicht op was. Daar ontstond een pedagogisch klimaat waar men zich zorgen over maakte. Toen heeft mijn collega Azmani, samen met mevrouw Yücel van de Partij van de Arbeid, daarover een motie ingediend en is er een wet gekomen, zodat er wel een mogelijkheid was om binnen te komen. Gaan we dan wat mij betreft eenzelfde structuur opzetten als de onderwijsinspectie in het primair onderwijs, met op iedere school periodiek alles opvragen? Nee, ik zou risicogericht toezicht willen hebben op basis van signalen. We hebben inmiddels een taskforce van minister Koolmees, we hebben burgemeesters en we hebben bestuurders die zien waar zorgen zijn. Zij hebben dan een titel om naar binnen te gaan, om lesmateriaal op te vragen en om eventueel in te grijpen. Dat zou ik heel graag willen.

De heer Bisschop (SGP):
Maar ik neem aan dat in de visie van mevrouw Becker dan in de uitwerking nadrukkelijk zal moeten worden ingekaderd waar de ruimte zit om te voorkomen dat er ongewenst, overbodig, ingrepen worden gepleegd op de grondwettelijke vrijheden, de grondrechten.

Mevrouw Becker (VVD):
Ja, dat zou wat de VVD betreft gekoppeld moeten zijn aan de signalen dat er iets niet pluis is. Ik weet niet of dit de intentie is achter de vraag van de heer Bisschop, maar je hoort dan natuurlijk ook in de wat meer streng gereformeerde christelijke kringen in Nederland wel de zorg ontstaan: als we aan weekendscholen gaan komen, komen we misschien ook wel aan Bijbelscholen. Dat willen we niet. Maar ik denk dat we daar niet zo bang voor moeten zijn, want als je niks te verbergen hebt en als je niet bezig bent de democratie te ondermijnen, de mensenrechten aan te tasten of kinderen te indoctrineren met antiwesterse denkbeelden, waarom zou je dan niet gewoon niet inzicht willen geven in je lesmateriaal als iemand daarom vraagt of als iemand een keer je school in wil komen? Ik zeg ook tegen de heer Bisschop dat als er dingen in een Bijbelschool zouden gebeuren die heel erg ingaan tegen bijvoorbeeld het recht om homo te kunnen zijn in Nederland, ik het niet heel erg vind dat daar dan ook de vinger op de zere plek wordt gelegd. Want alle kinderen in Nederland, ongeacht hun geloof, verdienen het om in vrijheid op te groeien. Ik hoop dat de heer Bisschop het aandurft om mee te gaan in de strijd om dat informeel onderwijs aan toezicht te gaan onderwerpen.

De heer Bisschop (SGP):
Ik heb nog één afsluitende vraag, ter geruststelling van mevrouw Becker. Ik stel deze vragen vanuit staatrechtelijke overwegingen. Dat is nog niet hetzelfde als de motivatie om het belang van het catechetisch onderwijs in de gereformeerde kerken, de gereformeerde gemeenten, veilig te stellen, maar wel staatsrechtelijk. Ik begrijp heel goed dat dat ook niet de achtergrond van uw opmerkingen is. Maar dat luistert heel nauw. Als het over informeel onderwijs gaat, gaat het ook over bijvoorbeeld bijlesscholen. Daar zou mevrouw Becker dan ook een kader voor moeten willen aanreiken. En dan ben ik er wel heel erg beducht voor dat je een enorm apparaat moet optuigen, wil je dat allemaal onder controle brengen. Ik zie het punt, maar ik zie nog niet helemaal de oplossing. In dat opzicht hang ik toch een beetje aan de kant van het kabinet, zo van: wacht even, voordat we ons hierin storten; laten we daar heel goed over nadenken.

Mevrouw Becker (VVD):
Het is niet mijn bedoeling om een heel apparaat op te tuigen. Maar we hebben op dit moment geen wetgeving op dit terrein. Als er echt iets ernstigs aan de hand is, kan een bestuurder te weinig. Ik heb gezien dat colleges van B en W dan aan een gemeenteraad die daar vragen over stelt, zegt: dit is niet het terrein van de overheid, dus ik kan hier verder niks. Daar wil ik een einde aan maken. Dus ik zou een mogelijkheid willen creëren om in te grijpen, en niet per se een soort van moloch waarbij voortaan ieder bijlesschooltje ieder moment van de dag kan worden binnengevallen door een onderwijsinspectie die alles gaat opvragen. Dat is niet mijn bedoeling. Maar aan de andere kant heb ik ook gehoord van verhalen, bijvoorbeeld in de Schilderswijk, waar in een garagebox opeens zogenaamd bijles wordt gegeven, maar waar mensen in de buurt zich wel zorgen maken over wat daar echt gebeurt. Dan zou ik willen dat er een titel is om te kunnen zeggen: hier vindt informeel onderwijs plaats; ik wil als bestuurder graag inzicht in wat daar precies aan de hand is, in het belang van die kinderen.

De voorzitter:
Mevrouw Becker vervolgt haar betoog.

Mevrouw Becker (VVD):
Ten zesde. Grijp tijdig en effectief in bij organisaties die zich misdragen. Dan heb ik het over de taskforce die zich daar eigenlijk op richt, de taskforce ongewenste buitenlandse beïnvloeding en problematisch gedrag. Wij vinden eigenlijk dat deze taskforce een stuk steviger zou moeten worden ingericht en zou moeten kunnen optreden. Ten eerste heeft de taskforce bij veel gemeenten geen bekendheid. Ook heeft de taskforce geen wettelijke basis, geen eigen wettelijke bevoegdheden om echt door te pakken als een gemeente aan de bel trekt. En ik zou willen vragen of het klopt dat er momenteel geen handhavingsverzoek, bijvoorbeeld door de taskforce en/of een gemeente, kan worden ingediend bij het OM om toch een mogelijk traject in gang te zetten. Ik wil ook vragen of de juridische definitie van problematisch gedrag echt voldoende is om meer te kunnen gaan handhaven. Is de minister bereid om steviger juridisch, maar ook in de praktijk, te gaan verankeren dat het een taskforce met tanden gaat worden?

Ten zevende. Pak het online salafisme aan. Want we lezen dat salafistische aanjagers de social media steeds beter weten te vinden, om hun schadelijke boodschappen te verspreiden. Een groot deel van de online uitingen over de islam sluit inmiddels aan bij het salafistische gedachtegoed. Dat is toch zeer zorgelijk. Ik heb vaak vragen gesteld over bepaalde uitingen. Dan was ingrijpen, wat het kabinet betreft, niet aan de orde. Ik wil vragen hoe dat kan. Want dan wordt er gezegd: als er strafbaar gedrag is, dan kan er een strafrechtelijk traject aan de orde komen. Maar wie ziet daarop toe? En is er ook zoiets als problematisch gedrag online? Komt daar een definitie en een aanpak voor? Gaat de taskforce zijn werkingsgebied uitbreiden naar de online wereld? Tot slot, voert het kabinet gesprekken met big tech over online salafisme? Want in dat kader zou ik de vraag willen opperen of er niet een mogelijkheid is om de autoriteit kinderpornografische en terroristische content uit te breiden met een definitie van problematisch gedrag, zodat internetbedrijven bestuursrechtelijk gedwongen kunnen worden iets tegen schadelijke salafistische content te doen. Graag een reactie.

De heer Azarkan (DENK):
Over dat problematisch gedrag juridisch goed neerzetten heb ik een vraag. Is mevrouw Becker het met mij eens dat intimidatie en doodsbedreigingen daaronder vallen?

Mevrouw Becker (VVD):
Nee, dat is op dit moment strafrechtelijk al aan te pakken. Waar problematisch gedrag over gaat, is precies waarover deze commissie ook de vinger op de zere plek heeft gelegd, namelijk het gebied daarvoor. We kunnen op dit moment met het Wetboek van Strafrecht in de hand niet ingrijpen, terwijl we zien dat hier iets gebeurt dat op de langere termijn — dat zegt ook de AIVD — uiteindelijk onze samenleving ondermijnt. Dan gaat het over het verspreiden van onvrije boodschappen. Dan gaat het over het onder het mom van de vrijheid van onderwijs zeggen dat meisjes bijvoorbeeld minder rechten hebben dan jongens. In het rapport staat ook dat imams op weekendscholen zeggen: wat je door de week op school hoort over vrijheid en gelijkwaardigheid, is niet waar. Je kunt daar op dit moment strafrechtelijk gezien niet op ingrijpen, maar het is zeer problematisch gedrag waar wij wel op willen kunnen ingrijpen.

De heer Azarkan (DENK):
Dus u zegt eigenlijk: intimidatie en doodsbedreiging zijn nog veel erger; deze zitten al in het strafbare. Bij de boerenprotesten hebben we gezien dat Farmers Defence Force ... Ik weet niet waarom ze een buitenlandse naam hebben. Ja, meneer Koolmees, dat vind ik niet heel Nederlands. Noem je dan gewoon de Boeren Bevrijdingsbeweging ofzo. Dat vind ik mooier. Dat is echt Nederlands. Maar goed, Farmers Defence Force zoekt onze politici 's avonds op, op een moment dat ze dat niet willen. Van de week deden ze dat ook bij een bekende zanger. Dat is pure intimidatie. Ze rijden rond met de tekst: "mijn missie is Klaver in een kissie". Dat is niet alleen problematisch, maar dat is intimiderend. En toch mogen zij gewoon aanschuiven bij de minister als het over het stikstofbeleid gaat. Snapt u dat nog?

Mevrouw Becker (VVD):
Ik geloof dat de heer Azarkan vandaag voor 100 minuten had ingeschreven. Ik zie dat hij mijn betoog gebruikt om dat nog een beetje op te rekken door iedere keer over een ander onderwerp te beginnen dan waar dit debat over gaat. Dit debat gaat over ongewenste buitenlandse beïnvloeding in Nederlandse moslimgemeenschappen. Daar proberen we oplossingen voor te verzinnen. Daar proberen we een aanpak voor te ontwikkelen. DENK komt voortdurend naar de microfoon en zegt: "Ja maar dit en dit probleem dan in de samenleving? Want er zijn ook boeren die intimideren". Dat is ook erg. Dat is ook verschrikkelijk. Als een deur van een provinciehuis wordt ingeramd, dan moet daar wat van worden gezegd. Er moet niet alleen wat van worden gezegd, maar er moet tegen worden opgetreden. Politici moeten thuis niet worden geïntimideerd. Daar moeten we ook tegen optreden. Maar ik daag de heer Azarkan uit om nu eens op te houden over al die andere verschrikkelijke ontwikkelingen in de samenleving. Misschien kun je als DENK één zin toevoegen aan je eigen verkiezingsprogramma om iets te doen aan ongewenste buitenlandse beïnvloeding. Dat zou toch niet te weinig aandacht zijn?

De heer Azarkan (DENK):
Dit is exact het probleem. Dit probleem beperkt zich tot moskeeën. Ik hoorde mevrouw Becker ook zeggen: misschien, als er dan christelijke dingen gebeuren die het daglicht niet kunnen verdragen, dan ... Voorzitter, u ziet die voorzichtigheid. Wat ik probeer aan te geven — zeg ik via de voorzitter tegen mevrouw Becker — is dat heel veel moslims het gevoel hebben dat selectief wordt gekeken naar problematisch gedrag. Zij hebben het gevoel dat mensen met een oorspronkelijk Nederlandse achtergrond eigenlijk nooit problematisch gedrag kunnen laten zien — zij zijn daarvan vrijgesteld — en dat de rest van Nederland altijd maar door een hoepel moet springen. Tamar de Waal, die daarop is gepromoveerd, zegt dit ook. Waarom wordt problematisch gedrag in de breedte alleen heel specifiek gekoppeld aan moskeeën?

Mevrouw Becker (VVD):
Van dat laatste is helemaal geen sprake. Ik wil de heer Azarkan aanspreken op zijn eigen verantwoordelijkheid richting de moslimgemeenschap. Hij beticht Kamerleden van de VVD, maar ook van andere partijen, van moslimbashing. Als wij de uitwassen willen aanpakken van wat de islam met zijn lelijkste gezicht laat zien aan een kleine harde kern in Nederland, dan zegt hij tegen zijn achterban dat wij aan moslimbashing doen. Ik hoop echt dat mensen daardoorheen prikken, want dat is opruiing in de samenleving en dat is het versterken van het gevoel bij mensen dat zij hier in de politiek — terwijl wij vechten voor het recht van iedereen — tegen hen zijn. Wij zijn niet tegen hen. Wij zijn ervóór dat moslims die hier in vrijheid willen leven, dat ook kunnen doen. Dat is de strijd waar wij hier vandaag voor staan. Gooi dan niet de hele tijd olie op het vuur en zet mensen niet tegen elkaar op. Dat is zó jammer. Dat is ondermijnend aan een gevoel dat wij hier met z'n allen zouden kunnen hebben, namelijk dat wij sámen voor vrijheid gaan staan.

Ik heb die oproep vandaag al tien keer gedaan. Ik ben bang dat het geen zin heeft bij de heer Azarkan, maar ik blijf het wel proberen.

De voorzitter:
Punt zeven?

Mevrouw Becker (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ik had tien punten en ik heb nog drie minuten. Ik ga dus snel praten. We zijn inderdaad bij punt acht, want ik had het al gehad over het online-salafisme. Daar heb ik mijn vragen over gesteld.

Ten achtste: ga meer Europees samenwerken. Frankrijk heeft recent een stevig pakket aan maatregelen aangekondigd, om extremistische organisaties te verbieden, bepaalde imams te kunnen weren en thuisonderwijs onder het mom van geloof tegen te kunnen gaan. Nederland moet wat de VVD betreft met Frankrijk, maar ook met andere welwillende landen, optrekken om dit probleem serieus aan te pakken en te voorkomen dat ongewenste invloeden anders alsnog via een sluiproute via een andere lidstaat, Nederland in zouden kunnen komen. De minister-president heeft aangedrongen op Europese maatregelen. Nederland heeft de Europese Commissie om concrete maatregelen gevraagd. Ik wil aan het kabinet vragen: wanneer komt de Europese Commissie met dit pakket? Kunt u al een tipje van de sluier lichten?

Ten negende: de voedingsbodem aanpakken. Je moet immers ook oog hebben voor een voedingsbodem waardoor jongeren gevoelig worden voor conservatieve boodschappen. Ik organiseerde in de Kamer ooit een bijzondere procedure over radicalisering en over hoe radicalisering ontstaat bij jongeren die geen kansen krijgen, zich gediscrimineerd voelen of zelfs eerst het criminele pad op zijn gegaan en dan denken hun zonden weg te kunnen wassen door heel orthodox te worden en in de salafistische wereld alsnog een doel te bereiken. Zeker als de leefwereld van de straat en de leefwereld thuis enorm verschillen en ouders geen grip meer hebben op hun kinderen, kan radicalisering ontstaan. En we moeten zorgen voor kansengelijkheid. Het kabinet doet dat met verdere integratie op de arbeidsmarkt en met het aanpakken van arbeidsmarktdiscriminatie. Maar de minister heeft ook nog aangekondigd dat hij in 2020 met een weerbaarheidsagenda zou komen. Dat stond in de begroting. Maar we hebben nog niets gezien. Wat kunnen we verwachten? Waarom wordt hier niet wat meer haast gemaakt om in ieder geval te leveren wat er is beloofd? Verder krijgen gemeenten versterkingsgelden voor de preventie van radicalisering. Dat is ook de portefeuille van minister Koolmees. Maar ja, dat wordt dan soms uitgegeven aan een toneelstuk of goedbedoelde activiteiten in een buurthuis. Het moet meer evidencebased, heeft deze Kamer ook gezegd. We spraken hier als Kamer Beatrice de Graaf, die zei: je moet er eigenlijk gewoon landelijke regie op zetten, want het tegengaan van die radicalisering moet echt wetenschappelijk onderbouwd zijn. Hoe staat het met de uitvoering van de Kamermotie op dit onderwerp?

Tot slot. Mijn tiende punt is dat ik onszelf, maar ook het kabinet zou willen oproepen om maximaal de beroepsgroepen te steunen die ook het slachtoffer worden van onverdraagzaamheid, terwijl zij juist de mensen zijn die voor ons de frontlinie in moeten gaan om voor vrijheid op te komen. Denk aan cartoonisten, journalisten, leraren, maar ook politici. Dat kan niet alleen met wetgeving, zoals bijvoorbeeld het versterken van de burgerschapsopdracht of het makkelijker maken van aangifte, maar ook door te normeren, door zelf vrijheid in woord en daad te blijven verdedigen. In die zin zou ik minister Koolmees willen vragen of de rol die hij zoals hij afgelopen weekend in een krant zei "in de luwte van het integratiedebat" heeft gekozen wel zo verstandig is, zeker als het om dit onderwerp gaat. Want natuurlijk moet er ruimte zijn voor nuance. We moeten weerwoord bieden aan discriminatie en stigmatisering; dat doe ik ook in deze zaal. Maar we moeten ook durven benoemen wat niet goed gaat, wanneer onze vrijheid gevaar loopt. Als wij als politiek niet pal voor deze onderwerpen gaan staan, hoe kunnen we dat dan van de samenleving verwachten, van journalisten, leraren, cartoonisten? Ik zou dus willen afsluiten met de vraag: wat is de boodschap van het kabinet vandaag aan deze dappere mensen, die ondanks de ongewenste beïnvloeding, de verheerlijking van onvrijheid en de bedreiging en intimidatie die daarmee gepaard kunnen gaan, toch pal voor die vrijheid gaan staan? Is minister Koolmees bereid, nu hij deze toch nog niet naar de Kamer heeft gestuurd, om de weerbaarheidsagenda van het kabinet vooral daarover te laten gaan?

De voorzitter:
Dank voor uw inbreng.

Mevrouw Becker (VVD):
Ziet u het, voorzitter? Nog één seconde had ik over.

De voorzitter:
Heel goed. Dat is de opgegeven spreektijd.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Zal ik die seconde nog even aan mevrouw Becker laten, voordat ik haar een vraag stel?

De voorzitter:
Nee, dat is volgens mij helemaal niet nodig. U gaat gewoon uw vraag stellen.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Maar wellicht kan ze nog wat extra spreektijd krijgen. Ik vind het een mooi lijstje dat mevrouw Becker hier voorlegt. Veel van de punten die zij naar voren brengt, zullen zeker ook door mijn partij gesteund worden. Mijn vraag gaat over datgene waarmee zij voor de debatten aandacht heeft getrokken en waar zij nu ook relatief lang over heeft gesproken. Het gaat om het punt van wetgeving die financiering kan verbieden op het moment dat er sprake is van ongewenste beïnvloeding; laat ik het maar zo samenvatten. De vraag die ik daarbij heb, is of het probleem in de visie van mevrouw Becker het gebrek aan wetgevende mogelijkheden is. Want als je de brief van het kabinet leest, staat er eigenlijk: sommige dingen zijn al strafbaar; we kunnen geldstromen misschien stilleggen of verbeurdverklaren. Dat kan allemaal al, als ik het goed begrijp, binnen de bestaande regelgeving. Dus de vraag is eigenlijk: hebben we nieuwe wetgeving nodig, of moeten we de bestaande wetgevende instrumenten die we hebben veel beter gaan gebruiken? Dat laatste was eerlijk gezegd mijn indruk toen ik de reactie van het kabinet op het onderzoek van de parlementaire ondervragingscommissie las.

Mevrouw Becker (VVD):
Dit is een terechte vraag. Ik heb het rapport zo gelezen — zo begrijp ik het — dat het kabinet zegt: we zouden nog kunnen kijken naar een meer gerichte aanpak, omdat we hebben onderzocht of een algemeen verbod op moskeefinanciering uit onvrije landen mogelijk is en we signalen krijgen van de Raad van State dat dat de grondwettelijke vrijheid te veel zou inperken. Maar ik heb niet gelezen dat het verbeurdverklaren bij problematisch gedrag nu al kan. Ik begrijp dat het kabinet wil bekijken of dat in de toekomst zou kunnen, maar dat dat nu niet mogelijk is. Ik zeg en roep vandaag op, hopelijk met zo veel mogelijk partijen: laten we daar dan wetgeving voor maken, zodat er een juridische basis is. We hebben een taskforce. Die kan op dit moment om tafel gaan en die heeft een driesporenaanpak. Die begint bij een goed gesprek en die eindigt bij: misschien kunnen we wel de Wet Bibob inzetten en hinderlijk gaan verstoren of, wat de heer Azarkan zegt, geen vergunning geven. Want we zien dat er van alles mis is, maar we hebben geen wettelijke titel om op die bron in te grijpen. Die juridische titel moet er wat mij betreft wel komen, maar ik begrijp dat die er nu niet is. Als die er wel zou zijn en we die niet gebruiken, ben ik het meteen met de heer Van Ojik eens: laten we dat dan doen. Via u, voorzitter, dan ook de vraag aan het kabinet die de heer Van Ojik stelt: als het al kan, dan is het niet nodig. Maar mijn indruk is dat het nog ... Ik zie de heer Koolmees opgelucht ademhalen.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Ik kan uit de bodylanguage van de heer Koolmees nog niet precies opmaken wat het antwoord op de vraag is.

Mevrouw Becker (VVD):
Holistisch, zegt de heer Koolmees. Wetgeving is natuurlijk nooit een doel op zich, maar op basis van wat ik nu gezien heb van het dossier en de stukken van het kabinet, geloof ik dat het wel nodig zou zijn om iets aan die financieringsstromen te kunnen doen. Daar vraag ik om.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Het is inderdaad heel goed om straks van het kabinet te horen wat er al wel en wat er niet kan. De achtergrond van mijn vraag is ook dat ik de indruk heb dat we er nog niet zijn door te zeggen: als we weten dat er sprake is van problematisch gedrag, dan moeten we dit of dit of dit gaan doen. Een van de heel opvallende dingen, zowel uit het onderzoek als uit de reactie van het kabinet, vind ik dat eigenlijk blijkt dat we betrekkelijk weinig weten. De respons op bijvoorbeeld het onderzoek dat het WODC heeft gedaan, is buitengewoon gering. Ik heb het idee dat het probleem eerder zit bij: hoe kunnen we het nou goed regelen? Het kabinet zegt: er komt een wet op de transparantie. Maar dat betekent alleen maar dat als we iets gaan vragen aan iemand, hij informatie gaat laten zien. Je moet wel weten aan wie van die 350.000 organisaties en die 500 moskeeën in Nederland je iets gaat vragen. Volgens mij ontbreekt er nog iets aan het lijstje van mevrouw Becker: hoe weten we nou wanneer er in een bepaalde situatie wel of geen sprake van problematisch gedrag, nog los van wat de precieze definitie is van problematisch gedrag?

Mevrouw Becker (VVD):
Fijn dat de heer Van Ojik die vraag stelt, want bij een van mijn voorstellen, namelijk over het functioneren van de taskforce, ging ik wat sneller door mijn tekst heen om een beetje tijd te besparen. De taskforce is op dit moment dé instantie van de landelijke overheid die met de lokale bestuurders om tafel gaat als er een ontwikkeling is waar men zich zorgen over maakt, maar is vaak wel afhankelijk van welwillendheid, van "wil u inzicht geven?" Precies wat de heer Van Ojik zegt over het WODC-onderzoek: dan komt er eigenlijk weinig respons. Ik vraag om daar een keiharde wettelijke basis onder te leggen om niet meer afhankelijk te zijn van welwillendheid, maar uiteindelijk een juridische basis te hebben om te zeggen: nu wil ik dat u die informatie levert, nu wil ik dat u de deur van die weekendschool opendoet, want we maken ons zorgen en ook al wil u het niet, wij hebben hier in de wet een titel om dat te gaan doen. De wet is zeker niet het doel op zich, maar ik geloof dat juist de hoe-vraag — hoe kunnen we dat dan gaan aanpakken? — geholpen is met wetgeving. In de praktijk, in de fysieke omgeving maar ook op het internet, is dat voor mij een grote vraag. De commissie en het kabinet zien daar problematisch gedrag. Zijn we daar überhaupt actief? De taskforce niet. Moeten we dat niet wél gaan doen? En als we vinden dat we dat moeten gaan doen, is daar dan een juridische basis voor nodig voor de taskforce? Het is steeds het middel om het gezamenlijke doel te bereiken, om wetgeving te verkennen.

De heer Jasper van Dijk (SP):
We zitten zo ongeveer een maand voordat de Kamer op slot gaat vanwege het verkiezingsreces; we hopen op verkiezingen in maart. Vandaag komt mevrouw Becker met maar liefst tien voorstellen, tien wijzigingen, tien aanpassingen op de brief van het kabinet in reactie op de onderzoekscommissie. Dat is nogal fors. Op zich kan het prima, maar ik zie het ook een beetje als een brevet van onvermogen voor het kabinet vanuit mevrouw Becker. Wat vindt ze van de timing van haar tien voorstellen, aangezien het kabinet bijna vertrekt? Denkt u echt dat het kabinet vandaag tegen u zegt: we gaan ze alle tien uitvoeren? Of moeten we dat als Kamer niet gewoon zelf doen?

Mevrouw Becker (VVD):
Het is geen pleidooi voor of een teken van een brevet van onvermogen. Sterker nog: ik ben mijn betoog begonnen met een aantal zaken waarvan ik het goed vind dat het kabinet die aanpakt. Ik vind het ook een compliment voor de leden van de Kamer die in deze commissie hebben gezeten, die dat naar de Kamer toe hebben getrokken en hebben gezegd: wij moeten ook als Kamer dit onderwerp serieus bij de kop pakken. Nou, we hebben deze zomer dit rapport gekregen en vandaag debatteren we erover. Dit is het moment om met het rapport in de hand als politieke partij voorstellen te doen om het beleid van het kabinet aan te scherpen, en dat doe ik vandaag. Een aantal van mijn voorstellen sluit aan op de ingeslagen weg van het kabinet, maar geeft net een aanscherping. Ik heb goede hoop dat het kabinet bereid is dat te doen. Ik denk dat ze dat zeker de komende periode nog kunnen oppakken. Maar dit is wat mij betreft vandaag ook een debat: het gaat over een parlementair onderzoek waarover we ons als politieke partijen vandaag kunnen uitspreken: wat zijn wat ons betreft misschien ook wel moedige politieke keuzes die we moeten maken om nu niet langer alleen te praten, maar ook wat te doen. Als we dat deze maand niet realiseren, dan hopelijk in de volgende periode. Maar hoe meer we nu met elkaar tot overeenstemming kunnen komen, hoe groter de kans dat het ons op korte termijn dan eindelijk gaat lukken.

De heer Jasper van Dijk (SP):
Mevrouw Becker haalt terecht de motie-Zijlstra/Roemer aan, die denk ik alweer vijf, zes jaar geleden werd ingediend. In het reageerakkoord van dit kabinet staat dat die buitenlandse financiering zal worden aangepakt. Er is allemaal niets van terecht gekomen. Nu zitten we in de nadagen van dit kabinet, het is echt nog maar de vraag hoelang ze er nog zitten, het zou zomaar afgelopen kunnen zijn, en dan zegt mevrouw Becker: het kabinet moet nu aan de slag gaan. Ze zijn toch veel te laat? Als luisteraars naar uw betoog kunnen we daar toch niets anders uit opmaken? In uw eigen betoog zegt u toch eigenlijk: kabinet, jullie hebben zitten slapen en ik, mevrouw Becker, moet vandaag tien voorstellen doen om aan de slag te gaan. Maar u bent dan toch eigenlijk ook veel te laat?

Mevrouw Becker (VVD):
Nee, want mijn betoog van vandaag is om sneller door te pakken op iets wat wel eerst moest worden onderzocht. U doet nu net alsof wat ik vandaag voorstel hetzelfde is als de motie-Zijlstra/Roemer. Dat is niet zo, we komen van heel ver. We hebben geprobeerd buitenlandse financiering in algemene zin te verbieden. Dat is in de vorige periode niet gelukt. De vorige minister van Sociale Zaken heeft dat onderzocht en gezegd: dat kan niet. In deze kabinetsperiode hebben we gezegd: laten we dan financiering uit onvrije landen verbieden. Dat heef dit kabinet onderzocht en ja, ik ben gefrustreerd over het feit dat dat drie jaar heeft geduurd. Ik weet niet of dat niet sneller had gekund, maar wat mij betreft had dat sneller gemoeten. Maar goed, het ligt er nu en het kabinet geeft aan dat dat niet mogelijk is. Maar het is niet alsof het kabinet verder niets aan dit onderwerp heeft gedaan. We hebben een wetsvoorstel liggen om die financiering wel transparant te maken, we hebben een wetsvoorstel gehad om artikel 2:20 van het Burgerlijk Wetboek aan te passen, er is extra geld gekomen voor een financieel expertisecentrum, we zien in de brief een heel aantal maatregelen die het kabinet wel degelijk neemt. Is het genoeg? Nee, en daarom sta ik hier vandaag om het kabinet en ons allen op te roepen nu echt na de woorden die we hier al heel lang over spreken en waarbij we steeds een klein stapje verder komen in wat er wel kan, ook echt wat te gaan doen.

De voorzitter:
Afrondend.

De heer Jasper van Dijk (SP):
Dan wil ik afrondend toch een toenaderingspoging doen. Want ik ben het eens met mevrouw Becker dat we moeten kijken hoe we problematisch gedrag kunnen stoppen, zeker als dat voortkomt vanuit financiering vanuit het buitenland. Blijft nog steeds mijn vraag waarom je dat alleen uit onvrije landen zou moeten verbieden. Want als die financiering uit de Verenigde Staten komt en hij leidt tot ongewenst gedrag, tot ondermijning van onze democratie, dan vinden wij dat net zo onwenselijk. Moeten we het kabinet of de Kamer niet aansporen om daarmee aan de slag te gaan?

Mevrouw Becker (VVD):
Kort: ik denk dat mijn verzoek aan het kabinet om meer te kijken naar problematisch gedrag bij een organisatie, omdat je dan de financieringsbron kunt aanpakken, tegemoet komt aan de wens van de heer Jasper van Dijk.

De heer De Graaf (PVV):
Ik begrijp de vraag van de heer Van Dijk wel. U stond een uurtje geleden al met een stapeltje moties te wapperen die eigenlijk over hetzelfde onderwerp gaan. Maar dan komt er nog een technisch vraagje bij. Ik heb tien voostellen gehoord die we misschien onder het kopje "beter laat dan nooit" moeten scharen. Maar ik zit ook een beetje in de definitiedraaimolen. Want als je de kern niet aanpakt, ga je natuurlijk de afgeleiden aanpakken. Maar hoe gaat mevrouw Becker dat financieel doen? Ik heb namelijk nog geen punt 11, de financiële paragraaf, gehoord.

Mevrouw Becker (VVD):
Een heel deel van de voorstellen die ik doe, gaat over het creëren van een juridische basis en juridische bevoegdheden voor organisaties die er nu al zijn, die nu al financiële middelen hebben om ook daadwerkelijk door te kunnen pakken en om het niet alleen te houden bij het voeren van een gesprek en bij het bekijken hoe er hinderlijk kan worden verstoord. Ik wil eigenlijk zorgen dat we het geld wat er al is effectiever kunnen inzetten door met de wet in de hand ook te kunnen ingrijpen als dat nodig is. Ik heb in de kabinetsbrief ook gezien dat er op een aantal onderwerpen extra geld bij komt. Ik noemde net bijvoorbeeld al de extra middelen voor het Financieel Expertise Centrum om meer op die bronnen te kunnen doorrechercheren. Dat is mijn antwoord.

De heer De Graaf (PVV):
Oké, een deel is dan misschien gedekt, maar een heel groot deel niet. Het allergrootste deel is natuurlijk nog steeds niet gedekt en dat is die toevloed van 400 à 500 VVD-asielmigranten per week die nog steeds Nederland binnenkomen, sponsored by the VVD. Dat is de grootste kostenpost. Die kosten ons miljarden per jaar. Het COA is een VVD-instituut, het Centraal Orgaan opvang asielzoekers. Dat is een VVD-orgaan. Dat kost miljarden per jaar. Dat is de allergrootste kostenpost. De oplossing is nog niet volledig gedekt, maar de bron is helemaal niet gedekt. Dus waar haalt de VVD al dat geld vandaan? Of wordt het weer een gratis SP-oplossing? Dan weet ik helemaal niet meer waar ik sta.

Mevrouw Becker (VVD):
Ik heb volgens mij geen een voorstel gedaan waarvan de heer De Graaf nu kan zeggen dat de dekking daarvoor ontbreekt. Ik heb het kabinet hier op geen een onderwerp opgeroepen tot meer geld. De PVV heeft het hier over de echte oplossing. Ik heb in het verkiezingsprogramma gelezen wat de PVV daarmee bedoelt: het totaal de-islamiseren van Nederland, het in één keer terugsturen van alle Syriërs, ongeacht of Buitenlandse Zaken zegt dat dat land daadwerkelijk veilig is. Dan ben je zo niet meer serieus te nemen in je eigen oplossingen dat ik het daar maar bij wil laten.

De voorzitter:
Dat is goed. U had uw bijdrage al voltooid, dus u kunt weer gaan zitten. Er wordt heel even schoongemaakt. Zo dadelijk zal de heer De Graaf namens de Partij voor de Vrijheid spreken.

De heer De Graaf (PVV):
Alles is weer spic en span.

Dank u wel, voorzitter. Ik zei het net al: we komen een beetje in de definitiedraaimolen. Dat zagen we in de interruptiedebatjes van daarnet natuurlijk al terug. Zelf heb ik het over de kern van het probleem gehad en dat is de islam zelf, want het enige antirechtsstatelijke of onrechtsstatelijke dat vandaag besproken wordt in de Kamer, is de islam zelf.

Laat ik daarom mijn bijdrage beginnen met een klein stukje geschiedenis, met een aantal moties. We hebben het over het rapport van de parlementaire onderzoekscommissie naar ongewenste beïnvloeding uit zogenaamde onvrije landen. Zijn het onvrije landen? Wat is de definitie daarvan? Daar gaan we al: definitiediarree. Daarom een paar moties die daaraan raken. "Verzoekt de regering geen halalbankieren toe te staan" uit 2018: geen enkele steun van anderen. "Verzoekt de regering meer actie te ondernemen tegen hawalabankieren en islamitisch bankieren" — dat is eigenlijk hetzelfde als wat ik net zei — uit 2019: alleen Forum en de SGP steunden die. "Verzoekt de regering om universiteiten geen leerstoelen te laten sponsoren door landen die lid zijn van de organisatie van islamitische coöperatie" uit 2019: alleen steun van Forum. "Verzoekt de regering Diyanet te ontmantelen". We hebben net gezien in het rapport wat voor probleem Diyanet vormt. "Verzoekt de regering buitenlandse financiering van moskeeën te verbieden" uit 2013: alleen steun van de SGP. "Verzoekt de regering de anbistatus van moskeeën te ontnemen". Die is meerdere malen ingediend, recent nog door mijn collega Mulder. "Verzoekt de regering om diepgravend onderzoek in te stellen naar het netwerk, de belangen en de invloeden van de Moslimbroederschap in Nederland". Eerst had ik daar 72 zetels steun voor, maar bij het aantreden van het nieuwe kabinet, toen ik de motie opnieuw indiende, was dat ineens verdampt, op de SGP, Forum en 50PLUS na. Waar waren ineens die zetels voor dezelfde motie?

"Verzoekt de regering radicale predikers te weren". Wij hebben meerdere moties ingediend over predikers, zoals de staatsgevaarlijke El-Alami Amaouch, maar we vonden hier amper of geen steun. "Verzoekt de regering de Al-Fourqaan moskee en de gelieerde stichting Al-Waqf in Eindhoven te sluiten". Daar is al 100 keer alle reden voor geweest. "Verzoekt de regering salafistische moskeeën te sluiten". "Verzoekt de regering diepgravend onderzoek te doen naar de Moslimbroederschap". Ik zei net al dat die meerdere malen is ingediend. "Verzoekt de regering uitreizigers maar het IS-kalifaat nooit meer op Nederlandse bodem toe te laten", want bij terugkeer is dat ook invloed. "Verzoekt de regering het de-islamiseren tot speerpunt van het beleid te maken". Zie ons verkiezingsprogramma; we kunnen niet anders. "Verzoekt de regering de islam te erkennen voor wat die is". Daarmee komen we een beetje bij de kern van het probleem, namelijk een gewelddadige totalitaire ideologie vol Jodenhaat, vrouwenhaat, lhbt-haat, haat aangaande iedereen die niet islamitisch is, vol van jihad en gericht op het onderwerpen van niet-islamitische samenlevingen. Die motie kreeg geen steun van andere partijen. Dat was eigenlijk één grote Nashvilleverklaring. "Verzoekt de regering Turks-islamitische organisaties te ontbinden en geldstromen uit Turkije strikt te controleren": geen steun. "Verzoekt de regering geen asielzoekers uit islamitische landen meer toe te laten." "Verzoekt de regering geen immigratie uit islamitische landen meer toe te laten." Dit betreft dus asiel en immigratie. Als u zich afvraagt waarom ik hier ook spreek over het effect van immigratie en asiel, dan is het antwoord daarop heel logisch. Want voor de aanjagers van de islamisering in Nederland geldt natuurlijk ook, net als bij de marketing: massa is kassa. Het is als imam of aanjager niet prettig, als je dan uiteindelijk met behulp van al je linkse lokale en nationale politici een moskee hebt weten te bouwen, dat er dan niemand komt op vrijdag. Dat ding moet dan wel vol natuurlijk, dus dan wordt de kudde hierheen gehaald. Ik ruik een interruptie, voorzitter.

