Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Heutink over het artikel waarin wordt vermeld dat werken aan het spoor, drie jaar na het ongeval in Voorschoten, nog steeds onveilig is
Vragen van het lid Heutink (Groep Markuszower) aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat over het artikel waarin wordt vermeld dat werken aan het spoor, drie jaar na het ongeval in Voorschoten, nog steeds onveilig is (ingezonden 9 april 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Bertram (Infrastructuur en Waterstaat) (ontvangen 13 mei
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1844.
Inleiding:
Hierbij ontvangt u de antwoorden op de kamervragen van het lid Heutink (Groep Markuszower)
aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat over het artikel waarin wordt
vermeld dat werken aan het spoor, drie jaar na het ongeval in Voorschoten, nog steeds
onveilig is (ingezonden 8 april 2026).
Tijdens het ordedebat van 7 april jl. is een aanvullende Kamervraag (87 364) gesteld door het lid Schutz (VVD), namelijk «Aanvullend willen vragen om een reactie
van de Staatssecretaris op het artikel dat de aanleiding is voor het verzoek van de
heer Heutink». Met de beantwoording van de vragen van het lid Heutink (Groep Markuszower)
wordt ook deze Kamervraag beantwoord.
Vraag 1
Bent u op de hoogte van de inhoud van dit artikel?1
Antwoord 1
Ja, ik ben op de hoogte van de inhoud van dit artikel.
Vraag 2
Hoe is het mogelijk dat de Arbeidsinspectie bij 11 van de 12 onderzochte locaties,
twee jaar na het verschijnen van het OVV-rapport over het ongeval in Voorschoten,
moet concluderen dat er geen verbeteringen ten aanzien van de veiligheid hebben plaatsgevonden?
Antwoord 2
De verkenning heeft weliswaar raakvlakken met het onderzoek van de OvV, zoals het
aantal zzp’ers dat in de nacht werkt en de aandacht voor de arbeidstijden. De verkenning
kijkt ook breder naar de gezondheidsrisico’s en veiligheid bij het werk op en rond
het spoor in de nacht. Daar is nu nog onvoldoende aandacht voor. De sector onderschrijft
dit ook. Het Ministerie van SZW en het Ministerie van IenW voeren het gesprek met
de sector hoe dit kan verbeteren. Daarbij gaat het onder meer over een betere balans
tussen werk overdag en in de nacht. Dit kost wel tijd. Het Ministerie van SZW verkent
naar aanleiding van de motie Van Kent en de motie Heutink in hoeverre zpp’ers onder
de Arbeidstijdenwet kunnen worden gebracht2. De verkenning van de Arbeidsinspectie wordt daarbij betrokken.
Vraag 3
Bent u het met de stelling uit het artikel eens dat goederen en passagiers centraal
staan en dat de veiligheid van werknemers achteraan komt? Zo ja, waarom en zo nee
waarom niet?
Antwoord 3
Het beeld dat goederen- en passagiersvervoer centraal zouden staan ten koste van de
veiligheid van werknemers wordt niet herkend. In de beheerconcessie met ProRail is
veiligheid expliciet als basisrandvoorwaarde opgenomen voor alle werkzaamheden. Werkzaamheden
mogen alleen worden uitgevoerd als deze veilig kunnen plaatsvinden, zowel voor reizigers
als voor werknemers. Veiligheid is daarmee het uitgangspunt bij alle keuzes in het
spoorbeheer.
Vraag 4
Bent u van mening dat u gefaald heeft in het tijdig implementeren van de aanbevelingen
van het OVV-rapport, nu uit het artikel blijkt dat de veiligheid niet beter is geworden
tijdens spoorwerkzaamheden? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Nee, ik ben deze mening niet toegedaan. Het is belangrijk dat alle werkenden gezond
en veilig kunnen werken. Naar aanleiding van het ongeval bij Voorschoten en het OvV-rapport
zijn door de sector (o.a. ProRail) en het Ministerie van IenW eerste stappen gezet
om verbeteringen door te voeren.
ILT monitort de aanbevelingen aan niet-bestuursorganen, in het geval van het ongeval
bij Voorschoten zijn dat de aanbevelingen aan ProRail. Dit monitoringsrapport wordt
tegelijkertijd met de beantwoording van deze vragen met u gedeeld. In de monitoringsrapportage
concludeert de ILT dat ProRail heeft laten zien opvolging te geven aan de aanbevelingen.
Dat stond in 2025 nog in het teken van het zoeken naar de samenwerking met de branche,
het doen van onderzoeken en het inventariseren en bepalen van oplossingsrichtingen.
