Schriftelijke vragen : Het spreekexamen Nederlands voor inburgeraars
Vragen van het lid Bolhuis (PRO) aan de Minister van Werk en Participatie over het spreekexamen Nederlands voor inburgeraars (ingezonden 14 september 2026).
Vraag 1
Bent u ervan op de hoogte dat inburgeraars en hun docenten last ondervinden van de
luidruchtige omgeving waarin inburgeraars hun examen Spreken Nederlands moeten afleggen?1
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de inschatting dat er een verband is tussen het lage slaagpercentage
voor het examen Spreken (minder dan 60%) en de luidruchtige omgeving waarin het examen
afgelegd moet worden doordat iedereen tegelijk praat?
Vraag 3
Bij welk aandeel van de mensen die na de vooropgestelde termijn van drie jaar hun
inburgeringstraject nog niet afgerond hebben, is dat toe te schrijven aan het niet
slagen voor het examen Spreken? Bij welk aandeel is dat toe te schrijven aan het falen
voor meerdere onderdelen, waaronder examen Spreken?
Vraag 4
Kunt u een inschatting geven van de schaal van het probleem? Hoeveel testcentra zijn
er waar mensen het examen Spreken kunnen afleggen? In hoeveel daarvan dienen inburgeraars
met meerdere mensen tegelijk in een open zaal met een koptelefoon tegen een computer
te spreken? In hoeveel centra leidt dat tot luidruchtige omgevingen?
Vraag 5
Wat is de reden dat het examen Spreken nu op deze manier is georganiseerd met luidruchtige
omgevingen tot gevolg? Is de situatie verslechterd?
Vraag 6
Zijn er examencentra die het examen Spreken bewust anders organiseren met aandacht
voor het creëren van een rustige omgeving? Zo ja, wat is ervoor nodig om die aanpak
op te schalen naar alle centra?
Vraag 7
Welke opties ziet u om het examen Spreken anders te organiseren zodat er een rustige
examenomgeving gecreëerd kan worden? Wat is ervoor nodig om die opties te implementeren?
Vraag 8
Zou u deze vragen elk afzonderlijk kunnen beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
A.A. Aartsen, minister van Werk en Participatie -
Indiener
Wimar Bolhuis, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.