Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Koorevaar over het huidige mestbeleid en de financiële consequenties daarvan voor agrarisch ondernemers
Vragen van het lid Koorevaar (CDA) aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het huidige mestbeleid en de financiële consequenties daarvan voor agrarisch ondernemers (ingezonden 30 maart 2026).
Antwoord van Minister Van Essen (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) (ontvangen
7 mei 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «geld betalen om mest af te voeren én dure kunstmest
inkopen? «onverdedigbaar», vindt Eurocomissaris Hansen»?1
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met dit artikel.
Vraag 2
Deelt u de opvatting van Eurocommissaris Christophe Hansen dat het «onverdedigbaar»
is dat boeren betalen voor mestafvoer en tegelijkertijd dure kunstmest moeten inkopen?
Hoe beoordeelt u deze situatie specifiek voor Nederland?
Antwoord 2
Ik zie dat ook in Nederland agrariërs betalen voor mestafvoer en tegelijkertijd kunstmest
moeten aankopen. Dit speelt met name bij bedrijven met veel grasland, omdat de stikstofgebruiksnorm
voor grasland beduidend hoger ligt dan de vanuit de Nitraatrichtlijn verplichte gebruiksnorm
voor dierlijke mest van 170 kg stikstof per hectare (N/ha). In mindere mate kan dit
ook bij andere teelten voorkomen, bijvoorbeeld in de aardappelteelt. Bij de andere
teelten, met name de teelt van vollegrondsgroenten, speelt echter ook de praktische
toepasbaarheid van dierlijke mest een rol en is het (op dit moment) onvermijdelijk
dat kunstmest moet worden aangekocht. Zo wordt in sommige teelten bemest als het gewas
al is opgekomen, waardoor het onmogelijk wordt om met de machines waarmee dierlijke
mest wordt uitgereden het land op te gaan. Ook speelt voedselveiligheid soms een rol,
met name bij gewassen die rauw worden gegeten.
Eurocommissaris Hansen stelt terecht dat op grasland, vanwege een hogere opnamecapaciteit,
hogere stikstofgiften te verantwoorden zijn. Deze hogere giften hoeven niet te leiden
tot overschrijding van waterkwaliteitsnormen. Mede vanwege het lange groeiseizoen
van gras is de stikstofopnamecapaciteit van gras hoog. Daarom zijn in Nederland voor
grasland relatief hoge totaal stikstofgebruiksnormen vastgesteld, variërend van 250
kg N/ha tot 385 kg N/ha. Ook in andere noordwestelijke lidstaten gelden vergelijkbare
stikstofgebruiksnormen.
Overigens biedt ook biologische landbouw een oplossingsrichting in Nederland. In de
biologische landbouw wordt geen kunstmest gebruikt en is men in staat een extensieve
maar toch rendabele bedrijfsvoering te hebben. Ik zet mij daarom in lijn met voorgaande
kabinetten in om het areaal biologische landbouw te vergroten tot 15% in 2030. Tegelijkertijd
ben ik mij er van bewust dat dit niet voor elk bedrijf een realistische optie is.
Zo moet er immers voldoende markt zijn voor deze producten, waar onder meer via het
Actieplan biologische landbouw2 aan wordt gewerkt.
Vraag 3
Bent u bekend met de consequenties voor kleinere boeren door het mestbeleid omdat
deze boeren relatief harder geraakt worden omdat zij minder schaalvoordelen en financiële
ruimte hebben om stijgende kosten zoals mestafvoer en kunstmest op te vangen of zich
aan te passen? Zijn er signalen dat kleinere bedrijven in Nederland relatief harder
worden geraakt dan grotere bedrijven door de consequenties voor het verdienvermogen
en mogelijke bedrijfsbeëindiging?
Antwoord 3
Er zijn mij op dit moment geen signalen bekend dat kleinere bedrijven in Nederland
relatief harder worden geraakt door het mestbeleid. Het is in algemene zin moeilijk
om eenduidige uitspraken te doen over de effecten op kleinschalige bedrijven ten opzichte
van die op grootschalige bedrijven. Of agrariërs op dit moment geraakt worden door
de stijgende kunstmestprijzen hangt van meerdere factoren af, waaronder de teelten
op een bedrijf en de hoeveelheid kunstmest die bedrijven gebruiken en reeds in voorraad
hebben.
Ik realiseer mij dat het aflopen van de derogatie een grote invloed heeft op de Nederlandse
landbouw, in het bijzonder de melkveehouderij. Daarom vind ik het belangrijk om agrariërs,
zowel klein als groot, wel perspectief te geven voor de lange termijn, bijvoorbeeld
via opschaling van de mogelijkheid van productie en aanwending van Renure-meststoffen.
Ik realiseer me ook dat de investering in deze technieken niet voor alle agrariërs
meteen interessant is en dat het opschalen hiervan tijd in beslag neemt. Dit wil ik
faciliteren met een subsidieregeling voor de bouw van installaties van Renure-meststoffen.
