Schriftelijke vragen : Hulpmiddelen en voorzieningen voor mensen met een beperking, in navolging op vragen uit 2024 en 2025
Vragen van het lid Westerveld (PRO) aan de Ministers van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over hulpmiddelen en voorzieningen voor mensen met een beperking, in navolging op vragen uit 2024 en 2025 (ingezonden 15 september 2026).
Vraag 1
In 2024 noemde uw ambtsvoorganger Minister Helder het in antwoord op onze Kamervragen1 «onacceptabel» dat mensen te lang moeten wachten op hulpmiddelen en in 2025 gaf uw
ambtsvoorganger Staatssecretaris Maeijer aan dit «vreselijk»2 te vinden. Begrijpt u het dat mensen met een beperking en hun naasten, soms moedeloos
worden als zij dit soort stevige termen horen, maar in hun leven, vrijheid, studie,
werk en sociaal leven worden beperkt omdat precies dezelfde problemen niet worden
opgelost?
Vraag 2
In 2025 gaf u aan dat in het Landelijk normenkader hulpmiddelen is opgenomen dat de
gemeente afspraken maakt over de wacht- en levertijden in de overeenkomsten met de
leveranciers en daar ook op stuurt. Gebeurt dit in alle gemeenten? Wie controleert
dit? Hoe weet u of de afspraken in het landelijk normenkader overal worden nagekomen?
Vraag 3
U gaf ook aan dat de gemeente en/of de leverancier de cliënt proactief op de hoogte
houdt van diens aanvraag en/of levering van het hulpmiddel, zodat deze informatie
ook inzichtelijk is voor de cliënt zelf. Heeft u de indruk dat dit standaard gebeurt?
Vraag 4
Hebben inmiddels alle gemeenten de convenanten die zijn voortgekomen uit de Verbeteragenda
Hulpmiddelen ondertekend?
Vraag 5
Kunt u aangeven welke stappen zijn gezet om de levering en beschikbaarheid van hulpmiddelen
te verbeteren, ook gezien de verplichtingen die voorkomen uit het VN-Verdrag Handicap
waaronder tenminste Artikel 9, 19, 20, 29 en 30?
Vraag 6
In antwoord op vorige Kamervragen gaf u aan dat problemen ook voortkomen uit het niet
beschikbaar zijn van onderdelen en een tekort aan monteurs. Hoe groot zijn de personeelstekorten
nu, bij benadering, in fte’s? Wat heeft u sindsdien ondernomen? Heeft u afspraken
gemaakt over het hanteren van een vaste reserve voor veel gebruikte onderdelen? Heeft
uw ministerie gesprekken gevoerd met leveranciers en beroepsopleidingen om gezamenlijk
te werken aan werving en het onder de aandacht brengen van opleidingstrajecten en
omscholingsmodules? Zo nee, bent u bereid dit alsnog te doen?
Vraag 7
Welke eisen worden gesteld aan de locatie en regionale spreiding van voorraden van
veelgebruikte onderdelen en van werkplaatsen waar monteurs reparaties uitvoeren? Wordt
bij de contractering en beoordeling van leveranciers meegewogen welke gevolgen de
afstand tussen de gebruiker, de leverancier en de werkplaats heeft voor de reparatie-
en levertijd? Zo nee, bent u bereid hierover landelijke minimumeisen of afspraken
te maken?
Vraag 8
Deelt u de mening, dat het in lijn met het VN-Verdrag Handicap onacceptabel is dat
mensen die een hulpmiddel nodig hebben regelmatig te maken krijgen met ingewikkelde
en lange aanvraagprocedures, meerdere loketten, herhaalde beoordelingen en onduidelijkheid
over wie verantwoordelijk is? Zo ja, welke stappen gaat u zetten om het aanvraag en
beoordelingsproces te vereenvoudigen?
Vraag 9
Is het wettelijk noodzakelijk dat, nadat een gespecialiseerde paramedicus de noodzaak
en functionaliteit van een hulpmiddel heeft beoordeeld, daarnaast een medisch specialist
het hulpmiddel beoordeelt en voorschrijft? Zo ja, op grond van welke bepaling? Zo
nee, waarom komt dit in de praktijk toch voor?
Vraag 10
Kan het voorkomen dat een patiënt voor hetzelfde hulpmiddel meerdere keren door een
medisch specialist moet worden beoordeeld? Zo ja, in welke situaties is dit medisch
noodzakelijk en in welke situaties vloeit dit voort uit administratieve of contractuele
voorwaarden?
Vraag 11
Welke ruimte hebben zorgverzekeraars, gemeenten en zorgkantoren om aanvullende eisen
te stellen aan verwijzingen, voorschriften, indicaties en voorafgaande toestemming
voor hulpmiddelen? Op welke wijze wordt getoetst of deze eisen proportioneel en doelmatig
zijn?
Vraag 12
Deelt u de mening dat een beoordeling die zonder medische noodzaak wordt herhaald
geen passende zorg is, maar verspilling van patiënttijd, professionele capaciteit
en collectieve zorgmiddelen?
