Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Clemminck over het bericht dat een rechter duizenden Woo-verzoeken indiende om misbruik van de wet aan te tonen
Vragen van het lid Clemminck (JA21) aan de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het bericht dat een rechter duizenden Woo-verzoeken indiende om misbruik van de wet aan te tonen (ingezonden 23 april 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Van der Burg (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)
(ontvangen 13 mei 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Rechter bombardeert gemeenten met duizenden informatieverzoeken
om punt te maken»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Klopt het dat een zittende rechter volgens deze berichtgeving op grote schaal Woo-verzoeken
heeft ingediend bij gemeenten, niet primair om informatie openbaar te krijgen, maar
om aan te tonen hoe eenvoudig misbruik van de Woo mogelijk is? Zo ja, wat is uw reactie
daarop?
Antwoord 2
Ja, dit klopt. Het recht op toegang tot overheidsinformatie en het kunnen doen van
een Woo-verzoek is belangrijk voor de werking van onze democratie. Vanzelfsprekend
is het onacceptabel dat dit belangrijke recht uit de Woo wordt misbruikt. Misbruik
maken van de Woo leidt tot verspilling van publieke middelen en levert het overheidsorganisaties
een hoop extra werk op. Misbruik ondermijnt een goede werking van het openbaarheidsstelsel,
bijvoorbeeld omdat dit ten koste gaat van de doorlooptijd van andere Woo-verzoeken.
Vraag 3
Deelt u de opvatting dat de Woo bedoeld is om openbaarheid van bestuur te bevorderen,
maar niet om overheden op grote schaal doelbewust administratief te belasten of de
uitvoeringspraktijk te ontregelen?
Antwoord 3
Ja.
Vraag 4
Hoe beoordeelt u het risico dat dit soort massale en mogelijk strategische Woo-verzoeken,
zeker bij kleinere gemeenten, leidt tot verdringing van reguliere publieke taken,
oplopende uitvoeringskosten en langere wachttijden voor bona fide verzoekers?
Antwoord 4
Transparantie van overheidshandelen en openbaarmaking van overheidsinformatie zijn
belangrijke waarborgen in onze democratische rechtsstaat. Misbruik van het recht om
Woo-verzoeken te doen, is dan ook onacceptabel. Deze casus laat zien dat misbruik
van de Woo mogelijk is.
Om misbruik tegen te gaan, bevat de Woo een antimisbruikbepaling. Van deze bepaling
kunnen overheidsorganisaties gebruik maken als een Woo-verzoeker kennelijk een ander
doel heeft dan het verkrijgen van publieke informatie. Op dit moment heb ik geen signalen
dat misbruik van de Woo op grote schaal voorkomt. Wel is het voor bestuursorganen
soms lastig om te bepalen wanneer zij gebruik kunnen maken van de antimisbruikbepaling.
Daarom hebben we een handreiking gepubliceerd die bestuursorganen hierbij helpt.2 Daarnaast wordt dit jaar de Woo geëvalueerd, waarbij ook wordt gekeken naar de werking
van de antimisbruikbepaling. Op basis van de uitkomsten van de evaluatie kunnen we
kijken of extra maatregelen nodig zijn om misbruik te voorkomen en te bestrijden.
Vraag 5
Heeft u zicht op de omvang van de belasting voor gemeenten door dit soort bulkverzoeken,
bijvoorbeeld in termen van extra ambtelijke inzet, externe juridische kosten en vertraging
in de afhandeling van andere Woo-verzoeken? Zo nee, bent u bereid dit via de Vereniging
van Nederlandse Gemeenten (VNG) uit te vragen?
Antwoord 5
Onlangs is een onderzoek uitgevoerd naar de uitvoeringslasten van Woo-verzoeken.3 In dit onderzoek is niet specifiek gekeken naar bulkverzoeken, maar wel naar zogenaamde
«zeer complexe» verzoeken,4 waar ook de hier bedoelde bulkverzoeken onder kunnen vallen. Op landelijk niveau
vergen de 10% meest complexe Woo-verzoeken circa 30% van de totale tijd die wordt
besteed aan de afhandeling van Woo-verzoeken. De gemiddelde tijdsbesteding voor zeer
complexe Woo-verzoeken bedraagt 113 uren voor kleine gemeenten, 128 uren voor middelgrote
gemeenten en 159 uren voor grote gemeenten. Dit betreffen uitdrukkelijk niet allemaal
verzoeken waarmee misbruik wordt gemaakt van de Woo. In de wetsevaluatie wordt nader
gekeken naar de effecten van de Woo in de praktijk en de werking van de antimisbruikbepaling.
De uitkomsten van het onderzoek naar de uitvoeringslasten worden in de wetsevaluatie
meegenomen.
Vraag 6
Welke mogelijkheden hebben bestuursorganen op dit moment om op te treden tegen kennelijk
oneigenlijk of disproportioneel gebruik van de Woo, en acht u dat instrumentarium
toereikend?
