Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Mutluer over PTSS-erkenning voor de brandweer en de regeling voor een compromis
Vragen van het lid Mutluer (GroenLinks-PvdA) aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over PTSS-erkenning voor de brandweer en de regeling voor een compromis (ingezonden 26 februari 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 13 april 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1375.
Vraag 1
Kunt u deze aanvullende schriftelijke vragen betrekken bij de beantwoording van de
eerdere schriftelijke vragen over dit onderwerp1?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe wordt voorkomen dat verschillen ontstaan in toepassing en vergoedingspraktijk
tussen regio’s?
Antwoord 2
De veiligheidsregio’s hebben mij laten weten dat een uniforme werkwijze en uitvoering
wordt beoogd door landelijke coördinatie en overleg tussen uitvoeringsprofessionals.
Hiermee wordt voorzien dat de regeling binnen elke veiligheidsregio op dezelfde wijze
wordt uitgevoerd, toegepast en uitgelegd. De uniforme uitvoering van de Regeling PTSS
wordt daarbij jaarlijks geëvalueerd door de veiligheidsregio’s.
Vraag 3
Klopt het dat vergoedingen op grond van de PTSS-regeling in mindering worden gebracht
op eventuele latere schadevergoedingen bij aansprakelijkheid? Hoe verhoudt dit zich
tot het ontbreken van een volledige schadevergoeding binnen de regeling zelf?
Antwoord 3
Er zijn veel factoren die bij individuele situaties van invloed zijn op de relatie
tussen de PTSS-regeling en eventuele latere schadevergoedingen. De veiligheidsregio’s
geven aan dat regeling PTSS primair voorziet in loonderving. Mocht daarnaast sprake
zijn van restschade, dan komt dat boven op de vergoeding verstrekt conform de regeling
PTSS.
Een eventuele aanspraak op smartengeld behoort juridisch tot het aansprakelijkheidsrecht
en maakt daarom geen onderdeel uit van de regeling.
Vraag 4
Hoe wordt in de praktijk omgegaan met vrijwilligers met meerdere inkomensbronnen?
Kan de samenloopbeperking ertoe leiden dat feitelijke schade niet volledig wordt gecompenseerd?
Antwoord 4
De veiligheidsregio’s hebben mij laten weten dat in de regeling is opgenomen dat samenloop
van meerdere inkomensbronnen is begrensd tot éénmaal een voltijdsdienstbetrekking
en het maximumdagloon.
Hierbij wordt aangegeven dat indien het inkomen méér is dan het maximumdagloon of
een voltijdsdienstbetrekking de feitelijke schade méér kan zijn dan wordt gecompenseerd
conform de regeling PTSS. De veiligheidsregio’s geven hierbij aan dat (individuele)
aansprakelijkheidsstelling in een dergelijke situatie separaat mogelijk is.
Vraag 5
Is onderzocht of het proces van het aannemelijk maken van incidenten en gebeurtenissen
die PTSS veroorzaakten, kan leiden tot hertraumatisering of verergering van klachten?
Zo nee, bent u bereid dit onafhankelijk te laten onderzoeken?
Antwoord 5
De veiligheidsregio’s hebben mij laten weten dat zij als werkgever belangrijke stappen
zetten om medewerkers en vrijwilligers beter te ondersteunen, zo ook bij het proces
en begeleiding rondom de regeling. Uit de aangekondigde evaluatie en signalen uit
de praktijk zal ook naar voren moeten komen of het proces doelmatig verloopt en hoe
dit door betrokkenen wordt ervaren.
Vraag 6
Acht u het passend om bij een chronische, behandelingsresistente aandoening als C-PTSS
toekomstige zorgkosten af te kopen? Hoe wordt voorkomen dat betrokkenen op latere
leeftijd financieel tekortkomen?
Antwoord 6
Dit is onderwerp van gesprek tussen betrokken overlegpartners. Ik breng deze vragen
over aan de betrokken partijen.
Vraag 7
Waarom is geen spoedregeling of noodvoorziening opgenomen voor acute of ernstige situaties?
Antwoord 7
Het akkoord op deze regeling en de inhoud is een aangelegenheid tussen de werkgevers
en de betrokken bonden als vertegenwoordigers van de werknemers. Indien ik signalen
ontvang over acute en ernstige situaties zal ik dit direct onder de aandacht brengen
in mijn contact met betrokken partijen.
De veiligheidsregio’s hebben mij laten weten dat zij allen bezig zijn met het proces
rondom medewerkers met PTSS-achtige klachten en deze begeleiding goed in te richten.
Breder beschouwd wordt dit door de regio’s beoogd middels het goed inrichten van hulp
na incidenten met behulp van Teams Collegiale Ondersteuning (hierna: TCO). Vanuit
TCO worden medewerkers en vrijwilligers gevolgd en begeleid, al dan niet met professionele
hulp. Daarbij beogen de veiligheidsregio’s bij de uitvoering van de regeling met de
aanname van extra HR capaciteit de bereikbaarheid voor en begeleiding van medewerkers
en vrijwilligers zo goed mogelijk te ondersteunen.
Vraag 8
Hoe wordt de onafhankelijkheid van de landelijke Adviescommissie PTSS geborgd, gezien
de betrokkenheid van veiligheidsregio’s bij de uitvoering? Worden commissieleden volledig
extern benoemd?
Antwoord 8
De veiligheidsregio’s geven mij aan dat commissieleden worden benoemd door de secretaris
van het Landelijk Overleg Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio’s (hierna: LOAV). Dat
geschiedt op verzoek van en met instemming van de sociale partners.
Vraag 9
Bent u bereid een tussentijdse evaluatie vóór het verstrijken van drie jaar te overwegen?
Wordt bij de evaluatie expliciet gekeken naar de rol van organisatiecultuur en nazorg
in het verleden? Wordt onderzocht of structurele tekortkomingen hebben bijgedragen
aan het ontstaan of verergeren van PTSS?
Antwoord 9
De regeling zal als geheel na drie jaar worden geëvalueerd, of indien nodig eerder,
zoals overeengekomen is tussen vakbonden en werkgevers. Dit is in dit geval niet aan
mij, maar aan de sociale partners.
Ik acht doorontwikkeling en lerend vermogen van groot belang als stelselverantwoordelijke.
Onder meer het NIPV onderzoekt in Nederland diverse thema’s rondom de brandweer, zo
is onderzoek gepubliceerd op het gebied van het welzijn van brandweermensen, de organisatiecultuur
bij de brandweer en verwerking van ingrijpende incidenten. Onderzoek naar de uitvoering
van nazorg en beleid hierop is ook een aangelegenheid van de werkgevers. In contact
met betrokken partijen zal ik bezien of en hoe dit het beste vorm kan worden gegeven
kijkend naar de toekomst.
Ook moedig ik betrokken partijen aan te kijken naar andere beroepsgroepen daar waar
dit kan. Dit in het kader van rolvastheid, doorontwikkeling, lerend vermogen van betrokken
partijen en bovenal het welzijn van brandweerlieden in Nederland.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.