Vraag 13
Kunnen gespecialiseerde paramedici, zoals handtherapeuten, ergotherapeuten en fysiotherapeuten,
binnen de huidige wettelijke kaders rechtstreeks bepaalde hulpmiddelen aanvragen of
voorschrijven? Zo nee, welke juridische of contractuele belemmeringen staan dit in
de weg?
Vraag 14
Bent u bereid met zorgverzekeraars, beroepsgroepen, patiëntenorganisaties en hulpmiddelenleveranciers
af te spreken dat reeds vastgelegde medische informatie en beoordelingen worden hergebruikt
en niet opnieuw worden opgevraagd, tenzij daar een concrete medische reden voor bestaat?
Wilt u bij deze uitwerking ook ervaringsdeskundigen en zorgprofessionals betrekken
die zelf met ingewikkelde hulpmiddelenroutes te maken hebben gehad, zodat niet alleen
de afzonderlijke regels, maar ook de stapeling daarvan wordt beoordeeld?
Vraag 15
Bent u bereid te onderzoeken voor welke hulpmiddelen een verkorte aanvraagroute kan
worden ingevoerd, waarbij een beoordeling door een aantoonbaar deskundige behandelaar
voldoende is en herhaalde verwijzingen, consulten en beoordelingen achterwege kunnen
blijven?
Vraag 16
Bent u ten slotte bereid de Kamer concrete voorstellen te doen voor een maximale totale
doorlooptijd en een verkorte aanvraagroute voor relatief eenvoudige of laag-risico
hulpmiddelen?
Vraag 17
Worden de totale kosten van hulpmiddelenroutes momenteel in beeld gebracht, inclusief
consulten, verwijzingen, machtigingen, administratieve handelingen, reistijd, wachttijd
en gezondheidsschade door uitstel? Zo nee, bent u bereid dit te laten onderzoeken?
Vraag 18
Bent u bekend met het rapport van Significant uit 2024 «Implementatie Verbeteragenda
Hulpmiddelen»3 waaruit onder meer bleek «dat het in ruim een kwart van de ondervraagde gemeenten
niet lukt om een complexe hulpmiddelenaanvraag binnen de wettelijke maximum tijd van
zes weken te beoordelen, en dat daarnaast een deel van de respondenten geen zicht
heeft op de gemiddelde beoordelingstermijn.»? Heeft u er zicht op of deze en andere
bevindingen uit het rapport inmiddels zijn verbeterd?
Vraag 19
Kunt u uiteenzetten welke wettelijke kaders gelden voor de wachttijd en de totale
doorlooptijd van een hulpmiddelenaanvraag vanuit respectievelijk de Zorgverzekeringswet
(Zvw) en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)? Welke bepalingen uit de Zvw,
de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg), de Wmo en de onderliggende regelgeving
zijn hierbij relevant?
Vraag 20
Geldt voor de beoordeling, machtiging, aanmeting en levering van hulpmiddelen vanuit
de Zorgverzekeringswet een concrete maximale wachttijd of doorlooptijd? Zo ja, welke
termijn geldt per stap en voor de volledige procedure? Zo nee, hoe wordt dan bepaald
wanneer iemand onaanvaardbaar lang wacht?
Vraag 21
Vanaf welk moment wordt de wachttijd voor een hulpmiddel geregistreerd: vanaf de eerste
hulpvraag, de eerste verwijzing, de indicatiestelling, de formele aanvraag bij de
zorgverzekeraar, de goedkeuring van die aanvraag of de opdracht aan de leverancier?
Vraag 22
Welke mogelijkheden heeft de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) om zorgverzekeraars
aan te spreken wanneer ingewikkelde aanvraag- of machtigingsprocedures ertoe leiden
dat verzekerden niet tijdig over een passend hulpmiddel kunnen beschikken?
Vraag 23
Hoe vaak heeft de Nederlandse Zorgautoriteit in de afgelopen vijf jaar signalen ontvangen,
onderzoek gedaan of handhavend opgetreden vanwege te lange aanvraag-, machtigings-
of leveringstermijnen bij hulpmiddelenzorg?
Vraag 24
Waar kan iemand terecht voor klachten of juridische hulp wanneer geen enkele afzonderlijke
processtap buitensporig lang duurt, maar de opeenstapeling van verwijzingen, beoordelingen,
machtigingen en wachttijden wel tot een onaanvaardbare totale doorlooptijd leidt?
Vraag 25
Welke rechten hebben de gebruikers van een hulpmiddel als niet aan de gemaakte afspraken
wordt voldaan? Beseft u dat zij hierdoor zowel lichamelijke gevolgen als (financiële)
schade lijden omdat aanvraagprocedures al veel tijd en energie kosten en dit ook ten
koste kan gaan van studie en werk? Deelt u de mening dat verbetering noodzakelijk
is en bent u ook bereid de regie te pakken in een verbetertraject?
Indieners
-
Gericht aan
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport -
Gericht aan
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Indiener
Lisa Westerveld, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.