Schriftelijke vragen : Het bericht AI-model Mythos geprezen en gevreesd lijkt in handen gevallen van onbevoegden
Vragen van de leden El Boujdaini (D66) en Kathmann (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat over het bericht AI-model Mythos geprezen en gevreesd lijkt in handen gevallen van onbevoegden. (ingezonden 24 april 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht in het NRC over het AI-model Mythos dat mogelijk in
handen is gevallen van onbevoegden?1
Vraag 2
Deelt u de analyse dat ongecontroleerde verspreiding van geavanceerde AI-modellen
risico’s kan vergroten op cyberaanvallen, geautomatiseerde fraude en andere schadelijke
toepassingen? Zo ja, welke risico’s acht u het meest urgent? Zo nee, waarom niet?
Vraag 3
Welke rol spelen geavanceerde AI-modellen op dit moment in het dreigingsbeeld? Welke
gevolgen heeft de uitrol van Mythos, binnen afzienbare tijd ook aan het grotere publiek,
voor dit dreigingsbeeld?
Vraag 4
Bent u van mening dat overheden toegang moeten krijgen tot Mythos zodat zij het kunnen
gebruiken om preventief kwetsbaarheden op te sporen en te dichten? Kan dit op een
veilige en verantwoorde manier?
Vraag 5
Hoe bereidt u overheidsorganisaties voor op de cyberveiligheidsrisico’s die gepaard
gaan met de uitrol van Mythos? Kunt u uiteenzetten welke acties u neemt om de veiligheid
van persoonsgegevens van burgers en de ICT-processen van de overheid te garanderen?
Vraag 6
Welke rol zou een onafhankelijke AI-raad, zoals voorgesteld in de motie-Kathmann/Six
Dijkstra (Kamerstuk 26 643, nr. 1403), kunnen spelen om de veiligheidsrisico’s van geavanceerde AI te monitoren en af
te dekken? Hoe wordt deze motie nu uitgevoerd?
Vraag 7
Heeft u voldoende zicht op de risico’s van model leakage, model theft en ongeautoriseerde verspreiding van geavanceerde AI-systemen in Nederland en Europa?
Zo ja, hoe wordt dit inzicht benut voor beleid en toezicht? Zo nee, welke maatregelen
neemt u om dit inzicht te verbeteren?
Vraag 8
Hoe beoordeelt u de toereikendheid van bestaande beveiligingsnormen en toezichtmechanismen
voor ontwikkelaars en beheerders van krachtige AI-modellen, mede in relatie tot de
implementatie van de AI-verordening?
Vraag 9
Welke kansen ziet u om via veilige ontwikkeling en deployment van AI de digitale veiligheid
te versterken, bijvoorbeeld voor cyberdetectie, opsporing en publieke dienstverlening?
Vraag 10
Ziet u in deze casus aanleiding om in Europees verband te pleiten voor versterkte
samenwerking rond monitoring van toegangsbeheer, auditing en incidentrespons? Zo ja,
op welke wijze?
Vraag 11
Hoe beoordeelt u de wenselijkheid van meer transparantieverplichtingen voor aanbieders
van geavanceerde AI-systemen over beveiligingsmaatregelen, incidenten en misbruikrisico’s?
Vraag 12
Kunt u de vragen afzonderlijk beantwoorden en in ieder geval vóór het rondetafelgesprek
cyberveiligheid en informatiebeveiliging van 20 mei 2026?
Indieners
-
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Gericht aan
W.J.M. Aerdts, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat -
Indiener
S. El Boujdaini, Tweede Kamerlid -
Medeindiener
Barbara Kathmann, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.