Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Dassen over het artikel van The Guardian 'US directs embassies to team up against foreign ‘hostility’ – and use X to ‘counter anti- American propaganda’'
Vragen van het lid Dassen (Volt) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over het artikel van The Guardian «US directs embassies to team up against foreign «hostility» – and use X to «counter anti-American propaganda»» (ingezonden 2 april 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 6 mei 2026). Zie ook
Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1716.
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel van The Guardian «US directs embassies to team up against
foreign «hostility» – and use X to «counter anti-American propaganda»»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het gegeven dat Amerikaanse ambassades volgens deze instructie actief
lokale influencers, academici en maatschappelijke organisaties zouden moeten inzetten
om narratieven te beïnvloeden?
Antwoord 2
Het staat andere landen vrij om aan vormen van (publieks-)diplomatie te doen en samen
te werken met personen die in Nederland wonen of gelieerd zijn aan Nederland, uiteraard
met inachtneming van onze democratische rechtsstaat.
Vraag 3
Zijn er aanwijzingen dat Amerikaanse ambassade- en/of consulaatmedewerkers in Nederland
de bovenstaande activiteiten uitvoeren? Zo ja, wat bent u voornemens hieraan te doen?
Antwoord 3
Tot op heden heeft het kabinet geen aanwijzingen hiervoor.
In algemene zin heeft het kabinet middels de Rijksbrede aanpak van ongewenste buitenlandse
inmenging (OBI) verschillende mogelijkheden om bij signalen van OBI op te treden.
Op dit moment zijn dergelijke signalen er niet.
Vraag 4
Acht u het wenselijk dat diplomatieke communicatie en militaire beïnvloedingsoperaties
op deze wijze met elkaar verweven raken? Zo niet, waarom niet?
Antwoord 4
Zie het antwoord op vraag 2. Vrijwel elke overheid, ook de Nederlandse, vergaart via
regulier diplomatiek verkeer, publieksdiplomatie en media-aandacht steun voor bepaalde
ideeën en belangen of om meningsverschillen te beslechten. Buitenlandse beïnvloeding
is niet ondermijnend wanneer het op openlijke en legitieme wijze plaatsvindt en daarbij
binnen de regels van de Nederlandse democratische rechtsorde blijft. De grenzen van
statelijke inmenging zijn vastgelegd in de aanpak van OBI.2
Vraag 5
Ziet u deze oproep in het kader van inmenging in de Nederlandse rechtsstaat? Zo nee,
waarom niet?
Antwoord 5
Tot op heden zijn er geen aanwijzingen dat er in dit geval sprake is van statelijke
inmenging. Voor een actueel overzicht van het dreigingsbeeld, verwijs ik uw Kamer
naar het Dreigingsbeeld Statelijke Actoren 2025.
Vraag 6
Wat is uw oordeel over het feit dat de Amerikaanse overheid het platform X van Elon
Musk expliciet aanwijst als «innovatief instrument» voor het tegengaan van anti-Amerikaanse
propaganda, mede in het licht van de € 120 miljoen boete die de EU X recent heeft
opgelegd wegens misleidende praktijken onder de Digital Services Act?
Antwoord 6
X is een groot online platform, dat door diverse landen wereldwijd gebruikt wordt.
Digitale platforms worden in de EU gereguleerd door de Digitale (Dienstenverordening
DSA). Het kabinet steunt de Europese Commissie in de onverminderde handhaving van
deze wetgeving en heeft vertrouwen in het handelen van de Commissie als er sprake
is van onrechtmatige praktijken.
Vraag 7
Deelt u de mening dat de officiële inzet van een privéplatform – waarvan de eigenaar
tevens een invloedrijke rol vervulde binnen de regering Trump – als diplomatiek communicatiemiddel
ernstige vragen oproept over onafhankelijkheid en integriteit?
Antwoord 7
Het is niet aan de Nederlandse regering te oordelen over de keuzes in het gebruik
van sociale mediaplatforms als regeringscommunicatiemiddel van andere landen. Zie
tevens antwoord op vraag 6.
Vraag 8
Deelt u de mening dat het onwenselijk is om als kabinet op dit platform actief te
zijn, en bent u voornemens om van X af te gaan naar aanleiding van dit en andere berichten
die de integriteit van het platform sterk in twijfel trekken? Zo niet, waarom niet?
Antwoord 8
Het bereiken van zoveel mogelijk mensen en hen in staat stellen kennis te nemen van
overheidsinformatie, juist ook groepen die via traditionele media minder goed worden
bereikt, is belangrijk voor de Rijksoverheid. De sociale media-accounts van de bewindspersonen,
waaronder hun accounts op X, zijn een van de manieren waarop dit gebeurt. We onderzoeken
daarbij steeds nieuwe mogelijkheden en middelen, waarmee we zo veel mogelijk mensen
kunnen blijven bereiken.
De Rijksoverheid is zich bewust van de berichtgeving over negatieve ontwikkelingen
op sommige sociale mediakanalen. De (on)wenselijkheid om op sociale mediakanalen aanwezig
te zijn is ook geregeld onderwerp van gesprek. Ministeries en publieke dienstverleners
maken hierin hun eigen afweging, waarbij verschillende factoren een rol kunnen spelen.
Het belang om zoveel mogelijk burgers te bereiken en in staat te stellen kennis te
nemen van de informatie van de Rijksoverheid, juist ook burgers die via traditionele
media en communicatie niet altijd (meer) te bereiken zijn, is een factor die bij de
meeste organisaties van de Rijksoverheid zwaar weegt bij het maken van een afweging.
Vraag 9
Bent u bereid dit te bespreken met de Amerikaanse ambassadeur en de Kamer te informeren
over de uitkomst van dat gesprek? Zo niet, waarom niet?
Antwoord 9
De Amerikaanse regering is goed op de hoogte van het Nederlandse standpunt ten aanzien
van de bescherming van de vrijheid van meningsuiting, de bestrijding van desinformatie
en digitale weerbaarheid en Europese wetgeving daaromtrent. Het kabinet ziet vooralsnog
geen noodzaak om deze specifieke instructie op te brengen in de gesprekken met de
VS omdat er geen aanwijzing is dat er sprake is van ongewenste buitenlandse inmenging.
Vraag 10
Bent u bereid dit onderwerp te agenderen in de Raad Buitenlandse Zaken? Zo niet, waarom
niet?
Antwoord 10
Het kabinet ziet geen aanleiding dit specifieke artikel te agenderen op de Raad Buitenlandse
Zaken. Zie ook het antwoord op vraag 2.
Vraag 11
Kunt u de bovenstaande vragen één voor één beantwoorden?
Antwoord 11
Ja.
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.