Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Lahlah, Hamstra en Biekman over het voornemen van het kabinet om het actief benaderen van mensen die recht hebben op bijstand te schrappen
Vragen van de leden Lahlah (GroenLinks-PvdA), Hamstra (CDA) en Biekman (D66) aan de Ministers van Werk en Participatie en van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het voornemen van het kabinet om het actief benaderen van mensen die recht hebben op bijstand te schrappen (ingezonden 1 april 2026).
Antwoord van Minister Aartsen (Werk en Participatie) (ontvangen 24 april 2026). Zie
ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1685.
Vraag 1
Klopt het dat het kabinet heeft besloten om structureel circa € 30 miljoen per jaar
te schrappen dat eerder was gereserveerd voor proactieve dienstverlening, bedoeld
om niet-gebruik van onder andere de bijstand tegen te gaan?
Antwoord 1
Het klopt dat het kabinet bij de voorjaarsnota 2026 om budgettaire redenen heeft gekozen
om vooralsnog minder te investeren in proactieve dienstverlening. Het voornemen om
gegevensdeling mogelijk te maken voor de algemene bijstand zou dan niet in werking
treden. Dit leidt tot een besparing oplopend naar structureel € 30 miljoen per jaar.1 De Kamer is hierover per brief van 2 april 2026 geïnformeerd.2 In deze brief heb ik aangegeven dat op het moment dat er weer financiële middelen
beschikbaar zijn, het mogelijk is om dit onderdeel wel in werking te laten treden.
Inmiddels heb ik besloten om de benodigde financiële middelen voor het mogelijk maken
van gegevensdeling voor de algemene bijstand vrij te maken door het tweede knikpunt
in het kindgebonden budget te leggen bij € 57.950 (prijspeil 2024). Dit doe ik via
een nota van wijziging op het recent bij uw Kamer ingediende wetsvoorstel.3 Hiermee kan het gedeelte van het wetsvoorstel dat ziet op de algemene bijstand alsnog
tegelijk met de rest van het wetsvoorstel in werking treden.
Vraag 2
Klopt het dat dit budget expliciet was gereserveerd omdat de bestaande inzet onvoldoende
werd geacht om niet-gebruik effectief terug te dringen? Kunt u toelichten welke analyse
hier destijds aan ten grondslag lag?
Antwoord 2
Het klopt dat de bestaande inzet onvoldoende werd geacht. De volgende analyse lag
hieraan ten grondslag: Naar schatting 37% van de mensen die recht hebben op algemene
bijstand maken daar geen gebruik van. De inschatting is dat het inkomen van niet-gebruikers
onder het sociaal minimum ligt. Verder missen zij de beschikbare ondersteuning bij
werk, opleiding en meedoen in de samenleving. We zetten in op het terugdringen van
niet-gebruik met algemene communicatie (zoals pr-campagnes en benutten van bestaande
contactmomenten met mensen), vereenvoudigingen (zoals P-wet in Balans) en automatische
uitkeren (bijvoorbeeld van de individuele inkomenstoeslag uit de Participatiewet).
Om het niet-gebruik verder terug te dringen is de persoonsgerichte aanpak van proactieve
dienstverlening nodig met meer mogelijkheden voor hergebruik en deling van persoonsgegevens.
Gebaseerd op empirische resultaten wordt verwacht dat met de voorgenomen gegevensuitwisseling
voor proactieve dienstverlening 2,5% van deze groep wel gebruik zal gaan maken van
hun recht op algemene bijstand. Deze raming van de benodigde uitkeringslasten en uitvoeringskosten
is opgenomen in de Voorjaarsnota 20244 en toegelicht in de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel.5
Vraag 3
Deelt het kabinet nog steeds de eerdere analyse dat proactieve dienstverlening leidt
tot meer participatie, minder schulden en betere gezondheid? Zo ja, waarom wordt het
bijbehorende budget geschrapt? Zo nee, op basis van welke nieuwe inzichten is het
kabinet van deze analyse afgeweken?
