Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Ouwehand over de inzet van desinformatie als wapen tegen de Speciaal VN-rapporteur voor de mensenrechten in de Palestijnse gebieden
Vragen van het lid Ouwehand (PvdD) aan de Minister-President over de inzet van desinformatie als wapen tegen de Speciaal VN-rapporteur voor de mensenrechten in de Palestijnse gebieden, Francesca Albanese, en de opstelling van de Nederlandse regering in dezen (ingezonden 10 april 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 6 mei 2026).
Vraag 1
Erkent u dat de Speciaal VN-rapporteur voor de mensenrechten in de Palestijnse gebieden,
Francesca Albanese, het mikpunt is van een aanhoudende lastercampagne van pro-Israëlische
lobbyisten?1 Zo ja, veroordeelt u deze lastercampagne? Zo nee, waar baseert u dit op?
Antwoord 1
Zoals aangegeven in beantwoording van eerdere Kamervragen is het kabinet bekend met
de in de artikelen genoemde vermeende uitspraak van mevrouw Albanese.2 Het blijkt dat zij deze uitspraak zo niet heeft gedaan. Het is voor het kabinet niet
mogelijk te beoordelen of het hier een bewuste poging tot misleiding – en daarmee
een eventuele lastercampagne – betrof. Evenwel is het kabinet kritisch op de gedane
uitspraken en roept het de Speciaal Rapporteur op om af te zien van polariserende
uitspraken in het publieke domein.
Vraag 2
Erkent u dat dat de pro-Israëlische lobbygroep UN Watch desinformatie als wapen heeft gebruikt tegen deze onafhankelijke VN-mensenrechtenrapporteur?3 Zo nee, wat was het wel en waar baseert u dit oordeel op?
Antwoord 2
Zoals gesteld in antwoord op vraag 1 bleek dat mevrouw Albanese de betreffende uitspraak
niet zo heeft gedaan. Het is voor het kabinet niet mogelijk te beoordelen of het hier
een bewuste poging tot misleiding betrof.
Vraag 3
Wat vindt u ervan dat de Franse Minister van Buitenlandse Zaken, Jean-Noël Barrot,
naar aanleiding van deze desinformatie Albanese opriep om af te treden, en dat Oostenrijkse,
Tsjechische, Duitse en Italiaanse Ministers daarop soortgelijke uitspraken deden?4
Antwoord 3
Het is aan deze landen zelf om te bepalen hoe zij de uitspraken van mevrouw Albanese
beoordelen.
Vraag 4
Erkent u dat Francesca Albanese als Speciaal VN-mensenrechtenrapporteur voor de Palestijnse
gebieden een onafhankelijke positie heeft en werkt in opdracht van de VN-mensenrechtenraad?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Ja. VN Speciaal Rapporteurs zijn onafhankelijke deskundigen die opereren op basis
van een mandaat van de VN-mensenrechtenraad. Speciaal Rapporteurs werken onbezoldigd
maar krijgen ondersteuning van het kantoor van de Hoge Commissaris (OHCHR). Speciaal
Rapporteurs spreken niet namens de VN als organisatie. Zij dienen zich wel te houden
aan de VN-gedragscode.
Vraag 5 en 6
Deelt u de opvatting van meer dan 150 (oud-) politici en diplomaten dat het legitimeren
van deze desinformatiecampagne tegen Albanese het instituut van de Verenigde Naties
ondermijnt en dat het essentieel is om de legitimiteit van internationale instituties
te beschermen om ervoor te zorgen dat het internationaal recht kan functioneren?5 Zo nee, waarom niet?
Onderschrijft u de oproep van deze 150 (oud-) diplomaten en politici dat de valse
beschuldigingen aan het adres van de speciaal VN-rapporteur voor de Palestijnse gebieden
moeten worden gecorrigeerd? Zo ja, waarom heeft u zich nog niet uitgesproken tegen
het gebruik van desinformatie als wapen tegen deze onafhankelijke VN-mensenrechtenrapporteur?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5 en 6
Graag verwijs ik u naar het antwoord op vraag 2.
Vraag 7 en 8
Deelt u de opvatting dat de eerdere weigering van het toenmalige Nederlandse kabinet
in februari 2025 om Albanese te ontmoeten een ondermijning is van het VN-instituut
en een gevaar vormt voor de legitimiteit van Nederland binnen de VN en binnen de internationale
rechtsorde? Zo nee, waarom niet?
Heeft het nieuwe kabinet, dat onder uw leiding staat, VN-rapporteur Albanese uitgenodigd
voor een officieel bezoek om de schade te herstellen?
