Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Diederik van Dijk en Bikker over het bericht dat er nog meer misstanden waren bij een vruchtbaarheidskliniek in Leiderdorp
Vragen van de leden Diederik van Dijk (SGP) en Bikker (ChristenUnie) aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het bericht dat er nog meer misstanden waren bij een vruchtbaarheidskliniek in Leiderdorp (ingezonden 23 maart 2026).
Antwoord van Minister Hermans (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 12 mei
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1649.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht ««Oud zaad» en liegen tegen de Inspectie: meer misstanden
in kliniek Leiderdorp»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Klopt het dat de kliniek jarenlang bewust in strijd handelde met de richtlijn ten
aanzien van het maximumaantal kinderen per donor?
Antwoord 2
Het CBO-advies uit 1992 was tot aan de verschijning van het Landelijk standpunt spermadonatie
in 2018 een gezaghebbend en breed gedragen document dat destijds binnen de beroepsgroep
richting gaf aan het handelen van zorgverleners; zij moesten zich ertoe verhouden.
In dit CBO-advies stond het maximum van 25 donorkinderen per spermadonor beschreven.
Het maximum van 25 behoorde daarmee tot de destijds gangbare en breed gedragen beroepspraktijk.
Wel moet worden erkend dat het CBO-advies niet volledig eenduidig was over het aantal
van 25 donorkinderen, omdat er enige ruimte overbleef voor het afwijken van het maximumaantal.
Bij afwijkingen van beroepsnormen gelden wel altijd voorwaarden voor de arts. Hierbij
valt te denken aan een goede en transparante onderbouwing van de afwijking (het «pas
toe of leg uit»-principe), en expliciete toestemming van de patiënt – de donor en
wensmoeder. De Kamer ontvangt gelijktijdig met de beantwoording van deze Kamervragen
een brief waarin duidelijkheid wordt gegeven over het CBO-advies.
Sinds 2018 geldt het Landelijk standpunt spermadonatie van de Nederlandse Vereniging
Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) en de Vereniging voor Klinische Embryologie (KLEM),
waarin niet langer werd uitgegaan van maximaal 25 kinderen, maar van maximaal 12 gezinnen
per donor. Sinds 1 april 2025 is een maximum van 12 vrouwen per donor wettelijk vastgelegd
in de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting.
Het feit dat tussen 2006 en 2017 bij Medisch Centrum Kinderwens (MCK) in Leiderdorp
is afgeweken van het destijds geldende maximum van 25 kinderen per donor, is sinds
de zomer van 2025 bekend. Het kabinet is van mening dat er in het verleden onwenselijke
overschrijdingen van het destijds geldende maximumaantal kinderen per spermadonor
hebben plaatsgevonden. De situatie bij MCK, hoe dit heeft kunnen ontstaan en hoe MCK
de ouders en donoren hierover voorlichtte, is onderdeel van het lopende onderzoek
van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) bij MCK.
Vraag 3
Klopt het dat de kliniek in 2015 bewust loog tegen de Inspectie Gezondheidszorg en
Jeugd (IGJ) over het beleid ten aanzien van massadonatie?
Antwoord 3
De afwijking bij MCK ten aanzien van het maximumaantal kinderen per spermadonor, zoals
staat beschreven in het CBO-advies, is onderdeel van het onderzoek dat de IGJ op dit
moment uitvoert. De IGJ doet nooit uitspraken over lopende onderzoeken. Het kabinet
wacht het onderzoek af.
Vraag 4
Klopt het dat de kliniek tot op heden nooit zelf melding heeft gemaakt bij de IGJ
ten aanzien van de overschrijdingen van de richtlijnen?
Antwoord 4
De inspectie doet geen uitspraken over meldingen die bij haar worden gedaan. Zeker
in dit geval is dat niet mogelijk, aangezien er sprake is van een nog lopend onderzoek.
Het kabinet wacht dus eerst de afronding van het inspectieonderzoek af.
Vraag 5
Als het antwoord op de vorige vragen bevestigend is, hoe kan dat een kliniek die jarenlang
de richtlijn ten aanzien van het maximumaantal donoren aan de laars lapte, nog steeds
geopend is?
Antwoord 5
Zie het antwoord op vraag 4.
Vraag 6
Kunt u aangeven welke handhavingsmogelijkheden de IGJ heeft op het moment dat een
zorgaanbieder bewust informatie achterhoudt of onjuiste informatie verstrekt aan de
IGJ?
Antwoord 6
Wat betreft het achterhouden van informatie geldt dat eenieder verplicht is mee te
werken aan het toezicht van de IGJ. Als deze medewerking niet wordt verleend, dan
bestaat de mogelijkheid om een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom op
te leggen om medewerking af te dwingen.
Wat betreft het bewust verstrekken van onjuiste informatie, geldt dat indien de IGJ
vaststelt dat onjuiste informatie is verstrekt, daarmee rekening kan worden gehouden
bij het bepalen van de interventie. Wanneer een zorgaanbieder bewust onjuiste informatie
verstrekt, kan dat het vertrouwen van de IGJ in de houding, intenties en verbeterkracht
van de zorgaanbieder verminderen en, afhankelijk van de ernst en risico’s, aanleiding
zijn voor een zwaardere interventie, waaronder een handhavingsmaatregel. Het bewust
verstrekken van onjuiste informatie is voornamelijk van belang in het kader van het
beoordelen van het vertrouwen in de intenties om kwalitatief goede zorg te verlenen
en daarmee de inschatting van de kans op herhaling in de toekomst. Dit volgt uit het
algemeen interventiebeleid van de IGJ.
Vraag 7
Wat is de stand van zaken van het lopende onderzoek van de IGJ naar deze kliniek?
Wordt deze nieuwe informatie bij het onderzoek betrokken?
Antwoord 7
De IGJ doet geen uitspraken over lopend onderzoek. Wel heeft de IGJ aangegeven de
nieuwe informatie te bestuderen.
Vraag 8
Vindt u het ook tijd om een grootschalig en onafhankelijk onderzoek te starten naar
missstanden bij fertiliteitsklinieken in de afgelopen decennia?
Antwoord 8
Het kabinet beraadt zich momenteel op de vraag of een landelijk, historisch onderzoek
naar donorconceptie in Nederland mogelijk en gewenst is, en zo ja, hoe dat vorm zou
kunnen krijgen. Ondertussen werkt het kabinet verder aan verbetering van een zorgvuldige
praktijk van donorconceptie. Daartoe zijn bijvoorbeeld maatregelen in voorbereiding
om massadonatie als gevolg van het gebruik van buitenlandse spermadonoren beter te
reguleren. Deze maatregelen zijn op 12 februari jl.2 met de Kamer gedeeld.
Ondertekenaars
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.