De voorzitter:
Dat klopt. Mevrouw Van Toorenburg.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Ik mag ervan uitgaan dat de heer De Graaf van de PVV het rapport gewoon goed gelezen heeft en dat hij aan de buis gekluisterd zat bij alle deskundigen of griezels; beide categorieën kwamen langs bij de commissie-Rog. Hij moet dan ook gehoord hebben dat juist die continue uitsluiting, juist dat hameren op "jullie deugen niet" en juist dat akelige toontje van de PVV, ervoor kan zorgen dat jongeren zich méér gestimuleerd voelen om eigenlijk in die hoek te gaan zitten waar we ze niet willen hebben. Heeft de PVV dan op geen enkel moment ook even bij zichzelf nagedacht: hm … misschien maken wij de voedingsbodem voor hen wel veel erger?

De heer De Graaf (PVV):
Dat debat hebben we natuurlijk al een aantal keren gevoerd de afgelopen jaren; eigenlijk de afgelopen veertien jaar. Het is natuurlijk een totale omdraaiing van zaken. Er liggen boeken, zoals de Koran, de Hadith, de Sira en we hebben de sharia als islamitische wetgeving: dát is de daadwerkelijke voedingsbodem. Als je die vanaf je jeugd krijgt ingeprent omdat je bij je geboorte al moslim wordt in een moslimgezin, dan is dát de voedingsbodem. Dan kan mevrouw Van Toorenburg wel met toegeknepen ogen zeggen: jullie zijn de uitsluiters. Nee, dat zijn wij niet. Wij zijn de benoemers en de bouwers. Dat is wat er in dit debat speelt. U kunt wel zeggen: doordat er gezegd wordt dat jouw religie of ideologie niet deugt ... Ja, dit is een vrij land en dat mag dus gezegd worden. In onze westerse cultuur zorgen wij voor een dikke huid, voor een olifantenhuid, en mogen wij tegen elkaar zeggen wat we willen, zolang we maar niet oproepen tot geweld. Dat vind ik tenminste. Om dan "dit is een voedingsbodem voor radicalisering" of iets dergelijks te zeggen, vind ik onzin.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Oké, dat is dan de conclusie van de PVV. Want er waren natuurlijk deskundigen die hebben uitgelegd hoe dat soort systemen werken. De commissie heeft dat ook heel helder opgeschreven, en het kabinet heeft zich daarbij aangesloten: als je continu beukt op jongeren en tegen hen zegt dat ze niet deugen, waarom zouden ze zich dan ooit van hun goede kant laten zien? Maar die oproep zal inderdaad na veertien jaar — het klopt: we hebben dit debat al veertien jaar — nog steeds wel op hele droge, dorre grond vallen.

De heer De Graaf (PVV):
Ja, dat is de conclusie van mevrouw Van Toorenburg. Ik heb net uitgelegd hoe het anders is.

De heer Azarkan (DENK):
Ik hoor de heer De Graaf aan het begin zeggen: we beschermen de rechtsstaat, wij zijn de partij van de vrijheid. Ik mis daarachter altijd: de partij voor de vrijheid, behalve voor moslims. Dat zagen we ook in het verkiezingsprogramma. U wilt honderdduizenden moslims deporteren, u wilt vrouwen hun hoofddoek afnemen, eigenlijk wilt u die moskeeën allang sluiten, en u wilt korans met geweld uit huizen halen. Ik doe even voor hoe dat dan gaat: klop, klop, aufmachen, doe open en kom op met die koran! Die discussie hebben we hier ook gehad. Dat zijn allemaal voorstellen die tegen een aantal van onze grondwetten ingaan. Ik heb hier vaak gestaan met de collega van de heer De Graaf, de heer Markuszower. Die roept steevast dat de minister van Justitie onder een hoedje speelt met mensen die kinderen verkrachten en dat hij die beschermt. We hebben gezien hoe de heer Wilders hier ons parlement "een nepparlement" noemt. Dat is uitholling van onze rechtsstaat. We hebben gezien hoe Wilders hier zegt: "Ons OM is corrupt. Onze rechters deugen niet. Onze rechters zijn niet onafhankelijk en moeten eigenlijk vervangen worden."

De voorzitter:
En uw vraag?

De heer Azarkan (DENK):
De PVV is het toonbeeld van de uitholling van de rechtsstaat. Hoe kunt u dat nou anderen verwijten?

De heer De Graaf (PVV):
Sorry, ik was ondertussen een beetje in slaap gevallen.

De heer Azarkan (DENK):
Haha.

De heer De Graaf (PVV):
Want als je met nazivergelijkingen gaat komen, dan ben je als parlementariër eigenlijk gewoon af en dan verdien je geen antwoord. Moet ik dat dan toch doen? Is het dan netjes om toch een antwoord te geven? Nou nee.

De heer Azarkan (DENK):
Ik herhaal mijn vraag: waarom haat de PVV de rechtsstaat?

De heer De Graaf (PVV):
Nou, dat is niet waar.

De voorzitter:
De heer Azarkan, geen vervolgvraag? Dan kijk ik naar de heer Paternotte.

De heer Paternotte (D66):
Ik denk dat het heel terecht was dat net aan de heer De Graaf werd gevraagd om ook even in de spiegel te kijken als hij die hele lijst van moties opnoemt. Wat zouden partijen nou denken bij de moties die u indient? Wat is uw einddoel? U bent daar in abstracte termen eigenlijk best duidelijk over: de-islamiseren. De heer Azarkan geeft net een interpretatie van wat dat zou kunnen zijn. Ik vind het eigenlijk best wel vaag. U schrijft in het programma termen en u schrijft over vrijwillige zaken, maar mijn vraag is eigenlijk als volgt. Stel dat een moslim van 25 jaar thuis een koran heeft, af en toe naar de moskee gaat en bij de politie werkt, wat betekent het programma van de PVV dan voor zo iemand? Kunt u dat eens heel precies uitleggen?

De heer De Graaf (PVV):
Het programma van de PVV betekent dat wij heel Nederland en iedereen die zich legaal in Nederland bevindt, een toekomst in vrijheid gunnen. Als je iemand een toekomst in vrijheid gunt, moet je zorgen dat ideologieën die heel hard bezig zijn om die vrijheid juist om zeep te helpen — ik kom straks nog met wat quotes daarover, citaten van staatsmannen, staatsmensen — geen voedingsbodem krijgen in Nederland. Dan moet je inderdaad moskeeën sluiten. Ik denk dat iemand die in vrijheid wil leven, helemaal geen moskee nodig heeft.

De heer Paternotte (D66):
Ik probeer nog even te vragen wat dat heel concreet betekent voor die persoon. Dat betekent dus dat de moskee gesloten wordt, maar dat iemand verder moslim mag zijn, thuis bijeenkomsten mag organiseren en verder alles mag doen. U sluit alleen de moskee. Is dat wat u zegt? Want er is een land dat ook aan de-islamisering doet; u gaat straks een paar grote heersers aanhalen.

De heer De Graaf (PVV):
Dat weet meneer Paternotte nog niet.

De heer Paternotte (D66):
China bijvoorbeeld.

De heer De Graaf (PVV):
China staat niet in mijn tekst.

De heer Paternotte (D66):
Nee. Kunt u heel precies uitleggen wat u precies gaat doen, los van het sluiten van moskeeën?

De heer De Graaf (PVV):
In dat geval vraag ik me ook af of de heer Paternotte de afgelopen jaren heeft zitten slapen. We hebben al die moties en al die voorstellen ingediend, inderdaad over het aanpakken van Diyanet, het aanpakken van madrassa's, het aanpakken van weekendscholen, Koranscholen, Syrische scholen, mishandeling van kinderen en dergelijke. Mevrouw Van Toorenburg had het daar net al over, maar die steunde onze moties daarover niet. We hebben het gehad over het sluiten van moskeeën. Al die zaken hebben we benoemd en hebben we hier naar voren gebracht. We hebben het over terreurbestrijding gehad, want we weten dat wie islam zaait, uiteindelijk sharia en terreur zal oogsten. Dat moet je zien te voorkomen. Ik denk ook aan de mensen die zichzelf misschien cultureel als moslim zien, helemaal niet gelovig zijn maar daar niet voor uit durven te komen omdat zij ingesloten worden in een strenge moslimgemeenschap. Dat heb ik in de Schilderswijk letterlijk op straat zien gebeuren; niet fysiek ingesloten, maar meer moreel, mentaal en ideologisch ingesloten door iemand met een baard en een djellaba, die hen op bestraffende toon toespreekt met "waar was jij afgelopen vrijdag?" Ik ken heel veel mensen die dat helemaal niet willen, die helemaal geen sharia willen en die misschien wel cultureel moslim willen zijn of thuis in de gang misschien een keer een kleedje uit willen rollen en voorover willen bukken, maar ik vind dat je de voedingsbodem daaronder vandaan moet halen. Dan moet je dus zeggen: ja, we gaan Nederland de-islamiseren, we gaan de moskeeën sluiten en we gaan ervoor zorgen dat juist daardoor iedereen en vooral al die vrouwen in vrijheid in Nederland kunnen leven. Dat lijkt mij een hele mooie, idealistische doelstelling.

De voorzitter:
De heer Paternotte, afrondend.

De heer Paternotte (D66):
Ik stel een paar keer de vraag en ik krijg als antwoord eigenlijk alleen maar: moskeeën sluiten. Er zijn honderdduizenden moslims in Nederland. Heel veel daarvan werken in de zorg, in supermarkten, bij de politie, zelfs heel veel in vitale sectoren. Misschien zijn ze daarin zelfs oververtegenwoordigd, zoals we het afgelopen jaar hebben gezien. Dan vraag ik: wat gaat u met die mensen doen? Het enige wat u dan zegt, is eigenlijk: moskeeën sluiten. Dan is mijn vraag als volgt. Stel dat die mensen op een vrijdag bij elkaar zitten in een moskee en dat de PVV aan de macht is, wat gebeurt er dan op dat moment precies? Wat gaat u op dat moment precies doen? Wees daar nou eens duidelijk en eerlijk over, want dat heeft helemaal niets te maken met vrijheid.

De heer De Graaf (PVV):
Wij zijn altijd duidelijk en eerlijk geweest over dit punt. Wij willen de moskeeën dicht hebben, zodat voor een groot deel de voedingsbodem wordt weggeslagen onder een ideologie die de vrijheid van anderen ontneemt, een ideologie die er heel duidelijk op uit is om samenlevingen die niet islamitisch zijn, te onderwerpen aan de islam middels de invoering van sharia-achtige wetten en uiteindelijk de totale sharia. Lees die boeken nou eens, zou ik tegen de heer Paternotte zeggen, want het wordt tijd dat hij zich hierin verdiept. De sharia gaat alleen maar over niet-moslims en over hoe de omgang met niet-moslims moet. En dat is niet zo best. Dat willen wij nou juist voorkomen. Dat is ten voordele van uw vrouw, van mijn dochters en van alle vrouwen in Nederland, sterker nog, ook van heel veel moslimvrouwen, van alle moslimvrouwen. Dat zijn onze bondgenoten daarin. Wij komen voor hen op. Wij willen dat Nederland geen onvrij land wordt, om even in de politiek correcte definities te blijven, en dan zullen de moskeeën als eerste moeten worden gesloten. Ik heb het antwoord nu drie keer gegeven. Als de heer Paternotte het nu nog niet begrijpt, dan weet ik het ook niet.

De voorzitter:
Echt afrondend.

De heer Paternotte (D66):
Ik krijg echt geen antwoord. Dit land is ontstaan, omdat er een gebrek aan godsdienstvrijheid was. Wij wilden dat, maar een buitenlandse overheerser stond ons dat niet toe. Daarna is dit een land geworden van katholieken, protestanten, joden, moslims, hindoes en tegenwoordig vooral ongelovigen. Stel nou dat op vrijdag een aantal mensen bij elkaar gaat zitten met de koran om een gebedsdienst te organiseren. Wat gaat de PVV op dat moment precies doen? U zegt de hele tijd: moskeeën sluiten! Maar als mensen bij elkaar gaan zitten met een boek om in vrijheid hun godsdienst te belijden, wat gaat u dan op dat moment met die mensen doen?

De heer De Graaf (PVV):
Wel leuk trouwens dat de heer Paternotte gewoon naar eigen goeddunken even een paar honderd jaar uit de geschiedenis knipt. Dat is wel leuk. Nederland was ineens een land van moslims. Wanneer? In 1600 of 1700? Nee, dat dacht ik toch niet. Dat is een heel ander verhaal. Wat ik zeg: als de PVV aan de macht is, zullen de moskeeën worden gesloten. Punt.

De voorzitter:
De heer De Graaf vervolgt zijn betoog.

De heer De Graaf (PVV):
Sinds 2004, de tijd van de Groep Wilders en later de Partij voor de Vrijheid, zijn er door de PVV meer dan 100, misschien wel 200, moties ingediend om de islamisering van ons land tegen te gaan. Pim Fortuyn beschreef het proces van islamisering al in zijn boek tegen de islamisering van Nederland. Mijn eigen partijleider Geert Wilders schreef Kies Voor Vrijheid. Hij schreef ook Marked for Death. Dat zijn twee boeken die essentieel zijn in de bestrijding van de islamisering van ons eens zo mooie land. Maar zij waren en zijn niet de enigen die gewaarschuwd hebben. Niemand was zo specifiek als Wilders en Fortuyn, maar door de vorige eeuw heen klonken er meerdere stemmen om Nederland niet te vol te laten lopen met een teveel aan invloed van buiten ons land. Ik noem bijvoorbeeld Jan Marijnissen. Hij zei: ik ben er trots op dat wij ver voor Bolkestein, écht ver voor Bolkestein, dit probleem op de agenda hebben gezet, maar wij zijn geweken, terwijl we hadden moeten doorzetten. En hij refereerde daarbij aan het pamflet Gastarbeid en Kapitaal. Ik heb het ook over Abraham Kuyper, niet onbekend in CDA-kringen. Hij sprak over de veroverende stuwkracht van "den islam" en zag dat het binnenbrengen van vele Arabieren in bijvoorbeeld Tunis, waar hij toen was, ervoor zorgde dat er amper nog een christen overbleef; over buitenlandse invloed gesproken.

De eerste D66-minister die we ooit in Nederland hadden, Hans Gruijters ... Sorry?

De voorzitter:
De heer Azarkan.

De heer De Graaf (PVV):
O, excuus.

De heer Azarkan (DENK):
De geschiedenis in het geval van de Groep Wilders gaat inderdaad terug tot 2004. De heer De Graaf sprak ook over Pim Fortuyn. Maar het was toch Geert Wilders, die vond dat Pim Fortuyn eigenlijk op een hele slechte en onjuiste wijze sprak over de islam?

De heer De Graaf (PVV):
Dat is toch mooi, de ontwikkeling die er geweest is? Prachtig.

De voorzitter:
Meneer De Graaf, de heer Azarkan heeft het woord.

De heer De Graaf (PVV):
Ik ben nog bij mijn antwoord. Ik dacht dat ik toch antwoord moest geven?

De heer Azarkan (DENK):
Hij zit al zolang in de Kamer, maar hij kent de spelregels niet.

De heer De Graaf (PVV):
Nee, de heer Azarkan liet een korte pauze vallen ...

De voorzitter:
Nee, meneer Azarkan stelde een vraag. De heer Azarkan.

De heer Azarkan (DENK):
Het gaat nooit om interpretaties.

De heer De Graaf (PVV):
... waardoor ik dus dacht dat ik antwoord mocht geven.

De heer Azarkan (DENK):
Aannames zijn nooit goed.

De heer De Graaf (PVV):
Dat klopt!

De heer Azarkan (DENK):
Het doet zich voor. Ik heb het op beeld nog eens goed bekeken. Geert Wilders zegt, omdat hij vindt dat Pim Fortuyn veel te kort door de bocht gaat en omdat hij vindt dat die alle moslims over een kam scheert, om hem tegen te spreken: pas op, de islam is een te respecteren godsdienst; het gaat om 1,6 miljard aanhangers en natuurlijk is er, net zoals in elke religie, een deel dat orthodox is, dat extreem is en misbruik maakt van de religie, maar dat zegt niks over die 95% tot 98% van de goedwillende moslims. Is dat nog steeds zo?

De heer De Graaf (PVV):
De heer Wilders is daarna niet voor niets uit de VVD gestapt in 2004. Hij heeft dit veel beter gezien dan anderen. Misschien mocht hij op dat moment wel minder zeggen vanwege de fractiediscipline, maar ik was daar zelf niet bij. Ik was daar zelf niet bij. Maar de heer Wilders heeft in ieder geval een heel gunstige ontwikkeling doorgemaakt. Dat heeft geleid tot de groei en de bloei van de PVV en een heel duidelijk tegengeluid tegen de islamisering van Nederland. Daar mogen we alleen maar trots op zijn en blij mee zijn. Dat ben ik in ieder geval wel; heel veel kiezers in Nederland zijn dat ook. Want dankzij die move zijn de ogen van heel veel mensen opengegaan en zie ik zelfs een trend in de Kamer ontstaan tot steeds meer islamkritiek. Dus daar mogen we ons blij mee prijzen. Dat is een zegening.

De heer Azarkan (DENK):
Ik begrijp dat uw opstelling naar moslims — die ik nogal fascistisch vind — is dat mensen gedeporteerd worden en dat mijn moeder niet meer met hoofddoek op straat mag lopen. Daar moet ze dan eerst €1.000 voor betalen. Dat verandert ook bij de partij. Korans worden verboden. Moskeeën moeten sluiten. Natuurlijk zijn er mensen die dat kennelijk zo goed vinden dat ze daarom op de PVV stemmen.

Maar de vraag is of dit nou werkelijk is wat de PVV vindt. Of vergroot de PVV het probleem uiteindelijk om politiek gewin? Is het niet gewoon puur populisme? Zijn het geen leugens die de PVV vertelt? U maakt mij niet wijs dat de heer Wilders, die hier al 30 jaar in de Kamer zit — althans, 22 jaar in de Kamer, maar daarvoor zat hij er al 10 jaar — dat moest vertellen van de VVD. De heer Wilders is een verstandige man die zelf wel kan afwegen wat hij vindt. Ineens is het omgeschakeld: ineens zijn die 1,6 miljard allemaal fout en is die hele islam niet meer te respecteren. Dat is toch ongeloofwaardig, zeg ik tegen de heer De Graaf.

De heer De Graaf (PVV):
Het begint cabaret te worden. Ik heb antwoord gegeven. Trouwens wel leuk: islamitisch cabaret heb ik nog niet eerder gezien ergens op de wereld of op tv, dus dan hebben we nu toch kennisgemaakt met een nieuw stukje cultuur. De vraag duurde ook vrij lang, moet ik zeggen. Het allerbelangrijkste punt in het hele gedeelte van de heer Azarkan is dat hij zegt: dat vind ik fascistisch. Dat is natuurlijk politiek heel handig als je zelf uit een fascistoïde cultuur komt, wat de islam is. Als je de boeken en de ideologie goed bestudeert, dan kun je daar niks anders van zeggen dan dat het voorbij Mussolini is. Dan is het natuurlijk handig om dat om te draaien en te spiegelen door te zeggen: degene die dat bestrijdt, is fascistisch. Kijk, dat is de truc die de heer Azarkan uithaalt. Dat is hetgeen hij probeerde, maar dat is hiermee ontkracht.

Voorzitter. Dan kom ik bij de eerste D66-minister die er ooit in dit land was. Dat was Hans Gruijters. Hij vond dat Nederland geen immigratieland kon zijn. Hij wilde een stop op het toelaten van asielzoekers, want de toelating van asielzoekers tot het volle Nederland zou de problemen alleen maar verergeren.

We komen bij Willem Drees, bij de PvdA welbekend. Hij was tegen gezinshereniging van gastarbeiders. Hij vond dat Joop den Uyl door het wettelijk regelen van het verblijf van illegale gastarbeiders — noem het bed-bad-brood, of verder dan dat — de volkshuisvesting en de werkgelegenheid nadelig beïnvloedde. Het lijkt wel vandaag. Drees veegde de vloer aan met Den Uyl, zo lazen we in De Telegraaf van die tijd. Nu hebben we een hele Kamer vol met Joop den Uyls. Drees vond 10 miljoen inwoners wel genoeg. Dat liet hij koningin Juliana in 1950 ook zeggen. Kijk waar we nu staan: bijna bij het dubbele.

Dan komen we bij koningin Juliana, onze toenmalige vorstin. Zij zei in haar laatste troonrede, in 1979: "Nederland is vol, en ten dele overvol. In de Nederlandse samenleving neemt het aantal mensen van vreemde taal en cultuur snel toe." Zo zei zij vanaf de troon. "Vooral in de grote steden schept dat problemen." We hadden toen alweer 14 miljoen inwoners. Al deze inzichten gaan over het vullen van ons land met mensen uit andere landen. In de praktijk betekende dat dat we onder vergaande invloed van islamitische landen kwamen. En wat de commissie-POCOB onderzocht, is eigenlijk een al eeuwen vaststaande factor binnen ieder land dat islamiseert. De hidjra, de migratie, is een bewuste doctrine, en daarmee een bewuste buitenlandse inmenging in delen van de wereld die nog niet geïslamiseerd zijn. Het is letterlijk een deel van de doctrine: de hidjra, buitenlandse beïnvloeding. Daarom word ik ook altijd zo pissig als er steeds meer mensen worden toegelaten.

Voorzitter. Wat dachten anderen dan van deze islamitische beïnvloeding? Ik citeer Tony Blair. Hij zei: "Ik vrees dat de problematische spanning binnen de islam niet voorbehouden is aan een handvol extremisten. Het heeft in de kern een opvatting over religie en over de relatie tussen religie en politiek die onverenigbaar is met de pluralistische, liberale, vrijzinnige samenleving.

Ik kom bij Spinoza, die zei: het is duidelijk dat Mohammed een bedrieger was, omdat hij de vrijheid volledig heeft afgeschaft. Ik kom bij Winston Churchill, die zei: de mohammedaanse religie wakkert het vuur van intolerantie aan in plaats van deze te temperen, ze werd oorspronkelijk verspreid via het zwaard en sindsdien zijn haar volgers overgeleverd aan deze vorm van krankzinnigheid.

Voorzitter. Hoe vaak heeft de Partij voor de Vrijheid hier in de Kamer, in verschillende toonaarden — dat moet ik toegeven — uitgelegd dat er een gevaar schuilt in het toestaan van te veel islam in een land? Hoe vaak hebben we de gevolgen geschetst van de massa-immigratie, gevolgen voor veiligheid, voor onze cultuur, voor de waarden en normen op school, op straat en op iedere plek waar mensen samenkomen? Hoe vaak hebben we hier gepraat als Brugman, feiten getoond, onderbouwing geleverd en als halve imams hier in de Kamer uitleg gegeven over wat de islam daadwerkelijk inhoudt?

Wij toonden als PVV de Kamer de wijze van en de geschiedenis van islamitische veroveringen. Wij legden uit wat het verschil is tussen Mekka en Medina als tijdperk binnen de islam. Denk aan de abrogatieleer, aan taqqiya. Dan moet ik denken aan Femke Halsema, die het woord niet eens kon uitspreken maar wel heel hoog van de morele toren blies, vanaf de morele hoogvlakte, waar het trouwens erg koud is. Ze vond wel dat we de islamisering moesten toestaan. Daar diende ze zelfs een motie voor in. De heer Wilders introduceerde hier een bepaald begrip namens de islam ... niet namens de islam, maar over de islam, moet ik natuurlijk zeggen, maar dat kon ze niet eens uitspreken. Dat was wel grappig. We hebben het ook gehad over takfir, haram, fatwa, dhimmi, hadj, madrassa, dar al-harb, sharia, Hadith, soenna, de rol van een imam, onderwerping en het diagonaal tegengestelde rechtvaardigheidsbegrip in de islam ten opzichte van het Westen. Al deze begrippen we uitgelegd in de Kamer.

Voorzitter. Het belangrijkste van dit alles zijn de gevolgen voor de gewone man en vrouw in de straat, in de flatgebouwen, in de wijken waar steeds meer islam te zien is, in de steden en in de dorpen. De werkende Nederlanders zagen hun sociale omgeving langzaamaan aan gort gaan. Ik heb een aantal quotes laten horen die daar al voor waarschuwden. Ze verloren hun fysieke en sociale veiligheid. Ze konden en kunnen hun buren niet meer verstaan. Ze zagen het bloed van de halal geslachte schaapjes over hun balkon en portiek stromen. Deze mensen zijn nu vaak de laatste Nederlanders in hun portiek of op hun galerij. Wat het nog erger maakt: zij hebben gedwongen door de elite van het Binnenhof betaald voor hun eigen ellende, dubbel betaald. We leggen als PVV niet alleen uit hoe het zit. We voorspellen niet alleen hoe het zal gaan. Nee, we benoemen de feiten en worden ervoor uitgekotst door de politieke elite. We stellen oplossingen voor die de politieke elite niet wil, daarin gesteund door de politiek correcte tv, radio, kranten en censuurmeesters van big tech. Want de superdiverse maatschappij is het elitaire speeltje. Het is hun aflaat, die hun nog enig goed gevoel over zichzelf geeft na grenzeloos te zijn opgegroeid, zonder moraal en zonder eigen identiteit. De kinderen van de blowende hippies zoals Freek de Jonge meenden dat alles van waarde overboord moest worden gegooid. We leven in het gevolg van de 68'ersrevolutie. Alles kon kapot, alles moest kapot en alles gaat dan ook kapot.

Ik kan me best voorstellen dat je terugkijkend op de rokende hopen van de maatschappij die je hebt helpen afbreken niets anders kunt doen dan spijt hebben, maar toegeven past natuurlijk niet in zo'n hoofd. Dat doet pijn. Deugen is goedkoper en eenvoudiger. Maar deugen is een soort spatscherm tussen je daden en het erkennen van de gevolgen ervan. Deugen is maximale cognitieve dissonantie. Wie deugt zet het aapje van zijn eigen falen op de schouders van iemand die jouw fouten ziet en benoemt, en ze ook wil oplossen. Deze mensen bleven de politiek correcte partijen trouw en zijn verantwoordelijk voor de puinhopen van acht jaar Paars, acht jaar Balkenende en ook de laatste acht jaar van Rutte, een kwart eeuw aan sloopkogelbeleid. Het deugen van de elites is de kille echo bij de grafrede, uitgesproken bij de teraardebestelling van een eens zo mooie maatschappij. Een maatschappij met misschien wel wat mindere kanten vroeger, maar waren die niet op te lossen binnen de bestaande samenhang? En ik zeg: natuurlijk had dat gekund. Maar niet volgens die linkse hippies. Nadat de dampen van Woodstock waren opgetrokken, werd het ontbreken van eigenwaarde afgekocht met massa-immigratie en islamisering; als ik niet van mijzelf kan houden dan maar van anderen, want wat je van ver haalt is lekker, of zoiets. Cultuurmarxisme werd het helemaal. Verschillen mochten niet meer worden benoemd. Maar wie geen eigen persoonlijke identiteit bezit, kan niet bijdragen aan de instandhouding van een gezamenlijke cultuur. Dus werd het begrip "leidende cultuur" al snel bij de prullenbak gezet of in de prullenbak gegooid. Het past ook niet binnen de gelijkheidsdwang van het cultuurmarxisme. Wie geen identiteit bezit is als een donut: wel een vet lichaam met een gesuikerde rand maar waar de ziel hoort te zitten, zien we een gat. Dan zou je bijna snappen dat je de islam als nieuwe ruggengraat van de maatschappij zal zien en dat je zingt: jij bent welkom in dit land. En ik zeg alleen maar: Heer, vergeef het wat ze doen, want ze weten niet wat ze doen.

De filosoof Carl Jung zei het al: als je de redenering achter een actie niet kan vinden, kijk dan naar de gevolgen, dan wordt de bedoeling vanzelf duidelijk. En de politieke elite spreekt hier in de Kamer over verbinding en inclusie in een naïeve poging nog enige samenhang in deze parallelleving te bewerkstelligen, maar ze haten de mensen die hun sprookjes hebben betaald met geld, met het verlies van sociale samenhang en veiligheid en in steeds meer gevallen zelfs met hun leven. Wij komen op voor die mensen. Wij als PVV benoemen en bouwen, maar wij en onze kiezers worden gediscrimineerd door de veroorzakers van al dat leed. Inclusie en verbinding gelden alleen voor mensen van buiten, voor Black Lives Matter, voor islamitische aanjagers, voor Omroep Zwart en voor de volgers van de marxistische subsidieslurpers. Dat is de wrange realiteit. Zo, voorzitter, dat was mijn lange inleiding; even een slokje. Heel vaak hebben we uitgelegd, voorspeld en oplossingen aangedragen en dat zullen we ook blijven doen. Mijn inleiding was lang omdat dit verhaal, deze geschiedenis van verlies en verelendung, eigenlijk de opmaat vormde voor de instelling van deze parlementaire commissie.

Dan kijken we naar het rapport zelf. Alles wat in dit rapport staat, was natuurlijk al bekend. Ik heb zojuist al het een en ander verteld en in de interrupties is ook al wat duidelijk geworden. Er komt inderdaad heel veel geld naar Nederland vanuit het Midden-Oosten en Turkije. Dat geld zorgt voor meer islam in Nederland. Nou, dat weten we allang. De naam van het rapport is ook wat vreemd: "(On)zichtbare invloed", met die haakjes daarbij, maar de invloed van de islam is iedere dag zichtbaar in Nederland en de islam wordt steeds meer zichtbaar; dat is nou juist het probleem. Onzichtbaar is wat de politiek in stand houdt, bijvoorbeeld de rol van de Moslimbroederschap in ons land. Wat ook erg duidelijk werd is de groeiende macht van de islam en de islamorganisaties en de haat ervan richting Nederland. We hebben het allemaal kunnen zien in de interviews. Neem bijvoorbeeld de alFitrah-moskee: twee rechtszaken en een aangifte. Maar ook de komst van geweldspredikers en staatsgevaarlijke imams; ik heb net al Amaouch genoemd. Ook de leugens van Diyanet kwamen voorbij. Neem de kwestie van de Ottomaanse strijdliederen uit de tijd van de Armeense genocide — dat was volgens mij in het oosten van het land, in Almelo — gezongen door mannen in kostuums uit die tijd. En niet zomaar gezongen door mannen in kostuums uit die tijd, maar bij de herdenking van 100 jaar Armeense genocide. Meneer Türkmen probeerde de boel om de islamitische tuin te leiden maar uiteindelijk bleek dat Diyanet dit zelfs had georganiseerd; eerst wist hij van niets. Ik ben benieuwd wat de reactie was geweest als bij de herdenking van een andere recente genocide iets soortgelijks had plaatsgevonden. Vult u de beelden, de liederen en het geluid zelf maar in.

Dan terug naar de commissie. Die schijft in het voorwoord: "De bevindingen geven ons reden tot zorg" en "Hierdoor kunnen parallelle samenlevingen ontstaan". Ja duh, zou mijn dochter zeggen. Wat een voorzichtige politiek correcte nonsens. Nederland is allang een parallelleving. Op bladzijde 12 lezen we dat salafisme een probleem is maar de Moslimbroederschap ook. Nou, dat is heel nieuw! Mijn hemel, was daar een duur parlementair onderzoek voor nodig om te constateren dat zij beide streven naar de invoering van de sharia? Wat heeft iedereen dan eigenlijk hier in de Kamer de afgelopen jaren gedaan in zijn politieke loopbaan? Nou ja, dat is het volgende: de focus volledig op de PVV richten met oogkleppen op, want wij waren het kwaad. De partij die dit allemaal al zo vaak verteld heeft, die moest kapot. En jullie hebben je allemaal zand in de ogen laten strooien door Moslimbroeder Marcouch die toen ik een meerderheid dreigde te halen voor een onderzoek naar zijn Moslimbroederschap schielijk een woestijnzandmotie in elkaar flanste en mevrouw Tellegen van de VVD zo gek kreeg om ook haar naam er onder te kalken. Een motie om het salafisme als probleem te benoemen en daarmee de broederschap in de schaduw van het debat te parkeren. En dat lukte. Dat soort aanjagers van de islamisering en de sharia worden in dit land burgemeester van een middelgrote stad.

Ik ga terug naar het rapport, bladzijde 13. Daar staat: "Kinderen van 4 tot 14 jaar krijgen wekelijks gemiddeld vijf tot zes uur les, met uitschieters naar veertien uur per week, zoals bij alFitrah. Zo wordt kinderen geleerd dat afvalligen de doodstraf verdienen, wordt volgelingen afgeraden naar de politie te gaan als zij kennis hebben over een misdrijf dat is gepleegd door een moslim en wordt de gemeenschap bij alFitrah het advies gegeven om islamitische huwelijken te sluiten zonder voorafgaand burgerlijk huwelijk." Ook aangaande Koranscholen en islaminternaten diende de PVV moties in. We kregen geen steun.

Dan naar bladzijdes 85 en 86: " Met betrekking tot de situatie in het onderwijs geeft de heer Meijs in zijn verhoor aan dat hij een parallelle samenleving op steeds meer plaatsen ziet ontstaan op sommige scholen in de grote steden."

"Laat ik het nog concreter maken", zei hij. Daar staat een "openbare basisschool (…) Op die openbare basisschool zit niet één niet-islamitisch kind. Wij zijn daarmee aan het werk gegaan. Dat is nodig, want wij brengen dus kinderen groot op dat islamitische eiland, van peuter tot en met 11-jarige in een volledig parallelle samenleving: daar is Nederland en dit zijn wij. We hebben daar ouders — dat zullen allemaal heel goede ouders zijn die heel veel liefde voor hun kinderen hebben — die net zo veel afstand hebben tot die samenleving. Als we daar bijeenkomsten willen organiseren om te steunen en te versterken, moeten we aparte bijeenkomsten voor de vaders en aparte bijeenkomsten voor de moeders organiseren. Zo ver is die parallelle samenleving al aan het ontstaan. Ik schrik daarvan", zegt de heer Meijs. Hij vervolgt nog, en ik citeer: "Welke school je ook ingaat, als je naar de kantine van een middelbare school of van een roc gaat, dan zit daar kleurtje bij kleurtje, geloof bij geloof. Integratie? Misschien is integreren in Nederland zo goed mogelijk langs elkaar heen leven. Samen leren? Betekenisvolle vriendschappen, intercultureel of interreligieus? Ik weet het niet", zei hij.

En hij vervolgde verder: "Ze zijn er, maar het is niet de normale situatie. Ik denk dus dat de afstand tot elkaar in de samenleving veel groter is dan we met elkaar hardop zeggen." Hij rekende dan buiten de PVV, die dit punt natuurlijk al jaren maakt.

Voorzitter. Dan gaan we naar de oplossingen van de commissie. De commissie noemt vijf categorieën maatregelen om ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen tegen te gaan. Toezicht, diplomatie, verbod op financieringsstromen, informeel moskeeonderwijs en tot slot het weerbaarder maken van moslimgemeenschappen. Op het financieringsverbod na is de ene maatregel nog wereldvreemder dan de andere. Allemaal achterhaalde jaren-tachtig-sociale-academie-geitenwollensokkenoplossingen. De hippies lijken nog steeds aan de macht. Conclusie: de onderzoekscommissie was vooral een deugloge. Er is maar één werkende manier, maar die mocht niet genoemd worden om dit probleem aan te pakken: stop de islamisering en sluit de moskeeën.

