Schriftelijke vragen : Het schriftelijk overleg met als onderwerp 'Zienswijzeprocedure Woo-verzoeken emissiegegevens'
Vragen van het lid Van der Plas (BBB) aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het schriftelijk overleg met als onderwerp «Zienswijzeprocedure Woo-verzoeken emissiegegevens» (ingezonden 29 mei 2026).
Vraag 1
Klopt het dat het bestuursorganen is toegestaan om zienswijzen uit te vragen via het
toezenden van een informatieve brief?
Vraag 2
Klopt het dat de eis van de mediabedrijven, waarbij zij de rechtbank Den Haag verzochten
om De Staat der Nederlanden (de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid
en Natuur) te verbieden om zienswijzen via toezending van een informatieve brief,
is afgewezen door de rechtbank (ECLI:NL:RBDHA:2025:16439)?
Vraag 3
Klopt het dat dit ook de gebruikelijke wijze is van het uitvragen van een zienswijze?
Vraag 4
Klopt het dat de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en/ of u beschikken
over de e-mailadressen van agrarische bedrijven, onder andere omdat zij deze invullen
bij de gecombineerde opgave?
Vraag 5
Waarom worden derde-belanghebbenden niet tevens per e-mail geïnformeerd over de mogelijkheid
om een zienswijze in te dienen?
Vraag 6
Hoeveel agrariërs hebben een abonnement op de Staatscourant en hoeveel agrariërs hebben
een abonnement op een agrarisch weekblad?
Vraag 7
Kunt u een overzicht verstrekken van het aantal zienswijzen dat is ingediend bij Wet
open overheid (Woo)-procedures waarbij meer dan 500 belanghebbende agrariërs zijn
betrokken sinds 2020, waarbij per procedure wordt aangegeven hoe derde-belanghebbenden
zijn geïnformeerd over de zienswijzeprocedure?
Vraag 8
Welk percentage van de agrarische derde-belanghebbenden leest binnen een week na publicatie
van een kennisgeving over een Woo-procedure in de Staatscourant deze kennisgeving?
Vraag 9
Waarom worden agrariërs niet tevens via advertenties in een agrarisch weekblad geïnformeerd
over de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen?
Vraag 10
Waarom krijgen derde-belanghebbende geen afschrift van de stukken die u voornemens
bent om over hen openbaar te maken?
Vraag 11
Deelt u de analyse dat een derde-belanghebbende deze stukken nodig heeft om een goede
zienswijze te kunnen geven?
Vraag 12
Kan een derde-belanghebbende deze stukken tijdens de zienswijzeprocedure opvragen
bij RVO en/ of de Minister?
Vraag 13
Wordt de termijn tot het indienen van een zienswijze verlengd op het moment dat een
derde-belanghebbe een afschrift opvraagt van de stukken die deze derde-belanghebbende
betreffen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 14
Waarom worden derde-belanghebbende niet gewezen op hun recht om ook mondeling een
zienswijze te geven (op grond van artikel 4:9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)?
Vraag 15
Bent u bereid om derde-belanghebbenden erop te wijzen dat zij ook mondeling hun zienswijze
naar voren kunnen brengen middels een zienswijzegesprek?
Vraag 16
Gaat u weer zienswijzen uitvragen door het toezenden van een informatieve brief aan
derde-belanghebbenden, met daarbij een afschrift van de stukken die u voornemens is
om openbaar te maken met betrekking tot die derde-belanghebbende?
Vraag 17
Klopt het dat de bekendmaking van een besluit aan derde-belanghebbenden op grond van
artikel 3:41 van de Awb plaats moet vinden via toezending en dat is gebleken dat bekendmaking
ook gewoon op deze wijze kan geschieden?
Vraag 18
Gaat u de bekendmaking van Woo-besluiten aan derde-belanghebbenden door middel van
toezending voortzetten? Zo nee, waarom niet?
Vraag 19
Hoe gaat u de zienswijzeprocedure inrichten indien u mogelijk over gaat tot actieve
openbaarmaking (zoals voortvloeit uit artikel 3.1, derde lid, van de Woo)?
Vraag 20
Hoe gaat u de bekendmakingsprocedure van een openbaarmakingsbesluit bij actieve openbaarmaking
inrichten?
Vraag 21
Hoe betrekt u derde-belanghebbenden bij het horen tijdens een bezwaarprocedure in
een Woo-procedure op grond van artikel 7:2 van de Awb?
Vraag 22
Waarom zijn derde-belanghebbenden niet betrokken bij het horen in Woo-procedure Woo/2023/066?
Vraag 23
Hoeveel bezwaarschriften zijn als beroepschrift doorgestuurd aan de rechtbank in Woo-procedure
Woo/2023/066?
Vraag 24
Klopt het dat het niet horen van derde-belanghebbende op basis van de vaste jurisprudentie
leidt tot het veroordelen van het bestuursorgaan tot vergoeding van het griffierecht
en proceskosten (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Rechtbank Gelderland op 30 oktober
2026 (ECLI:NL:RBGEL:2025:9169))?
