Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Bühler en Inge van Dijk over het artikel 'Besteding van innovatiegeld moet doelmatiger'
Vragen van de leden Bühler en Inge van Dijk (beiden CDA) aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat over het artikel «Besteding van innovatiegeld moet doelmatiger» (ingezonden 10 april 2026).
Antwoord van Minister Herbert (Economische Zaken en Klimaat) (ontvangen 15 mei 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Besteding van innovatiegeld moet doelmatiger»1 en de onderliggende analyse van Innovatiespotter in het artikel «Whitepaper Regionale
groeimatrix»?2
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2 en 3
Herkent u het beeld dat met name kleine innovatieve ondernemers relatief weinig gebruik
maken van het beschikbare ondersteuningsinstrumentarium? Zo ja, wat zijn volgens u
de belangrijkste oorzaken hiervan op basis van de signalen die bij het ministerie
zelf binnenkomen?
Deelt u de conclusie dat dit problematisch is en om verbetering vraagt?
Antwoord 2 en 3
Nee, voor zover het mijn eigen instrumentarium betreft herken ik dat beeld niet. Uit
de periodieke rapportage die ik recent naar uw Kamer heb gestuurd,3 blijkt dat het grootste deel van het EZK innovatie- en ondernemerschapsinstrumentarium
doeltreffend is, waarbij doelgroepbereik is meegewogen. Voor zover het financiële
ondersteuning betreft (subsidies en dergelijke) is de uitputting van de daarvoor beschikbare
middelen op mijn begroting voor de meeste regelingen goed, in het bijzonder voor regelingen
die (in belangrijke mate) gericht zijn op het innovatieve mkb. Hiermee kunnen dus
niet meer, maar hooguit andere ondernemers bereikt worden.
Ik heb geen beeld van het doelgroepbereik van het regionale ondersteuningsinstrumentarium,
wat de meerderheid is van alle ondersteuning. Daar zit ook veel instrumentarium bij
dat geen financiële ondersteuning aan bedrijven biedt. Daarbij merk ik op dat onduidelijk
is in hoeverre de groep innovatieve bedrijven die Innovatiespotter heeft geïdentificeerd
ook doelgroep is van het beschikbare ondersteuningsinstrumentarium. Het doel van het
instrumentarium is niet om zoveel mogelijk bedrijven te bereiken, maar om die bedrijven
te bereiken die een knelpunt hebben waar een maatschappelijk belang is om dat op te
lossen. Niet iedere innovatieve ondernemer heeft ook behoefte aan ondersteuning vanuit
de overheid.
Het voorgaande wil niet zeggen dat ik het doelgroepbereik niet verder tracht te verbeteren.
Ik verwijs daarbij naar het antwoord op vraag 4 en 5 hierna.
Vraag 4 en 5
Bent u voornemens om de toegankelijkheid en de vindbaarheid van het ondersteuningsinstrumentarium
te verbeteren en zo ja, wat is hierop uw inzet?
Bent u daarbij bereid te onderzoeken of relevante regelingen en subsidies van het
Rijk, regionale overheden en de Europese Unie (EU) beter centraal kunnen worden ontsloten,
bijvoorbeeld via één overzichtelijk platform, om versnippering tegen te gaan?
Antwoord 4 en 5
Ja, ik vind het van groot belang dat een zo groot mogelijk deel van de doelgroep van
ondersteuningsinstrumentarium bereikt wordt. Daarbij zijn er verschillende acties
vanuit publieke dienstverleners, zowel individueel als gezamenlijk, al dan niet ook
samen met private dienstverleners.
Om publieke dienstverleners beter met elkaar en private ondersteuners samen te laten
werken ten behoeve van de ondersteuning van ondernemers bestaat de Actieagenda mkb-dienstverlening.
Dit programma richt zich op een vernieuwde samenwerking tussen bestuurslagen en private
partijen binnen het stelsel van ondernemersdienstverlening voor het brede mkb. Binnen
de Actieagenda wordt geëxperimenteerd met regionale, laagdrempelige ondersteuning
dicht bij de ondernemer, via vertrouwde adviseurs en met meer praktische oplossingen,
kennisdeling en inspiratie van andere ondernemers.
Daarnaast wordt ook gewerkt aan het beter regionaal te ontsluiten van informatie en
advies waaronder over subsidieregelingen voor het brede mkb. Binnen het project Programma
Generieke Digitale Infrastructuur – bouwsteen AI4 wordt een AI-infrastructuur met een datalaag, interface en ai-kennislaag opgezet
waarmee ondernemers eenvoudig inzicht krijgen in voor hen relevante landelijke, provinciale
en regionale informatie, advies en (al dan niet financiële) regelingen. Een eerste
prototype wordt dit jaar verwacht. Daarbij wordt ingezet op een interface die regionaal
kan worden ingezet, want uit onderzoek van KVK blijkt dat bijvoorbeeld voor digitalisering
mkb-ers niet zoeken op overheidswebsites, maar eerder informatie halen bij collega
ondernemers of brancheverenigingen. Er wordt dus ingezet om de informatie dáár juist
ook te ontsluiten in plaats van in te zetten op één overheidswebsite. Een aanvullend
onderzoek acht ik daarom niet noodzakelijk.
Dienstverleners werken ook nauw samen binnen het Ondernemersplein om versnippering
van dienstverlening tegen te gaan. Op het Ondernemersplein kunnen ondernemers alle
informatie en advies van de overheid voor ondernemers vinden. Hier is centraal de
informatie beschikbaar van de KvK, Belastingdienst, RVO, CBS en andere overheidsorganisaties.