Antwoord 7 en 8
Voor alle VN Speciaal Rapporteurs hanteert Nederland – net als de overgrote meerderheid
van VN-lidstaten – een zogenaamd «standing invitation» beleid. Dit betekent dat alle Speciaal Rapporteurs altijd welkom zijn om Nederland
te bezoeken. De afweging om al dan niet op politiek of op hoog ambtelijk niveau in
gesprek te gaan met een Speciaal Rapporteur wordt van geval tot geval bekeken. Mevrouw
Albanese heeft het kabinet geïnformeerd voorafgaand aan haar meest recente bezoek
aan Nederland op 23 en 24 maart 2026. Hierbij heeft zij niet verzocht om een onderhoud
met een lid van het kabinet.
Vraag 9
Onderschrijft u het oordeel van het VN-coördinatiecomité dd. 28 maart 2025, en in
de notulen van de bijeenkomst van het dagelijks bestuur van de Mensenrechtenraad,
dd. 1 april 2025, dat er geen schending van de gedragscode is vastgesteld? Zo nee,
waarom niet?
Antwoord 9
Het kabinet heeft geen reden om van deze vaststelling af te wijken.
Vraag 10
Bent u bereid zich ondubbelzinnig uit te spreken voor het respecteren van het mandaat
van Francesca Albanese als Speciaal VN-rapporteur voor de mensenrechten in de Palestijnse
gebieden en zo bij te dragen aan het bevorderen van het internationaal recht? Zo nee,
waarom niet?
Antwoord 10
Het kabinet spreekt zich binnen de VN met regelmaat uit voor het belang van het werk
en de onafhankelijkheid van alle VN-Speciaal Rapporteurs, waaronder ook het mandaat
van de «Special Rapporteur on the situation of human rights in the Palestinian territory occupied
since 1967». Dit VN-mandaat bestaat als sinds 1993 en Nederland heeft dit mandaat altijd ondersteund.
Vraag 11
Bent u bereid Francesca Albanese uit te nodigen voor een bezoek en steun over te brengen,
om op deze wijze te laten zien dat Nederland pal staat voor het internationaal recht
en voor het mandaat van de Speciaal VN-mensenrechtenrapporteur van de Palestijnse
gebieden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 11
Graag verwijs ik u naar het antwoord op vraag 7 en 8.
Vraag 12
Bent u bereid om Frankrijk, Oostenrijk, Tsjechië, Duitsland en Italië op te roepen
zich alsnog publiekelijk te verontschuldigen, hun oproepen tot het aftreden van Francesca
Albanese te corrigeren en het gevaar van desinformatie te erkennen?
Antwoord 12
Het is aan deze landen zelf om te bepalen hoe zij de vermeende uitspraken van mevrouw
Albanese beoordelen.
Vraag 13
Bent u bereid deze landen ook op te roepen zich, in plaats van het luidkeels naroepen
van desinformatie, luid en duidelijk uit te spreken tegen de Israëlische regering
die zich schuldig maakt aan genocide, illegale bezetting en apartheid en om maximale
sancties daartegen in te stellen? En bent u bereid om als Nederlands kabinet hetzelfde
te doen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 13
Graag verwijs ik u naar het antwoord op vraag 12. Het kabinet zet in op een combinatie
van druk en dialoog om de situatie in Israël en de Palestijnse Gebieden te verbeteren,
zowel bilateraal als in breder verband.
Vraag 14
Wat gaat uw kabinet doen om (de verspreiding van) dit soort schadelijke desinformatie
met betrekking tot de Palestijnse gebieden te voorkomen, dan wel zo snel mogelijk
de kop in te drukken of te ontzenuwen wanneer dit wordt ingezet door pro-Israëlische
lobbygroepen zoals UN-Watch en/of wordt rondgepompt door bepaalde media? Mogen we
van uw kabinet een pro-actieve houding verwachten op dit punt? Zo ja, hoe gaat die
pro-actieve houding eruitzien? Zo nee, waarom denkt u dat een pro-actieve houding
ten aanzien van het bestrijden van schadelijke desinformatie ten aanzien van de (VN-rapporteur
voor de) Palestijnse gebieden niet nodig is voor het bevorderen van de internationale
rechtsorde en de mensenrechten, gezien uw kabinet in het coalitieakkoord dit beloofde
te gaan doen en wat bovendien uw grondwettelijke plicht is?
Antwoord 14
Het is niet primair de taak van de overheid om berichten te fact checken en te ontkrachten. Dat is een taak voor onder andere onafhankelijke media en organisaties
uit het maatschappelijk middenveld. Het kabinet acht het van belang dat deze organisaties
hun werk adequaat kunnen doen. Daarom steunt het kabinet bijvoorbeeld het fact-check-netwerk
BENEDMO. Ook gaat de Europese Commissie onder het European Democracy Shield 5 miljoen euro aan subsidies verlenen aan onafhankelijke fact checking. Ook het Mensenrechtenfonds wordt onder meer ingezet voor de steun aan het maatschappelijk
middenveld en onafhankelijke media.
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.