Schriftelijke vragen : Grootschalige naamfouten in strafrechtelijke vonnissen
Vragen van het lid El Abassi (DENK) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over grootschalige naamfouten in strafrechtelijke vonnissen (ingezonden 3 maart 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Verbijsterde Kamer eist duidelijkheid over massale
naamfouten bij justitie»?1
Vraag 2
Klopt het dat eerder 876 naamfouten in strafrechtelijke vonnissen zijn vastgesteld,
maar dat inmiddels signalen bestaan dat het mogelijk om circa 50.000 foutieve naamkoppelingen
gaat? Sinds wanneer is uw ministerie bekend met deze hogere aantallen en waarom is
de Kamer hierover niet eerder volledig geïnformeerd?
Vraag 3
Wat wordt binnen de justitiële keten exact verstaan onder een «naamfout»? Beperkt
dit zich tot administratieve verschrijvingen en typefouten of betreft het tevens gevallen
waarin persoonsgegevens van onschuldige burgers ten onrechte zijn gekoppeld aan strafrechtelijke
veroordelingen? Kunt u de verschillende categorieën fouten volledig en afzonderlijk
kwantificeren?
Vraag 4
Op welk moment in de strafrechtketen ontstaan deze fouten precies en waar ligt de
primaire verantwoordelijkheid voor het voorkomen daarvan? Is sprake van een structurele
systeemfout en is hiervoor eerder intern gewaarschuwd?
Vraag 5
Klopt het dat eenmaal foutief gekoppelde persoonsgegevens automatisch doorwerken in
gekoppelde justitiële databanken? Zo ja, welke systemen zijn daarbij betrokken en
hoe verhoudt deze automatische doorwerking zich tot het beginsel van juistheid van
persoonsgegevens zoals neergelegd in de Algemene verordening gegevensbescherming?
Vraag 6
Klopt het dat het corrigeren van foutief gekoppelde persoonsgegevens in de praktijk
wordt bemoeilijkt doordat wijzigingen automatisch doorwerken in andere systemen? Deelt
u de mening dat systeemtechnische beperkingen nooit een rechtvaardiging mogen vormen
om onjuiste strafrechtelijke registraties in stand te houden? Zo nee, waarom niet?
Vraag 7
Bestaat er binnen de justitiële keten onduidelijkheid over wie bevoegd is om fouten
in strafrechtelijke vonnissen en de daaraan gekoppelde registraties te herstellen?
Zo ja, hoe beoordeelt u het feit dat geen eenduidige herstelbevoegdheid is vastgelegd
terwijl dergelijke fouten verstrekkende gevolgen kunnen hebben voor de rechtspositie
van burgers?
Vraag 8
Hoeveel burgers hebben aantoonbaar nadeel ondervonden van onjuiste registraties in
justitiële systemen, bijvoorbeeld bij de aanvraag van een Verklaring Omtrent het Gedrag,
bij werk- of veiligheidsscreening, in opsporingsonderzoeken, detentie of verblijfsrechtelijke
procedures? In hoeveel gevallen hebben foutieve naamkoppelingen ertoe geleid dat veroordeelde
personen niet (tijdig) zijn gedetineerd of ten onrechte op vrije voeten zijn gebleven?
Vraag 9
Hoeveel verzoeken tot correctie van onjuist verwerkte persoonsgegevens zijn sinds
2010 ingediend, hoeveel daarvan zijn toegewezen en hoeveel afgewezen, en op welke
gronden zijn deze verzoeken afgewezen?
Vraag 10
Erkent u dat het ten onrechte registreren van burgers als crimineel een ernstige aantasting
kan vormen van hun rechtspositie, reputatie en grondrechten? Zo ja, welke concrete
maatregelen gaat u nemen om alle foutieve registraties actief op te sporen, gedupeerde
burgers te informeren en hen adequaat te compenseren?
Indieners
-
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Indiener
Ismail el Abassi, Kamerlid