Voorzitter. Er stonden een aantal islamitische aanjagers voor de commissie. We hebben gezien hoe ze ons land minachten. En dit zijn dan alleen nog maar de aanjagers. Maar die hebben wel een hele belangrijke rol. Dit zijn de imams, de bestuurders. De islamitische misleiding rolde als fondant van hun tong en de commissie maakte er policor fastfood van: duur, je zit snel vol, maar al snel komt er spijt en het is niet goed voor je gezondheid. Met gelukkig ook een uitzondering. Tegen één persoon van de taqqiya-brigade werd aangifte gedaan. Hoe staat het eigenlijk met deze aangifte? Weet de minister dat misschien, of krijgt hij een Akwasio-vrijgeleide vanwege zijn afkomst?

Minachting door opgeroepen getuigen, door de islamitische aanjagers, het was de rode draad van de verhoren. Zij lieten zien dat de PVV al die tijd gelijk heeft gehad. Wat jammer dat, op soms de SGP en de FvD na, andere partijen het altijd te druk hebben gehad, en nog steeds, met het bestrijden van juist de PVV. Hún wegkijken en hún deugen hebben ons land naar de parallelle verdommenis geholpen. Maar ik zie weer een interruptie.

Mevrouw Becker (VVD):
Toch even. De heer De Graaf van de PVV zet hier nu het werk van een parlementaire onderzoekscommissie waarin van iedere partij in dit huis iemand in de zomer keihard aan de slag is geweest weg als een soort van beetje slap gebeuren. Dat werk om zich in het onderwerp te verdiepen, met deskundigen te spreken, te verhoren, waar getuigen naartoe zijn gekomen, waar we allemaal keihard ons best voor hebben gedaan — ik heb het gezien met mijn eigen collega Aukje de Vries — zet hij hier weg als iets wat geen antwoorden heeft gegeven die we niet toch al wisten. Dan zegt hij: want ja, de eigenlijke, echte oplossing zou zijn: sluit de moskeeën en stop de islam. Maar de PVV wist toch al vanaf het begin dat dat nooit een uitkomst zou kunnen zijn die breed gedagen zou worden in deze Kamer? Dat wist u toch al vanaf het begin? Waarom is de PVV dan toch in die commissie gaan zitten?

De heer De Graaf (PVV):
Ik dank de commissie voor haar zegenrijke werk. Dat was ik misschien vergeten te zeggen aan het begin, dus dank aan mevrouw Becker voor de heads-up. Is daarnaast het werk van een commissie die in de zomer … Ik werk ook in de zomer door. Dat vind ik heel normaal, dus daar hoeven we geen compliment voor te geven. Ik verdiep me ook in de onderwerpen waarover ik in de Kamer mag spreken. Daar ben ik altijd heel blij mee. Ik vind dit dus geen uitzondering om een extra compliment voor te geven. Ja, de heer Mulder van onze partij heeft in de commissie gezeten maar is er ook tijdig weer uitgestapt toen deze politiek correcte flutconclusies op papier kwamen. Dat mag; dat hoort allemaal bij het parlementaire gebeuren hier in huis. Waarom zou ik geen kritiek mogen leveren? Dat kan alleen in een dictatuur niet.

Mevrouw Becker (VVD):
Toen deze commissie werd ingesteld, was heel helder dat het zou gaan om een parlementaire ondervraging. Daarvan hebben we met z'n allen afgesproken dat daar nooit aanbevelingen bij horen. Dat ten eerste. Dat wist de PVV dus van tevoren al. De PVV heeft er toen de hele tijd in gezeten en heeft helemaal aan het eind gezegd: we stappen eruit want het zijn flutconclusies. Nu hoor ik de heer Machiel de Graaf zeggen dat dat is omdat er niet in staat dat we moskeeën in Nederland gaan sluiten. Maar had u nu daadwerkelijk verwacht dat dat de breed gedeelde conclusie zou zijn van deze Kamer? Of was er misschien een andere reden om dan toch nog maar een keer, met veel publiciteit en bombarie, te kunnen zeggen: kijk eens, de PVV stapt eruit? Daarmee is het werk van de parlementaire commissie niet echt serieus genomen. Dat vind ik toch wel kwalijk. Mijn concrete vraag is dus de volgende. Was u als PVV alleen blijven zitten als in het rapport had gestaan "sluit de moskeeën en stop de islam"? Was dat nou de randvoorwaarde?

De heer De Graaf (PVV):
Dat is een lange inleiding bij een korte vraag. Ik weet niet of ik nu op de lange inleiding of op de korte vraag moet ingaan of op beide, maar ik zal mijn best doen. We hebben nog een andere parlementaire commissie gehad, die ook geen politieke conclusies mocht trekken maar dat wel deed. Dat was de basis van het feit dat de heer Mulder uiteindelijk uit de commissie stapte. Er werden te weinig en te weinig scherpe conclusies getrokken; dat is het punt. Een van de voorbeelden is dat je niet mag zeggen dat er moskeeën gesloten moeten worden. We zien de gevolgen van die andere parlementaire onderzoekscommissie of ondervragingscommissie vandaag zelfs nog onder onze ogen ontrollen, want er werden heel duidelijke politieke conclusies getrokken bij de commissie die over de kinderopvangtoeslag ging. De fatale gevolgen daarvan zien we al bij bijvoorbeeld de PvdA. Ik gun het niemand, maar het gebeurt wel. Daar mochten die conclusies wel getrokken worden en bij deze commissie, waar de heer Mulder in zat, mochten die conclusies niet getrokken worden. Dan vind ik dat je alle recht hebt om te zeggen dat je het niet eens bent met de conclusies en dat je eruit stapt.

Mevrouw Becker (VVD):
De PVV maakt er altijd een hobby van om de VVD hypocriet te noemen, maar wat is de PVV hier vandaag dan aan het doen? U zegt eigenlijk dat het een flutrapport is, maar als het u uitkomt, wijst u wel op allerlei hele scherpe stellingen die in dit rapport staan en die heel erg blootleggen wat er in de samenleving aan de hand is en ook op een aantal oplossingen die deze commissie heeft aangedragen om daarmee om te gaan. Noem het maar flut, noem het maar slap om te kunnen kijken of je daadwerkelijk een verbod op moskeefinanciering voor elkaar kan krijgen. Is dat dus niet een beetje hypocriet? Als u vindt dat het een flutrapport is, ga het dan ook niet citeren om uw eigen ideeën te onderbouwen. Houd het dan gewoon lekker bij de PVV-ideeën die we al jaren kennen of onderken gewoon dat u in die commissie bent gaan zitten om een mediamomentje voor elkaar te krijgen, zodat de PVV weer kan zeggen dat de rest van de Kamer niet deugt. Ik vind het heel jammer.

De heer De Graaf (PVV):
Wat ík heel jammer vind, is de beetje totalitaire inborst van mevrouw Becker, die eigenlijk mijn inbreng wil schrijven. Dan moet ik toch de vraag stellen of ze wel bij de goede partij zit. Ik noem maar wat: een GroenLinksmevrouw. Misschien past dat dan toch beter. Daar zitten ook de ex-communisten. Die hebben wat meer totalitaire vaardigheden en een wat meer totalitaire inborst, dus dat zou misschien toch beter passen. Ik zou zeggen: ga eens buurten voor de verkiezingen, misschien kunt u nog op de lijst. Dit zeg ik via de voorzitter. Dan hebben jullie misschien een hele goede aanwinst. Ja, je weet maar nooit. Ik houd er altijd wel van om mensen bij elkaar te brengen. Wat dat betreft ben ik echt van de verbinding. Mijn speech gaan schrijven? Nee, dat doe ik lekker zelf. Ik ga over mijn eigen woorden en de PVV gaat over haar eigen parlementaire optreden. Het was een leuke poging om te proberen om de interruptie die ik aan het begin van het debat pleegde, aan het eind van mijn inbreng nog even om te draaien en andersom te gooien, maar dat werkt natuurlijk niet.

De voorzitter:
De heer De Graaf vervolgt zijn betoog.

De heer De Graaf (PVV):
Ja, even kijken. Waar was ik gebleven? De minachting door opgeroepen getuigen, door de islamitische aanjagers, was de rode draad van de verhoren. Daar was ik inderdaad. Zij lieten zien dat de PVV al die tijd gelijk heeft gehad. Wat jammer dat de andere partijen, soms op de SGP en het Forum na, het te druk hadden met hun pijlen op ons richten. Zo ging het land naar de parallelle verdommenis.

Tot slot nog een paar punten. De islam is wat het is. De commissie heeft er nu ook kennis mee gemaakt. Maar ze heeft eigenlijk amper oplossingen geboden. Dat is zonde van de tijd en het geld. In een interruptiedebatje heb ik gezegd dat er in Nederland ook moslims zijn — culturele moslims, mensen die niet echt gelovig zijn en die niet durven te zeggen dat ze eigenlijk geen moslim meer zijn — die onder het juk van de aanjagers en van de dreigende shariamaatregelen uit die hoek weg willen. Zij willen geen sharia. Ik steun juist hen, want zij willen een toekomst in vrijheid opbouwen en zij zijn vaak geassimileerd of heel goed geïntegreerd. Zij stellen onze wet wél boven de islamitische wet. Tegen hen zeg ik: stem gewoon lekker op ons!

Dan mijn volgende punt. Willen we Nederland een vrij land laten blijven, dan zullen we moeten de-islamiseren. Ik zeg dat los van de vrijheidsbeperkende maatregelen rond corona, want dat is een ander verhaal en daar wil ik van wegblijven. We hebben het nu over dit onderwerp en daar wil ik het aan relateren. Ik zal wederom in tweede termijn een aantal moties indienen die daartoe moeten leiden. Daarmee helpen we onze kinderen, onze ouderen en onszelf, maar ook alle moslims die onder de dreiging van de sharia weg willen. De goede toehoorder zal hebben opgemerkt dat ik eigenlijk amper vragen heb gesteld aan de ministers. Dat geeft ook niet, want het is het eind van hun termijn en dat zou weleens sneller kunnen komen dan verwacht. De antwoorden maken dan misschien net iets minder uit. We gaan dan gewoon met het debat verder in de volgende periode. Maar over één ding wil ik wel wat weten: de rol van de moslimbroederschap. Dat punt is uit het onderzoek van de commissie naar voren gekomen. Zelf hebben wij dat ook vaak aangestipt. Is de minister, vooral de minister van SZW, bereid om alsnog een onderzoek in te stellen, ook vanuit de regering, naar de belangen, de rol en de mensen van de moslimbroederschap in het bestuur in Nederland?

Tot slot, mijn laatste opmerking. Het enige wat echt antirechtsstatelijk is in Nederland, is de islam zelf.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel voor uw betoog. De volgende spreker zal de heer Van Dijk van de Socialistische Partij zijn, maar eerst wordt het spreekgestoelte weer even gereinigd. Gaat uw gang, meneer Van Dijk.

De heer Jasper van Dijk (SP):
Voorzitter. In 2018 vroeg mijn collega Sadet Karabulut, samen met de SGP, om een parlementaire ondervraging naar de buitenlandse financiering en beïnvloeding van moskeeën. Daar kwam de commissie-Rog uit voort. Hun rapport bespreken we vandaag. Het onderzoek volgt op een aantal verbijsterende onthullingen van NRC en Nieuwsuur. We zien dat de Nederlandse moskeeën geld krijgen uit de Golfstaten. We zien imams die walgelijke uitingen doen over zweepslagen, steniging en de doodstraf voor afvalligen. En we zien dat de regering informatie hierover achterhoudt. Driekwart van de gemeenten werd niet geïnformeerd door Sociale Zaken, ondanks de belofte om dit wel te doen. Was dit weer een gevalletje van de Ruttedoctrine avant la lettre? Graag een reactie.

Veel dank aan de commissie voor haar werk. Respect voor de moedige sprekers die zich door de commissie hebben laten verhoren. Dat was niet altijd even makkelijk vanwege mogelijke represailles. Maar dankzij hen hoorden wij wel uit eerste hand hoe het eraan toegaat in bepaalde moskeeën. De resultaten liegen er niet om. Vanuit het buitenland wordt antidemocratisch gedachtegoed gefinancierd. Hiermee worden onze kernwaarden — gelijke behandeling en gelijke rechten — ondermijnd. Dat is heel zorgelijk. In het rapport staat dat kinderen, bijvoorbeeld in de alFitrah-moskee, leren dat afvalligen de doodstraf verdienen. Vaders geven dochters weg bij huwelijken en er wordt afgeraden om naar de politie te gaan. Extra stuitend was het om te zien hoe de commissie van verschillende kanten is tegengewerkt. Sommige partijen weigerden hun medewerking. Hoe staat het met de rechtszaken daaromtrent? Bovendien was opmerkelijk hoe slecht sommige instellingen hun administratie op orde hadden. Ook op die manier werd het onderzoek van de commissie bemoeilijkt. De conclusies moeten aanzetten tot actie. Het is onaanvaardbaar dat aan jongeren wordt verteld dat ze de Nederlandse samenleving moeten verwerpen omdat onze normen en waarden niet zouden deugen. Deze jongeren verdienen een plek in onze samenleving. We moeten echt voorkomen dat zij zich door foute invloeden van onze samenleving afkeren.

Net zo zorgelijk is het informele moskee-onderwijs, ook bekend als de weekendscholen. Ook daar krijgen kinderen discutabele zaken aangeleerd. Kinderen leren daar over de onderdanigheid van de vrouw of over het afwijzen van homo's. Dat is volstrekt onacceptabel. Hier moet op z'n minst goed toezicht op komen, conform de motie van VVD en SP. Hoe staat het met de uitvoering daarvan?

In november kwam het kabinet met de reactie. Die was onvoldoende wat mij betreft, maar er worden wat stappen gezet. Het kabinet wil inzicht krijgen in de geldstromen uit het buitenland. Het zou wat ons betreft goed zijn als burgemeesters de mogelijkheid krijgen om, zodra zij een opmerkelijk feit tegenkomen, in te grijpen. Welke aanleiding moet er in dit wetsvoorstel precies zijn om de kasboeken van organisaties te bekijken? Graag een toelichting op de stappen die burgemeesters, dan wel het openbaar ministerie, kunnen zetten.

De regering wil verder diplomatieke middelen inzetten om geldstromen vanuit staten aan de orde te stellen. Maar waarom zou een land als Turkije of een land in het Midden-Oosten hierop ingaan? Welke middelen wil de regering precies hanteren? Hoe voorkomen ze dat dit een gotspe wordt? Verder wil de minister via de AIVD in kaart brengen welke landen en andere actoren invloed uitoefenen via het financieren van organisaties. Wat is daarover tot nu toe al bekend, vraag ik de regering.

Voorzitter. Ik mis stevige voorstellen om buitenlandse financiering aan banden te leggen. Er ligt een wetsvoorstel, maar dat schiet echt tekort, en dat terwijl dit debat al zó lang speelt. Kijk naar die onthullende uitzendingen en artikelen van Nieuwsuur en NRC in 2018. "Zeker 30 islamitische organisaties in Nederland hebben de afgelopen jaren financiering aangevraagd in (…) Golfstaten of hebben daadwerkelijk geld ontvangen uit deze landen. Het gaat om miljoenen euro's uit Koeweit en Saudi-Arabië. Dat blijkt uit informatie die de overheid jarenlang geheim heeft gehouden, maar waar NRC Handelsblad en Nieuwsuur de hand op wisten te leggen." Kan de regering hierop reageren? Hoe is het mogelijk dat de regering destijds die informatie achterhield? Was hier weer sprake van de Ruttedoctrine, die doctrine om alleen informatie te delen met de Kamer als het de regering uitkomt? Een schandalige doctrine, zoals we nu ook zien bij de toeslagenaffaire.

En dan is er dus de gebroken belofte. Kijk eens naar het regeerakkoord uit 2017: "Voorkomen moet worden dat vanuit het buitenland via geldstromen naar politieke, maatschappelijke en religieuze organisaties onwenselijke invloed wordt gekocht." Dat is duidelijke taal. Maar er is weinig van terecht gekomen. Kijk maar naar het wetsvoorstel, de wet transparantie maatschappelijke organisaties. De wet "verplicht maatschappelijke organisaties om het bedrag en het land van herkomst van donaties (…) openbaar te maken, indien deze donaties afkomstig zijn van buiten de EU." Dat is hartstikke mooi, maar dat komt niet tegemoet aan de langgekoesterde wens van de Kamer om een eind te maken aan die buitenlandse financiering. Er moet wel transparantie komen, maar zelfs dat geldt alleen voor landen van buiten de EU. Waarom? Is er dan niks mis mee als er vanuit Italië of Hongarije, Polen of Ierland grote geldbedragen naar Nederlandse instellingen gaan? Daar moet toch ook zicht op zijn? Het is een beetje half werk op deze manier.

Daarom bepleit ik vandaag alsnog een verbod op buitenlandse financiering van religieuze instellingen. We willen paal en perk stellen aan ongewenste beïnvloeding. Het is onaanvaardbaar als buitenlandse geldschieters onze jongeren vergiftigen met verwerpelijke ideeën, bijvoorbeeld dat vrouwen of homo's minderwaardig zijn. Bovendien hanteren we in Nederland een scheiding tussen kerk en staat. Dat geldt natuurlijk net zo goed voor buitenlandse staten. Landen als Saudi-Arabië, Turkije, maar ook de Verenigde Staten hebben helemaal niets te zoeken bij Nederlandse religieuze instellingen. We moeten voorkomen dat zij hier invloed kopen, want wie betaalt, bepaalt. Het is jammer dat de Kamer nu tot actie moet overgaan; de regering had dit allang zelf moeten doen. Ondanks mooie beloften is daar weinig van terechtgekomen. Daarom moet de Kamer zelf in actie komen.

De voorzitter:
Hartelijk dank voor uw betoog. De volgende spreker van de zijde van de Kamer zal de heer Van Ojik zijn, die namens GroenLinks het woord gaat voeren.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Dank u wel, voorzitter. Het is goed dat we vandaag het rapport van de parlementaire ondervragingscommissie kunnen bespreken, want ongewenste beïnvloeding, gefinancierd vanuit het buitenland, kan vérstrekkende gevolgen hebben voor onze democratische rechtsstaat. Mijn fractie vindt dat de parlementaire ondervragingscommissie gedegen werk heeft gedaan. Ik sluit me graag aan bij de complimenten die daarvoor door collega's zijn gegeven. Dat geldt inderdaad ook zeer uitdrukkelijk voor de mensen die risico hebben gelopen door voor de commissie een oprechte en eerlijke getuigenis af te leggen.

Voorzitter. "Dat er vanuit onvrije landen beïnvloeding plaatsvindt, staat buiten kijf", zo concludeert de commissie. "Dat gaat via het financieren van moskeeën en aanverwante stichtingen, via het scholen en uitzenden van imams, via het verspreiden van les- en wervingsmateriaal en, steeds belangrijker, via berichten op sociale media. Wat er van deze beïnvloeding precies ongewenst is en wat daartegen moet worden gedaan, is aan het kabinet en aan de Kamer", zegt de commissie. Daar gaat vandaag dit debat over.

Om effectief te kunnen optreden tegen wat ongewenst is, kan het helpen om ons inzicht in de omvang van de beïnvloeding verder te vergroten. We weten inmiddels steeds beter hoe ongewenste beïnvloeding plaatsvindt, maar hoe groot het probleem eigenlijk is, is nog steeds niet zo helder. Globale schattingen van de NCTV spreken van een stijging van het aantal moskeeën met salafistische signatuur van 13 naar 27 tussen 2014 en 2018. Uit de verhoren komt — als ik het goed heb begrepen — een aantal van tussen de 10 en de 20 naar voren. Het WODC-onderzoek uit 2017 komt tot een getal van 23. Het WODC zegt dat dit ongeveer 5% van het totaal van de 500 moskeeën is.

Voorzitter. Op het WODC-onderzoek kwam opvallend weinig respons. Is het een idee om opnieuw zo'n onderzoek te laten doen, zodat we beter inzicht krijgen in de aard en omvang van eventuele buitenlandse beïnvloeding van religieuze instellingen in Nederland? Dat zou ook gelijk de omvang en impact van de beïnvloeding via sociale media verder inzichtelijk kunnen maken. Ik ben benieuwd naar de reactie van het kabinet.

Voorzitter. Het regeerakkoord noemt beïnvloeding of financiering vanuit onvrije landen en organisaties via sociale media, onwenselijk. De heer Jasper van Dijk sprak er zojuist ook over. Het regeerakkoord zegt: "Het kabinet wil voorkomen dat vanuit het buitenland onwenselijke invloed wordt gekocht. Daartoe ziet het kabinet twee mogelijkheden: vergroting van de transparantie en beperking van de geldstromen waarbij misbruik wordt gemaakt van onze vrijheden". Dat is wat mijn fractie betreft een prima tekst. Mijn vraag sluit aan bij de vraag van Jasper van Dijk, namelijk: wat is er in de afgelopen periode precies gedaan om die ongewenste beïnvloeding aan banden te leggen? En, nog belangrijker, welk inzicht hebben wij gekregen in het effect van de genomen maatregelen? Dat is mij eerlijk gezegd nog niet zo duidelijk.

In de kabinetsreactie op het parlementair onderzoek wordt bij het punt over wat het kabinet in gang wil zetten, een helder onderscheid gemaakt tussen vijf mogelijke maatregelen: de aanpak van actoren, het verkrijgen van inzicht in de intenties van actoren, het tegengaan van ongewenste financiering, het vergroten van de weerbaarheid en het beperken van de ongewenste maatschappelijke effecten. Ik loop de belangrijkste daarvan langs. Ik wil dan meteen duidelijk maken hoe mijn fractie tegen de verschillende mogelijkheden aankijkt.

Eerst de aanpak van actoren. De kabinetsreactie begint met de Turkse bemoeienis met de diaspora. Dat is het eerste punt. "Als dit de grenzen van de rechtsstaat overschrijdt, of participatie van Nederlanders met een Turkse achtergrond belemmert, dan grijpen we in", zegt het kabinet. We herinneren ons allemaal nog de komst van een Turkse minister in 2017, nét voor de vorige verkiezingen. Ik heb de volgende vraag aan het kabinet: zijn er afspraken gemaakt om te voorkomen dat dit weer gebeurt?

"Het kabinet kondigt aan om voor campagneactiviteiten door politici uit niet-EU-landen" — daar zijn de niet-EU-landen weer — "een algemene lijn te gaan hanteren". Dat is een citaat. De inspiratiebron is Duitsland, waar drie maanden voor de verkiezingen geen campagne mag worden gevoerd. Is dat wat wij ook gaan doen, vraag ik aan het kabinet. Wij laten ons kennelijk inspireren door Duitsland, maar betekent dit dat wij dat ook gaan doen? En als we dat gaan doen, waarom zouden we ons dan beperken tot niet-EU-landen? Waarom zouden politici uit Polen, Bulgarije of weet ik waar vandaan hier wel campagne mogen voeren, gericht op mensen van hun nationaliteit?

Voorzitter. Het tweede punt dat het kabinet noemt, is de financiering uit de Golfstaten. De afspraak is dat de Nederlandse overheid als er dergelijke financiering plaatsvindt, altijd geïnformeerd wordt. Heeft de minister de indruk — dat zou ik misschien aan de minister van Buitenlandse Zaken moeten vragen — dat dit nu ook gebeurt? Welk beeld levert dat op? Verdergaande afspraken stuiten op het verzoek tot wederkerigheid en daar kunnen we niet aan voldoen, zo zegt het kabinet. Kan de minister dat toelichten? Die wederkerigheid stond namelijk ook in het regeerakkoord.

Een volgend punt uit de kabinetsreactie is de weigering van een visum aan extremistische sprekers. Dat is een goed idee. Maar het kabinet zegt dat er een spanningsveld bestaat met de vrijheid van meningsuiting. Hoe gaat de overheid daar in de praktijk mee om? Gebeurt het vaak dat we eigenlijk een visum zouden willen weigeren maar dat dit niet kan omdat er een spanningsveld is met de vrijheid van meningsuiting? Wellicht kan daar meer helderheid over worden verkregen.

Voorzitter. Ik noemde al de beïnvloeding via sociale media. Die wordt, zo is mijn indruk, steeds belangrijker. Maar we staan nog maar aan het begin van regelgeving. Voorlopig bepalen Twitter en Facebook kennelijk vooral zelf wie ze toelaten en wie niet. Kan het kabinet hier nog eens apart op ingaan?

Voorzitter. Dan wil ik graag spreken over wellicht toch een van de belangrijkste onderdelen van dit debat: het tegengaan van ongewenste financiering. GroenLinks steunt het idee achter de Wet transparantie maatschappelijke organisaties. De Raad van State heeft tegen een verplicht jaarlijks donatieoverzicht geadviseerd. Dat zou te generiek zijn — er zijn 350.000 maatschappelijke organisaties — en niet proportioneel. Nu moet er eerst een verzoek komen om informatie te verstrekken. Als er sprake is van vergaande of ongewenste buitenlandse beïnvloeding, dan kan in het uiterste geval strafrechtelijk worden opgetreden. Wie niet meewerkt, kan worden aangepakt. Dan is er sprake van een economisch delict.

De heer De Graaf (PVV):
Ik heb een vraag over de transparantie van organisaties; ik zag daarin een mooi haakje om toch even in te gaan op het betoog van de heer Van Ojik van GroenLinks. Ik heb zelf al de Moslimbroederschap genoemd. Bijvoorbeeld de heer Marcouch, het oud-PvdA-Kamerlid dat nu burgemeester is in Arnhem, liet zich heel erg inspireren door Yusuf Al-Qaradawi, nou niet de meest frisse jongen in z'n ideeën, opvattingen en daden. Maar nou heb ik eerder als het gaat om die transparantie van organisaties twee keer een motie ingediend over onderzoek naar de Moslimbroederschap; dat was in 2016 en ook in 2017, dacht ik. Ik vroeg daar net aan de minister al iets over. Het gaat om de belangen van die organisatie, de mensen die erbij betrokken zijn, wat ze allemaal doen in Nederland en in welke bestuursorganen ze allemaal geïnfiltreerd zijn. Het zou mooi zijn als daar een onderzoek naar zou kunnen komen, maar GroenLinks stemde twee keer tegen. Kan meneer Van Ojik toelichten waarom dat toen gebeurd is? Hij zat toen zelf volgens mij ... Hij was in die periode heel even weg, maar volgens mij was hij er toen bij in de Kamer.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Nee, dat was toevallig in de periode dat ik niet in de Kamer zat in het laatste decennium, dus wat precies op dat moment de reden was om tegen die motie te stemmen, kan ik de heer De Graaf niet zeggen. Maar ik kan me heel goed voorstellen dat je zegt: ik zou meer inzicht willen hebben. Als ik goed naar de heer De Graaf geluisterd heb, kondigde hij net in zijn eigen termijn aan dat hij het kabinet per motie wil vragen om een onderzoek te doen. Ik kan me heel goed voorstellen, als wij het hebben over ongewenste beïnvloeding, dat we daar zo veel mogelijk informatie over willen krijgen. Daarom heb ik net ook gezegd: weten we wel genoeg? Daar begon ik mijn bijdrage mee. Ik vind bijvoorbeeld de respons die er juist van bijvoorbeeld moskeeën kwam op dat WODC-onderzoek heel erg matig, heel erg gering. Dus ik zou me best kunnen voorstellen dat je op een aantal punten meer informatie zou willen hebben. Dat zou ook best de Moslimbroederschap kunnen betreffen. Ik zou dus zeggen: ik ben benieuwd hoe het kabinet gaat reageren en ik wacht het voorstel af. Maar als de heer De Graaf aan mij vraagt waarom precies de fractie van GroenLinks in 2016 tegen de motie van de PVV heeft gestemd, dan overvraagt hij mij op dit moment. Ik kan dat niet zeggen, meneer De Graaf.

De heer De Graaf (PVV):
Dank aan de heer Van Ojik voor zijn duidelijke en heldere antwoord. Het was inderdaad precies die periode. Ik heb niet nagezocht of u er toen net wel of net niet ...

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Toen was ik er even niet bij.

De heer De Graaf (PVV):
Toen was u er even niet bij, inderdaad. Toen ik naar de commissie keek, heb ik ook gezien hoe collega Van den Berge — hij is er toevallig vandaag bij — zich ontpopte als een flinke criticaster van de Moslimbroederschap. Dat was namens de commissie, maar toch. Ik vond dat heel mooi om te zien. Hij vroeg heel hard door, heel stevig, heel goed. Dat vind ik een mooie ontwikkeling, want we moeten kijken naar de onvrije invloeden in ons land, of de invloeden richting onvrijheid, zodat we die goed in kaart hebben. Toevallig weten we van de broederschap al heel lang ... Er is een journalist, Carel Brendel, die dat heel goed in beeld brengt, in dit geval via internet, in een heel mooi blog daarover dat hij goed bijhoudt en waar we heel veel informatie uit kunnen halen, maar er zijn natuurlijk meer bronnen dan alleen deze. Weet je wat? We wachten inderdaad de reactie van de minister af. Desnoods kom ik dan toch met een motie. En dan kom ik even bij meneer Van Ojik langs — hij hoeft die niet mee te tekenen; dat hoeft allemaal niet per se — om te kijken of hij de motie toch zou kunnen steunen. Dat zou ik heel mooi vinden.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Het zou dit debat op voorhand, nu al tot een historisch debat maken als de heer De Graaf met een motie komt over de Moslimbroederschap waarvan GroenLinks gaat zeggen: daar kunnen we op zijn minst voor stemmen. Ik wacht de motie dus met veel belangstelling af.

Voorzitter. Ik wilde het in de mij resterende tijd vooral nog even hebben, ook naar aanleiding van de voorstellen die mevrouw Becker namens de fractie van de VVD heeft gedaan, over: hoe gaan we nu precies die ongewenste financiering aanpakken? Ik snap de bezwaren van de Raad van State, maar de aanpak waar het kabinet voor kiest lijkt me toch kwetsbaar, omdat die aanpak staat of valt met het moment waarop je een organisatie, een moskee, een kerk of wat dan ook gaat vragen om informatie. Dat doe je eigenlijk alleen als je het vermoeden hebt dat er sprake is van ongewenste financiering. Je weet niet wat je niet weet, hè? Je weet niet wat je niet weet. Alleen al het bepalen aan wie je extra informatie gaat vragen wordt een extreem bureaucratisch proces, vrees ik. Er staat niet voor niks: 350.000 maatschappelijke organisaties in Nederland. Er dreigt willekeur of juist stigmatisering doordat alleen aan een heel specifiek soort organisaties extra informatie wordt gevraagd. Zou het niet beter zijn, zo vraag ik het kabinet, om met een generiek, voor iedereen geldend criterium te werken? Dat zit dan misschien een beetje in tussen het voorstel van mevrouw Becker voor een aparte wet en het voorstel van het kabinet voor een wet transparantie die misschien heel erg onwerkbaar is, zo is mijn angst. Zou het niet beter zijn om met een generiek, voor iedereen geldend, voor elke organisatie geldend criterium te werken, bijvoorbeeld: elke organisatie die meer ontvangt dan een bepaald bedrag van buiten Nederland of elke organisatie waarvoor geldt dat steun van buiten Nederland meer dan een percentage x van de begroting uitmaakt, moet informatie verschaffen; doe je dat niet, dan ben je strafbaar. Is dat niet een veel logischere manier dan datgene wat het kabinet voorstelt?

Voorzitter, ik sluit af. Mijn fractie is blij met de uitgebreide aandacht in de kabinetsreactie voor maatregelen om de weerbaarheid van gemeenschappen te vergroten. Want inderdaad, zoals het kabinet ook erkent, vormen discriminatie op de arbeidsmarkt en in het onderwijs, islamofobie en maatschappelijke achterstanden een voedingsbodem voor ongewenste buitenlandse beïnvloeding en het problematische gedrag en de radicalisering die daaruit voort kunnen vloeien. Maar het bestaan van een voedingsbodem is geen excuus. Dat blijkt alleen al uit de overgrote meerderheid van Nederlandse moslims die helaas wel met discriminatie en achterstelling wordt geconfronteerd, maar die gelukkig nooit, maar dan ook nooit, kiest voor problematisch gedrag of radicalisering. Ik hoop dat we dat in dit debat altijd goed voor ogen houden.

Dank u wel.

De beraadslaging wordt geschorst.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik kijk even naar de tijd en naar de spreektijden die zijn aangemeld. Daarom lijkt het me verstandig om nu te schorsen voor de lunch tot 13.10 uur. Dan vervolgen we het debat.

De vergadering wordt van 12.41 uur tot 13.13 uur geschorst.

Mededelingen

Mededelingen

Mededelingen

De voorzitter:
Op de tafel van de Griffier ligt een lijst van ingekomen stukken. Op die lijst staan voorstellen voor de behandeling van deze stukken. Als voor het einde van de vergadering daartegen geen bezwaar is gemaakt, neem ik aan dat daarmee wordt ingestemd.

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

Regeling van werkzaamheden

De voorzitter:
Er is nu een korte regeling van werkzaamheden.

Ik stel voor toe te voegen aan de agenda van de Kamer:

  • het wetsvoorstel Instelling van een adviescollege op het terrein van de rechtspositie van politieke ambtsdragers (Wet adviescollege rechtspositie politieke ambtsdragers) (35530);
  • het voorstel van rijkswet Wijziging van de Paspoortwet in verband met de uitvoering van Verordening (EU) 2019/1157 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende de versterking van de beveiliging van identiteitskaarten van burgers van de Unie en van verblijfsdocumenten afgegeven aan burgers van de Unie en hun familieleden die hun recht van vrij verkeer uitoefenen (PbEU 2019, L 188) (uitvoering verordening identiteitskaarten) (35552-(R2148));
  • het wetsvoorstel Wijziging van de Wet milieubeheer in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en ter uitvoering van het Klimaatakkoord (35626);
  • het wetsvoorstel Wijziging van onder meer de Wet op de expertisecentra, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet voortgezet onderwijs BES in verband met het uitreiken van een schooldiploma aan leerlingen in het praktijkonderwijs en in het voortgezet speciaal onderwijs (35580);
  • het wetsvoorstel Wijziging van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen en de Ziektewet teneinde het advies van een bedrijfsarts over de belastbaarheid van de werknemer leidend te maken bij de toets op de re-integratie inspanningen door het UWV (35589);
  • het wetsvoorstel Wijziging van de Tijdelijke wet Groningen in verband met de versterking van gebouwen in de provincie Groningen (35603);
  • het VSO Stand van zaken Leesoffensief (28760, nr. 107), met als eerste spreker het lid Rudmer Heerema van de VVD;
  • het VSO Verkeersveiligheid (29398, nr. 889), met als eerste spreker het lid Remco Dijkstra van de VVD);
  • het VSO Externe veiligheid (28089, nr. 182), met als eerste spreker het lid Von Martels van het CDA.

Ik stel voor dinsdag 19 januari aanstaande ook te stemmen over de aangehouden motie-Omtzigt/Bruins (31934, nr. 44).

Ik deel mee dat de volgende aangehouden moties zijn vervallen: 35415-8; 33009-88; 35570-IX-21; 35570-IV-10; 35570-IV-11; 35570-IV-12; 21501-02-2215; 35570-I-5; 32813-579; 32813-587.