Voor een deel van de maatregelen geldt dat het meerdere jaren gaat duren voordat die
afgerond kunnen worden, waardoor de ILT deze dus in 2026 zal blijven monitoren.
In de Kamerbrief spoorveiligheid die ook met de Kamer wordt gedeeld, wordt ingegaan
op de opvolging van de aanbeveling aan het Ministerie van IenW. Daarin is onder andere
aangegeven dat het ministerie in het kader van het basiskwaliteitsniveau spoor heeft
afgesproken om onderhoudswerkzaamheden vaker overdag uit te voeren. Verder wordt er
samen met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de Nederlandse Arbeidsinspectie,
de ILT, ProRail en stichting railAlert gekeken naar hoe de balans tussen dag- en nachtwerk
veranderd kan worden, welke knelpunten daarbij een rol spelen en hoe die aangepakt
zouden kunnen worden. Voor het registratiesysteem van incidenten en ongevallen heeft
het ministerie een voorkeursoptie uitgesproken met betrekking tot bij wie dit moet
worden belegd. Deze optie moet de komende tijd onderzocht worden op haalbaarheid.
In de Kamerbrief spoorveiligheid wordt hier meer in detail op ingegaan.
Afgelopen januari heeft de Nederlandse Arbeidsinspectie (Arbeidsinspectie) in een
verkenning geconcludeerd dat er nog te weinig aandacht is voor de arbeidsveiligheid
van spoorwerkzaamheden in de nacht. De verkenning heeft raakvlakken met het onderzoek
van de OvV, zoals het aantal zzp’ers dat in de nacht werkt en de aandacht voor de
arbeidstijden. De verkenning ziet ook breder op arbeidsveiligheid. Daarbij gaat het
onder meer om het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen en de aanwezigheid
van coördinatoren Veilig & Gezond werken. De bevindingen van de Arbeidsinspectie liggen
grotendeels op het terrein van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
(SZW). Het Ministerie van SZW zal nog met een reactie komen op de verkenning in relatie
tot de motie van Van Kent en de motie van Heutink om zzp’ers onder de Arbeidstijdenwet
te brengen.
Vraag 5
Waarom is de aangenomen motie-Heutink, die de regering opdraagt om spoorwerkers onder
de Arbeidstijdenwet te laten vallen, niet uitgevoerd?
Antwoord 5
Zoals in de Kamerbrief van 27 juni 20253 (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid) aangegeven, verkent het Ministerie
van SZW in hoeverre zzp’ers onder de Arbeidstijdenwet gebracht kunnen worden. Dit
gelet op het belang van gezond en veilig werken voor alle werkenden. Het opleggen
van aanvullende regelgeving, specifiek voor zzp’ers in de spoorsector, mag echter
niet tot gevolg hebben dat te veel vakbekwame mensen de sector verlaten. Dit is in
het bijzonder van belang waar het gaat om zzp’ers die toezien op de veiligheid in
de nacht. Voorkomen moet worden dat de belangrijke opgave om het spoor veilig, betrouwbaar
en toekomstbestendig te maken hierdoor onder druk komt te staan.
Bij de uitwerking wordt de verkenning van de Arbeidsinspectie naar nachtwerk op het
spoor betrokken. Het Ministerie van SZW blijft, mede naar aanleiding van de verkenning,
in gesprek met de sector en het Ministerie van IenW over hoe de gezondheid en veiligheid
op het spoor voor alle werkenden beter kan.
Vraag 6
Bent u van mening dat het ongeval in Voorschoten in 2023 niet van zodanige ernstige
aard was dat het opvolgen van OVV-aanbevelingen niet nodig is? Zo nee, waarom is de
situatie op veel locaties dan nog zo onveilig?
Antwoord 6
Het spoorwegongeval bij Voorschoten is een tragisch ongeval met tot op de dag van
vandaag grote impact voor alle betrokkenen. Het Ministerie van IenW, de sector en
het Ministerie van SZW zijn naar aanleiding van het ongeval en het rapport van de
OvV aan de slag gegaan om zaken te bespreken en aan te passen. Zo onderzoeken het
Ministerie van IenW en het Ministerie van SZW samen met de sector hoe de mogelijkheden
om meer overdag te werken vergroot kunnen worden. Het Ministerie van SZW verkent ook
of zzp’ers onder de Arbeidstijdenwet gebracht kunnen worden. De sector werkt goed
samen aan het realiseren van verbetering. Dit is belangrijk omdat de sector primair
verantwoordelijk is voor veilig en gezond werken.