Naast deze gezamenlijke initiatieven van dienstverleners om het stelsel van ondernemersdienstverlening
te verbeteren, werken individuele dienstverleners ook aan het verbeteren van de toegankelijkheid
en de vindbaarheid van het ondersteuningsinstrumentarium. Zo maakt RVO zijn aanbod
beschikbaar via de Open Data-website en werkt intern aan optimalisatie, zodat regionale
en landelijke partijen het makkelijker kunnen integreren in hun platforms. Dit traject
helpt om dubbelingen en tegenstrijdigheden te signaleren, waarna RVO actie onderneemt
om de toegankelijkheid en vindbaarheid te verbeteren, in samenwerking met andere dienstverleners.
Tevens stelt de KvK voor mkb ondernemers de financieringsgids beschikbaar om ondernemers
beter te helpen in het vinden van passende financiering en werken de ROM’s binnen
de strategie Bovenregionale Samenwerking aan betere aansluiting over de regio-grenzen
heen.
Vraag 6
Op welke wijze wordt bij het ontwikkelen van regelingen en subsidies, en bij de communicatie
daarover, rekening gehouden met de specifieke noden en behoeften van kleinere ondernemingen
en wordt er ook gekeken of een maatregel inderdaad echt aanvullend is aan wat er al
is?
Antwoord 6
Zoals in het antwoord op vragen 2 en 3 aangegeven is het doel van ondersteunende maatregelen
om in te spelen op knelpunten van ondernemers waarbij er een maatschappelijke meerwaarde
is om daar als overheid wat aan te doen. Daarbij streef ik naar de juiste balans tussen
zo min mogelijk instrumentarium om het aantal regelingen en subsidies overzichtelijk
te houden en gelijktijdig zo goed mogelijk in te spelen op de verschillende knelpunten
van verschillende ondernemers. Als kleinere ondernemingen specifieke knelpunten hebben,
dan wordt daar op ingespeeld, maar te veel maatwerk voor specifieke doelgroepen met
vergelijkbare problematiek leidt tot versnippering, minder overzicht en hogere uitvoeringslasten.
Qua communicatie wordt altijd een communicatiestrategie bepaald waarmee de doelgroep
zo goed mogelijk bereikt wordt.
Vraag 7
In hoeverre worden complexiteit en regeldruk voor aanvragers meegenomen in het ontwerp
en de evaluatie van dergelijke regelingen?
Antwoord 7
Bij het ontwerpen van regelingen wordt scherp gekeken hoe deze zo eenvoudig mogelijk
vormgegeven kunnen worden, zowel qua administratieve lasten voor ondernemers als qua
uitvoeringslast voor de betreffende uitvoeringsorganisatie. Gelijktijdig moeten regelingen
doeltreffend en doelmatig zijn, wat met zich meebrengt dat ik aan uw Kamer kan verantwoorden
dat daarmee gemoeide middelen een goede en efficiënte besteding van belastinggeld
zijn. Dat brengt enige verantwoordingslast voor ondernemers met zich mee, passend
bij de omvang van subsidie die een ondernemer ontvangt. Hier zijn regels voor vastgelegd
in het Uniform Subsidiekader.5
Onderdeel van evaluaties is onderzoek naar de doelmatigheid. Onderdeel daarvan is
onderzoek naar in hoeverre de administratieve lasten en uitvoeringskosten van een
regeling in verhouding staan tot de daarmee gemoeide beleidsmiddelen. Een negatief
oordeel daarover is altijd aanleiding om de vormgeving van de regeling daarop aan
te passen.
Vraag 8 en 9
Hoe beoordeelt u het feit dat veel bedrijven zich genoodzaakt zien subsidieadviesbureaus
in te huren bij het aanvragen van innovatiegelden?
Heeft u inzicht in de vraag welk aandeel van de subsidieaanvragen (bijvoorbeeld binnen
de innovatie-instrumenten) tot stand komt met ondersteuning van subsidieadviesbureaus?
Antwoord 8 en 9
Dat veel bedrijven gebruik maken van een subsidieadviesbureau is wat mij betreft niet
per definitie negatief. De redenen waarom ondernemers een beroep doen op subsidieadviesbureaus
of intermediairs is divers en bedrijven maken daarin hun eigen afweging. In de laatste
evaluatie van de WBSO is onderzoek gedaan naar de beweegredenen om gebruik te maken
van een intermediair. Daaruit blijkt dat andere redenen dan onbekendheid met de regelingen
dominant zijn om gebruik te maken van een intermediair. Intermediairs hebben een belangrijke
rol in het vergroten van het doelgroepbereik en kunnen ondernemers veel werk uit handen
nemen. Dat neemt niet weg dat er bedrijven zijn die gebruik maken van subsidieadviesbureaus,
omdat ze geen goed beeld hebben van de subsidiemogelijkheden. Om ondernemers daarbij
te helpen lopen er dus verschillende acties zoals benoemd in het antwoord op vraag 4
en 5.
Uit de WBSO-evaluatie bleek dat 80 procent van de WBSO-aanvragers gebruik te maken
van een intermediair, maar bij andere regelingen voor het innovatieve mkb zoals het
Innovatiekrediet en de regeling Mkb-innovatiestimulering Topsectoren (MIT) wordt 15
à 30 procent van de aanvragen ingediend met behulp van een intermediair. Bij de overige
aanvragen kunnen intermediairs soms ook een rol spelen, maar daar is geen zicht op
omdat de ondernemer de aanvraag vervolgens wel zelfstandig indient.
Ondertekenaars
H.G. Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.