Antwoord 6
Zoals eerder genoemd, heeft de Woo een antimisbruikbepaling (artikel 4.6) waarmee
bestuursorganen een middel hebben om Woo-verzoeken die een ander doel hebben dan het
verkrijgen van informatie niet in behandeling te nemen. Hier heeft de gemeente Utrecht
in deze casus ook een beroep op gedaan.
Of de antimisbruikbepaling wordt ingezet, is een afweging die het bestuursorgaan zelf
moet maken op basis van de relevante feiten en omstandigheden van de betreffende casus.
Er is dus geen standaardformule die altijd kan worden toegepast als er een vermoeden
van een oneigenlijk of misbruikverzoek is. Zoals hiervoor al benoemd, is vanuit mijn
ministerie – in samenwerking met een overheidsbrede werkgroep – een handreiking opgesteld
met handvatten voor de toepassing van de antimisbruikbepaling. Zo kan met behulp van
indicatoren uit de wet, jurisprudentie en de praktijk worden bepaald of in een casus
toepassing van de antimisbruikbepaling passend is.
De handreiking is net gepubliceerd en moet zijn effect in de praktijk dus nog krijgen.
Uiteraard herzien we zo nodig de handreiking op basis van signalen uit de praktijk
en nieuwe jurisprudentie. Eventuele aanvullingen van het instrumentarium kunnen volgen
naar aanleiding van de wetsevaluatie van de Woo.
Vraag 7
In hoeverre deelt u de opvatting dat er een betere balans nodig is tussen enerzijds
het recht op openbaarheid en anderzijds bescherming van bestuursorganen tegen seriematig
of evident oneigenlijk gebruik van de Woo?
Antwoord 7
Een goed werkend openbaarheidsstelsel is van groot belang. Binnen dit stelsel moeten
zowel het recht op overheidsinformatie als mogelijkheden voor bestuursorganen om met
misbruik van dit recht om te gaan, geborgd zijn. Het is daarom belangrijk om hier
ook in het onderzoek van de wetsevaluatie grondig en objectief naar te laten kijken.
Vraag 8, 9 en 10
Bent u bereid te onderzoeken of aanvullende waarborgen nodig zijn tegen massale, herhaalde
of geautomatiseerd ingediende Woo-verzoeken, bijvoorbeeld door bundeling van identieke
verzoeken, een steviger misbruiktoets of andere procedurele drempels voor evident
oneigenlijk gebruik?
In hoeverre worden de uitvoeringsproblemen die samenhangen met dit soort bulkverzoeken
meegenomen in de lopende evaluatie, monitoring en verbetermaatregelen rond de Woo,
en hoe voorkomt u dat misbruik door enkelen het maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak
voor de Woo verder ondermijnt?
Bent u bereid om samen met gemeenten te bezien welke praktische maatregelen op korte
termijn mogelijk zijn om de afhandeling van grootschalige en kennelijk oneigenlijke
Woo-verzoeken beter te organiseren?
Antwoord 8, 9 en 10
Tijdens de wetsevaluatie van de Woo worden de doeltreffendheid en de effecten van
de wet in de praktijk onderzocht. Hieronder vallen dus ook de doeltreffendheid van
de antimisbruikbepaling en misbruik van de Woo in de praktijk. De onderzoekers zal
worden gevraagd om aanbevelingen te doen voor verbetering van de uitvoering en uitvoerbaarheid
van de wet.
In tussentijd zetten we al stappen om tot een betere uitvoering en uitvoerbaarheid
van de Woo te komen. Zo hebben we zeer recent een handreiking gepubliceerd die bestuursorganen
helpt bij het omgaan met misbruik van de Woo.5 Aan de handreiking hebben ook verschillende gemeenten meegewerkt. Ook is er een openbare
internetconsultatie gedaan waarin iedereen op de concepthandreiking kon reageren.
Vanuit de praktijk bleek vooral behoefte aan een handreiking met praktische handvatten
voor de toepassing van de antimisbruikbepaling. De handreiking is dan ook een praktisch
product geworden dat helpt om misbruik van de Woo te herkennen en te bestrijden.
Vraag 11
Bent u tevens bereid om, gelet op de bijzondere positie van een rechterlijke ambtsdrager
in deze kwestie, hierover in overleg te treden met de Raad voor de rechtspraak en
de Kamer voor het commissiedebat Wet open overheid te informeren welke concrete opties
u ziet om misbruik van de Woo tegen te gaan, zonder het fundamentele recht op openbaarheid
voor normale verzoekers onnodig te beperken?
Antwoord 11
Ik vind het niet noodzakelijk, en gezien de onafhankelijke positie van de rechterlijke
macht onwenselijk, om over deze kwestie in overleg te treden met de Raad voor de rechtspraak.
Daarnaast heeft de rechtbank Noord-Holland ook aangegeven deze kwestie hoog op te
nemen en gemeld dat de betreffende rechter geen zaken meer behandelt totdat duidelijk
is of het handelen gevolgen moet hebben (en zo ja, in welke vorm).6 De concrete acties die ik vanuit BZK onderneem, zoals de handreiking en het onderzoek
in het kader van de wetsevaluatie, heb ik in de voorgaande antwoorden toegelicht.
Ondertekenaars
E. van der Burg, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.