Antwoord 3
Het kabinet deelt de genoemde analyse. Uitkeringen en voorzieningen helpen mensen
naar werk, beter werk of opleiding, voorkomen dat het inkomen onder het minimum zakt
en ondersteunen bij meedoen in de samenleving. Zoals aangegeven bij vraag 1, heb ik
gezocht naar mogelijkheden om financiële middelen vrij te maken, zodat het onderdeel
algemene bijstand van het wetsvoorstel proactieve dienstverlening wel direct in werking
kan treden.
Vraag 4
Kunt u toelichten of hier sprake is van gewijzigd beleid, gewijzigde inzichten of
uitsluitend een budgettaire afweging?
Antwoord 4
Het kabinet gaat door met proactieve dienstverlening.
Vraag 5
Hoe verhoudt dit besluit zich tot de uitspraak van Minister Aartsen tijdens de begroting
SZW dat het wetsvoorstel inzake proactieve dienstverlening op dit moment bij de Kamer
ligt en dat hij daarover snel met de Kamer in gesprek hoopte te gaan?
Antwoord 5
Ik bespreek het wetsvoorstel proactieve dienstverlening SZW graag snel met uw Kamer.
Het wetsvoorstel is aangemeld voor plenaire behandeling.
Vraag 6
Hoe verhoudt deze bezuiniging zich tot de aangenomen motie van het lid Hamstra c.s.
over «automatisch uitkeren», ingediend bij de behandeling van de begroting SWZ, die
als appreciatie Oordeel Kamer kreeg?6 Wat betekent de bezuiniging voor de uitvoering van de motie?
Antwoord 6
Het kabinet gaat door met proactieve dienstverlening. Ik heb gezocht naar mogelijkheden
om financiële middelen vrij te maken, zodat het onderdeel algemene bijstand van het
wetsvoorstel proactieve dienstverlening wel direct in werking kan treden. De motie
van het lid Hamstra c.s. verzoekt in kaart te brengen wat er precies nodig is voor
het werken naar automatisch uitkeren. Bij automatisch uitkeren hoeven mensen geen
aanvraag meer te doen. Zij krijgen een uitkering of andere sociale voorziening automatisch
als zij daarop recht hebben. Het wetsvoorstel proactieve dienstverlening SZW schrapt
of wijzigt geen aanvraagprocedures. Het richt zich op het informeren van mensen over
de ondersteuning die er voor hen is en hulp bij het aanvragen. Wel kan het wetsvoorstel
proactieve dienstverlening SZW mensen bereiken die nog niet eerder een aanvraag hebben
gedaan en in dat opzicht is het ondersteunend aan automatisch kunnen uitkeren.
Vraag 7
Hoe verhoudt dit besluit zich tot de uitspraak van Minister Vijlbrief tijdens het
commissiedebat Armoede en Schulden, dat er geen claim lag op de niet-gebruikte middelen
en dat het omlaag brengen van het niet-gebruik niet de begroting in gevaar brengt?
Antwoord 7
De regel is dat realistisch wordt geraamd. Het gebruik van uitkeringen en voorzieningen
wordt zo realistisch mogelijk ingeschat. De raming houdt rekening met het werkelijke
gebruik in voorgaande jaren, de conjunctuur en met maatregelen, zoals proactieve dienstverlening,
die kunnen leiden tot meer gebruik. Niet-gebruikte middelen, waarop een claim kan
worden gelegd, zijn er daarom niet.
Vraag 8
Kunt u een tijdlijn geven van de besluitvorming rondom dit budget en deze maatregel,
inclusief het moment waarop het kabinet heeft besloten om deze middelen te schrappen?
Antwoord 8
Tijdens de voorbereiding van het wetsvoorstel en het besluit proactieve dienstverlening
SZW zijn verschillende budgetten gereserveerd:
– Voorjaarsnota 2024: Middelen voor extra gebruik door proactieve dienstverlening van
de algemene bijstand, de Toeslagenwet en de Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen
(AIO), inclusief uitvoeringskosten.
– Voorjaarsnota 2025: Middelen voor schuldhulpverlening en de studietoeslag uit de Participatiewet.