Ik stel voor de volgende stukken van de stand van werkzaamheden af te voeren: 29325-124; 25424-558; 35146-19; 25424-559; 25424-556; 25424-557; 29282-416; 29282-415; 25657-332; 25657-333; 31765-523; 29509-74; 25295-688; 32805-109; 25295-656; 32793-504; 24170-235; 34104-306; 31839-750; 26150-189; 34053-38; 31839-749; 34775-VIII-147; 31293-410; 34775-VIII-143; 31293-395; 25764-130; 33340-21; 32827-203; 35554-27; 32827-202; 29338-226; 27020-118; 31511-44; 32820-393; 32820-392; 32820-395; 29388-24; 27020-117; 31497-372; 22112-2966; 22112-2965; 31288-884; 31497-371; 32827-201; 35554-7; 34562-18; 35570-VIII-36; 31524-477; 31497-370; 25295-712; 29754-563; 29754-561; 19637-2678; 29023-263; 29684-208; 22112-2976; 35420-188; 35420-189; 31524-418; 21501-34-313; 31293-459; 22452-73; 21501-34-312; 30079-105; 35000-VIII-177; 21501-34-310; 31332-99; 35042-19; 31293-452; 21501-34-309; 31288-718; 35000-VIII-174; 29240-90; 29546-30; 31511-32; 30420-301; 30420-300; 27020-93; 2019Z03056; 27020-92; 22112-2770; 30234-208; 31332-89; 35000-VIII-157; 21501-34-307; 31289-390; 31293-427; 22452-71; 27020-91; 31293-426; 31288-675; 35000-VIII-92; 35000-VIII-90; 31524-390; 35000-VIII-27; 30420-295; 35000-VIII-26; 30012-107; 35000-VIII-25; 27923-334; 32820-270; 30012-93; 30079-90; 31293-414; 22452-69; 35000-VIII-4; 2018Z15930; 35000-VIII-215; 31289-406; 31293-478; 29614-132; 35000-VIII-212; 31293-489; 21501-34-315; 31289-400; 31332-100; 31293-474; 2019Z14531; 35000-VIII-210; 2019Z14518; 31289-403; 31288-764; 30079-108; 31289-402; 29546-31; 31289-401; 31289-399; 30079-107; 31289-398; 29362-280; 34352-201; 35420-187; 24515-558; 24515-569; 24515-559; 30982-58; 34699-9; 29544-1026; 32855-35; 29544-1018; 29544-1025; 22112-2881; 29544-1013; 29544-1004; 35300-XV-94; 29544-1003; 25883-366; 29544-961; 29544-923; 22112-2978; 22112-2977; 21501-31-576; 22112-2968; 21501-31-584; 21501-31-582; 21501-31-580; 30982-59; 32144-28; 35420-190; 25883-393; 25834-173; 25883-392; 35483-64; 29544-1029; 30950-214; 32824-306; 35483-63; 31322-419; 22112-2942; 35420-134; 35420-179; 31066-734; 31066-702; 31066-690; 31066-700; 31066-688; 31066-689; 32847-693; 31066-666; 26834-50; 31066-677; 35300-79; 32847-665; 35300-IX-20; 25087-255; 35205-31; 35302-73; 35302-76; 35026-75; 2020Z02076; 32140-68; 32847-583; 35026-58; 31016-255; 31293-492; 32864-11; 35300-XVI-4; 35300-XVI-150; 35300-XVI-24; 35300-XVI-10; 35087-22; 35000-XVI-130; 35000-XVI-127; 35000-XVI-120; 35000-XVI-119; 34775-XVI-152; 34961-4; 34767-19; 34477-68; 33506-40; 32805-85; 32620-239; 31765-456; 31015-178; 31015-176; 31015-174; 29963-20; 29509-73; 29689-1021; 29477-524; 29282-388; 23645-743; 31305-320; 28694-136; 35334-18; 35302-65; 35302-70; 35300-XII-57; 35300-XII-85; 35300-A-66; 35300-A-72; 35248-8; 35235-3; 35054-14; 32813-401; 32861-45; 31936-720; 32404-94; 31936-713; 31936-712; 31936-711; 31936-703; 31936-701; 31936-699; 31936-697; 31936-698; 31936-663; 31936-696; 31409-255; 30806-50; 30490-31; 30196-678; 29984-867; 29665-378; 29684-190; 29665-377; 29665-376; 28844-172; 28089-149; 21501-08-792; 28089-148; 2019Z21123; 30234-255; 34104-308; 22112-2979; 31839-751; 25295-713; 32647-78; 32820-396; 24515-572; 30012-134; 35486-4; 32623-313.

Overeenkomstig de voorstellen van de voorzitter wordt besloten.

De voorzitter:
Daarmee sluit ik de regeling van werkzaamheden.

Ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen

Ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen

Aan de orde is de voortzetting van het debat over het verslag van de parlementaire ondervragingscommissie Ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen (POCOB) "(On)zichtbare invloed".

De voorzitter:
Ik heropen het debat dat plaatsvindt over het verslag van de parlementaire ondervragingscommissie Ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen. We waren nog in de eerste termijn van de zijde van de Kamer. Het woord is aan de heer Azarkan, namens de fractie van DENK.

De heer Azarkan (DENK):
Dank u wel, voorzitter. We spraken net, althans een van de collega's, over de geschiedenis. Ik dacht: hoe zou Nederland erbij liggen als in 1612 Turkije niet als eerste land Nederland had erkend, de Turken de papen niet hadden geholpen in hun strijd tegen de Spanjaarden, maar ook dat Marokko rond 1600 eigenlijk als enige land de Nederlanders hielp als ze op zee, in de buurt van Tanger, weer opgejaagd werden door de Spanjaarden en ze daar in de baai mochten schuilen en daar veilig waren? Maar dan was ik misschien niet met goedemiddag begonnen, maar met buenos días, of zo.

Maar goed, het heeft geen zin om terug te kijken. In de aanloop naar dit debat realiseerde ik mij dat ik in mijn leven drie keer heb meegemaakt dat een vrouw mij geen hand gaf. Ik vond dat wat raar. Maar ik heb toen wel tegen mijzelf gezegd: kijk, in het private domein is er ruimte voor differentiatie en eigen interpretatie. Zolang de wet daar niet mee strijdig is, is dat mijn maatstaf. Natuurlijk vind ik iets van gedragingen van anderen, maar het is niet aan mij te bepalen of wat een ander doet goed is, of wat een ander moet doen. De vrijheid om anders te zijn is uiteindelijk de meest wezenlijke vrijheid die mensen bezitten.

Maar laat ik eerst beginnen met waardering uit te spreken voor de commissie. Mijn fractie doet dat met plezier. Natuurlijk leven er in mijn fractie op een aantal punten fundamenteel andere opvattingen, die anders zijn dan die van de commissieleden, die soms verder gaan. Maar wij begrijpen dat je niet alles kunt hebben. Het resultaat van het werk van een commissie waarin alle politieke partijen vertegenwoordigd zijn, veronderstelt van iedereen de bereidheid om in ieder geval te pogen elkaar te vinden. Dat is gebeurd, en ik dank de commissie daarvoor.

Maar ik heb wel geconstateerd dat die bereidheid niet voor alle partijen gold. De uitzondering was de PVV. Het viel mij op dat die partij toch al niet zo heel veel op heeft met democratische grondrechten, althans niet voor moslims. Ze willen Nederland zuiveren van de islam. Dat stond in hun verkiezingsprogramma. Maar ik vond het ook wel een schoffering dat het lid Mulder uit die commissie stapte om vervolgens te gaan uithuilen bij de gebruikelijke talkshows. Ik vind dat niet respectvol naar collega-Kamerleden. Het doet afbreuk aan het belangrijke ambt van volksvertegenwoordiger en laat geen bereidheid zien om op basis van feiten het debat aan te gaan.

Voorzitter. De "parlementaire ondervragingscommissie Ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen", POCOB, is eigenlijk een beetje een misleidende titel. Eigenlijk had die wat mij betreft moeten heten: "ondervraging moskeeën" of "ondervraging moslims". POCOB vind ik een beetje een rare titel. Maar de vraag is wel of het niet indruist tegen artikel 1 van de Grondwet als je alleen maar geselecteerd hebt op moskeeën en religie. Het onderzoek dat hieraan voorafging, gaf ook aan dat er bij migrantenkerken problemen waren, maar toch zijn die niet geselecteerd.

Voorzitter. Dan mijn tweede punt alvorens ik hier echt op inga. Ik heb al aan het begin gezegd dat de commissie haar mandaat heeft overschreden. Van ten minste één islamitische instelling is de financiering opgevraagd over tien jaar uit vrije landen. Dat heeft de commissie niet aan de Kamer gevraagd. Dat constateert de rechter ook in zijn uitspraak. Die fluit eigenlijk de commissie terug en zegt: u heeft dat recht niet; het is niet nodig voor uw vraagstelling. Ik kan die gerechtelijke uitspraak overigens aan mijn collega's geven; dat is geen enkel probleem. Ik vroeg me dat oprecht af. Wij onderzoeken met elkaar onvrije landen, maar we zien dat de commissie ook naar deels vrije landen en vrije landen heeft gevraagd. Ik heb dan ook de vraag waarom de commissie het mandaat van de Kamer heeft overschreden. Ik hoop dat iemand die kan beantwoorden. Waarom wilde de commissie ook informatie over financiering uit vrije landen? Dat vraag ik me af.

De voorzitter:
Meneer Azarkan, we hebben op dit punt afgesproken dat we dat deel van het stenogram doorgeleiden naar de commissie.

De heer Azarkan (DENK):
Ja, ik ben bijna aan het eind hiervan, voorzitter.

Waarom is dat niet in het rapport vermeld? Er staat wel dat er twee rechtszaken zijn geweest en dat partijen tegenspartelden, maar er staat niet dat deze commissie op dit punt door de rechter is teruggefloten. Ik wil dat weten.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Dank dat u hier ook een opmerking over maakte, voorzitter. Ik vind het heel erg ongemakkelijk om hier een discussie te krijgen over wat de commissie wel of niet zou hebben gedaan. Die heeft gewoon naar eer en geweten, in een hele brede vertegenwoordiging, geprobeerd om een aantal zaken naar boven te halen. Die heeft ze ons aangereikt. We hebben het kabinet gevraagd om daar een reactie op te geven. Vandaag hebben we het debat met dit kabinet, dat heeft aangegeven wat het met de bevindingen van de commissie doet. Ik vind dit heel erg ongemakkelijk en ik zou de heer Azarkan willen vragen om te stoppen met de commissie te bashen, want dat hoor ik hem doen. Dat vind ik echt jammer. Zij hebben ons dingen willen aanreiken en het kabinet heeft daarop gereageerd. Daar gaat volgens mij dit debat over.

De heer Azarkan (DENK):
Het is geenszins mijn opvatting dat ik de commissie wil bashen. Ik heb mijn waardering uitgesproken voor het werk, ook al zitten er elementen in waar ik het niet mee eens ben. Maar ik heb echt een vraag. Als de commissie via de Tweede Kamer een mandaat vraagt en zich daar specifiek op richt, waarom wordt dat mandaat dan overschreden? Daarop wordt ze door de rechter teruggefloten en dat is niet niks. Ik heb echt de vraag: waarom uit vrije landen? Is het de bedoeling om dat nog veel breder te trekken? Ik heb die vraag. Mevrouw Van Toorenburg zegt dat ik daarmee de commissie bash, maar dat is niet mijn intentie. Ik zou dat echt weg willen nemen. Ik hoop dat ik daar een antwoord op krijg, want ik heb die vraag.

Mevrouw Becker (VVD):
Dan toch even specifiek. De heer Azarkan uit hier nogal een beschuldiging. Hij trekt allerlei mist op, namelijk dat deze commissie eigenlijk haar mandaat ver te buiten zou zijn gegaan en allerlei dingen heeft gedaan die niet in de haak zouden zijn. Wat bedoelt de heer Azarkan? Op welk vrij land heeft de commissie zich gericht waar de commissie zich niet op had mogen richten? Kan de heer Azarkan dat land noemen?

De heer Azarkan (DENK):
We zouden even kunnen schorsen om de uitspraak te lezen. Ik wil die ook rustig even voorlezen. Mevrouw Bente Becker heeft niet goed geluisterd naar wat er gedaan is. Er is niet zozeer op een vrij land gefocust, maar er is heel veel informatie opgevraagd bij een aantal organisaties. Ten minste een van die organisaties heeft de vraag gekregen: kunt u aantonen en overleggen welke financiële stromen er bij uw organisatie zijn geweest uit vrije landen, deels vrije landen en onvrije landen? Die organisatie heeft gezegd: dat gaat buiten het mandaat van de commissie. Die hebben daar bezwaar tegen aangetekend. De rechter heeft gezegd: dat klopt; de commissie heeft in dit geding niet voldoende overtuiging naar voren gebracht waarom dergelijke informatie over vrije landen redelijkerwijs nodig is voor haar onderzoek naar de beïnvloeding vanuit onvrije landen. Als je wilt weten hoe het zit met de beïnvloeding uit onvrije landen, waarom vraag je dan naar informatie over vrije landen? Dat is mijn vraag.

Mevrouw Becker (VVD):
We hebben allemaal gezien dat de commissie haar best heeft gedaan om informatie te krijgen van een aantal moskeeën om inzicht in de financiering te krijgen. Dit zijn moskeeën waar dubieuze dingen gebeuren; ik noem een alFitrah. Een aantal van deze moskeeën heeft gezegd "nou, wij willen daar eigenlijk geen inzicht in gegeven" en is naar de rechter gegaan. De heer Azarkan komt nu eigenlijk op voor díe positie. Hij zegt: de uitvraag van de commissie was daar veel te breed; dat had niet gemogen. Nou, de commissie heeft vervolgens gezegd: inderdaad, ons onderzoek richt zich op onvrije landen, dus we willen graag informatie uit alle landen met onvrije elementen. Dit heeft de commissie heel keurig gedaan. Dus wat wil de heer Azarkan hier nou eigenlijk zeggen? De commissie heeft haar werk keurig gedaan, maar het lijkt erop alsof de heer Azarkan nu de positie staat te verdedigen van moskeeën die überhaupt geen inzicht in die financiering wilden geven. Waarom is dat nu het relevante punt hier?

De heer Azarkan (DENK):
Dit is echt het allergoedkoopste trucje. Ik zie dit zo vaak voorbijkomen: als ik kritische vragen heb wordt ik weggezet als een soort vijand. Mevrouw Becker heeft de stukken niet goed gelezen. Mevrouw Becker kent dat dossier niet. Er is niet gevraagd naar onvrije landen of deels vrije landen. Mijn vraag is, ook omdat ik dat in het rapport niet zie: wat is de overweging van de commissie? Waarom wordt er aan een van de drie organisaties gevraagd om de financieringsstromen uit vrije landen over te leggen, waaronder dus Nederland? Ik begrijp niet waarom dat voor het onderzoek nodig is, tenzij we vinden dat er uit vrije landen ook ongewenste beïnvloeding kan plaatsvinden. Maar dat was niet het mandaat van de commissie.

De voorzitter:
Ik wil even een opmerking van orde maken, want we gaan nu toch opnieuw een ordedebat voeren, naar mijn smaak, omdat de vraag die de heer Azarkan stelt, een vraag is die gericht is aan de commissie. Daarvan hebben we de afspraak gemaakt dat die door de commissie via een schriftelijke route zou worden beantwoord. Toch komt u er op terug. Ik wil u beiden nog de gelegenheid geven om daar nog iets over te zeggen, maar laten we niet al te lang op dit onderwerp doorgaan en gewoon wachten wat de commissie daar straks schriftelijk op zegt.

Mevrouw Becker (VVD):
Laat ik dan een politieke vraag stellen. Is de heer Azarkan het met mij eens dat het toch wel stuitend is dat deze parlementaire onderzoekscommissie, een brede volksvertegenwoordiging van Nederland, uiteindelijk naar de rechter heeft moeten gaan om antwoord te krijgen op een aantal fundamentele vragen uit dit parlementaire onderzoek, en dat dat niet op een normale manier in normaal overleg tussen een organisatie als een moskee en een parlement, tot stand heeft kunnen komen? Vindt hij dat ook kwalijk?

De heer Azarkan (DENK):
Ik had graag gezien dat betreffende organisaties keurig op tijd hun financiën hadden aangeleverd.

De heer Paternotte (D66):
Ik was nog even benieuwd. De commissie heeft op 25 juni vorig jaar haar eindverslag opgeleverd. Het kabinet heeft er in november op gereageerd. Afgelopen dinsdag heeft de voorzitter van de commissie afscheid genomen, en we wisten allemaal dat de commissie hier niet zou zitten. Dat is niet de orde van dit debat. Heeft de heer Azarkan overwogen om misschien iets eerder in de afgelopen zeven maanden aan te geven dat hij een vraag aan de commissie heeft?

De heer Azarkan (DENK):
Dat is een terechte vraag van collega Paternotte. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik me met name in de kersttijd en eigenlijk in de afgelopen twee weken heel erg in het dossier heb verdiept. Zo heb ik met veel moskeebesturen gesproken. Ik zal straks ook uitleggen wat dat beeld is. Een aantal zaken die genoemd worden, heb ik ook zelf nog eens goed bekeken. Dit stond eigenlijk niet in het rapport; dat is ook mijn opmerking. Het stond niet in het rapport. Als dit netjes in het rapport had gestaan, dan zou ik uitleg hebben, maar in het rapport staat dat een van de organisaties, helaas, naar de rechter heeft moeten stappen, omdat ze tegenspartelde en niet de gevraagde informatie wilde geven. Ik ben het eens met mevrouw Becker: als de commissie daarnaar vraagt, vind ik dat organisaties zich daarnaar moeten voegen. Zeker. Wat het punt van de vrije landen betreft was het mij gewoon onbekend. Ik weet gewoon niet waarom je van vrije landen wilt weten wat de financiering is. Als daar iets strafbaars is gebeurd, dan kan dat via de normale route, maar dat is niet aan een commissie.

De heer Paternotte (D66):
De heer Azarkan zegt natuurlijk op zich nogal wat. Hij zegt dat de commissie buiten haar opdracht is getreden.

De heer Azarkan (DENK):
Wellicht ja.

De heer Paternotte (D66):
U vindt het een belangrijk onderwerp. U heeft 100 minuten spreektijd aangevraagd. Het rapport ligt er al zeven maanden. Begrijp ik nou goed dat u eigenlijk pas in de afgelopen dagen tot de conclusie bent gekomen dat de commissie volgens u buiten haar opdracht is getreden en dat u dus eigenlijk pas nu de gelegenheid heeft om daar überhaupt iets over te zeggen en een vraag te stellen? U moet toch ook weten dat de commissie hier niet zou zitten en dat de voorzitter weg is? Op dit moment kunnen zij de vragen niet beantwoorden, maar u heeft zeven maanden de kans gehad om hier bij de regeling, bij een commissie of waar dan ook te zeggen dat u graag een gesprek met de commissie wilde om vragen te kunnen stellen over hoe zij de opdracht heeft uitgevoerd. Waarom heeft u die keuze niet gemaakt?

De heer Azarkan (DENK):
Het antwoord is net wat u zegt. Pas in de afgelopen dagen heb ik me op dit onderdeel gefocust. Ik heb dus ook gekeken wat die gerechtelijke uitspraak is geweest. Dat is inderdaad vrij recent.

De heer Paternotte (D66):
Misschien kan de heer Azarkan dan nog even reflecteren op het nut van tijdig je huiswerk doen.

De heer Azarkan (DENK):
Als je met negentien mensen in de Kamer zit, kan ik me voorstellen dat je iets meer tijd hebt dan met drie Kamerleden. Ik vind het gewoon niet heel netjes om tegen een collega die met een kleine fractie probeert alle debatten te doen — we hebben alle begrotingsbehandelingen gedaan; we zijn een vlijtige club — te zeggen: je moet beter je huiswerk doen. Dat vind ik niet netjes.

De voorzitter:
Kort nog de heer Paternotte.

De heer Paternotte (D66):
Het is helemaal waar dat DENK vlijtig zijn werk doet en al die begrotingsbehandelingen doet. Ik zeg het alleen omdat u hier echt een groot punt van maakt. U maakte niet alleen een punt van orde bij het begin — waarbij de voorzitter al heeft gezegd dat het wordt doorgeleid en dat ervoor wordt gezorgd dat er een antwoord komt — maar u komt er ook nu weer op terug, bij het begin van een betoog dat 100 minuten gaat duren. Daarom stel ik toch die vraag. U heeft zeven maanden de kans gehad om die vraag te stellen. U wist dat hier niemand was om die vraag direct te beantwoorden. Waarom doet u dat en waarom heeft u dat niet eerder gedaan? Ik vind dat een legitieme vraag.

De heer Azarkan (DENK):
Zeker, en daar heeft u een legitiem antwoord op gekregen.

De heer Paternotte (D66):
U had die vraag overigens natuurlijk ook kunnen stellen aan uw eigen collega in uw driemansfractie die in de commissie zat. Ik zou u nog willen vragen of u dat dan heeft gedaan.

De heer Azarkan (DENK):
Dat heb ik gedaan. Hij zei: "Dat weet ik niet". De afspraak is overigens dat ik geen informatie krijg van de commissieleden. Wij proberen dat wel volgens de juiste richtlijnen te scheiden.

De voorzitter:
Mevrouw Van Toorenburg toch nog op dit onderwerp, kort.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Ik merk dat ik het echt wel heel lastig vind wat hier gebeurt, ook omdat de partij waar de heer Azarkan nu eigenlijk een beetje voor opkomt, toch de partij is waar heel Nederland met een soort afgrijzen naar heeft zitten kijken door hoe deze mensen, die gehoord zijn en niet wilden meewerken, zich opstelden. Ik kijk ook naar andere mensen, die zich voor de commissie heel kwetsbaar hebben opgesteld en die bedreigd zijn. Hoor ik DENK hier in deze Kamer nu eigenlijk heel "moedig" opkomen voor de meest foute club die we daar hebben gezien ten opzichte van al die andere mensen, die hebben geprobeerd om ons allemaal gewoon van informatie te voorzien? Ik moet heel eerlijk zeggen dat ik dat een beetje ijzingwekkend vind. Dat wilde ik dus gewoon gezegd hebben.

De heer Azarkan (DENK):
Ook dit kennen we van mevrouw Van Toorenburg; mevrouw Becker deed dat net ook: "u komt op voor die partij". Ik kom op voor de rechtsstaat. Ik kom op voor het feit dat wij als Kamer een mandaat hebben gegeven voor onderzoek naar beïnvloeding uit onvrije landen. Ik stel gewoon de vraag. Ik ben niet uit hetzelfde hout gesneden als mevrouw Van Toorenburg, die een aantal mensen die ondervraagd werden, net "griezels" noemde. Ik vind dat echt stuitend. Dat zei ze in een van de interrupties: "die griezels". Zo praat ik niet over mensen. Ik vind dat mensen rechten hebben in dit land. Ik vind dat ze daarbij binnen de rechtsorde moeten blijven. Als ze zich niet gedragen zoals ik wil en als dat strafbaar is, hebben we een manier om dat aan te pakken. Maar elke keer zelf de kwalificatie geven dat iemand dan "een griezel" is, vind ik gewoon niet zo netjes. Maar goed, dat was ook een opmerking.

De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.

De heer Azarkan (DENK):
Voorzitter. Ik ken een aantal van de drie casussen natuurlijk ook uit mijn verleden. Het viel mij op dat met name in de casus van Geleen de gemeenschap daar eigenlijk echt in de steek is gelaten. Dat zeiden de mensen ook, soms met tranen in de ogen. Zij hebben gezegd dat zij hulp hebben gezocht bij het lokaal gezag en bij het ministerie, maar dat er niemand was die hen kon helpen. Dat heeft zo kunnen ontstaan. Dat betreur ik ten zeerste.

Voorzitter. Bij de Essalam Moskee was er iets anders aan de hand. Ik heb van dichtbij het begin gezien, eigenlijk ook van de vorige moskee. Een van mijn ooms was een van de 1.000 mensen die geld ingelegd hadden. Die lokale gemeenschap zag inderdaad dat hun moskee steeds meer bestuurd werd door mensen die ze niet zo goed kenden. Dat vonden die mensen niet zo prettig. Het mooie is dat niet de politiek — Sander Dekker, meneer Koolmees of de Kamerleden — de problemen heeft opgelost; dat hebben die lokale moslims zelf gedaan. Ik vind het mooi om die kracht van de moslims te zien. Ik heb gisteravond nog met de voorzitter gesproken. Hij zegt: wij hadden de keuze; we kregen €50.000 per maand om hier alles te kunnen doen, maar daarmee hadden we geen zeggenschap meer. Het probleem was niet zozeer dat daar hele gekke dingen gebeurden, maar ze wilden gewoon baas zijn in eigen moskee. Daarvoor hebben ze een aantal keren geprocedeerd. Ze hebben gebruikgemaakt van hun wettelijke vrijheden en het is gelukt. Dat komt omdat er in de oude statuten stond dat de bestuurders van de moskee mensen uit Rotterdam-Zuid moesten zijn. Dat was eigenlijk een beetje de truc. Uiteindelijk hebben ze nu gezegd: we halen met pijn en moeite €8.000 tot €10.000 per maand op; we moeten alles zelf bekostigen, maar dat hebben we liever dan dat we €50.000 per maand krijgen maar niet zo veel te vertellen hebben. Dat vind ik mooi, maar dat hoor ik nooit hier. Ik hoor nooit dat er gesproken wordt over de kracht van die gemeenschappen. Het lijkt wel alsof we van hieruit maar altijd alles willen oplossen en voorschrijven voor die moskeeën.

Ik vraag me ook af wie van u er af en toe nog eens met een moskeebestuur praat. Dan zult u een heel genuanceerd beeld zien. Dan zult u horen dat we in 2013, 2014 het dieptepunt hadden in de ontwikkeling van de radicalisering op dat moment. De moskeeën waren daar klaar mee. De moskeeën vonden wat er gebeurde verschrikkelijk. Het echte probleem van de radicalisering gebeurde niet binnen moskeeën. Dat gebeurde veelal in huiskamersessies via YouTubefilmpjes. Vanuit de organisaties is heel vaak voorgesteld om dat te stoppen. Ik heb dat ook gedaan: haal die filmpjes weg! Maar dan werd gezegd: ja, daar kunnen we niks aan doen. Moskeeën zeiden: ze spreken hier misschien wel af, maar geef ons alsjeblieft de jongeren, want dan kunnen we met hen praten en kunnen we hun op andere gedachten brengen. Ik heb van dichtbij gezien hoe mensen zijn afgereisd, ook mensen dicht bij mij in mijn netwerk, en hoeveel pijn dat de ouders gedaan heeft. Dat is de echte pijn.

We moeten wel genuanceerd kijken naar het vraagstuk van de financiering en het niet op een hoop gooien. We moeten het niet altijd negatief benaderen. We moeten niet zeggen dat we dingen gaan verbieden, grondrechten. We doen alle landen bij elkaar: onvrij! Nee, er zijn ook gewoon fondsen in de wereld die uit goedheid inderdaad geld geven. Er zijn er ook bij die iets te zeggen willen kunnen hebben. Dat is niet altijd anders dan bestuurlijk. Het is niet altijd negatief. Het is niet altijd slecht.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Er worden heel veel dingen op een hoop gegooid. Waar ik een beetje moe van word ... Ja, ik spreek ook wel met een moskeebestuurder. Ik spreek ook wel met bestuurders van joodse organisaties. Ik spreek zelfs met bestuurders van Jehova's getuigen, waar ik ook het een en ander van vind. Hebben we nou niet juist geleerd dat je dingen niet moet bagatelliseren, maar ten scherpste naar voren moet brengen? Dat moet juist zo omdat in dit geval gematigde moslims daarom vragen, juist omdat ze steun vragen en juist omdat ze tegenkrachten nodig hebben om zich daartegen te weer te kunnen stellen, zodat ze zich niet geïntimideerd voelen, zodat ze zich niet bedreigd voelen maar juist beschermd door onze democratische samenleving. Ik snap gewoon niet zo goed wat u hier beoogt. Doe nou niet wat volgens mij juist contraproductief werkt.

De heer Azarkan (DENK):
Wat contraproductief werkt, is de wijze waarop veel politici met een soort politieke vooringenomenheid spreken over moskeeën. Wat die moskeeën zeggen, als ik ze spreek — en ik kom echt bij wel 100 moskeeën per jaar — is dat er nooit gekeken wordt naar de bijdrage die zij leveren. Zij zeggen: er wordt nooit gekeken naar de problemen die wij voor de samenleving oplossen. Vanaf 2004 — ik kom daar straks op — gaat het, als het over een moskee gaat, eigenlijk altijd over radicalisering en terrorisme. Het gevolg is dat we inmiddels wel 500 incidenten hebben gehad met moskeeën. Stelt u zich dat voor! De woorden die de PVV-leider Wilders zegt, worden op moskeeën gekalkt. Er worden varkenskoppen neergelegd. We hebben in Leiden een bezetting gezien. Die moskeeën zeggen: wees scherp als het gaat om het naleven van de regels en help ons, waar dat kan, om te professionaliseren. We zien goede ontwikkelingen. Als we hier in Nederland imams kunnen opleiden, zeg ik: heel graag! Heel graag! Dat willen we graag. Maar dan moet het wel kunnen. En dan moeten we niet gefrustreerd worden.

Kijk, de overheid kan van de ene kant wel heel veel eisen stellen, maar helpt verder niet. We hebben van de week een onderzoek van Verwey-Jonker gezien over Rotterdam. Daar doen de religieuze instellingen ontzettend veel goed werk. Daar zet de gemeenten in op de verbinding van religieuze en maatschappelijke organisaties, een school et cetera, om een soort vangnet te hebben voor jongeren om ze weerbaar te maken en om ervoor te zorgen dat ze niet tussen de mazen door vallen. Dus ik bagatelliseer niks; ik ben volgens mij juist van de nuancering. En waar er problemen zijn, vindt u mij altijd aan uw zijde. Ik ben nota bene een van de oprichters van de Hulplijn Radicalisering voor ouders, omdat ik zag dat die jongeren vertrokken. Dat waren heel veel jongeren met een Marokkaanse achtergrond. Dat vond ik verschrikkelijk. Hele families gingen naar de klote. Die moeders belden mij op …

De voorzitter:
Mevrouw Kuiken. Meneer Azarkan, ik wil …

De heer Azarkan (DENK):
Ik maak het even af. Die moeders belden mij op en zeiden: meneer Azarkan, ik ben net bij de politie geweest, maar ik kan geen aangifte doen, want de politie heeft geen idee wat ze moet doen. Dan praat ik over 2015. Ze zeiden: "Ja, maar mijn zoon staat op het punt om €1.000 te pinnen, zijn paspoort te pakken en weg te gaan, maar ik wil dat u hem tegenhoudt. Gooit u hem maar in de gevangenis, dat heb ik liever dan dat hij daar zijn leven vergooit."

De voorzitter:
Nu wel mevrouw Kuiken. Ik hoop dat u in de antwoorden iets compacter kunt zijn.

De heer Azarkan (DENK):
Het scheelt spreektijd, voorzitter.

De voorzitter:
Oké, dan hoop ik dat ik dat zo ook terugzie. Mevrouw Kuiken.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Varkenskoppen vindt iedereen verschrikkelijk, althans de meeste partijen in dit huis. Daar gaat de discussie ook niet over. U hoeft hier niet de geschiedenis te herhalen door te zeggen met welke culturele achtergrond mensen hier goede dingen hebben gedaan. Maar als we hier niet gewoon in dit huis kunnen bespreken dat er krachten gaande zijn die de democratie schenden, die tegen onze Grondwet ingaan, omdat dat te belastend zou zijn, dan zijn we verkeerd bezig met elkaar. Er zijn partijen hier in dit huis die de extreme kant uit gaan. Maar als we niet als gewone, normale, gematigde partijen het gesprek met elkaar aan kunnen gaan over de twintig moskeeën — van de 500 die er zijn — waar we ons zorgen over moeten maken, dan zijn we met elkaar de verkeerde discussie aan het voeren. Dan wil ik wegblijven bij de discussie of het er twaalf zijn of dertien of twintig.

Dus mijn hele vriendelijke oproep is: ga nou niet in de verdedigingslinie zitten; ga nou niet in de "mensen zijn zielig"-hoek zitten. Dat lost namelijk niks op. Wij moeten met elkaar op zoek naar de krachten om mensen te mobiliseren en mensen zoals uw oom en gematigde moslims te helpen om dat weerwoord te kunnen bieden, waar ze nu vaak die mogelijkheid niet voelen. Geldstromen kunnen daar een rol bij spelen, maar er zijn zoveel meer facetten. Dat zou zo veel meer dienstbaar zijn denk ik, dus het is eigenlijk meer een vriendelijke oproep.

De heer Azarkan (DENK):
Dank aan mijn collega voor die oproep. Ik ben altijd bereid om te kijken naar het probleem en om met oplossingen te komen. Maar een deel van het probleem, zeg ik tegen mevrouw Kuiken, is de wijze waarop wij spreken in dit huis en waarop wij altijd op incidenten reageren. Die vergroten we altijd uit. Dat staat ook in het rapport. Dat is onderdeel van het rapport, ook van het RAND-onderzoek. Het zorgde er bijvoorbeeld voor dat de respons heel laag was. Collega Van Ojik had het erover. Alles vanuit veiligheidsperspectief bekijken is ook niet de oplossing. Dat heb ik ook in mijn spreektekst staan. Dat staat letterlijk in het rapport.

De voorzitter:
Afrondend.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Zeker niet alleen op incidenten, maar we kunnen niet ontkennen — dat staat ook duidelijk in het rapport — dat het niet alleen maar een incident is. Ik vind vijftien tot twintig sterk salafistisch georiënteerde stromingen, politiek of zelfs radicaal gemotiveerd, geen incident. Dat is een serieus signaal waar we wat mee moeten. Dat heb ik ook in het rapport gelezen. Dus ik heb alle mitsen en maren gelezen. Ik heb alle beperkingen gelezen, maar ik heb ook deze serieuze oproep gelezen, van een commissie die heel breed en gemêleerd gevoed is en die volgens mij heel zorgvuldig tot stand is gekomen. Dus laten we dat ook niet vergeten. Laten we het niet scharen onder het mom van incidenten, want dat zou het rapport geen recht doen en het zou ook geen recht doen aan wat er toch gaande is in onze samenleving in salafistische stromingen. Overigens ook in rechtsextremistische stromingen, maar dat is niet voor dit debat.

De heer Azarkan (DENK):
Kijk, hier verschil ik echt van mening met mevrouw Kuiken. Ik weet dat de PvdA in het verleden een motie heeft ingediend om het salafisme te verbieden. Terwijl, als je kijkt naar de drie stromingen en ook naar de verstandige brief die de heer Lodewijk Asscher heeft gestuurd … Als de politieke stroming en de apolitieke stroming zich binnen de Grondwet begeven, is dat misschien iets wat niet heel wenselijk is, maar de vraag is waar dat dan strafbaar is. Ik vind het nogal wat om dan een deel van een godsdienst te gaan verbieden. Ik heb problemen met het jihadistische. Dat heb ik u verteld en ik heb ook aangegeven hoe dat uitwerkt. Maar als mensen op hun eigen manier willen leven, mij geen hand willen geven, dan wil ik ze er niet toe gaan dwingen en wil ik het ook niet gaan verbieden.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Nog even op dat punt van de respons, waarover de heer Azarkan het zojuist ook had. Ik vind het goed dat hij vraagt om een genuanceerde benadering en ik kan hem ook volgen als hij zegt dat die er misschien niet altijd is. Maar juist daarom was ik zo teleurgesteld. Op basis van een motie die in deze Kamer wordt aangenomen vragen we een onderzoek te doen waardoor dus al die goedwillende moskeeën de kans krijgen om te zeggen: zo staat het er bij ons voor en dit is wat we zouden willen om ongewenste beïnvloeding in onze eigen moskee tegen te gaan. Dan komt daar vervolgens 10% respons op vanuit bijvoorbeeld de Marokkaanse moskeeën. Dat moet de heer Azarkan juist vanuit zijn genuanceerde verhaal dan toch op z'n minst verbazen? Waarom wordt er dan niet meegewerkt?

De heer Azarkan (DENK):
Het antwoord is heel simpel: omdat ze dat vertrouwen niet hebben, omdat die moskeeën het zat zijn om altijd maar in het verdomhoekje te worden gegooid, omdat het altijd maar gaat over incidenten, omdat als er ergens een aanslag wordt gepleegd al die moskeeën en al die mensen die moslim zijn, wordt gevraagd om afstand te nemen, omdat ze alleen bezocht en bevraagd worden op het moment dat er dingen verkeerd gaan. Ik heb een keer een gesprek gehad met oud-ambassadeur Van Dam in Indonesië. Die had een hele succesvolle en goede samenwerking met de lokale islamitische gemeenschap omdat hij dat namelijk deed op een duurzame en verbindende manier; hij gaf er ook les in. Je moet als gemeente niet alleen op bezoek gaan als je merkt dat er radicalisering is, ook als de zon schijnt mag je een keer langsgaan. Dus het is onderdeel van je samenleving. Dus die moskeeën zeggen: we voelen ons niet altijd onderdeel van die samenleving, we voelen ons soms een beetje opgejaagd. Als ik u vertel dat de Wet Bibob vanaf 2010 op moskeeën wordt toegepast … De eerste keer dat ik dat hoorde in Tilburg, dacht ik al: daar is die wet helemaal niet voor bedoeld. Waarom is dat? Vervolgens zeggen die moskeeën bijvoorbeeld: omdat er nu heel veel negatieve publiciteit is, kunnen wij geen notaris vragen om ons te helpen en kunnen we soms geen bankrekening openen. Als er een uitzending van Nieuwsuur is geweest krijgt standaard een groep moskeeën een brief met: wij gaan de bankrelatie heroverwegen. Dan komt er een advocaat die deze moskeeën moet gaan helpen en dat leidt dan alleen maar tot meer kosten voor de gemeenschap. Dus mijn punt is dat we in dit huis eigenlijk op een heel verkeerde manier kijken naar moskeeën. We moeten ze zien als integraal onderdeel van onze samenleving, waarbij het onze partners zijn. Als daar misstanden zijn, zal je dat ook sneller merken en zal je zien dat de respons een stuk hoger is.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Met alle respect, maar het is natuurlijk wel heel makkelijk om te zeggen: er wordt niet meegewerkt omdat er in dit huis heel verkeerd naar moskeeën wordt gekeken. Ik probeer heel goed te luisteren naar wat de heer Azarkan zegt. Ik begrijp juist dat zijn betoog is: in het overgrote deel van de moskeeën wordt het probleem dat wij hier vandaag bespreken, ook zo ervaren en daar wil men ook niet die beïnvloeding van buiten in de zin van wie betaalt, bepaalt et cetera et cetera. Nou, daar ben ik heel erg blij om, maar dan snap ik niet dat moskeeën op hetzelfde moment — dan zou ik toch ook van de heer Azarkan een wat fermere positie verwachten — zeggen: als jullie iets vragen doen we niet mee, want jullie kijken op een heel verkeerde manier tegen ons aan. Ik spreek de heer Azarkan niet aan op het gedrag van de moskeeën, want dan kan ik niet en dat wil ik niet, maar ik wil hem wel vragen om dan niet te gemakkelijk mee te gaan in de redenering van: omdat jullie als Tweede Kamer altijd zo negatief over moskeeën praten, hoeven wij niet mee te werken aan het zoeken van oplossingen voor een gezamenlijk probleem. Dan zou ik zeggen: laten we dan ook gezamenlijk een oproep doen aan die honderden moskeeën die kennelijk aan de kant staan van het overgrote deel van deze Kamer als het gaat om het oplossen van deze problemen. Laten we dan proberen ze te betrekken bij hetgeen we willen bereiken.

