Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Ceder over de nominatie van Iran en de verkiezing van China, Cuba, Nicaragua, Saudi-Arabië en Soedan tot commissies van de Verenigde Naties
Vragen van het lid Ceder (ChristenUnie) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de nominatie van Iran en de verkiezing van China, Cuba, Nicaragua, Saudi-Arabië en Soedan tot commissies van de Verenigde Naties (ingezonden 17 april 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 8 mei 2026).
Vraag 1
Klopt het dat de Economische en Sociale Raad van de Verenigde Naties (ECOSOC) op 8 april
Iran heeft genomineerd voor de Commissie voor Programma en Coördinatie (CPC) en China,
Cuba, Nicaragua, Saudi-Arabië en Soedan heeft verkozen tot lid van de Commissie voor
Niet-Gouvernementele Organisaties? Klopt het dat Nederland deze besluiten heeft gesteund,
of althans zich niet heeft gedistantieerd van de consensus? Welke overwegingen speelden
hierbij een rol?
Antwoord 1
Het klopt dat Iran is genomineerd voor een verkiezing in de Commissie voor Programma
en Coördinatie (CPC). Het is echter niet zo dat Nederland deze nominatie heeft gesteund.
Iran’s nominatie volgt uit het feit dat landen in dit specifieke geval zichzelf mogen
kandideren binnen hun eigen regionale kiesgroep. In het geval van Iran gaat het om
de Asia Pacific Group (APG). Nederland maakt geen deel uit van deze specifieke kiesgroep en heeft derhalve
geen invloed op voordrachten door de APG, die door de APG zelf zijn bekrachtigd.
Een steunvraag komt voor Nederland pas aan de orde bij de uiteindelijke verkiezingen voor de CPC, die plaatsvinden tijdens een nog nader te bepalen plenaire sessie van
de Algemene Vergadering van de VN in het najaar. Hoewel het kabinet nooit publiekelijk
uitspraken over stemposities bij geheime verkiezingen kan uw Kamer ervan uitgaan dat
de kans nihil is dat het kabinet onder de huidige omstandigheden steun aan Iran zal
geven in een VN-verkiezing.
Voor wat betreft de verkiezing voor het Comité voor Niet-Gouvernementele Organisaties
(CNGO) hadden China, Cuba, Nicaragua, Saoedi-Arabië en Soedan zich kandidaat gesteld
binnen hun eigen regionale kiesgroepen. Elke regionale groep bezet een vast aantal
zetels in deze commissie. Wanneer het aantal kandidaten van een bepaalde kiesgroep
gelijk is aan het aantal beschikbare zetels voor die betreffende kiesgroep (clean slate), worden landen bij acclamatie gekozen. Dat was het geval voor de bovengenoemde landen.
Indien echter meer landen uit een kiesgroep zich kandideren dan het aantal beschikbare
zetels voor hun regionale groep, vindt er een stemming plaats. Stemgerechtigde VN-landen
kunnen dan via een, in de regel geheime, stemming kiezen of er wel of geen steun voor
een bepaalde kandidatuur wordt gegeven. Zo wist Belarus tijdens de stemming op 8 april
geen zetel in het CNGO te bemachtigen omdat er een tegenkandidaat was. Ook Iran kreeg
geen zetel in de Commissie voor de Status van Vrouwen (CSW) omdat er een tegenkandidaat
werd verkozen.
Vraag 2
Klopt het dat het CPC zich onder andere buigt over thema’s als gendergelijkheid, mensenrechten
en voorkomen van terrorisme? Acht Nederland het passend en geloofwaardig dat Iran
als onderdeel van de CPC programma’s over dergelijke en andere thema’s gaat beoordelen?
Zo, waarom?
Antwoord 2
De CPC is een orgaan dat advies uitbrengt over de coördinatie, planning en evaluatie
van VN-programma’s. De commissie geeft advies over budgettering en evalueert plannen,
onder andere met het oog op het voorkomen van dubbel werk in het bredere VN-systeem.
