Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord vragen van het lid Van der Plas over het rapport 'Damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen; effecten van beleid'
Vragen van het lid Van der Plas (BBB) aan de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het rapport «Damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen; effecten van beleid» (ingezonden 23 maart 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Erkens (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur)
(ontvangen 15 mei 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026,
nr. 1654.
Vraag 1
Bent u bekend met het rapport «Damherten in de Amsterdamse Waterleidingduinen; effecten
van beleid»?1
Antwoord 1
Ja, dit rapport uit 2007 is mij bekend.
Vraag 2
Kunt u bevestigen dat in dit rapport wordt gesteld dat bij aanwezigheid van wolven
interacties met recreanten voor de hand liggen en dat (zelfs dodelijke) ongelukken
met mensen, waaronder kinderen, niet volledig kunnen worden uitgesloten?
Antwoord 2
Ja. In het rapport wordt aangegeven dat, bij een introductie van wolven in de Amsterdamse
Waterleidingduinen, interacties met recreanten voor de hand liggen gezien het grote
aantal bezoekers.
Vraag 3
Hoe beoordeelt u deze constatering in het licht van de huidige situatie waarin wolven
zich structureel in Nederland lijken te vestigen?
Antwoord 3
Ik vind het zeer onwenselijk dat mensen met wolven in contact komen en zet me in om
incidenten tegen te gaan. Interacties tussen wolven en mensen zijn in de bestaande
leefgebieden van wolven helaas niet volledig uit te sluiten.
Vraag 4
Welke criteria hanteert u om te bepalen wanneer sprake is van een voorzienbaar risico
voor burgers door de aanwezigheid van wolven?
Antwoord 4
Er bestaan momenteel geen eenduidige criteria voor een voorzienbaar risico. In leefgebieden
van wolven bestaat altijd de kans op contact tussen een mens en een wolf. Via het
Landelijk Informatiepunt Wolven wordt informatie gegeven hoe burgers kunnen handelen
in het geval er een ontmoeting met een wolf plaatsvindt. Met deze informatie wordt
het risico op incidenten zo veel mogelijk verkleind.
Daarnaast ga ik ook verder met de voorbereiding van een algemene maatregel van bestuur
(AMvB), waar mijn voorganger zich hard voor heeft ingezet. In deze AMvB zijn criteria
opgenomen voor de bepaling of sprake is van een «probleemwolf» of een «probleemsituatie
met een wolf». Hieraan zijn specifieke beoordelingsregels gekoppeld voor het doden
van wolven die daadwerkelijk een (ernstige) bedreiging voor mensen en gehouden dieren
kunnen vormen, of voor het tijdelijk wegvangen met het oog op het aanbrengen van een
zender zodat een wolf die mogelijk problemen voor mensen kan gaan veroorzaken kan
worden gevolgd. De AMvB voorziet in wijziging op dit punt van het Besluit activiteiten
leefomgeving en het Besluit kwaliteit leefomgeving.
Vraag 5
Waar zijn deze criteria beleidsmatig of juridisch vastgelegd?
Antwoord 5
Zie het antwoord op vraag 4.
Vraag 6
Erkent u dat een expliciete afweging tussen deze belangen noodzakelijk is wanneer
bescherming van een diersoort structureel botst met grondrechten van burgers?
Antwoord 6
Bij het maken van beleid zal steeds een zorgvuldige afweging moeten plaatsvinden tussen
de verschillende relevante belangen enerzijds en verplichtingen anderzijds, binnen
de kaders van de Europese wetgeving. De Habitatrichtlijn biedt ook bij beschermde
diersoorten mogelijkheden voor ingrijpen als bijvoorbeeld de veiligheid of de volksgezondheid
in het geding komen.
Vraag 7
Op welke wijze wordt binnen het wolvenbeleid rekening gehouden met de veiligheid van
recreanten in drukbezochte natuurgebieden, waaronder gezinnen met kinderen?
Antwoord 7
Ik wil er met de eerder genoemde AMvB voor gaan zorgen dat incidenten zoveel mogelijk
beperkt worden. Slechts wanneer incidenten onvoldoende voorkomen kunnen worden, zal
het mogelijk sluiten van gebied een optie zijn. Provincies, gemeenten en terreineigenaren
van recreatiegebieden maken met elkaar afspraken over de veiligheid van recreanten.