De heer Azarkan (DENK):
Ik denk dat dit een terechte oproep is, Kijk, het tweede argument — daar kwam ik op — is dat die moskeeën hebben gezegd dat hier met twee maten wordt gemeten. Waarom worden alleen moskeeën onderzocht? Zij noemden dat een soort tribunaal. Waarom worden hierbij alleen moslims ondervraagd? Er zijn toch ook andere religieuze organisaties? Dat blijkt ook uit dat onderzoek. De migrantenkerk werd genoemd. Op het moment dat men het idee heeft dat er selectief wordt gekeken, vinden we dat lastig. We zien natuurlijk bij voorstellen dat de PVV alleen maar kómt met die moskeeën. Ik zie hier af en toe zelfs vanuit linkse hoek het idee "hoe kunnen we dat islamitisch onderwijs wat meer in het gareel krijgen?" Dat is wel een vrijheid die alle bijzonder onderwijs geniet. Dat vinden we lastig, en mensen voelen dat wel. Dus er zijn ook best wat moslims die zeggen dat er met twee maten worden gemeten. Dat is hypocriet.

De voorzitter:
De heer Van Ojik, afrondend.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Maar laten we ons nou niet voortdurend verschuilen achter het feit dat er heel veel ellende is in de wereld. Het ging daar vanochtend al eerder over. Het is heel makkelijk om elke keer te zeggen: "Ja, maar dan moet je ook naar hem kijken." Ik ken dat zo goed, dat soort redeneringen. Als wij kritiek hebben op Israël, horen we: "Ja, maar je moet ook kritiek hebben op de Palestijnen. En als je kritiek hebt op de Palestijnen, … Zo komen we nooit ergens. Het betoog van de heer Azarkan is juist dat heel veel islamitische gemeenschappen aan dezelfde kant staan als deze Kamer waar het gaat om zorgen over wat er gebeurt aan beïnvloeding. Laten we dan niet zeggen: "Ja, maar als je naar ons kijkt, moet je ook naar al die andere dingen kijken." Wees blij, zou ik zeggen, dat de Kamer dit probleem, dat kennelijk in heel veel moskeeën ook zo wordt gevoeld, serieus wil aanpakken. Dus er wringt toch iets in die redenering, moet ik eerlijk zeggen. Ofwel we zeggen: we hebben een gemeenschappelijk probleem en we gaan het gemeenschappelijk proberen aan te pakken. Ofwel we zeggen: "Jullie zijn selectief aan het winkelen, jullie zijn niet consequent, jullie zijn altijd aan het islambashen, dus we doen niet mee." Maar allebei kan niet.

De heer Azarkan (DENK):
Ik denk dat het wél allebei kan. Ik vind dat je kritiek kunt hebben op de aanpak, maar dat je ook naar het probleem kunt kijken. Dus ik denk dat het wel allebei kan.

Mevrouw Becker (VVD):
Ik wil graag twee korte checkvragen stellen aan de heer Azarkan of ik nou goed begrijp wat zijn standpunt is. Hij gaf net het voorbeeld van een Rotterdamse moskee die zei: we willen eigenlijk dat geld niet, we hebben liever onze zeggenschap met onze eigen bestuurders. Erkent hij daarmee nou dat als je wél dat geld accepteert, je dan ook een stuk zeggenschap verliest?

De heer Azarkan (DENK):
Nee, geenszins. Nee, dat hoeft niet per se. Ook de onderzoeksresultaten zeggen dat geld niet altijd betekent dat daar zeggenschap tegenover staat. Er zijn echt fondsen die dat geld geven vanuit de goedheid. Dat is onderdeel van de islam. Die vragen daar niks voor terug. Het is niet per saldo zo dat daar altijd iets tegenover staat. Ik denk dat ik 1 minuut 20 onderweg ben. Ik heb aangegeven — wij hebben dat altijd aangegeven — dat wij transparantie willen. Op pagina 17 schrijft het FEC dat ook. Met transparantie begint het. Wij willen het transparant maken; dat willen ook heel veel moskeebesturen. Waarom? Omdat je daarmee verantwoording moet afleggen over dat geld, ook aan je eigen lokale gemeenschap. Begrijpt u? Dus het idee dat elke donatie betekent "ik wil er iets voor terug hebben" is niet zo.

Mevrouw Becker (VVD):
Met alle respect, dat was ook niet mijn vraag. Mijn vraag was niet of het per saldo altijd zo is dat als er geld gedoneerd wordt, dat ook betekent dat diegene dan ook wil bepalen. Mijn vraag was of de heer Azarkan ook de conclusie van het rapport erkent dat het in een heel aantal gevallen in Nederland wel zo is dat wie betaalt, bepaalt. In ieder geval in het Rotterdamse voorbeeld dat hij zelf gaf. Dat ten eerste.

Dan mijn tweede checkvraag. Dat scheelt weer een interruptie. De heer Azarkan zei dat er ook andere vormen van invloed zijn, vaak via internet. Verschrikkelijke filmpjes. Ik heb vaak in het verleden opgeroepen: haal die filmpjes er nou af. Maar dat kan dan weer niet, zei hij. Is hij dan bereid om zich aan te sluiten bij het pleidooi van de VVD om ervoor te zorgen dat we op internet toezicht gaan houden op salafistische uitingen en deze uitingen ook op een gegeven moment kunnen gaan verbieden?

De heer Azarkan (DENK):
Als die strafbaar zijn, liever vandaag dan morgen. Het probleem is dat het ronselen dat dan gebeurt rondom radicalisering echt het ergste is. Als dat dus filmpjes zijn die over de grenzen gaan van onze democratische rechtsstaat, dan moeten we die zeker meteen verbieden. Die zijn er.

Mevrouw Becker (VVD):
Voorzitter, dit is nou echt …

De voorzitter:
Mevrouw Becker, kort.

Mevrouw Becker (VVD):
Dit is nou echt een cirkelredenatie. De heer Azarkan zegt zojuist: ik heb in het verleden opgeroepen filmpjes van het internet te laten halen, maar dat kon niet. Nee, inderdaad, omdat het huidige Wetboek van Strafrecht daar niet de ruimte voor biedt.

De heer Azarkan (DENK):
Nee, nee.

De voorzitter:
Sorry, meneer Azarkan.

Mevrouw Becker (VVD):
Mijn voorstel is: laten we nog eens heel goed kijken of we voldoende bevoegdheden hebben om dit soort filmpjes te verwijderen. En dan zegt de heer Azarkan: dat wil ik wel doen, mits dat binnen de huidige wet is. Volgens mij zijn wij hier in dit huis bij elkaar omdat we ook de wet zouden kunnen wijzigen. Dus wil de heer Azarkan zich aansluiten bij mijn pleidooi? Is hij bereid om ook te kijken of we de huidige wet kunnen wijzigen? Om ervoor te zorgen dat we dit soort schadelijke salafistische uitingen, die niet eens alleen maar direct oproepen tot geweld of tot de jihad maar die daar nét voor zitten maar wel volgens de AIVD ook een hele serieuze bron zijn van risico voor jonge mensen, dat we ook dat soort filmpjes niet meer op het internet willen? Is hij bereid tot een wetswijziging?

De heer Azarkan (DENK):
Eerst even over de verkeerde aanname die mevrouw Becker doet. Zij denkt te weten waarom die filmpjes er niet af worden gehaald, namelijk omdat het zich afspeelde binnen de grenzen van de wet. Dat is niet zo. Het ging er alleen om dat er geen zeggenschap was over de aanbieder. In Nederland kunnen wij niet altijd, ook al zien we … We zien dat, hè? Met kinderporno bijvoorbeeld heeft het heel lang geduurd voordat de minister er wat slagen in kon maken. Het is strafbaar en toch wordt het aangeboden via providers, waar soms weinig aan te doen is. Dat is ook in dit geval. In dit geval was het ook echt strafbaar, het was opruiend. Dat is helder. Ik wil dus niet alle filmpjes gaan verbieden, maar als ze aantoonbaar strafbaar zijn, als ze — nogmaals — verboden zijn, als ze slecht zijn en onze kinderen in gevaar brengen, mag je het van mij verbieden.

De voorzitter:
Goed. Ik verzoek u om uw betoog te vervolgen. Ik hoop dat het uitgebreide interruptiedebat leidt tot een iets kleiner aantal pagina's dat u gaat voordragen.

De heer Azarkan (DENK):
Voorzitter, ik ga mijn best doen.

Ik sprak over de Essalam Moskee en over de kracht van de lokale gemeenschap. Het was ook de keuze van de lokale gemeenschap om dat zo te doen. Ik ben ook wel voor die vrije keuze. Als daar hulp bij nodig is, denk ik dat we daar absoluut iets in kunnen betekenen. Dat kan ook lokaal. Ik sprak over de toegevoegde waarde van moskeeën. Daar kom ik zo nog even op.

Voorzitter. Wat mij betreft gaat dit debat in essentie ook over grondrechten. Het gaat ook over de bescherming van minderheden in de democratische rechtsorde. Ik vond een mooi citaat, uit 2004: "Grondrechten vinden hun natuurlijke grenzen waar de rechten van anderen worden aangetast. Dat zijn grenzen die door wetten en door rechters bewaakt worden. Die zijn er niet om rechten van burgers in te perken maar om die veilig te stellen. Als het om vrijheid en gelijkheid gaat, is de Grondwet niet een dwangbevel voor assimilatie of een keurslijf voor uniformiteit, maar een garantie voor diversiteit en pluriformiteit. Ik vind het verbijsterend om uit de gelederen van de PVV pleidooien te moeten horen voor afschaffing of buiten werking stellen van grondrechten. Wie dat doet, neemt de logica van de extremisten en dictators over. Juist zij zijn het immers die menen dat het probleem van de westerse samenleving gelegen is in de burgerlijke vrijheden." Ik zie een aantal collega's kijken. Ik zou bijna de vraag willen stellen van wie dit citaat is. Het antwoord is: van André Rouvoet in 2004.

Voorzitter. Ik wil de standpunten van DENK ten aanzien van financiering uit het buitenland van religieuze organisaties toch even met u delen. Wij willen op de eerste plaats dat de financiering van religieuze organisaties transparant wordt gemaakt. Zoals ik al zei is dat in lijn met de opvattingen van het FEC, dat dat ook stelt op pagina 17. Wij vinden het niet verstandig als dat alleen gebeurt voor moskeeën. Ik zou zeggen: gelijke monniken, gelijke kappen. Het zou goed zijn als moskeeën kunnen worden betaald door de lokale geloofsgemeenschappen. Dat zou echt mooi zijn. De realiteit is dat dat niet altijd kan en dat een aantal organisaties — je moet dan iemand binnen je netwerk hebben die dat voorstelt — geld uit het buitenland ontvangt. Wat ons betreft is dat toegestaan, mits daar aantoonbaar geen invloed tegenover staat. Het is in de eerste plaats aan de lokale gemeenschap om zich daarover te uiten. Met name als het zich beweegt binnen de grondrechten en binnen de wet, vind ik het ingewikkeld om dat van hieruit te bepalen. Ik lees in de beantwoording van het kabinet dat het dat ook ingewikkeld vindt.

Voorzitter. Beschouwen de lokale gemeenschappen het bestuur ook als een bondgenoot? Investeer in die relatie en bouw professionele bestuurders. Daar worden we allemaal beter van. Daar zien we op dit moment een behoorlijke slag. Ik weet dat we in mijn tijd, toen ik voorzitter was van het Samenwerkingsverband Marokkaanse Nederlanders, een training aanboden voor bestuurders van moskeeën, maatschappelijke organisaties en vrouwenorganisaties. Hoe lees je een jaarrekening? Hoe maak je een strategisch plan? Hoe dien je je financiële verantwoording in te vullen?

Voorzitter. De DENK-fractie heeft de overtuiging dat er momenteel voldoende instrumenten zijn, zoals het kabinet eigenlijk ook beschrijft, om misstanden aan te pakken. Geef moskeeën de waardering voor hun inzet in de samenleving. Als er problemen zijn met 15 moskeeën, dan zijn er 485 die het wel goed doen. Wees daar ook gewoon genuanceerd in. Dat betekent niet dat je de problemen ontkent, maar je zet ze wel in het juiste perspectief. Verbod en verbodsbepalingen gaan niet veel opleveren. Ga nou structurele samenwerkingen aan tussen religieuze organisaties, formele organisaties, scholen, wijkteams, maatschappelijk werk en gemeenten. Want het lijkt soms wel alsof er in Nederland alleen maar mensen wonen die niet meer geloven, maar ik heb dat vanmorgen bij het CBS gecheckt en we hebben nog 8 miljoen christenen en bijna 1 miljoen moslims. Zij hebben steun nodig. Zij zoeken hoop en richting in het geloof.

In Rotterdam wordt daar veel inzet op gepleegd. We zagen een onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut in opdracht van de gemeente Rotterdam, waarin werd aangegeven dat er ontzettend veel goede informele zorg, ondersteuning of onderlinge hulpverlening aan zowel leden van de eigen gemeenschap als daarbuiten wordt aangeboden. Zij spelen met hun activiteiten een cruciale rol in het sociale netwerk en zijn het vangnet van veel Rotterdammers. Ze hebben becijferd wat de marktwaarde zou zijn als je dat door professionals zou laten uitvoeren. Alleen al voor Rotterdam kom je dan uit tussen de 330 en 365 miljoen. Daar kunnen we ook een keer over spreken. We hebben het hier alleen over Rotterdam.

Voorzitter. Mijn kritiek — ik zie dat in veel voorstellen van de kant van een aantal politieke partijen — is dat de neiging bestaat om met disproportionele maatregelen de kleine problemen aan te pakken en dat er te weinig wordt gedaan aan de echte grote maatschappelijke problemen. We zien dat ook — collega Van Ojik zei het ook al — aan de WTMO die nu wordt voorgesteld. Ik weet niet of het proportioneel is om, omdat we bij vijftien moskeeën geldstromen zien, aan 357.000 maatschappelijke organisaties te vragen om iets te doen. Ik weet het niet. Ik zou dat kunnen uitrekenen. Dat is overigens ook de kritiek van de Raad van State. Op dit punt kunnen we echt nog een slag maken, want de politieke vooringenomenheid ten aanzien van moskeeën is echt heel groot. Ik begrijp ook wel dat ik daarover bevraagd word: Farid, waarom doe je dat nou? En: verdedig je je niet te veel? U heeft geen idee hoe dat bij de mensen thuis binnenkomt. Zij zeggen: het is toch oneerlijk dat als je daar kritiek op hebt, je op die manier wordt weggezet? Mensen hebben het gevoel dat hier altijd over problemen wordt gesproken en altijd in negatieve zin. Maar goed, dat punt heb ik al een paar keer gemaakt.

Voorzitter. Als wij grondrechten van anderen als hinderlijk ervaren bij het realiseren van ons idee van een goede samenleving, dan lopen wij het risico dat wij op de lange termijn grondrechten aantasten omdat wij onszelf schuldig maken aan eenzelfde type onverdraagzaamheid, om niet te zeggen fundamentalisme; iets wat wij op andere fronten zeggen te willen bestrijden. De vraag is dan of iedereen in Nederland zichzelf kan zijn. Heeft de islam nog een toekomst in dit land? Er zijn veel vrouwen, zoals mijn moeder, die vragen: kan ik over vijf jaar nog met een hoofddoek over straat? Is het mogelijk om zonder tegenwerking, zonder obstructie, een moskee te openen? Ik ken moskeeën die er echt twaalf jaar over doen. Zodra dat bekend wordt, komen er organisaties die daartegen strijden. Je krijgt meteen krantenkoppen waarin wordt gesproken over haatpaleizen en haatbaarden. Ik heb geen idee wat voor dingen dat allemaal zijn. Maar er wordt dus obstructie gepleegd tegen zo'n moskee. Je ziet dan dat lokale politici het opgeven en zo'n moskee niet meer steunen, terwijl het plan op zich goed is.

Is het, ook naar de toekomst toe, nog denkbaar om zonder verdachtmakingen een islamitische school te beginnen? Veel moslims stellen zichzelf de vraag: hebben mijn kinderen als moslim straks nog wel een gelijkwaardige positie in dit land? Er leven veel vragen in de Nederlandse huiskamers. Dat komt omdat mensen zien dat de godsdienstvrijheid in Nederland onder druk staat. Stukje bij beetje worden vrijheden van moslims ingeperkt en altijd maar weer zitten zij op basis van hun geloof in het verdachtenbankje. We zien natuurlijk een politiek en maatschappelijk klimaat dat steeds vijandiger is. Dat is sinds de oprichting van de PVV alleen maar erger geworden.

Voorzitter. We zagen het discriminerend verbod van de PvdA-minister Plasterk, …

De voorzitter:
Mag ik u even onderbreken?

De heer Azarkan (DENK):
… het boerkaverbod.

De voorzitter:
Over het vorige punt heeft mevrouw Van Toorenburg …

De heer Azarkan (DENK):
Ik was nog halverwege m'n zin, voorzitter.

De voorzitter:
Ja, maar het ging toch over het vorige punt.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Ik heb moslimvriendinnen die heel fel tegen mij zeggen: "Als je nu niet een keer weet op te treden tegen die foute moskeeën, dan ga ik niet meer op je stemmen, want hier maak ik me zorgen over. Doe een keer iets! Wij hebben de vrijheid bijna niet meer om gewoon lekker gezellig met elkaar moslim te zijn, onze feesten te vieren, te bidden wanneer we willen, omdat er een groep is die het in Nederland van ons overneemt en ons met onze rug tegen de muur zet." Heeft de heer Azarkan ook deze vrienden, net als ik?

De heer Azarkan (DENK):
Zeker, die heb ik.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Dan wil ik graag weten: wat zegt híj dan? Ik zeg dat ik probeer om ervoor te knokken. Ik zeg dat ik vandaag weer ga proberen om juist het kaf van het koren te scheiden, maar ik hoor bijna niets daarover van de heer Azarkan.

De heer Azarkan (DENK):
In het verleden hadden mevrouw Van Toorenburg en ik nog weleens echt goed contact. Ik nodigde haar uit als Kamerlid. Dan zei ze: wilt u nou eens even kijken of u bij het SMN niets voor ons kunt organiseren, en wat zijn uw zorgen? Ik heb mevrouw Van Toorenburg toen uitgenodigd. We hadden echt goed contact. En het rare is dat ze die vraag hier stelt. Dat is heel raar. Want ik ben vrij transparant. Ik gaf aan wat de uitdagingen zijn van de islamitische gemeenschap; ik zie haar knikken. Dus als er misstanden zijn, dan moet je ze keihard aanpakken. Daar ben ik altijd voor geweest. Dus als mensen naar mij toekomen en zeggen "er gebeurt iets in een moskee", dan kijk ik zelf of ik zelfs persoonlijk iets kan doen. Dus ik zeg niet: ik ga erover debatteren in de Tweede Kamer. Ik zeg: u kunt mij altijd bellen, en dan wil ik daar met u over praten. Wat ik probeer aan te geven, is dat de manier — en u heeft daar in het vorige debat ook aan bijgedragen, mevrouw Van Toorenburg — waarop u soms praat en de wijze waarop we de vorige keer het debat hebben gevoerd, eraan bijgedragen heeft dat heel veel moslims zich echt slecht behandeld voelden. Dat is gewoon het werk dat u doet. Er zijn ook mensen naar mij toegekomen die zeiden: kunt u aan mevrouw Van Toorenburg vragen of ze ons iets eerlijker behandelt, of ze ons wel een recht op een petitie gunt, ook als dat misschien qua tijdstip niet uitkomt.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Dan heeft de heer Azarkan dat stuk van mij uit dat filmpje geknipt. Dat kan, want ik heb namelijk letterlijk gezegd dat ik juist heel erg voor petities ben. Ik heb zelfs nog een aantal voorbeelden genoemd. Maar ik ben inderdaad heel kwaad geweest op de heer Azarkan. Ik ga er niet eens aan terugdenken, anders word ik het weer. Maar waar het mij om ging, is dat de heer Azarkan nu even tegen mij zegt dat ik altijd met hem iets kan gaan drinken om over misstanden te praten. Ik hoef niet gezellig te gaan drinken met de heer Azarkan om misstanden te bepreken; daar staan we hier vandaag voor in de Kamer. Dus ik zou zo graag willen dat de heer Azarkan in die 100 minuten spreektijd waarmee hij zich heeft ingeschreven voor dit debat gaat zeggen wat hij vindt dat wij moeten gaan doen aan die misstanden.

Hij heeft een aantal dingen terecht gezegd, en daarop deel ik zijn mening. We moeten veel meer ons best doen om ook moeders te beschermen die bij ons aan de bel trekken en zeggen: het gaat fout met mijn kind; straks is hij weg. Daar hebben we in gefaald. Dat vind ik ook verschrikkelijk.

Maar er zijn veel meer dingen. Het gaat vandaag over een aantal moskeeën die worden gefinancierd vanuit onvrije landen, waardoor ze gif kunnen spuiten in al onze kwetsbare kinderen. Wat gaan we daar vandaag aan doen? Daar gaat het debat over. Kunnen we dus gewoon ter zake komen?

De heer Azarkan (DENK):
Dit is zoals het RAND-onderzoek aangaf een complex vraagstuk. Het is echt een complex vraagstuk. Het is natuurlijk ook niet voor niets dat we misschien al wel tien jaar hierover spreken. Er zijn al moties ingediend in de Kamer om dingen te verbieden. Dat is ingewikkeld. We hebben te maken met grondwettelijke vrijheden. Het verhaal is heel complex. Ik zou ook graag willen zien dat we hier in één klap alle problemen konden oplossen voor alle Nederlanders. De praktijk is dat het niet zo werkt.

Er zijn geen gemakkelijke oplossingen in dit vraagstuk. Dus als u zegt "ik heb een gemakkelijke oplossing", dan zou ik nu al willen antwoorden: wat zijn dan de oplossingen die u voor ogen heeft, die rekening houden met de grondrechten, die het probleem oplossen en die proportioneel, voorzienbaar en effectief zijn? Dan hoor ik eigenlijk alleen dat men zegt: wat het kabinet voorstelt, gaat niet ver genoeg. Dat is ook makkelijk.

Mevrouw Becker (VVD):
Dit is toch wel bijzonder. Mevrouw Van Toorenburg vraagt aan DENK: wat zijn de concrete oplossingen van DENK om deze misstanden aan te pakken? Dan vraagt DENK aan mevrouw Van Toorenburg: wat zijn eigenlijk de oplossingen van mevrouw Van Toorenburg? Ik heb er alle vertrouwen in dat zij zo meteen in haar bijdrage wel met een aantal oplossingen zal komen. Ik heb gewoon even de volgende vraag: kan meneer Azarkan drie, of misschien twee, concrete voorstellen noemen die niet gericht zijn op weerbaarheid, het tegengaan van racisme en allerlei andere dingen die wij ook belangrijk vinden, maar die gaan over het aanpakken van de misstanden? Twee maatregelen.

De heer Azarkan (DENK):
Ik heb er wel vijf of zes genoemd. Mevrouw Becker luistert helemaal niet. Over misstanden heb ik gezegd dat je er eerst voor moet zorgen dat je het transparant maakt. Transparantie is de eerste stap. We hebben altijd meegestemd met onderzoeken en moties die aangaven dat religieuze instellingen transparant moeten zijn over gelden die zij hebben. Daar begint het mee. Dat is de eerste stap.

Ik heb aangegeven dat de tweede stap is dat je met lokale bestuurders en geloofsgemeenschappen kijkt hoe je hen kunt helpen met het tegengaan van eventuele misstanden. Dat kun je hier niet in een keer wegdoen met een pennenstreek. Ik heb zelfs een voorbeeld gegeven van hoe ik daar zelf actief in ben geweest. Ik heb niet de luxe die mevrouw Becker heeft. Volgens mij zit zij al haar hele leven in de politiek. Ik heb echt van dichtbij meegemaakt hoe het is als een goede kennis een kind verliest in Syrië. Dat heb ik meegemaakt. Elke keer als een kind op grond van die radicalisering afglijdt, is dat gewoon verschrikkelijk. Dat is écht verschrikkelijk. Ik zal u het volgende vertellen. Op een gegeven moment kregen we zelfs een discussie over privacy. Het ging over gegevens et cetera. Weet u wat die moeder tegen mij zei? Ze zei: "Meneer Azarkan, die hele privacy interesseert me helemaal niets. Ik wil gewoon dat mijn zoon hier blijft. Hij mag ook tegen worden gehouden". Hij kon nergens terecht! Mevrouw Becker, ik bén dus bezig met het vraagstuk.

Mevrouw Becker (VVD):
Ik hoor de heer Azarkan zeggen dat de oplossing van DENK transparantie is. Vervolgens dienen de gemeenschappen te worden geholpen als uit die transparantie blijkt dat er iets ergs aan de hand is. Dat beluister ik. Maar hoe zit het dan met zijn vragen over het wetsvoorstel van minister Dekker? Minister Dekker is die transparantie nu aan het regelen in een wetsvoorstel, omdat we er op dit moment geen enkele wettelijke basis voor hebben. Dan zegt de heer Azarkan: ja, maar dat vind ik niet proportioneel. Als je voorstel is om transparantie voor elkaar te krijgen en je steunt niet het voorstel van het kabinet, waar is dan je eigen voorstel om dat alsnog te doen?

De heer Azarkan (DENK):
Dat zal ik u vertellen. Als u het rapport en het dossier goed gelezen had, dan had u gelezen dat de religieuze instellingen samen bijna zover waren om een convenant te tekenen. In dit convenant staat dat zij alle gelden die ze krijgen, dus hun financiering, openbaar maken.

Ik zie mevrouw Bente Becker weer kwaad teruglopen.

Wat gebeurde er uiteindelijk? Het convenant zou alleen van toepassing zijn op moskeeën. Ik ben er niet bij geweest. Een aantal koepels van moskeeën heeft gezegd: "Dit vinden we selectief en niet oké. Wij moeten het transparant maken, maar dat geldt niet voor anderen". Uiteindelijk is dat mislukt, maar ik vind dat wel de goede manier. Misschien moet je proberen om die partijen weer aan tafel te krijgen.

Uiteindelijk heb ik het volgende geleerd over hoe het werkt met beleid. Je kunt dingen opleggen. Je hebt een stok en je hebt een wortel. Maar uiteindelijk helpt een gesprek pas echt. Je zet de moskeeën om tafel en zegt: dit zijn de geconstateerde problemen. Ik heb het niet over het strafrechtelijk deel. Waar strafrechtelijke zaken worden gedaan, moet je gewoon keihard optreden. Ik heb het over het deel waarvan u in de krant zei: dat is niet verboden, maar ik vind het toch onwenselijk.

De voorzitter:
Afrondend, mevrouw Becker.

De heer Azarkan (DENK):
Ja, dat is een lastig thema.

Mevrouw Becker (VVD):
De heer Azarkan zegt: "Ik wil transparantie bereiken. Ik wil dat dit op vrijwillige basis gebeurt met een convenant". Als voorbeeld noem ik alFitrah. AlFitrah wilde geen openheid geven aan de Tweede Kamer, zonder tussenkomst van de rechter. Gelooft de heer Azarkan werkelijk dat alFitrah zo'n convenant zou ondertekenen om voortaan inzage te geven in alle financieringsstromen?

De heer Azarkan (DENK):
Als er problemen zijn in de samenwerking met organisaties, dan zie je heel vaak dat er wordt gezegd: dat moet de branche zelf oplossen; dat moet men binnen de omgeving waar het zich voordoet, oplossen. Ik denk dat mevrouw Becker niet helemaal de kracht ziet van zo'n convenant, dat je vervolgens samen met een groep moskeeën kunt afdwingen. Ik ken de casus van alFitrah niet van haver tot gort, maar volgens mij liepen daar al wat dingen. Oud-burgemeester Jan van Zanen had er al een aantal problemen en die heeft hij daar ook besproken et cetera. Dus dit is wel een heel specifiek geval. Als u mij vraagt of alFitrah dan ook alles had aangeleverd en of alFitrah dan ook alles netjes had gedeponeerd, dan moet ik u zeggen dat ik dat niet weet. Ik hoorde dat het financieel jaarverslag mondeling ging. Ja, weet u, dat heb ik nog nooit iemand zien doen. Dus dat vond ik wel een noviteit.

Mevrouw Becker (VVD):
Voorzitter, afrondend. Dan constateer ik dat de heer Azarkan hier zegt: wij willen vanuit DENK ook wel een harde aanpak waar het verkeerd gaat. Maar als we dan concreet doorvragen naar maatregelen, dan gaat het eigenlijk alleen om vrijwillige convenanten. Als je serieus zegt te willen opkomen voor de vrijheid van de moslimgemeenschappen die gebukt gaan onder de rotte appels die ertussen zitten, dan moet je ook echt bereid zijn om die rotte appels met wat hardere dingen aan te pakken dan vrijwilligheid, ook waar het niet het strafrecht betreft.

De heer Azarkan (DENK):
Maar wel binnen de democratische rechtsorde! Als u dat doet, dan vindt u mij aan uw zijde.

De heer Paternotte (D66):
De heer Azarkan wil een convenant. Vindt u dan ook, meneer Azarkan, dat alle religieuze instellingen aan het convenant mee moeten doen?

De heer Azarkan (DENK):
Dat zou zomaar kunnen. Ja, dat lijkt mij verstandig.

De heer Paternotte (D66):
Wat is dan eigenlijk het verschil met de wet die het kabinet nu voorlegt? Het mooie van de oplossing via deze wet is natuurlijk dat het niet alleen voor moskeeën geldt maar voor alle organisaties, en dat het dus inderdaad voor iedereen gelijk is.

De heer Azarkan (DENK):
Ik kom straks nog even terug op wat daaraan het probleem is. Ik hecht nogal veel waarde aan adviezen van de Raad van State en die maakt daar wel gehakt van. Dat is misschien mijn verkeerde interpretatie, maar ik ben bereid om mijn argumenten hier op tafel te leggen. Ik zie de heer Koolmees knikken en volgens hem is het dus een verkeerde interpretatie. Hij gaat het straks vast helemaal rechtzetten en mij uitleggen dat het wel heel verstandig is. Als de heer Dekker zegt "nee, wacht, de Raad van State heeft dat wel zo gezegd, maar het is verkeerd geïnterpreteerd en zus en zo", dan ... Ik heb ook weleens een wetsvoorstel voorbij zien komen waarvan de Raad van State gehakt maakte en waarover de collega die tot die wet het initiatief had genomen, vervolgens zei: "Nee, die zien dat helemaal verkeerd. Ik ga dat toch eens even heel goed onderbouwen." Dat zou kunnen. Het zou best kunnen dat ik na afloop zeg: "Dat is een goed idee. Laten we 357.000 maatschappelijke organisaties ..." U ziet het, hè. Staande de vergadering krijg ik al een aanpassing!

De voorzitter:
De minister zegt dat het voorstel is aangepast. Misschien is het ook wel een goed idee om dat later in het debat even terug te laten komen. Ik kijk daarbij hoopvol in de richting van de heer Paternotte.

De heer Paternotte (D66):
Voorzitter, ik heb veel sympathie voor heel veel dingen die de heer Azarkan zegt, maar ik snap wel het gevoel van meerdere mensen hier. Die mensen zeggen terecht: "Maar meneer Azarkan, neem nou het voorbeeld van alFitrah. Die zijn pas na tussenkomst van de rechter stukken gaan overleggen. Denkt u nou echt dat die mee gaan werken aan een convenant?". Dan zegt de heer Azarkan dus "ja, dat weet ik niet". Vervolgens vraag ik wat hij eigenlijk tegen de wet heeft en dan verwijst hij naar de Raad van State, terwijl deze wet juist is aangepast om tegemoet te komen aan de kritiek van de Raad van State. Er is een hele nieuwe wet ingediend! Op uw bureau ligt, meneer Azarkan, zó'n stapel met stukken met allemaal papiertjes ertussen en u vraagt 100 minuten spreektijd aan. Ik heb dus het idee dat u zich hier gigantisch in heeft verdiept, maar als u een lastige vraag krijgt, beroept u zich op onwetendheid. Dat vind ik ingewikkeld en daarom dus nogmaals de vraag: wat heeft u nou inhoudelijk tegen de wet die het kabinet niet oorspronkelijk aan de Raad van State heeft voorgelegd, maar heeft ingediend nadat die is aangepast op de kritiek van de Raad van State?

De heer Azarkan (DENK):
Ik kom daar verderop in mijn spreektekst op, maar het kan best zijn dat ik tussen al die dossiers — dank aan de heer Paternotte dat hij aangeeft hoeveel het er zijn — inderdaad wat achterhaalde informatie heb zitten. Als dat betekent dat er een goede motivatie is, dat het niet disproportioneel is en dat het niet heel veel organisaties op kosten jaagt, dan zal ik daarmee instemmen. Dat lijkt mij prima. Ik ga ervan uit dat hij daar in zijn eigen spreektekst een lans voor gaat breken.

De voorzitter:
Kunt u uw betoog vervolgen?

De heer Azarkan (DENK):
Ik wil wel, maar ik krijg de hele tijd vragen.

De voorzitter:
Daarmee doe ik impliciet een beroep op uw collega's om u even de ruimte te geven om flink wat stappen te zetten in uw betoog.

De heer Azarkan (DENK):
Ja, ik ben er bijna doorheen. Ik zie een aantal collega's gelijk opgelucht kijken, voorzitter!

Ik was aangekomen bij het boerkaverbod van PvdA-minister Plasterk. Dat is typisch zo'n voorbeeld waarvan mensen hebben gezegd: dat is nou echt moslimbashen. Dat is een hele kleine groep van 100 tot 250 mensen eigenlijk gewoon treiteren. Als we nu, een jaar na de invoering van die wet kijken, dan zien we dat vier mensen een waarschuwing hebben gekregen. Dat is de enige uitwerking van die wet, althans voor wat betreft de handhaving. En dat klopt ook, want als je daar met rechtsgeleerden over spreekt, dan zeggen die: deze wet gaat nooit standhouden als we dit bij het EHRM laten toetsen. Er wordt dus ook geen boete uitgeschreven.

Voorzitter. We zagen dat het verbod op het onverdoofd halal en koosjer slachten in deze Kamer werd gesteund door PvdA, D66 en GroenLinks, maar gelukkig haalde dat verbod het niet in de Eerste Kamer. We zagen ook de gecoördineerde aanval van Halsema op de islamitische school in Amsterdam: ook weer politieke vooringenomenheid. Ik heb die debatten hier gedaan en het is verbijsterend dat een collega van mevrouw Becker op dat moment zei: al die leraren zouden levenslang niet meer mogen werken. Toen zei een collega, meneer Van Meenen: bepleit u nou op basis van dit incident een soort beroepsverbod? Dat kan toch niet? Dat is toch niet staatsrechtelijk?

