Schriftelijke vragen : De aanhouding in Rotterdam
Vragen van de leden Mathlouti en Bamenga (beiden D66) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de aanhouding in Rotterdam (ingezonden 15 september 2026).
Vraag 1
Kunt u uiteenzetten wat er op dit moment feitelijk bekend is over de aanleiding voor
de achtervolging, de aanhouding, het toegepaste geweld en het moment waarop de man
onwel werd (gemaakt), alsook hoe daarna gehandeld is?
Vraag 2
Welke handelingskaders hebben politieagenten wanneer een aangehouden persoon tijdens
een fysieke aanhouding aangeeft hulp nodig te hebben of mogelijk in medische nood
verkeert?
Vraag 3
Binnen welke termijn verwacht u dat het onderzoek van de Rijksrecherche naar het overlijden
kan worden afgerond en bent u, mede gezien het grote maatschappelijke belang en het
feit dat dergelijke onderzoeken in eerdere zaken soms één tot anderhalf jaar duurden,
bereid zich ervoor in te zetten dat dit onderzoek zo spoedig mogelijk en waar mogelijk
binnen zes maanden wordt afgerond, met behoud van de noodzakelijke onafhankelijkheid
en zorgvuldigheid?
Vraag 4
Kunt u bevestigen dat bij onderzoek altijd wordt betrokken of het verlenen en inschakelen
van medische hulp tijdig heeft plaatsgevonden of dat eerder ingrijpen mogelijk en
noodzakelijk was geweest?
Vraag 5
Wordt in het Rijksrechercheonderzoek expliciet onderzocht of het toegepaste politiegeweld
heeft bijgedragen aan het onwel worden en overlijden van de man, en welke protocollen
gelden voor het met meerdere agenten tegen de grond brengen en onder controle houden
van een persoon?
Vraag 6
Kunt u bevestigen dat de bodycambeelden van alle bij de achtervolging en aanhouding
betrokken politieagenten zijn veiliggesteld en volledig worden betrokken bij het verdere
onderzoek?
Vraag 7
Deelt u de opvatting dat wanneer politiegeweld is toegepast uiterste zorgvuldigheid
noodzakelijk is in de eerste publieke communicatie, juist omdat op dat moment nog
niet vaststaat welke relatie er bestaat tussen het toegepaste geweld en het overlijden?
Vraag 8
Bent u bereid de Kamer zo spoedig mogelijk na afronding van het onderzoek te informeren
over de bevindingen en mogelijke lessen voor politie-instructies en -training?
Indieners
-
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Indiener
Mahjoub Mathlouti, Kamerlid -
Medeindiener
Mpanzu Bamenga, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.