Vraag 25
Klopt het dat RVO en/ of u de bezwaarmakers in Woo-procedure Woo/2023/066 onjuist
heeft geïnformeerd over de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen het Woo-besluit?
Vraag 26
Deelt u de opvatting dat het op de weg ligt van RVO en/ of u om het griffierecht te
betalen voor de bezwaarden van wie het bezwaarschrift als beroepschrift naar de rechtbank
is doorgezonden in Woo-procedure Woo/2023/066? Dit omdat dit voortvloeit uit uw fout
en u hoogstwaarschijnlijk sowieso wordt veroordeeld tot het vergoeden van griffierecht
in verband met het niet betrekken van de derde-belanghebbenden bij de bezwaarprocedure?
Vraag 27
Bent u bereid om voor alle bezwaarden in Woo-procedure Woo/2023/066 de griffierechten
te betalen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 28
Welke documenten vallen volgens u onder de definitie van «officiële documenten» zoals
gebruikt in artikel 86 van Vo. (EU) 2016/679?
Vraag 29
Deelt u de analyse dat artikel 86 van Vo. (EU) 2016/679 is geïntroduceerd op verzoek
van Scandinavische landen, waar het openbaarmakingsregime slechts van toepassing is
op «officiële documenten» in plaats van alle documenten?
Vraag 30
Deelt u de analyse dat niet alle documenten die zich onder een bestuursorgaan bevinden
kwalificeren als «officiële documenten»?
Vraag 31
Deelt u de opvatting dat de bezwaarprocedure in de Woo-procedures met zaaknummers
Woo/2024/040 en Woo/2024/073 onzorgvuldig is verlopen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 32
Waarom is in de Woo-procedures met zaaknummers Woo/2024/040 en Woo/2024/073 niet ingegaan
op de individuele bezwaargronden van bezwaarmakers?
Vraag 33
Waarom zijn bezwaarmakers niet gehoord in de Woo-procedures met zaaknummers Woo/2024/040
en Woo/2024/073?
Vraag 34
Denkt u dat de bezwaarmakers zich serieus genomen voelen?
Vraag 35
Bent u zich bewust dat de handelwijze, door de bezwaren in de Woo-procedures met zaaknummers
Woo/2024/040 en Woo/2024/073 zonder horen kennelijk ongegrond te verklaren, zeer afwijkt
van de normale behandeling van bezwaarschriften en ook zeer afwijkt van de behandeling
van bezwaren rondom de openbaarmaking van emissiegegevens door andere bestuursorganen?
Vraag 36
Bent u voornemens om ook in de toekomst bezwaarmakers via een standaardbrief, zonder
horen, kennelijk ongegrond te verklaren?
Vraag 37
Waarom zijn in de Woo-procedures met Woo-procedures met zaaknummers Woo/2024/040 en
Woo/2024/073 allemaal aparte beslissingen op bezwaar genomen, terwijl er bij verschillende
bezwaren tegen één besluit één beslissing op bezwaar genomen moet worden (zie onder
andere de uitspraak van de Rechtbank Gelderland van 31 augustus 2018 (ECLI:NL:RBGEL:2018:3763)?
Vraag 38
Waarom zijn bezwaren tegen verschillende primaire besluiten in een veelvoud geconsolideerde
beslissingen op bezwaar afgedaan, waarbij per beslissing op bezwaar zowel werd besloten
op bezwaren tegen de besluiten met kenmerk Woo/2024/040 als ook kenmerk Woo/2024/073?
Acht u dat er voldoende samenhang tussen deze primaire besluiten is om een gecombineerde
beslissing op het bezwaar te nemen? Zo ja, waarom?
Vraag 39
Wat als straks een beroepszaak van één van de bezwaarden in de Woo-procedures met
Woo-procedures met zaaknummers Woo/2024/040 of Woo/2024/073 wél gegrond wordt verklaard
en de beslissing op bezwaar vernietigd wordt, maar andere bezwaarden niet in beroep
gaan? Moeten dan alle beslissingen op de bezwaren als vernietigd worden beschouwd?
Gaat u dan het volledige primaire besluit herroepen bij een nieuwe beslissing op het
bezwaar?
Vraag 40
Deelt u de opvatting dat de Woo een zware en complexe uitvoeringslast met zich meebrengt?
Vraag 41
Is de regering voornemens om met wetsvoorstellen te komen om de Woo aan te passen?
Vraag 42
Hoe staat het met de uitvoering van de motie-Flach/Van der Plas over het begrip «emissiegegevens»
in de milieu-informatierichtlijn beter afbakenen (Kamerstuk 32 802, nr. 120)?
Vraag 43
Hoe staat het met de uitvoering van de motie-Wijen-Nass over de mogelijkheid verkennen
om het Verdrag van Aarhus op te zeggen (Kamerstuk 36 512, nr. 83)?
Vraag 44
Kunt u deze vragen betrekken bij de antwoorden van het schriftelijk overleg «Zienswijzeprocedure
Woo-verzoeken emissiegegevens»?
Indieners
-
Gericht aan
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Indiener
Caroline van der Plas, Kamerlid