Voorzitter. Soms nemen we in deze Kamer met weinig bewijsvoering heel grote stappen en roepen we grote dingen. Er zijn 48 rechtszaken gevoerd door die school en daarvan zijn er 45 gewonnen. Er zijn ook rechtsgeleerden die zeggen: de overheid misbruikt haar bevoegdheid, haar macht. We zagen dat ook in de toeslagenaffaire. Maar gelukkig — gelukkig! — is dit een democratische rechtsorde. Maar ja, die rechter en die Raad van State blijven maar terugfluiten.

Voorzitter. Ik sprak net over de Wet Bibob, die gewoon wordt toegepast op moskeeën. Ik zag het in Zaandam toen ik daar op bezoek was, in Enschede, in Tilburg — men is daar elf jaar bezig — en in Maastricht. Maar ik sprak ook een advocate die moskeeën af en toe bijstaat, en die zegt: "Wat ik bij moskeeën zie, is echt ongelofelijk." Na zo'n Nieuwsuuruitzending, vaak gevolgd door een debat, wordt het afsluiten van financiële diensten en het openen van een rekening geweigerd. Ze vragen transparantie, maar als wij betaling vragen via Tikkie of via Mollie, krijgen we dat niet meer afgesloten, dus dan gaan we het toch maar weer ophalen, maar dat is nog lastiger aan te tonen. Notarissen willen niet meewerken. Het afsluiten van een verzekering voor een moskee is vaak een ramp. Eigenlijk komen ze altijd uit bij dezelfde, die daar heel veel vergoeding voor vraagt. Onnodige juridische kosten. Treiterijen door controlerende overheidsorganen: de brandweer en gemeentehandhaving staan vaak op de stoep; de milieu-inspectie. Wat heeft de milieu-inspectie bij een moskee te zoeken, zult u zeggen. Nou, dat vond die advocate ook. Het was toch een soort misverstand. De Voedsel- en Warenautoriteit komt ook af en toe langs.

Een punt van kritiek is ook dat binnen het driesporenbeleid dat in die aanpak staat, vrijwel altijd direct naar spoor drie wordt gegaan. De eerste twee stappen … Het gaat altijd heel snel naar het verstoren. Daarom willen ondernemers en leveranciers geen zaken doen. Het onderhoud van zo'n moskee kan niet plaatsvinden, want aannemers zeggen: wij komen niet. Dus moet je er een soort architect tussen zetten. Die contracteert dan die aannemer, met als gevolg meerkosten voor de gemeenschap.

Voorzitter. De focus op de islamitische organisaties en de wetten die daarop soms afgestemd lijken te zijn, hebben in de praktijk een verkeerde uitwerking. Het gevolg is, nogmaals, dat de kosten hoger worden. Dat komt ook omdat we, als we in dit huis over moskeeën praten, die vaak linken aan radicalisering, aan terrorisme et cetera. Het gaat bijna altijd over dat soort onderwerpen. Ik weet niet of er ooit een procedure onder de Wet Bibob is gehouden bij een andere religieuze instelling.

Voorzitter. Wij moeten het ook benoemen hier: er is in de Kamer, maar ook erbuiten, in de samenleving, een obsessieve vijandigheid tegen de islam. Daardoor voelen zich heel veel burgers tweederangsburgers; dat zeggen ze ook. Daar moeten we wel tegen strijden, ook als dat betekent dat ik hier af en toe in het debat alleen sta. Ik heb vaak een debat aangevraagd naar aanleiding van een moskee die weer beklad was of brandstichting. Ik krijg zelden steun. Hooguit een dertigledendebatje. Dat debat is ook nog niet geweest.

Voorzitter. DENK stemde als enige politieke partij in de Tweede Kamer tegen de motie. Waarom? Omdat die specifiek ging over moskeeën. Wij voorzien namelijk dat als je dat op die manier doet, het gevolg weer is dat mensen zeggen: ja, zie je wel, weer zit deze groep in de beklaagdenbank. Dat zien we nu ook. We zitten in een soort rare vicieuze cirkel. We zagen als politieke partij hoe schadelijk dit tribunaal is voor de positie van moslims en de verhoudingen in de samenleving. Het is natuurlijk koren op de molen van de PVV. Dit moet dan ook een heuglijke dag zijn, waarop een langgekoesterde wens steeds meer in vervulling gaat.

Voorzitter. Het is ook goed om eens te bekijken hoe we nou op dit punt zijn beland van het verbod op die financiering. Het was de PVV die in 2013 zei: er komen geen nieuwe moskeeën bij; wij willen buitenlandse financiering stoppen en islamitische organisaties moeten hun anbistatus inleveren. En nu, acht jaar later, lijkt dat steeds dichterbij te komen. Je ziet vaak dat de PVV roept en dat er andere partijen volgen. We zagen in die geest al dat in 2015 een ruime meerderheid op initiatief van het CDA, de VVD en SP voor een verbod op buitenlandse financiering van moskeeën had gestemd. Dat was nog voordat we een onderzoek hadden gedaan. We weten nog steeds niet hoe groot het probleem is, maar toen wisten we echt nog veel minder. Dat is wat ik bedoel met heel selectieve wetten, toegepast op moskeeën. Waarom nou? Ik weet nog dat Pieter Heerma en Sadet Karabulut toen al het kabinet opriepen om te komen met voorstellen om die financiering te stoppen. Maar dat is natuurlijk nogal ingewikkeld. Daarom zitten we ook vandaag, vier jaar later, met elkaar in dit debat. Dat gaat namelijk ook wel over fundamentele grondrechten.

We willen het probleem aanpakken. Daar vindt u mij aan uw zijde. Maar we moeten ook wel kijken dat dat er niet toe bijdraagt dat we vervolgens al die moskeeën weer generaliserend behandelen en we ze allemaal weer op afstand zetten. Denk aan de manier waarop erover gesproken wordt in z'n algemeenheid. Kees van der Staaij sprak van "import van haat" en er is gesproken over "het internationale jihadisme", alsof dat altijd maar het geval is en alsof dat altijd maar een-op-een voorkomt. Ik zag dat mevrouw Becker en Gert-Jan Segers zelfs de grondrechten willen gaan inperken. Dat had ik in het interruptiedebatje gehoord en ik heb dat nog eens even nagelezen. Ik had van de ChristenUnie toch iets meer verwacht. Bij de VVD hebben we gezien dat het conceptverkiezingsprogramma een uitholling was van de democratische rechtsorde. Daar hebben een aantal mensen tegengestemd en gelukkig is dat ook bij de VVD aangepast. De VVD wilde niet meer dat je naar het EVRM kon. Die partij zegt: je moet dat af en toe buiten werking kunnen zetten. Ze zullen er in Hongarije blij mee zijn dat je het Hof in Europa gewoon opzij kunt zetten.

De heer Paternotte (D66):
De heer Azarkan zei net dat waar de PVV mee begon, leidt tot allemaal wetten tegen moskeeën. Ik vroeg me even af welke wetten speciaal gericht tegen moskeeën er dan volgens hem zijn.

De heer Azarkan (DENK):
Nee, wij hebben een wet voor een boerkaverbod. Het gaat niet zozeer alleen om wetten tegen moskeeën; het gaat met name om wetten die moslims als onrechtvaardig ervaren. We hebben het boerkaverbod. Daar heb ik over gesproken. Het is uitzonderlijk dat we hier voor 250 mensen een wet maken en dat die hier door de Kamer komt. We hebben het over onverdoofd halal slachten, dat voor moslims ... Dat gaat over 0,3% van het aantal dieren dat geslacht wordt en het tast de fundamentele vrijheden aan. Het gevolg is dat dat wetsvoorstel dan ook in de Eerste Kamer gesneuveld is. Dat zijn er al drie.

De heer Paternotte (D66):
Volgens mij zijn dat er twee. U noemde het boerkaverbod, ook wel bekend als de Wet gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding, want het gaat niet alleen om boerka's. En u noemde nog de rituele slacht.

De heer Azarkan (DENK):
Ja, maar we hebben heel vaak ...

De heer Paternotte (D66):
Ja, maar u plaatst nu een groep mensen in een slachtofferrol, terwijl ik me afvraag of dat nou nodig is. Het gaat immers net zo goed om koosjer slachten. Het gaat om joodse en islamitische organisaties die samenwerkten om die wet tegen te houden, uiteindelijk inderdaad met succes. Het zijn allemaal geen wetten die op welke manier dan ook direct gericht zijn op moslims in Nederland en er zijn ook geen wetten speciaal tegen moskeeën. U spreekt vanuit zorgen die ik heel goed snap. Maar als u hier spreekt, probeert u dan ook te voorkomen dat u juist bijdraagt aan dat beeld van in de hoek gezet worden, waar de PVV inderdaad heel vaak aan bijdraagt, maar waar u niet aan zou moeten bijdragen.

De heer Azarkan (DENK):
Ik draag daar niet aan bij, maar ik trek gewoon de lijn door vanuit het verleden. Ik zie dat we een Europees land hebben waar islamwetten zijn. Dat is in Oostenrijk. Ik zie dat er landen zijn ...

De heer Paternotte (D66):
Niet hier.

De heer Azarkan (DENK):
Nee, dat is niet hier. Dat ben ik met u eens. Daar moeten we met elkaar voor waken. Daarom sta ik hier ook, zodat we dat bewaken. Maar van zo'n boerkaverbod kunt u zeggen — hoe noemde u dat? — dat het gaat om gedeeltelijk gezichtsbedekkende kleding. Ik heb echt nog nooit ... We weten allemaal dat het niet gaat om mensen die met een helm door de samenleving heen lopen. Daar ging het helemaal niet om. We zagen op een gegeven moment in het Algemeen Dagblad dat de hoofdredactie aangaf hoe je een burgerarrestatie van een vrouw met een boerka kon doen. Dat ging niet om iemand met een helm. Dat vonden we toen ook walgelijk.

De heer Paternotte (D66):
Dat vonden we allemaal walgelijk. Het kabinet heeft ook gezegd dat dat onzinnig is. Maar hoe ik die wet noemde, dat is gewoon de naam van de wet: gedeeltelijk verbod gezichtsbedekkende kleding. Dat is de naam van de wet; dat is niet iets wat ik bedenk. Het is niet gericht ...

De heer Azarkan (DENK):
Nee, dat klopt. De commissie heet ook "ondervraging beïnvloeding buitenlandse religieuze instellingen", maar daar had gewoon "moskeeën" moeten staan. Daar had gewoon "islam", "moslims", "moskeeën" moeten staan. Dat is eigenlijk waar het toe beperkt is. Dat vind ik een beetje eufemistisch. Je verzint een naam omdat het anders te veel aangeeft wat het echt is en omdat dat weleens discriminerend kan zijn. Natuurlijk heet het niet het boerkaverbod, maar dat is het wel.

De heer Paternotte (D66):
Hier wil ik de heer Azarkan sowieso even op aanspreken, want dat is gewoon niet waar. Het gaat immers ook om het langeafstandsnationalisme uit Turkije; "de lange arm van Ankara" wordt het genoemd. Er worden ook voorbeelden aangehaald. Het werk van Diyanet vanuit de Turkse regering, de Turkse weekendscholen. Wat vindt hij daar dan van? Hij staat hier nu ongeveer een uur, maar hij heeft er tot nu toe helemaal niets over gezegd. Dat is een integraal onderdeel van het rapport Ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen. Het gaat zover dat de Turkse president tegen Turken in Nederland zegt: je moet op vakantie naar Turkije in de zomer, zodat u uw vaderland leert kennen. Dat ze meer kinderen moeten krijgen, zodat ze sterker staan als gemeenschap. Dat hij hier weekendscholen opricht en een aantal campagnes voert. Dat staat uitgebreid beschreven, ook in het rapport. Wat vindt u daarvan?

De heer Azarkan (DENK):
Dat is een terechte vraag. Daar heb ik ook een mening over. Ik heb in het rapport gelezen wat het kabinet daarvan vindt. Het kabinet zegt: het is toegestaan om diasporapolitiek te bedrijven, mits geen dwang, geen drang; als er grenzen worden overschreden, dan zullen we via de gebruikelijke middelen, diplomatie et cetera, de Turkse Nederlanders erop aanspreken. Dat is verstandige taal, dus ik sluit me aan bij uw collega's in het kabinet. Ik sluit me aan bij wat de heer Koolmees daarover schrijft. Ik vind dat een verstandige lijn.

De heer Paternotte (D66):
Dit is alleen niet het hele verhaal. Ik vraag ook niet voor niets wat ú ervan vindt. U zegt: ik sluit me aan bij het kabinet. Het kabinet heeft er nog veel meer over gezegd. Het kabinet heeft hier ook onderzoek naar gedaan. Misschien kunt u zeggen of u dat ook goed vindt. Vooral weten we dat de invloed vanuit Turkije er ook toe leidt dat groepen hier tegenover elkaar komen staan, dat er bij moskeeën zoals in Almere berichten staan dat de Turken zich moeten richten tegen gülenisten in Nederland. Misschien kunt u daar een oordeel over geven, want dat is ook ongewenste beïnvloeding vanuit een onvrij land, wat problemen in Nederland veroorzaakt voor heel veel Nederlanders.

De heer Azarkan (DENK):
Ik ben tegen alle beïnvloeding die valt buiten datgene wat het kabinet heeft aangegeven. Als dat strafbaar is, als dat dwang is, dan ben ik daar gewoon tegen. Het kabinet schrijft daar in zijn aanpak verstandige dingen over, en ik denk dat we het zo moeten doen.

De voorzitter:
Echt afrondend.

De heer Paternotte (D66):
Ik ben blij dat u in ieder geval constateert dat u het helemaal eens bent met de aanpak die het kabinet daar nu voor voorstelt ...

De heer Azarkan (DENK):
Soms is dat zo.

De heer Paternotte (D66):
Het begon ermee dat u de wet van minister Dekker wat dat betreft niet vond deugen ten opzichte van de Raad van State, maar ik begrijp inmiddels dat u het daar helemaal mee eens bent. Dat lijkt me een mooie vooruitgang.

De heer Azarkan (DENK):
De heer Paternotte haalt nu twee dingen heel snel bij elkaar. Dat laatste verstond ik niet helemaal: of ik het nou eens ben met die wet. Ik heb aangegeven dat ik daar graag nog even een toelichting van de minister op verwacht. Als ik een achterhaald stuk heb, wat best zou kunnen tussen die paar honderd documenten, dan zal ik mijn mening daarop bijstellen.

De heer Bisschop (SGP):
Het document dat vandaag centraal staat in dit debat is het verslag van de commissie die onderzoek gedaan heeft naar ongewenste beïnvloeding vanuit onvrije landen. Sommige collega's hebben er ook al een poging toe gedaan. Inmiddels is de heer Azarkan mogelijk op ongeveer de helft van zijn verhaal geraakt. Ik kan dat niet helemaal inschatten, want er zijn nogal wat interrupties geweest. Wat ik voornamelijk hoor, is niet een reflectie op: hoe kunnen we samen met de moslimgemeenschappen die het slachtoffer zijn, zoals hijzelf ook zegt, van ongewenste beïnvloeding vanuit onvrije landen een front vormen tegen die ongewenste beïnvloeding? Hoe kunnen we voorkomen dat jongeren die aangetrokken worden door jihadistisch gedachtegoed willen uitreizen? Ik hoor eigenlijk tot nu toe vooral een litanie over de onterechte of selectieve behandeling van moslims. Ik zou willen vragen aan de heer Azarkan of die focus op die onvrije landen, die ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen, ook nog aan de orde komt in zijn verhaal, zodat we samen het idee hebben dat we als Kamer breed, gezamenlijk staan voor een mooi doel, namelijk om jonge mensen een goede toekomst in Nederland te kunnen bezorgen, om daaraan te kunnen dragen. Komt dat nog?

De heer Azarkan (DENK):
Ik heb een keer een motie ingediend waarin ik zei dat de islam en de moslims integraal onderdeel zijn van deze samenleving en daar heeft de partij van de heer Bisschop tegen gestemd. Ik heb nooit begrepen waarom, waarom hij nou die moslims en die islam niet ziet als onderdeel van de samenleving anno 2020, dus ik ben een beetje verrast als hij zegt dat hij gaat opkomen voor moslims. Ik heb ook het islam-manifest van de SGP gelezen. Daar haal ik het ook niet direct uit. Ik zit dus even te kijken hoe ik aan deze vriend gekomen ben, in het opkomen voor moslims. Misschien dat Wopke Hoekstra zou zeggen: ik heb een onverwachte vriend aan mijn zijde.

De heer Bisschop (SGP):
Misschien kan de heer Azarkan ophouden met het toepassen van de geijkte truc. Er wordt een concrete vraag gesteld en dan wordt er even van alles en nog wat bij getrokken. Geef nou eens antwoord op die vraag.

De heer Azarkan (DENK):
Ik merk dat de heer Bisschop zijn stem verheft. Ik zal proberen antwoord te geven op de vraag.

De heer Bisschop (SGP):
Voorzitter, ik maak hier bezwaar tegen. De heer Azarkan spreekt natuurlijk in de hoogste versnelling en op de hoogste toon. Dan probeer ik duidelijk te maken dat de heer Azarkan gewoon een relevante bijdrage aan dít debat over dít thema zou moeten leveren, zou kunnen leveren — dat hij daartoe de kans krijgt, daartoe wordt uitgenodigd, oprecht, door meerdere collega's — en dan verliest hij zich weer in allerlei omtrekkende bewegingen. Alstublieft, meneer Azarkan, lever die bijdrage en geef nou eens antwoord op deze vraag. Hoe krijgen wij van de zijde van DENK te horen — u kent misschien wel die doelgroep het beste, in de volle breedte — hoe wij daar als Kamer het beste in kunnen opereren? Wij hebben de inbreng van DENK op dit dossier nodig. Ik vraag dus nogmaals: komt dat nog in uw betoog?

De heer Azarkan (DENK):
Zeker komt dat nog. Ik kom straks nog te spreken over onvrije landen. Daar vind ik ook iets van. Dus dat komt wel degelijk. Maar ik ga natuurlijk ook wel over mijn eigen tekst, voorzitter. Ik zal overwegen om de volgende keer de heer Bisschop van tevoren de vragen of hij mee wil kijken, maar hij zit, net als ik, in een kleine fractie, dus het is wel pittig om dat erbij te doen. Ik kom nog op de vraag die u hebt gesteld.

Als het gaat om een verbod financiering van moskeeën vanuit het buitenland, hebben wij in het verleden aangegeven dat wij dat gewoon een slecht idee vinden. Dat komt, nogmaals, omdat het alles in één keer wegzet. Het is voor een aantal organisaties, die daar niks voor terugvragen, gewoon niet verstandig. Het beperkt zich alleen maar tot wat wij definiëren als de vrije landen. Ik kom zo op die definitie. We hebben overigens in 2016 een motie ingediend over een verbod op buitenlandse financiering van politieke partijen. Toen zagen we dat de VVD, het CDA, de SGP en de PVV tegen stemden. Die werd niet aangenomen.

Voorzitter. DENK is ertegen dat radicale ideeën, radicalisering, ons land binnenkomen via buitenlands geld. Dat moet aangepakt worden, maar het is wel belangrijk dat we bij de feiten blijven, dat we heel goed kijken hoe we dat doen en dat we niet verzanden in aannames of overtuigingen. Als we naar die feiten kijken, zien we dat RAND Europe in 2015 in opdracht van het WODC een studie deed naar de mogelijkheid van onderzoek naar buitenlandse financiering van islamitische instellingen. De conclusie was — daarom is het zo ingewikkeld — dat een analyse van publieke en justitiële bronnen niet kan leiden tot een betrouwbare schatting — de heer Van Ojik zei het al — van hoe groot het probleem nou is. Is het nu nog zo groot als toen uit die onderzoeken kwam? Want ook daar zie ik veranderingen. Mijn beeld en dat van de mensen die ik hoor, is dat minder organisaties dat geld aanvragen. Met behulp van een historisch overzicht van het bestuurslidmaatschap uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel kon RAND Europe slechts de mogelijkheid tot invloedsuitoefening door buitenlandse financiers aantonen. Er is wederom een onderzoek uitgevoerd in 2020. De resultaten waren toen dat twee moskeeën aangaven dat zij vanuit het buitenland financiering hadden gekregen. Dat was de respons. Beide besturen zeggen geen geld te hebben ontvangen met het doel om beïnvloeding uit te oefenen.

De conclusie in het rapport van RAND is dat er zelden structurele buitenlandse financiering is bij kerken en moskeeën. Die is incidenteel. Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor het verbinden van voorwaarden over geloofsopvattingen aan buitenlandse financiering voor moskeeën. Dat was de conclusie van RAND. In het stuk staat dat men op basis van openbare bronnen het vermoeden had dat er buitenlandse beïnvloeding was bij een migrantenkerk, waarna geïnterviewde medewerkers van enkele gemeenten zeiden dat ze zich zorgen maken over die kerk. In de casussen die daarin staan, is geen relatie aangetoond tussen de mate van striktheid van de geloofsopvatting en buitenlandse beïnvloeding. Er zijn slechts enkele voorbeelden van ongewenste beïnvloeding aangetroffen, althans in dat rapport, en die voorvallen lijken niet in verband te staan met buitenlandse financiering noch met een verzoek hierom. Je zou aan de hand daarvan kunnen concluderen dat een beperkte mate van buitenlandse financiering voorkomt bij uiteenlopende religieuze instellingen, zowel kerken als moskeeën, en dat er nauwelijks sprake is van buitenlandse beïnvloeding.

Voorzitter. Dat er sprake is van financiële steun uit het buitenland is op zich logisch. In het algemeen geldt dat kerken en moskeeën met buitenlandse financiering bij financiële tekorten of behoeften aan ondersteuning in Nederland weinig mogelijkheden hebben om hun plannen gefinancierd te krijgen. Ze kunnen daar dus niet terecht. Het eigen vermogen van de instellingen is vaak ook beperkt. Het draagvlak van de geloofsgemeenschap was laag en is nog steeds laag, maar wordt wel beter. Hopelijk komt er een moment waarop het helemaal niet meer nodig is.

Er zijn natuurlijk veel organisaties. Als we kijken naar de kerken, dan zien we dat de protestantse kerken vaak een heel goed netwerk hebben. Daar is het ook helemaal niet nodig. Islamitische instellingen zijn voor een deel nog in opbouw. Daar is financiering uit het buitenland via liefdadigheidsinstellingen of een zakatfonds, zoals dat heet, aanwezig. Er is ook een zakatfonds in Nederland opgericht. Dat vind ik een hele mooie ontwikkeling. Dat is een zakatfonds van een aantal jonge mensen die hebben gezegd: we gaan kijken of we dat gewoon in Nederland kunnen organiseren en daar willen wij goede doelen mee betalen. Dat kunnen ook kerken of moskeeën zijn. Overigens kan iedereen dat aanvragen. Zij willen de mensen die een vrijwillige bijdrage willen leveren, bij elkaar brengen. Zij hebben inmiddels €300.000 opgehaald. Zo'n zakatfonds hoeft dus niet altijd een negatieve uitwerking te hebben.

Voorzitter. Ik zie dat een deel van de Kamer het verbod op buitenlandse financiering van moskeeën meteen als een soort hakbijl wil gebruiken. Als ik kijk naar het onderzoek van de commissie, dan vind ik dat een beperkt onderzoek. Er zijn drie casussen aangehaald. Wat zegt dat nou over die andere moskeeën? Vindt het daar dan niet plaats? Zijn dit de specifieke gevallen die uitgezocht zijn? Voor heel veel mensen was dit al bekend. De Essalam-case was sowieso al bekend en over alFitrah las je af en toe wat in de krant. De vraag is of dit generaliseerbaar is. Hadden we deze drie moskeeën niet beter op een andere manier kunnen helpen dan wel strafrechtelijk kunnen aanpakken, als dat in het geding is? Dus de vraag is: wat zijn de conclusies waard, voor zover er conclusies zijn getrokken? Dat heeft de commissie uiteraard niet gedaan, maar ze heeft wel feiten opgeschreven. Mijn vraag is: waar zijn op dit moment bestaande mogelijkheden tekortgeschoten? Ik hoorde mevrouw Becker net zeggen: er moet meer. Eigenlijk zei ze niet zozeer dat er "meer" moet, bijvoorbeeld in de taskforce, waar meer capaciteit en meer mensen moeten zijn … Maar of dat ook leidt tot meer regelgeving? Ik weet niet of dat nou de oplossing is. We hebben soms de neiging om met aanvullende regelgeving soms dingen te willen oplossen, terwijl we — dat hoor ik van Arno Visser, de voorzitter van de Algemene Rekenkamer — bestaande regelgeving veel te weinig gebruiken.

Voorzitter. De Raad van State is kritisch op de Wet transparantie maatschappelijke organisaties. Maar goed, ik heb daar een interruptiedebatje over gehad met de heer Paternotte, dus het kan zijn dat ik mij nog baseer op het verkeerde advies, althans, ik weet niet of er een aanvullend advies is gekomen? Misschien is het een aanpassing geweest zonder aanvullend advies?

De voorzitter:
Misschien even ter verduidelijking: het is standaard dat de Raad van State advies geeft over een wetsvoorstel en het kabinet daarna aanpassingen aanbrengt in een wetsvoorstel.

De heer Azarkan (DENK):
Maar vervolgens weer advies vraagt?

De voorzitter:
Nee.

De heer Azarkan (DENK):
Nee. Dan baseer ik mij even op het advies van de Raad van State. Die geeft aan dat financiële steun aan maatschappelijke organisaties, afkomstig uit onvrije landen, op zichzelf niet altijd verdacht hoeft te zijn en dat de specifieke kenmerken van de financierder en het risico dat ontvangende organisatie zou kunnen vormen voor de democratische rechtsstaat, nog wel anders kunnen zijn. In een onvrij land kan natuurlijk ook een financierder aanwezig zijn, die wel degelijk andere opvattingen heeft dan de rest van het land of de leider van het land. De in het wetsvoorstel zoals dat er lag en de in het verzoek om voorlichting voorgestelde maatregelen zijn kwetsbaar uit het oogpunt van proportionaliteit, effectiviteit en grond- en mensenrechten. De Afdeling advisering wijst erop dat de eisen die verdragen stellen aan het inperken van de vrijheid van vereniging, de vrijheid van onderwijs en het eigendomsrecht natuurlijk ook hele goede waarborging nodig hebben. De Raad van State vindt de voorstellen ten aanzien van het vrije verkeer van kapitaal problematisch, dus ik moet kijken wat het kabinet daarin veranderd heeft. Uiteindelijk gaat het inderdaad om zo'n 357.000 instellingen.

Even kijken ... Mevrouw Kuiken gaat niet over het geven van minuten aan collega's. Zo werkt de democratie niet.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Een paar minuten vergeven wij u.

De heer Azarkan (DENK):
O, u vergeeft ze me. Neemt u mij niet kwalijk, mevrouw Kuiken.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Ik zal duidelijker praten.

De heer Azarkan (DENK):
Wat mevrouw Kuiken zegt, komt niet in de Handelingen tenzij ik het hier nu zeg. Even kijken ... Ik kan een deel overslaan. Ja, ik zie u blij kijken.

Voorzitter. Ik ga er even wat sneller doorheen. Ik kom even bij de term "anti-integratief". Problematisch gedrag, anti-integratief, niet-democratisch; ik vind dat een lastige term. Het is een subjectieve term die ook constant aan verandering onderhevig is. Ik zie 'm vaak terugkomen als het gaat om problematisch gedrag dat men ziet bij een moskee, bij het onderwijs. Dan komt die term terug: anti-integratief. Ik wil toch even dr. Tamar de Waal citeren, die in 2017 een interessant proefschrift hierover heeft geschreven. Ze was volgens mij laatst te gast bij D66. Zij beschrijft hoe de integratievereisten in Nederland er steeds meer van uitgaan dat personen met een migratieachtergrond hun burgerschap moeten blijven verdienen. De onduidelijke definitie van integratie door publiek beleid wordt vaak misbruikt om sociale percepties en standaarden in de hand in te werken en eigenlijk sociale ongelijkheid in stand te houden. Burgers zonder migratieachtergrond horen altijd bij de samenleving, terwijl burgers met een migratieachtergrond sociaal nooit volledig verlost zijn van het moeten bewijzen dat ze voldoende geïntegreerd zijn om het burgerschap waardig te zijn. Ik zal u een voorbeeld geven. Als er incidenten zijn in de Schilderswijk, wordt er vaak gezegd "de integratie is mislukt" of "de integratie voldoet niet". Maar als dat avond na avond in Urk of Duindorp gebeurt, wordt dat probleem nooit op die manier gecategoriseerd. Je zegt dus eigenlijk tegen de ene groep, als daar een incident is: dat komt doordat u niet bent geïntegreerd. Zij moeten continu aantonen dat zij het staatsburgerschap verdiend hebben. Sinan Çankaya — hij is onderzoeker, ook gepromoveerd, en heeft lang bij de politie gewerkt — zegt het ook: door de definitie van integratie continu aan te passen, verzin je elke keer een nieuwe hoepel waar de nieuwkomer doorheen moet springen.

Voorzitter. De term "onvrije landen" vind ik echt een problematische term. Ik heb die hier in dit huis een keer gehoord van de heer Gert-Jan Segers. Ik heb toen in een van onze interruptiedebatten aan mevrouw Becker gevraagd: wat is nou een onvrij land? Toen zei ze: daar moet het kabinet maar mee komen; dat weet ik niet. Wat zegt die term eigenlijk? Het komt natuurlijk uit dat rapport van Freedom House, betaald door de Amerikaanse overheid. Ik heb dat net al aangegeven. Zij hebben een president die aantoonbaar 14.000 tweets erin gooit, de uitslag van een democratische verkiezing niet erkent en zegt dat die gestolen is, en sympathisanten opzet. Het is een democratie waar de eigen president sympathisanten opzet tegen andere politici. Daarbij vallen er vijf doden. Op dit moment circuleren er ook allerlei plannen om met name democraten te gaan ombrengen voor 20 januari. Dat staat op allerlei fora. Ik denk dat ze daar in onvrije landen nog wel een puntje aan kunnen zuigen.

Voorzitter. Het is een term die suggereert dat alle financiële steun die uit die landen komt eigenlijk zelf verdacht is. We zeggen: er komt geld vandaan, maar het is een onvrij land, en daarmee is alles wat daarvandaan komt verdacht. Je kunt dus niet goed de specifieke kenmerken van de financier en het risico van de ontvangende organisatie bekijken en inschatten. De vraag is: is dat nou altijd zo, en vormen die ook een gevaar voor de democratische rechtsstaat? Daarom is een algemene regel gewoon niet te doen.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Ik wil even kijken of ik het goed begrijp. Ik probeer even de redenering van de heer Azarkan te volgen. Er is een lijst met onvrije landen. Die is opgesteld door Freedom House. Freedom House is gevestigd in de Verenigde Staten. Daar is een president die er een zooitje van maakt. En dus zijn er wellicht landen die als onvrij worden aangemerkt door Freedom House waarvan de heer Azarkan zegt: die zijn niet zo onvrij ...

De heer Azarkan (DENK):
Dat klopt, zeker.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Of misschien specifieker ten aanzien van het onderwerp van het debat van vandaag: we debatteren vandaag eigenlijk over vijf landen, zeg ik uit mijn hoofd, die in het rapport als onvrij worden geïdentificeerd, Turkije, Saudi-Arabië, Qatar, de Verenigde Arabische Emiraten en Koeweit. Dat zijn ze. Daar hebben we het vandaag over, hè? Zijn daar landen bij waarvan de heer Azarkan zegt: nou, die zijn eigenlijk niet onvrij? Dan weet ik een beetje ...

De heer Azarkan (DENK):
Dat weet ik helemaal niet.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Het zit 'm namelijk niet in de kwantiteit van het verhaal, maar het zit 'm er soms wel een beetje in dat ik niet helemaal goed begrijp wat de heer Azarkan met zijn opmerkingen over bijvoorbeeld de Amerikaanse president nou wil zeggen.

De heer Azarkan (DENK):
Dat is dat op die rangschikking en de wijze waarop die landen daarin staan wel wat valt af te dingen. Daarin staat dat Hongarije en Polen vrije landen zijn.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Mijn vraag ging niet over Hongarije. Ik wou proberen het een beetje bij het onderwerp van het debat van vandaag te houden. In het rapport van de parlementaire onderzoekscommissie worden vijf landen met name genoemd: Turkije, Saudi-Arabië, Qatar, de Verenigde Arabische Emiraten en Koeweit. Over die landen hebben we het en over financiering die uit die landen komt en die naar een x-aantal instellingen in Nederland gaat. Nou is mijn simpele vraag of er op dat lijstje een land staat dat in de visie van de heer Azarkan ten onrechte als onvrij wordt aangemerkt. Dan heb ik liever dat hij dat gewoon zegt. Dan weten we dat. Als dat niet zo is, kunnen we gewoon door met het debat over hoe we die financiering aan banden kunnen leggen.

De heer Azarkan (DENK):
Ik heb gewoon moeite met het categoriseren van landen als vrije of onvrije landen. Daar heb ik moeite mee. Ik vind het nogal wat als de Verenigde Staten bepalen wanneer andere landen vrij zijn. Meneer Van Ojik, ik vind het hypocriet dat de Verenigde Staten dit soort landen "onvrij" noemt. De ene noemt een leider "een sterke leider", de ander zegt dat dat toch een soort dictator is. Daar zitten een aantal landen bij, zoals Saudi-Arabië. Vervolgens vinden we die landen onvrij en willen we niet dat zij hier iets te zeggen hebben bij onze moskeeën, maar we verkopen ze voor 130 miljard euro aan wapens. Vindt u dat een goed idee?

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Dat weet de heer Azarkan heel goed, want als in deze Kamer opgekomen moet worden tegen wapenleveranties aan Saudi-Arabië, is GroenLinks daar altijd bij. Maar dat is het issue helemaal niet. Het gaat ook helemaal niet over de vraag of de Verenigde Staten Turkije een onvrij land vinden. Ik vraag de heer Azarkan wat hij vindt. Dat vraag ik omdat hij zelf twijfel zaait over de lijst waarop de parlementaire ondervragingscommissie zich baseert. Dat is de hele simpele reden: hij zaait twijfel. Ik vraag dus of op dat lijstje van vijf een land staat dat in de visie van de heer Azarkan — ik heb het dus niet over de Verenigde Staten, meneer Azarkan — ten onrechte wordt aangemerkt als een onvrij land. Ik denk het niet. Ik denk dat alle vijf die landen met vlag en wimpel het predicaat "onvrij" verdienen; alle vijf. Dat denk ik, maar ik vraag aan de heer Azarkan wat hij denkt.

De heer Azarkan (DENK):
Ik kan dat niet goed bepalen. Ik vind het wel interessant. Als ik het aan mijn buurvrouw Anita vraag, zegt ze: "Turkije is een hartstikke vrij land. Daar ging ik voor corona drie keer per jaar naartoe. Ik ben daar te gast. Ik boek een ticket voor €50 en ik kan daar doen wat ik wil. Voor mij is het een heel vrij land." Ik vind dat lastig. Het probleem dat ik heb, betreft dus de definitie: wat suggereert "een vrij land"? Daarom heb ik die vraag de vorige keer al gesteld.

De voorzitter:
Er is al een derde keer een antwoord gegeven. Dat is misschien niet het antwoord op wat u vraagt. Ik geef u nog één keer de mogelijkheid, maar ik begin me wel zorgen te maken over de eindtijd van dit debat. Ik herinner de leden er toch aan dat we in coronatijd leven en dat we geacht worden klaar te zijn voor 23.00 uur of misschien nog eerder. Door blijven vragen terwijl het kabinet nog niet eens aan het woord is geweest, helpt daar niet bij. Afrondend dus, meneer Van Ojik.

De heer Van Ojik (GroenLinks):
Voorzitter, ik deel uw zorg. Ik zal dus heel kort antwoorden op de vraag wat een onvrij land is. Een land dat journalisten in de bak gooit, dat parlementariërs in de bak gooit, dat politieke opposanten in de bak gooit, dus bijvoorbeeld een land als Turkije, is een onvrij land. Dat is per definitie een onvrij land.

De heer Azarkan (DENK):
Ik vind het echt te ingewikkeld om zelf landen in te delen in vrij en onvrij. Ik vind dat ook echt een hele westerse blik op de samenleving. Dat blijkt ook wel uit het rapport.

Voorzitter. Ik ga naar de maatregelen.

