Schriftelijke vragen : Het uit zicht raken van psychiatrische patiënten
Vragen van het lid Westerveld (PRO) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het uit zicht raken van psychiatrische patiënten (ingezonden 27 augustus 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Tienduizenden psychiatrische patiënten na behandeling
uit zicht hulpverleners»?1
Vraag 2
Hoe kijkt u naar het feit dat naar schatting 60.000 mensen met ernstige psychiatrische
klachten na een behandeling uit beeld raken van zorgverleners?
Vraag 3
Klopt het dat ongeveer een kwart van de volwassenen in Nederland met ernstige psychiatrische
klachten buiten beeld van zorginstanties raakt? Zo ja, kunt u uiteenzetten hoe deze
groep is opgebouwd en hoeveel mensen hiervan op enig moment opnieuw zorg nodig hebben?
Zo nee, kunt u de juiste cijfers delen?
Vraag 4
Hoe reflecteert u op de constatering dat juist na een succesvolle behandeling de begeleiding
tekortschiet? Deelt u de mening dat «uitbehandeld» niet hetzelfde zou moeten betekenen
als «uit beeld»? Zo ja, welke concrete maatregelen gaat u nemen om erop toe te zien
dat dit ook werkelijkheid wordt?
Vraag 5
Hoe verklaart u dat ondanks de inzet van de FACT-teams, die volgens uw voorganger
bedoeld zijn om mensen ook buiten crisissituaties in hun eigen omgeving te begeleiden,
tienduizenden mensen na behandeling uit beeld raken?
Vraag 6
Hoeveel mensen komen na beëindiging van een ggz-behandeling terecht bij een FACT-team,
wijkteam, huisarts, bemoeizorgteam of andere vorm van ondersteuning?
Vraag 7
Deelt u de mening dat er onvoldoende zicht is op de continuïteit van zorg wanneer
niet wordt bijgehouden of mensen na een behandeling daadwerkelijk passende begeleiding
ontvangen? Welke partij is volgens u hiervoor verantwoordelijk?
Vraag 8
Welke concrete resultaten heeft het beleid van de afgelopen jaren om «zicht en grip»
te krijgen op cruciale ggz opgeleverd voor mensen met een ernstige psychiatrische
aandoening die na behandeling terugkeren naar de wijk? Kunt u daarbij specifiek aangeven
of het aantal mensen dat na behandeling uit beeld raakt is afgenomen?
Vraag 9
Deelt u de constatering dat bemoeizorg in Nederland versnipperd is georganiseerd?
Zo ja, welke verantwoordelijkheid ziet u voor uzelf om ervoor te zorgen dat mensen
niet tussen de verschillende domeinen van de zorg, ondersteuning en hulpverlening
verdwijnen?
Vraag 10
Vindt u dat er bij de financiering van de ggz ruimte zou moeten komen voor de begeleiding
en het traject na een behandeling? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke concrete maatregelen
gaat u nemen om de overgang van behandeling naar langdurige begeleiding te verbeteren?
Indieners
-
Gericht aan
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Indiener
Lisa Westerveld, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.