Dit zijn echter complexe aanpassingen die bredere gevolgen kunnen hebben. Deze aanpassingen
moeten daarom zorgvuldig bekeken worden. Er wordt door veel partijen hard gewerkt
aan het realiseren van verbeteringen. Tegelijkertijd is er het besef dat het tijd
kost om het goed en zorgvuldig te doen. De eerste concrete verbeteringen zijn er al
en meer zullen de komende jaren volgen. Zo zijn er eerste maatregelen genomen bij
railinzetplaatsen (zie ook vraag 8) en is er een werkgroep opgericht voor het samen
leren van incidenten en ongevallen. Zie hiervoor ook de ILT-monitoringsrapportage
en de Kamerbrief spoorveiligheid die met de Kamer wordt gedeeld.
Vraag 7
Kunt u een lijst doen toekomen waarin u per OVV-aanbeveling weergeeft of er in de
afgelopen twee jaar stappen zijn gezet? Zo ja, wat er precies is gedaan of waarom
er met een aspect uit het OVV-rapport juist niets gedaan is?
Antwoord 7
In de Kamerbrief Spoorveiligheid wordt ingegaan op wat de status is van de opvolging
van de aanbeveling aan het Ministerie van IenW. Daarin wordt ook ingegaan op wat er
de afgelopen tijd is gebeurd. Voor een korte samenvatting daarvan, zie vraag 4. Daarnaast
is de (onafhankelijke) monitoringsrapportage meegestuurd. Deze stelt ILT elk jaar
op, met daarin de stand van zaken van de opvolging van aanbevelingen van de OvV aan
niet-bestuursorganen. In het geval van het ongeval bij Voorschoten zijn dat de 4 aanbevelingen
aan ProRail. ILT geeft voor alle aanbevelingen aan dat er stappen zijn gezet, maar
dat het tijd kost om deze af te kunnen ronden. ILT blijft de opvolging daarom het
komende jaar monitoren. Voor meer details wordt verwezen naar de monitoringsrapportage.
Vraag 8
Welke concrete maatregelen bent u van plan op korte termijn te nemen om de veiligheid
van alle spoorwerkers te verbeteren?
Antwoord 8
Als opdrachtgever van de werkzaamheden is ProRail verantwoordelijk voor de veiligheid
van de spoorwerkers en maatregelen die dit kunnen verbeteren. Het is goed om te zien
dat ProRail daarmee aan de slag is gegaan en stappen heeft gezet. Hierover bent u
via de Kamerbrief spoorveiligheid en de ILT-monitoringsrapportage nader geïnformeerd.
Een voorbeeld van concrete maatregelen waar ProRail mee aan de slag is gegaan zijn
de railinzetplaatsen, de plek waar materieel wordt in- en uitgezet. Het ongeval in
Voorschoten heeft duidelijk gemaakt dat er specifieke risico’s bestaan bij het in-
en uitzetten van werkmaterieel. Stichting railAlert heeft daarom direct na het incident
tijdelijke maatregelen getroffen, zoals het stellen van eisen over toezicht en aanvullende
begeleiding op railinzetplaatsen waar risico’s bestaan bij het oversteken. Parallel
heeft ProRail een risico-inventarisatie uitgevoerd waarbij de risico’s voor alle railinzetplaatsen
in kaart zijn gebracht, zodat in de Veiligheids- & Gezondheidsplannen (V&G-plannen)
in de voorbereiding maatregelen genomen kunnen worden. Daarnaast lopen er onderzoeken
om te bepalen welke structurele maatregelen voor railinzetplaatsen er moeten komen.
Dit vraagt tijd, financiering en afstemming met grondeigenaren, en kan gevolgen hebben
voor de beschikbare capaciteit op het spoor. Daarom doorloopt ProRail in 2026 een
zorgvuldig voorbereidingsproces.
Vanuit het Ministerie van IenW, de sector en het Ministerie van SZW wordt er naar
aanleiding van het ongeval en het rapport van de OvV onderzocht hoe de mogelijkheden
om meer overdag te werken vergroot kunnen worden. Het verminderen van onnodig nachtwerk
is cruciaal voor veilig, gezond en uitvoerbaar werk. Het realiseren van meer dagwerk
vraagt om een aanpassing waarbij beschikbaarheid, hinder, veiligheid en gezondheid
opnieuw moeten worden afgewogen. Deze gesprekken lopen en vormen de basis voor de
verdere vervolgstappen.
Ondertekenaars
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.