Ook zijn middelen gereserveerd voor de ondersteuning door BKWI en BIDN van proactieve
dienstverlening met gegevensuitwisseling.
– Voorjaarsnota 2026: Extra middelen voor de ondersteuning met gegevensuitwisseling
en voor monitoring van proactieve dienstverlening. De gereserveerde middelen voor
de algemene bijstand komen te vervallen. Naast de algemene bijstand waren er reeds
een aantal andere onderdelen nog niet voorzien van financiële dekking. Dit zijn de
onderdelen bijzondere bijstand en studietoeslag waarvan door het vorige kabinet reeds
was besloten dat deze niet mee zouden lopen.
– Inmiddels is alternatieve dekking gevonden in het kindgebonden budget voor de algemene
bijstand.
– De tabel geeft een overzicht van de geraamde, maar ontbrekende middelen voor proactieve
dienstverlening.
Financiële middelen (x mln.)
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Struc.
Uitkeringslasten
Bijzondere bijstand
0,8
4,8
8,1
11,3
12,9
12,9
12,9
Studietoeslag
0,2
0,5
0,9
1,2
1,4
1,4
1,4
Uitvoeringskosten
Bijzondere bijstand
0,2
1,0
1,6
2,3
2,6
2,6
2,6
Studietoeslag (aanvullend door bijstellen raming)
0,0
0,0
0,0
0,1
0,1
0,1
0,1
Ondersteuning VNG
2,0
2,1
2,0
Totaal voor besluit
3,2
8,4
12,6
14,9
17,0
17,0
17,0
Vraag 9
Kunt u bevestigen dat het tegengaan van niet-gebruik een van de pijlers is van het
Nationaal Programma Armoede en Schulden? Hoe verhoudt het schrappen van deze middelen
zich tot deze pijler?
Antwoord 9
Het kabinet heeft in het coalitieakkoord afgesproken te investeren in armoedebeleid
en in het verkleinen van het niet-gebruik door proactieve dienstverlening. Het wetsvoorstel
proactieve dienstverlening SZW speelt een belangrijke rol in het terugdringen van
niet-gebruik, omdat het erop gericht is om burgers actief te informeren en te ondersteunen
bij het benutten van hun recht op uitkeringen en voorzieningen.
Vraag 10
Welke waarborgen ziet het kabinet om te voorkomen dat mensen die recht hebben op inkomensondersteuning
buiten beeld blijven?
Antwoord 10
Het wetsvoorstel proactieve dienstverlening SZW richt zich op het persoonlijk informeren
van mensen en het eenvoudiger kunnen aanvragen van uitkeringen en voorzieningen. In
de memorie van toelichting worden de oorzaken van het buiten beeld blijven van mensen
verdeeld in drie categorieën: oorzaken op het niveau van de regelgeving, oorzaken
op het niveau van de uitvoering en oorzaken op het niveau van de burger. Het wetsvoorstel
richt zich op het wegnemen van oorzaken van niet-gebruik op het niveau van de uitvoering
en op het niveau van de burger. Het kabinet wil zoveel mogelijk oorzaken van niet-gebruik
aanpakken door het stelsel van inkomensondersteuning te vereenvoudigen, de dienstverlening
te verbeteren en de samenwerking tussen overheden en maatschappelijke organisaties
te versterken. De focus ligt op het wegnemen van belemmeringen in de uitvoering, het
vergroten van het vertrouwen en het beter informeren en ondersteunen van burgers.
De precieze invulling daarvan zal de komende tijd verder worden uitgewerkt.
Vraag 11
Kunt u uiteenzetten welke concrete aanpak het kabinet nu in de plaats stelt om niet-gebruik
tegen te gaan, en waarin deze aanpak inhoudelijk en qua effectiviteit verschilt van
de eerder aangekondigde inzet?
Antwoord 11
Het wetstraject wordt zo ingericht dat de grondslag voor gegevensdeling voor de algemene
bijstand in zowel het wetsvoorstel als de conceptbesluit proactieve dienstverlening
SZW wordt opgenomen.
