Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Dobbe over het bericht van Omroep Gelderland dat Minister Yeşilgöz de Kamer verkeerd informeerde over het incident met de tracker op een marineschip, en de missie van de Zr.Ms. De Ruyter
Vragen van het lid Dobbe (SP) aan de Minister van Defensie over het bericht van Omroep Gelderland dat Minister Yeşilgöz de Kamer verkeerd informeerde over het incident met de tracker op een marineschip, en de missie van de Zr.Ms. De Ruyter (ingezonden 22 april 2026).
Antwoord van Minister Yeşilgöz-Zegerius (Defensie) en de Minister van Buitenlandse
Zaken (ontvangen 15 mei 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht van Omroep Gelderland «Minister Yeşilgöz informeerde
de Kamer verkeerd over incident tracker op marineschip»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Klopt het dat de tracker van Omroep Gelderland nog aan boord was van de Zr.Ms. Evertsen
terwijl het schip toen al klaar was met een oefening waarbij het verzenden van een
AIS-signaal verplicht was?
Antwoord 2
Ja. Zoals gemeld aan uw Kamer (referentie 2026Z08829) op 23 april jl., is het schip vertrokken voor een oefening nadat de tracker, via
post aan boord was gekomen bij het havenbezoek. Het automatic identification system (AIS) heeft gedurende de gehele oefening aangestaan, waardoor het schip te volgen
was via openbare trackingwebsites. Het AIS is aan het einde van de oefening uitgezet,
waarna het schip koers zette naar het operatiegebied. Het schip is vervolgens een
korte periode zichtbaar geweest door de tracker terwijl het AIS was uitgeschakeld.
Voordat het schip in het operatiegebied was, is de tracker aangetroffen en onbruikbaar
gemaakt. Er is derhalve geen operationeel risico geweest.
Vraag 3
Klopt het dat de tracker van Omroep Gelderland op zaterdagochtend 28 maart, toen het
schip in de buurt van Cyprus was, nog niet was uitgeschakeld?
Antwoord 3
Zie antwoord vraag 2.
Vraag 4
Had de Zr.Ms. Evertsen op zaterdagochtend 28 maart haar missie al hervat?
Antwoord 4
Zie antwoord vraag 2. Op 27 maart is de tracker via de militaire post aan boord gekomen.
Op 28 maart heeft de bemanning de tracker aangetroffen en onbruikbaar gemaakt, voordat
het schip haar missie hervatte.
Vraag 5
Kunt u ons heel precies informeren wat de feiten zijn met betrekking tot de aanwezigheid
van de tracker op het schip en hoe zich dit verhoudt tot de feiten gemeld door Omroep
Gelderland op 21 april? Als u de Kamer onvolledig heeft geïnformeerd, of verkeerde
informatie heeft gegeven, waarom is dat gebeurd?
Antwoord 5
Zie antwoord vraag 2 en vraag 4. Zoals ik uw Kamer meldde tijdens de plenaire afronding,
was het operationele risico beperkt, mede doordat het AIS was ingeschakeld tijdens
de oefening. Naar aanleiding van het artikel van Omroep Gelderland van 21 april jl.,
heb ik dit verduidelijkt in de brief die uw Kamer op 23 april jl. ontving.
Vraag 6
Wanneer was u ervan op de hoogte dat verstrekte informatie niet klopte en waarom heeft
u toen de Tweede Kamer niet geïnformeerd?
Antwoord 6
Zie antwoord vraag 2 en vraag 5. Ik heb de Kamer proactief op de hoogte gebracht tijdens
de plenaire afronding van 16 april jl. Om onduidelijkheid te voorkomen heb ik naar
aanleiding van het artikel van Omroep Gelderland van 21 april jl., en op verzoek van
het lid Piri, op 23 april jl. uw Kamer opnieuw geïnformeerd.
Vraag 7
Hoe beoordeelt u uw uitspraken dat de aanwezigheid van de tracker aan boord van het
schip geen risico vormde voor het schip? Hoe verhoudt zich deze uitspraak met de aanwezigheid
van de tracker op het moment dat het schip mogelijk haar werkelijke missie al had
hervat?
