Schriftelijke vragen : De Renaissanceschool in Almere
Vragen van het lid Rooderkerk (D66) aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de Renaissanceschool in Almere (ingezonden 15 september 2026).
Vraag 1
Acht u het wenselijk dat de Renaissanceschool in Almere met slechts vier leerlingen
heeft kunnen starten en daarvoor reguliere bekostiging en een kleinescholentoeslag
ontvangt van ruim 507.000 euro per volledig kalenderjaar?
Vraag 2
Hoe beoordeelt u dat het blijkbaar wettelijk mogelijk is om toestemming te verlenen
voor het openen van de school, terwijl de belangstellingsmeting gebaseerd is op een
voorgenomen locatie die kilometers buiten het gebied ligt van de uiteindelijke vestigingsplaats
van de school?
Vraag 3
Deelt u de opvatting dat de belangstellingsmeting hiermee geen goede basis is voor
het te verwachten leerlingenaantal, mede gezien het aantal van vier leerlingen dat
gestart is in het eerste leerjaar ver verwijderd is van het volgens het marktonderzoek
te verwachten aantal leerlingen van 364 leerlingen in het 11e kalenderjaar?
Vraag 4
Bent u het ermee eens dat de school onder valse voorwendselen is gestart, aangezien
de school in de belangstellingsmeting richting ouders omschreven werd als «degelijk
onderwijs op basis van klassieke en moderne onderwijstechnieken» met «vele excursies»,
maar niet werd vermeld dat de school gelieerd is aan een politieke partij?
Vraag 5
Klopt het dat uit de interne stukken van de Inspectie van het Onderwijs blijkt dat
in de aanvraag uit 2024 nergens sprake was van gescheiden lessen of afzonderlijke
leertrajecten wegens biologische verschillen tussen jongens en meisjes?
Vraag 6
Kwamen de begrippen «jongens», «meisjes», «biologische verschillen» en «levensovertuiging»
ook niet voor in het bij de Inspectie van het Onderwijs ontvangen schoolplan van de
Renaissanceschool? Kunt u dit schoolplan met de Kamer delen?
Vraag 7
Heeft de aankondiging van Baudet op 24 juni 2026 over dat jongens en meisjes aparte
leertrajecten krijgen geleid tot een ander oordeel bij de Inspectie van het Onderwijs
danwel het ministerie over de onderwijskwaliteit van de Renaissanceschool? Zo nee,
waarom niet?
Vraag 8
Heeft de Inspectie van het Onderwijs, zoals aangekondigd in het ambtsbericht van 26 juni
2026, inmiddels contact opgenomen met het bestuur van de Renaissanceschool naar aanleiding
van de uitspraak van Baudet over aparte leertrajecten en wat waren de bevindingen
van dit contact en welke vervolgstappen heeft de Inspectie van het Onderwijs hierop
genomen?
Vraag 9
Bent u, mede gezien de passage in het coalitieakkoord dat de Wet meer ruimte voor
nieuwe scholen «zo snel mogelijk wordt herzien», voornemens de wetsevaluatie naar
voren te halen, zodat deze op korte termijn kan worden behandeld?
Vraag 10
Kunt u deze vragen elk afzonderlijk beantwoorden, voorafgaand aan het debat Stichting,
sturing en toezicht in het funderend onderwijs op 14 oktober 2026?
Indieners
-
Gericht aan
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap -
Indiener
Ilana Rooderkerk, Kamerlid