Vraag 12
Welke doelstellingen hanteert het kabinet momenteel ten aanzien van het terugdringen
van niet-gebruik, en hoe wordt gemeten of deze worden behaald zonder de eerder gereserveerde
middelen?
Antwoord 12
We willen het niet-gebruik verkleinen onder andere door proactieve dienstverlening.
Vraag 13
Hoe beoordeelt het kabinet de kritiek van gemeenten en de Vereniging van Nederlandse
Gemeenten (VNG), die deze maatregel heel onverstandig noemen?
Antwoord 13
Deze kritiek heb ik mij ter harte genomen en om die reden heb ik gezocht naar een
mogelijkheid om financiële middelen vrij te maken.
Vraag 14
Hoe groot is de groep mensen die geen gebruik maakt van de bijstand terwijl zij daar
wel recht op hebben? Klopt het dat het hierbij om circa 150.000 mensen gaat?
Antwoord 14
Volgens onderzoek van de NLA maakten in 2021 naar schatting 160.000 mensen geen gebruik
van de algemene bijstand, terwijl zij mogelijk wel recht hadden op een bijstandsuitkering
of een gedeeltelijke bijstandsuitkering.7
Vraag 15
Hoeveel mensen leven naar schatting onder het bestaansminimum als gevolg van dit niet-gebruik?
Antwoord 15
Er zijn geen cijfers beschikbaar over hoeveel mensen onder het bestaansminimum leven
als gevolg van niet-gebruik. Er zijn wel schattingen van het aantal mensen dat mogelijk
onterecht geen gebruik maakt van een uitkering of voorziening. Zij lopen daardoor
het risico op een inkomen onder het bestaansminimum. De uitkeringen en voorzieningen
met het grootste niet-gebruik zijn de Toeslagenwet, de AIO en de algemene bijstand.
Deze uitkeringen vullen, als ze gebruikt worden, aan tot het bestaansminimum. De tabel
geeft een overzicht van het niet-gebruik van deze uitkeringen en een schatting van
het aantal betrokkenen.
Uitkering
Niet-gebruik
Schatting aantal betrokkenen
Bronnen
Toeslagenwet
33%-68%
136.200
Nederlandse Arbeidsinspectie, Onderzoeksrapport niet-gebruik van de Toeslagenwet,
23 oktober 2023, p.16
AIO
30%
73.500
CBS, Recht en gebruik Aanvullende Inkomensvoorziening Ouderen, 2023
Algemene bijstand
37%
160.000
Kwantitatieve ontwikkelingen potentieel niet-gebruik algemene bijstand 2021, Nederlandse
Arbeidsinspectie, december 2023
Vraag 16
Verwacht het kabinet dat het niet-gebruik van de bijstand de komende jaren zal toenemen,
mede in het licht van voorgenomen wijzigingen in de Werkloosheidswet (WW) en de Wet
werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) waardoor meer mensen mogelijk op de bijstand
aangewezen raken? Zo nee, waarop baseert het kabinet die verwachting?
Antwoord 16
Het kabinet wil met proactieve dienstverlening het niet-gebruik verkleinen. In hoeverre
dat lukt bij de bijstand monitoren we door de ontwikkeling van het gebruik en het
niet-gebruik van de bijstand te volgen.
Vraag 17
Welke maatschappelijke gevolgen verwacht het kabinet van het schrappen van deze maatregel,
in het bijzonder op het gebied van schuldenproblematiek, gezondheid, participatie
en arbeidsmarktdeelname?
Antwoord 17
Het is mijn inzet om het onderdeel algemene bijstand gelijk met andere onderdelen
van het wetsvoorstel proactieve dienstverlening SZW in werking te laten treden.
Vraag 18
Is het kabinet bereid deze bezuiniging terug te draaien en de eerder aangekondigde
aanpak van proactieve dienstverlening alsnog volledig uit te voeren? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 18
Ja, zoals aangekondigd bij vraag 1 ik ben bereid om de aangekondigde bezuiniging uit
de voorjaarsnota 2026 terug te draaien.
Ondertekenaars
A.A. Aartsen, minister van Werk en Participatie
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.