Inhoudelijke adviezen specifiek op het gebied van bijv. gendergelijkheid, mensenrechten
en het voorkomen van terrorisme volgen uit andere VN-organen zoals respectievelijk
de Mensenrechtenraad of het Mensenrechtencomité, UN Women of het VN Antiterrorismecomité.
In algemene zin wil Nederland dat landen met een democratische rechtsstaat, die de
internationale rechtsorde steunen en het VN-Handvest respecteren, goed vertegenwoordigd
zijn in VN-organen. De VN is evenwel een afspiegeling van alle 193 lidstaten en Nederland
kan niet altijd voorkomen dat landen zich nomineren of worden verkozen die niet aan
die standaarden voldoen. Dat geldt zeker voor de nominatie van Iran. Iran is daarmee
overigens nog niet verkozen tot de CPC; en het is de verwachting dat meerdere VN-lidstaten
in het bepalen van hun stempositie het Iraanse track record op mensenrechten kritisch zullen meewegen.
Vraag 3
Klopt het dat meer dan zeventig maatschappelijke organisaties van tevoren regionale
groepen hebben opgeroepen om meer kandidaten aan te leveren voor lidmaatschap van
de Commissie over NGO’s?1 Is er opvolging gegeven aan deze oproep? Zo ja, op welke manier?
Antwoord 3
Ja, het kabinet is bekend met deze oproep. Competitieve verkiezingen binnen de VN
zijn van belang, zeker als het betekent dat landen die de democratische rechtstaat
en de internationale rechtsorde respecteren hierdoor meer kans hebben om verkozen
te worden. Nederland maakt echter alleen deel uit van de Western European and Other States Group (WEOG) en heeft geen invloed op de voordrachten van andere regionale groepen. Andersom
geldt dit ook: landen uit andere regionale groepen hebben geen invloed op de vraag
of Nederland zich kandideert voor een verkiezing of niet.
Vraag 4
Hoe beoordeelt u dat landen waarin het maatschappelijk middenveld onder druk staat,
via de Commissie mogen bepalen welke maatschappelijke organisaties toegang krijgen
tot de Verenigde Naties? Kunt u toelichten waarom u lidmaatschap van dergelijke landen
passend vindt en waarom u er bijvoorbeeld vertrouwen in heeft dat deze landen niet
tegen de accreditatie van legitieme NGO’s zullen stemmen?
Antwoord 4
Het is in het algemeen onwenselijk dat landen waarin het maatschappelijk middenveld
onder druk staat mede kunnen bepalen welke NGO’s waarnemersstatus krijgen binnen de
VN. Het kabinet acht het in het verlengde hiervan onwenselijk dat de regels binnen
het Comité voor Niet-Gouvernementele Organisaties (CNGO) worden gebruikt om VN-accreditatie
van organisaties te vertragen. Het komt voor dat NGO’s door deze werkwijze lang moeten
wachten op hun toegang of helemaal geen accreditatie kunnen ontvangen. Nederland heeft
geen zitting in de commissie, maar maakt zich binnen de VN hard voor betere toegang
van het maatschappelijk middenveld en efficiëntere en transparantere procedures, onder
meer binnen het VN80-hervormingsinitiatief.
Vraag 5
Klopt het dat de Verenigde Staten zich van de besluiten hebben gedistantieerd?2 Waarom heeft Nederland hier niet voor gekozen?
Antwoord 5
De VS heeft zich, als enige land, op 8 april middels een explanation of position uitgesproken over de nominatie van Iran voor de CPC en de verkiezing van landen in
het CNGO. Een dergelijke uitspraak heeft geen gevolgen voor de nominatie of verkiezing
van landen. Daarom, en omdat het hier een nominatie en een clean slate betrof, zagen andere landen, waaronder Nederland, geen toegevoegde waarde in een
explanation of position.
Een explanation of position is in het algemeen een minder gebruikelijk instrument bij kandidaturen, zeker als
er sprake is van een clean slate of nominatie en omdat stemmingen geheim zijn. Zoals veel landen binnen de VN, doet
Nederland dit alleen in gezamenlijkheid: in overeenstemming met een brede groep gelijkgezinde
en/of Europese landen. Zie ook het antwoord op vraag 1 en vraag 7.