Waar nodig wordt informatie verstrekt over de aanwezigheid van wolven in het gebied
en hoe te handelen bij een eventuele confrontatie en in het uiterste geval kunnen
gebieden tijdelijk worden afgesloten.
Vraag 8
Zijn er actuele risicoanalyses uitgevoerd naar mogelijke interacties tussen wolven
en mensen in Nederlandse natuurgebieden? Zo ja, kunt u deze met de Kamer delen? Zo
nee, waarom niet?
Antwoord 8
Terreineigenaren kunnen samen met provincies en burgemeesters, als bevoegd gezag,
per gebied risicoanalyses uitvoeren wanneer zij hiertoe aanleiding zien. Mij zijn
geen risicoanalyses bekend.
Vraag 9
Op welke wijze wordt binnen het wolvenbeleid invulling gegeven aan de zorgplicht van
de overheid voor de bescherming van het recht op leven en veiligheid van burgers,
zoals onder meer beschermd in artikel 2 van het Europees Verdrag voor de Rechten van
de Mens (EVRM)?
Antwoord 9
Ik vind veiligheid heel belangrijk en werk daarom aan de AMvB zoals genoemd in het
antwoord op vraag 4. Bij het maken van beleid worden steeds de verschillende relevante
belangen en wettelijke plichten en taken mee. Waar het de belangenafweging betreft
in samenhang met de bescherming van diersoorten, wordt verwezen naar het antwoord
op vraag 6.
Vraag 10
Hoe worden het recht op privéleven en woning (artikel 8 EVRM) en het eigendomsrecht
(artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM) betrokken bij de afwegingen binnen
het wolvenbeleid?
Antwoord 10
Ook het eigendomsrecht is een op grond van de Habitatrichtlijn erkend belang dat ingrijpen
bij beschermde diersoorten kan rechtvaardigen. Het recht op privéleven en woning,
is een recht dat zich primair doet gelden tegen inbreuken door de overheid, en indirect
ook een verplichting in zich houdt voor de overheid om maatregelen tegen inbreuken
door andere burgers of bedrijven te treffen. Het artikel ziet niet op wolven. Zie
ook het antwoord op vraag 9.
Vraag 11
Welke protocollen en interventiemaatregelen bestaan er voor situaties waarin wolven
afwijkend of potentieel gevaarlijk gedrag vertonen richting mensen?
Antwoord 11
Provincies hebben in hun provinciale Wolvenplan 2025 interventierichtlijnen vastgelegd.2 In deze interventierichtlijnen wordt ook aandacht besteed aan situaties waarin wolven
afwijkend of potentieel gevaarlijk gedrag vertonen richting mensen. De Vereniging
Nederlandse Gemeenten heeft een handelingsperspectief voor burgemeesters opgesteld
met daarin eveneens aandacht voor situaties waarin wolven afwijkend of potentieel
gevaarlijk gedrag vertonen richting mensen.3 Beide documenten zijn openbaar beschikbaar.
Vraag 12
Wie draagt bestuurlijk en juridisch de verantwoordelijkheid indien zich een ernstig
(mogelijk dodelijk) incident voordoet tussen een wolf en een mens en hoe is deze verantwoordelijkheid
vastgelegd?
Antwoord 12
De verantwoordelijkheid voor de veiligheid ligt op grond van de Gemeentewet bij de
burgemeester, die in dat kader ook bijzondere (nood)bevoegdheden heeft. Gedeputeerde
staten van de provincies zijn verantwoordelijk voor de vergunningverlening voor het
afschot van probleemwolven of het vangen van wolven met het oog op het zenderen en
monitoren als er een probleemsituatie met de wolf. Met de AMvB neem ik mijn verantwoordelijkheid
om ernstige incidenten zo veel mogelijk te voorkomen.
Aangezien wolven geen gehouden dieren zijn, geldt op dit punt geen risicoaansprakelijkheid.
Ten algemene is de overheid aanspreekbaar in het civiele recht als zij onrechtmatig
heeft gehandeld, waaronder begrepen handelen of nalaten in strijd met de zorgvuldigheid
die de overheid betaamt. Er wordt zo goed mogelijk invulling gegeven aan het wolvenbeleid
om incidenten zoveel mogelijk te voorkomen. Met de in het antwoord op vraag 4 genoemde
AMvB steun ik provincies en burgemeesters hier zo goed mogelijk in.