Antwoord 7
Zie antwoord vraag 2 en vraag 4. Voordat het schip in het operatiegebied was, is de
tracker aangetroffen en onbruikbaar gemaakt. Er is derhalve geen operationeel risico
geweest.
Vraag 8
Welke stappen hebt u ondernomen om te voorkomen dat kwaadwillenden de locatie van
militaire schepen, landvoertuigen of militair materieel of personeel op missie kunnen
achterhalen?
Antwoord 8
Zoals gemeld heeft Defensie haar richtlijnen aangepast om dergelijke post eerder te
onderscheppen.
Vraag 9
Bent u ervan op de hoogte dat Defensie meer informatie deelt over bijvoorbeeld het
versturen van post aan defensiemedewerkers op marineschepen dan andere landen, bijvoorbeeld
Duitsland, dat doen? Waarom kiest Nederland hiervoor en ziet u aanleiding om vanuit
veiligheidsoverwegingen dit te wijzigen? Zo niet, waarom niet?
Antwoord 9
Zie antwoord vraag 8. Defensie hecht er aan dat het personeel op een veilige en verantwoorde
wijze post kan ontvangen van het thuisfront. Het thuisfront is een essentiële steun
voor onze militairen die vaak lang van huis zijn.
Vraag 10
Waarom heeft u geen artikel 100-brief gestuurd met betrekking tot de missie van de
Zr.Ms. De Ruyter?
Antwoord 10
Op 17 februari 2026 is uw Kamer door mij en de Minister van Buitenlandse Zaken middels
een Kamerbrief geïnformeerd over de beoogde maritieme presentie van Zr.Ms. De Ruyter
in de Indo-Pacific (Kenmerk 29 521, nr. 504).
Gedurende de reis levert Zr.Ms. De Ruyter associated support aan een aantal operaties wanneer het door de betreffende operatiegebieden vaart.
Dit betekent dat het schip waarnemingen deelt met deze operaties, maar niet onder
de bevelsstructuur valt.
Vraag 11
Hoe verschilt de missie van de Zr.Ms. De Ruyter van de missie van de Zr.Ms. Karel
Doorman begin 2024 waarbij associated support wel genoeg reden gaf voor een artikel 100-brief?
Antwoord 11
Onderweg naar de Indo-Pacific passeert Zr.Ms. De Ruyter de Rode Zee. Gedurende deze
doorvaart zal het schip associated support leveren aan de EU-operatie Aspides.
In 2024 is Zr.Ms. Karel Doorman ingezet binnen Aspides. Het schip heeft destijds voor
een periode van vier maanden gezorgd voor logistieke ondersteuning en medische capaciteit
in direct support van de operatie. Daarnaast heeft het schip gefungeerd als vlaggenschip van de operatie.
Gelijktijdig heeft het schip associated support geboden aan de VS-geleide Operatie
Prosperity Guardian. Omdat Zr.Ms. Karel Doorman middels direct support voor een langere periode heeft bijgedragen aan Aspides is de Kamer destijds conform
het artikel 100 Toetsingskader 2014 geïnformeerd.
Vraag 12
Bent u bereid om heel zorgvuldig te kijken naar missies van Defensie en als er twijfel
is of een missie in aanmerking komt voor een artikel 100-procedure, deze procedure
wel te volgen in plaats van dit niet te doen?
Antwoord 12
Het kabinet hecht eraan de Kamer zorgvuldig en tijdig te informeren over de inzet
van de krijgsmacht ter handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde
conform artikel 100 van de Grondwet. Het Toetsingskader 2014 wordt daarbij toegepast
en is nadrukkelijk bedoeld voor de besluitvorming van de regering en het overleg daarover
met het parlement als het gaat om uitzending van militaire eenheden die in de uitoefening
van hun taak wellicht ook wapengeweld moeten toepassen of het risico lopen daaraan
te worden blootgesteld. Indien dat het geval is wordt de Kamer conform het toetsingskader
geïnformeerd.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D. Yeşilgöz-Zegerius, minister van Defensie -
Mede ondertekenaar
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.