Bij een stemming, zoals voor CPC in het najaar, weegt Nederland zaken als het respecteren
van mensenrechten en de internationale rechtsorde sterk mee in de stembepaling.
Vraag 6
Kunt u in algemene zin schetsen hoe Nederland zich verhoudt tot de deelname van landen
die structureel mensenrechten schenden aan commissies die zich bezighouden met het
bevorderen van mensenrechten, mede in het licht van Artikel 90 Grondwet? Bent u het
eens dat deelname van dergelijke landen niet passend is en bijdraagt aan erosie van
de internationale rechtsorde, waar de Verenigde Naties één van de belangrijkste organisaties
van is? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Het kabinet acht het onwenselijk en niet passend dat landen die structureel mensenrechten
schenden zitting nemen in organen die juist mensenrechten moeten verdedigen. Nederland
houdt in zijn stemposities daarom altijd in zeer sterke mate rekening met het track record van landen op het gebied van mensenrechten.
Desalniettemin kan niet altijd worden voorkomen dat landen verkozen worden in VN-commissies.
Bovendien heeft elke VN-lidstaat het recht zich kandidaat te stellen. De VN is, onder
andere door het systeem van regionale groepen, een afspiegeling van de wereld. Aan
het brede lidmaatschapsprincipe wil het kabinet niet tornen. Ook gebruikt Nederland
de verkiezing van landen in bepaalde mensenrechtengremia om hen (extra) te wijzen
op de verwachtingen die horen bij een dergelijk lidmaatschap.
Vraag 7
Kunt u aangeven op welke momenten Nederland zich in het verleden heeft uitgesproken
tegen deelname van landen die structureel mensenrechten schenden aan dergelijke commissies?
Antwoord 7
Het komt incidenteel voor dat Nederland in samenspraak met gelijkgezinde landen een
verklaring van de stempositie heeft uitgesproken. Nederland heeft bijvoorbeeld met
internationale partners uitgesproken dat het onwenselijk zou zijn dat Rusland opnieuw
zou toetreden tot de Mensenrechtenraad nadat het is geschorst in 2022. Nederland heeft
dit ook actief bij andere landen onder de aandacht gebracht, gelet op de voortdurende
agressie van Rusland tegen Oekraïne en de repressie en mensenrechtenschendingen in
Rusland zelf.
Vraag 8
Meent u dat extra inzet vanuit Nederland, eventueel met gelijkgezinde landen, nodig
is om te voorkomen dat landen die structureel mensenrechten schenden steeds worden
verkozen voor commissies die zich bezighouden met mensenrechtengerelateerde onderwerpen?
Zo ja, welke inzet kunt u toezeggen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
Kandidaturen van landen in deze commissies zijn lang niet altijd succesvol. Zo wordt
via stemmingen regelmatig voorkomen dat Rusland en Belarus in dergelijke commissies
plaatsnemen en heeft Iran tijdens de ECOSOC-stemmingen van 8 april geen enkele zetel
behaald, waaronder in het voorbeeld van de Commissie voor de Status van Vrouwen. Ook
gebeurt het dat landen zich terugtrekken als er te weinig steun voor hun kandidatuur
lijkt te zijn. Zo heeft Iran zich in april jl. ook teruggetrokken voor de verkiezing
van de Uitvoerende Raad van het Wereldvoedselprogramma.
De inzet van het kabinet is er met name erop gericht om de invloed van Nederland binnen
de VN te vergroten om zo de Nederlands belangen, onder meer op het gebied van de internationale
rechtsorde, veiligheid en stabiliteit en mensenrechten, te blijven dienen. Hierbij
hoort ook het belang dat landen verkozen worden in VN-commissies die deze fundamenten
onderschrijven. Het kabinet zegt graag toe dat Nederland dit onderwerp in samenspraak
met andere landen, en expliciet in EU-verband, blijft opbrengen.
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.