Vraag 13
Kunt u toelichten welke mogelijkheden burgemeesters hebben om op te treden in situaties
waarin wolven mogelijk een gevaar vormen voor inwoners of recreanten?
Antwoord 13
Een burgemeester kan op grond van artikel 175 of 176 van de Gemeentewet een noodbevel
geven of noodverordening te stellen als sprake is van limitatief opgesomde uitzonderlijke
situaties in het kader van de bescherming van de openbare orde en veiligheid. Bij
de invulling van de vraag of sprake is van zulke omstandigheden komt de burgemeester
een zekere beoordelingsruimte toe. Wel wordt de noodbevoegdheid restrictief uitgelegd.
Aan de hand van specifieke omstandigheden zal in een concrete situatie moeten worden
beoordeeld of deze situatie zich voordoet. Het gaat dan bijvoorbeeld om de situatie
dat een wolf zich in de nabijheid van mensen ophoudt en blijk geeft van een agressieve
houding. Een noodbevel kan bijvoorbeeld worden ingezet om een eigenaar van een landgoed
op te dragen dat grondgebied voor het publiek gesloten te houden bij ernstig gevaar
van één of meerdere wolven. Noodverordeningen worden gehanteerd voor een algemeen
verbod voor personen om in een risicovol gebied aanwezig te zijn. Een noodbevel van
de burgemeester is veelal van tijdelijke aard, en ook alleen mogelijk in die situaties
waarin de inzet van de reguliere bevoegdheden van het desbetreffende provinciebestuur
op grond van de Omgevingswet niet kan worden afgewacht.
Met de AMvB wordt het mogelijk om wolven zonder vergunning te verjagen. Ook zal de
AMvB burgemeesters helpen om sneller en adequater op te treden in situaties waarin
wolven mogelijk een gevaar vormen voor inwoners of recreanten.
Vraag 14
In hoeverre acht u deze mogelijkheden in de praktijk toereikend?
Antwoord 14
Ik realiseer me dat verschillende burgemeesters op zoek zijn naar de juiste mogelijkheden
om in te kunnen grijpen bij incidenten met wolven. Zorgvuldige voorbereiding, duidelijke
protocollen en afstemming met deskundigen zijn doorslaggevend om rechtmatig en effectief
te kunnen handelen in situaties met wolven. Met de in het antwoord op vraag 4 genoemde
AMvB steun ik hen hier zo goed mogelijk in. Ook het landelijk deskundigenteam dat
in oprichting is, kan hierbij gaan helpen.
Vraag 15
Kunt u daarnaast verklaren waarom burgemeesters in de praktijk terughoudend lijken
te zijn om van deze bevoegdheden gebruik te maken?
Antwoord 15
Het is mij niet bekend dat burgemeesters terughoudend zijn bij het optreden in gevallen
van incidenten met wolven. Zoals ik in het antwoord op vraag 14 heb aangegeven, realiseer
ik me wel dat het niet eenvoudig is voor burgemeesters om een zorgvuldige afweging
te maken bij hun handelen. Ik wil niet speculeren over de mogelijke beweegredenen
van burgemeesters in de uitoefening van hun ambt.
Vraag 16
Deelt u de opvatting dat onduidelijkheid over bevoegdheden kan leiden tot handelingsverlegenheid
bij burgemeesters?
Antwoord 16
Ik ben van mening dat de bevoegdheden voor iedereen voldoende duidelijk zijn. Ondanks
dat ben ik me er van bewust dat burgemeesters zich in een spanningsveld kunnen bevinden
waarbij zij enerzijds verantwoordelijk zijn voor de bescherming van de openbare orde
en veiligheid en anderzijds moeten opereren binnen de strikte kaders van de Omgevingswet.
Vraag 17
Waarom worden incidenten, angstbeleving, aantasting van leefbaarheid en economische
schade in het wolvendossier vaak aangeduid als «maatschappelijke acceptatieproblemen»
en niet als beleidsrelevante indicatoren voor veiligheid en leefbaarheid?
Antwoord 17
Voor mij zijn incidenten, angstbeleving en economische schade in het wolvendossier
zeer relevante aspecten waar ik ook zeker rekening mee houd. Ik vind het heel belangrijk
dat mensen zich veilig voelen in hun leefomgeving en dat ook het platteland leefbaar
is en kinderen zonder angst naar school kunnen fietsen.
Ondertekenaars
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.