De voorzitter:
Mevrouw Van der Graaf heeft ook nog een vraag.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Ik heb met belangstelling naar de heer Azarkan geluisterd. Het bleek dat de Turkse overheid daar een grote invloed op had. De Turkse consul-generaal riep Turkse organisaties op om daar naartoe te gaan. De Diyanetmoskeeën speelden een grote rol. Busvervoer werd gratis geregeld en mensen kwamen vanuit het hele land naar Almelo; zo bedreigend voor die Armeense gemeenschap. Ik weet dat de fractie van DENK het vaak ingewikkeld vindt om iets kritisch te zeggen over Turkije. Maar als we nou in het licht van dit debat spreken: wat vindt de heer Azarkan daar dan van? Kunt u daar gewoon eens op reflecteren?

De heer Azarkan (DENK):
Dank.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
De heer Azarkan wil hier vandaag heel duidelijk maken dat, als er ergens problemen zijn, ook de heer Azarkan dat wil erkennen en dat hij ook zelf bereid is om daar dan op in te grijpen en contact te leggen met die moskeeën. Dan wil ik de heer Azarkan graag nog iets voorleggen. Het gaat om een voorval uit 2014. Dat is al iets langer geleden, maar nog heel veel mensen kunnen het zich dagelijks heugen. Er was een demonstratie in Almelo bij het monument dat herdenkt dat er een genocide in Armenië heeft plaatsgevonden. Daar waren duizenden Turken op afgekomen om tegen dat monument te strijden, met als doel dat dat monument eigenlijk weg moest. Er waren mensen in Ottomaanse uniformen en er werden heel veel provocerende uitspraken gedaan.

De heer Azarkan (DENK):
Als ik het goed begrijp, vraagt mevrouw Van der Graaf of ik iets vind van wat er in 2014 is gebeurd. Uw vraag is wat ik vind van wat zich toen afspeelde?

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Wat de heer Azarkan ervan vindt ... We hebben vandaag een debat over ongewenste beïnvloeding vanuit het buitenland, vanuit onvrije landen — de commissie heeft Turkije genoemd — in onze samenleving, omdat dat impact heeft en ontwrichtend kan werken. Ik vraag de heer Azarkan om hier gewoon eens op te reflecteren. Wat vindt hij hiervan?

De heer Azarkan (DENK):
Kijk, als ik afga op het verhaal dat collega Van der Graaf vertelt: het is gewoon niet goed dat gemeenschappen tegenover elkaar staan. Dat vind ik niet goed. Dat hebben we altijd gezegd. Wij vinden dat mensen vreedzaam zichzelf moeten kunnen zijn, hun eigen geloof moeten kunnen aanhangen, hun eigen culturele uitingen moeten kunnen doen en moeten kunnen demonstreren als ze dat willen. Als dat verstoord wordt, is dat natuurlijk gewoon niet goed. Als dat strafbaar is — maar dat is niet aan mij — dan moet dat aangepakt worden.

Mevrouw Van der Graaf (ChristenUnie):
Het is goed om te horen dat de heer Azarkan zegt: ik vind dat niet goed. Wanneer dit soort voorvallen plaatsvinden, waarbij de Turkse overheid aantoonbaar de Nederlandse samenleving ongewenst beïnvloedt, met ongelofelijk negatieve gevolgen, is de heer Azarkan dan met zijn DENK-fractie bereid om dat kritisch van de hand te wijzen en kritisch te veroordelen? Is de fractie van DENK bereid om dat ook te doen als het gaat over Turkije?

De heer Azarkan (DENK):
Ik ga hier echt op in. Bij de coup in 2016 — in juli was het — zagen we dat er echt wel mensen tegenover elkaar stonden. Ik weet dat mijn collega Kuzu toen de oproep heeft gedaan: "Jongens, respecteer elkaar. Ga elkaar nou niet de hersenen in slaan. Geef ruimte aan elkaar en zorg ervoor dat het niet escaleert. Ga elkaar niet iets aandoen, dus geef elkaar de ruimte." Dat heeft mijn collega Kuzu altijd gedaan.

De heer Paternotte (D66):
Ik snap best dat het lastig is voor de heer Azarkan om heel kritisch te zijn over Turkije. Je kunt de vraag of Turkije een onvrij land is terugbrengen tot de opmerking: ik ken heel veel mensen die er op vakantie gaan. Maar het is ook andersom. Sinds vorig jaar staat Turkije in de top vijf van landen die de meeste mensen met een vluchtelingenstatus in Nederland leveren. U zegt: ik weet niet of Turkije een onvrij land is. Vindt u dan dat die duizenden mensen die een asielstatus krijgen in Nederland vanwege politieke vervolging, die status onterecht krijgen? Of kan een vrij land volgens u duizenden mensen politiek vervolgen vanwege hun mening?

De heer Azarkan (DENK):
Het is nooit goed als mensen vanwege hun mening vervolgd worden. Ik geef wel aan de heer Paternotte aan dat dit kabinet samen met eigenlijk alle Europese partners aan Erdogan gevraagd heeft om 4 miljoen vluchtelingen op te vangen, omdat men vluchtelingen als het grootste gevaar zag voor de binnenlandse politiek. Dat is ook wat ik lastig vind. Er zijn zeker elementen van Turkije die ik lastig vind, maar om dat nou te gaan opdelen in vrij en onvrij vind ik ook lastig. U kunt dat wat makkelijker. Als u dan meteen begint met "u kunt geen kritiek hebben op Turkije": er zijn wel degelijk mensen binnen onze partij die kritiek hebben op Turkije; daar leven verschillende meningen.

De voorzitter:
De allerlaatste vraag hierover, want dit is nu afdoende gewisseld.

De heer Paternotte (D66):
Ik stelde een heel simpele vraag en de heer Azarkan gaf vast een antwoord op een vraag maar niet op de vraag die ik gesteld heb. Vindt u het onterecht dat er duizenden gülenisten en Koerden vanuit Turkije hiernaartoe komen en asiel krijgen omdat ze politiek vervolgd worden? Of vindt u het volkomen logisch dat een vrij land duizenden mensen politiek vervolgt waardoor ze op de vlucht moeten slaan?

De heer Azarkan (DENK):
Ik vind niet dat landen hun eigen inwoners moeten vervolgen, zeker niet gebaseerd op hun overtuigingen en zeker niet als die politiek zijn. Dat vind ik niet.

De voorzitter:
De heer Azarkan beëindigt nu hopelijk zijn betoog, maar ik zie nog een forse stapel.

De heer Azarkan (DENK):
Ja, ik zit een beetje te kijken, voorzitter, want we hebben natuurlijk heel veel …

De voorzitter:
Er is al heel veel besproken.

De heer Azarkan (DENK):
Ik merk dat u heel graag wilt dat ik naar een einde ga en ik zie dat mevrouw Van Toorenburg dat ook wil. Misschien is het goed om even twee minuten te schorsen. Dan ga ik zodanig herschikken dat ik met een minuut of vijf tot max tien klaar ben. Is dat goed, collega's? Ik heb nog 33 minuten; dat is het alternatief, meneer Van Ojik.

De voorzitter:
Ik stel voor dat we even twee minuten schorsen en dat de heer Azarkan die tijd gebruikt om echt te kijken naar wat hij nog niet heeft gezegd en dat hij dat dan heel bondig gaat vertellen na die twee minuten.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.

De voorzitter:
Aan de orde is de voortzetting van het debat over het verslag van de parlementaire ondervragingscommissie Ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen. De heer Azarkan vervolgt zijn betoog.

De heer Azarkan (DENK):
Voorzitter. Ik neem eerst even een slokje water. Het doet mij ook deugd de collega's te kunnen melden dat ik met pak 'm beet zes, zeven minuten klaar ben. Het is ook wel een aardige geste, als ik het zelf zo mag zeggen.

Ik wil nog even kort stilstaan bij de effecten die het heeft, met name als het over discriminatie gaat, omdat ik zie dat dat in enorme mate toeneemt. Het Sociaal en Cultureel Planbureau wijst erop dat discriminatiecijfers tegenover moslims tot meer dan twee keer zo hoog liggen als gemiddeld. Dan gaat het met name om onderzoek van de European Union Agency for Fundamental Rights over vijftien lidstaten. Het is ook goed om eens te kijken hoe dat nou in andere landen wordt ervaren. Dan blijkt dat Nederland echt aan de top staat als het gaat om discriminatie van moslims. Het gaat over vrouwen die beledigd worden omdat ze een hoofddoek dragen, tot doodsbedreigingen van moskeebestuurders. Het probleem is alom aanwezig. Degenen die zich gediscrimineerd voelen, gaven in het FRA-onderzoek aan dat dit gemiddeld ten minste vijf maal per jaar gebeurde. Het is een terugkerende ervaring.

Uit datzelfde onderzoek blijkt dat bijna een op de drie moslimrespondenten zegt, bij het zoeken naar werk te worden gediscrimineerd. We hebben hier ook gezien hoe 67% van de uitzendbureaus discrimineert als daarom gevraagd wordt, hoe 92% van de makelaars zegt: "Als u wilt dat ik uw woning niet verhuur aan een Marokkaanse, Turkse, Antilliaanse Nederlander, dan doe ik dat." Daar wordt echt te weinig tegen gedaan.

Het laatste SCP-onderzoek naar ervaren discriminatie van afgelopen december duidt erop dat 55% van de Nederlandse moslims regelmatig discriminatie ervaart. Dat is echt schokkend. Ter vergelijking: ervaren discriminatie onder christenen is 21% en onder niet-gelovigen 25%. Het gebeurt het vaakst in de vorm van negatieve bejegening of ongelijke behandeling. Moslims ervaren ook op andere terreinen meer discriminatie, zoals in het onderwijs, bij het zoeken naar werk en op de werkvloer. En online is liefst negen van de tien gevallen van godsdienstdiscriminatie gericht op de islam, aldus de meest recente cijfers van het Meldpunt Internet Discriminatie. In totaal hadden 192 van de 279 meldingen bij de antidiscriminatievoorzieningen te maken met godsdienstdiscriminatie, wat neerkomt op 69%. Naast incidenten van vijandige bejegening van moslims zoals die ook in de politieregistratie voorkomen, ontvingen ADV's ook veel meldingen van omstreden behandeling op grond van godsdienst.

Voorzitter. Acht op de tien moslimrespondenten die een fysieke aanval bij de politie hebben gemeld, waren ontevreden, terwijl slechts 13% zei tevreden te zijn over de wijze waarop de politie hun zaak behandelde. We zagen ook in het algemeen dat van de 512 zaken van discriminatie die worden aangemeld sinds een jaar of vier, er eigenlijk één toegekend is door de eigen politieorganisatie. Deze onvrede over het ingrijpen van de politie leeft breder.

Van de 70 moskeeën die in 2014 aan een onderzoek van de Universiteit van Amsterdam en Kennisinstituut Forum deelnamen, hebben er 48 harde agressie meegemaakt in de afgelopen vier jaar. Ik had voor dit debat het overzicht gemaakt van alle incidenten in de afgelopen twintig jaar. Dat is echt schrikbarend. Ik zou de collega's echt een keer willen oproepen om er ook eens een keer een debat over te voeren wat toch die onderliggende oorzaken zijn, waarom mensen zich geroepen voelen om bij een moskee een ruit in te gooien. We zagen het bij de Urdumoskee, we zagen het in Zaanstad alleen al afgelopen december drie keer. Het is echt een paar honderd keer. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat als dat met een kerk zou gebeuren, een synagoge of een tempel, we daar iets meer aandacht aan zouden geven. Ik roep de collega's op om daarbij gewoon eens een keer echt te kijken naar die grondoorzaken, waar we — dat staat ook in het rapport en in de kabinetsreactie — ook echt aan moeten werken. Dit is er een die fundamentele impact heeft. Bij die incidenten gaat het vaak om bekladding, brandstichting of een nepbom. We hebben natuurlijk ook een aanslag gehad in Enschede.

Voorzitter. Tot slot zal ik het volgende zeggen, want het heeft niet heel veel zin om al die incidenten te melden en de collega's snakken ook naar ruimte. Ik denk dat het zaak is om waar er problemen zijn, die echt effectief aan te pakken. Bij misstanden moeten we dat keihard doen. We houden wel met elkaar in de gaten dat we dat doen binnen de democratische rechtsorde. Laten we bij nieuwe berichten over moskeeën of moslims niet in de automatische reflex schieten om dat allemaal weer te generaliseren. We moeten niet groepen mensen criminaliseren, want dat levert die Nederlanders, maar ook hun gebouwen, niets op. Wat wij nodig hebben zijn werkbare oplossingen waarbij we zij aan zij opkomen voor de rechten van mensen die ook Nederlander zijn.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank voor uw inbreng. De volgende spreker van de zijde van de Kamer zal mevrouw Kuiken zijn, die namens de Partij van de Arbeid zal spreken. Het spreekgestoelte wordt eerst nog even gereinigd.

Gaat uw gang.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Voorzitter. Ik ga iets korter zijn, denk ik.

Voorzitter. Democratie, Grondwet, rechtsstaat; het zijn ongeveer de belangrijkste pijlers van ons Nederlandse land. Dat die rechtsstaat en die democratie niet vanzelfsprekend zijn, zien we voortdurend om ons heen, of we nou kijken naar het Capitool of het provinciehuis van Groningen; Lodewijk Asscher zei daar vanochtend ook wat over in zijn afscheidsvideo. Daarom is het ook zo belangrijk dat op het moment dat zich processen voordoen, of die nu uit buitenlandse invloed of uit binnenlandse invloed ontstaan, we die bespreken, onder de loep nemen en er heel kritisch naar kijken. Daarom ben ik de commissie dankbaar voor het werk dat zij heeft verzet en dat zij heel kritisch heeft gekeken naar iets wat vaak qua onderbuik wel naar voren komt in de Tweede Kamer, maar wat wellicht niet altijd goed is onderbouwd of wordt onderzocht. Het is ontzettend waardevol dat de commissie de moeite heeft genomen om dat te doen. Daar wil ik ze ook voor danken, in de eerste plaats de inmiddels vertrokken voorzitter Rog.

Voorzitter. Niet alles is even hard te maken. Mijn eerste opmerking is dat het nog steeds ontbreekt aan een goed kwantitatief en kwalitatief onderzoek als het gaat om dit soort beïnvloedingen en om wat er daadwerkelijk wel en niet gaande is. Dat zien we vaak, in heel veel trends. Mijn eerste vraag aan het kabinet zou dus zijn: op welke wijze borgen we dat we datgene wat er nu is, de komende tijd gaan monitoren en in de gaten gaan houden? Een verhoor of een indicatie is nog niet "exact weten". En ja, het WODC heeft onderzoek gedaan, de AIVD doet onderzoek en er liggen bijvoorbeeld ook rapporten uit 2011 over de Moslimbroederschap, maar het zijn vaak incidentele onderzoeken en niet meerjarige of langjarige trendonderzoeken. Ik denk dat dat wel ontzettend belangrijk is, juist als het gaat over beïnvloeding.

Ik denk wel dat de signalen die de commissie boven tafel heeft gehaald van de personen die zijn gehoord, voldoende laten zien dat we ons zorgen moeten maken. 500 moskeeën worden genoemd, maar er zijn toch 15 tot 20 organisaties waarover ernstige zorgen en twijfels zijn. Dat wordt zowel vanuit de gemeenschap zelf als door sprekers zoals de heer Schoof bevestigd. Ik denk dat dat alleen al voldoende aanleiding zou moeten zijn om het heel serieus te nemen en er heel kritisch naar te kijken. Geld uit het buitenland hoeft op zich niet een probleem te zijn, maar als dat geld betreft waarvan je vervolgens niet meer kan controleren welke invloed het inkoopt, dan hebben we wel een probleem. We hebben ook een probleem als er dan geen alternatief beschikbaar is. Het kabinet heeft gezegd: een verbod daarop gaat ons te ver. Maar dit is wel een zorg, dus ik denk dat het terecht is dat het kabinet daar nog heel expliciet op ingaat. Waarom niet? Wat dan wel? Welke mogelijkheden staan dan open?

Twee betreft het punt dat nadrukkelijk ook door de commissie wordt gemaakt, namelijk dat de digitale wereld steeds meer de fysieke wereld is. Er staat geen grens om Nederland heen, maar er is ook totaal geen grens als het gaat over de digitale wereld. De meeste beïnvloeding vindt nu vooral via het internet plaats. Mijn vraag aan minister Koolmees, maar ook aan de minister van Veiligheid en Justitie, is: hoe houden we grip op de digitale wereld? In het verleden heb ik al vaker gepleit voor een digitaal gebiedsverbod als het gaat om bepaalde predikers die radicaal zijn, die tegen het strafrecht indruisen en die ook gebiedsverboden hebben gehad. We hebben daar een probleem mee, maar tegelijkertijd weten we niet goed hoe we ze strafrechtelijk moeten aanpakken, terwijl we het er allemaal over eens zijn dat wat ze doen ongewenst is. Mijn eerste vraag, gelet ook op het verlopen van de gebiedsverboden in de fysieke wereld, is: hoe gaan we daarmee om? Welke digitale mogelijkheden zien we? En zouden we, als het gaat om haat prediken, toch niet opnieuw moeten kijken naar het instrument van een digitaal gebiedsverbod? Ik heb daarover een aantal jaren geleden een motie ingediend, samen met de VVD. Ik heb mijn zin niet gekregen, maar ik vind dit nog steeds een onderwerp waar we serieus naar zouden moeten kijken.

Drie betreft een algemene wijkaanpak. We zien dat met name jongeren nu een grote invloed hebben op het radicaliseringsproces binnen de geloofsgemeenschap dan wel binnen de moskeeën. We moeten zicht krijgen op wie deze jongeren zijn. Wat maakt dat zij dit pad kiezen? Op welke wijze komen we in contact met die — veelal — jongens maar helaas, zo moeten we constateren, ook meiden? Dat vraagt natuurlijk een integrale aanpak. Ik kijk daarvoor expliciet naar minister Koolmees. Op welke wijze wil hij daar invulling aan geven?

Vier betreft de scholen. Misschien is dat wel mijn belangrijkste vraag voor dit moment. In 2015 heeft toenmalig minister Asscher een wetsvoorstel afgemaakt — in 2014 is het ingediend en in 2015 aangenomen — om toezicht op onder andere internaten en jeugdverblijven mogelijk te maken. Ook toen was het argument dat het tegengrondwettelijk en te lastig zou zijn: dat moeten we niet doen, want het gaat te ver. Maar het is er wel gekomen omdat we uiteindelijk tot het inzicht kwamen dat het nodig was. Ik denk dat dat ook nodig is als het gaat over informeel weekendonderwijs. Als we weten dat de kinderen in het informeel onderwijs structureel en vaak in vele uren wordt bijgebracht dat ze eigenlijk geen onderdeel zijn van deze democratie, dat man en vrouw niet gelijkwaardig zijn, dat homoseksualiteit niet normaal is, dat de een ondergeschikt is aan de ander en dat je tegen de democratie mag indruisen — we kennen daar vele voorbeelden van — waarom zouden we dat dan laten lopen? Waarom willen we deze kinderen niet beschermen? Waarom staan we dat toe in onze vrije samenleving? Ik vind de argumenten van het kabinet eerlijk gezegd nogal slap: ingewikkeld en ongrondwettelijk. Ammehoela, wat op die informele scholen gebeurt, is ongrondwettelijk, het druist in tegen onze vrije samenleving en het is ondemocratisch. Als we zien dat de hele samenleving onder spanning staat, zou dat onze eerste prioriteit moeten zijn. Mevrouw Bente Becker en ik hebben in een vorig debat, toen het ging over de terreuraanslag in Frankrijk, een motie ingediend. We hebben die toen aangehouden. Het kabinet heeft daarop gereageerd per brief van 10 december, maar ik ben niet overtuigd. Wij vinden nog steeds dat er iets gedaan zou moeten worden en dat risicogerichte controles en toezicht zouden moeten plaatsvinden om daar echt grip op te krijgen. Want dat doen we voortdurend: we signaleren dingen en gelijktijdig zijn we te laat om daadwerkelijk in te grijpen. Het gaat nu om kinderen; daar hebben we nog een kans. Ik wil het kabinet dan ook echt oproepen om daar iets aan te doen.

Tot slot, voorzitter. Ik loop misschien iets uit de tijd, maar dat komt wellicht door mijn ietwat gebrekkige voorbereiding. Ik heb een vraag gesteld over de financiën en over de imamopleiding. Ik weet dat we dat heel moeilijk kunnen afdwingen, maar toch vind ik het zonde dat dat, in samenwerking, nog steeds niet is gelukt. Ik vind dat dat punt op de agenda moet blijven.

Mijn allerlaatste vraag gaat over beïnvloeding. We zien die beïnvloeding ook in Somalische kring, in diasporagelden die een rol spelen, en in de Jehova-gemeenschap. Laten we dus ook breder kijken dan waar nu wat meer de aandacht op ligt en waar wat meer aandacht op lag bij de commissie. Wij kennen meer stromen uit het buitenland die echt een ongewenste invloed op onze democratie, onze Grondwet en onze rechtsstaat hebben. Het is in ons aller belang dat we dat tij weten te keren.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Hartelijk dank voor uw inbreng. De volgende spreker van de zijde van de Kamer is de heer Bisschop, die namens de Staatkundig Gereformeerde Partij zal spreken. Hij moet enkele meters afleggen, dus dat komt dan goed uit qua schoonmaken.

De heer Bisschop (SGP):
Voorzitter, dank u wel. En aan de bode dank voor de goede zorgen, zodat hier weer een clean desk is; dat overkomt mij persoonlijk niet zo vaak.

Voorzitter. Waar gaat het om? Ongewenste beïnvloeding vanuit onvrije landen. Dan kunnen we rookgordijnen opwerpen om de vraag ter discussie te stellen: wat zijn nou onvrije landen? Dat hebben collega's klip-en-klaar gemaakt en in het rapport staat ook wat daaronder verstaan wordt. Dan kun je ook nog discussie gaan opwerpen over de vraag: wat is nou ongewenste beïnvloeding? Maar dat is het probleem. Over dat probleem moeten we het hier hebben. Het is een probleem dat me deed denken aan de Hydra van Lerna uit de Griekse mythologie. Dat is een wezen dat half slang en half draak is, met negen koppen, grillig, giftig, onuitroeibaar leek het wel. Maar daar liep het toch niet goed mee af, gelukkig. Dat vertel ik even als een cliffhanger voor het slot.

Voorzitter. Samen met de SP dienden we in 2019 een voorstel in om als Kamer een ondervraging te houden over die ongewenste beïnvloeding vanuit onvrije landen. Het resultaat is een stevig rapport, zeker ook inhoudelijk. Ik sluit me graag aan bij de waarderende woorden van de collega's in de richting van de commissieleden, die vele uren daaraan besteed hebben, soms lastige ondervragingen moesten doen en uiteindelijk een grondig werkstuk hebben afgeleverd.

Voorzitter. De conclusie van de commissie is dat er sprake is van ongewenste beïnvloeding en dat deze beïnvloeding vérstrekkende gevolgen kan hebben voor de islamitische gemeenschappen in Nederland en voor de Nederlandse samenleving als geheel. Dat tekent ook een beetje dit rapport. Daarom vind ik het ook van belang om met goedgezinde islamitische groepen zo veel mogelijk samen op te trekken. Dit is de basis daarvoor, want het gaat zowel om bescherming van de islamitische gemeenschappen als om bescherming van de Nederlandse samenleving. Het rapport moet ons wakker schudden. Het is absurd wat er op dit moment op dit punt in ons land onder onze ogen gebeurt. De SGP vindt dat de naïviteit over de donkere kanten van de islam moet stoppen, en zeker deze giftige draak van ondermijning en ongewenste beïnvloeding. Op een aantal tentakels van dit monster wil ik in mijn bijdrage dieper ingaan.

Allereerst de financieringsstroom, waarmee islamitische instellingen steun uit het buitenland ontvangen. Die is ongewenst, vindt de SGP. Een generiek verbod op financieringsstromen uit onvrije landen blijkt lastig, maar er wordt wel onderzocht hoe geldstromen kunnen worden stilgelegd of verbeurdverklaard wanneer "door problematisch gedrag de openbare orde wordt bedreigd." Een vraag aan een van de ministers — ik weet niet precies aan wie ik deze moet adresseren — is: een generiek verbod of niet, hoe gaat het kabinet voor deze praktijken een stokje steken? Die financieringsstromen moeten hoe dan ook onmogelijk worden gemaakt.

Dan het salafisme, nog zo'n tentakel van dat veelkoppige monster. Het salafisme verspreidt zich via allerlei kanalen razendsnel en wint dan terrein Het verraderlijke is: deze streng-islamitische stroming blijft voortdurend onder de radar. Niet openlijk dingen zeggen of doen die over de grens van de rechtsstaat gaan, maar binnenskamers over de schreef gaan, waardoor haat en extremisme bevorderd worden: dat is wat ook vanuit de AIVD wordt gesignaleerd en gerapporteerd aan de commissie. Er zijn zelfs al aanwijzingen dat deze façadepolitiek, zoals dit genoemd wordt, op sommige plekken uitmondt in een parallelle samenleving. De SGP vindt dat salafistische organisaties stevig aangepakt moeten worden en dat deze islamitische stroming in de wortel bestreden moet worden. Mijn vraag aan de minister is: welke mogelijkheden ziet het kabinet om actiever strafrechtelijk te handhaven op deze zaken, wordt daar nu iets tegen gedaan en hoe kunnen we informatie van de veiligheidsdiensten hiervoor inzetten?

Dan de diasporapolitiek. Die is ook al een paar keer genoemd. De lange grijparm van Turkije. Vanuit Ankara worden mensen die oorspronkelijk uit Turkije komen nog altijd gezien als marionetten van de Turkse regering. Ook sommige andere landen hebben hier een handje van. De SGP is bezorgd over de slechte invloed hiervan op onze samenleving; zeker omdat dit onze samenleving op lange termijn zou kunnen ontwrichten.

Dan de jeugd en het informeel onderwijs. In een interruptiedebatje met mevrouw Becker ben ik daar ook al even op ingegaan om nader te bepalen hoe je daar enige controle op kunt krijgen, zonder je te mengen in de persoonlijke levenssfeer. Want jongeren en kinderen blijken helaas vatbaar te zijn voor deze boodschap van haat en antidemocratische denkbeelden. Ook hierin vervullen social media en informeel moskee-onderwijs een spilfunctie. Zelfs bij kinderopvang krijgen salafisten voet aan de grond. Dit kan leiden tot radicalisering en extremisme onder kinderen en jongeren. Uiteindelijk kunnen ze zo zelfs jihadstrijders worden.

Uit een recente Kamerbrief blijkt dat het kabinet angstvallig wegblijft bij toezicht op informele scholing. Ik snap dat. Maar zelfs de vrijheid van onbekostigd onderwijs is niet onbegrensd. De SGP vindt daarom dat gericht toezicht moet worden gehouden om te voorkomen dat dit islamitisch onderwijs een broedplaats wordt voor radicalisering. Over de vorm waarin en de wijze waarop dat moet gebeuren, en of dat per se in de vorm van toezicht moet zijn, wil ik het graag nog hebben. Ik zou hier ook graag de reflectie van de minister op willen horen.

Waarom is dit kabinet al jaren zo huiverig, terwijl artikel 23 van de Grondwet expliciet ruimte biedt voor toezicht in verband met de openbare orde?

De heer Paternotte (D66):
Ik vind het heel goed dat de heer Bisschop, ik denk terecht, benoemt dat er ook grenzen zijn aan de vrijheid van informeel onderwijs; zij het dat die vrijheid natuurlijk wel weer groter is dan van het reguliere onderwijs. U had hier eerder al een kort debat over met mevrouw Becker. Ik heb zelf ook weleens bij catechisatie gezeten. Ik vraag mij het volgende af. U zegt dat het gaat om toezicht op islamitisch informeel onderwijs. Kan het ook gaan om niet-islamitisch informeel onderwijs dat is gekoppeld aan een andere religie, ideologie of misschien aan een staat?

De heer Bisschop (SGP):
Ik kan me wel situaties voorstellen waarin dat nodig of wenselijk zou zijn, maar ik zou er niet ongeclausuleerd ja op willen zeggen. In mijn beleving moet er wel altijd een aanleiding toe zijn. Als er geen signalen zijn dat de rechtsstaat wordt ondermijnd, democratische waarden terzijde worden geschoven, enzovoorts, dan zou ik er als overheid denk ik voor kiezen om daar buitengewoon terughoudend in te zijn. Je zit dan namelijk al heel snel in de persoonlijke levenssfeer. Daarom vroeg ik ter interruptie ook: wat gebeurt er als het in de huiselijke situatie gebeurt met hetzelfde gedachtegoed? Het is heel glad ijs.

De heer Paternotte (D66):
Zeker. Dat is zeker het geval als iets in heel veel opzichten het karakter heeft van een school. Als mensen een aantal uur per week bij elkaar zitten op basis van bepaalde lessen en ideeën, is er denk ik wel een duidelijk onderscheid met de thuissituatie. Begrijp ik het goed dat de heer Bisschop zegt: "Ik vind het goed als risicogericht wordt gekeken of er mogelijk sprake zou kunnen zijn van anti-integratief, rechtsstaatondermijnend onderwijs dat tegen de democratische beginselen in gaat. Het is goed om een mogelijkheid en een titel te hebben om daar toezicht op af te sturen"? Als dat zo is, dan denk ik dat we in dit debat een mooie stap met elkaar zouden kunnen zetten.

De heer Bisschop (SGP):
Dat is ook een van de overwegingen die aan dit rapport zijn gekoppeld. Ik vind dat je daar serieus naar moet kijken. Een democratische rechtsorde is geen vanzelfsprekendheid. Dat is een fragiel en kwetsbaar geheel. Daar moet je voor staan. Als je ziet dat er bedreigingen zijn van de samenleving zoals wij deze hebben ingericht, dan moet je goed nadenken hoe je met chirurgische precisie — dus niet zozeer generiek — kunt opereren, waardoor je een zieke plek kunt saneren. Ik probeer het maar een beetje in vriendelijke beelden te vatten. Hoewel ook een operatie natuurlijk nooit zo'n aantrekkelijk beeld is.

Voorzitter, dan transparantie en bevoegdheden. De vraag is hoe we dit monster een kopje kleiner kunnen maken. De SGP mist bij het kabinet enigszins het besef van urgentie. In de brief staan veel overwegingen, maar ook veel mitsen en maren. Ook na dit onthullende rapport blijven stevige maatregelen helaas uit, terwijl naïviteit en wegkijken hier juist niet op hun plaats zijn. Dat is het slechtste wat we kunnen doen. Op een aantal punten moet nu echt iets gebeuren. Zo kampt de Taskforce Problematisch Gedrag en Ongewenste Buitenlandse Financiering met een gebrek aan bevoegdheden en capaciteitsproblemen. Daarin kunnen we dus investeren en ook die bevoegdheden kunnen geregeld worden. Het Financieel Expertise Centrum loopt tegen allerlei obstakels aan. Gemeenten hebben onvoldoende mogelijkheden om ongewenst beïnvloeding uit onvrije landen tegen te gaan. Een concrete vraag aan het kabinet: wat gaat het kabinet op al deze punten concreet doen? Graag een uitgebreidere reactie, inclusief informatie over wat er nog voor de verkiezingen op stapel staat. Ik vraag dat, omdat er daarna ook een vervolg dient te komen.

Tot slot, voorzitter. Hoe liep het af met dat veelkoppige monster van Lerna? Wel, de held Heracles nam het met een knots tegen het beest op, maar steeds als hij een van die koppen vermorzeld had, kwamen er twee nieuwe voor in de plaats. U kent allen uw klassieken natuurlijk! Ik vertel het bekende verhaaltje. Maar ten slotte wist Heracles samen met zijn hulp het monster te doden door steeds als hij er een kop afgeslagen had, de hals dicht te schroeien met een gloeiende toorts. Hierdoor konden er geen nieuwe koppen aan groeien. Het monster van de radicale islam — daar hebben we het in Nederland over — moet daadwerkelijk en effectief bestreden worden. wij roepen de minister op om er daarom hier en nu echt haast mee te maken en te doen wat nodig is, nu, op korte termijn, én ook met het oog op het volgende kabinet, dat dit onderwerp boven aan de prioriteitenlijst zal moeten zetten.

Voorzitter, ik dank u zeer.

De voorzitter:
Dank voor uw inbreng. Er is nog een interruptie van de heer Azarkan.

De heer Azarkan (DENK):
Een korte vraag. De heer Bisschop zegt: die radicale islam — hij heeft daar andere woorden voor — moet je keihard aanpakken; dichtschroeien. De niet-radicale islam en de moslims die niet radicaal zijn, zijn die wel een integraal onderdeel van onze samenleving? Passen die hier en kunnen die dan ook gewoon hun moskeeën bezoeken? Horen die er ook bij?

De heer Bisschop (SGP):
Wij leven in een democratische rechtsstaat en die rechtsstaat garandeert die ruimte voor de moslims. Zolang die rechtsstaat zo is, accepteren wij dat. Dat is hun plek, dat is hun positie. Als u mij persoonlijk vraagt wat ik het liefst zou willen, dan zeg ik: het liefst zou ik willen dat alle mensen kennis zouden nemen van de christelijke leer en naar catechisatie zouden gaan. Gelukkig heeft de heer Paternotte daar positieve ervaringen mee. Ik zou willen dat mensen zich het christelijk geloof eigen zouden maken, maar de Bijbel zegt ook dat je dat niet kunt afdwingen door zwaard en geweld. Daar zijn andere krachten voor nodig. Maar binnen die democratische rechtsstaat hebben die moskeeën de ruimte. U ziet dat ook terug in ons stemgedrag bij moties, als u dat al eens geanalyseerd hebt.

De heer Azarkan (DENK):
Dan toch iets over dat problematische en ongewenste gedrag. Het gaat dan heel vaak over de verhouding man/vrouw en de positie van homoseksuelen. Nou blinkt de partij van de heer Bisschop op dat gebied niet heel erg uit. Hoe kijkt hij daartegen aan?

De heer Bisschop (SGP):
Sorry hoor, maar dit is — ik heb het een beetje geteld — de 21ste keer dat de heer Azarkan er opnieuw dingen bij betrekt die met het onderwerp als zodanig niets te maken hebben. Het gaat over ongewenste beïnvloeding vanuit onvrije landen. Dan voel ik mij als SGP'er niet geroepen om op dit moment daarop te reageren. Ik wil er graag met u over in gesprek, maar laten we dan eerst maar eens een keer koffie gaan drinken. Ik vind het raar om in dit kader, ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen met duidelijke definities, over de SGP en de positie van de vrouw te beginnen. Als ik dat zou doen, krijg ik vanavond van m'n vrouw op m'n kop!

De heer Azarkan (DENK):
De heer Bisschop moet niet zo duiken, want de heer Bisschop geeft ook aan dat dat ongewenste gedrag, dat problematische gedrag, bijvoorbeeld plaatsvindt in de waarden die we mensen meegeven. Het zou tegen onze rechtsstaat of wat dan ook ingaan. Het gaat dus wel degelijk over de opvattingen waar ik het net over had. Nou doet zich het feit voor dat de voorman van de heer Bisschop die Nashvilleverklaring, de antihomoverklaring, heeft getekend. Er staan 35 mannen op de lijst, omdat de SGP dat actieve kiesrecht voor vrouwen nogal problematisch vindt. Ik vroeg me af hoe zich dat hiermee verhoudt. Is dat dan ook niet in enige mate ...? "Problematisch" hoor ik collega Kuiken zeggen.

De heer Bisschop (SGP):
Ik zou kunnen volstaan met een verwijzing naar mijn vorige antwoord, want hier wordt op eenzelfde manier iets bij dit thema betrokken dat er compleet los van staat. De heer Azarkan weet heel goed dat de SGP opereert binnen de grenzen van de rechtsstaat. Binnen de grenzen van de rechtsstaat mag DENK zijn idealen nastreven, mag de SGP haar idealen nastreven. Uiteraard ben ik altijd bereid om daarover met hem in gesprek te gaan, maar niet in het kader van een discussie over de radicale islam. Ik werp die positie verre, verre van mij. Ik vind het ook niet zuiver om dat in dit kader aan de orde te stellen.

De voorzitter:
Allerlaatste opmerking van de heer Azarkan.

De heer Azarkan (DENK):
Het is wel heel interessant dat hij ten aanzien van het handelen van de eigen partij zegt: zolang dat binnen de democratische rechtsstaat zit, is het oké. Nu hebben we het juist over zaken waarvan collega Becker zei: dat is eigenlijk grijs gebied. Daar moeten we misschien toch naar kijken. Ik vind dat ingewikkeld en wil dat heel goed gedefinieerd hebben. Maar nu begrijp ik dat de heer Bisschop daar nog veel verder in gaat en zegt: zolang die mensen binnen de democratische rechtsstaat dingen doen, is dat oké. Geldt dat dan ook voor imams, wat u betreft? Kunnen die, zolang ze zich binnen de democratische rechtsstaat bevinden, dat ook allemaal doen?