In de (graas)dierhouderij hangen de effecten van de afbouw van derogatie ook sterk
samen met de mate van intensiteit van een bedrijf. Een groot intensief bedrijf kan
daardoor meer geraakt worden dan een klein extensief bedrijf, zoals ook is becijferd
in het rapport «Uitwerking bedrijfstypen voor duurzame landbouw» van Wageningen Research3.
Ten slotte zorgen de stijgende mestafzetprijzen in de akker- en tuinbouw ervoor dat
het inkomen van deze bedrijven kan stijgen door de afname van dierlijke mest. Wanneer
deze bedrijven nog meer dierlijke mest ten opzichte van kunstmest kunnen aanvoeren
en benutten binnen de wettelijke gebruiksruimte van 170 N/ha, daalt ook de behoefte
van deze bedrijven aan stikstofkunstmest. Het is op dit moment onduidelijk hoe deze
balans voor deze bedrijven zal uitpakken. In de komende maanden zal hier meer duidelijkheid
over ontstaan.
Vraag 4
Hoe kijkt u naar innovatieve oplossingen zoals het gebruik van bewerkte dierlijke
mest, bijvoorbeeld Renure, als alternatief voor kunstmest en welke belemmeringen bestaan
er momenteel voor grootschalige toepassing hiervan in Nederland en Europa?
Antwoord 4
Ik kijk positief naar innovatie op het vlak van het gebruik van bewerkte dierlijke
mest in de plaats van kunstmest. Door de productie van hoogwaardig verwerkte meststoffen
op maat kan een positieve bijdrage worden geleverd aan de vermindering van de milieuopgaven.
Daarnaast kan het gebruik van deze verwerkte meststoffen de stikstofbenutting door
de gewassen verbeteren en wordt de afhankelijkheid van stikstofkunstmest verminderd.
In mijn ogen is in de EU een belangrijke eerste stap gezet met de aanpassing van de
Nitraatrichtlijn, waarmee het gebruik van enkele Renure-meststoffen boven de gebruiksnorm
dierlijke mest wordt toegestaan. De komende evaluatie van de Nitraatrichtlijn biedt
mogelijk aanknopingspunten om dit concept verder te ontwikkelen.
In Nederland zie ik nog uitdagingen voor de vergunningverlening van de installaties
voor productie van Renure-meststoffen. In september 2025 is de Tweede Kamer geïnformeerd
over het advies van dhr. Knops ten aanzien van vergunningverlening op het gebied van
mestverwerking en het vervolg dat het toenmalige kabinet hieraan wilde geven.4
Vraag 5
Hoe beoordeelt u de huidige afhankelijkheid van import van kunstmest, mede in het
licht van geopolitieke ontwikkelingen? Deelt u de opvatting dat vermindering van importafhankelijkheid
wenselijk is? Zo ja, welke concrete stappen worden gezet?
Antwoord 5
Ik ben inderdaad van mening dat het verminderen van de importafhankelijkheid wenselijk
is in het licht van de geopolitieke ontwikkelingen. In Europees verband worden hierin
inmiddels stappen gezet. Zo hebben onder meer het Carbon Border Adjustment Mechanism
(CBAM) en de importheffingen op het Russische kunstmest het effect dat er meer productie
in de EU plaatsvindt en de productiecapaciteit in de EU behouden blijft.
Vraag 6
Welke concrete verbeteringen kunnen boeren op korte termijn verwachten en bent u bereid
zich actief in te zetten voor oplossingen die zowel economisch als ecologisch houdbaar
zijn?
Antwoord 6
De inzet is om rond de zomer de benodigde nationale regelgeving voor de toepassing
van Renure-producten boven de stikstofgebruiksnorm dierlijke mest in werking te laten
treden. Tevens zet ik in op het vormgeven van een subsidieregeling voor Renure-installaties
van kleinschaligere omvang. Ik verwacht uw Kamer hier later dit jaar nader over te
kunnen informeren.
In Europees verband heeft de Europese Commissie begin januari aangekondigd in het
tweede kwartaal van dit jaar te komen met een Fertiliser Action Plan. Aanleiding is onder andere de recente prijsschommelingen door de geopolitieke context
op dit moment. De focus van het actieplan zal liggen op het vergroten van markttransparantie
en het opschalen van gerecyclede nutriënten en alternatieve grondstoffen, ondersteund
door (waar nodig) aanpassing van regelgeving. Zoals in het in vraag 1 genoemde artikel
is aangegeven heeft Eurocommissaris Hansen aangegeven in april een bijeenkomst met
veel partijen te willen organiseren om deze onderwerpen te bespreken. Ik kijk uit
naar de resultaten van deze bijeenkomst.
Ondertekenaars
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.