Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Houwelingen over journalisten als agent van de AIVD
Vragen van het lid Van Houwelingen (FVD) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de AIVD (ingezonden 17 februari 2026).
Antwoord van Minister Heerma (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen
10 maart 2026).
Vraag 1
Kan de Tweede Kamer, vertrouwelijk, inzage krijgen in de lijst met namen van journalisten
die door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) worden ingezet als
agent? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 1
Gelet op de wettelijke plicht tot geheimhouding worden er geen uitspraken gedaan die
raken aan bronnen, het actuele kennisniveau en de modus operandi van de diensten.
Bronbescherming is een van de hoogste prioriteiten van de diensten, en is ook van
toepassing op de inzet van agenten. Voor de veiligheid van agenten doen wij geen uitspraken
over bijvoorbeeld aantallen en identiteit. De diensten kunnen hun wettelijke taak
uitsluitend binnen een zekere mate van geheimhouding effectief uitoefenen. Het geven
van inzicht daarin gaat ten koste van het goed functioneren van de diensten en daarmee
ten koste van de bescherming van de nationale veiligheid.
In algemene zin geldt voor de parlementaire controle op de geheime aspecten van de
taakuitvoering van de diensten dat door uw Kamer de Commissie voor de Inlichtingen-
en Veiligheidsdiensten (CIVD) is ingesteld. Over de door de CIVD behandelde onderwerpen
en de verstrekte inlichtingen worden geen uitspraken gedaan.
Vraag 2
Indien de Kamer, zelfs niet op vertrouwelijke basis (!), de lijst met namen van journalisten
die door de AIVD als agent worden ingezet mag inzien, ondermijnt dit dan niet het
vertrouwen in de journalistiek en dus onze democratie?
Antwoord 2
Nee.
De journalistiek is een onmisbare pijler van de democratie. Ik benadruk het belang
van de journalistieke onafhankelijkheid. Dit belang komt duidelijk naar voren bij
de inzet van journalisten als agent door de diensten, bijvoorbeeld door te toetsen
aan specifieke veiligheidsrisico's en hogere toestemmingsvereisten. Zoals opgenomen
in de memorie van toelichting bij de Wiv 2017, vervult ook journalistieke bronbescherming
een essentiële rol in een democratische samenleving.1 De journalist als agent is in de Wiv 2017, gelet op de belangrijke functie in onze
rechtsstaat, als bijzondere categorie opgenomen. Daarom wordt hiervoor – net als voor
een aantal andere maatschappelijke functies en verschoningsgerechtigden – apart beleid
met extra waarborgen gehanteerd. Dit aparte beleid is er juist omdat Nederland een
democratische rechtstaat is. Ik hecht er waarde aan om te benadrukken dat de diensten
er juist zijn om ondermijning van diezelfde democratische rechtsstaat en gevaren voor
de nationale veiligheid tegen te gaan.
Vraag 3
Wie heeft, behalve de AIVD zelf, kennis van de lijst met namen van journalisten die
door de AIVD worden ingezet als agent?
Antwoord 3
Gelet op de wettelijke plicht tot geheimhouding worden er geen uitspraken gedaan die
raken aan bronnen, het actuele kennisniveau en de modus operandi van de diensten.
Bronbescherming is een van de hoogste prioriteiten van de diensten, en is ook van
toepassing op de inzet van agenten. Voor de veiligheid van agenten doen wij geen uitspraken
over bijvoorbeeld aantallen, identiteit en de kring van personen die bekend zijn met
de identiteit van de bron. De diensten kunnen hun wettelijke taak uitsluitend binnen
een zekere mate van geheimhouding effectief uitoefenen. Het geven van inzicht daarin
gaat ten koste van het goed functioneren van de diensten en daarmee ten koste van
de bescherming van de nationale veiligheid.
Ondertekenaars
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.