Schriftelijke vragen : Publieke politieke uitlatingen van rechters
Vragen van het lid Van Duijvenvoorde (FVD) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over publieke politieke uitlatingen van rechters (ingezonden 14 september 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de ingezonden brief in de Volkskrant van een volgens het openbare
register senior rechter in Amsterdam, waarin onder meer wordt gesproken over de «giftige
boodschap» van extreemrechts, een vergelijking wordt gemaakt met de wijze waarop Goebbels
in 1933 de media bespeelde en wordt gesuggereerd dat media minder aandacht zouden
moeten besteden aan extreemrechtse politieke boodschappen?1
Vraag 2
Deelt u de opvatting dat voor het vertrouwen in de rechterlijke macht niet alleen
van belang is dat rechters feitelijk onafhankelijk en onpartijdig oordelen, maar ook
dat zij in hun publieke optreden voorkomen dat redelijkerwijs de schijn van politieke
vooringenomenheid kan ontstaan?
Vraag 3
Welke regels, gedragscodes en richtlijnen gelden momenteel voor rechters die zich
buiten de rechtszaal publiekelijk uitlaten over actuele politieke partijen, politieke
stromingen of maatschappelijke controverses?
Vraag 4
Waar ligt volgens u de grens tussen enerzijds de vrijheid van meningsuiting die ook
een rechter toekomt en anderzijds de bijzondere verantwoordelijkheid van een rechter
om het vertrouwen in zijn politieke neutraliteit en onpartijdigheid te bewaken?
Vraag 5
Acht u het verenigbaar met die bijzondere verantwoordelijkheid wanneer een zittend
rechter een actuele politieke stroming publiekelijk omschrijft als «giftig», deze
in verband brengt met Goebbels en 1933 en er tegelijkertijd voor pleit dat media die
politieke stroming minder ruimte geven? Zo ja, waarom? Zo nee, welke consequenties
verbindt u daaraan in algemene zin?
Vraag 6
Hoe wordt binnen de Rechtspraak omgegaan met situaties waarin een rechter zich eerder
publiekelijk zeer negatief heeft uitgelaten over een politieke partij, politieke stroming
of de aanhangers daarvan en vervolgens een zaak moet behandelen waarbij personen of
organisaties uit die politieke kring partij zijn?
Vraag 7
Kan een dergelijke publieke uitlating volgens de bestaande regels aanleiding geven
tot verschoning van de rechter of tot een geslaagd wrakingsverzoek? Welke maatstaf
wordt daarbij gehanteerd?
Vraag 8
Wordt binnen de Rechtspraak bijgehouden hoe vaak publieke politieke uitlatingen van
rechters aanleiding hebben gegeven tot verschoning, wraking, klachten of interne bespreking?
Zo nee, acht u het wenselijk daar meer inzicht in te verkrijgen?
Vraag 9
Bent u van mening dat de bestaande gedragsregels voldoende duidelijk zijn over politieke
en partijpolitieke uitlatingen van zittende rechters, of ziet u aanleiding de Raad
voor de rechtspraak te verzoeken deze normen nader te verduidelijken?
Vraag 10
Deelt u de opvatting dat de rechterlijke onafhankelijkheid niet alleen bescherming
tegen politieke beïnvloeding van buitenaf vereist, maar ook een zekere mate van politieke
terughoudendheid van rechters zelf, juist omdat burgers erop moeten kunnen vertrouwen
dat hun politieke overtuiging geen rol speelt wanneer zij voor een rechter verschijnen?
Indieners
-
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Indiener
Peter van Duijvenvoorde, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.