De heer Bisschop (SGP):
Dat hangt ervan af wat de heer Azarkan bedoelt met "binnen de democratische rechtsstaat". Kijk, op het moment dat zij democratische waarden verwerpen, die wij binnen onze democratische rechtsstaat van belang achten voor de inrichting van onze samenleving, bewegen zij zich niet meer binnen de democratische rechtsstaat. Op het moment dat er denigrerend gesproken wordt over de waarden van de democratische rechtsstaat, over de kracht van de Nederlandse Grondwet, over het gezag van de politie, als er denigrerend gesproken wordt over de positie van de rechterlijke macht, dan beweeg je je buiten de kaders van de democratische rechtsstaat. Dan kun je tien keer imam zijn of wat voor andere voorganger dan ook, maar plaats je je toch buiten de orde, buiten de eigen maatschappelijke en politieke orde.

De voorzitter:
Mevrouw Kuiken, gaat uw gang.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Ik dacht dat ze nog niet klaar waren, voorzitter.

De voorzitter:
Nee, maar ik ben er wel een beetje klaar mee.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
We kennen het rapport en daar doe ik niks aan af, maar tegelijkertijd heeft zelfs de heer Azarkan wel een beetje gelijk als hij hier zegt: joh, het gaat niet alleen maar om wat er feitelijk strafrechtelijk niet oké is, maar ook over die grijze gebieden. Het gaan ook over zaken die tegen onze vrije samenleving of tegen de Grondwet indruisen. Dan is mijn vraag toch: als het niet islamitisch is georiënteerd, maar streng christelijk of orthodox, en het druist in tegen de grenzen van onze moraal of onze Grondwet, dan mogen wij daar toch ook iets van vinden? Dan is dat toch ook niet oké?

De heer Bisschop (SGP):
Over de grenzen van de moraal in relatie tot een overheid zou ik heel voorzichtig willen zijn. Maar als het gaat over het speelveld waarbinnen wie dan ook in Nederland zich heeft te bewegen en de spelregels waaraan je je hebt te houden, ook al heb je heel anders gerichte idealen: daar mag wat mij betreft geen discussie over zijn. Dat is de democratische rechtsorde zoals wij die kennen.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Prima, maar dat zou dan ook betekenen dat het niet uitmaakt welke religieuze of ideologische oorsprong zaken hebben. Is de heer Bisschop dat ook met mij eens?

De heer Bisschop (SGP):
Zolang dat niet strijdig is … Als je uitgaat van onze democratische inrichting, is het terecht, zolang het niet strijdig is met de orde van de samenleving zoals die door onze wet- en regelgeving en de Grondwet geregeld is, zeker. Maar dat neemt niet weg dat iemand of dat een club idealen kan hebben, die niet direct in de bestaande orde passen, maar die wel binnen die orde trachten daar verandering in aan te brengen.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Nou is de Grondwet net gewijzigd, althans in Tweede Kamer in eerste lezing. In de Eerste Kamer moet dat nog plaatsvinden. Dat gaat ook over het niet discrimineren op basis van seksuele gerichtheid. Als die wet wordt aangenomen, zou het ondertekenen van de Nashvilleverklaring dan nog binnen de grenzen van het strafrecht passen of binnen de grenzen van onze Grondwet vallen?

De heer Bisschop (SGP):
Dan hebben we toch via een omweg een punt aan de orde waarover ik het eigenlijk niet wil hebben in dit kader. Maar waar gaat het om bij de Nashvilleverklaring? Ik zou u willen vragen om die in ieder geval te lezen zonder het frame dat erop geplakt is. De Nashvilleverklaring is in essentie een verklaring inzake de uniciteit van het klassieke huwelijk, de unieke verbintenis tussen man en vrouw. Daar vloeien allerlei zaken uit voort. Een van die onderdelen is uitvergroot en heeft sterk de publiciteit getrokken. Ik denk dat als dat grondwetsartikel aanvaard is, er ook voor ons alle ruimte blijft — zo ervaar ik het tenminste in ieder geval op dit moment nog steeds — om te blijven pleiten voor de uniciteit van het Bijbels genormeerde huwelijk: een levenslange verbintenis tussen één man en één vrouw.

De voorzitter:
Tot slot, mevrouw Kuiken.

Mevrouw Kuiken (PvdA):
Dat is ook wat radicale imams doen. Die houden dan een heel liefdevolle preek, hebben één radicale opvatting en dan zeggen ze: je moet eigenlijk naar mijn hele preek kijken, niet alleen naar dat radicale element. Daarmee vergoelijkt eigenlijk de SGP voor een van de Kamerleden de ondertekening van de Nashvilleverklaring. Het is wellicht een beetje flauw dat ik hier sta, maar ik heb ook de heer Azarkan aangesproken. Als je het wil hebben over beïnvloeding, radicale opvattingen en extreem gedachtegoed, moet je ook goed naar jezelf kijken. Daarom vond ik het toch nodig om de heer Bisschop hier even op aan te spreken.

De heer Bisschop (SGP):
Zeker. Ik ben altijd bereid dat te doen, hoewel ik het moment wat ... Maar ik snap de overwegingen. In dit geval zou ik ook willen vragen aan de collega's: kijk nog eens goed naar die verklaring; zet die geframede bril af en lees het dan nog eens. Ik vond de formuleringen wat te ongenuanceerd op bepaalde punten; dat is precies de reden geweest dat ik die verklaring niet ondertekend heb, want dat is mij ook gevraagd. Maar de kern van die verklaring is de positie van het klassieke huwelijk. Laten we het daar maar even bij laten. Misschien kunnen de collega's er dan op die manier nog eens naar kijken.

Dank.

De voorzitter:
Goed. U heeft uw laatste antwoord gegeven op deze laatste interruptie. We hebben nog twee, nee drie sprekers van de zijde van de Kamer; ik ben weer te optimistisch. De volgende spreker is de heer Paternotte, die namens de Democraten 66 het woord voert.

De heer Paternotte (D66):
Ik hoop dat u er nog een beetje zin in heeft, voorzitter.

De voorzitter:
Ja, ik had heel veel zin in het debat. Dat heb ik nog steeds, alleen hoop ik dat u iets minder onderling herhalingen van zetten vertoont. Maar goed, dat zeg ik even geheel neutraal. De heer Paternotte, gaat uw gang.

De heer Paternotte (D66):
Dank, voorzitter. Voor ik begin wil ik ook graag de leden van de parlementaire ondervragingscommissie en hun ondersteuning hartelijk danken voor hun belangrijke werk. Ik heb zelf ook een keer een paar weken in die zaal daar aan de overkant mogen zitten. Het is een serieuze klus, waarbij je als Kamerlid even in heel korte tijd de diepte ingaat op een onderwerp, waar de gedachtevorming in deze Kamer die diepgang ook nodig heeft. Laat ik de commissie, die meen ik ook wel bekendstaat als "het keurkorps van Michel Rog" — er zitten hier twee leden in de zaal — danken en prijzen. Ze hebben dat ook nog eens gedaan in omstandigheden waarbij er bedreigingen speelden en er heel moeilijke ondervragingen waren.

Het werk is belangrijk, want bescherming van de vrijheid doet ertoe. We leven in een tijd waarin je niet met een zaklampje hoeft te zoeken naar aanwijzingen dat vrijheid niet vanzelfsprekend is, of het nu gaat om extreemrechtse groepen die het parlement van onze bondgenoot bestormen, een aanslag op een synagoge door extreemrechts hier vlak over de grens in Duitsland of het machtigste land ter wereld dat in de eigen achtertuin een goelagarchipel bouwt en over de hele wereld haar diaspora en vrije landen intimideert om toch maar niets negatiefs over China te zeggen. Of denk aan een Turkse president die zich ten doel stelt om Europeanen van Turkse komaf loyaal aan hemzelf te laten zijn. Denk aan de verschrikkelijke aanslagen op de vrijheid vorig jaar in Oostenrijk en Frankrijk, waar radicalisering meermaals heeft geleid tot afschrikwekkende aanvallen op de Europese samenleving en haar manier van leven.

Je zou zeggen dat dit iets is wat deze Kamer dan ook zou moeten kunnen verenigen. Toch hebben we eerder vandaag ook in de bijdrage van de heer De Graaf weer kunnen horen hoe makkelijk het is om een onderwerp aan te grijpen om een vijandbeeld te pakken, dat harder aan te zetten, op die manier groepen tegenover elkaar te plaatsen en te doen alsof een miljoen Nederlanders niet deugen.

Voorzitter. Ik begin hiermee ...

De heer De Graaf (PVV):
Mijn vraag is of de heer Paternotte zichzelf serieus neemt met deze opmerking.

De heer Paternotte (D66):
Ja. Ik zou de vraag ook terug kunnen stellen.

De heer De Graaf (PVV):
Prima. Dan doe ik dat. Dan ga ik even weg.

De heer Paternotte (D66):
Voorzitter. Ik begin hiermee, en specifiek naar de heer De Graaf, omdat ik nog maar een keer op het verschil wil wijzen. Nederland heeft namelijk geloofsvrijheid en als er iets is om trots op te zijn, dan is het dat. Als land zijn we ontstaan omdat een buitenlandse overheerser hier die vrijheid niet toestond. Zo konden we een natie worden van protestanten, katholieken en later joden, en nog iets later moslims en hindoes en vele andere gezindten. Inmiddels bestaat verreweg de grootste groep Nederlanders uit ongelovigen. Laten we trots zijn op die vrijheid. Nederland was nota bene decennialang het grootste islamitische land ter wereld. Ik vraag me weleens af of Geert Wilders daaraan denkt, als hij zegt dat hij terug wil naar het Nederland van vroeger.

Het is van alle tijden dat er fanatici zijn, extremen die zich kunnen beroepen op een ultraorthodoxe uitleg van een godsdienst of een ideologie. Extremistisch gedachtegoed dat zichzelf laat sturen door dwaze dogma's en foute denkbeelden. Groeperingen die zichzelf boven de samenleving zetten en oplossingen zoeken in chaos, geweld en pijn. Je ziet het bij alle religies en net zo goed buiten alle religies. Groeperingen die niet passen in onze samenleving en niet welkom zijn. Dat extremisme inspireerde de afgelopen twee jaar tot de onthoofding van Samuel Paty, de moordpartij in Wenen, de terreuraanslag op een moskee in Auckland, de poging daartoe op een moskee in Noorwegen en de aanslag op een synagoge in Halle.

Wat ons betreft gaat het vandaag over het tegengaan van dat extremisme, aangestoken vanuit onvrije landen. Dat is ook waarom als we het over moskeeën hebben, we het niet over 500 moskeeën hebben, maar over die 20, 25, 30 die problematisch zijn. Het is goed dat het kabinet dat ook direct in zijn reactie benoemde. Ik zou het kabinet willen vragen om nog een keer het feit te onderstrepen dat dat aantal klein is en dat we dat zo moeten houden. Het uitstekende rapport had immers als keerzijde dat veel moslims zich afvroegen: gaat dit over mij? Die meerderheid willen we juist versterken. Die willen we weerbaarder maken. Die willen we aan onze kant houden. Daarom vraag ik ook of het kabinet wil onderstrepen dat we juist moskeeën en gemeenschappen zoals het OJCM, waar het rapport natuurlijk niet over gaat, willen betrekken bij het versterken van die redelijkheid.

Voorzitter. De hoofdvraag van de onderzoekscommissie of er ongewenste beïnvloeding vanuit onvrije landen plaatsvindt, werd volmondig met "ja" beantwoord. Ik zal vijf aspecten benoemen, lijnen waarlangs wij zien dat we daar iets aan zouden moeten doen, in aanvulling op heel veel goede dingen die gezegd zijn. Ik wil beginnen bij iets wat niets met de islam te maken heeft, maar wat in het rapport ook uitgebreid benoemd wordt: Diyanet, het Turkse "Presidium voor Godsdienstzaken" en de infrastructuur in Europa die wordt beschreven, de Turkse weekendscholen. Het wordt ook wel de lange arm van Ankara genoemd. Ik heb twee vragen daarover, omdat in het rapport zo duidelijk getoond wordt hoe dit in de haarvaten dwars door Europa zit.

De speech van president Erdogan heeft duidelijk gemaakt dat hij Turkse Europeanen als zijn eigen onderdanen ziet, en we zien dit in heel Europa terugkomen. Het is dus een strategie gericht op Europa. De vraag is: is er dan ook een Europabreed antwoord op? Heeft de minister van Buitenlandse Zaken contact met Europese collega's over de invloed vanuit Turkije? En als er een Europabreed antwoord is, hoe luidt dat antwoord dan?

Ten tweede transparantie. In de ondervragingen kwamen weer schokkende voorbeelden langs van wat er gebeurt op sommige moskeescholen: de les over afvalligen die de doodstraf verdienen, mannen en vrouwen, die niet gelijk zijn en elkaar dus geen hand moeten schudden en in de casus alFitrah nog veel andere voorbeelden waar collega's Becker en Kuiken ook al over spraken. De waarschuwingen van de AIVD zijn genoemd. Breed leeft in deze Kamer de vraag: is het nou zo logisch dat we in het regulier onderwijs intensief toezicht houden omdat het om kinderen gaat en dat nadat de dagschool dichtgaat dit toezicht stopt en er eigenlijk niets is als de schoolbel gaat voor de avondschool of de weekendschool? Margalith Kleijwegt schreef in het boek Alles is familie over de Turkse internaten in Amsterdam. De jongeren op deze internaten presteren vaak het beste van hun klas omdat ze 's avonds meteen aan de slag gaan met huiswerk, omdat de school eigenlijk doorgaat. Ze leveren ook hele vrome moslims af; calvinistische moslims zoals Kleijwegt ze noemde. Ik ben weleens in dit soort internaten op bezoek geweest. Ik werd altijd hartelijk ontvangen en ik was onder de indruk van de organisatiekracht. De kern is dat het een omgeving is waarin het onderwijs doorgaat. Het staat ook in het rapport: vier tot veertien uur per week. Veertien uur per week is meer dan de helft van de tijd die kinderen normaal op school doorbrengen. Is het nou wenselijk dat dat allemaal gebeurt zonder dat we überhaupt een titel hebben om er toezicht op te houden? Zelfs de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de Verenigde Naties zegt: landen, creëer nou een formeel kader voor informeel onderwijs.

Er is een verkenning informeel onderwijs geweest, en de OCW-ministers schreven een brief tjokvol bezwaren tegen het verzoek in de motie-Kuiken/Becker. Er wordt onder andere gezegd dat je ook toezicht moet gaan houden bij de scouting, bij de knutselclub en bij de sportclub. Maar ja, daar gaat het natuurlijk niet om. Kijk hierbij naar sommige moskeescholen. In de ondervraging kwamen heel duidelijke voorbeelden langs. Kijk misschien wel net zo goed naar sommige bijbelscholen, omdat we weten dat er plekken zijn waar ook conversietherapie gepromoot wordt. Ik zou dat ook zonder enige moeite problematisch gedrag willen noemen. En kijk naar weekendscholen, gesteund door de Turkse staat, al lijken deze niet erg van de grond te komen.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
We zijn natuurlijk als Kamer al heel lang op zoek naar wat we het beste kunnen doen, maar is het niet zo dat we ook een heel groot risico lopen wanneer we er toezicht op houden en wanneer we er vervolgens een soort stempel "oké" op gaan zetten? Denken dan misschien meer mensen: ik moet eigenlijk mijn kind daarnaartoe sturen, ik doe mijn kind misschien wel tekort als ik het er niet naartoe stuur en ik kan helaas geen weerstand meer bieden aan mijn buurman die mij eigenlijk ook opjaagt om mijn kind naar die school te sturen? Zit er niet juist een heel groot risico in dat formele toezichtkader en zouden we niet veel moeten kijken daar waar het misgaat of het niet gewoon kindermishandeling is, die conversietherapieën en die uitdrijvingsellende? Daar hoef je geen toezicht op te houden om te kijken of het oké is. Dat is gewoon mishandeling.

De heer Paternotte (D66):
We hebben hier op zich natuurlijk de minister die verantwoordelijk is voor de jeugdbescherming, maar het lastige lijkt mij dat als het om problematisch gedrag gaat waarvoor helemaal geen titel is om er een strafrechtelijke maatregel of, in dit geval, een jeugdbeschermingsmaatregel op toe te passen het formeel geen kindermishandeling is. Ik vraag me af of dat dan een bevredigend antwoord is. U zegt iets over het risico van toezicht. Ik weet eerlijk gezegd niet zo goed wat het grote risico is. Ik zei net al dat ik zelf bij een bijbelclub heb gezeten, toevallig omdat ik met vriendjes meeging. Ik dacht: is het nou zou erg als daar eens in de zoveel tijd — dat zou daar waarschijnlijk niet eens gebeuren — iemand langskomt, kijkt wat de lesmaterialen zijn en een gesprek heeft over wat het hele idee daar is, zodat je op die manier je een titel hebt om in ieder geval te weten wat daar gebeurt, als daar op basis van signalen, risicogericht, redenen voor zijn. Ik zie niet zo in wat er dan mis kan gaan. Ik denk eerder dat de ervaringen met de internaten en ook de wet die we daar inmiddels voor hebben ons leren dat het prima kan.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Nee. Als een padvinderijclub een leider heeft — een akela, ik weet niet hoe dat allemaal heet — die de kinderen iedere dag alle hoeken van de Kamer laat zien, zeggen we toch ook niet: we kunnen niet optreden, want we hebben geen titel om te kijken bij de padvinderij? Natuurlijk wel. Dat is gewoon mishandeling en dan treden we gewoon op. Dat is kindermishandeling. Ik snap dus niet zo goed waarom we maar blijven hangen aan dat er een formeel kader moet zijn en toezicht, en dat we misschien ook maar toezicht moeten gaan houden op bijbelscholen, alsof daar nu ineens het grote kwaad vandaan komt. We hebben hier heel duidelijk een aantal informele kaders waarin kinderen puur opgezet worden tegen onze Nederlandse samenleving. De AIVD waarschuwde al in 2014, 2015, in 2018 en in 2019 voor deze dramatische koers. Dan moeten we toch met elkaar zeggen: stop eens met dat hele verhaal van dat toezicht en pak het eens aan vanuit de invalshoek kindermishandeling?

De heer Paternotte (D66):
Als het inderdaad kindermishandeling is, dan kan je dat aanpakken. Ik heb zelf trouwens ook nog op scouting gezeten, maar ik heb iets betere ervaringen dan mevrouw Van Toorenburg net … Niet suggereerde hoor, laat dat duidelijk zijn. Als er kindermishandeling is, als kinderen geslagen worden, kan je dat aanpakken. Dat klopt. We hebben het nu, in dit debat — dat is ook waar we als integratiewoordvoerders vaak over spreken — over die bijzondere termen "antirechtsstatelijk", "anti-integratief" en "antidemocratisch". Je mag in Nederland natuurlijk zeggen dat democratie slecht is. Dat mag. Dat is ook onderdeel van die vrijheid. Je kan inderdaad ook tegen kinderen zeggen: je bent wel in Nederland geboren, maar je bent onderdaan van Turkije en overigens, homoseksualiteit is niet iets normaals, je moet niet denken dat je dat moet worden en denk eens na over een gesprek om te weten te komen of je niet een andere geaardheid hebt en hoe je op het rechte pad kunt komen. Het is niet per se allemaal strafbaar wat ik net noem, maar ik vind het wel heel problematisch. Dat is ook waarom ik wil dat de rolluiken op dat soort plekken niet gesloten kunnen blijven als we signalen hebben dat het beter is om ze open te zetten.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Tot slot, voorzitter. Het is goed dat de heer Paternotte dat voorbeeld noemt, want ik altijd al gezegd, ook toen ik mij nog over onderwijs mocht buigen, dat als kinderen wordt verteld dat ze niet deugen, dat ze niet mogen zijn wie ze zijn, dat een vorm is van kindermishandeling. Ook dan moeten we niet zeggen: het is vrijheid van onderwijs. Nee, het is kindermishandeling! Als ze op een informeel internaat een kind gaan vertellen dat hij niet deel mag zijn van deze Nederlandse samenleving, dat alles wat hem op school verteld wordt niet waar is en dat het verheerlijken van geweld hem zelfs door de strot wordt geduwd, dan zijn we kinderen kapot aan het maken, dan zijn we kinderen niet aan het ontwikkelen. Daarom, misschien juist wel daarom, heeft de WHO in 1999 gezegd: we moeten niet zo strikt kijken naar kindermishandeling als alleen maar klappen geven of emotionele verwaarlozing, het is ook een kind niet meer voorbereiden op een toekomst. En als we dat nou een keer serieus nemen, hebben we direct een manier om te kijken naar deze draconische uitwassen.

De heer Paternotte (D66):
Ik ben het voor een heel groot deel eens met wat mevrouw Van Toorenburg net zei. Ik merk dat zij dezelfde zoektocht deelt. Misschien kunnen we aan deze minister vragen of kindermishandeling in zijn opvatting inderdaad datgene is wat u net omschreef. Voor zover ik weet, is dat het op dit moment niet. Ik weet niet of je daar een oplossing in moet zoeken, maar laten we afspreken dat ik nog even ga kijken naar het WHO-rapport uit 1999. Ik was toen 15 en met andere dingen bezig; dat geef ik meteen eerlijk toe. Dan kunnen we zien of we elkaar in de loop van dit debat daarop kunnen vinden. Nee, ik zat toen niet meer bij de scouting. Volgens mij willen de ministers de rest van mijn cv vandaag helemaal niet horen. Ik ga nu verder, ook in het belang van deze drie ministers. Het zou natuurlijk kunnen dat er in de toekomst een scoutingafdeling of knutselclub komt die onderwijs geeft dat gericht is tegen de vrijheden van de democratische samenleving. Dat kan, maar voor zover ik weet, is dat niet aan de orde. Daarom was het verzoek ook om het toezicht risicogericht vorm te geven.

Ik zou de ministers nog het volgende willen vragen. De bezwaren suggereren door de opsomming dat het twijfelachtig is of risicogericht toezicht op informeel onderwijs een legitiem doel dient en proportioneel en subsidiair is. Als we keer op keer waarschuwingen zien, we van de diensten berichten krijgen en we het verslag van de ondervragingscommissie lezen, met al die voorbeelden, wat gaan we dan wél doen? Zou het kabinet bereid zijn om te onderzoeken of zo'n wet voor informeel onderwijs mogelijk is? Die zou een formeel kader creëren voor beperkt risicogericht toezicht op onderwijs, waar visitatie en inzicht in lesmethoden en lesinhoud onderdeel van uitmaken. Willen de heren ministers misschien kijken naar de ervaringen van andere landen met ditzelfde fenomeen?

Voorzitter. Een ander punt ten aanzien van transparantie zijn de donaties die we al kennen. Toen minister Koenders de afspraken maakte met Koeweit, wisten we dat het ging om 10 miljoen euro aan donaties. Later zijn er ook nog afspraken met andere landen gemaakt. Alleen, op die lijst stonden geen individuele donaties, privédonaties van rijken, en daarvan zijn er behoorlijk veel in de oliestaten. Die zaten daar niet bij. De vraag is: hebben we niet alleen het topje van de ijsberg in zicht? Ik heb de volgende vraag aan de minister van Buitenlandse Zaken. Ik weet dat hij, kort voor de coronacrisis uitbrak, nog een reis heeft gemaakt door Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten, ook om de gemaakte afspraken over transparantie te herbevestigen. Is er sinds de eerste afspraken met Koeweit ook iets gedaan om individuele donaties vanuit het Midden-Oosten aan instellingen in Nederland in zicht te krijgen? En wil de minister dit ook gaan betrekken bij de bilaterale afspraken die we nu hebben staan, om te kijken of we daar via die bilaterale route meer inzicht in kunnen krijgen?

Voorzitter. Dan wilde ik naar de Europese Unie. Ik denk dat het in het karakter van mijn partij zit om dat ook te behandelen, want dit vraagstuk speelt natuurlijk niet alleen hier, maar in heel veel vrije landen. Politiek-salafistische groeperingen zijn breed vertakt in de Europese Unie, met veel broedplaatsen voor fundamentalisme en radicalisering. Ook het hoofdkwartier van de Moslimbroederschap in Ierland is een Europese kwestie. Een maximale inzet op een Europese oplossing ligt dus voor de hand. Veel bezwaren waar het kabinet tegenaan liep in de zoektocht naar een verbod op buitenlandse financiering zaten juist in de mensenrechtelijke waarborgen die voortvloeien uit ons lidmaatschap van de Europese Unie en de Raad van Europa. Daarnaast is de definitie van een onvrij land een struikelblok gebleken om gericht te werk te kunnen gaan.

Alleen, de vraag is of buiten-Europese financiering van religieuze instellingen überhaupt wenselijk is. Omdat buitenlandse beïnvloeding van de maatschappij onwenselijk wordt geacht, kennen de Verenigde Staten bijvoorbeeld een totaalverbod op politieke giften van buiten de VS. Nederland streeft naar iets vergelijkbaars, maar dan voor binnen de EU. Het kabinet laat zich inspireren door het Duitse voorbeeld, waar het drie maanden voor de verkiezingsdag niet meer mogelijk is dat buiten-Europese politici campagne komen voeren in hun land. Dus waarom zetten we niet in op een Europees verbod op buiten-Europese financiering van religieuze instellingen? Dat past bij het principe dat dominant is in de meeste Europese landen, namelijk dat geloofsgemeenschappen zichzelf financieren, dat de priester, de dominee of de rabbijn door de gelovigen zelf betaald wordt. Hier ligt dan ook een duidelijke taak voor de minister van Buitenlandse Zaken. Is hij bereid om te bouwen aan een Europese kopgroep die financiering uit Europese landen wil aanpakken? En nog iets meer specifiek: is hij bereid om te onderzoeken of het mogelijk is om een Europees verbod op buiten-Europese financiering van religieuze instellingen in te stellen?

Voorzitter. Ten slotte nog één thema. Een terugkerende discussie is de komst van wat we met een makkelijke term "haatpredikers" noemen. Deze gebedsdienaren worden ingevlogen. Over hun komst is vooraf al ophef, omdat we op basis van sociale media of eerdere ervaringen weten dat ze een onverdraagzaam en vaak homofoob, misogyn of zelfs opruiend verhaal komen houden. Die buitenlandse gebedsdienaren doen dat met een tewerkstellingsvergunning dan wel een werkvisum. Kunnen deze vergunningen en visa in duur en voorwaarden aanscherpingen krijgen, bijvoorbeeld door een toets te doen op het blazoen van de betreffende prediker? Die vraag zou ik willen stellen aan de minister voor Rechtsbescherming.

Voorzitter. In dat kader kom ik op haatzaaiende socialmediacontent. We hebben het veel over gebouwen. De ondervragingscommissie richtte zich natuurlijk in grote mate op casussen rond de moskeeën. Maar ja, inmiddels is onlinecontent misschien wel veel belangrijker en bereikt dat veel meer mensen en ook veel meer jongeren. Denk bijvoorbeeld aan een YouTube-hit als Minuut voor Allah, die 100.000 kijkers heeft en waarmee je waarschijnlijk al snel meer jonge mensen bereikt dan met alle moskeescholen bij elkaar opgeteld. Eigenlijk vraag ik mij af of wij weten waar de financiering voor dat soort promotie van héle conservatieve denkbeelden, die ook weleens kunnen passen binnen de definities van "anti-integratief" en "antidemocratisch", vandaan komt. Weten we waar die financiering vandaan komt? Weten we dat eigenlijk? Die vraag zou ik willen stellen. Daarbij heb ik de vraag of dit ook niet iets is wat we willen gaan betrekken bij de hele missie van het transparant maken van buitenlandse financiering, als dit soort financiering uit het buitenland komt.

Voorzitter. Ten slotte. Het is fijn dat we dit debat in vrijheid kunnen voeren. Laten we dat zo houden.

De voorzitter:
Dank u wel. Dan zijn we toe aan de volgende spreekster. Dat zal mevrouw Van Toorenburg zijn namens het CDA. Zij wacht nog heel even totdat het spreekgestoelte is schoongemaakt.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Het is al bijna veertien jaar geleden dat ik hier in deze zaal mijn maidenspeech hield. Het ging over het WRR-rapport Identificatie met Nederland. Er waren toen al hele grote zorgen over anti-integratieve tendensen. We kauwden nog op het rapport-Blok — de heer Blok zit vandaag in vak-K — waarin geconcludeerd werd dat de integratie maar ten dele een succes was, maar dat het overheidsoptreden daar in elk geval niet aan had bijgedragen. Het waren heel zorgwekkende signalen, en die zijn niet minder geworden; Het debat is overigens ook niet minder gepolariseerd; ik roep in herinnering dat dat het debat was waarin de heer Wilders wijlen minister Vogelaar "knettergek" noemde. Het was geen fraai debat en op onderdelen herkende ik dat vandaag ook weer. Dit terwijl we gewoon moeten kijken waar we het eigenlijk over hebben. We moeten proberen om dit met elkaar zo min mogelijk gepolariseerd te doen.

De heer De Graaf (PVV):
Wat ik minder fraai vind van vandaag is het volgende. Mevrouw Van Toorenburg wond zich, terecht, vreselijk op over Koranlessen, madrassa's, Koranscholen en mishandeling van kinderen en dergelijke. Maar nou hebben wij op 10 april 2013 een motie ingediend: "overwegende dat er inzicht moet komen op welke schaal deze mishandelingen voorkomen"; daar hadden we het vanmorgen over. "Verzoekt de regering, een landelijk onderzoek te starten naar mishandelingen tijdens koranlessen, en gaat over tot de orde van de dag." Er staat verder geen onvertogen woord in die motie. Die gaat over koranlessen, meer niet. En dan zegt het CDA: tegen. Het CDA wilde niet eens een onderzoek. Dat vind ik heel erg. We kunnen het over de toon hebben of over dat het dictaat in het midden ligt. Nee, dit vind ik erg. Wat is de reactie van mevrouw Van Toorenburg?

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Die is heel simpel. Ik weet eigenlijk gewoon honderd procent zeker — ik zou de Handelingen erop na moeten slaan — dat er ergens in een of andere context wel weer iets vreselijk ugly's stond. Als het namelijk zo simpel was dat we moesten onderzoeken of er sprake van kindermishandeling is, dan had het kabinet de motie ongetwijfeld omarmd en was het oordeel Kamer geweest. Maar er zit bij een motie van de PVV altijd wel ergens een overweging waardoor je denkt: het lijkt wel alsof ze willen dat ik mijn handtekening er niet onder kan zetten. Dat gebeurt iedere keer. Ik heb zomaar een vermoeden dat dat bij deze motie weer het geval was. En als het niet in de motie zelf stond, dan ging er een aankeiler aan vooraf waar de honden ook geen brood van hebben gelust. Dat is dus vaak de realiteit en maakt dat ik deze motie, hoe geweldig die waarschijnlijk ook klonk, ongetwijfeld niet heb gesteund.

De heer De Graaf (PVV):
Een prachtig antwoord, allemaal leuk, lachen, maar het gaat wel om die kinderen. Het is een serieus verhaal. Er worden kinderen mishandeld in een Koranles. Dan is het leuk om daar lacherig over te doen, maar ik doe daar niet lacherig over. Dan kunnen we het over ankeilers hebben en over vreselijke teksten, maar in die motie staat: "De Kamer, gehoord de beraadslaging, constaterende dat de GGD in onder andere Rotterdam, Den Haag en Tilburg gesignaleerd heeft dat kinderen tijdens Koranlessen worden mishandeld, constaterende dat er geen landelijk onderzoek bestaat naar de mishandeling van kinderen tijdens Koranlessen, overwegende dat er inzicht in moet komen op welke schaal deze mishandelingen voorkomen, verzoekt de regering een landelijk onderzoek te starten naar mishandelingen tijdens Koranlessen, en gaat over tot de orde van de dag." Geen onvertogen woord — ik heb het debat erop nagekeken — ook als ankeiler niet. Ik zou mevrouw Van Toorenburg dus willen meegeven om voortaan een toontje lager te zingen vanaf de morele hoogvlakte en niet meer lacherig te doen over kindermishandeling. Want als puntje bij paaltje komt, als er gestemd moet worden, geeft mevrouw Van Toorenburg met het CDA niet thuis. De kinderen zijn bij ons beter af.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Ik moet er eigenlijk alleen nog maar harder om lachen. Wat gebeurt hier dus feitelijk? Moet je nagaan dat je hier al heel veel jaar een politicus bent en blijkbaar niet eens in staat bent om voor zo'n ogenschijnlijke motie een Kamermeerderheid te krijgen. Dat moet ú al veel zeggen. Blijkbaar zit er dus altijd wat in waardoor dat net niet kan, of misschien is er in datzelfde debat een andere motie ingediend waarvan we dachten: dat moet 'm zijn. Laten we gewoon vandaag kijken wat we hieraan kunnen doen, want met dit soort dingen komen we echt niet verder in dit debat. Het is heel zielig. Eigenlijk is het voor u een gemiste kans dat u daar geen meerderheid voor heeft weten te verwerven.

De voorzitter:
Afrondend, meneer De Graaf.

De heer De Graaf (PVV):
Mevrouw Van Toorenburg draait 'm dus weer om, net als vanmorgen. Het lag aan de PVV dat moslims zich buitengesloten voelen. Dat was 1.400 jaar voor Wilders natuurlijk al zo, door Wilders. Ze worden buitengesloten, en daarom misdragen ze zich; dat is wat mevrouw Van Toorenburg vanmorgen zei. En nu moeten wij ons schamen of een beetje zielig doen omdat we geen meerderheid voor die motie krijgen, omdat we dat niet kunnen regelen, terwijl zij degene is die niet voorgestemd heeft. Ik zal vertellen wat er aan de hand was. Er was helemaal niets aan de hand in dat debat. Er was niets aan de hand met de moties die werden ingediend. Het CDA zat in een PVV-boycotperiode, een hele bewuste PVV-boycotperiode, die gewoon openlijk is uitgesproken. Dat is het verhaal. De kinderen moesten stikken, omdat de focus op de PVV lag. 1 graad focus, 359 graden waar onder andere kinderen mishandeld werden. Dat werd vergeten, want de PVV moest kapot. Dat is de gore politiek hier in Den Haag. Maar ondertussen wel van de morele hoogvlakte naar beneden blazen alsof wij het gedaan hebben. Dat is het CDA. Als ik straks als burger in het stemhokje zou staan, zou ik er nog wat langer over nadenken voordat mijn potlood daarheen ging.

Mevrouw Van Toorenburg (CDA):
Nou, als ik in het stemhokje zou staan en het afgrijselijke PVV-verkiezingsprogramma serieus zou bekijken en zien dat ze heel Nederland uiteenrijten en vervolgens niemand meer serieus nemen, dan zou ik denken: hm, deze partij krijgt helemaal niemand meer naast zich; wat een extreem verloren stem. Dan gaan niet alleen alle moties waar de PVV mee kwam nooit een meerderheid halen, maar klinkt er zelfs niet eens een fatsoenlijk geluid. Volgens mij gaat het daarom. Het zou heel erg helpen als ze een keer wat constructiever gaan kijken hoe we een probleem daadwerkelijk kunnen oplossen. Maar ik zei niet voor niks: veertien jaar geleden hadden we over ditzelfde onderwerp ook een gepolariseerd debat, en het zal helaas niet snel anders zijn.

Maar goed, we hebben gelukkig een goed rapport. De commissie-Rog heeft onderzoek gedaan naar ongewenste beïnvloeding uit onvrije landen en heeft de gevaren afgelopen zomer heel erg indringend onze huiskamers in geslingerd. In ons land, gestoeld op westerse grondrechten, zien we hele kwetsbare mensen gaandeweg in de greep komen van radicale stromingen, radicale islamitische stromingen. We zien parallelle samenlevingen ontstaan. Het salafisme wordt hier in Nederland vooralsnog helaas geen strobreed in de weg gelegd. Via het informele onderwijs worden onze kinderen uren achtereen vergiftigd met anti-integratieve en antidemocratische denkbeelden. Er zijn moskeeën die worden overgenomen door aanhangers van het salafisme. Die drijven van ons af. Er wordt façadepolitiek bedreven. Ogenschijnlijk wordt er niks afgedaan aan de westerse, democratische, rechtsstatelijke waarden, maar intussen worden er actief parallelle samenlevingen gevormd waar het radicale gedachtegoed welig tiert.